Reststoffen Centrum Hessenpoort Op het Reststoffencentrum zullen zich bedrijven vestigen die zich bezighouden met de verwerking en recycling

van afval. De gemeente Zwolle gaat een deel van het bedrijventerrein Hessenpoort inrichten als Reststoffencentrum. Het Reststoffencentrum Hessenpoort (RCH) wordt gebruikt voor inname, bewerking, verwerking en verwijdering van afvalstoffen afkomstig uit de gemeente Zwolle en de omliggende regio binnen een straal van 50 kilometer. Het Reststoffencentrum heeft een oppervlakte van ongeveer 25 hectare. Wat is een Reststoffencentrum? In een Reststoffencentrum wordt gestreefd naar maximale reductie van niet-bruikbaar restafval. Een belangrijke doelstelling is dat - naast de inzameling, verwerking, op- en overslag van afval wordt gestreefd naar het maximaal be- en verwerken van reststoffen tot nieuwe bruikbare grondstoffen. Het niet-bruikbare restafval wordt op deze wijze tot een minimum gereduceerd. De functie van een Reststoffencentrum? Uitgangspunten voor de ontwikkeling van het Reststoffencentrum zijn: © een effectieve en efficiënte aanpak van de afvalstoffenproblematiek in de regio, dat gepaard moet gaan met een ontlasting van de stedelijke leefomgeving, en © een bedrijfseconomisch verantwoord afvalmanagement concept, dat aan de hoogst haalbare milieueisen voldoet. Voordelen van een Reststoffencentrum Clustering van bedrijven biedt een aantal voordelen. Namelijk beperking van de afvalstroom en de transportbewegingen, een beperking van het energiegebruik en de mogelijkheid tot gemeenschappelijke logistiek, inkoop en de aanleg en het gebruik van gemeenschappelijke voorzieningen. Deze factoren dragen bij tot een gunstige vestigingsplaats voor bedrijven, waarbij tegelijkertijd de duurzaamheid en de milieukwaliteit kunnen worden gewaarborgd. Gemeenschappelijke voorzieningen Op het Reststoffencentrum kunnen ook een aantal gemeenschappelijke voorzieningen zoals weegbrug(gen), kantoorfaciliteiten, vergunningen bureau, bedrijvenloket (richting de betrokken overheden), beveiliging of onderhoudsdienst gerealiseerd worden. De gemeente zal initiatieven daartoe ondersteunen door de partijen in een vroegtijdig stadium met elkaar in contact te brengen, maar het initiatief zal van de bedrijven uit moeten gaan. Voor het overige zal men deels kunnen aansluiten bij de voorzieningen die voor geheel Hessenpoort gecreëerd zullen gaan worden, zoals bijvoorbeeld parkmanagement). 1 Afvalstromen de hoofdstromen HESSENPOORT restsstoffencentrum fact-sheet De belangrijkste afvalstromen in de provincie Overijssel vormen het huishoudelijk afval, het kantoor , winkel- en dienstenafval (KWD-afval) en het bouw- en sloopafval (BSA). Voor het BSA is reeds een hoog percentage hergebruik gerealiseerd. Op dit moment liggen de hergebruikpercentages voor huishoudelijk afval en KWD-afval in de provincie Overijssel ruim onder de landelijke en provinciale hergebruikdoelstellingen. Storten of verbranden vormen nog steeds de belangrijkste vormen van eindverwerking. Het Reststoffencentrum kan een positieve bijdrage leveren tot het realiseren van de doelstellingen door clustering van elkaar versterkende bedrijven en toepassing van innovatieve technieken. Het Reststoffencentrum geeft een positieve impuls voor de afvalverwerking in de regio , waarbij milieukundige en bedrijfseconomische aspecten elkaar kunnen versterken. Wat zijn de afvalstromen ? Om een indruk te geven van de geproduceerde afvalstromen in de regio, die mogelijk op het Reststoffencentrum verwerkt kunnen gaan worden, volgt hieronder een summiere opsomming. © Bouw- en sloopafval (BSA). De werkzaamheden betreffen het scheiden van BSA van de overige afvalstromen en vervolgens het sorteren, puinbreken, zeven, zandwassen en mogelijk produceren van beton. © Kantoor, winkel en diensten afval (KWD afval). Het KWD afval bestaat uit vele afvalstromen die kunnen worden gescheiden en hergebruikt, zoals glas, papier, karton, textiel, metaal, kunststof. © Wit- en bruingoed. Onder wit- en bruingoed wordt verstaan elektrische en elektronische apparatuur, zoals TV’s, computers, wasmachines, drogers, koelkasten, vrieskisten, verwarmingsapparatuur. © Gevaarlijk afval (KCA). Het klein chemisch afval bestaat uit een groot arsenaal aan

