Wijk- en buurtbeheer een gezamenlijke zorg

Vastgesteld bij Besluit van de raad d.d. 25 april 2005

Inhoudsopgave

1. 2.

Inleiding Evaluatie huidige nota wijk- en buurtbeheer

pag. 3 pag. 4 pag. 5 pag. 5 pag. pag. pag. pag. pag. pag. pag. pag. 6 6 6 6 7 7 7 7

3. Wat is wijk- en buurtbeheer 3.1 afbakening van het terrein wijk- en buurtbeheer 3.2 wat is het doel van wijk- en buurtbeheer 3.3 randvoorwaarden wijk- en buurtbeheer 3.4 wat is wijk- en buurtbeheer niet 3.5 overzicht van partijen binnen wijk- en buurtbeheer 3.6 de rol van de vakambtenaar 3.7 de rol van de coördinator wijk- en buurtbeheer 3.8 de rol van de gemeenteraad 3.9 de rol van het college van burgemeester en wethouders 3.10 de rol van de vakwethouder 3.11 verzoeken van de burgers 4. Instrumenten 4.1 verbeterproces 4.2 projecten 4.3 experimenten 5. Financiën

pag. 7 pag. 8 pag. 9 pag. 9 pag. 9 pag. 11 pag. 11 pag. 12 pag. 12 pag. 12 pag. 12 pag. 13 pag. 13 pag. 14 pag. 14 pag. 15

6. Actieplan 6.1 klachtenregeling (1 januari 2005) 6.2 sociale stratificatie 6.3 vast aanspreekpunt 6.4 verbeterproces, projecten en experimenten 6.5 rondgangen 7. 8. 9. Stuurgroep Leefbaarheid Resumé actieplan Bijlagen

2

Hoofdstuk 1: Inleiding. In 1999 werd door de gemeenteraad op 31 mei de huidige nota wijk- en buurtbeheer vastgesteld. De nota formuleerde met name speerpunten op het gebied van sociale vernieuwing. Dit was het woord destijds om de leefbaarheid in buurten en wijken weer een nieuwe impuls te geven. Nu zes jaar later is er veel op dit terrein gebeurd. Na een periode van gedogen van bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen zijn we weer op de weg naar handhaving van onze waarden en normen, die nodig zijn om een leefbare maatschappij te garanderen. Daarbij zijn de burgers een belangrijke factor, maar ook instellingen die actief zijn op het gebied van wijk- en buurtbeheer zoals de Woonstichting Leyakkers, de gebiedsgebonden politie, maatschappelijk werk, wijkteams en buurtverenigingen of vertegenwoordigers uit een wijkgedeelte. Deze nota dient het kader neer te zetten om wijk- en buurtbeheer die vorm te geven die bij deze tijd past. De overheid als een van de partners met instellingen en burgers om samen te zorgen voor een leefbare woonomgeving. De conclusie van de evaluatie is dat waar mogelijk oplossingen zijn gevonden. Een aantal van de speerpunten is onderdeel geworden van het reguliere geprogrammeerd onderhoud. Daarnaast krijgen speerpunten in de sociaal maatschappelijke sfeer steeds meer aandacht binnen de netwerken die opereren binnen het gebied van wijk- en buurtbeheer.

3

Hoofdstuk 2: Evaluatie huidige nota wijk- en buurtbeheer. De huidige nota formuleerde 19 speerpunten om nader uit te werken en in de praktijk toe te passen. In bijlage 1 van deze nota is schematisch de evaluatie weergegeven. Daarbij is aandacht geschonken aan het speerpunt, de ondernomen actie en het bereikte resultaat.

