Ecofys bv P.O. Box 8408 NL-3503 RK Utrecht Kanaalweg 16-G NL-3526 KL Utrecht The Netherlands www.ecofys.

nl tel +31 (0)30 280 83 00 fax +31 (0)30 280 83 01 e-mail info@ecofys.nl

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE IN RIVIERENLAND

-Definitief-

Ir. A.M.J. Visser Drs. K. Eising Drs. M. Chang

augustus ’04

ESUP03061 Copyright Ecofys 2004

In opdracht van: Regio Rivierenland, Tiel
Dit project is mede mogelijk gemaakt door ondersteuning van de Provincie Gelderland en het programma Duurzame Energie in Nederland, dat wordt uitgevoerd door SenterNovem in opdracht van het ministerie van Economische Zaken

Inhoudsopgave

1

Inleiding
1.1 1.2 1.3 Achtergrond Methodiek Leeswijzer

5
5 6 8

2

Wettelijke kaders duurzame energie
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 Introductie Internationaal Nationaal Provinciaal Lokaal

9
9 9 9 10 11

3

Visie op windenergie in Rivierenland
3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.2 Geïnventariseerde kansrijke projecten Quick Scan Windenergie Regionale structuurvisie Lokaal klimaat voor windenergie Bekende initiatieven Bestuurlijke advisering windenergie

13
14 14 15 15 16 17

4

Visie op bio-energie in Rivierenland
4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 Geïnventariseerde kansrijke projecten Advisering per kansrijke project Fruit- en bomenteelt Mestverwerking Ontwikkeling bio-energiecentrales

19
20 20 21 21 22

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

3

5

Visie op duurzame energie in de gebouwde omgeving in Rivierenland
5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.2.5 5.2.6 Geïnventariseerde kansrijke projecten Advisering per kansrijke project Bestaande woningbouw Bedrijventerreinen Nieuwbouwlocaties Gemeentelijke gebouwen Infrastructuur Tuinbouw

23
24 25 25 25 26 27 27 28

6

Rivierenland op weg naar 10% duurzame energie
6.1 6.1.1 6.2 6.3 6.4 Een scenario Eindsituatie Het pad naar de eindsituatie Mogelijke varianten Conclusie scenario

29
29 30 32 32 34

4

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

1

Inleiding

1.1

Achtergrond

De Regio Rivierenland heeft opdracht gegeven voor het inventariseren en presenteren van het potentieel1 en de praktische mogelijkheden die de eigen regio biedt. Dat het potentieel relatief groot is, werd op voorhand al verwacht. De regio komt geografisch grotendeels overeen met de Betuwe, een gebied dat door zijn agrarische activiteiten (fruitteelt) naar verwachting ook een groot potentieel voor bio-energie zou kunnen opleveren. Daarnaast biedt de regio ook, vanwege het relatief open rivierenlandschap, mogelijkheden voor de toepassing van windenergie. Ook zijn er de nodige ontwikkelingen op het gebied van tuinbouw en nieuw te ontwikkelen woningbouw- en bedrijventerreinprojecten. Een deel van het potentieel van duurzame energie is overigens als ontwikkeld of in ontwikkeling. Sinds een aantal jaren exploiteert energiebedrijf NUON een waterkrachtcentrale (gemeente Buren) en in de laatste twee jaar is het groene licht gegeven voor twee windparken, in de gemeenten Culemborg en Neder-Betuwe, die naar verwachting respectievelijk eind 2004 en in 2005 worden gerealiseerd. Tel daarbij een aantal belangrijke projecten in de gebouwde omgeving, waar gebruik wordt gemaakt van duurzame energie zoals op de nieuwbouwlocaties Passewaaij (Tiel) en De Waluwe (Zaltbommel). Naast het gegeven dat het potentieel betrekkelijk groot is, is ook de bereidheid om verder de ontwikkelingen op het gebied van duurzame energie te ondersteunen bij de regio en de gemeenten groot. Daarbij kan prima aangesloten worden bij bestaande infrastructuur en lopende ontwikkelingen binnen de regio: Nu al wordt duurzame energie opgenomen in de planvorming en aanbesteding van de energie-infrastructuur in de gebouwde omgeving. Met name bij de grotere woningbouwlocaties als Passewaaij (Tiel) en een enkel nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein (bijv. Zaltbommel). Daarnaast loopt er een regionale discussie over het stookbeleid. Inzet vanuit Regio Rivierenland is om te komen tot een gemeenschappelijk beleid, waarmee gemeenten eenduidig optreden in de vergunningverlening.
Onder potentieel wordt in dit stuk verstaan een inschatting van wat de verschillende duurzame energiebronnen zon, wind en biomassa in Rivierenland kunnen bijdragen aan de energievraag. De potentiëlen zijn bepaald aan de hand van het instrument ‘Duurzame Energiescan’ van SenterNovem, een agentschap van het ministerie van economische zaken. Voor de bepaling van het potentieel van windenergie is daarbij gerekend met zogenaamde zoeklocaties die genoemd zijn in een studie van KEMA, in opdracht van de Provincie Gelderland (2004).
1

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

5

Ook wordt gewerkt aan de uitbreiding van het areaal glastuinbouw in enkele gemeenten. Ook hier is energie een belangrijk kosten- en milieuthema, en kan door ontwikkelingen in de markt ook zeker duurzame energiebronnen benut worden om de grote energievraag van tuinbouwbedrijven te dekken. In onderliggend stuk worden handvatten gegeven op welke wijze de regio het geschetste potentieel en mogelijkheden kan verzilveren. 1.2 Methodiek

Dit visiedocument is gebaseerd op de inzichten die zijn opgedaan in de eerste helft van 2004. Gebruik is gemaakt van: 1. De resultaten van een potentieelstudie naar duurzame energie per gemeente (zie de figuur onder); 2. Een Quick Scan naar het huidige energieverbruik van gemeenten; 3. Startbijeenkomsten inclusief interviews met alle betrokken gemeenten, in de meeste gevallen inclusief een gesprek met de betrokken wethouder; 4. Een marktonderzoek onder de belangrijkste ontwikkelende en/of investerende partijen die actief zijn in de regio; 5. Marktkennis van Ecofys zelf.
6,000,000

5,000,000

DE-potentieel (GJ)

4,000,000

3,000,000

Wind alles Verbranding droge biomassa Vergisting natte biomassa Energie-opslag Omgevingswarmte Zonnewarmte passief Zonnewarmte actief Zonnepanelen

2,000,000

1,000,000 Ter vergelijking: Een gemiddeld huishouden gebruikt 89 GJ

0
Bu re n m G b el de org rm al L i se n ng ew aa M l aa sd r ie N l ee N ed rijn e er -B n et uw e ul e C
6

Figuur 1 Potentieel duurzame energie Regio Rivierenland, per gemeente (in energie-eenheden: Gigajoule, GJ).

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

Za

ltb

l om m el

Ti e

De in figuur 1 genoemde vormen van duurzame energie zullen kort worden omschreven. Het thema bio-energie kent een eerste grove indeling naar de typering van het te benutten materiaal: ‘droge biomassa’: onder andere houtachtige stromen, droge (kippen-) mest. Deze stromen kunnen verbrand of mogelijk ook vergast worden. Naast aparte bio-energiecentrales (zoals in Cuijk, Lelystad) kan dit materiaal ook bijgestookt worden in kolencentrales. ‘natte biomassa’: onder andere natte of drijfmest, bermgras, slib uit rioolwaterzuiveringsinstallaties, deel van het huishoudelijk afval (GFT). Deze stromen kunnen vergist worden. Een bekende, economisch interessante vorm is co-vergisting waarbij mest vergist wordt met organisch materiaal als stro of bermmaaisel. Voor windenergie is gebruik gemaakt van de zgn. zoeklocaties uit de Regionale Quick Scan Windenergie (2004). Dit zijn locaties waar op basis van een aantal technische en ecologische randvoorwaarden windturbines mogelijk zouden zijn, zie ook verderop in het windenergiehoofdstuk. De overige hier genoemde items worden voornamelijk in de gebouwde omgeving toegepast: energieopslag en omgevingswarmte gaan vaak hand in hand: warmte uit de bodem in aquifers (watervoerende lagen) kan benut worden voor verwarming van woningen in de winter en koeling in de zomer door middel van warmtepompen. Ook kan in deze lagen geproduceerde zonnewarmte in de zomer worden opgeslagen voor gebruik in de winter. Voor zonne-energie is er een gebruikelijk indeling gehanteerd naar passief (oriëntatie van de een woning of kantoor op het zuiden, gebruik maken van serres), actief (benutten van zonnewarmte met een zonneboiler, dat wil zeggen verwarmen van tapwater) en zonnepanelen (produceren van elektriciteit door middel van fotovoltaïsche panelen, Engelse afkorting: PV). In bijlage 4, 5 en 6 wordt verder ingegaan op de verschillende vormen en conversietechnieken van duurzame energie. Overigens, er is een betrekkelijk grote waterkrachtcentrale in de regio gerealiseerd (gemeente Buren). Aangezien de mogelijkheden voor de benutting van waterkracht in de regio hiermee zijn uitgeput, is dit duurzame energiethema niet in het potentieelonderzoek meegenomen, maar komt de huidige capaciteit wel terug in het scenariohoofdstuk. In dit visiedocument worden prioriteringen aangegeven van duurzame energiebronnen op basis van belangrijke variabele als fysiek potentieel, schaalgrootte, financiële en bestuurlijke haalbaarheid.

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

7

1.3

Leeswijzer

Dit hoofdstuk wordt gevolgd door een hoofdstuk over de wettelijke kaders die samenhangen met duurzame energie (hoofdstuk 2). Vervolgens worden in drie hoofdstukken de belangrijkste duurzame energiethema’s uitgewerkt, te weten windenergie (hoofdstuk 3), bio-energie (4) en duurzame energie in de gebouwde omgeving (hoofdstuk 5). In het laatste hoofdstuk wordt een realistisch geacht scenario geschetst waar de drie duurzame energiethema’s in samenhang met elkaar worden besproken, om te komen tot de invulling van een 10% duurzame energiedoelstelling. In de bijlagen zijn onder andere te vinden de door de gemeenten geïnventariseerde duurzame energieprojecten en fact sheets met basisgegevens en kengetallen over de drie genoemde hoofdthema’s.

8

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

2

Wettelijke kaders duurzame energie

2.1

Introductie

Hoewel voor veel lokale overheden duurzame energie een nieuw beleidsterrein is en het niet direct geassocieerd wordt met normatief beleid, zitten er aan duurzame energie wel zeker wettelijke kaders, verplichtingen en concrete doelstellingen. Deze zijn hieronder kort geschetst, te beginnen met internationale kaders en uitlopend tot in lokale kaders. 2.2 Internationaal Met betrekking tot CO2 heeft de EU zich in Kyoto vastgelegd op een reductie van de CO2 emissie van 6% in 2010 ten opzichte van de emissies in 1990. Duurzame energie levert (vrijwel) CO2 neutrale energie. In 2003 is aangekondigd dat de grootste industriële bedrijven zich dienen te houden aan CO2 emissieplafonds, met de mogelijkheid om CO2 emissierechten te kopen (of te verkopen). Op dit moment, medio 2004, wordt door de EU landen aangegeven hoe de emissierechten worden verdeeld over de eigen bedrijven (Nationale allocatieplannen). Met betrekking tot duurzame energie heeft Europa, inclusief de recent toegetreden landen, zich ten doel gesteld om in 2010 tenminste 12% van de energie duurzaam op te wekken. Voor wat betreft energiegebruik in gebouwen, wordt vanaf 1 januari 2006 de Europese richtlijn voor energieprestaties (EPD, Energy Performance Directive, voluit “Directive of the European Parliament and of the Council on the energy performance of buildings Directive of the European Parliament and of the Council on the energy performance of buildings”) van kracht. Voor gebouweigenaren betekent dit onder andere dat bij natuurlijke momenten als verhuizingen en overdracht, een rapportage aan de volgende eigenaar dient te worden overgedragen met daarin een weerslag van de energiekwaliteit van het gebouw (woning, kantoor). In Nederland zijn de eerste ervaringen met de EPD middels het EPA instrument (Energieprestatieadvies). Op vrijwillige basis kunnen gebouweignaren een EPAonderzoek laten uitvoeren, onder andere ook om in aanmerking te komen voor subsidie bij de toepassing van zonnepanelen en zonneboilers. 2.3 Nationaal Met betrekking tot CO2 heeft Nederland zich in Kyoto vastgelegd op een reductie van de CO2 emissie van 6% in 2010 t.o.v. 1990. In 2002 hebben de

