Strategisch Plan Ruimtelijke Economie

Discussienota:

Omschakeling van bestemde naar bouwrijpe bedrijventerreinen in de economische knooppunten

Wim Vanhaverbeke Opdrachthouder SPRE Erwin Lammens GOM Vlaams-Brabant Peter Cabus Opdrachthouder SPRE

Februari 2001

Inhoudsopgave
Bladzijde Woord vooraf 1. Situering van de problematiek 2. Kwantitatieve analyse per economisch knooppunt 2.1 Inleiding 2.2 Het economisch belang van de verschillende economische knooppunten 2.3 Ruimtebehoevende tewerkstelling en bouwrijpe industriegrond 2.4 Het bestaand aanbod van bedrijventerreinen en de categorisering van de economische knooppunten 1 2 4 4 7 10

2.5 Het bepalen van zoekzones 13 2.6 Grote bedrijventerreinen 15 2.7 Alternatieve scenario’s voor het berekenen van het vereiste aanbod 15 2.8 Sturingsmechanismen voor het beleid bij het creëren van “ruimte voor werk” 16 3. Knelpunten inzake de ontwikkeling van bestemde maar niet gerealiseerde bedrijvenzones in de economische knooppunten 3.1 Voorafgaande opmerkingen 19 3.2 Algemene bedenkingen, conclusies uit de lijst van knelpunten 20 3.3 Lijst van bedrijventerreinen met knelpunten in economische knooppunten 20 3.3.1 Provincie Antwerpen 21 3.3.2 Provincie Limburg 30 3.3.3 Provincie Oost-Vlaanderen 44 3.3.4 Provincie Vlaams-Brabant 65 3.3.5 Provincie West-Vlaanderen 70 4. Het vermarkten van onbebouwde percelen in eigendom 4.1 Inleiding 77 4.2 Onteigeningen 80 4.3 Progressieve belasting 80 4.4 Contractuele bepalingen bij aankoop van percelen 81 4.5 Het herstructureren van bestaande bedrijventerreinen 82 5. Conclusies 83 6. Suggesties voor verder onderzoek 86 Bijlagen Bijlage 1: Bezoldigde tewerkstelling in de economische sectoren die voorkomen op bedrijventerreinen, excl. De tewerkstelling in havengebieden 87 Bijlage 2: Verklaring van het type bedrijventerreinen 89 Bijlage 3: GOM-inventaris 90 Bijlage 4: Verklaring van codes bij de knelpuntdetectie 91 Bijlage 6: Standpunt van AROHM-ARP inzake de niet aangewende percelen in eigendom 92

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Woord vooraf
Dit project is opgestart als een ‘urgentieproject’ op initiatief van Vlaams Minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media Dirk Van Mechelen. Dit project heeft een dubbele doelstelling. Enerzijds is het de bedoeling om op korte termijn een overzicht te krijgen van het aanbod van bouwrijpe percelen op bedrijventerreinen in de verschillende Vlaamse economische knooppunten. Bovendien is het de bedoeling om na te gaan of dit aanbod voldoende is om de economische dynamiek in Vlaanderen te verzekeren en te faciliteren: gegeven de aanhoudende klachten vanuit de bedrijfswereld over gebrek aan bouwrijpe bedrijventerrein is dit geen onbelangrijke oefening. De situatie kan ook van streek tot streek verschillen waardoor het gewenst is om de subregio’s met een krap aanbod te kennen. Anderzijds is het de bedoeling om allerhande knelpunten bij de realisatie van reeds bestaande bedrijventerreinen in de economische knooppunten te inventariseren. Hierbij is het de bedoeling van de Minister om met alle betrokken actoren na te gaan hoe de realisatie van deze ‘knelpunt’-terreinen kan versneld worden. Dit project is het resultaat van een maandenlange samenwerking enerzijds tussen de GOM’s en de opdrachthouders van het Strategisch Plan Ruimtelijke Economie (SPRE) en anderzijds tussen de verschillende instanties per provincie. Vorige versies van dit document werd bediscussieerd door de werkgroep ‘bedrijventerreinen’ binnen het SPRE. Veel commentaren van de werkgroepleden zijn opgenomen in de finale versie. Dit sluit evenwel niet uit dat de tekst voor verdere commentaar vatbaar blijft ook al omdat de tijd het niet toeliet om bepaalde assumpties verder te onderbouwen. Daarom is het belangrijk op te merken dat alleen de opdrachthouders van het SPRE verantwoordelijk zijn voor dit document – met uitzondering van deel 3. Dit deel werd volledig uitgewerkt door de 5 GOM’s en zij dragen er ook de finale verantwoordelijkheid voor. De auteurs wensen de leden van de SPRE-werkgroep ‘Bedrijventerreinen’ te bedanken voor de constructieve discussies naar aanleiding van dit project. We wensen nog speciaal Peter Rentmeesters en Luc Ghys van de GOM Limburg te danken voor hun gewaardeerde medewerking.

1

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

1.

Situering van de problematiek

Economische ontwikkelingen vertalen zich in veranderingen in het ruimtegebruik van bedrijven. Nieuwe bedrijven vragen om uitgeruste bedrijventerreinen met een uitstekende ruimtelijk-economische locatie, dynamische bedrijven willen uitbreiden of herlokaliseren, nog andere zoeken naar nieuwe locaties omwille van een veranderde bedrijfsstrategie of de omschakeling van een nationaal (of regionaal) naar een Europees marktbereik. De vraag die we stellen in dit project is of er in de economische knooppunten in Vlaanderen voldoende bouwrijpe grond is op de (grotere) bedrijventerreinen om de economische ontwikkeling van deze knooppunten te verzekeren. De thematiek van de bedrijventerreinen kunnen we grosso modo in twee delen opsplitsen. Enerzijds moeten voldoende bedrijventerreinen bestemd worden zodat gedurende de volgende jaren nieuwe bouwrijpe gronden gerealiseerd kunnen worden. Anderzijds dienen de bestemde terreinen nog ontwikkeld te worden tot bouwrijpe gronden. Het is een veel gehoorde klacht vanuit het bedrijfsleven dat er té weinig bouwrijpe terreinen te vinden zijn in Vlaanderen, ook niet in de economische knooppunten die nochtans volgens het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) als economische ontwikkelingscentra kunnen beschouwd worden. Dit project heeft een dubbel objectief. Enerzijds willen we nagaan of de klacht vanuit de ondernemerswereld gegrond is: zijn er inderdaad te weinig bouwrijpe bedrijventerreinen b eschikbaar? Is dit het geval in enkele subregio’s of in gans Vlaanderen? Op deze vragen geven we een antwoord in deel 2. Omdat dit project op heel korte termijn gerealiseerd werd, dienen we ons te beperken tot een ‘quick and dirty’ analyse die evenwel voldoende accuraat is om een beeld te geven van de situatie in Vlaanderen. Omdat economische knooppunten de belangrijkste economische ontwikkelingspolen zijn, beperken we ons in deze studie tot de gemeenten die als een economisch knooppunt geselecteerd werden in het RSV. Anderzijds is het de bedoeling om Vlaams Minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media Van Mechelen een set van reeds bestemde bedrijventerreinen in economische knooppunten aan te bieden waarvan deskundigen verwachten dat ze binnen de periode van ongeveer drie jaar uitgerust kunnen worden, tenminste als men werk maakt van een aantal bestaande knelpunten. In die zin zou het actuele tekort aan bouwrijpe terreinen ten dele afgebouwd kunnen worden. Dit project wordt zoveel mogelijk binnen de krijtlijnen en normen van het RSV uitgewerkt met de bedoeling de vergelijkbaarheid maximaal te houden. Slechts op een aantal punten wordt afgeweken van het RSV – drie van de belangrijkste deviaties zijn het invoeren van de verstedelijkingdruk als begrenzende factor, de berekening van de ruimtevraag op basis van de ruimtebehoevende tewerkstelling (niet de totale tewerkstelling) en het verlaten van de ‘provinciale taakstellingen’ zoals dat in het RSV het geval is. In die zin is o.i. de berekening van de behoefteraming van bedrijventerreinen ietwat accurater dan die in het RSV. De schatting blijft evenwel erg ruw en is nog onvoldoende onderbouwd om beleidsmatig de toedeling van ruimte voor bedrijventerreinen per economisch knooppunt, zoals die in het RSV en de pro-

2

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

vinciale ruimtelijke structuurplannen uitgewerkt is, in vraag te stelen. Binnen het SPRE wordt onderzocht of een goed onderbouwde behoefteraming ontwikkeld kan worden wat zou toelaten om de provinciale taakstellingen door te lichten tegen de herziening van het RSV in 2002. Via dit project moet tevens duidelijk worden welke hindernissen er bestaan om bestemde terreinen effectief om te zetten in bouwrijpe percelen. Verder zal er aandacht besteed worden aan gerelateerde thema’s zoals het aanbod van bestemde bedrijventerreinen, het hergebruik van gronden in eigendom die nog niet aangewend zijn en de mogelijkheden om het aanbod van bedrijventerreinen beleidsmatig bij te sturen.

3

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

2.
2.1

Kwantitatieve analyse per economisch knooppunt
Inleiding

Het aanwijzen van bestemde maar nog niet gerealiseerde bedrijventerreinen die prioritair kunnen / moeten uitgerust worden kan niet direct vanuit een gemeentelijke of provinciale insteek gebeuren omdat bepaalde streken of zones in Vlaanderen in een acute nood verkeren wat betreft bouwrijpe industriegrond terwijl andere subregio’s nog beschikken over een behoorlijk aanbod van bouwrijpe gronden. Om een zo groot mogelijke objectiviteit te verzekeren wordt daarom een kwantitatieve analyse uitgevoerd op basis van de beschikbare g egevens. Het is ondermeer de bedoeling om zoekzones te detecteren: Dit zijn subregio’s of geïsoleerde economische knooppunten waar de nood aan bouwrijpe grond hoog is, zodat het realiseren van reeds bestemde terreinen in die zones prioriteit verdient. De benadering die hierbij wordt ontwikkeld vertrekt van het internationaal aanvaard uitgangspunt dat de op een gegeven ogenblik beschikbare reserve aan bedrijventerreinen – de ijzeren voorraad – ongeveer vijf maal de jaarbehoefte bedraagt. In principe wordt deze jaarbehoefte gemeten over een voldoende lange referentieperiode, maar omdat in het RSV reeds een behoefteraming werd gemaakt wordt in dit project hiervan vertrokken. Onderhavige oefening is dus geenszins bedoeld een nieuwe behoefteraming. Om zoekzones te detecteren gaan we te werk in verschillende stappen. In een eerste sectie worden de in het RSV vastgelegde economische knooppunten vanuit een ruimtelijkeconomisch perspectief benaderd. Dit is noodzakelijk omdat we hier in eerste instantie werk willen maken van grotere (regionale) bedrijventerreinen die volgens het RSV enkel in economische knooppunten kunnen ontwikkeld worden maar die natuurlijk een economische wisselwerking hebben met de omliggende gebieden (werkgelegenheidszone of –bassin)1 . In sectie 2.3 wordt het economisch belang van ieder economisch knooppunt vertaald in een werkbare reserve aan bouwrijpe grond die ieder economisch knooppunt zou moeten hebben. In een volgende sectie wordt deze hypothetische ‘werkbare reserve’ vergeleken met het bestaande aanbod van bouwrijpe gronden per economisch knooppunt. In sectie 2.5 worden hieruit ‘zoekzones’ gedistilleerd. In sectie 2.6 gaan we eventjes in op de specifieke situatie van de grote bedrijventerreinen die locatiemogelijkheden bieden voor grote, ruimtebehoevende bedrijven. Ten slotte gaan we nog even in op een aantal alternatieve scenario’s die uitgaan van andere inschattingen van de vraag naar bedrijventerreinen.

2.2

Het economisch belang van de verschillende economische knooppunten

Het aantal economische knooppunten ligt via het RSV vast. Binnen de ruimtelijke planning
1

Vandermotten C., Marissal P. en Van Hamme G. (1999), “Structuur en dynamiek van de werkzones in België”. Planologisch Nieuws , nr 3, 19e jaargang, pp. 232-248.

4

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

krijgen economische knooppunten een gedifferentieerde (economische) rol: er wordt een kwalitatief onderscheid gemaakt tussen economische knooppunten in grootstedelijke, regionaal stedelijke en kleinstedelijke gebieden. Verder zijn er de economische knooppunten die deel uitmaken van het economisch netwerk van het Albertkanaal. Tenslotte zijn er nog de specifieke economische knooppunten. Deze verschillende types van economische knooppunten hebben een eigen economische rol te vervullen t.o.v. hun omgeving. Om vanuit economisch perspectief economische knooppunten van elkaar te differentiëren hebben we voorlopig onvoldoende statistische gegevens en op het thema toegespitste analyses. Wel kunnen we op een rudimentaire wijze het economisch belang van economische knooppunten via grootte-indicatoren inschatten. Vooraleer het economisch belang van een regio bepaald kan worden dienen we eerst af te rekenen met een ander probleem, namelijk de in het vorig punt aangekaarte ruimtelijkeconomische wisselwerking: regionale bedrijventerreinen kunnen enkel in economische knooppunten ontwikkeld worden, maar hun belang strekt verder dan de grenzen van het economisch knooppunt zelf. De vraag stelt zich dus: Van welk gebied komt het economisch belang in aanmerking? Tot op heden zijn er in Vlaanderen geen diepgaande studies over de economische interacties tussen de economische knooppunten en hun omgeving. Daarom zijn we verplicht om met rudimentaire methoden te werken. We stellen drie scenario’s voorop die in de rest van het project systematisch zullen terugkeren. 1. Ruimtebehoevende tewerkstelling in de economische knooppunten zelf: In dit scenario wordt enkel rekening gehouden met de ruimtebehoevende tewerkstelling in de economische knooppunten zelf. De ruimtebehoevende tewerkstelling is gedefinieerd in bijlage 1 2 . Het nadeel van deze methode is dat men geen rekening houdt met de economische uitstraling van economische knooppunten. Ruimtebehoevende tewerkstelling in economische knooppunten en hun pendelzones: In dit scenario wordt een gemeente die geen economisch knooppunt is toegewezen aan het economisch knooppunt dat het grootste aandeel heeft van de uitgaande pendel van die gemeente naar alle economische knooppunten in Vlaanderen. Bij deze methode wordt geen rekening gehouden met pendelbewegingen vanuit Wallonië om de volgende redenen: (1) het is vooreerst niet duidelijk wat in Wallonië buitengebied en economisch knooppunt zou kunnen zijn, (2) in wellicht alle gevallen zouden stedelijke gebieden in Wallonië grotere pendelbewegingen genereren. Ook pendelbewegingen naar het Brussels Hoofdstedelijk Gebied zijn niet opgenomen omdat dit een disproportioneel groot gewicht zou geven aan het Vlaams stedelijk gebied rond Brussel. Dit gebied staat evenwel onder zware stedelijke druk vanuit het Hoofdstedelijk gebied, waardoor het wenselijk is dat het economisch belang van het Vlaams stedelijk gebied rond Brussel toch meebepaald wordt door de ruimtebehoeOmdat tewerkstellingsgegevens alleen op gemeentelijk niveau beschikbaar zijn kunnen we geen rekening houden met het feit dat stedelijke afbakeningen slechts delen van een gemeente bevatten.

2.

2

5

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

3.

vende tewerkstelling in het Brussels Hoofdstedelijk Gebied. Omdat ‘oversijpelingseffecten’ vanuit het Hoofdstedelijk gebied versneld of afgeremd kunnen worden via beleidsmaatregelen maken we er in deze studie abstractie van. M.a.w., de resultaten die we weergeven voor het Vlaams stedelijk gebied rond Brussel kan men gerust als een minimaal scenario voor deze regio beschouwen. Het voordeel van deze methode is dat we - zij het erg rudimentair - rekening houden met de buitengebieden die economisch gezien sterk afhankelijk zijn van de nabijgelegen economische knooppunten. Nadeel is dat we met deze methode een té groot gewicht geven aan grootstedelijk gebieden. Inderdaad, aangezien dienstverlenende activiteiten veel meer in grootstedelijke (en regionaal stedelijke) gebieden geconcentreerd zijn dan industriële en andere ruimtebehoevende activiteiten, zullen de totale pendelstromen wellicht een té klein gewicht geven aan de kleinstedelijke gebieden. In een latere fase kan een opdeling van de pendel in functie van verschillende activiteitenklassen een verfijning opleveren. Een ander nadeel is dat pendelbewegingen alleen maar een geografisch beeld geven van de arbeidsmarkt en niet van de totale economische realiteit (vb. productienetwerken). Ruimtebehoevende tewerkstelling in economische knooppunten en nabijgelegen gebieden: In dit scenario wordt een gemeente die geen economisch knooppunt is toegewezen aan het in vogelvlucht meest dichtgelegen economisch knooppunt. Bij grotere economische knooppunten die uit meerdere gemeenten bestaan werd gekozen voor de minimale afstand. Het nadeel van deze methode is dat er geen rekening gehouden wordt met economische interacties (zoals in de vorige methode) en eventuele fysische barrières. Daarenboven zouden tijdsafstanden ook een realistischer weergave zijn.

Kaarten 1 tot 3 geven het resultaat van deze methoden weer: Voeg hier kaarten 1 tot 3 in Deze methodes vertegenwoordigen impliciet bepaalde visies op de ruimtelijk ordening. Het eerste scenario kunnen we gewoon gebruiken als een benchmark. De tweede sluit vrij goed aan met de visie van het RSV waar relatief veel belang gehecht wordt aan de economische rol van grootstedelijke en regionaal stedelijke gebieden. Voorstanders van deze visie dienen evenwel voor ogen te houden dat de pendelgegevens binnen de optiek van dit project een té groot gewicht geven aan grootstedelijke en regionaal stedelijke gebieden. Het laatste scenario geeft meer economische mogelijkheden aan kleinere economische centra en aan economische knooppunten die ver van de andere economische knooppunten liggen, maar houdt dan weer geen rekening met de reële, economische relaties. Voor Vlaams-Brabant wordt enigszins afgeweken van het RSV. Omdat het PRS VlaamsBrabant maar ook de economische actoren opteren om Tervuren niet te laten ontwikkelen als een economisch knooppunt is deze gemeente ook niet als economisch knooppunt opgenomen3 . Voor het economisch knooppunt Asse hebben we geopteerd om het niet op te ne3

Om volledig conform te zijn met het RSV zou Tervuren opgenomen moeten worden als econo-

6

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

men als een deel van het Vlaams stedelijk gebied rond Brussel en er een apart kleinstedelijk economisch knooppunt van te maken. Dit is deels in lijn met het RSV: “De gemeente Asse heeft duidelijk twee stedelijke kernen. De kern Zellik sluit aan bij het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en behoort deels tot het Vlaams stedelijk gebied rond Brussel. Daarnaast heeft de gemeente Asse een stedelijke kern Asse die geselecteerd wordt als kleinstedelijk gebied op provinciaal niveau.” (RSV, p. 335). Omdat we de gegevens voor de deelgemeenten Zellik en Asse niet hebben en Asse de grootste deelgemeente is, werd geopteerd om de gemeente Asse als een apart economisch knooppunt aan te duiden.

2.3

Ruimtebehoevende tewerkstelling en bouwrijpe industrieterreinen

De ruimtebehoevende tewerkstelling zoals die gedefinieerd wordt in bijlage 1 kan per economisch knooppunt berekend worden volgens de drie scenario’s die we in de vorige sectie beschreven hebben. Hiervoor maken we gebruik van de RSZ-tewerkstellingsgegevens van juni 1992 en juni 1998. In principe laten we de berekeningswijze zoveel mogelijk aansluiten met die van het RSV, met name de grootte van de tewerkstelling is bepalend voor de ruimtevraag naar bedrijventerreinen per provincie. Hier passen we dit toe per economisch knooppunt en hun omliggende gebieden – zie vorige sectie4 . De absolute grootte van deze resultaten is niet van belang, wel de verhoudingen tussen de economische knooppunten. Omdat er grote verschillen bestaan tussen de economisch knooppunten inzake het groeiritme van de ruimtebehoevende tewerkstelling werd de evolutie tussen 1992 en 1998 geëxtrapoleerd tot 2000. Dit is evenwel niet voldoende. Net zoals men bij regionale ontwikkeling vanuit een transportinfrastructureel standpunt rekening moet houden met congestie5 , dient men bij het gebruik van regionale bedrijventerreinen rekening te houden met de verstedelijkingsdruk 6 . In de
misch knooppunt. Deze afwijking heeft echter geen weerslag op de resultaten en de conclusies van dit document. Omdat de vraag naar bedrijventerreinen eerder afhangt van de ( tewerkstellings)groei en dus van de dynamiek van een gebied (i.p.v. de grootte ervan) dient men in principe ook daarmee rekening te houden. Meer gesofisticeerde analyses van de ruimtevraag houden zelfs geen r e kening met de economische omvang maar wel met de dynamiek ervan. Daarnaast wordt o.a. rekening gehouden met verhuisintensiteit van bedrijven, etc… Omdat we voorlopig niet over een kwantitatieve analyse van de behoefte aan bedrijventerreinen in Vlaanderen beschikken dienen we ons voor dit project tevreden te stellen met een eenvoudige methode die zo nauw mogelijk aansluit met de gevolgde methode in het RSV. Zie bijvoorbeeld: Rienstra, S., Rietveld, P, Hilferink, M. en Bruinsma, F. (1994); Road infrastructure and corridor development, Serie Research Memoranda, Vrije Universiteit Amsterdam. Nijkamp, Peter en van Geenhuizen, Marina (1997); “European transport: challenges and o pportunities for future research and policies”, Journal of Transport Geography, Vol 5, N° 1, pp. 411. In het Nederlandse ruimtelijk ordeningsbeleid wordt expliciet rekening gehouden met ruimtedruk als knelpunt in zeer dicht bevolkte (groot)stedelijke gebieden. Zie bijvoorbeeld: Ministerie van Economische Zaken (1997); Ruimte voor economische dynamiek, een verken-

4

5

6

7

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

praktijk ervaart men in dichtbevolkte stedelijke gebieden dat het vrij moeilijk is om nieuwe bedrijventerreinen van enige omvang te realiseren. Daarnaast is er een groeiende resistentie in dichtbevolkte gebieden om nieuwe bedrijventerreinen toe te laten omdat dit volgens de perceptie van de locale bevolking niet strookt met de leefkwaliteit die men voor ogen heeft. Daarom hebben we de (gemiddelde) bevolkingsdichtheid (aantal inwoners per km 2) als begrenzende factor ingevoerd 7 . Om het effect van de verstedelijkingsdruk weer te geven worden ook de calculaties enkel op basis van de ruimtebehoevende tewerkstelling weergegeven in de tabellen (zie infra). De resulterende tewerkstellingsindicator kan nu gebruikt worden om voor ieder economisch knooppunt een gewicht (aandeel) te berekenen. Meer hebben we in principe niet nodig om, in confrontatie met de beschikbare (bouwrijpe) gronden, een lijn te trekken tussen economische knooppunten met relatief weinig bouwrijpe grond en deze met relatief veel bouwrijpe grond – zonder dat we een uitspraak doen over het aantal hectaren dat in praktijk wenselijk is om een ijzeren voorraad aan bouwrijpe grond te hebben. Er zit evenwel een addertje onder het gras: bij te krappe omschakeling op Vlaams niveau van ruimtebehoevende tewerkstelling naar het aantal hectaren bouwrijpe industriegrond komt men voor kleinere economische knooppunten al vlug onder de 5 ha drempel terecht. Alle economische knooppunten met minder dan 5 ha krijgen niettemin 5 ha bouwrijpe grond toegewezen omdat het in de praktijk moeilijk is om regionale bedrijventerreinen aan te bieden met een té kleine oppervlakte. Omwille van deze kleine ingreep zijn we toch verplicht om uit te gaan van een rudimentair scenario op Vlaams niveau. Om te berekenen wat een werkbare voorraad (of vereiste voorraad) aan bouwrijpe gronden zou kunnen zijn gaan we uit van de ruimtevraag die vastgelegd werd in het RSV en werken we met een minimale en een maximale inschatting. In het RSV (p. 443) is de ruimtevraag tussen 1992-2007 vastgelegd op 6.000 ha in af te bakenen industrieterreinen en 4.000 ha in te reserveren gebieden. In het minimaal scenario gaan we uit van de 6.000 ha, in het maximaal scenario van de 10.000 ha. In buitenlandse voorbeelden wordt doorgaans met een voorraad van vijf maal de jaarlijkse uitgifte gerekend. We volgen dit voorbeeld (men kan natuurlijk ook met 3 jaar werken maar dan zal de voorraad wellicht niet altijd een ‘werkbare’ voorraad zijn die onverwachte pieken in de uitgifte kan opvangen). Daarom vermenigvuldigen we de 6.000 ha (respectievelijk 10.000 ha) met een factor (5/15 x 85%): 5/15 omdat we op een termijn van 5 jaar werken en de 6.000 ha (10.000 ha) in het RSV berekend werd over een periode van 15 jaar. Verder nemen we 85% omdat volgens de 80-85/15-20 regel, 80% tot 85% toe komt aan de economische knooppunten. We nemen 85% (en niet 80%) omdat
nende analyse van de ruimtelijk-economische ontwikkelingen, De Eendracht: Schiedam, 127 p. AROHM-ARP betwist de impact van de verstedelijkingsdruk op de mogelijkheid om nieuwe bedrijventerreinen in te planten in grootstedelijke gebieden. We prefereren evenwel de wetenschappelijke bevindingen van experts uit het buitenland te volgen. Daarenboven blijkt uit de verschillende scenario’s met en zonder verstedelijkingsdruk dat deze factor nauwelijks invloed heeft op de resultaten van dit rapport. Omdat verstedelijkingsdruk pas echt begint mee te spelen bij hoge waarden, maken we gebruik van het kwadraat van de bevolkingsdichtheid zodat hoge waarden extra doorwegen. Dit heeft het voordeel dat men bijvoorbeeld die factor kan laten meespelen in grootstedelijke gebieden terwijl die nauwelijks een effect genereren voor regionaal stedelijke gebieden.

7

8

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

dit het sterkst aansluit met de visie van het RSV om economische knooppunten als economische concentratiegebieden verder te ontwikkelen 8 . De verdeling over de verschillende economische knooppunten wordt verkregen door beide getallen te vermenigvuldigen met de gewichten die we verkregen hebben via de tewerkstellingsgegevens. Dit levert het aantal hectaren op dat een economisch knooppunt minimaal aan bouwrijpe grond zou moeten kunnen aanbieden om verdere economische ontwikkeling te garanderen en de ‘gemiste vraag’ tot nul te herleiden. Dat wil niet zeggen dat dit aantal ha bouwrijpe grond systematisch in ieder economisch knooppunt aanwezig moet zijn9 . De resultaten zijn weergegeven in tabel 1: Voeg hier tabel 1 in In deze tabel gaan we uit van de drie definities van de stedelijke gebieden: de eerste houdt geen rekening met omliggende gebieden, de tweede doet dat wel op basis van de kortste afstand en de laatste op basis van de pendelstromen tussen het buitengebied en de economische knooppunten. Verder zijn er twee scenario’s afhankelijk of we uitgaan van 6.000 of 10.000 ha. In het 6.000 ha scenario worden de hectaren die erbij komen omwille van het 5 ha minimum niet afgetrokken van de grotere economische knooppunten. In het 10.000 ha scenario kan men natuurlijk overwegen om dit wel te doen om de taakstelling van het RSV niet te overschrijden, maar omdat het samen om slechts 20 tot 30 ha gaat wordt geen rekening gehouden met die lichte overschrijding van de taakstelling. Voor elk van deze mogelijkheden worden twee opties weergegeven. In de eerste wordt enkel rekening gehouden met de ruimtebehoevende tewerkstelling (optie A), in de tweede wordt tevens het effect van de verstedelijkingsdruk in rekening gebracht (optie B). Dit project heeft in eerste instantie de bedoeling om grotere bedrijventerreinen te realiseren maar het spreekt vanzelf dat ook een aanbod van KMO-zones niet uit het oog mag verloren worden. Om een inschatting te kunnen maken van het vereist aanbod van grotere bedrijventerreinen gaan we uit van de actuele verdeling tussen grotere bedrijventerreinen en KMO-zones wat betreft de gronden in eigendom binnen de economische knooppunten (zie bijlage 2 voor de definitie van industrieterreinen (= grotere terreinen) en KMO-zones)10 . Groetere bedrijventerreinen zijn goed voor 77.75% van de oppervlakte (zie tabel 4). De resultaten in tabel 1 werden daarom vermenigvuldigd met dit aandeel. De resultaten voor de grotere bedrijventerreinen in economische knooppunten zijn weergegeven in tabel 2. Voeg hier tabel 2 in
8

9

10

In het RSV bestaan er voor deze percentages kleine verschillen tussen de provincies. In een meer gedetailleerd rapport kunnen deze verschillen mee opgenomen worden. De verschillen zijn klein zodat het resultaat van dit rapport er geenszins door beïnvloed wordt. Het volstaat om in een subregio op een paar plaatsen deze voorraad te hebben, omdat het aanbod in een nabijgelegen economisch knooppunt – als het niet te ver af ligt – een valabel alternatief kan zijn voor bedrijven. We gaan in sectie 2.5 dieper in op het belang van het aanbod in nabijgelegen economische knooppunten. ‘Industrieterreinen’ vallen niet samen met regionale bedrijventerreinen omdat deze laatste een begrip zijn uit het RSV. De GOM-inventaris waarmee we werken gebruikt een andere terminologie (zie bijlage 2).

