Utrecht, ontmoetingsplaats voor talent

Economisch Profiel Utrecht 2010

Colofon Gemeente Utrecht Dienst Stadsontwikkeling, afdeling Economische Zaken Contactpersonen: M. de Vries en J.W.M. Kulik Grafisch ontwerp: Bureau van den Tooren, Amsterdam Ravellaan 96 Postbus 8406 3503 RK Utrecht tel. 030 - 286 4072 www.utrecht.nl

Economisch Profiel Utrecht 2010: doel en opzet > In het collegeprogramma 2001-2006 is aangegeven dat, met actieve inbreng van het Utrechtse bedrijfsleven, een Economisch Profiel zal worden opgesteld, met daarin de economische ambities van de stad en regio Utrecht als onderdeel en als ‘poort’ van de Randstad/Deltametropool. De toekomstvisie is opgesteld door de afdeling Economische Zaken in nauwe samenwerking met vertegenwoordigers uit bedrijfsleven en wetenschap en vertegenwoordigers van de Provincie Utrecht, het Bestuur Regio Utrecht, en verschillende gemeentelijke diensten en vakafdelingen. Beleidskader voor de economische ontwikkeling van Utrecht en input voor de Structuurvisie Het Economisch Profiel Utrecht 2010 geeft: ‘Een visie op de gewenste ruimtelijk-economische ontwikkeling van Utrecht in de komende 10 jaar, met een ‘doorkijk’ naar 2030, waardoor de gemeente in staat is deze ontwikkeling beter te faciliteren en in goede banen te leiden.’ Het Economische Profiel Utrecht (‘EPU’) vormt het kader voor het economisch beleid voor de komende jaren. Uitgangspunten daarbij zijn: ruimte voor groei, selectiviteit door kwaliteit en profilering op de sterke punten van de stad. Bij het opstellen van het EPU is het bestaande beleid en besluitvorming steeds als uitgangspunt genomen; waar nodig zijn beleidswijzigingen voorgesteld. Het EPU

Samenvatting

geeft een koers aan voor de langere termijn en formuleert zoekrichtingen voor verdere (ruimtelijk-)economische groei. Daarmee is het Economisch Profiel Utrecht ook belangrijke input voor de Structuurvisie van de gemeente Utrecht. ‘Utrecht, ontmoetingsplaats voor talent’ De gemeentelijke visie op de Utrechtse economie is neergezet aan de hand van het centrale thema: ‘Utrecht, ontmoetingsplaats voor talent’. Dit thema verwoordt de sterke kanten van de stad in sociaal-economisch opzicht en benadrukt twee aspecten van Utrecht die in de ontstaansgeschiedenis van de stad een cruciale rol hebben gespeeld, kenmerkend zijn voor de huidige stad en tevens de toekomstpotenties van de stad in belangrijke mate bepalen. Ontmoetingsplaats De stad Utrecht is vanouds de centrale ontmoetingsplaats van Nederland. Een combinatie van de centrale ligging binnen Nederland en de relatief goede bereikbaarheid maken Utrecht een voor de hand liggende plaats voor ontmoeting. Diverse voorzieningen maken van Utrecht een gastvrije ontmoetingsplaats: winkels, horeca, congres- en beursfaciliteiten, opleidingsen trainingscentra, onderwijsinstellingen, musea en andere culturele voorzieningen, sportfaciliteiten, vermaak- en uitgaanscentra. Dit ‘gastvrijheidscluster’ vormt door zijn rol en omvang één van de ‘dragers’ van de Utrechtse economie. Deze rol wil de stad handhaven en uitbouwen. De meerwaarden voor de stad en haar burgers zijn evident: het genereert werkgelegenheid en inkomen, versterkt het imago van Utrecht als plaats om te wonen en te werken, geeft impulsen aan stedelijke investeringen en vormt een bron van culturele en maatschappelijke dynamiek en vernieuwing.

4>

5>

Talent Utrecht wil zich nadrukkelijker dan tot nu toe landelijk profileren en promoten als stad met talent. Kennis en talent vormen de sleutel voor succes in de economie van morgen. Aanwezig talent, in de vorm van een goed opgeleide beroepsbevolking, wordt dé vestigingsplaatsfactor voor bedrijven. Met een getalenteerde beroepsbevolking, de Universiteit, een breed aanbod van hbo- en (v)mbo-opleidingen en de historische stad met haar (studenten)cultuur heeft Utrecht hiervoor een goede uitgangspositie. Utrecht wil economisch groeien en creëert hiermee arbeidsplaatsen. Een goede invulling daarvan, zowel kwantitatief als kwalitatief, is mede een zorg voor de overheid. Gezien de huidige schaarste, maar ook de verwachting van blijvende krapte in de regio Utrecht, is de zorg voor een toegerust arbeidspotentieel vanuit economisch perspectief één van de belangrijkste opgaven voor de komende jaren. Utrecht kan bestaande en nieuwe bedrijven met een goed toegeruste beroepsbevolking een aantrekkelijke vestigingsvoorwaarde bieden. Economische positionering Utrecht Het lange termijnperspectief – ontwikkeling van Utrecht als ontmoetingsplaats voor talent – vormt het kader van de ambities voor 2010. Het Economisch Profiel Utrecht zet een aantal concrete ambities neer ten aanzien van de economische ontwikkeling van Utrecht voor de periode tot 2010. Zo ziet de stad potenties om zich de komende jaren te positioneren als: – (Inter)nationale toplocatie voor (hoofd)kantoren: Utrecht presenteert zich samen met Amsterdam als Neerlands toplocatie voor (inter)nationale hoofdkantoren. De stad profileert zich met haar toplocaties Centrum/Stationsgebied, Papendorp en Leidsche Rijn Centrum. In het verlengde hiervan is de A2, als een van de hoofdverkeersaders van de Randstad/ Deltametropool, de centrale ontwikkelingsas van Utrecht. – Ankerpunt van de Deltametropool: Utrecht ziet zichzelf met Amsterdam, Rotterdam en Den Haag als een van de ankerpunten van de Deltametropool en wil dit ook in economisch opzicht blijven. Utrecht onderscheidt zich door haar hoogopgeleide bevolking, het leefklimaat, het aanbod van werkmilieus en voorzieningen, kortom door haar aantrekkelijk en compleet vestigingsplaatsklimaat. – Spil van de netwerkregio Utrecht: Utrecht profileert zich naar potentiële vestigingskandidaten nadrukkelijk als regio en waar mogelijk in regionaal verband. In dit kader gaat de stad voor een intensivering van de regionale samenwerking en afstemming en een regionale aanboddifferentiatie van werklocaties. Prioritair te ontwikkelen sectoren > Utrecht kiest voor doorgaande economische groei en ontwikkeling, maar betracht daarbij nadrukkelijk selectiviteit. Groei moet plaatsvinden door verdieping (specialisatie en groei in een aantal prioritaire sectoren) en in kwaliteit (zowel van individuele bedrijfsvoering

als van clusters en werklocaties als geheel). Utrecht kiest daarom voor een aantal prioritaire activiteiten en sectoren. Uitgangspunt vormt daarbij de bestaande structuur van bedrijven en instellingen die van wezenlijk belang zijn en een toegevoegde waarde hebben voor de stad. De volgende speerpunten van beleid zijn aangewezen: – Sterke dienstverleners: Utrecht is een dienstenstad ‘pur sang’, de werkgelegenheid wordt gedomineerd door kantoorbanen. Utrecht wil (inter)nationale hoofdkantoren van zakelijke dienstverleners, banken, verzekeraars, ICT en de non-profit sector werven. Dankzij haar centrale ligging, relatief goede bereikbaarheid, de nabijheid van Schiphol, het kwalitatief hoogwaardige arbeidspotentieel en het imago als dienstenstad heeft Utrecht voor dit type activiteiten een goede propositie. – Medisch cluster: Dit cluster bestaat uit zorgaanbieders, zorggerelateerde dienstverleners, (regionale) onderzoeksinstituten, onderwijsinstellingen, researchactiviteiten en aanverwante bedrijvigheid. Dit cluster zal zich ook in de toekomst als een sterke drager van de Utrechtse economie manifesteren. Binnen het medisch cluster zet Utrecht stevig in op Life Sciences en wil het accent leggen op specialistische niches op het gebied van farmacie, zorg, medische technologie en biotechnologie. – Cluster gastvrijheid: De ontmoetingsplaats Utrecht kent een breed scala aan sectoren en activiteiten gericht op bezoekers van buiten de stad èn de eigen burgers: horeca, detailhandel, kunst & cultuur, sport, toerisme & recreatie en de opleidingen-, congres- en vergadermarkt. In samenspel met elkaar kunnen deze verschillende functies komen tot één samenhangend product: ‘gastvrijheid’. Utrecht wil de latente synergie benutten, waardoor een hoger kwaliteitsniveau kan worden gerealiseerd. De focus ligt daarbij op het centrum van Utrecht. – MKB: ondernemerstalent: Utrecht biedt blijvend aandacht en ruimte voor ondernemerstalent uit het MKB en kleinschalige bedrijvigheid, ook in de wijken. Het MKB zorgt voor de onmisbare economische basis: lokale binding, diverse werkgelegenheid, vernieuwingsvermogen en relatieve conjunctuurongevoeligheid. Startende ondernemers zijn daarbij essentieel. Voorwaarden voor een gezonde en evenwichtige economische ontwikkeling Essentiële basisvoorwaarden zijn: – bereikbaarheid: van de stad en stedelijke werklocaties; – de kwaliteit van de Utrechtse arbeidsmarkt: het ‘talent’ van Utrecht; – veiligheid: op werklocaties (bedrijventerreinen, kantoorlocaties en binnenstedelijke centra). Belangrijkste onderscheidende kwaliteiten zijn en blijven: – ruimtelijke kwaliteit van kantoorlocaties en bedrijventerreinen; – woon- en leefklimaat inclusief het imago en de beleving van de stad. Het uitvoeringsprogramma is getiteld: ‘Strategische agenda voor de Utrechtse economie‘. Deze beleidsagenda wordt onderscheiden naar:

6>

7>

Strategische Agendapunten, prioriteiten in nieuw beleid: 1 – ontwikkeling van een Talentenplan. 2 – internationale promotie en acquisitie. 3 – clusterbeleid Medisch cluster. 4 – clusterbeleid Gastvrijheid. 5 – uitvoering project veiligheid op werklocaties. Intensivering van het bestaand beleid: 6 – Strategisch kantorenbeleid 7 – Integraal bedrijventerreinenbeleid 8 – Utrecht, centraal in de regio / Utrecht, ankerpunt van de Deltametropool Continuering bestaand beleid Betreft bestaand beleidskader voor wat betreft: detailhandel, kleinschalige bedrijfshuisvesting, MKB- en starters, toerisme, hotelmarkt, arbeidsmarkt en functiemenging.

Kortom, Utrecht blijft zich profileren als ontmoetingsplaats voor talent en gaat daarom in het komende decennium gericht aan de slag.

8>

9>

Voorwoord 12 1 Inleiding 14 2 Utrecht 2030: ontmoetingsplaats voor talent 18 2.1 Talent heeft de toekomst / Talent geeft Utrecht toekomst 19 2.1.1 Naar een getalenteerde beroepsbevolking 21 2.1.2 Utrecht, thuis voor toptalent 22 2.1.3 ‘Getalenteerde’ bedrijvigheid 23 2.1.4 Samengevat: Utrecht, plaats voor talent 24 2.2 Utrecht, gastvrije ontmoetingsplaats 25 2.2.1 Gastvrijheid als economisch cluster 26 2.2.2 Levendige binnenstad: ontmoetingsplaats voor bezoekers en stedelingen 27 2.2.3 Gastvrije ontmoetingsplaats: de binnenstad als economisch product 28 2.2.4 Samengevat: Utrecht, gastvrije ontmoetingsplaats 30 3 Utrecht 2010: formulering van ambities 32 3.1 Positionering 34 3.2 Economische structuur 37 3.2.1 Dragende sectoren en clusters: speerpunt van beleid 37 3.2.2 Bestaande bedrijvigheid: blijvende aandacht 42

Inhoud

3.3 Vestigingsklimaat: voorwaarden voor ambities 43 4 Ruimte voor economie: werklocaties in beeld 48 4.1 Bestaande werklocaties 49 4.1.1 Kantoorlocaties 49 4.1.2 Bedrijventerreinen 51 4.1.3 Winkelcentra/grootschalige detailhandel 53 4.2 Werklocaties in beeld: programma voor de toekomst 54 4.2.1 Kantoorlocaties 54 4.2.2 Bedrijventerreinen 56 4.2.3 Winkelcentra en Grootschalige Detailhandel 59 4.3 Toekomstbeeld 2030: Zoekrichtingen 59 5 Strategie voor de Utrechtse economie 62 5.1 Instrumentarium 63 5.2 Economische beleidsagenda voor Utrecht 64 5.2.1 Talentenplan 65 5.2.2 Internationale promotie en acquisitie 66 5.2.3 Medisch cluster 67 5.2.4 Gastvrijheidscluster 68 5.2.5 Veiligheid op werklocaties 69 5.2.6 Strategisch kantorenbeleid 71 5.2.7 Integraal bedrijventerreinenbeleid 72 5.2.8 Utrecht verankeren in de deltametropool/ Utrecht, centraal in de regio 73 5.3 Continuering van bestaand beleid 74

10 >

11 >

> Utrecht, ontmoetingsplaats voor talent Utrecht heeft onderscheidende economische kwaliteiten die kansen bieden op de langere termijn. De stad kenmerkt zich door een centrale ligging, een aantrekkelijk vestigingsklimaat, goed opgeleide inwoners en sterke bedrijven. Utrecht manifesteert zich hiermee als gastvrije netwerkstad en speelt in op de kenniseconomie van morgen. Utrecht profileert zich dan ook als Ontmoetingsplaats voor Talent. In kort bestek is dit de hoofdlijn van het Economisch Profiel Utrecht 2010, dat ik hierbij met enige trots presenteer. De gemeentelijke visie en de ambities voor de economische ontwikkeling staan erin beschreven en het bevat bovendien een uitvoeringsprogramma en een invulling van (toekomstige) werklocaties. Het Economisch Profiel Utrecht 2010 is daarmee een belangrijke inspiratiebron voor de structuurvisie van de gemeente Utrecht die in ontwikkeling is. Doelstelling is te komen tot een duurzame economische ontwikkeling, waardoor welvaart en werkgelegenheid ook op langere termijn kunnen worden gegarandeerd. Van essentieel belang voor een gunstig ondernemingsklimaat in Utrecht zijn bereikbaarheid, veiligheid en de kwaliteit van de arbeidsmarkt. Verdere groei moet plaatsvinden door verdieping (specialisatie en groei in een aantal sectoren) en in kwaliteit (zowel van bedrijven zelf

Voorwoord

als van werklocaties als geheel). De (zakelijke) dienstverlening, het medisch cluster, het cluster gastvrijheid en het MKB ondernemerstalent zijn als prioriteit aangemerkt. Het Economisch Profiel Utrecht 2010 bevat daarmee keuzes die richtinggevend zijn voor de economische ontwikkeling in de komende jaren. Het profiel is gemaakt in samenwerking met regionale en stedelijke partners. De realisatie van Utrecht als gastvrije ontmoetingsplaats voor talent is een taak voor alle participanten in de Utrechtse economie: bedrijven, werknemers, opleidingen, instellingen en de gemeentelijke overheid. De komende jaren zal deze agenda voor de Utrechtse economie verder invulling krijgen. De gemeente zal daarbij opnieuw een beroep doen op de medewerking van vele van onze partners. Ik nodig u daarvoor hierbij van harte uit.

mr J.H.C. van Zanen wethouder Economische Zaken

12 >

13 >

1

> In het collegeprogramma 2001-2006 heeft het bestuur van Utrecht aangegeven dat, met actieve inbreng van het Utrechtse bedrijfsleven, een Economisch Profiel zal worden opgesteld, met daarin de economische ambities van de stad en regio Utrecht als onderdeel en als ‘poort’ van de Randstad/ Deltametropool. ‘Een betere visie op de gewenste ruimtelijk-economische ontwikkeling van Utrecht in de komende 10 jaar, met een ‘doorkijk’ naar 2030, waardoor

Collegeprogramma over het Economisch Profiel Utrecht: ‘Inzet is de versterking van de economische clusters, zoals ICT / new economy, vastgoedontwikkeling, financiële en zakelijke diensten, industrie, distributie, handel, communicatie en toerisme, uitmondend in een concreet economisch programma, van projecten en acties voor gemeente en bedrijfsleven met aandacht voor de randvoorwaarden, zoals woon / werkbalans, relatie onderwijs-arbeidsmarkt en kwaliteit van bedrijfslocaties.’

Inleiding

1

de gemeente in staat is deze ontwikkeling beter te faciliteren en in goede banen te leiden.’ Dat is de doelstelling voor het Economisch Profiel Utrecht 2010. Deze toekomstvisie is opgesteld door de Dienst Stadsontwikkeling, in nauwe samenwerking met vertegenwoordigers uit bedrijfsleven en wetenschap. Economisch Profiel Utrecht: doel en context Het Economische Profiel Utrecht (EPU) vormt het kader voor het economisch beleid voor de komende jaren. Hierbij is het bestaande beleid steeds als uitgangspunt genomen; waar nodig zijn beleidswijzigingen voorgesteld. Tot de periode 2010 - 2015 zijn veel ruimtelijke opgaven (plannen voor kantoorontwikkeling, bedrijventerreinen, maar ook woningbouw en infrastructuur) al bestuurlijk vastgelegd, in besluitvorming of intentie-uitspraken. In het EPU worden deze opgaven als vertrekpunt voor het economisch ontwikkelingsbeleid gezien, waarbij gestreefd wordt naar optimalisering van die plannen. Voor de jaren daarna, tot ca. 2030, ligt er veel minder vast. Het EPU tracht een koers aan te geven voor deze langere termijn en formuleert zoekrichtingen voor verdere (ruimtelijk-)economische groei. Daarmee is het EPU belangrijke input voor de Structuurvisie en het Structuurplan van de gemeente Utrecht. Net als een aantal andere gemeentelijke plannen en visies formuleert het EPU ruimtelijke ambities en zoekrichtingen. Het Structuurplan verenigt de diverse ambities en wensen met elkaar en zoekt naar optimale mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het Structuurplan zal in de loop van 2003 definitief vorm krijgen. Het EPU biedt inzicht in het functioneren van de economie in de stad Utrecht. Grondige analyse vormt daarbij het vertrekpunt. Gestart is met een aantal analyses van de Utrechtse economie, maatschappelijke trends, macro-economische ontwikkelingen en bovengemeentelijke beleidskaders. De betreffende onderzoeksresultaten zijn apart gerapporteerd (zie hierna), maar de meest relevante uitkomsten zijn in het EPU aangehaald. Belangrijke vragen die aan de orde komen, zijn: welke economische activiteiten of sectoren vormen de basis voor de huidige en toekomstige welvaart en werkgelegenheid in de stad? Zijn er specifieke economische clusters te onderscheiden? Wat zijn ‘dragers’ van de economie waarop Utrecht zou moeten inzetten? Kortom, wat is het economisch profiel van het Utrecht van nu en het Utrecht van 2010?
De gemeente Utrecht ontwikkelt een Milieubeleidsplan, een Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan, een Waterplan en een Visie Wonen.

14 >

15 >

Project, partners, publicaties Het EPU is opgesteld door de afdeling Economische Zaken van de Dienst Stadsontwikkeling van de gemeente Utrecht (DSO-EZ). Gedurende het hele traject heeft Stec Groep, adviseurs economische ontwikkeling en vastgoed, bijdragen geleverd. Ook de gemeentelijke afdeling Bestuursinformatie (BI) heeft een actieve rol vervuld bij de totstandkoming. Een belangrijke rol als klankbord en inspiratiebron was weggelegd voor een vertegenwoordiging vanuit Unie, het ‘Utrechts Netwerk voor Innovatie en Economie‘. In een aantal intensieve sessies zijn deze geconsulteerd over de huidige en toekomstige economische situatie in de stad. Tijdens twee bijeenkomsten van het SEP, het sociaal- economisch platform, heeft het gemeentebestuur gesproken over het EPU met vertegenwoordigers van bedrijfsleven,
Het SEP is een halfjaarlijks overleg tussen de sociale partners (werkgevers- en werknemersorganisaties, Kamer van Koophandel Utrecht) en het college van B&W van Utrecht.

sterke punten van de stad. Aan de hand van het thema wordt ingegaan op: – positionering: wat voor stad wil Utrecht zijn? Hoe verhoudt Utrecht zich tot haar omgeving? – structuur: op welke activiteiten, welke sectoren wordt ingezet? Aansluitend worden de ambities ten aanzien van Utrecht als vestigingsplaats neergezet. Gemeentelijke bemoeienis met de economische ontwikkeling is primair: werken aan een gunstig vestigingsklimaat. Uiteenlopende beleidsvelden beïnvloeden dat vestigingsklimaat. Vooral van belang zijn: verkeer, stedenbouw, maatschappelijke ontwikkeling, stadsbeheer, milieu en wonen. Vanuit het economisch beleid wordt getracht in samenwerking met deze beleidsdisciplines een optimaal resultaat te bereiken. Naast de essentiële basisvoorwaarden worden ook de voor Utrecht onderscheidende kwaliteiten van het vestigingsklimaat geschetst. In hoofdstuk 4 wordt de vertaalslag van de economische ambities naar ruimte en locaties gemaakt. Bestaande, geplande en zoekrichtingen voor werklocaties, onderscheiden naar kantoorlocaties, bedrijventerreinen en winkelcentra, worden systematisch beschreven. Om ambities te realiseren, is een strategie noodzakelijk. Hoofdstuk 5 presenteert dan ook een strategie voor de Utrechtse economie. Eerst wordt kort ingegaan op de mogelijkheden voor de gemeentelijke overheid om sturing te geven aan de economische ontwikkeling van de stad. Diverse kenmerken van het vestigingsklimaat zijn onderwerp van specifiek economisch beleid: bedrijfslocatieontwikkeling, sectorbeleid, arbeidsmarktbeleid, bedrijfsacquisitie, etc. De strategie voor Utrecht resulteert daarom in een Economische Beleidsagenda. Deze strategische agenda is opgesteld op basis van de visie op de stedelijk economische ontwikkeling en de ambities die zijn verwoord ten aanzien van positionering, structuur en vestigingsklimaat. De beleidsagenda focust op de voornoemde (sociaal-)economische thema’s en is onderscheiden naar: – prioriteiten in nieuw beleid (strategische agendapunten); – beleidsintensivering; – te continueren bestaand beleid. De agenda vertaalt de visie naar kaders voor gerichte beleidsuitvoering. Het

De tien belangrijkste doelstellingen: 1 Terugdringen van de werkloosheid 2 Bevorderen toename arbeidsplaatsen 3 Versterken van de economische concurrentiepositie 4 Versterken van de sociale infrastructuur 5 Verbeteren aansluiting onderwijs/arbeidsmarkt 6 Verbeteren van de veiligheid 7 Verbeteren van de bereikbaarheid 8 Versterken van het woonmilieu in de stad ten opzichte van de regio 9 Verbeteren van de leefomgeving en de leefbaarheid 10 Duurzaam herstel van kwetsbare wijken (Bron: Utrecht groeit, presentatie Stedelijk Ontwikkelingsplan 2000-2005 [1999])

werknemers en werkgevers. Tot slot hebben de projectleiders met vele andere vertegenwoordigers, deskundigen of betrokkenen gesproken of anderszins informatie uitgewisseld. Het EPU is totstandgekomen binnen de kaders van het Integraal Strategisch Beleid van de DSO, in afstemming met de projectleiders van een aantal andere sectorale visies en die van het Structuurplan. Een projectteam met vertegenwoordigers van de Provincie Utrecht, het Bestuur Regio Utrecht en diverse gemeentelijke diensten en vakafdelingen is gedurende het hele traject betrokken geweest en heeft ook een actieve inbreng gehad. Twee onderzoeksrapporten vormen belangrijke onderleggers voor dit rapport. Bestuursinformatie heeft in opdracht van DSO-EZ een publicatie van economische kerngegevens verzorgd: ‘Utrecht Werkt, trendrapportage economie 2002‘. Het is de bedoeling dat dit een jaarlijks terugkerende publicatie van de gemeente Utrecht wordt. Stec heeft, mede op basis van de resultaten van Bestuursinformatie, een kwantitatieve en kwalitatieve analyse van de bestaande situatie en toekomstverwachtingen gemaakt. Op basis daarvan is een overzicht van kansen voor de Utrechtse economie opgesteld. Deze analyses zijn, gebundeld met bijdragen van BI en DSO-EZ, door Stec gerapporteerd onder de titel ‘Analyse Utrechtse economie; Bouwsteen voor het Economisch Profiel Utrecht 2010’. Tenzij anders vermeld zijn feiten en cijfers in dit rapport afkomstig uit deze twee publicaties. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de gemeentelijke visie op de Utrechtse economie neergezet aan de hand van het centrale thema:

vervolg op het EPU is dan ook een programma van uitwerkings- en daadwerkelijke uitvoeringsactiviteiten. De strategische agendapunten en de te intensiveren beleidsitems zullen elk een vertaling krijgen in afzonderlijke projecten binnen dat programma. Continuering van bestaand beleid houdt vooral in: de bestuurlijke uitgezette koersen volgen en invulling geven. Daarom wordt afgerond met een samenvatting van de belangrijkste relevante gemeentelijke nota’s en besluitvorming.

Utrecht, ontmoetingsplaats voor talent
De kernbegrippen talent en ontmoetingsplaats worden hier toegelicht. De thematiek vormt het Leitmotiv voor een kijk op de toekomst voor de middellange termijn, met een doorkijk naar circa 2030. Hoofdstuk 3 formuleert vanuit dat toekomstperspectief ambities voor de periode tot 2010. Uitgangspunten daarbij zijn: ruimte voor groei, selectiviteit door kwaliteit en profilering op de

16 >

17 >

2

> Profilering van een stad is van groot belang: onbekend is onbemind, en géén profiel is een muisgrijs profiel... Waar andere steden hun (inter)nationale faam ontlenen aan kenmerkende economische sectoren, geografische kenmerken of historie, daar mist Utrecht een afzonderlijk, aansprekend element waarmee het zich onderscheidt van andere. Tegelijkertijd heeft de stad vele positieve karakteristieken, zowel op economisch als cultureel, historisch of sociaal gebied. Het is wellicht eerder de veelheid aan gunstige elementen, dan het ontbreken daarvan, dat Utrecht parten speelt.

