WOORD VOORAF

Het Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/ Elshout is geschreven in opdracht van de iniatiefgroep REVIDRU.

REVIDRU is een initiatief van de BCDE (Bedrijvenvereniging Contact Drunen Elshout) en het PIT (Projecten Innovatieteam, de heer W. Konz). REVIDRU is een stichting die zich bezighoudt met het initiëren en uitvoeren van revitaliseringsprojecten

De iniatiefgroep REVIDRU bestaat uit de volgende leden: • • • • • • • • J. Halmans (Alcoa); C. Kuijs (Lips); P. van Delft (voorzitter BCDE); P. van Drunen (bestuurslid BCDE/Durea); C. Klijn (Boliden); H. Schiltmans (Meco); W. Konz (PIT); H. Krols (BMD Advies).

Het Masterplan is opgesteld door BMD Advies West- en Midden-Brabant.

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

1

SAMENVATTING

Inleiding De twee bedrijventerreine n Groenewoud en Meeuwaert te Drunen/Elshout (gemeente Heusden) zijn reeds bestaande bedrijventerreinen. Bij een aantal bedrijven gelegen op Groenewoud en Meeuwaert bestond de behoefte om naast gezamenlijk energiebeheer te komen tot verbeteringen van de kwaliteit van deze bedrijventerreinen. Dit door een gezamenlijke aanpak van bijvoorbeeld: telecommunicatie, vervoersmanagement, infrastructuur, bodembeheer, waterbeheer, afvalstoffenbeheer, etc. en dit projectmatig te realiseren. Hiertoe is op initiatief van de bedrijvenvereniging BCDE (Bedrijven Contact Drunen Elshout) en PIT (Projecten Innovatie Team) de Stichting Revitaliseringsprojecten Drunen (REVIDRU) opgericht.

Doelstellingen 1. Het creëren van de randvoorwaarden voor een economisch aantrekkelijk en milieuhygiënisch verantwoord bedrijventerrein, waar het voor bedrijven aantrekkelijk ondernemen is en waar via samenwerking optimaal invulling kan worden gegeven aan het regionale en landelijke milieubeleid. 2. Het versterken van de onderliggende banden en vergroten van betrokkenheid van de bedrijven verenigd in Bedrijven Contact Drunen Elshout (BCDE).

Enquête Voor de inventarisatie van de individuele bedrijfsgegevens is in april van dit jaar aan alle bedrijven op de bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert een enquêteformulier verstuurd (zie bijlage 1). Doel van deze enquête was inzicht te krijgen in de belangstelling tot samenwerking en een inventarisatie te maken met betrekking tot de haalbaarheid van revitaliseringsprojecten. De respons op de enquête was goed (65 %). Uit de resultaten (zie bijlage 2) kwamen aspecten naar voren die door de werkgroepen nader uitgewerkt zullen worden. De enquêteresultaten hebben in eerste instantie een goed beeld gegeven van de omvang, capaciteit en het verbruik van de diverse diensten, goederen en (grond- en hulp)stoffen op de bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert.
Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999 2

Bedrijfsbezoeken Bij 38 bedrijven zijn er door adviseurs van BMD Advies gesprekken gevoerd. Tijdens de bedrijfsbezoeken is verder ingegaan op de antwoorden van de enquête en eventueel gemaakte op- en aanmerkingen. De gesprekken hebben meer opgeleverd dan aanvankelijk uit de enquête naar voren kwam. Er zijn enkele nieuwe onderwerpen aan de orde gekomen, die in eerste instantie niet in de enquête werden genoemd, zoals het vervullen van vacatures, de snelheid van motorvoertuigen op de bedrijventerreinen en gezamenlijke inkoop van computers en kantoorartikelen.

In de bedrijfsgesprekken is door 20 bedrijven aangegeven dat zij (afhankelijk van het onderwerp) geïnteresseerd zijn in deelname in een werkgroep.

Resultaten In het algemeen is er veel bereidheid tot samenwerken, indien voldaan wordt aan een aantal voorwaarden: gelijkblijvende prijs-kwaliteitverhouding, gegarandeerde flexibiliteit en continuïteit.

Er kan geconcludeerd worden dat naast de grotere bedrijven ook een aantal kleinere bedrijven zitting wil nemen in een werkgroep. De kleinere bedrijven zijn bereid deel te nemen aan een project, indien blijkt dat het project (financieel) rendabel is en/of een meerwaarde oplevert. Dit geldt met name voor de aspecten die wel voordeel opleveren bij deelname, maar geen of weinig investering vergen.

Er is tevens gebleken dat de grotere bedrijven op een ander gebied aan samenwerking denken (zoals gezamenlijk energiegebruik, retourvrachten) dan de overige (kleinere) bedrijven. Deze laatste groep ziet (evenals de grotere bedrijven) meer in samenwerking en/of realisatie op het gebied van onder meer brievenbussen of postvoorziening op de bedrijventerreinen, gezamenlijke opleiding van personeel op het gebied van EHBO, Arbo en/of BHV, verbeteren bereikbaarheid per openbaar vervoer (OV), collectieve beveiliging en gezamenlijk onderhoud van

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

3

groenvoorzieningen en aan gebouwen (zie bijlage 3 voor de resultaten per aandachtsgebied).

Werkgroepen en kansrijke projecten Tenslotte kan er geconcludeerd worden dat de enquête en gesprekken een groot aantal onderwerpen opgeleverd hebben die in eerste instantie kansrijk kunnen zijn en in werkgroepen nader uitgewerkt kunnen worden. Het betreffen (in willekeurige volgorde) onder andere: 1. Energie: − gezamenlijke inkoop, − gezamenlijke energieopwekking, − hergebruik/uitwisseling energie (restwarmte met tuinbouwbedrijven). 2. Faciliteiten: − post; − gezamenlijk onderhoud; − personeelswerving (adverteren, banenpool etc.) en/of opleiding/training. 3. Afval: − collectieve afvalinzameling; − afvalpreventie. 4. Logistiek: − verbeteren bereikbaarheid per openbaar vervoer; − combineren retourvracht/combineren carpoolers/gezamenlijk busvervoer; − coördinatie vraag en aanbod opslagruimte. 5. Telecommunicatie (reeds opgestart).

Daarnaast bestaat er sinds het begin van het revitaliseringsproject ook al een werkgroep Public Relations (PR)/Communicatie en is een lid van de projectgroep verantwoordelijk gesteld voor de financiën (budgetbewaking etc.). De werkgroep PR/Communicatie is belast met het opstellen van de nieuwsbrief, versturen van mailings etc.

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

4

INHOUDSOPGAVE

WOORD VOORAF SAMENVATTING 1. INTRODUCTIE 1.1 1.2 1.3 2. Doel Projectopzet Werkwijze

1 2 6 7 8 9 10 10 10 10 11 11 12 12 15 15 15 17 18 19 21

UITVOERING 2.1 Enquête 2.1.1 Opzet en uitvoering 2.1.2 Resultaten 2.2 Bedrijfsbezoeken 2.2.1 Selectie 2.2.2 Opzet en uitvoering 2.2.3 Gespreksresulaten

3.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 Algemeen Kansrijke projecten Werkgroepen Projectbureau Samenwerkingsverbanden

BIJLAGEN BIJLAGE 1: Enquêteformulier duurzaam bedrijventerrein Groenewoud en Meeuwaert BIJLAGE 2: Enquêteresultaten BIJLAGE 3: Resultaten aandachtsgebieden

BIJLAGE 4: Notitie duurzame bedrijventerrein Groenewoud en Meeuwaert, Energie

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

5

1.

