amsterdam port authority

gemeentelijk havenbedrijf | amsterdam
De Amsterdamse haven op koers Havenvisie 2001-2010

Het grote economische belang van de haven De Amsterdamse havenregio, bestaande uit de havens van Velsen/IJmuiden, Beverwijk, Zaanstad en Amsterdam, is uitgegroeid tot een internationaal logistiek centrum, waar grootschalige op- en overslag van goederen gepaard gaat met industriële verwerking. Juist deze combinatie van overslag èn bewerking van goederen maakt dat de Amsterdamse havenregio van groot belang is voor de economie en de werkgelegenheid. Jaarlijks leveren de havens een bedrag op van circa € 2,9 miljard aan toegevoegde waarde en genereren een werkgelegenheid van zo’n 38.000 arbeidsplaatsen. Om dit grote economische belang van de haven voor de toekomst veilig te stellen en te versterken, heeft het Amsterdamse gemeentebestuur, eigenaar van de haven, een richtinggevende visie opgesteld op de ontwikkeling van de haven voor de periode 2001-2010. Dit document is een korte en bondige weergave van deze visie. Met de ruimtelijke ontwikkeling van de haven… De grote kracht van de Amsterdamse haven is de ruimte waarover het nu met de nieuwe Afrikahaven beschikt. Ruimte zowel in fysieke omvang als in milieutechnische zin. Dat wil zeggen, dat de haven beschikt over gebieden waar daadwerkelijk bedrijfsactiviteiten mogelijk zijn, zonder direct op milieugrenzen te stuiten. Behoud van deze ruimte, inclusief de milieuruimte voor haven en industrie, is van essentieel belang voor het voortbestaan van de haven. Dit betekent dat functiewijziging van een deel van het huidige Amsterdamse havengebied Westpoort op middellange termijn niet aan de orde is. Uit onderzoek blijkt dat de huidige terreinvoorraad voldoende is voor de eerstkomende tien jaar. Na 2010 ontstaat er een tekort aan met name grootschalige, kadegebonden terreinen. Nieuw aanbod van haventerrein kan worden gevonden in de regio en wel in de Wijkermeerpolder aan de noordzijde van het Noordzeekanaal. De komende jaren zal in overleg met de regiopartners onderzocht moeten worden of de Wijkermeerpolder daadwerkelijk in de toekomstige ruimtebehoefte kan voorzien. …naar een duurzame haven Het beleid tot intensivering en verduurzaming van de haven zal worden voortgezet tot op het niveau van de individuele kavel toe om de huidige, sterke, ruimtelijke positie van de haven verder uit te buiten en te benutten. Hiervoor zal het

Pagina 1

Havenbedrijf onder andere onbruikbare, kleine havenbekkens dempen, een actief terugnamebeleid voeren ten aanzien van reserveterreinen van reeds gevestigde bedrijven, een actief saneringsbeleid hanteren voor verontreinigde grond en inefficiënte en brede infrastructuurstroken herstructureren. Ook zal de samenwerking met de bedrijven worden versterkt om te komen tot een duurzame bedrijfsvoering op het gebied van de (water)huishouding, recycling, grondonderhoud, energie, geluid en bereikbaarheid. Bovendien zal het acquisitiebeleid zich ook de komende jaren voor een groot deel richten op bedrijven en ladingstromen met een relatief grote kans op toegevoegde waarde en werkgelegenheid. Tegelijk zullen bij het toewijzen van een vestigingslocatie strikte regels in acht worden genomen om verspilling en versnippering van de schaarse (milieu)ruimte te voorkomen. Om de kwaliteit van het havengebied Westpoort op een hoog niveau te houden, zal het Havenbedrijf een systeem van parkmanagement ontwikkelen. Hierbij zullen de verantwoordelijkheid voor het beheer en onderhoud van een bedrijventerrein en het faciliteren c.q. ondersteunen van de gevestigde bedrijven worden gebundeld. Het gaat voor wat dit laatste betreft, met name om die factoren die bepalend zijn voor de uitstraling van het gebied. Te denken valt enerzijds aan groenvoorziening, beveiliging en bewaking, afvalverwijdering, bereikbaarheid, energievoorziening, maar anderzijds ook aan voorzieningen voor de werknemers zoals gezamenlijke kinderopvang enz. Realisatie en invoering van het parkmanagement zullen in nauw overleg met het bedrijfsleven geschieden. De acquisitie: zowel verwerking als doorvoer De haven dient zich te ontwikkelen tot een haven met een goede mix van verwerking en doorvoer. Want alleen met een goede balans tussen doorvoer en verwerking blijft de haven een bijdrage leveren èn aan de werkgelegenheid en de toegevoegde waarde èn aan een evenwichtige en sterke economische structuur. Een haven heeft namelijk een bepaalde schaalgrootte in ladingstromen nodig om de efficiency in de (nautische) dienstverlening en logistieke bedrijvigheid te waarborgen. Dit betekent dat het acquisitiebeleid zich behalve op activiteiten met een hoge toegevoegde waarde en werkgelegenheid zich ook zal richten op activiteiten met een hoog doorvoergehalte. De komende jaren zal de vestigingsacquisitie zich richten op de sectoren chemie, voedingsmiddelen, metaalbewerking en -industrie, distributie en value added logistics en recycling. De nadruk ligt hierbij op hoogwaardige, innovatieve en in toenemende mate duurzame verwerkings- en productieprocessen. Bij het aantrekken van ladingstromen is de rol van de havenbeheerder beperkt. Vanwege het gezamenlijk belang en het feit dat de gemeente geen contractpartij is bij het overslaan van goederen, gebeurt ladingacquisitie veelal in samenwerking met de gevestigde havenbedrijven. De inspanningen richten zich hier dan ook op het ondersteunen van de bedrijven en vergroten van de concurrentiekracht van het product haven. Als gevolg van de nieuwe containerterminal waarmee Amsterdam zich op een nieuwe markt begeeft, zal de containersector de komende jaren extra aandacht vragen. Doelstelling is de containeroverslag op te voeren van 50.000 TEU in 2000 naar 1 miljoen TEU in 2005 en vervolgens naar 2,5 miljoen TEU in 2008.

