Voordracht 13 Haarlem, 20 februari 2001 Onderwerp: Deelverordening Duurzame Inrichting Bedrijventerreinen Noord-Holland 2001 Bijlagen: ontwerpbesluit Aanleiding

: Ingevolge artikel 4:23 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 4 van de Algemene subsidieverordening Noord-Holland 1998 worden in een provinciale verordening nadere regels gesteld voor het verstrekken van subsidie. Voor de verstrekking van subsidie in het kader van het programma Duurzame Inrichting Bedrijventerreinen in de provincie Noord-Holland, bieden wij u hierbij de bovengenoemde deelverordening ter vaststelling aan. Overwegingen Op 12 augustus 1997 hebben wij de beleidsnota “Programma Duurzame Bedrijventerreinen” vastgesteld (nummer: 1997-514178). De looptijd van dit programma is bij besluit van 20 juli 1999 (nummer: 1999-8131) verlengd tot 1 januari 2004. Tevens is met hetzelfde besluit de uitvoering van het programma veranderd van het specifieke ondersteunen van pilotprojecten naar een brede ondersteuning via een algemene bijdrageregeling. Het programma Duurzame Inrichting bedrijventerreinen heeft als doel zodanige voorwaarden te scheppen op bedrijventerreinen dat er milieu en ruimtewinst kan worden behaald zonder dat de op die terreinen gevestigde of te vestigen bedrijven in hun functioneren worden benadeeld, of beter: zodanig dat de bedrijven er economisch voordeel bij behalen. Het middel om bovenstaande doel te bereiken is het verhogen van de efficië ntie op bedrijventerreinen. Dat kan door samenwerking te realiseren tussen bedrijven die gevestigd zijn op hetzelfde terrein, evenals tussen bedrijven, nutsbedrijven en overheid. Het kan ook door gebruik te maken van een slimme planopzet; dit laatste is met name relevant bij nieuw te ontwikkelen terreinen en te herstructurering verouderde terreinen. Bijgaande deelverordening stelt nadere regels voor subsidiëring vast en vormt daarmee de juridische basis voor de uitvoering van financiële ondersteuning van activiteiten die passen binnen het kader van het beleid inzake duurzame inrichting bedrijventerrein> van de provincie Noord-Holland. Verkorte inhoud deelverordening Onder een duurzaam <bedrijventerrein> wordt verstaan een <bedrijventerrein> waar voorzieningen zijn gerealiseerd op de gebieden energie, water, grondstoffen, afval, utiliteiten, faciliteiten, gebouwen,

verkeer en vervoer en ruimtelijke inrichting. Deze voorzieningen leiden tot hogere (bedrijfs)economische resultaten, een lagere milieubelasting en een lager ruimtegebruik. In aanmerking voor subsidie komen publiekrechtelijke rechtspersonen, rechtspersonen zonder winstoogmerk en samenwerkingsverbanden beide. Subsidie - eventueel in de vorm van een voorschot - wordt gegeven voor: extern onderzoek naar haalbaarheid van duurzame inrichting. Deze bedraagt maximaal ƒ 100.000,-, doch niet hoger dan bijdrage van subsidie-aanvrager; externe procesbegeleiding . Deze bedraagt maximaal ƒ 50.000,-, doch niet hoger dan bijdrage van subsidieaanvrager; Subsidieverstrekking vindt plaats op basis van een projectplan. Hierin staat een omschrijving, de motivering, een kosten/baten-analyse, etc. De subsidieaanvrager moet regelmatig rapporteren omtrent de voortgang van het project. Het ontwerpbesluit en het ontwerp van de onderhavige voordracht zijn om advies voorgelegd aan de statencommissie Milieu, Water en Groen. Voorstel Wij stellen u voor het ontwerpbesluit: Deelverordening duurzame inrichting bedrijventerreinen Noord-Holland 2001”vast te stellen. Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, J.A. van Kemenade, voorzitter. H.W.M. Oppenhuis de Jong, griffier.

