Voordracht 75

Haarlem, 26 augustus 2003

Onderwerp: Innovatief ruimtegebruik op bedrijventerreinen

Bijlage(n): - Deelverordening Herstructurering en Innovatief Ruimtegebruik op Bedrijventerreinen Noord-Holland 2004 Plan van Aanpak Prioritaire UNA-project Herstructurering en innovatief ruimtegebruik bedrijventerreinen

Inhoud

1. Inleiding 2. Doelstelling en financiering 3. Planning 4. Voorstel

1. Inleiding

Het Programma Innovatief Ruimtegebruik Bedrijventerreinen is op 17 februari 2003 door uw Staten vastgesteld en zet in op de volgende speerpunten op bedrijventerreinen: efficiënt ruimtegebruik (meer bedrijvigheid per vierkante en kubieke meter); bereikbaarheid (efficiënter vervoer van goederen en personen); parkmanagement (verbeterd beheer); innovatie en vernieuwing in milieu en technologie;

duurzaamheid bij de inpassing van bedrijven in de omgeving (draagkracht principe); veiligheid (sociale veiligheid, milieu- en verkeersveiligheid) Gedeputeerde Staten in de vorige samenstelling hebben besloten de uitwerking van een aantal zaken aan het huidige college over te laten: het opstellen van een deelverordening en toelichting voor het toekennen van subsidies, vast te stellen door Provinciale Staten; het opstellen van aanvraagformulieren voor het aanvragen en vaststellen van subsidies, vast te stellen door Gedeputeerde Staten; het oprichten van een beoordelingscommissie voor het beoordelen van de subsidieaanvragen, in te stellen door Gedeputeerde Staten; het opvoeren van het budget voor het PIRB op de begroting voor 2004 en verder; in het collegeprogramma is opgenomen dat er bindende afspraken worden gemaakt met gemeenten over de herstructurering van bedrijventerreinen. Op basis van deze uitwerking dient de deelverordening (inclusief toelichting) door uw Staten te worden vastgesteld. In bijlage 1 vindt u de Deelverordening Herstructurering en Innovatief Ruimtegebruik op Bedrijventerreinen Noord-Holland 2003 (HIRB) en de bijbehorende toelichting. Deze regeling bepaalt wie in aanmerking komt voor subsidie, welke criteria ervoor gelden, hoe de hoogte van een subsidie wordt berekend, hoe het budget voor de subsidies wordt verdeeld etc. Ook geeft de Deelverordening HIRB met de subsidie voor onderzoek en procesmanagement uitvoering aan motie 10-1 (ter ondersteuning en facilitering van gemeenten en bedrijven). De Deelverordening HIRB vervangt de huidige twee subsidieverordeningen voor bedrijventerreinen, te weten: Deelverordening herstructurering bedrijventerreinen Noord-Holland 2001; Deelverordening duurzame inrichting bedrijventerreinen Noord-Holland 2001.

2. Doelstellingen en financiering

Op basis van ervaringen met de huidige bedrijventerreinenregelingen en de extra kwalitatieve ambities van uw Staten die zijn neergelegd in de nieuwe regeling, is in de op 17 februari 2003 aanvaarde statenvoordracht Programma Innovatief Ruimtegebruik Bedrijventerreinen (voordracht nr. 14), ingeschat dat er € 33 miljoen nodig is om 20 00 hectare te herstructureren, bij een ruimtewinst van 10 %. Het percentage na te streven ruimtewinst werd door het in uw vergadering van 10 februari 2003 aanvaarde amendement 10-1, verhoogd naar 15 %, hetgeen impliceert dat het budget ook naar verhouding opgehoogd dient te worden naar € 49,5

