BAEI een potentieel inschatting

Ir. Saskia Spapen Drs. Esther Poort

BAEI een potentieel inschatting

ResCon, research & consultancy Haarlem, november 2003 Rapportnummer: 03/23

Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 Opzet van het onderzoek 2.1 Onderzoeksvraagstellingen 2.2 Methode 2.3 Respons Hoofdstuk 3 Resultaten 3.1 Ambitieniveau gemeenten op het gebied van energielevering en duurzaamheid 3.2 Bekendheid BAEI en besluitvorming hieromtrent 3.3 Intentie om een BAEI procedure op te starten en redenen om dit wel of niet te doen 3.4 Knelpunten voor het opstarten van een BAEI-procedure 3.5 Informatiebehoefte Hoofdstuk 4 Conclusies Bijlage 1 Overzicht van gemeenten die niet bereikt zijn voor het onderzoek Bijlage 2 Overzicht van gemeenten die de intentie hebben om een BAEI procedure op te starten Bijlage 3 Overzicht van gemeenten die het op prijs stellen dat Novem contact opneemt in het kader van BAEI 1

3 3 3 4

5 5 6 7 9 10

12

15

16

17

Hoofdstuk 1 Inleiding
In 2001 is een nieuwe Algemene Maatregel van Bestuur (AmvB) in het leven geroepen: het Besluit Aanleg Energie-Infrastructuur (BAEI). Het BAEI is een maatregel waardoor de vanzelfsprekendheid dat de elektriciteits- en de gasnetten beheerd worden door regionale netbeheerders wordt doorbroken. Het BAEI maakt een openbare procedure mogelijk, waarbij meerdere aanbieders onder concurrentie een voorstel mogen doen voor aanleg van de energieinfrastructuur. Besloten kan worden dat het elektriciteitsnet en het gas- of warmtenet worden aangelegd en beheerd door een andere partij dan de regionale netbeheerder, namelijk de partij die als winnaar uit de openbare procedure komt. Het doel van het BAEI is om gemeenten in staat te stellen een hoge energiedoelstelling te bewerkstelligen. Het BAEI is van toepassing op gebieden met projecten van meer dan 500 woningen of woningequivalenten. Hierbij kan het gaan om nieuwbouwlocaties of om herstructureringsgebieden. Daarnaast is het BAEI alleen toepasbaar voor de realisatie van een integrale energie-infrastructuur, d.w.z. een elektriciteitsnet in combinatie met een gasnet en/of een warmtenet. Gemeenten zijn verplicht om voor gebieden, die binnen het toepassingsgebied van het BAEI vallen, een besluit te nemen om wel of niet een openbare procedure te starten voor de aanleg van een geïntegreerde energieinfrastructuur. Indien voor een locatie besloten wordt géén openbare procedure te volgen, blijft de regionale netbeheerder automatisch exclusief bevoegd om de aanleg en het beheer van elektriciteitsnetten en het beheer van gasnetten te verrichten. De keuze voor het al of niet volgen van een openbare procedure kan eventueel afhangen van de vraag of de gemeente het elektriciteitsnet nodig heeft voor het behalen van haar energiedoelstelling. Tot op heden is door gemeenten nog niet op grote schaal gebruik gemaakt van de BAEI-procedure. Alleen de gemeente Almere heeft tot nu toe een openbare procedure gevolgd voor de aanbesteding van de aanleg van de energie-infrastructuur op een locatie. Uit deze procedure is een voorstel voor aanleg naar voren gekomen, waarmee een besparing gerealiseerd kan worden van ca. 90%, hetgeen hoger is dan de gemeente vooraf beoogde. De gemeente Almere kan met haar positieve ervaring met het BAEI een voorbeeld zijn voor andere gemeenten. ResCon heeft een onderzoek uitgevoerd onder 71 Nederlandse gemeenten naar het potentieel van de BAEI-procedure. In deze rapportage worden de bevindingen van het onderzoek gepresenteerd. In hoofdstuk 2 wordt de opzet en de methode van het onderzoek beschreven. Daarna worden in hoofdstuk
1
‘BAEI een potentieel inschatting’

3 de resultaten weergegeven. Tot slot worden in hoofdstuk 4 de conclusies van het onderzoek gepresenteerd.

