Gemeente Den Haag Dienst Stedelijke Ontwikkeling

n Zee dstad aa l 0, Wére aag 202 Den H tuurvisie Struc

orst inckh B

Ambtelijk concept, DSO, 1 Maart 2006

Binckhorst

an Zee ldstad a 0, Wére aag 202 ie Den H ctuurvis Stru

horst inck B

Ambtelijk concept, DSO, 1 maart 2006

1

2

Binckhorst

Binckhorst

Inhoudsopgave
1. Inleiding
1.1 Aanleiding voor huidige uitwerking 1.2 Beoogd resultaat 1.3 Globale beschrijving van de werkwijze 1.4 Status uitwerking 5 5 7 7 7 9 9 10 11 11 14 15 17 19 23 27 27 27 29 29 29 31 33

2. Huidige situatie en uitgangspunten structuurvisie voor Binckhorst
2.1 Huidige situatie 2.2 Uitgangspunten Structuurvisie

3. Uitwerking op onderdelen
3.1 Weginfrastructuur 3.2 OV-infrastructuur 3.3 Identiteit 3.4 Woonmilieu’s 3.5 Aanhechting / Relaties met de omgeving 3.6 Programmatische opgave

4. Randvoorwaarden en belemmeringen
4.1 Bestemmingsplannen 4.2 Luchtkwaliteit, externe veiligheid, geluid

5. Grondeigendom en lopende ontwikkelingen
5.1 Grondeigendom en eigendom opstallen 5.2 Fasering

6 Conclusie Bijlage 1: Samenvatting scenario’s

3

4

Binckhorst

Binckhorst

1. Inleiding
Met de Structuurvisie Den Haag 2020, vastgesteld door de gemeenteraad op 17 november 2005, heeft Den Haag een ambitieuze toekomstvisie neergezet: Wéreldstad aan Zee. Een attractieve stad voor bewoners, bezoekers, werknemers en bedrijven. Met een gevarieerd aanbod aan woon- en werkmilieus, voorzieningen, cultuur en vermaak. Een stad die met haar bijzondere kwaliteiten een bijdrage kan leveren aan een sterke economische positie van Haaglanden, van de Zuidvleugel en de Randstad. Daarvoor wordt ingezet op huidige sterke punten: • de unieke ligging aan zee. Den Haag wil zich ontwikkelen tot dé badplaats van Noordwest-Europa. Met bijzondere woonmilieus en een boeiend voorzieningen aanbod aan zee. • The Hague Legal Capital. De stad wil haar rol en betekenis als internationale stad van recht en bestuur verder uitbouwen en als ‘4e mainport’ de positie van de Randstad versterken. • Den Haag multiculturele stad. Den Haag koestert haar grote verscheidenheid aan culturen en wil individuele ontwikkeling, ontplooiing en mogelijkheden tot ontmoeting als springplank voor sociale, economische en culturele vooruitgang inzetten. • De monumentale residentie. De stad wil haar cultuurhistorische betekenis, haar ruimtelijke kwaliteiten, de kwaliteit van het groen en de openbare ruimte versterken. Kwaliteitssprong en schaalsprong Om de ambities waar te kunnen maken moet Den Haag een kwaliteitssprong in haar vestigingscondities maken. Daarvoor wordt geïnvesteerd in de kwaliteit van de leefomgeving: in het groen, de openbare ruimte en het voorzieningenniveau van de stad én door het verbeteren van de bereikbaarheid per auto, openbaar vervoer en fiets. Om de verdere ontwikkeling van de stad te accommoderen wordt ruimte geboden aan nieuwe bewoners (minimaal 505.000 bewoners in 2020 respectievelijk 37.500 woningen), bedrijven (40.000 nieuwe arbeidsplaatsen), internationale functies en adequate voorzieningen voor de Wéreldstad aan Zee. Die ontwikkelingen zijn alleen mogelijk in een economische sterke regio. Den Haag zet voor de verbetering van de omgevingskwaliteit van de Zuidvleugel in op regionale samenwerking: voor de kustverdediging, voor groen- en wateropgaven én voor de regionale bereikbaarheid per auto en openbaar vervoer. Daarnaast zijn regionale afspraken over gewenste economische profielen, samenwerking en synergie in de Zuidvleugel nodig.

5

Kansenzones De Wéreldstad aan Zee zal vorm krijgen in vijf kansenzones, gebieden waarin de bovengenoemde sterke punten van Den Haag kunnen worden uitgebuit en die gunstig liggen in het netwerk van landschap en infrastructuur. Goede bereikbaarheid en de bijzondere kwaliteit van de omgeving zijn de condities die de ontwikkelingen mogelijk maakt. De kansenzones liggen in het centrum, aan zee, aan de snelweg en aan de stadsrand. De ruggengraat wordt gevormd door de (transcity) Lijn 11, een hoogwaardige regionale railverbinding tussen kust en regio. Hiermee wordt de Wéreldstad aan Zee goed bereikbaar vanuit de regio én worden de binnenstedelijke ontwikkelingsgebieden verbonden. Uitwerkingsgebieden Binnen de kansenzones zijn negen ontwikkelingsgebieden onderscheiden waarvoor integrale gebiedsontwikkeling is gepland en waarvoor masterplannen gemaakt gaan worden. Als voorzet voor de uitwerking in masterplannen is de laatste maanden gewerkt aan de 9 uitwerkingsgebieden. Ontwikkelingen in groen en water, infrastructuur, wonen, werken en voorzieningen worden in onderlinge samenhang bezien en afgewogen. Dit boekje bevat de uitwerking van het gebied Binckhorst.

1.1 Aanleiding voor huidige uitwerking
De stap van de structuurvisie naar masterplannen waarin wordt ingegaan op gedetailleerde maatvoering, footprints en kansen en belemmeringen is groot, heel groot. Naast enthousiasme over het eindelijk hebben van een structuurvisie met een hoog ambitieniveau heersen er veel vragen: past het, wat betekent het nu voor een gebied, kan het, wat kost het en is het niet veel te veel om aan te werken. Deze vragen zijn omvangrijk en kunnen niet voor maart 2006 beantwoord worden, wanneer er door een nieuw college keuze gemaakt zal worden welke gebieden nader uitgewerkt moeten worden. Deze afweging is ambtelijk voorbereid door een nadere uitwerking van de belangrijkste gebieden uit de structuurvisie te geven. Het beoogde doel is geweest een verdiepingsslag naar ontwerpopgaven te maken, de hardheid van het programma te toetsen en te specificeren (wat voor een soort woningen, welke bedrijvigheid, welke infrastructuur) en de uitkomsten van de bestuurlijke behandeling te verwerken.