miljoen. Ook werd afgesproken (amendement 10-3) dat 10% van de middelen wordt ingezet voor duurzaamheidsmaatregelen. Het opvoeren van het budget voor PIRB zou worden meegeno men bij de collegeonderhandelingen. Bij deze onderhandelingen zijn echter geen financiële middelen gereserveerd voor het nieuwe Programma Innovatief Ruimtegebruik op Bedrijventerreinen (PIRB). Gezien het ontbreken van deze reservering en de beperkte beschikbaarheid van financiële middelen is in de kaderbrief 2004 voorgesteld om de gevraagde hoeveelheid middelen fors terug te brengen naar € 23,5 miljoen , overeenkomstig de financiële middelen in de vorige collegeperiode. Het verlagen van de gevraagde hoeveelheid middelen in combinatie met het feit dat toekomstige projecten in omvang kleiner zullen zijn (de ‘grote vissen’ zijn al aangepakt i n de oude regeling) betekent tevens dat de ambitie ten aanzien van het aantal te herstructureren hectares moet worden bijgesteld naar 1000 ha, uitgaande van 15% ruimtewinst, 10% duurzaamheidswinst en de gestelde kwalitatieve ambities. In 2005 zal, zoals afgesproken in uw vergadering van 17 februari 2003, een tussenevaluatie plaatsvinden welke wordt voorgelegd aan de PS-commissie. De doelstellingen voor wat betreft de hoeveelheid te herstructureren hectares en de te boeken ruimtewinst (15%) kunnen op basis van de evaluatie bijgesteld worden.

3. Planning

De Deelverordening bedrijventerreinen Noord-Holland 2004 zal na vaststelling door uw Staten op 1 januari 2004 in werking treden. Op dat moment zullen de huidige deelverordeningen voor herstructurering en duurzame inrichting van bedrijventerreinen komen te vervallen.

4. Voorstel

Gezien het bovenstaande stellen wij u voor om het ontwerpbesluit “ Deelverordening Herstructurering en Innovatief Ruimtegebruik op Bedrijventerreinen Noord-Holland 2004” vast te stellen, waarmee tegelijkertijd de huidige deelverordeningen voor herstructurering en duurzame inrichting van bedrijventerreinen komen te vervallen.

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland,

H.C.J.L. Borghouts, voorzitter

H.W.M. Oppenhuis de Jong, provinciesecretaris

Ontwerpbesluit

Nr. 75

Provinciale Staten van Noord-Holland;

overwegende, dat het wenselijk is om in het kader van het Programma Innovatief Ruimtegebruik op Bedrijventerreinen, zoals vastgesteld op 17 februari 2003, een nieuwe stimulans te geven aan herstructurering, duurzame maatregelen en innovatief ruimtegebruik op Noord-Hollandse bedrijventerreinen, met het accent op innovatief ruimtegebruik;

voorts overwegende, dat het wenselijk is om de doelstelling van het Programma Innovatief Ruimtegebruik op Bedrijventerreinen, te weten 15% ruimtebesparing in bruto hectare bedrijventerrein> in 2005, alsmede herstructurering dan wel revitalisering van in totaal 1.000 hectare bruto <bedrijventerrein> in 2007, te realiseren;

gelezen de voordracht van Gedeputeerde Staten;

gelet op artikel 145 van de Provinciewet;

besluiten:

vast te stellen de navolgende verordening: Deelverordening Herstructurering en Innovatief Ruimtegebruik op Bedrijventerreinen Noord-Holland 2004

