Inhoud van de voorschriften

Hoofdstuk I
Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3

1

Inleidende bepalingen
Begripsomschrijvingen Wijze van meten en berekenen Dubbeltelbepaling

blz. 3 3 5 5

Hoofdstuk II
Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Bestemmingen
Bedrijven Kantoren (K) Verkeersdoeleinden (V) Verblijfsdoeleinden Haltegebied (HG) Water (WA) Groen (GR) Spoorwegdoeleinden (S) Leidingen

7 7 9 10 10 11 11 12 13 14

Hoofdstuk III
Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18

Algemene bepalingen
Aanwijzing ex artikel 13 lid 1 WRO Gebruik van gronden en bouwwerken Algemene vrijstellingsbevoegdheden Wijzigingsbevoegdheden Algemene procedurevoorschriften Aanvullende werking bouwverordening

15 15 15 15 16 16 16

Hoofdstuk IV Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Overgangsbepalingen Strafrechtelijke bepaling Slotbepaling

17 17 17 17

Bijlagen:
1. Staat van Bedrijfsactiviteiten. 2. Staat van Horeca-activiteiten.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

181.10741.02

Inhoud van de voorschriften

2

blanco pagina

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

181.10741.02

Hoofdstuk I
Artikel 1

Inleidende bepalingen

3

Begripsomschrijvingen

In dit plan wordt verstaan onder: 1. het plan het bestemmingsplan Bedrijvenpark Heron, vervat in deze voorschriften en de plankaart. 2. de plankaart de kaart nummer 181.10741.02 die deel uitmaakt van het plan. 3. ander bouwwerk een bouwwerk, geen gebouw zijnde. 4. bebouwing één of meer gebouwen en/of andere bouwwerken. 5. bedrijfsvloeroppervlakte de brutovloeroppervlakte van bedrijfs-, kantoor- en andere dienstruimten, uitgezonderd parkeergarages en fietsenstallingen. 6. bestaand bouwwerk bouwwerk zoals dat bestaat of rechtens mag bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan. 7. bestemmingsgrens een op de plankaart als zodanig aangegeven lijn, die de grens vormt tussen bestemmingsvlakken. 8. bestemmingsvlak een op de plankaart door bestemmingsgrenzen begrensd vlak van gronden met eenzelfde bestemming. 9. bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 10. bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 11. brutovloeroppervlakte de vloeroppervlakte van alle voor mensen toegankelijke ruimten binnen een gebouw. 12. consumentenvuurwerk vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik. 13. detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; in dit plan wordt een horecabedrijf niet als detailhandel aangemerkt.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

181.10741.02

Inleidende bepalingen

4

14. detailhandel in volumineuze goederen een detailhandelsbedrijf te onderscheiden in de volgende categorieën: detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen; detailhandel in zeer volumineuze goederen, zoals auto's, boten, motoren, caravans, landbouwwerktuigen en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals accessoires, onderhoudsmiddelen, onderdelen en materialen. 15. gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 16. horecavestiging een bedrijf, gericht op één of meer van de navolgende activiteiten: het verstrekken van al dan niet ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken; het exploiteren van zaalaccommodatie; het verstrekken van nachtverblijf. 17. kiss and ride parkeervoorziening bedoeld voor kortdurend parkeren van voertuigen van particulieren zodat deze anderen kunnen afzetten of ophalen. 18. park and ride parkeervoorziening bedoeld voor langdurend parkeren van voertuigen van particulieren als deze gebruikmaken van de openbaar vervoersvoorzieningen ter plaatse. 19. peil de hoogte van de kruin van de weg: in geval van een gebouw waarvan de hoofdtoegang direct aan die weg grenst en de onderzijde van de hoofdtoegang op maximaal 0,25 m boven of onder de hoogte van de kruin is gelegen; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein bij voltooiing van de bouw.

1.

2.

