AANDACHT VOOR MULTITASKING Conclusies uit het SPOT Tijdbestedingsonderzoek 2006

WOORD VOOR WOORD

Geachte lezer, Voor u ligt een boekje over multitasking. Multitasking is waarschijnlijk ook in uw omgeving een belangrijk onderwerp van gesprek geworden. Steeds vaker heeft communicatie raakvlakken met multitasking. Niettemin is onze kennis over het multitasken vaak nog beperkt en cijfers over het multitasken in Nederland zijn nauwelijks voorhanden. In dit boekje laten we nu zien wie er multitaskt, hoeveel en wanneer en welke activiteiten er worden gecombineerd. Vaak levert dit verrassende uitkomsten op en nieuwe inzichten. We hebben ook geprobeerd, compact maar wel redelijk compleet, een overzicht te geven van ideeën en theorieën die er over multitasken bestaan, over effecten en over strategieën. Daardoor krijgen de uitkomsten meer reliëf. Dit boekje over multitasking ligt in het verlengde van een boekje dat wij al eerder hebben gepubliceerd: Alles over Tijd (januari 2007). Samen vormen ze een miniserie over de resultaten van het Tijdbestedingsonderzoek dat SPOT in 2006 heeft laten uitvoeren. Dit onderzoek blijkt steeds weer een onuitputtelijke bron van informatie te zijn. Het is dan ook onmogelijk om hier alle mogelijke uitkomsten te presenteren. Er zijn teveel dimensies om uit te kiezen: doelgroepen, dagen van de week, tijdvakken en 69 activiteiten. Daarom zijn er op onze website (www.spot.nl) twee tools beschikbaar gesteld, waarmee u zelf toegang kunt krijgen tot de data: SPOTtime voor het uitdraaien van tijdbesteding en SPOTtask voor het maken van multitasking-analyses. Op 3

onze website kunt u daarnaast ook eerdere rapportages terugvinden. Multitasking kent vele gedaanten en de effecten kunnen dan ook heel verschillend zijn. Duidelijk is dat televisie in dit alles vaak een rol speelt. Meer inzicht in het gebruik en de combinatie van TV met andere activiteiten biedt aanknopingspunten voor mooie, creatieve campagnes en een optimale mediastrategie. En daar gaat het om. Multitasking is inmiddels een wijd en zijd bekend begrip en er wordt ook veel over geschreven. Maar toen wij in dit onderwerp doken, bleek dat er eigenlijk juist heel weinig kennis is. Journalisten komen in hun artikelen meestal niet verder dan de conclusie dat er veel wordt gemultitasked en wetenschappelijke studies zijn in het algemeen niet bekend. Houden we over de intuïtieve kennis/opinie over multitasking en die luidt ongeveer: a. het is iets specifieks van jongeren en b. we moeten crossmediaal communiceren. (Zie onderstaand citaat uit Wikipedia) Wikipedia: Media multitasking involves using TV, the Web, radio, telephone, print, or any other media in conjunction with another. Also referred to as ‘simultaneous media use’, this behavior has emerged as increasingly common, especicially among younger media users, and has gained significant attention in media usage measurement, especially as a new opportunity for cross-media advertising. In dit boekje willen we graag wat verder gaan. Het eerste deel gaat dan ook over het begrip multimedia. Daarnaast is deze publicatie gelinkd aan het SPOT Tijdbestedingsonderzoek 4

2006. Daarin konden de respondenten zes activiteiten tegelijk opgeven. Zie daarvoor het tweede deel van dit boekje. Paul van Niekerk Directeur SPOT Mei 2007

INHOUD

DEEL 1 WAT IS MULTITASKING? 8 * Wat is multitasking? Multitasking en werk Alles op één moment? 14 * Naar media-multitasking 18 * Effectiviteit Aandacht Multiplier Effect DEEL 2 UITKOMSTEN UIT HET ONDERZOEK 29 31 34 38 43 50 54 58 62 64 * * * * * * * * * * Druk? Wie zijn de multitaskers? Aandacht voor de media Wanneer wordt er gemultitasked? Welke activiteiten worden gecombineerd? Extreme media-multitasking Belangrijkste conclusies Korte beschrijving van het onderzoek Noten Bijlage: Tijd en Bereik per dag (20-65 jaar)

7

DEEL 1 WAT IS MULTITASKING ?

Om te beschrijven wat multitasking is hoeven we het in eerste instantie alleen maar te vertalen in goed Nederlands: multitasken is het uitvoeren van meerdere activiteiten op hetzelfde moment. Het begrip komt van oorsprong uit de computerwereld. Met multitasken werd in de jaren negentig verwezen naar een nieuwe versie van de CPU (central processing unit) in een PC, die meerdere functies tegelijkertijd kon uitvoeren. Later werd het begrip aangewend voor menselijk gedrag. Voorzover ons bekend is het begrip multitasking in 2003 door Paul Sikkema in Nederland geïntroduceerd. Paul Sikkema is de Godfather van het jongerenonderzoek in Nederland en hij was het die bij ons als eerste wees op het multitasking verschijnsel: “Een belangrijke uitdaging voor met name jongeren is dus: zó omgaan met alles wat er op je afkomt dat drukte niet resulteert in een onprettige ‘druk’. Jongeren ontwikkelen daar, bewust of onbewust, strategieën voor. Uit Jongeren 2003 blijkt dat één van die strategieën is: meerdere dingen tegelijk doen. Het lijkt erop alsof jongeren verschillende media in toenemende mate gelijktijdig gebruiken.” 1 Het begrip multitasken is onlosmakelijk verbonden met de introductie en verspreiding van internet. We zijn het nu al weer bijna vergeten, maar in de begintijd van internet, eind jaren negentig en ook nog in het begin van de 21ste eeuw, kon de wachttijd voor het binnenhalen van een nieuw scherm behoorlijk oplopen. Het was dan ook logisch om die tijd op te vullen met andere, al dan niet nuttige, kortdurende bezigheden. Dat konden klusjes zijn, een stuk persoonlijke verzorging, of ander medium gebruik. Toen internetgebruik zich verbreedde tot e-mailen, chatten en 10