Begripsbepalingen

Artikel 1 In deze verordening wordt verstaan onder: 1. PIRB : het Programma Innovatief Ruimtegebruik op Bedrijventerreinen, zoals vastgesteld door provinciale staten op 17 februari 2003; 2. stuurgroep : een groep met vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties; 3. herstructurering : het aanpassen van de structuur en het profiel van een bestaand <bedrijventerrein>, als bedoeld in het PIRB; 4. duurzame maatregelen : het realiseren van voorzieningen op de gebieden energie, water, grondstoffen, afval, nutsvoorzieningen, gebouwen, verkeer en vervoer, ruimtelijke inrichting en parkmanagement, die leiden tot een lagere milieubelasting en een verminderd ruimtegebruik op een bestaand of nieuw <bedrijventerrein>; 5. innovatief ruimtegebruik : het realiseren van verminderd ruimtegebruik op bedrijventerreinen door het nemen van vernieuwende, fysieke of organisatorische maatregelen; 6. onderzoeken : een samenhangend geheel van activiteiten, gericht op het opstellen van een oriënteringsrapport, een masterplan of een haalbaarheidsrapport; 7. oriënteringsrapport : een inventarisatie van de mogelijkheden van herstructurering of duurzame maatregelen; 8. masterplan : plan waarin is vastgelegd hoe herstructurering of duurzame maatregelen voor het betrokken <bedrijventerrein> kansrijk is, hoe betrokken ondernemers, of ondernemers en overheden, gezamenlijk de aanpak ervan

willen vormgeven, hoe daarvoor de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden worden verdeeld en op basis waarvan besluiten daartoe kunnen worden genomen; 9. haalbaarheidsrapport : de schriftelijke vastlegging van de technischeconomische haalbaarheid en de potentiële milieubesparingseffecten van systemen of technieken, dan wel van de haalbaarheid van de oprichting van een parkmanagementorganisatie ten behoeve van een bestaand of nieuw <bedrijventerrein> en resulterend in concrete projectvoorstellen of voorstellen voor het afsluiten van contracten, dan wel van de haalbaarheid van bedrijfsgerichte innovatieprojecten als bedoeld in het PIRB; 10. procesmanagement : begeleiding van het proces vanaf de fase van onderzoeken tot en met de fase van uitvoering, gericht op voortgang van het proces of de oprichting en financiering van een parkmanagementorganisatie; 11. uitvoering : een samenhangend geheel van activiteiten, gericht op het bereiken van innovatief ruimtegebruik of fysieke verbeteringen als bedoeld in het PIRB; 12. <bedrijventerrein> : een binnen de provincie Noord-Holland gelegen terrein of een cluster van terreinen dat bestemd en geschikt is voor het gebruik door vestigingen ten behoeve van de handel, nijverheid, commerciële en nietcommerciële dienstverlening en industrie, daaronder niet begrepen een terrein dat in overwegende mate bestemd is voor detailhandel of horeca; 13. nieuw <bedrijventerrein> : een binnen de provincie Noord-Holland gelegen <bedrijventerrein>, dat nog niet als zodanig in gebruik is, danwel een uitbreiding van een bestaand <bedrijventerrein>. Doelgroep

Artikel 2

lid 1 Gedeputeerde staten kunnen een subsidie verstrekken aan degene die voor eigen rekening en risico onderzoeken, procesmanagement of uitvoering in de zin van deze deelverordening uitvoert.

lid 2 Indien de aanvragers deelnemers zijn in een samenwerkingsverband, dan wordt de subsidie verstrekt aan de deelnemer die als aanvrager om subsidie in de zin van deze deelverordening is opgetreden.

Criteria

Artikel 3

lid 1 Subsidie kan worden verstrekt voor onderzoeken, procesmanagement of uitvoering die voldoen aan de volgende basiscriteria: 1. de activiteit past binnen de doelstellingen, speerpunten en criteria van het PIRB; 2. ten behoeve van de activiteit is een weloverwogen en gemotiveerde integrale afweging gemaakt van alle aspecten genoemd in de checklist behorende bij het PIRB; en 3. de activiteit heeft een reële slaagkans. lid 2 Voor uitvoering in de zin van deze deelverordening geldt als aanvullend criterium dat is voorzien in een adequaat plan waarin de continuïteit van onderhoud, beheer en herinvestering wordt gewaarborgd.

Aanvraag om subsidie

Artikel 4 Gedeputeerde staten stellen voor aanvragen om subsidie op grond van deze deelverordening een formulier vast.

