3D

:

Duurzaamheidsplan
Delft 2000-2003

Inhoud

Voorwoord 1 Inleiding 1.1 3D: een volgende stap op weg naar een duurzaam Delft 1.2 Relatie tussen 3D en het staand duurzaamheids- en milieubeleid 1.3 Relatie tussen 3D en Lokale Agenda 21 1.4 Relatie tussen 3D en andere plannen 1.5 Leeswijzer 2 Beleidsvisie 2.1 Visie op een duurzame stedelijke ontwikkeling van Delft 2.2 Principes van duurzame stedelijke ontwikkeling 2.4 Van een algemene beleidsvisie naar concrete projecten 3 Thema Ruimte, bouwen en energie 3.1 Uitwerking van de beleidsvisie voor het thema Ruimte, bouwen en energie 3.2 Projecten 4 Thema Mobiliteit (ontleend aan VVP+) > CONCEPT < 4.1 Uitwerking van de beleidsvisie voor het thema Mobiliteit 4.2 Projecten

3

4 4 5 5 5

6 8 9

12 14

21 23

5 Thema Water en ecologie (ontleend aan Waterplan Delft) 5.1 Uitwerking van de beleidsvisie voor het thema Water en ecologie 25 5.2 Projecten 27 6 Thema Afval 6.1 Uitwerking van de beleidsvisie voor het thema Afval 6.2 Projecten 7 Organisatie 3D 7.1 Inleiding 7.2 Stuurgroep 3D 7.3 Programmagroep 3D 7.4 Projectleidersoverleg 3D 7.5 Procesinstrumenten 8 Financiën en planning 8.1 Inleiding 8.2 Financiën 8.3 Planning 9 Communicatie 9.1 Inleiding 9.2 Communicatiedoelen 9.3 Doelgroepen 9.4 Middelen 9.5 Organisatie Bijlagen I Relaties tussen gebiedsgerichte en themagerichte 3D-projecten II Communicatie-uitvoeringsprogramma 3D III Stand actiepunten uit Duurzaam Delft Dichterbij IV Relatie tussen 3D en andere beleidsplannen V Criteria voor financiering uit het Energiefonds en het Milieutechnologiefonds VI Overzicht kredieten Milieutechnologiereserve, stand per 4 oktober 1999

32 33

36 36 36 37 37

39 39 41

45 45 45 45 46

47 48 50 52 53 55

3D: Duurzaamheidsplan Delft 2000-2003
Vastgesteld door de gemeenteraad van Delft op 28 oktober 1999, met uitzondering van hoofdstuk 4 (Mobiliteit). Dit hoofdstuk is in conceptvorm in dit rapport opgenomen. Besluitvorming over dit hoofdstuk vindt plaats bij de behandeling van het Verkeer- en Vervoersplan, naar verwachting medio 2001.

Colofon
Uitgave Gemeente Delft, februari 2001, Cluster Wijk- en Stadszaken, Sector Duurzaamheid, vakteam Milieu, Barbarasteeg 2, Postbus 340, 2600 AH Delft Inlichtingen Martijn Iping, telefoon: (015) 260 2997, e-mail: miping@delft.nl Procesbegeleiding NovioConsult, Nijmegen Vormgeving Klats publiciteit, Delft Fotografie Stef Breukel omslag, p. 6, 12, 21, 25, 27, 32, 40, Erwin Dijkgraaf p. 24, 30, 35, Marius Geervliet p. 17, Loek Zuyderduin p. 3 Druk CombiWerk, Delft

Voorwoord

Voor u ligt 3D. 3D is het Duurzaamheidsplan van de gemeente Delft voor de periode 2000-2003. Het plan is het derde in een reeks. Eerder verschenen de milieubeleidsplannen Duurzaam Delft (1990) en Duurzaam Delft Dichterbij (1995). Met dit derde plan is sprake van een vernieuwende stap, om een aantal redenen.Allereerst is 3D nog meer dan de voorgaande plannen een overkoepelend plan. 3D vormt een eenheid met het Verkeers- en Vervoerplan Plus en het Waterplan Delft. 3D is ook kaderstellend voor vele andere plannen, zoals de wijkontwikkelingsplannen en de uitwerking van het binnenstadsbeleid.Ten tweede staat in 3D de gebiedsgerichte benadering centraal. Dit stelt ons in staat snel resultaten te behalen. 3D is verder een plan waarin de nadruk ligt op concrete projecten, getuige de projectvoorstellen die een groot deel van het plan beslaan. Met recht kan gesproken worden van een driedimensionale benadering van duurzame stedelijke ontwikkeling: 3D. De totstandkoming van dit plan kenmerkte zich door een hoge mate van externe betrokkenheid: Delft Kennisstad ten voeten uit! Ik heb veel waardering voor de inzet die geleverd is in de discussies en werkgroepen. Dit heeft geleid tot een hoge kwaliteit van het plan. In het plan is ook geprobeerd een verdiepingsslag te maken, door een visie op duurzame stedelijke ontwikkeling te formuleren. Dit heeft geresulteerd in de benoeming van zes, meer abstracte, principes van duurzame stedelijke ontwikkeling. De principes krijgen, na een praktische uitwerking ervan, een functie als toetsingscriteria voor beleidsvoorstellen. Op deze wijze dragen de principes bij aan de totstandkoming van beleid gericht op een duurzame stedelijke ontwikkeling. De beleidsvisie wordt uitgewerkt voor vier thema’s: Ruimte, bouwen en energie, Mobiliteit, Water en ecologie en Afval.Voor het thema Afval wordt gestreefd naar de vervolmaking van het systeem van afvalscheiding en -hergebruik.Voor zover scheiding en hergebruik niet mogelijk is, gaat de voorkeur uit naar energiewinning uit afval. Hier ligt dus een link met het thema Energie. Met 3D wordt de aandacht voor energie geïntensiveerd. De gemeente Delft voelt zich sterk verantwoordelijk voor de reductie van het energieverbruik en daarmee voor de reductie van de CO2-uitstoot. De aandacht voor het thema bouwen verbreedt zich in 3D naar de stedenbouwkundige aspecten van bouwen, waaronder water en mobiliteit. Zo is het project Herstructurering watersysteem Voorhof, Buitenhof en Tanthof een voorbeeld van de sterk vergrote aandacht voor waterbeheer in dit plan. In 2000 gaan we aan de slag met de uitvoering van de benoemde 3D-projecten, conform de planning zoals die in het plan is opgenomen. Omdat zo veel als mogelijk de doelen in het plan op een toetsbare wijze zijn geformuleerd, kunnen we in de komende jaren goed bepalen of en zo ja in welke mate, de doelen zijn gehaald. Jaarlijks zal de Delftse Duurzaamheidsmonitor de resultaten in beeld brengen. Zoals gezegd is het voor u liggende plan totstandgekomen in samenwerking met vele partijen, van binnen, maar vooral ook van buiten de gemeentelijke organisatie. Maar nu begint het echte werk pas: de uitvoering. Ook bij de uitvoering van 3D wil de gemeente intensief samenwerken met bewoners, bedrijven, organisaties en instellingen in Delft. Samenwerking is nodig want de gemeente kan slechts weinig geheel alleen. Samen werken aan een Duurzaam Delft: dat is het motto voor de komende vier jaar.

Rik Grashoff, wethouder Duurzaamheid

Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003 - 3

1 Inleiding

1.1 3D: een volgende stap op weg naar een duurzaam Delft
Met de plannen Duurzaam Delft (1990) en Duurzaam Delft Dichterbij (1995) heeft Delft de afgelopen jaren een traditie opgebouwd op het gebied van milieu- en duurzaamheidsbeleid. 3D, het derde Delftse Duurzaamheidsplan, is een volgende stap om te komen tot een gefundeerde, samenhangende aanpak van duurzame ontwikkeling in al haar facetten.Veel aandacht gaat in 3D dan ook uit naar de verbanden tussen de relevante beleidssectoren. Dit gebeurt zowel via een thematische invalshoek als via een gebiedsgerichte benadering op stedelijk, wijk- en buurtniveau (zie ook bijlage I). 3D is een overkoepelend plan: een toekomstvisie met een ambitieniveau voor de lange termijn, kaderstellend voor vele andere plannen die nu (het Waterplan Delft, het Verkeers- en Vervoerplan Plus, het Fietsactieplan en het Binnenstadsbeleid) en in de toekomst worden opgesteld. De zes principes van duurzame stedelijke ontwikkeling die in 3D worden geïntroduceerd geven richting aan deze plannen (gidsprincipes) en vormen een toetsingskader voor toekomstige ontwikkelingen. De toekomstvisie is in een viertal duurzaamheidsthema’s uitgewerkt: Ruimte, bouwen en energie, Mobiliteit,Water en ecologie en Afval. 3D is ook een tastbaar plan. Met de principes van duurzame stedelijke ontwikkeling als uitgangspunt is de algemene visie voor elk afzonderlijk thema vertaald in mogelijkheden voor een duurzame stedelijke ontwikkeling: het perspectief. Er is zoveel mogelijk geprobeerd toetsbare doelstellingen te formuleren voor de afzonderlijke thema’s. De beschreven projecten zijn gekozen om deze doelstellingen te bereiken. Het plan bevat in totaal zesentwintig aansprekende projecten, die de komende jaren een zichtbare en vernieuwende bijdrage aan een duurzame stad zullen gaan leveren. Hiervan zijn er zeventien in samenspraak met externe partijen geformuleerd. In de projecten staat een gebiedsgerichte benadering centraal. Ook de projecten die vooral themagericht lijken te zijn, kennen in veel gevallen een gebiedsgerichte uitwerking. Er zijn drie projecten geformuleerd met betrekking tot het proces. Deze zijn beschreven in hoofdstuk 7. In een apart projectenboek zijn de projecten nader uitgewerkt. De projecten liggen als het ware klaar voor de daadwerkelijke uitvoering. Bij de totstandkoming van 3D hebben burgers, bedrijven, instellingen, maatschappelijke organisaties, gemeentelijke afdelingen en andere overheden nauw samengewerkt. Hiertoe is een proces doorlopen dat in januari 1999 startte met bijeenkomsten om te komen tot ideeën voor de toekomst. Vervolgens zijn werkbijeenkomsten georganiseerd, waarin de ideeën zijn omgezet in projecten en in concrete bouwstenen voor de toekomstvisie. Op een afsluitende bijeenkomst in juni 1999 zijn de projecten gepresenteerd. Het is uitdrukkelijk de bedoeling om de samenwerking die in het 3Dproces is opgebouwd, ook bij de uitvoering van de projecten voort te zetten en waar mogelijk uit te bouwen. Met een duidelijke visie op duurzaamheid, een vertaling van deze visie in concrete projecten, en de gebiedsgerichte benadering die centraal staat, mag het derde Duurzaamheidsplan van Delft met recht 3D worden genoemd: een driedimensionale benadering van duurzame stedelijke ontwikkeling.

1.2 Relatie tussen 3D en het staand duurzaamheids- en milieubeleid
3D beschrijft een visie op een duurzame stedelijke ontwikkeling en vertaalt deze visie in concrete projecten. Uitvoering van 3D is alleen kansrijk wanneer teruggevallen kan worden op een solide basis. Deze basis is het afgelopen decennium opgebouwd door middel van de milieubeleidsplannen Duurzaam Delft (1990) en Duurzaam Delft Dichterbij (1995) en bestaat uit een groot aantal taken die een bijdrage leveren aan het duurzaamheids- en milieubeleid van Delft. In 3D wordt niet uitgebreid ingegaan op deze basis. Dit neemt niet weg dat we deze basis voor het duurzaamheids- en milieubeleid de komende jaren in stand zullen houden. Zoals gebruikelijk zullen we hiertoe jaarlijks een milieuprogramma opstellen, waarin met name het staand beleid wordt beschreven. Een compleet overzicht van de wettelijke milieutaken is ook te vinden in het Handboek Milieu, dat via het intranet beschikbaar is voor alle medewerkers van de gemeente. Het is de bedoeling dit handboek in de komende planperiode te actualiseren en uit te bouwen tot een Handboek Duurzaamheid.Vervolgens
4 - Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003

wordt het Handboek Duurzaamheid niet alleen via het gemeentelijk intranet, maar ook via internet toegankelijk gemaakt. Uit het tweede Milieubeleidsplan vloeien daarnaast nog een aantal actiepunten voort, die (ook) in de komende planperiode om aandacht vragen. Deze zijn als projecten in dit plan opgenomen. Bijlage III geeft een overzicht.

1.3 Relatie tussen 3D en Lokale Agenda 21
In 1992 zijn er tijdens de eerste topconferentie over milieu en ontwikkeling in Rio de Janeiro internationale afspraken gemaakt.Tijdens die conferentie stelden regeringsleiders uit alle werelddelen een mondiale Agenda 21 op, met afspraken en richtlijnen voor duurzaam beleid in de 21ste eeuw. Een van de afspraken was die agenda te vertalen naar lokale omstandigheden in de vorm van een Lokale Agenda 21. Het gaat bij een Lokale Agenda 21 enerzijds om het proces van de totstandkoming van duurzaamheidsbeleid en anderzijds om de uitvoering van concrete projecten. Delft doet veel op dit gebied, alleen niet specifiek onder de titel Lokale Agenda 21. In de toekomst zullen projecten en processen die onder deze titel vallen duidelijker herkenbaar in beeld worden gebracht.

1.4 Relatie tussen 3D en andere plannen
3D is een strategisch plan dat gidsprincipes biedt voor andere plannen. Dit betekent dat de principes van duurzame stedelijke ontwikkeling moeten doorwerken in de afwegingen rondom toekomstige plannen die bepalend zijn voor de ontwikkeling van Delft. Zowel in de voorbereidingsfase van plannen op ambtelijk niveau als bij de besluitvorming over deze plannen op bestuurlijk niveau, moeten de principes van duurzame stedelijke ontwikkeling worden meegenomen en meegewogen.Voor twee plannen, het Waterplan Delft en het Verkeers- en Vervoerplan Plus, is dit bewerkstelligd door het totstandkomingsproces te koppelen aan dat van 3D.Andere plannen die in dit kader belangrijk zijn, zijn het Binnenstadsbeleid, de wijkplannen, het Actieplan Delft Kennisstad, het Fietsactieplan en de Ontwikkelingsvisie. In bijlage IV is de relatie tussen 3D-projecten en deze plannen in beeld gebracht. Om de geschetste rol van de principes van duurzame stedelijke ontwikkeling in de planvorming te realiseren, zal een en ander worden uitgewerkt in een handzaam instrument.Te denken valt aan een duurzaamheidstoets in de vorm van een duurzaamheidsparagraaf bij bijvoorbeeld (de toelichting op) het besluitvormingsformulier (zie hiervoor hoofdstuk 7).

1.5 Leeswijzer
De toekomstvisie die leidend is geweest voor de zesentwintig projecten en sturend is voor plannen en ontwikkelingen in de (nabije) toekomst, is weergegeven in hoofdstuk 2. Hierin is bij de beschrijving van de principes van duurzame stedelijke ontwikkeling aangegeven welke projecten een directe relatie met het desbetreffende principe hebben. Een nadere uitwerking van deze algemene visie voor de vier duurzaamheidsthema’s vindt u in de hoofdstukken 3 tot en met 6: - hoofdstuk 3: Ruimte, bouwen en energie; - hoofdstuk 4: Mobiliteit; - hoofdstuk 5:Water en ecologie; - hoofdstuk 6:Afval. Per hoofdstuk wordt aangegeven wat de algemene visie voor het betreffende thema betekent. Het hoofdstuk wordt steeds afgesloten met (een samenvatting van) de voor het thema relevante projecten. De afsluitende hoofdstukken 7, 8 en 9 gaan in op respectievelijk de organisatie van de uitvoering van 3D, de planning en financiën en ten slotte de communicatie. Als bijlage bij 3D is een projectenboek opgesteld, waarin de zeventien (met externen opgestelde) projecten - in samenvatting beschreven in de themahoofdstukken van 3D - nader zijn uitgewerkt. De overige negen projecten worden hieraan nog toegevoegd. Het projectenboek is zodanig vormgegeven dat tijdens de planperiode voortgangsberichten, resultaatbeschrijvingen en monitoringgegevens toegevoegd kunnen worden.

Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003 - 5

2 Beleidsvisie

2.1 Visie op een duurzame stedelijke ontwikkeling van Delft
Uitgangspunten voor een visie op een duurzame stedelijke ontwikkeling zijn de basiskwaliteiten van Delft. Met het streven naar een duurzaam Delft streven we ook naar versterking van deze basiskwaliteiten. De onderscheiden basiskwaliteiten zijn: - een binnenstad met historische en toeristische waarde; - een economische structuur die sterk gericht is op de ontwikkeling, overdracht en toepassing van kennis en op toerisme; - een grote verscheidenheid aan voorzieningen, mede gebaseerd op een bovenlokale functie; - een ruimtelijke inrichting op een menselijke schaal en met verscheidenheid; - een herkenbare plaats binnen de Randstad. Een duurzame (stedelijke) ontwikkeling heeft zowel ecologische als economische en sociale aspecten: 1. Ecologie: zodanig omgaan met de ecosystemen en hulpbronnen dat deze veerkrachtig en regeneratief worden dan wel blijven. 2. Economie: nastreven van een economische ontwikkeling die bijdraagt aan een balans tussen welzijn en welvaart. 3. Sociaal: voldoen aan de sociale behoeften, gericht op sociale cohesie en betrokkenheid.
6 - Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003

Ecosystemen en hulpbronnen veerkrachtig & regeneratief

Verantwoorde economische ontwikkeling

Sociale cohesie & betrokkenheid

Het Duurzaamheidsplan legt relaties tussen de ecologische, de economische en de sociale aspecten, maar de ecologische aspecten (waaronder de milieuhygiënische kwaliteit, grondstoffengebruik, natuur etc.) staan centraal. In een duurzame omgeving is sprake van een dynamisch evenwicht. Natuurlijke ecosystemen kunnen zichzelf telkens weer herstellen (veerkrachtig) en grondstoffen worden hergebruikt of er worden hernieuwbare grondstoffen (biologische en duurzame) gebruikt (regeneratief). In het streven naar een duurzame samenleving is het zaak kringlopen op een zo laag mogelijke schaal te sluiten en zo min mogelijk eindige hulpbronnen te verbruiken. In het algemeen kan, bij een voortgaande mondiale economische ontwikkeling, als doel gesteld worden dat het gebruik van eindige hulpbronnen en de emissie en verspreiding van stoffen binnen één generatie met een factor twintig1 teruggedrongen moeten worden. Inmiddels wordt uit onderzoeken duidelijk dat dit een zeer hoog ambitieniveau is. Desondanks kan het als algemene taakstelling in het Duurzaamheidsplan worden opgenomen. Per aspect wordt de taakstelling aangepast aan de Delftse situatie. Het realiseren van een duurzaam Delft speelt zich maar voor een zeer beperkt deel af binnen de gemeentegrenzen. Ecosystemen en economische en sociale structuren hebben een schaal die Delft overstijgt. Een visie op een duurzame ontwikkeling beperkt zich dan ook niet tot Delft maar gaat ook in op de relatie van Delft met de omgeving. De begrippen leefbaar en duurzaam kunnen zodanig gedefinieerd worden dat ze dezelfde aspecten omvatten, maar ze zijn niet synoniem: duurzaam heeft betrekking op de wereld als geheel en op de langere termijn, leefbaarheid gaat over de mens in zijn directe leefomgeving op korte termijn. Duurzaamheid en leefbaarheid kunnen als strijdig ervaren worden. Hierop wordt bij het zesde principe van duurzame stedelijke ontwikkeling,‘vermaatschappelijken’, ingegaan. Gedragsverandering In de ontwikkeling naar een duurzame samenleving zal gedragsverandering van brede groepen in de samenleving nodig zijn. In 3D is ervoor gekozen om het bereiken van die gedragsveranderingen steeds nauw gekoppeld te zien aan concrete, meestal fysieke, maatregelen en initiatieven. Structuuren cultuurverandering gaan gelijk op. Hiermee wordt, naar onze opvatting, een effectievere benadering van het complexe proces van gedragsverandering gekozen dan met een diversiteit aan voorlichtings- en informatieprojecten. In 3D zal voorlichting en communicatie steeds gekoppeld worden aan de concrete projecten. De gevraagde gedragsverandering wordt daarmee op maat met communicatie ondersteund. Speciale aandacht verdienen in dit verband de projecten waar in de projectbeschrijving onder het kopje ‘verwijzing’ Lokale Agenda 21 is vermeld.