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

9

VNG, IPO en de betrokken ministeries het BANS klimaatconvenant getekend. Met betrekking tot duurzame energie heeft Nederland zich ten doel gesteld om in 2020 tenminste 10% van de energie duurzaam op te wekken, met als tussendoelstelling 5% in 2010. Op dit moment is in totaal ca. 2% gerealiseerd (warmte en elektriciteit). Het aandeel van duurzame bronnen bij de opwekking van elektriciteit is ca. 4%. Met betrekking tot windenergie hebben lagere overheden met het rijk een taakstelling afgesproken om in 2010 tenminste 1500 Megawatt aan geïnstalleerd windenergievermogen gerealiseerd te hebben op land, waarvan 60 Megawatt in Gelderland (Bestuursovereenkomst Landelijke Ontwikkeling Windenergie BLOW, 2001) Met betrekking tot duurzaam bouwen is in het Nationaal Akkoord Wonen 2001-2005 (tussen Rijk, provincies, gemeenten verhuurders, consumentenorganisaties en het bouwende bedrijfsleven) afgesproken dat partijen zich sterk maken voor het realiseren van de beleidsuitgangspunten ten aanzien van Duurzaam Bouwen zoals verwoord in het beleidsprogramma DuBo 2000-2004. Voor energie wordt een besparingspercentage ten opzichte van 1995 aangegeven van 15%. Er is sinds medio 2003 een landelijk stookverbod van agrarische restmaterialen in de open lucht, vastgelegd in de Wet milieubeheer. Er is binnen de Wet milieubeheer een afzonderlijk regime voor de glastuinbouwsector neergelegd in het Besluit Glastuinbouw. Deze sector heeft een hoge energie-intensiteit maar bestaat uit relatief kleine ondernemingen. De gemeenten zijn bevoegd gezag. De ambities van het convenant Glastuinbouw en Milieu (GLAMI) zijn door de Provincie overgenomen en vertaald in concrete doelstellingen.

2.4

Provinciaal Eind 2004 wordt naar verwachting de Provinciale energienota vastgesteld door gedeputeerde staten. Dit is een kader voor onder andere gemeenten voor de realisatie van duurzame energie en energiebesparing. De Provincie heeft een doelstelling van 5% duurzame energie in het jaar 2010. In 1999 heeft de provincie Gelderland haar beleidskader ‘Duurzame stedelijke ontwikkeling (DSO) in Gelderland vastgesteld’. De provincie stimuleert hiermee het reguliere proces van alle nieuwbouw, renovatie en herstructurering een integrale duurzame aanpak met alle betrokkenen. Met betrekking tot windenergie heeft de Provincie een ambitie neergelegd van 100 Megawatt aan geïnstalleerd windenergievermogen. De Provincie heeft, als gemeenten onvoldoende invulling kunnnen of willen geven aan deze doelstelling, de mogelijkheid om locaties voor de ontwikkeling aan te wijzen en heeft aangegeven van deze bevoegdheid gebruik te maken als

10

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

windenergiedoelstellingen niet gehaald worden. Op te ontwikkelen locaties dienen minimaal drie windturbines geplaatst te worden. De Provincie is in veel gevallen (indien in te zetten biomassa wettelijk gezien ‘afval’ is, of een installatie vanaf bepaald thermisch vermogen) bevoegd gezag wet milieubeheer. Bovendien zal een grotere installatie ook ruimtelijk (rekening houdend met milieutechnische, logistieke en energetische aspecten) moeten worden ingepast. De Provincie is ook bevoegd gezag Grondwaterwet. Warmte/koude opslagsystemen (in de woning-, utiliteits- of tuinbouw) zijn boven een bepaalde grondwateronttrekking vergunningplichtig. 2.5 Lokaal De gemeente Tiel heeft (als enige Rivierenlandgemeente) een lokale doelstelling voor het opwekken van duurzame energie binnen de gemeentegrens van 10% van het energiegebruik in 2020. Daarnaast hebben gemeenten nog wettelijke taken als de verruimde reikwijdte energie in de milieuvergunning (inrichtingen die onder gemeenten als bevoegd gezag vallen) met de mogelijkheid tot verplichting van investeringsmaatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar en korter, toezicht op de energienormen voor de glastuinbouw (GLAMI), en uiteraard heeft een gemeente goede sturingsmogelijkheden bij het wijzigen of vernieuwen van bestemmingsplannen. Op basis van bovenstaand wettelijke kader voor duurzame energie is er voldoende noodzaak om aan de slag te gaan met de realisatie van duurzame energieprojecten. Gelukkig gaat deze wettelijke taakstelling ook gepaard met vele goede mogelijkheden voor Rivierenland om aan de slag te gaan met duurzame energie in de regio.

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

11

12

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

3

Visie op windenergie in Rivierenland

Windenergie2 heeft recent in de regio, waar het gaat om de toepassing van duurzame energie, waarschijnlijk wel de meeste bestuurlijke en politieke aandacht gehad van alle duurzame energiebronnen. Dit hangt samen met de goede economische vooruitzichten van windenergie en de daarbij gepaard gaande aanvragen van initiatiefnemers. Een tweetal initiatieven heeft daarbij al het groene licht gekregen: een windpark in Culemborg en een windpark in Neder-Betuwe. Windenergie in Rivierenland kent dan ook een groot potentieel voor wat betreft de opwekking van groene energie, zie onderstaande figuur.

7% 10%

Bio-energie DE in gebouwde omgeving Windenergie

83%

Figuur 2 Aandeel windenergie in duurzame energiepotentieel (op basis van zogenaamde zoeklocaties)

De besluitvorming in de regio zijn in lijn met de algemeen geformuleerde doelstellingen van het Rijk van enige jaren geleden (10% duurzame energie in 2020) die steeds concreter doorvertaald worden naar het regionale en lokale domein. De Provincie Gelderland heeft in IPO verband met het rijk en gemeenten (VNG) afspraken gemaakt over te behalen doelstellingen, in de BLOW overeenkomst , zie ook het vorige hoofdstuk. Voor Gelderland is daarmee 60 Megawatt (MW)3 aan opgesteld windenergievermogen afgesproken voor het jaar
2 In dit hoofdstuk wordt gerefereerd aan windturbines, met een opgesteld vermogen van ca. 1 tot 3 Megawatt. Kleinere turbines (factor 1000 kleiner) die in de gebouwde omgeving kunnen worden geplaatst, zogenaamde urban turbines (merken: Turby, Neoga, Windwall etc.) worden hier buiten beschouwing gelaten. 3 Een megawatt is een miljoen Watt. De Watt is de eenheid van vermogen van, in dit geval, windturbines.

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

13

2010. De Provincie ziet, zeker met de ontwikkeling naar efficiëntere en grotere windturbines, goede mogelijkheden om nog hoger in te zetten, en wel op 100 MW geplaatst windturbinevermogen in de provincie. De Provincie heeft voor de Regio Rivierenland in haar ontwerp energienota een doelstelling aangegeven van 40 Megawatt opgesteld vermogen. Dit aandeel heeft ook zeker te maken met het landschap van Rivierenland. Dat is, in algemene termen, geschikt voor de toepassing van windenergie en heeft betere kenmerken dan bijvoorbeeld de bosrijke Veluwe, of de Achterhoek. De Provincie veronderstelt in haar ontwerp Energienota dat in de regio Rivierenland plaats kan zijn windturbines met een gezamenlijke capaciteit van 40 Megawatt. Als we uitgaan van een van gangbare windturbines van 2 MW komt dit neer op 20 windturbines. De trend in de technische ontwikkeling is daarbij dat de capaciteit van windturbines groter wordt. Het kan dus uiteindelijk gaan om een kleiner aantal windturbines. Als we indicatief een gemiddelde parkgrootte van vijf turbines nemen, zouden er vier windparken in Rivierenland moeten komen. Bij grotere aantallen turbines per windpark, bijvoorbeeld zeven, volstaan drie windparken, bij kleinere aantallen turbines per windpark zijn dan vijf of meer windparken nodig. In de visie van Ecofys op windenergie zijn er ruim voldoende locaties in Rivierenland om een substantieel deel van het energiegebruik door duurzame energie te dekken met windenergieparken. Het verdient, gezien de landschappelijke inpassing, de voorkeur om deze windparken zoveel mogelijk langs infrastructuur te ontwikkelen (langs de snelwegen A2, A15, het Amsterdam-Rijnkanaal en de Betuweroute). Vier locaties van 6 windturbines leveren ongeveer evenveel energie om, mogelijk binnen enkele jaren, de helft van de duurzame energietaakstelling van 10% in te vullen.

De gegevens waarop de visie inhoudelijk is gebaseerd worden hieronder verder uitgewerkt.

3.1 3.1.1

Geïnventariseerde kansrijke projecten Quick Scan Windenergie

Voorafgaand aan de Regionale DE Scan is in opdracht van de Provincie een regionale Quick Scan Windenergie uitgevoerd. Doel was om op basis van een serie criteria (als stiltegebieden, voldoende afstand tot woningen en boerderijen, vogelweidegebieden, beperkingen vanwege straalverbindingen, aanvliegroutes etc.), en helemaal los van bekende initiatieven voor windenergie, een ‘zeefanalyse’ te doen, door in kaart te brengen waar de plaatsing van windturbines plaats zou kunnen vinden. Hierbij is niet direct rekening gehouden met de politieke wenselijkheid van windenergie.

14

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

Uit deze studie zijn 60 zogenaamde zoeklocaties gekomen gelegen in de negen Rivierenland gemeenten. Daarvan zijn er 25 zoeklocaties die door de Provincie in de partiële herziening van 2001 als ‘groen gebied’4 zijn bestempeld, dat wil zeggen de Provincie ondersteunt beleidsmatig plaatsing van windenergie (maar plan moet wel onderbouwd worden). Het is niet de verwachting, of de bedoeling, dat in alle geïnventariseerde zoeklocaties windturbines gebouwd worden. De studie diende als eerste schifting van mogelijk geschikte locaties voor windenergie. Daarbij geldt dat als een locatie ontwikkeld wordt tot een windpark, dat uitsluit dat binnen enkele kilometers een ander windpark wordt gebouwd (wegvangen van de wind, maar vooral ook ruimtelijke nabijheid, ‘vol landschap’). 3.1.2 Regionale structuurvisie

In de tweede helft van 2003 heeft een ambtelijke werkgroep onder begeleiding van de Provinciale windenergieconsulent een aantal voorkeuren uitgesproken voor plaatsing van windturbines in de regio. De aanbevelingen van deze werkgroep, die in de kern neerkomen op een voorkeur voor plaatsing van windturbines langs hoofdinfrastructuur, zijn neergelegd in de regionale structuurvisie. In deze visie wordt aangegeven dat het de voorkeur verdient windturbines zoveel mogelijk parallel aan infrastructuur als de snelwegen A2 en A15 en het AmsterdamRijnkanaal te plaatsen. Als ook deze voorkeur als een additioneel criterium wordt gehanteerd in de lijst van de eerder genoemde zoeklocaties, wordt de lijst naar verwachting ingeperkt tot ca. 15 à 20 locaties waar windturbines geplaatst kunnen worden5.

3.1.3

Lokaal klimaat voor windenergie

Begin 2004 is bij alle negen gemeenten geïnventariseerd, zowel ambtelijk, als bij verantwoordelijke bestuurders (met uitzondering van enkelen), wat het draagvlak is voor de toepassing van windenergie binnen de eigen gemeente. Een aantal algemene conclusies is naar aanleiding hiervan te trekken voor de regio Rivierenland: 1. Geen enkele gemeente wijst windenergie binnen de eigen gemeente absoluut af. Wel zijn er gemeenten die hun open buitengebied vrij willen

Op grond van geldend ruimtelijk beleid en wettelijke kaders heeft de provincie de geschiktheid van locaties voor windenergie beoordeeld. Dit heeft geleid tot de ‘derde partiële herziening met betrekking tot windenergie’, juni 2001, als onderdeel van het Streekplan. Daarin is een overzicht van groene, witte en rode gebieden opgenomen: - Groene gebieden hebben de voorkeur voor plaatsing van windturbines. De provincie acht deze gebieden dan ook kansrijk voor windenergie. - In de witte gebieden is plaatsing onder voorwaarden toegestaan en - in de rode gebieden is plaatsing uitgesloten. Deze rode gebieden zijn gericht op bescherming, zodat menselijke ingrepen tot een minimum beperkt moeten blijven. Ze zijn uitgesloten vanwege natuurwaarden, stilte- en veiligheidsaspecten [bron: KEMA, 2004]. 5 Op basis van zoekocatielijst en typering ‘landschap’ Quick Scan KEMA (2004)

4

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

15

houden van windturbines of gemeenten die niet akkoord gaan met heel specifieke locaties. 2. Gemeenten hebben tot nu toe vooral reactief gehandeld op initiatieven vanuit marktpartijen. 3. Een aantal gemeenten ondersteunt aanvragen van initiatiefnemers actief. 4. Er is geen visie op grensoverschrijdende windenergieprojecten zoals langs de Betuweroute. Tussen gemeenten zijn er echter zeker verschillen. Waar het de (technische) mogelijkheden voor plaatsing van windturbines betreft zijn er grote verschillen Waar het de wenselijkheid van windenergie-initiatieven betreft, zijn er beleidsmatige verschillen, die vooral samenhangen met het ruimtelijke beleid van gemeenten. Dit versterkt de premisse van dit onderzoek, om regionaal afspraken te maken en uit te werken om aan windenergietaakstellingen te voldoen.