20. Regeling externe veiligheid inrichtingen Regeling externe veiligheid inrichtingen zoals gepubliceerd in Scr. 23 september 2004, nr. 183. 21. risicovolle inrichtingen inrichtingen als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 22. scheidingslijn een op de plankaart als zodanig aangegeven lijn, die de grens vormt tussen delen van vlakken, voor welke delen verschillende bepalingen gelden. 23. volwassenenonderwijs en/ of opleidingsinstituut een instituut gericht op het aanbieden van onderwijs en/of opleidingen veelal op basis van een meerdaagse cursus of deeltijdonderwijs, niet zijnde een school of instelling als bedoeld in de Leerplichtwet, een instelling als bedoeld in de Wet op het Hoger Beroepsonderwijs, of een instelling als bedoeld in de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk onderwijs, zoals deze gelden ten tijde van de vaststelling van dit plan.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

181.10741.02

Inleidende bepalingen

5

Artikel 2

Wijze van meten en berekenen

Voor de toepassing van deze voorschriften wordt als volgt gemeten en berekend: 1. de hoogte van een bouwwerk: vanaf peil tot het hoogste punt van het bouwwerk, op of aan dat bouwwerk bevestigde ondergeschikte delen, zoals lift- en dakopbouwen, schoorstenen, gelijkmatig opengewerkte balkonhekken, vlaggenmasten en antennes niet meegerekend; 2. de oppervlakte van een ander bouwwerk: de oppervlakte van de verticale projectie van het bouwwerk op het onderliggende horizontale vlak; 3. de oppervlakte van een gebouw: de oppervlakte van de verticale projectie van het gebouw op het onderliggende horizontale vlak, tussen de buitenwerkse gevelvlakken of harten van scheidsmuren.

Artikel 3

Dubbeltelbepaling

Grond, welke ten minste in aanmerking is of moet worden genomen bij het verlenen van een bouwvergunning waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van een andere bouwaanvraag, hetzelfde perceel betreffende, buiten beschouwing.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

181.10741.02

Inleidende bepalingen

6

blanco pagina

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

181.10741.02

Hoofdstuk II Bestemmingen
Artikel 4 Bedrijven

7

Doeleinden 1. De op de plankaart als "Bedrijven" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven die hierna zijn aangegeven bij de code die op de plankaart in het betreffende bestemmingsvlak is aangeduid, met inachtneming van de op de plankaart aangegeven scheidingslijnen:
code B3.1 B3.2 B4.1 B4.2 bedrijven die in de van deze voorschriften deel uitmakende bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn aangeduid als categorie 1, 2 of 3.1 categorie 1, 2, 3.1 of 3.2 categorie 1, 2, 3, 3.1, 3.2, of 4.1 categorie 1, 2, 3, 3.1, 3.2, 4.1, of 4.2

alsmede voor detailhandel in volumineuze goederen; voor erftoegangswegen, (fiets)paden en bermen, en groen-, (ondergrondse) parkeer- en overige voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, behorende bij een bedrijfsterrein en water; met dien verstande dat: een groothandel in consumentenvuurwerk met opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk niet is toegestaan; risicovolle inrichtingen niet zijn toegestaan. 2. Onder bedrijven als bedoeld in lid 1, onder a, zijn niet begrepen: a. detailhandelsbedrijven; en b. bedrijven, die krachtens artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer zijn aangewezen als inrichtingen die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken, en die als zodanig zijn genoemd in de van deze voorschriften deel uitmakende Bijlage Inrichtingen Wet geluidhinder. Toegestane bouwwerken 3. Op en in de gronden als bedoeld in lid 1 mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen, niet zijnde bedrijfs- of andere woningen; b. andere bouwwerken, zoals palen, masten, verkeers-, reclame- en andere tekens, technische installaties en erf- of perceelafscheidingen. Bouwen 4. Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in lid 3, gelden de volgende bepalingen: a. het bebouwingspercentage mag op bij eenzelfde bedrijfsvestiging behorende gronden ten hoogste zoveel bedragen als op de plankaart is aangegeven; b. bij elke bedrijfsvestiging mag de gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte van kantoorruimten behorende bij het bedrijf, niet meer dan 50% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte bedragen, en in ieder geval niet meer dan 2.000 m²; c. de goothoogte en hoogte van gebouwen als bedoeld in lid 3, onder a, mogen niet meer bedragen dan op de plankaart is aangegeven; d. per bedrijfsvestiging mag één reclamezuil worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 10 m; e. de hoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven:
bouwwerken luifels, vlaggen- en andere masten: erf- of perceelafscheidingen achter de voorgevelrooilijn, op of rond een terrein met daarop een gebouw: overige erf- of perceelafscheidingen overige andere bouwwerken: maximale hoogte 6m 2m 1m 3m

b. c.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

181.10741.02

Bestemmingen

8

Vrijstellingsbevoegdheid Staat van Bedrijfsactiviteiten 5. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 1 onder a: a. om bedrijven toe te laten in één categorie hoger dan in lid 1 onder a genoemd, voorzover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm alsmede getoetst aan de aangegeven maatgevende milieuaspecten) geacht kan worden te behoren tot de in lid 1 onder a genoemde categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. om bedrijven toe te laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, voorzover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, zoals in lid 1 onder a genoemd.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

