Rapportage werkgroep Acquisitie in het kader van het landsdeelconvenant West

U t r e c ht ,

Rapportage werkgroep Acquisitie in het kader van het landsdeelconvenant West, fase 1 pagina 1 van 16

J u l i 20 0 2

Rapportage werkgroep Acquisitie in het kader van het landsdeelconvenant West, fase 1 pagina 2 van 16

In ho u d

Samenvatting 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 Aanleiding Aanpak Interpretatie van de opdracht Marktpositie Randstad Rol CBIN Acquisitie-inspanningen randstadoverheden Relatie naar CBIN Eerste conclusies Verbetering internationale werving Verbetering vestigingsvoorwaarden Eindconclusies Afronding Bijlage: betrokken vertegenwoordigers van rijk en regio

Rapportage werkgroep Acquisitie in het kader van het landsdeelconvenant West, fase 1 pagina 3 van 16

Samenvatting
1. In het landsdeelconvenant West, fase 1 (procesconvenant) is als actie 9 de opdracht opgenomen om vast te stellen of het noodzakelijk is tot samenwerking te komen bij de acquisitie van buitenlandse bedrijven voor de Randstad1. De internationale economische positie van Nederland is gebaat bij een stevige instroom van buitenlandse vestigingen, die vers bloed in het economisch veld binnenbrengen. Tegelijk is het marktaandeel van Nederland en daarbinnen dat van de Randstad een aanwijzing voor de aantrekkelijkheid van ons land en ons landsdeel in het internationale economische veld. Blijkens onderzoek over de periode 1999-2000 heeft Nederland in enkele economische sectoren een meer dan evenredig marktaandeel in de buitenlandse vestigingen. Daarvan komt bovendien een opnieuw meer dan evenredig deel in de Randstad terecht. De randstadprovincies scoren relatief hoog bij Europese marketing en sales (nagenoeg alleen Noord-Holland), Europese back-offices en Europese hoofdkantoren. Productiebedrijven en Europese logistieke centra vinden vooral buiten de Randstad een plek. Gerekend naar het totaal aantal vestigingen vindt tweederde van de buitenlandse vestigingen in Nederland binnen de Randstad zijn locatie.2 Nederland scoort ronduit zwak in vestigingen op het terrein van Research en Development; de Randstad doet het naar verhouding iets beter, maar het marktaandeel blijft beneden de maat. Dat is een sterke aanwijzing dat Nederland onvoldoende faam heeft als kennisland. In het buitenland hebben Amsterdam en (minder) Rotterdam naamsbekendheid. Het begrip Holland is ook bekend, maar begrippen als Randstad en zeker Deltametropool hebben een geringe of zelf geen enkele zeggingskracht. Het heeft voor de acquisitie van bedrijven ook geen meerwaarde om hier iets aan te willen veranderen. Nederland beschikt over een op de acquisitie van buitenlandse bedrijven toegesneden bureau, het CBIN of NFIA, dat op een goede manier samenwerkt met regionale en locale overheden. Via die route komt circa een derde tot de helft3 van de buitenlandse vestigingen in Nederland tot stand. De vraag of door samenwerking versterking van de acquisitie mogelijk is, verdient daarom nuancering. Samenwerking bestaat al en de Randstad scoort in het algemeen bovengemiddeld. Wel is het zinvol na te gaan of het marktaandeel vergroot kan worden. De werkgroep kiest voor versterking van de samenwerking in plaats van het ontwikkelen van een nieuwe structuur voor de acquisitie en promotie. Het opzetten van een eigen wervingsbureau of een uitgebreide gespecialiseerde website om het marktaandeel van de Randstad in de buitenlandse werving te vergroten is wel

2.

3.

4.

5.

6.

7.

8.

1 Met de term Randstad wordt in deze rapportage het grondgebied van de vier randstadprovincies aangeduid; het beschikbare cijfermateriaal laat in het algemeen geen nadere toespitsing toe. 2 Blijkens recente informatie is het aantal buitenlandse vestigingen in Nederland sinds 2000 verslechterd. Met het onderzoek over de periode 1999-2000 vergelijkbare informatie is echter nog niet beschikbaar. De indruk bestaat dat ook de relatieve marktpositie verslechterd is. 3 Door definitieverschillen in de gegevens kan geen exact cijfer worden gegeven.

Rapportage werkgroep Acquisitie in het kader van het landsdeelconvenant West, fase 1 pagina 4 van 16

overwogen. De kosten zijn echter zeer hoog en er zou dubbel werk worden gedaan ten opzichte van het CBIN, dat naar veler oordeel behoorlijk tot goed functioneert. De werkgroep beveelt aan de banden tussen de acquisiteurs in de Randstad te versterken, onder meer door het organiseren van gezamenlijke bijeenkomsten om elkaars sterke en zwakke punten en bijzondere karakteristieken (unique selling points) te leren kennen. 9. De werkgroep beveelt bovendien aan de banden tussen CBIN en de regio verder te versterken, onder meer door deelname van randstadvertegenwoordigers aan het overleg tussen CBIN en ROM’s.

