gemeente deventer bestemmingsplan bedrijventerrein lettele voorontwerp

toelichting voorschriften plankaart

vastgesteld d.d.................................... goedgekeurd d.d. ................................

42-109 juni 2004

INHOUDSOPGAVE

Blz.

1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel van het bestemmingsplan 1.2 Ligging en afbakening van het plangebied 1.3 Vigerend plan BELEID 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Gemeentelijk beleid ANALYSE HUIDIGE SITUATIE 3.1 Historie en landschap 3.2 Water 3.3 Natuur en ecologie 3.4 Cultuurhistorische waarden 3.5 Archeologie 3.6 Huidig gebruik 3.7 Milieueffecten RUIMTELIJKE OPZET EN PROGRAMMA 4.1 Algemeen 4.2 Programma 4.3 Beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing 4.4 Ontsluiting 4.5 Milieueffecten 4.6 Waterhuishouding JURIDISCHE PLANOPZET 5.1. Algemeen 5.2. Bestemmingen 5.3. Bijzondere bepalingen 5.4. Handhaving MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Resultaten overleg ex artikel 10 B.R.O. 6.3 Resultaten inspraak

1 1 1 1 3 3 3 4 7 7 7 8 8 8 9 9 13 13 13 15 15 16 16 19 19 19 22 22 25 25 25 25

2.

3.

4.

5.

6.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

toelichting

ligging plangebied

ligging plangebied

1 1. INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Lettele kampt met een tekort aan ruimte voor bedrijven, daarnaast is er behoefte aan ruimte voor een combinatie van (lichte) bedrijvigheid met een woonfunctie. Toevoeging van nieuwe bedrijfsruimte is noodzakelijk om de sociaal-economische structuur van de kern Lettele te versterken. Aan de zuidwestelijke zijde van Lettele ligt een grotendeels onbebouwd terrein dat ruimte biedt voor ontwikkeling van bedrijvigheid in combinatie met wonen. Bebouwing van de locatie draagt bij aan het herstel van de ruimtelijke structuur van Lettele. Tevens biedt ontwikkeling van het terrein de mogelijkheid om een goede ruimtelijke overgang van het dorp naar het buitengebied te creeren. Het structuurplan voor de kern Lettele uit 1991 geeft de locatie reeds aan als “werkgelegenheidsterrein”. Het bestemmingsplan Lettele, vastgesteld in juni 1997, is met name gericht op geplande woningbouw ten behoeve van de dorpskern. Dit bestemmingsplan biedt geen mogelijkheid voor ontwikkeling van de locatie tot “werkgelegenheidsterrein”. Doel van voorliggend bestemmingsplan is herontwikkeling van de locatie mogelijk te maken voor een combinatie van wonen en bedrijven.

1.2

Ligging en afbakening van het plangebied Het plangebied ligt aan de zuidwestelijke rand van de kern Lettele. Het plangebied wordt begrensd door de Bathmenseweg, de Vosmansweg, de Schotwillemsweg en de achterzijde van de percelen Oerdijk 144 tot en met 166 en Bathmenseweg 23b tot en met 33. De loods achter Oerdijk 144 wordt in het plangebied meegenomen. Het groene gebiedje achter de woningen op de hoek van de Oerdijk en de Bathmenseweg en de woonwagens ten zuidoosten van het plangebied worden niet meegenomen in de ontwikkeling van het bedrijventerrein en liggen daarom buiten het plangebied.

1.3

Vigerend plan Het vigerende plan voor het plangebied is het bestemmingsplan Lettele, opgesteld door de gemeente Diepenveen, vastgesteld d.d. juni 1997, goedgekeurd d.d. oktober 1997. De huidige bestemming van de locatie is agrarisch gebied met landschappelijke waarde. Realisering van de gewenste ontwikkeling is binnen dit bestemmingsplan niet mogelijk.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

toelichting

2

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

toelichting

3 2. BELEID

2.1

Rijksbeleid Nota Ruimte Op rijksniveau is gewerkt aan een Nota Ruimte, waarin de lopende procedures van onder meer de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening, het Tweede Structuurschema Groene Ruimte en het Nationale Verkeers- en Vervoersplan worden samengevoegd. Het kabinet heeft deel 3 van de pkb Nota Ruimte (het kabinetsstandpunt) -na overleg met de mede-overheden en andere relevante partijen- op 27 april 2004 aan de Tweede Kamer aangeboden. De Nota staat in het teken van ontwikkelingsplanologie (het vermogen van de overheid om verschillende partijen met hun deelbelangen bij elkaar te brengen voor een gemeenschappelijk doel), decentralisatie (meer ruimte voor gemeenten en provincies), deregulering (minder centrale sturing en regelgeving) en uitvoeringsgerichtheid. Het accent moet verschuiven van het stellen van beperkingen naar het stimuleren van ontwikkelingen. Het gaat om het sturen op kwaliteit. Provincies en gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van gebiedsgericht beleid. De ruimte voor bedrijventerreinen zal zoveel mogelijk nabij de steden moeten worden gezocht, om wonen en werken dicht bij elkaar te brengen. Nabijheid van infrastructuur en landschappelijke inpasbaarheid zijn aandachtspunt. Waterbeleid in de 21e eeuw (2000) Directe aanleiding voor het kabinetsstandpunt ‘Anders omgaan met water’ is de zorg over het toenemend hoog water in de rivieren, wateroverlast en de versnelde stijging van de waterspiegel. Ruimte die nu beschikbaar is voor de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast moet ten minste behouden blijven. De aanwezige ruimte mag niet sluipenderwijs verloren gaan bij de uitvoering van nieuwe projecten voor infrastructuur, woningbouw, landbouw of bedrijventerreinen. Belangrijk onderdeel in het nieuwe waterbeleid is de watertoets1. Het kabinet wil dan ook dat de watertoets vanaf heden wordt toegepast door alle overheden.

2.2

Provinciaal beleid Streekplan Overijssel 2000+ (december 2000) De kleine kernen hebben uitsluitend een lokale huisvestingsfunctie. Uitbreidingsmogelijkheden zijn met name bedoeld voor starters, ouderen en mensen die door hun werk aangewezen zijn op een woning in de kern. Voor de leefbaarheid van kleine kernen is het belangrijk dat bedrijven kunnen blijven functioneren. Uitbreiding van bestaande bedrijven en nieuwbouw voor bedrijvigheid die uit de kern voortkomt zullen, mits in overeenstemming met de schaal en de omgevingskwaliteiten van de kern, mogelijk zijn.

1

Een waterparagraaf geeft inzicht in de effecten van ruimtelijke veranderingen op de waterhuishouding. toelichting

1

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

4 Lettele ligt in een zone die aardkundig van internationaal en nationaal belang is. Daarnaast bestaat de omgeving van Lettele uit waardevolle oudere landschappen. Bij planvorming en –uitvoering zal zoveel mogelijk rekening gehouden moeten worden met deze aardkundige waarden en kenmerkende elementen en patronen van de oudere landschappen. In lijn met het Verdrag van Malta (ratificatie door Nederland in 1997) richt de provincie zich op behoud van het archeologisch erfgoed. Op basis van het streekplan kan geconcludeerd worden dat Lettele in een zone ligt met een lage indicatieve waarde op archeologisch gebied. In het streekplan wordt gerefereerd aan het project Landstad Deventer2. Doel van dit project is om een toonaangevende en vernieuwende visie te ontwikkelen voor de toekomst van de gemeente. Binnen het project Landstad Deventer wordt een deelprogramma ontwikkeld dat is gericht op de kwaliteit van de kleine dorpen: “Dorpen met karakter”. Dit programma speelt in op de toenemende interesse en betrokkenheid van mensen bij hun directe woon- en leefomgeving. Bewoners ontwikkelen samen met ontwerpers en beleidsontwikkelaars een visie op de kwaliteit van hun dorp en de omgeving. Lettele fungeert als voorbeeldkern. Milieubeleidsplan Overijssel 2000+ (december 2000) De relatie tussen de economische groei en milieubelasting wordt versterkt door de Overijsselse economie duurzaam te ontwikkelen met een optimale balans tussen milieu, economie en sociale kwaliteit. De provincie streeft naar een leefomgeving waar mensen graag willen wonen en verblijven en die de volksgezondheid niet in gevaar brengt. De provincie wil een zodanige bodemkwaliteit realiseren dat het gebruik de volksgezondheid niet in gevaar brengt. Hiervoor moeten de verontreinigde (water)bodems worden gesaneerd in relatie tot de gebruiksfunctie en moeten nieuwe verontreinigingen voorkomen worden. 2.3 Gemeentelijk beleid Structuurplan Deventer 2025 De raad heeft op 27 april 2004 het Structuurplan Deventer 2025 'Synergie van stad en land' vastgesteld. In het structuurplan wordt op hoofdlijnen de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van Deventer geschetst: waar wordt in de toekomst gewoond, gewerkt en gerecreëerd en waar is ruimte voor natuur, water en landbouw. In het structuurplan wordt een beperkte groei voorzien van de kleine kernen, waar Lettele toe behoort. Lettele dorp met karakter Op 22 april 2003 is het werkboek “Lettele dorp met karakter” gepresenteerd aan de verschillende bestuurders. Het werkboek geeft een visie op de inrichting van Lettele
2

Het project Landstad Deventer is een samenwerkingsproject tussen de gemeenten Deventer en OlstWijhe, provincie Overijssel, het Waterschap Groot Salland, WMO en ministerie LNV. toelichting

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

5 en omgeving. Het streven is verfraaiing van de kern en het omringende landschap, versterking van de eigen identiteit van het dorp staat hierbij voorop. In het werkboek is een aantal thema’s uitgewerkt: beeldkwaliteit, karakteristieke bebouwing, karakteristieke beplanting en fiets- en wandelpaden.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

toelichting

6

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

toelichting

7 3. ANALYSE HUIDIGE SITUATIE

3.1

Historie en landschap3 De eerste bewoners van het gebied vestigden zich op de hoge, droge dekzandruggen in de nabijheid van vruchtbare hoger gelegen landbouwgronden. In de loop van de Middeleeuwen verplaatsten de boerderijen zich van de hoge delen van de dekzandgronden naar de flanken. Op de ruggen zelf legde men uitgestrekte bouwlanden aan, de enken, waar omheen de boerderijen stonden. Lager gelegen gronden waren in gebruik als gras- of hooiland. Zo ontstonden grote aaneengesloten, open akkercomplexen (essen). In 1390 wordt voor het eerst melding gemaakt van ‘Letloe’ in de boeken. De naam wijst op de natuurlijke omstandigheden: een licht loofbos met veel open plekken (een ‘loo’), dat van bescheiden omvang was (‘luttel’). Het dorp Lettele is ontstaan langs een beek op de kruising van twee wegen. Van dorpsvorming was pas begin 19e eeuw sprake toen bij de boerderij Groot Koerkamp een katholieke kapel werd gebouwd. Tot het einde van de 19e eeuw bestond het dorp slechts uit enkele, verspreid gelegen woningen ten noorden van De Enk. Eind 19e eeuw werd een nieuwe katholieke kerk gebouwd. Hierna vestigden zich in de omgeving enkele middenstanders en burgers. Na de tweede wereldoorlog is sprake van kernvorming. De beek (de Letteler Leide) stroomt dwars door het dorp, maar is niet overal even goed zichtbaar. Het landschap rondom Lettele bestaat uit weilanden, essen, akkers en houtwallen, lanen en bossen. De bossen en houtwallen vormen, gelegen rond akkers en essen, landschappelijke kamers, waardoor het landschap een kleinschalig karakter heeft. De kruising van wegen vormt nog steeds het centrum van het dorp. Voorzieningen zijn geconcentreerd nabij de kruising van de Bathmenseweg en de Oerdijk. Van de voorzieningen in Lettele wordt ook gebruik gemaakt door de inwoners van het agrarisch gebied rondom Lettele. De oorspronkelijke kruisstructuur van Lettele met bebouwing aan weerszijden van het lint is enigszins verloren gegaan door nieuwe woonbebouwing aan de noordoostkant van het dorp. Aan de zuidzijde van het dorp zijn de oude erven nog beeldbepalend en is de relatie met het landschap nog sterk voelbaar en zichtbaar.

