BIJLAGE A

DE HOOFDTHEMA’S VAN DUURZAAM EN INTENSIEF RUIMTEGEBRUIK
In deze bijlage geven we u een overzicht van de manier waarop duurzaam en intensief ruimtegebruik op Gelderse bedrijventerreinen op dit moment plaatsvindt en van welke omvang de veroudering is. We specificeren in de volgende paragrafen de totaalresultaten naar verschillende hoofdthema’s uit de vragenlijst. Daarbij onderscheiden we: veroudering (paragraaf 1), herstructurering (paragraaf 2), zorgvuldig ruimtegebruik (paragraaf 3), duurzame bedrijfsvoering (paragraaf 4) en bedrijventerreinbeheer (paragraaf 5).

1. Veroudering
Niet de leeftijd van het bedrijventerrein bepaalt de veroudering, maar (mogelijke) knelpunten die in de loop der jaren op het terrein ontstaan. Ze tasten de economische, ruimtelijke, maatschappelijke of functionele rol1 van het terrein aan. Aspecten die we bij de veroudering van een bedrijventerrein onderscheiden zijn: • bereikbaarheid en ontsluiting; • aanzicht; • milieukwaliteit en inrichting; • ruimtegebruik2. Waar relevant kijken we in hoeverre deze aspecten een knelpunt vormen op kavelniveau of op terreinniveau. Zo kan de kwaliteit van de ontsluiting beschouwd worden vanuit de kavels op het terrein (de interne ontsluiting), vanuit het terrein zelf (de aansluiting op zijn directe omgeving) en vanuit het perspectief van voorzieningen op het terrein (parkeervoorzieningen en bewegwijzering). We vinden een bedrijventerrein verouderd als bereikbaarheid en ontsluiting, aanzicht, milieukwaliteit en inrichting niet meer aan de eisen van het bedrijfsleven en/of de overheid voldoen. Elk van de vier aspecten kent symptomen die samen het aspect van veroudering beschrijven. Zo zegt een tekort aan parkeren en laad-

Zie begrippenlijst voor definities van deze begrippen, bijlage d. Bron: CBP, Ministerie van Economische Zaken en VROM (2000), Veroudering van bedrijventerreinen. Een structuur voor herstructurering – Bedrijfslocatiemonitor, Den Haag.
2

1

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

1

en losmogelijkheden iets over de bereikbaarheid en ontsluiting van het terrein en beschrijft het de functionele veroudering van het terrein. 1.1 In Gelderland ligt bijna een kwart meer verouderde terreinen dan in de rest van Nederland Uit de IBIS-enquête van 2003 blijkt van het totale bedrijventerreinoppervlak in Nederland tweederde (64%) niet verouderd te zijn. Voor het resterende deel (34%) van het totale nationale areaal geldt dat veroudering merkbaar en herstructurering noodzakelijk is. Dit komt neer op zo’n 29.000 hectare (bruto) bedrijventerrein. Het gaat om circa 1.100 terreinen. Voor driekwart van deze verouderde terreinen bestaan reeds concrete plannen voor herstructurering. De gemeenten in Gelderland kennen op dit moment een aardige herstructureringsopgave voor de korte termijn. Ruim 2.300 hectare bruto bedrijventerrein wordt binnen 3 jaar opgeknapt. Het bruto oppervlak verouderd bedrijventerrein in Gelderland is bijna 3.800 hectare. 1.2 Meer dan de helft van het aantal bedrijventerreinclusters in Gelderland is verouderd Van de onderzochte terreinen is 58% verouderd. Dit zijn in absolute aantallen 74 bedrijventerreinclusters. Daarvan wordt iets minder dan de helft de komende 3 jaar opgeknapt. Ruim eenderde is nieuw of is gedurende de afgelopen 5 jaar opgeknapt. Tabel 1: verouderingsstructuur (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters) Verouderingsstructuur Het terrein is nieuw en hoeft niet te worden opgeknapt Het terrein is gedurende de afgelopen vijf jaar opgeknapt Het terrein is oud, maar er zijn voor de komende drie jaar concrete plannen om het terrein op te knappen Het terrein is oud en er zijn geen concrete plannen om het terrein op te knappen Niet bekend Aandeel 28% 5% 27% 31% 9%

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

2

Er zijn de afgelopen jaren maar weinig terreinen geherstructureerd. Een klein percentage is de afgelopen 5 jaar opgeknapt. Wel staat er voor de komende jaren een groot aantal plannen op stapel om de verouderde terreinen aan te pakken. 1.3 Verouderde bedrijventerreinen zijn vooral te vinden op centrum- en stadsrandlocaties Op de bedrijvenlocaties in de stads- en dorpscentra zijn vooral bedrijventerreinen gelegen die weliswaar oud zijn, maar waarvoor wel plannen bestaan om het terrein de komende jaren op te knappen. Langs de snelweg gelegen bedrijventerreinen zijn overwegend nieuw en hoeven dus niet te worden opgeknapt. De nieuwe uitleglocaties – langs snelwegen en aan de rand van steden – dateren van eind jaren zeventig tot nu en vervangen oudere, binnenstedelijk gelegen bedrijventerreinen. Van oudsher liggen veel bedrijventerreinen op centrumlocaties, maar met het oprukken van de stedelijke bebouwing, het dichtslibben van de stedelijke infrastructuur en geldende hinder- en milieunormen verplaatsen bedrijven zich naar de stadsrand. Figuur 1: verouderingsstructuur naar locatietype (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)

Stadsrandlocatie Snelweglocatie Locatie verspreid in woonwijk Centrumlocatie 0%

26 43 50 14
20%

6

29 5 17

34 26 50 9

5

Nieuw Opgeknapt

57
40% 60% 80%

29
100%

Oud, maar plannen Oud Niet bekend

Op de locaties in de stads- en dorpscentra is 86% en op locaties verspreid in een woonwijk vrijwel alle van de bedrijventerreinen verouderd. Dit is een hoog percentage in vergelijking tot andere Gelderse bedrijventerreinen, waarvan circa 45% tot 65% is verouderd. De binnenstedelijke locaties dateren veelal uit
Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

3

begin jaren ’70 en ’80 en huisvestten vooral industriële productie. In de loop der jaren zijn deze terreinen omringd door stedelijke bebouwing: stedelijke voorzieningen en woningen. Er was steeds minder plek voor pure bedrijfsactiviteiten. Er zijn voor deze, op strategische locaties in de stad gelegen bedrijventerreinen, relatief veel plannen voor revitalisering. Transformatie en herstructurering maakt ruimte voor nieuwe stedelijke functies of betrekt het bedrijventerrein juist weer bij de stad. Voor bedrijventerreinen die verspreid liggen in woonwijken zien we een vergelijkbaar beeld; veel van de terreinen zijn verouderd (zelfs bijna allemaal), maar er bestaan weinig of geen plannen voor revitalisering. De bedrijvigheid verdwijnt gaandeweg naar snelweglocaties en andere stadsrandlocaties. Vooral door verwaarlozing, functieverlies en gebrek aan regelgeving worden deze terreinen genegeerd in de stedelijke vernieuwing. In een woonwijk gelegen bedrijventerreinen zijn in sommige gevallen hinderlijk voor omwonenden, vaak minder goed bereikbaar en nemen in een aantal gevallen ruimte in die meer geschikt is voor woningbouw. Bedrijventerreinen langs de stadsrand en op snelweglocaties gelegen, dateren vooral uit de jaren ’80 en ‘90 oplopend tot nu. Deze terreinen zijn nog amper verouderd. 1.4 Veroudering komt het meest voor op grote bedrijventerreinen Veroudering is vooral zichtbaar op de grotere bedrijventerreinen. Het aanzicht wordt bepaald door open opslag en ‘wild parkeren’ in de openbare ruimte. De fysieke en ruimtelijke veroudering hangt vooral samen met het soort bedrijvigheid (grootschalig en vaak een hogere hindercategorie). Denk aan productievestigingen van traditionele industrieën zoals levensmiddelen, textiel en consumptieartikelen. Daarnaast speelt ook de grootschaligheid van het terrein en een versnipperde verantwoordelijkheid over het terrein een rol. Toch zijn er ook bedrijventerreinen die weliswaar groot van omvang zijn, maar bijvoorbeeld beïnvloed door een parkmanagementorganisatie of door inspanningen van de gemeente opgeknapt, bijgehouden of beheerd worden en dus minder verouderd zijn.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

4

Figuur 2: verouderingsstructuur naar terreingrootte (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)
<10 hectare netto 10-50 hectare netto 50-100 hectare netto >100 hectare netto 0% 20 17 8 20% 40% 33 32 20 58 60% 80% 3 18 40 34 38 20 17 100% 33 9 Nieuw Opgeknapt Oud, wel plannen Oud Niet bekend

33% van de terreinen tot 10 hectare groot is nieuw. Het overige deel is oud, waarvan voor een deel plannen zijn om het terrein op te knappen. Naarmate de bedrijventerreinen groter worden blijkt het in Gelderland relatief vaker te gaan om oudere bedrijventerreinen. Van de allergrootste terreinen (van meer dan 100 hectare) is al bijna driekwart verouderd. In de praktijk gaat het bij de grootschalige terreinen relatief vaak om terreinen bedoeld voor zware industrie en logistiek, denk aan oude rivierhavengebieden. 1.5 Veroudering is het grootst op terreinen waar de eerste uitgifte reeds het langst geleden plaatsvond Het jaar van eerste uitgifte van een bedrijventerrein geeft een indicatie van de mogelijke veroudering. Toch kan door actief beheer en onderhoud van het bedrijventerrein of een tussentijdse opknapbeurt het terrein minder dan verwacht of zelfs niet verouderd zijn.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

5

Figuur 3: verouderingsstructuur naar jaar van oplevering (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)
20% 7% 11% 4% 33% 41% 39% 51% Nieuw Opgeknapt 39% 80% 20% 7% 3% 15% Oud, wel plannen Oud Niet bekend 22% 3% 5%

Voor 1970

1970-1980

1980-1990

1990-2003

Op de Gelderse bedrijventerreinen zien we het aantal verouderde bedrijventerreinen afnemen naarmate het jaar van eerste uitgifte korter geleden is. Zijn de bedrijventerreinen van voor 1970 nog allemaal verouderd, van de bedrijventerreinen die 10 jaar later zijn opgeleverd is nog (maar) driekwart verouderd. 1.6 De ontsluiting met het openbaar vervoer laat te wensen over Ruim eenderde van de bedrijventerreinen blijkt slecht ontsloten te zijn met het openbaar vervoer. Nog een ruimer derde deel scoort matig. Veel van de terreinen zijn wel goed bereikbaar met de auto. Wat opvalt is dat ruim driekwart van de terreinen goed bereikbaar is per fiets. Het betreft hier bijvoorbeeld ook bedrijventerreinen die in en nabij woonwijken gelegen zijn of op een centrumlocatie.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

6

1.7 Parkeren, laden en lossen is op bijna de helft van de terreinen onvoldoende Bijna 50% van de bedrijventerreinen heeft problemen met het voorzien in voldoende parkeerplaatsen of kampt met ruimtetekort voor laden en lossen. Dit is één van de thema’s die bij de herstructurering van bedrijventerreinen veel aandacht vragen. Voor veel bedrijven raakt parkeren en laden en lossen immers direct aan de kern van de bedrijfsactiviteiten. Ondernemers geven ook vaak aan dat het vinden van oplossingen hiervoor voor hen hoge prioriteit zou moeten hebben. Tabel 2: bereikbaarheid en ontsluiting (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters) Bereikbaarheid en ontsluiting Externe ontsluiting via de weg Interne ontsluiting/verkeersstructuur Bereikbaarheid voor fietsers Ontsluiting openbaar vervoer Parkeervoorzieningen en laad-/losmogelijkheden Bewegwijzering Goed 62% 63% 79% 27% 52% 62% Matig 31% 33% 19% 38% 44% 33% Slecht 7% 4% 2% 35% 4% 5%

1.8 De bereikbaarheid en ontsluiting van centrumlocaties zijn ondergemiddeld De problemen concentreren zich vooral rond ontsluiting met het openbaar vervoer en parkeervoorzieningen. Dit hangt samen met de schaarste aan (uitbreidings-)ruimte. Op bedrijventerreinen in een woonwijk liggen de knelpunten rond interne en externe ontsluiting, maar ook op het gebied van parkeren en bewegwijzering. De bereikbaarheid over de weg scoort vaak veelal onvoldoende. Langs de snelweg en stadsrand gelegen bedrijventerreinen hebben vooral parkeerproblemen en zijn slecht ontsloten met het openbaar vervoer. Een bus- of treinverbinding langs deze terreinen is beperkt, vooral vanwege de grote afstanden en (relatief) geringe vraag.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

7

1.9 ICT-infrastructuur is op bijna een kwart van de terreinen knelpunt Voor meer dan de helft van de terreinen wordt ICT-infrastructuur niet als een knelpunt ervaren. Deze terreinen hebben voldoende aan de ICT-infrastructuur die aanwezig is. Vaak gaat het daarbij om normale koperleidingen. Bij bijna alle terreinen waar ICT-infrastructuur wél als een knelpunt wordt gezien heeft men plannen om dit aan te pakken. Het initiatief komt daarbij van de gemeente of van kabelbedrijven. Op deze locaties worden glasvezelringen overwogen. Op de meeste terreinen waar sprake is van onvoldoende ICTinfrastructuur zijn dataspecialisten of call centers gevestigd. Voor de meeste bedrijfsruimtegebruikers is de bestaande ICT-infrastructuur voldoende. Tabel 3: ICT-infrastructuur (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters) ICT-infrastructuur Geen knelpunt Wel knelpunt, maar we doen daar als gemeente op dit moment niets aan Wel knelpunt, we gaan dit als gemeente binnen nu en drie jaar aanpakken Wel knelpunt, we gaan dit samen met kabelbedrijven aanpakken Wel knelpunt, kabelbedrijven werken aan verbetering van de ICT-infrastructuur Wel knelpunt, kabelbedrijven gaan binnen nu en drie jaar de ICT-infrastructuur verbeteren Wel knelpunt, anders Niet bekend Aandeel 56% 8% 9% 1% 2% 1% 3% 20%

1.10 Het aanzicht van slechts éénderde van de bedrijventerreinen wordt als goed beoordeeld Gemeenten geven aan dat het aanzicht van bijna een kwart van de bedrijventerreinen slecht en een kleine helft redelijk is. Daarmee scoort slechts eenderde goed. Dit aspect vereist de komende jaren dan ook veel aandacht van de Gelderse gemeenten.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

8

Tabel 4: aanzicht (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters) Goed Aanzicht 32% Redelijk 44% Slecht 24%

1.11 Vooral openbare ruimte en bedrijfsgebouwen zijn slecht onderhouden Van de terreinen die een slecht aanzicht hebben zijn vooral de openbare ruimte en bedrijfsgebouwen slecht onderhouden. Denk hierbij aan openbaar groen en infrastructuur. De onderhoudsstaat van de private ruimte en het parkeren in de openbare ruimte is minder vaak een probleem. Tabel 5: knelpunten aanzicht (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters met redelijk/slecht aanzicht) Knelpunten aanzicht Openbare ruimte slecht onderhouden Slecht onderhoud/veroudering van gebouwen Private ruimte slecht onderhouden Oneigenlijk gebruik openbare ruimte voor opslag/parkeren vracht- en personenauto’s Aandeel 58% 55% 45% 40%

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

9

1.12 Op bijna de helft van de terreinen is de milieukwaliteit goed De milieukwaliteit op Gelderse bedrijventerreinen ligt hoog. Het type bedrijvigheid is voor het merendeel van een lichte hindercategorie. Er zijn weinig terreinen bestemd voor zware industrie en er is weinig havengerelateerde bedrijvigheid (op havengerelateerde bedrijven zijn ook relatief vaak bedrijven met een zware milieuhindercategorie gevestigd). Op maar een klein deel van de bedrijventerreinen is sprake van ernstige overlastsituaties voor omwonende burgers of bedrijven. Tabel 6: milieuhygiëne (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters) Goed Milieuhygiëne 42% Redelijk 42% Slecht 16%

1.13 Milieuoverlast heeft met name te maken met bodemverontreiniging, geluid en stankoverlast Bedrijfsactiviteiten gaan vaak gepaard met emissies van stank, rook en stof, met bodemvervuiling en met geluidsoverlast, die ten koste kunnen gaan van de leefkwaliteit van huidige en toekomstige omwonenden of bedrijven. Verder kan er onveiligheid als gevolg van gevaarlijke stoffen bestaan. Veroudering van een terrein houdt in dit verband in, dat het beheer en de voorzieningen op het terrein niet meer zijn afgestemd op de milieuhygiënische eisen van de tijd. De belangrijkste knelpunten zitten in bodemvervuiling, en daarnaast overlast door geluid en stank. Stofoverlast of luchtvervuiling worden op veel minder terreinen als knelpunt ervaren.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

10

Tabel 7: knelpunten milieuhygiëne (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters met redelijke/slechte milieuhygiëne) Knelpunten milieuhygiëne Bodemvervuiling Geluidsoverlast Luchtvervuiling Stankoverlast Stofoverlast Aanwezigheid van risicovolle bedrijven Aandeel 54% 50% 19% 42% 19% 27%