10. Verbreding van deelname uit de Randstad aan de events op de MIPIM in Cannes dient te worden onderzocht. 11. Een zwak punt is de aantrekkingskracht van Nederland en de Randstad op kennisintensieve bedrijven. Het inzicht in de binnen de Randstad aanwezige topspecialismen op kennisgebied dient sterk verbeterd te worden. De inventariserende activiteiten op dit terrein (onder meer door het CBIN) dienen krachtig te worden gesteund. 12. De werkgroep vraagt de aandacht voor de negatieve werking die met name de groeiende onveiligheid en de vestigingsprocedures op het marktaandeel van Nederland en de Randstad uitoefenen.

Rapportage werkgroep Acquisitie in het kader van het landsdeelconvenant West, fase 1 pagina 5 van 16

1.

Aanleiding

In het landsdeelconvenant West, fase 1 (procesconvenant), is als actie 9 de volgende tekst opgenomen: “Vaststellen of het noodzakelijk is om tot gezamenlijke acquisitie-inspanningen te komen (Rijk - EZ/CBIN - en regio) om internationaal georiënteerde ondernemingen aan te trekken en zo ja, opstellen van aanbevelingen en zo mogelijk concrete acties”. Achtergrond voor deze actie is het streven naar de ontwikkeling van de Deltametropool. Het gebied zal zich economisch verder moeten versterken om de concurrentie met buitenlandse economische centra aan te kunnen. Het is daarbij belangrijk dat elke stad of streek zijn eigen sterke punten uitbuit en uitbouwt. Dat sluit concurrentie tussen de gebieden zeker niet uit, maar biedt optimale mogelijkheden voor economische ontwikkeling van de Deltametropool als geheel. De vestiging van buitenlandse bedrijven, zeker als het kennisintensieve bedrijven zijn, levert nieuwe impulsen en nieuwe mogelijkheden in de markt. Innovatie van product en methodes en internationale concurrentie zijn belangrijk voor de ontwikkeling van de economie. Beide zijn gebaat bij de vestiging van buitenlandse bedrijven. Andersom geeft het aandeel van Nederland, respectievelijk van de Randstad, in de ‘markt’ van buitenlandse vestigingen een aanwijzing voor de kwaliteit van de vestigingsvoorwaarden in ons land. Als die kwalitatief goed zijn profiteren ook de reeds in Nederland en de Randstad gevestigde bedrijven daarvan en daarmee de economische ontwikkeling van het gebied.

2.

Aanpak

Om de opdracht uit het procesconvenant uit te voeren is een werkgroep samengesteld uit de regio; een vertegenwoordiger van het ministerie van EZ nam deel aan de werkzaamheden. Een vertegenwoordiger van het CBIN heeft aan één van de werkgroepbijeenkomsten deelgenomen. Het bureau van de Regio Randstad verzorgde de coördinatie van de werkgroep. De eerste bijeenkomst van de werkgroep vond plaats op vrijdag 13 april en had ten doel de opdracht nauwkeuriger te omschrijven en een werkwijze af te spreken. Op 24 mei vond de vervolgbijeenkomst plaats, waarbij ook het CBIN was vertegenwoordigd. Na de tweede bijeenkomst is een concept eindrapportage opgesteld, die is voorgelegd aan de werkgroepleden en aan het CBIN. In het eindrapport zijn de aanvullingen en correcties verwerkt. Dit eindrapport van de werkgroep wordt in september voorgelegd aan bestuurders uit de Randstad en aan het IPD. Het wordt vervolgens betrokken bij het opstellen van het landsdeelconvenant, fase 2.

3.

Interpretatie van de opdracht

De werkgroep heeft de opdracht allereerst letterlijk genomen. Geconstateerd werd dat reeds gemeenschappelijke acquisitie-inspanningen van rijk en regio worden verricht. Het Commissariaat voor Buitenlandse Investeringen in Nederland (CBIN/NFIA4) – de rijksinstantie die verantwoordelijk is voor de wervingsactiviteiten in het buitenland – werkt
4

Het CBIN gebruikt vooral de naam NFIA: Netherlands Foreign Investment Agency.

Rapportage werkgroep Acquisitie in het kader van het landsdeelconvenant West, fase 1 pagina 6 van 16

samen met een netwerk van gemeenten, provincies en ontwikkelingsmaatschappijen in Nederland. Amsterdam, Rotterdam, de vier provincies en WFIA (West-Holland Foreign Investment Agency) maken daarvan deel uit. Er wordt informatie uitgewisseld, het CBIN brengt buitenlandse investeerders in contact met onder meer deze randstadoverheden en er worden soms – wanneer CBIN en de betrokken randstadpartners dat beide als nuttig zien gezamenlijke wervingsactiviteiten in het buitenland georganiseerd. In het algemeen wordt door de betrokken partijen de gezamenlijke inspanningen als nuttig en zinvol beoordeeld. De werkgroep heeft vervolgens de opdracht verbreed en zich afgevraagd hoe het nuttig effect voor de Randstad kan worden verbeterd: hoe kan het aandeel van de Randstad op de markt van buitenlandse vestigingen worden vergroot? Dat is de vraagstelling voor de werkgroep geworden.

