Bestemmingsplan

Bedrijvenpark Nesciolaan

Code 03-21-03 / 30-03-04

GEMEENTE HAREN 03-21-03 / 30-03-04
BESTEMMINGSPLAN BEDRIJVENPARK NESCIOLAAN

TOELICHTING


INHOUDSOPGAVE blz

1. INLEIDING 1
1. 1. Aanleiding 1
1. 2. Huidige planologische regeling 1
1. 3. Leeswijzer 2
2. BELEIDSKADER 3
2. 1. Regiovisie Groningen - Assen 2030 3
2. 2. Rijksbeleid 4
2. 3. Provinciaal beleid 7
2. 4. Europees beleid 9
2. 5. Gemeentelijk beleid 11
3. UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN 15
3. 1. Profiel Nesciopark 15
3. 2. Stedebouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit 16
3. 3. Duurzaam bouwen 18
3. 4. Infrastructuur 19
3. 5. Gebiedsgerichte toetsen 20
3. 6. Bestaande bebouwde gebied 22
4. PLANBESCHRIJVING 24
4. 1. Algemeen 24
4. 2. Toelichting op de bestemmingen 24
5. UITVOERBAARHEID 28
5. 1. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 28
5. 2. Economische uitvoerbaarheid 28


Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan

Bijlage 2 Hydrologisch onderzoek

Bijlage 3 Ecologisch onderzoek

Bijlage 4 Archeologisch onderzoek



03-21-03 blz 1

1. INLEIDING
1. 1. Aanleiding
Het voorliggende bestemmingsplan maakt de planologische weg vrij voor
de ontwikkeling van een hoogwaardig bedrijvenpark van circa 10 ha aan de
Nesciolaan te Haren. Het bedrijvenpark biedt ruimte aan hoogwaardige,
schone en duurzame bedrijvigheid die ‘regionaal stuwend en dienstverle-
nend’ van aard is. De ruimtelijke vormgeving van het bedrijvenpark is uniek:
door de deels verlaagde aanleg is de visuele bovengrondse aanblik die van
een natuurlijk heuvellandschap dat refereert aan de ligging in het oorspron-
kelijke stroomdallandschap van de Drentsche Aa. Het ‘dak’ van het bedrij-
venterrein is grotendeels openbaar toegankelijk als recreatief uitloopgebied
voor de nabijgelegen woongebieden.
Aansluitend aan het bedrijvenpark aan de Nesciolaan voorziet het be-
stemmingsplan in de aanleg van een transferium. Daarnaast maakt het be-
stemmingsplan een aanpassing van de wegenstructuur in het gebied mo-
gelijk ten behoeve van de ontsluiting van zowel het Nesciopark als het
transferium.

Al geruime tijd wordt onderkend dat de locatie van het te ontwikkelen be-
drijvenpark, in de open randzone tussen de bebouwing van het dorp Haren
en de A28 en aan de zuidelijk stadsrandzone van Groningen, een belang-
rijke rol kan spelen in de economische structuur van de regio. Reeds in
1990 is de basis gelegd voor de aanleg van het Nesciopark in een ge-
meentelijke visie op het regionaal economisch beleid en de daarin ge-
wenste rol van de Nesciolocatie. In het kader van de Regiovisie Groningen
- Assen 2030 is deze visie in 1999 ook door de andere overheden in de re-
gio bekrachtigd. In 2000 is de aanleg van het Nesciopark opgenomen in het
provinciale beleid c.q. het Provinciaal Omgevingsplan Groningen (POP).
Ook het voorontwerp van de recent verschenen Geactualiseerde Regiovi-
sie Groningen - Assen 2030 zet in op het realiseren van het hoogwaardige
bedrijvenpark aan de Nesciolaan.
Naast de ontwikkeling van het bedrijvenpark in combinatie met het transfe-
rium omvat het plangebied ook het bestaande bebouwde gebied ten zuiden
van het transferium tot aan de Emmalaan. In dit gebied is sprake van be-
staande woningen, het Postiljonmotel met de bijbehorende parkeervoorzie-
ningen en een benzinepomp. Het bestemmingsplan heeft ten aanzien van
dit deel van het plangebied een conserverend karakter. De precieze be-
grenzing van het plangebied is weergegeven in figuur 1.
1. 2. Huidige planologische regeling
Met het voorliggende bestemmingsplan worden de volgende bestem-
mingsplannen die nu voor het plangebied gelden (gedeeltelijk) herzien:
!"Bestemmingsplan Buitengebied gemeente Haren
Vastgesteld op 26-4-1990, goedgekeurd op 19-12-90;
!"Bestemmingsplan Maarwold I
Vastgesteld op 22-12-69, goedgekeurd op 14-07-1970;

Buro Vijn B.V.
blz 2 03-21-03

!"Plan in Hoofdzaak
Vastgesteld op 15-11-1956, goedgekeurd op 04-10-1957.

Daarnaast worden ook de op basis van artikel 19-WRO-procedures ver-
leende vrijstellingen in het plangebied opgevolgd door het onderhavige be-
stemmingsplan. De meest omvangrijke daarvan is de artikel 19-procedure
ten behoeve van de realisatie van de woonlocatie Koningin Emma aan de
Nesciolaan.




Figuur 1: De ligging van het plangebied
1. 3. Leeswijzer
Het bestemmingsplan wordt in de volgende hoofdstukken gemotiveerd en
toegelicht. In hoofdstuk 2 wordt het relevante beleidskader beschreven.
Naast rijks- en provinciaal beleid is daarbij het in regionaal verband gefor-
muleerde beleid van groot belang. In hoofdstuk 3 komen de uitgangspunten
en randvoorwaarden voor het bestemmingsplan aan de orde. Hoofdstuk 4
geeft de juridische vertaling van het plan in de voorschriften en de plan-
kaart. In hoofdstuk 5 tot slot wordt aandacht besteed aan de uitvoerbaar-
heid van het bestemmingsplan.
Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 3

2. BELEIDSKADER
Bij de gemeentelijke beleidsvorming ten aanzien van het Nesciopark moet
rekening worden gehouden met het beleid van de andere overheden. Zoals
gezegd is de ontwikkeling van het bedrijventerrein Nesciopark reeds vast-
gelegd in het regionale en provinciale beleid. Naast dit beleid is het beleid
van het rijk relevant. Ten aanzien van het aspect archeologie is tevens het
Europese beleid van belang.
Een belangrijke input voor het zowel het huidige rijks- als provinciale beleid
is het in regionaal verband geformuleerde beleid, zoals dat is vastgelegd in
de Regiovisie Groningen - Assen 2030. Deze visie wordt in het onder-
staande dan ook eerst besproken.
2. 1. Regiovisie Groningen - Assen 2030
De ambitie die aan de Regiovisie ten grondslag ligt, is om de kwaliteit van
het gebied in de regio Groningen - Assen optimaal te benutten en verder te
ontwikkelen zodat het zich in nationaal opzicht nog beter zal kunnen onder-
scheiden. Centrale gedachte hierbij is dat alleen gezamenlijk beleid de re-
gio optimaal tot ontwikkeling kan brengen. Daartoe hebben de twaalf ge-
meenten in de regio, samen met de betrokken provincies beleidsafspraken
gemaakt over de ontwikkeling van wonen, werken, recreatie, natuur en
landschap in het gebied, welke zijn vastgelegd in het convenant Regiovisie
Groningen - Assen 2030. De Regiovisie is in 1999 door de betrokken ge-
meenteraden en provinciale besturen vastgesteld. In het convenant is een
pakket van onderlinge inspanningsverplichtingen en intenties opgenomen
vanuit een gedeelde visie op de totale ontwikkeling van het gebied. In dit
kader heeft de gemeente Haren de inspanningsverplichting op zich geno-
men op haar grondgebied in totaal 20 ha hoogwaardig regionaal bedrij-
venterrein te realiseren. Dit teneinde binnen het te realiseren totale aanbod
aan bedrijventerreinen in de regio Groningen - Assen in de periode tot 2010
ruimte te bieden voor de categorie hoogwaardige, schone en duurzame
bedrijvigheid in een landschappelijke omgeving.
Naast het realiseren van 20 ha hoogwaardig bedrijventerrein is een belang-
rijke doelstelling van de Regiovisie het verbeteren van de verkeersstructuur
aan de zuidzijde van de stad Groningen teneinde een goede bereikbaar-
heid van de regio en de stad te waarborgen. In het kader hiervan wordt de
aanleg van een transferium met kantoor- en bedrijfsfuncties en publieks-
aantrekkende functies op de kruising van de spoorlijn Assen - Groningen
met de (ondertunnelde) zuidtangent genoemd. De aanleg van de zuidtan-
gent op korte termijn is inmiddels (politiek) niet haalbaar gebleken. De lo-
catiekeuze voor het transferium ligt daarmee open(er).
De inspanningsverplichting van Haren bestaat tot slot uit het bouwen van
circa 2400 woningen tot 2030, waarvan 1400 in de periode tot 2020.

Belangrijk uitgangspunt voor alle ontwikkelingen die voortvloeien uit de Re-
giovisie is het inpassen en benutten van de aantrekkelijke landschappelijke
kwaliteiten en natuurwaarden.


Buro Vijn B.V.
blz 4 03-21-03

- Actualisatie Regiovisie -
Inmiddels heeft een actualisatie van de Regiovisie plaatsgevonden in de
vorm van een Voorlopig Ontwerp van de Regiovisie Groningen - Assen
2030. Dit ontwerp zal de komende maanden door de betrokken gemeenten
en provincies bestuurlijk worden behandeld en vastgesteld.
De hoofdlijnen uit de Regiovisie van 1999 zijn in de geactualiseerde Regio-
visie blijven staan en op onderdelen aangescherpt. Nesciopark staat aan-
gegeven als een te realiseren hoogwaardig bedrijvenpark.
2. 2. Rijksbeleid
2.2.1. Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening
Het belangrijkste beleidskader vanuit het rijk vormt de Vijfde Nota Ruimte-
lijke Ordening (december 2001, kabinetsbesluit). De nota geeft het natio-
nale ruimtelijke rijksbeleid aan. De Vijfde Nota is als kabinetsstandpunt eind
2001 vastgesteld. Door de val van twee opeenvolgende kabinetten is de
nota tot nu toe niet door het parlement vastgesteld. In de zogeheten Stel-
lingnamebrief Nationaal Ruimtelijk Beleid heeft het eerste Kabinet Balke-
nende in de zomer van 2002 aangekondigd dat het beleid uit de Vijfde Nota
zal worden herzien. Begin 2004 zal dit herziene rijksbeleid verschijnen in
de vorm van de Nota Ruimte waarin - ten opzichte van de Vijfde Nota -
naar verwachting meer ruimte zal worden gegeven aan diverse ontwikke-
lingen in het landelijke gebied. Tot het verschijnen van het de Nota Ruimte
geldt de Vijfde Nota als toetsingskader voor ruimtelijke plannen van de la-
gere overheden.

- Contourenbeleid -
Centraal in de huidige Vijfde Nota staat het contourenbeleid. Teneinde
grenzen te stellen aan de verstedelijking en het landelijke gebied van ver-
dere verstening te vrijwaren is in de Vijfde Nota het instrument van de rode
contour geïntroduceerd. De rode contouren leggen de uitbreidingsruimte
voor de verstedelijking rond de bestaande kernen voor de komende 10 jaar
vast. Om de bestaande stedelijke gebieden optimaal te kunnen benutten
zijn in de Vijfde Nota zes nationale en elf regionale stedelijke netwerken
benoemt. De regio Groningen - Assen is, conform de intenties van de Re-
giovisie Groningen - Assen 2030, aangewezen als nationaal stedelijk net-
werk (figuur 2). Stedelijke netwerken bestaan uit een aantal goed met el-
kaar verbonden compacte grotere en kleinere steden, gescheiden door
niet-verstedelijkt gebied. Door samenwerking moeten de stedelijke netwer-
ken hun ruimtelijke kwaliteit bevorderen en een hoogwaardig sociaal, eco-
nomisch en cultureel vestigingsklimaat bieden. Elk stedelijk netwerk be-
schikt over een compleet scala van stads- en dorpsmilieus en voorzienin-
gen.
In de stedelijke netwerken daartoe dient te worden samengewerkt ten aan-
zien van onder meer de mobiliteit c.q. bereikbaarheid (per openbaar ver-
voer) en de vestigingsmogelijkheden voor bedrijven. Samenwerkende ge-
meenten ontwikkelen in overleg met provincies een samenhangend geheel
van afspraken over de lange-termijn-ontwikkeling van het stedelijk netwerk.
Met het vastleggen van de Regiovisie is voor het stedelijk netwerk Gronin-
gen - Assen aan deze voorwaarde voldaan.
Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 5



Figuur 2: Fragment Vijfde Nota, stedelijke netwerken

Binnen de stedelijke netwerken onderscheidt de Vijfde Nota zogeheten
‘bundelingsgebieden voor verstedelijking’. De gemeente Haren maakt deel
uit van het bundelingsgebied binnen het stedelijke netwerk Groningen - As-
sen. Binnen de bundelingsgebieden dienen de betrokken provincies, op
basis van reële verstedelingsopties en uiterlijk in 2004, zoekgebieden voor
de rode contouren aan te geven. Op basis hiervan doen de betrokken ge-
meenten uiteindelijk voorstellen voor de exacte ligging van de rode contou-
ren.

- Locatiebeleid -
Vanaf het begin van de jaren negentig voert het rijk (in de Vierde Nota
Ruimtelijke Ordening) beleid ten aanzien van de plek en de aard van de lo-
caties aangesloten op de milieu- en mobiliteitsdoelstellingen van het rijks-
milieubeleid zoals die zijn neergelegd in het Nationaal Milieubeleidsplan. In
dit zogeheten ‘locatiebeleid’ worden bedrijven en voorzieningen naar een
passende locatie verwezen (A-, B-, C-locaties), afhankelijk van hun bezoe-
kersintensiteit, hun werknemersintensiteit en hun zakelijke vervoersafhan-
kelijkheid. Bij dit locatiebeleid behoort ook parkeerbeleid.
De Vijfde Nota gaat uit van een nieuw en meer integraal locatiebeleid van-
uit een andere optiek ten aanzien van de beïnvloeding van de mobiliteit.
Buro Vijn B.V.
blz 6 03-21-03

De insteek is een gemeentelijke uitwerking van het beleid met oog voor
economische ontwikkelingsmogelijkheden en bereikbaarheid van alle
commerciële functies, en voor de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid.
Naast bedrijven, kantoren en voorzieningen worden nu ook winkels in dit
beleid opgenomen.

Intensief ruimtegebruik / infrastructuur
De Vijfde Nota zet in op intensief ruimtegebruik. In centra en aan de rand
van centra, binnensteden en stationlocaties, moeten gemeenten de kans
bieden om de ruimte intensief te benutten door hoog en diep te bouwen,
ondergronds te parkeren en de bereikbaarheid en de kwaliteit van de
openbare ruimte te verbeteren. Ruimte- en bezoekersintensieve functies
passen bij uitstek in deze goed ontsloten en bereikbare milieus.

Tot slot moeten op grond van de Vijfde Nota langs het hoofdwegennet vrij-
waringzones in acht worden genomen Gesproken wordt van zones van 50
tot 70 meter. Hiermee wordt beoogd ruimte vrij te houden voor het oplos-
sen van toekomstige knelpunten.

