GREENPORTS 2020

Thuis in Zuid-Holland

Provincie Zuid Holland september 2006

Inhoudsopgave

1 2

Inleiding ..................................................................................................... 3 Greenports ................................................................................................. 3

3. Zuid-Holland en de tuinbouw................................................................... 4 4 5 6 7 8 Ruimte en economie .................................................................................. 6 Bereikbaarheid en logistiek ...................................................................... 8 Duurzame ontwikkeling...........................................................................10 Kennis en innovatie ..................................................................................11 Actieprogramma ......................................................................................12 8.1 Programmapunten ...............................................................................12 8.2 Organisatie van het programma ...........................................................14

Greenports 2020 Thuis in Zuid Holland

2

1

Inleiding

In 2005 hebben de greenports een manifest opgesteld, dat de strategische agenda bevat voor de verdere ontwikkeling van de greenports in Nederland. Kennis en innovatie, ruimte, bereikbaarheid, regelgeving en Europese subsidies zijn in het manifest geagendeerd. In vervolg op dit manifest is het greenportbeleid verder uitgewerkt door een bestuurlijke groep, waarin rijk, provincies, gemeenten en het bedrijfsleven hebben samen gewerkt aan de notitie Greenport(s) Nederland. De notitie is op 29 juni 2006 op een landelijke conferentie over greenports gepresenteerd. Op deze conferentie zijn tien prioriteiten benoemd waarvoor het primaat in meer of mindere mate is toe te schrijven aan het bedrijfsleven, aan de overheid of aan een combinatie van de twee in de vorm van PPS constructies. Deze punten zijn: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Herstructureren van 3400 ha oude tuinbouwgebieden in tien jaar; Organiseren van innovatie; Ontwikkelen van nieuwe lokaties: bundelen, stimuleren, saneren; Betere bereikbaarheid via de weg; Versterken van kennissysteem; Planologische helderheid: integrale gebiedsvisies afmaken en doorvertalen in bestemmingsplannen; Duurzame productie, duurzaam vervoer, duurzaam imago; Ontwikkeling van nieuwe agro-logistieke concepten: multi-modaal vervoer, keten met flexibele en korte respons door service providers; Aanpak belemmerende regels; Europese fondsen benutten.

Uitgaande van de eigen verantwoordelijkheid van de provincie en gegeven de Nota Ruimte en de landelijke nota ligt er een taak voor de provincie om het concept ” greenport“ concreet inhoud te geven, gericht op het versterken van de greenports. Dat vraagt om een provinciaal strategisch uitvoeringsprogramma waarvoor deze notitie Greenport 2020 de basis vormt. Hierin komt het eigen beleid van de provincie aan de orde, maar ook het antwoord op bovenstaande tien punten, vanuit de optiek van de provincie. Vooral bij de punten 1, 3, 4 en 6 heeft de provincie een belangrijke rol. Van de vijf door het rijk aangewezen greenports liggen er drie in de provincie Zuid Holland: o de glastuinbouw in het Westland/Oostland o het sierteeltcomplex in en rond Boskoop o het bollencomplex in de Bollenstreek Vanwege de nabijheid zal de greenport Aalsmeer hierbij eveneens aan de orde komen.

2

Greenports

Onder greenports verstaan we het conglomeraat van productie, toelevering, verwerking, kennis, handel en afzet in de tuinbouw. Het gaat daarbij niet alleen over de glastuinbouw, maar ook over de twee andere belangrijke tuinbouwsectoren in Nederland, de bloembollensector en bomen en heestersector in en rond Boskoop. Er hebben zich in de greenports veel specifieke kennis- en onderzoekscentra gevormd zowel op gebied van productie als verwerking, handel en afzet. In alle greenports zijn specifieke handelsconglomeraten ontstaan van (glas)tuinbouwbedrijven, import- en exportbedrijven, logistieke dienstverleners, toeleverende en dienstverlenende bedrijven, veredelingsbedrijven en kennisinstellingen (technologisch, teelttechnisch, advisering, onderwijs, onderzoek, voorlichting) voor voedingstuinbouw en sierteelt. In wezen gaat het om het functioneren van dit complex, het onderkennen van de economische drijfveren van een cluster van wereldfaam dat aan de gang gehouden wordt door een kritische massa van zekere omvang van het teeltareaal. Dat areaal is de aanleiding voor de vernieuwing en de kennisontwikkeling, de groei en de verfijning van de cluster, de reden om de tuinbouw in de regio te houden en niet te laten verhuizen of verloren te laten gaan.

Greenports 2020 Thuis in Zuid Holland

3

De oorspronkelijke productielocaties zijn de laatste decennia centra van wereldhandel geworden, waaromheen een onderling afhankelijk geheel van toeleverende, verwerkende, logistieke en digitale dienstverlening is ontstaan dat op wereldschaal zijn weerga niet kent. Nergens op de wereld komen deze conglomeraten in deze grootte en samenstelling voor. Een Greenport is ook te omschrijven als een ruimtelijk economisch netwerk van de tuinbouwcluster waarbij via onderlinge samenwerking en afstemming in en tussen de greenports een versterking van alle tuinbouwclusters als geheel tot stand komt. Die samenwerking is er ook tussen de greenports en de mainports Rotterdam en Schiphol. Voor de ontwikkeling van de greenports dient daarom ook gekeken te worden naar de relatie met deze mainports, temeer omdat belangrijke innovaties plaatsvinden door ketenoptimalisatie, waarin de logistieke functie een belangrijke rol speelt. Gezien de gunstige ligging van de greenports tussen de mainports Rotterdam en Schiphol is het van groot belang om deze positie zoveel mogelijk te versterken. Nederland is in de tuinbouw één van de belangrijkste spelers op de wereldmarkt, niet alleen wat betreft productie en handel, maar vooral met betrekking tot kennis en innovatie, met name op het gebied van veredeling van nieuwe tuinbouwgewassen (biotechnologie) en de overdracht van kennis van onderzoek naar producent. Het actief stimuleren van innovatieve praktijkideeën uit de gehele keten en deze confronteren met ideeën uit de (universitaire/wetenschappelijke) onderzoekswereld is belangrijke voor de verdere ontwikkeling van de greenports. De concentratie van al deze activiteiten in de bestaande greenports en de aanwezigheid van kenniscentra in de nabijheid (Leiden, Delft, Rotterdam) is de enorme kracht van de sector. Dit levert een belangrijke bijdrage aan de versterking van de internationale concurrentiepositie van de provincie.