1.14 Het aantal bedrijven dat milieuoverlast veroorzaakt is beperkt In de praktijk blijkt het aantal bedrijven dat hinder voor burgers of andere bedrijven veroorzaakt relatief beperkt: gemiddeld genomen gaat het om twee tot drie bedrijven per terrein. Overigens hebben gemeenten in een groot deel van de gevallen niet precies in kaart hoeveel bedrijven overlast veroorzaken. Dit is een aspect dat de komende jaren mogelijk meer aandacht vereist. Tabel 8: bedrijven die overlast veroorzaken voor omgeving en/of milieukwaliteit aantasten (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters) Bedrijven met overlast Eén of meerdere bedrijven Geen bedrijven Niet bekend Aandeel 32% 44% 24%

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

11

1.15 Op circa driekwart van de bedrijventerreinen is de leegstand minder dan 5% De Gelderse gemeenten gaven aan dat de leegstand van bedrijfsgebouwen veelal beperkt blijft tot maximaal 5%. Dit is relatief laag in vergelijking tot het landelijke gemiddelde. Bovendien is enige leegstand op het bedrijventerrein nodig om voldoende verhuisbewegingen van bedrijven naar andere panden mogelijk te maken (dit heet frictieleegstand). In het algemeen gaan we er van uit dat een leegstand van 5% nodig is om een normaal functioneren van verhuisbewegingen in de vastgoedmarkt mogelijk te maken. Gemeenten signaleren nauwelijks verschil tussen de leegstand van kantoorvloer en bedrijfsvloer op de terreinen. Over het algemeen signaleren we in periodes van conjuncturele neergang echter wel wat hogere leegstand in de kantoorruimten op bedrijventerreinen: het aantal aantrekkelijke kantoorlocaties is immers de laatste jaren sterk verruimd. Overigens beschikt een deel van de gemeenten niet over voldoende actuele cijfers om een uitspraak over de leegstand op bedrijventerreinen te doen. Tabel 9: leegstand (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters) Leegstand 0% 0-5% 5-25% >25% Niet bekend Bedrijfsruimte 29% 41% 14% 1% 15% Kantoorruimte 28% 36% 13% 3% 20% Restkavels 46% 33% 9% 5% 7%

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

12

1.16 Leegstand komt op centrum-, woonwijk-, snelweg- en stadsrandlocaties voor De leegstand op centrumlocaties ligt iets hoger dan de leegstand op de andere locaties. Het gaat daarbij voornamelijk om kantoorgebruik. We schatten in dat dit samenhangt met het feit dat de afgelopen 10 jaar op veel bedrijventerreinen op centrumlocaties verkantorisering plaatsvond. Met de toename van het kantorenaanbod in de afgelopen jaren heeft een deel van de kantoorgebruikers op de bedrijventerreinen gekozen voor hoogwaardigere kantoorlocaties, weg van het bedrijventerrein.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

13

2. Herstructurering
Bij het plannen van toekomstig aanbod en uitbreiding van bedrijventerreinen wordt al snel naar (nieuwe) uitleglocaties gekeken. Maar bestaande bedrijventerreinen kunnen na herstructurering een aanzienlijk deel van de (huidige en toekomstige) ruimtevraag op zich nemen en zo nieuwe uitleg aan de stadsrand beperken. Veroudering en revitalisering zijn in de praktijk nauw aan elkaar gerelateerd. Revitalisering is gericht op behoud van de werkfunctie van een bedrijventerrein. Onder revitalisering vallen alle eenmalige ingrepen in het bedrijventerrein die tot doel hebben de veroudering van het terrein als geheel te bestrijden en die niet tot het reguliere onderhoud kunnen worden gerekend3. Voor – in dit geval – bestaande terreinen staat de mogelijkheid open om aanvullend daarop meer ruimte te scheppen met gebruikmaking van instrumenten voor bijvoorbeeld selectief beleid en segmentering (wat kan leiden tot clustering van bedrijven) en intensivering. 2.1 De afgelopen vijf jaar vond in Gelderland weinig herstructurering plaats Slechts 5% van de verouderde terreinen is de afgelopen jaren aangepakt. Dit is relatief weinig als we dat vergelijken met de herstructureringsactiviteiten in andere provincies. We schatten in dat dit samenhangt met de ernst van de herstructureringsopgaven in Gelderland. Provincies met ernstige veroudering zijn eerder begonnen met de aanpak daarvan. Denk bijvoorbeeld aan provincies met veel kadegebonden en havengerelateerde terreinen in Noord- en Zuid Holland, en provincies met veel oude industriesectoren, in Overijssel en Noord Brabant. Daarnaast speelde in veel gemeenten ook mee dat de herstructureringsopgave buitengewoon complex en kostbaar is, waardoor de opstart van de herstructurering langzaam van de grond komt. 2.2 De komende drie jaar gaat de herstructurering op grote schaal van start Uit het onderzoek blijkt dat bijna de helft van de gemeenten met verouderde bedrijventerreinen de komende drie jaar willen starten met het opknappen, revitaliseren of herstructureren van de bedrijventerreinen. Gezien de omvang van de herstructureringsopgave – 58% van de Gelderse bedrijventerreinen is op enigerlei wijze

3

Bron: Provincie Gelderland(2003), Van Trekkracht Naar Slagkracht. Nota bedrijventerreinen 2002-2006, Arnhem.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

14

verouderd – de complexiteit van het herstructureren en de kosten die hiermee verbonden zijn, schatten we in dat de herstructureringsprocessen niet op al deze terreinen van start zal gaan. Wel is duidelijk dat hier de komende jaren voor bijna alle gemeenten een grote taak ligt. 2.3 Eenderde van de Gelderse terreinen wordt gerevitaliseerd De totale revitaliseringopgave is de opgave van reeds lopende maar nog niet afgeronde projecten plus de bedrijventerreinen waarvoor men (in dit geval de gemeenten) voor de toekomst revitalisering heeft ingepland. 48 terreinen komen in aanmerking voor revitalisering en voldoen dus niet meer aan de eigentijdse kwaliteitseisen. Tabel 10: revitalisering (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters) Revitalisering 40% Geen revitalisering 60%

2.4 Voor ruim 900 hectare is een revitaliseringsplan In Gelderland is voor een ruime 900 hectare verouderd bedrijventerrein (op circa 3.500 hectare aan bruto bedrijventerrein) een revitaliseringsplan. De Nederlandse herstructureringsopgave omvat in totaal circa 29.000 hectaren4 bedrijventerrein. De aanvang van het merendeel van de herstructureringsprojecten (bijna 13.900 hectaren) staat gepland in de komende 3 jaar. Op dit moment worden meer dan 8.000 hectaren bedrijventerreinen aangepakt.

4

Bron: Ministerie van EZ en VROM (2003), Herstructureringsopgave in de G30-gemeenten, Uitgevoerd door ETIN Adviseurs Tilburg.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

15

Tabel 11: oppervlakte revitalisering (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters met revitalisering) Oppervlakte <5 hectare 5-10 hectare 11-20 hectare 21-30 hectare 31-40 hectare 41-50 hectare >50 hectare Aandeel 18% 29% 18% 15% 4% 9% 7%

2.5 Revitalisering blijft vaak beperkt tot het opknappen van wegen In Gelderland wordt het meest gewerkt aan traditionele revitalisering, dat wil zeggen revitalisering gericht op het tegengaan van fysieke veroudering van bedrijventerreinen, waarbij met name wegen, knelpunten in de ontsluiting en groenvoorziening worden aangepakt.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

16

Tabel 12: omvang revitalisering (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters met revitalisering) Omvang revitalisering Opknappen van wegen Verbetering ondergrondse infrastructuur Verbetering van de ontsluiting van het terrein Aanpassing groenstructuur Aanleg parkeerhavens Intensivering van het ruimtegebruik van het terrein met bedrijfsverplaatsingen Intensivering van het terrein zonder bedrijfsverplaatsingen Aandeel 55% 27% 42% 35% 27% 38% 33%

2.6 Revitalisering vindt het meest plaats op centrumlocaties en oudere bedrijventerreinen in woonwijken Vooral voor bedrijventerreinen op binnenstedelijke locaties (in het centrum of in woonwijken) bestaan plannen voor revitalisering. Hier ligt ook de grootste groep verouderde terreinen. Revitalisering bestaat op die terreinen vooral uit intensivering van het ruimtegebruik met bedrijfsverplaatsingen. Maar ook langs snelwegen en op stadsrandlocaties zijn al plannen voor revitalisering. Vaak betreft het hier een opwaardering van de aanwezige kwaliteit, gezien de al goede staat van deze terreinen.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

17

Figuur 4: revitalisering naar locatietype (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)
Stadsrandlocatie Snelweglocatie Locatie verspreid in woonwijk Centrumlocatie 0%
29 63 57 50 71 37 43 50
Geen plannen

Plan(nen) voor revitalisering

20%

40%

60%

80%

100%

Op centrumlocaties wordt tweederde van de bedrijventerreinen gerevitaliseerd. Dit is bijna een verdubbeling ten opzichte van het gemiddelde op de Gelderse bedrijventerreinen. Het gaat vooral om verbetering van de wegen, groenstructuur en intensivering van het ruimtegebruik. Op terreinen op echte centrumlocaties is in de praktijk al vanzelf een revitalisering ontstaan, ingegeven door functieveranderingen op het bedrijventerrein. Een groot deel van de grootschalige vestigers uit het verleden is al uit zichzelf naar de stadsrand verplaatst, en de huidige bedrijfsvestigers zijn veelal kleiner qua omvang. Daarnaast is ook het type vestiger in de loop van de tijd veranderd. Denk bijvoorbeeld aan vestiging van kleinschalige kantoren, stadsdistributie en kleinschalige bedrijfsruimten die duidelijke relaties met de (binnen)stad hebben. In een aantal gevallen zal op deze locaties ook op korte termijn geen revitalisering plaatsvinden, in afwachting van bijvoorbeeld functieverandering naar wonen of kantoorruimte op (middel)lange termijn. Voor eenderde van de bedrijventerreinen op een stadsrandlocatie en ruim eenderde langs de snelweg is een revitaliseringsplan opgesteld. Dit is veel, gezien de relatief goede staat van deze terreinen en de relatief geringe bestaansduur (op de oudste terreinen is eind jaren ‘70 met uitgifte gestart!). Op deze terreinen wordt vooral gewerkt aan het opknappen van wegen, aanpassing van de groenstructuur en de aanleg van parkeerhavens. Op deze terreinen zijn reguliere bedrijfsruimtegebruikers gevestigd, met een doorsnee omvang van gemiddelde circa 1.000 tot 3.000 m² bvo, en daarnaast grote distributie- en productiebedrijven. Met
Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

18

name voor de grotere bedrijven is een moderniseringsslag belangrijk: er bestaan veel problemen met laden en lossen, parkeren en ook de onderhoudsstaat van de bedrijfsgebouwen blijft achter. 2.7 Revitalisering vindt het meest plaats op grote terreinen In de vorige alinea zagen we al dat de grote Gelderse bedrijventerreinen relatief vaker verouderd zijn. Dit verklaart ook waarom op deze locaties ook de meeste revitalisering plaatsvindt. We zien geen grote verschillen naar de aard en omvang van de revitaliseringopgaven; het gaat bijna altijd om het verbeteren van de ontsluiting, het opknappen van wegen en groenstructuren en dergelijke. Figuur 5: revitalisering naar terreingrootte (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)

<10 hectare netto

74

26

10-50 hectare netto

71

29

50-100 hectare netto

40

60 Geen plannen

>100 hectare netto 0%

18 20% 40%

82 60% 80% 100% Plan(nen) voor revitalisering

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

19

2.8 Revitalisering vindt ook veelal plaats op de oudste terreinen Vanwege het grote aandeel verouderde bedrijventerreinen onder de terreinen van voor 1970 vindt op deze terreinen logischerwijze ook meer revitalisering plaats. Figuur 6: revitalisering naar jaar van oplevering (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)
20%

25%

37%
Geen plannen Plan(nen) voor revitalisering 75%

63%

80%

50%

50%

Voor 1970

1970-1980

1980-1990

1990-2003

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

20

3. Intensief ruimtegebruik
Een bestemmingsplan legt de belangrijkste ruimtelijke karakteristieken van het bedrijventerrein juridisch vast. Het plan ordent de ruimtelijke inrichting van het terrein en geeft het wegenpatroon en andere openbare ruimten aan. Maar bijvoorbeeld ook rooilijnen en bebouwingspercentages en de parkeernorm. Voor de bebouwing wordt een minimale of maximale bouwhoogte voorgeschreven. Vooral dit laatste stimuleert een intensieve bedrijfsbebouwing. 3.1 Voor de meeste bedrijventerreinen zijn in het bestemmingsplan geen maatregelen voor intensief en meervoudig ruimtegebruik De meeste bestemmingsplannen dateren van voor het streven naar duurzaamheid en intensief ruimtegebruik. Ze bevatten dan ook amper maatregelen die intensief en meervoudig ruimtegebruik bevorderen, zoals bijvoorbeeld een streef f.s.i., een minimale gebouwhoogte in plaats van een maximale hoogte van een gebouw of een minimaal bebouwingspercentage van de kavel. We concluderen dat bestemmingsplannen nog onvoldoende inspelen op de mogelijkheden om intensief ruimtegebruik te bevorderen. Terwijl de mogelijkheden om bestemmingsplannen zo in te zetten er wel zijn. Een aantal instrumenten voor intensief ruimtegebruik kan op (een deel van de) Gelderse bedrijventerreinmarkt ook marktconform ingevoerd worden, zo schatten we in. Wel signaleerden we in recente bestemmingsplannen de neiging om juist de bebouwingsdichtheden van bedrijventerreinen verder te verlagen. De argumentatie die hieraan in veel gemeenten ten grondslag ligt is dat het bedrijventerrein hierdoor duurzamer wordt5.

Vanuit het oogpunt van duurzaam ruimtegebruik is het echter aan te raden de bebouwingsintensiteit van bedrijventerreinen – waar mogelijk en markttechnisch verantwoord – te verhogen. Immers door het totale areaal aan bedrijventerrein binnen een gemeente zo intensief mogelijk vorm te geven, realiseert een gemeente uiteindelijk de hoogste duurzaamheid.
Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

5

21

Tabel 13: bestemmingsplanmaatregelen bevordering intensief ruimtegebruik (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters) Bestemmingsplan Geen maatregelen 1/meer maatregelen Aandeel 82% 18%

3.2 Maatregelen voor meervoudig en intensief ruimtegebruik komen vooral voor op nieuwere bedrijvenlocaties langs snelweg en stadsrand Voor bedrijventerreinen gelegen in het hart van het stedelijk gebied gelden soms oude of zelfs verouderde bestemmingsplannen. In de bijbehorende bestemmingsplanvoorschriften zijn dan logischerwijs veel minder maatregelen opgenomen die intensief en meervoudig ruimtegebruik bevorderen. Figuur 7: bestemmingsplanvoorschriften bevordering intensief ruimtegebruik naar locatietype (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)

Stadsrandlocatie Snelweglocatie Locatie verspreid in woonwijk Centrumlocatie 0% 20% 62

87 38 100 83 40% 60% 80%

13

17 100%

Geen maatregelen 1/meer maatregelen

We vinden op centrumlocaties en locaties verspreid in de woonwijken weinig bedrijventerreinen waarvoor voorschriften in het bestemmingsplan zijn opgenomen met betrekking tot de bevordering van intensief en meervoudig ruimtegebruik. Veelal gaat het dan vooral om het vastleggen van een minimale bouwhoogte.
Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

22

Voor de nieuwere, aan de stadsrand gelegen locaties geldt in de meeste gevallen al wel een bestemmingsplan dat maatregelen voorschrijft voor intensief ruimtegebruik. Op deze uitleglocaties is overwegend een recent bestemmingsplan van toepassing, dat voor circa eenderde van de terreinen maatregelen voorschrijft om intensief ruimtegebruik te bevorderen. Ook hier gaat het in veel gevallen om de eis van een minimale bouwhoogte. Daarnaast komt een verplichte parkeernorm, een maximering van de afstand tot de rooilijn en clustering van bedrijfsactiviteiten voor. 3.3 Maatregelen voor meervoudig en intensief ruimtegebruik komen vaker voor op kleine en middelgrote bedrijventerreinen Middelgrote bedrijventerreinen bieden door het grote ruimtebeslag meer mogelijkheden voor intensief ruimtegebruik. Daarbij is er vaak een uitgebreider bestemmingsplan dan voor kleinere bedrijventerreinen. De invloed van deze maatregelen en daarmee de mogelijke ruimtewinst is groter. Figuur 8: bestemmingsplanvoorschriften bevordering intensief ruimtegebruik naar terreingrootte (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)