4

Hoofdstuk 3: Wat is wijk- en buurtbeheer? In het kort gezegd betekent wijk- en buurtbeheer het bevorderen van de betrokkenheid van de bewoners bij hun wijk of buurt en het tegengaan van onwenselijke ontwikkelingen. Wijk- en buurtbeheer bestrijkt daarom een breed terrein. Daarin zijn verschillende onderdelen te onderscheiden als: openbare orde, veiligheid, onderhoud groen en straatwerk, maar ook maatschappelijke problemen, sociale controle, sociale cohesie, e.d. Daarom is het goed om het terrein af te bakenen en aan te geven welke rol de diverse instellingen binnen dit werkgebied vervullen. 3.1 Afbakening van het terrein wijk- en buurtbeheer In de gemeente Gilze en Rijen vallen de volgende zaken onder wijk- en buurtbeheer: a. inzetten van projecten en experimenten. b. buurtverenigingen krijgen een aanspreekpunt. c. afstemmend overleg. d. ondersteunen van bestuurlijk overleg. e. samenwerken met gemeentelijke en externe partijen. Hieronder volgt een korte toelichting op de genoemde onderdelen: Ad a: inzetten van projecten en experimenten In bepaalde wijken/buurten spelen soms tegelijkertijd meerdere problemen. Om dat integraal aan te pakken en op te lossen wordt een proces ontwikkeld. Het voorbeeld is Rijen-Zuid. Verschillende zaken werden door de bewoners op tafel gelegd. Van verkeerd parkeren, hoge snelheden verkeer, slecht onderhoud openbaar groen, maar ook overlast van huisdieren en andere sociaal maatschappelijke problemen. Voor dit alles werd een plan van aanpak gemaakt. Uitgangspunt was daarbij de uitslag van een enquête die onder de bewoners van deze wijk werd gehouden. Er werd een werkgroep geformeerd bestaande uit: bewoners, gemeente, woonstichting Leyakkers en de wijkagent. Op basis van een clustering van wensen wordt nu stap voor stap gewerkt om de gesignaleerde knelpunten op te lossen. Dit proces kent diverse projecten om te komen tot het gewenste resultaat. Ad b: buurtverenigingen krijgen een aanspreekpunt Uit gesprekken die zijn gehouden bij het opstellen van het burgerjaarverslag is o.a. naar voren gekomen dat buurtverenigingen een aanspreekpunt willen bij de gemeente. De vraag werpt zich op hoe dit georganiseerd kan worden. We moeten er van uitgaan dat dit binnen de huidige formatie dient te geschieden. Verder dienen we te kijken naar de schaalgrootte van de gemeente Gilze en Rijen. Gilze en Rijen bestaat uit vier kernen. Rijen heeft ongeveer 16.000 inwoners, Gilze 7.000, Molenschot 1.500 en Hulten 500. Wij zoeken aansluiting bij de wijkteams. Dit zijn er drie met een teamleider, te weten Rijen West en Molenschot, Rijen Oost en Hulten en Gilze. Deze kunnen functioneren als een dergelijk aanspreekpunt. Eenvoudige zaken kunnen zij oplossen. Moeilijke zaken worden gecommuniceerd met hoofd ingenieursbureau of hoofd aannemersbedrijf. Gaat het om zaken met een meervoudig karakter dan is er overleg met de coördinator wijk- en buurtbeheer. Ad c: afstemmend overleg Het gaat hierbij om het overleg dat maandelijks plaats vindt tussen instellingen en organisatieonderdelen die actief zijn binnen het werkgebied van wijk- en buurtbeheer. Extern is dat het overleg met de woonstichting Leyakkers en de wijkagenten. Het geheel staat onder leiding van de coördinator wijk- en buurtbeheer. Het interne overleg vindt plaats tussen de coördinator wijk- en buurtbeheer en het hoofd ingenieursbureau en hoofd aannemersbedrijf.