1 Prof. dr. ir. Leo Janssen in het interdepartementaal onderzoeksprogramma Duurzame Technologische Ontwikkeling (DTO).

Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003 - 7

2.2 Principes van duurzame stedelijke ontwikkeling
Om richting te geven aan het beleid en om ontwikkelingen te toetsen worden de volgende principes van duurzame stedelijke ontwikkeling onderscheiden: 1. intensiveren; 2. dematerialiseren; 3. regenereren; 4. evolueren; 5. diversificeren; 6. vermaatschappelijken. Deze principes van duurzame stedelijke ontwikkeling, die hieronder worden uitgewerkt, zijn gidsprincipes, die richting moeten geven aan beleid, plannen en projecten. Het zijn echter geen harde randvoorwaarden. Intensiveren Intensiveren omvat drie aspecten.Ten eerste het intensief bouwen (bouwen met een hoge kwaliteit en bouwen in de hoogte en diepte).Ten tweede het intensief gebruiken van de openbare ruimte en gebouwen (timesharing, bijvoorbeeld door het anders spreiden van activiteiten over de tijd); voorwaarde hiervoor is een goede ICT-infrastructuur (informatie- en communicatietechnologie). Ten derde het verminderen van de mobiliteitsbehoefte door verschillende functies dicht op elkaar te brengen. 3D-projecten waarin intensiveren een belangrijke rol speelt zijn bijvoorbeeld: Duurzame ontwikkeling TU Zuid-gebied, Duurzaamheid in wijkplannen en Haalbaarheidsonderzoek Auto(matisch)weg. Dematerialiseren Dematerialiseren staat voor het voorzien in behoeften op een minder of niet-materiële wijze. Bijvoorbeeld door het recreëren dicht bij huis in plaats van ver weg.Andere voorbeelden zijn: het overbodig maken van (extra) vergaderingen door gebruik te maken van e-mail en het vervangen van proefopstellingen in onderzoeken door computersimulaties.Aangrijpingspunten voor dematerialiseren zijn er in verschillende gebiedsgerichte 3D-projecten, zoals Duurzame ontwikkeling TU Zuid-gebied. Regenereren Regenereren is het sluiten van kringlopen. Dit kan bijvoorbeeld door het terugwinnen en opwerken van grondstoffen om deze opnieuw te gebruiken. De betreffende kringlopen moeten in beginsel op een zo laag mogelijk schaalniveau gesloten worden (mede in verband met het streven verkeer en vervoer te minimaliseren).Als in dergelijke kringlopen een belangrijke lokale component aanwezig is, dan moet de manier waarop deze kringloop gereguleerd wordt met betrokkenen worden vastgelegd. Het sluiten van kringlopen is een belangrijk aandachtspunt in onder andere de volgende projecten: Duurzame herstructurering Schie-oevers, Duurzaam bouwen en Afkoppelen van regenwater in de Wippolder. Evolueren Er wordt naar gestreefd om het bestaande stedelijke gebied geleidelijk aan te passen aan de veranderende behoeften op het gebied van wonen en werken. Grote en grove ingrepen leiden tot verlies van grondstoffen en veel energiegebruik. Een geleidelijke verandering, op basis van een levenscyclusbenadering, beperkt het kapitaal- en waardeverlies en biedt kansen in te spelen op cultuurveranderingen. Een belangrijk uitgangspunt voor de herstructurering van wijken is:‘werk met werk maken’. Hieronder wordt verstaan het op een dusdanige manier ontwikkelen en realiseren van plannen, dat ook andersoortige ontwikkelingen (zoals natuur) te realiseren zijn. Compensatie is hier een onderdeel van.Voorbeelden van projecten waarin evolueren een belangrijke rol speelt zijn: Duurzaamheid in wijkplannen,Voldoende ruimte voor voetganger en fietser en Herstructurering watersysteem Voorhof, Buitenhof en Tanthof. Diversificeren Biologische, sociale en ruimtelijke diversiteit bepalen voor een belangrijk deel de algemene basiskwaliteit van de stad en zijn daarmee een voorwaarde voor een duurzame stedelijke ontwikkeling. Diversificeren houdt onder meer in dat de wijze waarop en het tempo waarin specifieke beleidsdoelen nagestreefd worden, afgestemd worden op de situatie, het gebied en de functie. Het betekent ook dat er plaats moet zijn voor andere kwaliteiten dan de in paragraaf 2.1 genoemde basiskwaliteiten. Zo is het streven erop gericht de kennisinfrastructuur te versterken, maar dit betekent niet dat er in Delft geen plaats is voor andere activiteiten, bijvoorbeeld industriële. Functionele diversiteit heeft een sterke relatie met de principes evolueren en intensiveren.
8 - Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003

Wanneer het gaat om stedelijke herinrichting, dan worden de elementen water en natuur gebruikt om de structuur van Delft te versterken en herkenbare, doch gedifferentieerde woon-, werk- en verblijfsruimten te realiseren. Diversificeren is een belangrijk aspect in onder andere de projecten: Ecologische hoofdstructuur Delft, Kansenkaart van Delft en Herstructurering watersysteem Voorhof, Buitenhof en Tanthof. Vermaatschappelijken Bij het begrip leefbaarheid gaat het om de mens in de directe woon- en leefomgeving, het hier en nu. Duurzaamheid heeft betrekking op de mens in relatie tot de wereld in het algemeen en op toekomstige generaties. Gestreefd wordt naar een synergie tussen leefbaarheidsdoelen en duurzaamheidsdoelen. Duurzaamheid en leefbaarheid kunnen door belanghebbenden in specifieke situaties echter ook als strijdig ervaren worden. De keuze voor leefbaarheid kan in zulke gevallen tot de keuze leiden ‘not in my backyard’ (NIMBY). Deze keuze kan het benutten van mogelijkheden voor duurzaamheid in de weg staan. In dergelijke gevallen wordt duurzaamheid verkozen, wat impliceert dat gestreefd moet worden naar een maximaal draagvlak voor de uit te voeren maatregelen en acties. Een gezamenlijke aanpak speelt bij de uitwerking van het duurzaamheidsbeleid een belangrijke rol.Voorbeelden van projecten waarin vermaatschappelijken een prominente rol speelt zijn: Duurzaamheid in wijkplannen, Water in Ecodus: EcodusVer en Verder,Tariefsdifferentiatie enVoorlichting op maat.

2.4 Van een algemene beleidsvisie naar concrete projecten
Aan de hand van de thema’s Ruimte, bouwen en energie, Mobiliteit,Water en ecologie en Afval zijn projecten geformuleerd die bijdragen aan de versterking van de basiskwaliteiten en aan de duurzame ontwikkeling van Delft. De keuze voor deze vier thema’s is gebaseerd op het collegeprogramma.Via een integrale benadering zijn een aantal andere onderwerpen (bijvoorbeeld bodem, geluid, bedrijven) in deze thema’s onder te brengen. Binnen het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid wordt onderscheid gemaakt tussen themagericht en gebiedsgericht beleid.Themagericht duurzaamheidsbeleid richt zich op een bepaald aspect van duurzaamheid en niet direct op een bepaald deel van de stad. Gebiedsgericht duurzaamheidsbeleid richt zich op logische ruimtelijke eenheden binnen de stad: woonwijken, bedrijventerreinen etc. De resultaten van het themagericht duurzaamheidsbeleid moeten leiden tot input voor het gebiedsgerichte beleid. Bij de uitwerking van het gebiedsgerichte en themagerichte beleid zijn de principes van duurzame stedelijke ontwikkeling gebruikt als leidraad. De samenhang tussen themagerichte en gebiedsgerichte 3D-projecten wordt inzichtelijk gemaakt in bijlage I. De opgaven die Delft zich stelt, zijn op verschillende schaalniveaus (van woningniveau tot stedelijk niveau en soms nog hoger) en voor verschillende deelgebieden van Delft uitgewerkt, afhankelijk van de betreffende functies. Dit vindt plaats op basis van een analyse per deelgebied van de trend, de neiging en het perspectief: de trend is de huidige ontwikkeling bij ongewijzigd beleid van alle actoren; de neiging is de huidige oplossing die de actoren geneigd zijn toe te passen om de ontwikkeling te corrigeren c.q. te stimuleren, gebaseerd op de kennis en ervaringen uit verleden en heden; het perspectief neemt als uitgangspunt het streven naar een duurzame ontwikkeling, dus andere oplossingen zoeken, andere wegen inslaan. Ieder themahoofdstuk (hoofdstukken 3 tot en met 6) begint met een analyse van de stad op bovenstaande wijze. Daarna worden de projecten beschreven die in de planperiode de duurzame ontwikkeling van Delft (mede) gestalte zullen geven. Bij de keuze voor de projecten was het milieurendement (kosten versus te behalen milieuwinst) een belangrijk criterium. Tabel 2.1 geeft een overzicht van de doelstellingen per thema en de relatie met de projecten die in de themahoofdstukken worden uitgewerkt

Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003 - 9

Tabel 2.1 Doelstellingen per thema en de relatie met de projecten
Doelstellingen lange termijn (2010 - 2020) Doelstellingen planperiode (2003) Uitwerking in kader van 3D-project(en) en/of beleidsplannen

thema Ruimte, bouwen en energie Gemiddeld energieverbruik huishoudens ten behoeve van ruimteverwarming in 2020 is 60 % t.o.v. 1999 Uitvoering energiebesparingsmaatregelen tot 30 % of meer besparing in tenminste 2000 bestaande woningen - Duurzaamheid in wijkplannen - Duurzame herstructurering Poptahof - Duurzame ontwikkeling Zuidpoortgebied Klein Kyoto in Delft Duurzaamheid in wijkplannen Duurzame herstructurering Poptahof Duurzame ontwikkeling Zuidpoortgebied

Aandeel van duurzaam opgewekte energie in de totale hoeveelheid gebruikte elektriciteit is 15 %

Uitvoering lokale duurzame energieopwekkingsprojecten tot in totaal ca. 3 % van het elektriciteitsverbruik

Het aantal inwoners van Delft (bij huidige grenzen) blijft tenminste 95.000

Idem

- Kansenkaart van Delft - Duurzaamheid in wijkplannen Ontwikkelingsprogramma Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV) - Duurzaam bouwen

Duurzaam bouwen en renoveren is norm voor alle nieuwbouw en renovatie Gezamenlijk integraal plan voor duurzame herstructurering van een bedrijventerrein is in uitvoering Gezamenlijk integraal plan voor duurzame opzet TU Zuid-gebied is in uitvoering Principes van duurzame stedelijke ontwikkeling zijn geheel verwerkt in wijkplannen Voorhof en Tanthof Herverdeling (verkeers)ruimte ten gunste van OV, fiets, voetganger en groen, water en bouwlocaties –

- Duurzame herstructurering Schie-oevers

- Duurzame ontwikkeling TU Zuid-gebied

- Duurzaamheid in wijkplannen

- Kansenkaart van Delft - Voldoende ruimte voor voetganger en fietser - Herstructurering watersysteem Voorhof, Buitenhof en Tanthof - Ecologische hoofdstructuur Delft

thema Mobiliteit Stabilisatie van de automobiliteit op niveau van 1986 Van de lokale verplaatsingen is 70 % per fiets Reistijdverhouding OV/auto op alle belangrijke relaties <1,5 Stabilisatie van de automobiliteit op niveau van 1996 Van de lokale verplaatsingen is 60 % per fiets – Verkeers- en Vervoerplan Plus

Fietsactieplan

Verkeers- en Vervoerplan Plus - Openbaar vervoer - Openbaar vervoer

De kosten die de gebruiker betaalt voor lokaal en regionaal OV zijn lager dan die voor het gebruik van de auto Kernwinkelgebied van de binnenstad geheel ‘autoluw +’

Plan van aanpak Binnenstadsmanagement

10 - Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003

Doelstellingen lange termijn (2010 - 2020)

Doelstellingen planperiode (2003)

Uitwerking in kader van 3D-project(en) en/of beleidsplannen

thema Water en ecologie Alle daarvoor geschikte oevers zijn natuurvriendelijk ingericht Tenminste 20 % van de daarvoor geschikte oevers is natuurvriendelijk ingericht Tenminste 20 % van het daarvoor geschikt verhard oppervlak is afgekoppeld van rioolstelsel (o.m. in Wippolder en Poptahof) Waterplan (percentage vorige kolom nader te bepalen) - Ecologische hoofdstructuur Delft Waterplan (percentage vorige kolom nader te bepalen) Rioleringsplan - Afkoppelen van regenwater in Wippolder - Duurzame herstructurering Poptahof Waterplan (percentages vorige kolommen nader te bepalen) Rioleringsplan - Herstructurering watersysteem Voorhof, Buitenhof en Tanthof - Duurzame herstructurering Poptahof Waterplan - Herstructurering watersysteem Voorhof, Buitenhof en Tanthof - Duurzame herstructurering Poptahof - Ecologische hoofdstructuur Delft - Duurzaamheid in wijkplannen

Alle daarvoor geschikt verhard oppervlak is afgekoppeld van het rioolstelsel

Het aantal riooloverstorten is teruggebracht tot minder dan 10 % t.o.v. 1999

Het aantal riooloverstorten is teruggebracht tot ca. 75% t.o.v. 1999

Het watersysteem Voorhof, Buitenhof en Tanthof is geheel geherstructureerd volgens het principe ‘schoonhouden en vasthouden’ Een zoveel mogelijk zelfregulerende ecologische hoofdstructuur is gerealiseerd De grondwaterproblematiek in het oostelijk deel van de binnenstad is zo veel als mogelijk opgelost

Enkele deelsystemen, zoals in Poptahof, zijn geherstructureerd

Plan voor ecologische hoofdstructuur (EHS) is afgerond, verwerkt in de wijkplannen en gefaseerd in uitvoering Een plan voor oplossing van de grondwaterproblematiek in het oostelijk deel van de binnenstad is in uitvoering

Waterplan - Onderzoek naar effecten van het verminderen van de grondwateronttrekkingen in Delft

thema Afval Stabilisatie van de hoeveelheid te verbranden afval op 26.000 ton (niveau 1998) Idem Aansprekende opzet voor de inzameling van wit- en bruingoed en de invoering van een regionaal overslagstation plus (ROS-plus) Voorschriften afvalpreventie en -scheiding opnemen in vergunningen bedrijven - Uitbreiding retourettes - Voorlichting op maat - Milieuzorg en -educatie in het voortgezet onderwijs - Tariefsdifferentiatie - Voorlichting op maat - Tariefsdifferentiatie

GFT is 90 % zuiver In 2001 zijn onderzoek en experimenten t.a.v. tariefsdifferentiatie (DIFTAR) afgerond en is keuze gemaakt Het aantal retourettes in Delft is minimaal 5

- Uitbreiding retourettes

Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003 - 11

3 Thema Ruimte, bouwen en energie

3.1 Uitwerking van de beleidsvisie voor het thema Ruimte, bouwen en energie
Trend In de stedenbouw is duurzaam bouwen (dubo) een trend. De aandacht is hierbij echter haast uitsluitend gericht op de nieuwbouw van woningen. Het minimale basisniveau is voor nieuwbouwwoningen algemeen geaccepteerd en wordt algemeen toegepast. De (nieuw)bouw van utiliteitsgebouwen loopt achter bij deze trend, terwijl er nog minder aandacht is voor dubo-maatregelen in de bestaande bouw. In de weg- en waterbouw wordt veel gedaan aan hergebruik van materialen, maar dit gebeurt niet onder de noemer van duurzaam bouwen. Elektrische apparaten worden steeds zuiniger in het gebruik.Toch stijgt het energieverbuik per hoofd van de bevolking elk jaar. Oorzaak is de groeiende welvaart, waardoor er steeds meer apparaten in huis worden gehaald die bovendien steeds vaker een zogenaamde stand-by-stand hebben. Daarnaast neemt met de welvaart bijvoorbeeld ook het aantal verre vliegreizen toe. Er bestaat bereidheid om een bijdrage te leveren aan een beter milieu, maar dit mag niet ten koste gaan van het leefcomfort. Voor een veel minder groot deel is het hogere energieverbruik toe te schrijven aan een groeiende vraag naar gas voor verwarming.Aan de isolatie van nieuwe woningen worden namelijk hoge eisen gesteld. Een inhaalslag hiervoor is echter nog te maken in de bestaande bouw. Neiging Het besef is gegroeid dat we zorgzamer moeten omgaan met de bestaande woningvoorraad. Er is meer aandacht voor het behouden, handhaven en benutten van de bestaande kwaliteiten. Het beeld van de ‘compacte stad’ staat model voor de inrichting van de stedelijke omgeving. Ruimte wordt hierbij steeds meer gezien als een schaars goed. Het streven is er daarom op gericht om verschillende functies met elkaar te combineren op een klein oppervlak, ten einde de beschikbare ruimte zo optimaal mogelijk te benutten. In de praktijk wordt echter nog vaak gekozen voor een oplossing die geen aandacht heeft voor de integratie van functies.
12 - Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003

