3.

BEDRIJVENTERREINEN

3.1

Inleiding
In de Regionaal-economische Ontwikkelingsstrategie (de REOS) wordt gestreefd naar een kwantitatief en kwalitatief evenwicht tussen vraag en aanbod van bedrijventerreinen rond 2005. Dit is om een goede ontwikkeling van de werkgelegenheid mogelijk te maken. Daarnaast moet er op de lange termijn planologisch voldoende aanbod van bedrijventerreinen worden gewaarborgd. In dit hoofdstuk wordt bekeken of aan de doelstelling om te zorgen voor voldoende aantrekkelijke en representatieve bedrijfslocaties in de (RSP-) regio wordt voldaan. Daarbij wordt allereerst gekeken welk van de werkgelegenheid zich op de bedrijventerreinen bevindt om de impact van het ontwikkelen van nieuwe bedrijventerreinen in te kunnen schatten.

3.2

Werkgelegenheid op bedrijventerreinen
In de periode 1996-2001 was in vrijwel alle jaren iets meer dan een kwart van het totaal aantal banen (het aantal fulltime en parttime arbeidsplaatsen) op de bedrijventerreinen gevestigd. Het aandeel banen op bedrijventerreinen is tussen 1996 en 2001 licht gestegen van 27,5 naar 28,6 procent.
Figuur 3.1 Banen op bedrijventerrein en het totaal aantal banen in de acht RSP gemeenten, Zeist en Driebergen-Rijsenburg, 1996-2001*

450000 400000 350000 300000 250000 200000 150000 100000 50000 0 1996 1997 1998 1999 2000 2001

Banen op bedrijventerreinen
* exclusief kantorenlocaties Bron: Provinciaal Arbeidsplaatsen Register, 2002

Totaal aantal banen

STOGO onderzoek & advies 2002

25

Als de stijging van het aantal banen op bedrijventerreinen wordt afgezet tegen de uitgifte van bedrijventerreinen dan is er geen directe relatie zichtbaar. De stijging van het aantal banen verloopt veel geleidelijker dan de uitgifte van het aantal hectare bedrijventerreinen. Het aantal hectaren uitgegeven grond varieert sterk van jaar tot jaar. Dit komt doordat de terreinen vaak als één geheel worden opgeleverd en snel door de markt worden opgenomen. Men zou bij een aanzienlijke uitgifte in het jaar erna een hoger aandeel banen op de bedrijventerreinen verwachten, maar deze tendens wordt in de cijfers niet zichtbaar. Daarom zijn de cijfers uitgesplitst naar gemeenten om te kijken of op gemeentelijk niveau deze tendens wel zichtbaar is. Op gemeentelijk niveau is te zien dat veruit de grootste groei van het absolute aantal banen plaatsvindt op bedrijventerreinen in de gemeente Utrecht en Nieuwegein. In beide gemeenten is er relatief ook veel hectare bedrijventerrein uitgegeven. Toch is er niet direct een relatie zichtbaar tussen uitgifte en groei aantal arbeidsplaatsen op bedrijventerreinen. Vaak groeit het aantal arbeidsplaatsen op een bedrijventerrein sneller dan de uitgifte van aantal hectare. Veel gemeenten streven naar een dichtheid van 40 à 50 arbeidsplaatsen per uitgegeven hectare. Kijken we naar de groei van het aantal arbeidsplaatsen dan is deze vaak veel hoger. Dat betekent dat reeds zittende bedrijven op bedrijventerreinen ook nog een sterke groei van het aantal arbeidsplaatsen op kunnen vangen. Zij hebben dus “ruim” in hun bedrijfshuisvesting gezeten. Deze ontwikkeling is bijvoorbeeld te zien in Houten, Nieuwegein en Utrecht. Het omgekeerde lijkt het geval in Maarssen, Zeist en IJsselstein, waar de groei van het aantal arbeidsplaatsen op de bedrijventerreinen laag is in verhouding tot de uitgifte.
Figuur 3.2 Absolute toename van het aantal banen op bedrijventerreinen per gemeente en het aantal uitgegeven hectare bedrijventerreinen per gemeente, 19962001

50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0
Bu nn ik De Bi ge lt nRi js en bu rg Ut re ch t Ho ut en el st ei n eg ei n ia ne n V se n M aa rs Ze is t

Bron: Provinciaal Arbeidsplaatsen Register 2002 / Bedrijventerreinen en kantoorlocaties provincie Utrecht 2002

STOGO onderzoek & advies 2002

Dr ie be r

Absolute verandering aantal banen (x1000), 1996-2001 Uitgifte bedrijventerrein per gemeente in netto hectare 1996-2001

Ni eu w

IIs s

26

Figuur 3.3

Aandeel banen en bedrijfsvestigingen op bedrijventerreinen per gemeente, 1996-2001 (in procenten van het totaal aantal vestigingen en banen per gemeente).

