MASTERPLAN

1

MASTERPLAN
vastgesteld 28 juni 2004 door de gemeenteraad van Arnhem

Woord vooraf

Voor u ligt het Masterplan Rijnboog Arnhem. De Arnhemse gemeenteraad heeft dit plan op 28 juni 2004 met ruime meerderheid aanvaard als basis voor de vernieuwing van het gebied tussen station, binnenstad en Rijn. Daarmee heeft zij een

RIJNBOOG GEEFT ARNHEM
2

belangrijke beslissing genomen voor de toekomst van Arnhem. Het stadsbestuur, de gemeenteraad en de betrok-

EEN NIEUW GEZICHT

ken private partijen zijn niet over een nacht ijs gegaan bij het opstellen van de plannen. In de afgelopen jaren is op basis van het Schetsboek voor het Masterplan en het Concept Masterplan veelvuldig gesproken met bewoners, ondernemers, culturele instellingen en andere betrokkenen bij de toekomst van het gebied. De reacties, vanuit een grote betrokkenheid en enthousiasme ingegeven, zijn betrokken bij het opstellen van het Masterplan zoals dat er nu ligt. De gemeenteraad heeft veel tijd en energie gestoken in de beoordeling van de eerste schetsen en plannen. Op basis daarvan heeft zij richting gegeven aan het vervolgproces en het opstellen van het Masterplan. De moties die bij de raadsbehandeling van het Concept Masterplan zijn aanvaard, zijn verwerkt in de definitieve versie die nu voorligt. Met groot enthousiasme hebben de gemeente Arnhem, de Provincie Gelderland, het Knooppunt Arnhem-Nijmegen en de marktpartijen Blauwhoed, BPF Bouwinvest, MAB, Portaal en Vesteda, onder bezielende leiding van de Spaanse architect/ stedenbouwkundige Manuel de Solà-

Morales, gewerkt aan de totstandkoming van dit Masterplan. Het resultaat mag er zijn; er ligt een plan dat aangeeft hoe het Rijnbooggebied een belangrijke bijdrage kan leveren aan de toekomstige vitaliteit van Arnhem. Er worden belangrijke nieuwe openbare ruimtes aan de stad toegevoegd en het gebied tussen station, binnenstad en Rijn krijgt met de realisatie van het plan een nieuwe samenhang. De littekens van de wederopbouw zullen langzaam maar zeker verdwijnen. Arnhem krijgt met de realisatie van het Masterplan Rijnboog een nieuw gezicht. Om de ambities waar te maken, is een aantal ingrepen in de stad nodig, waarvan de aanleg van een haven en de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van het Roermondsplein en omgeving de meest in het oog springende zijn. Met die ingrepen zal de Rijn straks voelbaar zijn vanaf iedere plek en is de samenhang tussen Rijn en binnenstad tot stand gebracht. Het toekomstige Rijnbooggebied wordt gekenmerkt door een menging van functies: wonen, werken, cultuur, informatie en recreatie vormen de bestanddelen van een levendig en gevarieerd stuk stad. Een belangrijke toevoeging aan de stad is de informatieboulevard, een sterk concept waarbij verschillende informatieverschaffende instellingen en voorzieningen onder één dak worden geplaatst. Een tweede programmatisch ankerpunt is het Cultuur en Entertainment Center

dat het gebied rond het Roemondsplein tot een belangrijke bestemming maakt. Daarbij heeft de raad opdracht gegeven aan het college om te onderzoeken of een multifunctioneel theater annex congrescentrum in het gebied kan worden gerealiseerd. Dat moet in de komende fase gestalte krijgen. Met de aanleg van een stadshaven wordt een nieuwe vitaliteit ingebracht in de zuidelijke binnenstad. De vorm van de haven zorgt voor samenhang en maakt nieuwe verbindingen mogelijk en de haven is een aantrekkelijke plek voor een veelheid aan gebruiksvormen en functies die eigen zijn aan een stadscentrum. De haven wordt het symbool van de nauwe relatie tussen stad en rivier: een nieuwe parel voor Arnhem. De openbare ruimte staat centraal in het plan. Het weefsel van voetgangersroutes en stadspleinen vormt de drager van de ruimtelijke structuur. Er wordt overal in het gebied gewoond. De menging van functies draagt bij aan de levendigheid van het gebied, aan sociale veiligheid en aan de diversiteit van het gebruik van de openbare ruimte. Het belang dat de openbare ruimte heeft voor het gebied wordt onderstreept door het feit dat het Rijnboogproject als één van de eerste projecten is geselecteerd voor de BIRK-subsidie van het Ministerie van VROM. BIRK staat voor Budget Investering Ruimtelijke Kwaliteit en de toekenning van de subsidie is een belangrijke bijdrage

aan het realiseren van de ambities die het plan heeft op het gebied van de verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte. We zien de toekenning van de subsidie tevens als een erkenning van de kwaliteit die het plan op dit terrein heeft. Het Masterplan bestrijkt een periode van ruim 20 jaar en wordt in fasen gerealiseerd. Het levert een kader voor de transformatie van het gebied zonder dat het nu al nodig is voor ieder aspect een definitieve oplossing te bieden. Het Masterplan biedt voldoende houvast, ook in financiële zin, om de eerste fase in te gaan. Maar het plan heeft ook een zekere flexibiliteit waardoor het bestand moet zijn tegen de economische golfbewegingen die zich gedurende de realisatie van het plan zullen voordoen. Tegelijkertijd wordt een ruimtelijke kwaliteit vastgelegd waardoor de stad in functioneel en sociaal opzicht groeit. Ook tijdens economische tegenwind kunnen de investeringen doorgaan omdat de kwaliteit op lange termijn zeker gesteld is. Dat is een belangrijke sociale component, met name voor de werkgelegenheid. Voor de inwoners van Arnhem, voor investeerders, beleggers en de gemeente is het van belang om de binnenstad kwalitatief te versterken. Daarmee kan de aantrekkingskracht worden gerealiseerd die past bij de hoofdstad van een vitale Europese regio. Voor ons als publieke en private partijen is het opstellen van dit plan een uitdaging geweest. Ook de realisatie van het plan zal een uitdaging zijn.

Met het vaststellen van het Masterplan kunnen we deze uitdaging gaan invullen. We verheugen ons op deze fase. Tijdens het vervolg zullen we op allerlei manieren met de stad in gesprek blijven over de beste manier waarop het Masterplan verder kan worden uitgewerkt.

Sander van Bodegraven, wethouder gemeente Arnhem Namens Rijnboog-Arnhem

3

Rijnboog Arnhem is een samenwerkingsverband van de gemeente Arnhem, de provincie Gelderland, het Knooppunt Arnhem-Nijmegen en de marktpartijen Blauwhoed, BPF Bouwinvest, MAB, Portaal en Vesteda

4

INHOUDSOPGAVE

A

HET PLAN
7 8 9 10 11 15 17 18 21 22 23 24 25 26 28 29 30 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 6.1

B
4.2 Fasering

KADERS
42 43 45 46 48 48 51 52 53 55

C

ACHTERGRONDEN
58 5 59 61 62 66 67 68 71 72 79 80 81 82 86 88

1 INLEIDING 1.2 Doelstelling 1.3 Status van het plan 2 PLANBESCHRIJVING 2.1 Masterplan als voorstel tot transformatie Openbare ruimte: horizontale en verticale assen Een heldere voetgangersroute van station naar Kerkplein De Haven brengt nieuwe vitaliteit in het gebied De overgang van de binnenstad naar het nieuwe gebied De Weerdjesstraat als stadsruimte Vernieuwing van het Waterfront De nieuwe identiteit van het Paradijsgebied De transformatie van de krul en de Nelson Mandelabrug Het Nieuwe Coehoorn: de Citadel en Coehoorn-Zuid Tussen station en rivier Bouwhoogte Toekomstbeeld 3 PROGRAMMA 3.1 Overzicht Extra stadswoningen voor een heterogene binnenstad Hoogwaardige kantoren en werkgelegenheid Versterking van het winkelaanbod en de horeca Meer ruimte voor cultuur en vrije tijd 4 VERKEER 3.1 Perspectief Uitwerking Aanpassing verkeersinfrastuctuur Roermondsplein

5 PLANONDERDELEN EN FASERING 4.1 Planonderdelen en flexibiliteit

9 MASTERPLAN RIJNBOOG IN PERSPECTIEF Historie van het plangebied Van Schetsboek naar Masterplan 10 TUSSEN BINNENSTAD EN RIVIER De maakbaarheid van de haven De zichtbaarheid van het water in de haven Inrichtingsvoorstellen Weerdjesstraat Markt en Sabelspassage 11 TUSSEN STATION EN RIVIER Ontwerpschets voetgangersroutes in en om de krul De fietsroutes in en om de krul Rijnboog in het stadssilhouet 12 TUSSEN STATION EN BINNENSTAD Het verwijderen van de busbaan Inrichtingsvoorstellen Nieuwe Plein

6 FINANCIËLE BESCHOUWING 7 BELEIDSKADER 6.1 Beleidsuitgangspunten Relaties met de omgeving 8 CONDITIES EN EFFECTEN 6.1 Condities 6.2 Effecten

A
6

HET PLAN
Arnhem staat bekend als aantrekkelijke woonstad

1 INLEIDING
Arnhem staat bekend als aantrekkelijke woonstad aan de rand van de Veluwe en is één van de belangrijkste steden in het oostelijk deel van het land. Er is een levendige stadscultuur en ook economisch heeft Arnhem een sterke positie. De binnenstad is een regionaal uitgaanscentrum en Arnhem is een belangrijke winkelstad. Het is een bestuursstad en een werkstad met internationaal georiënteerde bedrijven als AKZO Nobel, KEMA en Arcadis. Arnhem heeft recreatieve en culturele topvoorzieningen met jaarlijks honderdduizenden bezoekers: het Museum voor Moderne Kunst, Musis Sacrum, het Nederlands Openluchtmuseum, de Schouwburg, Introdans en het Gelders Orkest. Alleen Burger’s Zoo al trekt 1,5 miljoen bezoekers per jaar. Er ligt een uitgebreide sportinfrastructuur in de vorm van Nationaal Sportcentrum Papendal en het Gelredome en de stad is een centrum voor hoger onderwijs met ArtEZ, de Hogeschool voor de kunsten in Arnhem en de Hogeschool Arnhem-Nijmegen. Op het gebied van mode is Arnhem toonaangevend in Nederland. De afgelopen jaren is in Arnhem intensief nagedacht over de toekomst van de stad. Er is onder de titel ‘Arnhem 2015’ een visie ontwikkeld voor de lange termijn. Arnhem verstevigt daarin zijn positie als regionaal centrum. Het woningaanbod moet gevarieerder worden en de stedelijke vernieuwing wordt ter hand genomen. Voor de economie wordt veel verwacht van de halte van de nieuwe hogesnelheidstrein (ICE) van Amsterdam naar Duitsland en verder. Arnhem-Centraal, het eerste onderdeel van het Nieuw Sleutel Project waarvan ook Rijnboog deel uitmaakt, begint vorm te krijgen met de eerste bouwprojecten. De omgeving blijft een van de belangrijke troefkaarten van Arnhem. Naast de Veluwe komt daarbij het rivierenlandschap (Gelderse Poort) steeds meer in beeld. De Rijn wordt in de komende jaren in toenemende mate het ecologische en recreatieve hart van de stad.

Leeswijzer
Het Masterplan bestaat uit drie delen. In deel A wordt het eigenlijke plan toegelicht. Daarbij komen in de inleiding de doelstelling en de status van het plan aan de orde. In hoofdstuk 2 wordt het plan beschreven. Het hoofdstuk begint met de plankaart en de openbare-ruimtekaart. Vervolgens worden de belangrijkste ingrepen en planonderdelen toegelicht en getoond door middel van kaarten, doorsnedes, fotomontages en referenties. Ook de bouwhoogtekaart is in dit hoofdstuk opgenomen. Hoofdstuk 3 beschrijft het programma. Per functie wordt daarbij een nadere toelichting gegeven. Deel A wordt afgesloten met hoofdstuk 4: Verkeer. In dit hoofdstuk komen zowel de visie op het verkeer in groter verband aan de orde, als de concrete invulling die aan het verkeer in het plangebied wordt gegeven. Deel B geeft de kaders aan waarbinnen het plan gerealiseerd zal moeten worden. De planonderdelen en fasering komen aan de orde in hoofdstuk 5. Dit wordt gevolgd door hoofdstuk 6, waarin de financiële beschouwing is opgenomen. In hoofdstuk 7 wordt het beleidskader beschreven. Daarbij komen zowel de beleidsuitgangspunten aan de orde als de manier waarop de plannen voor Rijnboog worden afgestemd met initiatieven in de omgeving. In hoofdstuk 8 worden tenslotte de condities aangegeven die worden gesteld aan de realisatie van het Masterplan en wordt inzicht gegeven in de economische effecten die de realisatie van het Masterplan zal hebben op de toekomst van Arnhem. Deel C geeft de achtergronden van het Masterplan. In hoofdstuk 9 wordt het plangebied in zijn historische context geplaatst en wordt een overzicht gegeven van de studies en aanpassingen die zijn verricht sinds het Schetsboek voor het Masterplan in januari 2002 verscheen. Vervolgens worden aan de hand van drie zones een groot aantal studies, referenties, ontwerpverkenningen en uitwerkingsschetsen getoond. Dat gebeurt in de hoofdstukken 10, 11 en 12. Het materiaal dat hier wordt gepresenteerd dient als onderbouwing van voorstellen in het Masterplan en illustreert op wat voor manier de intenties van het Masterplan nader kunnen worden uitgewerkt. Daarbij komen vooral de onderwerpen aan de orde die in de maatschappelijke en politieke discussie omtrent het Masterplan een belangrijke rol hebben gespeeld.

7

Doelstelling
Bij het werken aan de toekomst van de stad worden in de toekomstvisie ‘Arnhem 2015’ vier uitdagingen centraal gesteld. Om te beginnen moet de kwaliteit van de stedelijke samenleving worden vergroot. Tegelijkertijd krijgen individualiteit, subculturen en stedelijke dynamiek meer ruimte. De tweede uitdaging is het ontwikkelen van de economische mogelijkheden van de stad in samenhang met het relatief ontspannen karakter van de stad en haar milieukwaliteiten. De derde uitdaging is het beter benutten van de stedelijke ruimte. Dit hangt nauw samen met de vierde uitdaging: het vergroten van de belevingswaarde van de stad. De ontwikkeling van Rijnboog Arnhem is een belangrijke sleutel in de realisatie van de ambities van de stad. Arnhem heeft als één van de weinige steden in Nederland de kans om direct tegen het centrum aan een omvangrijk gebied te vernieuwen. Die kans moet worden gebruikt om een antwoord te vinden op de uitdagingen voor de toekomst van de stad. Het gebied tussen Rijn, station en binnenstad kan veel meer voor Arnhem betekenen dan nu het geval is. De wederopbouw van het gebied na de tweede wereldoorlog heeft niet geleid tot een stuk stad dat veel bijdraagt aan de kwaliteiten van Arnhem. Nu is het tijd voor een tweede ronde. De binnenstad wordt opnieuw met de rivier verbonden en een aantal interessante nieuwe functies krijgt een plaats in het centrum van de stad. De centrale doelstelling van de vernieuwing van het Rijnbooggebied is versterking van de vitaliteit en veelzijdigheid van Arnhem. Die doelstelling heeft de volgende componenten:

Versterk de samenhang tussen Rijn, binnenstad en Arnhem-Centraal;

1 2

Coehoorn, de binnenstad, het Paradijsgebied en de Rijnkade zijn vier gebieden die nu nauwelijks onderlinge samenhang vertonen. Dat moet anders. De onderlinge relaties moeten worden versterkt en de rivier moet het visitekaartje van de stad worden. De vernieuwing van het Rijnbooggebied maakt het mogelijk om barrières op te heffen en een nieuwe samenhang vorm te geven;

Draag bij aan de revitalisering van de binnenstad;
de binnenstad van Arnhem heeft nieuwe functies en aantrekkingskracht nodig om ook voor de toekomst het hart van de regio te blijven. Vooral de zuidzijde van de binnenstad kan een impuls gebruiken;

8

Verbeter de kwaliteit van de openbare ruimte en zorg voor effectief ruimtegebruik;

3

het gebied is nu slordig ingericht, de verkeersinfrastructuur neemt veel ruimte in beslag en er staan overal auto’s geparkeerd. Daardoor oogt het gebied rommelig en biedt het weinig aantrekkelijke plekken. Daarvoor in de plaats moeten zorgvuldig ingerichte en beheerde openbare ruimte, aantrekkelijke routes en aangename verblijfsplekken komen;

Maak aantrekkelijke binnenstedelijke woonmilieus;

4 5 6

er zijn veel mensen die graag in de binnenstad van Arnhem willen wonen. Toch wordt er maar weinig gewoond in de binnenstad en het aanbod is eenzijdig gericht op de goedkope sector. Een veel grotere diversiteit en een groter aanbod zijn nodig;

Versterk de economische vitaliteit van Arnhem;
het gebied levert nu een bescheiden bijdrage aan de economische dynamiek van de stad. Dat kan en moet veel krachtiger. Ook de halteplaats van de hogesnelheidstrein (ICE) geeft nieuwe kansen. Intensivering van de economische functies zal bijdragen aan de vitaliteit van de stad als geheel;

Maak ruimte voor een rijk scala aan culturele functies;
de stadscultuur en stedelijke dynamiek moeten verder worden versterkt om de toekomst van stad en regio te borgen. Rijnboog biedt ruimte aan grootschalige en kleinschalige culturele functies voor de stad;

7

Maak het Rijnbooggebied tot een plek waar Arnhemmers trots op zijn;
dat is nu niet het geval, en het is een gemiste kans dat een zo centraal gebied, zo weinig betekenis heeft voor Arnhem.

Status van het plan
Het Masterplan is totstandgekomen in een nauwe samenwerking tussen gemeente en publieke en private partijen. Het geeft invulling aan de beschreven doelen met voorstellen voor ruimtelijke en programmatische ingrepen in het Rijnbooggebied. Er wordt een visie gegeven op het functioneren van het gebied in de stad en er worden uitgewerkte voorstellen gedaan voor verbetering van de openbare ruimte, aanpassing van de infrastructuur en parkeren alsmede voor de realisatie van nieuwe bebouwing en functies. Tevens geeft het plan inzicht in de fasering en de financiële haalbaarheid van de voorstellen. Het Masterplan is daarmee een instrument om de transformatie van het Rijnbooggebied in goede banen te leiden. Dit betekent het volgende: • Het Masterplan geeft invulling aan het gemeentelijk beleid voor de vernieuwing van het Rijnbooggebied; Het Masterplan vormt de inhoudelijke basis voor afspraken tussen gemeente en private partijen over de uitvoering van het plan; Het Masterplan vormt de onderlegger voor nader ontwerp van het gebied, zowel voor de openbare ruimte als voor de gebouwen; De kaarten van het Masterplan verbeelden de ruimtelijke intenties voor de vernieuwing van het gebied zonder daarmee de exacte vorm voor te schrijven; De eerste fase van het Masterplan dient als basis voor het opstellen van plannen in het kader van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (voor die delen van het gebied die in deze fase worden aangepakt). Het plan heeft niet het karakter van een gedetailleerd stedenbouwkundig plan waarin nu tot in detail alles voor de toekomst van het gebied wordt vastgelegd. In het verlengde van het Masterplan zullen deeluitwerkingen worden gemaakt. Deze dienen te passen in de in het Masterplan geformuleerde intenties. Voorstellen die afwijken, ruimtelijk of programmatisch, worden derhalve beoordeeld op hun bijdrage aan de doelstellingen van het Masterplan. Daarmee biedt het Masterplan ruimte voor nieuwe inzichten, terwijl tegelijkertijd de ruimtelijke en programmatische intenties van het Masterplan overeind blijven. De uitwerkingen van het Masterplan zullen ook steeds aan het gemeentelijk beleid getoetst worden.

