--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
Handreiking vaststelling
perspectief glastuinbouwgebieden
17 november 2003
Commissie Ruimtelijke Inrichting
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
2
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
3
Inhoudsopgave
Dit document bestaat uit vier secties. Het verdient aanbeveling om sectie I geheel te lezen en
de overige secties selectieI.
SECTIE I Inleiding en praktische lees- en gebruikswijzer 7
SECTIE II Overzicht van de duurzaamheidsaspecten die voor de
onderscheiden doelgroepen van belang zijn 11
SECTIE III Nadere informatie 55
SECTIE IV Werkbladen 57
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
4
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
5
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
6
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
7
SECTIE I Inleiding en praktische lees- en gebruikswijzer
Wat is de aanleiding tot het opstellen van deze handreiking?
De aIgelopen iaren is door de riiksoverheid en de glastuinbouwsector samen een breed
gedragen beleidsvisie ontwikkeld. Deze visie is gericht op ontwikkeling naar een duurzame
sector die goed is ingepast in ziin omgeving. Daarvoor ziin de volgende beleidsliinen ingezet:
Herstructureren van de nationale glastuinbouwcentra als Westland. Aalsmeer en
Venlo.
Ontwikkelingsruimte bieden in tien nationale glastuinbouw-proiectvestigingslocaties.
Glastuinbouwruimte houden in perspectieIriike regionale locaties.
Verspreide glastuinbouwbedriiven concentreren in nationale centra oI perspectieIriike
regionale locaties.
Deze beleidsliinen ziin vastgelegd in onder andere het Bestuurliik AIsprakenkader
Herstructurering Glastuinbouw (ianuari 2000). in de 5
e
Nota Ruimteliike Ordening deel III
(ianuari 2002) en het 1
e
deel van het 2
e
Structuurschema Groene Ruimte (december 2001). Er
ziin geen tekenen die erop wiizen dat deze liinen in essentie zullen veranderen in de Nota
Ruimte die in de loop van 2003 zal verschiinen.
In de Commissie Ruimteliike Inrichting van Glastuinbouw en Milieu

(GlaMi) werken
overheden. tuinbouwbedriiIsleven en milieuorganisaties samen om realisering van de
beleidsliinen te stimuleren door instrumenten aan te reiken. Deze handreiking is een van die
beoogde instrumenten.
Waar staan we nu. voor wat betreft de uitwerking van deze beleidsvisie voor de
glastuinbouw in de regio?
Het glastuinbouwbeleid richt zich erop het aantal in de regio verspreid liggende individuele
glastuinbouwbedriiven te verminderen. In de regionale concentratiegebieden ziin immers
betere mogeliikheden om de glastuinbouw landschappeliik in te passen en om deze gebieden
duurzaam in te richten. De glastuinbouw in de regio kan zo beter in de pas bliiven lopen met
de glastuinbouw in de nationale proiectvestigingslocaties.
Dit is nadrukkeliik niet alleen gewenst in verband met een negatieve ruimteliike c.q.
landschappeliike impact van kassen. De glastuinbouw is nameliik een maatschappeliik en
sociaal-economisch gewaardeerde sector. Regionale concentratie van glastuinbouw biedt veel
kansen voor versterking van de sector en voor synergie. Wanneer biivoorbeeld glastuinbouw
en bedriiventerreinen zodanig gevestigd worden dat gemeenschappeliike energie- en
ontsluitingsvoorzieningen mogeliik ziin. OI als mogeliikheden voor meervoudig
ruimtegebruik benut worden. Het imago en de maatschappeliike acceptatie van de sector
worden daardoor verder verbeterd.
Karakteristiek voor deze beoogde kwaliteitsslag in het regionale ruimteliik
glastuinbouwbeleid is dat ontwikkeling en sanering nauw aan elkaar gekoppeld ziin. Aan de
provincies wordt nu nameliik gevraagd om aan te geven. welke regionale
glastuinbouwlocaties in hun provincie perspectieIriik ziin en welke niet. De perspectieIriike
locaties kunnen zich verder ontwikkelen. Regionale vestigingen zonder perspectieI. alsook
verspreid liggende solitaire bedriiven. zullen op termiin verdwiinen. Dat kan ziin door

Binnen GlaMi ziin overheden vertegenwoordigd door ministeries (LNV. VROM en V&W).
provincies (IPO). gemeenten (VNG) en waterschappen (Unie van Waterschappen). het
tuinbouwbedriiIsleven door LTO-Nederland. Productschap Tuinbouw en de gezamenliike
veilingen en milieuorganisaties door de Zuid-Hollandse MilieuIederatie.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
8
verplaatsing naar perspectieIriike locaties. danwel door bedriiIsbeeindiging. Hiervoor zal
nader beleid vastgesteld moeten worden:
Voor locaties met perspectief: opstellen van een beleid voor ontwikkeling van het
gebied. waarbii ook een relatie wordt gelegd met mogeliike sanering van
glastuinbouwbedriiven in de omgeving.
Voor locaties zonder perspectief en verspreid liggende bedrijven: opstellen van
een beleid voor het saneren. waarin aangegeven wordt hoe. in planologische zin. om te
gaan met glastuinbouwbedriiven in het betreIIende gebied (wel/geen/beperkte
uitbreidingsmogeliikheden) en/oI toekomstige sanering (welke termiin. beeindigen.
verplaatsen) en de inzet van instrumenten daarbii. Daarbii zal nadere diIIerentiatie
(verschillende beleidsaanpak/inzet instrumenten) per bedriiI en Iasering een
belangriike rol spelen (leveren van maatwerk).