STOGO onderzoek & advies 2002

27

80 70 60 50 40 30 20 10 0
Bu nn ik Bi lt ge nRi js en bu rg Ut re ch t el st ei n Ho ut en eg ei n ia ne n V se n De M aa rs Ze is t

Dr ie be r

Percentage van banen gevestigd op bedrijventerreinen, 1996 Percentage van banen gevestigd op bedrijventerreinen, 2001 Percentage van bedrijfsvestigingen gevestigd op bedrijventerreinen, 1996 Percentage van bedrijfsvestigingen gevestigd op bedrijventerreinen, 2001
Bron: Provinciaal Arbeidsplaatsen Register, 2002

STOGO onderzoek & advies 2002

Ni eu w

IJs s

28

Sinds 1996 is het aandeel van bedrijfsvestigingen dat zich op een bedrijventerrein bevindt afgenomen (figuur 3.3). In 2001 was 12,6% van de vestigingen in het RSPgebied op een bedrijventerrein gevestigd, terwijl dit in 1996 nog 14% betrof. Het aandeel van het aantal banen op de bedrijventerreinen is daarentegen gestegen van 27,5 tot 28,6 procent. Dit duidt erop dat kleinere bedrijven zich steeds minder op bedrijventerreinen vestigen. Dit geldt in bijna alle gemeenten. Bedrijventerreinen hebben dus in de gehele periode hun aandeel in het herbergen van banen behouden.

STOGO onderzoek & advies 2002

29

3.3

Uitgifte van bedrijventerreinen
In de periode 1996 tot en met 2001 is in het RSP-gebied (inclusief Driebergen-Rijsenburg en Zeist) ruim 120 hectare aan bedrijventerreinen uitgegeven. Het gemiddelde ligt daarmee op 20 hectare (netto) per jaar, maar per jaar verschilt de uitgifte sterk. De grootste uitgifte van bedrijventerreinen vond in 1997 plaats toen 38,8 hectare werd uitgegeven.
Tabel 3.1 Uitgifte van bedrijventerreinen in de acht RSP gemeenten, Zeist en Driebergen- Rijsenburg, 1996-2001 (in netto hectare)

1996 Uitgifte ha 19

1997 38,8

1998 10,2

1999 7,5

2000 35,6

2001 9,3

Bron: Provincie Utrecht, Bedrijventerreinen en kantoorlocaties in de provincie Utrecht, 2002

Alleen in de gemeenten Nieuwegein, Utrecht en IJsselstein werden vrijwel ieder jaar bedrijfslocaties uitgegeven. In de Bilt en Zeist werd weinig en dan nog slechts incidenteel uitgegeven (1,0 en 3,4 hectare). In de gemeente Driebergen-Rijsenberg werd gedurende de gehele periode helemaal géén bedrijfslocaties uitgegeven.
Figuur 3.4 Uitgifte van bedrijventerreinen in het RSP-gebied per jaar en per gemeente, 1996-2001 (in netto hectare)

STOGO onderzoek & advies 2002

30

28 24 20 16 12 8 4 0
Bu nn ik Bi lt ge nRi js en bu rg Ut re ch t Ho ut en el st ei n eg ei n ia ne n V De M aa rs Ze is t se n

Dr ie be r

1996

1997

1998

1999

Ni eu w

Ijs s

2000

2001

Bron: Provincie Utrecht, Bedrijventerreinen en kantoorlocaties in de provincie Utrecht 2002