Bij de inrichting van de stedelijke omgeving zijn drie ‘netwerken’ ordenend: water, infrastructuur en groen.Waterbeheer staat hierbij sterk in de belangstelling, met name vanwege recente overlastproblemen. Het dubo-beleid in Delft heeft zich in het begin van de jaren negentig vooral gericht op het uitvoeren van voorbeeldprojecten. Besparing van energie en het gebruik van duurzame energiebronnen is daarbij altijd een belangrijk aandachtspunt geweest. Op basis van de opgedane ervaringen zijn beleid en instrumenten ontwikkeld. Op dit moment is de aandacht vooral gericht op de uitvoering van dat beleid, waarbij de aandacht, zoals gezegd, vooral uitgaat naar nieuwbouwwoningen. In het algemeen geldt echter dat de mogelijkheden om milieumaatregelen in het algemeen en dubo-maatregelen in het bijzonder te integreren in bouwprojecten, pas in een laat stadium worden bekeken. Hierdoor zijn de mogelijkheden beperkt en is het resultaat veelal mager. Overheden staan terughoudend tegenover het, middels regelgeving, opleggen van bepaalde maatregelen aan (ver)bouwers. Perspectief Duurzame stedelijke ontwikkeling vergt een innovatieve aanpak. De Delft Kennisstad-strategie biedt hiertoe goede mogelijkheden. Maar er zijn meer aangrijpingspunten om een duurzame ontwikkeling van Delft dichterbij te brengen. Goede kansen bieden bijvoorbeeld de veranderingen in de milieuwetgeving welke leiden tot mogelijkheden voor maatwerk op lokaal niveau. Niet overal hoeven meer dezelfde (landelijke) normen te worden gehanteerd. Bij verschillende ruimtelijke functies horen verschillende na te streven milieukwaliteiten. Een goed voorbeeld van integratie van de compacte stad-gedachte en een gebiedsgericht milieubeleid is het Stad & Milieu-project1 ‘Duurzame ontwikkeling Zuidpoortgebied’. Ook andere gebieden in Delft waar herstructurering binnenkort aan de orde is (TU Zuid-gebied, bedrijventerrein Schie-oevers, Spoorzone, Poptahof) bieden goede mogelijkheden voor duurzame ontwikkeling. Op het niveau van bedrijventerreinen en wijken liggen er mogelijkheden voor een intensivering van het ruimtegebruik, het realiseren van een veelzijdige en gevarieerde stedelijke omgeving, het implementeren van duurzaam bouwen en het sluiten van energie- en grondstoffenkringlopen.Voorwaarde voor een duurzame inrichting is een goede samenwerking, zowel binnen de gemeentelijke organisatie als tussen en met andere partijen in de stad, in een vroeg stadium van de planontwikkeling. Samenwerken in gebiedsgerichte projecten is het credo. Op energiegebied zijn er ontwikkelingen op bovenlokaal niveau die kansen bieden voor een duurzame ontwikkeling van Delft. Zo heeft het Rijk veel aandacht voor het lokaal energiebeleid middels subsidieprogramma’s van de Novem. Daarnaast is er ook op Europees niveau aandacht, welke hoogstwaarschijnlijk resulteert in de oprichting van een energieagentschap in Delft. Dit energieagentschap kan een belangrijke rol spelen in het doen van onderzoek en het bieden van ondersteuning als het gaat om een duurzame energievoorziening voor de stad. Ten slotte creëert ook de liberalisering van de energiemarkt kansen voor een duurzame stedelijke ontwikkeling. Het verschaft de gemeente een betere onderhandelingspositie als het erom gaat om op een duurzame wijze te voorzien in de Delftse energiebehoefte. Doelstellingen Het thema Ruimte, bouwen en energie biedt bij uitstek mogelijkheden tot het realiseren van een goed functionerende, duurzame stad. De projecten Duurzaamheid in wijkplannen en Kansenkaart van Delft leveren een basis van waaruit dit verder kan worden uitgewerkt. Ten aanzien van het proces van de planontwikkeling wordt als doel geformuleerd om in een vroeg stadium samen te werken, zowel binnen de gemeentelijke organisatie als tussen en met andere partijen in de stad. Daarbij geldt dat aspecten van duurzame ontwikkeling (duurzaam bouwen, energiebesparingsmogelijkheden, leefkwaliteit, etc.) in een zo vroeg mogelijk stadium moeten worden ingebracht (project Duurzame ontwikkeling Zuidpoortgebied).

1 Het project Stad & Milieu is een samenwerkingsproject van enkele grote steden, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO), het Ministerie van Economische Zaken en het Ministerie van VROM. Het project heeft tot doel ruimtelijke ordening en milieu in het stedelijk gebied beter op elkaar af te stemmen. Het dilemma van de compacte stad moet opgelost worden door milieuaspecten eerder in de planvorming te betrekken en (eventueel) een flexibeler omgaan met milieuregels en -normen. Deze aanpak wordt getoets in een aantal experimenten verspreid over het land. De herinrichting van het Zuidpoortgebied is een van de experimenten.

Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003 - 13

Op het gebied van de ruimtelijke inrichting is het doel een diversiteit aan woontypen en woonomgevingen te behouden c.q. te realiseren, zodat de kwaliteit van de stedelijke omgeving gewaarborgd wordt. In de gebiedsgerichte projecten Duurzame herstructurering Schie-oevers, Herstructurering Poptahof, Duurzame ontwikkeling TU Zuid-gebied en Duurzame ontwikkeling Zuidpoortgebied wordt onder andere dit doel nagestreefd. De aandacht voor duurzaam bouwen moet verschuiven van de nieuwbouw van woningen naar een gebiedsgerichte uitwerking in de bestaande bouw (project Herstructurering Poptahof) en de utiliteitsbouw (projecten Herstructurering Schie-oevers, Duurzame ontwikkeling TU Zuid-gebied en Duurzame ontwikkeling Zuidpoortgebied). Om een goede implementatie van duurzaam bouwen te garanderen worden verbeteringen aangebracht in de regelgeving (project Duurzaam bouwen). Naast een betere regelgeving is het ook belangrijk een (grotere) maatschappelijke interesse te kweken voor duurzaam bouwen. Duurzaam bouwen moet een positieve uitstraling krijgen. De doelstelling ten aanzien van energie is in eerste instantie een zo groot mogelijke besparing te realiseren op het energiegebruik. De resterende energievraag zal vervolgens zo veel mogelijk gedekt worden uit duurzame bronnen (project Klein Kyoto in Delft). Om een beeld te krijgen van het Delftse potentieel voor de opwekking van duurzame energie wordt een ‘Duurzame Energiescan’ uitgevoerd. Op basis van de uitkomsten hiervan zal een gekwantificeerde doelstelling beter worden onderbouwd.

3.2 Projecten
Projectnummer 1 Duurzaam bouwen Verwijzing Omschrijving – Voortgang van implementatie van het duurzaam bouwen, volgens drie lijnen, elkaar opvolgend in tijd, namelijk: - lijn 1: verordening duurzaam bouwen; - lijn 2: verordening duurzaam renoveren/beheren; - lijn 3: convenant renoveren/beheren met de woningbeheerorganisaties. - De aanwezigheid van verschillende instrumenten voor duurzaam bouwen en duurzaam renoveren/beheren; - Alle aanwezige instrumenten gebruiken bij respectievelijk nieuwbouw- en renovatieprojecten. - lijn 1: najaar 1999 en de trajecten voor communicatie t/m eind 1999; - lijn 2: 2e kwartaal 2000, na eerste evaluatie van lijn 1; - lijn 3: eerste stappen zijn medio 1999 gezet, voorts: 2e kwartaal 2000, na eerste evaluatie van lijn 1.

Beoogd resultaat

Planning

Participatie (naast gemeente) Woningcorporaties Budgetten De ambtelijke voorbereiding wordt bekostigd uit de reguliere budgetten van de betrokken afdelingen.

14 - Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003

Projectnummer 2 Kansenkaart van Delft Verwijzing Omschrijving Herziening Ontwikkelingsvisie 2001, 3D-project Klein Kyoto in Delft. Leefbaarheid en duurzaamheid krijgen steeds meer een gebiedsgerichte uitwerking. De kansenkaart van Delft moet per thema inzicht geven in de potenties van (deel)gebieden met betrekking tot duurzame ontwikkeling. De kansenkaart biedt zodoende een basis voor het stellen van prioriteiten in beleid en is een instrument bij het opstellen van bestemmingsplannen, wijkplannen en ontwikkelingsvisies. Een kansenkaart van Delft die ruimtelijk inzicht geeft in de kansen en mogelijkheden per duurzaamheidsthema. De kaart zal een gelaagde structuur kennen. Zo ontstaan verschillende kansenkaarten die samen een handvat bieden voor concrete projecten. Combinatie leidt tot een integrale kansenkaart voor duurzame ontwikkeling van Delft. - Start: zomer 1999. - Afronding themakaarten en besluitvorming door bestuur: vóór zomer 2000. Parallel: stagiaire bij afdeling Milieu is in juli 1999 van start gegaan voor een periode van zes maanden. Onderzoek spitst zich toe op de kansenkaart als instrument op zich en de uitwerking ervan voor het thema Energie.

Beoogd resultaat

Planning

Participatie (naast gemeente) – Budgetten De ambtelijke voorbereiding wordt bekostigd uit de reguliere budgetten van de betrokken afdelingen.

Projectnummer 3 Duurzame herstructurering Schie-oevers Verwijzing Omschrijving 3D-project Klein Kyoto in Delft. Duurzame herstructurering van het Schie-oeversgebied door projectmatige samenwerking tussen bedrijven onderling en tussen bedrijven en overheden met als doel betere bedrijfsresultaten, minder milieubelasting en een verbeterde ruimtelijke kwaliteit. Bedrijven en gemeente inventariseren, selecteren en realiseren gezamenlijk concrete projecten gericht op imagoverbetering en milieuverbetering op het terrein Schie-oevers. Goede perspectieven kunnen er zijn voor projecten op het gebied van onder andere: - afvalstoffenmanagement; - energie; - intensief ruimtegebruik; - collectieve faciliteiten en utiliteiten; - ruimtelijke kwaliteit; - vervoersmanagement. - Oriëntatiefase en draagvlak creëren vanaf september 1999. - Verkennende fase, duur zes maanden, vanaf november 1999. Daarna beslissen over vervolgfasen. - Uitvoering en uitwerking van projecten.

Beoogd resultaat

Planning

Participatie (naast gemeente) Bedrijvenkring Schie-oevers, stadsgewest Haaglanden, provincie Zuid-Holland. Budgetten De ambtelijke voorbereiding wordt bekostigd uit de reguliere budgetten van de betrokken afdelingen. Subsidiemogelijkheden bij het Ministerie van Economische Zaken en mogelijkheid voor financiering uit het Energiefonds.

Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003 - 15

Projectnummer 4 Duurzame ontwikkeling TU Zuid-gebied Verwijzing Omschrijving 3D-project Klein Kyoto in Delft. Stimuleren van duurzame ontwikkeling van het TU Zuid-gebied door samenwerking met TU, overige bedrijven/instituten, overheden en belangenorganisaties met als doel het gebied op een zodanige wijze te ontwikkelen en te beheren dat de waarde (economisch, milieukundig en ruimtelijk) toeneemt voor alle betrokken partijen. Gezamenlijk inventariseren, selecteren en realiseren van concrete projecten gericht op duurzame ontwikkeling van het TU Zuid-gebied. Goede perspectieven kunnen er zijn voor projecten op het gebied van onder andere: - energie; - intensief ruimtegebruik in combinatie met versterking van de ecologische structuur; - integraal waterbeheer; - duurzame utiliteitsbouw (duurzaam huisvesten). - Oriëntatiefase en intentie vastleggen: vanaf september 1999 enkele maanden. - Verkennende fase (inrichten werkgroepen, workshops, uitwerken projectideeën) zes maanden vanaf november 1999. Daarna beslissen over vervolgfasen.

Beoogd resultaat

Planning

Participatie (naast gemeente) TU Delft, stadsgewest Haaglanden, provincie Zuid-Holland. Budgetten De ambtelijke voorbereiding wordt bekostigd uit de reguliere budgetten van de betrokken afdelingen. Subsidiemogelijkheden bij het Ministerie van Economische Zaken en mogelijkheid voor financiering uit het Energiefonds.

Projectnummer 5 Duurzaamheid in wijkplannen Verwijzing Wijkaanpak gemeente, 3D-project Klein Kyoto in Delft, Lokale Agenda 21. Herstructurering van voor- en naoorlogse woongebieden tot duurzame, leefbare wijken, in nauwe samenwerking met eigenaren, bewoners, ondernemers en maatschappelijke groeperingen in de wijk zelf. Het doel is het verbeteren van de woon-, werk- en verblijfssituatie gecombineerd met het leveren van een substantiële bijdrage aan een duurzame ontwikkeling. Een duurzaam wijkplan plus een werkende beheersorganisatie voor de wijk Tanthof en voor de wijk Voorhof. September 1999 - januari 2000.

Omschrijving

Beoogd resultaat

Planning

Participatie (naast gemeente) Woningcorporaties, bewonersorganisaties, Hoogheemraadschap van Delfland, Energie Delfland. Budgetten Beleidsadvisering komt ten laste van de betrokken afdeling. De ambtelijke voorbereiding voor ontwerp en uitvoering komt ten laste van de betrokken afdeling.

16 - Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003

Projectnummer 6 Duurzame herstructurering Poptahof Verwijzing Ondergrondse afvalinzameling,Verdergaande energiebesparing in wijk Voorhof, 3D-projecten Klein Kyoto in Delft, Duurzaamheid in wijkplannen, Herstructurering watersysteem Voorhof, Buitenhof en Tanthof, Lokale Agenda 21. Stimuleren van duurzame ontwikkeling van de wijk Poptahof door samenwerking met de woningcorporatie en belangenorganisaties met als doel het maken en uitvoeren van een herstructureringsplan, zodat de wijk tenminste voor de komende dertig jaar weer een aantrekkelijk woon-, werk- en verblijfsgebied zal zijn, met een goede sociale structuur. Nevendoelstelling is het realiseren van een hoog ambitieniveau voor de aspecten duurzaamheid en leefbaarheid in de wijk. Resultaat: een optimaal duurzame ‘eco’-wijk in de meest brede zin van het woord, in het bijzonder voor energiebesparing. Zo mogelijk een zgn.‘nulenergieflat’ realiseren. Ontwikkeling hiervan past ook in de strategie Delft Kennisstad. Vaststellen en uitvoeren van een integrale visie, waarin het ambitieniveau is vastgesteld met betrekking tot de stedenbouwkundige uitgangspunten, de gewenste woningdifferentiatie, de milieuaspecten en het voorzieningenniveau. - Start: reeds in gang gezet. - Eind: 4e kwartaal 1999: definitieve uitgangspunten herstructurering.

Omschrijving

Beoogd resultaat

Planning

Participatie (naast gemeente) Delftwonen, eigenaar winkelcentrum In de Hoven, architecten, Steunpunt Wonen, Delftse Interfacultaire Onderzoekcentra (DIOC). Budgetten Reguliere budgetten, Milieutechnologiefonds, Energiefonds, reserve Delft Kennisstad.
Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003 - 17

Projectnummer 7 Klein Kyoto in Delft Verwijzing 3D-projecten Kansenkaart van Delft, Duurzame herstructurering Schie-oevers, Duurzame ontwikkeling TU Zuid-gebied. In 2020 10% van de vraag naar energie in Delft met duurzame energie (-bronnen) dekken. Zoveel mogelijk door middel van lokale opwekking. Belangrijk subdoelen zijn: - een energiebeeld per gebied opstellen; - een link leggen met TU Delft en Delft Kennisstad; - werken aan de uitstraling van Delft; - aansluiten op actuele planontwikkeling voor een gebied; - verbeteren van het milieurendement van Delft. - Bijdragen aan de vermindering van de CO2-uitstoot in Nederland. - Vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen. - Een beeld geven van de mogelijkheden voor het toepassen van duurzame energiebronnen (per gebied) in Delft. - Start: begin 2000. - Eind: eind 2000: kansenkaart voor Delft gereed.

Omschrijving

Beoogd resultaat

Planning

Participatie (naast gemeente) Kennisorganisaties, zoals TNO,TU Delft en Energie Delfland. Budgetten Kosten bedragen ca. ƒ 80.000,- waarvan een deel door Novem kan worden gesubsidieerd. Daarnaast bieden het Milieutechnologiefonds, het Energiefonds en het energieagentschap mogelijkheden voor financiering.

Projectnummer 8 Duurzame ontwikkeling Zuidpoortgebied Verwijzing Omschrijving 3D-projecten Klein Kyoto in Delft, Duurzaam bouwen, Lokale Agenda 21. Het project Stad & Milieu van het Ministerie van VROM heeft tot doel ruimtelijke ordening en milieu in het stedelijk gebied beter op elkaar af te stemmen. Het dilemma van de compacte stad moet opgelost worden door milieuaspecten eerder in de planvorming te betrekken en (eventueel) een flexibeler omgaan met milieuregels en -normen.Verbetering van de leefkwaliteit is een doel. Een duurzame (her)inrichting van het Zuidpoortgebied waarbij sprake is van een verbetering van de leefbaarheid en de leefkwaliteit. - Start: reeds in gang gezet. - Eind: realisatie van een drietal deelplannen in 2003, planning voor overige deelplannen nog niet duidelijk.

Beoogd resultaat

Planning

Participatie (naast gemeente) Belangenvereniging Zuidpoort, projectontwikkelaar MAB, provincie Zuid-Holland, Inspectie Volkshuisvesting. Budgetten De ambtelijke voorbereiding wordt bekostigd uit de reguliere budgetten van de betrokken afdelingen. Subsidiemogelijkheden bij het Ministerie van VROM en mogelijkheden voor financiering uit het Milieutechnologiefonds en het Energiefonds.