surfen, werd ook het wisselen tussen die activiteiten heel gebruikelijk. Het multitasken heeft betrekking op alle activiteiten. Maar in de mediawereld spitst zich dit natuurlijk toe op het uitvoeren van activiteiten tijdens het gebruik van media. En nog specifieker op het gebruik van meerdere media tegelijkertijd. Later zullen we nog de precieze relevantie hiervan bediscussiëren voor de communicatiepraktijk. MULTITASKING EN WERK Leuk is het om hier nog te noemen dat in de Amerikaanse literatuur multitasking ook in verband wordt gebracht met productiviteit in het werk. Dus hoe beter je in multitasken bent, hoe hoger de arbeidsproductiviteit. Al vóórdat multitasken werd uitgevonden, werden studies verricht naar polichronische mensen. Polichronische mensen houden van multitasken, monochronische mensen juist niet. “When a relatively monochronic North American interacts with a more polychronic Latin American, misinterpretations and misattributions of behavior, if not friction and conflict, are likely to occur unless some attention has been paid to identifying and learning such differences in temporal behavior and norms.” 2 Ze onderzoeken daar dan ook of ze de multitasking-capaciteit van individuen kunnen voorspellen. Uit deze onderzoeken lijkt naar voren te komen dat het korte geheugen (working memory) en intelligentie (fluid intelligence) sterk samenhangen met multitasking capaciteiten.3 De aanleg om aandachtig met iets bezig te zijn lijkt ook met multitasking samen te hangen. Daarnaast is ook weleens een relatie gelegd met extraverte karakters en multitasking, maar dit is wetenschappelijk niet bevestigd. 11

ALLES OP ÉÉN MOMENT Bij multitasking wordt snel en gemakkelijk gesproken over het tegelijkertijd uitvoeren van meerdere activiteiten. Maar wat betekent precies tegelijkertijd? En wat kunnen we wel tegelijkertijd en wat kunnen we niet tegelijkertijd? Hiermee komen we op het gebied van de neurologie of nog preciezer de cognitieve neurowetenschap. Dit is een fascinerend gebied, omdat hier allerlei vakgebieden samenkomen: medische wetenschap, biologie en psychologie, maar bijvoorbeeld ook cultuurstudies, kunstkritiek, filosofie, etc. En dus ook de reclamewereld, die erg geïnteresseerd is in de werking en verwerking van reclameuitingen. Zij allen zoeken naar de wijze waarop het geheugen, de aandacht, het bewustzijn, de emotie en de taal binnen de hersenen samenwerken (of elkaar soms dwarszitten). Hier kort een aantal waarnemingen. We kunnen sneller denken dan doen. Daardoor kunnen we spreken, we denken altijd iets vooruit op wat we zeggen. Zo nemen we ook eerst iets waar en daarna kunnen we pas reageren. In het algemeen is geaccepteerd dat de mens meerdere stimuli tegelijk binnenkrijgt en op een bepaalde manier verwerkt. Deze verwerking gaat niet bewust. In feite wordt er een voorselectie gemaakt van relevante en niet relevante stimuli. De meeste stimuli worden genegeerd, maar elke onverwachtse gebeurtenis: een knal, een flits, een snelle beweging, wordt onmiddellijk naar de voorgrond geduwd en krijgt de volle aandacht (hiervan wordt in televisieprogramma’s en commercials natuurlijk volop gebruik gemaakt). Dit is een biologisch principe, erop gericht om gevaar of een prooi te bespeuren. Er wordt vrijwel onmiddellijk en instinctief gereageerd. Vervolgens wordt de aandacht al dan niet op de gebeur12

tenis gericht, afhankelijk van de relevantie. In het algemeen wordt ook verondersteld dat de aandacht maar op één punt of actie gericht kan zijn. De algemene en passieve waarneming is dus breed en vormt een soort vangnet van alles wat er om ons heen gebeurd, maar daarna wordt in onze hersenen, al dan niet bewust, de aandacht gefocussed op één van die gebeurtenissen. Zintuiglijk kunnen we goed multitasken. We kunnen goed voelen en kijken tegelijkertijd, of proeven en ruiken. We kunnen ook tegelijkertijd kijken en luisteren. Maar dit zintuiglijke multitasken gaat alleen goed als de impulsen synchroon zijn, als ze dus met elkaar in de pas lopen. Dus kijken en luisteren naar een televisieprogramma is heel makkelijk en natuurlijk, maar kijken naar een televisieprogramma en tegelijkertijd luisteren naar een ander gesprek wordt al lastig. Als het geluid even sterk uit twee bronnen komt, wordt het bijna onmogelijk om het nog goed waar te nemen.

13

NAAR MEDIAMULTITASKING

Bij multitasken speelt dus het tegelijkertijd waarnemen een belangrijke rol. Wat gebeurt er nu bij mediagebruik. We kunnen een aantal vormen onderscheiden: 1. Multitasken Het tegelijkertijd gebruiken van media, dus echt op één moment. Bijvoorbeeld televisiekijken en telefoneren. 2. Sequentieel multitasken Het snel wisselen tussen media, technisch gezien ná elkaar. Je zit bijvoorbeeld te surfen, dan wordt je aandacht getrokken door iets wat op televisie wordt aangekondigd en vervolgens keer je weer terug naar je computer. Alle betrokken media zijn ingeschakeld en zijn instant beschikbaar. 3. Nonmedia multitasken Het gebruik van media in combinatie met niet media activiteiten, bijvoorbeeld eten en televisiekijken. In ons Tijdbestedingsonderzoek maken we geen onderscheid tussen multitasken en sequentieel multitasken. Maar bij de bepaling van een mediastrategie en de productie van commercials en andere uitingen kan het wel belangrijk zijn hier rekening mee te houden. Bij het gelijktijdige multitasken gaat het erom de zintuigen gelijktijdig te prikkelen. Een wetenschappelijke term hiervoor is synesthesie. Het voert te ver om er hier diep op in te gaan, maar het is interessante materie. Voor verdere informatie verwijzen we naar de specifieke website www.synesthesie.nl. Wat we niet onder multitasken verstaan is het gebruik van meerdere media gespreid over de dag. ’s Ochtends de krant lezen en ’s avonds televisiekijken is een veel voorkomend patroon en levert multiple-media bereik. Cross-mediale campagnes in de vorm van een combinatie van spot 15

advertising en programma-sponsoring kunnen ook tot deze categorie gerekend worden. De vraag is of crossmediale campagnes, die al snel met multitasking in verband worden gebracht, niet eigenlijk gebaseerd zijn op dit multiple-mediabereik? Wanneer je multitasking bespreekt, moet er ook een term zijn voor de tegenhanger ervan, maar dat is nog niet zo eenvoudig. In dit boekje gebruiken we meestal de uitdrukking exclusief mediumgebruik, maar daarnaast worden ook de termen monotasking, singletasking en monochroon mediagebruik gehanteerd.