6

Binckhorst

Binckhorst

1.2 Beoogd resultaat
Het resultaat van de huidige uitwerking van de structuurvisie geeft: • inzicht in belangrijkste ontwerpopgaven; • inzicht in programma (wat is het zeker niet) en faseringsmogelijkheden; • inzicht in harde en beperkende randvoorwaarden; • verschillende scenario’s met voorkeursmodel binnen het kader van de structuurvisie; en is bedoeld als mogelijke extra input voor het haalbaarheidsonderzoek naar de Binckhorst.

1.3 Globale beschrijving van de werkwijze
Met het doel om enerzijds een uitwerking van de structuurvisie te geven en anderzijds om het draagvlak voor de structuurvisie sterk te vergroten, is een werkwijze gekozen waarbij veel vakspecialisten bij de uitwerking betrokken zijn. In gebiedsateliers is door de DSO met DSB en OCW gezamenlijk vanuit een ruimtelijk perspectief aan diverse scenario’s voor het betreffende gebied gewerkt. Hierin is de opgave verduidelijkt en aangescherpt. Door het grondbedrijf zijn de planeconomische aspecten, locatieontwikkeling en uitgifte (fasering, haalbaarheid) en de eigendomssituaties met verwervingsstrategie in beeld gebracht. Zowel de gemeenteraadsbehandeling als de uitwerking per gebied leidt tot nieuwe inzichten en wijzigend programma ten opzichte van de structuurvisie. De resultaten zijn hier geaggregeerd op stedelijk niveau en bij afwijkingen van de structuurvisie zijn wijzigingen in algemene zin en specifiek voor gebieden voorgesteld. Daarnaast is fasering als middel ingezet om optredende concurrentie tussen gebieden zoveel mogelijk te beperken.

1.4 Status uitwerking
Deze uitwerking van de structuurvisie is een ambtelijk tussenproduct onder verantwoordelijkheid van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling. Formele besluitvorming door andere gemeentelijke diensten, het college of gemeenteraad heeft niet plaatsgevonden. Aan deze uitwerking zijn geen rechten te ontlenen. De uitwerking is een tussenstap naar de masterplannen per gebied, waarover formele besluitvorming zal plaatsvinden.

7

8

Binckhorst

Binckhorst

2. Huidige situatie en uitgangspunten structuurvisie voor Binckhorst
2.1 Huidige situatie
Het bedrijventerrein Binckhorst kent in de huidige situatie een aantal knelpunten. Diverse ontwikkelingen brengen het gebied in een neerwaartse spiraal: vestiging van een aantal marginale functies, leegstand en een laag investeringsniveua. Daarbij komen nog het extensieve ruimtegebruik, de bodemvervuiling en -het door bedrijven als zeer bezwaarlijk ervaren- parkeercapaciteitsprobleem. Daarnaast is de Binckhorstlaan de verbinding tussen het stadscentrum het het snelwegennet en heeft dus eenzware doorstroomfunctie. Tegelijkertijd is de Binckhorstlaan de ontsluiting voor alle deelgebieden van de Binckhorst. Naast genoemde knelpunten heeft de Binckhorst door de ligging en het karakter van het gebied potentie om als stedelijk gebied te functioneren. In 2003 is de gebiedsvisie Binckhorst vastgesteld, waarin de contouren zijn vastgelegd: een sterke ruimtelijke oos-west structuur als voorwaardevoor de integrale herontwikkeling en de Binckhorstlaan als drager van de ruimtelijke structuur en onderdeel van het stedelijke netwerk. Op 22 februari 2006 heeft de gemeente een Intentieovereenkomst getekend met Rabo Vastgoed en BPF Bouwinvest. In de intentieovereenkomst spreken gemeente, Rabo Vastgoed en BPF Bouwinvest af om gezamenlijk de haalbaarheid van de transformatie van Binckhorst te onderzoeken (stedenbouwkundig, planologisch, juridisch en financieel). Partijen spreken nu uit, dat indien de transformatie haalbaar blijkt te zijn, zij gezamenlijk streven naar de oprichting van een publiek-private gebiedsonderneming die voor haar rekening en risico de grondexploitatie voert en langdurig sturing geeft aan de transformatie van de Binckhorst, vast te leggen in een alsdan te sluiten Samenwerkingsovereenkomst. Streven is om uiterlijk 30 april 2007 het gehele haalbaarheidsonderzoek voor de transformatie Binckhorst gereed te hebben: ontwikkelingsplan, ondernemingsplan, samenwerkingsovereenkomst van gemeente met Rabo en BPF. Bijlage bij de overeenkomst zijn de Gebiedsvisie Plus Binckhorst. Deze vormt samen met de eveneens als bijlagen toegevoegde Gebiedsvisie Binckhorst, de Gebiedsvisie Plus Binckhorst en de Structuurvisie Den Haag. Deze bijlagen bevatten de uitgangspunten van de gemeente Den Haag voor de Binckhorst en geven de ruimtelijke en programmatische opgaven aan.

9

De gebiedsvisie en de gebiedsvisie plus zijn het vertrekpunt geweest voor de voorliggende uitwerking voor de Binckhorst in het kader van de structuurvisie. Hierbij zijn bij aanvang vanuit de Binckhorst de volgende vragen gesteld: • Wat zijn de mogelijkheden voor weginfrastructuur, zowel de Binckhorstlaan als een aansluiting op de A12 en op welke manier wordt oversteekbaarheid gegarandeerd? • Wat zijn de mogelijkheden voor OV-infrastructuur in relatie tot het lijn 11 trace • Wat is de identiteit van de Binckhorst, is dit 1 identiteit of zijn het er meerdere? Behoort het bij het centrum of niet? • Wat zijn de relaties met de omgeving: Molenwijk, Laakhaven, Centrum, Voorburg en Vlietzone. Welke relaties zouden versterkt moeten worden of misschien beter welke barrieres moeten worden geslecht.