INTRODUCTIE De twee bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert te Drunen (gemeente Heusden) zijn reeds bestaande bedrijventerreinen. Naast een aantal grote bedrijven in de metaal be- en verwerkende sector is een groot aantal kleine en middelgrote bedrijven gevestigd op dit terrein. Deze laatste categorie heeft een grote diversiteit, namelijk bouwnijverheid, lederwaren, voedingsmiddelen, kunststofverwerkend, transport en logistiek, drukkerijen, dienstverlening, etc. In totaal zijn er ruim 100 bedrijven op de bedrijventerreinen gevestigd. De bedrijventerreinen zijn gelegen en direct ontsloten aan/op de A-59 (zie figuur 1). Groenewoud wordt gekenmerkt door een “parkachtige” uitstraling, daarentegen wordt Meeuwaert gekenmerkt door een woonwerkomgeving, vanwege de aanwezigheid van bedrijfswoningen.

bedrijventerrei n Meeuwaert

bedrijventerrein Groenewoud

Figuur 1: ligging bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert ten opzichte van de directe omgeving.

In het eindadvies van de Kerngroep Milieu en Economie “Welvaart in het groen” van de provincie Noord-Brabant zijn deze bedrijventerreinen opgenomen als een kansrijk project (project M1) op het gebied van gezamenlijk energiebeheer.

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

6

Bij een aantal bedrijven gelegen op de bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert bestaat de behoefte om naast gezamenlijk energiebeheer te komen tot verbeteringen van de kwaliteit van deze bedrijventerreinen door een gezamenlijke aanpak van bijvoorbeeld: telecommunicatie, vervoersmanagement, infrastructuur, bodembeheer, waterbeheer, afvalstoffenbeheer, etc.

1.1

Doel De doelstelling van dit project is het creëren van de randvoorwaarden voor een economisch aantrekkelijk en milieuhygiënisch verantwoord bedrijventerrein, waar het voor bedrijven aantrekkelijk ondernemen is en waar via samenwerking optimaal invulling kan worden gegeven aan het regionale en landelijke milieubeleid.

Tweede doelstelling is het versterken van de onderliggende banden en vergroten van betrokkenheid van de bedrijven verenigd in Bedrijven Contact Drunen Elshout (BCDE). Het versterkt de relatie van het individuele bedrijf en dat van de BCDE naar de gemeente Heusden, met betrekking tot bijvoorbeeld de ontsluiting, bereikbaarheid, openbaar vervoer, aanleg en onderhoud groen, etc. Hierdoor wordt tevens het vestigingsklimaat op de bedrijventerreinen verbeterd.

Tevens is het de bedoeling om het concept van duurzame bedrijventerreinen uit te dragen naar de andere bedrijventerreinen in de gemeente Heusden (onder andere Nieuwkuijk en Vlijmen).

Eén en ander sluit aan bij de structuurvisie van de gemeente Heusden. In deze structuurvisie wordt namelijk de behoefte en noodzaak van een verkeersstructuur parallel aan de A-59 aangegeven. Dit houdt onder andere in dat de bedrijventerreinen in Nieuwkuijk en Drunen qua ontsluiting aan elkaar gekoppeld worden en als gevolg daarvan extra mogelijkheden ontstaan om het project uit te breiden naar de andere bedrijve nterreinen. Hiermee kunnen de ervaringen op de bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert worden benut voor het opzetten van soortgelijke projecten op de overige bedrijventerreinen in de gemeente Heusden.

Om deze doelstellingen te kunnen realiseren wordt het instrument van de thematische werkgroepen gebruikt. Op basis van individuele inventarisaties de
Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999 7

kansen en verbeteropties in werkgroepen nader uitgewerkt worden. Daarnaast worden met de collega-bedrijven de ervaringen uitgewisseld om tot samenwerking te komen. Hierbij worden de schaalvoordelen zoveel mogelijk benut.

1.2

Projectopzet Bij het opzetten van dit project is onder andere gebruik gemaakt van de Handreiking “Duurzame bedrijventerreinen” van de stuurgroep “Boegbeeld Duurzame Bedrijventerreinen”. Hierin zijn vier fasen te onderscheiden: fase 1: Voorbereiding/initiëring; fase 2: Inventarisatie/oriëntatie van win-win-situaties; fase 3: Nader onderzoeken en besluitvorming van de kansrijke projecten; fase 4: Implementatie/uitvoering en evaluatie van resultaten.

Het onderliggende rapport is het resultaat van fase 2.

Daarnaast is gebruik gemaakt van de ervaringen en expertise (met betrekking tot onder andere de enquête en bedrijfsgesprekken) die zijn opgedaan tijdens het revitaliseringsproject bij het bestaande bedrijventerrein De Rietvelden/De Vutter/Veemarktkade (RIVU) te ’s-Hertogenbosch.

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

8

1.3

Werkwijze In overleg met de iniatiefgroep REVIDRU (Stichting Revitaliseringsprojecten Drunen) is er door BMD Advies een enquêteformulier opgesteld (zie bijlage 1) en verstuurd aan alle bedrijven op beide bedrijventerreinen. De respons op de enquête was goed (65 %). Uit de enquêteresultaten kwam een groot aantal aspecten naar voren die als kansrijk zijn beschouwd, om in een werkgroep nader uit te (gaan) werken. Alvorens de werkgroepen definitief op te starten, zijn met bedrijven die hiertoe bereid waren gesprekken gevoerd.

De gesprekken zijn gevoerd in de maanden juli, augustus en september 1999. Dat de gesprekken verdeeld over drie maanden zijn uitgevoerd, heeft te maken gehad met de tussenliggende vakantie (bouwvak). De gesprekken zijn gevoerd met de directie/eigenaar van het bedrijf. In enkele gevallen is dit niet haalbaar gebleken en zijn de gesprekken gevoerd met een door de bedrijfsleiding aangewezen persoon. De geïnterviewde(n) is gevraagd naar hun visie op de toekomstige ontwikkeling en kansen die voor het bedrijventerrein en de daar gevestigde bedrijven naar hun mening kan opleveren. Hierbij zijn de vragen/onderwerpen en antwoorden uit de enquête als uitgangspunt genomen. Daarnaast is gevraagd of bedrijven bereid zijn deel te nemen in een van de werkgroepen. De enquêteresultaten en hetgeen is voortgekomen uit de persoonlijke gesprekken zijn voor elk bedrijf in standaard gespreksformulieren vastgelegd. Daarnaast zijn er totaaloverzichten gemaakt. De resultaten zijn uiteindelijk onder te verdelen in meerdere rubrieken en aandachtsgebieden, welke tot een realisering van projecten kan leiden.