Pagina 2

Hierbij zal een balans gezocht worden tussen (internationale) doorvoer en verwerking. Optimaliseren van de bereikbaarheid Een belangrijke voorwaarde voor het benutten van alle potenties van het havengebied Westpoort is een goede bereikbaarheid. Alhoewel de haven momenteel nog goed ontsloten is, komen de grenzen van de capaciteit in zicht. Voor de verbetering van de bereikbaarheid van de haven is Amsterdam vooral afhankelijk van de besluitvorming bij het Rijk, met name als het gaat om uitbreiding van het sluizencomplex bij IJmuiden en de verbetering van de weg- en spoorinfrastructuur. Desondanks zal Amsterdam alles in het werk stellen om de verbeteringen in de infrastructuur tijdig te realiseren. Voor wat betreft de bereikbaarheid van en naar zee begint de tijd te dringen. Door de toename van het scheepvaartverkeer en van de scheepsgrootte neemt de druk - en daarmee de afhankelijkheid - op de enige grote sluis van het complex, de Noordersluis, sterk toe. Tijdige aanleg van een tweede, grote zeesluis is absoluut noodzakelijk om het economisch en maatschappelijk belang van de havenregio te waarborgen. Spoedige realisering hiervan is als speerpunt opgenomen in het havenbeleid. Voor het goed functioneren van het havengebied is een tweede aansluiting van Westpoort op het nationale spoorwegennet van essentieel belang. Uitbreiding van de railcapaciteit is noodzakelijk gelet op de te verwachten verdubbeling van het goederenvervoer per spoor in de komende tien jaar. Voor de bereikbaarheid van de haven over de weg is de spoedige aanleg van de Westrandweg en de Tweede Coentunnel van groot belang. Alhoewel Amsterdam het gebruik van intermodaal vervoer stimuleert, is dit pas op grotere afstand lonend en niet voor alle goederenstromen mogelijk. Bereikbaarheid over de weg blijft van belang. Met de Westrandweg ontstaat een directe en snelle aansluiting van het Amsterdamse havengebied op de A9 en daarmee op de luchthaven Schiphol en het zuiden van het land. Tevens wordt door de aanleg van de Westrandweg de enige aansluiting van Westpoort op de Nederlandse hoofdwegen, de A10, ontlast. Ten aanzien van de binnenvaart en short sea shipping (kustvaart) zal de gemeente het gebruik van shuttles (regelmatige verbindingen) voor het vervoer over water zoveel mogelijk bevorderen. Dit geldt ook voor het spoorvervoer. Wanneer de containersector zich succesvol ontwikkelt, zijn nieuwe railshuttles mogelijk richting het oosten (Berlijn, Polen en Moskou) en het zuidoosten (de Alpenlanden en Noord-Italië). Ook de bereikbaarheid via de elektronische snelweg zal de komende tijd veel inzet vragen. Het uiteindelijke doel is om alle informatie over de haven, de communicatie tussen havenpartijen en de administratieve afhandeling van diensten te laten plaatsvinden via internet.

