Economische Visie 2004-2010 Gemeente Vlaardingen

NAAR EEN ECONOMISCH VITAAL VLAARDINGEN

April 2004 Dienst Stadswerk, Afdeling Grondzaken Sectie Economische Ontwikkeling

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Inhoudsopgave
SAMENVATTING.......................................................................................... 3 HOOFDSTUK 1 INLEIDING........................................................................ 4 1.1 Aanleiding en doelstelling............................................................. 4 1.2 Randvoorwaarden ........................................................................ 4 1.3 Gehanteerde werkwijze en het vervolg ........................................ 5 1.4 Leeswijzer ..................................................................................... 6 HOOFDSTUK 2 UITGANGSPUNTEN EN INTEGRALITEIT................ 7 2.1 Uitgangspunten............................................................................. 7 2.2 Integraliteit .................................................................................... 9 HOOFDSTUK 3 VISIE OP VERSCHILLENDE BELEIDSTERREINEN ......................................................................................................................... 11 3.1 Inleiding....................................................................................... 11 3.2 Detailhandel, horeca en vermaak............................................... 11 3.3 Bedrijventerreinen en kantoorlocaties ........................................ 12 3.4 Arbeidsmarkt en werkgelegenheid ............................................. 13 3.5 Verkeer en vervoer: mobiliteit..................................................... 15 3.6 Wonen......................................................................................... 17 3.7 Milieu........................................................................................... 18 3.8 Recreatie en toerisme................................................................. 20 3.9 Promotie en acquisitie ................................................................ 21 HOOFDSTUK 4 VERTALING VAN DE VISIE OP GEBIEDSNIVEAU ......................................................................................................................... 22 4.1 Gebiedsgerichte uitwerkingen van de economische visie ......... 22 4.2 Centrum ...................................................................................... 22 4.3 Rivierzone ................................................................................... 23 4.4 Westwijk...................................................................................... 24 4.5 Babberspolder, Vlaardinger Ambacht ........................................ 25 4.6 Broekpolder................................................................................. 26 4.7 Holy............................................................................................. 27 4.8 Economische visie per bedrijfsterrein......................................... 28

HOOFDSTUK 5 PRIORITERING VAN DE BELEIDSTERREINEN ... 38 5.1 Algemeen ....................................................................................38 5.2 Sturingsmogelijkheden................................................................38 5.3 Nadere prioritering ......................................................................39 LITERATUURLIJST................................................................................... 41 BEGRIPPENLIJST ...................................................................................... 42 BIJLAGEN .................................................................................................... 42

2

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Samenvatting
Inleiding Deze economische visie geeft op hoofdlijnen vanuit economisch oogpunt het beleid van de gemeente Vlaardingen voor de komende jaren tot maximaal 2010 aan. In 2007 bestaat de mogelijkheid tot evaluatie en bijstelling. De economische visie Vlaardingen onderscheidt conform een richtlijn van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een achttal beleidsterreinen: detailhandel, horeca en vermaak (1), bedrijventerreinen en kantoorlocaties (2), arbeidsmarkt en werkgelegenheid (3), verkeer en vervoer (4), wonen (5), milieu (6), recreatie en toerisme (7) en promotie en acquisitie (8). Omdat de gemeente Vlaardingen haar beleid gebiedsgericht invult is tevens de visie per gebied weergegeven. Ambitie De gemeente Vlaardingen is een ambitieuze gemeente. Een bespreking per economisch relevant beleidsterrein bevestigt dit beeld. Die bespreking benadrukt de samenhang en versterkt de noodzaak tot een integraal te voeren economisch beleid. Voorop staat het beeld van een ‘gemeente in de steigers’, een herstructureringsgemeente. Dit geldt zowel voor de bedrijfsterreinen aan de Nieuwe Maas en de Nieuwe Waterweg, maar ook voor een aantal woonwijken. Voldoende koopkracht in die wijken en het nut om die koopkracht zo mogelijk in Vlaardingen te besteden zijn onderwerpen die wijzen op één doel: Vlaardingen tot een economisch vitale stad maken. Keuzes maken Binnen die ambitie dienen keuzes te worden gemaakt. De economische visie doet daar een voorzet toe. De kansen die herstructurering biedt, vormen een basis voor die keuzes. Maar de mogelijkheden voor enerzijds de sturing die de gemeente heeft (financieel, ruimtelijke ordening) en anderzijds die in het verband van de Stadsregio Rotterdam worden geboden, zijn daar in bepalend. De economische visie plaatst de herstructurering c.q. revitalisering van bedrijfsterreinen voorop, maar erkent daarnaast het belang van de

herstructurering van woonwijken, inclusief de kansen voor voorzieningen. Consistent zijn De economische visie vormt ook een bevestiging van reeds gemaakte keuzes. Keuzes die zijn aangegeven in bijvoorbeeld de Stadsvisie 2020, de Ruimtelijke Structuurschets 2020, de Nota Wonen en het Structuurplan Rivierzone. Het per beleidsterrein vaststellen van de sterkten en zwakten, de kansen en bedreigingen (SWOT-analyse) wijst op de juistheid van eerder gedane keuzes. De invoering van het dualisme sinds 2002 en andere wetgeving zoals de Wet Werk en Bijstand (2004) werpen wel een nieuw licht op de uitvoering van het beleid, echter zonder dat direct sprake hoeft te zijn van wijziging van de beleidsrichting. Ook aan de in die documenten opgenomen kaderstellingen wordt niet getornd. Aanvullingen De gekozen beschrijving van het economisch beleidsveld met acht beleidsterreinen leidt wel tot de constatering dar er onderling een verschil is in de mate waarin beleid is beschreven. Deze economische visie spreekt zich uit om op die beleidsterreinen beleid te gaan ontwikkelen, met in acht name van de samenhang met, en de reeds gemaakte keuzes op die andere beleidsterreinen. Beleidsterreinen waar achterstand in beleid is geconstateerd zijn Promotie en acquisitie en Recreatie en toerisme. Maar ook op onderdelen van andere beleidsterreinen dient beleid te worden vormgegeven. Een voorbeeld daarvan is de horeca. Vervolg Een visie zonder vervolg is niet van betekenis. Volgens de spelregels van het dualisme staat de bepaling van het beleid (door de gemeenteraad) voorop, en wordt de uitvoering van dat beleid overgelaten aan het college van B & W. Dat betekent dat een Werkplan Economisch Beleid voor de komende jaren binnen afzienbare tijd door het college van B & W wordt vastgesteld. Het college rapporteert aan de hand van een aantal indicatoren aan de gemeenteraad welke resultaten ze op het gebied van economisch beleid heeft gehaald.

3

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Hoofdstuk 1 Inleiding
1.1 Aanleiding en doelstelling Het College van B en W wil op korte termijn tot beleid voor duurzame economische ontwikkeling1 komen. Daartoe dient een Economische Visie te worden geschreven. Deze visie geeft invulling aan de missie om te komen tot een economisch vitaal Vlaardingen. Inclusief het centrum, de verschillende woonwijken en de bedrijventerreinen. De visie geeft op hoofdlijnen de richting aan van het beleid voor de komende zes jaar (tot 2010). De functie van de Economische Visie is om vastgesteld beleid te volgen en kaders te stellen voor consistent economisch beleid in de komende jaren op stedelijk niveau. De vertaalslag naar concrete actiepunten en naar een meer gedetailleerd niveau vindt plaats in het werkplan dat volgt op de Economische Visie (zie ook paragraaf 1.3). De gemeente Vlaardingen heeft met de Economische Visie de ambitie om in te spelen op initiatieven op micro- en macroniveau2. Deze ambitie wordt mede ingegeven door de volgende uitspraak:

“De context van het ruimtelijk economisch beleid is de laatste decennia sterk veranderd. Op bestuurlijk niveau is er enerzijds sprake van een toenemende rol van Europa. Anderzijds wordt de lokale overheid steeds belangrijker voor de invulling en uitvoering van het ruimtelijk economisch beleid. Daarnaast is de aard van de economie in een aantal opzichten veranderd; de toenemende economische groei en internationalisering biedt nieuwe kansen voor de invulling van het lokale economische beleid. De dynamiek in de markt vraagt bovendien om aanpassingsvermogen en maatwerk in beleid. De samenhang met andere beleidsvelden is hierbij essentieel” (Vereniging Nederlandse Gemeenten, 2001).

Tegen de achtergrond van deze ontwikkelingen wil Vlaardingen zich positioneren en profileren. Voor de gemeente Vlaardingen ontbreekt tot dusver een document waarin integraal, dat wil zeggen met samenhang tussen verschillende beleidsterreinen, het economisch beleid wordt weergegeven. 1.2 Randvoorwaarden De visie moet richtinggevend zijn voor de periode 2004-2010. De Economische Visie moet voortbouwen op bestaand beleid en bestaande nota’s, zoals de Stadsvisie Vlaardingen, Ruimtelijke Structuurschets en het Structuurplan Rivierzone, die van belang zijn voor de planmatige ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. De visie moet betrekking hebben op economie in relatie tot verschillende beleidsterreinen. De volgende beleidsterreinen hebben een relatie met economie: ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer, wonen, arbeidsmarkt, milieu, voorzieningen, veiligheid, kennis en innovatiebeleid, toerisme en recreatie, promotie en acquisitie en stimulering van bedrijvigheid (Vereniging Nederlandse Gemeenten, 2001).

Duurzaam d.w.z. waarbij aan de drie p’s van people, planet en profit tegemoet wordt gekomen met o.a. een goede relatie met belanghebbenden, een klimaat faciliteren voor het doen van investeringen, met oog voor veiligheid, leefbaarheid en streven naar een verlaging van de milieubelasting waarbij in het beleid de integraliteit voorop staat. 2 Micro: Het economisch gedrag van afzonderlijke subjecten. Macro: Het economische gedrag van groepen van goederen en productiefactoren.

1

4

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

1.3 Gehanteerde werkwijze en het vervolg Deze Economische Visie is in de volgende fasen tot stand gekomen (zie ook bijlage I): Overleg cie, bestuur najaar 2003 Inventarisatie jan 2004 Interviews met sleutelfiguren jan/feb 2004 Opstellen nulmetingen en SWOT3 analyses per beleidsterrein (zie bijlage II en III) feb 2004 Toetsen SWOT’s (o.a. met Vlaardingse deskundigen) maart 2004 Schrijven economische visie april 2004 Vervolg: Vaststelling in B&W april 2004 Vaststelling in de Raad mei 2004 De Economische Visie vertalen naar een Werkplan Economisch Beleid met activiteiten voor 2004-2007 juli 2004 Het Werkplan Economisch Beleid is te verdelen in programma’s of projecten. Per werkplanperiode worden de bereikte resultaten gepresenteerd en getoetst aan de afgesproken kaders en de daarbij gekozen indicatoren. Op basis van deze toetsing wordt de inhoud van een volgend werkplan bepaald en vastgesteld door het College van B en W. Hoe langer de termijn des te moeilijker zijn economische ontwikkelingen voorspelbaar. De inhoud van de Economische Visie zal daarom, indien nodig, tussentijds (voorzien in 2007) aangepast worden aan de ontwikkelingen. De Economische Visie bouwt voort op de Stadsvisie en de Ruimtelijke Structuurschets. Vanuit deze opzet is binding gewaarborgd. Binding
Strengths, Weaknesses, Opportunities en Threats; sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen
3

van de visie zal tevens gewaarborgd worden door middel van doorwerking van de visie naar andere beleidsterreinen. In figuur één staan de relaties tussen de verschillende beleidsdocumenten weergegeven. Figuur 1. Beleidskaders, notities in samenhang en hiërarchie

Bestuurlijk kader

Stadsvisie

Kaderstellend beleid

Ruimtelijke structuurschets

Facet beleid

Economische Visie

Uitvoering

Werkplan Economisch Beleid

5

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

1.4 Leeswijzer In hoofdstuk twee worden de uitgangspunten voor de Economische Visie verwoord. Deze uitgangspunten zijn gedistilleerd uit vastgestelde beleidsdocumenten. In dit hoofdstuk worden de genoemde beleidsterreinen in een zekere theoretische samenhang besproken. In hoofdstuk drie wordt per beleidsterrein de huidige situatie en de visie aangegeven. De verschillende beleidsterreinen worden op de schaal van Vlaardingen beschreven. Binnen de Economische Visie is het beleid per gebied uitgewerkt in hoofdstuk vier: een beschrijving van de huidige situatie en een korte visie per gebied. Deze ‘visie per gebied’ is een vertaling van hetgeen op stedelijk niveau al in hoofdstuk drie is geformuleerd. Om de vertaling van visie naar werkplan goed en realistisch te kunnen maken, wordt in hoofdstuk vijf de prioriteit tussen de beleidsterreinen aangegeven.

6

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Hoofdstuk 2 Uitgangspunten en integraliteit
2.1 Uitgangspunten De Economische Visie is opgesteld rekening houdend met bestaande beleidsdocumenten. De Stadsvisie is voor de gemeentelijke beleidsontwikkelingen het centrale document. Hierin zijn de ambities voor de stad verwoord. De Ruimtelijke Structuurschets kan gezien worden als de agenda voor de komende jaren. Met andere woorden: beleid dat vastligt is de basis. Wel worden een aantal beleidsuitspraken opgepakt en verder uitgewerkt. De beleidsmatige uitgangspunten staan voor een aantal beleidsterreinen in figuur twee aangegeven. De ambitie van de gemeente Vlaardingen. Ambitie komt duidelijk naar voren in de gebruikte beleidsdocumenten. De Economische Visie volgt deze ambitie in dezelfde richting. Indien de ambitie op een bepaald beleidsterrein hoog is, dient dat met maatregelen op andere beleidsterreinen ondersteund te worden. Ambitie komt in de genoemde beleidsdocumenten onder andere naar voren op het gebied van werkgelegenheid, type bedrijvigheid en winkelgebied. Een voorbeeld: de groei van het aantal arbeidsplaatsen (ruim 10.000 in ruim 10 jaren tijd) vraagt niet alleen om inzet van bedrijfsterreinen, maar ook om inzet van arbeidsmarktbeleid en wonen. De Economische Visie vraagt om keuzes. Op basis van verzamelde informatie is per beleidsterrein een SWOTanalyse opgesteld. Hieruit blijkt een grote variatie in beleidsrichtingen, zie figuur drie. Uit het oogpunt van beperkte middelen en capaciteit dienen keuzes te worden gemaakt, met andere woorden een geïntegreerde, eenduidige visie kiezen voor de beleidsrichtingen, in dit geval door prioritering. De rol die de gemeente per beleidsterrein kan spelen (vergunningverlener, beleidsbepaler, intermediair, facilitator) is daarbij een belangrijk element.

