Herstructurering bedrijventerreinen Naar een optimale provinciale inzet

Opgesteld in opdracht van: Provincie Zuid-Holland Afdeling Economische Zaken / DECOR

oktober 2003

Opgesteld door: Decisio BV

Voor informatie: Decisio BV Adres: Telefoon: Fax: E-mail: Website: Sumatrakade 1005 1019 RD Amsterdam 020 – 67 00 562 020 – 47 01 180 info@decisio.nl www.decisio.nl

Inhoud
Samenvatting........................................................................................................................................................i 1 Inleiding..........................................................................................................................................................1
1.1 Herstructurering bedrijventerreinen............................................................................................................1 1.2 Introductie DECOR ...................................................................................................................................2 1.3 Benchmark opdracht ..................................................................................................................................2 1.4 Aanpak benchmark.....................................................................................................................................3 1.5 Leeswijzer ..................................................................................................................................................3

2 Inzet en beleidsvorming per provincie .......................................................................................................4
2.1 Zuid-Holland..............................................................................................................................................4 2.2 Limburg......................................................................................................................................................6 2.3 Overijssel....................................................................................................................................................8 2.4 Brabant .......................................................................................................................................................8 2.5 Gelderland ................................................................................................................................................11 2.6 Noord-Holland .........................................................................................................................................12

3 Resumé en verdieping ................................................................................................................................16
3.1 Situatieschets............................................................................................................................................16 3.2 Inzet Provincies........................................................................................................................................17 3.3 Beleidsvorming.........................................................................................................................................26

4 Naar een optimale provinciale inzet..........................................................................................................30
4.1 Herstructureringshobbels en effectiviteit van de provinciale inzet ..........................................................30 4.2 Aanbevelingen ..........................................................................................................................................31

Bijlage 1: Gesprekspartners .............................................................................................................................37 Bijlage 2: Overige bronnen ..............................................................................................................................38

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet – eindrapportage

Samenvatting
Aanleiding Het groeiende ruimtebeslag van bedrijventerreinen en de veroudering van veel bestaande bedrijventerreinen heeft ertoe geleid dat de verbetering van (het gebruik van) bestaande bedrijventerreinen een belangrijk punt op de beleidsagenda van Rijk en provincies is geworden. DECOR is het project waarmee de provincie Zuid-Holland een impuls wil geven aan de duurzame herstructurering en duurzame ontwikkeling van de bedrijventerreinen in de provincie. ‘Duurzame herstructurering’ behelst een forse integrale verbetering van een verouderd terrein, vaak met behoud van de bestaande economische functies maar mogelijk worden ook nieuwe werkfuncties (en gebouwen) ontwikkeld. Herstructurering krijgt het predikaat ‘duurzaam’ wanneer een balans is gevonden tussen sociale (people), economische (profit) en ecologische (planet) doelstellingen (‘Triple P’). Om de inzet van de provincie te kunnen optimaliseren, heeft DECOR Decisio opdracht gegeven een globale vergelijkende studie te doen naar de huidige inzet van verschillende provincies in Nederland en hieruit beleidsadviezen voor Zuid-Holland te destilleren. Inzet provincies De inzet van de provincies inzake de herstructurering van bedrijventerreinen bestaat grofweg uit ‘breed communiceren’ enerzijds en een terreingerichte aanpak anderzijds. De intensiteit en resultaten van de inzet verschilt van provincie tot provincie. Met brede communicatie werken provincies ten eerste aan overdracht van de beleidsboodschap: het belang van duurzame bedrijventerreinen en herstructurering. Toch zijn veel bedrijven en vastgoedeigenaren zich nog niet zo heel sterk bewust van het belang van duurzame bedrijventerreinen en herstructurering. Gemeenten zijn in het algemeen wel goed doordrongen van dit belang en zijn veelal goed op de hoogte van het provinciale herstructureringsbeleid. De provinciebrede communicatie (documentatie, website, cursussen, bijeenkomsten) is er bovendien op gericht om degenen die zich bezig houden met bedrijventerreinen te voeden met praktische informatie over hoe de herstructurering van een bedrijventerrein kan worden aangepakt. Gemeenteambtenaren geven aan dat er veel overlap is in de documentatie en dat het praktisch gehalte van veel documenten te wensen overlaat. Ook geven zij aan dat zij het meeste leren van persoonlijke uitwisseling met collega’s en/of externe adviseurs. Ook leveren provincies terreingerichte ondersteuning: een combinatie van subsidies (voor planvorming en uitvoering) en procesbegeleiding. De subsidies nemen de eerste drempels bij het in gang zetten van herstructureringsprocessen weg. Provincie ambtenaren die de besteding van subsidies begeleiden zijn vaak vanaf het begin van een planproces betrokken. Veel van deze provinciale subsidie-ambtenaren geven inhoudelijk en procesmatig advies en participeren in overleg met betrokkenen. Vooral ambtenaren in kleine gemeenten stellen deze persoonlijke begeleiding zeer op prijs omdat zij zelf vaak over onvoldoende experti-

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

i

se beschikken. Daar waar gemotiveerde maar ‘hulpbehoevende’ gemeenten ondersteuning krijgen van een procesmanager (provinciaal of extern) en planinhoudelijke adviseurs komen herstructureringsprocessen beter op gang. In een aantal provincies wordt de provinciale ondersteuning van planprocessen op terreinniveau in samenwerking met regionale organisaties aangeboden (Kamer van Koophandel, samenwerkende gemeenten). Een aantal provincies zetten een regionale (of ‘provinciale’) ontwikkelingsmaatschappij in bij de herstructurering van bedrijventerreinen. Een ontwikkelingsmaatschappij kan een belangrijke rol spelen bij het aanjagen en/of begeleiden van het planvormingsproces, maar ook bij het managen van de uitvoering. Door financiële participatie (kan via ontwikkelingsmaatschappij) kunnen herstructureringsprocessen aanzienlijk worden versneld, zo is gebleken bij de herstructurering van binnenstedelijke gebieden. Er lijkt zich een tendens af te tekenen dat provincies hun inzet via ontwikkelingsmaatschappijen versterken. Dwangmiddelen in de vorm van belastingen of juridische sancties worden zelden toegepast. De meeste ambtenaren denken dat de negatieve effecten op de relatie met bedrijven en eigenaren groter zijn dan de voordelen. Met betrekking tot de beleidsvorming: De noodzaak van de herstructurering van bedrijventerreinen wordt door de provincies duidelijk onderkend. De opgave wordt in elke provincie weer anders omschreven. Veel provincies hebben er moeite mee een duidelijke lijst te produceren met ‘prioriteitsterreinen’ waarop de provincie haar herstructureringsmiddelen wil inzetten. De afweging om tot een dergelijke lijst te komen is zowel inhoudelijk (afweging criteria) als politiek-bestuurlijk een complexe zaak. Hierbij speelt ook dat provincies de initiatieven voor de aanpak van terreinen graag vanuit regionale samenwerkingsverbanden laten komen, hetgeen haaks tegenover een ‘van boven opgelegde’ lijst staat. Complexe planvormingsprocessen Mede door de inzet van provincies zijn vele planprocessen in gang gezet, maar de doorstart naar een concreet uitvoerbaar plan gaat vaak moeizaam en de concrete uitvoering van (ingrijpende) herstructureringsprojecten is nog niet echt goed op gang gekomen. De verschillen in de (beleving van) belangen bij verbetering van het terrein en de mate waarin de betrokken partijen zich voor deze belangen wensen in te zetten vormen nog altijd grote struikelblokken. Bedrijven en eigenaren zijn wel overtuigd (of te overtuigen) van het nut van de ingrepen, maar het leveren van private bijdragen aan verbetering van het terrein als geheel (collectief karakter) wordt niet als vanzelfsprekend gezien. Gemeenten vinden een bijdrage wel vanzelfsprekend, maar moeten op democratische wijze de belangen ten aanzien van duurzame bedrijventerreinen afwegen tegen andere belangen. De nieuwigheid van de samenwerking tussen publieke en private partijen levert ook de nodige hobbels op: bedrijven en eigenaren kennen elkaar vaak niet (goed), hetzelfde geldt voor de gemeente enerzijds en de bedrijven en eigenaren anderzijds. Gemeenteambtenaren zijn meestal wel gemotiveerd, maar missen vaak de benodigde expertise (zowel planinhoudelijk als procesmatig). Uiteindelijk duren planprocessen vaak zo lang, dat het risico bestaat dat onderweg het bestuurlijk commitment verandert.

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

ii

Naar een optimale provinciale inzet Zowel wat betreft de ‘brede communicatie’ als de ‘terreingerichte ondersteuning’ kan de provinciale inzet geoptimaliseerd worden. Onderstaande aanbevelingen zijn in eerste instantie gericht op de provincie ZuidHolland, maar ook andere provincies kunnen hiermee hun voordeel doen. De aanbevelingen voor brede communicatie in het kort: § Communicatie met bedrijven en vastgoedeigenaren. Zet bedrijven en eigenaren zelf in bij het nadenken over verbetermogelijkheden zowel voor met betrekking tot de provinciebrede communicatie als op terreinniveau (m.n. bedrijfsleven-gemeente). Zet focusgroepen op met daarin een vertegenwoordiging van verschillende typen bedrijven en eigenaren. Maak een koppeling met de praktijk; laat partijen die bezig zijn met het herstructureringsproces vragen voorleggen aan de bedrijven en eigenaren in de focusgroepen. § Praktisch gehalte van documentatie. Nieuw uit te geven documentatie moet antwoorden geven op vragen uit de praktijk. Enerzijds gaat het er om de vraag goed te kennen: stem het aanbod af op concrete behoefte bij degenen die betrokken zijn bij herstructureringsprocessen. Anderzijds gaat het er om te zorgen voor documentatie die daadwerkelijk praktisch inzetbaar is. Laat bij de productie van nieuwe documentatie een aantal praktijkmensen meelezen en commentaar leveren. Gebruik de website en e-mail nieuwsbrieven als media voor praktijktips. § Afstemming van communicatie door verschillende organisaties. Intensievere samenwerking tussen de publicerende organisaties (bijvoorbeeld DECOR, Novem, Ministerie Economische Zaken) kan overlap in documentatie voorkomen. Ga bij elke brede communicatie actie na of andere partijen (Novem, Ministerie van Economische Zaken, andere provincies of gemeenten) wellicht met een zelfde soort actie bezig zijn (of willen ondernemen) en probeer zoveel mogelijk samen te werken. Schakel hierbij het interprovinciaal overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten in. § Ambtelijke uitwisseling. Ervaring en kennis worden optimaal ingezet en verspreid wanneer provinciale en gemeentelijke ambtenaren worden gestimuleerd met elkaar informatie uit te wisselen. Stimuleer dit middels bijeenkomsten en internettoepassing (dating site herstructureringsambtenaren). De aanbevelingen voor terreingerichte ondersteuning bij planvorming en uitvoering in het kort: § Directe ondersteuning. De provincie kan haar ondersteuning versterken door de regioaccountmanagers, gebiedscoördinatoren milieu (en/of evt. anderen) goed toe te rusten voor deze taak en hen een ‘ontwikkeltraject herstructurering’ aan te bieden. Dit behelst een korte cursus, coachingsgesprekken en een onderzoeksopdracht in het veld. Deels zal de provincie haar ondersteuning moeten versterken door procesmanagers aan te trekken die worden ingezet op het regionale schaalniveau. § Regionale samenwerking. Afstemming met gemeenten in de regio is een voorwaarde bij de uitvoering van herstructureringsprojecten, zo is ook het uitgangspunt van de provincie Zuid-Holland. Idealiter werken de in te zetten procesmanagers vanuit het regionale samenwerkingsverband voor de verschillende gemeenten. Als een gemeente om procesondersteuning vraagt terwijl de regionale samenwerking nog niet goed op gang is gekomen, biedt dan toch de procesmanager aan. Deze kan dan het proces goed op gang brengen en de aandacht vestigen op het belang van regionale afstemming. § Financieel instrumentarium. Om de enorme herstructureringsopgave uitgevoerd te krijgen, is zowel een verschuiving als vergroting van budgetten nodig. Dit geldt zowel voor publieke als voor private

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

iii

budgetten. ving van publieke middelen door: Ophoging van de specifieke budgetten voor herstructurering bedrijventerreinen;

Verschui-

Sterkere claims op budgetonderdelen die gerelateerd zijn aan te herstructureren bedrijventerreinen binnen de bestaande begrotingen voor betrokken beleidsvelden; Verevening: opslagen op grondprijzen nieuw terrein ‘verschuiven’ naar herstructureringsbudgetten (nieuwe bedrijventerreinen, woningen); Andere inzet van middelen: van subsidie naar financiële participatie in herontwikkeling. Private financiële participatie in herstructurering (herontwikkeling); Inzet van private rendementen voor herstructurering. Private rendementen bij transacties na herstructurering worden mede door publieke voorinvestering in herstructurering behaald. Alleen bij transacties worden deze rendementen gekapitaliseerd en kunnen deze deels terugstromen naar de publieke herstructureringsbudgetten.

Verschuiving van private middelen door:

Door bundeling van publieke en private financiële middelen en financiële participatie (tijdelijk eigendom) kunnen herstructureringsprocessen sterk worden gestimuleerd. De ontwikkelingsmaatschappij is hiervoor een geschikte organisatievorm. De karakteristieken van passende ontwikkelingsmaatschappijen worden in onderstaand kader benoemd.

De karakteristieken van de ontwikkelingsmaatschappij § § § § § Financiers / participanten zijn gemeenten, regionale overlegorganen, provincie en wellicht private partijen; Koppeling met regionaal schaalniveau: regionale overlegorganen en regionale werkplannen zijn de basis voor de samenwerking in (gezamenlijke financiële participatie via) een ontwikkelingsmaatschappij; Laagrendabele of zelfs verliesgevende herstructureringsprojecten worden aangepakt (maatschappelijk economisch doel i.p.v. winstmaximalisatie) in combinatie met meer rendabele projecten; Rendementen worden geherinvesteerd in nieuwe herstructureringsprojecten; Optimale herstructureringskracht door bundeling van financiële stromen. Naast het aandelenkapitaal worden per project ingezet: - verschillende provinciale budgetten (milieu, verkeer&vervoer, economische zaken); - verschillende gemeentelijke budgetten (milieu, verkeer&vervoer, economische zaken); - rendement uit ‘revolving funds’ en inzet vereveningsmiddelen uit hoger rendabele projectdelen of projecten (transformatie naar woningbouw, aanleg nieuwe bedrijventerreinen); - private investeringen door vastgoed/grondeigenaren bij rendabele herontwikkeling; § Bedrijfsmatig werkend separaat orgaan (NV): helder werkplan (o.b.v. prioritering terreinen), goed controleerbare resultaten, vlotte besluitvormingsprocessen, transparantie en controleerbaarheid financiële stromen, strak personeelsbeleid (hoge eisen), af te rekenen op resultaten; § Participeert niet in projecten waarvoor geen stevig bestuurlijk commitment bestaat. Hierdoor positieve beïnvloeding planvormingsprocessen.

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

iv

§

Duidelijke prioriteiten. De provincie zal na afstemming met het Rijk, regio’s en eventueel individuele gemeenten moeten aangeven welke bedrijventerreinen op de provinciale prioriteitenlijst staan. Dit moet een relatief gering aantal terreinen zijn waarvoor een relatief grote inzet wordt vrijgemaakt. Op deze manier wordt de kans op succes vergroot. Andere kansrijke herstructureringsinitiatieven vanuit regio’s en gemeenten moeten zoveel mogelijk worden gehonoreerd. Maak hiervoor een flexibel in te zetten budget van financiële middelen en menskracht vrij.