2
‘BAEI een potentieel inschatting’

Hoofdstuk 2 Opzet van het onderzoek
2.1 Onderzoeksvraagstellingen

De volgende onderzoeksvraagstellingen zijn geformuleerd: - In welke mate zijn gemeenten bekend met het BAEI? - In welke mate overwegen gemeenten een BAEI-procedure op te starten? - Wat zijn redenen van gemeente om al dan niet een BAEI-procedure op te starten? - Welke belemmerende en bevorderende factoren (knelpunten en kansen) zien gemeenten bij het volgen van een BAEI-procedure? - In welke mate is er behoefte aan voorlichting, informatie of andere ondersteuning in verband met het BAEI? - Welke gemeenten hebben interesse in een bezoek van een medewerker van Novem in het kader van het BAEI? - Welke inschatting kan worden gemaakt van het mogelijke gebruik van het BAEI door gemeenten op landelijke schaal? 2.2 Methode

In mei 2003 heeft ResCon een marktverkenning uitgevoerd onder Nederlandse gemeenten naar activiteiten van de gemeenten op het gebied van energiebesparing1. Voor dit onderzoek zijn gegevens verzameld onder 294 Nederlandse gemeenten. In het kader van deze marktverkenning is de gemeenten ook een aantal vragen voorgelegd over stedelijke vernieuwing. Uit de marktverkenning is naar voren gekomen dat 45 gemeenten plannen hebben voor nieuwbouwprojecten van een omvang van meer dan 500 woningen; 7 gemeenten hebben plannen voor projecten op het gebied van stedelijke vernieuwing van een omvang van meer dan 500 woningen en 31 gemeenten hebben plannen voor zowel nieuwbouwprojecten als projecten op het gebied van stedelijke vernieuwing van deze omvang. Deze 83 gemeenten vormen de onderzoeksgroep van onderhavige BAEI-potentieel inschatting. De dataverzameling heeft telefonisch plaatsgevonden. De interviews duurden gemiddeld 8,5 minuten. Tijdens de interviews zijn de volgende onderwerpen aan de orde gekomen: - de rol van duurzaamheid op het gebied van energielevering in de woningbouw en utiliteitsbouw binnen het beleid
Marktverkenning Gemeenten: een determinantenonderzoek naar activiteiten op het gebied van energiebesparing, ResCon, Haarlem, 2003, in opdracht voor Novem
1

3
‘BAEI een potentieel inschatting’

- de mate waarin het beleid op het gebied van energielevering bijdraagt aan het behalen van de milieudoelstellingen - de bekendheid met het BAEI en met de verplichting een besluit te nemen al dan niet een BAEI-procedure op te starten - het al dan niet opstarten van een BAEI-procedure en het hebben van plannen daarvoor - afwegingen om al dan niet een BAEI-procedure op te starten - randvoorwaarden voor het opstarten van een BAEI-procedure - knelpunten die men ervaart bij het opstarten en het volgen van de BAEIprocedure - informatiebehoefte i.v.m. het BAEI 2.3 Respons

Van de 83 benaderde gemeenten, waren 11 gemeenten niet bereikbaar gedurende de onderzoeksperiode2. Van de 72 gemeenten die zijn bereikt, heeft slechts één gemeente aangegeven vanwege gebrek aan tijd niet aan het onderzoek mee te willen werken. Dit betekent dat uiteindelijk bij 71 gemeenten gegevens zijn verzameld. Het responspercentage komt hiermee op 98.6%.