Utrecht 2030: ontmoetingsplaats voor talent

2

Het EPU introduceert daarom een aansprekend thema, een ‘slogan’ zogezegd, waarin de sterke kanten van de stad in sociaal-economisch opzicht worden verwoord. Het thema moet fungeren als Leitmotiv voor het beleid ten aanzien van (ruimtelijk) economische ontwikkelingen op de lange termijn. Het thema:

Utrecht, ontmoetingsplaats voor talent
benadrukt twee aspecten van Utrecht die in de ontstaansgeschiedenis van de stad een cruciale rol hebben gespeeld en die kenmerkend zijn voor de huidige stad. Het zijn tevens de twee kenmerken die de toekomstpotenties van de stad in belangrijke mate bepalen. Het thema wordt in de volgende twee paragrafen uitgewerkt.

2.1

Talent heeft de toekomst / Talent geeft Utrecht toekomst > Utrecht wil zich nadrukkelijker dan tot nu toe landelijk profileren en promoten als stad met talent. Kennis en talent vormen de sleutel voor succes in de economie van morgen. Op de langere termijn zal personeelstekort een factor van belang worden in de Nederlandse en in de Utrechtse economie. Aanwezig talent, in de vorm van een goed opgeleide beroepsbevolking, wordt dé vestigingsplaatsfactor voor bedrijven. Met een getalenteerde beroepsbevolking, de Universiteit, een breed aanbod van hbo en (v)mbo en de historische stad met haar (studenten)cultuur heeft Utrecht hiervoor een goede uitgangspositie. Toch is er aanleiding tot zorg. Ook Utrecht kent personeelstekorten en ziet tegelijkertijd de groep inwoners zonder de juiste startkwalificaties groeien. Ook bedrijven worden gerekend tot het talent van Utrecht. Naast innovatieve, kennisintensieve bedrijvigheid gaat het om bedrijven die zich onderscheiden door kwaliteit in product, dienst of bedrijfsvoering. Talent heeft de toekomst: naar een kennismaatschappij De kennisintensiviteit van de Nederlandse economie neemt toe. Producten
Utrechtse binnenstad

18 >

19 >

en diensten worden steeds meer gespecialiseerd en kennisintensief. Aan bedrijven én werknemers worden steeds hogere eisen gesteld. Alleen ‘getalenteerde’ bedrijven, die kennis en innovatie weten om te zetten in rendabele producten en diensten, kunnen blijven concurreren in de wereld van morgen. Voor deze bedrijven is het ‘human capital’, het personeel, van groot belang: talent voor getalenteerde bedrijven.
Nederland 2030: kennismaatschappij Anno 2030 is kennis de basis van vrijwel alle bedrijfsprocessen geworden. Arbeid is in het algemeen zeer kennisintensief, de dienstensector domineert bovendien in nog sterkere mate de (Nederlandse) economie. Bedrijven werken meer dan ooit tevoren intensief samen bij het ontwikkelen van producten en kennis. Deze samenwerking vindt plaats via de hechte, wereldwijde relatienetwerken die deze instellingen kenmerken. Als tegenhanger hiervan vindt ook in grootstedelijke milieus, waar netwerken van potentiële samenwerkingspartners, instellingen en faciliteiten zijn geconcentreerd, vaak nauwe samenwerking plaats. De rol van kennisinstellingen zoals universiteiten maar vooral ook hogescholen is in de kenniseconomie van 2030 alleen maar toegenomen. Om te beginnen als bron van hoog opgeleide, flexibele medewerkers, maar ook als 'leverancier' van nieuwe ondernemers en als partner voor bedrijven. Deze laatste rol wijkt duidelijk af van die in 2002.

speelt een belangrijke rol. Daarnaast geldt dat schaarste in het segment hoogopgeleiden én de grotere verhuisgeneigdheid van deze groep ertoe zullen leiden dat de woonvoorkeur van deze potentiële werknemers van toenemende invloed zal zijn op het vestigingsgedrag van bedrijven en instellingen. Daarmee wordt het woon- en leefmilieu van een stad of regio een vestigingsplaatsfactor van wezenlijk belang. De verruiming van het arbeidsaanbod, die de afgelopen jaren is gerealiseerd door de toegenomen arbeidsmarktparticipatie van met name vrouwen, maar ook allochtonen, zal volgens het Ministerie van Economische Zaken (nota REB, 1999) de komende jaren niet verder doorzetten. Verwacht mag worden dat door de druk op de arbeidsmarkt en de landelijke vergrijzingstendens ouderen langer werkzaam zullen blijven. Met name in de grote steden zal de instroom van allochtone jongeren daarnaast relatief en absoluut een belangrijke rol spelen; dit geldt zeker ook voor Utrecht. Het is echter juist deze groep die vaak de essentiële startkwalificaties mist. Daarnaast vormt vroegtijdige schoolverlating bij deze categorie jongeren een groot probleem. Talent in Utrecht Op grond van het voorgaande kan worden geconstateerd dat het thema talent voor het Utrechtse beleid in drie relevante aandachtsgebieden uiteen valt: – Naar een getalenteerde beroepsbevolking – Utrecht, thuis voor toptalent – ‘Getalenteerde’ bedrijvigheid
‘Gemeenten zullen de uitdaging moeten oppakken om vraag en aanbod, zowel in kwantiteit als in kwaliteit, kennis en vaardigheden van personeel beter op elkaar te laten aansluiten. Via (aanvullende) scholing kan gepoogd worden om personeel aan de benodigde kwalificaties te laten voldoen.’ (VNG, Position Paper lokaal economisch beleid, 2001)

Enerzijds zijn toptalenten voor sommige van deze bedrijven van groot belang: hoogopgeleide of bijzonder gespecialiseerde medewerkers met uitzonderlijke kennis en ervaring. Het gaat veelal om academisch geschoolde specialisten, die zich kunnen vergelijken met anderen op internationale schaal. Anderzijds geldt voor veel bedrijven dat adequaat opgeleid, direct inzetbaar, middelbaar geschoold personeel een cruciale rol speelt bij een succesvolle bedrijfsvoering. Door internationalisering zullen op de langere termijn economische activiteiten die op grote schaal gebruik maken van laag- of ongeschoolde werknemers niet of nauwelijks meer plaatsvinden in Europa, laat staan in Nederland. Het Europese welvaartspeil is immers alleen te handhaven met een hoge arbeidsproductiviteit. Toekomstkansen voor individuele werknemers worden dan ook in toenemende mate bepaald door een goede opleiding en de juiste basiskwalificaties. Sociale vaardigheden, flexibiliteit en de bereidheid om voortdurend bij te blijven door middel van scholing maken daar onderdeel van uit. Er wordt steeds meer een beroep gedaan op ieders vakmanschap en talent, ongeacht opleidingsniveau of beroep. Tenslotte vormt arbeid naar verwachting ook in de toekomst de beste garantie voor sociale deelname, integratie, welvaart en daarmee voor de meeste mensen voor algemeen welbevinden. Bedrijven zullen zich moeten blijven richten op de vraag, door kennisontwikkeling en productverbeteringen, door innovaties en specialisatie. Op dezelfde wijze zullen (toekomstige) deelnemers aan het arbeidsproces zich moeten aanpassen aan de vragen vanuit de arbeidsmarkt. Goed onderwijs is daarom cruciaal voor de ontwikkeling van kennis en vaardigheden, waarmee talenten optimaal kunnen worden benut. Landelijk wordt geconstateerd dat de actuele onderwijssituatie in Nederland onvoldoende inspeelt op deze ontwikkelingen. Tevens zijn er indicaties dat de innovatiekracht en de inzet op Onderzoek en Ontwikkeling van het Nederlands bedrijfsleven internationaal achterblijven. Overheidsinspanningen op rijksniveau gericht op versterking van R&D-inspanningen bij zowel bedrijven als bij onderwijsinstellingen zijn gewenst. Maar ook voor lagere overheden is een rol weggelegd.

2.1.1

Naar een getalenteerde beroepsbevolking > Een structureel kwantitatief tekort aan personeel kan een negatieve invloed uitoefenen op bestaande bedrijvigheid en een belemmering vormen voor bedrijven om zich in Utrecht te vestigen. Gebrekkige aansluiting van opleidingen en kwalificaties op de wensen van werkgevers kan leiden tot een kwalitatief tekort en tegelijkertijd tot structurele vormen van werkloosheid voor bepaalde groepen in de Utrechtse samenleving. Kortom, ten aanzien van de vestigingsplaatsfactor ‘personeel’ kent Utrecht grote potenties, maar tegelijkertijd zijn er bedreigingen. De Utrechtse beroepsbevolking bestaat uit 118.000 personen; in de provincie Utrecht gaat het om meer dan een half miljoen mensen. Volgens een globale schatting zal de Utrechtse beroepsbevolking in het jaar 2015 150.000 tot 170.000 personen omvatten. In de Utrechtse regio is sprake van personeelstekort in bepaalde segmenten. De werkloosheid in Utrecht is momenteel de laagste van de Nederlandse steden. Hoewel met de recente dip in de economie sinds najaar 2001 werkloosheidscijfers landelijk licht oplopen, zijn er vooralsnog geen aanwijzingen
Nieuwbouw ROC Vondellaan

‘Nader bekeken blijkt dat de problemen op de Nederlandse arbeidsmarkt voor een belangrijk deel debet zijn aan de matige beoordeling van het investeringsklimaat. In een economie die steeds meer gericht is op kennis en informatie, is de aanwezigheid van gekwalificeerd personeel een noodzakelijke voorwaarde. Na de jaren van hoge economische groei is hoog opgeleid personeel een schaars goed geworden.’ (Ecorys, 2001)

Talent gééft toekomst: arbeid als vestigingsplaatsfactor Alle trends wijzen erop dat arbeid als vestigingsplaatsfactor voor de economische ontwikkeling van steeds groter belang wordt. Daarbij gaat het dus nadrukkelijk niet alleen om hoogopgeleid talent. Het talent waarmee een vestigingsplaats zich onderscheidt van andere wordt gevormd door een goed opgeleide, omvangrijke beroepsbevolking: inzetbare ofwel ‘employable’ mensen van alle opleidingsniveaus. Juist ook de grote groep van (v)mbo-ers

Kentallen per Coropgebied (2000) BRP/ BRP aancapita (mln) deel Groot Amsterdam 39.000 44.910 11,2% Groot Rijnmond 27.000 35.511 8,8% Aggl. Den Haag 30.000 21.664 5,4% Regio Utrecht 32.000 35.105 8,7% Nederland 25.000 402.599 100% BRP = Bruto Regionaal Product; capita = hoofd van de bevolking (bron: CBS Statline, 2002)

20 >

21 >

‘Concurrentie tussen steden wordt steeds meer een slag om talent’ (Deltametropool Synopsis [concept], W.H. Kleyn & P.P. Tordoir, oktober 2002)

dat in Utrecht op korte termijn een grote toename van de werkloosheid is te verwachten. Er is ondanks de recente vertraging in de economische groei nog steeds krapte merkbaar, met name in een aantal specifieke sectoren. Landelijk worden personeelstekorten in bijvoorbeeld de gezondheidszorg en het onderwijs gesignaleerd, terwijl het bedrijfsleven vaak niet aan de gezochte technici kan komen. Het gaat daarbij veelal om vacatures op mbo-niveau. Deze sectoren zijn ook in Utrecht sterk aanwezig en spelen personeelstekorten. Uit onderzoek van Ecorys (2001) blijkt dat tekorten in de regio Utrecht zich vooral voordoen in het segment van middelbaar en lager

viteit van Utrecht en de omliggende regio als woongebied kan leiden tot het vertrek van hoogopgeleiden en tevens van bedrijvigheid die van dit type werknemers afhankelijk is. In het voornoemde Ecorys onderzoek scoorde stedelijke en natuurlijke omgeving van Utrecht positief en veel gunstiger dan andere steden. Behoud en versterking van het woon- en leefmilieu vormt daarom mede een investering in het vestigingsklimaat van Utrecht. De Universiteit Utrecht en de hbo’s leveren jaarlijks een nieuwe lichting hoogopgeleiden af: een groep mensen die in Utrecht is opgeleid en gevormd, er veelal woont en er meestal een binding mee heeft. Door deze groep mensen voor de stad te behouden, wordt een natuurlijke instroom van hoogopgeleiden gerealiseerd. Een woningmarkt met geschikt, betaalbaar aanbod en mogelijkheden voor een wooncarrière is dan van groot belang. In brede zin is een aangenaam leefmilieu met bijbehorende culturele en maatschappelijke voorzieningen essentieel. Studenten zorgen met hun aanwezigheid voor een sociaal, cultureel en wetenschappelijk klimaat in de stad, waardoor het imago en het leefklimaat van Utrecht worden versterkt. Utrecht als Studiestad wordt dan ook door de gemeente gewaardeerd en waar mogelijk door inspanningen ten aanzien van huisvesting, bereikbaarheid, integratie en aansluiting van onderwijscentra op het bedrijfsleven ondersteund.
Economische vernieuwing kan niet worden afgedwongen; weer staat zelfsturing voorop. Het kan wel worden bevorderd door het scheppen van de basiscondities voor een lerende samenleving. Kennisvernieuwing staat daarbij centraal; het benutten van talenten, van menselijk kapitaal, vormt de sleutel. Naast onderwijs vormt onderzoek daarvoor een belangrijke bron. EZ moet in samenspraak met zijn ‘maten’ in de Maatschap Nederland ondernemerschap bevorderen door het vrijmaken van beloftevolle opleidings- en innovatiewegen. (Uit: samenvatting ‘De Maatschap Nederland’, Pieter Winsemius i.o.v. Ministerie EZ.)

‘Utrecht zet in op bevordering van werkgelegenheid (...) en economische ontwikkeling langs vier sporen: Het behouden van de bestaande bedrijvigheid en werkgelegenheid; het trekken van nieuwe bedrijven en werkgelegenheid; het vergroten van kansen op en mogelijkheden van de arbeidsmarkt; het versterken van de relatie tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt.’ (Stedelijk Ontwikkelingsplan 2000-2005, gemeente Utrecht, november 1999)

opgeleiden. Ecorys onderzocht de internationale economische positie van de Randstad. Aan ondernemers werd een oordeel gevraagd over het vestigingsklimaat in de vier grote steden. Utrecht krijgt voor de factor ‘beschikbaarheid personeel’ de meest negatieve score. Ook de waardering voor het opleidingsniveau scoort matig (!); het loonniveau wordt gemiddeld bevonden, terwijl men zich over de ‘houding van werknemers’ gunstig uitlaat. Op de lange termijn kan dit zich tegen de stad keren. Er is Utrecht dan ook veel gelegen aan een kwalitatief en kwantitatief goed personeelsaanbod. Met de aanwezige kennisinstellingen liggen in Utrecht potenties, die echter wel benut moeten worden. Utrecht geeft in haar Stedelijke Ontwikkelingsplan 2000 - 2005 aan prioriteit te willen geven aan het investeren in de verbetering van de afstemming tussen onderwijs en bedrijfsleven. Het beleid zal zich moeten richten op versterking en verbreding van het onderwijsaanbod en op verbetering van de afstemming onderwijs-bedrijfsleven. Uitgangspunt daarbij is samenwerking met alle betrokken partners.

Hogeschool Domstad

‘Kortom: Het beroepsonderwijs moet dus én aantrekkelijk zijn voor leerlingen, zodat het meer deelnemers trekt en vasthoudt, én bedrijven moeten gediplomeerden in dienst willen nemen omdat ze kunnen wat de bedrijven nodig hebben. Het beroepsonderwijs heeft tegelijkertijd de verantwoordelijkheid om in te gaan op de eisen van het bedrijfsleven maar moet de deelnemers niet in een te smalle opleiding of een te smal beroep laten vastlopen.’ (Colo, Vereniging kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven, 2002)

Internationale uitwisseling van talent De onderwijsinstellingen bieden tevens een goede basis voor een internationale uitwisseling van talent. Gasthoogleraren, promovendi, jaarstudenten en bezoekers van wetenschappelijke congressen en seminars vanuit de gehele wereld ontmoeten elkaar in Utrecht. In het nieuwe Europa zijn steden als Utrecht het internationale forum voor wetenschappelijke ontmoeting en uitwisseling. Een combinatie van universiteit met historie, cultuur en de aanwezigheid van moderne voorzieningen maakt Utrecht binnen het Europese netwerk van vergelijkbare steden een aantrekkelijk locatie voor wetenschappers. Dit soort uitwisselingen zorgt voor wetenschappelijke impulsen en zet Utrecht internationaal op de kaart. De gemeente kan deze ontwikkeling stimuleren door het faciliteren van deze groepen bezoekers: met gepaste (tijdelijke) huisvesting, culturele en maatschappelijke voorzieningen en ruimte voor ontmoeting en expressie. Daardoor wordt letterlijk ingezet op Utrecht als ontmoetingsplaats voor talent.

Beroepsbevolking Stad Utrecht Provincie Utrecht % hbo/wo opgeleid Stad Utrecht Provincie Utrecht Nederland

2.1.2
118.000 526.000 58% 37% 27%

Utrecht, thuis voor toptalent > De beroepsbevolking van Utrecht onderscheidt zich sterk van het landelijke beeld: gemiddeld is ze veel hoger opgeleid. Qua beroepsbevolking kan gesteld worden dat Utrecht een ‘science base’ vormt. Ook kwantitatief gesproken gaat het om een belangrijke factor: in de provincie Utrecht wonen bijna 200.000 hbo-ers en academici. Hoewel een deel van hen buiten de regio werkt, vormt dit een uitstekend potentieel. De aanwezige hoogopgeleiden vormen een onderscheidend kenmerk van de Utrechtse regio, waarmee gewenste soorten ‘getalenteerde’ bedrijven kunnen worden behouden en geworven. De Utrechtse regio combineert (Rand)stedelijke allure met een grote landschappelijke verscheidenheid. De stad Utrecht is met haar diverse wijken, haar historische centrum, haar menselijke schaal, de vele maatschappelijke en culturele voorzieningen én de nabijheid van Heuvelrug, plassengebied en Groene Hart voor velen een bijzonder aangename, diverse woonstad. Zowel voor de sociaal-maatschappelijke als de economische ontwikkeling is het de

Top 10 studentensteden Nederland 2001 No. Aantal studenten Naam 1 Universiteit van Utrecht 22.422 2 Universiteit van Amsterdam 21.927 3 Open Universiteit 21.182 4 Rijksuniversiteit Groningen 19.965 5 Erasmus Universiteit Rotterdam 15.214 6 Vrije Universiteit Amsterdam 14.774 7 Universiteit Leiden 14.388 8 Katholieke Universiteit Nijmegen 14.154 9 Technische Universiteit Delft* 13.100 10 Universiteit van Maastricht 11.156 * cijfer 2000 (bron: Volkskrant 22-06-2002)

2.1.3

‘Getalenteerde’ bedrijvigheid > Kennisintensieve bedrijven zijn leveranciers van hoogwaardige, kennisintensieve diensten en producten. Veelal vormen zij door technologische of proces-innovaties de voorhoede binnen hun sector. Utrecht waardeert kennisintensieve bedrijvigheid als de talenten die een versterking van haar
University College Utrecht

Minnaertgebouw op de Uithof

kunst die diversiteit voor de toekomst te waarborgen. Verminderde attracti-

22 >

23 >

economische basis vormen. Mede door hun inspanningen op het gebied van Onderzoek en Ontwikkeling vormen ze een impuls voor vernieuwing. Daarnaast creëert de aanwezigheid van dit type bedrijven een klimaat waarin ook voor andere bedrijven ruimte ontstaat voor ideeën en vernieuwing. Spin off in de vorm van werknemers die een eigen onderneming beginnen met een innovatief product is één van de merites van kennisintensieve concentraties. Met de ontwikkeling van projecten als Bedrijvencentrum Vondelparc en de Incubator op de Uithof speelt Utrecht in op dit segment van de economie. Naast de beschikbaarheid van hoogopgeleid personeel is ook de aanwezigheid van kennisinstellingen voor veel van deze bedrijven een pré van Utrecht. Waar mogelijk dient samenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijven te worden bevorderd. Getalenteerde bedrijvigheid: toppers binnen de eigen sector Benadrukt moet worden dat getalenteerde bedrijven niet alleen te vinden zijn in het kennisintensieve segment. Utrecht ziet alle bedrijven die zich binnen hun sector onderscheiden door kwaliteit van product of dienst en door een kwalitatief hoogwaardige bedrijfsvoering nadrukkelijk als haar talent. Utrecht wil dan ook gastvrij blijven voor dit talent. Met deze bedrijven kan dan gezamenlijk worden gewerkt aan verdere verbetering van kwaliteit in de betreffende sector én van de locaties waarop deze bedrijven zijn gevestigd. Daarbij worden primair instrumenten ingezet als parkmanagement, vervoersmanagement en publiek private samenwerkingsconstructies.

In tijden van een krappe arbeidsmarkt zorgt een goed arbeidspotentieel voor een onderscheidend vermogen voor de regio als vestigingsklimaat.

Investeren in kennis en talent is daarmee niet alleen investeren in mensen, maar ook in de stad.

2.2

Utrecht, gastvrije ontmoetingsplaats > Utrecht heeft van oudsher plaats geboden aan nieuwkomers en bezoekers. Het Utrecht van de 21e eeuw biedt gastvrijheid aan mensen uit binnen- en buitenland: van internationale wetenschappers en studenten tot immigranten, van ‘job roterende’ managers van grote bedrijven tot congresgangers en beursbezoekers, van toeristische bezoekers tot aan het wekelijkse winkelpubliek uit stad en regio. Diverse voorzieningen maken van Utrecht een gastvrije ontmoetingsplaats: winkels, horeca, congres- en beursfaciliteiten, opleidings- en trainingscentra, onderwijsinstellingen, musea en andere culturele voorzieningen, sportieve evenementen, vermaak- en uitgaanscentra. Dit ‘gastvrijheidscluster’ vormt door zijn rol en omvang één van de ‘dragers’ van de Utrechtse economie. Het gemeentelijke beleid is echter gefragmenteerd over deelaspecten van de ontmoetingsplaatsfunctie. Een integrale productbenadering vormt dan ook de vernieuwing van het gemeentelijk beleid ten aanzien ontmoeting en gastvrijheid.
Utrecht CS

Investeren in kenniseconomie In de eerste plaats moeten werknemers beter toegerust worden voor werk in kennisintensieve bedrijven. De toestroom van jongeren vanuit het onderwijs in de G4 is zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin onvoldoende om tegemoet te komen aan de behoefte aan gekwalificeerd personeel. Dit betekent dat zittende werknemers moeten worden bijgeschoold, ook om te voorkomen dat zij zich door onvoldoende opleidingsniveau uit de arbeidsmarkt prijzen. Voor jongeren die van het beroepsonderwijs (VMBO, MBO) komen, zijn doorstromingsprogramma's nodig om hun startkwalificatie te verhogen. Samengevat komt het erop neer dat wij een systeem van ‘permanente educatie’ moeten opzetten voor lager opgeleide werkenden. In de tweede plaats behoeft de samenwerking tussen het onderwijs en het bedrijfsleven verbetering. Het instrument hiervoor zijn kennisen innovatiecentra. Deze leveren een bijdrage aan onder andere uitwisseling en toepassing van kennis, productinnovatie, steun aan startende bedrijven en betere aansluiting van kwalificaties van werknemers op de behoefte van bedrijven. (Propositie uit het manifest G4, 21 juni 2002)

2.1.4
bieden.

Een combinatie van de centrale ligging binnen Nederland, de relatief goede bereikbaarheid en de aanwezige voorzieningen maken Utrecht een aangename plaats voor ontmoeting. Veel bedrijven, non-profit instellingen en opleidings- en trainingscentra hebben zich om die reden in Utrecht gevestigd. Het centrum vormt met zijn winkels en vele café’s, restaurants, het diverse culturele aanbod en de uitgaansgelegenheden een aantrekkelijk onderdeel van een bezoek aan Utrecht. Utrecht als ontmoetingsplaats kent vele facetten: zakelijke en particuliere ontmoetingen, korte bezoekjes en meerdaags toerisme, studie en vermaak, grootschalige samenkomsten van veel mensen, en persoonlijke tête-à-têtes. Verschillende activiteiten en sectoren zijn afhankelijk van en vormen tegelijk mede de ontmoetingsplaats Utrecht. Tal van organisaties kozen Utrecht als centrale vestigingsplaats. Enkele voorbeelden: – Utrecht is de thuisbasis van ruim 60 brancheorganisaties. Het gaat om veelal landelijk opererende beroepsorganisaties, vakbonden, bedrijfs- en werkgeversorganisaties. Naast veel kleinere organisaties zijn er ook enkele grotere: FNV, AOB, VVAA, VSNU. – Utrecht kent honderden stichtingen, verenigingen en koepelorganisaties, vaak met een landelijk of zelfs internationaal werkveld. De grote groep loopt uiteen van kerkelijke bureaus, ontwikkelingsorganisaties, charitatieve instellingen, medische belangenverenigingen, politieke organisaties tot

Samengevat: Utrecht, plaats voor talent > Utrecht wil economisch groeien en creëert hiermee arbeidsplaatsen. Een goede invulling daarvan, zowel kwantitatief als kwalitatief, is mede een zorg voor de overheid. Gezien de huidige schaarste, maar ook de verwachting van blijvende krapte in de regio Utrecht, is de zorg voor een toegerust arbeidspotentieel vanuit economische perspectief één van de belangrijkste opgaven voor de komende jaren. Utrecht kan bestaande en nieuwe bedrijven met een goed toegeruste beroepsbevolking een aantrekkelijke vestigingsvoorwaarde

‘Utrecht ligt midden in ons land, is het hart van Nederland en is meer dan andere grote steden 'het bezit' van de rest van Nederland. Deze positie heeft de ontwikkeling en dus de historie van de stad continu beïnvloed. Utrecht is de tweede monumentenstad van Nederland. De combinatie van de talrijke festivals, de Jaarbeurs, het museumkwartier, de Domtoren, de unieke grachten, maar ook de gezellige café's en restaurants, de vele winkels en het rijke culturele leven zijn een attractie voor velen.’ (Utrecht groeit, presentatie Stedelijk Ontwikkelingsplan 2000-2005)

Talent heeft de toekomst. Talent en vakmanschap bieden de beste garantie voor zelfstandige inkomensverwerving en sociaal-maatschappelijk aanzien. Het voorkomt dat mensen maatschappelijk afglijden (isolatie, criminaliteit) en het helpt bij het voorkomen van sociale tweedeling. Talent geeft de toekomst. In tijden van een ruime arbeidsmarkt zijn goedopgeleide mensen beter in staat een baan te behouden of een nieuwe functie te vinden. Een stad of regio met een goedopgeleid arbeidspotentieel heeft daarom naar verwachting in tijden van recessie minder te kampen met werkloosheid. De flexibiliteit van de individuele mensen, en daarmee van het arbeidsaanbod, is groter.