Moties en amendementen
Bij de vaststelling van het Masterplan zijn de volgende moties aangenomen door de Gemeenteraad. Deze moties zijn verwerkt in dit definitieve Masterplan en/of zullen bij de verdere uitwerking van het Masterplan worden meegenomen:

Theater in het Rijnbooggebied
De raad spreekt uit dat het gewenst is dat in het Rijnbooggebied een groot multifunctioneel theater annex congrescentrum wordt gerealiseerd mede ter vervanging van de huidige stadsschouwburg. De raad draagt het college op om actief en op korte termijn te onderzoeken of er markt- en andere partijen zijn die willen meewerken aan de totstandkoming en exploitatie van een dergelijke voorziening.

9

Verkeersafwikkeling rond de Nelson Mandelabrug
De raad gaat akkoord met het Masterplan en de wijzigingsnotitie mits het belang van een goede verkeersafwikkeling leidend is in het gebied van de Nelson Mandelabrug bij het vinden van een optimale oplossing voor de inrichting van de openbare ruimte en de verkeerssituatie.

Doorstroommanager
De raad draagt het college op ervoor te zorgen dat er op korte termijn binnen de huidige formatie een ‘doorstroommanager’ met vergaande bevoegdheden wordt aangesteld met als taak de uitvoering van de verschillende projecten zodanig op elkaar af te stemmen dat de overlast voor omwonenden, bezoekers en passanten in tijd en omvang minimaal is. Dit houdt tevens in dat de te nemen (verkeers)maatregelen worden afgestemd op het belang van Arnhem als geheel en niet alleen vanuit het belang van het project.

Hoogwaterkering
De raad draagt het college op om alle mogelijkheden te onderzoeken om voor een extreme situatie van hoogwater de kering toch in of nabij de Rijnkade te verwezenlijken en het resultaat van dit onderzoek tijdig aan de raad voor te leggen ter besluitvorming.

Werkgelegenheid
De raad draagt het college op om een werkgelegenheidsplan op te stellen waarin via een pakket gerichte maatregelen optimaal wordt geprofiteerd van het Rijnboogplan ten gunste van de regionale werkgelegenheid.

Polsstok
De raad voegt aan het besluit voor vaststelling van het Masterplan Rijnboog het volgende toe: Ermee in te stemmen dat voor de eerste fase de wet RO procedures worden opgestart Dit besluit vervalt indien de financiele uitvoerbaarheid van fase 1 niet kan worden aangetoond Het genoemde van toepassing te verklaren bij elke volgende fase.

Prioritering stedelijke plannen
De raad besluit de samenhang en de fasering van alle grootschalige en toekomstige projecten beter in beeld te brengen.

Risico’s
De raad draagt het college op om op korte termijn middels een nota aan te geven welke technische en financiële risico’s optreden gedurende de afzonderlijke fasen; welke technische en financiële risico’s er zijn na afloop van elke fase; wat de omvang is van de onderhoudskosten; en welke partij of partijen verantwoordelijk worden voor de financiële en technische risico’s.

2 PLANBESCHRIJVING

10

Masterplan als voorstel tot transformatie
Het voorstel tot transformatie van het Rijnbooggebied houdt in dat de buurten Coehoorn, Paradijs en Rijnkade deel gaan uitmaken van de binnenstad van Arnhem. De binnenstad wordt verbonden met de Rijn door duidelijk relaties tot stand te brengen die zowel in de openbare ruimte als in de bebouwde massa kwaliteit genereren, waardoor de stad in functioneel en sociaal opzicht groeit. Deze transformatie behelst een drastische verandering van de projectgebieden, gebieden die opvallend nieuw zijn. De gelegenheid doet zich voor een “nieuwheid” te scheppen die als brug zal fungeren tussen het oude en het nieuwe. Het Masterplan bestaat uit een aantal intenties en handelingsstrategieën die onderling met elkaar verband houden. Het Masterplan moet beschouwd worden als één geheel, want zonder de grote projecten zouden de puntsgewijze interventies zinloos zijn. Maar het is geen statisch geheel; het beoogt zowel flexibiliteit en variatie in de ontwikkeling van concrete oplossingen en details, als ook coherentie en continuïteit in de grootschalige operaties. Samenhang door variatie is de dualiteit waarin de sleutel van de stedelijke kwaliteit ligt besloten. Het Masterplan is ook een instrument voor besluitvorming. Haar fysieke vorm, vastgelegd in schetsen, tekeningen en volumes, concretiseert de ideeën en maakt het mogelijk te toetsen dat de ambitie verwezenlijkt kan worden. Het voorstel dient in zijn abstractie, in zijn intentie, gelezen te worden; het is niet de bedoeling dat het letterlijke oplossingen biedt en er worden evenmin definitieve architectonische vormen voorgesteld. In principe wordt een voorstel gedaan voor de inrichting en situering van de bebouwde massa (welke gebouwen worden gehandhaafd en welke worden vervangen), alsmede het gebruik ervan, en er worden aanwijzingen gegeven voor de thematiek van elk van de gebieden. Dit alles gebeurt op basis van een stelsel van nieuw te vormen openbare ruimten die, onderling verbonden, het nieuwe imago van dit gedeelte van de stad moeten vormen.

11

De haven als verbindingsschakel tussen historische kern en rivier

Masterplan

Wonen

Kantoren

Overig

Bestaande bebouwing

Studiegebied

Openbare ruimte

14

Openbare ruimte: horizontale en verticale assen
Het ruimtelijke concept van het Masterplan kan het best worden samengevat als een weefsel van voetgangersroutes die de delen van het projectgebied kruisen, en daarmee de functionele nabijheid van de stadsdelen waarborgen en de verschillende activiteiten met elkaar in contact brengen. De voetgangersconnecties zijn er niet enkel ten dienste van de wandeling van de bezoeker; zij zijn vooral een factor voor gebruiksdichtheid en een stimulans voor stedelijkheid. In het Masterplan worden twee nieuwe horizontale (oost-west) assen voorgesteld: tussen station en Kerkplein en de opwaardering van het waterfront. Deze verschillen qua karakter maar zijn wel complementair. De route Station - Kerkplein is één van de belangrijkste ingrepen van het plan. Het betreft een reeks opeenvolgende interventies (herinrichting, sloop, bouw) langs deze as, die de verbinding helder, gerieflijk en aantrekkelijk moeten maken, met een commercieel karakter als belangrijk element. Deze route is de eerste voorwaarde om van de totale binnenstad van Arnhem een daadwerkelijke eenheid als modern stadscentrum te kunnen maken. Parallel aan deze route wordt de tweede as gevormd door de opwaardering van het waterfront tot wandelpromenade en stadsfront, met woningen, winkels, restaurants, café´s en cultuurfuncties. Het betekent een uitbreiding van de schaal, voorbij de twee bruggen, die een landschapsbeeld zal bieden dat past bij de grote kwaliteitssprong die de stad voor ogen heeft.

15

16

De dwarsstructuur van de twee assen zou slechts schematisch zijn, indien deze niet gelijktijdig verrijkt wordt met vele ‘verticale’ routes (stad – rivier), die als zodanig een verbinding vormen tussen activiteiten en ontspanning, hooggelegen en laaggelegen terreinen, bestaande stadsruimte en nieuwe zones, dichtbevolkte gebieden en open landschap. De eerste en allerbelangrijkste verticale connectie is de haven die als verbindingsschakel tussen de historische kern en het water fungeert en waarop zich tevens, door haar robuuste constructie (als ruimte en als bebouwing), alle bewegingen tussen binnenstad en rivier oriënteren.

Ook de continuïteit van de Rodenburgstraat verzekert de doorzetting van de commerciële levendigheid van de Bakkerstraat en Weverstraat tot de rivier. De interne routes in het Molenkomgebied, dat een meer residentieel en rustig karakter kent, begeleiden met bomen en tuinen de continuïteit tussen de Oeverstraat en de Rijnkade. Het Marktplein wordt voorgesteld als een belangrijke verbindingsschakel. De routes in de oude kern en het gebied rond het stadhuis worden tot aan de rivier doorgetrokken, mogelijk met een oplossing die op haar oorspronkelijke niveau door de oude stadspoort heen gaat.

In het westen zal het gerenoveerde Nieuwe Plein een grote laan worden die vanaf het station naar het museum en de Rijnkade loopt. De vernieuwing van Coehoorn is zo gepland dat de helling van het terrein de richting aangeeft van de straten en wegen die vanaf de heuvel naar de rivier lopen. Diverse, in een waaier geformeerde, doorgangen waarborgen de opzet van het Masterplan, namelijk om vanuit de vorm van de openbare ruimte – in dit geval de wegen - de compactheid en de continuïteit in het stadscentrum in te richten.

Straatnamenkaart

Een heldere voetgangersroute van station naar Kerkplein
Het is essentieel om een heldere voetgangersverbinding te maken tussen het nieuwe station en het Kerkplein. De voetganger is hier de belangrijkste gebruiker. Er komt een verbinding die Coehoorn doorkruist en die met nieuwe bebouwing wordt versterkt. Deze route zal een nieuwe levendige straat in het centrum van de stad vormen. De busbaan noordelijk van de Nelson Mandelabrug splitst in de huidige situatie de ruimte van het Nieuwe Plein in tweeën; door de omvang en lengte van de constructie is enige vorm van relatie of benutting van deze ruimte onmogelijk. Het slopen van de constructie is één van de voornaamste interventies. Dat maakt het mogelijk om de verbinding van Coehoorn met de binnenstad en de Rijnkade tot stand te brengen en om het Nieuwe Plein te transformeren tot een brede, gelede promenade, begrensd door kantoorgebouwen en woontorens. Verder kan hiermee het oostelijke gedeelte van de Nelson Mandelabrug worden veranderd in stadsbalkon: een voetgangersgebied met paviljoens dat op een nieuwe manier uitzicht biedt op het waterfront van Arnhem.

17

Maquette Het Nieuwe Plein zonder busbrug

De Nieuwe Coehoornstraat vanaf station richting rivier

De Haven brengt nieuwe vitaliteit in het gebied
De Stad Arnhem, haar historische centrum en haar activiteitencentrum zijn met de rug naar de Rijn gesitueerd. Het gebied dat het doel van het project vormt, werkt momenteel als buffer tussen de rivier en de stad: de schaal en de kwaliteit van de bebouwing, het stratenpatroon en de gebruiksvormen zijn die van een perifere woonwijk. De aantrekkingskracht van het waterfront lijkt op dit moment niet voldoende om activiteitenstromen tussen de rivier en de historische stadskern op gang te brengen. De transformatie van dit gebied behoeft robuuste, constructieve elementen die nieuwe groeimogelijkheden bieden. Met de aanleg van een stadshaven van 40 bij 220 meter wordt nieuwe vitaliteit aan het gebied geschonken: door haar geometrie zijn verbindingen mogelijk, haar aanwezigheid rechtvaardigt een veelheid aan gebruiksvormen en functies die eigen zijn aan een stadscentrum. De haven zal het symbool zijn van de nauwe relatie tussen de rivier en het stadscentrum: een referentie voor het imago van Arnhem. Samengevat houdt de aanleg van de haven in: 1 De Rijn wordt naar het hart van de stad gebracht: het historische centrum moet de sfeer en de kenmerken uitademen die eigen zijn aan een rivieromgeving. 2 Verlengen/verdubbelen van het waterfront, de aantrekkingskracht van de kaden en de bijbehorende functies. 3 Genereren van culturele en commerciële functies die voor nieuwe activiteitenbronnen in de stad zorgen. De manier waarop de haven zichtbaar is, wisselt met de seizoenen. Meestal is het water tussen 8 en 10 meter boven NAP, waarmee de lage kades gebruikt kunnen worden (het peil van de lage kade varieert van 11,60 tot 10,50 m). De lage kade overstroomt jaarlijks een aantal keren, waarmee het beeld van de rivier en de haven drastisch verandert. Circa 35 dagen per jaar is er sprake van droogte. Het waterpeil zakt dan beneden 8,00 meter + NAP. De geometrie van de haven, trappen en hellingen zorgt ervoor dat het water vanuit veel plekken te zien is.

18

Sfeerbeeld van de haven

De westkant van de haven: samenspel van hellingen en hoogteverschillen

19

De oostkant van de haven: drijvende lage kade met lichte trapconstructies Haven (maquette)

De ontwerpen voor de oostelijke en westelijke havenmuren zijn verschillend. De oostzijde is als een vlakke muur gedacht, met een afwerking van hout, lichte trapconstructies en met een drijvende lage kade. De westzijde van de haven daarentegen is een samenspel van hellingen en hoogteverschillen die de muur een plastisch aanzien geven. De bebouwing maakt in het noordelijke deel van de haven deel uit van de kademuur: een gebouw met een arcade dat letterlijk in het water staat. De materialen versterken de volumetrische variatie aan de westzijde van de haven: steen, diverse betonen metaalafwerkingen. De perceptie van de haven wordt verder ondermeer bepaald door de volgende factoren:

De breedte van de haven. De haven is niet alleen lang maar ook breed; deze 40 m bieden het aanzicht van de haven perspectief en ruimte, ook wanneer het water op het laagste peil staat. De kademuren zijn bepalende elementen voor de perceptie van de haven. De variatie in het ontwerp van de muren en de kwaliteit van de afwerking zijn onontbeerlijke elementen in het toekomstige ontwerp van de haven. De haven is een ligplaats voor schepen; deze functie dient ten aanzien van alle aspecten versterkt te worden. Kijken naar de haven is kijken naar boten, ook vanaf plaatsen waar het water niet te zien is.

20

Kopenhagen 30 meter breed

Triëst 22 meter breed

Arnhem 40 meter breed

Rotterdam 50 meter breed

De overgang van de binnenstad naar het nieuwe gebied

21

Met de voorgestelde interventies aan de zuidzijde van de binnenstad wordt gezocht naar continuïteit. Continuïteit tussen de open ruimten en het stratenpatroon, tussen de pleinen en de gebouwen, tussen de gebouwen onderling. Aan de rand van de middeleeuwse stad krijgt dit aspect een zeer grote betekenis: Oude Oeverstraat en Kleine Oord vormen de overgang van de fijnmazigheid en de nauwe straatjes van de binnenstad naar de veel nieuwere gebouwen van het Rijnbooggebied. Dit gebied wordt omgevormd tot een mozaïek van pleinen en straten. De maten daarvan komen overeen met die in de binnenstad.

De gebouwen zijn echter nieuw en eigentijds. Daardoor worden oud en nieuw, nieuw met actueel, met elkaar verenigd. De gebouwen (kantoren en woningen met winkels op de begane grond) vormen de blokken van het mozaïek. Ertussen ontstaat een veelheid aan hoeken, zichtlijnen en openingen van pleintjes. De Oude Oeverstraat en Kleine Oord worden omgevormd tot een levendige straat, de Nieuwe Havenstraat, die een onderdeel is van de voetgangersas tussen het station en het Kerkplein.

De gebouwen presenteren zich als betrekkelijk gesloten stadsblokken van ondoorzichtig, stenig materiaal. De rooilijn van de onderste verdiepingen is verplicht om continuïteit te verkrijgen. Op de hogere verdiepingen wordt gestreefd naar heldere vormen, duidelijkheid in de volumes en een zekere puurheid in de uitwerking, zonder balkons aan de straatzijde. Dit levert een contrast met de begane grond, die een meer transparant en publiek karakter heeft.

De Weerdjesstraat als stadsruimte

22

Weerdjesstraat (maquette)

De Weerdjesstraat vormt de wegverbinding tussen west en oost, een doorgaande diagonale lijn die langs de rivier loopt, vanaf het einde van het Nieuwe Plein tot het Prinsenhofgebied. Op dit moment is het een straat zonder veel verblijfskwaliteit, sterk gericht op het autoverkeer. Ze vormt tevens een visuele en fysieke barrière voor de voetgangers tussen het aan het historische centrum grenzende noordelijke gebied en het waterfront van de Rijn. De herstructurering van de weg beoogt de Weerdjesstraat te verbinden met het Singelcircuit, waarmee de Weerdjesstraat onderdeel van de centrumring wordt. Met de herinrichting zal het karakter van de weg veranderen. De Weerdjesstraat wordt herhaaldelijk gekruist door de routes die van de stad naar de rivier lopen. De voetgangersroutes worden veel meer gelijk-

waardig met het belang van de doorstroom van auto’s. Het nieuwe straatprofiel is zachter en rijkelijk voorzien van bomen, met een groenstrook van 5 meter tussen fietspad en straat. Er is een (bus) baan in oost-westelijke richting en twee rijstroken (auto’s en bussen) in westoostelijke richting geprojecteerd, die de hoofdweg van de ring vormt. Ter plaatse van de haven versmalt het profiel zich enigszins. De nieuwe Sabelspassage is een belangrijke dwarsverbinding die wordt geïntroduceerd. De passage loopt vanaf het marktplein, via de oude poort van de stad en onder de Weerdjesstraat door, tot aan de lage kade van de rivieroever. Het gaat hierbij om een dwarselement dat, net als de haven maar op veel kleinere schaal, de rivier met de stad verbindt.

Vernieuwing van het Waterfront

Uitwerkingsschets openbare ruimte Rijnkade

De kwaliteit van de openbare ruimte vormt de basis, het raamwerk voor de stedelijke kwaliteit. Het huidige waterfront heeft nu al een grote aantrekkingskracht als wandel- en verblijfsgebied, hoewel het gescheiden is van het stadscentrum. Het is belangrijk de verbindingen en toegangsmogelijkheden te verbeteren; het is echter eveneens van belang de kwaliteit van de openbare ruimte van de Rijnkade te verbeteren. Op dit moment is het hoge gedeelte van de rivierkade smal en in zones verdeeld met obstakels die wandelen of zitten onaantrekkelijk maken. Voorgesteld wordt het weggedeelte tot een minimum te reduceren, alleen woonverkeer toe te laten en een brede wandelstrook te creëren. Ook de ruimte voor de caféterrassen wordt vergroot in de vorm van grote platforms die boven de lage kade hangen. Op deze platforms kan een aantal glazen paviljoens worden geplaatst.

