Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

!"#$%&'(#)( (+&#&,"( "# -((.$ /001

Samenstelling drs Harry ten Caten drs Bas Oude Hengel Dienst Algemene en Publiekszaken Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek BiO-rapport 979 Maart 2004

1

2

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

2&.&3&#

!itgave Dienst Algemene en Publiekszaken Datum Maart 2004

3

4

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

4&&56&&5$
Als wethouder sociale en economische zaken is het versterken van de sociaaleconomische structuur een belangrijke pijler in mijn portefeuille. De Eindhovense economie is voor een groot deel internationaal georiënteerd en daarom extra gevoelig voor internationale economische schommelingen. Het gemeentebestuur stelt zich daarom, in het kader van Samen Stad, ten doel om onze regio minder gevoelig te maken voor de internationale conjunctuur. De bestuurlijke visie Samen Stad geeft aan welke prestaties we als college willen neerzetten op sociaal, economisch en ruimtelijk terrein. Mijn aandacht gaat hierbij uit naar: actieplan Horizon R Voorop in technologie ruimte voor de vrijetijdseconomie upgrading winkelstrips en kleine bedrijventerreinen verbetering overheidsdienstverlening aan ondernemers ruimte voor evenementen ICT arbeidsmarktbeleid.

Bij deze, maar uiteraard ook andere, aandachtspunten in ons beleid is goede en voor iedereen toegankelijke informatie onontbeerlijk. Dit rapport levert hieraan een belangrijke bijdrage. In deze publicatie ligt de nadruk op themaVs als werkgelegenheid, sociaal-economische kenmerken (beroepsbevolking en werkloosheid), de samenstelling van de lokale economie en de ruimtelijke verdeling van bedrijvigheid. Waar mogelijk is de vergelijking getrokken met andere steden. De informatie is toegankelijk voor iedereen, ambtenaren, bestuurders, ondernemers of burgers. Ik hoop van harte dat dit rapport voor velen zeer bruikbaar zal zijn. Wim Claassen Wethouder Sociale en Economische zaken

5

6

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

7#%&8$)&9:;'(
Voorwoord 1 Inleiding 2 Sociaal-economische kengetallen 3 Werkgelegenheid in Eindhoven 4 De economische samenstelling van Eindhoven 5 De speerpuntsectoren 6 Werkgelegenheid naar stadsdelen en buurten 7 De bedrijventerreinen 8 De kantoorlocaties 9 De winkelcentra 10 Eindhovense economie bezien door derden 11 Kort samengevat

7

8

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

<

7#.("$"#:

Mede in verband met de voorbereidingen van de toen op stapel staande sociaaleconomische nota, is vorig jaar bij BiO het idee opgepakt om een aantal beschikbare gegevens over de Eindhovense economie te bundelen. Er werd gekozen voor inzicht en beknoptheid en het betrof reeds beschikbare informatie die overzichtelijk werd gebundeld via grafieken en daar waar nodig tekstueel ondersteund. Inmiddels zijn we een jaar verder en ons is gebleken dat het inzicht dat op hoofdlijnen werd verschaft van de ontwikkelingen en de huidige stand van de Eindhovense economie duidelijk in een behoefte voorzag. Ook dit jaar gaat het in deze publicatie om de themaVs werkgelegenheid, sociaaleconomische kenmerken (zoals beroepsbevolking en werkloosheid), de samenstelling van de lokale economie en de ruimtelijke verdeling van bedrijvigheid. Wel werd nog gevraagd naar vergelijkingen met andere steden, het zogenaamde benchmarking, en daar is in deze publicatie dan ook, waar mogelijk, in voorzien. Om de economische situatie in Eindhoven af te kunnen zetten tegen andere vergelijkbare grote centrumsteden is voor een aantal kengetallen een vergelijking gemaakt. In onderstaande grafiek worden de gemeenten gepresenteerd die voor deze vergelijking in aanmerking komen.1
Figuur 1 (ergelijkbare centrumsteden met 5grotestedenproblematiek’

(x 1.000)

Amsterdam Rotterdam Den Haag Utrecht Eindhoven Tilburg Groningen Breda Nijmegen Enschede Arnhem 's-Hertogenbosch Maastricht Leiden Zwolle
0 100 200 300 400 500 600 700 800

inwoners banen

1

In BiO-rapport 895 Eind:oven vergeleken (2002) wordt nader uit de doeken gedaan waarom Eindhoven nu uitgerekend met deze gemeenten wordt vergeleken.

9

De vergelijking in inwonertal geeft een fors verschil in omvang te zien. Amsterdam, Rotterdam en Den Haag steken ver boven de rest uit, vanaf Utrecht worden de verschillen onderling kleiner. Eindhoven is qua bevolkingsomvang de 5e gemeente van Nederland en datzelfde geldt voor de werkgelegenheid. Tevens is er een hoofdstuk toegevoegd, getiteld aEindhovense economie bezien door derdenb. Hierin wordt aandacht besteed aan een aantal cranglijsten waaraan ook Eindhoven is blootgesteld. Deze zeggen iets over de economische positie van de stad Eindhoven ten opzichte van andere steden. Er is gekeken respectievelijk de Atlas voor gemeenten 2003 van NdFER en het rapport @et Nederlands kampioensc:ap economisc: vitale gemeenten 2003 van Bureau Louter. Uiteraard wordt naast de totale rangorde telkens gekeken naar de positie van Eindhoven ten opzichte van de andere, reeds aangehaalde, centrumsteden. Wij willen diegenen bedanken die door hun opmerkingen op het concept, hun bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van dit rapport. Mocht u als lezer van dit rapport nog suggesties hebben voor (aanvullende) economische kengetallen of anderszins opmerkingen hebben dan horen wij dat graag. Bas Oude Hengel Harry ten Caten

10

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

/

=&+";;.>(+&#&,")+%( ?(#:(@;..(#

Van de ruim 206.000 mensen die in Eindhoven wonen kan bijna 70% tot de potentiële beroepsbevolking worden gerekend, mensen in de leeftijd van 15 tot en met 64 jaar. De overgrote meerderheid daarvan is ook daadwerkelijk werkzaam, waarvan bij benadering één op de drie buiten Eindhoven en de rest in eigen gemeente. Het aandeel van de potentiële beroepsbevolking in Eindhoven verschilt niet veel van die in andere centrumsteden. In de onderstaande steden varieert dit aandeel van 68% in Breda, Rotterdam en Den Haag tot 73% in Leiden en Utrecht. In Nederland bedraagt het aandeel 68%, en Eindhoven zit daar slechts 1 procentpunt boven.

(x 1.000) Amsterdam Rotterdam Den Haag Utrecht Eindhoven Tilburg Groningen Breda Nijmegen Enschede Arnhem Den Bosch Maastricht Leiden Zwolle 0 100 200 300 400 500 600 700 800

% 15-65 jaar

Figuur 2

(ergelijking bevolkingsomvang en aandeel potentiBle beroepsbevolking (2002 )

Niet iedereen in de leeftijd van 15 tot en met 64 jaar komt in aanmerking voor een baan. Zo is er bijvoorbeeld de schoolgaande jeugd, zijn er mensen die voor hun 65e zijn gestopt met werken, kiezen mensen niet voor een betaalde baan en zijn er mensen die geen baan kunnen vinden of niet in staat zijn om te werken. Het aantal bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI, voormalig arbeidsbureau) voor werk ingeschreven cniet-werkende werkzoekendenV (NWWVers), een veelgebruikte werkloosheidsdefinitie, kwam in december 2003 uit op bijna 12.000. Dit is bijna 25% meer dan het jaar daarvoor. Uiteraard hangt dit nauw samen met de tweede opeenvolgende jaar van dalende werkgelegenheid in Eindhoven.

11

Het aantal banen, ruim 132.000 per april 2003, overstijgt ruim de werkende beroepsbevolking, hetgeen duidt op een duidelijke werkgelegenheidsfunctie van de gemeente Eindhoven voor het omliggende gebied. Dit blijkt ook uit de pendelcijfers: circa 45% van de werkenden in Eindhoven woont in de stad zelf, terwijl de rest (dagelijks) van buiten Eindhoven komt.
Figuur 3
220 200 180 160 140 120 100 80 60 40 20 0 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 potentiele beroepsbevolking bevolking banen NWW'ers arbeidsongeschikten (x 1.000)

Ontwikkeling sociaal-economisc:e indicatoren in Eind:oven (199I-2003)

Uit figuur 3 valt af te lezen dat de potentiële beroepsbevolking de afgelopen jaren nauwelijks is gewijzigd terwijl het aantal banen tot 2002 toenam maar sindsdien duidelijk is afgenomen. De werkloosheid vertoont als het ware het spiegelbeeld hiervan. Het aantal in Eindhoven ingeschreven NWWVers is tot 2001 redelijk afgenomen, maar sindsdien helaas weer toegenomen. Het aantal mensen met een arbeidsongeschiktsuitkering is de afgelopen jaren vrijwel gelijk gebleven. Om de onderlinge groeiverschillen nog wat duidelijker te belichten zijn de verschillende groeicijfers vergeleken in figuur 4.