24 >

25 >

Bezoekers in Utrecht, in miljoenen per jaar (2001) Winkels en horeca 28 Jaarbeurs (congressen en beurzen) ±3 Theaters en bioscopen 1,6 12 grote festivals/evenementen 1,0 10 Utrechtse musea 0,51 Casino 0,48 Stadion Galgenwaard 0,3 Kidzcity (indoor kinderspeeltuin) 0,15

non-profit netwerken voor gespecialiseerd wetenschappelijk onderzoek. – de Universiteit Utrecht, de HBO’s in Utrecht en het University College Utrecht verzorgen jaarlijks cursussen en opleidingen voor honderden buitenlandse studenten van over de hele wereld. – er zijn ruim 240 onderwijsinstellingen in Utrecht die zich richten op volwasseneneducatie, cursussen, (interne) beroepsopleidingen en andere vormen van scholing. Vele trekken studenten uit het hele land.

Vrijetijdsbesteding maakt een steeds belangrijker onderdeel uit van het bestaan van de Nederlander. Dat heeft tot gevolg dat het steeds belangrijker wordt hoé men zijn tijd besteedt. Mede door de stijgende welvaart zijn niet de kosten, maar het plezier, het ‘rendement”, dat men uit vrijetijdsbesteding haalt, doorslaggevend. De hele economie is in toenemende mate gericht op het aanbieden van consumptiegoederen, (persoonlijke) diensten en vermaak: de vrijetijds- of ‘belevings’economie is in 2010 een feit. De trends en ontwikkelingen rondom ‘leisure’ voorzieningen en leisurecentra zijn een uiting hiervan. Historische centra zoals de Binnenstad van Utrecht blijven bij uitstek de plaats voor stedelijke ontmoeting, recreatief verblijf en vermaak.

Het belang van de consumentendiensten als aandeel in de consumptie blijft toenemen bij inkomensgroei. Daarbinnen is dan een verschuiving te zien naar de diensten met een hoge inkomenselasticiteit, waaronder detailhandel in duurzame consumptiegoederen, horeca, luxe buitenlandse (vlieg)reizen, cultuur, sport en recreatie. (Uit: Omgevingsscenario's Lange Termijn Verkenning 1995 - 2020; CPB 1996) Momenteel wordt al zo'n 25 procent van de uitgaven van privé-huishoudens (in totaal 27 miljard gulden) besteed aan de vrije tijd. Hiermee vormt de vrije tijd de grootste uitgavenpost. De hoeveelheid vrije tijd is de afgelopen twintig jaar echter afgenomen, binnen toonaangevende groepen met zo'n 2 uur per week. Het resultaat is dat de vrije tijd vluchtiger, maar tegelijkertijd doelgerichter wordt besteed; de belevenisopbrengst moet zijn gegarandeerd. (Uit: De vrijetijdsindustrie in stad en land. Een studie naar de markt van belevenissen, WRR 2000) ‘Value for time’ is belangrijker dan ‘value for money’ (Uit: Engelse leisurelessen, Steven Cornet; Real Estate, september 2002)

2.2.1
Oude Gracht bij nacht

Gastvrijheid als economisch cluster > Bezoekers brengen welvaart en werkgelegenheid. Gemiddelde bestedingen variëren sterk per soort bezoek en naar gelang de duur van het verblijf, maar zowel winkelende regiobewoners als internationale congresgangers, lokaal uitgaanspubliek als museumbezoekers vanuit heel Nederland: allemaal besteden ze geld in de stad. Het gastvrijheidscluster is dan ook een economische sector van belang, waarin velen in Utrecht werk vinden. Ook indirect speelt het een zeer positieve rol: het imago van Utrecht als plaats om te wonen en te werken wordt erdoor versterkt. De aspecten gastvrijheid en ontmoeting zijn natuurlijk bij uitstek van toe€ 1,5-1,8 mrd bijna 13.000 banen

2.2.2

Levendige binnenstad: ontmoetingsplaats voor bezoekers en stedelingen > Vanwege de concentratie van ontmoetingsplaatsen en ondersteunende voorzieningen daarvoor vormt de binnenstad, inclusief stationsgebied, het brandpunt van Utrecht. De binnenstad is het centrale plein van de ontmoetingsplaats Utrecht. Deze rol speelt ze zowel voor mensen van buiten Utrecht als voor Utrechters zelf. Het centrum is, zoals vanouds het centrale marktplein van een stad, feitelijk de openbare huiskamer van Utrecht. De identiteit van Utrecht als stad - historisch, studentikoos, gezellig, op menselijke maat - wordt voor een belangrijk deel bepaald door de binnenstad. De binnenstad vormt de identiteit, het gezicht van Utrecht. Door het brede palet, uiteenlopend van (inter)nationale tot aan lokale ontmoetingsplaats is een gastvrij en veilig centrum ook voor de toekomst een belangrijk, bindend element in de lokale samenleving. Het is een plaats waar mensen van allerlei achtergronden en met verschillende bezoekmotieven elkaar ontmoeten. Voor Utrecht geldt tevens dat door de bevolkingsgroei in de komende jaren, de bovengemiddelde werkgelegenheidsfunctie, het omvangrijke studentenpotentieel, de beurs- en congresvoorzieningen en de concentratie van opleidings- en trainingscentra er een toenemende vraag is naar economische, culturele en maatschappelijke voorzieningen in het centrum. Door de ontwikkeling van Leidsche Rijn Centrum krijgt de stad er een tweede centrumlocatie bij. Ook hier zullen sociale en economische activiteiten zorgdragen voor de ontwikkeling van een centrum met een ontmoetingsplaatsfunctie voor stad en regio. Maar de binnenstad behoudt – mede door haar historische karakter – naar verwachting haar primaat. Gastvrijheid maakt behoud, groei en ontwikkeling binnenstad mogelijk Door de vele bezoekers van buiten wordt er draagvlak geschapen voor een uitgebreid voorzieningenniveau. Bewoners en werkers van de stad kunnen daardoor profiteren van een uitgebreid aanbod van winkels, musea, galerieën, theaters, culturele producties, voorstellingen en evenementen.

Detailhandel in Utrecht Ruim 2.000 winkels Geraamde jaarlijkse omzet: Werkgelegenheid:

passing op winkels en horeca: het is hun core business. In Utrecht zijn beide sectoren sterk aanwezig en spelen ze een belangrijke rol in de stedelijke economie. Jaarlijks maken ruim 1,5 miljoen Nederlanders zo’n 4,3 miljoen toeristische uitstapjes naar Utrecht. Behalve om te winkelen, komt men voor de musea, theaters, festivals, evenementen, monumenten en grachten, kortom het hele scala aan kunst, cultuur en historie in Utrecht. Kunst en cultuur vormen daarom ook een belangrijk element in de stedelijke economie. In directe zin: er zijn naar schatting 4.000 personen werkzaam in kunst, cultuur of gerelateerde activiteiten. Maar vooral ook in indirecte zin: de culturele voorzieningen trekken grote aantallen bezoekers naar de stad, zorgen voor een aantrekkelijk woon- en werkklimaat en plaatsen Utrecht nationaal en internationaal op de kaart. Toekomstbeeld: gastvrijheid van toenemend belang Voor het EPU 2010 wordt zoals gebruikelijk uitgegaan van de gematigde variant van de drie toekomstscenario’s tot 2020 van het Centraal Planbureau, European Coordination. Binnen dit scenario wordt voor de langere termijn verwacht dat de economie verder groeit met gemiddeld 2,75% per jaar. Voor de langere termijn wordt verwacht dat mag worden gerekend op een doorgaande welvaartstijging. De gemiddelde burger ziet een toename van het vrij besteedbare inkomen. Daarnaast worden bedrijven door de kennisintensivering van de economie genoodzaakt om continu te investeren in hun human capital (‘life time education’). De markt voor scholing en cursussen, waarvan Utrecht veel aanbieders kent, is dan ook een groeimarkt.

Openbare ruimte als stedelijk centrum van ontmoeting De socioloog Manuel Castells signaleert een grote transformatie van de ruimtelijke structuur als gevolg van de ICT-revolutie, mondialisering, en de opkomst van de netwerksamenleving. Uitgestrekte en amorfe 'metropolitan regions' zullen ontstaan waarin stad, ruraal gebied, centra en periferie gemengd voorkomen. Veranderingen in communicatiepatronen, in sociale organisatie en de toenemende culturele heterogeniteit van stedelijke bevolkingen leiden, aldus Castells, tot een meervoudige fragmentatie van de stedelijke ruimte; de oorzaak van een stedelijke communicatiecrisis en verlies van identificatie. Hij wijst op de betekenis van openbare ruimte als oriëntatiepunt en drager van lokale identiteit in amorfe grootstedelijke gebieden. Castells ziet mogelijkheden voor het lokale bestuur om een positieve bijdrage te leveren aan het herstel van de stad als communicatiemiddel.

Terrassen Domplein

26 >

27 >

De (beroeps)bevolking, het talent van Utrecht, wordt daardoor voorzien van een aantrekkelijk woon- en leefklimaat. Een gastvrije binnenstad vormt daarmee ook weer een attractief element in het vestigingsklimaat van Utrecht. Daarnaast trekt een vitale, levendige binnenstad jonge talenten aan. Deze categorie mensen is grofweg onder te verdelen in twintigers zonder kinderen, veelal vrijgezel, en (internationale) studenten met name op wo- en hboniveau. Beide groepen hebben een stedelijke levensstijl waarbij de eerste groep veel tijd en geld besteedt aan uitgaan, persoonlijke verzorging, horeca, kunst en cultuur en de tweede groep bijdraagt aan culturele vernieuwing en nieuwe vormen van artistieke uitingen. Daardoor ontstaat een stedelijk klimaat waarin ruimte en draagvlak is voor dynamiek, vernieuwing, creativiteit en artisticiteit. Utrecht wordt op die manier aantrekkelijker voor kunstenaars. Om een origineel en vernieuwend kunstklimaat te behouden, is het van belang ‘makers’ naar de stad te halen. Utrecht wil dan ook een stad van makers zijn: Utrecht als ‘creative city’. Randvoorwaarden: je moet er wel wat voor doen... Wil de binnenstad zich gastvrij presenteren en profileren dan moet wel worden voldaan aan de steeds hogere eisen die aan de kwaliteit worden gesteld: veiligheid, bereikbaarheid, ruimtelijke inrichting en vormgeving, netheid, gezelligheid, verrassingselementen, vernieuwing en diversiteit. De kritische consument die zijn of haar financiële middelen ‘à la carte’ besteedt, wenst immers een ‘goed product’! Voor dit product zijn veiligheid, toegankelijkheid en het openbare karakter van het centrum essentiële randvoorwaarden. Daarnaast speelt een divers aanbod van vitale sociaal-maatschappelijke, culturele en economische functies een belangrijke rol.

zijn immers groot. Ook de ruimtelijke oriëntatie wordt steeds groter: alternatieven zijn ruimschoots voorhanden binnen de Randstad en in toenemende mate in de regio. Tal van steden ontwikkelen hun centrum tot een aangenaam verblijfsgebied voor winkelen en recreëren en de congresmarkt vormt voor vele gemeenten doel van acquisitiebeleid. Binnensteden én andere centra worden daarmee steeds meer elkaars concurrent. Het centrum van de stad Utrecht heeft in deze concurrentiestrijd, alweer, een goede uitgangspositie: centraal in Nederland gelegen, het Centraal Station op loopafstand, prachtige historische binnenstad, goede voorzieningen, de Jaarbeurs, een ruim aanbod van winkels, horeca en zalencentra. Onderscheidend vermogen en kwaliteit zijn echter aspecten die geen stilstand dulden. Hiervoor zijn investeringen nodig. Behalve dat op onderdelen versterking en kwaliteitsimpulsen nodig zijn, moet worden gezocht naar synergie. Het Museumkwartier is een prachtig voorbeeld van synergie van een cluster. Dit gebied wordt als één product gepresenteerd, waardoor de naamsbekendheid sterk is vergroot. Door de gezamenlijke promotie van de individuele musea als onderdeel van één geheel binnen één gebied (‘Utrecht museumkwartier: een ontdekking’) worden meer bezoekers geworven. Naar dit voorbeeld moeten ook andere voorzieningen nader worden afgestemd. Het gemeentelijke beleid speelt al jaren in op de multifunctionaliteit van het centrum. Een meer expliciet integraal beleid richt zich echter op versterking van de binnenstad als totaalproduct. Daarom vraagt een actief beleid ten aanzien van de ontmoetingsplaatsfunctie om een integrale benadering, in alle opzichten: – ruimtelijk (kernwinkelgebied, aanloopstraten, Museumkwartier, singels en parken). – functioneel (winkels, restaurants, hotels, dienstverleners en ambachten, congrescentra, musea, theaters, podia, maar ook het Centraal Station, busstation, parkeergarages etc.). – beleidsmatig (economie, verkeer, veiligheid, wonen, reiniging, wijkbeleid, etc.). – participatief (alle betrokkenen spelen een rol en kunnen een bijdrage leveren: gemeente, ondernemers, VVV, UBT, RonDom, directies van culturele instellingen en bewoners). De integrale benadering dient om te beginnen uitgangspunt voor het gemeentelijke beleid te zijn. Maar daarnaast impliceert zij samenwerking met alle betrokkenen (ondernemers, culturele en maatschappelijke instellingen, bewoners), die mede het stedelijke product vormgeven. Binnenstadsmanagement kan een belangrijke rol spelen als regisseur en aanjager van ontwikkelingen die het economisch functioneren van de binnenstad positief beïnvloeden. Hierdoor kan recht worden gedaan aan de centrale ontmoetingsfunctie en dynamiek die daarbij hoort terwijl tegelijkertijd een balans ten aanzien van leefbaarheid en kwaliteit wordt aangehouden.

Tenslotte wordt een steeds groter deel van de ruimte betrokken in een toenemende economische concurrentie dan wel een speurtocht naar nieuwe economische dragers, van het niveau van complete landsdelen tot aan het niveau van individuele plekken en locaties. (...) In de toenemende concurrentie om mobielere bedrijven, bewoners en consumenten wordt de kwaliteit en uitstraling van plaatsen en plekken ook daar in toenemende mate van belang. In termen van het hedendaagse marketingjargon heet dit dat steeds meer ruimte betrokken raakt in de dynamiek van de beleveniseconomie. Denk daarbij niet alleen aan grote gespecialiseerde vrijetijds- en detailhandelscentra (...) maar denk ook aan de manier waarop binnensteden steeds meer worden ingericht met het oog op de aantrekkingskracht voor specifieke groepen vrijetijdsbesteders en consumenten dan wel nieuwe stadsbewoners. (Uit: interview met Hans Mommaas, hoogleraar vrijetijdseconomie KUB, in het e-zine http://www.transformaties.org/)

‘Hoog Catharijne, Winkelhart van Nederland!’ De sterke slogan uit de jaren ’70 - toen al gericht op ontmoetingsplaatsfunctie van de stad en gelinkt aan een (toen) uniek en onderscheidend aspect van de Utrechtse binnenstad: Europa's grootste overdekte winkelcentrum. Het HC van heden ten dage illustreert echter ook dat vernieuwing en investeringen noodzakelijk zijn om in te kunnen blijven spelen op de vraag.

2.2.3

Doelstellingen binnenstadsbeleid: – het versterken en waarborgen van de culturele en economische centrumfunctie; – waarborgen en verbeteren van een aantrekkelijk woon- en verblijfsklimaat; – waarborgen van het historische stadsbeeld en verbeteren van de openbare ruimte; – verbetering en beheersing van de bereikbaarheid en mobiliteit. (Gemeentelijke ontwikkelingsvisie voor de Utrechtse Binnenstad, 1998)

Gastvrije ontmoetingsplaats: de binnenstad als economisch product > Utrecht ziet haar binnenstad met al haar veelzijdigheid als een belangrijk economisch product. De veelheid van functies maakt het tezamen tot een begrip voor bezoekers, voor bedrijven, voor burgers. De keus om naar de stad te gaan, er een bedrijf te vestigen of er te gaan wonen, is veelal bepaald door het totaalbeeld dat men heeft; niet door afzonderlijke onderdelen. Naast aspecten als veelheid en diversiteit van aanbod spelen factoren als gezelligheid, bereikbaarheid en veiligheid bij die keuze een grote rol. De totaalindruk van het centrum is dan ook van wezenlijk belang. Krijgt men het gevoel welkom te zijn? Is de binnenstad gastvrij? De stad is daarmee een product geworden, dat wel of niet bevalt; het beeld ‘klopt’ of het beeld klopt niet... Immers, één deelaspect kan zodanig uit de toon vallen dat daarmee het hele totaalbeeld negatief wordt gekleurd; voorbeelden zijn bereikbaarheid en veiligheid. Nog te vaak wordt geredeneerd vanuit het aanbod, vanuit het stedelijk product. De huidige marktsituatie dwingt echter tot vraaggericht denken en werken: wat wenst ‘de klant’?. De keuzemogelijkheden van consumenten en bedrijven

Vertier aan de gracht

28 >

29 >

Voor het gemeentelijke beleid heeft de productbenadering als consequentie dat nog meer dan voorheen afstemming wordt gezocht tussen sectoren en disciplines. Projecten en activiteiten die raakvlakken hebben met of plaatsvinden in de binnenstad, worden steeds beoordeeld en getoetst vanuit de optiek van de binnenstad als integraal product, als gastvrije ontmoetingsplaats. Daaronder vallen onderwerpen als infrastructurele werkzaamheden, ingrepen in bereikbaarheid, beleid ten aanzien van de openbare ruimte, veiligheid, reiniging, maar ook gevoelige beleidsterreinen als de overlastproblematiek van drugsverslaafden en daklozen. Vanuit het vertrekpunt van de integrale benadering worden doelgroepen nader gedefinieerd en wordt een marketingstrategie ontwikkeld. Vertaling naar een afgestemde, integrale promotie vormt daar een wezenlijk onderdeel van.

2.2.4

Samengevat: Utrecht, gastvrije ontmoetingsplaats > De stad Utrecht is vanouds de centrale ontmoetingsplaats van Nederland. Deze rol wil de stad handhaven en uitbouwen. De meerwaarden voor de stad en haar burgers zijn evident: het genereert werkgelegenheid en inkomen, geeft impulsen aan stedelijke investeringen en vormt een bron van culturele en maatschappelijke dynamiek en vernieuwing.

Stadhuis en Dom

30 >

31 >

3

> Het lange termijnperspectief – ontwikkeling van Utrecht als ontmoetingsplaats voor talent – vormt het kader van de ambities voor 2010. Uitgangspunt hierbij is dat Utrecht kiest voor doorgaande economische groei en ontwikkeling, maar daarbij nadrukkelijk selectiviteit betracht. De economische basis is stevig; de breedte is aanwezig. Groei moet daarom vooral plaatsvinden door verdieping (specialisatie en groei in een aantal prioritaire sectoren) en in kwaliteit (zowel van individuele bedrijfsvoering als van clusters en werklocaties als geheel). Vanzelfsprekend wil Utrecht haar brede, solide werkgelegenheidsstructuur continueren, maar ze benoemt daarbinnen beleidsspeerpunten.

Utrecht 2010: formulering van ambities

3

Doelstelling is te komen tot een duurzame economische ontwikkeling, waardoor welvaart en werkgelegenheid ook op langere termijn kunnen worden gegarandeerd. Utrecht: stad in een groeispurt Utrecht groeit de komende jaren sterk. Het aantal woningen groeit met 30%; geen enkele stad in Nederland kent zo’n grote toename. Ook het aantal kantoren en bedrijventerreinen, en daarmee de werkgelegenheid, neemt sterk toe. Kortom, Utrecht is een ‘booming city’. Deze groei biedt grote kansen, maar door deze schaalsprong moet veel aandacht worden geschonken aan de randvoorwaarden voor een evenwichtige en gezonde ontwikkeling. De nieuwe bewoners en werknemers vragen immers om aanvullende voorzieningen en leggen een eigen claim op ruimte, leefmilieu en infrastructuur. Groeien is kiezen De fysieke ruimte is beperkt. Utrecht is mede daardoor niet voor alle typen bedrijven aantrekkelijk. Ook niet alle bedrijvigheid vormt automatisch een versterking van de stad. De relatief hoge grond- en huurprijzen zorgen op zichzelf al voor een natuurlijke selectie. Nadere profilering is echter nodig. De voortgaande internationalisering van de economie, de daarmee gepaard gaande schaalvergroting, in combinatie met de schaarse ruimte en vraagstukken op het gebied van bereikbaarheid en leefbaarheid vragen om een selectieve versterking van de stedelijke economie op die onderdelen waarmee Utrecht zich nader kan profileren en zich kan onderscheiden van andere steden en regio´s. Bestaande kracht en toekomstpotenties: inzetten op de dragers van de economie Utrecht kiest daarom voor een aantal prioritaire activiteiten en sectoren. Uitgangspunt vormt daarbij de bestaande structuur van bedrijven en instellingen die van wezenlijk belang is en een toegevoegde waarde heeft voor de stad. Utrecht kent geen sterke (industriële) clusters of formaties. Wel zijn er groepen bedrijven te onderscheiden met een sterke onderlinge samenhang en binding met de stad: functionele clusters. Een stedelijke economie kan niet alleen bouwen op sterke eenlingen, maar moet ook gebaseerd zijn op synergetische effecten van samenhangende bedrijfsactiviteiten. Sectoren
Utrecht biedt werk aan 216.700 mensen In de stad zijn ruim 15.200 bedrijven en instellingen gevestigd. De werkgelegenheid in de stad nam tussen 1990 en 2000 met 31% toe. De stad kent een lage werkloosheid: 10% in 1995, 2% in 2000. Utrecht is een forensenstad Dagelijks passeren zo'n 135.000 pendelaars de gemeentegrens, bestaande uit elkaar kruisende stromen van werkforensen (komend van elders) en woonforensen (Utrechters die elders werken). De Utrechtse economie is sterk ‘verdienstelijkt’ 90% van de banen is te vinden in de tertiaire of kwartaire sector (Nederland bijna 75%). Belangrijkste sectoren: zorg, zakelijke diensten, banken en verzekeraars, ICT, overheid en onderwijs. Utrecht, studentenstad De stad kent bijna 57.000 studenten (UU en HBO). Utrecht, congressenstad Utrecht is marktleider op het gebied van eendaagse congressen. Utrecht is een toeristische topper Utrecht is in Nederland na Amsterdam en Rotterdam het meest populaire doel voor een kort toeristisch uitstapje.