2.2 Uitgangspunten Structuurvisie
Met de transformatie en herstructurering van de Binckhorst, de Laakhavensstrook en Moerwijk ontstaat de unieke kans de sprong over het spoor te maken. En daar nieuwe centrumdelen met allure te scheppen. Aan het water ligt volop ruimte voor bijzondere binnenstedelijke milieus met een centrumstedelijke mix van wonen, voorzieningen en stedelijke bedrijvigheid. Door mening van oude en nieuw, grote en kleine bebouwing, informeel en formeel gebruik biedt het gebied goede condities voor het ontstaan van een creatief stedelijk milieu. De noordwesthoek van de Binckhorst rond de huidige afvalverwerkingsinstallatie heeft door zijn centralle ligging de kans om zich op termijn te ontwikkelen tot een stadspark van de 21e eeuw. Door de aansluiting van de Schenkkade op het trekvliettrace ontstaat er in de Rivierenbuurt Zuid de mogeljkheid om een levendig ovegangsgebied tot ontwikkeling te brengen. In de structuurvisie is het volgende programma op hoofdlijnen opgenomen: • 5.500 woningen in bijzondere binnenstedelijke milieus met een centrumstedelijk mix van wonen, werken en bedrijvigheid • Werken: stedelijke bedrijvigheid, creatieve klasse en functiemenging • Voorzieningen: cultuur, onderwijs en sport • Infrastructuur: Trekvliettrace, Randstadrail, station Binkhorst, Schernkverbinding, fietsroutes en op termijn koppeling van de Binckhorst naar Leidschendam Voorburg • Ruimtelijke kwaliteit: intensief en meervoudig grondgebruik, karakteristieke omgevingskwaliteit gekoppeld aan water

10

Binckhorst

Binckhorst

3. Uitwerking op onderdelen
Bij de uitwerking van de structuurvisie zijn de gebiedsvisie en de gebiedsvisie plus als uitgangspunt gehanteerd. Hierbij kwamen 4 onderwerpen voor nadere bestudering aan de orde. De onderwerpen waarop hierna wordt ingegaan zijn weginfrastructuur, OVInfrastructuur, Identiteit, relaties met de omgeving en programmatische mogelijkheden

3.1 Weginfrastructuur
Als belangrijke ruimtelijke en functionele drager van de herontwikkeling van het gebied is gestart met een modelstudie naar de Binckhorstlaan in relatie tot de A12, zijn de ruimtelijke en functionele condities voor de Binckhorstlaan als motor achter een integrale ontwikkeling van de Binckhorst verkend en is naar de mogelijke inpassing van het Trekvliettracé gekeken. Net zoals de A12/Utrechtsebaan zal het Trekvliettracé/Binckhorstlaan zich ontwikkelen tot stadsentree en een directe verbinding bieden tussen de randstedelijke snelwegen en het Haagse centrum. Ook Trekvliettracé/Binckhorstlaan moeten zich ontwikkelen tot drager van en motor achter herstructurering en stedelijke ontwikkeling, zij het op een volstrekt andere manier dan de A12 met haar autonoom snelwegkarakter. Beide wegen plus de boven- en onderliggende wegenstructuurenvormen een samenhangend systeem. In de onderlinge relaties tussen Binckhorstlaan en de A12 zijn 2 modellen denkbaar: De A12 en de Binckhorstlaan als hoofdontsluitingsweg van de stad met beiden 70 km per uur (model 70/70) en het model dat uitgaat van de snelweg A12 en de stadsstraat Binckhorstlaan (model 80/50). Op basis hiervan zijn de bijbehorende profielen getekend. Het model 70/70, waarbij doorstroming het grootste belang heeft, leidt tot scheiding van het lokaal verkeer, door middel van ongelijkvoerse kruisingen of een tunnel. Gezien de korte onderlinge afstand van de kruisingen leidt dit vrijwel onvermijdelijk tot een tunnel. Hierbij is de oost-west oversteekbaarheid goed, maar de Binckhorst wordt niet meer ervaren (geen zichtbaarheid). Het model 50/80, met de Binckhorstlaan als stadsstraat, heeft het voordeel dat de zichtbaarheid goed is. De oost-west oversteekbaarheid is in vergelijking met het 70-70 model veel minder. Gezien het belang van zichtbaarheid en het ervaren van de Binckhorst is gekozen voor het model 50/80. De vraag is echter hoe in dit model de doorstroming gegarandeerd kan worden wanneer ook het lokale verkeer op deze weg afgewikkeld moet worden. Dit betekent in ieder geval dat de uitwisseling tussen het Trekvliettracé/Binckhorstlaan en de omgeving beperkt moet zijn.

11

Model 80/50

Model 70/70

12

Binckhorst

Binckhorst

Of een beperkte uitwisseling de gewenste integrale ontwikkeling - dus ook in de achterliggende gebieden - niet gaat frustreren zal uiteindelijk afhangen van • het aantal en de ligging van de uitwisselingspunten (hoe meer, hoe méér impulsen voor de achterliggende gebieden) • de kwaliteit van de ruimtelijke inpassing van de uitwisselingspunten (hierbij moeten gemak, comfort en kwaliteit van de uitwisseling van lokale bewegingen centraal staan - voetgangers, fietsers, lokaal autoverkeer/bestemmingsverkeer) • de kwaliteit van het lokale wegennet naast de functioneel ‘dominante’ doorgaande verkeerstroom - een goed functionerend, overzichtelijk en ruim bemeten stel van ventwegen is bij een beperkt aantal uitwisselingspunten cruciale voorwaarde voor ontwikkeling van de achterliggende gebieden • en, last but not least, de ruimtelijke kwaliteit en de uitstraling van de structurerende oost-west verbindingen. Op basis hiervan is de weginfrastructuur nader bezien en wordt het volgende voorgesteld: • Verbetering van ‘achterlangsontsluiting’ van de Binckhorst door het doortrekken van de Mercuriusstraat langs het spoor en de A12 tot aan de verbeterde Regulusweg (2x2 rijbanen). Bij deze oplossing hoort ook het verbeteren van de aansluiting van de Maanweg op de A12 én het downgraden van de Maanweg tot lokale ontsluiting. • Het realiseren van een beperkt aantal kruisingen op de Binckhorstlaan, gecombineerd met haltes van lijn 11 waar de oversteekbaarheid voor voetgangers, fietsers en auto’s gecombineerd en veilig verloopt. In de nu lopende MER-studie Trekvliettracé wordt een 7-tal mogelijke inpassingen van het Trekvliettracé onderzocht, waarvan er vier via (een deel van) de Binckhorstlaan lopen. De varianten onderscheiden zich met name door hun ligging en door het beginpunt van het ondergrondse deel van de nieuwe stadsentree. Afhankelijk van de keuze voor het uiteindelijke tracé zullen de inpassing van de weg in het gebied, de uiteindelijke snelheid, de oversteekbaarheid en ook de programmatische ontwikkelingsmogelijkheden rond verschillende tracédelen -bijvoorbeeld als gevolg van een goede of juist ontbrekende zichtbaarheid- bepaald moeten worden.

