EVALUATIERAPPORTAGE REVITALISERING BEDRIJVENTERREINEN 2002 Samenvatting In het Basisakkoord 1999 – 2003 is een bedrag van € 4.538.

000,00 beschikbaar gesteld voor de revitalisering van bedrijventerreinen. De taakstelling is opgenomen om in deze periode 200 ha bedrijventerrein te revitaliseren. Naar verwachting zal aan het eind van dit jaar hieraan zijn voldaan. Doelstelling van revitalisering is om tot een duurzame verbetering van het vestigingsklimaat op verouderde bedrijventerreinen te komen. Revitaliseringsprojecten zijn complex, vergen veel overleg met alle betrokkenen en zijn zeer kostbaar. De gemeente is de trekker en de Provincie stimuleert dit proces en faciliteert met kennis en ervaring en met financiële middelen. Deze evaluatierapportage geeft inzicht in de knelpunten, de bereikte effecten en mogelijke aanbevelingen voor de toekomst. Aan de hand van de kernpunten van het provinciale revitaliseringsbeleid voor bedrijventerreinen worden de bereikte effecten tengevolge van de revitaliseringsmaatregelen beschreven. Zo wordt er 11 ha directe ruimtewinst geboekt op de korte termijn, terwijl er op de langere termijn nog meer ruimtewinst in het verschiet ligt. Milieuwinst wordt er geboekt ten aanzien van de meer traditionele aspecten als bodem en geluid. Bij alle projecten wordt sterk ingezet op het toekomstig beheer van de terreinen. Ook in de toekomst zal de Provincie hier samen met LIOF BT nauw bij betrokken blijven. De Provincie vervult een belangrijke rol bij het initiëren van de projecten. Het draagvlak bij gemeenten en ondernemers voor revitalisering is sterk toegenomen. Dit laatste mede dankzij de provinciale- en rijkssubsidiemogelijkheden. Op basis van een knelpuntenanalyse wordt een tiental aanbevelingen gedaan voor de toekomst. Een van de belangrijkste aanbevelingen is om te komen tot regionale herstructureringsprogramma's. De evaluatierapportage wordt afgesloten met vooruitblik op de tweede fase revitaliseringsbeleid 2003 – 2007. Een zeer recente inventarisatie wijst uit, dat er buiten de lopende revitaliseringsprojecten nog een opgave in Limburg van ca. 1500 ha. ligt. Een verdubbeling van de provinciale inspanning ligt voor de hand. Voor deze periode zou een taakstelling om 400 ha bedrijventerrein te revitaliseren aan de orde kunnen zijn. Een provinciaal budget van circa € 9.000.000,00 is hiermee gemoeid. Aanleiding In 1999 is een start gemaakt met het provinciale revitaliseringsbeleid voor verouderde bedrijventerreinen. In april 2000 zijn de beleidskaders vastgesteld en de majeure projecten benoemd. Aan de provinciale taakstelling om in de eerste fase van het provinciale revitaliseringsbeleid 200 ha te revitaliseren, zal naar verwachting aan het eind van dit jaar ruimschoots zijn voldaan. Eind van dit jaar zullen tevens de beschikbare gelden à € 4.540.000,00 voor de periode 1999 – 2003 zijn uitgeput. Er is inmiddels bij veel gemeenten en ondernemers een breed draagvlak ontstaan voor revitalisering. Dit is ook gebleken uit een globale provinciale inventarisatie, waaruit een totale Limburgse opgave aan nog te revitaliseren bedrijventerrein van zo'n 1900 020911-0193

2

ha. blijkt. Voldoende aanleiding om het ontwikkelde en uitgevoerde beleid van de afgelopen jaren te evalueren en de contouren voor de aanpak van de tweede fase voor revitalisering te schetsen. Opbouw Deze evaluatie zal achtereenvolgens ingaan op: 1. wat wilden we bereiken (kernpunten van het provinciale revitaliseringsbeleid, en op welke wijze dit is aangepakt (aanpak), nadere uitwerking opgenomen in bijlage 1); 2. wat is de situatie nu (huidige stand van zaken projecten, nadere uitwerking opgenomen in bijlage 2); 3. wat hebben we bereikt (effecten); 4. welke knelpunten c.q. aandachtspunten zijn we tegengekomen (meer uitgebreide knelpuntenanalyse in bijlage 3) en welke aanbevelingen levert dat op (conclusies met betrekking tot de provinciale beleidskaders); 5. hoe verder? (contouren tweede fase provinciale revitaliseringsbeleid); 1. WAT WILDEN WE BEREIKEN ? (KERNPUNTEN BELEID)

In het Basisakkoord 1999 – 2003 is revitalisering van bedrijventerreinen als een prioritair onderdeel opgenomen. Als taakstelling is in het Basisakkoord opgenomen om tenminste 200 ha verouderd bedrijventerrein te revitaliseren. Er wordt vanuit gegaan dat dat een tekort zal opleveren van circa € 22.500.000,00. Voor deze eerste fase van revitalisering hebben Provinciale Staten een budget vrijgemaakt van circa € 4.540.000,00 (incl. onderzoeksmiddelen van circa € 227.000,00). Het beleid zoals verwoord in het Basisakkoord is verder uitgewerkt in de Nota uitwerking revitaliseringsbeleid, vastgesteld in april 2000. De hoofdlijnen van het revitaliseringsbeleid zijn opgenomen in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg, dat in juni 2001 door Provinciale Staten is vastgesteld. Een van de doelstellingen is dat alle bedrijventerreinen in Limburg duurzaam ontwikkeld, ingericht en beheerd moeten worden. Met revitalisering wordt bij uitstek invulling gegeven aan een duurzame ontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen. Een voorwaarde om te komen tot een duurzaam bedrijventerrein is een vorm van samenwerking/ gezamenlijk beheer op het bedrijventerrein. 1.1. Aanpak De Provincie heeft: − geïnventariseerd wat de revitaliseringsproblematiek is in de stedelijke gebieden en in overleg met de gemeenten majeure projecten geselecteerd; − vanaf de eerste start intensieve betrokkenheid bij de majeure projecten en via deelname aan begeleidingscommissies kennis en ervaring ingebracht; − het opstellen van een plan van aanpak als voorwaarde gesteld, waardoor een gestructureerde aanpak verzekerd was;

020911-0193

3

− − −

LIOF BT ingeschakeld om de majeure projecten in de meest brede zin te ondersteunen; financiële middelen ter beschikking gesteld voor de ontwikkeling van de plannen, alsmede de uitvoering ervan; een interne werkgroep revitalisering ingesteld, die zorgdraagt voor beleidsontwikkeling, begeleiding majeure projecten en die voor de interne coördinatie en afstemming verantwoordelijk is; een TIPP-visie opgesteld en op basis hiervan de majeure projecten, die indieningsgereed waren, opgenomen in haar TIPP-programma 's. Deze programma's zijn vervolgens ingediend bij het Ministerie van Economische Zaken.

1.2. Speerpunten revitalisering De Provincie hanteert bij revitalisering een vijftal speerpunten, die moeten bijdragen aan een duurzame verbetering van het vestigingsklimaat: * ruimtewinst/zorgvuldig ruimtegebruik: - directe ruimtewinst (gronden die vrijkomen en opnieuw ingevuld kunnen worden of door bijv. het aanleggen van gemeenschappelijke voorzieningen); - indirecte ruimtewinst: resultaten pas op langere termijn zichtbaar, bijv. hanteren hogere bebouwingsdichtheid of meerlaags bouwen; * milieuwinst: - naast de traditionele onderdelen als bodem, geluid, lucht e.d. - industriële ecologie: energie, water en afval; * profilering/segmentering; * beheer/parkmanagement (incl. samenwerkingsmogelijkheden bedrijven); * mobiliteit/bereikbaarheid. 1.3. Geselecteerde majeure projecten In nauw overleg met de gemeenten zijn zes prioritaire/ majeure projecten in de stedelijke gebieden benoemd: − − − − − − Veegtes in Venlo; Willem Alexander in Roermond; Borrekuil in Sittard/Geleen; Wijgaardsweg/De Koumen in Heerlen; Spekholzerheide in Kerkrade en Beatrixhaven in Maastricht.