afvalstoffen, zoals accu’s, batterijen, verfresten, afgewerkte olie, gasontladingslampen. © Groente, fruit en tuinafval (GFT). De werkzaamheden betreffen het composteren en vergisten. Echter, op basis van het bestemmingsplan is open composteren niet toegestaan. © Probleemstoffen . Deze afvalstroom betreft een groot aantal pro bleemstoffen, waarvoor op dit moment alleen storten in aanmerking komt, zoals AVI-vliegas/bodemas, asbest, schredderafval van autowrakken en niet reinigbare verontreinigde grond. Door toepassing van innovatieve eindverwerkingstechnieken kunnen ook deze pro bleemstoffen worden verwerkt tot een eindproduct. © Slib. De werkzaamheden betreffen het scheiden (zand-, water- en restfractie), reinigen (zandwassing) en verwerken (composteren, zwarte grond bereiding, thermische behandeling) van slib. © Eindverwerking . De werkzaamheden betreffen het verwerken en bewerken van afvalstromen (probleemstoffen) of restfracties van afvalstromen tot een eindproduct in de vorm van energie of producten. Hoe worden restfracties van afvalstromen verwerkt? Op het Reststoffencentrum zullen met name huishoudelijk afval, bedrijfsafval en bouw en sloop afval voor een deel worden bewerkt en voor een deel tezamen met restfracties van andere a f v a l s t romen worden verwerkt tot een eindproduct. De restfracties van huishoudelijk en KWD afval kunnen worden verwerkt tot eindproduct door een Scheiding vergistinginstallatie (SVI) of een Vergassingsinstallatie (VI). Op basis van het bestemmingsplan is afval eindverwerking door verbranden, zoals bij de VAM te Wijster, of storten niet toegestaan. De VI heeft als voordeel dat zij ook geschikt is voor een groot aantal andere afvalstromen en mogelijkheden biedt voor de verwerking van (problematische) restfracties van andere afvalverwerkers. Het energetisch rendement van de VI is hoog (warmte, elektriciteit en gas) en het niet-bruikbaar restproduct is klein. De oprichting en inzet van een vergassingsinstallatie op het Reststoffencentrum heeft een sterke voorkeur op basis van economische en milieukundige duurzaamheid, flexibiliteit (modulair van opbouw), inzetbaarheid en het voorwaardenscheppend karakter voor andere afvalverwerkingstechnieken en inrichtingen. 2 Het uitgeven van gronden afvalstof: Bouw en Sloopafval BSA HESSENPOORT restsstoffencentrum fact-sheet Hoe worden gronden uitgegeven ? Om duurzaamheid en continuïteit van de afvalverwerking op het Reststoffencentrum Hessenpoort te garanderen en de exploitatie op commerciële basis mogelijk te maken, worden de percelen niet aan de bedrijven verkocht. De percelen worden in voortdurende erfpacht – dus voor onbepaalde tijd - door de gemeente Zwolle uitgegeven. De gemeente kan als grondeigenaar de doelstelling van het Reststoffencent rum bewaken door erf pachtvoorwaarden op te stellen, die worden opgenomen in het erfpachtcontract. In beginsel heeft de erfpachter hetzelfde genot als de eigenaar, maar het bedrijf kan de grond niet verkopen. Wel kan het bedrijf het erf pacht recht vervreemden of bezwaren met bijvoorbeeld een hypotheek recht. De erfpacht kan alleen dan worden beëindigd door toepassing van een van de geformuleerde opzeggingsgronden in het erfpachtcontract, wanneer de exploitatie van een bedrijf zich niet meer verdraagt met de doelstellingen van het Reststoffencentrum Hoe krijgen bedrijven gronden toegewezen? Bedrijven die geïnteresseerd zijn zich te vestigen op het Reststoffencentrum Hessenpoort kunnen hun interesse kenbaar maken bij de gemeente Zwolle. Voor de onderscheiden afvalstromen zijn uitgifteprofielen opgesteld. In het uitgifteprofiel staat beknopt beschreven wat voor soort activiteiten mogelijk zijn en welke randvoorwaarden aan dergelijke activiteiten worden gesteld. Bedrijven kunnen zich voor een of meerdere uitgifteprofielen inschrijven. Aan ieder uitgifteprofiel is een maximum bedrijfsterreinoppervlakte gekoppeld, dat toegewezen kan gaan worden aan een of meerdere bedrijven. Bij inschrijving wordt van het bedrijf een overzicht gevraagd van de financiële situatie van het bedrijf, de ervaringen in het verleden, de detailinformatie voor het betreffende uitgifteprofiel en het type hergebruik (product, materiaal of nuttige toepassing). De gemeente heeft een selectieprocedure opgesteld om te komen tot de uiteindelijke keuze van de bedrijven voor de onderscheiden uitgifteprofielen. Op basis van een gemotiveerde rangvolgorde op basis van opgestelde selectiecriteria worden de percelen op Reststoffencentrum Hessenpoort aan bedrijven toegewezen. Hierna volgt de fase van contractvorming, waarna na het bereiken van overeenstemming het erfpachtcontract, inclusief erfpachtvoorwaarden, zal worden ondertekend.