Zonder de beschikbaarheid van aIdoende instrumentarium dat de sanering ondersteunt. zal de
gewenste ruimteliike ontwikkeling niet op gang komen.
Wat is de volgende stap in het bestuurlijk en politieke afwegingsproces en wat is de rol
van de Commissie Ruimtelijke Inrichting daarin?
De politieke besluitvorming. die bepaalt op welke regionale locaties de glastuinbouw zich kan
ontwikkelen. vindt plaats op het provinciale niveau in het kader van het streekplan. De
Commissie Ruimteliike Inrichting van GlaMi wil dit bestuurliike en politieke proces
ondersteunen. Voordat de provincies kunnen komen tot de aanwiizing van perspectieIriike
locaties. zal brede discussie gevoerd moeten worden. waarin vele actoren een rol spelen. Al
deze actoren hebben hun eigen belangen en doelstellingen. die in het proces ingebracht
worden. Uiteindeliik vindt bii de besluitvorming een integrale aIweging plaats. waarbii de
sectorale doelen voor de glastuinbouw gewogen worden met andere regionale doelen. zoals
die voor verstedeliiking. voor water. voor landschap en natuur. Deze handreiking is een van
de middelen waarmee de Commissie Ruimteliike Inrichting van GlaMi beoogt dat proces te
bevorderen.
Het doel van de handreiking
Deze handreiking heeIt als doel de glastuinbouwproblematiek goed onder de aandacht te
brengen van alle betrokken partiien en daarmee de discussie te agenderen bii het locale
besluitvormingsproces. De handreiking beoogt zicht te geven op de relevante aandachtspunten
en de belangen die de partiien vanuit de tuinbouw. de provincie. gemeente en waterschap.
maatschappeliike organisaties. burgers en het riik bii deze punten in ziin algemeenheid
hebben.
De nadere uitwerking van deze punten voor speciIieke situaties door verschillende partiien in
de regio. maakt verschillen van inzicht duideliik tussen de betrokken partiien. Ook zullen dan
de aspecten naar voren komen die verbeterd moeten worden om een locatie op lange termiin
perspectieI te geven. Daarmee ontstaat in de visie van de Commissie Ruimteliike Inrichting
inzicht in het relatieve belang van de verschillende aspecten in die speciIieke situatie. En dus
ook in de bestuurliike en politieke aIwegingen die gemaakt moeten worden. Het is aan de
actoren zelI hoe daarmee om te gaan en aan de provincie om daarin besluitvormend keuzes te
maken.
De hierna volgende praktische leeswiizer geeIt aan hoe u optimaal gebruik kunt maken van dit
instrument in de discussies in het voortraiect van de besluitvorming.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
9
Praktische lees- en gebruikswijzer
Opbouw van de handreiking
Na deze inleidende sectie I bestaat de handreiking uit de volgende onderdelen:
1. Een overzicht van alle door de commissie Ruimteliike Inrichting aangereikte aandachts-
c.q. afwegingspunten
2. De uitwerking van de meeste afwegingspunten uit het overzicht. In de uitwerking vindt
u een beschriiving van het aspect. waarom en op welke wiize het aspect biidraagt aan meer
duurzaamheid ('wat vinden wii duurzamer¨) en hoe het aspect gemeten oI beschreven zou
kunnen worden om tot vergeliiking met normen / met andere locaties te kunnen komen.
Bii elke uitwerking ziin ook bronnen aangegeven voor nadere inIormatie over het
betreIIende onderwerp.
3. Werkbladen. Dit ziin verzamel- oI scoretabellen die ingevuld kunnen worden voor een
locatie. Ze geven snel overzicht op de sterke. de zwakke en de verbeterpunten voor een
locatie.
4. Vlak voor elk gekleurd tabblad treIt u enkele aansprekende voorbeelden van initiatieven
voor regionale glastuinbouwlocaties die gericht ziin op duurzaamheid en perspectieI op
termiin voor die locatie.
Mogelijke werkwijze
Als gebruiker kunt u met uw kennis van de locatie(s) en de overzichtstabel waarschiinliik snel
tot een startnotitie komen. die helder maakt welke aspecten in de speciIieke situatie een grote
rol spelen. dus uitgebreidere aandacht vereisen. en welke om evidente redenen een minder
grote rol spelen en dus ook weinig aandacht vragen. De uitwerkingsbladen bieden dan
handvatten om de startnotitie uit te werken tot een plan van aanpak en een agenda ten behoeve
van het besprekings- en besluitvormingsproces.
De uitwerkingsbladen geven ook aanwiizingen om de aspecten concreet uit te werken. Daarbii
kunnen zo nodig de aanvullende inIormatiebronnen aangeboord worden oI speciIieke
adviseurs worden geraadpleegd. Deze uitwerking levert. nadat voor een locatie besloten is tot
aanwiizing als perspectieIriik. de verbeterpunten voor het uit te werken ontwikkelingsplan
voor deze locatie.
AIhankeliik van uw doel bii het in kaart brengen van de aIwegingsaspecten. kunnen de
werkbladen (mogeliik door u zelI aangepast) een hulpmiddel ziin om een samenvattend
overzicht te kriigen.
De sectie nadere inIormatie kan in elk Iase van het proces een inspiratiebron ziin. die helpt bii
het ontwikkelen van visie en concrete ideeen op de toekomst van de glastuinbouw in uw regio
en voor mogeliike verbeteringen in de verder te ontwikkelen perspectieIriike locaties.