3.

Zuid-Holland en de tuinbouw

3.1 Vanouds verbonden De tuinbouw en alle activiteiten die daarmee samenhangen, is van oudsher geconcentreerd in het westen van Nederland. Dat is geen toeval, omdat deze intensieve vorm van landbouw zich in de nabijheid van grote steden en (lucht)havens heeft ontwikkeld, daarmee ook goed ontsloten was en in het westen van het land de juiste grondslag vond voor de teelt (in de open lucht) van de gewassen. Voor dit laatste is de bollenteelt op de geestgronden achter de duinen een mooi voorbeeld. De provincie heeft vanuit het verleden een sterke verbondenheid met het wel en wee van de tuinbouw. En die verbondenheid is er ook nu nog! De provincie herbergt immers drie van de vijf greenports, terwijl de Flower Mainport Aalsmeer in de directe nabijheid is gelegen. 3.2 Kern van het provinciale beleid In lijn met het rijksbeleid en de visies van de greenportregio’s is de centrale doelstelling: “Het tuinbouwcluster als totaal economisch behouden en versterken, zodat de functie als greenport ook op lange termijn in stand blijft en wordt versterkt, binnen de randvoorwaarden van ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid”. De essentie van het provinciale beleid laat zich het best verwoorden met: o Inpasbaarheid: de greenports worden ingepast in ons al druk in gebruik zijnde gebied en samenleving. De ruimtelijke, logistieke en milieutechnische problematiek wordt in onderlinge afstemming opgelost. Op het bovenregionale niveau is dat bij uitstek een provinciale taak. Binnen de greenports hebben de gemeenten die rol. o Samenhang: versterken van de samenhang tussen de uiteenlopende primaire processen en producten in en tussen de greenports. Aangeven wat de greenports gezamenlijk kunnen doen en van welke faciliteiten zij gecombineerd gebruik kunnen maken, zodat de claims niet gemaximeerd worden. Daarbij valt te denken aan veilingen, handelskanalen, verkeersinfrastructuur, diensten zoals gespecialiseerd banken verzekeringswezen,

Greenports 2020 Thuis in Zuid Holland

4

toeleveringsbedrijven, ICT. Ook de samenhang tussen de greenports en de andere tuinbouwgebieden wordt daarbij betrokken. Het organiseren van de samenhang tussen afzonderlijke greenports is een taak van de provincie. o Innovatie: het benutten van de kansen die geboden worden door de hoge concentratie van verwante kennisintensieve bedrijven en instituten in de nabijheid van de tuinbouwgebieden. De provincie stimuleert een geïntegreerde aanpak. De innovatie in de teelt hebben de bedrijven zelf goed ontwikkeld.

3.3 De rol van de provincie Zuid Holland De provincies hebben op het bovenregionale niveau een inhoudelijke verantwoordelijkheid jegens de greenports. Die verantwoordelijkheid laat zich splitsen in tweeën: o Primair het traditionele randvoorwaardenscheppende beleid, met taken op het gebied van ruimtelijke ordening en inrichting, provinciale infrastructuur en duurzaam milieu- en waterbeleid. Onderwerpen die hierbij aan de orde komen zijn: brede herstructurering van tuinbouwgebieden, ontwikkelen van nieuwe locaties, rol van de satellietlocaties, verbeteren van de bereikbaarheid, verhogen van de kwaliteit van het landelijk gebied, vermindering van emissies in lucht en water, energiegebruik terugdringen. Het afstemmen en het onderling laten sporen van deze samenhangende beleidsvelden is een kerntaak van de provincies. Deze taak wordt op een ontwikkelingsplanologische manier aangepakt. o In aanvulling daarop het nieuwe stimuleringsbeleid met taken op het gebied van kenniseconomie en -overdracht, organiseren van samenwerkingsverbanden in de publiek/private sfeer, met bijbehorende financieringsconstructies. Onderwerpen die hierbij aan de orde komen zijn: bevorderen van innovatie in de gehele cluster, ketenoptimalisatie, versterken van samenwerking tussen de verschillende actoren en velden binnen de tuinbouwsector en met actoren en velden daarbuiten, vooral met (wetenschappelijke) onderzoeksinstellingen en bedrijven op gebied van biotechnologie, veredeling, techniek, signaleren van en sturen in veranderingen in de logistiek. Deze taken hebben soms ook een ruimtelijke component en dan is de provincie ook aan zet door het toepassen van zijn RO-instrumentarium. De provincie wil daadkrachtig en slagvaardig opereren om de greenports te versterken. Dit gebeurt door: o Samenwerking te organiseren door alle partijen bij elkaar te brengen. De provincie rekent het zich tot haar taak om de samenwerking binnen de greenports te versterken, de verbindingen en samenhang tussen de greenports in Nederland te organiseren en te voorkomen dat door onderlinge rivaliteit en tegenwerking de positie op de wereldmarkt wordt aangetast. Ook de afstemming tussen greenports en mainports - vooral op het gebied van logistiek - kan worden versterkt o Organiseren van de (inhoudelijke) programma's De provincie rekent het tot haar verantwoordelijkheid om samen met gemeenten, regio’s en het bedrijfsleven een uitvoeringsgericht programma te organiseren. Daarbij zijn de financiële middelen die beschikbaar zijn of komen uit b.v. de Europese structuurfondsen, uit de rijksmiddelen voor Pieken in de Delta, het FES-fonds, het MIT, het Milieustimuleringsfonds of het ILG van belang. De provincie geeft vanuit haar taakopvatting richting aan de versterking van de greenports door bovenregionale sturing en afstemming. Dit heeft betrekking op ruimte, infrastructuur, duurzaamheid, kenniseconomie en logistiek . Binnen de afspraken die op landelijk niveau worden gemaakt organiseert de provincie de samenwerking tussen de greenports en het uitvoeringsgerichte programma incl. de financiële stromen die daarvoor nodig zijn.