1.4. Budget Het beschikbare budget voor de uitvoering van de majeure projecten bedraagt € 4.310.000,00. Om al bij de start van een revitaliseringsproject als Provincie rechtstreeks te kunnen stimuleren in onderzoek en planontwikkeling is een onderzoeksbudget beschikbaar. Het onderzoeksbudget bedraagt ca € 227.000,00. Daarnaast is het beleid van de Provincie erop gericht zoveel mogelijke andere subsidiebronnen aan te boren als Tender InvesteringsProgramma Provincies (TIPP), 020911-0193

4

susbsidies in het kader van Grote Stedenbeleid, EFRO, Integrale Stedelijke Vernieuwing (ISV) en Duurzame Bedrijventerreinen (NOVEM). Een verdere uitwerking van bovengenoemde kernpunten, alsmede van de verdere uitwerking van de concrete aanpak van het provinciale beleid is opgenomen in bijlage 1.

020911-0193

5

2. WAT IS DE SITUATIE NU ? 2.1. Stand van zaken majeure projecten
ca 3 mnd. ca 9 mnd. tot 1, 5 jaar planplan ontwikvan aanpak keling 6 mnd. Max. 1,5 jaar Max. 5 jaar Uitvoering Start uitvoering januari 2003 TIPP-besluit verwachting december 2002 TIPP-besluit verwachting december 2002 TIPP-besluit verwachting december 2002 Concept plan van aanpak gereed Opmerkingen

Projecten
Willem Alexander Roermond Veegtes Venlo Wijngaardsweg Heerlen Spekholzerheide Kerkrade Borrekuil Sittard/Geleen Beatrixhaven in Maastricht

TIPP-besluit Uitvoerings gereed maken X

X X X X

Nog niet gestart

Een verdere uitwerking is opgenomen in bijlage 2. 2.2. Financiële stand van zaken Totale Opbrenginvestesten ringen in € in € Venlo 1 14.887.877 4.235.625 R'rmond 8.830.563 2.722.681 Heerlen 8.050.759 1.982.000 Kerkrade 808.000 n.v.t. Totaal 32.577.199 8.910.306 gemeentelijke bijdrage in € 4.199.252 1.678.988 1.742.190 282.800 7.903.230 provinciale bijdrage in € 1.603.165 1.433.945 270.332 282.800 3.590.242 TIPPbijdrage in € 4.396.835 2.722.681 2.409.868 n.v.t. 9.529.384 Overige subs. EFRO/GSB/ ISV etc. 453.000 272.268 1.646.369 242.400 2.614.037

2

Tegenover de investeringen van ruim € 32.000.000,00 staan opbrengsten van bijna € 9.000.000,00 (uit verkoop van grond). Het totale tekort bedraagt ca € 23.000.000,00. Dit wordt gefinancierd door een subsidiestroom van ca € 15.000.000,00 ( waarvan € 3.500.000,00 van de Provincie) en gemeentelijke bijdragen van bijna € 8.000.000,00. In het Basisakkoord werd ervan uitgegaan dat het verschil in kosten en opbrengsten voor 200 ha te revitaliseren terrein ca € 22.500.000,00 zou bedragen. Deze inschatting is nu dus in de praktijk bevestigd (ruim € 100.000,00/ha).

1 2

cijfers inclusief prijscompensatie Uit provinciale middelen voor revitalisering werd voorts een bijdrage van ca. € 680.000,00 aan de gemeente Echt toegekend ten behoeve van de revitalisering van De Loop.

020911-0193

6

3. WAT HEBBEN WE BEREIKT ? (EFFECTEN) 3.1. Effecten aan de hand van de provinciale speerpunten De voorgestelde maatregelen hebben de volgende effecten: Ruimtewinst/zorgvuldig ruimtegebruik Hierbij kan onderscheid worden gemaakt naar directe ruimtewinst en indirecte ruimtewinst. Bij de projecten in Venlo, Roermond en Heerlen is in totaal 11 ha * directe ruimtewinst geboekt, m.n. door het beschikbaar krijgen van strategische grondreserves of bedrijfsverplaatsingen. In Venlo en Heerlen worden bedrijven door de gemeente aangekocht en wordt de locatie opnieuw ontwikkeld. In Kerkrade, Venlo en Roermond kan aan gevestigde bedrijven uitbreidingsruimte worden geboden. Directe ruimtewinst kan bovendien nog verkregen worden door het creëren van gemeenschappelijke voorzieningen. Op terreinen in Roermond en Kerkrade worden gemeenschappelijke voorzieningen voor (vrachtwagen)parkeren gecreëerd. Op alle terreinen is de realisatie van een bedrijfsverzamelgebouw een aandachtspunt. De ruimtewinst uit gezamenlijke voorzieningen is echter moeilijk in ha's uit te drukken. * Indirecte ruimtewinst wordt geboekt door bij alle projecten in het bestemmingsplan een verhoging van de bebouwingsdichtheid en de bebouwingshoogte op te nemen. Dit zal echter pas op langere termijn zijn effecten hebben. Een van de belangrijkste effecten van de kwaliteitsverhoging van het terrein zal zijn dat de ondernemers minder behoefte aan verhuizing naar een nieuw bedrijventerrein hebben. Op termijn zal de behoefte aan nieuwe bedrijventerreinen tengevolge van de revitalisering van verouderde bedrijventerreinen verminderen. Milieuwinst Bij alle projecten is het draagvlak voor mogelijke duurzaamheidsmaatregelen geïnventariseerd. Gebleken is dat o.a. gezamenlijke afvalinzameling (Roermond, Heerlen, Venlo), gezamenlijke energie-inkoop (Heerlen, Roermond, Venlo) en vervoersmanagement (Roermond, Venlo, Kerkrade) goed scoren. Hiervoor worden concrete haalbaarheidsstudies gestart. Op twee terreinen wordt een geluidswal langs het terrein aangelegd (Roermond en Kerkrade), waardoor er meer geluidsruimte op de terreinen ontstaat. Aanleg van waterbuffers (Kerkrade), verbetering retentiefunctie bermen (Kerkrade), ondernemerscursus voor transportbedrijven (Kerkrade) en rioolafkoppeling van hemelwater (Venlo) komt op twee locaties voor. Op de diverse herontwikkelingslocaties (Venlo, Heerlen) wordt de bodem gesaneerd. Bij alle projecten worden de zgn. Du(uurzaam)bo(uwen)-richtlijnen gehanteerd. Profilering/segmentering De ervaring heeft geleerd, dat een grote omslag in het functieprofiel van het bedrijventerrein bij revitalisering niet aan de orde is. Wel kan voor een gedeelte van het terrein een profielwijziging worden ingezet, waarvan verwacht wordt dat die op (langere) termijn uitstralingseffecten heeft op de rest van het terrein. In Venlo en Heerlen gaat het om het mogelijk maken van de vestiging van meer hoogwaardige en kleinschalige bedrijvigheid. In Roermond om het mogelijk maken van havengebonden activiteiten. 020911-0193