2

Zie voor een overzicht: bijlage 1 4
‘BAEI een potentieel inschatting’

Hoofdstuk 3 Resultaten
In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek beschreven. Hierbij wordt eerst ingegaan op het ambitieniveau van de gemeenten met betrekking tot het aspect duurzaamheid op het gebied van energielevering (3.1). Daarna wordt ingegaan op de bekendheid met het BAEI en de stand van zaken omtrent de besluitvorming een BAEI procedure op te starten (3.2). In paragraaf 3.3 wordt ingegaan op de intentie om een BAEI procedure op te starten en de achterliggende redenen hierbij. Vervolgens komen in 3.4 de knelpunten voor het opstarten van een BAEI-procedure aan de orde. Tot slot wordt in 3.5 ingegaan op de informatiebehoeften i.v.m. het BAEI van de gemeenten. 3.1 Ambitieniveau op het gebied van energielevering en duurzaamheid

Allereerst is door middel van twee vragen een beeld verkregen van het ambitieniveau van de geïnterviewde gemeenten met betrekking tot het aspect duurzaamheid op het gebied van energielevering (tabel 3.1). Tabel 3.1 Rol van duurzaamheid en milieu bij het energiebeleid
sterke mate % mate waarin aspect duurzaamheid een rol speelt op het gebied van energielevering in de woningbouw en utiliteitsbouw mate waarin het beleid op het gebied van energielevering bijdraagt aan het behalen van milieudoelstellingen N=71 enigszins % niet % weet niet %

45.1

40.8

14.1

-

25.4

49.3

21.1

4.2

Van de ondervraagden gemeenten geeft 45.1% aan dat duurzaamheid een sterke rol speelt op het gebied van energielevering in de woningbouw en utiliteitsbouw en bij 40.8% van de gemeenten speelt dit enigszins een rol. Gevraagd naar voorbeelden waaruit dit blijkt, noemt men veelal concrete energiebesparende (beleids)maatregelen die gericht zijn op het stimuleren van duurzame energie opties (variërend van biomassa, warmtepompen, zonnepanelen en de inkoop van groene stroom) en/of beleidsmaatregelen gericht op het realiseren van energiezuinige woningen bij nieuwbouwprojecten. Verder geven twee gemeenten in dit verband aan een BAEI procedure op te gaan starten (Hoorn en Tiel) en twee respondenten noemen in dit verband activitei5
‘BAEI een potentieel inschatting’

ten met betrekking tot een bedrijventerrein (Zwijndrecht en Berkel & Rodenrijs). De respondenten (14.1%, 10) die aangeven dat het aspect duurzaamheid geen rol speelt, geven hierbij onder andere als toelichting dat er nog niets gerealiseerd is op het gebied van duurzaamheid of dat er wel plannen voor projecten zijn maar dat er geen geld beschikbaar is. Bij één kwart (25.4%,) van de gemeenten draagt het beleid op het gebied van energielevering in sterke mate bij aan het behalen van de milieudoelstellingen en bij de helft (49.3%) draagt dit enigszins bij. Gevraagd naar voorbeelden waaruit dit blijkt, noemt men uiteenlopende antwoorden waaronder 'het klimaatbeleid', 'het milieujaarverslag', 'het gebruik van restwarmte van de industrie' en 'parkmanagement'. Niet helemaal duidelijk is of de respondenten het behalen van milieudoelstellingen betrekken op het realiseren van financiële besparingen of CO2-reductie. 3.2 Bekendheid BAEI en besluitvorming hieromtrent

Eén derde van de respondenten (32.9%) had voorafgaand aan onderhavig onderzoek nog niet eerder van het BAEI gehoord, 27.1% was hier alleen op grote lijnen mee bekend en 40.0% geeft aan hier redelijk tot goed mee bekend te zijn. Ruim één op de drie respondenten (35.2%) geeft aan dat men bekend is met de verplichting om een BAEI procedure op te starten bij een nieuwbouw of herstructureringsproject van meer dan 500 woningen. Om na te gaan of de ondervraagde gemeenten verplicht zijn om een besluit te nemen over het al dan niet opstarten van een BAEI procedure, is allereerst gevraagd of er sprake is van een elektriciteitsnet in combinatie met een gasof warmtenet bij het nieuwbouw of herstructureringstraject in de betreffende gemeente. Bijna de helft van de respondenten (46.5%, n=33) geeft aan dat er inderdaad sprake is van een combinatie van een electriciteitsnet en een gas- of warmtenet en 22.5% (n=16) geeft aan dit niet te weten. De overige respondenten (31.0%, n= 22) geven aan dat er geen sprake is van een combinatie met een gas- of warmtenet. Dit betekent dat bij maximaal 49 van de 71 geïnterviewde gemeenten (69%) sprake is van een locatie waarvoor een besluit dient te worden genomen om al dan niet een BAEI procedure op te starten. Aan deze 49 respondenten is gevraagd of het gemeentebestuur reeds een besluit heeft genomen om al dan niet een BAEI procedure op te starten of dat hier nog een besluit over wordt genomen. Van de 49 gemeenten geven in totaal 28 gemeenten (57.1%) aan dat dit besluit reeds is genomen (20.4%, n=10) of dat hier nog een besluit over genomen gaat worden (36.7%,
6
‘BAEI een potentieel inschatting’