3.2

Water Het landschap in de gemeente Deventer wordt voor een belangrijk deel gedomineerd door de IJssel. Beken en weteringen lopen dan ook grotendeels in oost- westelijke richting. Aan de westzijde van het plangebied loopt parallel aan de Schotwillemsweg een watergang, die ter hoogte van de Vosmansweg afbuigt in westelijke richting. Aan de noordzijde van het plangebied loopt achter de percelen Oerdijk 144 tot en met 156a
3

Bronnen: Werkboek Lettele dorp met karakter (februari 2003) en Locatiestudie Woningbouw Okkenbroek en Lettele 2004-2014, SAB Arnhem. toelichting

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

8 eveneens een watergang. Beide watergangen zijn bescheiden van omvang (geen Awatergang). Het plangebied is op de Waterkaart van waterschap Groot Salland grotendeels aangegeven als ‘droog’ gebied en is daarmee geschikt voor de bouw van woningen in combinatie met bedrijvigheid. Een klein deel van het plangebied aan de noordwestelijke en aan de zuidwestelijke zijde is gelegen in een gebied dat eens in de 250 jaar ‘nat’ te noemen is. Het grondwaterpeil in het plangebied levert geen belemmering op voor de voorgestane realisatie van het bedrijventerrein. De (toekomstige) waterhuishouding komt aan de orde in paragraaf 4.6. 3.3 Natuur en ecologie De laanbeplanting door middel van bomen langs de Schotwillemsweg is beeldbepalend en zeer waardevol. Vanaf de Oerdijk richting Schotwillemsweg is een deel van deze belangrijke bomenrij verdwenen. In de nieuwe situatie moet dit deel worden hersteld door nieuwe aanplant. Er is geen ecologisch onderzoek verricht, aangezien door de aanleg van het bedrijventerrein geen significante effecten op het gebied van flora en fauna te verwachten zijn. 3.4 Cultuurhistorische waarden Lettele ligt in een zone die aardkundig waardevol is. Daarnaast bestaat de omgeving van Lettele uit waardevolle oudere landschappen. De aardkundige waarden en kenmerkende elementen en patronen van de oudere landschappen dienen behouden te blijven bij planvorming. In het vigerend bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemming ‘agrarisch gebied met landschappelijke waarde’. De landschappelijke waarde van het plangebied komt met name voort uit het kleinschalige karakter van de locatie door de houtwal en de boombeplanting langs de Schotwillemsweg en de Vosmansweg. Ter bescherming van deze landschappelijke waarde van een deel van de Schotwillemsweg is in de voorschriften een aanlegvergunningenstelsel opgenomen. 3.5 Archeologie Voor het bepalen van de archeologische waarden is gebruik gemaakt van de Archeologische Monumenten Kaart (AMK) en de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW), zoals deze door de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) zijn opgesteld. Op de AMK staan alle op dit moment bekende archeologisch waardevolle terreinen. De aangetroffen archeologische waarden zijn gewaardeerd door toetsing aan een aantal criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, contextwaarde). De IKAW geeft globaal inzicht in de mate waarin archeologische waarden in een gebied aangetroffen kunnen worden. De indicatieve waarde van het plangebied is laag. Dit betekent dat de verwachting laag is voor het aantreffen van waardevolle archeologische resten in het plangebied. Ook in het streekplan Overijssel 2000 + wordt de omgeving van het plangebied aangegeven als zone met een lage indicatieve waarde op archeologisch gebied. Op basis van historische kennis en specifieke gebiedskenmerken is het dus niet waarschijnlijk dat er archeologische sporen voorkomen in het plangebied.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

toelichting

9 3.6 Huidig gebruik Het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit grasland. In het plangebied bevinden zich aan de noordzijde enkele gebouwen. Achter de woning aan Oerdijk 144 staat een vrij nieuwe loods, met een hoogte van circa 5 meter met een kap. Aan Schotwillemsweg 5 staat een woning. Beide blijven gehandhaafd. De loods aan Schotwillemsweg 3 verdwijnt in de nieuwe situatie. Aan de Oerdijk, ten noorden van het plangebied, staan woningen. Aan de Bathmenseweg bevinden zich, naast woningen, een autobedrijf en een landbouwmechanisatiebedrijf. Aan de zuidoostzijde van het plangebied staat een aantal woonwagens met ruimte voor opslag en reparatie van kermisattracties. Op enige afstand ligt ten westen van het plangebied een veehouderij. Het plangebied wordt vanaf de Oerdijk ontsloten via de Schotwillemsweg en vanaf de Bathmenseweg via de Vosmansweg. Uitsluitend het begin van de Schotwillemsweg en van de Vosmansweg is verhard. De route fungeert daardoor niet als doorgaande route. 3.7 Milieueffecten Bodem Het plangebied is in verschillende bodemonderzoeken onderzocht. De percelen Schotwillemsweg 1 en 5 zijn verkennend onderzocht. Hierbij zijn geen ernstige bodemverontreinigingen aangetroffen. Op het perceel Schotwillemsweg 3 heeft een garagebedrijf gezeten. In 1996 is een tweetal ondergrondse tanks verwijderd. Tevens is toen de met minerale olie verontreinigde grond gesaneerd. In 1997 is ter plaatse van de voormalige ondergrondse tanks een grondwatersanering uitgevoerd. Na uitvoering van de sanering is een beperkte restverontreiniging (ca. 1 m³) achtergebleven onder de huidige bebouwing. De restverontreiniging is met behulp van landbouwfolie afgeschermd van de omringende grond. De sanering is volgens de provincie Overijssel in voldoende mate uitgevoerd. De overige percelen zijn eind 2000 verkennend onderzocht (Oranjewoud, 15009100282.RAP, d.d. 27-11-2000). In de grondmonsters zijn licht verhoogde gehalten (boven de streefwaarden) aangetoond aan zink, minerale olie, PAK en EOX. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten gemeten (boven de streefwaarde) aan koper, chroom en xylenen. De gemeten gehalten in de grond en het grondwater zijn geen aanleiding om op deze percelen de aanwezigheid van een ernstige bodemverontreiniging te vermoeden. De kwaliteit van de vaste bodem en het grondwater binnen het gebied Bedrijventerrein Lettele vormt geen belemmering voor de toekomstige bestemming van het gebied. Indien in de toekomst de bebouwing ter plaatse van de Schotwillemsweg 3, waaronder zich de restverontreiniging bevindt, wordt afgebroken, dient overwogen te worden restverontreiniging alsnog te ontgraven en af te voeren.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

toelichting

10 Stankrichtlijn Even ten westen van het plangebied ligt een veehouderij met een hindercirkel. De hindercirkel beslaat gedeeltelijk het plangebied. De consequentie hiervan is dat binnen deze cirkel de realisatie van nieuwe (bedrijfs-) woningen niet is toegestaan. De hindercirkel wordt op de plankaart aangegeven. Ook ten noorden van de Oerdijk ligt een agrarisch bedrijf met een hindercirkel. Deze hindercirkel beslaat een klein deel van het plangebied aan de noordzijde. De hindercirkel vormt geen belemmering voor de planontwikkeling. Industrielawaai Bedrijven, die zijn aangewezen in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer worden in dit bestemmingsplan uitgesloten (zie Voorschriften artikel 4, lid 2c en artikel 5, lid 2c). Het bedrijventerrein Lettele is daardoor een nietgezoneerd industrieterrein in de zin van artikel 41 van de Wet geluidhinder (Wgh); dat wil zeggen dat niet zijn toegstaan "inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken" (die inrichtingen zijn vermeld in het Inrichtingen- en vergunningenbesluit Wet Milieubeheer). De op het bedrijventerrein gevestigde en nog te vestigen bedrijven zullen over het algemeen onder de Wet milieubeheer vallen. Bij vergunningplichtige bedrijven is het referentieniveau van het achtergrondgeluid bepalend voor de geluidsvoorschriften van de vergunning. Bij meldingsplichtige bedrijven stellen de van toepassing zijnde algemene maatregelen van bestuur (amvb’s) geluidsvoorschriften. Het college kan nadere eisen stellen en op die manier rekening houden met het achtergrondgeluid. De Wet milieubeheer kan als handvat dienen om cumulatie van (geluid)hinder voor de omwonenden te voorkomen. Gezien de aard van de toegestane bedrijven, de bijbehorende milieucategorieën 1 en 2, de ligging ten opzichte van de omliggende woonbebouwing en na toepassing van de milieuregelgeving op grond van de Wet milieubeheer, zal redelijkerwijs de cumulatie van geluid afkomstig van meerdere bedrijven, geen knelpunt vormen. Wegverkeerslawaai Ter inleiding, de regels van de Wet geluidhinder komen in een aantal gevallen aan de orde ter gelegenheid van de vaststelling van een bestemmingsplan. Deze gevallen zijn: a) Bestemmen van gronden voor nieuwe geluidsgevoelige objecten, zoals woningen en scholen; b) Bestemmen van gronden voor de aanleg van nieuwe (gezoneerde) wegen; c) Reconstructie van wegen. In dit bestemmingsplan is uitsluitend de eerste situatie aan de orde. In principe bevinden zich langs alle wegen geluidzones, met uitzondering van: 1. wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied, 2. wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km per uur geldt, of 3. wegen waarvan -op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidniveaukaart- vaststaat dat de geluidbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabijgelegen rijstrook 50 dB(A) of minder bedraagt.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

toelichting

11 Om inzicht te krijgen in de geluidbelasting van de nieuwe (bedrijfs)woningen in het plangebied, is akoestisch onderzoek verricht. De conclusies van het akoestisch onderzoek (verricht in opdracht van de gemeente door adviesbureau De Haan, rapport J.04.128 d.d. 3 maart 2004) zijn hierna samengevat. De wegen binnen de bebouwde kom van Lettele zullen worden heringericht, waarna daarop een maximumsnelheid zal gelden van 30 km/uur. Deze wegen hebben dan geen zone in de zin van de Wgh (Wet geluidhinder). Hoewel dat formeel niet verplicht is, is de geluidsbelasting ten gevolge van deze wegen toch berekend, zodat die geluidsbelasting wel bekend is. Het resultaat is dat nergens in de nieuwbouwlocatie de geluidsbelasting van deze wegen de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) overschrijdt. De gedeelten van de Oerdijk en de Bathmenseweg die buiten de bebouwde kom liggen, hebben wel een zone in de zin van de Wgh. Alle geluidsgevoelige bestemmingen in de nieuwbouwlocatie liggen binnen die zones. De geluidsbelasting ten gevolge van deze wegen op de nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen is derhalve berekend voor 2015. Het resultaat is dat in de nieuwbouwlocatie de geluidsbelasting van deze wegen de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) niet overschrijdt. Externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het om gevaren die de directe omgeving loopt in het geval van calamiteiten tijdens de productie, het behandelen, opslag, of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico’s mogen de toetsingswaarden van het landelijke risicobeleid niet overschrijden. In het plangebied worden geen risicoveroorzakende bedrijven toegestaan. In de directe omgeving zijn geen risicovolle activiteiten aanwezig, zoals routes gevaarlijke stoffen en LPG-tankstations. Tevens mogen in het plangebied uitsluitend bedrijven worden gevestigd in de categorieën 1 en 2 zoals genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten (bijlage 1 van de voorschriften) Hierdoor is het risico op calamiteiten beperkt. Sociale veiligheid Bij sociale veiligheid gaat het erom dat de omstandigheden in de openbare buitenruimte, met name wegen, langzaam verkeersroutes, paden en groenvoorzieningen, zodanig zijn, dat mensen zich daar veilig voelen en dat zoveel mogelijk ook daadwerkelijk zijn. Bij de realisering van het bedrijventerrein zal aandacht worden besteed aan maatregelen ter handhaving van en verbetering van de sociale veiligheid. In het onderhavige geval is sprake van sociale controle in het noordelijke gedeelte van het bedrijventerrein vanwege de aanwezigheid van een aantal dienstwoningen. Op het overige gedeelte van het bedrijventerrein kan alleen overdag en dan nog in beperkte mate sprake zijn van sociale controle, vanuit bedrijfs-, kantoor-, of uitstalruimten waar regelmatig mensen aanwezig zijn met zicht op de openbare ruimten. Bij de uitvoering van maatregelen op het gebied van de sociale veiligheid voor de bebouwing en de invulling van de openbare ruimte worden de normen van het Politiekeurmerk Veilig Wonen gehanteerd.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

toelichting

12

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

toelichting

13 4. RUIMTELIJKE OPZET EN PROGRAMMA

4.1

Algemeen In Lettele zijn behoud en versterking van de eigen identiteit van het dorp en aandacht voor verfraaiing van de leefomgeving speerpunten van het beleid. Door invulling van het plangebied met woon- werkcombinaties en bedrijven wordt beoogd een bijdrage te leveren aan een goede sociaal- economische structuur in Lettele. De ontwikkeling is daarom met name bedoeld voor mensen die een binding hebben met het dorp. Door toevoeging van woonbebouwing in de noordoostelijke hoek van Lettele is de ruimtelijke structuur van het dorp, ontstaan op de kruising van twee wegen, enigszins verloren gegaan. Doordat met de ontwikkeling van het plangebied bebouwing wordt toegevoegd aan de zuidwestelijke hoek van Lettele, draagt ontwikkeling van het plangebied bij aan herstel van de ruimtelijke structuur. “De randen van het dorp zijn niet af”4. Met ontwikkeling van het plangebied wordt beoogd de zuidwestelijke rand van het dorp zorgvuldig af te bouwen. Aandacht dient daarbij besteed te worden aan beeldkwaliteit van de bebouwing in het plangebied en landschappelijke inpassing. Ten behoeve van invulling van het plangebied is door de gemeente Deventer een globale stedenbouwkundige opzet gemaakt. De stedenbouwkundige opzet dient als basis voor voorliggend bestemmingsplan.