De opstellers.
iuli 2003
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
10
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
11
SECTIE II Overzicht van de duurzaamheidsaspecten die voor de
onderscheiden doelgroepen van belang zijn
1. Economische Duurzaamheid............................................................................................. 13
1.1 Uitwerking onderdeel economisch belang (werkgelegenheid. toegevoegde waarde)..... 13
1.2 Uitwerking onderdeel duurzame ruimteliike inrichting.................................................. 14
1.3 Uitwerking onderdeel licht (instraling)........................................................................... 19
1.4 Uitwerking opbrengstpriizen en transactiekosten........................................................... 19
1.5 Nabiiheid toelevering (tekst is niet nader uitgewerkt) .................................................... 20
1.6 Toegankeliikheid kennisinIrastructuur (tekst is niet nader uitgewerkt).......................... 20
1.7 Nabiiheid belangenbehartiging (tekst is niet nader uitgewerkt)...................................... 20
1.8 Uitwerking arbeidskosten en personeelsvoorziening...................................................... 20
1.9 Uitwerking onderdeel grondpriizen en herinrichtingskosten.......................................... 21
1.10 Financieringsmogeliikheden (tekst is niet nader uitgewerkt) ....................................... 21
1.11 Besmettingsgevaar (tekst is niet nader uitgewerkt)....................................................... 21
1.12 Waterschapslasten en verontreinigingsheIIIing (tekst is niet nader uitgewerkt) .......... 21
1.13 Opbrengstderving door luchtverontreiniging (tekst is niet nader uitgewerkt) .............. 21
1.14 Uitwerking onderdeel ondernemersklimaat .................................................................. 21
2. Ecologische duurzaamheid................................................................................................ 29
2.1 Uitwerking onderdeel ruimteliike ordening: ligging en eIIecten op de omgeving ......... 29
2.2 Uitwerking onderdeel duurzame ontwikkeling (draagvlak. aanpak. prestatie)............... 30
2.3 Uitwerking energie/warmtevraag in relatie tot klimaat. aanbod van (duurzame) energie
en CO
2
en priis ...................................................................................................................... 32
2.4 Uitwerking waterhuishouding (incl. goed gietwater. watertoets en aIvoeren aIvalwater)
............................................................................................................................................... 34
2.5 Uitwerking onderdeel bodem.......................................................................................... 37
2.6 Uitwerking AIval(verwerking)........................................................................................ 37
2.7 Uitwerking onderdeel regionaal herstructurerings-. ontwikkelings- en saneringsplan.. 38
3. Maatschappelijke. sociale/culturele duurzaamheid........................................................ 47
3.1 Uitwerking onderdeel eIIect op landschap (en waarden daarin)..................................... 47
3.2 Uitwerking (zwaar) verkeer en vervoer (bereikbaarheid. veiligheid. hinder. omvang) .. 48
3.3 Uitwerking onderdeel politiek/bestuurliik klimaat (draagvlak)...................................... 49
3.4 Uitwerking onderdeel multiIunctionele inrichting. bereikbaarheid van het gebied voor
derden en synergie door meervoudig ruimtegebruik............................................................. 50
3.5 Uitwerking onderdeel sociale inIrastructuur................................................................... 51
3.6 Uitwerking onderdeel cultuur/ mentaliteit bevolking/ imago m.b.t. glastuinbouw ........ 52
3.7 Nabiiheid recreatieve en stedeliike voorzieningen (tekst is niet nader uitgewerkt)........ 52
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
12
Bii de onderdelen economische duurzaamheid en maatschappeliike. sociaal/culturele
duurzaamheid is een aantal aspecten genoemd. dat alleen voor de doelgroep tuinders wel oI
van enig belang kunnen ziin. Deze ziin daarom in tegenstelling tot de andere aspecten niet
verder uitgewerkt. Deze aspecten ziin wel in de werkbladen aan het einde van dit document
opgenomen. omdat zii in de belangenaIweging van de ondernemer wel degeliik een rol
(kunnen) spelen. Het betreIt de volgende aspecten:
Nabiiheid toelevering (1.5)
Toegankeliikheid kennisinIrastructuur (1.6)
Nabiiheid belangenbehartiging (1.7)
Financieringsmogeliikheden (1.10)
Besmettingsgevaar (1.11)
Waterschapslasten en verontreinigingsheIIing (1.12)
Opbrengstderving door luchtverontreiniging (1.13)
Nabiiheid recreatieve en stedeliike voorzieningen (3.7)
Naast de uitwerking van de verschillende aspecten is achterin dit document een drietal
werkbladen opgenomen. waarvan de lezer desgewenst gebruik kan maken.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
13
1. Economische Duurzaamheid
1.1 Uitwerking onderdeel economisch belang (werkgelegenheid. toegevoegde waarde)
Relatie met duurzaamheid
Vestiging van glastuinbouw leidt tot regionale economische activiteit. verhoogt de directe en
indirecte werkgelegenheid en draagt zo bii aan een sterkere sociaal-economische structuur in
het gebied en tot meer duurzaamheid. Daarbii gaat het niet alleen om de biidrage van de
primaire bedriiven. maar ook om de biidrage van toeleverende bedriiven. diensten. ver-
werking. handel en aIzet en logistieke dienstverlening. Vanwege de grote exportgerichtheid
draagt de glastuinbouw ook bii aan de versterking van de mainports Rotterdam en Schiphol.
Uitwerking
Gemiddeld genereert een ha glastuinbouw een werkgelegenheid van biina 5 volledige
arbeidsplaatsen. opgesplitst naar een groot deel vaste arbeid en een deel losse arbeid
(oogstpieken. sterk aIhankeliik van bedriiIstype). Voor een groot deel van de vraag kan
ongeschoolde arbeid ingezet worden. een segment waar in bepaalde regio`s in Nederland
(waaronder grote steden ) sprake is van een relatieI hoog percentage werkloosheid.