Greenports 2020 Thuis in Zuid Holland

5

4

Ruimte en economie

4.1 Herstructurering van bestaande lokaties Landelijk is het beleid ingezet om de blijvende tuinbouwgebieden te herstructureren. Het provinciale glastuinbouwbeleid kiest ook voor herstructurering (Nota Glastuinbouw). De herstructureringsopgave is groot en complex.. De vijf greenports samen staan de komende tien jaar voor een herstructureringsopgave van circa 3.400 ha. De totale kosten voor herstructurering zijn ruim 6 miljard euro. Per saldo zal door herstructurering ruimte voor glastuinbouw verloren gaan. Er zijn veel eigenaren van grond en gebouwen. Individuele bedrijven zitten in een uiteenlopende ontwikkelings- en investeringsfase. En er zijn veel betrokken partijen, zowel privaat als publiek. Dit vereist dat de herstructurering systematisch wordt opgepakt, met een sterke regisseur in het gebied en met aandacht voor ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en het invoegen van functies als water en natuur. Om de ruimtelijk economische structuur van de greenports te versterken wordt het provinciale beleid van herstructurering van blijvende tuinbouwgebieden voortgezet. Dat gebeurt in samenwerking tussen met name gemeenten en bedrijfsleven via een projectmatige aanpak, in afgebakende deelgebieden en volgens een integrale benadering dus incl. natuur, water, groen en aandacht voor ruimtelijke kwaliteit. 4.2 Nieuwe locaties benutten De tuinbouw in Nederland blijft groeien, ook in oppervlakte. Het LEI becijfert dat 2000 tot 3000 ha uitbreidingsruimte nodig is. De greenports in de Randstad geven aan dat ze tot 2020 730 tot 1000 ha nodig hebben om te groeien. Het is praktisch uitgesloten dat deze vraag geaccomodeerd kan worden in de greenports zelf. De concurrentie om ruimte is juist daar erg groot . De ruimtevraag door herstructurering, autonome groei en transitie van functies is volgens de huidige inzichten in de greenports van Aalsmeer, Bollenstreek, Boskoop en Venlo grotendeels binnen of in aansluiting op de greenports op te vangen. Dit geldt echter niet voor de greenport Westland/Oostland. Daar is de beschikbare ruimte onvoldoende. Dit leidt tot een aanzienlijke ruimtevraag buiten dit gebied. We gaan er daarbij vanuit dat de locatie Zuidplaspolder volgens plan wordt gerealiseerd. Om de groeipotentie te benutten is dus nieuw areaal nodig. Buiten de greenports is voor de glastuinbouw de eerstkomende jaren nog volop ruimte beschikbaar in de satellieten - de productielocaties op afstand – onder voorwaarde van bundeling en met goede verbindingen met de greenports. Voor de langere termijn hebben de provincies de mogelijkheid om nieuwe locaties aan te wijzen. Daarvoor moet een visie worden ontwikkeld. De provincie Zuid Holland bereidt in samenwerking met de gebiedsautoriteit i.o. de ontwikkeling voor van de nieuwe glastuinbouwlocatie Zuidplaspolder. De ruimtevraag door herstructurering, autonome groei en transitie van functies kan met uitzondering van greenport Westland/Oostland grotendeels binnen of in aansluiting op de greenports worden opgevangen. Het saldo-nul beleid voor glas is randvoorwaarde. Om de groeipotentie van de glastuinbouw te realiseren wordt eerst de vrije ruimte in de satellietlocaties benut. Op langere termijn wijzen de provincies nieuwe productielocaties op afstand aan. Dit wordt in interprovinciale samenwerking geregeld. 4.3 Handel wordt steeds belangrijker Op economische gronden neemt de betekenis van de handel in vergelijking met de productie toe, uitgaande van de groothandelsbelangen, die de wereldmarkt als krachtenveld heeft. De afzet groeit

