Januari 2005

Pilot-programma Creatieve Industrie Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen
1. Inleiding
In het kader van de onderhandeling terzake het Cultuurconvenant 2005-2008 heeft landsdeel Zuid Nederland, en met name de twee stedelijke netwerken in Brabant1 en Limburg (in samenwerking met de provincies Brabant en Limburg als strategische partners) reeds in de loop van 2003 (Cultuurprofiel Zuid Nederland deel II, juni 2003) ingeschreven op de versterking van de relatie tussen Cultuur en Economie. Dit gebeurde in de vorm van een (onderhandelings-) voorstel, medio 2004, aan de Staatssecretaris voor Cultuur voor een ‘pilot’-programma voor de versterking van de creatieve productiekracht. Per stedelijk netwerk, aldus het voorstel van het Landsdeel Zuid Nederland, wordt een programmabudget gerealiseerd dat bestaat uit de ‘inleg’ van de steden, de provincies en het Rijk. Binnen het landsdeel Zuid Nederland is afgesproken dat elk van de twee stedelijke netwerken met de betrokken provincies hun eigen articulatie zullen plegen op dit gedeelde thema. Dit Pilot-programma is de articulatie van het stedelijk netwerk Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen en de provincie Limburg. De status van dit voorstel is vooralsnog niet meer dan een voorstel dat voorwerp van onderhandeling is. De staatssecretaris voor Cultuur heeft in principe positief gereageerd middels haar (wettelijk voorgeschreven) Uitgangspuntenbrief d.d. november 2003 en middels haar Cultuurnota d.d. september 2004, waarin zij tevens aankondigde om vanaf 2005 op dit punt samenwerking te zoeken met het ministerie van Economische Zaken. Inmiddels heeft de 2e Kamer finale besluitvorming gepleegd ten aanzien van de Cultuurnota, inclusief de ambities van het Kabinet terzake het thema Cultuur en Economie. Een en ander heeft er toe geleid dat vanaf 2005 middelen voor dit thema beschikbaar zijn (brief staatssecretaris aan 2e Kamer d.d. 7 december 2004). Het stedelijk netwerk Zuid-Limburg is er, met de provincie Limburg, van overtuigd dat een nadere exploratie en uitwerking van dit thema van groot belang is, al was het maar vanwege het massieve volume aan wegtrekkende ‘klassieke’ industrie. Wij willen geen ‘hype’ reproduceren. Wij willen uitgaan van eigen mogelijkheden en ontwikkelingspotenties. Daar is deze nadere uitwerking van het pilot-programma op gericht.

2. De Creatieve Industrie
Aan het begin van deze 21e eeuw is de relatie tussen Cultuur en Economie één van de centrale thema’s binnen het (landelijk) cultuureconomisch beleid, het thema van de zogenaamde Creatieve Industrie. De klassieke industrie loopt op zijn laatste benen. De sector waar daarentegen (volgens onderzoek) groei en banen uit voortkomt is, in snel toenemende mate, de Creatieve Industrie. De Creatieve Industrie wil zeggen: de sector op het kruispunt van Cultuur en Economie waar, op basis van menselijke creativiteit en innovatief vermogen, waarde en betekenis wordt geproduceerd. Menselijk talent is de belangrijkste productiefactor. De waarde die in deze sector wordt gecreëerd is van symbolische aard. De Creatieve Industrie levert goederen, maar vooral diensten waar consumenten en bedrijven geld voor over hebben en die hun waarde ontlenen aan de betekenis die zij in zich bergen. Ze levert producten en diensten ‘voor de geest’; het gaat om esthetiek en informatie en leefstijl en mode en identiteit. De domeinen die tot de Creatieve Industrie behoren variëren van de kunsten, de media- en entertainmentsector tot de reclame en de vormgeving.2
1
2

Helmond, Breda, Tilburg, Eindhoven en Den Bosch. Deels overgenomen uit: De creatieve industrie in Amsterdam en de regio, TNO 2004.