4.

Marktpositie van de Randstad

Hoe goed presteert Nederland, en daarbinnen de Randstad, op de markt van buitenlandse investeringen in Noord-West Europa? En om hoeveel vestigingen gaat het eigenlijk? Het aantal buitenlandse vestigingen in Nederland en de Randstad Uit verschillende bronnen zijn cijfers beschikbaar over het aantal nieuwe vestigingen van buitenlandse bedrijven in Nederland en in de Randstad. Daar de bronnen onderling verschillende afbakeningen en definities gebruiken zijn de getallen niet volledig vergelijkbaar. Er ontstaat wel een globaal beeld. Het CBIN geeft in zijn jaarverslag 20015 cijfers voor 2000 en 2001 over het aantal vestigingen vanuit het buitenland in Nederland. In die periode vestigden zich resp. 94 en 86 bedrijven met hulp van het CBIN in Nederland. Daarmee waren respectievelijk 5071 en 3482 arbeidsplaatsen gemoeid. Van het aantal vestigingen kwam 76% resp. 65% in de Randstadprovincies terecht. Binnen de Randstad had Noord-Holland een marktaandeel van 61% resp. 55%. Een onderzoek door Ernst & Young6, in opdracht van het CBIN, geeft eveneens informatie over het aantal vestigingen. Voor de jaren 1999 en 2000 is onderzoek gedaan naar het marktaandeel van Nederland in de vestiging van buitenlandse bedrijven uit de USA, Canada, Japan, Korea, Taiwan, Singapore, Hong Kong, Finland, Noorwegen, Zweden, Italië, Frankrijk en Duitsland in Noord-West Europa. Onderzocht zijn vestigingen in Noordwest Europa: België, Frankrijk, Duitsland, Ierland, Noord-Ierland, Schotland, Wales, Engeland, Zweden en Nederland. Het gaat om buitenlandse directe investeringen. De gegevens zijn uit diverse bronnen vergaard. In 1999-2000 hebben zich volgens dit onderzoek 148 bedrijven in ons land gevestigd, met ruim 11.000 arbeidsplaatsen. Van het aantal vestigingen landden er 99 (67%) in de Randstad. Binnen de Randstad heeft Noord-Holland een marktaandeel van 67%. Tot slot levert een studie van de Stec-groep7 nog cijfermateriaal. De publicatie is gebaseerd op de Database Locatiebeslissingen Nederland van de groep en richt zich op alle
5 6

The Year in Review 2001, Netherlands Foreign Investment Agency, 2002. Market share analysis of foreign investment projects 1999-2000; Ernst & Young International Location Advisory Services; april 2002. 7 Logica in locatiepatronen, Stec Groep B.V. Nijmegen, juli 2002.

Rapportage werkgroep Acquisitie in het kader van het landsdeelconvenant West, fase 1 pagina 7 van 16

bovenregionale locatiebeslissingen waarmee tenminste 50 arbeidsplaatsen gemoeid zijn. In de publicatie worden voor 2000 en 2001 respectievelijk 14 en 10 eerste vestigingen van een buitenlands bedrijf in Nederland gesignaleerd. Daarmee maken deze overigens 32% resp. 26% van alle nieuwe vestigingen van deze omvang uit. Eerste vestigingen van een buitenlands bedrijf in Nederland en vestigingen als gevolg van groei en fusiebesluiten van reeds gevestigde buitenlandse bedrijven vormen samen ruim de helft van alle locatiebeslissingen van deze omvang! Marktaandeel van Nederland respectievelijk de Randstad Het onderzoek van Ernst& Young geeft inzicht in het marktaandeel dat Nederland binnen Noord-West Europa heeft. In de volgende tabel is het marktaandeel van Nederland vermeld, zowel in het aantal vestigingen als in de omvang van de gegenereerde werkgelegenheid. Door bewerking van het cijfermateriaal kon het aandeel van de Randstadprovincies binnen het totaal van Nederland worden benaderd. Dit is eveneens vermeld.