18 - Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003

Projectnummer 9 Eenheid Première Delft/Zoetermeer: energiebesparing bij kleine bedrijven en huishoudens in Delft Verwijzing E-teamprogramma, 3D-project Klein Kyoto in Delft, Delfts Energieagentschap (DEA), ontwikkeling werkgelegenheid, Lokale Agenda 21. In april 1999 is de eenheid Première Delft/Zoetermeer van start gegaan met advisering over energiebesparende mogelijkheden bij kleine bedrijven in Delft. De eenheid geeft m.b.v. standaardproducten en diensten praktisch uitvoering aan de projecten die staan beschreven in het gemeentelijk energiebeleidsplan. Dit gebeurt door werkeloze hbo’ers, opgeleid tot energie- en milieuconsulenten, die onder deskundige leiding van een medewerker van Energie Delfland in eerste instantie zijn ingezet voor de doelgroepen huishoudens en middenen kleinbedrijf.Tegen een geringe vergoeding voeren de consulenten een doorlichting uit (energiescan), stellen zij rapportages op, geven zij energieadviezen en stimuleren zij klanten deze adviezen uit te voeren. Vanaf 2000 zullen de consulenten van eenheid Première ook huishoudens in Delft kunnen adviseren over energiebesparende mogelijkheden. Daarbij is het wel van belang om goede afstemming te vinden met de werkzaamheden van het E-team. Het E-team opereert nu al richting huishoudens door het uitvoeren van kleine energiebesparende klussen. Op termijn is het de bedoeling dat de eenheid Première (gecombineerd met het E-team) haar werkterrein gaat verbreden tot milieuadvisering (dus ook water, inkoop, afval, etc.). Daarnaast zullen de activiteiten worden geïntegreerd in het op te richten Delfts Energieagentschap (DEA). - Advisering over energiebesparende mogelijkheden door eenheid Première aan kleine bedrijven en huishoudens in Delft. - Duidelijkheid over de samenwerking tussen eenheid Première en het E-team voor de huishoudens. - Op termijn niet alleen advisering over energiebesparing, maar ook over andere milieuaspecten. - Start: najaar 1999. - Eind: eind 2000.

Omschrijving

Beoogd resultaat

Planning

Participatie (naast gemeente) Energie Delfland, Landelijke Stichting Première, gemeente Zoetermeer, E-team (Dienstenwinkel), Delfts Energieagentschap (DEA). Budgetten Tot en met 2000 is budget gereserveerd, daarna ten laste van het Energiefonds.

Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003 - 19

Projectnummer 10 Haalbaarheidsonderzoek Auto(matisch) weg Verwijzing 3D-projecten Kansenkaart van Delft enVoldoende ruimte voor voetganger en fietser. Een technisch en economisch haalbaarheidsonderzoek naar een ondergronds parkeersysteem (paternostersysteem) dat de mogelijkheid geeft bovengronds een zeer compact ontvangstgebouw te construeren. Hierdoor kan intensief van beperkte ruimte gebruik gemaakt worden. Studielocatie: de gedempte gracht van de Nieuwe Langendijk. Het gaat om een onderzoek naar de haalbaarheid van het realiseren van een ondergrondse schacht met bovengronds de ‘InUit’, het ontvangstgebouw. De automaat bestaat uit een paternoster: twee eindloze kettingen waartussen de kooien voor de auto’s (25) zijn opgehangen. De gebruiker rijdt zijn auto in de InUit en verlaat het gebouwtje via de neergeklapte vloeren. Het wegzetten gebeurt geheel automatisch. De ketting komt in beweging: de auto wordt opgeborgen. De auto is beschermd tegen krassen, deuken en diefstal: door de beveiliging kan alleen de eigenaar bij de auto komen. Eindrapportage van het technisch en economisch haalbaarheidsonderzoek m.b.t. de realisatie van een paternoster parkeersysteem dat de ruimte creëert voor een prettige leefomgeving in een gebied waarin ruimte schaars is en toch auto’s geparkeerd moeten worden. Hiermee kan tegemoet worden gekomen aan de wensen van bewoners van het betreffende gebied, winkelend publiek, de middenstand en de gemeente. - Start: 1 september 1998. - Eind: naar verwachting 1 december 1999.

Omschrijving

Beoogd resultaat

Planning

Participatie (naast gemeente) Combinatie Auto(matisch) weg, Funderingstechnieken Verstraeten (de ontwerper en leverancier van het ondergrondse gebouw), IDOR (de ontwerper van het automatische parkeersysteem),Architectengroep Kok & de Haan (de ontwerper van het bovengrondse gebouw). Budgetten - ƒ 150.000,- door de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV) uit het budget voor Stimuleringsprojecten Intensief Ruimtegebruik (STIR). - ƒ 50.000,- uit het Milieutechnologiefonds.

20 - Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003

4 Thema Mobiliteit (ontleend aan VVP+) > CONCEPT <

4.1 Uitwerking van de beleidsvisie voor het thema Mobiliteit
Trend/neiging Verkeer en milieu zijn twee nauw met elkaar verbonden onderwerpen. Met name de groei van het autoverkeer heeft op lokaal niveau een aantal gevolgen die vanuit milieu-overwegingen niet wenselijk zijn: geluidoverlast, luchtvervuiling en ruimtegebruik. Deze gevolgen vormen in hoge mate een aantasting van de leefbaarheid in de stad Delft. Op mondiaal niveau draagt de luchtverontreiniging door gemotoriseerd verkeer bij aan het broeikaseffect en het opraken van eindige brandstoffen waarmee de duurzaamheid in het gedrang komt. Het autogebruik in het woon-werkverkeer biedt door de concentratie naar tijdstip en routes goede mogelijkheden voor maatregelen die er op gericht zijn om het autogebruik te doen afnemen. Daarbij moet gedacht worden aan verbetering van het openbaar vervoer, betere fietsroutes en -stallingen en het aanscherpen van het parkeerbeleid. Het beleid tot op heden is dan ook sterk gericht op de grote, dagelijkse vervoersstromen (bijvoorbeeld door de inzet van spitsbussen of locatiebeleid). Het autogebruik voor andere dan woon-werkritten is moeilijker terug te dringen.Aan de keus voor de auto bij ritten anders dan woon-werkverkeer liggen, naast economische, verschillende andere overwegingen ten grondslag.Aspecten als een grote spreiding in tijd en wat betreft routes, sterke pieken, het reizen in groepen (gezinnen) en de aanwezigheid van bagage, maken het moeilijk om goede alternatieven te bieden voor de auto. Deze aspecten maken dat tot op heden het beleid en de maatregelen zich richten op het beperken van de groei van het autogebruik met motieven zoals winkelen, recreatie en sociale bezoeken. Perspectief In het Verkeers- en Vervoerplan (1998) is als doelstelling opgenomen een maximale groei van het autoverkeer tot 10 %, bestaande uit een reductie van het autogebruik voor woon-werkverkeer van 17,5 % en een maximale groei van het overige verkeer van 28 %. De nadruk in het VVP en het bijbehorende maatregelenplan ligt op het beperken van het autogebruik in het woon-werkverkeer en is in dat verband al zeer ambitieus te noemen. Voor een groot aantal onderdelen zijn de uitwerking en realisatie van maatregelen uit het VVP in gang gezet. Zo is het Fietsactieplan opgesteld, waarin een samenhangend pakket aan maatregelen is opgenomen waarmee Delft weer ‘Fietsstad’ moet worden. Dit ambitieuze plan omvat de aanpak van de
Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003 - 21

> CONCEPT <

belangrijkste fietsroutes in Delft en de verbetering van stallingsvoorzieningen. Daarnaast is een forse uitbreiding van 30-km-gebieden in voorbereiding evenals het autoluw maken van de binnenstad. In het huidige collegeprogramma is de uitwerking van een Verkeers- en Vervoerplan Plus (VVP+), een aanscherping van het bestaande VVP, opgenomen. Het VVP+ heeft een hoger ambitieniveau dan het VVP. De doelstellingen met betrekking tot het autogebruik zijn aangescherpt.Tevens leidt het VVP+ tot een extra impuls voor de uit te voeren maatregelen.Ten opzichte van het VVP voorziet het VVP+ in een groter aantal maatregelen en in snellere en ingrijpendere uitvoering ervan. In het algemeen zoekt het VVP+ de balans tussen de noodzaak van autoverkeer voor diverse activiteiten en doelgroepen (bereikbaarheid, sociale functie) en de neveneffecten van het autoverkeer voor de omgeving. Het VVP+ bevat een haalbare doelstelling, met name ten aanzien van het bieden van aantrekkelijke alternatieven voor het gebruik van de auto, anders dan voor woon-werkverkeer. Samenhangend met de beoogde reductie van het autogebruik worden ook andere doelstellingen aangescherpt, zoals op het gebied van milieu, verkeersveiligheid en het gebruik van het openbaar vervoer en de fiets. In het VVP+ ligt de nadruk op instrumenten die direct door de gemeente beïnvloedbaar zijn (lokaal beleid). Onmisbaar zijn echter een aantal oplossingsrichtingen waarbij de uitvoering een verantwoordelijkheid is van hogere overheden. De standpuntbepaling en de medewerking en/of medefinanciering door Delft volgen hierbij uit het ambitieniveau van het VVP+.Te denken valt daarbij aan: projecten als Agglonet/Randstadrail en het regionaal fietspadennet. De uitwerking van het verkeers- en vervoerbeleid in het VVP+ heeft plaatsgevonden aan de hand van een aantal oplossingsrichtingen en heeft geleid tot een samenhangend pakket van maatregelen. Hieronder is een opsomming gegeven van de belangrijkste oplossingsrichtingen. Verkeerscirculatie De concurrentiepositie van de auto wordt teruggedrongen door het in hoge mate concentreren van het autoverkeer op hoofdroutes en een versnelde invoering van 30-km-gebieden. Daarbij zullen verkeersstromen, door dynamisch verkeersmanagement, via routes worden geleid die daarvoor het meest geschikt zijn en de minste hinder opleveren. Parkeren Het parkeren zal verdergaand en versneld worden gereguleerd, met name in en rond de binnenstad, onder andere door hogere tarieven en/of uitbreiding van de ‘betaalperiode’. Om de hinder en het ruimtebeslag te beperken, worden parkeervoorzieningen zo veel mogelijk geconcentreerd, waar mogelijk in gebouwde voorzieningen. De parkeernormen voor bedrijven en in bouwplannen worden aangescherpt. Fiets In het kader van het Fietsactieplan wordt het fietspadennetwerk verbeterd en meer afgestemd op het daadwerkelijk gebruik. Daarbij wordt de herkenbaarheid, het comfort en de bewegwijzering van fietsroutes verbeterd (project Voldoende ruimte voor voetganger en fietser). Ook worden er meer en betere stallingsvoorzieningen bij woon- en bestemmingsgebieden, zoals de binnenstad, gerealiseerd. Voor wat betreft de regionale fietsroutes wordt ingezet op (de voorwaarden voor) een versnelde uitvoering ervan. Voetganger De voetganger krijgt meer ruimte en aantrekkelijker routes, onder andere door het autoluw maken van de binnenstad, de herinrichting van gebieden (woonwijken, spoorzone) en het realiseren van 30-km-gebieden. Openbaar vervoer Bezien wordt of en zo ja, hoe meer c.q. extra aanbod van openbaar vervoer mogelijk en wenselijk is als instrument voor het aantrekkelijker maken van het openbaar vervoer. Dit in relatie tot andere instrumenten als een aanpassing van andere tariefstructuren of betaalwijzen (project Openbaar vervoer). In samenwerking met de exploitant worden de efficiency en de kwaliteit van het stadsnet verbeterd middels telematica en beheerstechnieken, maar ook door het directer maken van routes (onder andere busbrug DSM Gist). Het collectief vraagafhankelijk vervoer krijgt een grotere rol in de verplaatsingsketen voor verschillende doelgroepen.Voor de nieuwe routes naar VINEX-gebieden (Ypenburg, Emerald,Wateringse Veld) wordt ingezet op een versnelling of fasering van de realisatie van Agglonet-verbindingen. Zo wordt middels een bijdrage aan het regionale Mobiliteitsfonds de tijdige financiering vanuit het stadsgewest Haaglanden zeker gesteld. Daarnaast worden (deel)studies

22 - Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003

> CONCEPT <

uitgevoerd om voor de trajecten in en rond Delft zo snel mogelijk duidelijkheid te krijgen over tracés, termijn van uitvoering, vervoertechniek en dergelijke. De invulling van stedenbouwkundige plannen zoals de ontwikkeling van TU Zuid en het spoortunnelproject vergroten de haalbaarheid van Agglonet-verbindingen maar ook van Randstadrail of een betere bediening door de Nederlandse Spoorwegen. Locatiebeleid In toenemende mate zal de bereikbaarheid per openbaar vervoer (ten opzichte van autobereikbaarheid) uitgangspunt zijn bij de planuitwerking voor gebieden of de uitgifte/bestemming van gronden en de daarbij te hanteren parkeernormen. Stadslogistiek Voor wat betreft het vervoer van goederen zal de haalbaarheid van een andere vorm of opzet van goederenvervoer worden bezien, onder andere in relatie tot het autoluw maken van de binnenstad. Bij de uitwerking van het VVP+ zal in hoge mate integraal worden gewerkt vanuit een gebiedsgerichte benadering. Daarin zijn enerzijds diverse maatregelgroepen nauw verwant (concentreren parkeren, autoluw maken binnenstad en meer ruimte voor fietsers en voetgangers) en zijn anderzijds diverse disciplines betrokken. Ook wordt bij de planvorming nauwe samenwerking gezocht met belanghebbenden, zoals bijvoorbeeld in de planvorming voor de binnenstad en de Poptahof. Ten slotte is er de tendens dat fasering en mogelijke ontwikkelingen in de toekomst mede bepalend zijn voor de huidige planvoorbereiding.

4.2 Projecten
Projectnummer 11 Openbaar vervoer Verwijzing Omschrijving VVP+, Herziening Ontwikkelingsvisie 2001. Het beperken van (de groei van) het autogebruik door bewoners en bezoekers van Delft door het gebruik van het openbaar vervoer aantrekkelijker of eenvoudiger te maken door middel van het wegnemen/ verlagen van de kosten voor de gebruiker en/of door middel van een meer op de behoefte van de gebruikers afgestemde kwaliteit. 1. Een afweging en voorstel ten aanzien van gratis/goedkoper openbaar vervoer en een meer op de behoefte van de doelgroepen afgestemde dienstuitvoering (pendelbus, frequentie, deur-tot-deur of vaste route). 2. Een voorstel naar aanleiding van voorgaande afweging dat zich richt op de inwoners van Delft. 3. Een voorstel naar aanleiding van voorgaande afweging dat zich richt op de bezoekers van Delft met een onderscheid naar bezoekers vanuit de direct omliggende kernen en bezoekers/toeristen. 4. Een voorstel voor een fasering van de uitvoering van de uit te werken deelprojecten in samenhang met: - de effectuering van maatregelen uit het parkeerbeleid; - de bouwwerkzaamheden en realisatie van het Zuidpoortgebied; - de realisatie van andere parkeerlocaties; - de mogelijke inzet van alternatieve vervoertechnieken; - mogelijke acties op korte termijn. - Startpunt ad.1: oktober 1999. - Eind (afhankelijk van voorstellen): maart 2000.

Beoogd resultaat

Planning

Participatie (naast gemeente) Vervoerbedrijven, stadsgewest Haaglanden, belangenverenigingen van ondernemers, OV-reizigers. Budgetten De ambtelijke voorbereiding wordt bekostigd uit de reguliere budgetten van de betrokken afdelingen en uit middelen die zijn gereserveerd in de Zomernota 2000-2003 (Mobiliteitsbeleid).

Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003 - 23

> CONCEPT <

Projectnummer 12 Voldoende ruimte voor voetganger en fietser Verwijzing Omschrijving VVP+, Fietsactieplan. Voldoende ruimte voor voetganger en fietser betreft: - Nieuwe langzaamverkeerroutes (realisatie van ontbrekende schakels in de netwerken). - Verbeteren bestaande langzaamverkeerroutes. - Vermijden van conflictsituaties tussen het langzaam verkeer en het snelverkeer. - Vermijden van conflictsituaties tussen het langzaam verkeer onderling.Voorbeelden conflictsituaties: binnenstad (Barbarasteeg), fiets- en wandelpaden in de Delftse Hout. Een herverdeling van de (verkeers)ruimte ten gunste van de voetganger en fietser en ten koste van de auto kan mogelijkheden bieden om knelpunten op te lossen. - Aantrekkelijkere voetganger- en fietsroutes. - Bevordering van het voetganger- en fietsverkeer. - Vermindering van het aantal ongevallen, ook tussen voetgangers en fietsers onderling. - Start (inventarisatie): 4e kwartaal 1999 en 1e kwartaal 2000. - Eind: uitvoering vanaf 4e kwartaal 2000.

Beoogd resultaat

Planning

Participatie (naast gemeente) Voetgangersvereniging, Fietsersbond, Ondernemersfederatie Delft, scholen, wijkagenten. Budgetten De ambtelijke voorbereiding wordt bekostigd uit de reguliere budgetten van de betrokken afdelingen. De (voorbereiding van de) uitvoering wordt gefinancierd uit reguliere onderhoudsbudgetten. Daarnaast zijn er middelen gereserveerd in de Zomernota 2000-2003 (Mobiliteitsbeleid).

