Nieuwsbrief Economische Zaken

Jaarg ang 3
Deze nieuwsbrief is een initiatief van de sector Economische Zaken van de gemeente Leiden. Met deze uitgave willen we u informeren over economische zaken en ontwikkelingen in Leiden. Natuurlijk kunnen we niet alle aspecten de revue laten passeren. We lichten er daarom enkele belangrijke thema’s voor u uit.
004

• N umm er 1

• M ei 2

Voorwoord
De (Leidse) economie in beeld
‘Licht herstel dient zich aan’
product (bbp) vooral toe aan een toename van Echt florissant gaat het economisch zeker niet. de uitvoer en de investeringen. Huishoudens De Kamer van Koophandel heeft dat bij haar besteedden het eerste kwartaal minder dan in nieuwjaarsborrel in januari voor Rijnland in zijn de vergelijkbare periode in 2003. geheel al goed uit de doeken gedaan. Dat blijkt uit de eerste ramingen van het Uit de ERBO-enquête van de Kamer halen we Centraal Bureau voor de zinsneden als: “economie in Statistiek (CBS). Het is voor dal, pessimisme voor 2004, Bruto binnenlands product het eerst sinds eind 2002 dat dalende omzetten, export stap het bbp hoger is dan een jaar terug, investeringen dalen en eerder. Ook ten opzichte van een dalende trend in winst en het vierde kwartaal van 2003 rendement.” was er sprake van een lichte Geen berichten om vrolijk van groei (0,4 procent). Het is het te worden, zeker omdat er in tweede achtereenvolgende 2003 weer minder ondernekwartaal dat de economie iets mingen waren dan het jaar aantrekt. daarvoor. Menig ondernemer zal dan ook de Een tweede lichtpunt, dat direct onze stad slechte conjunctuur in zijn of haar eigen beaangaat, is dat de ontwikkeling van de werkdrijfsvoering tegenkomen, vanwege terugloop gelegenheid hier beter is dan elders in het in omzet en terughoudendheid in het doen van land. Zo kreeg de stad Leiden er in 2003 maar investeringen. Dat heeft vooral effect op jonliefst ruim 1.000 banen bij; en niet alleen maar geren die niet aan de bak komen. in de non-profit sector. Dat is des te beter als Maar er zijn ook lichtpunten. Uit de meest men bedenkt, dat de landelijke werkloosheid recente cijfers is gebleken dat de economie nog steeds toeneemt. weer een licht herstel vertoont (zie grafiek U kunt in deze nieuwsbrief lezen wat de geCBS). Er is voor het eerst weer een lichte meente tracht te doen om de schade voor de stijging in productie vast te stellen. In het Leidse economie beperkt te houden. En welke eerste kwartaal van 2004 is de Nederlandse economische toekomst een aantal deskundieconomie met 0,8 procent gegroeid. Het CBS gen voorziet voor de stad Leiden. schrijft de groei van het bruto binnenlands

Bedrijvenservice
Revitalisering bedrijventerreinen
‘Schouwen en verbeterpunten’
Economische Zaken zet zich in om, samen met de ondernemers, de kwaliteit van de bedrijventerreinen te verbeteren. Om vast te stellen welke verbeterpunten er zijn organiseert EZ bijeenkomsten op alle bedrijventerreinen en kantorenlocaties. In eerste instantie wordt uitgelegd wat de gemeente van plan is en passeren enkele grote knelpunten de revue. Vervolgens worden de aanwezige bedrijven uitgenodigd om samen met de gemeente het gebied te schouwen. Tijdens een schouw belicht men doelgericht alle facetten van het gebied wordt er specifiek gekeken naar onder meer bereikbaarheid, bewegwijzering, veiligheid en groenonderhoud. De dienst Milieu & Beheer, de afdeling Verkeer en Vervoer en de politie Hollands Midden zijn bij deze schouwen aanwezig. Ondernemers komen zo in contact met de direct verantwoordelijken en kunnen in de praktijk laten zien waar het volgens hen aan schort. Alle geconstateerde problemen worden genoteerd en indien nodig vergezeld van foto’s van de situatie ter plaatse. de problemen door middel van interviews. Naar aanleiding van al dit onderzoek zal een actieplan worden opgesteld waarin staat beschreven hoe de gemeente de geconstateerde knelpunten wil oplossen. De kwaliteit van een bedrijventerrein is niet alleen afhankelijk van de kwaliteit van de openbare ruimte. De kwaliteit van een bedrijventerrein wordt mede bepaald door de kwaliteit van de bedrijfspanden. Economische Zaken verwacht dan ook dat de bedrijven een actieve rol spelen. Door zelf knelpunten op te lossen (individueel of samen) en door samen op te treden richting de gemeente. De gemeente zou dan ook graag zien dat de ondernemers zich per bedrijventerrein organiseren.