12

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

120

(1995 = 100)

110

100

90

80

70

potentiele beroepsbevolking bevolking banen

60

NWW'ers arbeidsongeschikten

50

40 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003

Figuur 4

Relatieve ontwikkeling sociaal-economisc:e indicatoren in Eind:oven (199I-2003)

Uit deze relatieve vergelijking blijkt met name de spectaculaire daling van het aantal NWWVers tot 2001. Afgelopen jaar echter is het aantal weer aanzienlijk toegenomen. De figuur laat ook zien dat ook het aantal arbeidsongeschikten ten opzichte van 1995 is toegenomen. Overigens telt Eindhoven niet zo veel werklozen onder haar bevolking vergeleken met sommige andere grote centrumsteden. In onderstaande grafiek, gebaseerd op cijfers van begin 2003 , neemt Eindhoven een tussenpositie in met een aandeel NWWVers op de potentiële beroepsbevolking van 6,8%. Weliswaar is dit aandeel sindsdien in Eindhoven alleen maar toegenomen (vanaf september 2003 boven de 8%) maar dat is ook het geval in de andere steden zodat de relatieve positie van Eindhoven t.o.v. de andere steden nauwelijks wijzigt.

13

Rotterdam Arnhem Nijmegen Den Haag Amsterdam Groningen Eindhoven Maastricht Enschede 's-Hertogenbosch Utrecht Breda Tilburg Zwolle Leiden 0% 2% 4% 6% 8% 10% 12%

Figuur I

NWW’ers als aandeel op de potentiBle beroepsbevolking (2003)

Langdurige werklozen vormen een apart doelgroep wegens hun kwetsbaarheid op de arbeidsmarkt. Immers, hoe langer de duur, hoe moeilijker het is om weer aan het werk te komen. In Eindhoven was per september 2003 van de NWWVers 24% langer dan 3 jaar werkzoekend. Een ook in andere steden gesignaleerd fenomeen is dat met het oplopen van het aantal NWWVers het aandeel langdurig werklozen afneemt. Ook in Eindhoven is dat het geval want twee jaar geleden ging het in Eindhoven nog om een aandeel van 39%. Voor etnische minderheden geldt ook, zij het in mindere mate, dat hun aandeel iets is afgenomen in deze periode. In september 2003 betrof het aandeel etnische minderheden 26% op het totale NWW-bestand tegen 29% twee jaar daarvoor. Met het oplopen van de werkloosheid neemt het aandeel van de jeugdwerkloosheid wel toe. In deze zelfde periode van 2 jaar is de jeugdwerkloosheid (% 16-25 jarigen) licht toegenomen (van 10,8% naar 11,5%). Om deze ontwikkeling een halt toe te roepen heeft het college van B &W een cPlan van aanpak keugdwerkloosheidV gepresenteerd waarin de nadruk licht op de jongeren zonder startkwalificatie: de ongeschoolden.

14

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

Een andere maat voor werkloosheid vormt het aantal werkloosheidsuitkeringen. Evenals de NWW-statistieken komen de WW-cijfers tot stand via registratie. Dit in tegenstelling tot de CBS-cijfers die zijn gebaseerd op onderzoek. Bij de uitkeringsgetallen speelt er geen urengrens en mede door deze ruimere definitie vallen deze cijfers doorgaans een stuk hoger uit dan de CBS-werkloosheidscijfers. De WW-cijfers zijn afkomstig van het UVW die de uitkeringen registreert in het kader van de Wet Werkloosheid. Overigens zijn er diverse uitkeringsgerechtigden wel degelijk werkzaam, hetzij in een reguliere baan dan wel in een gesubsidieerde baan.
Figuur M WW-uitkeringen als aandeel op de potentiBle beroepsbevolking (2003)

Eindhoven Arnhem 's-Hertogenbosch Amsterdam Tilburg Rotterdam Breda Nijmegen Groningen Enschede Maastricht Den Haag Utrecht Zwolle Leiden 0,0% 0,5% 1,0% 1,5% 2,0% 2,5% 3,0% 3,5%

In het derde kwartaal van 2003 telde Eindhoven volgens het UWV, de instelling Uitvoering Werknemersverzekeringen, 4.725 zogenaamde clopende uitkeringenV. In het 1e kwartaal van datzelfde jaar waren er dat nog 4.009. Er is dus sprake geweest van een aanzienlijke stijging. In vergelijking met andere steden komt Eindhoven dan ook met het hoogste aandeel uit de bus. Overigens kwam ook in het voorgaande jaar al naar voren dat Eindhoven relatief veel WW-uitkeringen telde. Toen lagen de aandelen in een viertalgemeenten nog hoger dan Eindhoven (2,4%). Dit betrof toen cs-Hertogenbosch (2,6%), Arnhem, Tilburg en Rotterdam (alledrie 2,5%).

15

Voor mensen die geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn tot (betaalde) arbeid is er de steun via de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), Wet Arbeidsongeschiktheidsvoorziening konggehandicapten. Met een aandeel van 8,5% lag het Eindhovense aandeel WAOVers op de potentiële beroepsbevolking in 2003 nog een fractie onder het landelijk gemiddelde (8,8%). Ook vergeleken met andere centrumsteden is het aandeel niet echt hoog.
Figuur 7 Arbeidsongesc:ikten (WAO-ers, WAP-ers en Wajong-ers) als aandeel op de

Maastricht Enschede Arnhem Amsterdam 's-Hertogenbosch Zwolle Tilburg Eindhoven Utrecht Den Haag Nijmegen Rotterdam Breda Groningen Leiden 0% 2% 4% 6% 8% 10% 12%

potentiBle beroepsbevolking (2003)

16

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

1

A(5?:(.(:(#%("$ "# !"#$%&'(#

De totale werkgelegenheid, uitgedrukt in banen, bedraagt per 2003 in Eindhoven 132.300, verspreid over ruim 13.000 vestigingen. Daarmee is er, evenals vorig jaar, sprake van een daling van de werkgelegenheid. Dit jaar bedraagt de afname 1,1%, in 2002 bedroeg de afname 3,7%. Met name het aantal mannelijke voltijders is wat lager dan voorheen.2 Mannelijke voltijders vormen desondanks nog altijd het merendeel van de Eindhovense werkgelegenheid (56%). 31% van de werkgelegenheid betreft vrouwen die voltijd werk verrichten. Het aantal voltijders is ten opzichte van 1995 fors toegenomen. Deeltijders vormen een minderheid. Er zijn meer vrouwen die in deeltijd werken dan mannen. Wijzigingen in de relatieve omvang van deeltijdwerk zijn de laatste jaren in Eindhoven nauwelijks waarneembaar.
Figuur 8
90.000

Ontwikkeling aantal banen naar geslac:t en arbeidsduur (199I-2003)

80.000

70.000

mannen, voltijd
60.000

mannen, deeltijd vrouwen, voltijd

50.000

vrouwen, deeltijd

40.000

30.000

20.000

10.000

0 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003

2

Bij de werkgelegenheid wordt een onderscheid gemaakt naar geslacht en arbeidsduur. Dit laatste wordt

bepaald aan de hand van het aantal gewerkte uren (15 uur of meer en minder dan 15 uur gemiddeld per week). Bij deze definitie wordt uitgegaan van landelijk geldende afspraken omtrent arbeidsduur; gemiddeld 15 uur per week werken of meer geldt als voltijdwerk, minder dan 15 uur als deeltijdwerk.

17

De steden waarmee Eindhoven wordt vergeleken zijn allemaal centrumsteden en hebben onder meer als kenmerk dat ze een werkgelegenheidsfunctie hebben. Deze werkgelegenheidsfunctie van de steden, die met name vanuit ruimtelijke ordeningsoptiek wenselijk is, kan worden uitgedrukt in het aantal banen per inwoner. Het zal niet verbazen dat in alle hier geselecteerde gemeenten het aantal banen per 100 inwoners hoger is dan gemiddeld in Nederland (47). Ook Eindhoven heeft een aanzienlijke werkgelegenheidsfunctie. In totaal pendelen er dagelijks ruim 50.000 mensen naar Eindhoven van wie de meesten afkomstig zijn uit de omliggende gemeenten.

Utrecht Groningen 's-Hertogenbosch Eindhoven Zwolle Arnhem Amsterdam Maastricht Nijmegen Breda Rotterdam Den Haag Tilburg Enschede Leiden 0 10 20 30 40 50 60 70 80

Figuur 9

De werkgelegen:eidsfunctieT aantal banen per 100 inwoners (2002)

18

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

Vergeleken met andere steden in Nederland is de ontwikkeling van werkgelegenheid in Eindhoven gering. In onderstaande grafiek staat de procentuele groei van de werkgelegenheid van de centrumsteden over de periode 1996-2002. Zoals al bleek in de figuren 3 en 4 was met name de laatste jaren in Eindhoven sprake van een afnemende groei en zelfs, vanaf 2001 een afname van banen.
Figuur 10 Ontwikkeling van werkgelegen:eid (199M- 2002)

Zwolle Groningen Amsterdam Maastricht Utrecht 's-Hertogenbosch Enschede Den Haag Tilburg Nijmegen Rotterdam Breda Eindhoven Leiden Arnhem 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30%

19

De ontwikkeling van banen heeft vaak te maken met de economische structuur oftewel de samenstelling qua type bedrijvigheid. Bij een kijk op de economische structuur van Eindhoven valt op dat veruit de meeste vrouwen werkzaam zijn in de dienstverlening en dan nog vooral bij de overheid en de kwartaire sector. Datzelfde geldt voor deeltijders. Ook in andere steden is overigens een dergelijk patroon waar te nemen.