Bouwwerkzaamheden Leidse Rijn

32 >

33 >

Sterke kanten van Utrecht – centrale ligging binnen Nederland, ligging binnen Noordvleugel/Deltametropool – kwaliteit bedrijfslocaties – omvangrijke hoog opgeleide beroepsbevolking – aanwezigheid universiteit/kennisinstellingen – sterk ontwikkelde en toekomstgerichte dienstensector – kwaliteit en diversiteit in het aanbod van het woon- en leefmilieu – kwaliteit en aantrekkelijkheid historische binnenstad en winkelaanbod – kwaliteit OV- en wegennetwerk Zwakke kanten van Utrecht – gebrek aan uitgesproken imago – toenemende schaarste aan ruimte voor werken (vooral bedrijventerreinen) – personeelsschaarste, met name in het segment lager en middelbaar opgeleiden – ontgroening van de beroepsbevolking – geringe samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen (o.a. universiteit) en tussen bedrijven onderling – toenemende schaarste aan ruimte voor wonen – bereikbaarheidsproblemen per auto

en activiteiten die op voornoemde criteria positief scoren, kunnen worden beschouwd als de ‘dragers’ van de huidige economie die tevens voor de toekomst van groot belang zijn. Utrecht kijkt echter bewust ook naar toekomstige trends om optimaal in te kunnen spelen op kansen en ontwikkelingen. Utrecht wil ruimte bieden aan de economische activiteiten die de sterkste toekomstpotenties hebben en daarbij aansluiten op de aanwezige kwaliteiten van het stedelijke vestigingsklimaat. Een belangrijk voordeel van economische groei wordt gevormd door de opbrengsten van de ontwikkeling van kantoren en bedrijventerreinen. Selectiviteit ten aanzien van locatie, sector, activiteit en kwaliteit biedt de mogelijkheid binnen de schaarse ruimte in de stad de verdiencapaciteiten te optimaliseren. Selectiviteit wensen betekent kwaliteit bieden Selectiviteit in groei heeft consequenties; ‘noblesse oblige’. Als een stad selectief wil zijn, dan moet zij als stad, maar ook als vestigingslocatie, eveneens op de behoeften van de prioritair gestelde activiteiten en sectoren inspelen en hierin onderscheidend zijn. Dat betekent dat Utrecht zich inspanningen wil getroosten om de randvoorwaarden te optimaliseren voor die bedrijven. Kwaliteit biedt de mogelijkheid voor selectiviteit. Dit betekent dat kwaliteit uitgangspunt moet zijn bij het economisch beleid in brede zin: kwaliteit van locaties, kwaliteit in bereikbaarheid, kwaliteit in woon- en leefmilieu, kwaliteit in voorzieningen en niet in de laatste plaats: kwaliteit in gemeentelijk beleid en gemeentelijke communicatie. Van visie naar ambities Aan de hand van de drieslag: Positionering, Economische Structuur en Vestigingsklimaat, worden concrete ambities neergezet ten aanzien van de economische ontwikkeling van Utrecht voor de periode tot 2010. Vanuit die keuzen wordt in hoofdstuk 4 een vertaling gemaakt naar een Strategische Beleidsagenda Economie. Deze beleidsagenda geeft nadrukkelijk geen volledig overzicht van beleid, maar focust op nieuwe, strategische beleidsspeerpunten. De selectiviteit die het uitgangspunt vormt voor de visie wordt daarmee doorgetrokken in de prioriteitsstelling binnen het (ruimtelijk) economisch beleid.

en economische samenhang toe. Utrecht presenteert zich samen met Amsterdam als Neerlands toplocatie voor (inter)nationale hoofdkantoren. Met name de dienstensector spreidt zich steeds verder uit. Voor internationale bedrijven vormt de aanwezigheid van geschoold personeel een aantrekkelijk kenmerk van Utrecht. Daarnaast profileert de stad zich met haar (toekomstige) toplocaties: Utrecht Centrum, Papendorp en Leidsche Rijn Centrum. De A2, als één van de hoofdverkeersaders van de Randstad/Deltametropool, wordt daarmee de centrale ontwikkelingsas van Utrecht. Dit betekent dat, wanneer de drie toplocaties zijn gerealiseerd, vooral langs deze as naar nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden wordt gezocht. Bij toplocaties hoort topkwaliteit. De Utrechtse kantoorlocaties moeten zich dan ook onderscheiden door een hogere ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteit, een goed imago en een passend prijsniveau. Actief beheer van kantoor- en bedrijventerreinen moet er voor zorgen dat continu wordt ingespeeld op veranderende vestigingsplaatswensen van eigenaars en gebruikers. Be good and tell it: parallel aan dit kwaliteitsbeleid is het van groot belang dat door toegesneden promotie van de stad met haar toplocaties het imago van Utrecht wordt versterkt en (beeldbepalende) bedrijven kunnen worden geacquireerd. De (inter)nationale ambitie op het gebied van kantoorontwikkeling en de oriëntatie van Utrecht op de regio Amsterdam betekent dat de aansluitingen op de transeuropese verkeer- en vervoersnetwerken (weg en spoor) op orde dienen te zijn. Prioriteit verdienen de aansluiting op het HSL-netwerk, de spoorverbinding Utrecht-Amsterdam/Schiphol en de eerder genoemde A2-as. Ambitie 2: Ankerpunt van de Deltametropool De Randstad ontwikkelt zich tot het stedelijk netwerk Deltametropool met de G4-steden als ankerpunten. De doorzettende economische ontwikkeling op Europees en mondiaal niveau en de verdere internationalisering van het bedrijfsleven vragen om een Deltametropool die zich internationaal duidelijk concurrerend weet te manifesteren. Utrecht ziet zichzelf als één van de ankerpunten van dit internationale netwerk, waarbij (groot)stedelijke samenwerking en afstemming centraal staan. Utrecht is en blijft economisch gezien één van de G4 en handhaaft haar positie als meest centrale en bereikbare vestigings- en ontmoetingsplaats in Nederland. De hoog opgeleide bevolking vormt een belangrijke vestigingsplaatsfactor waarmee Utrecht zich binnen de Deltametropool onderscheidt: Utrecht, Ontmoetingsplaats voor Talent! Utrecht wil niet op alle fronten dubbelen, maar is selectief. Als economisch ankerpunt zet ze haar meerwaarde voor én onderscheidend vermogen binnen de Deltametropool stevig neer en investeert hierin ook evenredig. Ze onderscheidt zich door haar leefklimaat, aanbod van werkmilieus en voor-

Het bedrag aan rechtstreekse buitenlandse investeringen in Nederland was in 2001 ruim 50 mrd. Wordt de omvang van de buitenlandse investeringen afgezet tegen het bruto binnenlands product, dan neemt Nederland op een lijst van 140 landen hiermee de zevende plaats in. In België en Luxemburg worden relatief de meeste investeringen gedaan. Suriname staat helemaal onderaan en de Verenigde Staten bevinden zich in de middenmoot. (bron: Conferentie inzake Handel en Ontwikkeling van de Verenigde Naties (UNCTAD), 2002) Opvallend bij zowel bedrijfsimmigratie naar als -emigratie vanuit de stad Utrecht, is de sterke relatie met de regio's Amsterdam en Gooi/Eemland: in 2001 kwam 45% van de zich vestigende bedrijven daar vandaan en ging 38% van de vertrekkers daar naartoe. (bron: Bedrijvendynamiek in de regio Utrecht, '95-'99; KvK 2000; Mutatiebalansen 2001, KvK 2002) Utrecht huisvest (54) na Amsterdam (91) en Rotterdam (62) de meeste hoofdkantoren van de 500 grootste bedrijven in Nederland. (bron: Database Hoofdkantoren Nederland, Stec Groep)

3.1
Positionering > Ambitie 1: Utrecht (inter)nationale toplocatie voor (hoofd)kantoren Nederland heeft al decennia lang een open economie. Buitenlandse investeerders weten hun weg naar ons land dan ook goed te vinden. In het Europa van de 21e eeuw zullen stedelijke netwerken zoals de Deltametropool/Randstad een centrale rol spelen en met elkaar concurreren als vestigingsplaats voor internationale bedrijven.
Kantoren Graadt van Roggenweg

Uit: Collegeprogramma gemeente Utrecht 2001-2006 ‘Utrecht is het hart van Nederland. Deze ligging heeft de ontwikkeling van Utrecht in de afgelopen jaren sterk beïnvloed. Utrecht is onderdeel van de economische motor van Nederland. Utrecht is ook de stad die juist succes heeft door haar menselijke maat. Wij willen deze maat graag behouden (...). Utrecht kan en wil als stad geen metropool worden. De Randstad is de metropool. Utrecht is daarbinnen een belangrijke kern. Anderzijds varen wij wel bij onze centrale ligging. Utrecht is in trek bij bewoners en bezoekers. Ondernemers noemen de stad nog steeds het meest als favoriete vestigingsplaats. Europees gezien ligt de Utrechtse regio qua verwachte groei op de zevende plaats. Wij nemen daarom maatregelen om deze positie te continueren.’

In de Noordvleugel van de Deltametropool/Randstad neemt de ruimtelijke

34 >

35 >

zieningen, kortom door haar aantrekkelijke en complete vestigingsplaatsklimaat. De keuze voor de Deltametropool houdt in dat Utrecht gáát voor de ontwikkeling van Deltanet. Dit stelsel van openbaar vervoer, hoofdwegen en overstappunten fungeert als ruggengraat voor de ruimtelijke, economische en culturele ontwikkeling van het gehele gebied. Dat houdt óók in dat de stad ervoor kiest niet te vermijden woon-werk pendel zoveel mogelijk te faciliteren: naast de Deltanet-projecten met een uitgebreid fietsnetwerk en waar nodig met aanvullende weginfrastructuur.
In een stedelijk netwerk zorgen gemeenten gezamenlijk voor een voldoende gevarieerd aanbod van vestigingsmogelijkheden voor bedrijven. Complementariteit gaat voor concurrentie of het nu gaat om woon- en werkmilieus, voorzieningen, groen of infrastructuur. Hierdoor kan zuiniger met de beschikbare ruimte worden omgegaan. (Bron: Vijfde Nota R.O. (PKB 1), december 2000) De ruimtelijke dynamiek heeft in ons land geleid tot het ontstaan van een ruimtelijk-economisch netwerk van economische knooppunten als steden en mainports, waarbij de verbindingen worden gevormd door economische ontwikkelingsassen. Op regionale schaal leidt deze ontwikkeling tot het ontstaan van netwerksteden. De economische potenties van steden en economische ontwikkelingsassen moeten beide benut en versterkt worden. (Bron: Nota Ruimtelijk Economisch Beleid, min EZ juni 1999) Netwerkvorming en regionale kruisbestuiving wordt regionaal en provinciaal onderschreven: in haar RSP onderkent het BRU dat de opgave van de komende jaren is om in de ruimtelijke structuur van de Utrechtse regio, de bijzondere kwaliteit van het samengaan van het grootschalige, dynamische en het kleinschalige, introverte schaalniveau te behouden en de verdere ontwikkeling te geleiden. Het motto is ‘groot worden waar het moet, klein blijven waar het kan’. (Bron: Regionaal structuurplan: een RSP voor de 10 gemeenten, 1997) De provincie zet in haar kernnota in op: het versterken van het internationale vestigingsmilieu van de provincie Utrecht en het creëren van voldoende ruimte voor de dynamiek van het Utrechtse bedrijfsleven, ook in relatie tot de ecologische kwaliteiten van de provincie. Utrecht als netwerkstad wordt gezien als gebied waar dit plaats zal moeten vinden via een verdere concentratie van bedrijvigheid en differentiatie in woon- en werkmilieus. (Bron: Provincie Utrecht, Werken aan duurzame kwaliteiten: Kernnota ruimtelijk-economische ontwikkelingsvisie, januari 2001)

heeft als gemeenten er niet met elkaar uitkomen. De regionale samenwerking (..) moet niet vrijblijvend en derhalve verplichtend zijn en in ieder geval betrekking hebben op de terreinen ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer, volkshuisvesting en economische zaken. Om het verplichtende karakter te bereiken dient een wettelijke regeling eraan ten grondslag te liggen en moet aangesloten worden bij regelingen in de rest van de Randstad.’

Ambitie 3: Spil van de netwerkregio Utrecht Utrecht presenteert zich als (inter)nationale toplocatie voor (hoofd)kantoren en als economisch ankerpunt van de Deltametropool. De stad kan dit niet alleen. De regio vormt met haar assets (aanbod van kwalitatief hoogwaardige werklocaties, woningaanbod, recreatie, groen en water) immers een deel van de attractiviteit van Utrecht als vestigingslocatie. De Utrechtse regio combineert (Rand)stedelijke allure met een grote landschappelijke verscheidenheid; daaraan ontleent Utrecht haar kracht. De diversiteit van woon- en werkmilieus, natuur- en recreatiegebieden, Randstedelijke centra en fraaie dorpen bepalen in belangrijke mate de attractiviteit van Utrecht als regio om in te wonen en te investeren. Zowel voor de sociaal-maatschappelijke als de economische ontwikkeling is het de kunst die diversiteit voor de toekomst te waarborgen. Utrecht profileert zich naar potentiële vestigingskandidaten nadrukkelijk als regio en waar mogelijk in regionaal verband. Inzet is een regionale aanboddifferentiatie van werklocaties. Utrecht is het stedelijk centrum van de regio en vormt daarmee de plek waar hoogstedelijke centrum- en knooppuntlocaties worden ontwikkeld. De stad kan hiermee een goed vestigingsklimaat bieden voor typisch stedelijke activiteiten waarvoor directe nabijheid van gelijksoortige kantoren en bedrijven, persoonlijke contacten en uitwisseling van informatie en ideeën belangrijk zijn. Tevens geldt dat alleen op die manier Utrecht ook blijvend een belangrijk deel van andere regionale ontwikkelingsopgaven (waaronder woningbouw) kan realiseren. Ook de regio profiteert daarvan; optimale ontwikkeling en aanboddifferentiatie van werklocaties is, net als bij woningontwikkeling, dan ook een gezamenlijk belang.

3.2 3.2.1
Economische structuur

Hoofdkantoor Rabobank

Dragende sectoren en clusters: speerpunt van beleid > De conclusies uit de bouwsteen van het EPU (‘Analyse Utrechtse economie’) zijn helder: ‘De zakelijke dienstverleners (consultancy, financiële diensten en ICT) en non-profit sectoren (gezondheidszorg, onderwijs en overheidsdiensten) zijn de dragers van de (toekomstige) Utrechtse economie.” De Stec groep heeft in haar analyse van de Utrechtse economie uitgebreid onderzocht welke sectoren, activiteiten en clusters van bedrijven en instellingen daadwerkelijk van belang zijn voor economisch Utrecht en daarmee als speerpunt voor toekomstig economisch beleid kunnen dienen. Naast de veel gebruikte ‘traditionele’ sectorale insteek is gekozen voor een bredere benadering van de Utrechtse economie. De meest geschikte vestigingsplaats voor een bedrijf wordt namelijk niet alleen bepaald door de sector waar een bedrijf toe behoort. De activiteiten van de vestiging bepalen en verklaren in toenemende mate de vestigingsplaats van bedrijven. De karakteristieken van Utrecht als vestigingsplaats maken haar met name attractief voor activiteiten als hoofd- en verkoopkantoren en onderzoeksactiviteiten. Deze activiteiten matchen vooral met de sterke commerciële dienstverlenende sectoren. Daarnaast vormt de non-profit sector ook een categorie die gezien haar activiteiten (veelal als landelijk hoofdkwartier) goed aansluit op de kwaliteiten van de stad en de gewenste economische ontwikkeling. In zijn analyses voor het EPU concludeert Stec tevens:
Utrecht ICT-stad ‘Utrecht is qua ICT werkgelegenheid en het aantal gevestigde bedrijven de tweede ICT stad van Nederland. Utrecht heeft het hoogste aandeel ICT werkgelegenheid ten opzichte van de totale werkgelegenheid (bijna 10%)’. Bron: ‘Utrecht-ICT stad’, Urban Research Centre Utrecht, maart 2002

Utrecht zet zich daarom in voor een intensivering van de regionale samenwerking en afstemming en kiest daarbij voor een regionale samenwerking binnen het kaderwetgebied nieuwe stijl (de ‘tien’), in het verlengde van de samenwerking binnen het huidige Bestuur Regio Utrecht (BRU). Bestuurlijke afstemming en functionele specialisatie binnen de netwerkregio vormen het vertrekpunt voor het gemeentelijk ruimtelijk-economisch beleid. Daarnaast wordt nauwere samenwerking met de Provincie Utrecht nagestreefd. Het Collegeprogramma 2001-2006 zegt hierover: ‘Deze samenwerking dient ervan uit te gaan dat de stad Utrecht veel zaken rechtstreeks met het Rijk regelt (‘rijksonmiddellijkheid’) en dat de provincie ‘doorpakbevoegdheid’ De motivatie om clustervorming binnen de Utrechtse economie te bestuderen, is gebaseerd op het idee dat juist binding tussen ondernemingen in ste‘Er zijn in Utrecht concreet twee clusters binnen de economie te definiëren, die (in de toekomst) een belangrijke synergetische meerwaarde (kunnen) hebben. Een medisch cluster – UMC, ziekenhuizen en zorginstellingen zijn hierbinnen belangrijke factoren – en een cluster ‘gastvrijheid’. Kenmerkende sectoren hierbinnen zijn de publieksfuncties: leisure voorzieningen, beurs-, opleidings- en congresfaciliteiten, horeca en detailhandel.’

36 >

37 >

den een positief effect hebben op het functioneren van de economie. Binding tussen ondernemingen wordt als wenselijk gezien omdat uitwisseling van ervaringen en kennis een belangrijke meerwaarde en stabiliteit kan geven aan de stedelijke economie, zeker wanneer de economische conjunctuur stagneert. Naast de dienstverlening, het medische cluster en het cluster gastvrijheid onderscheidt Utrecht een vierde speerpunt van beleid, namelijk ‘ondernemerstalent MKB’. De stad ziet het MKB als de basis voor de stedelijke economie. Ook in tijden van conjuncturele tegenslag vormt deze sector, mede door haar vaak sterke regionale binding, een relatief stabiele component in de werkgelegenheidsstructuur. Daarnaast is ondernemerstalent essentieel voor de groei, vernieuwing en dynamiek van de economie. Het MKB in Utrecht kent een gunstige structuur en een sterke dynamiek, dat mede tot uiting komt in het relatief grote aantal startende ondernemingen. Utrecht wil haar gunstige uitgangssituatie ook in de toekomst waarborgen.

marktconform realiseren. Uitgangspunt zijn de bindende afspraken uit het Regionaal Structuur Plan over de ontwikkeling van kantoorlocaties in de periode 1995-2004 en 2005-2015 aangevuld met de extra ingediende en door de regio geaccordeerde projecten. In totaal gaat het om ruim 1.6 miljoen m2 bruto vloeroppervlak kantoren. De meest toonaangevende en kwalitatief hoogwaardige locaties zijn Utrecht Centrum, Leidsche Rijn Centrum en Papendorp. Utrecht biedt met deze locaties het topsegment van de kantorenmarkt aan. Een segment dat vraagt om hoogwaardige locaties met een sterke uitstraling waarvoor men bereid is een bijpassende prijs te betalen. Ook na 2015 wil Utrecht ruimte aan kantoorontwikkeling bieden, zij het in een iets gematigder groeitempo dan vóór 2015. Naast intensivering in de bestaande stad en op bestaande concentraties zal daarvoor naar alle waarschijnlijkheid ruimte moeten worden gevonden op één of meer nieuwe, grotere locaties. Medisch cluster

De producentendiensten profiteren (...) van de hoge economische groei. Een dynamische productiegroei stimuleert verdere externalisatie van diensten door het bedrijfsleven. Niet alleen laagwaardige diensten als schoonmaken etc. maar ook op het gebied van ‘high skill’ activiteiten zoals de professionele diensten van advocaten, accountants en economische adviesbureaus worden bij sterke groei eerder uitbesteed aan specialisten. (...) In alle scenario's is de groei van de werkgelegenheid in de zakelijke diensten sterk. (Uit: Omgevingsscenario's Lange Termijn Verkenning 1995 - 2020; CPB 1996)

Op basis van het voorgaande worden de volgende dragende sectoren en clusters als speerpunten van beleid aangemerkt: – de sterke dienstverleners; – het medische cluster; – het cluster gastvrijheid en ontmoeting; – het MKB.
Sterke dienstverleners Utrecht is een dienstenstad ‘pur sang’, de werkgelegenheid wordt gedomineerd door kantoorbanen. Vooral het aantal (nationale) hoofdkantoren dat in de stad is gevestigd, is relatief hoog; zeker binnen de voor de stad dragende commerciële sectoren als de ICT, financiële dienstverleners en de consultancy. Ook de non-profit sector (brancheorganisaties, verenigingen, stichtingen) kenmerkt zich door een groot aantal hoofdkantoren in de stad. Verder kent Utrecht een breed scala aan andere kantoorvestigingen, met name verkoopkantoren. Utrecht wil haar sterke positie verder uitbouwen. De stad zet daarom in op (inter)nationale hoofdkantoren van zakelijke dienstverleners, banken, verzekeraars, ICT en de non-profit sector. Een belangrijke doelgroep daarHoofdkantoor Interpay

Het medisch ofwel gezondheidscluster wordt binnen de toekomstige Utrechtse economie een belangrijke rol toegedicht. Dit cluster bestaat uit zorgaanbieders (o.a. UMC, MESOS, WKZ en thuiszorg), zorggerelateerde dienstverleners (o.a. brancheorganisaties, verzekeraars), (regionale) onderzoeksinstituten (RIVM, TNO), onderwijsinstellingen (Universiteit), researchactiviteiten en aanverwante bedrijvigheid. Het Utrechtse cluster kenmerkt zich door veel functionele relaties tussen verschillende instellingen en, zij het in mindere mate, door relaties gericht op innovatie. De sector creëert veel directe en afgeleide werkgelegenheid en heeft bovendien een sterke kennisbasis op de Universiteit. Door de reeds grote omvang van het cluster, de groeiende zorgvraag door vergrijzing, de toenemende welvaart en aandacht voor zorg en leefbaarheid, de sterke binding met de stad en de aanwezige sterke pijlers zal dit cluster zich ook in de toekomst als een belangrijke drager van de Utrechtse economie manifesteren. Via gerichte samenwerking en (beleids)afstemming is het mogelijk in de toekomst meer synergie binnen dit cluster te realiseren. Synergie die verschillende vormen kan aannemen, zoals de relatie onderwijs/opleiding en instroom op de arbeidsmarkt, maar ook ten aanzien van de dienstverlening en het bewerkstelligen van schaal- en efficiencyvoordelen door intensievere bedrijfsmatige samenwerking. Ruimtelijk gezien vertaalt het medisch cluster zich in een aantal typen locaties. Voor wat betreft pure zorgaanbieders wordt gedacht aan concentratie op locaties die goed bereikbaar (weg en openbaar vervoer) zijn voor de zorgafnemers. De dienstverlenende tak binnen het medisch cluster (verzekeraars, brancheorganisaties e.a.) zullen vooral een plaats krijgen op de bestaande en geplande kantoorlocaties. Voor kennisinstellingen, onderwijsinstituten en de kennisintensieve life sciences sector wil de stad een specifieke locatie op de Uithof ontwikkelen.
WKZ Uithof AZU Uithof

binnen zijn de (inter)nationale concerns die als gevolg van schaalvergroting verschillende functies op één locatie willen samenvoegen. Hoofdkantoren vormen ‘centers of control’ die een strategische meerwaarde hebben voor een stad. Dankzij haar centrale ligging, relatief goede bereikbaarheid, de nabijheid van Schiphol, het kwalitatief hoogwaardige arbeidspotentieel en het imago als dienstenstad heeft Utrecht voor dit type activiteiten een goede propositie. De stad wil haar dienstverleners blijvend ruimte bieden. Haar marktpotenties op het gebied van kantoorontwikkeling wil Utrecht accommoderen en

38 >

39 >

Specialisatie op life sciences Binnen het medisch cluster zet Utrecht stevig in op de sector life sciences. De life sciences vormen een breed veld van onderzoeksvelden en economische activiteiten die aan medische of biologische wetenschappen zijn gerelateerd. De life sciences sector wordt een belangrijk rol toegedacht in de kennisintensieve ‘economie van morgen’. Utrecht wil het accent leggen op specialistische niches op het gebied van farmacie, zorg, medische technologie en biotechnologie. Juist op deze velden heeft Utrecht een sterke kennisbasis. Naast onderzoeksinstellingen (Universiteit, HBO-instellingen, RIVM, TNO e.a.) en medische zorgcentra is ook al een aantal bedrijven uit deze branche in de Utrechtse regio en stad aanwezig. Het gaat daarbij vooral om
Incubator op de Uithof

Zo wil de stad haar historische binnenstad, in relatie met de ontwikkeling van het stationsgebied, een duidelijke kwaliteitssprong laten maken. Primair is daarbij van belang: versterking kwaliteit openbare ruimte, uitbreiding voetgangersgebied, garantie van de sociale veiligheid en handhaving bereikbaarheid voor alle verkeersmodaliteiten. Daarnaast is promotie van groot belang: het ‘product’ moet ook worden verkocht. Een goed voorbeeld vormt het toeristisch beleid. De Utrechtse musea hebben de laatste jaren een kwaliteitsimpuls laten zien en worden succesvol ‘in de markt gezet’ als Museumkwartier. Dit is een goed voorbeeld van de voorgestelde productbenadering. Dergelijk beleid zal de komende jaren dan ook worden gecontinueerd, waarbij de promotie en communicatie waar mogelijk worden verbeterd. Naast het aanbod aan bestaande, permanente en tijdelijke voorzieningen kunnen nieuwe elementen in het stedelijk palet worden gebracht. Evenementen en festivals kunnen nieuwe impulsen genereren voor met name het culturele klimaat en plaatsen Utrecht (inter)nationaal op de kaart. De stad deinst hierbij niet terug voor het organiseren van grootschalige eenmalige evenementen. Of het nu gaat om het binnenhalen en organiseren van grote sportevenementen (Tour de France, Olympische Spelen), culturele manifestaties (waaronder Utrecht culturele hoofdstad van Europa in 2018) en internationale beurzen/tentoonstellingen/exposities, het doel moet zijn om het profiel van Utrecht als gastvrije ontmoetingsplaats (inter)nationaal te presenteren. Binnen het cluster ‘gastvrijheid’ neemt de congres-, opleidings- en vergadermarkt (met als product, samengevat: ‘bijeenkomsten’) in Utrecht een bijzondere functie in. Ondanks het feit dat de sector in termen van werkgelegenheid niet bijzonder omvangrijk is, speelt zij een grote rol doordat zij sterke (markt)relaties binnen en buiten de sector heeft. Utrecht wil investeren in haar potenties voor ‘bijeenkomsten’. Utrecht kan hiermee tevens haar aantrekkelijkheid voor landelijke en regionale hoofdkantoren van non-profit instellingen, belangengroepen en lobbyclubs verder vergroten.
Jaarbeurs

hoofdkantoren van (farmaceutische) bedrijven, groothandel, producenten en ontwikkelaars van geneesmiddelen en diagnostica, adviseurs op het gebied van voeding, milieuzorg etc. Een sterkere verwevenheid en onderlinge relatie tussen de kenniscentra en de (sectorverwante) bedrijvigheid is één van de aandachtspunten die behalve op rijksniveau ook op regionaal en stedelijk niveau van primair belang worden geacht. Immers, (startende) bedrij-

Incubator: huisvesting voor starters in de biomedische sector Met steun van rijk, provincie en gemeente wordt op de Uithof een incubator gerealiseerd: een 'broedstoof' voor nieuwe, innovatieve bedrijven in de life sciences. Behalve huisvesting wordt ook een specifiek pakket aan voorzieningen geboden: laboratoriumruimte, aanwezigheid van specialistische en moderne onderzoeksapparatuur etc. Daarnaast wordt aan de startende ondernemers ondersteuning geboden bij zaken als bedrijfsadministratie, fiscale vraagstukken, marketingplannen, personeelsbeleid en verwerving van risicokapitaal. Door vestiging op het universiteitsterrein kunnen de wetenschappers/ondernemers de (arbeids)relatie met het wetenschappelijk of medisch instituut geleidelijk afbouwen en wordt de overstap naar ondernemerschap vergemakkelijkt.

ven zijn cruciaal voor het commercialiseren van de wetenschappelijke kennis over life sciences. Die kennis is in ruime mate beschikbaar in de Utrechtse regio. ‘Commerciële vertaling’ van een wetenschappelijke vinding naar een product is van oudsher echter niet de eerste prioriteit voor wetenschappers. Overbrugging van de missing link tussen wetenschap en industrie is de uitdaging waarvoor Nederland en ook Utrecht staan. Utrecht wil zich binnen de Randstad opwerpen als toplocatie voor gespecialiseerde life sciences en streeft naar de ontwikkeling van een Life Science Park op of nabij de Uithof. Hierbij wordt vooralsnog gedacht aan een kleinschalige, campusachtige setting, aansluitend op de bestaande academische omgeving en ingepast in de groene structuur. Het onlangs gestarte project Incubator vormt hiervoor een eerste stap.