16

EFFECTIVITEIT

De relevantie van multitasking ligt voor ons in de effectiviteit van reclamecampagnes. Het effect van multitasking heeft een positieve en een negatieve zijde. De positieve kant wordt verondersteld vanwege het synergie-effect bij gebruik van meerdere media: 1+1=3. Dit wordt ook vaak het multiplier-effect genoemd: de inzet van verschillende media versterkt de werking over en weer. De schaduwkant van multitasking is gelinked aan de discussie over de aandacht voor media. Verondersteld wordt dat de hedendaagse mens veel wil consumeren, dus ook media, en de tijd probeert zo efficiënt mogelijk te gebruiken door meerdere media tegelijkertijd te consumeren. Dit zou ten koste gaan van de aandacht van ieder van die media. AANDACHT Voor beide effecten worden onderzoeken gedaan. De aandachtsdiscussie is in 2004 door de BVA nog eens aangezwengeld met het onderzoek Schokkend nieuws voor de buis. Al presenteerde de BVA de uitkomsten wat spectaculairder, ze lieten zien dat tijdens de reclameblokken op televisie 60% naar dezelfde zender blijft kijken, 20% zapt en 20% de kamer uitloopt. De 60% die blijft zitten vormt de basis van de kijkdichtheidcijfers van SKO. Van deze 60% kijkers heeft 20% zijn/haar ogen op de buis gericht, 40% combineert het televisiekijken met andere activiteiten. Indien we het zappen als singletasking beschouwen dan kijkt dus de helft in de vorm van singletasking en de andere helft als multitasking. Uit de multitasking analyses van het SPOT Tijdbestedingsonderzoek blijkt dat voor het totale televisiekijken gemiddeld 64% kijkt in de vorm van singletasking en 36% als multitasking. We komen hier later op terug.

19

Mede naar aanleiding van het verschijnsel multitasking is er een wetenschappelijke discussie op gang gekomen over de vraag of aandacht een voorwaarde is voor effectiviteit van campagnes. Steeds vaker wordt verondersteld dat impulsen ook zonder aandacht en dus onbewust worden verwerkt. Bekende voorbeelden van wetenschappers die zich hier sterk voor maken zijn Robert Heath en J.J. Pilotta. “Rather than the behaviourist ‘teaching and learning model’, cognitive psychologists suggest advertising information is acquired continuously from multiple sources, stored often subconsciously in the brain, and then assessed and assembled on demand by the individual.” 4 Steeds vaker wordt bij effectonderzoek van reclamecampagnes rekening gehouden met deze onbewuste verwerking van reclame. Daarnaast wordt ook steeds meer bekend over het waarnemen van het oog zelf. Hoewel ons oog de aandacht altijd richt op maar een heel klein puntje in de ruimte, ziet het oog veel meer. Josephine Woltman Elpers schrijft dat mensen in foveal and parafoveal vision during commercial exposure selecteren of ze aandacht geven aan een commercial.5 Foveal betekent dat je ogen er precies op zijn gericht, parafoveal dat de commercial ergens in het blikveld ligt. Ook als de ogen dus niet specifiek op het scherm zijn gericht, wordt toch geselecteerd wat je wel wilt zien en wat niet. Hoewel Josephine Woltman Elpers niet precies over multitasking schrijft zoals wij het in dit boekje bespreken, gaat zij in haar onderzoek wel in op het effect van gelijktijdigheid van humor en informatie binnen een commercial. Haar conclusie is dat het beter is om ze niet gelijktijdig aan te bieden. Als in een commercial de 20

informatie direct onderdeel uitmaakt van de humor, dan wordt de grap onthouden maar de informatie vergeten. Timing is volgens haar dan ook van essentieel belang. Optimaal is de combinatie verrassing – humor – informatie en wel precies in die volgorde. Hoewel het hier om een secondenanalyse gaat binnen een commercial, kan deze conclusie wellicht ook worden uitvergroot naar een multimediastrategie. Tenslotte kan nog worden gesteld dat multitasking niet altijd een negatief effect heeft op aandacht. De aandacht wordt vooral afgeleid door het gelijktijdige gebruik van media. Andere activiteiten kunnen juist heel goed samengaan met TV kijken zoals eten of het doen van huishoudelijke klusjes. Zelfs kletsen tijdens de blokken kan een positief effect hebben. Onlangs publiceerden Fred Bronner (UvA) en Andy Santegoeds (RTL) een onderzoek over het effect van praten over commercials. Zij vonden het onderstaande resultaat. Het praten over commercials heeft dus een grote positieve invloed op het effect ervan. EFFECT VAN PRATEN OVER SPOTS
EFFECT NIET OVER DE SPOT GESPROKEN Info opgevraagd of gezocht Winkel bezocht Iets gekocht, plannen om te kopen 1% 3% 7% WEL OVER DE SPOT GESPROKEN 7% 10% 21%

Bron: Marketing Tribune, 3 april 2007, nummer 7, pagina 9.

MULTIPLIER EFFECT In het kader van multimediacampagnes is verreweg de meeste belangstelling – naast de aandachtskwestie – uitgegaan naar het zogenaamde multi21

multimedia-effecten

doelgroepverbreding/bereik

22

23

herhaling

complementariteit

Wetenschappelijk is er echter maar heel weinig bekend over het multiplier effect. De gepubliceerde onderzoeken komen meestal van mediaexploitanten. Het is ook erg lastig voldoende multimedia cases te verzamelen om tot gefundeerde conclusies te komen. Fred Bronner (UVA) heeft een goed overzicht gemaakt in zijn boekje Multimediasynergie in reclamecampagnes.6 Hij geeft het volgende schema voor multimedia-effecten.

voorwaarts

plier effect. Dit is al langere tijd onderwerp van onderzoek, vooruitlopend op het verschijnsel multitasking. Voorheen richtte zich dat vooral op de combinatie van televisie en print (jaren negentig vorige eeuw), later ook op de combinatie van televisie en radio (visual transfer). De laatste jaren staat de combinatie van televisie en internet volop in de belangstelling. Via Google zoeken op multimedia effect televisie internet geeft 8 miljoen hits in het Nederlands! Gespecialiseerde effect-onderzoeksbureaus als Daphne en Millward Brown bieden speciale analysetools voor deze multimedia-effecten en ook de mediabureaus laten zich niet onbetuigd op dit gebied. Allen benadrukken hierbij dat het multiplier effect vooral optreedt bij een inhoudelijke of vormelijke verbinding tussen de reclame-uitingen in de gebruikte media. Dus eenzelfde beeld of eenzelfde muziek of geluiden, gebruik van herkenbare logo’s, jingles, etc.