Figuur 3. Variatie in beleidsrichtingen; gekozen beleidsrichting

Een zichtbare rol voor Vlaardingen in de regio. Het belang van gemeentelijke samenwerking wordt steeds groter. Naast intensivering van de samenwerking met gemeenten als Maassluis en Schiedam dient ook onze rol in de Stadsregio nog meer te worden onderkend. Zeker voor het economisch beleidsveld, waar de regionale economie zich volstrekt niet laat beperken door gemeentegrenzen. Op de verhuizing van bedrijven binnen de regio Rijnmond dient beter te worden ingespeeld. En namens de regio dienen we over concurrerende vestigingsmogelijkheden te beschikken. Communicatie en accountmanagement dienen ontwikkeld te worden. De huidige plannen bevatten wijzigingen die samen of in overleg met externe partijen uitgewerkt dienen te worden. Met een aantal partijen, zoals bedrijven en IKV, dient structureel overleg plaats te vinden. Accountmanagement is een belangrijk middel hierbij. Vasthouden van de bestaande bedrijvigheid. Door het koesteren van de aanwezige bedrijven naast het aantrekken van nieuwe bedrijven is behoud van werkgelegenheid mogelijk. Bij herstructurering en uitgifte van nieuwe bedrijfsruimte dient voldoende aandacht te zijn voor de wensen van de gevestigde bedrijven.

7

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Figuur 2.Uitgangspunten
Alle beleidsterreinen inzetten op kwaliteit en niet op kwantiteit.Niet meer van hetzelfde maar verbetering van de aanwezige kwaliteit. Samenwerking met de regio aangaan op alle fronten, gepaard van een duidelijk bewustzijn van de rol van Vlaardingen in de regio. Streven naar een verbreding van de economische structuur: een uitbouw van hoogwaardige en ondersteunende activiteiten en behoud van de aanwezige sterke sectoren zoals industrie en handel. Economische groei mag niet automatisch gepaard gaan met een toenemende druk op het milieu. Duurzaam economisch ruimtegebruik draagt daaraan bij: de inzet is leefbaarheid in het algemeen.

Algemeen

De koers is ingezet op een afgewogen combinatie tussen spreiding en een evenwichtig woonaanbod in de stad en op wijkniveau, kwaliteit en steun voor minder draagkrachtigen

Wonen

Overlap De strikte scheiding tussen wonen en werken heeft een gedeelde stad opgeleverd. Het streven is om economische activiteiten in woonwijken zonder milieuhinder te stimuleren.

Overlap Voorzieningenniveau toespitsen op de Vlaardingse bevolkingsopbouw. Voorzieningen op wijkniveau. Bovenstedelijke voorzieningen zoveel mogelijk concentreren in het centrum.

Doel: groei van werkgelegenheid bij gevestigde en nieuw aan te trekken ondernemers Uitgangspunt: behoud van bestaande schone bedrijvigheid en werkgelegenheid, maar niet per definitie op de huidige locaties. Aantrekken van nieuwe bedrijvigheid binnen bepaalde randvoorwaarden, met name in de dienstverlening en recreatie. Overlap Toegankelijkheid van een bedrijventerrein is met het oog op veiligheid een belangrijk aandachtspunt Aandacht voor vervoersmanagement OV knooppunten (NS/Metro) moeten zo veel mogelijk gecombineerd worden met arbeidsintensieve bedrijven).

Arbeidsmarkt en werkgelegenheid

Overlap Voor grootschalige, sterk vervuilende bedrijvigheid is in de stad geen plaats meer, deze moet uit woongebieden verdwijnen.

Detailhandel: voorkeur voor kwalitatief gevarieerd winkelbestand boven kwantitatief groot winkelbestand. Inzetten op behoud en versterking van de bestaande hoofd- en wijkwinkelcentra. Voorzieningen die bij Vlaardingen passen onderscheiden zich door hun kleinschaligheid en exclusiviteit, in combinatie met enkele grote trekkers. De samenhang tussen het stadshart en andere delen van de stad versterken. Zorgvoorzieningen dienen verspreid te worden over de stad. Op stedelijk niveau is voor sportaccommodaties een concentratie voorzien in het zuidelijk deel van de Broekpolder.

Voorzieningen

Milieu

Verkeer

Prioriteit ligt bij het vasthouden van de ontkoppeling tussen economische groei en milieudruk zoals die de laatste jaren tot stand is gebracht. De zorg van de gemeente is primair gericht op het creëren van een aantrekkelijke leefomgeving en de bescherming en verbetering van het milieu, in de zin van schoon en veilig. Milieukwaliteit en duurzaamheid zijn expliciet de speerpunten die in planontwikkeling tot uiting moeten komen. Gebiedsgericht te werk gaan.

Bundeling van vervoerstromen op de hoofdwegen vergroot de leefbaarheid in woongebieden. De kwaliteit en bereikbaarheid van het centrum moeten gewaarborgd worden. De ontwikkeling van een integraal verkeer- en vervoernetwerk dat de knooppunten binnen en buiten Vlaardingen met elkaar verbindt, is noodzakelijk om Vlaardingen voldoende betrouwbare economische bereikbaarheid te bieden.

8

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

2.2 Integraliteit De nadruk in de Economische Visie ligt op de integraliteit van de (gewenste) economische ontwikkelingen. De samenhang tussen de te bespreken beleidsterreinen wordt hier, aan de hand van voorbeelden, uiteengezet. Deze samenhang is een basis voor de prioritering van de beleidsterreinen in het kader van de daadwerkelijke uitvoering van delen van de economische visie. In hoofdstuk 5 komt dit uitgebreid aan de orde. Ruimtelijke ordening is van belang bij alle genoemde beleidsterreinen, de Ruimtelijke Structuurschets is hierin een belangrijk document. In figuur vier wordt de samenhang weergegeven tussen de beleidsterreinen, en ook tussen de bestaande en op te stellen beleidsstukken. Economische ontwikkeling heeft alles te maken met de aanwezige bedrijven in een stad. De aanwezigheid van bedrijven heeft alles te maken met het vestigingsklimaat. Het vestigingsklimaat wordt bepaald door de bereikbaarheid, de aanwezigheid van toeleveranciers, en in belangrijke mate het woon- en leefklimaat. Bereikbaarheid is van belang voor de bedrijven en voor de inwoners. Ondernemers houden rekening met de vestigingseisen van hun werknemers. De woonomgeving is dus van belang. Naast de aanwezigheid van gepaste woningen dient een gemeente haar burgers voorzieningen te bieden: winkelvoorzieningen, uitgaansgelegenheden en zorgvoorzieningen. Vice versa trekt de aanwezigheid van goede voorzieningen nieuwe inwoners én ondernemers aan. De wederkerige relatie Voorzieningen, Arbeidsmarkt en Wonen is een sterke en belangrijke relatie. Deze beleidsterreinen dienen in samenhang benaderd te worden. Met name bereikbaarheid is hierbij vooral ondersteunend.
Toelichting op figuur vier

Het leefklimaat wordt ook bepaald door de milieusituatie in een stad. De verhouding tussen ruiken, horen en voelen bepaalt in de nabijheid van woningen de mate van leefbaarheid. Het aspect Milieu loopt door meerdere beleidsterreinen tegelijk. Het heeft ook betrekking op Bedrijventerreinen & kantoren én op Wonen én op Verkeer en vervoer. Het leefklimaat is tevens afhankelijk van de mogelijkheden om te recreëren in de nabijheid van de woning. Recreatie is niet alleen van belang voor de inwoners van de stad, maar ook om recreanten van buiten de stad aan te trekken. Door Recreatie in samenhang met Voorzieningen en Wonen te bekijken is het mogelijk deze beleidsterreinen goed af te stemmen en de kansen te benutten. Dit komt ten goede aan de algehele leefomgeving en het imago van Vlaardingen. In economische zin kan de aantrekkingskracht van Vlaardingen op dagrecreanten, mensen met een hoog inkomen, mensen met een bepaalde opleiding en ondernemers, een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van Vlaardingen. Voor Promotie & acquisitie zijn min of meer alle beleidsterreinen van belang. Maar met name de aspecten Bedrijventerreinen, Wonen, Voorzieningen, Recreatie en Bereikbaarheid kunnen ingezet worden ter promotie van de stad. Bij citymarketing van Vlaardingen kunnen de sterke punten van deze beleidsterreinen worden benadrukt.

9

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Figuur 4. Samenhang tussen de beleidsterreinen in kaart (theoretisch en beleidsmatig):

Stadsvisie, Koers op 2020
R.O.

Ruimtelijke Structuurschets 2003

Voorzieningen
Detailhandel: Structuurvisie Vlaardingen 2000 Bedrijventerreinen Kantoren

Recreatie

Horecanota

Beleidsplan wonen 2002-2015

Wonen

Nota CityMarketing

Promotie en acquisitie

Milieu

Arbeidsmarkt

Milieubeleidsplan 2000-2003 Milieubeleidsplan 2004-2007

Havens

Havenplan

Verkeer en vervoer
Gemeentelijk Verkeer en Vervoer Plan Parkeernota 2003

10

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Hoofdstuk 3 Visie op verschillende beleidsterreinen
3.1 Inleiding Nu duidelijk is wat de uitgangspunten zijn en welke beleidsterreinen met elkaar samenhangen, wordt de daadwerkelijke visie uiteengezet. Ook hier wordt per beleidsterrein de visie weergegeven. Daarvoor wordt eerst de huidige situatie en bevindingen uit de SWOT-analyse weergegeven (zie bijlagen II en III). 3.2 Detailhandel, horeca en vermaak Detailhandel, horeca en vermaak (DHV) zijn van grote importantie voor de stedelijke economie. Ze vormen (in)direct een bron van inkomsten voor vier- tot vijfduizend Vlaardingers met een geschatte jaaromzet van circa 40 miljoen4. Daarbij dragen de voorzieningen in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid van de stad en daarmee aan haar imago en potentie tot ontwikkeling. Onder detailhandel, horeca en vermaak worden o.a. de winkelcentra (buurt-, wijk- en stadscentrum), de ambulante handel (‘markt’) en in het kader van deze visie ook de perifere detailhandel (zoals Hoogstad en Staelduinsebos) verstaan. Ook in ruimtelijk opzicht hebben deze activiteiten steeds meer met elkaar van doen; de synergie tussen horeca, markt en detailhandel is met name belangrijk in de ontwikkeling van funshoppen. Horeca en vermaak spelen hierin een belangrijke rol. Wanneer er in het centrum meer te doen is verblijft het winkelend publiek langer in het gebied; een langer verblijf in het centrumgebied stimuleert de omzet. De uitdaging is om de verschillende functies in ruimte en tijd goed op elkaar af te stemmen, waarbij de wijze waarop verschillende groepen consumenten van het centrum gebruik maken leidraad is voor de ruimtelijke invulling en het aanbod. Uiteindelijk doel is het maximaliseren van de aantrekkingkracht van het centrum zodat zoveel mogelijk van de aanwezige koopkracht vanuit de stad en de regio in Vlaardingen wordt besteed.
4

Algemeen

Gelet op de omvang van Vlaardingen en de (beperkte) regionale functie is het huidige kwantitatieve winkelaanbod (aantal m² vloeroppervlakte) voldoende. Het hoofdwinkelcentrum is compact, up to date, er is een breed assortiment aanwezig en het heeft regionaal een zekere mate van aantrekkingskracht, maar is onvoldoende onderscheidend. De situatie buiten het hoofdwinkelcentrum is veel minder rooskleurig; in de schilstraten5 is sprake van leegstand en staat het voortbestaan van meer winkels onder druk. De Hoogstraat is hier een sprekend voorbeeld van. Voor het wijkwinkelcentrum Wiardi Beckmansingel staan plannen voor herstructurering op stapel. Voor de zuidzijde (Super de Boer) van winkelcentrum de Loper staat een revitalisering op het programma. Deze ontwikkelingen zijn mede gericht op het verbeteren van de voorzieningenstructuur en de bereikbaarheid en de modernisering van de winkelcentra in de betreffende wijken Babberspolder, Westwijk en Holy. Het voortbestaan op de lange termijn van buurtwinkelcentra, zoals de Dirk III-laan, Holierhoek, Bilitonlaan en Winkelhoeve, als locatie voor alleen detailhandel wordt door de gemeente niet optimistisch ingeschat. De aanwezige koopkracht in relatie tot het winkeloppervlak en de toenemende concurrentie tussen supermarkten zijn daarvoor de belangrijkste oorzaken. De warenmarkt in het centrum onderscheidt zich door een groot assortiment en een goed niveau en draagt bij aan het gevarieerde winkelklimaat in het stadshart. De markt in winkelcentrum de Loper staat enigszins onder druk. De aanwezige daghoreca draagt, op enkele uitzonderingen na, weinig bij aan de aantrekkingskracht van hoofd- en wijkwinkelcentra. De voorgenomen ontwikkelingen in de KW-haven hebben reeds geleid tot een toename van het aantal horecavoorzieningen.

Huidige situatie

Structuurvisie Detailhandel, horeca en vermaak (2000)

Hoogstraat, Korte Hoogstraat, Waalstraat, Kuiperstraat, Fransenstraat, Peperstraat en Gedempte Biersloot.