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

v

1 Inleiding
1.1 Herstructurering bedrijventerreinen
Jarenlange economische groei heeft gezorgd voor een toenemende vraag naar ruimte voor bedrijven. Enerzijds zijn er weinig mogelijkheden om het aanbod van bedrijfslocaties uit te breiden, vanwege de grenzen aan het bebouwen van de openbare ruimte. Anderzijds raken de bestaande bedrijventerreinen in toenemende mate verouderd. De kwaliteit van de bedrijfsomgeving is een steeds belangrijker vestigingsplaatsfactor aan het worden, ook daarom wordt de veroudering van bedrijventerreinen steeds meer als een probleem gezien. Op dit moment is minimaal 10.000 ha bedrijventerrein verouderd in Nederland1. Op deze terreinen is regulier onderhoud niet meer voldoende en is herstructurering noodzakelijk. De definitie voor herstructurering kent vele varianten. In voorliggende rapportage wordt met herstructurering ‘revitalisering’ of ‘herprofilering’ bedoeld. Zoals in onderstaand kader staat beschreven, betekent dit een forse integrale verbetering van een verouderd terrein, vaak met behoud van de bestaande economische functies maar mogelijk worden ook nieuwe werkfuncties (en gebouwen) ontwikkeld.

Definitie herstructurering Er zijn verschillende definities voor de aanpak van bestaande bedrijventerreinen. Volgens de meeste gesprekspartners kent ‘herstructurering’ verschillende gradaties. Van eenvoudig tot ingrijpend2: § § § § Face-lift: opknapbeurt bij fysieke veroudering van een terrein; Revitalisering: forse integrale verbetering van een verouderd terrein, met behoud van de bestaande economische functies, maar soms in andere vorm; Herprofilering: terrein een nieuwe ‘werkfunctie’ geven als reactie op economische veroudering van de bestaande bedrijfsmatige activiteiten; Transformatie: ombouwen van een bedrijventerrein naar iets met een geheel andere functie. De meeste gesprekspartners geven aan dat zij met herstructurering ‘revitalisering’ en ‘herprofilering’ bedoelen.

In Zuid-Holland wordt gestreefd naar een duurzame herstructurering en duurzame ontwikkeling van bedrijventerreinen. Herstructurering krijgt het predikaat ‘duurzaam’ wanneer een balans is gevonden tussen sociale (people), economische (profit) en ecologische (planet) doelstellingen (‘Triple P’). Hierbij gaat het om verbeteringen op bedrijfsniveau, tussen bedrijven onderling en op terreinniveau. Duurzame herstructurering zorgt zodoende voor kwaliteitsverbeteringen op een verouderd bedrijventerrein waarmee niet alleen de economische effecten positief uitvallen, maar ook aandacht wordt besteed aan zaken als leef- en werkklimaat op en rond werklocaties, zorgvuldig ruimtegebruik en het zorgvuldig omspringen met water, lucht en bodem.

1 Kwaliteit wint terrein. Ministerie EZ, 2002. 2 Handreiking Duurzaamheid op bedrijventerreinen. Provincie Zuid-Holland 2001

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

1

1.2 Introductie DECOR
Herstructurering van bedrijventerreinen is een moeizaam proces. Veel gemeenten hebben weinig (procesen project-)ervaring met de herstructurering van bedrijventerreinen en beschikken over onvoldoende financiële middelen voor de uitvoering. Bedrijven en vastgoedeigenaren zijn niet gewend zich bezig te houden met de kwaliteit van het bedrijventerrein. Inzet voor overleg en financiële bijdragen achten zij niet vanzelfsprekend. De Provincie Zuid-Holland heeft het project DECOR (Duurzaam Economisch Ruimtegebruik) opgestart om een impuls te geven aan de duurzame herstructurering en ontwikkeling van bedrijventerreinen. DECOR werkt zowel via een brede aanpak aan het stimuleren van herstructurering (beleidscommunicatie, kennisoverdracht) als via een terreingerichte aanpak (procesondersteuning, uitvoeringssubsidies). Directe ondersteuning van herstructureringsprocessen (subsidies, procesmanager) geschiedt zoveel mogelijk via het regionale niveau: de regionaal economische overlegorganen.

1.3 Benchmark opdracht
DECOR wil de provinciale rol bij het stimuleren van de herstructurering van bedrijventerreinen optimaliseren. DECOR is geïnteresseerd in hoe andere provincies het herstructureringsproces stimuleren en wil daarvan leren.

De opdracht aan Decisio was: Onderzoek de wijze waarop Nederlandse provincies de herstructurering van bedrijventerreinen aanpakken. Destilleer hieruit concrete adviezen voor Zuid-Holland. Besteed hierbij aandacht aan rol- en taakverdeling en onderlinge samenwerking tussen regionale overheden (provincie, regio-organen, gemeenten), ontwikkelingsmaatschappijen, intermediaire organisaties en de op de bedrijventerreinen gevestigde bedrijven en vastgoedeigenaren. Beschrijf ook de beleidsinstrumenten voor herstructurering en hun effectiviteit.

Belangrijke vragen voor de provincie Zuid-Holland / DECOR waren: § § Hoe effectief zijn de bestaande beleidsinstrumenten die gericht zijn op de herstructurering van bedrijventerreinen? Welke partijen in de beleidsketen beschikken over welke nuttige capaciteiten als het gaat om het ondersteunen van herstructureringsprocessen en het hanteren van de verschillende beleidsinstrumenten? § § Moet de provincie / DECOR direct locale partijen (gemeente, bedrijventerreinen) ondersteunen of moet zij zich richten op regionale partijen (regio-orgaan, ontwikkelingsmaatschappij)? Hoe kan de provincie de samenwerking tussen ‘de instanties’ (overheden, semi-overheden, belangenorganisaties) stimuleren en vormgeven, zodanig dat de doelgroep (bedrijven, eigenaren vastgoed, procesbegeleiders) optimaal wordt gesteund?

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

2

1.4 Aanpak benchmark
Om de deelvragen te kunnen beantwoorden zijn schriftelijke bronnen geraadpleegd (veelal beleidsplannen; zie literatuuroverzicht) en zijn interviews gevoerd met betrokkenen bij de herstructurering van bedrijventerreinen uit diverse overheidslagen en van regionale organisaties. Eerst zijn gesprekken gevoerd met betrokken provinciale ambtenaren, daarnaast is gesproken met afgevaardigden van ontwikkelingsmaatschappijen, regionale samenwerkingsverbanden en gemeenten. Om snel en effectief een indruk te krijgen van de aanpak van provincies, zijn niet alle provincies meegenomen in het onderzoek. Naast Zuid-Holland zijn de volgende provincies benaderd voor het onderzoek: Noord-Holland, Overijssel, Gelderland, Brabant en Limburg. Voor deze provincies is gekozen vanwege de volgende overwegingen: § § § De noodzaak om te herstructureren (m.n. Brabant); De ervaring met het herstructureren van bedrijventerreinen (m.n. Brabant en Limburg); Bijzondere aanpak van de herstructureringsopgave; via regio’s (Noord-Holland, Overijssel), via ontwikkelingsmaatschappijen (Brabant, Overijssel, Gelderland).

Parallel aan dit onderzoek heeft Decisio onderzoek gedaan naar het samenwerkingsproces op bedrijventerreinen in opdracht van Novem (als gedelegeerd opdrachtgever vanuit Ministerie van Economische Zaken) en de provincie Zuid-Holland (Projectteam DECOR). Veel van de gesprekken die in dit kader werden gevoerd, leverden nuttige input voor het voorliggende onderzoek. Het resultaat van genoemd onderzoek is een proceshandreiking met tips voor procesmanagers die zich bezighouden met de ‘verduurzaming’ of duurzame herstructurering van bedrijventerreinen3.

1.5 Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt per provincie beschreven hoe deze de herstructurering van bedrijventerreinen stimuleert en ondersteunt, daarnaast wordt per provincie een aantal opvallende zaken met betrekking tot de beleidsvorming beschreven. Hoofdstuk 3 is een resumé en verdieping van hoofdstuk 2. In hoofdstuk 4 worden verschillende aanbevelingen gedaan voor verbetering van de provinciale inzet voor herstructurering van bedrijventerreinen.

3 Titel: Naar duurzame samenwerking voor duurzame bedrijventerreinen, proceshandreiking voor procesmanagers. Gezamenlijke publicatie Novem en Provincie Zuid-Holland, najaar 2003.

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

3

2 Inzet en beleidsvorming per provincie
In dit hoofdstuk wordt per onderzochte provincie telkens de concrete provinciale inzet (wat doet de provincie) en beleidsvorming beschreven. Onder het kopje ‘inzet’ worden zaken beschreven zoals: activiteiten van ambtenaren, subsidietrajecten, aanbod van procesondersteuning, brede communicatie, samenwerking met andere partijen. Onder het kopje ‘beleidsvorming’ worden zaken beschreven zoals: de herstructureringsopgave, relevante plannen en nota’s en recente ontwikkelingen ten aanzien van de herstructureringsaanpak.

2.1 Zuid-Holland
2.1.1 Inzet Zuid-Holland De afdeling economische zaken en het project DECOR spelen een belangrijke stimulerende, initiërende en faciliterende rol bij de herstructurering van bedrijventerreinen. Binnen het project DECOR werken diverse afdelingen van de provincie samen. In totaal houdt binnen de provincie Zuid-Holland ongeveer 10 fte zich met bedrijventerreinen bezig. 1 Persoon wordt ingezet voor de begeleiding van TIPP/OFB aanvragen. DECOR heeft zelf budget voor campagne en subsidies, maar niet voor de uitvoering van projecten. De inspanning zijn gericht op het verspreiden van het gedachtegoed van DECOR. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van nieuwsbrieven, handreikingen, het organiseren van masterclasses en een leergang. Daarnaast ondersteunt DECOR tevens de totstandkoming van regionale uitvoeringsprogramma's en het initiëren van de uitvoering van projecten daarvan. Deze ondersteuning bestaat uit menskracht, kennis en middelen. Door het vanuit de provincie financieren van een procesmanager c.q. projectleider voorwaardelijk gekoppeld aan een minimale tijdinzet van andere partijen, wordt gezorgd voor de noodzakelijk capaciteit (uren én inhoud) en continuïteit en wordt het proces van onderaf door de provincie bewaakt. Deze persoon is verantwoordelijk voor het proces (bewaken) en treedt op als projectleider (voorzitter) van de werkgroep. De concrete invulling zal mede afhangen van de feitelijke situatie in de regio's. Uitgangspunt bij de herstructurering van bedrijventerreinen is regionale samenwerking. De feitelijke uitvoering wordt met name op regionaal niveau geregeld. Hiervoor is een belangrijke rol weggelegd voor de Regionaal Economische Overlegorganen: Rijnmond, Haaglanden, Midden Holland, Rijn- en Bollenstreek en Zuid-Holland Zuid. De regio account manager en de gebiedscoördinator milieu zijn (in samenwerking met (gebieds)medewerkers van de beleidsvelden verkeer en vervoer, zorg en RO) vanuit de provincie betrokken bij het opstellen van de uitvoeringsprogramma. Zij zetten in de regio het onderwerp duurzame bedrijventerreinen op de agenda en schakelen indien nodig de gedeputeerde in om bestuurlijke druk uit te oefenen. De aanpak van DECOR is gericht op het doorlopen van vier fasen. De afgelopen jaren is gewerkt aan een breed draagvlak voor het gedachtegoed van DECOR (fase 1). Dit ondermeer door een uitgebreide communicatiecampagne. Fase 2 is gestart in 2002 met het concretiseren van de intenties van gemeenten en Ka-

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

4

mers van Koophandel4 in regionale uitvoeringsprogramma’s. De derde fase is de fase voor de uitvoering. Streefbeeld is dat na het gereed komen van de regionale uitvoeringsprogramma's vanuit de REO's programmamanagement wordt opgezet met daaronder verschillende projectgroepen. De verantwoording voor de uitvoering ligt bij de REO's maar er mag van uitgegaan worden dat ondersteuning van de provincie nodig zal blijven. Het is goed denkbaar dat het programmamanagement de basis zal vormen voor een ontwikkelingsmaatschappij die daar dus natuurlijk uit voortvloeit. De vierde fase zal in het teken moeten staan van ontwikkeling en beheer van bedrijventerreinen in gezamenlijkheid volgens principes van het parkmanagement. Activiteiten die recent door Decor zijn uitgevoerd of in uitvoering zijn hebben met name betrekking op het creëren van breed draagvlak en het genereren, beschikbaar maken en uitwisselen van kennis. Het gaat dan om het opstellen van een handreiking voor procesbegeleiding bij duurzame herstructurering, het verder promoten duurzaamheidsscan en het evalueren van een zestal pilotprojecten. Verder houdt DECOR zich bezig met het stimuleren van de oprichting van regionale ontwikkelingsmaatschappijen en het opzetten van een monitoringsysteem waarmee de opgave en bereikte resultaten in kaart gebracht kunnen worden. 2.1.2 Beleidsvorming Zuid-Holland In de provincie Zuid-Holland is een grote vraag naar ruimte voor bedrijven. Bedrijven dreigen zelfs naar elders te vertrekken omdat geen uitbreidingsruimte beschikbaar is, of omdat de kwaliteit van de terreinen afneemt. Door terreinen duurzamer in te richten wordt een ruimtewinst en een verbetering van de kwaliteit gerealiseerd. Naast ruimtewinst en kwaliteitsverbetering zal een duurzame inrichting van bedrijventerreinen de levensduur verlengen. Verder zorgt een duurzame inrichting voor een afname van de milieubelasting en een afname van de overlast voor verkeer en omwonenden. De provincie Zuid-Holland heeft laten onderzoeken hoeveel terreinen geherstructureerd moeten worden. Per december 2002 was de herstructureringsopgave 3.932 hectare en 190 terreinen (41% van de oppervlakte aan bedrijventerreinen). De noodzaak om bedrijventerreinen te herstructureren en duurzaam in te richten boven de ontwikkeling van nieuwe is in diverse beleidsnota’s van de provincie Zuid-Holland beschreven: § § § § § Nota planbeoordeling 2002; Beleidsplan Milieu en water 2000-2004; Streekplannen; Provinciaal economische visie 2001; Provinciaal Verkeer en Vervoerplan 2002.

Op basis van het collegeprogramma ‘Duurzaam en gedurfd 1999-2003’, is het project DECOR (Duurzaam Economisch Ruimtegebruik) opgestart. Doel van het project is om processen die moeten leiden tot de ontwikkeling van duurzame bedrijventerreinen op te starten, te faciliteren en te stimuleren. Daarvoor worden middelen, mensen en kennis ter beschikking gesteld. Inhoudelijke doelen van DECOR zijn:

4 Eind 2001 hebben de bestuurders van gemeenten en Kamers van Koophandel hun steun uitgesproken om te komen tot Regionale Intentie Verklaringen Decor.

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

5

§ §

Nieuwe initiatieven op bedrijventerreinen (nieuw of te herstructureren) zijn vanaf 2002 standaard duurzaam; In 2008 is 20% van de terreinen als duurzaam te kwalificeren.

In het nieuwe collegeakkoord en college werkprogramma 2003-2007 is de aandacht voor herstructurering van bedrijventerreinen onverminderd aan de orde. De aandacht is verschoven van planvorming naar de realisatie van herstructureringsprojecten.