1

Een bijzonder aspect van de Creatieve Industrie is dat ze zich vestigt in steden waar creatief talent aanwezig is. Werk volgt werknemer, in tegenstelling tot vroeger, toen werknemer werk volgt. Derhalve is het aantrekken van de Creatieve Industrie, en daarmee van een vitaal alternatief voor de wegtrekkende klassieke industrie, te realiseren via het aantrekkelijk maken van de stad als vestigingsplaats voor de Creatieve Klasse. Een belangrijke factor bij het vestigingsklimaat blijkt het culturele en creatieve klimaat in een stad. Vanuit het perspectief van de Creatieve Industrie wordt daarmee cultuurbeleid onontkoombaar verweven met beleidsterreinen als Economie en Stedelijke Vernieuwing. Het cultuurbeleid heeft om die reden ook groeiende contacten met de ministeries van VROM en EZ (denk aan de ISV Cultuurimpuls, de aangekondigde Nota Cultuur en Ruimte, de aangekondigde Nota Cultuur en Economie).

3. Werkdefinitie Creatieve Industrie
Om zo min mogelijk verwarring te produceren en om zoveel mogelijk compatibiliteit te betrachten met onderzoeken in den lande, kiezen we er voor om in principe dezelfde definitie van de creatieve industrie te hanteren zoals die recentelijk door Amsterdam is gehanteerd in het onderzoek naar de creatieve industrie in Amsterdam en omgeving. De creatieve industrie is een mengvorm van culturele en economische bedrijvigheid die producten en diensten voortbrengt die het resultaat zijn van individuele of collectieve, creatieve arbeid en ondernemerschap. Inhoud en symboliek zijn de belangrijkste elementen van deze producten en diensten die worden aangeschaft vanwege de betekenis die ze oproepen, waardoor een ervaring ontstaat. Om die reden spelen de producten en diensten van de creatieve industrie een belangrijke rol bij de ontwikkeling en het onderhoud van levensstijlen en culturele identiteiten in de samenleving. Tot de creatieve industrie worden drie domeinen gerekend: - kunsten - media en entertainment - creatieve zakelijke dienstverlening Creatieve industrie: drie domeinen
Kunsten Media- en entertainment Creatieve zakelijke dienstverlening

Dominante financiering Soort Markt Kenmerken van productie en distributie

• • • • •

Overheidssubsidies Overheid Kleinschalig Arbeidsintensief Vaak face-to-face

• • • • • • • • • • • • • • •

Markt Consumentenmarkt Complex, grootschalig ICT voor (re)productie en distributie Arbeidsintensief Kapitaalsintensief Collectief Populaire cultuur Authenticiteit en Marktgerichtheid Collectieve Productie Omroep Muziekindustrie Film- en video-industrie Uitgevers gedrukte Media Live-entertainment

• • • • • • • • • • • •

Markt Zakelijke markt Van kleinschalig tot grootschalig Arbeidsintensief, soms kapitaalsintensief Individueel en collectief Vaak face-to-face Artisticiteit én klantgerichtheid Authenticiteit, functionaliteit én marktgerichtheid Auteurschap én collectieve Productie Vormgeving (inclusief mode) Reclame Architectuur

Dominante Ideologie

• • • • • • •

Artisticiteit Authenticiteit Onafhankelijkheid Auteurschap Beeldende kunst Podiumkunsten Literatuur

Typerende Voorbeelden

2

Bedrijfstakken in werkdefinitie creatieve industrie (*)
Kunsten Beoefening van podiumkunst (92311) Producenten van podiumkunst (92312) Beoefening van scheppende kunst (92313) Dienstverlening voor kunst-beoefening (92323) Kunstgalerieën, expositieruim-ten (92521) Musea (92522) Theaters Media- en Entertainment Uitgeverijen van boeken e.d. (2211) Uitgeverijen van dagbladen (2212) Uitgeverijen van tijdschriften (2213) Uitgeverijen van geluidsopnamen (2214) Overige uitgeverijen (2215) Fotografie (74811) Productie van (video)films (92111) Ondersteuning (video)film-productie (92112) Omroeporganisaties (92201) Productie radio- en tv-programma's (92202) Ondersteunende activiteiten voor radio en televisie (92203) Vertoning van films (9213) Overig amusement n.e.g. (92343) Pers-, nieuwsbureaus; journalisten (9240) Creatieve Zakelijke Dienstverlening Architectuur en technisch ontwerp B&U (74201) Technisch ontwerp/advies stedenbouw etc. (74202) Reclameontwerp- en –adviesbureaus (74401) Overige reclamediensten (74402) Interieur-, modeontwerpers e.d. (74845)