Enquêtes en interviews
Aangezien op bovenstaande manier niet alle ondernemers worden bereikt, krijgen alle ondernemers een enquête toegestuurd. In de enquête wordt naar hun mening gevraagd over een breed scala aan onderwerpen, gerelateerd aan de kwaliteit van de bedrijventerreinen. Daarnaast wordt hen gevraagd een prioriteitenlijst op te stellen van voor hen belangrijke knelpunten. Tot slot wordt met een aantal ondernemers dieper ingegaan op

Accountmanagement
‘Onze service aan bedrijven’
Economische Zaken streeft naar een optimaal ondernemersklimaat in haar gemeente. Bedrijven zorgen voor de werkgelegenheid in de stad en dat moet worden gekoesterd. Het team van accountmanagers, dat sinds twee jaar functioneert, probeert hier een goed gevolg aan te geven. Het afgelopen jaar hebben zij een groot aantal ondernemers, groot en klein, ter zijde gestaan met advies. Twee grote projecten springen eruit. Centocor op het Bio Science Park heeft na een intensieve begeleiding van de accountmanager besloten in Leiden te blijven en haar uitbreiding in Leiden te realiseren. Hetzelfde geldt voor het bedrijf Heerema, dat zal verhuizen naar een nieuw kantoorpand op de Vijverlocatie. Het behoud van beide bedrijven betekent niet alleen behoud maar ook groei van vele arbeidsplaatsen in onze gemeente. Ook uw bedrijf willen wij graag behouden voor onze stad. Mocht u vragen hebben of met uitbreidingswensen zitten, dan kunt u contact opnemen met een van de accountmanagers van Economische Zaken. Wij staan u graag bij met raad en daad.

Accountmanagers: Joke Bakker, telefoon.: 071-516 71 14 / Coen Meijeraan, telefoon.: 071-516 71 25 / Willem van der Poel, telefoon.: 071-516 71 22 / Ellen Smit, telefoon.: 071 -516 71 14.

Centrummanagement
‘Mooie zaken’
De centrummanager Robert Strijk is inmiddels meer dan een jaar werkzaam in Leiden en dat is te merken. De ondernemersvereniging ‘de Korenbeurs’ is opgericht en één van de mooie zaken die daarmee geregeld werd, was de boomverlichting aan Nieuwe Rijn en Vismarkt. Rond Sinterklaas was er het Sinterklaashuis en vlak daarna, rond kerst en de jaarwisseling, de ijsbaan aan de Beestenmarkt. Allemaal mooie zaken, die ook een bepaalde financiering nodig hebben. Het Centrummanagement wil nu toetsen hoe het draagvlak ligt voor een verplichtende bijdrage bij zowel ondernemers als de politiek. Vandaar dat zij een notitie heeft geschreven waarin ze de discussie over dit onderwerp aanjaagt. De notitie Fondsvorming is te downloaden op de site van Centrum Management Leiden (CML) www.centrumvanleiden.nl Daarop zijn tevens de diverse andere onderwerpen waar de centrummanager zich voor inzet op te lezen. Zoals ondermeer: het parkeerimago van Leiden, de aanpak van graffiti en de schoonmaak van de binnenstad. Activiteiten die u dit jaar van het CML mag verwachten zijn onder meer het Rembrandt Festival van 15 tot met 17 juli en het Leiden Fashion Event op 25 en 26 september. Meer informatie hierover is eveneens te vinden op de site van het centrummanagement. De partijen die deelnemen in de Stichting Centrummagement zijn de ondernemersverenigingen voor Haarlemmerstraat, Breestraat en de Korenbeurs, Koninklijke Nederlandse Horeca, afdeling Leiden, de ondernemersverenigingen LVI en MKB, de Raad Nederlandse Detailhandel, afdeling Leiden, vertegenwoordigers namens de banken en de makelaars, de Kamer van Koophandel en de gemeente Leiden.

Centrummanager Robert Strijk, telefoon: 06-20 40 38 19. Stationsweg 37 (in het gebouw van de Rabobank).

Ontwikkelingen Bedrijven
Oostvlietpolder
‘Duurzame ontwikkeling’
Er zijn een paar ontwikkelingen te melden over de Oostvlietpolder. Een eerste belangrijk wapenfeit is dat de gemeenteraad van Leiden in januari 2004 een nieuw bestemmingsplan voor de Oostvlietpolder heeft vastgesteld. Dit ligt nu ter beoordeling voor aan de provincie. Maar we zijn er nog niet. Door vertraging van de Nota Ruimte kunnen zich nog complicaties voordoen in de verdere goedkeuring van het bestemmingsplan. De gemeente zal alles doen wat in haar vermogen ligt om die zaken tot een goed einde te brengen. Niet altijd is de gemeente ‘partij’ als het gaat om procedures rond de Oostvlietpolder. Zo loopt er een bezwarenprocedure bij de Raad van State (RvS) tegen het streekplan van de provincie inzake Oostvlietpolder. Niet lang na de vaststelling van het bestemmingsplan, eind maart, hebben de wethouders Geertsema (Economische zaken) en De Boer (Milieu) namens het College van B&W met de ondernemersvereniging LVI en de Kamer van Koophandel een intentieverklaring ondertekend voor een duurzame ontwikkeling van bedrijvenpark Oostvliet. Daarmee wordt de inzet onderstreept om met de ontwikkeling van het bedrijvenpark een bijdrage te leveren aan het verdrag van Kyoto. In de intentieverklaring zijn onder meer afspraken gemaakt over samenwerking, efficiënt gebruik van de schaarse ruimte, duurzame energievoorzieningen en duurzaam parkbeheer inzake ontwikkeling van een duurzaam Bedrijvenpark Oostvliet. Dit past geheel in het beleid dat de gemeente voorstaat met haar partners in Leiden en de regio. Het is een product van samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven, maar ook van bedrijven onderling via parkmanagement. Het voorziet in de regionale behoefte aan bedrijventerreinen, rekening houdend met duurzaamheid in de zin van efficiënt ruimtegebruik en minimale milieubelasting. Het ligt strategisch in de Oude Rijnzone bij de zogenaamde W-4 knoop en ten opzichte van de mainport Schiphol. Het bedrijvenpark schept voorwaarden voor een evenwichtige en gevarieerde ontwikkeling van de Leidse economische structuur Inmiddels worden er verdere voorbereidingen getroffen om het bedrijvenpark ook daadwerkelijk te kunnen uitgeven. Dat zal nog zeker twee jaar vergen. Belangrijke thema’s zijn de komende jaren: het profiel van het bedrijvenpark en het instrument waarmee een aantal doelen gezamenlijk zullen worden nagestreefd door ondernemers en gemeente: parkmanagement.

