Een uitgave van de Provincie Noord-Brabant samengesteld onder verantwoordelijkheid van EIM

Economische Barometer Brabant Derde kwartaal 2004

kwartaal 1 - 2004

Barometer Ondernemend Brabant
kwartaal 3 - 2004
kwartaal 2 - 2004

Barometer Ondernemend Brabant
De Barometer Ondernemend Brabant vertoont dit kwartaal een lichte stijging. Het Brabantse bedrijfsleven oordeelt iets gunstiger over de economische situatie: de barometerstand is +23, tegen +20 in het tweede kwartaal van 2004. De Barometer Ondernemend Brabant (BOB) geeft in één oogopslag weer hoe het Brabantse bedrijfsleven de economische situatie beoordeelt. De BOB is een vast onderdeel van de vier keer per jaar verschijnende Economische Barometer Brabant. Optimistischer De Barometer Ondernemend Brabant komt in het derde kwartaal van 2004 uit op +23. Een vergelijking met het voorgaande kwartaal laat zien dat het Brabantse bedrijfsleven inmiddels iets optimistischer is geworden. Dat komt met name omdat de bedrijven positiever zijn gestemd over hun eigen orderportefeuille. Net als in beide voorafgaande kwartalen scoort deze indicator ook nu weer het hoogst. Ten opzichte van het vorige kwartaal is hij gestegen van 33 naar 40. Ook de verwachting over de toekomstige bedrijvigheid binnen de eigen onderneming scoort iets hoger dan in het tweede kwartaal: 27 in plaats van 23. Het vertrouwen in de economische ontwikkeling in Nederland blijft ongewijzigd op het zeer lage niveau van 3. Blijkbaar zien ondernemers nog altijd weinig perspectieven op verbetering. Orders De BOB is gebaseerd op drie indicatoren die elk kwartaal bij een representatief panel van Brabantse bedrijven worden gemeten. De indicatoren die de stand van de barometer bepalen, zijn: • de beoordeling van de orderportefeuille van het bedrijf op dit moment; • de verwachting over de bedrijvigheid binnen het bedrijf in de komende maanden; • de verwachting over de economische ontwikkeling in Nederland in de komende maanden. De stand van de BOB kan variëren van –100 tot +100. Bij een stand 0 zijn er net zoveel bedrijven met een positieve als met een negatieve beoordeling. Bij een negatieve stand zijn er meer bedrijven met een negatieve dan met een positieve beoordeling van de economische situatie. Bij een positieve stand zijn er meer bedrijven met een positieve dan met een negatieve beoordeling. Hoe verder de barometerstand van 0 af ligt, hoe groter het aandeel bedrijven is met een uitgesproken negatieve of een positieve beoordeling.

Verder in dit nummer
Constante groei aantal bedrijfsvestigingen Het aantal bedrijfsvestigingen in Noord-Brabant is in het tweede kwartaal van 2004 met 1.898 toegenomen. Dat is een groei van 1,3%, net zoveel als in het eerste kwartaal. Daarmee kent de provincie een constante groei van het aantal bedrijfsvestingen. Hoogste werkloosheid in West-Brabant De werkloosheid in NoordBrabant neemt toe. De stijging is het sterkst in de regio WestBrabant. Daar is de werkloosheid in een jaar tijd met ruim 2% toegenomen. Economische ontwikkeling onder gemiddelde De economisch ontwikkeling van Noord-Brabant ligt onder het Nederlandse gemiddelde. In 2003 kromp de nationale economie ten opzichte van het voorgaande jaar. De teruggang in Brabant was sterker: -1,1%. Ondernemers tevreden over huisvesting Driekwart van de Brabantse ondernemers is tevreden over de huisvesting van hun bedrijf. Omvang en indeling zijn in orde, vinden ze. Eén op de tien vindt dat er een discrepantie is tussen de huisvesting en de bedrijfsactiviteiten.