Agrarische sector

man, voltijd

man, deeltijd

vrouw, voltijd

vrouw, deeltijd

Industrie

Logistiek

Consumenten diensten

Zakelijke diensten

Overheid en kwartaire sector
0 5.000 10.000 15.000 20.000 25.000 30.000 35.000 40.000

Figuur 11 Aantal banen naar geslac:t en werktijd (voltijd en deeltijd) naar sector (2003)

20

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

Daarnaast is er nog onderscheid te maken naar de personeelsomvang van de bedrijven. Hierbij is een onderscheid gemaakt in grootbedrijf (vestigingen met 100 of meer personeelsleden), kleinbedrijf (minder dan 10 werkenden) en middenbedrijf (vestigingen die daar tussen in zitten qua personeelsomvang).
Figuur 12 Aantal banen naar omvang vestigingen en naar sector (2003)

Agrarische sector

grootbedrijf

middenbedrijf

kleinbedrijf

Industrie

Logistiek

Consumenten diensten

Zakelijke diensten

Overheid en kwartaire sector

0

5000

10000

15000

20000

25000

30000

35000

40000

Het grootbedrijf overheerst met name in de industrie en in iets mindere mate in de zakelijke diensten. Het midden- en kleinbedrijf (MKB) treft men vooral aan bij consumentendiensten. In totaal is het grootbedrijf goed voor iets meer dan de helft van de banen (54%). In totaal 18% van de werkgelegenheid behoort tot het kleinbedrijf. Het middenbedrijf zit er qua relatief aandeel tussen in (28%).

21

De ontwikkeling van de werkgelegenheid is feitelijk een optelsom van diverse ontwikkelingen. In totaal zijn er tussen 1995 en 2003 in totaal zoVn 8.150 vestigingen met in totaal 41.200 banen bijgekomen in Eindhoven. Helaas hebben er ook bijna 4.550 vestigingen hun activiteiten gestaakt dan wel elders (buiten Eindhoven) voortgezet hetgeen gepaard ging met een verlies van 34.350 banen. Deze ontwikkelingen tezamen kunnen worden samengevat als het saldo van de dynamiek. Daarnaast zijn er natuurlijk nog de ontwikkelingen bij de cbestaande bedrijvigheidV. Diverse bedrijven hebben hun personeelsbestand uitgebreid in de beschouwde periode (in totaal zoVn 26.000 banen), terwijl andere daarentegen het personeelsbestand zagen krimpen (in totaal ca 10.550 banen). De uiteindelijke optelsom van al deze ontwikkelingen bedraagt 12.300 banen. Oftewel, in 2003 telt Eindhoven per saldo 12.300 banen meer dan in 1995.
Figuur 13 Werkgelegen:eidsontwikkelingen bij bestaande bedrijvig:eid en als gevolg van

saldo dynamiek

saldo bestaande bedrijvigheid

Industrie

Logistiek

Consumenten diensten

Zakelijke diensten

Overheid en kwartaire sector

-4.000

-2.000

0

2.000

4.000

6.000

8.000

dynamiek per sector (199I-2003)

De banengroei is veruit het grootst in de zakelijke dienstverlening, zowel door de bestaande bedrijvigheid als door de dynamiek. Relatief gezien is de dynamiek echter in de logistiek veel groter, met name door recente ontwikkelingen.

22

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

B

C( (+&#&,")+%( );,(#)@(.."#: ';# !"#$%&'(#

De ontwikkeling van de economie in een bepaald gebied wordt sterk bepaald door de samenstelling ervan. De maat voor economische performance is de toegevoegde waarde. Uit berekeningen van Kolpron blijkt dat wanneer het aandeel in de totale Eindhovense toegevoegde waarde per sector wordt weergegeven, bepaalde sectoren er heel duidelijk uitspringen.3 Helaas zijn er geen recentere cijfers voor Eindhoven beschikbaar dan die ook al in de vorige publicatie zijn gepresenteerd. Aangezien hier echter de sectoraandelen zijn uitgedrukt op de totale economische performance blijft dit overzicht geruime tijd actueel. Ter vergelijking is tevens het aandeel van de werkgelegenheid weergeven op basis van een vergelijkbare sectorindeling. Deze is wel actueel.
Figuur 14 Economisc:e samenstelling van Eind:oven op basis van toegevoegde waarde en werkgelegen:eid

Agrarische sector Industrie Bouwnijverheid Handel en reparatie Horeca Vervoer & communicatie Financiële instellingen Zakelijke dienstverlening Openbaar bestuur en overheid Onderwijs Gezondheids- en welzijnszorg Overige diensten
0% 5% 10% 15% 20% 25% 30%

% werkgelegenheid % Bruto toegevoegde waarde

3

Bij de werkgelegenheid werd al een sectorindeling gepresenteerd die is gebaseerd op een aantal overkomsten in werkzaamheden. Helaas is deze sectorindeling op basis van gegevens over de toegevoegde waarde niet geheel te reconstrueren. Vandaar dit afwijkende overzicht.

23

Andere sectoren hebben buiten Eindhoven een wat zwaarder gewicht. Dit geldt vooral voor de agrarische sector, de handel, de vervoer- en communicatiesector en de overheid.
Figuur 1I Economisc:e samenstelling van Nederland op basis van toegevoegde waarde en

Agrarische sector Industrie Bouwnijverheid Handel en reparatie Horeca Vervoer & communicatie Financiële instellingen Zakelijke dienstverlening Openbaar bestuur en overheid Onderwijs Gezondheids- en welzijnszorg Overige diensten
0% 5% 10% 15% 20% 25% 30%

% werkgelegenheid % Bruto toegevoegde waarde

werkgelegen:eid

24

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

Met name de industrie en de zakelijke diensten zijn van grote economische betekenis voor onze stad, samen zijn ze goed voor ruim de helft (56%) van de Eindhovense toegevoegde waarde. Hun aandelen in toegevoegde waarde overstijgen ook ruimschoots de werkgelegenheidsaandelen. Het tegenovergestelde geldt voor de arbeidsintensieve handel en gezondheidszorg. Uit een vergelijking met Nederland (zie figuur 8), blijkt met name dat de industrie en zakelijke dienstverlening weliswaar in nationaal opzicht samen ook een zwaar gewicht hebben maar dat dit aanzienlijk minder het geval is (41%) dan in Eindhoven. Met name de sterkere aanwezigheid van de industrie en de deels hiervan afhankelijke zakelijke dienstverlening verklaren de sterke conjunctuurgevoeligheid van Eindhoven. Ook vergeleken met andere grote steden is de combinatie industrie en zakelijke dienstverlening sterk vertegenwoordigd.

% industrie in Eindhoven Eindhoven Groningen Utrecht 's-Hertogenbosch Maastricht Enschede Tilburg Rotterdam Arnhem Nijmegen Breda Amsterdam Zwolle Leiden Den Haag
0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40%

industrie zakelijke dvl

Figuur 1M Aandeel Vndustrie en Wakelijke dienstverlening op totale werkgelegen:eid (2002)

25

Een groot deel van de Eindhovense economie is dan ook bovengemiddeld afhankelijk van de export, welke op haar beurt sterk internationaal (en dus ook conjunctuur-) gevoelig is. Uit eerdere studies blijkt met name de zeer sterke aanwezigheid van de kennisintensieve kapitaalgoederenindustrie in Eindhoven, die een belangrijke voedingsbron is voor de speerpuntsectoren van Eindhoven en omgeving: medische technologie, de automotive en de mechatronica sector. Zie hiervoor ook hoofdstuk vijf. Hoewel ook elders in Noord-Brabant de industrie nog sterk is vertegenwoordigd blijkt de exportgevoeligheid daar toch iets minder. Wel is deze eveneens hoger dan gemiddeld in Nederland. De afgelopen jaren zijn de verschillen iets geringer geworden.
Figuur 17 Aandeel eXport op totale omWet (2001- 2003)
40%

35%

2001 2002

30%

2003

25%

20%

15%

10%

5%

0% Eindhoven Zuidoost-Brabant Noord-Brabant Nederland

26

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

De conjuncturele ontwikkelingen zijn de afgelopen jaren verre van gunstig geweest. Dat is in Eindhoven niet onopgemerkt gebleven, zeker in 2002. Uit de omzetgegevens, afkomstig van de ERBO enquête (enquête die de Kamer van Koophandels jaarlijks uitvoeren onder bedrijven), blijkt dat Eindhoven het toen veel zwaarder had dan gemiddeld. Het betreft hier omzetontwikkelingen van het bedrijfsleven, uitgedrukt als indexcijfer ten opzichte van het jaar ervoor.4 Inmiddels is het verschil weer aardig bijgetrokken. Wellicht een teken dat het weer wat opklaart in Eindhoven. Het verschil met Nederland als geheel, dat nog steeds een neerwaartse beweging laat zien, is er nauwelijks nog. Sowieso is opmerkelijk dat in 2003 de verschillende gebieden een vrijwel identieke ontwikkeling laten zien. Het is nog wel steeds een negatief beeld dat geschetst wordt; daling van de omzet ten opzichte van het vorige jaar.
Figuur 18 OmWetontwikkelingen (2001 - 2003)
103 102 101 100 99 98 97 96 95 94 93 92

2001

2002

2003

Eindhoven

Zuidoost-Brabant

Noord-Brabant

Nederland

4

Een waarde van 100 betekent dus geen verandering een index boven de 100 duidt op groei en een index onder de 100 wijst op een daling van de omzet.