Marktaandeel Nederland en Randstadprovincies in buitenlandse vestigingen 1999-2000
type vestiging Productiebedrijven Research en Development Europese logistieke centra Europese hoofdkantoren Europese back-offices Europese marketing en sales TOTAAL aandeel Nederland in aantal vestigingen 10% 4% 12% 13% 10% 7% 9% waarvan Randstad 26% 57% 27% 76% 76% 90% 66% aandeel Nederland in werkgelegenheid 7% 2% 8% 4% 16% 4% 7% waarvan Randstad 36% 77% 10% 73% 61% 79% 53%

Gerekend naar het aantal vestigingen heeft Nederland een aandeel van 9%; dat ligt boven het aandeel van 7% dat voor Nederland, gerekend naar inwonertal en BNP van het beschouwde gebied, verwacht mag worden. Uitschieters zijn vooral Europese hoofdkantoren en Europese logistieke centra. Marketing- en sales-activiteiten, maar vooral research en development blijven duidelijk achter. Verdere uitsplitsing maakt duidelijk dat Nederland vooral scoort op software en telecommunicatie. Dat geldt zowel bij Europese back-offices (callcentra) als bij Europese marketing en sales en Europese hoofdkantoren. Van het Nederlandse marktaandeel slaat gemiddeld tweederde in de Randstad neer. En daarvan weer tweederde in Noord-Holland. Ter vergelijking kan dienen dat de Randstad ca. 45% van Nederland uitmaakt als het gaat om inwonertal en aantal arbeidsplaatsen. De randstadprovincies scoren relatief hoog bij Europese marketing en sales (nagenoeg alleen Noord-Holland), Europese back-offices en Europese hoofdkantoren. Productiebedrijven en Europese logistieke centra vinden vooral buiten de Randstad een plek. Daar het laatste type bedrijven relatief veel ruimte vraagt is het beperkte randstadaandeel voor de handliggend. Flevoland biedt overigens wel ruimte voor deze sector.

Rapportage werkgroep Acquisitie in het kader van het landsdeelconvenant West, fase 1 pagina 8 van 16

Naar werkgelegenheid gerekend ligt het aandeel van Nederland op een gemiddeld niveau: 7%; hier zijn de back-offices een positieve uitschieter. Ongeveer de helft van de werkgelegenheid komt in de Randstad terecht, waar opnieuw Noord-Holland goed is voor tweederde van het randstadaandeel. Na 2000 is het aantal buitenlandse vestigingen in Nederland verminderd. Die beweging lijkt door te zetten in 2002. De economische ontwikkeling speelt daarbij een hoofdrol. Recente informatie suggereert dat na 2000 echter ook de marktpositie van Nederland verslechterd is. Er is helaas nog geen onderzoek beschikbaar dat met het hiervoor aangehaalde rapport vergelijkbare gegevens biedt. Achterstand bij vestiging kennisintensieve bedrijven De gegevens uit het onderzoek van Ernst&Young hebben betrekking op de periode 19992000. Vergeleken met de periode 1997-1998 is het marktaandeel van Nederland toegenomen. Concluderend kan worden gesteld dat de positie van de Randstadprovincies binnen het marktaandeel van Nederland relatief sterk is, maar het accent valt daarbij vooral op NoordHolland en daarbinnen met name op Amsterdam en omstreken. Bovendien vestigen vooral softwarebedrijven zich in dit gebied. In vele sectoren is de marktpositie vatbaar voor verbetering. Gezien het streven naar versterking van de kenniseconomie is vooral de zwakke Nederlandse marktpositie in research en development zorgwekkend. Voor de Randstad is dat beeld nauwelijks beter. Een versterking van de marktpositie zou vooral in deze richting en bij productiebedrijven – die ook kennisintensief kunnen zijn - gezocht moeten worden.

5.

Rol van het CBIN (NFIA)

Voor Nederland worden de wervingsactiviteiten in het buitenland vooral verricht door het CBIN. Vanuit een aantal kantoren en via gerichte activiteiten (presentaties, symposia) speurt het commissariaat naar bedrijven die vestiging in noord-west Europa overwegen en probeert ze in contact te brengen met potentiële vestigingsplaatsen in Nederland. Via een computernetwerk, waartoe ook de contactpersonen van CBIN in Nederland toegang hebben, wordt informatie over zoekende bedrijven en over trends en activiteiten verspreid. Op deze wijze zijn in de jaren 2000 en 2001 gemiddeld zo’n 90 bedrijven per jaar uit Noord-Amerika, Azië en Europa in Nederland gevestigd. Het CBIN zoekt bij een bedrijf de beste potentiële vestigingsplekken en brengt het bedrijf ermee in contact. Het bedrijf beslist. Het CBIN voert hierbij geen stimuleringspolitiek voor bepaalde delen van het land. Sommige gemeenten en provincies worden zelden door het CBIN benaderd, andere zeer frequent. De laatste jaren wordt bewust gestreefd naar het aantrekken van kennis-intensieve bedrijven. Om de informatie over de aanknopingspunten in Nederland te verbeteren is een onderzoek ingesteld naar de sterke punten van Nederlandse universiteiten op het terrein van de life-sciences (biotechnologie). De vergaarde kennis is benut voor BIO 2002 in Toronto, Canada, in juni 2002. Binnenkort start een vergelijkbare aanpak op het terrein van de informatie- en communicatietechnologie.

Rapportage werkgroep Acquisitie in het kader van het landsdeelconvenant West, fase 1 pagina 9 van 16

6.