181.10741.02

Bestemmingen

9

Artikel 5

Kantoren (K)

Doeleinden 1. De op de plankaart als "Kantoren" (K) aangewezen gronden zijn bestemd voor kantoren tot een maximaal brutovloeroppervlak van 30.000 m² en bijbehorende (ondergrondse) parkeervoorzieningen, tuinen en andere voorzieningen. Toegestane bouwwerken 2. Op en in de gronden als bedoeld in lid 1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen, niet zijnde dienst- of andere woningen; b. bijbehorende aan- of uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen; c. andere bouwwerken, zoals pergola's, vlaggenmasten en erf- of perceelafscheidingen. Bouwen 3. Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in lid 2, gelden de volgende bepalingen: a. de goothoogte en hoogte van gebouwen als bedoeld in lid 2, onder a mogen niet meer bedragen dan op de plankaart is aangegeven; b. de hoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven:
bouwwerken - luifels, vlaggen- en andere masten - erf- of perceelafscheidingen achter de voorgevelrooilijn, op of rond een terrein waarop een gebouw staat - overige erf- of perceelsafscheidingen - overige bouwwerken maximale hoogte 6m 2m 1m 3m

Wijzigingsbevoegdheid ex artikel 11 WRO 4. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming van de gronden als bedoeld in lid 1 te wijzigen in de bestemming Onderwijsdoeleinden ten behoeve van de vestiging van volwassenenonderwijs en/of opleidingsinstituten indien en voor zover toepassing van de wijzigingsbevoegdheid niet leidt tot een beperking van de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

181.10741.02

Bestemmingen

10

Artikel 6

Verkeersdoeleinden (V)

Doeleinden 1. De op de plankaart als "Verkeersdoeleinden" (V) aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen met maximaal 2x2 rijstroken; b. voorzieningen zoals in- en uitvoeg- en opstelstroken, bushaltes en geluidswerende voorzieningen, uitgezonderd verkooppunten voor motorbrandstoffen; c. parkeerstroken en -voorzieningen; d. fiets- en voetpaden; e. bermen en andere groenvoorzieningen; f. watergangen, bruggen en duikers; g. nutsvoorzieningen. Toegestane bouwwerken 2. Op de gronden als bedoeld in lid 1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. ondergeschikte gebouwen en andere bouwwerken voor nutsvoorzieningen, zoals abri's; b. bij de bestemming behorende andere bouwwerken, zoals lichtmasten, informatieborden, verkeerstekens en -regelinstallaties en straatmeubilair; waartoe mede gerekend worden (ondergrondse) containers voor vuil- en/of glasinzameling en fietsenstallingen en -rekken. Bouwen 3. Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in lid 2, gelden de volgende bepalingen: a. van gebouwen mag de oppervlakte niet meer dan 20 m² en de hoogte niet meer dan 3 m bedragen; b. de hoogte van licht- en andere masten, informatieborden, verkeerstekens en -regelinstallaties mag niet meer dan 10 m bedragen en van overige andere bouwwerken niet meer dan 3 m.

Artikel 7

Verblijfsdoeleinden

Doeleinden 1. De op de plankaart als "Verblijfsdoeleinden" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verhardingen voor woonstraten, pleinen, auto-, fiets- en voetgangersverkeer en parkeervoorzieningen; b. bermen, groen- en speelvoorzieningen; c. watergangen, bruggen en duikers; d. bij een en ander behorende andere voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen. Toegestane bouwwerken 2. Op de gronden als bedoeld in lid 1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. ondergeschikte gebouwen, zoals abri's, kabelkasten en gemaalgebouwtjes; b. bij de bestemming behorende andere bouwwerken, zoals lichtmasten, informatieborden, verkeerstekens en -regelinstallaties, straatmeubilair, waartoe mede gerekend worden (ondergrondse) containers voor vuil- en of glasinzameling en fietsenstallingen en -rekken en speelobjecten. Bouwen 3. Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in lid 2, gelden de volgende bepalingen: a. van gebouwen mag de oppervlakte niet meer dan 20 m² en de hoogte niet meer dan 3 m bedragen; b. de hoogte van licht- en andere masten, informatieborden, verkeerstekens en -regelinstallaties mag niet meer dan 10 m bedragen en van overige andere bouwwerken niet meer dan 3 m.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

