bestemmingsplan

Bedrijventerrein Poortersweg
gemeente Vlissingen

27 januari 2005 projectnummer 59.74.01

bestemmingsplan

Bedrijventerrein Poortersweg

SAB Eindhoven BV Meerkollaan 9 5613 BS Eindhoven
telefoon: www.sab.nl info@sab.nl status: SAB Eindhoven: projectnummer SAB: projectleider SAB: Coll. par.: bestemmingsplan 27 januari 2005 59.74.01 de heer R. Blondel 040 – 212 55 75

INHOUD toelichting
I
1 2

I

inleiding
aanleiding leeswijzer

1
1 2

II
1 2 3

beleidskader
inleiding rijksbeleid provinciaal beleid

3
3 3 4

III
1 2 3 4 5 6

planbeschrijving
analyse van het plangebied trends en ontwikkelingen beschikbare terreinen ontsluitingsstructuur stedenbouwkundige randvoorwaarden juridische vormgeving

6
6 7 9 11 13 14

IV
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13

uitvoeringsaspecten
inleiding milieuzonering externe veiligheid bommen bodemonderzoek depots luchtkwaliteit watertoets nutszones archeologische aspecten flora en fauna duurzaamheid handhaving

18
18 18 25 25 26 26 28 29 31 32 33 35 35

V
1 2 3

uitvoerbaarheid
economische uitvoerbaarheid inspraak vooroverleg ex art. 10 BRO

37
37 37 37

bijlagen
Lijst bestaande bedrijven Toelichting op de Staat van bedrijfsactiviteiten Inventariserend veldonderzoek d.m.v. grondboringen Bedrijventerrein Poorterseweg, Vlissingen (separaat) Natuurwaarden van "Bedrijventerrein Poortersweg" in Vlissingen (separaat) Vooroverlegreacties

sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

I INLEIDING
1
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

1

aanleiding
Poortersweg is een traditioneel bedrijventerrein, onderdeel van een grotere bedrijfsontwikkeling tussen de A58, Havenweg, Visodeweg, havengebied Buitenhaven en bedrijventerrein Souburg. Poortersweg vormt de afronding van het gebied. Binnen het gebied wordt middels een Masterplan en een beeldkwaliteitplan eenheid nagestreefd. Een deel van het terrein Poortersweg is reeds in gebruik als bedrijventerrein. Het overige deel van het terrein zal ontwikkeld worden als gebied ten behoeve van de vestiging van bedrijven. Het terrein is met name bedoeld voor constructie-, reparatie-, en handelsbedrijven, vervoersbedrijven en dienstverlenende bedrijven op milieugebied. Het bedrijventerrein Poortersweg ligt ingeklemd tussen het industrieterrein Buitenhaven, bedrijventerrein Souburg en landelijk gebied. Het gebied wordt begrensd door: • de Oostelijke Bermweg aan de westzijde; • het bedrijventerrein Souburg aan de noordzijde; • de Visodeweg aan de oostzijde; • de Havenweg aan de zuidzijde.

Figuur 1: Globale situering van het plangebied.
Het doel van het plan is om spoedig een juridisch kader te bieden op basis waarvan het mogelijk is om bedrijven in het plangebied te vestigen en daarvoor de bouwvergunningen te verlenen. Om de ontwikkeling van het gebied Poortersweg mogelijk te kunnen maken, is het noodzakelijk het ter plaatse vigerende bestemmingsplan te herzien. Het voorliggende bestemmingsplan “Bedrijventerrein Poortersweg” voorziet in die behoefte.

Het bestemmingsplan “Bedrijventerrein Poortersweg” vervangt het bestemmingsplan “Buitenhaven, 1e planherziening”.

2
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

2

leeswijzer
Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een plankaart en voorschriften, waaraan een toelichting is toegevoegd. De toelichting bestaat uit vijf delen. Na de inleiding volgt het tweede deel, bestaande uit het beleidskader. Vervolgens wordt in deel drie (planbeschrijving) het plangebied vanuit verschillende oogpunten ruimtelijk-functioneel belicht. Tevens worden de gekozen methodiek, de voorschriften en de plankaart toegelicht. De voorschriften en de plankaart vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan, onderverdeeld in algemene bepalingen, bestemmingsbepalingen en slotbepalingen. Het vierde deel bestaat uit een beschrijving van de diverse uitvoeringsaspecten die van invloed zijn op de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden in het plangebied. Tenslotte worden in het vijfde deel de economische uitvoerbaarheid, de resultaten van het gevoerde overleg en de inspraak beschreven.

II BELEIDSKADER
3
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

1

inleiding
Op verschillende niveaus wordt het beleid geformuleerd dat een kader vormt voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen. Hieronder zal per bestuursniveau ingegaan worden op de hoofdlijnen van het beleid ten aanzien van bedrijventerreinen.

2

rijksbeleid
nota Ruimte Op 23 april 2004 heeft het kabinet de “Nota Ruimte” vastgesteld. Het ruimtelijk rijksbeleid is zoveel mogelijk ondergebracht in deze ene strategische nota op hoofdlijnen. Het kabinet brengt de Nota Ruimte uit als kabinetsstandpunt van de planologische kernbeslissing Nationaal Ruimtelijk Beleid. De nota is gebaseerd op de beleidsvoornemens van het Tweede Structuurschema Groene Ruimte en de Vijfde Nota over de Ruimtelijk Ordening en daarbij horende analyses. In de Nota Ruimte gaat het daarbij om inrichtingsvraagstukken, die spelen tussen nu en 2020 met een doorkijk naar 2030. In de nota worden de hoofdlijnen van beleid aangegeven, waarbij de ruimtelijke hoofdstructuur van Nederland (RHS) een belangrijke rol zal spelen. Op de omgeving van het plangebied wordt niet specifiek ingegaan. sturingsfilosofie Het motto ten aanzien van rijksverantwoordelijkheden is: “decentraal wat kan, centraal wat moet”. Hiermee sluit het kabinet aan bij de eigenlijke uitgangspunten van het ruimtelijk beleid, die onder meer tot uiting komen in het decentrale planningsstelsel (met name een centrale rol voor de gemeentelijke bestemmingsplannen). Dit betekent dat de overheid, met uitzondering van concrete ruimtelijke inrichtingsopgaven gerelateerd aan de nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur, kiest voor een decentralisatie van de verantwoordelijkheid voor de realisatie van rijksdoelen, bundeling van budgetten en sturing op doelen (en niet op instrumenten). Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor de (samenwerkende) gemeenten en provincies, aangezien op dit niveau de meeste ruimtelijke afwegingen spelen. Zij vervullen dan ook een belangrijk deel van de regiefunctie bij de ruimtelijke ontwikkeling. Gemeenten en provincies hebben overigens ook een belangrijke rol bij de daadwerkelijke borging van de waarden en de realisatie van ruimte voor functies als wonen en werken. De provincies krijgen onder meer een regietaak met betrekking tot bovenlokale voorzieningen, het bundelingsbeleid (beleid voor grote steden) en het beleid voor wonen in de meer landelijke gebieden. Provincies geven, als regievoerder, hieraan invulling in streek- en structuurplannen. Het zwaartepunt bij de uitvoering ligt vooral bij de gemeenten. ingezoomd Het bedrijventerrein Poortersweg ligt aan de rand van het stedelijk gebied waar reeds bedrijvigheid plaatsvindt. Het terrein sluit aan op bestaande bedrijven- en industrieterreinen. Er is geen sprake van (niet-gewenste) corridorvorming. Bij de locatiekeuze is beleidsmatig samengewerkt met de gemeente Middelburg.

4
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

De soorten bedrijven die op het bedrijventerrein zullen worden gehuisvest, vullen de differentiatie aan werkmilieus aan. Er bestaat behoefte aan terreinen voor (zwaardere) bedrijvigheid in de regio Vlissingen. In het kader van de ruimtevraag zijn hiermee de eisen van behoefte en keus van bedrijvigheid boven een andere functie aangetoond. Het Rijksbeleid wenst dat de bedrijven met een omvangrijke goederenstroom worden geclusterd en dat veel aandacht wordt besteed aan het parkeerbeleid. Bij het parkeren is het zaak dat dit zoveel mogelijk op eigen terrein gebeurd. Door op de kavels op het bedrijventerrein Poortersweg een bebouwingspercentage van maximaal 75% toe te staan, wordt op eigen terrein ruimte gecreëerd om parkeren op eigen terrein mogelijk te maken.

3

provinciaal beleid
deel 1 Streekplan Zeeland Het provinciaal beleid met betrekking tot de ontwikkeling en inrichting van bedrijventerreinen is verwoord in het “Streekplan Zeeland” dat op 12 september 1997 is vastgesteld. In het streekplan wordt benadrukt, dat er voor vestiging en uitbreiding van bedrijvigheid een voldoende aanbod van bedrijventerreinen van de juiste kwaliteit beschikbaar moet zijn. Om die reden zijn in het streekplan verschillende typen bedrijventerreinen en werklocaties onderscheiden. De bedrijvenlocatie Poortersweg ligt in een gebied dat is aangemerkt als een zeehaventerrein en ontwikkelingszone. Ten aanzien van deze gebieden streeft de provincie Zeeland naar activiteiten die havengebonden zijn, activiteiten die daar nauw mee samenhangen en waarbij een uitstraling naar de regio plaats vindt en toegevoegde activiteit wordt gegenereerd, en activiteiten die zich door aard, schaal en (mogelijke) milieu-effecten niet lenen voor vestiging in de directe nabijheid van woongebieden. Het provinciaal beleid is gericht op een zorgvuldig en duurzaam gebruik van de beschikbare ruimte. De keuze van nieuwe bedrijfslocaties dient te zijn gebaseerd op een systematische verkenning en vergelijking van mogelijke locaties. Als volgorde van prioriteit gelden achtereenvolgens inbreiding, uitbreiding van bestaand terrein en, tenslotte, nieuw terrein. Van de gemeenten die in de stedelijke ontwikkelingszone Vlissingen – Middelburg gelegen zijn, wordt een gezamenlijke visie verwacht op het gebied van ruimtelijke ontwikkelingen. In deze visie dient onder meer aandacht te worden besteed aan de ontwikkeling van bedrijventerreinen. De ontwikkeling van het gebied Poortersweg is een voorbeeld van uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein. Het bestemmingsplan is erop gericht om de vestiging van nieuwe bedrijven mogelijk te maken. In het Streekplan is het locatie- en mobiliteitsbeleid vertaald en uitgewerkt naar het niveau van de regio. De omgeving van het gebied Poortersweg wordt in het Streekplan als een snelweggeoriënteerde locatie aangeduid. De locatie ligt nabij de autosnelweg A58 en is aan te merken als een C-locatie ingevolge de in het Structuurschema Verkeer en Vervoer II aangegeven categorisering.

Figuur 2: Ruimtelijk plan stedelijk gebied Walcheren 2010
In het “Ruimtelijk plan stedelijk gebied Walcheren 2010” is het gebied Poortersweg deels aangeduid als een traditioneel bedrijventerrein en deels als nieuw bedrijfsterrein. De aanduiding traditioneel bedrijventerrein wil zeggen: “Terrein met een accent op productie en/of opslag. De uitstraling is eenvoudig en sober. Het functionele staat voorop. De kavels zijn relatief groot. Het uitgiftepercentage is hoog. Er is relatief weinig groen en water (uitgiftepercentage 80%, verharding 9%, groen en water 11%). Het prijsniveau is laag, de bereikbaarheid dient redelijk te zijn en zichtbaarheid is niet gewenst.” Voor de periode tot 2010 wordt de verwachting uitgesproken, dat er binnen het stadsgewest een behoefte bestaat van circa 50 hectare aan traditioneel bedrijventerrein.

sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

Deel 2 streekplanuitwerking en intergemeentelijke structuurvisie. Zoals reeds aangegeven, verwacht de provincie van de gemeenten Vlissingen en Middelburg een gezamenlijke visie waaruit blijkt welke ruimtelijke ontwikkelingen worden voorzien in de regio en hoe deze op elkaar worden afgestemd. Naar aanleiding hiervan is door het stadsgewest Vlissingen-Middelburg, in samenwerking met de provincie Zeeland, het “Ruimtelijk plan stedelijk gebied Walcheren 2010” opgesteld. Het “Ruimtelijk plan stedelijk gebied Walcheren 2010” is op 9 september 1999 vastgesteld door de gemeenteraad van Vlissingen en op 30 augustus 2000 door de gemeenteraad van Middelburg. Op 1 februari 2000 is het plan als streekplanuitwerking vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Zeeland.