<10 hectare netto

74

26

10-50 hectare netto

85

15

50-100 hectare netto

79

21

>100 hectare netto 0% 20% 40%

92 60% 80%

8 100%

Geen maatregelen 1/meer maatregelen

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

23

In Gelderland zijn, ondanks dat de netto ruimtewinst bij intensief ruimtegebruik in principe het grootst is op de bedrijventerreinen met een grootte van meer dan 100 hectare, gemiddeld minder maatregelen van toepassing dan op kleinere terreinen. We vermoeden dat op deze terreinen nog voldoende uitbreidingsruimte is voor de aanwezige en nieuwe bedrijven. Daarnaast gaat het vaak om bedrijven met hogere milieuhindercategorieën, zoals zware industrie en distributie. De ervaring leert dat er op bedrijventerreinen met dit type vestigers minder ruimtewinst is te behalen met bijvoorbeeld gecombineerde parkeervoorzieningen (grote kavels, dus de bedrijven liggen verder van elkaar), of stapeling (voor echte productie is stapeling van bedrijfsvloer per m² vloer veel kostbaarder dan voor ‘gewone’ bedrijfsruimte). Op de wat kleinere bedrijventerreinen (50-100 hectare) zijn veel meer maatregelen van toepassing die intensief ruimtegebruik stimuleren. Er zit vooral reparatie en distributie en handel op deze terreinen, wat mogelijkheden biedt voor een intensiever ruimtegebruik. Denk aan showrooms die steeds liever stapelen en aan kleinschalige bedrijfsruimte met de kantoorruimte op de tweede verdieping. 3.4 Vooral minimale bouwhoogte en clustering voor milieuzonering opgenomen in bestemmingsplan Uit onze inventarisatie bleek dat slechts een zeer beperkt aantal instrumenten om intensief en meervoudig ruimtegebruik te bevorderen ook daadwerkelijk in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Maatregelen die het meest voorkwamen zijn een vaste minimale bouwhoogte, de afstand tot de rooilijn, de maximering van het aantal parkeerplaatsen en clustering van bedrijven voor milieuzonering. Andere maatregelen die gemeenten kunnen gebruiken om intensief en meervoudig ruimtegebruik door middel van het bestemmingsplan te bevorderen zijn het vastleggen van het aantal bouwlagen en een minimale f.s.i. Gemeenten maken nog geen gebruik van een minimale floor space index (de verhouding tussen het oppervlak van de kavel en het totale vloeroppervlak op de kavel). Dit komt in de eerste plaats door onbekendheid met dit begrip, verwachten we. En daarnaast door de onbekendheid met de stimulerende werking die een minimale f.s.i. op intensief ruimtegebruik kan hebben. In veel gemeenten is echter de huidige floor space index op bedrijventerreinen nog niet bekend. Dit bemoeilijkt ook het inzicht in een realistische norm-f.s.i. op nieuwe bedrijventerreinen en daarmee de toepasbaarheid van dit instrument.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

24

Tabel 14: bestemmingsplanvoorschriften bevordering intensief ruimtegebruik (in %) Maatregel Minimaal aantal bouwlagen Minimale bouwhoogte (in meters) Minimale floor space index (f.s.i) Maximale afstand tot rooilijn (in meters) Maximaal aantal parkeerplaatsen (per hectare) Clustering voor milieuzonering Aandeel 10% 42% 0% 26% 32% 42% Gebruikelijke invulling van de maatregel Minimaal 4 bouwlagen Bouwhoogte 6-9 meter Afstand 2 tot 4 meter Parkeerplaatsen >100 -

3.5 Het minimale bebouwingspercentage is vastgelegd op 53%, het maximale op 70% Eén ander – landelijk veel gebruikt – instrument om intensief ruimtegebruik te bevorderen is het verhogen van het bebouwingspercentage van de kavel. Op Gelderse terreinen is het minimumpercentage ruim 50% en dat is – in vergelijking tot Noord-Nederland en Flevoland een relatief hoog percentage. We schatten in dat dit percentage echter wel hoger zou kúnnen, afhankelijk van terreintype en locatie. Tabel 15: bebouwingspercentage Bebouwingspercentage Minimaal Maximaal 53% 70%

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

25

3.6 Op zeer veel bedrijventerreinen zijn maatregelen tégen intensief en meervoudig ruimtegebruik opgenomen Uit het voorgaande bleek al dat het beleidsuitgangspunt intensief ruimtegebruik op de bestaande terreinen in Gelderland nog niet is opgenomen in bestemmingsplannen. Sterker nog: momenteel verhinderen veel van de bestaande bestemmingsplannen intensief en meervoudig ruimtegebruik, met name door het limiteren van de bouwhoogte en door een verbod op stapeling van bedrijfsvloer. Tabel 16: bestemmingsplanvoorschriften belemmering intensief ruimtegebruik (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters) Voorschriften Geen maatregelen 1/meer maatregelen Aandeel 21% 79%

Tabel 17: bestemmingsplanvoorschriften belemmering intensief ruimtegebruik (in %) Maatregel Maximale bouwhoogte Maximaal aantal bouwlagen Anders Aandeel 99% 9% 14%

3.7 Andere maatregelen voor intensief en meervoudig ruimtegebruik worden nauwelijks toegepast In tabel 18 zetten we de meest relevante instrumenten om meervoudig en intensief ruimtegebruik te stimuleren voor u op een rij. In de praktijk bleken deze instrumenten beperkt voor te komen. Incidenteel worden op strategische plekken wel eens bijdragen verleend om tegemoet te komen in de bouw- en bijkomende kosten voor bedrijfsgebouwen met een hogere dichtheid. We schatten in dat dit samenhangt met de onbekendheid van veel gemeenten met de mogelijkheden om intensief ruimtegebruik te bevorderen. Daarnaast signaleren we dat veel gemeenten duurzaam ruimtegebruik
Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

26

op bedrijventerreinen vooral vertalen in een extensivering van de bebouwingshoogte en dichtheid. Dit soort maatregelen heeft een averechts effect op intensief ruimtegebruik! Onderstaande tabel geeft in de eerste kolom het percentage bedrijventerreinclusters weer dat van één of meerdere maatregelen gebruik maakt voor de intensivering en het meervoudig gebruik van de ruimte. Vervolgens ligt het accent van de betreffende maatregel op kavelniveau, terreinniveau of pandniveau (kolom twee tot en met vier). De laatste twee kolommen ten slotte geven aan van welke maatregelen de invoering gewenst is dan wel bij welke maatregelen de meeste behoefte is aan ondersteuning door de Provincie. Tabel 18: maatregelen intensivering en meervoudig ruimtegebruik (in %totaal aantal bedrijventerreinclusters)
Maatregelen Aangepaste verkavelingstructuren Milieuzonering Functiemenging Beperking van het aantal parkeerplaatsen Stimulering flexibel bouwen Inperking van de planologische ruimte voor bedrijventerreinen Hogere grondprijzen om de opname te beperken Afwijkende grondprijzen bij bijzondere investeringskosten Compensatie in grondprijs bij hogere bebouwingsintensiteit Toestaan onderverhuur aan andere gebruikers Gezamenlijk gebruik van faciliteiten Gezamenlijk gebruik van bedrijfsfuncties In de tijd delen van ruimte Hoger bouwen in meer lagen Geschakeld te bouwen Ondergronds bouwen Overkappen van buitenluchtactiviteiten Gebouwde parkeervoorzieningen Anders Aandeel 5% 9% 6% 2% 2% 1% 2% 5% 6% 3% 2% 9% 3% 2% 6% 3% Kavel niveau Terrein niveau X X X X X X X X X X X X X X X X X X X + + X X +++ ++ + + +++ Pand niveau Gewenst ++ Ondersteuning

X

++

Uit bovenstaande tabel blijkt dat vooral milieuzonering en het hoger bouwen in meer lagen als maatregel ter bevordering van intensief ruimtegebruik op bedrijventerreinen ingezet worden. En naast eventuele
Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

27

maatregelen die al in de bestemmingsplanvoorschriften zijn opgenomen. Het accent ligt op de inzet van die maatregelen op het niveau van het bedrijventerrein in zijn geheel. 3.8 De laatste jaren is er meer aandacht voor landschappelijke inpassing van bedrijventerreinen Bij een goede landschappelijke inpassing is vaak minder terrein uitgeefbaar, maar de kwaliteit van de omgeving is wel gebaat bij een goede inpassing. We zien op de Gelderse bedrijventerreinen met de jaren steeds meer aandacht komen voor het inpassen van een bedrijventerrein in haar omgeving. Niet alleen is er meer aandacht voor die landschappelijke inpassing, ook worden er steeds meer inrichtingsplannen en beeldkwaliteitsplannen opgesteld om de ruimtelijke inpassing te bekrachtigen. Figuur 9: landschappelijke inpassing naar jaar van eerste uitgifte (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)

20%

9%

8% 30%
40%

1% 22%

Geen inpassing Landschappelijke inpassing Niet bekend

51%
80%

62%

77%

Voor 1970

1970-1980

1980-1990

1990-2003

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

28

3.9 In de helft van de gevallen is aandacht voor landschappelijke inpassing van het bedrijventerrein Van alle bedrijventerreinen is op 50% aandacht geschonken aan de landschappelijke inpassing in haar omgeving. Tabel 19: landschappelijke inpassing (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters) Landschappelijke inpassing Nee Ja Niet bekend Aandeel 43% 50% 7%

3.10 Voor de meeste bedrijventerreinen is een plan voor landschappelijke inpassing in de omgeving Een groot deel van de terreinen heeft met betrekking tot de inpassing in de omgeving te maken met een plan. Het gaat dan om een beeldkwaliteitsplan of een inrichtingsplan. Een beeldkwaliteitsplan of het inrichtingsplan zijn uitwerkingen van het Masterplan en het bestemmingsplan. Een beeldkwaliteitsplan spreekt zich uit over de fysieke kwaliteit en uitstraling van de openbare ruimte en de vormgeving en kwaliteit van de bedrijfsbebouwing. Wanneer landschappelijke inpassing een expliciet thema in de ontwikkeling van het bedrijventerrein is geweest, heeft men dit de afgelopen 10 jaar steeds vaker in een beeldkwaliteitsplan verwoordt. Het feit dat op een relatief groot deel van de Gelderse bedrijventerreinen een beeldkwaliteitsplan is opgesteld, houdt in dat de vormgeving en de profilering van de bedrijventerreinen in veel gemeenten sterk in de aandacht staat. We schatten in dat het daarbij met name gaat om de wat nieuwere bedrijventerreinen en bedrijventerreinen met een gemengde tot hoogwaardige doelgroep. We signaleren – onder invloed van het steeds schaarser worden van de ruimte voor uitleggebieden – dat landschappelijke inpassing meer aandacht krijgt. Bedrijventerreinen komen ruimtelijk gezien relatief vaker in de buurt bij ecologische zones te liggen. Daarnaast vergroot dit het maatschappelijk draagvlak voor nieuwe bedrijventerreinen.

In de onderstaande tabel is te zien op welke wijze die inpassing van het bedrijventerrein heeft plaatsgehad.
Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

29

Tabel 20: landschappelijke inpassing (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters met landschappelijke inpassing) Landschappelijke inpassing
Ja, Ja, Ja, Ja, Ja, Ja, er is een beeldkwaliteitsplan er is een inrichtingsplan waarin landschappelijke inpassing een expliciet aandachtspunt was inpassing in de omliggende natuur was expliciet aandachtspunt bij de totstandkoming inpassing van natuur op het bedrijventerrein was expliciet aandachtspunt bij de totstandkoming inpassing in omliggende gebouwde omgeving was expliciet aandachtspunt anders

Aandeel
44% 35% 39% 19% 23% 15%

3.11 Aandacht voor landschappelijke inpassing is het grootst op locaties langs de stadsrand en snelweg In het centrum van een stad of dorp is een bedrijventerrein weliswaar ingepast in de stedelijke bebouwing (door de jaren heen hebben stedelijke voorzieningen en woonwijken de binnenstedelijke bedrijventerreinen omsloten), aan de stadsrand en langs de snelweg is sprake van een landschappelijke inpassing. Op deze locaties buiten de stad is de overgang tussen de bedrijvigheid op het terrein en de landschappelijke of natuurlijke omgeving merkbaar. Met name de laatste 10 jaar is de aandacht voor landschappelijke inpassing van het bedrijventerrein sterk vergroot: steeds vaker hebben gemeenten op uitleglocaties te maken met conflicterende ruimteclaims voor de ontwikkeling van natuur of woningbouw danwel bedrijventerrein. Om het maatschappelijk draagvlak voor de aanleg van bedrijventerreinen te vergroten is het dan zaak aandacht te schenken aan een zo goed mogelijke inpassing van de bedrijfsruimte in zijn omgeving.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

30

Figuur 10: landschappelijke inpassing naar locatietype (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)

Stadsrandlocatie Snelweglocatie Locatie verspreid in woonwijk Centrumlocatie 0% 10%

35 16 100 62
20% 30% 40% 50% 60%

60 79

5 5

25
70% 80%

13
90% 100%

Geen inpassing Inpassing Niet bekend

Langs de snelweg gelegen bedrijventerreinen zijn het meest ingepast in de omgeving, gevolgd door bedrijventerreinen op stadsrandlocaties. Voor een deel van de in het centrum gelegen bedrijventerreinen is aandacht geschonken aan de inpassing in de omgeving. 3.12 Landschappelijke inpassing krijgt op alle terreinen ongeveer evenveel aandacht, los van de grootteklasse De inpassing van grote bedrijventerreinen in de (landschappelijke) omgeving vraagt meer aandacht dan inpassing van kleine terreinen. Een groot aantal hectaren bedrijventerrein is meer aanwezig in en heeft meer invloed op het omliggende landschap.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

31

Figuur 11: landschappelijke inpassing naar terreingrootte (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)

<10 hectare netto

33

61

6

10-50 hectare netto

33

62

5

50-100 hectare netto

28

69

3

>100 hectare netto 0%

26 20% 40%

63 60% 80%

11 100%

Geen inpassing Landschappelijke inpassing Niet bekend

We zien op de Gelderse bedrijventerreinen iets meer aandacht voor inpassing van een groter bedrijventerrein in de omgeving. Maar voor een bedrijventerrein in de grootteklasse van meer dan 100 hectare wordt weer wat minder aandacht geschonken aan de inpassing van het terrein.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

32

4. Duurzame bedrijfsvoering
Ook om duurzaam ruimtegebruik op bedrijventerreinen te bevorderen heeft de gemeente naast het bestemmingsplan nog andere manieren. Deze maatregelen komen nog maar weinig voor (maar wel meer dan bij intensief en meervoudig ruimtegebruik). In deze paragraaf gaan we hierop in. In tabel 21 leest u meer over een aantal bekende en minder bekende instrumenten om duurzaam ruimtegebruik te bevorderen: Tabel 21: belangrijke instrumenten ter bevordering duurzaam ruimtegebruik
Instrument Toelichting Effect op duurzaam ruimtegebruik

Duurzame energie

Uitwisseling van energie, grondstoffen en water

Toepassing van het instrument duurzame energie kan zowel op terreinniveau als op kavelniveau plaatsvinden. Op terreinniveau is gemeenschappelijk gebruik van een warmtekrachtinstallatie en bronnen van zonne-energie, windenergie en andere duurzame energie mogelijk. Verder kunnen bedrijven gezamenlijk (duurzame) energie inkopen waardoor schaalvoordelen ontstaan. Dit instrument is ook toepasbaar op kavelniveau: denk hierbij aan gunstige plaatsing van bedrijfsgebouwen ten opzichte van de zon of gebruik van bouwmaterialen die energiezuinig zijn geproduceerd. Bedrijven kunnen energie, grondstoffen en water uitwisselen.

Groot: het vermindert het gebruik van eindige grondstoffen en ook de uitstoot van schadelijke stoffen.

Parkmanagement

Parkmanagement kan alle beheeractiviteiten op en rond een bedrijventerrein omvatten inclusief de levering van ondersteunende (collectieve) diensten aan de bedrijven.

Groot: bundelen van energievoorzieningen en gebruik maken van elkaars reststoffen levert een vermindering van milieubelasting op. Groot: parkmanagement verlengt de levensduur van een terrein, stelt een bepaald kwaliteitsniveau ook op lange termijn zeker. Een terrein zal minder snel verouderen en bedrijven zullen er graag blijven zitten.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

33

Tabel 21 (vervolg): belangrijke instrumenten ter bevordering duurzaam ruimtegebruik
Instrument Toelichting Effect op duurzaam ruimtegebruik

Milieuzonering

Gezamenlijk personenvervoer

Scheppen van afstand tussen milieubelastende bronnen en de milieugevoelige omgeving. Een gemeente kan milieuzonering in het bestemmingsplan beleidsmatig hanteren door bedrijven met vergelijkbare milieubelasting te clusteren, zodat hindercirkels overlappen. Denk aan gezamenlijk busvervoer van personeel, gezamenlijke coördinatie van carpooling, gezamenlijke deelauto’s, deelfietsen en deeltaxi’s. Ook kunnen op een bedrijventerrein infrastructurele voorzieningen worden getroffen als een transferium of vrije busbanen.