Verdeling van het subsidieplafond

Artikel 5

lid 1 In afwijking van artikel 10, lid 1, van de Algemene subsidieverordening Noord-Holland 1998 wordt een aanvraag om subsidie voor onderzoeken of procesmanagement bij gedeputeerde staten ingediend vóór 1 maart en vóór 1 september.

lid 2 In afwijking van artikel 10, lid 1, van de Algemene subsidieverordening Noord-Holland 1998 wordt een aanvraag om subsidie voor uitvoering bij gedeputeerde staten ingediend vóór 1 maart.

lid 3 Gedeputeerde staten rangschikken de aanvragen, die voldoen aan de criteria van artikel 3 en waarop niet met toepassing van artikel 6 wordt beslist, op een prioriteitenlijst. De volgorde waarin de aanvragen op de prioriteitenlijst worden gerangschikt, wordt bepaald door de mate waarin: 1. een activiteit betrekking heeft op herstructurering, duurzame maatregelen en innovatief ruimtegebruik; 2. een activiteit bijdraagt aan realisering van een gesaldeerd rendement van 15% ruimtebesparing in bruto hectare <bedrijventerrein> in 2005; 3. een activiteit bijdraagt aan realisering van herstructurering van in totaal 1.000 hectare bruto <bedrijventerrein> in 2007; 4. een evenwichtige verdeling van het beschikbare subsidieplafond over de verschillende regio’s in Noord-Holland plaatsvindt; 5. de activiteit zich verhoudt tot de Regionale Economische Stimuleringsprogramma’s (RES-programma’s); en 6. de gevraagde subsidie in evenredige verhouding staat tot de aard en omvang van de beoogde resultaten van een activiteit. lid 4 Gedeputeerde staten kunnen de stuurgroep om advies vragen omtrent de rangschikking van de aanvragen als bedoeld in lid 3.

lid 5

De aanvragen worden gehonoreerd naar de volgorde op de prioriteitenlijst.

lid 6 In afwijking van artikel 11 van de Algemene subsidieverordening Noord-Holland 1998 beslissen gedeputeerde staten gelijktijdig over de ingediende aanvragen binnen 12 weken na de data genoemd in de leden 1 en 2.

Weigeringsgronden

Artikel 6 Subsidie wordt in ieder geval geweigerd indien: 1. voorafgaand aan de data genoemd in artikel 5, lid 1 en 2, is gestart met uitvoering van de activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd; 2. het project naar het oordeel van gedeputeerde staten geen kans van slagen heeft ; 3. het project naar het oordeel van gedeputeerde staten financieel niet haalbaar is; 4. indien planologische belemmeringen het onwaarschijnlijk maken, dat binnen 48 maanden na de subsidieverlening een aanvang kan worden gemaakt met de ontwikkeling van een nieuw <bedrijventerrein> of de uitbreiding van een bestaand terrein; of 5. indien en voor zover subsidieverlening in strijd is met regelgeving van de Europese Unie en het beleid van de Europese Commissie terzake van de verlening van staatssteun. Vorm van de subsidie

Artikel 7

lid 1 Een subsidie op basis van deze verordening is een projectsubsidie.

lid 2 Een subsidie van meer dan € 2.500,- wordt verstrekt in de vorm van een tekortsubsidie.

Berekening van de subsidie

Artikel 8

lid 1 Een subsidie voor onderzoeken bedraagt ten hoogste 50% van de in aanmerking komende kosten met een maximum van € 25.000,-.

lid 2 Een subsidie voor procesmanagement bedraagt ten hoogste 75% van de in aanmerking komende kosten met een maximum van € 50.000,-.

lid 3 Een subsidie voor uitvoering van innovatief ruimtegebruik bedraagt ten hoogste 50% van de in aanmerking komende kosten met een maximum van € 100.000,-.

lid 4 Een subsidie voor uitvoering van fysieke verbeteringen bedraagt ten hoogste 35% van het tekort in de dekking van de kosten van de activiteit met een maximum van € 1.500.000,indien de subsidie-aanvrager een samenwerkingsverband of een publiekrechtelijke rechtspersoon is. De subsidie bedraagt ten hoogste 35% in het tekort van de kosten van de activiteit met een maximum van € 100.000,- indien de subsidie-aanvrager een ondernemer is. De subsidie is nooit hoger dan de financiële bi jdrage die de subsidie-ontvanger zelf levert.