*) Het getal tussen haakjes verwijst naar de Standaard Bedrijfsindeling Code (SBI)

4. Overzicht van activiteiten tot nu toe binnen Tripool
Om de ontwikkelingsmogelijkheden en de kansen van de Creatieve Industrie in het stedelijk netwerk Tripool te kunnen exploreren en exploiteren is een impuls nodig via onderhavig Pilotprogramma. Op grond van de geplande activiteiten kan er een nadere articulatie gepleegd worden met betrekking tot nadere interventies. In de afgelopen periode is binnen het Tripool ondertussen veel geïnvesteerd in de wederzijdse doordringing van de sectoren cultuur en economie. Een greep uit met name de culturele sector: Maastricht Er is reden om een substantiële aanwezigheid van de creatieve industrie in Maastricht te veronderstellen. Het kunstvakonderwijs is zeer nadrukkelijk vertegenwoordigd in de stad; er is een groot aantal vormgevingsateliers; de aanwezigheid van de universiteit speelt een rol; de factor ‘mode’ is onmiskenbaar aanwezig in de stad; in de horeca- en hotelsector is sprake van een groeiend creatief potentieel; er is een groot potentieel aan zelfstandige scheppende kunstenaars; er bestaat geen inzicht in ‘harde gegevens’; mogelijke partners vinden elkaar niet maar de wens daartoe is groeiende. Het Maastrichts cultuurbeleid zal met bovenbeschreven ontwikkelingen rekening blijven houden. De vier centrale beleidsdoelstellingen bleven daarbij onverminderd geldig: behoud en versterking culturele infrastructuur; versterking productieklimaat; vergroting cultuurbereik; cultureel erfgoed in samenhang presenteren. Naast de reguliere subsidiestrategie om deze doelstellingen te realiseren (subsidies aan gemeentelijke culturele instellingen, cultuurplaninstellingen, structurele subsidies en incidentele subsidies) werden speciale interventies gepleegd om de actuele ontwikkelingen op het gebied van Creatieve Industrie te stimuleren. Een greep uit de recente periode: - nieuwe huisvesting Opera Zuid - het Project Culturele Biografie - ontwikkeling ENCI-project (ateliers/LFA/centrum voor Beeldende Kunst) - ontwikkeling Wiebengahal project (dependance Nederlands Architectuur Instituut) - ontwikkeling Cultuur in Belvedère-gebied (Huis van Bourgondië/Intro/vlakkevloerzaal) - instelling Cultuurfonds - bestedingsplan geldstroom BKV

3

-

cultuurimpuls ministerie OCW en VROM ontwikkeling Archeologische Collectie in Centre Ceramique Verwante trajecten op dit punt zijn met name het ReMaGo-project (citymarketing), de stadsvisie 2030; de Economische Visie; taskforce ENCI Maastricht..