geloofwaardigheid

geheugen versterking

synergie

achterwaarts

Fred Bronner onderscheidt dus het bereikseffect en het multiplier effect, maar beide leiden tot een betere werking van de campagne. Wat ook belangrijk is, is dat hij de timing er bij betrekt, dus de volgorde waarin media worden ingeschakeld. Marjorie Dijkstra7 (toentertijd Universiteit van Tilburg) heeft wel een wetenschappelijk rapport naar buiten gebracht, waarin zij ingaat op deze timing. Al zijn de aantallen cases waarop zij zich baseert zeer beperkt, haar bevindingen zijn als volgt. VOLGORDE-EFFECT BIJ MULTIMEDIA CAMPAGNES

noodzakelijk. Is dat budget niet beschikbaar en wordt niettemin toch gespreid, dan wordt de inzet per medium te licht en slaat het voordeel van spreiding om in een nadeel. Kobalt publiceerde hierover de bijgaande tabel. Zij concluderen dus dat alleen bij de hoogste budgetklasse multimediacampagnes een goede performance geven. TOENAME GEHOLPEN HERINNERING BIJ SINGLE/ MULTIMEDIACAMPAGNES VOOR VERSCHILLENDE BUDGETNIVEAUS
100% TV TV + OVERIGE MEDIA

Budgetklasse laag MULTIMEDIA EFFECT: PRIMING Dit is een voorwaarts effect waarbij de reclame in het eerste medium interesse opwekt in het volgende medium. Beste is eerst een print uiting en dan televisie CONCLUSIE Budgetklasse midden Budgetklasse hoog

+ / + ++

+ / ++

Bron: Kobalt Blue Delphi. In: Media Magie 22, jaargang 3, februari 2007

IMAGE TRANSFER Dit is een achterwaarts effect waarbij de reclame in het tweede medium de herinnering stimuleert aan het eerste medium Hier werkt het beste eerst een televisie uiting en daarna print of eerst televisie en daarna internet

MULTI-SOURCE Geloofwaardigheid en overtuigingskracht worden sterker als de boodschap vanuit verschillende bronnen komt Geen multimedia-effect. Alleen televisie is voldoende en bepaalt de overtuigings-kracht

Een multimediacampagne is dus niet altijd succesvol. Soms is een multimediacampagne ook eenvoudig onmogelijk. Voor een spreiding over meerdere media is immers een behoorlijk budget 24 25

DEEL 2 UITKOMSTEN UIT HET ONDERZOEK

DRUK?

We moeten wel veel, maar is het ook druk? Dat valt nogal mee. Hiernaar gevraagd zegt ruim 40% van de respondenten dat het gisteren een redelijk tot erg drukke dag is geweest. Opvallend is dat de 20-29 jarigen vinden dat ze het het drukst hebben gehad. De meeste Nederlanders hebben echter normaal gesproken dus een normale tot rustige dag. Zoals gezegd kunnen de mensen in de vragenlijst van het Tijdbestedingsonderzoek meerdere activiteiten invullen. We waren nu nieuwsgierig of dat moment tot een druk gevoel zou leiden. Als respondenten op een bepaald moment van de dag drie of meer activiteiten tegelijkertijd hadden gemeld, hebben we gevraagd naar het gevoel dat ze daarbij hadden. Slechts 10% van de respondenten beantwoordt die vraag bevestigend. Bijna 70% vond het een normale situatie en 20% vond het zelfs rustig. Het multitasken leidt op zich dus niet tot een druk gevoel.

29

WIE ZIJN DE MULTITASKERS?

WIE ZIJN DE MULTI-TASKERS? Om antwoord op deze vraag te geven hebben we het mediagebruik als uitgangspunt genomen en hierbinnen specifiek het medium televisie. In onderstaande grafiek is weergegeven welke doelgroepen het meest tijdens het televisiekijken met andere activiteiten in de weer zijn. AANDEEL VAN TV KIJKTIJD GECOMBINEERD MET ANDERE ACTIVITEITEN PER DOELGROEP
60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

De groepen die hierbij het sterkst naar voren komen zijn 13-16 jarigen, studenten en alleenstaanden van 30-39 jaar en van 40-49 jaar. Het lijkt alsof er een belangrijke link bestaat tussen de communicatiebehoefte aan de ene kant en het relatief veel thuis zijn aan de andere kant (op de belangrijkste televisiemomenten van de dag). Jongeren tot 16 jaar zijn ‘s avonds nog relatief veel thuis. Hún behoefte aan communicatie wordt niet reëel maar virtueel ingevuld. De 13-16 jari31

ja 13 ar -1 6 ja 17 ar -1 9 20 20 ja -2 -2 ar 9 9 st th ud ui en s te 20 20 nh -2 -2 ui 9 9 s sa al me 20 le n, -2 en 9 no sa ki me ds n 30 + 30 -3 ki -3 9 ds 9 sa al me 30 le n, -3 en 9 no sa ki me ds n 40 + 40 -4 ki -4 9 ds 9 sa al me 40 le n, -4 en no 9 sa ki me ds n + 50 50 ki -6 -6 ds 5 5 al sa le me en n + ki ds

ja 9 610

-1

2

ar

gen laten dan ook de meeste media- en communicatieactiviteiten zien tijdens het televisiekijken. Zodra ze iets ouder worden is dit gedrag voorbij. Opvallend is dat 17-19 jarigen plotseling veel meer tijd buitenshuis gaan besteden. De behoefte aan communicatie wordt dus veel meer buitenshuis en reëel ingevuld. We zien bij deze groep de tijdsduur voor televisiekijken teruglopen, maar de tijd dat er gekeken wordt is juist aandachtiger. Kennelijk wordt er selectief gekeken naar programma’s die men graag wil zien en dan met volle aandacht. Hetzelfde patroon zet zich voort bij de 20-29 jarigen. Uitzondering daarop vormen de studenten die in een studentenhuis wonen. Zij wonen in een groepsvorm en televisie vormt een centraal punt in hun woonomgeving en sociale contact. Wij zien dan ook dat studenten het televisiekijken juist wel combineren met andere activiteiten, onder andere bijvoorbeeld met het eten. Vanaf een jaar of dertig wordt het uitgaan een stuk minder. De activiteiten thuis nemen weer sterk toe. Dit betekent dus ook dat de communicatiebehoefte niet zoveel meer buitenshuis kan worden ingevuld. Daarnaast treedt een andere scheiding op, namelijk die tussen degenen die na al dat uitgaan wel of niet een partner hebben gevonden. Beide groepen blijven meer thuis. Maar het is duidelijk dat de alleenstaanden veel actiever zijn dan de samenwonenden. De alleenstaanden gebruiken veel de computer naast het televisiekijken en zij zijn op internet druk in de weer met chatten en e-mailen. Bij oudere alleenstaanden (40-49 jaar) nemen de gecombineerde activiteiten nog verder toe, onder andere met lezen. De samenwonenden daarentegen doen dit alles minder en kijken juist met meer aandacht televisie. 32

Het beeld van de multitaskende jongere houdt dus deels al op bij 16 jaar. Daarna wordt de jongere steeds meer in beslag genomen met real life communicatie, hij/zij zoekt het plezier meer en meer buitenshuis. De tijd die overblijft voor de media wordt dan minder, maar voor wat betreft tv wordt er wel intensiever mee omgegaan. Het lijkt er daarom op dat het extreme multitasken samenhangt met de lifestyle en dus geen generatie- of leeftijdskwestie is, zoals vaak wordt gedacht. In dat laatste geval zou dit gedrag zich voortzetten bij 17 jarigen en ouder, maar dat is niet het geval.