5

III PLANBESCHRIJVING
6
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

1

analyse van het plangebied
Het bedrijventerrein Poortersweg ligt aan de rand van Vlissingen, ten oosten van het haventerrein Buitenhaven. Aan de oost en zuidzijde wordt het plangebied begrensd door agrarisch gebied, aan de noordzijde door het bedrijventerrein Souburg, dat inmiddels in ontwikkeling is genomen. Ten noorden van dit bedrijventerrein in ontwikkeling ligt de autosnelweg A58, welke het gebied met industrie en bedrijven van het woongebied Oost Souburg scheidt. Het merendeel van de gronden op het bedrijventerrein Poortersweg is eigendom van de gemeente Vlissingen. In het zuidoostelijk deel van het beoogde bedrijventerrein is nog een deel van de grond in particulier eigendom. Op het bedrijventerrein zijn reeds een aantal bedrijven gevestigd. vestigingsbeleid bedrijventerrein Poortersweg In het provinciaal beleid voor bedrijventerreinen wordt een onderscheid gemaakt tussen verschillende typen bedrijfsterreinen. Bedrijventerrein Poortersweg (voorheen bedrijventerrein Buitenhaven) kan worden getypeerd als een zogenoemd “traditioneel” bedrijventerrein. Bedrijventerrein Poortersweg heeft in de gemeente Vlissingen als enige bedrijfsterrein het karakter: “traditioneel”. Een traditioneel bedrijventerrein is met name bedoeld voor productie-, constructie en of opslagbedrijven. Er worden geen hoge eisen gesteld aan de beeldkwaliteit; de uitstraling van panden en terrein, de nadruk ligt op “functionele” bouw. toelaatbare bedrijfstypen op bedrijventerrein Poortersweg Binnen het beschreven karakter zijn volgende bedrijfstypen op het bedrijventerrein Poortersweg toelaatbaar: • productiebedrijven, bedrijven die producten vervaardigen, bijvoorbeeld een broodfabriek; • constructiebedrijven, bijvoorbeeld een metaalbewerkingsbedrijf; • reparatiebedrijven, bijvoorbeeld een autoreparatiebedrijf; • (groot)handelsbedrijven, bijvoorbeeld een groothandel in materialen; • aannemersbedrijven; • transport/vervoersbedrijven; • distributiebedrijven; • verhuurbedrijven, bijvoorbeeld een bedrijf gespecialiseerd in verhuur van machines; • dienstverlenende bedrijven, met name op milieugebied; • opslagbedrijven; • bedrijfsverzamelgebouwen. Zelfstandige detailhandels- en horecabedrijven zijn niet toegestaan, evenals zelfstandige kantoren. Bedrijfswoningen zijn op het bedrijventerrein Poortersweg niet toelaatbaar. Deze zouden, gezien het hiervoor beschreven beoogde traditionele karakter van het ter-

rein, waarbinnen (middel)zware bedrijfsactiviteiten zijn toegelaten, te grote beperkingen opleveren voor de uitoefening daarvan. verkaveling bedrijventerrein Poortersweg In principe wordt de te verkopen kavelgrootte en locatie in overleg bepaald. In een aantal gebieden ligt de kaveldiepte van de uit te geven percelen vast. In deze gevallen kan alleen in de perceelbreedte gevarieerd worden. 7
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

2

trends en ontwikkelingen
Ruimtegebrek is een factor die de ontwikkeling en ontplooiing van de economie kan hinderen. Bestaande bedrijventerreinen kunnen bijvoorbeeld verouderd zijn, onvoldoende ontsloten zijn voor uiteenlopende typen bedrijven, of onvoldoende ruimte bieden aan bedrijven. Een regio met kwalitatief goede locaties vormt een aantrekkelijke omgeving voor bedrijfsvestiging en –uitbreiding. Vlissingen vormt tezamen met Middelburg het stadsgewest Vlissingen-Middelburg. Het stadsgewest is één van de economische motoren van Zeeland en ligt na het gereedkomen van de Westerscheldetunnel gunstig ten opzichte van de havensteden Rotterdam en Antwerpen. De ontsluiting van de regio wordt sterk verbeterd, wat zijn weerslag zal hebben op het vestigingsklimaat voor bedrijven. Binnen het stadsgewest heeft in de gemeente Vlissingen in de loop der tijd een zekere “indeling” plaatsgevonden van de bedrijventerreinen in bepaalde typeringen. Enkele van deze bedrijventerreinen zijn verouderd. Daarvoor worden momenteel plannen voor herstructurering, revitalisering of functieverandering ontwikkeld. In figuur 3 zijn de ontwikkelingen in beeld gebracht Zowel het streekplan als het structuurplan geven aan dat er noodzaak bestaat voor een gedifferentieerd vestigingsmilieu. Op bedrijventerrein Poortersweg zijn ook bedrijven in milieucategorie 2 toegestaan. Onder milieucategorie 2 vallen hoofdzakelijk groothandelsbedrijven en enkele productiebedrijven. Het niet toelaten van dergelijke bedrijven leidt tot ongewenste situaties, omdat in de regio slechts beperkte mogelijkheden bestaan voor dit type bedrijven. Met name voor een zekere categorie bedrijven, die qua investeringsruimte in onderste helft van de markt opereren, zouden geen vestigingsmogelijkheden in de regio aanwezig zijn. Voor de terreinen Mortiere en Souburg gelden kwaliteitseisen, waaraan dit type bedrijven niet kan voldoen. Zware bedrijvigheid is alleen toelaatbaar in Vlissingen-oost, waar bedrijven worden gevestigd die qua milieubelasting niet op andere terreinen kunnen worden toegelaten. Buitenhaven wordt getypeerd als een traditioneel terrein voor productie en opslag (i.c. groothandel). Voor het beheersgebied van Zeeland Seaports geldt de afspraak dat daar slechts bedrijven met een havengerelateerde functie worden toegelaten. De conclusie is dat er geen beletselen bestaan om de in het plan genoemde categorie 2-bedrijven op dit terrein toe te laten en dat de beoogde ontwikkelingen stroken met het vestigingsbeleid van Zeeland Seaports.

andere bedrijfsterreinen met typering in de gemeente Vlissingen

zeehaven- en Industrieterrein Vlissingen-Oost
Het havengebied van Vlissingen-Oost (vallend onder gemeente Vlissingen en gemeente Borselle) heeft de primaire functie van zeehaven- en industrieterrein. Deze terreinen dienen voor activiteiten die havengebonden zijn, en of activiteiten die daar nauw mee samenhangen, en of voor activiteiten die zich door aard, schaal en of mogelijke milieu-effecten niet lenen voor vestiging in de directe nabijheid van dichte woongebieden. De uitgifte van deze terreinen geschiedt door Zeeland Seaports.

8
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

bedrijventerrein Edisonpark
Bedrijventerrein Edisonpark wordt een hoogwaardig en modern bedrijventerrein, grenzend aan het grotere gebied rondom de Edisonweg/Prins Hendrikweg en de binnenhavens, dat in ontwikkeling is ten behoeve van de zogenoemde Kenniswerf. Edisonpark is primair bedoeld voor bedrijven met een hoog kennisniveau, is goed ontsloten gezien de ligging nabij de A58 en is een zichtlocatie. Bedrijfswoningen zijn op dit terrein toegestaan. Er wordt naar gestreefd de bedrijfsbebouwing een hoogwaardige uitstraling te geven. Daarvoor is een beeldkwaliteitplan vastgesteld. Het terrein is ruim van opzet. De situering en de bereikbaarheid zijn voor de te vestigen bedrijven van belang.

bedrijventerreinen Vrijburg en Baskensburg
De bedrijventerreinen Vrijburg en Baskensburg kunnen worden getypeerd als stedelijke bedrijfsterreinen. De terreinen zijn bedoeld voor ondernemers die zich richten op de lokale markt, voornamelijk Walcheren. De terreinen zijn bedoeld voor met name functionele gebouwen. Een stedelijk bedrijfsterrein wordt gekenmerkt door een hoge bouwdichtheid. Dit met centrale ligging ten opzichte van het afzetgebied. Bedrijventerrein Vrijburg ligt aan de Nieuwe Vlissingseweg, de verbindingsweg tussen Vlissingen en Middelburg. Dit bedrijventerrein is aan de westkant van het kanaal door Walcheren gelegen. Dit bedrijventerrein is bedoeld voor (handels)bedrijven en garages, die zich richten op de lokale markt. De centrale ligging is ideaal voor een goede bereikbaarheid van het verzorgingsgebied: te weten Walcheren. Bedrijventerrein Vrijburg is met name bedoeld voor schone en ambachtelijke bedrijven. Bedrijfswoningen zijn mogelijk. Op het bedrijventerrein zijn onder andere autodealerbedrijven, groothandelbedrijven, transportbedrijven, installatiebedrijven en aannemers gevestigd. Bedrijventerrein Baskensburg is een verouderd en volledig uitgegeven bedrijfsterrein. Op dit bedrijventerrein is tevens perifere detailhandel gevestigd, waarvan uitbreiding overigens niet is toegestaan. Voor dit bedrijventerrein wordt een revitaliseringsplan ontwikkeld. Speerpunten hierin zijn een algehele kwaliteitsverbetering (onder andere van de uitstraling van panden en openbaar gebied) en de aanpak van verkeersproblematiek.

9
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

Figuur 3: Ontwikkelingsgebieden omgeving Poortersweg bedrijventerrein Souburg
Bedrijventerrein Souburg kan worden getypeerd als een modern en hoogwaardig bedrijventerrein (in ontwikkeling). De uitgifte van de 1e fase is afgerond. Bedrijventerrein Souburg is gelegen als zichtslocatie langs de autosnelweg, de A58. Er gelden hoge eisen ten aanzien van de bouwmassa en beeldkwaliteit. De architectuur dient veel aandacht te krijgen. Dit bedrijventerrein is bedoeld voor succesvolle plaatselijke ondernemers en of ondernemers van elders. Detailhandel is niet toegestaan.

KSG terrein
Grenzend aan de binnenstad van Vlissingen, is het KSG-terrein gelegen rond het dok. Dit terrein zal binnen de komende 10 jaar een functieverandering ondergaan. Als nieuwe functies worden gedacht wonen, recreatie en een tweede verkeersaansluiting met parkeervoorzieningen voor het centrum. Het meest oostelijk deel nabij Het Eiland zal als werf worden voortgezet.

3

beschikbare terreinen
stedelijke bedrijventerreinen

Baskensburg
Dit terrein is vrijwel geheel uitgegeven, enkele (kleine) kavels resteren. Voor dit terrein wordt een revitaliseringspan opgesteld. Dit zal niet leiden tot veel extra uitgeefbare kavels.

Vrijburg
Ook de derde fase van dit terrein (totaal ca. 15 ha) is thans vrijwel geheel uitgegeven, verder uitbreiding wordt voorshands niet haalbaar geacht, hoewel wenselijk i.v.m. de toekomstige sanering van “Ramsburg”.

Traditionele terreinen

Edisonweg
10
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

Voor dit terrein is onlangs een reconstructieplan opgesteld. Het terrein krijgt een andere functie in het kader van de “Kenniswerf”. Het gevolg hier van is dat voor c.a. 5 ha aan bedrijven elders ruimte gevonden moet worden. Het grootste deel van deze bedrijvigheid kan gekwalificeerd worden als traditioneel.

