10 jaar bedrijventerreinenmonitoring in Drenthe

:

Het bedrijf achter de transactie

1

PROVINCIE DRENTHE

10 JAAR BEDRIJVENTERREINENMONITORING IN DRENTHE Het bedrijf achter de transactie

2

Juni 2002

3

INHOUD

1. 2. 3. 4. 5. 6.

INLEIDING HOEVEEL TERREIN IS ER UITGEGEVEN? WAAR KOMEN DE BEDRIJVEN VANDAAN? HOE GROOT ZIJN DE BEDRIJVEN? WELKE ACTIVITEITE N VOEREN DE BEDRIJVEN UIT? LEVEREN DE BEDRIJVEN VEEL OVERLAST OP? BIJLAGEN

5 7 11 15 17 21 23

4

5

1.

INLEIDING

In 1996 is door provinciale staten (PS) de nota Bedrijventerreinen in Drenthe vastgesteld. In het kader van deze nota is een aantal afspraken gemaakt. Een van de afspraken was dat de nota met enige regelmaat moet worden geactualiseerd. De eerste actualisatie heeft plaatsgevonden 1 in 2001 . Hierbij is dankbaar gebruikgemaakt van de resultaten van een andere afspraak, namelijk het opzetten van een monitoringsysteem. Dit systeem heeft tot doel de vraag naar en het aanbod van bedrijventerreinen goed te volgen, zodat eventuele bijstelling van het beleid mogelijk is. Het monitoringsysteem bevat inmiddels gegevens over de terreinuitgifte in de jaren 1990 tot en met 1999. Deze gegevens worden verzameld door middel van een enquête. Jaarlijks worden gemeenten door de provincie benaderd met vragen over de verkoop van kavels op bedrijventerreinen. Voor gegevens over het nog beschikbare aanbod en de ontwikkeling van nieuwe terreinen of uitbreiding van reeds bestaande terreinen maakt de provincie gebruik van de informatie 2 die de Rijksplanologische Dienst (RPD) hierover jaarlijks verzamelt. Sinds het opzetten van het monitoringsysteem werd er jaarlijks over de enquêteresultaten gerapporteerd. Omdat we nu met 1990-1999 een 10-jaarsperiode achter de rug hebben, heeft dit rapport een ander karakter gekregen. Er wordt niet zozeer stilgestaan bij een momentopname, 3 maar er wordt teruggekeken naar de ontwikkelingen in de afgelopen tien jaar . In deze rapportage staat de terreinuitgifte centraal. Gegevens over het aanbod en de planvorming worden in dit rapport buiten beschouwing gelaten. In de rapportage wordt antwoord gegeven op de volgende vragen. Wat is op hoofdlijnen het uitgiftepatroon? (hoofdstuk 1) Waar komen de bedrijven die grond kochten vandaan? (hoofdstuk 2) Zijn de bedrijven groot of klein qua personeelsomvang? (hoofdstuk 3) Welke sectoren oefenen vooral vraag uit naar bedrijventerreinen? (hoofdstuk 4) Leveren de bedrijven veel overlast op voor hun omgeving? (hoofdstuk 5) De indeling van de hoofdstukken is identiek. In alle hoofdstukken komen achtereenvolgens de volgende onderwerpen aan bod: aantal transacties, aantal ha dat is uitgegeven, de gemiddelde omvang van de kavels, de werkgelegenheid die met de transacties is gemoeid en het gemiddelde ruimtegebruik per werkzame persoon. In de bijlagen zijn de uitkomsten per gemeente weergegeven. Omdat, in tegenstelling tot de voorgaande jaren, over het jaar 1999 niet apart wordt gerapporteerd, staan in de bijlagen ook tabellen met de resultaten van de enquête 1999. Voor informatie over het aanbod, de aansluiting van vraag en aanbod en het eventueel benodigde extra aanbod van bedrijventerreinen in de toekomst, wordt verwezen naar de geactuali1 seerde Nota bedrijventerreinen .
1. Provincie Drenthe, "Bedrijventerreinen in Drenthe: lessen uit het verleden en consequenties voor de toekomst" (2001) 2. De gegevens die de RPD verzamelt, hebben alleen betrekking op terreinen en niet op individuele transacties. 3. Alle cijfers in deze rapportage hebben betrekking op het jaarlijks gemiddelde in de periode 1990-1999. Mochten de gegevens gaan over een andere periode dan wordt dit vermeld.

6

7

2.

HOEVEEL TERREIN IS ER UITGEGEVEN?

Om voor de komende jaren een raming te kunnen maken van het benodigde aanbod aan bedrijventerreinen is het allereerst van belang om te weten hoe de vraag naar kavels zich ontwik kelt. Niet alleen qua aantal hectares, maar vooral ook wat betreft de processen die hier achter zitten. Neemt de vraag toe? Zo ja, komt dit door plotselinge werkgelegenheidsgroei of stijgt het ruimtegebruik per werknemer? Komen er meer bedrijven vanuit de Randstad? Om over dit soort vragen informatie te verkrijgen stuurt de provincie jaarlijks een enquêteformulier naar de ge4 meenten waarop ze kunnen invullen welke bedrijven een kavel hebben gekocht, hoe groot de kavel is en waar het bedrijf vandaan komt. Om vervolgens een beeld te krijgen van de activiteiten die deze bedrijven uitvoeren en de werkgelegenheid die hiermee gemoeid is, zijn de bedrijfsgegevens gekoppeld aan het Provinciaal Werk gelegenheidsregister (PWR). In dit hoofdstuk staat de totale terreinuitgifte volgens de provinciale enquête centraal. De resultaten met betrekking tot de specifieke onderwerpen komen in de volgende hoofdstukken aan de orde. Driekwart bedrijven is aan te merken als nieuwvestiging 3 In de periode 1990-1999 hebben jaarlijks gemiddeld 100 bedrijven grond gekocht op een bedrijventerrein in Drenthe. Driekwart van de bedrijven heeft zich nieuw gevestigd op een bedrijventerrein. De andere bedrijven waren reeds op een bedrijventerrein gevestigd en hebben grond gekocht om op de bestaande locatie te kunnen uitbreiden. In Emmen, Assen en Hoogeveen vonden de meeste transacties plaats. Figuur 1 toont het aantal transacties van nieuwvestigingen en uitbreidingen per gemeente. In Assen, Meppel en Tynaarlo was het aandeel van de nieuwvestigingen in het totaal aantal transacties iets groter dan in de andere gemeenten. Figuur 1. Aantal transacties per gemeente, jaargemiddelde 1990-1999
Tynaarlo Noordenveld Meppel Hoogeveen Emmen Coevorden Assen 0 5 10 15 20 25 30

aantal transacties nieuwvestiging uitbreiding

3. Alle cijfers in deze rapportage hebben betrekking op het jaarlijks gemiddelde in de periode 1990-1999. Mochten de gegevens gaan over een andere periode dan wordt dit vermeld. 4. Tot 1999 werden voor de provinciale enquete alleen die gemeenten benaderd die op hun grondgebied een of meerdere (boven)regionale bedrijventerreinen hadden met daarop nog uitgeefbare kavels. Om een compleet beeld te krijgen van de terreinuitgifte in Drenthe worden vanaf 1999 alle gemeenten benaderd. Dit betekent dat de gemeenten Aa en Hunze, Borger-Odoorn, Midden-Drenthe, Westerveld en De Wolden in dat jaar voor het eerst zijn geënqueteerd.