Greenports 2020 Thuis in Zuid Holland

6

sterk in Zuid en Oost-Europa. Er wordt vooral geconcurreerd op kwaliteit hetgeen wellicht van invloed is op het belang van bulkproductie. Dit kan doorwerken in de planning van areaalomvang in Nederland. In de sierteeltketen gaan groothandel en telers meer samenwerken en wordt de positie van de veiling minder belangrijk. Toch zal nog veel van de sierteelthandel via de veiling blijven verlopen. In de groenteteelt is dat nu al niet meer zo. Het belang van de groenteveiling is al sterk teruggelopen. De retail - de supermarkten en bouwmarkten - krijgen steeds meer invloed, vooral in de groentesector. In de sierteelt neemt het belang ook toe, maar de verwachting is dat 65 % van de handel via de veilingen blijft lopen. Gegeven het toenemende belang van de handel maakt de (provinciale) overheid in de greenports zelf of in de nabij gelegen mainports bij voorkeur via herstructurering van bestaande bedrijfsterreinen voldoende, goed bereikbare, agro-gerelateerde locaties voor handels- en toeleveringsbedrijven mogelijk.. 4.4 Productieruimte in greenports blijft nodig De huidige situatie is dat ca.60 % van het productieareaal voor de glastuinbouw in Nederland in de greenports ligt. In de periode 1999-2005 is de oppervlakte netto glas met ca. 7 % verminderd. Tegelijkertijd heeft de schaalvergroting doorgezet en is het aantal bedrijven met ca. 30 % afgenomen. Slechts ca.10 % van het areaal bollengrond ligt in de Zuid-Hollandse Duin- en Bollenstreek. Van de boom- en heesterteelt ligt 10 % van het areaal in greenport Boskoop en omgeving. Ondanks het feit dat de productiearealen in de Randstad steeds kleiner worden kunnen de greenports niet zonder productieruimte. Een zekere ruimte voor de teelt is voorwaarde voor vestiging van toeleverende en handelsbedrijven, voor kennisontwikkeling en voor hoogwaardige teelten en het opzoeken van nichemarkten. De vraag wat het minimum is van het productieareaal dat nodig is in de greenports om het tot nu toe succesvol gebleken clusterconcept te behouden c.q. te versterken is nauwelijks te beantwoorden. Trendbeschouwingen en onderzoeken geven daarin geen inzicht. Tot nu toe wordt een bestuurlijk standpunt ingenomen over het benodigd minimumareaal voor de productie. Voor de glastuinbouw en de bollenteelt wordt het “ saldo-nul beleid” gehanteerd. Uitbreiding wordt niet toegestaan en als er areaal verloren gaat mag dat worden gecompenseerd. De vraag is relevant of het vanuit de greenports in Zuid-Holland acceptabel is dat tuinbouwgebied verloren gaat en/of compensatie mogelijk dan wel wenselijk is. Zeker in het Westland is compensatie steeds lastiger, c.q. onmogelijk vanwege andere functies. Dat heeft tot gevolg dat de productie zich verplaatst naar Noord-Holland (Rijsenhout, Wieringermeer), naar West Brabant of naar locaties in Zuid-Holland zoals Hoekse Waard, Voorne-Putte of wellicht naar Goeree. Eerder aangewezen locaties in Noord en Oost-Nederland komen maar moeizaam of niet van de grond, omdat de tuinders daar niet naar toe willen. Met de discussie over inkrimping van het glasareaal en het zoeken naar vervangende ruimte in of buiten Zuid-Holland komt ook het saldo-nul beleid zelf in discussie. Is dat nog het goede instrument voor de versterking van de greenports? Is "oppervlakte" nog wel de belangrijkste maatstaf voor het te voeren provinciale beleid in de greenports of zijn economische criteria (b.v. toegevoegde waarde, werkgelegenheid, groei) beter? Behoud en versterking van de greenports moet worden gerealiseerd door op de huidige locaties productie, toelevering, handel en kennis te concentreren. In de greenports moet ruimte blijven voor teelt, omdat productiearealen voorwaardenscheppend zijn voor de vestiging van toeleverende en handelsbedrijven, voor kennisontwikkeling en voor hoogwaardige teelten en het opzoeken van nichemarkten. De provincies (en de gemeenten) scheppen in hun ruimtelijk beleid hiervoor de voorwaarden

Greenports 2020 Thuis in Zuid Holland

7

4.5 Integrale structuurvisies per greenport. De greenports in de Randstad liggen in een omgeving waar een grote druk is vanuit verstedelijking, groenontwikkeling, wegenaanleg en ruimte voor water. Dat geldt in ieder geval voor Westland/Oostland en de Bollenstreek. De greenport Boskoop wordt begrensd door de landschappelijke kwaliteit van het Groene Hart. De ontwikkeling van de greenports moet worden ingebed in een integrale (regionale) structuurvisie waarin naast de tuinbouw ook woningbouw, natuur, water en andere functies op elkaar worden afgestemd. Ook vanuit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit is herinrichting van de tuinbouwregio’s vanuit een brede invalshoek nodig. Het toevoegen van ecologische kwaliteiten, het aanleggen van recreatie- en groengebieden die ook toeristisch van betekenis zijn, het beter ontsluiten van deze gebieden zijn evenzeer nodig als het verder ontwikkelen van de tuinbouwgebieden. Integrale planvorming is dus nodig. In de Duin- en Bollenstreek is deze weg al ingeslagen. Er is een toenemende waterproblematiek in de greenports van West Nederland. Er dient ruimte te worden gereserveerd voor versterking van de kust om de veiligheid ook op langere termijn te kunnen waarborgen. Zwakke plekken bij Noordwijk, Katwijk en in het Westland moeten verstevigd worden. Er is te weinig waterbergend vermogen – met name in Westland en Oostland - om de klimaatverandering te weerstaan. Er moet dus ruimte worden gevonden voor waterberging, maar ook om de nu nog slechte waterkwaliteit te verbeteren. Op termijn moet de waterkwaliteit voldoen aan de normen van de Europese Kaderrichtlijn Water. Oplossingen zijn mogelijk via meervoudig ruimtegebruik (water, groen, kassen) en door brede herstructurering van de tuinbouwgebieden. Het gevolg hiervan zal zijn dat er minder areaal voor de primaire productie zal komen. De samenwerkende gemeenten in elke greenport stellen een integrale (regionale)structuurvisie op, die niet alleen economische, maar ook ecologische en sociale thema’s in hun - vooral ruimtelijke samenhang en kwaliteit (een algehele duurzame ontwikkeling) beslaat. Intelligente oplossingen zoals het combineren van wonen, werken, water, groen en glas worden daarbij meegenomen. De provincie zal waar nodig zelf het initiatief nemen voor een dergelijke visie.