Gastvrijheid ‘Gastvrij Utrecht’ moet een bestemming op zich worden. Binnen het Utrechtse cluster gastvrijheid is er voor de afzonderlijke onderdelen voldoende markt om zelfstandig te opereren. Echter, de meerwaarde van de clusterbenadering is het zoeken en benutten van latente synergie. De nadruk ligt op het bewerkstelligen van afstemming tussen verschillende sectoren en activiteiten. Immers, de marktpartijen vormen de belangrijkste gastheren. Sectoren als horeca, detailhandel, kunst & cultuur, sport en toerisme & recreatie zullen in samenspel met de Jaarbeurs en andere spelers op de opleidingen-, congres- en vergadermarkt moeten komen tot één samenhangend product: ‘gastvrijheid’. Waar mogelijk zal de gemeente samenwerking en afstemming binnen en tussen deze sectoren stimuleren of initiëren. Daarnaast werkt Utrecht aan optimalisering van randvoorwaarden voor de ontwikkeling van dit cluster en biedt ze ruimte aan deze sectoren en activiteiten. MKB: ondernemerstalent Utrecht biedt blijvend aandacht en ruimte voor ondernemerstalent uit het MKB en kleinschalige bedrijvigheid, ook in de wijken. De stad biedt dit type bedrijven een grootstedelijk milieu, waar netwerken van potentiële samenwerkingspartners, instellingen en faciliteiten te vinden zijn. Het MKB zorgt voor de onmisbare economische basis: lokale binding, een diversiteit aan werkgelegenheid en relatieve conjunctuurongevoeligheid. Het MKB-onderRuimtelijk gezien concentreren de activiteiten binnen het cluster gastvrijheid zich in de huidige en toekomstige grootstedelijke centrumlocaties van de stad: Utrecht Centrum en Leidsche Rijn Centrum. De scope van beide centra verschilt. Utrecht Centrum heeft met Hoog Catherijne, de historische binnenstad, het Museumkwartier en de Jaarbeurs vooral een (inter)nationale uitstraling terwijl toekomstig Leidsche Rijn Centrum vooral een regionale scope heeft.
Utrecht CS

40 >

41 >

Startende ondernemers leveren economie fl. 22,4 miljard op Nieuw onderzoek wijst uit dat ondernemingen jonger dan 5 jaar in het jaar 2005 ruim 387.000 banen voor hun rekening nemen en een toegevoegde waarde creëren van 22,4 miljard gulden. De verwachting is ook dat deze bijdrage aan de welvaart in de toekomst zo hoog zal blijven. (bron: ‘Entrepeneurship in the Netherlands, New Economy: new entrepreneurs’, EIM i.o.v. Ministerie EZ) Starters in 2001 Aantal Aantal Verhouding starters vestigingen Amsterdam 4.705 59.166 8,0% Rotterdam 2.712 34.814 7,8% Den Haag 1.992 25.776 7,7% Utrecht 1.519 15.163 10,0% (bron: Vereniging van Kamers van Koophandel, 2002)

nemerschap vervult een sleutelrol in het vergroten van het vernieuwingsvermogen van de economie. Starters zijn daarbij essentieel voor de groei, vernieuwing en dynamiek van de economie. Zij staan garant voor werkgelegenheid en zelfontplooiing van individuen.

terrein met een goede weg-, water- en spoorontsluiting en goede overslagfaciliteiten. Het terrein is een aantrekkelijke locatie voor bedrijven uit de transsportsector met een multimodale behoefte. Niet alleen koestert Utrecht haar bestaande bedrijvigheid, ook is de stad

De gemeente continueert haar huidige MKB-beleid, maar besteedt de komende jaren extra aandacht aan het faciliteren van startende bedrijven. Utrecht heeft in de afgelopen jaren steeds een relatief groot aantal startende ondernemers gekend. Deze prestatie wil Utrecht continueren en zo mogelijk vergroten. De ontwikkeling naar een kenniseconomie en het gegeven dat Utrecht op dit moment geen sterke identiteit op het gebied van innovatie heeft, leidt tot een focus op kennisintensieve starters. De stad wil (niet-)fysieke faciliteiten creëren voor nieuwe bedrijven en spinoffs van de Universiteit en hogescholen. Fysieke voorzieningen zijn met name bedrijfsverzamelgebouwen. Niet-fysieke activiteiten hebben vooral tot doel om de toestroom van jongeren vanuit het beroepsonderwijs in kennisintensieve bedrijven, zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin, te bevorderen, onder andere door het verhogen van hun startkwalificaties. Ook versterking van ondernemerschap in de wijken is van groot belang. Verder worden kennisintensieve starters gestimuleerd en wordt ingezet om bestaande MKB-ondernemingen meer gebruik te laten maken van de aanwezige kennis bij de Utrechtse kennisinstellingen. Kennisoverdracht en het meer en beter toegankelijk maken van kennis staan de komende jaren in Utrecht hoog op de agenda.

zuinig op haar schaarse areaal bedrijventerrein en selectief met de invulling hiervan. Dit betekent dan ook dat er geen functionele transformatieprocessen op goed functionerende bedrijventerreinen zullen plaatsvinden. Ruimtelijk gezien zijn er voor de periode tot 2015 in regionaal verband afspraken gemaakt voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen. Voor Utrecht zijn de belangrijkste locaties Wetering-Zuid, Haarrijn, Nieuwerijn en Strijkviertel. Vanwege de schaarste aan potentiële locaties zal bij invulling van nieuwe bedrijfsterreinen het accent primair komen te liggen op het toewijzen van Utrechtse bedrijven die verplaatst of uitgeplaatst (moeten) worden. Nieuwe, ruimte-extensieve bedrijven van buiten Utrecht wordt in principe geen ruimte geboden. De toenemende schaarse ruimte aan bedrijventerrein maken de noodzaak voor het nadenken over intensivering van grondgebruik en ruimtelijke verdichting steeds urgenter. Utrecht wil de komende jaren de mogelijkheden voor intensivering en verdichting op nieuwe en bestaande bedrijventerreinen nader onderzoeken. Intensivering en verdichting moeten uiteindelijk leiden tot een mogelijk efficiënter gebruik van deze terreinen. Tegelijkertijd mag dit het functioneren van gevestigde bedrijven niet belemmeren. Intensivering mag geen doel op zich worden.
Bedrijfsverzamelgebouw Vondelparc

Werkgelegenheid in de industrie in Utrecht banen ontwikkeling 1996-2000 Totale industrie 8.800 -13% Grafisch: uitgeverijen, drukkerijen 1.816 2% Nutsbedrijven 1.700 -26% Voedingsmiddelen 1.540 6% Metaalproductie 800 7% Productie van machines en apparaten 630 - 3%

3.2.2
voor het MKB-segment.

Naast het onderzoeken van intensiveringsmogelijkheden streeft Utrecht naar een duurzame ontwikkeling en een duurzaam beheer van werklocaties. Parkmanagement is hierbij het sleutelwoord. Juist op dit gebied is Utrecht op dit moment ‘het voorbeeld’ in Nederland met de locaties Papendorp en De Wetering. Ook op andere werklocaties binnen de stad lopen initiatieven, bijvoorbeeld op Rijnsweerd en Oudenrijn. De ambitie is om de komende jaren te komen tot een duurzame ontwikkeling i.c. certificering van alle Utrechtse werklocaties via parkmanagement.

Bestaande bedrijvigheid: blijvende aandacht > Selectiviteit en duurzaamheid Selectiviteit en duurzaamheid in beleid betekenen ook zorg voor de bestaande bedrijvigheid. Veel bestaande bedrijven functioneren reeds lang in Utrecht en naar ieders wens; ze vormen daarmee een structurele basis voor de lokale werkgelegenheid. Zeker in tijden van economische teruggang is behoud van werkgelegenheid kansrijker dan het werven van nieuwe werkgelegenheid. Dit geldt voor vrijwel alle sectoren van de economie en dan vooral

Bestaande Utrechtse bedrijven uit met name industrie, groothandel en transport wordt blijvend ruimte geboden. Dat geldt ook voor het multimodale cluster op Lage Weide waarvoor in de toekomst een blijvende rol in de bestaande Randstedelijke en (inter)nationale goederenvervoer-netwerken is voorzien. Goederenvervoer is namelijk van blijvend belang voor de (Utrechtse) economie. Zonder bevoorrading, afvoer van goederen en afvalverwijdering kan geen bedrijf functioneren. Bestaande bedrijven die zich bezig houden met goederenvervoer dienen een plaats te worden geboden. De stad beschikt met Lage Weide over een

3.3

Vestigingsklimaat: voorwaarden voor ambities > Utrecht streeft een duurzame economische ontwikkeling na, waardoor welvaart en werkgelegenheid ook op langere termijn kunnen worden gegarandeerd. De stad heeft een aantal ambities geformuleerd op het gebied van (inter)nationale en regionale positionering. Ook wil zij aangeven aan welke sectoren en (clusters van) activiteiten de komende jaren beleidsmatig prioriteit wordt gegeven. De vraag is nu: welke vestigingsplaatsfactoren zijn een voorwaarde voor het realiseren van deze economische ambities en welke kwaliteitsniveaus zijn daarbij gewenst? Het gaat hierbij om voorwaarden en kwaliteitsniveaus waarop de gemeente Utrecht zelf kan sturen en

42 >

43 >

(in)direct invloed op kan uitoefenen. De realisatie van de juiste voorwaarden en kwaliteit voor economische ontwikkeling vormen een verantwoordelijkheid van de gemeente. Verschillende disciplines spelen daar hun eigen rol in: verkeer, milieu, wonen, stedenbouw en vanzelfsprekend economie. Ook maatschappelijke sectoren (sociale zaken en werkgelegenheid, onderwijs, sport, cultuur) leveren hierin hun bijdragen. Onderstaand overzicht moet dan ook vooral worden gezien als input voor de diverse sectorale beleidsvisies en beleidsuitvoeringstrajecten. Uit de ‘Analyse Utrechtse economie’ volgen drie vestigingsplaatsfactoren die als absolute basisvoorwaarde gelden voor een succesvolle stedelijke economische ontwikkeling: 1 – de bereikbaarheid van de stad en stedelijke werklocaties. 2 – de kwaliteit van de Utrechtse arbeidsmarkt (‘het talent’). 3 – de veiligheid op werklocaties (bedrijventereinen, kantoorlocaties en binnenstedelijke centra). Deze factoren zijn een conditio sine qua non voor stedelijke economische ontwikkeling! Basisvoorwaarde 1: bereikbaarheid – Mensen komen samen op een ontmoetingsplaats. Bereikbaarheid per openbaar én individueel vervoer blijft dan ook van cruciaal belang. – gestreefd wordt naar een maximale benutting van het openbaar vervoer, mede door gericht locatiebeleid (‘het juiste bedrijf op de juiste plaats’). – mobiliteit ten behoeve van economische groei dient te worden gefaciliteerd met (H)OV, auto en fiets. Utrecht blijft daarom investeren in bereikbaarheid en handhaaft haar positie als meest centrale en goed bereikbare vestigings- en gastvrije ontmoetingsplaats van Nederland. – Utrecht wil aangesloten zijn op transeuropese verkeer- en vervoersnetwerken (weg, water en spoor, o.a. HSL) en ziet de A2 als dé centrale economische ontwikkelingsas. – Utrecht gáát voor de uitvoering van het Deltanet-programma. De stad kiest ervoor mobiliteit zoveel mogelijk te geleiden door locatiebeleid. Echter, de onontkoombare woon-werk pendel wordt zoveel mogelijk gefaciliteerd: naast de Deltanet-projecten met een uitgebreid fietsnetwerk en waar nodig aanvullende weginfrastructuur. – het voetgangersgebied in de binnenstad wordt uitgebreid waarbij de bereikbaarheid voor alle modaliteiten wordt gehandhaafd. – Utrecht heeft de ambitie voorop te lopen bij de ontwikkeling en implementatie van nieuwe vormen van openbaar vervoer en alternatieve vormen van goederenvervoer. – er wordt ruimte en aandacht gegeven aan goederenvervoer binnen de stedelijke context (aan- en afvoer van goederen bij bedrijven(terreinen), stedelijke distributie, bevoorrading van winkelcentra etc.). Utrecht wil voorop lopen bij de ontwikkeling en invoering van innovatieve bevoorradingssystemen, die tot een meer duurzame bevoorrading leiden en
HOV Uithof

gebied vergroten. Ook heeft de stad de ambitie om in elk Utrechts economisch (her)ontwikkelingsplan van enige omvang bevoorrading en ander goederenverkeer integraal mee te nemen. – Utrecht behoudt haar multimodale faciliteiten (havengebonden bedrijfsterrein, spoor- en A2-aansluiting) op Lage Weide. Basisvoorwaarde 2: kwaliteit en omvang arbeidsmarkt Het talent van Utrecht wordt gevormd door de goed opgeleide, omvangrijke beroepsbevolking. Utrecht zet in op een goed toegeruste, ‘employable’ beroepsbevolking van alle opleidingsniveaus: – de stad geeft prioriteit aan het behoud en de versterking van het onderwijsaanbod. – Utrecht investeert in een betere afstemming tussen onderwijs en bedrijfsleven. Basisvoorwaarde 3: veiligheid werklocaties en openbare ruimte Veiligheid en kwaliteit van de openbare ruimte worden als absolute voorwaarden gezien voor de sociale en economische ontwikkeling van de stad. – Utrecht blijft veel aandacht geven aan veiligheid op straat, op werklocaties, in winkelcentra, in het openbaar vervoer en rondom parkeergarages etc. – voor de grotere werklocaties wordt in samenwerking met de gevestigde bedrijven parkmanagement opgezet, waarin veiligheid een hoofdzaak vormt. – wil de stad daarnaast haar primaire functie (ontmoetingsplaats) waarmaken, juist in de binnenstad, op stations en andere centrale plaatsen, dan zijn kwaliteit en toegankelijkheid van de openbare ruimte van cruciaal belang. Dat betekent ook dat Utrecht met ‘schoon, heel en veilig’ serieus werk maakt! Om de economische ambities van Utrecht waar te kunnen maken, dient de stad er de komende jaren voor te zorgen dat de belangrijkste kwaliteiten van de stad ook sterk en onderscheidend blijven, zodat Utrecht een aantrekkelijke vestigingsplaats blijft. Utrechts belangrijkste onderscheidende kwaliteiten zijn: 1 – de ruimtelijke kwaliteit van werklocaties. 2 – het woon- en leefklimaat inclusief het imago en de beleving van de stad.
ROC toerisme Ravellaan

daarmee de economische aantrekkelijkheid en de leefbaarheid van een

44 >

45 >

Onderscheidende kwaliteiten 1: kwaliteit kantoorlocaties en bedrijventerreinen Utrecht wil een divers palet aan werklocaties bieden. – de stad blijft inzetten op behoud, kwaliteitsverbetering, duurzaamheid en diversificatie van het aanbod aan kantoorlocaties en bedrijventerreinen. Dit houdt onder meer in: intensivering, waar nodig herstructurering, parkmanagement en vervoersmanagement. – Utrecht profileert zich (inter)nationaal met haar (toekomstige) toplocaties:
SGI Oudenrijn

Utrecht Centrum, Papendorp en Leidsche Rijn Centrum. Via een toegesneden promotie van de stad met haar toplocaties worden (beeldbepalende) bedrijven geacquireerd. – Utrecht biedt in regionaal verband de hoogstedelijke centrum- en knooppuntlocaties aan. – de Utrechtse kantoorlocaties moeten zich onderscheiden door een hogere ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteit, een goed imago en een passend prijsniveau. – op termijn moeten alle bedrijventerreinen voldoen aan nader overeen te komen duurzaamheidscriteria. Gestreefd wordt naar een ‘duurzaamheidslabel’ of certificering. – intensivering en zorgvuldig ruimtegebruik krijgen aandacht bij de (her) ontwikkeling van werklocaties. Onderscheidende kwaliteiten 2: woon- en leefklimaat, imago en beleving Het leefklimaat en de beroepsbevolking horen bij elkaar. Utrecht wil haar talent optimaal faciliteren. Wonen, sport, cultuur, vermaak, natuur en andere voorzieningen bepalen de aantrekkelijkheid van de stad voor mensen en bedrijven. Investeringen in het woon- en leefklimaat zijn met name van

Oud Amelisweerd

belang om het goed opgeleide arbeidspotentieel beter te binden aan de stad. Utrecht onderscheidt zich binnen de Randstad met haar voorzieningen, haar kleinschalige karakter, de historische binnenstad en het aangename wonen. – Utrecht zet in op behoud en versterking van de binnen de Randstad unieke combinatie van stad en ommeland, met haar historische, kleinschalige binnenstad en de ‘menselijke maat’. Op een aantal gebieden zal vooral een kwaliteitsslag moeten worden gemaakt. – de stad zet selectief maar actief in op de verwerving van ‘toppers’ (bedrijven, sportfuncties, culturele voorzieningen) als imagoversterkende beeldbepalers. Daarbij gaat het enerzijds om structurele voorzieningen en anderzijds om festivals en evenementen. – de (regionale) groene waarden blijven een essentieel onderdeel van het woon- en leefklimaat en daarmee één van de belangrijkste assets voor de toekomstige economische ontwikkeling van de stad. – Utrecht werkt actief aan een verruiming van het woningaanbod in met name de hogere segmenten en prijsklassen.

46 >

47 >

4.1

Bestaande werklocaties > Elke dag werken er circa 215.000 arbeidskrachten in de stad Utrecht. Arbeid die zich ruimtelijk gezien concentreert op kantoorlocaties, bedrijventerreinen en in winkelgebieden. De meest toonaangevende werklocaties waar Utrecht zich op dit moment naar buiten toe mee presenteert en profileert worden hieronder per type kort besproken.

Ruimte voor economie: werklocaties in beeld

4

4.1.1
Kantoorlocaties > De totale voorraad aan kantoren in Utrecht bedraagt bijna 2.150.000 m2 bvo. De belangrijkste locaties worden hieronder schematisch toegelicht. Stationsgebied Utrecht CS Locatietype: Omvang: Doelgroepen: Centrumlocatie 583.200 m2 bank- en verzekeringswezen, openbaar bestuur, transport (vooral NS), maatschappelijke organisaties Bereikbaarheid: Uitstekend per openbaar vervoer; knooppuntfunctie. Per auto redelijk. Perioden met veel congestie. Parkeren: Imago: Naast eigen parkeervoorzieningen circa 4.500 openbare plaatsen in parkeergarages. Centrummilieu met hoog voorzieningenniveau. Veel grote kantoren van banken, verzekeringswezen en non-profit organisaties Kanaleneiland Locatietype: Omvang: Doelgroepen: Periferie/snelweglocatie 401.100 m2 zakelijke dienstverlening, openbaar bestuur, bank- en verzekeringswezen, communicatie, automatisering Bereikbaarheid: Redelijk openbaar vervoer. Goede aansluiting op rijkswegennet. Parkeren: Imago: Gunstig. Kantoorfunctie deels gemengd met bedrijvigheid en detailhandel, op vroegere industriestrook langs Merwedekanaal. Functionele kantoorgebouwen met gebruikers uit diverse sectoren. Rijnsweerd/Stadion Locatietype: Omvang: Doelgroepen: Periferie/snelweglocatie 321.100 m2 bank- en verzekeringswezen, zakelijke dienstverlening, openbaar bestuur, automatisering Bereikbaarheid: Redelijk tot goed openbaar vervoer (HOV-verbinding). Goede

Kantoor Berenschot

48 >

49 >

buslijnen. Per auto matig. Parkeren: Imago: Beperkt op eigen terrein. Overigens alleen betaald parkeren. Gemengd gebied met accent op kleinschalige kantoren.

Maliebaan/Wilhelminapark Locatietype: Omvang: Doelgroepen: Centrumrand 123.900 m2 zakelijke dienstverlening, maatschappelijke organisaties Waterlinieweg binnen enkele minuten op de A27, maar veel congestie. Parkeren: Imago: Vooral betaald parkeren aan de Maliebaan. Bij een deel van de kantoorgebouwen beperkt parkeren op eigen terrein. Voornamelijk voormalige herenhuizen met kantoren van notarissen, makelaars, banken en non-profit instellingen.

Bereikbaarheid: Per openbaar vervoer matig. Per auto redelijk goed. Via de

4.1.2
Bedrijventerreinen > De stad Utrecht heeft netto in totaal ruim 427 ha bedrijventerrein, dus exclusief de zuiver als kantoorlocatie ontwikkelde kavels. Op 1 januari 2002 was daarvan ongeveer driekwart uitgegeven, ter grootte van 312 ha. aansluiting op rijkswegennet; wel perioden met congestie. Parkeren: Imago: Eigen parkeervoorziening op zich gunstig, maar in de praktijk onvoldoende. Hoge status door functie voor onder meer accountancy, notariaat, advocatuur en verzekeringswezen. Overwegend vrij nieuwe kantoorgebouwen van goede kwaliteit. Lage Weide (en Cartesiusweg) Locatietype: Omvang: Doelgroepen: Snelweglocatie 199.000 m2 zakelijke dienstverlening, automatisering, handel, nuts bedrijven Bereikbaarheid: Per openbaar vervoer matig. Per auto goed, maar congestie in de spits. Parkeren: Imago:
Bedrijven Kobaltweg

Voorraad bedrijventerrein gemeente Utrecht (per 1-1-2002) Bedrijventerrein nog Lage Weide * Oudenrijn** De Wetering Overvecht Noord Cartesiusweg Nieuwerijn (Papendorp) Haarrijn *** Demkade Park Voorn Vleuterweide RWZI Kanaleneiland Lunetten Totaal bruto opp. waarvan uitgegeven 216,0 98,0 75,0 43,0 40,0 38,0 35,0 8,4 7,0 6,0 9,8 5,0 581,2 154,0 70,0 59,0 35,0 31,0 27,0 25,0 5,4 6,0 4,0 7,9 3,0 427,3 153,6 56,5 10,3 32,3 31,0 4,5 0,0 5,4 6,0 1,5 7,9 3,0 312,0 uitgeefbaar 0,4 13,5 48,7 2,7 0,0 22,5 25,0 0,0 0,0 2,5 0,0 0,0 115,3 terstond 0,4 7,5 16,7 2,7 0,0 22,5 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 49,8 netto opp. netto reeds totaal

Redelijk ruim op eigen terrein; beperkt openbaar. Langs A2 moderne kantoorpanden op zichtlocatie. Bedrijfsterrein met menging van de kantoorfunctie met vooral industrie en transport. Aard kantoren: dienstverleners en industrie- en handelsgerelateerde kantoren.

Bron: Provincie Utrecht; bewerking afdeling Bestuursinformatie gemeente Utrecht * Inclusief deel Maarssenbroek dat eerst bij Maarssen hoorde

Oude Stad Locatietype: Omvang: Doelgroepen: Centrumlocatie 176.900 m2 openbaar bestuur, maatschappelijke organisaties

** Van totale uitbreiding met 25 ha is 21 ha ontwikkeld als bedrijventerrein, en de rest als kantoorlocatie *** Aangegeven oppervlak moet worden beschouwd als maximum, gezien mogelijke verruiming invulling Haarrijn

Lage Weide Lage Weide is door de grenscorrectie van 1-1-2001 uitgebreid met een deel van

Bereikbaarheid: Per openbaar vervoer goed door nabijheid CS en vele

50 >

51 >

het bedrijventerrein Maarssenbroek, dat eerder bij de gemeente Maarssen hoorde. Daarmee is Lage Weide gegroeid van netto ruim 100 naar ca. 145 ha. Een kwaliteit van Lage Weide is de schaal met ook kavels voor relatief veel ruimte vragende bedrijven in industrie, distributie en transport. Dergelijke bedrijfsfuncties hebben er vanaf de oplevering van het terrein in de jaren ‘50 een plaats gevonden. Geleidelijk aan is het een meer gemengd terrein geworden met een behoorlijk grote kantoorfunctie (9% van de Utrechtse voorraad) en ook enkele showrooms. Met die ontwikkeling is er voor delen van het terrein sprake van een zekere upgrading met meer aandacht voor gebouwen en omgeving. Die gegroeide diversiteit betekent aanbod voor diverse vraagsegmenten. Een zwak punt is dat het terrein qua vestigingsprofiel geen eenheid vormt. Overvecht Van later datum dan Lage Weide dateert het bedrijfsterrein Overvecht, waar de eerste bedrijven zich in 1968 hebben gevestigd. Met netto 35 ha. is het een veel kleiner bedrijfsterrein, dat kleinschaliger is ingevuld. Dat kleinschalige karakter is doorgetrokken bij de in 2000 gerealiseerde uitbreiding met netto ca. 7 ha. Het bedrijfsterrein heeft vooral een functie voor handel in en reparatie van auto’s, kleine industrie en perifere detailhandel. Bedrijfshallen zijn meestal niet groter dan 3000-4000 m2. Het terrein blijft voorzien in de behoefte aan middelgrote bedrijfsruimte. Kwaliteit en imago krijgen een stimulans door de uitbreiding met nieuwe bedrijfsgebouwen, en door gemeentelijke investeringen in de openbare ruimte. Oudenrijn Dit bedrijventerrein bestaat al geruime tijd en hoort na de grenscorrectie van 1 januari 2001 bij Utrecht. Het bedrijventerrein is in 1998 uitgebreid van 50 tot 74 ha. Kenmerkend is het gemengde karakter met bedrijven uit de sectoren handel, transport en industrie. Verder liggen er aan de N198 solitaire kantoorpanden. Het terrein heeft een eenvoudige uitstraling aangezien bij de bedrijfspanden het accent ligt op functionaliteit, en ook de omgeving sober is ingericht. Er is sprake van een snelweglocatie nabij aansluitingen op de A12 en de A2. Het al ingevulde deel van het terrein heeft een profiel met maximaal 50% kantoorruimte met een maximaal oppervlak van 2.000 m2 bruto vloeroppervlak. De uitbreiding met ca. 24 ha heeft een C-profiel. Een deel van de nog uit te geven kavels zal naar verwachting een B-profiel gaan
Kantoor KPMG

trage). Dit uit zich ook in de doelgroepen waarop dit bedrijventerrein zich richt: logistiek en distributie, kennisintensieve industrie, creatieve diensten en medisch farmaceutische bedrijven. Ook is er beperkte ruimte voor een aantal autobedrijven en een bedrijfsverzamelgebouw. Nieuwerijn Nieuwerijn is een onderdeel van de ontwikkeling Papendorp met een totaal netto uitgeefbaar oppervlak van 27 ha. Het is een snelweglocatie met op termijn ook een goede bereikbaarheid per openbaar vervoer (aanleg HOV). Het terrein is bestemd voor bedrijven in handel en productie, maar ook voor bedrijven met een relatief grote kantoorcomponent (50-70%). De doelgroep bestaat uit bedrijven in productie/assemblage en logistiek van met name high-tech producten. Het accent ligt op hoogwaardige panden met een moderne uitstraling. De opzet van het terrein zal ruim en groen zijn en zal net als de Wetering worden voorzien van parkmanagement.