13

3.2 OV-infrastructuur
De kansen voor OV zijn volop aanwezig in de Binckhorst als gevolg van de aanwezige ov-infrastructuur in de omgeving en de planvorming rond (transcity) Lijn 11. Op basis van de (transcity) Lijn 11 studie (zie uitwerking Lijn 11) wordt uitgegaan van uitvoering van lijn 11 in RandstadRail tramsysteem. Dit betekent op termijn een volwaardige

14

Binckhorst

Binckhorst

regionale railverbinding tussen Scheveningen-haven en de regio, waardoor de Binckhorst een regionalal bereik ontwikkeld - als bijzondere woonlocatie van waaruit per auto en ov de werk-, uitgaans- of recreatiegelegenheden in de regio goed te bereiken zijn. Omgekeerd zijn de werkgeleggenheid en voorzieningen in de Binckhorst goed bereikbaar voor bezoekers uit de regio. Aanleg van zo’n hoogwaardige lijn kan in fasen aangepakt worden: met de eerste ontwikkelingen in de Binckhorst eerst (het verplaatste station Voorburg als eindhalte); met de ontwikkeling van de eerste delen van Vlietrand-West verder door naar de Vlietrand en nog later naar station Ypenburg. Uiteindelijk kan ook het oostelijke deel van de Vlietrand ontsloten worden met lijn 11 en kan de koppeling aan het regionale railnet worden gemaakt. Op de Binckhorstlaan rijdt tevens lijn 1 over hetzelfde trace, die de verbinding vormt met CS enerzijds en Delft en verder anderzijds.

3.3 Identiteit
De huidige identiteit van de Binckhorst is bedrijventerrein met een imago wat in een neerwaartse spiraal zit. Het toekomstig imago is een sterk verstedelijkt gebied met wonen, bedrijven, kantoren en voorzieningen. Binnen de uitwerking is gezocht of de Binckhorst 1 identiteit moet hebben of meerdere identiteiten. Het grote verschil aan ‘omgevingscondities’ in de Binckhorst (aan het water, aan het groen, aan het spoor, aande grote weg of juist terzijde daarvan ...) geven aanleiding om in het gebied verschillende identiteiten te bepalen. De structurerende oost-west structuur ‘bindt’ de verschillende gebieden onderling en kan - net zoals het water en de Binckhorstlaanbijdragen aan een overkoepelende samenhang. De huidige en toekomstige functies en de menging van functies worden mede bepaald door infrastructuur, de oversteekbaarheid en de omgevingskwaliteit. De programmatische invulling en identiteiten van de Binckhorst kent de volgende verfijning in clusters, van zuid naar noord: Rondom de haven; een milieu dat gerelateerd is aan de insteekhavens. Hier kan uitstekend gewoond worden (mits de beton/asfaltcentrales verplaatst zijn) in een omgeving met water, ruim ingerichte kades, cultuur en horeca. Mooi wonen tegenover Voorburg. Een menging van wonen en werken tegen de KPN / creatieve milieus aanhakend bij de grote ICTbroer. Richting Utrechtsebaan meer werkgelegenheid, minder wonen. Richting Molenwijk meer wonen, minder werkgelegenheid. Rondom de groene begraafplaats; met het vergroten van de groene long in de Binckhorst - begraafplaats, kasteeltuin tot aan Trekvliet - ontstaat er een bijzonder milieu om aan te wonen. Een plek van rust in het dynamische gebied. Veel intensief wonen met uitzicht op

15

16

Binckhorst

Binckhorst

het groen (en verder). Een brug naar de Molenwijk verzorgd de letterlijke aanhaking op het groen aldaar. De tweede fase stadsvernieuwing kan hiermee worden ingezet. Rondom de infra; daar waar Mercuriusweg en Binckhorstlaan elkaar kruisen zal in de toekomst het zwaartepunt van de Binckhorst liggen. Trekvliettracé, Centrumring en aantakking op de A12 (via de Regulusweg) raken elkaar op dit punt. Dit is de plaats voor werkbebouwing samen met wonen. Misschien ook het letterlijke hoogtepunt van de Binck. Rondom het park van de 21e eeuw; In de noorwestelijke hoek van de Binckhorst, waar nu de afvalverwerking is geïnstalleerd, kan op termijn het visitekaartje van het creatieve milieu in de Binckhorst ontstaan, een urbaan stadspark met cuulturele activieiten en evenementen, levendig, een plek voor rust en verpozing tussen een aantal centrumwijken in: Laakhavens met de concentratie van scholen en studenten, de Stationsbuurt met haar mix van multicultureel en jong, de Riviernbuurt met haar mix van oude en jonge stedelingen, wonen en informele bedrijvigheid én de Binckhorst met zijn creatieve stedelijke mix. Een Parc de la villette of een Westergasfabriek voor Den Haag. Met dit sluitstuk wordt ook de aanhaking op Rivierenbuurt en Laakhavens aanzienlijk verbeterd. Het doortrekken van de Waldorpstraat en de Pletterijstraat, maakt dat dit park meer is dan een park voor de directe omgeving. Transformatie van het Schipperskwartier, Rivierenbuurt-zuid en de kop van de Binck leidt hiermee tot meer en beter wonen (vrgl wonen rondom Haagse Hogeschool). Hier is plaats voor hoogbouw rondom het park, bijzondere stedelijke programma’s. Het NS-terrein is vooralsnog de beste plek om bedrijven te concentreren. Voor het ontstaan van een creatief milieu geldt per definitie: geef het de tijd en de ruimte. Niet plannen, maar laten ontstaan. Maak optimaal van de aanwezige consities: geef de oude panden aan kunstenaars, ontwikkel de randen en wees voorzichtig met duurzame functies binnen het kwadrant, sorteer op de verbindingen met en naar de omgeving ....