Informatie over de Oostvlietpolder: www.oostvliet.nl/ Jan van Doggenaar, telefoon:071-516 71 21 en Coen Meijeraan, telefoon: 071-516 71 25

Leiden Kennisstad
‘Life meets science’
De kenniseconomie staat nu overal op de agenda. Kennis is het sleutelwoord voor de verdere ontwikkeling van Europa en Nederland, Zuid Holland en Leiden. Ontwikkelde kennis moet snel naar de markt en de opleiding van kenniswerkers wordt gestimuleerd. Daarbij worden clusters bestaande uit ‘de 4O’s’, Onderzoek, Onderwijs, Ondernemen en Overheid een sleutelrol toebedeeld. Het Bio Science Park Leiden is het enige biomedische complex in Nederland dat zich een echt kenniscluster mag noemen. De biomedische life sciences omvatten onder meer de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen, therapieën en producten voor diagnostiek. In Nederland kent de regio Leiden de grootste bedrijvigheid in de medische life sciences. Het vestigingsbeleid van het Bio Science Park draait om de kernthema’s biofarma, kennisintensiteit en exportgerichtheid. In de huidige mondiale en kennisintensieve sectoren redt een bedrijf het niet meer alleen. De nabijheid van en interactie met andere bedrijven, kennisinstellingen en overheid in een zogenaamd kenniscluster is cruciaal geworden. Op het Bio Science Park Leiden zijn al deze spelers vertegenwoordigd: Naast een groot aantal bedrijven zijn er kennisinstellingen met onderzoek en opleidingen in de life sciences. Zo staan er de faculteiten Wiskunde & Natuurwetenschappen en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Leiden, het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), TNO Preventie & Gezondheid, het Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, de Hogeschool Leiden en de Leidse Instrumentmakersschool. In het Bio Science Park in de Leeuwenhoek staan onderzoeksinstellingen, onderwijsinstellingen, het LUMC en het museum Naturalis niet toevallig bij elkaar gegroepeerd! De eind 2003, met deelname van de 4O’s, gestarte stuurgroep ‘Leiden: Life meets science’ wil het Bio Science Park Leeuwenhoek nationaal en internationaal goed op de kaart zetten. Tevens wordt er door universiteit en gemeente hard gewerkt aan een structuurplan voor de Leeuwenhoek. In dit structuurplan wordt ruimte gecreëerd voor nieuwe bedrijven in de life science.

Informatie: Maarten van der Plas, telefoon: 071-516 71 24

Het EWR+terrein
‘Werken en wonen’
Op een steenworp afstand ten noorden van het centrum ligt het EWR+terrein dat is aangewezen als binnenstedelijke Vinexlocatie. Het omvat het voormalige EWR /Slachthuisterrein, alsmede gedeelten van de woonwijk ten noorden en ten oosten van dit voormalige bedrijventerrein. Het gebied wordt globaal begrensd door de Willem de Zwijgerlaan, de Pasteurstraat, de Maresingel, de westelijke zijde van de Prins Frederikstraat, de Molenstraat en de Marnixstraat. Er is economische bedrijvigheid gepland aan de noordkant van het gebied en in het midden verrijzen de komende jaren circa 672 woningen. Een deel daarvan kan op aanvraag een woon-werk functie krijgen. De vijf historische gebouwen aan de zuidkant zijn na restauratie bestemd voor bedrijven en woningen. Het terrein is goed ontsloten en door ondergrondse parkeergarages wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. De verschillende fasen van de realisatie, zoals die in de voorlopige grondexploitatieberekening genoemd staan, zijn mede bepaald door factoren zoals sloop van

bestaande woningen en de mogelijkheden en tijdsplanning van het verplaatsen of opheffen van de ondergrondse infrastructuur (kabels en leidingen). In totaal wordt uitgegaan van ontwikkeling in 5 bouwfasen waarbij de eerste fase bestaat uit: • Herontwikkeling monumentale gebouwen aan de zuidzijde van het Slachthuisterrein • Ingebruikname Informatiecentrum in het voormalige 50-KV station (Huis van Noord) • Start werving en selectie Particulier Opdrachtgevers fase 1

Start bouwrijp maken (met o.a. sanering, ophogen en aanleggen parkeervoorzieningen) van 5 woonvelden waarop maximaal 90 woningen kunnen worden gerealiseerd. Per veld komen er 18 kavels. Op basis van de planning voor het totale project is de start van de bouw van de woningen begin 2006 gepland. De gemeente en woningbouwcorporatie Portaal experimenteren met Particulier Opdrachtgeverschap bij de (werk)woningen. Ondernemers en bewoners kunnen welstandvrije kavels kopen en vervolgens zelf

architecten en aannemers kiezen. Zij worden hierin professioneel begeleid. Mensen uit Leiden Noord krijgen voorrang bij de inschrijving. Hierover is eind dit jaar meer informatie over beschikbaar.

