Handreiking bij aanvraag subsidie kenniseconomie

Provincie Zuid Holland Den Haag, juni 2004

Inhoudsopgave
1. 1.1 1.2 1.3 1.4 Subsidie Kenniseconomie Zuid Holland .............................................................................................. 3 Inleiding .......................................................................................................................................... 3 Subsidieverordening en aanvullende regelgeving........................................................................ 4 Werking op hoofdlijnen ................................................................................................................. 4 Criteria projecten ............................................................................................................................ 8

2. Toelichting bij aanvraagformulier............................................................................................................ 9

2

Handreiking subsidie Kenniseconomie

1.
1.1

Subsidie Kenniseconomie Zuid Holland
Inleiding

De Provincie Zuid Holland streeft naar een duurzame en vitale economie, die voldoende inkomen en werkgelegenheid biedt aan de inwoners van Zuid-Holland. Om dit te bereiken wordt er gewerkt aan een concurrerend vestigingsklimaat dat gericht is op het stimuleren van traditioneel sterke economische sectoren en kansrijke groeisectoren. Een van de kansen ligt in de kenniseconomie. In een kenniseconomie gaat het om het gebruik maken van bestaande kennis, het combineren van kennis en het ontwikkelen van nieuwe kennis. Innovatie is hierbij het sleutelwoord. In de innovatiebrief ‘Kennismaken met kenniszaken’ wordt het beleid geschetst voor de stimulering van de kenniseconomie van Zuid-Holland. Zuid-Holland moet de ‘kennisprovincie’ van Nederland worden. Daartoe worden alle krachten op het gebied van onderwijs, onderzoek, ondernemerschap en overheid (de vier O's) gebundeld. De inspanningen concentreren zich op de negen belangrijkste economische clusters in de provincie: Water- en deltatechnologie; ICT-telecom; Aerospace en composieten; Life sciences; Scheepvaart, transport en logistiek; Sensor- en nanotechnologie; Internationaal recht; Glastuinbouw; Proces- en petrochemie. De provincie Zuid Holland gaat om de kenniseconomie te stimuleren in de periode juli t/m september 2004 subsidies voor ontwikkeling en planvorming van de kenniseconomie openstellen. Deze subsidies zijn bedoeld om bij te dragen aan de kosten voor innovatieve projecten op het gebied van de kenniseconomie in Zuid-Holland. Subsidies die worden verstrekt in het kader van Kenniseconomie zijn bedoeld om projecten, dan wel de voorbereidende planvorming, die een versterking van de clusters beogen, financieel te steunen. Ten aanzien van de subsidies Kenniseconomie wordt onderscheid gemaakt tussen: 1. Het indienen van subsidieaanvragen die betrekking hebben op investeringsprojecten (hierna: ontwikkeling kenniseconomie). 2. Het indienen van subsidieaanvragen die betrekking hebben op het voorbereiden en opstellen van plannen voor voornoemde investeringsmogelijkheden (hierna: planvorming kenniseconomie). Het accent wordt op de volgende investeringsmogelijkheden gelegd: - Versterking van het vestigingsklimaat voor kennisintensieve bedrijven. - Versterking van de kennis-, onderzoeks- en informatiestructuur in de kennisintensieve clusters. - Versterking van MKB-activiteiten in de kennisintensieve clusters. - Stimulering van innovatieve starters in de kennisintensieve clusters. - Verbetering van de koppeling onderwijs-bedrijfsleven in de kennisintensieve clusters. Deze handreiking geeft een overzicht van de condities en voorwaarden waaraan een subsidie-aanvraag voor de Ontwikkeling en/ of Planvorming Kenniseconomie moet voldoen. De belangrijkste doelgroep voor deze handreiking zijn potentiële subsidie-aanvragers en, in het vervolg daarop, projectuitvoerders. Het bevat een schets van de procedures en geeft een overzicht van de regels die ervoor gelden. Deze handreiking kan worden benut als hulpmiddel bij het opstellen van een subsidieaanvraag en het invullen van het aanvraagformulier daarvoor.