Bedrijvendynamiek
Groei bedrijfsvestigingen constant
Het aantal bedrijfsvestigingen in Noord-Brabant laat een constante groei zien. Tijdens het tweede kwartaal van dit jaar was er, net als in de eerste drie maanden, een toename van 1,3%. Volgens gegevens van de Kamers van Koophandel telde Noord-Brabant eind juni 149.506 bedrijfsvestigingen. Dat betekent dat het aantal vestigingen in het tweede kwartaal met 1.898 is toegenomen. Er kwamen 3.837 nieuwe vestigingen bij en 1.939 vestigingen verdwenen. Met de toename van 1,3% ligt de groei van het aantal bedrijfsvestigingen in NoordBrabant op het nationale niveau. Tijdens het eerste kwartaal van 2004 en het laatste kwartaal van 2003 lag het groeipercentage nog iets onder het landelijke gemiddelde. Net als in het eerste kwartaal van 2004 was er in het tweede kwartaal in alle sectoren sprake van een toename van het aantal vestigingen. De grootste
3,5 3 2,5 % toe-/afname 2

De nieuwe vestigingen kwamen voor het grootste deel voor rekening van startende bedrijven: absolute aantallen aandeel in totaal Starters 2.218 57,8 Oprichtingen 1.310 34,1 Immigratie 309 8,1 Bron: VVK, bewerking EIM, augustus 2004. Het verdwijnen van vestigingen werd voor het grootste opheffingen van vestigingen: absolute aantallen Opheffingen 1.360 Faillissementen 221 Emigratie 358 Bron: VVK, bewerking EIM, augustus 2004. deel veroorzaakt door aandeel in totaal 70,1 11,4 18,5

toename deed zich voor in de sector commerciële diensten, gevolgd door de sector handel. Migratie Er zijn in het tweede kwartaal meer vestigingen uit NoordBrabant naar andere provincies vertrokken dan er uit andere provincies naar Brabant toekwamen. Per saldo nam het aantal bedrijfsvestigingen door migratie af met 49. In het vorige kwartaal was er nog sprake van een positief saldo (10), dat echter al minder groot was dan in het vierde kwartaal van 2003. Het negatieve saldo in het tweede kwartaal van 2004 komt voor het overgrote deel voor rekening van de sector commerciële diensten, de sector die in het vorige kwartaal nog een aanzienlijk deel van

het positieve saldo voor zijn rekening nam. Faillissementen Opvallend is wederom het relatief hoge aandeel van faillissementen in het verdwijnen van vestigingen in Noord-Brabant. Het percentage (11,4%) ligt net als tijdens het vorige kwartaal hoger dan het faillissements-percentage voor heel Nederland (9,5%). Bovendien steeg het aandeel faillissementen in Brabant
3

vergeleken met het eerste kwartaal van 2004 sterker dan landelijk: met respectievelijk 2,9 en 2,7%. Met name in de sectoren landbouw en nijverheid (industrie en bouw) was het faillissementspercentage in Noord-Brabant hoog. De twee onderstaande figuren laten de toe- en afname zien van het aantal vestigingen in de verschillende sectoren en in de vier Brabantse regio’s in het tweede kwartaal van 2004.
(Bron: VVK, bewerking EIM)

2,5

2 % toe-/afname landbouw nijverheid commerciële overige overheid diensten diensten nieuwe vestigingen verdwenen vestigingen handel totaal

