Voedingsbodem voor economisch Zaanstad Economische visie 2001-2005

Vooraf
De banenmotor loopt op volle toeren en het productieniveau ligt ongekend hoog. Het gaat goed met de Zaanse economie. Maar toch is dat geen reden om tevreden achterover te gaan zitten. Als het om de werkgelegenheid gaat, blijft Zaanstad achter bij de rest van de regio en bij de rest van Nederland. Juist nu is het dus zaak om te kijken of het nog beter kan. Of, zoals burgemeester Ruud Vreeman het ooit kernachtig zei: ‘Je moet het dak repareren als de zon schijnt’. Bij nadere beschouwing wordt immers duidelijk dat de Zaanse economie voor een deel sterk leunt op grote, industriële bedrijven. De beroepsbevolking is over het algemeen wat lager opgeleid dan gemiddeld en meer dan de helft van de Zaankanters met een hbo- of universitaire opleiding pendelt vaak naar Amsterdam om daar te gaan werken. Nog een punt van zorg is de leegstand van winkelgebouwen in het centrum van Zaandam - het Zaancentrum. Er is dus sprake van economische groei, flinke economische groei zelfs. Maar het is geen groei zonder groeipijnen. Vandaar dat het gemeentebestuur een economische visie voor Zaanstad heeft ontwikkeld. Een neerslag daarvan treft u in deze brochure aan. Kort samengevat komt die visie er op neer dat Zaanstad het goede (de industrie) moet behouden, maar tegelijkertijd moet inzetten op groei van bijvoorbeeld kantoren en het aantrekken van bedrijven in de dienstensector, van ICT- en telecomdiensten tot reclamebureaus en creatieve diensten. Verder moet het Zaancentrum worden opgewaardeerd.

Industriestad
Zaanstad blijft dus een industriestad, maar ook een stad die tracht ook andere bedrijfstakken te interesseren voor vestiging. Geen eenzijdigheid, maar duidelijke keuzes voor nieuwe vormen van dienstverlening die aansluiten bij de industrie, nu ondervertegenwoordigd of anderszins kansrijk zijn. Voor alle duidelijkheid: zo denkt de gemeente Zaanstad er over. Maar dat wil niet zeggen dat u nu de economische visie voor 2001-2005 in handen heeft. Die komt pas tot stand na overleg met de belangrijkste spelers: ondernemers en iedereen die verder betrokken is. Pas als duidelijk is wat alle betrokkenen willen, kan de economische visie – al dan niet aangepast - beleid worden. Samen met het bedrijfsleven kunnen we de banenmotor zo op toeren houden.

Zaanse economie anno 2000
Vanaf 1994 heeft de gemeente, samen met de Kamer van Koophandel, actief geïnvesteerd in versterking van industrie en distributie – gebieden waar de Zaanstreek van oudsher sterk in is. Het actieprogramma Klaar voor de toekomst bleek een succes. Mede door de sterke economische groei, kwamen er meer nieuwe arbeidsplaatsen bij dan aanvankelijk gepland. Het ging ook sneller dan iedereen had gedacht. Maar dat laat onverlet dat de Zaanse economie wel heel erg leunt op de industriële sector. Meer uitgesplitst: op de voedings- en genotmiddelenindustrie en verder de grafische industrie, bouwnijverheid en de metaalsector. Verder groeit, net als in de rest van Nederland, de dienstensector snel. Dan gaat het vooral om facilitaire dienstverleners – bedrijven die opereren in het kielzog van de grote bedrijven. Tegelijkertijd is een heel scala van diensten in Zaanstad (nog) behoorlijk ondervertegenwoordigd. Denk aan bedrijven die werken op het gebied van de Informatie- en Communicatie Technologie (ICT), bedrijven die zich specialiseren op speur- en ontwikkelingswerk, maar ook architectonische, juridische, economische en milieutechnische adviesdiensten. Ook reclamebureaus, vormgevingsbedrijven en financiële diensten vind je niet veel in Zaanstad. Last but not least is ook de publieke dienstverlening ondervertegenwoordigd, vooral omdat de gemeente nauwelijks regionale (onderwijs-)voorzieningen op hbo- en universitair niveau huisvest. Verder staat in het winkelcentrum van Zaandam relatief veel winkelruimte leeg. Het aantal winkels met artikelen die we dagelijks nodig hebben is groot. Kwaliteitswinkels ontbreken, op een enkele uitzondering na. Daar zit trouwens ook een (missing) ‘link’ met het toerisme. Nu nog is het zo dat de

800.000 toeristen die jaarlijks naar de Zaanse Schans komen, de Zaanstreek zelf verder links laten liggen. Omdat directe verbindingen naar het Zaancentrum ontbreken, maar ook omdat de binnenstad op het Czaar Peterhuisje na geen spraakmakende toeristische trekpleisters kent.