4.1.3

Winkelcentra/grootschalige detailhandel > De belangrijkste Utrechtse winkelgebieden zijn het hoofdwinkelcentrum Utrecht-Centrum (dat bestaat uit de Oude Binnenstad en Hoog Catharijne), de beide stadsdeelcentra GWC Overvecht en GWC Kanaleneiland, een viertal grotere wijkcentra en de Utrechtse Woonboulevard. Samen hebben die centra ongeveer tweederde van het in de stad aanwezige verkoopvloeroppervlak in winkels. Net als in de totale stad is in de meeste van de genoemde centra het metrage de laatste tien jaar sterk gegroeid. Winkelaanbod en filialiseringsgraad in de belangrijkste winkelgebieden typologie Oude Binnenstad Hoog Catharijne GWC Overvech GWC Kanaleneilan Amsterdamsestraatweg-Midden Nachtegaalstr./Burg. Reigerstr Kanaalstraat/Damstraat Woonboulevard Kanaleneiland overige winkelgebieden totaal Utrecht
Bron: Locatus, april 2002

aantal winkels 649 123 88 64 89 67 73 61 748 1.962

waarvan filiaal (%) 24 58 72 63 22 25 5 49 22 28

m2vvo 90.625 42.505 21.577 14.337 12.274 9.627 5.589 81.944 141.515 419.993

waarvan filiaal (%) 48 88 90 87 43 40 17 72 53 61

hoofdwinkelcentrum hoofdwinkelcentrum stadsdeelcentrum stadsdeelcentrum wijkwinkelcentrum wijkwinkelcentrum wijkwinkelcentrum perifeer/specialistisch wijk- en buurtwinkelc.

krijgen (vanaf 2003 beschikbaar). De Wetering Met de ontwikkeling van De Wetering (netto 59 ha uitgeefbaar terrein) is een nieuwe generatie bedrijventerrein op de markt gebracht. De hoogwaardige uitstraling komt tegemoet aan de vraag van steeds meer gebruikers naar kwaliteit van gebouwen en omgeving. Het is ook het eerste Utrechtse bedrijventerrein waar de openbare ruimte zal worden beheerd door middel van parkmanagement. Verder is er de goede verkeersontsluiting, met een directe aansluiting op de A2. Gezien de ligging nabij het Stadshart Leidsche Rijn, met een NS-station, zal het zuidelijk deel (‘Wetering-Zuid’) worden ontwikkeld als een locatie met

In alle winkelgebieden in Utrecht tezamen zijn bijna 2.000 winkels met een totaal vloeroppervlak van zo’n 420.000 m2. Daarnaast zijn er in de winkelgebieden nog eens een kleine 1.500 vestigingen waarvan de helft gericht is op leisure (horeca, cultuur en ontspanning) en de andere helft bestaat uit particuliere dienstverleners (zoals bankfilialen, reisbureaus, uitzendbureaus en verhuur en

Kantoor VSU

een B-profiel, dus met een grotere kantoorcomponent (hier 30-50% van het me-

52 >

53 >

reparatie van goederen). Van het totale winkelbestand in Utrecht is 28% franchisenemer of betreft het een filiaal van een keten. Het gaat om 61% van het vvo. Winkelketens kennen dus gemiddeld een veel grotere winkelomvang.

4.2

Werklocaties in beeld: programma voor de toekomst > Op haar weg naar een ‘Ontmoetingsplaats voor Talent’ wil Utrecht haar werkgelegenheidsfunctie koesteren maar is daarbij selectief. De stad kiest voor doorgaande economische groei en ontwikkeling, maar wil zich op een aantal prioritaire sectoren beleidsmatig concentreren. Zo wil Utrecht haar positie als dienstenstad versterken en internationaliseren. Tegelijkertijd zet de gemeente in op het verder uitbouwen van haar medisch- en gastvrijheidscluster. Daarnaast wil de gemeente een kwaliteitsslag bewerkstelligen op het gebied van de individuele bedrijfsvoering, de gezamenlijke bedrijfsvoering in clusters van bedrijven en van werklocaties als totaliteit. Om haar ambities waar te kunnen maken is niet alleen beleidsmatig maar ook fysiek ruimte voor bedrijven nodig. Ruimte die past bij de vestigingsplaatswensen en voorkeuren van met name de prioritaire sectoren en activiteiten en ruimte die zich vertaald naar verschillende type werklocaties (kantoorlocaties, bedrijventerreinen, kleinschalige bedrijfsruimte maar ook winkelgebieden en leisure/recreatie). Simpel gesteld: zonder ruimte geen bedrijven. Groei en ontwikkeling kan deels worden gerealiseerd op de bestaande werklocaties. Daarnaast zullen nieuwe concentraties worden ontwikkeld. In het Regionaal Structuurplan heeft Utrecht samen de regiogemeenten vastgelegd welke locaties en volumes in de komende jaren zullen worden ontwikkeld. Het RSP heeft rechtsgeldigheid tot 2005 en biedt een streefbeeld tot 2015. Overeengekomen is dat afwijkingen op het uitvoeringscontract RSP in BRU-verband worden afgestemd. De RSP-opgaven zijn in de bijgaande kaart weergegeven. De belangrijkste ontwikkelingen en locaties worden hieronder toegelicht. De drie grote locaties waar Utrecht de komende 10 á 15 jaar op wil inzetten zijn: – stationsgebied: 190.000 m2. Bovenop het Centraal Station en met de oude binnenstad op een steenworp afstand. Het Stationsgebied is met name een aantrekkelijk als centrale locatie voor (fuserende en concentrerende) banken, verzekeraars, opleidingskantoren, frontoffices van internationale kantoren en hoofdkantoren. – Papendorp: ca. 400.000 m2. In de oksel van de rijkswegen A12 en A2 ontwikkelt Papendorp zich als nationale toplocatie voor zakelijke dienstverleners en kennisintensieve bedrijvigheid. – Leidsche Rijn Centrum: 400.000 m2. Vanaf het jaar 2008 zal het LRC zich ontwikkelen als tweede centrum van de stad. Hier worden de voordelen van een centrumlocatie en een interregiostation gekoppeld aan de ligging aan de rijksweg A2. De locatie zal naar verwachting een brede doelgroep aanspreken van zowel zakelijke dienstverleners, financiële dienstverleners, opleidingskantoren en hoofdkantoren. Buiten deze drie grote locaties zal de komende jaren een gelimiteerd aantal middelgrote kantoorontwikkelingen worden gerealiseerd, onder meer: – Galgenwaard – Vliegend Hertlaan 30.000 m2 bvo 19.000 m2 bvo ting wordt 80-85% van de nieuwe kantoren gevuld met organisaties en bedrijven die elders in Utrecht een bestaand pand achterlaten. Dit biedt voldoende mogelijkheden om ook de vraag in het middensegment en lagere segment in Utrecht goed te bedienen.

4.2.1
Kantoorlocaties > In december 2001 heeft het College ingestemd met een advies aangaande de ontwikkeling van kantorenlocaties (OGU nr. 01.115777, 8 januari 2002). Hieronder worden de hoofdpunten daaruit samengevat. De prognose voor de vraag naar kantoorruimte in Utrecht geeft voor de komende 10 á 15 jaar een gemiddelde groei van ca. 75.000 m2 bvo per jaar. Utrecht zet de komende periode in op
Ontwikkeling op Papendorp

ontwikkeling van 3 grote locaties (Stationsgebied, Papendorp, Leidsche Rijn Centrum) in het topsegment en een beperkt aantal middelgrote locaties. Door vooral te kiezen voor kantorenlocaties aan de bovenkant van de markt zal er in Utrecht in de bestaande voorraad voldoende doorstroming komen. Naar schat-

54 >

55 >

– Wetering Zuid – Oudenrijn – Pythagoraslaan – As Kanaleneiland – Vleuterweide – overige kleinschalige locaties

30.000 m2 bvo 60.000 m2 bvo 28.000 m2 bvo 35.000 m2 bvo 35.000 m2 bvo

bedrijvigheid en (commerciële) research activiteiten, bijvoorbeeld voor de life sciences sector. De planhorizon betreft de periode 2010-2015. Onduidelijk over welke ruimtelijke component het gaat; in het plan Koolhaas gaat het om max.10 ha. Voor bovengenoemde locaties geldt dat Wetering-Zuid, Oudenrijn en Nieuwerijn volgens de huidige planning voor 2005 op de markt zullen komen. Voor Haarrijn en Strijkviertel begint de uitgifte pas op middellange termijn (20052010). Haarrijn heeft in de oorspronkelijke planvorming een puur C-profiel. Mogelijk wordt in het kader van optimalisatie de functionele invulling van deze locatie verruimd, naar bijvoorbeeld woningbouw. Het aangegeven areaal C-terrein is dan ook het maximum en zal mogelijk lager uitvallen. De andere locaties bieden zowel een B- als een C-profiel aan. De profielen van het aanbod aan bedrijventerrein en de mate waarin de bedrijven willen voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen zijn op dit moment de belangrijkste selectiecriteria bij het al dan niet toelaten van bedrijven. Op de huidige en toekomstige terreinen wordt geen strategische reservering gemaakt. Een eerste inventarisatie van de behoefte vanuit Utrechtse bedrijven en/of gemeentelijke belangen aan ruimte voor bedrijfsverplaatsing binnen de gemeente wijst uit dat er voor de periode tot 2008 een concrete ruimtebehoefte van ca. 24 ha. bestaat. Daarbij gaat het primair om de opvang van Utrechtse bedrijven die op dit moment in Utrecht zijn gehuisvest maar op hun locatie niet zijn te handhaven in verband met functieverandering ter plaatse of in de directe omgeving. Het betreft met name bedrijven in het C segment (transport, distributie logistiek), die door de ontwikkeling van Leidsche Rijn met de daarvoor benodigde infrastructuur, alsmede door andere grootschalige infrastructurele projecten (verbreding A2, verdubbeling spoorlijnen) zullen moeten verplaatsen. Daarnaast zijn ook stringentere milieumaatregelen en binnenstedelijke bouwopdrachten aanleiding voor bedrijven om naar een andere locatie in Utrecht om te zien. In deze inventarisatie is de (latente) verplaatsingsvraag vanuit de bestaande stad, bijvoorbeeld in het kader van intensivering, binnenstedelijke transformatie naar woongebieden of leefbaarheidsversterking in de wijken, nog niet meegenomen. Een nadere uitwerking van deze inventarisatie maakt onderdeel uit van de economische beleidsagenda, agendapunt integraal bedrijventerreinenbeleid, dat moet leiden tot het ‘Ontwikkegeplande uitgifte uitgeefbaar uitgeefbaar uitgeefbaar deels vanaf 2003 deels vanaf 2004 vanaf 2005 vanaf 2007 onbekend lingskader bedrijventerreinen’. Het is daarnaast van groot belang dat gegeven de actuele behoefte van dus minimaal 24 ha. op korte termijn wordt nagedacht over de allocatie van deze ruimtevraag. Hierbij geldt dat praktisch gezien het voor een aantal van deze bedrijven gezien hun activiteiten niet altijd mogelijk zal blijken te zijn te voldoen aan de segmenterings- en de kwaliteitseisen die initieel worden gesteld. Autosloopbedrijven zijn hier een voorbeeld van. Onderzocht zal moeten worden op welke wijze in de ruimtebehoefte van deze bedrijven kan worden voorzien en onder welke voorwaarden binnen bedrijventerreinen hiervoor ruimte kan worden gevonden. Voorkomen moet worden dat voor deze bedrijven slechts één locatie beschikbaar zal zijn waardoor een te grote concentratie inbreuk kan maken op het na te streven

Bij elkaar telt het door de stad Utrecht gewenste kantorenprogramma op tot ca. 1.300.000 m2 tot het jaar 2015. De exacte invulling en verdeling van de gewenste kantorenvolumes voor de grote en middelgrote locaties moeten nog worden vastgelegd in het nieuwe RSP voor de periode 2005-2015. Gezien de afzetmogelijkheden is het noodzakelijk dat de stad Utrecht zich strikt houdt aan het restrictieve kantorenbeleid. Buiten de aangewezen locaties komen andere locaties tot 2015 niet in aanmerking voor de bestemming kantoren, tenzij er sprake is van uitruil met een van de aangewezen locaties of aanzienlijke verruiming van de marktruimte op jaarbasis. Voor kleinschalige ontwikkelingen tot een maximum van 1.500 m2 bvo kantoorruimte per ontwikkeling kan per project afgewogen worden of er een uitzondering kan worden gemaakt op het restrictieve beleid.

4.2.2
Bedrijventerreinen > De totale planvoorraad bedrijventerreinen in de stad Utrecht overstijgt de direct uitgeefbare voorraad. Volgens de meest recente inventarisatie was per 1 januari 2002 een kleine 50 hectare direct uitgeefbaar. Een aanbod dat vooral geconcentreerd is op de locaties De Wetering (16.7 ha.) en Nieuwerijn (22 ha.). Van het huidige aanbod heeft circa 30 ha. een zogenaamd C-profiel en 20 ha. een B-profiel. Met het huidige uitgiftetempo is er momenteel in beide segmenten voldoende aanbod. Naast de 50 ha. direct uitgeefbaar terrein, is er op dit moment nog 118 ha. aan bedrijventerrein gepland. Een bijzondere locatie vormt de Uithof. Voor deze onderwijslocatie worden momenteel plannen ontwikkeld, waarbij (mogelijk) ook ruimte wordt geboden voor Planvoorraad bedrijventerrein in de gemeente Utrecht, per 1 januari 2002 (netto ha.) Locatie Lageweide Overvecht Noord Nieuwerijn De Wetering Oudenrijn Haarrijn (maximaal oppervlak, zie tekst) Strijkviertel Vleuterweide RWZI-terrein Totaal
Bron: Provincie Utrecht, DTZ Zadelhoff Research

2002 0,4 2,7 22,5 48,7 13,5 25,0 52,0 2,5 167,3

profiel C C B B/C C (C) B/C C B/C

56 >

57 >

kwaliteitsniveau. Duidelijk moet ook zijn dat deze bedrijven aan het (mogelijk iets lagere) kwaliteitsniveau zullen moeten voldoen. Utrecht heeft op de korte en middellange termijn een beperkt aantal locaties die in de opvang van deze bedrijven voorzien. Met name de bedrijventerreinen Haarrijn en Strijkviertel lijken, gezien de fase waarin deze terreinen zich bevinden, in eerste instantie de belangrijkste kandidaten. Kanttekening hierbij is overigens wel dat de invulling van de locatie Haarrijn wordt heroverwogen. Een klein deel van de verplaatsingsbehoefte betreft watergebonden bedrijvigheid. Geconstateerd moet worden dat daartoe binnen de gemeente Utrecht uitsluitend op bedrijventerrein Lage Weide vestigingsmogelijkheden liggen. Gezien de zeer beperkte ruimte op het terrein en de veelal specifieke ruimtevraag zal het terrein mogelijk niet kunnen voorzien in de verplaatsingsbehoefte. In het ‘Ontwikkelingskader bedrijventerreinen’ zullen richtingen moeten worden aangegeven voor de strategische reserveringen. Consequentie daarvan is dat de huidige beoogde invulling van geplande terreinen mogelijk wordt bijgesteld. Verwachte uitbreiding Utrechtse detailhandel Locatie Uitbreiding of nieuwe ontwikkeling met een stedelijk of bovenstedelijk karakter Stationsgebied-Hoog Catharijne Stadsdeelcentrum Leidsche Rijn Stadion Galgenwaard Regionale bouwmarkt Leidsche Rijn verwachte uitbreiding tuincentra Leidsche Rijn verwachte uitbreidingsruimte Woonboulevard uitbreiding Ikea initiatief GWC Kanaleneiland Subtotaal Uitbreiding winkelgebied met buurt/wijk functie Veldhuizen Merelstraat-Draaiweg Tolsteeg-Smaragdplein Parkwijk-Zuid Vleuterweide Terweide Hooggelegen Kanaal Damstraat Groeneweg midden terrein Berberhof W.C. ‘t Goylaan Brandweerpanden Binnenstad Subtotaal Totaal
Bron: afdeling EZ, gemeente Utrecht. * Inclusief leisure en dienstverlening, maar exclusief horeca

4.2.3 4.3
discussies. Ambities

Winkelcentra en grootschalige detailhandel > In Utrecht bestaan plannen voor de uitbreiding van het winkelareaal met ruim 220.000 m2. Voor een groot deel hangen deze plannen samen met de ontwikkeling van Leidsche Rijn (90.000 m2). Andere belangrijke uitbreidingen betreffen het Stationsgebied (35.000 m2) en de verwachte uitbreiding van de woonboulevard (60.000 m2). Het gaat deels over plannen waarover nog geen definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden.

Toekomstbeeld 2030: zoekrichtingen > Voor de economische ontwikkeling na 2010 zijn nog geen programma’s of locaties vastgesteld in gemeentelijke of regionale besluitvorming. In het Economisch Profiel Utrecht wordt niet voorgesorteerd op nog lopende fwegingen, die mede in het kader van de gemeentelijke structuurvisie zullen worden gemaakt. Wel worden hier een aantal zoekrichtingen en ambities
Winkelcentrum Kanaleneiland

m2 bvo * 35.000 40.000 6.000 10.000 10.000 60.000 3.800 10.000 174.800 2.000 2.000 3.500 5.300 12.000 12.000 3.700 2.000 2.000 1.000 2.000 800 48.300 223.100

geformuleerd die nadrukkelijk moeten worden gezien als input voor de

Het Economisch Profiel Utrecht geeft de economische visie en ambities weer voor 2010 met een doorkijk richting 2030. Ook na 2010 is de slogan ‘Utrecht, Ontmoetingsplaats voor Talent’ het uitgangspunt voor de gemeentelijke visie op de economische ontwikkeling van Utrecht. Het Economisch Profiel zet daarmee in op het doortrekken van de kwalitatieve en structurele ambities zoals deze in de onderhavige nota zijn geformuleerd. Utrecht kiest voor doorgaande economische groei en ontwikkeling, maar is daarbij selectief. Groei moet daarom ook na 2010 plaatsvinden door verdere specialisatie en groei in een aantal prioritaire sectoren en in kwaliteit van zowel individuele bedrijfsvoering als van clusters en werklocaties als geheel. Dit betekent dat na 2010: – wordt ingezet op een doorgaande marktconforme ontwikkeling van kantoren, in lijn met de groei van de economie en de marktvraag/-behoefte van de geformuleerde prioritaire sectoren en activiteiten. – voor wat betreft de ontwikkeling en invulling van bedrijventerreinen het accent primair ligt op het alloceren van verplaatsende of uit te plaatsen Utrechtse bedrijven. – een verdere ontwikkeling van de binnenstad als gastvrije ontmoetingsplaats wordt voorzien. – nieuwe locaties voor geconcentreerde grootschalige detailhandel moeten worden aangegeven. Ruimtelijke zoekrichtingen Kantoorlocaties: potenties voor kantoorontwikkelingen na 2010/2015 worden

58 >

59 >

Uitbreiding binnenstad: de inzet op de ontwikkeling van Utrecht als gastvrije ontmoetingsplaats betekent een toenemende aantrekkingkracht van de binnenstad op bezoekers en stedelingen. Functioneel vertaalt zich dit in een toenemend draagvlak voor economische, culturele en maatschappelijke voorzieningen in en rond de binnenstad. Het bestaand stedelijk kerngebied biedt hiervoor op de (middel)lange termijn niet voldoende ruimte. Ruimtelijk gezien wordt daarom richting 2030 een uitbreiding en uitdijing van de binnenstad voorzien. Deze zal plaatsvinden aan de westkant van het station, op en rondom het Jaarbeursterrein, maar ook langs belangrijke centrumstedelijke vervoersassen en naar gebieden buiten de singels. Deze gebieden kunnen qua profiel worden getypeerd als functiemengingszones waarbinnen (nieuwe) vormen van interactie tussen wonen, werken, voorzieningen en ontspanning ontstaan. Ruimtelijk gezien betekent dit dat in deze zones aan onder andere kleinschalige bedrijfshuisvesting, detailhandel, woon-werkvormen en (openbare) voorzieningen ruimte voor ontwikkeling moet worden geboden. Grootschalige detailhandel: Utrecht is een ‘booming city’ zowel qua economische ontwikkeling als aantal inwoners. De schaalsprong die de stad maakt noopt tot een grote aandacht voor een evenwichtige en gezonde ontwikkeling. De nieuwe bewoners en werknemers vragen immers om aanvullende voorzieningen onder meer op het gebied van grootschalige detailhandel. Om adequaat op deze behoefte in te kunnen spelen is een aantal met name gezien op openbaar vervoerknooppunten, bijvoorbeeld op en nabij Randstadspoorhaltes. Verder vormt de A2 de centrale ontwikkelingsas van Utrecht, waarlangs groei en intensivering kansrijk wordt geacht. Door intensivering van ruimtegebruik en verdere verdichting zal op de Utrechtse toplocaties Utrecht Centrum, Papendorp en Leidsche Rijn Centrum toevoeging van volume plaats kunnen vinden. Hetzelfde geldt voor de kantoorconcentraties langs de Graadt van Roggenweg/ Weg der Verenigde Naties en de Beneluxlaan, die ook mede vanuit het oogpunt van bereikbaarheid als kansrijke kantoorlocaties worden gezien. Optioneel wordt na 2010/2015 als zoekrichting gedacht aan de ontwikkeling van een of meer nieuwe toplocaties voor kantoren. Opties zijn langs de A2 tussen Leidsche Rijn Centrum en Hooggelegen, in Rijnenburg, op de Kromhout-locatie, nabij de Lunettenknoop en op/over verkeersplein Oudenrijn. Bedrijventerreinen: na 2010 zijn bedrijventerreinen in Utrecht een schaars goed. De invulling van locaties als De Wetering, Nieuwerijn, Strijkviertel en mogelijk ook Haarrijn heeft dan volgens de huidige planning plaatsgevonden. Toch zal aan verplaatsende of uit te plaatsen Utrechtse bedrijven ook na 2010 een blijvende plek in de gemeente moeten worden geboden. Intensivering op bestaande bedrijventerreinen zal naar verwachting in beperkt mate additionele ruimte genereren. Als zoekrichting voor de ontwikkeling van bedrijventerrein en de opvang van Utrechtse bedrijven wordt primair gedacht aan de locatie Rijnenburg. Daarnaast wordt (beperkte) uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Overvecht als zoekrichting gezien. mogelijke locaties voor nieuwe ontwikkeling en voor uitbreiding van het bestaande aanbod benoemd. Uitgangspunt is het bewerkstelligen van een structuur die evenwichtig over de stad is verdeeld en die voor wat betreft de locatiekeuze aansluit op de bestaande voorzieningen- en vervoersstructuur. Op de middellange termijn zijn de volgende zoekrichtingen voor grootschalige detailhandelslocaties denkbaar: – de Wetering-Zuid, als onderdeel van de zogenaamde geluidswal A2. – uitbreiding van de woonboulevard Kanaleneiland ten zuiden van de A12. – binnen het ‘kwadrant’ in Overvecht (in combinatie met een uitbreiding van het GWC en gemengd met wonen, eventueel zich uitstrekkend tot over de RWZI-locatie).