Stittard/Geleen Sittard-Geleen heeft de creatieve industrie onderschreven door de afgelopen jaren fors te investeren in het cultuurbeleid en het vestigingsklimaat. Bij de cultuurinstellingen kan met name gedacht worden aan het gemeentelijk Museum Het Domein, de diverse theaters en vormgevingsateliers in het Kunstencentrum. Daarnaast worden de creatieve ondernemers gesteund via het reguliere onderwijs met starterprogramma’s, starterhuisvesting, begeleiding door de Kamer van Koophandel en vestigingsmogelijkheden op de industrieterreinen e.d. Het potentieel in de gemeente wordt met name gevormd door de afgestudeerde hbo’ers (en mbo’ers). In de nabije toekomst worden de stedebouwkundige plannen ‘Zitterd Revisited’ en het centrumplan ‘Stadshart Geleen’ uitgevoerd. Als onderdeel van het eerste plan is de nieuwbouw van Museum Het Domein voorzien in het plan De Dobbelsteen. In aansluiting hierop kan worden vermeld: - Planontwikkeling De Dobbelsteen als onderdeel van het stedebouwkundig plan ‘Zitterd Revisited’, zijnde nieuwbouw Museum Het Domein met aanverwante stedelijke functies zoals Bibliotheek, vlakke vloer zaal, horeca, winkels e.d. - Regionaal Historisch Centrum als culturele biografie van Sittard-Geleen. - De culturele identiteit van Sittard-Geleen. - Sittard ontmoetingscentrum met woningbouw op diverse plekken (Pustraat-Pullestraat, /wonen boven winkels). - Kunstencentrum Sittard (12 ateliers voor kunstenaars in het voormalige klooster Leyenbroek). - Kennis transfer van de Hogeschool Zuyd in relatie tot de culturele identiteit van de stad. - Nieuw te ontwikkelen startershuisvesting. - Chemelot, als bedrijventerrein met faciliteiten voor (door-) startende ondernemers in de chemie (researchcampus). - Rinascimento Nascimento: Art, Industry and Landscape: een project aangaande uitwisseling van kennis en inspiratie tussen kunst, wetenschap, architectuur, industrie, economie en ecologie. Heerlen Als moderne stad hecht Heerlen en breder de regio Parkstad (270.000 inwoners) eraan om aan het fenomeen creatieve industrie en de effecten daarvan op de locale regionale economie extra en passende aandacht te besteden en in het economische cultuurbeleid te verankeren. De bedoeling is om creatieve industrie onderdeel te maken van economische aspecten om op die manier de infrastructuur te verbeteren en zodoende de aantrekkelijkheid als vestigingsplaats van Heerlen en Parkstad Limburg te bevorderen. In de afgelopen tijd hebben in Heerlen op het gebied van de creatieve industrie in de culturele sector de onderstaande ontwikkelingen plaatsgevonden: - renovatie van het Glaspaleis en de huisvesting van een aantal professionele culturele instellingen daarin - nieuwbouw van een muziekschool in het ‘hart’ van de stad - renovatie van Parkstad Limburg Theater Heerlen en de realisering van een nieuwe middenzaal daarbij - aanzet om te komen tot de realisering van een kunstwerkplaats in een complex fabriekshallen in het centrum van de stad - de bundeling van krachten van een aantal instellingen op regionaal niveau - danshuis Limburg

4

-

Cultura Nova Vitruvianum (ontwerpateliers Parkstad Limburg) Nieuwbouw zaal (300 personen) bij cultureel jongerencentrum De Nor

Om tot de verdere ontwikkeling en stimulering in stad en regio te komen is het van groot belang om in het kader van de Tripool-samenwerking (Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen) onderzoek te laten doen naar de creatieve industrie in de drie aangesloten steden en op grond van dit onderzoek nader beleid te ontwikkelen, waarbij de volgende interventies tot voorbeeld kunnen dienen.

5. Indeling Pilot-programma Creatieve Industrie (drie niveaus) A. Uitwerking: De Bedrijfstak______________________________________
Het beleid dat gericht is op de concrete bedrijfstak van de creatieve industrie zoals die in de stad/steden aanwezig is. Onderzoek moet uitwijzen wat de aard, omvang en ontwikkelingsrichting van deze bedrijfstak in de stedelijke economie is. Dit beleid dient ontwikkeld te worden in nauwe samenhang tussen de afdelingen Cultuur en Economische Zaken van de gemeenten waarbij partners als de Kamer van Koophandel en het LIOF in het vizier komen. Zie voor een benaderingswijze op dit punt Richard Caves’ ‘Creative Industries’. visie
Het aandeel van de creatieve industrie aan de stedelijke economie moet zichtbaar gemaakt worden. Het denken over de Creatieve Industrie is nieuw. Het onderwerp vergt (nog) collectieve reflexie. idem Dragers van de creatieve industrie moeten elkaar kunnen ‘vinden’ om ervaringen en ideeën uit te wisselen. De creatieve industrie is afhankelijk van toestroom van nieuw (jong) creatief talent. Creatieve ondernemers moeten in bezit zijn van adequate bedrijfseconomis che- en ondernemerscom petenties De creatieve industrie heeft

doel
Inzicht krijgen in de aard, de omvang en de ontwikkelings richting van de aanwezige creatieve industrie binnen de stedelijke economie. Een breder gedragen en meer gedeeld inzicht ontwikkelen in de kenmerken en de dynamiek van de Creatieve Industrie. idem Meer onderlinge contacten binnen de creatieve industrie.

resultaat
De relevante feiten en cijfers omtrent aard, omvang en ontwikkelingsrichting van de creatieve industrie zijn bekend. Een breder draagvlak voor het denken in termen van de creatieve industrie.