5

11

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Vlaardingen kent een gemiddeld winkelaanbod, zowel in omvang als in kwaliteit. Het hoofdwinkelcentrum het Liesveld in het centrum kan kwalitatief worden versterkt. O.a. door meer samenwerking met winkeliersverenigingen, markt en horeca. Mogelijk kan dit uitmonden in een structurele samenwerking tussen gemeente en bedrijfsleven, waarbij ook aandacht besteed wordt aan promotie. De leegstand buiten het Liesveld lijkt structureel. De routing in het centrum kan verbeterd worden, nu zijn er ruimtelijke belemmeringen waardoor consumenten het aanbod in de schilstraten laten liggen. Mogelijkheden voor versterking van de functie van wijkwinkelcentra (bijv. als voorzieninggebied) zijn aanwezig. Het horeca- en vermaakaanbod is nu te karakteriseren als eenzijdig, met een matige aansluiting op de winkel- of verblijffunctie. Er is een gebrek aan daghoreca en de avondhoreca is te homogeen, niet vernieuwend en kleinschalig. De koopkrachtige groep consumenten tussen de 25 en 55 jaar oriënteert zich voor vertier steeds meer op Rotterdam en omgeving. De doelstelling is de koopkrachtbinding aan Vlaardingen te bevorderen. Hiervoor is het noodzakelijk om de synergie tussen de detailhandel, horeca, markt en zo mogelijk evenementen te versterken en te professionaliseren. Het gemeentelijk beleid, bijvoorbeeld t.a.v. parkeerbeleid en verkeerscirculatie, wordt daarin actief betrokken. Horeca wordt als verbindende schakel op het beleidsterrein van detailhandel, horeca en vermaak betrokken. Op bestaande of dreigende structurele leegstand (buiten Liesveld, buurtwinkelcentra) wordt samen met marktpartijen ingespeeld. Bijvoorbeeld door het aangaan van een PPS-constructie. Er wordt en kwaliteitsverbetering in de detailhandel en horeca voorgestaan. Daarvoor kunnen de kansen die de herstructurering biedt (KW-haven, Westwijk, Babberspolder Oost, Holy) worden benut. De positie van wijkwinkelcentra wordt versterkt. Buurtwinkelcentra kunnen tevens als voorzieningencentra ingericht worden zodat de verblijfsfunctie wordt vergroot. Op deze manier kunnen ze fungeren als een locatie waar commerciële, dienstverlenende instanties zich tevens willen gaan vestigen.
Visie

3.3 Bedrijventerreinen en kantoorlocaties De beschikbaarheid van passende bedrijventerreinen en kantorenlocaties is vanzelfsprekend het belangrijkste vestigingsargument voor bedrijven6. Dit geldt zowel voor bestaande als nieuwe ondernemingen. Circa 90%7 van de Vlaardingse bedrijven (± 10.000 arbeidsplaatsen) is gevestigd op een van de bedrijventerreinen. De beschikbaarheid, bereikbaarheid en de representativiteit van deze terreinen zijn daarom een belangrijk instrument in de uitvoerig van het gemeentelijk economisch beleid. Regionaal is voor de komende tien jaar een tekort aan bedrijfsterrein van ca.1000 ha. ingeschat (Bron: Programma Ruimte voor bedrijven, 2003). Hoewel Vlaardingen in kwantitatieve zin beschikt over een ruim areaal aan bedrijventerreinen (ca 380 ha) laat de kwaliteit, het vigerende juridisch kader en de beschikbaarheid voor vestiging of uitbreiding te wensen over. Met uitzondering van het Scheur en Hoogstad zijn de bedrijventerreinen in ruimtelijke, economische en infrastructurele zin verouderd. De uitstraling van het openbaargebied en het vastgoed is matig. De bedrijfskavels zijn of te klein waardoor het openbaar gebied gebruikt wordt als (illegale) uitbreiding of te groot, wat extensief gebruik in de hand werkt. Het gebrek aan kwalitatief goede ontwikkelingslocaties heeft er toe geleid dat in de afgelopen jaren meerdere bedrijven hebben moeten besluiten zich niet in Vlaardingen te vestigen en hebben bestaande groeiende bedrijven hun uitbreidingsplannen moeten beperken, elders een filiaal geopend of hebben de gemeente verlaten. Vlaardingen heeft geen echte kantorenlocatie; dit heeft grote gevolgen gehad voor de groei in het zakelijke dienstverleningsegment en voor de uitstraling van Vlaardingen.
Huidige situatie Algemeen

6

7

Bron: BCI 1999-2003 Uitgezonderd detailhandel en horeca

12

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Op de Vergulde Hand en Groot Vettenoord hebben zich ook als gevolg van herstructureringstrajecten in Schiedam en Rotterdam een aantal ondernemingen gevestigd die niet bijdragen aan de uitstraling van de terreinen. Het ontbreken van een strak bruikbaar juridisch beleidskader (bestemmingsplannen, vestigingsbeleid) maakt sturing door de gemeente op deze ontwikkeling lastig. De combinatie van uitbreidingslocaties met een herstructureringsplan gekoppeld aan parkmanagement en actuele bestemmingsplannen geeft de gemeente de instrumenten in handen om haar bedrijfsterreinen klaar te maken voor de toekomst en daarmee de gewenste verbreding van de economische basis van de stad en een toename van de werkgelegenheid vorm te geven. De ontwikkeling van nieuwe locaties zorgt in eerste instantie er voor dat Vlaardingse bedrijven met een uitbreidingswens en nieuwe bedrijven een plek kunnen vinden. Tevens vormt deze ontwikkeling de mogelijkheid om de uitbreidingslocaties te gebruiken ten behoeve van schuifruimte. Zowel op de nieuwe terreinen als bij herstructurering wordt ingezet op segmentering. Het bestemmingsplan, het uitgiftebeleid of de herstructureringsrichting worden nadrukkelijk gebruikt om elk bedrijf op de juiste plek te krijgen. Om de kwaliteit voor de toekomst te bewaren wordt ingezet op parkmanagement. Bij oudere bedrijfsterreinen worden de gemeentelijke beheers- en handhavingsinstrumenten uitgangspunt voor een groeimodel naar meer omvattende vormen van parkmanagement. In de uitgifte van nieuwe terreinen zal parkmanagement reeds in de huur-/koopvoorwaarden worden meegenomen. De ontwikkelingslocaties langs de A20 en A4 zijn zeer geschikt ten behoeve van de gefaseerde ontwikkeling van kantoorhoudende zakelijke dienstverleners. Langs de A20 kan op het Holy ziekenhuisterrein worden ingezet op zorg gerelateerde dienstverlening. Alle locaties langs de snelwegen zijn regionaal en bovenregionaal in oriëntatie. Voor de lokale kantoorhoudende bedrijven is er voldoende ruimte langs de stedelijke ontsluitingswegen. Met name de Noordoosthoek (Marathonweg) en de Parallelweg/Station Centrum
Visie

bieden de juiste vestigingsvoorwaarden voor meer lokaal op Vlaardingen, Schiedam en Maassluis georiënteerde bedrijven. 3.4 Arbeidsmarkt en werkgelegenheid Een goed functionerende arbeidsmarkt is van groot belang voor de economische ontwikkeling van Vlaardingen en het voorkomen en oplossen van werkloosheid. Het Vlaardingse arbeidsmarktbeleid is dan ook gericht op het verbeteren van de werking van de arbeidsmarkt, oftewel het verbeteren van de aansluiting tussen vraag en aanbod. Omdat de Vlaardingse arbeidsmarkt niet los gezien kan worden van de regionale arbeidsmarkt, is samenwerking met de gemeenten in de regio en het regionale bedrijfsleven van essentieel belang. Binnen deze samenwerking is het voor het functioneren, het imago en de identiteit van Vlaardingen van belang dat een economisch beleid wordt gevoerd dat aansluit bij de sterke kanten van en kansen in Vlaardingen. Met de Wet Werk en Bijstand voert de gemeente een actief beleid om de arbeidsmarkt beter te laten functioneren. Hiervan is het doel het realiseren van een doelmatige en rechtvaardige werking van de arbeidsmarkt. In dit kader is aandacht voor: personeels- en scholingsbeleid van ondernemers, bemiddeling tussen vraag en aanbod en de versterking van de positie van werkzoekenden door middel van scholing en werkervaring. Gesubsidieerde arbeid maakt deel uit van dit beleid. Het beleidsterrein arbeidsmarktbeleid dient in samenhang te worden beschouwd met een aantal andere beleidsterreinen te weten: Economisch beleid. Het doel van dit beleid is het behoud en de ontwikkeling van de werkgelegenheid. In dit kader is de stimulering van de lokale economie door het verbeteren van de vestigingsfactoren voor zowel nieuwe als bestaande bedrijven speerpunt van beleid. Zo dient aan bestaande bedrijven voldoende groeimogelijkheden te worden geboden (o.a. uitbreidingslocaties). Hierbij kan gedacht worden aan de verbetering van de fysieke bedrijfsomgeving, de verbreding van de economische
Algemeen

13

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

basis door het aantrekken van nieuwe bedrijven en aan de promotie van de stad. Daarnaast dient aandacht besteed te worden aan een goede bereikbaarheid, een prettig woon- en leefklimaat, een gezond ondernemersklimaat, het imago en de identiteit. Onderwijsbeleid. Het onderwijsbeleid is gericht op een zo groot mogelijk aandeel leerlingen te voorzien van een startbewijs. Daartoe behoort ook het beperken van schooluitval, en het vroegtijdig bestrijden van onderwijsachterstanden. Sociaal beleid. Dit beleid richt zich op de niet-kunners; mensen van wie verwacht kan worden dat zij geen plek kunnen krijgen op de reguliere arbeidsmarkt. Deze mensen kunnen op een alternatieve manier actief zijn, bijvoorbeeld in vrijwilligerswerk, en op deze wijze een positieve bijdrage leveren aan de Vlaardingse samenleving. De Vlaardingse beroepsbevolking is voor wat betreft opleidingsniveau en percentage inactieven goed vergelijkbaar met de andere regiogemeenten. In dat opzicht is er geen sprake van een onderscheidend voor- of nadeel. De recente jaren van krapte op de arbeidsmarkt hebben uitgewezen dat er een relatief grote groep inactieven bestaat die ook gedurende een hoogconjunctuur niet aan het werk komt. Daarbij komt dat de ontwikkeling van Nederland tot een steeds meer kennisintensieve economie er toe zal bijdragen dat bedrijven steeds hogere opleidingseisen zullen gaan stellen. Zonder extra inspanningen zal dit in de Vlaardingse situatie leiden tot een steeds groter gat tussen vraag en aanbod en een toenemende werkloosheid onder met name laagopgeleiden. Er bestaat een duidelijke relatie tussen het type bedrijven in de Vlaardingse economie en het opleidingsniveau van de gemiddelde Vlaardinger. Dit is gelijk een sterkte en een zwakte. In tijden van hoogconjunctuur kan de Vlaardingse arbeidsmarkt gemakkelijker aan de vraag van het bedrijfsleven voldoen omdat er een match is te maken tussen opleiding en vacature. Daar tegenover staat dat veel bedrijven conjunctuurgevoelig zijn en zich in markten bevinden die niet
Huidige situatie

snel groeien of krimpen. In tijden van economische neergang betekent dit dat het werkloosheidspercentage sneller oploopt. Een korte analyse van de werkgelegenheid in de verschillende sectoren van de Vlaardingse economie leert dat de groei van het aantal vestigingen en de werkgelegenheid in sectoren die de grootste groeikansen hebben, is achtergebleven. Dit heeft gevolgen gehad voor de arbeidsmarkt in een periode van hoogconjunctuur, maar zal in tijden van recessie een nog groter gevolg hebben. Met de inwerkingtreding van de Wet Werk en Bijstand (WWB) in 2004 is de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van arbeidsmarktbeleid vooral ook in financiële zin bij de gemeente gelegd. Dat biedt kansen. Voor specifiek Vlaardingse problemen kunnen meer oplossingen op maat worden gevonden. Daarbij gelden de volgende twee beleidsuitgangspunten. Elke Nederlander moet zelfstandig in zijn bestaan kunnen voorzien. Werk prevaleert boven een uitkering. Mensen met een uitkering zijn verplicht zich actief in te zetten om werk te vinden (arbeids- en reïntegratieplicht). Elke Nederlander kan aanspraak maken op hulp bij het vinden van werk (recht op ondersteuning bij reïntegratie). De visie op de verbetering van de arbeidsmarkt valt in twee gedeelten uiteen. De versterking van de economische structuur waarbij het behouden en aantrekken van hoogwaardige werkgelegenheid voorop staat. Versterking van de uitstroom van werkzoekenden waarbij, gelet op de samenstelling van deze groep, met name aandacht is voor weinig opleiding vergende functies. Het eerste gedeelte beoogt een effect op de langere termijn. Immers hoogwaardige werkgelegenheid is veelal kennisintensief, is bedrijfseconomisch gezien minder sterk afhankelijk van de prijsstelling en daardoor minder kwetsbaar dan het bedrijfsleven dat meer verzorgend is gericht (schoonmaak, catering). Hoogwaardige
Visie

14

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

werkgelegenheid resulteert veelal in het aantrekken van laagwaardige werkgelegenheid. Hoogwaardige werkgelegenheid heeft een stuwende rol. Onder invloed van de globalisering is de oriëntatie van bedrijven in de productiesector in toenemende mate gericht op verplaatsing naar het buitenland. Hiermee wordt de noodzaak bevestigd om de economische structuurversterking ook aan de ‘bovenkant’ te realiseren. Het tweede gedeelte gaat vooral uit van het aanbod van werkzoekenden op de arbeidsmarkt. Van de arbeidsbevolking in Vlaardingen is een aanzienlijk gedeelte laag opgeleid. Het behoud van laagwaardige werkgelegenheid dan wel het aantrekken is daarom van wezenlijk belang. In het streven om het aanbod aan arbeidskrachten beter te laten aansluiten op de vraag speelt de opleiding van de (jong) werkzoekende een belangrijke rol. Met het voortgezet onderwijs dienen afspraken te worden gemaakt om het beleid, dat gericht is op het voorkomen van voortijdig schoolverlaten en het behalen van minimaal een startkwalificatie, te intensiveren. Daarnaast dient de samenwerking met werkgevers nadrukkelijk te worden verbeterd om werkzoekenden (weer) aan het werk te helpen. Voor het realiseren van deze doelstelling worden convenanten gesloten. Met de Vlaardingse werkgevers worden afspraken (‘arrangementen’) gemaakt voor de inpassing van gesubsidieerde werkervaringsplaatsen en/of leerwerkplaatsen. Daarbij staat de win-win situatie met vastlegging van wederzijdse belangen voorop. 3.5 Verkeer en vervoer: mobiliteit De ontwikkeling van de economie en de mobiliteit gaan hand in hand. Mobiliteit is een continu punt van aandacht binnen het spanningsveld van optimale bereikbaarheid van bedrijven, een grote bewegingscirkel van mensen binnen beperkte tijd en een leefbare woonomgeving. Economische ontwikkeling vergroot de hoeveelheid verkeer en vraagt om meer mobiliteit. Daar dient een stad op in te spelen.
Algemeen