Werkgelegenheid op peil houden
Wie de Zaanse economie zo op de keper beschouwt, realiseert zich al snel dat de relatieve oververtegenwoordiging van de industriële sector nogal wat betekent voor de werkgelegenheid. Want juist daar gebeurt steeds meer door steeds minder mensen. Hele processen zijn geautomatiseerd. Toch blijven die industriële bedrijven van groot belang voor de werkgelegenheid. Het zijn over het algemeen stabiele werkgevers, die minder gevoelig zijn voor economische schommelingen. Ook zorgen deze bedrijven voor veel afgeleide werkgelegenheid. Met andere woorden: de industriële sector in zijn geheel was altijd en zal ook in de toekomst een van de peilers van de Zaanse economie blijven. Maar om de werkgelegenheid op peil te houden of zelfs te laten stijgen, is het op z’n minst nodig dat Zaanstad ook inzet op het aantrekken van allerhande andere bedrijven. Daarbij wordt gekeken naar de dienstensector. Softwarebedrijven, financieel-economische diensten, designbureaus… ze hebben relatief weinig plaats nodig, groeien als kool en hebben veel mensen nodig. Bovendien gaat het bij dat soort bedrijven vaak om banen die geschikt zijn voor mensen met een hogere opleiding. En van dat soort banen zijn er nu nog niet zoveel in Zaanstad. In feite geldt voor de detailhandel een zelfde redenering. Want wat is er aan de hand: in Zaanstad zitten relatief veel winkels die op dezelfde doelgroep gokken, waarbij het vaak om de ‘dagelijkse artikelen’ gaat. Maar wie naar het Zaandamse winkelgebied Zaancentrum kijkt, ziet nog een probleem, want terwijl het aantal cafés zich de laatste jaren flink heeft uitgebreid, ontbreekt een tweede hotel. Mede daardoor, en door het gebrek aan kwaliteitswinkels en specifiek toeristische trekkers, laten ook de toeristen het afweten. Ook winkelen Zaankanters winkelen relatief vaak in Alkmaar, Amsterdam en Beverwijk. Voor de werkgelegenheid is die conclusie van belang omdat landelijk gezien juist kwaliteitswinkels, horecavoorzieningen en toerisme de economische wind in de rug hebben en dus veel werkgelegenheid verschaffen. Bovendien ondervinden die winkels minder concurrentie van de perifere detailhandel (het Noorderveld, Op het Spoor en de woonmall Assendelft). Samenvattend: om de werkgelegenheid te bevorderen moet Zaanstad de grote industrie behouden en versterken, de groei van de (zakelijke) dienstensector stimuleren en het Zaancentrum opwaarderen.

Sterke en zwakke punten
Om in de toekomst aan de gang te kunnen, is het wel van belang om de sterke en zwakke punten van Zaanstad op een rijtje te zetten. Eerst de sterke punten: OV-bereikbaarheid. Zaanstad heeft zes NS-stations. Vooral de razendsnelle verbinding tussen station Zaandam en Amsterdam wordt door veel bedrijven gezien als belangrijk locatievoordeel. Ruimte. De gemeente heeft mogelijkheden voor bedrijven die ten zuiden van het Noordzeekanaal niet terecht kunnen. De Westzanerpolder, de kantoren bij Station Zaandam, maar ook een aantal andere locaties zijn (of komen) beschikbaar. Laag prijspeil. De ruimte in Zaanstad is relatief goedkoop, zeker in vergelijking met Amsterdam. Maar ook ten opzichte van Hoofddorp en zelfs ten opzichte van Alkmaar zijn de huurprijzen voor onroerend goed laag. Goed woon- en leefklimaat. Zaanstad heeft een grote variëteit aan woonmilieus, met dorpen en een stad. Tegenwoordig hechten veel ondernemers aan een goed woon- en leefklimaat omdat ze dan gemakkelijker personeel krijgen: ‘kom werken in het groen’. Ligging nabij Amsterdam. Zaanstad ligt dichtbij Amsterdam en niet ver van Schiphol, vestigingscriteria van belang.

