Rapport

Datum

augustus 2005

Onderzoek naar Routering Gevaarlijke Stoffen bij Nederlandse Gemeenten

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

2

Routering Gevaarlijke Stoffen

Inhoudsopgave
1 Inleiding
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

4
4 4 5 6 6

Aanleiding Wat is routering vervoer gevaarlijke stoffen? Handhaving Risicokaarten Stand van zaken routering Nederlandse gemeenten

2 Het onderzoek
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 Doelstelling Doelgroep Respons Non-respons Werkwijze

8
8 8 9 9 10 10 10

2.5.1 Enquête 2.5.2 Planning

3 Onderzoeksresultaten
3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 3.3.5

11

3.1 Kennis binnen gemeenten over vervoer gevaarlijke stoffen? 11 3.2 Hoeveel gemeenten hebben routering? 11 3.3 Gemeenten met routering 12
In welk jaar routering aangebracht en geactualiseerd? Wat waren de redenen om routering aan te brengen? Hoe is de routering tot stand gekomen? Afstemming routering Gebruikmaking ontheffingen?

3.4 Gemeenten zonder routering
3.4.1 Wat waren de redenen om geen routering aan te brengen? 3.4.2 Gebruikmaking van convenanten?

3.5 Voor welke gemeenten is routering geïndiceerd?
3.5.1 Gemeenten waarbij routering geïndiceerd is 3.5.2 Gemeenten waarbij routering niet geïndiceerd is 3.5.3 Gemeenten waarbij onbekend is of routering geïndiceerd is

3.6 Handhaving vervoer gevaarlijke stoffen
3.6.1 Hoeveel controles op jaarbasis? 3.6.2 Hoe (door wie, hoe vaak, resultaten) vindt handhaving plaats?

3.7 Programmafinanciering externe veiligheid

12 12 13 13 14 14 14 15 15 17 17 18 18 18 19 19

4 Samenvatting en conclusies
4.1 Inleiding

20
20

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

3

Routering Gevaarlijke Stoffen

4.2 Kennis vervoer gevaarlijke stoffen 4.3 Hoeveel gemeenten hebben routering?
4.3.1 Gemeenten met routering 4.3.2 Gemeenten zonder routering 4.3.3 Routering geïndiceerd?

4.4 4.5 4.6 4.7

Handhaving Programmafinanciering Externe Veiligheid Eindconclusie Aanbevelingen

20 20 21 21 22 22 22 23 23

Bronnen Bijlage 1: Tabel 3 VLG Bijlage 2: inventarisatie 2004 Bijlage 3: tabellen en grafieken onderzoeksresultaten

25 26 27 28

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

4

Routering Gevaarlijke Stoffen

1 Inleiding
1.1 Aanleiding
Onder andere als gevolg van de ramp in Enschede is de aandacht voor externe veiligheid verhoogd, en daarmee ook de aandacht voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Eén van de middelen om het vervoer van gevaarlijke stoffen veiliger te maken is het aanbrengen van een routering. Dit onderdeel is in 1996 als hoofdstuk toegevoegd in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs). De Toezichteenheid Goederenvervoer van de Inspectie Verkeer en Waterstaat (hierna Inspectie VenW) ziet toe op naleving van wet- en regelgeving met betrekking tot het goederenvervoer over de weg. Naleving van de wet- en regelgeving draagt bij aan veiligheid, aan het welzijn van de chauffeur en eerlijke concurrentieverhoudingen. De Inspectie VenW signaleert dat niet inzichtelijk is binnen welke gemeenten al dan niet routering van vervoer gevaarlijke stoffen is aangebracht. Daarnaast is het een probleem dat bij gemeenten die routering hebben aangebracht de bebording niet altijd correct is, bijvoorbeeld nadat een verkeerssituatie gewijzigd is. Dit schept onduidelijkheid bij vervoerders en bemoeilijkt de handhaving.

1.2 Wat is routering vervoer gevaarlijke stoffen?
Binnen de Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen (Wvgs) is in Hoofdstuk III geregeld dat Rijk, provincies en gemeenten de wettelijke bevoegdheid hebben gekregen om wegen aan te wijzen voor routering voor het vervoer van zogenoemde ‘routeplichtige’ gevaarlijke stoffen1. Het al dan niet aanwijzen van wegen voor het vervoer van routeplichtige stoffen is dus een bevoegdheid en geen verplichting. De minister heeft alle Rijkswegen opengesteld en de provincies hebben hun provinciale wegennet opengesteld. Dit betekent dat Rijk en provincies geen routering hebben aangebracht en dat derhalve het vervoer van gevaarlijke stoffen over alle rijks- en provinciale wegen is toegestaan. Een deel van de Nederlandse gemeenten heeft wel routering aangebracht2. Een gemeente bepaalt zelf of een routering wordt ingesteld en over welke wegen, mits de wegen aansluiten op de aangewezen rijkswegen, provinciale wegen en het aangewezen wegennet van de buurgemeenten3.

1

Dit betreft niet alle gevaarlijke stoffen maar de zogenoemde routeplichtige gevaarlijke stoffen volgens Tabel 3,

artikel 4 van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen (VLG) (zie Tabel 5, pag. 26)
2 3

krachtens artikel 18, Hoofdstuk III, Wvgs

Vervoer gevaarlijke stoffen in perspectief, Evaluatie van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen 1996-2002, COT,

2003.

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

5

Routering Gevaarlijke Stoffen

Als binnen een gemeente routering is aangebracht, dan mag het vervoer van routeplichtige gevaarlijke stoffen alleen over die wegen plaatsvinden. Als een vervoerder daarvan af wil wijken, dan dient hij hiervoor ontheffing aan te vragen4. Als er geen route is aangewezen binnen een gemeente, dan betekent dit niet dat er geen beperkingen zijn voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. In dat geval is Artikel 11, Hoofdstuk III Wvgs van kracht. Dit artikel bepaalt dat bij vervoer van gevaarlijke stoffen de bebouwde kom zoveel mogelijk moet worden vermeden. Dit geldt voor alle gevaarlijke stoffen en niet alleen voor de routeplichtige gevaarlijke stoffen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen mag alleen door de bebouwde kom als dit noodzakelijk is om te laden of te lossen, of als er redelijkerwijs geen route buiten de bebouwde kom beschikbaar is. Ook bij routering is het uitgangspunt om de bebouwde kom zoveel mogelijk te vermijden bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. De routering is een keuze uit het bestaande wegennet waar naar verwachting de minste risico’s worden gelopen. De aanduiding van de routering geschiedt met het oranje bord met de zwarte pijl. De overige wegen zijn dan uitsluitend bij ontheffing toegestaan.

Afbeelding verkeersbord: pijl geeft de te volgen richting aan voor (vracht)auto’s met gevaarlijke stoffen

Beleidsdoelen van het instrument routering zijn5: • Bevordering van de openbare veiligheid bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. • Betrokkenheid van de burger vergroten.

1.3 Handhaving
Volgens de Wvgs6 is de Inspectie VenW belast met het toezicht op de naleving van de Wvgs. De minister kan echter ook andere ambtenaren dan die van de Inspectie VenW aanwijzen7. De Inspectie VenW is ook belast met de opsporing van overtredingen, maar ook ten aanzien van dit punt kan de minister bij Besluit andere ambtenaren aanwijzen.8
4

Gemeenten met routering kunnen, krachtens artikel 22, Hoofdstuk III Wvgs, ondernemingen of vervoerders een

ontheffing verlenen wanneer het voor het laden of lossen noodzakelijk is van de routering af te wijken.
5 6 7 8

Evaluatie van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen 1996-2002, pag. 25-27, Den Haag 2003. artikel 34, lid 1 van de Wvgs artikel 34, lid 3 van de Wvgs artikel 44, lid 1a en lid 1c van de Wvgs

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

6

Routering Gevaarlijke Stoffen

Omdat de IVW landelijk handhaaft, is handhaving op lokaal niveau in de praktijk niet haalbaar. Ten eerste omdat de capaciteit daarvoor ontbreekt en ten tweede omdat de IVW niet op de hoogte is van de lokale situatie van de bijna 500 gemeenten. Zo is bijvoorbeeld niet bekend in welke gemeenten al dan niet routering is aangebracht en, als er wel routering is aangebracht, welke ontheffingen zijn verleend. Het ligt daarom meer voor de hand de handhaving lokaal te regelen door ambtenaren die hiertoe krachtens artikel 141 Sv bevoegd zijn. Voor ondersteuning en advies kunnen deze ambtenaren een beroep doen op de IVW.