Huidige situatie

Goede verbindingen over weg, water en spoor zijn voor de stad van levensbelang. Die zijn er in Vlaardingen. Daarin is deze stad uniek. Er zijn directe aansluitingen op de nationale en internationale vervoersnetwerken en het vliegveld van Rotterdam ligt binnen handbereik. De hoofdroutes voor auto’s sluiten goed aan op het rijkswegennet en verbinden Vlaardingen met de regio. De bereikbaarheid van Vlaardingen is echter wel gevoelig voor filevorming, zowel op de snelwegen als bij de aansluitingen in de stad. Via Rotterdam Centraal is Vlaardingen aangesloten op het internationale spoorwegnet en in de stad zijn drie stations. De metro Callandlijn heeft het regionale openbaar vervoer verbeterd en wordt intensief gebruikt. Een extra effect is dat de aansluitende buslijnen intensiever gebruikt worden. Voor de ontsluiting van Holy is recent een plan goedgekeurd voor het doortrekken van de tramlijn vanuit Schiedam. De lokale infrastructuur, met name wegen als de Parallelweg en de Marathonweg zijn aandachtspunten. Deze wegen worden in de huidige situatie intensief gebruikt. Met het oog op toekomstige ontwikkelingen, bijvoorbeeld de mogelijke komst van een passagiers en roll-on/roll-off terminal, ligt daar een kans voor Vlaardingen. De ontwikkeling van de A4 Noord biedt Vlaardingen economische kansen die aansluiten bij de huidige ontwikkelingsplannen. De huidige bereikbaarheid van bedrijventerreinen is in zijn algemeenheid goed. Maar het westelijk deel van Vlaardingen is minder goed ontsloten vanaf de snelweg, als gevolg van de barrièrewerking van de Hoekse Lijn en de hoofdwaterkering. Toegankelijkheid van een bedrijventerrein is met het oog op veiligheid ook voor de toekomst een belangrijk blijvend aandachtspunt; bij herstructurering dienen de mogelijkheden voor verbetering van de ontsluiting van een terrein te worden benut zodat het bijdraagt aan de bedrijfseconomische waarde van percelen en de vitaliteit van het gehele bedrijfsterrein.

15

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

De ligging aan het water biedt Vlaardingen mogelijkheden op het gebied van personen- en goederenvervoer, een unieke situatie die maar weinig gemeenten kennen. Het autoluw maken van het centrum biedt het stadscentrum mogelijkheden om haar functie als winkelcentrum te versterken. Het is van belang om vanuit de bestaande infrastructuur en de mogelijkheden voor ontwikkeling een optimale mobiliteitssituatie te creëren voor Vlaardingen. Het doel is een betrouwbare economische bereikbaarheid zonder leefbaarheid en veiligheid uit het oog te verliezen. De gemeente ontwikkelt in dit kader een Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan. Automobiliteit groeit landelijk tot 2020 met circa 40%. In stedelijke gebieden, zoals de regio Rotterdam, is een hogere groei niet ondenkbaar. Het goederenvervoer stijgt meer dan 60% (Ministerie van Verkeer en Waterstaat). Om deze behoefte in goede banen te leiden en Vlaardingen duurzaam economisch bereikbaar te houden is een samenhangend verkeer- en vervoerbeleid wenselijk. Bundeling van vervoerstromen op de hoofdwegen vergroot de leefbaarheid in woongebieden. Het combineren van verkeersknooppunten met arbeidsintensieve bedrijven vermindert verkeer. Het is wenselijk om ketenmobiliteit te stimuleren. De wisselwerking van een goede ontsluiting van bedrijventerreinen en de vergroting van aantrekkingkracht van deze terreinen is van grote economische invloed. De huidige herstructureringsplannen bieden mogelijkheden op dit terrein. Bij de locatiekeuze van bedrijven is aandacht voor het vervoersmanagement wenselijk. Een effectief gebruik van het Vlaardingse infrastructuurnetwerk is gebaat bij bedrijven die
Visie

werknemers stimuleren om gebruik te maken van fiets en openbaar vervoer boven de auto. De ligging aan het water van diverse bedrijventerreinen kan beter benut worden. Multimodale ontsluiting wordt bereikt door ontwikkeling en herstructurering van bedrijventerreinen aan het water. Bedrijven die nu aan het water liggen en gebaat zijn bij een locatie dichter bij ontsluiting profiteren daarvan mee. De bereikbaarheid van Vijfsluizen is een regionaal aandachtspunt en dient de komende jaren verbeterd te worden. De economische ontwikkeling in de Rivierzone leidt tot extra verkeersdruk op de Marathonweg en de aansluiting op de A20. Gekeken wordt naar de ruimtelijke en verkeerskundige inpassing van deze weg. Het autoluw maken van het centrum en een verbeterde verkeerscirculatie leveren een aantrekkelijk winkelklimaat op. Een goed niveau van parkeervoorzieningen is aantrekkelijker voor bewoners en bezoekers. Autoluw maken van het centrum dient verder uitgewerkt te worden om het stadscentrum aantrekkelijker te maken. Het openbaar vervoer in de regio is gericht op het vormen van de Deltametropool: een samenhangende en functionele metropool. Hoge frequentie gekoppeld aan hoge snelheid is hierbij noodzakelijk. Voor Vlaardingen heeft de Hoekse lijn een belangrijke economische betekenis die in de toekomst nog zal groeien. Goederenvervoer is een voorwaarde voor Vlaardingen naast een directe railverbinding met Rotterdam CS voor personenvervoer. In zijn algemeenheid is verkeer en vervoer een economische factor die effecten heeft op veel andere beleidsterreinen.

16

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Figuur 5. Verkeersstromen Vlaardingen 2010

aanwezigheid van veel en goedkope huurwoningen in de gemeente heeft een grote invloed op de instroom van minder draagkrachtige huishoudens in Vlaardingen. Gekeken naar het woningaanbod heeft de stad weinig aanbod voor doorstarters (beginnende gezinnen) en mensen met hoge inkomens. Kortom, een gebrek aan een hoogwaardig woningaanbod in het duurdere (koop)segment. De verwachting is dat de vraag naar koopwoningen in het duurdere segment juist zal toenemen. De vraag naar woningen wordt sterk bepaald door de bevolkingsontwikkeling. De bevolking van Vlaardingen bestaat uit relatief veel 45-plussers en relatief weinig hoger opgeleiden. De komende decennia zal het percentage ouderen sterk stijgen en het percentage jonge één- en tweepersoonshuishoudens sterk dalen. Het voorzieningenniveau van het winkelaanbod is voldoende, maar de algemene ruimtelijke kwaliteit van de binnenstad (zoals gebouwen, wegen en groen) en daarbuiten kan verbeteren. Een goed woon- en leefklimaat is als randvoorwaarde belangrijk bij het aantrekken van bedrijven en hoger opgeleiden. In dit licht wordt de nodige aandacht besteed aan het woningaanbod en de woonomgeving in Vlaardingen. Daarbij wordt de koers vanuit de Stadsvisie en de Structuurschets gevolgd: kwaliteit gaat boven kwantiteit. Gezien de constatering dat Vlaardingen een eenzijdig woningaanbod heeft, liggen de kansen vooral in een gedifferentieerder woningaanbod, zoals tevens verwoord is in de Stadsvisie en in het Beleidsplan Wonen. Voor het aantrekken van hoger opgeleiden die over het algemeen zeer mobiel zijn, is het van belang om als stad concurrerend te zijn aan omliggende steden. Door in Vlaardingen unieke woonmilieus aan te bieden, wordt de concurrentiekracht van Vlaardingen als woonplaats ten opzichte van anderen groter. De nadruk moet liggen op differentiatie binnen en tussen woonmilieus op wijkniveau. Er moet vooral aandacht besteed worden aan de kwaliteit van het woningaanbod. Deze moet afgestemd worden op de vraag. Dit is vooral van groot belang in verband met het aantrekken van hoger opgeleiden arbeidskrachten.
Visie

(Legenda p.m.) 3.6 Wonen “Wonen is een van de kerntaken van gemeenten. Het gaat daarbij niet uitsluitend om uitbreiding van de woningvoorraad via nieuwbouw, maar ook om het vernieuwen van woningen en wijken en het verbeteren van de woonomgeving” (Vereniging Nederlandse Gemeenten, 2001). Deze omschrijving van de VNG geeft eigenlijk al weer waar het om gaat bij het beleidsterrein wonen. Daaraan kan toegevoegd worden dat bij het verbeteren van de woonomgeving aandacht uit moet gaan naar de aanwezigheid van voorzieningen, het aspect milieu, de leefbaarheid en het aspect gepaste woonomgeving per doelgroep. Vooral dit laatste is in relatie tot het aantrekken van arbeidskrachten van groot belang. Vlaardingen heeft een eenzijdig samengestelde woningvoorraad. Het aandeel huurwoningen ligt boven de 60%, het aandeel koopwoningen ligt onder de 40%. Dit is anders dan de landelijke cijfers. De
Huidige situatie Algemeen

17

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Gezien de voortschrijdende vergrijzing van de bevolking van Vlaardingen zal het bouwen van voor ouderen geschikte woningen belangrijk zijn, ook bij herstructurering. Het aanbieden van voor ouderen geschikte woningen is een kans voor de ontwikkeling van Vlaardingen. Door aandacht te besteden aan de wat meer welgestelde ouderen gaat de gemiddelde koopkracht in Vlaardingen omhoog. Dit vergroot de draagkracht voor bepaalde typen zorg- en winkelvoorzieningen. Niet alleen het woningaanbod zelf verdient de nodige aandacht. Ook de woonomgeving moet kwalitatief verbeterd worden. Er is voldoende groen aanwezig, maar de kwaliteit kan her en der beter. Daarnaast is er een groeiende behoefte aan speelvoorzieningen in de nabije woonomgeving. Dit spreekt ook tot de verbeelding bij potentiële bewoners. Niet alleen voorzieningen in de nabije woonomgeving (dus op wijkniveau) zijn van belang. Een goede woonomgeving bevat ook recreatieve elementen. De aanwezigheid van groen en water in en om Vlaardingen kan verder benut worden voor recreatie. Door de stad meer als woonstad te profileren kan er een verbetering bereikt worden ten aanzien van het huidige imago van Vlaardingen. 3.7 Milieu Het beleidsterrein milieu heeft op twee manieren raakvlakken met economie. Enerzijds dragen natuurlijke en landschappelijke waarden bij aan een kwalitatief en hoogwaardig woon- en werkklimaat. Anderzijds gaan economische activiteiten vaak gepaard met een belasting van het milieu. De wijze waarop het beleidsterrein milieu wordt ingevuld bepaalt, alhoewel vaak op indirecte wijze, de economische ontwikkelingen. (Vereniging Nederlandse Gemeenten, 2001)
Algemeen

Vlaardingen is een stad die regelmatig milieuhinder ondervindt vanuit de Botlek, het industriegebied ten zuidwesten van Vlaardingen. De milieukwaliteit wordt hier door beïnvloed. Binnen Vlaardingen is er sprake van een ruimtetekort op de aanwezige bedrijventerreinen. Op een aantal van de bedrijventerreinen (o.a. Benelux Workpark, oostelijk gedeelte Wilhelminahaven) is de samenstelling van de typen bedrijven niet optimaal. Tevens zijn er leegstaande en verouderde panden, gebrek aan parkeerruimte, slechte bereikbaarheid en slechte bewegwijzering en vaak ontbreekt het aan een echte entree van de terreinen, wat tezamen niet ten goede komt aan de algehele uitstraling van de terreinen. De invulling van de bedrijventerreinen is niet gebaseerd op een duidelijke milieuzonering. Herstructurering of revitalisering van deze terreinen biedt kansen om het ruimteprobleem te verkleinen en mogelijkheden voor de verbetering van de milieusituatie. Het voornemen om veel oude bestemmingsplannen te vervangen of aan te passen is in het Structuurplan Rivierzone vastgelegd. De Rivierzone is dus onderhevig aan een vernieuwingsproces. Binnen Vlaardingen zijn meer gebieden aanwezig waar een dergelijk proces ten goede kan komen aan de algehele omgevings- en milieuleefkwaliteit. Om goed in te spelen op de mogelijkheden van het regionale Havenplan 2020 en andere ontwikkelingen, dient het vastleggen van milieugegevens in zogenaamde milieukwaliteitskaarten verder te worden verbeterd. Inzicht in deze gegevens is direct gerelateerd aan inzicht in de milieu-economische situatie. Hierdoor kan een betere afweging worden gemaakt tussen milieu- en economische effecten ten aanzien van bepaalde maatregelen. De verdere afstemming met de regio dient vanuit milieukundig oogpunt (denk aan de mogelijkheden van milieuhinderlijke bedrijven) verder te worden bevorderd. In het Milieubeleidsplan Vlaardingen 2000-2003 is als uitgangspunt genomen dat de zorg van de gemeente primair gericht is op het creëren van een aantrekkelijke leefomgeving en de bescherming en ververbetering van het milieu, in de zin van schoon en veilig.