Tegenover sterke punten staan ook zwakke punten: Gebrekkige verkeerscirculatie. Van noord naar zuid gaat het goed in Zaanstad. Van oost naar west ontstaan problemen door de Zaan en de spoorlijn. Ook het Zaancentrum en een aantal bedrijventerreinen zijn matig of slecht bereikbaar. Auto-bereikbaarheid. Vanuit Amsterdam is Zaanstad over het algemeen goed bereikbaar. Maar vanuit het noorden is - door de ochtendfiles voor de Coentunnel en het ontbreken van het laatste stukje snelweg tussen de A8 bij de Nauernasche Vaart en de A9 bij Heemskerk de bereikbaarheid per auto een minpunt. Voor de distributie is de bereikbaarheid van de randstad ten zuiden van het Noordzeekanaal een knelpunt. Gemeentelijke dienstverlening. Het algemene oordeel van Zaanse ondernemers over de gemeentelijke dienstverlening is matig, ook al scoort Zaanstad net iets boven gemiddeld ten opzichte van andere grote gemeenten in Nederland. Imago kantorenstad. In tegenstelling tot Amsterdam, Amstelveen en Hoofddorp heeft Zaanstad nog weinig aansprekende kantorenparken. Ook al groeit het aantal kantoren wel, het imago blijft achter. Kwaliteit bedrijfslocaties. Veel oudere bedrijfslocaties zijn slecht ontsloten, staan vol met oude gebouwen, hebben onvoldoende parkeerruimte en een gebrek aan laad- en losmogelijkheden. Soms zien ze er ronduit slecht uit, soms zijn ze verontreinigd. Bijkomend probleem is dat er weinig verschil is tussen het ene en het andere bedrijventerrein in Zaanstad.

Bereikbaar blijven
Wie de analyse van sterke en zwakke punten in overweging neemt en zich tegelijkertijd de uitgangspunten herinnert -industrie behouden en versterken, (zakelijke) dienstverlening bevorderen en het Zaancentrum opwaarderen- kan een aantal belangrijke aandachtspunten formuleren. Zo is voor de grote fabrieken vooral de bereikbaarheid per auto van belang. Dus staan aanleg van de Tweede Coentunnel, doortrekking van de A8 naar de A9 en betere oost-west verbindingen hoog op de agenda. Ook de ontsluiting van bedrijventerreinen verdient nadere beschouwing. De (grote) bedrijven hechten verder veel waarde aan uitbreidingsmogelijkheden en de aanwezigheid van gekwalificeerd personeel. Zeker nu andere steden de nadruk leggen op hun imago is het aan Zaanstad om zich te profileren als een stad die bij uitstek geschikt is voor industriële bedrijven door een aantrekkelijke prijs/kwaliteitsverhouding. De huidige en toekomstige bedrijvenlocaties moeten dan wel goed ontsloten zijn en aantrekkelijk worden ingericht. Ook de zakelijke en publieke dienstensector hecht groot belang aan bereikbaarheid per auto. Verder is voor die sector het aantal parkeermogelijkheden en de zichtbaarheid en uitstraling van de vestigingslocatie (imago) van belang. Veel bedrijven willen graag gezien worden. Wat dat betreft is het niet voldoende dat de gemeente ervoor kiest om het stationsgebied in Zaandam te ontwikkelen tot een kantorenlocatie, waar ook veel ruimte zal zijn voor vernieuwende ondernemingen (zoals in het Business & Innovation Center in het Industrieel Kennis en Technologie Centrum ten westen van Zaandam NS). Belangrijk is dat het er ook ‘leuk’ uitziet, bijvoorbeeld door creatieve architectuur. Dat geldt trouwens ook voor de plannen die er zijn om een aantal van die bedrijven te huisvesten in (oude) panden aan de Zaanoevers. Op dat gebied wordt veel verwacht van ZaZa Bedrijfsfaciliteiten N.V., een samenwerkingsverband van overheid en bedrijfsleven dat vooral is bedoeld om nieuwe bedrijven te ‘helpen’. Door ze samen een pand te bieden, vergaderruimte aan te bieden en noem zo maar op. Bij de opwaardering van het Zaancentrum is het van belang dat er een verkeerscirculatieplan komt, gecombineerd met duidelijk aangegeven parkeermogelijkheden. Ook creatieve initiatieven zoals de toevoer van bezoekers over water (vanaf de Zaanse Schans!) en een mix tussen detailhandel, dienstverlening en toerisme bieden kans om het imago van de binnenstad en de binding met de lokale consumenten te vergroten. Opnieuw is daarbij duidelijk dat er eigenlijk een aansprekende ´trekker’ zou moeten komen, bijvoorbeeld in de vorm van een luxe winkelgalerie a la Magna Plaza.