n=18). De overige respondenten weten dit niet (22.4%, n=11) of geven aan dat hier geen besluit over wordt genomen (20.4%, n=10). Aan de 10 gemeenten die aangeven dat er binnen de gemeente geen besluitvorming plaatsvindt met betrekking tot het volgen van de BAEI-procedure, is gevraagd waarom dit niet gebeurt. Tabel 3.2 geeft deze redenen weer. Tabel 3.2 Redenen om géén besluit te nemen om al dan niet een BAEIprocedure op te starten

Redenen om géén besluit te nemen de gemeente heeft geen invloed op dit besluit meer informatie nodig misschien in de toekomst, bij gemeenschappelijke herindeling niet bekend met het BAEI: de herstructurering is reeds afgerond er zijn al eerder afspraken gemaakt met de regionale netbeheerder: deze plannen lopen door de projecten zijn te klein (meerdere projecten: in totaal van ongeveer 700 woningen) het project zit al in een vervolgfase reden onbekend (3x)

N=10

3.3

Intentie om een BAEI procedure op te starten en redenen om dit wel of niet te doen

Zoals in paragraaf 3.2 kan worden gelezen zijn er 28 respondenten waar een besluit is genomen over het al dan niet plaatsvinden van een BAEI procedure of waar dit besluit nog genomen gaat worden. Aan deze 28 respondenten is gevraagd of hun gemeente van plan is een BAEI-procedure op te starten. Gebleken is dat er bij 18 gemeente plannen zijn om zeker (5) of misschien (13) een BAEI-procedure op te starten3. Drie respondenten weten niet wat er is besloten en zeven respondenten geven aan dat de gemeente niet van plan is om een BAEI procedure op te starten. Afwegingen om geen BAEI procedure op te starten Aan de zeven gemeenten die hebben aangegeven dat de gemeente niet van plan is om een BAEI procedure op te starten is gevraagd naar de achterliggende reden hierbij (tabel 3.3).

Bijlage 2 bevat een overzicht van de gemeenten die zeker of misschien van plan zijn een BAEI procedure op te starten

3

7
‘BAEI een potentieel inschatting’

Tabel 3.3

Redenen om géén plannen te hebben voor een BAEI-procedure

Redenen om géén plannen voor een BAEI procedure te hebben het is onvoldoende duidelijk wat het oplevert (2x) de contacten met de huidige netwerkbeheerder complexiteit erg veel werk vele marktpartijen zijn betrokken: zij gaan liever hun eigen gang er is reeds een vergelijkbare procedure opgestart voor het besluit

N=7

Naast de in tabel 3.3 weergegeven redenen, is gebleken dat sommige respondenten van mening zijn dat een BAEI-procedure geen meerwaarde heeft boven het maken van afspraken in de lokale markt. Tevens is aan deze zeven respondenten, die hebben aangegeven dat er geen besluit wordt genomen i.v.m. de BAEI-procedure, gevraagd aan welke randvoorwaarden voldaan moet worden om in een toekomstige situatie wél een BAEI-procedure op te starten. De gegevens hierover zijn weergegeven in tabel 3.4 Tabel 3.4
Voorwaarden financiële aspecten (2x)* planningsaspecten het draagvlak bij marktpartijen moet vergroot worden de procedure moet eenvoudiger worden het moet een gezamenlijke en toch openbare aanbesteding worden het moet goed beleidsmatig vastgelegd worden door de gemeente weet niet (1x)

Voorwaarden om wél een procedure op te starten

N=7
* hierbij wordt verondersteld dat bij gemeenten de financiële middelen ontbreken om een procedure te starten

Redenen om wel een BAEI procedure op te starten De gemeenten, die hebben aangegeven zeker of misschien van plan te zijn een BAEI-procedure op te starten (n=18) hebben aangegeven om welke redenen een BAEI-procedure wordt opgestart. Deze redenen zijn weergegeven in tabel 3.5.