Inmiddels zijn gesprekken gestart om te komen tot de verkoop van kavels.

Rioolwaterzuivering Hessenpoort Binnen het gebied van het Reststoffen Centrum is eveneens een nieuwe Rioolwaterzuivering gerealiseerd. Met de bouw van de nieuwe rioolwaterzuivering (RWZI) op het bedrijventerrein Hessenpoort is de zuiveringscapaciteit in Zwolle sterk uitgebreid. Redenen voor deze uitbreiding zijn de verscherpte milieuwetgeving op het gebied van de zuivering van rioolwater en een toename van de hoeveelheid rioolwater door de groei van inwoners en industrie in de gemeente Zwolle. De huidige RWZI ligt aan de westzijde van de stad, in Westenholte. Gelet op hun ligging nabij Hessenpoort, zijn de wijken Dieze-Oost en Berkum aangesloten op de nieuwe installatie. Om dit mogelijk te maken is een nieuw persleidingstelsel nodig vanuit deze wijken naar de in aanbouw zijnde RWZI op Hessenpoort. De bouw van de nieuwe rioolwaterzuiveringsinstallatie is uitgevoerd in opdracht van het Waterschap Groot-Salland en kost 7 miljoen euro. De gemeente Zwolle draagt hieraan 5 miljoen gulden bij. De persleidingen kosten in totaal 860.000 miljoen euro. Met de aanleg van de waterleidingen is een bedrag van 77.100 euro gemoeid. Het Waterschap Groot Salland heeft de nieuwe rioolwaterzuivering in het voorjaar van 2002 in gebruik genomen. Centrale bluswater voorziening Op bedrijventerreinen is het belang van het snel blussen van een beginnende brand extra groot. Grote bedrijven worden daarom steeds vaker met sprinklerinstallaties uitgerust. Sprinklerinstallaties hebben op korte termijn grote hoeveelheden water nodig om te kunnen blussen. Het blussysteem bestaat uit een ringleidingnet met een lengte van 2000 meter, een reservoir met een inhoud van 850.000 liter water en twee dieselpompen, die het leidingnet op een continue druk houden van circa negen bar. Op het systeem zijn meerdere bedrijven aangesloten. In de toekomst kunnen ook nieuwe bedrijven, die zich op Hessenpoort gaan vestigen gebruik gaan maken van deze voorziening. Zonder deze voorziening zouden bedrijven afzonderlijk een eigen pompinstallatie en watertank nodig hebben of juist een heel grote eigen aansluiting op de waterleiding. De collectieve voorziening voorziet hierin. De gemeente Zwolle en Vitens NV hebben het initiatief genomen om deze innovatieve voorziening in Zwolle te laten realiseren. Het systeem wordt geëxploiteerd door het bedrijf Aquaplus dat in Goor is gevestigd. De brandweer van Zwolle is en blijft uiteraard verantwoordelijk voor de brandbestrijding op het bedrijventerrein. Zo wordt een hoger niveau van brandveiligheid bereikt op het bedrijventerrein door toepassing van automatische blussystemen.