Binnenhavens
Met Zeeland Seaports wordt overleg gevoerd over de toekomst van dit gebied. Naar verwachting zal een deel van het gebied bij de ontwikkeling van de “Kenniswerf” worden betrokken. Het is tevens niet denkbeeldig dat voor een deel van het gebied een reconstructie ten faveure van lichte nautische bedrijvigheid (nautisch ondersteunende diensten) zal plaatsvinden

Poortersweg
Het voormalige bedrijventerrein “Buitenhaven” biedt nog ruimte voor bedrijfsvestigingen in de traditionele sfeer. Direct uitgeefbaar is er in dit gebied thans ca. 5,5 ha en op enige termijn nog eens een kleine 9 ha. Totaal dus ca. 14 ha. Moderne terreinen

Souburg
De noordelijke rand van het voormalige terrein “Buitenhaven”, gelegen langs de A58 is een aantal jaren geleden ondergebracht in apart bestemmingsplan, met als opzet een modern bedrijventerrein aan de stadsentree. De eerste fase van dit terrein, groot ca. 5 ha, is volledig uitgegeven. De tweede fase (ca. 3 ha) wordt in de loop van 2004 bouwrijp gemaakt. Voor dit terrein hebben zich enige kandidaat kopers gemeld. Het meest oostelijke deel van het terrein omvat onder ander het voormalige opstelterrein van de Olauline en een gemeentelijk terrein dat nogal wat belemmeringen kent. Naar verwachting zal dit deel niet voor 2007 uitgeefbaar worden. Behoefte

stedelijk terrein
Voor nieuwe bedrijfsvestigingen, bedrijfsverplaatsingen en groei van gevestigde bedrijven is de laatste 10 jaar op de stedelijke terreinen ca. 12 ha uitgegeven. Thans is het areaal aan stedelijke bedrijventerreinen vrijwel uitgeput en is er voorshands geen uitbreiding gepland c.q. mogelijk. Naar verwachting is er ook de komende 10 jaar behoefte aan c.a. 1 ha per jaar hetgeen mogelijk versneld zou kunnen worden als verplaatsing van bedrijven van “Ramsburg” actueel wordt. Hiervoor zal aan de westkant van het Kanaal door Walcheren een ruimte van minimaal 10 ha gevonden moeten worden.

traditioneel terrein
Een deel van het beschikbare areaal traditioneel terrein wordt geherstructureerd waardoor er een verplaatsingsbehoefte ontstaat van c.a. 5 ha (Edisonweg). Daarnaast is er voor verplaatsingen elders uit de stad en voor nieuwe vestigingen voor de komende 10 jaar naar schatting 10 ha nodig, totaal dus 15 ha.

modern terrein
Een deel van de verplaatsingen van andere terreinen gaat gepaard met een kwantitatieve en kwalitatieve opschaling, waardoor deze bedrijven in aanmerking kunnen komen voor vestiging op “Souburg”. Verwacht wordt dat dit terrein de komende vijf jaar in de behoefte kan voorzien.

11
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

nat terrein
De Binnenhavens zijn behalve de thuishaven voor ca. 17 visserschepen ook de uitvalsbasis voor een flink aantal nautisch ondersteunende diensten (loodswezen, betonning, Marechaussee, Douane, K.L.P.D., etc.) Middels een revitaliseringsoperatie zal, naast nieuwe ontwikkelingen in dit gebied, ook ruimte moeten worden geschapen om in de bestaande behoefte te blijven voorzien.

Conclusie
Er ontstaat op korte termijn een fors tekort aan stedelijke bedrijventerreinen, met name aan de westkant van het Kanaal door Walcheren. Een klein deel van de behoefte kan, afhankelijk van de situatie opgevangen worden op “Edisonpark” en “Souburg”. Dan nog blijft er een tekort van ca. 10 ha. De behoefte aan traditioneel terrein is met de beschikbare locaties op “Poortersweg” en de voorziene uitbreiding aldaar, voor de komende 10 jaar vrijwel gedekt. Als bedrijven, gedwongen door de acute schaarste aan stedelijk bedrijventerrein, zich alsnog gedwongen zien om naar “Poortersweg” te verhuizen, zal het terrein voor de komende 10 jaar ontoereikend zijn. Daarna ontstaat ook daar zeker schaarste. De vestigingsbehoefte van moderne bedrijven kan voor de komende vijf jaar worden opgevangen op “Souburg”. Voor de opvang van nautisch-ondersteunende diensten blijft in het Binnenhavengebied ternauwernood voldoende ruimte.

4

ontsluitingsstructuur
ontsluiting/bereikbaarheid bedrijventerrein Poortersweg In de huidige situatie wordt het plangebied ontsloten via de Poortersweg. Dit is op dit moment de enige toegangsweg tot het plangebied. Mogelijk zullen in de toekomst de bedrijventerreinen Poortersweg en Souburg direct ontsloten gaan worden op de rijksweg A58. Bij deze directe ontsluiting wordt er vanuit gegaan dat het einde van de rijksweg naar het oosten zal worden teruggelegd. Op die manier is directe ontsluiting middels een rotonde mogelijk. Voor wat betreft de interne ontsluiting van het bedrijventerrein Poortersweg is nog geen definitieve structuur bepaald. Gedacht wordt aan een lus die aansluit op de bestaande Poortersweg en de Nieuwe Kruidmolenweg. Tevens wordt gedacht aan een calamiteitenontsluiting op de Oostelijke bermweg. In figuur 4 is deze indicatieve interne ontsluiting weergegeven. In figuur 5 zijn de huidige ontsluitingen van het toekomstige bedrijventerrein en de omgeving weergegeven. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen de verschillende vervoersystemen.

12
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

Figuur 4: indicatieve interne ontsluitingsstructuur Poortersweg
langzaam verkeer Ten behoeve van het langzaam verkeer is op verschillende plaatsen een doorsteek gemaakt tussen de hoofdroute en de Visodeweg, welke de grens met het landschap is. Daarnaast maken de Nieuwe Kruidmolenweg (gedeeltelijk), de Havenweg en de Oostelijke Bermweg deel uit van de fietsstructuur van het stadsgewest VlissingenMiddelburg. openbaar vervoer De bereikbaarheid van het bedrijventerrein Poortersweg met openbaar vervoer is matig. Zowel de treinstations Vlissingen als Vlissingen-Souburg als de bushaltes liggen op vrij grote afstand (500-1000 m). Gezien de aard van het bedrijventerrein vormt dit geen beletsel voor de vestiging van de potentiële bedrijven, waarvoor het ontwikkeld wordt. calamiteitenontsluiting Ten behoeve van eventuele calamiteiten, is in het bestemmingsplan de mogelijkheid opgenomen voor het realiseren van een calamiteitenontsluiting. Deze ontsluiting komt aan de westzijde van het plangebied, in het gebied tussen de aanduidingen x en y op de plankaart. Deze ontsluiting komt uit op de Oostelijke Bermweg. Ook in het oosten van het plangebied is met de aanduidingen x en y een calamiteiten sluiting aangegeven. Deze ontsluiting komt uit op de Visodeweg. parkeren Het uitgangspunt ten aanzien van parkeren, is parkeren op eigen terrein. Hiertoe bedraagt het maximale bebouwingspercentage van een kavel 75, waardoor op eigen terrein ruimte voor parkeren wordt gecreëerd.

13
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

Verklaring:
fietsnetwerk verbinding verbeteren busroute met halte spoorbaan met station

Hoofdverkeerstructuur:
regionale hoofdwegen stadsgewestelijke hoofdwegen

Figuur 5: Verkeersstructuur (bron: intergemeentelijk structuurplan Stadsgewest Vlissingen-Middelburg)

5

stedenbouwkundige randvoorwaarden
Ten aanzien van de uitbreiding van het bedrijventerrein Poortersweg is een aantal stedenbouwkundige randvoorwaarden geformuleerd. Om de overgang tussen het reeds bestaande deel van het bedrijventerrein Poortersweg en het nieuwe te ontwikkelen deel te realiseren, zal er aangesloten moeten worden op de bestaande structuur van het terrein. Dit betekent dat de bedrijven aan de rand van het gebied met de achterkant naar het landschap worden gepositioneerd. Om de overgang tussen bedrijfsgebouwen en landschap op een goede manier vorm te geven, is er voor gekozen de ter plaatse aanwezige watergang door te zetten

en te plannen tussen bedrijfspercelen en landschap. Tevens geldt voor de percelen die aan de rand van het plangebied grenzen een bebouwingsvrije zone van 7 meter. Om het landschap tot het plangebied te laten doordringen wordt een “groene wig” voorgesteld halverwege het bedrijventerrein. 14
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

6
1

juridische vormgeving
algemeen De methodiek van het bestemmingsplan “Bedrijventerrein Poortersweg” is ontworpen met als uitgangspunt de reeds ontwikkelde standaardvoorschriften van de gemeente Vlissingen. Deze standaardvoorschriften zijn in 1999 opgesteld, omdat de gemeente toen is gestart met het herzien van een groot aantal bestemmingsplannen. Het doel van het opstellen van standaardvoorschriften was het verkrijgen van uniforme voorschriften voor de hele gemeente. Ook bij ontwikkelingslocaties wordt daarom gebruik gemaakt van deze standaardvoorschriften. planmethodiek Het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de plankaart en de planvoorschriften. De planvoorschriften zijn gerelateerd aan de plankaart, zodat kaart en voorschriften te allen tijde in onderlinge samenhang dienen te worden bezien en toegepast. plankaart Op de plankaart hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien, en voor zover, deze daaraan in de voorschriften wordt gegeven. Soms heeft een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis en is deze uitsluitend op de plankaart aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van die kaart (bijvoorbeeld topografische gegevens). planvoorschriften De planvoorschriften zijn ondergebracht in een viertal hoofdstukken: de algemene bepalingen, bestemmingsbepalingen, zonebepalingen en de slotbepalingen. bestemmingsbepalingen De bestemmingsbepalingen kennen allen een zelfde opbouw met achtereenvolgens, voor zover aanwezig, de volgende leden:

2

doeleindenomschrijving
De doeleindenomschrijving is de centrale bepaling van elke bestemming. In deze doeleindenomschrijving worden limitatief de functies genoemd die binnen de bestemming zijn toegestaan.

inrichting
De inrichting geeft aan welke bouwwerken en voorzieningen, voor zover passend in de doeleindenomschrijving, zijn toegelaten.

bouwvoorschriften
De bouwvoorschriften bepalen de maximale maten (oppervlakte, hoogte, goothoogte e.d.) waaraan de bouwwerken moeten voldoen.

gebruiksvoorschriften
De gebruiksvoorschriften geven nadere regels omtrent de verhouding tussen de eventueel in de doeleindenomschrijving opgenomen verschillende functies. 15
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

vrijstellingen
De vrijstellingsbevoegdheden zijn gebaseerd op artikel 15 WRO en geven burgemeester en wethouders de bevoegdheid om onder voorwaarden vrijstelling te verlenen van een specifiek voorschrift.

wijzigingsbevoegdheid
De wijzigingsbevoegdheden zijn gebaseerd op artikel 11 van de WRO en geven burgemeester en wethouders de bevoegdheid het plan te wijzigen binnen de aangegeven grenzen.

strijdig gebruik
Strijdig gebruik is een bepaling die aanvullend werkt ten opzichte van de algemene gebruiksbepaling in hoofdstuk I en specifiek voor de betreffende bestemming bepaalde gebruiksverboden weergeeft. 3 bestemmingen De plankaart en de voorschriften bij de bestemmingen zijn grotendeels afgestemd op de beoogde ontwikkeling van het plangebied tot een bedrijventerrein. In het gebied zijn reeds enkele bedrijfsgebouwen aanwezig. De overige gronden dienen opnieuw te worden ontwikkeld. Behalve een bedrijfsbestemming kent het plan ook bestemmingen voor de inrichting en het gebruik van de openbare ruimte. Hierna volgt een toelichting op alle in dit plan opgenomen bestemmingen. bestemming “bedrijfsdoeleinden” Een groot deel van het plangebied is bestemd als “bedrijfsdoeleinden”. Binnen deze bestemming worden de bedrijfsactiviteiten toegestaan, die zijn opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Verder is het mogelijk binnen deze bestemming ontsluitingswegen en paden aan te leggen. Tussen de tracéaanduidingen X en Y dient tevens ruimte gereserveerd te worden voor een calamiteitenontsluiting. Voorts is het toegestaan om gronden binnen de bestemming bedrijfsdoeleinden te gebruiken voor groen en/of water. Ten aanzien van de bouwmogelijkheden is in de bouwvoorschriften een aantal bepalingen opgenomen met betrekking tot situering en bouwhoogte. Het plangebied kent een maximale bebouwingshoogte van 12 meter. Om de overgang van het bedrijventerrein naar het agrarisch gebied te begeleiden, is in de strook tussen de Nieuwe Kruidmolenweg en de Visodeweg een lagere maximale bebouwingshoogte voorgeschreven, namelijk 7 meter. Het bebouwingspercentage is op de plankaart aangegeven en is overal 75%. bestemming “uit te werken gebied voor bedrijfsdoeleinden” Een deel van het plangebied is bestemd als “uit te werken gebied voor bedrijfsdoeleinden”. Binnen deze bestemming worden bedrijfsactiviteiten toegestaan, zoals