33

AANDACHT VOOR DE MEDIA

In de vorige paragraaf is televisie als uitgangspunt genomen. Hoewel het televisiekijken regelmatig wordt gecombineerd met andere activiteiten, kijkt men gemiddeld toch verreweg het grootste deel de kijktijd exclusief naar televisie, dus zonder andere bezigheden uit te voeren. De vraag is nu hoe dit zit bij de andere media. AANDEEL SINGLE TASKING GEBRUIK VAN DIVERSE MEDIA
procenten % 0 tv kijken boek lezen spelcomputer op pc internet: surfen tijdschrift lezen internet: chatten/MSN internet: e-mailen bellen vast bellen mobiel krant lezen muziek (cd, MP3) radio luisteren 7 11 36 35 34 33 32 39 45 51 55 10 20 30 40 50 60 64 70

In tegenstelling tot de verwachting moeten de andere media, meer dan bij televisie kijken, de aandacht delen met andere activiteiten. Zelfs het lezen – of het nu een boek is, een tijdschrift of een krant – wordt meer gedeeld met het uitvoeren van andere activiteiten. Bij het lezen van de krant en tijdschrift is maar rond een derde van de tijd de volle aandacht op het lezen gericht, tweederde van de leestijd is men ook met andere zaken bezig. Welke activiteiten dat zijn zullen we later bespreken. 35

AANDEEL SINGLETASKING VS MULTITASKING PER MEDIUM
20-65 JAAR N=3002
SINGLE TASKING MULTI TASKING AANT MIN PER DAG

13-19 JAAR N=399
SINGLE TASKING MULTI TASKING AANT MIN PER DAG

%

%

%

%

%

%

TV kijken boek lezen spelcomputer op pc internet: surfen tijdschrift lezen internet: chatten/MSN internet: e-mailen bellen vast bellen mobiel krant lezen muziek (cd, MP3) radio luisteren

64 55 51 45 39 36 35 34 33 32 11 7

36 45 49 56 61 64 65 66 67 69 89 93

143 10 10 22 6 5 16 7 2 16 8 34

63 49 62 24 50 45 18 49 33 31 15 17

37 51 38 76 50 55 82 51 67 69 85 83

117 7 16 27 1 32 9 3 2 4 11 10

Bij jongeren van 13-19 valt met name op dat er tijdens het surfen en e-mailen veel meer gemultitasked wordt dan bij de volwassenen. Maar tijdens het chatten/MSN-en is de aandacht juist groter. Ook het gebruik van de spelcomputer is intensiever dan bij de volwassenen. Daarnaast zien we dat jongeren intensiever naar muziek en de radio luisteren. Het is dus niet zo dat jongeren altijd meer multitasken dan volwassenen. Dit geldt eigenlijk alleen nadrukkelijk bij surfen en e-mailen. Bij nadere beschouwing blijken bij de groep 13-19 wel meer extreme multitaskers te zitten. Gedurende ruim 7% van de kijktijd worden er bijvoorbeeld vijf of meer activiteiten tegelijkertijd gedaan. Bij de 20-65-jarigen is dit maar gedurende 2% van de kijktijd.

Leesvoorbeeld: 64% van de kijktijd naar televisie (gemiddeld 143 minuten per dag) is exclusief, dat wil zeggen dat er op dat moment geen andere activiteiten plaatsvonden. 36% van de kijktijd wordt gedeeld met de uitvoering van andere activiteiten.

Het surfen op internet heeft in bijna de helft van de tijd de volle aandacht, maar tijdens het chatten en e-mailen zakt dat terug naar ongeveer een derde van de tijd. Ook voor bellen, vast of mobiel, geldt dat in ongeveer een derde van de tijd geen andere activiteiten worden gedaan. Minder verrassend is het dat het luisteren naar eigen muziek en naar de radio veel wordt gecombineerd met andere activiteiten. Hier geldt eigenlijk het omgekeerde: gedurende nog ca. 10% van de luistertijd doet men er niets anders naast.

36

37

WANNEER WORDT ER GEMULTITASKED?

In de voorgaande paragraaf zijn we ingegaan op de verdeling van de tijd die exclusief op een medium is gericht en de tijd dat er gemultitasked wordt. Die cijfers zijn gemiddelden over de gehele dag. De verdeling singletasking-multitasking kan echter behoorlijk veranderen gedurende de dag. Bij televisie zien we dat de aandacht in de ochtend gedeeld moet worden met andere activiteiten. Bij het ontbijt is ca. 30% van de kijktijd exclusief op het scherm gericht. Dit percentage loopt langzaam op in de loop van de dag. Op prime time is bijna 75% van de kijktijd exclusief op het scherm gericht. Bij surfen schommelt de exclusieve aandacht de hele dag rond de 40%. Bij dagbladen zien we een ander patroon. In de ochtend tijdens het ontbijt is ca 20% van aandacht geheel op het lezen van de krant gericht. Overdag loopt dit op tot ca. 40%, met een piekje aan het eind van de middag. In de avonduren loopt de exclusieve aandacht echter sterk terug tot rond de 10% van de leestijd.

39

SINGLETASKING MEDIUMGEBRUIK GESPREID OVER DE DAG (20-65 JAAR)
tv kijken op tv toestel % 100 80 60 40 20 0 7-9 9-12 12-14 14-17 17-20 20-23 na 23

Interessant is het om hier ook de grafieken van het telefoneren te laten zien. Terwijl bij het vast bellen de exclusieve concentratie in de namiddag en avond sterk terugloopt, zien we bij mobiel bellen precies het omgekeerde. Kennelijk brengt de vaste telefoon met zich mee dat er op de plek van het bellen allerlei andere activiteiten plaatsvinden, vooral als in de namiddag en avond er meerdere mensen in huis rondlopen. De mobiele telefoon biedt dan een oplossing, waarmee een ‘rustig plekje’ opgezocht kan worden. SINGLETASKING BIJ VAST EN MOBIEL BELLEN, GESPREID OVER DE DAG (20-65 JAAR)
bellen via een vaste telefoon % 100 80 60 40 20 0 7-9 9-12 12-14 14-17 17-20 20-23 na 23

webpagina's bezoeken (op internet) via een computer % 100 80 60 40 20 0 7-9 9-12 12-14 14-17 17-20 20-23 na 23

lezen (papier) een krant lezen/doornemen % 100 80 60 40 20 0 7-9 9-12 12-14 14-17 17-20 20-23 na 23

bellen via een mobiele telefoon % 100 80 60 40 20 0 7-9 9-12 12-14 14-17 17-20 20-23 na 23