- Water -
Centraal in de Vijfde Nota staat het uitgangspunt dat water moet worden
gezien als ordenend principe. Dit betekent concreet dat de effecten van
nieuwe ontwikkelingen op de waterhuishouding inzichtelijk moeten worden
gemaakt. In bestemmingsplannen dient daarom een waterparagraaf te
worden opgenomen.
In het kader van het onderhavige bestemmingsplan is overleg gevoerd met
het betrokken waterschap Hunze en Aa ’s. In hoofdstuk 3 wordt op de re-
sultaten hiervan nader ingegaan.
2.2.2. Flora- en Faunawet
Voor het onderhavige bestemmingsplan is tevens de Flora- en Faunawet
relevant die zich richt op de bescherming van de Nederlandse flora en fau-
na.
In deze wet is bepaald dat beschermde dieren, die in de wet zijn of worden
aangewezen, niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden, planten
niet geplukt of verzameld mogen worden en dat het niet is toegestaan om
nesten, holen of andere voortplantingsplaatsen of vaste rust- en verblijf-
plaatsen van beschermde dieren te beschadigen, vernietigen of te versto-
ren.
De Flora- en Faunawet gaat uit van het ‘nee, tenzij’ beginsel. Dit betekent
dat onder strikte voorwaarden een ontheffing van de verbodsbepalingen
mogelijk is. Het rijk is bevoegd gezag voor het verlenen van deze onthef-
fing. Waar het gaat om kritische soorten is een ontheffing slechts mogelijk
indien de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soort niet
in het geding is en er sprake is van dwingende redenen van openbaar be-
lang. Hierbij gaat het om soorten die staan vermeld op Bijlage IV van de
Europese Habitatrichtlijn en een aantal Rode Lijstsoorten.

Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 7

Het gebied waar het Nesciopark ontwikkeld zal worden is op dit moment
nog een agrarisch gebied. Om de vraag te kunnen beantwoorden of voor
de ontwikkeling van Nesciopark een ontheffing op grond van de Flora- en
Faunawet nodig is en of deze in dat geval verkregen kan worden is onder-
zoek verricht naar de ecologische kwaliteiten van het gebied. Op de resul-
taten hiervan wordt in hoofdstuk 3 nader ingegaan.
2. 3. Provinciaal beleid
Het belangrijkste ruimtelijke beleidskader van de provincie en toetsingska-
der voor gemeentelijke bestemmingsplannen vormt het Provinciaal Omge-
vingsplan Groningen (POP). In het POP zijn de oorspronkelijke plannen
voor de fysieke leefomgeving (Streekplan, Milieubeleidsplan, Waterhuis-
houdingplan) samengevoegd. Het POP is in december 2000 vastgesteld
door Provinciale Staten. De afspraken die gemaakt zijn in het kader van de
Regiovisie zijn vertaald en opgenomen in het POP. Het POP schetst in
hoofdlijnen het perspectief c.q. het beleid voor de lange termijn (2030).
Daarnaast wordt per thema het beleid tot 2010 meer concreet aangegeven.
Voor het bedrijvenpark aan de Nesciolaan is met name het beleid aan-
gaande de thema’s bedrijvigheid, waterhuishouding en de bescherming van
natuur, landschap, cultuurhistorie en archeologie van belang.

- Bedrijvigheid -
Dit beleid is gericht op het samengaan van economie en omgeving: een
versterkte duurzame groei van economie en werkgelegenheid in combina-
tie met versterking van natuur, landschap en milieu. Vanuit zuinig en duur-
zaam ruimtegebruik dienen de bestaande bedrijventerreinen optimaal be-
nut te worden voordat nieuwe terreinen worden ontwikkeld.

De vestiging van stuwende bedrijvigheid die op (boven)regionale schaal
werken dient plaats te vinden in één van de economische kerngebieden in
de provincie, waaronder het gebied tussen Assen en Groningen.
In het POP is een globale prognose voor 2000-2010 opgenomen voor de
vraag naar bovenregionale bedrijventerreinen, uitgesplitst naar categorie.
Voor de categorie hoogwaardige bedrijvigheid (zoals biomedische bedrij-
ven en ICT-ondernemingen) bedraagt deze vraag 70-80 ha. In het POP zijn
deze hectares toebedeeld aan vijf bedrijventerreinen: Zernicke Science
Park en Kranenburg 1 en 2 (gemeente Groningen), een nieuw aan te leg-
gen bedrijventerrein aan de A7 (gemeente Winschoten) én een nieuw te
ontwikkelen bedrijvenpark aan de Nesciolaan in de gemeente Haren. Op
de functiekaart van het POP staat Nesciopark reeds aangegeven als toe-
komstig bedrijventerrein (figuur 3).

Naast ruimtelijke bundeling en het functionele onderscheid binnen de kern-
gebieden, is het POP gericht op het realiseren van duurzame bedrijventer-
reinen. Belangrijke aspecten die hierbij een rol (moeten) spelen zijn;

Ten aanzien van de locatiekeuze:
!"aanleg in of tegen een bestaande kern om aantasting van het landelijke
gebied te beperken;
Buro Vijn B.V.
blz 8 03-21-03

!"rekening houden met milieugebruiksruimte van bedrijven in relatie tot
de (woon)omgeving;
!"gebruik maken van infrastructurele knooppunten om het vervoernetwerk
optimaal te benutten;
!"bij aanleg/uitbreiding zo weinig mogelijk verstoring van watersystemen;



Figuur 3: Fragment functiekaart Provinciaal Omgevingsplan Groningen

Ten aanzien van het ontwerp:
!"inpassing in het landschap;
!"intensief gebruik van de ruimte;
!"nutsvoorzieningen met een hoog rendement;
!"multimodale ontsluiting (ook intern);
!"afhankelijk van het type locatie aandacht voor goede ontsluiting voor
auto, openbaar vervoer en fiets;
!"gezamenlijke bedrijfsvoorzieningen;
!"waterhuishouding die waterverontreiniging en verdroging tegengaat.


Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 9

Ten aanzien van de bedrijfsvoering:
!"uitwisseling van energie, grondstoffen en water;
!"gezamenlijk gebruik van utilities en bedrijfsfuncties;
!"collectief inzamelen en vervoeren van afvalstoffen;
!"combineren van het vervoer van goederen en van personen.

Voor wat betreft het aspect duurzaam waterbeheer streeft het POP in be-
bouwd gebied naar een zo natuurlijk mogelijke waterhuishouding. Duur-
zaam waterbeheer in bebouwd gebied vereist een goede samenwerking
tussen gemeente(n) en het waterschap. Om dit te bereiken stelt het POP
dat - indien een gemeente niet beschikt over een waterplan - in een vroeg-
tijdig stadium overleg moet worden gevoerd met het waterschap over de
hydrologische aspecten van nieuwe bouwlocaties.

- Bescherming van karakteristiek Groningen -
Ten aanzien van de bescherming van cultuurhistorische en archeologische
waarden, stelt het POP dat bij ontwikkelingen en ingrepen aandacht be-
steedt dient te worden aan de inpassing in het landschap en de stijl waarin
wordt gebouwd. Natuurlijke en cultuurhistorische kenmerken die het ka-
rakter van het landschap bepalen worden zoveel mogelijk gehandhaafd en
waar mogelijk hersteld en verder ontwikkeld. Hierbij kan het ook gaan om
archeologische waarden waarvan het verlies onherstelbaar is.
2. 4. Europees beleid
In de regel is het Europese beleid vertaald in het landelijke en provinciale
beleid. Op het gebied van archeologie en natuur is dit echter niet (hele-
maal) het geval.

Voor wat betreft de natuur gaan het dan om de bescherming van de aan-
gewezen Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Dit zijn gebieden die tezamen
een Europees netwerk van natuurgebieden vormen: Natura 2000. In de di-
recte omgeving van het Nesciopark is geen sprake van Vogel- of Habita-
trichtlijngebieden. De dichtstbijzijnde Vogelrichtlijngebieden liggen op en-
kele kilometers afstand van het plangebied (Leekstermeer en gebied
Drentse Aa). De voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied hebben
geen invloed op de waarden van deze natuurgebieden. Dit aspect van het
Europese beleid is dan ook niet relevant voor het onderhavige bestem-
mingsplan.

Wel van belang is het Europese beleid op het gebied van archeologie.
Concreet gaat het hierbij om de doorwerking van het Europese Verdrag
van Valletta. Dit verdrag dat in 1992 op Malta werd ondertekend door een
groot aantal EU-landen, waaronder Nederland, heeft tot doel het veiligstel-
len van het Europese erfgoed. Ter implementatie van dit verdrag is er op dit
moment een wetsvoorstel in voorbereiding tot wijziging van de Monumen-
tenwet 1988. De belangrijkste aspecten van dit voorstel zijn:
!"Provinciale Staten wijzen gebieden aan die (naar verwachting) archeo-
logisch waardevol zijn;
Buro Vijn B.V.
blz 10 03-21-03

!"een plan op grond van de Wet op de Ruimtelijke ordening (WRO) moet
zijn gebaseerd op toereikende archeologische informatie.

Inzicht in de aard van de (te verwachten) archeologische waarden in een
gebied wordt gegeven op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) van
Groningen en daarnaast de Indicatieve kaart van archeologische waarden
voor de gemeente Haren (IKAW). Beide kaarten zijn opgesteld door de
Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) en de provin-
cie. Deze kaarten bevatten dus niet alleen een overzicht van de bestaande
archeologische monumenten maar tevens van de (nog) niet beschermde
archeologische terreinen, alsmede verwachtingszones, met potentiële ar-
cheologische waarden.
In het plangebied bevinden zich geen bestaande archeologische monu-
menten. Wel blijkt uit de Indicatieve kaart van archeologische waarden dat
een klein deel van het gebied een middelhoge archeologische verwach-
tingswaarde kent (zie figuur 4). Om deze reden is in het kader van dit be-
stemmingsplan een oriënterend archeologisch onderzoek uitgevoerd. In
hoofdstuk 3 worden de resultaten van dit onderzoek besproken.



Figuur 4: Fragment Indicatieve kaart met archeologische waarden (IKAW)
Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 11

2. 5. Gemeentelijk beleid
- Ontwikkelingsvisie Bedrijventerrein Nesciopark (2001)-
In deze visie is een aantal planvarianten voor het Nesciopark gepresen-
teerd. In de visie wordt een prominente plaats ingenomen door de onder-
delen beeldkwaliteit en duurzaamheid. De visie kent vier stedebouwkun-
dige modellen voor het bedrijvenpark aan de Nesciolaan: De Eilanden, De
Vijver, De Groene Meubels en Het Hoge Veld.
In mei 2001 heeft de gemeenteraad gekozen voor het model Het Hoge
Veld. In dit model gaat het om een ‘bedrijfs’-verzamelgebouw onder een
langzaam glooiende rand in een opgelicht maaiveld/dak, waardoor het dak
park kan worden. De verdere uitwerking van het model heeft daarna
plaatsgevonden in de vorm van een maquette, een planboek en het rapport
‘Nesciopark Haren’ (april 2002) waarin is ingegaan op de nadere vormge-
ving, duurzaamheid, technische haalbaarheid en markteconomische haal-
baarheid. Deze uitwerkingen zijn op een voorlichtingsavond tevens aan
burgers en andere belanghebbenden gepresenteerd.

Het onderhavige bestemmingsplan is gebaseerd op het stedebouwkundig
model Het Hoge Veld (figuur 5) en de nadere uitwerkingen hiervan.



Figuur 5: Model Het Hoge Veld



- Structuurvisie Haren - West (2002) -
Zoals uit paragraaf 2.1 al bleek is vanuit de Regiovisie 2030 een aantal
ontwikkelingen gepland voor het gebied ten westen van het dorp Haren
(met name 20 ha aan bedrijvenpark, verkeersafwikkeling). Daarnaast
Buro Vijn B.V.
blz 12 03-21-03

is/was op lokale schaal sprake van een aantal mogelijke ontwikkelingen in
dit gebied (onder meer de vestiging van McDonalds en de bouw van het
appartementencomplex Koningin Emma). Alvorens deze ontwikkelingen
daadwerkelijk via een bestemmingsplan te realiseren is in de Structuurvisie
Haren - West de onderlinge samenhang tussen de ontwikkelingen in beeld
gebracht. Met de visie is beoogd middels de nieuwe ontwikkelingen te ko-
men tot de opwaardering van de entree van Haren en tegelijkertijd het ei-
gen dorpse karakter van Haren te behouden. De Structuurvisie heeft een
werkingsduur tot 2012.

De aanleg van het bedrijventerrein Nesciopark in het plangebied is in de
Structuurvisie een gegeven. De gronden ten zuiden van de Emmalaan
hebben in de Structuurvisie een groene invulling. Hier werd oorspronkelijk
nog gedacht aan een mogelijke invulling met een hoogwaardig bedrijven-
park van 10 ha (in het spraakgebruik genoemd Nesciopark 2). Ook het ge-
bied ten noorden van de Potgieterlaan heeft in de Structuurvisie een groe-
ne invulling. Oorspronkelijk bestonden voor dit gebied ideeën voor een in-
vulling met woningbouw.
Ten behoeve van de verkeersafwikkeling in het gebied Haren-West, kiest
de Structuurvisie voor het doortrekken van de Vondellaan in westelijke rich-
ting en daarna in zuidelijke richting met, ter plaatse van de huidige oprit
naar de A28, een aansluiting op de Emmalaan.

De Structuurvisie geeft aan dat een transferium in het gebied Haren-West
ertoe zou kunnen bijdragen dat het centrum van Haren minder verkeer
hoeft te verwerken en daardoor leefbaarder wordt. Daarnaast zou een
transferium als ‘natuurtransferium’ kunnen fungeren voor het Paterswold-
semeergebied (overstap auto-fiets-voet-boot) en ook dienen om de entree
en uitstraling van Haren te verbeteren. Het definitief realiseren van een
transferium in vorm en omvang laat de Structuurvisie afhangen van het
succes van een tijdelijk transferium. Een exacte plaats voor het transferium
wordt niet gegeven. Wel geldt als randvoorwaarde dat deze locatie zo dicht
mogelijk bij de bestemming (werk/winkels) ligt en goed en filevrij bereikbaar
is.
Ten behoeve van de langzame verkeersverbinding tussen Haren-dorp en
het Paterwoldsemeergebied, stelt de Structuurvisie voor een fiets-
/voetgangerstunnel aan te leggen onder het viaduct van de A28.

- Landschapsontwikkelingsplan (LOP, 2003) -
De directe aanleiding voor het maken van het LOP is de bouwopgave van
2400 extra woningen die vanuit de Regiovisie voor Haren geldt. Ambitie
van het LOP is om de nieuwe woningbouw, samen met de andere ontwik-
kelingen op het gebied van natuur, recreatie, werken en infrastructuur die
de komende jaren in de gemeente plaats zullen vinden, te gebruiken om de
kwaliteit van het landschap per saldo te verbeteren.
Het LOP zal in 2004 nader worden uitgewerkt en dient daarnaast als on-
derlegger voor een nieuw gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan, een
gemeentelijk Waterplan en een nieuw bestemmingsplan voor het buitenge-
bied.

Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 13

- Actualiseringsproject bestemmingsplannen Haren -
In de gemeente Haren wordt momenteel gewerkt aan het actualiseren van
de vigerende bestemmingsplannen die veelal verouderd zijn en onderling
verschillende regelingen bevatten. Dit laatste maakt een consequente toet-
sing van bouwplannen vaak lastig. De verouderde plannen sluiten boven-
dien niet meer aan op de feitelijke situatie en op het huidige beleid. Hier-
door zijn nieuwe, gewenste ontwikkelingen vaak moeilijk inpasbaar en
moeten langdurige vrijstellingsprocedures op grond van artikel 19 WRO
gevolgd worden.

Voor het dorp Haren zijn in het kader van het actualiseringsproject circa 45
bestemmingsplannen vervangen door 3 nieuwe bestemmingsplannen (Ha-
ren-Midden, Haren-Oosterhaar en Haren-dorp West). De drie nieuwe plan-
nen bevatten actuele en handhaafbare regels ten aanzien van de in deze
gebieden aanwezige functies zoals wonen, bedrijvigheid, maatschappelijke
functies en groen. De bestemmingsplannen zijn in hoofdzaak conserverend
in dié zin dat ze erop gericht zijn de huidige ruimtelijke en functionele ken-
merken zoveel mogelijk te behouden.