Huidige situatie

18

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Milieukwaliteit en duurzaamheid zijn expliciet de speerpunten die in planontwikkeling tot uiting moeten komen. Woon- en leefklimaat Het ontwikkelen van een kwalitatief goed woon- en leefklimaat wordt nagestreefd, want ze is van belang voor het aantrekken van arbeidskrachten, het fungeert als voedingsbodem voor het vestigingsklimaat. Het woon- en leefklimaat is dus steeds meer te bestempelen als een belangrijke milieu-economische factor. De factor milieu kan hier aan bijdragen. De leefbaarheid van de stad is namelijk ook afhankelijk van de mate van milieuoverlast van onder andere de aanwezige bedrijven. Tevens verdient het aspect veiligheid van bedrijven de nodige aandacht. Daarnaast moet er continu aandacht besteed worden aan een (visueel) schone leefomgeving en aan een hele en veilige omgeving. Hoe hoger het onderhoudsniveau in de stad, hoe hoger de waardering voor de leefomgeving. Tegelijkertijd wordt ingezet op een verdere bewustwording van de burgers voor het milieu. Ook wordt meer aandacht aan duurzame stedenbouw gegeven. Deze draagt ook bij aan een verdere verbetering van de leefbaarheid. De gemeente zet zich in om meer woon-werklocaties te creëren. In wijken met overwegend de woonfunctie, wordt ter plaatse van vertrekkende milieuhinderlijke bedrijven gestimuleerd dat hier kleinschalige ‘schone’ bedrijfsactiviteiten kunnen worden gevestigd. Deze economische activiteiten moeten passen in het woonklimaat. Hoe deze werklocaties verder zijn in te passen, is onderwerp van onderzoek en komt in het werkplan verder aan de orde. Bedrijvigheid Herstructurering van bedrijventerreinen kan een bijdrage leveren aan de oplossing van het ruimtetekort voor bedrijven. Zorgvuldig ruimtegebruik moet daarbij uitgangspunt zijn. Door middel van herstructurering en opwaardering van terreinen kan de ruimtelijke kwaliteit verbeterd worden en kunnen gebiedsgericht belangrijke milieueffecten behaald worden. Dit komt ten goede aan de algehele uitstraling en representativiteit van bedrijventerreinen. Herstructurering is dus een goede manier om gebiedsgericht invulling te geven aan het
Visie

milieubeleid. Dit moet in samenspraak met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven gerealiseerd worden. Bij herstructurering verdient vooral de segmentering van bedrijventerreinen bijzondere aandacht. Segmentering kan gelijk staan aan milieuzonering van bedrijventerreinen. Bedrijven uit hetzelfde segment kunnen een plek krijgen op een bedrijventerrein. Tegelijkertijd kunnen dit bedrijven met dezelfde mate van milieubelasting zijn, waardoor een zonering van het terrein ontstaat. Er worden bedrijven toegelaten die tot maximaal milieucategorie vier behoren. Segmentering van bedrijventerreinen kan ook op basis van de bestaande infrastructurele situatie gerealiseerd worden. Veel bedrijven genereren een groot aantal vervoersbewegingen van en naar hun bedrijf. Dergelijke bedrijven verdienen een plek op goed ontsloten bedrijventerreinen. Duurzaamheid en omgevingskwaliteit zijn sleutelbegrippen in het provinciaal en gemeentelijk beleid. Uitgangspunt is ontkoppeling van economische groei en milieudruk door energiebesparing en het gebruik van duurzame energie. Kansen zijn aanwezig bij de inrichting en het beheer van terreinen, het vestigingsbeleid en de locatiekeuze. Herstructurering is een nadrukkelijke kans voor duurzame ontwikkeling. Het gaat hier om duurzame bedrijfsvoering en duurzame bedrijventerreinen. Duurzame bedrijfsvoering moet meer onder de aandacht gebracht worden bij de ondernemers zelf. Duurzame bedrijventerreinen kunnen door middel van herstructurering bewerkstelligd worden. De duurzaamheid zit hem dan vooral in de positieve effecten van de samenwerking van bedrijven ten aanzien van de energievoorziening en de afvalverwerking en de mobiliteit van de bedrijven op een terrein. Een analyse op bedrijfsniveau ten aanzien van mogelijkheden voor uitwisseling restafvalwarmte, grondstoffen en afvalstromen moet hieraan vooraf gaan. Parkmanagement moet ingevoerd worden om bedrijventerreinen duurzaam te beheren. Indien in het kader van herstructurering nieuwbouw plaatsvindt, dient ingezet te worden op duurzaam bouwen en intensief ruimtegebruik.

19

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

3.8 Recreatie en toerisme Toerisme en recreatie in Nederland is een groeisector en neemt in economische betekenis toe. De Nederlander geeft na elementaire levensbehoeften het meeste uit aan dagtochten en vakanties. De dagtochten door Nederlanders in eigen land genereren het grootste gedeelte van de nationale toeristische omzet. Deze trend is mede een gevolg van de vergrijzing in Nederland. (Bron: Gemeente Utrecht, Zet ‘m op toerisme, 2001) Recreatie en toerisme is nauw verbonden met promotie en meer indirect met acquisitie. De aanwezige recreatiemogelijkheden en voorzieningen bepalen mede het imago van de stad. Het promoten van de aanwezige mogelijkheden en voorzieningen kan meer recreanten aantrekken, maar ook nieuwe bewoners en bedrijven (aantrekkelijke leefomgeving). Toerisme is primair een economische activiteit die vooral te maken heeft met het aantrekken van bezoekers van buitenaf. Het gaat om voorzieningen waar zowel recreanten als toeristen gebruik van maken. Elk procent bestedingsgroei in de toeristisch recreatieve sector levert ruim 4000 nieuwe banen op (1 baan per 50.000, -). De algemene trend op toeristisch gebied is het afstemmen van activiteiten op kenmerken en wensen van specifieke doelgroepen. Voorbeelden die van toepassing kunnen zijn op Vlaardingen zijn binnenstedelijk toerisme en cultuurtoerisme. Tot dusver is er voor Vlaardingen nauwelijks beleid ontwikkeld voor recreatie en toerisme. De kernkwaliteiten zijn groen, historisch centrum en water. Vlaardingen biedt vanuit deze kwaliteiten met name ontwikkelingsmogelijkheden voor dagrecreatie vanuit de stad en de regio. Regionaal wordt aangestuurd op samenwerking met omliggende gemeenten, functioneel samengebracht in de VVV Nieuwe Waterweg/ Westland.
Huidige situatie Algemeen

Vlaardingen is voorzien van een groene ring rondom de stad die start bij Abtswoude in Holy en eindigt bij de Lickebaert langs de Nieuwe Waterweg. In bijna al deze gebieden is recreëren in groen en aan het water mogelijk. Interne en externe bereikbaarheid zijn van belang voor toerisme. Het centrum van Vlaardingen is goed bereikbaar. In en om de hele groene ring zijn goede fietspaden aanwezig. Winkel- en horeca voorzieningen zijn volop aanwezig maar behoeven ontwikkeling, zie ook de visie over deze onderwerpen. De horecanota kan hierin een belangrijke rol spelen.
Visie

Er is sprake van een gebrekkige samenhang tussen het winkelcentrum en het historisch centrum en tussen het centrum en het havengebied. Daar liggen mogelijkheden die benut dienen te worden. Bij het formuleren van beleid voor recreatie en toerisme dient goede afstemming met andere beleidsterrein plaats te vinden en is goede in- en externe communicatie een voorwaarde. Het ontwikkelen van citymarketing (zie ook promotie en acquisitie) kan bijdragen aan de groei van toerisme. Het motto is: richten op kwaliteit en niet op kwantiteit. Vlaardingen moet uitgaan van haar eigen mogelijkheden, kracht en identiteit met de trits groen - historisch centrum - water. Dit komt bij andere beleidsterreinen al aan de orde maar is juist voor toerisme heel duidelijk. Een goed samenspel tussen ondernemers en gemeente is een voorwaarde voor succesvol toeristisch beleid, om daarmee de bewoners en bezoekers optimaal van dienst te kunnen zijn. Van belang is dat er een maatschappelijk draagvlak voor deze visie bestaat. De inwoners en ondernemers moeten ook recreatie willen: het leefklimaat moet erdoor verbeterd worden. Aandachtspunt hierbij is het afstemmen van winkelen, uitgaan en evenementen. Gerichte aandacht voor de horeca biedt kansen voor een beleidsmatige vernieuwing.

20

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Elke ontwikkeling op het gebied van toerisme geeft vrij snel een impuls aan de werkgelegenheid (met name in het laaggeschoolde segment), een kans die we niet mogen laten liggen. Als onderdeel van een hoogwaardig woon- en werkklimaat zijn recreatieve voorzieningen van belang. Voldoende aanbod van recreatieve mogelijkheden dicht bij huis draagt daar aan bij, zoals openbare groene recreatieruimten en parken en groenstroken die Vlaardingen ruimschoots heeft. Inspelen op de vergrijzing biedt met name in de regio mogelijkheden. Communicatie gericht op deze doelgroep, over bijvoorbeeld fiets- en wandelroutes en voorzieningen in de recreatiegebieden en in het centrum, leidt tot een hogere besteding in de stad. 3.9 Promotie en acquisitie Onder promotie wordt verstaan “het in algemene zin onder de aandacht brengen van de gemeente als een aantrekkelijke vestigingsplaats voor bedrijven. Acquisitie richt zich op het leggen en onderhouden van contacten met specifieke bedrijven die zich mogelijk in de gemeente willen vestigen” (Vereniging Nederlandse Gemeenten, 2001). Beide begrippen staan synoniem voor het brengen van een boodschap, een boodschap met een bepaald doel. En een economische visie is richtinggevend, met een boodschap. Daarom horen promotie en acquisitie in een economische visie thuis. Vlaardingen heeft geen duidelijk imago. Resultaten van eerder uitgevoerde enquêtes en onderzoeken, waaronder de Stadspeiling, wijzen op de mogelijkheid om aan een meer gerichte promotie te doen. De aangekondigde plannen voor herstructurering en andere ruimtelijke plannen vormen een mogelijkheid om Vlaardingen te profileren (op regionaal en provinciaal niveau). Zeker met het oog op ruimte die beschikbaar kan komen voor mensen met een hoger inkomen en voor het aantrekken van nieuwe werkgelegenheid.
Huidige situatie Algemeen

Promotie van de stad als vestigingsplaats voor bedrijven en actieve acquisitie heeft de afgelopen jaren niet systematisch plaatsgevonden. Het gebrek aan ruimte voor nieuwe bedrijven ligt hieraan ten grondslag. De promotie van Vlaardingen als stad waar het goed wonen en leven is, met een redelijk voorzieningenniveau is kansrijk om uit te dragen. Voor de promotie van de stad dient uit te worden gegaan van de kernkwaliteiten (groen, historisch stadshart en water) van Vlaardingen. Activiteiten (voor eigen bevolking) en evenementen (ook voor mensen buiten Vlaardingen) die gepromoot worden, dienen verband te houden met die kernkwaliteiten. Promotie is geen taak van de overheid sec. Nadrukkelijke inbreng van private partijen is noodzakelijk. Samenwerking tussen bedrijfsleven en gemeente dient te worden nagestreefd. Bijvoorbeeld voor het Stadshart in de vorm van citymanagement. Acquisitie dient plaats te vinden zodra sprake is van beschikbare bedrijfsterreinen, en waarbij de toets op de belangstelling vanuit het Vlaardingse bedrijfsleven heeft plaatsgevonden. Gelet op de dynamiek die het havengebied van Rijnmond kenmerkt, dient een goed beeld verkregen te worden van de plannen van het bedrijfsleven dat in en om Vlaardingen gevestigd is. Vervolgens moet ingespeeld worden op de vraag vanuit het bedrijfsleven. Bovenlokale afstemming en samenwerking zijn, gelet op het schaalniveau van Vlaardingen, daarbij van belang. Vlaardingen zal zich vooral concentreren op bedrijven die goed passen bij de lokale situatie. Aanwezige clusters worden versterkt. Vervolgens zal de nadruk liggen op het aantrekken van watergebonden, hoogwaardige en schone bedrijvigheid.
Visie

21

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Hoofdstuk 4 Vertaling van de visie op gebiedsniveau 4.1 Gebiedsgerichte uitwerkingen van de economische visie De economische visie geeft de visie voor de gehele stad Vlaardingen weer op hoofdlijnen. Aangezien niet ieder gebied in de stad hetzelfde is, kan de uitwerking van de visie kan per gebied verschillen. Hoe de uitwerking van de visie er op gebiedsniveau uitziet wordt hier beschreven. (De daadwerkelijke uitvoering van de visie/invulling van visie op gebiedsniveau wordt opgenomen in het werkplan) Figuur 6. Overzichtskaart Vlaardingen

4.2 Centrum Het centrum van de stad bestaat uit een aantal woonwijken rond het stadshart. In economische zin is met name dit stadshart, met uitlopers over de West en Oost havenkade en de Parallelweg en de Schiedamseweg, van economisch belang. In economische zin en als imagodrager is het centrum zeer belangrijk als de plaats waar het hoofdwinkelcentrum, de horeca en andere uitgaansgelegenheden zijn gelegen. Het stadshart is een historisch gegroeide verzameling van woon-, werk-, winkel- en uitgaansgebieden. Zoals kan worden verwacht van een historische gegroeide situatie zijn deze functies niet overal met elkaar in evenwicht, zijn ze onvoldoende met elkaar verbonden en is er nauwelijks sprake van versterking. Hierdoor is de aantrekkingskracht minder groot dan mogelijk is. De routing in het centrum is onduidelijk en wordt beperkt door ruimtelijke barrières. Er is sprake van leegstand als gevolg van een te groot aantal vierkante meters VVO aan winkelruimte. De relatie tussen de winkels en de horeca en de evenementen in het centrum is gering zodat er weinig synergie effecten optreden. In het winkelcentrum kan de onderlinge samenwerking van ondernemers beter. Er ligt vooral een kans in het aanpassen van huidige bestemmingsplannen. De inzet is om in Vlaardingen een bruisend Stadshart te geven. Daarvoor moet het winkelgebied een kwaliteitsslag maken qua uitstraling. De openbare ruimte verdient meer aandacht dan nu het geval is. Een verbetering/versterking van de samenwerking tussen de zittende ondernemers is hiervoor een voorwaarde. De Hoogstraat is momenteel een revitaliseringsproject. Deze aanpak kan uitgebreid worden naar het hele centrum. De herstructurering van het centrum moet meer in samenspraak met de ontwikkelingen op de Hoogstraat
Visie Huidige situatie