1.4 Risicokaarten
Voor het bepalen van een route gevaarlijke stoffen is het belangrijk om in kaart te brengen waar zich locaties bevinden die de grootste risico’s in zich hebben waar ongevallen met gevaarlijke stoffen zich zouden kunnen voordoen. Momenteel zijn provincies en gemeenten actief om deze risico’s in hun provincie of gemeente in kaart te brengen via zogenoemde risicokaarten9. In 2006 beschikken alle provincies over een risicokaart.

1.5 Stand van zaken routering Nederlandse gemeenten
In 2003 is de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs) geëvalueerd10. Daarbij is ook routering onderzocht. De onderzoekers hebben hiertoe een (kleine) steekproef van 10 gemeenten getrokken. De bevindingen van de drie grootste bevraagde gemeenten, te weten Amsterdam, Rotterdam en Venlo, kunnen volgens de onderzoekers exemplarisch worden genoemd. Zo zijn er in Rotterdam wel routeringsborden, maar sinds de invoering van de Wvgs in 1996 is er geen aandacht geweest voor verificatie of herziening van de routering. In Amsterdam bleek al 13 jaar niets meer aan routering te zijn gedaan. Volgens een ambtenaar van de gemeente Venlo is er in die stad geen aandacht voor routering. De borden die er zijn dateren van voor de invoering van de Wvgs. Als ondernemingen ontheffing vragen, dan krijgen zij een ‘permanente ontheffing.’ Door het ontbreken van een stuk snelweg rond Venlo rijdt vrachtvervoer met gevaarlijke stoffen daar door de bebouwde kom.11 Volgens deze evaluatie is het routeringsinstrument feitelijk niet in gebruik:
“Voor de weg geldt dat rijk en provincies alle wegen onder hun respectievelijk beheer hebben aangewezen als geschikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Gedocumenteerd inzicht in de wijze waarop gemeenten aansluitende routering hebben vastgelegd bestaat niet, maar in een kleine steekproef verricht in het kader van deze
9

Zie www.risicokaart.nl Vervoer gevaarlijke stoffen in perspectief, Evaluatie van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen 1996-2002, COT,

10

2003
11

Idem, pag. 49.

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

7

Routering Gevaarlijke Stoffen

evaluatie zijn geen gemeenten aangetroffen die tot routering op grond van de Wvgs zijn gekomen12.”

De onderzoekers bevelen aan het routeringsbeleid te heroverwegen en de Wvgs daarop aan te passen. Het is daarbij essentieel de beleidsontwikkeling met betrekking tot normen voor externe veiligheid te relateren aan routering van vervoer van gevaarlijke stoffen13. In bovengenoemde evaluatie is de routering vooral inhoudelijk besproken. De Inspectie VenW heeft in 2004 geïnventariseerd hoeveel gemeenten over routering beschikken en in hoeverre deze zijn geactualiseerd. Hiervoor hebben enkele inspecteurs persoonlijk, telefonisch, via het internet of schriftelijk (inclusief e-mail) informatie ingewonnen bij provincies en gemeenten. Vanuit deze inventarisatie kwam naar voren dat 29% van de gemeenten routering heeft aangebracht en 51% niet. Doordat niet alle provincies de gevraagde informatie konden verstrekken bleef voor 20% van de gemeenten onbekend of er al dan niet routering was aangebracht (zie Tabel 6 en Figuur 2, pag. 27).

12 13

Idem, Pag. 149 Idem, pag. 149

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

8

Routering Gevaarlijke Stoffen

2 Het onderzoek
2.1 Doelstelling
Hoofddoel van dit onderzoek is om inzicht te krijgen hoeveel gemeenten gebruikmaken van routering en wat de beweegredenen zijn om wel of geen routering aan te brengen. Daarnaast wordt onderzocht of het kennisniveau over het vervoer van gevaarlijke stoffen en Programmafinanciering hierbij een rol spelen en hoe de handhaving plaatsvindt. De onderzoeksvragen zijn: • Wat is het kennisniveau binnen gemeenten van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg? • Hoeveel gemeenten hebben routering aangebracht? • Wat zijn de beweegredenen van gemeenten om wel of geen routering aan te brengen? • Is routering geïndiceerd bij de betrokken gemeenten? • Speelt Programmafinanciering Externe Veiligheid een rol ten aanzien van routering? • Hoe vindt de handhaving plaats met betrekking tot routering?

2.2 Doelgroep
De doelgroep bij dit onderzoek bestaat uit de 48314 Nederlandse gemeenten. Deze groep is echter gezien de beschikbare tijd en middelen te groot om in zijn geheel te onderzoeken. Besloten is om een steekproef te trekken met een grootte van ongeveer 80 aselect gekozen gemeenten. Hiertoe zijn de gemeenten eerst onderverdeeld op grond van het aantal inwoners en/of de verstedelijkingsgraad15. Voor elke gemeente is uitgezocht welke ambtenaar in aanmerking komt om aan het onderzoek mee te werken. Dit is tijdrovend, maar toch gedaan om de kans op nonrespons te verkleinen. Om de anonimiteit te waarborgen worden in dit rapport de namen van de gemeenten die hebben meegedaan aan het onderzoek niet vermeld. De steekproef ziet er als volgt uit: • 4 grote gemeenten (zijn alle steden met >200.000 inwoners en verstedelijking >90%) • 29 middelgrote gemeenten (40% van 75 gemeenten met >50.000 <200.000 inwoners en/of verstedelijk >75%) • 48 kleine gemeenten (≈12% van 404 gemeenten <50.000 inwoners en/of verstedelijking <75%)

14 15

Volgens internetsite Vereniging Nederlandse Gemeenten, februari 2003 Op grond van gegevens van het CBS

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

9

Routering Gevaarlijke Stoffen

2.3 Respons
De steekproef bedroeg in totaal 81 gemeenten. Al deze gemeenten zijn telefonisch benaderd om te vragen welke medewerker in aanmerking komt om de enquête in te vullen. Voor elke gemeente is een contactpersoon achterhaald en werd toegezegd dat deze zou meewerken aan het onderzoek door een enquête in te vullen. Uiteindelijk hebben echter slechts 50 gemeenten aan de enquête meegedaan. Eenendertig gemeenten hebben ook na herhaalde verzoeken en na driemaal verlenging van de termijn waarbinnen de enquête ingevuld kon worden, niet meegedaan. De verdeling van de gemeenten die hebben meegewerkt aan het onderzoek is als volgt: • 2 van de 4 grote gemeenten (50% respons) • 17 van de 29 middelgrote gemeenten (59% respons) • 31 van de 48 kleine gemeenten (65% respons)

2.4 Non-respons
Er is geprobeerd te achterhalen of de non-responsgroep vooral bestond uit gemeenten die geen routering hebben. Daarom is via het internet16 geprobeerd te achterhalen of deze gemeenten wel of geen routering hebben aangebracht. De uitkomst was dat van deze groep slechts 10% routering heeft aangebracht. Voor 39% was het niet te achterhalen of er wel of geen routering was aangebracht (zie

16

www.venstertijden.nl

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

10

Routering Gevaarlijke Stoffen

Figuur 5, pag. 30). Deze resultaten zijn vervolgens vergeleken met een inventarisatie die de Inspectie VenW in 2004 heeft verricht en met de onderhavige onderzoeksresultaten. Bij de inventarisatie had 29% van de gemeenten routering en in het onderhavige onderzoek heeft 42% van de gemeenten routering (zie Figuur 3, pag. 16 en Figuur 4, pag. 29). Op grond van deze twee vergelijkingen lijkt het dat de non-respons bij gemeenten zonder routering hoger is dan die van gemeenten met routering.

2.5 Werkwijze
Deze thema-actie is uitgevoerd door 5 inspecteurs en een onderzoeksmedewerker van de Inspectie VenW. Zoals hiervoor vermeld zijn de 81 gemeenten telefonisch benaderd om mee te werken aan de enquête. Dit kostte veel tijd en helaas bleken de opgegeven contactpersonen in ongeveer eenderde van de gevallen niet juist en moest het proces herhaald worden. 2.5.1 Enquête Om de onderzoeksvragen te beantwoorden is een enquête afgenomen. De enquête bestond deels uit gesloten vragen met meerdere antwoordmogelijkheden en deels uit open vragen. De vraag naar de reden waarom er al dan niet routering was aangebracht binnen de gemeente was bijvoorbeeld een open vraag. De enquête kon schriftelijk of via het internet worden ingevuld17. De meeste gemeenten maakten van de laatste mogelijkheid gebruik. Het was voor gemeenten mogelijk de vragen in meerdere sessies te beantwoorden. Dit was nodig omdat er vragen bij waren waarvoor de respondent mogelijk eerst zelf informatie moest inwinnen. 2.5.2 Planning De gemeenten zijn eind 2004 telefonisch benaderd met de vraag of ze mee wilden werken aan de enquête. Medio februari kregen de respondenten een uitnodiging per e-mail met een link naar de internetsite om de enquête in te vullen. Aanvankelijk werden de respondenten twee weken in de gelegenheid gesteld de enquête in te vullen. Vanwege tegenvallende respons en het gegeven dat opnieuw naar de juiste contactpersonen moest worden gezocht, is de invultermijn driemaal met twee weken verlengd. Medio april 2005 is de invultermijn gesloten. De analyse van de verzamelde gegevens en rapportage vond plaats tussen juni en augustus 2005.