2.2 Limburg
2.2.1 Inzet Limburg De rol van de provincie Limburg lag in het begin (eind jaren 90) met name op het kweken van draagvlak voor de herstructurering van bedrijventerreinen en het initiëren en stimuleren van projecten. De provinciale ambtenaar zocht veel contact met de verschillende gemeenten. De nadruk lag op de persoonlijke inzet van de provincieambtenaren. Inmiddels zijn de gemeenten zich bewust van de revitaliseringsnoodzaak en weten zij de provincie te vinden voor eventuele ondersteuning. Belangrijker wordt nu ook het begeleiden van de uitvoeringsprocessen. De provincie draagt financieel bij aan de ontwikkeling van revitaliseringsplannen en de uitvoering daarvan middels eigen gelden en TIPP-gelden. Belangrijke voorwaarde bij de toekenning van subsidies is dat er sprake moet zijn van regionale samenwerking en dat uiteindelijk parkmanagement moet worden ingevoerd. Nog niet duidelijk is hoe rijk en provincie met de eindafrekening omgaan, wanneer aan het eind van het project blijkt dat wel de kosten voor de fysieke maatregelen zijn gemaakt maar aan genoemde voorwaarden niet (geheel) is voldaan. Naast het financieel bijdragen aan de ontwikkeling van revitaliseringsplannen en uitvoering brengt de provincie kennis en ervaring in door de deelname aan de begeleidingscommissie van een project. Kleinere gemeenten daarentegen hebben door gebrek aan capaciteit en expertise vaak behoefte aan inhoudelijke en procesmatige ondersteuning bij revitaliseringsprojecten. Grotere gemeenten hebben meestal zelf voldoende kennis. Ook wanneer het niet concreet gaat om projecten probeert de provincie de gemeenten te informeren over de revitalisering. Op deze wijze wil de provincie het draagvlak bij gemeenten vergroten. Alle gemeenten hebben bijvoorbeeld de ‘Evaluatierapportage herstructurering bedrijventerreinen’ toegestuurd gekregen. Ook is een duurzaamheidsscan rondgestuurd. Hiermee kunnen partijen ‘kansen opsporen om tot een duurzamere inrichting van bedrijventerreinen te komen’. Daarnaast worden af en toe informatiebijeenkomsten georganiseerd, bijvoorbeeld met betrekking tot TIPP. De behoefte aan dit soort bijeenkomsten is niet zo groot. De lijnen in Limburg zijn kort en er bestaat een sterk ondernemersnetwerk waardoor men elkaar dus vrij eenvoudig weet te vinden. De provincie stimuleert regionale samenwerking op dit moment door samen met de gemeenten regionale bedrijventerreinenplannen op te stellen (een pilot is gestart in de regio Helden). Als regionale samenwer-

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

6

king in de provincie vorm heeft gekregen zal de provincie een taak houden op het gebied van interregionale afstemming (de afstemming tussen de regio’s). Het LIOF (de Limburgse Ontwikkelingsmaatschappij) kan worden ingezet voor het procesmanagement bij revitalisering. LIOF bundelt de ervaringen met revitalisering in een kenniscentrum voor revitalisering. Daarnaast zal het LIOF wellicht in de toekomst een financiële rol kunnen spelen bij de revitalisering van bedrijventerreinen. Nu investeert het LIOF alleen nog in de ontwikkeling van nieuwe terreinen. 2.2.2 Beleidsvorming Limburg In Limburg is een groot tekort aan ruimte voor nieuwe bedrijventerreinen. Hierdoor is de revitalisering van verouderde terreinen op de provinciale agenda gekomen. In het Basisakkoord 1999-2003 van de provincie Limburg is de revitalisering van bedrijventerreinen als prioritair onderdeel opgenomen. In het akkoord is een taakstelling opgenomen om tenminste 200 ha verouderd terrein te revitaliseren. Naar aanleiding van deze taakstelling is in 2000 de Nota uitwerking revitaliseringsbeleid vastgesteld. De hoofdlijnen van dit beleid is opgenomen in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg dat in 2001 is vastgesteld. Een van de doelstellingen is om te komen tot een duurzame verbetering van het vestigingsklimaat op de verouderde bedrijventerreinen en een duurzame ontwikkeling, inrichting en beheer van nieuwe terreinen. Recentelijk is het revitaliseringsbeleid van de provincie geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie zijn aanbevelingen gedaan voor de toekomst. Eén van de belangrijkste aanbevelingen was om te komen tot regionale herstructureringsprogramma’s. In april 2000 zijn door de provincie in overleg met de betrokken gemeenten zes projecten geselecteerd die voor een provinciale financiële bijdrage in aanmerking kwamen; de zogenaamde ‘majeure’ projecten. Deze terreinen hadden samen een omvang van minimaal 200 ha. Bij het opstellen van de revitaliseringsplannen zijn de volgende provinciale speerpunten van beleid gehanteerd: ruimtewinst (direct/ indirect), milieuwinst, profilering/segmentering, beheer/parkmanagement en mobiliteit/bereikbaarheid. Prioriteit werd gelegd bij de projecten in het stedelijk gebied (m.n. grotere terreinen). Voor de herstructurering van de zes terreinen heeft de provincie € 4,5 mln beschikbaar gesteld. Planning was om in vier jaar deze projecten uitvoeringsgereed te krijgen (het opstellen van een Masterplan inclusief maatregelenprogramma en het regelen van de economische uitvoerbaarheid). Echter na drie jaar is deze taakstelling reeds ingevuld. Voor de komende vier jaar zal naar verwachting een opgave 400 hectare worden nagestreefd waarvoor de provincie € 9 mln beschikbaar zal moeten stellen. Deze verwachting is gebaseerd op gelijkblijvende inspanningen van het rijk. Vanuit de provincie is 1 ambtenaar full-time bezig met de revitalisering van bedrijventerreinen. Verder zijn 4 personen in deeltijd betrokken en is ½ fte uitgetrokken voor de begeleiding bij de uitvoering van de TIPPregeling. Bij de verdubbeling van de revitaliseringsopgave zal ook de personele capaciteit worden uitgebreid. Naast deze inzet bestaat er ook een werkgroep revitalisering bedrijventerreinen. In deze werkgroep hebben ambtenaren vanuit verschillende disciplines zitting (RO, milieu, mobiliteit, EZ). Verder participeert het LIOF (regionale ontwikkelingsmaatschappij) hierin. De werkgroep draagt o.a. zorg voor de interne pro-

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

7

vinciale coördinatie van het revitaliseringsbeleid.alsmede de projecten. De ambtenaren die in deze werkgroep zitten participeren (op termijn) allen in begeleidingscommissies van de projecten.

2.3 Overijssel
2.3.1 Inzet Overijssel Zowel in het verleden als in de huidige situatie is herstructurering een belangrijk speerpunt van het Overijssels sociaal-economisch beleid. De invulling van dit beleid gebeurde ad hoc matig. Diverse gemeenten hebben in meer of mindere mate financiële ondersteuning ontvangen voor herstructurering. Naast de eigen provinciale middelen is gebruik gemaakt van de TIPP-subsidie. Daarnaast hebben provinciale medewerkers geparticipeerd in het maken van masterplannen voor herstructurering bij enkele kleinere gemeenten. De provincie is verdeeld in drie regio’s. Elke regio kent een Regionaal Platform Bedrijventerreinen. Dit overleg- en besluitvormingsorgaan is in 1998 opgericht op initiatief van de provincie, welke ook trekker is van dit overleg. Provincie, gemeenten, regionale organen, Kamers- van Koophandel, Werkgeversvereniging Midden-Nederland en de OOM maken hier deel van uit. In dit overleg staat de afstemming en monitoring van de vraag en aanbod van bedrijventerreinen tussen gemeenten en provincie centraal. Daarnaast wordt informatie uitgewisseld over onderwerpen als duurzaamheid, herstructurering, etc. Per regio heeft de provincie een eigen accountmanager. Deze accountmanager brengt herstructurering bij de gemeenten onder de aandacht. 2.3.2 Beleidsvorming Overijssel In het bestuursakkoord ‘ruimte voor actie 2003-2007’ is aangegeven dat gemeenten een bedrijvigheidsplan moeten maken in afstemming met de buurtgemeenten. Tevens is aangegeven dat de provincie de revitalisering van bestaande terreinen gaat stimuleren. Bij de voorbereiding van beleid voor herstructurering is een actueel en compleet beeld van de aard en de omvang van de Overijsselse herstructureringsopgave en -problematiek onontbeerlijk. Deze inzichten zijn noodzakelijk om een samenhangend pakket van maatregelen en instrumenten te ontwikkelen om het proces van herstructurering een impuls te geven. Op dit moment vindt daarom een onderzoek plaats naar deze inzichten. Eind dit jaar is dit onderzoek afgerond en vormen de resultaten een vertrekpunt voor nadere actie voor de provincie.

2.4 Brabant
2.4.1 Inzet Brabant De provincie Brabant ziet voor haar zelf een belangrijke rol bij de herstructurering van bedrijventerreinen. Door meer vaart te brengen in de herontwikkeling van bedrijventerreinen kan een bijdrage worden geleverd aan de bescherming van de open ruimte en aan het aantrekkelijk houden van Brabant als vestigingsplaats voor bedrijven. De provincie zelf bemoeit zich slechts incidenteel met de uitvoering van projecten. Dit gebeurt door het zitting nemen in stuur- en projectgroepen (bij vernieuwende projecten). De provincie

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

8

heeft wel directe bemoeienis met de ontwikkeling van bedrijventerrein De Moerdijkse Hoek. Voor de uitvoering en bemiddeling in projecten heeft de provincie het PIT (Projecten Innovatie Team) opgericht. Het PIT heeft een procesrol, is aanjager en trekker bij het opgang brengen en houden van het verduurzamen van bedrijventerreinen (kwaliteit van het terrein, bedrijfsprocessen en beheer). Zij hebben zelf kennis en ervaring met herontwikkeling, kennen goed het regionale netwerk en zullen indien zij de kennis niet in huis hebben partijen doorverwijzen. De belangrijkste communicatie met het bedrijfsleven loopt via het PIT. Verder zijn er nog verschillende organisaties waarmee de provincie en het PIT samengewerkt (o.a. KvK, provincie, BOM, MKB, SEOB).
Het Projecten Innovatie Team is opgezet door de provincie Noord Brabant, het bedrijfsleven (de Stichting SociaalEconomisch Overlegorgaan Brabant, waarin de Kamer van Koophandel, ondernemersorganisaties en de landbouwsector zijn georganiseerd) en de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM). Het PIT levert procesmanagers bij herstructurering van bedrijventerreinen en ketens. De provincie Brabant heeft 2,5 fte hier gedetacheerd. Kracht van PIT is de relatief onafhankelijke opstelling (tussen overheden en bedrijfsleven) en het netwerk waarover zij beschikken (technische kennis, ervaringsdeskundigen, subsidieclubs).

Geld voor de uitvoering van de herstructureringsplannen komt uit het Uitvoeringsprogramma Economisch Beleid (UEB provinciaal subsidieprogramma van EZ) en via TIPP-gelden. Gebleken is dat het huidige provinciale financiële instrumentarium ontoereikend is om de herstructurering goed van de grond te krijgen. Daarom heeft de provincie onderzocht of een herstructureringsfonds een positieve rol kan spelen en aanvullend kan zijn op het bestaande instrumentarium. Het herstructureringsfonds zou vooral ingezet worden om waardevermeerdering van vastgoed op de verouderde bedrijventerreinen te realiseren. De onderzoekers hebben voorgesteld om de BOM (Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij) een belangrijke rol te laten spelen bij de oprichting van de maatschappij. De BOM heeft vervolgens eind 2002 een businessplan o pgesteld. Dit businessplan gaat er van uit dat in 2005 zes mensen fulltime werkzaam zullen zijn voor de Brabantse Herstructureringsmaatschappij voor Bedrijventerreinen (BHB). Na oprichting van de BHB zal voor 20 jaar 37,5 mln euro benodigd zijn. Naast het financieel bijdragen bij herstructureringsprojecten zal de BHB een rol spelen bij het begeleiden van deze projecten. Op den duur zal de BHB een stimulerende rol krijgen en zich meer richten op de promotie van de herstructurering van bedrijventerreinen en het verspreiden van opgedane kennis. De komende twee jaar werkt de BOM in opdracht van de provincie aan de uitbouw van een kennis en exp ertisecentrum voor herstructurering en aan de verdere voorbereiding van de oprichting van deze maatschappij. Definitieve besluitvorming daarover vindt in 2004 plaats.

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

9

De Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij heeft vier kerntaken: - Participeren in bedrijven; - Acquireren van ondernemingen; - New business development; - Herontwikkelen van bedrijventerreinen. Omdat geld het belangrijkste knelpunt is bij herstructurering van bedrijventerreinen heeft de provincie de intentie een apart fonds te vormen dat wordt ingezet via de herstructureringsmaatschappij die bij de BOM wordt ondergebracht; de Brabantse Herstructureringsmaatschappij. Belangrijke vraag is nog hoeveel geld er in het herstructureringsfonds gezet moet worden en hoeverre de provincie het geld ‘revolving’ wil laten zijn (het zeer optimistische % van 75% wordt genoemd). Overigens betreft het dan 75% van het allerlaatste gat dat gedicht moet worden per project (bijvoorbeeld 12 mln op 60 mln), na vergaring van allerlei andere subsidies en particuliere bijdragen. Het geld komt bijvoorbeeld uit de (her)ontwikkeling van vastgoed op het terrein, of uit toeslagen op de verkoopprijs van een nieuw terrein in de omgeving. Dus minder de subsidiebenadering en meer de businessbenadering (richten op toekomstige meerwaarden). De pilotprojecten van nu (is BOM al mee begonnen, voorlopig vooral procesbegeleiding) bepalen de investeringsbehoeften van de toekomst, over 2 jaar is duidelijk hoeveel geld er voor de pilots nodig is. Zo kan het fonds telkens opnieuw gevuld worden, afhankelijk van de projecten die in de pijplijn zitten. Een ander aandachtspunt is prioritering bij de opdracht aan de herstructureringsmaatschappij. Er is behoefte aan een harde taakstelling voor de terreinen die echt aangepakt moeten worden, dit moet een bepaalde hoeveelheid ruimte opleveren (geïntensiveerd gebruik). Daaromheen een grijs gebied van terreinen die ook aangepakt moeten worden, maar iets minder urgent (aanpak hangt dan meer af van wie met de beste voorstellen komt en/of van wie überhaupt met voorstellen komt, overigens zijn de projecten waarmee snel resultaat te behalen valt, nu afgegraasd).

2.4.2 Beleidsvorming Brabant De provincie Noord-Brabant kent ruim 10 jaar gericht revitaliserings- en herstructureringsbeleid. Sinds de nota Milieu en Economie van de ministeries VROM, EZ, LNV en V&W uit 1997 is een aantal terreinen in de provincie aangemerkt als ‘Boegbeeld’ (voorbeeldproject). De aanleiding om bedrijventerreinen te herstructureren was de grote omvang van verouderde bedrijventerreinen en het gebrek aan ruimte voor nieuwe bedrijventerreinen. Veel verouderde terreinen functioneren economisch, ruimtelijk, milieukundig en sociaal steeds minder. De locatie wordt hierdoor steeds minder aantrekkelijk voor bestaande bedrijven en potentiële vestigers. Door middel van herstructurering wordt de kwaliteit van de bedrijfsomgeving hersteld en wordt mogelijk meer ruimte gecreëerd. Uiteindelijk zal de vraag naar nieuwe bedrijventerreinen moeten afnemen en daarmee de druk op de ruimte. Na inventaris atie in 2002 is gebleken dat de provincie Brabant 5500 ha verouderd bedrijfsterrein heeft (160 terreinen). Dit is vergeleken met andere provincies een grote opgave. Op 49 terreinen is de herstructurering inmiddels gestart. Voor de toekomst is nog geen herstructureringsambitie en prioritering geformuleerd. Wel is de noodzaak om te werken aan de kwaliteit van bestaande bedrijventerreinen opgenomen in het

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

10

streekplan. Ook in het recente bestuursakkoord (2003-2007) is de aandacht voor herstructurering beschreven: ‘Tijdig ontwikkelen van nieuwe ruimte voor bedrijvigheid op basis van het Streekplan. Het accent wordt deze bestuursperiode gelegd op een goede en actuele monitoring van het bedrijventerreinenbeleid, revitalisering en hergebruik van bestaande (verouderde) bedrijventerreinen door middel van de opzet en financiering van een Herstructureringsmaatschappij’.

