BEELDKWALITEITSPLAN BEDRIJVENTERREIN LINDEBROOK

INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 1.1. Vooraf 1.2. Doel van het beeldkwaliteitsplan 1.3. Opbouw 2. Juridische regeling 2.1. Inleiding 2.2. Rol beeldkwaliteitsplan 2.3. Status van de Welstandsnota 2.4. Bestemmingsplan 3. Inrichtingsschets 3.1. Inleiding 3.2. Ruimtelijke Kwaliteit 4. Algemene Criteria 4.1. Inleiding 4.2. Relatie met de omgeving, het omgevingsbeeld 4.3. De bebouwing op zichzelf, het bebouwingsbeeld 5. Gebiedscriteria 5.1. Inleiding 5.2. Beeldkwaliteit openbare ruimte 5.3. Het groen- en waterconcept 5.4. Het verkeersconcept a. De hoofdentree b. Verkeersroute op het bedrijventerrein c. Langzaamverkeerroute (Paashuisdijkje) d. De groene ruimte en beek e. Groene ruimte Twenteroute f. Lievelderwegzone 6. Beeldkwaliteit bouwpercelen 6.1. Algemeen 6.2. Blikvangers 6.3. Zichtlocaties Europaweg 6.4. Zichtlocaties langs Lievelderweg 6.5. Noordelijk en zuidelijk binnengebied 6.6.Hoekpercelen Bijlagen 1. Inrichtingsschets 2. Relevante pagina’s Welstandnota (zijn hier niet toegevoegd) 3. Sfeerbeelden (alleen beeldimpressie toegevoegd)

BEELDKWALITEITSPLAN BEDRIJVENTERREIN LINDEBROOK

1

1. INLEIDING 1.1 Vooraf De locatie Lindebrook (voorheen Paashuisdijkje) is circa 20 hectare groot en gelegen in het noordoosten van de kern Lichtenvoorde. Het gebied ligt ten zuiden van de N18 en ligt verder tussen de wijk 't Hooiland en de Lievelderweg en het daaraan grenzende industrieterrein de Kamp. Met de ontwikkeling van dit gebied tot bedrijventerrein krijgt de kern Lichtenvoorde de beschikking over een goed gelegen en ingericht werkgebied dat grenst aan bestaande industrieterreinen en dat gunstig gelegen binnen het dorpsgebied en kent een uitstekende ligging ten opzichte van het lokale en regionale wegennet. Naast het reguleren van bestemmingen en maatvoeringen in het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Lindebrook" wil de gemeente Groenlo via het onderhavige beeldkwaliteitsplan invloed uitoefenen op de fysieke inrichting van het plangebied en de daarmee samenhangende beeldkwaliteit. Niet alleen het streven van de gemeente naar een hoogwaardig ingerichte bebouwde omgeving vormt aanleiding voor het maken van een beeldkwaliteitsplan. Ook bedrijven worden steeds selectiever in hun keuze van de vestigingsplaats en de uitstraling van het perceel en de directe omgeving waarbinnen het perceel gelegen is. Het beeldkwaliteitsplan wordt eveneens gebruikt als kaderdocument voor de terreinen waar het met name gaat om inrichtingsaspecten, zowel op het private perceel als in het openbare gebied.

1.2. Doel van het beeldkwaliteitsplan De ontwikkeling van het bedrijventerrein zal in de komende jaren plaatsvinden. Om sturing te geven aan de ruimtelijke beeldkwaliteit van het plan hanteert de gemeente GroenloLichtenvoorde dit beeldkwaliteitsplan. Alle bouwinitiatieven van alle initiatiefnemers in het plangebied worden getoetst aan dit beeldkwaliteitsplan waardoor er een gebied ontstaat met een hoge ruimtelijke kwaliteit. In dit beeldkwaliteitsplan zijn ontwerprichtlijnen gegeven voor de architecten die de gebouwen gaan ontwerpen. De exacte invulling van deze richtlijnen wordt aan de creativiteit van de architecten overgelaten. Middels het beeldkwaliteitsplan wordt er gestreefd naar het goed samengaan van de voorschriften uit het bestemmingsplan en de architectuur. Wat we niet beogen is exact voorschrijven hoe de bebouwing op het terrein er uit moet komen te zien Gestreefd wordt naar een gebied dat welliswaar bestaat uit verschillende deelgebieden, maar dat tevens een samenhangend beeld vormt en bestaat uit herkenbare ruimtelijke eenheden. Hierin spelen zowel de stedebouwkundige ordening als de inrichting van de openbare ruimte en de architectuur van de bebouwing een rol. Globaal kunnen er drie gebruiksdoelen van het beeldkwaliteitsplan onderscheiden worden: 1. Als beleidskader, de gemeente formuleert haar beleid in hoofdlijnen voor de beeldkwaliteit van het gebied. 2. Als ontwerp- en uitvoeringskader, voor ontwikkelaars en architecten en alle betrokkenen bij het realiseringstraject vormen een referentiekader. 3. Als toetsingskader, voor de welstandscommissie geldt het plan als toetssteen bij de beoordeling van bouwinitiatieven. 1.3. Opbouw In dit beeldkwaliteitsplan komt allereerst de juridische regeling aan de orde. Vervolgens wordt de inrichtingsschets die de basis vormt voor dit beeldkwalteitsplan kort toegelicht. In het daarop

BEELDKWALITEITSPLAN BEDRIJVENTERREIN LINDEBROOK

2

volgende hoofdstuk wordt ingegaan op de algemene criteria. Tot slot komen de gebiedscriteria aan de orde. Deze worden uitgesplitst in criteria voor de openbare ruimte en criteria voor de bouwkavels. De criteria voor de bouwkavels zijn afhankelijk van de ligging van de bouwkavel. Niet elke kavel vraagt een bijzondere vormgeving.