17

De enquête is door bureau Interview-NSS in opdracht van de Inspectie VenW op het internet geplaatst.

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

11

Routering Gevaarlijke Stoffen

3 Onderzoeksresultaten
3.1 Kennis binnen gemeenten over vervoer gevaarlijke stoffen?
Om na te gaan in hoeverre gemeenten kennis hebben van het vervoer van gevaarlijke stoffen is de volgende vraag gesteld: Is er binnen uw gemeente een functionaris die belast is met en kennis heeft van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (waaronder routering)? De grote en middelgrote gemeenten binnen dit onderzoek beschikken respectievelijk altijd, of bijna altijd over een interne medewerker die kennis heeft van vervoer gevaarlijke stoffen. Meer dan de helft van de kleine gemeenten (17) heeft deze kennis echter niet in huis via een medewerker, waarvan slechts enkele gemeenten (4) die kennis van buiten halen (zie Tabel 7, pag. 28). Van de gemeenten die over een interne medewerker beschikken doen 2 gemeenten daarnaast een beroep op externe medewerkers. Twaalf gemeenten gaven aan niet over een interne of externe medewerker te beschikken. Dit waren alle kleine gemeenten. Driemaal werd ‘anders’ aangekruist, met als toelichting: • • • “uitbesteed aan politie” “uitbesteed” [niet vermeld aan welke instantie] “Enkel voor de ontheffingverlening is er een interne medewerker beschikbaar, die echter onvoldoende inhoudelijke kennis van de WVGS en uitvoeringsbesluiten heeft.”

Een andere indicatie voor het kennisniveau binnen gemeenten is de manier waarop de enquête is ingevuld. Zo is er bijvoorbeeld relatief vaak ‘weet niet’ ingevuld. Dit was onder andere het geval bij vragen om te achterhalen of er binnen de gemeente redenen zijn om routering aan te brengen (bijvoorbeeld wel/geen laad- losplaatsen gevaarlijke stoffen enz.). Hierdoor ontstond een grote groep (22) van gemeenten waarvoor onbekend bleef of er wel of geen reden is om routering aan te brengen. Dit gold voor alle gemeenten, ongeacht de grootte van de gemeente of het beschikken over een medewerker gevaarlijke stoffen (zie, pag. 29). Daarnaast gaven gemeenten zelf bij diverse vragen aan over onvoldoende kennis te beschikken.

3.2 Hoeveel gemeenten hebben routering?
Bijna de helft (42%) van de ondervraagde gemeenten heeft routering aangebracht. Dit percentage is hoger dan het percentage dat naar voren kwam bij de inventarisatie die de Inspectie VenW in 2004 heeft verricht. Uit die inventarisatie kwam dat 29

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

12

Routering Gevaarlijke Stoffen

procent van de Nederlandse gemeenten routering heeft aangebracht (zie Figuur 3, pag. 16). Het laatste percentage is wellicht realistischer dan het eerste, omdat er een indicatie lijkt te zijn dat de non-responsgroep vooral gemeenten lijken te zijn zonder routering (zie par. 2.4 pag. 9). Er is ook geprobeerd na te gaan hoe burgers erachter kunnen komen of er binnen een gemeente wel of geen routering is aangebracht. Uit de antwoorden blijkt dat burgers zich voor deze informatie hoofdzakelijk telefonisch of schriftelijk tot een gemeente moeten richten. Slechts 8 gemeenten verwijzen naar een internetsite en 4 maal werd geantwoord dat men niet wist hoe een burger deze informatie kan verkrijgen (zie pag. 30)

3.3 Gemeenten met routering
3.3.1 In welk jaar routering aangebracht en geactualiseerd? Van de 50 gemeenten uit het onderzoek hebben 21 gemeenten aangegeven dat er routering is aangebracht (42%). De oudste routering dateert uit 1960 en de jongste uit 2005. Ongeveer de helft van deze gemeenten heeft na 1996 (het jaartal waarin de Wvgs is ingevoerd) routering aangebracht (zie Tabel 12, pag. 32). Van de 21 gemeenten met routering, hebben 11 gemeenten de routering geactualiseerd. Vooral vanaf 2004 zijn de gemeenten op dit gebied actief te noemen, in dat jaar hebben 6 gemeenten hun routering geactualiseerd (zie Tabel 13, pag. 32). Het zijn vooral de grote en middelgrote gemeenten die routering hebben, respectievelijk 100% en 71%. Van de kleine gemeente heeft slechts 23% routering (zie Tabel 9, pag. 30). 3.3.2 Wat waren de redenen om routering aan te brengen? Van de 21 gemeenten met routering hebben 19 gemeenten één of meer redenen genoemd waarom zij tot routering zijn overgegaan. Twee gemeenten hebben geen redenen genoemd. Opvallend is dat 4 gemeenten meenden dat het aanbrengen van routering verplicht wordt via de Wvgs, wat echter niet het geval is (zie paragraaf 1.2, pag. 4). De meest genoemde reden valt min of meer samen met de reden waarvoor routering in het leven is geroepen, namelijk het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen leiden waar naar verwachting de minste risico’s worden gelopen. De genoemde redenen staan in onderstaande tabel.

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

13

Routering Gevaarlijke Stoffen

Tabel 1 Genoemde redenen om routering aan te brengen Voorkomen vervoer gevaarlijke stoffen door woonkernen/kwetsbare gebieden Veiligheid Verplicht/Wvgs Geen reden genoemd Afstemming regiogemeenten/wegennet Anders Totaal 31

17 3 4 2 2 3
18

De redenen die bij ‘Anders’ werden genoemd waren: 1. “LGP vervoer is de bottleneck qua risico” 2. “Omdat er ook dit soort [gevaarlijke stoffen] transport plaats vond” 3. “Uitvoering geven aan het externe veiligheidsbeleid” 3.3.3 Hoe is de routering tot stand gekomen? Op de vraag hoe de routering tot stand is gekomen, werden meestal de partijen genoemd waarmee is samengewerkt of die erbij zijn betrokken. Hierbij werden buurgemeenten, provincie en brandweer het meest genoemd. Twee gemeenten gaven aan dat de routering vanuit een Algemene Plaatselijke Verordening (APV) tot stand is gekomen (zie Tabel 11, pag. 31). 3.3.4 Afstemming routering Op een enkele gemeente na hebben de gemeenten, indien van toepassing, de routering afgestemd op buurgemeenten, provincies of tunnels waarvoor het tunnelregime19 geldt.

18

Omdat gemeenten meerdere redenen konden noemen (multiple response) is het totaal hoger dan het aantal

gemeenten met routering (=21),
19

Volgens Artikel 3, Hoofdstuk II van het VLG

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

14

Routering Gevaarlijke Stoffen

Tabel 2
Routering afgestemd op: Ja Nee Weet niet N.v.t. Totaal Buurgemeenten 17 0 3 1 21 Provincies 17 1 2 1 21 4 Tunnels 3 0
20

14 21

3.3.5 Gebruikmaking ontheffingen? Gemeenten met routering kunnen ondernemingen of vervoerders een ontheffing verlenen wanneer het voor het laden of lossen noodzakelijk is van de routering af te wijken21. Door 11 van de 21 gemeenten met routering zijn in het voorafgaande jaar ontheffingen verleend. Meestal betreft dit vervoer van LPG en/of vuurwerk (10 maal). Bij twee gemeenten wordt er naast deze stoffen ook ontheffing verleend voor het vervoer van respectievelijk explosieven en “andere gevaarlijke stoffen.” Eén gemeente heeft het verlenen van ontheffingen uitbesteed aan de brandweer maar antwoordt niet te weten om welke stoffen het gaat.