9

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

2.4

Het bestaand aanbod van bedrijventerreinen en de categorisering van de economische knooppunten

Het vereiste aanbod aan bouwrijpe grond op de bedrijventerreinen kan nu per economisch knooppunt (zie tabel 2) vergeleken worden met het actueel aanbod. Tabel 3 geeft dit weer voor alle bedrijventerreinen (incl. KMO-zones) binnen de economische knooppunten. Tabel 4 doet hetzelfde voor de grotere bedrijventerreinen (excl. KMO-zones). De gegevens zijn afkomstig van de GOM-bedrijventerreineninventaris van 1/1//2000 11 . In tabel 3 worden zowel de totale oppervlakte, de grond in eigendom, de bouwrijpe grond en de realiseerbare grond weergegeven. Dit laatste is de sommatie van uit te rusten en tijdelijk niet realiseerbare terreinen en vertegenwoordigt de reeds bestemde maar nog niet gerealiseerde terreinen. Voeg hier tabellen 3 en 4 in Onderaan tabel 3 en 4 zijn de totalen per kolom weergegeven. Hieruit blijkt dat er binnen de economische knooppunten 963 ha bouwrijpe grond aanwezig is waarvan er 830 ha op grotere bedrijventerreinen ligt 12 (dit zijn netto-gegevens). Deze bouwrijpe reserves zijn sterk geconcentreerd in enkele economische knooppunten: er zijn 10 economische knooppunten met meer dan 25 ha bouwrijpe grond en samen vertegenwoordigen ze 61% van de totale voorraad. Daartegenover staat dat er heel wat economische knooppunten een veel te krappe reserve aan bouwrijpe terreinen hebben: 57 van de 102 economische knooppunten hebben minder dan 2 ha bouwrijpe grond op bedrijventerreinen (excl. KMO zones) en voor 52 van deze knooppunten geldt dit ook voor alle types van bedrijventerreinen samen. Omdat we binnen dit project hoofdzakelijk geïnteresseerd zijn in de grotere bedrijventerreinen richten we onze aandacht in eerste instantie op deze terreinen. Om het plaatje volledig te maken geven we ook de resultaten inclusief de KMO-zones. In wat volgt gaan we uit van het scenario waarbij het vereiste aanbod van bouwrijpe gronden in economische knooppunten berekend wordt op basis van (1) een ruimtevraag van 6.000 ha over 15 jaar, (2) een ijzeren voorraad bouwrijpe grond van 5 jaar, (3) toewijzing van buitengebieden op basis van pendelgegevens, en (4) rekening wordt gehouden met effecten van verstedelijkingsdruk. Het vereiste aanbod aan bouwrijpe grond komt dan voor Vlaanderen op 1.749 ha (netto) voor alle types van bedrijventerreinen (zie tabel 1) en 1.401 ha voor de grotere bedrijventerreinen (zie tabel 2).

11

12

We maken gebruik van de GOM-inventaris omdat dit bij ons weten voor het ogenblik de enige inventaris is die een coherent beeld geeft van de bedrijventerreinen in gans Vlaanderen. Hierbij moet rekening gehouden worden met het feit dat we werken met de totale oppervlakte van de gemeente en niet met de nog af te bakenen stedelijke gebieden. In die zin kunnen de totalen in tabel 3 en 4 een lichte overschatting geven. We maken enkel een onderscheid tussen grotere bedrijventerreinen en KMO-zones. Een verdere differentiatie werd voor dit project niet doorgevoerd. Heel wat bedrijventerreinen hebben evenwel een specifieke functie of differentiatie waardoor het berekende aanbod van bedrijventerreinen eigenlijk een té optimistisch beeld geeft van de werkelijkheid.

10

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Dit vereist aanbod ligt in beide gevallen heel wat hoger dan het actuele aanbod (nl. 963 ha bouwrijpe grond waarvan 830 ha op grotere bedrijventerreinen). In die zin biedt het berekenen van het vereiste aanbod weinig houvast voor het scheiden van economische knooppunten met relatief weinig bouwrijpe grond van deze met een overschot aan bouwrijpe grond – teveel economische knooppunten zouden namelijk een tekort vertonen. Daarom gaan we er voorlopig van uit dat het actueel aanbod op Vlaams niveau net voldoende zou zijn 13 . Concreet betekent dat het vereist aanbod van bouwrijpe grond voor de verschillende economische knooppunten (zie tabel 1 en 2) gereduceerd wordt met een factor (963 / 1.749 =) 0.5506 voor alle types van bedrijventerreinen en met (830 / 1.401 =) 0.5928 voor de grotere bedrijventerreinen. M.a.w., we werken in dit geval met een ijzeren voorraad van respectievelijk 2 jaar en 9 maanden voor ‘alle types van bedrijventerreinen’ en van 2 jaar en 11 maanden voor de grotere bedrijventerreinen14 . Nu kan men per economisch knooppunt deze ‘gereduceerde’ variant van het vereiste aanbod vergelijken met het actueel aanbod. Het saldo (als percentage van het vereist aanbod) kan gebruikt worden om economische knooppunten te categoriseren: deze met een saldo kleiner dan –50% kan men beschouwen als economische knooppunten met een erg krappe voorraad bouwrijpe grond. Economische knooppunten met een saldo tussen –50% en 0% hebben ‘onvoldoende’ bouwrijpe grond. Zij met een positief saldo hebben ‘voldoende’ bouwrijpe grond. Verder kunnen we economische knooppunten categoriseren volgens het aantal hectaren bestemde maar niet gerealiseerde grond. We nemen hierbij een minimumgrens van 10 hectaren (bruto): het ontwikkelen van regionale terreinen gebeurt immers doorgaans via oppervlakten die groter zijn dan 10 hectaren. Door deze twee dimensies te combineren komen we tot 6 categorieën die weergegeven zijn in figuur 1. Voeg hier figuur 1 in Categorie 1 en 2 kan men omschrijven als economische knooppunten met een structureel tekort aan zowel bouwrijpe (acuut tekort op korte termijn) als bestemde gronden (potentieel probleem op middellange termijn). Categorie 3 vertegenwoordigt economische knooppunten die op middellange termijn een tekort aan bedrijventerreinen kunnen hebben. Categorieën 4 en 5 staan voor de economische knooppunten die een acuut tekort aan bedrijventerreinen hebben maar die voldoende bestemde grond hebben om tot een oplossing te komen. Categorie 6 vertegenwoordigt de economische knooppunten waar er voldoende ruimte voor werk is. Omdat we de ondergrens voor de bestemde grond op een absolute wijze bepaald hebben (in hectaren) zullen relatief veel economische knooppunten in grootstedelijke en regionaal stedelijke gebieden voldoende bestemde grond hebben: bij analyses van de te bestemmen grond dient men rekening te houden met het feit dat deze stedelijke gebieden méér dan 10 ha reserve nodig hebben 15 .
13

14

15

In sectie 2.7 gaan we dan dieper in op de vergelijking van het actueel aanbod met meer realistische schattingen van het vereiste aanbod. Dit wil zeggen dat er 786 ha bouwrijpe terreinen (netto opp.) moeten bijkomen om een ijzeren voorraad te hebben van 5 jaar. Daarvan zou er 571 ha grotere terreinen moeten zijn. In de meeste grote economische knooppunten kan men gemakkelijk 10 ha bestemde maar niet gerealiseerde industriegrond vinden. Dit is evenwel niet voldoende als basis om voldoende bouwrijpe gronden te creëren in de volgende jaren. Voor kleine economische knooppunten kan

11

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

De resultaten van deze oefening zijn weergegeven op kaarten 4 en 5. Voeg hier kaarten 4 en 5 in Beide kaarten gelijken vrij goed op elkaar. We bespreken hier enkel kaart 5 omdat het ontwikkelen van grotere bedrijventerreinen centraal staat binnen dit project. Van de economische knooppunten met onvoldoende bestemde grond zijn er 43 met een erg krappe voorraad aan bouwrijpe grond. Nog eens 4 economische knooppunten hebben onvoldoende bouwrijpe grond 16 . In deze 47 economische knooppunten is slechts 30.8 hectaren bouwrijpe industriegrond op regionale bedrijventerreinen voor handen. Deze 47 economische knooppunten verkeren in een situatie waar het gebrek aan bedrijventerreinen zowel een acuut probleem is als een potentieel probleem op middellange termijn. Op de kaart vindt men twee belangrijke concentraties van dit type van economische knooppunten. De ene wordt gevormd door een langgerekt gebied van Kluisbergen tot Kortemark. Het andere gebied gaat van Ninove over Dendermonde, via Mechelen tot Mol. Categorie 3 telt 20 economische knooppunten. Deze knooppunten hebben binnen deze strenge normen op korte termijn geen probleem met het aanbod van bouwrijpe gronden. Op middellange termijn is er wel een latent probleem omdat er onvoldoende terreinen bestemd is. Samen beschikken deze economische knooppunten over een reserve aan bouwrijpe grond van 232 ha. Categorie 4 vertegenwoordigt economische knooppunten die heel krap zitten wat betreft het aanbod van bouwrijpe grond maar over méér dan 10 ha bestemde maar nog niet gerealiseerde terreinen beschikken. Het is een interessante categorie omdat er op relatief korte termijn reeds bestemde terreinen kunnen omgezet worden in bouwrijpe terreinen. Het komt er op aan om knelpunten te detecteren bij de realisatie van de bouwrijpe gronden (zie deel 3). Er zijn 20 economische knooppunten die tot categorie 4 behoren. In deze economische knooppunten heerst dus een acuut tekort aan bouwrijpe gronden, maar een snelle realisatie van (delen van) bestemde maar nog niet gerealiseerde terreinen kan enig soelaas brengen. In totaal is er in deze economische knooppunten slechts 28 ha bouwrijpe grond beschikbaar, maar er is een voorraad van 717 ha bestemde maar nog niet gerealiseerde grond. Het is weinig waarschijnlijk dat dit volledig contingent versneld gerealiseerd kan worden omdat er een drietal knooppunten zijn met méér dan 80 ha te realiseren bedrijventerreinen en er heel wat bedrijventerreinen zijn die niet gerealiseerd kunnen worden binnen de eerste drie jaren (zie deel 3). In categorie 5 (slechts 3 economische knooppunten) is de krapte aan bouwrijpe gronden minder nijpend. Categorie 6 staat voor de economische knooppunten die voldoende uitgeruste en bestemde bedrijventerreinen hebben. Het zijn er slechts 12 of 11.8% van alle eco10 ha wel een voldoende basis zijn voor het creëren van een werkbare voorraad bouwrijpe gronden. In de legende van kaarten 4 en 5 zijn het aantal gemeenten weergegeven die in een economisch knooppunt liggen. Hier nemen we het economisch knooppunt in zijn geheel als observatieeenheid.

16

12

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

nomische knooppunten. Dit wil zeggen dat men ondanks het gebruik van strenge normen ver af staat van een bedrijventerreinenaanbod dat vanuit economisch standpunt optimaal zou zijn 17 .

2.5

Het bepalen van zoekzones.

In de vorige sectie hebben we de economische knooppunten elk apart bekeken. Deze werkwijze heeft een aantal beperkingen. Bedrijven vragen niet om een bouwrijp aanbod van regionale bedrijventerreinen in ieder economisch knooppunt. Wanneer er een aanbod bestaat in één bepaald economisch knooppunt kunnen de omliggende knooppunten daar ook van profiteren. Daarom willen we de analyse uit de vorige sectie uitbreiden naar de bredere geografische context van ieder economisch knooppunt. Om deze doelstelling te realiseren maken we gebruik van de afstanden (in vogelvlucht) tussen de economische knooppunten. In het geval van grotere economische knooppunten die verschillende gemeenten bevatten vertrekken we van de minimale afstand met andere economische knooppunten. Voor de berekeningen maken we gebruik van het saldo aan bouwrijpe grond zoals dat in de vorige sectie gedefinieerd is. Concreet gaan we ervan uit dat economische knooppunten tot op 10 km afstand volledig meetellen in de berekening 18 . Vanaf de 10de kilometer gaat het gewicht van een saldo in een bepaald economisch knooppunt snel naar beneden: we hebben een gravitatiemethode gebruikt waarbij het saldo van een economisch knooppunt op 12 km nog voor 19.2% mee telt. Op 15 km is dat 6.8% en op 20 km 2.7%19 20 . Deze methode om nabijgelegen economische knooppunten te betrekken bij de calculatie van het saldo voor een bepaald economisch knooppunt laat toe om zoekzones te detecteren. Dit zijn zones waar de negatieve saldo’s van de nabijgelegen economische knooppunten elkaar versterken21 . In die zin kunnen we spreken van subregio’s (en niet alleen individuele economische knooppunten) die erg krap zitten wat betreft de bouwrijpe bedrijventerreinen. Voor deze analyse gaan we uit van hetzelfde ‘minimale’ scenario als in de vorige sectie22 . De re17

18

19

20

21 22

AROHM-ARP heeft vanuit de afbakening van de stedelijke gebieden twijfels over de gegevens uit de GOM-inventaris. De discussie rond het cijfermateriaal is opgenomen in bijlage 3. Peter Rentmeesters berekende bijvoorbeeld voor de provincie Limburg dat verhuisde bedrijven voor 62% gevestigd waren in dezelfde gemeente en voor 24% in een aanpalende gemeente.(Rentmeesters, Peter (2000); “Bedrijventerreinen in perspectief”, Economisch rapport, GOMLimburg, oktober, 5-13. Deze methode is vergelijkbaar met methodes die men gebruikt om het marktbereik en de bereikbaarheid van steden te berekenen. Een voorbeeld is: Bruinsma, Frank en Rietveld, Piet (1996); The accessibility of European cities: Theoretical framework and comparison of approaches, Tinbergen institute – Regional and Environmental Economics, TI 96-99/5. Deze parameters kunnen natuurlijk anders ingevuld worden. Afhankelijk van de assumpties die men aanneemt kan men de ‘impactzone’ vergroten of verkleinen. Hetzelfde geldt natuurlijk voor nabijgelegen economisch knooppunten met een positief saldo. Dit wil zeggen dat we uitgaan van de volgende assumpties: (1) een ruimtevraag van 6.000 ha over 15 jaar, (2) een ijzeren voorraad van 2 jaar en 11 maanden voor regionale bedrijventerreinen en 2 jaar en 9 maanden voor alle bedrijventerreinen, (3) toewijzing van buitengebieden op

13

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

sultaten voor alle types zijn weergegeven in kaarten 6 en 8 en die voor de bedrijventerreinen exclusief de KMO-zones in kaarten 7 en 9. Voeg hier kaarten 6-9 in De kaarten 6 en 7 geven vergelijkbare resultaten. Hier bespreken we alleen de resultaten voor de bedrijventerreinen exclusief de KMO-zones (kaart 7). Er zijn twee subregio’s in Vlaanderen die een zwaar negatief saldo laten noteren: het gaat om de regio AntwerpenMechelen met een uitloper naar de Antwerpse kempen. Anderzijds is er Zuid en Midden West-Vlaanderen. Ook zowat alle economische knooppunten in Oost-Vlaanderen hebben een negatief saldo, zij het dat het absoluut aantal hectaren ‘tekort’ minder uitgesproken is dan in de twee vorige subregio’s. De provincie Limburg en het noorden van de provincie West-Vlaanderen scoren in verhouding (en rekening houdende met deze strenge criteria) goed. Kaarten 8 en 9 geven de resultaten weer wanneer men het saldo uitdrukt als een percentage van het vereiste aanbod aan bouwrijpe grond. Hier bespreken we alleen kaart 9. De tekorten aan bouwrijpe terreinen spreiden zich uit via een langgerekte band gaande van Veurne over Zuid en Midden West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Antwerpen-Mechelen tot de Antwerpse Kempen. De zoekzones (rode zones op de kaarten) impliceren dat men er tot het uiterste moet gaan om zoveel mogelijk het tekort aan bouwrijpe grond op korte termijn (< 3 jaar) te verminderen via de realisatie van bestemde maar niet gerealiseerde bedrijventerreinen in economische knooppunten (zie ook deel 3). In een meer uitgebreide studie kan men nagaan hoe het probleem van de zoekzones op middellange termijn helemaal kan opgelost worden en welke acties daarvoor moeten ondernomen worden. Het feit dat men op kaarten 4 en 5 veel economische knooppunten van categorie 1 en 2 vindt binnen deze zoekzones betekent dat er in bepaalde economische knooppunten binnen deze zoekzones ook gewerkt zal moeten worden aan de bestemming van nieuwe terreinen ruim vóór 2007. We moeten er evenwel rekening mee houden dat de analyse de situatie op 1/1/2000 weergeeft en dat er sindsdien een nieuwe bedrijventerreinen bestemd zijn. Andere regio’s zoals de provincie Limburg en het noorden van West-Vlaanderen hebben een positief saldo (uitgaande van de strenge criteria die we gehanteerd hebben). Dit wil echter niet zeggen dat daar geen actie moet ondernomen worden indien men het principe van de gedeconcentreerde bundeling wil toepassen: het positief saldo is het gevolg van grote bedrijventerreinen in een bepaald economisch knooppunt (in dit geval vb. Hasselt-Genk). Indien men geen acties onderneemt in de omliggende economische knooppunten zullen bedrijven op termijn alleen nieuwe inplantingen kunnen realiseren in het knooppunt Hasselt-Genk. Dit betekent dat men feitelijk het principe van de gedeconcentreerde bundeling aan het uithollen
basis van pendelgegevens, en (4) rekening wordt gehouden met effecten van verstedelijkingsdruk.

14

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

is. M.a.w., men dient niet in ieder economisch knooppunt simultaan bouwrijpe grond ter beschikking te hebben (vb. economische knooppunten op tot 10-15 km afstand kunnen dienen als een valabel alternatief), maar tezelfdertijd moet men waken over de economische ontwikkelingskansen van verschillende economische knooppunten wanneer er grote reserves bestaan in één economisch knooppunt.

2.6

Grote regionale bedrijventerreinen

Regionale bedrijventerreinen in Vlaanderen zijn heterogeen. Een klein deel van hen biedt locatiemogelijkheden voor heel grote bedrijven. In deze sectie willen we nagaan in welke mate er bouwrijpe grond is die plaats kan bieden voor grotere bedrijven. We gaan uit van bedrijventerreinen binnen economische knooppunten met minimum 5 ha bouwrijpe grond en 10 ha bestemde maar nog te realiseren grond 23 . Conform met de visie van het RSV kan men er van uitgaan dat ieder grootstedelijk of regionaal stedelijk gebied dit soort terreinen zou moeten kunnen aanbieden. Daarom hebben we deze stedelijke gebieden afgezonderd van de andere economische knooppunten. De resultaten zijn per economisch knooppunt weergegeven in tabel 5. Voeg hier tabel 5 in Opmerkelijk is dat er binnen een aaneengesloten gebied (oostelijk deel van Oost-Vlaanderen en de provincie Antwerpen) geen enkel grootstedelijk of regionaal stedelijk economisch knooppunt is met bouwrijpe of bestemde grond die voldoet aan die voorwaarden. Er bestaan wel bouwrijpe reserves in Bornem, Puurs, Geel en Dendermonde maar het is de vraag of deze bedrijventerreinen de rol kunnen vervullen die ze in een grootstedelijk of regionaal stedelijk gebied moeten vervullen. Verder heeft Roeselare geen aanbod van bouwrijpe grond en Leuven heeft geen bestemde terreinen van méér dan 10 ha. Er zijn nog behoorlijk wat terreinen binnen kleinstedelijke gebieden (of het economisch netwerk van het Albertkanaal) die aan deze voorwaarden voldoen. Het zou interessant zijn om na te gaan welke ruimtelijk-economische strategieën kunnen ontwikkeld worden voor deze bedrijventerreinen.

2.7

Alternatieve scenario’s voor het berekenen van het vereiste aanbod

De calculaties in de vorige secties waren op generlei wijze bedoeld als een berekening van de ruimtevraag (behoefteraming) per economisch knooppunt. Het scenario waarbij we zijn uitgegaan van een ruimtevraag van 6.000 ha over 15 jaar en een ijzeren voorraad van 2 jaar
23

Omdat we niet met GIS-gegevens werken, kunnen we niet nagaan in welke mate die oppervlakte ook een aaneengesloten geheel vormt. De resultaten zullen dus een té optimistische weergave zijn van de realiteit.

15

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

en 11 maanden is bedoeld om zoveel mogelijk aan te sluiten met de huidige situatie en de uitgangspunten van het RSV. Het gebruik van de meest stringente criteria heeft het voordeel dat de resultaten ook geloofwaardig zijn voor hen die zuinig ruimtegebruik hoog in het vaandel dragen. Het scenario waarbij we uitgaan van een ruimtevraag van 6.000 ha over 15 jaar en een ijzeren voorraad van 5 jaar is al wat realistischer. Omdat het RSV 10.000 ha ruimtevraag vooropstelt kan men ook deze kwantiteit als uitgangspunt nemen. Omdat we alleen de ruimtebehoevende werkgelegenheid kennen per economisch knooppunt maar niet de terreinquotiënten, bedrijfsverhuizingen, etc… blijft het berekenen van de ruimtevraag erg rudimentair. Realistische inschattingen van de ruimtevraag in Vlaanderen kunnen enkel bekomen worden na een extensieve studie op basis van de ruimtevragende werkgelegenheid en de terreinquotiëntenmethodiek zoals dat reeds in andere landen gebeurd is 24 . De historische uitgifte methode is voorlopig de meest realistische waarover we beschikken25 . Helaas zijn die alleen op gemeentelijk niveau beschikbaar voor de provincies Limburg en West-Vlaanderen. De scenario’s op basis van een inschatting van de ruimtevraag op 6.000 ha (scenario A) en 10.000 ha (scenario B) zijn weergegeven in tabel 6. Beide scenario’s gaan uit van een ijzeren voorraad aan bouwrijpe grond van 5 jaar, ze houden rekening met de impact van de verstedelijkingsdruk en er is een toewijzing van de vraag uit de omgeving op basis van pendelgegevens. Scenario C gaat uit van dezelfde assumpties als scenario A maar verstedelijkingsdruk speelt hier geen rol en de verdeling van de vraag naar bedrijventerreinen wordt bepaald op basis van de ruimtebehoevende tewerkstelling in de economische knooppunten zonder toewijzing vanuit de omgeving. Tenslotte geven we nog een scenario op basis van de historische uitgifte in de periode 1990-1999 (scenario D). Voor dit scenario zijn er enkel gegevens beschikbaar voor Limburg en West-Vlaanderen. Voeg hier tabel 6 in Wanneer we in deze scenario’s de ruimtevraag vergelijken met het actueel aanbod (kolom 1) verkrijgen we de saldo’s per economische knooppunt. Voor scenario A hebben we op Vlaams niveau een tekort van 786 ha, voor scenario B loop dit tekort op tot 1.894 ha. N atuurlijk zijn dit slechts rudimentaire berekeningsmethodes maar ze wijzen er evenwel op dat bij meer realistische assumpties er op Vlaams niveau onvoldoende bouwrijpe grond aanwezig is, ondanks het positief saldo van de provincie Limburg. Het saldo wordt zelfs negatief voor deze provincie wanneer we uitgaan van de 10.000 ha hypothese of de historische uitgifte tussen 1990 en 1999. Voor West-Vlaanderen moeten we rekening houden met het feit dat er de laatste jaren behoorlijk wat ‘gemiste vraag’ bestaat in het midden en het zuiden van de provincie omdat er nauwelijks aanbod was van bouwrijpe industriegrond: maar zelfs zonder rekening te houden met deze factor komen we op een negatief saldo van 268 ha in deze
24

NEI en BCI (1997); Bedrijfslocatieplanning in Nederland, In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Interprovinciaal Overleg 25 In verschillende Vlaamse subregio’s is ook deze methode niet realistisch toe te passen omdat er duidelijk sprake is van ‘gemiste vraag’ in het recente verleden.

16

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

provincie. Scenario C geeft ongeveer dezelfde resultaten als scenario A wat aantoont dat de verstedelijkingsdruk en de toewijzing van de vraag uit de omgeving nauwelijks een rol spelen in het verhaal.

2.8

Sturingsmechanismen voor het beleid bij het creëren van “ruimte voor werk”

De tekorten aan bouwrijpe terreinen zullen blijven de kop opsteken zolang men niet tot een planning van de realisatie kan komen. Bestemmen van bedrijventerreinen is één zaak, de tijdige realisatie ervan een andere. De voorbeelden in deel 3 zullen aantonen dat er geen één-één relatie bestaat tussen bestemmen van terreinen en het bouwrijp maken van industriegronden. De realisatie van bedrijventerreinen is een complex proces met veel potentiële hindernissen. In Vlaanderen bestaan er grote verschillen tussen de subregio’s wat betreft de realisatie van bedrijventerreinen. In sommige streken bestaat een virtueel monopolie van een intercommunale of / GOM, in andere streken spelen privé organisaties een heel belangrijke rol. Wanneer de Vlaamse overheid het aanbod en de realisatie van bouwrijpe industriegrond wil (bij)sturen is het belangrijk om rekening te houden met deze verscheidenheid. Wanneer er op lokaal vlak een quasi monopolie bestaat is het relatief eenvoudig om bij te sturen. Het is hier niet de bedoeling om een beleidsinstrument tot in detail te ontwikkelen, maar het is interessant om een planningsvoorbeeld van Leiedal (arrondissement Kortrijk) aan te halen (tabel 7). Voeg hier tabel 7 in Deze tabel geeft per economisch knooppunt aan hoeveel hectaren gerealiseerd zullen worden in de komende jaren. Leiedal kan deze prognoses opstellen omdat de intercommunale in de meeste gevallen de realisatie zelf uitvoert of helpt uit te voeren. Met dergelijke prognoses kan men nagaan of de planning van de realisatie van bedrijventerreinen in lijn ligt met de behoefte aan bijkomende gronden met industriële bestemming. Vóór eind 2003 zouden er volgens Leiedal in het beste geval 211 ha bruto oppervlakte of 176 ha netto oppervlakte gerealiseerd kunnen worden (specifieke terreinen inbegrepen)26 . Rekening houdende met de reserve van bouwrijpe gronden van 105 ha (netto oppervlakte) (berekend uit tabel 2) houdt dit in dat het arrondissement Kortrijk 71 ha (netto opp.) bouwrijpe grond gerealiseerd wordt vrij komt op de markt. Dit wil zeggen dat het arrondissement voor de volgende 3 jaren (uitgaande van een jaarlijkse uitgifte van (105 ha / 5 =) 21 ha) geen schaarste aanbouwrijpe terreinen zal kennen (wat in schril contrast staat met de vorige 5 jaren – zie kaarten 6-9). Maar eigenlijk is dit plaatje té optimistisch. Indien we specifieke terreinen – die een veel langere realisatieperiode hebben - eruit nemen dan worden er slechts 131 ha gewone bedrij26

De bruto oppervlakte is 1.2 keer de netto oppervlakte (zie RSV, p. 443)

17

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

venterreinen gerealiseerd. zou moeten hebben.

Dit is net iets meer dan de ijzeren voorraad die de regio de facto

Tezelfdertijd moet men er rekening mee houden dat de bestemming van nieuwe gronden na 2004-2005 nu reeds moet uitgewerkt worden, zo niet zal het arrondissement zijn reserve aan bouwrijpe gronden opnieuw vlug zien slinken. Dergelijk planningsinstrument is evenwel moeilijk te veralgemenen voor alle delen van Vlaanderen omdat privé-maatschappijen actief zijn in een aantal regio’s, o.a. Vlaams Brabant en het Antwerpse. Deze maatschappijen houden reserves aan tot het interessant wordt om kantoren of andere projecten te realiseren. Op die wijze wordt een schaarste gecreëerd op de markt en vinden bedrijven met investeringsplannen moeilijk een geschikte locatie. Tot op heden heeft de Vlaamse overheid daar weinig of geen greep op. Om te verzekeren dat men de privé-sector kan betrekken in het aanbieden van een werkbare voorraad van bouwrijpe terreinen in een bepaalde regio zijn o.i. twee zaken belangrijk. Enerzijds dient er een daadwerkelijk sturend en beheersend orgaan achter de ontwikkeling te staan (met goedkeuring/erkenning door de verschillende betrokken actoren). Anderzijds dient men dringend werk te maken van PPS: door het opstellen van een specifieke contractuele bepalingen kan de overheid bij de realisatie van nieuwe terreinen de privé-maatschappijen betrekken in het planningsproces om het een dynamisch aanbod van bouwrijpe gronden te verzekeren.