BEELDKWALITEITSPLAN BEDRIJVENTERREIN LINDEBROOK

3

2. JURIDISCHE REGELING 2.1. Inleiding Deze welstandnota / dit beeldkwaliteitsplan zal door de gemeenteraad worden vastgesteld als ruimtelijk beleid. Het beeldkwaliteitsplan vormt dan binnen bedrijventerrein Lindebrook het toetsingskader voor het welstandstoezicht. Het biedt criteria waarop bouwaanvragen en bijbehorende plannen voor inrichting van de openbare ruimte moeten worden beoordeeld. Daarnaast is het voor architecten en ontwikkelaars van bouw- en inrichtingsplannen duidelijk welke inrichting en/of vormgeving in het gebied wordt voorgestaan en wat van hen verwacht wordt. Naast de welstandsnota/ het beeldkwaliteitsplan is ook bouwverordening van toepassing bij de bouwplannen. De nieuwe Woningwet geeft enkele kaders waarbinnen het welstandstoezicht dient plaats te vinden. Een van die kaders is de verplichting tot het opstellen van een welstandsnota met gebieds- en objectgerichte welstandscriteria. Een welstandsnota heeft tot doel het welstandsbeleid inzichtelijk en bespreekbaar te maken. 2.2. Rol beeldkwaliteitsplan Dit beeldkwaliteitsplan geeft in de criteria de redelijke eisen van welstand waaraan bouw- en inrichtingsplannen moeten voldoen en vormt daarmee het zogenaamde welstandskader dat voor Lindebrook de basis zal vormen voor de welstandsbeoordeling. Dit beeldkwaliteitsplan treedt daarmee in de plaats van de algemene welstandsnota. De mogelijkheid bestaat natuurlijk om ook een beeldkwaliteitsplan vast te stellen in aanvulling op een vastgestelde welstandsnota. Dit ligt voor de hand als het betreffende beeldkwaliteitsplan alleen een verdere concretisering van het beleid inhoud dat in de welstandsnota is verankerd. In dat geval is er feitelijk sprake van een partiele herziening van de welstandsnota. Beeldkwaliteitsplannen zijn in principe bedoeld om specifieke ontwikkelingen te kunnen begeleiden. Als de ontwikkeling is afgerond ligt het dan ook in de rede om de criteria die gelden voor het betreffende gebied bij de periodieke herziening van de welstandsnota op te nemen in de welstandsnota. Er kunnen moverende redenen zijn om hiervan af te wijken; bijvoorbeeld omdat de specifieke kwaliteiten een nadrukkelijkere bescherming behoeven. In dergelijke gevallen wordt in de welstandsnota een verwijzing naar het betreffende beeldkwaliteitsplan opgenomen. Bij de voorgenomen ontwikkeling van Lindebrook vormt de huidige planvisie die is vastgelegd in ondermeer het bestemmingsplan en de inrichtingsschets het uitgangspunt van het welstandsbeleid. In dit beeldkwaliteitsplan gaat het om het zekerstellen van een bepaald kwaliteitsniveau en samenhang tussen openbare ruimte en gebouwen. Dit is echter nog geen garantie voor architectonische kwaliteit. De creativiteit en het vakmanschap, waarmee binnen de criteria en de gebiedsbeschrijvingen daadwerkelijk wordt ontworpen, bepaalt de uiteindelijke kwaliteit van een gebouw en de gebouwde omgeving.

BEELDKWALITEITSPLAN BEDRIJVENTERREIN LINDEBROOK

4

2.3. Status van de Welstandsnota Het beeldkwaliteitsplan Lindebrook zal door de raad worden vastgesteld als welstandsbeleid als bedoeld in artikel 12a van de Woningwet. Daarmee krijgt het beeldkwaliteitsplan de functie van toetsingskader in het kader van het welstandstoezicht. Het biedt criteria waarop bouwaanvragen worden getoetst. Daarnaast vormt het beeldkwaliteitsplan een beleidskader ten behoeve van de inrichting en vormgeving van het plangebied. Door het beeldkwaliteitsplan te koppelen aan het bestemmingsplan ontstaat er bindend kader van voorschriften waaraan bij de planontwikkeling kan worden getoetst. In de welstandsnota Lichtenvoorde wordt het gebied Lindebrook aangeduid als "ontwikkelingsgebied bedrijventerrein". Voor dit gebied worden in de welstandsnota Lichtenvoorde richtlijnen gegeven voor de uitstraling van de bebouwing. Voor het openbare gebied zijn geen richtlijnen opgenomen. Om de kwaliteit die op het terrein wordt nagestreefd ook daadwerkelijk te behalen is dit beeldkwaliteitsplan opgesteld. Deze nota vormt dan ook de basis voor de welstandstoetsing van bouwaanvragen binnen het plangebied alsmede de inrichting van het gebied. 2.4. Bestemmingsplan Voor het bedrijventerrein is een bestemmingsplan opgesteld. In het bestemmingsplan worden de ruimtelijke randvoorwaarden beschreven en zal derhalve het ruimtelijk kader vormen voor de inrichting van het gebied. Het nu voorliggende beeldkwaliteitsplan wordt een nadere invulling gegeven aan deze ruimtelijke randvoorwaarden in de vorm van uitstralingseisen.

BEELDKWALITEITSPLAN BEDRIJVENTERREIN LINDEBROOK

5

3. INRICHTINGSSCHETS 3.1. Inleiding Het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Lindebrook" bevat een voorstel voor een mogelijke verkaveling van het terrein. Het voorliggende beeldkwaliteitsplan vindt zijn basis in dat inrichtingsvoorstel en borduurt er op voort. 3.2. Ruimtelijke kwaliteit Voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein Lindebrook zijn planologische en stedenbouwkundige randvoorwaarden opgesteld, die als basis hebben gediend voor het inrichtingsplan. Ruimtelijke kwaliteit is daarbij een belangrijk speerpunt. De invulling van Lindebrook moet aansluiten bij de aanwezige ruimtelijke kwaliteit of moet die kwaliteit juist versterken. Daarbij hoort ook het respecteren van de ruimtelijke, landschappelijke en groene karakteristiek van Lichtenvoorde. Passend binnen het ruimtelijk structuurbeeld (groene lobben, aandacht voor water en omgeving) moet het bedrijventerrein bijdragen aan de identiteit van de kern Lichtenvoorde. De locatie Lindebrook is geschikt voor lichte, kantoorachtige en relatief kleinschalige lokale bedrijven, welke qua aard en schaal passen bij Lichtenvoorde. Bedrijventerrein Lindebrook richt zich in het bijzonder op lokale bedrijven van lichte en middelzware bedrijvencategorieën met een beperkte ruimtebehoefte. Een substantieel deel daarvan dient een hoogwaardige uitstraling te hebben, met name langs de Europaweg, alsmede op enkele andere markante punten binnen het plangebied, zoals op de hoek van de James Wattstraat en de Lievelderweg. Nabij het kruispunt Lievelderweg, James Wattstraat is binnen het plangebied gedacht aan de projectie van een gebouw dat multifunctioneel is. In deze voorziening met een opvallende architectuur en strategisch gelegen, kunnen zich diverse bedrijven vestigen. Daarbij moet gedacht worden aan kantoren, maatschappelijke doeleinden en zakelijke dienstverlening. Wonen bij bedrijven komt in zijn algemeenheid alleen voor in een specifiek werkmilieu (woonwerkunits). Zulke kavels zijn langs de Lievelderweg gesitueerd. Het gaat om 9 woonwerk units. De woningen komen aan de zijde van de Lievelderweg, de bijbehorende werkkavels liggen in het bedrijventerrein. Het stedebouwkundige karakter van de woonbebouwing langs de Lievelderweg wordt voortgezet in de bedrijfswoningen. De bedrijfwoning en de werkkavel behoren bij elkaar en gezamenlijk vormen ze zogenaamde woonwerk units. Binnen het plangebied is het noodzakelijk dat er waterpartijen en watergangen worden aangelegd die in eerste instantie voor een waterbergende functie noodzakelijk zijn en derhalve ook overeenkomstig gebruikt gaan worden. Ten behoeve van de retentie worden binnen het plangebied langs de Nieuwe Baakse Beek diverse retentiebekkens aangelegd. Ook aan de noordzijde van de Europaweg wordt een waterretentiegebied aangelegd. Op deze manier wordt voldoende waterberging in het gebied gecreëerd. Deze zone langs de Nieuwe Baakse Beek heeft tot dienst het oppervlaktewater op te vangen en te infiltreren. Doordat deze zone tussen het bedrijventerrein en de woonwijk het Hooiland ligt ontstaat er een harmonieuze overgang tussen het bedrijfsterrein en het bestaande dorpsgebied.