2.5 Gelderland
2.5.1 Inzet Gelderland Begin jaren ‘90 is gestart met een inventarisatie van de te revitaliseren5 terreinen in de provincie, door alle gemeenten persoonlijk te benaderen. Op deze wijze zijn de noodzaak en kansen van revitalisering bij de gemeenten onder de aandacht gebracht. Inmiddels weten de gemeenten de provincie zelf te vinden voor hulp bij het proces. De provincie Gelderland ondersteunt de gemeenten met name met kennis en geld. Het financieel bijdragen aan revitaliseringsprojecten is één van de belangrijkste instrumenten die de provincie daarvoor heeft. Gemeenten zijn vaak niet bewust van de benodigde investeringen voor herstructurering en reserveren daardoor vaak te weinig geld. Dit jaar heeft de provincie een budget voor herstructurering ter beschikking van € 5 mln. Daarnaast worden (Rijks)subsidies ingezet zoals TIPP en Europese Doelstelling 2-gelden Landelijk Gebied. Naast de financiële ondersteuning draagt de provincie ook door kennisoverdracht bij aan revitaliseringsprojecten. Daarvoor neemt de provincie zitting in een stuurgroep van het project. Binnen de provincie houden 3 medewerkers zich bezig met de activiteiten in samenhang met revitalisering (1 beleidsmaker en 2 accountmanagers). De provincie wil de Gelderse Ontwikkelingsmaatschappij6 een grotere rol geven bij de revitalisering van bedrijventerreinen. Daarvoor is de GOM gevraagd onderzoek te doen naar de regionale behoefte aan revitalisering. Dit moet uitmonden in een regionale beleidsopgave en een programma voor de revitalisering per regio. De provincie die onderzoekt met de mogelijkheden van voor de en oprichting marktpartijen van een ontwikkelingsmaatschappij werkkapitaal overheid complexe

revitaliseringsprojecten moet realiseren. 2.5.2 Beleidsvorming Gelderland De noodzaak om bedrijventerreinen te revitaliseren wordt in Gelderland niet zozeer veroorzaakt door een groot tekort aan bedrijventerreinen, maar vooral door de behoefte om bestaande terreinen aantrekkelijk te houden. Op deze manier wordt gehoopt de uitbreiding van nieuwe terreinen enigszins te beperken.
5 De provincie Gelderland spreekt over revitalisering van bedrijventerreinen. Herstructurering is volgens Gelderland een vorm van revitalisering. 6 Inmiddels is de Gelderse Ontwikkelingsmaatschappij samengegaan met de Ontwikkelingsmaatschappij

Oost Nederland tot OOST NV.

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

11

Sinds begin jaren ‘90 is de provincie vanuit ‘milieubeleidshoek’ actief bezig met het stimuleren van de revitalisering van bedrijventerreinen. Recent heeft de provincie de nota ‘Van trekkracht naar slagkracht’ opgesteld. Hierin is de revitalisering van bedrijventerreinen een belangrijk onderdeel. Zo wil de provincie stimuleren (o.a. via subsidies) dat voor elk bedrijventerrein van meer dan 5 ha een masterplan (revitaliseringsplan) wordt opgesteld. Dit plan zal op basis van overleg met de ondernemers zicht moeten bieden op het collectief realiseren van duurzaamheidswinst. Tevens streeft de provincie naar een meer regionale aanpak. Daarvoor is per regio een Programmeringsoverleg Bedrijventerreinen opgericht. In deze zes regio’s wordt al samengewerkt op economisch gebied. Nu worden de mogelijkheden onderzocht om dat ook voor de revitalisering van bedrijventerreinen te gaan doen. Onderzoek van de provincie (2003) heeft uitgewezen dat ongeveer 2000 ha bedrijventerrein gerevitaliseerd moeten worden. Hiervan is 1400 ha in aanstaande planvorming (de terreinen zijn geselecteerd waar het revitaliseringsproces in gang gezet gaat worden).

2.6 Noord-Holland
2.6.1 Inzet Noord-Holland De afgelopen jaren heeft de provincie duidelijk gecommuniceerd dat gemeenten subsidies konden krijgen ter ondersteuning van de herstructurering van bedrijventerreinen. De betreffende ambtenaar was/is intensief betrokken bij de planvorming voor verschillende terreinen (bezoek terrein, advies bij aanvraag, regelmatig overleg). De provincie Noord-Holland schuift nu bewust steeds meer ‘herstructureringswerk’ door naar verschillende economische stimuleringsregio’s en de ontwikkelingsmaatschappij RON (zie kader op volgende pagina). In het kader op de volgende pagina is de aanpak van het projectbureau RES Gooi- en Vechtstreek kort beschreven.

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

12

Projectbureau RES Gooi- en Vechtstreek De thema’s waar het projectenbureau zich op richt, zijn inmiddels verbreed van sec ‘bedrijventerreinen’ naar arbeidsmarkt, bereikbaarheid, multimedia en recreatie&toerisme. Het regionaal economische besef is sterk: gemeenten beseffen dat de arbeidsmarkt en werkgelegenheid het gemeentelijke schaalniveau overstijgen. M.b.t. bedrijventerreinen is de opgave de realisatie van 37 ha nieuw terrein, herstructurering van 245 ha (ruimtewinst 10 a 15%) en duurzaam beheer van bedrijvenlocaties (regionaal parkmanagement). De druk op bestaande terreinen is groot omdat er nauwelijks nog ruimte is voor nieuwe bedrijventerreinen. De gemeenten (het gewest) stellen per jaar met provincie vast aan welke terreinen gewerkt moet worden. Er zijn 26 bestaande terreinen (klein en groot), ongeveer de helft wordt op één of andere wijze samen met het projectenbureau onderhanden genomen. Het projectenbureau werkt als een aanvulling op het ambtelijke apparaat bij de gemeenten, er is bij veel projecten budget om extra specialisten in te huren. Gemeenten zijn zich bewust van hun eigen beperkte capaciteit (‘gemeente ambtenaar EZ maakt gemiddeld één keer in zijn/haar carrière de ontwikkeling en één keer de herstructurering van een bedrijventerrein mee’) en huiveren niet het projectenbureau in te huren. De bestuurlijke afstemming is intensief en direct: eens in de 2 maanden wordt overleg met de gedeputeerde EZ gevoerd. Kennisniveau en betrokkenheid van de gedeputeerde wordt door het projectenbureau als belangrijke voorwaarde gezien, daarom wordt regelmatig bijgepraat,worden samen bedrijventerreinen bekeken en bedrijfsbezoeken afgelegd.

Binnen de provincie houdt één ambtenaar zich bezig met de begeleiding van subsidietrajecten voor de herstructurering van bedrijventerreinen. Deze handelt de zaken steeds meer op afstand af. De NoordHollandse accountmanagers werken deels op locatie in de regio’s, zij fungeren als extra subsidievergaarders (provinciale middelen en andere middelen). De provincie levert financiële ondersteuning voor een aantal specifieke onderdelen: § § § Uitwerking: onderzoek naar de herstructureringsmogelijkheden per terrein (max € 11.345,-) Procesmanagement: komen tot een toekomst- en ontwikkelingsvisie, op basis waarvan het gemeentebestuur een beslissing kan nemen (max € 22.690,-) Uitvoering: kwalitatieve verbetering van het bedrijventerrein en ruimte-intensivering op het bedrijventerrein (investering alleen voor onrendabele deel van projecten: max. 35%) De ontvangers van provinciale steun moeten kunnen aantonen dat een organisatievorm wordt opgezet die de continuïteit in het project voor meerdere jaren zal waarborgen. Naast provinciale gelden wordt gebruik gemaakt van financiële bronnen als de TIPP en Besluit Milieusubsidies (NOVEM). Naast de aanpak via RES-sen hebben in de provincie Noord-Holland ook Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen een rol bij de herstructurering van bedrijventerreinen. In onderstaand kader is aangegeven op welke wijze de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Noordzeekanaalgebied (RON) betrokken is bij de herstructurering van bedrijventerreinen.

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

13

De RON is (in 1999) ingesteld om de projecten die in het Masterplan Noorzeekanaalgebied zijn benoemd tot uitvoering te kunnen brengen: herstructurering en ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen , afstemming tussen gemeenten bij acquisitie bedrijven (coherente infovoorziening) en input leveren voor vernieuwing beleid (up daten Masterplan) Aandeelhouders: provincie Noord Holland, gemeenten Zaanstad, Velsen, Beverwijk, Havendienst IJmond en Corus, gemeente Amsterdam, de OHRAM (ondernemersvereniging Amsterdam) en de ABN-AMRO. De RON is qua rendement gericht op continuïteit en niet op snelle winst (zoals bij projectontwikkelaars). De ontwikkelingsprojecten variëren daarom in schaal, looptijd, complexiteit en winstgevendheid. Opmerkingen bij aanpak herstructurering: Bestuurlijk commitment (provincie en gemeente). Vanwege de hoge kosten van een herstructurering wil de RON zo min mogelijk risico nemen. Projecten die politiek gevoelig/moeilijk liggen vallen af. De RON is niet de procesbegeleiders van het voortraject, maar door duidelijke voorwaarden te stellen, heeft de RON wel constructieve invloed op het proces Aankopen terreinen en betrekken gemeente. Er is een aparte vennootschap opgericht om terreinen op te kopen en deze te herstructureren. Bijvoorkeur worden de ergste terreinen qua uitstraling/vervuiling opgekocht. De betreffende gemeente moet ook investeren, omdat zij dan ook de renteteller voelen lopen, zullen zij ook de gang erin willen houden. 80% Van de bestaande en te ontwikkelen bedrijven terreinen is in handen van de aandeelhouders. Uitvoering. Alle herstructureringsactiviteiten worden dan uitgevoerd (/georganiseerd) door de RON. De RON sluit een contract met de gemeente waarin keiharde afspraken staan over: doelen/ uitvoeringsperiode/ taken (aanleg infrastructuur, uitkering subsidies) en termijnen.

2.6.2 Beleidsvorming Noord-Holland In Noord-Holland is een groeiend besef ontstaan dat het landelijk gebied niet als een soort reserveruimte beschouwd moet worden voor bedrijfsvestigingen. Men acht het daarom noodzakelijk om het ruimtegebruik op bestaande locaties door herstructurering efficiënter te gebruiken. Door terreinen te herstructureren en dus de kwaliteit te verbeteren kan tevens worden voorkomen dat reeds gevestigde bedrijven wegtrekken waardoor de ruimteclaim op nieuwe terreinen vermindert. In 1997 hebben de Provinciale Staten het Programma Herstructurering Bedrijventerreinen 1998-2002 vastgesteld. Doel was om door herstructurering de druk op de openbare ruimte te beperken. In totaal zijn zo’n 25 herstructureringsprojecten opgestart. De provincie ondersteunt met kennis en financiële middelen. De afgelopen 4 jaar beschikte de provincie over een herstructureringsbudget van € 20 mln. Vanuit de TIPP regeling was ook ongeveer € 20 mln beschikbaar. Begin 2003 heeft het programma Innovatief Ruimtegebruik op Bedrijventerreinen het oude programma vervangen. In dit programma zijn de volgende speerpun-

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

14

ten opgenomen: efficiënt ruimtegebruik, bereikbaarheid, parkmanagement, innovatie en vernieuwing, duurzaamheid bij inpassing van bedrijven in omgeving, veiligheid. Projecten die in financiële zin gestimuleerd worden, moeten voldoen aan de volgende eisen: § § 15% ruimtebesparing (in 2005, daarna wellicht een ander percentage); 10% van de door de provincie beschikbaar gestelde middelen moeten worden gerelateerd aan ‘milieuaspecten’. In Noord-Holland realiseert de provincie haar economisch beleid via Regionaal Economische Stimuleringsprogramma’s (RES’sen) en deels via Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen. Daarvoor is het grondgebied opgedeeld in regio’s 7 met elk een eigen programma en organisatie. Een deel van de provinciale budgetten van de economische beleidsonderdelen worden weggezet bij deze regionale organisaties. Op deze wijze denkt de provincie efficiënter het geld te kunnen besteden. Tevens helpt deze aanpak de regionale samenwerking te verbeteren. De gemeenten, Kamer van Koophandel, ondernemersverenigingen en provincie participeren in de RES. Zij bepalen jaarlijks welke activiteiten worden uitgevoerd. De gedeputeerde EZ neemt de besluiten over de prioritering van projecten en is eindverantwoordelijke voor de RES.

7 Regionale Economische Stimuleringsgebieden, RES-sen: Kop en Munt rond Den Helder, IJmond 200+, Gooi en Vechtstreek

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

15

3 Resumé en verdieping
Dit hoofdstuk geeft een samenvattend overzicht van de provinciale inzet en beleidsvorming inzake de herstructurering van bedrijventerreinen. Tevens wordt beschreven welk effect de provinciale inzet heeft op de herstructureringsprocessen en welke achterliggende motieven en ontwikkelingen hierbij een rol spelen. Om de effecten van de provinciale inzet goed te kunnen beoordelen is enig inzicht in de complexiteit van de herstructureringsprocessen onontbeerlijk. Daarom wordt deze complexiteit in de introducerende paragraaf ‘situatieschets’ kort beschreven.

3.1 Situatieschets
Doel Het uiteindelijke doel van het herstructureringsbeleid is vanzelfsprekend de concrete herstructurering van verouderde bedrijventerreinen. Daarvoor moeten concrete plannen worden gemaakt en concrete budgetten ter beschikking worden gesteld. Zonder de bijdragen van vele partijen (bedrijven, eigenaren, gemeente, etc.) komen deze plannen en budgetten niet tot stand. Belangen Partijen werken alleen samen met andere partijen als daarmee hun eigen belang voldoende wordt gediend. De bedrijven op het terrein zijn de belangrijkste partij. Zij zijn de eindgebruikers en dus de ‘klanten’ van het bedrijventerrein. De verbetering van het terrein moet vanzelfsprekend altijd (ook) ten dienste staan van de bedrijven op het terrein. Overheden en andere betrokken partijen moeten deze belangen kennen en hiermee rekening houden. De eigenaren van het bedrijfsvastgoed (vaak zijn dat de bedrijven zelf) hebben een lange termijn (waarde)belang bij verbetering van het terrein. Ook de belangen van eigenaren moeten bekend zijn bij overheden en andere betrokken partijen. De meest betrokken ‘overheidspartij’ in deze, is de gemeente waarin het bedrijventerrein ligt. De gemeente heeft een grote verantwoordelijkheid ten aanzien van de kwaliteit van het bedrijventerrein. Tegelijkertijd dient de gemeente het algemeen belang: regionale economische ontwikkeling, optimaal ruimtegebruik, economisch gebruik van energie en grondstoffen, verminderen van overlast. Complexe planvorming Mede door de inzet van provincies zijn vele planprocessen in gang gezet. De doorstart naar concrete uitvoerbare plannen gaat in veel gevallen moeizaam. De concrete uitvoering van (ingrijpende) herstructureringsprojecten is nog niet echt goed op gang gekomen. Een uitvoerbaar herstructureringsplan wordt door de gemeente samen met de bedrijven en eigenaren opgesteld (eventueel met hulp van externen). De uitvoering van het plan dient zowel de belangen van de betrokken private partijen als het algemeen belang. De partijen leggen in het plan (of in verschillende plannen) vast wie waaraan hoeveel financieel bijdraagt. De complexiteit van de planvorming wordt bepaald door: § Verschillen in (beleving van) belangen (zowel binnen partijen als tussen partijen) en de mate waarin de betrokken partijen zich voor deze belangen willen inzetten met mensen en geld;

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

16

§ §

Zwakke relaties: betrokken partijen kennen elkaar niet goed, ze zijn veelal niet gewend met elkaar samen te werken; Ontoereikende expertise (inhoudelijk en procesmatig) en capaciteit.