Groot: de milieugevoelige omgeving wordt minder belast, de milieubelasting wordt meer geconcentreerd. Matig: afname van het personenvervoer op een terrein leidt vooral tot meer beeldkwaliteit. De afname van emissies heeft een relatief gering effect in vergelijking met duurzame maatregelen voor bedrijfsprocessen. Groot: goederenvervoer vergt niet alleen veel ruimte, maar ook veel energie. Verder is het een van de meest hinderlijke factoren voor omliggende woongebieden. Groot: het energieverbruik, grond- en drinkwaterverbruik en ook emissies zullen verminderen. Matig: secundaire productiemiddelen worden optimaal gebruikt. Personeel hoeft niet meer te reizen tussen het werk en commerciële voorzieningen.

Gemeenschappelijk goederenvervoer

Gezamenlijk gebruik van utiliteits- en bedrijfsfuncties Gezamenlijk gebruik van bedrijfsgerichte commerciële voorzieningen

Denk aan grootschalige openbare terminals die beschikken over spoor-, water- of buisaansluiting of aan terminals met een regionaal karakter die vooral zijn gebaseerd op het volume aan lading dat aanwezig is op het bedrijventerrein zelf of zijn directe omgeving. Aanvullend kan men denken aan ondergrondse logistieke systemen. Op bestaande bedrijventerreinen kan vrije capaciteit zijn bij het ene bedrijf die door andere bedrijven benut kan worden. Voorzieningen gericht op personeel zoals vergader- en opleidingsfaciliteiten, kinderopvang, winkels en sport- en recreatiefaciliteiten.

4.1 Maatregelen voor duurzaam ruimtegebruik blijven beperkt tot gescheiden rioolsysteem, waterbuffering In tabel 22 zetten we de meest relevante instrumenten om duurzaam ruimtegebruik te stimuleren voor u op een rij. In de praktijk bleken deze instrumenten beperkt voor te komen. Maar meer in vergelijking tot instrumenten voor meervoudig en intensief ruimtegebruik. Vooral een gescheiden rioolstelsel, maar ook

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

34

opslag van water (of waterbuffering) worden door gemeenten ingezet om duurzaam ruimtegebruik op de bedrijventerreinen te bevorderen. Onderstaande tabel geeft in de eerste kolom het percentage bedrijventerreinclusters weer, dat van één of meerdere maatregelen gebruikmaakt voor de bevordering van duurzaam ruimtegebruik. Vervolgens ligt het accent van de betreffende maatregel op kavelniveau, terreinniveau of pandniveau (kolom twee tot en met vier). De laatste twee kolommen ten slotte geven aan van welke maatregelen de invoering gewenst is danwel bij welke maatregelen de meeste behoefte is aan ondersteuning door de Provincie. Tabel 22: maatregelen ter bevordering duurzaam ruimtegebruik (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)
Maatregelen Gescheiden rioolstelsel Buffering van water Hergebruik van water Gebruik van duurzame energie Technische voorzieningen om energiegebruik efficiënter te maken Uitwisseling van energie Uitwisseling van grondstoffen Gezamenlijk personenvervoer Hoogwaardig openbaar vervoer Gezamenlijk goederenvervoer Multimodaal transport Gezamenlijk gebruik van faciliteiten Gezamenlijk gebruik van bedrijfsfuncties Bedrijven met een vergelijkbare milieubelasting clusteren Duurzame bedrijfsvoering stimuleren Anders Aandeel 32% 13% 8% 9% 7% 9% 6% 2% 4% 3% 8% 4% 5% 6% 2% Kavelniveau Terreinniveau X X X X X X X X X X X X X X X + X Pand niveau Gewenst + Ondersteuning +

+ ++

++ +

+

+

X

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

35

Een gescheiden rioolstelsel komt al relatief veel voor op de Gelderse terreinclusters. Maar ook de buffering van water is al op een aantal bedrijventerreinclusters ingevoerd. Maatregelen voor de verduurzaming van de ruimte zijn vooral op terreinniveau ingezet; op kavel- en pandniveau amper. 4.2 Duurzaam ruimtegebruik komt nog maar weinig voor, op grotere terreinen zijn de kansen het grootst Duurzaam ruimtegebruik heeft een grotere kans van slagen op bedrijventerreinen met een overwegend vergelijkbaar type bedrijvigheid. Het gezamenlijk gebruik van voorzieningen en de uitwisseling van energie, water en grondstoffen is gemakkelijker. Het type bedrijvigheid verschilt naar grootte van het bedrijventerrein. Daarbij is op grotere bedrijventerreinen het aantal (mogelijke) deelnemers en de diversiteit van het aanbod in de vorm van grondstoffen en faciliteiten die in aanmerking komen voor uitwisseling groter en daarmee ook de slaagkans.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

36

Figuur 12: maatregelen ter bevordering duurzaam ruimtegebruik naar terreingrootte (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)

<10 hectare netto

71

21

8

10-50 hectare netto

63

26

11

50-100 hectare netto

31

69

>100 hectare netto 0% 20%

58 40% 60%

33 80%

9 100%

Geen 1/meer maatregelen Niet bekend

In Gelderland zien we dat inderdaad op de grotere terreinen (van meer dan 50 hectare) meer maatregelen van toepassing zijn dan op de kleinere terreinen (van minder dan 50 hectare).

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

37

5. Bedrijventerreinbeheer
5.1 Op bijna 40% van de bedrijventerreinen is een gezamenlijke organisatie voor terreinbeheer Diverse activiteiten die niet tot de core-business van een bedrijf behoren, kunnen worden uitbesteed of gemeenschappelijk met andere bedrijven op het terrein worden opgezet. Behalve aan collectief parkeren kan er bij gezamenlijke faciliteiten worden gedacht aan het beheer van het terrein, beveiliging, vergader- en kantoorfaciliteiten en personeelsvervoer. Niet al deze gezamenlijke bedrijfsfaciliteiten leveren direct ruimtewinst op, de samenwerking kan echter wel bijdragen aan de duurzaamheid van het bedrijventerrein. In 39% van de gevallen is er ‘een’ vorm van gezamenlijk terreinbeheer, waarbij een deel van de beheeractiviteiten gezamenlijk wordt verricht. Meestal gaat het om een bedrijvenvereniging en in circa een kwart van de gevallen met gezamenlijk beheer is er parkmanagement. Tabel 23: bedrijventerreinbeheer (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)
Bedrijventerreinbeheer Ja, in de vorm van parkmanagement Ja, in een ander type vereniging Nee, maar bedrijven hebben er wel behoefte aan Nee, en daar is geen behoefte aan Aandeel 10% 29% 24% 37%

5.2 Er is meer behoefte aan terreinbeheer op grote bedrijventerreinen dan op kleine bedrijventerreinen Diverse activiteiten kunnen gemeenschappelijk met andere bedrijven op een bedrijventerrein worden opgezet. Er is meer mogelijk naarmate meer bedrijven zijn aangesloten bij de (parkmanagement)vereniging. De collectieve voorzieningen, het onderhoud of beheer kan zich uitstrekken over een deel of het gehele terrein.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

38

Figuur 13: bedrijventerreinbeheer naar terreingrootte (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)

<10 hectare netto

28

24

48

10-50 hectare netto

12

25

17

46

50-100 hectare netto

6

31

50

13 Parkmanagement Ander type vereniging 100% Geen, maar wel behoefte Geen, en geen behoefte

>100 hectare netto 0%

21 20%

43 40% 60%

36 80%

Vooral op de grootste bedrijventerreinen vindt een vorm van parkmanagement of ander type vereniging plaats. Met meer (potentiële) deelnemers is de slaagkans voor een dergelijke vereniging groter dan op kleinere terreinen. Omdat het belang van parkmanagement op deze locaties groter is (er valt meer te winnen met terreinmanagement) en er meer en grotere gebruikers op deze terreinen gevestigd zijn, gaan deze bedrijven vaker over tot een vorm van organisatie. Denk aan een belangenorganisatie zoals een bedrijvenvereniging, een industrievereniging, waar ook gestreefd wordt naar gezamenlijke marketing van het terrein of beveiliging. 5.3 Merendeel van de huidige activiteiten betreft beveiliging/bewaking Wat duidelijk in het oog springt is dat de huidige gemeenschappelijke activiteiten voor het grootste deel bestaat uit beveiliging/bewaking. Dit is een activiteit die heel efficiënt door meerdere bedrijven samen uitgevoerd kan worden. De activiteiten die volgens de gemeenten wenselijk zijn om gemeenschappelijk te ondernemen zijn meer divers. 23% wil graag een gezamenlijke inkoop van nutsvoorzieningen, momenteel is dit praktisch afwezig. 19% wil gemeenschappelijk afvalmanagement/-verwijdering, iets wat nu ook bijna geheel afwezig is. Eveneens 19% wil gezamenlijk beheer van de openbare ruimte.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

39

Tabel 24: bezigheden terreinbeheerder (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters) Bezigheid Beveiliging/bewaking Beheer openbare ruimte Beheer private ruimte Beheer gebouwen Beheer gezamenlijke voorzieningen Eén-loket service Voorzieningen voor bedrijven Voorzieningen voor werknemers Vervoersvoorzieningen voor personeel Gezamenlijk goederenvervoer Nutsvoorzieningen ICT-infrastructuur Gezamenlijke contracting Gezamenlijke inkoop van nutsvoorzieningen Milieumanagement Afvalmanagement en –verwijdering Terreinmarketing Architectonische kwaliteit bebouwing en stedenbouwkundige kwaliteit terrein Anders Aandeel bedrijventerreinen Huidig 34% 7% 1% 1% 3% 1% 2% 2% 2% 2% 3% 1% 3% 1% 3% 2% Gewenst 17% 19% 11% 1% 5% 1% 9% 4% 6% 5% 13% 10% 23% 8% 19% 2% 1% -

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

40

5.4 Op de meeste bedrijventerreinen willen gemeenten gemeenschappelijke beheeractiviteiten Bijna de helft van de gemeenten geeft aan dat er sprake is van parkmanagement of een ander type vereniging. Het betreft hier waarschijnlijk de grotere en nieuwere terreinen. Meer dan de helft heeft nog geen vorm van gemeenschappelijke activiteiten, maar een groot aantal heeft daar volgens de gemeente wél behoefte aan. 5.5 Parkmanagement komt steeds vaker voor op de Gelderse bedrijventerreinen Parkmanagement is het managen en sturen van de inrichting en beheer van een kantorenpark of bedrijventerrein. Het is in de eerste plaats een middel om tot een hoogwaardige en duurzame ontwikkeling van bedrijventerreinen te komen. In de tweede plaats is het een instrument dat ervoor zorgt dat de kwaliteit van een bedrijventerrein ook op peil blijft. Doel is om op lange termijn een hoog kwaliteitsniveau te behouden van zowel de openbare als private ruimte. De door parkmanagement te beheersen activiteiten zijn meestal niet core-business aspecten: fysieke vormgeving, algemene diensten en diensten gerelateerd aan de bedrijfshuisvesting. 5.6 Meerderheid van de beheersorganisaties stelt zich actief op bij gemeenschappelijke activiteiten In overeenstemming met het beeld wat hierboven neergezet is, stelt de meerderheid van de parkmanagement en andere organisaties zich actief op met het oog op gemeenschappelijke activiteiten. Een klein aantal is niet actief hierin. Tabel 25: mate van activiteit terreinbeheerder (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters) Activiteit Zeer actief Beperkt actief Niet actief Niet bekend Aandeel 6% 57% 31% 6%

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

41

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

42

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage a Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

43

BIJLAGE B

DE GEMEENTEN EN DE WGR-REGIOS
1. Regio’s en de hoofdthema’s
1.1 De regio Noordwest-Veluwe heeft de grootste herstructureringsopgave Ruim tweederde van de bedrijventerreinen in Noordwest-Veluwe is verouderd. Ongeveer de helft daarvan wordt de komende jaren opgeknapt. In de regio Rivierenland zijn de bedrijventerreinen ook nog veel verouderd. Ruim de helft is verouderd, bijna een kwart is niet verouderd en van een relatief groot deel is de staat van het bedrijventerrein niet bij de gemeente bekend. Figuur 14: verouderingsstructuur naar Wgr-regio (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)
Noordwest-Veluwe Stedendriehoek Achterhoek Arnhem-Nijmegen Rivierenland De Vallei 0% 19 39 20% 40% 23 33 29 16 15 60% 3 31 15 5 32 42 23 80% 31 23 33 26 23 23 100% 31 29 10 Niet verouderd Opgeknapt Oud, maar plannen Oud Niet bekend 38 8

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage b Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

1

1.2 In de regio’s Noordwest-Veluwe en Arnhem-Nijmegen bestaan relatief veel revitaliseringsplannen Vanwege het relatief grote aandeel verouderde bedrijventerreinen in de regio Noordwest-Veluwe kent deze regio ook de meeste plannen voor revitalisering. Maar de regio Arnhem-Nijmegen heeft relatief weinig verouderde bedrijventerreinen en toch veel revitaliseringplannen. Figuur 15: revitalisering naar Wgr-regio (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)

Noordwest-Veluwe Stedendriehoek Achterhoek Arnhem-Nijmegen Rivierenland De Vallei 0% 20%

53 67 57 46 75 83 40% 60%

47 33 43 54 25 17 80% 100% Geen plannen

Revitaliserings plan(nen)

1.3 In verstedelijkte regio’s nemen gemeenten meer maatregelen voor intensief ruimtegebruik In Gelderland worden de meeste maatregelen voor intensief ruimtegebruik genomen in Arnhem-Nijmegen. Op ruim 30% van de terreinen worden daar maatregelen voor intensief ruimtegebruik genomen. Ook bij de bedrijventerreinen in de Stedendriehoek speelt op een kwart van de bedrijventerrein intensief ruimtegebruik een rol. In de Noordwest-Veluwe en De Vallei daarentegen zijn nog geen bedrijventerreinen waar intensief en meervoudig ruimtegebruik een rol in het gemeentelijk beleid speelt. Opvallend op de Gelderse bedrijventerreinen is dat de wat meer verstedelijkte gebieden binnen de provincie meer aan intensief ruimtegebruik doen dan daarbuiten. We gaan er vanuit dat de druk op de ruimte voor de verstedelijkte 2

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage b Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

gebieden beter zichtbaar is en dat daarom intensief ruimtegebruik meer beleidsaandacht krijgt. Overigens is het heel goed mogelijk dat in de andere regio’s wel hele goede voorbeelden van intensief ruimtegebruik bestaan (bijvoorbeeld het Boekenhuis in Culemborg), de gemeente heeft hier echter geen beleidspunt van gemaakt. Figuur 16: intensief en meervoudig ruimtegebruik naar Wgr-regio (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)
Noordw est-Veluw e Stedendriehoek A chterhoek A rnhem -Nijm egen Rivierenland De Vallei 0% 10% 20% 30% 40% 63 67 80 20

8

25 G een m aatregelen

76 6 31

24

Niet bekend

75

17

8

1/m eer m aatregelen

92 50% 60% 70% 80% 90%

8 100%

1.4 In alle regio’s is sprake van belemmerende maatregelen in het bestemmingsplan ten aanzien van intensief ruimtegebruik In De Vallei nemen de gemeentes in een relatief groot deel van de plannen (meer dan 40%) maatregelen op die intensief ruimtegebruik bevorderen. In de meeste regio’s is het aantal bestemmingsplannen met bevorderende maatregelen veel lager. In de Stedendriehoek zijn er zelfs helemaal geen bevorderende maatregelen in het bestemmingsplan opgenomen. Een vergelijkbaar beeld geeft Figuur 17b: de meeste gemeenten hebben in hun bestemmingsplan zelfs veel maatregelen opgenomen die intensief ruimtegebruik expliciet belemmeren. Dit geldt in het bijzonder voor Arnhem-Nijmegen en de Achterhoek.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage b Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

3

Figuur 17a: maatregelen in het bestemmingsplan die intensief ruimtegebruik bevorderen (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)
Noordwest-Veluwe Stedendriehoek Acht erhoek Arnhem-Nijmegen Rivierenland De Vallei 0 20 58 40 60 79 76 88 42 80 100 10 0 10 0 21 24 12 Nee Ja

Figuur 17b: maatregelen in het bestemmingsplan die intensief ruimtegebruik belemmeren (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)
Noordwest-Veluwe Stedendriehoek Acht erhoek Arnhem-Nijmegen Rivierenland De Vallei 0 10 12 33 33 20 40 67 60 80 100 20 33 90 88 67 Nee Ja 80 67

1.5 Duurzaam ruimtegebruik komt vooral voor in de Achterhoek en De Vallei De verschillen in duurzaam ruimtegebruik tussen de verschillende Wgr-regio’s zijn binnen Gelderland relatief beperkt. Met name in de Achterhoek en De Vallei heeft duurzaam ruimtegebruik veel beleidsaandacht. Wellicht dat er een relatie ligt met de landelijkheid van deze regio’s. In Rivierenland speelt duurzaam ruimtegebruik nog nauwelijks een rol. Van veel terreinen is niet bekend of hier maatregelen voor gelden die duurzaam ruimtegebruik bevorderen, en slechts in circa 12% van de gevallen is sprake van expliciete beleidsaandacht.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage b Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