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

9

2. 2.1 2.1.1

UITVOERING Enquête Opzet en uitvoering enquête In overleg met de iniatiefgroep en aan de hand van het enquêteformulier dat is toegepast bij het eerder genoemde project “Duurzame Revitalisering Bedrijventerrein De Rietvelden/De Vutter/Veemarktkade te ’s-Hertogenbosch” is het enquêteformulier samengesteld voor de situatie op de bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert te Drunen en Elshout. Dit enquêteformulier is gemaakt door BMD Advies West- en Midden-Brabant. Na aanlevering van de adressen door de BCDE zijn er 105 enquêteformulieren verstuurd. Hierop zijn 68 reacties binnengekome n (respons: 65%). Hierbij zitten drie bedrijven die op korte termijn gaan verhuizen (leeg formulier retour). Een vijftal bedrijven heeft aangegeven dat zij geen meerwaarde ziet in samenwerking. Nog eens vijf bedrijven bleken buiten een van de twee bedrijve nterreinen te liggen.

2.1.2

Resultaten De enquêteresultaten (zie bijlage 2) hebben in eerste instantie een goed inzicht gegeven van de omvang, capaciteit en het verbruik van de diverse diensten, goederen en (grond- en hulp)stoffen op de bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert.

Gebleken is dat het merendeel van de bedrijven tot de kleinere energieverbruikers behoren (minder 10.000 m³ gas per jaar, minder dan 50.000 kWh elektriciteit per jaar en minder 1.000 m³ water per jaar). Ook is naar voren gekomen dat meerdere bedrijven voordeel verwachten bij verschillende vormen van samenwerking op het gebied van energie, grond- en reststoffen, opslag en afvalinzameling. Samenwerking op gebied van commerciële voorzieningen (zoals gezamenlijk onderhoud, beveiliging, post en telecommunicatie) zou volgens de bedrijven de efficiency verhogen en besparing kunnen opleveren.

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

10

Meerdere bedrijven hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om verbeterpunten aan te geven. In dit kader zijn genoemd: • • • • beveiliging; openbaar vervoer (OV) (buiten kantooruren)/bushaltes; ontbreken postkantoor en restaurant; onderhoud groenvoorziening.

Daarnaast zijn er ook aspecten genoemd waarover de bedrijven tevreden zijn. Dit zijn onder andere: • • • net opgezet terrein/aanzien; groenvoorziening; toegangswegen/ligging (A59).

In het enquêteformulier is de afsluitende vraag gesteld of het bedrijf bereid was, om de gegeven antwoorden in een persoonlijk gesprek toe te lichten en of het bereid was om deel te nemen in een werkgroep. Op voorhand hebben acht bedrijven te kennen gegeven te willen deelnemen in een werkgroep. Nog eens 15 bedrijven hadden op het moment van het invullen van de enquête daarover nog geen standpunt ingenomen. 40 bedrijven waren bereid om in een gesprek de antwoorden toe te lichten.

In aansluiting op de enquête zijn de bedrijfsbezoeken uitgevoerd.

2.2 2.2.1

Bedrijfsbezoeken Selectie Gezien het aantal (40) dat zich bereid heeft verklaard om zijn antwoorden te willen toelichten, is besloten om al deze bedrijven te benaderen voor een afspraak. Bij 38 bedrijven zijn daadwerkelijk gesprekken gevoerd. De gesprekken zijn uitgevoerd door BMD Advies.

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

11

2.2.2

Opzet en uitvoering bedrijfsbezoeken Tijdens de bedrijfsbezoeken is verder ingegaan op de antwoorden van de enquête en eventueel gemaakte op- en aanmerkingen. Voor het verwerken van de gespreksgegevens is gebruik gemaakt van gespreksformulieren die eveneens zijn gehanteerd bij het project “Duurzame Revitalisering Bedrijventerrein De Rietvelden/De Vutter/Veemarktkade” te ’s-Hertogenbosch. Deze zijn aangepast ten behoeve van het project REVIDRU.

2.2.3

Gespreksresulaten Uit de gesprekken met de bedrijven is gebleken dat het merendeel op de hoogte is van het revitaliseringsproject dat door de REVIDRU in gang is gezet. Dit is mede te danken aan de pub liciteit die er aan is gegeven (onder meer door het toezenden van de nieuwsbrief en tijdens de bijeenkomsten van de BCDE). De nieuwsbrief wordt door vrijwel alle ondervraagden gelezen. Tevens zijn er nieuwe onderwerpen (aandachtspunten) aan de orde gekomen, die in eerste instantie niet in de enquête waren opgenomen. Dit waren: • • • vervullen vacatures; snelheid van motorvoertuigen op het bedrijventerrein; hinder van naastliggende bedrijven.

Met name de bedrijven met meer dan vijftig medewerkers op een ander gebied aan samenwerking denken (zoals gezamenlijk energiegebruik, retourvrachten) dan de overige (kleinere) bedrijven. De laatste groep bedrijven ziet meer in samenwerking en/of realisatie op het gebied van onder meer brievenbussen of postvoorziening op de bedrijventerreinen, gezamenlijke opleiding van personeel op het gebied van Eerste Hulp Bij Ongelukken (EHBO), Arbeidsomstandigheden (Arbo) en/of BedrijfsHulpVerlening (BHV), verbeteren bereikbaarheid per openbaar vervoer (OV), collectieve beveiliging en gezamenlijk onderhoud van groen en gebouwen. Tevens is naar voren gekomen dat enkele ondernemers op het bedrijventerrein Meeuwaert, meer dan de bedrijven gevestigd op Groenewoud, de meerwaarde van bepaalde vormen van samenwerking minder haalbaar/interessant achten. In dit kader zijn genoemd: gezamenlijk energiegebruik, post en collectieve beveiliging. Als redenen werden gegeven de opzet van Meeuwaert (woonhuis bij bedrijf) en de ligging. De bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert worden onderling van elkaar gescheiden door de ligging van de rijksweg A59.

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

12

Een zestal bedrijven die grondstoffen en/of producten importeren/exporteren uit/naar het buitenland ziet het ontbreken van diverse voorzieningen voor internationale chauffeurs als punt ter verbetering. Hierbij wordt gedacht aan bijvoorbeeld sanitaire voorzieningen en (bewaakte) parkeerplaats voor vrachtwagens. Chauffeurs die vanwege omstandigheden nu buiten de werktijden van het bedrijf arriveren, dienen zelfstandig een wachtplaats te vinden. Dit is in de meeste gevallen de openbare weg nabij het bedrijf. Een gelegenheid waar chauffeurs met de vrachtwagen terechtkunnen, is in Drunen en directe omgeving dan ook niet aanwezig (de dichtstbijzijnde gelegenheid die te bereiken is met een vrachtwagen is Mc Donalds te Waalwijk of De Lucht, langs de A2).

In de loop van de gesprekken is eveneens het aspect gezamenlijke inkoop genoemd. Met name op het gebied van computers, kantoorartikelen (bijvoorbeeld blanco kopieerpapier), gereedschappen en dergelijke ziet men mogelijkheden. Vooralsnog hebben zeven bedrijven aangegeven een meerwaarde te zien in een dergelijke vorm van samenwerking.