Een aantal ontwikkelingen in de markt leidt tot de opzet van hechtere (kwaliteits)ketens.
waarbij voor een deel van de glastuinbouw complexvorming met vooral verwerking.
handel. afzet en logistieke afhandeling belangrijker gaat worden.
Aan de hand van het areaal glastuinbouw en de te verwachten teelten kan een inschatting
gemaakt worden van het aantal arbeidsplaatsen. eventueel te onderscheiden in hoger en lager
gekwaliIiceerde arbeidsplaatsen. Dit kan ook gedaan worden met de indirecte werkgelegen-
heid. Een groot deel daarvan is echter sterk gelieerd aan de aIzet- en verwerkingspunten.
waarbii voor eventuele indirecte werkgelegenheid de aIstand van het gebied tot deze
aIzetpunten een belangriike rol speelt. De hoeveelheid arbeid gelieerd aan de toeleverende
goederen en diensten is vrii specialistisch en ook overwegend gebonden aan de centrum-
gebieden voor de glastuinbouw met uitzondering van transporteurs. loonwerk en accountants
en boekhouders. Vervolgens kan ingeschat worden oI in de regio naar kwantiteit en kwaliteit
ingespeeld kan worden op deze vraag en wat de eIIecten ziin op aIname van de werkloosheid
en eventueel de verschuiving van lager naar hoger gekwaliIiceerde arbeidsplaatsen.
Voor de biidrage aan het regionale economische belang kan een inschatting gemaakt worden
van de netto toegevoegde waarde van de glastuinbouw. inclusieI toelevering. diensten en
aIzet. In relatie tot complexvorming kan de aIstand van een glastuinbouwgebied naar
verwerking. aIzet. handel. logistieke dienstverlening en mainports van belang ziin.
Literatuur/verwijzingen
Voor arbeidsbehoeIte per teelt: Kwantitatieve inIormatie voor de Glastuinbouw.
Naar een duurzaam en hoogwaardig glastuinbouwcomplex in Zuid- Holland. Biilage 3
Economische studie glastuinbouw.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
14
1.2 Uitwerking onderdeel duurzame ruimtelijke inrichting
Relatie met duurzaamheid
Om duurzame ontwikkeling in een glastuinbouwgebied ook in de toekomst mogeliik te
maken. dient het gebied zowel qua inrichting als qua omvang over een bepaalde Ilexibiliteit te
beschikken. Zo niet. dan kunnen de bedriiven wellicht momenteel goed uit de voeten. maar
kunnen de bedriiven zich. bii toekomstige wiizigingen op bedriiIs- oI sectorniveau. slechts
sub-optimaal en daarmee minder duurzaam. ontwikkelen.
Uit oogpunt van een aantal in verband met duurzaamheid gewenste gemeenschappeliike
voorzieningen zoals planvorming. landschappeliike aankleding. ontsluiting en
gemeenschappeliike voorzieningen voor energie. CO
2
en water moet een nieuw
glastuinbouwgebied bii voorkeur een zodanige minimale omvang hebben dat deze duurzame
voorzieningen ook daadwerkeliik gerealiseerd kunnen worden. Bii glastuinbouwlocaties met
een kleinere omvang zal snel een spanning gaan ontstaan tussen het niveau van duurzaamheid
en de uitgiItepriis van de kavels. Gebieden zullen omwille van dit laatste aspect wel
concurrerend willen bliiven met andere glastuinbouwgebieden. Dit kan tot gevolg hebben dat
een aantal voorgenomen duurzame voorzieningen niet wordt gerealiseerd.
Het geven van een absolute grens bliiIt uitermate arbitrair en is ook sterk aIhankeliik van de
gewenste duurzame ontwikkeling. Het rendabel maken van een aansluiting op restwarmte van
een centrale vraagt een veel groter plangebied dan het realiseren van bepaalde vormen van
landschappeliike aankleding. De Stidug-regeling hanteert een absolute ondergrens van 50 ha
aan kavels (bruto-oppervlakte) met doorgroeipotenties naar minimaal 125 ha (bruto-
oppervlakte) als entreevoorwaarde.
Uitwerking
In het navolgende wordt gewerkt met de volgende deIinities:
Bruto/bruto is de oppervlakte van het gehele tuinbouwgebied in ziin omgeving; dus
inclusieI landschappeliike inpassing. groenstroken. gemeenschappeliike voorzieningen
e.d.: over het algemeen is dit de omvang van het plangebied.
Bruto is het uit te geven areaal aan tuinbouwkavels.
Netto is de oppervlakte aan kassen wat gebouwd kan worden.
Netto : bruto/bruto verhouding
In glastuinbouwgebieden is meer ruimte nodig om de ruimteliike kwaliteit te verhogen.
Ruimte voor het toepassen van meer duurzame principes op milieugebied (water/energie). het
realiseren van voldoende waterbergend vermogen. het verbeteren van de bereikbaarheid en de
verkeersveiligheid. een goede landschappeliike inpassing en een multiIunctionele inrichting
(biivoorbeeld recreatieve voorzieningen) van het gebied.
Het streeIbeeld voor de verhouding netto: bruto/bruto is 1 : 2 (in 100 ha plangebied kan
ongeveer 50 ha glas gebouwd worden). Door intensieI en meervoudig ruimtegebruik kan.
zonder tekort te doen aan de duurzame kwaliteit van het gebied. de oppervlakte kassen hoger
uitkomen.
Netto : bruto verhouding
In de huidige situatie is deze verhouding bii een eIIiciente kavel- en bedriiIsinrichting 1 : 1.3.