7

Deze herontwikkelingslocaties leiden tot een duidelijkere profilering van het terrein, tot een verbetering van het imago en een meer representatieve uitstraling van het terrein naar buiten toe. Een beeldkwaliteitsplan kan een goed instrument zijn om deze processen in de loop van de tijd te ondersteunen. Bij alle projecten wordt een dergelijk beeldkwaliteitsplan opgesteld. Beheer Bij alle projecten is er aandacht voor beheer: de noodzaak ervan wordt door alle betrokken partijen onderschreven. Gedurende de loop van het revitaliseringsproces ontstaat meer draagvlak voor samenwerking tussen ondernemers. In Roermond en Kerkrade, waar nog geen ondernemersvereniging voor het terrein aanwezig was, zijn initiatieven daartoe ontstaan. Er lopen bij de verschillende gemeenten diverse onderzoeken naar de mogelijkheden voor parkmanagement. De projecten in Heerlen en Kerkrade hebben qua beheer een vervolg in het lopende project Parkstad "Beheer en revitalisering bedrijventerreinen". Daarnaast is op beide revitaliseringslocaties in Parkstad een bedrijventerreinenmanager werkzaam, die o.a. draagvlak voor de organisatie van het beheer kweekt. In Venlo start binnenkort een studie naar de mogelijkheden voor parkmanagement voor alle gemeentelijke bedrijventerreinen. Venlo wil aan het parkmanagement de uitvoering van maatregelen in het kader van duurzaamheid koppelen. In Roermond is de afspraak gemaakt met REO, Provincie en LIOF BT, dat in samenwerking met LWV gewerkt gaat worden aan het nader vormgeven van beheer. Mobiliteit/bereikbaarheid De externe bereikbaarheid wordt verbeterd door aanleg van rotondes of verbeteringen van belangrijke kruispunten (Heerlen, Venlo). In alle projecten zitten verbeteringen van de interne bereikbaarheid door herinrichting van straten of aanleg van nieuwe ontsluitingswegen (Heerlen, Venlo, Roermond), parkeerplaatsen (langs wegen danwel gemeenschappelijke voorzieningen) en fietspaden (Kerkrade). De maatregelen zijn zodanig van karakter dat ook de verkeersveiligheid wordt verbeterd. In alle gevallen is eveneens sprake van verbetering van riolering en afwatering en wordt een kwalitatieve verbetering van de openbare ruimte door herinrichting van straten en aanleg of verbetering van groenvoorzieningen bereikt. Het aantal modaliteiten blijft op alle terreinen gelijk: wel wordt in Roermond ingezet op een versterking van het multimodale karakter. In Roermond, Venlo en Kerkrade worden haalbaarheidsstudies naar de mogelijkheden van vervoersmanagement verricht. 3.2. Overige effecten Rol Provincie Door gemeenten te vragen voor hun majeur project een plan van aanpak op te stellen, dat aan specifieke provinciale voorwaarden voldoet, is een gestructureerde en integrale aanpak van het project verzekerd. Via dit middel geeft de Provincie sturing aan het revitaliseringsproces en komen de provinciale doelstellingen tot hun recht. Zonder de initiërende en stimulerende rol van de Provincie zouden projecten in Heerlen en Venlo zeker niet op korte termijn zijn gestart. De rol van de Provincie bij de financiële ondersteuning van de projecten via eigen middelen danwel TIPP of EFRO, is 020911-0193

8

onmisbaar om projecten ook economisch uitvoerbaar te maken. Het feit, dat de Provincie direct aan de start van het project financiële ondersteuning kon verlenen in onderzoeken ten behoeve van de planontwikkeling heeft stimulerend gewerkt. Voorts kon door deelname van de Provincie in de begeleidingscommissies van vier majeure projecten kennis en ervaring worden opgebouwd, waar alle projecten op hun beurt van profiteerden. Ook de door Provincie en LIOF BT georganiseerde werkconferenties hebben daaraan bijgedragen. De inschakeling door de Provincie van LIOF BT heeft er toe bijgedragen, dat een aantal concrete knelpunten op het gebied van capaciteit bij de gemeenten ten behoeve van de revitaliseringsprojecten kon worden opgelost. Draagvlak gemeenten Mede dankzij het provinciale revitaliseringsbeleid is de revitalisering bij veel gemeenten gaan leven. Sommige gemeenten, die afgelopen jaren een majeur project hebben gehad, zijn zodanig enthousiast over het resultaat dat zij nu een meerjarenprogramma voor revitalisering willen gaan ontwikkelen. Ook bij de gemeenten die tot op heden niet in aanmerking kwamen voor de status van majeur project is er grote belangstelling voor revitalisering ontstaan. Afgelopen jaren hebben diverse gemeenten herhaaldelijk geïnformeerd naar subsidiemogelijkheden voor hun revitaliseringsprojecten en zij hebben soms al concrete plannen ontwikkeld. Er kan dus nu een belangrijke doorstart worden gemaakt met het provinciale revitaliseringsbeleid. Draagvlak ondernemers Effect van een revitaliseringstraject is dat het draagvlak bij ondernemers voor revitalisering sterk is gegroeid. De ondernemers zijn bij de projecten van meet af aan betrokken en maken zonodig op aandringen van de Provincie onderdeel uit van de projectorganisatie (begeleidingscommissies). Voor alle projecten zijn enquêtes gehouden bij de ondernemers om te inventariseren, welke knelpunten worden ondervonden. In de diverse begeleidingscommissies is samen met de ondernemers gezocht naar mogelijke oplossingen. Het draagvlak van de ondernemers is derhalve een belangrijke basis voor de revitaliseringsplannen. De betrokkenheid van de ondernemers bij het bedrijventerrein in zijn totaliteit is groter geworden. Dit alles draagt ertoe bij dat de geneigdheid van de ondernemers om naar een andere locatie te verhuizen afneemt. Subsidies De subsidiestromen en m.n. TIPP hebben als effect, dat het revitaliseringsproces onder hoge tijdsdruk komt te staan. De ervaring leert, dat deze tijdsdruk een positief katalyserende werking heeft op het verloop van het proces en projecten hierdoor in een stroomversnelling komen. 4. KNELPUNTEN/AANDACHTSPUNTEN EN AANBEVELINGEN Op basis van gesignaleerde knelpunten bij de ontwikkeling van de majeure projecten wordt een aantal aanbevelingen gedaan. (Een uitgebreide Knelpuntenanalyse is opgenomen in bijlage 3) 4.1. Beleid 020911-0193

9

Regionale samenwerking Knelpunt/aandachtspunt 1: Indien er geen regionale afstemming plaatsvindt kunnen revitaliseringsprojecten concurrentie ondervinden van nieuwe bedrijventerreinen in de regio. Aanbeveling 1: Het is van belang bij de aanwijzing van majeure projecten als voorwaarde op te nemen, dat het revitaliseringsproject in regionaal verband is afgestemd. Regio's waar reeds een dergelijke samenwerking is geïnstitutionaliseerd, danwel die voornemens zijn daartoe op korte termijn over te gaan hebben de voorkeur. Deze aanpak past eveneens binnen het toekomstig rijksbeleid om tot regionale herstructureringsprogramma's te komen. Dit betekent overigens, dat mits er sprake is van regionale afstemming, ook andere dan stedelijke bedrijventerreinen in aanmerking zouden kunnen komen voor de status van majeur project. Gemeentelijke prioriteitstelling Knelpunt/aandachtspunt 2: Tengevolge van onvoldoende gemeentelijke prioriteitstelling komen projecten niet van de grond. Aanbeveling 2: Op grond van het feit, dat alleen projecten van de grond komen, die een nadrukkelijke gemeentelijke prioriteit (aantoonbaar bestuurlijk draagvlak middels het vrijmaken van voldoende middelen en capaciteit) hebben, dient dit als belangrijkste criterium opgenomen te worden bij de selectie van majeure projecten. Provinciale speerpunten * Ruimtewinst/zorgvuldig ruimtegebruik Knelpunt 3/aandachtspunt: De directe ruimtewinst op korte termijn is beperkt. Aanbeveling 3: Projecten niet alleen toetsen aan directe ruimtewinst, maar effecten op lange termijn bekijken, bijv. afname verhuisgeneigdheid bedrijven. Het verdient aanbeveling om dit proces te monitoren. * Milieuwinst Knelpunt/aandachtspunt 4: Projecten op het gebied van samenwerking tussen bedrijven onderling komen nog onvoldoende van de grond. Aanbeveling 4: Met name samenwerking tussen bedrijven op het gebied van water, energie en afval (industriële ecologie) komt moeizaam van de grond. Dit komt omdat niet direct duidelijk is wat het voordeel voor de bedrijven is. Hiernaar zal onderzoek uitgevoerd moeten worden. Het revitaliseringsplan is voor dergelijke specifieke duurzaamheidsmaatregelen, die vooral betrekking hebben op samenwerking van bedrijven niet het geëigende kader om deze van de grond te krijgen. Dergelijke 020911-0193