BEELDKWALITEITSPLAN BEDRIJVENTERREIN LINDEBROOK

6

4. ALGEMENE CRITERIA 4.1. Inleiding In dit hoofdstuk komen de randvoorwaarden inzake de uitstraling van de Lindebrook aan de orde. Om die reden zijn er in dit hoofdstuk algemene criteria aangegeven voor het omgevingsbeeld (gebouw in relatie tot de omgeving) en het bebouwingsbeeld (het gebouw op zichzelf) 4.2. De relatie met de omgeving, het omgevingsbeeld Bij het oprichten van een bouwwerk is sprake van invloed van het bouwwerk op de publieke ruimte. Bouwaanvragen worden beoordeeld op de aanvaardbaarheid van het bouwwerk in relatie tot de karakteristiek van de reeds aanwezige bebouwing, de openbare ruimte, het landschap en/of de stedenbouwkundige context zoals deze is beschreven bij het gebiedsgericht beleid. Algemeen uitgangspunt is dat een bouwwerk zich aanpast aan de karakteristiek van het gebied waarin dit wordt ontwikkeld/gerealiseerd, tenzij deze ligt op een beeldbepalende locatie dan wel de functie van het bouwwerk een afwijking tot de omgeving verlangt. Criteria Er is sprake van redelijke eisen van welstand wanneer de relatie van het bouwwerk met de omgeving tot uiting komt in: • Een positieve bijdrage van het bouwwerk aan de kwaliteit van de omgeving • Het aansluiten op de bestaande karakteristieken van de omgeving op de volgende punten: - De plaatsing - De richting en oriëntatie - De massa en dakvorm in de zin van opbouw en silhouet van de massa - De maat en schaal, in de zin van de omvang van het bouwwerk ten opzichte van de omgeving - De detaillering, materiaalkeuze en kleurstelling in relatie tot de omgeving - De reactie van de terreininrichting op de ter plaatse aanwezige inrichting en het aanwezige beeld van de openbare ruimte of het landschap. dit vooral wanneer de grens met de openbare ruimte en/of het landschap niet wordt bepaald door de gevels van het gebouwd, maar door eventuele erfafscheidingen. Algemeen criterium • Een afwijking van bovengenoemde criteria is mogelijk als de locatie dan wel de functie van het bouwwerk een afwijking rechtvaardigt of er sprake is van een uitzonderlijke architectonische kwaliteit. 4.3. De bebouwing op zichzelf, het bebouwingsbeeld De Woningwet spreekt ook van een welstandstoets van een bouwwerk op zichzelf. De mate aan zeggingskracht en vakmanschap die uit het ontwerp spreekt, bepaalt daarbij de aanvaardbaarheid van het bouwwerk op zichzelf. Algemeen uitgangspunt is dat de ingreep zich ondergeschikt aan het bestaande bouwwerk dient te manifesteren tenzij een geheel nieuw bouwwerk wordt gerealiseerd.

BEELDKWALITEITSPLAN BEDRIJVENTERREIN LINDEBROOK

7

Criteria Er is sprake van redelijke eisen van welstand wanneer de eenheid van een bouwwerk tot uiting komt in: • Een consistente ruimtelijke structuur van het bouwwerk omdat deze veelal bepalend is voor het uiterlijk van het bouwwerk. In het ontwerp moet logica en samenhang aanwezig zijn. • De samenhang in de verschillende onderdelen van het bouwwerk of van de bouwwerken. • Een evenwicht tussen helderheid en complexiteit. • De verhoudingen van de gevelvlakken onderling en de verhouding tussen het open en gesloten deel van het gevelvlak. • De detaillering, reliëf, textuur, materiaalkeuze en kleurstelling in de relatie met de totale verschijningsvorm van het bouwwerk. • De wijze waarop wordt omgegaan met associaties die bepaalde vormen oproepen in de sociaal-culturele context.

BEELDKWALITEITSPLAN BEDRIJVENTERREIN LINDEBROOK

8

5 GEBIEDSCRITERIA 5.1. Inleiding In dit hoofdstuk zijn de gebiedcriteria geformuleerd. Hierbij wordt ingegaan op de openbare ruimte en de bouwpercelen. Er wordt een nadrukkelijk onderscheid gemaakt in richtlijnen voor de inrichting van de openbare ruimte en de inrichting van de uit te geven bouwpercelen. 5.2. Beeldkwaliteit openbare ruimte De beeldkwaliteit van de openbare ruimte wordt voor dit bedrijfsterrein hoofdzakelijk bepaald door het groen en het daarin gelegen waterpartijen evenals het verkeersconcept. De richtlijnen voor de inrichting van de openbare ruimte zijn voornamelijk van deze concepten afgeleid. Na een korte beschrijving van het groen- en verkeersconcept worden richtlijnen gegeven voor de inrichting van de belangrijkste openbare ruimten binnen het plangebied. In het beeldkwaliteitsplan is een onderscheid gemaakt in richtlijnen voor de inrichting van de openbare ruimte en de inrichting van de uit te geven bouwpercelen. Voor de openbare ruimte zijn dat: 1 2 3 Groen en waterconcept Verkeersconcept Richtlijnen

5.3. Het groen- en waterconcept Het groenconcept voor het bedrijfsterrein gaat uit van het zoveel mogelijk handhaven van het bestaande (opgaand) groen in en rond het plangebied. Centraal in het groenconcept staat de groene zone tussen het bedrijventerrein en de woonwijk het Hooiland. In deze groene zone is ook een speelveld gesitueerd. Door de groenzone loopt de Nieuwe beek. Deze beek stroomt onder de Europaweg door het buitengebied in. Het streven is om deze beek een meer natuurlijk aanzicht te geven. Een gedeelte van de groenzone wordt voor waterretentie gebruikt. De waterkwaliteit van de retentie en de beek blijven gescheiden van elkaar. Het gebied zal om deze reden een natuurlijke inrichting krijgen en droog/nat zones bevatten. Als beplantingsvormen moet worden gedacht aan rietoeverzones, en struwelen van inheemse soorten. De zone heeft zowel een functionele als een recreatieve functie. Daarnaast zal de groenzone door de beek een natuurlijke verbinding vormen met het buitengebied. Dit wordt versterkt doordat aan de noordkant van de Europaweg ook een gebied wordt ingericht ten behoeve van de waterretentie. Dit gebied krijgt naast de functiewaterberging ook een functie voor natuur en recreatie. Zo zullen er bijvoorbeeld wandelpaden worden aangelegd. De uitstraling van dit gebied zal een natuurlijke zijn. Als beplanting worden soorten gebruikt die van nature voorkomen in dit gebied. Ook langs de Europaweg zal tussen de weg en de bebouwing een groenzone worden gerealiseerd. Aan deze zijde zullen alleen hoogopgaande bomen met een lage ondergroei worden toegepast om het zicht op de bedrijven vanaf de Twenteroute te waarborgen. Van oudsher ligt er een verbindingsweg door het gebied. Deze weg wordt in het plan opgenomen als fiets/voetpad en blijft gehandhaafd als herkenbare structuur in het plangebied. Het fiets/voetpad zal door bomen begeleidend groen krijgen. Het Paashuisdijkje zoals deze weg