16
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

vermeld in de categorieën 2 tot en met 4b van de bij deze voorschriften behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten. Deze gronden zijn (nog) geen eigendom van de gemeente. Daarvoor geldt geen directe bouwtitel. Voorafgaand aan een bouwplan dient daarom een uitwerkingsplan te worden opgesteld conform het gestelde in artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Onderdeel van de uitwerkingsregels is dat een archeologisch proefsleuvenonderzoek dient te worden uitgevoerd. Uit het archeologisch onderzoek is immers gebleken dat daar aanleiding voor is op een locatie die valt in het uit te werken gebied voor bedrijfsdoeleinden. bestemming “militaire doeleinden” Een klein deel van het plangebied heeft de bestemming “militaire doeleinden”. De binnen deze bestemming gelegen gronden zijn bestemd voor landsverdediging en daaraan gelieerde instellingen met bijbehorende voorzieningen. Een en ander met uitzondering van munitiedepots. In de voorschriften is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die in de toekomst een functieverandering van “defensiedoeleinden” naar “bedrijfsdoeleinden” mogelijk maakt tot maximaal categorie 5b van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. bestemmingen “verkeersdoeleinden” Deze bestemming is toegekend aan de openbare ruimte binnen het plangebied en de bestaande wegen. Binnen deze bestemming zijn ook groen en parkeervoorzieningen toegelaten. Het groen heeft echter geen structurerend karakter. Het betreft groenvoorzieningen zoals bomen, struiken en groenstroken, die dienen als “aankleding” van het openbaar gebied. bestemming ”water” De binnen het plangebied gelegen watergangen en -partijen zijn bestemd als “water”. Het is tevens toegestaan binnen deze bestemming een brug te realiseren ten behoeve van de calamiteitenontsluiting. bestemming “groenvoorzieningen” Deze bestemmingen zijn toegekend aan gebieden die groen bevatten met een structureel karakter. bestemming “waterstaatsdoeleinden” Op basis van de door het Waterschap Zeeuwse Eilanden en Rijkswaterstaat aangegeven kernzone en beschermingszone van de waterkering is aan de gronden binnen die zones de primaire bestemming “Waterstaatsdoeleinden” toegekend. Op die gronden komen ook andere functies voor, zoals verkeer en groen. Aan deze feitelijk voorkomende functies binnen de beschermingszone is een secundaire bestemming toegekend. In verband met het belang van de beschermingszone heeft de bestemming “Waterstaatsdoeleinden” het primaat boven de andere ter plaatse geprojecteerde bestemmingen. Hierbij wordt nadrukkelijk aangegeven dat de secundaire bestemmingen binnen de primaire bestemming niet strijdig zijn met het waterstaatsbelang. Bovendien is op grond van de “Keur waterkeringszorg” tevens een ontheffing vereist van de waterkeringsbeheerder. Zodra zich een bouwaanvraag voordoet, verwijst het voorschrift naar de waterkeringbeheerder. Deze wordt geïnformeerd over het voorliggende bouwplan, zodat ze kan beoordelen of een ontheffing kan worden verleend.

sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

bestemming “zone ten behoeve van bovengrondse hoogspanningsleiding” De gronden die zijn gelegen binnen de zone ten behoeve van bovengrondse hoogspanningsleiding zijn tevens bestemd voor de bescherming van de hoogspanningsleiding (150 kV).

17

IV UITVOERINGSASPECTEN

18
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

1

inleiding
Bij het opstellen van een bestemmingsplan dienen diverse milieuaspecten en uitvoeringsaspecten te worden onderzocht. Het betreft met name de planologische hinder van de bestaande bedrijven die zowel in het plangebied als daarbuiten zijn gesitueerd. Dit is enerzijds om bouwaanvragen voor (uitbreiding van) woningen te kunnen toetsen op aspecten van milieuhinder in de omgeving en anderzijds om de (planologische) uitbreidingsruimte van bedrijven te kunnen vaststellen. In alle gevallen dient bij ontwikkelingslocaties de bodemkwaliteit te worden onderzocht.

2

milieuzonering
Met betrekking tot de milieuzonering is de aanwezigheid van gevoelige functies in de directe omgeving van Poortersweg bepalend. In de omgeving zijn aanwezig: − agrarische dienstwoningen; − burgerwoningen in het aangrenzende buitengebied; − woonwijk Oost- Souburg; − camping Fort de Ruijterweg. Bovenstaande functies worden allen aangemerkt als milieugevoelige functies. De toelaatbaarheid van bedrijfsactiviteiten op Poortersweg is afhankelijk van de situering van deze functies.

1

bestaande bedrijven Op het bedrijventerrein Poortersweg is inmiddels al een aantal bedrijven gevestigd. Het betreft hoofdzakelijk bedrijven met bedrijfsactiviteiten die vallen in milieucategorie 3. Het zijn onder andere een constructiewerkplaats, autosloperijen, - autoreparatiebedrijven, groothandel en de milieustraat. In bijlage 1 is een volledige lijst met de bestaande bedrijven in het plangebied weergegeven. De aanwezige bedrijven in het plangebied passen binnen de milieuzonering zoals die voor het bedrijventerrein is opgenomen in het bestemmingsplan. Direct naast Poortersweg is het haventerrein Buitenhaven gelegen. Op dit terrein is één bedrijf aanwezig dat beperkingen oplegt aan de toelaatbaarheid van bedrijfsactiviteiten op Poortersweg. Hiervoor wordt verwezen naar de paragraaf externe veiligheid. Op het industrieterrein “De Schelde Buitenhaven” is een marinekazerne gelegen. De kazerne biedt een tijdelijk onderkomen voor bemanningsleden. Het betreft geen geluidsgevoelige functie zoals gedefinieerd in de Wet geluidhinder. Door middel van het stellen van voorwaarden kan bij de beoordeling van aanvragen om bedrijfsvestigingen en milieuvergunningen op het bedrijventerrein Poortersweg rekening worden gehouden met de concrete omstandigheden van het geval. Tevens valt het plangebied binnen de in 1989 vastgestelde zonegrens ex artikel 53 van de Wet geluidhinder (Wgh) tengevolge van de industrieterreinen de Schelde/Buitenhaven. Door de aanwezigheid van drie bedrijven, te weten de scheepswerf KSG, het zand- en grindsorteerbedrijf SBV en de beton-mortelcentrale VTO is het gehele terrein gezoneerd in het kader van de Wgh. Het plangebied maakt deel uit

van het gezoneerde industrieterrein. Daarbij is destijds dus rekening gehouden met de vestiging van bedrijven in dit plangebied, niet betreffende uiteraard de meest zware categorie(ën), destijds nog de zgn. categorie A-inrichtingen Wgh. In het plangebied zijn de zware geluidsproducerende bedrijven (categorie 5 en 6, met een minimale afstand van 1000 meter ten opzichte van woongebieden) niet toegelaten. Toelaatbaar in het plangebied zijn hoofdzakelijk bedrijven in categorie 3, 4 en beperkt in categorie 5. Dit betreffen geen grote geluidsproducerende bedrijven. Voor het industrieterrein “De Schelde Buitenhaven” is op grond van de Wet geluidhinder een geluidszone vastgesteld in 1987. Bij de vaststelling is rekening gehouden met de toen bestaande bedrijventerreinen en de uiteindelijke omvang, zoals nu in het bestemmingsplan opgenomen. Ook van het toen al bestaande bedrijventerrein Poortersweg. Ten behoeve van de aanpassing van de zone als gevolg van de sinds 1989 plaatsgevonden hebbende planologische ontwikkelingen heeft een akoestisch onderzoek plaats gevonden. Naar verwachting zal de aanpassing vooral de west- en noordzijde van het gezoneerde terrein betreffen. De scheepswerfactiviteiten van de KSG worden alleen nog uitgevoerd nabij Het Eiland. Inmiddels is besloten tot aankoop van het resterende, overgrote, deel van het terrein, waarvoor een andere bestemming is voorzien. Uit recentelijk akoestisch onderzoek (DGMR, d.d. 16 oktober 2003) blijkt dat in de actuele situatie nog voldoende ruimte aanwezig is tussen de 50 dB(A)contour en de zonegrens. De akoestische aspecten van toekomstige bedrijven zullen bij een aanvraag om milieuvergunning beoordeeld worden, waarbij ook toetsing aan de zone plaatsvindt. Daarbij wordt uitgegaan van het ALARA-principe, de geluidsbelasting zo laag als redelijkerwijs mogelijk is. Indien mocht blijken dat de geluidszone of eerder vastgestelde maximaal toegestane geluidsbelastingen (MTG’s) bij woningen in het buitengebied worden overschreden, dan zal er geen milieuvergunning voor het bedrijf verleend worden. Een vestiging in Vlissingen-Oost of elders is dan aan de orde. Gelet op het vorenstaande blijkt dat er nog voldoende geluidsruimte binnen de zone bestaat en de beoogde planologische vestigingsmogelijkheden mogelijk zijn zonder dat de zone overschreden wordt. Geconcludeerd kan worden dat om reden dat het voorliggende plan niet voorziet in zowel geluidsgevoelige bebouwing als in vestiging van (zware) milieubelastende bedrijven, deze zone geen belemmeringen oplevert voor de beoogde bedrijfsactiviteiten in het plangebied. 2 toelaatbaarheid nieuwe bedrijven vestigingsbeleid In hoofdstuk III, paragraaf 1, is beschreven welk karakter het bedrijventerrein Poortersweg moet krijgen en welke typen bedrijven daarom toelaatbaar moeten worden gesteld. Op basis van de VNG-brochure “Bedrijven en Milieuzonering” (2001) is een Staat van Bedrijfsactiviteiten opgesteld. Om redenen van het vestigingsbeleid zijn niet alle soorten bedrijfsactiviteiten uit de VNG-brochure overgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Onderstaande bedrijfstypen uit de VNG-brochure staan daarom niet in de lijst. − 01. Landbouw − 02. Bosbouw 19
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

− − − − 20
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

− − − − − − − − − − − − − − −

10. Turfwinning 11. Aardolie- en gaswinning 14. Winning van zand, grind, klein, zout e.d. 23. Aardolie en steenkoolverwerkende industrie; bewerking van splijt- en kweekstoffen 24. Vervaardiging van chemische producten 27. Vervaardiging van metalen 37. Voorbereiding tot recycling 40. Productie en distributie van elektriciteit, aardgas, stoom en warm water 52. Detailhandel en reparatie t.b.v. particulieren 55. Logies, maaltijden- en drankverstrekking 61/61. Vervoer over water/door de lucht 65/66/67. Financiële instellingen en verzekeringswezen 70. Verhuur van en handel in onroerend goed 72. Computerservice- en informatietechnologie 73. Speur- en ontwikkelingswerk 80. Onderwijs 85. Gezondheids- en welzijnszorg 91. Diverse organisaties 92. Cultuur, sport en recreatie

richtafstanden In de Staat van Bedrijfsactiviteiten staan bedrijven en bedrijfsactiviteiten, gesorteerd op SBI-code, en de daaraan gekoppelde richtafstanden ten opzichte van gevoelige functies. Op basis hiervan is een inwaartse zonering toegepast om te bepalen welke bedrijven en bedrijfsactiviteiten op Poortersweg wenselijk worden geacht en toelaatbaar zijn op basis van de richtafstanden van rustige woonwijken en andere gevoelige functies. In bijlage 2 is een toelichting op de Staat van Bedrijfsactiviteiten opgenomen. De richtafstanden geven aan op welke afstand van gevoelige functies bepaalde bedrijfsactiviteiten mogen worden uitgeoefend. De aanwezige milieugevoelige functies in de omgeving van het plangebied zijn daarvoor richtinggevend. Deze zijn in figuur 6 weergegeven. De gevoelige functies in de omgeving van het plangebied zijn vrijwel allemaal gelegen op een afstand van ten minste 300 meter van de grens van het plangebied. Slechts in de uiterste zuidoosthoek geldt dat de afstand tot een incidentele woning minder dan 200 m bedraagt. Uitgaande van de richtafstanden, zoals die zijn genoemd in de VNG-Brochure “Bedrijven en Milieuzonering”, zijn op het overgrote deel van de grens van het plangebied bedrijven toelaatbaar uit ten minste categorie 4b van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. De richtafstanden zijn immers als volgt: categorie 1: 0 of 10 meter; categorie 2: 30 meter; categorie 3a: 50 meter; categorie 3b: 100 meter; categorie 4a: 200 meter; categorie 4b: 300 meter; categorie 5a: 500 meter; categorie 5b: 700 meter; categorie 6a: 1000 meter; categorie 6b: 1500 meter.

conclusie Op basis van het voorgaande zijn op het bedrijventerrein Poortersweg bedrijven en bedrijfsactiviteiten toegestaan uit de categorieën 1, 2, 3a, 3b, 4a, 4b, 5a en 5b. Niet alle categorieën zijn overal toelaatbaar daarom is op het bedrijventerrein een zonering toegepast. Deze komt zowel in de voorschriften als op de plankaart tot uitdrukking.

sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

De zonering, zoals in figuur 6 opgenomen, is vertaald naar de toelaatbare milieucategorieën op het bedrijventerrein. Deze zijn in figuur 7 weergegeven. Op de plankaart en in figuur 8 zijn deze theoretische zones aangepast naar de logische begrenzing in het plangebied. De toelaatbaarheid van hogere milieucategorieën op praktisch onmogelijke gronden is daarmee komen te vervallen. Hiermee ontstaat een reële milieuzonering voor het bedrijventerrein Poortersweg.