Verplichtingen van de ontvanger

Artikel 9 De subsidieontvanger brengt steeds na afloop van een periode van zes maanden schriftelijk verslag uit aan gedeputeerde staten omtrent de uitvoering van de activiteit, met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan en de bij de subsidieverlening vermelde raming van de projectkosten. Voorschotten

Artikel 10 Een aanvraag om voorschot wordt ingediend gelijktijdig met het uitbrengen van een verslag als bedoeld in artikel 9.

De subsidievaststelling

Artikel 11 Gedeputeerde staten stellen voor aanvragen om subsidievaststelling op grond van deze deelverordening een formulier vast.

Slotbepalingen

Artikel 12 Gedeputeerde staten kunnen in bijzondere gevallen afwijken van artikel 3, lid 1, onderdeel b en artikel 3, lid 2 van deze verordening.

Artikel 13 De Deelverordening herstructurering bedrijventerreinen Noord-Holland 2001 en de Deelverordening duurzame inrichting bedrijventerreinen Noord-Holland 2001 worden ingetrokken.

Artikel 14 Deze verordening wordt aangehaald als: Deelverordening Herstructurering en Innovatief Ruimtegebruik op Bedrijventerreinen in Noord-Holland 2004.

Artikel 15 Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2004 en vervalt op 1 januari 2008.

Haarlem,

Provinciale Staten voornoemd,

, voorzitter.

, statengriffier.

Artikelsgewijze toelichting bij de deelverordening Herstructurering en Innovatief Ruimtegebruik op Bedrijventerreinen in Noord-Holland 2004

Algemeen

Met de vaststelling op 17 februari 2003 van het Programma Innovatief Ruimtegebruik op Bedrijventerreinen is een nieuwe impuls gegeven aan de stimulering van herstructurering, alsmede het bevorderen van duurzaamheid en innovatief ruimtegebruik op Noord-Hollandse bedrijventerreinen.

Om deze reden worden de reeds bestaande Deelverordening herstructurering bedrijventerreinen Noord-Holland 2001 en de Deelverordening duurzame inrichting bedrijventerreinen Noord-Holland 2001 per 1 januari 2004 vervangen door deze Deelverordening Herstructurering en Innovatief Ruimtegebruik op Bedrijventerreinen NoordHolland 2004. De doelstellingen van het Programma en de Deelverordening zijn het herstructureren dan wel revitaliseren van 1.000 bruto hectare <bedrijventerrein> alsmede het besparen van 15% bruto hectare <bedrijventerrein.

Artikel 2

Indien een project wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband gebeurt dit voor gezamenlijke rekening en risico. De samenwerking moet zijn gebaseerd op een overeenkomst, die bij de aanvraag moet worden gevoegd. De subsidie wordt berekend over alle projectkosten. De verdeling van de als één bedrag vastgestelde subsidie onder de deelnemers is een zaak van de deelnemers onderling. De betaling geschiedt aan één van hen, die mede namens de anderen de aanvraag heeft ingediend.

Artikel 3

Dit artikel bevat de algemene criteria voor het verstrekken van subsidie, zoals het feit dat een project moet passen binnen het Programma innovatief ruimtegebruik op bedrijventerreinen. Van belang is dat het moet gaan om een project in de zin van deze deelverordening, zodat moet worden voldaan aan alle in de van toepassing zijnde definities van artikel 1 opgenomen elementen. Bij een aanvraag om subsidie voor uitvoering in de zin van deze deelverordening is in het tweede lid een aanvullend criterium opgenomen. Er moet voor de toekomst zijn voorzien in onderhoud, beheer en herinvestering, onder andere blijkend uit de voorziene inrichting van een parkmanagementstructuur.