Handreiking subsidie Kenniseconomie

3

1.2

Subsidieverordening en aanvullende regelgeving

Met betrekking tot de aanvraag subsidies kenniseconomie is de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland (Asv) van toepassing. De Algemene subsidieverordening Zuid-Holland bestaat uit twee delen. Een algemeen gedeelte dat voorschriften bevat die in beginsel voor alle beleidsterreinen gelden (hoofdstuk I). U vindt er uitleg over de verschillende soorten subsidies en de subsidieprocedure. Naast het algemene gedeelte bestaat de subsidieverordening uit een aantal onderwerpgebonden hoofdstukken. De regelgeving met betrekking tot subsidies kenniseconomie is opgenomen in hoofdstuk IX Economische zaken. Provinciale Staten hebben Gedeputeerde Staten de bevoegdheid gegeven om voor bepaalde terreinen nadere subsidieregelingen vast te stellen. De uitwerking van de nadere regels die betrekking hebben op kenniseconomie zijn opgenomen in de subsidieregeling economische zaken Zuid-Holland. Samengevat is de volgende provinciale regelgeving op een subsidieaanvraag kenniseconomie van toepassing: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland (Asv) Hoofdstuk I; Algemene bepalingen Hoofdstuk IX, paragraaf 1; Economische zaken, algemeen gedeelte subsidies economische zaken. Hoofdstuk IX, paragraaf 5; Economische zaken, Ontwikkeling Kenniseconomie Hoofdstuk IX, paragraaf 6; Economische zaken, Planvorming Kenniseconomie Subsidieregeling economische zaken Zuid-Holland Paragraaf 1; Algemene bepalingen Paragraaf 5; Ontwikkeling Kenniseconomie Paragraaf 6; Planvorming Kenniseconomie De meest recente versie van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland (Asv) en de Subsidieregeling economische zaken Zuid-Holland vindt u op www.pzh.nl (menu Service, Subsidieportaal).

1.3

Werking op hoofdlijnen

Indien uw organisatie behoort tot de partijen die in aanmerking willen komen voor het ontvangen van subsidie voor een project met betrekking tot de ontwikkeling of planvorming met betrekking tot de kenniseconomie kunt u een aanvraag subsidie indienen. In deze handreiking wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende fasen met betrekking tot de aanvraag: 1. Verkenning haalbaarheid subsidie 2. Indienen project 3. Beoordeling project 4. Gedeputeerde Staten; besluitvorming. 1. Verkenning haalbaarheid subsidie.

Op basis van de provinciale regelgeving (Asv Zuid-Holland en subsidieregeling economische zaken ZuidHolland) kunt u globaal nagaan of een project in aanmerking komt voor subsidie. Voordat u een subsidieaanvraag indient wordt aangeraden om contact op te nemen met de Provincie Zuid-Holland om de mogelijkheden voor de subsidieaanvraag te verkennen. De Provincie Zuid Holland kan u adviseren over uw aanvraag. U kunt uw voorlopige projectplan, liefst aan de hand van het formulier Projectidee(zie www.pzh.nl; “Projectidee kenniseconomie”) met daarin het doel, korte projectomschrijving en (globale) begroting sturen aan: Provincie Zuid-Holland Afdeling Economische Zaken T.a.v. Bureau Kenniseconomie Postbus 90602 2509 LP DEN HAAG Telefonisch kunt u informatie aanvragen bij Bureau Kenniseconomie, telefoon 070 4417002

4

Handreiking subsidie Kenniseconomie

2. Indienen project. Een subsidieaanvraag in het kader de subsidies ontwikkeling en/of planvorming kenniseconomie wordt ingediend bij Gedeputeerde Staten. De subsidieaanvraag kan worden ingediend van 1 juli 2004 tot 1 oktober 2004. De subsidieplafonds zoals vastgesteld door Provinciale Staten zijn: € 3.250.000,- voor § 5 Ontwikkeling kenniseconomie (titel 9.4); € 300.000,- voor § 6 Planvorming kenniseconomie. Een subsidieaanvraag wordt formeel door de Provincie Zuid Holland in behandeling genomen indien uw aanvraag tijdig is ingediend en volledig is: Dien een volledige subsidieaanvraag in, die in ieder geval bestaat uit een ingevuld aanvraagformulier voorzien van een geautoriseerde ondertekening, een projectbeschrijving volgens het standaardformat, en zo nodig aanvullende bijlagen (waaronder bijvoorbeeld een schriftelijke verklaring van de partners in het project waarin zij verklaren hun toezeggingen conform het dekkingsplan na te komen). Zorg dat u uw volledige aanvraag tijdig indient dus na 1 juli 2004 en vóór 1 oktober 2004. De indiener wordt schriftelijk op de hoogte gesteld van ontvangst van de subsidieaanvraag. Tevens wordt een projectnummer aan de aanvraag toegekend. De Provincie beoordeelt of het voorstel voldoet aan de algemene voorwaarden en subsidiabiliteitscriteria. Indien daartoe aanleiding bestaat kan de Provincie schriftelijk of mondeling verzoeken om nadere informatie. Een subsidieaanvraag stuurt u aan: Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland Afdeling Economische Zaken T.a.v. Bureau Kenniseconomie Postbus 90602 2509 LP DEN HAAG

3.