Voor de overige projecten uit het VVP+: zie ‘Perspectief ’ (Op hoofdlijnen. Nadere details in het Fietsactieplan en het VVP+).
24 - Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003

5 Thema Water en ecologie (ontleend aan Waterplan Delft)

5.1 Uitwerking van de beleidsvisie voor het thema Water en ecologie
Trend Historisch gezien was de trend om de waterproblematiek sectoraal en defensief te benaderen. Het waterbeheer was afgestemd op de maatschappelijke behoeften (veiligheid, scheepvaart, drinkwatervoorziening, etc.).Waar zich problemen voordeden, vond oplossing veelal plaats met technische maatregelen. Zo werden hoge en lage waterstanden in polders gepareerd door het in- en uitmalen van water en dijkverhoging. Bij drinkwater ging de aandacht uit naar het beschermen van de waterbronnen.Waar de kwaliteit van het oppervlaktewater en de waterbodem een probleem vormde, poogde men emissies te beperken. Zo nodig werd oppervlaktewater doorgespoeld en verontreinigd bodemslib weggebaggerd. Ook bij natuur werd sectoraal (en defensief) gewerkt, waarbij het accent vooral lag op natuurbehoud. Neiging Inmiddels worden de verschillende waterproblemen meer integraal benaderd. De samenhang tussen grondwater, oppervlaktewater en functies van water krijgt veel aandacht. Maar bij het zoeken naar oplossingen voor problemen bestaat nog steeds de neiging vooral sectoraal te kijken en vooral technische oplossingen te vinden. Dat geldt in zekere zin ook voor de natuur. De natuur wordt inmiddels ook breder bekeken. Zo is het accent verlegd van natuurbehoud naar natuurontwikkeling, maar de neiging bestaat nog steeds om daarbij vooral vanuit de sector natuur te redeneren. Perspectief Het perspectief is om water en ecologie en ruimtelijke ordening in samenhang te bezien, gebruikmakend van de ‘natuurlijke’ gegevenheden en de ligging in het landschap. Dat betekent dat wordt aangesloten bij natuurlijke processen (water als ordenend principe) en bestaande ecologische structuren, en dat bij bijvoorbeeld herinrichting van woonwijken en nieuwe bebouwing hiermee rekening wordt gehouden. Het doel hiervan is de veerkracht (van natuurlijke en maatschappelijke systemen) te vergroten, of anders gezegd de kwetsbaarheid ervan (onder meer voor wateroverlast, verdroging
Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003 - 25

en verontreiniging) te doen afnemen. Ook wordt het accent verder verlegd van de zuivering van afvalwater naar het voorkómen van emissies aan de bron, bijvoorbeeld door een daarop afgestemde materiaalkeuze in bebouwing. Kernbegrippen bij water en ecologie zijn: gesloten waterketens; schoon water schoon houden; beperken van de emissie van afvalstoffen; natuurvriendelijke oevers; bergingscapaciteit voor water benutten, zodat (schoon) water in het eigen gebied kan worden vastgehouden; verminderen van de kwetsbaarheid voor verontreiniging, wateroverlast en droogte; ontsnippering van natuur; herstel en verbetering van ecologische structuren. Diverse ontwikkelingen in en rond Delft bieden mogelijkheden om van deze perspectieven gebruik te maken.Te denken valt o.a. aan de herstructurering van woonwijken, de groen-blauwe slinger en de ontwikkelingen in het TU-gebied. De integratie van verschillende beleidsterreinen vraagt ook om integratie van beleid en brede afstemming met beheerders en actoren. Om handen en voeten te geven aan dit perspectief gaat de gemeente Delft samen met het Hoogheemraadschap van Delfland uit van de hoofddoelstelling van de Vierde Nota Waterhuishouding gericht op het realiseren van gezonde en veerkrachtige watersystemen. Van gezonde (en fraaie) watersystemen is sprake als er voldoende schoon en mooi water is; als het water een lust voor het oog is en een plezier om aan te wonen en in te spelen; als het water helder is en er waterplanten in groeien en er vele soorten vissen in zwemmen; en ten slotte als het water en de oevers deel uitmaken van een blauw-groen netwerk met optimale kansen voor organismen om zich te verplaatsen. Bij veerkrachtige watersystemen is het vizier gericht op het inspelen op en het benutten van natuurlijke dynamiek en natuurlijke processen. Het stedelijke watersysteem is veerkrachtig als verstoringen, zoals ten gevolge van extreme wateroverlast of verontreiniging, relatief gemakkelijk kunnen worden opgevangen. Binnen de mogelijkheden die gezonde en veerkrachtige watersystemen bieden wordt een duurzaam gebruik van watersystemen (recreatievaart en oeverrecreatie, scheepvaart) zoveel mogelijk bevorderd.Voorts geldt als doelstelling dat het water en het groen in de stad moeten bijdragen aan het verkrijgen van een hoge ruimtelijke kwaliteit en een optimale leefbaarheid.Water en groen dat zichtbaar en dynamisch aanwezig is in de stad en de ruimte krijgt (die het verdient), draagt bij aan het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit.Als daarnaast wordt ingespeeld op de behoeften van de bewoners en bedrijven (ook scholen en dergelijke) komt dit de kwaliteit van de leefomgeving ook ten goede. Daarnaast wordt ingezet op efficiënt drinkwatergebruik (waterbesparing) en op het ontlasten van de rioolwaterzuivering (minder water en minder verontreiniging). De inrichting van wateren en oevers wordt zoveel mogelijk afgestemd op het behouden en verkrijgen van natuurwaarden waarbij ‘de juiste inrichting op de juiste plaats’ niet uit het oog mag worden verloren. Het onderhoud en beheer wordt natuur- en milieuvriendelijk uitgevoerd. Naast het bevorderen van de ‘natte’ ecologie behoeft ook de ‘droge’ ecologie (ontsnippering en de samenhang tussen droog en nat) aandacht. Hierdoor kan de natuurwaarde in het stedelijk gebied vergroot worden en kan de ecologische relatie tussen ‘stad’ en ‘land’ verbeterd worden. Ten slotte wordt gestreefd naar maatschappelijk draagvlak voor de in dit kader uit te voeren maatregelen en acties. Communicatie met bewoners, bedrijven en andere belanghebbenden vormt daarom een belangrijk onderdeel van de planvorming en moet bijdragen aan het creëren en behouden van ‘waterbewustzijn’ en natuur- en watervriendelijk gedrag. 3D en het Waterplan Delft Bovenstaande visie is nader uitgewerkt in het Waterplan Delft. Bij de uitwerking wordt een gebiedsgerichte benadering gevolgd. Per wijk wordt bekeken wat de natuurlijke situatie is, welke natuurlijke processen er spelen en wat de gebruikswensen zijn.Vervolgens wordt daaruit het ambitieniveau per wijk (de doelsituatie) afgeleid. De tijd benodigd voor de realisatie van de ambitieniveaus is afhankelijk van de prioriteitstelling en fasering van de maatregelen. Indien relevant worden per wijk tussendoelen gesteld die eerder kunnen worden gerealiseerd.

26 - Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003

5.2 Projecten
Projectnummer 13 Water in Ecodus: EcodusVer en Verder Verwijzing Omschrijving Lokale Agenda 21. - Het verbeteren van het huidige watersysteem en de waterkwaliteit in Ecodus. - In samenwerking met alle betrokkenen, inclusief de jeugd, een beheersplan opstellen. - Het leren van de ervaringen uit Ecodus en deze ervaringen gebruiken om te komen tot een stappenplan (‘watergids’) voor andere projecten in Delft. - Voorstel voor verbetering van het huidige watersysteem in Ecodus (inclusief kosten) en een beheersplan voor Ecodus. - Een ‘watergids’ ten behoeve van planvorming: een handleiding die aandachtspunten bevat voor alle betrokkenen (in- en extern) om de mogelijkheden voor integraal waterbeheer ten volle te benutten in de verschillende stadia van een project. Looptijd: 1 jaar.

Beoogd resultaat

Planning

Participatie (naast gemeente) Hoogheemraadschap van Delfland, Initiatiefgroep Natuurbeheer, adviesbureau,TU Delft, bewoners. Budgetten - Opstellen beheersplan - Regulier onderhoud - Investeringen Kosten ca. 1 à 2 ton, te financieren uit regulier budget. Daarnaast mogelijkheden voor financiering uit het Milieutechnologiefonds.

Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003 - 27

Projectnummer 14 Afkoppelen van regenwater in de Wippolder Verwijzing Omschrijving Planontwikkeling Wippolder, Lokale Agenda 21. - Verbeteren van de water- en ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater in de Wippolder en omstreken. - Verbeteren van het rendement van de zuivering van rioolwater. - Regelen van de grondwaterstand. - Vergroten van het milieubewustzijn en stimuleren van milieuvriendelijk gedrag bij burgers en woningcorporaties met betrekking tot water. - Voorstel voor open afvoer van regenwater van daken via molgoten naar straatkolken. - Voorstel voor de toepassing van een geperforeerde leiding voor de infiltratie van regenwater afkomstig van daken en wegen in de Wippolder. - Voorstel voor het regelen van het grondwaterpeil in de Wippolder middels infiltratie en drainage. - Voorstel voor de afvoer van overtollig regenwater en grondwater naar buffersloten met peilfluctuatie op die sloten. - Voorstel voor het toepassen van natuurlijke zuivering in de buffersloten en een natuurvriendelijke inrichting van de oevers. - Voorstel, ter voorkoming van diffuse verontreiniging, voor aanvullende bouwvoorschriften ten aanzien van het gebruik van materialen bij reparaties, verbouwingen en renovaties aan woningen. Voorbereiding ca.1/2 jaar, uitvoering daarna ca. 1 jaar.

Beoogd resultaat

Planning

Participatie (naast gemeente) Hoogheemraadschap van Delfland, woningcorporatie Vestia Delft, Wareco, Haskoning, bewoners. Budgetten Kosten nog nader te begroten, werk met werk maken. Mogelijk subsidie van Hoogheemraadschap van Delfland en een bijdrage uit het Milieutechnologiefonds.

Projectnummer 15 Herstructurering watersysteem Voorhof, Buitenhof en Tanthof Verwijzing Omschrijving 3D-project Ecologische hoofdstructuur Delft. Een duurzaam en gezond watersysteem creëren in de Hoge en Lage Abtswoudse Polder dat voldoet aan de, door het bestuur, vastgestelde eisen. Een duurzaam en gezond watersysteem dat voldoet aan de gestelde eisen. Voorbereiding: ca. 2 jaar. Uitvoering: 10-15 jaar.

Beoogd resultaat Planning

Participatie (naast gemeente) Hoogheemraadschap van Delfland,TU Delft, natuurorganisaties, scholen, bewoners, adviesbureaus. Budgetten Voorbereidingskosten: 1 à 2 ton. Hiervoor zal een voorstel worden voorbereid. Investeringen en ontwerpkosten komen voor een deel ten laste van het bij de Zomernota 2000-2003 vastgestelde investeringsbudget van 9 ton voor de periode tot en met 2002.

28 - Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003

Projectnummer 16 Ecologische hoofdstructuur Delft Verwijzing Omschrijving Onderhoudsplanningen. Het vergroten van de natuurwaarde in het stedelijk gebied en het verbeteren van de ecologische relaties tussen ‘stad’ en ‘land’. Nagestreefd wordt om een zoveel mogelijk zelfregulerend ecologisch systeem te creëren. - Een concreet, uitvoerbaar en haalbaar plan. - Water en ecologie geïntegreerd in plannen voor renovatie, herinrichting en beheer. - Water en ecologie als ordenend principe. - Een relatie tussen het watersysteem en de ecologische (hoofd)structuur van Delft. Studie: 1 jaar. Uitvoering: enkele jaren.

Beoogd resultaat

Planning

Participatie (naast gemeente) Natuur- en milieu-organisaties, Hoogheemraadschap van Delfland, stadsgewest Haaglanden, provincie Zuid-Holland,TU Delft, bewoners. Budgetten De ambtelijke voorbereiding wordt bekostigd uit de reguliere budgetten van de betrokken afdelingen. De uitvoering wordt gefinancierd uit reguliere onderhoudsbudgetten.Ten behoeve van de aanleg van natuurvriendelijke oevers en aanpassingen in de ecologische hoofdstructuur is in het investeringsprogramma van de Zomernota 2000-2003 budget vastgelegd.

Projectnummer 17 Onderzoek naar de effecten van het verminderen van de grondwateronttrekkingen in Delft Verwijzing Omschrijving – Het verkrijgen van inzicht in de gevolgen van het verminderen van de grondwateronttrekkingen in de gemeente Delft. Inzicht in de (maatschappelijke en bestuurlijke) haalbaarheid van het verminderen van de grondwateronttrekking en de mogelijkheid om met maatregelen eventuele nadelige gevolgen voor de bebouwing in Delft te voorkomen. Voorbereiding: 1 à 2 jaar. Uitvoering: 2 jaar. Hoogheemraadschap van Delfland, provincie Zuid-Holland, Rijkswaterstaat, adviesbureau, bewoners, DSM Gist,TU Delft. Ca. 1 miljoen, mede gefinancierd door de provincie Zuid-Holland en het Hoogheemraadschap van Delfland. In nader voorstel uit te werken.

Beoogd resultaat

Planning

Externe participatie

Budgetten

Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003 - 29

Projectnummer 18 Recreatiewater in en om Delft Verwijzing Omschrijving – De intensiteit van waterrecreatie in de buitenstedelijke gebieden is afhankelijk van de bereikbaarheid/ontsluiting en van de kwaliteit van het oppervlaktewater. Door een toename van de bevolking in de directe omgeving (Vinex-locaties) wordt de druk op de recreatiewateren steeds groter. Deze toenemende druk en een verslechterende kwaliteit van het oppervlaktewater hebben een negatieve invloed op de aantrekkelijkheid van de recreatiegebieden. Deze situatie is actueel in de Delftse Hout (grote plas) en de waterspeeltuinen Delftse Hout en Tanthof. Uitbreiding van recreatiewater geeft spreiding van gebruik. Deze uitbreiding wordt gerealiseerd in de aan te leggen recreatiegebieden in MiddenDelfland.Aan de Rotterdamseweg wordt een dagrecreatieterrein annex camping gerealiseerd en ten zuiden van Tanthof-Oost ontstaat een krekengebied met mogelijkheden voor oever- en waterrecreatie. Ook ten zuiden en westen van Tanthof-West worden nieuwe waterpartijen aangelegd. In oostelijke richting staat de Delftse Hout in verbinding met water van Nootdorp en Pijnacker (onder andere Dobbeplas). Daarnaast worden andere (binnenstedelijke) locaties gezocht. Vergroten van het areaal aan goed bereikbare recreatiewateren en voor dit oppervlaktewater tenminste zwemwaterkwaliteit handhaven. - Onderzoek naar andere locaties eind 2000 afgerond. - Start: aanleg Rotterdamseweg 1999,Tanthof 1999/2000. - Eind: Rotterdamseweg 2000,Tanthof 2000/2001.

Beoogd resultaat

Planning

Participatie (naast gemeente) Recreatieschap Midden-Delfland, Hoogheemraadschap Delfland, exploitant dagrecreatiecentrum Rotterdamseweg. Budgetten Financiering uit reguliere budgetten, van het Rijk en uit het Milieutechnologiefonds.

30 - Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003

Projectnummer 19 Proefproject Waterstad 2000 Verwijzing 3D-projecten Water in Ecodus: Ecodus Ver en Verder, Herstructurering watersysteem Voorhof, Buitenhof en Tanthof, Ecologische hoofdstructuur Delft, Onderzoek naar de effecten van het verminderen van de grondwateronttrekkingen in Delft. Een aantal samenwerkende kennisintensieve bedrijven en instanties heeft een innovatief hoogstaand systeem ontwikkeld dat integraal waterbeheer mogelijk maakt via het telemetrisch meten van kwantiteit en kwaliteit van water. Het project voorziet in de aanleg van een proefmeetnet van ongeveer duizend meetpunten rondom de toren van de Delftse Nieuwe Kerk. De gegevens zijn vrijwel direct en continu beschikbaar via internet. Het systeem en de meetresultaten worden gepresenteerd tijdens twee internationale conferenties in maart en september 2000. Delft functioneert als proeftuin door de aanleg van 175 meetpunten ten behoeve van het water- en rioolbeheer.Tevens participeert de wethouder Delft Kennisstad in het bestuur van de Stichting Waterstad 2000. Het verkrijgen, valideren en integreren van meetresultaten, waardoor integraal waterbeheer mogelijk wordt. - Start: 31 maart 1999. - Eind: september 2000.

Omschrijving

Beoogd resultaat

Planning

Participatie (naast gemeente) Omliggende gemeenten,TU Delft, Hoogheemraadschap van Delfland, provincie Zuid-Holland,Van Essen Instruments, NITG-TNO, Siemens. Budgetten Totale proefprojectbegroting: ƒ 5.800.000,Aandeel gemeente Delft: - Budget afdeling OWW: ƒ 322.500,-. - Milieutechnologiefonds : ƒ 150.000,- voor de aanschaf en plaatsing van 175 meetpunten in Delft.

Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003 - 31

6 Thema Afval

6.1 Uitwerking van de beleidsvisie voor het thema Afval
Trend Bij de Delftse huishoudens en bedrijven komen jaarlijks grote hoeveelheden afval vrij. De trend bij de huishoudens is dat de totale hoeveelheid afval nog steeds toeneemt.Wel is er sprake van een steeds verdergaande scheiding van de her te gebruiken componenten glas, papier, groente-, fruiten tuinafval (GFT) en textiel. Deze fracties bedroegen in 1998 bij elkaar circa 34 % van de totale stroom huishoudelijk afval. In 1991 was dit nog slechts 24 %. De hoeveelheid huishoudelijk restafval, die naar de verbranding is gegaan, bedroeg in 1998 ruim 26.000 ton (66 %); dit komt neer op circa 275 kg per inwoner. Neiging Aanvankelijk heeft de nadruk bij huishoudens met name gelegen op afvalscheiding. Later is onder andere middels gerichte projecten het accent verschoven naar afvalpreventie, waarbij ook de detailhandel wordt betrokken. Bij bedrijven ligt het accent nog voornamelijk op afvalscheiding en een branche- dan wel locatiegerichte aanpak hiervan. Perspectief Het streven is erop gericht om zo hoog mogelijk op de zogenoemde ‘Ladder van Lansink’ uit te komen. Lansink heeft voor het omgaan met afval de volgende voorkeursvolgorde aangegeven:
32 - Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003

preventie (voorkómen dat afval ontstaat), hergebruik (eerst product- en dan materiaalhergebruik), verbranding (liefst met energieterugwinning) en, als minst gewenste alternatief, storten. Vanuit het duurzaamheidsprincipe van regenereren is het gewenst dat er in het denken een verschuiving plaatsvindt van ‘afvalstof’ naar ‘potentiële secundaire grondstof’. Indien deze verschuiving gestalte krijgt, dan wordt enerzijds bespaard op het gebruik van primaire grondstoffen en anderzijds een vermindering van de afvalberg gerealiseerd. Ook de ontwikkelingen in de richting van ‘ecodesign’ (reeds in de ontwerpfase van een product), die gericht zijn op het hergebruik van materialen in een nieuw product en meer materiaalhergebruik in het afvalstadium, dragen hiertoe bij. Het sinds 1 januari 1999 van kracht zijnde Besluit Verwijdering Wit- en Bruingoed, dat de producent verplicht zijn eigen product terug te nemen en op milieuhygiënische wijze te verwerken, is een stimulans in deze richting. Daarnaast moet het streven erop gericht zijn producten zoveel mogelijk kansen te geven voor een ‘tweede leven’ in het kringloopcircuit. Het mogelijk toepassen van tariefsdifferentiatie (betalen naar aanbod) in combinatie met een verscheidenheid aan inzamelsystemen en voorlichtingsmiddelen afgestemd op de specifieke situatie, kunnen bijdragen aan de gewenste synergie tussen leefbaarheids- en duurzaamheidsdoelen. Dit sluit aan bij het principe ‘vermaatschappelijken’. Doelstellingen - Een stabilisering van de hoeveelheid te verbranden huishoudelijk afval per inwoner (ondanks de te verwachten economische groei) middels verdergaande preventie, scheiding van wit- en bruingoed en hergebruik. - Optimalisatie van de kwaliteit van de deelstromen, met name aandacht voor het GFT-afval, waar gestreefd wordt naar een zuiverheid van 90 %. - Blijvende gedragsverandering en verinnerlijking van het begrip ‘duurzaam omgaan met afval’, zowel bij burgers als bij bedrijven. Maatwerk zowel in inzamelsystematiek als in communicatie is nodig om dit te bereiken. - In de vergunningen van de Wm(Wet milieubeheer)-plichtige bedrijven worden voorschriften met betrekking tot afvalscheiding opgenomen.Waar zinvol wordt tevens afvalpreventie voorgeschreven. De nieuwe generatie AMvB’s voor niet-vergunningplichtige bedrijven kent eenzelfde systematiek. Bij de uitvoering van controles worden bedrijven geadviseerd. In 2003 zullen alle bedrijven waar afvalpreventie en afvalscheiding relevant is, voorzien zijn van een vergunning met toereikende voorschriften. - Het ontwikkelen van een branchegerichte of locatiegerichte aanpak voor de onder AMvB’s vallende bedrijven. De gemeente kan hiermee het VROM-beleid versterken.