23

Sfeerbeeld toekomstige Rijnkade

Aanzicht Rijnkade

Nelson Mandelabrug

Haven

Provinciehuis

De nieuwe identiteit van het Paradijsgebied
In de afgelopen jaren zijn er diverse plannen gemaakt voor de herstructurering en verbetering van het Paradijsgebied. Ook in het Masterplan Rijnboog krijgt dit gebied een grote betekenis: de aanleg van de haven is essentieel in de transformatie van het gebied tot een nieuw centrum: een mengeling van cultuur en vermaak, van wonen en bedrijvigheid in het hart van Arnhem, vlak bij de Eusebiuskerk. De haven wordt in en ten oosten van de Nieuwstraat gesitueerd. De huidige gebouwen aan deze straat (historische bouwwerken) vormen het westfront van de haven. Aan de oostzijde van de haven is een nieuw gebouw geprojecteerd in de vorm van een grote havenhangar, met twee lagen publieksfuncties en met woningen op de bovenste verdiepingen. In het gebouw komen onder andere de nieuwe bibliotheek, het archief en onderwijsvoorzieningen, mogelijk aangevuld met commerciële voorzieningen als een boekhandel (de Info-boulevard). Het gebouw heeft een uitgesproken openbaar karakter: de straten en routes van de oude stadskern lopen door tot in het hart van het gebouw. De ‘kop’ van het complex aan de kant van het Kerkplein reduceert de afmetingen van het Kerkplein en ensceneert verrassende uitzichten op de haven. Achter het havengebouw zijn een winkelcentrum geprojecteerd, een bioscoop met meerdere zalen en woningen. Daarnaast is er ruimte voor commerciële functies die naar het centrum van de stad willen verhuizen. Het winkelcentrum zal over een voetgangersweg, de Rodenburgstraat, beschikken die het Kerkplein met het waterfront verbindt, alsmede over een doorgang naar de Markt.

24

Kerkplein en markt (maquette)

Doorkijk van het kerkplein naar de haven

Sfeerbeeld promenade Nelson Mandelabrug

De transformatie van de krul en de Nelson Mandelabrug
Een andere intentie van het Masterplan is de krul van de Nelson Mandelabrug te handhaven. Dit buitenproportionele element maakt deel uit van het erfgoed van Arnhem; het is een absurd doch tegelijkertijd eenmalig en uniek object; én haar aanwezigheid is zeer belangrijk. Voorgesteld wordt de brug te herinterpreteren in overeenstemming met de toekomstige behoeften, waarbij het snelverkeer niet de hoogste prioriteit heeft. De vereenvoudiging van de knoop wordt tot stand gebracht door de sloop van een deel van het viaduct over het
Roermondsplein (maquette)

Nieuwe Plein en daarentegen de krul te handhaven en te veranderen in een oplopende laan voor gemengd verkeer, met voor conventioneel gebruik bestemde bebouwing (kantoren, woningen, recreatie- en culturele voorzieningen). Het Cultuur en Entertainment Center (CEC) zou dan onder het hooggelegen deel van de krul worden gesitueerd, terwijl een gebouw met een belangrijke publieke functie, bijvoorbeeld een museum of schouwburg, aan de rivierkant wordt verweven met de structuur van de brug. De civiele techniek en de architectuur zouden het eigentijdse karakter van de stad moeten uitdrukken, waarin de coëxistentie van onderling samenhangende vormen de complexiteit van de stadsfuncties weerspiegelt. Onder de krulstructuur, en in het snijpunt van het Nieuwe Plein – Roermondsplein, symboliseert een grote rotonde met daaronder een ondergrondse, deels open parkeervoorziening, de relaties met de omliggende stadsdelen.

25

Dwarsdoorsnede over krul en Nelson Mandelabrug Zicht vanuit de Oude Kraan richting binnenstad Perspectief op de Rijnkade vanaf het water

Het Nieuwe Coehoorn: de Citadel en Coehoorn-Zuid
De wijk Coehoorn ontstond aan het einde van de 19de eeuw, na de bouw van het oude station. Door de nabijheid van het station zijn hier traditioneel veel ateliers en kleine bedrijfjes gevestigd. Met de realisatie van het nieuwe station Arnhem Centraal, gaat het Masterplan uit van een noodzaak dit gebied te moderniseren en te verdichten tot een geschikte plaats voor hoogwaardige kantoren, een nieuw World Trade Center, in combinatie met stadswoningen en dienstverlening. Het karakter is dat van een citadel: een intensief en compact stedelijk gebied met een eigen identiteit. Het nieuwe Coehoorn kenmerkt zich door: • Een waaiervormige structuur van relatief smalle straten naar het historische centrum en de rivier, waardoor de relatie tussen het station en deze twee elementen versterkt wordt. Met deze structuur is gekozen voor compactheid en een hoog aandeel bebouwd oppervlak. • De nieuwe gebouwen bestaan uit blokken, rond patio’s en semi-binnenpleinen gegroepeerd, die de glooiing van het terrein volgen. De dichtheid van de bebouwing is hoog en omvat woon-, kantoor- en dienstverleningsfuncties: getracht wordt een moderne omgeving voor stedelijk werken en wonen te creëren.

26

Nieuwe Coehoorn (maquette) Informele route binnenhoven (referentie) Binnentuinen (maquette) Suggestie binnentuinen

Impressie vanaf Nelson Mandelabrug

Sfeerbeeld patio’s en binnenhoven

Hoogbouw in groen (referentie)

27 • • Er wordt een weefsel van secundaire routes gevormd dat het stratenstelsel aanvult. De niveauverschillen van het terrein worden benut voor de bouw van de noodzakelijke parkeergarages onder de gebouwen en patio’s. De begane grond van een deel van de gebouwen is bestemd voor dienstverlening, kleine bedrijfjes of openbare en commerciële functies. In het bijzonder de nieuwe Coehoornstraat krijgt een uitgesproken commercieel karakter als onderdeel van de voetgangersas van het station naar het Kerkplein. Het gebied ten zuiden van de Oude Kraan heeft een goede ligging in de stad. Dicht bij de oude stadskern en het station, profiteert het tevens van de nabijheid van de Rijn: het is één van de groene rivieroevers binnen Arnhem. Momenteel wordt de ruimte hier volledig beheerst door de grote constructie van de Nelson Mandelabrug en haar op- en afritten. De rivieroevers worden vrijwel onbereikbaar en het gebruik ervan wordt belemmerd. Een ingrijpende transformatie van CoehoornZuid wordt voorgesteld: versterking en uitbreiding van het groene karakter door middel van een stadspark met losstaande woontorens. De brugstructuur wordt in het park geïntegreerd en loopt via heuveltjes omhoog totdat het bestaande niveauverschil is overbrugd. De stadstuin die zo ontstaat is tevens de long van het noordelijke deel van Coehoorn, waarvan de straten in het park uitmonden. Aan de rand van het nieuwe Coehoornpark worden drie woontorens geprojecteerd, die door hun vorm en situering de stedelijke structuur van CoehoornNoord completeren.

Langsdoorsnede over de Oude Kraan richting rivier

Tussen station en rivier
De tweede grote ingreep is het creëren van een nieuwe samenhang tussen station en rivier. De huidige ruimte van het Nieuwe Plein wordt door de sloop van de bus-fietsbrug naar het Willemsplein, getransformeerd tot een groene boulevard met uitzicht op en toegang tot de rivier. In het oosten begrensd door het oude centrum en in het westen door de gevel van de nieuwe bebouwing in Coehoorn, krijgt deze ruimte de kenmerken van een moderne stad. Hoge woon- en kantoortorens gaan met elkaar in dialoog en vormen de grote ruimte van de boulevard en de rotonde van het Roermondsplein. De rotonde wordt een belangrijke verkeersverdeler. In het midden ervan is een verzonken plein dat voor de voetganger en fietser de verbinding vormt met Coehoorn-Noord, de publieksfunctie aan de rivier, het entertainmentcenter en de historische kern. Vanaf dit verzonken plein komt men bij de voorzijde van de ondergrondse parking die gedeeltelijk onder de rotonde en het Nieuwe Plein ligt. De in- en uitritten van de parkeergarage zijn eveneens in de rotonde geïntegreerd. Zowel de nieuwe boulevard Nieuwe Plein als de grote rotonde van het Roermondsplein hebben een uitgesproken groen karakter dat in westelijke richting doorloopt naar het park in CoehoornZuid. De voorgestelde interventie versterkt de reeds bestaande groene strook van de Singel, biedt continuïteit en betrekt het gebied bij het centrum van de stad.

28

Uitwerking parkeergarage en midden plein rotonde

Voorstel voor samenhang tussen rivieroever en singelstructuur

Doorsnede van rivier tot station

Bouwhoogte
De meeste nieuwe stadsblokken krijgen een bouwhoogte van 4-6 lagen, waarmee aansluiting wordt gezocht bij de hoogte van de binnenstad. Enkele markante stadsruimtes, waaronder de haven, het Nieuwe Plein en het Coehoornpark worden geflankeerd door hogere bebouwing in de vorm van torens. Daarmee krijgen zij een maat en schaal die aansluit bij het karakter van de openbare ruimte. De maximale bouwhoogte van deze torens varieert van 8 tot 20 verdiepingen, afhankelijk van de locatie. De op de kaart aangegeven bouwhoogte is een indicatie van de bouwhoogte; binnen elk complex kan daarbij worden gevarieerd. 29

Bouwhoogte

1-3 verdiepingen

4-6 verdiepingen

7-10 verdiepingen

11-15 verdiepingen

16-20 verdiepingen

Er wordt een nieuwe looproute gerealiseerd vanaf het

Toekomstbeeld

station naar het Kerkplein. Deze route loopt via de Nieuwe Coehoornstraat en de Nieuwe Havenstraat. Om deze route goed mogelijk te maken wordt de busbrug afgebroken.

Bij de vernieuwing van Coehoorn worden

30

twee nieuwe straten gemaakt tussen de Utrechtsestraat en de Oude Kraan. Daarmee wordt het hoogteverschil geaccentueerd. Een deel van de bestaande bebouwing wordt vervangen. Er worden woningen en kantoren toegevoegd. De vernieuwing van de bebouwing begint in het oostelijke deel, waar kantoren en woningen worden toegevoegd. Naar verwachting komt hier ook het WTC Arnhem-Nijmegen.

Ten zuiden van de Oude Kraan komen drie nieuwe woontorens met een hoogte van 16-20 lagen. Tussen de bebouwing en de rivier komt een nieuw stadspark, dat de schakel vormt tussen de groene rivieroever en de singels.

De verkeersstructuur van het Roermondsplein wordt sterk gewijzigd. Al het verkeer (inclusief bussen en fietsers) maken gebruik van de krul, die uitkomt op een rotonde. Rondom de krul wordt een omvangrijk cultureel vrijetijdsprogramma gerealiseerd, waardoor deze plek een belangrijke bestemming in de stad zal worden. Er komen hier ook enkele woon- en kantoortorens. Een deel van de brug wordt getransformeerd tot voetgangersgebied. Er komt een voetgangersroute vanaf de Utrechtsestraat via de krul naar de Rijnkade en de Nelson Mandelabrug.

Het gedeelte tussen de binnenstad en de Weerdjesstraat wordt vernieuwd. Er komen nieuwe stadsblokken en er ontstaat een mozaïek van straten en pleintjes dat de verbinding met de binnenstad vorm geeft. De Weerdjesstraat wordt zodanig ingericht dat het autoverkeer minder dominant is en de barrière wordt verminderd.

Het Kerkplein en de Markt worden opnieuw ingericht. Aan de westzijde van het Kerkplein komt een nieuw gebouw. Het Kerkplein wordt hierdoor verkleind en spannende doorkijken naar de haven worden geënsceneerd. De Markt wordt autoluw en er komt een nieuwe passage vanaf de Markt via de Sabelspoort onder de Weerdjesstraat naar de lage kade. Met deze ingreep ontstaat vanaf de Markt zicht op de rivier.

31

De vernieuwing van Prinsenhof wordt in een later stadium uitgewerkt. Daarbij is uitgangspunt dat het niet alleen werkgebied blijft. Er komen ook woningen en wellicht andere voorzieningen.

De Rijnkade wordt van oost tot west opnieuw ingericht. Daarbij wordt meer ruimte voor voetgangers gemaakt. In het centrale deel komt een aantal platforms die dienen als verbreding van de hoge kade. Op deze platforms kunnen ook horeca-paviljoens komen. Het oostelijke en westelijke deel krijgen een meer groen karakter.

De haven, op de plaats van de huidige Nieuwstraat, is een van de grote ingrepen in de openbare ruimte. De rivier en de binnenstad worden hier met elkaar verbonden. Rondom de haven wordt gewoond, gewerkt en er zijn culturele functies en winkels te vinden. Het Havenkwartier omvat de bebouwing tussen de haven en de Markt. Er komen winkels, een bioscoopcomplex, Info-boulevard, een hotel, kantoren en woningen.

3 PROGRAMMA

Nieuwbouwprogramma
32
Waaronder

390.000 m2 bruto vloeroppervlak 200.000 m2 90.000 m2 35.000 m2 65.000 m2 1200 woningen kantoor detailhandel & dienstverlening voorzieningen (cultuur, horeca, ontspanning) herinrichting + toevoeging

Nieuw openbaar gebied Te vervangen
Waaronder

200.000 m2 125.000 m2 bruto vloeroppervlak

circa 500 woningen

Toevoegen van belangrijke functies aan de stad Arnhem

Overzicht
Met de transformatie van het Rijnbooggebied worden belangrijke functies aan de stad Arnhem toegevoegd. De voornaamste ingrediënten zijn nieuwe vormen van binnenstedelijk wonen en een aantrekkelijk vestigingsmilieu voor kantoren en winkels met een keur aan stedelijke functies op het gebied van cultuur en vrije tijd. Het nieuwbouwprogramma omvat ruim 390.000 m2, waarvan circa 26.000 m2 in het studiegebied Prinsenhof. Het bestaat voor ongeveer 50% uit woningen, 25% kantoren en 25% voorzieningen (zowel commercieel als maatschappelijk en cultureel). Ongeveer de helft van de nieuwbouw komt in het Coehoorngebied (inclusief Roermondsplein en omgeving); de andere helft in het gedeelte ten zuiden van de huidige binnenstad. Daarmee wordt een evenwichtig bouwprogramma voorgesteld. Het plan omvat verder een omvangrijke vernieuwing van de openbare ruimte. In totaal wordt 20 ha. openbare ruimte toegevoegd of opnieuw ingericht.

Voorzieningen
Er komt ruim 30.000 m2 aan nieuwe winkels bij in het plangebied waarvan circa 23.000 m2 grootschalige winkels. Daarnaast komen er in het Havenkwartier een infoboulevard (circa 13.000 m2) en een groot bioscoopcomplex. Het tweede belangrijke cluster met voorzieningen bevindt zich rond het Roermondsplein en de krul. Hier komen het CEC (Cultural Entertainment Centre), een museum, een sport-/ fitnesscentrum en andere ondersteunende functies. Verspreid door het gebied komen verder horeca, kleinschalige winkels en commerciële en nietcommerciële voorzieningen. Er zal worden onderzocht of er markt- en andere partijen zijn die willen meewerken aan een groot multifunctioneel theater annex congrescentrum, mede ter vervanging van de huidige stadsschouwburg. Indien dit programma realistisch blijkt, dan zal het in de uitwerking van het Masterplan worden meegenomen.

toekomst en de toekomstige beheerssituatie. Uitgangspunt daarbij is dat er geen onrendabele top ten laste van de grondexploitatie wordt gebracht. Verder worden er in en onder veel van de nieuw te realiseren gebouwen parkeergarages gerealiseerd. Daarbij gaat het in totaal om een kleine 1.600 plaatsen. Tot slot wordt ervan uitgegaan dat er op straat (inclusief Rijnkade) ruimte blijft voor zo’n 350 parkeerplaatsen.

Afstemming
Het programma is wat betreft functie en tijd afgestemd op de overige functies binnen Arnhem en de lopende vernieuwingsprojecten. Projecten die in de afweging zijn meegenomen zijn onder andere Arnhem-Centraal, Weverstraat, Musiskwartier, Centrum-Oost, Schuytgraaf en Business Park Arnhem. 33

Haalbaarheid
De haalbaarheid van het programma is getoetst aan kansen die de markt voor kantoren, wonen en winkelen in Arnhem biedt. Over het geheel genomen is het beeld gunstig; de marktvraag voor wonen en werken is aanzienlijk groter dan het programma dat in dit gebied gerealiseerd kan worden. Wel stelt de markt eisen aan de invulling. Uit de marktverkenningen blijkt met name dat een forse kwaliteitsimpuls nodig is om het gebied een nieuw imago te geven. Om dit te realiseren wordt een aanzienlijk deel van de bestaande bebouwing in het gebied vervangen. Bovendien wordt hiermee de dichtheid fors opgevoerd, waardoor draagvlak voor de nieuwe voorzieningen wordt verkregen. Met name in de latere fasen van het project kan het programma indien nodig worden bijgesteld aan de marktontwikkeling. Zo is het tot op zekere hoogte mogelijk om functies onderling uit te wisselen (wonen voor kantoren of andersom) en om projecten voor te trekken of uit te stellen. Dat maakt het mogelijk om in te spelen op conjuncturele ontwikkelingen.

Wonen
In het gebied staan momenteel circa 1.230 woningen, waarvan circa 560 in de categorie sociale woningbouw. In het Masterplan worden circa 500 woningen gesloopt, waarvan 250 sociale huurwoningen. Er worden circa 1.200 nieuwe woningen gebouwd, waarmee het totaal op ruim 1.900 woningen komt. Onderdeel van de nieuwbouw is het realiseren van 250 woningen in de sociale huursector. Daarnaast worden circa 950 woningen in het midden- en hogere segment gerealiseerd (zowel huur als koop). In de eindsituatie valt 30% van de totale woningvoorraad binnen het plangebied in de categorie sociale huur.

Werken
Het totale kantorenprogramma omvat zo’n 90.000 m2, vooral in het hogere prijssegment. De kantoren komen vooral in Coehoorn en in de omgeving van het Nieuwe Plein.

Parkeren
Er komen drie nieuwe openbare parkeergarages in het gebied met naar verwachting 1700 parkeerplaatsen: Nieuwe Plein (mogelijk tot 700 plaatsen), Havenkwartier (tot 1.000 plaatsen) en Markt (omvang nader te bepalen). In een nadere studie wordt de capaciteit nader gepreciseerd aan de hand van de bezettingsgraad, de positie van de parkeergarage Langstraat in de

Extra stadswoningen voor een heterogene binnenstad
Met de realisatie van het Masterplan worden circa 1.200 nieuwe woningen gerealiseerd; wat per saldo leidt tot een toename met circa 700 woningen. Daarmee wordt aanbod gecreëerd voor een belangrijke vraag in de woningmarkt, namelijk die naar binnenstedelijke woningen. Er is een toenemende groep mensen die zich aangesproken voelt door een dergelijk woonmilieu, waarbij de nabijheid van voorzieningen, de bereikbaarheid per openbaar vervoer en de levendigheid van de stad de belangrijkste aantrekkingsfactoren vormen. Er worden relatief veel dure en middeldure woningen aan het aanbod toegevoegd. Het aantal sociale woningen blijft gelijk, maar het aandeel ten opzichte van het totaal neemt af. Met dit zogenaamde spiegelbeeldig bouwen wordt de bevolking van de binnenstad heterogener, en kunnen ook hogere inkomens aan de binnenstad worden gebonden. Bij de invulling van het woningbouwprogramma zal worden ingespeeld op trends en ontwikkelingen in de woningmarkt. Er wordt gedacht aan woningen waarbij diensten op het gebied van veiligheid, comfort en zorg worden meegeleverd. Daarnaar is veel vraag, zowel bij de groeiende groep ouderen als bij jonge en middelbare ‘urban professionals’. Ook op andere trends zal worden ingespeeld. Zo is er veel vraag naar interne flexibiliteit en meervoudige bruikbaarheid van woningen, waardoor het mogelijk wordt om (deels) thuis te werken. Dit vereist woningen die net een slagje groter zijn dan strikt noodzakelijk, en een stedelijke omgeving waarin ondersteunende dienstverlening voorhanden is. Het te realiseren woningbouwprogramma biedt ook de kans om specifieke woonconcepten aan te bieden die momenteel in Arnhem nog nauwelijks aanwezig zijn. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan shortstayconcepten, woon-werkwoningen, gemeubileerde businessappartementen en lofts. Al met al zal in Rijnboog een grote verscheidenheid aan woningen worden aangeboden. Daarmee wordt recht gedaan aan de toenemende diversiteit in de vraag naar stedelijke woningen. Uitgangspunt is dat in alle delen van Rijnboog wordt gewoond. Bovendien zal het wonen zichtbaar aanwezig zijn. Dat draagt bij aan de levendigheid van het gebied, aan sociale veiligheid en aan de diversiteit van het gebruik van de openbare ruimte.