22

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Figuur 7. Het centrum

nodige aandacht. Er moet zoveel mogelijk voorkomen worden dat doorgaand verkeer door het centrum zijn weg vindt. De mogelijkheden van een autoluwe zone, waarin ruimte geboden wordt aan horeca, wordt nader onderzocht. Echter het autoluw maken van de binnenstad mag geen doel op zich zijn en mag dus alleen gestalte krijgen in relatie met een verder verbetering van de bereikbaarheid en parkeervoorzieningen. 4.3 Rivierzone Het gebied Rivierzone omvat het overgrote deel van het bestaande areaal aan bedrijventerrein (ca. 300 ha) en een belangrijk deel van de uitlegreserve (50 ha). Met het project Rivierzone geeft de gemeente haar rol als overheid en belanghebbende in de ontwikkeling van de stad vorm. Inmiddels is voor het gehele rivierzone gebied de potentie en ontwikkelingsrichting bepaald. Uitgangspunten van het vernieuwingsproces zijn: Een bredere basis voor werken en ondernemen. Hierbij wordt ingezet op de herstructurering van bestaande bedrijfsterreinen en de ontwikkeling van nieuwe locaties om de verbreding en de vernieuwing van de economische structuur tot stand te brengen; Een leefbaar en afwisselend woon- en verblijfklimaat. Belangrijke randvoorwaarden voor een nieuwe economisch beleid en zeer belangrijk in relatie tot de gemeentelijke ambities om koopkrachtiger inwoners voor de stad te behouden en aan te trekken; Bescherming en herwaardering van het cultuurhistorisch erfgoed. De huidige ruimtelijke en economische structuur in de Rivierzone is een veel meer historisch gegroeide dan planmatig ontwikkelde situatie. Ligging aan het water en havens en de oorspronkelijke relatie met de industrie op de linker maasoever hebben het karakter van het gebied als (zware) industriezone bepaald. De economische ontwikkeling heeft na de tweede wereld oorlog haar sporen nadrukkelijk nagelaten. Kort na de oorlog werd voornamelijk ingezet op zware chemische en
Huidige situatie

gaan plaatsvinden. Enkele aandachtsgebieden zijn het Veerplein, de Fransenstraat en het Schoutplein Het winkelapparaat/voorzieningenniveau van het centrum verdient zoveel aandacht omdat de aanwezigheid van voorzieningen een belangrijke trekker is voor nieuwe bewoners belangrijk is voor de huidige inwoners. Uitgangspunt in het ontwikkelingsbeleid van de winkel- en andere voorzieningen in het centrum moet zijn om door een optimale combinatie van de delen een maximale synergie te verkrijgen die Vlaardingen onderscheidt van de regiogemeenten. De versterking van de voorzieningen en evenementen moet daarom in het stadshart voorrang krijgen boven wonen en bijvoorbeeld kantoorontwikkeling. In relatie tot de aanwezige winkelvoorzieningen en de gewenste horecavoorzieningen verdient de bereikbaarheid in het centrum de

23

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

industriële bedrijvigheid, grote delen van het gebied waren in gebruik bij Shell en de scheepsbouw. Nu zijn daar alleen nog de beperkt reparatieactiviteit van Damen Shiprepair en de kunstmestproductie bij Tessenderlo en Nu3 van over. De door de oorspronkelijke bedrijven verlaten locaties hebben een zeer diverse veelal extensieve invulling gekregen die de zone een rommelige, onsamenhangende uitstraling geven. Ook gerelateerd aan de kengetallen van economische ontwikkeling scoort het gebied matig. Werkgelegenheidsgroei is laag, het aantal werknemers per ha lager dan mag worden verwacht en de zone is nauwelijks een factor in het aantrekken van nieuwe ondernemingen en werkgelegenheid. De infrastructurele ontsluiting is onvoldoende en de ruimtelijke en economische kwaliteit van de meeste bedrijfsterreinen is slecht. Figuur 8. De Rivierzone

Met de uitvoering van de plannen uit het Integraal Uitvoeringsplan ontstaat in de Rivierzone 50 ha nieuwe en geherstructureerde bedrijfsterreinen, duizenden nieuwe arbeidsplaatsen in (nieuwe) bedrijven die de economische structuur van de stad verbreden. Daarnaast zorgen de nieuwe woningen voor een versterking van de locale winkelstructuur en voorzieningen en is er ruimte voor kwalitatief hoogwaardige uitgaansgelegenheden. Uitvoering van de plannen zijn dan ook van cruciaal belang in de realisatie van de in deze visie genoemde ambities9. 4.4 Westwijk
Huidige situatie

Het project Rivierzone heeft een uitgebreide analyse van de bestaande situatie gemaakt en vanuit de hiervoor genoemde uitgangspunten voor het vernieuwingsproces projecten gedefinieerd en oplossingen aangedragen die de komende 10-15 jaar een volledige transformatie van het gebied betekenen. Bestaande werklocaties worden omgevormd tot woongebieden, bestaande bedrijven krijgen ruimte om te verplaatsen en of uit te breiden en nieuwe bedrijven krijgen de mogelijkheden zich te vestigen op locaties die hiervoor in ruimtelijke en milieu technische zin bij uitstek geschikt zijn.

Visie

Tot het gebied van de Westwijk behoren in het kader van gebiedsgericht werken ook o.a. de bedrijfsterreinen Hoogstad en Groot Vettenoord en het recreatiegebied Lickebaertgebied en het woongebied Indische Buurt. Bijzonder is dat Groot Vettenoord als enige terrein in Vlaardingen een milieuzonering kent. Het Westwijkgebied kent voornamelijk een woonfunctie voor ca. 19.000 mensen met veel gestapelde woningen voor voornamelijk lagere inkomens. In het centrum van de Westwijk is een herstructurering op handen; het biedt de gelegenheid om het voorzieningenniveau te versterken en een kwaliteitsslag te maken. Ten behoeve van de verbetering van de veiligheid is een veiligheidsplan opgesteld. Het groen in deze wijk, Marnixplantsoen en de Lickebaert, wordt benut als overgang naar het woongebied. De gebruiksfunctie van het Marnixplantsoen wordt vergroot en het groene karakter wordt versterkt.

Hierbij moet worden aangetekend dat de realisatieperiode van de projecten in de Rivierzone is gesteld op 2020, waar deze visie haar horizon legt op 2010.

9

24

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Figuur 9. De Westwijk

4.5 Babberspolder, Vlaardinger Ambacht Babberspolder Oost staat voor een ingrijpende herstructurering van de woningvoorraad. De komende 10 jaar worden 1.400 woningen gesloopt en worden er 1100 nieuw gebouwd. Met deze opgaven is de herstructurering voor het gebied nagenoeg voltooid. Het is duidelijk dat de veranderingen die de Babberspolder en Vlaardinger ambacht hebben ondergaan invloed hebben op de economische structuur van de wijk. Oude buurten waar buurtwinkels nog hier en daar aanwezig zijn, worden vervangen door woningnieuwbouw. Met de herstructurering verandert ook de bevolkingssamenstelling en het koopgedrag. Om het winkelcentrum en de voorzieningen actueel te houden, is van grootbelang de economische structuur mee te laten evalueren met de veranderende bevolking en inkomensopbouw. Economisch hart van Babberspolder, Vlaardinger Ambacht is de Van Hogendorplaan. Hier bevindt zich het wijkwinkelcentrum en zijn ander voorzieningen in de omgeving gehuisvest. In Vlaardingen Ambacht bevinden zich nog enkele autobedrijven. Het winkelcentrum functioneert redelijk. Dit is mede het gevolg van de lage huren, de koopkrachtbinding is matig en door het ontbreken van voldoende supermarkt oppervlak is de verwachting dat het centrum het op termijn moeilijk zal krijgen. Er zijn weinig direct beschikbare locaties om (wijkgebonden) economische impulsen in ruimtelijke en bestemmingstechnische zin een plek te geven. De herstructurering van de Babberspolder Oost moet worden aangegrepen om de detailhandelstructuur voor de wijk op orde te krijgen. Voorwaarden voor het grotendeels behouden van de strippenstructuur is stedenbouwkundige ruimte die kan worden gevonden voor uitbreiding van het supermarktoppervlak. Dit is zeer noodzakelijk om de koopkrachtbinding van het centrum te vergroten en
Visie Huidige situatie

De Westwijk groeit mede vanwege de verplaatsing van sport- en schoolcomplexen uit tot een woonwijk met een gedifferentieerde bevolkingsopbouw. Woonwerkwoningen zullen na 2015 worden gerealiseerd, o.a. in Groot Vettenoord. De functie van het bedrijfsterrein zal op de middellange termijn overgaan in een gemengde functie waarbij wonen en werken samengaan. De functiemenging is goed vormgegeven via parkmanagement. De algehele kwaliteit van het vastgoed en de openbare ruimte is op dit terrein een probleem; afspraken voor het beheer van het openbaar gebied (parkmanagement) bieden perspectief. Het nieuw te ontwikkelen noordoostelijke deel in de wijk is economisch een kans. Het winkelcentrum Floris V-laan heeft de functie van buurtwinkelcentrum verloren.

Visie

25

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Figuur 10. Babberspolder

4.6 Broekpolder Uitgedrukt in kengetallen als werkgelegenheid en bijdrage aan de gemeentelijke (belasting)inkomsten is de economische betekenis van de Broekpolder voor Vlaardingen gering. Langs de A20 van bedrijven, biedt de Broekpolder bijzondere mogelijkheden. Dit is vastgelegd in het structuurplan en wordt uitgewerkt in het bestemmingsplan.
Visie Huidige situatie

De zuidrand langs de A20 van de Broekpolder is bij uitstek geschikt voor zakelijke dienstverlening met een thematische insteek. Figuur 11. Broekpolder

daarmee de levensvatbaarheid van het centrum voor de toekomst te waarborgen. De bestaande economische activiteit in het gebied moet worden geanalyseerd. Overlastgevende bedrijven moeten op termijn naar andere meer geëigende delen van de stad worden verplaatst en de kansen van werkwoningen en starters locaties nader onderzocht. Hoewel de Ruimtelijke structuurschets voor het gebied slechts plaatselijke(wijkgebonden) ontwikkelingen verwacht, zijn er vanuit economisch perspectief wellicht een aantal locaties geschikt voor bovenwijkse (bedrijfs)ontwikkeling.

26

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

4.7 Holy
Huidige situatie

De binding van de bewoners van de wijk Holy met de stad Vlaardingen is niet zo groot. Het winkelgedrag is extern gericht. Men kiest vaak voor centra in de regio, zoals bijvoorbeeld Rijswijk, Delft en Den Haag. Er wonen 25.000 mensen in de wijk. Indien deze mensen wel in Vlaardingen gaan winkelen, zou de economische impuls erg groot zijn. Niet alleen voor winkelen maar ook voor werken is men aangewezen op de regio. Winkelcentra in de Holy zijn de Loper (hét wijkwinkelcentrum), de Holiërhoek en de Winkelhoeve. De Loper is gedateerd, het hele centrum loopt wel goed, maar de uitstraling is tijdsgebonden. Zorgpunt is de daarbij behorende parkeergarage, vanwege te weinig toezicht en te weinig onderhoud. Overlast situaties ontstaan zoals vervuiling en hangjongeren. Toch heeft de Loper een behoorlijk perspectief binnen zijn huidige functie. De komst van Tramplus draagt hier aan bij. Er worden nu samen met de eigenaar van het winkelcentrum plannen gemaakt voor verbetering. Ook de komst van Tramplus vraag om extra aandacht op het gebied van veiligheid en toezicht op het juiste moment. Een ander probleem is dat de kwaliteit van de openbare ruimte wordt aangetast door het inklinken van de bodem. Holy is op veengrond gebouwd en er vinden op bepaalde plekken nog steeds verzakkingen plaats. Er is een ophoging- en herstraatprogramma. Dat is een doorgaand proces. Desalniettemin ontstaat niet de gewenste uitstraling in de openbare ruimte. Er is een grotere variatie nodig in woonmilieus. Relatief veel bewoners zijn hoog opgeleid. De bedrijvenstrook bij de Churchillsingel is bestemd voor lokaal gerichte ondernemers. De Holybad locatie wordt ingevuld door IPSE en diverse architectenbureaus. Veel werkgelegenheid in dit gebied komt voort uit de ruimschoots aanwezige verzorgingstehuizen (vier stuks).

De verhuizing van het ziekenhuis laat een ruimte achter die economisch ontwikkeld kan worden. De eigenaar van het terrein ontwikkelt momenteel met een adviesbureau een planconcept. Figuur 12. Holy

27

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Holy heeft als gebied potentie op woon- en werkgebied. De A20 zone is een ontwikkelingslocatie: half open parklandschap met kantoren en wonen in het groen. Een gebied dat als zichtlocatie het beeld bepaalt voor alle passanten op de rijksweg. Het recreatiegebied Abtswoude is onderdeel van Midden-Delfland en heeft een recreatieve functie. Belangrijk is om ook voor de toekomst aandacht te schenken aan de uitvalswegen hieromheen bereikbaarheid vanuit het centrum waarborgen). Het ziekenhuisterrein is voor Vlaardingen van grote economische betekenis, goed ontsloten, ruimtelijk interessant en veelzijdig bruikbaar. De Loper is het wijkwinkelcentrum voor het hele gebied en dient waar mogelijk te worden versterkt. De komst van tramplus in 2005 brengt betere bereikbaarheid voor de Loper met zich mee. De twee buurtcentra Holiërhoek en Winkelhoeve krijgen een bredere (anders dan detailhandel) bestemming die de positie van de centra als voorzieningenstroken behoudt en versterkt. De Holierhoek biedt mogelijkheden voor woon-werkwoningen. 4.8 Economische visie per bedrijfsterrein
Analyse per bedrijfsterrein

Visie

Bestaande terreinen Vergulde Hand bestaand

De Vergulde Hand bestaand is een van de speerpunten in de herstructureringsopgaven. De uitleg locatie Vergulde hand West en een verbeterde ontsluiting via de Marathonweg bieden naast de start van parkmanagement10 de handvatten voor de in de visie nagestreefde kwaliteitsverbetering. Figuur 13. Vergulde Hand

De Vlaardingse bedrijventerreinen, bestaande en nieuw spelen een zeer belangrijke rol in de verwezenlijking van de economische ambities van de stad. Om een beter beeld te krijgen van de huidige situatie en de visie die de gemeente voorstaat worden alle terreinen langs de economische meetlat gelegd en wordt de visie op basis van deze kengetallen in steekwoorden uiteengezet. Resumerend gaat het om de (her)ontwikkeling van: 50 ha. bedrijfsterrein 11.000 extra plaatsen voor werknemers. N.B. deze getallen zijn voor een gedeelte ook van toepassing op de periode na 2010.
10

Tbv onderzoek naar draagvlak parkmanagement is Decor subsidie aangevraagd.