Samenvattend: het is van groot belang om de zwakke punten – en dan met name de bereikbaarheid per auto van zowel bedrijven als Zaancentrum aan te pakken. Verder moet worden gewerkt aan het imago van de stad, zowel van bedrijventerreinen, kantorenterreinen als van het Zaancentrum.

Werken in Zaanstad, een dagelijkse braindrain
Vergeleken met de regio’s om ons heen, werkt in de Zaanstreek een relatief groot aantal mensen. De werkloosheid is dus laag. Maar ook hier is een nadere beschouwing nodig. Opvallend is vooral het negatieve pendelsaldo: zo sluiten 21.000 Zaankanters dagelijks aan in de file of in de bomvolle treinen om buiten de stad te werken, terwijl zo’n 17.000 mensen van buiten de stad hier naar toe pendelen. Nog een gegeven: het zijn vooral de hoger opgeleiden die buiten Zaanstad werken. Bijna 57% van de Zaankanters met een HBO of universitaire opleiding is in dienst van een bedrijf buiten de stad, meestal in Amsterdam. In feite is dus sprake van een dagelijkse braindrain. Andersom is het zo dat Zaanse bedrijven veel lager opgeleiden vanuit de rest van Noord-Holland trekken om hier te werken, en dat terwijl het opleidingsniveau in Zaanstad al relatief laag is door de productiestructuur, de bevolkingsopbouw en de afwezigheid van hoger- en universitair onderwijs. Min of meer los hiervan is sprake van nog een opvallend gegeven: ondanks de hoge arbeidsparticipatie werkt ook een grote groep Zaankanters niet. In totaal gaat het om ongeveer tienduizend mensen, veelal met een arbeidsongeschiktheidsuitkering en vaak al jaren zonder baan. Om welke reden dan ook is hun opleidingsniveau te laag. Of de opleiding sluit niet aan bij de huidige eisen die werkgevers stellen. Deze korte analyse van het opleidingsniveau en de gevolgen op de arbeidsmarkt, zijn extra belangrijk als daar de groeiverwachtingen voor de werkgelegenheid bij worden betrokken. Bij de grote, industriële bedrijven worden, zeker relatief, niet veel nieuwe banen verwacht, ook al neemt de productie wel toe. Voorzichtige berekeningen gaan ervan uit dat vooral de zakelijke dienstverlening een banenmotor zal blijven, gevolgd door alles wat met Informatie en Communicatie Technologie te maken heeft, de gezondheidszorg, detailhandel, groothandel en het onderwijs. De dienstensector en de detailhandel dus, sectoren die over het algemeen mensen met een hoger opleidingsniveau zoeken dan de grote, industriële bedrijven.

Industrieel Kennis en Technologie Centrum
Voor de dienstverlening, en dan met name de technische en ICT-sector is het Industrieel Kennis en Technologie Centrum (IKTC) van belang. Als concreet gebouw bestaat dat IKTC nog niet, maar nu al biedt het samen met een groot aantal regionale bedrijven en het Regio College Zaanstreek Waterland, opleidingen en trainingen aan. Verder probeert het IKTC kennisuitwisseling te bevorderen en de belangstelling voor (technische) beroepen te vergroten. Een van de cursussen die bijvoorbeeld binnenkort start, is gericht op mensen die nu al een managementfunctie hebben in de voedingsmiddelenindustrie. Daarvoor wordt speciaal een aantal docenten van een Hogeschool naar Zaanstad gehaald. In feite maakt dat nog eens duidelijk dat Zaanstad eigenlijk (een dependance van) een Hbo-opleiding zou moeten huisvesten. Een Hogeschool zal naar verwachting ook veel bedrijvigheid in de dienstverleningssector naar de Zaanstreek trekken. Samenvattend: het is van groot belang om ook mensen met een hogere opleiding in Zaanstad kunnen werken. Met de vestiging van een IKTC wordt een stap in die richting gezet, maar de vestiging van een hogeschool in Zaanstad lijkt onontbeerlijk.