41

SINGLETASKING BIJ CHATTEN EN SURFEN, GESPREID OVER DE DAG, 13-19 JAAR
chatten/MSN (op internet) via een computer % 100 80 60 40 20 0 7-9 9-12 12-14 14-17 17-20 20-23 na 23

webpagina's bezoeken (op internet) via een computer

% 100 80 60 40 20 0 7-9 9-12 12-14 14-17 17-20 20-23 na 23

Veel van deze patronen zijn ook terug te vinden bij 13-19 jarigen. Een iets afwijkend patroon zien we echter voor chatten en surfen. Bij het chatten wordt het singletasken in de loop van de dag steeds groter, vergelijkbaar met televisie kijken. Bij het surfen via internet zien we ’s ochtends bij het ontbijt een relatief grote aandacht, daarna een relatief stabiel patroon over de dag, terwijl aan het eind van de avond de aandacht bijna wegvalt. 42

WELKE ACTIVITEITEN WORDEN GECOMBINEERD?

We hebben nu besproken wie de multitaskers zijn, welke media gemultitasked worden en wanneer dit het meest plaatsvindt. Tenslotte gaan we hier in op de vraag welke activiteiten dan het meest gecombineerd plaatsvinden. We hebben hierbij ‘ontspannen, niets doen’ en ‘slapen, in bed’ buiten beschouwing gelaten als multitasking activiteit. ACTIVITEITEN GECOMBINEERD MET MEDIAGEBRUIK (20-65 JAAR)
ACTIVITEITEN TEGELIJK MET: TV KIJKEN eten huishoudelijk werk persoonlijke verzorging verzorging van kinderen surfen SURFEN e-mailen TV kijken radio luisteren chatten/MSN eten SPELCOMPUTER OP PC TV kijken e-mailen surfen radio luisteren huishoudelijk werk KRANT LEZEN TV kijken eten radio luisteren persoonlijke verzorging muziek luisteren TIJDSCHRIFT LEZEN TV Kijken radio luisteren eten krant lezen bellen via een vaste telefoon BOEK LEZEN TV kijken radio luisteren eten krant lezen muziek luisteren slapen/in bed MINUTEN 144 11 5 4 4 4 22 4 4 2 1 1 10 2 1 1 1 1 16 4 4 3 1 1 6 2 1 1 1 0 10 1 1 0 0 0 1 AANDEEL 8% 4% 3% 3% 2% 20% 17% 7% 6% 6% 17% 10% 8% 5% 5% 23% 22% 18% 6% 4% 27% 12% 10% 8% 7% 13% 6% 3% 3% 2% 9%

45

De belangrijkste activiteit tijdens het televisiekijken is eten! Acht procent van de kijktijd wordt gecombineerd met eten. Verder zien we dat vooral zorg en huishouden worden gecombineerd met televisiekijken. Het surfen komt pas op de vijfde plaats met een aandeel van 2% tijdens het televisiekijken en andere mediabezigheden zitten nog lager. Combineren we al het PC gebruik dan komen we op een totaal van ongeveer 5% van de kijktijd dat hiermee wordt gecombineerd. Voor de buis wordt ook redelijk wat gelezen. Er wordt gelezen gedurende 4% van de kijktijd. Zetten we deze combinatie lezen-televisie kijken af op de leestijd, dan zien we dat dit een groot deel van die leestijd uitmaakt. Een kwart van de leestijd in kranten en tijdschriften wordt gecombineerd met TV kijken. Bij het lezen van kranten, tijdschriften en boeken wordt ook veel gegeten. Bijna een kwart van de leestijd in kranten wordt gerealiseerd onder het eten. Daarnaast wordt er tijdens het lezen veel naar muziek en de radio geluisterd. Verder willen we hier niet onvermeld laten dat bijna 10% van de leestijd in boeken in het bed plaatsvindt. Tijdens het gebruik van de computer wordt ook regelmatig televisie gekeken, rond de 20% van de computertijd. Voor de hand ligt het dat de verschillende functies van computergebruik makkelijk worden gecombineerd, dus surfen, e-mailen, chatten en spelletjes spelen gaan vaak hand in hand.

ACTIVITEITEN GECOMBINEERD MET MEDIAGEBRUIK (13-19 JAAR)
ACTIVITEITEN TEGELIJK MET: TV KIJKEN eten overige vrije tijd huiswerk maken persoonlijke verzorging spelcomputer op een ander apparaat CHATTEN/MSN surfen huiswerk maken TV Kijken e-mailen muziek luisteren via een computer SURFEN chatten/MSN TV Kijken e-mailen huiswerk maken eten SPELCOMPUTER OP PC TV Kijken chatten/MSN surfen huiswerk maken Spelcomputer op TV MUZIEK LUISTEREN (MP3, CD-SPELER) huiswerk maken onderweg overige vrije tijd TV Kijken muziek luisteren via de TV RADIO LUISTEREN stage lopen surfen chatten/MSN huishoudelijk werk e-mailen MINUTEN 117 12 9 9 7 6 33 9 5 4 4 3 27 9 5 5 3 3 16 4 1 1 1 0 11 4 3 2 2 2 10 2 2 2 1 1 AANDEEL 10% 8% 8% 6% 5% 28% 16% 12% 12% 9% 35% 19% 17% 12% 10% 25% 6% 4% 3% 3% 35% 24% 16% 15% 15% 24% 20% 15% 10% 10%

Zoals we hiervoor al zeiden, zijn de 13-19 jarigen, als ze eenmaal aan het combineren slaan, hier ook actiever in. We zien bij bijna alle media-activiteiten een hoger percentage van gecombineerde tijd. De patronen van de activiteiten lopen voor een groot deel parallel met die bij 20-65 jarigen. Wel zien we specifieke activiteiten voor deze groep naar voren komen, zoals huiswerk maken. 47

46

Overigens wordt door de groep 13-19 jarigen redelijk geconcentreerd aan het huiswerk gewerkt (in totaal ruim een uur per dag). Tweederde van de tijd is men hiermee geconcentreerd bezig, dus zonder andere activiteiten. Een derde van de tijd dat men met huiswerk bezig is wordt gecombineerd met andere activiteiten. De meeste tijd wordt gecombineerd met TV kijken (9% van de huiswerktijd), eten (8%) en/of persoonlijke verzorging (6%). Daarnaast luistert men nog naar muziek, computert of doet klusjes.