3.4 Gemeenten zonder routering
3.4.1 Wat waren de redenen om geen routering aan te brengen? Binnen dit onderzoek hadden 29 van de 50 gemeenten geen routering aangebracht. Dit zijn 5 middelgrote gemeenten en 24 kleine gemeenten (zie Tabel 9, pag. 30). De antwoorden op de (open) vraag waarom men niet tot routering is overgaan, waren zeer divers. Er komt geen grootste gemene deler naar voren. Iets minder dan de helft (12) van de gemeenten verwees naar de infrastructuur en/of het vervoer van gevaarlijke stoffen ( Tabel 14, pag. 33). Vanuit de totaal 39 genoemde redenen kon een onderverdeling gemaakt worden in 8 categorieën, waarbij de categorie ‘anders’ het hoogst scoorde. De gevonden categorieën zijn in Tabel 3 samengevat.

20 21

Zijn gemeenten waarbij deze vraag niet van toepassing was krachtens artikel 22, Hoofdstuk III, Wvgs

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

15

Routering Gevaarlijke Stoffen

Tabel 3
Genoemde redenen waarom er geen routering is aangebracht Infrastructuur (bijv. lintbebouwing/geen alternatieve routes/kleine gemeente) Geen/weinig vervoer van gevaarlijke stoffen Geen/weinig bedrijven m.b.t. gevaarlijke stoffen Geen/onvoldoende capaciteit Geen/onvoldoende prioriteit Geen/onvoldoende kennis Geen aanleiding (zonder verdere argumentatie) Anders Totaal 8 3 3 4 2 2 3 14 39

Zoals gezegd waren de antwoorden zeer divers, vandaar dat de categorie ‘anders’ de grootste is geworden. De antwoorden die onder deze categorie zijn geschaard lopen uiteen van: “[routering is] geen wettelijk verplichting” tot “Hebben van routering zorgt voor meer vervoer gevaarlijke stoffen door gemeente.” Alle antwoorden uit de categorie ‘anders’ zijn te vinden in Tabel 15 (zie bijlage pag. 34). 3.4.2 Gebruikmaking van convenanten? Aan de gemeenten zonder routering is gevraagd of ze zogenoemde ‘convenanten22’ afsluiten met verzenders of ontvangers van gevaarlijke stoffen binnen hun gemeente. Eén gemeente23 antwoordde hier positief op en gaf aan een convenant te hebben afgesloten met een bedrijf dat vuurwerk af- en aanvoert. Bij de vraag naar de reden waarom geen routering is aangebracht, had een (andere) gemeente geantwoord dat er afspraken zijn gemaakt met bedrijven/vervoerders. Deze gemeente kan daarom ook opgevat worden als een gemeente die gebruik maakt van convenanten.

3.5 Voor welke gemeenten is routering geïndiceerd?
Het hebben van locaties binnen een gemeente waar gevaarlijke stoffen geladen of gelost worden, kan een reden zijn om routering aan te brengen. De ligging en de manier waarop deze locaties bereikt kunnen worden spelen daar ook een belangrijke rol bij. Als een laad- of losplaats bijvoorbeeld niet binnen bebouwing ligt en/of er is maar één weg die ernaartoe leidt, dan kan routering achterwege blijven. Aan de

22

Afspraak tussen gemeente en een bedrijf met een duidelijke herkomst/bestemming van routeplichtige stoffen.

In dit convenant komen de partijen overeen wat de beste route is voor het vervoer door de gemeente.
23

Het betreft een gemeente met een bedrijf voor opslag van vuurwerk (opslagcapaciteit 110.000 kg)

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

16

Routering Gevaarlijke Stoffen

hand van onderstaand schema24 (Figuur 1) zou een gemeente kunnen bepalen of het al dan niet wenselijk is routering aan te brengen, of, indien het een beperkt aantal laad- en losplaatsen betreft, convenanten af te sluiten met bedrijven. Aan alle 50 gemeenten zijn deze vragen gesteld. De vragen en resultaten zijn in onderstaand schema gevoegd, zodat inzichtelijk wordt hoeveel gemeenten binnen het onderzoek al dan niet in aanmerking komen voor routering. Figuur 1

Geënquêteerde gemeenten (50)

G E E

Weet niet (13) Laad-/Losplaatsen routeplichtige gevaarlijke stoffen? O N B E K E N D Nee (22) Weet niet (8) Meerder alternatieve routes? Nee (5) Weet niet (1) Eenvoudig bereikbaar via rijks-/provinciale weg? Ja (25)

Nee (12)

N

R O U T E Ja allemaal (2) R I N G

G E Ï N D I C

Ja (9)

E E R

(22)

Routering / Convenant geïndiceerd (9)

D (19)

Vanuit bovenstaand schema resulteren 3 groepen: routering wel geïndiceerd (9); routering niet geïndiceerd (19); en onbekend of routering is geïndiceerd (22). In
24

Schema is afgeleid vanuit: Stof tot nadenken: routering gevaarlijke stoffen in Noord-Brabant, 's-Hertogenbosch

: Provincie Noord-Brabant, 1998

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

17

Routering Gevaarlijke Stoffen

Tabel 4 staat aangegeven of deze gemeenten wel of geen routering hebben aangebracht. Tabel 4 Routering geïndiceerd? Ja Nee Onbekend Totaal Routering aangebracht? Ja 5 5 11 21 Nee 4 14 11 29 9 19 22 50 Totaal

3.5.1 Gemeenten waarbij routering geïndiceerd is Er zijn dus 9 gemeenten die volgens het schema in aanmerking komen voor routering. Van deze 9 gemeenten hebben 4 gemeenten geen routering aangebracht en 5 wel. De 4 gemeenten die geen routering hebben aangebracht zijn alle kleine gemeenten die ook geen gebruik maken van convenanten. Als reden waarom geen routering is aangebracht noemden deze 4 gemeenten: 1. 2. 3. 4. “Gezien structuur van gemeente is routering niet direct noodzakelijk. (…) Deels onbekendheid met materie.” “In 2006 gezamenlijk in regionaal verband [routering aanleggen?]” Geen reden ingevuld. “Geen directe aanleiding toe.”

Van deze gemeenten hebben 2 gemeenten een interne medewerker die belast is met en kennis heeft van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Eén gemeente zegt dat zaken rond vervoer gevaarlijke stoffen zijn “uitbesteed” (niet vermeld aan welke instantie). De 5 gemeenten die wel routering hebben aangebracht hebben alle een interne medewerker in dienst. Dit zijn alle middelgrote gemeenten (zie Tabel 18 en Tabel 19 pag. 36). 3.5.2 Gemeenten waarbij routering niet geïndiceerd is Van de 19 gemeenten die volgens bovenstaand schema (Figuur 1) niet in aanmerking komen voor routering hebben 5 gemeenten wel routering. Dit zijn 3 middelgrote gemeenten en 2 kleine gemeenten. Al deze gemeenten hebben een ter zake deskundige interne medewerker in dienst. De gemeenten binnen deze groep die geen routering hebben (14), zijn op één na kleine gemeenten. Wat betreft het beschikken over een ter zake deskundige medewerker, beschikken 6 gemeenten over een interne medewerker, 2 gemeenten hebben zaken als routering ondergebracht bij de brandweer en 6 gemeenten beschikken niet over een interne of externe medewerker (zie pag. 36).

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

18

Routering Gevaarlijke Stoffen

3.5.3 Gemeenten waarbij onbekend is of routering geïndiceerd is De grootste groep (22) bestaat uit gemeenten waarvan niet vastgesteld kon worden of routering is geïndiceerd. Dit komt omdat zij niet weten of er laad- en losplaatsen voor gevaarlijke stoffen zijn binnen hun gemeente en/of niet weten hoe deze bereikbaar zijn. De helft (11) van deze gemeenten heeft wel routering aangebracht. Dit zijn: 2 grote gemeenten; 4 middelgrote gemeenten en 5 kleine gemeenten. De meeste (8) van deze gemeenten beschikken over een interne medewerker, 2 over een externe medewerker en tweemaal is geantwoord dat men niet weet of de gemeente over zo’n medewerker beschikt. De andere helft van deze groep, de gemeenten die geen routering hebben aangebracht, ziet er als volgt uit: 4 middelgroot, 7 klein. Binnen deze groep beschikken 4 gemeenten over een interne medewerker, 5 gemeenten hebben geen interne of externe medewerker en 2 gemeenten antwoordden via ‘anders’ dat zaken met betrekking vervoer gevaarlijke stoffen zijn uitbesteed (zie Tabel 19 en, pag. 36).