34

Hoogwaardige kantoren en werkgelegenheid
De nabijheid van station en binnenstad levert veel mogelijkheden op voor de realisatie van nieuwe kantoren. Rijnboog is samen met Arnhem-Centraal een van de beste kantoorlocaties van Oost-Nederland. Met de realisatie van Rijnboog wordt een impuls gegeven aan de stedelijke economie. Er wordt ingezet op een ander type kantoren dan bij Arnhem-Centraal. De nadruk ligt vooral op kleine en middelgrote gebouwen, individuele kantoren met een eigen gezicht. Deze kantoren kunnen profiteren van de nabijheid van andere stedelijke functies. Ondersteunende faciliteiten krijgen vanzelfsprekend een plaats in het gebied. Functies als trainingscentra, vergaderaccommodaties, servicecentra en lunchgelegenheden horen bij het werken in een centrum-stedelijke omgeving. Zij bepalen er mede de kwaliteit van. De gebouwen zelf worden geschikt voor allerlei verschillende manieren van werken. Zij worden deels zo gemaakt dat zij zich zowel lenen voor grote atelierachtige functies, als voor meer klassieke kantoren. Dit maakt ze geschikt voor de toekomst. Die flexibiliteit kan op sommige plekken zo ver gaan, dat kantoren op termijn kunnen worden getransformeerd tot woningen. De manier waarop het kantoorprogramma wordt ingevuld hangt mede af van de conjunctuur en de manier waarop de vraag zich ontwikkelt. De programmering is zodanig dat kan worden ingespeeld op veranderingen, onder andere ook in relatie tot de mogelijke verplaatsing van functies van elders in Arnhem. Ook de overige functies bieden veel werk. De detailhandel, de cultuurfuncties en de horeca zullen belangrijke werkgevers zijn. Daarnaast zorgen deze functies ervoor dat Arnhem een aantrekkelijke vestigingsplaats voor bedrijven en kantoren blijft. In totaal wordt ingeschat dat Rijnboog ten minste 4.500 structurele banen zal opleveren voor de stad. De beoogde realisatie van het WTC ArnhemNijmegen draagt bij aan de verdere ontwikkeling van werkfuncties in het gebied en in de binnenstad. Er wordt ingezet op de realisatie van het WTC in Coehoorn alsmede het opzetten van een WTC-Business Club.

35

Individuele kantoren met een eigen gezicht

Versterking van het winkelaanbod en de horeca
Arnhem heeft behoefte aan (middel-)grote winkels (vanaf circa 1.000 m2), die in de binnenstad zelf maar moeilijk in te passen zijn. Het plangebied leent zich daar uitstekend voor. Daarmee wordt de regionale positie van de binnenstad versterkt en de toekomst van de binnenstad zeker gesteld. De nadruk ligt op het ruimte bieden aan een nieuwe generatie winkels, waarbij het winkelen steeds meer aan andere functies wordt gekoppeld: bijvoorbeeld een museumwinkel, een klimwand en fitnesshal in de sportwinkel, en een leescafé in de boekwinkel annex bibliotheek. De nieuwe winkels worden geconcentreerd rond het Havenkwartier, waar de aansluiting op het kernwinkelgebied het sterkst is. Daarnaast komt er gespreid door het gebied ruimte voor ondersteunende winkelfuncties en wordt er winkelruimte gekoppeld aan het Cultuur en Entertainment Center (CEC) in Coehoorn-Zuid. Het Masterplan creëert verder aantrekkelijke plekken voor horeca, waaronder de restaurants en cafés op de Rijnkade en aan de haven, waar tevens een hotel komt. Op de Rijnkade worden de bestemmingsmogelijkheden verruimd zodat zich nieuwe horeca kan ontwikkelen.

36

In het gebied komt ruimte voor een nieuwe generatie winkels

Meer ruimte voor cultuur en vrije tijd
Cultuur is één van de speerpunten in het Arnhemse beleid. De culturele functie van Arnhem is een van haar belangrijkste regionale functies; zij bindt het publiek aan de stad en is in belangrijke mate bepalend voor de identiteit van de Arnhemse binnenstad. Voorgesteld wordt om in het Rijnbooggebied een dusdanig sterke combinatie van culturele functies te realiseren dat daarmee een krachtige impuls wordt gegeven aan de versterking van het culturele concept van de binnenstad. Dat moet de aantrekkingskracht voor een regionaal publiek vergroten en de positie van Arnhem als regionale cultuurstad versterken. Ook bestaande functies als het Oostpooltheater, het Centrum voor Beeldende Kunst en het Filmhuis spelen hierin een rol. Er wordt voorgesteld om uit te gaan van een geïntegreerde ontwikkeling van cultuur, horeca, uitgaan en vermaak. Dat speelt in op recente ontwikkelingen, waarbij de combinatie van belevingen steeds meer centraal komt te staan, en de plekken waar men zijn vrije tijd doorbrengt steeds multifunctioneler worden. Het culturele programma krijgt op twee plaatsen gestalte: rondom de krul van de Nelson Mandelabrug en bij de nieuw te realiseren haven. Bij de Nelson Mandelabrug komt een bijzonder publiek gebouw (mogelijk een museum of theater) en een Cultuur en Entertainment Centre (CEC), terwijl rond de haven de nadruk bij het thema informatie wordt gelegd. Hier komt de zogeheten infoboulevard; de plek waar het publiek alles vindt dat met informatie te maken heeft. Te denken valt aan een combinatie van onder meer de bibliotheek, de volksuniversiteit en bijvoorbeeld boek- en muziekwinkels. Mocht deze combinatie van functies niet mogelijk blijken, dan kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een grote boekhandel met mediacluster (Donner-Rotterdam, FNAC) of een andere op informatie gerichte winkelformule. Op beide locaties worden de culturele programma’s gecombineerd met horeca, winkels, wonen en werken. In het Havenkwartier komt verder een bioscoopcomplex. Alles bij elkaar ontstaan stedelijke milieus met een grote dynamiek en aantrekkingskracht, die complementair zijn aan de binnenstad en ieder hun eigen karakter hebben. Voor de verdere invulling van het programma zijn tal van mogelijkheden. Voor het CEC wordt nu gedacht aan een aantal aan de Kunstacademie gelieerde broedplaatsfuncties, ruimte voor (pop)concerten, tijdelijke exposities etc. in combinatie met mengvormen tussen cultuur en commercie, waaronder themawinkels, een fitnesscentrum en initiatieven op het gebied van ‘family entertainment’. De programma’s op het gebied van cultuur en vrije tijd hebben een belangrijke symbolische betekenis; zij maken de vernieuwing van Arnhem en het Rijnbooggebied zichtbaar. Daar horen gebouwen en stadsplekken bij met een bijzondere uitstraling en aantrekkingskracht. Bij de nadere uitwerking van het Masterplan zullen deze functies en hun gebouwen dan ook bijzondere aandacht krijgen.

4 VERKEER

38

Er komen openbare en particuliere parkeergarages

Perspectief

De manier waarop het Rijnbooggebied nu wordt ervaren, wordt sterk bepaald door de auto. Rondom het Roermondsplein en op de Weerdjesstraat is het doorgaande verkeer beeldbepalend, en op andere plaatsen is de grote hoeveelheid op straat geparkeerde auto’s dominant. Dat beeld moet worden aangepast zodat het gebied meer kan functioneren als deel van de binnenstad. Er moet meer ruimte voor de voetganger komen, onder andere om goede en aangename routes tussen station en binnenstad te realiseren. Verder moet het gebied van een doorgangsplek tot een bestemmingsplek worden. Tegelijkertijd moet de bereikbaarheid per openbaar vervoer goed blijven, en moet ook de fietser heldere routes en een duidelijke oriëntatie worden geboden. Het Masterplan probeert hierin een evenwicht te vinden. De doorgaande wegen worden getransformeerd van autoweg naar stadsstraat. Dat geldt voor de Weerdjesstraat, maar ook voor de krul van de Nelson Mandelabrug. De verkeersstructuur van het Roermondsplein wordt ingrijpend aangepast, waardoor de hoeveelheid asfalt afneemt

en het groen en de langzaam -verkeersstructuur kunnen worden verbeterd. Voor het autoverkeer ontstaat een veel overzichtelijker situatie en de Nelson Mandelabrug gaat ter hoogte van de Rijnkade als ‘stadspoort’ fungeren. Er komen openbare en particuliere parkeergarages waardoor de hoeveelheid ‘blik op straat’ drastisch wordt verminderd. Dat maakt het mogelijk om voetgangersroutes te verbeteren en een aantal nieuwe routes en verblijfsruimtes toe te voegen. Op termijn moet een groot deel van het doorgaande verkeer buiten de singelstructuur afgewikkeld worden. Daarmee ontstaat in en bij de binnenstad voldoende verkeerscapaciteit om de toekomstige groei op te kunnen nemen. Een eerste stap hierin is de uitwerking van het plan “Omsingeling Doorbroken”, een aanpassing van de verkeersstructuur waarbij de hoofdroute rond de binnenstad beter wordt benut door gebruik te maken van de buitenrand van de Singels plus de Weerdjesstraat ‘tegen de klok in’. In het Collegeakkoord 2002-2006 is daarnaast opgenomen dat er gestudeerd zal worden op de verkeersafwikkeling elders in de stad.

Uitwerking
Hoofdroute autoverkeer
De ring rond de binnenstad loopt via de singels, Nieuwe Plein, Roermondsplein en Weerdjesstraat. Deze route - tegen de klok in - is de hoofdontsluiting van de binnenstad. In de andere richting - met de klok mee - is op sommige plekken bestemmingsverkeer mogelijk. De ring sluit aan op de radiale straten die de binnenstad met de rest van de stad verbinden. Aan de westzijde van het plangebied zijn dat de Utrechtsestraat en de Oude Kraan richting Oosterbeek en de Nelson Mandelabrug richting Arnhem-Zuid. Aan de oostzijde van het plangebied sluit de Weerdjesstraat aan op de Oranjewachtstraat. De manier waarop de route aansluit op de singels en het Airborneplein, vereist nader onderzoek en afstemming met de planontwikkeling van Centrum-Oost. De belangrijkste ingreep in deze hoofdstructuur is de wijziging van het Roermondsplein. Er komt een grote rotonde waarop wegen uit alle richtingen aansluiten. Ook de krul van de Nelson Mandelabrug wordt op deze structuur aangesloten. De Weerdjesstraat wordt voor auto’s alleen toegankelijk van west naar oost, behoudens wellicht enkele lokale routes.

Bestemmingsverkeer
Het gebied ten noorden van de Weerdjesstraat gaat deel uitmaken van het binnenstadsregime. Behoudens laden en lossen en de toegang tot inpandige parkeergarages is autoverkeer hier niet toegestaan. Tussen de Weerdjesstraat en de Rijn is alleen bestemmingsverkeer toegestaan. Dat geldt ook voor de lage kade aan de rivier. In Coehoorn wordt in de nieuwe Coehoornstraat alleen langzaam verkeer toegelaten. De overige noord-zuidstraten in dit gebied zijn toegankelijk voor bestemmingsverkeer. De straten sluiten aan de zuidzijde aan op de Oude Kraan, van waaruit ook de nieuw te realiseren woontorens in het zuidelijke deel worden ontsloten.

Weerdjesstraat; die onder het Roermondsplein vanaf de rotonde en de parkeergarage onder de Markt vanaf de Walburgstraat. Verder komt er in het gebied een aantal kleinere parkeergarages die worden gekoppeld aan de bouwprojecten. Deze worden ontsloten vanuit de straten voor bestemmingsverkeer.

Een andere belangrijke verandering is dat het busverkeer in het centrale deel zowel van oost naar west als omgekeerd gebruik zal maken van de Weerdjesstraat. Van oost naar west wordt daarbij gebruik gemaakt van een vrije busbaan, terwijl van west naar oost bus en auto samen twee rijstroken ter beschikking hebben. Met deze configuratie kunnen de bestaande buslijnen goed worden afgewikkeld. Daarnaast ontstaan er mogelijkheden voor nieuwe verbindingen, waarbij het bijvoorbeeld voorstelbaar is dat enkele bussen vanaf de Nelson Mandelabrug de zuidzijde van de binnenstad gaan ontsluiten (en omgekeerd). De uiteindelijke lijnvoering is flexibel.

40

Busverkeer
De aanpassing van het Nieuwe Plein leidt tot wijziging van de afwikkeling van het busverkeer. Omdat de bussen in de nieuwe situatie gebruik gaan maken van de krul, in plaats van rechtstreeks naar het station te rijden, worden de busroutes verlengd. Met vrije busstroken en een optimale verkeersregeling kan de vertraging die dit oplevert worden beperkt. Positief effect van deze aanpassing is dat de krul en omgeving, inclusief de Rijnkade, per bus beter bereikbaar worden. De bussen zullen via voorrangsregelingen gebruik maken van de rotonde, waarbij een soepele afwikkeling van het busverkeer gewaarborgd is.

Langzaam verkeer
De kwaliteit van de openbare ruimte en de plaats van de voetganger daarin vormen de essentie van het ruimtelijk concept van het Masterplan. De twee belangrijke oost-westassen (station-Kerkplein en het rivierfront), worden belangrijke voetgangersroutes in het weefsel van stedelijke openbare ruimten. De toegankelijkheid van het gebied voor de voetganger wordt sterk verbeterd.

Parkeren
Er zijn drie nieuwe, openbare parkeergarages in het plan opgenomen. Deze worden gekoppeld aan de hoofdroutes voor het autoverkeer. De nieuw te realiseren parkeergarage onder het Havenkwartier wordt ontsloten vanaf de

Aanpassing verkeersinfrastructuur Roermondsplein
Er zijn momenteel twee belangrijke fietsroutes ten zuiden van de binnenstad. De een loopt over de Rijnkade en heeft een rol voor doorgaand fietsverkeer. De andere route loopt aan de zuidrand van de binnenstad en zorgt ervoor dat alle bestemmingen in het centrum vlot per fiets bereikbaar zijn. De fietsroute rond de binnenstad zal met de realisatie van Rijnboog op punten worden aangepast. De Nieuwe Havenstraat zal waarschijnlijk deel uitmaken van deze route. De fietsroute over de kade heeft een planoverstijgende functie. Met de realisatie van de haven wordt de route onderbroken en er moet vanuit de hoofdfietsstructuur van Arnhem worden gezocht naar een alternatieve route. Er lijkt veel te zeggen voor het handhaven van de mogelijkheid om te fietsen op de Rijnkade. Bij de haven wordt de fietser dan ‘naar binnen getrokken’ om bij de Weerdjesstraat de haven over te steken. De route kan daarna vervolgd worden over de kade. Ook delen van de Weerdjesstraat kunnen de rol van de Rijnkaderoute deels overnemen. De Weerdjesstraat kent vrijliggende fietsvoorzieningen. Tussen de Rijnkade en de Weerdjesstraat komen verschillende verbindingen.

41

Autoverkeerskaart

Het voorstel tot het slopen van de bus-/fietsbrug van de Nelson Mandelabrug is ingrijpend voor de verkeersafwikkeling rond het centrum. Er is dan ook in de periode tussen Schetsboek en Masterplan veel studie gedaan naar de gevolgen ervan. De belangrijkste uitkomsten van die studies zijn: • De nieuwe wegenstructuur nabij de Nelson Mandelabrug heeft minder capaciteit dan de huidige wegenstructuur. • Er zijn mogelijkheden om de capaciteit binnen het plangebied van Rijnboog te vergroten. • Eventuele nadelige gevolgen voor bus en fiets kunnen tot een acceptabel niveau worden teruggebracht. Wel blijven garanties voor een vlotte afwikkeling van de bus nodig.

De huidige wegenstructuur nabij de Nelson Mandelabrug laat in de periode 2025-2030 een structureel probleem zien. Dat wil zeggen dat de capaciteit ervan ontoereikend is en er structurele maatregelen nodig zijn. Dit moment wordt door de voorgestelde aanpassing van het Roermondsplein vervroegd naar de periode 2020-2025. Het binnen Rijnboog gerealiseerde programma heeft slechts een marginaal effect. Met of zonder Rijnboogplan, er zullen in de toekomst verkeersmaatregelen nodig zijn die het planniveau van de binnenstad overstijgen. Meer autoverkeersruimte in de binnenstad is niet mogelijk en er zijn dus andere maatregelen nodig. Daarbij kan worden gedacht aan parkeren op afstand, rekeningrijden en uitbreiding van de hoofdwegen buiten de binnenstad.

Het Masterplan kiest voor stedelijke kwaliteit. Bij de uitwerking van het gebied rond de Nelson Mandelabrug worden hieraan nadere eisen gesteld. Het belang van een goede verkeersafwikkeling dient leidend te zijn bij het optimaliseren van de inrichting van de openbare ruimte.

B
42

KADERS
Planonderdelen

5 PLANONDERDELEN EN FASERING
Planonderdelen en flexibiliteit
In bijgaande kaart wordt het Masterplan uiteengelegd in onderdelen. Het betreft zowel projecten in de openbare ruimte als projecten ter realisatie van gebouwen. De realisatie van de projecten wordt voorzien in de periode tot 2022. In de praktijk zal er gedurende de looptijd van Rijnboog aan één of meer projecten gelijktijdig worden gewerkt. Naar verwachting kan eind 2004 worden gestart met de voorbereiding voor de uitvoering van de eerste projecten. De realisatie van een project zal, afhankelijk van de omvang en complexiteit, één tot vier jaar in beslag nemen. Omdat de realisatie van het Masterplan een lange periode in beslag neemt, is het plan gesegmenteerd. Daarbij wordt opgemerkt dat het ongewenst of zelfs onmogelijk is om alles reeds nu in detail vast te leggen. Binnen grenzen is het programma flexibel. Voor sommige projecten zal het moment van uitgifte veranderen, er zullen kleine veranderingen optreden in de prijssegmenten en vooral voor de latere projecten kunnen ook de functies worden bijgesteld (bijvoorbeeld door te schuiven tussen kantoren en woningbouw of horeca en detailhandel). 43 Het effect van een tegenzittende conjunctuur in de economie kan invloed hebben op het uitgiftetempo van het gebied. Gezien de plantijd van Rijnboog zullen zich naar alle waarschijnlijkheid meerdere conjuncturele golven (hoog- en laagconjunctuur) voordoen. Het geplande programma is niet geënt op de conjuncturele, maar op de onderliggende structurele economische verwachtingen. De stelligheid waarmee projecten worden vastgelegd neemt dus af naarmate de projecten later in de planning staan. Voor segmenten van het plan die pas heel laat worden gerealiseerd wordt nu minder vastgelegd dan voor de projecten die vroeg zullen komen. Om een en ander te structureren wordt een eerste fase vastgelegd.