Pagina 3

Versterken van de samenwerking Het belang van samenwerking neemt hand over hand toe vooral binnen internationale logistieke netwerken, waarbij havens een onontbeerlijke knooppuntfunctie vervullen. Als gevolg van de toenemende globalisering is er een tendens waarneembaar tot schaalvergroting en concentratie. Dit leidt op haar beurt weer tot steeds meer netwerken van havens, rederijen en grote bedrijven waarbinnen samenwerking eerder regel dan uitzondering is. Met het oog hierop zal het Havenbedrijf nieuwe samenwerkingsverbanden aangaan en bestaande verbanden op verschillende niveaus intensiveren en uitbouwen. De samenwerking kan zich bewegen op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, veiligheid, logistieke technologische ontwikkeling, telematica en kennisuitwisseling in het algemeen zowel met overheden en bedrijven als met andere havens en vervoersregio’s. Zo neemt het Havenbedrijf op Europees niveau op dit moment al deel in diverse projecten op het gebied van milieu, veiligheid en corridorontwikkeling (ontwikkeling van handelszones). Wat dit laatste betreft, hierbij functioneert de haven als een draaischijf in een internationaal logistiek netwerk met inzet van een duurzame ontwikkeling en bevordering van intermodaal (water, spoor, weg, pijpleiding) vervoer. Op nationaal en internationaal niveau zullen allianties met andere havens en vervoersregio’s een grotere rol gaan spelen. De haven zal een belangrijker (internationale) rol moeten gaan vervullen binnen de logistieke ketens die gebruik maken van de haven en haar industrie. Door een actieve rol te spelen, kan Amsterdam invloed uitoefenen op het behoud en vergroten van die vervoersketens. Strategische allianties met andere havens kunnen hiervoor noodzakelijk zijn. Ook het uitbuiten van de unieke combinatie van de logistieke kwaliteiten en capaciteiten van de havens van Rotterdam en Amsterdam en de luchthaven Schiphol door middel van strategische allianties zal de komende tijd de nodige aandacht vragen. Op regionaal niveau zal de verdere samenwerking onder meer via het Bestuursplatform en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Noordzeekanaalgebied (RON) worden geïntensiveerd. Beide organen zijn betrokken bij de realisering van het Masterplan, de toekomstvisie op de ontwikkeling van de havenregio. De RON heeft als taak de bundeling en versterking van zowel de werving van nieuwe bedrijvigheid in de regio als van de ontwikkeling van bedrijfsterreinen. Het Bestuursplatform bewaakt de politieke uitgangspunten zoals die door bestuurders en politici uit de havenregio zijn vastgelegd in het Masterplan. Het uiteindelijke doel is de commerciële projecten van het Masterplan door een regionaal haven(ontwikkelings)bedrijf te laten uitvoeren. Samenwerking met bedrijven binnen het Amsterdamse havengebied Westpoort kan leiden tot een snellere realisering van innovatieve projecten, die voor de ontwikkeling van de haven van groot belang zijn. Hiervoor zal de rol van het Havenbedrijf binnen zo’n samenwerking verder moeten gaan dan die van traditionele havenbeheerder, die zorgt voor aanleg van de terreinen en de kaden. Een verdergaande vorm van projectontwikkeling kan zijn het samen met het betrokken bedrijf oprichten van een vennootschap dan wel de (deel)financiering door het Havenbedrijf van het project onder bepaalde voorwaarden.

Pagina 4

Het Havenbedrijf: van beheerder naar ontwikkelaar Om de ambities uit deze visie waar te maken, dient het Havenbedrijf in de komende jaren een stevige groei door te maken, zowel in omvang als in kwaliteit. Uitbreiding van de nautische taken, de toenemende samenwerking met diverse partijen en de uitbreiding van het beheersgebied met de Afrikahaven vragen om een groei van de personele bezetting. Daarnaast zal de verschuiving van de rol van het Havenbedrijf van beheerder naar ontwikkelaar een hogere kwaliteit vereisen op het gebied van strategieontwikkeling, kennis en via samenwerkingsverbanden het overbrengen van die kennis. Bovendien moet worden bekeken of het huidige mandaat van het Havenbedrijf voldoende is om de rol van havenontwikkelaar met verve en succes op te pakken.

Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam Postbus 19406 1000 GK Amsterdam De Ruijterkade 7 1013 AA Amsterdam Telefoon: 020 - 523 45 00 Fax: 020 - 620 98 21 E-mail: info@amsterdamports.nl Website: http://www.amsterdamports.nl

Pagina 5