181.10741.02

Bestemmingen

11

Artikel 8

Haltegebied (HG)

Doeleinden 1. De op de plankaart als "Haltegebied" (HG) aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verharding voor pleinen, auto-, fiets-, openbaar vervoers- en voetgangersverkeer en parkeervoorzieningen, waaronder mede verstaan een "kiss and ride" en een "park and ride" voorziening; b. één detailhandelsvestiging en één horecavestiging, voor zover deze laatste valt in categorie 1b van de van deze voorschriften deel uitmakende Staat van Horeca- activiteiten; b. bermen, groen- en speelvoorzieningen; c. watergangen, bruggen en duikers; d. bij een en ander behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen. Toegestane bouwwerken 2. Op de gronden als bedoeld in lid 1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen ten behoeve van het bepaalde in lid 1b; b. ondergeschikte gebouwen zoals abri's, telefooncellen, kabelkasten en gemaalgebouwtjes; c. bij de bestemming behorende andere bouwwerken, zoals lichtmasten, informatieborden, verkeerstekens en -regelinstallaties en straatmeubilair, waartoe mede gerekend worden (ondergrondse) containers voor vuil- en/of glasinzameling, fietsenstallingen en -rekken en speelobjecten, overkappingen en luifels. Bouwen 3. Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in lid 2, gelden de volgende bepalingen: a. van gebouwen als bedoeld in lid 2 onder a mag de oppervlakte niet meer dan 100 m² en de hoogte niet meer dan 3 m bedragen; b. van ondergeschikte gebouwen mag de oppervlakte niet meer dan 20 m² en de hoogte niet meer dan 3 m bedragen; c. de hoogte van licht- en andere masten, informatieborden, verkeerstekens en -regelinstallaties mag niet meer dan 10 m bedragen en van overige andere bouwwerken niet meer dan 3 m.

Artikel 9

Water (WA)

Doeleinden 1. De op de plankaart als "Water" (WA) aangewezen gronden zijn bestemd voor water met daarbijbehorende taluds en oevers. Toegestane bouwwerken 2. Op de gronden als bedoeld in lid 1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. bij de bestemming behorende andere bouwwerken, zoals duikers, bruggen, kademuren, beschoeiingen, een en ander uitgezonderd steigers en andere aanlegplaatsen; b. bij aangrenzende wegen behorende andere bouwwerken zoals overkluizingen ten behoeve van in- en uitritten en paden. Bouwen 3. De hoogte van bouwwerken als bedoeld in lid 2, mag niet meer dan 3 m bedragen.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

181.10741.02

Bestemmingen

12

Artikel 10

Groen (GR)

Doeleinden 1. De op de plankaart als "Groen" (GR) aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groen- en speelvoorzieningen; b. watergangen en -partijen; c. fiets- en voetpaden, in- en uitritten en andere, ondergeschikte verhardingen; d. geluidswerende voorzieningen; e. ter plaatse van de aanduiding "reclamemast", tevens voor een reclamemast, al dan niet in combinatie met antenneapparatuur ten behoeve van mobiele telecommunicatie; f. (ondergrondse) containers voor vuil- en of glasinzameling en fietsenstallingen en -rekken. Bouwen 2. Op de gronden als bedoeld in lid 1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "reclamemast", een ander bouwwerk in de vorm van een reclamemast met een maximale hoogte van 40 m; b. overige andere bouwwerken, waarvan de hoogte niet meer dan 3 m mag bedragen, behoudens geluidswerende voorzieningen, waarvan de hoogte niet meer dan 6 m mag bedragen.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

181.10741.02

Bestemmingen

13

Artikel 11

Spoorwegdoeleinden (S)