4

Figuur 18: duurzaam ruimtegebruik naar Wgr-regio (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)
Noordwest-Veluwe Stedendriehoek Achterhoek Arnhem-Nijmegen Rivierenland De Vallei 0% 45 20% 40% 60 60 57 65 67 9 60% 3 21 46 80% 100% 13 10 43 Niet bekend 32 12 1/meer maatregelen 27 30 Geen maatregelen

1.6 In veel regio’s is geen behoefte aan parkmanagement Gemeenten op de Noordwest-Veluwe en de Achterhoek en Rivierenland gaven aan dat de bedrijven op de terreinen in hun gemeenten veelal geen behoefte hebben aan een vorm van parkmanagement. Ook het aandeel bedrijventerreinen waar een vorm van parkmanagement al operationeel is, is in de NoordwestVeluwe en Rivierenland relatief lager dan in De Vallei en Arnhem-Nijmegen. Zeker in Arnhem-Nijmegen, hier ligt het aandeel bedrijventerreinen waar sprake is van een vorm van parkmanagement boven de 60%. De grootste winst in het op poten zetten van parkmanagement ligt in De Vallei. Immers daar is de behoefte onder bedrijven groot.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage b Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

5

1.7 ICT-infrastuctuur is in geen van de regio’s een groot knelpunt Op het grootste deel van de Gelderse bedrijventerreinen is de ICT-infrastructuur volgens de gemeenten ofwel geen knelpunt, ofwel het is niet bekend of bedrijven op dit punt knelpunten ervaren. Daar waar dat wel het geval is, wordt de ICT-infrastructuur vaak al binnen drie jaar aangepakt, ofwel omdat de gemeente hiertoe het initiatief neemt, ofwel omdat gemeente en kabelaars samen ofwel omdat kabelaars alleen gaan werken om de problemen op te lossen. In de Stedendriehoek worden de ICT-knelpunten aan bedrijventerreinen op dit moment verholpen. Figuur 19: ICT-infrastructuur naar Wgr-regio (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)
Geen knelpunt Knelpunt, we doen daar als gemeente op dit moment niets aan Knelpunt, we gaan dit als gemeente binnen nu en drie jaar aanpakken Wel knelpunt, we gaan dit samen met kabelbedrijven aanpakken Wel knelpunt, kabelbedrijven werken aan verbetering van de ICT-infrastructuur Wel knelpunt, kabelbedrijven gaan binnen nu en drie jaar aan de slag Wel knelpunt, maar anders Niet bekend

Noordwest-Veluwe Stedendriehoek Achterhoek Arnhem-Nijmegen Rivierenland De Vallei 0% 10% 20% 48 51 45 58 30% 67

80 8 19 6

7

13 8 14 20

17 19

14 5 9
17

3

6 32

9

25
80% 90% 100%

40%

50%

60%

70%

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage b Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

6

1.8 Externe en interne wegontsluiting van bedrijventerreinen is redelijk, bewegwijzering is goed, parkeren is een probleem De ontsluiting van Gelderse bedrijventerreinen over de weg en met het openbaar vervoer is op de meeste bedrijventerreinen volgens de gemeenten geen probleem. Gemiddeld is de ontsluiting in 30 tot 50% van de gevallen wel matig of slecht. We signaleren geen grote verschillen tussen de regio’s. Behalve op de Noordwest-Veluwe is de externe ontsluiting van de bedrijventerreinen in de meeste gemeenten goed. Daarnaast is de externe ontsluiting van de terreinen in Rivierenland in meer dan 10% van de gevallen ook slecht. De interne ontsluiting van de bedrijventerreinen leidt minder vaak tot problemen (met uitzondering van Rivierenland).

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage b Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

7

Figuur 20a: externe ontsluiting (auto) naar Wgr-regio (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)
Noordwest-Veluwe Stedendriehoek Achterhoek Arnhem-Nijmegen Rivierenland De Vallei 0% 20% 59 61 67 40% 60% 26 33 80% 100% 47 67 71 38 13 40 25 24 13 8 5 3

Figuur 20b: interne ontsluiting (auto) naar Wgr-regio (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)
Noordwest-Veluwe Stedendriehoek Achterhoek Arnhem-Nijmegen Rivierenland De Vallei 0% 20% 62 57 52 75 40% 60% 35 17 80% 80 75 33 43 13 8 100% 20 25 5

Goed M at ig Slecht

Goed M at ig Slecht

Figuur 20c: beschikbaarheid parkeerplaatsen naar Wgr-regio (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)

Figuur 20d: bewegwijzering naar Wgr-regio (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)

Noordwest-Veluwe Stedendriehoek Achterhoek Arnhem-Nijmegen Rivierenland De Vallei 0%

47 50 58 46 64 50 20% 40% 60%

47 42 37 54 27 50 80% 9

6 8 5

Noordwest -Veluwe St edendriehoek Achterhoek Arnhem-Nijmegen Rivierenland 48 57 57 58 0% 20%

87 83 48 40 30 34 40% 60% 80%

13 17 4 3 13 8 100%

Goed 100% M at ig Slecht

De Vallei

Goed M at ig Slecht

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage b Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

8

Met uitzondering van de Achterhoek wordt bewegwijzering op bedrijventerrein in de meeste regio’s niet als een probleem ervaren. In De Vallei en Rivierenland zijn de verwijsborden in circa 10% van de gevallen slecht. In de Stedendriehoek en de Noordwest-Veluwe is de bewegwijzering zelfs op meer dan 80% van de gevallen goed. De beschikbaarheid van parkeerplaatsen op bedrijventerreinen is vaker een probleem, hoewel de situatie in geen enkele regio op meer dan 10% procent van de terreinen slecht is. Echter met name in De Vallei en in Arnhem-Nijmegen is de parkeerdruk in meer dan 50% van de gevallen dermate hoog dat gemeenten de parkeersituatie als matig beschrijven. 1.9 Ontsluiting van bedrijventerreinen met openbaar vervoer is matig Per fiets zijn de Gelderse bedrijventerreinen – met uitzondering van Rivierenland – allemaal goed te noemen. De OV-ontsluiting is in circa 60% tot 100% van de terreinen in de verschillende regio’s matig tot slecht. Ook hier is de ontsluiting van de bedrijventerreinen in Rivierenland slechter dan in de andere regio’s. Figuur 20e: ontsluiting per fiets naar Wgr-regio (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters) Figuur 20f: ontsluiting per openbaar vervoer naar Wgr-regio (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)

Noordwest-Veluwe Achterhoek Stedendriehoek Arnhem-Nijmegen Rivierenland De Vallei 0% 20% 48 83 40% 81 86

10 0 14 8 19 43 17 60% 80% 100% 9

Noordwest-Veluwe Acht erhoek Stedendriehoek Arnhem-Nijmegen Rivierenland De Vallei 0% 22 25

36 43 50 34 30 56 20% 40% 29

50 38

14 19 25 37 70 22

92

Goed M at ig Slecht

Goed 100% M at ig Slecht

60%

80%

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage b Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

9

2. Provinciale ondersteuning en gemeentelijke beleidsplannen
2.1 De ondersteuningsbehoefte bij de ontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen door de provincie is 50% tot 60% Voor vrijwel iedere regio geldt dat op circa 40 tot 50% van de terreinen geen behoefte is aan ondersteuning door de Provincie. In Arnhem-Nijmegen en de Noordwest-Veluwe wordt het meest prijs gesteld op ondersteuning door de provincie. Het gaat daarbij vooral om ondersteuning bij bevordering van intensief en meervoudig ruimtegebruik, bij revitalisering en het opzetten en vormgeven van parkmanagement. 2.2 De ondersteuning betreft vooral financieel (subsidie) en kennisondersteuning De regio’s verschillen gedeeltelijk voor wat betreft het soort ondersteuning waar de gemeenten behoefte aan hebben. Voor de meeste gemeenten geldt echter dat het verstrekken van subsidie voor het opstarten van Masterplannen met een duurzaam of intensief oogmerk en hulp in de kennisopbouw over bijvoorbeeld herstructurering en intensief of meervoudig ruimtegebruik de grootste voorkeur hebben. Daarnaast wordt in de meeste regio’s ook prijs gesteld op procesondersteuning en platformbijeenkomsten met andere gemeenten in de regio. 2.3 In de regio’s wordt op circa 10% tot 40% van de bedrijventerreinen geen beleid gevoerd op intensief ruimtegebruik Voor alle regio’s - behalve De Vallei en Arnhem-Nijmegen - geldt dat op een flink deel van de bedrijventerreinen niks gedaan wordt aan intensief ruimtegebruik of herstructurering. Op de terreinen waar wel sprake is van extra beleidsinspanning gaat dat veelal om maatregelen in het bestemmingsplan en het uitgiftebeleid. Grondprijsbeleid wordt – behalve in beperkte mate in de Stedendriehoek, Arnhem-Nijmegen en De Vallei – eigenlijk nog helemaal niet gebruikt om intensief en meervoudig ruimtegebruik te bevorderen. Over het geheel genomen constateren we dat in deze regio’s de beleidsinspanning ook het grootst is. Waarschijnlijk omdat de schaarste aan ruimte hier als grootste wordt ervaren.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage b Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

10

Figuur 21a: huidige beleidsinspanning Noordwest-Veluwe (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)
33 Door maat regelen in best emmingsplan Door uit gif tebeleid Door grondprijsbeleid 20 Door herstructureringsbeleid Financieel 27 Anders
40 60 80 100

Figuur 21b: huidige beleidsinspanning Achterhoek (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)
22 6 Door maat regelen in bestemmingsplan Door uit gif tebeleid Door grondprijsbeleid 33 Door herstructureringsbeleid Financieel 39 Anders
60 80 100

20

11

0

20

Niet

0

20

40

Niet

Figuur 21c: huidige beleidsinspanning Stedendriehoek (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)
50 25 8 8 8 Financieel 33 Anders
60 80 100

Figuur 21d: huidige beleidsinspanning Arnhem-Nijmegen (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)
42 42 3 42 19 26 13 Financieel Anders
40 60 80 100

Door maat regelen in bestemmingsplan Door uit gif tebeleid Door grondprijsbeleid Door herstructureringsbeleid

Door maat regelen in bestemmingsplan Door uit gif tebeleid Door grondprijsbeleid Door herstructureringsbeleid

0

20

40

Niet

0

20

Niet

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage b Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

11

Figuur 21e: huidige beleidsinspanning Rivierenland (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)
33 33 Door maatregelen in bestemmingsplan Door uitgift ebeleid Door grondprijsbeleid Door herst ruct ureringsbeleid 11 50 39 Financieel Anders
60 80 100

Figuur 21f: huidige beleidsinspanning De Vallei (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)
83 58 58 8 25 Financieel 8 Anders
20 40 60 80 100

Door maat regelen in best emmingsplan Door uit gif tebeleid Door grondprijsbeleid Door herstructureringsbeleid

0

20

40

Niet

0

Niet

2.4 Het aanzicht van de bedrijventerreinen is in alle regio’s in tweederde van de gevallen redelijk tot goed De gemeenten in De Vallei zijn positiever over het aanzicht van de bedrijventerreinen in hun regio dan de andere regio’s. Het minst tevreden zijn de gemeenten in Arnhem-Nijmegen, maar ook hier beoordeelden de gemeenten het uiterlijk van het terrein in tweederde van de gevallen als redelijk tot goed.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage b Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

12

Figuur 22: aanzicht naar Wgr-regio (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)

Noordwest-Veluwe Stedendriehoek Achterhoek Arnhem-Nijmegen Rivierenland De Vallei 0%

20 50 33 30 20 62 20% 40%

53 25 53 38 56 31 60% 80%

27 25 Goed 14 32 24 7 100% Redeijk

Slecht

2.5 Voor de helft van de verouderde terreinen zijn revitaliseringsplannen In De Vallei zijn meer dan de helft van de bedrijventerreinen nieuw. In de Stedendriehoek is men de afgelopen jaren ook al aan de slag gegaan met het opknappen van terreinen. De andere Gelderse regio’s zijn de afgelopen jaren minder ambitieus geweest. In Rivierenland en op de Noordwest-Veluwe heeft nog helemaal geen herstructurering plaatsgevonden terwijl een groot deel van de bedrijventerreinen verouderd is en in de Achterhoek en Arnhem-Nijmegen is een eerste begin gemaakt. Voor de komende jaren geldt dat in alle regio’s concrete plannen voor revitalisering opgesteld worden. 2.6 Overlast van bedrijven is klein, vooral de gemeenten in De Vallei en de Stedendriehoek zijn positief De mate van vormen van overlast die bedrijventerreinen veroorzaken, valt volgens de gemeenten erg mee. Dit geldt het sterkst voor de Stedendriehoek en De Vallei . In Rivierenland is de overlast waarschijnlijk groter: van veel terreinen is de mate van overlast van bedrijven bij de gemeente onbekend.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage b Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

13

Overigens signaleren we dat veel gemeenten weinig zicht hebben op overlast die bedrijven veroorzaken. Dit geldt het sterkst voor Rivierenland en Arnhem-Nijmegen. In alle regio’s is het aantal klachten van bedrijven over knelpunten in de bedrijfsvoering relatief beperkt. Het aantal terreinen waar bedrijven geen of slechts af en toe een knelpunt signaleren overheerst. Alleen in de Stedendriehoek en Arnhem-Nijmegen en de Noordwest-Veluwe bevinden zich één of enkele terreinen waarop bedrijven frequent met klachten over de knelpunten in de bedrijfsvoering bij de gemeente aankloppen.

Figuur 23: overlast van bedrijven (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)

Figuur 24: signalen van bedrijven over knelpunten in de bedrijfsvoering (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)

Noordwest-Veluwe Achterhoek Stedendriehoek Arnhem-Nijmegen Rivierenland De Vallei 0% 24 25 23 33

47 45

40 40 67 43 33 62 42 33

13 15

Noordwest-Veluwe Acht erhoek Stedendriehoek Arnhem-Nijmegen Rivierenland

36 33 42 32 48 69 0% 20% 40%

50 62 42 54 36 23 60% 80% 4

14 5 16 8 12 8 100% 3 3 Nee Af en toe Frequent Zeer frequent Niet bekend

15 60% 80% 100%

Ja Nee Niet bekend

De Vallei

20%

40%

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage b Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

14

2.7 Plannen voor revitalisering betreffen vooral intensivering van de ruimte, opknappen van wegen en aanpassing van de groenstructuur en verbetering van de ontsluiting In de figuren hieronder ziet u per regio een inventarisatie van de plannen voor revitalisering. In de meeste regio’s hebben de revitaliseringsplannen betrekking op ongeveer 30% tot 40% van de bedrijventerreinen. In Arnhem-Nijmegen en de Noordwest-Veluwe worden de meeste terreinen aangepakt. In de meeste regio’s gaat het om een grote diversiteit aan maatregelen. In De Vallei gelden de plannen maar voor ruim 10% van de bedrijventerreinen en zet men primair in op verbetering van de ontsluiting en intensivering van het ruimtegebruik met bedrijfsverplaatsingen. We verwachten dat dit deels samenhangt met het feit dat de bedrijventerreinen in De Vallei jonger zijn dan in de andere regio’s. De meest genoemde maatregelen zijn intensivering van het ruimtegebruik, al dan niet met bedrijfsverplaatsingen, het opknappen van wegen en aanpassing van de groenstructuur en verbetering van de ontsluiting.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage b Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

15

Figuur 25a: plannen voor revitalisering Noordwest-Veluwe (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)
53 13 7 13 20 13 13 13
0 20 40 60 80 100 Geen revit aliser ing Opknappen wegen Verbet ering ondergr ondse inf r ast ruct uur Verbet ering ont sluit ing Aanpassing groenst r uct uur Aanleg parkeer havens Int ensivering met bedrijf sver plaat singen Int ensivering zonder bedrijf sver plaat singen Wel r evit alisering, nog onbekend wat

Figuur 25b: plannen voor revitalisering Achterhoek (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)
57 33 10 10 10 5 14 14
Geen revit alisering Opknappen wegen Verbet ering onder grondse inf rast ruct uur Verbet ering ont sluit ing Aanpassing groenst ruct uur Aanleg parkeerhavens Int ensivering met bedr ijf sverplaat singen Int ensivering zonder bedr ijf sver plaat singen

0

20

40

60

80

100

Wel r evit aliser ing, nog onbekend wat

Figuur 25c: plannen voor revitalisering Stedendriehoek (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)
67 17 8 25 8 25
Geen revitalisering Opknappen wegen Verbetering ondergrondse infrastructuur Verbetering ontsluiting Aanpassing groenstructuur Aanleg parkeerhavens Intensivering met bedrijfsverplaatsingen Intensivering zonder bedrijfsverplaatsingen 0 20 40 60 80 100 Wel revitalisering, nog onbekend wat

Figuur 25d: plannen voor revitalisering Arnhem-Nijmegen (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)
46 27 19 24 16 16 19 24 11
0 20 40 60 80 100
Geen revit alisering Opknappen wegen Verbet ering onder grondse inf rast ruct uur Verbet ering ont sluit ing Aanpassing groenst ruct uur Aanleg parkeerhavens Int ensivering met bedr ijf sverplaat singen Int ensivering zonder bedr ijf sver plaat singen Wel r evit aliser ing, nog onbekend wat

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage b Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

16

Figuur 25e: plannen voor revitalisering Rivierenland (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)
75 13 4 17 4 13
Geen revitalisering Opknappen wegen Verbetering ondergrondse infrastructuur Verbetering ontsluiting Aanpassing groenstructuur Aanleg parkeerhavens Intensivering met bedrijfsverplaatsingen Intensivering zonder bedrijfsverplaatsingen 0 20 40 60 80 100 Wel revitalisering, nog onbekend wat

Figuur 25f: plannen voor revitalisering De Vallei (in % totaal aantal bedrijventerreinclusters)
83 8 8 17 8 8 17
Geen revit alisering Opknappen wegen Verbet ering onder grondse inf rast ruct uur Verbet ering ont sluit ing Aanpassing groenst ruct uur Aanleg parkeerhavens Int ensivering met bedr ijf sverplaat singen Int ensivering zonder bedr ijf sver plaat singen 0 20 40 60 80 100 Wel r evit aliser ing, nog onbekend wat

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage b Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

17

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage b Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

18

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage b Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

19

BIJLAGE C

ADVIES
In deze bijlage adviseren we u over de beïnvloedingsmogelijkheden die u als Provincie heeft om zorgvuldig ruimtegebruik en herstructurering op Gelderse bedrijventerreinen te bevorderen. In paragraaf 1 leest u over directe en indirecte instrumenten waarover u beschikt en in paragraaf 2 tot en met 4 leest u telkens meer over de invloed die u als provincie kunt uitoefenen op gemeenten. In paragrafen 5 en 6 gaan we in op de mogelijkheden die u heeft om vastgoedpartijen en eindgebruikers te beïnvloeden om zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren. In paragraaf 7 geven we aandachtspunten voor een concrete selectie in uw bedrijventerreinenbeleid.