18

Tabel 1: Vereist aanbod aan bouwrijpe grond per economisch knooppunt (industrieterreinen en KMO-zones; netto oppervlakte) 6.000 ha hypothese 10.000 ha hypothese Code economisch Toewijzing buitengebied op basis Toewijzing buitengebied op basis Toewijzing buitengebied op basis Toewijzing buitengebied op basis knooppunt Economisch knooppunt Enkel economische knooppunten van afstand van pendelstromen Enkel economische knooppunten van afstand van pendelstromen A B A B A B A B A B A B ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha 110 ANTWERPEN 212 154 184 133 214 156 354 257 306 221 356 260 111 BOOM 5 5 5 5 5 5 6 5 9 6 5 5 112 RANST 5 5 5 5 5 5 5 6 5 5 5 5 113 SCHILDE 5 5 6 6 5 5 5 5 10 10 5 5 114 SCHOTEN 13 13 24 23 11 11 22 22 40 38 19 18 115 ZANDHOVEN 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 116 MALLE 8 9 8 9 7 7 13 14 14 15 11 12 120 BORNEM 12 13 10 11 10 11 20 21 17 18 17 18 121 DUFFEL 6 7 5 6 5 6 11 11 9 9 9 9 122 HEIST-OP-DEN-BERG 12 13 18 19 13 14 21 22 30 32 22 24 123 LIER 21 22 20 20 18 19 35 37 33 34 30 31 124 MECHELEN 44 44 43 42 45 45 73 73 71 71 75 75 125 PUURS 10 10 9 9 8 9 16 17 15 15 14 15 126 WILLEBROEK 7 7 8 8 6 6 11 11 14 14 9 10 130 ARENDONK 6 6 8 9 5 5 9 10 13 15 8 8 131 BALEN 5 5 5 5 5 5 7 7 6 6 6 6 132 TURNHOUT 50 53 48 51 56 59 83 89 80 85 93 99 133 GEEL 20 21 17 18 17 18 33 35 28 30 28 30 134 GROBBENDONK 5 5 9 9 5 5 7 8 15 16 6 7 135 HERENTALS 22 23 19 20 19 20 37 39 31 33 31 33 136 HOOGSTRATEN 8 9 12 13 7 8 14 15 20 22 11 13 137 MEERHOUT 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 138 MOL 12 13 16 17 15 16 20 21 27 29 24 27 139 OLEN 9 9 7 8 7 8 15 16 12 13 12 13 140 WESTERLO 16 18 15 17 14 15 27 30 26 28 23 25 141 LAAKDAL 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 230 BRUSSEL RAND 153 151 141 139 156 154 255 251 236 231 260 257 231 ASSE 17 18 18 19 14 15 28 29 30 32 23 25 232 HALLE 9 9 8 8 10 10 15 15 13 13 16 16 233 LONDERZEEL 8 8 10 11 7 7 13 14 17 19 11 12 234 TERNAT 9 9 9 9 7 8 14 15 15 15 12 13 240 AARSCHOT 9 10 10 10 10 11 15 16 16 17 17 18 241 DIEST 6 7 12 13 11 12 11 11 19 21 18 19 242 LEUVEN 27 23 36 30 39 33 45 38 59 49 66 55 243 TIENEN 11 12 14 15 13 14 18 20 23 25 21 23 310 BLANKENBERGE 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 311 BRUGGE 52 56 48 52 50 53 87 93 81 86 83 89 312 TORHOUT 5 5 5 5 5 5 8 9 7 7 7 7 313 KNOKKE-HEIST 5 5 5 5 5 5 6 7 5 6 5 6 320 DIKSMUIDE 5 5 5 5 5 5 8 9 7 7 8 9 321 KORTEMARK 5 6 5 6 5 5 8 9 9 9 7 8 330 IEPER 16 17 15 16 21 23 26 28 24 26 35 38 331 POPERINGE 5 6 5 6 5 5 9 9 9 10 7 8 332 WERVIK 5 6 7 8 5 5 9 10 12 13 7 8 340 ANZEGEM 6 6 8 9 5 5 10 11 13 14 8 9 341 AVELGEM 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 342 KORTRIJK 89 92 83 85 80 83 149 154 138 141 134 138 343 MENEN 11 10 9 9 9 9 18 17 15 15 15 15

Tabel 1: Vereist aanbod aan bouwrijpe grond per economisch knooppunt (industrieterreinen en KMO-zones; netto oppervlakte) 6.000 ha hypothese 10.000 ha hypothese Code economisch Toewijzing buitengebied op basis Toewijzing buitengebied op basis Toewijzing buitengebied op basis Toewijzing buitengebied op basis knooppunt Economisch knooppunt Enkel economische knooppunten van afstand van pendelstromen Enkel economische knooppunten van afstand van pendelstromen A B A B A B A B A B A B ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha 344 WAREGEM 30 31 25 26 30 31 50 52 42 43 51 52 350 OOSTENDE 19 20 20 20 20 21 32 33 33 34 34 35 360 HOOGLEDE 5 6 7 8 5 5 9 9 12 13 7 8 361 ROESELARE 53 53 44 44 49 50 88 88 74 74 82 83 362 STADEN 7 8 10 11 6 6 12 13 17 18 10 11 370 MEULEBEKE 5 5 5 5 5 5 8 9 7 7 7 7 371 TIELT 11 12 9 10 13 15 18 20 15 17 22 24 372 WIELSBEKE 13 14 23 25 18 19 22 24 38 41 30 32 373 WINGENE 5 5 5 5 5 5 5 6 5 5 5 5 374 ARDOOIE 7 8 9 10 6 7 12 13 15 16 10 11 380 NIEUWPOORT 5 5 5 5 5 5 5 5 5 6 5 5 381 VEURNE 7 8 7 8 9 10 12 13 12 13 16 17 410 AALST 30 29 33 32 35 34 50 49 55 53 58 57 411 GERAARDSBERGEN 5 5 6 6 5 5 8 8 10 11 8 8 412 NINOVE 9 10 9 9 8 8 15 16 14 15 13 14 413 ZOTTEGEM 5 5 6 7 5 5 6 6 11 11 8 8 420 DENDERMONDE 13 14 15 15 24 25 22 23 25 25 41 42 421 WETTEREN 8 9 13 14 7 7 14 15 22 23 12 12 422 ZELE 12 12 18 19 11 12 20 21 30 32 19 20 430 EEKLO 5 5 8 9 5 5 8 9 14 15 8 8 431 MALDEGEM 6 7 5 6 5 6 10 11 9 9 9 9 440 AALTER 10 11 11 12 10 11 17 18 19 21 17 18 441 DEINZE 11 12 11 12 9 10 18 20 18 19 15 17 442 GENT 86 85 87 86 101 100 143 142 144 143 168 167 443 NAZARETH 6 6 13 14 5 5 10 11 22 24 8 9 450 OUDENAARDE 20 21 17 18 28 30 33 36 28 30 46 50 451 RONSE 11 11 10 10 9 9 18 18 16 17 15 15 452 KLUISBERGEN 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 460 BEVEREN 18 19 15 16 15 16 30 32 25 27 25 27 461 LOKEREN 13 13 12 12 11 11 21 22 19 20 18 19 462 SINT-NIKLAAS 28 29 28 29 29 30 47 48 47 48 49 50 463 TEMSE 8 9 7 7 7 7 14 14 11 12 11 12 710 BERINGEN 10 11 8 9 8 9 17 18 14 15 14 15 711 HASSELT-GENK 111 117 95 99 113 119 186 196 158 166 189 199 712 LEOPOLDSBURG 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 713 LUMMEN 6 6 7 7 5 5 9 10 11 12 8 9 714 OPGLABBEEK 6 7 9 10 5 6 10 11 15 16 9 9 715 SINT-TRUIDEN 14 15 14 15 15 16 23 25 23 25 24 26 716 TESSENDERLO 13 14 11 12 11 12 22 24 19 20 19 20 717 ZUTENDAAL 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 718 HAM 5 5 5 5 5 5 6 6 5 5 5 5 719 HEUSDEN-ZOLDER 6 6 5 5 5 5 10 11 9 9 9 9 720 BREE 7 8 8 8 9 9 12 13 13 14 14 16 721 LOMMEL 11 12 9 10 9 10 18 20 15 17 15 17 722 MAASEIK 5 5 5 5 5 5 6 7 5 6 8 9 724 NEERPELT/OVERPELT 13 14 16 17 11 12 21 23 27 29 18 19 725 HAMONT-ACHEL 7 8 9 9 6 7 12 13 15 16 10 11 14 15 12 12 12 13 23 25 19 21 19 21 726 HOUTHALEN-HELCHTEREN

Tabel 1: Vereist aanbod aan bouwrijpe grond per economisch knooppunt (industrieterreinen en KMO-zones; netto oppervlakte) 6.000 ha hypothese 10.000 ha hypothese Code economisch Toewijzing buitengebied op basis Toewijzing buitengebied op basis Toewijzing buitengebied op basis Toewijzing buitengebied op basis knooppunt Economisch knooppunt Enkel economische knooppunten van afstand van pendelstromen Enkel economische knooppunten van afstand van pendelstromen A B A B A B A B A B A B ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha 727 DILSEN 9 10 8 8 8 8 15 16 13 14 13 14 730 ALKEN 6 6 8 8 5 5 9 10 13 14 8 9 731 BILZEN 5 5 7 7 5 5 8 9 12 12 7 7 732 LANAKEN 7 8 7 8 6 7 12 13 12 13 11 11 733 TONGEREN 6 6 7 7 5 5 10 10 11 12 8 9 734 MAASMECHELEN 7 7 6 6 6 6 11 12 10 10 10 10 Totaal Doelwaarde
Noot:

1745 1700

1741 1700

1743 1700

1741 1700

1756 1700

1749 1700

2852 2833

2852 2833

2852 2833

2849 2833

2859 2833

2858 2833

A: Enkel op basis van ruimtebehoevende tewerkstelling B. Ruimtebehoevende tewerkstelling + verstedelijkingsdruk

Tabel 2: Vereist aanbod aan bouwrijpe grond per economisch knooppunt (enkel industrieterreinen; netto oppervlakte) 6.000 ha hypothese Code economisch knooppunt

10.000 ha hypothese

Economisch knooppunt

110 111 112 113 114 115 116 120 121 122 123 124 125 126 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 230 231 232 233 234 240 241 242 243 310 311 312 313 320 321 330 331 332 340

ANTWERPEN BOOM RANST SCHILDE SCHOTEN ZANDHOVEN MALLE BORNEM DUFFEL HEIST-OP-DEN-BERG LIER MECHELEN PUURS WILLEBROEK ARENDONK BALEN TURNHOUT GEEL GROBBENDONK HERENTALS HOOGSTRATEN MEERHOUT MOL OLEN WESTERLO LAAKDAL BRUSSEL RAND ASSE HALLE LONDERZEEL TERNAT AARSCHOT DIEST LEUVEN TIENEN BLANKENBERGE BRUGGE TORHOUT KNOKKE-HEIST DIKSMUIDE KORTEMARK IEPER POPERINGE WERVIK ANZEGEM

Enkel economische knooppunten A B ha ha 165 120 5 5 5 5 5 5 10 10 5 5 6 7 9 10 5 5 10 10 16 17 34 34 8 8 5 5 5 5 5 5 39 41 15 17 5 5 17 18 6 7 5 5 9 10 7 7 13 14 5 5 119 117 13 14 7 7 6 6 7 7 7 8 5 5 21 18 9 9 5 5 40 43 5 5 5 5 5 5 5 5 12 13 5 5 5 5 5 5

Toewijzing buitengebied op basis Toewijzing buitengebied op basis Toewijzing buitengebied op basis Toewijzing buitengebied op basis van afstand van pendelstromen Enkel economische knooppunten van afstand van pendelstromen A B A B A B A B A B ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha 143 103 166 121 275 200 238 172 277 202 5 5 5 5 5 5 7 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 8 8 5 5 19 18 9 9 17 17 31 30 15 14 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 6 7 5 6 10 11 11 12 9 9 8 8 8 8 15 16 13 14 13 14 5 5 5 5 8 9 7 7 7 7 14 15 10 11 16 17 24 25 17 18 15 16 14 15 27 29 25 26 23 24 33 33 35 35 57 57 55 55 58 59 7 7 6 7 13 14 11 12 11 11 6 7 5 5 9 9 11 11 7 7 6 7 5 5 7 8 10 11 6 7 5 5 5 5 5 6 5 5 5 5 38 40 43 46 65 69 63 66 72 77 13 14 13 14 25 28 21 23 21 23 7 7 5 5 6 6 11 12 5 5 14 15 14 15 28 30 24 25 24 26 10 10 5 6 11 12 16 17 9 10 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 12 13 11 12 15 16 21 22 19 21 6 6 6 6 11 12 10 10 10 10 12 13 11 12 21 23 20 21 18 19 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 110 108 121 120 198 195 183 180 202 200 14 15 11 12 22 23 24 25 18 19 6 6 7 8 11 12 10 10 12 13 8 9 5 5 10 11 14 14 8 9 7 7 6 6 11 12 11 12 9 10 8 8 8 8 12 13 13 13 13 14 9 10 8 9 8 9 15 16 14 15 28 23 31 26 35 29 46 38 51 43 11 12 10 11 14 15 18 19 16 18 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 38 40 39 41 67 72 63 67 64 69 5 5 5 5 6 7 5 6 5 6 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 6 7 5 6 6 7 5 5 5 5 7 7 7 7 6 6 11 12 16 18 20 22 19 21 27 29 5 5 5 5 7 7 7 8 6 6 6 6 5 5 7 7 9 10 6 6 6 7 5 5 8 8 10 11 6 7

Tabel 2: Vereist aanbod aan bouwrijpe grond per economisch knooppunt (enkel industrieterreinen; netto oppervlakte) 6.000 ha hypothese Code economisch knooppunt

10.000 ha hypothese

Economisch knooppunt

341 342 343 344 350 360 361 362 370 371 372 373 374 380 381 410 411 412 413 420 421 422 430 431 440 441 442 443 450 451 452 460 461 462 463 710 711 712 713 714 715 716 717 718 719

AVELGEM KORTRIJK MENEN WAREGEM OOSTENDE HOOGLEDE ROESELARE STADEN MEULEBEKE TIELT WIELSBEKE WINGENE ARDOOIE NIEUWPOORT VEURNE AALST GERAARDSBERGEN NINOVE ZOTTEGEM DENDERMONDE WETTEREN ZELE EEKLO MALDEGEM AALTER DEINZE GENT NAZARETH OUDENAARDE RONSE KLUISBERGEN BEVEREN LOKEREN SINT-NIKLAAS TEMSE BERINGEN HASSELT-GENK LEOPOLDSBURG LUMMEN OPGLABBEEK SINT-TRUIDEN TESSENDERLO ZUTENDAAL HAM HEUSDEN-ZOLDER

Enkel economische knooppunten A B ha ha 5 5 70 72 8 8 23 24 15 15 5 5 41 41 5 6 5 5 8 9 10 11 5 5 6 6 5 5 6 6 23 23 5 5 7 8 5 5 10 11 7 7 9 10 5 5 5 5 8 9 9 9 67 66 5 5 16 17 8 9 5 5 14 15 10 10 22 22 6 7 8 8 87 91 5 5 5 5 5 5 11 12 10 11 5 5 5 5 5 5

Toewijzing buitengebied op basis Toewijzing buitengebied op basis Toewijzing buitengebied op basis Toewijzing buitengebied op basis van afstand van pendelstromen Enkel economische knooppunten van afstand van pendelstromen A B A B A B A B A B ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 64 66 62 64 116 119 107 110 104 107 7 7 7 7 14 14 12 11 12 11 20 20 24 24 39 40 33 34 40 41 15 16 16 16 25 25 26 26 26 27 6 6 5 5 7 7 9 10 6 6 34 35 38 39 68 68 57 58 64 65 8 8 5 5 9 10 13 14 8 8 5 5 5 5 6 7 5 6 5 6 7 8 10 11 14 15 12 13 17 19 18 19 14 15 17 19 30 32 23 25 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 7 7 5 5 9 10 12 12 8 8 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 6 6 7 8 9 10 9 10 12 13 26 25 27 26 39 38 43 42 45 44 5 5 5 5 6 6 8 8 6 6 7 7 6 6 12 13 11 12 10 11 5 5 5 5 5 5 8 9 6 6 12 12 19 20 17 18 19 20 32 33 10 11 5 6 11 11 17 18 9 10 14 15 9 9 15 16 23 25 14 15 7 7 5 5 6 7 11 11 6 6 5 5 5 5 8 9 7 7 7 7 9 10 8 9 13 14 15 16 13 14 8 9 7 8 14 15 14 15 12 13 67 67 78 78 111 110 112 111 130 130 10 11 5 5 8 8 17 18 6 7 13 14 22 23 26 28 22 24 36 39 7 8 7 7 14 14 12 13 12 12 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 12 13 12 13 23 25 20 21 19 21 9 10 8 9 16 17 15 16 14 15 22 22 23 23 37 37 36 37 38 39 5 6 5 6 11 11 9 9 9 9 7 7 7 7 13 14 11 12 11 12 74 77 88 93 144 152 123 129 147 155 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 6 5 5 7 8 9 9 6 7 7 7 5 5 8 9 12 12 7 7 11 12 11 12 18 20 18 19 19 20 9 9 9 9 17 19 15 16 15 16 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 8 8 7 7 7 7

Tabel 2: Vereist aanbod aan bouwrijpe grond per economisch knooppunt (enkel industrieterreinen; netto oppervlakte) 6.000 ha hypothese Code economisch knooppunt

10.000 ha hypothese

720 721 722 724 725 726 727 730 731 732 733 734

Enkel economische knooppunten A B ha ha BREE 5 6 LOMMEL 8 9 MAASEIK 5 5 NEERPELT/OVERPELT 10 11 HAMONT-ACHEL 6 6 HOUTHALEN-HELCHTEREN 11 12 DILSEN 7 8 ALKEN 5 5 BILZEN 5 5 LANAKEN 6 6 TONGEREN 5 5 MAASMECHELEN 5 6 Totaal Doelwaarde 1392 1322 1384 1322

Economisch knooppunt

Toewijzing buitengebied op basis Toewijzing buitengebied op basis Toewijzing buitengebied op basis Toewijzing buitengebied op basis van afstand van pendelstromen Enkel economische knooppunten van afstand van pendelstromen A B A B A B A B A B ha ha ha ha ha ha ha ha ha ha 6 7 7 7 9 10 10 11 11 12 7 8 7 8 14 15 12 13 12 13 5 5 5 5 5 5 5 5 7 7 12 13 8 9 17 18 21 22 14 15 7 7 5 5 9 10 11 12 8 9 9 10 9 10 18 19 15 16 15 16 6 6 6 6 12 13 10 11 10 11 6 6 5 5 7 8 10 11 6 7 5 6 5 5 6 7 9 10 5 6 6 6 5 5 10 10 10 10 8 9 5 6 5 5 8 8 9 9 6 7 5 5 5 5 9 9 7 8 7 8 1382 1322 1378 1322 1410 1322 1401 1322 2233 2203 2231 2203 2232 2203 2229 2203 2240 2203 2238 2203

Noot:

A: Enkel op basis van ruimtebehoevende tewerkstelling B. Ruimtebehoevende tewerkstelling + verstedelijkingsdruk

Tabel 3: Situatie per economisch knooppunt op 1/1/2000 (industrieterreinen en KMO-zones) Code Totale Uit te Realiseereconomisch knooppunt Economisch knooppunt oppervlakte Bezet Bouwrijp rusten Tijdelijk Definitief baar 1 2 3 4 5 6 7 = 4+5 ha ha ha ha ha ha ha Bruto opp. Bruto opp. Netto opp. Bruto opp. Bruto opp. Bruto opp. Bruto opp. 110 ANTWERPEN 1838,9 1726,0 19,1 76,0 2,8 15,0 78,8 111 BOOM 160,1 145,1 0,0 15,0 0,0 0,0 15,0 112 RANST 149,3 102,8 0,2 0,0 40,0 6,3 40,0 113 SCHILDE 12,9 12,9 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 114 SCHOTEN 170,0 168,4 1,6 0,0 0,0 0,0 0,0 115 ZANDHOVEN 47,3 47,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 116 MALLE 219,0 216,7 0,0 0,0 0,0 2,3 0,0 120 BORNEM 371,3 235,1 30,0 0,0 0,0 106,2 0,0 121 DUFFEL 136,4 126,6 0,0 9,0 0,0 0,8 9,0 122 HEIST-OP-DEN-BERG 274,4 202,2 0,0 10,0 12,4 49,8 22,4 123 LIER 291,2 285,0 4,6 0,0 0,0 1,6 0,0 124 MECHELEN 628,4 608,2 0,2 0,0 4,0 16,0 4,0 125 PUURS 369,7 356,7 13,0 0,0 0,0 0,0 0,0 126 WILLEBROEK 489,3 459,9 0,0 0,0 27,0 2,4 27,0 130 ARENDONK 118,9 115,5 0,0 0,0 0,0 3,4 0,0 131 BALEN 182,2 162,2 0,0 0,0 20,0 0,0 20,0 132 TURNHOUT 617,2 607,0 0,8 0,0 1,5 7,9 1,5 133 GEEL 832,8 762,4 35,9 32,0 2,5 0,0 34,5 134 GROBBENDONK 84,9 84,9 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 135 HERENTALS 489,8 486,8 0,0 0,0 3,0 0,0 3,0 136 HOOGSTRATEN 262,1 235,3 9,0 10,8 7,0 0,0 17,8 137 MEERHOUT 221,4 205,4 16,0 0,0 0,0 0,0 0,0 138 MOL 202,4 170,4 3,0 0,0 9,0 20,0 9,0 139 OLEN 277,4 255,0 0,3 0,0 9,0 13,1 9,0 140 WESTERLO 172,5 162,2 0,0 10,3 0,0 0,0 10,3 141 LAAKDAL 28,4 27,8 0,0 0,6 0,0 0,0 0,6 230 BRUSSEL RAND 1844,5 1707,1 83,6 1,1 38,3 15,8 39,4 231 ASSE 230,8 207,1 23,8 0,0 0,2 0,0 0,2 232 HALLE 189,2 160,1 15,0 0,0 4,8 8,2 4,8 233 LONDERZEEL 102,6 101,8 0,3 0,0 0,0 0,0 0,0 234 TERNAT 82,9 82,7 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 240 AARSCHOT 193,6 179,7 2,3 10,9 0,0 0,3 10,9 241 DIEST 194,1 173,9 16,1 3,5 0,0 0,4 3,5 242 LEUVEN 206,6 174,1 32,0 0,0 0,0 0,0 0,0 243 TIENEN 322,8 238,7 28,8 0,0 54,5 0,5 54,5 310 BLANKENBERGE 20,0 12,0 0,0 8,0 0,0 0,0 8,0 311 BRUGGE 1014,0 902,0 54,0 58,0 0,0 0,0 58,0 312 TORHOUT 73,5 58,5 0,0 15,0 0,0 0,0 15,0 313 KNOKKE-HEIST 23,7 23,7 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 320 DIKSMUIDE 127,1 107,1 0,0 20,0 0,0 0,0 20,0 321 KORTEMARK 94,1 94,1 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 330 IEPER 445,4 405,4 13,0 27,0 0,0 0,0 27,0 331 POPERINGE 102,2 95,2 7,0 0,0 0,0 0,0 0,0 332 WERVIK 51,2 45,2 0,0 6,0 0,0 0,0 6,0 340 ANZEGEM 114,9 107,9 0,0 7,0 0,0 0,0 7,0 341 AVELGEM 64,8 59,8 5,0 0,0 0,0 0,0 0,0 342 KORTRIJK 1524,0 1394,0 19,0 111,0 0,0 0,0 111,0 343 MENEN 276,4 230,4 26,0 20,0 0,0 0,0 20,0 344 WAREGEM 496,6 496,6 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 350 OOSTENDE 445,3 361,3 23,0 36,0 0,0 25,0 36,0 360 HOOGLEDE 142,1 139,1 0,0 3,0 0,0 0,0 3,0 361 ROESELARE 629,3 593,3 0,0 36,0 0,0 0,0 36,0 362 STADEN 103,7 103,7 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 370 MEULEBEKE 62,0 62,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 371 TIELT 151,8 134,8 0,0 27,0 0,0 0,0 27,0 372 WIELSBEKE 358,8 355,8 3,0 0,0 0,0 0,0 0,0 373 WINGENE 91,6 62,6 0,0 29,0 0,0 0,0 29,0 374 ARDOOIE 88,2 88,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 380 NIEUWPOORT 71,5 64,5 0,0 7,0 0,0 0,0 7,0 381 VEURNE 161,2 149,2 0,0 12,0 0,0 0,0 12,0 410 AALST 407,9 407,9 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 411 GERAARDSBERGEN 153,8 137,8 11,0 0,0 0,0 5,0 0,0 412 NINOVE 178,8 172,8 0,0 6,0 0,0 0,0 6,0

Tabel 3: Situatie per economisch knooppunt op 1/1/2000 (industrieterreinen en KMO-zones) Code Totale Uit te Realiseereconomisch knooppunt Economisch knooppunt oppervlakte Bezet Bouwrijp rusten Tijdelijk Definitief baar 1 2 3 4 5 6 7 = 4+5 ha ha ha ha ha ha ha Bruto opp. Bruto opp. Netto opp. Bruto opp. Bruto opp. Bruto opp. Bruto opp. 413 ZOTTEGEM 78,8 62,8 3,0 0,0 13,0 0,0 13,0 420 DENDERMONDE 310,7 299,7 7,0 4,0 0,0 0,0 4,0 421 WETTEREN 207,9 186,9 0,0 21,0 0,0 0,0 21,0 422 ZELE 142,7 142,7 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 430 EEKLO 172,8 169,8 3,0 0,0 0,0 0,0 0,0 431 MALDEGEM 144,6 139,6 2,0 3,0 0,0 0,0 3,0 440 AALTER 226,8 201,8 0,0 25,0 0,0 0,0 25,0 441 DEINZE 220,9 220,9 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 442 GENT 1855,4 1241,4 30,0 436,0 148,0 0,0 584,0 443 NAZARETH 121,9 103,9 10,0 8,0 0,0 0,0 8,0 450 OUDENAARDE 292,5 241,5 5,0 46,0 0,0 0,0 46,0 451 RONSE 158,1 144,1 2,0 12,0 0,0 0,0 12,0 452 KLUISBERGEN 157,0 157,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 460 BEVEREN 265,4 139,4 5,0 121,0 0,0 0,0 121,0 461 LOKEREN 331,7 246,7 0,0 85,0 0,0 0,0 85,0 462 SINT-NIKLAAS 419,2 400,2 3,0 0,0 16,0 0,0 16,0 463 TEMSE 353,6 353,6 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 710 BERINGEN 652,0 482,5 14,8 31,1 4,0 119,6 35,1 711 HASSELT-GENK 2716,2 2033,5 211,0 246,4 193,3 32,0 439,7 712 LEOPOLDSBURG 28,0 13,3 0,0 14,7 0,0 0,0 14,7 713 LUMMEN 243,1 179,8 4,3 3,0 2,0 54,0 5,0 714 OPGLABBEEK 219,8 193,0 26,8 0,0 0,0 0,0 0,0 715 SINT-TRUIDEN 320,1 251,6 0,5 68,0 0,0 0,0 68,0 716 TESSENDERLO 503,9 490,4 5,4 8,1 0,0 0,0 8,1 717 ZUTENDAAL 42,2 42,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 718 HAM 222,8 192,8 0,0 10,0 0,0 20,0 10,0 719 HEUSDEN-ZOLDER 416,2 165,4 12,5 95,4 0,0 143,0 95,4 720 BREE 194,9 184,9 8,5 0,0 1,5 0,0 1,5 721 LOMMEL 1293,1 851,1 33,7 142,2 266,2 0,0 408,4 722 MAASEIK 130,8 102,8 11,1 16,9 0,0 0,0 16,9 492,6 453,4 5,2 29,0 5,0 0,0 34,0 724 NEERPELT/OVERPELT 725 HAMONT-ACHEL 105,5 100,3 5,2 0,0 0,0 0,0 0,0 726 HOUTHALEN-HELCHTEREN 410,4 301,6 7,8 36,0 11,0 54,0 47,0 727 DILSEN 344,0 219,4 20,0 34,6 65,0 5,0 99,6 730 ALKEN 101,1 77,2 0,0 0,0 0,0 23,9 0,0 731 BILZEN 69,5 53,6 0,0 3,9 0,0 12,0 3,9 732 LANAKEN 255,3 240,0 15,3 0,0 0,0 0,0 0,0 733 TONGEREN 216,4 196,9 3,7 15,8 0,0 0,0 15,8 734 MAASMECHELEN 312,0 244,4 11,0 28,6 19,7 8,3 48,3 Totaal 34239,2 29379,9 963,2 2151,9 980,7 771,9 3132,6

Tabel 4: Situatie per economisch knooppunt op 1/1/2000 (enkel industrieterreinen) Code economisch knooppunt