3.1.4

Bekende initiatieven

Naast de hiervoor geschetste benadering van een ‘trechtermodel’, waarbij de Regio Rivierenland als het ware geografisch boven in de trechter wordt ingebracht, blijven via een aantal schiftingen een serie locaties over. Hiermee is voldaan aan meer technische en milieukundige randvoorwaarden, voorkeuren van de Provincie en lokaal ambtelijke voorkeuren. Zoals bekend zijn er ook een aantal initiatieven voor het oprichten van windturbines in de regio bekend. Inmiddels zijn twee van deze initiatieven geleid tot twee windparken in de regio die binnenkort ook daadwerkelijk gerealiseerd zullen zijn: een windpark in Culemborg (oplevering verwacht eind 2004) en NederBetuwe (in 2005). Deze en andere initiatieven kennen in sommige gevallen een geschiedenis van vijf of meer jaren. De initiatieven zijn van partijen als het energiebedrijf dat als vanouds actief is in de regio (NUON), maar ook van professionele projectontwikkelaars en consortia en lokale grondeigenaren die aan de slag zouden willen met windenergie. Deze partijen gaan over het algemeen gedegen aan de slag en betrekken in hun voorbereidingen zeker ook provinciaal en lokaal ruimtelijk beleid voordat ze de gemeente benaderen en hun plannen bespreken. Als we de voorkeurslocaties vergelijken met de initiatieven voor windenergie die bekend zijn bij de regio en/of de gemeenten, ontstaat het volgende beeld, zie onderstaande tabel.

16

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

Tabel 1 Bekende locaties van initiatiefnemers windenergie

#

Naam locatie

Gemeente

a. b. c. d. e. f.

Betuwelijn AVRI Haaftensche Molenvliet Achterste Pekdal Rietveld Hoogbroek (Echteld, langs A15) AmsterdamRijnkanaal/ Oostertiendweg

Diversen Geldermalsen, Tiel Neerijnen Neerijnen Culemborg Neder-Betuwe

Komt overeen met voorkeurszoeklocatie? Ja7, met diverse zoeklocaties Ja Ja Ja8 Ja Ja

Aantal turbines6

Status

(enige tientallen) 5 9 9 3 10 Radar? Radar? Vergund In procedure Aanvraag afgewezen

g.

Buren

Ja

7

Het merendeel van de locaties van windenergie-initiatieven komt dus overeen met voorkeurszoeklocaties. Overigens is er een potentieel conflict tussen een aantal van deze initiatieven, met name in de gemeente Neerijnen, en de radarpost van de luchtverkeersleiding van luchthaven Schiphol in de gemeente Lingewaal. Windturbines storen namelijk het radarbeeld. Op minimaal welke afstand van de radarinstallatie en met welke opstelling windturbines hier geplaatst kunnen worden (eventueel met zogenaamde vakwerkmasten in plaats van buismasten) is vooralsnog onduidelijk. Naar verwachting ligt deze afstand binnen de 10 kilometer van de radarpost. Mogelijk dat daarbij de radarpost binnen enkele jaren wordt gesloten, waardoor op de wat langere termijn in de nabijheid van de huidige radarinstallatie toch windturbines geplaatst kunnen worden. 3.2 Bestuurlijke advisering windenergie

Voorgesteld wordt dat de regio de volgende stappen zet voor de verdere uitbreiding van het aantal huidige vergunde windparken:

Bron: Quick Scan windenergie (KEMA, 2004) Er zijn twee verschillende initiatiefnemers bekend die in hun planvorming gebruik willen maken van diverse locaties gelegen langs het tracé van de Betuweroute. 8 Deze locatie is nabij knooppunt Deil (A2/A15). Dichtbij deze locatie is nog een ander initiatief voor vijf windturbines, dat niet is opgenomen in de Quick Scanstudie. Het is onduidelijk of deze initiatieven beide ontwikkeld kunnen worden.
7

6

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

17

1. Op basis van de overeengekomen randvoorwaarden in de Structuurvisie (met name aansluiting aan bestaande infrastructuur) dient een overzicht te komen van zogenaamde A-locaties. Dit is de topgroep van locaties. Naar verwachting zijn dit 10 à 15 locaties, die met enige criteria als grootte van het mogelijke windpark (‘hoe meer windturbines hoe beter’), afstand tot omwonenden (‘hoe verder hoe beter’), afstand tot andere (A-) locaties. Mogelijk dat gebruik gemaakt kan worden van de methodologie die in de Achterhoek is gebruikt om (vereenvoudigd gezegd) per ‘sector’ slechts één windpark toe te staan, op de meest gunstige locatie binnen die sector. NB Met de richtlijn van de Provincie dat in er in Rivierenland windparken gerealiseerd zouden moeten worden met een gezamenlijke capaciteit van 40 Megawatt, zijn er voldoende A-locaties voor handen om daar invulling aan te geven. 2. De stappen die gezet moeten worden en gezet zijn tot deze lijst dienen goed onderbouwd te worden, en helder gecommuniceerd naar alle betrokkenen, niet op zijn minst de potentiële omwonenden van de locaties. Het gaat daarbij om de presentatie naar (in verwachtte volgorde) het overleg van RO/Milieu wethouders, de gemeenteraden en de burgers. Hiervoor kan van het trechtermodel eerder in dit hoofdstuk gebruik worden gemaakt. 3. Ook dient een bovengrens wat betreft het aantal windparken (en windturbines) aangegeven te worden. Dit dient vooral om het landschap en de bewoners niet meer te belasten dan strikt noodzakelijk is. Hier wordt voorlopig gedacht aan een maximum van acht windparken van elk vijf windturbines, twee maal zoveel als wat de Provincie als minimum vraagt. Daarbij is al rekening gehouden met mogelijke aanpassingen in het door Ecofys geschetste scenario als andere duurzame energiebronnen niet (op tijd) worden ingezet voor het halen van de duurzame energiedoelstelling van 10% (zie hoofdstuk 6). 4. Als vervolgens deze lijst van A-locaties en het minimum en maximum aantal windparken is vastgesteld, dienen alle gemeenten de initiatiefnemers voor deze locaties, volgens de wettelijke taken en bevoegdheden, te ondersteunen en niet terug te komen op de ingezette koers. 5. Mochten er dan eventueel voor een of meer A-locaties nog geen initiatiefnemers zijn, overweeg die als gemeente actief in de markt te zetten, in overleg met de grondeigenaar. Door deze lijnen regionaal in bestuurlijke afspraken op te nemen, wordt er helderheid geschapen naar alle partijen toe, en kunnen de stappen gezet worden om te komen tot verdere invulling van deze vorm van duurzame energie.

18

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

4

Visie op bio-energie in Rivierenland

De regio Rivierenland heeft een groot areaal aan fruit- en bomenteelt. Naast de producten die dat oplevert, komen daarbij ook grote hoeveelheden biomassareststromen vrij. Daarnaast levert de pluimveemestsector ook een behoorlijk grote hoeveelheid gedroogde mest op, met een constante kwaliteit en een goed logistiek apparaat. Het potentieel is daarom in absolute termen ruim, maar een stuk kleiner dan van windenergie.

7% 10%

Bio-energie DE in gebouwde omgeving Windenergie

83%

Figuur 3 Aandeel bio-energie in duurzame energiepotentieel

Binnen de regio Rivierenland heeft bio-energie inmiddels ook al politieke aandacht gekregen. Aanleiding daartoe zijn de discussies binnen de regio over het te volgen stookbeleid. Het recent ingevoerde nationale stookbeleid heeft nog niet geleid tot een eenduidig gehanteerd vergunning- en handhavingsbeleid voor het verstoken van biomassa reststromen die in sommige regiogemeenten veelal nog zonder energetisch nut, zonder maatregelen om schadelijk emissies af te vangen, op het land worden verstookt. Dit leidt niet alleen tot milieuschade en, maar ook tot rechtsongelijkheid en economische schade. Er is geen ‘level playing field’ voor fruittelers. Naast de fruit- en bomensector, zijn er ook andere sectoren die biomassareststromen ‘produceren’, zoals de kippenindustrie in Neder-Betuwe en de glastuinbouw. Hier zijn aanvullende mogelijkheden voor de benutting van duurzame energie. Als we niet alleen naar het vrijkomen van biomassarestromen kijken, maar ook naar andere zaken verder in de verwerkingsketen, zoals logistiek, opwerking, lokale inzet van bio-energie centrales, is ook aan een groot aantal randvoorwaarden

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

19

voldaan om de biomassareststromen lokaal te verwerken in duurzame energieprocessen. In de visie van Ecofys op bio-energie is een geruime hoeveelheid biomassareststromen beschikbaar die aangewend kan worden voor omzetting in bioenergieprocessen. Voor wat betreft de stroom van pluimveemest en houtachtig materiaal uit de fruit- en bomenteelt bieden de meest recente financieringsregelingen en ontwikkelde technieken nieuwe mogelijkheden voor verwerking. Voor de laatste stromen geldt dat dit tevens een goede optie is om te voorkomen dat grote hoeveelheden houtachtig afval zonder nut op het land verstookt worden. Daarnaast biedt de regio ook voor bio-energie zeer goede mogelijkheden voor logistiek, opslag, opwerking en lokale warmteafzet bij bijvoorbeeld nieuwe bedrijventerreinen.

De gegevens waarop de visie inhoudelijk is gebaseerd worden hieronder verder uitgewerkt. 4.1 Geïnventariseerde kansrijke projecten

Zoals ook eerder beschreven kent de regio een groot potentieel aan biomassareststromen. Als we kijken naar zaken als schaalgrootte van mogelijke projecten, mogelijkheden voor sturing, koppeling aan bestuurlijke problematiek, ruimtelijke ontwikkelingen en financieel/technische overwegingen, dan zijn de projecten met het grootste belang als volgt: 1. Fruit- en bomenteelt 2. Mestverwerking 3. Ontwikkeling bio-energiecentrales (warmte/kracht) Naast deze meer regionaal georiënteerde projecten, zijn er tijdens de startbijeenkomsten ook een aantal lokale bio-energie projecten genoemd. Zie daarvoor ook de bijlage (per gemeente) voor alle gemeentelijke bio-energie- en tuinbouwprojecten. 4.2 Advisering per kansrijke project

De voorgestelde bio-energieprojecten die als kansrijk zijn benoemd worden hieronder kort omschreven. Indicatief wordt een inschatting voor regionale en gemeentelijke inzet gegeven.

20

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

4.2.1

Fruit- en bomenteelt

Gekoppeld aan de discussie over het te volgen stookbeleid wordt voorgesteld een haalbaarheidstudie uit te laten voeren naar de concrete inzet van reststromen uit de fruit- en bomenteelt en gedroogde pluimveemest. Het potentieel voor de benutting van deze stromen voor de opwekking van duurzame energie van vooral deze laatste is immers groot. Tegelijkertijd kan ook het regionaal nijpende stookproblematiek opgelost worden. Onderwerp van onderzoek zal moeten zijn: Welke stromen zijn inzetbaar o Hoeveelheden (overname uit potentieelstudie van deze DE Scan) o Kwaliteit (inzet op stromen met laag vochtgehalte) o Huidige contractering o Vergunningverlening Lokale (decentrale) bio-energiecentrales versus regionale inzameling en opwerking en export naar buiten de regio versus verwerking geheel buiten de regio Emissiewetgeving, stookbeleid. Opwerking, verwerking, logistiek Geschikte locaties voor deze stappen in de keten Elektriciteits- en warmteafzet De werkgroep bio-energie, waarin vertegenwoordigd zijn de Regio Rivierenland en enkele gemeenten, kan deze studie begeleiden. Een studie kan mogelijk (mede-) gefinancierd worden door SenterNovem (BSE DEN programma), mogelijk gesteund door de Provincie. De werkgroepleden zullen enige bijeenkomsten nodig hebben om het project te begeleiden, de resultaten vast te stellen en te presenteren aan het bestuur. (bij elkaar 80 uur, studie Eur 15.000- Eur 25.000).