48

EXTREME MEDIAMULTITASKING

In voorgaande tabellen zijn de activiteiten telkens twee aan twee gecombineerd. In werkelijkheid worden natuurlijk meer en soms veel meer activiteiten tegelijkertijd gedaan. In het onderzoek was plaats voor in totaal zes activiteiten tegelijkertijd. Wij hebben uitgezocht welke activiteiten worden gecombineerd in zo’n extreme multitaskingsituatie. VOORBEELDEN VAN EXTREEM MULTITASKEN (20-65 JAAR)
bellen
e-mailen

surfen TV kijken

chatten

huishouden doen TV kijken

chatten

pers. verzorging

eten

nadenken

eten

TV kijken

verzorging surfen

bellen

eten

chatten

In deze situaties waar veel activiteiten worden gecombineerd zien we eigenlijk telkens dezelfde soort activiteiten terugkomen: tv kijken, compu51

teren, bellen, eten, persoonlijke verzorging en het huishouden. Wij hebben deze analyse ook uitgevoerd voor 13-19 jarigen. Ook hier zien we dezelfde categorieën terugkomen. Daarnaast worden genoemd huiswerk, klussen en een tijdschrift lezen. Bij jongeren speelt vanzelfsprekend ook muziek luisteren een grote rol, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de combinatie muziek luisteren via de TV, muziek luisteren via cd/mp3 en muziek luisteren via de pc. Dit wordt verder gecombineerd met televisie kijken en spelletjes doen. VOORBEELDEN VAN EXTREEM MULTITASKEN BIJ 13-19 JARIGEN

VOORBEELDEN VAN EXTREEM MULTITASKEN BIJ HET HUISWERK MAKEN (13-19 JAAR)
TV kijken
TV kijken

klussen huiswerk

spel computer

surfen huiswerk

tijdschrift

pers. verzorging

eten

chatten

e-mailen

spelcomputer

surfen

We kunnen dus concluderen dat het extreme multitasken niet alleen betrekking heeft op het mediagebruik, maar juist ook vaak op een combinatie van huiselijke bezigheden (eten, verzorging, klusjes) én mediagebruik.
chatten

klussen TV kijken

huiswerk

huishouden doen TV kijken

pers. verzorging

eten

nadenken

eten

muziek via TV

e-mailen

spelletjes TV kijken

muziek via cd/mp3

tijdschrift lezen TV kijken

chatten

ontspannen

muziek via PC

surfen

eten

53

BELANGRIJKSTE CONCLUSIES

Multitasken bestaat uit het gelijktijdig uitvoeren van meerdere activiteiten. De tegenhanger van multitasken is singetasken. Bij het multitasking mediagebruik kan je de media letterlijk tegelijkertijd gebruiken, maar ook snel heen en weer wisselend achter elkaar. Multitasken kan invloed hebben op het effect. Enerzijds positief, de media versterken elkaar dan. Soms is dit direct zintuiglijk. Maar een multimedia strategie is veel vaker gebaseerd op een verondersteld multiplier effect (1+1=3). Dit effect wordt veroorzaakt door extra bereik, door herhaling of door verbreding van de autoriteit van de boodschapper. Anderzijds gaat er ook een dreiging van multitasken uit: de aandacht wordt afgeleid. De nieuwste wetenschappelijke onderzoeken tonen echter aan dat aandacht niet altijd nodig is om effect te bewerken. Onbewust en vanuit onze ‘ooghoeken’ nemen we meer waar dan we misschien denken. Bepaalde combinaties hebben geen negatief effect op de aandacht, bijvoorbeeld eten tijdens het televisiekijken of praten over de spots. Om een goed werkende multimediacampagne op te zetten is een flink groot budget nodig, omdat anders de inzet in de betrokken media niet boven een minimale drempel uitkomen om effect te sorteren. De meest actieve multitaskers zijn 13-16 jarigen, vanaf 17 jaar verandert de situatie al ingrijpend. De mate van multitasken hangt vooral samen met de leefomstandigheden en is dus niet primair gerelateerd aan een jongere leeftijd zoals vaak wordt gedacht. Het multitasken bij televisie komt relatief veel voor bij mensen die veel thuis zijn, maar wel een sterke communi55

catiebehoefte hebben, zoals 13-16 jarigen en de iets oudere alleenstaanden. Bij sommige media zijn jongeren (13-19 jaar) zelfs meer geconcentreerd dan ouderen (20-65), zoals tijdens het chatten, het gebruik van de spelcomputer en het luisteren naar muziek. 1319 jarigen zijn tweederde van de tijd die ze aan huiswerk besteden hiermee exclusief bezig. Gedurende een derde van de studietijd combineren ze dit met andere activiteiten, zoals eten, persoonlijke verzorging of klusjes. Op sommige momenten wordt er extreem gemultitasked. In het onderzoek gaat het dan om zes activiteiten tegelijkertijd. We kunnen concluderen dat het extreme multitasken niet alleen betrekking heeft op het mediagebruik, maar juist ook vaak op een combinatie van huiselijke bezigheden (eten, verzorging, klusjes) én mediagebruik. Een kwart van de leestijd van kranten en tijdschriften wordt gecombineerd met televisiekijken. Omgekeerd wordt maar 4% van de kijktijd met lezen gecombineerd. De belangrijkste activiteit die met televisiekijken wordt gecombineerd is eten: 8% van de kijktijd. Verassend is de uitkomst dat de mate van multitasken tijdens het lezen (65% van de leestijd) groter is dan bij televisiekijken (36% van de kijktijd).

56

KORTE BESCHRIJVING VAN HET ONDERZOEK

Het Tijdbestedingsonderzoek van SPOT komt voort uit een paar behoeftes: a. inzicht in het mediagebruik, met aandacht voor het gebruik van de nieuwe technologieën b. een hogere frequentie van metingen: één keer per jaar of per twee jaar c. een betaalbaar onderzoeksdesign Daarnaast hadden we het gevoel dat met de moderne internettechnologie een kwalitatief betere meting mogelijk was. Voor het onderzoek is een online vragenlijst ontwikkeld en geprogrammeerd (door No Ties). Online betekent dat de vragenlijst via internet ingevuld kan worden. De respondenten moeten invullen wat ze gisteren hebben gedaan. In de vragenlijst wordt eerst in het algemeen gevraagd hoe hun dag gisteren is geweest. Daarna wordt gevraagd op welke momenten ze hun huis zijn uitgeweest. Vervolgens komt de echte vragenlijst. Om hun activiteiten te rapporteren krijgen ze eerst een overzicht van negen hoofdcategorieën en vervolgens worden deze uitgesplitst, zodat we uiteindelijk over de tijdbesteding aan 69 activiteiten beschikken. Ze kunnen per vijf minuten aangeven wat ze hebben gedaan en ze kunnen zes activiteiten tegelijk invullen op een bepaald tijdstip. Mensen die in Nederland meewerken aan online onderzoek zijn niet representatief. Voor het tijdbestedingsonderzoek is relevant dat ze a. toegang hebben tot internet en b. vaak ook nog de actieve internetters zijn. Als we alleen van deze respondenten zouden gebruik maken, zou de tijd besteed aan internet veel te hoog uitkomen. Daarom hebben we ook een telefonische enquête gehouden bij mensen die geen toegang tot internet hebben. Deze telefonische enquête is uitgevoerd door enquêteurs bij een onderzoeks59