activiteit
Een onderzoek, met dezelfde aanpak als Amsterdam dat onlangs deed, Rotterdam dat binnenkort gaat doen en het Rijk binnenkort landelijk zal uitvoeren (compatibiliteit). Organiseren van een symposium, als vervolg op ‘Creative Cities’ (Amsterdam) en ‘Het creatieve DNA van Eindhoven’ (Eindhoven). Mogelijk maken van diverse publicaties Organiseren startbijeenkomst met relevante partners.

partners
gemeentelijke afdelingen Cultuur en Economische zaken; Kamer van Koophandel; LIOF; onderzoeksbureau. afdelingen Cultuur en Economische Zaken; Kamer van Koophandel; Universiteit; culturele instellingen; diversen afdelingen Cultuur en Economische Zaken

idem Een platform c.q. netwerk voor de creatieve industrie.

Binnen de bestaande opleidingen (buiten het kunstvak onderwijs, dus vmbo etc.) meer aandacht voor ontwikkeling creatief talent. Verhogen van de benodigde competenties bij creatieve ondernemers.

Plan van aanpak met relevante onderwijsinstellingen

In overleg met de onderwijsinstellingen inrichten/verbeteren van creatief curricullum.

Afdelingen Onderwijs, Cultuur en Economische Zaken; opleidingen

Betere bedrijfsplannen in de creatieve industrie

Cursussen voor creatief ondernemers (startercursussen e.d.)

Kamer van Koophandel, afdeling Economische Zaken

Betere mogelijkheden om

Meer en nieuwe bedrijfjes in de

Inrichten van een Startersfonds Creatieve

afdeling Economische

5

nood aan een risicodragend ‘lef’-kapitaal. De Creatieve Industrie is afhankelijk van adequate woonen werkruimte

risicodragende initiatieven op poten te zetten. Ondernemers binnen de creatieve industrie redelijk betaalbare en adequate huisvesting vinden. Impulsen op het De creatieve gebied van de industrie wordt een afzetmarkt helpen impuls gegeven. de creatieve industrie groeien.

creatieve industrie Voldoende ‘broedplaatsen’ ofwel ‘werkplaatsen’ ofwel ‘creatieve bedrijfsverzamelgebouwen’ in de stad. Meer aandacht voor creatieve industrie; betere marktpositie creatieve industrie.

Industrie

Zaken; kamer van Koophandel.

afdelingen Cultuur, Ontwikkeling fysieke creatieve infrastructuur: Economische Zaken en Stedelijke Ontwikkeling Verlenen van stipendia, (onderzoeks-) opdrachten, aanmoedigingsprijzen. diversen; bedrijfsleven; overheid;

B. Uitwerking: Het Vestigingsklimaat________________________________
Het beleid dat veel breder gericht is op het aantrekkelijk maken van het vestigingsklimaat in de stad voor specifiek de creatieve industrie. Dit beleid dient ontwikkeld te worden tussen de afdelingen Cultuur, Economie, Stedelijke Inrichting. Zie voor een benaderingswijze op dit punt: Florida’s ‘Rise of the Creative Class’. De eerste vier activiteiten uit de voorgaande lijst van voorstellen gelden ook hier als relevant. visie
Met een helder ‘gezicht’ levert de stad een duidelijk vestigingsargume nt. Voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat is het van belang dat kunst en cultuur in de stad goed zichtbaar zijn en innovatiekracht vertonen. Voor een aantrekkelik vestigingsklimaat is het van belang dat culturele evenementen een duidelijke focus hebben. Voor een goed geregisseerd vestigingsbeleid is samenwerking tussen de belangrijkste beleidsafdelingen nodig.

doel
De stad heeft in het land (en elders) een helder ‘smoel’. Verbetering zichtbare aanwezigheid en innovatiekracht van de instellingen binnen kunst en cultuur.

resultaat
De stad onderscheidt zich als stad waar de creatieve klasse zich (ook) wil vestigen. Kunst en cultuur staan duidelijk hoger op de lijst van imagoonderzoek dan in 2003.

activiteit
Ondermeer: Project Reputatie management Maastricht; Verbeteren van overleg culturele instellingen; overleg subsidiepartners (provincie en rijk) inzake prestaties. Betere culturele infodragers (Her-) inrichting beleid Culturele Evenementen en (voor Maastricht) nieuwe opzet evenementenbureau.

partners
Zie projectaanpak Maastricht;

culturele instellingen; provincie; rijk;

Culturele evenementen dragen sterk bij aan een sterk en creatief beeld van de stad.