STOGO onderzoek & advies 2002

31

Van de 1.179 hectare netto bedrijventerrein in het RSP-gebied is nog 276 hectare netto uitgeefbaar (figuur 3.5). Dit uitgeefbaar aanbod bevindt zich merendeels in de gemeenten Utrecht, Nieuwegein en Vianen. Uitgeefbaar bedrijventerrein kan worden verdeeld naar terstond en niet-terstond beschikbaar bedrijventerrein. Om voldoende voorraad beschikbaar te hebben wordt als stelregel gehanteerd dat er een strategische voorraad bedrijventerreinen van viermaal de jaarlijkse uitgifte beschikbaar moet zijn (“IJzeren Voorraad”). Deze voorraad is nodig om fluctuaties in de uitgifte op te vangen en een gevarieerd aanbod te kunnen bieden. Met de huidige gemiddelde uitgifte van 20 hectare per jaar zou de voorraad terstond beschikbaar bedrijventerrein daarom rond de 80 hectare moeten liggen. Op 1 januari 2002 bedroeg de totale hoeveelheid terstond uitgeefbaar terrein (oftewel onmiddellijk beschikbaar voor uitgifte en dus voor bedrijfshuisvesting) in het RSP-gebied 70,2 hectare. Er lijkt dus een klein tekort aan terstond uitgeefbare terreinen te zijn. Van deze terreinen lag ruim 70% in de gemeente Utrecht, voornamelijk op de terreinen Papendorp/ Nieuwerijn (22,5 hectare netto) en De Wetering (16,7). Verder betreft het kleinere terreinen in de gemeente Utrecht (Oudenrijn, Overvecht Noord, Lage Weide), de gemeente IJsselstein (Over Oudland, De Corridor), de gemeente Nieuwegein (Laagraven/Liesbosch) en de gemeente Zeist (waaronder Dijnselburg) (figuur 3.6).
Figuur 3.5 Het totale aantal netto hectare bedrijventerreinen, onderverdeeld naar reeds uitgegeven en nog uitgeefbaar, per 1 januari 2002

STOGO onderzoek & advies 2002

32

500

400

300

200

100

0
Bu nn ik De ge Bi nlt Ri js en bu rg Ho ut en Ut re ch t V ia ne n el st ei n eg ei n se n M aa rs Ze is t

Dr ie be r

Netto reeds uitgegeven

Ni eu w

IJs s

Netto nog uitgeefbaar

Bron: Provincie Utrecht, Bedrijventerreinen en kantoorlocaties in de provincie Utrecht, 2002

STOGO onderzoek & advies 2002

33

Het totale bruto areaal bedrijventerreinen in het RSP gebied bedroeg per 1 januari 2002 1.626 hectare bruto. Dit areaal is verdeeld over 59 terreinen van verschillende omvang. Meer dan de helft (54%) van de bedrijventerreinen is kleiner dan 10 hectare en beslaat nog geen 10% van de totale bruto oppervlakte. Bijna de helft van de totale oppervlakte is geconcentreerd op vijf terreinen met elk een bruto omvang van meer dan 100 hectare gelegen in Utrecht (Lage Weide, Oudenrijn), Nieuwegein (Plettenburg/ De Wiers Zuid en Het Klooster) en Vianen. Van het terrein “Het Klooster” is nog geen grond uitgegeven.
Tabel 3.2 Bedrijfsterreinen onderverdeeld naar bruto omvang in het RSP-gebied
Aantal terreinen Totale omvang Per gemeente het aantal terreinen in categorie Bunnik: 3 De Bilt: 9 Driebergen-R.: 2 Utrecht: 10 IJsselstein: 1 Zeist:7 Bunnik 2 De Bilt: 1 Houten: 1 Nieuwegein 1 IJsselstein 4 Houten: 3 Maarssen: 1 Nieuwegein 1 Utrecht: 6 Vianen: 1 Zeist 1 Nieuwegein: 2 Utrecht: 2 Vianen:1

Bruto omvang bedrijventerrein (ha) 1 t/m 10 ha

32

136

11 t/m 25 ha

9

155

26 t/m 100 ha

13

602

101 ha of meer

5

733

Totaal 59 Bron: Bedrijventerreinen en kantoorlocaties in de provincie Utrecht 2002

1626

Het huidige aanbod aan bedrijventerreinen bestaat bijna volledig uit gemengd bedrijventerrein (type C werklocaties). Deze terreinen zijn bestemd voor reguliere bedrijvigheid in hindercategorieën 1 tot 4. In de RSP-regio is alleen het terrein Papendorp-Nieuwerijn specifiek bestemd als een hoogwaardig bedrijvenpark (type D). Dit terrein is gelegen in de gemeente Utrecht. Ook het enige zware industrieterrein Lage Weide (type A) is in de gemeente Utrecht gelegen. De categorie zware industrieterreinen in de regio bedroeg in 1996 124 hectaren netto, in 2001 was dit afgenomen tot 112 hectare door het aanwijzen van het terrein Lage Dijk te IJsselstein tot een type C locatie. Daarentegen is het aanbod van hoogwaardige bedrijvenparken toegenomen met 27 hectare door de komst van Papendorp-Nieuwerijn. Het aanbod van bedrijventerreinen is nog altijd alleen gediversifieerd in de gemeente Utrecht. In de overige RSP gemeenten zijn alleen type C locaties te vinden.