Naar verwachting kan eind 2004 worden gestart met de voorbereiding voor de uitvoering van de eerste projecten.

Fase 1 (2004-2012)

44

FASE 1 Nieuwbouwprogramma
Waaronder 175.000 m2 bruto vloeroppervlak 75.000 m2 45.000 m2 25.000 m2 30.000 m2 415 woningen kantoor detailhandel overig

Fasering
Er is gekozen voor een realisatiestrategie waarbij vanaf het begin van het transformatieproces belangrijke openbare-ruimteprojecten worden gerealiseerd. Daarmee wordt vanaf het begin een belangrijke bijdrage geleverd aan de publieke kwaliteit in het plangebied. Zo wordt in de eerste fase de haven aangelegd, wordt de Coehoornstraat verlengd en wordt een deel van de Nieuwe Havenstraat gerealiseerd. In aansluiting op de haven wordt een eerste deel van de Rijnkade vernieuwd. De oversteek van het Nieuwe Plein wordt tijdelijk opgeknapt in afwachting van de aanpassingen rond het Roermondsplein. Ook wordt het Coehoornpark voor een belangrijk deel in de eerste fase gerealiseerd. In de tweede fase bestaat de grootste investering in de openbare ruimte uit de transformatie van het Roermondsplein en omgeving. Verder wordt de route van station naar Kerkplein in deze fase voltooid en worden in Coehoorn twee nieuwe straten aangelegd en het Coehoornpark afgerond. Ook wordt in de tweede fase de Weerdjesstraat opnieuw ingericht en wordt het westelijke deel van de Rijnkade vernieuwd. In de derde fase zijn de transformatie van het Kerkplein en de Markt aan de orde, inclusief de herinrichting van het oostelijke deel van de Rijnkade. De openbareruimte-projecten worden steeds gecombineerd met de realisatie van aangrenzende bouwprojecten. De functionele ontwikkeling van het gebied houdt zo gelijke tred met de verbetering van de openbare ruimte en er worden financiële middelen gegenereerd waaruit de publieke investeringen (deels) worden betaald. In de eerste fase gaat het om vier clusters bouwprojecten. De realisatie van het Havenkwartier met zijn winkelprogramma, info-boulevard, woningen, hotel, bioscoop en kantoren is een omvangrijke bouwopgave, evenals de realisatie van kantoren en woningen in het deel van Coehoorn ten oosten van de Bergstraat. Ten zuiden van de Oude Kraan worden in de eerste fase drie wooncomplexen gerealiseerd en aan de Nieuwe Havenstraat worden kantoren en publieksfuncties gerealiseerd. In de tweede fase staan de realisatie van het CEC en andere gebouwen rond de krul op het programma, en wordt het westelijke deel van Coehoorn vernieuwd. Ook wordt verder gebouwd aan het gebied tussen de binnenstad en de Weerdjesstraat. Daarbij wordt ook de nieuwbouw aan de westzijde van de haven gerealiseerd. In de derde fase staat het resterende deel van Coehoorn op het programma. Het gebied ten oosten en zuiden van de Markt is aangegeven met een arcering en wordt daarmee aangemerkt als studiegebied. Voor dit gebied zullen in het vervolgtraject nadere voorstellen worden gedaan. De bouwprojecten in Prinsenhof worden daarmee in een breder kader geplaatst, waarbij de vernieuwing van het gehele gebied ten oosten en zuiden van de Markt integraal zal worden onderzocht. Bij de segmentering van de uitvoering zoals hierboven omschreven is een aantal factoren met elkaar in evenwicht gebracht. De overwegingen zijn als volgt samen te vatten: • Er worden in een vroeg stadium beeldbepalende openbare-ruimteprojecten gerealiseerd; • De bouwproductie houdt gelijke tred met de ‘opnamecapaciteit’ van de markt, ook bij conjuncturele fluctuaties; • De samenhang in het gebied wordt geleidelijk steeds beter, waarbij de intenties van het plan steeds beter afleesbaar worden in de nieuwe stadsstructuur; • Er is gezocht naar een goede mix tussen projecten die geld opbrengen en projecten die maatschappelijke investeringen vergen; • Er is rekening gehouden met nog bestaande onzekerheden omtrent nieuwe functies en bijvoorbeeld de toekomstige verkeersafwikkeling. De eerste fase beslaat de periode tot 2012. Voor deze projecten is in principe financiële dekking en er worden voor de projecten in de eerste fase meer definitieve afspraken gemaakt op basis van het Masterplan. De projecten die gedurende de eerste fase worden gerealiseerd zijn weergegeven op bijgaande kaart. Tevens wordt op pagina 44 een overzicht gegeven van het totale programma in fase 1. In de tabel op pagina 45 wordt een eerste opsomming gegeven van de fase waarin de verschillende planonderdelen worden gerealiseerd. De bouwstroom vormt in de praktijk een continu proces waarbij de fases elkaar overlappen; de laatste projecten uit fase 1 zullen nog in uitvoering zijn terwijl reeds gestart is met projecten in fase 2.

45

Planning

Bouwprojecten 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 29, 31, 38, 39, 40, 42, 43

Openbare ruimte projecten B(deels), C, D, F, G (tijdelijk), H (deels), M, N (deels), O A, E, G, H, I, J, K, L,

Fase 1

2004 - 2012

Fase 2

circa 2012 - 2017

1, 2, 3, 4, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 30, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 41

Fase 3

circa 2017 - 2022

5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 44

B, N, P, Q

6 FINANCIËLE BESCHOUWING
Het Masterplan is een plan op hoofdlijnen en de bijbehorende financiële beschouwing kent dus ook een zekere mate van globaliteit. Niettemin is de haalbaarheid van het plan, ook de financiële, een essentiële voorwaarde voor Rijnboog. De inhoud en de fasering van het Masterplan zijn daarom met hun financiële consequenties in beeld gebracht en op hun financiële haalbaarheid beoordeeld. De belangrijkste uitkomsten van deze analyse zijn hieronder aangegeven. Aan gebouwen vindt in het totale plangebied van Rijnboog de komende jaren een investering plaats ter grootte van v 740 miljoen. Daarnaast wordt in de grondexploitatie naar verwachting een bedrag geïnvesteerd van in totaal circa v 290 miljoen, Netto Contante Waarde (NCW), per 1 januari 2003. De totale investeringen in grond en gebouwen komen daarmee op ruim v 1 miljard (excl. BTW). Investeringen in de grondexploitatie van Rijnboog initiëren derhalve een aanzienlijke vastgoedinvestering in de binnenstad (driemaal de investering in de grondexploitatie). Daarnaast mag worden verwacht dat als indirect gevolg van Rijnboog ook in het overige vastgoed in de Arnhemse binnenstad investeringen worden gestimuleerd, met als gevolg op termijn een belangrijke waardestijging van de binnenstad als geheel.

Investeringen in gebouwen
Op grond van uitvoerig marktonderzoek is de verwachting gerechtvaardigd dat de investeringen in woningen, kantoren en winkels/ leisure/ horeca, inclusief de daaraan gekoppelde functiegebonden parkeervoorzieningen, in het tijdsperspectief van Rijnboog door de markt kunnen worden opgenomen. Ook in de mindere economische omstandigheden van dit moment, delen de gezamenlijke Rijnboogpartners deze opvatting, waarmee een reëel uitzicht bestaat op dit deel van het investeringsprogramma. De investeringen in kantoren, woningen en winkelvoorzieningen komen in hoofdzaak voor rekening van de beleggers en ontwikkelaars die deze voorzieningen in de markt rendabel kunnen maken. De investeringen in de openbare voorzieningen zullen uit reserveringen van de gemeente Arnhem en uit subsidies van andere overheden gefinancierd moeten worden. De haalbaarheid van de realisatie van deze voorzieningen hangt derhalve af van het draagvlak binnen de verschillende overheden. Voor de investeringen in de culturele sector c.a. (museum, infoboulevard, CEC), in totaal circa v 140 miljoen, zullen met de partijen die de verantwoordelijkheid (gaan) dragen voor de exploitatie van deze voorzieningen, de financieringsmogelijkheden nader moeten worden verkend. Het belang van deze functies voor het plan en voor de stad is evident en de Rijnboogpartners zullen zich er voor blijven inzetten dat

46

deze functies gerealiseerd worden. Aangezien de Infoboulevard is opgenomen in het Havenkwartier dat in de eerste fase wordt gerealiseerd, zal de focus als eerste hierop zijn gericht. De overige voorzieningen vragen een investering op de middellange termijn (fase 2), zodat meer tijd beschikbaar is daarvoor de financiering zeker te stellen. De investering in publieke en openbare ondergrondse parkeergarages vergt geen bijdrage vanuit de grondexploitatie.

Daarnaast is het project Rijnboog geselecteerd in het kader van de investeringsregeling Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit (BIRK) van het ministerie van VROM. Het project Rijnboog kenmerkt zich volgens VROM door een gerichte aanpak voor verbetering van de ruimtelijke kwaliteit waarbij aandacht wordt besteed aan het bevorderen van de veiligheid, het verbeteren van de bereikbaarheid en de openbare ruimten. Op korte termijn worden er door de gemeente Arnhem met VROM afspraken gemaakt over de bijdrage aan Rijnboog. De hardheid van de subsidies en het tijdstip waarop de subsidies werkelijk worden ontvangen, zijn op dit moment nog niet zeker. Het moment waarop de nominale bijdragen daadwerkelijk kunnen worden ingezet, beïnvloedt de hoogte van het aangegeven tekort. Wordt, met andere woorden, eerder of later subsidie verkregen dan verwacht, dan betekent dit een verlaging of verhoging van de per saldo benodigde dekkingsmiddelen. De concretisering van de thans beoogde en de nog te verwerven subsidies, vormt vertrekpunt voor een daadwerkelijke uitvoeringsaanpak van de diverse fasen. Voor fase 2 en fase 3 is op dit moment het zicht op dekkingsmogelijkheden uiteraard beduidend minder aanwezig. Dit betekent dat nog sprake is van een tekort op de totale investering in het project, hetgeen in deze fase van de planvorming acceptabel is in een plan van deze

Grondexploitatie
Voor het totale plangebied is een (globale) grondexploitatie gemaakt die inzicht geeft in de financiële haalbaarheid van het Masterplan Rijnboog. In zijn totaliteit kent het plan in de grondexploitatie op dit moment een tekort van circa 124 miljoen NCW (1 januari 2003), waarvan een kleine 50%, 57 miljoen, betrekking heeft op fase 1. Op de vervolgfases zit nu nog een tekort van 33 miljoen(voor fase 2), respectievelijk 34 miljoen (voor fase 3), NCW. Voor het tekort op fase 1 bestaat er zicht op dekkingsmogelijkheden. Deels zijn deze afkomstig uit reserveringen in de gemeentelijke begroting, deels door nog te verkrijgen substantiële bijdragen vanuit andere overheden. Op dit moment kunnen genoemd worden de reservering in het MeerJarenOntwikkelingsProgramma (MOP) van de gemeente, naast potentiële bronnen als VINAC en ISV2.

omvang met een looptijd van 20 jaar. Temeer omdat het daarbij projecten betreft die ná fase 1 aan de orde zijn.

Beheer en exploitatie
De kwaliteit van het openbaar gebied is een voorwaarde voor kwaliteit van de gebouwde omgeving en de investeringen die daarin door de gemeente worden gepleegd zijn aanzienlijk. Aandacht moet worden geschonken aan de kosten van het beheer van die openbare omgeving.

verwachting zullen parallel hieraan de overige overheidssubsidies beschikbaar komen, zodat de opvolgende planonderdelen steeds van start zullen gaan wanneer hiervoor voldoende zicht is op dekkingsmogelijkheden. 47 Voor de fasen 2 en 3, die betrekking hebben op de periode na 2012, is het volledig perspectief op de dekkingsmogelijkheden nog niet aanwezig. Het succes van de realisatie van fase 1 moet het verkrijgen van een volledige dekking dan ook stimuleren. De realisatie van beeldbepalende projecten in het openbaar gebied, en de zichtbare versterking van de samenhang en kwaliteit in het gebied zijn daarbij belangrijke succesfactoren. In het vervolgtraject, bij de uitwerking en verdere realisatie van de verschillende planonderdelen van het Masterplan zal periodiek rapportage en besluitvorming plaatsvinden, zodat in samenhang de voortgang van planontwikkeling, de investeringsbeslissingen en de beschikbare dekkingsmogelijkheden kunnen worden bewaakt.

Faseringsstrategie
Gekozen is voor een faseringsstrategie die erop is gericht in fase 1 zoveel mogelijk de projecten te realiseren die essentieel zijn voor de transformatie van Rijnboog en het ambitieniveau dat wordt beoogd. Daarnaast zijn uitgangspunten gehanteerd als: • een regelmatig opleveringsritme, gericht op een evenwichtige opname van het programma in de verschillende marktsectoren; • de beschikbaarheid van gronden en de eigendomsposities; • technische mogelijkheden; • financiële haalbaarheid van fase 1. De financiële dekking voor fase 1 is voor een deel aanwezig binnen de gemeentelijke begroting (MOP). De realisatie van de eerste planonderdelen zal nadat de dekking concreet beschikbaar is gekomen van start gaan. Naar

7 BELEIDSKADER
Beleidsuitgangspunten
Het Masterplan geeft voor het gebied Rijnboog een invulling aan de uitgangspunten zoals vastgelegd in de volgende gemeentelijke beleidsprogramma’s: 48 De visie Arnhem 2015 • Arnhem is het culturele en bestuurlijke centrum van de regio. De stad huisvest het Gelders Orkest, Introdans, ArtEZ, Museum voor Moderne Kunst, Nederlands Openlucht Museum en Gelredome. Deze positie moet worden behouden en versterkt. • Arnhem moet uitgroeien van centrumstad voor de regio naar een kwalitatief sterke en internationale (diensten)stad van betekenis. Arnhem moet zich ontwikkelen tot de dienstenstad van Oost-Nederland. Het vestigings- en ondernemingsklimaat voor bedrijven en instellingen moet hiervoor blijvend worden versterkt met de ontwikkeling van nieuwe, goed bereikbare en hoogwaardige kantoorlocaties in een mooie omgeving. • Arnhem moet de kwaliteit van de stedelijke samenleving vergroten en de stedelijke ruimte beter benutten. • Arnhem moet de belevingswaarde van de stad vergroten. Voor de wijde omgeving is Arnhem al het regionaal centrum met de daarbij behorende voorzieningen op het gebied van detailhandel, horeca, kunst, cultuur, sport, recreatie en dergelijke. Het areaal aan voorzieningen moet worden vergroot, aangepast en gemoderniseerd. Kwaliteit staat hierbij voorop. Het Structuurplan Arnhem 2010 • Het Structuurplan Arnhem 2010 spreekt van een schaalsprong door uitbreiding en intensivering van het centrum, o.a. door hogere bebouwing en nieuwe stedelijke programma’s. Ook de kwaliteit van het waterfront aan de Rijn verdient een impuls. Daarnaast zijn bereikbaarheid per openbaar vervoer, fiets en (in beperkte mate) autoverkeer belangrijke aandachtsgebieden. In het Meerjaren Ontwikkelings Programma (1999) is het Nieuw Sleutelproject Arnhem (NSP) opgenomen als een van de belangrijke vernieuwingsopgaven voor de stad. Voor twee belangrijke deelgebieden worden hier uitspraken gedaan: • Coehoorngebied In het Meerjaren Ontwikkelings Programma (MOP) is het gebied Coehoorn als herstructureringsgebied opgenomen. Het dient aansluitend aan de ontwikkeling van het stationsgebied Arnhem Centraal te worden gerevitaliseerd met een programma van kantoren, hoogstedelijk wonen en een congresfunctie. Sterke verbetering van de relatie met de binnenstad en het Centraal Station zijn gewenst. • Rijnkade-Paradijsgebied Voor het Rijnkade-Paradijsgebied wordt aangegeven dat voorzien moet worden in een versterking van de relatie met de binnenstad en het stationsgebied. Specifieke aandacht dient te worden gegeven aan de openbare ruimte, meervoudig ruimtegebruik alsmede de culturele functies. De Kadernota Economisch Beleid Arnhem 2003-2006 en de daarbij behorende nota’s op het gebied van detailhandel, kantoren en hotels: • Kantoren Arnhem richt zich vooral op de versterking van Arnhem Centraal, het Coehoorn-gebied en het BusinessPark Arnhem. De benutting van het potentieel van de Hogesnelheidstrein-Oost en de ontwikkeling van het Arnhemse stationsgebied (Arnhem Centraal en Coehoorn) worden gestimuleerd met de ambitie het WTC Arnhem-Nijmegen te realiseren. • Grootschalige detailhandel Er komt in het zuiden van de binnenstad ruimte voor nieuwe vestigingen, mits deze bijdragen aan de verbetering van de diversiteit van het winkelaanbod. Andere locaties zijn niet gewenst. • Hotels Er wordt voorrang verleend aan hotelontwikkeling in de omgeving van het station (mogelijk gekoppeld aan het WTC) en ten zuiden van de binnenstad. • Leisure Uitbreiding en verbetering van het aanbod zijn gewenst; het plangebied van Rijnboog is hiervoor de geschikte locatie. De Woonvisie KAN en de nota Spiegelbeeldig
Bouwen

De specifieke landschappelijke situatie en aanwezige landschap- en natuurwaarden vergen extra aandacht om de forse toekomstige vraag voor nieuwe woon- en werkruimten zo min mogelijk te accommoderen door uitbreiding van het stedelijk gebied. Daarom wordt ook nadrukkelijk ingezet op het creëren van woningen in het (binnen)stedelijke gebied. Spiegelbeeldig bouwen De gemeente streeft naar het bouwen van relatief veel duurdere woningen in wijken waar in verhouding veel goedkopere woningen zijn en omgekeerd.

Stedelijk Verkeers- en Vervoersplan, Parkeernota, Omsingeling Doorbroken
• Het verkeersbeleid gaat uit van het beter benutten van de huidige infrastructuur, het introduceren van prijsmaatregelen en pas dan bouwen. Onderdeel van een betere benutting van de infrastructuur rond de binnenstad is het project ‘de Omsingeling Doorbroken’, waarbij een consequent doorgevoerd éénrichtingscircuit rond de binnenstad (over de Weerdjesstraat), tegen de wijzers van de klok in, leidt tot extra capaciteit. Hiermee wordt de groei van het noodzakelijk autoverkeer tot minstens 2010 opgevangen. Het parkeerbeleid verandert, waarbij de intentie is om minder te willen sturen op

In het kader van het Nieuw Sleutel Project is een belangrijke opgave voor Rijnboog geformuleerd: het verbeteren van de ruimtelijke relaties tussen station, binnenstad en rivier

aantallen parkeerplaatsen, maar meer op de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Parkeerplaatsen mogen in die visie, mits onderdeel van te realiseren bouwprojecten en in principe neutraal voor de gemeentelijke (parkeer)exploitatie.