110 111 112 113 114 115 116 120 121 122 123 124 125 126 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 230 231 232 233 234 240 241 242 243 310 311 312 313 320 321 330 331 332 340 341 342 343 344 350 360 361 362 370 371 372 373 374

Totale Uit te RealiseerEconomisch knooppunt oppervlakte Bezet Bouwrijp rusten Tijdelijk Definitief baar 1 2 3 4 5 6 7 = 4+5 ha ha ha ha ha ha ha Bruto opp. Bruto opp. Netto opp. Bruto opp. Bruto opp. Bruto opp. Bruto opp. ANTWERPEN 856,2 786,8 7,1 49,8 0,2 12,3 50,0 BOOM 137,9 137,9 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 RANST 103,4 71,4 0,0 0,0 32,0 0,0 32,0 SCHILDE 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 SCHOTEN 107,9 107,9 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 ZANDHOVEN 24,9 24,9 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 MALLE 191,1 189,6 0,0 0,0 0,0 1,5 0,0 BORNEM 340,0 204,3 30,0 0,0 0,0 105,7 0,0 DUFFEL 113,1 113,1 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 HEIST-OP-DEN-BERG 249,2 179,2 0,0 10,0 11,0 49,0 21,0 LIER 167,7 165,3 1,4 0,0 0,0 1,0 0,0 MECHELEN 585,1 565,1 0,0 0,0 4,0 16,0 4,0 PUURS 308,6 295,6 13,0 0,0 0,0 0,0 0,0 WILLEBROEK 484,6 457,6 0,0 0,0 27,0 0,0 27,0 ARENDONK 108,0 108,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 BALEN 130,5 110,5 0,0 0,0 20,0 0,0 20,0 TURNHOUT 338,5 333,2 0,8 0,0 1,5 3,0 1,5 GEEL 783,5 717,5 33,5 30,0 2,5 0,0 32,5 GROBBENDONK 79,6 79,6 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 HERENTALS 325,0 325,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 HOOGSTRATEN 196,6 178,6 9,0 9,0 0,0 0,0 9,0 MEERHOUT 167,4 155,4 12,0 0,0 0,0 0,0 0,0 MOL 172,5 140,5 3,0 0,0 9,0 20,0 9,0 OLEN 275,2 253,2 0,0 0,0 9,0 13,0 9,0 WESTERLO 146,3 146,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 LAAKDAL 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 BRUSSEL RAND 1219,1 1109,9 55,7 0,0 38,3 15,8 38,3 ASSE 52,5 39,9 12,8 0,0 0,0 0,0 0,0 HALLE 142,1 118,4 11,1 0,0 4,8 7,1 4,8 LONDERZEEL 78,3 77,7 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 TERNAT 75,3 75,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 AARSCHOT 161,1 157,2 1,4 1,5 0,0 0,3 1,5 DIEST 172,3 157,8 13,9 0,3 0,0 0,4 0,3 LEUVEN 179,5 158,0 20,9 0,0 0,0 0,0 0,0 TIENEN 295,9 216,6 24,3 0,0 54,5 0,5 54,5 BLANKENBERGE 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 BRUGGE 753,2 683,2 52,0 18,0 0,0 0,0 18,0 TORHOUT 72,9 57,9 0,0 15,0 0,0 0,0 15,0 KNOKKE-HEIST 2,7 2,7 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 DIKSMUIDE 104,0 94,0 0,0 10,0 0,0 0,0 10,0 KORTEMARK 74,7 74,7 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 IEPER 414,4 374,4 13,0 27,0 0,0 0,0 27,0 POPERINGE 83,0 76,0 7,0 0,0 0,0 0,0 0,0 WERVIK 29,0 29,0 0,0 6,0 0,0 0,0 6,0 ANZEGEM 108,2 101,2 0,0 7,0 0,0 0,0 7,0 AVELGEM 64,8 59,8 5,0 0,0 0,0 0,0 0,0 KORTRIJK 1464,8 1334,8 19,0 111,0 0,0 0,0 111,0 MENEN 247,0 201,0 26,0 20,0 0,0 0,0 20,0 WAREGEM 488,2 488,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 OOSTENDE 441,0 357,0 23,0 36,0 0,0 25,0 36,0 HOOGLEDE 81,0 81,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 ROESELARE 463,0 427,0 0,0 36,0 0,0 0,0 36,0 STADEN 60,5 60,5 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 MEULEBEKE 11,0 11,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 TIELT 146,7 129,7 0,0 27,0 0,0 0,0 27,0 WIELSBEKE 317,0 314,0 3,0 0,0 0,0 0,0 0,0 WINGENE 71,0 53,0 0,0 18,0 0,0 0,0 18,0 ARDOOIE 28,0 28,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

Tabel 4: Situatie per economisch knooppunt op 1/1/2000 (enkel industrieterreinen) Code economisch knooppunt

380 381 410 411 412 413 420 421 422 430 431 440 441 442 443 450 451 452 460 461 462 463 710 711 712 713 714 715 716 717 718 719 720 721 722 724 725 726 727 730 731 732 733 734

Totale Uit te RealiseerEconomisch knooppunt oppervlakte Bezet Bouwrijp rusten Tijdelijk Definitief baar 1 2 3 4 5 6 7 = 4+5 ha ha ha ha ha ha ha Bruto opp. Bruto opp. Netto opp. Bruto opp. Bruto opp. Bruto opp. Bruto opp. NIEUWPOORT 28,0 28,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 VEURNE 160,0 148,0 0,0 12,0 0,0 0,0 12,0 AALST 280,0 280,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 GERAARDSBERGEN 106,0 90,0 11,0 0,0 0,0 5,0 0,0 NINOVE 110,0 110,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 ZOTTEGEM 38,0 35,0 3,0 0,0 0,0 0,0 0,0 DENDERMONDE 247,0 236,0 7,0 4,0 0,0 0,0 4,0 WETTEREN 169,0 148,0 0,0 21,0 0,0 0,0 21,0 ZELE 131,0 131,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 EEKLO 128,0 125,0 3,0 0,0 0,0 0,0 0,0 MALDEGEM 104,5 99,5 2,0 3,0 0,0 0,0 3,0 AALTER 202,0 177,0 0,0 25,0 0,0 0,0 25,0 DEINZE 146,4 146,4 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 GENT 1440,4 912,4 28,0 363,0 137,0 0,0 500,0 NAZARETH 45,0 27,0 10,0 8,0 0,0 0,0 8,0 OUDENAARDE 253,0 207,0 0,0 46,0 0,0 0,0 46,0 RONSE 106,0 92,0 2,0 12,0 0,0 0,0 12,0 KLUISBERGEN 152,0 152,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 BEVEREN 88,0 0,0 0,0 88,0 0,0 0,0 88,0 LOKEREN 312,0 227,0 0,0 85,0 0,0 0,0 85,0 SINT-NIKLAAS 379,4 376,4 3,0 0,0 0,0 0,0 0,0 TEMSE 342,0 342,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 BERINGEN 507,1 369,5 12,0 6,0 0,0 119,6 6,0 HASSELT-GENK 2107,6 1486,3 207,3 212,0 187,0 15,0 399,0 LEOPOLDSBURG 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 LUMMEN 211,7 151,4 4,3 0,0 2,0 54,0 2,0 OPGLABBEEK 219,8 193,0 26,8 0,0 0,0 0,0 0,0 SINT-TRUIDEN 258,1 210,1 0,0 48,0 0,0 0,0 48,0 TESSENDERLO 470,9 458,9 4,0 8,1 0,0 0,0 8,1 ZUTENDAAL 42,2 42,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 HAM 208,6 178,6 0,0 10,0 0,0 20,0 10,0 HEUSDEN-ZOLDER 354,6 135,2 2,0 74,4 0,0 143,0 74,4 BREE 127,8 119,3 8,5 0,0 0,0 0,0 0,0 LOMMEL 1216,7 774,7 33,7 142,2 266,2 0,0 408,4 MAASEIK 81,0 60,0 4,1 16,9 0,0 0,0 16,9 NEERPELT/OVERPELT 447,8 437,6 5,2 0,0 5,0 0,0 5,0 HAMONT-ACHEL 73,5 73,5 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 HOUTHALEN-HELCHTEREN 368,8 268,0 7,8 36,0 11,0 46,0 47,0 DILSEN 238,9 155,9 18,0 0,0 60,0 5,0 60,0 ALKEN 85,1 61,2 0,0 0,0 0,0 23,9 0,0 BILZEN 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 LANAKEN 225,9 210,6 15,3 0,0 0,0 0,0 0,0 TONGEREN 181,7 178,0 3,7 0,0 0,0 0,0 0,0 MAASMECHELEN 249,5 218,8 11,0 0,0 19,7 0,0 19,7 Totaal 26939,9 78,66% 22867,5 77,75% 830,3 86,43% 1652,2 76,99% 901,7 91,94% 702,1 90,96% 2553,9 81,71%

% van alle IT

Tabel 5: Aanbod van grote industrieterreinen

Code economisch knooppunt

Economisch knooppunt

110 124 132 230 242 311 342 350 361 410 442 462 711

ANTWERPEN MECHELEN TURNHOUT BRUSSEL LEUVEN BRUGGE KORTRIJK OOSTENDE ROESELARE AALST GENT SINT-NIKLAAS HASSELT-GENK Totaal

Grootstedeijk of Bouwrijp (> 5 Realiseerbaar (> regionaal stedelijk ha per terrein) 10 ha per terrein) gebied ha ha Netto opp. Bruto opp. Ja Ja Ja 41,7 22,4 Ja 17,3 Ja 51,0 18,0 Ja 12,0 111,0 Ja 23,0 29,0 Ja 36,0 Ja Ja 26,0 484,0 Ja Ja 203,3 388,3 Ja 358,1 1122,4 30,0 13,0 30,0 9,0 12,0 10,2 7,0 6,8 24,3 Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen Neen

120 125 133 136 137 231 232 241 243 312 320 330 331 341 343 371 373 381 411 420 421 440 443 450 451 460 461 710 714 715 718 719 720 721 722 724 726 727 732 733 734

BORNEM PUURS GEEL HOOGSTRATEN MEERHOUT ASSE HALLE DIEST TIENEN TORHOUT DIKSMUIDE IEPER POPERINGE AVELGEM MENEN TIELT WINGENE VEURNE GERAARDSBERGEN DENDERMONDE WETTEREN AALTER NAZARETH OUDENAARDE RONSE BEVEREN LOKEREN BERINGEN OPGLABBEEK SINT-TRUIDEN HAM HEUSDEN-ZOLDER BREE LOMMEL MAASEIK NEERPELT/OVERPELT HOUTHALEN-HELCHTEREN DILSEN LANAKEN TONGEREN MAASMECHELEN Totaal

13,0 7,0 5,0 26,0

52,1 15,0 10,0 27,0

20,0 27,0 18,0 12,0

7,0 5,0 21,0 25,0 10,0 46,0 12,0 88,0 85,0 9,5 26,8 48,0 10,0 74,4 8,5 33,7 5,2 18,0 15,3 11,0 358,1 47,0 60,0 408,4 16,9

19,7 1122,4

Noot: Niet vermelde economische knooppunten beantwoorden niet aan de voorwaarden.

Tabel 6: Enkele alternatieve scenario's (industrieterreinen en KMO-zones; netto oppervlakte) Actueel aanbod bouwrijpe grond 1 ha 19,1 0,0 0,2 0,0 1,6 0,0 0,0 30,0 0,0 0,0 4,6 0,2 13,0 0,0 0,0 0,0 0,8 35,9 0,0 0,0 9,0 16,0 3,0 0,3 0,0 0,0 83,6 23,8 15,0 0,3 0,0 2,3 16,1 32,0 28,8 0,0 54,0 0,0 0,0 0,0

Code economisch knooppunt

Economisch knooppunt

110 111 112 113 114 115 116 120 121 122 123 124 125 126 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 230 231 232 233 234 240 241 242 243 310 311 312 313 320

ANTWERPEN BOOM RANST SCHILDE SCHOTEN ZANDHOVEN MALLE BORNEM DUFFEL HEIST-OP-DEN-BERG LIER MECHELEN PUURS WILLEBROEK ARENDONK BALEN TURNHOUT GEEL GROBBENDONK HERENTALS HOOGSTRATEN MEERHOUT MOL OLEN WESTERLO LAAKDAL BRUSSEL ASSE HALLE LONDERZEEL TERNAT AARSCHOT DIEST LEUVEN TIENEN BLANKENBERGE BRUGGE TORHOUT KNOKKE-HEIST DIKSMUIDE

Methodes voor het berekenen van het vereiste aanbod van bouwrijpe grond A B C D ha ha ha ha 155,9 259,8 212,5 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0 11,0 18,3 13,4 5,0 5,0 5,0 7,3 12,2 8,0 10,7 17,8 11,8 5,6 9,3 6,3 14,2 23,6 12,3 18,7 31,2 21,1 45,2 75,3 43,8 8,8 14,7 9,8 5,8 9,6 6,7 5,1 8,5 5,5 5,0 6,2 5,0 59,4 99,0 50,0 18,0 29,9 19,6 5,0 6,7 5,0 19,8 32,9 22,0 7,5 12,5 8,2 5,0 5,0 5,0 16,0 26,6 11,7 8,0 13,3 8,8 15,0 25,0 16,5 5,0 5,0 5,0 154,0 256,7 152,9 14,9 24,9 16,7 9,8 16,4 8,8 7,0 11,6 7,7 7,7 12,8 8,6 10,7 17,8 9,1 11,6 19,3 6,4 32,9 54,8 27,2 13,7 22,8 11,0 5,0 5,0 5,0 2,0 53,3 88,8 51,9 100,0 5,0 7,4 5,0 3,2 5,0 5,7 5,0 1,7 5,5 9,1 5,0 7,0

1-A ha -136,8 -5,0 -4,8 -5,0 -9,4 -5,0 -7,3 19,3 -5,6 -14,2 -14,1 -45,0 4,2 -5,8 -5,1 -5,0 -58,6 17,9 -5,0 -19,8 1,5 11,0 -13,0 -7,7 -15,0 -5,0 -70,4 8,9 5,2 -6,7 -7,7 -8,4 4,5 -0,9 15,2 -5,0 0,7 -5,0 -5,0 -5,5

Saldo bouwrijpe grond 1-B 1-C ha ha -240,7 -193,4 -5,0 -5,0 -4,8 -4,8 -5,0 -5,0 -16,7 -11,8 -5,0 -5,0 -12,2 -8,0 12,2 18,2 -9,3 -6,3 -23,6 -12,3 -26,6 -16,5 -75,1 -43,6 -1,7 3,2 -9,6 -6,7 -8,5 -5,5 -6,2 -5,0 -98,2 -49,2 6,0 16,3 -6,7 -5,0 -32,9 -22,0 -3,5 0,8 11,0 11,0 -23,6 -8,7 -13,0 -8,5 -25,0 -16,5 -5,0 -5,0 -173,1 -69,3 -1,1 7,1 -1,4 6,2 -11,3 -7,4 -12,8 -8,6 -15,5 -6,8 -3,2 9,7 -22,9 4,8 6,1 17,8 -5,0 -5,0 -34,8 2,1 -7,4 -5,0 -5,7 -5,0 -9,1 -5,0

1-D ha

-2,0 -46,0 -3,2 -1,7 -7,0

Tabel 6: Enkele alternatieve scenario's (industrieterreinen en KMO-zones; netto oppervlakte) Actueel aanbod bouwrijpe grond 1 ha 0,0 13,0 7,0 0,0 0,0 5,0 19,0 26,0 0,0 23,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 3,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 11,0 0,0 3,0 7,0 0,0 0,0 3,0 2,0 0,0 0,0 30,0 10,0 5,0 2,0 0,0 5,0 0,0 3,0 0,0

Code economisch knooppunt

Economisch knooppunt

321 330 331 332 340 341 342 343 344 350 360 361 362 370 371 372 373 374 380 381 410 411 412 413 420 421 422 430 431 440 441 442 443 450 451 452 460 461 462 463

KORTEMARK IEPER POPERINGE WERVIK ANZEGEM AVELGEM KORTRIJK MENEN WAREGEM OOSTENDE HOOGLEDE ROESELARE STADEN MEULEBEKE TIELT WIELSBEKE WINGENE ARDOOIE NIEUWPOORT VEURNE AALST GERAARDSBERGEN NINOVE ZOTTEGEM DENDERMONDE WETTEREN ZELE EEKLO MALDEGEM AALTER DEINZE GENT NAZARETH OUDENAARDE RONSE KLUISBERGEN BEVEREN LOKEREN SINT-NIKLAAS TEMSE

Methodes voor het berekenen van het vereiste aanbod van bouwrijpe grond A B C D ha ha ha ha 5,0 7,8 5,1 0,0 22,7 37,9 15,6 39,2 5,0 7,9 5,2 5,6 5,0 8,1 5,3 0,0 5,3 8,9 5,8 4,3 5,0 5,0 5,0 13,4 82,8 138,0 89,5 44,6 8,9 14,8 10,6 10,6 31,3 52,2 30,2 30,8 21,0 35,1 19,0 31,2 5,0 7,8 5,1 3,7 49,8 83,0 52,6 55,2 6,4 10,7 7,0 0,0 5,0 7,5 5,0 4,4 14,5 24,2 10,9 15,1 19,1 31,9 13,4 4,6 5,0 5,0 5,0 5,2 6,5 10,9 7,1 3,7 5,0 5,0 5,0 8,2 10,3 17,2 7,1 24,7 34,1 56,8 30,0 5,0 8,2 5,0 8,2 13,7 9,1 5,0 8,2 5,0 25,2 42,0 13,1 7,4 12,4 8,4 11,8 19,6 11,9 5,0 8,0 5,0 5,7 9,4 6,2 11,0 18,3 10,2 10,0 16,7 11,0 100,2 166,9 85,8 5,3 8,9 5,8 29,9 49,8 19,9 9,3 15,5 10,6 5,0 5,0 5,0 16,4 27,3 17,9 11,2 18,7 12,5 30,0 49,9 28,2 7,2 12,0 8,1

1-A ha -5,0 -9,7 2,0 -5,0 -5,3 0,0 -63,8 17,1 -31,3 2,0 -5,0 -49,8 -6,4 -5,0 -14,5 -16,1 -5,0 -6,5 -5,0 -10,3 -34,1 6,0 -8,2 -2,0 -18,2 -7,4 -11,8 -2,0 -3,7 -11,0 -10,0 -70,2 4,7 -24,9 -7,3 -5,0 -11,4 -11,2 -27,0 -7,2

Saldo bouwrijpe grond 1-B 1-C ha ha -7,8 -5,1 -24,9 -2,6 -0,9 1,8 -8,1 -5,3 -8,9 -5,8 0,0 0,0 -119,0 -70,5 11,2 15,4 -52,2 -30,2 -12,1 4,0 -7,8 -5,1 -83,0 -52,6 -10,7 -7,0 -7,5 -5,0 -24,2 -10,9 -28,9 -10,4 -5,0 -5,0 -10,9 -7,1 -5,0 -5,0 -17,2 -7,1 -56,8 -30,0 2,8 6,0 -13,7 -9,1 -5,2 -2,0 -35,0 -6,1 -12,4 -8,4 -19,6 -11,9 -5,0 -2,0 -7,4 -4,2 -18,3 -10,2 -16,7 -11,0 -136,9 -55,8 1,1 4,2 -44,8 -14,9 -13,5 -8,6 -5,0 -5,0 -22,3 -12,9 -18,7 -12,5 -46,9 -25,2 -12,0 -8,1

1-D ha 0,0 -26,2 1,4 0,0 -4,3 -8,4 -25,6 15,4 -30,8 -8,2 -3,7 -55,2 0,0 -4,4 -15,1 -1,6 -5,2 -3,7 -8,2 -24,7

Tabel 6: Enkele alternatieve scenario's (industrieterreinen en KMO-zones; netto oppervlakte) Actueel aanbod bouwrijpe grond 1 ha 14,8 211,0 0,0 4,3 26,8 0,5 5,4 0,0 0,0 12,5 8,5 33,7 11,1 5,2 5,2 7,8 20,0 0,0 0,0 15,3 3,7 11,0 963,2 396,7 150,0

Code economisch knooppunt

Economisch knooppunt

710 711 712 713 714 715 716 717 718 719 720 721 722 724 725 726 727 730 731 732 733 734

BERINGEN HASSELT-GENK LEOPOLDSBURG LUMMEN OPGLABBEEK SINT-TRUIDEN TESSENDERLO ZUTENDAAL HAM HEUSDEN-ZOLDER BREE LOMMEL MAASEIK NEERPELT/OVERPELT HAMONT-ACHEL HOUTHALEN-HELCHTEREN DILSEN ALKEN BILZEN LANAKEN TONGEREN MAASMECHELEN Totaal ec. knooppunten Totaal Limburg Totaal West-Vlaanderen

Methodes voor het berekenen van het vereiste aanbod van bouwrijpe grond A B C D ha ha ha ha 9,0 15,0 10,0 30,2 119,5 199,1 111,5 168,7 5,0 5,0 5,0 0,4 5,2 8,6 5,6 28,6 5,7 9,5 6,2 42,6 15,8 26,3 14,0 10,6 12,2 20,3 13,3 25,4 5,0 5,0 5,0 5,4 5,0 5,1 5,0 5,8 5,4 9,1 6,1 20,2 9,4 15,7 7,0 15,0 10,0 16,7 10,9 32,0 5,5 9,1 5,0 6,3 11,7 19,5 12,8 41,9 6,6 11,0 7,2 3,2 12,6 20,9 13,8 11,8 8,2 13,7 9,0 34,4 5,1 8,6 5,6 0,2 5,0 7,4 5,0 0,0 6,8 11,4 7,5 11,7 5,3 8,9 5,8 42,5 6,1 10,2 6,8 32,8 1749,5 280,1 392,6 2857,7 456,1 634,7 1744,9 278,2 381,5

1-A ha 5,8 91,5 -5,0 -0,9 21,1 -15,3 -6,8 -5,0 -5,0 7,1 -0,9 23,7 5,7 -6,5 -1,4 -4,7 11,8 -5,1 -5,0 8,5 -1,6 4,9 -786,3 116,6 -242,6

Saldo bouwrijpe grond 1-B 1-C ha ha -0,3 4,8 11,9 99,5 -5,0 -5,0 -4,3 -1,4 17,3 20,5 -25,8 -13,5 -14,9 -7,9 -5,0 -5,0 -5,1 -5,0 3,4 6,4 -7,2 1,5 17,0 22,7 2,0 6,1 -14,3 -7,6 -5,8 -2,0 -13,1 -5,9 6,3 11,0 -8,6 -5,6 -7,4 -5,0 3,9 7,8 -5,2 -2,1 0,8 4,2 -1894,5 -59,4 -484,7 -781,7 118,5 -231,5

1-D ha -15,4 42,3 -0,4 -24,3 -15,8 -10,1 -20,0 -5,4 -5,8 -7,7 -6,5 1,6 4,8 -36,7 2,0 -3,9 -14,4 -0,2 0,0 3,6 -38,8 -21,8

569,8 418,4

-173,1 -268,4

Noot:

De drie scenario's hebben een 5 jaar horizon A. 6.000ha; toewijzing buitengebied via pendelgegevens; incl. effect verstedelijkingsdruk; correctie 5ha voor kleinere ec. knooppunten B. 10.000ha; toewijzing buitengebied via pendelgegevens; incl. effect verstedelijkingsdruk; correctie 5ha voor kleinere ec. Knooppunten C. 6.000ha; geen toewijzing buitengebied; geen effect verstedelijkingsdruk; correctie 5ha voor kleinere ec. Knooppunten D. Extrapolatie van verkopen van 1990-1999. Alleen gegevens voor Limburg en West-Vlaanderen* zijn beschikbaar. * Terreinen van 5 ha en meer; excl. kosteloze overdracht en verkopen voor rijkswegen ; incl. specifieke terreinen ; excl. haventerreinen

Tabel 7: Nog niet gerealiseerde gronden met industriële bestemming
Situatie op 31/12/2000 in het arrondissement Kortrijk Economische knooppunten Anzegem Avelgem Verkoopbaar 31,3 ha bruto 1,6 (S) Kortrijk 18,3 (G) 11,3 (S) Menen Waregem

Realisatie in 2001 Realisatie in 2002 Realisatie in 2003

8 ha bruto 85 ha bruto 92 ha bruto

8 (G) 9 (G) 63 (G) 13 (G) 68 (S) 19 (G) 35 (S) 14 (G) 17 (G) 96 (G) 116 (S) 241,6

24 (G)

Nog in voorbereiding 54 ha bruto In onderzoek 14 ha bruto

Globaal totaal

17

1,6

24

Noot: (G) = gewoon terrein (realisatie overheid of privé); (S) = specifiek terrein (realisatie overheid) Bron: Leiedal (2001); Inventaris (nog) niet-gerealiseerde industriële bestemmingen t.b.v. het SPRE

Kaart 1

ECONOMISCHE KNOOPPUNTEN OP BASIS VAN HET RSV
HOOGSTRATEN

KNOKKE-HEIST

TURNHOUT ARENDONK

BLANKENBERGE BEVEREN MALDEGEM OOSTENDE BRUGGE NIEUWPOORT GENT AALTER WETTEREN TIELT HOOGLEDE ROESELARE MEULEBEKE NAZARETH WIELSBEKE WAREGEM ZOTTEGEM DEINZE DENDERMONDE AALST LOKEREN ZELE EEKLO SINT-NIKLAAS

ANTWERPEN SCHOTEN

SCHILDE

MALLE MOL NEERPELT LOMMEL ZANDHOVEN BREE GROBBENDONK HAMONT-ACHEL

RANST TEMSE BOOM DUFFEL BORNEM PUURS WILLEBROEK LONDERZEEL LONDERZEEL LIER HEIST-OPDEN-BERG HERENTALS GEEL

OVERPELT BALEN LEOPOLDSBURG MAASEIK MEERHOUT HAM HOUTHALENHELCHTEREN OPGLABBEEK DILSEN MAASMECHELEN GENK

DIKSMUIDE VEURNE

TORHOUT

WINGENE

KORTEMARK MECHELEN VLAAMSE RAND

LAAKDAL BERINGEN TESSENDERLO HEUSDENZOLDER AARSCHOT LUMMEN DIEST HASSELT

ASSE

ZUTENDAAL LANAKEN

POPERINGE IEPER WERVIK MENEN KORTRIJK

ANZEGEM

OUDENAARDE KLUISBERGEN

TERNAT NINOVE VLAAMSE RAND BRUSSEL LEUVEN

ALKEN BILZEN

HALLE AVELGEM RONSE GERAARDSBERGEN

TIENEN SINT-TRUIDEN TONGEREN

0

25

50

Km

knooppunten (in aaneensluitend stedelijk gebied)

SPRE 2000

Kaart 2

TOEWIJZING VAN GEMEENTEN AAN ECONOMISCHE KNOOPPUNTEN OP BASIS VAN AFSTAND
HOOGSTRATEN

KNOKKE-HEIST

TURNHOUT ARENDONK

BLANKENBERGE BEVEREN MALDEGEM OOSTENDE BRUGGE NIEUWPOORT GENT AALTER WETTEREN TIELT HOOGLEDE ROESELARE MEULEBEKE NAZARETH WIELSBEKE WAREGEM ZOTTEGEM DEINZE AALST LOKEREN ZELE EEKLO SINT-NIKLAAS

ANTWERPEN SCHOTEN

SCHILDE

MALLE MOL NEERPELT LOMMEL HAMONT-ACHEL BREE GROBBENDONK

RANST TEMSE BOOM DUFFEL BORNEM PUURS LIER HERENTALS WESTERLO GEEL

OVERPELT BALEN LEOPOLDSBURG MAASEIK MEERHOUT HAM OPGLABBEEK

DIKSMUIDE VEURNE

TORHOUT

WINGENE

KORTEMARK

DENDERMONDE LONDERZEEL MECHELEN VLAAMSE RAND

LAAKDAL BERINGEN TESSENDERLO HEUSDENZOLDER AARSCHOT GENK LUMMEN DIEST HASSELT

DILSEN MAASMECHELEN

ASSE

ZUTENDAAL LANAKEN

POPERINGE IEPER WERVIK MENEN KORTRIJK

ANZEGEM

OUDENAARDE KLUISBERGEN

TERNAT NINOVE VLAAMSE RAND BRUSSEL LEUVEN

ALKEN BILZEN

HALLE AVELGEM RONSE GERAARDSBERGEN

TIENEN SINT-TRUIDEN TONGEREN

0

25

50

Km

knooppunt aaneensluitend gebied op basis van afstand naar meest nabije knooppunt

SPRE 2000

Kaart 3

TOEWIJZING VAN GEMEENTEN AAN ECONOMISCHE KNOOPPUNTEN OP BASIS VAN PENDEL
HOOGSTRATEN

KNOKKE-HEIST

TURNHOUT ARENDONK

BLANKENBERGE BEVEREN MALDEGEM OOSTENDE BRUGGE NIEUWPOORT GENT AALTER WETTEREN TIELT HOOGLEDE ROESELARE MEULEBEKE NAZARETH WIELSBEKE WAREGEM ZOTTEGEM DEINZE AALST LOKEREN ZELE EEKLO SINT-NIKLAAS