8

In de tweede helft van de jaren negentig is het aantal transacties verdubbeld. Vooral het aantal transacties van nieuwvestigingen is aanzienlijk gestegen. De belangrijkste reden voor de forse toename is de sterke economische groei in de tweede helft van de negentiger jaren. Uitgifte sinds 1995 sterk gestegen Volgens de gegevens van de RPD bedroeg de uitgifte in de afgelopen 10 jaar jaarlijks gemiddeld 51 ha. Tot 1995 werd er jaarlijks 37 ha uitgegeven. Vanaf 1995 steeg dit tot gemiddeld 64 ha per jaar. De gemeenten uit de provinciale enquête hebben in 1990-1999 jaarlijks gemiddeld 42 ha terrein 4 uitgegeven. Dit cijfer ligt lager omdat tot 1999 niet alle gemeenten werden benaderd . Met de provinciale enquête werd gemiddeld ruim 80% van de totale uitgifte gedekt. Van de 42 ha is ruim driekwart gekocht door nieuwvestigingen. Opmerkelijk is dat in Assen bijna alle grond is uitgegeven aan nieuwvestigingen (zie bijlage 2a). De oppervlakte van de kavels was gemiddeld 4.030 m . De nieuwvestigingen kochten grotere 2 kavels dan de bedrijven die gingen uitbreiden, maar het verschil was klein (slechts 120 m ). 2 2 De gemiddelde kavelomvang is gestegen van 3.920 m in de periode 1990-1994 naar 4.090 m in 1995-1999. Alleen de grootte van de kavels gekocht door nieuwvestigingen steeg. Kortom, het aantal transacties nam sterk toe, maar de omvang van de kavels steeg nauwelijks. Figuur 2 toont de terreinuitgifte in de afgelopen tien jaar. De uitgifte van bedrijventerreinen is sinds 1995 fors toegenomen. Vooral in 1997 is er veel grond uitgegeven. Dit heeft te maken 5 met een eenmalige grote transactie van het bedrijf IAMS in Coevorden . Dit bedrijf kocht 20 ha. In 1998 trad er een lichte kentering op in de uitgiftecijfers. Dit was eenmalig, want in 1999 en ook in 2000 lagen de uitgiftecijfers weer hoger. Figuur 2. Terreinuitgifte in 1990-1999
90 80 70 60 ha 50 40 30 20 10 0 '90 '91 '92 '93 '94 '95 '96 '97 '98 '99
2

nieuwvestiging

uitbreiding

4. Tot 1999 werden voor de provinciale enquete alleen die gemeenten benaderd die op hun grondgebied een of meerdere (boven)regionale bedrijventerreinen hadden met daarop nog uitgeefbare kavels. Om een compleet beeld te krijgen van de terreinuitgifte in Drenthe worden vanaf 1999 alle gemeenten benaderd. Dit betekent dat de gemeenten Aa en Hunze, Borger-Odoorn, Midden-Drenthe, Westerveld en De Wolden in dat jaar voor het eerst zijn geënqueteerd. 5. Sommige hierna gepresenteerde kerngetallen worden sterk vertekend door deze transactie. Mocht dit zo zijn, dan wordt de transactie van IAMS buiten beschouwing gelaten. Dit wordt vermeld in de tekst.

9

Ruimtegebruik per werkzame persoon fors gestegen 6 Met de transacties van nieuwvestigingen waren jaarlijks bijna 800 banen gemoeid. Deze banen 7 8 zijn gemeten een jaar nadat de transacties hebben plaatsgevonden . De uitbreidingen worden hierbij buiten beschouwing gelaten. Van de bedrijven is namelijk alleen het totaal aantal werknemers bekend. Wat je eigenlijk wilt weten is de extra werkgelegenheid die het directe gevolg is van de uitbreiding. Dit gegeven is helaas niet bekend. Gemiddeld kochten de nieuwvestigingen per werknemer 260 m grond. Dit ruimtegebruik per 9 werkzame persoon, ook wel terreinquotiënt genoemd, is na de eerste helft van de jaren negen2 2 tig behoorlijk gestegen, van 210 m naar ruim 310 m . Meer informatie over de uitgifte van kavels in de afgelopen tien jaar is te vinden in de bijlagen. In de volgende hoofdstukken staat de uitgifte aan bedrijven die zich nieuw hebben gevestigd op een bedrijventerrein centraal. Mochten de cijfers betrekking hebben op de uitbreidingen dan wordt dit vermeld.
2

6. Dit zijn banen van 12 uur of meer per week. 7. Niet voor alle bedrijven is een jaar na de transactie bekend hoeveel personen er werken. Bij sommige bedrijven duurt het namelijk wat langer voordat ze op het bedrijventerrein zijn gevestigd. Ook was van een aantal transacties het betrokken bedrijf nog niet bekend. 8. Dit is van toepassing op alle hoofdstukken waar de koppeling tussen ruimte en werkgelegenheid wordt gelegd. 9. Bij het berekenen van de terreinquotënt zijn de nieuwvestigingen waarvoor een jaar na de transactie nog geen werkzame personen zijn geregistreerd en de grote transactie van IAMS buiten beschouwing gelaten. In totaal kon voor 531 van de 792 nieuwvestigingen die in de periode 1990-1999 grond kochten, de werkgelegenheid een jaar na de transactie worden vastgesteld.

10

11

3.

WAAR KOMEN DE BEDRIJVEN VANDAAN?

Al jarenlang wordt er gesproken over overloop van bedrijven vanuit de Randstad naar andere delen van het land. Om enig inzicht te krijgen in de omvang van de overloop naar Drentse bedrijventerreinen wordt in de enquête gevraagd naar de herkomst van de bedrijven. Gemeenten kunnen aangeven of een bedrijf uit de eigen gemeente komt, uit een andere Drentse gemeente, uit een andere provincie of zelfs uit het buitenland. Ook kan het gaan om een bedrijf dat voor het eerst activiteiten gaat uitoefenen: een startend bedrijf. Daarnaast is het mogelijk dat een, reeds op het terrein gevestigd, bedrijf een aangrenzende kavel koopt om op de bestaande plek uit te breiden. Deze uitbreidingen worden in dit hoofdstuk buiten beschouwing gelaten. Merendeel bedrijven komt uit eigen gemeente In de periode 1990-1999 hebben jaarlijks gemiddeld 80 bedrijven grond gekocht om zich te vestigen op een bedrijventerrein. Tweederde van deze bedrijven heeft zich over een kleine afstand verplaatst, naar een bedrijventerrein in dezelfde gemeente. Het ging vooral om bedrijven in de handel en bouw. Het is niet zo verwonderlijk dat bedrijven de keuze laten vallen op een bedrijventerrein in de eigen gemeente. Bedrijven hebben toch vaak een sterke binding (denk bijvoorbeeld aan de afzetmarkt en de werknemers) met de gemeente en zijn niet gauw geneigd om naar een andere gemeente of regio te verhuizen. De uitkomsten komen dan ook overeen met verplaatsingsprocessen elders in Nederland. Al jarenlang is er een tendens zichtbaar dat bedrijven wegtrekken uit het centrum en zich vestigen op een bedrijventerrein. Bijvoorbeeld omdat het bedrijf niet kan uitbreiden in het centrum of omdat het teveel overlast vormt voor de omgeving. Er zijn ook bedrijven die naar een bedrijventerrein verhuizen vanwege de goede bereikbaarheid en parkeermogelijkheden. Vooral de grootschalige detailhandel, onder meer de Leenbakkers, Kwantumhallen en tuincentra, oefenen een substantiële ruimtevraag uit. Ruim 10% van de bedrijven kwam van buiten Drenthe, vaak vanuit een naburige provincie. Toch zijn er ook bedrijven uit het westen en zuiden van het land die aankloppen bij Drentse gemeenten voor een stukje grond. Een van de redenen is dat er in de eigen regio onvoldoende ruimte beschikbaar is. Ook ondervinden bedrijven moeilijkheden bij het vinden van personeel. In de afgelopen tien jaar kochten vier buitenlandse bedrijven grond op een bedrijventerrein in Drenthe. Het aantal startende bedrijven dat zich direct heeft gevestigd op een bedrijventerrein was gering. Het waren vooral bedrijven in de handel. Vaak beginnen startende ondernemers hun activiteiten aan huis en gaan pas later op zoek naar een andere locatie. Bedrijven van buiten Drenthe kopen grotere kavels De gemeenten hebben jaarlijks gemiddeld 32 ha terrein uitgegeven aan bedrijven die zich nieuw hebben gevestigd op een bedrijventerrein. Meer dan de helft van de uitgegeven grond is in handen gekomen van bedrijven die binnen dezelfde gemeente zijn ve rhuisd (zie bijlage 3a).