27

28

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

D

C( )9((598#@)(+@&5(#

De economie van Eindhoven drijft voor een groot deel op de zeer kennisintensieve maakindustrie, met name de kapitaalgoederenindustrie. De vier speerpuntsectoren medische technologie, automotive, mechatronica en ICT zijn hiermee alle vier zeer sterk verweven. De belangrijkste rol wordt gespeeld door de zeer grote bedrijven die zelfstandig eindproducten op de markt brengen, te weten Philips, DAF en het net buiten Eindhoven gelegen ASML.5 Rondom deze bedrijven zijn diverse grote toeleveranciers alsmede een groot aantal kleinere spelers en enkele kennisinstellingen cgeclusterdV.
!it: De digitale economie 2003 (CBS) Bij de oprichting en vestiging van ICT- en concentbedrijven is men vaak benieuwd naar de geografische spreiding. Belangrijk hierbij zijn vestigingsfactoren als ruimte, prijs, bereikbaarheid en klantenkring. In de periode 1996-2001 is het aantal ICT- en contentbedrijven in Nederland verdubbeld. In 1996 was slechts een fractie van alle bedrijven in Nederland een ICT-bedrijf. Van alle nieuw opgerichte bedrijven in de periode 1996-2001 behoorde bijna een op de tien bedrijven tot deze sector. Nieuwe ICT- en contentbedrijven in Nederland vestigen zich in gemeenten waar reeds ICT- en concentbedrijven aanwezig zijn. Blijkbaar is de infrastructuur die aan oude ICT- en concentbedrijven gekoppeld is ook voor nieuwe bedrijven in deze bedrijfstakken interessant. Overigens lijkt deze gunstige infrastructuur niet heel specifiek voor ICT- en contentbedrijven. Ook andere bedrijven vestigden zich in gemeenten waar al sprake was van een grotere bedrijvigheid.

In totaal kunnen, op grond van economische activiteiten, bijna 1.600 vestigingen worden gerekend tot de speerpuntsectoren. Samen zijn deze vestigingen goed voor 27.750 banen, 21% van de werkgelegenheid in Eindhoven. Bedrijfsactiviteiten kunnen overigens tot meerdere speerpuntsectoren gerekend worden (aantallen zijn hiervoor gecorrigeerd). Zo wordt DAF zowel tot de automotive als de mechatronica gerekend en ditzelfde geldt voor diverse vestigingen van Philips ten aanzien van ICT, de medische technologie en mechatronica.

5

Deze bedrijven worden ook wel OEM-ers genoemd (Original Equipment Manufacturers). In ZuidoostNederland worden ook Nedcar, Océ en nerox hiertoe gerekend in het onderzoeksrapport De toekomst van de maakindustrie in Puid-Nederland van de Boston Consulting Group (2002).

29

Met name in de ICT neemt de bedrijvigheid nog steeds toe en dit geldt met name voor de op software en advisering gerichte bedrijvigheid. Hieronder bevinden zich veel kleinere bedrijfjes. De werkgelegenheid is echter dalend. De medische technologie wordt vertegenwoordigd door bijna 100, overwegend kleinere vestigingen, terwijl de automotive naast DAF slechts enkele kleinere spelers telt.

1200

1000

800

600

400

200

mechatronica ICT medische technologie automotive

0 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003

Figuur 19 Ontwikkeling aantal vestigingen per speerpuntsector in Eind:oven (199I-2003)

30

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

Het overzicht van de werkgelegenheid levert een iets ander beeld op. Met name in de mechatronica zijn veel mensen werkzaam. Wel is te zien dat de afname van het aantal vestigingen in 1999 ook consequenties heeft gehad voor de werkgelegenheid, met name het laatste jaar. Zoals gezegd, ook in de ICT neemt de werkgelegenheid af.

25.000

20.000

15.000

mechatronica
10.000

ICT automotive medische technologie

5.000

0 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003

Figuur 20 Werkgelegen:eidsontwikkeling per speerpuntsector in Eind:oven (199I-2003)

Gezien de speerpuntsectoren zal het geen verbazing wekken dat Eindhoven een vooraanstaande positie heeft als het gaat om onderzoek en ontwikkeling, vaak aangeduid als R&D. In Nederland speelt Eindhoven dan ook een zeer dominante rol. De Wet Bevordering Speur en Ontwikkelingswerk (WBSO) geeft een goede dekking van de totale bedrijfs-R&D in Nederland en de gegevens hiervan zijn verzameld in de Senter-database. Op basis daarvan kunnen de R&D-inspanningen in de steden met elkaar woorden vergeleken.6

6

P.M.P.F. Schmitz, aHot Spots 2002: Regionale patronen van de nationale innovatie-instrumentenb, Senter (2003)

31

Uit de figuur blijkt dat Eindhoven met haar R&D-inspanningen met kop en schouders boven de andere steden uitsteekt. In totaal heeft Eindhoven in 2002 een aandeel van 11% op de totale nationale R&D-loonkosten. In 1999 bedroeg dit aandeel nog 9%. Uiteraard kan dit niet los worden gezien van de Philips-activiteiten, toch benadrukt Senter dat meerdere bedrijven tekenen voor dit resultaat. Kortom, Eindhoven, Leading in Technology wordt hiermee duidelijk bevestigd.
Figuur 21 Aandeel RYD loonkosten in Nederland (2002)

Eindhoven Amsterdam Rotterdam Leiden Enschede Den Haag Utrecht Tilburg 's-Hertogenbosch Nijmegen Maastricht Groningen Breda Arnhem Zwolle
0 2 4 6 8 10 12

32

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

E

A(5?:(.(:(#%("$ #;;5 -885@(#

Eindhoven telt 109 verschillende buurten die tezamen zeven stadsdelen vormen: Centrum, Stratum, Tongelre, Woensel-Zuid, Woensel-Noord, Strijp en Gestel. Onderstaand overzicht maakt inzichtelijk hoe de relatieve verdeling van de werkgelegenheid over de verschillende stadsdelen is.

Figuur 22 Werkgelegen:eidsontwikkeling in Eind:ovense stadsdelen (199I-2003)

Centrum

Stratum

Tongelre

1995 2003

Woensel-Zuid

Woensel-Noord

Strijp

Gestel
0 5.000 10.000 15.000 20.000 25.000 30.000

Stadsdeel Strijp heeft met ca 30.000 banen de meeste werkgelegenheid (23%) van alle stadsdelen. Ook het Centrum heeft met een relatief aandeel van 22% (29.400 banen) een belangrijke werkgelegenheidsfunctie.

33

Wanneer het aantal banen in een stadsdeel wordt afgezet tegen de daar woonachtige potentiële beroepsbevolking blijkt dat met name stadsdeel Centrum, en in iets mindere mate stadsdeel Strijp, naar verhouding veel bedrijvigheid kennen. Dit heeft vooral te maken met de verreweg grootste werkgelegenheidsconcentraties in de binnenstad alsook bedrijventerrein De Hurk.
Figuur 23 (er:ouding inwoners (1I tZm M4 jaar) en banen (2003)

Centrum

Stratum

inwoners 15-64 jaar
Tongelre

banen

Woensel-Zuid

Woensel-Noord

Strijp

Gestel
0 1 0 . 0 0 0 2 0 . 0 0 0 3 0 . 0 0 0 4 0 . 0 0 0 5 0 . 00 0 6 0 . 0 0 0

34

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

De binnenstad wordt gekenmerkt door detailhandel en grote kantoorlocaties. Met ruim 14.300 werkzame personen is hier ca 10% van de werkgelegenheid in de stad geconcentreerd. De Hurk is goed 9.500 banen, De overige buurten tellen aanzienlijk minder banen, hoewel alle rood aangegeven buurten ieder wel meer dan 2.500 banen tellen (in de crodeV buurten staan de werkgelegenheidsaantallen vermeld).
Figuur 24 Werkgelegen:eid per buurt 2003 (aantal banen per buurt)

banen in buurten
3.588 Kerkdorp Acht Mispelhoef 3.160 Rapenland 3.630 Flight Forum 4.308 TU-terrein Zwaanstraat 4.214 2.989 Fellenoord 4.749 Philipsdorp 4.165 2.581 Binnenstad 14.425 Bergen 3.453 Hurk 9.501

Poeijers 3.612

> 2.500 (14) tussen 1.500 en 2.500 banen (12) tussen 500 en 1.500 (28) < 500 banen (55)

Beemden 3.103

35

Over de periode 1995-2003 bekeken zijn er grote verschillen in ontwikkeling tussen de verschillende buurten in Eindhoven. De buurten Blixembosch-Oost (bedrijventerrein Esp), Oude Gracht-Oost, Lievendaal, Engelsbergen en Eckart kennen een verdubbeling van de werkgelegenheid in deze periode. Sterke toenames in buurten die in absolute zin veel werkgelegenheid kennen zijn te vinden in o.a. Eckartdal, Mispelhoef, Witte Dame, Kerkdorp Acht (GDC Acht) en Flight Forum.
Figuur 2I Werkgelegen:eidsontwikkeling per buurt 199I-2003

ontw. banen in buurten
Kerkdorp Acht Achtse Barrier-Gunterslaer 1.444 -576 Mispelhoef 1.469 Oude Gracht-Oost Eckartdal Generalenbuurt 757 1.551 715 Flight Forum 1.439 Hondsheuvels Groenewoud -503 -1.484 Woenselse Watermolen

Drents Dorp Hemelrijken 820 TU-terrein -646 -1.278 -613 Lievendaal Philipsdorp Witte Dame 501 -1.261 952 Hurk -1.435 Poeijers 591

> 50% tussen 10 en 50% tot 10% daling geen banen

(23) (29) (14) (38) (5)

Genderbeemd -612

Helaas zijn er ook in diverse buurten veel banen verloren gegaan. Dit geldt met name in Drents Dorp, Philipsdorp en De Hurk. In de twee eerstgenoemde buurten zijn het vooral de perikelen bij Philips die hier debet aan zijn. In de kaart staan de gebieden met de grootste werkgelegenheidsontwikkelingen weergegeven in de periode tussen 1995 en 2003.