28

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Tabel 1.Vergulde Hand
Kengetallen Grondgebruik Uitgeefbaar Leegstand Werkgelegenheid aantallen Werkgelegenheid opleidingsniveau Infrastructuur ontsluiting Infrastructuur parkeren (Ruimtelijke) kwaliteit openbaargebied/ parkmanagement Kwaliteit Vastgoed Overwegende branchering

Situatie nu Deels extensief 0 ha <10% <50 per ha VMBO/mbo matig redelijk Matig/ in 1999 onderzocht tbv parkmanagement Matig Productie/ sloop/ detailhandel

Visie Via herstructurering intensiever Na herstructurering 2 a 3 ha <5% >50 per ha VMBO/mbo Redelijk tot goed Goed Redelijk (conform gemeentelijke eisen) pilot ihkv Decor tbv parkmanagement redelijk Meer gesegmenteerd

Figuur 14. Het Scheur

Het Scheur

Het bedrijventerrein is een in de jaren 80-90 uitgeven gemengd bedrijventerrein. Het voldoet aan de inzichten voor ruimtelijke inrichting van de jaren 80/90. Parkeren gebeurd hoofdzakelijk op eigen terrein. De kwaliteit van het vastgoed, de openbare ruimte en de infrastructuur is goed. Om de kwaliteit van het terrein ook voor de toekomst te bewaren is het wenselijk dat de gemeente met de ondernemers een parkmanagementgroeimodel instelt, dat start met het (gezamenlijk) beheer van de openbare en private delen van het gebied.

Kengetallen Grondgebruik Uitgeefbaar Leegstand Werkgelegenheid aantallen Werkgelegenheid opleidingsniveau Infrastructuur ontsluiting Infrastructuur parkeren (Ruimtelijke) kwaliteit openbaargebied/ parkmanagement Kwaliteit Vastgoed Overwegende branchering

Tabel 2. Het Scheur

Situatie nu Deels extensief 0 ha >10% <50 per ha VMBO tot HBO+ redelijk Goed Redelijk/ geen parkmanagement/ wensen ondernemers zijn geïnventariseerd Goed Productie/ logistiek/ zakelijke dienstverlening

Visie Geen verandering 0 ha <5% >50 per ha VMBO to HBO+ Redelijk tot goed Goed Redelijk (conform gemeentelijke eisen), draagvlak voor parkmanagement verder vorm geven Goed Productie/ logistiek/ zakelijke dienstverlening

29

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Deltaweg

Bedrijventerrein Deltaweg is geen formeel begrensd bedrijventerrein maar beslaat grofweg het gebied tussen de woonbebouwing aan de Maasboulevard in het oosten tot en met het voormalig Hydro Agri terrein in het westen. Het gebied kent een zeer gemengd gebruik. Van zware chemie in het westen, via kleinere productiebedrijven, afvalverwerking, pdv-achtigen en het onderzoekslab van Unilever Research. Hier en daar is er sprake van watertransport gebonden activiteiten Figuur 15. Deltaweg

De KW Haven en de Vulcaanhaven (VH) zijn de twee belangrijkste havengebonden bedrijfsterreinen. Het karakter van beide terreinen verschilt echter door het gebruik. De Vulcaanhaven wordt nog volledig gebruikt door bedrijven met een hechte watergebondenheid (scheepsreparatie en overslag). In de KW haven is een gemengder bedrijfsmilieu ontstaan waar naast enige overslag en bedrijven die van de haven afhankelijk zijn voor de aanvoer van grondstoffen en/of afvoer van eindproducten. Daarnaast zijn hier in beperkte mate horeca (groeiend) detailhandel en zakelijke dienstverlening te vinden. De plannen voor de Rivierzone voorzien een verdere versterking van het recreatieve karakter van de KW haven met de komst van een jachthaven en aan de watersport gerelateerde voorzieningen. Figuur 16. KW-haven/Vulcaanhaven

KW Haven/ Vulcaanhaven

Kengetallen Grondgebruik

Tabel 3. Deltaweg

Uitgeefbaar Leegstand Werkgelegenheid aantallen Werkgelegenheid opleidingsniveau Infrastructuur ontsluiting Infrastructuur parkeren (Ruimtelijke) kwaliteit openbaargebied/ parkmanagement Kwaliteit Vastgoed Overwegende branchering

Situatie nu zeer extensief tot zeer intensief Enkele kavels (privaat) 0-5% <30 per ha tot >200 per ha VMBO tot WO+

Visie Via herstructurering intensiever Meerdere ha (privaat) 0-5% 30-50 per ha tot >200 per ha VMBO tot WO+

redelijk Redelijk tot goed Goed Goed Matig/ geen parkmanagement Redelijk (conform gemeentelijke eisen)/ geen parkmanagement Zeer divers matig tot goed Divers redelijk tot goed Divers, productie, Divers, productie, detailhandel en research, detailhandel en handel en transport research

30

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Tabel 4. KW-haven/Deltahaven
Kengetallen Grondgebruik

Situatie nu VH: extensief zoals gebruikelijk KWH intensief

Uitgeefbaar Leegstand Werkgelegenheid aantallen Werkgelegenheid opleidingsniveau Infrastructuur ontsluiting Infrastructuur parkeren (Ruimtelijke) kwaliteit openbaargebied/ parkmanagement Kwaliteit Vastgoed Overwegende branchering

Geen 0-5% VH <20 pha, KWH <50 pha VMBO tot HBO+ redelijk Goed Matig/ geen parkmanagement Zeer divers matig tot goed VH overslag, scheepsreparatie KWH divers, productie zakelijk dienstverlening, horeca

Visie VH: intensivering als gevolg van veranderende bedrijfsproces. en nieuwe eigenaar. KW haven oost geen verandering/ West horeca en jachthaven +voorzieningen Door herstructurering kan privaat terrein worden geïntensiveerd (VH) 0-5% VH <20 pha, KWH <50 pha VMBO to HBO+ Redelijk tot goed Goed Redelijk (conform gemeentelijke eisen) voor KWH onderzoek naar intensiever beheer Divers redelijk tot goed Meer gesegmenteerd

Figuur 17. Benelux Workpark

Het Benelux Workpark geeft met haar onsamenhangende en kwalitatief matige ruimtelijke invulling geen blijk van de potentie die het terrein als zicht locatie en de ideale ontsluiting in potentie heeft. Intensivering van het beheer in nauwe samenwerking met de grond- en vastgoedeigenaren en gebruikers, een basale vorm van parkmanagement, vormt het startpunt voor de upgrading van het terrein.

Benelux Workpark

31

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Tabel 5. Benelux Workpark
Kengetallen Grondgebruik Uitgeefbaar Leegstand Werkgelegenheid aantallen Werkgelegenheid opleidingsniveau Infrastructuur ontsluiting Infrastructuur parkeren (Ruimtelijke) kwaliteit openbaargebied/ parkmanagement Kwaliteit Vastgoed Overwegende branchering

Situatie nu Deels extensief Enkele kavels (privaat) 0-5% <40 per ha VMBO tot HBO+ Redelijk tot goed Redelijk Matig/ geen parkmanagement Zeer divers matig tot goed Gemengd/toevallig

Visie Door herstructurering intensiever Door herstructurering kan privaat terrein worden geïntensiveerd 0-5% > 50 pha VMBO to HBO+ Goed Goed Redelijk (conform gemeentelijke eisen)/ parkmanagement pilot met Decor subsidie Divers redelijk tot goed Meer gesegmenteerd

Figuur 18. Groot Vettenoord

Groot Vettenoord

Groot Vettenoord is een van de oudste specifiek ten behoeve van bedrijvigheid aangelegde terreinen. Het dateert uit de jaren 50- 60 en heeft alle kenmerken van een terrein uit die tijd. Krappe straten en parkeervoorzieningen die niet zijn berekend op het huidige verkeer. Het vastgoed is veelal economisch afgeschreven is verwaarloosd en het wordt gebruikt voor bedrijvigheid waar het niet werkelijk geschikt voor is. Geïntensiveerd beheer moet er voor zorgen dat de situatie niet verder verslechtert. Op de langere termijn, na 2010 is verdergaande herstructurering11 gewenst.

Kengetallen Grondgebruik Uitgeefbaar

Tabel 6. Groot Vettenoord

Situatie nu Intensief Enkele kavels (privaat) 0-5% 50-60 per ha VMBO tot HBO+ Redelijk matig Matig/ geen parkmanagement

Leegstand Werkgelegenheid aantallen Werkgelegenheid opleidingsniveau Infrastructuur ontsluiting Infrastructuur parkeren (Ruimtelijke) kwaliteit openbaargebied/ parkmanagement Kwaliteit Vastgoed Overwegende branchering

Visie Intensief Door herstructurering kan privaat terrein worden geïntensiveerd 0-5% 50- 60 per ha VMBO to HBO+ redelijk Matig-redelijk Redelijk (conform gemeentelijke eisen)/ parkmanagement model Vergulde Hand Divers matig tot goed Meer gesegmenteerd

11

Stadsvisie Koers op 2020 (2000)

Zeer divers zeer matig tot goed Zeer divers, detailhandel, productie autohandel, pdv

32

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

In haar oorspronkelijke opzet was bedrijvenpark Hoogstad bestemd als locatie voor 15.000 m² kantoren en overig voor schone bedrijvigheid tot en met milieucategorie 3. Uiteindelijk is het een grotendeels perifere detailhandelslocatie geworden. Dit heeft consequenties gehad voor de verkaveling en het gebruik. Met name de kavels voor de autobedrijven zijn te klein wat resulteert in gebruik van de openbare ruimte wat ten koste gaat van de beeldkwaliteit. De parkeer voorzieningen zijn aan de magere kant. Daarnaast staat het economisch functioneren van de woonboulevard onderdruk, wegens de te beperkte omvang12, het gebrek aan uitbreidingsruimte en de ontwikkelingen in de regio13. Gelet op voorgaande constateringen zal parkmanagement een belangrijke meerwaarde kunnen geven aan het behoud van de kwaliteit.
Kengetallen Grondgebruik Uitgeefbaar

Hoogstad

Figuur 19. Hoogstad

Tabel 7. Hoogstad

Situatie nu Intensief Volledig uitgegeven 0-5% 50-60 per ha VMBO tot HBO+ Goed redelijk Goed/ geen parkmanagement Goed tot zeer goed ABC14/PDV/ zak. dienstverlening

Leegstand Werkgelegenheid aantallen Werkgelegenheid opleidingsniveau Infrastructuur ontsluiting Infrastructuur parkeren (Ruimtelijke) kwaliteit openbaargebied/ parkmanagement Kwaliteit Vastgoed Overwegende branchering

Visie Intensief Idem evt. openbaar gebied verkopen aan zittende bedrijven 0-5% 50- 60 per ha VMBO to HBO+ goed redelijk Goed/ draagvlak onderzoek parkmanagement noodzakelijk Goed tot zeer goed idem

De Uitbreiding van de Vergulde hand is een van de belangrijkste uitleg gebieden in de Rivierzone. Het terrein zal een belangrijke rol spelen als uitplaats (schuif) locatie voor andere te herstructureren terreinen waarbij milieuspecifieke en branche segmentering een van de uitgangspunten zullen zijn.

Te (her)ontwikkelen terreinen Vergulde Hand West

12

De ontwikkelaar werkt aan een bouwplan voor extra m en een horecavoorziening 13 Alexandrium III en grootschalige ontwikkelingen in Barendrecht 14 ABC = Auto’s,Boten, Caravans

2

33

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Figuur 20. Vergulde Hand West

Het Nam terrein biedt door de aanwezigheid van een kleine haven kansen voor watergebonden bedrijven. De resterende delen kunnen worden gebruikt t.b.v. van herstructurering elders en/of worden gebruikt t.b.v. gemengde bedrijvigheid. Figuur 21. Nam OBR terrein

Nam en OBR terrein

Kengetallen Planning uitgifte Uitgeefbaar Gemeentelijk bezit Werkgelegenheid gewenst Werkgelegenheid opleidingsniveau Infrastructuur ontsluiting Infrastructuur parkeren (Ruimtelijke) kwaliteit openbaargebied/ parkmanagement Overwegende branchering

Tabel 8. Vergulde Hand West

Visie Start 2006 tot 2012 ca 15 ha Ja (ca 60%) 50- 60 per ha VMBO - HBO goed Goed, op eigen terrein Goed, parkmanagement onderdeel van de huur/verkoop overeenkomsten Gesegmenteerd

Kengetallen Planning uitgifte Uitgeefbaar Gemeentelijk bezit

Tabel 9. Namterrein

Werkgelegenheid gewenst Werkgelegenheid opleidingsniveau Infrastructuur ontsluiting Infrastructuur parkeren (Ruimtelijke) kwaliteit openbaargebied/ parkmanagement Overwegende branchering

Visie Start 2005 tot 2012 ca 7 ha Ja (ca 50%) ( 50% OBR) onderhandelingen over gemeentelijke aankoop zijn gestart 50 per ha Mbo-hbo Goed Goed, op eigen terrein Goed, parkmanagement onderdeel van de huur/verkoop overeenkomsten Gesegmenteerd

34

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Vijfsluizen/ Station Oost

Het voormalige sportpark Vijfsluizen is bij uitstek geschikt tbv kantoorontwikkelingen. De aanwezigheid van de A4 NS station Vlaardingen Oost en Metro station Vijfsluizen maken de locatie zeer goed ontsloten en zichtbaar. In de verbreding van de economische structuur en als imagodrager van de stad is Vijfsluizen van zeer groot belang. Figuur 22. Vijfsluizen/ Station Oost

Tabel 10. Vijfsluizen/Station Oost
Kengetallen Planning uitgifte Uitgeefbaar Gemeentelijk bezit

Werkgelegenheid gewenst Werkgelegenheid opleidingsniveau Infrastructuur ontsluiting Infrastructuur parkeren (Ruimtelijke) kwaliteit openbaargebied/ parkmanagement Overwegende branchering

Visie Start 2009 tot 2019 ca 170.000 m2 bvo Ja (ca 10%) ( 90% Shell), sturing middels bestemmingsplan Ca 4.800 arbeidsplaatsen Mbo-hbo-wo Goed Goed, op eigen terrein Goed, parkmanagement onderdeel van de huur/verkoop overeenkomsten Zakelijke dienstverlening