Informatie voor bedrijven: N.Azogagh, telefoon: 071- 516 71 15, e-mail: n.azogagh@leiden.nl

Kantoren
Regionale afspraken
‘Positief eindigen’
Als er een vastgoed sector is waar de tegenzittende conjunctuur goed voelbaar is, dan is het wel de kantorensector. Leegstandspercentages van meer dan 10% zijn heel gewoon in de grote steden. In Leiden valt het enigszins mee, maar ook hier is de tijd van een krap aanbod voorbij. Het is dan ook goed dat er in regionaal verband afspraken zijn gemaakt (die nog wel formeel door de regio moeten worden bekrachtigd in 2004) om kantorenbouw tot 2015 te reguleren. Dat is zeker nodig nu Leiden en de Leidse regio meer een vestigingslocatie willen worden voor kantoorhoudende bedrijven. De nota “In goede banen leiden” is inmiddels door alle gemeenten van de Leidse regio goedgekeurd. De essentie van de nota is tweeledig: er staat een afgesproken planning in van locaties, metrages en het soort kantoorbouw en er is een strategie afgesproken in de regio hoe om te gaan met de voorgestelde planning. Er zijn en paar leuke voorbeelden te noemen van recent verleende bouwvergunningen: Heerema (11.000 m2) nabij het centraal station, het officebuilding van Centocor in de Leeuwenhoek bij de A44 (5.800 m2) en nieuwbouw van de gemeente Leiden aan de Langegracht naast het Stadsbouwhuis (3.100 m2). Alles bij elkaar toch een aantrekkelijk metrage van bijna 20.000 m2, goed voor rond de 700 banen. Het metrage is drie keer zo hoog als de bouw in 2003, waarmee we toch nog positief eindigen.

Informatie: Jan van Doggenaar, telefoon: 071-516 71 21

Detailhandel
Detailhandelsstructuurvisie
‘Belangrijke punten’
De Detailhandelsstructuurvisie zal in de 2e helft van 2004 worden vastgesteld. Deze ligt nu nog voor inspraak ter inzage. Belangrijke punten uit deze visie zijn: • Dat de recreatieve winkelfunctie van het centrum zal worden uitgebouwd • Dat wordt ingezet op goede wijkwinkelvoorzieningen, die worden geconcentreerd in de winkelcentra Kopermolen, Luifelbaan, Stevensbloem, Diamantplein en Kooilaan • Dat er een (grote) supermarkt kan worden gerealiseerd aan de Kooilaan • Dat de thematische ontwikkelingen met name op het gebied van wonen wordt overgelaten aan de buurgemeenten Leiderdorp en Zoeterwoude Ook geeft de visie spelregels voor nieuwe detailhandelsinitiatieven.

Luifelbaan
‘Nieuw leven’
Vanwege achterstallig onderhoud en veroudering is het nodig het winkelcentrum de Luifelbaan nieuw leven in te blazen. Eind april is door de wethouders Alexander Geertsema, Economische Zaken en Ron Hillebrand, Ruimtelijke Ordening, het startsein gegeven voor de bouw en verbouw van de Luifelbaan. Bouwfonds Ontwikkeling uit Hoevelaken is uitvoerder van het project. De ingreep kost 60 miljoen euro. Bouwfonds betaalt 55 miljoen, de gemeente de rest. De Luifelbaan

bestrijkt een verzorgingsgebied van ongeveer 20.000 mensen. Vanwege het aanbod aan winkels en de ligging aan doorgaande wegen heeft het een ‘bovenwijkse’ functie. De uitbreiding bedraagt onder + 6.500 vierkante meters winkelruimte. Nu is dat 8.600 vierkante meter , de nieuwe Luifelbaan telt

rond de 15.000 vierkante meter en krijgt 450 parkeerplaatsen. Eenderde deel daarvan komt in een nieuwe parkeergarage op het Vijf Meiplein, waar de kiosken plaatsmaken voor zestien woningen en winkelstroken.

‘Tweede economische hart’
Het winkelcentrum in Zuidwest moet het tweede economisch hart van Leiden worden in oppervlakte en winkelaanbod. Er komen twintig nieuwe zaken op het Vijf Meiplein en het Bevrijdingsplein. Hier komt tevens een negentien verdiepingen tellende woontoren met 92 appartementen. Voor de bewoners van die nieuwe flat wordt een eigen parkeerdek gemaakt, boven op de andere parkeerdekken. In de nieuwe winkels komen onder meer

sportzaak Sloos, Fotiek v.d. Horst, discountsupermarkt Lidl, de HEMA en het Kruitvat. In de huidige vestiging van Albert Heijn op het Bevrijdingsplein komen na de renovatie en uitbreiding Blokker, Etos, Apotheek De Luifelbaan en de Hakkenbar. De Albert Heijn wordt twee keer zo groot en verhuist naar de locatie waar nu de Blokker en de Etos zijn gevestigd. De werkzaamheden zullen naar verwachting enkele jaren in beslag nemen en in 2008 worden afgerond.