4.2.2

Mestverwerking

In de regio is er naast houtachtige stromen ook sprake van mest uit de veeteeltsector. Het gaat met name om pluimveemest, afkomstig uit bedrijven in de gemeente Neder-Betuwe. Mest wordt door het rijk voor het bepalen van doelstellingen en voor de toepassing van een aantal financieringsregelingen als duurzame energie beschouwd. Met de benutting van energie uit deze mest kan ook een deel van de mestproblematiek weggenomen worden. Hoewel de hoeveelheden niet te vergelijken zijn met die uit typische pluimveegebieden als de Geldersche Vallei of Zuidoost Brabant, gaat het om een stroom die een energiepotentie heeft die nog groter is dan die van biomassastromen uit de fruit- en bomenteelt. De stroom zou lokaal verwerk kunnen worden in een bio-energiecentrale. Verbranding is de meest ontwikkelde techniek hiervoor. Ook zou de stroom buiten

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

21

de regio verwerkt kunnen worden in energiecentrales zoals die gepland zijn in de gemeente Apeldoorn of Moerdijk. De milieubalans ligt in dat geval wel slechter door de additionele vervoerskilometers. Overigens kunnen ook kleinere installaties op bedrijfsniveau (mestvergisting, varkensmest) naar verwachting bedrijfseconomisch zeer interessant zijn voor andere soorten mest, zoals op meerdere plaatsen elders in het land is aangetoond, maar het potentieel in Rivierenland is klein. De regio en gemeenten kunnen hier (qua stimulering, kennisoverdracht, behandeling van vergunningsaanvragen) gemeenschappelijk beleid op voeren. De werkgroep bio-energie kan dit waarschijnlijk al effectief in gang zetten met een inzet van 40 uur op dit onderwerp.

4.2.3

Ontwikkeling bio-energiecentrales

Hoewel de insteek in Rivierenland met name vanuit het aanbod van biomassareststromen is, is het ook wenselijk om vanuit de vraagkant (van duurzame energie) aan de slag te gaan. De MEP subsidieregeling levert bijvoorbeeld goede kansen voor de inzet van biomassareststromen in de eigen processen van de locale industrie. Financieel kan de lokale productie van alleen groene stroom al uit. Milieutechnisch is het aan te bevelen dat ook de warmte die vrijkomt bij een bio-energiecentrale nuttig wordt besteed. Dit kan ook in het eigen bedrijf (procesindustrie), of mogelijk aan buurbedrijven, of aaneen nabijgelegen (nieuwbouw) woonwijk. Genoemd zijn bijvoorbeeld steenfabrieken (direct inzet houtachtige materiaal) of warmtelevering aan glastuinbouw. De regio kan hiervoor een aanzet geven door dit aspect mee te nemen in de eerder aangegeven haalbaarheidstudie. De inzet van dezelfde werkgroep is dan nog eens een uur of 20. De bovenstaande uitwerkingen laten zien dat de regio Rivierenland, ook zeker in vergelijking met andere regio’s in Nederland, goede kansen heeft voor de productie van duurzame energie op basis van biomassareststromen. Uit het later gepresenteerde duurzame energiescenario blijkt dat dit thema ook absoluut uitgewerkt dient te worden om op de wat langere termijn de taakstelling voor duurzame energie voor de regio in te vullen Door dit belang en de vele versnipperde en soms tegengestelde belangen wordt ernstig aanbevolen dat de gemeenten regionaal eenduidige afspraken maken over handhaving van stookbeleid (wettelijke taken: vergunningverlening en handhaving) en gezamenlijk stimuleren dat biomassareststromen regionaal opgewerkt dan wel verwerkt worden in bioenergiecentrales.

22

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

5

Visie op duurzame energie in de gebouwde omgeving in Rivierenland

In de regio Rivierenland is er in de gebouwde omgeving sprake van activiteiten en ontwikkelingen die vergelijkbaar zijn met die in de overige delen van het land. Er zijn enkele grotere nieuwbouwlocaties (Tiel, Culemborg, Zaltbommel) waar het thema (duurzame) energie goed wordt meegenomen in de planvorming of zelfs al gebruikt wordt in de aanbesteding van de energie-infrastructuur op basis van energieprestaties. Voor het grote aantal kleinere uitbreidingsprojecten, die in de meeste gemeenten op stapel staan, is nog geen sprake van structurele aandacht voor het thema (duurzame) energie.

7%

10%

Bio-energie DE in gebouwde omgeving Windenergie
83%

Figuur 4 Aandeel duurzame energie voor de gebouwde omgeving in duurzame energiepotentieel (inclusief glastuinbouw)

Door de sterke regionale organisatie kan de implementatie van mogelijke projecten ook goed gezamenlijk aangepakt worden. Niet alleen de gemeenten werken regionaal samen, ook is er regionaal overleg tussen de woningbouwcorporaties. Wat betreft bedrijvigheid is het opvallend dat er sprake is van de ontwikkeling van vrij veel -ook kleinere- bedrijventerreinen. Voor enkele daarvan, waaronder bedrijventerrein Medel (Tiel), Pavijen (Culemborg), De Ooijk (Zaltbommel) en nabij knooppunt Deil, zijn duurzame ambities geformuleerd. Voor wat betreft ontwikkelingen bij bedrijven en bedrijventerreinen kan de Kamer van Koophandel wellicht een intermediaire functie vervullen. Ontwikkelingen bij bedrijven en bedrijventerreinen vinden namelijk veelal nog lokaal plaats. Verder zijn er in de regio ook diverse bedrijven die een goede naam hebben opgebouwd als leverancier van duurzame energieproducten voor de gebouwde

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

23

omgeving. Voorbeelden zijn het bedrijf Daalderop (leverancier zonneboilers), DavinaSon (leverancier van o.a. verkeerslichten gevoed door zonne-energie), EcoMaat (levering van groene warmte aan woningen) en Stichting DuBotechniek (duurzame energie in de utiliteits- en woningbouw).

In de visie van Ecofys op duurzame energie in de gebouwde omgeving zijn er een groot aantal mogelijkheden voor de integratie van duurzame energie in de gebouwde omgeving, die hand in hand dienen te gaan met de reductie van de energievraag, dat wil zeggen energiebesparing (Trias Energetica). Regionale afspraken over een verscherping en de handhaving van energieprestaties kunnen de opmaat zijn naar duurzamere woon- en werkconcepten: voor de langere termijn kan gewerkt worden aan nul-energiewoningen of CO2 neutrale woonwijken. De komende jaren dient de grootste energiewinst gehaald te worden door de bestaande voorraad tijdens herstructurering en renovatie aan te pakken. De gegevens waarop de visie inhoudelijk is gebaseerd worden hieronder verder uitgewerkt, waarbij het belangrijk is te vermelden dat vooral in de gebouwde omgeving de toepassing van duurzame energie hand in hand dient te gaan met (verdergaande) maatregelen op het gebied van energiebesparing. Zowel energiebesparing als duurzame energie kunnen aangepakt worden binnen dezelfde energieprestatie-instrumenten (energieprestatienorm EPN, energieprestatie op locatie EPL).

5.1

Geïnventariseerde kansrijke projecten

Tijdens de startbijeenkomsten bij gemeenten is een inventarisatie gemaakt van projectkansen op het gebied van duurzame energie in de gebouwde omgeving. Het merendeel bestond hierbij uit projecten en projectideeën in de gebouwde omgeving. Het ging dan om een grote verscheidenheid aan projectideeën. Van hele kleine projecten als straatmeubilair voorzien van zonnepanelen tot de energieinfrastructuur van hele nieuwbouwwijken en bedrijventerreinen. In dit hoofdstuk zijn deze veelal lokale projectkansen verder als volgt gegroepeerd: 1. 2. 3. 4. 5. Bestaande woningbouw Bedrijventerreinen Nieuwbouwlocaties Gemeentelijke gebouwen Infrastructuur

24

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

Met deze nummering is ook, globaal een prioritering aangegeven om regionaal aan de slag te gaan met deze thema’s. Deze is gebaseerd op zaken als te behalen CO2 emissiereductie, projectomvang en financieel/technische mogelijkheden voor toepassing van duurzame energie. Gezien het grote aantal kleinere uitvoeringsprojecten, wordt voorgesteld te werken aan regionale, strategische uitgangspunten (en dito uitvoering) voor duurzame energie (en energiebesparing) in de gebouwde omgeving. De concrete projectideeën die genoemd zijn, zijn per gemeente opgenomen in de bijlage. 5.2 Advisering per kansrijke project

De voorgestelde DEGO projecten worden hieronder kort omschreven, met indicatief een inschatting voor regionale en gemeentelijke inzet. 5.2.1 Bestaande woningbouw

De bestaande woningbouw is als hoogste prioriteit aangegeven. De reden is dat de bestaande voorraad enerzijds veel groter is dan wat er jaarlijks aan nieuwbouw plaatsvindt (maximaal 2% van de woningen is nieuwbouw), en anderzijds dat de energiekwaliteit van oudere woningen veel lager ligt dan die van nieuwe woningen. Twee partijen hebben hier een aansturende functie: gemeenten voor de particuliere sector en woningbouwcorporaties voor de huurwoningen. Strategisch voorraadbeheer is hier het begrip waaronder naast duurzame energie ook zeker energiebesparing valt. Voor huurders en kopers van woningen is niet alleen van belang dat, na het nemen van energiemaatregelen, het energieverbruik en dus de financiële lasten afnemen, maar ook dat het comfort van de woning (bijvoorbeeld minder tocht, zolder ook bewoonbaar, meer douchecomfort) toeneemt. Een regionale werkgroep DEGO kan met de huursector (prestatie) afspraken maken voor de toepassing van geschikte vormen van duurzame energie die in het voorraadbeleid (renovatie, herstructureringsprogramma’s) kunnen worden opgenomen. (120 uur, 2 jaar). Voor de particuliere sector kan de werkgroep aan de slag met de ondersteuning van de implementatie van de Europese richtlijn (de eerder genoemde ‘Energy Performance Directive’) die beoogt dat energiekwaliteitsrapporten tijdens de overdracht van woningen worden geleverd aan de nieuwe eigenaar. EPA- of zonneboilerprogramma’s kunnen ingezet worden als praktische opmaat hiervoor. Inzet voor de werkgroep: 100 uur, eventueel externe kosten. 5.2.2 Bedrijventerreinen

Bedrijven bepalen een groot deel van de energievraag binnen een gemeente. Als er proceswarmte nodig is, is dat vaak in grote hoeveelheden, maar ook het energieverbruik van bedrijfsgebouwen zoals showrooms, loodsen en kantoorgebouwen is aanzienlijk. Voor de meeste bedrijven is het energieverbruik een vast gegeven. Bij een zekere omvang daarvan wordt gekeken of de inkoop nog goedkoper kan, maar dat alleen leidt niet tot extra duurzaamheid. Sommige bedrijven nemen al duurzame

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

25

energiemaatregelen (als een warmtevoorziening op basis van warmtepompen en warmteopslag in de bodem, of de verwarming van schoonmaakwater met zonneenergie) en accepteren een wat langere terugverdientijd. De vestiging van nieuwe bedrijven en de ontwikkeling van bedrijventerreinen is bijna altijd de verantwoordelijkheid van de afdeling Economische Zaken. Tijdens het traject van vergunningverlening zou nog meer dan nu het geval is, aandacht gevraagd moeten worden voor energiezuinige opties en duurzame energie. De Verruimde Reikwijdte biedt daar ruimte voor. Voor nieuwe bedrijventerreinen is er de vooral organisatorische uitdaging om het energieverbruik van bedrijven, waar mogelijk, te koppelen. Een alternatief is om als gemeente (bij wat grotere locaties) duurzame ambities te stellen aan de aan te leggen energie-infrastructuur. In een aanbestedingsproject kunnen mogelijk ook kostenneutrale opties hierbij het resultaat zijn. Mogelijk dat, afhankelijk van lokale omstandigheden, er dan ook een centrale energievoorziening kan worden gerealiseerd op basis van een bio-energie centrale (zie vorige hoofdstuk). Voor een centrale aanpak of aanbesteding dienen goede afspraken voor gemaakt te worden om te voorkomen dat uiteindelijk de ambities ondersneeuwen in andere belangen. In samenwerking met collega’s van de afdeling EZ kan de werkgroep regionale ambities neerleggen voor nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen. Dit dient gekoppeld te worden aan de handhavingstaken van de gemeente.