8
‘BAEI een potentieel inschatting’

Tabel 3.5
reden -

Redenen om een BAEI-procedure op te starten
aantal 11 7 4 3

potentiële bijdrage aan milieudoelstellingen financiële factoren* draagt bij aan positief imago verplichting

N=18
* hierbij wordt verondersteld dat het kan gaan om kostenbesparing voor de eindgebruiker

Uit tabel 3.5 blijkt dat het bijdragen aan de milieudoelstellingen van de gemeente de belangrijkste reden vormt om een BAEI-procedure op te starten. Ook financiële factoren spelen een rol van betekenis. Gemeenten die van plan zijn een procedure op te starten vermelden vervolgens dat het doelmatig kan zijn om BAEI in te zetten en zo het maximale uit de markt te halen. Ook wordt gemeld dat het afhankelijk is van de eigen energieleverancier: als die de doelstelling haalt dan is het ook goed. Daarnaast geeft men aan dat men met verschillende partijen te maken heeft. Zo is een betrokken projectontwikkelaar primair geïnteresseerd in het behalen van de planning. 3.4 Knelpunten bij het opstarten van een BAEI-procedure

De gemeenten die van plan zijn een procedure op te starten (n=18) is gevraagd om aan te geven of er knelpunten zijn die het opstarten van een BAEIprocedure belemmeren. Drie gemeenten geven aan dat er géén knelpunten worden ervaren. Tabel 3.6 geeft een overzicht van de knelpunten die de overige 15 gemeenten ervaren.

9
‘BAEI een potentieel inschatting’

Tabel 3.6
knelpunt -

Knelpunten bij het opstarten van een BAEI-procedure
aantal 4 3 2 2 2 1 1 1 1 1

overeenkomsten met projectontwikkelaars onvoldoende bekend met BAEI financiële aspecten contacten met de huidige netwerkbeheerder doorlooptijd van projecten twijfel of er meerwaarde is weinig goede voorbeelden (al helemaal niet voor bedrijvencentrum) - onvoldoende capaciteit (menskracht) - juridische kaders - wijk ligt geografisch 10 km uit elkaar* N=15

* hoewel een respondent dit antwoord gaf, kan dit niet een knelpunt zijn, aangezien een BAEI procedure alleen toegepast wordt op een aaneengesloten gebied

Uit tabel 3.6 kan worden afgelezen dat verscheidene knelpunten een rol spelen bij het opstarten van een BAEI-procedure. De belangrijkste betreffen de overeenkomsten met projectontwikkelaars en de relatieve onbekendheid met het BAEI. 3.5 Informatiebehoefte

Aan alle 71 gemeenten is gevraagd of er binnen de gemeente behoefte bestaat aan meer informatie over het BAEI. Dit blijkt voor 71.8% (n=51) het geval te zijn. De gemeenten die behoefte hebben aan meer informatie, hebben aangegeven voor welke personen binnen de gemeente deze informatie van belang is. In tabel 3.7 zijn de gegevens hierover weergegeven Tabel 3.7 Personen binnen de gemeenten voor wie informatie over het BAEI van belang is
% 80.4 54.9 17.6 2.0 40.0 2.0

persoon binnen gemeente de respondent zelf collega van een afdeling wethouder de Raad anders weet niet

N=51

10
‘BAEI een potentieel inschatting’

Veertig procent (40.0%) stelt het op prijs wanneer een medewerker van Novem contact opneemt met de respondent zelf of met een collega in het kader van BAEI4. Ook is gevraagd welke respondenten momenteel behoefte hebben aan praktische ondersteuning van Novem bij activiteiten in het kader van BAEI. Dit blijkt voor vier respondenten het geval te zijn (5.4%).