60 >

61 >

visie contact groei rijk provincie fa ciliteren initië sectoren locaties ·samenwerken regio bedrijven ren·publiek privaat partnership afstemmen afspre ken aanpakken ·ruimte richting randvoorwaarden strategie marketing monitoring·prioriteiten grammatransformeren realiseren·visie contact pro plannen ontwikkelen bouwen faseren projecten regio·bedrijven·sectoren loca groei·rijk provinciefa ciliteren initiëren·publiekgro ties ·samenwerken pri vaat partnership afstemmen afspreken aanpakken ruimte richting randvoorwaarden·strategie marke keting monitoring·prioriteiten programma projec ten plannen ontwikkelen bouwen·faseren transfor meren realiseren·visie contact groei·rijk provincie regio ·bedrijven·sectoren locaties ·samenwerken fa ciliteren initiëren·publiek privaat partnership af stemmen afspreken aanpakken·ruimte richting ran randvoorwaarden·strategie marketingplannen ont ring·prioriteiten programma projecten monitoring ontwikkelen bouwen ·faseren transformeren reali seren·visie contact groei·rijk provincie regio ·bedrij ven·sectoren locaties·samenwerken fa ciliteren initiëren·publiek privaat partnership afstemmen afspreken aanpakken·ruimte richting randvoorwaa waarden·strategie marketing monitoring·prioritei ten programma projecten plannen ontwikkelen bo bouwen·faseren transformeren realiseren·visie co contact groei·rijk provinciefa ciliteren initiëren ·pu regio ·bedrijven ·secto ren locaties·samenwerken afstemmen afspreken bliek privaat partnership randvoorwaarden ·stra aanpakken ·ruimte richting tegie marketing monitoring·prioriteiten program ma projecten plannen ontwikkelen bouwen groei ri ren transformeren realiseren·visie contact ·fasere groei·rijk provinciefa ciliteren initiëren ·publiek pri ties ·samenwerken regio ·bedrijven·sectoren loca visie contact groei·rijk provincie fa ciliteren initië sectoren locaties ·samenwerken regio ·bedrijven ren·publiek privaat partnership afstemmen afspre ken aanpakken ·ruimte richting randvoorwaarden strategie marketing monitoring·prioriteiten grammatransformeren realiseren·visie contact pro plannen ontwikkelen bouwen faseren projecten regio·bedrijven·sectoren loca groei·rijk provinciefa ciliteren initiëren·publiekgro ties ·samenwerken pri vaat partnership afstemmen afspreken aanpakken ruimte richting randvoorwaarden·strategie marke keting monitoring·prioriteiten programma projec ten plannen ontwikkelen bouwen·faseren transfor meren realiseren·visie contact groei·rijk provincie regio ·bedrijven·sectoren locaties ·samenwerken fa ciliteren initiëren·publiek privaat partnership af stemmen afspreken aanpakken·ruimte richting ran randvoorwaarden·strategie marketingplannen ont ring·prioriteiten programma projecten monitoring ontwikkelen bouwen ·faseren transformeren reali seren·visie contact groei·rijk provincie regio ·bedrij ven·sectoren locaties·samenwerken fa ciliteren initiëren·publiek privaat partnership afstemmen afspreken aanpakken·ruimte richting randvoorwaa waarden·strategie marketing monitoring·prioritei ten programma projecten plannen ontwikkelen bo bouwen·faseren transformeren realiseren·visie co contact groei·rijk provinciefa ciliteren initiëren ·pu regio ·bedrijven ·secto ren locaties·samenwerken afstemmen afspreken bliek privaat partnership

5.1

INSTRUMENTARIUM > Strategie dient als middel om ambities te realiseren. De economische ontwikkeling van Utrecht wordt niet door de gemeente gerealiseerd: ondernemers, werknemers, bedrijven, ontwikkelaars en beleggers zijn de belangrijkste actoren. De gemeentelijke overheid kan wel door visie, economisch beleid en expliciete aandacht voor de juiste randvoorwaarden de optimale condities scheppen. Het instrumentarium van een gemeente is breed, maar in veel gevallen betreft het indirecte manieren om stedelijke ontwikkelingen en private investeringsstromen te beïnvloeden. Directe instrumenten zijn: – bestemmingsplannen. – publieke investering en ontwikkeling. – (selectieve) gronduitgifte. – strategische aankopen. – publiek-private samenwerking. Instrumenten gericht op beïnvloeding van actoren zijn: – visie-ontwikkeling. – communicatie en overleg. – promotie en acquisitie. – subsidiëring. – vergunningenbeleid (milieu, exploitatie, etc.). – bondgenootschappen: aanspreken van bedrijfsleven op belangen en verantwoordelijkheden. – afstemming en samenwerking met omliggende gemeenten en provincie. Utrecht ziet de economische actoren als haar natuurlijke bondgenoten. De stad wil dan ook middels deze visie een vernieuwde impuls geven aan de samenwerking met haar stedelijke partners. De visie en ambities die hiervoor zijn verwoord worden hieronder vertaald naar een strategisch agenda voor de Utrechtse economie. Deze agenda vormt de leidraad voor het uitvoeringsprogramma van het EPU voor de komende jaren. Gemeente Utrecht nodigt haar bondgenoten dan ook uit om de onderstaande agenda met haar te realiseren. De agenda spitst zich toe op economisch beleid of zaken met een sterk raakvlak met economisch beleid. Voor andere zaken, waaronder met name de basisvoorwaarden zoals hiervoor beschreven, wordt verwezen naar beleid in de desbetreffende bestaande of in ontwikkeling zijnde beleidsnota’s, met name het GVVP en de Structuurvisie. Financiële en planmatige consequenties De economische strategische agenda bestaat uit een breed palet van uiteenlopende projecten en beleidstrajecten. Tezamen dekken ze de prioriteiten binnen het veld van economische ontwikkeling. De agendapunten: – resulteren in direct uitvoerende activiteiten (Promotie en Acquisitie, Veiligheid op werklocaties). – bieden deels kaders voor uitvoeringsprogramma’s waarvoor mogelijk ook GSB of D-2 middelen kunnen worden ingezet (bijvoorbeeld Talentenplan). – vormen actualisatie van bestaande beleidskaders (ontwikkelingskader kantoren en bedrijventerreinen). – zijn deels kaderstellend voor marktpartijen (met name ontwikkelingskader kantoren en bedrijventerreinen). – geven richting aan de uitgaven van bestaande budgetten (met name EZ-budgetten, bijvoorbeeld marketing). – dragen bij aan integrale beleidsontwikkeling op deelgebieden (gastvrijheidscluster ten aanzien van Ontwikkelingsvisie Binnenstad).

Strategie voor de Utrechtse economie

5

62 >

63 >

– resulteren in nieuwe beleidsvisies en/of dienstoverschrijdende inzichten (Talentenplan, in samenwerking met DMO; gastvrijheidscluster, in samenwerking met wijkbureau Binnenstad). – resulteren in verdieping clusterbeleid EZ (medisch cluster). Voor zover de agendapunten niet resulteren in directe uitvoering, volgt voor elk punt een eigen bestuursadvies met concrete uitvoeringspunten, inclusief betreffende financiële paragraaf met overzicht van de kosten en de bijbehorende dekking. Mede gezien beschikbare budgetten en de omvang van dit programma zal uitwerking en uitvoering worden gefaseerd over een aantal jaren, omdat het (meerjaren)budget uitvoering EPU, noch de capaciteit van de afdeling EZ, een gelijktijdig start van alle acht punten toestaat. De afdeling Economische Zaken zal de coördinatie voeren over dit programma en de uitvoering initiëren, stimuleren en mede verzorgen en het bestuur adviseren. Gezien beschikbare budgetten en de omvang van dit programma zal uitwerking en uitvoering worden gefaseerd over een aantal jaren. De afdeling EZ zal het bestuur jaarlijks informeren over de voortgang van de agendapunten.

5.2.1
TALENTENPLAN > Plan op hoofdlijnen Opstellen van een Talentenplan, waarin concrete voorstellen worden geformuleerd voor de uitwerking van de notie ‘Utrecht, Ontmoetingsplaats voor Talent’. Twee thema’s staan centraal: – het ook op de lange termijn garanderen van een goedopgeleide, ‘employable’ beroepsbevolking. Belangrijk onderdeel daarin vormt de afstemming onderwijs-arbeidsmarkt. Achterliggende doelstelling: werkloosheid én personeelstekorten op de lange termijn bestrijden. – versterken van Utrechts profiel als stad met een ‘science base’ door gerichte inventarisatie van mogelijkheden ter facilitering van (internationaal) ‘toptalent’. Hieronder valt ook aandacht voor Utrecht als studentenstad en stad van kennisintensieve bedrijvigheid. Speerpunten van dit strategisch beleidsonderwerp

5.2
1 – talentenplan.

Aan bod komen: – inzicht op de bestaande situatie, bestaande en toekomstige knelpunten op de arbeidsmarkt. – inzicht in de rol van studenten en hoger onderwijs in de stedelijke economie. – formulering beleidsdoelstellingen, gebaseerd op de sturingsmogelijkheden van de overheid. – inzicht in bestaande instrumenten en projecten (er gebeurt natuurlijk al het nodige!) en het formuleren van (desgewenste) aanvullende instrumenten en projecten. – voorstel voor uitvoering, kosten en financiële dekking.

ECONOMISCHE BELEIDSAGENDA VOOR UTRECHT > De economische beleidsagenda is gebaseerd op de hiervoor beschreven toekomstvisie. Voor elk van de strategische en beleidsintensiveringspunten wordt kort aangegeven wat de doelstelling en hoofdlijnen zijn. Strategische Agendapunten: prioriteiten in nieuw beleid

Relatie met leidende thema en analyse dragers – talent vormt de toekomst van de Utrechtse economie; hoge uitvalspercentages in het (V)MBO onder met name allochtone jongeren geven aanleiding tot zorg voor zowel het toekomstig Utrechts arbeidspotentieel als de arbeidsmarktpositie van de betreffende jongeren. – er is sprake van een mismatch in de huidige vraag-aanbod verhouding op de lokale en regionale arbeidsmarkt. – (kennisintensief) ondernemerstalent vormt een drager van de stedelijke economie. – de onderwijsfunctie en (inter)nationale uitstraling van universiteiten en hogescholen versterken het profiel en imago van Utrecht. Relatie met bestaand economisch beleid (o.m. gemeentelijke nota’s) – sluit aan op het Collegeprogramma 2001-2006 (‘De lerende stad’). – geeft invulling aan de doelstellingen van het SOP (vergroten van kansen op en mogelijkheden van de arbeidsmarkt, versterken van de relatie tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt). – sluit aan op het huidige arbeidsmarktbeleid, zoals o.a. geformuleerd in de gemeentelijke nota Werk In Uitvoering. – voortbouwend op huidig MKB- en startersbeleid. Rol EZ in dit beleid Initiërend, stimulerend, bijdragen leveren. Belangrijkste partners Het doel is om, in nadrukkelijke samenwerking tussen DSO (EZ, Wonen, S&M), DMO (SoZaWe, Onderwijs en CZ), onderwijsinstellingen, kenniscentra en bedrijfsleven (UU, HBO-instellingen, ROC’s, KvK, Syntens, Kenniscentrum Utrecht, Unité), te komen tot een talentenplan. Waar nodig zal afstemming worden gezocht met BRU en Provincie.

2 – internationale promotie en acquisitie. 3 – medisch cluster. 4 – gastvrijheidscluster. 5 – veiligheid op werklocaties. Intensivering van het bestaand beleid 6 – strategisch kantorenbeleid. 7 – integraal bedrijventerreinenbeleid. 8 – Utrecht verankeren in de deltametropool / Utrecht, centraal in de regio. Continuering bestaand beleid Te continueren beleid wordt kort toegelicht met een beknopte samenvatting van actuele relevante beleidsnota’s.

64 >

65 >

5.2.2
> Project op hoofdlijnen acquisitie

INTERNATIONALE PROMOTIE EN ACQUISITIE Utrecht gaat promotie- en acquisitieactiviteiten uitvoeren die gericht zijn op de internationale kantorenmarkt en op internationale profilering van Utrecht als vestigingslocatie. Op korte termijn wordt een workshop georganiseerd, samen met provincie Utrecht, t.b.v. uitwerken vervolgstappen. Aansluitend wordt een business-plan promotie en acquisitie opgesteld. Speerpunten van dit strategisch beleidsonderwerp, uit te werken in het businessplan promotie en – uitwerking van vorm en intensiteit samenwerking met provincie Utrecht. – uitgaand van de in het Economisch Profiel Utrecht 2010 onderscheiden doelgroepen een praktische specificering uitwerken van doelgroepen, naar activiteiten en sectoren; per doelgroep wordt een marktbenadering opgesteld. – activiteitenplan voor promotie&acquisitie opstellen. – uitwerking beschikbare en betaalbare acquisitiemiddelen en prioriteitstelling op basis van mogelijkheden. – afweging uitvoering of extern. – voorstel voor uitvoering, kosten en financiële dekking.

5.2.3
MEDISCH CLUSTER > Plan op hoofdlijnen Analyse van het medisch cluster, met bijzondere aandacht voor de biomedische sector ofwel life sciences, in Utrecht en de regio. Speerpunten van dit strategisch beleidsonderwerp In de notitie komen aan bod: – analyse van de in Utrecht aanwezige medische zorg-, onderzoeks- en onderwijsinstellingen en gelieerde bedrijvigheid en de aanwezige onderlinge verbanden. – nadere analyse van het life science segment binnen het medisch cluster. – verkenning van mogelijkheden ter versterking van de samenwerking tussen instellingen onderling en met bedrijven. – conceptuele en ruimtelijk-functionele uitwerking van het medisch cluster in Utrecht; – verkenning van de potentiële rol van de gemeente en een aanzet tot gericht clusterbeleid; – voorstel voor uitvoering, kosten en financiële dekking. Relatie met leidende thema en analyse dragers

Relatie met leidende thema en analyse dragers Economisch Profiel Utrecht 2010 – promotie en acquisitie richten zich op versterking van (toekomstig) dragende sectoren, in het bijzonder (inter)nationale hoofdkantoren. – talent en ontmoetingsplaats en de onderscheiden dragers vormen de rode draad voor economische profilering in de promotie. Relatie met bestaand economisch beleid (o.m. gemeentelijke nota’s) – voortbouwend op huidige segmenteringbeleid c.q. selectiviteit bij het faciliteren van bedrijven (‘juiste bedrijf op de juiste plek’) met het oog op mobiliteit. – voortbouwend op de huidige afstemming van bedrijven en locaties (product-marktcombinaties). – sluit aan bij internationale aspiraties Utrecht op het gebied van sport, cultuur, onderwijs en evenementen (o.a. Collegeprogramma 2001-2006, meerjarenvisie Kunst- en Cultuurbeleid). – uitgaand van kantoorontwikkelingsopgave zoals overeengekomen in regionaal verband (RSP). Rol EZ in dit beleid Sturend, initiërend en stimulerend: plannen maken en grotendeels zelf uitvoeren. Belangrijkste partners Provincie Utrecht Ministerie EZ / CBIN Projectbureau Leidsche Rijn Projectorganisatie Stationsgebied Concerncommunicatie samenwerking, afstemming, informatie-uitwisseling afstemming, informatie-uitwisseling afstemming afstemming afstemming

Het cluster aan zorg- en medische instellingen vormt een van de dragers van de Utrechtse economie. Delen van het medisch cluster zijn zeer gespecialiseerd en kennisintensief (‘Talent’). Relatie met bestaand economisch beleid (o.m. gemeentelijke nota’s) In het Stedelijk Ontwikkelingsplan wordt de biomedische sector ofwel life sciences als een van de kansrijke sectoren onderscheiden. Ook de provincie Utrecht geeft in haar Streekplan 2005-2015 aan middels gericht beleid te willen werken aan de positieversterking van de (bio)-medische sector. In de ruimtelijk-economische ontwikkelingsstrategie (REOS) van het BRU is het stimuleren van het kenniscluster volksgezondheid als speerpunt geformuleerd; ondanks verschillen in de benaming gaat het hoofdlijnen over dezelfde groepen activiteiten, bedrijven en instellingen. Rol EZ in dit beleid Initiërend, analyserend, sturend en stimulerend. Belangrijkste partners DSO Stedenbouw Projectbureau Leidsche Rijn GG&GD UMC / Universiteit / grote ziekenhuizen BRU Provincie Utrecht Utrechts Netwerk voor Innovatie en Economie Kamer van Koophandel Utrecht afstemming, bijdrage leveren afstemming, bijdrage leveren afstemming, bijdrage leveren bijdrage leveren afstemming segmentering, optie samenwerking samenwerking, afstemming visie-ontwikkeling, klankbord afstemming, klankbord

66 >

67 >

5.2.4
> Plan op hoofdlijnen

Belangrijkste partners Wijkbureau Binnenstad DMO Culturele Zaken Platform Binnenstad Utrecht Projectorganisatie Stationsgebied Wijkraad Binnenstad Concerncommunicatie Secretarie AZ (veiligheidsbeleid) Provincie Utrecht samenwerking, afstemming, uitvoeringsprogramma’s samenwerking, afstemming, uitvoering samenwerking, afstemming afstemming afstemming afstemming afstemming afstemming, informatie-uitwisseling

GASTVRIJHEIDSCLUSTER Centrale doelstelling van Utrecht is versterking van haar functie als gastvrije ontmoetingsplaats. Samen met wijkbureau Binnenstad en in nauw overleg met betrokken partijen worden hiertoe operationele, meetbare doelstellingen én bijbehorende acties uitgewerkt. Deze worden afgestemd met en in principe opgenomen in de Wijkvisie Binnenstad en het Wijkprogramma Binnenstad. Ontwikkeling van het ‘product’ gastvrije ontmoetingsplaats zal worden gevolgd aan de hand van voor handen zijnde indicatoren uit bestaande Utrechtse onderzoeken (Monitor Kernwinkelapparaat, Wijkenmonitor, Monitoring Toerisme en Leefbaarheid, e.a.): – aanbodsontwikkeling (horeca, winkels, musea, evenementen, congressen, e.a.). – functioneren, kwantitatief (bezoekers, bestedingen). – functioneren, kwalitatief (waardering bezoekers en bewoners) en – promotioneel (meer bekendheid, hogere kwalificaties). Speerpunten – versterking van het contact en samenwerking met ondernemers, culturele instellingen, bewoners en andere betrokkenen, initieel via de bestaande overlegstructuren en in aanvulling daarop in het kader van Binnenstadsmanagement. – bevorderen van de versterking van het toeristisch en cultureel aanbod (m.n. bestaande musea, ook eventueel nieuwe musea of attracties). – versterking van productbenadering en promotie (Museumkwartier ipv individuele musea). – versterking van promotie en marketing gericht op de doelgroepen van het toeristisch beleid: zakelijk toerisme, meerdaags toerisme en cultureel toerisme. – promotie van Utrechtse kwaliteiten bij toonaangevende partijen in reisbranche, zoals Michelin (Groene Gids) – onderzoek naar marktruimte voor en wenselijkheid van leisure voorzieningen Utrecht. – bevorderen realisatie van het virtueel uitbureau, verbetering van de samenwerking tussen VVV, RonDom en UBT. – bevorderen van de totstandkoming van praktische, faciliterende zaken: verbetering van de bewegwijzering van culturele en toeristische voorzieningen, parkeren van touringcars, e.a. – integrale monitoring en rapportage aan het bestuur. Relatie met leidende thema en analyse dragers Invulling wordt gegeven aan het thema Ontmoetingsplaats; tevens wordt hiermee toegepast beleid ontwikkeld ten aanzien van de ‘drager’ Gastvrijheidscluster. Relatie met bestaand economisch beleid (o.m. gemeentelijke nota’s) – Collegeprogramma 2001-2006 (uitvoering MJP Toerisme, aandacht voor ‘makers’, podia, broedplaatsen en culturele uitwisseling). – SOP (toerisme, kunst-en-cultuur zijn kansrijke sectoren; stimuleren cultuur-historisch en zakelijk toerisme en festivals en evenementen). – Meerjarenprogramma Toerisme. – Meerjarenvisie Kunst- en Cultuurbeleid. – Detailhandelsnota. Rol EZ in dit beleid Initiëren, stimuleren, bijdragen leveren, rapporteren.
68 >

5.2.5
> Plan op hoofdlijnen

VEILIGHEID OP WERKLOCATIES Ontwikkeling van integraal beleid om de veiligheid en veiligheidsbeleving op en rond ondernemerslocaties te bevorderen; Opstellen van een actueel programma om met partners: a. alert te reageren en eventuele knelpunten snel aan te pakken, b. de bereikte veiligheid te borgen, c. ondernemers verder te stimuleren en te faciliteren, d. de kennis voor veilig ondernemen te managen. Speerpunten strategische beleidsontwikkeling – ontwikkeling bestuurlijke aanpak criminaliteit (criminele investeringen, louche zaken). – herijking publieke en private taakstelling (consequenties terugtredende overheid, toename private veiligheidssector). – ontwikkeling veiligheidsconcepten bedrijventerreinen (relatie met: duurzaam ondernemen, parkmanagement) – ontwikkeling gemeentelijke regierol veilig ondernemen. – ontwikkeling strategische samenwerking met partners. – ontwikkelen doelstellingen op basis van eigen en gezamenlijke sturingsmogelijkheden. – ontwikkeling monitor veilig ondernemen (gebiedsthermometer). – toepassing keurmerk veilig ondernemen. – kennismanagement veilig ondernemen (betrokkenheid UU en HBO, internetplatform). Relatie met leidende thema en analyse dragers Veiligheid en veiligheidsbeleving vormen belangrijke randvoorwaarden voor een gezonde economische groei. Steeds vaker wordt veiligheid door ondernemers nadrukkelijk meegewogen bij de besluitvorming ten aanzien van vestiging of handhaving van hun bedrijven. Relatie met bestaand economisch beleid – ‘Veilig ondernemen’ is één van de doelstellingen binnen het ‘Stedelijk kader voor veiligheid’ dat is opgezet binnen het Grote Steden Beleid. Als indicator opgenomen in de benchmark ondernemersklimaat. – Veel aandacht voor het onderwerp in Collegeprogramma 2001-2006 Rol EZ in dit beleid Initiërend, stimulerend, voorwaardenscheppend, faciliterend, regie.

69 >

Ontwikkelingskader Kantoren en Bedrijven. Samen met het OGU heeft EZ een trekkersrol in de werkgroep Belangrijkste partners Extern: MKB, RaadNDH, VNO-NCW, K.v.K., brancheorganisaties. Ondernemersverenigingen, -kringen en -platforms. Politie, NPC, RPC, onderwijsinstellingen (UU en HvU) Intern: AZ, Wijkbureau´s, DSO (stedebouw), DSB (schoon en heel), DMO (sociale infrastructuur) Rol EZ in dit project Trekker, initiator en uitvoerder. Belangrijke partners OGU Projectbureau Leidsche Rijn Projectbureau Stationsgebied DSO, verkeer, milieu, bouwbeheer, stedenbouw Provincie Utrecht regiogemeenten, BRU Kamer van Koophandel vastgoedpartijen, makelaars, ontwikkelaars Regionaal overleg bouwgemeenten afstemming, samenwerking afstemming afstemming samenwerking samenwerking, afstemming afstemming, informatie-uitwisseling samenwerking samenwerking afstemming kantorenlocaties (ambtelijk niveau) en de stuurgroep kantorenlocaties (bestuurlijk niveau) waar de grote lijnen t.a.v. stedelijke kantoorontwikkelingen worden uitgezet.

5.2.6
> Inhoud op hoofdlijnen – stationsgebied – Papendorp – Leidsche Rijn Centrum

STRATEGISCH KANTORENBELEID Vertalen visie EPU op dragende sectoren ((inter)nationale (hoofd)kantoren / zakelijke dienstverleners, medisch, gastvrijheid en MKB) in concrete product-marktcombinaties (PMC) voor de geplande Utrechtse kantoorlocaties tot 2015. Het accent ligt hierbij op:

Het resultaat van dit agendapunt zal aan het bestuur worden voorgelegd als de actualisatie van het kantorendeel van het Ontwikkelingskader Kantoren en Bedrijven (Raadsbesluit maart 1999). Speerpunten van het project – per locatie wordt een PMC opgesteld (doelgroepen, ruimtereservering, kwaliteitsniveaus). – bij het benoemen van de PMC wordt vorm gegeven aan de internationale ambities van de stad. Dit dient als input voor het samenwerkingsproject ‘Internationale promotie en acquisitie’ met de provincie Utrecht (zie agendapunt 5.2.2). – bij het formuleren van de PMC wordt specifiek aandacht besteed aan het creëren van doorstromings- en door groeimogelijkheden van Utrechtse kantoorgebruikers vooral in het midden- en lagere marktsegment. – aandacht wordt besteed aan behoud kwaliteit en marktconformiteit bestaande kantoorlocaties. Relatie met leidende thema en analyse dragers – uitwerking ambitie: ‘Utrecht (inter)nationale toplocatie voor (hoofd)kantoren’. – uitwerking ambitie: ‘Utrecht ankerpunt van de Deltametropool’. – locationele vertaling ‘Utrecht, stad van (inter)nationale dienstverleners’. – kantoren bieden werkgelegenheid aan het Utrechtse talent (beroepsbevolking). – invulling kwaliteitsnotie EPU: Utrecht zet met name in op locaties met een hoog kwaliteitsniveau, waarmee een aantrekkelijk internationaal vestigingsmilieu ontstaat. – door toevoeging aan de bovenzijde van de markt ontstaat doorstroming in het middensegment en de onderzijde van de Utrechtse kantorenmarkt, o.a. ten behoeve van de vestiging van dragende sectoren als non-profitorganisaties (bijvoorbeeld uit het medisch cluster). Relatie met bestaand economisch beleid – Stedelijk Ontwikkelingsplan (‘Utrecht internationaal’, ICT). – Collegebesluit actualisering kantoren RSP (11 december 2001). – Businessplan Promotie en Acquisitie (agendapunt 5.2.1.2).

5.2.7
> Plan op hoofdlijnen

INTEGRAAL BEDRIJVENTERREINENBELEID Vertalen visie EPU op dragende sectoren ((inter)nationale (hoofd)kantoren / zakelijke dienstverleners, medisch, gastvrijheid en MKB) in concrete product-marktcombinaties (PMC) voor de geplande Utrechtse bedrijventerreinen tot 2015. De belangrijkste locaties zijn: Wetering-Zuid, Haarrijn, Strijkviertel, Oudenrijn en Nieuwerijn. Naast deze grote locaties zal de komende jaren een beperkt aantal kleinschalige bedrijventerreinontwikkelingen en herstructureringen worden gerealiseerd. Het resultaat van dit agendapunt zal aan het bestuur worden voorgelegd als de actualisatie van het bedrijvendeel van het Ontwikkelingskader Kantoren en Bedrijven (Raadsbesluit maart 1999). Speerpunten van dit project – per locatie wordt een PMC opgesteld (doelgroepen, ruimtereservering, kwaliteitsniveaus). – uitwerken huidig allocatievraagstuk omtrent ver- en uit te plaatsen bedrijven in Utrecht als gevolg van functieverandering ter plaatse of in de directe omgeving. Concreet gaat het om circa 24 ha. vooral bedrijven met een C-profiel. Met name de ontwikkeling van Leidsche Rijn met de daarvoor benodigde infrastructuur, alsmede andere grootschalige infrastructurele projecten (verbreding A2, verdubbeling spoorlijnen) hebben verplaatsing van bedrijvigheid tot gevolg. Daarnaast zijn stringentere milieumaatregelen en binnenstedelijke bouwopdrachten aanleiding voor bedrijven om naar een andere locatie in Utrecht om te zien. – in kaart brengen van toekomstige stedelijke uit- en verplaatsingsbehoefte. – uitwerking van duurzaamheidsmogelijkheden en intensiveringsmogelijkheden voor alle bestaande en nieuwe bedrijventerreinen. – aandacht wordt besteed aan behoud en verbetering van kwaliteit en marktconformiteit van de bestaande en nieuwe bedrijventerreinen. – benoemen van zoekrichtingen voor bedrijventerreinontwikkeling na 2010/2015. Relatie met leidende thema en analyse dragers

Er wordt ingezet op continuering en actualisering van het restrictieve kantorenbeleid (uitgifte van gemeentelijke kavels vindt plaats nadat de eindgebruikers in de beoogde doelgroepen bekend zijn), zoals neergelegd in

– Utrecht ziet het MKB als economische drager. De stad wil de schaarse ruimte aan bedrijven-terreinen primair beschikbaar stellen aan (door)startende en groeiende MKB-bedrijven.

70 >

71 >

– Utrecht wil gevestigde bedrijven in Utrecht blijvend faciliteren (juist ook op bedrijventerreinen, met name de sectoren bouw, industrie, groothandel en logistiek). – sluit aan bij de wens om selectiviteit te hanteren bij economische groei en dus niet alle typen bedrijven toe te laten. Vanaf 2015 wordt in principe alleen nog maar bedrijventerrein beschikbaar gesteld voor Utrechtse bedrijven. – invulling kwaliteitsnotie EPU: Utrecht zet in op locaties met een hoog kwaliteitsniveau.