Minder culturele evenementen maar van duidelijk hoger innovatief en/of creatief niveau.

Afdelingen Cultuur en Economische Zaken.

Betere afstemming Een meer integrale afdelingen Cultuur, aanpak van de Economische Creatieve Economie. Zaken en Stedelijke Inrichting.

Instellen op gemeentelijk niveau van bestuurlijke en ambtelijke regiegroep.

C. Uitwerking: De Creatieve Stad___________________________________
Overigens valt het te bepleiten om op nog een derde (algemener) niveau beleid te ontwikkelen: de competenties van de creatieve stad. Dit wil zeggen: een ‘campagne’ ontwikkelen zodat bij ontwikkelingsprocessen op allerlei gebied (van buurtgericht werken tot afvalverwerking) de creatieve aanpak het uitgangspunt is. Zie voor een benaderingswijze op dit punt: Landry’s ‘Creative Cities’.

6

Naast deze interne nadruk op het ‘creatieve paradigma’ hoort hier de internationale oriëntatie thuis die vanuit de steden binnen het Tripool meer focus verleend kan worden. Te denken valt dan met name aan de Euregionale dimensie. In het kader van dit Pilot-Programma valt dit niveau noodgedwongen enigszins buiten de scoop van de concrete voorstellen: het is een niveau voor de langere termijn, behalve dan de Euregionale dimensie. visie
De steden binnen Tripool kunnen zich euregionaal sterker profileren als creatieve regio Voor een goed geregisseerde creatieve stad/steden is samenwerking tussen de belangrijkste beleidsafdelingen nodig. Veel van de bestaande en concrete stedelijke vraagstukken kunnen vanuit een creatieve benadering verassende oplossingen krijgen Impulsen op het gebied van de creatieve denkhouding helpen de creatieve stad realiseren

doel
Meer gezamenlijke en gerichte Euregionale (creatieve) activiteiten Betere afstemming afdelingen Cultuur, Economische Zaken en Stedelijke Inrichting. Creatieve benadering van bestaande stedelijke vraagstukken

resultaat

activiteit

partners

Versterking euregionale Uit te werken dimensie van Tripool Een meer integrale aanpak van het verschijnsel ‘Creatieve Stad’ Verassende en creatieve oplossingen van bestaande vraagstukken Meer aandacht voor een creatieve denkhouding in de stad Zie: regiegroep (boven)

Uit te werken

De creatieve denkhouding wordt een impuls gegeven.

Stadsprijs voor Creatieve Innovatie

6. Onderzoeksopdracht: Aanleiding
De klassieke industrie verlegt zijn/haar activiteiten meer en meer naar het buitenland. Deze terugtrekkende beweging is ook goed te merken binnen het stedelijk netwerk Maastricht, Heerlen en Sittard-Geleen (ENCI, DSM, MOSA, etc). Een van de belangrijkste motieven achter deze economische structuurverschuiving is de wens van (internationale) bedrijven om zich daar te vestigen waar de loonkosten laag zijn. Het valt te verwachten dat Nederland niet kan ‘opbieden’ tegen de financiële voordelen van de lage lonen landen. Deze structuurverschuiving is daarmee, ook binnen het stedelijk netwerk Maastricht, Heerlen en Sittard-Geleen, van blijvende aard. Tegenover het motief van kostenreductie kunnen ‘we’ echter kennis en creativiteit als productiefactor aanbieden. Vandaar het belang van de kenniseconomie en de creatieve dimensie daarbinnen. Onder druk van bovengeschetste economische structuurverschuiving is sinds enige jaren een uitbundig en inspirerend (inter-) nationaal debat gaande omtrent de kansen die de zogenaamde ‘Creatieve Industrie’ kan bieden om de negatieve gevolgen van de economische structuurverschuiving om te buigen in een kracht die op de toekomst is gericht. Met name sinds de publicatie van prof. Richard Florida’s “The Rise of the Creative Class” (2000) is ook in Nederland veel onderzoek gedaan naar de potenties van de creatieve industrie op lokaal en stedelijk gebied. De grondstelling hierbij is, op basis van internationaal onderzoek, dat steden die het economisch goed gaan, de creatieve industrie sterk aanwezig is en de motor vormt van de economische groei en (dus) welvaart. De steden Maastricht, Heerlen en Sittard-Geleen hebben ieder hun eigen kenmerken en dynamieken. Deze dynamieken raken elkaar steeds meer, onder ander vanwege juist die economische structuurverschuiving. Het gaat hier om een stedelijk gebied van meer dan een half miljoen inwoners binnen een Euregio van zo’n 3,6 miljoen inwoners. Er zijn redenen te over om aan te nemen dat binnen het stedelijk netwerk Maastricht, Heerlen en Sittard-Geleen een substantiële creatieve industrie aanwezig is. Te denken valt onder meer aan de vormgeving- en design sector, de volle aanwezigheid van kunstvakonderwijs, de