12

De gemiddelde grootte van de kavel verschilde nogal per herkomstcategorie. Bedrijven uit dezelfde gemeente of een andere Drentse gemeente kochten gemiddeld aanzienlijk kleinere kavels dan bedrijven van buiten Drenthe. De bedrijven uit de twee eerstgenoemde categorieën 2 kochten kavels ter grootte van zo'n 3.500 m . De kavels van bedrijven uit andere provincies waren ongeveer anderhalf tot twee keer zo groot. Dit is echter nog klein vergeleken bij de kavels die de bedrijven uit het buitenland kochten. Met uitzondering van IAMS ging het bij deze bedrijven om bijna 2 ha per bedrijf. Kortom, hoe groter de afstand waarover het bedrijf zich ve rplaatst, hoe groter de kavel. Figuur 3 geeft een beeld van de terreinuitgifte naar herkomst van de bedrijven per gemeente. Haast in alle gemeenten voerden de bedrijven die binnen de gemeente zijn verplaatst de boventoon. Vooral Emmen en Noordenveld sprongen eruit. Een uitzondering vormde Coevorden. Daar is slechts eenderde van de grond uitgegeven aan bedrijven uit Coevorden. Dit beeld is echter sterk vertekend door de transactie van IAMS. Exclusief deze transactie komt het beeld in grote lijnen overeen met de situatie in geheel Drenthe. Figuur 3. Terreinuitgifte naar herkomst bedrijf (%), jaargemiddelde 1990-1999
10

Tynaarlo Noordenveld Meppel Hoogeveen Emmen Coevorden Assen 0% 20% 40% 60% 80% 100%

aandeel in totaal starter overig Nederland gemeente buitenland overig Drenthe onbekend

Bedrijven uit gemeente kopen gemiddeld 240 m per werknemer Bijna 90% van de totale werkgelegenheid die gemoeid was met de transacties van nieuwvestigingen was te vinden bij de bedrijven die binnen dezelfde gemeente zijn verhuisd. Jaarlijks ging het om een kleine 700 banen. Vooral Emmen had hierin een belangrijk aandeel. De bedrijven uit de gemeente hadden gemiddeld genomen meer personeel in dienst dan de bedrijven uit de andere herkomstcategorieën. Een deel van de bedrijven is naar een bedrijventerrein in de eigen gemeente verhuisd om daar te kunnen uitbreiden. Meestal gaat dit na verloop van tijd gepaard met een groei van het personeelsbestand. Dit betekent dus een stijging van de werkgelegenheid in Drenthe. Onbekend is om wat voor aantallen het gaat.
10. De figuur toont dat de meeste gemeenten een herkomstcategorie "onbekend" hebben. Dit betreft de terreinuitgifte aan projectontwikkelaars en bouwondernemingen. Deze kopen kavels om een pand, soms ook wel een bedrijfsverzamelgebouw op te bouwen. De ruimte wordt vervolgens verhuurd of verkocht aan andere bedrijven. Bij het verwerken van de enquête is echter nog niet altijd bekend welk bedrijf of bedrijven uiteindelijk hun intrek nemen in het pand.

2

13

Ook de starters en de bedrijven van buiten de provincie leveren extra arbeidsplaatsen op in Drenthe. Met deze transacties waren jaarlijks gemiddeld 30 banen gemoeid. Een gering aantal 11 dus. Maar dit is de situatie één jaar na de transactie . Verwacht mag worden dat deze bedrijven na een wat langere aanlooptijd een stijging van het aantal personeelsleden laat zien. Het ruimtegebruik per werkzame persoon was niet in alle herkomstcategorieën gelijk. De bedrij2 ven uit de gemeente kochten gemiddeld de minste ruimte per werkzame persoon, 240 m . De 2 ruimte bij de bedrijven uit andere Drentse gemeenten was bijna 100 m groter. De werknemers 2 2 van bedrijven uit andere delen van Nederland beschikten zelfs over 380 m . Het aantal m per werkzame persoon fluctueerde nogal per jaar.

11. Zie voetnoot 7.

14

15

4.

HOE GROOT ZIJN DE BEDRIJVEN?

De verwachting is dat met name wat kleinere bedrijven zich nieuw vestigen op een bedrijventerrein. Voor kleine bedrijven is het namelijk relatief makkelijker om zich te verplaatsen dan voor grote bedrijven. Om te kijken of deze verwachting klopt, is aan de bedrijven uit de enquête een grootteklasse toegekend. De grootteklasse zegt iets over de personeelsomvang en is gebaseerd op het aantal personeelsleden dat het bedrijf één jaar na de transactie heeft. Voornamelijk kleine bedrijven kopen grond De meeste nieuwvestigingen waren klein qua personeelsomvang. Bijna 80% van de nieuwvestigingen had minder dan 10 werknemers in dienst. Dit lijkt veel, maar uit het PWR blijkt dat bijna 90% van alle in Drenthe gevestigde bedrijven minder dan 10 werknemers heeft. In de categorie "0-9 werknemers" zijn ook de bedrijven meegeteld waarvan een jaar na de transactie nog geen werkgelegenheid bekend was. Er mag vanuit worden gegaan dat het in deze gevallen ook meestal om relatief kleine ondernemingen zal gaan. Daarnaast had nog eens 11% een personeelsomvang van 10 tot 20 werkzame personen (zie bijlage 5a). Slechts 9 bedrijven die in de periode 1990-1999 een kavel kochten, hadden meer dan 100 personeelsleden. Drie van deze bedrijven hadden meer dan 250 werknemers. Kortom, bijna alle nieuwvestigingen vielen onder het midden- en kleinbedrijf (MKB) dat wil zeggen dat de bedrijven minder dan 250 werkzame personen tellen. Het overgrote deel, 97%, was zelfs aan te merken als kleinbedrijf (minder dan 50 werkzame personen). Het grote aandeel van het kleinbedrijf is tamelijk logisch. Juist kleine bedrijven zijn nog relatief makkelijk in staat om een verplaatsing te realiseren. Veel moeilijker is dit voor de grotere bedrijven die te kampen hebben met allerlei banden met hun historische locatie. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de personeelsvoorziening en het machinepark. De uitbreidingen lieten een soortgelijk beeld zien, zij het dat het aandeel van de kleinere bedrijven in de transacties een fractie lager lag dan bij de nieuwvestigingen. Dit was ook het geval bij de uitgifte. Grotere bedrijven kopen grotere kavels Tweederde van de grond is gekocht door bedrijven met minder dan 10 werknemers. Dit aandeel lag dus lager dan bij het aantal transacties. Oorzaak is dat de kleinere bedrijven relatief kleine 2 kavels kochten. De gemiddelde oppervlakte was 3.090 m (dit is exclusief IAMS). Grotere bedrijven hebben uiteraard meer grond nodig om hun werkzaamheden uit te kunnen voeren. De bedrijven met meer dan 50 werknemers kochten kavels van gemiddeld 1 ha (zie bijlage 8). Aan deze bedrijven is ruim 10% van de grond uitgegeven. Kleinere bedrijven beschikken per werknemer over grotere oppervlakte Opmerkelijk is dat het ruimtegebruik per werknemer afnam naarmate het bedrijf meer personeelsleden in dienst had. De werknemers van de bedrijven met meer dan 50 werkzame personen beschikten over gemiddeld 50 m². Daarentegen bedroeg het gemiddelde ruimtegebruik bij bedrijven met minder dan 50 personen 370 m² per werknemer. Een groot verschil dus. Een mogelijke verklaring is dat kleinere bedrijven ruimer hebben ingekocht, omdat zij in een eerdere fase van de economische levenscyclus zitten (onder andere startende ondernemingen) en