BedriiIsruimte. collectieve voorzieningen. zoals centrale sorteer- en verpakkingsunits.
kleinschalige energiecentrales en collectieve watervoorziening en invulling van het
milieubeleid vragen steeds meer ruimte. De verhouding glasoppervlakte (netto)/
kaveloppervlakte (bruto) zal daardoor toenemen. Bii kleinere bedriiven is deze verhouding
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
15
met 1 : 1.6 ongunstiger dan bii grotere bedriiven ( 1 : 1.4). Bii een oppervlakte glas van 1 ha
respectieveliik meer dan 10 ha hoort dus een kavel met een oppervlakte van 1.6 ha tot meer
dan 14 ha.
Voor een eIIiciente kavel- en bedriiIsinrichting dient de verhouding tussen (netto) oppervlakte
glas en de (bruto) kaveloppervlakte gemiddeld 1 : 1.5 te ziin.
Een goede kavelstructuur leidt tot een betere ruimteliike duurzaamheid en tot meer
mogeliikheden om ook op termiin te voldoen aan vooral economische (lagere kosten
duurzame productiemiddelen. lagere arbeidskosten. hogere opbrengsten door betere
ruimtebenutting) en ecologische (minder energiegebruik) duurzaamheidsaspecten.
Bezien vanuit tuinders is een drietal elementen van belang:
1. De omvang. vorm en aImetingen van de kavels. Voldoende groot. vierkant en minimaal
125 meter breed.
2. De ontsluiting van de kavel en de aanwezige nutsvoorzieningen.
3. De uitbreidingsmogeliikheden door het samenvoegen van kavels (bloksgewiize opbouw
van de kavels. geen barrieres in de vorm van wegen. waterlopen. woonhuizen en
leidingenstraten tussen de kavels).
De kavelvorm dient bii voorkeur vierkant te ziin. De redenen hiervoor ziin:
- de laagste energiebehoeIte;
- meest eIIiciente benutting van de kavel;
- meest gunstige verhouding tussen teeltoppervlakte en paden;
- laagste arbeidsbehoeIte;
- laagste bouw- en inrichtingskosten.
Bii een te bouwen breedte van 100 meter oI meer nemen de bovengenoemde eIIecten snel aI
en mag de lengte : breedte verhouding toenemen van 1 : 1 tot maximaal 2 : 1.
Zowel ontwikkelingen in de sector als autonome bedriiIsontwikkeling maakt dat bedriiven
niet statisch ziin. maar voortdurend veranderen. Om aan de variabele wensen van toekomstige
gebruikers te voldoen. zullen nieuwe gebieden Ilexibel moeten worden ingericht. Veelvouden
van blokken van 200 bii 200 meter (4 ha. eventueel nog te splitsen in 2 kavels van 100 x
200m) liikt daarbii een goed uitgangspunt. De kaveloppervlakte van een cluster oI een
megabedriiI komt dan op 400 x 400 meter. is 16 ha.
Barrieres die samenvoegen van kavels in de weg kunnen staan dienen vermeden te worden.
Literatuur/verwijzingen
Beoordelingskader Stidug 2002.
IKC-brochure 144. 'Het glastuinbouwgebied 2020¨.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
16
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
17
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
18
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
19
1.3 Uitwerking onderdeel licht (instraling)
Relatie met duurzaamheid
Een hogere instraling heeIt een positieI eIIect op de opbrengsten en de kwaliteit van de
producten en leidt zo tot een hogere energie-eIIiciency en meer economische en ecologische
duurzaamheid. Een hogere instraling leidt ook tot een (beperkt) lager energiegebruik. Het
verschil in energiebehoeIte tussen de kuststrook (met hogere instraling) en het oosten van het
land bedraagt ongeveer 8° op iaarbasis.
Uitwerking
Er is zeer veel onderzoek verricht naar de relatie tussen instraling en opbrengsten en kwaliteit
van glastuinbouwproducten. Het heeIt echter niet geleid tot eenduidige relaties. mede omdat
opbrengsten en kwaliteit van zeer veel Iactoren aIhankeliik ziin en de relatie ook aIhankeliik
is van de tiid van het iaar. De gevonden relaties ziin voor glasgroenten sterker dan voor
bloemisteriigewassen.
Ondernemers hechten een verschillend belang aan de hoeveelheid instraling. De hoeveelheid
instraling is voor ieder glastuinbouwgebied in Nederland bekend.
Literatuur/verwijzingen
http://www.zibb.nl/tuinbouw.
KNMI.
In Kansen voor Kassen ziin voor Nederland de isoliinen van de iaarsommen van de
globale straling (Joule/cm2) weergegeven.
1.4 Uitwerking opbrengstprijzen en transactiekosten
Relatie met duurzaamheid
De kosten voor het traiect na de oogst en verwerking (vervoer. transactiekosten e.d.) en de
opbrengstpriizen ziin voor tuinders van zeer groot belang. Lagere kosten voor vervoer en
transactie en hogere opbrengstpriizen leiden tot meer duurzaamheid in economisch opzicht.
Verschillen in opbrengsten en kosten worden vooral door beslissingen van individuele
tuinders veroorzaakt door hun keuzes van soort product. sortering. verpakking. leverings-
tiidstip. kwaliteit en wiize van aIzet. Op gebiedsniveau kan collectieI vervoer. met name voor
gebieden die verder van het aIzetpunt liggen. een optie ziin om de vervoerskosten terug te
dringen. Dit levert ook een positieve biidrage aan de negatieve milieu- en gezondheidseIIecten
die zwaar verkeer veroorzaken.