BEELDKWALITEITSPLAN BEDRIJVENTERREIN LINDEBROOK

9

genoemd wordt, zal tevens de natuurlijke scheiding zijn tussen het noordelijk en zuidelijk deel van het plangebied. Ten noorden van de langzaamverkeersroute Paashuisdijkje grenzen de achterzijde van de kavels aan de Lievelderweg. Tussen de achtergrenzen van deze percelen en de Lievelderweg zal een structurele groenzone worden ontwikkeld. Deze structurele groenzone dient niet alleen als afscherming van de achterkant van de bedrijven, maar vormt ook een groene entree van het dorp Lichtenvoorde. De beplanting wordt hierop aangepast. De voornaamste ingrediënten van het groenconcept op het bedrijventerrein zelf bestaan uit gras, hagen of lage beplanting, struiken en bomen. Dit in verband met de onderhoudsvriendelijkheid. Op scheidingen tussen privé en openbaar gebied worden hagen voorgesteld. Ook worden erfscheidingen die de overgang vormen naar de bestaande woonomgeving of een groenzone uitgevoerd in groenblijvende hagen. Naast groenblijvende hagen vormen transparante erfscheidingen (hekwerk) geïntegreerd met groensingels van lage beplanting een alternatief.

5.4. Het verkeersconcept Het verkeersconcept voor het bedrijfsterrein omvat een ontsluitingssysteem dat bestaat uit een ontsluitingslus die op twee plaatsen op de Lievelderweg aansluit. Al het (bedrijfs-)verkeer vanuit het plangebied wordt middels twee ontsluitingen ontsloten op de Lievelderweg. Door enkel te ontsluiten op de Lievelderweg wordt voorkomen dat een sluiproute door de woonwijk Hooiland ontstaat en worden onveilige situaties voorkomen. Het autoverkeer naar het bedrijventerrein moet gering blijven en zal enkel uit bestemmingsverkeer moeten bestaan. Binnen het plangebied wordt een wegenstelsel aangelegd, zodat ieder bedrijf goed bereikbaar zal zijn. Daarbij wordt het noordelijk deel van het bedrijventerrein van het zuidelijk deel gescheiden door de langzaamverkeersroute Paashuisdijkje. Het noordelijk deel wordt ontsloten via een nieuw aan te leggen rotonde aan de voet van het viaduct naar Lievelde. De rotonde zal vier poten krijgen en daardoor vanaf het bedrijventerrein ontsluiten op de Lievelderweg en de verlengde Marconistraat. Het zuidelijk deel van het terrein is vanaf de Hamelandweg via de James Wattstraat te bereiken. De Lievelderweg zal vanaf de rotonde tot aan de James Wattstraat door herinrichting een 30 kilometerzone worden. Tussen de nieuw aan te leggen rotonde en de zuidelijke aansluiting van het bedrijventerrein wordt de Lievelderweg ingericht als fietsstraat, waar de auto te gast is. Om deze reden wordt ook de aansluiting van deze weg op de James Wattstraat veranderd. Deze kruising wordt zo ingericht dat de Lievelderweg een zijstraat wordt van de James Wattstraat. Om dit te bereiken is het noodzakelijk dat te zijner tijd ook de verkeerstructuur op het bestaande bedrijventerrein wordt verbeterd. Ook de herinrichting van de Lievelderweg is hiervoor noodzakelijk. Binnen het plangebied is een langzaamverkeersroute opgenomen op de voormalige zandweg Paashuisdijkje. Deze langzaamverkeersroute vormt tevens de ruimtelijke scheiding tussen het noordelijke en zuidelijke deel van het plangebied. De andere wegen binnen het plangebied zijn zowel voor auto als fietser berekend. Langs alle wegen is ten minste aan een zijde een trottoir gelegen. Aan de zijde van de Twenteroute zal in de groenzone een recreatief fiets/wandelpad van halfverharding komen te liggen die onderdeel uitmaakt van het reeds bestaande “Ommetje Lichtenvoorde”. Ook zal voor fietsers en voetgangers de Saturnus verlengd worden om ook via deze route het bedrijventerrein te bereiken.

BEELDKWALITEITSPLAN BEDRIJVENTERREIN LINDEBROOK

10

Het parkeren voor bevoorrading dient evenals klanten en personeel op eigen terrein plaats te vinden. Om deze reden wordt in het bestemmingsplan een rooilijn van 5 tot 7,5 meter aangehouden. De parkeervoorzieningen zullen door hagen en heggen aan het oog onttrokken worden waardoor zij visueel-ruimtelijk deel uitmaken van de overige onbebouwde ruimte en het groene karakter te versterken. De verwijsborden naar de bedrijven toe, dienen gecombineerd te worden, zodat enkele grotere gezamenlijk verwijsborden het beeld bepalen.

5.4. a. De hoofdentree (profiel 1) sfeer De hoofdentree begint in wezen vanaf de (toekomstige) rotonde met opgaand groen in de berm. Het groene karakter zal bij deze entree overheersen. Aan beide zijden van de weg komt een bomenrij. Rondom de rotonde liggen markante gebouwen die de entree van het bedrijventerrein en het dorp Lichtenvoorde benadrukken. De bebouwing op de hoekpercelen hebben twee fronten die naar de openbare weg zijn gericht. Het is met name het samenspel van een aantal markante gebouwen binnen deze coulissen die de entree markeren en vormgeven. Afhankelijk van de verkeerstechnische eisen en de beschikbare ruimte krijgt de ruimte bij de rotonde een open karakter met laag groen. Een tweede ontsluiting met een kleinschalig bebouwd karakter ligt in het zuidelijk deel van het plangebied.

Inrichting 1. 2. 3. 4. 5. open karakter. profiel: brede rijbaan van 6,8 meter met aan twee zijden een voetpad en een 2,5 meter brede grasberm met bomen. bomen staan aan beide kanten van de weg. straatmeubilair zoals verwijsborden en verlichting kan aan beide zijde van de weg geplaatst worden. aan de hoofdentree vindt geen ontsluiting van bedrijven plaats.

materiaaltoepassing 1. 2. 3. 4. 5. 6. rijbaan: asfalt. voetpad: dubbelklinker. opvallend element: kunstwerk. gras. blokhagen. bomen.