21

22

sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

Figuur 6: Gevoelige functies en maximale milieuzonering

Figuur 7: Toegestane bedrijfscategorieën
23
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

24

sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

Figuur 8: Vertaling zonering naar bestemmingsplan

3

externe veiligheid
Als gevolg van vergunde en deels feitelijke activiteiten van Petro Plus gelden zones met betrekking tot de externe veiligheid in relatie tot het plaatsgebonden risico. Binnen het plangebied liggen de 10-5 en de 10-6 contouren (figuur 6). Het betreffen risicocontouren voor de opslag van gevaarlijke stoffen ingevolge het Besluit Risico's Zware Ongevallen (BRZO 1999). Daarbij is uitgegaan van de vergunde situatie met de mogelijkheid tot opslag van K1-produkten en/of giftige stoffen. Echter, in het kader van het BRZO 1999 is het op dit moment feitelijk niet mogelijk om deze stoffen op te slaan zonder vergaande technische aanpassingen binnen het bedrijf. Dit betekent in feite dat de nu formeel gehanteerde contour, zoals aangegeven in figuur 6, niet wordt benut. De 10-5 contour ligt op de dijk en de Oostelijke Bermweg, buiten de gronden met de bestemming Bedrijfsdoeleinden. Alleen de 10-6 contour heeft theoretisch invloed op de vestigingsmogelijkheden op het bedrijventerrein. Binnen deze zone is het niet toegestaan kwetsbare functies te realiseren, zoals woningen, zelfstandige kantoren en intensieve recreatieve functies. Binnen het bestemmingsplan zijn deze functies niet toegestaan. De risicocontour van 10-6 heeft daardoor feitelijk geen invloed op het bedrijventerrein Poortersweg.

25
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

4

bommen
In het gebied, waar de uitbreiding van het bedrijventerrein is voorzien zijn vijf bominslagen geregistreerd. Deze zijn ontploft en daar bestaat dus geen risico op onontplofte bommen. De Buitenhaven en het direct daaraan grenzende gebied is zwaar gebombardeerd. In de meest westelijke deel van het plangebeid, waar met name het baggerspeciedepot is voorzien, moet bij de uitvoering van het plan rekening worden gehouden met de aanwezigheid van bommen in de grond. Waakzaamheid en het tijdig inschakelen van de explosievenopruimingsdienst bij de uitvoering van de feitelijke werkzaamheden is gewenst. In figuur 9 is weergegeven waar bominslagen zijn geregistreerd en waar zware bombardementen hebben plaatsgevonden.

Figuur 9: Bommenonderzoek

5

bodemonderzoek
Ter plaatse van het gebied Poortersweg is al een groot aantal bodemonderzoeken uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn voornamelijk uitgevoerd op het terrein waar nu al bedrijven zijn gevestigd. Ook is onderzoek verricht ten zuiden van het MOB complex van defensie aan de Oostelijke Bermweg 20. Op de overige gronden van het plangebeid zijn twee bodemonderzoeken uitgevoerd: − Eindrapport verkennend bodemonderzoek ‘toekomstig baggerdepot’ Buitenhaven te Vlissingen, projectnummer 831025 nulsituatie, SMA, 5 december 2003. − Eindrapport verkennend bodemonderzoek uitbreiding bedrijventerrein ter plaatse van de Buitenhaven te Vlissingen, projectnummer 831025 verkennend, SMA, 5 december 2003. toekomstig baggerdepot In de bovengrond is plaatselijk een licht verhoogde concentratie PAK gemeten. In de laag van 0,3 tot 1,2 m-mv is plaatselijk een licht verhoogde concentratie minerale olie aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties chroom aangetoond.

26
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

conclusie
De aangetroffen verhoogde concentraties zijn dusdanig gering dat zij geen risico opleveren voor de volksgezondheid en/of het milieu. Milieuhygiënisch gezien, is er geen bezwaar voor de voorgenomen herinrichting. De nulsituatie is met dit onderzoek vastgelegd. uitbreiding bedrijventerrein Poortersweg In de grond zijn geen verhoogde concentraties van de onderzochte parameters aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties chroom gemeten. Het in de sloten aanwezige slib kan worden geclassificeerd als klasse 0 en 1.

conclusie
De aangetroffen verhoogde concentraties zijn dusdanig gering dat zij geen risico opleveren voor de volksgezondheid en/of het milieu. Milieuhygiënisch gezien, is er geen bezwaar voor de voorgenomen herinrichting. Het slib uit de sloten kan vrij op de kant verspreid worden.

6

depots
Op het bedrijventerrein Poortersweg is een schone grond depot aanwezig en in het zuiden grenst het plangebied aan een categorie 1 gronddepot. De depots zijn in beheer van de gemeente en bedoeld voor eigen gebruik. In figuur 10 is de ligging van beide depots weergegeven.

27
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

Figuur 10: Overzicht depots bedrijventerrein Poortersweg en omgeving
Voorts is besloten een tijdelijke baggerspeciedepot aan te leggen op de hoek van de Oostelijke Bermweg en de Havenweg te Vlissingen. Het depot is in de zuidwesthoek van het plangebied gesitueerd (figuur 10). Het baggerspeciedepot is toegelaten tot 2009 op het bedrijventerrein Poortersweg. Daarna is deze locatie bestemd voor bedrijven. In het baggerspeciedepot kan circa 20.000 m³ baggerspecie worden ontwaterd. In het baggerspeciedepot wordt baggerspecie ontwaterd, gerijpt en tijdelijk opgeslagen. Het betreft baggerspecie uit het beheersgebied van waterschap Zeeuwse Eilanden en betreft voornamelijk baggerspecie uit de gemeente Vlissingen. De verontreiniginggraad varieert van klasse o tot en met klasse 2 en klasse 3 herbruikbaar. Ter verklaring klasse o in niet verontreinigd, klasse 1 en 2 in toenemende mate licht verontreinigd en klasse 3 is matig verontreinigd. Afhankelijk van de mate van verontreiniging en de uitloogbaarheid van de stoffen uit de baggerspecie, wordt baggerspecie onderscheiden in herbruikbare en niet-herbruikbare baggerspecie. In het baggerspeciedepot worden de partijen eventueel gescheiden ontwaterd als dat doelmatig is (figuur 11). Het eventueel gescheiden ontwateren hangt af van de mogelijkheden met de te ontwateren baggerspecie en de uitvoering van de diverse baggerwerken. Het is bijvoorbeeld niet doelmatig om op voorhand allerlei kleine partijen per klasse apart te ontwateren, als na ontwatering alles in één partij wordt toegepast in een werk. Het is wel zinvol om partijen apart te ontwateren, als de eindbestemming verschillend is, bijvoorbeeld als een deel als schone grond kan worden toegepast en een deel als categorie 1 grond.

28
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

Figuur 11: Aan te leggen gronddepot bedrijventerrein Poortersweg
De milieubelasting van het baggerspeciedepot is beperkt tot mogelijke verspreiding van verontreinigde stoffen uit de baggerspecie naar oppervlakte water en bodem. Luchtverontreiniging door vervluchting van diverse microverontreinigingen wordt verwaarloosbaar geacht. Eventueel vluchtige stoffen in de baggerspecie zullen in het algemeen in de watersystemen zelf al zijn verdwenen of tijdens het baggeren zijn verdwenen. Ook geuremissies worden verwaarloosbaar geacht, omdat uit ervaring met andere baggerspeciedepots is gebleken dat er zelden of nooit sprake is van stank.

7

luchtkwaliteit
In de nabijheid van wegen kan sprake zijn van lokale luchtverontreiniging als gevolg van de uitstoot van wegverkeer. Deze luchtverontreiniging kan negatieve effecten op de gezondheid hebben. Op 19 juli 2001 is een nieuw Besluit luchtkwaliteit in werking getreden, waarin de normen ten aanzien van verschillende stoffen aangepast zijn aan Europese regelgeving. Bij nieuwe gevoelige functies langs wegen mag er geen sprake zijn van een overschrijding van de grenswaarden van de verschillende stoffen zoals opgenomen in het Besluit. Het Besluit luchtkwaliteit heeft betrekking op zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood. De Veerhavenweg en de A58 vallen binnen de onderzoekszone van het plangebied. Omdat het voorliggende bestemmingsplan niet voorziet in de realisatie van gevoelige functies, zijn er geen beperkingen ten aanzien van de luchtkwaliteit.

8

watertoets
Door de Commissie Waterbeheer 21e eeuw is het instrument van de watertoets geïntroduceerd. De watertoets wordt verankerd in de Wet en het Besluit op de Ruimtelijke Ordening, in de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening en in streek- en bestemmingsplannen. De watertoets is een beoordeling van de invloed die ontwikkelingen of beheer van een plangebied hebben op het watersysteem in dat gebied. Het is noodzakelijk de gevolgen van de beoogde ontwikkelingen voor de waterhuishoudkunde en het watersysteem na te gaan. Met het Waterschap Zeeuwse Eilanden zal vanaf het begin van de inrichting van het plangebied, het waterschap nauw betrokken worden en een waterhuishoudkundig aanvaardbare situatie worden gecreëerd. In het bedrijventerrein Poortersweg geldt het volgende.

29
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

1

Waterhuishoudkundige aspecten

a. veiligheid en wateroverlast
Om veiligheid te creëren en schade door wateroverlast te voorkomen, is gekozen voor een drietraps-strategie bij de keuze van maatregelen. Onder punt 2 is de strategie in termen van vasthouden, bergen en afvoeren voor bestaande gebied nader uitgewerkt. Uit de waterkansenkaart van de provincie blijkt dat op een aantal locaties een relatief laag gelegen gebied aanwezig is waar sprake is van een sterk zettingsgevoelige ondergrond en infiltratie niet of nauwelijks mogelijk is. Het plangebied is om die reden deels minder en deels minst geschikt voor uitbreidingen. Het plangebied vormt derhalve een aandachtsgebied voor de waterhuishouding, dat wil zeggen dat de waterhuishouding extra aandacht verdient in verband met een verhoogd risico op wateroverlast. In verband met de noodzaak voor een gesloten grondbalans, zal het gehele terrein worden verhoogd tot ca N.A.P., zodat er geen verhoogd risico is. De aan het plangebied grenzende waterkering is inmiddels verzwaard. De daaruit voortvloeiende beschermingszone ligt binnen het plangebied. Deze zone moet en zal worden bestemd tot waterstaatsdoeleinden. Het plangebied ligt in een peilgebied waar een flexibel peilbeheer toegepast wordt. Dat betekent dat het polderpeil wordt aangepast aan droge of natte situaties. Het zomerpeil bedraagt respectievelijk NAP-1,85/-1,90 meter en het winterpeil NAP1,90/-2,05. De aan het plangebied grenzende (primaire) waterloop langs de Oostelijke Bermweg ligt in een ander peilgebied. Er geldt daar een vast polderpeil van NAP1,50 meter. Voorkomen moet worden dat een koppeling gemaakt wordt tussen de peilgebieden. Ter plaatse van de splitsing Havenweg-Oostelijke Bermweg is een eenvoudige gronddam aanwezig.

b. waterkwaliteit
Thans is de waterkwaliteit over het algemeen redelijk. Er zijn geen knelpunten met de kwaliteit van het water. Vanaf 2004 zal echter structureel begonnen worden met de uitvoering van het water- c.q. baggerplan voor westelijk Vlissingen. Dit zal de kwaliteit van het water op de lange termijn behoorlijk verbeteren, zodat voldaan wordt aan de kwaliteitsdoelstellingen van het waterschap.