Doeleinden 1. De op de plankaart als "Spoorwegdoeleinden" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. spoorwegen en daarbij behorende voorzieningen; b. ter plaatse van de subbestemming "Spoorweg- en verkeersdoeleinden" (Sv) voor spoorwegen en daarbijbehorende voorzieningen en wegen met maximaal 2x2 rijstroken met bijbehorende voorzieningen; c. wegen, paden, bermen, watergangen, duikers, paden en stallings- en nutsvoorzieningen. Toegestane bouwwerken 2. Op de gronden als bedoeld in lid 1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen en andere bouwwerken ten behoeve van spoorwegen; b. bij de bestemming behorende andere bouwwerken, zoals bovenleiding-, sein- en andere masten, technische installaties en geluidswerende voorzieningen; c. ter plaatse van de subbestemming Spoorweg- en verkeersdoeleinden, bij de bestemming behorende andere bouwwerken, zoals bovenleiding-, sein- en andere masten, technische installaties en geluidswerende voorzieningen, bruggen en viaducten, lichtmasten, informatieborden, verkeerstekens en -regelinstallaties en straatmeubilair. Bouwen 3. Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in lid 2, gelden de volgende eisen: a. de hoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven:
bouwwerken bovenleiding-, sein- en andere masten, technische installaties: geluidswerende voorzieningen, luifels en andere overkappingen: erf- of perceelafscheidingen: bruggen en viaducten: overige andere bouwwerken: maximale hoogte 10 m 6m 2m 15 m 4m

b.

in afwijking van het bepaalde onder a, mogen bergingen, fietsenstallingen en andere ondergeschikte dienstgebouwen tot een gezamenlijke oppervlakte van 200 m² en een hoogte van 3 m worden gebouwd.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

181.10741.02

Bestemmingen

14

Artikel 12

Leidingen

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Leidingen zijn binnen een afstand van 4 m aan weerszijden van de medebestemming "aardgasleiding ondergronds" bestemd voor een aardgastransportleiding met een diameter van 8" en een druk van 40 Bar. Bouwvoorschriften 2. Op deze gronden mag niet worden gebouwd, tenzij het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voorzover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid. Vrijstellingsbevoegdheid 3. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 2 met inachtneming van de voor de betrokken bestemming geldende (bouw)voorschriften. Vrijstelling wordt verleend indien de belangen van de leiding(en) niet onevenredig worden geschaad. Aanlegvoorschriften 4. Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leidingen zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) binnen 15 m aan weerszijden van de aanduiding "aardgasleiding ondergronds" de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen; b. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven of ophogen; c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; e. diepploegen; f. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de doeleindenomschrijving aangegeven, en daarmee verband houdende constructies; g. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen. 5. Het verbod als bedoeld in lid 4 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 6. De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 4 zijn slechts toelaatbaar voorzover het leidingbelang hierdoor niet onevenredig wordt benadeeld. Adviesprocedure 7. Alvorens omtrent het verlenen van vrijstelling of aanlegvergunning te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de leiding(en).

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

181.10741.02

Hoofdstuk III Algemene bepalingen
Artikel 13 Aanwijzing ex artikel 13 lid 1 WRO

15

Ten aanzien van de gronden die op de kaart zijn voorzien van de aanduiding "aanwijzing ex artikel 13 lid 1 WRO" wordt de verwerkelijking van het plan in de naaste toekomst nodig geacht.

Artikel 14

Gebruik van gronden en bouwwerken

Gebruiksverbod 1. Het is verboden de in het plan begrepen gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de in het plan aan deze gronden gegeven bestemming en met het in of krachtens het plan ten aanzien van het gebruik van deze gronden en bouwwerken bepaalde. Als strijdig gebruik wordt in ieder geval aangemerkt, het gebruik als of ten behoeve van een seksinrichting. Vormen van verboden gebruik 2. Een verboden gebruik als bedoeld in lid 1, is in ieder geval het gebruik van onbebouwde gronden: a. als stand- of ligplaats van onderkomens, tenzij dit gebruik verband houdt met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; b. als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik verband houdt met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden. Vrijstelling 3. Burgemeester en wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 1, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatig gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Artikel 15