Besluit Nr. 13 Provinciale Staten van Noord-Holland; overwegende, dat het wenselijk is bij te dragen aan de duurzame inrichting van bedrijventerreinen in Noord-Holland teneinde de efficiëntie op terreinen te verhogen zodat winst ontstaat voor milieu en ruimte; gelezen de voordracht van Gedeputeerde Staten;

gelet op artikel 4:23 van de Algemene Wet Bestuursrecht en artikel 4 van de Algemene Subsidieverordening Noord-Holland 1998 alsmede en specifiek gelet op het Programma Duurzame Inrichting Bedrijventerreinen Noord-Holland; besluiten: vast te stellen de navolgende verordening: Deelverordening duurzame inrichting bedrijventerreinen Noord-Holland 2001 Begripsomschrijving Artikel 1 In deze verordening wordt onder een duurzaam <bedrijventerrein> verstaan: een <bedrijventerrein waar voorzieningen zijn gerealiseerd op de gebieden energie, water, grondstoffen, afval, utiliteiten, faciliteiten, gebouwen, verkeer en vervoer en ruimtelijke inrichting. Deze voorzieningen leiden tot een lagere milieubelasting en een lager ruimtegebruik. Doelgroep Artikel 2 Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt aan rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn opgericht, aan rechtspersonen zonder winstoogmerk en aan samenwerkingsverbanden tussen rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn opgericht en rechtspersonen zonder winstoogmerk. Subsidiecriteria Artikel 3 lid 1 Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor externe procesbegeleiding van duurzame bedrijventerreinen indien: a. de activiteit gericht is op de begeleiding van het samenwerkingsproces inzake de totstandkoming van duurzame bedrijventerreinen; en b. de provinciale subsidie voor de uitvoering van de activiteit noodzakelijk is. lid 2 Subsidie kan worden verstrekt in de naar het oordeel van Gedeputeerde Staten in aanmerking komende kosten van extern onderzoek naar of externe procesbegeleiding van één of meer duurzame bedrijventerreinen. lid 3

Kosten voor beheer, onderhoud, aansprakelijkheid, verhaal en voor omzetbelasting die kan worden teruggevorderd of op enigerlei wijze wordt terugbetaald of gecompenseerd, komen niet in aanmerking voor subsidie. Weigeringsgronden Artikel 4 Subsidie wordt in ieder geval geweigerd indien: a. met de uitvoering van de activiteit, waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, is begonnen voordat op die aanvraag is beslist; b. de activiteit naar het oordeel van Gedeputeerde Staten niet haalbaar is; c. de verwachte resultaten van de activiteit naar het oordeel van Gedeputeerde Staten te gering zijn; of d. subsidieverlening in strijd is met een uit een verdrag voor de staat voortvloeiende verplichting. Verdeling van de subsidie Artikel 5 Gedeputeerde Staten verdelen de beschikbare bedragen in de volgorde van ontvangst van de aanvragen. Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de dag waarop de aanvraag is aangevuld. Vorm van de subsidie Artikel 6 lid 1 Een s ubsidie op basis van deze verordening is een projectsubsidie. lid 2 Een subsidie van meer dan ƒ 5.000,- (€ 2.269,-) kan in de vorm van een budgetsubsidie of in de vorm van een tekortsubsidie worden verstrekt. Waar mogelijk en passend wordt een subsidie vastgesteld in de vorm van een budgetsubsidie. Berekening van de subsidie Artikel 7 lid 1 Een subsidie ten behoeve van extern onderzoek naar duurzame inrichting van bedrijventerreinen bedraagt ten hoogste ƒ 100.000,- (€ 45.378,-). De subsidie is nooit hoger dan de bijdrage die de subsidieaanvrager zelf levert.