5

Bereikbaarheid en logistiek

5.1 Knelpunten in infrastructuur nemen toe. Greenports kennen een sterk aanzuigende werking van verkeer. Bij de invulling van de greenport wordt immers zoveel mogelijk ingezet op concentratie en dus het tegengaan van versnipperen van stromen. Hierdoor ontstaat een intensievere benutting van de infrastructuur op en rond de greenports. Als gevolg daarvan kan het noodzakelijk worden om deze infrastructuur aan te passen /uit te breiden. De provincie beziet of bestaande provinciale en rijksprogramma’s vanuit de greenport invalshoek een herprioritering nodig maken. Knelpunten die zowel voor de greenports als de mainports van belang zijn, moeten bij voorrang worden opgelost. Netwerkanalyses in en rond de greenports en dynamisch verkeersmanagement van grote vervoerstromen zijn opties die uitwerking behoeven. Kernpunten van het provinciale beleid om de bereikbaarheid van de greenports te verbeteren zijn: o het 3-in-1 project in het Westland (Verlengde Veilingroute, ontsluiting Westerlee, tweede ontsluiting Hoek van Holland) o aanleg van de Rijnlandroute: verbinding A4-A44 (rijksproject) en verbinding A44-Katwijk (provinciaal/regionaal project) o het doortrekken van de A4 door Midden-Delfland; o de omleiding rond Boskoop (N209)

Greenports 2020 Thuis in Zuid Holland

8

Andere voor de greenports belangrijke provinciale infrastructurele projecten zijn de aanleg van de N470, de verschillende werkzaamheden op de N209 (onder andere Tovergroen) nabij Bleiswijk en de verkenningen voor de opwaardering van de N211, N213 en de N222in het Westland (Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan) . In de Regionale netwerkanalyse voor de Zuidvleugel zijn de greenports opgenomen als belangrijke economische centra, die voor hun functioneren een optimale bereikbaarheid nodig hebben. In het maatregelenpakket is een aantal infrastructurele projecten en verkenningen opgenomen dat ook van belang is voor het functioneren van de greenports. Zo zijn in de “no regret” projecten de Rijnlandroute en een programma voor de verbetering van de aansluiting van het hoofdwegennet op het onderliggende wegennet opgenomen. In de "verkenningen" zijn de nieuwe westelijke oeververbinding en de goederendoorstroming op de A15 en A16 als te onderzoeken projecten aangegeven. In de "regionale projecten" zijn ook voor de greenports belangrijke infrastructuur opgenomen onder ander de capaciteitsvergroting van de Harnaschknoop en de capaciteitsvergroting van de N207. Tot slot is er door de betrokken partijen bij de netwerkanalyse Zuidvleugel nog een aantal “quick wins” aangegeven die ook voor de greenports van belang zijn. In de netwerkanalyse is de aanleg van de A4 door Midden-Delfland als uitgangspunt gehanteerd. De greenports zelf hebben visies opgesteld waarin ook de gewenste infrastructuur staat aangegeven. Een aantal infrastructurele wensen wordt al uitgevoerd of is in een vergevorderd stadium van ontwikkeling (PVVP) . Het drie in één project in het Westland zal binnen een aantal jaren gerealiseerd zijn. De aanleg van de door het Westland gewenste Oranjetunnel zal, als daarvoor wordt gekozen (verkenning netwerkanalyse zuidvleugel) , nog vele jaren op zich laten wachten. Vanzelfsprekend kunnen niet alle wensen van de greenports worden ingewilligd. Er zullen dus keuzes en faseringen moeten worden gemaakt. In deze is het van groot belang om kennis te nemen dan wel aan te sluiten bij de logistieke innovaties en ontwikkelingsstrategieën van het bedrijfsleven. Tevens zal moeten worden gekeken naar PPS constructies voor een aantal specifiek aan te geven projecten . 5.2 Logistieke keuzes nauwgezet volgen Door de ontwikkeling van afzetgebieden op grotere afstand - ook in Europa - , de toenemende problemen van het wegvervoer, de oplopende kosten van het wegvervoer en de steeds hogere kwaliteit van service die met name de retail in Europa vraagt zal de sector (markt) zelf een keuze moeten maken. Voldoet het huidige stermodel (draaischijf) dat voortbouwt op de huidige logistieke structuren en waarbij de internationale distributie zoveel mogelijk direct vanuit de greenports wordt georganiseerd naar distributiecentra van belangrijke klanten nog wel? Of moet er worden gedacht aan een servicenetwerk dat stromen bundelt tussen de greenports en servicelocaties in het buitenland (ondersteunende knooppunten) dicht bij de markt? In deze centra worden goederenstromen voor verschillende regionale deelmarkten ontkoppeld en vinden er mogelijk nog enkele bewerkingen plaats. Hierbij kan dicht bij de markt snel worden ingespeeld op de wensen van de klant (consumentenlogistiek). De toenemende schaalvergroting vraagt om passende antwoorden van het bedrijfsleven, waarbij de logistieke keuzes die worden gemaakt, vanuit verschillende invalshoeken op hun waarde dienen te worden beoordeeld. Daarom is het van belang om de keuzes die door het bedrijfsleven worden gemaakt, nauwgezet te volgen. Waar nodig zal overleg worden gevoerd met het bedrijfsleven De keuzes die de sector (bedrijfsleven) maakt voor knooppunten waar producten in een netwerk kunnen worden gebracht zullen invloed hebben op het gebruik van ruimte, infrastructuur en suprastructuur van de greenports en de mainport Rotterdam. . Wat zijn de gevolgen van een nieuwe locatie voor grootschalige overslag? In nauwe samenwerking tussen diverse overheden en het bedrijfsleven is in het Frameonderzoek aangegeven dat de Waal-Eemhaven de beste optie zou zijn voor een grootschalige groente- en fruitoverslag van containers en stukgoed. Seabrex, de belangrijkste importeur heeft inmiddels interesse