7

aanwezigheid van Universiteit en hogescholen, de vele internationale (onderzoeks-) instituten, de hoogwaardige culturele infrastructuur. Een bijzonder aspect van de creatieve industrie is dat ze zich vestigt in steden waar creatief talent aanwezig is. Werk volgt werknemer. Dit in tegenstelling tot vroegen, toen werknemer werk volgde. Hierin ligt een afgeleid belang: steden doen er goed aan om een aantrekkelijk vestigingsklimaat te realiseren voor werkers binnen de creatieve industrie. Binnen het stedelijk netwerk Maastricht, Heerlen en Sittard-Geleen is daarom alle reden om dit thema nader te onderzoeken, zodat bepaald kan worden op welke wijze en in welke mate gemeentelijk beleid gericht kan worden. Centrale vraag is de rol van de creatieve industrie voor de economische ontwikkeling van de drie steden in Zuid Limburg afzonderlijk en als geografische entiteit. Omdat dit onderzoek vergelijkbare noties moet kunnen leveren, kiezen we in principe voor een aanpak zoals die in Amsterdam (in samenwerking met Premsela, stichting voor vormgeving) is gevolgd. Vandaar dat we in bijlage een werkdefinitie van de Creatieve Industrie opnemen. Vandaar ook dat we aansluiten bij de onderverdeling in de drie hoofddomeinen; kunsten media en entertainment creatieve zakelijke dienstverlening, verzamelnaam voor onder andere architecten, vormgeving en reclame Doel van het onderzoek: Het onderzoek dient een inzicht te geven in: A) Kwantitatief: de aard, omvang en potentie (ontwikkelingsrichting) van de sector. Het onderzoek dient inzicht te geven in de wijze waarop de culturele en economische aspecten van de creatieve industrie gestimuleerd kunnen worden. B) Kwalitatief: Het onderzoek dient ook aanbevelingen en suggesties te bevatten voor te ontwikkelen beleid, met name op het gebeid van het woon-, werk-, en productieklimaat voor de creatieve industrie.is de basis voor het formuleren en uitvoeren van toekomstig beleid. Opdrachtgever: Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen en de Provincie Limburg Proces: Het onderzoek dient te worden begeleid door een groep die bestaat uit vertegenwoordigers van de overheden, zowel economisch als cultureel, als ook vertegenwoordigers van de drie hoofddomeinen. Het doel van een brede begeleidingsgroep is om al tijdens het proces draagvalk te creëren. Onderzoeksvragen: 1. Wat is de omvang van de creatieve industrie in het stedelijk netwerk Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen in termen van aantal vestigingen, werkgelegenheid en toegevoegde waarde? 2. Welke van de binnen de creatieve industrie gedefinieerde sectoren kennen, op basis van de aanwezige inzichten en ontwikkelingen van de economie, de grootste groeipotentie en wat is hun positie in het nationale en internationale krachtenveld? 3. Wat is de rol van de creatieve industrie voor ‘niet-technologische’ innovatie? Nadere toelichting: Ad 1: De rol van de creatieve industrie aan te geven door een kwantitatieve inventarisatie, in termen van werkgelegenheid direct en indirect, omzetten en aantallen bedrijven en instellingen: Het in kaart brengen van de creatieve industrie in de steden Sittard-Geleen, Heerlen en Maastricht op basis van de thans gebruikte definities en een verdeling naar subcategorieën.