10

projecten hebben een betere kans van slagen, wanneer ze in het kader van beheer/parkmanagement uitgewerkt worden. (Zie ook onder beheer). * Profilering/segmentering Knelpunt/aandachtspunt 5. Het ontwikkelen van herontwikkelingslocaties stuit op problemen vanwege onvoldoende financiële mogelijkheden om bedrijfsverplaatsingen te realiseren. Aanbeveling 5. De TIPP-regeling zou de kosten van bedrijfsverplaatsingen voor een groter deel dan tot nu toe mee moeten kunnen nemen in de subsidiabele kosten, waardoor het mogelijk wordt meer herontwikkelingslocaties ook daadwerkelijk te realiseren. De Provincie zal dit via IPO en Ministerie Economische Zaken proberen te bewerkstelligen. * Beheer Knelpunt/aandachtspunt 6. Beheer/parkmanagement op bestaande bedrijventerreinen is moeilijk van de grond te krijgen. Aanbeveling 6. Provincie krijgt meer grip op het ontstaan van organisatie van beheer door bij de subsidietoekenning aanvullende voorwaarden op te nemen inzake het overleggen van een beheersplan, waarin een stappenplan is opgenomen over de wijze waarop men tot dat beheer wil komen, hoe men dat concreet wil vormgeven en op hoe de betrokkenheid van de ondernemers is geregeld (zo mogelijk in convenantvorm). Voor wat betreft de uitvoering van het beheersplan zou als verplichting kunnen worden opgenomen, dat de gemeente ook daadwerkelijk overgaat tot uitvoering van het beheersplan voor minimaal het openbaar gebied. LIOF BT zou mogelijk namens de Provincie kunnen worden betrokken bij de feitelijke organisatie van het beheer. De Provincie draagt samen met LIOF BT zorg voor uitwisseling van kennis en ervaring op het gebied van beheer/parkmanagement. Behalve via inbreng van kennis en ervaring worden er bij de Provincie momenteel voorstellen ontwikkeld om de ontwikkeling van beheer/parkmanagement bij majeure projecten ook financieel te ondersteunen (haalbaarheidsstudies en/of kosten bedrijventerreinmanager). Er worden ook voorstellen ontwikkeld om bij revitaliseringsprojecten naast onderhoud en beheer openbare ruimte (groen, verharding, water, terreinbeveiliging en bebording) ook faciliteiten voor bedrijfsprocessen (collectief afvalmanagement en afvalverwijdering, gezamenlijke inkoop energie, alsmede beveiliging) onderdeel te laten uitmaken van het minimumpakket. Verdere samenwerkingsmogelijkheden op het gebied van duurzaamheid zullen in het kader van beheer/parkmanagement worden onderzocht. 4.2. Aanpak Rol LIOF BT Knelpunt/aandachtspunt 7. De rol van LIOF BT als procesmanager wordt in de praktijk anders ingevuld. Bij de ontwikkeling van nieuwe terreinen als Holtum Noord e.d. heeft LIOF BT deze rol op zich genomen. Bij revitalisering ligt dat wat anders, omdat in dergelijke projecten de gemeente de trekkersrol heeft. Aanbeveling 7. 020911-0193

11

De rol van LIOF BT dient een flexibele invulling te krijgen al naar gelang de behoefte van de gemeente. De betrokkenheid van LIOF BT in de uitvoerings- en beheersfase zou mogelijk via het opnemen van aanvullende voorwaarden bij de subsidietoekenning geregeld kunnen worden. De Provincie zal voorts in overleg met LIOF BT gaan in verband met financiële participatie door LIOF in herontwikkelingslocaties. Rol ondernemers Knelpunt/aandachtspunt 8. Investeringen van ondernemers op eigen terrein en deelname van ondernemers aan parkmanagement is onvoldoende geregeld. Aanbeveling 8. Als aanvullende voorwaarde bij de subsidietoekenning kan opgenomen worden, dat er een convenant tussen ondernemers en gemeente wordt overgelegd, waarin een stappenplan is opgenomen om tot een georganiseerd beheer van het bedrijventerrein te komen. In het kader van dit beheer kunnen ook afspraken worden gemaakt over de investeringen op eigen terrein, die van de ondernemers worden verwacht. Gestructureerde aanpak Knelpunt/aandachtspunt 9. Een project komt niet van de grond als er geen sprake is van een gestructureerde aanpak. Aanbeveling 9. De gestructureerde aanpak dient voortgezet te worden. Dit betekent dat de gemeente in overleg met de Provincie een plan van aanpak ontwikkelt en een verantwoordelijk projectleider aanwijst. Uitvoering projecten Knelpunt/aandachtspunt 10. De overgang van ontwikkelingsfase naar uitvoeringsfase verloopt moeizaam. Aanbeveling 10. Nog vóór de subsidietoekenning maken Provincie, LIOF BT en gemeente afspraken over de organisatie en planning van de uitvoering van het project. Dit betekent dat in ieder geval LIOF BT namens de Provincie bij de bewaking van de voortgang van de projecten is betrokken. Deze afspraken zouden bij de subsidietoekenning als aanvullende voorwaarde kunnen worden opgenomen. LIOF BT rapporteert de voortgang in de werkgroep revitalisering. Economische uitvoerbaarheid en subsidie-instrumentarium Knelpunt/aandachtspunt 11. Zonder substantiële bijdragen van Rijk, Provincie en andere overheden zijn revitaliseringsprojecten economisch niet uitvoerbaar. Aanbeveling 11. De revitaliseringsaanpak van de Provincie, die in 1999 van start is gegaan, heeft geleid tot een viertal revitaliseringsprojecten met een totale oppervlakte van circa 200 ha. Indien deze aanpak wordt doorgezet zal een versterkte financiële inzet van de Provincie en alle andere betrokken partijen noodzakelijk zijn. Gezien de taakstelling van 1900 ha. voor heel Limburg zal een veelvoud van middelen vanuit de Provincie en andere betrokkenen de komende jaren ter beschikking moeten komen om de gemeentelijke revitaliseringsprojecten ook economisch uitvoerbaar te maken. 020911-0193

12

5. HOE VERDER ? (CONTOUREN TWEEDE FASE) 5.1. De provinciale opgave 2003 tot 2007 De aanpak eerste fase heeft zijn vruchten afgeworpen. Er is aan de taakstelling van 200 ha.te revitaliseren bedrijventerrein voldaan. Sedert 1999 is voor ruim 400 ha.aan revitaliseringsplannen (vier majeure projecten, Roerstreek Noord in Roermond en De Loop in Echt) ontwikkeld en is de uitvoering daarvan financieel verzekerd. In 1999 werd er vanuit gegaan, dat er in de stedelijke gebieden van Limburg een totale opgave lag van 1200 tot 1500 ha. Desondanks blijkt uit een recente inventarisatie, dat de totale opgave nog steeds onverminderd 1500 ha. bedraagt. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door het feit, dat steeds meer gemeenten het belang van revitalisering zijn gaan inzien en initiatieven en zelfs concrete plannen ontwikkelen. Anderzijds zijn met het oog op regionale samenwerking ook een aantal omliggende gemeenten van de stedelijke gebieden meegenomen. Er blijft dus een omvangrijke revitaliseringsopgave de komende jaren. Voor de resultaten van de inventarisatie wordt verwezen naar bijlage 5. Het is dan ook zaak nu de gemeenten net op "stoom" gekomen zijn met hun ideeën voor revitalisering om niet het mes in het varken te laten steken, maar integendeel een forse doorstart te maken: revitaliseringsaanpak tweede fase. Als ambitie voor de tweede fase is het mogelijk om in de komende Statenperiode de taakstelling voor revitalisering te verdubbelen tot 400 ha. bedrijventerrein. Afgezet tegen het budget en de opgave van voorgaande periode zou dat een budget vergen voor de periode 2003 tot 2007 van ca. € 9.000.000,00. Ook op rijksniveau wil men eveneens een voortzetting van het revitaliseringsbeleid voor verouderde bedrijventerreinen. De Staatssecretaris heeft onlangs het zogenaamde Actieplan Herstructurering naar de Tweede Kamer gezonden. Nu echter onlangs een nieuw Kabinet is aangetreden is nog niet duidelijk of het nieuwe Kabinet dezelfde accenten zal leggen. De meest relevante onderdelen van het actieplan zijn opgenomen in bijlage 4. 5.2. Vooruitblik Uit de conclusies voor de provinciale beleidskaders is gebleken, dat gemeentelijke prioriteitstelling van doorslaggevend belang is voor het slagen van het project. Alle in de lijst van bijlage 5 opgenomen projecten scoren daar op. Uit deze lijst blijkt dat er relatief veel initiatieven liggen in Noord- Limburg, Westelijke-Mijnstreek en Parkstad. Regionale samenwerking is eveneens genoemd als een belangrijke voorwaarde vanuit provinciaal, maar ook rijksbeleid. In de regio's Parkstad (Masterplan Revitalisering is nagenoeg gereed) en Westelijke-Mijnstreek (initiatieffase) bestaat reeds samenwerking op het gebied van bedrijventerreinen. Ook in Midden-Limburg wordt samengewerkt op het gebied van bedrijventerreinen (REO). REO legt echter momenteel de prioriteit bij de uitvoering van in 2001 gehonoreerde projecten. In Weert en Venray geeft men op middellange termijn prioriteit aan revitalisering. In Venlo/Tegelen wordt er aan gedacht om een meerjarig herstructureringsprogramma op te stellen. Hiermee zal 020911-0193