In de huidige 24-uurseconomie is er een groeiende handelsvraag naar korte termiinleveringen.
Hierdoor is het voor een aantal teelten van groot belang binnen korte tiid de verschillende
handelshuizen te kunnen beleveren. De vervoers- en transactiekosten lopen per teeltsoort en
aIzetwiize (klok. bemiddeling. directe aIzet) sterk uiteen.
Uitwerking
Er is ruime inIormatie van veilingen en vervoerders aanwezig om de transactie- en
vervoerskosten te berekenen.
Literatuur/verwijzingen
Statistieken opbrengstpriizen.
Tarieven veilingen en vervoerders.
http://www.zipp.nl/tuinbouw.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
20
1.5 Nabijheid toelevering (tekst is niet nader uitgewerkt)
1.6 Toegankelijkheid kennisinfrastructuur (tekst is niet nader uitgewerkt)
1.7 Nabijheid belangenbehartiging (tekst is niet nader uitgewerkt)
1.8 Uitwerking arbeidskosten en personeelsvoorziening
Relatie met duurzaamheid
Een goede personeelsvoorziening en concurrerende arbeidskosten leiden op langere termiin
tot een hogere economische duurzaamheid en een betere concurrentiepositie. Een tekort aan
arbeidskrachten leidt. zo leert het verleden. tot maatschappeliik ongewenste situaties zoals
illegale arbeid. die Iunest ziin voor het imago van c.q. maatschappeliik draagvlak voor de
glastuinbouwsector.
Uitwerking
Er ziin regionale verschillen in arbeidskosten en in de mate waarin werknemers werkloos ziin
en bereid ziin in de glastuinbouw te gaan werken. De Centra voor Werk en Inkomen kunnen
inzicht geven in het arbeidsaanbod en de vraag en (her)scholingsmogeliikheden. Gegevens
over arbeidskosten en gemiddelde kosten per gewerkt uur ziin te vinden in LEI publicaties. in
de Kwantitatieve InIormatie voor de Glastuinbouw en in overzichten van accountants- en
boekhoudkantoren.
Zowel de kwaliteit. de kwantiteit als de kosten van arbeid ziin van groot belang voor de
ondernemer. In eerste instantie ligt de verantwoordeliikheid voor dit aspect bii de tuinders
zelI. Tuinders in een gebied kunnen wel samenwerken biivoorbeeld op het gebied van de
werving van nieuwe arbeidskrachten en de inzet van arbeid via arbeidspools. eventueel in
samenwerking met gemeenten oI de genoemde Centra voor Werk en Inkomen. Een positieI
imago van de glastuinbouw. vooral in de nabiigelegen woonkernen. zal ook biidragen aan
meer bereidheid om in de glastuinbouw te gaan werken evenals het bieden van goede
arbeidsomstandigheden.
Op gebiedsniveau kunnen initiatieven ontwikkeld worden om vraag en aanbod naar
arbeidskrachten beter op elkaar aI te stemmen (scholing. arbeidsmarktproiecten) en om de
bereikbaar van het gebied voor werknemers te vergroten via een goede aansluiting op het
openbaar vervoer en een goede en veilige bereikbaarheid voor personenauto`s en Iietsers (zie
ook onderdeel Verkeer en Vervoer).
Literatuur/verwijzingen
Arbeidskosten: Kwantitatieve InIormatie voor de Glastuinbouw.
Arbeidsaanbod/voorziening: Centra voor Werk en Inkomen.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
21
1.9 Uitwerking onderdeel grondprijzen en herinrichtingskosten
Relatie met duurzaamheid
Hoge grondpriizen en hoge kosten voor herinrichting van gebieden leiden tot hogere kosten en
op langere termiin tot minder economische duurzaamheid en aantasting van de
concurrentiepositie.
Uitwerking
Voor lokale actoren is het belangriik dat zii tuinbouwkavels kunnen uitgeven (eventueel na
reconstructie) tegen concurrerende priizen. Hoge grondpriizen en hoge kosten voor
herinrichting werken vooral door in de investerings- en Iinancieringsopzet van nieuw te
bouwen glasopstanden en minder in de exploitatierekening. Er bliiIt minder kapitaal
beschikbaar voor andere gewenste investeringen. De bedriiIseconomische eIIecten van hogere
grondpriizen en kosten van herinrichting ziin goed te berekenen.
Hoewel de uitgiIte- en vraagpriizen van tuinbouwkavels over het algemeen goed bekend ziin
is een goede vergeliiking tussen gebieden niet altiid mogeliik omdat in deze priizen in ieder
geval ook een aantal kwaliteits- en duurzaamheidsaspecten van tuinbouwkavels ziin
verdisconteerd (biivoorbeeld kwaliteit bodem. vorm van de kavel. aansluiting nutsvoor-
zieningen. bereikbaarheid) en soms ook een aantal voorzieningen (biivoorbeeld aansluiting op
restwarmte. collectieve wateropslag. landschappeliike inpassing).
Literatuur/verwijzingen
InIormatie uit glastuinbouwgebieden zelI.
http://www.tuinbouwlocaties.nl.
http://www.zibb.nl.
1.10 Financieringsmogelijkheden (tekst is niet nader uitgewerkt)
1.11 Besmettingsgevaar (tekst is niet nader uitgewerkt)
1.12 Waterschapslasten en verontreinigingshefffing (tekst is niet nader uitgewerkt)
1.13 Opbrengstderving door luchtverontreiniging (tekst is niet nader uitgewerkt)
1.14 Uitwerking onderdeel ondernemersklimaat
Relatie met duurzaamheid
Een sterk ondernemersklimaat leidt tot innovatie en vernieuwingen en tot snellere en grotere
toepassing van nieuwe meer duurzame technieken en systemen.