Voor het bestaande woongebied aan de Meerweg ten westen van de Nes-
ciolaan geldt op dit moment - net als voor het Postiljonmotel en de naast-
liggende benzinepomp - een verouderd bestemmingsplan uit 1969. Voor de
nieuwe woonlocatie Koningin Emma is recentelijk een artikel 19 WRO-pro-
cedure gevoerd. Het bestaande bebouwde gebied binnen het plangebied is
niet meegenomen in het aangrenzende nieuwe bestemmingsplan Haren-
dorp West omdat bij de start van dit plan (circa twee jaar geleden) nog on-
duidelijkheid bestond over mogelijke nieuwe ontwikkelingen die in dit ge-
bied zouden kunnen gaan plaatsvinden. In het kader van de Structuurvisie
Haren-West is hieromtrent meer duidelijk geschapen. Daarom is het nu
mogelijk ook voor dit gebied een actueel bestemmingsplan op te stellen.
Teneinde het totaal aantal nieuwe bestemmingsplannen in de gemeente zo
klein mogelijk te houden, is het gebied ondergebracht in het onderhavige
bestemmingsplan.

- Welstandsnota Haren -
In de gewijzigde Woningwet 2003 is een structureel andere opzet gegeven
aan het welstandstoezicht. Op grond van de herziene wet dienen gemeen-
telijke welstandscriteria voortaan te worden vastgelegd in een door de ge-
meenteraad vastgestelde welstandsnota. De welstandsnota is in september
2003 door de gemeenteraad vastgesteld. De nota bevat (gebiedsgerichte)
welstandscriteria voor het bestaande bebouwde gebied in de gemeente.
De Meerweg met de aan weerszijden gelegen woningen zijn in de wel-
standsnota ondergebracht in het deelgebied ‘Oude wegen in Haren zonder
planmatige aanleg’.

Het welstandsbeleid voor deze gebieden richt zich op het behoud van het
ruimtelijke karakter en de variatie in de bebouwing. Het Postiljonmotel en
de benzinepomp vallen in het deelgebied ‘Bedrijventerreinen’. Hier geldt
een soepeler beleid in dié zin dat gebouwen vrij veranderbaar zijn behalve
Buro Vijn B.V.
blz 14 03-21-03

wanneer sprake is van een zichtlocatie. Speciale aandacht moet besteedt
worden aan de inpassing van reclames.
Voor grootschalige nieuwe ontwikkelingsprojecten bevat de welstandsnota
geen criteria. Dergelijke criteria kunnen immers niet worden opgesteld zon-
der dat hier een concreet stedebouwkundig plan aan ten grondslag ligt.
Voor dergelijke projecten geldt dat de welstandsnota moet worden aange-
vuld met nieuwe criteria voor het betreffende gebied. Concreet betekent dit
dat gelijk met de vaststellingsprocedure van het onderhavige bestem-
mingsplan ook de Welstandsnota Haren zal worden aangevuld met nieuwe
welstandscriteria voor het bedrijvenpark Nesciolaan en het transferium.

Plan van Aanpak Duurzaam Veilig Gemeente Haren
Het gemeentelijk beleid ten aanzien van het verkeer en de verkeersveilig-
heid, is neergelegd in het Plan van Aanpak Duurzaam Veilig (1999). Voor
het bestemmingsplan is dit plan met name van belang vanwege aanpas-
sing van de infrastructuur rond het bedrijvenpark en - hieruit voortvloeiend -
de wegencategorisering van de Nesciolaan.
De bestaande Vondellaan wordt in het kader van de aanleg van Nesciopark
in westelijke richting doorgetrokken naar de A28 met een zuidelijke aftak-
king op de Emmalaan. Op deze wijze wordt het verkeer voor Haren-noord
via de Vondellaan, en het verkeer naar Haren-zuid via de Emmalaan gere-
guleerd.
Voor de Nesciolaan geldt dat - vanaf het moment dat de nieuwe ontslui-
tingsroute naar het bedrijvenpark aan de Nesciolaan is gerealiseerd - de
weg uitsluitend nog een verblijfsfunctie heeft en de geluidzone van de weg
(die gedeeltelijk binnen het plangebied ligt) vervalt.

Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 15

3. UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN
De locatie Nesciolaan is bij uitstek geschikt voor het realiseren van een
hoogwaardig bedrijvenpark in combinatie met een transferium. In Noord-
Nederland bestaat nog steeds een vraag naar kwalitatief hoogwaardige
bedrijventerreinen die zich qua schaal en representativiteit onderscheiden
van de ‘doorsnee’ hoogwaardige bedrijventerreinen. De locatie Nesciolaan
biedt deze kwaliteit. De locatie is kleinschalig en gesitueerd in een kwalita-
tief hoogwaardige landschappelijke omgeving, ideaal ontsloten op de be-
langrijkste verkeersader van Noord-Nederland en sluit aan bij de sterke be-
langstelling van bedrijven voor de zuidzijde van de stad Groningen.

Bovenstaande rechtvaardigt het stellen van hoge (planologische) eisen aan
zowel de stedebouwkundige inrichting van het gebied als het type bedrij-
vigheid op het bedrijvenpark. Met het onderhavige bestemmingsplan wordt
een passende planologische regeling gegeven ten behoeve van de ontwik-
keling van het bedrijvenpark en het transferium. Voor deze regeling zijn uit-
gangspunten geformuleerd en geldt een aantal randvoorwaarden vanuit de
bestaande omgeving. Deze worden hieronder besproken.
Voor het bestaande bebouwde gebied geldt een conserverende planologi-
sche regeling. Ook hiervoor geldt een aantal uitgangspunten en randvoor-
waarden.

Het bestemmingsplan is slechts één van de instrumenten om te komen tot
de ontwikkeling van het exclusieve bedrijvenpark en het transferium. An-
dere instrumenten die hiertoe gebruikt worden zijn onder meer samenwer-
kingsverbanden tussen bedrijfsleven en overheid (parkmanagement) en het
sluiten van een overeenkomst met de betrokken projectontwikkelaar over
de diverse kwaliteitseisen.
3. 1. Profiel Nesciopark
De doelgroep van bedrijven voor het Nesciopark is te omschrijven als ‘regi-
onaal stuwend dienstverlenend’ van aard. Concreet moet hierbij moet wor-
den gedacht aan:
!"higtech productiebedrijven;
!"onderzoek en ontwikkelingsbedrijven (R&D);
!"biotechnologische bedrijven;
!"ICT-bedrijven;
!"(technische) business-to-business dienstverlening.

Het bedrijvenpark is bestemd voor bedrijven tot en met milieucategorie 2
volgens de Basiszoneringslijst van de VNG. Dit zijn bedrijven met een niet
milieubelastend karakter. Voor het onderhavige bestemmingsplan is een
specifieke bedrijvenlijst geformuleerd van bedrijven uit categorie 1 en 2 die
passen in het bovenstaande profiel.

Het oostelijk deel van het bedrijvenpark bestaat uit een woon- / werklocatie.
Buro Vijn B.V.
blz 16 03-21-03

Hier zijn mogelijkheden voor het combineren van de bedrijfsfunctie met de
woonfunctie. Het profiel voor dit gedeelte van het bedrijvenpark is in prin-
cipe hetzelfde als voor het westelijk deel van het bedrijvenpark.

Qua schaal bestaat de doelgroep voor het Nesciopark uit kleine tot middel-
grote bedrijven met een ruimtebehoefte liggend tussen de 250 m² en 3000
m². In totaal kan circa 43.000 m² aan bruto vloeroppervlak bedrijfsruimte
(bvo) worden gerealiseerd. Het grootste deel hiervan - circa 35.000 m² -
wordt gerealiseerd in het westelijke deel van Nesciopark, de resterende
8000 m² in het woon- / werkgebied in het oostelijke deel van Nesciopark.
3. 2. Stedebouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit
3.2.1. Algemeen
Ten behoeve van de beeldkwaliteit van het Nesciopark en het transferium
is een Beeldkwaliteitsplan gemaakt dat is opgenomen in bijlage 1 van deze
plantoelichting. Dit Beeldkwaliteitsplan zal tevens worden opgenomen in de
gemeentelijke welstandsnota.
3.2.2. Bedrijvenpark
De huidige ruimte in het plangebied wordt gevormd door een ‘buffer’, een
overgangsgebied tussen de A28 en het dorp Haren. Uitgangspunt is een
ruimtelijk ontwerp dat sterk geïntegreerd is in dit bestaande landschap. Een
ontwerp dat niet in traditionele zin het landschap consumeert, maar het be-
staande beeld verrassend en origineel omvormt. Dit komt in het westelijke
deel van Nesciopark tot uitdrukking in een waterrijk systeem met tussenlig-
gende schollen van grasland die als grasdaken op de gebouwen uit het
aangrenzende weidelandschap lijken te worden opgetild. Gezien vanuit de
omgeving en vanaf het terrein zelf levert het ontwerp op deze wijze een
beeld op van veel water en lage groene heuvels die worden ingesneden
door infrastructuur en de wanden van bedrijfsgebouwen. In het oostelijk
deel van Nesciopark wordt dit beeld gecompleteerd door een (bestaande)
bomenlaan en erfbeplantingen van de aangrenzende bouwpercelen.
Het eiland tussen het westelijk en oostelijk deel van het Nesciopark kan
samen met de laan worden gezien als een modern borgterrein dat het
scharnier vormt tussen het droge en het natte landschap.

Een deel van het Nesciopark zal worden ontwikkeld op basis van een grote
bak of kelder die tot op een diepte van één tot twee bouwlagen onder het
bestaande maaiveld wordt aangelegd. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid
om een deel van de kantoor- en bedrijfsbebouwing verlaagd te realiseren.
Op het onderste niveau moeten de verschillende gebouwdelen zódanig met
het bovengrondse in contact staan dat er een geïntegreerd en gelijkwaardig
geheel ontstaat. Dit is in het belang van de daglichttoetreding en moet lei-
den tot een diversiteit aan functies die anders te gemakkelijk een tweede-
rangs rol toebedeeld zouden krijgen. Ook op het onderste niveau ontstaat
een landschap met ontsluitingsstraten, fraai vorm gegeven parkeer-“poc-
kets”, waterlopen, groen en zelfs een enkele boom.
Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 17

Deze gelijkwaardigheid op verschillende niveau’s doet plaatselijk het maai-
veld vervagen tot iets kunstmatigs. In algemene zin zal het onduidelijk zijn
waar het maaiveld nog natuurlijk is en waar het is gemanipuleerd.

Dakvlakken die een gebouwdeel zichtbaar maken, zijn aan één zijde altijd
verbonden met het oude of het nieuwe maaiveld. Deze omhoogschietende
“flappen” kunnen beschouwd worden als het resultaat van een ingreep er-
gens anders. Het principe “als je hier drukt komt het ergens anders om-
hoog” krijgt betekenis als op een andere plek het maaiveld zakt om licht en
lucht te verschaffen aan gebouwdelen ondergronds. Dit is een belangrijk
uitgangspunt bij het (verdere) planvormingsproces. Het hoogste punt van
de bebouwing bovengronds bevindt zich op circa 7 meter, ofwel twee
bouwlagen, boven het huidige maaiveld. Een beperkte incidentele verho-
ging is mogelijk tot drie bouwlagen boven het huidige maaiveld.

Van belang is ook het uitgangspunt dat zichtbare grenzen en overgangen
tussen materiaalgebruik, juridisch vastgelegde eigendommen en ruimtelijke
verschijningsvorm - waar mogelijk - niet samenvallen. Het eventueel sa-
menvallen van deze lijnen zou de verschillende ruimtelijke eenheden ac-
centueren terwijl het juist de bedoeling is dat er een wisselwerking ontstaat
tussen gebouw en landschap, zodanig dat sprake is van: het gebouw=het
landschap=het gebouw. In het Beeldkwaliteitsplan dat is opgenomen in bij-
lage 1 van deze plantoelichting zijn hiertoe illustratiebeelden opgenomen.

In het oostelijk deel van Nesciopark bestaan mogelijkheden voor het com-
bineren van wonen en werken. Hier zal de bebouwing bestaan uit twee à
drie bouwlagen ten behoeve van een woon- én bedrijfsfunctie. Ook in dit
deel van het bedrijvenpark bestaat de mogelijkheid tot ondergronds bou-
wen van één bouwlaag.
In totaal zal ruimte bestaan voor de vestiging van maximaal 10 bedrijven.
Realisatie dient plaats te vinden binnen het voor het bedrijvenpark gel-
dende Beeldkwaliteitsplan. Dit betekent dat ook bij deze bebouwing er min-
stens één zijde van het dakvlak vloeiend moet overgaan in het maaiveld.
3.2.3. Transferium
In combinatie met het Nesciopark zal een transferium worden ontwikkeld
dat gedeeltelijk ten dienste zal staan van het bedrijvenpark.
In eerste instantie zal het transferium bestaan uit een parkeerplein met een
capaciteit van 500 parkeerplaatsen. Uitgangspunt is dat sprake is van een
visueel aantrekklijke parkeermogelijkheid met een beeldkwaliteit die
onlosmakelijk deel is van c.q. aansluit bij het concept voor het Nesciopark.
In de toekomst bestaat de mogelijkheid dat het parkeerplein wordt
opgehoogd met maximaal 4 bouwlagen, waarvan de 3e en 4e bouwlaag
nadrukkelijk kleiner in omvang zijn dan de onderste 2 bouwlagen. De extra
bouwlagen zullen worden benut voor parkeren (uitbreiding aantal
parkeerplaatsen naar 1000), een verdere vergroting van het aantal m²
bedrijfs- en kantoorvloeroppervlak én - tegenover het wooncentrum De
Zonnehof - voor wonen in de vorm van een aantal (senioren)woningen.
Deze woningen zullen georiënteerd zijn op de Nesciolaan en - in ruimtelijke
Buro Vijn B.V.
blz 18 03-21-03

zin - reageren op De Zonnehof. De toekomstige bebouwing op het
transferium zal een kleiner gebied beslaan dan de oppervlakte die voor
weideparkeren is aangewezen.
Het verhoogde transferium kan gesitueerd worden aan een waterpartij die
in verbinding staat met de bestaande vijvers in de naastgelegen
Molenbuurtwijk. Naar de haalbaarheid hiervan zal nog onderzoek worden
gedaan.
Ook bij de uiteindelijke realisering zal het transferium zijn kenmerken
ontlenen aan het Nesciopark. De landschappelijke component vertaalt zich
in hellende dakvlakken en een bouwdeel dat over de verlengde Vondellaan
heen contact maakt met het bedrijvenpark. De plek van het transferium
maakt het echter mogelijk dat het gebouw een belangrijker deel van het
beeld is dan bij het bedrijvenpark.
3. 3. Duurzaam bouwen
Een belangrijk uitgangspunt bij de planontwikkeling is het aspect ‘duurzaam
bouwen’. De duurzaamheidsaspecten kunnen worden onderverdeeld tus-
sen enerzijds zaken met betrekking tot het ruimtelijk en technisch ontwerp
plus de uitvoering en anderzijds op aspecten met betrekking tot de bouw-
wijze van gebouwen zelf. Wat betreft de bouwwijze wordt uitgegaan van
een minimum pakket aan milieu-eisen, gebaseerd op de thema’s Energie,
Bouwmaterialen, water en afval uit het Nationaal Pakket Duurzaam Bou-
wen.