Nota van Uitgangspunten De Nota van Uitgangspunten beschrijft het profiel van Hessenpoort 2. Dit profiel vloeit voort uit het landelijke, provinciale en gemeentelijke beleid voor de diverse thema´s. Daarnaast zijn voor een aantal onderwerpen nadere studies gedaan. De onderwerpen uit de Nota van Uitgangspunten zijn hebben eveneens als basis gediend voor de Startnotitie Milieu Effect Rapportage (MER). Deze startnotitie is eveneens op 31 maart 2003 vastgesteld. Milieu Effect Rapportage (MER) Op grond van het Besluit milieu-effectrapportage uit de Wet milieubeheer dient de milieu-effectrapportage te worden doorlopen voor de realisatie van bedrijventerreinen waarvan het oppervlak, inclusief geluidszone, groter is dan 150 hectare.

Indien het bedrijventerrein Hessenpoort 2 exclusief geluidszone een bruto oppervlak van 170 hectare heeft is het direct m.e.r.-plichting. Indien het bruto oppervlak 140 hectare bedraagt is het niet direct m.e.r.-plichting. Echter als de geluidszone wordt meebeschouwd zal het totale oppervlak naar verwachting meer dan 150 hectare bedragen en. Daarmee is de uitbreiding Hessenpoort 2 m.e.r.-plichtig. De m.e.r.-procedure wordt doorlopen voor het eerste ruimtelijk plan dat in juridische zin voorziet in de aanleg van het bedrijventerrein. Voor Hessenpoort 2 is dat het bestemmingsplan. Doel en procedure MER Het doel van de milieu-effectrapportage is om de besluitvormers op een systematische en zorgvuldige wijze te voorzien van zo objectief mogelijke informatie over de milieugevolgen van de voorgenomen activiteit, alsmede van de alternatieven. Daartoe worden de te verwachten milieugevolgen van de aanleg, het gebruik en het beheer van Hessenpoort 2 in beeld gebracht. Op deze wijze kan het milieu-aspect volwaardig worden meegewogen in het besluitvormingsproces. Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Zwolle treedt in de procedure op als initiatiefnemer en de gemeenteraad als bevoegd gezag. De resultaten van de milieu-effectrapportage worden weergegeven in het Milieu-effectrapport (MER). Startnotitie MER Hessenpoort 2 Met de publicatie van deze startnotitie is de mer-procedure formeel gestart. Het doel van de startnotitie is allereerst om het initiatief voor de milieu-effectrapportage voor Hessenpoort 2 bekend te maken. In de tweede plaats heeft de startnotitie tot doel om informatie te verstrekken over de voorgestane activiteit en mogelijke alternatieve uitwerkingen daarvan. Ten derde geeft de startnotitie op hoofdlijnen aan welke (milieu-) effecten in de milieu-effectrapportage in beschouwing worden genomen, zodat inzicht ontstaat in de consequenties van de voorgenomen activiteit en een afweging tussen verschillende alternatieven kan worden gemaakt. Reikwijdte van de milieu-effectrapportage In algemene zin geldt dat milieu-effectrapportages kunnen worden doorlopen op drie schaalniveaus: een beleids-mer gaat in op het nut en de noodzaak van een bepaalde ontwikkeling, bijvoorbeeld de vraag of het noodzakelijk is om in de regio Zwolle ruimte te scheppen voor een bedrijventerrein; in een locatiekeuze-mer worden een aantal alternatieve locaties beoordeeld, onder andere vanuit milieu-criteria; in een inrichtings-mer worden de