4.2

Programma Woon- werkcombinaties In het stedenbouwkundig plan wordt uitgegaan van circa zeven woonwerkcombinaties inclusief de te handhaven woning aan de Schotwillemsweg. Deze worden gerealiseerd aan de noordzijde van het plangebied, aansluitend aan de te handhaven woning en aan de woningen aan de Oerdijk en Bathmenseweg. Het aantal woon- werkcombinaties is enerzijds gebaseerd op een geschatte behoefte (voor een deel reeds kenbaar gemaakt) en anderzijds op de beschikbare ruimte en situering ten opzichte van bestaande bebouwing. In de afgelopen periode hebben zich meerdere kandidaten gemeld voor een bedrijfspand met woning. Het accent bleek te liggen op zakelijke dienstverlening, die goed vanuit een thuissituatie kan worden verricht. In de gevoerde gesprekken is eveneens naar voren gekomen, dat een minimale oppervlakte van 100 m2 voor het bedrijfsgedeelte (zoals die stedenbouwkundig wordt voorgestaan) geen problemen oplevert. Met deze minimale maat voor het bedrijfsgedeelte wordt voorkomen dat het accent teveel op het wonen komt te liggen. De kavels zullen worden uitgegeven aan gegadigden, die als ondernemer geregistreerd staan, waarbij uitsluitend ‘lichte’ bedrijvigheid in de milieucategorieën 1 en 2 wordt toegestaan.
4

Constatering in het Werkboek Lettele dorp met karakter (februari 2003) toelichting

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

14

Invoegen afbeelding stedenbouwkundige opzet de stedenbouwkundige opzet is voorlopig als losse bijlage toegevoegd

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

toelichting

15

Bedrijven Het centrale deel van het plangebied, aansluitend aan de woon- werkcombinaties is eveneens bedoeld voor bedrijven in de “lichte” milieucategorieën 1 en 2 (B2 op de plankaart). Het aantal te vestigen bedrijven wordt in dit bestemmingsplan niet geregeld, wel wordt het bebouwingspercentage gemaximeerd tot 70% bebouwd oppervlak per perceel, met het oog op behoud van een zekere openheid van het plangebied. 4.3 Beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing5 De dorpsrand langs de Schotwillemsweg en de Vosmansweg kenmerkt zich door een groen uiterlijk en karakteristieke (laan-) boombeplanting. Behoud van deze karakteristieke laanbeplanting is een belangrijke voorwaarde voor ontwikkeling van het plangebied. Achter de groene dorpsrand is in de toekomstige situatie bebouwing voorzien in het plangebied. Deze bebouwing dient te passen bij het dorpse karakter van Lettele: doorzichten van het landschap naar het dorp en andersom zijn gewenst, de voorkeur gaat uit naar vrijstaande bebouwing. Een harde, strakke dorpsrand met massale gevelwanden en “hoogbouw” dient dus voorkomen te worden. De bouwhoogtes worden daarom in voorliggend bestemmingsplan beperkt. Bebouwing met een kap heeft de voorkeur boven bebouwing met een plat dak. De openheid tussen de bebouwing wordt gewaarborgd door minimale afstanden op te nemen tot de weg en de zijdelingse perceelsgrenzen. De bebouwing van de woonwerkcombinaties dient te worden gerealiseerd als één bouwmassa, waarbij het bedrijfsgedeelte uit mag steken ten opzichte van het woongedeelte om het functionele onderscheid tussen beide delen ook ruimtelijk tot uitdrukking te laten komen. 4.4 Ontsluiting Het toekomstige bedrijventerrein Lettele wordt vanuit twee richtingen ontsloten: de Oerdijk en de Bathmenseweg. Beide wegen maken onderdeel uit van het grote verblijfsgebied ten oosten van Deventer, waarvoor een 60 km/ uurregime gaat gelden en waarvoor maximale intensiteiten zijn vastgesteld. Beide wegen zijn in de nota HWS aangeduid als erftoegangsweg type 1, de maximumbelasting bedraagt voor de gedeelten Oerdijk en Bathmenseweg buiten de bebouwde kom ongeveer 5.000 motorvoertuigen per etmaal (mvt/ etmaal). De kernen Lettele en Okkenbroek zullen als geheel een verblijfsfunctie krijgen, waarbij voor de situatie binnen de bebouwde kom een 30 km/ uurregime geldt en een maximale intensiteit op de hoofdwegen, waaronder de Oerdijk en Bathmenseweg, van zo’n 4.000 mvt/ etmaal. In 2002 zijn eind mei/ begin juni op de Oerdijk net ten westen van de kern Lettele intensiteiten motorvoertuigen geteld. De gemiddelde werkdagintensiteit bedroeg hier slechts 782 motorvoertuigen. Ontsluiting van de woon- werkcombinaties (gronden met de bestemming ’Wonen en bedrijven’) en van het centrale deel van het plangebied vindt plaats vanaf de Oerdijk via de Schotwillemsweg. Ontsluiting van het zuidelijke deel van het plangebied vindt plaats vanaf de Bathmenseweg via de Vosmansweg. Het middendeel van de Schot5

Voor de wensen ten aanzien van beeldkwaliteit is gebruik gemaakt van het Werkboek Lettele dorp met karakter (februari 2003). toelichting

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

16 willemsweg en de Vosmansweg is onverhard, wat bijdraagt aan het landelijke karakter en de landschappelijke waarde van (de omgeving van) het plangebied. Het karakter van de onverharde/ halfverharde weg wordt in voorliggend bestemmingsplan beschermd. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat de Schotwillemsweg en de Vosmansweg een doorgaande functie gaan vervullen in de ontsluiting van het plangebied. Ook dit wordt voorkomen door het onverharde/ halfverharde karakter van de weg te beschermen. Verkeersaantrekkende werking Het toevoegen van bedrijven en de woon- werkcombinaties in het plangebied zal een geringe toename van verkeer genereren van enkele honderden motorvoertuigen equivalenten per etmaal. Concreet betekent dit dat de capaciteit van de omringende wegen voldoende is voor opvang van de extra verkeersdruk. Parkeren Parkeren dient te worden gerealiseerd op eigen terrein conform de gemeentelijke parkeernormen. 4.5 Milieueffecten Toevoegen van bedrijven in de nabijheid van woningen dient zorgvuldig plaats te vinden om te voorkomen dat de leefbaarheid wordt aangetast. Omgekeerd dienen bedrijven voldoende ruimte, zowel fysiek als op het gebied van milieueffecten, te hebben voor een volwaardige bedrijfsvoering. Met behulp van milieucategorieën kan in het plangebied gekomen worden tot een zorgvuldige afweging van de vestiging van bedrijven. In het plangebied worden bedrijven toegelaten in de milieucategorieën 1 en 2. Milieucategorie 1 wordt als goed passend binnen een woonomgeving beschouwd. Bij milieucategorie 2 moet, volgens de VNG-richtlijn ‘Bedrijven en milieuzonering’ ten minste een afstand van 30 m tot milieugevoelige bestemmingen, zoals woningen, worden aangehouden. Door in het bestemmingsplan een milieuzonering op te nemen (zie plankaart) wordt rekening gehouden met de reeds aanwezige woonbestemmingen, de afstand tot de woningen is voldoende groot om ongewenste milieueffecten te voorkomen. 4.6 Waterhuishouding Om de waterhuishouding in Nederland op orde te brengen is het Waterbeleidsplan 21ste eeuw opgesteld. Dit beleidsplan is opgesteld naar aanleiding van de wateroverlast van onder andere 1988, klimaatveranderingen, zeespiegelstijging en bodemdaling. Onder waterhuishouding wordt verstaan het creëren van ruimte voor de hoogwaterafvoer van de grote rivieren en het op orde brengen van regionale watersystemen. Op het gebied van waterhuishouding zijn een vijftal aspecten van belang: de stroomgebiedvisie, oppervlaktewater (indien van toepassing), hemelwater, afvalwater en grondwater. Voor het onderdeel op orde brengen van de regionale watersystemen zijn stroomgebiedsvisies opgesteld. Lettele valt binnen het stroomgebied Vecht/Zwarte Water. Binnen het stroomgebied bevinden zich risicogebieden met betrekking tot wateroverlast bij extreem natte omstandigheden. De gebieden worden onderverdeeld in gebieden zonder kans op wateroverlast, gebieden met kans op wateroverlast eens in de 250 jaar en gebieden met kans op wateroverlast eens in de 100 jaar.
bestemmingsplan bedrijventerrein lettele toelichting

17 Het toekomstige bedrijventerrein valt gedeeltelijk binnen een risicogebied met een kans op wateroverlast eens in de 250 jaar. Voor gebieden met wateroverlast van eens in de 250 jaar geldt een ‘ja, mits’ beleid voor bebouwing. Bebouwing is mogelijk mits maatregelen getroffen worden voor bescherming van de bebouwing tegen de mogelijke wateroverlast. Dat de grondwaterstand laag is, is positief voor de drooglegging van het gebied, maar zegt niets over berging. Concreet houdt dit in dat voor een dergelijke buicompensatie (berging) binnen het plangebied minimaal gelijk dient te zijn aan de berging in de huidige onbebouwde situatie. Om aan deze bergingseis te voldoen dienen een aantal maatregelen en voorzieningen te worden getroffen. Het afkomende hemelwater van alle verharde oppervlakken (zowel dak-, weg- als terreinverhardingen) moet worden geïnfiltreerd. Aangezien het te infiltreren water schoon moet zijn, mogen onder andere geen uitlogende materialen voor de verharde oppervlakken worden gebruikt. Infiltratie dient op eigen terrein te worden gerealiseerd. Voor wat betreft de droogweerafvoer wordt opgemerkt dat er noch in de Vosmansweg, noch in de Schotwillemsweg riolering aanwezig is. Omdat de riolering zowel in de Bathmenseweg ter plaatse van de Vosmansweg als in de Oerdijk ter plaatse van de Schotwillemsweg met een minimale dekking ligt, zal rekening gehouden moeten worden met het oppompen van de droogweerafvoer. Een mogelijkheid hiertoe biedt drukriolering. Via een stelsel van pompput per terrein en een een gecombineerde rioolpersleiding wordt aangesloten op het bestaande stelsel van Lettele.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

toelichting

18

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

toelichting

19 5. JURIDISCHE PLANOPZET

5.1.

Algemeen De basisprincipes van het stedenbouwkundig plan, zoals beschreven in hoofdstuk 4, worden in het bestemmingsplan juridisch vastgelegd. De ruimtelijke indeling van het gebied, alsmede de toegestane functies en maten zijn op de plankaart en in de voorschriften vrij gedetailleerd geregeld. Het bestemmingsplan is opgezet als plan, zoals bedoeld in artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). Verlening van een bouwvergunning is direct mogelijk, zonder dat daarvoor eerst een uitwerkingsplan ex artikel 11 WRO in procedure moet worden gebracht. Vooral in de nieuwbouwperiode kunnen zich ontwikkelingen voordoen die aanleiding geven voor meer ingrijpende veranderingen in de specifieke functies en ruimtelijke, stedenbouwkundige opzet. Het is wenselijk dat het bestemmingsplan de mogelijkheid biedt om in te spelen op redelijke en acceptabele veranderingswensen. Het plan dient flexibel en doelmatig te zijn, maar moet tegelijkertijd voldoende duidelijkheid bieden ten aanzien van de ruimte voor veranderingen. Daartoe wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden die de WRO biedt, in de vorm van de daarin opgenomen zogenaamde flexibiliteitbepalingen namelijk vrijstelling ex artikel 15 WRO en wijziging ex artikel 11 WRO. Het bestemmingsplan bevat een algemene wijzigingsbevoegdheid, waarmee grenzen van bestemmingen en aanduidingen en scheidingslijnen ten hoogste 20 meter, respectievelijk 10 meter kunnen worden verschoven. De oppervlakte van de bestemmingsvlakken kan eveneens in beperkte mate worden vergroot of verkleind. In onderstaande paragrafen worden de voorschriften beknopt toegelicht.

5.2.

Bestemmingen Bedrijven (B) Op de gronden die zijn aangewezen als "Bedrijven", op de plankaart code B, zijn naast bedrijfsvestigingen ook wegen met bijbehorende voorzieningen toegestaan, ter ontsluiting van de betreffende bedrijven. Ook water, groen, parkeervoorzieningen, nutsgebouwtjes en dergelijke zijn binnen de bestemming toegestaan. Binnen de bestemming "Bedrijven" is een zonering van bedrijfsactiviteiten naar milieucategorie aangebracht. De zonering is gebaseerd op de milieueffecten van de bedrijfsactiviteiten. De codes B1 en B2 op de plankaart geven aan welk type bedrijf is toegestaan. Bij de code B1 zijn maximaal toelaatbaar bedrijven die in milieucategorie 1 vallen van de bijlage "Staat van Bedrijfsactiviteiten", die deel uitmaakt van de voorschriften. Voor de code B2 geldt dat de categorieën 1 en 2 zijn toegestaan. Bedrijven met een milieucirkel groter dan 30 m worden uitgesloten om milieuoverlast te voorkomen. Bij de milieuzonering moet in principe de vanuit milieuoverwegingen voor dat bedrijf geldende "grootste afstand" tot woonbebouwing in acht worden genomen.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

toelichting

20 Deze "grootste afstand" is gebaseerd op de voor het bedrijf meest bepalende milieufactor(en), namelijk geur, stof, gevaar, trilling en/ of geluid: milieucategorie 1 2 afstandsmaat varieert van 0 m tot 10 m 0 m tot 30 m

Het kan gebeuren dat een bedrijf in eerste instantie niet kan voldoen aan de afstandsmaat uit de tabel en dus niet past binnen de bestemming. Het kan zijn dat in dat geval met technische maatregelen de milieuhinder zodanig terug te brengen is dat het bedrijf in de praktijk wél binnen de afstandsmaat en dus binnen de milieucategorie past. In de opgenomen procedure van vrijstelling kan worden bezien of dergelijke maatregelen mogelijk en toereikend zijn. Deze vrijstellingsprocedure zal gelijk oplopen met de benodigde procedure in het kader van de Wet milieubeheer. Doorslaggevend criterium bij vrijstelling is of het bedrijf, wat betreft de gevolgen voor de omgeving redelijkerwijs kan worden gelijkgesteld met bedrijven die ter plaatse als recht zijn toegestaan. Bij code B1, moet dus het bedrijf waarvoor vrijstelling wordt gevraagd, qua gevolgen vergelijkbaar zijn met milieucategorie 1, bij code B2 qua gevolgen vergelijkbaar met milieucategorie 1 of 2. Het is de bedoeling dat zich in deze bestemming bedrijven vestigen met een als zodanig herkenbaar "bedrijfs-karakter", dus geen op zichzelf staande, "pure" kantoren of "kantoorachtige" bedrijven, en geen specifiek publiekgerichte/-verzorgende bedrijven. Dientengevolge zijn de volgende, in de Staat van Bedrijfsactiviteiten vermelde bedrijfsactiviteiten hier niet toegestaan: handelsbemiddeling (kantoren), computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d., maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek, sportscholen, gymnastiekzalen, wasserettes, wassalons, kappersbedrijven, schoonheidsinstituten, badhuizen, sauna-baden en niet eerder genoemde persoonlijke dienstverlening. Detailhandel, in enige wezenlijke omvang en met name als op zichzelf staande functie is in het plangebied niet wenselijk en daarom niet toegestaan. Ook verkooppunten voor motorbrandstoffen zijn hier niet gewenst. Vanwege de ligging en verkeersontsluiting van het gebied lijkt vestiging van een dergelijk verkooppunt ook niet realistisch en onhaalbaar. Tot slot zijn “mogelijk zwaar geluidhinderlijke bedrijven” zoals aangegeven in het Inrichtingen- en vergunningenbesluit Wet geluidhinder niet toegestaan vanwege de nabijheid van woonbebouwing en de omvang van het plangebied. Aan gebouwen zijn alleen eisen gesteld, die nodig zijn om een ruimtelijk planologisch verantwoorde invulling van het gebied te krijgen, zoals situering, oppervlakte en maatvoering. Tot wegen, de als "Verkeersdoeleinden" aangewezen gronden, moet een afstand van 5 meter in acht worden genomen, ten behoeve van het ruimtelijke beeld. Een afstand van 3 meter moet worden aangehouden tot een van de zijdelingse perceelsgrenzen. De percelen mogen bebouwd worden tot het op de plankaart aangegeven percentage. Op de plankaart staat de maximale goothoogte en hoogte van de bebouwing aangegeven, deze is respectievelijk 7 en 10 meter. De gekozen maten sluiten goed aan bij de omringende, bestaande bebouwing, bieden goede ontwikkelingsmogelijkheden voor de te vestigen bedrijven en de nieuwe bebouwing zal vanaf het aangrenzende buitengebied niet teveel opvallen door het omringende groen.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