Voor wat betreft de duurzaamheidaspecten van het technische en ruimte-
lijke ontwerp gelden de volgende uitgangspunten:
!" Intensief ruimtegebruik:
- verdicht en verdiept bouwen;
- het dak als landschap inrichten en een functie geven als uit-
loopgebied voor de naastgelegen woonwijk;
- intensief/dubbel gebruik van ruimten bijvoorbeeld gezamen-
lijke kantine en vergaderruimtes;
- collectieve voorzieningen op het terrein van bevoorrading en
opslag van goederen en het parkeren van auto’s.
!" Nutsvoorzieningen en hoog rendement
- een gescheiden rioleringssysteem;
- het integreren van de opvang van regenwater, zowel tech-
nisch als esthetisch in de architectuur;
- het hergebruik van water in het grijswatercircuit;
- water als ontwerpelement op alle lagen in het plan;
- een doorverbinding van het water richting Groningen;
- opslag van goederen en het parkeren van auto’s.
!" Energie
- toepassing van warmte-kracht-koppeling, aardwarmte door
middel van waterpompen of aquifer, biogasinstallatie en de
brandstofcel (warmte en elektriciteit uit waterstof);
- toepassing zonne-energie of windenergie;
- Zelfvoorzienend op het gebied van warmte en
energievoorziening;
Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 19

- stellen van eisen aan de energieprestatie van de bedrijfs-
huisvesting.
3. 4. Infrastructuur
3.4.1. Aanpassingen in de infrastructuur
Tegelijk met de ontwikkeling Nesciopark en het transferium zal de ver-
keersstructuur in het plangebied worden gewijzigd. In het Plan van Aanpak
Duurzaam Veilig is deze aanpassing reeds vastgelegd. De bestaande Von-
dellaan zal in westelijke richting worden doorgetrokken naar de A28. Bij het
Nesciopark sluit de Vondellaan aan op een nieuwe rotonde met een zuide-
lijke aftakking op de Emmalaan en, in noordelijke richting, een oprit naar de
A28.
Vanaf de verlengde Vondellaan kunnen zowel het bedrijvenpark als het
transferium optimaal worden ontsloten. Voor de kop van het transferium zal
een halteplaats en een overstappunt worden gerealiseerd voor het open-
baar busvervoer van en naar Groningen. In het verlengde van de Vondel-
laan zal een nieuwe fiets/voettunnel onder de A28 aansluiting geven op het
gebied ten westen van de Rijksweg.

Het oostelijk deel van het bedrijvenpark c.q. het woon- / werkgebied zal
worden ontsloten middels een gescheiden ontsluitingssysteem: het woon-
verkeer via de bestaande woonwijk Molenbuurt en het werkverkeer via het
(westelijke) bedrijvenpark. Voor de ontsluiting ten behoeve van het woon-
verkeer zal de Multatulilaan worden doorgetrokken naar het bedrijvenpark.
Door het gescheiden ontsluitingssysteem zal het aantal nieuwe verkeers-
bewegingen door de Molenbuurt beperkt blijven.
3.4.2. Wegverkeerslawaai
Het plangebied ligt geheel in de geluid- c.q. aandachtszone met betrekking
tot het wegverkeerslawaai van de A28. Ten aanzien van dit aspect is de
Wet geluidhinder bepalend. Deze wet heeft als belangrijkste doel het be-
strijden en voorkomen van geluidhinder.
Uitgangspunt van het bestemmingsplan is dat met de Wet geluidhinder
strijdige situaties moeten worden voorkomen. Concreet betekent dit dat bij
ontwikkelingen in de vorm van geluidsgevoelige functies zoals wonen de
geluidsbelasting niet hoger mag zijn dan de daarvoor geldende voorkeurs-
grenswaarde of een verkregen hogere waarde.

Binnen de geluidszone van de A28 zijn op middellange termijn een aantal
nieuwe (senioren)woningen gepland in het transferium. Voordat deze wo-
ningen gerealiseerd worden zal een akoestisch onderzoek plaatsvinden.
Omdat het nu nog niet zeker is of deze woningen ook daadwerkelijk gerea-
liseerd zullen worden is het doen van een dergelijk onderzoek op dit mo-
ment niet aan de orde.
Buro Vijn B.V.
blz 20 03-21-03

3. 5. Gebiedsgerichte toetsen
3.5.1. Watertoets
Watersysteem plangebied
Het plangebied maakt deel uit van een poldergebied dat zich uitstrekt langs
de hoger gelegen Hondsrug waarop de bebouwing in Haren in hoofdzaak
ligt. De waterpartijen in de aangrenzende Molenbuurt zorgen samen met de
poldersloten in het plangebied voor de afwatering. Het waterpeil ligt in deze
watergangen op circa 0,20 meter -NAP. Het overtollige water wordt vanaf
deze watergangen via het pompstation achter de woonlocatie Koningin
Emma aan de Nesciolaan op het Noord-Willemskanaal geloosd. Het water-
peil in het Noord-Willemskanaal ligt gemiddeld op circa 0,50 meter +NAP.
Dit geldt ook voor de Joriswijk die direct ten noorden van het plangebied
loopt en die een belangrijke functie heeft in de afwatering van het gebied
ten noorden van Nesciopark. Het verschil in waterpeil tussen de afwate-
ringsloten in het plangebied en het Noord-Willemskanaal/Schipsloot be-
draagt daarmee circa 0,70 meter. Dit kan oplopen tot ruim 1,5 meter bij (ex-
treem) hoge waterpeilen in het Noord-Willemskanaal.
Het overtollige (regen)water vanaf de A28 wordt in een parallel aan de
Rijksweg liggende bermsloot opgevangen.

Voor het grondgebied van Haren heeft het waterschap Hunze en Aa’s een
waterkansenkaart gemaakt waarop de watergerelateerde kansen voor di-
verse (nieuwe) verschillende functies in beeld zijn gebracht (figuur 6). Het
plangebied staat op de waterkansenkaart grotendeels aangegeven als ‘ge-
schikt, mits’. Deze aanduiding komt voort uit de relatief lage ligging (ten op-
zichte van de Hondsrug) en hoge grondwaterstand in het plangebied die op
een aantal plaatsen tot uiting komt in (veel) kwelwater. Concreet betekent
dit dat in het plangebied gebouwd kan worden mits maatregelen worden
genomen die een adequate afwatering garanderen.

Uitgangspunt van het bestemmingsplan is dat als gevolg van de voorge-
nomen ontwikkelingen de bestaande afvoernormen niet mogen worden
overschreden. De aanleg van het bedrijvenpark zal zorgen voor een ver-
groting van de hoeveelheid af te voeren grond- en oppervlaktewater. Dit
water zal in eerste instantie worden opgevangen in de waterpartijen van het
bedrijvenpark zelf.

Ten behoeve van de watertoets is onderzoek verricht naar de effecten van
het bestemmingsplan op de grondwaterstand in het gebied en de beno-
digde bergingscapaciteit. In bijlage 2 zijn de resultaten van dit onderzoek
opgenomen. Hieruit blijkt dat in het plangebied een aantal aanvullende hy-
drologische maatregelen nodig zijn ten einde de uitgangspunten van het
bestemmingsplan op dit punt te kunnen realiseren.

Uit nader bodemonderzoek is gebleken dat de samenstelling van de bodem
in de zuidpunt van Nesciopark dusdanig is dat de aanleg van een verdiepte
bak met het oog op de te verwachten wateroverlast en de te maken kosten,
in dit deel van het bedrijventerrein niet wenselijk is.
Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 21

In het kader van het op korte termijn op te stellen gemeentelijke Waterplan
zal tevens worden onderzocht of het plangebied kan worden opgenomen in
een doorverbinding van water vanaf de Drentse Aa in de richting van Gro-
ningen.



Figuur 6: Fragment Waterkansenkaart Haren (standaard wijk)
3.5.2. Ecologische toets
De gevolgen van de Flora- en Faunawet voor het bestemmingsplan zijn in
beeld gebracht in een ecologisch onderzoek dat in het plangebied heeft
plaatsgevonden. In bijlage 3 bij deze plantoelichting wordt meer specifiek
op de ecologische aspecten ingegaan. Daaruit komt naar voren dat in het
plangebied geen zeldzame en/of bedreigde soorten voorkomen. De voorko-
mende soorten zijn grotendeels algemeen tot zeer algemeen in Nederland.
Wel komen een aantal soorten die bescherming genieten op grond van de
Flora- en Faunwet. Hierbij gaat het onder meer om amfibieën (Grote groe-
ne kikker en Bruine kikker), om vleermuizen, om reeën en om de Zwa-
nebloem. Voor de uitvoering van het bestemmingsplan zal dan ook een
Buro Vijn B.V.
blz 22 03-21-03

ontheffing in het kader van de Flora- en Faunawet moeten worden ge-
vraagd.
In alle redelijkheid kan echter verwacht worden dat deze ontheffing verkre-
gen wordt. Het bestemmingsplan moet dan ook op dit punt uitvoerbaar
worden geacht.
3.5.3. Archeologische toets
Ook de archeologische (verwachtings)waarden in het plangebied zijn on-
derzocht. In bijlage 4 van de plantoelichting wordt verslag gedaan van de
resultaten van dit onderzoek. Uit het onderzoek zijn geen concrete aanwij-
zingen naar voren gekomen die duiden op de aanwezigheid van archeolo-
gische grondsporen. Wel stelt het onderzoek dat aan de zuidrand van
Nesciopark mogelijk nog archeologische sporen kunnen voorkomen. Bij de
uitvoering van het bestemmingsplan zal hiermee zoveel mogelijk rekening
worden gehouden.
Ook op dit punt moet het bestemmingsplan dus uitvoerbaar worden geacht.
3.5.4. Bodem
De ondergrond van het plangebied wordt hoofdzakelijk gevormd door een
in dikte variërend veenpakket met daaronder een kleilaag die op sommige
plaatsen ondoorlatend is. Alleen in het oostelijke deel van Nesciopark is
sprake van een zandondergrond.
Het uitsluitend agrarische gebruik van het te ontwikkelen gebied (Nescio-
park en transferium) in het verleden, maakt de aanwezigheid van bodem-
vervuiling niet waarschijnlijk.
3. 6. Bestaande bebouwde gebied
Ten aanzien van het bestaande bebouwde gebied ten zuiden van Nescio-
park en het transferium geldt een aantal ruimtelijke en functionele uit-
gangspunten, gericht op het behoud van de huidige ruimtelijke en functio-
nele structuur en waar mogelijk versterking van de kwaliteit van de bebou-
wing.

De bescherming van de ruimtelijke structuur is met name geregeld via de
bouwvlakken op de plankaart, in combinatie met de bebouwingsbepalingen
in de voorschriften en de beleidsuitgangspunten in de Beschrijving in
Hoofdlijnen. Daarnaast speelt de welstandsnota een belangrijke rol.
Behoud en versterking van de kwaliteit van de bebouwing dient hoofdzake-
lijk plaats te vinden door de eigenaren van de betreffende panden. Het be-
stemmingsplan biedt voor dit aspect niet de middelen, maar wel de ruimte.

Voor wat betreft de bescherming van de functionele structuur is met name
het behoud van de woonfunctie aan de Meerweg een belangrijk uitgangs-
punt.
Van belang zijn daarbij niet alleen de woningen, maar ook de mogelijkhe-
den ten aanzien van het bouwen van bijgebouwen. De afgelopen jaren is
gebleken dat de wensen van de burgers ten aanzien van bijgebouwen zijn
Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 23

veranderd. In de praktijk heeft dit geleid tot extra planologische procedures
en/of noodzakelijke aanpassingen van bouwplannen.
Om dit in de toekomst te voorkomen, is besloten de (algemene) bijgebou-
wenregeling op een aantal punten te wijzigen. Meer flexibiliteit voor het
bouwen kan enerzijds gegeven worden ten aanzien van de maatvoering en
anderzijds ten aanzien van de situering van de bijgebouwen. De maximum
oppervlakte blijft ongewijzigd (70 m²), maar voor wat betreft de hoogte en
dakhelling is meer flexibiliteit ingebouwd. De minimaal aan te houden af-
stand tot de voorgevel is teruggebracht van 5 naar 4 meter.

Bij nieuwe bouwaanvragen moet in het vervolg strikt worden vastgehouden
aan het uitgangspunt dat in principe dat wat bij recht is toegestaan bepa-
lend is voor de bouwmogelijkheden. Alleen in specifieke gevallen kan ge-
bruik worden gemaakt van de in het bestemmingsplan opgenomen vrijstel-
lingsbepalingen. Met ander woorden: hetgeen bij vrijstelling kan worden
toegestaan, moet niet als een recht worden gezien. De vrijstellingsmoge-
lijkheden geven de uiterste grenzen aan van hetgeen in specifieke en spe-
ciale gevallen ruimtelijk aanvaardbaar dan wel wenselijk wordt geacht.
Ook ten aanzien van de overige voorkomende functies, te weten het Pos-
tiljonmotel en het benzinestation aan de Emmalaan, is het bestemmings-
plan gericht op behoud.
Buro Vijn B.V.
blz 24 03-21-03

4. PLANBESCHRIJVING
4. 1. Algemeen
In de voorgaande hoofdstukken zijn de in het plangebied voorkomende en
voorgenomen functies en de uitgangspunten en randvoorwaarden ten aan-
zien daarvan aan de orde geweest. Dit beleid krijgt zijn juridische vertaling
in bestemmingen. Deze regelen de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden
binnen het plangebied. Het bestemmingsplan geeft dus aan voor welke
doeleinden de gronden zijn bestemd. De voorschriften kunnen in dit ver-
band worden aangemerkt als:
!"een beschrijvend deel (Beschrijving in Hoofdlijnen); deze geeft in hoofd-
zaak de kwalitatieve bepalingen weer: welk beleid wil de gemeente voe-
ren, en hoe wil ze dit verwezenlijken?
!"een regelend deel (voorschriften): dit gedeelte geeft de meer kwantita-
tieve bepalingen weer, zoals grondgebruik, maatvoering en situering
van bebouwing. Burgemeester en Wethouders kunnen hierbij sturend
optreden door onder andere het stellen van nadere eisen, het verlenen
van vrijstellingen of aanlegvergunningen of het wijzigen in een andere
bestemming.

Met het opnemen van een Beschrijving in Hoofdlijnen wordt de wens geuit
om sturend op te treden ten aanzien van de inrichting van het plangebied.
Deze sturing werkt verschillend uit al naar gelang het instructienormen, dan
wel toetsingscriteria betreft. De eerste beogen met name inzicht te bieden
in het beleid van de gemeente ten aanzien van de realisering van het plan.
Ze hebben vooral de betekenis van een inspanningsverplichting en kunnen
niet rechtstreeks worden afgedwongen. Wél kan de burger de gemeente
hierop aanspreken. Voor het onderhavige bestemmingsplan bevatten de
Beschrijving in Hoofdlijnen en het Beeldkwaliteitsplan een groot aantal in-
tenties omtrent de inrichting van het verlaagde bedrijvenpark en het trans-
ferium. Deze zijn moeilijk vast te leggen in juridisch ‘harde’ toetsingscriteria.

De toetsingscriteria vormen naast de traditionele voorschriften een toet-
singsgrond voor bouw- en aanlegvergunningen en werken zo ook door
naar de burger. Om te voorkomen dat door allerlei activiteiten de uitvoering
van instructies onmogelijk wordt gemaakt, is als algemeen toetsingscrite-
rium opgenomen dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de in-
structies.
4. 2. Toelichting op de bestemmingen
In deze paragraaf wordt een korte toelichting gegeven op de gebruiks- en
bebouwingsmogelijkheden van de bestemmingen in dit plan.

Woondoeleinden
De bestemming Woondoeleinden heeft betrekking op de bestaande wonin-
gen aan de Meerweg. Binnen deze bestemming zijn woonhuizen toege-
staan, al dan niet in combinatie met een aan-huis-verbonden beroep of een
kleinschalige bedrijfsmatige activiteit.
Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 25

Hierbij gaat het om activiteiten die geen overmatige hinder voor de omwo-
nenden veroorzaken en aldus goed binnen de woonomgeving passen.