Algemene vrijstellingsbevoegdheden

Vrijstellingen 1. Burgemeester en wethouders zijn, waar daar in deze voorschriften nog niet is voorzien, bevoegd vrijstelling te verlenen van deze voorschriften: a. ten behoeve van het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor nutsvoorzieningen, zoals gasdrukregelstations, wachthuisjes, telefooncellen, bewaarplaatsen van huisvuilcontainers en transformatorhuisjes, waarvan de hoogte niet meer dan 3 m en de oppervlakte niet meer dan 30 m² mag bedragen; b. indien en voorzover afwijkingen ten aanzien scheidingslijnen noodzakelijk zijn ter aanpassing van het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein, mits die afwijkingen ten opzichte van hetgeen op de plankaart is aangegeven niet meer dan 5 m bedragen; b. voor de bouw van één antenne-installatie ten behoeve van mobiele telecommunicatie, inclusief bijbehorende techniekkast(en) en bedrading, mits de bouwhoogte maximaal 20 m bedraagt. 2. Vrijstelling wordt niet verleend indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

181.10741.02

Algemene bepalingen

16

Artikel 16

Wijzigingsbevoegdheden

Algemene wijziging 1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het wijzigen van grenzen van bestemmingsen andere bouwvlakken en van aanduidingen op de plankaart zodanig, dat de geldende oppervlakte van de bij wijziging betrokken vlakken met niet meer dan 10% wordt verkleind of vergroot en de grenzen daarbij met niet meer dan 10 m worden verschoven. Wijziging bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten 2. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de van deze voorschriften deel uitmakende bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten als volgt te wijzigen: het toevoegen en schrappen van soorten bedrijven en het veranderen van de categorie-indeling van soorten bedrijven, voor zover veranderingen in de bedrijfsvoering en de milieugevolgen van soorten bedrijven hiertoe aanleiding geven. Wijziging bijlage Inrichtingen Wet geluidhinder 3. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de van deze voorschriften deel uitmakende bijlage Inrichtingen Wet geluidhinder te wijzigen, ter verwerking van wijzigingen van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer.

Artikel 17

Algemene procedurevoorschriften

Bij toepassing van een vrijstellingsbevoegdheid of een wijzigingsbevoegdheid ingevolge dit plan, is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing.

Artikel 18

Aanvullende werking bouwverordening

De voorschriften van stedenbouwkundige aard van paragraaf 2.5 van de Bouwverordening zijn uitsluitend van toepassing, voorzover het betreft: a. bereikbaarheid van bouwwerken van wegverkeer, brandblusvoorzieningen; b. bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten; c. de ruimte tussen bouwwerken; d. parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

181.10741.02

Hoofdstuk IV Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 19 Overgangsbepalingen

17

Bouwen 1. Bouwwerken die op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaan of in uitvoering zijn, dan wel na dat tijdstip krachtens een daartoe strekkende bouwvergunning of anderszins rechtens zijn of mogen worden gebouwd, en die afwijken van het in of krachtens het plan − behoudens in dit artikel − bepaalde, mogen: a. uitsluitend gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, mits de afwijkingen niet worden vergroot; b. indien die bouwwerken door een calamiteit zijn getroffen, geheel worden vernieuwd, mits de aanvraag voor een bouwvergunning is ingediend binnen 18 maanden, nadat het bouwwerk door de calamiteit is getroffen, mits de afwijkingen niet worden vergroot. Gebruik 2. Het gebruik, dat op het tijdstip van het onherroepelijk worden van de goedkeuring van het plan van in het plan begrepen gronden en bouwwerken in afwijking van het plan − behoudens het in dit artikel bepaalde − wordt gemaakt, mag worden voortgezet en gewijzigd, mits daardoor de afwijkingen van het plan niet worden vergroot. Het bepaalde in de vorige zin geldt niet, indien: a. het betreft een gebruik dat reeds in strijd is met het vóór het onderhavige plan geldende bestemmingsplan; b. dat strijdig gebruik een aanvang heeft genomen, nadat de goedkeuring van dat vorige bestemmingsplan onherroepelijk was geworden; c. burgemeester en wethouders tijdig aan overtreder kenbaar hebben gemaakt dat sprake is van strijdig gebruik en dat ze in voortzetting daarvan niet berusten.

Artikel 20

Strafrechtelijke bepaling

Overtreding van het verbod, gesteld in artikel 12 lid 4 en 14 lid 1 wordt hierbij aangeduid als een strafbaar feit en daarmee als een economisch delict als bedoeld in artikel 1a, onder 2° van de Wet op de economische delicten.

Artikel 21

Slotbepaling

Het plan kan worden aangehaald als bestemmingsplan "Bedrijvenpark Heron".

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

181.10741.02