13

echter niet onmiddellijk gestart worden, omdat men op korte termijn prioriteit bij de uitvoering van Veegtes legt. De gemeente Helden heeft concrete plannen om samen met omliggende gemeenten een regionale aanpak voor bedrijventerreinen incl. revitalisering op te stellen. In de overige Limburgse regio's liggen (nog) geen initiatieven tot samenwerking op het gebied van revitalisering. Afgelopen jaren is er veel energie in gestoken om revitalisering in Maastricht van de grond te krijgen. Afgewacht zal worden of deze regio nu zelf het initiatief ter hand zal nemen. Wij gaan er derhalve van uit, dat in regio's, waar wordt samengewerkt, regionale herstructureringsprogramma's opgesteld zullen gaan worden, die mogelijk onderdeel worden van toekomstige regionale bedrijventerreinenplannen. Revitaliseringsprojecten die onderdeel uitmaken van een regionaal herstructureringsprogramma kunnen in aanmerking komen voor de majeure status. De regio's krijgen dus zelf de gelegenheid projecten voor te dragen, die de hoogste prioriteit hebben en de grootste kans van slagen.

020911-0193

14

BIJLAGE 1 KERNPUNTEN PROVINCIAAL BELEID 1.1. Beleidsinhoud Onder revitalisering wordt verstaan: een functioneel verouderd bedrijventerrein aanpassen aan de moderne en toekomstige vestigingseisen van bedrijven. Dit alles vanuit een integrale aanpak (economie, ruimte, milieu, verkeer en vervoer), waarbij de inpassing van duurzaamheidsaspecten bijdraagt aan het voorkomen van functionele veroudering in de toekomst. Uitgangspunt van revitalisering is dat de bedrijventerreinfunctie wordt gehandhaafd. Speerpunten De Provincie hanteert een vijftal speerpunten, die moeten bijdragen aan een verbetering van het vestigingsklimaat: Per speerpunt wordt aan de volgende revitaliseringsmaatregelen gedacht: * ruimtewinst/zorgvuldig ruimtegebruik door realiseren bedrijfsverplaatsingen, strategische reserves beschikbaar krijgen, leegstand opheffen, creëren van uitbreidingsruimte voor bedrijven, het treffen van gemeenschappelijk voorzieningen, meerlaags bouwen etc.; * milieuwinst door milieuruimte efficiënter benutten, treffen van geluidwerende voorzieningen, oplossen bodemproblematiek, specifieke water- (duurzaam beheer, besparing en benutting regenwater), afval- (emissie en preventie) of energievoorzieningen (duurzame opwekking en besparing) e.d.; * duidelijke profilering/segmentering door middel van bedrijfsverplaatsingen, herontwikkeling locaties leidt tot verbetering imago, presentatie naar buiten toe; * ontwikkeling van beheer: door het in gang zetten van een traject voor beheer/parkmanagement, samenwerking gemeenten en ondernemers, opzetten ondernemersvereniging e.d.; * mobiliteit/bereikbaarheid door middel van een verbeterde interne en/of externe ontsluiting, oplossen van parkeerproblematiek, toename verkeersveiligheid, mogelijkheden creëren voor vervoersmanagement, verbeteren riolering/afwatering, kwalitatieve verbetering openbare ruimte door herinrichting straten, aanleg/verbetering groenvoorzieningen, optimalisatie goederenstromen en dergelijke 1.2. Majeure projecten In nauw overleg met de gemeenten zijn de prioritaire/majeure projecten bepaald, waarbij is gekozen voor locaties, die in het stedelijk gebied zijn gelegen. In deze gebieden is de ruimtedruk het hoogst, hetgeen de kans van slagen van dergelijke projecten doet toenemen. Door te kiezen voor een beperkt aantal majeure projecten kunnen ook substantiële bijdragen per project toegekend worden, waardoor de economische uitvoerbaarheid wordt vergroot. Er zijn 6 majeure projecten benoemd: 020911-0193

15

-

Veegtes in Venlo; Willem Alexander in Roermond; Borrekuil in Sittard/Geleen; Wijgaardsweg/De Koumen in Heerlen; Spekholzerheide in Kerkrade en Beatrixhaven in Maastricht.

De problematiek op de locaties in de stedelijke gebieden is als volgt te typeren aan de hand van de provinciale speerpunten. Ruimtewinst/zorgvuldig ruimtegebruik Het zijn over het algemeen oudere bedrijventerreinen, die dichtbebouwd zijn. Hierdoor valt er weinig ruimtewinst te boeken. De gevestigde bedrijven hebben weinig of geen uitbreidingsruimte meer, terwijl er elders op het terrein strategische reserves liggen of er sprake is van leegstand. Wegens gebrek aan mogelijkheden op eigen terrein wordt veel geparkeerd op openbaar gebied, zonder dat daar goede voorzieningen voor aanwezig zijn. Er vindt veel open opslag plaats, vaak aan de voorzijde van bedrijven en soms zelfs op openbaar gebied. Milieuwinst Deze terreinen kennen veelal diverse soorten milieuproblematiek, zoals bodemverontreiniging en geluidsoverlast, of het ontbreken van voldoende geluidruimte. Specifieke duurzaamheidsvoorzieningen op het gebied van water, energie en afval ontbreken. Profilering/segmentering Regelmatig komt het voor dat er enkele bedrijven niet binnen het gewenste profiel vallen en een negatieve uitstraling op het gehele terrein hebben. Door onduidelijke profilering van het terrein en een slechte representativiteit laat ook het imago en de beeldkwaliteit van dergelijke terreinen sterk te wensen over. Beheer Op dergelijke terreinen vindt meestal geen structureel beheer plaats op het gebied van onderhoud wegen, groen en dergelijke, waardoor een verwaarloosde indruk ontstaat. Bedrijven kennen elkaar vaak nauwelijks en zien derhalve op dit gebied ook geen samenwerkingskansen. Mobiliteit/ bereikbaarheid De externe bereikbaarheid van deze locaties is nog vaak redelijk te noemen. De inrichting van de infrastructuur is inefficiënt en weinig aantrekkelijk. De interne ontsluiting levert knelpunten op zoals een onduidelijke structuur, doodlopende wegen, ontbreken fiets/voetpaden, verkeersonveiligheid. Het ontbreken van ontsluitingswegen kan leiden tot een inefficiënte verkaveling. Parkeerproblematiek is aan de orde van de dag. 1.3 Aanpak Rolverdeling betrokken partijen Gemeente. Ten aanzien van de rolverdeling wordt de gemeente de trekkersfunctie toebedeeld. De gemeente is eindverantwoordelijk voor onderzoek, ontwikkeling , uitvoering en beheer van de revitaliseringsprojecten. De gemeente kan deze bevoegdheid wel overdragen (bijv. gemeenten Roermond en Haelen aan REO Midden Limburg BV). Provincie. 020911-0193