3.2 Inzet Provincies
Provincies werken op verschillende manieren aan het verkleinen van de belemmering bij de herstructurering van bedrijventerreinen. In dit resumerende hoofdstuk beschrijven we: 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5 Terreingerichte inzet van provincie ambtenaren; Terreingerichte inzet van subsidies; Stimulansen via regionale organisaties; Breed stimuleren door beleidscommunicatie en kennisoverdracht; Dwang.

Een resumerende beschrijving van de provinciale beleidsvorming volgt in paragraaf 3.3. Het consistent kwantitatief vergelijken van de opgaven, inzet en resultaten in de verschillende provincies is onmogelijk. Oppervlaktes en aantallen terreinen zijn geen goede indicatoren omdat de situaties erg verschillen in complexiteit. De inzet van mensen en financiële middelen voor herstructurering wordt in elke provincie weer anders gemeten, dus ook hierbij zijn alleen grove vergelijkingen mogelijk. Onderstaande samenvattende beschrijving van de inzet van provincies is derhalve voornamelijk kwalitatief. 3.2.1 Terreingerichte inzet van ambtenaren In een aantal provincies ging het de afgelopen jaren als volgt: Provinciale ambtenaren agendeerden de herstructureringsnoodzaak rechtstreeks bij gemeenteambtenaren. Ze namen zelf contact op, kwamen kijken, bespraken de noodzaak tot verbeteren van het (de) bedrijventerrein(en) en zetten aan tot planvorming. De betreffende provincieambtenaar (beleidsmedewerker, accountmanager, of specifieke ambtenaar voor uitvoering subsidiebeleid) begeleidde de gemeente vervolgens bij het opstellen van een subsidieaanvraag. Dit ging (en gaat) vaak zover dat deze ambtenaar inhoudelijk input leverde voor de plannen en verschillende sessies met bedrijven en andere betrokkenen bijwoonde. Deze manier van werken (concrete ondersteuning) heeft sterk bijgedragen aan het in gang zetten van herstructureringsprocessen. Vooral in kleine gemeenten is hulp welkom omdat de ambtenaren niet beschikken over de benodigde expertise: de meeste van hen krijgen hooguit één keer in hun carrière te maken met de ontwikkeling of herstructurering van een bedrijventerrein. Overigens hebben niet alle gemeenten behoefte aan inhoudelijke of procesmatige ondersteuning vanuit de provincie, vooral de grotere gemeenten beschikken over voldoende capaciteit en hebben een eigen visie op de herstructurering van bedrijventerreinen. Er zijn ook provincies waar de ambtenaren meer een afwachtende houding aannemen en de gemeenten op zich af laten komen. Wanneer de provincie geen actief beleid (inclusief financiële ondersteuning) ‘uit-

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

17

straalt’, is het meer een kwestie van actieve gemeenteambtenaren (of andere partijen) die zelf bedenken dat de provincie hen wellicht kan ondersteunen. In veel provincies ontbreekt het aan duidelijke afwegingen bij de keuze voor te ondersteunen terreinen (geen duidelijke prioritering). Daardoor had de provinciale inzet wel eens een ongestructureerd karakter. In sommige provincies groeide het aantal ‘onder handen zijnde’ terreinen boven de provinciale begeleidingscapaciteit uit en werd het voor de provinciale ambtenaren steeds moeilijker om intensief betrokken te zijn bij alle herstructureringsterreinen. Bij een aantal provincies worden daarom meer ambtenaren ingeschakeld voor de begeleiding van herstructureringsprocessen op bedrijventerreinen. Meerdere provincies willen een flink deel van het begeleidingswerk naar een regionaal schaalniveau verschuiven, of hebben dit al georganiseerd. Insteek via bedrijven en eigenaren op terrein De bedrijven en de vastgoedeigenaren op bedrijventerreinen zijn belangrijke, zo niet de belangrijkste, partijen op het bedrijventerrein. Veel gemeenten kennen de bedrijven en eigenaren niet (goed), en hebben moeite contact te leggen, gezamenlijke belangen te onderzoeken en een constructieve samenwerking op te bouwen. Het grootste deel van de bedrijven op bedrijventerreinen bestaat uit midden- en kleinbedrijf, de ondernemers zijn vaak ook eigenaar van het bedrijfspand. Deze groep is moeilijk bereikbaar, laat zich moeilijk vertegenwoordigen en kan het zich naar eigen zeggen vaak niet permitteren tijd en geld in de verbetering van hun bedrijfsomgeving te stoppen. De meeste provincies zijn niet actief in het direct benaderen van marktpartijen op een terrein. In stuurgroepen 8 waarin de provincie participeert, is er vaak wel contact met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven: voorzitter bedrijvenvereniging, afvaardiging Kamer van Koophandel, VNO-NCW. Omdat op het locale niveau persoonlijke contacten en gedegen kennis van de locale situatie erg belangrijk zijn, vinden de meeste provincies dat de afstemming met de bedrijven op het terrein vooral op locaal niveau (gemeente - bedrijven - eigenaren) moet plaatsvinden. Toch gaan provincies in sommige gevallen rechtstreeks het contact aan met de bedrijven op een bedrijventerrein. Redenen hiervoor zijn bijvoorbeeld: § § Actieve voorzitter (of lid) van de bedrijvenvereniging gaat op zoek naar ondersteuning bij verbetering van het terrein, ontdekt dat de provincie een bijdrage kan leveren en neemt zelf contact op; Provincie probeert bedrijven bewust te maken van de kwaliteit van hun bedrijfsomgeving en hoopt op deze manier het herstructureringsproces in gang te zetten (biedt bijvoorbeeld de bedrijven rechtstreeks een duurzaamheidsscan aan); § § Provincie besteedt aandacht aan het terrein in verband met een belangrijke ingreep, denk aan verandering van de provinciale weg; Slechte relatie tussen bedrijven op een terrein en de gemeente, een van de (vertegenwoordigers van deze) partijen vraagt de provincie of deze een bijdrage kan leveren aan het verbeteren van de relatie. Uiteindelijk sturen provincies wel altijd aan op een goede samenwerking tussen de gemeente en de bedrijven en liefst ook de eigenaren van het bedrijventerrein. Indien nodig biedt zij daarbij ondersteuning aan.

8 Bij de herstructurering van een bedrijventerrein worden vaak meerdere werkgroepen en een stuurgroep ingesteld.

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

18

3.2.2 Terreingerichte inzet van subsidies De eerder genoemde TIPP-regeling (vanuit ministerie EZ) en de provinciale cofinanciering daarbij zijn een belangrijke stimulans geweest bij het in gang zetten van herstructureringstrajecten. Vooral in provincies waar bekend is dat er veel geld beschikbaar is voor herstructurering, kloppen veel gemeente-ambtenaren zelf aan met initiatieven (Noord-Holland, Brabant). De specifieke herstructureringssubsidies zijn met name gericht op procesondersteuning (inhuren bureau voor planvorming en begeleiding) en in mindere mate op uitvoering van ingrepen (saneringen, wegvernieuwing, etc). De uitvoering van de subsidieregeling behelst veel werk: begeleiding bij planvorming, toetsing van het plan, controle van de uitvoering. Het herstructureringstraject wordt veelal in meerdere fases geknipt, dus zijn er ook meerdere subsidie-aanvragen, –beoordelings en –controlemomenten per terrein. De ene provincie pakt de subsidiebegeleiding efficiënter en effectiever aan dan de andere provincie. Wanneer de ‘subsidie-ambtenaren’ ook bedreven zijn in het aanboren van andere publieke investeringsbronnen, kunnen zij het herstructureringsproces een flinke extra stimulans geven. Denk hierbij zowel aan het aanboren van interne provinciale middelen van de beleidssectoren milieu, verkeer&vervoer en ruimtelijke ordening als externe middelen (Novem, regionaal economische stimuleringsgelden van het Rijk en Europese Unie). Hoewel de nationale herstructureringsopgave enorm is (minimaal 10.000 ha verouderd bedrijventerrein), zullen de nationale herstructureringsbudgetten teruglopen. Provinciale herstructureringsbudgetten lijken (nog) niet te krimpen. Verder zijn provincies op zoek naar nieuwe financieringswijzen. Enerzijds willen zij de budgetten effectiever maken (meer output per €), bijvoorbeeld door ‘revolving funds’. Anderzijds proberen zij publieke middelen te verschuiven naar de herstructureringspot, denk aan opslag grondprijs nieuwe terreinen. Via ontwikkelingsmaatschappijen kunnen verschillende financieringsstromen gebundeld worden, paragraaf 3.3.3 gaat daar verder op in. Effecten subsidies Subsidies werken als een stevige zet in de goede richting: het proces wordt in gang gezet. De uiteindelijke uitvoering laat in veel gevallen nog lang op zich wachten. Gebrek aan budget wordt vaak als belemmering genoemd: de veelal dure fysieke ingrepen zijn doorgaans alleen gedeeltelijk te financieren met gemeentebudgetten. Aanvullende financiering vanuit provincie en Rijk is veelal ontoereikend. Het gebeurt dat subsidie-aanvragers bij aanvang van het herstructureringsproces sterk gefixeerd zijn op het binnenhalen van de proces- of plansubsidie en zich te weinig oriënteren op de financiering van de uitvoering. Tot voor kort waren gemeenten en bedrijven en/of vastgoedeigenaren op bedrijventerreinen niet geneigd veel geld te besteden aan (op peil houden van) de kwaliteit van ‘hun’ bedrijventerrein. Voor marktpartijen geldt dat investeringen in de kwaliteit van de bedrijfsomgeving en samenwerking met betrokken partijen zich op een of andere wijze terug moeten betalen (imago bij klanten en potentiële werknemers, efficiency, besparingen). Het feit dat bedrijven steeds meer waarde hechten aan de kwaliteit van hun omgeving, betekent dat ook de betalingsbereidheid toeneemt. Deze trend heeft zich echter nog niet in alle sectoren en marktsegmenten gemanifesteerd.

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

19

Burgers hechten veelal meer waarde aan de kwaliteit van hun woonomgeving dan aan de kwaliteit van bestaande bedrijventerreinen in hun gemeente. Dat vertaalt zich via democratische wegen door naar gemeentebudgetten. Dat dezelfde burgers zich ook ergeren aan het ongebreideld opslokken van het open landschap door bedrijventerreinen, wordt nog onvoldoende vertaald naar gemeentelijke budgetten voor verbetering van bestaande bedrijventerreinen. Burgers vinden bovendien de kwaliteit van bestaande en nieuwe bedrijventerreinen te laag (lelijke gebouwen, onaantrekkelijke openbare ruimte, unheimisch gevoel). Ook de wens om aantrekkelijker bedrijventerreinen te creëren die ook geschikt zijn voor recreatief gebruik (er doorheen fietsen, andere leisure functies ter plekke) lijkt nog onvoldoende via democratische wegen te worden geuit. 3.2.3 Stimulansen via het regionale schaalniveau In alle provincies zetten ook regionale organisaties zich in voor de herstructurering van bedrijventerreinen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om samenwerkende gemeenten zoals regionaal economische overleg organen en ‘economische stimuleringsgebieden’ (regionale projectenbureaus), Kamers van Koophandel, en ontwikkelingsmaatschappijen. De manier waarop regionale organisaties de herstructurering van bedrijventerreinen ondersteunen, verschilt van lobby-achtige activiteiten tot concrete ondersteuning van herstructureringsprocessen. Net zoals de procesondersteuning door provincie-ambtenaren een belangrijks stimulans voor herstructureringsprocessen is, geldt dat ook voor concrete ondersteuning vanuit regionale organisaties. De gemiddelde gemeentelijke ambtenaar houdt zich wellicht maar één keer in zijn/haar carrière bezig met de herstructurering van een bedrijventerrein, dus heeft daar veelal weinig ervaring mee. Concrete hulp van buiten (procesmanager, inhoudelijke deskundigen, financiële participatie) betekent in veel gevallen het verschil tussen wel of geen herstructureringsproces. De bijdrage die regionale organisaties kunnen leveren aan het in gang zetten en begeleiden van herstructureringsprocessen is afhankelijk van hun opdracht (herstructurerings-werkprogramma) en personele capaciteit, bestuurlijk commitment van de partijen die de opdracht (mede)bepalen en (mede)financieren, de ontstaansgeschiedenis van de organisatie (vanuit regio zelf of opgezet door provincie), regionale cultuur en financiële slagkracht. In onderstaande alinea wordt de inzet van enkele belangrijke regionale partijen nader beschreven. Samenwerkende gemeenten Samenwerkingsverbanden tussen gemeenten ontstaan zowel spontaan (bijvoorbeeld regio Helden in de provincie Limburg) doordat gemeenten hun slagkracht willen vergroten, als door inspanningen door de provincie (opzet ‘RES-sen’ Noord-Holland en REO’s Zuid-Holland). Het samen werken aan een gezamenlijke ruimtelijk economische visie en uitvoeringsprogramma heeft vaak een goede invloed op de neiging om met elkaar af te stemmen. Toch ligt de concurrentieneiging steeds op de loer: het blijft voor een wethouder moeilijk om bedrijven door te verwijzen naar een andere gemeente. De slagkracht die samenwerkende gemeenten hebben verschilt ook, afhankelijk van de opdracht en middelen. Soms is er een kantoor met personeel, budgetten en een duidelijk werkprogramma, zoals bijvoorbeeld projectenbureau Gooi en Vechts-

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

20

treek (Noord-Holland), Drechtsteden (Zuid-Holland), Parkstad-Limburg. Soms bestaat de samenwerking voornamelijk uit regelmatig overleg tussen de gemeenten en de provincie (Programmaoverleg Overijssel). Kamer van Koophandel De Kamers van Koophandel stellen zich per regio heel verschillend op aangaande de herstructurering van bedrijventerreinen. Er zijn Kamers die zelf de herstructureringsinitiatieven aanzwengelen via de bedrijven en vervolgens ook een flink deel van het proces begeleiden (bijvoorbeeld KvK Zwolle). Zij geloven erin dat het initiatief voor duurzame verbetering vanuit het bedrijfsleven moet komen, zij zien dit als een voorwaarde voor een voorspoedig samenwerkingsproces. Er zijn ook Kamers van Koophandel die vinden dat zij alleen ontwikkelingen moeten signaleren aan overheden. Toch wordt een partij als de Kamer van Koophandel in principe zeer geschikt gevonden als aanjager en procesbegeleider: § § § De Kamer handelt vanuit het regionale economisch belang op korte en langere termijn en heeft geen direct belang bij de ontwikkeling van het terrein; De Kamer kent het locale bedrijfsleven (wensen, ontwikkelingen) in het algemeen goed; De Kamer is in staat de economische belangen en bedrijfswensen in beleidstaal te verwoorden, kent de manier van werken van overheden en is daarom goed in staat een deel van het proces (vooral aanloop) te begeleiden. Overigens worden hier ook kanttekeningen bijgeplaatst: wat de Kamer zegt, sluit niet altijd aan op de wensen van het bedrijfsleven en bovendien heeft de Kamer niet altijd een gunstig imago bij het bedrijfsleven (vooral kleinere ondernemers staan sceptisch over het nut van de Kamer). Brede samenwerkingsverbanden Daarnaast zijn er nog allerlei regionale samenwerkingsverbanden waarin verschillende partijen participeren, denk aan de provincie, gemeenten, Kamer van Koophandel, milieuorganisatie, werkgevers- en werknemersorganisatie. Dit soort verbanden zijn belangrijk voor afstemming en kennisoverdracht tussen verschillende partijen. Dat gebeurt middels themabijeenkomsten, maar ook door persoonlijke doorverwijzingen. Er zijn ook regionale samenwerkingsverbanden die als een projectenbureau met projectmanagers gemeenten ondersteunen bij de verbetering van bedrijventerreinen (zoals in de Gooi- en Vechtstreek). Regionale ontwikkelingsmaatschappijen Regionale ontwikkelingsmaatschappijen (oa. BOM, NOM, OOST NV, Liof, RON, ROMD9) zijn gericht op het stimuleren van de regionale economische ontwikkeling, bijvoorbeeld middels directe investeringen in innovatie en procesmatige ondersteuning bij netwerkvorming tussen bedrijven. Daarnaast houden zij zich bezig met bedrijventerreinen. Tot voor kort ging het daarbij voornamelijk om de ontwikkeling van nieuwe terreinen, maar de ontwikkelingsmaatschappijen richten zich nu ook steeds meer op bestaande terreinen. Daarbij kunnen zij een procesondersteunende rol hebben (partijen bij elkaar brengen, bijvoorbeeld OOM), een rol als uitvoerende projectenorganisatie maar ook direct financieel participeren (RON, BOM). Directe

9 BOM: Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij, NOM: Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij, OOST NV: Ontwikkelingsmaatschappij Oost Nederland (na fusie GOM en OOM), LIOF: Limburgse Ontwikkelingsmaatschappij, RON: Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Noordzeekanaalgebied, ROMD: Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Drechtsteden.