16

daarom een sterker uitbreidingsperspectief bezitten. De verklaring is echter enigszins speculatief en is niet te onderbouwen.

17

5.

WELKE ACTIVITEITE N VOEREN DE BEDRIJVEN UIT?

Sommige sectoren oefenen een grotere vraag uit naar ruimte op een bedrijventerrein dan andere. Andere sectoren brengen op hun beurt meer werkgelegenheid met zich mee. Om inzicht te krijgen in de sectoren die vooral betrokken waren bij de transacties zijn de bedrijfsgegevens uit 12 de provinciale enquête gekoppeld aan het PWR. In dit register is aan elk bedrijf een SBI-code toegekend. Deze code zegt iets over de sector waaronder een bedrijf valt. Vooral handelsbedrijven betrokken bij transacties In de afgelopen 10 jaar werden de meeste transacties verricht door bedrijven in de handel. Dit was in alle gemeenten het geval. Jaarlijks ging het om gemiddeld 30 bedrijven. Dit was bijna 40% van het totaal aantal nieuwvestigingen. Onder meer de grootschalige detailhandel speelde hierbij een essentiële rol. Deze bedrijven trekken steeds meer weg uit het centrum en vestigen zich, vanwege de betere bereikbaarheid en parkeermogelijkheden, op een bedrijventerrein. Ook de bedrijven die gingen uitbreiden waren meestal handelsbedrijven. Na de handel kwamen de meeste nieuwvestigingen uit de bouw, industrie en zakelijke dienst verlening. Bij elk van deze sectoren ging het om gemiddeld ruim 10 transacties per jaar. Handelsbedrijven hebben ook grootste aandeel in uitgifte In figuur 4 is het aandeel van de verschillende sectoren in de gronduitgifte weergegeven. De figuur laat zien dat de meeste grond is uitgegeven aan bedrijven in de handel. Ook in de uitgifte hadden de handelsbedrijven een aandeel van bijna 40%. Na de handel hadden de industriële bedrijven het grootste aandeel in de uitgifte. De industriële bedrijven kochten blijkbaar relatief grote kavels, want hun aandeel in de uitgifte was duidelijk groter dan in het aantal transacties. In de gemeenten Coevorden, Meppel en Noordenveld was het belang van de handel in de uitgifte kleiner dan gemiddeld. Daar speelden de industriële bedrijven een grotere rol (zie bijlage 6a). In Coevorden had dit te maken met de grote transactie van IAMS. Figuur 4. Aandeel sectoren in uitgifte (%), jaargemiddelde 1990-1999
uitgifte: 32 ha per jaar 5% 6% 7% 9% 12%

1% 22%

landbouw industrie bouw handel transport zakelijke diensten overige diensten onbekend

38%

12. SBI staat voor Standaard Bedrijfsindeling

18

Bij de uitbreidingen hadden de industriële bedrijven het grootste aandeel in de uitgifte. Ruim eenderde van de grond voor uitbreidingen werd gekocht door bedrijven in de industrie. Ook aan transportbedrijven die gingen uitbreiden is relatief veel grond uitgegeven. Daarentegen speelde deze sector bij de nieuwvestigingen slechts een kleine rol. De gemiddelde kavelomvang per sector is weergegeven in tabel 1 (nieuwvestigingen). De transportbedrijven en de industriële bedrijven kochten gemiddeld de grootste kavels. Aan bedrijven in de zakelijke dienstverlening zijn gemiddeld de kleinste kavels uitgegeven. Drenthe wijkt hiermee niet af van de landelijke trend. Het Centraal Planbureau (CPB) heeft onlangs in haar Bedrijfslocatiemonitor (BLM) soortgelijke bevindingen opgedaan. Tabel 1. Gemiddelde kavelomvang en terreinquotiënt per sector, jaargemiddelde 1990-1999* 2 2 Gemiddelde kavelomvang (m ) Terreinquotiënt (m ) Industrie** 4.950 130 Bouw 3.160 160 Handel 3.920 630 Transport 6.050 510 Zakelijke diensten 2.300 270 Overige diensten 4.720 380 Totaal 3.810 260 * ** De cijfers zijn exclusief IAMS. Inclusief delfstoffenwinning.

Ook bij de uitbreidingen kochten de bedrijven uit de transportsector en de industrie gemiddeld 2 de grootste kavels. Bij de industriële bedrijven bedroeg de gemiddelde omvang 5.190 m en bij 2 de transportbedrijven maar liefst 9.500 m . Bij beide sectoren was de gemiddelde omvang van de uitbreidingen dus groter dan van de nieuwvestigingen. In tabel 1 staan ook de terreinquotiënten per sector. Het gemiddelde ruimtegebruik per werknemer verschilde sterk per sector. Bij de industrie (exclusief IAMS) en de bouw bedroeg dit 2 2 ruimtegebruik slechts 130 m respectievelijk 160 m . De handel en de transportsector kenden daarentegen een aanzienlijk hogere terreinquotiënt. Beide zijn sectoren die veel ruimte gebruiken. De eerste vooral voor opslag en eventueel assemblage, de tweede voor parkeerruimte en eventueel distributie. Meeste werkgelegenheid bij industriële bedrijven De meeste werkgelegenheid was te vinden bij de industriële bedrijven (zie bijlage 4a). Jaarlijks ging het om gemiddeld 300 arbeidsplaatsen. Dit was 40% van de totale werkgelegenheid die met de transacties van nieuwvestigingen gepaard ging. De bouwbedrijven kwamen wat betreft het aantal banen op de tweede plaats. Bij deze bedrijven werkten jaarlijks ruim 200 personen. Opvallend is dat hoewel de handel het grootste aandeel had in het aantal transacties en de uitgifte, deze sector niet de meeste banen met zich meebracht. De handelsbedrijven telden jaarlijks gemiddeld 140 banen. Omgerekend naar het aantal banen per vestiging valt op dat de handelsbedrijven over het algemeen klein qua personeelsomvang waren. Gemiddeld werkten er bij deze bedrijven 7 personen. De industriële en bouwbedrijven hadden over het algemeen aanzienlijk meer werknemers in dienst. Figuur 5 toont de gemiddelde personeelsomvang van de bedrijven in de verschillende sectoren.