Het betreffende gebied Poortersweg zal echter pas omstreeks 2010 gebaggerd gaan worden. 30
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

In het Basisrioleringsplan (BRP) van 2000 zijn voor het gebied Poortersweg geen maatregelen opgenomen voor het bestaande verbeterd gescheiden rioolstelsel(VGS), omdat het voldoet aan de uitgangspunten zoals gesteld door het waterschap. In het bestaande plan wordt met name in de noordelijk uit te geven percelen, gelegen langs de watergang Visodeweg, rekening gehouden met de directe afkoppeling van schoon verhard oppervlak (dakwater). Bij de verdere uitbreiding van het plan in zuidelijke richting naar de Havenweg zal in overleg met Waterschap hier verder aandacht aan worden besteed. Aandachtspunt bij de verdere uitbreiding van het bedrijventerrein is de noodzakelijke capaciteitsuitbreiding van het gebiedsgemaal Binnen- en Buitenhaven (PS-O) gelegen aan de Poortersweg.

c. verdroging
In Vlissingen komt door de dichte grondstructuur nauwelijks of geen verdroging voor. 2 Betrouwbaarheid, duurzaamheid en bestuurbaarheid

a. vasthouden
Vasthouden betekent dat het (regen)water tijdelijk vastgehouden wordt in bijvoorbeeld een wadi en daar de gelegenheid krijgt te infiltreren in de ondergrond. Aangezien de ondergrond in het onderhavige plan bestaat uit zeer dichte kleilagen, kan er nauwelijks sprake zijn van infiltratie in de ondergrond en is de aanleg van een wadi niet zinvol. Wel zinvol is de aanleg van een IT-riool (drainriool) in een sleuf met grof zand. In feite is dit een groot uitgevoerde drainbuis. In tijden van hevige regenval wordt in de sleuf regenwater vastgehouden, dat zich bij droog weer ledigt c.q. ontwatert. Op het IT-riool kan ook drainage van de bedrijven worden aangesloten, dit om grondwateroverlast te beperken. Deze geschetste constructie is reeds eerder toegepast.

b. bergen
Uit een inventarisatie blijkt dat het gehele plan(groot 32 ha), uitgaande van verhardingspercentage van 80%, uit 25,6 ha verharding (dak + wegen) zal bestaan. Met een watertoetsberekening genereert deze verharding in totaal ca 1,85 ha water. Na aftrek van het bestaande water (exclusief de in het plan gelegen, te dempen, kavelsloten; totaal 0.91 ha), dient nog ca 0,94 ha water te worden gecreëerd in verbreding van bestaande sloten langs de Visodeweg en de Havenweg. Globaal moet met onderstaande wateroppervlakten rekening worden gehouden: lengte waterberging benodigde oppervlakte incl. taluds Visodeweg 550 meter 5500 m3 7700 m2 Havenweg 300 meter 3900 m3 5000 m2 Totaal te realiseren 9400 m3 12.700 m2

Bij hevige regenval mag de toegestane peil-stijging( 1 meter) niet worden overschreden. Dit wordt bij de verdere voorbereiding van het plan nader uitgewerkt in overleg met het Waterschap. Langs de sloot van de Visodeweg ligt de rioolpersleiding van het gebied Binnenhaven/Poortersweg, gelegen op ca 16 m uit de as van de Visodeweg. Met deze belemmering dient men rekening te houden. Verder moet een schouwstrook van 5 meter worden aangehouden langs de watergang/ wegsloten van de Visodeweg, de Oostelijke Bermweg en de Havenweg, terwijl de bebouwingsvrije strook 7 meter bedraagt. Deze blijft eigendom van de gemeente. Deze strook verkrijgt de bestemming groen, terwijl ook het dwarsprofiel op de plankaart is opgenomen. In de voorschriften zijn de belemmeringen (geen bebouwing/opslag) opgenomen. Mocht in een concrete situatie toch een deel van de onderhoudsstrook worden verkocht, dan zal in de verkoopovereenkomst de uit de keurzone voortvloeiende belemmering worden opgenomen. In de uitbreiding na 2003 (totaal ca 20 ha bruto) van het plangebied wordt een verbeterd gescheiden rioolstelsel aangelegd, waarop het enigszins gescheiden vervuilde regenwater( kleine regenbuitjes) van wegen en bedrijfsterreinen via het rioolgemaal wordt afgevoerd. De grotere buien worden via een regenwater- overstort op de sloot afgevoerd. Het dakwater daarentegen wordt langs de randen van het plan (Visodeweg en Havenweg) rechtstreeks afgevoerd op de verbrede sloten. In het binnenterrein van het plan, dat niet grenst aan direct oppervlaktewater, moet rekening worden gehouden wordt een 3e buis aangelegd met schoonregenwaterriool ten behoeve van de afvoer van het dakwater, die uitgevoerd wordt als IT-riool met drainage eigenschappen. 31
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

c. afvoeren
De afvoer van het polderwater vindt plaats in oostelijke richting via de Visodesprink en aan de Havenweg via de Reduitsprink, die vervolgens afvoert in zuidelijke richting naar het gemaal Zuidwatering. 3 Compenserende maatregelen Compenserende maatregelen zijn in dit plangebied niet noodzakelijk, omdat er geen “afwenteling” plaatsvindt op een ander gebied. Ruimte voor water en meervoudig ruimtegebruik Water is mede de drager van het plangebied. De genoemde waterpartijen leveren een bijdrage aan de kwaliteit van de openbare ruimte van het plan. Tevens heeft het water een belangrijke functie in het kader van duurzaam waterbeheer zoals hierboven reeds is aangegeven. In de doeleindenomschrijving van de bestemming water is dit tot uitdrukking gebracht.

4

9

nutszones
Planologisch relevante leidingen dienen in het bestemmingsplan te worden bestemd. Tevens behoren relevante zones te worden aangegeven, waarbinnen beperkingen gelden ten aanzien van de bouwmogelijkheden. De juridische regeling voor planologisch relevante leidingen is afgestemd op het provinciale beleid (Nota buis-

32
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

leidingen Zeeland 2003) en de in voorbereiding zijnde streekplanuitwerking Buisleidingen. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waar de volgende producten worden vervoerd: • gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; • aardgas met een diameter groter dan of gelijk aan 18 inch; • defensiebrandstoffen; • warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter dan of gelijk aan 18 inch; Daarnaast dienen hoogspanningsleidingen en optisch vrije paden in het bestemmingsplan te worden opgenomen en gelden er ten behoeve van een ongestoorde bedrijfsvoering en/of in verband met de externe veiligheid, beperkingen voor de bouw van gevoelige objecten en voor het uitvoeren van bijvoorbeeld graaf- en spitwerkzaamheden die de leiding kunnen beschadigen. Ten noorden van het plangebied lopen twee bovengrondse 150 kV-lijnen, GoesVlissingen en Borssele-Vlissingen. De zakelijk rechtstrook van de lijn BorsseleVlissingen valt voor een deel binnen het plangebied. Voor het werken in de nabijheid van hoogspanningsverbindingen gelden Algemene Voorwaarden. Bij het aanbrengen, onderhouden of verwijderen van alle opstallen met toebehoren, bomen, leidingen, afrasteringen en kabels in de nabijheid van hoogspanningsverbindingen, alsmede alle werkzaamheden zoals het aanleggen van wegen, rioleringen, drainages, wijzigen van het bodemniveau, etc, dient men zich aan deze voorwaarden te houden.

10

archeologische aspecten
Het plangebied valt op grond van de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW), in het gebied met een middelhoge trefkans op archeologische waarden in de bodem. Deze verwachting is gebaseerd op de aanwezigheid van afzettingen van Duinkerke 2 op Hollandveen, op afzettingen van Callais. Ter plaatse van deze zone bestaat een verhoogde kans op het voorkomen van archeologische vindplaatsen uit de Prehistorie, de Romeinse Tijd, de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. Binnen het plangebied bevinden zich geen terreinen die op de Archeologische Monumentenkaart van de Provincie Zeeland worden aangegeven als terreinen met een archeologische status. In ARCHIS (het centrale archief voor de bekende archeologische vindplaatsen in Nederland) worden binnen het plangebied geen archeologische vindplaatsen vermeld. De realisatie van inrichtingswerkzaamheden in het plangebied kan leiden tot aantasting van hier aanwezige archeologische en cultuurhistorische waarden en daarmee de aantasting van de hier aanwezige landschapskwaliteit. Dit is vooral het gevolg van de uitvoering van graaf- en aanlegwerkzaamheden. In gebieden met een middelhoge of hoge verwachtingswaarde dient bij nieuwe ontwikkelingen van enige omvang archeologisch onderzoek te worden verricht, als grondwerkzaamheden worden verricht dieper dan 60 centimeter onder het maaiveld. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in nieuwe ontwikkelingen. Het grootste deel van het terrein wordt uitgegeven ten behoeve van de vestiging van bedrijven. Op grond hiervan is door SOB Research ten behoeve van de realisatie van het bestemmingsplan “Bedrijventerrein Poortersweg”, een Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen (IVO) uitgevoerd, met het doel de geologische opbouw, de

aardkundige waarden en de archeologische en cultuurhistorische waarden ter plaatse vast te stellen. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 40 hectare. Hiervan is 14 hectare reeds ontwikkeld. Het onderzoek heeft betrekking op dat deel van het plangebied dat nog niet is ontwikkeld. Uit de boringen die in het kader van het inventariserend veldonderzoek zijn uitgevoerd, kan het volgende geconcludeerd worden. • De in de boringen aangetroffen archeologische indicatoren dateren uit de Late Middeleeuwen of Nieuwe Tijd. Echter, tijdens de uitvoering van het historisch onderzoek werden geen aanwijzingen gevonden voor bebouwing in de Nieuwe Tijd ter plaatse. Het lijkt hier dan ook om bebouwingsresten uit de Late Middeleeuwen te gaan. • Aanbevolen wordt om ter plaatse van Boring nummer 42 een Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven te laten plaatsvinden. Voorafgaand aan dit onderzoek dient een programma van eisen te worden opgesteld, dat vervolgens wordt geautoriseerd door het bevoegd gezag. Anderzijds kan worden onderzocht of het mogelijk is de archeologische vondstlocatie in situ te bewaren. Boring 42 bevindt zich op de gronden waarvoor een uitwerkingsverplichting geldt. Het proefsleuven-onderzoek is als verplichting opgenomen in de uitwerkingsregels. Voor de exacte resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt verwezen naar het archeologisch onderzoek van SOB Research (projectnummer 1021-0310, februari 2004), welke als separate bijlage bij dit bestemmingsplan is gevoegd.

33
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

11

flora en fauna
In 2002 is in Nederland de Flora- en Faunawet van kracht geworden, wat inhoudt dat overheden een zorgplicht hebben voor planten- en diersoorten, waaronder met name beschermde soorten. Dit houdt in dat overheden verplicht zijn om bij grootschalige ingrepen onderzoek te doen naar de mogelijke effecten op flora en fauna. Tevens hebben overheden te maken met de Europese regelgeving, namelijk de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn. Ten behoeve van de realisatie van het bedrijventerrein Poortersweg is door Nieuwland Advies een onderzoek (rapportnummer 3327 VBS d.d. november 2003) uitgevoerd om de natuurwaarden van het gebied in beeld te brengen en naar het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Uit de quick scan komen de volgende conclusies naar voren. • In het plangebied komt één beschermde plantensoort en, in potentie, verschillende beschermde diersoorten voor. Het betreft: 1 plantensoort (Grote Kaardenbol), 14 zoogdiersoorten (waaronder 2 vleermuissoorten), alle vogelsoorten en 5 amfibieënsoorten. • Zowel in floristisch als in faunistisch opzicht, is het plangebied niet waardevol. Dit komt doordat er zeer weinig “natuurlijke” elementen voorkomen en met veelal ook een klein oppervlak. Gelet op het potentiële voorkomen van veel diersoorten, is dit een voorlopige kwalificering.

