Gemeenschappelijke regeling Industrieschap Medel (met de daarin verwerkt de voorgestelde wijzigingen 2005). Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1 1.1.

In deze regeling wordt verstaan onder: a. regeling: gemeenschappelijke regeling “Industrieschap Medel”; b. deelnemers: de gemeente Neder-Betuwe en de gemeente Tiel; c. het Industrieschap: het rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam “Industrieschap Medel” als bedoeld in artikel 2 lid 1 van deze regeling; d. de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen. 1.2. Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet, van enige andere wet of enig ander wettelijk voorschrift van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt, in die artikelen voor de gemeente, de raad, burgemeester en wethouders en burgemeester, respectievelijk gelezen Industrieschap, het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter. Hoofdstuk II Het openbaar lichaam Artikel 2 2.1. Er is een openbaar lichaam genaamd: Industrieschap Medel. 2.2. Het Industrieschap is gevestigd te Tiel 2.3. Het bestuur van het Industrieschap bestaat uit: het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur, de voorzitter. Hoofdstuk III Belang, taak en bevoegdheden Artikel 3 3.1. Deze regeling heeft tot doel de ontwikkeling van de gemeenten Neder-Betuwe en Tiel te bevorderen door: a. het voeren van een gemeenschappelijk beleid ten aanzien van de vestiging van bedrijven voor het bedrijfsterrein Medel, waarin de beide gemeenten in principe op gelijke basis participeren en waarbij dit bedrijfsterrein zowel een lokaal, subregionaal als regionaal karakter heeft; b. ook op de andere daarmee verband houdende beleidsvelden, zijnde ruimtelijke ordening, milieu en volkshuisvestiging te komen tot een zo goed mogelijke bestuurlijke samenwerking. Artikel 4 4.1. Ter verwezenlijking van het in artikel 3 aangegeven belang heeft het Industrieschap tot taak: a. het verwerven, aanleggen, exploiteren en beheren van het bedrijfsterrein Medel gedurende een nader te bepalen periode; b. een gemeenschappelijk industriebeleid voor het bedrijfsterrein Medel te ontwikkelen en uit te voeren. Artikel 5 5.1. De in het vorige artikel omschreven taak van het Industrieschap wordt uitgeoefend over de deelgebieden, welke zijn aangegeven op de bij deze regeling behorende gewaarmerkte tekening 1. 5.2. De aanwijzing van deze gebieden kan - op voorstel van het Algemeen Bestuur - worden gewijzigd bij eensluidend besluit van de raden van de deelnemers. 5.3. De deelnemers verplichten zich geen nieuwe industrieterreinen planologisch te bestemmen of aan de totstandkoming daarvan mede te werken buiten de in het eerste lid bedoelde gebieden, zonder toestemming van het Algemeen Bestuur. 5.4. Het bepaalde in het derde lid geldt niet ten aanzien van: a. de uitbreiding van reeds – buiten de in het eerste lid bedoelde gebieden – aanwezige industrieterreinen; b. terreinen ten behoeve van plaatselijke bedrijven, voorzover de uitbreiding betrekking heeft op de locatie waar deze bedrijven zijn gevestigd; c. terreinen bedoeld voor bedrijven die buiten de selectiecriteria voor vestiging op Medel vallen. Artikel 6 6.1. De niet in artikel 4 omschreven taken blijven berusten bij de deelnemers met inachtneming van het hierna bepaalde. 6.2. Ten behoeve van de uitvoering van de in artikel 4 genoemde taken