Informatie: Willem van der Poel, telefoon: 071-516 71 22

Starters
LEF
‘de wedstrijd voor startende ondernemers’
Sinds 1996 schrijven “Starters met LEF” zich in voor de wedstrijd voor startende bedrijven in de Regio Rijnland. Het seizoen bestaat uit vier voorronden, te beginnen in het najaar en eindigt met een spetterende finale in de Leidse Schouwburg in de maand juni. Voor elke voorronde worden drie starters geselecteerd. Deze presenteren hun nieuwe onderneming voor een groot publiek. De winnaar van elke voorronde gaat door naar de finale en krijgt twee cheques ter waarde van e 1.400, in te ruilen voor dienstverlening van een gerenommeerd accountantskantoor en een advocatenkantoor. Tijdens de finale strijden deze voorrondewinnaars om een hoofdprijs van e 5.000. Het publiek bestaat uit bestaande ondernemers en starters. Na de wedstrijden kan er tijdens een borrel voluit genetwerkt worden. Het Leidsch Dagblad besteedt per voorronde en na de finale veel aandacht aan de kandidaten in de krant. Bent u starter en wilt u mee doen of wilt u een wedstrijd bijwonen als publiek, meldt u aan bij Economische Zaken. Ook kunt u een cdrom bestellen, hierop vindt u alle informatie of bekijk de website www.heblef.nl

Informatie: Joke Bakker, telefoon: 071516 71 11, e-mail: J.Bakker@leiden.nl

Toerisme
Rembrandt 400 Leiden
‘en U kunt meedoen!’
De invulling van het Rembrandtjaar in Leiden krijgt steeds meer vorm. Een projectteam is hard bezig om de plannen van de grond te krijgen. Tevens is er inmiddels een Rembrandt internetsite gelanceerd. Het Rembrandtjaar 2006 belooft een prachtig jaar te worden voor Leiden. Aan het samenstellen van een sterk programma aan evenementen en activiteiten kunt ook u een bijdrage leveren. Heeft uw bedrijf, organisatie of (sport)-vereniging plannen om een activiteit te organiseren die een relatie heeft met het onderwerp Rembrandt (Gouden Eeuw, licht, kunstenaarschap, jong talent) dan kunt u zich aanmelden bij het projectteam. Afhankelijk van de soort activiteit kan de projectorganisatie ondersteuning bieden bij subsidie-, fondsaanvragen en sponsoring. Informatie: www.leiden/rembrandt.nl of Bart in ‘t Veld, telefoon: 071- 516 59 85, e-mail: b.inhet.veld@leiden.nl

Water als trekpleister
‘Wandeling over water’
De grachten zijn een belangrijke toeristische trekpleister voor Leiden. Jaarlijks bezoeken vele duizenden watertoeristen met plezierjacht, charterboot of sloep de binnenstad. Voor een overnachting of een ‘stadswandeling over water’. Voor de Leidse economie betekent dit een impuls voor de bestedingen in de horeca, detailhandel en cultuursector. Maar het water

is ook een prima podium voor evenementen. Deze drukte op het water geeft een levendige sfeer in de binnenstad. Dit zorgt voor toename en langer verblijf van ‘stadstoeristen’. Ook de ondernemers zien brood in het water. Dit blijkt uit de groei van het aantal rondvaartbedrij-

ven en botenverhuur, maar ook uit de toename van het aantal terrassen op/aan het water. Voor extra rendement van het watertoerisme, heeft de gemeente onlangs besloten tot uitbreiding van afmeervoorzieningen. Doel is dat bezoekers na een vaartocht ook afmeren

voor bestedingen in de binnenstad. Circa e 500.000 wordt geïnvesteerd in onder meer uitbreiding van de passantenhaven, afmeerlocaties voor sloepen en steigers bij de musea voor de (groeps)rondvaart. De projecten worden nog in 2004 uitgevoerd.