16

De Provincie is intensief betrokken bij de geselecteerde majeure projecten. De rol van de Provincie is initiërend en sturend voor zover het de start van het project en het opstellen van het plan van aanpak betreft. De Provincie vervult een stimulerende rol in de visievorming en planontwikkeling en is hierin zowel inhoudelijk (inbreng kennis en ervaring) als financieel ondersteunend. In de uitvoeringsfase is de rol van de Provincie financieel ondersteunend. De Provincie draagt tevens zorg voor het verwerven van TIPP-subsidies door het opstellen en indienen van een provinciaal programma. De Provincie is via de monitoring in het kader van TIPP en provinciaal subsidie betrokken bij de voortgang van de projecten. Provincie draagt samen met LIOF BT tevens zorg voor de uitwisseling van kennis en ervaring tussen de gemeenten onderling (o.a. door het organiseren van werkconferenties). LIOF BT. LIOF BT heeft de beschikking over specifieke deskundigheid op het gebied van revitalisering. Voor LIOF BT is een rol in het kader van het procesmanagement aan de orde. LIOF BT faciliteert in het gehele proces met kennis en ervaring. LIOF BT is betrokken bij de organisatie van het beheer en bij de uitvoering van de projecten. LIOF BT probeert om de private investeringen op gang te brengen en kan mogelijk participant zijn in herontwikkelingslocaties. Ondernemers. Van de ondernemers wordt betrokkenheid vanaf het begin van het proces verwacht. Zij kunnen knelpunten en oplossingen aandragen. Ondernemers denken mee in de wijze van beheer van het betreffende terrein en pakken zonodig gezamenlijk projecten op. Tijdens de uitvoering wordt van de ondernemers verwacht dat zij investeringen op eigen terrein voor hun rekening nemen en dat zij gaan participeren in het parkmanagement van het terrein. Gestructureerde aanpak De Provincie hecht sterk aan een gestructureerde aanpak vanwege de complexiteit van het revitaliseringsproces. Daarom stelt de gemeente in nauw overleg met de Provincie een plan van aanpak op. Hierin wordt aangegeven: - hoe en met welke partners een visie op het bedrijventerrein ontwikkeld gaat worden; - op welke wijze wordt omgegaan met de provinciale speerpunten van beleid; - de organisatiestructuur van het project (zowel intern als extern); - de fasering van het proces; - de rol van ondernemers; - de wijze waarop draagvlak bij de ondernemers wordt gecreëerd; - beschrijving van de rol van provincie en LIOF BT; - ambtelijke capaciteit die de gemeente beschikbaar heeft; - welke middelen reeds gereserveerd zijn; - onderzoeksbehoefte. Op basis van het vastgestelde plan van aanpak kan de gemeente in aanmerking komen voor onderzoekssubsidie. Budget en subsidie-instrumentarium Het beschikbare budget voor de uitvoering van de majeure projecten bedraagt € 4.310.000,00. Om al bij de start van een revitaliseringsproject als Provincie rechtstreeks te kunnen stimuleren in onderzoek en planontwikkeling is een onderzoeksbudget beschikbaar. Het onderzoeksbuget bedraagt ca. € 227.000,00. Daarnaast is het beleid van de Provincie erop gericht zoveel mogelijke andere subsidiebronnen aan te boren als Tender InvesteringsProgramma Provincies (TIPP), 020911-0193

17

susbsidies in het kader van Grote Stedenbeleid, EFRO, Integrale Stedelijke Vernieuwing en NOVEM. Integrale provinciale aanpak Om de integraliteit van de provinciale aanpak te waarborgen heeft de Provincie een werkgroep Revitalisering Bedrijventerreinen in het leven geroepen onder leiding van de afdeling Economische Infrastructuur en Toerisme, waarin de afdelingen Stedelijke Leefomgeving, Ruimtelijke Inrichting Noord en Mobilteit, alsmede LIOF BT participeren. In deze werkgroep worden de majeure projecten gecoördineerd en op elkaar afgestemd, wordt de voortgang van projecten besproken, worden actuele ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid en revitalisering aan de orde gesteld en worden de beleidskaders geëvalueerd. Vanuit deze werkgroep worden de afzonderlijke leden benoemd in de diverse begeleidingscommissies van de majeure projecten. Enkele malen per jaar wordt aan de portefeuillehouder en de betrokken afdelingshoofden gerapporteerd over de voortgang en wijze van aanpak van de projecten: de zogenaamde voortgangsrapportages revitalisering. De beschikbare capaciteit van de afdelingen Stedelijke Leefomgeving, Ruimtelijke Inrichting Noord en Mobiliteit wordt jaarlijks vastgesteld. Vanuit Economische Infrastructuur en Toerisme is structureel 0,5 fte beschikbaar.

020911-0193

18

BIJLAGE 2 HUIDIGE STAND VAN ZAKEN Willem Alexander in Roermond De voorbereiding en planontwikkeling van Willem Alexander in Roermond is reeds in 2001 afgerond. Deze fase is afgesloten met een toekenning van TIPP-subsidie en een toekenning uit het provinciale revitaliseringsbudget. Het project wordt nu uitvoeringsgereed gemaakt. Veegtes in Venlo, Wijngaardsweg in Heerlen en Spekholzerheide in Kerkrade De majeure projecten in Venlo, Heerlen en Kerkrade zijn qua voorbereiding en planontwikkeling recent afgerond. Inmiddels is voor deze projecten zowel een aanvraag voor TIPP-subsidie als voor provinciale revitaliseringssubsidie ingediend (met uitzondering van Kerkrade, die alleen een verzoek tot provinciaal subsidie heeft gedaan). Naar verwachting zal eind 2002 een beschikking door het Ministerie van Economische Zaken worden afgegeven inzake TIPP, vervolgens kan dan ook de besluitvorming plaatsvinden over het provinciaal subsidie. Voor Kerkrade kan de besluitvorming reeds in september plaatsvinden. Deze drie projecten gaan nu over naar de uitvoeringsfase. Met de uitvoering van de vier bovengenoemde projecten is de provinciale taakstelling om 200 ha te revitaliseren in de eerste fase gerealiseerd. Beatrixhaven in Maastricht Al sinds begin 2000 lopen er ambtelijke gesprekken met de gemeente Maastricht om tot aanwijzing van Beatrixhaven als majeur project te komen. In een bestuurlijk overleg in mei 2000 heeft Maastricht in principe deze status onderschreven. Tot op heden is er ondanks tientallen gesprekken weinig resultaat geboekt. In de loop van de tijd is ook nog bestuurlijke druk op Maastricht uitgeoefend om tot de gewenste prioriteitstelling te komen. De complexiteit en omvang van het project is groot. Geprobeerd is om tot een plan van aanpak en een visie te komen met een gefaseerde aanpak. De gemeente Maastricht wil voor de revitalisering van Beatrixhaven geen aparte (interne) projectorganisatie in het leven roepen. De door Maastricht opgestelde visie is nog niet voldoende om als basis voor een revitaliseringsproject te dienen. In het laatste overleg (april 2002) met Maastricht is afgesproken dat in nauwe samenwerking en overleg met LIOF BT de visie aangepast zou worden. Tot op heden heeft dit geen vervolg gekregen. Borrekuil in Sittard/Geleen In 2001 is ten behoeve van dit revitaliseringsproject een plan van aanpak in concept opgesteld. Dit is in nauw overleg met Provincie en LIOF BT gebeurd. Tot op heden heeft dit project geen vervolg gekregen, omdat cruciaal voor de revitalisering van Borrekuil de verplaatsing van een groot transportbedrijf is. De verplaatsing van dit bedrijf is al vele jaren aan de orde. Behalve veel ambtelijk overleg heeft ook regelmatig bestuurlijk overleg in relatie tot de verplaatsing plaatsgevonden. In de Nota uitwerking revitaliseringsbeleid werd dit majeur project dan ook als een project voor de middellange termijn beschouwd. 020911-0193

19

Budget Bij toekenning van de gevraagde provinciale subsidies door Venlo, Heerlen en Kerkrade zal het provinciale budget eind 2002 reeds zijn uitgeput. In totaal gaat het om een bedrag van € 4.310.000,00 (inclusief een revitaliseringsbijdrage aan De Loop in Echt van € 680.000,00). Voor wat betreft het onderzoeksbudget van circa. € 227.000,00 resteert momenteel nog € 93.483,89.