34
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

• Van belang ten aanzien van het voorkomen van de beschermde soorten is de aanwezigheid van de opgaande beplanting en bermen (met ruige, grasachtige vegetaties) bij wegen. Bij de aanbevelingen is indicatief aangegeven welke maatregelen genomen zouden kunnen worden om de huidige beschermde natuurwaarden te behouden en eventueel verder te ontwikkelen. • Met uitzondering van misschien een paar vogelsoorten kunnen bij vestiging van bedrijven op het zuidelijke deel van het plangebied vrijwel alle beschermde soorten via relatief eenvoudige maatregelen behouden blijven. • De ten zuiden van het plangebied gelegen Westerschelde (Vogelrichtlijngebied) zal geen schade ondervinden van eventuele bebouwing van het zuidelijke deel van het bedrijventerrein Poortersweg. • Op basis van het onderzoek is het niet nodig nader detailonderzoek te doen naar de natuurwaarden van het plangebied en een ontheffingsaanvraag in te dienen op de Flora en faunawet. In het onderzoek worden tevens een aantal aanbevelingen gedaan voor het behoud en de ontwikkeling van natuurwaarden. In tabel 1 zijn deze indicatieve maatregelen weergegeven. groep/ soort grote kaardenbol zoogdiersoorten vleermuizen vogelsoorten patrijs scholekster maatregelen ruige bermen behouden/ontwikkelen natuurlijke elementen handhaven/uitbreiden (singels, ruige bermen) opgaande beplanting langs wegen handhaven opgaande beplanting handhaven kreekrestant behouden (natuurontwikkeling) leefgebied in omgeving van het plangebied verbeteren/ handhaven leefgebied (akkers, graslanden) in omgeving van het plangebied handhaven

Tabel 1: Indicatieve maatregelen voor behoud soorten/groepen Bron: Nieuwland Advies
Bij de aanleg van het baggerdepot zal een zo groot mogelijk gedeelte van de kreekrestant behouden worden. Tevens zullen, als compensatie van de mogelijk aan te tasten, overigens niet beschermde, plantensoorten, de oevers van de watergang ten zuiden van de Havenweg natuurvriendelijk worden ingericht. Daarmee wordt behoud van de in de kreekrestant aanwezige plantensoorten bewerkstelligd. Voor de uitvoering van de werkzaamheden in het plangebied wordt geadviseerd om een zogenaamd “ecologisch protocol” op te stellen, waarin staat aangegeven welke werkzaamheden in bepaalde perioden wel of niet mogen plaatsvinden. Zo mogen er bijvoorbeeld in de broedperiode van vogels geen opgaande beplantingen gerooid worden. Op 12 juli 2004 is door de Gemeente Vlissingen de vereiste ontheffing op grond van de Flora- en faunawet aangevraagd bij het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit.

12

duurzaamheid
algemeen Duurzaam bouwen houdt in dat het volledige bouwproces, van voorontwerp tot uiteindelijk bouwplan, zodanig wordt ingericht, dat de directe en indirecte schadelijke gevolgen voor het milieu zo beperkt mogelijk zijn. Voorts dat de mogelijkheden voor milieubesparende activiteiten zo breed mogelijk blijven. Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op beperking van het energieverbruik (zonnepanelen, isolatie), efficiënt waterbeheer (door middel van zo weinig mogelijk verharding, infiltratiezones en een traditioneel gescheiden rioleringsstelsel), de relatie ten opzichte van flora en fauna en het toepassen van milieuvriendelijke bouwmaterialen. Op 1 januari 1995 is het Besluit Vervolgbijdrage Ontwikkeling Gemeentelijk Milieubeleid (VGOM) in werking getreden, op basis waarvan de gemeente Vlissingen een bijdrage ontvangt in de kosten van de uitvoering van haar milieubeleid. Voorwaarde voor genoemde bijdrage is dat de gemeente Vlissingen een plan van aanpak vaststelt. stadsgewest Beide gemeenten van het Stadsgewest Middelburg/Vlissingen hebben in het kader van deze regeling, duurzaam bouwen als één van de speerpunten van hun milieubeleid gekozen en zijn vanaf begin 1995 beiden vanuit een andere invalshoek op bescheiden schaal gestart met het invoeren, stimuleren en initiëren van duurzaam bouwen. Beide gemeenten zijn ondertekenaar van het Zeeuws Convenant Duurzaam Bouwen dat nauw aansluit bij het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen. Om de inmiddels in gang gezette initiatieven op het gebied van duurzaam bouwen te verankeren in geformuleerd/vastgesteld beleid en om aan bovengenoemde voorwaarde uit de VOGM regeling te voldoen, is gekozen voor het vaststellen van een Stadsgewestelijk Beleidsplan duurzaam bouwen. Het gemeentebestuur van Vlissingen geeft duidelijk aan en draagt ook uit dat duurzaam bouwen onderdeel uitmaakt van de dagelijkse bouwpraktijk. In de praktijk wordt hierbij gebruikgemaakt van simpele, eenduidige en niet onderhandelbare eisenpakketten waaraan de diverse onderdelen van duurzaam bouwen worden getoetst. Aanvullend is het wenselijk om mogelijk bedrijven van elkaars aanwezigheid te laten profiteren. Dat zal wellicht slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk zijn, bijvoorbeeld wanneer twee of meerdere initiatieven zich gelijk aandienen. Momenteel wordt door de gemeente beleid ontwikkeld over het duurzaam inrichten van bedrijfsterreinen als onderdeel van het nieuwe milieubeleidsplan. Daarbij zullen bedrijven bijvoorbeeld worden gestimuleerd samen te werken, zoals ten aanzien van het gebruik van overtollige energie of het inzetten van afvalproducten als grondstof.

35
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

13

handhaving
Met het voorliggende bestemmingsplan beschikt de gemeente over een actueel beleidsmatig en juridisch toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen en initiatieven in het gebied Poortersweg. Het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan betekent echter ook zorgdragen voor de handhaving ervan.

36
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

De gemeente Vlissingen streeft ernaar haar handhavingsinspanningen op een zodanig niveau te brengen, dat overtredingen van bestemmingsplannen en van daarmee samenhangende andere wettelijke regels zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarvoor heeft de gemeente verschillende mogelijkheden en bevoegdheden. Om te beginnen, kunnen goede voorlichting en informatievoorziening bijdragen aan een verbetering van de naleving van bestemmingsplannen en van regels ten aanzien van bouwvergunningen en meldingen. Indien zich toch overtredingen voordoen, bijvoorbeeld in de vorm van bouwen zonder of in afwijking van een bouwvergunning of in de vorm van een gebruik van gronden en bouwwerken in strijd met de bestemming, dan zal zoveel mogelijk in overleg met betrokkenen gezocht worden naar een adequate oplossing. In het uiterste geval kan de gemeente besluiten een overtreding gedwongen te laten beëindigen en kan zij daartoe zonodig wettelijke dwangmiddelen gebruiken, zoals toepassing van bestuursdwang of oplegging van een dwangsom. Het gebruik van deze dwangmiddelen is met veel juridische waarborgen omkleed en zal dan ook in alle gevallen met uiterste zorgvuldigheid moeten plaatsvinden. Een eerste vereiste voor een goede handhaving is een handhaafbaar bestemmingsplan. Bij het ontwikkelen van de standaardvoorschriften voor het stedelijk gebied van Vlissingen is daarom getracht een heldere juridische methodiek te ontwikkelen en de voorschriften op een zodanige wijze te redigeren dat deze in de toetsingspraktijk goed hanteerbaar zijn. Minimale vereisten voor handhaafbare voorschriften staan onderstaand vermeld. • De voorschriften zijn actueel. Dat wil zeggen, aangepast aan de laatste stand van de jurisprudentie, inzichten en het actuele beleid van hogere overheden. De standaardvoorschriften zijn daarom ook geen vaststaand gegeven. Bij elk bestemmingsplan vindt opnieuw een nader onderzoek plaats naar de actuele stand van de jurisprudentie et cetera. • De voorschriften (en plankaart) bevatten duidelijke normen. Dat wil zeggen, geen normen die op verschillende wijzen kunnen worden uitgelegd. Om dit te bewerkstelligen, is zoveel mogelijk aangesloten bij landelijk ontwikkelde standaardwerken zoals “op dezelfde leest II” van het NIROV en de model-bouwverordening van de VNG. • De gestelde normen zijn controleerbaar. Normen die te gedetailleerd zijn, zijn veelal moeilijk controleerbaar. Zo is bijvoorbeeld gekozen voor een onderscheid tussen hoofd- en bijgebouwen, zonder een nadere uitwerking in aan- en uitbouwen en wordt geen gebruik meer gemaakt van dakhelling. Op het moment van de tervisielegging van het ontwerp bestemmingsplan “Bedrijventerrein Poortersweg” is een inventarisatie van de bestaande bedrijven in het plangebied bij het plan opgenomen. Uit de inventarisatie blijkt dat er geen bebouwing in het plangebied of gebruik plaatsvindt in strijd met het bestemmingsplan. Er zijn daardoor geen situaties welke onder het overgangsrecht vallen. Bij de inwerkingtreding van het bestemmingsplan “Bedrijventerrein Poortersweg” zal opnieuw een inventarisatie plaatsvinden. Deze inventarisatie kan vervolgens getoetst worden aan het dan in het werking getreden plan. Hierna zal systematisch, tweemaal per jaar, een controle plaatsvinden op bebouwing en gebruik. De resultaten worden getoetst aan het bestemmingsplan.

V UITVOERBAARHEID
37

1

economische uitvoerbaarheid
Met betrekking tot de economische uitvoerbaarheid is een toetsing op economische haalbaarheid opgesteld. Daaruit blijkt een positief exploitatiesaldo. Deze betrekening zal als separaat document (vertrouwelijk) bij het bestemmingsplan worden gevoegd. In de exploitatie-opzet is een bedrag van 50.000 euro opgenomen voor vervolgonderzoek ten behoeve van mogelijke archeologisch interessante locaties in het uit te werken gebied.

2

inspraak
Het voorontwerp van het bestemmingsplan “Bedrijventerrein Poortersweg” zal overeenkomstig de gemeentelijke inspraakverordening onderwerp van inspraak vormen. Tevens zal het plan ten behoeve van de inspraak na publicatie in het huis-aanhuisblad “De Faam” gedurende een periode van 4 weken ter inzage worden gelegd in het gemeentelijk informatiecentrum en in de openbare bibliotheek. Gedurende de periode van ter inzage legging is één reactie ontvangen. Het betreft een reactie van de heer W. de Dreu, Havenweg 5, 4389 TC Ritthem. De heer De Dreu verzoekt om zijn pachtgronden in het zuidoostelijk deel van het bedrijventerrein buiten het bestemmingsplan te houden.

Antwoord:
De begrenzing van het bestemmingsplan is bepaald overeenkomstig het op 1 september 1999 vastgestelde structuurplan voor het stadsgewest. Dit plangebied is, hoewel niet precies aan te geven valt wanneer het zuidoostelijk deel, waarvoor een uit te werken bestemming is opgenomen, tot ontwikkeling wordt gebracht, noodzakelijk voor de binnen de planperiode van 10 jaar nodig geachte beschikbaarheid van bedrijfsterrein. Voor de uitwerking van dit gebied zal, zodra de ontwikkeling aan de orde komt, nog een afzonderlijke procedure op grond van artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening worden gevoerd. De heer De Dreu zal, zodra aankoop van deze grond door de gemeente aanhangig wordt gemaakt, schadeloos gesteld worden. Er bestaan dan ook geen redenen om de pachtgronden van de heer De Dreu buiten het bestemmingsplan te houden.