ANTWERPEN SCHOTEN

SCHILDE

MALLE MOL NEERPELT LOMMEL HAMONT-ACHEL BREE GROBBENDONK

RANST TEMSE BOOM DUFFEL BORNEM PUURS LIER HERENTALS WESTERLO GEEL

OVERPELT BALEN LEOPOLDSBURG MAASEIK MEERHOUT HAM OPGLABBEEK

DIKSMUIDE VEURNE

TORHOUT

WINGENE

KORTEMARK

DENDERMONDE LONDERZEEL MECHELEN VLAAMSE RAND

LAAKDAL BERINGEN TESSENDERLO HEUSDENZOLDER AARSCHOT GENK LUMMEN DIEST HASSELT

DILSEN MAASMECHELEN

ASSE

ZUTENDAAL LANAKEN

POPERINGE IEPER WERVIK MENEN KORTRIJK

ANZEGEM

OUDENAARDE KLUISBERGEN

TERNAT NINOVE VLAAMSE RAND BRUSSEL LEUVEN

ALKEN BILZEN

HALLE AVELGEM RONSE GERAARDSBERGEN

TIENEN SINT-TRUIDEN TONGEREN

0

25

50

Km

knooppunt aaneensluitend gebied op basis van overwegende pendelrichting

SPRE 2000

Kaart 4

CATEGORISERING VAN ECONOMISCHE KNOOPPUNTEN OP BASIS VAN BESTEMDE EN BOUWRIJPE GRONDEN ALLE BEDRIJVENTERREINEN (INDUSTRIE- EN KMOTERREINEN)
HOOGSTRATEN

KNOKKE-HEIST

TURNHOUT ARENDONK

BLANKENBERGE BEVEREN MALDEGEM OOSTENDE BRUGGE NIEUWPOORT GENT AALTER WETTEREN TIELT HOOGLEDE ROESELARE MEULEBEKE NAZARETH WIELSBEKE WAREGEM ZOTTEGEM DEINZE AALST LOKEREN ZELE EEKLO SINT-NIKLAAS

ANTWERPEN SCHOTEN

SCHILDE

MALLE MOL NEERPELT LOMMEL HAMONT-ACHEL BREE GROBBENDONK

RANST TEMSE BOOM DUFFEL LIER BORNEM PUURS HERENTALS WESTERLO GEEL

OVERPELT BALEN LEOPOLDSBURG MAASEIK MEERHOUT HAM OPGLABBEEK

DIKSMUIDE VEURNE

TORHOUT

WINGENE

KORTEMARK

DENDERMONDE LONDERZEEL MECHELEN VLAAMSE RAND

LAAKDAL BERINGEN TESSENDERLO HEUSDENZOLDER AARSCHOT GENK LUMMEN DIEST HASSELT

DILSEN MAASMECHELEN

ASSE LEUVEN

ZUTENDAAL LANAKEN

POPERINGE IEPER WERVIK MENEN KORTRIJK

ANZEGEM

OUDENAARDE KLUISBERGEN

TERNAT NINOVE VLAAMSE RAND BRUSSEL

ALKEN BILZEN

HALLE AVELGEM RONSE GERAARDSBERGEN

TIENEN SINT-TRUIDEN TONGEREN

0

25

50

Km

Categorisering
Sterke krapte aan bouwrijpe grond en onvoldoende bestemde grond (42) Onvoldoende bouwrijpe en bestemde grond (3) Voldoende bouwrijpe grond en onvoldoende bestemde grond (17) Sterke krapte aan bouwrijpe grond en voldoende bestemde grond (45) Onvoldoende bouwrijpe grond en voldoende bestemde grond (22) Voldoende bouwrijpe en bestemde grond (26)

knooppunt

SPRE 2000

Kaart 6

ECONOMISCHE KNOOPPUNTEN INGEDEELD OP BASIS VAN VEREIST AANBOD MINUS ACTUEEL AANBOD (HA) ALLE BEDRIJVENTERREINEN (INDUSTRIE- EN KMOTERREINEN)
HOOGSTRATEN

KNOKKE-HEIST

TURNHOUT ARENDONK

BLANKENBERGE BEVEREN MALDEGEM OOSTENDE BRUGGE NIEUWPOORT GENT AALTER WETTEREN TIELT HOOGLEDE ROESELARE MEULEBEKE NAZARETH WIELSBEKE WAREGEM ZOTTEGEM DEINZE AALST LOKEREN ZELE EEKLO SINT-NIKLAAS

ANTWERPEN SCHOTEN

SCHILDE

MALLE

MOL NEERPELT LOMMEL HAMONT-ACHEL BREE OVERPELT GEEL BALEN LEOPOLDSBURG MAASEIK

GROBBENDONK RANST TEMSE DUFFEL BOOM HERENTALS LIER

MEERHOUT WESTERLO HAM OPGLABBEEK DILSEN MAASMECHELEN GENK

DIKSMUIDE VEURNE

TORHOUT

WINGENE

BORNEM PUURS

KORTEMARK

DENDERMONDE LONDERZEEL MECHELEN VLAAMSE RAND

LAAKDAL BERINGEN TESSENDERLO HEUSDENZOLDER AARSCHOT LUMMEN HASSELT

DIEST ASSE LEUVEN

ZUTENDAAL LANAKEN

POPERINGE IEPER WERVIK MENEN KORTRIJK

ANZEGEM

OUDENAARDE KLUISBERGEN

TERNAT NINOVE VLAAMSE RAND BRUSSEL

ALKEN BILZEN

HALLE AVELGEM RONSE GERAARDSBERGEN TIENEN SINT-TRUIDEN TONGEREN

0

25

50

ACTUEEL AANBOD

Km

Saldo in ha
40 to 168 0 to 40 -30 to 0 -70 to -30 -106 to -70 (15) (39) (43) (28) (30)

VOLDOENDE

knooppunt

TEKORT

SPRE 2000

Kaart 8

ECONOMISCHE KNOOPPUNTEN INGEDEELD OP BASIS VAN VEREIST AANBOD MINUS ACTUEEL AANBOD (%) ALLE BEDRIJVENTERREINEN (INDUSTRIE- EN KMOTERREINEN)
HOOGSTRATEN

KNOKKE-HEIST

TURNHOUT ARENDONK

BLANKENBERGE BEVEREN MALDEGEM OOSTENDE BRUGGE NIEUWPOORT GENT AALTER WETTEREN TIELT HOOGLEDE ROESELARE MEULEBEKE NAZARETH WIELSBEKE WAREGEM ZOTTEGEM DEINZE AALST LOKEREN ZELE EEKLO SINT-NIKLAAS

ANTWERPEN SCHOTEN

SCHILDE

MALLE MOL NEERPELT LOMMEL HAMONT-ACHEL BREE GROBBENDONK

RANST TEMSE DUFFEL LIER BOOM BORNEM PUURS HERENTALS WESTERLO GEEL

OVERPELT BALEN LEOPOLDSBURG MAASEIK MEERHOUT HAM OPGLABBEEK

DIKSMUIDE VEURNE

TORHOUT

WINGENE

KORTEMARK

DENDERMONDE LONDERZEEL MECHELEN VLAAMSE RAND

LAAKDAL BERINGEN TESSENDERLO HEUSDENZOLDER AARSCHOT GENK LUMMEN DIEST HASSELT

DILSEN MAASMECHELEN

ASSE LEUVEN

ZUTENDAAL LANAKEN

POPERINGE IEPER WERVIK MENEN KORTRIJK

ANZEGEM

OUDENAARDE KLUISBERGEN

TERNAT NINOVE VLAAMSE RAND BRUSSEL

ALKEN BILZEN

HALLE AVELGEM RONSE GERAARDSBERGEN

TIENEN SINT-TRUIDEN TONGEREN

0

25

50

ACTUEEL AANBOD
Saldo in %

Km

50 to 271 0 to 50 -50 to 0 -60 to -50 -89 to -60

(36) (18) (38) (28) (35)

VOLDOENDE

knooppunt

TEKORT

SPRE 2000

Kaart 5

CATEGORISERING VAN ECONOMISCHE KNOOPPUNTEN OP BASIS VAN BESTEMDE EN BOUWRIJPE GRONDEN INDUSTRIETERREINEN
HOOGSTRATEN

KNOKKE-HEIST

TURNHOUT ARENDONK

BLANKENBERGE BEVEREN MALDEGEM OOSTENDE BRUGGE NIEUWPOORT GENT AALTER WETTEREN TIELT HOOGLEDE ROESELARE MEULEBEKE NAZARETH WIELSBEKE WAREGEM ZOTTEGEM DEINZE AALST LOKEREN ZELE EEKLO SINT-NIKLAAS

ANTWERPEN SCHOTEN

SCHILDE

MALLE MOL NEERPELT LOMMEL HAMONT-ACHEL BREE GROBBENDONK

RANST TEMSE BOOM DUFFEL LIER BORNEM PUURS HERENTALS WESTERLO GEEL

OVERPELT BALEN LEOPOLDSBURG MAASEIK MEERHOUT HAM OPGLABBEEK

DIKSMUIDE VEURNE

TORHOUT

WINGENE

KORTEMARK

DENDERMONDE LONDERZEEL MECHELEN VLAAMSE RAND

LAAKDAL BERINGEN TESSENDERLO HEUSDENZOLDER AARSCHOT GENK LUMMEN DIEST HASSELT

DILSEN MAASMECHELEN

ASSE LEUVEN

ZUTENDAAL LANAKEN

POPERINGE IEPER WERVIK MENEN KORTRIJK

ANZEGEM

OUDENAARDE KLUISBERGEN

TERNAT NINOVE VLAAMSE RAND BRUSSEL

ALKEN BILZEN

HALLE AVELGEM RONSE GERAARDSBERGEN

TIENEN SINT-TRUIDEN TONGEREN

0

25

50

Categorisering

Km

Sterke krapte aan bouwrijpe grond en onvoldoende bestemde grond (48) Onvoldoende bouwrijpe en bestemde grond (5) Voldoende bouwrijpe grond en onvoldoende bestemde grond (20) Sterke krapte aan bouwrijpe grond en voldoende bestemde grond (41) Onvoldoende bouwrijpe grond en voldoende bestemde grond (20) Voldoende bouwrijpe en bestemde grond (21)

knooppunt

SPRE 2000

Kaart 7

ECONOMISCHE KNOOPPUNTEN INGEDEELD OP BASIS VAN VEREIST AANBOD MINUS ACTUEEL AANBOD (HA) INDUSTRIETERREINEN
HOOGSTRATEN

KNOKKE-HEIST

TURNHOUT ARENDONK MALLE MOL NEERPELT LOMMEL HAMONT-ACHEL BREE GROBBENDONK RANST TEMSE GENT DUFFEL LIER BOOM BORNEM PUURS HERENTALS WESTERLO GEEL OVERPELT BALEN LEOPOLDSBURG MAASEIK MEERHOUT HAM OPGLABBEEK LAAKDAL BERINGEN TESSENDERLO HEUSDENZOLDER AARSCHOT GENK LUMMEN DIEST ASSE LEUVEN OUDENAARDE KLUISBERGEN SINT-JANS-MOLENBEEK TERNAT NINOVE VLAAMSE RAND BRUSSEL LANAKEN ALKEN BILZEN HASSELT ZUTENDAAL DILSEN MAASMECHELEN

BLANKENBERGE BEVEREN MALDEGEM OOSTENDE BRUGGE NIEUWPOORT LOKEREN ZELE WETTEREN TIELT HOOGLEDE ROESELARE MEULEBEKE WIELSBEKE WAREGEM DEINZE AALST NAZARETH ZOTTEGEM EEKLO SINT-NIKLAAS

ANTWERPEN SCHOTEN

SCHILDE

DIKSMUIDE VEURNE

TORHOUT

WINGENE

AALTER

KORTEMARK

DENDERMONDE LONDERZEEL MECHELEN VLAAMSE RAND

POPERINGE IEPER WERVIK MENEN KORTRIJK

ANZEGEM

HALLE AVELGEM RONSE GERAARDSBERGEN

TIENEN SINT-TRUIDEN TONGEREN

0

25

50

ACTUEEL AANBOD
Saldo in ha

Km

40 to 167 0 to 40 -30 to 0 -70 to -30 -114 to -70

(12) (40) (52) (26) (25)

VOLDOENDE

knooppunt

TEKORT

SPRE 2000

Kaart 9

ECONOMISCHE KNOOPPUNTEN INGEDEELD OP BASIS VAN VEREIST AANBOD MINUS ACTUEEL AANBOD (%) INDUSTRIETERREINEN
HOOGSTRATEN

KNOKKE-HEIST

TURNHOUT ARENDONK

BLANKENBERGE BEVEREN MALDEGEM OOSTENDE BRUGGE NIEUWPOORT GENT LOKEREN ZELE WETTEREN TIELT HOOGLEDE ROESELARE MEULEBEKE NAZARETH WIELSBEKE WAREGEM ZOTTEGEM DEINZE AALST EEKLO SINT-NIKLAAS

ANTWERPEN SCHOTEN

SCHILDE

MALLE

MOL NEERPELT LOMMEL HAMONT-ACHEL BREE

GROBBENDONK RANST TEMSE DUFFEL LIER BOOM HERENTALS WESTERLO GEEL

OVERPELT BALEN LEOPOLDSBURG MAASEIK MEERHOUT HAM OPGLABBEEK

DIKSMUIDE VEURNE

TORHOUT

WINGENE

AALTER

BORNEM PUURS

KORTEMARK

DENDERMONDE LONDERZEEL MECHELEN VLAAMSE RAND

LAAKDAL BERINGEN TESSENDERLO HEUSDENZOLDER AARSCHOT GENK LUMMEN DIEST HASSELT

DILSEN MAASMECHELEN

ASSE LEUVEN

ZUTENDAAL LANAKEN

POPERINGE IEPER WERVIK MENEN KORTRIJK

ANZEGEM

OUDENAARDE KLUISBERGEN

TERNAT NINOVE VLAAMSE RAND BRUSSEL

ALKEN BILZEN

HALLE AVELGEM RONSE GERAARDSBERGEN

TIENEN SINT-TRUIDEN TONGEREN

0

25

50

ACTUEEL AANBOD
Saldo in %

Km

50 to 283 0 to 50 -50 to 0 -70 to -50 -90 to -70

(35) (17) (46) (28) (29)

VOLDOENDE

knooppunt

TEKORT

SPRE 2000

Kaart 10

ECONOMISCHE KNOOPPUNTEN INGEDEELD OP BASIS VAN VEREIST AANBOD MINUS ACTUEEL AANBOD (HA) INDUSTRIETERREINEN MAXIMALE RSV-HYPOTHESE: 10000 HA EN IJZEREN VOORRAAD VAN 5 JAAR
HOOGSTRATEN

KNOKKE-HEIST

TURNHOUT ARENDONK

BLANKENBERGE BEVEREN MALDEGEM OOSTENDE BRUGGE NIEUWPOORT GENT LOKEREN ZELE WETTEREN TIELT HOOGLEDE ROESELARE MEULEBEKE WIELSBEKE WAREGEM DEINZE AALST NAZARETH ZOTTEGEM EEKLO SINT-NIKLAAS

ANTWERPEN SCHOTEN

SCHILDE

MALLE

MOL NEERPELT LOMMEL HAMONT-ACHEL BREE

GROBBENDONK RANST TEMSE DUFFEL LIER BOOM HERENTALS WESTERLO GEEL BALEN

OVERPELT LEOPOLDSBURG MAASEIK MEERHOUT HAM OPGLABBEEK DILSEN MAASMECHELEN GENK

DIKSMUIDE VEURNE

TORHOUT

WINGENE

AALTER

BORNEM PUURS

KORTEMARK

DENDERMONDE LONDERZEEL MECHELEN VLAAMSE RAND

LAAKDAL BERINGEN TESSENDERLO HEUSDENZOLDER AARSCHOT LUMMEN DIEST HASSELT

ASSE LEUVEN

ZUTENDAAL LANAKEN

POPERINGE IEPER WERVIK MENEN KORTRIJK

ANZEGEM

OUDENAARDE KLUISBERGEN

TERNAT NINOVE VLAAMSE RAND BRUSSEL

ALKEN BILZEN

HALLE AVELGEM RONSE GERAARDSBERGEN

TIENEN SINT-TRUIDEN TONGEREN

0

25

50

ACTUEEL AANBOD

Km

Saldo in ha
0 to 50 -100 to 0 -250 to -100 -401 to -250 (15) (62) (56) (22)

VOLDOENDE

knooppunt

TEKORT

SPRE 2000

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

3. Knelpunten inzake de ontwikkeling van bestemde maar niet gerealiseerde bedrijvenzones in de economische knooppunten
3.1 Voorafgaande opmerkingen

Bij het opstellen van de tabellen en kaarten in het vorig deel werd uitgegaan van de GOMinventaris van 1/1/2000. De ontwikkelingen die ondertussen plaats vonden kunnen dan ook niet teruggevonden worden in de gehanteerde tabellen. Dit betekent dat niet elke bestemde maar niet-gerealiseerde oppervlakte uit de tabellen beschouwd kan worden als een knelpunt. Bij tal van bedrijvenzones (verspreid over Vlaanderen) zijn in de loop van het jaar 2000 de procedures inzake realisatie (uitvoeringsplannen, subsidiëringsafspraken) afgerond en werden de gronden op de markt aangeboden. De mate waarin deze gronden dan al dan niet verkocht of zelfs al in gebruik genomen werden hangt af van het conjunctuurgevoelige marktgegeven. Dergelijke terreinen die dus momenteel op de markt aangeboden worden maar daarom nog niet de facto in gebruik of bebouwd worden, werden niet weerhouden als knelpunt. Bij de lijst van knelpunten werd van bij de aanvang uitdrukkelijk gesteld dat het gaat om probleemsituaties rond omvangrijke gronden. Gevallen waar de realisatie nog niet gestart is maar waar de voorbereidingen hun normaal verloop kennen, zijn hierin dus niet opgenomen. Havengebieden en luchthavengebieden werden eveneens niet opgenomen. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de initiële vraag van het urgentieproject: een set van reeds bestemde regionale bedrijventerreinen in economische knooppunten aan te bieden waarvan deskundigen verwachten dat ze binnen de periode van ongeveer drie jaar uitgerust kunnen worden, tenminste als men werk maakt van een aantal knelpunten. De voorgestelde set van knelpunten betekent dus niet dat hiermee een exhaustief overzicht gegeven wordt van de situatie alle bestemde maar niet-gerealiseerde gronden maar enkel van die gevallen waar zich volgens de GOM’s een aantal probleemsituaties voordoen waarin op een of andere manier moet ingegrepen worden om uit een impasse te geraken. Tenslotte dient ook vermeld te worden dat onaangewende terreinen in privé-eigendom ook niet opgenomen werden in de knelpuntenlijst. Voor het ogenblik bestaan er immers geen beleidsinstrumenten om deze eigendommen op een planmatige wijze op de markt te brengen. Het is evenwel de bedoeling om binnen het SPRE te zoeken naar mogelijkheden om deze voorraden op de markt te brengen (deel 4) en ze op termijn te inventariseren.

19

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

3.2

Algemene bedenkingen en conclusies uit de lijst van knelpunten

Gelet op de uitgangspunten waarmee de set aan knelpunten samengesteld werd is het niet zinvol kwantitatieve conclusies (zoals oppervlakte aan knelpunten met p ubliekrechterlijke problemen e.d.) te trekken uit de tabellen. Wel kunnen een aantal kwalitatieve bemerkingen geformuleerd worden. • Een eerste belangrijk en veelvuldig voorkomend knelpunt is het feit dat ondanks de bestemming op het gewestplan als bedrijvenzone er nog dikwijls vragen zijn omtrent de aanwending van de zones als bedrijvenzone. Met name door toedoen van de nieuwe beleidsprincipes die vastgelegd zijn in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (zowel inhoudelijk (cfr. ontwikkelingsperspectieven van bedrijventerreinen, locatiebeleid, etc...) als organisatorisch (verschillende niveaus zouden zich moeten uitspreken over de aanwending)) zijn nieuwe discussies ontstaan over het al dan niet aanwenden van bestaande zones op het gewestplan. Het uitblijven van duidelijke uitspraken over de wenselijkheid van aansnijding (gepaard gaande met voorstellen voor alternatieve locaties bij nietaanwending) zorgt voor een impasse in de ontwikkeling van bedrijvenzones. Een tweede belangrijk en even veelvuldig voorkomend knelpunt in de ontwikkeling van bedrijvenzones blijkt de ontoereikende sturende coördinatie tussen de verschillende betrokken actoren te zijn. De GOM’s ervaren dat het ontwikkelingstempo van een bedrijvenzone pas goed op gang komt als er een daadwerkelijk sturend en beheersend orgaan achter de ontwikkeling staat. Zolang dit niet opgericht is (met goedkeuring/erkenning door de verschillende betrokken actoren) blijft het ontwikkelingsproces hangen bij eerder vrijblijvende, aftastende (bilaterale) gesprekken tussen actoren zonder dat er een beslissende stap wordt gezet. Het initiëren van een sturende coördinatie via de aanwijzing/erkenning van een beheersorgaan (één instantie of een samenwerkingsverband) kan de sleutel zijn om het ontwikkelingsproces aan te zwengelen. Dergelijke coördinatietaak dient te gebeuren vanuit de sector Economie. Onder andere de GOM’s zouden zich kunnen aanbieden om dergelijke coördinatietaak op zich te nemen (wat overigens in tal van gevallen reeds gebeurt, zij het dan op vrijwillige basis).

3.3

Lijst van bedrijventerreinen met knelpunten in economische knooppunten

In wat volgt worden per provincie de verschillende knelpuntterreinen fichematig besproken. In het totaal worden er 56 bedrijventerreinen besproken 27 . We behandelen achtereenvolgens de provincies Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen.

27

Bedrijventerrein Wezel / PRB (Balen – Antwerpen) en Balim / PRB (Lommel – Limburg) vormen in feite één terrein dat op de grens tussen de twee provincies gelegen is.

20

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

3.3.1 Provincie Antwerpen
Economisch knooppunt: Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha): Balen Balen Wezel / PRB 128

Beste mde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 20 luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 15.6% tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik Gelieve de redenen aan te kruisen x

Het industrieterrein is sterk vervuild. De verkoop van de gronden door de maatschappij Balim aan de gemeente en de IOK wordt gehypothekeerd door de procedure inzake het noodzakelijke bodemattest en de bijhorende saneringsplicht.

21

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Heist-op-den-Berg Heist-op-den-Berg Ho/dB 219

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 49 luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 22.3% tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik Gelieve de redenen aan te kruisen

x

In het gebied bevinden zich veel private woningen. Een ontwikkeling van het terrein noodzaakt tot de onteigening of koop van deze woningen, wat financieel niet haalbaar is.

22

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Hoogstraten Hoogstraten Loenhoutseweg 31

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 7 luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 22.5% tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik Gelieve de redenen aan te kruisen

x

Het terrein is zeer slecht gelegen, ingesloten door andere bedrijven.

23

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Mol Mol Colburnlei 140.6

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 14 luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 10% tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake be stemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik Gelieve de redenen aan te kruisen

x

In het gebied bevinden zich veel private woningen. Een ontwikkeling van het terrein noodzaakt tot de onteigening of koop van vele woningen, wat financieel niet haalbaar is.

24

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Ranst - Albertkanaal Ranst (Oelegem) Nieuw terrein 32

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 32 luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 100% tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik Gelieve de redenen aan te kruisen

x x

Het bedrijventerrein werd in 1998 op het gewestplan Antwerpen ingekleurd, op voorstel van de administratie ROHM. Zowel de GOM als enkele private partijen hebben vragen bij de fysieke mogelijkheid tot ontwikkeling van een bedrijventerrein op deze plaats. Daarnaast is er de zeer slechte ontsluiting van het bedrijventerrein (via een bestaand terrein op grondgebied van de gemeente Zandhoven) en het feit dat het vlakbij gelegen op- en afrittencomplex van de E313 niet geschikt is voor zwaar verkeer.

25

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Olen Olen Hoogbuul 144,1

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 6 luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 4% tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik Gelieve de redenen aan te kruisen

x

In het gebied bevinden zich veel private woningen. Een ontwikkeling van het terrein noodzaakt tot de onteigening of koop van vele woningen, wat politiek noch financieel haalbaar is.

26

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Grootstedelijk Gebied Antwerpen Wijnegem Ter Vennen 14.6

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 14.6 luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 100% tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkinge n inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik Gelieve de redenen aan te kruisen x x

Een publiek-private samenwerkingsverband wordt opgezet om het terrein te ontwikkelen. De eigendomsverwerving gaat echter moeizaam.

27

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Willebroek Willebroek Noord 230

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 30 luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 13% tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik Gelieve de redenen aan te kruisen x x

Het terrein is een gedeelte van het 100 hectaren groot industrieterrein “Kemira”. De hele zone kampt met een zware vervuilingsproblematiek. Onder impuls van de GOM (die ook als trekker fungeert) heeft zich een werkgroep met de GOM, OVAM, NV Zeekanaal en de gemeente) geï nstalleerd, die het gebied integraal wil aanpakken inzake sanering, herbestemming en herontwikkeling.

De GOM vraagt de medewerking van zoveel mogelijk Vlaamse administraties, om dit globaal project tot een goed einde te brengen. We denken hierbij aan AROHM inzake bestemmingen, administratie Economie inzake premies en subsidies, enz…

28

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Grootstedelijk Gebied An twerpen Wommelgem Kapelleveld 3 23.2

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 23.2 luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 100% tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik Gelieve de redenen aan te kruisen

x

Het bedrijventerrein werd in 1998 op het gewestplan ingekleurd als regionaal bedrijventerrein met openbare ontwikkeling. Voor de ontwikkeling werden als voorwaarden gesteld dat een BPA moest opgemaakt worden en de ontsluiting van het terrein met een parallelweg naar het rond punt van Wommelgem mogelijk moest gemaakt worden. Lokaal is men het echter erover eens dat de ontsluiting van zowel het bestaande terrein Kapelleveld als het nieuwe bedrijventerrein Schawijck moet geregeld worden via het verbeteren van het op- en afrittencomplex aan het bestaande servicestation. De gemeente wenst trouwens enkel een BPA op te maken indien de ontsluiting van het terrein via het servicestation kan gerealiseerd worden en wenst geen bijkomende verkeersdruk op het bestaande en overbelaste rond punt. Op initiatief van de GOM werd een ontsluitingsplan opgesteld, in samenwerking met de gemeenten Wommelgem, Ranst en Zandhoven en andere ontwikkelende partijen. De oplossing voor het bestaande mobiliteitsprobleem (ontsluiten Schawijck, ontlasten rond punt, …) moet in een nie uwe gewestplanwijziging gegoten worden.

29

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

3.3.2 Limburg
Economisch knooppunt: Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):
HEUSDEN-ZOLDER HEUSDEN-ZOLDER

Voormalig Mijnterrein 73 ha

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 73 ha luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 100 % tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik gelieve de redenen aan te kruisen

X X

− BPA Procedure is lopende − Infrastructuurwerken worden uitgevoerd − Resterende knelpunten: De gronden zijn eigendom van het gemeentebestuur. De bestemming van het bedrijventerrein wordt via een lopend BPA nader bepaald. De administratie AROHM en de Plangroep voor de opmaak van het Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan Limburg hebben het standpunt ingenomen dat het gedeelte dat in het BPA bestemd is als regionaal bedrijventerrein niet ontwikkeld kan worden zolang er geen definitieve uitspraak is over de ontsluiting van het voormalig mijnterrein naar de N74 noord-zuid verbinding Hasselt-Eindhoven.

30

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Ham Ham Ravenshout 875 ha

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 50 ha luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 5,7 % tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik gelieve de redenen aan te kruisen X X X

− Resterende knelpunten: Op het grondgebied van HAM liggen 20 ha woningen en private gronden die beschouwd worden als niet realiseerbaar op korte termijn. Circa 10 ha private gronden die gebruikt worden als weilanden kunnen na onteigening beschikbaar gemaakt worden. Op het grondgebied van Beringen ligt circa 50 ha eigendom van Electrabel die niet gebruikt worden. Electabel wil circa 25 ha houden als strategische reserve. Circa 25 ha kan teruggekocht worden door de IML. Deze laatste gronden sluiten aan bij de terreinen van Scregg en liggen langs het Albertkanaal. De gronden kunnen na herverwerving ontwikkeld worden samen met de aanpalende gronden gelegen op het grondgebied van Tessenderlo. IML heeft nog geen beslissing genomen. Op het grondgebeid van Tessenderlo ligt circa 25 ha eigendom van nv Scregg. De gronden liggen langs het Albertkanaal en zijn gedeeltelijk vervuild. De GOM -Limburg onderzoekt samen met private partners, het gemeentebestuur en de Dienst voor de Scheepvaart hoe de zone via een samenwerkingsverband ontwikkeld kan worden. Vooreerst dient AROHM in overleg duidelijkheid te brengen over de eventuele ruimtelijke randvoorwaarden.