komen aan het bestuur van het openbaar lichaam alle bevoegdheden toe tot regeling en bestuur als die daarvoor bij of krachtens enig wettelijk voorschrift aan de gemeentebesturen zijn of worden toegekend, zulks met uitzondering van het vaststellen van plannen inzake de ruimtelijke ordening, het vaststellen van bebouwings- en bouwvoorschriften, van verordeningen door bestuursdwang of strafbepaling te handhaven en van verordeningen tot het heffen van retributies en andere belastingen; het Algemeen Bestuur kan terzake de uitgezonderde bevoegdheden voorstellen doen aan de betreffende bestuursorganen van de gemeenten. Hoofdstuk IV Het Algemeen Bestuur Artikel 7 7.1. Het Algemeen Bestuur bestaat uit 8 leden. De raad van de gemeente Neder-Betuwe wijst 4 leden aan. De raad van de gemeente Tiel wijst, de voorzitter inbegrepen, 4 leden aan. 7.2. De raad van elk der deelnemers wijst voor elk lid als bedoeld in het eerste lid van dit artikel een plaatsvervangend lid aan. 7.3. De zittingsduur van de leden van het Algemeen Bestuur is gelijk aan de zittingsduur van de leden van de gemeenteraad. 7.4. Een lid van het Algemeen Bestuur verliest deze functie, wanneer hij / zij ophoudt lid te zijn van de gemeenteraad, dan wel ophoudt burgemeester of wethouder te zijn van de deelnemende gemeente die hem / haar heeft aangewezen. 7.5. Indien tussentijds een zetel in het Algemeen Bestuur vacant is geworden, wijst de gemeenteraad die dit aangaat in zijn eerstvolgende vergadering een ander bestuurslid aan ter voorziening in de vacature. 7.6. Aan de vergadering van het Algemeen Bestuur kunnen de adviseurs, als bedoeld in artikel 13 lid 1, deelnemen. Zij hebben geen stemrecht. 7.7. Het Algemeen Bestuur vergadert minstens twee maal per kalenderjaar en voorts zo dikwijls de voorzitter of drie leden zulks onder opgave van redenen verlangen; de artikelen 22 en 23 van de wet zijn hierbij van toepassing. 7.8. Het Algemeen Bestuur besluit bij meerderheid van stemmen. Ingeval de stemmen staken heeft de voorzitter een doorslaggevende stem. Artikel 8 8.1. Aan het Algemeen Bestuur komen alle bevoegdheden toe die niet aan het Dagelijks Bestuur of de voorzitter zijn toegekend. 8.2. Het Algemeen Bestuur kan de bevoegdheid tot het nemen van besluiten tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen delegeren aan het Dagelijks Bestuur. Hoofdstuk V Het Dagelijks Bestuur, voorzitter, secretaris en adviseurs Dagelijks Bestuur Artikel 9 9.1. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit een voorzitter, een secretaris en twee leden, door en uit het Algemeen Bestuur aan te wijzen in de eerste vergadering in zijn nieuwe samenstelling. 9.2. Het lidmaatschap van het Dagelijks Bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid te zijn van het Algemeen Bestuur. 9.3. Het Dagelijks Bestuur besluit bij meerderheid van stemmen. In geval de stemmen staken heeft de voorzitter een doorslaggevende stem. Artikel 10 10.1. Het Dagelijks Bestuur is belast met en verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken bij het industrieschap. 10.2. Het Dagelijks Bestuur bereidt de vergaderingen van Algemeen Bestuur voor en voert de besluiten van het Algemeen Bestuur uit. 10.3. Het Dagelijks Bestuur kan de uitvoering van de onder 1 genoemde werkzaamheden en de uitvoering van de besluiten van het Algemeen Bestuur mandateren aan de projectdirecteur. Voorzitter Artikel 11 11.1. Het Algemeen Bestuur wijst uit de door de gemeenteraad van Tiel op grond van artikel 7 lid 1 aangewezen leden van het Algemeen Bestuur de voorzitter

en waarnemend voorzitter aan. 11.2. De voorzitter zit de vergaderingen van het Algemeen en Dagelijks Bestuur voor. 11.3. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt hij waargenomen door de waarnemend voorzitter. 11.4. De voorzitter ondertekent alle stukken, welke van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur uitgaan. Secretaris Artikel 12 12.1. Het Algemeen Bestuur wijst uit de door de gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe op grond van artikel 7 lid 1 aangewezen leden van het Algemeen Bestuur de secretaris en waarnemend secretaris aan. 12.2. De secretaris ondertekent mede alle stukken, welke van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur uitgaan. 