36

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

F

C( -($5"G'(#@(55("#(#

Een groot deel van de bedrijvigheid in Eindhoven is gehuisvest op bedrijventerreinen. Het gaat hierbij om 31% van de totale werkgelegenheid. In 1995 betrof dit overigens nog 37% van de banen. Dit duidt er op dat de banengroei op bedrijventerreinen wat onder het gemiddelde ligt. Met name de kantoren buiten de bedrijventerreinen genereren waarschijnlijk een hogere banengroei. Dit houdt uiteraard ook verband met de verdienstelijking die zich in Eindhoven manifesteert (ondanks de nog bovengemiddelde aanwezigheid van de industrie in Eindhoven). Bedrijventerreinen verschillen sterk naar omvang en leeftijd.7 konge(re) bedrijventerreinen zijn in onderstaande te herkennen aan het feit dat daar nog redelijk veel uitgeefbaar terrein is. Uitgeefbaar wil in dit geval overigens niet zeggen dat de grond nog volledig vrij ter beschikking staat aan gepnteresseerde bedrijven. Een groot gedeelte is immers al vergeven in optie. Bedrijventerreinen die volledig zijn uitgegeven zijn overigens niet cvolV in de zin dat er geen nieuwe bedrijvigheid op dat terrein meer mogelijk is. Al enkele jaren staat vrij veel bedrijfshuisvesting (niet zijnde kantoorgebouwen) te huur.
Figuur 2M Omvang (netto) bedrijventerreinen in :ectare (2003)

Achtse Barrier De Hurk De Kade De Tempel Eindhoven Airport Esp Flight Forum GDC Acht High Tech Campus Kapelbeemd Park Forum Philipscomplexen Strijp Rapenland Woenselse Heide
0 20 40 60 80 100 120 140 160 180

waarvan nog uitgeefbaar

7

Overigens betreft het hier uitsluitend bedrijventerreinen van minimaal 5 hectare netto omvang, dat wil zeggen exclusief openbare ruimte zoals groenstroken, infrastructuur en dergelijke.

37

Het grootste bedrijventerrein in Eindhoven is De Hurk (inclusief Croy) op de voet gevolgd door De Kade waar met name DAF een groot gedeelte van de ruimte in bezit heeft. Philips is met name terug te vinden op Strijp en de High Tech Campus (maar gedeeltelijk ook daarbuiten). Zowel Strijp S als de High Tech Campus zijn momenteel volop in ontwikkeling. De bedrijventerreinen De Tempel, Rapenland, Woenselse Heide en Achtse Barrier zijn aanmerkelijk kleiner in oppervlakte. Park Forum is de jongste onder de bovenstaande bedrijventerreinen. Ook Esp en Flight Forum zijn nog redelijk cjongeV terreinen. Daarnaast is er nog (veel) uitgeefbaar terrein bij het Goederencentrum Acht. Dit geldt in veel mindere mate voor Kapelbeemd en Eindhoven Airport. Omdat de gemeente Eindhoven een tekort aan beschikbare bedrijventerreinen voorziet, zijn er diverse voorbereidingswerkzaamheden gestart om nieuwe bedrijventerreinen te ontwikkelen. Een van deze bedrijventerreinen is Esp. Daarnaast is in het westen van Eindhoven, in de Vinex-locatie Meerhoven ruimte voorzien voor bedrijfsdoeleinden. In Meerhoven zijn een viertal locaties voor bedrijfs- en/of kantoorontwikkelingen, te weten:

!

!

!

Flight Forum CV is een samenwerking tussen de gemeente Eindhoven en Schiphol real Estate BV. Deze CV is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein Flight Forum Eindhoven. Flight Forum is 65 hectare groot en biedt ruimte aan kantoorontwikkelingen en bedrijfsontwikkelingen. Het bedrijventerrein is bestemd voor luchvaartgebonden, internationaal georiënteerde, technologische bedrijven. Flight Forum is gelegen nabij de A2, aangrenzend aan Eindhoven Airport en in de toekomst goed bereikbaar via de HOV (hoogwaardig openbaar vervoersverbinding) tussen Eindhoven Centraal Station en de Luchthaven Eindhoven Airport. Bark Forum is het bedrijventerrein dat grenst aan Flight Forum. Het terrein is circa 100 hectare groot en is bestemd voor ambachtelijke-, dienstverlenende-, productie- en (groot)handelsbedrijven in de milieucategorie 1 t/m 3, met een mobiliteitstypologie C. Daarnaast wordt een gedeelte van het terrein bestemd voor de combinatie: woning + bedrijfsruimte. Land Forum, gelegen in het zuiden van Meerhoven, nabij de Noord Brabantlaan, zal in de toekomst ruimte gaan bieden aan kantoor- en/of bedrijfsontwikkelingen. De gemeente Eindhoven is bezig met opstellen van de uitgangspunten voor dit gebied. Voor het aan het Beatrixkanaal gelegen deel is nog geen bestemming bepaald.

38

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

!

Trade Forum E Nimbus, eveneens gelegen aan de Noord Brabantlaan, is het gebied waarbij de gemeente Eindhoven in samenwerking met een externe partij studeert naar mogelijkheden voor een multifunctionele invulling met o.a. regionale voorzieningen zoals Asklepion.

Wanneer wordt gekeken naar het aantal banen is er een aantal overeenkomsten te zien met het overzicht naar omvang in oppervlakte. Opnieuw komt De Hurk als grootste uit de bus, zij het dat nu de Philipscomplexen op Strijp als tweede eindigen. Op De Kade werken aanzienlijk minder mensen dan de omvang doet vermoeden. Voor de rest zijn de grafieken vrijwel identiek.

Figuur 27 Werkgelegen:eid per bedrijventerrein (2003)

Achtse Barrier Esp De Hurk De Kade De Tempel Eindhoven Airport Flight Forum GDC Acht High Tech Campus Kapelbeemd Philipscomplexen Strijp Rapenland Woenselse Heide
0 2.000 4.000 6.000 8.000 10.000 12.000 14.000

1995 2003

Op de meeste terreinen is het aantal banen toegenomen ten opzichte van 1995. Op de Achtse Barrier is sprake van een daling en datzelfde geldt voor De Hurk en Philips complexen Strijp. Wat dit laatste betreft gaat het voor een deel om verplaatsing van bedrijvigheid en werkgelegenheid richting de High Tech Campus.

39

Figuur 28 Werkgelegen:eid per :ectare bedrijventerrein (2003)8

Esp Achtse Barrier De Hurk De Kade De Tempel Eindhoven Airport Flight Forum GDC Acht High Tech Campus Kapelbeemd Philipscomplexen Strijp Rapenland Woenselse Heide
0 50 100 150 200 250 300 350 400

Opvallend is dat met name op de kleinere terreinen het aantal banen per hectare redelijk hoog ligt. Dit geldt met name voor De Tempel, Rapenland, Woenselse heide en Achtse Barrier. Uitzonderingen op deze regel zijn de beide Philips-terreinen om de reeds voornoemde redenen. Over het algemeen duidt een laag aantal banen per hectare op de aanwezigheid van veel ruimte-extensieve bedrijvigheid en dit lijkt met name opgeld te doen voor De Hurk en De Kade.

8

Van bedrijventerrein Esp ontbreken oppervlaktegegevens.

40

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

H

C( ?;#@&&5.&+;@"()

Eindhoven is een belangrijke ckantorenstadV. Per 1 januari 2003 bedraagt de voorraad in Eindhoven 1.300.000 ms verhuurbaar vloeroppervlak (vvo).9 De voorraad in Eindhoven is tussen 1997 en 2002 met 34% toegenomen. De groei in het afgelopen jaar bedroeg 8%.

(x 1.000 m2)

1997

1998

1999

2000

2001

2002

2003

0

200

400

600

800

1.000

1.200

1.400

Figuur 29 Ontwikkeling kantorenvoorraad Eind:oven (1997-2003)

Belangrijke concentraties van kantorenvoorraad bevinden zich in de omgeving Centraal Station (13% van de totale Eindhovense voorraad), het centrum (16%), de schil rond het centrum (19%) en aan de ringweg en dan met name het westelijk gedeelte daarvan (15%). Verder is Eindhoven Airport/Flight Forum nog goed voor 4% en zijn de diverse snelweglocaties zoals Poort van Metz en bedrijventerrein De Hurk samen nog goed voor circa 12%.10

9

Vvo is het netto vloeroppervlak exclusief buitenberg-, installatie- en verticale verkeersruimten en inclusief niet-statische gebouwdelen en glaslijncorrectie. Dit is overigens inclusief de locaties in Son en Breugel, (Science Park), Best, Veldhoven (De Run) en Waalre (Diepenvoorde). 10 Bron: G.C.A. Geers, (astgoedmarkt Regio Eind:ovenT marktcijfers over 2003, RSP Research & Consultancy (2004)

41

Het aanbod is sterk toegenomen de afgelopen jaren. In 1997 bedroeg het aanbod nog 28.800 ms vvo, per 1 januari 2003 bedroeg dit inmiddels 169.400 ms.11 Hiervan bedraagt het aandeel nieuwbouw 49%. Op de snelweglocaties is het aanbod het hoogst. Op diverse locaties op bedrijventerreinen Eindhoven Airport en Flight Forum wordt in totaal 28.000 ms nieuwbouw kantoorruimte aangeboden. In het centrum heeft de Kennedy Business toren, met een volume van 17.000 ms, de meeste vierkante meters te huur. De vorig jaar in deze publicatie uitgesproken verwachting dat medio 2003 de markt weer zou omslaan naar meer schaarste en dus een aanbodmarkt is niet uitgekomen. In het algemeen geldt dat wanneer de economie aantrekt de kantorenmarkt volgt. Wanneer dus begin 2004 de economie aan zou trekken zou wellicht eind 2004 of begin 2005 dit pas merkbaar zijn op de kantorenmarkt en gaan we weer naar een aanbodmarkt (en hebben dus weer te maken met schaarste).