31

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Sint-Truiden Sint-Truiden Brustem 68 ha

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 68 ha luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 100 % tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik gelieve de redenen aan te kruisen

X X

− Gewestplanwijziging is goedgekeurd − Infrastructuurwerken worden uitgevoerd − Resterende knelpunten: Het voormalige militaire terrein te Brustem S int-Truiden is gedeeltelijk herbestemd als industriezone. Voor de ontwikkeling van het terrein is een NV BIP opgericht met als partners de GOM-Limburg en de LRM. Samen met de stad Sint-Truiden staat de NV BIP in voor de ontwikkeling en de uitgifte van de zone. Voor de ontwikkeling van het terrein zijn nog gesprekken gepland met de AROHM omtrent de ruimtelijke modaliteiten. Deze gesprekken bepalen het tempo waarop de gronden kunnen aangeboden worden.

32

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Tongeren Tongeren Tongeren-Oost 105 ha

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 3 ha luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 3 % tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik gelieve de redenen aan te kruisen

X

− Gewestplan St.-Truiden/Tongeren is in herziening gesteld − Resterende knelpunten: Het terrein Tongeren-Oost is uitgeput; voor de uitbreiding is het gewestplan Tongeren Sint-Truiden in herziening gesteld. Gelet dat in Oostelijk Zuid-Limburg geen aanbod meer is aan bouwrijpe regionale terreinen moet de nieuw in te kleuren zone onmiddellijk na goedke uring van het gewestplan kunnen ontwikkeld worden.

33

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Lommel Lommel Balim/PRB 271 ha

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 271 ha luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 100 % tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik gelieve de redenen aan te kruisen X X X

− In de streekvisie Noord-Limburg – “Van vergeten grensregio naar een dynamische contactzone” – die op 26 februari 2000 is voorgesteld, worden hefbomen gedetecteerd die een sturende rol hebben bij de ruimtelijk economische ontwikkeling van de regio. De ontwikkeling van een groot aaneengesloten industrieterrein (142 ha uitbreiding Balendijk + 70 ha recuperatie Philips terrein + 271 ha Dorperheide/Balim) gelegen op het grondgebied van Lommel wordt in de streekvisie geselecteerd als strategische hefboom in het deelaspect industrieterreinen.

- Resterende knelpunten: De te saneren Balim gronden (vroegere PRB vestiging) zijn gelegen op het grondgebied van Lommel en vormen samen met het terrein Balendijk en de Philips gronden een groot aaneengesloten industriegebeid. De Uitrusting van het terrein Balendijk (142 ha) is lopende en vormt als dusdanig geen probleem meer. De sanering van de vroegere productieterreinen van P.R.B. zijn het belangrijkste knelpunt voor de onmiddellijke ontwikkeling van het terrein. De mogelijkheid voor de ontwikkeling via een publiek privaat partnerschap is reeds geopperd. Er is echter nog geen duidelijkheid over de concrete invulling. Zowel voor de sanering als voor de herontwikkeling dient dit globaal aangepakt voor de gedeelten te Lommel en op Balen (provincie Antwerpen).

34

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Dilsen-Stokkem Dilsen-Stokkem Rotem 110 ha

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 65 ha luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 60 % tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik gelieve de redenen aan te kruisen X X

− Resterende knelpunten: De te saneren gronden maken onderdeel uit van het industrieterrein Rotem (gemeente Dilsen-Stokkem) dat een totale oppervlakte heeft van 110 ha. Op het terrein worden circa 5 ha spoorwegtalud beschouwd als niet realiseerbaar. Het te saneren terrein is deels privé eigendom (40 ha) en deels eigendom van het provinciebestuur Limburg (20 ha). In het kader van een EFRO dossier wordt de sanering uitgevoerd op het gedeelte privéeigendom; de sanering wordt verwacht voltooid te zijn in 2001. Voor het gedeelte in publieke eigendom is in samenwerking met OVAM een saneringsdossier opgesteld voor uitvoering in 2001 (met EFRO steun). Het beslissingsproces voor de sanering verloopt aanzienlijk trager dan het deel op privé-terrein. Een deel van het terrein zal onmiddellijk aanbiedbaar zijn na sanering. In een volgende fase moet de infrastructuur aangelegd worden op het terrein en moet de ontsluiting van het terrein geoptimaliseerd worden. Om het privé gedeelte bereikbaar te maken via de hoofdontsluiting moet de sanering op de percelen in eigendom van de overheid voltooid zijn.

35

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Hasselt-Genk Genk Genk Noord 338 ha

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 91 ha luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 27 % tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik gelieve de redenen aan te kruisen X X

− Sanering van dit gebied met terril en slibbekkens is in uitvoering. Circa 76 ha zal na sanering kunnen heringeschakeld worden als bedrijventerrein. De overige 15 ha (slibbekken/vijver) zijn te beschouwen als definitief niet realiseerbaar. − Resterende knelpunten: Het terrein is eigendom van Ward/Echo die in het kader van een EFRO dossier de sanering uitvoert; de sanering wordt verwacht voltooid te zijn tegen eind 2001. Voor de ontwikkeling van het terrein moeten gesprekken gevoerd worden met de overheid inzake de aanleg van de infrastructuur op het terrein. De mogelijkheid voor de ontwikkeling via een publiek privaat partnerschap werd reeds geopperd. Er is echter nog geen duidelijkheid omtrent de concrete invulling van het publiek-privaat partnerschap.

36

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Hasselt-Genk Genk Genk-Zuid 1.581 ha

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 111 ha luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 7 % tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik gelieve de redenen aan te kruisen

X

X

− Genk-Zuid is een infrastructureel zeer rijk voorzien terrein, centraal in Limburg gelegen, in de nabijheid van E314 en E313 (beide op ca. 5 km), met spoor en kanaal en pijpleidingen aanwezig.

− Resterende knelpunten: Op het terrein is 111 ha niet realiseerbaar. Hiervan is 22 ha ontrokken als natuurgebied (ingevolge een MER studie) en als (zonevreemde) sportvelden. De overige 89 ha zijn in het gewestplan ingekleurd als reservegebied en kunnen slechts ontwikkeld worden na planologische omzetting tot effectief industriegebied (de reserve zone ligt aanpalend aan het Albertkanaal). Er is dus nood aan een herziening van het gewestplan.

37

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt:

Houthalen-Helchteren

Gemeente:

Houthalen-Helchteren

Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Centrum Zuid 228 ha

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 46 ha luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 20 % tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik gelieve de redenen aan te kruisen X X

− Uitzonderlijk gunstige ligging op kruising E314 en N74 Limburgse Noord-Zuidverbinding, bovendien slechts 10 km verwijderd van het autosnelwegkruispunt te Lummen. Centraal gelegen in de provincie Limburg, en dicht bij het economische en industriële zwaartepunt. Hierdoor heeft het terrein een grote aantrekkingskracht voor nieuwe bedrijven.

− Resterende knelpunten: Circa 15 ha zijn ingenomen door een talud en door waterzieke gronden. De eventuele beschikbaarheid van de gronden kan slechts bepaald worden na verder onderzoek. Circa 31 ha zijn niet realiseerbaar omdat in het gewestplan een reservatiezone is ingekleurd voor de verdere afwerking van de N74 noord-zuid verbinding. Deze gronden kunnen slechts beschikbaar komen wanneer het tracé van de N 74 duidelijk is vastgesteld en ontsluitingsmogelijkheden openlaat. Verder is op te merken dat 14 ha geaccidenteerde gronden die aangeduid zijn als uit te rusten, privé eigendom (met een aantal huizen) zijn.

38

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt:

Houthalen-Helchteren

Gemeente:

Houthalen-Helchteren

Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Europark 113 ha

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 11 ha luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 10 % tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik gelieve de redenen aan te kruisen

X

− Het terrein is typisch geconcipieerd voor grote en middelgrote ondernemingen met enige regionale uitstraling. In de jaren 80 “opgevuld” met plaatselijke KMO. Het gemeentebestuur is voorstander van een onderscheid in de profilering van het terrein Europark t.o.v. Centrum-Zuid, die mede kan steunen op een sectoraal onderscheid, doch vooral op de grotere aantrekkingskracht van Centrum-Zuid voor bedrijven die een zeer goede verkeersligging en hoge bereikbaarheid behoeven.

− Resterende knelpunten: Op het gewestplan is 11 ha ingekleurd als reservezone. Deze kunnen slechts ontwikkeld worden na planologische omzetting tot effectief industriegebied.

39

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Alken Alken Uitbreiding brouwerij 27 ha

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 27 ha luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 100 % tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik gelieve de redenen aan te kruisen X X

− Resterende knelpunten: De zone bekend als uitbreiding brouwerij is 27 ha groot. De gronden zijn waterziek. Voor inschakeling als industriegebied moet verder onderzoek gebeuren naar de stabiliteit en haalbaarheid. Er is geen duidelijkheid wie dit onderzoek moet verrichten.

40

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Overpelt Overpelt Nolimpark 266 ha

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 5 ha luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 2% tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik gelieve de redenen aan te kruisen X

− Resterende knelpunten: Zuid-oostelijk op het terrein is een oude stortplaats (huisvuil) gelegen. De zone is 5 ha groot. In afwachting van een bodemattest wordt het terrein als voorlopig niet realiseerbaar beschouwd. Vraag blijft wie de voorbereidende onderzoeken op zich neemt.

41

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Dilsen-Stokem Dilsen-Stokem Lanklaar 207 ha

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 5 ha luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 2,5 % tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik gelieve de redenen aan te kruisen X

− Resterende knelpunten: Een voormalige ontginningszone van 5 ha in privé eigendom wordt beschouwd als onstabiele grond en kan maar ontwikkeld worden na verder onderzoek (met eventueel g ebruiksbeperkingen als resultaat). Er is geen duidelijkheid omtrent de instantie die het initiatief moet nemen.

42

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Maasmechelen Maasmechelen Oude Bunders 167 ha

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 20 ha luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 12 % tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik gelieve de redenen aan te kruisen

X

− Resterende knelpunten: Circa 20 ha zijn niet realiseerbaar omdat in het gewestplan een reservatiezone is ingekleurd voor een wegtracé. De schrapping van het tracé welke was aangevraagd door de GOM-Limburg is niet weerhouden door de Vlaamse regering in de lopende herziening van het gewestplan Maasland. De gronden zijn slechts beschikbaar na schrapping van tracé. Een nieuwe gewestplanherziening dringt zich op om de 20 ha bereikbaar te maken.

43

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

3.3.3 Oost-Vlaanderen
Economisch knooppunt: Code: 421 Gemeente: Bedrijvenzone:42116 - Regionaal Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (absoluut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (relatief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik Wetteren Wetteren Poorte 23 23 % gelieve de redenen aan te kruisen

x

Er is een vertraging in de procedure opgetreden wegens opname van 2 ha extra die nu omschreven is als woongebied waardoor de totale oppervlakte 23 ha zou bedragen i.p.v. 21 ha. Men heeft ook een aanpalende ambachtelijke zone opgenomen en er waren bepaalde infrastructuurwerken nodig voor de ontsluiting van de zone rekening houdende met de bepalingen van het RSV. Er is en blijft een probleem i.v.m. de financiering van de infrastructuur voor het nieuwe terrein en meer bepaald de aanleg van een rotonde. Het Vlaams Gewest wil de beheerder van het terrein (de intercommunale DDS) mee laten financieren. Volgens de intercommunale DDS moet de financiering volledig ten laste vallen van het Vlaams Gewest.

44

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Code: 451 Gemeente: Bedrijvenzone:45031 - Regionaal Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (absoluut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (relatief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik

Ronse Ronse N60-Pontstraat 23 12 52,17 % gelieve de redenen aan te kruisen

X

De realisatie van de resterende oppervlakte is geblokkeerd wegens de ligging in de r eservatiestrook van de N60 (3,5 ha). Het initiatief dient genomen te worden door de Stad Ronse en het Vlaams Gewest

45

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt:Code: 460 Gemeente: Bedrijvenzone:46003 - Regionaal Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (absoluut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (relatief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkinge n inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik

Beveren Beveren Logistiek Park Waasland 88 88 % gelieve de redenen aan te kruisen

X

De bouwvergunning is reeds tweemaal geweigerd door AROHM wegens het ontbreken van een mobiliteits- en MER-studie. Volgens de nieuwe gewestplanwijziging zou de oppervlakte ook gehalveerd worden. De beheerder van het terrein met name de intercommunale Land van Waas zou de g evraagde studies moeten (laten) opmaken.

46

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Code: 461 Gemeente: Bedrijvenzone:46029 - Regionaal Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (absoluut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (relatief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik

Lokeren Lokeren E17/3 Everslaar 142 75 52,82 % gelieve de redenen aan te kruisen

X

Van de 100 ha netto die uit de 142 ha bruto mogen worden ontwikkeld is de helft (50ha) ingenomen. De resterende helft moet dringend worden ontwikkeld wegens de grote vraag. De ontwikkeling wordt echter reeds 2 jaar geremd door het weghalen van personeelsleden van het 2de Comité tot Aankoop te Gent uit dit project om ze in te schakelen in de grondverwervingen voor het Deurganckdok. Het knelpunt situeert zich dus bij het personeelsgebrek van het 2de Comité tot Aankoop te Gent.

47

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Code: 461 Gemeente: Bedrijvenzone:46024 - Lokaal Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (absoluut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (relatief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik

Lokeren Lokeren Het Scheepken 15 10 66,66 %

X

De gronden zijn eigendom van een persoon die ze voornamelijk gebruikt voor het uitbaten van een paardenstoeterij, daardoor heeft hij een zeer grote oppervlakte nodig die in feite zonevreemd gebruik is. De vraag stelt zich waarom men vroeger voor één eigenaar zoveel industriegrond voorzien heeft op het gewestplan. Hij exploiteert een bierhandel en een handel in hooi en stro.

48

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Code: 442 Gemeente: 2.4 Bedrijvenzone:44030 - Regionaal

Gent Evergem Ringvaart-Durmakker 188 126 67,02 %

Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (absoluut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (relatief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik

gelieve de redenen aan te kruisen X X X

De gemeente Evergem zit tot aan de keel in de industrie en de industriegronden. Heeft momenteel andere prioriteiten, o.m. op het vlak van de opvang van de industrialisatie o.m. inzake woningbouw. Een comité ijvert ervoor de kwestieuze zone te herbestemmen tot landbouw- en/of groenzone. Het terrein vindt doorsneden door de waterloop de Kale. De gemeente Evergem dient hier het initiatief te nemen.

49

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Code 442 Gemeente: Bedrijvenzone:44035 - Regionaal Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (absoluut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (relatief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik

Gent Evergem RO Rieme-Noord 95 95 % gelieve de redenen aan te kruisen

X

De gemeente dringt bij het Vlaams Gewest aan voor de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) van dit gebied, in het bijzonder met het oog op de vastlegging van de ontsluiting op de R4-west (knooppunt 2).

50

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Code 442 Gemeente : Bedrijvenzone:44061 - Regionaal Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (absoluut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (relatief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik

Gent Gent Ringvaart-Wondelgem-Noord 17 11 64,71 %

gelieve de redenen aan te kruisen

X

Dossier is afhankelijk van het traject voor de oost-west-verbinding (de Sifferverbinding kan een gedeelte van deze zone reserveren voor de noodzakelijke infrastructuur).Hier is nog geen definitief uitsluitsel over.

51

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Code 442 Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Gent Gent Wondelgemsemeersen 88

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 27 (+ 8) luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 34% (40%) tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik gelieve de redenen aan te kruisen

x

?

Bedrijventerrein moet eigenlijk gereorganiseerd worden, er is vrij omvangrijk (8ha) zonevreemd gebruik en nog veel vrij liggende percelen (of niet ingericht). Een samenwerking tussen gewest en de stad is gewenst om de 27 ha realiseerbare oppervlakte beschikbaar te maken, mogelijk in het kader van een meer globale herstructurering van het terrein.

52

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Code 442 Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Gent Gent E17 Ottergemsesteenweg 117

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 19 (+4) luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 20% tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik gelieve de redenen aan te kruisen

x

x

19 ha rond de gebouwen van de universiteit zijn in reserve, voorts is er nog omvangrijk (4ha) zonevreemd gebruik. Naar verluidt zal het universitair onderzoeksinstituut worden verlaten waardoor de opportuniteit ontstaat om 19 ha vrij temaken. Een initiatiefnemer is noodzakelijk.

53

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Code 442 Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Gent Gent Nieuwe Vaart 63

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 8 (+1) luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 14% tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik gelieve de redenen aan te kruisen

x

Bedrijventerrein moet eigenlijk gereorganiseerd worden, er is vrij omvangrijk (8ha) zonevreemd gebruik en nog veel vrij liggende percelen (of niet ingericht). Naar verluidt is een uitbreiding van het bedrijf Vynckier niet meer actueel. Een iniatiefnemer kan worden gezocht om in overleg met het bedrijf duidelijkheid te krijgen over de toekomstige ontwikkeling van het terrein.

54

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Code 442 Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Gent Gent R4 Flanders Business park 58

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 58 luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 100% tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik Gelieve de redenen aan te kruisen x x x

Dit bedrijventerrein kan pas worden ontwikkeld nadat de R4 op de zuidelijke oever van de ringvaart is aangelegd. Het deel ten zuiden van de E40 moet eerst worden gesaneerd en de verbinding tussen het noordelijk en het zuidelijk deel moet nader worden bekeken.

55

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Code 442 Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Gent Gent Kappetragel 28

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 26 luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 92% tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechte rlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik Gelieve de redenen aan te kruisen X X

Eerst moet de stortplaats worden gesaneerd (zie ook R4 flanders businesspark), dan pas kan het terrein volledig worden aangesneden. Er ontbreekt een trekker voor dit terrein.

56

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Code 442 Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Gent Gent Zeeschipstraat 12

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 3 luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 25% tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake e igendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik gelieve de redenen aan te kruisen

Inefficiënt ruimtegebruik op een bestaand bedrijventerrein, een overleg om de resterende percelen op de markt of verkocht te krijgen is noodzakelijk.

57

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Code 442 Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Gent Gent Ringvaart zuid industrieweg 164

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 27 + 5 luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 19% tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkinge n inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik gelieve de redenen aan te kruisen

x x

x

Het grootste deel is in eigendom van bedrijven maar ligt reeds lang braak, een kleiner deel (5ha) bevat zonevreemde functies. Een omvangrijke oppervlakte behoort tot het bedrijf Victor Buyck. Verkennend overleg met het bedrijf is gewenst om de toekomstige mogelijkheden vast te stellen.

58

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Code 462 Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Sint-Niklaas Sint-Niklaas Europark (N-O-Z) 93

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 15,5 luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 16% tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik gelieve de redenen aan te kruisen

Naar aanleiding van voorbereidend onderzoek voor de afbakening van het regionaalstedelijk gebied Sint-Niklaas werden de vrije percelen of delen van percelen op de regionale bedrijventerreinen in kaart gebracht. Dit probleem moet meer in detail worden onderzocht om duidelijke uitspraken te kunnen doen.

59

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Code 462 Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Sint-Niklaas Sint-Niklaas TTS Sint-Niklaas 41

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 17,5 ha luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 42% tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik gelieve de redenen aan te kruisen

Naar aanleiding van voorbereidend onderzoek voor de afbakening van het regionaalstedelijk gebied Sint-Niklaas werden de vrije percelen of delen van percelen op de regionale bedrijventerreinen in kaart gebracht. Dit probleem moet meer in detail worden onderzocht om duidelijke uitspraken te kunnen doen.

60

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Code 462 Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Sint-Niklaas Sint-Niklaas Omgeving Heihoekstraat 25

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 15,7 luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 62% tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik Gelieve de redenen aan te kruisen

De terreinen zijn voornamelijk reserve van 3 bedrijven. Verkennend overleg met deze bedrijven kan de toekomstige mogelijkheden duidelijk maken.

61

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Code 413 Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Zottegem Zottegem Buke 21

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 13 luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 61% tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik Gelieve de redenen aan te kruisen x x

x

Infrastructuur voldoet niet om het gehele terrein in te richten, het is noodzakelijk een nieuwe ontsluiting aan te leggen met de nodige voorzieningen. De eigendom is dermate versnipperd dat het zeer moeilijk is om tot een economische realisatie van het gehele bedrijventerrein over te gaan.

62

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Code 452 Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Kluisbergen Kluisbergen Ruien-Berchem 152

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- n.b. luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 30 à 50% tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik gelieve de redenen aan te kruisen

x

Het grootste deel van het bedrijventerrein is in gebruik door de elektriciteitscentrale van Electrabel. Een omvangrijk deel ligt echter nog steeds vrij. Kluisbergen werd in het RSV geselecteerd als economisch knooppunt omwille van de ligging in de bufferzone ten opzichte van de doelstelling-1 gebieden Henegouwen en Noord-Frankrijk met het oog op de afstemming tussen het ruimtelijk beleid en het vooropgesteld regionaal-economisch beleid. Het bedrijventerrein is gunstig gelegen met mogelijke ontsluiting via de Schelde en een goederenspoor. Een duidelijk toekomstperspectief voor het economisch knooppunt Kluisbergen moet worden opgebouwd vooraleer dit bedrijventerrein geoptimaliseerd kan worden.

63

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Code 410 Gemeente: Bedrijvenzone:

Aalst Aalst Bestaande + Geplande bedrijvenzonesnav afbakening stedelijk gebied

Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 31,7 ha luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (relatief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik gelieve de redenen aan te kruisen

De bestemming van deze terreinen (totaal 142 ha) blijft uit; voor het aanbodbeleid aan bedrijventerreinen in stedelijke gebieden zou dit een eerste voorbeeld kunnen zijn, bijvoorbeeld om over te gaan naar nieuwe vormen van beheer en beheersovereenkomsten, om versnippering van het aanbod te vermijden (zie voorbeeldterreinen in oa Sint-Niklaas, Turnhout) Volgens de inventarisatie in het kader van het afbakeningsproces, zijn er in Aalst slechts 31,7 ha beschikbaar, waarvan 14 ha lege percelen en 5 ha leegstand.

64

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

3.3.4 Vlaams-Brabant Economisch knooppunt: Code 230 Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha): Vlaams stedelijk gebied rond Brussel Sint-Pieters-Leeuw 23020 Zenneveld 26,21

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 6,34 luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 24 % tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik gelieve de redenen aan te kruisen

X X

Deze zone werd in de recente gewestplanherziening herbestemd tot zone voor watergebonden bedrijven (op vraag van de nv Zeekanaal). Het gebied heeft een ontsluitingsprobleem: de ontsluiting via een ventweg langs het kanaal is afgesneden door een inplanting van de Dienst Wegen Vlaams-Brabant; een andere mogelijke ontsluiting is een private weg van het bedrijf Interbeton. Momenteel zijn er nog geen acties ondernomen om tot realisatie te komen.

65

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Code 230 Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Vlaams stedelijk gebied rond Brussel Machelen Diegem H. Henneaulaan 113.73

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 11.36 ha luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 10 % tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik gelieve de redenen aan te kruisen

x

Het betreft strategisch gelegen gronden nabij de luchthaven van Zaventem, bestemd als terrein voor luchthavengerelateerde kantoren en diensten. De ordening van het terrein dient verder bepaald in functie van de aanleg van bijkomende op- en afritten aan de A201 (Grensstraat). Bij voorkeur wordt hiervoor een (niet-verordenend) initiatief genomen. Concreet moet er een uitwerking (en verwerving/realisatie) komen van de nieuwe infrastructuur om duidelijkheid te krijgen over de nog aan te wenden oppervlakte

66

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Code 230 Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Vlaams stedelijk gebied rond Brussel Machelen Diegem H. Henneaulaan 113.73

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 11.36 ha luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 10 % tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik gelieve de redenen aan te kruisen

x

Het betreft strategisch gelegen gronden nabij de luchthaven van Zaventem, bestemd als terrein voor luchhavengerelateerde kantoren en diensten. De ordening van het terrein dient verder bepaald in functie van de aanleg van bijkomende op- en afritten aan de A201 (Grensstraat). Bij voorkeur wordt hiervoor een (niet-verordenend) iniatief genomen.

67

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Code 323 Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Halle Halle 23025 Lembeek-Noord 29,54

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 7,02 luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 24 % tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik gelieve de redenen aan te kruisen

X

Het gebied was betrokken in de recente gewestplanherziening. De voorgestelde bestemming als watergebonden terrein werd niet weerhouden. De GOM werd vroeger meermaals betrokken bij pogingen tot grondruil om tot een efficiënte terreinaanwending te komen, zonder resultaat echter gelet op de vermelde poging de zone te herbestemmen. Nieuw initiatief kan nu genomen worden, gelet bevestiging gewestplan. Vraag is of nv Ze ekanaal nog namens het Vlaamse Gewest de gronden beheerd of wenst te beheren. Gom heeft reeds aan nv Zeekanaal laten weten geï nteresseerd te zijn in (mede)ontwikkeling.

68

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt: Code 233 Gemeente: Bedrijvenzone: Totale oppervlakte bedrijvenzone (gewestplan) (ha):

Londerzeel Meise 23053 - Westrode 78,9

Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (abso- 76,8 luut in ha): Bestemde maar niet gerealiseerde oppervlakte (rela- 86 % tief, % van totale opp.): Redenen van niet-realisatie: 3310 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke redenen 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperkingen inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik gelieve de redenen aan te kruisen

X

Deze zone is het belangrijkste knelpunt in Vlaams-Brabant. Het betreft een zone, in eigendom van de intercommunale Haviland, waarvan de ontwikkeling niet op gang komt omwille van een gewijzigde planologische visie vanwege AROHM. De zone is erkend op het gewestplan, er werden ontsluitingsplannen gemaakt en goedgekeurd door de Afdeling Wegen Vlaams-Brabant, de ontsluitingswerken zouden verlopen via medefinanciering vanwege H aviland. De principes van het RSV stellen echter dat de gemeente Meise deel uitmaakt van het buitengebied en dat een dergelijke omvangrijke zone niet kan ontwikkeld worden in het buitengebied. Haviland en GOM hebben reeds jaren geprobeerd een duidelijk standpunt te krijgen vanwege stedenbouw; bij een negatief standpunt moet echter ook een alternatief en vergoeding voor de reeds gedane prestaties (onteigening) geleverd worden, wat niet het geval is. De provincie (Deputatie en plangroep structuurplan) zijn van mening dat een aansnijding mogelijk is in relatie met het verderop gelegen economisch knooppunt langsheen dezelfde hoofdweg A12 in de aangrenzende gemeente Londerzeel.

69

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

3.3.5 West-Vlaanderen
Economisch knooppunt Gemeente Bedrijvenzone Tot. opp. bedrijvenzone (gewestplan) Bestemde, niet gerealiseerde opp. Idem, relatief Redenen van niet-realisatie: 3110 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke probl. 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperk. inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik Kortrijk Kortrijk 34.207 Beneluxlaan (handel- en die nstenzone) Regionaal 28 ha (*) 28 ha 100 %

X

(*) Met bepaalde aanpalende gronden die nu op het gewestplan een industriële bestemming hebben voor één bedrijf (en die gemakshalve bij Beneluxlaan werden geteld) komt men tot 36 ha. Na de definitieve vaststelling van de gewestplanwijziging (zie hierna) zullen we voor "Beneluxlaan Handel- en Dienstenzone" komen tot 28 ha.

- Bepaalde gronden zijn al onteigend of gereserveerd maar het geheel (28 ha) is nog niet in realisatie. - De realisatie kan niet starten omdat eerst nog de gewestplanwijziging opnieuw definitief moet vastgesteld worden (na wettigheidsbezwaren van de Raad van State rond een eerdere wijzigingsprocedure). - De nieuwe voorlopige vaststelling van de gewestplanwijziging dateert van 28 april 2000. De Vlaamse regering moet nu nog de definitieve vaststelling doen.

70

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt Gemeente Bedrijvenzone Tot. opp. bedrijvenzone (gewestplan) Bestemde, niet gerealiseerde opp. Idem, relatief Redenen van niet-realisatie: 3110 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke probl. 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperk. inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik

Kortrijk Kortrijk 34.205 Wetenschapspark Regionaal 8 ha 8 ha 100 %

X

- De realisatie kan niet starten omdat eerst nog de gewestplanwijziging opnieuw definitief moet vastgesteld worden (na juridische problemen rond een eerdere vaststelling). - De nieuwe voorlopige vaststelling van de gewestplanwijziging dateert van 28 april 2000. De Vlaamse regering moet nu nog de definitieve vaststelling doen.

71

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt Gemeente Bedrijvenzone Tot. opp. bedrijvenzone (gewestplan) Bestemde, niet gerealiseerde opp. Idem, relatief Redenen van niet-realisatie: 3110 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke probl. 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperk. inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik

Kortrijk Kortrijk 34.204 E17 ( Deltapark) Regionaal 40 ha 40 ha 100 %

X

- De realisatie kan niet starten omdat eerst de gewestplanwijziging opnieuw definitief moet vastgesteld worden (na wettigheidsbezwaren van de Raad van State rond een eerdere wijzigingsprocedure). - De nieuwe voorlopige vaststelling van de gewestplanwijziging dateert van 28 april 2000. De Vlaamse regering moet nu nog de definitieve vaststelling doen.