3.6 Handhaving vervoer gevaarlijke stoffen
De twee vragen binnen de enquête over handhaving vervoer gevaarlijke stoffen waren bedoeld voor alle gemeenten. Door een fout in de routing zijn deze vragen echter alleen gesteld aan de 25 gemeenten die hebben aangegeven dat er laad- en losplaatsen gevaarlijke stoffen binnen hun gemeenten zijn. In alle gevallen, dus ook als er geen laad- of losplaatsen zijn, kan er sprake zijn van (doorgaand) vervoer gevaarlijke stoffen en is handhaving derhalve opportuun. Daarnaast is handhaving ook niet afhankelijk van het al dan niet hebben van routering binnen de gemeente; in gemeenten met routering controleert men of het vervoer alleen over de aangegeven route plaatsvindt25 en in gemeenten zonder routering controleert men of de bebouwde kom wordt vermeden26. 3.6.1 Hoeveel controles op jaarbasis? Van de 25 gemeenten die de vraag over het aantal controles in het afgelopen jaar hebben beantwoord, wisten de meeste gemeenten (18) niet hoeveel controles er jaarlijks worden verricht. Slechts 7 gemeenten hebben ingevuld hoeveel controles zij jaarlijks uitvoeren, waarbij door 5 gemeenten “nul” werd ingevuld en door de andere twee gemeenten respectievelijk 5 en 6 controles per jaar. Er zijn dus slechts 2 gemeenten die aangeven dat er controles uitgevoerd worden. Op de vraag wat de controleresultaten waren antwoordde de eerste gemeente dat er in het voorafgaande jaar “geen overtredingen zijn geconstateerd.” De andere
25 26

artikel 18 Wvgs artikel 11 Wvgs

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

19

Routering Gevaarlijke Stoffen

gemeente antwoordde ten aanzien van de controleresultaten: “Lossen vond plaats op de met de exploitant overeengekomen tijden.“ 3.6.2 Hoe (door wie, hoe vaak, resultaten) vindt handhaving plaats? Op de open vraag hoe de handhaving plaatsvindt, antwoordden de bovenstaande twee gemeenten respectievelijk: “Na overleg met de politie en tijdens reguliere controles i.h.k.v. de Wet milieubeheer” en “Controle van vrachtbrieven alsmede sociale controle uit de omgeving.” De overige 23 gemeenten bleven het antwoord op de vraag hoe de controles plaatsvinden vaak (12 maal) schuldig. Drie gemeenten gaven aan dat deze vraag niet van toepassing was (zij hadden ervoor ingevuld 0 controles uit te voeren). Verder werd 6 maal naar de politie verwezen. Slecht één gemeente had aangegeven zelf controles uit te voeren (zie, pag. 37 voor alle gegeven antwoorden).

3.7 Programmafinanciering externe veiligheid
Het Rijk heeft voor 2004-2006 een bedrag van € 20 miljoen beschikbaar gesteld om het extern veiligheidsbeleid bij provincies en gemeenten te versterken. Het Rijk keert deze gelden uit door middel van programmafinanciering. Onder regie van de provincie kunnen gemeenten een programma indienen om de externe veiligheid te verbeteren. Als het programma aan de eisen voldoet verstrekt het Rijk de middelen om het programma uit te voeren. Alle Nederlandse gemeenten zijn hiervan in december 2004 per brief op de hoogte gesteld door de staatssecretaris van het ministerie van VROM27. Aan de gemeenten binnen dit onderzoek is gevraagd of zij op de hoogte zijn van deze programmafinanciering. Tweederde van de respondenten bleek hiervan op de hoogte te zijn, en binnen deze groep zei ruim driekwart (26) dat ze in het kader van deze programmafinanciering reeds actie hadden ondernomen. Op de vraag welke actie is ondernomen hebben 18 gemeenten hiervan in het kort een beschrijving gegeven. Meestal betreft het participatie binnen provinciale en/of regionale projecten of inventariserende activiteiten (risico´s, vervoersstromen, LPG-inrichtingen, zie Tabel 21, Tabel 22 en Tabel 23, pag. 37, 38).

27

http://www.vrom.nl/pagina.html?id=9256#20873

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

20

Routering Gevaarlijke Stoffen

4 Samenvatting en conclusies
4.1 Inleiding
De Inspectie VenW heeft begin 2005 aan 81 Nederlandse gemeenten gevraagd mee te werken aan een onderzoek naar routering gevaarlijke stoffen. Uiteindelijk hebben 50 gemeenten hieraan meegewerkt door een enquête in te vullen. Hoofddoel van het onderzoek was te achterhalen hoeveel gemeenten routering hebben aangebracht en wat hun beweegredenen waren om dit al dan niet te doen.

4.2 Kennis vervoer gevaarlijke stoffen
De grote en middelgrote gemeenten binnen dit onderzoek beschikken respectievelijk altijd, of bijna altijd over een interne medewerker die kennis heeft van vervoer gevaarlijke stoffen. Meer dan de helft van de kleine gemeenten (17 van de 31) heeft deze kennis echter niet in huis via een medewerker, waarvan slechts enkele gemeenten (4) die kennis van buiten halen (zie Tabel 7, pag. 28). Binnen dit onderzoek kwam het verschil tussen gemeenten met of zonder interne medewerker gevaarlijke stoffen niet naar voren. In die zin dat in beide gevallen nagenoeg even vaak ‘weet niet’ werd geantwoord, ook op vragen om te bepalen of routering is geïndiceerd (zie, pag. 29). Gemeenten hebben, zoals bij de beschrijving van de resultaten verschillende malen naar voren komt, zelf aangegeven over onvoldoende kennis te beschikken. Ook bleek uit de gegeven antwoorden dat men niet altijd precies weet hoe het zit. Zo werd bijvoorbeeld aangegeven dat men geen routering had aangebracht omdat “het niet verplicht is”, of dat men wel routering heeft aangebracht omdat “het verplicht is” enzovoort. Op grond van deze bevindingen is de conclusie dat de aanwezige kennis over het vervoer van gevaarlijke stoffen bij gemeenten onvoldoende is.

4.3 Hoeveel gemeenten hebben routering?
Het gevonden percentage van gemeenten met routering binnen dit onderzoek is 42%. Dit percentage is hoger dan uit een eerdere inventarisatie naar voren kwam (29%) en aanzienlijk hoger dan het percentage bij de non-responsgroep (10%) (zie Figuur 3, pag. 16 en, pag. 30). Binnen dit onderzoek, waaraan in totaal 50 gemeenten hebben meegedaan, hadden 21 gemeenten wel routering en 29 niet. Het zijn vooral de grote en middelgrote

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

21

Routering Gevaarlijke Stoffen

gemeenten die routering hebben aangebracht; respectievelijk 100% en 71%. Van de kleine gemeenten heeft slechts 23% routering. Er is aan alle gemeenten gevraagd hoe burgers erachter kunnen komen of er binnen hun gemeente wel of geen routering is aangebracht. Uit de antwoorden blijkt dat burgers zich voor deze informatie hoofdzakelijk telefonisch of schriftelijk tot een gemeente moeten richten. Slechts 8 gemeenten verwijzen naar een internetsite en 4 maal werd geantwoord dat men niet wist hoe een burger deze informatie kan verkrijgen (zie pag. 30). 4.3.1 Gemeenten met routering In totaal hadden 21 gemeenten routering aangebracht. De oudste dateert uit 1960 en de jongste uit 2005. Na invoering van de Wvgs (1996) is het aantal gemeenten met routering in vergelijking met de voorliggende jaren sterk toegenomen. Vanaf 1960 tot 1997, een periode van 37 jaar, hebben 9 gemeenten routering aangebracht. Vanaf 1997 tot 2005, een periode van 8 jaar, hebben 11 gemeenten routering aangebracht. (Van één gemeente binnen het onderzoek is niet bekend wanneer de routering is aangebracht.) Ook het aantal gemeenten dat de routering heeft geactualiseerd is na 1996 sterk gestegen: van 1960 tot 1997 waren dit 5 gemeenten en vanaf 1997 tot 2005 eveneens 5 gemeenten. De routering is bijna altijd afgestemd met provincie, buurgemeenten en tunnels waarvoor het tunnelregime geldt. Door 11 van de 21 gemeenten met routering zijn in het voorafgaande jaar ontheffingen verleend28. Meestal betreft dit vervoer van LPG en/of vuurwerk (10 maal). Van de 21 gemeenten met routering hebben 19 gemeenten één of meer redenen genoemd waarom zij tot routering zijn overgegaan. Twee gemeenten hebben geen redenen genoemd. Opvallend is dat 4 gemeenten meenden dat het aanbrengen van routering verplicht wordt via de Wvgs, wat echter niet het geval is (zie paragraaf 1.2, pag. 4). De meest genoemde reden om routering aan te brengen valt min of meer samen met de reden waarvoor routering in het leven is geroepen, namelijk het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen leiden waar naar verwachting de minste risico’s worden gelopen. 4.3.2 Gemeenten zonder routering Binnen dit onderzoek hadden 29 geen routering aangebracht. De genoemde redenen waarom men niet tot routering is overgaan, waren zeer divers. Iets minder dan de
28