Acquisitie-inspanningen van de randstadoverheden

Zowel in de vier provincies als in enkele van de grote steden zijn medewerkers belast met een acquisitietaak voor het buitenland. Die is het meest omvangrijk in Amsterdam en Rotterdam. Rotterdam heeft bijvoorbeeld een kantoor in Baltimore en heeft contacten met Rotterdam Representatives in Azië en diverse Europese landen. Het Ontwikkelingsbedrijf en het Havenbedrijf van Rotterdam hebben elk een wervingsapparaat voor potentiële investeerders. Daarbij is het Havenbedrijf in de eerste plaats gericht op havengebonden activiteiten, grootschalige distributie en chemie. Bij OBR gaat het om niet-havengebonden activiteiten, kantoorvestigingen, callcentra etc. Amsterdam beschikt over een Afdeling Buitenlandse Investeringen (ABI), onderdeel van Economische Zaken. Deze afdeling telt 11 medewerkers en is onderverdeeld naar de belangrijkste geografische gebieden voor buitenlandse investeringen, nl. USA, Azië en EMEA. Daarnaast zijn er 2 medewerkers voor communicatie / PR. ABI werkt nauw samen met andere op acquisitie of promotie gerichte partijen in de Amsterdamse regio, zoals SADC (Schiphol Area Development Company), Amsterdam Airport Area, het Gemeentelijk Havenbedrijf, Stichting Amsterdam Promotions (Ampro) en de Gemeente Almere. Daarnaast wordt nauw samengewerkt met het CBIN. Acquisitie vindt zowel reactief als pro-actief plaats. Reactief door snelle en adequate opvolging van informatie-verzoeken, rechtstreeks afkomstig van potentiële investeerders of binnenkomend via intermediairs. Pro-actief door gerichte activiteiten, zoals beursdeelname en –bezoek, roadshows, seminars, acquisitie- en promotiereizen, direct-mailacties en diverse events. Den Haag werkt samen met de regio in West-Holland Foreign Investment Agency De gemeente zelf richt zich op het aantrekken van internationale instellingen in de sfeer van bestuur en justitie. Utrecht richtte tot voor kort haar promotie en acquisitie bijna alleen op de uitgifte van de grote bedrijventerreinen en kantorenlocaties. Momenteel oriënteert de gemeente zich op het verbreden van haar activiteiten naar acquisitie van buitenlandse bedrijven. Almere zet zwaar in op (buitenlandse) investeringen en werkt daartoe nauw samen met Flevoland, Amsterdam en SADC (Schiphol Amsterdam Development Corporation). Uitbreiding van het Japanse cluster van bedrijven, ICT, grotere backoffices, nietSchipholgebonden activiteiten en internationale logistieke dienstverlening zijn enkele speerpunten. De provincies kennen alle vier contactpersonen voor het CBIN en voeren via onder meer wervingsreizen naar het buitenland een promotie- en wervingsbeleid. De ambtelijke inzet op promotie en acquisitie is beperkt. De belangrijkste taak van de locale en regionale medewerkers is de begeleiding van zoekende bedrijven, die via CBIN of andere kanalen in contact zijn gekomen met de betreffende overheid. In de provincie Utrecht is sinds kort gestart met actieve acquisitie, met name op het terrein van biotechnologie. Volgend jaar zal dat ook voor de informatietechnologie-sector gebeuren. Hierbij wordt de samenwerking met de gemeente Utrecht versterkt.

Rapportage werkgroep Acquisitie in het kader van het landsdeelconvenant West, fase 1 pagina 10 van 16

Een bijzondere activiteit is de jaarlijkse vastgoedbeurs in Cannes: de MIPIM. Hier worden de belangrijke vastgoedontwikkelingen onder de aandacht gebracht van grote investeerders in de kantorenmarkt. De vier steden treden gezamenlijk op onder de vlag van Holland Randstad. Zoals reeds aangegeven is voor de gemeenten en provincies het CBIN niet de enige toegangsweg. Geschat wordt dat circa de helft tot tweederde van de buitenlandse investeringen tot stand komt via rechtstreekse contacten van de investeerder met één of meer steden of provincies. In het algemeen loopt dat via een intermediair. Van belang is de constatering dat de acquisitie-medewerkers van de verschillende randstadoverheden weinig contact hebben met collega’s in andere provincies en naar eigen opvatting onvoldoende op de hoogte zijn van de sterke punten van vestigingsplaatsen elders in de Randstad.

7.