In het algemeen is er de bereidheid tot samenwerken op het gebied van gezamenlijke inkoop, faciliteiten, onderhoud etc. Er dient dan wel te worden voldaan aan een aantal voorwaarden: gelijkblijvende prijs-kwaliteit verhouding, gegarandeerde flexibiliteit en continuïteit. Daarnaast zijn enkele bedrijven bereid om een reële meerprijs (ten opzichte van de huidige prijs) te betalen als bijvoorbeeld de administratieve werkzaamheden daardoor verminderen. Anderzijds zijn enkele tevreden met het huidige contract, omdat de huidige (externe) relatie behalve zakelijk ook persoonlijk/vriendschappelijk is. Daarnaast komt het voor dat een externe relatie (indirect) werk genereert voor het betreffende bedrijf. De bedrijven die onderdeel uitmaken van een moederbedrijf elders (in binnen- en buitenland) of met betrekking tot branchespecifieke aspecten zijn aangesloten bij een vereniging, profiteren in sommige gevallen al van het schaalvoordeel dat is bewerkstelligd door het moederbedrijf of de branche. Voor dergelijk soort bedrijven is het onmogelijk of lastig om eventueel over te stappen op een andere leverancier/ afnemer/dienstverlener etc.

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

13

De bereidheid tot onderlinge samenwerking en het afsluiten van raamcontracten kan betekenen dat bestaande (zakelijke) relaties verbroken moeten worden. Voorafgaand aan het afsluiten van (raam)contracten moeten dan zowel de positieve als negatieve effecten in kaart zijn gebracht. Het afsluiten van een raamcontract dient voor een bedrijf dan ook (financieel) aantrekkelijk te zijn en gedurende de looptijd aantrekkelijk te blijven.

In de bedrijfsgesprekken is door 20 bedrijven aangegeven dat zij geïnteresseerd in deelname in een werkgroep, waarbij sommige de deelname laten afhangen van het onderwerp.

Er kan geconcludeerd worden dat, naast een klein aantal kleinere bedrijven, veelal grotere bedrijven zitting willen nemen in een werkgroep. De kleinere bedrijven zijn bereid deel te nemen aan een project, indien blijkt dat het project (financieel) rendabel is en/of een meerwaarde oplevert. Dit geldt met name voor de aspecten die wel voordeel opleveren bij deelname, maar geen of weinig investering vergen.

Aan de hand van de enq uête- en de gespreksresultaten is een overzicht verkregen van bedrijven die op voorhand positief zijn voor deelname in een werkgroep. In bijlage 3 zijn de gespreksresultaten per aandachtsgebied nader uitgewerkt.

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

14

3. 3.1

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Algemeen De enquête en bedrijfsbezoeken hebben een verscheidenheid aan informatie opgeleverd, waaruit diverse overeenkomsten zijn af te leiden.

Een aantal bedrijven heeft aangegeven dat het geïnteresseerd is in deelname in een van de werkgroepen. In de bedrijfsgesprekken is door 20 bedrijven aangegeven dat zij (afhankelijk van het onderwerp) in deelname zijn geïnteresseerd. Daarnaast hebben nog eens twee bedrijven, waarmee geen gesprek is gevoerd, in het enquêteformulier aangegeven geïnteresseerd te zijn in deelname. Zes bedrijven hadden ten tijde van het invullen van het enquêteformulier (en het gesprek) nog geen mening over deelname in een werkgroep.

3.2

Kansrijke projecten Gezien het aantal overeenkomsten in de antwoorden kan geconcludeerd worden dat er een aantal projecten kan worden gestart, welke succesvol kunnen zijn bij deelname door de verschillende bedrijven in desbetreffende werkgroep. Het betreffen (in willekeurige volgorde): • Energie: − gezamenlijke inkoop, − gezamenlijke energie opwekking, − hergebruik/uitwisseling energie (koude/warmte-opslag, restwarmte met tuinbouwbedrijven). • Faciliteiten (waarvan de eerste vijf aspecten veelvuldig zijn genoemd): − post (postbussen, postinzamelpunt, gezamenlijke koeriersdienst, postkantoor etc.); − gezamenlijk groen- en gebouwenonderhoud; − collectieve beveiliging; − gezamenlijke EHBO-opleiding/training ten behoeve van brand en calamiteiten; − personeelswerving (adverteren, banenpool etc.);

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

15

− gezamenlijke inkoop kantoorartikelen e.d.; − collectieve (personeels)voorzieningen; − onderzoek gezamenlijk gebruik wasstraat voor bestelbusjes e.d. (i.s.m. te realiseren tankstation Lipsstraat); − samenstellen/verbeteren bedrijvencatalogus. • Afval: − collectieve afvalinzameling; − afvalpreventie. • Logistiek: − verbeteren bereikbaarheid bedrijventerrein per openbaar vervoer (aanleg voet- en fietspad, transport tot op het bedrijventerrein); − collectief leasecontract/autoverzekering; − combineren retourvrachten/combineren carpoolers; − gezamenlijk (bedrijfs)busvervoer; − gezamenlijke parkeervoorziening (de vrije parkeerruimten benutten daar waar deze beschikbaar zijn); − coördinatie vraag en aanbod opslagruimte. • Telecommunicatie (reeds opgestart).

Hierbij wordt opgemerkt dat bepaalde projecten in principe onder verschillende thema’s zijn te plaatsen. Als voorbeeld worden genoemd de kansrijke projecten “post” en “gezamenlijke wasstraat”. Beide kunnen vanuit logistiek oogpunt, maar ook vanuit facilitair oogpunt worden benaderd. Een samenwerking bij het uitwerken van genoemde voorbeelden ligt voor de hand.

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

16

3.3

Werkgroepen Op basis van de resultaten van bovengenoemde kansrijke projecten worden de volgende vijf werkgroepen voorgesteld: 1) energie; 2) faciliteiten; 3) afval; 4) logistiek; 5) telecommunicatie (reeds gestart).

Een werkgroep Public Relations (PR)/Communicatie is eveneens van belang. Deze werkgroep is verantwoordelijk voor de promotionele activiteiten, informeren van deelnemende partijen en overige belanghebbenden, etc. Daarnaast zal een of meer personen (welke onderdeel uitmaken van de projectgroep) verantwoordelijk gesteld moeten worden voor de financiën (budgetbewaking etc.) Beide aspecten zijn reeds geregeld.

De taak van een werkgroep is het onderzoeken van mogelijkheden, uitwerken en de daadwerkelijke invulling en de uitvoering van deelprojecten. In een eerder stadium is al een voorstel gedaan voor bepaalde werkgroepen binnen REVIDRU. Dit voorstel is besproken in de periodieke vergadering van de iniatiefgroep. Voor elke werkgroep dient een zogenaamde “trekker” te worden aangewezen, die in dienst is bij een van de geïnteresseerde bedrijven. Afhankelijk van de aspecten waar een werkgroep zich op gaat richten, dient de trekker invulling te (gaan) geven aan de bezetting van de werkgroep. Om een zo groot mogelijk draagvlak te verkrijgen, is het aan te bevelen zowel de grote als de kleinere bedrijven en bedrijven gelegen op zowel Meeuwaert als Groenewoud bij een van de werkgroepen te betrekken. Om efficiënt te kunnen werken is het aan te raden elke werkgroep een plan van aanpak, doelstelling, benodigde middelen, budget etc. te laten formuleren, welke eventueel door de stuur- of projectgroep vooraf dient te worden goedgekeurd. Het laten rapporteren van de werkgroep aan de stuur- of projectgroep is eveneens aan te bevelen.