BEELDKWALITEITSPLAN BEDRIJVENTERREIN LINDEBROOK

11

5.4. b. verkeersroute op het bedrijventerrein (profiel 2 en 3). De wegen binnen het plangebied zijn gericht op de ontsluiting van het bedrijventerrein. Het accent ligt op de verkeersfunctie en ontsluiting van de bedrijven. Alle bedrijven zijn via de lusweg ontsloten. Opgemerkt moet worden dat het gebied ten noorden en ten zuiden van de langzaamverkeersroute Paashuisdijkje een verschillend openbaar karakter hebben. Het zuidelijk deel krijgt door de wijze van bestrating een kleinschalig karakter. De bedrijven die aan de achterzijde aan de Lievelderweg grenzen zijn vanaf de Lievelderweg niet te bereiken. Ontsluiting dient plaats te vinden via de lusweg op het bedrijventerrein. Aansluiting op het groene karakter van de overige openbare ruimte wordt verkregen door het laanprofiel dat gevormd wordt door een eenzijdige groenstrook waar bomen geplaatst zijn in een blokhaag. Zie ook tekening van het dwarsprofiel. Inrichting 1. open karakter. 2. profiel noordelijk deel rijbaan van 7,1 meter met aan een zijde een voetpad en een 3 meter brede grasberm met bomen. 3. profiel zuidelijk deel: rijbaan van 6,5 meter met aan een zijde een voetpad. 4. verlichting kan aan een zijde van de weg geplaatst worden. Materiaaltoepassing 1. 2. 3. 4. 5. 6. rijbaan noordelijk deel: asfalt. rijbaan zuidelijk deel :betonstraatstenen voetpad: dubbelklinker. gras. blokhagen. bomen.

5.4. c. langzaamverkeerroute (Paashuisdijkje) Sfeer Binnen het plangebied is een langzaamverkeersroute opgenomen op de voormalige zandweg Paashuisdijkje. Deze route is historisch gelegen en is daarom waardevol en vormt de verbinding tussen het woongebied het Hooiland en de Lievelderweg. Aan de route zullen geen bedrijven worden ontsloten de route heeft een verbindende en recreatieve functie. De bestaande weg ligt als een dijkje boven het omliggende maaiveld, deze karakteristiek moet in de nieuwe situatie gehandhaafd blijven. Om het landelijke karakter te bewaren is de maximale breedte van de route voor langzaam verkeer in twee richtingen 2,70 meter. Het landelijke karakter wordt extra benadrukt door simpele inrichting van gras met bomen. De bestaande bomen worden opgenomen in het profiel en aangevuld met nieuw te planten eiken. Inrichting 1. voetpad: openkarakter. 2. bomen: aan twee zijden, eik. 3. water: aan twee zijden. materiaaltoepassing 1. rijbaan: dubbelklinker of halfverharding.

BEELDKWALITEITSPLAN BEDRIJVENTERREIN LINDEBROOK

12

5.4. d. de groene ruimte en beek sfeer Het bedrijventerrein Lindebrook wordt in haar geheel omsloten door een groenstructuur. De inrichting van de groene ruimte tussen het bedrijventerrein en het Hooiland moet een open en landelijk karakter uitstralen dat refereert aan de oorspronkelijke betekenis van Lindebrook, als onderdeel van een kleinschalig kampenlandschap. De ontworpen vijver heeft de hoofdfunctie als waterberging en versterkt de groene sfeer. Van oorsprong loopt in dit gebied de Nieuwe beek, deze zal gescheiden van de waterberging zijn eigen loop in het gebied krijgen. Vergraven van het bestaande talud en tracé zal noodzakelijk zijn. De beek zal wisselende flauwe en steilere talud hebben. Een natuurlijke inrichting van het gebied vindt zijn oorsprong in het lage maaiveldniveau en daarbij behorende inrichting en vegetatie. In dit lagergelegen gedeelte zal ook de waterberging plaatsvinden. Het verdient alle aandacht om bij de reconstructie van de Lievelderweg en de James Wattstraat het beloop van de Nieuwe beek duidelijk te markeren. Naast het ruimtelijk effect is het doel om flora en fauna goed tussen de gebieden te verbinden en de waterfluctuaties beter te kunnen regelen. Aan de noordzijde van de Europaweg wordt een groot groen gebied ingericht. Dit gebied is nu nog in gebruik als agrarische grond en dient naast de berging van water ook als recreatiegebied. Rond de waterpartij worden wandelpaden en zitgelegenheden aangelegd. Dit recreatiegebied is vanuit woonwijk het Hooiland te bereiken via een fietsbrug.

inrichting 1. inpassen bestaand groen. 2. de scheiding tussen de openbare groene ruimte en de bedrijfspercelen beplanten met hagen. 3. inrichting als nat/drasgebied met bijbehorende opgaande vegetatie zoals wilg en els. 4. openheid en volledig doorzicht over de groenzone om de relatie met het buitengebied te versterken. 5. plaatsen van zitelementen voor wandelaars en pauzerend personeel. materiaaltoepassing 1. hagen: groenblijvend. 2. bomen: eik, els, wilg, es.

BEELDKWALITEITSPLAN BEDRIJVENTERREIN LINDEBROOK

13

5.4. e. de groene ruimte Twenteroute sfeer De inrichting van de groene ruimte moet een open en landelijk karakter uitstralen. De ruimte heeft voor een groot deel de functie als waterberging en versterkt de groene sfeer. De hoeveelheid water is afhankelijk van het seizoen, in de zomer zal het gebied veelal droogstaan. Aan deze zijde zullen op enkele plekken hoogopgaande bomen met een lage ondergroei worden toegepast om het zicht op de bedrijven vanaf de Twenteroute te waarborgen. inrichting 1. de scheiding tussen de openbare groene ruimte en de bedrijfspercelen beplanten met hagen. 2. inrichting als nat/drasgebied met gras; (geen struiken). 3. aanleg van diepten die geschikt zijn voor waterberging. 4. openheid op maaiveld niveau met zicht op de bedrijfsgebouwen. 5. lang de weg staan hier en daar bomen. 6. plaatsen van zitelementen voor wandelaars en pauzerend personeel. materiaaltoepassing 1. hagen: groenblijvend. 2. bomen: eik en wilg.

BEELDKWALITEITSPLAN BEDRIJVENTERREIN LINDEBROOK

14

5.4. f. de Lievelderweg zone (profiel 4 en 5) sfeer De inrichting van de groene ruimte moet een open en landelijk karakter uitstralen. De ruimte heeft hoofdzakelijk de functie als afschermend groen van het noordelijk deel van het bedrijventerrein. Ook ondersteunt de zone de groene sfeer van de Lievelderweg. Langs deze route is plek voor een informatiebord. De zuidelijke zijde van de Lievelderweg zal worden begeleid door de woonkavels van de woonwerkunits. Inrichting 1. de groene zone vormt de scheiding tussen openbare ruimte en de bedrijfspercelen. 2. de beplanting bestaat uit struiken. 3. profiel noordelijk deel rijbaan van 7,0 meter met aan een zijde een parkeerstrook en een voetpad en aan de andere zijde een 5 meter brede groenstrook. 4. profiel zuidelijk deel: rijbaan van 5,5 meter met aan een zijde een parkeerstrook en een voetpad en aan de andere zijde een 5 meter brede groenstrook. 5. aanleg van een eventuele bermsloot moet geschikt zijn voor waterberging. 6. langs de weg staan bomen. materiaaltoepassing 1. struiken: hoogte tussen 3 en 5 meter. 2. bomen: eik en es. 3. rijbaan: asfalt. 4. voetpad: dubbelklinker.