Uitwerking
Het ondernemersklimaat in een glastuinbouwgebied is gebaseerd en opgebouwd uit zeer veel
elementen. Er is geen sprake van eenduidige relaties tussen bepaalde variabelen en het
ondernemersklimaat. Het belangriikste aspect liikt stimulerend ondernemerschap d.w.z.
ondernemers die continu vernieuwen. kennis daarover delen en die openstaan voor nieuwe
ontwikkelingen. Er kan echter alleen een kwalitatieve waardering gemaakt worden.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
22
Daarbii zouden de volgende elementen een rol kunnen spelen:
1. Omvang van het gebied. Naarmate er meer tuinders bii elkaar in een gebied zitten. neemt
de kans op kennisuitwisseling en het zien van innovatieve ontwikkelingen op korte aIstand
toe.
2. Moderniteit van het gebied: gemiddelde leeItiid van de kassen en installaties.
3. Continuïteit van de bedriiven: aantal ondernemers/bedriiI. ondernemingsvormen.
leeItiidsopbouw. opvolgingssituatie.
4. Aantal tuinders met dezelIde gewassen. Naarmate er meer tuinders in een gebied zitten die
hetzelIde gewas telen neemt de kans op kennisuitwisseling en het zien van innovatieve
ontwikkelingen op korte aIstand toe.
5. Organisatie van tuinders in werkgroepen. studieclubs en gebiedsexcursies en deelname
daaraan.
6. Nabiiheid van kennisinstellingen en voorlichting.
7. Samenwerkingsverbanden met innoverende toeleverende en aInemende bedriiven.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
23
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
24
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
25
Intermezzo 1 Zes telers, vierentwintig hectare, één gedachte
Bii sommige proiecten past diep respect. Tuinbouwcluster Bergschenhoek is daarvan een
voorbeeld: zes bloemen- en groentetelers sloegen in 2002 de handen ineen. en vormen
sindsdien een stevig blok in onderhandelingen met biivoorbeeld energieleveranciers en
kassenbouwers.
Het verhaal begint in 1997: de gemeente Rotterdam heeIt ruimte nodig voor woningbouw. en
benadert viiI kwekers uit Berkel-Rodenriis. Die besluiten gezamenliik te onderhandelen met
de gemeente.
De volgende stap is een biina logische: na de verkoop van de gronden besluiten de
ondernemers aangevuld met een zesde teler samen een nieuw stuk grond te kopen. 'We
wilden allemaal in deze regio bliiven; niemand had zin om naar biivoorbeeld Brabant te
verhuizen¨. vertelt paprikateler Dirk van der Spek. Hii ging namens ziin collega`s op zoek
naar een geschikte locatie. en vond die in het nabiigelegen Bergschenhoek: een vierkante
kavel van maar lieIst 24 hectare.
Langzaamaan breiden de zes ondernemers hun samenwerking verder uit: eerst besteden ze
gezamenliik een haalbaarheidsonderzoek uit. en vervolgens de bouw en de aanleg van de
bedriiven en de aanleg van een centrale weg. een centraal ondergronds waterbeheersysteem.
een centraal ketenhuis (met gezamenliike automatisering en inpassing van restwarmte). een
glasvezelnet en vier waterbassins (die eveneens ondergronds gekoppeld ziin). En zoals het
hoort: het proiect heeIt een eigen proIessionele website: www.tuinbouwcluster.nl.
Inmiddels is Tuinbouwcluster Bergschenhoek gereed. Alle zes ondernemers wonen nu op het
terrein in Bergschenhoek. De ontwikkelingen staan echter niet stil. vertelt Van der Spek.
inmiddels voorzitter van de stichting Tuinbouwcluster Bergschenhoek. Zo wordt dit iaar een
gezamenliike warmte/krachtinstallatie in gebruik genomen. en worden proeven gedaan met
een ketel op bio-olie. Daarnaast is onlangs een grootschalig. tweeiarig gascontract aIgesloten
met een energieleverancier.
Verdeelsleutel
Tuinbouwcluster Bergschenhoek toont aan dat samenwerking tussen ondernemers loont. Door
gezamenliik energievoorzieningen te treIIen. besparen ze ieder circa 1 euro aan stookkosten
per vierkante meter. aldus Van der Spek. Het gekoppelde waternet zorgt daarnaast voor een
besparing van circa een halve euro per vierkante meter. OIwel: lagere kosten en een lagere
milieubelasting.
Maar Tuinbouwcluster Bergschenhoek bewiist meer. Allereerst dat een samenwerking ook
mogeliik is tussen verschillende soorten bedriiven met verschillende arealen. nameliik: een
tomatenteler. een potplantenkweker. twee paprikatelers en twee gerberatelers. Ieder bedriiI
heeIt een eigen grootte. en eigen wensen. Het bedriiI Agro Adviesburo dat ook al een
haalbaarheidsstudie had uitgevoerd stelde voor de kosten een verdeelsleutel op. Want ie
kunt het nog zo goed met elkaar vinden; zakeliik moet alles goed geregeld ziin.
Zelfstandigheid inleveren
Alle kwekers van Tuinbouwcluster Bergschenhoek hebben hun eigen taak. Zo is de ene teler
verantwoordeliik voor energie. en de ander voor waterbeheer. Eens per maand komen ze bii
elkaar. De eerste periode van de plannen was dat zelIs wekeliiks.