toelichting

21 Binnen de bestemming Bedrijven dient het parkeren van met name vrachtauto's op eigen terrein plaatsvinden, de ontsluitingswegen zijn daarvoor, gezien hun profilering, niet geschikt. Daarnaast is het ruimtelijk bezien niet wenselijk dat her en der buiten de bedrijfspercelen wordt geparkeerd door vrachtauto's. Buitenopslag van goederen is een activiteit die consequenties heeft voor verantwoord ruimtegebruik en het aanzicht en de uitstraling van het terrein daarom worden er in de voorschriften eisen aan gesteld. Wonen en bedrijven (WB2) In het noordelijke deel van het plangebied zijn woon- werkcombinaties beoogd, met de bestemming “Wonen en bedrijven”. Binnen deze bestemming zijn bedrijven in de milieucategorieën 1 en 2 toegestaan, in combinatie met een woonfunctie (in de vorm van dienstwoningen). Hier wordt, in tegenstelling tot de bestemming "Bedrijven", de vestiging van op zelf staande kantoren en publiekgerichte/-verzorgende bedrijven passend geacht en dus toegestaan. Om een zekere openheid in dit deel van het plangebied te waarborgen is het totaal aantal woningen, en daarmee het totaal aantal woon- werkcombinaties, op de plankaart vastgesteld op maximaal acht. Dat maximum is gebaseerd op het stedenbouwkundig plan dat uitgaat van circa zeven woon- werkcombinaties. Het agrarische bedrijf aan de Schotwillemsweg 2a heeft een stankzone van 50 m rond het bouwperceel (zie plankaart). Binnen deze hindercirkel, die gedeeltelijk over de bestemming “Wonen en bedrijven” is gelegen, zijn geen woningen toegestaan. Om daar in de toekomst eventueel toch woning mogelijk te maken, is ten aanzien van die stankzone een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Daarmee kan de aanduiding "stankzone" geheel of gedeeltelijk van de plankaart worden verwijderd. Deze wijzigingsbevoegdheid kan alleen worden toegepast indien wijzigingen in de ter zake (van stankzones) geldende wet- en regelgeving of wijzigingen in de activiteiten van het betreffende agrarisch bedrijf, die de omvang en ligging van de stankzone bepalen, daartoe aanleiding geven. Binnen de bestemming "Wonen en bedrijven" kunnen tuinen en overige voorzieningen zoals nutsvoorzieningen worden gerealiseerd. Via de bouwbepalingen wordt onderstreept dat het in deze bestemming gaat om "woon- werk" combinaties: vrijstaande eenheden met elk een beperkte omvang, aansluitend bij het dorpse karakter van Lettele. Om het vrijstaande karakter van de gebouwen te waarborgen is een afstandsmaat opgenomen van 5 meter tot de weg en de zijdelingse perceelsgrenzen. De afstand van de bedrijfsgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 3 meter, de bedrijfsgebouwen worden achter de voorgevel gebouwd. Het is nadrukkelijk de bedoeling dat de bebouwing voor wonen en werken een aaneengesloten bouwmassa vormt. Voor buitenopslag van goederen geldt hier, naast een hoogtemaat, ook een minimale afstandsmaat van 5 meter tot de weg; dit om het "woonkarakter" van deze bestemming te benadrukken.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

toelichting

22 Verkeersdoeleinden (V) De wegen die de ontsluiting in het plangebied vormen zijn aangewezen als "Verkeersdoeleinden". De bijbehorende paden, parkeervoorzieningen, bermen, groenvoorzieningen en watergangen zijn in deze bestemming opgenomen. Het zuidelijke deel van de Schotwillemsweg is onverhard/ halfverhard, wat het landelijke karakter van de dorpsrand onderstreept en bijdraagt aan de landschappelijke waarde. Ter bescherming van deze waarde is in de voorschriften een aanlegvergunningsstelsel opgenomen, waarmee wezenlijke aantasting van het karakter van de weg kan worden voorkomen: het aanbrengen van verhardingen en het afgraven van grond mag binnen het nader op de plankaart aangeduide deel "onverhard/ halfverhard" slechts met vergunning, in zeer beperkte mate en onder (strikte) voorwaarden plaatsvinden. Tevens wordt hiermee gewaarborgd dat de weg geen doorgaande functie gaat vervullen in de ontsluiting van het plangebied. 5.3. Bijzondere bepalingen Seksinrichtingen In de algemene gebruiksbepaling in de voorschriften is het gebruik ten behoeve van seksinrichtingen expliciet als strijdig gebruik aangemerkt. In het kader van het gemeentelijk beleid betreffende dergelijke inrichtingen wordt vestiging daarvan in het onderhavige gebied niet wenselijk geacht en daarom ook niet toegestaan. 5.4. Handhaving Het plan regelt duidelijk welke vormen van bouwen en gebruik op een bepaalde plaats zijn toegestaan en wat de motivering is voor die regels. Dat is een essentiële voorwaarde voor een goede uitvoering van het plan en voor een adequate controle en handhaving. Teneinde het plan zo goed mogelijk handhaafbaar te maken, dient aan een aantal vereisten te worden voldaan: • Helderheid en overzichtelijkheid van de spelregels; • Bekendheid met de spelregels; • Toezicht op de naleving van de spelregels; • Een goede organisatie en coördinatie van dat toezicht met als eventueel sluitstuk handhavend optreden. Helderheid en overzichtelijkheid van de spelregels in het plan In het voorliggende plan is, vanaf het begin, nadrukkelijk gestreefd naar zo groot mogelijke duidelijkheid en overzichtelijkheid. Zowel de burger/ ondernemer als de ambtenaar die op de uitvoering van de afgesproken spelregels moet toezien, moet snel inzicht kunnen krijgen in wat in een bepaald geval is toegestaan en onder welke voorwaarden. Bekendheid met de spelregels Wanneer een duidelijk plan met overzichtelijke en begrijpelijke spelregels voorhanden is, blijft de opgave bestaan om zowel de gebruikers van het plan als de toezichthouders op het plan voldoende vertrouwd te maken met de spelregels en hun toepassing. Dit vraagt om gerichte voorlichting aan de gebruikers van het plangebied én een goede instructie aan de ambtelijke instanties.
bestemmingsplan bedrijventerrein lettele toelichting

23 Op deze wijze kan een situatie worden geschapen waarin niet langer het excuus geldt dat men niet wist dat iets wel of niet was toegestaan. Met name is het van belang dat de mensen weten wanneer voor een bouw- of een gebruiksactiviteit een vergunning nodig is en of iets echt verboden is of niet. Toezicht op de naleving van de spelregels Kern van de structurele handhaving is uiteraard een structurele controle. Zonder dat blijft de handhaving een lege huls. Van groot belang is een kenbaar en opvallend controlebeleid. Zijdelings effect is dat daarvan een preventieve werking uitgaat. Duidelijk moet zijn dat, in geval van overtreding, daadwerkelijk zal worden opgetreden. Een goede organisatie en coördinatie van de handhaving Op een bedrijventerrein vinden normaliter regelmatig, vanuit diverse beleidsterreinen, onder andere milieu, controles en overleg plaats. Door enerzijds een goed samenspel binnen het gemeentelijke apparaat en anderzijds een goed overleg met en vertrouwen bij de gebruikers, kan een situatie worden geschapen, waarin handhaving in de vorm van daadwerkelijk optreden tegen overtreding niet gauw nodig zal zijn.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

toelichting

24

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

toelichting

25 6. MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

6.1

Economische uitvoerbaarheid Het bestemmingsplan Bedrijventerrein Lettele voorziet in de uitgifte van ca. 1,5 ha netto uitgeefbaar bedrijventerrein. Deze hoeveelheid moet voorzien in de plaatstelijke terreinbehoefte voor de komende jaren. Ruim twee jaar geleden heeft de gemeente Deventer het plangebied in bezit gekregen. Dit met het doel het reeds bestaande bedrijventerrein Lettele in beperkte mate te kunnen vergroten. Voordien en ook nadien hebben zich verschillende kandidaten, voornamelijk uit Lettele zelf, gemeld voorafname van een kavel. Het investeringsvolume is circa € 1,25 mln. De opbrengsten zijn circa € 1,45 mln. Nominaal is het exploitatieresultaat circa € 0,2 mln. Deze ruimte is, inclusief de opbrengstenstijging, benodigd om tussentijdse prijsstijgingen te financieren. Afhankelijk van het ontwikkelingsscenario kan gesteld worden dat een financieel sluitende exploitatie mogelijk is. De huidige inschatting is dat de uitgifte van gronden in 2005 begint en doorgaat tot 2009.

6.2

Resultaten overleg ex artikel 10 B.R.O. In het kader van het overleg ex artikel 10 B.r.o zal het plan naar de overlegpartners worden gestuurd. De resultaten van dit overleg zullen t.z.t. op deze plek worden verwerkt. {PM}

6.3

Resultaten inspraak De resultaten van de inspraak zullen hier t.z.t. worden verwerkt. {PM}

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

toelichting

26

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

toelichting

VOORSCHRIFTEN Inhoud: HOOFDSTUK Artikel Artikel Artikel HOOFDSTUK Artikel Artikel Artikel HOOFDSTUK Artikel Artikel Artikel Artikel Artikel Artikel BIJLAGE I 1 2 3 III 4 5 6 III 7 8 9 10 11 12 INLEIDENDE BEPALINGEN Begripsomschrijvingen Wijze van meten en berekenen Algemene beschermingsbepaling BESTEMMINGEN Bedrijven Wonen en bedrijven Verkeersdoeleinden ALGEMENE BEPALINGEN Gebruik van gronden en bouwwerken Algemene vrijstellingsbevoegdheden Wijzigingsbevoegdheden Overgangsrechtelijke bepalingen Strafrechtelijke bepaling Slotbepaling STAAT VAN BEDRIJFSACTIVITEITEN Nadere toelichting INRICHTINGEN WET GELUIDHINDER Blz. 1 1 3 4 5 5 7 10 12 12 13 14 15 16 17 svb 1 svb 9 iwg 1

BIJLAGE

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

voorschriften

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

voorschriften

1 HOOFDSTUK I INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel

1

Begripsomschrijvingen In dit plan wordt verstaan onder: 1. het plan: het bestemmingsplan Bedrijventerrein Lettele, vervat in deze voorschriften en de plankaart; 2. de plankaart: de kaart (nr. 42-108-20), die deel uitmaakt van het plan; 3. ander bouwwerk: een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 4. ander werk: een werk, geen bouwwerk zijnde; 5. bebouwing: één of meer gebouwen en/of andere bouwwerken; 6. bebouwingspercentage: de oppervlakte van de bebouwing binnen het bestemmingsvlak uitgedrukt in een percentage van de oppervlakte van dat vlak; 7. beroepsactiviteiten aan huis: het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, educatief, kunstzinnig, maatschappelijk, ontwerptechnisch of daarmee gelijk te stellen gebied, niet zijnde horeca of detailhandel, behoudens detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit van de ter plaatse uitgeoefende beroepsmatige activiteit; van welke activiteiten de aard en de omvang zodanig zijn dat deze in een woning en de daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend; 8. bestemmingsgrens: een op de plankaart als zodanig aangegeven lijn, die de grens vormt tussen bestemmingsvlakken; 9. bestemmingsvlak: een op de plankaart aangegeven vlak met eenzelfde bestemming; 10. bijgebouw: een bij een woning behorend gebouw, zoals een garage, berging of hobbyruimte, dat niet in directe verbinding staat met de woning en dat niet voor bewoning is bestemd, 11. bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 12. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 13. detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen voor gebruik,

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

voorschriften

2 verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; dienstwoning: een woning in of bij een gebouw of op of bij een terrein, die hoort bij en functioneel gebonden is aan een bedrijf, instelling of voorziening in dat gebouw of op dat terrein; gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; onderkomen: een voor verblijf geschikt, al dan niet aan zijn bestemming onttrokken, vaar- of voertuig, ark of caravan, voor zover dat/die niet als een bouwwerk is aan te merken, alsook een tent; peil: 1. voor een gebouw waarvan de hoofdtoegang direct aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; scheidingslijn: een op de plankaart als zodanig aangegeven lijn, die de grens vormt tussen delen van vlakken, voor welke delen verschillende bepalingen gelden; seksinrichting: een inrichting, bestaande uit een of meer voor publiek toegankelijke, besloten ruimten, waarin bedrijfsmatig of op een daarmee vergelijkbare wijze, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; onder een hiervoor bedoelde inrichting worden in elk geval verstaan: een bordeel, seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub en erotische-massagesalon, al of niet in combinatie met elkaar; vloeroppervlakte: de vloeroppervlakte van alle voor mensen toegankelijke ruimten binnen een gebouw; voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt.

14.

15.

16.

17.

18.

19.

20.