5.2.3

Nieuwbouwlocaties

Duurzame energieopties bij nieuwbouwwoningen zoals zonnepanelen, zonneboilers, warmtepompen, kunnen prima opgenomen worden in het programma van eisen van projecten. Het wettelijke instrumentarium dat er in Nederland is (met name de Energieprestatienorm) leidt er vaak al toe dat duurzame energie een reële optie is om kosteneffectief te voldoen aan de norm. De verwachting is ook dat vanaf 2006, als de EPN aangescherpt wordt tot 0,8, duurzame energie-opties nog meer dan voorheen ingezet zullen worden. Belangrijk aandachtspunt is dan de monitoring en handhaving van deze norm door de gemeente. Gemeenten die klimaatbeleid uitwerken volgens de BANS regeling hebben naar verwachting goed de ruimte om hier invulling aan te geven. Voor grotere nieuwbouwlocaties (meer dan 250 woonheden) is ook de Energieprestatie op Locatie een goede prestatie-indicator om iets te zeggen over het duurzaamheidsgehalte van de hele energie-infrastructuur (inclusief energietransport en –opwekking). Met name voor kleinere nieuwbouwlocaties wordt voorgesteld regionaal energieprestatie-eisen af te spreken, deze te monitoren (in vergunningverlening, controle op de bouwplaats) en kennis hierover onderling uit te wisselen. De BANS gemeenten hebben hier waarschijnlijk al voorzieningen voor getroffen. Dit zou ook in overeenstemming zijn met provinciaal beleid, dat er in voorziet in cofinanciering van onderzoek en advies in de realisatie van energiedoelstellingen op locaties aan de hand prestatie-indicatoren (de genoemde EPL).

26

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

Een regionale werkgroep DEGO kan hier de voorbereidingen voor treffen en afspraken hierover implementeren (200 uur over 2 jaar). 5.2.4 Gemeentelijke gebouwen

Alle gemeenten hebben mogelijkheden aangeven voor de toepassing van duurzame energie op en bij hun gebouwen. Het gaat dan niet alleen om het eigen gemeentelijke kantoor, maar ook om (openbare) scholen, gemeenschapsruimten, sporthallen, brandweerkazernes, gemeentewerven en culturele centra. Naast nieuwbouw, is er ook sprake van renovatieprojecten. Door de publieke functie van iedere gemeente, is er ook een voorbeeldfunctie op het gebied van duurzame energie. Er zijn voldoende mogelijkheden om als gemeente duurzame (energie) ambities te tonen: warmtepompen, warmte/koude opslag, zonnecollectoren, zonnepanelen of zogenaamde urban turbines9 op (bestaande) gemeentelijke gebouwen, straatverlichting op zonne-energie bij de gemeentelijke werf, kennisoverdracht op (openbare) scholen, of in het stadskantoor in de hal (energiespiegel). In principe kunnen de gemeenten zelfstandig hier invulling aangeven, door (duurzame) energiezaken op te nemen in het Programma van Eisen voor de bouwwerkzaamheden. Uniek voor Nederland zou zijn dat de negen gemeenten gezamenlijk een ambitie vastleggen met bijvoorbeeld een generiek Programma van Eisen voor hun gezamenlijke vastgoed (werkgroep DEGO, 100 uur). 5.2.5 Infrastructuur

Er zijn enkele projecten geïdentificeerd voor de toepassing van duurzame energie op of nabij (weg) infrastructuur. Het gaat dan om zonnepanelen op geluidsschermen langs bijvoorbeeld snelwegen als de A2 en de A15. Kostenbesparingen zijn mogelijk als de plaatsing van zonnepanelen direct in het ontwerp en de plaatsingswerkzaamheden van de geluidsschermen worden opgenomen. Het duurzame energiepotentieel is ook aanwezig door nieuwe of bestaande wegen te voorzien van een asfaltdek dat kan dienen als zonnecollector. De gewonnen energie (warmte) wordt dan opgeslagen in de bodem en wordt gebruikt voor de warmtevraag van bijvoorbeeld nabijgelegen kantoren. De eerste projecten hiervoor zijn uitgevoerd of in uitvoering. In het algemeen bestaat de inzet bij dergelijke trajecten uit intern overleg met de wegbeheerder (Rijkswaterstaat) en infrastructuurcollega’s bij de gemeenten.

9 Urban turbines is de soortnaam van nieuwe types windturbines, die een aanmerkelijk kleiner vermogen hebben in vergelijking met de bekende windturbines die in Nederland in windparken (zie een van de vorige hoofdstukken) te vinden zijn. Het interessante van deze turbines (merknamen als Turby, Neoga, Windwall etc.) is dat ze qua omvang passen in een stedelijke omgeving, op gebouwen en een goede zichtbaarheidsfunctie kunnen hebben, bijv. voor een gemeente. Er zijn nog weinig praktijkgegevens bekend, maar de opbrengst zou op jaarbasis 3000-5000 kilowattuur kunnen zijn, te vergelijken met een zonnestroomsysteem van 30-50 vierkante meter.

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

27

5.2.6

Tuinbouw

Glastuinbouwbedrijven kennen een relatief grote energievraag. Deze vraag wordt vaak per bedrijf met individuele warmteketels en met fossiele energiebronnen (aardgas) ingevuld. In Rivierenland zijn enkele gemeenten met een behoorlijk glastuinbouwareaal, waarbij Zaltbommel eruit springt. Planologische stappen zijn gezet om het areaal in Zaltbommel met 250 hectare uit te breiden. Dit zal, met onveranderd beleid, zeker leiden tot een grotere energievraag in deze sector. Dit is een goed aangrijpingsmoment om al in vroeg stadium te spreken over de ontwikkeling van duurzame glastuinbouwlocaties. Hier kan dan een hoge mate van energiebesparing behaald kan worden (hetgeen bij een enkel bedrijf al plaatsvindt). Als daarbij ook duurzame energie met warmteopslag toegepast kan worden, waarbij ook de teelt van gewassen beter gecontroleerd kan worden (dit leidt tot een hogere gewasopbrengst), kan het fossiele energiegebruik tot 40% teruggebracht worden (afhankelijk van teelt). De eerste concepten daarvoor zijn inmiddels in de praktijk gebracht. Voorgesteld wordt om een regionaal project te formuleren met de volgende elementen: Ambitiebepaling duurzame glastuinbouw, ook in het kader van Provinciale doelstellingen. Energiecriteria bij de locatieontwikkeling voor nieuwe glastuinbouwlocaties opnemen in bijv. bestemmingsplan (op basis van het GLAMI convenant, en op basis van veelbelovende ontwikkelingen aan de aanbodzijde van duurzame kassen) Kennisoverdracht over energiedoelstellingen en ontwikkelingen om hier, op een bedrijfseconomisch gunstig wijze, aan te voldoen. Kennisoverdracht bij vergunningshandhaving bij bestaande glastuinbouwbedrijven (bijv. uitbreiding, versterking huidige praktijk Zaltbommel) Een werkgroep gefaciliteerd door de Regio Rivierenland en met vertegenwoordigers van de glastuinbouwgemeenten kan deze activiteiten grotendeels op zich nemen (inzet voor twee jaar: ca. 100 uur). Mogelijk dat de Provincie er belang bij heeft om er een Provinciale insteek van te maken. Net als bij windenergie en bio-energie zijn er zeer goede mogelijkheden in de gebouwde omgeving voor duurzame energie. Als we uitgaan van aansprekende voorbeeldprojecten als Eva-Lanxmeer in Culemborg, en Passewaaij in Tiel, zijn ook regionaal de inspiratie en de voorbeelden aanwezig om verder te bouwen aan duurzame energie.

28

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

6

Rivierenland op weg naar 10% duurzame energie

Op basis van het wettelijke kader en de kansen en mogelijkheden in Rivierenland zoals in voorgaande hoofdstukken beschreven wordt hier een scenario geschetst voor de ontwikkeling van duurzame energie. Hierin wordt aangegeven hoe met haalbaar geachte ontwikkelingen een 10% duurzame energiedoelstelling voor de regio behaald kan worden. Het goede nieuws hierbij is: de regio is al een eind op weg met duurzame energie, zie onderstaande figuur.

Duurzame energie in Rivierenland Stand van zaken 2004: >3.4% gerealiseerd
0.0%
Windturbines

1.3%

Waterkracht Tuinbouw Woningbouw Biomassa

2.1%

Figuur 5 Stand van zaken duurzame energie in 2004 voor Rivierenland.

In de figuur is te zien dat, met de (bijna) vergunde windenergieprojecten en de waterkrachtcentrale zeker 3,4% van de huidige energievraag10 met duurzame energie is gedekt. Duurzame energie in de woningbouw draagt daar verder (beperkt) in bij, maar die bijdrage is niet bepaald.

6.1

Een scenario

Op basis van potentieelgegevens en de randvoorwaarden die in voorgaande hoofdstukken zijn aangegeven is een scenario samen te stellen. Kenmerkend voor dit scenario is dat op alle mogelijke duurzame thema’s nog een forse inspanning

10

Zoals door Ecofys in het kader van dit onderzoek bepaald.

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

29

moet worden geleverd om de doelstelling van 10% duurzame energie11 te halen. Er zijn daarbij wel enige varianten denkbaar, die duidelijk bestuurlijke en politiek keuzes vereisen. Het beschreven scenario kent een eindsituatie, het te bewandelen pad ernaartoe en mogelijke varianten met aandacht voor wat reeds behaald is. Dit alles wordt hieronder kort besproken.

6.1.1

Eindsituatie

In onderstaand figuur wordt cijfermatig gepresenteerd wat van dat scenario de eindsituatie is, dat wil zeggen in 2020.

Scenario: Duurzame energie in Rivierenland (12% van totale energiegebruik)

4.6% 5.3%

Windturbines Waterkracht Tuinbouw Woningbouw Biomassa

0.5% 0.3% 1.3%

Figuur 6 Scenario met minimaal 10% duurzame energie in 2020 voor Rivierenland.

Met dit scenario is een regionale doelstelling van 10% duurzame energie in 2020 haalbaar, als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: Het huidige energiegebruik van de regio Rivierenland stijgt niet of nauwelijks tot het jaar 2020. Eventuele stijgingen moeten ondervangen worden door verdergaande energiebesparingsmaatregelen12. Windenergie. Een aantal van 25 windturbines wordt ingezet in Rivierenland. Dit is 25% meer dan op basis van het ontwerp energienota van de provincie (40 Megawatt). Windenergie levert op deze wijze zo meer
Dit percentage is het totaal aan benutte duurzame energiecapaciteit in de regio Rivierenland bestaande uit windenergie en bio-energie-installaties en de toepassing van duurzame energie in de gebouwde omgeving (zonne-energie, warmtepompen etc.) gedeeld door het totale energieverbruik van de regio, op elk gegeven moment. Ecofys voor de bepaling van het energieverbruik een eerste inschatting gemaakt, aan de hand van bedrijvenkarakteristieken en -aantallen, woningaantallen en diverse kengetallen. 12 De laatste jaren hebben laten zien dat het huishoudelijke energieverbruik jaarlijks is gestegen, met name door de het groeiende aantal huishoudelijke, elektrische apparaten. Dit kon slechts deels door energiebesparingsmaatregelen gecompenseerd worden.
11

30

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

dan de helft van de 10% doelstelling op. De kritische factor is hier landschappelijke inpassing. Bio-energie: − Kippenmest: deze bron van duurzame energie is een belangrijk potentieel voor de regionale doelstelling van 10%. De haalbaarheid is in technisch/economische zin groot. De ervaring in Apeldoorn leert dat de maatschappelijke acceptatie van een pluimveemestenergiecentrale, zeker door de ligging dicht bij een woonkerken, er voor zorgt dat de centrale dan niet zonder meer gebouwd kan worden. − Fruit- en bomenteelt: hoewel de Betuwe bij uitsteek een fruitregio is, levert deze sector wat betreft bio-energie niet het grootste potentieel, maar wel een goede aanvulling. De zekerheid van benutting is groot, gezien de maatschappelijke en wettelijke noodzaak (stookproblematiek). − Winning van houtachtige materialen uit bossen en recreatiegebieden is daarop een aanvulling. Het fysieke potentieel kan, gezien het grote aantal betrokken partijen (eigenaren, beheerders) en het arbeidsintensieve karakter van de houtwinning niet volledig benut wordt. Bij elkaar leveren deze biomassabronnen ca. 4,5% op, bijna de helft van de doelstelling. Verwerking in de regio heeft om milieutechnische redenen de voorkeur. Mogelijk dat beter aangesloten kan worden bij een verwerkingsproces buiten de regio. De kritische factoren bij bio-energie zijn in algemene termen vergunningverlening en de kosten van logistiek. Duurzame energie in de gebouwde omgeving: Hier wordt ervan uitgegaan dat van alle nieuwe en te herstructureren woningen die voorzien zijn tot het jaar 2020 (ca. 6000 woningen) 70 tot 90% voldoet aan een verlaagde energieprestatie ten opzichte van de wettelijke norm (EPN) van 0,1 punt. Dit levert bij gelijkblijvend energiegebruik in de regio, ca. 0,5 % op van het energieverbruik in 2020. De kritische factor bij dit thema zijn niet zozeer de meerinvesteringen voor duurzame energie an sich, maar de verwachting bij projectontwikkelaars en andere bouwpartijen dat de meerinvesteringen veel hoger uitvallen en additionele werkzaamheden vergt, terwijl maatregelen niet altijd wettelijk afgedwongen kunnen worden door gemeenten. Bestaande waterkracht. Er zijn enkele grotere waterkrachtcentrales in Nederland. Een ervan bevindt zich in de gemeente Buren en is reeds enige jaren in gebruik. Deze centrale wordt door energiebedrijf NUON geëxploiteerd. Met de geproduceerde elektriciteit kan 1,3% van de huidige vraag naar energie in de regio Rivierenland gedekt worden. De mogelijkheden voor de benutting van waterkracht in de regio zijn hiermee uitgeput.