Figuur 30 Aanbod van kantoorruimte in Eind:oven (1998-2003)
(x 1.000 m2)
180

160

140

120

waarvan nieuwbouw

100

a

80

60

40

20

0 1998 1999 2000 2001 2002 2003

11

Dit is inclusief de locaties in Son en Breugel, Best, Veldhoven en Waalre.

42

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

Figuur 31 Aanbod en opname in Eind:oven (1998-2003)
180

aanbod

opname

160

140

120

100

80

60

40

20

0 1998 1999 2000 2001 2002 2003

De aard van de opname is het afgelopen jaar enigszins veranderd. De non-profit en de daaraan gelieerde sector nemen, relatief gezien, een groter deel van de kantooropname voor hun rekening. In Eindhoven vond dit vooral plaats in het centrum (bijna 50%) en het het aangrenzende stationsdistrict (met name Fellenoord en het Kennedy Business Center). Het ging daarbij om instellingen als de Stichting keugdzorg (aan de Wal), Prorail (in cDe VesteV), Kantongerecht (Stadhuisplein) en Inspectie VROM in (Kennedy Business center). Daarnaast namen Rabofacet (Vt Schimmelt) en Deloitte & Touche (Flight Forum) nog diverse meters in gebruik.

43

44

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

I

C( 6"#?(.+(#@5;

De totale winkeloppervlakte in Eindhoven is ten opzichte van 2002 afgenomen De stad heeft nu ca 345.000 ms; vorig jaar was dat ca 347.000 ms. Voor wat betreft de verkoop vloeroppervlakte van de detailhandel in de binnenstad is er sprake van een lichte toename: 92.000 ms tegenover ruim 90.000 ms het jaar ervoor.
Figuur 32 (erkoopvloeroppervlak per 1000 inwoners (2003)

Groningen Arnhem 's-Hertogenbosch Zwolle Breda Eindhoven Enschede Utrecht Maastricht Nijmegen Tilburg Rotterdam Den Haag Amsterdam Leiden 0 200 400 600 800 1.000 1.200 1.400 1.600 1.800

dagelijks niet-dagelijks

Het aanbod in het compacte stadscentrum van Eindhoven is gezien het inwoneraantal niet bijzonder groot. Dit wordt vooral verklaard door de sterke positie van winkelcentrum Woensel en het aanbod van andere voormalige dorpscentra als Strijp, Gestel, Stratum en Tongelre. Maar ook het relatief grote aanbod in de kernen van de directe regio (bijvoorbeeld Valkenswaard, Best en Veldhoven) speelt hierin een rol. Wel staan er forse uitbreidingen in winkeloppervlak in de binnenstad op stapel (ca 30.000 ms). Daarbij gaat het onder meer om de Piazza, Rond de Admirant en Smalle Haven. Winkelcentrum Woensel en het gebied Woenselse Markt/ Kruisstraat hebben na de binnenstad het grootste winkelaanbod (in aantallen winkels gemeten). Ook voor Woensel staan uitbreidingen op stapel (ca 12.000 ms).

45

Op De Hurk is er een grootschalige detailhandelconcentratie en De Kade kent een concentratie van meubel- en woninginrichtingwinkels. Even buiten Eindhoven bevindt zich nog winkelboulevard Ekkersrijt die met een aanbod van ca 70.000 ms tot de grotere meubelboulevards van Nederland behoort.
Bedrijventerrein Ekkersrijt in Son en Breugel wordt binnenkort rond het Meubelplein en Ikea in westelijke richting uitgebreid. Dit deel moet uitgroeien tot een cbovenregionaal meubelcentrum van BrabantV. Ekkersrijt moet, veel meer dan nu het geval is, opgesplitst worden in vijf aparte deelgebieden met elk een ceigen identiteitV, zo staat verwoord in het masterplan voor het bedrijventerrein. Het parkachtige deel aan de A58 moet zich in de toekomst verder ontwikkelen als een chigh-technology- en sciencepark.V Nieuw te vestigen bedrijven moeten in deze branche actief zijn. Aan de noordwest-kant, het gebied aan het kanaal, moeten straks vooral transport- en logistiekbedrijven komen. Die moeten -waar mogelijk- ook gebruik maken van het kanaal als alternatief transportmiddel. In het masterplan wordt ook de oprichting van een cprofessioneelV management aanbevolen. Dit parkmanagement moet onder meer de parkeerdruk op het terrein -met name Scienceparkaanpakken. Het management neemt in de toekomst tevens de taken van het huidige Industrieschap (waarin nu de gemeenten Son en Breugel en Eindhoven inzitten), ondernemersvereniging en de beveiliging over. Het plan komt uit de koker van de gemeenten Son en Breugel en Eindhoven, en het bedrijfsleven op Ekkersrijt, in samenwerking met de Kamer van Koophandel en de NV Rede.
Bron: Eindhovens Dagblad

Figuur 33 Detail:andel in Eind:oven naar :oofdbranc:e (2003)

opp. vvo
Dagelijkse artikelen

winkels

Mode & luxe

Hobby- en vrijetijdsartikelen

In en om het huis

Overig non-food

0%

5%

10%

15%

20%

25%

30%

35%

40%

45%

46

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

Bij de branchering van detailhandel wordt zowel gekeken naar het aantal winkels als naar het verkoopvloeroppervlak (vvo), welke wordt gemeten in vierkante meters. Het aandeel verkoopvloeroppervlak is het grootst bij de categorie cin en om het huisV en daarbij kan worden gedacht aan doe-het-zelf zaken, woonaccessoires, fiets- en auto-accessoires en bruin- en witgoed en planten. Het feit dat het aandeel winkels bij dit soort artikelen lager uitvalt dan het aandeel verkoopruimte geeft al aan dat het hierbij om overwegend grote zaken gaat. Andere grote zaken zoals warenhuizen worden gerekend tot de categorie cmode & luxeV maar aangezien hier ook kleine boetiekjes toe worden gerekend, valt deze verhouding daar precies andersom uit. Eindhoven telt diverse concentraties met winkelvoorzieningen. In onderstaand overzicht is een selectie gemaakt van de centra met minimaal 5.000 ms vvo. In totaal telt Eindhoven er daar 12 van. Naast de binnenstad zijn dat de onderstaande 11 concentraties.
Figuur 34 Eind:ovense concentraties met minimaal I.000 m\ vvo aan winkelaanbod (2003)

Kanaal di j k De Hur k Woensel Kr ui sstr aat-Woensel se Mar kt Gel dr opseweg Aal ster weg St Tr udopl ei n Bi s. Bekker sl aan Fr anz Lehar pl ei n Kastel enpl ei n Haagdi j k 0 5.000 1 0.00 0 1 5.00 0 20.000 25.000 30.000 35.000

47

Vorig jaar kwam Boschdijk in het overzicht voor, die is nu gezakt naar beneden 5.000 ms. Hetzelfde geldt voor de Hoogstraat. Nieuw in het overzicht is de Herentalsweg.
Figuur 3I Aantal bedrijven in Eind:. concentraties met min. I.000 m\ vvo aan winkelaanbod (2003)

Kanaaldijk De Hurk Woensel Kruisstraat-Woenselse Markt Geldropseweg Aalsterweg Trudoplein Bis. Bekkerslaan Franz Leharplein Kastelenplein Haagdijk
20 40 60 80

waarvan detailhandel

100

120

140

160

Het centrum is in voorgaande overzichten buiten beschouwing gelaten. Uit de vergelijking tussen beide overzichten blijkt onder meer dat op de Kanaaldijk en de Hurk enkele grootschalige aanbieders zijn gevestigd (meestal zijn dit aanbieders op het gebied van wonen en doe-het-zelf). De Kruisstraat-Woenselse Markt en Winkelcentrum Woensel zijn grote winkelconcentraties. Naast winkels zijn er ook nog diverse andere (publieksgerichte) bedrijven gevestigd zoals horeca, (zakelijke) dienstverleners en autobedrijven. Van dit type bedrijvigheid zijn echter geen oppervlaktegegevens bekend.