21.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

voorschriften

3

Artikel

2

Wijze van meten en berekenen Voor de toepassing van deze voorschriften wordt als volgt gemeten en berekend: a. de goothoogte van een gebouw: vanaf peil tot de bovenkant van de goot, het boeiboord of daarmede gelijk te stellen constructiedeel; b. de hoogte van een bouwwerk: vanaf peil tot het hoogste punt van het bouwwerk, aan dat bouwwerk bevestigde ondergeschikte delen, zoals liftschachten, schoorstenen, vlaggemasten en antennes niet meegerekend; c. de oppervlakte van een gebouw: ter hoogte van peil, tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of harten van scheidsmuren.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

voorschriften

4

Artikel

3

Algemene beschermingsbepaling Op enig terrein mag niet zodanig worden gebouwd, dat daardoor op hetzelfde of een ander terrein een toestand, die aan het plan voldoet, daaraan niet meer zou voldoen of een afwijking van het plan zou worden vergroot.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

voorschriften

5 HOOFDSTUK III BESTEMMINGEN

Artikel

4

Bedrijven Doeleinden De op de plankaart als "Bedrijven" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven die hierna zijn aangegeven bij de codes die op de plankaart in de betreffende bestemmingsvlakken zijn aangeduid: code B1 bedrijven bedrijven die in de van deze voorschriften deel uitmakende bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn aangeduid als categorie 1 bedrijven die in de van deze voorschriften deel uitmakende bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn aangeduid als categorie 1 of 2,

1.

B2

b. c. d. e.

wegen met bijbehorende paden en bermen, ter ontsluiting van bedrijven, fiets- en voetpaden en andere langzaamverkeersvoorzieningen, watergangen en waterpartijen, en groen- parkeer- en overige voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen.

2.

Onder bedrijven als bedoeld in lid 1, zijn niet begrepen: a. de hierna genoemde, als zodanig in de bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten vermelde bedrijven: handelsbemiddeling (kantoren); computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d.; maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek; sportscholen, gymnastiekzalen; wasserettes, wassalons; kappersbedrijven en schoonheidsinstituten; badhuizen en sauna-baden; persoonlijke dienstverlening, niet eerder genoemd; b. detailhandelsbedrijven, c. verkooppunten voor motorbrandstoffen, en d. bedrijven die inrichtingen zijn, genoemd in de van deze voorschriften deel uitmakende Bijlage Inrichtingen Wet geluidhinder. Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in lid 1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. niet voor bewoning bestemde gebouwen ten behoeve van bedrijven, en b. bij een en ander behorende andere bouwwerken, zoals luifels, erf- of perceelafscheidingen en lichtmasten.

3.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

voorschriften

6 Bouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in lid 3, gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd: 1. op een afstand van ten minste 5 m tot gronden met de bestemming "Verkeersdoeleinden", en 2. op een afstand van ten minste 3 m tot één zijdelingse perceelsgrens van de bij de betreffende bedrijfsvestiging behorende gronden; b. het bebouwingspercentage mag op de bij eenzelfde bedrijfsvestiging behorende gronden ten hoogste zoveel bedragen als op de plankaart is aangegeven; d. de goothoogte en hoogte van gebouwen mogen niet meer bedragen dan op de plankaart is aangegeven; e. de hoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan daarbij hierna is aangegeven: bouwwerken licht- en andere masten en technische installaties: luifels en pergola’s: erf- of perceelafscheidingen en overige andere bouwwerken: max. hoogte 10 m 5m 2,5 m

4.

5.

Opslag buiten bouwwerken Een verboden gebruik als bedoeld in artikel 7, lid 1 (Gebruik van gronden en bouwwerken), is in ieder geval ook het gebruik van gronden als bedoeld in lid 1, voor opslag buiten bouwwerken hoger dan de grootste hoogte van de bij het betreffende bedrijf behorende gebouwen, en in ieder geval hoger dan 6 m, gemeten vanaf het afgewerkte maaiveld ter plaatse Vrijstelling ander soort bedrijf Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 1, ten behoeve van andere bedrijven, mits het betreft bedrijven die gezien de gevolgen daarvan voor de omgeving redelijkerwijs kunnen worden gelijkgesteld met bedrijven die ter plaatse zijn toegestaan krachtens lid 1.

6.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

voorschriften

7

Artikel

5

Wonen en bedrijven Doeleinden De op de plankaart als "Wonen en bedrijven" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, in de vorm van dienstwoningen, in combinatie met bedrijven die in de van deze voorschriften deel uitmakende bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn aangeduid als categorie 1 of 2, b. tuinen, parkeer- en overige voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, c. watergangen en waterpartijen, en d. wegen met bijbehorende paden en bermen, ter ontsluiting van woon- en bedrijfsvestigingen. Onder bedrijven als bedoeld in lid 1, zijn niet begrepen: a. detailhandelsbedrijven, b. verkooppunten voor motorbrandstoffen, en c. bedrijven die inrichtingen zijn, genoemd in de van deze voorschriften deel uitmakende Bijlage Inrichtingen Wet geluidhinder. Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in lid 1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. dienstwoningen en bijgebouwen, b. bedrijfsgebouwen, zijnde niet voor bewoning bestemde gebouwen ten behoeve van bedrijven, en c. bij een en ander behorende andere bouwwerken, zoals overkappingen, pergola's, luifels en erf- of perceelafscheidingen. Bouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in lid 3, gelden de volgende bepalingen: a. dienstwoningen mogen uitsluitend worden gebouwd: 1. met de voorgevel gericht op gronden met de bestemming "Verkeersdoeleinden", op een afstand van ten minste 5 m tot die gronden, 2. op een afstand van ten minste 5 m tot de zijdelingse perceelsgrenzen van de bij de betreffende woon- en bedrijfsvestiging behorende gronden, en 3. buiten het deel van het bestemmingsvlak met op de plankaart de aanduiding "stankzone"; b. het totaal aantal woningen mag niet meer bedragen dan op de plankaart is aangegeven; c. bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd in of achter het verlengde van de voorgevel van de betreffende dienstwoning, op een afstand van ten minste 3 m tot een van de zijdelingse perceelsgrenzen van de bij de betreffende woon- en bedrijfsvestiging behorende gronden; d. bij eenzelfde woon- en bedrijfsvestiging:

1.

2.

3.

4.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

voorschriften

8 1. mogen de dienstwoning en het grootste bedrijfsgebouw uitsluitend aaneengesloten worden gebouwd, en 2. mag de gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen niet minder dan 100 m² bedragen; het bebouwingspercentage mag op de bij eenzelfde woon- en bedrijfsvestiging behorende gronden ten hoogste zoveel bedragen als op de plankaart is aangegeven; de goothoogte en hoogte van gebouwen, niet zijnde bijgebouwen, mag niet meer bedragen dan op op de plankaart is aangegeven; de goothoogte en de hoogte van bijgebouwen mogen niet meer bedragen dan 3 m respectievelijk 5 m; de hoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan daarbij hierna is aangegeven: bouwwerken licht- en andere masten en technische installaties: overkappingen en pergola's: erf- of perceelafscheidingen achter de voorgevelrooilijn: overige erf- of perceelafscheidingen: overige andere bouwwerken: max. hoogte 9m 3m 2,5 m 1m 2m

e.

f.

g. h.

5.

Opslag buiten bouwwerken Een verboden gebruik als bedoeld in artikel 7, lid 1 (Gebruik van gronden en bouwwerken), is in ieder geval ook het gebruik van gronden als bedoeld in lid 1, voor opslag buiten bouwwerken: a. hoger dan 3 m, gemeten vanaf het afgewerkte maaiveld ter plaatse, en b. binnen een afstand van 5 m tot gronden met de bestemming "Verkeersdoeleinden". Vrijstelling ander soort bedrijf Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 1, ten behoeve van andere bedrijven, mits het betreft bedrijven die gezien de gevolgen daarvan voor de omgeving redelijkerwijs kunnen worden gelijkgesteld met bedrijven die ter plaatse zijn toegestaan krachtens lid 1. Wijziging aanduiding "stankzone" Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de aanduiding "stankzone" geheel of gedeeltelijk van de plankaart te verwijderen, indien: a. wijzigingen in de ter zake geldende wet- en regelgeving daartoe aanleiding geven of b. wijzigingen in de activiteiten van het betreffende agrarisch bedrijf die de omvang en ligging van de stankzone bepalen, daartoe aanleiding geven.

6.

7.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

voorschriften

9 Procedure bij wijziging Bij de voorbereiding van een besluit omtrent wijzigen wordt de procedure gevolgd, die is vervat in Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

8.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

voorschriften

10

Artikel

6

Verkeersdoeleinden Doeleinden De op de plankaart als "Verkeersdoeleinden" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, paden en parkeervoorzieningen, b. instandhouding van landschapswaarden, bestaande uit: 1. de karakteristieke onverharde of halfverharde uitvoering en vorm van wegen en paden, en 2. de beeldbepalende laanbeplanting en houtwallen, ter plaatse van gronden met op de plankaart de aanduiding "onverhard/halfverhard", c. bermen en andere groenvoorzieningen, d. watergangen en andere waterpartijen, en e. overige, bij een en ander behorende voorzieningen, waaronder begrepen nutsvoorzieningen. Toegestane bouwwerken Op de gronden als bedoeld in lid 1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. ondergeschikte gebouwen en andere bouwwerken voor nutsvoorzieningen, zoals abri's, telefooncellen, kabelkasten en gemaalgebouwtjes, b. bij de bestemming behorende andere bouwwerken, zoals lichtmasten, aanwijsborden, verkeerstekens en -regelinstallaties, straatmeubilair, beeldende kunstwerken, bruggen, duikers en terreinafscheidingen, een en ander met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen. Bouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in lid 2, gelden de volgende eisen: a. de oppervlakte van een gebouw mag niet meer dan 15 m² bedragen; b. de hoogte van bouwwerken mag niet meer bedragen dan daarbij hierna is aangegeven: bouwwerken gebouwen: lichtmasten, aanwijsborden, verkeerstekens en installaties en beeldende kunstwerken: terreinafscheidingen: overige, andere bouwwerken: max. hoogte 4m 10 m 2m 4m

1.

2.

3.

4.

Aanlegvergunningplicht Behoudens het bepaalde in lid 5, is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wet-

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

voorschriften

11 houders (aanlegvergunning) op en in de gronden als bedoeld in lid 1, onder b, de volgende andere werken en werkzaamheden uit te voeren: a. aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. verlagen van de bodem en afgraven, ophogen en egaliseren van de gronden; c. vellen en rooien van bomen en andere houtopstanden en het verrichten van handelingen, die de dood of ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen hebben. Uitzonderingen aanlegvergunningplicht Het in lid 4 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. werken en werkzaamheden, waarmee is of mag worden begonnen ten tijde van het onherroepelijk worden van de goedkeuring van het plan. Toelaatbaarheid werken en werkzaamheden Werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 4, zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, danwel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, de in lid 1, onder b, bedoelde waarden: a. niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast of beschadigd, danwel b. de mogelijkheden voor het herstel daarvan niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.

5.

6.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

voorschriften

12 HOOFDSTUK III ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

7

Gebruik van gronden en bouwwerken Gebruiksverbod Het is verboden de in het plan begrepen gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de in het plan aan deze gronden gegeven bestemming en met het in of krachtens het plan ten aanzien van het gebruik van deze gronden en bouwwerken bepaalde. Voor de toepassing van het bepaalde in lid 1 wordt als strijdig gebruik aangemerkt, het gebruik ten behoeve van seksinrichtingen. Vormen van verboden gebruik Een verboden gebruik als bedoeld in lid 1, is in ieder geval het gebruik van onbebouwde gronden: a. als stand- of ligplaats van onderkomens, b. als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, een en ander tenzij dit gebruik verband houdt met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden. Vrijstelling Burgemeester en wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 1, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatig gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

1.

2.

3.

4.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

voorschriften

13

Artikel

8

Algemene vrijstellingsbevoegdheden Vrijstellingen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van deze voorschriften: a. ten behoeve van het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut, zoals gasdrukregelstations, wachthuisjes, telefooncellen, bewaarplaatsen van huisvuilcontainers en transformatorhuisjes, waarvan de hoogte niet meer dan 3 m en de oppervlakte niet meer dan 100 m² mag bedragen; b. indien en voor zover afwijkingen ten aanzien van grens of richting van wegen en paden en ligging van bestemmingsgrenzen en scheidingslijnen noodzakelijk zijn ter aanpassing van het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein, mits die afwijkingen ten opzichte van hetgeen op de plankaart is aangegeven niet meer dan 5 m bedragen; c. voor afwijkingen van bepalingen, gesteld ten aanzien van maten en percentages, mits die afwijkingen beperkt blijven tot ten hoogste 10% van de in het plan aangegeven maten en percentages; d. ten behoeve van het bouwen van antennemasten tot een hoogte van 20 m; e. ten behoeve van het bouwen van masten en bijbehorende installaties voor telecommunicatie, al of niet op of aan gebouwen of andere bouwwerken, tot vanaf peil een hoogte van 40 m, waarbij als voorwaarde kan worden gesteld dat gebruik dient te worden gemaakt van bestaande masten voor telecommunicatie en/of andere bestaande hoge objecten, zoals hoge gebouwen, windturbines, lichtmasten en/of hoogspanningsmasten, indien deze aanwezig zijn binnen een redelijke afstand van de gevraagde locatie. Procedure bij vrijstelling Bij de voorbereiding van een besluit omtrent het verlenen van vrijstelling als bedoeld in lid 1, onder a, voor zover het daarbij betreft het bouwen van gebouwen en onder d en e, wordt de procedure gevolgd, die is vervat Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

1.

2.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

voorschriften

14

Artikel

9

Wijzigingsbevoegdheden Wijziging omvang en ligging van bestemmingen en aanduidingen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de grenzen van bestemmingen, aanduidingen en scheidingslijnen op de plankaart als volgt te wijzigen: a. van vlakken met de hierna vermelde bestemmingen en aanduidingen mogen de grenzen met ten hoogste de daarbij aangegeven maat worden verschoven en mogen de oppervlakten met ten hoogste de daarbij aangegeven percentages worden verkleind of vergroot:
vlakken met de bestemming / aanduiding Bedrijven Wonen en bedrijven Verkeersdoeleinden max. grensverschuiving 20 m 20 m 20 m max. oppervlaktewijziging - 20% - 10% - 10% + 20% + 20% + 30%

1.

b.

scheidingslijnen mogen uitsluitend binnen de betreffende bestemming met ten hoogste 10 m worden verschoven.