STOGO onderzoek & advies 2002

34

Figuur 3.6

Terstond uitgeefbare hectaren (netto) per gemeente per 1-1-1996 en per 1-1-2002

60

50

40

30

20

10

0
Bu nn ik Ut re ch t ge nR. Ho ut en el st ei n eg ei n Bi lt ia ne n De M aa rs Ze is t se n

Dr ie be r

1 jan. 1996 terstond

Ni eu w

Ijs s

1 jan. 2002 terstond

Bron: Provincie Utrecht, Bedrijventerreinen en kantoorlocaties in de provincie Utrecht, 2002

Er kan worden nagegaan of de ontwikkeling van de uitgegeven bedrijventerreinen overeenkomt met de in het RSP gemaakte behoefteraming en afspraken (tabel 3.2). De behoeften waren gebaseerd op het intergemeentelijke structuurplan (ISP) en vastgelegd op 25 juni 1997 in het RSP. Daarnaast bestaan er planningsafspraken die zijn vastgelegd
STOGO onderzoek & advies 2002 35

V

in het uitvoeringscontract RSP (maart 1998), de limitatieve lijst (voor projecten die niet onder het regionaal grondbeleid vallen) en in de VINEX-opgave. In een recente inventarisatie (de Monitor werklocaties RSP-gemeenten, mei 2001) staat de verhouding tussen de gerealiseerde uitgifte en de planningsopgave vermeld. In het RSP diende ongeveer 360 bruto hectare aan bedrijventerrein ontwikkeld te worden. Te zien is dat op diverse terreinen nog een grote opgave ligt om de voor 2005 geplande terreinen te realiseren. Voor diverse bedrijventerreinen diende in de periode 2001-2005 nog vele hectaren te worden uitgegeven; Het Klooster (102,8 ha bruto), het MOB-Complex (11 ha bruto) en diverse terreinen in Utrecht (totaal 118,3 ha bruto). In 2001 is nog grond uitgegeven op de locaties in Wetering, Papendorp en OudenRijn (3,9 hectare netto)

STOGO onderzoek & advies 2002

36

Tabel 3.3
Gemeente

RSP Bedrijventerreinen en stand van zaken (SvZ) per 31-12-2000
Naam Type Afgesproken volume voor volume 19952005 11 2,4 7,0 0,5 25 10 6 28 1,3 2,66 1,43 6,44 8 40 22 10 7,9 102,8 0,14 1,0 25 101,3 60,2 40,4 30,80 20 0,43 6 6 3,3 1,43 33,0 Gerealiseerd of in uitvoering per 31-12-2000 0 2,4 7,0 0,5 25,0 0 0 28,0 1,3 2,66 1,43 6,44 8 40 0 0,0 7,9 0 niet gerealiseerd 0 25 12,3 26 5,0 17,0 20 0,43 6 6 3,3 1,43 0 Resterende ha (bruto) tot 2005 (volgens gemeenten) 11 0 0 0 0 10,0 6,0 ,0 0 0 0 0 0 0 22,0 10,0 0 102,8 nvt 1,0 0 89 34,2 35,5 13,8 0 0 0 0 0 0 33,0

De Bilt Bunnik

Houten

Maarssen

Nieuwegein

Utrecht

IJsselstein

Vianen

MOB-complex/ Larenstein De Rumpst (Ind.geb. Oost) Burgweg (Def. comp. Odijk) Klein Sonsbeek Rondeel Houten Zuid BARK (De Meerpaal) BARK (De Meerpaal) De Schaft N.W.Kwadrant Zonnebaan Maarssenbroeksedijk Liesbosch (Laagraven) Galecopperzoom (Laagraven) Galecopperzoom (Nieuwraven) Galecopperzoom (Nieuwraven) Plettenburg Het Klooster Hoek B-Powell/ Briljantlaan Lunetten Lage Weide Leidsche Rijn (Wetering n/z, Papendorp) Leidsche Rijn (Wetering Noord) Leidsche Rijn Vleuten de Meern Oudenrijn/ Haarrijn Over Oudland Paardenveld Zenderpark / Corridor Zenderpark / Corridor Sportlaan Clarissenhof Vianen Oost / Gaasperwaard