Voor het bouwen van gebouwen en andere bouwwerken zijn bebouwings-
bepalingen opgenomen. Onder de hoofdgebouwen worden de woonhuizen
verstaan, die vrijstaand, halfvrijstaand dan wel in een rij zijn gebouwd. In
principe wordt uitgegaan van vrijstaande en halfvrijstaande woningen, tenzij
op de kaart een maximum aantal aaneen te bouwen hoofdgebouwen staat
vermeld: in dat geval mag het aantal aaneen te bouwen hoofdgebouwen
ten hoogste het betreffende aantal bedragen.
De oppervlakte van de woonhuizen wordt bepaald door het bouwvlak op de
plankaart in combinatie met de bepalingen in de voorschriften (aan te hou-
den afstand tot de zijdelingse perceelsgrens). De diepte van de bouwvlak-
ken is 15 meter. Bij woningen waarvan de bestaande diepte groter is dan
15 meter is de diepte van het bouwvlak afgestemd op de huidige situatie.
In de voorschriften zijn voorts bepalingen ten aanzien van de (maximum)
bouwhoogte, de goothoogte en de dakhelling van de woonhuizen opgeno-
men. Met deze bebouwingsbepalingen wordt enerzijds een bepaalde uit-
breidingsruimte geboden, terwijl anderzijds het bebouwingsbeeld wordt be-
schermd.

Ook voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden be-
bouwingsbepalingen. Deze hebben betrekking op de oppervlakte (afhanke-
lijk van de grootte van het perceel en het hoofdgebouw, maar ten hoogste
70 m²), de hoogte, de goothoogte en de dakhelling. Hoofdgebouwen en
aan- en uitbouwen dienen binnen het bouwvlak gesitueerd te worden.
Ook voor de aan- en uitbouwen en bijgebouwen geldt dat deze regeling is
opgenomen om enerzijds een zekere uitbreidingsruimte te kunnen bieden,
terwijl anderzijds de mogelijkheden beperkt zijn om het bebouwingsbeeld in
stand te houden.

In het plan zijn naast de bebouwingsbepalingen ook vrijstellingsbepalingen
van de bebouwingsbepalingen opgenomen. Hiermee kan in specifieke situ-
aties van de bebouwingsbepalingen worden afgeweken. Daarvoor moet
aan de in de Beschrijving in Hoofdlijnen opgenomen criteria worden vol-
daan. Uitgangspunt is dat zo weinig mogelijk van de vrijstellingsbepalingen
gebruik wordt gemaakt: deze gaan namelijk tot de grens van hetgeen ac-
ceptabel wordt geacht.

Woongebouw
Deze bestemming heeft betrekking op de woonlocatie Koningin Emma.
Ook hier is sprake van een op de huidige situatie toegesneden bestem-
ming. Mogelijkheden voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebou-
wen zijn binnen deze bestemming - net als het uitoefenen van kleinschalige
bedrijvigheid op grond van de 1/3-regeling - niet aan de orde.

Woon- en bedrijfsdoeleinden
Het oostelijk deel van Nesciopark is onder de bestemming Woon- en be-
drijfsdoeleinden gebracht.
Buro Vijn B.V.
blz 26 03-21-03

De binnen deze bestemming toegestane bedrijfstypen zijn opgenomen in
een specifieke bedrijvenlijst. Middels een vrijstelling kunnen ook bedrijfsty-
pen worden toegestaan die qua aard, omvang en profiel gelijk te stellen zijn
aan de in de bedrijvenlijst opgenomen bedrijfstypen. De maximale hoogte
van de bebouwing is vastgelegd op 7 meter. Binnen de bestemming is ook
het verlaagd bouwen van een bouwlaag mogelijk tot een verticale diepte
van ten hoogste 3,50 meter.

Teneinde te garanderen dat binnen deze bestemming uitsluitend sprake zal
zijn van kleinschalige bedrijvigheid, is in de voorschriften een maximale op-
pervlakte voor een bouwperceel opgenomen van 1500 m². Voor de afzon-
derlijke bouwpercelen geldt een (bovengronds) bebouwingspercentage van
maximaal 30%. Op deze wijze ontstaat een open bebouwingsbeeld. In de
voorschriften is tevens een regeling opgenomen op grond waarvan op een
bedrijfsperceel altijd sprake dient te zijn van een woning én een bedrijf.

Bijzondere bedrijfsdoeleinden
Het verlaagde westelijke deel van Nesciopark is onder de bestemming Bij-
zondere bedrijfsdoeleinden gebracht. Middels een specifieke definitie in de
begripsbepalingen is het peil binnen deze bestemming vastgelegd op 7,50
meter -NAP. Dit betekent in de bestemming c.q. bak twee bouwlagen ver-
laagd kunnen worden aangelegd.
In de voorschriften is de maximale (bouw)hoogte vervolgens vastgelegd op
14 meter. Concreet betekent dit dat, gerekend vanaf het huidige maaiveld,
het bestemmingsplan de ruimte biedt voor het bovengronds bouwen van
twee bouwlagen. Incidenteel kan deze middels de toepassing van een vrij-
stelling verhoogd worden tot drie bouwlagen.

Ook voor deze bestemming geldt ten aanzien van de toegestane bedrijfsty-
pen de specifieke bedrijvenlijst. Ook hier kunnen via vrijstelling bedrijfsty-
pen worden toegestaan die qua aard, omvang en profiel gelijk te stellen zijn
aan de in deze lijst opgenomen bedrijfstypen. Binnen de bestemming is ook
het dagrecreatieve medegebruik van het ‘dak’ - inclusief de bijbehorende
waterpartijen - van het bedrijvenpark opgenomen. Inherent aan de bedrijfs-
bestemming zijn ook facilitaire voorzieningen mogelijk zoals een kantine en
vergaderruimtes. Daarnaast zijn binnen deze bestemming (ondersteu-
nende) voorzieningen mogelijk bijvoorbeeld in de vorm van horecadoelein-
den of een kinderdagverblijf.

Transferium
Het transferium is ondergebracht in een gelijknamige bestemming. Op
grond van de voorschriften is bij recht een transferium op de begane grond
(weideparkeren) mogelijk. Via een wijzigingsbevoegdheid bestaat de mo-
gelijkheid een ‘volledig’ transferium te bouwen middels een uitbreiding in de
vorm van gebouw met twee à drie en incidenteel vier bouwlagen met daarin
naast parkeervoorzieningen ook (senioren)woningen, bedrijvigheid en on-
dersteunende voorzieningen in de vorm van bijvoorbeeld een restaurant of
een kiosk. Het gebouw zal een kleinere oppervlakte beslaan dan de opper-
vlakte van de bestemming.
Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 27

Aan de wijzigingsbevoegdheden zijn voorwaarden verbonden ten aanzien
van de beeldkwaliteit (aansluitend het concept van Nesciopark), de toege-
stane bouwhoogten én de verdeling van de woon- en bedrijfsfuncties. Voor
de toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid is de gemeenteraad het
bevoegde gezag.

Hotel
Het Postiljonmotel heeft een toegesneden bestemming Hotel. Binnen deze
bestemming zijn de diverse functies die momenteel in het Postiljonmotel
plaatsvinden beschreven: hotel / restaurant, een zalen- en congrescentrum
en de bijbehorende bedrijfswoning. De bebouwingsbepalingen zijn afge-
stemd op de huidige situatie.

Verkooppunt van moterbrandstoffen
Het benzinestation aan de Emmalaan is onder een aparte bestemming ge-
bracht. Het vulpunt en het opslagpunt voor LPG zijn binnen deze bestem-
ming specifiek aangeduid. De voorschriften zijn gericht op zowel het be-
houd van zowel het benzinestation als het bijbehorende vulpunt en opslag-
punt.

Openbare nutsdoeleinden
Deze bestemming geldt voor het waterpompstation achter de woonlocatie
Koningin Emma. Ook hier geldt dat de voorschriften zijn gericht op het be-
houd van deze voorziening.

Groenvoorzieningen
Deze bestemming heeft betrekking op de gronden die zijn bestemd voor
groenvoorzieningen in de breedste zin van het woord. Onder deze be-
stemming vallen daarnaast ook paden en waterpartijen.

Doeleinden van verkeer en verblijf
Deze bestemming heeft betrekking op de Meerweg en de nieuwe ontslui-
tingsweg ten behoeve van het (woonverkeer van en naar het) woon- /
werkgebied. Ook groenvoorzieningen en parkeervoorzieningen vallen on-
der deze bestemming, evenals bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen
zijnde.

Verkeersdoeleinden
De bestemming Verkeersdoeleinden geldt voor de Emmalaan en voor de
verlengde Vondellaan met de bijbehorende rotonde bij het bedrijvenpark en
het transferium. De verkeersfunctie van deze wegen is belangrijker dan die
van de Meerweg, terwijl de verblijfsfunctie juist minder belangrijk is.

Water
De watergangen die een functie hebben in het kader van de afwatering van
het plangebied zijn ondergebracht in de bestemming Water. De voorschrif-
ten zijn gericht op het behoud van deze watergangen.

Buro Vijn B.V.
blz 28 03-21-03

5. UITVOERBAARHEID
5. 1. Maatschappelijke uitvoerbaarheid
In verband met het aspect maatschappelijke uitvoerbaarheid kan op het
volgende worden gewezen.
Over dit bestemmingsplan zal de gelegenheid worden geboden tot inspre-
ken, overeenkomstig de gemeentelijke Inspraakverordening. Daarnaast zal
het plan worden voorgelegd aan de betrokken diensten en instanties als
bedoeld in het Overleg ex artikel 10 van het Besluit op de ruimtelijke orde-
ning.

Over alle ingekomen reacties zal een standpunt worden bepaald waarna
het ontwerpbestemmingsplan wordt vastgesteld en voor een periode van
vier weken ter visie zal worden gelegd. Daarbij bestaat de gelegenheid tot
het indienen van zienswijzen bij de gemeenteraad. Na de vaststelling van
het plan door de raad kunnen bedenkingen worden ingediend bij Gedepu-
teerde Staten.
5. 2. Economische uitvoerbaarheid
Voor het bestemmingsplan is een gecombineerde exploitatieopzet gemaakt
dat wil zeggen van de kosten van het transferium, de kosten van de ont-
sluiting en de kosten van het bedrijvenpark.

De gemeentelijke dekking van deze kosten wordt gehaald uit enerzijds de
opbrengst van het bedrijvenpark (bouwrijpe grond) en anderzijds subsidies
(Kompas/Kolibrie/GDU) en bijdragen van de provincie en de gemeente
Groningen.

==
Buro Vijn B.V.




GEMEENTE HAREN 03-21-03 / 30-03-04
BESTEMMINGSPLAN BEDRIJVENPARK NESCIOLAAN
VOORSCHRIFTEN


INHOUDSOPGAVE blz
1.! INLEIDENDE BEPALINGEN VAN ALGEMENE AARD 1!
Artikel 1:! Begripsbepalingen 1!
Artikel 2:! Wijze van meten 6!
Artikel 3:! Beschrijving in Hoofdlijnen 7!
2.! BESTEMMINGSBEPALINGEN 14!
Artikel 4:! Woondoeleinden 14!
Artikel 5:! Woongebouw 18!
Artikel 6:! Woon- en bedrijfsdoeleinden 19!
Artikel 7:! Bijzondere bedrijfsdoeleinden 21!
Artikel 8:! Transferium 23!
Artikel 9:! Hotel 25!
Artikel 10:! Verkooppunt van motorbrandstoffen 27!
Artikel 11:! Openbare nutsdoeleinden 28!
Artikel 12:! Groenvoorzieningen 29!
Artikel 13:! Doeleinden van verkeer en verblijf 30!
Artikel 14:! Verkeersdoeleinden 31!
Artikel 15:! Water 32!
3.! OVERIGE BEPALINGEN 33!
Artikel 16:! Anti-dubbeltelbepaling 33!
Artikel 17:! Uitsluiting aanvullende werking Bouwverordening 34!
Artikel 18:! Algemene vrijstellingsbevoegdheid 35!
Artikel 19:! Algemene wijzigingsbevoegdheden 36!
Artikel 20:! Procedureregels 37!
Artikel 21:! Gebruiksbepaling 38!
Artikel 22:! Overgangsbepalingen 39!
Artikel 23:! Strafbepaling 40!
Artikel 24:! Slotbepaling 41!


Bijlage 1 Bedrijvenlijst

Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 1

1. INLEIDENDE BEPALINGEN VAN ALGEMENE AARD

Artikel 1: Begripsbepalingen
In deze voorschriften wordt verstaan onder:
1. het plan:
het Bestemmingsplan Bedrijvenpark Nesciolaan van de gemeente
Haren;
2. de kaart:
de kaart van het Bestemmingsplan Bedrijvenpark Nesciolaan;
3. bestemmingsvlak:
een op de kaart aangegeven vlak met eenzelfde bestemming;
4. bestemmingsgrens:
een op de kaart aangegeven lijn, die de grens vormt van een be-
stemmingsvlak;
5. bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of ver-
anderen en het vergroten van een bouwwerk;
6. bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander
materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is,
hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
7. gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel
of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
8. bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
9. bouwvlak:
een op de kaart aangegeven door bouwgrenzen omsloten vlak,
waarmee de gronden zijn aangeduid waarop gebouwen zijn toegela-
ten;
10. bouwgrens:
een op de kaart aangegeven lijn, die niet door gebouwen mag wor-
den overschreden, behoudens krachtens deze voorschriften toegela-
ten afwijkingen;
11. bebouwingspercentage:
een op de kaart of in de voorschriften aangegeven percentage, dat de
grootte van het deel van een terrein aangeeft dat maximaal mag wor-
den bebouwd;
Buro Vijn B.V.
blz 2 03-21-03

12. bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelf-
standige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
13. bouwperceelgrens:
een grens van een bouwperceel;
14. bouwlaag:
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij
benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd,
zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onder-
bouw en zolder;
15. eerste bouwlaag:
de bouwlaag op de begane grond;
16. hoofdgebouw:
een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouw-
werk op een bouwperceel kan worden aangemerkt;
17. aan- of uitbouw:
een al of niet voor bewoning bestemd gedeelte van een hoofdge-
bouw, aangebouwd aan het hoofdgebouw en dat qua afmetingen en
uiterlijke verschijningsvorm ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
18. bijgebouw:
een gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen
(hoofd)gebouw en dat zowel ruimtelijk als functioneel ondergeschikt
is aan dat (hoofd)gebouw;
19. woonhuis:
een gebouw, dat één woning dan wel twee of meer naast elkaar en/of
geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat
qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan wor-
den;
20. woning:
een ruimte of complex van ruimten, blijkens zijn indeling en inrichting
geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouden;
21. bewoning:
de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
22. woongebouw:
een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk
boven elkaar gelegen woningen (appartementen) omvat en dat qua
uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;



Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 3

23. aan-huis-verbonden beroep:
een beroep, dat in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunc-
tie kan worden uitgeoefend en dat is gericht op het verlenen van
diensten;
24. kleinschalige bedrijfsmatige activiteit:
de in de Beleidsnotitie met betrekking tot het uitoefenen van bedrijfs-
matige activiteiten in panden met een woondoeleindenbestemming
(2001) genoemde bedrijvigheid, dan wel naar de aard en invloed op
de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door haar
beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woon-
functie kan worden uitgeoefend;
25. bedrijfsvloeroppervlakte:
de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een functie die wordt
gebruikt voor een bedrijf, een aan-huis-verbonden beroep of een
kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, inclusief opslag- en
administratieruimten en dergelijke;
26. bedrijfswoning:
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts
bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting
daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodza-
kelijk is;
27. bedrijfsgebouw:
een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;
28. dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling:
een bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het
verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan der-
den;
29. detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstal-
ling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan per-
sonen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending
anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
30. productiegebonden detailhandel:
detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepa-
reerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhan-
delsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie;
31. horecabedrijf en/of instelling:
een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en etenswaren
voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig
logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een
vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte ver-
maaksfunctie;
Buro Vijn B.V.
blz 4 03-21-03