8

-

-

Een inventarisatie van de cultuur en de creativiteit voorzover dit kan worden aangemerkt als een conditie voor het stedelijk economisch proces. De cultuur als onderdeel van het vestigingsklimaat en als onderdeel van het locale ondernemingsklimaat. Benchmark, welke omvang is nodig om te spreken van een cluster waar een zelfversterkend vermogen vanuit gaat, de kritische massa. Deze inventarisatie geeft een inzicht in het belang van de sector voor de huidige stedelijke economie.

Ad 2: Kwalitatieve inventarisatie, inzicht in de verhouding en uiteindelijk de behoeftes van de sector: Vestigingsvoorwaarden cq wensen van de sector, welke factoren zijn verantwoordelijk voor een gunstig vestigingsmilieu, de externe stimuli voor creativiteit. Belang van de creatieve industrie voor de verschillende segmenten van de economie zoals de vrijetijdseconomie en de kenniseconomie. De invloed van creativiteit op innovatie en verbeteren van de concurrentie kracht. Benchmark: welke behoefte zijn er elders reeds geïdentificeerd en welke trends zijn er reeds zichtbaar. Ontwikkelingsmogelijkheden van de segmenten van de creatieve industrie in de drie steden. Belang van de onderwijsinstellingen in de steden en de rol die deze onderwijsinstellingen zouden kunnen hebben. Huisvestingstype voor bedrijfsinitiatieven al dan niet in combinatie met wonen. In kaart brengen van de markt, waar is er vraag naar welke type producten en waar wordt thans binnen de sector de afzet gerealiseerd. Welke bestaande netwerken zijn en aan welk type netwerken zou er nog behoefte bestaan, welke verbindingen bestaan er tussen de netwerken en hoe worden de toevallige ontmoetingen geënsceneerd. Dit onderdeel van het onderzoek zal een antwoord moeten geven op de potentie van de sector als instrument in het bereiken van de gemeentelijke doelen. Ad 3: Innovatie is van groot belang voor de vitaliteit van de regio. Welke stimuli gaan er uit van de creatieve industrie voor innovatie? Het gaat hierbij om een korte en toekomstgerichte beschouwing. Planning: De onderzoeksresultaten zullen worden verwerkt in de Voorjaarsnota’s 2005.

7. Duur en coördinatie Pilot-programma
Het is belangrijk om een duidelijke focus te houden in dit relatief nieuwe krachtenveld van initiatieven binnen de creatieve industrie. Daarom spreken we van een pilot-programma, hetgeen eigenlijk niets anders wil zeggen dan ‘startmotor’. Zodra er, na onderzoek, sprake is van een meer gearticuleerd inzicht in de materie willen wij overgaan tot een meer structurele beleidsmatige en organisatorische borging van het thema. In het verlengde van onze onderhandelingen met het rijk (zie boven) kiezen wij ervoor om de regie (coördinatie) van dit traject (inclusief het onderzoek) bestuurlijk vooralsnog te koppelen aan het portefeuillehoudersoverleg cultuur binnen het Tripool; in diezelfde lijn ligt het in de rede dat ambtelijk de coördinatie van dit programma vooralsnog wordt gelegd bij (het hoofd van) de beleidsafdeling cultuur van Maastricht. Het gaat hierbij om zowel inhoudelijke coördinatie als wel procescoördinatie tussen met name het Rijk en Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen en de provincie Limburg alswel tussen de betrokken beleidsafdelingen op gemeentelijk niveau. Afhankelijk van uitkomsten van het onderzoek zullen nadere voorstellen volgen inzake de organisatorische wenselijkheden en noodzakelijkheden.

9

8. Dekking3 Pilot-programma Creatieve Industrie Maastricht, Heerlen, SittardGeleen (bedragen per jaar)
Heerlen Maastricht Sittard/Geleen subtotaal provincie Limburg voor Tripool Subtotaal Inleg OCW Totaal beschikbaar pm pm______ 90.000,00 180.000,00 30.000,00 30.000,00 30.000,00 90.000,00

Een gespecificeerde begroting zal (in overleg met het ministerie OCW) worden uitgewerkt zodra de bijdrage van het Rijk duidelijk is. De 2e Kamer zal in de derde week van december 2004 een finale uitspraak doen over de ambities van staatssecretaris vd Laan inzake het thema Cultuur en Economie (de 2,5 miljoen Euro, brief d.d. 7 december 2004).

3

10