1. Indirecte sturing van gemeenten
Er zijn veel instrumenten voor intensief en meervoudig ruimtegebruik op bedrijventerreinen. We onderscheiden directe en indirecte instrumenten:
Directe instrumenten beïnvloeden het intensief en meervoudig ruimtegebruik rechtstreeks. Een gemeente kan bijvoorbeeld via bestemmingsplanvoorschriften of door het stellen van voorwaarden bij de uitgifte van grond intensief en meervoudig ruimtegebruik op bedrijventerreinen rechtstreeks beïnvloeden. Als provincie heeft u eigenlijk heel weinig directe instrumenten tot uw beschikking. Uw rol is vrijwel altijd indirect. Deze indirecte instrumenten zijn feitelijk beïnvloedingsmogelijkheden op de directe instrumenten. Het gaat daarbij met name om: 1. u kunt de voorwaarden waaronder bedrijventerreinen worden uitgegeven beïnvloeden (privaatrechtelijk spoor); 2. u kunt de hoeveelheid beschikbare bedrijventerreinen (of het uitgiftetempo ervan) beïnvloeden; 3. u kunt de planvoorschriften die voor bedrijventerreinen gelden beïnvloeden (publiekrechtelijk spoor); 4. u kunt aanbieders van bedrijfsgebouwen stimuleren een grotere variëteit bedrijfspanden aan te bieden (waaronder meer huurpanden); 5. u kunt eindgebruikers beïnvloeden zodat ze uit zichzelf kiezen voor intensief of meervoudig ruimtegebruik.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage c Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

1

1.1 Directe instrumenten voor beïnvloeding liggen bij gemeenten, ontwikkelaars en beleggers Aanbieders van grond en gebouwen (gemeente, projectontwikkelaars, beleggers) kunnen de vragers hiervan (ontwikkelaars, beleggers, bedrijven) via een scala aan instrumenten rechtstreeks beïnvloeden. Laten we het klassieke voorbeeld nemen van de gemeente die een bedrijventerrein ontwikkelt en aanbiedt en een (bijvoorbeeld) logistiek bedrijf dat enkele hectares grond van de gemeente koopt. De gemeente bepaalt dan als eerste hoeveel en wanneer de grond wordt uitgegeven. Ook bepaalt de gemeente hoe hoog/intensief moet/mag worden gebouwd. En niet onbelangrijk: de gemeente bepaalt de grondprijs en andere voorwaarden aan gronduitgifte die intensief ruimtegebruik beïnvloeden, bijvoorbeeld parkmanagement en/ of de verplichting tot gebruikmaking van gemeenschappelijke voorzieningen. De logistieke dienstverlener kan proberen te onderhandelen met de gemeente, uitwijken naar een andere gemeente of de grondtransactie met de gemeente sluiten volgens deze voorwaarden. 1.2 De provincie heeft zes indirecte beinvloedingsinstrumenten om herstructurering en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren Als provincie beschikt u nauwelijks over directe instrumenten: u geeft zelf geen grond uit en bepaalt dus niet rechtstreeks de uitgiftevoorwaarden van grond. Ook maakt u zelf geen bestemmingplannen. Uw invloed op intensief ruimtegebruik is daardoor indirect en loopt via de partijen die de directe instrumenten toepassen. Uw indirecte invloed noemen we beïnvloedingsmogelijkheden. We onderscheiden zes indirecte beïnvloedingsmogelijkheden.
Zes beïnvloedingsmogelijkheden om als provincie herstructurering en intensief ruimtegebruik te stimuleren: 1. u kunt een model bestemmingsplanvoorschriften ontwikkelen voor gemeenten; 2. u kunt het vooroverleg in het kader van het bestemmingsplan gebruiken; 3. u toetst uiteraard het bestemmingsplan; 4. de brede noemer communicatie; 5. de brede noemer subsidies; 6. u kunt regionale samenwerking tussen en met gemeenten bevorderen.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage c Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

2

2. Beïnvloeding van uitgiftevoorwaarden
De aanbieder van grond stelt uitgiftevoorwaarden vast. Hij kan er voor kiezen zodanige voorwaarden te stellen dat deze bijdragen aan intensief ruimtegebruik. In de tabel hieronder is aangegeven welke uitgiftevoorwaarden in het koopcontract kunnen worden opgenomen. Daarbij is indicatief aangegeven hoe groot het effect van de verschillende uitgiftevoorwaarden is op respectievelijk intensivering en herstructurering. Tabel 26: uitgiftevoorwaarden die van invloed zijn op intensivering en herstructurering Uitgiftevoorwaarden Effect op intensivering Effect op herstructurering

Gemeenschappelijke voorzieningen: • Personenvervoer • Goederenvervoer • Parkmanagement • Clustering bedrijfsprocessen Vereniging van Eigenaren Terugkoopoptie Grondprijs Toestaan onderverhuur

• Groot • Groot • Klein • Matig Klein Groot Matig Groot

• Matig • Groot • Klein • Klein Matig Groot Groot Klein

Het is nu voor u de vraag hoe u de aanbieder van de grond kunt beïnvloeden opdat hij de uitgiftevoorwaarden zodanig gaat aanpassen dat u uw doelen van intensief ruimtegebruik en herstructurering kunt bereiken. Uw beïnvloedingsmanieren richten zich op de uitgiftevoorwaarden in het algemeen, niet op elke voorwaarde afzonderlijk. Uw beïnvloeding moet u met name richten op die directe instrumenten met het grootste effect op intensief ruimtegebruik. Dit kan met name door subsidies aan de gemeenten te verstrekken en met gemeenten in overleg te treden over communicatie. Hieronder werken we dit voor u uit:
Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage c Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

3

2.1 Extra kosten voor gemeenten ten gevolge van gewijzigde uitgiftevoorwaarden mede afdekken via subsidie U kunt denken aan het tegemoetkomen in extra kosten die andere uitgiftevoorwaarden voor intensief ruimtegebruik of herstructurering met zich meebrengen. Zo kunt u bijvoorbeeld financieel bijdragen aan het inhuren van noodzakelijke deskundigen of het opzetten van een provinciale helpdesk. Op deze manier maakt u betere communicatie mogelijk. Maar u kunt ook bijdragen aan de kosten die het oprichten van een Vereniging van Eigenaren met zich meebrengt of een bijdrage in de extra kosten van gemeenschappelijke voorzieningen (parkeren, vervoermanagement of parkmanagement). Ook kunt u bijdragen in herstructureringsprojecten of voorbeeldprojecten selecteren. Op deze manier beïnvloedt u zowel de aanbieder als de eindgebruiker van de grond6. Omdat beide gevoelig zijn voor financiële bijdragen schatten we in dat de subsidieprikkel vrij groot kan zijn, bovendien kijken marktpartijen en gemeenten positief aan tegen subsidiëring van extra kosten. 2.2 Bestaande subsidies zijn hiervoor goed bruikbaar, nieuw instrumentarium is gewenst U kunt voor de subsidies om te komen tot wijzigingen in de uitgiftevoorwaarde gebruikmaken van bestaande regelingen, maar ook een nieuwe regeling in het leven roepen. Wat betreft bestaande regelingen zien wij mogelijkheden om aan te sluiten bij de (laatste ronde voor de huidige) TIPP-regeling. U kunt bij het maken van uw provinciale visie intensief ruimtegebruik als belangrijk selectiecriterium meenemen. Ingediende projecten kunt u hierop toetsen. Ook kunt u ISV-gelden gebruiken om uw doelen te bereiken. Vooral bij herstructurering kunt u dit een rol laten spelen. U heeft een adviesrol en kunt daardoor gemeenten beïnvloeden. De provincie maakt afspraken met het Rijk. Het Rijk verdeelt het fonds over de grote gemeenten, de provincie maakt wél afspraken met de B5-gemeenten. Als nieuwe instrumenten kunt u denken aan een provinciaal herstructureringsfonds. De provincie NoordHolland werkt al sinds 1997 met een dergelijk fonds en heeft hier goede ervaringen mee. Dit fonds wordt ingezet om programma’s voor herstructurering en duurzame bedrijventerreinen te stimuleren. De bijdrage voor herstructurering van verouderde terreinen gaat met name naar haalbaarheidsstudies, maar wordt niet zozeer besteed voor daadwerkelijke provinciale investeringen.
6

Overigens moet u nagaan in hoeverre u regels als mededinging en Europese regelgeving in acht moet nemen.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage c Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

4

2.3 Extra financiële middelen zijn noodzakelijk De houding van de aanbieders en de gebruikers moet positief zijn ten aanzien van intensief ruimtegebruik en herstructurering. Goede communicatie kan hier een positieve bijdrage aan leveren evenals het besef dat de grond schaars is. Subsidies werken beter wanneer ze outputgericht zijn. Dus niet zonder meer een bijdrage in de onrendabele top, maar bijvoorbeeld een korting op de huur of grondprijs wanneer aan bepaalde voorwaarden ten aanzien van intensief ruimtegebruik na herstructurering is voldaan. Ontvangers worden dan direct beïnvloed op hun mate van intensief ruimtegebruik. 2.4 Communicatie over intensief ruimtegebruik is een krachtig middel, andere provincies pasten het al met succes toe U kunt aanbieders van grond voorlichting geven over de mogelijkheden om via de uitgiftevoorwaarden bij te dragen aan intensief ruimtegebruik. U kunt daarbij denken aan brochures (denk aan een handreiking zorgvuldig ruimtegebruik op bedrijventerreinen), voorbeeldprojecten van succesvolle herstructurering, kennisuitwisseling via workshops en het bevorderen van een model gronduitgifte. Daarbij kunt u bij kennisuitwisseling gebruik maken van het netwerk van gemeenten in bijvoorbeeld KAN-verband. Ook kunt u denken aan het instellen van een provinciaal loket waar gemeenten en andere betrokkenen terechtkunnen met al hun vragen over alle aspecten van gronduitgifte in geval van herstructurering of om intensief ruimtegebruik op bedrijventerreinen concreet vorm te geven. We schatten in dat de invloed die u hier als provincie mee krijgt op intensief ruimtegebruik en herstructurering met name op de langere termijn werkt. U moet eerst kennis overbrengen en de houding van de betrokkenen veranderen voordat ze hun gedrag gaan aanpassen. Hoe meer energie u steekt in communicatie hoe groter het effect op lange termijn. Wel schatten we in dat zowel gemeenten als marktpartijen geïnteresseerd zullen zijn in de handreikingen die u als Provincie Gelderland kunt geven. Enige nadeel is mogelijk dat gemeenten zelf in veel gevallen deskundig zijn op het gebied van de gronduitgifte en daarom soms zullen twijfelen aan uw deskundigheid met betrekking tot gronduitgifte. Goede afstemming met de gemeenten (‘Waar heeft u behoefte aan?’) is daarom van groot belang.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage c Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

5

Communicatie is bij uitstek een instrument dat u als provincie kunt inzetten. De provincie Utrecht en de gemeente Amsterdam (Coördinatieteam Optimalisering en Intensief Grondgebruik, tot en met 2002, inmiddels omgezet in een coördinatieteam innovatief ruimtegebruik) kiezen expliciet voor een communicatieve benadering bij het bevorderen van intensief ruimtegebruik en de Provincie Noord-Holland zag het stimuleren van de herstructurering de afgelopen jaren als speerpunt van haar beleid. De provincies en gemeente werken onder andere met voorbeeldprojecten. De provincie Noord-Holland zet communicatie met name in de initiatieffase in. De provincie heeft dan een duidelijk intermediaire rol om partijen bij elkaar te brengen. In latere fasen kunt u communicatie inzetten vanuit uw ervaring met andere provincies, gemeenten of marktpartijen.
Samenvattend: We zijn erg positief over een veel grotere rol van de provincie bij het beïnvloeden van de partijen die grond uitgeven. Wanneer u de uitgevers van de grond kunt overtuigen om die uitgiftevoorwaarden op te nemen die intensief ruimtegebruik positief beïnvloeden, kunt u nog veel winst behalen. U moet zich in onze ogen vooral richten op de combinatie van communicatie en subsidie om de uitgevers van de grond te beïnvloeden. Het draagvlak bij gemeenten en marktpartijen voor deze beïnvloedingsmogelijkheden schatten wij in als (erg) groot, evenals de potentiële effectiviteit. Qua uitgiftevoorwaarden zien wij het meest in het inzetten op meer gemeenschappelijke voorzieningen (zoals gemeenschappelijke parkeerplaatsen en voorzieningen voor distributie en logistiek) en terugkoopopties van grond.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage c Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

6

3. Beïnvloeding van uitgiftehoeveelheid en -tempo
Een tweede beïnvloedingsmogelijkheid waarover u als provincie in principe over beschikt is het sturen in de omvang van de hoeveelheid nieuw uitgeefbaar terrein, om zo herstructurering en intensief ruimtegebruik op bedrijventerreinen te bevorderen. Het spreekt voor zich dat u deze maatregel alleen dan moet inzetten, wanneer dit markttechnisch verantwoord is. De gemeente kan in haar bestemmingsplan minder grond met bestemming bedrijventerrein opnemen. Daarnaast kan ze variëren met het tempo waarin ze de bedrijventerreinen uitgeeft. Beperking van planologische ruimte in het bestemmingsplan heeft direct effect. Gemeenten en ook bedrijven zullen dan zorgvuldiger omgaan met de schaarse ruimte en vaker kijken naar relatief dure oplossingen als herstructurering van bestaande bedrijventerreinen. U beschikt in principe over vier manieren om gemeenten te beïnvloeden in een verantwoorde beperking van de planologische ruimte: • door het maken van een model bestemmingsplanvoorschriften; • het voeren van vooroverleg over het bestemmingsplan; • bij het toetsen van bestemmingsplannen; • door de samenwerking met of tussen gemeenten te bevorderen om betere voorwaarden te scheppen om planologische ruimte te beperken. Hieronder werken we deze strategieën voor u uit: 3.1 Model bestemmingsplan aanreiken Een model voor bestemmingsplanvoorschriften dient ons inziens met name als communicatie-instrument, als checklist of handleiding voor gemeenten die een bestemmingsplan aan het opstellen zijn. U kunt aangeven waar de gemeente op kan letten en hoe het bestemmingsplan eruit zou kunnen zien. De invloed die dit op gemeenten kan hebben is in principe heel groot: in het voortraject van bestemmingsplannen kunt u al veel invloed op de planologische ruimte uitoefenen (bijvoorbeeld met een structuurvisie). Of het succesvol is, heeft te maken met hoe de provinciale bestemmingsplantoetsers omgaan
Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage c Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

7

met hun bevoegdheid. U moet ‘nee’ durven zeggen, uw visie handhaven en uitzonderingen niet bij voorbaat toestaan. We schatten in dat gemeenten redelijk positief zullen zijn over de hulp die u hen aanbiedt in het beter benutten van schaarse ruimte. Bovendien worden modelvoorschriften voor bestemmingsplannen (voor andere provinciale beleidsdoelen) ook in de meeste provincies met succes al gebruikt7. 3.2 Gemeenten eerst overtuigen van nut en noodzaak van zorgvuldig ruimtegebruik Beperking van de planologische ruimte voor bedrijventerreinen werkt alleen in gemeenten waar men overtuigd is van het belang van intensief ruimtegebruik en de daarmee samenhangende herstructurering. Communicatie kan hierbij helpen, maar de bestaande schaarste aan grond lijkt het beste instrument om herstructurering en intensief ruimtegebruik te bevorderen. 3.3 Vooroverleg over bestemmingsplannen is goed kanaal om doelen van zorgvuldig ruimtegebruik te halen Het vooroverleg is onderdeel van bestemmingsplanprocedure (WRO). U kunt dit moment goed gebruiken om uw wensen en eisen over herstructurering en intensief ruimtegebruik richting de gemeente kenbaar maken. U kunt gemeenten wijzen op uw uitgangspunten in provinciale nota’s ten aanzien van herstructurering en intensief ruimtegebruik. Uw nota bedrijventerreinennota Trekkracht leent zich daar bijvoorbeeld voor. Ook kunt u gemeenten vragen de SER-ladder toe te passen waardoor de gemeenten moeten bewijzen dat ze nieuwe ruimte echt nodig heeft.
De SER heeft een zogenoemde SER-ladder geformuleerd waarvan de sporten als volgt zijn omschreven: 1. gebruik de ruimte die reeds beschikbaar is gesteld voor een bepaalde functie en/of door herstructurering beschikbaar gemaakt kan worden; 2. maak optimaal gebruik van de mogelijkheden om door meervoudig ruimtegebruik de ruimteproductiviteit te verhogen; 3. indien het voorgaande onvoldoende soelaas biedt, is de optie van uitbreiding van het ruimtegebruik aan de orde. Bron: Ministerie van VROM, Vijfde Nota RO (2001)

7

9 van de 12 provincies hanteren checklists of handleidingen die gemeenten kunnen raadplegen bij het opstellen van bestemmingsplannen (Novio Consult 1997).