5

Ad d: ondersteunen van bestuurlijk overleg Dit vond tot op heden plaats binnen de Stuurgroep Leefbaarheid en tijdens het reguliere overleg tussen de coördinator wijk- en buurtbeheer met de portefeuillehouder, verantwoordelijk voor wijk- en buurtbeheer. Gelet op het tot stand komen van de diverse netwerken is er geen rol meer voor de Stuurgroep Leefbaarheid. Zie ook hoofdstuk 7. Ad e: samenwerking onderdelen gemeentelijke organisatie en externe partijen De coördinator wijk- en buurtbeheer is degene die de samenwerking organiseert tussen de gemeentelijke organisatieonderdelen en de externen. Dit waar het gaat om projecten of experimenten binnen wijk- en buurtbeheer. Zijn de zaken eenmaal op de rails gezet dan wordt het de verantwoordelijkheid van het organisatie-onderdeel dat in het project het grootste aandeel heeft. 3.2 Wat is het doel van wijk- en buurtbeheer Doel is om de leefbaarheid in een buurt of wijk te verhogen zodat de bewoners dit ervaren als een prettige woonomgeving. Deze omschrijving is gestoeld op de ervaringen in onze gemeente van de afgelopen jaren. 3.3 Randvoorwaarden wijk- en buurtbeheer Randvoorwaarden binnen de gemeentelijke organisatie om wijk- en buurtbeheer optimaal te ontplooien zijn: - een goede combinatie tussen front- en back office. - goed instrumentarium (budget en beslismomenten). - goede coördinatie. - de instelling van partijen om vraaggericht in plaats van aanbodgericht te denken en te werken. 3.4 Wat is wijk- en buurtbeheer niet: f. Het regulier onderhoud van groen en wegen. g. Enkelvoudige klachten over het beheer van de openbare ruimte. h. Enkelvoudige vragen uit buurtorganisaties. Ad f: Het regulier onderhoud van groen en wegen (Ingenieursbureau en Aannemersbedrijf) Dit is een reguliere taak van de betrokken afdeling en het behoort niet tot de competentie van de coördinator wijk- en buurtbeheer. Uitvoering en communicatie met de betrokken bewoners geschiedt door de afdeling die het werk uitvoert. Bijvoorbeeld een reconstructie van een weg of openbaar groen. Ad g: enkelvoudige klachten over het beheer van de openbare ruimte Maakt onderdeel uit van de gemeentelijke klachtenregeling. Deze is per 1 januari 2005 verfijnd. Ad h: enkelvoudige vragen uit buurtorganisaties Hier kan gebruik worden gemaakt van de bestaande klachtenregeling. 3.5 Overzicht van de partijen binnen wijk- en buurtbeheer: - gemeente; - bewonersorganisaties; - externe organisaties: • politie • woonstichting Leyakkers • maatschappelijk werk/GGD • scholen • bedrijven Binnen de gemeente zijn diverse ambtenaren die te maken hebben met wijk- en buurtbeheer. Hier volgt een overzicht en de rol die daarbij hoort.

6

3.6 De rol van de vakambtenaar. De vakambtenaren moeten uiteindelijk zorgen dat de genomen beslissing binnen wijk- en buurtbeheer worden uitgevoerd. Denk o.a. aan de aanleg van een speelplek, veiligheid in de wijk, parkeren, groenvoorzieningen, etc. 3.7 De rol van de coördinator wijk- en buurtbeheer. Deze kent vier rollen: 1. Coördinator brengt de dialoog tussen de gemeente en bewoners tot stand; 2. Coördinator/smeerolie: stemt de werkzaamheden van de vakafdelingen op elkaar af en op die van externe partners om adequaat vragen uit de wijk te kunnen beantwoorden; 3. Projectleider: het aansturen en realiseren van projecten en experimenten in de wijk; 4. Promotor/veranderaar: promoten en stimuleren van wijkgericht werken. 3.8 De rol van de gemeenteraad. De gemeenteraad zet de kaders uit waarbinnen wijk- en buurtbeheer zich dient te bewegen. Dit gebeurt door deze nota vast te stellen. 3.9 De rol van het college van burgemeester en wethouders. Het college van burgemeester en wethouders volgt de uitgezette kaders door o.a. over te gaan tot het uitvoeren van het actieplan, genoemd in hoofdstuk 6. 3.10 De rol van de vakwethouder Deze bewaakt het uitgezette traject en is bestuurlijk aanspreekpunt op het gebied van wijk- en buurtbeheer. In schema gezet ziet dit er als volgt uit: Gemeenteraad Algemeen kader

College B& W

Uitvoering binnen kader (projecten, experimenten)

Coördinatie wijk-en buurtbeheer

Begeleiding projecten en coördinatie experimenten

Samenwerking intern/extern

Afstemmend overleg

7

3.11 verzoeken vanuit de burgers Hieronder een overzicht hoe een verzoek van de burger(s) behandeld wordt. Dit zijn brieven, mails en telefoontjes. De klant (inwoners)

Coördinator wijk- en buurtbeheer (meerdere vragen van meerdere burgers of uit overleg met externe instellingen)

Vakafdeling (enkelvoudige vragen meerdere burgers)

Klachtenregeling (enkelvoudige vragen van individuele burger)

project

experiment

Vakafdeling

wijkteams

De klant (inwoners)