32. erotisch getinte vermaaksfunctie:
een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van
voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder
begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal;
33. restaurant:
een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltij-
den en/of dranken voor consumptie ter plaatse;
34. hotel-/restaurant:
een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies
(per nacht) met als nevenactiviteiten het verstrekken van maaltijden
en/of dranken voor consumptie ter plaatse;
35. kiosk:
een gebouw waarbij de bedrijfsuitoefening hoofdzakelijk is gericht op
het tegen vergoeding verstrekken van voornamelijk eenvoudige
etenswaren en dranken, waarbij de verkoop zich uitsluitend aan het
loket voltrekt;
36. horecavloeroppervlakte:
de oppervlakte van de ruimte binnen een horecabedrijf, die wordt ge-
bruikt voor de verstrekking van dranken, etenswaren of logies, exclu-
sief toilet-, keuken-, entree-, opslag- en administratieruimten, e.d.;
37. prostitutiebedrijf:
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsma-
tig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie wordt ver-
richt. Onder een prostitutiebedrijf worden in elk geval verstaan: een
erotische massagesalon, een sekstheater, een bordeel of een paren-
club, of een naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijf, al dan niet
in combinatie met elkaar;
38. prostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelin-
gen voor of met een ander tegen vergoeding;
39. geluidsbelasting vanwege het wegverkeer:
de etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) op een
bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke wegverkeer op
een bepaald weggedeelte of een combinatie van weggedeelten, zoals
bedoeld in de Wet geluidhinder;
40. voorkeursgrenswaarde:
de maximale waarde voor de geluidsbelasting, zoals deze recht-
streeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder en/of het Besluit
grenswaarden binnen zones langs wegen;



Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 5

41. hogere grenswaarde:
een maximale waarde voor de geluidsbelasting, die hoger is dan de
voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden
vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en/of het Besluit
grenswaarden binnen zones langs wegen;
42. geluidgevoelige gebouwen:
gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van een functie
als bedoeld in het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen;
43. dak:
iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
44. kap:
een afdekking onder een hoek van meer dan 5° met het horizontale
vlak, met dien verstande dat de dakhelling van ondergeschikte delen
van het bouwwerk 0° mag zijn;
45. peil:
a. voor een bouwwerk binnen de bestemming “Bijzondere bedrijfs-
doeleinden”:
- het Normaal Amsterdams Peil minus 7,50 m;
b. voor een bouwwerk binnen de overige gronden:
1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoe-
gang direct aan de weg grenst:
- de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoe-
gang niet direct aan de weg grenst:
- de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoe-
gang bij voltooiing van de bouw.
46. ondergronds:
beneden peil;
47. verticale diepte van een gebouw:
de diepte van een gebouw, gemeten vanaf de onderzijde van de be-
gane grondvloer.

Buro Vijn B.V.
blz 6 03-21-03

Artikel 2: Wijze van meten
Bij toepassing van deze voorschriften wordt als volgt gemeten:
1. de (bouw)hoogte/de nokhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van het bouwwerk, onderge-
schikte bouwdelen als schoorstenen en antennes niet meegerekend;
2. de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het
boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, onderge-
schikte bouwdelen als goten van dakkapellen en dakopbouwen niet
meegerekend;
3. de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
4. de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen (de buitenste verticale projectie van) de buitenzijde van de ge-
vels (en/of het hart van de scheidsmuren), bovengrondse onderdelen
vanaf 1,00 m boven peil meegerekend;
5. de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane vloerconstructie, de buitenzijde
van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde
van daken en dakkapellen;
6. de afstand tot de zijdelingse (bouw)perceelgrens:
de kortste afstand van enig punt tot de zijdelingse (bouw)perceel-
grens.

Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 7

Artikel 3: Beschrijving in Hoofdlijnen
De aan de gronden toegekende doeleinden zullen, uitgaande van de in de
toelichting omschreven huidige situatie, met het plan worden nagestreefd op
de wijze, zoals hierna in hoofdlijnen is beschreven.

1. Instructies
1. 1. Algemeen
!" De aanwezige bomen en struiken zullen beschermd worden door toe-
passing van de Algemene Plaatselijke Verordening Haren (APV).

!" De milieuhinder als gevolg van bedrijven zal zoveel mogelijk worden
beperkt. De aangrenzende functies zijn maatgevend voor de toelaatba-
re hinder. Naast het bestemmingsplan geldt de Wet milieubeheer.
1. 2. De bedrijvigheid
1. 2. 1 Profiel

Uitgangspunt is dat op het bedrijvenpark kleine tot middelgrote bedrijven
gevestigd worden met een ‘regionaal stuwend dienstverlenend’ karakter en
met een ruimtebehoefte tussen de 250 m² en 3000 m².

1. 2. 2 Het bedrijvenpark

!" Het bedrijvenpark zal worden ontwikkeld op basis van een “grote bak”,
welke op ongeveer 7,00 m diep onder het bestaande maaiveld wordt
ingelaten. Op deze manier zal een deel van de bedrijfsbebouwing ver-
laagd worden gerealiseerd, waarbij de volgende ruimtelijk-functionele
uitgangspunten gelden:
- op het onderste niveau moeten de verschillende bouwdelen zodanig
met het bovengrondse in contact staan dat er een geïntegreerd en
gelijkwaardig geheel ontstaat;
- er dient door de integratie van de bebouwing in de verschillende ni-
veaus in zijn geheel een landschap te ontstaan met ontsluitingswe-
gen, fraai vormgegeven parkeervoorzieningen, waterlopen en
groen;
- de daklijnen van de bebouwing zal zoveel mogelijk gerend zijn en
zoveel mogelijk hellend, waardoor wordt gerefereerd aan de natuur-
lijkheid van het landschap. Ter accentuering zijn enkele verhogin-
gen van deze dakvlakken mogelijk;
- op de verschillende dakpartijen zal een pad worden aangelegd dat
aansluit op het voetpadensysteem in de omgeving (recreatief me-
degebruik).

!" De ontsluiting van het bedrijvenpark zal vanaf de verlengde Vondelweg
plaatsvinden. Vanaf deze weg zal een circuit voor bevoorradend
(vracht)verkeer worden aangelegd.
Buro Vijn B.V.
blz 8 03-21-03

Voor autoverkeer wordt een groter circuit aangelegd over de verschil-
lende niveaus welke zijn verbonden met parkeerverzamelplaatsen en
het tegenoverliggend transferium.

!" Een watercircuit op verschillende niveaus zal worden aangelegd om de
ligging van het bedrijvenpark in het stroomdallandschap te illustreren.

1. 2. 3 Woon- en werklocatie

!" Bij de inrichting van het gebied gaat het om de combinatie tussen een
woon- en werkfunctie. Hoofduitgangspunt is dat beide functies (woning
en bedrijf) uitsluitend in combinatie met elkaar mogen worden opgericht
en gebruikt.

!" Er wordt uitgegaan van de ontwikkeling van circa 10 kavels.

!" Voor de ruimtelijke opzet van het gebied wordt bij de wijze van bouwen
dezelfde benadering gekozen als bij het bedrijvenpark. De (boven-
grondse) bebouwing zal bestaan uit maximaal 2 bouwlagen, waarbij
minimaal één zijde van de bebouwing middels een glooiing of helling
een verbinding tot stand brengt tussen de bovenzijde van de woning en
het maaiveld.

!" De ontsluiting van de woon- en werklocatie zal plaatsvinden vanaf de
verlengde Multatulilaan voor het woonverkeer en de verlengde Vondel-
laan voor wat betreft het werkverkeer.

1. 2. 4 Transferium

!" Uitgangspunt is dat het transferium in eerste instantie zal bestaan uit
een kwalitatief hoogwaardig aangelegd parkeerterrein met ongeveer
500 parkeerplaatsen, dat tot uitdrukking zal worden gebracht in de de-
taillering, het materiaalgebruik en het aanbrengen van groen.

!" De ontsluiting van het transferium zal plaatsvinden vanaf de verlengde
Vondellaan tegenover de entree van het bedrijvenpark

!" Met toepassing van een wijzigingsbevoegdheid ex artikel 11 WRO kun-
nen gebouwen tot maximaal 4 bouwlagen op het parkeerterrein worden
gerealiseerd. Bij het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid dienen
de volgende ruimtelijk-functionele uitgangspunten in acht te worden ge-
nomen.
- de woonfunctie zal zijn georiënteerd op de Nesciolaan;
- de extra bouwlagen mogen naast het parkeren, dienen ten behoeve
van kantoorfuncties en wonen. De hoogte van de woongebouwen
zal aansluiten op de tegenover gelegen woonbebouwing aan de
Nesciolaan (ten hoogste 14,00 m);
- uitgangspunt is een gelijke verdeling van de woon- en bedrijfsfunc-
ties (50-50) op deze locatie;
Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 9

- de realisering van het transferium zal op de volgende wijze zijn
kenmerken ontlenen aan het concept van het bedrijvenpark:
!"de landschappelijke component vertaalt zich in hellende dak-
vlakken en een bouwdeel dat over de verlengde Vondellaan
contact maakt met het bedrijvenpark;
!"bij de vorm en opzet van de te ontwikkelen bebouwing aan de
zijde van de Rijksweg zal worden gestreefd naar de realisering
van een in architectonisch opzicht markant bouwdeel (land-
mark), waardoor het gebouw de entree van Haren accentueert.

1. 2. 5 Beeldkwaliteit

Behalve met dit plan zal een goede beeldkwaliteit worden nagestreefd mid-
dels het Beeldkwaliteitsplan, zoals is opgenomen in bijlage 1 bij de plantoe-
lichting, en de Welstandsnota Haren. Waar aan de bebouwing en aan het
bebouwingsbeeld extra eisen moeten worden gesteld aan de situering,
vormgeving, materiaalgebruik en kleurstelling zal, voorzover met deze ei-
sen bij de toetsing aan dit plan geen rekening kan worden gehouden, de
naleving van deze eisen worden nagestreefd via het Beeldkwaliteitsplan en
de Welstandsnota.
1. 3. Waterhuishouding
Teneinde een goede waterhuishouding in het gebied te waarborgen, zal bij
activiteiten die hierop inbreuk kunnen doen, overleg gepleegd worden met
het beherende waterschap.

2. Toetsingscriteria voor ontwikkeling en beheer
Bij de toetsing van activiteiten aan het plan, zal worden getoetst aan onder
meer de volgende specifieke en algemene criteria.
2. 1. Specifieke criteria
2. 1. 1 Woonfunctie

A. Hoofdgebouwen

Bij nieuwbouw, verbouw en uitbreiding van (bestaande) hoofdgebouwen zal
in het algemeen de bebouwingstructuur richtinggevend zijn. Bij de vrijstel-
ling om buiten het bouwvlak het hoofdgebouw uit te breiden, zal de bebou-
wing dienen aan te sluiten op de ruimtelijke structuur van de omgeving.

B. Aan- en uitbouwen en bijgebouwen

!" Bij de bouw van aan- en uitbouwen en bijgebouwen zal, naast de kwan-
titatieve bebouwingsregelingen, in het algemeen gestreefd moeten wor-
den naar een herkenbaar onderscheid tussen hoofdgebouwen enerzijds
en aan- en uitbouwen en bijgebouwen anderzijds. Dit onderscheid zal
zich als volgt kunnen manifesteren:
Buro Vijn B.V.
blz 10 03-21-03

- de terugrooiing van de aan- en uitbouwen en de bijgebouwen ten
opzichte van de naar de weg gekeerde gevel(s) van een hoofdge-
bouw, dan wel het verlengde daarvan;
- de aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen het straatbeeld niet
domineren;
- hoofdgebouwen mogen niet aan het straatbeeld worden onttrokken.

!" De vrijstelling om vrijstaande bijgebouwen op een grotere afstand dan
25 meter van het hoofdgebouw te situeren, kan verleend worden onder
de volgende voorwaarden:
- er dient voldoende afstand aanwezig te zijn tussen de bijgebouwen
en het hoofdgebouw op de belendende percelen;
- voor het al of niet toepassen van de vrijstellingsbevoegdheid zal de
aanwezigheid van een eventuele weg, grenzend aan het achterper-
ceel, worden meegenomen in de beoordeling.

C. Functies bij het wonen

De vestiging van een aan-huis-verbonden beroep of een kleinschalige be-
drijfsmatige activiteit zal, naast de kwantitatieve bepalingen, tevens moeten
voldoen aan de volgende kwalitatieve criteria:
- er mag geen aantasting plaatsvinden van de uitstraling van het gebruik
van het perceel voor het wonen, dat wil onder meer zeggen dat uitslui-
tend zeer beperkte reclame-aanduidingen en dergelijke zijn toegestaan;
- er mag geen afbreuk worden gedaan aan het woonkarakter van het
perceel dan wel de directe (woon)omgeving en de landschappelijke
waarden daarvan;
- er dient voldoende parkeergelegenheid op het eigen erf aanwezig te
zijn;
- er mag geen sprake zijn van een onevenredig verkeers- en/of
publieksaantrekkende functie;
- er mag geen buitenopslag van materieel plaatsvinden;
- voor de berekening van de oppervlakte aan bedrijfsmatige activiteiten
mag alleen de begane grond van de woning worden meegeteld. De
verdiepingen van het hoofdgebouw c.q. bijgebouwen tellen bij deze be-
rekening niet mee. Het is wel toegestaan deze activiteiten op (een deel
van) een verdieping van de woning uit te oefenen. In dat geval zal de
oppervlakte van de uit te oefenen bedrijfsmatige activiteiten die op de
verdieping worden uitgeoefend in mindering worden gebracht op de op-
pervlakte aan uit te oefenen bedrijfsmatige activiteiten op de begane
grond.

2. 1. 2 Bedrijven

!" De vrijstelling ten behoeve van het toestaan van andere bedrijven dan
genoemd in bijlage 1 zal in combinatie met de toepassing van de mili-
euwetgeving (Wet milieubeheer) flexibel worden toegepast.
Dit geldt ten aanzien van:
Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 11

- bedrijven die niet worden genoemd in de bedrijvenlijst (bijlage 1),
maar die qua milieubelasting gelijkwaardig zijn aan de bedrijven die
wel worden genoemd;
- wel genoemde bedrijven, die echter in zijn algemeenheid in een ho-
gere milieucategorie zijn ingedeeld, maar in een individueel geval
feitelijk een lagere milieubelasting kunnen hebben. Deze bedrijven
zullen naar de aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig kun-
nen worden verklaard met bedrijven in een lagere milieucategorie.
In beide gevallen is wel vereist dat de voorschriften bij de milieuvergun-
ning de milieuhinder voldoende beperken.
Daarnaast geldt dat de vrijstelling uitsluitend wordt toegepast ten be-
hoeve van de vestiging van bedrijven met een ‘regionaal stuwend
dienstverlenend’ karakter.

!" Voor het bedrijvenpark geldt als uitgangpunt dat de hoogte van de be-
bouwing ten hoogste 6,00 m boven het huidige maaiveld mag bedra-
gen. De vrijstelling ten behoeve van de vergroting van de hoogte geldt
uitsluitend voor incidentele verhogingen ter accentuering van de be-
bouwing in het landschap.

2. 1. 3 Nutsdoeleinden

!" Bij de situering van bouwwerken en het verrichten van werkzaamheden,
zal erop worden gelet dat geen onevenredige afbreuk zal worden ge-
daan aan een doelmatig en veilig functioneren van nutsleidingen.

!" De vrijstelling voor het realiseren van bergbezinkbassins wordt uitslui-
tend toegestaan indien de bassins voor het grootste deel onder het
maaiveld worden gebouwd. De maximale hoogte van de zich boven het
maaiveld bevindende delen van de bassins zal ten hoogste 1,00 m be-
dragen.

2. 1. 4 Waterhuishouding

Bij activiteiten nabij schouwsloten en hoofdwaterlossingen dient rekening te
worden gehouden met de door het waterschap aangegeven obstakelvrije
zones uit de oever van een watergang, tenzij via overleg met het water-
schap een andere regeling is overeengekomen.