1,5

1,5 1 0,5 0

1

0,5

0

West-Brabant Midden-Brabant NoordoostBrabant nieuwe vestigingen

ZuidoostBrabant

Noord-Brabant

Nederland

verdwenen vestigingen

Werkgelegenheid
West-Brabant regio met hoogste werkloosheid
De werkloosheid in NoordBrabant neemt toe. In de regio West-Brabant is de stijging het sterkst. Gunstig is dat de werkloosheid in de provincie bijna éénprocentpunt onder het landelijk gemiddelde ligt. Ruim 8% van de beroepsbevolking in de provincie Noord-Brabant is op zoek naar werk. In vergelijking met drie maanden geleden (maart 2004) is sprake van een lichte afname van het aandeel werkzoekenden. Als we echter naar een jaar geleden kijken, is het aandeel werklozen wel behoorlijk toegenomen: van 7,2 naar 8,3% (zie ook de tabel). Deze schommeling in de cijfers gedurende het jaar heeft te maken met seizoensinvloeden. In het voorjaar trekt de werkgelegenheid doorgaans wat aan; in het najaar is over het algemeen sprake van een toename van het aantal werkzoekenden als gevolg van schoolverlaters die op de arbeidsmarkt komen. Voor een zuiver beeld is het daarom verstandig het werkloosheidspercentage van juli 2004 te vergelijken met dat van juli 2003. Gunstig De stijging van de werkloosheid in Noord-Brabant is ook terug te zien in de cijfers voor Nederland als geheel, echter met één verschil: het aandeel werklozen in Noord-Brabant ligt bijna één-procentpunt onder het landelijk gemiddelde. In die zin steekt Noord-Brabant als provincie gunstig af bij de rest van Nederland. Binnen de provincie zijn er wel behoorlijke verschillen zichtbaar. In WestBrabant is de stijging van de werkloosheid veruit het grootst. Bovendien is dit de enige regio waar ook in de periode maartjuli 2004 het aandeel werk-

zoekenden is toegenomen. De zwakke positie van de industrie laat zich hier nog steeds voelen. Ook Zuidoost-Brabant kampt met relatief veel werklozen. De toename van het aantal nieuwe bedrijven is in deze regio ook het laagst (zie artikel over bedrijvendynamiek). Verwachting Het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) verwacht dat de werkloosheid de komende jaren verder zal toenemen. Omdat de werkgelegenheid in ZuidoostBrabant minder sterk groeit dan gemiddeld in Nederland, zal de stijging van de werkloosheid in deze regio boven het landelijke niveau liggen. Ook in Noordoost-Brabant verwacht het CWI een meer dan gemiddelde toename van de werkloosheid. De toename van

Aandeel werklozen op totale beroepsbevolking Regio % niet-werkende werkzoekenden juli 2003 West-Brabant 7,1 Midden-Brabant 7,0 Noordoost-Brabant 5,9 Zuidoost-Brabant 7,7 Provincie Noord-Brabant 7,2 Nederland 8,0

% niet-werkende werkzoekenden maart 2004 9,1 8,3 7,1 9,3 8,5 9,5

% niet-werkende werkzoekenden juli 2004 9,2 7,9 6,7 9,1 8,3 9,2

Bron: CWI, Nieuwsflits Arbeidsmarkt Juli 2004, CWI Arbeidsmarktprognoses 2004-2009

de werkloosheid zal in WestBrabant ongeveer op het nationale niveau liggen, terwijl de werkloosheid in MiddenBrabant minder dan gemiddeld zal toenemen. Jeugdwerkloosheid Noord-Brabant onderscheidt zich in gunstige zin van de rest van Nederland doordat de jeugdwerkloosheid er in de

periode februari 2003 tot februari 2004 minder sterk is toegenomen. De toename van het aantal werklozen onder de 23 bedroeg in NoordBrabant 19%. Landelijk was de stijging 22%. Ook voor wat betreft jeugdwerkloosheid scoort West-Brabant het slechtst van de vier Brabantse regio’s. De toename bedroeg hier 37%, in Zuidoost-Brabant 19%, in

Midden-Brabant 14% en in Noordoost-Brabant 10%. Veel werkloze jongeren hebben een laag opleidingsniveau. Meer dan de helft heeft hooguit een afgeronde vbo-opleiding.