19

Figuur 5. Gemiddelde personeelsomvang per sector*, jaargemiddelde 1990-1999

totaal 4 zakelijke diensten handel industrie 0 10 8 11 7

14

21 36 20 30 40

gemiddelde personeelsomvang

* De industrie is inclusief delfstoffenwinning.

20

21

6.

LEVEREN DE BEDRIJVEN VEEL OVERLAST OP?

In het bestemmingsplan staat welke milieucategorie maximaal toelaatbaar is op een bepaald bedrijventerrein. De milieucategorie zegt iets over hoe hinderlijk of gevaarlijk een bedrijf is voor zijn omgeving. De mate van hinder en gevaar wordt bepaald door de activiteit die het bedrijf uitoefent. Aan alle bedrijven uit de enquête is op basis van de bedrijfsactiviteit een milieucategorie toegekend. De indeling loopt op van milieucategorie 1, weinig hinder en gevaar, tot categorie 6, veel hinder en gevaar (Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), 1992). Merendeel bedrijven levert weinig hinder en gevaar op Bijna alle nieuwvestigingen kunnen worden geschaard onder de 3 laagste milieucategorieën. Categorie 3 telde de meeste bedrijven (zie bijlage 7a). Deze uitkomst is niet zo verrassend gezien de conclusie uit hoofdstuk 4, dat vooral bedrijven in de handel kavels hebben gekocht. Dergelijke activiteiten leveren over het algemeen weinig hinder en gevaar op voor de omgeving. Een zeer gering aantal, met name industriële, bedrijven dat in de afgelopen 10 jaar een kavel heeft gekocht levert iets meer overlast op. Deze bedrijven vallen voornamelijk onder milieucategorie 4. Bedrijven in milieucategorie 6 kwamen niet voor in de uitgiftecijfers. Drenthe heeft ook nauwelijks bedrijven die onder categorie 6 vallen. Een voorbeeld van een categorie-6-bedrijf is de luchthaven in Eelde. Bij de uitbreidingen was het aandeel van de hogere categorieën iets groter. Ook hier betrof het voornamelijk industriële bedrijven. Het aantal bedrijven in categorie 1 lag naar verhouding aanmerkelijk lager. Bedrijven in milieucategorie 3 hebben grootste aandeel in uitgifte Figuur 6 toont het aandeel van de diverse milieucategorieën in de uitgifte. De gemeenten hebben ruim 80% van de grond uitgegeven aan bedrijven in de milieucategorieën 1 tot en met 3. Dit komt overeen met gemiddeld 26 ha per jaar. De bedrijven in milieucategorie 3 kochten iets meer grond dan de bedrijven in de categorieën 1 en 2 tezamen. Dit was in bijna alle gemeenten het geval. Alleen Assen en Noordenveld vormden hierop een uitzondering. In Assen hadden categorie-1-bedrijven het grootste aandeel in de uitgifte. In Noordenveld waren dit de categorie-2-bedrijven.

22

Figuur 6. Aandeel milieucategorieën in uitgifte (%), jaargemiddelde 1990-1999
uitgifte: 32 ha per jaar

1% 5% 13%

19%

mc 1 mc 2 mc 3 mc 4 mc 5 onbekend

20% 42%

Gemiddeld kochten de bedrijven in de milieucategorieën 1, 2 en 3 een kavel van ruim 3.700 m . De gemiddelde omvang van de kavels was niet in alle drie de categorieën gelijk. De bedrijven in 2 categorie 2 kochten naar verhouding de kleinste kavels, 2.700 m . De kavels van de bedrijven in de andere twee categorieën waren ruim anderhalf keer groter. Gemiddeld genomen kochten de bedrijven in de milieucategorieën 4 en 5 de grootste kavels. Deze met name industriële be2 13 drijven hadden tussen de 6.000 en 7.000 m nodig voor het uitvoeren van hun activiteiten . Dit type bedrijvigheid heeft dan ook meestal meer ruimte nodig dan bedrijven in bijvoorbeeld de zakelijke dienstverlening. Ook bij de uitbreidingen waren de kavels van de bedrijven in de hogere categorieën aanzienlijk groter. Bijna 60% van de grond, uitgegeven aan bedrijven die op de bestaande locatie gingen uitbreiden, is gegaan naar categorie-3-bedrijven. Opvallend is dat deze bedrijven gemiddeld grotere kavels kochten dan de categorie-3-bedrijven die zich nieuw hebben gevestigd op een terrein. Je zou juist verwachten dat nieuwvestigingen relatief meer grond kopen. Bij de uitgiftecijfers (nieuwvestigingen) van 1995-1999 liet milieucategorie 3 een afwijkend beeld zien. In categorie 3 was het aantal verkochte vierkante meters ruim anderhalf keer zo groot als in de eerste helft van de negentiger jaren. Alle andere categorieën kenden daarentegen een verdubbeling, en in een paar gevallen een nog sterkere stijging. Meeste werkgelegenheid bij bedrijven in milieucategorie 3 De bedrijven in categorie 2 en 3 telden de meeste banen. Bij de bedrijven in categorie 3 werkten ruim 400 personen. In categorie 2 ging het om een kleine 200 arbeidsplaatsen. De 2 categorieën omvatten samen ruim 80% van de werkgelegenheid die met de transacties van nieuwvestigingen was gemoeid. De bedrijven in de lagere milieucategorieën hadden overwegend minder werknemers in dienst dan de bedrijven in de hogere categorieën. De gemiddelde oppervlakte per werkzame persoon 2 in de categorieën 1 tot en met 3 bedroeg 270 m .

2

13. IAMS is hierbij buiten beschouwing gelaten.

23

BIJLAGEN

24

Bijlage 1. Terreinuitgifte 1999 A. Aantal bedrijven Nieuwvestigingen Uitbreidingen Totaal Aandeel in totaal Nieuwvestigingen Uitbreidingen B. Terreinuitgifte (ha) Nieuwvestigingen Uitbreidingen Totaal Aandeel in totaal Nieuwvestigingen Uitbreidingen C. Gemiddelde kavelomvang (m2)* Nieuwvestigingen Uitbreidingen Totaal D. Werkgelegenheid 1 jaar na transactie Nieuwvestigingen 151 34 185 82% 18% 1990-1994 48 19 67 71% 29% Gemiddeld per jaar 1995-1999 111 30 141 78% 22% 1990-1999 79 25 104 76% 24%

54,6 8,7 63,3 86% 14%

18,4 7,8 26,2 70% 30%

45,9 11,8 57,7 80% 20%

32,2 9,8 41,9 77% 23%

3.620 2.560 3.420

3.860 4.060 3.920

4.150 3.870 4.090

4.060 3.940 4.030

590

720

820

770

E. Gemiddelde kavel per werkzame persoon (m2, terreinquotiënt)** Nieuwvestigingen 400 210 310 * Zie ook bijlage 8. ** De bedrijven waarvan de werkgelegenheid één jaar na de transactie niet bekend was, zijn bij de berekening buiten beschouwing gelaten. Dit geldt ook voor de grote transactie van IAMS in 1997.