2.

Wijziging bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de van deze voorschriften deel uitmakende bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten als volgt te wijzigen: het toevoegen en schrappen van soorten bedrijven, soorten opslag en installaties en het veranderen van de categorie-indeling van soorten bedrijven, opslagen en installaties, voor zover veranderingen in de bedrijfsvoering en de milieugevolgen van soorten bedrijven, opslagen en installaties hiertoe aanleiding geven. Wijziging bijlage Inrichtingen Wet Geluidhinder Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de van deze voorschriften deel uitmakende bijlage Inrichtingen Wet Geluidhinder te wijzigen, ter verwerking van wijzigingen van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer. Procedure bij wijziging Bij de voorbereiding van een besluit omtrent wijzigen wordt de procedure gevolgd, die is vervat in Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

3.

4.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

voorschriften

15

Artikel

10

Overgangsrechtelijke bepalingen Bouwen Bouwwerken die op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaan of in uitvoering zijn, dan wel na dat tijdstip krachtens een daartoe strekkende bouwvergunning of anderszins rechtens zijn of mogen worden gebouwd, en die afwijken van het in of krachtens het plan -behoudens in dit artikel- bepaalde, mogen, mits de afwijkingen niet worden vergroot: a. uitsluitend gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. indien die bouwwerken door een calamiteit zijn getroffen, geheel worden vernieuwd, mits de aanvraag voor een bouwvergunning is ingediend binnen 18 maanden, nadat het bouwwerk door de calamiteit is getroffen; c. tot niet meer dan 115% van de oppervlakte van het betreffende bouwwerk worden vergroot. Gebruik Het gebruik, dat op het tijdstip van het onherroepelijk worden van de goedkeuring van het plan van in het plan begrepen gronden en bouwwerken in afwijking van het plan -behoudens het in dit artikel bepaalde- wordt gemaakt, mag worden voortgezet en gewijzigd, mits daardoor de afwijkingen van het plan niet worden vergroot. Het bepaalde in de vorige zin geldt niet, indien: a. het betreft een gebruik dat reeds in strijd is met het vóór het onderhavige plan geldende bestemmingsplan, b. dat strijdig gebruik een aanvang heeft genomen, nadat de goedkeuring van dat vorige bestemmingsplan onherroepelijk was geworden, én c. burgemeester en wethouders vóór het in de aanhef van dit lid bedoelde tijdstip een aanvang hebben gemaakt met een procedure ter beëindiging van dat strijdig gebruik en zulks op de gebruikelijke wijze aan overtreder kenbaar hebben gemaakt.

1.

2.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

voorschriften

16

Artikel

11

Strafrechtelijke bepaling Overtreding van het verbod, gesteld in artikel 6, lid 4 en in artikel 7, lid 1, wordt hierbij als een strafbaar feit aangeduid in de zin van artikel 59 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

voorschriften

17

Artikel

12

Slotbepaling Het plan kan worden aangehaald als bestemmingsplan Bedrijventerrein Lettele.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

voorschriften

svb 1

BIJLAGE

STAAT VAN BEDRIJFSACTIVITEITEN

Deze staat en de daarachter opgenomen Nadere toelichting zijn ontleend aan "Bedrijven en milieuzonering", Uitgeverij VNG, 's-Gravenhage (1999, 2e druk 2001)

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

voorschriften

svb 2

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

voorschriften

svb 3
Categorale bedrijfsindeling AmerAdviseurs bv R.O. Amersfoort (v2.1; d.d. 2001) Afstanden Indices opmerking D D B B D L B B B B B L B B D categorie 3 1 3 3 3 3 3 3 3 3 3 2 3 3 3 3 3 3 2 3 3 3 3 3 3 3 2 3 3 3 3 3 3 3 2 3 3 3 3 3 2 1 2 2 2 1 grootste afstand 50 10 50 50 100 100 50 100 100 100 100 30 100 100 100 50 100 100 30 100 100 100 50 50 50 50 30 50 50 50 100 50 100 100 30 50 100 100 100 100 30 10 30 30 30 10

verkeer 2 1 2 1 2 2 1 1 2 2 2 1 2 2 2 2 2 2 1 3 2 2 2 1 1 1 2 1 2 2 2 2 3 2 1 1 2 2 3 3 1 1 2 2 2 1

Tabel 1: Bedrijven
01 014 0141.1 0142 05 0502 0502 14 15 151 151 151 151 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1551 1551 1552 1581 1581 1581 1582 1584 1584 1585 1586 1586 1589.2 1589.2 1593 t/m 1595 1598 17 171 172 172 173 174, 175 176, 177 18 181 182 183 19 192 193 20 2010.1 2010.2 2010.2 202 203, 204 205 21 2112 2112 212 2121.2 2121.2 22 2221 2222 2222.6 2223 2223 2224 2225 223 23 LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW Dienstverlening t.b.v. de landbouw 30 10 hoveniersbedrijven 10 10 KI-stations 50 10 VISSERIJ- EN VISTEELTBEDRIJVEN Vis- en schaaldierkwekerijen * visteeltbedrijven 50 0 WINNING VAN ZAND, GRIND, KLEI, ZOUT, E.D. VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Slachterijen en overige vleesverwerking: * slachterijen en pluimveeslachterijen 100 0 * vleeswaren- en vleesconservenfabrieken 100 0 * loonslachterijen 50 0 Groente- en fruitconservenfabrieken: * jam 50 10 * groente algemeen 100 10 Zuivelprodukten fabrieken: * melkprodukten fabrieken v.c. < 55.000 t/j 50 0 Consumptie-ijsfabrieken 50 0 Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: * v.c. < 2500 kg meel/week 30 10 * Brood- en beschuitfabrieken 100 30 Banket, biscuit- en koekfabrieken 100 10 Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: * Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden 100 30 Deegwarenfabrieken 50 30 Koffiebranderijen en theepakkerijen: * theepakkerijen 100 10 Soep- en soeparomafabrieken: * zonder poederdrogen 100 10 Vervaardiging van wijn, cider e.d. 10 0 Mineraalwater- en frisdrankfabrieken 10 0 VERVAARDIGING VAN TEXTIEL Bewerken en spinnen van textielvezels 10 50 Weven van textiel: * aantal weefgetouwen < 50 10 10 Textielveredelingsbedrijven 50 0 Vervaardiging van textielwaren 10 0 Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen 0 10 VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging kleding van leer 30 0 Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) 10 10 Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont 50 10 VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING) Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel) 50 10 Schoenenfabrieken 50 10 HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Houtzagerijen 0 50 Houtconserveringsbedrijven: * met zoutoplossingen 10 30 Fineer- en plaatmaterialenfabrieken 100 30 Timmerwerkfabrieken 0 30 Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken 10 30 VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN Papier- en kartonfabrieken: * p.c. < 3 t/u 50 50 Papier- en kartonwarenfabrieken 30 30 Golfkartonfabrieken: * p.c. < 3 t/u 30 30 UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Drukkerijen van dagbladen 30 0 Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen) 30 0 Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen 10 0 Grafische afwerking 10 0 Binderijen 30 0 Grafische reproduktie en zetten 30 0 Overige grafische aktiviteiten 30 0 Reproduktiebedrijven opgenomen media 10 0 AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT-/KWEEKSTOFFEN 50 10 50 C 10 10 0 1 1 1

50

C

0

100 100 50 100 100 100 100 30 100 100 50 10 30 50 30 100 100 100 50 50 50 50 30 10 30 50 100 50 100 100 30

C C

30 50 10 10 10 30 50 10 30 30 30 10 10 10 0 10 30 0 10 10 10 0 30 10 10 10 10 10 10 0 0

C C C C C C C

C

50 100 100 100 100 30 10 30 10 30 10

C C C C

30 30 30 10 10 0 0 0 10 10 0

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

visueel 1 1 2 1 1 2 1 2 1 2 2 2 2 1 2 1 2 1 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 1 2 2 1 2 2 2 2 2 1 1 1 1 1 1

gevaar

geluid

SBI-Code

OMSCHRIJVING geur stof

voorschriften

svb 4
Categorale bedrijfsindeling AmerAdviseurs bv R.O. Amersfoort (v2.1; d.d. 2001) Afstanden Indices opmerking B L B L B B B L L D L L L D D D B B D B B B B B B B B B B B B B L D L L L L D D L D B D B L B D B B B B B categorie 3 3 2 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 2 3 3 3 3 3 grootste afstand 100 50 30 100 100 50 50 100 100 50 50 100 100 100 100 100 100 50 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 50 100 50 50 50 30 100 50 100 100 100

verkeer 2 2 2 3 3 3 1 1 1 1 1 2 2 2 3 2 1 1 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 1 2 1 2 1 2 2 1 2 1 2 1 1 2 1 1 2 2

2320.2 24 2442 2442 2442 2462 2462 2464 2466 25 2512 2512 2513 26 261 261 2615 262, 263 262, 263 262, 263 2661.2 2661.2 2662 2663, 2664 2663, 2664 2665, 2666 2665, 2666 267 267 2681 2682 28 281 281 284 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2852 287 29 29 29 30 30 31 314 316 32 321 t/m 323 3210 33 33 34 343 35 351 351 351 352 352 354

Smeeroliën- en vettenfabrieken 50 0 VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN Farmaceutische produktenfabrieken: * formulering en afvullen geneesmiddelen 50 10 * verbandmiddelenfabrieken 10 10 Lijm- en plakmiddelenfabrieken: * zonder dierlijke grondstoffen 100 10 Fotochemische produktenfabrieken 50 10 Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken 50 10 VERVAARDIGING VAN PRODUKTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF Loopvlakvernieuwingsbedrijven: * vloeropp. < 100 m2 50 10 Rubber-artikelenfabrieken 100 10 VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN Glasfabrieken: * glas en glasprodukten, p.c. < 5.000 t/j 30 30 Glasbewerkingsbedrijven 10 50 Aardewerkfabrieken: * vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW 10 50 * vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW 30 100 Kalkzandsteenfabrieken: * p.c. < 100.000 t/j 10 100 Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken 50 100 Betonmortelcentrales: * p.c. < 100 t/u 10 100 Vervaardiging van produkten van beton, (vezel)cement en gips: * p.c. < 100 t/d 10 100 Natuursteenbewerkingsbedrijven: * zonder breken, zeven en drogen 0 30 Slijp- en polijstmiddelen fabrieken 10 50 Minerale produktenfabrieken n.e.g. 50 100 VERVAARD. VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.) Constructiewerkplaatsen: * gesloten gebouw 30 30 Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d. 50 30 Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven: * algemeen 50 50 * scoperen (opspuiten van zink) 50 50 * thermisch verzinken 100 50 * thermisch vertinnen 100 50 * mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten) 30 50 * anodiseren, eloxeren 50 10 * chemische oppervlaktebehandeling 50 10 * emailleren 100 50 * galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen ed) 30 30 * metaalharden 30 50 * lakspuiten en moffelen 100 30 Overige metaalbewerkende industrie 10 30 Overige metaalwarenfabrieken n.e.g. 30 30 VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN Machine- en apparatenfabrieken: * p.o. < 2.000 m2 30 30 VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS Kantoormachines- en computerfabrieken 30 10 VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. Accumulatoren- en batterijenfabrieken 100 30 Elektrotechnische industrie n.e.g. 30 10 VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN -BENODIGDH. Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur e.d. 30 0 Fabrieken voor gedrukte bedrading 50 10 VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. 30 0 VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS Auto-onderdelenfabrieken 30 10 VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS) Scheepsbouw- en reparatiebedrijven: * houten schepen 30 50 * kunststof schepen 100 50 Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen: * algemeen 50 30 Rijwiel- en motorrijwielfabrieken 30 10

100

30

50 30 100 100 50

50 10 50 50 50

30 50

30 50

100 50 30 100 100 100 100 100 100 50 100

30 30 10 30 30 30 10 100 0 10 50

100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100

30 30 50 30 50 50 30 30 30 50 50 50 50 30 30

100 50 100 50 50 50 30 100

30 30 50 30 30 30 0 30

50 100 100 100

10 50 30 30

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

visueel 2 1 1 2 2 2 1 2 1 1 1 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 1 2 2 2 2 2 1 1 2 1 1 2 1 2 1 1 2 2

gevaar

geluid

SBI-Code

OMSCHRIJVING geur stof

voorschriften

svb 5
Categorale bedrijfsindeling AmerAdviseurs bv R.O. Amersfoort (v2.1; d.d. 2001) Afstanden Indices opmerking B D B D B D B B B B D B B L B B D B B D D B D D categorie 3 3 2 2 3 3 3 2 3 3 2 3 3 2 3 2 3 3 2 3 1 3 2 2 1 2 2 3 3 2 2 2 2 2 2 2 2 3 3 3 3 3 3 2 3 3 2 2 1 2 2 3 3 3 3 grootste afstand 100 100 30 30 50 50 50 30 50 100 30 100 100 30 50 30 100 50 30 100 10 50 30 30 10 30 30 100 50 30 30 30 30 30 30 30 30 100 100 100 50 50 100 30 100 100 30 30 10 30 30 100 100 50 50

verkeer 2 2 1 2 2 2 2 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 2 1 1 1 2 1 1 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 1 1 2 2 3 1 2

355 36 361 362 363 364 365 366 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 41 41 41 41 41 41 45 45 50 501, 502, 504 5020.4 5020.4 5020.4 5020.5 503, 504 51 511 5121 5122 5123 5124 5125, 5131 5132, 5133 5134 5135 5136 5137 5138, 5139 514 5151.1 5151.1 5151.3 5152.2 /.3 5153 5154 5155.1 5156 5157 5157.2 /.3 5162 517 527 55 5552 60 6022 6023 6024 603 63 6312 64