(Bron: PSW arbeidsmarktadvies, Jeugdwerkloosheid in Brabant)

Regionale economie
Economische groei blijft achter
De economische ontwikkeling van Noord-Brabant ligt onder het Nederlandse gemiddelde. Dat komt vooral door tegenvallende prestaties van de industrie. Binnen de provincie presteert de regio Midden-Brabant het best. De Nederlandse economie is in 2003 gekrompen ten opzichte van het voorgaande jaar. De economie in NoordBrabant liep sterker terug dan gemiddeld: de krimp bedroeg meer dan een procent. Ook Limburg, Overijssel en Gelderland zaten onder het nationale cijfer van een half procent minder groei. De groei in de Randstad-provincies zat rond de nullijn. De provincies die onder het landelijk gemiddelde uitkomen (Noord-Brabant, Limburg, Overijssel en Gelderland) produceren samen ruim een derde van de nationale toegevoegde waarde. Volgens het CBS zorgen vooral de mindere prestaties van de industrie (met name de sectoren voeding, metaalproducten, elektrotechniek en machines) ervoor dat de economische groei in deze provincies achterbleef bij de nationale ontwikkeling. Het is niet het eerste jaar waarin NoordBrabant enigszins achterblijft ten opzichte van het landelijke beeld. De onderstaande tabel laat zien dat 2003 inmiddels het derde achtereenvolgende jaar is dat de regionale economische ontwikkeling in Noord-Brabant minder was dan die van Nederland. In 2000 had Noord-Brabant nog een ruime voorsprong op Nederland. Kracht Alle Brabantse regio’s, op NoordoostBrabant na, scoren boven het landelijke gemiddelde op het aspect economische kracht. Dat is het economisch potentieel dat het bedrijfsleven in een regio heeft. De economische kracht van een regio wordt bepaald door vier verschillende aspecten: de productiestructuur, de dynamiek van het bedrijfsleven (toe- en uittreding van bedrijven), het aandeel exporterende bedrijven en investeringsbereidheid van bedrijven. De achterblijvende positie van Noordoost-Brabant wordt veroorzaakt door de geringe kracht van de productiestructuur en de relatief lage dynamiek van het bedrijfsleven. De andere drie Brabantse regio’s scoren bovengemiddeld ten aanzien van economische kracht dankzij het grote aandeel exporterende bedrijven en de bedrijvendynamiek. Op basis van de gecombineerde scores voor de aspecten economische groei en economische kracht heeft de Rabobank veertig Nederlandse regio’s gerangschikt in een top 40. Aan de top staat Flevoland. Midden-Brabant staat op de negentiende plaats, West-Brabant op de zesentwintigste en Zuidoost-Brabant op de negenentwintigste plek. NoordoostBrabant staat met een negenendertigste plaats nog net boven hekkensluiter Delfzijl en omgeving.
(Bron: CBS; Rabobank, Visie op provinciale dynamiek 2004)

Jaarlijkse ontwikkeling economische groei, uitgedrukt in volumemutatie van de toegevoegde waarde

Jaar 2000 2001 2002 2003

Noord-Brabant 4,8% 0,9% 0,2% -1,1%

Nederland 3,5% 1,6% 0,4% -0,5%

Ook van de Stafgroep Economisch Onderzoek van de Rabobank – die veel meer indicatoren in beschouwing neemt dan het CBS – krijgt Noord-Brabant een minder gunstige beoordeling voor de economische groei in 2003. NoordBrabant scoort op het aspect economische groei ruim onder het landelijke gemiddelde. De Rabobank splitst de Brabantse cijfers verder uit naar regio’s. Dan blijkt dat van de vier NoordBrabantse regio’s er niet één boven het landelijke gemiddelde scoort. NoordoostBrabant heeft de laagste score voor economische groei. De lage score in deze regio wordt volgens de Rabobank vooral veroorzaakt door de tegenvallende omzet- en winstgroei. Van de Brabantse regio’s scoort Midden-Brabant het hoogst. Dit komt door een hoge omzetgroei.