020911-0193

20

BIJLAGE 3 KNELPUNTENANALYSE In de afgelopen jaren hebben zich een aantal knelpunten voorgedaan. Onderscheid kan worden gemaakt naar de beleidskaders, de majeure projecten (inhoud) en de aanpak van die projecten. 3.1 Beleid Regionale afstemming Bij diverse gemeenten blijkt, dat op vrijkomende gronden mogelijkheden gecrëeerd kunnen worden voor typen bedrijvigheid (met name kleinschalige), waaraan een groot tekort in de regio is (Kerkrade, Heerlen en Venlo). Hieruit blijkt het belang dat bij de planning van bedrijventerreinen zowel de aanleg van nieuwe als de revitalisering van bestaande bedrijventerreinen in ogenschouw moet worden genomen. Door een gedoseerde aanleg van nieuwe bedrijventerreinen worden de kansen van succesvolle revitaliseringsprojecten in de regio vergroot. Regionale samenwerking zoals in Parkstad of in Roermond biedt hier een belangrijke meerwaarde In nog lang niet alle regio's is er echter sprake van een dergelijke regionale afstemming, waardoor afbreuk wordt gedaan aan de kansen van revitaliseringsprojecten. Gemeentelijke prioriteitstelling Bij verschillende majeure projecten kan geconstateerd worden, dat de start moeizaam was (Heerlen en Venlo) of zelfs in het geheel niet van de grond kwam (Maastricht) tengevolge van een (in eerste instantie) te lage gemeentelijke prioriteitstelling. Het ontbreken van voldoende bestuurlijk draagvlak heeft tot gevolg dat er onvoldoende ambtelijke capaciteit vrijgemaakt wordt. Het bestuurlijk én ambtelijk draagvlak hangt overigens nauw samen met de aanzienlijke financiële consequenties voor de gemeente (zie onder subsidiestromen) en de beslaglegging op de ambtelijke capaciteit. Bij verschillende gemeenten waren reorganisaties, al dan niet met gemeentelijke herindeling aan de orde. Daarnaast konden ontstane vacatures vaak moeilijk worden ingevuld. In Venlo en Heerlen werd na langdurig overleg tussen gemeente en Provincie de gevraagde prioritering wel doorgevoerd, waarna de projecten daadkrachtig konden worden opgepakt. In die gevallen waar gemeenten van meet af aan enthousiast waren over de mogelijkheden om tot revitalisering over te gaan, kon het project op voortvarende wijze van start gaan (Roermond, Kerkrade). De ervaring heeft derhalve geleerd, dat zonder uitdrukkelijke gemeentelijke prioriteitstelling projecten niet van de grond komen. 3.2. Projecten Ruimtewinst/zorgvuldig ruimtegebruik Het percentage directe ruimtewinst bedraagt 6%. Als landelijk gemiddelde wordt 10 tot 15% gehanteerd. Dat het percentage directe ruimtewinst in de onderhavige projecten lager uitvalt is te verklaren vanuit het feit, dat zeer dichtbebouwde terreinen in de stedelijke gebieden zijn aangewezen als majeure projecten. Deze projecten kennen relatief weinig braakliggende gronden. De wél aanwezige braakliggende gronden 020911-0193

21

vormen meestal een strategische reserve voor de gevestigde bedrijven, waarvan het bijzonder moeilijk is deze gronden opnieuw voor uitgifte beschikbaar te krijgen. Milieuwinst Er is veel energie in gestoken om het begrip duurzaamheid in de projecten concreet vorm te geven. Voor aandachtspunten als efficiënt ruimtegebruik, multimodaliteit, vervoersmanagement is dat gelukt. Echter voor projecten op het gebied van industriële ecologie blijkt moeilijk draagvlak bij de bedrijven te vinden, zoals blijkt uit de gehouden enquêtes bij ondernemers op de betreffende terreinen. In het kader van het opstellen van het revitaliseringsplan levert dit geen of nauwelijks concrete projecten op. De vraag is ook of het revitaliseringsplan het juiste kader is en het juiste abstractieniveau heeft voor het van de grond krijgen van dergelijke projecten, die gericht zijn op samenwerking tussen bedrijven. Profilering/segmentering Onder 3. Effecten is aangegeven, dat met name de herontwikkelingslocaties een centrale rol spelen in revitaliseringsprojecten en in het bijzonder de profilering van het bedrijventerrein. In Venlo en Heerlen zijn in het ontwikkelingsplan dan ook daadwerkelijk dergelijke ontwikkelingszones opgenomen. In Kerkrade en Roermond zijn deze ontwikkelingszones wel in de visie voor de lange termijn opgenomen, maar niet in het revitaliseringsplan. Reden hiervoor is dat de gemeente de ingrijpende financiële consequenties (nog) niet op zich wil nemen. Ook de TIPP-regeling voorziet hier niet in (zie onder subsidie-instrumentarium). Voor het revitaliseringsplan is dit echter een gemiste kans. Beheer Op bestaande bedrijventerreinen zijn er geen concrete instrumenten om beheer af te dwingen. De behoefte hieraan is groot, omdat zonder een structureel beheer het risico groot is dat de enorme investeringsimpuls door de overheid over circa twintig jaar opnieuw gedaan moet worden. Om de kwaliteit op lange termijn te kunnen waarborgen, dient een zodanige aanpak ontwikkeld te worden dat het beheer ook daadwerkelijk geregeld wordt. Uitwerkingsniveau Indien een financiële onderbouwing van de afzonderlijke maatregelen uit het revitaliseringsplan ontbreekt bestaat het gevaar dat bij de verdere uitwerking en uitvoering van het project de opgestelde ramingen sterk gaan afwijken van de feitelijke situatie, met alle gevolgen bij de definitieve afrekening voor subsidie. 3.3. Aanpak Rol LIOF BT Volgens de Provincie is voor LIOF BT met name een rol weggelegd als procesmanager. In de praktijk is gebleken, dat de gemeenten deze rol in ieder geval in officiële zin voor zichzelf weggelegd zien en wordt LIOF BT formeel niet de ruimte geboden deze rol op te pakken. In de praktijk heeft LIOF BT bij de projecten een algehele ondersteunende rol gespeeld, op onderdelen waar de gemeente behoefte aan had. Dit varieert van het opstellen van het plan van aanpak of de visie-ontwikkeling en het faciliteren daarbij tot het voeren van gesprekken met projectontwikkelaars, ondernemers op het terrein 020911-0193