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

31

6.2

Het pad naar de eindsituatie

Als we kijken naar hoe deze potentiëlen in de tijd ontwikkeld kunnen worden, dan gaan we uit van de volgende stappen, die deels overlappen: Jaar 1990-2005: vergunningverlening en realisatie van waterkrachtcentrale (Buren), windpark Culemborg (vergund) en windpark in Neder-Betuwe (in procedure, nagenoeg vergund), naast een aantal duurzame energieprojecten in de woningbouw (o.a. Tiel, Culemborg, Zaltbommel). De waterkrachtcentrale en de twee vergunde windparken zijn reeds goed voor ca. 3% dekking van de huidige energievraag van de regio Rivierenland. Jaar 2004-2009: verdere implementatie van windenergie: met bestuurlijke goedkeuring van nog eens minimaal 10 windturbines op kort termijn, relatief korte ontwikkeltijden voor een windpark en een stabiel investeringsklimaat voor windenergie, kan naar ons inziens in 2010 de helft van de duurzame energiedoelstelling gehaald kan worden, hoofdzakelijk met windenergie en inclusief de in de eerdere fase vergunde/gerealiseerde capaciteit. Jaar 2010-2016: implementatie grotere bio-energiecentrales. Door de langere aanloopperiode van de ontwikkeling van bio-energieprojecten, onzekerheden over vergunningen, huidige verwerkingscontracten van reststromen, ontwikkeling van een warmtevraag et cetera, schatten wij in dat het langer duurt dan bij windenergie om grotere bio-energiecentrales te ontwikkelen voor de regio. Jaar 1995-2020: implementatie van duurzame energie in de gebouwde omgeving. Realisatie van het woningbouwpotentieel vereist een forse en continue inspanning bij nieuwbouw en herstructurering. Gelukkig zijn de meerinvesteringen daarbij beperkt of zelfs nihil en zijn de kosten van het gebruik van duurzame energie in de gebouwde omgeving gedurende de levensloop van een woning lager dan die van woningen die alleen gebruik maken van fossiele energie als aardgas, elektriciteit uit kolencentrales. Ook gezien de langdurige benutting van eenmaal gebouwde woningen (vaak 50 jaar of langer) is het zaak gebruik te maken van dit potentieel.

6.3

Mogelijke varianten

Er zijn diverse redenen denkbaar waarbij niet aan bovenstaande randvoorwaarden voldaan kan worden. Zo zijn er allerlei economische onzekerheden mogelijk waar investerende partijen als energiebedrijven, projectontwikkelaars en woningbouwverenigingen mee te maken. Voorbeelden zijn de ontwikkeling van de

32

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

woningmarkt (de productie ligt lager dan voorzien), Europees en landelijk beleid op het gebied van duurzame energie dat leidt tot veranderingen in financiële regelgeving. Met andere woorden: het zal naar verwachting alleen hierdoor al lastig zijn om de 10% doelstelling te halen. De regio Rivierenland heeft niet of nauwelijks sturingsmogelijkheden in deze voorwaarden, maar wel waar het gaat bij het invullen van het regionale en lokale milieu- en ruimtelijk beleid. Met een aantal voorbeelden wordt verduidelijkt dat dat grote invloed heeft op het geschetste scenario. Voorbeeld 1: minder windparken in Rivierenland: als naast de (nagenoeg) vergunde windparken in Culemborg en Neder-Betuwe, er bestuurlijk en politiek geen ruimte meer is voor windenergie, is de enige mogelijkheid om de 5% duurzame energiedoelstelling van de Provincie voor 2010 te behalen, om te compenseren met bio-energie. Woningbouw draagt namelijk heel langzaam bij aan het behalen van de doelstelling. Er is geen ruimte meer voor waterkracht. Echter, gezien de verwachtte lange ontwikkeltijd van bio-energieprojecten, wordt het zeer waarschijnlijk dat die vereiste 5% doelstelling niet op tijd gehaald wordt. Daarbij is het waarschijnlijk dat voor die tijd de Provincie zijn aanwijsbevoegdheid voor windparken zal gaan inzetten. Voorbeeld 2: geen bio-energieprojecten in Rivierenland. Als niet wordt ingezet op bio-energie, kan de 2010 doelstelling van 5% wel gehaald worden, maar niet de 10% doelstelling voor 2020. Dat zou, gezien de beperkte mogelijkheden van de gebouwde toegeving, betekenen dat er toch meer windturbines geplaatst zouden moeten worden in Rivierenland dan in het scenario gebruikte 25 windturbines. Een verdubbeling van het aantal windturbines (50 stuks) is dan het resultaat. Aangetoond is dat het potentieel daar zeker voor is, maar de wenselijkheid wat betreft lokaal ruimtelijk beleid is nog erg onzeker. Voorbeeld 3: geen duurzame energie in de gebouwde omgeving. Als geen inspanningen worden verricht op de inzet van duurzame energie bij woningen heeft dat beperkte gevolgen voor het behalen van de doelstelling. Gezegd kan worden dat de bestaande waterkrachtcentrale ervoor zorgt dat met de geschetste inzet van wind- ene bio-energie de doelstellingen toch gehaald worden. Voor woningen geldt echter dat er verplichtingen liggen om de energieprestatie van woningen aan te scherpen. Vanaf 2006 vindt een aanscherping plaats van deze energieprestatie (de EPN gaat naar 0,8), waarbij naar verwachting duurzame energie een niet te vermijden onderwerp wordt. Deze aanscherping valt samen met de invoering van een Europese richtlijn die ook moeten leiden tot een lagere energieverbruik in woningen en kantoren. Daarbij heeft duurzame energie een voorbeeldfunctie en willen burgers graag direct in eigen omgeving aan de slag met duurzame energie, en is daar ondersteuning bij nodig bij het scheppen van de voorwaarden door gemeenten, bouw- en beheerpartijen.

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

33

6.4

Conclusie scenario

Met het geschetste scenario wordt verduidelijkt dat de regio voor de komende jaren een strategie moet kiezen waarin meerdere vormen van duurzame energie actief gestimuleerd moeten worden. Dit betekent niet dat gemeenten en de regio er alleen voor staan. Integendeel. Er zijn met de marktverkenning een groot aantal partijen geïdentificeerd die interesse hebben om voor eigen rekening en risico te investeren in kleinere, maar zeker ook grootschalige duurzame energieprojecten, met name ook op het vlak van windenergie en bio-energie13. De regio en de gemeenten kunnen daarbij ook prima de rol spelen om voor de noodzakelijke investeringen de juiste randvoorwaarden te creëren en waar nodig ontwikkelingen ook nog actief te stimuleren en partij uit te nodigen. De regio heeft een groot potentieel voor duurzame energie, een goede technische infrastructuur, voldoende initiatieven vanuit de markt en gemeenten en voldoende bestuurlijke kracht om aan de haar gestelde doelstellingen invulling te geven.

13

Gegevens beschikbaar bij Regio Rivierenland.

34

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

Literatuur

1. Quickscan Windenergie Rivierenland, A.M.H.W. Taris en G.J. van Mulekom, KEMA Power Generation & Sustainables, 2004. 2. Regionale Structuurvisie windenergie Rivierenland, 2004. 3. Derde Energienota, ministerie van Economische Zaken, 1995. 4. Streekplan Gelderland ‘Stimulans voor ontwikkeling, ruimte voor kwaliteit en zorg voor omgeving’, Provinciale Staten, 1996, geciteerd in [KEMA, 2004] 5. Partiele herziening Streekplan, Provinciale Staten Provincie Gelderland, 2001, geciteerd in [KEMA, 2004] 6. Keuzenotitie Energie Provincie Gelderland, 2003

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

35

36

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

Bijlage 1: cijfermatige onderbouwing scenario “Rivierenland 10% duurzame energie”

Onderstaande tabel geeft het potentieel voor duurzame energie weer voor Rivierenland en is gebruikt voor het bepalen van het scenario “Rivierenland 10% duurzame energie”
Duurzame energie optie Toelichting Realiseerbaar GJ primair % Opmerking Politieke discussie ivm ruimtelijk beleid, ca. 10 turbines (bijna) Windturbines Waterkracht 2 MW per turbine 10 MW centrale Tot 2020 (0,5% vervanging per jaar van Woningbouw Warmtepomp/zonneboiler PV Zongericht verkavelen Biomassa Haalbaarheid heel hoog, als vergunning Kippenmest Huisafval Fruitteelt Bos Natuur/recreatie Potentieel duurzame energie Totaal energiegebruik 2 miljoen kippen 210.000 inwoners 4.700 ha, 3 ton/ha 2.500 ha, 6 ton/ha 1.700 ha, 3 ton/ha 95% 100% 95% 17% 33% 475.000 123.900 107.160 20.000 13.600 1.876.668 16.027.690 3,0% 0,8% 0,7% 0,1% 0,1% 11,7% Arbeidsintensief Arbeidsintensief is verkregen totaal aantal woningen) Per woning 20 m2 per woning 6000 90%14 90% 70% 27.000 27.000 21.000 0,2% 0,2% 0,1% Continue inspanning 25 1 856.458 205.550 5,3% 1,3% vergund) Reeds gerealiseerd, verder geen potentieel.

Aandeel van aantal nieuw te bouwen woningen dat van deze vorm van duurzame energie dient te worden voorzien (komt overeen met kengetallen voor bepaling van duurzame energiepotentieel).

14

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

37

38

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

Bijlage 2: Overzicht lokale projectkansen

Onderstaande informatie is geïnventariseerd bij de gemeenten tijdens de startbijeenkomsten die daar, in het kader van de duurzame energiescan, begin 2004 zijn gehouden. NB DE= toepassing van duurzame energietechnieken EE= energy efficiency, toepassing van energiebesparingstechnieken. Vooral in de gebouwde omgeving is het essentieel duurzame energie in combinatie met energiebesparingtechnieken, volgens de zogenaamde Trias Energetica, toe te passen: eerst het energiegebruik zoveel mogelijk minimaliseren, en dan de energievraag zo veel mogelijk met duurzame bronnen dekken.