260

25

Bijlage 2a. Terreinuitgifte per gemeente; jaargemiddelde 1990-1999 Assen A. Aantal bedrijven Nieuwvestigingen Uitbreidingen Totaal Aandeel in totaal gemeente Nieuwvestigingen Uitbreidingen B. Terreinuitgifte (ha) Nieuwvestigingen Uitbreidingen Totaal Aandeel in totaal gemeente Nieuwvestigingen Uitbreidingen 6,9 0,7 7,6 91% 9% 19 3 22 85% 15% Coevorden Emmen Hoogeveen Meppel Noordenveld Tynaarlo Drenthe

7 3 10 71% 29%

21 8 29 72% 28%

14 6 21 70% 30%

9 2 11 84% 16%

4 2 6 72% 28%

4 1 4 84% 16%

79 25 104 76% 24%

5,4 2,9 8,3 65% 35%

8,4 2,3 10,7 78% 22%

5,2 2,1 7,3 72% 28%

3,8 0,9 4,7 81% 19%

0,9 0,7 1,6 57% 43%

1,3 0,2 1,5 87% 13%

32,2 9,8 41,9 77% 23%

C. Werkgelegenheid 1 jaar na transactie Nieuwvestigingen 120

40

320

70

110

60

40

770

Bijlage 2b. Terreinuitgifte per gemeente; 1999 Assen Borger- Coevor- Emmen Hoogeveen Odoorn den A. Aantal bedrijven Nieuwvestigingen 29 5 7 32 25 Uitbreidingen 4 0 2 9 5 Totaal 33 5 9 41 30 Aandeel in totaal gemeente Nieuwvestigingen 88% 100% 78% 78% 83% Uitbreidingen 12% 0% 22% 22% 17% B. Terreinuitgifte (ha) Nieuwvestigingen 10,6 Uitbreidingen 1,1 Totaal 11,7 Aandeel in totaal gemeente Nieuwvestigingen 91% Uitbreidingen 9%

Meppel Noordenveld Tynaarlo

De Wolden

Drenthe

32 7 39 82% 18%

9 3 12 75% 25%

6 0 6 100% 0%

6 4 10 60% 40%

151 34 185 82% 18%

1,8 0,0 1,8 100% 0%

4,7 0,6 5,3 89% 11%

14,0 1,1 15,1 92% 8%

8,9 1,0 9,8 90% 10%

9,5 3,8 13,2 71% 29%

2,6 0,2 2,8 92% 8%

1,3 0,0 1,3 100% 0%

1,2 0,9 2,2 57% 43%

54,6 8,7 63,3 86% 14%

C. Werkgelegenheid 1 jaar na transactie Nieuwvestigingen 80 40 10

130

90

170

10

30

20

590

26

Bijlage 3a. Herkomst bedrijven (exclusief uitbreidingen); jaargemiddelde 1990-1999 Assen Coevorden Emmen Hoogeveen Meppel Noordenveld A. Aantal bedrijven (aandeel in totaal) Starter 9% 5% 9% 10% 2% 7% Vanuit: - gemeente 62% 62% 74% 68% 56% 69% - overig Drenthe 13% 12% 9% 8% 8% 5% - overig Nederland 11% 12% 5% 9% 20% 17% - buitenland 1% 3% 0% 1% 0% 0% Onbekend 5% 5% 3% 3% 14% 2% Totaal (absoluut) 19 7 21 14 9 4 B. Terreinuitgifte (ha; aandeel in totaal) Starter 6% Vanuit: - gemeente 62% - overig Drenthe 7% - overig Nederland 17% - buitenland 3% Onbekend 5% Totaal (absoluut) 6,9 C. Werkgelegenheid 1 jaar na transactie Starter 0 Vanuit: - gemeente 100 - overig Drenthe 10 - overig Nederland 0 - buitenland 0 Onbekend 0 Totaal 120

Tynaarlo 14% 59% 11% 16% 0% 0% 4

Drenthe 8% 66% 10% 11% 1% 5% 79

2% 32% 4% 19% 39% 4% 5,4

7% 72% 10% 7% 0% 4% 8,4

5% 56% 10% 23% 4% 2% 5,2

4% 55% 8% 27% 0% 7% 3,8

4% 74% 5% 12% 0% 4% 0,9

4% 54% 25% 16% 0% 0% 1,3

5% 58% 9% 17% 8% 4% 32,2

0 40 0 0 0 0 40

0 290 20 0 0 0 320

0 60 10 0 0 0 70

0 100 10 0 0 0 110

0 60 0 0 0 0 60

0 20 10 10 0 0 40

10 680 60 20 0 0 770

27

Bijlage 3b. Herkomst bedrijven (exclusief uitbreidingen); 1999 Assen Borger- Coevor- Emmen Hoogeveen Odoorn den A. Aantal bedrijven (aandeel in totaal) Starter 3% 0% 14% 13% 8% Vanuit: - gemeente 59% 60% 14% 59% 64% - overig Drenthe 10% 20% 0% 9% 4% - overig Nederland 10% 20% 29% 6% 8% - buitenland 0% 0% 0% 0% 4% Onbekend 17% 0% 43 13% 12% Totaal (absoluut) 29 5 7 32 25 B. Terreinuitgifte (ha; aandeel in totaal) Starter 2% 0% 11% Vanuit: - gemeente 52% 65% 43% - overig Drenthe 11% 8% 0% - overig Nederland 11% 27% 20% - buitenland 0% 0% 0% Onbekend 23% 0% 27% Totaal (absoluut) 10,6 1,8 4,7

Meppel Noordenveld Tynaarlo

De Wolden

Drenthe

0% 47% 6% 19% 0% 28% 32

22% 44% 11% 11% 0% 11% 9

0% 100% 0% 0% 0% 0% 6

0% 67% 0% 17% 0% 17% 6

7% 56% 7% 12% 1% 17% 151

11% 53% 9% 10% 0% 17% 14,0

2% 50% 11% 6% 23% 8% 8,9

0% 23% 6% 58% 0% 13% 9,5

12% 27% 15% 31% 0% 15% 2,6

0% 100% 0% 0% 0% 0% 1,3

0% 55% 0% 16% 0% 28% 1,2

5% 46% 8% 20% 4% 16% 54,6

C. Werkgele genheid 1 jaar na transactie Starter x 0 x 0 Vanuit: - Gemeente 70 x x 130 - Overig Drenthe 10 x 0 0 - Overig Nederland x x 0 0 - Buitenland 0 0 0 0 Onbekend 0 0 0 0 Totaal 80 40 10 130 x Geen vermelding van gegevens in verband met geheimhouding.