Transportmiddelenindustrie n.e.g. 30 30 VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. Meubelfabrieken 50 50 Fabricage van munten, sieraden e.d. 30 10 Muziekinstrumentenfabrieken 30 10 Sportartikelenfabrieken 30 10 Speelgoedartikelenfabrieken 30 10 Vervaardiging van overige goederen n.e.g. 30 10 PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: * < 10 MVA 0 0 * 10 - 100 MVA 0 0 * 100 - 200 MVA 0 0 Gasdistributiebedrijven: * gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C 0 0 * gasontvang- en -verdeelstations, cat. D 0 0 Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: * stadsverwarming 30 10 * blokverwarming 10 0 WINNING EN DISTRIBUTIE VAN WATER Waterwinning-/ bereiding- bedrijven: * bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of straling 10 0 Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: * < 1 MW 0 0 * 1 - 15 MW 0 0 BOUWNIJVERHEID Bouwbedrijven en aannemersbedrijven met werkplaats 10 30 HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven 10 0 Autoplaatwerkerijen 10 30 Autobeklederijen 10 10 Autospuitinrichtingen 50 30 Autowasserijen 10 0 Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires 0 0 GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Handelsbemiddeling (kantoren) 0 0 Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders 30 30 Grth in bloemen en planten 10 10 Grth in levende dieren 50 10 Grth in huiden, vellen en leder 50 0 Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen 30 30 Grth in vlees, vleeswaren, zuivelprodukten, eieren, spijsoliën en -vetten 10 0 Grth in dranken 0 0 Grth in tabaksprodukten 10 0 Grth in suiker, chocolade en suikerwerk 10 10 Grth in koffie, thee, cacao en specerijen 30 10 Grth in overige voedings- en genotmiddelen 10 10 Grth in overige consumentenartikelen 10 10 Grth in vaste brandstoffen: * klein, lokaal verzorgingsgebied 10 100 Grth minerale olieprodukten (excl. brandstoffen) 100 0 Grth in metalen en -halffabrikaten 0 10 Grth in hout en bouwmaterialen 0 10 Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur 0 0 Grth in chemische produkten 50 10 Grth in overige intermediaire goederen 10 10 Autosloperijen 10 30 Overige groothandel in afval en schroot 10 30 Grth in machines en apparaten 0 0 Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d. 0 0 Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen) 10 0 LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING Cateringbedrijven 30 0 VERVOER OVER LAND Taxibedrijven, taxistandplaatsen 0 0 Touringcarbedrijven 10 0 Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks) 0 0 Pomp- en compressorstations van pijpleidingen 0 0 DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER Veem- en pakhuisbedrijven, koelhuizen 30 10 POST EN TELECOMMUNICATIE

100 100 10 30 50 50 50

30 30 10 10 30 30 30

30 50 100 30 100 100 30

C C C C C C C

10 30 50 10 50 50 30

50 30 100 50 30 100 10 30 30 30 10 30 30 100 30 30 30 30 30 30 30 30 30 50 30 100 50 50 30 30 100 100 30 30 10 10 30 100 100 50 50

C C C

50 10 10 10 10 10 10 30 0 10 0 30 0 0 0 30 30 0 0 0 0 30 10 30 50 10 10 10 100 10 30 10 0 0 10

C

C C C C C C

10 0 0 30 10 30

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

visueel 2 2 1 2 2 2 2 1 1 2 1 1 2 1 2 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 2 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 1 1 1 1 1 1 2

gevaar

geluid

SBI-Code

OMSCHRIJVING geur stof

voorschriften

svb 6
Categorale bedrijfsindeling AmerAdviseurs bv R.O. Amersfoort (v2.1; d.d. 2001) Afstanden Indices opmerking D D B D D B D B B L L B D L B L B B B L L D D B B B B B B B D D categorie 2 1 2 2 3 3 2 1 2 1 3 2 1 3 3 3 3 3 2 3 2 2 3 3 2 2 1 1 2 3 1 2 3 3 3 3 2 3 1 3 3 2 3 1 2 1 2 3 3 2 3 grootste afstand 30 10 30 30 50 50 30 10 30 10 50 30 10 50 50 100 50 100 30 100 30 30 50 50 30 30 10 10 30 100 10 30 50 100 50 50 30 100 10 50 100 30 50 10 30 10 30 50 100 30 50

verkeer 2 1 1 2 2 2 2 1 1 1 1 2 2 2 2 1 1 1 1 3 2 2 2 2 2 1 1 1 1 1 1 2 1 1

641 642 642 71 711 712 713 714 72 72 73 731 732 74 747 7481.3 7484.4 90 9000.2 9000.2 9000.3 9000.3 9000.3 9000.3 9000.3 9000.3 9000.3 92 921, 922 9262 93 9301.1 9301.1 9301.2 9301.3 9301.3 9302 9304 9305 9305

Post- en koeriersdiensten 0 0 30 Telecommunicatiebedrijven 0 0 10 TV- en radiozendstations (zie ook tabel 2: zendinstallaties) 0 0 0 VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN Personenautoverhuurbedrijven 10 0 30 Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl. personenauto's) 10 0 50 Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen 10 0 50 Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g. 10 10 30 COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d. 0 0 10 SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk 30 10 30 Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek 0 0 10 OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING Reinigingsbedrijven voor gebouwen 50 10 30 Foto- en filmontwikkelcentrales 10 0 30 Veilingen voor huisraad, kunst e.d. 0 0 10 MILIEUDIENSTVERLENING Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven e.d. 50 30 50 Gemeentewerven (afval-inzameldepots) 30 50 50 Afvalverwerkingsbedrijven: * kabelbranderijen 100 50 30 * pathogeen afvalverbranding (voor ziekenhuizen) 50 10 30 * oplosmiddelterugwinning 100 0 10 * verwerking fotochemisch en galvano-afval 10 10 30 Composteerbedrijven: * gesloten 100 50 100 CULTUUR, SPORT EN RECREATIE Studio's (film, TV, radio, geluid) 0 0 30 Sportscholen, gymnastiekzalen 0 0 30 OVERIGE DIENSTVERLENING Wasserijen en strijkinrichtingen 30 0 50 Tapijtreinigingsbedrijven 30 0 50 Chemische wasserijen en ververijen 30 0 30 Wasverzendinrichtingen 0 0 30 Wasserettes, wassalons 10 0 10 Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten 0 0 10 Badhuizen en sauna-baden 10 0 30 Dierenasiels en -pensions 30 0 100 Persoonlijke dienstverlening n.e.g. 0 0 10

C C C

0 0 30 10 10 10 10 0 30 0 50 10 0 10 10 10 10 30 10 50

C

C C C

30 0 30 30 30 0 0 0 0 0 0

C C C

Tabel 2: Opslagen en installaties
OPSLAGEN GEVAARLIJKE STOFFEN butaan, propaan, LPG: * bovengronds, < 2 m3 * bovengronds, 2 - 8 m3 * bovengronds, 8 - 80 m3 * ondergronds, < 80 m3 niet reactieve gassen (incl. zuurstof), gekoeld gasflessen (acetyleen, butaan, propaan e.d.): * < 10.000 l * 10.000 - 50.000 l brandbare vloeistoffen: * ondergronds, K1/K2/K3-klasse * bovengronds, K1/K2-kl.: < 10 m3 * bovengronds, K1/K2-kl.: 10 - 1000 m3 * bovengronds, K3-klasse: < 10 m3 * bovengronds, K3-klasse: 10 - 1000 m3 munitie: * < 275.000 patronen en < 1 kg buskruit * >= 275.000 patronen en < 3 kg buskruit bestrijdingsmiddelen: * < 10.000 kg * >= 10.000 kg kunstmest, niet explosief INSTALLATIES gasflessenvulinstallaties (butaan, propaan) laadschoppen, shovels, bulldozers laboratoria: * chemisch / biochemisch 10 10 30 10 30 10 30 30 50 0 30 0 30 100 30 30 50 100 50 50 30 100 10 50 100 30 50 10 30 10 30 30 100 10 50 2 2 3 3 1 1 1

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

visueel 1 1 3 1 1 1 2 1 1 1 1 1 1 1 1 1 2 2 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

gevaar

geluid

SBI-Code

OMSCHRIJVING geur stof

voorschriften

svb 7
Categorale bedrijfsindeling AmerAdviseurs bv R.O. Amersfoort (v2.1; d.d. 2001) Afstanden Indices opmerking D L D L B L D D B categorie 2 1 1 2 3 3 3 3 2 2 3 3 2 1 1 3 2 3 2 3 2 3 3 3 2 1 2 3 1 1 grootste afstand 30 10 10 30 50 50 50 100 30 30 50 50 30 10 10 50 30 100 30 50 30 50 100 50 30 10 30 50 10 10

verkeer 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 2 1 1 0

* medisch en hoger onderwijs * lager en middelbaar onderwijs luchtbehandelingsinst. t.b.v. detailhandel keukeninrichtingen koelinstallaties freon ca. 300 kW koelinstallaties ammoniak ca. 300 kW total energy installaties (gasmotoren) ca. 100 kW afvalverbrandingsinstallatie, kleinschalig rioolgemalen noodaggregaten t.b.v. elektriciteitsopwekking verfspuitinstallaties en moffel- en emailleerovens vorkheftrucks met verbrandingsmotor vorkheftrucks, elektrisch gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. categorie A transformatoren < 1 MVA vatenspoelinstallaties hydrofoorinstallaties windmolens: * wiekdiameter 20 m stookinstallaties: * gas, < 2,5 MW * gas, 2,5 - 50 MW * olie, < 2,5 MW * olie, 2,5 - 50 MW * kolen, 2,5 - 50 MW stoomwerktuigen luchtcompressoren liftinstallaties motorbrandstofpompen zonder LPG zendinstallaties: * LG en MG, zendervermogen 100 kW (bij groter vermogen: onderzoek!) * FM en TV, hoogte >100m * GSM-steunzenders Categorie 1 t/m 3; Selectie Amer

10 10 10 30 0 0 10 100 30 10 50 10 0 0 0 50 0 0 10 30 30 30 30 0 10 0 30 0 0 0

0 0 0 0 0 0 0 50 0 0 30 10 10 0 0 10 0 0 0 0 0 10 100 0 10 0 0 0 0 0

30 10 10 10 50 50 50 50 10 30 50 50 30 10 10 50 30 100 30 50 30 50 100 50 30 10 30 0 0 0

C C C C C C C

C C C C C C C C C

30 10 0 0 0 50 10 30 0 10 50 0 0 10 10 30 0 30 10 50 10 30 30 30 10 10 30 50 10 10

C

C C C

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

visueel 1 1 1 1 1 1 1 2 1 1 1 1 1 1 1 1 1 2 1 1 1 1 1 1 1 1 1 3 3 1

gevaar

geluid

SBI-Code

OMSCHRIJVING geur stof

voorschriften

svb 8

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

voorschriften

svb 9 NADERE TOELICHTING STAAT VAN BEDRIJFSACTIVITEITEN 1. Hoofdindeling Tabel 1 omvat de bedrijfstypen met codering volgens de Standaardbedrijfsindeling (SBI) 1993. Bij die bedrijfstypen is rekening gehouden met de normaliter bij deze bedrijven voorkomende opslagen en Tabel 2 omvat algemene opslagen en ininstallaties. stallaties voor situaties dat: 1. bedrijven bijzondere opslagen en/of installaties hebben, die anders dan "normaal" zijn voor die bedrijven of 2. het betreft opslagen en/of installaties, die op zich niet als een bepaald bedrijf of bedrijfstype kunnen worden aangemerkt, maar wel als een relevante bedrijfsactiviteit in het kader van een bestemmingsplan. 2. Afstanden voor geur, stof, geluid en gevaar Per bedrijfstype zijn voor elk van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar de afstanden aangegeven die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf en woonbebouwing, om hinder en schade aan mensen tot een aanvaardbaar niveau te beperken. Voor elk van de aspecten is de noodzakelijk geachte afstand bepaald. In principe geldt de afstand tussen enerzijds de perceelsgrens van het bedrijf en anderzijds de gevel van een woning. Uit de vier verkregen afstanden kan de uiteindelijk noodzakelijk geachte afstand worden afgeleid: de grootste van de vier. Bij deze invulling zijn de volgende afstandscategorieën gehanteerd: • • • • • • • • • • 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m afstand worden genomen. Dat geldt ook voor de gebruikte installaties en opslagen. Opgemerkt dient te worden dat de methodiek in de eerste plaats is ontwikkeld om in nieuwe situaties een vestigingsplaats voor een bedrijf vast te stellen en niet voor toetsing van bestaande situaties. Daarom wordt bij bestaande situaties uitgegaan van de maatregelen, die voor een nieuwe vestiging van een dergelijk bedrijfs/activiteitstype redelijkerwijs kunnen worden verwacht. Verder gelden de afstanden alleen in relatie tot rustige woonwijken gelegen in zuivere woongebieden, dus niet voor woningen die in gebieden liggen met een andere bestemming of kwalificatie. Voor de toepassing van deze methodiek op bestaande situaties is het zeker niet zo dat elk bedrijf, dat is gevestigd op kortere afstand tot aaneengesloten woonbebouwing dan de wenselijke, zonder meer onaanvaardbaar is. Wel geeft de gewenste afstand een maat voor potentiële hinder, gevaar of schade. 3. Geluid: continu (C) en zonering (Z) Bij bepaalde bedrijfstypen is na de afstand voor geluid de letter C van "continu" aangegeven. Dat houdt in dat de meeste bedrijven in dat bedrijfstype continu -dag en nacht (evt. ook in de weekends)- die activiteiten uitoefenen die (mede) bepalend zijn voor het geluidniveau. Bij bepaling van de afstand voor geluid is rekening gehouden met "continu" in die zin dat de afstand voor een "continu bedrijf", dus met C, één stap (categorie) hoger is dan voor een vergelijkbaar niet-continu bedrijf. Voorts is bij bepaalde bedrijfstypen na de afstand voor geluid de letter Z van "zonering" opgenomen. Dit betreft bedrijven die zeer veel geluid produceren en als zodanig zijn aangewezen in het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Ivb), krachtens de Wet milieubeheer. Indien dergelijke bedrijven in het bestemmingsplan voorkomen of daarin niet worden uitgesloten, moet in dat plan een geluidszone worden opgenomen.