12.3. De secretaris is onder toezicht van het Dagelijks Bestuur in het bijzonder verantwoordelijk voor het secretariaat van het Industrieschap. Adviseurs Artikel 13 13.1. Het college van burgemeester en wethouders van elk der deelnemers kan één adviseur benoemen. De adviseurs kunnen aan de vergaderingen van het Dagelijks Bestuur deelnemen. Zij hebben geen stemrecht. Hoofdstuk VI Informatie en verantwoording Artikel 14 14.1. De voorzitter en de overige leden van het Dagelijks Bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur verantwoording schuldig voor het door hen gevoerde bestuur en beleid. 14.2. Zij geven, tezamen dan wel afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur, uit eigen beweging of wanneer dit bestuur of één of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen. 14.3. Het Algemeen Bestuur kan in een reglement van orde de wijze, waarop aan het bepaalde in de vorige leden toepassing wordt gegeven regelen. 14.4. Op de leden van het Dagelijks Bestuur is artikel 49 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Artikel 15 15.1. Het Algemeen Bestuur geeft de bevoegde organen van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door hen gevoerde en te voeren beleid nodig is en verstrekt deze organen alle inlichtingen, die door één of meer leden van die organen worden verlangd. 15.2. Een lid van het Algemeen Bestuur is aan het bevoegde orgaan dat hem heeft aangewezen, verantwoording schuldig voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en verstrekt ter zake inlichtingen, die één of meer leden van dat bevoegde orgaan verlangen. 15.3. Het Algemeen Bestuur kan in een reglement van orde de wijze, waarop aan het bepaalde in de vorige leden toepassing wordt gegeven regelen. 15.4. Het afleggen van verantwoording en het verstrekken van inlichtingen als bedoeld in artikel 16, lid 3, van de wet worden door de bevoegde organen van de deelnemers geregeld. 15.5. De raad van een deelnemer kan een lid of plaatsvervangend lid, door hem aangewezen, indien dit het vertrouwen van de raad niet meer bezit, te allen tijde ontslaan. De raad doet daarvan onmiddellijk mededeling aan de voorzitter van het Industrieschap. Hoofdstuk VII Financiële bepalingen Artikel 16 16.1. Het Algemeen Bestuur stelt de nodige voorschriften vast met betrekking tot het financiële beleid, het financiële beheer en de inrichting van de financiële administratie van het industrieschap. 16.2. Bij de in het eerste lid bedoelde voorschriften wordt bepaald welke functionarissen van het industrieschap met het doen van ontvangsten en betalingen voor het industrieschap en met de zorg voor de boekhouding zijn belast. 16.3. Ten aanzien van de in lid 1 bedoelde voorschriften is het bepaalde in artikel 212 van de Gemeentewet van overeenkomstige

toepassing. Artikel 17 17.1. Het Algemeen Bestuur stelt regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze regels waarborgen dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie worden getoetst. 17.2. Ten aanzien van de in lid 1 bedoelde regels is het bepaalde in artikel 213 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Begroting Artikel 18 18.1. Het Dagelijks Bestuur stelt jaarlijks vóór 1 mei een ontwerpbegroting van inkomsten en uitgaven voor het volgende dienstjaar op. De ontwerpbegroting bevat een raming van alle baten en lasten en van alle kapitaalontvangsten en kapitaaluitgaven van het Industrieschap. Het Algemeen Bestuur stelt de begroting vast, uiterlijk 1 juli voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt. 18.2. Het dienstjaar is gelijk aan het kalenderjaar. 18.3. De ontwerpbegroting wordt uiterlijk zes weken voordat zij aan het Algemeen Bestuur ter vaststelling wordt aangeboden, toegezonden aan de raden van de deelnemers en aan de leden van het Algemeen Bestuur. 18.4. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190 tweede en derde lid van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 18.5. De raden van de deelnemers kunnen omtrent de ontwerpbegroting en de in lid 8 van dit artikel genoemde actuele grondexploitatie het Dagelijks Bestuur van hun gevoelen doen blijken binnen zes weken na verzending van het ontwerp. Het Dagelijks Bestuur zendt de commentaren, gelijktijdig met de aanbieding van de begroting aan het Algemeen Bestuur. 