3.4 Woonmilieu’s
Bedrijventerrein Binckhorst is gepland om in de nabije toekomst te transformeren naar een centrum stedelijk gebied. Een moderne, afwisselende stadswijk waar het riant wonen is. Functiemenging behoort uitdrukkelijk tot de kwaliteiten van de toekomstige Binckhorst en wordt vormgegeven door menging van woningbouw, kantoren, bedrijfsgebouwen en voorzieningen. Deze menging van functies zal het gebied een dynamisch en levendig karakter geven. Naast levendigheid en dynamiek zal ook moderniteit een karakteristiek zijn van het gebied. Dit uiteraard omdat in het gebied onvoldoende historische elementen aanwezig zijn om de sfeer te bepalen.

17

Wonen, werken en leisure wordt op zo’n manier gemengd dat zij elkaar versterken. Enerzijds biedt bedrijvigheid de bewoners levendigheid en te gebruiken voorzieningen anderzijds biedt bewoning de bedrijven sociale veiligheid op straat en gebruikers van de voorzieningen. Soms vindt menging van functies op pandniveau plaats, soms echter is menging op straat- en buurtniveau geschikter. Zo biedt menging van appartementen en detailhandels- en leisurevoorzieningen meer mogelijkheden op pandniveau dan menging van appartementen en bedrijfsruimten. Menging van appartementen en bedrijfsruimte moet meer op het niveau van de buurt gezocht worden. De nabijheid van het bestaande Haagse centrum-stedelijk gebied maakt de Binckhorst geschikt voor deze transformatie. Voor wat betreft de fasering van de transformatie dient zoveel mogelijk aangesloten te worden bij de aanjagende functie van het centrumstedelijke gebied. De noordwestelijke kant van het gebied leent zich dus het meest om de transformatie aan te vangen. Naast de nabijheid van het centrum-stedelijke gebied maakt ook de goede autobereikbaarheid, de aanwezigheid van water en karakteristieke gebouwen het gebied geschikt voor transformatie naar een intensiever ruimtegebruik. Het programma nieuwbouwwoningen zal voornamelijk een diversiteit aan appartementen zijn. Door de grote omvang van het gebied, zullen echter verschillende deelgebieden te onderscheiden zijn met een eigen karakter zoals hiervoor beschreven. In een deelgebied (aan de rand van Voorburg) met een wat lagere intensiteit is het goed voorstelbaar dat ook een beperkt programma grondgebonden woningen in hoge dichtheid een plek kan vinden. Omgeving Binckhorst (Rivierenbuurt/Stationsbuurt) Voor de wijken Stationsbuurt en Rivierenbuurt is de afgelopen jaren al het nodige bedacht wat betreft typering. Voor de Stationsbuurt is het streven een Haags Quartier Latin te laten ontstaan. Kernwoorden hierbij zijn straatleven, eigenzinnig, bijzonder, creatief, avontuurlijk, kritisch, ruimdenkend en vrije ontwikkeling van experimenten en onderstromen op het gebied van kunst, muziek, politiek, economie, media en wonen. Een aantrekkelijk woonmilieu voor studenten, pas-afgestudeerden, kunstenaars en stedelingen. De Rivierenbuurt vormt een overgangsgebied tussen de historische binnenstad en het nieuwe centrumstedelijk gebied. Het midden van de buurt kan een nabij het centrum gelegen woonoase vormen. Dit is te omschrijven als stedelijk wonen in de luwte van de binnenstad. Concreet betekent dit een combinatie van vertrouwd en geborgen wonen in het hart van de wijk met aan de randen het wonen met ‘de blik naar buiten’.

18

Binckhorst

Binckhorst

3.5 Aanhechting / Relaties met de omgeving
De Binckhorst heeft aan alle kanten harde barrières die de wisselwerking en relaties met de omgeving bemoeilijken: spoorinfrastructuur (relatie met Centrum/Rivierenbuurt), A12 (relatie met Voorburg), Trekvliet (relatie met Molenwijk) en Voorburg (relatie met Vlietzone). Relatie met Centrum / Rivierenbuurt: Verbetering van de leefbaarheid van de Stationsbuurt en Rivierenbuurt in combinatie met ontwikkelingsmogelijkheden voor wonen, werken en groen leiden tot discussies over het Schenkviaduct: afbreken, wijzigen of laten liggen. Deze discussie wordt nog verzwaard door de scheiding van de Binckhorst van het centrum van Den Haag. Naast het Schenkviaduct liggen ook nog spoorlijnen op zware dijklichamen. In de mental map is er sprake van een grote, dubbele barrière tussen Binckhorst en het Centrum. Het Schenkviaduct maakt het mogelijk dat doorgaand verkeer (onnodig) door woonbuurten gaat. Tot slot is de technische staat van het viaduct niet voldoende. Uit de ateliers en onderzoek komt naar voren dat niet eenvoudig antwoord is te geven op de vraag of sloop van het Schenkviaduct mogelijk is. De beoordelingscriteria zijn relatief eenvoudig: ruimtelijk, in combinatie met leefbaarheid, verkeerskundig en financieeltechnisch. Echter, door de ligging in een netwerk van infrastructuur is een groot aantal variabelen van invloed op de individuele beoordelingscriteria, waardoor de afweging complex is. De huidige functies van het Schenkviaduct zijn: • Hoofdstedelijke dwarsverbinding tussen Schenkstrook Voorburg en Zuidwest/Laakhavens • Aansluiten Rijkswegennet op stedelijke hoofdnet • Ontsluiten stedelijke gebieden (Rivierenbuurt e.d.) Vanuit verkeerskundig oogpunt vervult het Schenkviaduct deze functies goed, er is op dit moment geen verkeerskundige aanleiding om het Schenkviaduct te vervangen. De capaciteit van het Rijswijkseplein, in het midden van Stationsbuurt en Rivierenbuurt, bepaald het verkeerskundig functioneren van de ontsluiting van het stedelijk gebied. Er zijn echter ontwikkelingen die van invloed zijn op het functioneren van het Schenkviaduct en het Rijswijkseplein. Met de invoering van het Verkeerscirculatieplan Centrumgebied (VCP) zal de druk op het plein en het viaduct toenemen. De (waarschijnlijke) aanleg van het Trekvliettrace, zal het Rijswijkseplein en Schenkviaduct deels ontlasten en deels belasten.