Samenwerking gemeente en ondernemers
Gemiddeld zijn Zaanse ondernemers iets meer tevreden over ‘hun’ gemeente dan mensen met een bedrijf in grote steden elders in Nederland. Zaanstad werkt intussen aan verdere verbetering. Zo heeft Economische Zaken speciale accountmanagers benoemd die aanspreekbaar zijn als er iets moet gebeuren. Waar mogelijk zijn procedures versimpeld en de website van de gemeente Zaanstad is onlangs ingrijpend vernieuwd en ook voor ondernemers gebruiksvriendelijker. Meer in het algemeen geldt dat de dienstverlening wordt verbeterd. Verder is het van belang dat informatie- en communicatiemiddelen zo worden aangeboden, dat duidelijk is wat er precies gebeurt. Waarom komen bedrijven naar Zaanstad, waarom gaan anderen weg (de push- en pullfactoren)? Wat zijn de trends en hoe kan Zaanstad daarop inspelen? Hoe zit de arbeidsmarkt in elkaar en waar moeten de opleidingen worden aangepakt, veranderd en/of

gestimuleerd? Gekoppeld daaraan moet natuurlijk sprake zijn van een goede marketing en facilitering (denk aan de het eerder genoemde ZaZa). Meer in het algemeen moet de gemeente zorgen voor goede randvoorwaarden. Heel concreet: bedrijvenparken, maar ook kantoorgebieden en de Zaanoevers moeten bereikbaar zijn en doelgericht ingericht. Niet te onderschatten is de rol van de gemeente als het om samenwerking met anderen gaat. Dat kan zijn samenwerking met Amsterdam op het gebied van promotie en acquisitie, maar ook met buurgemeente Wormerland als het om de bevaarbaarheid van de Zaan gaat. Met de provincie Noord-Holland werkt de gemeente samen bij ‘ruimtelijke planning’ (waar kunnen bedrijven komen en waar niet?) en trouwens ook bij de aanpak van (verouderde) bedrijventerreinen. Niet onbelangrijk is natuurlijk ook het landelijk- en Europees beleid, waaraan soms forse subsidies verbonden zijn die dan via de gemeente bij bedrijven terechtkunnen komen. In Zaanstad heeft de afgelopen jaren bijvoorbeeld een aanzienlijk aantal bedrijven cursussen aangeboden aan hun werknemers met Europees geld.

Aandachtspunten
Het is duidelijk, de gemeente zit als een spin in het economische web. Maar het is ook duidelijk dat de gemeente samen met het bedrijfsleven aan de gang moet. De keuzes die moeten worden gemaakt, zijn transparant: Behoud en versterking van de industrie Versterking kantoorhoudende bedrijvigheid Opwaarderen centrum Zaandam Vitalisering en selectieve groei voedings- en genotmiddelen industrie, grafische industrie, chemie en verpakkingsmiddelen industrie Vitalisering en selectieve groei ICT- en telecomdiensten, gespecialiseerde adviesdiensten (architectonisch, milieutechnisch, juridisch en financieel-economisch) en creatieve diensten (vormgeving, design, reclame). Samenvattend: met nadruk op het woord selectief – omdat een ongebreidelde groei van allerlei bedrijven nooit tot een gezonde situatie kan leiden - wordt dus gekozen voor veelzijdige, economische groei. De sterke punten van Zaanstad moeten daarbij worden uitgebuit, de zwakke zoveel mogelijk aangepakt. Zeker is dat de kansen legio zijn. Juist omdat het gaat om een gebied dat nu al heel veel te bieden heeft, vlakbij Amsterdam en Schiphol met een enthousiaste, hardwerkende bevolking. Met als gevolg dat bedrijven zich al eeuwenlang graag hier vestigen. Samen met alle ondernemers die deze geschiedenis een boeiend vervolg willen geven, vormt de toekomst een mooie uitdaging. Omdat het altijd nog beter kan. Procedure Voorlopige vaststelling economische visie door Burgemeester en Wethouders – heeft plaatsgevonden Consultatierondes Zaans bedrijfsleven (van klein tot groot) – april en juni 2001 Vaststelling definitieve versie economische visie – juni 2001 Operationalisering door middel van concrete werkplannen – vanaf september 2001