krachtens artikel 22, Hoofdstuk III, Wvgs

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

22

Routering Gevaarlijke Stoffen

helft van deze gemeenten noemde één of meerdere redenen in relatie tot de bestaande infrastructuur of vervoer van gevaarlijke stoffen (doorgaand vervoer of vervoer van of naar laad- en losplaatsen, zie Tabel 14, pag. 33). De categorie ‘anders’ scoorde het hoogst en daarbinnen liepen de antwoorden uiteen van “[routering is] geen wettelijk verplichting” tot “Hebben van routering zorgt voor meer vervoer gevaarlijke stoffen door gemeente” (zie Tabel 15, pag. 34). Slechts één van de gemeenten zonder routering antwoordde 29 een convenant te hebben afgesloten met een bedrijf dat vuurwerk aan- en afvoert. Dit leek voor nog een gemeente het geval te zijn omdat deze als reden aangaf waarom er geen routering is aangebracht, dat er afspraken zijn gemaakt met bedrijven/vervoerders. 4.3.3 Routering geïndiceerd? Via enquêtevragen is geprobeerd na te gaan of een gemeente in aanmerking komt om routering aan te brengen. Hieruit bleek dat 9 gemeenten hiervoor in aanmerking kwamen en 19 niet. Voor 22 gemeenten bleef het onbekend omdat één of meerdere vragen met ‘weet niet’ werden beantwoord. Van de 9 gemeenten die wel in aanmerking kwamen voor routering hadden 4 gemeenten geen routering aangebracht en 5 wel. Van de 19 gemeenten die niet in aanmerking kwamen hadden 5 gemeenten wel routering aangebracht en 14 niet. Uit deze resultaten wordt geconcludeerd dat binnen een groot aantal gemeenten nog niet in kaart is gebracht of er factoren zijn die routering rechtvaardigen. Als bij gemeenten wel bekend is dat er factoren zijn die routering rechtvaardigen, leidt dit niet altijd tot het aanbrengen van routering en andersom.

4.4 Handhaving
Door een fout in de routing is helaas slechts aan de helft van de gemeenten gevraagd hoe de handhaving plaatsvindt met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg. De meeste gemeenten bleven het antwoord op de vragen ‘hoe vaak’ en ‘hoe’ er gehandhaafd wordt schuldig. Slechts één gemeente antwoordde de controles zelf uit te voeren en zes gemeenten verwezen naar de politie. Drie gemeenten meenden zelfs dat handhaving niet van toepassing is. Vanuit de resultaten wordt geconcludeerd dat handhaving ten aanzien van routering nauwelijks ontwikkeld is binnen gemeenten.

4.5 Programmafinanciering Externe Veiligheid
Het Rijk heeft voor 2004-2006 een bedrag van € 20 miljoen beschikbaar gesteld om het extern veiligheidsbeleid bij provincies en gemeenten te versterken. Ongeveer
29

Het betreft een gemeente met een bedrijf voor opslag van vuurwerk (opslagcapaciteit 110.000 kg)

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

23

Routering Gevaarlijke Stoffen

eenderde van de gemeenten bleek hiervan niet op de hoogte. Van de gemeenten die hiervan wel op de hoogte waren hebben de meeste actie ondergenomen op het gebied van externe veiligheid. Mogelijk is het feit dat het aantal gemeenten met routering of actualisering daarvan vanaf 2004 relatief snel is gestegen, ook het gevolg van de Programmafinanciering (zie. Tabel 12 en Tabel 13, pag. 32).

4.6 Eindconclusie
De eindconclusie is dat het instrument van routering over het algemeen niet vaak en niet weloverwogen ingezet lijkt te worden binnen gemeenten. Een deel van de gemeenten dat in aanmerking lijkt te komen voor routering heeft deze niet aangebracht en andersom. Wat vooral opvalt binnen dit onderzoek is dat voor een grote groep gemeenten niet bepaald kon worden of zij in aanmerking komen voor routering, omdat zij de betreffende vragen niet konden beantwoorden. De indruk bestaat dat dit vooral toe te schrijven is aan gebrek aan kennis over het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg. Dit is op zich niet vreemd omdat de betreffende regeling als ontoegankelijk en ingewikkeld bestempeld kan worden.30 Het gebrek aan kennis kan ook afgeleid worden uit het feit dat met name de kleine gemeenten dikwijls niet over een medewerker beschikken die kennis heeft van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarnaast gaven gemeenten zelf soms aan dat de kennis te wensen overliet, of was dat uit de gegeven antwoorden af te leiden. De beschikbare programmafinanciering is daarom zeer welkom omdat die gemeenten in de gelegenheid stelt hun kennis te vergroten op het gebied van externe veiligheid. De programmafinanciering lijkt reeds vruchten af te werpen. Zo is vanaf 2004 het aantal gemeenten met routering of actualisering van de bestaande routering relatief snel toegenomen. Ook gaf iets meer dan de helft van alle gemeenten aan op het moment van het onderzoek activiteiten te ondernemen in het kader van externe veiligheid, waaronder routering. Vanuit dit onderzoek kan geconcludeerd worden dat binnen gemeenten nauwelijks handhaving plaatsvindt ten aanzien van routering.

4.7 Aanbevelingen
De Inspectie VenW zal de bevindingen van onderhavig onderzoek onder de aandacht brengen van het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeente (VNG), het ministerie van VROM en het Directoraat-generaal Transport en Luchtvaart (DGTL) van het ministerie van Verkeer en Waterstaat.

30

Vervoer gevaarlijke stoffen in perspectief, Evaluatie van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen 1996-2002, COT,

2003, pag. 45.

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

24

Routering Gevaarlijke Stoffen

Vanuit het onderzoek wordt duidelijk dat het vooral van belang is dat het kennisniveau ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen, c.q. externe veiligheid, binnen gemeenten wordt vergroot. Dit gebeurt in feite al via de verschillende acties die in het kader van Programmafinanciering plaatsvinden. Het is daarom gunstig dat de programmafinanciering verlengd wordt tot en met 2010. De Inspectie VenW beveelt het IPO, als coördinator van activiteiten die binnen de programmafinanciering plaatsvinden, aan de bevindingen uit dit onderzoek bij de activiteiten te betrekken. Het gaat dan in het bijzonder om: • • • Kennis over routering binnen Nederlandse gemeenten vergroten. De handhaving ten aanzien van routering op lokaal niveau uit laten voeren, waarbij de Inspectie VenW een adviserende rol heeft (zie par. 1.3 pag. 5). Ten aanzien van de informatievoorziening wordt aanbevolen een landelijke internetsite te openen waarop inzichtelijk is welke gemeenten over routering beschikken, welke wegen zijn aangewezen en hoe eventueel ontheffing kan worden aangevraagd. Deze informatie is met name van belang voor vervoerders.

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

25

Routering Gevaarlijke Stoffen

Bronnen
• • Stof tot nadenken: routering gevaarlijke stoffen in Noord-Brabant. ’sHertogenbosch, Provincie Noord-Brabant, 1998. Vervoer gevaarlijke stoffen in perspectief, Evaluatie van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen 1996-2002, COT, 2003.