19

20

Binckhorst

Binckhorst

Met als uitgangspunt dat een directe koppeling tussen de Schenkverbinding en de Centrumring gewenst is, zijn de alternatieven voor het huidige Schenkviaduct: Sloop viaduct De verkeerskundige effecten van het slopen van het viaduct zonder andere oplossing zijn ingrijpend. Het verkeer verplaatst zich naar de beperkte andere aansluitingen op de A12 en richting Voorburg. Met name het Prins Bernardviaduct en de Maanweg/Rijswijkseweg zullen zwaar belast worden, een en ander is afhankelijk van de uitwerking van het VCP. Kostentechnisch is dit de goedkoopste variant en levert het maximaal ruimtelijke winst en leefbaarheid op in de aanliggende wijken. Er ontstaan mogelijkheden voor het realiseren van groen, water en stedelijke ontwikkeling op het huidige forse tracé en wordt één van de barrières tussen Binckhorst en Centrum geslecht. Daarnaast wordt mogelijke verbinding van de Binckhorst met het centrum een stap dichterbij gebracht. Door de verplaatsing van het verkeer zijn de effecten op de leefbaarheid voor de Binckhorst en Centrum echter negatief. De uitvoering kan feitelijk per direct. Tunnelvariant Hierbij wordt een T-aansluiting gemaakt op de Centrumring, de Binckhorstlaan/Lekstraat. De vraag is of er vanaf de T-aansluiting nog een verbinding gemaakt moet worden naar de Weteringkade, zodat het bestemmingsverkeer in de omliggende buurten goed wordt bediend. Uit eerste berekeningen blijkt de verkeersintensiteit op de Weteringkade niet af te nemen als een directe verbinding gehandhaafd blijft. Het effect van de T-tunnel is dat circa de helft van het huidige verkeer de eerder beschreven routes gaat gebruiken. De tunnelvariant is verkeerskundig slechter dan het huidige viaduct, maar voldoet beter dan alleen sloop. De ruimtelijke winst is groot en er ontstaan mogelijkheden voor stedelijke ontwikkeling, groen en water. Uitvoering zal gezien de proceduretijd en financiën ruim na 2010 zijn. De effecten op de leefbaarheid zijn vergelijkbaar met de sloop van het viaduct. De mate van bereikbaarheid van de direct aanliggende buurten is afhankelijk van wel of niet een aansluiting op de Weteringkade nieuwe stijl. De effecten op de leefbaarheid op Binckhorst en Centrum zijn minder negatief dan bij sloop. Een tunnel vergt sowieso een grote investering, wat nog wordt versterkt door de aanleg onder spoorlijnen. Boogvariant Deze variant is een verbinding van de Binckhorstlaan met de Schenkkade, met beperkte richtingsmogelijkheden (geen verbinding van en naar Koningstunnel). Deze beperkte richtingsmogelijkheden hebben een belangrijke invloed op het gebruik van deze boog:

21

gering gebruik en verschuiving van de verkeersdruk naar het Prins Bernardviaduct en hier op aansluitende routes. T.o.v. de tunnel is de toename op het Prins Bernhardviaduct groter. De ruimtelijke winst is aanzienlijk doordat een groot deel van het tracé vervalt. Daarentegen ontstaat een ruimtelijk wezensvreemde achtbaan om de aansluiting voor elkaar te krijgen. De financiële consequenties van deze variant zijn vergelijkbaar met een tunnel. Uitvoering zal, gezien de proceduretijd en financiën, ruim na 2010 zijn. Centrale dwarsverbinding Deze variant bestaat uit een nieuwe dwarsverbinding en aansluiting op Utrechtse baan en een parallelverbinding tussen Schenkkade en nieuwe aansluiting. De nieuwe verbinding sluit goed aan op de centrumring, het Prins Bernardviaduct zal niet veel drukker worden en de Maanweg en Weteringkade worden rustiger. Daarentegen worden de Vaillantlaan en de Neherkade zwaarder belast. Zoals ook in de overige varianten blijken de effecten op de leefbaarheid in de Stationsbuurt en Rivierenbuurt goed te zijn, maar zal de leefbaarheid in aanliggen wijken op de vervangende trajecten verminderen, net als bij de andere varianten. Uitvoering zal, gezien de proceduretijd en financiën, ruim na 2015 zijn. Resumé Op basis van de voorgaande beschrijvingen is een beoordelingsmatrix op te stellen, waarbij opgemerkt wordt dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen aanleiding bestaat om het Schenkviaduct te slopen. Sloop -++ ++ Tunnel + -Boog -/+ -Dwars + + ---

Verkeerskundig Ruimtelijk Financieel Leefbaarheid nabij viaduct Leefbaarheid op afstand Fasering

+

+

+

+

-Rond 2010

Ruim na 2010

-Ruim na 2010

Na 2015

22

Binckhorst

Binckhorst

Uit dit overzicht blijkt dat sloop meer negatieve dan positieve effecten heeft, hetzelfde geldt voor de boogvariant. De tunnelvariant en de dwarsverbinding laten beiden een positief beeld zien voor verbetering van de leefbaarheid in de omgeving van het huidige Schenkviaduct en de ruimtelijke kansen. Verkeerskundig heeft de tunnelvariant negatieve gevolgen terwijl de dwarsverbinding het verkeersnetwerk van de stad versterkt. Op het aspect financiën scoren beide varianten minder positief (inschatting: tunnel vele tientallen miljoenen en aansluiting: enkele honderden miljoenen)! Ondetussen blijkt de oplossing ‘boog’ geen reeze te zijn. VCP, Trekvliettrace en vervolgtraject Bij de modelberekeningen is geen rekening gehouden met de invoering van het VCP en de aanleg van het Trekvliettracé. Deze maatregelen zijn beiden van invloed op de verkeersafwikkeling. Gezien de enorme consequenties, zowel verkeerskundig als financieel, wordt voorgesteld om de effecten van deze maatregelen in de modelberekeningen te verwerken en de effecten op het gebied van leefbaarheid opnieuw te beschouwen. Hierbij kunnen tevens de financiële consequenties op hoofdlijnen in beeld gebracht te worden.