Relatie van de randstadoverheden met CBIN

Door betrokkenen wordt de relatie tussen de medewerkers voor acquisitietaken in de Randstad en het CBIN in het algemeen als bevredigend tot goed gekenschetst. Het electronisch netwerk functioneert goed, al zouden met name de gemeenten en provincies vaker informatie op het netwerk kunnen brengen. De gemeenten zijn echter elkaars concurrent en dat maakt voorzichtig. Toch meent de werkgroep dat het vertrouwen in het correct omgaan met gevoelige informatie groeiende is. Gemeenten waar vaak een potentiële vestiging aan de orde is – zoals Amsterdam – hebben regelmatig contact met het CBIN. Voor gemeenten waar dat zelden het geval is speelt een jaarlijks gesprek en de jaarlijkse ‘relatiedag’ van het CBIN (Nationaal Acquisitie Platform – NAP) een belangrijke rol. De locale en regionale acquisiteurs in de Randstad stellen prijs op een nauwer overleg met CBIN, bijvoorbeeld door deelname aan het KNAP, het overlegplatform tussen CBIN en de regionale ontwikkelingsmaatschappijen. Deze ROM’s hebben alle hun werkgebied buiten de Randstad. Waardering is er voor de recente lijn van het CBIN om informatie te verzamelen over de sterke punten van de verschillende universiteiten en kennisinstellingen op het terrein van de life-sciences (biotechnologie). De acquisiteurs zien dat als een voorbeeld van de manier waarop de karakteristieke sterke punten (unique selling points) van de verschillende steden in de Randstad zichtbaar zijn te maken.

8.

Eerste conclusies

Het voorgaande leidt de werkgroep tot de volgende overwegingen en eerste conclusies: a. De internationale economische positie van Nederland is gebaat bij een stevige instroom van buitenlandse vestigingen, die vers bloed in het economisch veld binnenbrengen. Tegelijk is het marktaandeel van Nederland en daarbinnen dat van de Randstad een aanwijzing voor de aantrekkelijkheid van ons land en ons landsdeel in het internationale economische veld. Nederland heeft blijkens onderzoek over de periode 1999-2000 in enkele economische sectoren een meer dan evenredig marktaandeel in de buitenlandse vestigingen. Daarvan komt bovendien een opnieuw meer dan evenredig deel in de Randstad terecht. De

b.

Rapportage werkgroep Acquisitie in het kader van het landsdeelconvenant West, fase 1 pagina 11 van 16

randstadprovincies scoren relatief hoog bij Europese marketing en sales (nagenoeg alleen Noord-Holland), Europese back-offices en Europese hoofdkantoren. Productiebedrijven en Europese logistieke centra vinden vooral buiten de Randstad een plek. Gerekend naar het totaal aantal vestigingen vindt tweederde van de buitenlandse vestigingen in Nederland binnen de Randstad zijn locatie. c. Nederland scoort ronduit zwak in vestigingen op het terrein van Research en Development. De Randstad doet het naar verhouding iets beter, maar het marktaandeel blijft beneden de maat. Dat is een sterke aanwijzing dat Nederland onvoldoende faam heeft als kennisland. In het buitenland hebben Amsterdam en (minder) Rotterdam naamsbekendheid. Het begrip Holland is ook bekend, maar begrippen als Randstad en zeker Deltametropool hebben een geringe of zelf geen enkele zeggingskracht. Het heeft voor de acquisitie van bedrijven ook geen meerwaarde om hier iets aan te willen veranderen. Nederland beschikt over een op de acquisitie van buitenlandse bedrijven toegesneden bureau, het CBIN of NFIA, dat op een goede manier samenwerkt met regionale en locale overheden. Via die route komt de helft tot een derde van de buitenlandse vestingen in Nederland tot stand. De vraag of door samenwerking versterking van de acquisitie mogelijk is, is daarmee in feite al enigszins beantwoord. Die samenwerking bestaat al en de Randstad scoort in het algemeen bovengemiddeld. De volgende vraag is dan of door versterking van de samenwerking de effectiviteit verhoogd kan worden. Daarbij zijn verschillende mogelijkheden door de werkgroep bekeken.

d.

e.

f.

g.

9.

Vergroting marktaandeel bij internationale w erving

Eerder is al aangegeven dat het wenselijk is het marktaandeel van de Randstad bij de vestiging van internationale bedrijven te versterken. Daarbij richt de aandacht zich vooral op vormen van samenwerking tussen de acquisiteurs in de Randstad. Daarnaast moet worden nagedacht over de kwaliteiten van het gebied. Werving en promotie kunnen helpen om het gebied onder de aandacht te brengen. Maar uiteindelijk beslist een bedrijf na afweging van vele factoren, waarvan slechts een deel beïnvloedbaar is. Er zijn meer en minder vergaande mogelijkheden om de wervingskracht van de Deltametropool te vergroten. Het meest vergaand is de oprichting van een gezamenlijk bureau, te vergelijken met het CBIN. De werkgroep heeft overwogen dat dit een zeer inefficiënte oplossing zou zijn. Een nieuw wervingsbureau opzetten dat werkelijke meerwaarde biedt ten opzichte van het CBIN zou een heel dure onderneming zijn. De bestaande apparaten van de steden en provincies zouden bovendien intact moeten blijven. Onvermijdelijk zou vervolgens veel werk dubbel worden gedaan. Het werk van het CBIN, dat in het belang van Nederland als geheel wordt verricht, zou erdoor geschaad worden. De werkgroep raadt een dergelijke keuze daarom sterk af. Een minder vergaande optie zou de inrichting van een gespecialiseerde en informatieve website voor zoekende bedrijven zijn. Voor de bedrijven die zelf of via een andere