Greenports 2020 Thuis in Zuid Holland

9

getoond voor een locatie in de Waal-Eemhaven. Ook andere belangrijke spelers beraden zich over hun toekomstige locatie in de Waal-Eemhaven De verschuiving van de aanlandingsplek in de Rotterdamse haven van de noord- naar de zuidoever heeft ook grote gevolgen voor de positie van de mainport Rotterdam. Deze is tot nu toe met name gericht op de import van groente en fruit. Door de ontwikkeling van netwerken met knooppunten - ook in het buitenland - en een verdergaande containerisatie met controlled atmosphere zal Rotterdam ook voor de export van agroproducten een steeds grotere rol krijgen en zal de interactie tussen greenports en mainport fors toenemen. Het is ook duidelijk dat bij verplaatsing naar de zuidoever een groot aantal verladers en vervoerders andere wegen in Zuid-Holland gaan gebruiken. Voor vernieuwend provinciaal beleid is het van groot belang meer inzicht te krijgen in vernieuwingen in de logistiek om de eigen rol daarin beter te kunnen bepalen. Vernieuwing in de logistiek - o.a. containerisatie, verplaatsing van terminal in Rotterdamse haven, nieuwe servicelocaties buiten de greenports - kan een ruimtelijk effect hebben dat zich in Zuid-Holland, maar ook er buiten kan voordoen en kan nieuwe knelpunten in het wegennet veroorzaken.

6

Duurzame ontwikkeling

De greenports in Zuid Holland vormen een sector van wereldformaat, die grote invloed heeft op een breed scala omgevingsfactoren in onze provincie, maar zich omgekeerd ook door haar omgeving laat beïnvloeden. Een duurzame bedrijfsvoering binnen de sector waarborgt de continuïteit op langere termijn (people, planet, profit). De provincie streeft daarom naar een duurzame ontwikkeling van de (glas-)tuinbouw. Bij de herstructurering van bestaande locaties en bij de ontwikkeling van nieuwe locaties liggen hier kansen om daadwerkelijk stappen vooruit te zetten. Mogelijkheden hierbij zijn: het sluiten van waterkringlopen, waarbij hemelwater als gietwater wordt gebruikt, zodat het grondwatergebruik wordt geminimaliseerd; het stellen van kwaliteitseisen aan oppervlaktewater, grondwater en bodem; de realisatie van een CO2-neutrale energiehuishouding in glastuinbouwbedrijven; het streven naar meervoudig ruimtegebruik waardoor een intensieve en efficiënte benutting van beschikbare ruimte kan plaatsvinden; het beperken van lichtuitstoot bij belichte teelten; een betere landschappelijke inpassing van de glastuinbouw; vermindering van het energiegebruik en luchtverontreiniging door het goederenvervoer over de weg sterk te verminderen en stimulering van het vervoer over water en per rails; Deze ontwikkelingen sluiten goed aan bij de Gothenburg-agenda van de EU (duurzame ontwikkeling). Deze agenda heeft betekenis voor het greenportbeleid, met name t.a.v. de ombouw naar kenniseconomie, transportvolume en de wens tot omkering en ontkoppeling van congestie, gezondheidsproblemen en CO2 groei. Energiereductie zoals die in de tuinbouw wordt ingezet sluit ook aan bij het EU-besluit van maart 2006 betreffende de vermindering van energieverbruik in 15 jaar met 20% en in 2015 zeker 15% gedekt door hernieuwbare energie. Om een economische sector te krijgen die ook op lange termijn robuust en kansrijk is en ook “ maatschappelijk verantwoord produceert” is een duurzame ontwikkeling (vanuit milieu, water en energie) en een kwalitatief betere ruimtelijke inrichting van de greenports nodig. Gesloten kringlopen van water, mineralen, CO2 en andere stoffen, beperking c.q. concentratie van lichthinder, omvorming van energieverbruik naar energielevering in de glastuinbouw, gezonde en veilige producten zijn accenten in het provinciale beleid die hieraan inhoud geven.

Greenports 2020 Thuis in Zuid Holland

10

7

Kennis en innovatie

7.1 Tuinbouw prioritair in innovatiebeleid (Glas)tuinbouw is een van de negen kennisintensieve clusters binnen het provinciale kennis-economiebeleid. Zuid-Holland wil zich met kracht aansluiten bij de landelijke topprioriteiten binnen de Innovatie- en kennisagenda Tuinbouwcluster 2020: o Intelligente ketens en netwerken (waaronder agrologistiek en technologie) o Energie (van energieconsument naar producent) o Versterken van het innovatief vermogen (door te leren van buiten de sector en daarmee samen te werken) In het kader van de versterking van de provinciale kenniseconomie wordt al een subsidieregeling toegepast, waarmee concrete projecten worden ondersteund. Ook wordt reeds subsidie gegeven aan de Kennisalliantie Zuid Holland, waar de kolom glastuinbouw speciale aandacht krijgt. 7.2 Geïntegreerde benadering

Een geïntegreerde benadering vanuit relevante clusters van economische activiteiten is conform het (provinciale) beleid van Pieken in de Delta - mogelijk door het maximaal benutten van synergie tussen greenports en de in de regio aanwezige clusters:
Hoogwaardige agrologistieke oplossingen, te land, te water, in de lucht en virtueel, evenals aansluiting op innovatieve ontwikkelingen in de haven; o Relatie met kennisinstituten en bedrijven in sensor-technologie, robotica en ICT; o toepassing van nieuwe materialen, ontwikkeld t.b.v. bijvoorbeeld vliegtuigbouw of ruimtevaart; o Potentiële spin-off uit de relatie tussen tuinbouw en life-/biosciences, farmaceutische sector of cosmetica/lifestile producten (gentechnologie, genetische modificatie etc.); o Patent- en juridische bescherming vanuit internationaal recht; o Toepassing van geavanceerde watertechnologie in de breedste zin van het woord, zowel bij kwantitatieve beheersproblemen als bij de kwalitatieve kant van het product; Ook door aan te sluiten op bestaande en nieuwe onderzoek- en kennisinstituten zoals nu TNO en straks Topinstituut Groene Genetica (Kennisinfrastructuur) is een geïntegreerde benadering vanuit verschillend economische cluster mogelijk. o De provincie stimuleert een geïntegreerde benadering van alle relevante clusters van economische activiteiten. Dat is mogelijk door zowel maximaal gebruik te maken van de synergie tussen Greenports en de in het gebied aanwezige verwante kennisclusters (biotechnologie in Leiden, techniek in Delft en Rotterdam) als het zoeken van aansluiting bij bestaande en nieuwe onderzoeksen kennisinstituten.