72

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt Gemeente Bedrijvenzone Tot. opp. bedrijvenzone (gewestplan) Bestemde, niet gerealiseerde opp. Idem, relatief

Kortrijk Harelbeke (*) E17 (=uitbreiding Deltapark) Regionaal 25 ha 25 ha 100 %

Redenen van niet-realisatie: 3110 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke probl. X 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperk. inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik (*) Is bestemd via gewestplanwijziging van november 1998, zit dus niet in GIS, heeft dus nog geen ID. Staat wel in de Excel-tabel als "E17 Harelbeke".

- De realisatie is afhankelijk van de realisatie van Deltapark op grondgebied van Kortijk (zie hoger). - De realisatie kan niet starten omdat eerst nog de gewestplanwijziging opnieuw defintief moet vastgesteld worden (na wettigheidsbezwaren van de Raad van State rond een eerdere wijzigingsprocedure). - De nieuwe voorlopige vaststelling van de gewestplanwijziging dateert van 28 april 2000. De Vlaamse regering moet nu nog de definitieve vaststelling doen.

73

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt Gemeente Bedrijvenzone Tot. opp. bedrijvenzone (gewestplan) Bestemde, niet gerealiseerde opp. Idem, relatief Redenen van niet-realisatie: 3110 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke probl. 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperk. inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik

Blankenberge 31.056 Blankenberge Ambachtelijke zone 2O ha 6 ha 30 %

X Vogelrichtlijngebied

De ambachtelijke zone is reeds grotendeels gerealiseerd. Een stuk van het gerealiseerde deel van deze ambachtelijke zone valt binnen het Vogelrichrtlijngebied; het nog niet gerealiseerde deel (6 ha) valt ook binnen het Vogelrichtlijngebied. De realisatie van het tot nog toe niet gerealiseerde deel wordt nu tegengehouden door het statuut van Vogelrichtlijngebied. Het absurde van de zaak is dat het betrokken Vogelrichtlijngebied in feite een smalle, rechte, zeer artificiële verbinding vormt tussen ruimere "echte" Vogelrichtlijngebieden (poldercomplexen) beiderzijds Blankenberge. Deze artificiële verbindingsstrook is dus oorzaak van het probleem. De oplossing ligt hierin dat de overheid toch bouwvergunningen zou afleveren binnen het b ezwaarde deel van de ambachtelijke zone en dat zij desnoods het Vogelrichtlijngebied aldaar zou schrappen of aanpassen.

74

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt Gemeente Bedrijvenzone Tot. opp. bedrijvenzone (gewestplan) Bestemde, niet gerealiseerde opp. Idem, relatief Redenen van niet-realisatie: 3110 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke probl. 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperk. inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik

Torhout Torhout Deel van 31.217; deel van uitbreiding van regionaal terrein 15 ha 15 ha 100 %

X

- De definitieve vaststelling van de gewestplanwijziging (B. Vl. R. 9 februari 1999) voorzag dit terrein maar is door de Raad van State geschorst (1 december 1999) Op 16 februari 2000 heeft de GOM (+ stad) een nieuwe, aangepaste aanvraag tot gewestplanwijziging ingediend (deels regionaal, deels lokaal). Deze aanvraag heeft niet tot een nieuwe wijzigingsprocedure geleid. - De Vlaamse overheid heeft normalerwijze bij de Raad van State het verder zetten van het geding gevraagd. De ervaring leert evenwel dat de Raad van State in haar definitieve uitspraak zeer zelden afwijkt van de eerst ingenomen houding. - Wellicht is het dan beter een geheel nieuw spoor te volgen: opmaak van een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan in uitvoering van het provinciaal ruimtelijk structuurplan (waarvan het openbaar onderzoek op 20 december 2000 beëindigd werd).

75

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Economisch knooppunt Gemeente Bedrijvenzone Tot. opp. bedrijvenzone (gewestplan) Bestemde, niet gerealiseerde opp. Idem, relatief Redenen van niet-realisatie: 3110 privaatrechterlijke problemen 3120 milieutechnische problemen 3130 publiekrechterlijke probl. 3140 ontoegankelijkheid 3150 zonevreemd gebruik 3200 beperkingen inzake bestemming 3210 beperk. inzake eigendomssituatie 3310 bedrijfseigendom maar niet in gebruik

Wielsbeke Wielsbeke 37.089 Vaartstraat Regionaal 56 ha 11 ha

X

De realisatie wordt bemoeilijkt door bedrijven die ondanks het RO-karakter van de bestemming ("regionaal bedrijventerrein met openbaar karakter") en een onteigeningsplan, de gronden rechtstreeks opkopen (aan te hoge prijzen) bij de betrokken eigenaars. Het is dus de vraag of de kopers uiteindelijk een stedenbouwkundige vergunning zullen krijgen. Voor de GOM West-Vlaanderen en voor de terreinbeheerder is het niet duidelijk wat moet/kan gebeuren om de zaak vlot te krijgen.

76

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

4.
4.1

Het vermarkten van onbebouwde percelen in eigendom
Inleiding

Zoals blijkt uit de analyse bevinden 23 van de 102 economische knooppunten zich in een situatie waar er onvoldoende bouwrijpe grond is maar waar er wel bestemde maar niet gerealiseerde terreinen bestaan (gemeenten in categorie 4 en 5 op kaart 5). Dit wordt ook bevestigd in gegevens waarover AROHM beschikt in het kader van de afbakeningsprocessen van stedelijke gebieden en de opmaak van provinciale structuurplannen. Zo blijkt bijvoorbeeld dat in het grootstedelijk gebied Gent 200-250 ha als bedrijventerrein bestemd is, maar niet op de markt komt om diverse redenen (te saneren terreinen, problemen met ontsluiting, …). Ook in het regionaal stedelijk gebied Kortrijk zijn er aanzienlijke terreinen bestemd, maar niet bouwrijp omwille van juridische problemen (grootteorde 100 ha). Hiervoor zijn ondertussen een aantal initiatieven genomen. Op basis van terreinkennis is AROHM van mening dat er nog heel wat ruimte beschikbaar is op terreinen / percelen in eigendom. Bovendien zijn er heel wat bedrijven die strategische reserves hebben liggen: het zijn terreinen in eigendom maar ze zijn tot op heden niet aangewend28 . Voor de provincie Vlaams-Brabant werd een inschatting gemaakt van de niet gerealiseerde bedrijvenzones in eigendom van bedrijven (zie tekstbox). Deze analyse geeft aan dat een groot deel van de niet aangewende oppervlakte moeilijk vermarkt kan worden. Wanneer men vertrekt van een beleid waarbij zuinig ruimtegebruik hoog in het vaandel wordt gedragen dan kan men niet vragen om nieuwe bedrijventerreinen te realiseren en tezelfdertijd laks omgaan met de onaangewende percelen op bestaande bedrijventerreinen. Er zijn heel wat bedrijven die op aanpalende percelen een strategische reserve achter de hand houden in het geval ze later willen uitbreiden. Het aanhouden van strategische reserves is een economische factor waar rekening mee moet gehouden worden in de ruimtelijke planning. Daarenboven is extra groeiruimte voor een bedrijf vaak een belangrijke factor in de locatiekeuze. Tenslotte is het ook vanuit ruimtelijk standpunt interessant dat bedrijven groeimogelijkheden krijgen op de bestaande site: deze optie neemt alvast minder ruimte in beslag dan een bedrijf dat omwille van ruimtegebrek dient te verhuizen – verlaten sites zijn vaak slechts ten dele herbruikbaar. Ondanks deze argumenten ten voordele van strategische reserves voor bedrijven is het zondermeer duidelijk dat in het verleden kwistig werd omgegaan met reserveterreinen en dat er in Vlaanderen geen traditie bestaat in het herstructureren van bestaande bedrijventerreinen. Bovendien blijken privé-investeerders soms gronden onaangewend te laten liggen omwille van speculatieve redenen. Het voorbeeld van Vlaams Brabant (zie tekstbox) toont aan dat er heel wat percelen onbebouwd zijn. De percelen die slechts gedeeltelijk aangewend zijn, zijn nog niet opgenomen in deze calculaties. In de toekomst zal men wellicht beter – lees: strate28

Uit de afbakeningsprocessen van stedelijke gebieden blijkt ook dat er behoorlijk wat zonevreemde activiteiten op bedrijventerreinen bestaat.

77

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

gischer – moeten omgaan met reserves. Er zijn verschillende opties voor het beleid om daarop in te spelen: we gaan achtereenvolgens in op onteigeningen, progressieve belasting, contractuele bepalingen bij aankoop van percelen en het herstructureren van bedrijventerreinen.

Tekstbox:

Specifieke opmerkingen inzake niet-gerealiseerde bedrijvenzones in eigendom van bedrijven.
In de voorliggende nota wordt slechts gedeeltelijk ingegaan op percelen op bedrijvenzones die in eigendom zijn van bedrijven maar die (nog) niet in gebruik genomen zijn. Reden hiervoor is dat er vrij weinig informatie voorhanden is. Ondanks het feit dat de meeste bedrijvenzones ontwikkeld werden of worden door een publiek beheersorgaan (gemeente, intercommunale, gom…) is er momenteel geen overzicht van de bedrijfsgronden die in eigendom zijn van bedrijven. Op termijn zal dergelijk overzicht wel beschikbaar zijn binnen het GISbedrijvenzones. Binnen de GOM Vlaams-Brabant werd evenwel een oefening verricht om een idee te krijgen van deze oppervlakten:

Totale oppervlakte volgens gewest plan

Bruto NIET INGENOMEN OPPERVLAKTE Ingenomen oppervlakte.

Niet-Realiseer baar eigendom eigendom eigendom eigendom Tijdelijk Definitief bedrijven project v. particu- overheid ontwik. lieren 4394,19 3269,50 1124,69 399,89 90,03 157,49 127,60 298,41 51,27 775,01 349,68 bron: GOM Vlaams-Brabant, 1/4/1999

Totaal

Realiseerbaar

Vlaams-Brabant telt 4.394 ha bedrijventerreinen. Hiervan is 3.269 ha (74,4 %) bezet door bedrijven of infrastructuren. De resterende 1.125 ha (25,6 %) is niet ingenomen oppervlakte. Op het eerste zicht is de behoefte aangegeven door het RSV (1.350 ha) reeds grotendeels voorhanden en bestaat weinig of geen nood aan bijkomende terreinen. Deze indruk is evenwel niet correct: 1. omdat de 1.125 ha worden verkregen door een optelling van individuele percelen of gedeelten van percelen die individueel niet steeds benutbaar zijn; 2. omdat voor een deel van de terreinen de bedrijfsbestemming niet kan gerealiseerd worden. De duur van deze onmogelijkheid is niet makkelijk in te schatten en kan zowel van politiek-bestuurlijke als van infrastructurele aard zijn. Er zijn in Vlaams-Brabant onbezette

78

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

industriële percelen die doorsneden worden door centrale leidingen voor nutsvoorziening zodat de percelen onbruikbaar zijn voor vestiging van bedrijven. Soms wensen lokale overheden om redenen die eigen zijn aan de gemeente niet tot realisatie van voorziene bedrijventerreinen over te gaan. Dergelijke situaties maken deze terreinen beleidsmatig moeilijk te hanteren. Wat definitief niet realiseerbaar is zou best een bestemmingswijziging ondergaan om het debat rond de nood aan bijkomende bedrijventerreinen niet nodeloos te vertekenen (zie o.a. ook de voornaamste knelpunten). Bovendien zijn er een aantal fundamentele kanttekeningen te maken bij de 1.125 ha nietingenomen oppervlakte: - 400 ha niet-bezette terreinen (of 36 % van de niet-ingenomen oppervlakte) zijn eigendom van bedrijven die dit beschouwen als een reserve voor latere uitbreiding of als een actief op de balans dat later te gelde kan gemaakt worden. Er bestaat geen wettelijk instrument om bedrijven te verplichten deze terreinen op de markt te brengen. De overheid voorziet bij de verkoop van bedrijventerreinen wederinkoopformules die speculatie met gronden kunnen tegengaan. Dergelijke formules worden niet toegepast in private contractuele transacties. - Naast die 400 ha zijn er 90 ha (of 8 %) in handen van projectontwikkelaars. Dit is een strategische reserve voor de ontwikkeling van kantoorprojecten. De kantorenmarkt rond Brussel kwam in het laatste decennium van de 20ste eeuw volop tot ontwikkeling. Eind 1999 omvatte deze markt 1 miljoen m² aan kantoren. Onnodig te zeggen dat deze ontwikkelingen in belangrijke mate hebben bijgedragen tot de economische welvaart en aantrekkingskracht van Vlaams-Brabant. Toch is deze ontwikkeling niet zonder neveneffecten. De 90 ha die momenteel in handen zijn van projectontwikkelaars worden uit de markt gehouden tot wanneer de tijd rijp is om rendementsvolle projecten te ontwikkelen. Gelet op het ruime aanbod aan kantoren is dit tijdstip van ontwikkeling afhankelijk van de marktevolutie. Door het onttrekken van dit aanbod aan de markt in een periode van intense vraag, wordt een kunstmatige schaarste aan terreinen gecreëerd wat tot prijsescalatie op de beperkte aanbodmarkt leidt. Bedrijven op zoek naar terreinen voor eigen gebouwenontwikkeling blijven in de kou staan en moeten zich tot andere regio’s wenden, hun projecten afblazen of een noodoplossing zoeken binnen de bestaande huisvesting. Moderne en prestigieuze kantoorprojecten bieden vanzelfsprekend opvangmogelijkheden aan bedrijven. De tertiarisering van Vlaams-Brabant werd er door in de hand gewerkt. Niet elk bedrijf is evenwel op zoek naar dergelijke kantoren of is in staat de gehanteerde huurprijzen te betalen. Deze kantoorzones zijn geen plaatsen waar activiteiten zullen gedijen waar laaggeschoolde arbeid wordt gegenereerd. Als men die wil voorzien in VlaamsBrabant moet een gediversifieerd terreinaanbod worden ontwikkeld dat ook ruimte laat voor andere dan kantooractiviteiten. - 157 ha (14 %) bedrijfsgrond is nog in handen van particulieren. Zij speculeren op maximale verkoopprijzen en wachten met verkoop. Behalve voor projectontwikkelaars of kapitaalkrachtige bedrijven zijn de vraagprijzen onbetaalbaar. Aangezien deze voorraad aan terreinen vaak een aanbod betreft van ofwel kleinere percelen ofwel percelen zonder 79

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

hoogwaardige ligging, zijn noch de projectontwikkelaars, noch de bedrijveneindgebruikers geï nteresseerd zodat de terreinen meestal ongebruikt blijven. Ook de versnipperde perceelsstructuur van deze voorraad terreinen staat een gebruik ervan in de weg. Deze versnippering is het gevolg van de vroegere ongecoördineerde ontwikkeling van deze terreinen.

4.2

Onteigeningen

Onteigenen van onaangewende industriegrond in eigendom is één manier om gronden opnieuw te vermarkten. Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen het speculatief aankopen van gronden en het aanleggen van een strategische reserve. Het speculatief gebruik van terreinen zal wellicht in eerste instantie moeten aangepakt worden via PPS-bepalingen bij acquisitie en het uitgiftebeleid (zie ook bijlage 5). Vanuit economisch standpunt heeft het onteigenen de strategische reserve van een bedrijf negatieve effecten. De belangrijkste kritiek is dat bedrijven niet langer zelf kunnen beslissen hoe belangrijk een strategische voorraad voor hen is. Het beslissingsrecht ligt in handen van de overheid en dat zal bij de bedrijven heel wat bedrijfsonzekerheid creëren. Vanuit een acquisitiebeleid lijkt deze optie dan ook helemaal niet haalbaar.

4.3

Progressieve belasting

Een marktconforme oplossing bestaat er in een in de tijd progressieve belasting op te leggen aan bedrijven die grote reserves aanhouden. Het systeem zou als volgt kunnen werken. Bedrijven worden de eerste vijf tot tien jaar niet belast bij de aankoop van nieuwe percelen. Daarna wordt progressief in de tijd een belasting ingevoerd op de reserve waarbij rekening wordt gehouden met de verhouding (percentage) reserve / totale oppervlakte. De overheid dient daarbij een minimum (vb. 0.5 ha) instellen omdat kleine reserves nauwelijks te verkopen zijn aan derden. Daarnaast zijn er nog bedrijven die wel zouden willen bebouwen maar het niet kunnen omdat hun percelen vervuild zijn (brownfields) of omdat er andere ‘obstakels in de weg staan’: ook in dit geval kan een progressieve belasting niet doorgevoerd worden zolang er geen regeling uitgewerkt is. Daarom is het interessant om het idee van een progressieve taxatie in te passen in een breder kader van terreinherstructureringen (bijlage 5). Het voordeel van een progressieve taxatie is dat ze marktconform werkt. Bedrijven kunnen grote reserves voor lange tijd aanhouden als dat echt nodig is vanuit bedrijfseconomische motieven. Rechtsonzekerheid is er niet omdat een bedrijf weet waaraan het zich kan verwachten. Reserves aanhouden kan maar men betaalt er voor: Het is een strategische keuze van het bedrijf. De progressieve taxatie is tevens een perfect substituut voor onteigeningen, waardoor men zuinig met ruimte kan omgaan zonder te moeten grijpen naar niet marktconforme oplossingen. Het nadeel van deze methode dat ze een negatieve connotatie heeft. Taxatie is en blijft een

80

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

financiële repercussie voor bedrijven. Daarenboven is het niet uitgesloten dat bedrijven onnodig delen van het onaangewende terrein verharden om het als opslagruimte, parkeerterrein, etc… te gebruiken om op die wijze te ontsnappen aan de belasting. Tenslotte moet de overheid een waterdichte controle hebben op de identiteit van het bedrijf, want via doorverkoop aan bedrijven die onder eenzelfde financiële constructie horen zou het systeem gemakkelijk kunnen omzeild worden. Wanneer men deze taxatie zou introduceren in de toekomst dan dient de overheid een overgangsperiode (minimaal 5 jaar) in te lassen zodat bedrijven de tijd krijgen om hun investeringsbeslissingen aan te passen aan het nieuwe beleidskader. Alleen in dit geval kan er rechtszekerheid behouden worden bij de introductie van dergelijke taxatie.

4.4

Contractuele bepalingen bij aankoop van percelen

Ook bij de aankoop van nieuwe percelen kan de verkopende instantie (vb. GOM, intercommunale of privé-investeerder) de bebouwing van de percelen contractueel vastleggen. Dergelijke verplichting zou moeten ingebouwd worden in iedere verkoop van percelen. Dit wordt nu al met succes toegepast door verschillende instanties. We geven hieronder een voorbeeld dat afkomstig is van de intercommunale Leiedal: De koper dient minstens een derde van het gekochte perceel te bebouwen, aan te vangen binnen de twee jaar na datum van de aankoopakte en in gebruik te nemen binnen de vier jaar na datum van de aankoopakte. De koper dient minstens twee derden van het gekochte perceel te bebouwen, aan te vangen binnen de zes jaar na datum van de aankoopakte en in gebruik te nemen binnen de acht jaar na datum van de aankoopakte. De aangelegde toegangswegen en verplichte parkeerterreinen, de stroken belast met de erfdienstbaarheid non-aedificandi (onder meer de verplichte achteruitbouwzones en de stroken belast met bouwverbod) en de verplichte groene zones zullen als bebouwde oppervlakte worden aangerekend. Deze 2/3 ruimte-inname houdt de verplichting in dat minstens 50 % van het gekochte goed ingenomen wordt door gebouwen en niet-overdekte stapelplaatsen. Bij fasegewijs ruimtelijk gebruik van het gekochte goed, moet iedere fase zo aangelegd worden dat het onbebouwd deel optimaal kan gebruikt worden (ook eventueel later door derden), als een autonoom perceel kan functioneren, en op een volwaardige manier kan ontsloten worden op de openbare weg (o.a. beschikken over een toegangsstrook van m inimaal 8 m breedte). Op elk nieuw perceel dat aldus ontstaat dienen de voorwaarden gerespecteerd te worden die Leiedal voor die zone stelt. Uit de plannen bij de eerste bouwaanvraag, en op priori indien in een eerste fase slechts 1/3 wordt bebouwd, moet duidelijk blijken dat aan voormelde principes inzake fasegewijs ruimtelijk gebruik wordt voldaan. Deze principes inzake fasegewijs ruimtelijk gebruik zijn slechts van ondergeschikt belang voor kleinere percelen (vb. maximale terreinoppervlakte van circa 2.500 m2, of een breedte tot 40 m, of een diepte tot circa 80 m, …)

Het voordeel van deze procedure is dat men (ex ante) alleen bedrijven met investeringsplannen over de vloer krijgt. Dat is een groot voordeel want het zal de noodzaak van een taxatie (zie punt 4.3) drastisch verminderen. Verder heeft dit systeem het voordeel dat de inrichtende instantie de onaangewende grond terug kan vermarkten wanneer een bedrijf er niet in slaagt om de contractuele verplichtingen na te komen.

81

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Het nadeel van deze methode is de beperkte toepasselijkheid. Het is alleen mogelijk contractuele verplichtingen vast te leggen wanneer bedrijven een nieuw perceel aankopen – of wanneer een bedrijf een perceel doorverkoopt aan een ander bedrijf. Voor het bestaand arsenaal van niet aangewende percelen in eigendom vormt dit geen oplossing.

4.5

Het herstructureren van bestaande bedrijventerreinen29

Het beschikbaar maken van percelen in eigendom is slechts één van de uitdagingen waarvoor het beleid staat binnen de context van bestaande bedrijventerreinen. In bijlage 5 heeft AROHM-ARP een aantal elementen naast elkaar geplaatst die voor dit beleidsobjectief interessant zijn. In punt drie van deze bijlage focust de Administratie ROHM op het beschikbaar maken van percelen in eigendom: er wordt ingegaan op de mogelijke aanpak, de acquisitieinstrumenten, de uitvoeringsinstrumenten en de relatie met de gronduitgiftestrategie. Maar daarnaast gaat men in die bijlage dieper in op andere vormen van herstructurering (zoals de sanering van vervuilde percelen, hergebruik van individuele verlaten bedrijfsruimtes en –percelen, optimalisering van ruimtegebruik, etc…), de algemene aanpak bij de herstructurering van bedrijventerreinen en de mogelijke regiefunctie van de overheid hierbij. De concrete maatregelen die naar voor geschoven worden zijn nog niet doorgesproken binnen de context van het SPRE maar het is duidelijk dat deze inbreng van AROHM een interessante basis kan vormen om het opnieuw op de markt brengen en het herstructureren van bestaande terreinen in te brengen als een deeloplossing voor het tekort aan bouwrijpe gronden.

29

De volgende paragrafen zijn gebaseerd op een ruimere bijdrage van AROHM-ARP over het herstructureren van bedrijventerreinen. Deze bijdrage is integraal opgenomen in bijlage 5.

82

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

5.

Conclusies

Economische ontwikkeling vertaalt zich in ruimtegebruik. ‘Ruimte voor werk’ moet op tijd en in voldoende mate bestemd en gerealiseerd worden. In dit rapport wordt alleen aandacht besteed aan de realisatie van reeds bestemde bedrijventerreinen. Het is een vaak gehoorde klacht vanuit het bedrijfsleven dat er té weinig uitgeruste terreinen beschikbaar zijn in Vlaanderen. In deel twee wordt nagegaan of die klacht vanuit de ondernemerswereld gegrond is. Om een norm te stellen werd uitgegaan van stringente criteria: de ruimtevraag werd vastgelegd op 6.000 ha over vijftien jaar (conform RSV) en de ‘ijzeren’ voorraad aan bouwrijpe grond werd erg krap berekend (kleiner dan de gemiddelde vraag over drie jaar). Zelfs binnen die strikte normen zijn er heel wat economische knooppunten met een tekort aan uitgeruste terreinen. Voor de grotere terreinen vinden we dat 63 van de 102 economische knooppunten nauwelijks bouwrijpe gronden: samen hadden ze niet meer dan 40.7 ha uitgeruste terreinen op 1/1/2000. Onder deze knooppunten bevinden zich ook grote / belangrijke economische knooppunten zoals Antwerpen, Turnhout, Mechelen, Kortrijk, Roeselare, Aalst, Deinze en Dendermonde. Drieënveertig van deze knooppunten hadden bovendien minder dan 10 ha bestemde maar nog niet gerealiseerde grond. Nog eens 7 economische knooppunten halen de norm inzake bouwrijpe reserve niet maar de situatie is er reeds een stuk beter in vergelijking met de 63 reeds vermelde economische knooppunten. Slechts 32 economische knooppunten hadden – binnen deze strenge normen – op 1/1/2000 voldoende reserves aan bouwrijpe gronden. Omdat o.i. niet in elk economisch knooppunt simultaan bouwrijpe grond beschikbaar moet zijn (tenminste zolang die aanwezig is in naburige economische knooppunten) kan men werken met ‘zoekzones’ i.p.v. elk economisch knooppunt apart te bekijken. De resultaten tonen aan dat er een langgerekte strook bestaat gaande van Zuid en Midden West-Vlaanderen, over Oost-Vlaanderen, Antwerpen-Mechelen tot de Antwerpse Kempen. In deze zone is er een structureel tekort aan bouwrijpe terreinen. Het is dan ook wenselijk dat het beleid prioritair – maar zeker niet exclusief – werk maakt van deze zone. Dit is reeds in bepaalde streken gebeurd maar de acties die ondernomen zijn komen rijkelijk laat en zijn onvoldoende om het deficit ongedaan te maken. Sommige streken hebben reeds een vijftal jaren te kampen met ‘gemiste vraag’ en een beleidsgeï nduceerde delocalisatie: het wordt tijd dat het economisch beleid in Vlaanderen tijdig en in voldoende mate een aanbod aan bouwrijpe terreinen kan garanderen zonder daarbij de taakstellingen van het RSV in gevaar te brengen. De krapte aan bouwrijpe gronden in de meerderheid van de economische knooppunten en het bestaan van grote ‘zoekzone’ wijzen op een situatie waar de overheid onvoldoende ‘ruimte voor werk’ creëert. We kunnen gerust stellen dat de klacht van de bedrijfswereld over een gebrek aan uitgeruste bedrijventerreinen gegrond is. Het is dan ook wenselijk dat de overheid en bevoegde instanties (i.s.m. privé-investeerders) de situatie zo snel mogelijk rechttrekken. Dit kan o.i. op twee complementaire wijzen: er dient op termijn een structurele

83

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

oplossing te komen en om de grootste nood te lenigen kan men de volgende jaren ad hoc bestemde bedrijventerreinen versneld realiseren. De structurele oplossing zien we als volgt. De overheid dient een nieuw ruimtelijkeconomisch beleidsinstrumentarium te ontwikkelen dat als doelstelling heeft te verzekeren dat er op tijd voldoende bouwrijpe terreinen beschikbaar zijn in de economische knooppunten. Omdat er al vlug 5 jaren gaan over de bestemming én realisatie van bedrijventerreinen dient men al in 2001-2002 uit te stippelen hoeveel bedrijventerreinen er moeten bestemd worden om in de ruimtelijke planningsperiode 2007-2020 niet tot een beleidsgeï nduceerde schaarste aan bouwrijpe terreinen te komen zoals dat nu het geval is. In essentie is het beleidsinstrument dus een planningsstrategie waarbij objectieven vanuit ruimtelijk-economische hoek (het continue ontwikkelen van bouwrijpe gronden) systematisch inhaken op de (bestaande) ruimtelijke planning. Uit de knelpuntterreinen (deel 3) leren we dat een voldoend aanbod van bestemde grond evenwel geen garantie is voor het verkrijgen van bouwrijpe gronden. Het realiseren van bedrijventerreinen is een complex proces met veel potentiële hindernissen. In die zin dient de Vlaamse overheid na te gaan wat de mogelijkheden zijn om zowel met overheidsinstanties als met privé-maatschappijen de realisatie en het vermarkten van bouwrijpe gronden te verzekeren (zie infra). Ad hoc kan men de realisatie van reeds bestemde terreinen versnellen. In deel drie van dit project zijn verschillende bedrijventerreinen met moeilijkheden of vertragingen bij de realisatie opgesomd. Het is de bedoeling dat de verantwoordelijke beleidsinstanties onder impuls van Minister Dirk Van Mechelen samen de problemen, die de realisatie van deze terreinen in de weg staan, oplossen. Uit de analyse van de knelpuntterreinen komen twee belangrijke conclusies; (1) Ondanks de bestemming op het gewestplan als bedrijvenzone zijn er nog dikwijls vragen zijn omtrent de aanwending van de zones als bedrijvenzone. Met name door toedoen van de nieuwe beleidsprincipes die vastgelegd zijn in het RSV zijn nieuwe discussies ontstaan over het al dan niet aanwenden van bestaande zones op het gewestplan. (2) De ontwikkeling van bedrijvenzones wordt tevens gestremd door de ontoereikende sturende coördinatie tussen de verschillende betrokken actoren. De realisatie komt doorgaans echt op gang als er een daadwerkelijk sturend en beheersend orgaan achter de ontwikkeling staat. Dergelijke coördinerende / sturende taak dient te gebeuren vanuit de sector Economie. Het aanbod van bouwrijpe terreinen hoeft zich niet noodzakelijk te beperken tot nieuw aangelegde bedrijventerreinen. AROHM-ARP leidt uit de afbakening van verschillende steden af dat er nog heel wat niet aangewende industriegrond bestaat. Deze oefening hebben we zelf voor Vlaams-Brabant uitgevoerd: één vierde van de terreinen in eigendom is niet ingenomen maar daarvan is slechts een kleinen fractie direct verkoopbaar aan bedrijven die een vestiging willen inrichten. Men kan vanuit de economische sector moeilijk een ruimer aanbod aan bouwrijpe terreinen vragen zonder in te gaan op deze problematiek van de onaangewende gronden in eigen84

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

dom. Bedrijven hebben recht op strategische reserves en ook voor ruimtelijke planners is het aanhouden van deze reserves een interessante optie. Maar het woord ‘strategische’ reserve maakt duidelijk dat bedrijven die reserve op termijn ook moeten gebruiken. Té grote reserves die té lang aangehouden worden getuigen van kwistig gebruik van ruimte en van een slecht investeringsbeleid (of mogelijkerwijze speculatie). Hiervoor moeten oplossingen gezocht worden: onteigeningen zijn niet marktconform en zouden heel wat bedrijfsonzekerheid creëren. We opteren liever voor een progressieve belasting in de tijd. Daarnaast kunnen ook contractueel bouwverplichtingen opgelegd worden wanneer bedrijven nieuwe percelen aankopen. Verder is er een belangrijke taak weggelegd voor de terreinbeheerder en de locale bedrijvengemeenschap om te waken over de kwalitatieve aspecten van de terreinen: leegstand en niet aangewende gronden vormen daar een essentieel onderdeel van. Tenslotte dient de overheid dringend werk te maken van de coördinatie / sturing bij het bouwrijp maken van bedrijventerreinen. Ook PPS biedt mogelijkheden om te verzekeren dat er tijdig voldoende bedrijventerreinen gerealiseerd worden binnen een bepaalde regio. Tenslotte is het belangrijk om de ganse discussie over het (opnieuw) op de markt brengen van percelen in privéeigendom te kaderen in een breder beleid omtrent het herstructureren van bestaande bedrijventerreinen. Bij het uitwerken van de voorliggende analyse komt men automatisch tot een aantal fundamentele vragen. Vooreerst is het inschatten van het economisch belang van economische knooppunten geen sinecure zolang men niet beschikt over een gedegen kwantitatieve analyse van de vraag naar ruimte voor economische activiteiten - binnen het SPRE wordt werk gemaakt van deze kwantitatieve analyse. Ten tweede is er tot op heden nauwelijks onderzoek verricht naar de economische interactie tussen economische knooppunten en hun omgeving: dit is nochtans belangrijk voor het berekenen van het economisch belang van zo’n knooppunt. Ten derde toont de gebruikte gravitatiemethode aan dat men niet simultaan in alle economische knooppunten een aanbod van uitgeruste bedrijventerreinen moet hebben, maar de methodiek om hierop een aanbodbeleid te ontwikkelen moet nog ontwikkeld worden. Ten vierde: de verstedelijkingsdruk is een factor die vanuit ‘ruimtelijke planning’doelstellingen betwist kan worden: deze factor werd alleen geï ntroduceerd in de analyse om rekening te houden met de groeiende moeilijkheden om in grootstedelijke economische knooppunten (grote) bedrijventerreinen te realiseren. Verstedelijkingsdruk is in die zin interessant omdat het onderzoekers en beleidsmensen verplicht na te denken over grenzen van de economische mogelijkheden van stedelijke gebieden. Tenslotte is het niet evident om uit te gaan van economische knooppunten (of stedelijke afbakeningen) voor economische ontwikkeling: werkzones, zoals die door Vandermotten et al. (1999) geï ntroduceerd werden, vormen een mogelijk alternatief.