0 90 x 0 x 0 90

0 130 40 0 0 0 170

0 10 x x 0 0 10

0 30 0 0 0 0 30

0 x 0 x 0 0 20

x 530 50 10 x 0 590

28

Bijlage 4a. Herkomst bedrijven per sector (exclusief uitbreidingen); jaargemiddelde 1990-1999 Landbouw Industrie* Bouw Handel Transport Zakelijke Overige Onbekend diensten diensten A. Aantal bedrijven (aandeel in totaal) Starter 0% 10% 2% 10% 6% 9% 10% 7% Vanuit: 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% - gemeente 88% 66% 79% 69% 59% 69% 64% 17% - overig Drenthe 13% 12% 10% 9% 14% 11% 12% 3% - overig Nederland 0% 10% 8% 12% 20% 10% 14% 3% - buitenland 0% 1% 0% 1% 0% 1% 0% 0% Obekend 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 69% Totaal (absoluut) 1 11 12 30 5 10 4 6 B. Terreinuitgifte (ha; aandeel in totaal) Starter 0% 3% Vanuit: 0% 0% - gemeente 95% 48% - overig Drenthe 5% 6% - overig Nederland 0% 15% - buitenland 0% 28% Onbekend 0% 0% Totaal (absoluut) 0,2 7,2 C. Werkgelegenheid 1 jaar na transactie Starter 0 0 Vanuit: - gemeente 0 290 - overig Drenthe 0 10 - overig Nederland 0 0 - buitenland 0 0 Onbekend 0 0 Totaal 0 300

Totaal

8% 0% 66% 10% 11% 1% 5% 79

1% 0% 82% 10% 7% 0% 0% 3,9

6% 0% 67% 10% 13% 4% 0% 11,9

6% 0% 45% 7% 42% 0% 0% 3,0

3% 0% 63% 14% 15% 5% 0% 2,3

6% 0% 43% 7% 44% 0% 0% 2,0

10% 0% 8% 1% 1% 0% 81% 1,7

5% 0% 58% 9% 17% 8% 4% 32,2

0 190 20 10 0 0 220

0 120 10 10 0 0 140

0 30 0 0 0 0 30

0 40 20 0 0 0 60

0 10 0 0 0 0 10

0 0 0 0 0 0 0

10 680 60 20 0 0 770

29

Bijlage 4b. Herkomst bedrijven per sector (exclusief uitbreidingen); 1999 Landbouw Industrie* Bouw Handel Transport A. Aantal bedrijven (aandeel in totaal) Starter 0% Vanuit: - gemeente 100% - overig Drenthe 0% - overig Nederland 0% - buitenland 0% Onbekend 0% Totaal (absoluut) 3 B. Terreinuitgifte (ha; aandeel in totaal) Starter 0% Vanuit: - gemeente 100% - overig Drenthe 0% - overig Nederland 0% - buitenland 0% Onbekend 0% Totaal (absoluut) 0,8

Zakelijke diensten 5% 63% 11% 21% 0% 0% 19

Overige Onbekend diensten 14% 57% 0% 29% 0% 0% 7 10% 0% 3% 0% 0% 87% 30

Totaal

9% 57% 13% 22% 0% 0% 23

5% 80% 5% 10% 0% 0% 20

5% 76% 10% 7% 2% 0% 41

0% 75% 0% 25% 0% 0% 8

7% 56% 7% 12% 1% 17% 151

3% 32% 14% 50% 0% 0% 9,1

7% 86% 2% 5% 0% 0% 5,5

3% 66% 11% 11% 11% 0% 18,5

0% 59% 0% 41% 0% 0% 1,2

2% 51% 19% 28% 0% 0% 5,7

20% 27% 0% 54% 0% 0% 4,1

7% 0% 2% 0% 0% 91% 9,7

5% 46% 8% 20% 4% 16% 54,6

C. Werkgelegenheid 1 jaar na transactie Starter 0 0 x x Vanuit: - gemeente 10 160 170 150 - overig Drenthe 0 40 x 0 - overig Nederland 0 0 x 0 - buitenland 0 0 0 x Onbekend 0 0 0 0 Totaal 10 190 180 170 * Inclusief delfstoffenwinning. x Geen vermelding van gegevens in verband met geheimhouding.

0 0 0 0 0 0 0

x 30 x 0 0 0 40

x 0 0 x 0 0 0

0 0 0 0 0 0 0

x 530 50 10 x 0 590

30

Bijlage 5a. Grootteklassebedrijven (exclusief uitbreidingen); jaargemiddelde 1990-1999 Assen Coevorden Emmen Hoogeveen Meppel A. Aantal bedrijven (aandeel in totaal) 0-9 pers. 81% 10-19 pers. 11% 20-49 pers. 5% 50-99 pers. 1% >= 100 pers. 1% Totaal (absoluut) 19 B. Terreinuitgifte (ha; aandeel in totaal) 0-9 pers. 65% 10-19 pers. 11% 20-49 pers. 17% 50-99 pers. 4% >= 100 pers. 2% Totaal (absoluut) 6,9

Noordenveld

Tynaarlo

Drenthe

84% 11% 1% 4% 0% 7

70% 17% 9% 2% 1% 21

87% 4% 8% 1% 0% 14

78% 9% 5% 4% 3% 9

74% 12% 12% 0% 2% 4

78% 5% 8% 8% 0% 4

79% 11% 7% 2% 1% 79

85% 9% 0% 5% 0% 5,4

57% 20% 13% 5% 6% 8,4

73% 6% 15% 6% 0% 5,2

58% 6% 9% 14% 12% 3,8

45% 31% 15% 0% 10% 0,9

59% 9% 16% 17% 0% 1,3

66% 12% 12% 6% 4% 32,2

Bijlage 5b. Grootteklassebedrijven (exclusief uitbreidingen); 1999 Assen Borger- Coevor- Emmen Hoogeveen Odoorn den A Aantal bedrijven (aandeel in totaal) 0-9 pers. 86% 80% 86% 84% 88% 10-19 pers. 14% 0% 14% 9% 4% 20-49 pers. 0% 20% 0% 3% 8% 50-99 pers. 0% 0% 0% 3% 0% >= 100 pers. 0% 0% 0% 0% 0% Totaal (absoluut) 29 5 7 32 25 B. Terreinuitgifte (ha; aandeel in totaal) 0-9 pers. 75% 83% 10-19 pers. 25% 0% 20-49 pers. 0% 17% 50-99 pers. 0% 0% >= 100 pers. 0% 0% Totaal (absoluut) 10,6 1,8

Meppel Noordenveld Tynaarlo

De Wolden

Drenthe

94% 0% 3% 0% 3% 32

89% 11% 0% 0% 0% 9

83% 17% 0% 0% 0% 6

83% 17% 0% 0% 0% 6

87% 8% 3% 1% 1% 151

57% 43% 0% 0% 0% 4,7

70% 14% 5% 11% 0% 14,0

90% 6% 4% 0% 0% 8,9

97% 0% 2% 0% 1% 9,5

88% 12% 0% 0% 0% 2,6

57% 43% 0% 0% 0% 1,3

79% 21% 0% 0% 0% 1,2

79% 15% 3% 3% 0% 54,6

31

Bijlage 6a. Activiteiten bedrijven (exclusief uitbreidingen); jaargemiddelde 1990-1999 Assen Coevorden Emmen Hoogeveen Meppel Noordenveld A. Aantal bedrijven (aandeel in totaal) Landbouw 1% 0% 1% 1% 0% 0% Industrie* 9% 18% 13% 11% 19% 29% Bouw 12% 18% 17% 19% 10% 14% Handel 36% 30% 36% 51% 33% 33% Transport 5% 8% 8% 5% 8% 2% Zakelijke diensten 18% 15% 15% 6% 8% 12% Overige diensten 12% 4% 4% 2% 7% 0% Onbekend 7% 7% 5% 6% 16% 10% Totaal (absoluut) 19 7 21 14 9 4 B. Terreinuitgifte (ha; aandeel in totaal) Landbouw 1% Industrie* 6% Bouw 9% Handel 45% Transport 7% Zakelijke diensten 9% Overige diensten 16% Onbekend 6% Totaal (absoluut) 6,9