18.6. Binnen 2 weken na de vaststelling door het Algemeen Bestuur, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, zendt het Dagelijks Bestuur de vastgestelde begroting aan Gedeputeerde Staten, onder overlegging van de daarbij behorende commentaren van de raden van de deelnemers op het ontwerp van de begroting en de eventuele overwegingen van het Algemeen Bestuur terzake. 18.7. Het in de voorgaande leden van dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op wijziging van de begroting, indien en voor zover dit betrekking heeft op een verhoging van de geraamde uitgavenpost met een percentage van meer dan 10% of met een bedrag van € 500.000,= of meer, dan wel indien en voor zover dit leidt tot een verhoging van de jaarlijkse bijdrage van de deelnemers, met dien verstande dat in dat geval de tijdsaanduiding van 15 juli genoemd in lid 6 niet van toepassing is. 18.8. Ten grondslag liggend aan de (ontwerp) begroting, zoals genoemd in de voorgaande leden van dit artikel, ligt een actuele grondexploitatie (meerjaren planbegroting) welke jaarlijks wordt vastgesteld. De uitgangspunten van deze grondexploitatie worden, op voorstel van het Dagelijks Bestuur, vastgesteld door het Algemeen Bestuur. De eerstkomende jaarschijf uit de grondexploitatie fungeert als basis voor de begroting van dat komende dienstjaar. Jaarrekening Artikel 19 19.1. Het Dagelijks Bestuur doet jaarlijks aan het Algemeen Bestuur verantwoording van de inkomsten en uitgaven van het Industrieschap over het voorafgaande dienstjaar, alsmede van een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door een registeraccountant. 19.2. De rekening is vergezeld van een verslag

betreffende de toestand en de werkzaamheden van het Industrieschap in het afgelopen dienstjaar. 19.3. De in het eerste lid bedoelde rekening met bijbehorende bescheiden wordt aan het Algemeen Bestuur en de raden van de deelnemende gemeenten toegezonden uiterlijk op 1 mei volgende op het jaar waarop zij betrekking heeft. De raden van de deelnemers kunnen omtrent deze stukken het Dagelijks Bestuur van hun gevoelen doen blijken binnen zes weken na verzending daarvan. Het Dagelijks Bestuur zendt de commentaren, gelijktijdig met de aanbieding van de jaarrekening en daarbij horende bescheiden ter vaststelling aan het Algemeen Bestuur. 19.4. Het Algemeen Bestuur stelt de jaarrekening vast vóór 1 juli volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 19.5. Binnen 2 weken na de vaststelling door het Algemeen Bestuur, doch uiterlijk voor 15 juli van het jaar volgend op het verantwoordingsjaar, wordt de vastgestelde jaarrekening met de daarbij behorende bescheiden door het Dagelijks Bestuur aan Gedeputeerde Staten en aan de raden van de beide deelnemende gemeenten gezonden. Artikel 20 20.1. Ter voorziening in de behoefte aan kasgeld kan tussen één of meer deelnemers en het Industrieschap een rekening-courant overeenkomst worden aangegaan onder nader te bepalen voorwaarden, waarbij onder andere wordt bepaald, dat voor in rekening-courant bij de gemeenten opgenomen of gestorte gelden eenzelfde rente zal worden berekend of vergoed als die welke de N.V. Bank voor Nederlandse Gemeenten te Den Haag voor kasgeld in rekening-courant vergoedt of vraagt. Artikel 21 21.1. Ten behoeve van de geldschieter(s) waarborgt zo nodig elk van de deelnemers, hoofdelijk en onherroepelijk, de betaling van rente en aflossing van de door het Industrieschap te sluiten geldleningen. Het voor de deelnemende gemeenten hieruit eventuele voortvloeiende verlies wordt door de deelnemende gemeenten ieder voor de helft gedragen voor zover dit verlies niet ten laste van de grondexploitatie van het industrieschap kan worden gebracht. Verrekening Artikel 22 22.1. Het Algemeen Bestuur beslist of een batig saldo van de rekening van baten en lasten: a. geheel of gedeeltelijk zal worden gereserveerd of aan de bestaande reserves zal worden toegevoegd; b. geheel of gedeeltelijk aan de deelnemende gemeenten zal worden uitgekeerd. 