4

In bijlage 3 is een schema weergegeven waarin is vermeld welke gemeenten het op prijs stellen als een medewerker van Novem contact op neemt in het kader van het BAEI (en met welke persoon)

11
‘BAEI een potentieel inschatting’

Hoofdstuk 4 Conclusies
In mei 2003 is een marktverkenning uitgevoerd onder 296 Nederlandse gemeenten naar activiteiten op het gebied van energiebesparing (zie voetnoot 1, pag. 3). Dit is 60.8% van alle gemeenten in Nederland5. Uit dit onderzoek bleek dat 83 gemeenten (28% van de onderzoeksgroep) plannen hebben voor nieuwbouw- of herstructureringsprojecten met een omvang van meer dan 500 woningen. Deze 83 gemeenten zijn benaderd voor onderhavig onderzoek naar de bekendheid van BAEI en het al dan niet starten van een BAEIprocedure; van 71 gemeenten zijn in dit kader gegevens verzameld. Van deze 71 gemeenten blijken er 28 plannen te hebben voor zowel nieuwbouwprojecten als herstructureringsprojecten; 37 gemeenten hebben plannen voor alleen nieuwbouwprojecten en 6 gemeenten voor alleen herstructureringsprojecten. Dit betekent dat 91% (65) van de ondervraagde gemeenten plannen heeft voor nieuwbouwprojecten van meer dan 500 woningen. Logischerwijs zou er bij minstens 91% van de onderzoeksgroep sprake moeten zijn van aanleg van een gecombineerd energienet. Extrapolerend naar alle gemeenten in Nederland volgt de inschatting dat er in Nederland bij 124 gemeenten sprake zal zijn van een locatie, waarbij een besluit dient te worden genomen omtrent het opstarten van een BAEI-procedure. In dit onderzoek geeft echter 69% aan dat er sprake is van aanleg van een gecombineerd energienet óf geeft aan het niet te weten. Op basis van deze 69% (in plaats van 91%) wordt ingeschat dat er bij minstens 94 gemeenten sprake is van een locatie waar een besluit genomen dient te worden voor het opstarten van een BAEI-procedure. Minstens een vijfde van de gemeenten, die verplicht zijn een besluit te nemen omtrent het al dan niet volgen van een BAEI-procedure, geeft aan dat dit besluit niet genomen wordt. Ook blijkt het aantal gemeenten dat momenteel daadwerkelijk een procedure heeft opgestart of zeker plannen hiertoe heeft, laag te zijn, namelijk vijf. Door middel van onderhavig onderzoek wordt enig inzicht geboden in de factoren die een rol spelen bij het al dan niet ondernemen van activiteiten in verband met het BAEI. Uit het onderzoek is de algemene indruk ontstaan dat gemeenten op het gebied van energie levering belang hechten aan het aspect duurzaamheid. Bij bijna de helft van de ondervraagde gemeenten speelt duurzaamheid een grote rol als het gaat om energielevering in woningbouw en utiliteitsbouw. Daarnaast blijkt dat energielevering voor één kwart van de gemeenten een grote bijdrage levert aan het behalen van de milieudoelstellingen. Geconcludeerd kan worden dat gemeenten aangesproken kunnen worden op de aandacht

bron: gemeente-adressenbestand SME-Milieuadviseurs, waarin 487 gemeenten zijn opgenomen.

5

12
‘BAEI een potentieel inschatting’