Beoordeling project.

De Provincie zal het project inhoudelijk en financieel beoordelen. Het kan zijn dat de informatie die u heeft verstrekt onvolledig is of tot aanvullende vragen leidt. De Provincie kan u dan verzoeken om aanvullende informatie te verstrekken. U wordt geacht volledige medewerking te verlenen aan de door de Provincie uit te voeren auditactiviteiten en de daaruit voortvloeiende vragen en eisen. Uw aanvraag wordt vervolgens beoordeeld op de subsidiabiliteits- en selectiecriteria. Aan projecten die aan de ingangseisen voldoen, wordt door de Provincie op basis van selectiecriteria een rangorde toegewezen (zie voor criteria paragraaf 1.3). Deze rangorde wordt weergegeven in het advies aan Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde Staten besluit over het al dan niet subsidiëren van het betreffende project. 4. Gedeputeerde Staten; besluitvorming.

De feitelijke beoordeling van uw voorstel vindt plaats door Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde Staten beslissen uiterlijk 13 weken na elke sluitingsdatum. Het is mogelijk dat die beslistermijn wordt verlengd met 4 weken. Als dat het geval is, ontvangt u daarvan schriftelijk bericht. Als uw project door Gedeputeerde Staten wordt afgewezen, ontvangt u hiervan een (negatieve) beschikking. U kunt hiertegen in bezwaar en beroep op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht. Als uw project door Gedeputeerde Staten wordt goedgekeurd, ontvangt een subsidiebeschikking van de Provincie Zuid-Holland. Besluiten van de Gedeputeerde Staten worden zo spoedig mogelijk medegedeeld aan de projectaanvrager. De formele beschikking wordt circa 2 weken na een positief dan wel negatief besluit verzonden. Deze termijn kan zonder mededeling worden verlengd indien het verzenden van de beschikking wacht op nadere, schriftelijk opgevraagde informatie van de projectindiener.

Handreiking subsidie Kenniseconomie

5

In de beschikking is vastgelegd: Waarvoor u subsidie krijgt toegezegd; Hoeveel deze maximaal bedraagt (het gaat om een voorlopige verleend bedrag; bij een lagere financiële realisatie of gedeeltelijke uitvoering van het project wordt de subsidie naar rato lager vastgesteld); De start- en einddatum van het project; De projectbegroting en de wijze van financiering; De van toepassing zijnde regelgeving; Bepalingen inzake de financiële afwikkeling; Aan welke voorwaarden u bent gehouden inzake de projectadministratie, aanbestedingsprocedures en rapportageverplichtingen; De meldingsprocedure bij onregelmatigheden; De publiciteitsvoorschriften en de mogelijkheid ten aanzien van controle ter plaatse. In de beschikking kunnen nadere voorwaarden worden opgenomen. U bent strikt gehouden aan termijnen, begrotingen en afgesproken inzet/ input zoals benoemd in de beschikking. Voor substantiële wijzigingen tijdens de rit dient u vooraf schriftelijk toestemming te vragen. Wees daarom realistisch in uw aanvraag aangaande de snelheid waarmee u activiteiten kunt uitvoeren, de omvang van uw project (in geld, deelnemers, etc) en de door u in te zetten input en te bereiken output.