48

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

Het winkelaanbod ten aanzien van dagelijkse artikelen is vooral sterk vertegenwoordigd in het centrum, Woensel/ Woenselse Markt-Kruisstraat en St.Trudoplein/ Strijpsestraat. Aan de Limburglaan staat een Albert Heijn nL. Voor mode & luxe artikelen kan men naast het centrum goed terecht in o.a. Woensel/ Woenselsemarkt-Kruisstraat. De categorie cin en om het huisV vindt men, naast het centrum en Woensel/ Woenselsemarkt-Kruisstraat, ook in sterke concentraties op de Aalsterweg en Geldropseweg. Natuurlijk zijn er in Eindhoven ook veel winkels die niet gelokaliseerd zijn op de hierboven genoemde winkelgebieden. Buiten deze als zodanig afgebakende winkelgebieden vindt met her en der met name activiteiten in de categorie cin en om het huisV.
Figuur 3M Detail:andel functiemiX in Eind:oven en de grotere centra (2003)

Totaal

Eindhoven-Centrum

dgl.art.

mode & luxe

vrije tijd

huis

overig

Kanaaldijk De Hurk Woensel Kruisstraat-Woenselse Markt Geldropseweg Aalsterweg Trudoplein Bis. Bekkerslaan Franz Leharplein Kastelenplein Haagdijk

0%

20%

40%

60%

80%

100%

49

Bovenstaande figuur toont duidelijk het verschillende karakter van de winkelconcentraties. In de binnenstad is ongeveer driekwart van het aanbod gericht op het meer recreatief getinte winkelen. De andere concentraties in de stadsdelen (met uitzondering van Kanaaldijk en Herentalsweg) vervullen ook duidelijk een rol in de dagelijkse verzorging van de consumenten. Het forse aandeel dagelijkse artikelen komt hier met name voor rekening van de supermarkten. Gemiddeld hebben in 2003 de grote steden zoVn 1,6 ms winkeloppervlakte per inwoner. Eindhoven behaalt met een totaal winkelaanbod van 345.000 ms verkoopvloeroppervlak een gemiddelde score.
Figuur 37 ]otale winkeloppervlakte in m\ verkoopvloeroppervlak in de gemeente per inwoner (2003)

Groningen Arnhem 's-Hertogenbosch Zwolle Breda Eindhoven Enschede Utrecht Maastricht Nijmegen Tilburg Rotterdam Den Haag Amsterdam Leiden
0,0 0,2 0,4 0,6 0,8 1,0 1,2 1,4 1,6 1,8 2,0

50

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

<0

!"#$%&'(#)( (+&#&,"( -(J"(# $&&5 $(5$(#

kaarlijks wordt Eindhoven blootgesteld aan diverse ranglijsten; dat gebeurt ook op economisch vlak. Zo heeft NdFER in haar Atlas voor gemeenten 2003 de 50 grootste gemeenten met elkaar vergeleken op veertig aspecten. Deze schetsen tezamen een beeld van de sociaal-economische situatie van Eindhoven in vergelijking met deze andere 49 gemeenten. Bureau Louter heeft in het rapport @et Nederlands kampioensc:ap economisc: vitale gemeenten 2003 zelfs alle Nederlandse gemeenten per 2003 vergeleken naar hun ceconomische vitaliteitV. Uiteraard is het goed om te weten hoe Eindhoven het doet ten opzichte van anderen. Hier is vooral gekeken naar de situatie ten opzichte van de andere grote centrumsteden met grotesteden-problematiek. Allereerst wordt de cLouterscoreV bekeken. Daarbij zijn in totaal scores bepaald voor zeventig indicatoren. Gekeken is onder meer in welke mate de economische bedrijvigheid momenteel is geconcentreerd in een gemeente, hoe die bedrijvigheid zich heeft ontwikkeld in de periode 1996-2002 en wat de kenmerken zijn van het vestigingsklimaat voor bedrijven en instellingen. In de totale eindscore behaalde Eindhoven een 25 plaats op de totale ranglijst. Helaas ontbreekt een zicht op de afzonderlijke indicatorscores. In onderstaand schema is te zien hoe de positie van Eindhoven is. Achter de naam van de gemeente staat de rangpostite vermeld. Ten opzichte van de centrumsteden doet Eindhoven het redelijk met een 6e plaats.
Figuur 38 5^outerscore’ (2003)

s-Hertogenbosch (3) Zwolle (7) Utrecht (9) Breda (12) Amsterdam (14) Eindhoven (25) Tilburg (41) Groningen (50) Arnhem (52) Nijmegen (59) Maastricht (62) Rotterdam (65) Den Haag (68) Enschede (104) Leiden (108) 6,20 6,40 6,60 6,80 7,00 7,20 7,40 7,60 7,80 8,00

51

De Aantrekkelijkheidindex van Nyfer
De index voor de caantrekkelijkheidV is samengesteld uit indicatoren die volgens NdFER iets zeggen over de gemeente als woonoord en werkplek aan de hand van een mix van kenmerken. Met name bereikbaarheid, cultureel aanbod en het aandeel koopwoningen hebben een relatief zwaar gewicht in deze index. Helaas werkt deze wegingmethodiek niet gunstig voor Eindhoven aangezien het met name op de twee eerste zwaar meegewogen indicatoren (bereikbaarheid en aandeel koopwoningen) wat lagere posities behaalt ten opzichte van de andere 49 gemeenten. Met de andere indicatoren, waaronder de aanwezigheid van grootstedelijke elementen zoals een universiteit en culinair aanbod, waarop Eindhoven redelijk tot goed scoort, wordt dat voor Eindhoven niet gecompenseerd. Bovendien werken er nog een paar indicatoren in het nadeel van Eindhoven en dat zijn criminaliteit (gemeten naar geregistreerde misdrijven) en het relatief lage aandeel vooroorlogse woningen. De eindscore voor Eindhoven is een 24e plaats. In vergelijking met de centrumsteden neemt Eindhoven een bescheiden 9e positie in. De 15 grote centrumsteden zijn overigens redelijk verspreid in de totale ranglijst van de aantrekkelijkheidindex (tussen haakjes staat de rankschikking in de totale lijst weergegeven). Blijkbaar hebben de verzorgende functie en de grote-stedenproblematiek weinig invloed op de berekening voor deze index.
Figuur 39 Aantrekkelijk:eidindeX Nyfer (2003)

Amsterdam (2) Utrecht (3) Den Haag (8) Leiden (10) Zwolle (13) Rotterdam (15) Arnhem (19) ´s-Hertogenbosch (18) Eindhoven (24) Tilburg (25) Nijmegen (30) Breda (33) Maastricht (34) Groningen (39) Enschede (42) 0 1 2 3 4 5 6 7 8

52

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

De Sociaal-economische index
Met de sociaal-economische index, de tweede samengestelde score uit de Atlas, wordt een beeld geschetst van de arbeidsmarkt- en werkgelegenheidsfactoren die NdFER van belang acht voor de lokale economie. In tegenstelling tot de aantrekkelijkheidindex, is de sociaal-economische index ongewogen12. De werkgelegenheidsfunctie, uitgedrukt als het aantal banen in de gemeente als percentage van de beroepsbevolking, valt positief uit voor Eindhoven en dat geldt ook voor het aandeel banen in groeisectoren. Minder goed doet Eindhoven het met het met de percentages van de werkloosheid, huishoudens met een lager inkomen, het aantal personen met een lage opleiding en/of in de bijstand, het aantal arbeidsongeschikten en tenslotte de participatiegraad van vrouwen. Uiteindelijk resulteert dit voor Eindhoven in een 15e plaats op de sociaal-economische index. In vergelijking met de andere centrumsteden behaalt Eindhoven een 5e plaats. Kortom, de grote centrumgemeenten die onder het GSB vallen behalen blijkbaar niet zoVn hoge score op dit vlak. Dit blijkt ook wel want dit lijstje wordt aangevoerd door Zwolle dat in de totale top-50 rangorde een 7e positie behaalde.
Figuur 40 _ociaal-economisc:e indeX Nyfer (2003)

Zwolle (7) Utrecht (8) Leiden (12) Breda (14) Eindhoven (15) ´s-Hertogenbosch (16) Den Haag (25) Amsterdam (26) Groningen (30) Arnhem (32) Tilburg (33) Nijmegen (36) Maastricht (41) Rotterdam (42) Enschede (49) 0 1 2 3 4 5 6

12

Dit betekent dat alle indicatoren even zwaar meewegen en dat de rangschikking ongeveer samenvalt met het scoreverloop.

53

Naast de twee hierboven genoemde indexen zijn er nog diverse losse indicatoren te vinden in de Nyfer Atlas. Enkele opvallende scores behaalt Eindhoven (met tussen haakjes de scores op deze indicator) nog bij de vergrijzing (38e) met haar relatief grote aandeel 65-plussers, het relatief lage aandeel startende ondernemers (42e), het lage aantal rijksmonumenten (36e). Opvallend positieve scores van Eindhoven zijn verder nog haar grote voorraad solitaire kantoorruimte (6e), haar relatieve winkelaanbod per inwoner (6e) en de kwaliteit van het secundaire onderwijs op basis van de gegevens van de onderwijsinspectie (7e). Resumerend kan voor Eindhoven worden geconcludeerd dat het in de Louter- en Nyfer-berekeningen op weinig vlakken erg hoog scoort maar dat tevens geldt dat het op weinig vlakken echt te wensen over laat. Dit wordt ook tot uitdrukking gebracht in de eindklassementen.