8

Hoofdstuk 4: Instrumenten. In de voorafgaande hoofdstukken is duidelijk geworden wat wijk- en buurtbeheer is, wat het niet is, welke instellingen mee doen en wat het doel is. In dit hoofdstuk zien we welke instrumenten beschikbaar zijn om het doel te bereiken. Om dit te kunnen aangeven eerst een definitie van de verschillende termen die op het gebied van wijken buurtbeheer worden gebruikt. 4.1 Verbeterproces Dit ontstaat op het moment dat uit een wijk of buurt diverse vragen komen van verschillende aard. Dit kunnen fysieke zaken zijn zoals: slecht onderhoud van wegen of groen, maar ook zaken als overlast van huisdieren of andere maatschappelijke problemen die een negatieve invloed hebben op de leefbaarheid van een wijk. 4.2 Projecten Binnen het verbeterproces kunnen projecten worden ontwikkeld. Dat wil zeggen dat diverse samenhangende zaken worden geclusterd. Daarbij wordt een tijdpad afgesproken met een daarbij behorend budget. Ook kunnen projecten op een kleinere schaal worden ingezet. Er is dan geen sprake van een verbeterproces. Er is dan sprake van een concrete aanpak binnen een afgesproken tijd. Zoals voorbeeld de aanpak van de enge plekken. De keuze voor een projectmatige aanpak wordt enerzijds ingegeven om snel te kunnen inspelen op de vraag uit de markt (de burgers) en anderzijds om binnen de interne en externe instellingen concreet te kunnen samenwerken. Dit vergt van de instellingen en de gemeente vaak een andere benadering oftewel een wijziging van cultuur. Projectmatig werken vergt een andere aanpak dan via de geprogrammeerde lijnorganisatie. Bij projecten worden factoren bij elkaar gezet om een kwestie op te lossen. Er ontstaat een horizontale lijn in plaats van de klassieke verticale lijn. Dit proces wordt bewaakt door de coördinator wijk- en buurtbeheer. Momenteel worden de volgende projecten uitgevoerd: 1. Omgeving Sporkt; 2. Omgeving Oranjeplein; 3. Omgeving Rijen-Zuid; 4. Omgeving Sweensplein; 5. Veilig wonen; 6. Achterpadverlichting; 7. Enge plekken; 8. Hondenpoepbeleid (handhaving en publiciteit).

9

1. Omgeving Sporkt Op initiatief van de Woonstichting Leyakkers is dit als kleinschalig project in 2002 gestart. In het project werken naast de woonconsulente van Leyakkers ook de wijkagent en de gemeente samen. Vanuit de gemeente is dit de afdeling sociale zaken en het aannemersbedrijf. De opzet is om enerzijds de woonomgeving te verbeteren en anderzijds de bewoners met hun maatschappelijke problemen te helpen en hun daarin te begeleiden. Daarbij wordt ook vanuit Leyakkers aangegeven op welke wijze zij de fysieke woonomgeving kunnen verbeteren. 2. Omgeving Oranjeplein Op initiatief van de gemeente en Leyakkers werden de bewoners in 2002 uitgenodigd om samen te bespreken welke wensen er in de buurt leven waarbij het gaat om de verbetering van de leefomgeving. Naast de reeds genoemde partijen werd ook de wijkagent bij het project betrokken. De zaken die op dit moment zijn uitgevoerd: - het middenterrein is opnieuw ingericht op voorstel van de bewoners; - er is een parkeerverbod aangebracht; - er is een extra parkeerplaats gecreëerd. Aan de volgende zaken wordt nog gewerkt: - de bewegwijzering moet nog verbeterd worden; - het openbaar plantsoen met kunstwerk moet opgeknapt worden; - waar nodig moeten enge plekken worden opgelost. 3. Omgeving Rijen-Zuid In 2002 kwamen diverse geluiden uit deze wijk met de betrekking tot de woonomgeving. Dit varieerde van te weinig parkeerplaatsen tot te snel rijden en slecht onderhoud openbaar groen. Op initiatief van de gemeente en de Woonstichting Leyakkers werd een avond georganiseerd voor bewoners. Bij deze avond schoven ook de directie van de basisschool De Spie en de kinderopvang van Humanitas aan evenals de wijkagent. Naar aanleiding van deze avond werd een plan van aanpak gemaakt voor deze wijk om op een projectmatige wijze dit aan te pakken. Op basis van dit plan van aanpak werd eerst een enquête gehouden onder alle bewoners. Op grond van de uitkomsten van deze enquête werd een werkgroep in het leven geroepen bestaande uit actieve bewoners, gemeente, Leyakkers en de wijkagent. Deze werkgroep met de naam Het Groene Reijen is nu bezig om op onderdelen de uitslag van de enquête vorm te geven. Op dit moment worden snelheid en parkeervoorzieningen aangepakt. Daarnaast zijn er nieuwe speeltoestellen gekomen en is door de buurt een verharding bij het basketbalbord aangelegd. De komende tijd wordt gewerkt aan de overige zaken, zoals onderhoud tuinen, verlichting achterpaden, etc. 4. Omgeving Sweensplein Hier is ondermeer de buurtvereniging De Toekomst actief. Eind 2002 werd door deze buurtvereniging een plan gepresenteerd om het Burgemeester Sweensplein een opknapbeurt te geven zonder dat de functie van het plein zou weg vallen. Dit plan is door de gemeente overgenomen. Als afronding van het plan wordt gedacht aan plaatsing van een kunstwerk. 5. Veilig wonen Een aantal jaren geleden zijn door de politie diverse keurmerken ingevoerd, zoals Veilig Ondernemen, Veilig Wonen (nieuwbouw), Veilig Wonen (bestaande bouw) en Veilige Woonomgeving. Zowel de gemeente Gilze en Rijen als Politie en woonstichting Leyakkers proberen, daar waar dat kan, te voldoen aan de eisen van de genoemde keurmerken. Hierover vindt onderling overleg plaats en worden informatieavonden georganiseerd voor betrokken bewoners en buurten.