Informatie: Kees de Mooy, telefoon: 071-516 71 23

De Economische Toekomst van Leiden
Alexander Geertsema – wethouder Economische Zaken:
Op dit moment is de overheid druk bezig met de toekomst. Het rijk werkt aan de nota Ruimte, de provincie heeft net een nieuw streekplan neergelegd en de gemeente werkt aan een visie voor de toekomst van Leiden. De ontwikkelingsvisie Leiden is een doorkijkje naar 2030. In mijn positie als wethouder Economische Zaken heb ik onze economische toekomstvisie op papier gezet. Hierin zijn een aantal beginselen vastgelegd waaraan moet worden voldaan wil de stad in de toekomst interessant blijven voor zowel bedrijven, als inwoners. Twee zaken spelen daarin een belangrijke rol in spelen: de kenniseconomie en het toerisme. Beide bedrijfstakken bieden mogelijkheden voor meer werkgelegenheid, kunnen duurzaam ontwikkeld worden en dragen bij aan de diversiteit in economische sectoren. Drie speerpunten van ons beleid naar de toekomst toe. Ik ben in mei op werkbezoek naar Japan geweest. Daar is een aantal zaken mijn erg duidelijk geworden. Rembrandt en Von Siebold zijn twee belangrijke toeristische items voor het buitenland. In Japan is de interesse hierin enorm. We hebben de waarde hiervan voor de toeristische markt onderschat; er is hier een enorm marktpotentieel te behalen. Het tweede punt dat ik graag onder de aandacht wil brengen is de grote interesse in de ontwikkelingen in onze biotechnologie. Ik ben samen met twee hoogleraren van het Centre Human Drug Research (CHDR) in Japan geweest. We moeten meer inzetten op het feit dat we bij uitstek in staat zijn om dit soort geneesmiddelenonderzoek voor buitenlandse bedrijven te kunnen doen. Door hierover nog meer informatie naar buiten te brengen en onder de aandacht te brengen in het buitenland, kunnen we Leiden nog beter op de kaart zetten. Tevens wil ik inzetten op de ontwikkeling van Leiden als een stad voor werken en wonen. Dat betekent dat we in ieder geval het evenwicht tussen het aantal woningen en banen moeten behouden; de uitgaande pendel die Leiden kent mag niet groter worden. Ik denk dan ook dat het zeker mogelijk is om in de komende jaren nog duizenden huizen bij te bouwen en tevens duizenden banen extra te realiseren. Zoals ik heb gezegd extra banen in toerisme en biosciences, maar ook vele extra kantoorbanen. Hieraan wil ik graag toevoegen dat die extra banen voor de diverse doelgroepen beschikbaar moeten zijn. Niet alleen voor de hooggeschoolden, maar ook voor de lager geschoolden, want die wonen eveneens in Leiden en deze mensen moeten ook kunnen werken in de nabijheid van hun woning. In ons reguliere overleg met de ondernemersverenigingen en de Kamer van Koophandel discussiëren we momenteel over de manier waarop we dit moeten en kunnen bereiken. En dat kan betekenen dat er keuzes gemaakt moeten worden over wat je aan bedrijvigheid handhaaft of uitbreidt in de stad en wat niet. Het kan dus zijn dat we locaties, die verouderd en/of slecht bereikbaar zijn , gaan herstructureren of de economische functie wijzigen in woningbouw. Het gaat dan over locaties als De Waard en de Groenoordhallen. Overigens staat voor ons wel als een paal boven water dat dit niet kan, wanneer er voor de bestaande bedrijven geen goede alternatieven zijn. De verloren gegane hectaren bedrijventerrein moeten elders gecompenseerd worden. De komst van bedrijvenpark Oostvliet kan daar een oplossing in zijn, maar ook door intensieve samenwerking met de randgemeenten moeten nieuwe locaties voor deze bedrijven in de directe nabijheid van Leiden worden gevonden. En indien de gemeente het voortouw neemt om genoemde bedrijventerreinen te wijzigen in woonwijken zal de gemeente de noodzakelijke verhuisoperatie financieel compenseren. Voor Economische Zaken blijft Leiden een stad van wonen en werken, nu en in de toekomst. Ik wil hier graag met u aan werken.

Ronald Gerritsen – sectorhoofd Economische Zaken:
Uit de nieuwsbrief die u nu voor zich heeft, kunt u opmaken waar de sector EZ aan heeft gewerkt en nog steeds werkt. Ik zou er graag twee onderwerpen uit willen lichten die voor de economische toekomst van Leiden van grote betekenis gaan worden. Namelijk de (her)ontwikkeling van het Bio Science Park Leeuwenhoek met het Science Park Rijnfront, in samenwerking met Oegstgeest, aan de westflank van Leiden. En de ontwikkeling van het bedrijventerrein Oostvliet aan de oostflank van de stad. Het bestemmingsplan daarvoor is inmiddels vastgesteld en ligt nu ter goedkeuring voor bij de provincie. Het streekplan van de provincie waarin het bedrijventerrein is opgenomen, wacht nu goedkeuring van de Raad van State. Ik verwacht dat we zowel aan de oost-, als aan de westflank eind 2005 daadwerkelijk aan het bouwen zijn. En dat is belangrijk, want deze twee omvangrijke projecten leveren nogal wat op. We hebben het dan over zowel aan de westkant, als aan de oostkant over een uitbreiding van het totaal aan bedrijventerrein in Leiden met 40 hectare. Dus samen 80 hectare. Wanneer ik dat terugvertaal naar de doelstelling die we ons hebben gesteld in het kader van het opbouwen van een duurzame economie, waarin we hebben gezegd dat er op iedere 100 vierkante meter nieuw bedrijventerrein minstens 1 nieuwe arbeidsplaats moet komen, dan hebben we het hier dus over het creëren van 8000 arbeidsplaatsen.

De komst van meer bedrijventerrein is een grote impuls voor de economische toekomst van heel Leiden. De vraag

naar toeleverende werkgelegenheid, zoals bouwnijverheid, schoonmaakbedrijven, beveiliging, catering, et cetera, groeit. Bedrijven die nu in de binnenstad zijn ingebouwd, en geen uitbreidingsmogelijkheden hebben, krijgen straks een mogelijkheid zich te verplaatsen. Maar

het biedt ook ruime mogelijkheden voor de vestiging van bedrijven van buiten de stad. Ik ben er van overtuigd dat we over vijf jaar hier in Leiden kunnen zeggen dat we trots zijn op twee perfect bereikbare en moderne bedrijventerrein aan beide zijden van de stad. Het biedt geweldige kansen en dat moet de ondernemers in en buiten Leiden toch positief stemmen.