85

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

6.

Suggesties voor verder onderzoek
Het is belangrijk dat we een beter beeld krijgen omtrent de economische interacties tussen economische knooppunten en hun omgeving. In die zin is het wellicht interessant om na te gaan wat de tewerkstellingsbassins zijn in Vlaanderen (Vandermotten et al. (1999)) om de discussie over economische knooppunten een (betere) wetenschappelijke onderbouwing te geven. Met concepten zoals tewerkstellingsbassins zou men alvast een beter inzicht krijgen in de samenhang van economische centra. Men zou ook een kritische analyse kunnen maken van het aantal economische knooppunten en de dynamiek die ze vertegenwoordigen. Het opmaken van een tijdsafstandenmatrix van gemeenten in België (vb. op basis van routeplanner-gegevens) zou welkom zijn. Dit project geeft aan dat een goede behoefteraming van de vraag naar bedrijventerreinen noodzakelijk is om een accuraat aanbodsbeleid te kunnen voeren. In deze studie werd geen rekening gehouden met de differentiatie van de bedrijventerreinen en ruimtelijke kwaliteit van deze terreinen. Vanuit zowel ruimtelijke als economische hoek is deze zorg voor differentiatie en kwaliteit erg belangrijk. De resultaten van deze studie moeten ook in een breder perspectief geplaatst worden. Het urgentieproject is slechts een klein onderdeel van een kwantitatieve analyse van de bedrijventerreinen. Daarenboven worden de kwalitatieve aspecten van bedrijventerreinen steeds belangrijker. Tenslotte moet ‘ruimte voor bedrijvigheid’ kaderen in ruimer locatiebeleid waarin vestigingsfactoren en vestigingsstrategie van bedrijven aangeven hoe het Vlaams beleid inzake bedrijventerreinen een invulling kan krijgen vanuit ruimtelijkeconomisch perspectief. De zoekzones (zie kaarten 6-9) geven de situatie weer op een bepaald tijdstip in het verleden (vb. 1-1-2000). Ze houden geen rekening met de reeds genomen acties om de krapte in bepaalde regio’s aan te pakken. Zo wijzen de kaarten bijvoorbeeld op een scherpe krapte in het Kortrijkse maar volgens tabel 7 kunnen de problemen voor een del opgelost zijn tegen 2003, tenminste als alle nieuwe bestemde grond zonder problemen gerealiseerd kan worden. In die zin zou men de huidige methodologie nog moeten verfijnen om via longitudinale schattingen (zoals in tabel 7) te komen tot kaarten waar een deel van de zoekzones geschrapt kunnen worden omdat de nodige acties reeds genomen zijn om bijkomende bedrijventerreinen te realiseren. Het voorliggend rapport wijst ook op de noodzaak om in de toekomst werk te maken van een integraal herstructureringsbeleid van bestaande bedrijventerreinen. Het opnieuw vermarkten van percelen in eigendom is daar slechts een deelaspect van.

• • •

86

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Bijlage 1: Bezoldigde tewerkstelling in de economische sectoren die voorkomen op bedrijventerreinen, exclusief de tewerkstelling in havengebieden30
De raming van de tewerkstelling op bedrijventerreinen gebeurde aan de hand van het selecteren van de economische activiteiten die grosso modo op bedrijventerreinen gelokaliseerd zijn. Deze economische activiteiten werden geselecteerd aan de hand van de lijst opgenomen in de Nota RSV-Bedrijventerreinen 2 van 6/2/1996. Deze nota gebruikt echter de oude NACE’70-codes. Vertrekkende van deze lijst met NACE’70-codes van economische activiteiten die voorkomen op bedrijventerreinen, werden de nieuwe NACE-BEL-codes geselecteerd. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de vergelijking tussen de oude en nieuwe NACEcodes niet voor 100% mogelijk is. Wel werd gepoogd om een lijst samen te stellen die de grootst mogelijke vergelijkbaarheid verzekert. De volgende economische sectoren met hun respectievelijke NACE-BEL code werden geselecteerd: • De totale secundaire sector (industrie en bouw) (NACE-BEL 15 – 45) • Groothandel in motorvoertuigen (50.101) • Handel in aanhangwagens, opleggers, caravans en dergelijke (50.104) • Onderhoud en reparatie van auto’s (50.200) • Groothandel in onderdelen en accessoires van auto’s (50.301) • Handel in en reparatie van motorrijwielen (50.400) • Groothandel exclusief handelsbemiddeling (51.2 – 51.7) • Reparatie van consumentenartikelen (52.7) • Stadsvervoer en wegvervoer (60.2) • Vervoerondersteunende activiteiten (63) • Verhuur zonder bedieningspersoneel (= verhuur van auto’s, overige transportmiddelen, machines en werktuigen, overige roerende goederen (71) • Speur- en ontwikkelingswerk (73) • Industriële reiniging (74.7) • Afvalwater- en afvalverzameling; straatreiniging (90) • Industriële wasserijen, ververijen en dergelijke (90.311) Voor dit project zijn we iets afgeweken van deze selectie omdat we enkel NACE-BEL 3 codes ter beschikking hadden: we gebruiken 50.1 i.p.v. 50.101, 50.3 i.p.v. 50.301 en 90.311 is niet meegerekend. Dit leidt tot slechts marginale afwijkingen. Voor elke gemeente werd de RSZ-tewerkstelling op 30 juni 1992 en 1998 in deze economische sectoren berekend. Om de tewerkstelling te bekomen exclusief de tewerkstelling op bedrijventerreinen in havengebieden, werd een beroep gedaan op de publicaties van de NBB; ‘Het economisch belang
30

Deze tekst is in aangepaste vorm overgenomen uit: Westvlaams Economisch Studiebureau (1999); Scenario voor de toebedeling van het pakket bedrijventerreinen – West-Vlaanderen, pp. 65-66.

87

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

van de haven van Antwerpen’ en ‘Het economisch belang van de haven van Gent’. Voor de haven van Antwerpen schommelt de tewerkstelling rond de 55.000 eenheden, die in Gent rond de 25.000 eenheden. Voor de haven van Zeebrugge en Oostende werd een beroep gedaan op eerstelijnsinformatie van de GOM West-Vlaanderen. In de haven van Zeebrugge zijn ruwweg 5.300 mensen tewerkgesteld. In die van Oostende is dat 1.500.

88

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Bijlage 2: Verklaring van het type bedrijventerreinen
Industrieterreinen
0132 0200 0300 0330 1000 1000/1100 1002 1010 1011 1031 1032 1033 1034 1035 1036 1038 1039 1041 1043 1045 1080 1084 1085 1086 1200 1201 1330 Stedelijk ontwikkelingsgebied Gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen Dienstverleningsgebied Regionale gemengde zone voor diensten en handel Industriegebieden Industriegebieden Milieubelastende industrieën Publieke bedrijvenzones Regionaal bedrijventerrein met openbaar karakter Industriegebied met bijzondere bestemming Gebied voor watergebonden bedrijven Transportzone Wetenschapspark Teleport (hoogwaardig kantorenpark met geavanceerde telecomm. voorzieningen) Researchpark Businesspark bijzonder reservatiegebied (cfr. Teleport ) Industriegebied met nabestemming natuurgebied Bedrijventerreinen, openbaar nut en groenzone Industriegebied met nabestemming woongebied Reservegebieden voor industriële uitbreiding Gebied voor uitbreiding van bestaande nijverheid Gebied voor uitbreiding en sanering van bestaande nijverheid Gebied voor uitbreiding van het naastliggend bedrijf Ontginningsgebieden Uitbreiding van ontginningsgebieden Industrie-stortgebied

KMO-zones
BPA 1100 1111 1112 1130 1180 1181 1310 Ambachtelijke bedrijven en KMO’s Lokaal bedrijventerrein met openbaar karakter Gebied voor kleine niet-hinderlijke bedrijven en kantoren Zone voor opslagplaatsen Reservegebieden voor ambachtelijke uitbreidingen Reservegebieden voor ambachtelijke bedrijven en kmo’s Stortgebieden

89

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Bijlage 3: GOM-inventaris

AROHM-ARP heeft twijfels over de accuraatheid van de GOM-inventaris. Uit de afbakeningsprocessen van stedelijke gebieden blijkt, volgens AROHM, dat er behoorlijke reserves aan bedrijventerreinen bestaan: minimaal 50 ha in stedelijk gebied Mechelen, minimaal 70 ha in het stedelijk gebied Turnhout, minimaal 30 ha in het stedelijk gebied Aalst; in Aalst zullen bovendien op korte termijn 122 ha bijkomende bedrijventerreinen bestemd worden in het kader van het afbakeningsproces. De gegevens uit het provinciaal structuurplan WestVlaanderen tonen aanzienlijk hogere cijfers inzake bouwrijpe en niet bouwrijpe gronden t.o.v. het cijfermateriaal van het voorliggend urgentieproject. De accuraatheid van de GOM-inventaris vormt een discussie op zich. Enkele opmerkingen hierbij zijn noodzakelijk: 1. De discussie rond de GOM-inventaris toont aan dat alle partijen – en zeker ook het SPRE – belang hebben bij het opstellen van een inventaris waar geen betwisting rond bestaat. De database, in opmaak binnen de GOMs op basis van GIS-gegevens, biedt vooruitzicht op beterschap en het is dan ook belangrijk dat deze database zo snel mogelijk gefinaliseerd wordt. Daarenboven is het o.i. belangrijk dat er overleg komt zodat de database maximaal kan worden ingezet voor commerciële, economische én ruimtelijk-ordening doelstellingen. 2. Voorlopig bestaat alleen de GOM-inventaris als volledige inventaris van de industrieterreinen. Als de kritieken vanuit de afbakening van stedelijke gebieden correct zijn dan kunnen de problemen substantieel zijn. Maar, tot op heden zijn de kritieken fragmentair en de verschillen met de GOM-inventaris berusten tevens op interpretatieverschillen. 3. Indien de resultaten in deel 2 alleen op een klein tekort aan bouwrijpe terreinen zouden wijzen, zou de kritiek op de GOM -inventaris voldoende kunnen zijn om de resultaten in twijfel te trekken. De resultaten wijzen echter op een duidelijk tekort dat zelfs met een grote foutenmarge overeind blijft. Stel nu bijvoorbeeld dat het aanbod van bouwrijpe terreinen in Vlaanderen met zelfs 20% zou onderschat zijn in de GOM-inventaris dan is er geen 830 ha maar 996 ha bouwrijp in de EK. Dit is toch nog een tekort van 405 ha berekend op een krappe behoefteraming van 6.000 ha op 15 jaar tijd en een ijzeren voorraad van bouwrijpe terreinen van minder dan 3 jaar. Rekenen we dan met een ruimtegebruik van 10.000 ha dan komen we aan een tekort aan bouwrijpe terreinen van 1.408 ha. Het gaat dus om substantiële tekorten die blijven bestaan bij eventuele foutenmarges in de GOMinventaris. 4. Om mogelijke interpretatieverschillen te detecteren zou het interessant zijn om voor bepaalde types van bedrijven na te gaan in een bepaalde provincie hoeveel ha er effectief beschikbaar (direct aankoopbaar) is - want dat is tenslotte het probleem van de bedrijfsleiders die een nieuwe inplanting willen. Deze gegevens kunnen dan vergeleken worden met de GOM-ineventaris of de gegevens uit de stedelijke afbakeningsprocessen.

90

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Bijlage 4: Verklaring codes bij de knelpuntdetectie
3110 3120 3130 3140 3150 3200 Privaatrechterlijke redenen: eigendomsbetwistingen, onverdeeldheid Milieutechnische redenen: bodemsanering, grondwaterproblemen Publiekrechterlijke redenen: bevriezing door overheid, onteigeningsprocedure Ontoegankelijkheid: ontbrekende ontsluiting, ingesloten perceel Zonevreemd gebruik: o.a. sportvelden Beperkingen inzake bestemming: beperkingen door andere reglementeringen zoals vogelrichtlijnen, habitat, beschermingen ed.; bestemming al dan niet in aanpassing. Hieronder vallen ook de beperkingen van aansnijden die voortvloeien uit de differentiatie van terreinen (bvb. researchparken die lange tijd braak blijven liggen). Beperkingen inzake eigendomssituatie: o.a. (lang)lopende opties inzake verkoop, bouwplanning Bedrijfseigendom, niet in bedrijfsgebruik: reserve-eigendom

3210 3310

91

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Bijlage 5: AROHM-ARP over de herstructureringsmogelijkheden van bestaande regionale bedrijventerreinen
In Vlaanderen bestaat geen noemenswaardige traditie in het herstructureren van bestaande bedrijventerreinen. In het verleden werd veelal gewerkt op basis van improvisatie en bleek een gebrek aan coördinatie tussen betrokkenen en de vraag naar geschikte beleidsinstrumenten. Dit neemt niet weg dat enkele kwalitatieve projecten lopen, zoals de Blaironkazerne te Turnhout of de transformatie van het oude industriegebied te Machelen. Herstructurering wordt ruim opgevat, gaande van het op de markt brengen van tot dusver niet beschikbare percelen tot globale transformatie, gepaard gaand met intensief ruimtegebruik en duurzame milieutechnische infrastructuur. Wellicht zal n de eerste plaats moeten worden gewerkt rond het beschikbaar maken en op de markt brengen van reeds bestemde gronden op bestaande bedrijventerreinen. In tweede orde is het noodzakelijk op korte termijn andere vormen van herstructurering te initiëren en te faciliteren, waarbij de belangrijkste uitdagingen liggen bij sanering van vervuilde sites en hergebruik van leegstaande panden. Op te starten voorbeeldprojecten kunnen hierin een belangrijke rol spelen. 1. Algemene vormen van herstructurering

Bij het herstructureren en intensiveren van het ruimtegebruik op een bestaand bedrijventerrein zijn onder meer volgende mogelijkheden te onderscheiden: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. Ontwikkeling percelen (of delen van percelen) in reserve van bestaand bedrijf Ontwikkeling percelen in (ander) eigendom of langlopende opties Sanering van vervuilde percelen Hergebruik van individuele verlaten bedrijfsruimtes en -percelen Optimalisering ruimtegebruik van gebouw, kavel in gebruik of nieuw perceel Efficiënter of ander gebruik van de bestaande “werkvloer” Collectieve (infrastructurele) maatregelen in functie van een globale herstructurering

Verschillende vormen hiervan kunnen uiteraard tegelijkertijd voorkomen bij een globale herstructurering van een verouderd bedrijventerrein. Een globale herstructurering van een bedrijventerrein kan sterk in complexiteit variëren, gaande van een gehele transformering van de functies (bijvoorbeeld van klassiek bedrijventerrein naar kantoorzone) tot een beperkte facelift van het terrein (verfraaiing e.d.). Op goed gestructureerde bedrijventerreinen kan de toepassing zich beperken tot één of meerdere individuele knelpunten op het terrein. 2. Voorstel van algemene aanpak bij het herstructureren van bestaande regionale bedrijventerreinen Volgende stappen zijn denkbaar in een proces van herstructurering:

92

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

1. Initiëren van coördinatie en opbouwen van samenwerking Bij voorkeur is een samenwerkingsverband van betrokken overheden actief op niveau van het economisch knooppunt. Dit samenwerkingsverband kan de vorm aannemen van een orgaan zoals een subregionaal overlegorgaan (netwerk) of een samenwerkingsverband voor het stedelijk gebiedbeleid in een welbepaald stedelijk gebied. Dit type samenwerkingsverband brengt de nodige reguliere overheden bij elkaar om tot uitvoering van beleid te komen. Het samenwerkingsverband kan een herstructureringsproblematiek voor een welbepaald terrein detecteren en acties uitstippelen. Daartoe kan het samenwerkingsverband vanuit de regiefunctie de coördinatie initiëren voor het gekozen bedrijventerrein, door te komen tot organisatie van een ‘projectbureau’ (zoals bijvoorbeeld een studiesyndicaat). Het projectbureau kan bestaan uit een (al dan niet overheidsgebonden) projectmanager, een beperkt aantal overheidsactoren en desgewenst een delegatie van belangrijkst betrokken bedrijven. Het projectbureau stimuleert, werkt een aanpak uit, werkt doelstellingen uit en zet de nodige instrumenten in. In gevallen met eigendom van ontwikkelaars of grondinbreng van gevestigde bedrijven kan mogelijk een samenwerking worden afgesloten met financiële implicatie, bijvoorbeeld een pps-constructie met financieel risico van overheid en privé. Het projectbureau kan het nodige overleg met de bedrijfswereld voorzien. Het spreekt vanzelf dat de organisatie, het samenwerkingsmodel en de regiefunctie variabel is en in functie staat van de specifieke situatie van het aan te pakken bedrijventerrein. 2. Uitstippelen doelstellingen en aanpak / strategie en proces Op basis van de knelpunten en kansen (bijvoorbeeld niet-ontwikkelde percelen) op een bedrijventerrein worden doelen uitgezet in functie van een gewenste ontwikkeling. Items kunnen onder meer zijn: de ontsluiting, het type bedrijfsactiviteiten in functie van het mobiliteitsprofiel, de relatie met de omgeving e.d. 3. Inzetten van faciliterende instrumenten Ieder specifiek geval van herstructurering vraagt een andere inzet van (beleids -) instrumenten om een gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Instrumenten zijn onder meer: opmaken overeenkomsten, grond inbrengen in een pps, gebruiken van subsidies voor het onrendabele deel van het project, noodzakelijk bijkomend onderzoek verrichten, onteigenen, opmaken van een verordenend plan, opmaken van een inrichtingsplan, herverkavelen, het instellen van een parkmanagement, instellen van stimulerende financiële maatregelen enz. 4. Uitvoering In deze fase zijn een verantwoord uitgiftebeheer en parkmanagement van groot belang, naast de eventuele acties op het terrein (bijvoorbeeld een verbeterde ontsluiting).

93

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

3. Beschikbaar maken van percelen in eigendom In het kader van het urgentieproject kan de opportuniteit bestaan om te werken rond het beschikbaar maken van gronden in eigendom op bestaande bedrijventerreinen. Nederlands onderzoek 31 leert dat ongeveer 10 % uitgeefbaar terrein per hectare te herstructureren bedrijventerrein kan worden gewonnen. Mogelijk stemt dit percentage niet overeen met de Vlaamse situatie, waar de ontwikkeling in het verleden sterk verschilt. Tabel 5 van de cijfergegevens geeft 23 economische knooppunten aan waarin mogelijk op korte termijn ongeveer 1.000 ha op regionale bedrijventerreinen beschikbaar kunnen worden. Het betreft bestemde gronden, niet beschikbaar op de markt, maar gelegen in economische knooppunten met een krapte aan bouwrijpe gronden. Onder meer gaat het over het Vlaams stedelijk gebied rond Brussel en de grootstedelijke gebieden Antwerpen en Gent. Verwacht kan worden dat het vermarkten van percelen in deze stedelijke gebieden in vele gevallen zal moeten samen gaan met andere vormen van hestructurering van bedrijventerreinen. In het algemeen kan volgend onderscheid worden gemaakt bij (delen van) percelen in eigendom: • percelen (of delen van percelen) in reserve van bestaand bedrijf; • percelen (of delen van percelen) niet in reserve (privé-eigendom of langlopende optie); Mogelijke aanpak 1. projectbureau start overleg met bedrijf over intenties eigenaar (heeft bestaand bedrijf de reserve op lange termijn geheel nodig, plannen eigenaar, mogelijkheden tot acquisitie); (tegelijkertijd) onderzoek naar reële mogelijkheden van gebruik als bedrijventerrein (type, saneringsnoodzaak, huidig gebruik e.d.); binnen overleg creëren van duidelijkheid over toekomst (bijvoorbeeld zonevreemde functies bestendigen, uitdoven of verwijderen) ofwel actieve financiële samenwerking met eigenaar (aankoop, pps e.d.); ofwel (passieve) stimuli om gronden op de markt te krijgen; desgevallend onteigening; inzet faciliterende instrumenten (bijvoorbeeld ruimtelijk uitvoeringsplan) uitvoering

2.

3. 4.

Mogelijke instrumenten acquisitie Voorbeelden van instrumenten voor de verwerving en (later) vermarkten van gronden zijn: • oprichting financiële samenwerkingsovereenkomst met inbreng gronden in beheersmaatschappij 32 voor pps-constructie met financieel risico van overheid en privé: ontwikkeling door overheid en huidige eigenaar; • ontwikkelingsovereenkomst met eigenaar (bestaand bedrijf of andere eigenaar): eigenaar ontwikkelt volledig zelf met randvoorwaarden van de overheid
31

32

G.P.Keers, B. Kessels en T. Seijkens (1997); Herstructurering bedrijventerreinen – ‘scan’ behoeften 25 gemeenten Grote Stedenbeleid, RIGO Research en Advies, Amsterdam, december. Zoals het voorbeeld van Business Park Ymond in Nederland, waar de maatschappij BPY CV (bestaande uit een dochtermaatschappij van Hoogovens, provincie en gemeente) het risico draagt.

94

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

• • • • • •

aankoop na onderhandeling: overheid ontwikkelt of p.p.s. met andere private ontwikkelaar; na onderhandeling beëindigen van langlopende opties; (passieve, in de tijd) progressieve grondbelasting; instellen recht van voorkoop (via ruimtelijk uitvoeringsplan); onteigening (indien geen redelijk overeenkomst met eigenaar mogelijk); enz.

Mogelijke instrumenten terreinkenmerken Voorbeelden van instrumenten die uitvoering op het terrein faciliteren of verzekeren zijn: • opnemen van toewijzingsrecht (van overheid) voor types bedrijvigheid in overeenkomst / samenwerkingsverband met eigenaar; • beschikbaar maken van terrein:, verwijderen niet-herbruikbare constructies (eventueel zonevreemde functies), ontsluiten, verkavelen e.d. • (indien nodig) saneren gekoppeld aan waarborgfonds • Onderzoek naar intensiveringseffectiviteit van mogelijke maatregelen; • Bestemmingsplan / ruimtelijk uitvoeringsplan in functie van intensief ruimtegebruik; • Herverkaveling; • Enz. Gronduitgiftestrategie Gronduitgifte, ruimtelijk en economisch beleid dienen verder afgestemd, voorbeelden zijn: • koppeling van vormen van locatiebeleid (“een goede plaats voor ieder bedrijf”) aan het “éénloketprincipe” • koppeling aan minimaal aantal arbeidsplaatsen • stimulering: prijs grond daalt naarmate hoger gebouwd wordt (‘staffelprincipe’) of aan hogere dichtheid, of met meer arbeidsplaatsen e.d. • recht van terugkoop (indien geen realisatie binnen afgesproken termijn); • enz. 4. Regiefunctie van de overheid bij herstructurering van bedrijventerreinen Overheid als initiator en leverancier van een samenwerkingsstructuur In functie van herstructureringen ligt een belangrijke rol van de overheid in het regisseren van de aanpak en acties. Binnen een ruimere samenwerkingsstructuur kunnen reguliere overheden (zoals A.R.O.H.M., GOM’s of de administratie economie e.d.) eventueel optreden als initiator. De initiërende overheid heeft in ieder geval als taak een samenwerkingsstructuur te leveren, waarbij op de juiste momenten de juiste partners (administraties, bedrijven, ontwikkelaars e.d.) worden betrokken.

95

Bouwrijpe bedrijventerreinen in economische knooppunten ________________________________________________

Overheidsrol in voorbeeldprojecten voor g lobale herstructering van bestaande verouderde bedrijventerreinen Het vrijmaken van (delen van) percelen maakt in vele gevallen deel uit van een ruimere herstructurering van een bestaand bedrijventerrein. In die zin kan het urgentieproject voor een aantal terreinen een eerste stap betekenen naar optimalisatie van het ruimtegebruik, oplossen van knelpunten zoals ontsluiting of sanering, hergebruik van leegstaande panden enz. Om mogelijke participanten (bedrijven, administraties e.d.) geloof te geven in de mogelijkheden van herstructurering zijn voorbeeldprojecten 33 nodig. De overheid kan een belangrijke regie- en initiatorfunctie vervullen in de ontwikkeling van concrete voorbeeldprojecten. Overheid als aanbieder van beleidsinstrumenten voor herstructurering Vandaag biedt het beleidsdomein ruimtelijke ordening een aantal instrumenten die herstructurering kunnen faciliteren (plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan, lasten ifv vergunningsverlening, planschade – planbaten, recht van voorkoop, onteigening e.d.) Op verschillende andere beleidsdomeinen dient onderzocht in hoeverre bijkomende krachtige instrumenten nodig zijn op vlak van herstructurering van bedrijventerreinen: bodemsanering, economisch ondersteuningsbeleid e.d. Mogelijke voorbeelden liggen op vlak van financiële constructies (waarborgfonds sanering, fondsen voor grondtransacties, overeenkomsten, profijtbeginsel, baatbelasting, impact fees, site assessment fees e.d.).

33

Verwezen wordt naar de Nederlandse aanpak met voorbeeldprojecten in het kader van het stimuleringsprogramma intensief ruimtegebruik (STIR)

96