2. 1. 5 Archeologie

Bij bouwvergunningsplichtige activiteiten dient vooraf uit verkennend
archeologisch onderzoek te blijken dat er geen archeologische waarden
aanwezig zijn dan wel dat de eventueel aangetroffen archeologische
vondsten zijn veiliggesteld. De provinciaal archeoloog dient vooraf in de
gelegenheid te worden gesteld advies uit te brengen.
Buro Vijn B.V.
blz 12 03-21-03

2. 2. Algemene criteria
!" Geen onevenredige afbreuk instructies:
aan de in lid 1 genoemde instructies mag geen onevenredige afbreuk
worden gedaan.

!" Straat- en bebouwingsbeeld:
ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvor-
men, dient gestreefd te worden naar het instandhouden c.q. tot-stand-
brengen van een, in stedebouwkundig opzicht, samenhangend straat-
en bebouwingsbeeld.
In het algemeen zal bij bebouwing worden gestreefd naar:
- een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte;
- een goede hoogte-/breedteverhouding tussen de bebouwing onder-
ling;
- een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebou-
wing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is.

!" Woonsituatie:
ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvor-
men, dient rekening te worden gehouden met het instandhouden c.q.
tot-stand-brengen van een redelijke lichttoetreding, alsmede de aanwe-
zigheid van voldoende privacy.

!" Verkeersveiligheid:
ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvor-
men, dient rekening te worden gehouden met het instandhouden c.q.
tot-stand-brengen van een verkeersveilige situatie.

!" Sociale veiligheid:
ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvor-
men, dient voorkomen te worden dat een ruimtelijke situatie ontstaat die
onoverzichtelijk, onherkenbaar en niet sociaal controleerbaar is.

!" Milieusituatie:
ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvor-
men, dient rekening te worden gehouden met de milieuaspecten, zoals
hinder voor omwonenden en een verkeersaantrekkende werking.
In het bijzonder dient bij de situering en omvang van milieubelastende
functies erop te worden gelet dat de uitbreiding of nieuwvestiging van
milieugevoelige functies zo weinig mogelijk wordt beperkt. Omgekeerd
dient er bij uitbreiding of nieuwvestiging van milieugevoelige functies op
te worden gelet dat bestaande milieubelastende functies zo weinig mo-
gelijk in hun functioneren worden beperkt.

Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 13

!" Gebruiksmogelijkheden:
ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen
dient rekening te worden gehouden met de gebruiksmogelijkheden bin-
nen aangrenzende alsmede aanvullende bestemmingen, indien deze
daardoor kunnen worden beïnvloed.

!" Archeologische waarden:
ten aanzien van de plaats en de afmetingen van bouwwerken, werken
en andere gebruiksvormen, dient rekening te worden gehouden met het
instandhouden c.q. het herstel van de archeologische waarden van het
gebied.
Buro Vijn B.V.
blz 14 03-21-03

2. BESTEMMINGSBEPALINGEN

Artikel 4: Woondoeleinden
Bestemmingsomschrijving

A. De op de kaart voor woondoeleinden aangewezen gronden zijn be-
stemd voor:
1. woonhuizen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-
huis-verbonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit;
2. aan- en uitbouwen en bijgebouwen;
en in beperkte mate voor:
3. woonstraten;
4. paden;
5. groenvoorzieningen;
6. water;
met de daarbijbehorende:
7. tuinen, erven en terreinen;
8. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Bebouwingsbepalingen

B. 1. Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalin-
gen:
a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden ge-
bouwd;
b. een hoofdgebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd;
c. het aantal aaneengebouwde hoofdgebouwen zal ten hoogste
twee bedragen;
d. de afstand van een vrijstaand hoofdgebouw tot de zijdelingse
perceelgrens zal ten minste 5,00 m bedragen, tenzij de be-
staande afstand minder bedraagt, in welk geval de bestaande
afstand geldt;
e. de afstand van een blok van aaneengebouwde hoofdgebouwen
tot de zijdelingse perceelgrens zal ten minste 3,00 m bedragen,
tenzij de bestaande afstand minder bedraagt, in welk geval de
bestaande afstand geldt;
f. de hoogte van een hoofdgebouw zal ten hoogste 10,00 m be-
dragen;
g. de goothoogte van een hoofdgebouw zal ten hoogste 6,50 m
bedragen;
h. de dakhelling van een hoofdgebouw zal ten minste 30° bedra-
gen;
i. de dakhelling van een hoofdgebouw zal ten hoogste 60° bedra-
gen.

2. Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de
volgende bepalingen:
a. de aan- en uitbouwen zullen binnen het bouwvlak worden ge-
bouwd;
Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 15

b. de aan- en uitbouwen en bijgebouwen zullen ten minste 4,00 m
achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw
of het verlengde daarvan worden gebouwd;
c. in afwijking van het bepaalde onder b zullen, indien en voorzo-
ver een gevelbouwgrens is aangegeven, de aan- en uitbouwen
en bijgebouwen achter de in de gevelbouwgrens gebouwde ge-
vel of het verlengde daarvan worden gebouwd;
d. indien een hoofdgebouw vrijstaand wordt gebouwd, zal de vrije
en niet overdekte ruimte tussen de bijgebouwen en de zijdeling-
se perceelgrens over een afstand van 10,00 m achter de naar
de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw minimaal 3,00
m bedragen;
e. de onderlinge afstand tussen bijgebouwen op één bouwperceel
zal ten minste 3,00 m bedragen, tenzij de bijgebouwen aaneen
worden gebouwd;
f. de afstand van een aan- of uitbouw bij een vrijstaand hoofdge-
bouw tot de zijdelingse perceelgrens zal ten minste 5,00 m be-
dragen, tenzij de bestaande afstand minder bedraagt, in welk
geval de bestaande afstand geldt;
g. de afstand van een aan- of uitbouw bij een blok van aaneenge-
bouwde hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelgrens zal ten
minste 3,00 m bedragen, tenzij de bestaande afstand minder
bedraagt, in welk geval de bestaande afstand geldt;
h. een bijgebouw zal ten minste 1,00 m vanaf de perceelgrens dan
wel op de perceelgrens worden gebouwd;
i. vrijstaande bijgebouwen zullen binnen een afstand van 25 m
vanuit het dichtstbijzijnde punt van het hoofdgebouw worden
gebouwd;
j. de gezamenlijke oppervlakte van de bijgebouwen per woning zal
ten hoogste 70 m
2
bedragen;
k. de gezamenlijke oppervlakte van de bijgebouwen zal ten hoog-
ste 50% van de oppervlakte van het bouwperceel, voorzover ge-
legen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofd-
gebouw, verminderd met de oppervlakte van het hoofdgebouw
en de daarbijbehorende aan- en uitbouwen, bedragen;
l. de breedte van de aan- en uitbouwen en aangebouwde bijge-
bouwen zal ten hoogste 50% van de breedte van de achtergevel
van het hoofdgebouw bedragen;
m. de gezamenlijke oppervlakte van de bijgebouwen zal ten hoog-
ste 100% van de oppervlakte van het hoofdgebouw en de daar-
bijbehorende aan- en uitbouwen bedragen;
n. de goothoogte van een aan- of uitbouw of een aangebouwd
bijgebouw zal ten hoogste gelijk zijn aan de hoogte van de
eerste bouwlaag van het hoofdgebouw;
o. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw zal ten hoogste
3,00 m bedragen;
p. de dakhelling van een aan- of uitbouw of een bijgebouw zal ten
minste 30
o
bedragen;
q. de dakhelling van een aan- of uitbouw of een bijgebouw zal ten
hoogste 60
o
bedragen.
Buro Vijn B.V.
blz 16 03-21-03

3. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de
volgende bepaling:
- de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten
hoogste 2,00 m bedragen.

Nadere eisen

C. Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van het gestelde in
de Beschrijving in Hoofdlijnen, nadere eisen stellen aan de plaats en de
afmetingen van de bebouwing, waarbij met name rekening zal worden
gehouden met de algemene criteria.

Vrijstelling van de bebouwingsbepalingen

D. Burgemeester en Wethouders kunnen, met inachtneming van het ge-
stelde in de Beschrijving in Hoofdlijnen, vrijstelling verlenen van:

1. het bepaalde in lid B sub 1 onder b en lid B sub 2 onder a toestaan
dat een hoofdgebouw of een aan- of uitbouw gedeeltelijk buiten het
bouwvlak wordt gebouwd, mits:
a. de oppervlakte van het buiten het bouwvlak gebouwde gedeelte
niet meer dan 10% van de totale oppervlakte van het hoofdge-
bouw bedraagt;
b. de geluidbelasting van geluidgevoelige gebouwen niet hoger zal
zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een
verkregen hogere grenswaarde;

2. het bepaalde in lid B sub 1 onder f en toestaan dat de hoogte van
een hoofdgebouw wordt verhoogd tot ten hoogste 8,00 m;

3. het bepaalde in lid B sub 2 onder a en b en toestaan dat een aan- of
uitbouw minder dan 4,00 m achter dan wel vóór de naar de weg ge-
keerde gevel(s) van het hoofdgebouw wordt gebouwd, mits:
- de geluidbelasting van geluidgevoelige gebouwen niet hoger zal
zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een ver-
kregen hogere grenswaarde;

4. het bepaalde in lid B sub 2 onder i en toestaan dat de maximale af-
stand tussen vrijstaande bijgebouwen en het dichtstbijzijnde punt
van het hoofdgebouw wordt vergroot;

5. het bepaalde in lid B sub 2 onder l en toestaan dat de breedte van
de aan- of uitbouwen en de aangebouwde bijgebouwen wordt ver-
groot tot maximaal de breedte van de achtergevel van het hoofdge-
bouw;

6. het bepaalde in lid B sub 1 onder h en lid B sub 2 onder p en toe-
staan dat de dakhelling van een gebouw wordt verlaagd dan wel dat
een gebouw wordt voorzien van een plat dak;

Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 17

7. het bepaalde in lid B sub 1 onder i en lid B sub 2 onder q en toe-
staan dat de dakhelling van een gebouw wordt verhoogd tot ten
hoogste 80°.

Strijdig gebruik

E. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel
21 lid A, wordt in ieder geval gerekend:
1. het gebruik van gebouwen ten behoeve van een aan-huis-ver-
bonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, indien
de bedrijfsvloeroppervlakte groter is dan 33% van de gezamenlijke
vloeroppervlakte van de gebouwen op het bouwperceel;
2. het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige woning;
3. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detail-
handel.
Buro Vijn B.V.
blz 18 03-21-03

Artikel 5: Woongebouw
Bestemmingsomschrijving

A. De op de kaart voor woongebouw aangewezen gronden zijn bestemd
voor:
1. woongebouwen;
met de daarbijbehorende:
2. parkeervoorzieningen;
3. tuinen, erven en terreinen;
4. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Bebouwingsbepalingen

B. 1. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. als gebouw mogen uitsluitend woongebouwen worden ge-
bouwd;
b. een woongebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd;
c. de hoogte van een woongebouw zal ten hoogste 15,00 m be-
dragen.

2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de
volgende bepaling:
- de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten
hoogste 2,00 m bedragen.

Nadere eisen

C. Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van het gestelde in
de Beschrijving in Hoofdlijnen, nadere eisen stellen aan de plaats en de
afmetingen van de bebouwing, waarbij met name rekening zal worden
gehouden met de algemene criteria.

Strijdig gebruik

D. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel
21 lid A, wordt in ieder geval gerekend:
- het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van de-
tailhandel.
Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 19

Artikel 6: Woon- en bedrijfsdoeleinden
Bestemmingsomschrijving

A. De op de kaart voor woon- en bedrijfsdoeleinden aangewezen gronden
zijn bestemd voor:
1. gebouwen ten behoeve van:
a. bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1;
b. bedrijfswoningen;
met de daarbijbehorende:
2. straten en paden;
3. groenvoorzieningen;
4. water;
5. parkeervoorzieningen;
6. tuinen, erven en terreinen;
7. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Bebouwingsbepalingen

B. 1. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. de oppervlakte van een bouwperceel zal ten hoogste 1500 m²
bedragen;
b. voor bovengrondse gebouwen zal het bebouwingspercentage
van een bouwperceel ten hoogste 30% bedragen;
c. de verticale diepte van een gebouw zal ten hoogste 3,50 m be-
dragen;
d. de hoogte van een gebouw zal ten hoogste 7,00 m bedragen.

2. Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepa-
lingen:
a. de onderlinge afstand tussen de bedrijfsgebouwen zal ten min-
ste 5,00 m bedragen;
b. de afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelgrens zal
ten minste 3,00 m bedragen;
c. de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen zal ten
minste 100% van de oppervlakte van de bedrijfswoning bedra-
gen.

3. Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalin-
gen:
a. per bedrijf zal ten hoogste één bedrijfswoning worden gebouwd;
b. de afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelgrens zal
ten minste 3,00 m bedragen;
c. de oppervlakte van een bedrijfswoning zal ten hoogste 150 m²
bedragen.

4. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de
volgende bepaling:
Buro Vijn B.V.
blz 20 03-21-03

- de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten
hoogste 3,00 m bedragen.

Nadere eisen

C. Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van het gestelde in
de Beschrijving in Hoofdlijnen, nadere eisen stellen aan de plaats en de
afmetingen van de bebouwing, waarbij met name rekening zal worden
gehouden met de algemene criteria.

Strijdig gebruik

D. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel
21 lid A, wordt in ieder geval gerekend:
1. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor bedrijfsdoelein-
den, anders dan in combinatie met de woonfunctie;
2. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor woondoeleinden,
anders dan in combinatie met de bedrijfsfunctie;
3. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detail-
handel.

Vrijstelling van de gebruiksbepaling

E. Burgemeester en Wethouders kunnen, met inachtneming van het ge-
stelde in de Beschrijving in Hoofdlijnen, vrijstelling verlenen van:
- het bepaalde in lid A sub 1 onder a juncto artikel 21 lid A en toe-
staan dat tevens bedrijven worden gevestigd die naar de aard, het
profiel en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrij-
ven die zijn genoemd in bijlage 1.

Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 21

Artikel 7: Bijzondere bedrijfsdoeleinden
Bestemmingsomschrijving

A. De op de kaart voor bijzondere bedrijfsdoeleinden aangewezen gron-
den zijn bestemd voor:
1. gebouwen ten behoeve van
a. bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1;
b. restaurants;
2. dagrecreatief medegebruik;
3. waterhuishoudkundige doeleinden;
met de daarbijbehorende:
4. wegen en paden;
5. parkeervoorzieningen;
6. tuinen, erven en terreinen;
7. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Bebouwingsbepalingen

B. 1. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. als gebouw mogen uitsluitend bedrijfsgebouwen worden ge-
bouwd;
b. de hoogte van een gebouw zal ten hoogste 14,00 m bedragen.

2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de
volgende bepaling:
- de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten
hoogste 10,00 m bedragen.

Nadere eisen

C. Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van het gestelde in
de Beschrijving in Hoofdlijnen, nadere eisen stellen aan de plaats en de
afmetingen van de bebouwing, waarbij met name rekening zal worden
gehouden met de algemene criteria.

Vrijstelling van de bebouwingsbepalingen

D. Burgemeester en Wethouders kunnen, met inachtneming van het ge-
stelde in de Beschrijving in Hoofdlijnen, vrijstelling verlenen van:
- het bepaalde in lid B sub 1 onder b en toestaan dat de hoogte van
een gebouw wordt vergroot tot ten hoogste 17,50 m.

Strijdig gebruik

E. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel
21 lid A, wordt in ieder geval gerekend:
1. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detail-
handel;
Buro Vijn B.V.
blz 22 03-21-03

2. het bepaalde in lid A sub 1 onder a juncto artikel 21 lid A en toe-
staan dat tevens bedrijven worden gevestigd die naar de aard, het
profiel en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrij-
ven die zijn genoemd in bijlage 1.

Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 23

Artikel 8: Transferium
Bestemmingsomschrijving

A. De op de kaart voor transferium aangewezen gronden zijn bestemd
voor:
1. parkeervoorzieningen;
2. groenvoorzieningen;
3. een kiosk;
met de daarbijbehorende:
4. terreinen;
5. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Bebouwingsbepalingen

B. 1. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. als gebouw mag uitsluitend één kiosk worden gebouwd;
b. de oppervlakte van het gebouw zal ten hoogste 25 m² bedragen;
c. de hoogte van het gebouw zal ten hoogste 3,00 m bedragen.

2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de
volgende bepaling:
- de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten
hoogste 5,00 m bedragen.

Nadere eisen

C. Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van het gestelde in
de Beschrijving in Hoofdlijnen, nadere eisen stellen aan de plaats en de
afmetingen van de bebouwing, waarbij met name rekening zal worden
gehouden met de algemene criteria.

Strijdig gebruik

D. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel
21 lid A, wordt in ieder geval gerekend:
- het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detail-
handel.

Wijzigingsbevoegdheid

E. De Gemeenteraad kan, met inachtneming van het gestelde in de Be-
schrijving in Hoofdlijnen, het plan wijzigen in die zin dat:
- gebouwen ten behoeve van parkeerdoeleinden, het wonen, restau-
rants, alsmede ten behoeve van bedrijven genoemd in bijlage 1
alsmede naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk
te stellen bedrijven, worden gebouwd, mits:
a. de hoogte van een gebouw ten hoogste 16,00 m zal bedragen;
Buro Vijn B.V.
blz 24 03-21-03

b. de geluidsbelasting van geluidgevoelige gebouwen niet hoger
zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een
verkregen hogere grenswaarde.
Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 25

Artikel 9: Hotel
Bestemmingsomschrijving

A. De op de kaart voor hotel aangewezen gronden zijn bestemd voor:
1. gebouwen ten behoeve van:
a. een hotel of een hotel-/restaurant;
b. een zalen- en congrescentrum;
c. een bedrijfswoning, indien en voorzover de gronden op de kaart
zijn voorzien van de aanduiding “bedrijfswoning toegestaan”;
met de daarbijbehorende:
2. parkeervoorzieningen;
3. tuinen, erven en terreinen;
4. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Bebouwingsbepalingen

B. 1. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. een gebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd;
b. er zal ten hoogste één bedrijfswoning worden gebouwd;
c. de goothoogte van de bedrijfswoning zal ten hoogste 6,50 m
bedragen;
d. de hoogte van een gebouw zal ten hoogste de op de kaart in het
bouwvlak aangegeven hoogte bedragen;
e. de onderlinge afstand tussen de gebouwen zal ten minste 5,00
m bedragen.

2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de
volgende bepaling:
- de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten
hoogste 2,00 m bedragen.

Nadere eisen

C. Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van het gestelde in
de Beschrijving in Hoofdlijnen, nadere eisen stellen aan de plaats en de
afmetingen van de bebouwing, waarbij met name rekening zal worden
gehouden met de algemene criteria.

Strijdig gebruik

D. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel
21 lid A, wordt in ieder geval gerekend:
- het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detail-
handel.

Vrijstelling van de gebruiksbepaling

E. Burgemeester en Wethouders kunnen, met inachtneming van het ge-
stelde in de Beschrijving in Hoofdlijnen, vrijstelling verlenen van:
Buro Vijn B.V.
blz 26 03-21-03

- het bepaalde in lid D juncto artikel 21 lid A en toestaan dat de gron-
den en bouwwerken worden gebruikt voor productiegebonden de-
tailhandel.

Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 27

Artikel 10: Verkooppunt van motorbrandstoffen
Bestemmingsomschrijving

A. De op de plankaart voor verkooppunt van motorbrandstoffen aange-
wezen gronden zijn bestemd voor:
1. gebouwen ten behoeve van:
a. een verkooppunt van motorbrandstoffen;
b. detailhandel in bijbehorende accessoires en benodigdheden
voor motorvoertuigen en weggebonden artikelen;
2. erven en terreinen;
met de daarbijbehorende:
3. parkeervoorzieningen;
4. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Bebouwingsbepalingen

B. 1. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. een gebouw zal binnen het bouwvlak worden gebouwd;
b. de hoogte van een gebouw zal ten hoogste 4,00 m bedragen.

2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de
volgende bepaling:
- de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten
hoogste 5,00 m bedragen.

Nadere eisen

C. Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van het gestelde in
de Beschrijving in Hoofdlijnen, nadere eisen stellen aan de plaats en de
afmetingen van de bebouwing, waarbij met name rekening zal worden
gehouden met de algemene criteria.

Strijdig gebruik

D. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel
21 lid A, wordt in ieder geval gerekend:
1. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detail-
handel, met uitzondering van detailhandel in motorbrandstoffen, bij-
behorende accessoires, benodigdheden voor motorvoertuigen en
weggebonden artikelen;
2. het gebruik van de gronden als opslagpunt voor LPG ten behoeve
van een verkooppunt van motorbrandstoffen, indien de gronden op
de kaart niet zijn voorzien van de aanduiding "opslagpunt LPG";
3. het gebruik van de gronden als vulpunt voor LPG ten behoeve van
en verkooppunt van motorbrandstoffen, indien de gronden op de
kaart niet zijn voorzien van de aanduiding "vulpunt LPG".

Buro Vijn B.V.
blz 28 03-21-03

Artikel 11: Openbare nutsdoeleinden
Bestemmingsomschrijving

A. De op de kaart voor openbare nutsdoeleinden aangewezen gronden
zijn bestemd voor:
1. gebouwen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformator-
gebouwen, gebouwen ten behoeve van de gasvoorziening, en naar
de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen;
met de daarbijbehorende:
2. terreinen;
3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Bebouwingsbepalingen

B. 1. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. een gebouw zal binnen het bouwvlak worden gebouwd;
b. de hoogte van een gebouw zal ten hoogste 4,00 m bedragen.

2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de
volgende bepaling:
- de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten
hoogste 2,00 m bedragen.

Nadere eisen

C. Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van het gestelde in
de Beschrijving in Hoofdlijnen, nadere eisen stellen aan de plaats en de
afmetingen van de bebouwing, waarbij met name rekening zal worden
gehouden met de algemene criteria.
Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 29

Artikel 12: Groenvoorzieningen
Bestemmingsomschrijving

A. De op de kaart voor groenvoorzieningen aangewezen gronden zijn be-
stemd voor:
1. groenvoorzieningen;
2. paden;
3. sloten, bermen en beplanting;
en in beperkte mate voor:
4. wegen;
5. waterlopen en waterpartijen;
met de daarbijbehorende:
6. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Bebouwingsbepalingen

B. 1. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de
volgende bepaling:
- de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten
hoogste 2,00 m bedragen.

Nadere eisen

C. Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van het gestelde in
de Beschrijving in Hoofdlijnen, nadere eisen stellen aan de plaats en de
afmetingen van de bebouwing, waarbij met name rekening zal worden
gehouden met de algemene criteria.

Vrijstelling van de bebouwingsbepalingen

D. Burgemeester en Wethouders kunnen, met inachtneming van het ge-
stelde in de Beschrijving in Hoofdlijnen, vrijstelling verlenen van:
- het bepaalde in lid B en toestaan dat bouwwerken ten behoeve van
bergbezinkbassins worden gebouwd.
Buro Vijn B.V.
blz 30 03-21-03

Artikel 13: Doeleinden van verkeer en verblijf
Bestemmingsomschrijving

A. De op de kaart voor doeleinden van verkeer en verblijf aangewezen
gronden zijn bestemd voor:
1. wegen en straten;
2. paden;
3. parkeervoorzieningen;
4. groenvoorzieningen;
en in beperkte mate voor:
5. tuinen en erven;
6. sloten, bermen en beplanting;
met de daarbijbehorende:
7. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Bebouwingsbepalingen

B. 1. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de
volgende bepaling:
- de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan
rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en rege-
ling van het verkeer, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.

Nadere eisen

C. Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van het gestelde in
de Beschrijving in Hoofdlijnen, nadere eisen stellen aan de plaats en de
afmetingen van de bebouwing, waarbij met name rekening zal worden
gehouden met de algemene criteria.

Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 31

Artikel 14: Verkeersdoeleinden
Bestemmingsomschrijving

A. De op de kaart voor verkeersdoeleinden aangewezen gronden zijn be-
stemd voor:
1. wegen;
2. paden;
3. groenvoorzieningen;
4. sloten, bermen en beplanting;
waarbij gestreefd wordt naar een inrichting hoofdzakelijk gericht op de
afwikkeling van het verkeer;
met de daarbijbehorende:
5. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Bebouwingsbepalingen

B. 1. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de
volgende bepaling:
- de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan
rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en rege-
ling van het verkeer, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.

Nadere eisen

C. Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van het gestelde in
de Beschrijving in Hoofdlijnen, nadere eisen stellen aan de plaats en de
afmetingen van de bebouwing, waarbij met name rekening zal worden
gehouden met de algemene criteria.

Wijzigingsbevoegdheid

D. Burgemeester en Wethouders kunnen, met inachtneming van het ge-
stelde in de Beschrijving in hoofdlijnen, het plan wijzigen in die zin dat:
- een bruggebouw ten behoeve van restaurants, alsmede ten behoe-
ve van bedrijven genoemd in bijlage 1 alsmede naar de aard en de
invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijven, worden
gebouwd, mits:
- deze wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast als ver-
binding over de Verlengde Vondellaan tussen het Transferium en
het bedrijvenpark.

Buro Vijn B.V.
blz 32 03-21-03

Artikel 15: Water
Bestemmingsomschrijving

A. De op de kaart voor water aangewezen gronden zijn bestemd voor:
1. vaarten, sloten, en daarmee gelijk te stellen waterlopen;
2. bermen en beplanting;
3. groenvoorzieningen;
met de daarbijbehorende:
4. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Bebouwingsbepalingen

B. 1. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de
volgende bepaling:
- de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten
hoogste 2,00 m bedragen.

Nadere eisen

C. Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van het gestelde in
de Beschrijving in Hoofdlijnen, nadere eisen stellen aan de plaats en de
afmetingen van de bebouwing, waarbij met name rekening zal worden
gehouden met de algemene criteria.
Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 33

3. OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 16: Anti-dubbeltelbepaling
Grond welke eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een
bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de
beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Buro Vijn B.V.
blz 34 03-21-03

Artikel 17: Uitsluiting aanvullende werking Bouwverordening
De voorschriften van de Bouwverordening ten aanzien van onderwerpen
van stedebouwkundige aard, blijven overeenkomstig het gestelde in artikel
9 lid 2 van de Woningwet buiten toepassing, behoudens ten aanzien van
de volgende onderwerpen:
a. de richtlijnen voor het verlenen van vrijstelling van de stedebouwkundi-
ge bepalingen;
b. de bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer;
c. de bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten;
d. het bouwen bij hoogspanningsleidingen en ondergrondse hoofdtrans-
portleidingen;
e. de parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden;
f. de ruimte tussen bouwwerken; en
g. erf- en terreinafscheidingen.


Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 35

Artikel 18: Algemene vrijstellingsbevoegdheid
Burgemeester en Wethouders kunnen, met inachtneming van het gestelde
in de Beschrijving in Hoofdlijnen, vrijstelling verlenen van:

1. de bij recht in de voorschriften gegeven aantallen, maten, afmetingen
en percentages, tot ten hoogste 10% van die aantallen, maten, afme-
tingen en percentages;

2. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwer-
ken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van de bouw-
werken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot ten hoogste 10,00 m;

3. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwer-
ken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwer-
ken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvang- en/of si-
renemasten, wordt vergroot tot ten hoogste 30,00 m;

4. het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebou-
wen en toestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen ten behoeve
van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftko-
kers en lichtkappen wordt vergroot, mits:
a. de maximale oppervlakte van de vergroting ten hoogste 10% van
het betreffende bouwvlak zal bedragen;
b. de vergroting leidt tot een hoogte welke ten hoogste 1,25 maal de
maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw zal bedragen;

5. het bepaalde ten aanzien van het bouwen van gebouwen binnen het
bouw- c.q. bestemmingsvlak en toestaan dat de grenzen van het bouw-
c.q. bestemmingsvlak naar de buitenzijde worden overschreden door:
a. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en
schoorstenen;
b. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken;
c. één erker per (hoofd)gebouw over maximaal de halve gevelbreedte;
d. ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen;
mits de bouwgrens met niet meer dan 1,50 m wordt overschreden.
Buro Vijn B.V.
blz 36 03-21-03

Artikel 19: Algemene wijzigingsbevoegdheden
Burgemeester en Wethouders kunnen, met inachtneming van het gestelde
in de Beschrijving in Hoofdlijnen, het plan wijzigen in die zin dat:

1. het beloop of profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling
in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of in-
tensiteit daartoe aanleiding geeft;

2. bestemmingsgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil
daartoe aanleiding geeft.


Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 37

Artikel 20: Procedureregels
Op de voorbereiding van een besluit tot wijziging op grond van artikel 8 lid
E, artikel 14 lid D en artikel 19 is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet
bestuursrecht geregelde procedure van toepassing.
Buro Vijn B.V.
blz 38 03-21-03

Artikel 21: Gebruiksbepaling
A. Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten
gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de gegeven be-
stemmingen.

B. Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in
lid A, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van
het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende re-
denen wordt gerechtvaardigd.

Strijdig gebruik

C. Tot een strijdig gebruik als bedoeld in lid A wordt in ieder geval gere-
kend:
1. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen;
2. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een
prostitutiebedrijf.

Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 39

Artikel 22: Overgangsbepalingen
Overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken

A. Bouwwerken, welke ten tijde van de eerste ter-inzage-legging van dit
plan bestaan dan wel worden gebouwd of kunnen worden gebouwd bij
of krachtens het gestelde in de Woningwet en in enigerlei opzicht van
het plan afwijken, mogen, mits de bestaande afwijkingen naar de aard
en omvang niet worden vergroot:

1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden
vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning
geschiedt binnen 2 jaar na het tenietgaan.

Vrijstellingsbepaling

B. Burgemeester en Wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het be-
paalde in lid A, dat de bestaande afwijkingen naar de omvang niet mo-
gen worden vergroot en toestaan dat een éénmalige vergroting plaats-
vindt van de inhoud van in lid A toegelaten bouwwerken met ten hoog-
ste 10%.

Overgangsbepaling ten aanzien van het gebruik

C. Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond ten tijde van het
van kracht worden van dit plan mag worden voortgezet of gewijzigd, zo-
lang en voor zover de strijdigheid van dat gebruik ten opzichte van het
gebruik overeenkomstig de bestemmingen in dit plan, naar de aard en
omvang niet wordt vergroot.

Uitzonderingen op het overgangsrecht

D. Lid A is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op
het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp van dit plan, doch
zijn gebouwd in strijd met het toen geldende plan, daaronder begrepen
de overgangsbepaling van dat plan.

E. Lid C is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met
het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de
overgangsbepaling van dat plan.
Buro Vijn B.V.
blz 40 03-21-03

Artikel 23: Strafbepaling
Overtreding van het bepaalde in
artikel 21 lid A
ten aanzien van het gebruik van gronden en bouwwerken,
wordt als strafbaar feit aangemerkt in de zin van
artikel 59 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.

Buro Vijn B.V.
03-21-03 blz 41

Artikel 24: Slotbepaling
Deze voorschriften kunnen worden aangehaald onder de titel:

Voorschriften deel uitmakende van het
Bestemmingsplan Bedrijvenpark Nesciolaan
van de gemeente Haren.


Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van .................................... 2004.



De voorzitter, De griffier,




......................




…………..

Buro Vijn B.V.











































BIJLAGE 1


Bedrijvenlijst