54

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

<<

K&5@ );,(#:(';@

De economie van Eindhoven kan als volgt kort worden samengevat: 1. Van de ruim 206.000 mensen die in Eindhoven wonen kan bijna 70% tot de potentiële beroepsbevolking (mensen in de leeftijd van 15 tot 65 jaar) worden gerekend. Dit is 1 procentpunt boven het nationale gemiddelde. Het aantal werklozen, uitgedrukt als niet werkende werkzoekenden, is aan het eind van 2003 de 12.000 genaderd en lijkt nog steeds toe nemen. Ook landelijk is dat nog steeds het geval. Vergeleken met andere grote centrumsteden neemt Eindhoven met het aandeel werklozen op de potentiële beroepsbevolking een middenpositie in. Op het totale aantal werklozen neemt het aandeel langdurig werklozen wat af en in wat mindere mate geldt dat ook voor etnische minderheden. Het aandeel van de jeugdwerkloosheid neemt daarentegen wel toe. Wat betreft uitkeringen valt op dat Eindhoven in vergelijking met andere grote centrumsteden relatief veel WW-uitkeringen op de potentiële beroepsbevolking telt (3,4%). Hoewel het aandeel WAO-ers (8,5%) nog aanzienlijk hoger ligt neemt Eindhoven met dit percentage daarentegen een middenpositie in. De totale werkgelegenheid bedraagt per 2003 in Eindhoven ruim 132.000 banen, verspreid over ruim 13.000 vestigingen. Hoewel dit een daling betekent ten opzichte van 2002 (1,1%) ligt de afname wel aanzienlijk onder die van het jaar ervoor toen sprake was van een daling van 3,7%. Vergeleken met andere grote centrumsteden is de ontwikkeling van de Eindhovense werkgelegenheid tussen 1996 en 2002 gering. Overheid en kwartaire sector zijn goed voor de meeste werkgelegenheid in Eindhoven. De zakelijke dienstverlening is bijna even groot. Toch ligt met name het aandeel industriële banen aanzienlijk hoger dan in de meeste andere grote centrumsteden terwijl overheid en kwartaire sector het laagste aandeel heeft in deze zelfde vergelijking. Over de periode 1995-2003 is de banengroei in Eindhoven veruit het grootst in de zakelijke dienstverlening. Het betreft daarbij een evenredige verdeling van dynamiek (een per saldo toename van bedrijvigheid) en banengroei bij bestaande bedrijvigheid. Ondanks de nog relatief sterke vertegenwoordiging van de industrie laat alleen deze sector een afname zien van banen in deze periode.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

55

56

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

8.

Met name de combinatie van de relatief sterke vertegenwoordiging van de industrie en de zakelijke dienstverlening in Eindhoven maken dat deze sterk conjunctuurgevoelig is. Te meer daar een groot deel van de Eindhovense economie bovengemiddeld afhankelijk is van export. Toch neemt het verschil in omzetontwikkeling, hoewel er sprake is van een daling, af ten opzichte van Noord-Brabant en Nederland als geheel. Van de speerpuntsectoren hebben mechatronica en ICT het grootste werkgelegenheidsaandeel. Helaas laten beide een negatieve werkgelegenheidsontwikkeling zien in Eindhoven. Wel neemt de stad nog steeds een zeer vooraanstaande positie in op het terrein van onderzoek en ontwikkeling.

9.

10. Van de stadsdelen hebben vooral Centrum en in iets mindere mate Strijp een belangrijke werkgelegenheidsfunctie binnen Eindhoven. In Centrum, met name gekenmerkt door detailhandel en grote kantoorlocaties, is het aantal banen toegenomen tussen 1995 en 2003; in Strijp, met de belangrijkste concentratie op de Hurk, bleef het aantal banen nagenoeg gelijk. 11. Bijna eenderde van de werkgelegenheid in Eindhoven is gehuisvest op bedrijventerreinen. Toch neemt dit aandeel af hetgeen duidt op een benedengemiddelde banengroei. Met name de bovengemiddelde aanwezigheid van industrie op bedrijventerreinen is hier debet aan. De terreinen met veruit de meeste werkgelegenheid, De Hurk en de Philipscomplexen op Strijp, laten beide een aanzienlijke werkgelegenheidsafname zien. 12. Met in totaal 1,3 miljoen vierkante meters verhuurbaar vloeroppervlak is Eindhoven een belangrijke ckantorenstadV. Het aanbod is de afgelopen jaren sterk toegenomen. De opname blijft daar enigszins bij achter hetgeen duidt op een vragersmarkt. Verwacht wordt dat wanneer de economie weer aantrekt dit weer wijzigt in een aanbodmarkt. Zo ver is het echter nog niet. 13. Naast het centrum kent Eindhoven nog 11 grotere winkelconcentraties met (van minimaal vijfduizend vierkante meter verkoop-vloeroppervlakte).. Hiervan tellen Kanaaldijk en De Hurk de meeste winkelvloer-meters met vooral grootschalige aanbieders op het gebied van wonen en doe het zelf. Woensel en Woenselse Markt tellen de meeste winkels met een redelijk groot accent op mode en luxe. In het centrum is dit segment echter veruit het meest geconcentreerd. 14. Uit de ranglijsten waaraan ook Eindhoven is blootgesteld, respectievelijk de Atlas voor gemeenten 2003 van Nyfer en @et Nederlands kampioensc:ap economisc: vitale gemeenten 2003 van Bureau Louter komt een beeld van Eindhoven naar voren dat het op weinig vlakken erg hoog scoort maar dat tevens geldt dat het op weinig vlakken echt te wensen over laat.

57

58

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

Bronnen
Figuur 1 Figuur 2 Figuur 3 Figuur 4 Figuur 5 Figuur 6 Figuur 7 Figuur 8 Figuur 9 Figuur 10 Figuur 11 Figuur 12 Figuur 13 Figuur 14 Figuur 15 Figuur 16 Figuur 17 Figuur 18 Figuur 19 Figuur 20 Figuur 21 Figuur 22 Figuur 23 Figuur 24 Figuur 25 Figuur 26 Figuur 27 Figuur 28 Figuur 29 Figuur 30 Figuur 31 Figuur 32 Figuur 33 Figuur 34 Figuur 35 Figuur 36 Figuur 37 Figuur 38 Figuur 39 Figuur 40 CBS en Lisa CBS CWI, GBA, UWV en Vestigingenregister Eindhoven CWI, GBA, UWV en Vestigingenregister Eindhoven CWI UWV UWV Vestigingenregister Eindhoven Lisa Bedrijvenmonitor Lisa Bedrijvenmonitor Vestigingenregister Eindhoven Vestigingenregister Eindhoven Vestigingenregister Eindhoven Vestigingenregister Eindhoven, CBS en Kolpron/Ecorys Vestigingenregister Eindhoven en CBS Lisa Bedrijvenmonitor Kamer van Koophandel (Erbo) Kamer van Koophandel (Erbo) Vestigingenregister Eindhoven Vestigingenregister Eindhoven Senter Vestigingenregister Eindhoven Vestigingenregister Eindhoven en GBA Vestigingenregister Eindhoven Vestigingenregister Eindhoven Gemeente Eindhoven (DSOB) Vestigingenregister Eindhoven Gemeente Eindhoven (DSOB) en Vestigingenregister Eindhoven Dynamis, Sprekende Cijfers Dynamis, Sprekende Cijfers Dynamis, Sprekende Cijfers Locatus Locatus Locatus Locatus Locatus Locatus en CBS Bureau louter NdFER NdFER

59

60

Afdeling Bestuursinformatie en Onderzoek

Bijlage 1 Sectorindeling, gehanteerd bij de werkgelegenheid
Sector Agrarische sector industrie Subbranche Agrarische sector Consumentenproductindustrie food Consumentenproductindustrie non-food sbi 01 02 15 16 17 18 19 22 21 24 25 27 28 29 30 31 32 33 34 35 20 26 36 37 40 41 51 60 62 63 45 50 52 55 70 93 64 65 66 67 72 73 71 74 75 80 85 90 91 92 Afdeling Landbouw, jacht Bosbouw Voedingsmiddelen en dranken Verwerking van tabak Textiel Kleding en bontbereiding Leder(waren) excl. kleding Uitgeverijen en drukkerijen Papier en karton Chemische produkten Rubber-/kunststofprodukten Metalen in primaire vorm Metaalprodukten Machines en apparaten Kantoormachines en computers Overige elektrische machines Audio/video/communicatieapp. Medische/optische apparaten Auto's, opleggers Transportmiddelen excl. auto Hout, kurk, riet e.d. Glas/aardewerk/cement/kalk Meubels en overige goederen Voorbereiding tot recycling Nutsbedrijven excl. water Waterwinning en -distributie Groothandel Vervoer over land Vervoer door de lucht Diensten voor het vervoer Bouwnijverheid Autoreparatie en -handel Detailhandel en reparatie Horeca Verhuur en handel O.G. Overige dienstverlening Post en telecommunicatie Financiele instellingen Verzekeringen en pensioenen Overige financ. instellingen Software en automatisering Speur- en ontwikkelingswerk Verhuurbedrijven excl. O.G. Overige zakelijke diensten Openbaar bestuur en overheid Onderwijs Gezondheids- en welzijnszorg Milieudienstverlening Belangenorganisaties Cultuur, sport en recreatie

Grondstoffen- en halffabrikatenindustrie

Kapitaalgoederenindustrie

Bouwmaterialenindustrie

Nutsbedrijven

Logistiek

Groothandel Vervoer Dienstverlenend vervoer Bouwnijverheid Detailhandel Horeca 0verige consumentendiensten

Consumenten diensten

Zakelijke diensten

Post en telecommunicatie Financiele instellingen

Computerservice Speur- en ontw. werk Overige zakelijke diensten Overheid en kwartaire sector Openbaar bestuur Onderwijs Gezondheids- en welzijnszorg overig kwartair

61