22

of het opstellen van de TIPP-aanvraag. Naast het op gang brengen van private investeringen verwachten gemeenten van LIOF BT vooral een financiële participatie. Tot op heden is dat niet aan de orde. Rol ondernemers Het draagvlak bij ondernemers groeit gedurende het revitaliseringstraject sterk. Een aantal van de voor de ondernemers belangrijke knelpunten op openbaar terrein wordt opgelost. De (financiële) bijdrage van de ondernemers komt bij de projecten echter nauwelijks aan de orde. In Roermond is wel sprake van een dergelijke bijdrage, maar daar zijn geen feitelijke afspraken over gemaakt. De vraag is ook of een bijdrage aan de ondernemers kan worden gevraagd voor investeringen van de overheid op openbaar terrein. Ook landelijk begint zich steeds meer het beeld af te tekenen, dat het niet gebruikelijk is dat ondernemers bijdragen in de openbare infrastructuur. Wel zou van ondernemers gevraagd kunnen worden om investeringen op eigen terrein te doen. Immers revitalisering dient ook plaats te vinden op de private kavels door bijvoorbeeld aanleg parkeerplaatsen, verwijderen open opslag, groenonderhoud, opknappen gevel etc. Vooralsnog zijn er geen instrumenten om private investeringen van de ondernemers af te dwingen en zal een en ander op vrijwillige basis moeten gebeuren. Gestructureerde aanpak Er zijn gemeenten, die in eerste instantie negatief staan tegenover de gestructureerde aanpak, zoals de Provincie die voorstaat. De gemeente ziet dan het opstellen van het plan van aanpak als onnodige ballast. Ook zijn er gemeenten die problemen hebben met het instellen van een projectorganisatie, omdat men dat niet doelmatig acht. In de praktijk is gebleken, dat gedurende het hele revitaliseringstraject het plan van aanpak een waardevolle basis vormt. Ook van het instellen van de projectorganisatie is inmiddels gebleken, dat het slagvaardig handelen mogelijk maakt. Zonder plan van aanpak met een daarin vastgelegde projectorganisatie met één verantwoordelijke projectleider komt een project niet goed van de grond. Uitvoering projecten Gebleken is, dat de voorbereidings-en planontwikkelingsfase, die inmiddels voor alle majeure projecten is afgesloten, niet automatisch overgaat in de uitvoeringsfase. De ervaring leert, dat de planontwikkeling onder grote druk tot stand komt en dat wanneer de subsidiestromen zijn verzekerd, de snelheid uit het proces verdwijnt. De organisatie tijdens de voorbereidingsfase is niet goed toegerust om ook de uitvoeringsfase te hanteren. Economische uitvoerbaarheid Met de uitvoering van revitaliseringsprojecten zijn vele miljoenen gemoeid, terwijl daar weinig opbrengsten tegenover staan. Er is dus sprake van grote tekorten. Deze zullen door de gemeente, Provincie en Rijk gedekt moeten worden. Het grootste deel van dat tekort komt in het algemeen voor rekening van de gemeente. Indien de gemeente niet bereid is hiervoor grote bedragen te reserveren kan ondanks substantiële subsidiestromen van Rijk en Provincie niet tot een sluitende exploitatie worden gekomen. Maar ook omgekeerd, als de gemeente geen beroep kon doen op substantiële stromen van Rijk en Provincie, zou de uitvoerbaarheid niet verzekerd zijn. 020911-0193

23

Subsidie-instrumentarium Het subsidie-instrumentarium van het Rijk is niet in alle gevallen goed toegesneden op de aard van de problematiek: NOVEM: voor onderzoeken op het gebied van duurzaamheid zijn middelen beschikbaar. De mogelijkheden zijn echter minder ruim dan in het kader van het provinciale budget voor revitaliseringsonderzoeken het geval is. Ook is de procedure bij NOVEM gecompliceerder. Bij enkele projecten zijn de mogelijkheden voor NOVEM-subsidie onderzocht, maar hebben niet tot een aanvraag geleid, omdat niet voldaan werd aan de randvoorwaarden. TIPP: In Venlo en Roermond zijn herontwikkelingszônes in de lange termijnvisie opgenomen. Het is echter voor de gemeente niet (altijd) mogelijk hiervoor op korte termijn financiële middelen vrij te maken, waardoor er onzekerheid bestaat of alle herontwikkelingszônes van de grond komen. Dergelijke ontwikkelingszones impliceren vaak de verplaatsing van enkele bedrijven. De kosten van deze bedrijfsverplaatsingen kunnen echter maar voor een deel worden meegenomen in bijvoorbeeld de TIPP-aanvraag. EFRO/GSB/ISV : De majeure projecten in Venlo en Heerlen komen voor middelen uit het Grote Steden Beleid in aanmerking. Twee gemeenten komen in aanmerking voor Europese middelen (Kerkrade en Heerlen). Bij gemeenten, die geen beroep kunnen doen op dergelijke "extra" stromen, drukt de gemeentelijke bijdrage extra zwaar op de begroting.

020911-0193

24

BIJLAGE 4 ONTWIKKELINGEN OP RIJKSNIVO In april 2002 is het zogenaamde Actieplan Herstructurering door de Staatssecretaris Economische Zaken aan de Tweede Kamer verzonden. Het nieuwe Kabinet zal hierover een besluit moeten nemen. Of de lijn uit het vorige Kabinet doorgezet zal worden is vooralsnog onduidelijk. Relevante kernpunten van het Actieplan Herstructurering zijn: In de periode tot 2010 wil het rijk 10.000 ha verouderd bedrijventerrein herstructureren en voorkomen dat ze snel opnieuw verouderen; het rijk wil afspraken maken over regionale herstructureringsprogramma's; het financieel instrumentarium van het Rijk zal zich met name richten op projecten met een exploitatietekort; het financieel instrumentarium van het Rijk vormt een stimulans voor private partijen om deel te nemen aan herstructureringsprojecten en biedt een stimulans tot samenwerking tussen betrokken partijen binnen economisch samenhangende regio's: het Rijk wil meerjarige zekerheid gaan bieden. De door het Ministerie van Economische Zaken uitgebrachte nota over Parkmanagement is bedoeld als een handreiking voor betrokkenen bij revitaliseringsprojecten. Het belang, dat het Ministerie hecht aan een goede organisatie van het beheer wordt door het uitbrengen van deze nota nog eens onderschreven. Tijdens een werkconferentie van IPO in het voorjaar 2002 hanteerde de Staatssecretaris zelfs de slogan: Geen beheer, geen geld !

020911-0193

25

BIJLAGE 5 INVENTARISATIE POTENTIELE REVITALISERINGSLOCATIES Deze inventarisatie heeft plaatsgevonden op basis van: de ETIL-bedrijventerreinenenquête (cat. 3 verouderd, er bestaan gemeentelijke herstructureringsplannen en binnen drie jaar op te starten); reeds bij de Provincie bekende initiatieven; overleg met planologen; benadering van een aantal gemeenten, waaronder de grote steden incl. Weert en Venray en de regionale kernen. In totaal levert dit circa 1500 te revitaliseren ha's op. gemeente bedrijventerrein functie POL regioomvang nale samenwerking 25 ha 23 ha 36 ha 25 ha 46 ha 17 ha 22 ha ja 33 ha ja 79 ha 59 ha 51 ha 260 ha 1 ha 15 ha 15 ha 51 ha ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja 39 ha 42 ha 97 ha 21 ha 82 ha 33 ha 1 ha 62 ha 7 ha 114 ha 14 ha 020911-0193

Arcen en Velden Spikwijen Beesel Molenveld Roversheide Eijsden Eijsden Gronsveld ir. Recoustr Gennep Ovenberg/Sprokkelveld Haelen Windmolenbos Helden Beringe Panningen Maasbracht Koeweide Maastricht Beatrixhaven Achter de brandweer Zinkwit Vinkenslag Meerlo Wanssum Parkstad Haven Wanssum Bouwberg Ora et Labora Hendrik e.o. De Kissel Haenrade Worm/Julia Willem Sophia Rukkenerweg De Horsel Bocholtzerweg Dentgenbach Berghem Zuid

lokaal lokaal lokaal lokaal stedelijk lokaal lokaal lokaal log./ind. regionaal lokaal stedelijk stedelijk stedelijk stedelijke dynamiek log./ind. stedelijk stedelijk stedelijk stedelijk stedelijk stedelijk stedelijk lokaal lokaal log./ind. lokaal

Sevenum

26

Sittard Geleen Stein Venlo/Tegelen

Venray Weert

Borrekuil Kampstraat Kerensheide Keulse Barrière Windhond Kaldekerkerweg Emmaplein Erkenkamp Witveld De Brier De Hulst 1 Kanaalzone 1 Savelveld

stedelijk stedelijk stedelijk stedelijk stedelijk stedelijk stedelijk stedelijk lokaal stedelijk stedelijk stedelijk lokaal

ja ja ja

13 9 19 36 7 27 7 2 17 11 24 59 20

ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha

020911-0193

27

020911-0193