6

Handreiking subsidie Kenniseconomie

Figuur I

Stroomschema subsidietoekenning projecten kenniseconomie

START

1. Verkenning haalbaarheid Ontvangst Projectidee (optie) Registreren Gesprek met indieners Gesprek Provincie met projectindieners 2. Indienen project (subsidieaanvraag) Ontvangst aanvraag subsidie Registreren Doorsturen aan audit commissie

Verzoek tot aanvulling Verzoek tot inhoudelijke en/of financiële aanvullingen

3. Beoordeling project Inhoudelijke beoordeling Financiële beoordeling Rangschikking projectvoorstellen

Ingevulde beoordelingsformulieren Verzoek tot inhoudelijke en/of financiële aanvullingen Opstellen concept besluiten en subsidieverleningbeschikkingen Projectidee (A4)

Beoordeling inhoudelijke en financiële aanvullingen

4. GS Besluitvorming

negatief

Afwijzingsbrief sturen

ver-

positief

Subsidieverleningbeschikking versturen

Handreiking subsidie Kenniseconomie

7

1.4

Criteria projecten

Subsidie wordt aangevraagd voor een project. Projecten dienen aan diverse criteria te voldoen. Achtereenvolgens wordt hier ingegaan op: 1. Algemene criteria. 2. Subsidiabiliteitscriteria. 3. Prioriteitscriteria. 1. Algemene criteria De aanvraag is volledig (zie aanvraagformulier), correct en ondertekend; Projecten dienen te passen binnen de criteria die zijn gesteld in de ASV; De projectindiener die voor subsidie in aanmerking wil komen is een door Gedeputeerde Staten geaccepteerde en controleerbare instelling. Indien gevraagd moet een projectindiener c.q. organisatie in staat zijn te overleggen: - de statuten en reglementen van de instelling; - een goedgekeurde jaarrekening van het laatst afgesloten boekjaar van de organisatie; De projecten worden uitgevoerd met inachtneming van de in de programmabeschikking vastgelegde bepalingen. 2. Subsidiabiliteitscriteria De subsidiabiliteitscriteria bevatten ingangseisen die aan projecten worden gesteld. Een project dient aan alle criteria te voldoen. Wordt aan één of meer van deze eisen niet voldaan, dan kan een project niet voor subsidieverlening in aanmerking komen (zie ook ASV). De subsidiabiliteitscriteria bij § 9.5 Ontwikkeling kenniseconomie zijn: Subsidie bedraagt maximaal € 500.000,-; De financiering van een project dient rond te zijn op de gevraagde subsidiebijdrage na; Voor subsidieaanvragen op basis van Ontwikkeling Kenniseconomie (zie bijlage 1) geldt dat rechtspersonen subsidie kunnen aanvragen met dien verstande dat subsidie niet mag leiden tot het in ongeoorloofde mate beïnvloeden van concurrentieverhoudingen. Projecten waarvoor subsidie wordt aangevraagd mogen niet dienen voor commerciële exploitatie, dit overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG) nr. 70/2001 van 12 januari 2001 en gespecificeerd in Verordening (EG) nr. 364/2004 van 25 februari 2004. Deze verordeningen zijn te vinden op http://europa.eu.int/eur-lex 1 De subsidiabiliteitscriteria bij § 9.6 Planvorming kenniseconomie zijn: Subsidie bedraagt maximaal € 50.000,-; De financiering van een project dient rond te zijn op de gevraagde subsidie-bijdrage na; Er is sprake van de-minimus regeling (private bedrijven mogen over 3 jaar gerekend niet meer dan € 100.000,- ontvangen); Voor subsidieaanvragen op basis van Planvorming Kenniseconomie (zie bijlage 1) geldt dat deze kunnen worden aangevraagd door rechtspersonen zonder onderscheid, dus ook door rechtspersonen gericht op het maken van winst. Ten aanzien van de titel is de de-minimisregeling van toepassing. 3. Prioriteitscriteria De prioriteitscriteria worden door Gedeputeerde Staten benut in de afweging tussen verschillende projecten die allen aan de algemene en subsidabiliteitscriteria voldoen. Projecten kunnen zich positief onderscheiden op één of meer van de prioriteitscriteria. Prioriteitscriteria projecten Ontwikkeling Kenniseconomie:

1

Verordening 364/2004: http://europa.eu.int/eur-lex/pri/nl/oj/dat/2004/l_063/l_06320040228nl00220029.pdf Verordening 70/2001: http://europa.eu.int/eur-lex/pri/nl/oj/dat/2001/l_010/l_01020010113nl00330042.pdf