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

17

Elke werkgroep afzonderlijk kan één of meerdere (overeenkomstige) projecten uit gaan werken. Door deelname van de meest betrokken bedrijven van het bedrijventerrein aan de werkgroepen en het dragen van de daarbij behorende verantwoordelijkheid kan een werkgroep succesvol zijn. De deelnemers (en overige geïnteresseerde bedrijven) moeten dan wel bereid zijn om een eventuele financiële c.q. afnameverplichting aan te gaan, om het resultaat van de werkgroep te kunnen realiseren.

Om een overzichtelijk aantal werkgroepen in het leven te roepen, kan een werkgroep meerdere aspecten uitwerken, die binnen één categorie vallen. De werkgroep Faciliteiten kan bijvoorbeeld de volgende aspecten (doelstelling) omvatten: gezamenlijk besparen portokosten, realisatiemogelijkheden postkantoor of postbussen, inzet gezamenlijke koerier ten behoeve van pakketdienst en poststukken. Gedurende het revitaliseringsproject is het denkbaar dat projectevaluatie gaat leiden tot een nieuwe (sub)projectgroep. Dit omdat een bestaande werkgroep niet toekomt aan bepaalde aspecten of dat er overlap bestaat tussen verschillende werkgroepen (bijvoorbeeld een werkgroep Terreinbeheer, die zich gaat richten op aspecten met betrekking tot onderhoud, geluidhinder, bodembeheer, terrein(her)inrichting bij bedrijfsbeëindiging etc. ). Een werkgroep moet van (professionele) opzet zijn zodat de voortgang en de rapportage is gewaarborgd en dat formulering, uitwerking en realisatie van voorstellen niet worden belemmerd. Omdat mogelijk elk onderwerp een andere aanpak behoeft, is de werkwijze van de werkgroep op voorhand niet vastgelegd. Behalve de benodigde onderlinge samenwerking tussen de bedrijven in een werkgroep is ook overleg met de betrokken overheidsinstellingen van belang om revitalisering succesvol uit te kunnen voeren.

3.4

Projectbureau Ter ondersteuning van de werkgroepen en ten behoeve van de algehele coördinatie van projecten kan het wenselijk zijn een professionele ondersteuning te bieden. De locatie van een projectbureau zou bij voorkeur op het bedrijventerrein gezocht moeten worden. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de mogelijk lange doorlooptijd van de diverse (deel)projecten.

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

18

Bij een groeiend aantal werkgroepen en/of aspecten is het aanstellen van een projectleider/-coördinator dan ook aan te raden. Dit om de samenhang tussen de werkgroepen en projecten, de projectbewaking en –aansturing zo optimaal te laten verlopen.

De totale organisatiestructuur wordt weergegeven in figuur 2.

stuurgroep REVIDRU

projectgroep

projectbureau/ -coordinator

werkgroep PR

werkgroep Financien

werkgroep Energie

werkgroep Faciliteiten

werkgroep Afval

werkgroep Logistiek

werkgroep Telecommunicatie

Figuur 2: organogram REVIDRU

3.5

Samenwerkingsverbanden De onderlinge samenwerking tussen de diverse partijen is van belang om de start en voortgang van de projecten te bespoedigen. De directe betrokkenheid van overheid, nutsbedrijven en overige instellingen/organisaties bij de diverse werkgroepen kan een bijdrage leveren aan het uiteindelijk realiseren van het gestelde doelen.

Het opnemen in de werkgroepen van de verschillende vertegenwoordigers van genoemde partijen, die daadwerkelijk een inbreng kunnen leveren is dan ook een vereiste.

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

19

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

20

BIJLAGEN

1. Enquêteformulier duurzaam bedrijventerrein Groenewoud en Meeuwaert 2. Enquêteresultaten 3. Resultaten aandachtsgebieden 4. Notitie duurzame bedrijventerrein Groenewoud en Meeuwaert, Energie

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

21

BIJLAGE 1:

Enquêteformulier duurzaam bed

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

BIJLAGE 2:

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

Aantal binnengekomen formulieren, ingevuld: Aantal afmeldingen, vanwege verhuizing op korte termijn: Aantal bedrijven dat geen interesse heeft: Aantal bedrijven dat niet op het industrieterrein is gelegen:

55 3 5 5

Totaal aantal reacties:

68

Resultaten enquêteformulieren Uit de ingevulde formulieren blijkt de volgende score voor de betreffende enquêtevragen (in de tabellen zijn trefwoorden gebruikt die betrekking hebben op
beantwoordingsmogelijkheden).

Aardgas m3 /jaar < 10.000 33 -100.000 15 -500.000 0 -1.000.000 1 > 1.000.000 2

Elektriciteit kWh/jaar < 50.000 37 -500.000 9 -1.000.000 1 -10.000.000 1 > 10.000.000 3

Andere energiebronnen olie 1 ? 0

Leidingwaterverbruik m3 /jaar -500 36 -1.000 10 -5.000 2 -10.000 2 -50.000 1 >50.000 0

Overige soorten water grond 4 oppervlakte 0 regen 0

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

Benutting energie, grondstoffen en water rest 6 verpakking 6 proces 2 reststoffen 5 ? 0

Vastrechten en verbruikskosten energie 19 opslag 5 zuivering 1 wasplaats 5 onderho ud 2 ? 0

Nutsvoorzieningen HR wkk 2 zon/wind 11 industrie 2 riolering 1 ? 0

Kosten afval < 2.500 26 -5.000 8 -15.000 5 -25.000 5 -50.000 4 > 50.000 2

Kosten afvalwater < 2.500 25 -5.000 1 -15.000 0 -25.000 1 -50.000 3 > 50.000 0

Afvalinzameling teams 4 contract 23 depot 10 zuivering 0

Transport vrachtwagens 708 persoon 2368 ov/taxi 76 carpoolers 43

Logistiek combineren delen coördinatie gezamenlijk

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

7

1

3

2

Multimodaal vervoer 3 transferia 0 ? 0

Plannen uitbreiding 13 verhuizen 9

Portokosten/jaar -5.000 30 -15.000 11 -25.000 3 -50.000 4 -100.000 2 > 100.000 1

Commerciële voorzieningen
kinderopv. onderhoud beveiliging grthandel vergaderr. post banken benzine telecom ?

9

22

24

9

5

21

3

9

19

0

Intensief ruimtegebruik bedr.verz.geb. 2 parkeren 5 stapelen 1 ? 0

Werkgroep 8

Gesprek 40

Opmerkingen Op de formulieren werden door verschillende bedrijven opmerkingen geplaatst. Het betreft aspecten waarover ze tevreden zijn en wat volgens de bedrijven voor verbetering in aanmerking komt.