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

21

financiële participatie bij herstructurering via een ontwikkelingsmaatschappij staat nog in de kinderschoenen, er zijn nog geen voorbeelden van afgeronde projecten. Toch oriënteren meerdere provincies op een zwaardere financiële rol van de ontwikkelingsmaatschappij, zie het kader op de volgende pagina.

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

22

De ontwikkelingsmaatschappij als financiële stimulator Financiële participatie door (mede-)eigendom is soms de enige manier om de herstructurering van de grond te krijgen en/of te optimaliseren. De ontwikkelingsmaatschappij of ‘herstructureringsmaatschappij’ pakt projecten op die cruciaal zijn voor de positieve ontwikkeling van een bedrijventerrein, maar commercieel oninteressant (laagrendabel of zelfs verliesgevend). De herstructureringsmaatschappij kan een (deel van een) terrein opkopen, na de herstructureringsoperatie verkopen en de opbrengsten vervolgens weer inzetten voor de herstructurering van een ander terrein. Ook kan een herstructureringsmaatschappij het cruciale zetje geven om een publiek-privaat herstructureringsplan tot uitvoering te brengen, door het laatste deel van de financiering af te dekken. De provincie kan (of wil) veelal niet direct zelf participeren vanwege het financiële risico. Middels de herstructureringsmaatschappij kunnen herstructureringsmiddelen van provincie, gemeenten en wellicht commerciële partijen gebundeld worden in een in aparte NV. Provincie en gemeenten zijn (mede)-aandeelhouders, zij sturen via de aandeelhoudersvergadering en committeren zich zo aan de activiteiten van de maatschappij. De bundeling van middelen in een aparte NV komt de transparantie en controleerbaarheid van de financiële stromen ten goede. Tevens betekent bundeling van middelen ook bundeling van macht en slagkracht. Een ontwikkelingsmaatschappij is idealiter een bedrijfsmatig werkend separaat orgaan (geen langdurige besluitvormingsprocessen) dat sterk op resultaten wordt afgerekend. Een degelijke herstructureringsmaatschappij participeert niet in projecten waarvoor geen stevig bestuurlijk commitment bestaat. Door deze voorwaardelijke manier van werken kan de herstructureringsmaatschappij planprocessen positief beïnvloeden. De middelen die worden ingezet voor aankoop van terrein en panden zijn risicodragend: het rendement bij verkoop na herstructurering (/herontwikkeling) is vooraf niet bekend. De provincie kan een deel van het subsidiebudget (dat anders sowieso zou ‘verdwijnen’) bestempelen als ‘risicodragend’ en de toekomstige opbrengsten laten terugvloeien in de herstructureringsmaatschappij. Op deze manier worden de budgetten als ‘revolving fund’ ingezet, waardoor de kans wordt geschapen meer te bereiken met dezelfde budgetten. Daarnaast zal de provincie bovenop de gangbare subsidiestromen extra middelen moeten vrijmaken om als risicodragend kapitaal voor de herstructureringsmaatschappij in te zetten; de bedragen die gemoeid zijn met aankoop van terrein en opstallen zijn een stuk hoger dan de gangbare subsidiebudgetten. Tevens kan de herstructureringsmaatschappij private partijen (projectontwikkelaar, zittende eigenaar) laten meeinvesteren in collectieve verbeteringen van een terrein. Commerciële partijen zullen dit alleen doen wanneer zij een duidelijk verband zien met hun eigen toekomstige opbrengsten bij verkoop. Ook is het mogelijk om afspraken te maken over het afromen van de waardestijging van private gronden bij verkoop na herstructurering (financiering achteraf). Een ontwikkelingsmaatschappij die zich zowel met nieuwe als met bestaande terreinen bezighoudt, kan verevenen tussen de opbrengsten van de ontwikkeling van nieuwe terreinen en de kosten van de herstructurering van bestaande terreinen. Ook kan worden verevend bij gedeeltelijke transformatie naar een andere functie (bijv. wonen).

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

23

3.2.4 Breed stimuleren: beleidscommunicatie en kennisoverdracht Naast de terreingerichte ondersteuning van herstructureringprojecten met mensen en middelen, stimuleren provincies de herstructurering ook ‘breed’ (niet specifiek op bepaald terrein / gemeente gericht) door beleidscommunicatie en kennisoverdracht. Beleidscommunicatie Enkele provincies hebben heel duidelijk aparte nota’s gericht op het thema herstructurering van bedrijventerreinen, zoals de Nota uitwerking revitaliseringsbeleid van de provincie Limburg en de Nota bedrijventerreinen ‘van trekkracht naar slagkracht’ van de provincie Gelderland. Bij andere provincies zit het thema meer ‘verstopt’ tussen andere thema’s (zoals bijvoorbeeld het sociaal economische beleid in Overijssel) worden er (nog) geen aparte nota’s aan gewijd. De kennis van het provinciale beleid voor de herstructurering van bedrijventerreinen zal doorgaans geen belemmering vormen voor het ingang zetten van herstructureringsprocessen: Gemeenteambtenaren zijn veelal goed op de hoogte van de relevante beleidsdocumenten van de provincie (streekplan, beleidsnota bedrijventerreinen, specifiek herstructureringsnota, subsidie-informatie). Voor bedrijven die zich namens een bedrijvenvereniging inzetten voor verbetering van hun terrein is het vaak niet geheel duidelijk hoe het provinciale beleid in elkaar steekt, en vooral niet welke organisatie binnen provincie de eigenlijk wat doet. Grote vastgoedeigenaren (beleggers) zijn wel op de hoogte van overheidsbeleid in grote lijnen en weten meestal ook wel wat de insteek van verschillende overheden is. De meeste eigenaren van bedrijfsvastgoed op bedrijventerreinen zijn relatief kleine organisaties, vaak de ondernemer zelf. Zij willen misschien dat de weg wordt gerepareerd, dat de borden worden vernieuwd en dat er beveiliging komt, ze willen misschien ook wel milieuvriendelijk opereren, en misschien willen ze optimaler gebruikmaken van de ruimte op het terrein. Maar dat kans dat zij het provinciale beleid ten aanzien van duurzame bedrijventerreinen kennen is klein. Tegelijkertijd zullen zij met eventuele ideeën voor verbetering van het terrein eerder aankloppen bij de gemeente dan bij de provincie. Kennisoverdracht herstructurering De kennis die gemeenteambtenaren (vooral in kleinere gemeenten) hebben van de herstructurering kan een belangrijke belemmering zijn bij het ingangzetten van herstructureringsprocessen. Het gaat om zowel procesmatige kennis als om technische, juridische en financiële kennis. Provincies werken op verschillende manieren aan overdracht van deze kennis, door persoonlijke overdracht (door ambtenaren, cursussen, bijeenkomsten) en met documentatie / websites. Ook andere instanties verspreiden informatie over het thema (bijvoorbeeld Novem, regionale organisaties). Er zijn klachten over de veelheid aan informatie en het overlappen daarvan. Ook wordt gesteld dat men liever concrete hulp krijgt dan overladen te worden met documentatie die vaak niet direct praktisch inzetbaar is. In het algemeen lijkt persoonlijke kennisoverdracht (één op één, cursus, bijeenkomst) het meest effectief te zijn. Betrokken ambtenaren vinden het prettig om een collega elders te kunnen bellen met een vraag. Nog prettiger (en effectiever) is het als zich een procesmanager aandient die de betreffende ambtenaar ondersteunt met zowel informatie en advies als met concrete hulp (gesprekken voeren, bijeenkomsten organis e-

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

24

ren, plannen opstellen). Er zijn verschillende typen ambtenaren: zij die ‘het willen en kunnen leren’ en zij die geholpen willen worden, die niet als doel hebben dit echt goed zelf te kunnen. Vooral bij kleinere gemeenten meer van de laatste soort te vinden, gezien het feit dat de kans voor hen relatief klein is dat zij nog een keer te maken krijgen met de herstructurering van een bedrijventerrein. Bedrijven en eigenaren van bedrijfsvastgoed zijn uiteindelijk de belangrijkste doelgroepen. Voor hen geldt nog sterker dan voor ambtenaren dat zij niet graag dikke stapels documenten doorwerken. Zij ontvangen het liefst zo beknopt mogelijke informatie, die relevant is voor hun terrein. Op meerdere terreinen worden nieuwsbrieven uitgegeven waarin de herstructurerings-acties kort en bondig wordt beschreven. Wat ook goed blijkt te werken is kennisoverdracht door andere bedrijven, zij spreken elkaars taal en voelen goed aan om welke vragen en belangen het gaat. 3.2.5 Dwang De meeste gesprekspartners zien niets in dwangmiddelen (wel in stimulansen). Er zijn wel middelen, maar deze worden niet worden ingezet, ten eerste omdat zij de relatie met het bedrijfsleven zouden verslechteren, ten tweede doordat de dwangmiddelen relatief onbekend zijn en ten derde omdat handhaving vaak niet eenvoudig is. Voorbeelden van dwangmiddelen zijn: § Baatbelasting: De meeste gemeenten zien hier niets in omdat hierdoor de relatie tussen gemeente en bedrijfsleven sterk zou verslechteren. Enkele gemeenten vinden het middel acceptabel als een meerderheid bedrijven/eigenaren bereid is te betalen, dan kan rest gedwongen worden. Ook de provincie zou theoretisch gezien baatbelasting kunnen heffen, bijvoorbeeld wanneer zij de provinciale toegangsweg naar een bedrijventerrein verbetert (en kan inzetten als subsidie voor andere ingrepen op het terrein). § § § Aanschrijvingen: Als de betreffende gemeente een specifiek beleid daarvoor ontwikkelt, kan zij een verbetering van het onderhoudsniveau van panden en kavels afdwingen door zgn. aanschrijvingen. Financiële sancties: Een aantal zaken, zoals grondsanering bij ernstige vervuiling, is af te dingen met (de dreiging van) forse boetes. Juridisch planologisch: Met ruimtelijke provinciale plannen kan globaal wel worden gestuurd (regionaal bedrijventerrein, locaal bedrijventerrein), maar kan moeilijk als dwangmiddel ten aanzien van de herstructurering van bedrijventerreinen worden ingezet. § Contractverplichtingen: De betrokken bedrijven/eigenaren op een terrein kunnen onderling en met de gemeente afspraken maken over financiële bijdragen aan verschillende ingrepen / voorzieningen / diensten. Vaak wordt er voor de bedrijven en / of de eigenaren hiertoe een stichting of een vereniging opgericht waarmee de betrokkenen verplichtingen aangaan. Bij nieuwe bedrijventerreinen is de participatie of het lidmaatschap in de grondcontracten (soms via mandeligheid, gezamenlijk eigendom) te regelen, bij bestaande terreinen moeten deze verplichtingen vrijwillig aangegaan worden (hoewel mandeligheid bij ondergrondse infrastructuur een juridische basis voor verplichtingen kan bieden). De afspraken zijn meestal niet geheel juridisch waterdicht te maken. Meestal wordt ingezet op goede resultaten en regelmatig contact met de betrokkenen, waardoor de betrokken partijen zich zelf verplicht voelen financieel bij te dragen.

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

25

3.3 Beleidsvorming
De herstructureringsopgave en de (globale) beschrijving van het provinciale beleid wordt in verschillende beleidsdocumenten beschreven: structuurplan/streekplan, onderliggende nota’s ruimtelijk beleid m.b.t. bedrijventerreinen, nota’s economisch beleid, nota’s milieubeleid, onderzoeksrapportages en actieprogramma’s. Bij de start van de nieuwe provinciale bestuursperiode nemen de meeste provincies wel iets over de herstructurering van bedrijventerreinen op in hun bestuursakkoord, in de meeste provincies moet er de komende tijd nog veel worden uitgewerkt. Wat opvalt bij de beleidsvorming is enerzijds de manier waarop men zich binnen de provincies bewust werd van de herstructureringsnoodzaak en anderzijds het feit dat het herstructureringsbeleid (welke inzet is optimaal) sterk in ontwikkeling is. 3.3.1 Bewustwording herstructureringsnoodzaak Op de vraag hoe provincies zich bewust geworden zijn van de herstructureringsnoodzaak, worden soortgelijke antwoorden gegeven. De belangrijkste aanleiding -en meteen ook het grootste verschil tussen provincies- betreft de spanning tussen vraag en aanbod van bedrijventerreinen. In Zuid-Holland en Brabant bijvoorbeeld, is de vraag naar terreinen de afgelopen jaren harder gegroeid dan het aanbod. Tegelijkertijd is er een enorme hoeveelheid verouderd terrein in beide provincies. Hierdoor is de aandacht voor het gebruik en de kwaliteit van bestaande terreinen sterk gegroeid. In provincies waar de economische groei niet zeer uitbundig is geweest en waar nauwelijks kwantitatieve spanning tussen vraag en aanbod is, wil men door de revitalisering van bestaande bedrijventerreinen vooral aantrekkelijk blijven als economische vestigingsplaats (bijvoorbeeld Overijssel). Signalen uit de markt -bedrijven die klagen over de kwaliteit van hun bedrijventerrein- bereiken de provincie voornamelijk via de gemeenten. Deze signalen zijn overigens niet zo sterk (of worden niet als zodanig ervaren) dat provincie ambtenaren dat als eerste en belangrijkste reden noemen voor hun herstructureringsbeleid. De zichtbare aantasting van het landschap door de ontwikkeling nieuwe bedrijventerreinen was en is electoraal een belangrijk thema (o.a. voor Noord-Holland). De aandacht voor optimaler gebruik van bestaande terreinen is hier sterk door gevoed. Dat veel gemeenten tegen hun grenzen aan groeien, heeft dit bewustzijn nog versterkt. De eerste aanzet tot herstructurering kwam in veel provincies overigens vanuit de sector milieu, welke in veel provincies vanzelfsprekend nog altijd sterk betrokken is bij het thema duurzame bedrijventerreinen. Een andere factor van belang is het Rijksbeleid. De beleidscommunicatie en subsidieregeling vanuit het ministerie van Economische Zaken hebben veel provincies ertoe aangezet de herstructurering van bedrijventerreinen actief te stimuleren. De bekende TIPP-regeling (Tender Investeringsprogramma’s Provincies) loopt tot en met dit jaar. Het budget voor de toekomstige regeling zullen naar verwachting veel beperkter zijn dan tot nu het geval was, bovendien zijn de ‘spelregels’ nog niet bekend. Het lijkt erop dat het Rijk de schaarsere middelen gericht wil inzetten op minder terreinen, waarbij een relatief groot (strategisch) herstructureringsbelang aan de orde is. Dit is een onzekere factor bij de vorming van nieuw provinciaal beleid.