Mariëtte Barnhoorn – algemeen directeur Luba Groep en zakenvrouw van het jaar 2004:
feit dat gezien het opleidingsniveau in Leiden bedrijven moeten groeien en bloeien op alle niveaus. Het is belangrijk dat we op alle niveaus banen kunnen blijven aanbieden. Kijk naar je eigen populatie en zorg dat je daar ook iets voor kan bieden. Daarnaast vind ik dat er goed gekeken moet worden naar de infrastructuur. Niet alleen naar de verbinding A4-A44, want daarvan weten we dat die er snel moet komen. De vraag is alleen nog steeds hoe. Maar ook naar de toeristische infrastructuur. Daarbij moeten we ook kijken naar de regio. Het hele pakket heeft veel te bieden en heeft zijn positieve weerslag op Leiden Graag zie ik ook een einde aan de discussie komen dat de binnenstad autovrij moet zijn. Niet iedereen gaat de auto uit en op de fiets. Dat is nu eenmaal zo, en dat moet je ook niet willen. Kies voor autoluw, en zorg er dan voor dat er voldoende faciliteiten zijn in en rondom de stad om het parkeerprobleem op te lossen. Ondernemendheid en lef: dat zijn de steekwoorden waar het wat mij betreft voor de toekomst omgaat. Ik hoop dat de gemeentebestuurders dat durven tonen en keuzes durven maken. De ondernemers zijn meer dan bereid om mee te denken. In die zin boft de gemeente. Dat betekent onder meer: bewaak het bedrijvenpark Oostvliet, men moet zich niet opnieuw laten verrassen door provincie en rijk. Zorg voor een goed winkelbestand in Leiden. Ook daar schort het aan. Er zou eens onderzocht moeten worden hoeveel mensen buiten Leiden gaan winkelen en waarom. En als allerlaatste: laat Leiden niet alleen woonstad worden. Het moet dynamisch zijn en daar hoort bedrijvigheid bij. Het heeft geen zin met oogkleppen op hard de andere kant op te kijken. Mix, wees creatief. We zitten midden in de randstad, maak daar gebruik van. We kunnen een fantastische positie innemen. Er zijn kansen genoeg.

Tijdens de discussie rondom het Grote Stedebeleid zijn er keuzes gemaakt ten aanzien van de economische discussie en de waarde die men toen toekende aan de ontwikkeling van biosciencebedrijven in Leiden. Dat is ook van groot belang, zo komen er meer hoogwaardige technologische bedrijven en banen bij. Desalniettemin wil ik hameren op het

René van Leeuwen - voorzitter MKB Leiden en interim voorzitter LVI, vereniging voor ondernemingen:
Toen ik aantrad als nieuwe voorzitter van MKB-Leiden had ik aantal duidelijke doelen voor ogen. Twee daarvan lijken nu zo goed als voor elkaar. De renovatie en herontwikkeling van de Luifelbaan en het Aalmarktproject. Twee zaken die jaren hebben voortgesleept. Als ik dan naar de economische toekomst van Leiden kijk, stel ik in eerste instantie vast dat je een lange adem moet hebben, wil je iets bereiken of veranderen. Daarnaast stel ik vast dat het wel degelijk mogelijk is om in Leiden iets van de grond te tillen, mits anderen van hetzelfde idee overtuigd raken. Ik hoop dan ook van ganser harte dat we binnen nu en een paar jaar de eerste paal de grond in kunnen slaan voor bedrijvenpark Oostvliet en dat het Aalmarktproject van start gaat. Maar daarmee ben ik er nog niet. De toekomst van Leiden heeft meer, biedt meer. De plannen rondom de verdere ontwikkelingen bij het Bio Science Park Leeuwenhoek en Rijnfront juich ik van harte toe. Daarmee zetten we Leiden sterker op de kaart en kan de stad er een enorme spinoff door krijgen. Ik laat dit overigens wel gepaard gaan met één duidelijke waarschuwing. Doe het goed, pak het grondig aan en neem op tijd beslissingen. Er zijn meerdere steden die inzetten op life-sciences binnen hun gemeentegrenzen en die moeten we voor blijven. Dat betekent opletten en actief handelen. Laat Wageningen de landbouwstad blijven en niet de bio-science stad van Nederland worden, als ik de woorden van onze oud-wethouder Alexander Pechtold mag geloven! Vandaar ook dat ik zo op dat Aalmarkt project hamer. We zeggen dat we een mooie stad hebben, behalve het Aalmarktgebied. Daar moeten we oog voor hebben en het mooi maken. Het is notabene in het centrum van de stad. En het is juist die binnenstad die voor meer leven zorgt. Het water is een aantrekkelijk recreatieverblijf, de terrassen, de muurgedichten. Er is volop te beleven en te ondernemen in de stad; zorg ervoor dat ondernemers dat ook blijven vinden. Leiden is het centrale punt van de West Nederland. Daar draait het straks om, Leiden het kloppende hart van de randstad.