10

6. Achterpadverlichting In overleg met de woonstichting Leyakkers is een project ontwikkeld waarbij huurders van complexen van de woonstichting gebruik kunnen maken van een regeling voor achterpadverlichting, Leyakkers stelt hiervoor gratis armaturen beschikbaar aan bewoners, die met hun woning aan een achterpad grenzen en geen verlichting hebben. De kosten van elektra voor deze verlichting worden door de stichting vergoed. Het ligt in de bedoeling deze regeling uit te breiden naar andere verhuurders en particuliere huiseigenaren. 7. Enge plekken Door integrale samenwerking tussen de afdeling bestuursondersteuning, het ingenieursbureau en de coördinator wijk- en buurtbeheer is na de inventarisatie van de enge plekken een plan van aanpak opgesteld. Het plan kent drie onderdelen: 1. enge plekken die op korte termijn zonder extra kosten worden opgelost; 2. enge plekken, die op middellange termijn worden opgelost. Budget is beschikbaar; 3. enge plekken die op langere termijn worden opgelost. Hier is nog geen budget voor beschikbaar. Medio 2004 is met de uitvoering gestart. Het project wordt regelmatig geëvalueerd om het up to date te houden. Daarbij wordt een communicatieplan ontwikkeld dat de communicatie naar de inwoners regelt.

8. Hondenpoepbeleid In 2001 werd een nieuw hondenpoepbeleid als experiment ingevoerd. Het doel was om binnen een straal van 200m, gerekend vanaf de voordeur van de woning, een hondenpoepvoorziening aan te leggen. Naast deze voorzieningen heeft de gemeente een onderhoudcyclus opgesteld. In 2003 werd een enquête onder de burgers gehouden over de tevredenheid van deze voorzieningen. Uit de uitslag van deze enquête bleek dat de burgers wel tevreden zijn over het aantal voorzieningen, maar niet tevreden over het gebruik. Via het Weekblad Gilze en Rijen en andere media wordt regelmatig gevraagd om vooral gebruik te maken van deze voorzieningen. Buiten de voorzieningen dient de burger zelf de hondenpoep op te ruimen.

4.3 Experimenten Van een experiment binnen wijk- en buurtbeheer is sprake als spontaan een idee ontstaat om iet te organiseren dat een binding geeft in de wijk of buurt, waarbij de gemeente een stuk ondersteuning kan geven. Gedacht wordt aan een wijksurvival, het verfraaien van rotondes, het planten van bollen in openbare ruimtes door de jeugd,etc.