8

Handreiking subsidie Kenniseconomie

Bij projecten ingediend voor de subsidie Planvorming Kenniseconomie kunnen maximaal vijf punten per item voor 1 t/m 8 worden toegekend. Criterium 9 krijgt maximaal 10 punten. Een subsidie-aanvraag krijgt een hogere prioriteit naargelang de eindscore. 1. De bijdrage aan de verbetering van het vestigings- en startersklimaat voor kennisintensieve bedrijvigheid; 2. De bijdrage aan de samenwerking op het gebied van kennisuitwisseling en kennistoepassing tussen bedrijven onderling of bedrijven en onderwijs- en onderzoeksinstellingen of research- en developmentcentra; 3. De bijdrage aan het versterken van de innovativiteit van bedrijven 4. De bijdrage aan het stimuleren van kennisintensieve startende bedrijven 5. De bijdrage aan verbetering van de koppeling tussen onderwijs en bedrijfsleven 6. De bijdrage van de onderwijsinstelling aan het ondernemersklimaat 7. De bijdrage aan de versterking van de kennisintensieve clusters 8. Het regionale draagvlak 9. De verhouding tussen de score op de onder 1 tot en met 5 genoemde criteria en de totale projectkosten Prioriteitscriteria projecten Planvorming Kenniseconomie: Bij projecten ingediend voor de subsidie Planvorming Kenniseconomie kunnen maximaal vijf punten per item voor 1 t/m 5 worden toegekend. Een subsidie-aanvraag krijgt een hogere prioriteit naargelang de eindscore. 1. De bijdrage aan de verbetering van het vestigings- en startersklimaat voor kennisintensieve bedrijvigheid; 2. De bijdrage aan de verbetering van de kennis-, onderzoeks- en informatieuitwisseling; 3. De bijdrage aan het versterken van de innovativiteit van bedrijven; 4. De bijdrage aan verbetering van de koppeling tussen beroepsonderwijs en bedrijfsleven; 5. De bijdrage aan de versterking van de kennisintensieve clusters. 3 Niet-subsidiabele kosten

Niet subsidiabel zijn in ieder geval: Kosten die gemaakt zijn vóór de aanvraag is ingediend; Kosten die gemaakt zijn na de einddatum van het project; BTW.

2. Toelichting bij aanvraagformulier
Dit is een toelichting bij het aanvraagformulier voor het aanvragen van subsidie in het kader van de planvorming en ontwikkeling van de kenniseconomie. De nummers en letters verwijzen naar overeenkomstige onderdelen van het aanvraagformulier. Een belangrijk onderdeel bij het aanvraagformulier is bijlage A. Deze bijlage biedt ruimte voor een uitgebreide projectbeschrijving. Uiteraard dient gegevens uit deze bijlage overeen te komen met de gegevens zoals vermeld in het aanvraagformulier. 1 ALGEMENE GEGEVENS

In hoofdstuk 1 gaat het om algemene gegevens die de aanvrager aan de Provincie Zuid Holland verstrekt. Het gaat hierbij om de gebruikelijke gegevens met betrekking tot naam, adres en vestigingsplaats van de organisatie die als aanvrager verantwoordelijk is voor de administratie en de financiële afwikkeling van het gehele project. Bank-/girorekening: Rechtsvorm: KvKnummer: BTW-plichtig: Doel van de organisatie: 2 Het bank/girorekeningnummer waarop de subsidie uitbetaald kan worden vermelden Alleen rechtspersonen kunnen een aanvraag indienen Het Kamer van Koophandelnummer van de aanvragende organisatie invullen De aanvrager dient aan te geven of de organisatie BTW-plichtig is Een korte beschrijving van het doel van de organisatie die als aanvrager optreedt.

PROJECTGEGEVENS

Handreiking subsidie Kenniseconomie

9

Bij projectgegevens gaat het om de naam van het project, op welke subsidietitel de subsidie wordt aangevraagd. a. b. c. de naam van het project vermelden een korte beschrijving van het doel van het project Op welk artikel uit de ASV wordt de subsidie aangevraagd? U kunt hierbij kiezen uit: 9.5 Ontwikkeling kenniseconomie: hierbij gaat het om investeringsprojecten 9.6 Planvorming kenniseconomie: hierbij gaat het om het voorbereiden en opstellen van plannen voor voornoemde investeringsmogelijkheden Voor gedetailleerde omschrijvingen van beide titels verwijzen wij u naar www.pzh.nl. Bij d kunt u de relatie tussen uw project en de titel uit de Asv vermelden. Waarom past uw project binnen de betreffende titel? In welke plaats(en) in de Provincie Zuid Holland vindt uw project plaats? TIJDVAK