BEELDKWALITEITSPLAN BEDRIJVENTERREIN LINDEBROOK

15

6. BEELDKWALITEIT BOUWPERCELEN 6.1. Algemeen De openbare ruimte binnen het plangebied drukt een belangrijke stempel op de verschijningsvorm en de beleving van het totaal. Dit kan echter niet los worden gezien van de kwaliteit van de bebouwing en de kwaliteit van de inrichting van de bedrijfspercelen. Bij de relatie tussen de openbare ruimte en de bedrijfspercelen is de massa en architectuur evenals de kleur van invloed op een positieve belevingswaarde. Voor het hele bedrijventerrein is deze positieve belevingswaarde van toepassing. Vanuit de stedenbouwkundige structuur kan het gebied in een aantal zones worden opgedeeld. Voor elke zone wordt na de beschrijving van de sfeer van het gebied de gewenste beeldkwaliteit van de bouwpercelen beschreven aan de hand van de aspecten inrichting, massa/architectuur en materiaal/kleurconcept. Daarmee wordt getracht de ruimtelijke kwaliteit en de stedenbouwkundige samenhang te verhogen. De bebouwde oppervlakte van de bedrijfsgebouwen dient minimaal 250 m2 te bedragen, waarbij een minimale afstand van 5 meter tot de ontsluitingsvoorzieningen in acht moet worden genomen. De afstand van de gebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens dient minimaal 3 meter te bedragen. Tevens is in de voorschriften een maximaal bebouwingspercentage van 70% per bouwperceel opgenomen. Op de plankaart zijn de bouwvlakken aangegeven waarbinnen gebouwd moet worden. Daar waar dat gewenst is, is op de plankaart middels een aanduiding aangegeven waar de voorgevel van het bedrijfsgebouw in de grens opgericht dient te worden. Dit is ter bevordering van de (eenduidige) uitstraling van het bedrijventerrein. De hoogte van de bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan op de plankaart staat aangegeven. In het gebied ten zuiden van de langzaamverkeersroute Paashuisdijkje is over het algemeen de maximale hoogte 6 meter. Op enkele plekken waar stedebouwkundig een hoogte accent gewenst is, is een hoogte van 10 meter toegestaan. In het noordelijk deel is de maximale hoogte over het algemeen 10 meter, daar waar dat qua overgang naar de omgeving gewenst is, bedraagt de maximale hoogte 6 meter. Op plekken waar de maximale hoogte 6 meter is bedraagt de minimale hoogte 4 meter. Daar waar op basis van het bestemmingsplan een maximale hoogte van 10 meter is toegestaan geldt een minimale hoogte van 6 meter. De gemeente bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, daarbij kan gedacht worden aan inpandig of gezamenlijk parkeren, ondergronds bouwen of functies stapelen (kantoorfunctie op bovenverdieping). In het algemeen geldt dat gesloten gevelbeelden niet gewenst zijn, ook gaat de absolute voorkeur uit naar samengestelde massa’s. Romneyloodsen en bedrijfshallen die volledig uit plaatmateriaal bestaan zijn niet toegestaan. Om een goed totaalbeeld te krijgen dient een inrichtingsplan van het bouwperceel bij de bouwaanvraag gevoegd te worden. Inzicht moet verkregen worden in de beplanting het parkeren, opslag en containers en reclame. Het inrichtingsplan dient te bestaan uit een of meerdere duidelijke tekeningen (minimaal schaal 1:250) waarop het bouwwerk, de omringende bouwwerken, doorsneden van het bouwwerk en

BEELDKWALITEITSPLAN BEDRIJVENTERREIN LINDEBROOK

16

de directe omgeving, de verharding, parkeerplaatsen en de plantvakken staan aangeduid. Verder dienen de kronen van de bestaande- en toekomstig e bomen geprojecteerd te worden. Op de tekening of op een bijgevoegde lijst worden de planten benoemd (Nederlandse en Latijnse namen) en het aantal dat wordt toegepast. Zodra de bebouwing wordt gerealiseerd zal ook het inrichtingsplan uitgevoerd moeten worden. De reclame-uitingen zullen een integraal onderdeel moeten vormen van het gebouw. Met andere woorden er mag geen reclame op het dak worden geplaatst, maar zal in de gevel geïntegreerd moeten worden. Ook is de reclame ondergeschikt aan de architectonische uitdrukking. De kleur van de bebouwing is van invloed op de ervaring van ruimte en is zeker van belang in een werkomgeving. In het kleurconcept is gezocht naar een evenwicht in de kleurstelling, waarbij de aangegeven kleuren gezien moeten worden als een indicatie. Belangrijk is de toonwaarde van de hoofdkleur die de richting bepaald. De kleurstelling van de bebouwing dient overwegend egaal te zijn, waarbij accenten van een andere materialisering zijn toegestaan. De richtlijnen voor de bouwpercelen zijn afhankelijk van de ligging binnen het plangebied. Binnen de stedenbouwkundige structuur zijn 5 zones te onderscheiden, te weten: 1. de blikvangers 2. de zichtlocaties Europaweg 3. de zichtlocaties langs de Lievelderweg 4. het noordelijk en zuidelijk binnengebied 5. hoekpercelen Voor elk van deze zones zijn de richtlijnen voor inrichting van de percelen apart beschreven.