C B C C C B B C C C C C B C B C C C C B C B C C C C C C B C C C

Bron: Monitor werklocaties RSP-gemeenten, 17 mei 2001

STOGO onderzoek & advies 2002

37

3.4

Herstructurering van bedrijventerreinen
In het REOS wordt gesteld dat de revitalisering van bestaande bedrijventerreinen met kracht ter hand moet worden genomen. Bedrijventerreinen kunnen hun aantrekkingskracht verliezen door veroudering en verpaupering. Het behouden of verkrijgen van kwalitatief hoogwaardige terreinen is gewenst om het bedrijfsleven te behouden. Uit een provinciaal onderzoek (1999) kwam naar voren dat de bestaande bedrijventerreinen veel met problemen kampen zoals onvoldoende parkeerruimte, slechte bereikbaarheid per openbaar vervoer, het ontbreken van terreinbeveiliging en gebrek aan sociale veiligheid. Mede naar aanleiding daarvan is in 2000 een herstructureringsprogramma opgesteld. Gemeenten kunnen daarbij subsidie aanvragen voor het doen van onderzoek c.q. het opstellen van een plan van aanpak voor herstructurering en voor een bijdrage in de uitvoeringskosten van een herstructureringsplan. Het ministerie van VROM heeft dit in het kader van de Tenderregeling Investeringprogramma’s Provincies (TIPP) mogelijk gemaakt door (beperkte) middelen aan de provincie Utrecht ter beschikking te stellen om de herstructurering van bedrijventerreinen te bevorderen.

Ook in het RSP-gebied zijn diverse aanvragen ingediend voor het verkrijgen van een TIPP-subsidie. In de eerste tender (2001) is alleen voor de ontwikkeling van het bedrijfsverzamelgebouw Lumax een subsidie toegekend. In de tweede tender zijn drie aanvragen binnengekomen en in de komende derde en vierde tender wordt mogelijk voor meerdere terreinen een subsidie aangevraagd.

STOGO onderzoek & advies 2002

38

Tabel 3.4
Gemeente

Aanvragen en subsidieverlening in het kader van de Tenderregeling Investeringsprogramma Provincies (TIPP)
Naam Project hectare (bruto) hectare (netto)

1 tender (verleend) Utrecht e 2 tender (aanvraag ingediend) Houten De Bilt Utrecht Zeist e e 3 en 4 tender (eventuele aanvraag) De Bilt Utrecht Utrecht Vianen Zeist Zeist

e

Lumax

Ont. Bedrijfsverzamelgebouw

De Schaft Larenstein Sigmaterrein

Herstructurering Ontwikkeling Ontw. bedrijfsverzamelcomplex Herstructurering

17 17,9

11 7

Industrieweg Maartensdijk Lage Weide Strijkviertel De Hagen en De Biezen Dijnselburg Fornheselaan

Herstructurering Herstructurering Ontsluiting Herstructurering Herstructurering Herstructurering

3 176 154 30 9,4

2 102 119 26,6 7,9

Bron: Provincie Utrecht, Voortgangsrapportage programma herstructurering bedrijventerreinen en TIPP-regeling 2002 / Bedrijventerreinen en kantoorlocaties in de provincie Utrecht, 2002

In de RSP-regio bestaan dus veel plannen om de kwaliteit van bestaande en toekomstige terreinen te bewaken. Herstructurering van bestaande bedrijventerreinen wordt steeds belangrijker, mede doordat hiermee ruimtewinst behaald kan worden. De totale oppervlakte van de te herstructureren terreinen bedraagt voor de tweede tender zo ’n 18 hectare netto en in de daaropvolgende tender ruwweg 260 hectare. Voor de bovengenoemde aanvragen zou daarom maximaal 25 tot 40 hectare extra bedrijventerrein kunnen worden gerealiseerd, er van uitgaande dat de gehele terreinen worden herontwikkeld en er maximaal 10 tot 15 procent ruimtewinst wordt behaald. Vergeleken met een jaarlijkse gemiddelde uitgifte van 20 hectare in de afgelopen vijf jaar is dit goed voor de uitgifte één jaar tot twee jaar. Naast de subsidieaanvragen in het kader van de TIPP-regeling zijn er de door de provincie herstructureringsprojecten in gang gezet waar gestreefd wordt naar duurzaamheid. Bij duurzaamheidsprojecten wordt specifiek gestreefd om tot minder milieubelasting en een intensiever gebruik van de ruimte te komen, in combinatie met betere bedrijfsresultaten. Deze veranderingen kunnen door een goede samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven worden gestart. In het RSP-gebied staan voor de komende vijf jaar duurzaamheidsprojecten gepland, waarvan drie in Utrecht, één in Houten en één in Vianen.