d. e. 3

Bij 3 dient u de geplande startdatum en einddatum van het project in te vullen. De startdatum van de projecten ligt na indiening van de subsidieaanvraag. Starten voordat er een beschikking is afgegeven is voor eigen risico. 4 a. ACTIVITEITEN EN RESULTATEN PROJECT Bij a moet een beschrijving worden gegeven van de voorgenomen activiteiten gedurende de uitvoering van het project. Per activiteit dient u aan te geven waaruit de activiteit bestaat. In de bijgevoegde projectbeschrijving dient u een heldere activiteitenplanning weer te geven, waarin duidelijk vermeld staat wanneer u welke activiteiten gepland heeft in de periode dat het project wordt uitgevoerd. Tevens dienen de activiteiten te worden gekoppeld aan de begroting (wat gebeurt er en wat kost dat)? Bij b moet u vermelden welke kwantitatieve en kwalitatieve resultaten en effecten er met uw project worden bereikt. Het zo concreet mogelijk vermelden van beoogde resultaten zal het u gemakkelijker maken gericht de projectactiviteiten uit te voeren en tussentijds de voortgang van uw project te monitoren en evalueren. Output: Bij de output gaat het om de evaluatiecriteria van het project. De output moet SMART zijn, dit wil zeggen dat de evaluatiecriteria kwantitatief en meetbaar moeten zijn. De uiteindelijke subsidieverlening is mede afhankelijk van de operationalisering van deze evaluatiecriteria en de behaalde resultaten met betrekking tot de evaluatiecriteria.

b.

Resultaat/outcome/impact: Deze indicatoren worden gebruikt als hulpmiddel voor de beleidsevaluatie en niet als basis voor de eindafrekening. Het moet gaan om indicatoren waaraan de meer structurele effecten van het project kunnen worden afgemeten. Voorbeelden zijn: aantal/aandeel studenten dat een baan krijgt bij de deelnemende bedrijven, betekenis van de vernieuwingsprojecten (in kwaliteit, omzet, …), tevredenheid van de bedrijven (te bepalen via enquête), etc. Kwalitatieve effecten: Niet of moeilijk meetbare effecten die met het project beoogd worden. c. Bij c dient de aanvrager te vermelde hoe de voortgang van het project gedurende de looptijd wordt bewaakt. Bijvoorbeeld: welke stappen worden ondernomen om de beoogde resultaten te behalen, hoe en wanneer wordt dit geëvalueerd, etc.

5

SAMENWERKING

Bij 5 dient de aanvrager aan te geven of er andere organisaties betrokken zijn bij de uitvoering van het project. Naast de gebruikelijke gegevens wordt u verzocht aan te geven wat de taken zijn van de betreffende partner in het project.

10

Handreiking subsidie Kenniseconomie

6

KOSTEN EN FINANCIERING

Bij 6 dient de aanvrager de begroting en financiering van het project weer te geven. a. b. c. Bij a dient de aanvrager weer te geven of er op een andere titel binnen de Algemene Subsidieverordening van de Provincie Zuid Holland subsidie is aangevraagd. Bij b dient de aanvrager te vermelden of er elders subsidie voor dit project is aangevraagd. Indien er elders subsidie is aangevraagd dient de naam van de subsidieverlener, het bedrag en de datum van de subsidieverlening te worden vermeld. Begroting en financiering