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

+ (tevreden)
• • • • net opgezet terrein/aanzien; groenvoorziening; toegangswegen; ligging (A59).

– (verbeteren)
• • • • • • • • • • • • • duidelijker aangeven welke bedrijven er zijn gevestigd (incl. diensten); toegankelijkheid; meer samenwerking/uitwisseling; beveiliging/veiligheid; OV/bushaltes; parkeervoorzieningen met pendeldiensten; doorgang Edisonweg-Bosscheweg slecht; ontbreken kantorenpanden en restaurant; postkantoor; fiets-/voetpad; onderhoud groenvoorziening; afvalverwijdering; verspreiding reclameborden/auto’s (van keuken/meubelzaken) over het industrieterrein.

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

BIJLAGE 3:

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

Energie: gas, elektriciteit, stoom, warmte en Hoog-Rendements (HR) nutsvoorzieningen Het totale energieverbruik op de twee bedrijventerreinen is aanzienlijk, ongeacht welke deelstroom. Dit is hoofdzakelijk te wijten aan vijf grote energieverbruikende bedrijven op het terrein Groenewoud. Op Meeuwaert zijn geen grote energieverbruikers gevestigd. De restwarmte die deze bedrijven in principe afvoeren met het koelwater zou elders nuttig kunnen worden toegepast. Op Groenewoud en Meeuwaert zijn echter (nog) geen bedrijven aanwezig die deze restwarmte zouden kunnen benutten. In de directe omgeving van de bedrijventerreinen zijn meerdere tuinbouwbedrijven gelegen. Deze tuinbouwbedrijven beschikken nog niet (allemaal) over een (eigen) warmtekrachtinstallatie. Mogelijk dat er bij enkele of meerdere tuinbouwbedrijven een tekort bestaat aan warmte, waardoor de restwarmte die vrijkomt bij de diverse bedrijven alsnog efficiënt benut kan worden. Een drietal grote energieverbruikers kopen nu al gezamenlijk de benodigde energiebehoefte in. Door de gezamenlijke inkoop verder uit te breiden zou de energieprijs kunnen dalen, waarvan elk bedrijf zou kunnen profiteren.

Aan de hand van de enquêteresultaten is door BMD Advies contact gezocht met het projectbureau Energie 2050. Dit heeft geresulteerd in een notitie, die bestaat uit: • • • Een aantal algemene punten bij de energievoorziening van bedrijventerrein; Een aantal punten naar aanleiding van de eerste enquête voor Groenewoud en Meeuwaert; Energiegerelateerde vragen voor bedrijven.

In de genoemde notitie worden dan ook voor het aardgas-, elektriciteits- en waterverbruik een conclusie en mogelijke vervolgstappen beschreven. De “Notitie duurzame bedrijventerrein Groenewoud en Meeuwaert, Energie” is dan ook als bijlage (4) aan dit rapport toegevoegd.

Een van de bedrijven gaf aan hinder te ondervinden van piekstoringen op het elektriciteitsnet, welke het computersysteem beïnvloeden. De toepassing van zonne- en/of windenergie wordt door de bedrijven meer gezien als een (duurzame) energiebron voor de toekomst.

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

Water Het waterverbruik is onder te verdelen in een drietal stromen. 1. huishoudelijk (sanitair, consumptief); 2. bedrijfsafvalwater afkomstig van het productieproces en/of de bedrijfsvoering; 3. koelwater.

Gezien de aard van de bedrijven op de twee bedrijventerreinen en de toepassing van water (hoofdzakelijk huishoudelijk, met uitzondering van een klein aantal grote productiebedrijven) is het animo voor een gezamenlijke afvalwaterzuivering niet aanwezig. Het merendeel van de bedrijven verbruikt minder dan 1000 m³ water op jaarbasis. Een viertal bedrijven maakt tevens gebruik van grondwater, in alle gevallen ten behoeve van koelwater.

Behalve bedrijfsafvalwater komt er op het bedrijventerrein ook regenwater vrij. Dit regenwater wordt via de daken of het onbebouwde (on)verharde grondoppervlak afgevoerd. Het regenwater afkomstig van de daken zou gebruikt kunnen worden als koel-, spoel- en/of waswater. Momenteel wordt dit grotendeels via de gemeentelijke riolering afgevoerd. Regenwater dat via het (on)verharde bedrijfsterrein wegstroomt in de bodem of gemeentelijke riolering kan licht vervuild zijn met olie of andere stoffen. Deze waterstroom zou na enige vorm van zuivering eveneens nuttig toegepast kunnen worden. Gekeken naar de hoeveelheid grondwater die momenteel wordt onttrokken, zou een onderzoek naar de mogelijkheid om regenwater (in plaats van grondwater) te gebruiken als koelwater zeker in de toekomst rendabel kunnen zijn. Door een klein aantal bedrijven (3) is regenwaterinfiltratie als optie genoemd. Aangezien er momenteel nog geen kosten verbonden zijn aan het lozen van regenwater, is er vooralsnog weinig economisch motief aanwezig om het hergebruik van regenwater nader te onderzoeken.

Gezamenlijk gebruik facilitaire zaken Het animo voor het benutten van verpakkingsmateriaal, reststoffen als grond-, hulpof brandstof is bij de minderheid van de bedrijven aanwezig. Er bestaat aanzienlijk meer animo voor een (hernieuwde) collectieve energievoorziening. Op een enkeling

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

na zijn alle bedrijven voor samenwerking op het gebied van beveiliging. Wel is opgemerkt dat een aantal bedrijven dit beschouwt als een voorziening die door de grote verbruikers gerealiseerd wordt en zij hier van kunnen profiteren. Voor enkele bedrijven (circa 3 ) zou een gezamenlijke opslagplaats een uitkomst kunnen zijn. Wel werd opgemerkt dat op het bedrijventerrein geen (gemeente)grond meer beschikbaar is om te bouwen. Een dergelijke opslaglocatie zou dan binnen de bestaande bedrijfspercelen moeten worden gerealiseerd. Een tweetal bedrijven heeft aangegeven dat zij eventueel bereid zouden zijn om opslagruimte voor een ander bedrijf te willen bouwen. Eén bedrijf verhuurt een gedeelte van zijn opslagruimte aan de buurman. Van een gezamenlijke wasplaats zouden volgens de gesprekken tenminste elf bedrijven gebruik gaan maken. Momenteel worden de meeste bestelbusjes en groter, buiten de gemeente Heusden gewassen, wat betiteld wordt als een ‘middagje uit’ voor de betrokken werknemer. Maar ook hiervoor geldt dat er geen ruimte beschikbaar is. De oplossing zou dan ook gezocht moeten worden in de vorm van (raam)overeenkomsten met bestaande wasplaatsen in de omgeving van de bedrijventerreinen. Het (toekomstig) te realiseren tankstation (van BP), nabij de bushalte aan de Lipsstraat/Duinweg, zou hierop kunnen inspelen.

Afvalstoffen Uit zowel de gesprekken als de enquêteformulieren zijn gebleken dat veel bedrijven geïnteresseerd zijn in een gezamenlijke afvalinzameling of afvalcontract indien dit kostenbesparend is en aan de eerder genoemde voorwaarde(n) voldoet.