voor duurzaamheid bij de aanleg van de energie-infrastructuur. Het BAEI zou hierin een belangrijke plaats in kunnen nemen. Gebleken is echter dat gemeenten nog niet 'klaar' zijn voor toepassing van het BAEI. Een aanzienlijk deel van de gemeenten is zelfs nog onbekend met dit besluit, ondanks het feit dat alle gemeenten de brochure over het BAEI ontvangen hebben en de mogelijkheid hebben gehad om workshops (5) over het BAEI te volgen. Verspreiding van een brochure en het bijwonen van de workshops blijken onvoldoende te zijn om een dergelijk nieuw besluit breed onder de aandacht van gemeenten te brengen. Wellicht wordt ontvangen informatie (zoals over het BAEI) niet altijd goed uitgedragen binnen de gemeente door de aangeschreven ambtenaren. Daarnaast kunnen personele wijzigingen vermoedelijk een negatieve invloed hebben op het verspreiden van informatie binnen de gemeenten. Naast de algemene bekendheid van het BAEI, moet ook de bekendheid vergroot worden over het feit dat gemeenten bij aanleg van een gecombineerd energienet bij projecten van meer dan 500 woningen, verplicht zijn een besluit te nemen om al dan niet een BAEI-procedure te volgen. Slechts één derde van de respondenten geeft aan hiervan op de hoogte te zijn. Gevolg hiervan is dat een aanzienlijk deel van de gemeenten geen besluit neemt of dat het nemen van een besluit i.v.m. het BAEI vooruitgeschoven wordt, hetgeen in het kader van de algemene wet bestuursrecht kan leiden tot een algemene bezwaar procedure. Slechts vijf gemeenten zijn zeker van plan een BAEI-procedure te volgen en 13 gemeenten misschien. Er worden minder BAEI-procedures gevolgd dan verwacht zou mogen worden op basis van het aantal projecten dat in aanmerking komt voor een BAEIprocedure en de wettelijke verplichting om een besluit te nemen daaromtrent. Gebleken is dat er aantal belangrijke knelpunten in de weg staat. Een eerste belangrijk knelpunt betreft de relatieve onbekendheid van het BAEI. Gemeenten die wel op de hoogte zijn van de mogelijkheid om een dergelijke procedure te volgen, maar dit toch niet doen, geven aan dat onvoldoende duidelijk is wat de procedure oplevert. Men heeft behoefte aan een voorbeeld6. Deze onduidelijkheid in combinatie met de (wellicht onjuiste) veronderstelling dat het volgen van een BAEI-procedure een complexe en tijdrovende bezigheid is, weerhoudt gemeenten ervan een procedure op te starten. Daarnaast ervaren gemeenten belemmeringen in het feit dat er wordt samengewerkt met marktpartijen. Niet alleen de bestaande contacten met de huidige netwerkbeheerder vormen een belemmering, maar ook de samenwerking met projectontwikkelaars. Gemeenten zijn van mening dat betrokken projectontwikkelaars het volgen van een BAEI-procedure niet zullen ondersteunen, aan-

Het BAEI in de gemeente Almere voor de locatie Almere Poort zou als voorbeeld kunnen dienen. Hierover is een brochure verschenen: 'BAEI biedt kansen voor CO2-reductie: Bestuurlijke en politieke ervaringen gemeente Almere' (bestelnummer 1KPGE03.15).

6

13
‘BAEI een potentieel inschatting’

gezien deze partijen niet gebaat zijn bij duurzaamheid, maar louter bij het halen van de afgesproken planning. Duidelijk is dat Novem nog een informerende en stimulerende rol kan vervullen naar gemeenten toe als het gaat om het opstarten van een BAEIprocedure. Hoewel nog weinig gemeenten aangeven behoefte te hebben aan practische ondersteuning bij BAEI-activiteiten (slechts vier), lijkt het niet onbelangrijk dat Novem deze ondersteuning aanbiedt. Wanneer gemeenten goed geïnformeerd raken en doordrongen worden van de mogelijke opbrengsten van de BAEI-procedure, zal er behoefte aan meer praktische ondersteuning ontstaan. Vooralsnog geldt 'onbekend maakt onbemind'. Gemeenten schrikken ervoor terug om tijd en geld te stoppen in een procedure waarvan de opbrengsten niet duidelijk zijn. Voor Novem ligt dus de taak open om het BAEI breder onder gemeenten verankerd te krijgen. Deze taak dient zich te richten op zowel het informeren van gemeenten, het op de agenda krijgen van BAEI bij gemeenten (agenderen) als op procesondersteuning bij de uitvoering van de BAEI-procedure.