22.2. Het Algemeen Bestuur beslist of een nadelig saldo van de rekening van baten en lasten: a. geheel of gedeeltelijk ten laste van de volgende dienst zal worden gebracht; b. geheel of gedeeltelijk van de bestaande reserves zal worden afgeschreven; c. geheel of gedeeltelijk ten laste van deelnemende gemeenten zal worden gebracht. 22.3. Wordt een batig of een nadelig saldo over enig jaar ten goede aan, dan wel ten laste van de deelnemers gebracht, dan geschiedt dit voor gelijke delen. Hoofdstuk VIII Inbreng van gronden Artikel 23 23.1. Het Algemeen Bestuur stelt vast of en wanneer het nodig is, dat het Industrieschap percelen van de gebieden bedoeld in artikel 5, in eigendom verkrijgt. 23.2. Indien de deelnemers de eigendom van de desbetreffende percelen op het tijdstip bedoeld in het vorige lid hebben, dragen zij die over tegen een nader overeen te komen vergoeding. 23.3. Indien tussen het Algemeen Bestuur en een deelnemer geen overeenstemming kan worden bereikt omtrent de in het vorige lid bedoelde vergoeding, wordt, alvorens ten aanzien van dit geschil de beslissing van Gedeputeerde Staten wordt ingeroepen overeenkomstig het bepaalde in

artikel 28 van de wet, de bemiddeling ingeroepen van drie deskundigen. 23.4. De leden van de in het vorige lid bedoelde commissie worden benoemd door de kantonrechter te Tiel. 23.5. De commissie van deskundigen beslist bij meerderheid van stemmen. Indien geen meerderheid wordt verkregen, wordt de vergoeding bepaald op het gemiddelde van de door elk van de deskundige opgegeven vergoeding. Artikel 24 24.1. Indien de deelnemers geen eigenares van de in artikel 22, eerste lid bedoelde percelen zijn, verricht het Industrieschap datgene, wat ter verkrijging van de eigendom nodig is. 24.2. Blijkt in een geval als in het vorige lid bedoeld, dat de eigendom slechts door onteigening kan worden verkregen, dan neemt de gemeente, waar de betrokken percelen of gedeelten daarvan zijn gelegen, na een daartoe strekkend voorstel van het Algemeen Bestuur, terstond alle maatregelen, welke nodig zijn om de eigendom van die percelen onderscheidenlijk van het betrokken gedeelte daarvan te verwerven. 24.3. De verwerving in eigendom, als bedoeld in het vorige lid, draagt de betrokken gemeente aan het Industrieschap de desbetreffende percelen, voor zover bedoeld lichaam nodig heeft, over tegen een prijs gelijk aan de kosten, welke gemeente voor de verwerving in eigendom heeft gemaakt. Hoofdstuk IX Personeel van het Industrieschap Artikel 25 25.1. Het Algemeen bestuur besluit omtrent benoeming, schorsing en ontslag van de projectdirecteur en de controller. Deze worden bij verhindering of ontstentenis vervangen op een door het Dagelijks Bestuur te bepalen wijze. 25.2. Het Dagelijks Bestuur stelt voor de projectdirecteur en voor de controller een instructie vast. 25.3. Het Dagelijks Bestuur beslist over de benoeming, schorsing en ontslag van de overige medewerkers van het industrieschap. 25.4. Het Dagelijks Bestuur kan voor de uitvoering van bepaalde, daarvoor in aanmerking komende werkzaamheden een verzoek aan de deelnemende gemeenten richten, teneinde medewerking van ambtenaren van die gemeente te verkrijgen voor de uitvoering van aan het industrieschap opgedragen taken . 25.5. De ambtenaren van de gemeente die ingevolge het vierde lid met werkzaamheden ten behoeve van het industrieschap zijn belast, zijn ten aanzien van de uitvoering van hun werkzaamheden verantwoording verschuldigd aan de projectdirecteur. Zij gedragen zich naar de aanwijzingen die terzake van de uitvoering van de werkzaamheden door de projectdirecteur worden gegeven. 