Op het bedrijventerrein zijn meerdere afvalbedrijven actief voor het inzamelen en de afvoer van afval. Een van deze bedrijven is gelegen op Groenewoud zelf. Het merendeel van de bedrijven ervaart het afvoeren van bedrijfsafval en/of gevaarlijk afval niet als belemmerend. Een enkel bedrijf heeft daarentegen wel problemen met het afvo eren van zijn soort bedrijfsafval.

Logistiek Zowel in de enquête als tijdens de gesprekken is het onderwerp logistiek en de daarbij behorende aspecten aan de orde geweest.

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

Het aantal transportbewegingen dat wordt uitgevoerd ten gevolge van productieactiviteiten op de bedrijventerreinen is aanzienlijk te noemen. De ondervraagde ondernemers zijn bijna allemaal tevreden over de ligging van het bedrijventerrein en de aanvoerwegen. Een enkel bedrijf heeft aangegeven dat de draaicirkel van de rotonde te klein is voor vrachtwagens.

Als verbeterpunten (knelpunten) zijn echter ook genoemd: • de ontsluiting van het bedrijventerrein Groenewoud naar de Bosscheweg. Bij uitgifte van de percelen is volgens een bedrijf destijds door de gemeente toegezegd dat in het verlengd e van de Thomas Edisonweg het bedrijventerrein zou worden ontsloten; • • • • de aanduiding op de rotonde zou verbeterd kunnen worden; het informatiebord (de locatie op de Lipsstraat wordt als “te laat” beschouwd en de borden zijn niet actueel); de hoogte van de groen-witte bedrijfsnaamborden (belemmert in enkele gevallen het uitzicht, bij het wegrijden van het bedrijfsperceel); de (te hoge) snelheid. Het bedrijventerrein is buiten de bebouwde kom gelegen, waardoor een snelheid van 80 km/uur is toegestaan. In de avonduren en het weekend heeft het bedrijventerrein een aantrekkende werking op onder andere motorrijders en cartbestuurders. Op Meeuwaert is dit niet van toepassing omdat beide straten doodlopend zijn aangelegd, wat eveneens een oplossing zou kunnen zijn voor Groenewoud; • voorziening(en) ten behoeve van vrachtwagenchauffeurs, zoals sanitair, cafetaria e.d. (als mogelijke locatie is genoemd de groenplaats (shuffle) gelegen naast de A59 aan het begin van het bedrijventerrein Groenewoud, zodat bijvoorbeeld ook een cafetaria rendabel kan zijn, mede vanwege de ligging aan de rijksweg). • de (on)bereikbaarheid per openbaar vervoer. Door de bedrijven die daar gebruik van maken, wordt het unaniem als ontoereikend beoordeeld. Vervolgvervoer tot op het bedrijventerrein Groenewoud is niet verzorgd. Wandelen is de enige oplossing, wat circa 20-30 minuten in beslag neemt en wat als onveilig wordt beschreven. Voet- en fietspaden ontbreken op het bedrijventerrein Groenewoud. Een bedrijf op het bedrijventerrein heeft bedrijfsbusjes ingezet voor het vervoeren van haar personeel naar de plaatsen buiten Drunen, omdat de reistijd per OV te lang is.
Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

De overige aspecten als gezamenlijk busvervoer, vervoerssystemen etc. zijn eveneens enkele malen genoemd.

Naast bovengenoemde punten wordt de Lipsstraat als overbelast beschouwd, vanwege het vele vrachtverkeer wat hier passeert. Dit geldt eveneens voor de Parklaan, omdat deze tevens fungeert als toegangsweg naar het Land van Ooit. Door de bedrijven op Meeuwaert zijn de smalle en doodlopende wegen als knelpunt genoemd. Bij het laden en lossen ontstaan/ontstonden hierdoor blokkades en is het bij enkele bedrijven niet mogelijk om te manoeuvreren.

Enkele bedrijven hebben aangegeven dat zij voordeel zien en geïnteresseerd zijn in het eventueel combineren van heen- en terugladingen. Het betreft hier een gering aantal bedrijven (circa 5).

Een paar bedrijven ziet voordeel in een collectief leasecontract en/of autoverzekering ten behoeve van de bedrijfsauto’s. Een collectieve verzekering en/of (personeels)voorzieningen zouden dan eveneens een voordeel kunnen op gaan leveren.

Bedrijfsruimte en commerciële voorzieningen Enkele bedrijven hebben aangegeven binnen afzienbare tijd (binnen 3-5 jaar) te willen uitbreiden. Dit zal dan geschieden op het eigen perceel of door (een gedeelte van) het perceel van de buurman te kopen.

Door het merendeel van de bedrijven (op Groenewoud) is het postkantoor te Drunen als knelpunt genoemd. Doordat op hetzelfde tijdstip de bedrijven hun post respectievelijk willen afhalen en wegbrengen veroorzaakt dat een tijdelijke parkeeroverlast in het dorp. Daarnaast wordt door enkele bedrijven de sluitingstijd van 17.30 uur als knelpunt genoemd. Tevens is het ontbreken van postbussen op het bedrijventerrein Groenewoud enkele malen als onbegrijpelijk aangegeven. Een andere oplossing zou een (gezamenlijke) koerier kunnen zijn. Ook een postverzamelpunt op het bedrijventerrein behoort tot de mogelijkheden. Hier vandaan zou de post dan naar het distributiepunt in ‘s-Hertogenbosch gebracht kunnen worden, waar men tot later op de dag terecht kan.

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

De ondernemers zijn te spreken over de opzet en het aanzien van het bedrijventerrein. Daarentegen zijn er zowel in de enquêteformulieren als tijdens de gesprekken enkele opmerkingen geplaatst over de bedrijventerreinen. Het betreft hier onderstaande aspecten.

Eén van de veel genoemde aspecten is het onderhoud van het gemeente- en bedrijfsgroen en de gebouwen. Bij vrijwel alle bedrijven is er dan ook interesse om het onderhoud van het groen gezamenlijk te regelen, zodat het bedrijventerrein ook mooi blijft. Dit geldt eveneens voor het onderhoud van de gebouwen (met name de ramen wassen). Momenteel regelt ieder bedrijf afzonderlijk het groenonderhoud. Een enkeling heeft niets geregeld, waardoor het onkruid soms overduidelijk zichtbaar is. Meerdere bedrijven zijn niet te spreken over het onderhoud van het gemeentelijk groen. Dit wordt volgens hen te summier uitgevoerd. Over aspecten die door of in opdracht door de overheid worden uitgevoerd (informatievoorziening, gladheidbestrijding openbare weg, overleg wet- en regelgeving) zijn de bedrijven over het algemeen positief. Wel is genoemd dat de gladheidbestrijding op enkele wegen van het bedrijventerrein geoptimaliseerd zou kunnen worden.

Bovenstaande zaken welke door of in opdracht van de gemeente worden uitgevoerd, kunnen bij bijvoorbeeld met de betreffende ambtenaar worden besproken en worden opgelost.