Cultuurvisie Arnhem 2001-20052015 / Cultuurmenu
• Het leidend principe in de Cultuurvisie is culturele planologie, d.w.z.: het planmatig inzetten van cultuur en cultuurhistorie als impuls voor originaliteit, kwaliteitsbesef en kwaliteit in stedelijke en maatschappelijke ontwikkeling. Bevorderen van de realiseerbaarheid van het plan voor een informatiecluster, inclusief Historisch Centrum, Openbare Bibliotheek, het Gemeente Archief, het Rijksarchief en de Volksuniversiteit. Deze infoboulevard in Rijnboog heeft in het cultuurbeleid van de gemeente Arnhem de hoogste prioriteit. Nieuwbouw van de Arnhemse Schouwburg is als uitwerkingspunt in de nota opgenomen.

van de stad met de rivier. In de nota ‘Buitengewoon Beter en Buitengewoon Doorgaan’ is aangegeven op welke wijze een kwaliteitsimpuls voor de openbare ruimte in Arnhem tot stand komt. Het geeft tevens aan welk onderhoudsniveau in verschillende delen van Arnhem gewenst is. Daarbij is het uitgangspunt dat voor heel Arnhem een basisniveau voor onderhoud wordt bereikt met daarnaast de mogelijkheid om op bijzondere plekken een extra hoge kwaliteit aan te brengen (plusniveau). Voor het gebied Rijnboog geldt het plusniveau als uitgangspunt. Naast een invulling van het gemeentelijke beleid wordt met de realisatie van het Masterplan Rijnboog ook invulling gegeven aan nationale en provinciale beleidsdoelstellingen. Dit uit zich onder andere in de aanwijzing van Rijnboog als onderdeel van het Nieuw Sleutel Project. In het plan wordt bijzondere aandacht besteed aan het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals bepleit in het Budget Investering Ruimtelijke Kwaliteit (BIRK) van het Ministerie van VROM.

Sonsbeek

Arnhem Centraal
Station

49

Coehoorn

Centrum

Rijnkade/Paradijs
De Rijn

NSP gebied herstructureringsgebied relaties bebouwingsplan

Buitengewoon Beter / Buitengewoon Doorgaan
• De openbare ruimte wordt gezien als drager van de kwaliteit en aantrekkelijkheid van Arnhem. Aandachtspunten zijn het vormgeven en begeleiden van looproutes, de aanleg van pleinen, het herstellen van de groene singelstructuur en het verbinden

Sfeerbeeld Arnhem centraal station

Uitzicht richting Centrum Oost vanaf de kerk

Weverstraat en omgeving vanaf de Eusebiustoren

Relaties met de omgeving
De ontwikkeling van Rijnboog vindt plaats in samenhang met planvorming voor een aantal omliggende locaties. De realisatie van Arnhem Centraal werkt als een aanjager voor Rijnboog en de vernieuwing van Coehoorn in het bijzonder. Het kantorenprogramma van Rijnboog vormt een aanvulling op Arnhem Centraal, terwijl Coehoorn e.o. als compact stedelijk milieu aanvullende verblijfskwaliteiten voor Arnhem Centraal biedt. De afstemming met het project Weverstraat, het Kelderproject en andere projecten in de binnenstad ligt op ruimtelijk en op programmatisch niveau. De aansluiting tussen beide projecten zal bij de nadere uitwerking van de plannen worden meegenomen. De gemeente heeft de intentie om de Jansbeek opnieuw zichtbaar te maken in de stad. In het kader van Rijnboog is verkend wat de mogelijkheden zijn. De conclusie is dat de Jansbeek een bijdrage zou kunnen leveren aan de kwaliteit van de openbare ruimte van de Arnhemse binnenstad, al dan niet in samenhang met Rijnboog. De eventuele relatie van de Jansbeek met het project Rijnboog komt pas in beeld na een mogelijke uitwerking van voorstellen voor de Jansbeek. Het denken over de vernieuwing van Prinsenhof wordt in een breder kader geplaatst. Het gebied wordt samen met het Justitiekwartier, de BASFlocatie en het Provinciekwartier aangemerkt als studiegebied in het kader van Rijnboog. Daarmee wordt een samenhangende vernieuwing van dit gebied mogelijk gemaakt. Aanleiding hiervoor zijn de gedachten over vernieuwing van het Justitiekwartier. In aansluiting op het Masterplan zal naar verwachting op termijn ook het Molenkomgebied worden vernieuwd. De vorm van de transformatie zal nader bepaald worden, waarbij wordt aangesloten op het Masterplan Rijnboog. De planvorming voor Centrum-Oost is sinds de start van het werk aan het Masterplan Rijnboog in een stroomversnelling terechtgekomen. De gedeelde doelstelling is om met beide plannen de relatie tussen de binnenstad en Centrum-Oost te versterken. In het verlengde van het Masterplan zal over de aansluiting tussen beide plannen nadere afstemming plaatsvinden. De verbinding tussen centrum en Oost onder de John Frostbrug vraagt bijzondere aandacht. De wegenstructuur tussen oost en west moet goed op elkaar aansluiten, maar het verkeer mag het gebied niet domineren. Daarnaast vindt er op stedelijk niveau continu afstemming plaats met betrekking tot de fasering van de te realiseren programma’s.

51

De ontwikkeling van Rijnboog vindt plaats in samenhang met planvorming voor een aantal omliggende locaties.

8 CONDITIES EN EFFECTEN

52

Vanuit de maatschappelijke en bestuurlijke context wordt een aantal condities gesteld.

Condities
Aan de realisatie van het Masterplan Rijnboog wordt vanuit de maatschappelijke en bestuurlijke context een aantal condities gesteld. Deze wordt hier toegelicht. zal de effectieve vraag naar uitbreiding van de autoverkeersruimte beter beantwoord kunnen worden dan nu. Het huidige beleid is namelijk gericht op het eerst beter benutten van de bestaande wegen en vervolgens op het introduceren van prijsmaatregelen. Pas daarna zal het bouwen van nieuwe infrastructuur weer aan de orde kunnen komen. planvorming worden doorgevoerd. Voor de deeluitwerkingen worden nadere randvoorwaarden gesteld die zowel gericht zijn op het bewaren van de cultuurhistorische kwaliteit op objectniveau (monumentenverordening en –wet, objectbescherming) als op integraal ruimtelijk gebied(structuur- en bestemmingsplan, aanwijzing beschermde stadsgezichten). Dit krijgt zijn beslag in het bestemmingsplan. eenstemming is met de beschikbare middelen voor beheer en onderhoud op de langere termijn. Daarnaast leert de ervaring dat bij plannen van deze schaal op basis van het gebruik in de praktijk, vaak alsnog technische aanpassingen moeten plaatsvinden. Hiermee dient bij de planuitwerking rekening te worden gehouden.

Sociale veiligheid
De gemeente Arnhem participeert in een samenwerkingsverband met de Stichting Binnenstadsmanagement Arnhem, de brandweer en de politie om de criminaliteit te verminderen en de veiligheid te vergroten. De uitwerkingsvoorstellen op basis van het Masterplan worden in dit verband aan de orde gesteld, waarbij veiligheid op het gebied van wonen, winkelcentra en ondernemen centraal staat.

Kabels en leidingen
Met de realisatie van het Masterplan Rijnboog moet een aantal belangrijke kabels en leidingen worden omgelegd of aangepast. Het betreft hier onder andere het aanpassen van het hoofdriool in de Rijnkade en diverse andere hoofdleidingen.

53

Archeologie
Op grond van de archeologische verkenning wordt verwacht dat een aantal locaties waar plannen zijn om de grond te beroeren, van groot archeologisch belang is (zoals een klooster van de Minrebroeders en het bestuurscentrum uit de 12e eeuw). Na vaststelling van het Masterplan en vóór de uitwerking van projecten wordt in de betreffende deelgebieden nader onderzoek uitgevoerd. Het nader onderzoek kan de hoge verwachting bevestigen en de beschermingswaardige status onderstrepen. Uit nader onderzoek kan ook blijken dat de sporen minder goed bewaard zijn gebleven dan nu wordt gedacht. Dergelijke informatie heeft invloed op de beslissingen ten aanzien van het verdere onderzoek. Vooralsnog wordt er niet van uitgegaan dat de resultaten bijstelling van het Masterplan noodzakelijk maken. Wel zullen eisen worden gesteld aan de manier waarop bouwprojecten kunnen worden gerealiseerd (bijvoorbeeld eerst ontgraven en documenteren en dan pas nieuwbouw).

Tijdelijk beheer
Het beheer van de openbare ruimte tijdens de realisatie van bouwprojecten vraagt aandacht. Het doel is om tijdens de bouw van een project het beheerniveau te kunnen handhaven. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle betrokkenen om het beheer tijdens de bouwfase goed te organiseren. Na afronding van het Masterplan zullen in de deelgebieduitwerkingen met alle partijen afspraken worden gemaakt over de wijze waarop planmatig beheer tijdens de uitvoering gestalte kan krijgen.

Aanpassing verkeersinfrastructuur Roermondsplein
De sloop van de bus-/fietsbrug is opgenomen in fase 2, na 2012. De definitieve beslissing tot sloop wordt pas over een aantal jaren, zo rond 2008-2010, genomen. Voor die tijd worden de gevolgen kwantitatief en kwalitatief inzichtelijk gemaakt. Als deze acceptabel zijn dan kan tot sloop worden overgegaan. Uitgangspunt is dat een goede verkeersafwikkeling leidend is in het gebied van de Nelson Mandelabrug bij het vinden van een optimale inrichting van de openbare ruimte. In de periode van nu tot aan het moment van de definitieve keuze bestudeert Arnhem de lokale hoofdwegenstructuur, zoals opgenomen is in het Collegeakkoord 2002-2006. In die periode zal ook duidelijk worden hoe effectief de benuttingsmaatregelen voor de Arnhemse hoofdwegen zullen uitpakken, zal de haalbaarheid van rekeningrijden (of welke vorm van prijsmaatregelen dan ook) duidelijk worden en

Watertoets
Het project wordt onderworpen aan een zogenaamde watertoets. Deze heeft als doel om de wateraspecten expliciet en vroegtijdig mee te wegen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Bij het opstellen van het Masterplan zijn de ambities en procesvoorstellen afgestemd met Rijkswaterstaat, Waterschap Rijn en IJssel, Provincie Gelderland en de Gemeente Arnhem. Het Waterplan Arnhem dient als uitgangspunt. Op het niveau van het Masterplan Rijnboog zijn de belangrijkste ambities om water zichtbaar te maken en om een gescheiden rioolstelsel te realiseren, in combinatie met infiltratie in de bodem of oppervlakkige afvoer, zodat de verstoring van grondwaterstanden en –stromingen wordt geminimaliseerd. De veiligheid van de primaire waterkering is te allen tijde gewaarborgd. Het Masterplan wordt voorgelegd aan de betrokken waterbeheerders. In de deelgebied-

Beheerniveau nieuwe situatie
Het Masterplan formuleert een hoog ambitieniveau voor de inrichting van de openbare ruimte. Om dit kwaliteitsniveau ook op termijn te kunnen waarborgen, wordt ervan uitgegaan dat het niveau van de beheerkosten voor het gebied zal worden opgetrokken tot het plusniveau, vergelijkbaar met de binnenstad. Voor een aantal bijzondere plekken in het gebied wordt rekening gehouden met additionele beheerkosten. Om de beoogde beeldkwaliteit voor inrichting en beheer te halen, zullen uitwerkingsplannen voor de openbare ruimte worden opgesteld. Belangrijk uitgangspunt hiervoor is, dat de inrichtingsambitie in over-

Ruimtelijk-historische hoofdstructuren en monumenten
Uitgangspunt is dat de gemeentelijke monumenten gehandhaafd blijven. Dit leidt op enkele punten tot aanpassing van de plankaart. Deze aanpassing zal in de volgende fase van de

uitwerkingen worden vervolgens wateradviezen opgenomen waarin de gemaakte afweging wordt gemotiveerd.

milieu wordt mogelijk een milieueffectrapport (MER) opgesteld.

Aandachtspunten ontwerp van de haven
Op verzoek van de gemeenteraad heeft het atelier van de Rijksbouwmeester de plannen voor de haven geanalyseerd. Uit deze analyse blijkt dat de in het Masterplan voorgestelde haven kan worden beschouwd als een zeer adequate oplossing voor de zuidelijke binnenstad van Arnhem, en dat het plan een complex en bijzonder karakter heeft dat als zodanig een uiterst zorgvuldige uitwerking behoeft. De Rijksbouwmeester vraagt in het bijzonder aandacht voor de detaillering van het gebouw op de kop van de haven en pleit voor een nader onderzoek naar de manier waarop de lage en de hoge kade met elkaar zijn verbonden aan de westzijde van de haven. Mede op basis van de inspraakreacties wordt bij de nadere uitwerking van het Masterplan de opgave meegegeven de massaliteit van het

Milieuaspectenstudie Duurzaam bouwen
In de nota ‘Duurzaam bouwen’ van de gemeente Arnhem is vastgelegd dat op verschillende schaalniveaus duurzaam zal moeten worden ontworpen, gebouwd en beheerd. De nota dient samen met het ‘Convenant Duurzaam Bouwen in het KAN’ (2000) als leidraad voor het minimum kwaliteitsniveau voor duurzaam bouwen in Arnhem. Per deelgebied zal duurzaam bouwen integraal in de planvorming moeten worden meegenomen en in elke fase van het proces worden verantwoord. Bij de deeluitwerkingen zal er in het kader van het bestemmingsplan een milieuaspectenstudie plaatsvinden. Hierin zullen de aspecten bodem, geluid, lucht, externe veiligheid en hinder worden meegenomen. Er is een historisch onderzoek uitgevoerd naar de bodemverontreiniging, Op grond van het onderzoek wordt vooralsnog niet gerekend op extreme bodemvervuiling. In de vervolgfasen van de planvorming zal meer gedetailleerd onderzoek worden uitgevoerd. Dan wordt ook een relatie gelegd met de plannen ter plaatse om gefundeerde uitspraken te doen. Met betrekking tot geluid dient er onderzoek in het kader van de Wet Geluidhinder plaats te vinden.

54

gebouw aan de kop van de haven en de gebouwen aan de oostzijde van de haven te verminderen. Dat kan door aanpassing van de footprints, door de hoogte en omgeving van het gebouw en door de mate van transparantie van de onderste lagen. Ook zal in de uitwerking veel aandacht worden besteed aan de afmetingen en gebruiksmogelijkheden van de hoge en lage kade.

Aandachtspunten realisatie van de haven
De geohydrologische situatie zal nader moeten worden onderzocht. De bodem en wanden van de haven moeten zodanig worden ontworpen dat grondwaterstromingen minimaal worden verstoord, terwijl tegelijkertijd voldoende grondwater in de haven toegelaten moet worden om de waterkwaliteit minimaal de kwaliteit van het Rijnwater te laten zijn. De uitwerking van de hoogwaterkering moet in nauw overleg met de waterbeheerder (Rijkswaterstaat) worden gedaan. Bijzonder aandachtspunt is de kop van de haven aan de binnenstadszijde. Gebleken is dat slechts eens in de 10 jaar de waterstand zo hoog is dat schotbalken noodzakelijk zijn. Het ontwerp dient zodanig te zijn dat deze oplossing voor de waterbeheerder aanvaardbaar is. Alternatieven voor deze opzet, inclusief een mogelijke andere situering van de hoogwaterkering, kunnen bij de verdere uitwerking worden betrokken.

Milieueffectrapport
Om te bepalen wat de gevolgen zijn van de plannen voor het Rijnbooggebied voor het

Verbeterin

investerin

Effecten
Door KPMG BEA en Ecorys zijn de economische effecten van het Masterplan Rijnboog bestudeerd. Geconcludeerd wordt dat de realisatie van de geplande volumes kantoren, woningen, winkels/horeca, maatschappelijke voorzieningen en parkeergelegenheid in Rijnboog zorgt voor: • een belangrijke toevoeging van werkgelegenheid. Daarnaast zorgt het plan voor behoud van werkgelegenheid in het centrum en in Arnhem. Rijnboog creëert tenminste 4.500 extra directe (structurele) banen. De tijdelijke werkgelegenheid is tenminste zo’n 3.400 banen. De mogelijk omvangrijke indirecte effecten, de spin-off op de bestaande binnenstad (meer klanten, langere verblijfstijd, nieuwe doelgroepen), de stad en de regio, zijn daarbij niet meegenomen; • een verbetering van het investeringsklimaat en imago van Arnhem, met als gevolg een ontwikkeling van de concurrentiepositie van regionaal naar landsdelig niveau. Arnhem scoort op veel punten behoorlijk tot goed. Het is een belangrijke winkel- en kantorenstad. Maar haar nationale en internationale uitstraling blijft bij deze feitelijke ontwikkelingen achter. Arnhem wordt (nog) niet gezien als hoogwaardig vestigingsmilieu met internationale allure. Het knelpunt van het investeringsklimaat in de binnenstad (te beperkte uitstraling en het ontbreken van hoogwaardige werklocaties), wordt mede door de realisatie van het Rijnboog project verbeterd; een toename van het aantal treinreizigers, consumenten en gebruikers. Dit leidt vervolgens weer tot hogere vervoers-, grond- en vastgoedwaardes; hogere grond-, vastgoed- en exploitatieopbrengsten voor grondeigenaren, exploitanten en uitbaters. De plannen leiden ook tot waardestijging van bestaand vastgoed. Het vastgoed komt op een meer aantrekkelijke locatie te liggen; een koopkrachtimpuls voor het centrum van Arnhem. De ontwikkeling van kantoren en woningen in het plangebied betekent een toename van de koopkracht en vraag naar bijbehorende voorzieningen. Dit is een belangrijke impuls voor de Arnhemse binnenstad die zal leiden tot het behoud van bestaande bedrijven en het aan de stad binden van koopkrachtige huishoudens.

55

ng van werkgelegenheid en het

ngsklimaat en imago van Arnhem

C
11

ACHTERGRONDEN
12

10

In dit deel worden de achtergronden van het plan toegelicht. Daarbij komen naast de historie een aantal analyses en uitwerkingsrichtingen aan de orde. Deze illustreren waaraan op dit moment wordt gedacht en zijn bedoeld als leidraad bij verdere uitwerking. Het gaat daarbij tevens om uitwerkingsstudies die zijn gedaan om te testen of ideeën technisch ook werkelijk realiseerbaar zijn en om voorbeelduitwerkingen die toetsen of de gewenste kwaliteit haalbaar is. De studies geven verder antwoord op vragen en aandachtspunten die in de maatschappelijke en politieke discussies rond het Schetsboek voor het Masterplan naar voren zijn gekomen. Het materiaal wordt toegelicht in de hoofdstukken 9 t/m 12:

9

Masterplan Rijnboog in perspectief Hier wordt de ontstaansgeschiedenis van het gebied toegelicht en wordt beschreven hoe de inzichten vanuit de maatschappelijke discussie rond het Schetsboek Rijnboog zijn verwerkt in het Masterplan.

10 Tussen binnenstad en rivier Studies die toelichten op welke manier de nieuwe Haven en het Havenkwartier, het aanpassen van de Weerdjesstraat en de verbetering van de Rijnkade voorzien in een nieuwe relatie tussen de stad en de rivier. 11 Tussen station en rivier Uitwerkingsstudies die inzichtelijk maken op welke manier de verkeersstructuur opnieuw vorm kan worden gegeven en hoe het realiseren van nieuwe culturele voorzieningen en de vernieuwing van gebouwen en openbare ruimte een samenhangend en hoogwaardig gebied creëert tussen station en rivier. 12 Tussen station en binnenstad Illustraties en uitwerkingsvoorstellen voor de nieuw te realiseren route tussen station en binnenstad en onderbouwing van de daartoe te nemen maatregelen, waaronder de sloop van de huidige busbrug.