BEELDKWALITEITSPLAN BEDRIJVENTERREIN LINDEBROOK

17

6.2. de blikvangers: Sfeer Drie van de vier percelen die tot de blikvangers gerekend kunnen worden liggen aan de hoofdentree van het bedrijventerrein Lindebrook en aan de rotonde. De bebouwing op deze percelen vormt voor de (auto)bezoeker een oriëntatiepunt. De bebouwing vormt de entree naar de bebouwde kom van Lichtenvoorde komende over het viaduct over de Twenteroute, vanuit de richting Lievelde. Tot slot maakt deze bebouwing onderdeel uit van het bebouwingslint langs de Lievelderstraat met kleinschalige bebouwing en grotere bedrijfsbebouwing. Bij de vormgeving van de panden zal aan deze aspecten aandacht besteedt moeten worden. Alle gebouwen rond de rotonde zijn van drie zijden zichtbaar en vereisen in gezamenlijkheid een bijzondere achitectonische uitwerking en accent. Architectuur is het visitekaartje van het bedrijf. Naast de locaties aan de rotonde is er nog een locatie die een blikvanger vormt. Het betreft de locatie in de zuidelijke punt van het bedrijventerrein die op de hoek van de Lievelderweg en de James Wattstraat ligt. Deze locatie vormt komende van uit het centrum van Lichtenvoorde het begin van het bedrijventerrein. Deze blikvanger herbergt een bijzondere maatschappelijke en/of kantoorachtige functie met een hoogwaardige uitstraling. Deze bebouwing zal een villa-achtige uitstraling moeten krijgen ter ondersteuning van de woonfunctie aan de Lievelderweg. Ook zal het een markant gebouw moeten vormen. Door de diversiteit aan bebouwing in de nabije omgeving van deze locatie is het wenselijk dat dit gebouw als een los element in de ruimte ligt. De bebouwing heeft een driezijdige uitstraling. De ontsluiting vindt plaats op het bedrijventerrein en niet op de Lievelderweg. Aan de achterzijde grenst het perceel aan de nieuwe beek. Bij de inrichting van het perceel dient met dit aspect nadrukkelijk rekening gehouden te worden. Daarbij kan gedacht worden aan een natuurlijke inrichting met overeenkomstige uitstraling en een subtiele vloeiende overgang naar het water. De zone tussen de beek en het gebouw kan dan benut worden als vlonderterras waar het water onderdoor stroomt of een inrichting als ecotuin. Net als bij de overige percelen op het bedrijventerrein dient voor de inrichting van het perceel een inrichtingsplan te worden opgesteld dat door de gemeente goedgekeurd dient te worden. Daarbij zal naast het Gelders Genootschap ook aan het Waterschap om advies worden gevraagd. Inrichting 1. 2. 3. 4. De kavel dient groen ingericht te worden. Opslag van goederen is alleen toegestaan uit het zicht van de openbare weg en aan de kant van de het er naastliggende bedrijf. Parkeren is op eigenterrein toegestaan en dient in het groen te worden ingepast doormiddel van hagen dan wel struiken. Een inrichtingsplan is voorgeschreven.

Massa en architectuur Nabij de rotonde 1. Het gebouw bestaat uit drie bouwlagen. 2. Tweezijdige oriëntatie. 3. De entree ligt aan de Lievelderweg 4. Horizontale gevel opbouw met veel glas.

BEELDKWALITEITSPLAN BEDRIJVENTERREIN LINDEBROOK

18

Nabij de Lievelderweg 1. Een driezijdige orientatie 2. Het gebouw heeft een villa-achtige uitstraling. 3. Het gebouw heeft een kap. 4. Een lessenaarskap is toegestaan met een maximale helling van 25 graden. Materiaal en Kleurconcept 1. 2. 3. Rustige hoofdkleuren om de samenhang van de gebouwen te versterken. Baksteen Indien er een plint wordt toegepast is deze van donkerkleurig materiaal.

BEELDKWALITEITSPLAN BEDRIJVENTERREIN LINDEBROOK

19

6.3. Zichtlocaties Europaweg: Sfeer Deze zone strekt zich uit langs de lusontsluiting over het gedeelte dat vanaf de Twenteroute zichtbaar is. Deze zone bepaalt het gezicht naar buiten van het bedrijfsterrein. De zone is gezichtsbepalend voor het gebied Lindebrook. De hier gevestigde bedrijven dienen een representatieve uitstraling te hebben. Gebouwen met relatief veel buitenopslag zijn op deze zichtlocaties niet gewenst. De aard van de werkzaamheden die het bedrijf uitvoert moet passen op de locatie. Dat wil zeggen dat een bedrijf dat alleen een loods nodig heeft niet passend is. De verkavelingsopzet is zodanig gekozen dat een goed ritme en schaal van de perceelsindeling is voor de zichtlocatie. Slechts een maatafwijking in de breedte van 10% per kavel is toegestaan. Hierdoor ontstaat een goede begeleidende wandvorming. De bebouwing is in 2 tot 3 lagen met een maximale hoogte van 10 meter, de minimale hoogte bedraagt 6 meter. Gesloten gevelbeelden zijn op deze locatie niet toegestaan. Bedrijfshallen bestaand uit plaatmateriaal en met een gesloten gevelbeeld zijn niet toegestaan. De voorkeur gaat uit naar samengestelde bouwmassa’s met een open uitstraling. De bebouwing op hoekkavels moet deze speciale ligging ondersteunen door naar twee kanten front te maken. Inrichting 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. De bebouwing is in de rooilijn (7,5 meter) geplaatst. De kavel dient groen ingericht te worden. De bebouwing is in 2 tot 3 lagen met een maximaal 10 meter. Het maximaal bebouwde oppervlak is 70 %. Opslag van goederen is alleen toegestaan aan de achterkant van het gebouw. Per kavel is één inrit voor personen en vrachtverkeer. Parkeren op eigen terrein is aan de kant van de ontsluitingsweg enkel toegestaan mits deze in het groen worden ingepast doormiddel van hagen. Een inrichtingsplan is voorgeschreven.

Massa en architectuur 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. Het gebouw bestaat uit minimaal twee bouwlagen. Hoekkavels hebben een twee zijdige oriëntatie. De voorgevel heeft plasticiteit, de zogenaamde doosarchitectuur is niet toegestaan. De voorgevel heeft een open gevel (veel glas). Het gebouw heeft een kap dan wel een hellend of gebogen dak. Indien een lessenaarskap of een hellend dak wordt toegepast geldt een maximale helling van 25 graden. Horizontale gevel opbouw met aan de lusweg veel glas. Plinten indien toegepast zijn van donkerkleurig materiaal.

Materiaal en Kleurconcept 1. 2. 3. Rustige hoofdkleuren om de samenhang van de gebouwen te versterken. in de voorgevel wordt veel glas toegepast Indien er een plint wordt toegepast is deze van donkerkleurig materiaal.

BEELDKWALITEITSPLAN BEDRIJVENTERREIN LINDEBROOK

20

6.4. Locaties langs Lievelderweg Sfeer Dit gebied vormt de overgang tussen het bedrijventerrein en de bestaande woningbouw. Langs de Lievelderweg zijn ten zuiden van de langzaamverkeersroute bedrijfswoningen toegestaan tegenover de bestaande woningen. De bebouwing sluit aan bij het bebouwingslint langs de Lievelderstraat met kleinschalige bebouwing en grotere bedrijfsbebouwing. Bij de vormgeving van de panden zal aan deze aspecten aandacht besteedt moeten worden. Daar waar de bedrijfswoningen worden gerealiseerd zal de Lievelderweg worden ingericht als een woonstraat. De uitstraling van de bedrijfswoningen zal daarbij aan moeten sluiten. De bebouwing op de hoekpercelen van de rotonde vormen een uitzondering en behoren tot de categorie blikvangers. De architectuur van de bebouwing langs de Lievelderweg speelt een grote rol, maar net wat minder als bij de zichtlocaties langs de Europaweg. De zogenaamde doosarchitectuur (bedrijfshallen bestaand uit plaatmateriaal en met een gesloten gevelbeeld) is ook op deze locaties niet toegestaan. De woningen zijn straatgericht en ruim in het groen gesitueerd. De richting van het gebouw is gekoppeld aan de richting van de weg. Woningen staan evenwijdig of haaks op de weg. De bedrijfwoningen en de bijbehorende bedrijfbebouwing dient in gezamenlijkheid ontworpen te worden. Om de eenheid tussen wonen en werken te versterken is het mogelijk om de woningen aan het bedrijfsgebouw vast te situeren. Inrichting 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. Aan de Lievelderweg komen bedrijfswoningen die op de Lievelderweg zijn gericht De woningen staat haaks of evenwijdig op de weg De woon-werk units dienen in gezamenlijkheid te worden ontworpen en dienen een eenheid te vormen. Opslag op het onbebouwde terrein mag niet in het zicht liggen en dient plaats te vinden achter de bedrijfsgebouwen en de woningen. de woon werk combinatie die de hoekkavel vormt dient de toegang tot het bedrijventerrein te begeleiden. Parkeren is op eigenterrein toegestaan en dient in het groen te worden ingepast doormiddel van hagen dan wel struiken. Een inrichtingsplan is voorgeschreven.