Rapportage werkgroep Acquisitie in het kader van het landsdeelconvenant West, fase 1 pagina 12 van 16

intermediair dan het CBIN een locatie zoeken kan een goede website een grote informatieve waarde hebben. De werkgroep heeft overwogen dat inrichting van een gespecialiseerde site wel mogelijk is, maar in de praktijk zeer kostbaar en bewerkelijk zou zijn (ook in onderhoud) en per saldo niet veel zou toevoegen aan wat via bestaande bronnen en sites reeds te vinden is. Een van de gemeenten heeft al eens een poging tot ontwikkeling van een dergelijke site gedaan, maar heeft deze poging beëindigd vanwege de oplopende kosten. Ook dit raadt de werkgroep dus af. Wel wordt aangeraden een nog op te zetten site van de Randstad te voorzien van goede links naar de relevante sites van gemeenten en provincies. De werkgroep heeft geconstateerd dat de kennis van elkaars sterke punten binnen het gebied nog tekortschiet. Die kennis is van belang, omdat een bedrijf dat buiten het CBIN om contact legt – en dat is tenminste 50% van het totaal –in de gemeente van het eerste contact niet altijd een bevredigende locatie vindt. Voldoende kennis van de andere mogelijkheden in de Deltametropool maakt het mogelijk het zoekende bedrijf binnen het gebied op andere opties te wijzen. Dat bevordert de kans dat het zoekende bedrijf uiteindelijk binnen de Deltametropool een passende locatie vindt. De werkgroep adviseert daarom de onderlinge kennis van elkaars gebieden en sterke punten te vergroten. Daartoe kan één- of tweemaal per jaar een bijeenkomst van acquisiteurs in de Randstad worden georganiseerd. De bijeenkomst moet een informatief karakter hebben, maar tevens bijdragen aan de vorming en versterking van een netwerk van acquisiteurs in de Randstad. Met een roulerende organisator blijven bovendien de hiervoor noodzakelijke inspanningen beperkt. Provincie en gemeente Utrecht hebben aangeboden om het initiatief te nemen voor de eerste bijeenkomst. Langs deze weg van kennisverbreding en netwerkvorming kan geleidelijk de kans vergroot worden dat een bedrijf dat een vestigingsplaats zoekt ook daadwerkelijk in de Randstad gehuisvest wordt. De ontwikkeling kan er ook toe leiden dat in het buitenland gezamenlijk wordt opgetreden, waarbij de randstadoverheden de aantrekkingskracht van de ‘merken’ Amsterdam en Rotterdam benutten. In het verlengde hiervan wordt door de organiserende steden bezien of de georganiseerde events op de MIPIM in Cannes randstadbreed kunnen worden. Deelname van private organisaties (zoals SADC) wordt volgens de acquisiteurs bestuurlijk ongewenst geacht. Om de kwaliteit van de acquisitie en promotie optimaal te houden is een goed contact met het CBIN van belang. Het CBIN heeft aangeboden de contacten met de hoofden acquisitie te versterken. Bovendien heeft het CBIN aan de Regionale ontwikkelings-maatschappijen voorgesteld éénmaal per jaar 1 of 2 vertegenwoordigers van de Randstad aan het periodieke overleg met de ROM’s te laten deelnemen. Daarmee hebben de ROM’s ingestemd.

Rapportage werkgroep Acquisitie in het kader van het landsdeelconvenant West, fase 1 pagina 13 van 16