14
‘BAEI een potentieel inschatting’

Bijlage 1 Overzicht van gemeenten die niet bereikt zijn voor het onderzoek
gemeente Borger-Odoorn Bunschoten Capelle aan den IJssel Delft Dordrecht Ede Eijsden Noordwijkerhout Oosterhout Veghel Hendrik-Ido-Ambacht dhr/mevr Dhr. Dhr. Dhr./mevr. Dhr. Dhr. Dhr. Dhr. Mevr. Dhr./mevr. Dhr. Dhr. Naam Mulder Gmelig Meyling de Blaauw van Reenen Sieuwerts van Tol Schrijnemaekers de Graaf Bierbrouwer Willemse van Rooijen Damen telefoonnummer 0591-535353 033-2991572 010-2848661 015-2602943 078-6396722 0318-680911 043-4095252 0252-343737 0162-489911 0413-386520 078-6843111

15
‘BAEI een potentieel inschatting’

Bijlage 2 Overzicht van gemeenten die intentie hebben om een BAEI procedure op te starten
Gemeente van plan BAEI procedure op te starten zeker zeker zeker zeker zeker misschien misschien misschien misschien misschien misschien misschien misschien misschien misschien misschien misschien misschien dhr/ mevr naam netnummer abonneenummer

Leeuwarden Nijmegen Tiel Venlo Beuningen Lelystad Hoorn Cuijk Assen Berkel en Rodenrijs Bodegraven Amstelveen Leidschendam Voorburg Terneuzen Noordwijk Blaricum Almelo Pekela

Dhr. Dhr. Mevr. Dhr. Dhr. Dhr. Mevr. Mevr. Dhr. Dhr. Dhr. Dhr./mevr. Mevr. Dhr. Dhr. Dhr. Mevr. Mevr.

de Boer Buiting de Kort Keizers in het Hof Sstinissen Monningh Hermanussen Slot Snijder Rouing van Vliet van Slageren de Froy van Helden van de Marel Jurgensen Gruis

058 024 0344 077 024 0320 0229 0485 0592 040 0172 020 070 0115 071 035 0546 0597

2338074 3299439 637111 3596666 6780864 278533 284650 39660 366911 5140700 630300 5404911 3009300 455000 3660270 5399505 541464 617555

16
‘BAEI een potentieel inschatting’

Bijlage 3 Overzicht van gemeenten die het op prijs stellen dat Novem contact opneemt in het kader van BAEI
Gemeente Leusden Den haag Beda Herenveen Hogezand sappermeer Goningen Sochteren Harlem Emen Shouwen-duiveland Zijndrecht Bernheze Beuningen Lelystad Cuijk Berkel en Rodenrijs Bodegraven Terneuzen Almelo Borne Meppel Noordoostpolder Schiedam Oegstgeest Middelburg Haarlemmermeer Pekela Rotterdam respondent of collega respondent respondent respondent respondent respondent respondent respondent respondent respondent respondent respondent respondent respondent respondent collega respondent respondent respondent respondent collega collega collega collega collega collega collega collega collega naam Dhr. Zuiderwijk Dhr. van der Meulen Dhr. Parree Dhr. Alberts Dhr. Postma Dhr. de Boer Dhr. Booij Dhr. van Noort Dhr. Gengler Mevr. Oomen Dhr. Vervoort Dhr. van den Broek Dhr. in het Hof Dhr. Stinissen Mevr. Hermanussen Dhr. Stinissen Dhr. Rouing Dhr. de Froy Mevr. Jurgensen Dhr. ter Ellen Dhr. Postma Dhr./mevr. M. Ribbink Dhr. van Huis Dhr. Schoonberg Dhr. Griep Dhr. Mesman Dhr. Koops of van Dijk Dhr. Bosch telefoonnummer (direct nummer) 0334961737 0703535122 of 0703535129 0765294936 0513617743 0598373892 0503671089 0598423922 0235114572 0591689061 0111452458 0786206859 0412458888 0246780865 0320278533 0485396600 0405140700 0172630343 0115455345 0546541464 0742658637 0522850575 0527633238 0102465691 0715167501 0118675240 0235676191 0597617413 of 617584 0104896202

17
‘BAEI een potentieel inschatting’