Hoofdstuk 5: Financiën. De gemeentebegroting kent een post “Sociale Vernieuwing”. In 2005 is de hoogte van deze post € 29.490,-- De betreffende post is additioneel aan bestaande posten als geprogrammeerd onderhoud wegen en groen en de vervanging van speeltoestellen. Vanaf 2004 is daarom een begin gemaakt om twee budgetten te creëren die op afroep inzetbaar zijn. Te weten een bedrag van € 30.000,-- voor wegen en € 10.000,-- voor openbaar groen. Deze twee posten zijn specifiek bedoeld voor het projectmatig werken binnen wijk- en buurtbeheer. Zij maken wel deel uit van de post geprogrammeerd onderhoud maar zijn daarbinnen geoormerkt. Het initiatief tot het inzetten van deze budgetten of een gedeelte daarvan ligt bij de coördinator wijken buurtbeheer. Deze heeft vervolgens overleg met de betrokken portefeuillehouder alsmede het ingenieursbureau en het aannemersbedrijf. Aan het einde van het kalenderjaar wordt aan het college van burgemeester en wethouders een verantwoording gegeven over de betalingen die zijn gedaan uit deze geoormerkte budgetten.

11

Hoofdstuk 6: Actieplan. De voorliggende nota geeft een inzicht over de wijze waarop wijk- en buurtbeheer georganiseerd wordt. Het schept de kaders. Uitgaande van deze kaders zal het wijk- en buurtbeheer verder vorm krijgen. Gelet op het feit dat wijk- en buurtbeheer een proces is, kan niet exact worden aangegeven welke zaken op welke termijn zijn afgerond. Wel kan worden aangegeven hoe we het organiseren en op welke wijze de burger de ruimte krijgt om zijn wensen naar voren te brengen. In de voorafgaande hoofdstukken is een inzicht gegeven over wat wijk- en buurtbeheer is. Dit hoofdstuk richt zich op de toekomst. 6.1 Klachtenregeling ( 1januari 2005) Er is een nieuw klachtensysteem ingevoerd. Daarbij wordt inzichtelijk: de klacht, welke plek, de oplossing en de tijd van verwerking. Dit systeem genaamd RS8-Melddesk online is een bron om gegevens te verzamelen wat aan klachten in een buurt of straat naar voren komt. 6.2 Sociale stratificatie Een ander operationeel systeem is het SPSS (Statistic Package for the Social Sciences). Hierin staan gegevens over zaken als geslacht, leeftijd, maatschappelijke status. Dit is belangrijk voor de monitoring. Deze twee hulpmiddelen gevoegd bij de gegevensuitwisseling die voortkomt uit de verschillende netwerken leiden tot het uitstippelen van beleid in een wijk of een gedeelte van een wijk. Wijk- en buurtbeheer loopt als een rode draad door de organisatie. Waar nodig schuiven organisaties als woonstichting Leyakkers, politie en maatschappelijk werk aan bij de gemeente. Actiepunt 1: Klachtenregeling en sociale stratificatie inzetten voor verzamelen van gegevens en verkrijgen van inzicht in klachten. 6.3 Vast aanspreekpunt De schaalgrootte van Gilze en Rijen voert te ver om voor de verschillende zaken verschillende aanspreekpunten in te stellen. We kunnen wel aansluiting zoeken bij de indeling die gemaakt is naar de 3 wijkteams. De teamleider zou zo’n aanspreekpunt of anders gezegd bemiddelaar zijn. Afhankelijk van de wens/klacht uit de wijk heeft hij contact met de coördinator wijk- en buurtbeheer of hoofd aannemers bedrijf of hoofd ingenieursbureau. De eenvoudige klachten lost hij zelf op.

Schematisch gezien: Bewoners wijk

Bemiddelaar: teamleider (zelf) Coördinatie wijk- en buurtbeheer Hoofd aannemersbedrijf Hoofd ingenieursbureau

12

Actiepunt 2: Het instellen van een vaste bemiddelaar per gebied. De gebiedsindeling is gelijk aan die waar de drie wijkteams opereren. De bemiddelaar is de teamleider. Deze sluit de zaken kort met de coordinator wijk- en buurtbeheer of hoofd aannemersbedrijf of hoofd ingenieursbureau. Eenvoudige zaken lost hij zelf op.