10. Verbetering vestigingsvoorw aarden
Hoe goed de toeleiding naar het gebied van de Randstad ook is, de kwaliteiten van het gebied bepalen of er een vestiging tot stand komt. De werkgroep heeft het niet als haar taak gezien het totaal van de vestigingsvoorwaarden in de Randstad onder de loep te nemen. Onder meer in het project Deltametropool zijn reeds studies verricht naar de sterke en zwakke kanten van het vestigingsklimaat in de Randstad8. Daarin komen de inmiddels bekende factoren, waaronder bereikbaarheid, fiscale voordelen (een verdwijnend pluspunt voor Nederland!), beschikbaarheid en kwaliteit van bedrijventerreinen, woningmarkt en personeelsvoorziening naar voren. Een drietal onderwerpen vraagt volgens de werkgroep echter specifieke aandacht. benutting kenniskwaliteiten De transformatie naar een kenniseconomie verloopt het snelst op die plaatsen waar kennis van hoog niveau voorhanden is. Nederland heeft op dat terrein in het buitenland echter geen faam: de lage score van Nederland op het terrein van R&D-vestigingen illustreert dat. Dat vraagt om extra aandacht bij de promotie in het buitenland. Interessant voor buitenlandse bedrijven zijn vooral de topspecialismen die universiteiten en hogescholen, academische ziekenhuizen en andere kennisinstituten kunnen bieden. Wetenschappelijk onderzoekers en andere specialisten verkeren in netwerken die goede aanknopingspunten bieden voor de werving van buitenlandse bedrijven. De werkgroep heeft echter met spijt geconstateerd dat daarover niet voldoende bekend is. Recent heeft het CBIN een inventarisatie van de kennis en activiteiten op het terrein van de life-sciences gemaakt. Dergelijke projecten zijn kostbaar en tijdrovend, maar van groot belang voor de werving. De werkgroep beveelt voortzetting daarvan van harte aan! Tegelijk is het van belang de medewerking van de topspecialisten in Nederland te verkrijgen voor het verbeteren van de werving. Deze constatering sluit aan bij actie 10 van het landsdeelconvenant West, waarin wordt nagegaan hoe de synergie tussen de kennisinstellingen is te vergroten. Het doel daarvan is om de vorming van topspecialismen te bevorderen, mede vanwege de waarde voor de economische ontwikkeling. Het is dan wel zaak dat de betrokken wetenschappers en specialisten zich bewust zijn van de betekenis die hun activiteiten voor de ontwikkeling van hun regio kunnen hebben! Cruciaal is hierbij dat de voordelen van nieuwe bedrijven, m.n. in de research en developmentsector voor wetenschappers en wetenschappelijke instellingen, duidelijk op het netvlies moeten komen bij deze partijen, anders zal de medewerking van korte duur zijn. Veiligheid Een tweede punt van aandacht is de veiligheid. Hoewel ook enkele concurrerende gebieden hiermee kampen, wordt bij de werving in toenemende mate hinder ondervonden van de toenemende criminaliteit in de Randstad. Het gaat daarbij zowel om diefstallen op bedrijventerreinen als om zakkenrollers en berovingen in de stad. Zowel de werkelijke ontwikkeling als de beeldvorming tellen mee bij de vestigingsbeslissingen. Hier ligt een taak voor gemeenten.

8

Internationaal profiel Deltametropool; NEI; mei 2001

Rapportage werkgroep Acquisitie in het kader van het landsdeelconvenant West, fase 1 pagina 14 van 16

Vestigingsregels Tenslotte kunnen nog de procedures rond vestiging worden genoemd. Hoewel de regels van de Europese Unie in het gehele gebied gelden lijken ze in Nederland strenger te worden toegepast. Ook het jaarverslag 2001 van het CBIN noemt deze factor.

11. Eindconcl usies
a. De werkgroep kiest voor versterking van de samenwerking. Het opzetten van een eigen wervingsbureau of een uitgebreide gespecialiseerde website om het marktaandeel van de Randstad in de buitenlandse werving te vergroten wordt afgewezen. De kosten zijn zeer hoog en er zou dubbel werk worden gedaan ten opzichte van het in het algemeen goed functionerende CBIN. Wel beveelt de werkgroep aan de banden tussen de acquisiteurs in de Randstad te versterken, onder meer door het organiseren van gezamenlijke bijeenkomsten om elkaars sterke en zwakke punten en karakteristieken (unique selling points) te leren kennen. Netwerkvorming en kennisverbreding moeten bijdragen aan vergroting van het marktaandeel van de Randstad. De werkgroep beveelt aan de banden tussen CBIN en de regio verder te versterken, onder meer door deelname van randstadvertegenwoordigers aan het overleg tussen CBIN en ROM’s. Verbreding van de deelname uit de Randstad aan de events op de MIPIM in Cannes moet worden onderzocht. Het inzicht in de binnen de Randstad aanwezige topspecialismen op kennisgebied dient sterk verbeterd te worden. De inventariserende activiteiten op dit terrein, onder meer door het CBIN, dienen krachtig gesteund te worden. De werkgroep vraagt de aandacht voor de negatieve werking die met name de groeiende onveiligheid en de vestigingsprocedures op het marktaandeel van Nederland en de Randstad uitoefenen.

b.

c.

d.

e.

Utrecht, juli 2002

Rapportage werkgroep Acquisitie in het kader van het landsdeelconvenant West, fase 1 pagina 15 van 16

Bijlage: deelnemers aan de werkgroep acquisitiebeleid

Mark de Beer Rien van den Berg Geert Dijkstra Pieter van Genuchten Tjietske Groothengel Ank Hendriks Jan Heutinck Sander Koolen Bob Lagerwaard Louis Roxs Jacques Timmers Kees van der Kamp

Gemeente Amsterdam Gemeente Rotterdam Gemeente Den Haag Stadsgewest Haaglanden Provincie Noord-Holland Gemeente Utrecht Gemeente Almere Provincie Zuid-Holland Gemeente Den Haag Provincie Utrecht Provincie Flevoland Ministerie Economische Zaken

Rapportage werkgroep Acquisitie in het kader van het landsdeelconvenant West, fase 1 pagina 16 van 16