Ted Zwietering – directeur Bouw en Wonen
Ik werk nu een klein jaar bij de gemeente Leiden, kom uit Amsterdam, en kijk enigszins nog als buitenstaander tegen de stad aan. Ik constateer dat Leiden even ver van Schiphol afligt als de Zuidas en delen van Amsterdam - het gebied dat wordt gezien als de grote economische motor in Nederland. In Leiden wil die motor echter om de een of andere reden nog niet goed aanslaan. Ik zie grote kansen voor de stad. De aanwezigheid van de universiteit, het bedrijfsleven en het Bio Science Park geven Leiden grote potentie. Het verbaasd me dan ook dat Leiden dit imago niet heeft. Daar moeten we aan werken. Door meer samen te werken. Gezamenlijk die kracht en kwaliteit naar buiten brengen. De synergie die er is tussen de stad, de universiteit en het bedrijfsleven moet verder worden versterkt. We moeten trots zijn op de stad en dat uitdragen. Het imago gezamenlijk aanpakken en veranderen. Daarnaast moeten we inzetten op vernieuwing en verbetering van de stad. We hebben een fantastisch mooie binnenstad, er is in geïnvesteerd en dat moeten we blijven doen. We moeten het voor de bedrijven die er zijn aantrekkelijk houden. Deze ondernemers zijn de ambassadeurs van Leiden. Die moet je koesteren. Luister naar de terechte klachten die er zijn en los ze op. Dat betekent het verbeteren en daar waar nodig herstructureren van de bedrijventerreinen. Vergroot de potentie van de Leeuwenhoek en zorg voor citymarketing. Dat zijn wat mij betreft de drie speerpunten en daar werk ik iedere dag aan. Ik roep ook regelmatig naar de afdeling Economische Zaken dat we daarin nadrukkelijk extra inzet moeten leveren. Dat betekent een meer gestructureerd overleg met het bedrijfsleven om de kwaliteit op een hoger niveau te krijgen. Maar wel gezamenlijk: de gemeente en de ondernemers. Vorm werkgroepen waarin daadwerkelijk de bestaande problemen op de bedrijfsterreinen boven tafel komen. Maak vervolgens afspraken over hoe deze aan te pakken en stel daarvoor termijnen. Monitor deze ook. Ik voorzie in de toekomst een stad waarin wonen en werken naast elkaar bestaan en waarin een vitale mix van verschillende soorten bedrijvigheid is. Ambachtelijk, creatief, industrie en detailhandel. Leiden als kraamkamer voor nieuwe werkgelegenheid.

René de Jong – directeur Rabobank Leiden/Oegstgeest
Ik denk dat het van groot belang is dat de gemeente op korte termijn keuzes maakt. Je kan niet alles willen. Inzetten op het binnenhalen van nieuwe, grote bedrijven zou wat mij betreft niet de prioriteit moeten hebben. Simpelweg, omdat ik daar het nut niet van inzie. We hebben in Leiden geen ruimte voor grote bedrijven. Een nieuw bedrijventerrein in de Oostvlietpolder, is natuurlijk prachtig, maar hoofdzakelijk geschikt voor het verplaatsen van bedrijven uit de binnenstad van Leiden van locaties die niet meer geschikt zijn voor bedrijven. Tevens is het een goed alternatief voor de bedrijven die nu niet meer kunnen uitbreiden. Daarbij speelt dat het ook weinig zin heeft om nieuwe bedrijven hierheen te halen als er voor de werknemers van die bedrijven geen woningen voor handen zijn in de stad. Ik zou hier dus niet de nadruk op willen leggen. Wat veel belangrijker is is het inzetten op wat we al hebben in Leiden. De toeristische mogelijkheden die we hier hebben zijn groot. Dat moet je uitnutten. Door meer gecoördineerd met alle partijen dit aan te pakken. Dat betekent dat de musea, de horeca, de winkeliers gezamenlijk afspraken moeten maken. Nu gebeurd dat nog veel te versnipperd waardoor het niet in een keer duidelijk wordt wat Leiden op dit punt nu eigenlijk allemaal te bieden heeft. En dat is veel. Alleen al het feit dat hier meer dan 50% van het Nederlandse culturele erfgoed ligt, is bij weinigen bekend. Dat is een slag die we gemakkelijk moeten kunnen maken, maar dan moet men daar wel duidelijk voor kiezen. Want wat voor een effect heeft het niet voor de economische bedrijvigheid van de binnenstad wanneer je met elkaar het doel vaststelt dat er 500.000 meer toeristen per jaar naar Leiden moeten komen. Een enorme impuls voor de horeca, de hotels, de musea. Huur daarvoor een goed marketing bureau in, maak samen duidelijke afspraken, maar doe het wel met elkaar. Kijk verder naar wat de consumenten willen. Ze willen geen winkelstraat van een kilometer. Ze willen gezellig winkelen zoals rondom de Pieterskerk en de Lange Gracht. Maar welke toerist weet nu dat hij daar moet zijn? Dat moet veranderen. Net zoals de binnenkomst in Leiden vanaf het station. Je komt de stad in op een prachtig leeg plein. Zorg dat daar een enorm bord staat waarop is vermeld wat er deze week te doen is in Leiden, waar de musea te vinden zijn, de podia, de winkels. Zo presenteer je de stad, haal je mensen binnen en laat je ze zien wat Leiden voor potentieel heeft. Ik denk dat dit veel belangrijker is dan je druk maken over hoe je grote bedrijven naar Leiden toehaalt, terwijl je de werknemers ervan niet eens fatsoenlijk kunt huisvesten.

Reageren of informatie?
Ook in 2004 zet de sector Economische Zaken zich in voor een goed behoud van de bestaande Leidse economie en zal ze daar waar mogelijk deze uitbreiden en ondersteunen. Heeft u behoefte aan meer informatie omtrent zaken die u in deze nieuwsbrief heeft gelezen, of wilt u reageren, bel met de desbetreffende medewerker. De telefoonnummers vindt u in de nieuwsbrief. Voor algemene vragen en informatie kunt u terecht bij het Servicepunt Bedrijven. Sector Economische Zaken Bezoekadres: Langegracht 72 2312 NH Leiden Postadres: Postbus 148, 2300 AC Leiden Algemeen tel.nr.: 071- 516 71 12 Fax: 071- 516 71 19

Colofon
Tekst & Productie: Punt Uit Teksten Sector Economische Zaken Vormgeving & Drukwerk: The Document Factory, Leiden mei 2004