Station Centrum

Station centrum speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van de Rivierzone. Als infrastructuur knooppunt en als locatie voor woningbouw detailhandel en kantoorontwikkeling voor non profit en lokale kantoorhoudende bedrijven. Figuur 23. Station Centrum

35

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Tabel 11. Centrum
Kengetallen Planning uitgifte Uitgeefbaar Gemeentelijk bezit Werkgelegenheid gewenst Werkgelegenheid opleidingsniveau Infrastructuur ontsluiting Infrastructuur parkeren (Ruimtelijke) kwaliteit openbaargebied/ parkmanagement Overwegende branchering Visie Start 2006 tot 2010 ca 46.200 m2 bvo waarvan 15.200 m2 stadskantoor Ja ca 50% 50% NS Ca 1.300 arbeidsplaatsen Mbo-hbo-wo Goed Goed, op eigen terrein Goed, parkmanagement onderdeel van de huur/verkoop overeenkomsten Zakelijke dienstverlening, detailhandel en non profit

Tabel 12. A20

Kengetallen Planning uitgifte Uitgeefbaar Gemeentelijk bezit Werkgelegenheid gewenst Werkgelegenheid opleidingsniveau Infrastructuur ontsluiting Infrastructuur parkeren (Ruimtelijke) kwaliteit openbaargebied/ parkmanagement Overwegende branchering

Visie Start 2007 tot 2019 ca 12 ha Deel gemeente (Broekpolder) 1 arbeidsplaats per 35-40 m2 kantoorontwikkeling Mbo-hbo-wo Goed Goed, op eigen terrein Goed, parkmanagement onderdeel van de huur/verkoop overeenkomsten Zakelijke gethematiseerde dienstverlening

Het voormalige Holy ziekenhuisterrein en de Broekpolder zijn bij uitstek geschikt tbv kantoorontwikkeling. Om een concurrentie met de ontwikkeling van Vijfsluizen te vermijden moet deze locatie voorzichtig en met een duidelijke thematisering, medische en maatschappelijke instellingen, worden ontwikkeld. De A20-zone dient als het westelijke markeringspunt van de stad en heeft daarom ook belang als zichtlocatie langs de A20. Figuur 24. A20-zone

A20 Zone

Noordoosthoek Marathonweg

De Noordoosthoek heeft grote potentie als vestigingslocatie voor lokale en regionale kantoren en showroomhoudende bedrijven. Er is een sterke relatie met de direct naastgelegen woonbebouwing(van de Westwijk) wat betekent dat de beeldkwaliteit en milieuzonering van zeer groot belang zijn.
Kengetallen Planning uitgifte Uitgeefbaar Gemeentelijk bezit Werkgelegenheid gewenst Werkgelegenheid opleidingsniveau Infrastructuur ontsluiting Infrastructuur parkeren (Ruimtelijke) kwaliteit openbaargebied/ parkmanagement Overwegende branchering

Tabel 13. Noordoosthoek Marathonweg

Visie Start 2006 tot 2010 Ca 22.000 m2 Ja 100% 150- 250 arbeidsplaatsen Mbo-hbo Goed Goed, op eigen terrein Goed, parkmanagement onderdeel van de huur/verkoop overeenkomsten autobranche, locale zakelijke dienstverlening

36

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Figuur 25. Noordoosthoek/Marathonweg

37

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Hoofdstuk 5 Prioritering van de beleidsterreinen
5.1 Algemeen In hoofdstuk 3 is een weergave gegeven van hetgeen per beleidsterrein speelt en de visie per beleidsterrein. Op de onderlinge samenhang tussen de beleidsterreinen is wel gezinspeeld, maar dit is nooit integraal beschreven. In dit hoofdstuk vindt u die samenhang niet alleen in onderling verband maar ook in het totale kader van de voorgestane economische ontwikkeling voor Vlaardingen. Voordat deze prioritering goed kan worden ingevuld wordt in hoofdstuk 5.2 van elk beleidsterrein aangegeven wat de mogelijkheden tot sturing van de gemeente Vlaardingen zijn. Hiermee wordt een transparante basis gelegd voor de prioriteitsstelling. Ook biedt dit de basis voor een goede keuze in de volgorde van te ondernemen acties zoals deze in het werkplan Economische Visie 2004 – 2007 die dient te worden gemaakt. Daarmee wordt de acceptatie van de economische visie vergroot en de beschikbare gemeentelijke middelen verantwoord ingezet. Voor de nadere prioritering (hoofdstuk 5.3) zijn de bijdragen opgetekend tijdens de expertpanels belangrijk meegenomen. 5.2 Sturingsmogelijkheden In bijgaande figuur zijn per beleidsterrein de sturingsmogelijkheden van de gemeente aangegeven. Ook de mate waarin de mogelijkheden zich voordoen zijn indicatief aangegeven. Naar mate de balk breder is wordt de sturing voor die mogelijkheid groter verondersteld. De mogelijkheden voor sturing die hier worden besproken zijn: ruimtelijke ordening, gemeentelijke financiering, participatie van private partijen en de regionale betrokkenheid. Ruimtelijke ordening Een goed economisch beleid begint bij een goed ruimtelijk beleid. Ruimtelijk beleid faciliteert de vestiging van economische activiteiten. In Vlaardingen wordt dit onderkend met het onlangs aangenomen structuurplan Rivierzone en het voornemen te komen tot een actualisatie van verouderde bestemmingsplannen. Vanuit die optiek kan de gemeente behoorlijk haar stempel zetten op de beleidsterreinen

verkeer en vervoer (circulatie van verkeer, ligging van het wegdek) en milieu (toegestane activiteiten, zonering, clustering van bedrijfsactiviteiten). Gelet op de betrokkenheid van andere partijen wordt voor de beleidsterreinen wonen en bedrijventerreinen een behoorlijke maar wel minder grote sturing voorzien. Voor de beleidsterreinen arbeidsmarktbeleid en promotie/acquisitie zijn vanuit RO geen sturingsmogelijkheden aanwezig. Figuur 26. Sturing per beleidsterrein
Afspraken met marktpartijen

Sturing per beleidsterrein

Regionale afspraken Financieel kader Ruimtelijke ordening

Promotie

Toerisme en Recreatie

Milieu

Beleidsterreinen

Verkeer en vervoer

arbeidsmarkt

winkel voorzieningen

wonen

bedrijventereinen

Mate van sturing

38

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Financiering De gemeente heeft voor de financiering van de infrastructuur een grote rol. Andere partijen spelen nagenoeg geen rol bij de financiering van de infrastructuur. De beleidsterreinen wonen en arbeidsmarktbeleid zijn sterk maar financieel niet voor 100 % afhankelijk van de gemeente. Immers de arbeidsmarkt wordt in samenwerking met derden, waaronder bedrijven gestimuleerd; ook voor wonen heeft de gemeente financieel een minder grote rol; ze financiert vaak voor, of hecht zeer aan de revitalisering van een woonwijk zodat ze zelf ook wil bijdragen. Rol van de regio In hoofdstuk twee is al aangegeven dat Vlaardingen een rol in het verband van de Stadsregio kan vervullen. Voor een aantal beleidsterreinen is de rol van de regio al duidelijk vastgelegd (verkeer en vervoer). Bijvoorbeeld voor Verkeer en vervoer dient Vlaardingen flink te netwerken binnen de Stadsregio. In mindere mate worden de beleidsterreinen arbeidsmarkt en milieu via de Stadsregio beïnvloed. Inzet private partijen Diverse vormen van samenwerking zijn mogelijk om zowel het doel van de gemeente als die van andere partijen te realiseren. Voor de gemeente is het zaak om deze vormen van samenwerking te initiëren en daarover met partijen in gesprek te gaan. Wonen en economische ontwikkeling zijn beleidsvelden waar een behoorlijke input vanuit het bedrijfsleven op mogelijk wordt geacht. Van belang is daarbij vooral om goed en constructief te communiceren en partijen te winnen voor hetzelfde eindproduct (woning- en voorzieningcomplex, parkmanagement, etc.). 5.3 Nadere prioritering Vlaardingen is een herstructureringsgemeente, zowel voor woonwijken als voor bedrijfsterreinen. Diverse documenten maken daarvan melding, en geven een gebiedsgebonden prioritering aan. Topprioriteit vanuit het economisch perspectief vormt de (her)ontwikkeling van bedrijventerreinen. Hieraan liggen de volgende redenen ten grondslag:

De beschikbaarheid van voldoende ruimte op representatieve bedrijvenlocatie is en blijft de belangrijkste vestigingsvoorwaarde voor bedrijven. Vestiging van bedrijvigheid werkt vaak stuwend: het genereert inkomen en het legt een basis voor voorzieningen, voor huizenbouw, verenigingsleven, horeca, kinderopvang etc. Herstructurering verandert de neergaande spiraal in een positieve richting; bedrijven krijgen de keuze om te blijven zitten op een niet op de huidige wensen afgestemd perceel of te verhuizen waarbij investeringen worden gepleegd die perspectiefvol zijn en leiden tot een veel vitaler klimaat van ondernemen. Dit betekent overigens niet dat er vanuit economisch oogpunt geen aandacht meer moet zijn voor wonen en andere beleidsterreinen. Het huidig beleid van de gemeente Vlaardingen is juist gebaseerd op én het herstructureren van de woningvoorraad en die van de bedrijventerreinen. Voor een aantal andere beleidsterreinen en met betrekking tot het beheer en onderhoud vormt de herstructurering van bedrijventerreinen een stevige stimulans, die in samenhang moet worden benut. Bedoeld zijn de voor de gemeente stuurbare beleidsterreinen van verkeer en vervoer, beheer, aanleg en milieu. In ruimtelijke zin betekent herstructurering een mogelijke aanpak van de plaatselijke infrastructuur. Reallocatie van bedrijven biedt volop kansen voor duurzaam ondernemen; betere aanvoerroutes, delen van voorzieningen, investeringen die én bedrijfseconomisch én milieutechnisch positief uitwerken. Ook biedt deze ontwikkeling kansen voor het arbeidsmarktbeleid; de wens tot een betere match tussen aanbod en vraag kan juist bij het aantrekken van bedrijvigheid actief worden ingevuld. Tevens wordt geconstateerd dat herontwikkeling van bedrijventerreinen (en woongebieden) intrinsieke promotie en eventuele acquisitiekansen inhouden. Deze moeten met alle betrokken belanghebbenden worden onderkend en benut om de start van het proces en de uitvoering er van te ondersteunen.

39

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Binnen het kader van de economische ontwikkeling dient Toerisme en recreatie als beleidsterrein voldoende aandacht te krijgen. De toeristische faciliteiten hebben niet alleen promotionele waarde ook voor Vlaardingers zelf zijn ze van belang. In feite vormen deze veelal dagtoerismefaciliteiten aanleiding voor Vlaardingers om ín eigen gemeente en regio te gaan recreëren; de term vrijetijdseconomie dekt daarmee de lading waarbij horeca en andere commerciële voorzieningen ook in Vlaardingen een verbetering van het woon- en leefklimaat kunnen bewerkstelligen.

40

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Literatuurlijst Buck Consultants International, “De ruimtelijke economische effecten van IODS op de westflank van de Zuidvleugel”, 11 maart 2004.
Gemeente Utrecht, “Zet ‘m op toerisme, Meerjarenprogramma Toerisme 2000-2004”, Utrecht 2001. Gemeente Vlaardingen, “Stadsvisie Vlaardingen, koers op 2020”, Vlaardingen 2000. Gemeente Vlaardingen, “Ruimtelijke Structuurschets Vlaardingen 2020”, Vlaardingen ontwerp 2003 Gemeente Vlaardingen, “Parkeernota Vlaardingen 2003, Een evenwichtige koers”, Vlaardingen 2003. Gemeente Vlaardingen, “Milieubeleidsplan 2000-2003”, Vlaardingen 2001. Gemeente Vlaardingen, “Project Rivierzone Vlaardingen, Integrale Milieunota”, Vlaardingen 2004. Gemeente Vlaardingen, “Beleidsplan Wonen 2002-2015”, Vlaardingen 2001. Gemeente Vlaardingen,” Structuurvisie Detailhandel, Horeca en Vermaak (concept) (2000) Gemeente Groningen Dienst Ruimtelijke Ordeningen en Economische Zaken, “Groningen werkt! Economisch Business Plan”, Groningen. Vereniging Nederlandse Gemeenten, “Handreiking Gemeentelijk economisch beleid”, Den Haag 2001.

Gemeente Vlaardingen, “Conceptnota Stand van zaken A4 door Midden Delfland”, Paul Joorman, 17 december 2003. Gemeente Vlaardingen, “Nota Hoekse lijn”, 23 maart 2004 Gemeente Vlaardingen, “Plan van aanpak Gemeentelijke Verkeer en Vervoerplan”, 23 augustus 2002. Gemeente Vlaardingen, “Stadspeiling”, COS, 2003. Gemeente Vlaardingen, “Werkdocument recreatie, groen en water Rivierzone”, 26 juni 2001. Gemeente Vlaardingen, ”Structuurplan, Rivierzone”, 2004. Gemeente Vlaardingen, ”Integraal Uitvoeringsplan, Rivierzone”, 2003. Gemeente Vlaardingen, ”Gebiedsrapportages Maasoeverzone, Rivierzone”, 2001. Ministerie van Verkeer en Waterstaat, "Nota Mobiliteit". Stadsregio Rotterdam, “Voorontwerp RR2020, Ruimtelijk Plan Regio Rotterdam 2020”, ambtelijk concept maart 2004. Stadsregio Rotterdam, “Programma ruimte voor bedrijven”, 2003. Vereniging Nederlandse Gemeenten, “Geïntegreerd toeristisch beleid, adviesmodel voor gemeenten”, 2000. VVV, “Praatstuk promotie”, Ruud Pillard, 3 maart 2004

41

Economische Visie Vlaardingen 2004-2010

Begrippenlijst
P.M.

Bijlagen

De bijlagen zijn verwerkt in een apart document: “Economische Visie 2004-2010, Bijlagen, Naar een economische vitaal Vlaardingen”

Bijlage I

Plan van Aanpak

Bijlage II Analyse gemeentelijke economische structuur c.q. nulmetingen per beleidsterrein Bijlage III Swot-analyse per beleidsterrein Bijlage IV Resultaten expertmeetings Bijlage V Reacties gemeenteraadsfracties op stellingen

42