3.6 Programmatische opgave
Wonen: 4.500 tot 5.500 woningen. Gezien de geplande vrijkomende ruimte (circa 53 hectare) en het ruimtebeslag van alle overige functies, betekent dit een programma van minimaal 100 woningen per hectare. Dit betekent dat het grootste deel in appartementensector gebouwd zal moeten worden. Om dit aantal woningen te halen, zal een aanzienlijke hoeveelheid hoogbouw gerealiseerd moeten worden. Met een eventuele herontwikkeling van Rivierenbuurt Zuid en Molenwijk wordt minimaal ingezet op 100% terugbouw. Doelgroep: Ongebonden stedelingen, dynamische individualisten en netwerkstedelingen. Van belang zijn afstand tot de stad, een onderscheidende woning, levendigheid, voorzieningen en goede autobereikbaarheid. Bedrijvigheid: Inzet op functiemening, echter met beleid. Geen kilometers plintfuncties, maar op incidentele plekken plintfuncties. Bijzonder aan de beoogde bedrijvigheid in de Binckhorst is, dat het begrip ‘bedrijvigheid’ zich niet uitsluitend richt op de ‘bekende’ stedelijk mengvormen (bedrijven en showrooms in de plint, bovenop wonen). Veel meer wordt gezocht naar een mix van echte bedrijven (zoals de meubelmaker), kantoorachtige

23

Ontwikkelingsgebied

Infrastructuur

Openbare ruimte

Programma

24

Binckhorst

Binckhorst

Ontwikkelingsperspectief

25

Referentie beelden
26 Binckhorst

Binckhorst

funties (verzekeringsagent), dienstverlening (ontwerpbureaus, tandenlaboratorium), services (schoonmaak, hondenuitlaatdienst,...), onderzoek (ict-ontwikkeling op alle niveau’s), gespecialiseerde en innovatieve productie (reparatie en bouwen van muziekinstrumenten). Een deel van deze functies moet echt op de begane grond, in een plint., waarbij de hamvraag voor het latere uitzoekwerk is: hoe wordt gemixt - per gebouw (stapelen), per kavel (naast en boven elkaar), per bouwblok, per kwartier ..... In deze mix van stedelijke functies kunnen de nodige kleinschalige voorzieningen worden opgenomen die van de Binckhorst een levendig centrumgebied kunnen maken zoals cafe’s, kinderopvang, een (basis)school etc. Juist voor dergelijke voorzieningen zijn goede verbindingen met de omringende stadsdelen van belang. Sport: gezien het aantal woningen en daarmee het aantal inwoners, zal het wenselijk zijn maatschappelijke voorzieningen en sportaccommodaties toe te voegen (zowel binnen als buitensport). Gezien de opgave en het relatief geringe ruimtebeslag is op voorhand te stellen dat de maatschappelijke voorzieningen inpasbaar zijn. Voor sport wordt door Den Haag gebruik gemaakt van kengetallen. Op basis van dit kengetal (lager als NOC NSF) dient per inwoner gerekend te worden met 4,5 m2 per inwoner. In totaal betekent dit een ruimtebeslag van circa 5 hectare. De binnensportaccommodatie zijn naar verwachting inpasbaar binnen het gewenste stedelijke milieu, in de nabijheid van de woonomgeving, wat vanuit de gebruikers en de gemeente wenselijk is. Voor buitensportaccommodaties geldt dezelfde wenselijkheid (sporten in eigen omgeving). Voor een goede berekening van de ruimtevraag dient een nadere analyse uitgevoerd te worden naar het gebruik van velden in de omgeving en de mogelijkheden voor dubbelgebruik. Vooralsnog wordt uitgegaan van een verdere druk op het schaarse gebied.

27

28

Binckhorst

Binckhorst

4. Randvoorwaarden en belemmeringen
4.1 Bestemmingsplannen
Het huidige bestemmingsplan voor de Binckhorst heft rechtskracht sinds 1990. Het gewenste hoogstedelijke gebied met functiemenging past niet binnen het huidige bestemmingsplan en moet worden aangepast. Naast de ontwikkelingsrechten voor grondeigenaren is het tevens de inzet dat zij bijdragen een de nieuwe gewenste ruimtelijke structuur. Gezien de opgave voor het gebied zal er een globaal bestemmingsplan met uitwerkingsplicht worden gemaakt. Om lopende initiatieven te faciliteren zal gestart worden met een MERprocedure, die noodzakelijk is voor de woningbouwopgave voor de gehele Binckhorst.

4.2 Luchtkwaliteit, externe veiligheid, geluid
De luchtkwaliteitsnormen dreigen hier nog vele jaren overschreden te worden. In feite meot er minder wegverkeer naar en door het Centrum. Prioriteit ligt bij het weren c.q. ontmoedigen van het verkeer (met name onnodig doorgaand verkeer en niet schoon genoeg verkeer) door o.a. milieuzondering en verschuiving naar centrumring en buitenring. Daarnaast moeten alternatieve verplaatsingsvormen (fiets, lopen, OV) voorrang krijgen. De Updat Plan van Aanpak Luchtkwaliteit 2005-2007 beschrijft reeds een aantal relevante verkeersmaatregelen, o.a. voor de Neherkade. Tevens kan de aanleg van het Trekvliettrace mogelijkheden bieden voor verbetering van de luchtkwaliteit. Geluid: In dit gebied speelt geluid van de spoorlijnen en het doorgaande verkeer een belangrijke rol. Vanaf 2007 treedt de Richtlijn omgevingslawaai in werking en moet de gemeente beschikken over geluidskaarten van rail-, verkeers-, horeca- en industrielawaai. Per 2008 moet de gemeente een vijfjaarlijks actieplan opstellen om bestaande ongewenste situaties aan te pakken. De geluidskaarten zijn al deels beschikbaar, waaruit grofweg blijkt dat de geluidnormen langs alle hoofd- en doorgaande wegen worden overschreden. De beoogde vervangende en nieuwe woningbouw langs hoofdwegen moet akoestisch optimaal afschermend gerealiseerd worden. In de Binckhorst (en aanliggend gebied) is een aantal LPG stations gevestigd. Deze hebben een veiligheidscontour en met de bevoorrading via de weg is er een effect op de externe veiligheid (risico contouren) waarmee rekening gehouden moet worden tijdens planontwikkeling. Dit zelfde geldt voor in het gebied aanwezige aardgasleidingen.