De mening van de markt
Een Brabants bedrijf is een tevreden bedrijf
De meeste Brabantse ondernemers zijn tevreden over de huisvesting van hun bedrijf. Ook over de bereikbaarheid van het bedrijf en de parkeergelegenheid oordeelt de meerderheid positief. Dat blijkt uit een enquête onder de 150 panelleden van de Barometer Ondernemend Brabant. Gelijktijdig met de meting voor de BOB zijn aan de panelleden enkele vragen voorgelegd om hun oordeel te horen over huisvesting, bereikbaarheid en parkeergelegenheid. De huisvesting baart slechts weinig Brabantse bedrijven zorgen. Bij driekwart van de bedrijven (75%) sluit de omvang en de indeling van het bedrijfspand goed aan bij de huidige bedrijfsactiviteiten. Bij nog eens 15% van de bedrijven is sprake van een redelijke aansluiting. Bij een op de tien bedrijven is sprake van discrepantie tussen huisvesting en bedrijfsactiviteiten. aan dat bereikbaarheid voor de onderneming geen rol speelt. Iets vaker (11%) wordt negatief geoordeeld over de ontevreden parkeergelegenheid rond het 11% bedrijf. De onderstaande figuur brengt het oordeel van tevreden het Brabantse bedrijfsleven 61% niet tevreden, niet over de parkeergelegenheid ontevreden rond het bedrijf in beeld. 11% Vergeleken met huisvesting en bereikbaarheid ligt de tevredenheid hier wat lager: Oordeel van ondernemers in Noord-Brabant over de parkeer61%. Toch lijkt er geen gelegenheid rond hun bedrijf. Bron: EIM, september 2004 sprake van echt grote problemen. Want van de ontevreden Geen probleem bedrijven geeft de helft aan dat de parkeerDe bereikbaarheid van het bedrijf is situatie geen negatieve invloed heeft op het voor de overgrote meerderheid van de functioneren van de onderneming. De helft Brabantse ondernemers (87%) geen provindt dat wel sprake is van een negatieve bleem. Voor slechts 5% van de bedrijven is invloed. De meest genoemde negatieve de bereikbaarheid wel een probleem. Van invloed is dat klanten wegblijven. de overige bedrijven geeft het grootste deel
niet van toepassing 17%

Diverse berichten
Een op de vier logiesgasten is buitenlander
Van de ruim 1,7 miljoen gasten die in 2003 verbleven in logiesaccommodaties in Noord-Brabant is 23% afkomstig uit het buitenland. Voor Nederland ligt het aandeel buitenlandse gasten op 37%. De meeste gasten in Brabant komen uit Duitsland: 24%. Daarna volgen de Belgen en de Engelsen met respectievelijk 23 en 18%. Vergeleken met 1998 is het aantal gasten in Noord-Brabant met 5% toegenomen. Dat is gelijk aan de landelijke toename. Het totale aantal overnachtingen van gasten in Noord-Brabant bedroeg ruim 7,8 miljoen, waarvan bijna 1,4 miljoen (18%) voor rekening kwam van buitenlanders. Voor de toeristen die in Noord-Brabant willen verblijven, heeft Noord-Brabant 740 hotels, pensions, jeugden groepsaccommodaties, huisjescomplexen en kampeerterreinen ter beschikking. De totale capaciteit van alle accommodaties is 130.000 slaapplaatsen. (Bron: CBS, Toerisme in Nederland; Het gebruik van logiesaccommodaties, 2003) tare uitgegeven. Met 19 hectare neemt het havenschap Moerdijk een groot deel van de uitgifte van bedrijventerrein voor zijn rekening. Op de tweede plaats komt Oosterhout (15 hectare), gevolgd door Breda (13,5 hectare), Veghel (9 hectare) en Eindhoven (8 hectare). Op 1 januari 2003 was in Noord-Brabant nog 1.279 hectare netto oppervlakte bedrijventerrein uitgeefbaar, waarvan 596 hectare direct uitgeefbaar. De totale netto oppervlakte van de bedrijventerreinen in de provincie bedraagt 12.183 hectare. (Bron: Provincie Noord-Brabant) steeds sterker wordt, moet Eindhoven oppassen om zijn sterke positie als brainport te houden, waarschuwt EZ. Het gebied heeft een internationaal aantrekkelijk vestigingsklimaat voor kennisinstellingen nodig. Ook moet er meer (ook grensoverschrijdende) samenwerking komen tussen kennisinstellingen. De toepassing van technologische kennis in het bedrijfsleven kan beter, aldus EZ. Een aantal knelpunten staat echter verdere versterking van de technologische positie van het gebied in de weg: een nijpend tekort aan technisch geschoold personeel, gebrek aan grootstedelijke uitstraling van Eindhoven en steeds meer files op de A2, vooral rond Eindhoven. (Bron: Ministerie van Economische Zaken, Pieken in de Delta)