Relatie met leidende thema en analyse dragers Gericht en actief invulling geven aan de geformuleerde economische ambities: – Utrecht: ‘Ankerpunt van de Deltametropool’. – Utrecht: ‘Spil in de netwerkregio Utrecht’. Relatie met bestaand economisch beleid

Relatie met bestaand economisch beleid (o.m. gemeentelijke nota’s) – Collegeprogramma (verbetering beheer en toezicht bedrijventerreinen, revitalisering waar nodig). – voortbouwend op huidig segmenteringbeleid c.q. selectiviteit bij het faciliteren van bedrijven (‘juiste bedrijf op de juiste plek’) met het oog op mobiliteit. – voortbouwend op de huidige afstemming van bedrijven en locaties (product-marktcombinaties). – uitgaand van ontwikkelingsopgave voor bedrijventerreinen zoals overeengekomen in regionaal verband (RSP). – voortbouwend op, actualisering van Ontwikkelingskader Kantoren en Bedrijven (1999). Rol EZ in dit beleid Initiërend, analyserend, sturend en deels uitvoerend. Belangrijkste partners DSO Midu OGU Projectbureau Leidsche Rijn DSO Verkeer, Stedenbouw en Monumenten BRU Provincie Utrecht afstemming, bijdrage leveren afstemming, bijdrage leveren afstemming, bijdrage leveren afstemming afstemming afstemming

– collegeprogramma 2001-2006: ‘Utrecht is onderdeel van de economische motor van Nederland ook wel Deltametropool genoemd. Utrecht kan en wil als stad geen metropool worden. De Randstad is de metropool. Utrecht is daarbinnen een belangrijke kern’. ‘De regionale samenwerking (..) moet (..) in ieder geval betrekking hebben op de terreinen ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer, volkshuisvesting en economische zaken.’ Rol EZ in dit beleid Ondersteunend, voorbereidend, analyse/onderzoek, en via participatie in overlegstructuren. Belangrijkste partners APM Provincie Utrecht BRU Projectbureau Leidsche Rijn POS initiatief, afstemming, coördinatie afstemming, samenwerking, informeren afstemming, samenwerking, informeren afstemming afstemming

5.2.8
> Plan op hoofdlijnen

5.3

CONTINUERING VAN BESTAAND BELEID > In de navolgende paragrafen wordt een korte beschrijving van het actuele economische beleid gegeven waar het de zogenaamde ‘kleine economie’ betreft. Het betreft recente bij Raadsbesluit vastgestelde nota’s tenzij anders vermeld. MKB beleid, wijkeconomie, starters Het collegeprogramma 2001-2006 geeft een aantal prioriteiten voor het gemeentelijk beleid ten aanzien van midden- en kleinbedrijf in de stad en in de wijken. De belangrijkste punten uit hoofstuk 2.1.1. ‘Economische zaken’ worden hieronder genoemd: – roor middel van een intensiever (politie)toezicht moeten bezoekers en ondernemers van HC hun gevoel van veiligheid terug krijgen. – met behulp van onder andere Wijkontwikkelingsmaatschappijen zal worden geprobeerd om het vestigingsklimaat voor de middenstand in de (oude) wijken te herstellen. – de detailhandel in de buurten wordt verder gestimuleerd. – de instandhouding van buurtwinkelcentra en winkels in de buurt zal worden bevorderd. Winkelcentra worden opgeknapt, zo nodig worden centra samengevoegd. – de positie van het Midden- en Kleinbedrijf verdient bijzondere aandacht. – de functies wonen en werken dienen waar mogelijk te worden gemengd. – kleinschalige bedrijfsactiviteiten die geen hinder veroorzaken worden in woonwijken geaccepteerd. – structureel overleg met het (agrarisch) bedrijfsleven zal worden voortgezet. – initiatieven van en voor startende ondernemers worden gestimuleerd. – het beleid moet worden gericht op het bevorderen van het startersklimaat voor beginnende ondernemers. – er dienen meer bedrijfsverzamelgebouwen te komen voor startende ondernemers.

UTRECHT VERANKEREN IN DE DELTAMETROPOOL/ UTRECHT, CENTRAAL IN DE REGIO De boodschap van het EPU ‘Utrecht als Ontmoetingsplaats voor Talent’ en de hieraan gekoppelde ruimtelijke component binnen de Deltametropool en regio uitdragen en inbedden in relevante beleidskaders. Voor wat betreft de volgende schaalniveaus betekent dit: Deltametropool/Randstad: communiceren van de Utrechtse economische boodschap ten behoeve van inbreng in nationale en bovenregionale beleidsdocumenten; Regio: maken van regionale afspraken omtrent de kwaliteit en de kwantiteit van te ontwikkelen kantoorlocaties en bedrijventerreinen. De stad Utrecht legt hierbij het accent op het aanbieden van de grootstedelijke centrumlocaties (kantoren) en het reserveren van bedrijventerreinen voor de opvang van de lokale behoefte. Utrecht ziet zowel de regiogemeenten (BRU) als de Provincie hierin als haar natuurlijke partners. Speerpunten van dit strategisch beleidsonderwerp – zorg dragen voor economische input in Randstad/Deltametropool en G4-overleggen – monitoren discussie en uitwerking Vijfde Nota R.O. (o.a. uitwerking landsdeelconvenanten) – organiseren en (indirect) leveren van de economische input in regionale (provincie en BRU) ruimtelijk-economische beleidstrajecten. – initiatief nemen voor regionale samenwerking en afstemming omtrent de regionale programmering van werklocaties. Bezien wordt of het mogelijk is om regionaal contracten af te sluiten die integrale programma’s omvatten (kantoorlocaties, bedrijventerreinen, maar ook wonen en mogelijk groen/recreatie).

72 >

73 >

– de mogelijkheden om van Kanaleneiland-Zuid een Kenniswijk te maken worden onderzocht. – bestaande bedrijfsterreinen moeten zo nodig worden gerevitaliseerd. – er moet ruimte komen voor (grootschalige) evenementen buiten de binnenstad. – de mogelijkheid tot verplaatsing van de meubelboulevard zal worden onderzocht. – er komen geen grootschalige winkelvoorzieningen aan de rand van de gemeente (weidewinkels). – de bereikbaarheid van de oude binnenstad moet zo snel mogelijk worden hersteld. De autoluwheid van de binnenstad moet worden aangepast. In 2001 worden hiertoe voorstellen gedaan. De bereikbaarheid voor bewoners en verzorgend verkeer is hierbij uitgangspunt. De herschikking van verkeersmaatregelen ten behoeve van de autoluwheid en een betere verkeerscirculatie blijft voortdurend noodzakelijk. – het belang van kleinschalige detailhandel (midden en kleinbedrijf), de buurtwinkel of het buurtcentrum wordt erkend. Dit zal worden bevorderd door gerichte economische stimuleringsmaatregelen (zoals in de Damstraat en het Ledig Erf) en het in overleg met eigenaren opknappen van (kleine) winkelcentra. Tevens zullen non-profit voorzieningen, kinderopvang en gezondheidscentra op buurtniveau bevorderd worden, waar mogelijk in combinatie met bestaande voorzieningen. Binnen 1 jaar zullen hiertoe voorstellen worden gedaan. – bij als zodanig door het college bestemde probleemgebieden kan de economische en sociale factor de doorslag geven boven de ruimtelijke factor. – hoewel de evenementen van de Jaarbeurs veel bezoekers trekken, en de stad daar economisch voordeel van heeft, komen veel van die bezoekers met de auto en zit het verkeer vele dagen per jaar vast. Op korte termijn zal een dialoog met de Jaarbeurs worden gestart over de positie en lokatie van de Jaarbeurs. – de gemeente Utrecht maakt - met actieve inbreng van het Utrechtse bedrijfsleven, waaronder het Utrechts Netwerk voor Innovatie en Economie (UNIE) - binnen een half jaar een Economisch Profiel, waarin de economische ambities van de stad en regio Utrecht als onderdeel en als ‘poort’ van de Randstad/Deltametropool worden geformuleerd. Inzet is de versterking van de economische clusters, zoals ICT/new economy, vastgoedontwikkeling, financiële en zakelijke diensten, industrie, distributie, handel, communicatie en toerisme, uitmondend in een concreet economisch programma, van projecten en acties voor gemeente en bedrijfsleven met aandacht voor de randvoorwaarden, zoals woon/werkbalans, relatie onderwijs-arbeidsmarkt en kwaliteit van bedrijfslocaties. – de positionering en omvang van de afdeling Economische Zaken wordt versterkt om de invloed van de economische functie, ondernemers en bedrijfsleven in beleid, ontwikkeling en beheer van de stad meer in evenwicht te brengen. – startende bedrijven en ondernemers zijn - als onderdeel van het MKB - een belangrijke bron voor vernieuwing in de economie en dynamiek in de stad. Het gemeentelijk startersbeleid (ondersteuning, financieringen, huisvesting) zal worden geïntensiveerd Er zullen nieuwe mogelijkheden voor bedrijfsverzamelgebouwen worden geboden in nieuwbouw, maar ook in de herontwikkeling van oude en/of markante panden. Het werken aan huis zal in nieuwbouwprojecten verder gestimuleerd worden, incl. de mogelijkheden voor bedrijfswoningen en atelierwoningen (wijkeconomie, functiemenging en telewerken, mede ter verbetering van de woon-werkbalans), beperkende gemeentelijke (ruimtelijke) voorwaarden zullen zo veel mogelijk worden geflexibiliseerd. – er zal een programma worden opgesteld - naar inspirerend voorbeelden uit Maastricht - om met behulp van publiek- en privaatrechtelijke middelen (bijvoorbeeld een vastgoedfonds), mogelijkheden te scheppen om meer hoogwaardige winkels terug te brengen in de binnenstad (bijvoorbeeld in de Brandweerpanden aan de Ganzenmarkt). Met de binnenstadondernemers zal - naar inspirerend voorbeeld uit Tilburg - centrummanagement worden ingevoerd, waarmee door ondernemers en gemeente, gezamenlijk sturing wordt gegeven aan de kwaliteitsontwikkeling, de gezelligheid, de promotie en het beheer van het Utrechtse kernwinkelgebied. – het Meerjarenprogramma ‘Zet ‘m op Toerisme’ zal worden uitgevoerd. – het huidige koopzondagenbeleid blijft gehandhaafd. Over 2 jaar zal het koopzondagenbeleid worden geëvalueerd en zal er een raadplegend referendum plaatsvinden over een eventuele uitbreiding van het aantal koopzondagen. – de CDA fractie maakt een voorbehoud ten aanzien van de uitbreiding van het aantal koopzondagen.

Arbeidsmarktbeleid (Notacyclus Werk in Uitvoering, 2001) Ondanks de groei van de economie in de afgelopen jaren en de enorme behoefte aan arbeidskrachten slagen duizenden mensen er niet in om op eigen kracht een baan te vinden. Zij hebben veelal een te grote afstand tot de arbeidsmarkt opgelopen. De gemeente wil zoveel mogelijk mensen uit deze groep aan het werk helpen. Scholing, activering en banen (in diverse soorten) zijn de sleutelwoorden in het gemeentelijk arbeidsmarktbeleid. Met het arbeidsmarktbeleid stelt de gemeente zich ten doel: – het percentage geregistreerde werklozen in de gemeente Utrecht in tien jaar terug te brengen tot het landelijk gemiddelde. In 2004 moet het verschil met 40 procent zijn verkleind (anno 2002 is deze doelstelling reeds gerealiseerd). – de daling van de werkloosheid in Overvecht, Zuilen, Ondiep, Kanaleneiland en Hoograven voor een aantal specifieke groepen (langdurig werklozen, allochtonen, lager opgeleiden, ouderen en vrouwen) gelijke tred te laten houden met de stedelijke ontwikkeling. – het verschil in werkloosheid tussen allochtonen en autochtonen in 2003 gehalveerd te hebben. – dat iedere leerling voldoende gekwalificeerd - bij voorkeur met een diploma - de school verlaat. Bij de activering en scholing van werkzoekenden is de sluitende aanpak het uitgangspunt. Dit betekent dat voor iedere werkzoekende wordt bepaald welke inspanningen nodig zijn om hem of haar te laten uitstromen naar regulier werk, gesubsidieerd werk of vrijwilligerswerk. Doelstelling is dat alle mensen die nu in de bijstand zitten, uiterlijk medio 2004 een aanbod krijgen voor het één of het ander. Iedere werkzoekende die tot de verantwoordelijkheid van de gemeente behoort volgt een individueel bepaald traject richting werk. Belemmerende factoren zoals sociaal-medische problemen of schulden worden daarin bestreden. Mogelijkheden worden door opleidingen en trainingen zoveel mogelijk benut. Voor de financiering van deze taak krijgen gemeenten vanaf 2004 de beschikking over één reïntegratiebudget, dat minder zal bedragen dan de budgetten die tot dusver ter beschikking stonden. Gemeenten zijn vrij in de wijze van besteding van het reïntegratiebudget. Dat betekent bijvoorbeeld dat gekozen moet worden in hoeverre uit dat budget nog gesubsidieerde banen worden bekostigd. Banen die in de regel maatschappelijk nuttige functies betreffen en die veelal aan werkzoekenden een eerste reële mogelijkheid op werk bieden. Twee groepen krijgen extra aandacht: – drugsverslaafden en de dak- en thuislozen, die wat betreft activering tot nu toe een vergeten groep waren. De gemeente heeft een uitzendbureau voor dak- en thuislozen opgezet dat hen extra begeleiding biedt, gericht op terugkeer in de maatschappij. – allochtonen, onder wie de werkloosheid drie maal zo hoog is als onder autochtonen. Een voorbeeld van een project is de aanstelling van een ‘werk-makelaar’ voor allochtone jongeren, die probeert de match tussen werkzoekende jongeren en werkgevers in de wijk te realiseren. Het arbeidsmarktbeleid van de gemeente hangt nauw samen met het economisch beleid. Het is tenslotte de bedoeling dat de werkzoekende aan werk komt. Bevordering van werkgelegenheid heeft (economische) ontwikkeling van de burger tot gevolg en draagt daarmee bij aan de totale economische ontwikkeling van Utrecht. Andere inzet van het werkgelegenheidsbeleid betreft bevordering van employability van werknemers. Door stimulering van doorgroei komen banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt vrij die nieuwe mogelijkheden bieden voor werkloze werkzoekenden. Er is ook een relatie tussen het arbeidsmarktbeleid en het grotestedenbeleid. In bepaalde wijken is de werkloosheid groter dan het stedelijk gemiddelde: deze wijken krijgen extra aandacht vanuit het grotestedenbeleid. Overvecht, Zuilen, Ondiep, Kanaleneiland en Hoograven krijgen extra aandacht in het activerings- en scholingsbeleid van de gemeente.

74 >

75 >

Het arbeidsmarktbeleid van de gemeente Utrecht staat uiteengezet in drie brochures, die ook op de gemeentelijke internetsite (utrecht.nl) staan: – WIW beleids- en bestedingsplan 2002. – actieplan Doorstroom gesubsidieerde arbeid. – startersbeleid als uitstroombeleid. Zet ‘m op toerisme, meerjarenprogramma toerisme 2000-2004 (december 2000) Het toeristisch beleid, zoals vastgelegd in ‘Zet ‘m op toerisme’ kent de volgende doelen: – verbetering van de kwaliteit van het toeristisch aanbod. – inzet op: cultuurhistorisch toerisme (o.a. Museumkwartier, Utrecht monumentenstad), zakelijk toerisme (meerdaagse bijeenkomsten), evenementen en watertoerisme. Dit alles geënt op het maken van een kwaliteitsslag. – selectieve groei van het aantal toeristen. Utrecht zet in op de ‘kwaliteitstoerist’: de liefhebber van cultuurhistorie, die rustiger van aard is dan de ‘massatoerist’ en in Utrecht ook meer van zijn gading vindt dan de massatoerist. – spreiding van het toerisme over de stad en van evenementen in tijd en plaats. Spreiding ontlast de binnenstad en ook andere delen van de stad hebben veel moois te bieden. – verder aandacht voor voorwaarden van toeristische ontwikkelingen met als speerpunt de verbetering van de toeristische (verblijfs)omgeving. Utrecht wordt nu nog vooral bezocht door dagtoeristen. – vervullen van randvoorwaarden voor een aantrekkelijk toeristisch imago: schoon, veilig en bereikbaar. Overige voorwaarden: gebruik buitengebied in combinatie met de stad, definiëren imago, formuleren duidelijk primair product (Unique Selling Points), een goed secundair product (kwaliteit van de voorzieningen) en een goede interne (info, organisatie, parkeren, afstand tussen voorzieningen) en externe bereikbaarheid (bekendheid van het product). De bevordering van het toerisme vindt plaats door middel van een groot aantal projecten en acties, die deels al langer liepen en deels in gang zijn gezet door Zet ‘m op toerisme. Een greep hieruit: – voortzetting van de marketing en promotie van het Museumkwartier. – het stimuleren van de organisatie van meerdaagse congressen om het zakelijk toerisme te bevorderen; hiervoor krijgt het Utrechts Bureau voor Toerisme subsidie van de gemeente. – de uitgave van een evenementenkalender (ook op internet) en de inrichting van nieuwe evenemententerreinen. – maatregelen om Utrecht aantrekkelijker te maken voor watertoeristen, zoals de aanleg van een tweede passantenhaven (ook om het meerdaags verblijf te stimuleren) en herinrichting van de Zuilense Vechtoever. – verbetering van de bereikbaarheid van de stad per touringcar. – watervervoer tussen de musea. – een groot aantal promotionele activiteiten. Kleinschalige Bedrijfshuisvesting, strategisch kader (collegebesluit, april 2000) Het College heeft in 2000 het strategisch kader Kleinschalige Bedrijfshuisvesting vastgesteld. Versterking van de kleinschalige bedrijvigheid moet resulteren in extra werkgelegenheid, meer functiemenging (van wonen en werken) en verbetering van de leefbaarheid van de wijken. De drie doelstellingen van het strategisch kader zijn: – een actueel beeld geven van kleinschalige bedrijvigheid en kleinschalige bedrijfshuisvesting in Utrecht. – het aangeven aan welke volumes en kwaliteiten van kleinschalige bedrijfshuisvesting in Utrecht behoefte is. – het bieden van een kader aan de hand waarvan de ontwikkeling van bedrijfsverzamelgebouwen en woonwerkeenheden in de wijken gestalte kan krijgen. De gemeente ziet bedrijfshuisvesting primair als een zaak van de markt, maar wil de ontwikkeling ervan waar mogelijk ondersteunen. Dit doet zij onder meer door het verbeteren en vergroten van het aanbod van kleine bedrijfsruimten en kavels.

In de vraag naar kantoorruimte kan worden voorzien door bestaande kantoorruimte te handhaven, door in stedenbouwkundige programma’s meer kleinschalige kantoren op te nemen, door het ontwikkelen van bedrijfsverzamelgebouwen en door realisatie van vrijstaande kantoorpanden voor meerdere gebruikers. In de vraag naar bedrijfsruimte kan worden voorzien door het aanbieden van zelfstandige units in bedrijvenclusters of verzamelgebouwen. Naast de bestaande ca. zestien bedrijfsverzamelgebouwen in de stad zijn nieuwe bedrijfsverzamelgebouwen in voorbereiding. Verdere uitbreiding met nieuwe verzamelgebouwen is wenselijk. De bijdrage van de gemeente aan de kleinschalige bedrijvigheid gaat overigens verder dan bedrijfshuisvesting. De gemeente werkt aan snelle vergunningverlening en heldere communicatie over het beleid. Er bestaat één loket voor ondernemersvragen (de bedrijvenwinkel). Ook subsidieert de gemeente activiteiten van een aantal organisaties die starters begeleiden en opleiden.

‘Boodschap aan winkels’ - detailhandelsnota Utrecht (april 2000) Versterking van de nationale en regionale positie van Utrecht als winkelstad. Dat is de belangrijkste doelstelling uit de nota Boodschap aan winkels. Dit vereist een gevarieerd en hoogwaardig aanbod van winkels in het stadscentrum - winkels die bovendien goed bereikbaar zijn. De ontwikkeling van het stationsgebied biedt een grote kans om de detailhandel in het centrum een nieuwe impuls te geven. Dicht bij huis moeten inwoners terecht kunnen in aantrekkelijke winkelcentra voor een compleet aanbod van dagelijkse boodschappen. Op buurt- en wijkniveau streeft de gemeente daarom naar het in stand houden en, waar nodig, versterken van de winkelvoorzieningen. Daarbij behoort het bevorderen van een gezond ondernemersklimaat. Maatregelen en acties, die een bijdrage leveren aan het versterken van de detailhandel, zijn onder meer: – het bevorderen van samenwerking en overleg tussen de gemeente en de detailhandel. Hierbij valt te denken aan het betrekken van de detailhandel bij het maken van nieuwe plannen en ondersteuning van winkeliersverenigingen. – advisering aan ondernemers, in de Bedrijvenwinkel en door wijkeconomieconsulenten (bijv. in het kader van Wijk in Bedrijf). – aandacht voor de detailhandel in bestemmingsplannen en wijkontwikkelingsplannen. – subsidies voor het opknappen van winkelcentra en de omgeving daarvan in het kader van de stadsvernieuwing en de stedelijke vernieuwing. – monitoring van en onderzoek naar ontwikkelingen in de detailhandel. De wijken spelen een centrale rol in projecten op detailhandelsgebied. Het uitgangspunt van de detailhandelsnota is, dat alle projecten wijkgericht zijn, tenzij ze ‘evident stedelijk’ zijn (zoals de ontwikkeling van het stationsgebied). Dit betekent dat de uitwerking van bijvoorbeeld een plan voor verbetering van een winkelcentrum plaatsvindt in het zogenoemde wijkmanagement-overleg (WMO). In de wijkontwikkelingsplannen moet de detailhandel een vaste plaats krijgen. Voor de beoordeling van plannen voor winkelcentra hanteert de gemeente drie in de nota uitgewerkte profielen. Dit zijn profielen voor winkelcentra op buurt-, wijk- en stadsdeelniveau. Deze profielen bevatten criteria voor onder meer het aanbod van winkels, de omvang van winkelcentra en de bereikbaarheid ervan.

‘Welterusten’ - hotelnota Utrecht 2000-2004 (februari 2000) De hoofddoelstelling van het hotelbeleid in de periode 2000-2004 is het realiseren van evenwicht tussen de vraag naar hotelkamers en het aanbod ervan, uitgaande van externe ontwikkelingen (ofwel de markt volgen). Dit betekent dat het beleid primair is gericht op het verkrijgen van een adequaat hotelproduct dat voldoet aan de toekomstige vraag vanuit de diverse marktsegmenten. Hierbij streeft de gemeente naar een wat ruimer

76 >

77 >

aanbod dan de vraagontwikkeling op korte termijn rechtvaardigt. Dit om minder ‘nee’ te moeten verkopen en gemakkelijker grote evenementen en congressen naar Utrecht te kunnen halen. Dit is een doelstelling uit het MeerjarenprogrammaToerisme 2000-2004. Op dit moment wordt de gewenste uitbreiding van het aanbod geschat op 440 tot 860 hotelkamers. Om deze uitbreiding te realiseren zal de gemeente selectief stimulerend optreden ten aanzien van de hotelmarkt, zonder de belangen van de huidige hotellerie in de stad uit het oog te verliezen. Naast de bouw van nieuwe hotels wordt ook uitbreiding en opwaardering van bestaande hotels aangemoedigd. De gemeente zet verschillende instrumenten in om een evenwichtig hotelaanbod te bevorderen: – toewijzen van concrete hotellocaties. – actieve benadering van marktpartijen, nieuwe én gevestigde. – stimuleren van samenwerking. – verstrekken van restauratiesubsidies voor geschikte monumentale panden. – stedenbouwkundige en bedrijfseconomische criteria ter toetsing van hotelaanvragen. Elke aanvraag voor een hotel wordt getoetst aan deze criteria. De hotelontwikkeling concentreert zich in de wijken Leidsche Rijn, Binnenstad en Oost. Er zijn vergevorderde plannen voor een 4-sterrenhotel (of een gecombineerd 3/4-sterrenhotel) in het stadscentrum en uitbreiding van hotel Mitland. Op de locatie Papendorpse Brug wordt een nieuw 4-sterrenhotel voorzien; in de Binnenstad en Oost moeten nieuwe middenklasse- en budgethotels komen. ‘Gemengde stad, sterke stad’ - nota functiemenging (februari 1999) Op 2 februari 1999 heeft de gemeenteraad van Utrecht dan ook besloten: – in te stemmen met de visie: ‘het behoud van functiemenging in Utrecht en daar waar mogelijk en gewenst een verhoging van functiemenging te realiseren’. – in te stemmen met de instrumenten om functiemenging zowel passief als actief te bevorderen. – bij de te actualiseren bestemmingsplannen de voorgestelde instrumenten te benutten en – op nieuw te ontwikkelen locaties en op herstructureringslocaties (samen met corporaties en marktpartijen) functiemenging vorm te geven. De filosofie van functiescheiding heeft in de jaren vijftig, zestig en zeventig geleid tot het realiseren van woonwijken, werklocaties en recreatiegebieden: monofunctionele gebieden in de stad. Daarnaast is één van de gevolgen van de stadsvernieuwing geweest dat vele bedrijven uit de woonomgeving zijn verdwenen. Uit het oogpunt van o.a. leefbaarheid en de versterking van de wijk- en stadseconomie is het besef gegroeid dat juist een menging van de functies wonen, werken en voorzieningen meerwaarde biedt voor de stad. Het instrumentarium dat ingezet kan worden voor behoud of bevordering van functiemenging richt zich op: – voorwaarden scheppen: aandacht in de planvorming, (steden)bouwkundige mogelijkheden, flexibilisering van het bestemmingsplan, verruiming van de mogelijkheden voor de aan-huis-verbonden-beroepen, mogelijkheden voor bedrijfsmatige activiteiten in de woonomgeving, kwalitatieve aandachtspunten; – actief stimuleren: financiële impulsen, functiemengingsprojecten door gemeente, ontwikkelaars en corporaties.

78 >

79 >

80 >