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

26

3.3.2 Opgavebepaling en prioritering Omdat de opgave-inventarisatie op verschillende manieren is uitgevoerd en de opgaven in de beleidsnota’s vaak ook verschillende beleidsperiodes betreffen, is het onmogelijk deze goed te vergelijken. Toch is duidelijk dat in Brabant en Zuid-Holland de herstructureringsopgave verreweg het grootst is. In de meeste provincies wordt de herstructureringsopgave bepaald op basis van gegevens uit de IBISenquête10, al dan niet aangevuld met gegevens uit eigen provinciaal onderzoek. Overigens blijkt dat gemeenten bij de IBIS-inventaris atie soms geneigd zijn een te lage herstructureringsopgave op te geven vanwege het feit dat herstructureringsprojecten veel geld en personele inzet vergen. Daarom kan bij eigen provinciaal onderzoek blijken dat de opgave nog groter is dan het IBIS bestand aangeeft. Bij de opgave-formulering is met name de prioritering een moeilijk punt. Dit was het in de vorige bestuursperiode en dat is het nu weer; in de nieuwe bestuursakkoorden is veelal nog geen concrete opgave opgenomen. De diversiteit van de criteria en de manier waarop zij gewogen worden, maken de keuze zeer complex (en naderhand moeilijk uit te leggen). De belangrijkste criteria bij het opstellen van prioriteitenlijsten zijn: § § § § § § § § Regionaal economisch belang en economische potentie van het terrein; Mate waarin knelpunten kunnen worden opgelost door de herstructurering (ruimtewinst, verbetering infrastructuur); Relatie met nieuwe terreinen in de regio: strategische doorschuiflocatie (positief) of ongewenste concurrent (negatief); De bijdragen van de betreffende gemeente in inzet van mensen en middelen (reeds bijgedragen en geplande bijdragen); De mate waarin gecoördineerde inzet van de provinciale beleidssectoren (personeel en budget) geleverd kan worden; Politieke motieven provinciebestuur; Prioriteiten op rijksniveau (en de subsidies die daarmee samenhangen); Innovatief karakter, ofwel de mate waarin de provincie kan leren van het project.

Veel provincies hebben nog geen duidelijke keuze voor een prioriteitenlijst gemaakt. Dat komt enerzijds omdat men de afweging niet helder kan maken (geen duidelijk lijstje met criteria en wegingsfactoren) en anderzijds omdat bestuurders zich niet impopulair willen maken met bepaalde keuzen. Bovendien kan het gebeuren dat regio’s, na een moeizaam afstemmingsproces tussen gemeenten, prioriteit geven aan een ander terrein dan de provincie. Het kan ook gebeuren dat in bepaalde regio’s geen enkel ‘provinciaal prioriteit-terrein’ blijkt te liggen. De afstemming tussen regio’s en provincie is kortom ook een complicerende factor bij het opstellen van prioriteitenlijsten.

10 Jaarlijkse IBIS-enquête (Integraal Bedrijventerreinen Informatie Systeem): inventarisatie uitgifte + herstructureringsopgave bedrijventerreinen en kantoorlocaties in Nederland (30 grootste gemeenten). Opdrachtgevers: provincies in Nederland en Directoraat Generaal Ruimte.

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

27

3.3.3 Actuele ontwikkelingen herstructureringsbeleid Het provinciale beleid voor de herstructurering van bedrijventerreinen is relatief nieuw. Elke provincie pakte de uitwerking van dit beleid weer anders aan, hoewel er ook veel overeenkomsten zijn. Op dit moment zoeken veel provincies naar mogelijkheden om hun inzet voor de herstructurering van bedrijventerreinen te optimaliseren. Beleid ten aanzien van begeleiding herstructureringstrajecten Bij een aantal provincies is het de vraag wie het inmiddels aanzienlijke aantal gesubsidieerde herstructureringstrajecten gaat ‘bijhouden’. Hierbij gaat het om subsidietechnische begeleiding en controle, maar vaak ook om procesmatige en inhoudelijke input. Bij andere provincies is het veeleer de vraag hoe meer herstructureringstrajecten op gang gebracht kunnen worden. In beide gevallen is er méér en vaak ook andere personele inzet nodig (procesmanagers). Oplossingen worden zowel gezocht in uitbreiding van de capaciteit op provinciaal niveau als op regionaal niveau. Steeds meer provincies verschuiven de ondersteuning van herstructureringsprocessen naar het regionale niveau. Redenen hiervoor zijn: § Afstand tot de bedrijventerreinen verkleinen, drempel verlagen: een medewerker van een regionale organisatie die actief de gemeenten en bedrijventerreinen binnen die regio benadert en ondersteunt, is toegankelijker dan een ambtenaar die vanuit het provinciehuis op provinciaal schaalniveau werkt; § Efficiënte inzet van expertise en netwerken: op regionale schaal wordt expertise en een netwerk opgebouwd, bij elk volgend bedrijventerrein dat wordt aangepakt zal de ‘basiskennis’ (van regionale bedrijven, gemeenten, cultuur, ruimtelijke ontwikkelingen, leveranciers) groter zijn; § Stimulans voor de samenwerking tussen gemeenten: de markt voor bedrijventerreinen is een regionale markt. Om te komen tot een optimaal marktaanbod in de regio, moeten gemeenten afstemmen bij hun inzet voor nieuwe terreinen en/of bestaande terreinen. Ook met betrekking tot segmentering van het aanbod (doelgroepen profilering) is afstemming tussen gemeenten van belang (denk aan regionaal terrein versus locale terreinen); § § Beleidsvorming van onderop faciliteren: door een steviger input van gemeenten (via de regionale organisatie) bij de vorming van nieuw provinciaal beleid, zal het draagvlak voor dit beleid groter zijn; Financiering van andere partijen in de regio inzetten: gemeenten, Kamer van Koophandel en andere partijen kunnen financieel bijdragen aan een goede personele bezetting van het regionale kantoor. Integrale beleidsvorming ‘Bedrijventerreinen’ zijn vanzelfsprekend een belangrijk thema voor een afdeling economische zaken bij de provincie. Omdat deze doorgaans relatief weinig financiële en juridische middelen ter beschikking heeft, is het van belang dat de instrumenten waarover andere beleidssectoren beschikken (juridisch planologisch instrumentarium, investeringsbudgetten infrastructuur, milieusubsidies, etc) goed worden ingezet. Het komt veel voor dat het herstructureringsbeleid oorspronkelijk vanuit de beleidssector milieu is ingezet. Daardoor kan het gebeuren dat het economisch beleid onvoldoende doorvertaald wordt en er meer aandacht moet worden besteed aan de aansluiting tussen de verschillende beleidssectoren. EZ-ambtenaren zeggen dat zij proberen ‘zoveel mogelijk aan tafel te zitten’ bij overleg van andere beleidssectoren en zoveel mogelijk input vanuit economisch perspectief proberen te leveren. Dit draagt zeker bij aan het inte-

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

28

graal karakter van beleidsproducten. Toch blijft het moeilijk de bijdragen vanuit verschillende sectoren te stroomlijnen omdat de bestuurders en ambtenaren van verschillende beleidsvelden ook vaak verschillende prioriteiten hebben. Vernieuwing financieel instrumentarium De meest in het oog springende vernieuwing ten aanzien van de financiering van de herstructurering van bedrijventerreinen is de oriëntatie op de financiële participatie van ontwikkelingsmaatschappijen (of ‘herstructureringsmaatschappijen’) en de wijze waarop deze publiek en privaat kapitaal kunnen aantrekken. Zie hiervoor paragraaf 3.1.3.

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

29

4 Naar een optimale provinciale inzet
In de voorgaande hoofdstukken is de inzet van de provincies inzake de herstructurering van bedrijventerreinen beschreven. Hierin is ook aangegeven welke effecten de provinciale inzet heeft, tevens werden knelpunten en optimaliseringsmogelijkheden benoemd. De eerste paragraaf in dit hoofdstuk geeft een kort overzicht van de ‘herstructureringshobbels’ en de effectiviteit van de provinciale inzet. In de daar op volgende paragraaf worden aanbevelingen gedaan voor optimalisering van de provinciale inzet.

4.1 Herstructureringshobbels en effectiviteit van de provinciale inzet
Om het uiteindelijke doel, de realisatie van ‘herstructurering van bedrijventerreinen’ of ‘duurzame bedrijventerreinen’ te bereiken, moeten plannen worden opgesteld en moeten budgetten worden vrijgemaakt. De weg naar uitvoering van een herstructureringsoperatie of ‘verduurzaming’ van een bedrijventerrein kent vele hobbels. De grootste hobbels zijn de verschillen in (beleving van) belangen en de mate waarin de betrokken partijen zich voor deze belangen wensen in te zetten (prioriteiten stellen). Bedrijven en eigenaren zijn wel overtuigd van het nut van de ingrepen, maar het leveren van private bijdragen aan verbetering van het terrein als geheel (collectief karakter) wordt niet als vanzelfsprekend gezien. Overheden vinden een bijdrage wel vanzelfsprekend, maar moeten op democratische wijze de belangen ten aanzien van duurzame bedrijventerreinen afwegen tegen andere belangen. De planprocessen duren vaak zo lang, dat de kans bestaat dat onderweg het opgebouwde bestuurlijk commitment weer verdwijnt. Daarnaast levert de nieuwigheid van de samenwerking tussen publieke en private partijen ook de nodige hobbels op: bedrijven en eigenaren kennen elkaar onderling en over en weer vaak niet goed, hetzelfde geldt voor de gemeente enerzijds en de bedrijven en eigenaren anderzijds. Gemeenteambtenaren zijn wel gemotiveerd, maar hebben vaak onvoldoende tijd om zich goed met deze zaken bezig te houden en/of missen de benodigde expertise (zowel planinhoudelijk als procesmatig). De provincie tracht (samen met andere organisaties) op verschillende manieren de hobbels te verkleinen. Door brede communicatie probeert zij de beleving van het belang van ‘duurzame bedrijventerreinen’ te beïnvloeden en kennis en expertise aan te reiken. Daarnaast zet zij terreingericht mensen en financiële middelen ter ondersteuning in. Er is al veel bereikt: de bewustwording van het belang van ‘duurzame bedrijventerreinen’ en ‘herstructurering’ is goed doorgedrongen bij ambtenaren die zich met bedrijventerreinen bezighouden. Het in gang zetten en doorzetten van planprocessen blijft echter een complexe zaak. Hoe de effectiviteit van ‘brede communicatie’ zich verhoudt tot de effectiviteit van ‘terreingerichte ondersteuning’ weet niemand. Feit is wel dat er nog te weinig concrete herstructureringsplannen en –projecten zijn. Actieve terreingerichte ondersteuning is vaak de enige manier om een proces in gang te zetten en door te zetten. De nadruk van het herstructureringsbeleid moet daarom meer komen te liggen op terreingerichte ondersteuning van concrete planvorming en uitvoering.

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

30

Het nieuwe collegeakkoord 2003-2007 van de provincie Zuid-Holland sluit goed op aan op deze notie. Na een periode waarin de aandacht vooral werd gevestigd op planvorming, wordt in dit collegeakkoord de nadruk vooral gelegd op realisatie van herstructureringsprojecten. De aanbevelingen voor de provincie Zuid-Holland in de volgende paragraaf sluiten hier op aan. De aanbevelingen zijn geordend per onderdeel van de provinciale inzet en elk onderdeel wordt afgerond met een concreet actie-voorstel. Een deel van de aanbevelingen is gericht op vergroting van efficiëntie en effectiviteit: meer bereiken met bestaande mensen en financiële middelen. Daarnaast wordt voorgesteld de provinciale middelen sterker op ondersteuning van concrete planvorming en –uitvoering op terreinniveau in te zetten. Omdat de beschreven problematiek in veel provincies speelt, zullen ook andere provincies hun voordeel met deze aanbevelingen kunnen doen.

4.2 Aanbevelingen
4.2.1 Breed communiceren Met het breed communiceren van het herstructureringsbeleid en brede overdracht van ‘herstructureringskennis’ draagt de provincie bij aan de bewustwording en het kennisniveau van de verschillende betrokken partijen. Communiceren met bedrijven en vastgoedeigenaren Met name met betrekking tot de bewustwording en beleving van private belangen bij herstructurering valt nog veel te bereiken. Terwijl bedrijven en eigenaren zeer belangrijke partijen zijn bij het herstructureringsproces, lijken zij moeilijk te bereiken via ‘brede communicatie’ vanuit de provincie. Het is de vraag of en hoe deze ‘brede communicatie’ verbeterd kan worden. Ook is het de vraag hoe de directe communicatie op terreinniveau tussen private partijen en gemeente het beste kan worden aangepakt. De inzichten van vertegenwoordigende partijen (KvK, brancheorganisaties) sluiten vaak niet helmaal aan op de ideeën van de leden. Probeer de antwoorden op bovenstaande vragen daarom bij de doelgroepen zelf te verkrijgen. Dit levert goede input op en tegelijkertijd wordt zo gewerkt aan de beoogde communicatie.
→ Actievoorstel provincie Zuid-Holland: Vergaar ter verbetering van de communicatie bedrijfsleven-overheid input bij het bedrijfsleven en werk zodoende al aan een betere communicatie. Zorg dat er focusgroepen (vraagbaak-groepen) met daarin bedrijven en eigenaren worden opgezet (bijvoorbeeld door de Kamer van Koophandel). Zorg voor een gedifferentieerde deelname: groot en klein, verschillende sectoren, zowel bedrijven/eigenaren die betrokken zijn bij een herstructureringsproces als ‘blanco’ bedrijven/eigenaren. Zorg ook voor vertegenwoordiging van zowel ‘georganiseerde’ bedrijventerreinen als ‘niet-georganiseerde’ bedrijventerreinen. Laat vertegenwoordigende organisaties (KvK etc.) ook participeren en sluit aan op regionaal kennisplatform. Thema’s: noodzaak en behoeften m.b.t. herstructurering (waarover communiceren) als verschillende communicatie-thema’s (hoe communiceren). Zorg voor een koppeling met degenen die zich daadwerkelijk bezig (gaan) houden met herstructurering, laat hen bijvoorbeeld vragen voor de focusgroepen formuleren. Publiceer de resultaten in de e-mail nieuwsbrieven en op de website van DECOR.

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

31

Praktisch gehalte documentatie verhogen Veel gemeenteambtenaren vinden de beschikbare informatie over de herstructurering van bedrijventerreinen niet concreet genoeg, dit geldt nog sterker voor mensen uit het bedrijfsleven. Nieuw uit te geven documentatie moet antwoorden geven op vragen uit de praktijk. Enerzijds gaat het er om deze vragen goed te kennen, zorg dat hieraan bijvoorbeeld aandacht wordt besteed tijdens bijeenkomsten en bij gesprekken die provincieambtenaren ‘in het veld’ hebben. Anderzijds gaat het er om te zorgen voor documentatie die daadwerkelijk praktisch inzetbaar is. Zet mensen uit de praktijk in bij de productie van nieuwe documentatie: vergaar bij hen praktische informatie en laat hen meelezen en commentaar leveren. Overigens zijn de herstructureringsprocessen dermate complex dat teksten al snel een te zwakke weergave van de werkelijkheid zijn. Dit probleem is nooit geheel op te lossen daarom zal aanvullende persoonlijke raad of ondersteuning van een ervaren professional in veel gevallen nodig blijken.
→ Actievoorstel provincie Zuid-Holland: DECOR en Novem werken samen aan de productie van een proceshandreiking: ‘Naar duurzame samenwerking op duurzame bedrijventerreinen’, publicatie najaar 2003. Gebruik de e-mail nieuwsbrief en website als platform voor nadere praktijk uitwerkingen van de procesthema’s. Laat mensen uit de praktijk hun tips presenteren en toelichten met verhalen uit de praktijk.