bureau (Centrum), die daarbij weer de online vragenlijst gebruikten. Ze konden de antwoorden dus meteen invullen, zodat we altijd maar één datafile hoefden te gebruiken. Tenslotte is er een aparte steekproef getrokken voor kinderen van 6-12 jaar. Hiervoor zijn de ouders benaderd en aan hen is gevraagd de vragenlijst samen met de kinderen in te vullen. Voor de kinderen is eveneens dezelfde online vragenlijst gehanteerd met dezelfde hoeveelheid activiteiten, maar de letterlijke teksten zijn soms aangepast. ‘Buitenactiviteiten’ werd dan bijvoorbeeld vertaald in ‘Buitenspelen’. Samengevat: op deze wijze hebben we een representatieve steekproef gekregen van Nederlanders van 6-65 jaar die voor 69 activiteiten hebben aangegeven hoelang ze er gisteren mee zijn bezig geweest. Het onderzoek is uitgevoerd in maart 2006. SPOT is voornemens dit onderzoek, samen met andere marktpartijen, in 2008 te herhalen. Voor verdere details verwijzen wij naar onze website www.spot.nl.

60

NOTEN

1

Jongeren 2003. Paul Sikkema/Qrius How many things do you like to do at once? An introduction to monochromic and polychromic time. Bluedorn, Kaufman, Lane, 1992. In: Academy of Management Executive, 1992, vol.6, no.4, p.25 Als Latino’s meer polichronische aanleg zouden hebben, zou de conclusie ook moeten zijn dat deze groep intelligenter is dan de blanke Noord-Amerikaan. Ik denk niet of dit de bedoeling is geweest van de onderzoekers. Simultaneous Media Experience and Synesthesia. In: Journal of Advertising, March 2005. Door: J. Pilotta en D. Schultz Consumers’ Moment-to-Moment Processing of Television Commercials. Door: J Woltman Elpers. Labyrinth Publishers, Ridderkerk, 2003. SWOCC Publicatie nummer 38. Naarden, 2006. An experimental investigation of synergy effects in multiple-media advertising campaigns. Door M. Dijkstra. 2002, in eigen beheer uitgegeven.

2

3

4

5

6

7

63

BIJLAGE

BIJLAGE: TIJD EN BEREIK PER DAG (20-65 JAAR)
MINUTEN N ONGEWOGEN 3002 BEREIK 3002

MEDIAGEBRUIK
TELEVISIE / TELETEKST / VIDEO / DVD / HARD-DISKRECORDER KIJKEN OP EEN: televisietoestel computerscherm mobiele telefoon ander apparaat Totaal RADIO PROGRAMMA’S LUISTEREN VIA EEN: radiotoestel computer mobiele telefoon televisietoestel ander apparaat Totaal MUZIEK LUISTEREN VIA EEN: televisietoestel cd-speler, MP3-speler, platenspeler, cassettes computer mobiele telefoon ander apparaat Totaal LEZEN / DOORNEMEN VAN EEN: boek krant tijdschrift overig Totaal BELLEN VIA EEN: vaste telefoon mobiele telefoon computer ander apparaat Totaal 7 2 0 0 10 15 6 0 0 10 16 6 2 34 11 22 7 4 1 8 3 0 1 12 1 7 2 0 1 34 1 1 1 1 38 21 1 0 1 1 143 3 1 2 150 75 3 0 1

65

MINUTEN N ONGEWOGEN E-MAILEN (OP INTERNET) VIA EEN: computer mobiele telefoon televisietoestel ander apparaat Totaal CHATTEN MSN (OP INTERNET) VIA EEN: computer mobiele telefoon televisietoestel ander apparaat Totaal WEBPAGINA’S BEZOEKEN (OP INTERNET) VIA EEN: computer mobiele telefoon televisietoestel ander apparaat Totaal SPELCOMPUTER / GAMEN VIA EEN: televisietoestel draagbare spelcomputer computer mobiele telefoon ander apparaat Totaal 1 0 10 0 0 11 22 0 0 0 22 5 0 0 1 5 16 0 0 0 16 3002

BEREIK 3002 N ONGEWOGEN VERZORGING / BEGELEIDING 21 0 0 0 verzorging / begeleiding van kinderen verzorging / begeleiding familieleden / bekenden Onderweg van / naar Betaald werk BOODSCHAPPEN DOEN & WINKELEN (dagelijkse) boodschappen doen 4 0 0 0 OPLEIDING / ONDERWIJS volgen van een opleiding / studie thuis huiswerk maken / studeren stage lopen 22 0 0 0 ANDERE ACTIVITEITEN EN VRIJE TIJD ontspannen, niets doen, luieren, nadenken op bezoek gaan bezoek ontvangen, kletsen actieve sportbeoefening bijwonen sportwedstrijden sportactiviteiten 1 0 8 0 0 culturele activiteiten, bioscoop, attracties recreatie (buiten) buitenspelen hobby’s en spelletjes, binnen spelen uitgaan, uiteten bijwonen gebeurtenissen met plechtig karakter godsdienst uitoefenen, spiritualiteit vrijwilligerswerk overige vrije tijd volgen van een cursus / studie als hobby winkelen overig bezoek instelling

MINUTEN 3002

BEREIK 3002

41 6 55 205

24 5 64 45

18 20 4

31 18 4

8 8 2 2

3 4 1 1

61 63 13 3 6 10 23 13 2 4 12 25

48 36 11 2 3 12 16 8 1 4 7 21

OVERIGE ACTIVITEITEN
PERSOONLIJKE VERZORGING / SLAPEN / ETEN slapen / in bed eten dagelijkse persoonlijke verzorging niet-dagelijkse persoonlijke verzorging HUISHOUDEN / ETEN KLAARMAKEN/KLUSJES koken/eten klaarmaken huishoudelijk werk klussen in en om het huis 38 62 19 58 54 14 500 90 45 4 98 88 80 6

THUIS OF NIET THUIS AANWEZIG thuis niet thuis 994 441 99 89

66

67

Spot Groen van Prinstererlaan 91 1181 TR Amstelveen Telefoon: 020-4044271 Fax: 020-6428349 Email: spot@spot.nl

68