6.2 Projecten
Projectnummer 20 Tariefsdifferentiatie Verwijzing Omschrijving 3D-project Voorlichting op maat. Het onderzoeken van de mogelijkheden om de burger te laten betalen naar afvalaanbod en het onderzoeken van de manier waarop zo’n systeem het beste ingevoerd zou kunnen worden ten einde de hoeveelheid restafval bij de Delftse huishoudens terug te dringen. - Uitsluitsel of en zo ja, welke vorm (of vormen) van tariefsdifferentiatie in Delft toepasbaar is (zijn). - Inzicht in de wijze waarop zo’n systeem ingevoerd zou moeten worden (met name communicatie en termijn van invoering spelen hierbij een rol). - Inzicht in de consequenties voor de afvalstoffenheffing. - Inventarisatie en proef: in 2000. - Eventuele invoering: vanaf 2001. Burgers. De ambtelijke voorbereiding en de uitvoering van de proef worden bekostigd uit de reguliere budgetten van de betrokken afdelingen. Eventuele invoering van het systeem wordt gefinancierd uit de afvalstoffenheffing.
Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003 - 33

Beoogd resultaat

Planning

Externe participatie Budgetten

Projectnummer 21 Uitbreiding retourettes Verwijzing Aansluiten bij door de gemeente aangestuurde gebiedsontwikkelingen. Albert Heijn in de Hoven, Albert Heijn aan de Ruys de Beerenbrouckstraat en ontwikkelingen in de Bomenwijk, Lokale Agenda 21. Het verbeteren van de afvalscheiding door het verbeteren van de informatievoorziening en de service aan de Delftse burger en door het realiseren van vier retourettes, al dan niet met informatiepunt, bij ondernemers verspreid over Delft in vier jaar. In samenwerking met (supermarkt)ondernemers in Delft worden vier nieuwe retourettes in Delft gerealiseerd. Deze retourettes zijn verspreid over verschillende wijken in Delft en kunnen een rol spelen bij het wijk- en buurtbeheer als wijkmilieu-informatiepunt. De ideeën hieromtrent worden verder uitgewerkt. - Evaluatierapportage ‘Retourneren en informeren’: september-oktober 1999. - Ontwikkelingsmodel: eind 1999/begin 2000. Volgende stappen afhankelijk van besluitvorming en bouwactiviteiten.

Omschrijving

Beoogd resultaat

Planning

Participatie (naast gemeente) Kamer van Koophandel, Ondernemersfederatie Delft, Retourette BV, natuur- en milieuorganisaties. Budgetten De ambtelijke voorbereiding wordt bekostigd uit de reguliere budgetten van de betrokken afdelingen. De uitbreiding van het aantal retourettes in Delft wordt gefinancierd uit de afvalstoffenheffing.

Projectnummer 22 Milieuzorg en -educatie in het voortgezet onderwijs Verwijzing Omschrijving Lokale Agenda 21. Realisatie en gebruik van middelen, materialen en methoden om milieuzorg en milieu-educatie in het voortgezet onderwijs in Delft te bevorderen. In eerste instantie zal een pilot worden uitgewerkt voor het thema afval. Te komen tot een meer structurele verankering van milieu-educatie in het voortgezet onderwijs, in nauwe samenspraak met het onderwijsveld. Daarbij wordt: - Aansluiting gezocht bij de nieuwe ontwikkelingen in het onderwijs, waarbij zelfwerkzaamheid van leerlingen nadrukkelijker aan bod komt (lesprogramma onderwijs 2e fase, studiehuis). - Concreet een aanbod voor het thema Afval ontwikkeld in de vorm van excursies, apparatuur, lesmateriaal (schriftelijk, digitaal en in de vorm van concrete activiteiten). In een vervolg zal dit ook voor andere milieuthema’s (water, bodem, energie, lucht, geluid, mobiliteit, milieuzorg) uitgewerkt kunnen worden. - Onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van voortgezet onderwijs in Delft: onderbouw en bovenbouw, havo/vwo en vbo. In het schooljaar 1999/2000 zal de voorbereiding van de projecten plaatsvinden. In het daaropvolgende schooljaar (2000/2001) zal het pilotproject uitgevoerd kunnen worden. In februari 2000 moet dit gereed zijn om nog in het jaarplan opgenomen te kunnen worden.

Beoogd resultaat

Planning

Participatie (naast gemeente) Scholen voortgezet onderwijs, natuur- en milieu-organisaties. Budgetten Kosten voorbereiding ca. ƒ 100.000. Mogelijkheden voor subsidie uit het Milieutechnologiefonds.

34 - Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003

Projectnummer 23 Voorlichting op maat Verwijzing Wijkaanpak gemeente, Lokale Agenda 21, 3D-project Tariefsdifferentiatie. Maatwerk in voorlichting over de verschillende vormen van afvalinzameling en de mogelijkheden om het ontstaan van afval te voorkomen. Matrix waarin gedifferentieerd naar doelgroep, locatie en afvalstroom c.q. inzamelmethodiek wordt aangegeven welke communicatieinstrumenten het beste kunnen worden ingezet. Het kan hier gaan om bestaande communicatiemiddelen, om aanpassing daarvan, maar ook om hele nieuwe middelen. Op basis van de matrix kan worden bekeken welke middelen geschikt zijn voor nadere uitwerking. - Opzet matrix: voorjaar 2000 gereed. - Start uitwerking kansrijke middelen: voorjaar 2001 e.v. - Inzet communicatie-instrumenten en evaluatie: voorjaar 2002.

Omschrijving

Beoogd resultaat

Planning

Participatie (naast gemeente) Burgers, woningcorporaties. Budgetten De ambtelijke voorbereiding en de uitvoering worden bekostigd uit de reguliere budgetten van de betrokken afdelingen en uit de afvalstoffenheffing.

Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003 - 35

7 Organisatie 3D

7.1 Inleiding
Voor de uitvoering van 3D is een tweetal hoofdlijnen aan de orde: 1. De doorwerking van de principes van duurzame stedelijke ontwikkeling in plannen en ontwikkelingen. 2. De uitvoering van de 3D-projecten. Aan de doorwerking van de principes van duurzame stedelijke ontwikkeling in plannen en ontwikkelingen is in hoofdstuk 2 reeds aandacht besteed. 3D richt zich voorts op de uitvoering van 26 projecten.Voor de aansturing en coördinatie van de uitvoering wordt uitgegaan van de programmastructuur die in onderstaand figuur schematisch is weergegeven.

Stuurgroep 3D - voorzitter - leden - secretaris

Programmagroep 3D - programmamanager - programmasecretaris

P

P

P

P

P

P

Projectleidersoverleg 3D

7.2 Stuurgroep 3D
De uitvoering van 3D wordt op hoofdlijnen aangestuurd door de stuurgroep 3D. De samenstelling van de stuurgroep is als volgt: - voorzitter: wethouder Duurzaamheid; - leden: wethouder Leefbaarheid, bestuurder Hoogheemraadschap van Delfland, bestuurder TU Delft, directeur Wijk- en Stadszaken, sectorhoofd Duurzaamheid, communicatieadviseur met de portefeuille Duurzaamheid; - secretaris: procesondersteuner vakteam Milieu. De stuurgroep is integraal verantwoordelijk voor de voortgang van de gezamenlijke 3D-projecten en stuurt waar nodig bij. Elke projectleider van een 3D-project valt onder de verantwoordelijkheid van een van de leden van de stuurgroep.

7.3 Programmagroep 3D
Operationele coördinatie van de uitvoering van 3D vindt plaats vanuit de programmagroep 3D. Deze groep bestaat in ieder geval uit de programmamanager 3D (sectorhoofd Duurzaamheid) en de programmasecretaris 3D (procesondersteuner vakteam Milieu).

36 - Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003

Vanuit zijn coördinerende functie legt de programmamanager verantwoording af aan de stuurgroep, en doet dat minimaal middels: - het jaarlijks uitbrengen van een jaarplanning; - het twee keer per jaar uitbrengen van een voortgangsbericht; - het jaarlijks uitbrengen van een jaarverslag. De bovengenoemde rapportages gaan naar de commissie Duurzaamheid. Het jaarverslag wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Input voor planningen, voortgangsberichten en jaarverslagen wordt verkregen van de projectleiders.

7.4 Projectleidersoverleg 3D
Uitvoering van de individuele 3D-projecten vindt plaats door de individuele projectleiders. De projectleiders werken vanuit de ontwikkelde projectformats en geven daaraan invulling vanuit een eigen projectverantwoordelijkheid. De projectleiders leveren een bijdrage aan bovengenoemde planningen, voortgangsberichten en jaarverslagen op programmaniveau. Hiertoe wordt tweemaal per jaar een projectleidersoverleg belegd. Dit overleg is tevens ingericht om te komen tot leereffecten en het leggen van dwarsverbanden.

7.5 Procesinstrumenten
Ter ondersteuning van het proces dat moet leiden tot een duurzame stedelijke ontwikkeling worden twee instrumenten ontwikkeld: de Duurzaamheidsmonitor en de Duurzaamheidstoets. Daarnaast is er ook aandacht voor een duurzame ontwikkeling van de gemeentelijke organisatie, middels het project Gemeentelijke Interne Milieuzorg (GIM) in de nieuwe organisatie. In onderstaande projectbeschrijvingen zijn nadere bijzonderheden vermeld.

Projectnummer 24 Duurzaamheidsmonitor Verwijzing Omschrijving – Uitbouwen van de Milieumonitor tot een Duurzaamheidsmonitor. Bezien op welke wijze het monitoringsinstrument het beste de gestelde doelen kan bereiken: het verschaffen van inzicht in de milieukwaliteit en de resultaten van het duurzaamheidsbeleid. Daarnaast zal een draaiboek worden opgesteld ten behoeve van de gegevensverzameling en de verslaglegging, dat elk jaar opnieuw gebruikt kan worden. - Een draaiboek Gegevensverzameling en Verslaglegging Duurzaamheidsmonitor. - Actualisatie van de ‘factsheets’ ten behoeve van gegevensverzameling. - Uitgave van de eerste Duurzaamheidsmonitor in 2000. - Start: najaar 1999. - Eind (uitgave Duurzaamheidsmonitor 2000): zomer 2000.

Beoogd resultaat

Planning

Participatie (naast gemeente) Hoogheemraadschap van Delfland, Energie Delfland. Budgetten Regulier budget en beleidsgeld 3D.

Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003 - 37

Projectnummer 25 Duurzaamheidstoets Verwijzing Omschrijving – Het ontwikkelen van een instrument dat een handvat biedt bij het meewegen van de principes van duurzame stedelijke ontwikkeling in de voorbereidingsfase van plannen op ambtelijk niveau en bij de besluitvorming over deze plannen op bestuurlijk niveau. De principes van duurzame stedelijke ontwikkeling worden meegewogen in de voorbereidingsfase van plannen op ambtelijk niveau en bij de besluitvorming over deze plannen op bestuurlijk niveau. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de Duurzaamheidstoets. - Start: najaar 1999. - Einde: zomer 2000.

Beoogd resultaat

Planning

Participatie (naast gemeente) – Budgetten Reguliere budgetten.

Projectnummer 26 Gemeentelijke interne milieuzorg (GIM) in de nieuwe organisatie Verwijzing Omschrijving – Als gevolg van de gemeentelijke reorganisatie zal de gemeentelijke interne milieuzorg opnieuw georganiseerd moeten worden. Naast organisatorische aspecten staan vooral milieutechnische aspecten centraal bij de aanpak van GIM. Speerpunten daarbij zijn: - vergunningen van gemeentelijke gebouwen up-to-date (voorbeeldfunctie); - energiebesparing (stijging van het energieverbruik beperken); - vervoersmanagementplan opstellen en uitvoeren; - duurzame inkoop; - plan voor schonere en stillere voertuigen van de gemeente zelf. (Ontwikkeling hiervan past ook in de Delft Kennisstad-strategie.) - Het omvormen van de oude gemeentelijke interne milieuzorgsystematiek naar een systematiek die past bij de nieuwe gemeentelijke organisatie, bij voorkeur gekoppeld aan Arbozorg qua systematiek en plaats in de organisatie. - GIM zodanig inbedden in de structuur van de organisatie dat gekomen kan worden tot een beperking van de milieubelasting door: - het energiegebruik terug te dringen (tot het niveau van 1995); - de autokilometers van de medewerkers te verminderen; - milieubewust in te kopen op alle fronten (niet alleen kantoorzaken, maar ook bij de clusterspecifieke zaken); - het gebruiken van schonere en stillere voertuigen bij de gemeente. - Start: najaar 1999 (in verband met overdrachtsdossiers reorganisatie). - Einde: zomer 2001.

Beoogd resultaat

Planning

Participatie (naast gemeente) – Budgetten Reguliere budgetten, Milieutechnologiefonds.

38 - Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003

8 Financiën en planning

8.1 Inleiding
In dit hoofdstuk volgt een samenvattend overzicht van de projecten. De projecten zijn van een verschillend abstractieniveau. Er zijn projecten die direct uitgevoerd kunnen worden, maar er zijn ook projecten waarvoor eerst nog een aantal studies moeten worden verricht.Voor een aantal projecten geldt dat ze bij de uitvoering ingepast kunnen worden in het reguliere werk van de gemeente.Voor deze projecten geldt vooral dat het werk op een ‘andere’ manier moet worden uitgevoerd.Veel projecten kennen een samenhang met andere beleidsvelden. De projecten richten zich óf op een gebied óf op een thema.Vaak kennen gebiedsgerichte en themagerichte projecten ook een samenhang (zie bijlage I). Projecten zullen vaak in samenhang met reeds lopende plannen uitgevoerd moeten worden. In dit verband zullen er dan ook de nodige ‘zwaluwstaartverbindingen’ gelegd moeten worden. In organisatorisch opzicht zal er veel van het ambtelijk apparaat worden gevergd.Voor het samenwerken in de nieuwe gemeentelijke organisatie is dit een uitdaging. Projecten zullen in samenwerking met maatschappelijke partners in de stad of door anderen uitgevoerd kunnen worden. Zo kunnen bijvoorbeeld energieprojecten onder de verantwoordelijkheid van het dit jaar op te richten Delfts Energieagentschap (DEA) uitgevoerd worden.

8.2 Financiën
De financiering van de projecten kent de volgende vormen: - Studies worden veelal gefinancierd uit de reguliere budgetten van de afdelingen. In een aantal gevallen kan gebruik worden gemaakt van landelijke subsidieregelingen (bijvoorbeeld van Novem en het Ministerie van Economische Zaken). - Uitvoering wordt in een aantal gevallen gefinancierd uit reguliere investeringsbudgetten (zoals gelden voor wegenonderhoud, reiniging, verkeer & vervoer, het Mobiliteitsfonds, het rioolrecht en de Meerjarenraming Stadsvernieuwing [MRSV]). - Waar naast de reguliere budgetten extra geld is vereist, wordt gebruik gemaakt van gelden die in de Zomernota 2000-2003 zijn gereserveerd. - Voor een aantal projecten zijn de voorbereidingskosten wel gedekt, maar zal voor de uitvoering nog geld gereserveerd moeten worden. Op het moment dat de voorbereiding is afgerond en de investeringskosten in kaart zijn gebracht, zal hiervoor een separaat voorstel worden voorgelegd. - Bij projecten die een energiecomponent hebben, is voor onderzoek en ontwikkeling een taak weggelegd voor het op te richten Delfts Energieagentschap (DEA), waarvoor de Europese Unie een subsidietoezegging heeft gedaan. - Bij een aantal projecten zal financiering kunnen plaatsvinden uit het Milieutechnologiefonds of het Energiefonds.Voor het Energiefonds ligt het zwaartepunt op investeringen. In bijlage V zijn de criteria beschreven waaraan projecten moeten voldoen om voor financiering uit deze fondsen in aanmerking te komen. Naast de projecten wordt in het Duurzaamheidsplan de structurele financiering geregeld van de Duurzaamheidsmonitor, de personele capaciteit voor ecologische ondersteuning en voor het beleidsveld Duurzaam Bouwen. De benodigde middelen voor het uitvoeren van het Waterplan Delft komen bij het vaststellen van dat plan aan de orde.Wel zijn in het kader van het Duurzaamheidsplan een aantal ‘waterprojecten’ geformuleerd. Samenvattend zijn de volgende middelen beschikbaar: - reguliere werkbudgetten (wegen, reiniging, verkeer & vervoer, rioolrecht, etc.); - werk met werk maken; - samenwerken met partners; - extra input via: zie tabel 8.1.

Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003 - 39

Tabel 8.1 Financiële dekking van 3D-projecten gedurende planperiode (bedragen in ƒ x 1000)

2000
Beleidsgeld 3D Investeringsgeld Energiefonds Milieutechnologiefonds Delfts Energieagentschap 100 300 450 4201 2872

2001
80 300 450 350 2872

2002
80 300 300 350 2872

2003
80 -

1 Saldo Milieutechnologiefonds (niet-gereserveerde gelden) per 4 oktober 1999 2 Inclusief de bijdrage van extern deelnemende partijen

Beleidsgeld 3D: Dit betreft een halve formatieplaats voor ecologische ondersteuning (ƒ 55.000) en de structurele kosten voor het uitbrengen van de Duurzaamheidsmonitor (voor het onderdeel verkeer [ƒ12.500], voor het natuurdeel [ƒ 5.000] en voor publicatiekosten [ƒ 7.500]). Investeringsgeld voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS): Deze middelen zijn beschikbaar voor de (extra) kosten voor het verder uitbouwen van de Ecologische Hoofdstructuur (inclusief voorbereiding en ontwerp). Het gaat hierbij om het aanbrengen van bijvoorbeeld een extra duiker of een aangepaste oever e.d. Dit speelt met name bij de uitvoering van de 3D-projecten Herstructurering watersysteem Voorhof, Buitenhof en Tanthof en Ecologische hoofdstructuur Delft. Extra middelen zijn nodig voor het 3D-project Water in Ecodus: EcodusVer en Verder.Voor de overige projecten zijn tenminste middelen voorhanden om te starten. Daarnaast zijn extra middelen nodig voor het duurzaam bouwen-beleid (incidenteel één ton voor tijdelijke extra inzet van personeel en scholing en training van personeel op het gebied van duurzame stedenbouw en stedelijke herstructurering). Bij de uitwerking van deze projecten zullen uitgewerkte financiële voorstellen worden voorgelegd.