Mocht een bedrijf meerdere SBI-codes kennen, dan moet voor elk aspect de grootste
bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

voorschriften

svb 10 NADERE TOELICHTING STAAT VAN BEDRIJFSACTIVITEITEN 4. Indices voor verkeer en visuele hinder 6. Opmerkingen

De aspecten verkeer(saantrekkende werking) en visueel (visuele hinder) zijn kwalitatief beoordeeld. Dat weerspiegelt zich in een indicatie omtrent de bronsterkte: 1. potentieel geen of geringe emissie of hinder; 2. potentieel aanzienlijke emissie of hinder; 3. potentieel zeer ernstige emissie of hinder. Het aspect verkeer(saantrekkende werking) heeft betrekking op al het autoverkeer (goederen en personen) van en naar de inrichting. Het kan een indicator zijn voor eventuele verkeers- en parkeerhinder in de omgeving. Het aspect visueel (visuele hinder) is een zeer grove, subjectieve indicator voor de visuele inpasbaarheid van bedrijven. Zo hebben hoge omvangrijke bedrijfbouwwerken, index 3, kleine(re) kantoorgebouwen, index 1. Ook (mogelijke) lichthinder, zoals assimilatieverlichting en verlichting van sport- en industrieterreinen, valt onder dit aspect. 5. Grootste afstand en categorie In de kolom "grootste afstand" is de grootste afstand aangegeven van de afstanden, die daarvóór in de kolommen geur, stof, geluid en gevaar, zijn vermeld. Van die grootste afstand is de zogenaamde categorie, vermeld in de kolom "categorie", afgeleid. Onder de kop "categorie" is een indeling opgenomen, in zes mogelijke klassen: klasse 1 2 3 4 5 6 grootste afstanden 0 en 10 m; 30 m 50 of 100 m 200 of 300 m 500, 700 of 1.000 m 1.500 m

In deze kolom komen de volgende letters voor: B van "bodemverontreiniging", D van "divers" en L van "luchtverontreiniging". De index voor bodemverontreiniging, B, dient als hulpmiddel bij selectie van bedrijven op gevoelige gronden, met name bodembeschermingsgebieden. De letter B is opgenomen indien een gemiddeld bedrijf binnen het genoemde bedrijfstype een verhoogde kans op bodemverontreiniging geeft. De index voor divers, D, betreft de diversiteit binnen een bedrijfstype naar met name bedrijfsgrootte (productiecapaciteit, opgesteld vermogen e.d.) en productiewijze (processen, milieuzorg). Een zekere diversiteit, naar met name verouderingsgraad, kan als normaal binnen een bedrijfstype worden aangenomen. De index D is aangegeven bij bedrijfstypen met een grotere diversiteit dan normaal. De index L van "luchtverontreiniging" is aangegeven indien de uitstoot van schadelijke stoffen naar de lucht in planologisch opzicht relevant kan zijn, vooral als het neerslag betreft van geëmitteerde schadelijke stoffen op gevoelige bodems, gewassen en flora. Indien dit aspect relevant kan zijn in relatie tot de in de tabel genoemde grootste afstand, is de letter L vermeld. Dan kunnen er dus redenen zijn om de genoemde afstand te verhogen. 7. Verklaring gebruikte afkortingen < >= cat. kl. n.e.g. o.c. p.c. p.o. v.c. u d w j : : : : : : : : : : : : : : niet van toepassing / niet relevant kleiner dan groter dan of gelijk aan categorie klasse niet elders genoemd opslagcapaciteit productie-capaciteit productie-oppervlak verwerkingscapaciteit uur dag week jaar
voorschriften

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

iwg 1 BIJLAGE INRICHTINGEN WET GELUIDHINDER Categorieën van inrichtingen, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, zoals aangewezen in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Stb. 1993, 50, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 20 maart 1995, Stb. 163)

Categorie 1 *) 1. inrichtingen waar een of meer elektromotoren of verbrandingsmotoren aanwezig zijn met een totaal geïnstalleerd motorisch vermogen van 15 MW of meer; 2. inrichtingen voor het verstoken van brandstoffen met een thermisch vermogen van 75 MW of meer; 3. inrichtingen voor het beproeven van: 1°. verbrandingsmotoren waarbij voorzieningen of installaties aanwezig zijn voor het afremmen van een gezamenlijk motorisch vermogen van 1 MW of meer; 2°. straalmotoren of -turbines met een stuwkracht van 9 kN of meer; 4. inrichtingen voor het vervaardigen van petrochemische producten of chemicaliën met een niet in een gesloten gebouw geïnstalleerd motorisch vermogen van 1 MW of meer; voor zover van toepassing, blijven bij de hiervoor bij 1 t/m 4 bedoelde inrichtingen veiligheidsfakkels ten behoeve van de opsporing of winning van aardgas buiten beschouwing; Categorie 2 5. aardgasbehandelingsinstallaties en gasverzamelinrichtingen, met een capaciteit ten aanzien daarvan van 10.106 m3 per dag (bij 1 bar en 273 K) of meer; 6. luchtscheidingsbedrijven, met een benodigde hoeveelheid lucht ten behoeve van het eindproduct van 10.103 kg per uur of meer;

Categorie 4 7. inrichtingen voor het vervaardigen van methanol met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.106 kg per jaar of meer; Categorie 5 8. inrichtingen voor het raffineren, kraken of vergassen van aardolie of aardoliefracties met een capaciteit ten aanzien daarvan van 1.109 kg per jaar of meer; Categorie 6 9. inrichtingen voor het vervaardigen van oliën en vetten uit dierlijke of plantaardige grondstoffen met een capaciteit ten aanzien daarvan van 250.106 kg per jaar of meer; 10. inrichtingen voor het vervaardigen van vetzuren of alkanolen uit dierlijke of plantaardige oliën of vetten met een capaciteit ten aanzien daarvan van 50.106 kg per jaar of meer; Categorie 9 11. inrichtingen voor het vervaardigen van melkpoeder, weipoeder of andere gedroogde zuivelproducten met een capaciteit ten aanzien daarvan van 1,5.103 kg per uur of meer; 12. inrichtingen voor het vervaardigen van consumptiemelk, consumptiemelkproducten of geëvaporiseerde melk of melkproducten met een melkverwerkingscapaciteit ten aanzien daarvan van 55.106 kg per jaar of meer; 13. inrichtingen voor het concentreren van melk of melkproducten door middel van indamping met een waterverdampingscapaciteit ten aanzien daarvan van 20.103 kg per uur of meer; 14. inrichtingen voor het vervaardigen van veevoeder met een capaciteit ten aan-

*)

Categorie-vernummering als in Bijlage I van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Stb. 1993, 50)

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

voorschriften

iwg 2 BIJLAGE INRICHTINGEN WET GELUIDHINDER Categorieën van inrichtingen, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, zoals aangewezen in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Stb. 1993, 50, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 20 maart 1995, Stb. 163) zien daarvan van 100.103 kg per uur of meer; inrichtingen voor het drogen van groenvoer met een waterverdampingscapaciteit ten aanzien daarvan van 10.103 kg per uur of meer; inrichtingen voor het opslaan of overslaan van veevoeder met een verwerkingscapaciteit ten aanzien daarvan van 0,5.106 kg per uur of meer; inrichtingen voor het vervaardigen van suiker uit suikerbieten met een capaciteit ten aanzien daarvan van 2,5.106 kg suikerbieten per dag of meer; inrichtingen voor het vervaardigen van gist met een capaciteit ten aanzien daarvan van 5.106 kg per jaar of meer; inrichtingen voor het vervaardigen van zetmeel of zetmeelderivaten met een capaciteit ten aanzien daarvan van 10.103 kg per uur of meer; inrichtingen voor het opslaan of overslaan van granen, meelsoorten, zaden, gedroogde peulvruchten, mais of derivaten daarvan met een verwerkingscapaciteit ten aanzien daarvan van 0,5.106 kg per uur of meer; 2°. cement- of betonmortel met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.103 kg per uur of meer; 3°. cement- of betonwaren met behulp van persen, triltafels of bekistingstrillers met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.103 kg per dag of meer; 4°. glasvezel, glazuren, emailles, glaswol of steenwol met een capaciteit ten aanzien daarvan van 5.106 kg per jaar of meer; 5°. asfalt of asfaltproducten met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.103 kg per uur of meer; 6°. cokes uit steenkool met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.106 kg per jaar of meer; inrichtingen voor het vergassen van steenkool met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.106 kg per jaar of meer; inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken of verwerken van glas of glazen voorwerpen met een capaciteit ten aanzien daarvan van 10.103 kg per uur of meer; inrichtingen voor het winnen van steen, met uitzondering van grind en mergel, met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.103 kg per uur of meer; inrichtingen voor het breken, malen, zeven of drogen van: 1°. zand, grond, grind of steen, met uitzondering van puin en mergel; 2°. kalkzandsteen, kalk; 3°. steenkolen of andere mineralen of derivaten daarvan, met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.106 kg per jaar of meer, indien zodanige inrichting niet een inrichting is voor zand- of grindwinning, waarvoor op grond van artikel 3 van de

15.

16.

17.

18.

19.

24.

20.

25.

26. Categorie 11 21. inrichtingen voor het opslaan of overslaan van ertsen, mineralen of derivaten van ertsen of mineralen met een oppervlakte voor de opslag daarvan van 2000 m2 of meer; 22. inrichtingen voor het malen, roosten, pelletiseren of doen sinteren van ertsen of derivaten daarvan met een capaciteit ten aanzien daarvan van 1.106 kg per jaar of meer; 23. inrichtingen voor het vervaardigen van: 1°. cement of cementklinker met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.106 kg per jaar of meer;

27.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

voorschriften

iwg 3 BIJLAGE INRICHTINGEN WET GELUIDHINDER Categorieën van inrichtingen, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, zoals aangewezen in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Stb. 1993, 50, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 20 maart 1995, Stb. 163) Ontgrondingenwet een vergunning is vereist; Categorie 12 28. inrichtingen voor het vervaardigen van ruw ijzer, ruw staal of primaire nonferrometalen met een capaciteit ten aanzien daarvan van 1.106 kg per jaar of meer; 29. inrichtingen waar een of meer warmband- of koudwalsen aanwezig zijn voor het tot platen omvormen van metalen of hun legeringen, waarvan het smeltpunt hoger is dan 800 K, en waarbij de dikte van het aangevoerde materiaal groter is dan 1 mm en waar het productieoppervlak ten aanzien daarvan 2000 m2 of meer bedraagt; 30. inrichtingen waar een of meer wals- of trekinstallaties aanwezig zijn voor het tot profiel- of stafmateriaal omvormen van metalen of hun legeringen, waarvan het smeltpunt hoger is dan 800 K en waar het productieoppervlak ten aanzien daarvan 2000 m2 of meer bedraagt; 31. inrichtingen waar een of meer wals-, trek- of lasinstallaties aanwezig zijn voor het produceren van metalen buizen en waar het productieoppervlak ten aanzien daarvan 2000 m2 of meer bedraagt; 32. inrichtingen voor het smeden van ankers of kettingen en waar het productieoppervlak ten aanzien daarvan 2000 m2 of meer bedraagt; 33. inrichtingen voor het produceren, renoveren of schoonmaken van metalen ketels, vaten, tanks of containers en waar het productieoppervlak ten aanzien daarvan 2000 m2 of meer bedraagt; 34. inrichtingen voor het samenvoegen van plaat-, profiel-, staf- of buismaterialen door middel van smeden, klinken, lassen of monteren en waar het niet in een gesloten gebouw ondergebrachte productieoppervlak ten aanzien daarvan 2000 m2 of meer bedraagt; 35. inrichtingen voor het smelten of gieten van metalen of hun legeringen met een capaciteit ten aanzien daarvan van 4.106 kg per jaar of meer, voor zover het smeltpunt van de metalen of hun legeringen hoger is dan 800 k; Categorie 13 36. inrichtingen voor het bouwen, onderhouden, repareren of het behandelen van de oppervlakte van metalen schepen met een langs de waterlijn te meten lengte van 25 m of meer; Categorie 14 37. inrichtingen, voor zover het betreft spoorwegemplacementen met een capaciteit voor het samenstellen van 20 of meer goederenwagons per dag tot treinen of treinonderdelen met gebruikmaking van een of meer locomotieven of van een rangeerheuvel, voor zover een rangeerheuvel aanwezig is; Categorie 16 38. inrichtingen waar 50 of meer mechanisch aangedreven weefgetouwen aanwezig zijn; 39. inrichtingen voor het vervaardigen van papier of celstof met een capaciteit ten aanzien daarvan van 3.103 kg per uur of meer; Categorie 19 40. inrichtingen of terreinen, geen openbare weg zijnde, waar gelegenheid wordt geboden tot het gebruiken van bromfietsen, motorvoertuigen of andere gemotoriseerde voer- of vaartuigen in wedstrijdverband, ter voorbereiding

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

voorschriften

iwg 4 BIJLAGE INRICHTINGEN WET GELUIDHINDER Categorieën van inrichtingen, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, zoals aangewezen in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Stb. 1993, 50, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 20 maart 1995, Stb. 163) van wedstrijden of voor recreatieve doeleinden, voor zover het betreft terreinen, geen openbare weg zijnde, die bestemd of ingericht zijn voor het in wedstrijdverband, ter voorbereiding van wedstrijden of voor recreatieve doeleinden rijden met gemotoriseerde voertuigen, en die daartoe acht uren per week of meer opengesteld zijn; Categorie 20 41. transformatorstations, met niet in een gesloten gebouw ondergebrachte transformatoren, met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer; Categorie 24 42. inrichtingen voor het vervaardigen van koolelektroden met een capaciteit ten aanzien daarvan van 50.106 kg per jaar of meer; Categorie 27 43. inrichtingen voor het reinigen van afvalwater door middel van waterstraalof oppervlaktebeluchters met een capaciteit van 120.103 of meer inwonerequivalenten als bedoeld in artikel 19, derde en vierde lid van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.

bestemmingsplan bedrijventerrein lettele

voorschriften