In het verleden is al eens een project ‘collectieve beveiliging’ opgestart, dat niet blijkt te zijn voortgezet door het beveiligingsbedrijf. Een groot aantal van de ondervraagde bedrijven is in deelname geïnteresseerd. Enkele bedrijven hebben zelfstandig al een contract met een particulier beveiligingsbedrijf afgesloten of hebben een alarminstallatie, inclusief opvolgbeveiliging. Toegangsbeheersing van de bedrijventerreinen door middel van slagbomen gedurende de avonduren en in de weekenden zou van enkele mogen worden doorgevoerd.

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

Een klein aantal bedrijven (± 3) heeft te kennen gegeven dat zij voordeel zien in het gebruik van een gezamenlijke vergader- en presentatieruimte. De overige ondervraagden beschikken al over een dergelijke ruimte en/of willen de (nieuwe) klant(en) in het eigen bedrijf blijven ontvangen, zodat deze kan (kunnen) worden rondgeleid. Een zelfde aantal bedrijven is voorstander van een (technische) groothandel op het bedrijventerrein. De dichtstbijzijnde groothandel is momenteel gelegen in Waalwijk. In noodgevallen wordt het ontbrekende gekocht bij een doe-het- zelfwinkel in Drune n of een beroep gedaan op een installatiebedrijf op het bedrijventerrein. Deze bedrijven verwachten dat indien een groothandel op het industrieterrein gevestigd zou worden, meerdere bedrijven er gebruik van gaan maken. Een dergelijke groothandel zou tevens een rol kunnen gaan spelen bij de eerder genoemde gezamenlijke inkoop van gereedschappen, waartoe één bedrijf is geïnteresseerd als leverancier.

Veel ondernemers zijn bekend met de begrippen Arbo en BHV maar hebben daar (nog) verder niets mee gedaan. Bij meerdere bedrijven, hoofdzakelijk de kleinere, bestaat dan ook de behoefte aan een gezamenlijke (basis) cursus op het gebied van EHBO, Arbo en/of BHV. Of een dergelijke cursus (opleiding) binnen of buiten de werktijden gegeven moet worden, dient nader te worden geïnventariseerd. Een bedrijf heeft aangegeven dat hij vanwege zijn personeelsbestand (4-7 personen) en bedrijfsactiviteiten (productie) geen personeel kan missen, maar een dergelijke mogelijkheid niet onbenut wil laten.

Afstemming tussen de bedrijven onderling op het gebied van ontruiming bij calamiteiten en dergelijke (ontruimingsplan) wordt door enkele bedrijven als noodzakelijk gezien.

De samenwerking op de bedrijventerreinen zou volgens plusminus vijf bedrijven zeker kunnen verbeteren indie n de bedrijven onderling van elkaar op de hoogte zijn wat een ieder voor producten, goederen c.q. diensten levert. Hierdoor zouden de bedrijven op de bedrijventerreinen meer aan elkaar kunnen gaan leveren, wat zou kunnen resulteren in snellere levertijden, lagere transportkosten, etc. Een bedrijvencatalogus met daarin opgenomen de bedrijfskenmerken, producten en/of diensten etc. van de bedrijven op de bedrijventerreinen Groenewoud en

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

Meeuwaert zou een van hulpmiddelen kunnen zijn. De bedrijfsgids van de BCDE zou hiervoor als uitgangspunt kunnen worden genomen.

Telecommunicatie Met de opkomst van e- mail, internet, ISDN en andere digitale technieken zijn meerdere bedrijven geïnteresseerd in samenwerking op het gebied van telecommunicatie. Een samenwerking op dit gebied kan kostenbesparend werken en voordeel opleveren. Bijvoorbeeld de beschikking over de meest recente telecommunicatiemogelijkheden. De werkgroep Telecommunicatie is dan ook al opgericht op de bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert. Aansluiten/samenwerken met deze werkgroep ligt voor de hand. Op een door de werkgroep Telecommunicatie georganiseerde informatiebijeenkomst hebben een drietal aanbieders zich gepresenteerd. Tijdens deze bijeenkomst zijn verschillende aandachtspunten naar voren gekomen, waarvoor verder overleg noodzakelijk was. Het is aan te bevelen om de “deelnemers” van het telecomproject door middel van een eigen mailing op de hoogte te houden van de ontwikkelingen.

Gebruiksruimte Aan de bedrijven zijn vragen gesteld aangaande de gebruiksruimte. Aspecten die hierbij aan de orde zijn gekomen zijn: bodem, hinder, bedrijfsindeling, parkeermogelijkheden etc.

Gebleken is dat zowel de bedrijven op Groenewoud en Meeuwaert in het algemeen tevreden zijn over de indeling van de terreinen. Met name de verplichtte groenvoorziening (op Groenewoud) per perceel wordt als positief beschouwd. De bedrijfswoningen op Meeuwaert worden niet als belemmering beschouwd, omdat hier voornamelijk kleine startende ondernemers zijn gevestigd. Ook over de samenstelling/verdeling van de bedrijven is men tevreden.

Het is gebleken dat enkele bedrijven (afhankelijk van de ligging onderling) overlast ondervinden die afkomstig is van andere bedrijven op het bedrijventerrein. In het algemeen wordt deze overlast (met name geur) niet als dusdanig hinderlijk ervaren, dat dit bij de overheid wordt gemeld. De bedrijven realiseren zich wel dat zij op een

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

bedrijventerrein zijn gevestigd waardoor bepaalde hinder wordt geaccepteerd. Dit gaat eveneens op geluid, door het in werking zijn van machines. Ook dit wordt niet als storend ervaren.

Daarentegen hebben vijf bedrijven aangegeven wel een bepaalde stof- en/of geuroverlast te ondervinden. Deze zou worden veroorzaakt door een of meerdere naastgelegen bedrijven op het bedrijventerrein.

De bodem is waarschijnlijk onderzocht voorgaand aan de uitgifte van de percelen. Een gedeelte van het bedrijventerrein Groenewoud is gelegen op de voormalige opslag van vormzand. Ter sprake is gekomen dat ten tijde van de verkoop van de percelen een tweetal prijzen zijn gehanteerd (afhankelijk van de bodemkwaliteit). Monitoring van het grondwater vindt volgens het ene bedrijf nog steeds plaats en volgens het andere bedrijf niet. De frequentie en de resultaten zijn niet bekend bij de bedrijven.

De exacte situatie van (het beheer van) de bodem(verontreiniging) is dan ook niet uit de gesprekken gebleken. Het bevoegd gezag zou hierin een rol kunnen spelen, door de bedrijven hierover te (gaan) informeren, zodat de monitoring en/of sanering van de bodem (indien nodig) collectief zou kunnen plaatsvinden (eventueel via de Stichting Bodemsanering Bedrijfsterreinen (BSB)). De meeste bedrijven zien de bodemkwaliteit niet als knelpunt of een aspect dat aandacht behoeft. Aan de bedrijven is geen ‘verklaring van geen bezwaar’ afgegeven, maar alleen een document met daarin de kwaliteit van de bodem (omvang en aard resterende/aanwezige verontreiniging).

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999

BIJLAGE 4:

Notitie duurzame bedrijventer

Masterplan duurzame bedrijventerreinen Groenewoud en Meeuwaert, Drunen/Elshout, 2 december 1999