Zuidoost-Brabant ‘hot spot’
De regio Zuidoost-Brabant heeft van het ministerie van Economische Zaken het predikaat hot spot gekregen. Hot spots zijn sterke innovatieve regio’s. Andere hot spots zijn Oost-Nederland en de Noord- en de Zuidvleugel van de Randstad. Zuidoost-Brabant is volgens EZ een hot spot vanwege de aanwezigheid van bedrijfsleven met een hoge R&D-intensiteit, een universiteit uit de top tien van de EU (de TU Eindhoven), en vanwege een gestructureerde aanpak van innovatie in het actieplan Horizon. Eerder werd de regio Zuidoost-Brabant door het Ministerie van VROM al aangewezen als economisch kerngebied. Ook Tilburg is aangemerkt als economisch kerngebied omdat het met de universiteit een bijdrage levert aan de positie van de regio Eindhoven/Zuidoost-Brabant als nationale brainport. Omdat de internationale concurrentie

Centrum voor Productietechnologie geopend
In Eindhoven is het eerste Nederlandse Centrum voor Productietechnologie (ACP) geopend. Het ACP is bedoeld om kennis over nieuwe productietechnologie bijeen te brengen en te verspreiden over het middenen kleinbedrijf. Het centrum is gevestigd in het gebouwencomplex van TNO-Industrie. ACP gaat fungeren als centrum waaruit toepassingsgerichte kennis van mkb-bedrijven, universiteiten, kennisinstituten, innovatienetwerk Syntens, onderzoekscentra en brancheorganisaties naar bedrijven in de maakindustrie stroomt. (Bron: Syntens Noord-Brabant)

Uitgifte bedrijventerreinen weer lager
Voor het tweede achtereenvolgende jaar is de uitgifte van bedrijventerreinen in Noord-Brabant lager dan het gemiddelde over de laatste tien jaar. In 2002 is 120 hectare netto bedrijventerrein uitgegeven, terwijl het gemiddelde tijdens het afgelopen decennium op 258 hectare per jaar ligt. In 2001 werd nog 153 hec-

Colofon
De Economische Barometer Brabant geeft een beeld van belangrijke ontwikkelingen in de Brabantse economie, waar mogelijk gespiegeld aan landelijke ontwikkelingen. Op deze wijze wordt de economische positie van Noord-Brabant in perspectief geplaatst.

Opdrachtgever: Provincie NoordBrabant Samenstelling: Onderzoeksbureau EIM BV, Zoetermeer Journalistieke redactie: Lansu+Paulis Bedrijfsjournalisten BV, Leiden Basisontwerp: Henk de Roij BNO, Delft Druk: EIM@YourService BV, Zoetermeer

Redactieadres: EIM, Postbus 7001, 2701 AA Zoetermeer; info@economie-in-brabant.nl Voor meer informatie over de Economische Barometer Brabant en andere relevante documenten over de economie in Noord-Brabant: www.economie-in-brabant.nl.