Geraadpleegde internetsites: www.vng.nl www.cbs.nl www.risicokaart.nl www.venstertijden.nl www.vrom.nl/pagina.html?id=9256#20873

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

26

Routering Gevaarlijke Stoffen

Bijlage 1: Tabel 3 VLG
Tabel 5 Stoffen, wijze van vervoer en hoeveelheden die routeplichtig zijn en/of verboden voor tunnels categorie I
Klasse Vervoer in tanks Losgestort vervoer Vervoer in colli in hoeveelheden groter dan 1.1.3.6 Alle stoffen boven de hoeveelheden als bedoeld in 1.1.3.6 en vuurwerk met de UN-nummers 0333; 0334; 0335; 0336 en 0337 met een totale netto explosieve massa van meer dan 20 kilogram Letters F, T, TF, TC, TO, TFC, TOC UN 1001; 1005; 1008; 1010; 1011; 1012; 1016; 1017; 1023; 1026; 1027; 1030; 1032; 1033; 1035; 1036; 1037; 1038; 1039; 1040; 1041; 1048; 1049; 1050; 1053; 1055; 1060; 1061; 1062; 1063; 1064; 1067; 1071; 1075; 1076; 1077; 1079; 1082; 1083; 1085; 1086; 1087; 1581; 1582; 1612; 1749; 1858; 1859; 1860; 1912; 1953; 1954; 1955; 1957; 1959; 1961; 1962; 1964; 1965; 1966; 1967; 1969; 1971; 1972; 1978; 2034; 2035; 2044; 2073; 2189; 2191; 2197; 2200; 2203; 2204; 2417; 2419; 2420; 2452; 2453; 2454; 2517; 2600; 2601; 2901; 3057; 3083; 3138; 3153; 3154; 3160; 3161; 3162; 3252; 3300; 3303; 3304; 3305; 3306; 3307; 3308; 3309; 3310; 3312; 3318; 3354; 3355 4.1 4.2 UN 1366, 1370, 1380, 1381, 2003, 2005, 2445, 2447, 2845, 2870, 3049, 3050, 3051, 3052, 3053, 3076, 3194, 3203 alle stoffen alle stoffen UN 3221, 3222, 3231, 3232

1

2

4.3 5.2

UN 3101, 3102, 3111, 3112 UN 1092, 1238, 1239, 1259, 1613, 1695, 2334, 2382, 2438, 3294 UN 1052, 1744, 1786, 1790, 1829, 1831, 2240, 2502, 2817 UN 2502

6.1

8

lege tanks, voertuigen of containers ongereinigd van hierboven genoemde stoffen

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

27

Routering Gevaarlijke Stoffen

Bijlage 2: inventarisatie 2004
Tabel 6 Gegevens vanuit navraag door Inspectie VenW bij provincies in 2004, (gegevens provincies Groningen en Gelderland waren niet beschikbaar)
Totaal aantal gemeenten Groningen Friesland Drenthe Overijssel Gelderland Flevoland Noord-Holland Zuid-Holland Utrecht Noord-Brabant Zeeland Limburg Totaal 25 31 12 26 71 6 65 86 33 68 13 47 483 Met routering Zonder routering Niet bekend 0 0 25 1 30 0 1 11 0 13 13 0 0 0 71 2 4 0 37 28 0 48 38 0 4 29 0 6 62 0 13 0 0 14 33 0 139 248 96

Figuur 2 In onderstaande figuur is op grond van bovenstaande tabel de verdeling weergegeven %gemeenten met en zonder routering

%gemeenten met en zonder routering inventarisatie 2004 (alle gemeenten)

Niet bekend 20%

Met routering 29%

Zonder routering 51%

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

28

Routering Gevaarlijke Stoffen

Bijlage 3: tabellen en grafieken onderzoeksresultaten
Figuur 3
Medewerker met kennis vervoer gevaarlijke stoffen?
35 Aantal gemeenten 30 25 20 15 10 5 0 Groot Middelgroot Grootte gemeenten Klein
Brandw eer Weet niet Anders Nee Ja, extern Ja, zow el intern als extern Ja, intern

Tabel 7
Is er binnen uw gemeente een functionaris die belast is met en kennis heeft van zaken zoals het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (waaronder routering)? * Grootte gemeente Crosstabulation Count Groot Is er binnen uw gemeente een functionaris die belast is met en kennis heeft van zaken zoals het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (waaronder routering)? Total Ja, intern Ja, extern Ja, zowel intern als extern Nee Anders Weet niet Brandweer Grootte gemeente Middelgroot 2 14 0 1 0 0 0 0 0 2 0 0 0 0 2 17 Klein 12 1 2 12 1 1 2 31 Total 28 2 2 12 3 1 2 50

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

29

Routering Gevaarlijke Stoffen

Tabel 8
Is er binnen uw gemeente een functionaris die belast is met en kennis heeft van zaken zoals het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (waaronder routering)? * Routering geindiceerd * Grootte gemeente Crosstabulation Count Grootte gemeente Groot Ja Is er binnen uw gemeente een functionaris die belast is met en kennis heeft van zaken zoals het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (waaronder routering)? Total Is er binnen uw gemeente een functionaris die belast is met en kennis heeft van zaken zoals het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (waaronder routering)? Total Is er binnen uw gemeente een functionaris die belast is met en kennis heeft van zaken zoals het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (waaronder routering)? Total Ja, intern Routering geindiceerd Nee Onbekend Total

2

2

2 Ja, intern 5 Ja, extern 0 Anders 0 5 1 0 1 1 1 0 0 4 0 4 6 0 1 6 0 0 2 15 2 8 5 1 0 5 0 1 0 12 0 1 4 5

2 14 1 2 17 12 1 2 12 1 1 2 31

Middelgroot

Klein

Ja, intern Ja, extern Ja, zowel intern als extern Nee Anders Weet niet Brandweer

Figuur 4
Gemeenten met en zonder routering 'respons groep'

Gemeenten zonder routering 58%

Gemeenten met routering 42%

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

30

Routering Gevaarlijke Stoffen

Figuur 5 Verdeling %gemeenten met en zonder routering ‘non respons groep’ (31 gemeenten)
% gemeenten met en zonder routering 'non respons groep'

Met routering 10% Niet bekend 39%

Zonder routering 51%

Tabel 9
Routering? * Grootte gemeente Crosstabulation Grootte gemeente Middelgroot 2 12 71% 5 29% 17 100%

Groot Routering? Ja Count % within Grootte gemeente Count % within Grootte gemeente Count % within Grootte gemeente

Klein 7 23% 24 77% 31 100%

Total 21 42% 29 58% 50 100%

100% 0 0% 2 100%

Nee

Total

Tabel 10
Info routering te verkrijgen via: Via internetsite van eigen gemeente Via www.venstertijden.nl Telefonisch Schriftelijk Anders Weet niet Totaal 7 1 37 32 10 4 91

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

31

Routering Gevaarlijke Stoffen

Tabel 11 Totstandkoming routering Buurgemeenten Provincie Brandweer Niets ingevuld Milieudienst Politie APV Rijkswaterstaat Bedrijven Anders Gemeenteraad Burgemeester en Wethouders Stadsdelen Waterschap Extern bureau Burgers Totaal 8 7 7 4 2 2 2 2 2 2 1 1 1 1 1 1 44

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

32

Routering Gevaarlijke Stoffen

Tabel 12
In welk jaar is deze routering aangebracht in uw gemeente? Frequency 1 1 1 1 1 1 1 2 1 1 2 2 2 3 1 21 29 50 Percent 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0 4,0 2,0 2,0 4,0 4,0 4,0 6,0 2,0 42,0 58,0 100,0 Valid Percent 4,8 4,8 4,8 4,8 4,8 4,8 4,8 9,5 4,8 4,8 9,5 9,5 9,5 14,3 4,8 100,0 Cumulative Percent 4,8 9,5 14,3 19,0 23,8 28,6 33,3 42,9 47,6 52,4 61,9 71,4 81,0 95,2 100,0

Valid

Missing Total

0 1960 1970 1982 1983 1986 1987 1990 1994 1997 1998 2000 2001 2004 2005 Total System

Tabel 13
In welk jaar is deze routering aangebracht in uw gemeente? * In welk jaar is de routering voor het laatst geactualiseerd? Crosstabulation Count 1998 In welk jaar is deze routering aangebracht in uw gemeente? 0 1960 1970 1983 1986 1994 1997 1998 2004 In welk jaar is de routering voor het laatst geactualiseerd? 1999 2001 2003 2004 2005 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 1 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 1 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 0 1 0 1 0 0 0 1 0 0 0 0 0 2 0 1 1 1 1 6 1 Total 1 1 1 1 1 1 1 2 2 11

Total

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

33

Routering Gevaarlijke Stoffen

Tabel 14 (Genoemde redenen om geen routering aan te brengen per respondentnummer)
Case Summariesa Infrastructuur (bijv. lintbebouwin g, geen alternatieve routes, kleine gemeente) 21 Ja Geen /onvol doen de kenni s Ja . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Ja Ja . . . . . 29 50 2 2 29 50 Ja Ja Ja Ja Ja 29 50 Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja

Routering? Nee 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 Total N

N

Geen/weinig vervoer van gevaarlijke stoffen 21

Geen/weinig bedrijven met gevaarlijke stoffen 21

Geen/onv oldoende capaciteit 21

Geen/onvoldo ende prioriteit 21

Geen aanleiding (zonder verdere uitleg) 21

Anders 21

Ja

Ja Ja Ja

Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja

Ja Ja

Ja Ja

Ja Ja

Ja

N

Total

29 50

29 50

29 50

29 50

Table Caption a. Limited to first 100 cases.