40 - Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003

Ten laste van het Milieutechnologiefonds worden voor de onderstaande projecten de volgende claims gelegd. Bij verdere uitwerking van het project komt steeds een separaat voorstel.
Tabel 8.2 Claims ten behoeve van 3D-projecten, ten laste van het Milieutechnologiefonds

Projecten 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. Duurzame herstructurering Poptahof Klein Kyoto in Delft Duurzame ontwikkeling Zuidpoortgebied Water in Ecodus: EcodusVer en Verder Afkoppelen van regenwater in de Wippolder Recreatiewater in en om Delft Proefproject Waterstad 2000 Milieuzorg en -educatie in het voortgezet onderwijs Totaal

Bedrag ƒ ƒ ƒ ƒ ƒ ƒ ƒ ƒ 200.000 100.000 200.000 100.000 100.000 50.000 250.000 100.000

ƒ1.100.000

8.3 Planning
In tabel 8.3 is een overzicht gegeven van de planning van de verschillende 3D-projecten.

Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003 - 41

Tabel 8.3 Planning 3D-projecten Project Trekker Budget Start Eind planfase Eind uitvoeringsfase

thema Ruimte, bouwen en energie 1. Duurzaam bouwen nader te bepalen 2. Kansenkaart van Delft 3. Duurzame herstructurering Schie-oevers Pauline Dirks regulier regulier najaar 1999 najaar 1999 eind 2000 zomer 2000 2002 zomer 2000

Ronald de Groot

regulier en subsidies najaar 1999 hogere overheden en mogelijk uit Energiefonds regulier en subsidies najaar 1999 hogere overheden en mogelijk uit Energiefonds regulier en projectgerelateerd budget (PSO) regulier, Milieutechnologiefonds, Energiefonds, reserve Delft Kennisstad najaar 1999

begin 2000

enkele jaren

4. Duurzame ontwikkeling TU Zuid-gebied

Edith Bijleveldvan der Hoeven

begin 2000

enkele jaren

5. Duurzaamheid in wijkplannen

Jaap van Zwet

januari 2000

januari 2000

6. Duurzame herstructurering Poptahof

Henk Schomaker

reeds gestart

4e kwartaal 1999 (definitieve uitgangspunten voor herstructurering) –

na enkele jaren

7. Klein Kyoto in Delft

Margreet de Wit

begin 2000 subsidie uit Milieutechnologiefonds en mogelijk uit Energiefonds, Delfts Energieagentschap, Novem regulier (subsidie mogelijk van min. van VROM), Milieutechnologiefonds, Energiefonds Energiefonds reeds gestart

eind 2000

8. Duurzame ontwikkeling Zuidpoortgebied

Eeuwe de Jong

2003 (realisatie drietal deelplannen)

9. Eenheid Première Delft/Zoetermeer 10. Haalbaarheidsonderzoek Auto (matisch) weg

Margreet de Wit

najaar 1999

eind 2000

enkele jaren

Ronald de Groot

SEV, Milieutechnologiefonds

september 1998

december 1999

42 - Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003

Project

Trekker

Budget

Start

Eind planfase

Eind
uitvoeringsfase

thema Mobiliteit 11. Openbaar vervoer Jeroen Hutten regulier en gereser- najaar 1999 veerd in Zomernota 2000-2003 maart 2000 eind 2000

12.Voldoende ruimte voor voetganger en fietser

Ton van Grinsven regulier en gereser- najaar 1999 veerd in Zomernota 2000-2003

eind 2000

na enkele jaren

thema Water en ecologie 13. Water in Ecodus: EcodusVer en Verder nader te bepalen regulier budget en bijdrage uit Milieutechnologiefonds najaar 1999 najaar 2000 na enkele jaren

14. Afkoppelen van regenwater in de Wippolder

Piet de Dood

kosten nog nader te begroten; mogelijk subsidie Hoogheemraadschap en bijdrage uit Milieutechnologiefonds regulier en investeringsgeld Zomernota 2000-2003 regulier en investeringsgeld Zomernota 2000-2003 nog nader te begroten; subsidie mogelijk van provincie en Hoogheemraadschap

najaar 1999

half 2000

begin 2001

15. Herstructurering Sjaak Clarisse watersysteem Voorhof, Buitenhof en Tanthof 16. Ecologische hoofdstructuur Delft Christiaan Beekhuis

2000

eind 2002

eind 2015

2000

najaar 2000 na enkele jaren (planontwikkeling)

17.Onderzoek naar de effecten van het verminderen van grondwateronttrekkingen in Delft 18. Recreatiewater in en om Delft

Jaap Tuit

najaar 1999

eind 2000

eind 2004

Hans Kluver

Rijk, reguliere budgetten en bijdrage uit Milieutechnologiefonds

najaar 1999

najaar 1999

eind 2001

19. Proefproject Waterstad 2000

Cees van Laren/ derden, reguliere Bianca Engelberts budgetten, Milieutechnologiefonds

maart 1999

september 2000

na enkele jaren

Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003 - 43

Project

Trekker

Budget

Start

Eind planfase

Eind
uitvoeringsfase

thema Afval 20. Tariefsdifferentiatie 21. Uitbreiding retourettes Ælse Ruiter regulier budget en afvalstoffenheffing regulier budget en afvalstoffenheffing begin 2000 eind 2000: inventarisatie afgerond na enkele jaren

Agnes van der Linden

september 1999 begin 2000: haalbaarheidsonderzoek afgerond september 1999 februari 2000: werkplan gereed

eind 2001

22. Milieuzorg en -educatie in het voortgezet onderwijs 23. Voorlichting op maat

Ria van Oostveen bijdrage uit Milieutechnologiefonds

half 2002

Rinkje Molenaar

regulier budget en afvalstoffenheffing

september 1999 voorjaar 2001

voorjaar 2002

Proces 24. Duurzaamheidsmonitor 25. Duurzaamheidstoets 26. Gemeentelijke interne milieuzorg in de nieuwe organisatie Martijn Iping regulier en beleidsgeld 3D regulier budget najaar 1999 zomer 2000 permanent

Gertjan Ravensbergen Agnes van der Linden

najaar 1999

zomer 2000

permanent

regulier budget, Milieutechnologiefonds

najaar 1999

zomer 2001

permanent

44 - Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003

9 Communicatie

9.1 Inleiding
3D is gerealiseerd via de weg van de interactieve beleidsvorming. Ook voor de uitvoering in de komende periode geldt de werkwijze van coproductie: de verschillende partijen binnen de gemeente geven in samenwerking met de externe doelgroepen invulling en uitvoering aan de 3D-visie en de 3D-projecten.

9.2 Communicatiedoelen
Communicatiedoelen voor de periode van de planuitvoering (2000-2003) zijn: - De medewerkers van de gemeente Delft (vooral de betrokken afdelingen) en het gemeentebestuur zijn bekend met de hoofdlijnen en uitgangspunten van 3D en passen 3D toe als toetsingskader voor ander beleid. Zij weten bovendien dat er naast 3D een milieujaarprogramma voor de wettelijk verplichte milieutaken is (de wettelijk verplichte milieutaken zijn ook terug te vinden in het handboek Milieu) en dat er een aantal projecten/activiteiten uit Duurzaam Delft Dichterbij (het milieubeleidsplan voor de periode 1995-1998) zijn die doorlopen gedurende de planperiode van 3D. - Het bij interne en externe doelgroepen behouden en vergroten van het draagvlak voor en van de betrokkenheid bij het milieu- en duurzaamheidsbeleid van de gemeente Delft. - Het gezamenlijk (gemeente met externe partijen) nader uitwerken en uitvoeren van een aantal projecten voor een duurzaam Delft. Hierbij wordt rekening gehouden met de wettelijk verplichte milieutaken en de doorlopende projecten/activiteiten uit Duurzaam Delft Dichterbij. - Het gezamenlijk (gemeente met externe partijen) invulling geven aan de visie op een duurzame ontwikkeling van Delft.

9.3 Doelgroepen
Externe doelgroepen zijn: - de direct bij de ontwikkeling van 3D betrokken personen en instanties (zie de projectbeschrijvingen). Zij vertegenwoordigen de volgende doelgroepen: bewoners, bedrijven, natuuren milieu-organisaties, overige maatschappelijke organisaties, (kennis)instellingen, overheden (provincie Zuid-Holland en het Hoogheemraadschap van Delfland); - alle inwoners van Delft, overige maatschappelijke organisaties, (kennis)instellingen en bedrijven; - pers; - andere overheden (onder andere VNG-BIDOC, andere gemeenten, Ministerie van VROM). Interne doelgroepen zijn: - college van B&W en de gemeenteraadsleden; - de programmagroep 3D, de stuurgroep 3D en de 3D-projectleiders; - de direct bij 3D betrokken afdelingen; - alle overige medewerkers van de gemeente Delft.

9.4 Middelen
De belangrijkste interne communicatiemiddelen zijn: - mondeling: bijeenkomsten, overleg, presentaties; - schriftelijk: Nu & Dan, Delft Direct, rapportages, notities, plantekst 3D, nieuwsbrief; - digitaal: intranet/internet; - Duurzaamheidsmonitor (onder andere ten behoeve van toetsing door de gemeenteraad); - voortgangsberichten en presentaties van resultaten van projecten.

Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003 - 45

De belangrijkste externe communicatiemiddelen zijn: - mondeling: bijeenkomsten, overleg, presentaties; - schriftelijk: rapportages, notities, plantekst 3D, nieuwsbrief; - digitaal: internet; - Duurzaamheidsmonitor; - voortgangsberichten en presentaties van resultaten van projecten.

9.5 Organisatie
Centrale vraag is welke activiteiten op welk moment door welke personen de komende periode uitgevoerd moeten worden om bovenstaande communicatiedoelen te realiseren. Dit is uitgewerkt in een apart communicatie-uitvoeringsprogramma (zie bijlage II). Dit programma wordt gedurende de looptijd van 3D regelmatig geactualiseerd. Organisatie van de communicatie voor 3D - De communicatieadviseur met de portefeuille Duurzaamheid en de procesondersteuner van het vakteam Milieu zijn samen met de projectleider 3D (het hoofd van de sector Duurzaamheid) verantwoordelijk voor de procescommunicatie. Ook zijn zij verantwoordelijk voor de afstemming tussen de communicatie over 3D als geheel en de communicatie over afzonderlijke 3D-projecten. - De projectleiders van de verschillende projecten zijn verantwoordelijk voor de communicatie over het eigen project (opstellen communicatieplan en uitvoeren van communicatieactiviteiten). De communicatieadviseur met de portefeuille Duurzaamheid kan hierbij ondersteuning geven. - Bij programmagroep- en stuurgroepvergaderingen en het projectleidersoverleg is communicatie een vast agendapunt. De projectleider(s) dient(en) hier zorg voor te dragen. - De communicatieadviseur met de portefeuille Duurzaamheid en de projectleiders van relevante projecten (dat wil zeggen projecten die raakvlakken hebben met 3D, zoals Binnenstadsmanagement, Delft Kennisstad) zijn verantwoordelijk voor de afstemming tussen deze projecten. Bijvoorbeeld wat betreft de uitvoering van activiteiten en het toepassen van beleidskaders en uitgangspunten. Een overzicht hiervan is te vinden in bijlage III. Financiën - De kosten voor de communicatie voor 3D als geheel komen ten laste van het budget van het vakteam Milieu. - De kosten voor de communicatie van de afzonderlijke projecten worden bekostigd uit de projectbudgetten.

46 - Duurzaamheidsplan Delft 2000 - 2003

Bijlage I Relaties tussen gebiedsgerichte en themagerichte 3D-projecten
In onderstaand overzicht is de relatie tussen gebiedsgerichte en themagerichte projecten zichtbaar gemaakt. Het geeft een indruk van de wijze waarop projecten elkaar beïnvloeden en aanvullen. Gebiedsgerichte projecten 2. Kansenkaart van Delft 3. Duurzame herstructurering Schie-oevers s s s s s s s 4. Duurzame ontwikkeling TU Zuid-gebied s s s s s s s 5. Duurzaamheid in wijkplannen 6. Duurzame herstructurering Poptahof s s s s s s s

Themagerichte projecten 1. Duurzaam bouwen 7. Klein Kyoto in Delft 9. Eenheid Première Delft/Zoetermeer 10. Haalbaarheidsonderzoek Auto(matisch)weg 11. Openbaar vervoer 12. Voldoende ruimte voor voetganger en fietser 16. Ecologische hoofdstructuur Delft 17. Onderzoek naar de effecten van het verminderen van de grondwateronttrekkingen in Delft 18. Recreatiewater in en om Delft 19. Proefproject Waterstad 2000 20. Tariefsdifferentiatie 21. Uitbreiding retourettes 22. Milieuzorg en -educatie in het voortgezet onderwijs 23. Voorlichting op maat 24. Duurzaamheidsmonitor 25. Duurzaamheidstoets 26. Gemeentelijke interne milieuzorg in de nieuwe organisatie Gebiedsgerichte projecten

s s s s s s s

s s s s s s s

s s s s s s s s s s

s s s s s s s s s

s s s s s s s s s

s s s s s s s s s s

s s s s s s s s s s

8. Duurzame 13. Water in 14. Afkoppelen 15. Herstructurering ontwikkeling Ecodus: Ecodusvan regenwater watersysteem Voorhof, Zuidpoortgebied Ver en Verder in de Wippolder Buitenhof en Tanthof s s s s s s s s s s s s s s s s s s s

Themagerichte projecten 1. Duurzaam bouwen 7. Klein Kyoto in Delft 9. Eenheid Première Delft/Zoetermeer 10. Haalbaarheidsonderzoek Auto(matisch)weg 11. Openbaar vervoer 12. Voldoende ruimte voor voetganger en fietser 16. Ecologische hoofdstructuur Delft 17. Onderzoek naar de effecten van het verminderen van de grondwateronttrekkingen in Delft 18. Recreatiewater in en om Delft 19. Proefproject Waterstad 2000 20. Tariefsdifferentiatie 21. Uitbreiding retourettes 22. Milieuzorg en -educatie in het voortgezet onderwijs 23. Voorlichting op maat 24. Duurzaamheidsmonitor 25. Duurzaamheidstoets 26. Gemeentelijke interne milieuzorg in de nieuwe organisatie

s s

s s

s s

s s s s s s s s s

s s s s s s s s s

s s s s s s s s s

s s s s s s s s s s

Bijlage I Relaties tussen gebiedsgerichte en themagerichte 3D-projecten - 47

Bijlage II Communicatie-uitvoeringsprogramma 3D

Centrale vraag Centrale vraag is welke activiteiten op welk moment door welke personen de komende periode uitgevoerd moeten worden om de communicatiedoelen voor 3D te realiseren. Dit is uitgewerkt in het onderstaande communicatie-uitvoeringsprogramma. Activiteiten I Na besluitvorming: start uitvoering projecten a. externe communicatie - 3D-projectgroepen afzonderlijk: Uitgangspunt is een voortzetting van de coproductie. Dat wil zeggen dat elke 3D-projectgroep het bedachte 3D-project gezamenlijk verder uitwerkt en uitvoert.Voor de externe deelnemers is hierbij in principe een actieve rol weggelegd. Niet alleen meedenken over hoe een project zou kunnen worden uitgevoerd, maar in de uitvoering ook daadwerkelijk een aantal taken/acties voor eigen rekening nemen. Per 3D-projectgroep dient te worden bepaald welke mogelijkheden daartoe zijn.Tevens dient per 3D-project een communicatieplan met doelstellingen, doelgroepen, middelen, planning en taak- en verantwoordelijkheidsverdeling te worden opgesteld. Wat betreft de doelgroepen is een belangrijk aandachtspunt hoe de (wijk)bewoners bij de 3D-projecten kunnen worden betrokken. Voor het interactieve traject voor de uitvoeringsfase van 3D is een plan van aanpak opgesteld. - betrokkenen en belangstellenden: Om de voortgang te bespreken rondom een of meer 3D-thema’s of van 3D als geheel worden 2x per jaar gezamenlijke bijeenkomsten georganiseerd voor direct bij 3D-betrokken personen, andere belangstellende medewerkers en de politiek. Ook externe partijen zouden aan deze bijeenkomsten kunnen deelnemen. De mogelijkheid om hierbij internet als middel in te zetten (discussiegroepen) wordt nader bepaald. - alle Delftenaren: De doelgroep ‘alle Delftenaren’ wordt regelmatig geïnformeerd over de voortgang van 3D en onderdelen daarvan. Dit gebeurt onder andere via: - persberichten bij mijlpalen/successen; - artikelen in de Stadskrant Delft; - de 3D-nieuwsbrief (gericht versturen en verspreiden via een aantal specifieke plaatsen in de stad); - artikel in Delft Magazine (eind 1999/begin 2000); - andere overheden: - nota’s, nieuwsbrieven en dergelijke sturen naar VNG-BIDOC; - artikelen in vakbladen over ‘highlights’. b. interne communicatie - politiek:

Regelmatig informeren over voortgang project(en). Bijvoorbeeld door presentaties in de commissie Duurzaamheid en speciale bijeenkomsten met betrokken ambtenaren (en eventueel externe partijen).

- stuurgroep, programmagroep en projectleidersoverleg:

- alle medewerkers:

Bijeenkomsten, notities, intranet/internet, nieuwsbrief 3D. Inhoud: voortgang 3D en de invulling van het interactieve proces.Aandacht voor verband met ander(e) beleid(sontwikkelingen). De personen uit deze groepen zorgen voor terugkoppeling met de achterban. Delft Direct, Nu & Dan, intranet. Inhoud: voortgang 3D per project.Aandacht voor het verband met ander(e) beleid(sontwikkelingen).