Tynaarlo 8% 8% 16% 57% 5% 5% 0% 0% 4

Drenthe 1% 13% 16% 38% 6% 13% 5% 7% 79

0% 53% 11% 15% 9% 6% 1% 5% 5,4

0% 16% 14% 42% 7% 9% 6% 5% 8,4

0% 12% 14% 45% 20% 5% 1% 3% 5,2

0% 35% 11% 29% 6% 4% 8% 7% 3,8

0% 44% 20% 28% 0% 3% 0% 5% 0,9

7% 11% 12% 57% 5% 8% 0% 0% 1,3

1% 22% 12% 37% 9% 7% 6% 5% 32,2

Bijlage 6b. Activiteiten bedrijven (exclusief uitbreidingen); 1999 Assen Borger- Coevor- Emmen Hoogeveen Odoorn den A. Aantal bedrijven (aandeel in totaal) Landbouw 0% 0% 0% 3% 0% Industrie* 10% 0% 14% 16% 4% Bouw 7% 40% 0% 16% 24% Handel 28% 0% 14% 22% 48% Transport 7% 0% 0% 6% 0% Zakelijke diensten 17% 40% 14% 22% 4% Overige diensten 14% 0% 0% 3% 0% Onbekend 17% 20% 57% 13% 20% Totaal (absoluut) 29 5 7 32 25 B. Terreinuitgifte (ha; aandeel in totaal) Landbouw 0% 0% Industrie* 4% 0% Bouw 4% 32% Handel 27% 0% Transport 6% 0% Zakelijke diensten 19% 59% Overige diensten 17% 0% Onbekend 23% 8% Totaal (absoluut) 10,6 1,8 * Inclusief delfstoffenwinning.

Meppel Noordenveld Tynaarlo

De Wolden

Drenthe

0% 22% 3% 19% 13% 9% 6% 28% 32

0% 33% 0% 56% 0% 0% 0% 11% 9

33% 17% 33% 17% 0% 0% 0% 0% 6

0% 33% 33% 17% 0% 0% 0% 17% 6

2% 15% 13% 27% 5% 13% 5% 20% 151

0% 13% 0% 43% 0% 7% 0% 38% 4,7

1% 16% 17% 29% 2% 12% 6% 17% 14,0

0% 1% 15% 73% 0% 1% 0% 10% 8,9

0% 49% 2% 11% 4% 5% 15% 13% 9,5

0% 18% 0% 67% 0% 0% 0% 15% 2,6

54% 21% 13% 12% 0% 0% 0% 0% 1,3

0% 29% 32% 10% 0% 0% 0% 28% 1,2

1% 17% 10% 34% 2% 10% 7% 18% 54,6

32

Bijlage 7a. Milieucategorie bedrijven (exclusief uitbreidingen); jaargemiddelde 1990-1999 Assen Coevorden Emmen Hoogeveen Meppel Noordenveld A. Aantal bedrijven (aandeel in totaal) 1 (weinig hinder) 21% 21% 15% 21% 8% 10% 2 35% 29% 27% 24% 25% 45% 3 33% 37% 49% 48% 43% 21% 4 4% 5% 3% 1% 8% 14% 5 (veel hinder) 1% 1% 1% 0% 0% 0% Onbekend 7% 7% 5% 6% 16% 10% Totaal (absoluut) 19% 7 14 9 4 B. Terreinuitgifte (ha; aandeel in totaal) 1 (weinig hinder) 2 3 4 5 (veel hinder) Onbekend Totaal (absoluut)

Tynaarlo 11% 38% 46% 5% 0% 0% 4

Drenthe 16% 30% 41% 5% 1% 7% 79

9% 10% 27% 48% 1% 5% 5,4

15% 21% 60% 1% 0% 3% 5,2

5% 17% 53% 18% 0% 7% 3,8

7% 55% 10% 23% 0% 5% 0,9

8% 40% 43% 9% 0% 0% 1,3

19% 20% 42% 13% 1% 5% 32,2

Bijlage 7b. Milieucategorie bedrijven (exclusief uitbreidingen); 1999 Assen Borger- Coevor- Emmen Hoogeveen Meppel Noordenveld Tynaarlo Odoorn den A. Aantal bedrijven (aandeel in totaal) 1 (weinig hinder) 14% 0% 0% 9% 20% 3% 11% 33% 2 24% 20% 0% 28% 28% 25% 44% 17% 3 38% 60% 29% 38% 32% 34% 22% 50% 4 7% 0% 0% 9% 0% 9% 1% 0% 5 (veel hinder) 0% 0% 14% 3% 0% 0% 0% 0% Onbekend 17% 20% 57% 13% 20% 28% 11% 0% Totaal (absoluut) 29 5 7 32 25 32 9 6 B. Terreinuitgifte (ha; aandeel in totaal) 1 (weinig hinder) 14% 0% 2 32% 33% 3 28% 59% 4 3% 0% 5 (veel hinder) 0% 0% Onbekend 23% 8% Totaal (absoluut) 10,6 1,8

De Wolden

Drenthe

0% 33% 33% 17% 0% 17% 6

11% 26% 36% 7% 1% 20% 151

0% 0% 50% 0% 13% 38% 4,7

3% 16% 50% 8% 6% 17% 14,0

27% 45% 18% 0% 0% 10% 8,9

0% 15% 31% 41% 0% 13% 9,5

15% 52% 12% 6% 0% 15% 2,6

54% 6% 40% 0% 0% 0% 1,3

0% 22% 37% 13% 0% 28% 1,2

10% 24% 35% 10% 3% 18% 54,6

33

Bijlage 8. Gemiddelde kavelomvang (m2) 1999 A. Herkomst totaal Nieuwvestigingen Uitbreidingen Totaal Onderstaande gegevens zijn exclusief uitbreidingen B. Herkomst uitgesplitst Starter Vanuit: - gemeente - overig Drenthe - overig Nederland - buitenland Onbekend C. Grootteklasse 0-9 pers. 10-19 pers. 20-49 pers. 50-99 pers. >= 100 pers. D. Sector Landbouw Industrie (inclusief delfstoffenwinning) Bouw Handel Transport Zakelijke diensten Overige diensten Onbekend E. Milieucategorie 1 (weinig hinder) 2 3 4 5 (veel hinder) Onbekend 3.620 2.560 3.420 Gemiddeld per jaar 1990-1999 4.060 3.940 4.030 1990-1999* 3.810 3.840

2.740 2.980 4.160 6.170 20.050 3.400

2.410 3.570 3.520 6.350 63.780 3.350

18.130

3.270 6.900 2.960 15.460 1.320

3.410 4.440 6.960 10.920 13.250

3.090

2.680 3.970 2.730 4.510 1.560 3.000 5.820 3.230

2.480 6.800 3.160 3.920 6.050 2.300 4.720 2.850

4.950

3.430 3.420 3.540 5.600 6.950 3.230

4.620 2.720 4.150 11.750 7.000 2.850

6.350

Totaal 3.620 4.060 3.810 * In deze kolom staan alleen de gewijzigde kengetallen ten opzichte van de vorige kolom. Bij deze cijfers is de grote transactie van IAMS buiten beschouwing gelaten.

gm/coll.

34