milieugevolgen van de inrichting van een bepaalde locatie in beeld gebracht. De milieu-effectrapportage voor Hessenpoort 2 is een inrichtings-mer. Nut en noodzaak zijn reeds onderzocht en worden als een gegeven beschouwd. De afgelopen maanden is onderzoek verricht naar de meest geschikte locatie voor uitbreiding. Ook de milieu-aspecten zijn in dat onderzoek uitgebreid beschouwd. Momenteel is een zoekgebied bepaald waarbinnen de exacte begrenzing wordt vastgesteld (zie figuur ). Het bepalen van de exacte begrenzing is onderwerp van de milieu-effectrapportage. In deze startnotitie wordt op hoofdlijnen ingegaan op de behoefte aan een bedrijventerrein en vervolgens de locatiekeuze. In het Milieu-effectrapport zullen beide aspecten uitgebreid aan bod komen. Mogelijkheid tot inspraak Iedereen kan een inspraakreactie op de startnotitie geven, bijvoorbeeld over de onderwerpen die in de milieueffectrapportage behandeld moeten worden. De Commissie voor de milieu-effectrapportage stelt vervolgens, mede op basis van de inspraakreacties en een bezoek aan het gebied, een advies voor de richtlijnen op. In de richtlijnen is weergegeven wat in het MER dient te worden onderzocht. Het bevoegd gezag stelt de richtlijnen vervolgens vast. Meerwaarde van de milieu-effectrapportage In het kader van de milieu-effectrapportage zullen de milieugevolgen van de aanleg, het gebruik en het beheer van Hessenpoort 2 in beeld worden gebracht. Omdat de milieu-effectrapportage is geïntegreerd in de planvorming kunnen (tussen)resultaten van de milieu-effectrapportage worden gebruikt om het plan te optimaliseren. Door tussentijds inzicht in de milieugevolgen wordt zodoende het milieu-aspect op een volwaardige wijze meegenomen in de planvorming. Keuzes ten aanzien van de inrichting kunnen derhalve bewust worden gemaakt. Naast de planvorming speelt de milieu-effectrapportage een rol bij een duurzame inrichting en gebruik van de bedrijfskavels. In aansluiting op de ambities van Hessenpoort 1 zal ook bij de uitgifte van Hessenpoort 2 worden gestuurd op duurzaamheid. Concreet betekent dit dat kavels bij voorkeur worden uitgegeven aan bedrijven die de duurzaamheidsambitie hoog in het vaandel hebben staan. In het kader van de milieu-effectrapportage zullen daartoe voorstellen worden gedaan voor uitgiftecriteria.

In het volgende schema wordt op hoofdlijnen de relatie tussen de MER- procedure en de bestemmingsplan procedure weergegeven.

Milieueffectrapportage (m.e.r.)
Termijnen Initiatiefnemer/ Bevoegd gezag Anderen Initiatiefnemer/ Bevoegd gezag

Bestemmingsplan
Anderen Termijnen

Startnotitie

Bekendmaking

4 wkn

Inspraak/ advies Advies richtlijnen Cmer

5 wkn

4 wkn (+max. 8 wkn)

Richtlijnen Opstellen voorontwerpbestemm.plan

Opstellen MER

Bekendmaking MER Inspraak/ advies 4 wkn

Bekendmaking voorontw. bp. Inspraak en Overleg art. 10 Bro 4 wkn

5 wkn

Toetsingsadvies Cmer

Verwerking inspraakreacties Advies PPC

6 mnd

Terinzagelegging ontwerp bestemm.plan Vaststelling bestemmingsplan Terinzagelegging vastgesteld plan

4 wkn

4 mnd

4 wkn

Goedkeuring GS

6 mnd

Terinzagelegging goedgek. plan Evaluatie milieugevolgen Beroep bij Raad v State

6 wkn

Plaatje bij beeldkwaliteitsplan Hessenpoort 1