Soort/omschrijving (mogelijk) project

Type*

Sub*

Buren
De Beldert Golfcentrum De Batouwe Beusichem Zuid Homoet Herstructureren DE/EE bij 50 woonzorgeenheden en 50 woningen (2005) DE/EE nieuw kleinschalig bedrijventerrein bij Maurik (2006) DEGO BD BB NB DE/EE Hotel bij recreatieplas. Diverse mogelijkheden. DE mogelijkheden bij golfbaan, heeft inmiddels een Ecokeur (2005) DEGO DEGO

DE/EE mogelijkheden bij renovatie- en herstructureringsprojecten te Lienden, DEGO Maurik en Ingen

Statiegeldregeling DE/EE mogelijkheden bij vrijstaande woningen via statiegeldregeling Zonlichtmasten bij DE lichtmasten met zonnepaneel bij nieuwbouw gemeentehuis gemeentehuis Woontoren DE/EE mogelijkheden duurzame energievoorziening bij een woontoren in Lienden met ca. 20 woningen

DEGO GG

NB

DEGO

NB

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

39

Culemborg Parijsch-Zuid* DE/EE 1700 woningen; lopend initiatief voor 1500m2 zonnecollector, die worden aangesloten op een warmtenet. De Kuilenborg Uitbreiding woon-zorg-complex met 60 appartementen, vormt onderdeel van stadsvernieuwingsproject "KWC-terrein" Stationsgebied DE/EE voor nieuwe inrichting stationsgebied. Nieuwbouw woningen en DEGO utiliteitsbouw. Masterplan komt in 2004 gereed. Terweijde ZO* DE/EE Stedelijke vernieuwing van het gebied met Martin Luther King en Gandi-flats en Staatsliedenbuurt Westerkwartier Nieuwstad Bloemenbuurt en Damkuterrein Parklaan Veerweggebied DE/EE in inbreidingsgebied langs het spoor. Bouw van 136 woningen DE/EE in stedelijk vernieuwingsproject DE/EE in stedelijk vernieuwingsproject sloop van 42 woningen en herbouw van 96 woningen Vervanging blokverwarming flats DE/EE in stedelijk vernieuwingsproject DEGO DEGO DEGO BB BB BB DEGO DEGO DEGO NB BB BB DEGO BB NB DEGO NB DEGO NB

Nicolaasplantsoen/ DE/EE in toekomstig stedelijk vernieuwingsproject, waarbij zo'n 300 Achter de Poort Voorlichting bedrijven* EPA-campagne Pavijen-5 Wind Pavijen DE/EE bij bestaande woningen; particulier en huursector. DE/EE Duurzaam bedrijventerrein; eerste initiatieven reeds genomen DE Opstelling turbines langs N320; wordt waarschijnlijk in 2004 al gerealiseerd Basisscholen Biogas/ living machine RWZI DE/EE EPA-U traject basisonderwijs. DE project met nuttig gebruik van biogas nabij Lanxmeer; Mogelijkheden tot zgn. 'living machine' in voorlichtingscentrum. DE Inzet slib voor bio-energie woningen betrokken zijn.. DE/EE voorlichtingstraject voor MKB

BD

DEGO BD WIND

BB

GG BIO

BIO

40

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

Geldermalsen Multicultureel centrum Beesd Noord De Plantage DE/EE bij een nieuw te bouwen centrum waar diverse instellingen worden gehuisvest DE/EE bij nieuwbouwlocatie 300-350 woningen (2007) DE/EE bij nieuwbouwlocatie 600 woningen (2007) DEGO DEGO DEGO DEGO GG NB NB NB BB GG

Stationsomgeving DE/EE bij nieuwbouw 20000 m2 kantoren en 100 woningen Rivierenbuurt IBA's DE/EE bij herstructureringslocatie DE Zonnepanelen voor compensatie energiegebruik van 400 individuele afvalbehandeling units in het buitengebied. Groot winkelcentrum Gemeentehuis AVRI DE/EE bij introductie airco, renovatie ketels en vervanging verlichting DE Windturbines en mogelijk zonne-energie bij de AVRI DE/EE bij nieuwbouw van enorm winkelcentrum bij de A15

DEGO

NB

GG WIND GG

Gemeentewerf en DE/EE bij nieuwbouw van gemeentewerf en brandweergarage nabij het brandweerkazerne multiculturele centrum Woonzorgcomplexen Snoeihout DE Benutting van snoeihout fruittelers en gemeente voor energiecentrale DE/EE bij nieuwbouw woonzorg complexen

DEGO

NB

BIO V&V GG

Geluidsscherm A2 DE Zonne-energie op geluidsscherm bij verbreding A2 nabij Beesd Bibliotheek Beesd DE/EE bij nieuwbouw bibliotheek te Beesd

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

41

Lingewaal Herwijnen-Oost Fruitsector Veesector Straatverlichting Geluidsscherm Betuwelijn Oude steenfabriek I DE/EE bij bedrijven, centrale energievoorziening Oude steenfabriek DE/EE bij bedrijven, centrale energievoorziening, o.a. Klein-Trucks II Bedrijventerrein Zeiving-Noord Bedrijventerrein Nieuw Vredebest (Bestaand) Bedrijventerrein De Oven (Bestaand) Bedrijventerrein te Vuren Zorginstelling Avondlicht te Herwijnen Zorginstelling Leyenburg Biomassateelt Nieuwbouw Brandweerkazerne Herstructurering Mildijk te Vuren Inbreidingslocatie Asperen Particuliere Tennishal DE/EE DEGO NB DE/EE Door CWL DEGO NB DE/EE Eigenaar van dit tuindorp CWL DEGO BB Zuiderlingedijk (Habitatgebied), onderhoud door Staatsbosbeheer DE/EE Contact: burgemeester BIO GG DE/EE bij vervangende nieuwbouw; eigenaar CWL (contact: Tjapko van Dalen) DEGO BB DE/EE op de instelling DEGO NB Transitie naar nieuw natuurgebied BD DE/EE bij bedrijven, centrale energievoorziening voor dit particulier ontwikkeld bedrijventerrein door fa. van Willigen DE/EE bij bedrijven op dit oudere BT in kern van Asperen BD BD Toepassing windenergie WIND BD BD DE/EE voor nieuwbouwwijk Houtachtige reststromen inzetten voor opwekking duurzame energie Mestvergisting. Met name runderen Duurzame straatverlichting (zoals in Herwijnen) Toepassen Zonne-energie DEGO BIO BIO GG V&V NB

42

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

Maasdriel De hoef, Ammerzoden Plan Zwin, Ammerzoden Plan Het Zonnelied, Ammerzoden Centrumplan Hedel DE/EE bij nieuwbouw 72 woningen (2004, Corpor. De Vijf Gemeenten huur en DEGO koop) Uithof Hedel Voorstraat, Hedel Plan Wielwijk, Hedel Voorstraat, Hedel DE/EE bij inbreiding 48 woningen+voorzieningen DEGO DEGO NB NB NB DE/EE bij nieuwbouw 12 woningen DE/EE bij inbreiding 48 woningen+voorzieningen DE/EE bij inbreiding 25 woningen DEGO DEGO DEGO NB NB NB NB DE/EE bij nieuwbouw verzorgingshuis het Zonnelied (2006/2007, Corpor. De Vijf Gemeenten) DEGO NB DE/EE bij nieuwbouw van 40-70 woningen (2004, Bouwbureau Panen, huur en DEGO koop) DE/EE bij nieuwbouw van ±30 woningen (2004, koop) DEGO NB NB

De Akker Kerkdriel DE/EE bij nieuwbouw ±300 woningen (2005/6-2010) Leijenstein, Kerkdriel Locatie Jenssen, Kerkdriel Locatie Rossum Locatie Well DE/EE bij herontwikkeling industrieterrein in 58 woningen (Rabobank Vastgoed) DE/EE bij nieuwbouw ±20 woningen DE/EE bij nieuwbouw ±30 woningen, woningcorporatie De Vijf Gemeenten

DE/EE bij nieuwbouw +verhuizing verzorgingstehuis (Woonstichting Maasdriel) DEGO

BD

DEGO DEGO

NB NB

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

43

Neder-Betuwe Agro business park DE/EE Mogelijkheden bij nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein te Opheusden, langs de A15 Van DE/EE Mogelijkheden nieuwbouw middelbare scholengemeenschap (planning GG BD

Lodensteijncollege 2005) Sporthal DE/EE Mogelijkheden nieuwbouw sporthal nabij Van Lodensteijncollege (planning 2005) De Wegwijzer Kesteren-Zuid Gemeentehuis DE/EE Mogelijkheden nieuwbouw basisschool DE/EE nieuwbouw woon- werk locatie 2010-2012 DE/EE nieuwbouw gemeentehuis te Kesteren ca. 2010 GG DEGO GG BIO NB NB GG

Snoei- en rooihout DE inzet van afvalstromen voor bio-energiecentrale Elim

DE/EE nieuwbouw woonzorgcomplex 30 wooneenheden te Dodewaard, planning DEGO 2005

Basisonderwijs Groene stroom

Integratie energie/ klimaatbeleid in het basisonderwijs DE Inkoop groene stroom voor gemeentelijk vastgoed en installaties, eventueel in IOR-verband

GG GG

Steenfabrieken

DE benutting afvalhout voor 2 steenfabrieken, onderzocht door TNO

BIO WIND

Wind in Dodewaard DE Windpark terrein (voormalige) kerncentrale

44

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

Neerijnen Multicultureel centrum Haaften Multifunctioneel centrum Ophemert Statiegeldregeling DE/EE bij nieuwbouwlocaties met vrije kavels Windenergie Windenergie Overslag Haaften Stroomhuis Kassen Haaften Kassen Est DE Meikampgraaf 20MW DE Molenveld 24MW DE Aanvoer biomassa voor verwarming kastuinbouw Haaften 130ha. DE/EE Regionaal Expositieruimte in voormalig Nuon-gebouw DE/EE Gesloten kassen in glastuinbouw concentratiegebied DE/EE Gesloten kassen in glastuinbouw concentratiegebied DEGO WIND WIND BIO GG TUIN TUIN NB DE/EE bij een nieuw te bouwen centrum waar diverse instellingen worden gehuisvest GG DE/EE bij een nieuw te bouwen centrum waar diverse instellingen worden gehuisvest GG

Tiel Passewaaij-7 DE/EE in nieuwbouwwijk (aanbesteding o.b.v. EPL) DEGO DEGO NB BB

Zonnepanelenact Voor bedrijven en bewoners ie Windenergie BT Medel Hertogenwijk Op BT Medel mogelijk. Duurzaam bedrijventerrein

BD BD BB

DE/EE bij herstructurering Hertogenwijk, paar honderd vervangende nieuwbouw DEGO voor flats

Bestaande BT

Revitalisering bestaande bedrijventerreinen: lopend traject: aanbieden DE/EE scan.

BD

Geluidsscherm langs A15 Brede School

1 km zonder mogelijke bomen/beschaduwing, 6 km met mogelijke beschaduwing V&V

In kern Kerk-Avezaath, Programma van Eisen al gereed

GG

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

45

Zaltbommel Ontwikkeling nieuwe tuinbouwlocatie Nieuwbouw Gameren Verzorg. Huis 't Slot Gemeentewerf BT De Ooijk/ Koxkampen BT Nederhemert Noord BT Gameren/ Middelkampseweg BT Burgemeester Postweg Stationszone Bestaande tuinbouw De Vergt De Waluwe Zwembad DE/EE bij ontwikkeling van nieuwe kantoren Conversie van bestaande warmtekrachtinstallaties (bijv. Fossiel biobrandstoffen). DE/EE bij herstructureringsproject DE/EE bij tweede deel van deze nieuwbouwlocatie DE/EE bij te verplaatsen zwembad DEGO DEGO GG BB NB DEGO BIO NB Idee voor een duurzaam bedrijventerrein aan de Hollandse Waterlinie BD DE/EE bij bedrijven in de uitbreiding van 5 hectare, centrale energievoorziening BD DE Straatmeubilair bij nieuwe milieustraat, i.s.m. AVRI DE/EE bij bedrijven op nieuwe locatie, centrale energievoorziening. Er is een scan gedaan voor een revitalisering Verkenning parkmanagement BD GG BD DE/EE In Gameren. Sloop en nieuwbouw, eigenaar Habion DEGO BB Warmtelevering aan woningen vanuit tuinbouw. DEGO NB Integrale energievoorziening, gesloten kasconcepten, 250 ha, een uitvoeringsorganisatie wordt door gemeente geëntameerd. TUIN

46

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

Bijlage 3: Gebruikte afkortingen

Afgekort Uitgeschreven, uitleg DEGO WIND BIO TUIN GG V&V BD IPO VNG Duurzame energie in de gebouwde omgeving (NB=nieuwbouw, BB=bestaande bouw) Windenergie Bio-energie Tuinbouw Gemeentelijk gebouwen en installaties (Incl. scholen) Verkeer & Vervoer Bedrijven en bedrijventerreinen Interprovinciaal overleg Vereniging Nederlandse gemeenten

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

47

48

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

Bijlage 4: Fact sheets windenergie

Windenergie
Techniek
Wat is het Vermogen en energieopbrengst Standaardvoorbeeld ter referentie Toepassingsmogelijkheden Financiën Meerkosten (€/GJ primair) Terugverdientijd met subsidies Windturbines zetten de bewegingsenergie van de wind om in elektrische energie Windturbines: 600 kW – 2 MW (kleinschalige toepassing: 0.1 – 600 kW) 1 windturbine van 750 kW, genereert per jaar circa 1.5 miljoen kWh Dit komt overeen met het elektriciteitsgebruik van ruim 450 huishoudens. Divers, van enkele windturbine bij agrarisch bedrijf tot grootschalige windparken (bijvoorbeeld langs dijk of bij bedrijventerrein). € 4,7 per GJ primaire energie Circa 10 jaar (inclusief EIA, REB, MEP) NB terugverdientijd is sterk afhankelijk van het locale windaanbod.