Afstemming communicatie verbeteren Veel publicaties over herstructurering en duurzame bedrijventerreinen overlappen elkaar. Dit is niet alleen inefficiënt, maar werkt ook nog eens ontmoedigend voor de nieuwsgierige lezer. In samenwerking met andere partijen zoals bijvoorbeeld Novem / ministerie van Economische Zaken, andere provincies en wellicht gemeenten kan hier de nodige verbetering in worden gebracht. Ook worden veel bijeenkomsten rond het thema duurzame bedrijventerreinen en herstructurering van bedrijventerrein georganiseerd. Ongetwijfeld zal hierbij ook veel overlap zijn. Toch is dat geen reden om het aantal bijeenkomsten omlaag te schroeven: de uitwisseling van kennis en ervaringen met collega’s uit andere gemeenten en provincies wordt als zeer leerzaam ervaren.
→ Actievoorstel provincie Zuid-Holland: Ga bij elke brede communicatie actie na of andere partijen (Novem, ministerie van economische zaken, andere provincies of gemeenten) wellicht met een soortgelijke actie bezig zijn (of willen ondernemen) en probeer zoveel mogelijk samen te doen. Met betrekking tot de samenwerking tussen provincies biedt het interprovinciaal overleg (IPO) een geschikt platform. Namens de gemeenten is de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten een goed aanspreekpunt.

Ambtelijke uitwisseling stimuleren Zowel provincie- als gemeenteambtenaren hebben behoefte aan een gesprekspartner met wie ze ervaringen en kennis kunnen uitwisselen. Dat hoeft niet perse een duurbetaalde externe adviseur te zijn, ook collega’s van verschillende provincies en gemeenten kunnen elkaar raad geven of op z’n minst met elkaar meedenken. Zo kan voorkomen worden dat telkens weer het herstructureringswiel opnieuw wordt uitgevonden. Veel ambtenaren zijn huiverig om ‘zomaar’ een collega op te bellen. Zoals al is vermeld, dragen bijeenkom-

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

32

sten ertoe bij dat de ambtenaren elkaar weten te vinden. De netwerkvorming en uitwisseling moet actiever gestimuleerd worden.
→ Actievoorstel provincie Zuid-Holland: Persoonlijke ontmoeting is de beste basis voor contact tussen ambtenaren. Blijf daarom tijdens bijeenkomsten over herstructurering aandacht besteden aan de uitwisseling tussen collega’s in verschillende gemeenten. Bovendien is internet een zeer geschikt instrument om contacten tussen collega’s in verschillende provincies en gemeenten tot stand te brengen, richt op de DECOR site een ‘datingpagina voor herstructureringsmanagers’ in.

4.2.2 Terreingerichte ondersteuning Directe ondersteuning versterken De provincie kan de verschillen tussen de belangen van de betrokkenen niet opheffen. Wel kan zij gemeenschappelijke belangen breed onder de aandacht brengen. Bovendien kan zij op terreinniveau helpen zoeken naar gedeelde belangen en gezamenlijk gewenste ingrepen, dat zijn er vaak meer dan de betrokkenen in eerste instantie denken. Daar waar gemotiveerde maar ‘hulpbehoevende’ gemeenten worden ondersteund door een procesmanager en planinhoudelijke adviseurs, komen herstructureringsprocessen beter op gang. Als de provincie echt wil dat er op korte termijn meer herstructureringsprocessen in gang gezet worden, doet zij er goed aan de betrokken gemeenteambtenaren concreet te helpen bij hun ‘herstructureringswerk’. Geschikte procesmanagers zijn duur en bovendien moeilijk te vinden. De provincie moet ten eerste zorgen dat het beschikbare talent binnen de provinciale organisatie optimaal wordt benut en ontwikkeld. Bovendien moet de provincie samenwerken met regionale partijen (samenwerkende gemeenten) om externe procesmanagers te kunnen aantrekken.
→ Actievoorstel provincie Zuid-Holland: Zorg voor een optimale inzet van de regio accountmanagers, gebiedscoördinatoren milieu en wellicht ook andere medewerkers die gemeenten kunnen ondersteunen bij herstructureringsprocessen. Laat hen een ‘ontwikkeltraject procesmanagement herstructurering bedrijventerreinen’ doorlopen: dit behelst bijvoorbeeld een korte cursus, coachings-gesprekken met ervaren procesmanagers en een onderzoeksopdracht naar procesmatige herstructureringsbehoeften bij gemeenten (en de inzet van procesmanagers op regionaal schaalniveau). Zet overeenkomstig de huidige aanpak de provinciale procesmanagers (noem het de ‘procesmanagers-pool’) in via de regionale overlegorganen. Schakel bij grote behoefte aan procesondersteuning en/of expliciete behoefte aan een externe begeleiding een ext erne procesmanager in. Zorg dat gemeenten financieel bijdragen aan de inzet van een externe procesmanager, ook al is het maar voor een klein deel. Stel vooraf een percentage vast. Zorg dat ook de betreffende bedrijvenvereniging een deel (al is het maar symbolisch) bijdraagt. Zorg dat men ook probeert bijdragen van de regionale Kamer van Koophandel en wellicht andere partijen te genereren.

Provinciale terreingerichte ondersteuning via regionale organisatie Zoals in het vorige hoofdstuk werd beschreven, zijn er verschillende goede redenen om de ondersteuning van herstructureringsprocessen op regionaal schaalniveau aan te pakken (zie paragraaf 3.3.3): § Afstand tot de bedrijventerreinen verkleinen, drempel verlagen;

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

33

§ § § § §

Efficiënte inzet van expertise en netwerken; Stimulans voor de samenwerking tussen gemeenten; Financiering van andere partijen in de regio inzetten; Beleidsvorming van onderop faciliteren; Segmentering bedrijventerreinen optimaliseren.

→ Voorstel provincie Zuid-Holland: Bij de inzet van een externe procesmanager voor gemeenten via de regio, stelt de provincie Zuid-Holland als voorwaarde dat er een regionaal afgestemd uitvoeringsprogramma voor de herstructurering van bedrijventerreinen ligt. Toch moet deze voorwaarde niet al te rigide gehandhaafd worden. Op korte termijn is het belangrijker om herstructureringsprocessen in gang te zetten en te zorgen voor een vruchtbare procesaanpak. Dus wanneer gemeenten eenmaal de behoefte aan ondersteuning kenbaar gemaakt hebben, is het zaak hier snel op in te haken en een procesmanager aan te bieden. Vanuit deze basis kan verder gewerkt worden aan regionale afstemming. Op termijn, wanneer de herstructureringsprocessen stevig in gang zijn gezet en de regionale partijen zelf verder kunnen, kan de inzet van de provincie weer afnemen.

Uitbreiding en vernieuwing financieel instrumentarium De bedragen die gemoeid zijn met een concrete herstructureringsoperatie zijn enorm. De middelen die nodig zijn voor procesbegeleiding en planvorming vormen nog maar een klein deel van de middelen die nodig zijn voor de uiteindelijke herstructureringsingrepen. Het kost veel moeite om de benodigde budgetten bij de verschillende overheden van rijk tot provincie tot gemeente los te krijgen. Hetzelfde geldt voor het genereren van private bijdragen. Veel provincies ruimen aanzienlijke bedragen in voor herstructurering, maar de herstructureringsbudgetten op rijksniveau en op gemeentelijk niveau staan onder grote spanning. Om daadwerkelijk tot uitvoering van concrete herstructureringsoperaties te komen, is het nodig om zowel een verschuiving van publieke als van private middelen tot stand te brengen. § Verschuiving publieke middelen: Ten eerste gaat het om een verhoging van de bekende publieke budgetten die gericht zijn op bedrijventerreinen. En binnen verschillende beleidssectoren (verkeer en vervoer, RO, milieu) moeten sterkere claims worden gelegd op de budgetten die nodig zijn voor bestaande bedrijventerreinen. Ook via opslagen op de grondprijs voor nieuwe bedrijventerreinen en woningen kunnen publieke budgetten naar bestaande bedrijventerreinen worden geschoven. Budgetten kunnen ook anders worden ingezet: door publieke financiële participatie (i.p.v. subsidies) kan soms net de cruciale aanzet tot herstructurering worden gegeven. Door meer budgetten te beschouwen als ‘revolving fund’ wordt tevens de kans vergroot dat er ook gelden terugvloeien in de herstructureringskas, en weer opnieuw in te zetten zijn, waardoor de effectiviteit van deze publieke budgetten wordt vergroot. § Verschuiving private middelen: Daarnaast zijn er verschillende manieren waarop private middelen kunnen worden ingezet voor de herstructurering van bedrijventerreinen. Wanneer zicht is op toekomstige waardeontwikkeling door herontwikkeling van bestaande grond en/of bedrijfsgebouwen, kunnen bestaande eigenaren van bedrijfsvastgoed of projectontwikkelaars mee-investeren in de herstructurering. Ook is het mogelijk om afspraken te maken over het afromen van de waardestijging van private gronden bij verkoop na herstructurering (financiering achteraf).

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

34

→ Actievoorstel provincie Zuid-Holland: Ontwikkel (een) ontwikkelingsmaatschappij(en) die zich met name inzet(ten) voor de herstructurering van bedrijventerreinen. De karakteristieken van de ontwikkelingsmaatschappij § § § § § Financiers / participanten zijn gemeenten, regionale overlegorganen, provincie en wellicht private partijen; Koppeling met regionaal schaalniveau: regionale overlegorganen en regionale werkplannen zijn de basis voor de samenwerking in (gezamenlijke financiële participatie via) een ontwikkelingsmaatschappij; Laagrendabele of zelfs verliesgevende herstructureringsprojecten worden aangepakt (maatschappelijk economisch doel i.p.v. winstmaximalisatie) in combinatie met meer rendabele projecten; Rendementen worden geherinvesteerd in nieuwe herstructureringsprojecten; Optimale herstructureringskracht door bundeling van financiële stromen. Naast het aandelenkapitaal worden per project ingezet: - verschillende provinciale budgetten (milieu, verkeer&vervoer, economische zaken); - verschillende gemeentelijke budgetten (milieu, verkeer&vervoer, economische zaken); - rendement uit ‘revolving funds’ en inzet vereveningsmiddelen uit hoger rendabele projectdelen of projecten (transformatie naar woningbouw, aanleg nieuwe bedrijventerreinen); - private investeringen door vastgoed/grondeigenaren bij rendabele herontwikkeling; § Bedrijfsmatig werkend separaat orgaan (NV): helder werkplan (o.b.v. prioritering terreinen), vlotte besluitvormingsprocessen, transparantie en controleerbaarheid financiële stromen, strak personeelsbeleid (hoge eisen), af te rekenen op resultaten; § Participeert niet in projecten waarvoor geen stevig bestuurlijk commitment bestaat. Hierdoor positieve beïnvloeding planvormingsprocessen.

Prioriteiten De provincie Zuid-Holland heeft in haar collegeakkoord een opgave van 500 ha te herstructureren en 500 ha nieuwe bedrijventerrein opgenomen. Dit is een opgave voor alle betrokken partijen gezamenlijk. Daarom zal op de vraag welke terreinen het eerst geherstructureerd moeten worden ook zoveel mogelijk een gezamenlijk antwoord gegeven moeten worden. De provincie zal na afstemming met het Rijk, regio’s en individuele gemeenten aangeven welke terreinen op de provinciale prioriteitenlijst staan (zie ook paragraaf 3.3.2 met ‘prioriteringsfactoren’). Daarbij moet de provincie zo goed mogelijk aangeven waaruit de provinciale ondersteuning bestaat (wellicht ook als dat op onderdelen onzeker is) en wat zij van andere partijen verwacht. Hierbij kan beter voor een ruime provinciale inzet voor een beperkt aantal terreinen worden gekozen (kans op succes groter) dan voor een te geringe inzet voor meer terreinen (levert niets op). Om ook andere kansrijke herstructureringsinitiatieven vanuit regio’s/gemeenten te kunnen honoreren, moet naast het ‘prioriteitsbudget’ ook een flexibel in te zetten budget (geld en menskracht) worden vastgesteld. De komende jaren zal de provincie moeten aangeven welke resultaten zijn geboekt. Resultaten van herstructurering zijn onderling vaak moeilijk te vergelijken. Toch zal een (liefst landelijk) consistente manier van resultaatmeting vastgesteld moeten worden.

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

35

→ Actievoorstel provincie Zuid-Holland: Communiceer de prioriteitenlijst-in-wording met zowel het Rijk als de regio’s en zonodig individuele gemeenten. Stel een uitwerking opgave herstructurering bedrijventerreinen op, beschrijf hierin: § § De definitieve (korte) prioriteitenlijst met een zo duidelijk mogelijke onderbouwing van de keuze; De provinciale steun voor de ‘prioriteitsterreinen’, dus te leveren en/of financieren inspanningen voor de prioriteitenterreinen en de verwachting ten aanzien van de inzet van Rijk, regio’s, gemeenten en bedrijven/eigenaren op de terreinen; § § De potentiële provinciale steun voor kansrijke herstructureringsinitiatieven voor terreinen die niet op de prioriteitenlijst staan en de factoren die bepalend zijn bij het al dan niet toekennen van deze steun; De wijze van resultaatmeting.

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

36

Bijlage 1: Gesprekspartners
Provincie Zuid-Holland dhr. L.G. de Klerk mevr. S. Breedeveld Provincie Limburg mevr. M. Creemers- van As dhr. J. Wensink Provincie Brabant dhr. A. Doedens Provincie Gelderland dhr. A.J. Spies Provincie Overijssel dhr. J. Hoes Provincie Noord Holland dhr. M. Droge RES Gooi- en Vechtstreek dhr. F. Ripken dhr. D. Kierkels Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij dhr. M. Krikken Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Noordzeekanaalgebied dhr. G. Keet Overijsselse Ontwikkelingsmaatschappij dhr. F. Geerlings

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

37

Bijlage 2: Overige bronnen
§ § § § Ruimte voor Zuid-Holland, Coalitieakkoord 2003-2007. Provincie Zuid-Holland, april 2003. Handreiking duurzaamheid op bedrijventerreinen. Provincie Zuid-Holland Decor, 2001. Provinciaal Economische Visie, naar een duurzame en vitale economie. Provincie Zuid-Holland, 2001 Actieprogramma Samenwerken aan Kwaliteit van Bedrijventerreinen. Provincie Overijssel, Kamer van Koophandel Veluwe en Twente, Regio Twente, 2002. § Ruimte voor vernieuwing 2000+, kwaliteit in sociaal-economisch beleid 2000-2005. Provincie Overijssel, 2001. § § § § Ruimte voor een krachtig Overijssels bedrijvenlandschap 2000-2010. Provincie Overijssel, 2002. Evaluatierapportage Revitalisering bedrijventerreinen 2002. Provincie Limburg, 2002. Strategische visie NV BOM 2003-2007. Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij, 2002. Herstructureringsmaatschappij Bedrijventerreinen. Beoordeling studie TRS/Arthur Andersen Plan van aanpak Voorbereidingsfase. Provincie Noord-Brabant, 2001. § Businessplan BOM Herstructureringsmaatschappij Bedrijventerreinen BV. NV Brabantse Ontwikkelings Maatschappij, 2002. § § § De Brabantse herstructureringsopgave, eindrapport. Etin Adviseurs, 2002. De Brabantse herstructureringsopgave, caseverslagen. Etin Adviseurs, 2002. Brabantse herstructureringsmaatschappij bedrijventerreinen, revitalisering van bedrijventerreinen via publiek private samenwerking (PPS) en vastgoedontwikkeling. Provincie Noord-Brabant, 2002. § § Van trekkracht naar slagkracht, nota bedrijventerreinen 2002-2006. Provincie Gelderland, 2003. Visie en daadkracht, verdienen vertrouwen. Politiek programma op hoofdlijnen van het College van Gedeputeerde Staten van Gelderland voor de periode 1999-2003. Provincie Gelderland, 1999. § Startnotitie Duurzaam Economisch Ruimtegebruik. Provincie Zuid-Holland, 2000.

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

38

§

Diverse nieuwsbrieven, actieplannen en andere informatie over DECOR.

Herstructurering bedrijventerreinen, naar een optimale provinciale inzet, eindrapportage

39