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

34

Routering Gevaarlijke Stoffen

Tabel 15 Gegeven antwoorden bij 'Anders' redenen geen routering 1 Afspraken met bedrijven/vervoerders (LPG en vuurwerk) 2 Bij iedere regelgeving hoort ook handhaving en dat is niet goed geregeld. 3 Doorgaande wegen binnen de gemeente zijn in beheer bij provincie (N247) en Rijk (A7) 4 Er loopt geen route door de gemeente naar bedrijven met gevaarlijke stoffen 5 Geen wettelijke verplichting 6 Hebben van routering zorgt voor meer vervoer gevaarlijke stoffen door gemeente 7 Hierover is in het verleden niet nagedacht 8 In 2006 gezamenlijk in regionaal verband [routering aanbrengen?] 9 Mogelijke financiële gevolgen 10 Momenteel vindt i.v.m. de sanering van de gelijkvloerse spoorwegovergangen een onderzoek plaats naar de een nieuwe verkeersinfrastructuur. In dit kader is de (mogelijke) realisatie van route vervoer gevaarlijke stoffen een aandachtspunt. 11 Niet bekend 12 Respondent heeft niets ingevuld 13 Veel administratieve last in relatie tot meerwaarde route 14 Vervoer is grotendeels wettelijk vastgesteld Tabel 16
Laad-/losplaatsen routeplichtige gevaarlijke stoffen? * Routering? Crosstabulation Count Routering? Ja Nee 14 11 1 11 6 7 21 29 Total 25 12 13 50

Laad-/losplaatsen routeplichtige gevaarlijke stoffen? Total

Ja Nee Weet niet

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

35

Routering Gevaarlijke Stoffen

Tabel 17 (hebben laad- en losplaatsen die via meerdere alternatieve wegen bereikbaar zijn)
Gemeenten die in aanmerking komen om routering aan te brengen * Routering? Crosstabulation Count Routering? Ja Nee Gemeenten die in aanmerking komen om routering aan te brengen Total ,00 1,00 16 5 21 25 4 29 Total 41 9 50

Tabel 18
Grootte gemeente * Routering? * Routering geindiceerd Crosstabulation Count Routering geindiceerd Ja Routering? Ja Nee 5 0 0 4 5 4 3 1 2 13 5 14 2 0 4 4 5 7 11 11 Total 5 4 9 4 15 19 2 8 12 22

Grootte gemeente Total Grootte gemeente Total Grootte gemeente Total

Middelgroot Klein Middelgroot Klein Groot Middelgroot Klein

Nee

Onbekend

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

36

Routering Gevaarlijke Stoffen

Tabel 19
Is er binnen uw gemeente een functionaris die belast is met en kennis heeft van zaken zoals het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (waaronder routering)? * Routering? * Routering geindiceerd Crosstabulation Count Routering geindiceerd Ja Routering? Ja Nee Is er binnen uw gemeente een functionaris die belast is met en kennis heeft van zaken zoals het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (waaronder routering)? Total Is er binnen uw gemeente een functionaris die belast is met en kennis heeft van zaken zoals het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (waaronder routering)? Total Is er binnen uw gemeente een functionaris die belast is met en kennis heeft van zaken zoals het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (waaronder routering)? Total Ja, intern Ja, zowel intern als extern Nee Anders 5 0 0 0 5 Ja, intern Ja, zowel intern als extern Nee Brandweer 5 0 0 0 5 Ja, intern Ja, extern Nee Anders Weet niet 8 2 0 0 1 11 1 1 1 1 4 5 1 6 2 14 4 0 5 2 0 11 Total 6 1 1 1 9 10 1 6 2 19 12 2 5 2 1 22

Nee

Onbekend

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

37

Routering Gevaarlijke Stoffen

Tabel 20 Kunt u in het kort beschrijven hoe de handhaving plaatsvindt (wie, waar, wanneer controles enz.) contoles vinden plaats door de vakgroep handhaving ven de gemeente N. Controle van vrachtbrieven alsmede sociale controle uit de omgeving. De gemeente handhaaft zelf niet. Dit wordt door andere instanties gedaan. Van de politie heb ik begrepen dat ze steekproefsgewijs handhaving van vervoer gevaarlijke stoffen uitvoeren. Handhaving vindt plaats door politie al of niet in het kader van gezamenlijke handhavingprojecten (SEPH's) Is niet de bevoegdheid van de gemeente. N.v.t. Na overleg met de politie en tijdens reguliere controles i.h.k.v. de Wet milieubeheer Niet door de gemeente. Bevoegdheid IVW/politie. Respondent heeft niets ingevuld politie handhaaft routering Vindt plaats door Verkeer en Waterstaat [IVW?]. Hoe vaak en waar is onbekend Voor info hiervoor gestelde vragen met betrekking tot laden, lossen en ontheffingen. Regiopolitie A. Totaal Tabel 21
Is uw gemeente op de hoogte van de programmafinanciering externe veiligheid van VROM? Frequency 33 17 50 Percent 66,0 34,0 100,0 Valid Percent 66,0 34,0 100,0 Cumulative Percent 66,0 100,0

1 1 1

1 1 3 1 1 12 1 1 1 25

Valid

Ja Nee Total

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

augustus 2005
Rapport

38

Routering Gevaarlijke Stoffen

Tabel 22
Heeft uw gemeente naar aanleiding van dat programma actie ondernomen? Frequency 26 7 33 17 50 Percent 52,0 14,0 66,0 34,0 100,0 Valid Percent 78,8 21,2 100,0 Cumulative Percent 78,8 100,0

Valid

Missing Total

Ja Nee Total System

Tabel 23
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Genoemde activiteiten i.h.k.v. Programmafinanciering EV-beleid De preventie officier van de brandweer is contactpersoon voor de gemeente en het is als taak inzichtelijk gemaakt in de werkplannen Actie betreft inventarisatie gevaarlijke stoffen in inrichtingen. Voor vervoer over de weg (routering) zal de regionale Brandweer Amsterdam het initiatief nemen. We doen mee met Provinciaal Uitvoeringsprogramma incl. transport. projectgroep Haaglanden en opstellen risico-inventarisatie Momenteel worden voorbereidingen getroffen om te komen tot intrekking van een vergunning voor LPG. Een aantal medewerkers gaat kennistraject volgen. Participeren in een implementatieproject [Royal Haskoning] op de Noord-West Veluwe Met gewestgemeenten en RBO programmavoorstel ingediend. Er lopen 3 projecten Opgevoerd in een der provinciale projecten 1. Voor 12 gemeenten (en mogelijk R.) in de regio Midden-Holland wordt door de Milieudienst MiddenHolland de risico-inventarisatie uitgevoerd. Fase 1 en 2 worden voor V. in 2004 uitgevoerd en fase 3 wordt in de eerste helft van 2005 afgerond. In Financieringsaanvraag externe veiligheid m.b.t. onderzoek naar risicocontouren rond lpg-tankstations aangevraagd; werd echter niet gehonoreerd In overleg met de DCMR Milieudienst Rijnmond is dit thema als project opgenomen. De bijdrage van de DCMR is echter minimaal. De gemeente dient zelf de benodigde gegevens van de transporteurs boven water te krijgen en deze te vertalen naar een aanvaardbare route. Hiermee is inmiddels een begin gemaakt. De bij ons bekende transporteurs zijn gevraagd een formulier in te vullen. Er zijn twee voorstellen ingediend. Een ervan is gehonoreerd en wordt op dit moment uitgevoerd. Het betreft het ontwikkelen van een blauwdruk voor het maken van een extern veiligheidsbeleid. Inventarisatie vervoersstromen milieudienst van de gemeente is hier mee bezig Actie is ondernomen via deelname aan provinciale projecten Er wordt deel genomen aan de door de provincies Gelderland en Overijssel genomen initiatief: Kennis en implementatietraject gemeentelijk externe veiligheidsbeleid. Hebben meegedaan aan prioritering Hebben kennisgenomen van de definitieve projecten Hebben besloten niet aan de projecten mee te doen vanwege de trage aanpak

11 12

13 14 15 16 17 18

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands

Datum

Paginanummer

27 januari 2004
Rapport

39

Routering Gevaarlijke Stoffen

Colofon
Uitgever Datum Contactpersoon Doorkiesnummer Fax Uitvoerder Opmaak Inspectie VenW augustus 2005 mw. Drs. E. Lemson 070-305 2736 070-305 2776 TE Goederenvervoer IVW

Transport and Water Management Inspectorate Netherlands Transport Inspectorate Netherlands