6.4 Verbeterprocessen, projecten en experimenten De gemeente Gilze en Rijen kiest voor resultaat gerichte aanpak. In hoofdstuk 4 is reeds aangeven op welke wijze dat in de praktijk wordt gebracht. Verbeterproces Uit een wijk of wijkgedeelte komen klachten of wensen die zeer divers zijn. De coördinator wijk- en buurtbeheer stelt een plan van aanpak op dat wordt doorgesproken met de verantwoordelijke portefeuillehouder. Vervolgens wordt het plan ter goedkeuring voorgelegd aan het college. De coördinator wijk- en buurtbeheer zet vervolgens het plan uit bij de externe instellingen en de betrokken interne afdelingen van de gemeentelijke organisatie. Hij bewaakt het proces en doet verslag aan de verantwoordelijke wethouder. Projecten Dit kunnen zelfstandige projecten zijn of het vervolg van het verbeterproces. De coördinator wijk- en buurtbeheer treedt in overleg met de verantwoordelijke wethouder en externe instellingen alsmede de interne afdelingen van de gemeentelijke organisatie. Daarna accordering door het college van burgemeester en wethouders, waarna het project van start gaat. Verantwoording door de coördinator wijk- en buurtbeheer na beëindiging project. Experimenten Coördinator wijk- en buurtbeheer bekijkt op welke wijze faciliteiten kunnen worden geboden aan het experiment dat binnen wijk- en buurtbeheer past. Hij heeft daarbij overleg met de verantwoordelijke portefeuillehouder. Na de gemaakte afspraken wordt het experiment gestart. Wanneer de organisatie aan het werk is, geen verdere bemoeienis vanuit de gemeente. Actiepunt 3: De gemeente Gilze en Rijen kiest voor een resultaat gericht aanpak van het wijken buurtbeheer via instrumenten als: verbeterproces, projecten en experimenten. 6.5 Rondgangen Uit de gesprekken die de burgemeester voerde in het kader van het burgerjaarverslag is naar voren gekomen dat inwoners behoefte hebben aan een rondgang in de wijk. Het persoonlijk contact staat hierbij voorop. Een nadeel is echter dat er een grote brei vragen ontstaat. Dat leidt tot vertraging in de afwerking en doet afbreuk aan het vraaggericht werken. Met ingang van 2005 wordt dan ook gekozen voor een andere aanpak. De gemeentelijke website wordt in 2005 meer toegankelijk gemaakt voor het publiek. Het voorstel is daarom om een pagina wijk- en buurtbeheer in te voeren met daarop een digitale enquête waarop bewoners kunnen reageren. Aan de hand van deze gegevens kan vraaggericht worden gereageerd binnen de kaders van wijk- en buurtbeheer. Het gaat dus niet om zaken die via het meldsysteem al binnen komen. Voor buurtverenigingen of groepen van burgers die geen internet aansluiting hebben wordt een enquête toegezonden of wordt een mondelinge afspraak gemaakt. Actiepunt 4: In de loop van 2005 op de website van de gemeente een pagina wijk- en buurtbeheer in te voeren met een digitale enquête die groepen van bewoners kunnen invullen, om hun wensen kenbaar te kunnen maken

13

Hoofdstuk 7: Stuurgroep Leefbaarheid. Bij de start van de uitvoering van de huidige nota wijk- en buurtbeheer (1999) werd een stuurgroep in het leven geroepen om sturing te geven aan de processen die moesten leiden tot het uitvoeren van de in de nota genoemde speerpunten. Gedurende de afgelopen jaren zijn diverse netwerken ontstaan die hun plek kregen in het totale proces. De vraag rijst of de stuurgroep nog een toegevoegde waarde heeft binnen wijk- en buurtbeheer in de nieuwe situatie. Het proces wijk- en buurtbeheer wordt bewaakt door de coördinator wijk- en buurtbeheer. Door het werken met projecten wordt gericht met de diverse instellingen samengewerkt. De stuurgroep heeft hier geen rol meer. De terugkoppeling van uitstaande projecten vindt plaats in het reguliere overleg tussen verantwoordelijke portefeuillehouder en de coördinator wijk- en buurtbeheer. Ook de andere deelnemende instellingen koppelen terug naar het management. Gelet op het vorenstaande heeft de stuurgroep Leefbaarheid geen functie meer en wordt opgeheven. Wel zal er eenmaal per jaar een bijeenkomst zijn waarbij gemeente, politie en Leyakkers aanwezig zijn om hun ervaringen uit te wisselen binnen het wijk- en buurtbeheer en eventuele praktische afspraken te maken. Hoodstuk 8: Resumé actieplan Voor het overzicht volgt hier een resumé van de actiepunten die worden nagestreefd: Actiepunt 1: Klachtenregeling en sociale stratificatie inzetten voor verzamelen van gegevens en verkrijgen van inzicht in de klachten. Actiepunt 2: Het instellen van een vaste bemiddelaar per gebied. De gebiedsindeling is gelijk aan die waar de drie wijkteams opereren. De bemiddelaar is de teamleider. Deze sluit de zaken kort met de coördinator wijk- en buurtbeheer of hoofd aannemersbedrijf of hoofd ingenieursbureau. Eenvoudige zaken lost hij zelf op. Actiepunt 3: De gemeente Gilze en Rijen kiest voor een resultaat gerichte aanpak van het wijk- en buurtbeheer via instrumenten als: verbeterproces, projecten en experimenten. Actiepunt 4: In de loop van 2005 op de web site van de gemeente een pagina wijk- en buurtbeheer in te voeren met een digitale enquête die groepen van bewoners kunnen invullen, om hun wensen kenbaar te maken. Actiepunt 5: Onderlinge contacten met de buurtbewoners stimuleren.