lid 2 Een subsidie ten behoeve van externe procesbegeleiding van duurzame inrichting van bedrijventerreinen bedraagt ten hoogste ƒ 50.000,- (€ 22.689,-). De subsidie is nooit hoger dan de bijdrage d ie de subsidieaanvrager zelf levert. De aanvraag om subsidie Artikel 8 Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 10, lid 1, van de Algemene subsidieverordening Noord-Holland 1998 wordt aan gedeputeerde staten een document overgelegd waarin de volgende elementen zijn verwerkt: a. een omschrijving van de activiteit, zonodig uitgesplitst in deelactiviteiten; b. een motivering van de activiteit; c. een opgave van tenminste drie offertes; d. een gespecificeerde raming van de aan de activiteit verbonden kosten en verwachte opbrengsten; en e. een opgave van gevraagde of toegezegde bijdragen of subsidies van derden voor de activiteit. Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel 9 lid 1 Gedeputeerde Staten kunnen een subsidieontvanger verplichtingen opleggen met betrekking tot de volgende onderwerpen: a. de wijze waarop tijdens de activiteit aan gedeputeerde staten wordt gerapporteerd omtrent de activiteit; b. het instellen van een begeleidingsgroep ten behoeve van de activiteit, waarin een medewerker van de provincie zitting heeft; c. de termijn waarbinnen de activiteit moet zijn aangevangen of uitgevoerd; d. het te allen tijde op verzoek van gedeputeerde staten inzicht verschaffen in de administratie van de activiteit; e. de vermelding, in geval van publiciteit, dat de activiteit tot stand is gekomen met behulp van middelen van de provincie Noord-Holland; of lid 2 Een subsidieontvanger is verplicht aan gedeputeerde staten een verklaring te overleggen waarin wordt aangetoond dat de totale subsidie die aan eenzelfde onderneming ten goede kom t niet meer bedraagt dan ƒ 220.371,- (€ 100.000,-) over een periode van 3 jaar. Voorschotten

Artikel 10 Gedeputeerde Staten kunnen op verzoek van de subsidieontvanger en na het overleggen van facturen voorschotten verlenen, als bedoeld in artikel 23 van de Algemene subsidieverordening Noord-Holland 1998. Intrekkings- en wijzigingsgronden Artikel 11 lid 1 Subsidie verstrekt op grond van deze deelverordening kan worden ingetrokken of gewijzigd: a. wegens strijd met een uit een verdrag voor de staat voortvloeiende verplichting ; of b. indien door cumulatie van subsidies het bedrag dat ten goede komt aan eenzelfde onderneming meer bedraagt dan ƒ 220.371,- (€ 100.000,-) over een periode van 3 jaar. lid 2 Bij de intrekking of wijziging kan worden bepaald dat over onverschuldigd betaalde subsidiebedragen een rentevergoeding verschuldigd is. De subsidievaststelling Artikel 12 Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 18, lid 1, van de Algemene subsidieverordening Noord-Holland 1998 wordt rekening en verantwoording afgelegd omtrent de verrichte activiteit en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten in een financieel verslag inclusief kopieën van de facturen van de externe onderzoekers of de externe procesbegeleiders. Slotbepalingen Artikel 13 Gedeputeerde Staten kunnen in bijzondere gevallen afwijken van een of meer bepalingen van deze verordening. Artikel 14 Deze verordening treedt in werking één dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal blad waarin zij is geplaatst. Artikel 15

Deze verordening wordt aangehaald als: Deelverordening duurzame inrichting bedrijventerreinen Noord-Holland 2001. Artikel 16 Deze verordening vervalt op 1 januari 2004. Haarlem, 12 maart 2001 Provinciale Staten voornoemd, H.M. Meijdam, voorzitter. H.W.M. Oppenhuis de Jong, griffier. Titel:Vd 13: Deelverordening Duurzame Inrichting Bedrijventerreinen Noord-Holland 2001 Datum:20-02-2001 Nummer:13 2