48 - Bijlage II Communicatie-uitvoeringsprogramma 3D

II Overige aandachtspunten voor de communicatie Onderstaande punten verdienen tijdens de planperiode de nodige aandacht van de stuurgroep, de programmagroep en het projectleidersoverleg. - evaluatie en uitvoeringsprogramma Elk jaar wordt de uitvoering van 3D geëvalueerd. Ook wordt elk jaar een geactualiseerd uitvoeringsprogramma opgesteld. - inbreng nieuwe projecten Tijdens de planperiode moet er ruimte zijn voor de inbreng van nieuwe projecten.Vragen zijn bijvoorbeeld: hoe moeten de nieuwe ideeën worden ingebracht en op welk moment? Op welke wijze spelen de externe partijen daarbij een rol? Ofwel: hoe maken we 3D tot een continu proces waarin ruimte is voor vernieuwing c.q. actualisering? In de tweede helft van 1999 wordt hier een plan voor opgesteld. De programmagroep 3D doet hier een voorstel toe. - actualisering van het handboek Milieu Het huidige handboek Milieu op intranet zal geactualiseerd worden tot een handboek Duurzaamheid. Ook de wettelijk verplichte milieutaken en de doorlopende projecten/actiepunten uit Duurzaam Delft Dichterbij krijgen hierin een plaats. Het handboek bevat tevens algemene informatie over 3D en een handreiking om de principes van duurzame stedelijke ontwikkeling (de Duurzaamheidstoets) toe te kunnen passen.Voor een goed gebruik van het handboek door de medewerkers wordt een implementatieplan opgesteld. - implementatie Duurzaamheidstoets Voor de implementatie van de Duurzaamheidstoets wordt een plan van aanpak opgesteld. - afstemming met andere beleidsterreinen Voortdurend is aandacht nodig voor een goede afstemming tussen 3D en ander(e) beleid(sontwikkelingen), zoals: - Binnenstadsmanagement; - Stadsvisie/Ontwikkelingsplan; - de wijkplannen; - Verkeers- en Vervoerplan Plus; - Actieplan Delft Kennisstad. - samenhang binnen 3D Behalve de samenhang tussen 3D en andere beleidsterreinen moet ook de samenhang tussen de vier thema’s van 3D worden bewaakt, evenals het verband tussen 3D, het Milieujaarprogramma en de doorlopende projecten/actiepunten uit Duurzaam Delft Dichterbij. - Duurzaamheid in de nieuwe organisatie In de periode na de besluitvorming moeten voorbereidingen worden getroffen voor een goede inbedding van duurzaamheid c.q. uitvoering van 3D in de nieuwe organisatie.

Bijlage II Communicatie-uitvoeringsprogramma 3D - 49

Bijlage III Stand actiepunten uit Duurzaam Delft Dichterbij

Onderstaand overzicht geeft de actiepunten aan, zoals deze in Duurzaam Delft Dichterbij (milieubeleidsplan voor de periode 1995-1998) zijn opgenomen. Hierbij is de volgende onderverdeling gemaakt: - 3D: Het gaat hier om projecten die op zich lopen, maar die door ontwikkelingen, gewijzigde inzichten, gemeentelijke reorganisatie etc. extra aandacht of een extra impuls behoeven. Veelal is er in het 3D-plan een projectvoorstel voor gemaakt. - loopt: Gestarte activiteiten, die in uitvoering zijn en voor een groot deel ook tot het structurele werkpakket behoren. - in ontwikkeling: Projecten worden nog uitgewerkt - afgerond: Projectopdracht is afgerond. - niet gestart: Er is een duidelijk motief, waarom een project niet gestart is.
Thema Fase

milieubeleid algemeen 1. Milieutoets ontwikkelen. 2. Ontwikkeling milieumonitor Delft en jaarlijkse rapportage (incl. milieukwaliteitskaarten). 3. Jaarlijks uitreiken van de Duurzaam Delft Prijs, lopende Duurzaam Delft Dichterbij. milieuzorg bedrijven 1. Milieu-informatiesysteem (MIS) uitwisselbaar maken met andere gemeentelijke databases, zoals het nieuwe bedrijveninformatiepunt 2. Gemeentelijke Interne Milieuzorg (GIM) afstemmen met Arbozorg. 3. Stimuleren van (partiële) Bedrijfsinterne Milieuzorg (BIM) 4. Koppelen Bedrijfsinterne Milieuzorg (BIM) aan milieuvergunning bij grote bedrijven in Delft 5. Gemeentelijke Interne Milieuzorg (GIM) implementeren en in stand houden, onder andere door: a. opzetten GIM-systemen bij elke dienst b. meten en registreren c. papieractie d. energiebesparing, project Gemeentelijke Energieaanpak (GEA) e. vervoersmanagementplan 6. Asbest calamiteitenplan opstellen. 7. GEA-projecten: horecaproject; aanpak bedrijventerreinen Schie-oevers-Zuid en -Noord; feedbackproject 8. Uitwerken van de verruimde reikwijdte van de Wet milieubeheer 9. Plan van aanpak opstellen voor vergunningverlening en handhaving na Vervolgbijdrageregeling Ontwikkeling Gemeentelijk Milieubeleid (VOGM) 10. Discussie opstarten tussen afdelingen Milieu, Ruimte & Groen, Economische Zaken en Grondzaken over lokale vertaling van regionaal locatiebeleid burgers 1. 2. 3. 4. Inzet E-team voor huishoudens in laagste inkomenscategorie Project milieubewust inkopen in samenwerking met detailhandel Nadere uitwerking vastleggen van stimuleren duurzaam bouwen bij particulieren Communicatieprojecten: a. natuur in de wijk b. doe-het-zelf c. huishouden loopt loopt 3D afgerond loopt afgerond 3D 3D loopt

in ontwikkeling loopt loopt loopt 3D 3D 3D 3D 3D loopt loopt loopt afgerond afgerond

50 - Bijlage III Stand actiepunten uit Duurzaam Delft Dichterbij

Thema ruimtelijke ordening 1. 2. 3. 4. 5. 6. Proefproject uitvoeren in het kader van VROM-project ‘Stad en Milieu’: Zuidpoort Onderzoek naar mogelijkheden tot optimaliseren milieuparagraaf in (nieuwe en te herziene) bestemmingsplannen Integreren milieu-aspecten in Verkeers- en Vervoerplan (VVP) Uitvoering gemeentelijk vervoersmanagementplan Mogelijkheden voor inzet van stille en schone voertuigen van gemeente en intermediairen Voorlichting over ecologisch groenbeheer aan andere (semi-)openbaar groenbeheerders (woningcorporaties,TU Delft, e.d.)

Fase

loopt loopt loopt 3D niet gestart loopt

duurzaam bouwen 1. 2. 3. 4. 5. 6. Evaluatie gebruik duurzaam bouwenlijst Proefproject duurzaam renoveren lnformatiefolder/checklist duurzaam bouwen voor bedrijven Ontwikkelen van een handleiding met materiaalvoorstellen voor de verschillende afdelingen Project Gemeentelijke Energieaanpak (GEA) gemeentelijke gebouwen Onderzoek milieuconsequenties Bouwstoffenbesluit 1998 afgerond loopt niet gestart niet gestart loopt afgerond

bodem 1. 2. 3. Preventiemogelijkheden onderzoeken en ten uitvoer brengen Afronden vervolg Actie Tankslag Meewerken opzetten regionaal grondgebruiksdepot ten behoeve van hergebruik licht verontreinigde grond loopt loopt loopt

water 1. Opstellen Waternota (inclusief: preventieve maatregelen grondwater; inventariseren arseengehalte in het grondwater; opstellen grondwaterkwaliteitskaart; ontwikkelen waterbodembeleid; opzetten waterbodemkwaliteitskaart) Starten proefproject baggerslibverwerking klasse 3 en 4 Overleg en samenwerking met het Hoogheemraadschap van Delfland intensiveren

2. 3.

3D niet gestart 3D

afval 1. 2. 3. 4. 5. Nota Gebruik Secundaire Grondstoffen opstellen Evaluatie ondergrondse inzamelproeven. Definitief beleid GFT-afvalinzameling binnenstad opstellen Nota Wit- en Bruingoed opstellen Afvalpreventievoorschriften in vergunningen voor evenementen formuleren Uitvoering afvalpreventieprojecten uit plan van aanpak afvalpreventie Haaglanden: a. Koop groen, natuurlijk doen b. Luieren in katoen c. Cursus afvalpreventie Nieuw overlaadstation ten behoeve van huishoudelijk afval realiseren afgerond afgerond afgerond in ontwikkeling loopt niet gestart afgerond loopt

6.

geluid 1. Nota Geluid opstellen niet gestart

Bijlage III Stand actiepunten uit Duurzaam Delft Dichtbij - 51

Bijlage IV Relatie tussen 3D en andere beleidsplannen

Beleidsplan

Aard van de relatie met 3D

Binnenstadsbeleid

Bij het bepalen van leefbaarheidsaspecten en het vormgeven van de economische ontwikkeling in het kader van het Binnenstadsmanagement dienen ook voor de langere termijn de principes van duurzame stedelijke ontwikkeling gehanteerd te worden. Bij het opstellen van de wijkplannen dienen de principes van duurzame stedelijke ontwikkeling geïntegreerd te worden meegenomen. Bij de opstelling zijn medewerkers van de sectie Vervoerbeleid, de sectie Aanleg en Onderhoud Groen en de afdeling Milieu betrokken. Daarnaast is een projectvoorstel opgenomen in 3D. De ontwikkelingskansen die het Delft Kennisstad-concept biedt, kunnen aansluiten op de principes van duurzame stedelijke ontwikkeling. De vernieuwende elementen en de koppeling daarvan aan het Milieutechnologiefonds zijn van belang en bieden kansen. De principes van duurzame stedelijke ontwikkeling dienen in criteria te worden vertaald, zodat projecten, die worden voorgesteld hieraan (mede) getoetst kunnen worden. Richt zich op een concrete uitwerking op de lange termijn van een duurzaam vervoersprincipe. Het Duurzaamheidsplan legt de nadruk op de milieueffecten.Voor een duurzame samenleving zijn meer elementen van belang. In de ontwikkelingsvisie zullen naast de milieueffecten, met name de sociale cohesie en de verantwoorde economische ontwikkeling verder uitgewerkt moeten worden.

Wijkplannen

Actieplan Delft Kennisstad

Fietsactieplan

Ontwikkelingsvisie

52 - Bijlage IV Relatie 3D en andere beleidsplannen

Bijlage V Criteria voor financiering uit het Energiefonds en het Milieutechnologiefonds

Criteria voor financiering uit het Energiefonds Bij de vraag of een project voor financiering uit het Energiefonds in aanmerking komt, spelen de volgende vragen een rol: - Draagt het project bij aan een structurele vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen in Delft? - Draagt het project bij aan het beperken van de energievraag? - Draagt het project bij aan het verhogen van het aandeel van duurzame energiebronnen in de energievoorziening van gebouwen en/of wijken? - Draagt het project bij aan de vermindering van de CO2-uitstoot? - Heeft het project een relatie met het thema energie? - Draagt het project bij aan het vergroten van het draagvlak voor het lokale energiebeleid? Voorts geldt het volgende: - De uitvoering van een project/voorstel moet een aanwijsbaar milieurendement hebben. Dit moet uit de onderbouwing blijken. Het kan dan gaan om verbetering van het Delftse milieu (direct en/of indirect) of om uitstralingseffecten (bijvoorbeeld gedragsveranderingen op langere termijn). - Vanuit de gemeentelijke optiek dient het voorstel een bepaalde urgentie te hebben. Dit is bijvoorbeeld het geval als de uitvoering van het voorstel andere urgente plannen mogelijk maakt. Het kan ook gaan om projecten die een vernieuwend karakter hebben en/of hoofdpunten van het duurzaamheidsbeleid uit het Collegeprogramma 1998-2002 benadrukken. - Een pre is als bij de uitvoering van het project zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de werkwijze van het college in termen van wijkgericht werken, Delft Kennisstad en duurzaamheid. - De gemeente hecht waarde aan het vervullen van een voorbeeldfunctie op energiegebied. Hierbij wordt gedacht aan (de onrendabele top van) investeringen in duurzame energie of energiebesparingsmaatregelen in gebouwen, diensten of instellingen (waaronder bedrijven), machines en materieel van de gemeente. - Het moet in principe gaan om eenmalige projecten. - Doelgroepen van het milieubeleid kunnen ook projecten indienen. Het gaat dan om bedrijven, instellingen, scholen, milieuorganisaties, en dergelijke. - Projecten die de doelgroepen ondersteunen kunnen ook vanuit de gemeentelijke organisatie ingediend worden. - Voor alle projecten geldt dat niet op een andere wijze moet kunnen worden voorzien in de financiering. Dat betekent niet dat er naast het Energiefonds geen andere subsidies mogelijk zijn. - Een aangemeld project mag nog niet in uitvoering zijn genomen. Projecten die al in een vergevorderd stadium van voorbereiding zijn, komen evenmin in aanmerking. - Projecten die voortkomen uit achterstallig onderhoud komen niet in aanmerking voor financiering. - Projecten die in aanmerking komen voor een bijdrage dienen binnen een jaar in uitvoering te worden genomen. - De uitvoering van de projecten dient te worden afgesloten met een evaluatieverslag. - Een pre is een relatie met subsidie voor de planontwikkeling in het kader van het Delfts Energieagentschap (DEA).

Criteria voor financiering van projecten uit het Milieutechnologiefonds Met extra impulsen op het gebied van milieutechnologie probeert de gemeente samen met de partners in het veld te bereiken dat: - het kenniscluster milieutechnologie versterkt wordt en er meer gebruik van gemaakt wordt in - voor burgers, bedrijven en instellingen goed zichtbare - praktische toepassingen in de stad Delft; - het milieubeleid verder ontwikkeld wordt door gebruik te maken van technologische ontwikkelingen en mogelijkheden; - initiatieven in de technologische sfeer gesteund en ontwikkeld worden ter versterking van het Delftse technologische imago. Inzet van het Milieutechnologiefonds is een belangrijk middel om deze doelen te bereiken. Zeker zo belangrijk is het versterken van het netwerk op het gebied van milieutechnologie.

Bijlage V Criteria voor financiering uit het Energiefonds en het Milieutechnologiefonds - 53

Om in aanmerking te komen voor een bijdrage uit het Milieutechnologiefonds kunnen de volgende criteria geformuleerd worden: 1. Prioriteit wordt gegeven aan innovatieve lokaal toepasbare milieutechnologieprojecten in de brede zin des woords. Een grote uitstraling en/of spin-off is daarbij een pre. Het (verwachte) rendement van deze projecten (direct, indirect of op langere termijn) moet daarbij aantoonbaar zijn. 2. Vervolgens kunnen gehonoreerd worden projecten die het milieubeleidsplan van de gemeente Delft verder ontwikkelen of technologische projecten die het Delftse technologische imago versterken. Het onder 1. gestelde ten aanzien van uitstraling, spin-off en rendement is ook hier van toepassing. Voor beide categorieën geldt dat projecten die in samenwerking met externe partners worden uitgevoerd een grotere kans op een bijdrage maken. Nadere randvoorwaarden in meer instrumentele zin zijn: 1. Er dient niet op een andere wijze te kunnen worden voorzien in financiering van de projecten. Het dient duidelijk te zijn dat zonder financiering vanuit het Milieutechnologiefonds het project moeilijk of niet uitgevoerd kan worden. Daarbij zijn andere subsidiebronnen op zich natuurlijk mogelijk. Projecten die in (een vergevorderd stadium van) uitvoering zijn, komen niet voor financiering in aanmerking. 2. Projecten die voortkomen uit achterstallig onderhoud komen niet in aanmerking voor financiering. 3. Projecten die in aanmerking komen voor een bijdrage dienen binnen de jaarschijf in uitvoering te worden genomen. Indien dat niet het geval is, wordt de bijdrage aan het project bij de aanvang van de volgende jaarschijf weer in het fonds teruggestort en dient het project, indien nog opportuun, opnieuw te worden meegewogen. 4. Een bijdrage uit het Milieutechnologiefonds heeft in principe een eenmalig karakter, waarbij het project wel een meerjarig karakter mag hebben. Indien tijdens de uitvoering van het project blijkt dat aanmerkelijk meer rendement te verkrijgen is door uitvoering van een vervolgproject, dan is dat in principe eenmalig mogelijk. Dat vervolgproject dient wel door de aanvrager opnieuw te worden aangemeld. 5. De uitvoering van een project dient te worden afgesloten met een evaluatieverslag. Hierbij dient een financiële paragraaf gevoegd te zijn. In het kader van het project gemaakte rapportages kunnen deel uitmaken van het evaluatieverslag. De toegekende bijdrage vanuit het Milieutechnologiefonds wordt achteraf betaalbaar gesteld na ontvangst van het evaluatieverslag. Ten slotte: de in te dienen projecten moeten zowel inhoudelijk als financieel goed onderbouwd zijn en moeten zowel financieel als technisch haalbaar worden geacht. Daarbij wordt de bijdrage uit het fonds in relatie tot het totaal benodigde bedrag meegewogen. Aanmelding van projecten staat in principe open voor alle doelgroepen van het gemeentelijk beleid, maar niet voor individuele personen.

54 - Bijlage V Criteria voor financiering uit het Energiefonds en het Milieutechnologiefonds

Bijlage VI Overzicht kredieten Milieutechnologiereserve, stand per 4 oktober 1999

Omschrijving Retourneren en informeren Toekomst in de bodem zien BaTIG Restproject Energiek omlaag Electrische rondvaartboot Prijsvraag technologische uitbeelding Technologie langs de snelweg Milieutechnologie-prijsvraag Technoclusters Quick-scan Milieutechnologie 100 Delftsblauwe daken Integraal waterbeheer Projectleiding milieutechnologie Leerstoel afvalmanagement Ondergronds mechanisch parkeren (Auto(matisch) weg) Delft International Sustainability City (DISC) Nul-Energie Flat (Poptahof) Waterspeeltuin Handboek Milieu op intranet Infozuil Stationsplein Oprichting Delfts Energieagentschap (DEA) BioMedTech-programma provincie Zuid-Holland

Geautoriseerde kredieten ƒ 250.000,00 430.000,00 120.000,00 30.000,00 70.000,00 100.000,00 125.000,00 300.000,00 125.000,00 30.000,00 225.000,00 60.000,00 25.000,00 75.000,00 150.000,00 50.000,00 50.000,00 50.000,00 50.000,00 100.000,00 ƒ

Restant nog beschikbare kredieten 81.372,84 213.264,00 13.511,37 30.000,00 39.206,87 10.000,00 125.000,00 294.099,00 125.000,00 30.000,00 158.282,26 12.165,35 3.560,00 75.000,00 150.000,00 25.000,00 5.613,20 50.000,00 20.000,00 267,55 53.000,00 310.000,00 45.000,00

ƒ 2.415.000,00

ƒ 1.869.342,44

Saldo Restant geautorisserde kredieten Virtueel saldo

ƒ

2.286.821,59 1.869.342,44
417.479,15

ƒ

Bijlage VI Overzicht kredieten Milieutechnologiereserve, stand per 4 oktober 1999 - 55

CW/01.100/400

Gemeente Delft Postbus 340 2600 AH Delft