Juridische aspecten
Vergunningen Voor het plaatsen van windturbines is minimaal een bouwvergunning nodig; afhankelijk van de omvang en aard van een gepland windenergieproject moet eerst een milieuvergunning worden aangevraagd. Voor projecten kleiner dan 15 megawatt is, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, geen milieuvergunning nodig. Er kunnen diverse aspecten van hinder optreden: vogels, geluid, schaduw (allen objectief), horizonvervuiling (subjectief), etc. Deze aspecten komen bij de huidige realisatie altijd uitvoerig aanbod. Het blijft van belang een draagvlak te creëren en te behouden. Windenergie is vergeleken met de meeste andere duurzame energie-optie relatief goedkoop en ver in techniek- en marktontwikkeling. •

Maatschappelijke aspecten Knelpunten

Kansen/ voordelen

Belangrijkste gevoeligheden voor realisatie
Horizonvervuiling Garantie van goede terugleververgoedingen op de lange termijn

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

49

Bijlage 5: Fact sheets bio-energie

Bio-energie
Techniek Wat is het? Bio-energie is een verzamelnaam voor energie die wordt opgewekt met biomassa, zoals bijvoorbeeld GFT, hout en mest. Biomassa reststromen kunnen op verschillende manieren worden omgezet in bruikbare energievormen zoals elektriciteit, warmte en gasvormige of vloeibare brandstoffen (biofuels). Er kan sprake zijn van biomassa centraal d.w.z. gebruik bij grotere installaties, of bijstook in ‘fossiele’ elektriciteitscentrales, en biomassa decentraal: het houdt in dat uit wordt gegaan van kleinschalig lokale bio-energie centrales die worden voorzien van biomassa uit de regio Rivierenland en bij voorkeur de opgewekte warmte lokaal afzetten. Centrale biomassa: installaties die groter zijn dan 25 MW elektrische vermogen Kleinschalig betekent een vermogen van 25 MW of minder. Het vermogen voor verbranding en vergassing van ‘vaste’ biomassa en afval is: • Voor elektriciteit (of warmte krachtkoppeling): vanaf 500 kWe (= circa 2.500 kWth). Hiervoor is tenminste 10.000 ton materiaal nodig per jaar. • Voor uitsluitend warmte: vanaf 100 kWth. Hiervoor is tenminste 1.000 ton materiaal nodig per jaar. Voor vergisting van ‘natte’ biomassa en afval is ten minste 2.500 ton materiaal per jaar nodig. De opbrengst van bio-energie is in grote mate afhankelijk van de ‘natuurlijke brandstof’ en van het omzettingsproces. Toepassings-mogelijkheden Beschikbaarheid van plantaardige/dierlijke reststromen: • Bedrijven: tuinbouw (fruitteelt, glastuinbouw), maar ook akkerbouw, veeteelt, voedingsmiddelenindustrie, papierindustrie en slachterijen e.d. • Gemeentelijk beheer: afvalinzameling, beheer openbare ruimte, rioolwaterzuivering, buitengebied. Toepassing van bio-energie: • • • Financiën Meerkosten (€/GJ primair) Terugverdientijd inclusief subsidies Elektriciteit (bij voorkeur met warmtebenutting); Warmte, bv. inde industrie of in stadsverwarmingnetten; Motorbrandstoffen (biodiesel, koolzaadolie, e.d.)

Vermogen en energieopbrengst

1 to 2,4 € per GJ primaire energie 7 tot 10 jaar (rekenhoudend met MEP, EIA, REB) NB. Belangrijke onzekerheidsfactor voor bio-energie blijft de kosten die de eigenaar van de installatie moet betalen voor de biobrandstof/biomassa.

50

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

Juridische aspecten Vergunningen

Bouw- en milieuvergunning. O.a. de volgende aspecten spelen hierbij een rol: • Luchtemissies. Vooralsnog is de ‘Circulaire Emissiebeleid voor Energiewinning uit biomassa en afval’ (2002) van toepassing. O.a. NOx, SO2, zware metalen en CO zijn gereguleerd. • Geluid, mogelijk gerelateerd aan transportbewegingen en voorbewerking van (secundaire) brandstof.

Maatschappelijke aspecten Knelpunten

• • • • • •

Kansen/voordelen

Lijkt soms op afvalverbranding, leidt tot ongerustheid; Mogelijk geurhinder Lagere afvalverwerkingskosten/ beperking afvalkosten; Biomassa productie/opwerking kan werkgelegenheid creëren; Relatief hoog rendement haalbaar in combinatie met warmte/stoom afzet aan bijvoorbeeld de industrie; Groot aantal bedrijfsuren per jaar. Grote hoeveelheden biomassa nodig; Selectie van biomassastromen noodzakelijk i.v.m. mogelijke schade aan de installatie; Relatief moeizame / langdurige vergunningverlening; Weerstand door omwonenden vanwege NIMBYgedrag.

Belangrijkste gevoeligheden voor realisatie • • • •

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

51

52

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

Bijlage 6: Fact sheets Duurzame energie in de gebouwde omgeving

Zonneboilers
Techniek Wat is het? Een zonneboiler bestaat uit een collector en een voorraadvat. De vloeistof die door de collector stroomt wordt door het daglicht / de zon verwarmd. De warmte wordt tijdelijk opgeslagen in een voorraadvat, totdat het wordt gebruikt. Dit kan zijn voor warm tapwater bereiding of ruimteverwarming. Voor huishoudens wordt de zonneboiler seriematige geproduceerd. Vermogen en energieopbrengst Grote zonneboilers zijn maatwerk Het vermogen van een zonneboiler bedraagt 500 W/m2. Dit levert per jaar circa 1,5 GJ/m2 op en bespaart jaarlijks ongeveer 85m3 per m2 dakoppervlak. Bij woningen en gebouwen, maar ook bij industrie en landbouw. € 5,5 per GJ primaire energie Individuele systemen: circa 20 jaar Collectieve systemen: circa 15 jaar

Toepassings-mogelijkheden Financiën Meerkosten (€/GJ primair) Terugverdientijd inclusief subsidies

Juridische aspecten Vergunningen Maatschappelijke aspecten Knelpunten Kansen/voordelen

Het plaatsen van zonneboilers levert over het algemeen geen problemen op, behalve bij monumentale gebouwen. Geen maatschappelijke weerstand. De zonneboiler is een volwassen techniek, onderhoudsvrij en heeft een hoge betrouwbaarheid. Zonneboilers zijn eenvoudig te integreren en ze

vereisen geen complexe vergunningverleningtrajecten. Belangrijkste gevoeligheden voor realisatie Niet alle installateurs hebben voldoende ervaring met de installatie van zonneboilers.

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

53

Warmtepomp en Warmte/Koude (seizoens)opslag
Techniek Wat is het? Warmtelevering door benutting van omgevingswarmte met behulp van een warmtepomp. Al dan niet gecombineerd met opslag van warmte en/of koude in een aquifer of, minder toegepast, in de bodem met een bodemwarmtewisselaar. In de orde van kW tot MW (warmtepomp en warmte/koude opslag) 400 m3 besparing in aardgas equivalent per huishouden (warmtepomp) 0.9-5.4 GJ warmte en/of koude per kW (warmte/koude opslag) Toepassings-mogelijkheden Voor ruimteverwarming en –koeling of warm tapwaterbereiding in woningen en utiliteit, en bij glastuinbouw. In de industrie ten behoeve van koeling bij processen en in de agrarische sector. Financiën Meerkosten (€/GJ primair) Terugverdientijd inclusief subsidies € 9,5 per GJ primaire energie Het is lastig om voor warmtepompen algemeen geldende financiële gegevens te hanteren. Er zijn nogal een aantal randvoorwaarden en omgevingsvariabelen van invloed op het economisch potentieel. Bijvoorbeeld: in hoeverre worden de kosten van vergrootte radiotoren en extra waterleidinglengtes verdisconteerd in de berekening. Daarnaast is ook de temperatuur van de warmte/koude bron van invloed op de prijs. • In het algemeen kan worden gezegd dat collectieve warmtepompsystemen in appartementen en woningen met toepassing van geldende subsidieregelingen kostenneutraal zijn. • Individuele warmtepompstystemen bij ‘losse’ woningen zijn met de huidige investeringsniveaus en stimuleringsregelingen nog te duur • In de utiliteitsbouw kan als vuistregel worden gehanteerd dat economisch rendabele projecten (3 tot 5 jaar terugverdientijd) over het algemeen mogelijk zijn vanaf 5.000m2 vloeroppervlak.

Vermogen en energieopbrengst

54

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

Juridische aspecten Vergunningen

Voor warmtepompen is in sommige gevallen een vergunning nodig. Voor warmte/koudeopslag in aquifer of bodem dient een vergunning te worden aangevraagd bij de Provincie. Voor het toepassen van warmtepompen in nieuwbouwwoningen dient er draagvlak te zijn bij de bewoners. Een warmtepomp kan makkelijk gecombineerd worden met een zonneboiler en/of warmte/koude opslag. Een warmtepomp kan restwarmte die anders verloren zou gaan, opwaarderen en opnieuw geschikt maken voor verwarmingsdoeleinden. Bovendien kan de warmtepomp goedkoop voor koeling gebruikt worden. Als warmte/koude opslag een koelmachine vervangt, verdienen de kosten zich meteen terug.

Maatschappelijke aspecten Knelpunten

Kansen/voordelen

Belangrijkste gevoeligheden voor realisatie Besparing fossiele brandstoffen vertaalt zich niet altijd in een financiële besparing door het prijsverschil tussen aardgas en elektriciteit.

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND

55

Zon-PV
Techniek
Wat is het Bij zonnestroom gaat het om de omzetting van licht naar elektriciteit (fotovoltaïsche omzetting) door zogenaamde zonnecellen. Zonnecellen worden meestal aan elkaar gekoppeld en ondergebracht in een zonnepaneel. Het vermogen van een zonnepaneel bedraagt ca. 100 Wp/m2 (Wp=Wattpiek) Dit levert per jaar ongeveer 80 kWh/m2 voor een direct aan net gekoppeld systeem en ca. 40 kWh/m2 voor een autonoom systeem. Standaard wordt per woning 4 m2 zonnepaneel geplaatst. Dit levert circa 320 kWh per jaar op en is gelijk aan 9% van een jaarlijks gemiddeld elektriciteitsgebruik van een Nederlands huishouden. Divers. Bijvoorbeeld op woningen/gebouwen, op geluidsschermen, bij openbare verlichting of simpelweg op de grond. 48,7€ per GJ primaire energie Circa 25 jaar (of langer voor kleinere systemen). Grotere systemen komen in aanmerking voor vergoeding i.v.m. MEP regeling. In het nieuwe Bouwbesluit, begin 2003 in werking getreden, is het plaatsen van een PV systeem meestal vergunningvrij (wel leges te betalen i.g.v. beschermd stadsgezicht). Gering: weinig maatschappelijke weerstand. Een nadeel van PV is wel dat het ten prooi zou kunnen vallen aan vandalisme. Tot nu toe zijn hier echter weinig negatieve ervaringen mee geweest. PV is makkelijk te combineren met bestaande bouw en nieuwbouw. Hierdoor neemt PV weinig tot geen (extra) ruimte in beslag. Toegepast in of bij gebouwen kan het een architectonische meerwaarde hebben. PV heeft tevens een innovatieve aantrekkingskracht, heeft weinig onderhoudskosten, functioneert geheel geluidloos en kan een aantrekkelijke uitstraling hebben

Vermogen en energieopbrengst

Standaardvoorbeeld ter referentie

Toepassingsmogelijkheden

Financiën
Meerkosten (€/GJ primair) Terugverdientijd (TVT) met subsidies

Juridische aspecten
Vergunningen

Maatschappelijke aspecten
Knelpunten

Kansen/ voordelen

Belangrijkste gevoeligheden voor realisatie
Met name de hoge kosten zijn op dit moment nog een probleem. Pas op de lange termijn (na 2010) is een concurrerende prijs te verwachten.

56

GEBIEDSGERICHTE VISIE DUURZAME ENERGIE RIVIERENLAND