Begroting: Bij de begroting dient een overzicht van de kosten van het project te worden weergegeven. De kosten dienen uitgesplitst te worden naar de kostencategorieën: Personeelskosten: kosten voor de medewerkers van het project die direct in dienst zijn bij de projectuitvoerder. Kosten voor verbruiksgoederen en benodigdheden: bijvoorbeeld kosten voor papier, pennen, maar ook huur van leslokalen, vergaderfaciliteiten, etc. Uitgaven voor duurzame goederen: bijvoorbeeld meubilair, onderzoeksapparatuur (waarop meerjarig wordt afgeschreven) e.d. Uitgaven voor onderaanneming: kosten voor uitbestede werkzaamheden. Kosten ivm publiciteit: kosten voor marketing, communicatie en promotie. Bijvoorbeeld kosten voor website, nieuwsbrieven, brochures, etc. Administratie en auditkosten: kosten voor boekhouder, accountant, etc Financiering: Hier moet inzicht worden geboden in de wijze van financiering van het project. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen de eigen middelen van de aanvrager die als financiering worden ingezet en de cofinanciering door derden. Bij de aanvraag moet een schriftelijke verklaring van de partners worden overlegd waarin staat dat de betreffende partners hun toezeggingen conform het dekkingsplan nakomen. Bij gevraagde bijdrage van Provincie Zuid Holland vult de aanvrager het gewenste subsidiebedrag in. d. e. f. Bij d moet worden aangegeven of financiële toezeggingen van de andere organisaties afhankelijk zijn van medefinanciering van andere organisaties. En zo ja, hoe? Bij e vermeldt de aanvrager of het project leidt tot onkosten voor de projectuitvoerder om een onderneming enz. te exploiteren. En indien ja of er in deze kosten is voorzien. Bij f moet er worden vermeld of er inverdieneffecten zijn, dat wil zeggen zijn er uitgaven die zichzelf (voor een deel) terugverdienen door de gunstige gevolgen van de uitvoering van het project. Daarbij moet worden aangegeven hoe deze inverdieneffecten/ inkomsten worden verkregen (wijze waarop, periode/ tijdvak, wijze van ramen/ berekenen). Denk hierbij bijvoorbeeld aan huuropbrengsten, verkoop van publicaties, in komsten uit licenties, e.d. OVERIGE VRAGEN Bij a vermeldt de aanvrager of en waarom het project innovatief is. Hierbij kan worden aangegeven of: - De aanpak geheel nieuw is; - De aanpak nieuw is voor doelgroep; - De aanpak nieuw is voor regio; - Het project op een andere manier innovatief is. Bij b vermeldt de aanvrager of er sprake is van disseminatie van het project. De aanvrager vermeldt op welke wijze en aan welke doelgroepen de resultaten en ervaringen van dit project zullen worden overgedragen. BIJLAGEN

7 a.

b.

8

Handreiking subsidie Kenniseconomie

11

Bij het versturen van het aanvraagformulier moeten de volgende stukken worden meegestuurd: Oprichtingsakte / statuten; Uitgebreide projectbeschrijving volgens model bijlage A; Een schriftelijke verklaring van de partners waarin staat dat de betreffende partners hun toezeggingen conform het dekkingsplan nakomen.  ONDERTEKENING De aanvraag dient bekrachtigd te worden middels een originele handtekening van degene die namens de aanvragende organisatie tekeningsbevoegd is.   BIJLAGE A Aangezien in het aanvraagformulier slechts ruimte voor een beknopte weergave biedt, dient u een afzonderlijke en uitgebreidere projectbeschrijving mee te sturen (zie bijlage A van het aanvraagformulier). De gegevens in de projectbeschrijving dienen uiteraard overeen te komen met de gegevens in het aanvraagformulier. In de uitgebreide projectomschrijving dient minimaal te worden vermeld. Inleiding/ achtergrond van het project: de context van het project plaatsvindt. Aanleiding: het probleem/ knelpunt of de kans waar met het project op wordt ingespeeld. Doel: het doel van het project; wat wordt er met het project bereikt. Het doel moet uiteraard passen binnen de ASV. Projectomschrijving, een uitgebreide beschrijving van: - aanpak van het project, - activiteiten die worden uitgevoerd, - wanneer deze activiteiten worden uitgevoerd, - door wie worden de activiteiten uitgevoerd, - het meetbare resultaat van de activiteiten; - etc. Organisatie van het project: betrokken partijen, aanspreekpunt en wat zijn de formele verhoudingen tussen de partijen. Planning: wat is de start- en einddatum van het project, wat zijn tussentijdse mijlpalen/ ijkpunten. U dient een heldere activiteitenplanning (fasering) weer te geven, waarin duidelijk vermeld staat wanneer u welke activiteiten gepland heeft in de periode dat het project wordt uitgevoerd. Begroting en financiering: Een gedetailleerde onderbouwing van de in de projectbegroting opgevoerde kosten en de taakverdeling zoals opgenomen in aanvraagformulier. Per kostencategorie in de begroting een korte toelichting over wat er onder valt. Duidelijk zichtbaar maken wat de relatie is tussen de uitgevoerde projectactiviteiten, de kosten/ uitgaven en de fasering (deze minimaal per jaar aangeven). Dus wat gebeurt er en wat kost dat? Waar zinvol moet tevens prijs x volume inzichtelijk worden gemaakt (uren x loon, aantal brochures x kosten per stuk, etc.).

12

Handreiking subsidie Kenniseconomie