De hoofdstukken 10, 11 en 12 beginnen met een korte schets van de voorstellen voor de betreffende zone, vergezeld van een luchtfoto van de bestaande situatie en een uitsnede van de plankaart voor het betreffende gebied. Vervolgens komen afhankelijk van de situatie aan de orde: • schetsen, referenties en verklarende tekeningen die het Masterplan toelichten; • onderzoeken waarin de voorstellen uit het Masterplan worden onderbouwd; • studies die inzicht geven in de effecten van realisatie van het Masterplan op Arnhem; • ontwerpverkenningen die nader invulling geven aan het Masterplan. Waar nodig wordt verwezen naar separate rapporten waarin de betreffende onderzoeken en verkenningen uitgebreid worden toegelicht.

57

9 MASTERPLAN RIJNBOOG 8 IN PERSPECTIEF
Oorlogsmonument

58

In de slag om Arnhem werd het deel van de binnenstad dat aan de rivier lag voor een groot deel verwoest.

1250

Ontstaan aan de Jansbeek

1650

Stadstuinen en nieuwe haven

1885 Bouwblokken langs de Rijn

Historie van het plangebied
Arnhem is gesticht op de kruising van de wegen van Utrecht - Zutphen (langs de rand van de Veluwe) en Deventer - Nijmegen. Beide wegen ontmoeten elkaar bij de Jansbeek. De naam Arnhem wordt voor het eerst aangetroffen in een inventarislijst uit 893; daarin staat ‘Est in Arneym ecclesia’, wat zoveel betekent als ‘Er staat een kerk in Arnhem’. De stad werd begrensd door een vesting en had in het westen, buiten de vesting, een haven. De haven is ontstaan bij de schipbrug, de eerste ‘vaste’ verbinding over de Rijn. Het centrale deel van de huidige binnenstad bestond al in 1250. Rond 1650 had de stad ongeveer de omvang van de huidige binnenstad. Het gebied tussen de binnenstad en de rivier is dan als stadstuinen in gebruik. Op 17e eeuwse kaarten is te zien dat hier de Nieuwe Haven is aangelegd. Het was een smalle, langgerekte haven die van de Sabelspoort tot de Rijnpoort liep. Bij hoog water liep dit gebied onder water.
1949 Wederopbouwplan

De landschappelijke ligging en de aanwezigheid van onder andere de rekenkamer en de rechterlijke macht zorgden ervoor dat Arnhem een aantrekkelijke vestigingsplaats werd voor welgestelden. Al vroeg werden de mooie plekken in het landschap in gebruik genomen; al in 1742 werd een landhuis gebouwd op de plaats van het huidige Sonsbeek. De ontmanteling van de vestingwerken in 1829 bood de stad de mogelijkheid om te groeien. De vestingwerken werden omgevormd tot singels en boden plaats aan villa’s. Deze villa’s zorgden voor de versterking van het imago van Arnhem als ‘luxe stad in het groen’. De verlenging van de Rijnspoorlijn, in 1845 aangelegd tot Arnhem, vormde de aanleiding voor het zogenaamde plan Heuvelink. Dit plan voorzag onder andere in de bebouwing van de buitensingels, een plan voor de Weerdjes en in een helder stratenpatroon. Binnen dit patroon gingen speculanten aan de slag, waarbij op de Rijnkade herenhuizen werden gebouwd,

59
1945 Oorlogsschade

met daarachter in de voormalige tuinen, kleine arbeidershuisjes. Begin 20ste eeuw werd een aantal nieuwe kwartieren ten noorden van de stad ontwikkeld en villaparken zoals het Sonsbeekkwartier. Om te voorkomen dat Arnhem zijn landschappelijke kwaliteit volledig teniet zou doen en omdat het centrum langzaam aan de rand van de stad kwam te liggen werd in het Algemeen Uitbreidingsplan van Verhagen uit 1933 voorgesteld ten zuiden van de rivier te bouwen.

gesaneerd en er moest ruimte worden geboden aan het autoverkeer, onder meer door een oostwest verbinding ter hoogte van de Weerdjesstraat. In het plan zijn invloeden van Het Nieuwe Bouwen zichtbaar. Er is dan sprake van een functionele driedeling: een bestuurlijk centrum in het zuidoosten, het winkelcentrum ten noorden daarvan en een handelscentrum ten oosten van de Nieuwstraat. Het gedeelte rond de Eusebiuskerk werd het bestuurlijk centrum. Het handelscentrum is slechts ten dele gebouwd; ontwikkelingen in de handel maakten het overbodig. Het binnenstadsplan uit 1975 bracht de vernieuwing van het Rijnkadegebied op gang, onder andere met de aanleg van het Molenkomblok, een combinatie van wonen en parkeren aan het Roermondsplein. Tevens werd in 1977 de tweede Rijnbrug (de latere Nelson Mandelabrug) gebouwd, waarvan de lussen op de plaats kwamen van de oude haven. Een tijd lang fungeerde de Rijnkade als onderdeel van het doorgaande verkeerssysteem. De brede straten en grootschalige gebouwen, in combinatie met parkeren, contrasteerden met de smalle straten van de binnenstad. Er is hier geen binnenstadssfeer

De slag om Arnhem en de wederopbouw
In september 1944 probeerden de geallieerden Nederland te bevrijden. In de slag om Arnhem werd het deel van de binnenstad dat aan de rivier lag voor een groot deel verwoest. Luchtfoto’s van na de oorlog laten zien dat vooral het gedeelte bij de Eusebiuskerk verwoest is. Aan de westkant is met name het blok bij de haven aangetast. De haven werd na de oorlog gedempt met oorlogspuin. Het wederopbouwplan van Van der Laan en Leupen stelde een rigoureuze aanpak voor: de stad moest worden aangepast aan de eisen van de nieuwe tijd. De binnenstad moest worden

ontstaan. Dat werd in de loop van de tijd door veel Arnhemmers als een gemis ervaren. Sinds het einde van de tachtiger jaren is daarom nagedacht over de vernieuwing van het gebied. Via een aantal tussenstappen resulteerde dit in het Schetsboek voor het Masterplan Rijnboog, dat in 2002 door het stadsbestuur in discussie werd gebracht. 60

Cultuurhistorie van het gebied
In voorbereiding op het Masterplan is een uitgebreide cultuurhistorische analyse van het gebied gemaakt. Uit het onderzoek blijkt dat in het plangebied nog een aantal elementen resteert uit de middeleeuwse periode. Het betreft de vorm en ligging van de Markt, de tracés van de Beekstraat, Koningstraat en Walburgstraat. Ook de tracés van Kleine Oord,

Oude Oeverstraat, Oude Kraan en Utrechtsestraat dateren uit deze periode. Deze ruimtelijke structuren zijn van historisch-stedenbouwkundige waarde. De Coehoornstraat en Bergstraat vallen te karakteriseren als restanten van de laat 17e eeuwse vestingsstructuur aan de westzijde van de stad. Het Roermondsplein en het Nieuwe Plein dateren uit de tijd van de slechting van de vestingwerken aan het begin

van de 19e eeuw. Later in de 19e eeuw kreeg het gebied ten zuiden van de oude binnenstad haar huidige structuur: Rijnkade, Nieuwstraat en het zuidelijke deel van de Rodenburgstraat. Het grootste deel van het gebied is na de Tweede Wereldoorlog herbouwd, waarbij veel van de oude straten zijn gewijzigd, rechtgetrokken of verlegd. De ingrepen maakten deel uit van het

Rijnboog in de geschiedenis
Luchtfoto 1936 tot 17e eeuw Ten zuiden van de huidige Weerdjesstraat lagen de stadstuinen, en, parallel aan de Rijn, ook ‘De Nieuwe Haven’; in het gebied ten noorden ervan werd gewoond en gewerkt. 1853

Plan Heuvelink
Met de komst van welgestelde bewoners naar Arnhem werd ook de Rijnkade een interessante plek voor bebouwing. Langs de kade kwamen herenhuizen, daarachter lagen arbeidershuisjes.

1947

Wederopbouwplan van der Laan/Leupen
Na de verwoestingen in de oorlog is een rigoureus plan ontwikkeld voor het Rijnkadegebied. Onderdeel van het plan was een handelscentrum langs de Rijn en een bestuurscentrum bij de Markt.

1975

Structuurplan binnenstad Stadsvernieuwing rond de nieuwe Weerdjes
Pogingen om stad en Rijn te verbinden, uitbreiding van de infrastructuur met een tweede Rijnbrug.

1988 1987-1992 1990 1999

Rijnoeverplan
Eerste plan voor de Rijnoevers.

Planvoorbereiding Arnhem-Centraal Project Rijncity Arnhem, aanvraag Sleutelproject status Plan Rijnkade-Paradijs
Ambitieus plan voor de vervanging van de bebouwing uit de wederopbouwperiode door een compact nieuw centrumgebied.

2000

Structuurvisie Nieuw Sleutel Project Arnhem
Een integraal structuurbeeld voor het gebied tussen station, Rijn en binnenstad dat het startpunt vormt voor het Rijnboog project.

2002

Presentatie Schetsboek voor het Masterplan Rijnboog en maatschappelijke discussie

Van Schetsboek naar Masterplan
wederopbouwplan van Arnhem, zoals dat in 1947 werd vastgesteld. De ruimtelijke structuur, de functionele invulling en bijvoorbeeld de zichtlijnen op monumenten, zijn kenmerkend voor de stedenbouwkundige opvattingen uit die periode. Binnen het plangebied is nog een aantal gebouwen aanwezig die kunnen worden beschouwd als uitdrukking van de verschillende ontwikkelingsstadia van het gebied. De oudste monumenten zijn de middeleeuwse Sabelspoort en de Eusebiuskerk. Vervolgens zijn uit elk stadium nog karakteristieke gebouwen te herkennen. Een deel van deze gebouwen is inmiddels als Rijks- of Gemeentemonument aangemerkt. Deze gebouwen worden in het plan gehandhaafd. Verder blijft een belangrijk deel van de beeldbepalende gebouwen gehandhaafd. Door het gebied heen worden uit elke periode gebouwen en stedelijke structuren gehandhaafd. Deze vormen samen de ‘herinnering’ van het gebied. Het Masterplan is zodanig opgezet dat zowel in stedelijke structuur als in bebouwing, de historie van het gebied afleesbaar blijft. Het Masterplan voegt hieraan een nieuwe laag toe. Het Schetsboek Rijnboog van januari 2002 is het basisdocument dat in het Masterplan dat nu voorligt, verder is onderbouwd en uitgewerkt. Op verzoek van het college heeft de commissie Welstand en Monumenten een advies uitgebracht over het Schetsboek. Het Schetsboek is in de eerste helft van 2002 met klankbordgroepen en belanghebbenden besproken. Verder is het Schetsboek uitgebreid besproken in de Gemeenteraad en de Raadscommissie. In dat kader heeft de raadscommissie richtinggevende uitspraken gedaan, ter verwerking in het Masterplan. De uitkomsten van al deze gesprekken hebben bij de opstelling van het Masterplan een plaats gekregen. Dit heeft met name betrekking op de volgende punten: • Er is technisch onderzoek gedaan naar de verkeersafwikkeling rondom het Roermondsplein; De technische realiseerbaarheid van de haven is onderzocht. Tevens is de zichtbaarheid van het water in de haven bij verschillende waterstanden onderzocht vanuit verschillende gezichtspunten; Er zijn vergelijkende analyses gemaakt van verschillende mogelijkheden voor de haven; daarbij zijn zowel economische als ruimtelijke aspecten geëvalueerd; De invloed van realisatie van Rijnboog op het stadssilhouet is nader onderzocht; Er is onderzoek gedaan naar de economische effecten van de plannen; Er is nadere studie verricht naar de realiseerbaarheid en condities voor parkeren; De inrichtingsmogelijkheden voor de Weerdjesstraat zijn nader onderzocht; De voorstellen voor de openbare ruimte zijn nader uitgewerkt. Tevens is er verder gewerkt aan de fasering en segmentering van het plan. Daarbij is het zuidelijke plan nader gepreciseerd en is gewerkt aan de nadere financiële, technische en commerciële onderbouwing ervan. Zo zijn de branchering en routing van het Havenkwartier onderzocht, is er verder gerekend op de voorstellen, zijn ambitieniveaus voor investering en beheer van de openbare ruimte besproken en zijn de programma’s herberekend en verfijnd. Dit heeft zijn weerslag gekregen in het Masterplan zoals het nu voorligt. De belangrijkste inhoudelijke aanpassingen ten opzichte van het Schetsboek zijn: • De openbare ruimte is nader uitgewerkt, waarbij aanvullende voorstellen zijn geformuleerd voor onder andere een passage onder de Weerdjesstraat ter hoogte van de Sabelspoort, voor de Weerdjesstraat en voor het Nieuwe Plein; De vormgeving van de krul en de positionering van de gebouwen daaromheen zijn aangepast waarmee de stedelijke ruimte en de (voetgangers-)verbindingen zijn verbeterd en meer woningen een directe oriëntatie op het water krijgen; De vormgeving van de haven is nader uitgewerkt, waarbij veel aandacht is besteed aan de manier waarop met de hoogteverschillen wordt omgegaan; Het aantal en de positie van de woontorens in het westelijke deel zijn aangepast zodat de woontorens beter op de bestaande bebouwing aansluiten, er meer ruimte voor het groen ontstaat en het stadssilhouet minder wordt beïnvloed; • • De compositie van gebouwen in het oostelijk deel van Coehoorn-Noord is aangepast; De lay-out van het Havenkwartier is enigszins aangepast, onder andere om daarmee een goede plek te definiëren voor de infoboulevard; Het programma is op een aantal ondergeschikte punten aangepast; De fasering en segmentering van het plan zijn gepreciseerd en uitgewerkt.

• •

61

Als gevolg van de inspraakprocedure is een aantal wijzigingen doorgevoerd in het definitieve masterplan dat nu voorligt. Bovendien is bij de raadsbehandeling een aantal moties aangenomen. De implicaties van deze moties zijn verwerkt in het definitieve Masterplan. De moties zijn opgenomen op pagina 9. Een aantal inspraakreacties wordt verwerkt in het vervolg van het Masterplan. In het bijzonder zal in het vervolg veel aandacht worden besteed aan de afmetingen en de gebruiksmogelijkheden van de hoge en lage kade. Tevens wordt bij de nadere uitwerking van het Masterplan de opgave meegegeven om de massaliteit van het gebouw aan de kop van de haven en de gebouwen aan de oostzijde van de haven te verminderen. Dit kan door aanpassing van de footprints, door de hoogte en de omgeving van het gebouw of door de transparantie van de onderste lagen. Tenslotte zal de plankaart in Coehoorn Noord zodanig worden aangepast dat alle gemeentelijke monumenten gehandhaafd blijven.

• • • • •

10 TUSSEN BINNENSTAD EN RIVIER

62

Het Masterplan brengt een nieuwe samenhang tot stand tussen stad en rivier. Het gebied tussen Rijnkade en binnenstad is nu een anoniem en vreugdeloos gebied. De haven ter hoogte van de Nieuwstraat en het levendige nieuwe stadsdeel daaromheen zullen hierin verandering brengen. De rivier wordt als het ware de stad ingehaald en er wordt een nieuwe, belangrijke verblijfsruimte aan de stad toegevoegd. Eromheen komt een stadsbuurt met veel voorzieningen, waaronder een infoboulevard met bibliotheek, archief en de volksuniversiteit, een bioscoop, winkels, een hotel en woningen. De Weerdjesstraat wordt opnieuw ingericht waardoor deze een stedelijke ruimte wordt die niet langer als een barrière wordt ervaren. De Rijnkade wordt opnieuw ingericht waardoor meer mogelijkheden voor terrassen worden gecreëerd. Bovendien komt er een aantal paviljoens en platforms die uitzicht bieden over de rivier.

De kant van de Nieuwstraat die aan de haven komt te liggen

De Weerdjesstraat werkt nu als een barrière

63

Terrassen aan de Rijn

De haven doorbreekt de barrières en vormt de verbindende schakel tussen binnenstad en rivier

64

Samenspel van hoge en lage kade (referentie) Op de hoge kade komen paviljoens met uitzicht op de rivier (referentie)

Aan de westzijde van de haven komen hellingbanen tussen hoge en lage kade (referentie)

De oostkant van de haven krijgt een deels overdekte kade (referentie)

Gebouw met arcade als referentie voor het noordwestelijke deel van de haven

Havengebouw (referentie)

Haven (maquette)

Kerkplein met de haven (maquette)

65

Doorsnedes over de Rijnkade

Doorsnedes over de haven (noord, midden, zuidelijke deel)

Het waterfront wordt verlengd met de realisatie van de nieuwe haven

De maakbaarheid van de haven
De technische realiseerbaarheid van de haven is onderzocht door ingenieursbureau Witteveen en Bos. Het bureau concludeert dat de haven tegen reële kosten kan worden gemaakt. De belangrijkste technische problemen zijn het verplaatsen van een grote rioolbuis in de Rijnkade en het maken van een zodanige bodem en zijwand voor de haven dat het grondwater in evenwicht blijft en de haven voldoende aanvoer van vers water krijgt. Voor beide problemen zijn goede oplossingen mogelijk en in de plannen is rekening gehouden met de kosten daarvan. De waterkering volgt in de huidige uitwerking de contouren van de haven. Bij de nadere uitwerking zal worden onderzocht of hiervoor alternatieven zijn, waarbij de kering voor extreem hoog water dichter bij de huidige Rijnkade blijft. Deze mogelijkheden zullen worden meegenomen bij de uitwerking van de plannen ter plaatse.

66

De haven van Triëst was een inspiratiebron voor het plan

Vismarkt in de haven van Helsinki als symbool van de relatie tussen stad en haven

De zichtbaarheid van het water in de haven
Het hoogteverschil tussen het waterpeil van de Rijn en de hoge kade bedraagt gedurende 300 dagen per jaar ongeveer 6 meter. Het water staat dan op een hoogte van 8,50 meter + NAP. De stedenbouwkundige uitwerking laat zien op wat voor manier dit hoogteverschil wordt verwerkt. Er komen trappen en hellingen van waaruit de hele haven te overzien is. Verder worden de terreinhoogtes zo aangepast dat het zicht op het water nergens hoeft te worden belemmerd om een veilige waterkering te garanderen. De breedte van de haven is zo gekozen dat het water overal goed zichtbaar is. Zelfs direct voor Theater Oostpool aan de Nieuwstraat zijn het water en de rivier ook bij lager water zichtbaar. Bijgaande perspectieven illustreren het beeld bij een waterpeil van 8,50 meter + NAP.