Massa/architectuur 1. 2. 3. 4. 5. De woningen dienen zich op de Lievelderweg te oriënteren. De bedrijfswoningen bestaan uit 1 of 2 bouwlagen afgedekt met een kap of een bijzondere derde bouwlaag. Er is sprake van een gelijkmatige breedte, hoogte en diepte. De hoekkavel heeft een architectuur met een driezijdige oriëntatie. De voorgevels van het pand op deze hoekkavel hebben plasticiteit. De bedrijfsgebouwen langs de Lievelderweg mogen niet volledig bestaand uit plaatmateriaal en dienen geen gesloten gevelbeeld te hebben

BEELDKWALITEITSPLAN BEDRIJVENTERREIN LINDEBROOK

21

Materiaal en Kleurconcept 1. 2. 3. 4. Toepassing van traditionele materialen voor woning (metselwerk). Voor de bedrijfswoningen geldt dat er afstemming van de kleurtoepassing op de bestaande woonomgeving dient plaats te vinden. Rustige hoofdkleuren om de samenhang van de gebouwen te versterken. Indien er een plint wordt toegepast is deze van donkerkleurig materiaal

BEELDKWALITEITSPLAN BEDRIJVENTERREIN LINDEBROOK

22

6.5. Noordelijk en zuidelijk binnengebied: Sfeer Het gebied is groter dan de naamgeving aangeeft. Het is namelijk de rest van de bebouwing die binnen het plangebied Lindebrook is gelegen. Het noordelijk en zuidelijk binnengebied worden van elkaar gescheiden door de langzaamverkeersroute. Het verschil tussen beide gebieden is de omvang van de kavels en het type bedrijvigheid. De kavels in het noordelijk binnengebied zijn groter dan het zuidelijk binnengebied. In het noordelijk deel is met name ruimte gereserveerd voor de bedrijven tot en met milieucategorie 3. Het verschil komt mede tot uitdrukking in de inrichting van de openbare ruimte. Het zuidelijke deel van het bedrijventerrein vormt de overgang tussen het noordelijk deel van het bedrijventerrein en de bestaande woningbouw. In deze zone zijn daarom alleen bedrijven in de categorie 1 en 2 toegestaan. De hoogte van de bebouwing bedraagt maximaal 6 meter. De stedenbouwkundige structuur en samenhang in zowel het zuidelijke als noordelijke binnengebied zal versterkt worden door de toegepaste materialen en rustige kleurstellingen. Diverse grijstinten kunnen in deze zone toegepast worden. De samenhang van de bebouwing is van groot belang om eenheid van het gebied te benadrukken en de straat te begeleiden. De architectuur speelt hier een minder dominerende rol dan bij de zichtlocaties langs de Europaweg. Een uitzondering hierop vormen de hoekpercelen. In de navolgende paragraaf zullen deze aan de orde komen.

Inrichting 1. 2. 3. 4. 5. 6. De hoofdbebouwing is in de rooilijn geplaatst. De kavel dient groen ingericht te worden. Opslag van goederen is alleen toegestaan aan de achterkant van het gebouw en uit het zicht van de openbare weg. Per kavel is één inrit voor personen en vrachtverkeer. Parkeren op eigen terrein, mits deze in het groen worden ingepast doormiddel van hagen. Een inrichtingsplan is voorgeschreven.

Massa en architectuur 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. De bebouwing heeft afhankelijk van de locatie een maximale hoogte van 6 of 10 meter. Het maximaal bebouwde oppervlak is 70 %. Hoekkavels hebben een twee zijdige oriëntatie. De voorgevel heeft plasticiteit, doos architectuur niet toegestaan. Het gebouw heeft een platdak dan wel een licht gebogen of hellend dak. Indien een hellend dak wordt toegepast geldt een maximale helling van 25 graden. Plinten zijn van donkerkleurig materiaal.

Materiaal en Kleurconcept 1. 2. Rustige hoofdkleuren om de samenhang van de gebouwen te versterken. Indien er een plint wordt toegepast is deze van donkerkleurig materiaal.

BEELDKWALITEITSPLAN BEDRIJVENTERREIN LINDEBROOK

23

6.6. Hoekpercelen Sfeer De hoekpercelen binnen het noordelijke en zuidelijke binnengebied hebben een grote zichtbaarheid. Om deze reden heeft de bebouwing op de hoekpercelen een tweezijdige oriëntatie. Dat wil zeggen dat de op deze plekken het gebouw naar twee fronten is gesitueerd. De architectuur speelt hier een even grote rol als bij “de eerste rang”. De zogenaamde doosarchitectuur (bedrijfshallen bestaand uit plaatmateriaal en met een gesloten gevelbeeld) is op deze locatie niet toegestaan. De bebouwing op hoekkavels moet deze speciale ligging ondersteunen door naar twee kanten front te maken.

Inrichting 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. De bebouwing is in de rooilijn geplaatst. De kavel dient groen ingericht te worden. De bebouwing heeft afhankelijk van de locatie een maximale hoogte van 6 of 10 meter. Het maximaal bebouwde oppervlak is 70 %. Opslag van goederen is alleen toegestaan aan de achterkant van het gebouw. Per kavel is één inrit voor personen en vrachtverkeer. Parkeren op eigen terrein mits deze in het groen worden ingepast doormiddel van hagen. Een inrichtingsplan is voorgeschreven.

Massa en architectuur 1. 2. 3. 4. 5. Het gebouw bestaat uit minimaal twee bouwlagen. Hoekkavels hebben een twee zijdige oriëntatie. De beide voorgevels hebben plasticiteit, doos architectuur niet toegestaan. De voorgevels hebben een open gevel (veel glas). Plinten zijn van donkerkleurig materiaal.

Materiaal en Kleurconcept Rustige natuurlijke hoofdkleuren om de samenhang van de gebouwen te versterken.

BEELDKWALITEITSPLAN BEDRIJVENTERREIN LINDEBROOK

24