7.3 Innovatieve beleidsbenadering binnen milieu en RO en in tuinbouwcluster Voorbeelden van een dergelijke benadering zijn: o Proeftuin voor ontwikkelingsplanologie (overall-exploitatie, PPS, meervoudig ruimtegebruik, geïntegreerde planning) en innovatieve bouw o Toepassing van innovatieve technieken m.b.t. de energievoorziening in de tuinbouw, maar ook tuinbouw als producent van energiedragende gewassen of als energieleverancier. o Ontwikkelen van alternatieve logistieke concepten voor de gehele keten, gericht op versterken van de centrumfunctie van de greenports in relatie tot de mainports Rotterdam en Schiphol en het vermijden van congestienadelen Een innovatieve procesbenadering is mogelijk door aan te sluiten op proeftuinen voor ontwikkelingsplanologie en alternatieve concepten in de energiesector en de logistiek.

Greenports 2020 Thuis in Zuid Holland

11

7.4 Versterken kennissysteem Veredelingsbedrijven in de tuinbouw beschikken over leidende kennis op wereldniveau, onder meer op het gebied van nanotechnologie en merkertechnologie. Toch ligt het zwaartepunt van de kennisinfrastructuur en de kennisvalorisatie voor de veredelingsindustrie in Wageningen. Wat kennisvalorisatie betreft draait het voor de provincie dan ook niet zozeer om de tomaten, paprika’s, rozen en orchideeën en de veredeling, maar liggen de kansen vooral in de systemen, technologieën en kennis die daar voor nodig zijn, de toeleverende en dienstverlenende bedrijven die daarbij betrokken zijn en de betekenis en uitstraling voor andere leidende sectoren. In het Zuid Hollands glastuinbouwcomplex zijn dat bedrijven op het gebied van klimaatregeling, energiemanagement, ICT, visionsystemen, mechatronica, logistieke systemen, kassenbouw, belichting, scherming en financiering. Dit industriële- en dienstverlenende complex heeft een eigen positie in het internationale speelveld. Het gaat verbindingen aan met verwante industrieën in andere leidende sectoren. De provincie stelt zich ten doel om de innovatiekracht van de toeleveranciers van de glastuinbouw verder te versterken, door het vormen van coalities tussen de toeleveranciers onderling, maar ook door samenwerkingsverbanden met bedrijven en instellingen van buiten de sector te bevorderen. Ingezet wordt op een bredere toepassing van kennis bij bedrijven en kennisinstellingen ten aanzien van de bouw van kassen en hoogwaardige systemen in en om de kas.

8
8.1

Actieprogramma
Programmapunten

Ruimte en economie: 1. In interprovinciaal verband nemen we het initiatief voor het aanwijzen en verder (laten) ontwikkelen van satellietlocaties voor de tuinbouw in en/of buiten Zuid-Holland. Daarmee ontstaat de ruimte om de groei van de tuinbouw ook op langere termijn mogelijk te maken en het verlies vanwege herstructurering te compenseren. Dit wordt afgestemd met het uitvoeringsprogramma genoemd onder punt 2. In 2007 moeten de eerste resultaten beschikbaar zijn. De ontwikkeling van de nieuwe locatie in de Zuidplaspolder wordt volgens plan gerealiseerd. 2. Wij maken een strategisch uitvoeringsprogramma op basis van de provinciale notitie Greenport 2020 en een doorkijk naar de lange termijn vanuit ruimtelijk-economische, maatschappelijke (energie, water, meervoudig ruimtegebruik etc.) en agrologistieke aspecten. De samenhangende ontwikkeling van de greenports in de Randstad en de relatie mainportgreenport komt aan de orde. Wij doen dat in overleg met het bedrijfsleven en andere overheden. Begin 2007 is een eerste uitwerking hiervan beschikbaar. De duurzame herstructurering van de glastuinbouwgebieden in Zuid-Holland wordt versterkt voortgezet. Wij wijzen de prioritaire gebieden aan en regisseren waar nodig. Begin 2007 wordt een provinciaal plan van aanpak voor de herstructurering vastgesteld. In de projecten hebben de gemeenten in de voorbereiding en bij de uitvoering de leidende rol. De provincie is er bij betrokken vanwege de aansluiting op de provinciale infrastructuur (wegen en vaarwegen), de groen-blauwe dooradering en de duurzame aspecten. Herstructurering vindt plaats in de periode 2007-2015 Wij vragen de gezamenlijke gemeenten per greenport een regionale structuurvisie te maken waarin de ontwikkeling van de tuinbouwcluster is afgewogen met andere

3.

4.

Greenports 2020 Thuis in Zuid Holland

12

ruimtegebruikfuncties. Wonen, (agrogerelateerde) bedrijvigheid, groen, infrastructuur en logistiek zijn integraal onderdeel van deze visie. De visie komt tot stand via een ontwikkelingsplanologische aanpak en afgestemd met het provinciaal beleid. Waar nodig nemen we als provincie zelf het initiatief voor het opstellen van een dergelijke visie. Gemeenten vertalen de visies in bestemmingsplannen. In 2007 zijn deze visies gereed. 5. Wij verbreden het beleid om risicodragend te participeren in (glas)tuinbouwprojecten en onderzoeken de mogelijkheid om een provinciaal ontwikkelingsbedrijf voor de tuinbouw op te zetten. Eind 2007 zijn de resultaten van onderzoek beschikbaar.