Uitzicht vanaf de Weerdjesstraat-brug richting binnenstad; aan het eind van de haven een trap-helling die zorgt voor optimaal zicht vanuit de binnenstad over het water

Vanaf het terras aan de oostzijde kijkt men over de haven naar de binnenstad

Zicht op de haven vanuit verschillende standpunten

Uitzicht vanaf de binnenstad over de haven; onder de brug van de Weerdjesstraat is de Rijn zichtbaar

Inrichtingsvoorstellen Weerdjesstraat

Fotomontage die illustreert hoe het beeld van de Weerdjesstraat kan worden veranderd door middel van een heldere zonering en goede oversteekplaatsen

Met de herinrichting wordt de Weerdjesstraat geïntegreerd in de stadsstructuur

68

Publieke functies als uitzendbureaus, winkels en restaurants dragen bij aan nieuwe karakter van de Weerdjesstraat

De inrichting van de straat beïnvloedt het verkeerskarakter (referentie)

De Weerdjesstraat wordt op dit moment ervaren als een mini-snelweg in de stad. Daardoor werkt de straat als een barrière tussen stad en rivier. Dat komt omdat de weg nogal langgerekt is, weinig aanleiding geeft af te remmen en omdat de randen behoorlijk saai en onaantrekkelijk zijn. De realisatie van het Rijnboogproject biedt de kans (en de noodzaak) om dit karakter te veranderen. In een eerste voorbeelduitwerking wordt hieraan de volgende invulling gegeven: • Het verkeersprofiel wordt eenduidig, eenvoudig en overzichtelijk: twee rijstroken in oostelijke richting en een busbaan in westelijke richting. Hierin worden tevens bushaltes, inritten van parkeergarages en dergelijke opgenomen; Op minstens drie plekken komen voetgangersoversteken. Zij vormen plateaus in de weg, vergelijkbaar uitgewerkt als in het centrum van Oosterbeek. Waar mogelijk

(in ieder geval bij het Havenkwartier) worden er bushaltes aan deze plekken gekoppeld; De brug over de haven vormt ook een ‘bijzonder moment’ in de Weerdjesstraat. Hier vernauwt het profiel zich enigszins, wat een remmend effect op de snelheid heeft; Op de beganegrond van de gebouwen aan de Weerdjesstraat komen waar mogelijk publieksfuncties; De materialisering is eenvoudig en overzichtelijk: zwart asfalt met overrijdbare middenberm voor het verkeer en donkere, steenachtige verharding voor de rest, inclusief de oversteekplatforms; Er komen geen lange bomenrijen, maar de plekken worden geaccentueerd met bomen; de bestaande bomen worden zoveel mogelijk gehandhaafd.

De voetgangersoversteken kunnen op verschillende manieren worden uitgewerkt. Essentieel is dat de kruisende richting meer gelijkwaardig wordt aan het verkeerskarakter van de straat

69

Weerdjesstraat (maquette)

Het karakter van de Markt wordt nu bepaald door de auto’s

70

Met het autoluw maken van de Markt kan deze worden omgevormd tot een mooie stadsruimte (referentie)

Ingangen van de parkeergarage maken deel uit van het openbare ruimte ontwerp (referentie)

Markt en Sabelspassage
Het karakter van de Markt wordt op dit moment sterk bepaald door de grote hoeveelheid auto’s die erop worden geparkeerd. Dat belemmert dat de Markt zich ontwikkelt tot een aangename stadsruimte. Het voorstel is om onder de Markt een parkeergarage te realiseren en de Markt autoluw te maken. Samen met de vernieuwing van de oostzijde van de Markt en de verbinding met het levendige Havenkwartier zorgt dit ervoor dat de Markt een echt stadsplein kan worden met een aangename verblijfskwaliteit. Er is op dit moment geen visuele relatie tussen de Markt en de rivier. De realisatie van het Masterplan moet hierin verandering brengen. Dat kan worden uitgewerkt in de vorm van een nieuwe looproute vanaf de Sabelspoort onder de Weerdjesstraat door naar de lage Rijnkade. Deze route, de Sabelspassage, biedt een aantrekkelijke koppeling naar de rivier en bovendien aan de westzijde van de Markt een doorkijk naar de rivier. Voor de bescherming tegen hoog water wordt dan een bijzondere voorziening gemaakt ter hoogte van de Weerdjesstraat. De Sabelspassage versterkt daarmee de relatie tussen stad en rivier op een vergelijkbare manier als de haven, zij het op kleinere schaal. Dit vormt een sterke verbetering van het karakter van de Markt en draagt bij aan de vergroting van de levendigheid van de Rijnkade.

71

Sabelspassage tussen Markt en rivier

Sabelpassage (maquette)

11 TUSSEN STATION EN RIVIER
Ondanks het hoogteverschil ervaart men bij het station nu niet de nabijheid van de rivier. Het Masterplan brengt hierin verandering. Coehoorn wordt zo geherstructureerd dat een aantal nieuwe routes naar de oevers van de Rijn wordt gemaakt. De bebouwingswand aan de Oude Kraan en Onderlangs wordt veel minder massaal. In het westelijke deel komen drie woongebouwen op de plek waar nu de Oude Kraan loopt. De weg wordt in noordelijke richting verlegd. In het zuidelijke deel wordt een parkachtige omgeving gemaakt waarmee een relatie wordt gelegd tussen de singelstructuur en de groene rivieroever. De hoogteverschillen in het park zorgen ervoor dat het groene karakter overal waarneembaar wordt. De verkeersstructuur wordt vereenvoudigd. Alle verkeer komt uit op een rotonde. Dat bevordert de oriëntatie en bespaart ruimte. Onder, naast en tussen de krul van de Nelson Mandelabrug gaat worden gebouwd. Er ontstaat hier een concentratie van culturele voorzieningen met wonen en werken, die een belangrijke bijdrage levert aan de levendigheid van Arnhem.

72

Coehoorn is een buurt met een mix van gebouwen uit verschillende periodes

Coehoornpark en Rijnkade worden opnieuw ingericht (referentie)

Woontorens in het groen (referentie)

Het karakter van het zuidelijke deel wordt nu bepaald door infrastructuur en auto’s

Verder naar het westen wordt het karakter steeds groener

Zicht vanaf de rivier op de Rijnoever (maquette)

Impressie van het groene karakter van de Rijnoever

75
Ten westen van de krul komt een ‘groene heuvel’ (referentie)

Fotomontage met nieuwe bebouwing rond de brug

Binnen de krul onstaat een stadsplek met tal van programma’s (sfeerbeeld)

Tussen station en rivier (maquette)

Autoroutes

De Krul (maquette)

Gebouwen en binnenterreinen vormen één geheel (referentie)

Busroutes

De ruimte binnen de rotonde is verdiept en krijgt een groen karakter (doorsnede west-oost)

De voetgangerspassage vanaf het Nieuwe Plein naar de Rijnkade loopt onder de rotonde door. Vanuit deze route wordt tevens de parkeergarage ontsloten (doorsnede noord-zuid)

77

De Krul (maquette)

Een bushalte kan worden benut om het verkeerskarakter te veranderen (referentie)

Een strand met uitzicht op de stad als referentie voor het stadsbalkon op de Nelson Mandelabrug

Een roltrap als stedelijke route (referentie)

Een doorsnede over de centrumzijde van de brug (bestaand en voorstel met verblijfsruimte)

De verkeersruimte op de brug wordt geleidelijk smaller

Ontwerpschets voetgangersroutes in en om de krul
Het karakter van het gebied rond de aanlanding van de Nelson Mandelabrug zal radicaal veranderen. Het is nu een plek waar auto’s en infrastructuur op alle fronten domineren. Met de realisatie van het Masterplan ontstaat een plek waar ook de voetganger zich thuis voelt. De krul van de Nelson Mandelabrug wordt getransformeerd tot een stadsplek waarin culturele voorzieningen te vinden zijn en waar wordt gewoond met uitzicht op de Rijn. In de voorbeelduitwerking die hier wordt gepresenteerd, wordt voorgesteld om het karakter van de weg al bovenop de brug in een aantal stappen te transformeren van snelweg naar stadsstraat. De Nelson Mandelabrug wordt een ‘hooggelegen stadsentree’ en de krul maakt deel uit van het binnenstedelijk wegenstelsel. Het oostelijke brugdeel wordt in deze ontwerpschets aan de stadszijde getransformeerd tot een verblijfsruimte. De fietsroute maakt hiervan onderdeel uit en er komt een visuele afscheiding van het verkeer (met een soort 'tribune'). De breedte van het brugdeel (12 meter) maakt het mogelijk om deze plek een eigen, sterke identiteit te geven. Gedacht kan worden aan een hooggelegen stadsstrand met paviljoen, vergelijkbaar met het zomerstrand aan de Rotterdamse Boompjes (maar dan met een prachtig zicht op Arnhem). Er kan een bushalte komen bij de aanlanding van de brug. Deze werkt dan als een vertrager voor het verkeer. De entree van het museum (of een andere publieksfunctie) wordt hieraan gekoppeld. Tevens komt er een voetgangersoversteekplaats met verkeerslichten naar het stadsterras ten westen van de brug. Van hieruit is een ‘hoge looproute’ naar het stadsplein in de krul. Tevens is hier ruimte voor een grand café met terras. De verkeerslichteninstallatie dient tevens als ‘toeritdosering’ voor de rotonde. Binnen de krul ontstaat een plein waar de hoge route (vanaf de brug) en de lage route (vanaf het station) bij elkaar komen. Het plein heeft een oversteek naar de Rijnkade. De rotonde heeft een verdiept middenplein. Via dit middenplein worden verkeersvrije voetgangersroutes gecreëerd tussen Coehoornstraat/ Nieuwe Plein en Rijnkade/ Roermondsplein. Het verdiepte middenplein vormt tevens één van de toegangen tot de parkeergarage.

79

Een nieuwe hooggelegen voetgangersroute

Stadspoort Mandelabrug

De fietsroutes in en om de krul
De verbinding tussen de Nelson Mandelabrug, het station en de binnenstad is een belangrijke fietsersroute. Met het verwijderen van de directe route van de Nelson Mandelabrug naar het Nieuwe Plein wordt het belangrijk om een goed alternatief te bieden. In de hier voorgestelde uitwerking loopt de fietsroute aan de buitenkant van de krul mee naar de Rijnkade. Afhankelijk van de precieze uitwerking wordt de brug op sommige plaatsen verbreed. Aan de zuidzijde van de krul hebben fietsers de keuze of ze via de Rijnkade de stad in (of uit) gaan of met een fietspad onder de rotonde door richting station en het Nieuwe Plein. In aanvulling daarop komt er een fiets/voetgangersverbinding, in de vorm van bij voorbeeld een roltrap, naar de oostzijde van het Roermondsplein; de meest geschikte oplossing is nog onderwerp van studie.
Fietroutes vanaf de Nelson Mandelabrug richting binnenstad en station

80

Referentiebeelden voor Roermondsplein (Schiphol)

Rijnboog in het stadssilhouet
Het stadssilhouet is een van de bijzondere karakteristieken van Arnhem. Doordat de stuwwal tot vlakbij de Rijn komt, zijn hoogteverschillen duidelijk waarneembaar op de plek waar Arnhem is ontstaan. De invloed die de ontwikkeling van Rijnboog heeft op het stadssilhouet van Arnhem wordt getoond aan de hand van vier aanzichten van de stad vanaf de rivier: 1 De topografie van de stad; 2 De bestaande stad met voor- en naoorlogse bebouwing; 3 De invloed die de ontwikkeling van Arnhem Centraal heeft op het stadssilhouet; 4 De invloed die realisatie van Rijnboog heeft. Uit de opeenvolging van beelden kunnen de volgende conclusies worden getrokken: • De topografie is het sterkst waarneembaar ten westen van de Kunstacademie; hierop heeft Rijnboog nauwelijks invloed; vanaf de brug blijft de bocht in de Rijn (met de stuwwal daarachter) goed waarneembaar; • In de loop van de tijd is het stadssilhouet beïnvloed door alle bebouwing die is gerealiseerd; toch is het hoogteverschil in de stad nog op allerlei plekken en via allerlei doorzichten waarneembaar; dat zal ook na de realisatie van Rijnboog zo blijven en op verschillende plekken juist verder worden versterkt; • In het kader van Rijnboog wordt vooral in de lage delen van de stad gebouwd; dat vermindert de invloed van de bebouwing op het stadssilhouet; De gebouwen die worden voorgesteld zijn zo gepositioneerd dat nieuwe doorzichten ontstaan waarmee het hoogteverschil goed waarneembaar blijft. 81

Silhouet vroeger, nu en in de toekomst: Veluwe 1 Bestaande situatie 2 Arnhem Centraal 3 Arnhem Rijnboog 4

12 TUSSEN STATION EN BINNENSTAD
De zone tussen het station en de zuidelijke binnenstad wordt vooral bepaald door de nieuw te vormen langzaamverkeersroute van station naar Kerkplein. Deze levert een nieuwe impuls voor de zuidelijke binnenstad. De Coehoornstraat wordt verlengd; er komt een betere oversteek van het Nieuwe Plein en de Oude Oeverstraat wordt omgevormd zodat een aantrekkelijke looproute naar de Markt ontstaat. Het wordt een route met verrassende doorkijken, aantrekkelijke pleintjes en een mooie inrichting. Aan de route komen woningen, kantoren, kleinschalige voorzieningen en maatschappelijke functies. De route vormt de schakel tussen de binnenstad en het station; de maat en schaal van de bebouwing sluiten aan op de bestaande stad. De route loopt langs de kop van de nieuw te realiseren haven.

82

83

De nieuwe westzijde van het Kerkplein met doorgangen naar de haven (impressie)

Het plein bij de Bartokzaal wordt opnieuw ingericht (impressie vóór en na)

Doorgang van de Rijnstraat naar het Nieuwe Plein

Kleinschaligheid in de binnenstad

Terrassen verlevendigen het straatbeeld (referentie )

De Loper (maquette)

Er komen pleintjes op de grens van oud en nieuw (referentie)

De Loper (maquette)

Huidige situatie van de busbaan

Het Nieuwe Plein (maquette)

Het verwijderen van de busbaan
Het slopen van de busbrug verandert het karakter van de verkeersstromen; het Roermondsplein wordt een bestemming in plaats van een locatie ‘die overgeslagen wordt’

86

In fase 2 van de realisatie van het Masterplan wordt de bus/fietsbrug die vanaf de Nelson Mandelabrug over het Nieuwe Plein naar het Willemsplein loopt, gesloopt. Het gebied rondom de krul wordt dan niet langer ‘overgeslagen’ door fietsers en buspassagiers, maar gaat in de beleving deel uitmaken van de binnenstad; een bestemming waar Arnhemmers ‘iets te zoeken hebben’. Met het slopen van de busbrug wordt een aantal verbeteringen mogelijk: • De oversteek tussen de Verlengde Coehoornstraat en de Nieuwe Havenstraat wordt niet langer (visueel) geblokkeerd door het viaduct. Dat levert een heel andere beleving op. In plaats van kruip-door-sluip-door onder het viaduct, komt er een mooie oversteek en wordt het voor de voetganger zichtbaar dat beide stukken van de stad gewoon bij elkaar horen;

Het beeld van dit stuk stad zal sterk veranderen. Het Roermondsplein wordt een plek waaromheen gebouwen staan. Vanaf het Willemsplein wordt het Roermondsplein als stedelijke ruimte zichtbaar en er ontstaan doorkijken naar de rivier; Doordat het viaduct wordt gesloopt wordt het Roermondsplein een ‘adres’ met uitstraling. Daarmee wordt het mogelijk om hier een vestigingsmilieu te creëren voor representatieve bedrijven. Dat is goed voor Arnhem; het biedt de mogelijkheid om bedrijven een aantrekkelijke binnenstedelijke locatie te bieden.

De nieuwe route tussen station en Markt

Het nadeel van de voorgestelde ingreep is dat de bus- en fietsroutes naar het station langer worden. Dat nadeel wordt gecompenseerd doordat het Roermondsplein zélf een belangrijke bestemming wordt. Een plek met een uitgebreid cultuurprogramma en een bijzondere, stedelijke sfeer, die ook per openbaar vervoer goed bereikbaar dient te zijn. Ook wordt voor het fietsverkeer een korte verbinding tot stand gebracht tussen de Nelson Mandelabrug en de Rijnkade. Aan de definitieve uitwerking worden nadere voorwaarden gesteld. Het belang van een goede verkeersafwikkeling is leidend in het gebied van de Nelson Mandelabrug bij het vinden van een optimale inrichting van de openbare ruimte. Het definitieve besluit om de busbaan te verwijderen hangt samen met het vinden van een goede oplossing voor de verkeersafwikkeling ter plaatse.

Bovenaanzichten/perspectieven van situaties voor en na de sloop van de busbaan: 1 zicht naar Rijn 2 zicht naar station 3 zicht vanuit Nieuwe Plein naar rivier 4 oversteek Coehoornstraat

1

87

2

3

4

Inrichtingsvoorstellen Nieuwe Plein
Het slopen van de bus- en fietsbrug biedt de kans om het Nieuwe Plein om te vormen tot een stadsruimte van formaat. Het belangrijkste punt in deze stadsruimte wordt de plek waar de nieuwe route Coehoornstraat – Nieuwe Havenstraat het Nieuwe Plein kruist. Hier moet een nieuwe oversteek worden gemaakt. De oversteek moet zodanig worden vormgegeven dat deze geen belemmering vormt maar een logisch onderdeel van de stedelijke route. In de hier geschetste oplossing wordt voorgesteld om optimaal gebruik te maken van het karakterverschil tussen de verkeersstromen in zuidelijke en noordelijke richting: • In zuidelijke richting is sprake van een behoorlijk zware verkeersbelasting, met drie rijstroken waaronder een busbaan. Hier komt een heldere voetgangersoversteekplaats: zwart asfalt, witte strepen en verkeerslichten. In noordelijke richting is het karakter anders. Hier is een busbaan en incidenteel bestemmingsverkeer voor een klein deel van de binnenstad. De verkeersstromen worden geïntegreerd in een maaiveld waarvan het verblijfskarakter voorop staat. Er komt een uitstaphalte voor de bus en de hele zone van 25 à 30 meter wordt ingericht met veel bomen, verharding en groen.

88

Doorsnede ter plaatse van de oversteek

Op deze manier vormt het Nieuwe Plein een schakel in de route tussen haven en station: duidelijke verkeersoversteek waar dit nodig is, en verder een stadsruimte waaraan functies en verblijfskwaliteiten worden gekoppeld.

De oversteek van het Nieuwe Plein is een belangrijke schakel in de route tussen station en binnenstad

Inrichtingsschets van de nieuw te realiseren oversteek

Een voorbeeld voor de manier waarop de busbaan in het voetgangersgebied kan worden geïntegreerd

De oostzijde van het Nieuwe Plein wordt als verblijfsruimte ingericht; de busbaan maakt hier deel van uit (zicht vanuit het noorden)

89

Zicht vanuit zuidelijke richting

Colofon
Het Masterplan is opgesteld in opdracht van Rijnboog Arnhem: Gemeente Arnhem Provincie Gelderland Knooppunt Arnhem-Nijmegen Blauwhoed BPF Bouwinvest MAB Portaal Vesteda Stedenbouwkundigen Manuel de Solà-Morales, Barcelona In samenwerking met Urhahn Urban Design, Amsterdam Vormgeving CO3, Amsterdam Maquettebouw RO Vorm

92

Adresgegevens Gemeente Arnhem Postbus 99 6800 AB Arnhem 026-3773896 rijnboog@arnhem.nl www.rijnboog.nl

Dit project wordt medegefinancierd door de Europese Gemeenschap. Europees fonds voor de Regionale Ontwikkeling