Artikel 4 en 11

Zowel voor een aanvraag om subsidie als voor een aanvraag om vaststelling van een verleende subsidie dient gebruik te worden gemaakt van een aanvraagformulier, vastgesteld door gedeputeerde staten.

Artikel 5

Deze deelverordening heeft een tenderprocedure. Dit houdt in dat alleen subsidie-aanvragen die tijdig zijn ingediend in behandeling zullen worden genomen. Aanvragen die voldoen aan

de criteria van artikel 3 worden door gedeputeerde staten gerangschikt op basis van de in het tweede lid van artikel 5 genoemde prioriteitscriteria. Gedeputeerde staten vragen de stuurgroep om advies ten behoeve van deze rangschikking. Vervolgens wordt subsidie verleend volgens de volgorde van de rangschikking totdat het subsidieplafond is uitgeput.

Aan aanvragers die hun aanvraag wel tijdig hebben ingediend, maar niet volledig, zal conform artikel 4:5 Awb de mogelijkheid worden geboden verzuimen te herstellen, zij het dat de termijn daarvoor kort zal zijn, ongeveer twee weken. Dit is nodig om de beslistermijn van 12 weken te kunnen halen. Indien bij de aanvang van de termijn voor het herstellen van het verzuim nog een aanvang moet worden gemaakt met het opstellen van een projectplan, zal dat waarschijnlijk niet binnen die termijn kunnen.

Artikel 6

In dit artikel zijn de weigeringsgronden opgesomd. Deze zijn niet uitputtend; daarnaast kan afwijzend worden beslist in geval van strijd met ingevolge een verdrag voor de staat geldende verplichting (dat wil zeggen indien subsidieverstrekking strijdig zou zijn met bijvoorbeeld de Europese wet- en regelgeving), of op grond van artikel 4:35 Awb. Afwijzing op grond van het laatste artikel is mogelijk indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat een project niet (geheel) zal plaatsvinden, dat de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen of dat de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen en indien de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en dat geleid zou hebben tot een andere beschikking, of dat de aanvrager failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend dan wel een verzoek daartoe is ingediend. Een aanvraag wordt ook geweigerd indien niet is voldaan aan enige bepaling van deze deelverordening.

Artikel 8

Voor kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd, wordt geen subsidie verstrekt ingevolge artikel 20 Algemene subsidieverordening Noord-Holland 1998. Van belang is dat uitsluitend kosten aan het project mogen worden toegerekend die zijn gemaakt en betaald na indiening van de aanvraag.

Artikel 10

Indien gedeputeerde staten op de hoogte zijn dat de subsidie-ontvanger zich niet houdt aan de verplichtingen van (met name) artikel 9 van de deelverordening en de artikelen 7 en 8 van de Algemene subsidieverordening Noord-Holland 1998, ligt het in de rede geen voorschot te verstrekken.

Artikel 15

Bij de inwerkingtreding van deze deelverordening op 1 januari 2004 houden de deelverordening herstructurering bedrijventerreinen Noord-Holland 2001 en de deelverordening duurzame inrichting bedrijventerreinen Noord-Holland 2001 op te bestaan. Subsidies die op grond van deze deelverordeningen zijn verleend, maar nog niet zijn vastgesteld, vallen met ingang van 1 januari 2004 onder het regime van de nieuwe deelverordening. Dit houdt in dat de bepalingen over verplichtingen, voorschotten en subsidievaststelling van toepassing zijn op de lopende subsidies. De ontvangers van deze lopende subsidies zullen derhalve bij hun aanvraag om vaststelling van de subsidie gebruik moeten maken van het daartoe vastgestelde aanvraagformulier.

Titel:Vd 75: Innovatief ruimtegebruik op bedrijventerreinen Datum:26-08-2003 Nummer:75

3