Bereikbaarheid en logistiek: 1. In samenwerking met het bedrijfsleven ontwikkelen we nieuwe agro-logistieke concepten, met aandacht voor (nieuwe) logistieke knooppunten, verminderen van verkeersstromen uit oogpunt van duurzaamheid, andere en schonere wijzen van transport van producten en de ruimtelijke consequenties van een en ander. 2. Bij de besluitvorming en de verdere uitwerking van de Regionale Netwerkanalyse Zuidvleugel en het Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan wegen wij de voorstellen vanuit de greenports voor het oplossen van infrastructuurknelpunten nadrukkelijk mee, waardoor een hogere prioritering kan ontstaan voor deze projecten. Inbreng vanuit de greenports in de verkenningen naar een nieuwe westelijke oeververbinding en de goederendoorstroming op A15 en A16 die zijn opgenomen in de netwerkanalyse voor de Zuidvleugel. Najaar 2006 is daar zicht op. In samenwerking met het bedrijfsleven geven we de ruimtelijke en infrastructurele gevolgen aan van de verdergaande containerisatie van groente, fruit en bloemen. In het Frame onderzoek (prov Zuid Holland /Govera/ RWS /Havenbedrijf, 2005) zijn de gevolgen van containerisatie van groente en fruit voor de Rotterdamse haven al in beeld gebracht. Door de verdergaande containerisatie zal de relatie tussen greenports en mainport worden versterkt .

3.

Duurzame ontwikkeling: 1. Om een economische sector te krijgen die ook op lange termijn robuust en kansrijk is en ook “ maatschappelijk verantwoord produceert” zullen wij een duurzame ontwikkeling (vanuit milieu, water en energie) en een kwalitatief betere ruimtelijke inrichting van de greenports bevorderen door de projecten van het uitvoeringsprogramma van het BGWM (in voorbereiding) over glastuinbouw uit te voeren en aan het programma projecten voor de bollen - en boomteelt toe te voegen. Kennis en innovatie: 1. Door provinciale subsidiering van de Kennisalliantie Zuid-Holland, het bijdragen aan projecten en via consortiumvorming scheppen we de voorwaarden voor samenwerking tussen de greenports en verwante cluster in de regio zoals o.a. life- en health sciences, water- en delta technologie, proces- en petrochemie, nieuwe materialen. Dit gebeurt vanaf 2006 2. Wij zoeken naar (meer) mogelijkheden voor cofinanciering van innovatieprojecten in het kader van Pieken in de Delta, Europese structuurfondsen (EFRO) en FES. In de periode 20072010 is op de provinciale begroting jaarlijks 2 mln. beschikbaar voor cofinanciering voor het totale innovatiebeleid. 3. Via een gericht promotie- en acquisitiebeleid versterken we de internationale relaties voor innovatieve bedrijvigheid. De tuinbouw is een van de sectoren daarbij. Het zwaartepunt ligt bij de landen de Verenigde Staten, Groot-Brittanie, Duitsland, Scandinavie en de Aziatische landen China, Japan en Taiwan.

Greenports 2020 Thuis in Zuid Holland

13

4. Wij onderzoeken of regelarme experimenteerruimten kunnen worden ingesteld t.b.v. innovaties in de greenports. Hiermee worden meer kansen geboden aan o.a. productinnovatie, ketenoptimalisatie, energiemaatregelen en verbetering van de waterhuishouding. In 2008 zijn de eerste resultaten beschikbaar.

8.2

Organisatie van het programma

Wij gaan het concept ” greenport“ concreet inhoud geven en het proces verder organiseren. Dat doen we vanuit de eigen verantwoordelijkheid en de afspraken die gemaakt (gaan) worden in het kader van Greenport(s) Nederland. Wij gaan het actieprogramma uitvoeren en organiseren het overleg dat daarvoor nodig is. Bij het organiseren van het vervolgproces ondernemen we de volgende acties: 1. Wij stimuleren dat de 4 greenports in de Randstad zichzelf beter organiseren en een vertegenwoordiger/burgemeester aanwijzen die het overleg voert met andere partners waaronder de provincie. Het ad hoc functionerende overleg van de portefeuillehouder (glas)tuinbouw met de 4 burgemeesters namens elk van de greenports in de Randstad wordt structureel van karakter en krijgt als doel de ontwikkelingen tussen de greenports beter op elkaar af te stemmen en de onderlinge samenhang te versterken. Onder deze bestuurlijke structuur wordt een vergelijkbaar ambtelijk overleg ingesteld dat het bestuurlijk overleg voorbereidt. Wij nemen het initiatief om in interprovinciaal verband een overleg in te stellen om gezamenlijk op te trekken bij de verdere uitwerking van de bestuurlijke afspraken van Greenport(s) Nederland. Daarbij is o.a. aan de orde het ontwikkelen van (nieuwe) satellietlocaties. We overleggen met de sector door het organiseren van (bestuurlijke) bijeenkomsten met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven met als doel: informatieuitwisseling, draagvlakverbreding, nieuwe ontwikkelingen stimuleren etc. Via bestaande werkverbanden zoals b.v. de Programmacommissie Pieken in de Delta, organiseren we dat financiële middelen beschikbaar komen voor uitvoering van de greenportvisie. Bronnen hiervoor zijn: Europese structuurfondsen waaronder EFRO, rijksmiddelen uit beleid voor Pieken in de Delta, FES-fonds, Investeringsbudget Landelijk Gebied, Meerjaren Investeringsprogramma Transport. Veel van deze fondsen hebben als voorwaarde dat de lagere overheden en/of het bedrijfsleven co-financieren. De provincie zal dus ook, deels uit bestaande budgetten, een bijdrage dienen te leveren.

2.

3.

4.

5.

Greenports 2020 Thuis in Zuid Holland

14