14

Bijlagen:

1. Evaluatie nota wijk- en buurtbeheer 1999

15

Bijlage 1 speerpunt

Schematisch overzicht evaluatie nota wijk- en buurtbeheer 1999 actie uitgevoerd uitgevoerd Nota jongerenbeleid 14 t/m 18 jaar woonstichting Leyakkers ontwikkelde project plan van aanpak opgesteld plan van aanpak opgesteld door afd. Sociale Zaken geen. Oorzaak geen ruimte binnen afdelingsplan afspraken met GGD gemaakt 1. instellen klankbordgroep 2. open informatieavonden 1. aangaan van schoffelcontracten 2. mogelijkheden tot afstoten van openbaar groen plan van aanpak opgesteld laatste jaren niet. Insteek is vraaggerichte aanpak in 2000 laatste keer geweest consulentschap Communicatie en Voorlichting is geworden stuurgroep Leefbaarheid wordt toegepast vaste vergaderdata resultaat structureel opgenomen in uitvoering wijk- en buurtbeheer onderdeel van het geprogrammeerd onderhoud inzet van diverse gerichte projecten kosteloos zijn verlichtingsarmaturen beschikbaar Fasegewijs wordt verlichting aangebracht of vervangen Waar nodig wordt dit binnen de organisatie toegepast Geen

evaluatie speerpunten voor 1-12000 uitvoering actiepunten gerichte voorlichting over vandalisme, doelgroep de jeugd verlichting brandgangen verminderen enge plekken inventarisatie naar behoefte voorzieningen voor gehandicapten inventarisatie wijken in magneetwerking met buurtverenigingen maatregelen om vereenzaming te voorkomen actief bewoners laten participeren onderhoud en overdracht van groen aan bewoners

Start 2005 een geslaagde communicatiemiddel naar de burger 1. er zijn diverse contracten afgesloten. 2. er wordt waar dat kan verkocht vanaf 1999 wordt jaarlijks dit georganiseerd in het voorjaar sneller inspelen op de geluiden uit de buurt resultaten zijn opgenomen in het geprogrammeerd onderhoud regelmatig actuele publicaties in Weekblad diverse malen vergaderen met verantwoordelijke wethouder gelijke behandeling uitwerkingen worden praktisch toegepast

invoering Opzoomerdag jaarlijks overleg met buurtverenigingen eenmaal per twee jaar rondgang buurten wijze van voorlichting over wijk- en buurtbeheer Stuurgroep Sociale Vernieuwing beleid wijk- en buurtbeheer in vier kernen gelijk structureel overleg coördinator wijk- en buurtbeheer, coördinator buitendienst en portefeuillehouder integrale aanpak

diverse overlegstructuren

monitoring wijk- en buurtbeheer opzetten meldsysteem jaarlijkse rapportage wijk- en via maraps buurtbeheer iedere twee jaar evaluatie opzet nieuwe nota

resultaten worden praktisch toegepast inmiddels operationeel inzichtelijke gegevens inspelen op huidige maatschappelijke ontwikkelingen

16