25.6. In de gevallen waarin de gemeente medewerking verleent als bedoeld in lid vier worden de kosten daarvan ten laste van het industrieschap vergoed. 25.7. Indien ambtenaren worden aangesteld in dienst van het industrieschap zijn de arbeidsvoorwaarden (CAR/UWO) en de rechtspositieregeling, zoals die van toepassing zijn bij de gemeente Tiel, van overeenkomstige toepassing op de ambtenaren van het industrieschap. Hoofdstuk X Uittreding, wijziging en opheffing Artikel 26 26.1. Elk van de deelnemers kan uit de regeling treden bij een daartoe strekkend besluit van de bestuursorganen van de deelnemer met inachtneming van het bepaalde in het derde lid van artikel 27. 26.2. De uittreding gaat in met ingang van het begrotingsjaar, mits ten minste 2 jaar van tevoren een besluit tot uittreding aan het Algemeen Bestuur is toegezonden. 26.3. Het Dagelijks Bestuur geeft van een ontvangen besluit tot uittreding ten spoedigste kennis aan de andere deelnemer. 26.4. Het

Algemeen Bestuur regelt onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten de financiële en overige gevolgen van de uittreding. Artikel 27 27.1. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 27.2. De regeling kan worden gewijzigd bij eensluidend besluit van de raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de deelnemende gemeente, één en ander onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten. 27.3. De regeling kan worden opgeheven door een eensluidend besluit van de bestuursorganen van de deelnemers. 27.4. De opheffing respectievelijk wijziging van de regeling treedt in werking onmiddellijk na doorhaling of opneming in de registers, bedoeld in artikel 27 van de wet. Artikel 28 28.1. Bij het besluit van opheffing wordt tevens onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten een regeling getroffen omtrent de beëindiging of overdracht van de exploitatie van de eigendommen, werken en inrichtingen, almede voor zoveel nodig omtrent de liquidatie van de bezittingen en de voldoening of overneming der verplichtingen van het Industrieschap. 28.2. In het geval bedoeld in het vorige lid wordt de waarde der bezittingen geschat door een commissie van drie deskundigen. Het bepaalde bij artikel 22, vierde en vijfde lid, vindt alsdan overeenkomstige toepassing. 28.3. De daadwerkelijke liquidatie en vereffening van het vermogen geschiedt door het Dagelijks Bestuur, waarbij het liquidatiesaldo voor vijftig procent ten bate of ten laste van de gemeente Tiel komt en voor vijftig procent ten bate of ten laste van de gemeente Neder-Betuwe. 28.4. Zo nodig blijven de bestuursorganen van het Industrieschap ook na het tijdstip van de opheffing in functie totdat de liquidatie is beëindigd. 28.5. Indien er personeel is aangenomen in dienst van het Industrieschap, zal bij besluit tot opheffing van het Industrieschap overeenkomstig de bepalingen die daarover zijn opgenomen in de wet worden gehandeld, waaronder in ieder geval het vaststellen van een personeelsplan door het Algemeen Bestuur. Hoofdstuk XI Overgangs- en slot bepalingen Artikel 29 29.1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die, waarop de regeling is opgenomen in de registers bedoeld in artikel 27 van de wet. 29.2. Het college van burgemeester en wethouders van Tiel is het, ingevolgde artikel 26 van de wet, aangewezen orgaan, belast met de toezending van deze regeling aan het college van Gedeputeerde Staten. 29.3. De besturen van de deelnemers dragen op de gebruikelijke wijze zorg voor de bekendmaking van de regeling. Artikel 30 30.1. Deze regeling kan worden aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Industrieschap Medel. Aanvulling Naast deze regeling geldt de Intentieovereenkomst inzake de samenwerking van de gemeenten Tiel en Kesteren (Neder-Betuwe) in de Gemeenschappelijke regeling Industrieschap Medel, zoals deze is vastgesteld op 27 maart 2003.