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage c Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

8

Uw invloed op gemeenten kan vrij groot zijn, schatten we in: u kunt in deze fase bijvoorbeeld al art. 19 WRO procedures weigeren, omdat omvang, kavelgrootte, type activiteiten, uitsluiting hindercategorieën et cetera niet conform uw eisen zijn. Of vooroverleg vrijblijvend is, hangt af van de plantoetsers, zij kunnen in de préadviezen aan de Provinciale Planologische Commissie en in structuurvisies strenge eisen stellen aan intensief ruimtegebruik. 3.4 Toetsing van bestemmingsplannen is goed bruikbaar U heeft op basis van de WRO de bevoegdheid om bestemmingsplannen af te keuren wanneer ze niet in overeenstemming zijn met het ruimtelijk beleid van de provincie of het rijk, denk aan het provinciaal beleid voor intensief ruimtegebruik en het herstructureringsbeleid. U kunt bestemmingsplannen alleen toetsen wanneer ze voldoen aan de uitgangspunten van een goede ruimtelijke ordening. Hiervoor kunt u onder andere de volgende nota’s gebruiken: streekplan, provinciaal beleid bedrijventerreinen, waterhuishoudingsplan, milieuplan en rijksnota’s. In onze ogen moet u de (huidige) schaarste aan bedrijventerreinen laten bestaan. U heeft veel invloed op het aanbod van bedrijventerreinen door via de WRO-procedures niet te veel ruimte voor nieuwe bedrijventerreinen toe te staan. U staat echter vooral sterk als u in uw provinciale beleidsnota’s heldere uitgangspunten voor intensief ruimtegebruik opneemt. Het opnemen van de SER-ladder kan bijvoorbeeld goed werken. U verplicht gemeenten op deze manier goed na te gaan of in de ‘bestaande voorraad’ nog ruimte is voor bedrijven. Een nadere uitwerking hiervan is echter nodig: waar liggen nog mogelijkheden op de bestaande terreinen en onder welke voorwaarden mag een gemeente nieuwe locaties ontwikkelen. In onze optiek moet u schaarste echter niet (te zeer) willen opvoeren, omdat de economische dynamiek en dus de concurrentiepositie van Gelderland wordt aangetast. Daarnaast en daardoor zult u veel weerstanden bij bedrijven en gemeenten aantreffen voor het opvoeren van verdere schaarste. We schatten in dat zowel gemeenten als marktpartijen problemen zullen hebben met het feit dat u uw toetsingsbevoegdheid te stringent inzet. De markt kan zich teveel in haar functioneren bedreigd voelen (‘wat goed is voor de markt komt niet altijd overeen met ‘goede ruimtelijke ordening’). En de gemeente kan zich in haar autonomie aangetast voelen wanneer u zich als provincie met de gemeentelijke afweging bemoeit. Door echter het beleid voor herstructurering en intensief ruimtegebruik goed vast te leggen in uw streekplan en in andere
Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage c Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

9

beleidsnota’s en te verwijzen naar beleid in rijksnota’s kunt u dit uitdrukkelijker dan nu het geval is gebruiken in de toetsing van bestemmingsplannen. 3.5 Versterking van de regionale samenwerking is een belangrijke voorwaarde om de planologische ruimte op bedrijventerreinen te beïnvloeden U kunt regionale samenwerking tussen gemeenten, met marktpartijen en eventueel u zelf bevorderen. Er zijn veel vormen van samenwerking mogelijk, allemaal met een verschillende rol voor de provincie. Bijvoorbeeld: • u kunt als provincie samenwerking tussen gemeenten ondersteunen door bijvoorbeeld de overheadkosten en de organisatorische lasten (deels) op u te nemen. U hoeft dan dus niet te participeren. De samenwerking kan zich richten op afspraken over dezelfde bouwhoogte, bebouwingsintensiteit en parkeernorm per gemeente; • u kunt ook met gemeenten en bedrijven samenwerken in een PPS. U kunt dan mede de verantwoordelijkheid nemen, kosten en risico’s dragen. Een PPS kan vele vormen aannemen, waarin de verantwoordelijkheden voor de private en publieke partijen sterk variëren. In regionaal verband kunnen afspraken over aan te leggen bedrijventerreinen worden gemaakt. U voorkomt dat bedrijven ‘vluchten’ uit de ene gemeente naar een andere met betere condities op bedrijventerreinen. U kunt dit bijvoorbeeld bevorderen door als provincie het secretariaat te voeren of bij te dragen in kosten daarvan. Ook kunt u in een bestemmingsplantraject gemeenten vragen of hun plannen regionaal zijn afgestemd om negatieve effecten te voorkomen. In het Knooppunt Arnhem Nijmegen is onderzocht dat door regionale samenwerking op het gebied van de herstructureringsopgave en intensief ruimtegebruik minder ruimte voor bedrijventerreinen op uitleglocaties nodig is. Dit door hoog in te zetten op herstructurering en aandacht voor gezamenlijk invoeren van een pakket maatregelen voor intensief ruimtegebruik8. Het gaat echter wel om ruimtewinst op de middellange en lange termijn.

8

Stec Groep in opdracht van KAN, gemeenten Nijmegen, Wijchen en Beuningen, 2003 en Stec Groep in opdracht van KAN, gemeenten Nijmegen, Overbetuwe en Arnhem en Provincie Gelderland, 2003.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage c Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

10

3.6 Met name indirecte invloed op de regionale samenwerking Regionale samenwerking kan concurrentie tussen gemeenten verminderen wat betreft grondprijs, voorzieningen en grondreserves. Via regionale samenwerking worden minder bedrijventerreinen met ‘onzorgvuldige’ uitgiftevoorwaarden (bijvoorbeeld lage prijzen) ontwikkeld, die elkaar beconcurreren. Dit kunt u versterken door de schaarste in bepaalde gemeenten te laten bestaan waardoor samenwerking vrijwel de enige optie is. U kunt bijvoorbeeld nieuwe bestemmingsplannen alleen nog maar goedkeuren wanneer dit regionaal is afgestemd en ook beschikbaar is voor de regio. De ervaringen met regionale samenwerking in Nederland zijn wisselend. Uw invloed als provincie daarbij is relatief beperkt want grotendeels indirect. U stimuleert de samenwerking tussen gemeenten en zij moeten vervolgens de uitgifte beperken of temporiseren, of met grondopbrengsten uit de uitleggebieden herstructurering van bedrijventerreinen bekostigen. Of zij dit ook daadwerkelijk gaan doen valt te bezien. Toch zijn de ervaringen met regionale samenwerking positief9. We schatten in dat de regionale samenwerking, waarbij het beperken van de planologische ruimte een doelstelling is, het beste werkt bij schaarste. De provincie kan regionale samenwerking op dit punt sturen via de bestemmingsplanprocedure, daarnaast kan in het streekplan worden opgenomen dat het nastreven van regionale samenwerking aandacht verdient. Andere voorwaarden om beperking van planologische ruimte door regionale samenwerking te stimuleren: • wanneer u in provinciale nota’s expliciet de nadruk legt op het belang van regionale afstemming, bijvoorbeeld om zo ongewenste ruimtelijke neveneffecten te voorkomen (bijvoorbeeld leegstand); • als er veel draagvlak is gecreëerd bij gemeenten, soms is het draagvlak groot wanneer een gemeente bijvoorbeeld binnen haar grenzen geen uitbreidingsruimte meer heeft. Samenwerking met haar buren is dan een optie; • de regionale samenwerking moet wel een redelijke schaal hebben, omdat anders de concurrentie met gemeenten buiten de regio te veel invloed heeft;
Voorbeeld: de Stadsregio Rotterdam heeft – ondanks het vrijblijvende karakter – goede ervaringen met het samenwerkingsverband. De stadsregio ziet het samenwerkingsverband als middel bij uitstek om draagvlak bij gemeenten te creëren. Ze doet voorstellen voor zorgvuldig ruimtegebruik (selectiecriteria voor eindgebruikers, ‘floor space index’). De uitvoering conform de gezamenlijke visie ligt bij de gemeenten.
Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage c Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446
9

11

wanneer voorschriften voor eindgebruikers haalbaar zijn en uniform gelden voor alle nieuwe bedrijventerreinen in Gelderland (en bij voorkeur Nederland).

3.7 Opvoeren van schaarste voor bepaalde segmenten U kunt overwegen schaarste op te voeren voor die segmenten/sectoren/branches in het bedrijfsleven die u in Gelderland in mindere mate wilt faciliteren. Bijvoorbeeld omdat ze teveel ruimte in beslag nemen, onvoldoende werkgelegenheid met zich meebrengen dan wel onvoldoende inbedding hebben in de Gelderse economie (belang van clustervorming, verankering et cetera). Eventuele ontwikkeling van dit schaarstebeleid vergt echter een zeer zorgvuldige voorbereiding om ongewenste negatieve effecten op uw Gelderse economie te voorkomen. Praktisch probleem is bovendien dat dit beleid niet in de WRO staat opgenomen.
Samenvattend: We zijn in principe niet positief over het opvoeren van de huidige schaarste aan bedrijventerreinen, wel merken we dat de huidige schaarste aan bedrijventerreinen in Gelderland het denken over herstructurering en intensief ruimtegebruik stimuleert. Partijen zijn in dat geval eerder bereid na te denken over alternatieven en innovaties in intensief ruimtegebruik en te investeren in bestaande bedrijventerreinen. Goede regionale afstemming zien wij als manier en zelfs voorwaarde om de hoeveelheid uit te geven grond te verlagen. Uw invloed daarop is op dit moment nog niet zo groot, maar u hebt in onze optiek zeker mogelijkheden deze te vergroten. Schaarste opvoeren kan wellicht een optie zijn in specifieke segmenten van de bedrijventerreinenmarkten die u duidelijk minder belangrijk vindt voor de Gelderse economie. Dit vergt echter een zeer afgewogen besluitvorming in combinatie met heldere keuzen in uw economisch beleid. Wij voorspellen dat de discussie hierover de gemoederen flink zal doen oplaaien met mogelijk consequenties voor het draagvlak van uw ruimtelijk beleid.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage c Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

12

4. Beïnvloeding van planvoorschriften voor bedrijventerreinen
De gemeente kan in haar bestemmingsplan voorschriften opnemen die directe invloed hebben op intensief ruimtegebruik. Door in de planvoorschriften rekening te houden met intensief ruimtegebruik heeft de gemeente een belangrijk instrument in handen om herstructurering te bevorderen. In de onderstaande tabel is aangegeven welke bestemmingsplanvoorschriften we onderscheiden en hoe groot het effect van de verschillende voorschriften is op intensivering en herstructurering. Tabel 27: bestemmingsplanvoorschriften en effecten Bestemmingsplanvoorschriften Bestemming van het terrein Bebouwingsintensiteit Milieuzonering Parkeernormen Bouwhoogte Afstand tot rooilijn Effect op intensivering Groot Groot Groot Groot Groot Groot Effect op herstructurering Groot Matig Klein Klein Groot Matig

U heeft met name groot belang bij veel communicatie met gemeenten over de bestemmingsplanvoorschriften, de toetsing van het bestemmingsplan en de regionale samenwerking (in paragraaf 2 gingen we al in op deze strategieën). Met het opstellen van een model voor bestemmingsplanvoorschriften heeft u een uitstekend communicatieinstrument in handen om gemeenten te overtuigen. In combinatie met vooroverleg en het uiteindelijk toetsen van het bestemmingsplan is uw invloed aanzienlijk. U kunt bestemmingsplannen echter pas goed toetsen op intensief ruimtegebruik, nadat u zelf als provincie eigen beleid op dit terrein heeft ontwikkeld en vastgesteld en daarover heeft gecommuniceerd. Zo werkt u namelijk aan draagvlak bij gemeenten en bedrijven. Besteed hier veel aandacht aan.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage c Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

13

U kunt de bestemmingsplannen overigens ook toetsen op de variëteit aan bedrijfsgebouwen. Zo kunt u er op toezien dat bijvoorbeeld in de voorschriften wordt opgenomen dat sommige bedrijfsgebouwen bestaan uit kleine eenheden (bedrijfsverzamelgebouwen). Vaak zijn dit bedrijfsconcepten die zich met name goed lenen voor verhuur. Hierdoor stimuleert u het aandeel huurpanden op bedrijventerreinen, hetgeen in onze ogen positief bijdraagt aan het intensief ruimtegebruik (zie ook paragraaf 5).
Samenvattend: Wij zijn erg positief over het inzetten op verdere beïnvloeding van gemeenten om bestemmingsplanvoorschriften zodanig op te stellen dat ze leiden tot intensief ruimtegebruik. Hier is volgens vele partijen die wij spraken nog veel winst te behalen wat betreft intensief ruimtegebruik. Bovendien heeft u met de WRO al de instrumenten in handen om vorm te geven aan uw beleid. Uw rol is het aanbieden van communicatie (inclusief een model bestemmingsplanvoorschriften en vooroverleg), bestemmingsplantoetsing en regionale samenwerking. De grootste effecten verwachten wij via communicatie in combinatie met bestemmingsplantoetsing. U moet dan overigens in de bestemmingsplanprocedure ook uw rug recht durven houden. Wat betreft de bestemmingsplanvoorschriften moet u, zo denken wij, uw aandacht vooral richten op de bestemming van het terrein, bouwhoogte, bouwintensiteit, milieuzonering, parkeernormen en de afstand tot de rooilijn. Daar verwachten wij de meeste winst.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage c Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

14

5. Stimuleren van aanbieders van bedrijfsgebouwen tot variatie van bedrijfspanden
De aanbieder van bedrijfsgebouwen bepaalt welk concept hij hanteert voor zijn bedrijfsruimte. Hij kan naast een bouwconcept (waar rekening is gehouden met intensief ruimtegebruik) ook bepalen of hij zijn panden verkoopt of verhuurt. Wanneer meer bedrijfsruimte te huur wordt aangeboden kan de gebruiker ook flexibeler omgaan met zijn ruimtevraag. Wanneer een gebruiker meer ruimte nodig heeft, kan hij er voor kiezen om een groter pand te huren. Dit impliceert dat meer verhuur van bedrijfspanden intensief ruimtegebruik bevordert. Hoe kunt u de aanbieders van gebouwen nu stimuleren om een gevarieerder aanbod van bedrijfsruimte te creëren? U heeft naar onze mening twee beïnvloedingsmogelijkheden: • communicatie; • subsidie. Overleg met gemeenten en marktpartijen over alternatieve concepten die intensief ruimtegebruik bevorderen Richt uw communicatie op de uitgevers van de grond en de makers van de planvoorschriften. Vanuit uw rol als bestemmingsplantoetser kunt u in algemene communicatie, maar ook in het voortraject bestemmingsplanmakers (vooroverleg) inzetten op een groter aanbod van bedrijfsverzamelgebouwen door in te zetten op aanbod van kleinere eenheden. Ook kunt u de uitgevers van de grond overtuigen om meer grond aan verhuurders van bedrijfsonroerend goed te verkopen. U kunt marktpartijen betrekken bij het opstellen van een model bestemmingsplanvoorschriften en bijvoorbeeld beeldkwaliteitsplannen. Realiseer u: uw invloed is matig op korte termijn. U moet eerst kennis overbrengen en de houding van de betrokkenen veranderen voordat ze hun gedrag gaan aanpassen. U moet duidelijk maken dat een flexibeler aanbod door bijvoorbeeld verhuur en bedrijfsverzamelgebouwen een positief effect heeft op intensief ruimtegebruik. Echter hoe meer energie u steekt in communicatie en hoe langer en intensiever u ermee doorgaat, hoe groter het effect op lange termijn. Gemeenten hebben nog relatief weinig ervaring met de verhuurmarkt voor bedrijfsruimte, maar we schatten in dat beleggers en projectontwikkelaars redelijk positief zullen reageren op uw initiatieven. De bedrijfsruimtemarkt is voor hen een snelgroeiend segment en de vastgoedportefeuille en de rendementen in

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage c Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

15

de bedrijfsruimtemarkt waren de afgelopen jaren zeer aantrekkelijk. Dit maakt dat beleggers zich steeds meer oriënteren op de bedrijfsruimtemarkt en projectontwikkelaars ook meer in deze markt aan de slag gaan.