29

30

Binckhorst

Binckhorst

5. Grondeigendom en lopende ontwikkelingen
5.1 Grondeigendom en eigendom opstallen
Binckhorst Op basis van gegevens van het kadaster is de eigendomspositie in beeld gebracht. Het eigendom in de Binckhorst is sterk versnipperd over een groot aantal eigenaren. Er is geen dominante positie van de gemeente in dit gebied. Diverse marktpartijen hebben strategische posities ingenomen en wachten verdere ontwikkeling af. Hierbij is er een grote kans op freeriders gedrag: ruimere ontwikkelingsmogelijkheden zonder bij te dragen aan de noodzakelijke investeringen in openbare ruimte, infrastructuur, verbetering van OV etcetera. Molenwijk Molenwijk is in de afgelopen jaren op grote schaal in de stadvernieuwing gerenoveerd met een deel nieuwbouw. Aan de Haagvliet zijn 2 complexen gerenoveerd, die op termijn (10-15 jaar) voor herontwikkeling in aanmerking komen. Rivierenbuurt Zuid Rivierenbuurt-zuid, tussen de Binckhorstlaan, het Schenkviaduct en het Rijswijkseplein is voor 97% privaat en versnipperd eigendom.

5.2 Fasering
De fasering van de Binckhorst zal sterk worden bepaald door het ontbreken of opheffen van milieubelemmeringen: luchtkwaliteit, milieuzonering, geluid, etcetera en de mogelijkheden voor verwerving van locaties. De ontwikkeling van de omgeving is deels gekoppeld aan de Binckhorst. Door de bestaande relatief nieuwe bebouwing in Molenwijk langs de Haagvliet zullen de ontwikkelingsmogelijkheden in de looptijd van de structuurvisie beperkt zijn. Mogelijk zal een beperkte ontwikkeling (2 gerenoveerde complexen) op gang komen na 2020. Met het anders oplossen van het Schenkviaduct en verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ontstaan er in principe mogelijkheden voor herontwikkeling van Rivierenbuurt zuid. De eigendomsverhoudingen maken een grootschalige herontwikkeling echter zeer complex. Het ontwikkelingsperspectief ligt meer in een zeer geleidelijke, private herontwikkeling van deze locatie.

31

Infrastructuur Binnen de Binckhorst en aansluitend hierop worden grootschalige infrastructuurmaatregelen voorzien. Vanuit verkeers- en milieuoogpunt gaat de prioriteit naar het oplossen van knelpunten van de Neherkade en de bereikbaarheid van de Binckhorst en het centrum door de aanleg van het Trekvliettrace.

32

Binckhorst

Binckhorst

6. Conclusie
Met het vaststellen van de Binckhorst Gebiedsvisie Plus is de eerste stap gezet om de in de Structuurvisie omschreven ambities vorm te geven en samen met marktpartijen te werken aan de ontwikkeling en realisatie van het voorgestane stedelijke woonwerkgebied. Niet alle noodzakelijke ingrepen om dit woonwerkgebied te kunnen ontwikkelen vallen binnen het bereik van de Gebiedsvisie Plus. Met name over de onderwerpen weginfrastructuur (Schenkviaduct) en relaties met de omgeving (Rivierenbuurt en Stationsbuurt) en de OV-Infrastructuur (transcity) Lijn 11 is het van belang om vanuit de gemeente richtinggevende en kaderstellende uitspraken te doen in verband met het functioneren van de Binckhorst als nieuw centrumgebied. Voor (transcity) Lijn 11 loopt momenteel de haalbaarheidsstudie Randstadrail 2e fase, waarin deze uitspraken zullen worden gedaan. Voor het Schenkviaduct zal op korte termijn op basis van de nu bekende informatie en inzichten een afwegingsnotitie opgesteld worden.

33

34

Binckhorst

Binckhorst

Bijlage 1: Samenvatting scenario’s
Scenario Onderwerp Korte beschrijving Structuurvisie / Gebiedsvisie Uitwerking in het kader van structuurvisie Binckhorst als gemengd stedelijk gebied Idem, aangevuld met Herstructurering Rivierenbuurt Zuid, toevoeging 250 woningen Herstructurering Molenwijk, 2 complexen toevoeging 150 woningen

Binckhorst als gemengd stedelijk gebied Woningen 4.500 tot 5.500 woningen Maximaal 85.000 m2 bvo kantoor toevoegen Afname van 53 ha ruimtegebruik door hogere bebouwingsdichtheid, verschuiving fsi van 0,6 naar minmaal fsi 1,0 Reductie van 300.000 m2 bvo naar 125.000 m2 bvo door meer werkgelegenheidsintensieve bedrijven Uitsplaatsing van circa 25 milieuhinderlijke bedrijven Mogelijkheden voor leisure en commerciele voorzieningen nader in te vullen Verbetering OV nader in te vullen. Nieuw Station Binckhorst Ondertunneling / ongelijkvloerse kruisingen op de Binckhorstlaan Schenkverbinding koppelen aan Binckhorstlaan

Woningbouwprogramma

Verbetering OV

RandstadRail Lijn 11 Verlengen station Voorburg Binckhorstlaan als stadsstraat, geen ondertunneling Doortrekken Neherkade naar A12, aansluiten op doortrekken Van Waldorpstraat tot aan Maanweg/Regulusweg Verbetering oversteekbaarheid Trekvliet voor langzaamverkeer Aansluiting Schenkkade op Trekvliettrace

Ingrepen infrastructuur

35

Groen, water duurzaamheid

Versterken oost-westelijke groenstructuur Versterken bomenstructuur Verbinden van waterstructuren en voorzien in voldoende waterberging Duurzaamheid op stedenbouwkundig en gebouwniveau -

Versterken oost-westelijke groenstructuur Transformatie begraafplaats naar park

Grondposities

Hoofdzakelijk gemeentelijke eigendom Geen dominantie positie private eigenaren In omgeving haven veel bezit Vestia

36

Binckhorst

Colofon
Dit boekje is een product van Dienst Stedelijke Ontwikkeling 1 maart 2006 Beeldmateriaal van: DSO De Ruimtestudio, Remco Reijke Jo Coenen & Co JHK Architecten Quadrat, Atelier voor stedebouw, landschap en architectuur BGSV Bureau voor Stedebouw e.a.