STOGO onderzoek & advies 2002

34

Tabel 3.5
Gemeente Houten Utrecht Utrecht Utrecht Vianen

Bedrijventerreinen in RSP-gebied waar binnen de komende vijf jaar een duurzaamheidsproject gepland staat
Bedrijventerrein Doornkade Lage Weide en Maarssenbroek Oudenrijn Overvecht Noord De Hagen/ De Biezen Opmerking Analyse terrein Mogelijk herstructurering over 5 jaar Herstructurering Herstructurering en nieuw terrein Uitbreiding met duurzaamheid na reeds doorlopen herstructurering Herstructurering

Bron: Nul-meting Duurzaamheid, provincie Utrecht, 2002

Daarnaast worden er nog op zes bedrijventerreinen herstructurering in gang gezet zonder extra aandacht aan het aspect duurzaamheid te schenken.

Tabel 3.6
Gemeente De Bilt Driebergen Driebergen Utrecht Utrecht

Bedrijventerreinen in RSP-gebied waar de komende vijf jaar een herstructureringsproject gepland staat zonder specifieke aandacht voor duurzaamheid
Bedrijventerrein Rembrandtlaan Hoenderdaal Omgeving Station iX en X Stapelterrein/ Carthesiusweg Kanaleneilanden/Woonboulevard/ Westraven

Bron: Nul-meting Duurzaamheid, provincie Utrecht, 2002

Starten met het beheer van bedrijventerreinen kan vorm krijgen via parkmanagement. Parkmanagement is het sturen van inrichting en beheer van een kantorenpark of bedrijventerrein, om een blijvend hoog kwaliteitsniveau van openbare en private ruimte te verkrijgen. Dit uit zich niet alleen in het streven naar een eenduidige stedenbouwkundige vormgeving, maar ook in terreinbeveiliging, afvalverzameling en -bewerking, beheer van straatmeubilair, bewegwijzering, brandpreventie, vervoermanagement, parkeerbeleid, opslag van goederen en afval, verlichting, groenvoorzieningen en waterpartijen die collectief georganiseerd worden. In het RSP gebied wordt, voor zover ons bekend, parkmanagement verplicht gesteld voor bedrijven die zich op de nieuwe bedrijfsterreinen Papendorp en de Wetering in het stadsdeel Leidsche Rijn willen vestigen. Achterliggende gedachte is dat bedrijven en gemeente er samen verantwoordelijk voor zijn dat de bedrijventerreinen er vanaf het begin goed verzorgd uitzien. De bedrijven verplichten zich er onder andere toe mee te betalen aan terreinbeveiliging, centrale bewegwijzering en afvalverwerking. Elk bedrijf moet lid worden van een van een van vereniging eigenaren en kan zo mee beslissen over de invulling van het parkmanagement.

STOGO onderzoek & advies 2002

35

3.5

Conclusie
De werkgelegenheid op bedrijventerreinen neemt in de periode 1996-2001 procentueel iets toe. Het blijkt daarbij vooral om de grotere bedrijven te handelen, want het procentuele aandeel bedrijven, dat op een bedrijventerrein is gevestigd daalt. Er is geen directe relatie zichtbaar tussen de groei van de werkgelegenheid en de uitgifte van bedrijventerreinen in een gemeente. De zittende bedrijven op bedrijventerreinen blijken nog een aanzienlijke groei op te kunnen vangen zonder extra ruimte nodig te hebben. Dat hangt sterk samen met het gegeven dat het aandeel kantoorbanen dat relatief weinig ruimte nodig heeft, op bedrijventerreinen sterk stijgt.

STOGO onderzoek & advies 2002

36