3

vooroverleg ex art. 10 BRO
het voorontwerp van het bestemmingsplan “bedrijventerrein Poortersweg” zal in het vooroverleg worden gezonden aan: 1. Provinciale Commissie Omgevingsbeleid; 2. Kamer van Koophandel en Fabrieken; 3. Ministerie van Defensie;

sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

4. Waterschap de Zeeuwse Eilanden; 5. Delta Nutsbedrijven.

38
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

1

Provinciale Planologische Commissie, Postbus 165, 4330 AD MIDDELBURG a. Rijks- en provinciaal beleid; tekst rijksbeleid actualiseren; verzoek categorie 2bedrijven uit te sluiten en afstemmen ontwikkelingen Zeeland Seaports gewenst;

Antwoord:
a. 1. De tekst over het rijksbeleid is geactualiseerd. a.2. Onder milieucategorie 2 vallen hoofdzakelijk groothandelsbedrijven en enkele productiebedrijven; deze niet toelaten leidt tot een ongewenste situatie, omdat er in de regio slechts beperkte mogelijkheden bestaan voor dit type bedrijven; voor de terreinen Mortiere en Souburg gelden kwaliteitseisen, waaraan dit type bedrijven vaak niet kunnen voldoen; de exploitatie van dit bedrijventerrein komt in gevaar als dit type bedrijven niet mag worden toegelaten, immers, de zware bedrijvigheid kan op dit terrein ook al niet worden toegestaan en is alleen toelaatbaar in Vlissingenoost; dit zou impliceren dat op dit terrein hoofdzakelijk slechts categorie 3 en 4bedrijven mogen worden toegelaten; het voorstel van de commissie zou het vestigingsbeleid voor potentiële bedrijven, zowel specifiek voor dit terrein als voor de regio onnodig negatief beïnvloeden; ook zowel het streekplan als het structuurplan bieden geen reden voor deze door de commissie voorgestelde aanpassing: buitenhaven wordt getypeerd als een traditioneel terrein voor productie en opslag (i.c. groothandel); bovendien geven beide genoemde ruimtelijke plannen aan dat er noodzaak bestaat voor een gedifferentieerd vestigingsmilieu; voor het beheersgebied van Zeeland Seaports geldt de afspraak dat daar slechts bedrijven met een havengerelateerde functie worden toegelaten; dit heeft tot gevolg dat voor een zekere categorie bedrijven, die qua investeringsruimte in onderste helft van de markt opereren, geen vestigingsmogelijkheden in de regio aanwezig zouden zijn, indien het voorstel van de commissie wordt gevolgd; in Vlissingen-oost worden bovendien die bedrijven gevestigd, die qua milieubelasting niet op andere terreinen kunnen worden toegelaten; de conclusie luidt dus dat er geen beletselen bestaan om de in het plan genoemde categorie 2-bedrijven op dit terrein toe te laten en dat de beoogde ontwikkelingen stroken met het vestigingsbeleid van Zeeland Seaports. b. Watertoets en waterkeringen; wateradvies WZE meenemen; demping watergang depot; zone en bebouwingsregeling waterkering opnemen;

Antwoord:
b. 1. In overleg en overeenstemming met het waterschap is de watertoets aangepast. b. 2. Van het dempen van de watergang is geen sprake; dit kon, abusievelijk, uit de plankaart worden afgeleid; dit is hersteld. b. 3. De zonering van de aan de westzijde bestaande waterkering is, voor zover betrekking hebbend op het plangebied, in het plan opgenomen. c. Ontsluiting; calamiteitenontsluiting nader bezien;

Antwoord:
Met deze opmerking kan worden ingestemd; aan de oostzijde van het plangebied, op de Visodeweg, is nu eveneens een calamiteitenontsluiting aangegeven;

d. Milieu; nadere akoestische onderbouwing gewenst in verband met de noodzakelijke en beschikbare geluidruimte;

In het bestemmingsplan zijn de zware geluidsproducerende bedrijven – categorie 6 en categorie 5 met een minimale afstand van 1000 meter ten opzichte van woongebieden – niet toegelaten; hoofdzakelijk zijn bedrijven toelaatbaar gesteld in de categorie 3, 4 en beperkt categorie 5 en dit betreffen geen grote geluidsproducerende bedrijven; voor het industrieterrein “De Schelde/Buitenhaven” is op grond van de Wet geluidhinder een geluidszone vastgesteld in 1987. Bij de vaststelling is rekening gehouden met de toen bestaande bedrijventerreinen en de uiteindelijke omvang, zoals nu in het bestemmingsplan opgenomen, van het ook toen al bestaande bedrijventerrein Poortersweg; uit recentelijk akoestisch onderzoek (DGMR, 16.10.2003) is gebleken dat in de actuele situatie nog voldoende ruimte aanwezig is tussen de 50 dB(A)-contour en de zonegrens (zie tekening in bijlagen bij vooroverlegreacties); de akoestische aspecten van toekomstige bedrijven zullen bij een aanvraag om milieuvergunning beoordeeld worden, waarbij ook toetsing aan de zone plaatsvindt; daarbij wordt uitgegaan van het ALARA-principe, de geluidsbelasting zo laag als redelijkerwijs mogelijk is; mocht blijken dat de geluidszone of eerder vastgestelde maximaal toegestane geluidsbelastingen (MTG’s) bij woningen in het buitengebied worden overschreden, dan zal er geen milieuvergunning voor het bedrijf verleend worden en zal vestiging in Vlissingen-oost of elders moeten plaatsvinden; gelet op het vorenstaande is de conclusie dat er nog voldoende geluidsruimte binnen de zone bestaat en de beoogde planologische vestigingsmogelijkheden mogelijk zijn zonder dat de zone overschreden wordt. e. Natuur; ontheffing Flora- en faunawet wel vereist;

Antwoord:
Op 12 juli 2004 is door de Gemeente Vlissingen de vereiste ontheffing op grond van de Flora- en faunawet aangevraagd bij het Ministerie van LNV. f. Landschappelijke inpassing; een goede landschappelijke inpassing is vereist door middel van een 10 meter brede strook langs de rand bestaande uit opgaande inheemse beplanting; groene wig in het terrein alsnog opnemen;

Antwoord:
De opmerking van de commissie heeft geleid tot een preciezere beschrijving van de aanduiding van de overgang aan de oost- en zuidzijde van het terrein naar het open landelijk gebied; het volgende profiel - van oost naar west respectievelijk van zuid tot noord - wordt voorgestaan: berm (3.00), weg (3.00), beplantingsstrook + talud watergang (6,50), watergang (8.00), onderhoudstrook + talud (8,50), beplantingsstrook (7.00, waarvan 2 meter behoort tot de onderhoudsstrook) en vervolgens de bedrijfskavels, waarvan de eerste 2 meter onbebouwd moet blijven; met dit profiel wordt, in overleg met het waterschap, de noodzakelijke landschappelijke inpassing voldoende vorm gegeven en wordt dit profiel op de plankaart vastgelegd.

sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

Antwoord:

39

g. Archeologie; bij de uitvoerbaarheid dient rekening te worden gehouden met de kosten en consequenties van het nog uit te voeren archeologisch onderzoek; in uitwerkingsregels beschermende bepalingen opnemen; 40
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

Antwoord:
Op basis van een offerte van de archeologische deskundige is een bedrag van 50.000,-- euro opgenomen in de exploitatie-opzet voor het plangebied voor vervolgonderzoek ten behoeve van de mogelijk archeologisch interessante locatie in het uit te werken gebied; overigens komt daarmee de economische uitvoerbaarheid van het plan niet in het geding; in de uitwerkingsregels is een beschermende bepaling opgenomen voor het geval bij het vervolgonderzoek mocht blijken dat er sprake is van beschermingswaardige archeologische resten. h. Handhavingsparagraaf; aanbevolen wordt deze paragraaf aan te vullen met de resultaten van een systematische inventarisatie en eventueel voorkomende illegale bebouwing en gebruik; ingaan op situaties die onder het overgangsrecht vallen; vraagt aandacht voor verder concretiseren van de handhaving.

Antwoord:
De inventarisatie van de bestaande bedrijven in het plangebied is op het moment van het ontwerp van de tervisielegging opgenomen; daaruit blijkt dat er geen bebouwing of gebruik in strijd met het bestemmingsplan plaatsvindt en er dus geen situaties onder het overgangsrecht vallen; vervolgens zal, op de datum van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, opnieuw een inventarisatie plaatsvinden, die getoetst kan worden aan het dan in het werking getreden plan; vervolgens zal systematisch, tweemaal per jaar, controle plaatsvinden op bebouwing en gebruik, waarvan de resultaten getoetst worden aan het bestemmingsplan; de handhavingparagraaf is in deze zin aangepast. 2 Kamer van Koophandel voor Zeeland, Postbus 6004, 4330 LA MIDDELBURG De Kamer van Koophandel heeft geen op- of aanmerkingen. Defensie Interservice Commando, p/a Postbus 412, 5000 AK TILBURG a. Verzoekt het bebouwingspercentage voor hun terrein te wijzigen.

3

Antwoord:
Uit planologisch oogpunt zijn er geen bedenkingen om het bebouwingspercentage op 75 te bepalen, overeenkomstig het percentage, zoals dat ook voor de bestemming bedrijfsdoeleinden van toepassing is. b. Verzoekt de marinekazerne aan te merken als geluidsgevoelig object en daaraan de richtafstanden van de milieuzonering te koppelen.

Antwoord:
De marinekazerne is gelegen op het industrieterrein “De Schelde Buitenhaven”. De noodzakelijk uit te voeren milieuzonering voor bestemmingsplannen voor bedrijfsterreinen moet worden uitgevoerd ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen, gelegen buiten die bedrijfsterreinen (met name permanent bewoonde woningen). Dit betekent dat het niet gewenst is deze richtafstanden te hanteren ten opzichte van op de bedrijfsterreinen gelegen, vaak ondergeschikte, geluidsgevoelige functies. Dit

c. Gaat er vanuit dat bij de beoordeling van nieuwe bedrijven zowel het aspect stankoverlast als de milieukwaliteitseisen externe veiligheid in acht worden genomen.

Antwoord:
Deze veronderstelling is juist. Bij de beoordeling van nieuw te vestigen bedrijven worden de geldende richtlijnen op alle relevante milieuaspecten, waaronder stank en externe veiligheid, in acht genomen. In hoofdstuk IV, paragraaf 3, is aan het aspect externe veiligheid, specifiek aandacht besteed. Daarnaar wordt kortheidshalve verwezen. 4 Waterschap Zeeuwse Eilanden, Postbus 114, 4460 AC GOES a. Waterkeringen; gevraagd wordt om opname keurzone waterkeringen;

Antwoord:
De door het waterschap berekende keurzones, zijn in het plan verwerkt. b. Waterbeheer; verzocht wordt om nauw overleg bij de verdere voorbereiding, om aanpassing/ verbetering van de tekst van de watertoets, om opname van een bebouwingsvrije strook van 7 meter en om de situering van het gronddepot in figuur 11 te corrigeren.

Antwoord:
Aan alle verzoeken is voldaan; met het waterschap is overleg gevoerd over de definitieve tekst van de watertoets, zoals die in het bestemmingsplan zal worden opgenomen. c. Wegen; gewezen wordt op de vereiste ontheffingen bij het waterschap.

Antwoord:
Voor de calamiteitenontsluiting zal t.z.t. een ontheffing worden aangevraagd; de 20meterstrook uit de as van de Visodeweg is niet op de plankaart aangegeven, omdat deze zone binnen de bestemmingen verkeersdoeleinden, water en groenvoorzieningen valt, waarbinnen geen bebouwing mag worden opgericht; de 20-meterstrook uit de as van de Oostelijke Bermweg is niet op de plankaart aangegeven, omdat deze zone binnen de bestemming verkeersdoeleinden, water, bedrijfsdoeleinden en militaire doeleinden valt, waarbinnen geen bebouwing mag worden opgericht of de gronden buiten het bouwvlak zijn gelegen; de situatie in de zuidwesthoek van het plangebied zal worden aangepast op de werkelijke situatie na de dijkverzwaring.

sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

zou - in theorie - immers betekenen dat iedere potentiële bedrijfsvestiging op de bedrijfsterreinen, waarvoor deze nu juist zijn bestemd, (sterk) gefrustreerd zou kunnen worden. De door defensie beschreven functie van de marinekazerne - tijdelijk onderkomen voor bemanningsleden - is overigens geen geluidsgevoelige functie, zoals gedefinieerd in de Wet geluidhinder. Dat wil niet zeggen dat bij de beoordeling van aanvragen om bedrijfsvestigingen en milieuvergunningen in de directe omgeving van het defensieterrein daarmee geen rekening wordt gehouden. Zo zal met betrekking tot het aspect veiligheid wel rekening worden gehouden met de aanwezigheid van bemanningsleden. Middels het stellen van voorwaarden kan rekening gehouden worden met de concrete omstandigheden van het geval.

41

5

Delta N.V., Postbus 5048, 4330 KA MIDDELBURG Verzocht wordt een zakelijk recht strook van de 150kV-lijn in het plan opnemen.

42
sab•eindhoven | bestemmingsplan bedrijventerrein poortersweg |

Antwoord:
Aan dit verzoek zal worden voldaan.