Subsidie helpt om nieuwe concepten in de verhuurmarkt van de grond te trekken. Uw subsidie moet zich richten op die gemeenten die bedrijventerreinen ontwikkelen waarop bedrijfsruimte wordt verhuurd. Zo worden segmenten op de bedrijfsruimtemarkt aantrekkelijk voor marktpartijen en is de kans groter dat bedrijfsruimte te huur wordt aangeboden Ook kunt u rechtstreeks de private ontwikkelaar subsidiëren wanneer deze een concept ontwikkelt dat intensief met de ruimte omgaat, bijvoorbeeld meerdere bouwlagen of gemeenschappelijke voorzieningen. Zo kunt u experimenten, initiatieven en samenwerking stimuleren tussen gemeenten, projectontwikkelaars en beleggers, bijvoorbeeld door voorbeeldplannen te selecteren. Bij het opstellen van een model voor bestemmingsplanvoorschriften en bijvoorbeeld beeldkwaliteitsplannen is de betrokkenheid van beleggers en ontwikkelaars aan te raden. Zij kunnen zo kenbaar maken onder welke voorwaarden zij bereid zijn in de bedrijfsgebouwenmarkt op nieuwe of herstructureringslocaties te gaan investeren (overigens loopt uw invloed vooral via de gemeenten, zij zijn degenen die direct onderhandelen met (private) aanbieders van grond). Hoge en – liefst stabiel stijgende – prijzen bevorderen dat aanbieders van huurpanden verder geïnteresseerd raken in de huisvestingsmarkt. Het instandhouden van schaarste kan daarbij een belangrijke rol spelen.
Samenvattend: We zijn op zich positief over het stimuleren van de aanbieders van bedrijfsgebouwen om (vooral) meer huurpanden te realiseren. Meer huur op bedrijventerreinen betekent – zwart-wit gesteld – intensiever ruimtegebruik. U stimuleert zo innovaties in bedrijfshuisvesting en laat als provincie zien dat u markt- en toekomstgericht denkt. U krijgt met deze boodschap binnen en buiten Gelderland een duidelijke voorbeeldfunctie. U moet echter wel reëel zijn wat betreft de effecten op korte termijn. Wij verwachten effecten op intensief ruimtegebruik vooral op lange termijn.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage c Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

16

6. Beïnvloeden van eindgebruikers met betrekking tot kiezen voor zorgvuldig ruimtegebruik
De eindgebruiker van de grond of een gebouw heeft als vrager van grond en bedrijfsruimte een belangrijke invloed op intensief ruimtegebruik. U kunt als provincie twee dingen doen om de houding en het gedrag van de eindgebruikers te beïnvloeden: het gaat om communicatie en subsidie. U kunt eindgebruikers beïnvloeden door aantrekkelijke voorbeeldprojecten te presenteren U kunt eindgebruikers voorbeelden laten zien van of adviseren (stretch) over andere manieren om grond en gebouwen te gebruiken en in te richten, óók op herstructureringslocaties. Dit moeten nadrukkelijk manieren zijn die ook bedrijfseconomisch voordelig kunnen zijn. Denk aan: voorbeeldplannen, -projecten, uitschrijven van een prijsvraag, brochures en andere vormen van kennisuitwisseling, afsluiten van een convenant bijvoorbeeld met andere ondernemingen of de kamers van koophandel. U moet zich daarbij niet alleen op nieuwe terreinen richten, maar ook op bestaande terreinen en voorlichting hoe gebruikers zo lang mogelijk met hun huidige pand kunnen doen. Daarnaast kunt u een loketfunctie vervullen waar gebruikers met al hun vragen over intensief ruimtegebruik en herstructurering terechtkunnen. U kunt ook subsidies geven aan bouwplannen als ze goed omgaan met intensief ruimtegebruik. Ze kunnen dan een voorbeeldfunctie vervullen. Bij de eindgebruikers moet doordringen dat er een toenemende mate van grondschaarste is. Dit is voor gebruikers een stimulans om intensief met ruimte om te gaan. Ook wat betreft de eindgebruikers geldt de constatering dat schaarste aan Gelderse bedrijventerreinen een belangrijke stimulans is om creatief om te gaan met de beperkte ruimte die er is. Op de korte termijn is uw invloed op eindgebruikers echter beperkt. Het werkt pas goed op de langere termijn als er een omschakeling in het denken van gebruikers is. U moet eerst kennis overbrengen en de houding van de betrokkenen veranderen voordat ze hun gedrag gaan aanpassen. Hoe meer energie u steekt in communicatie, hoe groter het effect op lange termijn. Realiseer u dat u niet de enige partij bent die via communicatie eindgebruikers probeert te beïnvloeden.
Samenvattend: Verwacht niet te veel van beïnvloeding van eindgebruikers om hun gedrag en houding ten aanzien van intensief ruimtegebruik en herstructurering te veranderen. Uw kansen liggen in onze optiek veel meer in de andere beïnvloedingsmogelijkheden die u heeft, met name gericht op gemeenten.
Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage c Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

17

7. Stimuleren van herstructurering, zorgvuldig ruimtegebruik en parkmanagement via het subsidieinstrument
Subsidies vormen uw krachtigste instrument, maar u moet selectief zijn Zowel uit ervaringen met herstructurering en intensief ruimtegebruik in andere provincies als uit dit onderzoek blijkt subsidieverstrekking de gemeenten het meest direct een steuntje in de rug te geven bij herstructurering en intensief ruimtegebruik. Uw middelen daarvoor zijn uiteraard beperkt. We raden u aan uw subsidiegelden gericht in te zetten, zodat u uw beperkte middelen zo efficiënt mogelijk inzet. Dit houdt concreet in dat u bij het verstrekken van provinciale steun een keuze moet maken tussen terreinen waar u als provincie wel aan bijdraagt met ondersteuning en financiën en terreinen waar u niet aan bijdraagt. Het selecteren van herstructureringslocaties kan op veel verschillende manieren. We stellen een combinatie van verschillende criteria voor, waarmee u met behulp van de gegevens uit de database bij dit onderzoek eenvoudig de meest relevante bedrijventerreinen kunt selecteren. Selecteer herstructureringslocaties op economisch belang, omvang herstructureringsopgave en voorbeeldwerking Relevante hoofdcriteria zijn voor de selectie van bedrijventerreinen zijn: • economisch belang: ofwel hoe belangrijk is het bedrijventerrein voor de economische structuur van de regio. Het ligt voor de hand vooral in te zetten op bedrijventerreinen met een hoog economisch belang. Denkt u daarbij met name aan de krapte aan bedrijventerreinen in een bepaalde economische regio en de economische toegevoegde waarde van een bepaald terrein (hierin speelt bijvoorbeeld een rol de grootte van het terrein en het type vestigers op het terrein). Op deze manier selecteren we de terreinen met de hoogste toegevoegde waarde.
Het selecteren van bedrijventerreinen met een groot economisch belang kunt u onder andere doen aan de hand van de kenmerken van de bedrijventerreinen uit IBIS, gecombineerd met vraag 1 uit onderdeel A van de enquête: • meest voorkomende branches op het bedrijventerrein (A1).

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage c Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

18

omvang van de herstructureringsopgave: ofwel is er in de betreffende regio of gemeente erg veel herstructurering van bedrijventerreinen nodig, dan verdient die regio extra aandacht van u als provincie. Daarnaast kunt u ook denken aan de omvang van de ruimtewinst die optreedt door herstructurering: als de verwachte ruimtewinst groot is, is de effectiviteit van de herstructurering immers relatief groter.

Het selecteren van bedrijventerreinen met een omvangrijke herstructureringsopgave kunt u doen door de volgende onderdelen van de database speciaal te selecteren: • het oordeel over het aanzicht van het bedrijventerrein (C1); • staat van het bedrijventerrein (C2); • of bedrijven knelpunten in hun bedrijfsvoering (C3); • of de gemeente plannen heeft voor revitalisering van het bedrijventerrein (C4); • oppervlak van de herstructurering (C5); • leegstand op het terrein (D2); • of ICT-infrastructuur knelpunten oplevert die nog niet worden aangepakt (F1); • lage kwaliteit van de ontsluiting van bedrijventerreinen (F2).

voorbeeldwerking van de projecten waaraan u bijdraagt. Uiteindelijk streeft u ernaar om herstructureringsprojecten te helpen realiseren, waar andere Gelderse gemeenten ook weer van kunnen leren. Vanuit dit oogpunt is het verstandig een spreiding van voorbeeldprojecten te realiseren. Dat wil zeggen dat u verschillende typen bedrijventerreinen stimuleert (van zwaar tot hoogwaardig, natte en droge terreinen) en dat u projecten selecteert die verschillende vormen van veroudering aanpakken.

Gemeenten die nu al relatief veel ondernemen op het gebied van intensief ruimtegebruik, kunt u eenvoudig selecteren door in te zoomen op onderdeel B van de database en daarnaast vraag D3 en D4 te selecteren: • maatregelen die al genomen worden om meervoudig en intensief ruimtegebruik te stimuleren (D3); • maatregelen die al genomen worden om duurzaam ruimtegebruik te stimuleren (D4).

Daarnaast vinden we dat het ook moet meewegen of de gemeente zelf al activiteiten onderneemt om de herstructurering op poten te zetten.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage c Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

19

U vindt dit element terug in onderdeel G3 van de database. Daarnaast zoomen onderdeel G1 en G3 in op de wensen die gemeenten zelf aangeven als het gaat om de beleidsinzet van de provincie: • Of gemeenten aangeven behoefte te hebben aan ondersteuning door de provincie (G1); • Of gemeenten zelf al het één en ander ondernemen om intensief ruimtegebruik te bevorderen (G3).

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage c Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

20

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage c Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

21

BIJLAGE D

BEGRIPPENLIJST
Herstructurering Onder herstructurering vallen alle eenmalige ingrepen in het bedrijventerrein die tot doel hebben de veroudering van het terrein als geheel te bestrijden en die niet tot het reguliere onderhoud gerekend worden10. De ingrepen kunnen betrekking hebben op elk van de vier aspecten van veroudering: bereikbaarheid en ontsluiting, aanzicht, milieukwaliteit en inrichting en ruimtegebruik. Herstructurering wordt overkoepelend gebruikt voor vijf typen herstructurering: 1. groot onderhoud: grote opknapbeurt bij fysieke veroudering; 2. revitalisering: forse integrale verbetering van het terrein, waarbij de huidige bedrijven gevestigd blijven; 3. herstructurering: reorganisatie van het terrein in combinatie met groot onderhoud; 4. herprofilering: wijziging van de werkfunctie door economische veroudering; 5. transformatie: wijziging van de functie van het bedrijventerrein als werkfunctie in andere functies zoals wonen. Oppervlakte bedrijventerrein Voor het weergeven van de oppervlakte van een bedrijventerrein zijn twee maten beschikbaar uit IBIS: bruto en netto oppervlakte. De bruto oppervlakte is de totale oppervlakte van het terrein met bedrijfsbestemming, verminderd met de oppervlakten van eventuele gedeelten binnen dit terrein die een andere bestemming hebben (woonbestemming of bestemming landelijk gebied, etc). De netto oppervlakte is de bruto oppervlakte van het terrein voor zover het een bedrijfsbestemming heeft, verminderd met de oppervlakte voor openbare voorzieningen, zoals wegen, groenstroken, water en dergelijke11.

Ministeries van Economische Zaken, Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en CPB (2000), Veroudering van bedrijventerreinen. Een structuur voor herstructurering, Den Haag. 11 ETIN Adviseurs (in opdracht van Ministeries van Economische Zaken, Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer) (2003), IBIS Werklocaties 2002. Hieruit: Toelichting per kolom bij het enquêteformulier, Tilburg.
Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage d Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

10

1

Veroudering Veroudering is het proces dat voorafgaat aan herstructurering. We onderscheiden vier typen veroudering: 1. functionele veroudering: het bedrijventerrein voldoet niet meer aan de eisen van bedrijven; 2. economische veroudering: het bedrijventerrein heeft een zwakke concurrentiepositie in vergelijking tot andere bedrijventerreinen; 3. ruimtelijke veroudering: de omgeving van het bedrijventerrein is zo veranderd dat de oorspronkelijke functie van het terrein in gedrang komt; 4. beleidsmatige of maatschappelijke veroudering: de huidige bedrijven zijn niet langer gewenst op het bedrijventerrein. Symptomen van veroudering spelen rond vier algemene aspecten van veroudering, die betrekking hebben op kenmerken van het bedrijventerrein en hun omgeving. We onderscheiden: bereikbaarheid en ontsluiting, aanzicht, milieukwaliteit en inrichting en ruimtegebruik12. Indeling WGR-regio’s De indelingen in samenwerkingsgebieden volgens de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR) berust op de betrokken wet van 1 januari 1985. De indeling is sindsdien meermalen gewijzigd als gevolg van tussentijdse herzieningen door Provinciale Staten. De Wgr-indeling telt thans 42 gebieden13. Voor Gelderland zijn de WGR-regio’s: Noordwest-Veluwe, Stedendriehoek, Achterhoek, Arnhem-Nijmegen, Rivierenland en De Vallei14.

Ministeries van Economische Zaken, Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en CPB (2000), Veroudering van bedrijventerreinen. Een structuur voor herstructurering, Den Haag. 13 Bron: CBS (2003). 14 Bron: Provincie Gelderland (2003), Afdeling cartografie, Arnhem.
Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage d Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

12

2

Figuur 26: Wgr-regio-indeling Provincie Gelderland

Noordwest-Veluwe Stedendriehoek

De Vallei

Achterhoek Rivierenland Arnhem-Nijmegen

Bron: Provincie Gelderland (2003), Afdeling cartografie, Arnhem
Noordwest-Veluwe Stedendriehoek Achterhoek Arnhem-Nijmegen Rivierenland West-Veluwe/ De Vallei Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Heerde en Hattem Apeldoorn, Zutphen, Brummen, Epe, Gorssel, Lochem, Voorst, Vorden en Warnsveld Aalten, Bergh, Borculo, Dinxperlo, Doetinchem, Eibergen, Gendringen, Groenlo, Hengelo, Hummelo en Keppel, Lichtenvoorde, Neede, Ruurlo, Steenderen, Wehl, Winterswijk, Wisch en Zelhem Groesbeek, Ubbergen, Mook en Middelaar, Wijchen, Lingewaard, Rozendaal, Arnhem, Rheden, Millingen a/d Rijn, Heumen, Beuningen, Overbetuwe, Renkum, Zevenaar, Nijmegen, Angerlo, Rijnwaarden, Westervoort, Doesburg, Duiven en Didam West Maas en Waal, Buren, Culemborg, Druten, Geldermalsen, Neder-Betuwe, Lingewaal, Maasdriel, Neerijnen, Tiel en Zaltbommel Barneveld, Ede, Nijkerk, Scherpenzeel en Wageningen

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage d Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

3

Intensief ruimtegebruik Ruimtegebruik waarbij het gebruikte bruto vloeroppervlak in vergelijking met het grondoppervlak wordt geoptimaliseerd15. Meervoudig ruimtegebruik Ruimtegebruik waarbij het grondoppervlak optimaal wordt benut door te bouwen in meerdere lagen of door meervoudig gebruik in tijd. Zorgvuldig ruimtegebruik Onder te verdelen in intensief en meervoudig ruimtegebruik, verbetering van de beeldkwaliteit en een goede landschappelijke inpassing.

15

Werkgroep Intensief Ruimtegebruik op Bedrijventerreinen (IRB) (2002), ‘Verzameld werk’. Rapport MDW-werkgroep Intensief Ruimtegebruik Bedrijventerreinen, Den Haag.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage d Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

4

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage d Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

5

BIJLAGE E

BRONNEN
• • • • • • ETIN Adviseurs (in opdracht van Ministeries van Economische Zaken, Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer) (2003), Herstructureringsopgave in de G30-gemeenten, Tilburg; ETIN Adviseurs (in opdracht van Ministeries van Economische Zaken, Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer) (2003), IBIS Werklocaties 2002, Tilburg; Ministeries van Economische Zaken, Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en CPB (2000), Veroudering van bedrijventerreinen. Een structuur voor herstructurering, Den Haag; Provincie Gelderland (2002), IBIS Werklocaties 2002 voor de provincie Gelderland, Arnhem; Provincie Gelderland (2003), Provinciale Werkgelegenheidsenquête Gelderland (PWE-Gelderland) 2002, Arnhem; Werkgroep Intensief Ruimtegebruik op Bedrijventerreinen (IRB) (2002), ‘Verzameld werk’. Rapport MDWwerkgroep Intensief Ruimtegebruik Bedrijventerreinen, Den Haag.

Herstructurering en verduurzaming van bedrijventerreinen in Gelderland, bijlage e Stec Groep aan Provincie Gelderland G-140/3.5.446

1