Van der Spek: 'Iedereen levert natuurliik een deel van ziin zelIstandigheid in door deze
samenwerking. Maar wat heel belangriik is: de kleinere bedriiven hebben net zoveel stemrecht
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
26
als de grotere. en als iedereen beter wordt van een beslissing biivoorbeeld samen inkopen
van materialen dan is die beslissing snel genomen.¨
Intermezzo 2 1elersverenigingen: de nieuwe gezamenlijkheid
Begin jaren `90 beleefde de Nederlandse groenteteelt een crisis. Het buitenland (met
name: Duitsland) bliefde de Hollandse tomaten niet meer. Een aantal Westlandse telers
besloot een nieuwe tomaat met eigen merknaam te lanceren: Prominent. En nu. tien jaar
later. is Prominent een van de grootste en meest innovatieve telersverenigingen van
Nederland.
De glastuinbouw is een coöperatieI ingestelde sector. Onder het motto samen staan we sterk`
werden de aIgelopen eeuwen onder meer eigen aIzetkanalen (veilingen). onderzoeks-
instellingen (proeIstations) en excursiegroepen opgericht. En hoewel vaak is bediscussieerd oI
het coöperatieve denken nog wel van deze tiid is. ziin die gezamenliike activiteiten nog altiid
springlevend.
De nieuwste vorm van een coöperatieve samenwerking ziin de zogenoemde
telersverenigingen: een groep telers die onder een zelI gekozen naam een product aIzetten.
Prominent opgericht door een aantal Westlandse tomatentelers was een van de eerste van
dergeliike verenigingen. en is nu een van de meest succesvolle.
1aarrond tomaten telen
Aanvankeliik deden de telersverenigingen weinig meer dan het verzinnen van een eigen naam
en logo. Maar biivoorbeeld Prominent heeIt de stap naar proIessionaliteit en grootschaligheid
weten te zetten. Zo hebben de 22 leden een gezamenliik distributiecentrum en een eigen
administratiekantoor. Daarnaast is onlangs begonnen met de bouw van een gezamenliike
kwekerii van 7 hectare: met zogenaamd groeilicht worden daar voortaan tomaten geteeld
buiten het reguliere seizoen.
'We leveren tomaten van maart tot december: de overige maanden ziin het telers uit andere
landen die tomaten leveren aan onze aInemers; het is dan heel moeiliik om in maart weer ie
plekie te veroveren. Daarom willen we voortaan iaarrond tomaten produceren¨. vertelt
Margreet van den Bos. manager van het distributiecentrum van Prominent.
De bouw van een gezamenliike kwekerii is een grote stap. Maar tegeliik is het gezien de
werkwiize en de IilosoIie van Prominent een logische. Op alle mogeliike manieren wordt er
nameliik voor gezorgd dat de klant kriigt wat hii vraagt. en op het moment dat hii het vraagt.
(Die klanten ziin overigens te vinden in de Verenigde Staten en in geheel Europa: van de
Scandinavische landen tot Frankriik. en van Duitsland tot Italie.)
Enkele voorbeelden: wekeliiks worden uitgebreide oogstprognoses gemaakt (die vervolgens
gebruikt worden door verkooporganisatie The Greenery); de trostomaten kunnen in het
distributiecentrum in iedere gewenste verpakking worden gestopt (al dan niet met biisluiters
oI met speciale etiketten); alle leden voldoen aan de richtliinen van Eurep GAP (een richtliin
opgesteld door een groep van Europese supermarktenorganisaties) en werken met biologisch
gewasbescherming; bii ieder bedriiI worden regelmatig monsters genomen (zodat de kwaliteit
van de trostomaten onderzocht kan worden).
Risico`s durven nemen
Prominent bestaat al iaren uit circa 22 telers. Zii doen meer dan alleen het iuiste
trostomatenras telen: de teler moet de ambities van Prominent kunnen helpen waarmaken. en
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
27
bereid ziin tiid. geld en energie te investeren in de activiteiten van de vereniging. Van den
Bos: 'Lid ziin van Prominent vraagt een heel actieve houding: ie moet alle ontwikkelingen in
de aIzet volgen. en bereid ziin ie bedriiIsvoering aan te passen en risico`s durven nemen.¨
Het ledenaantal van 22 zal niet snel toenemen. verwacht Van den Bos. ~De groei in de
productie halen we liever uit een groei van de bedrijfsactiviteiten van onze huidige
leden.¨ Overigens zijn het niet per se grote teeltbedrijven die zijn aangesloten bij
Prominent: de gemiddelde bedrijfsgrootte is ongeveer 4.5 hectare. ~Binnen een
telersvereniging als Prominent kunnen ook minder grote telers activiteiten ontplooien
die alleen voor grote bedrijven lijken weggelegd.¨
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
28
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
29
2. Ecologische duurzaamheid
2.1 Uitwerking onderdeel ruimtelijke ordening: ligging en effecten op de omgeving
Relatie met duurzaamheid
De Iunctie glastuinbouw moet zodanig ruimteliik ingepast worden dat de nadelige eIIecten op
natuur. milieu en gezondheid op vooral de onmiddelliike omgeving (Iysieke aanwezigheid.
emissie broeikasgassen. mineralen en gewasbeschermingsmiddelen. hinder (assimilatielicht.
geluid). invloed op watersysteem) zoveel mogeliik beperkt bliiven. Naast ligging ziin daarbii
vooral inrichting van het gebied en beheer (incl. bedriiIsvoering op de bedriiven) belangriike
elementen. Gemeenteliike bestemmingsplannen bepalen de mogeliike vestigings- en
uitbreidingsruimte voor ondernemers. Bestemmingsplannen moeten passen in de door
provincies op te stellen streekplannen. die op hun beurt weer moeten passen in het door de
riiksoverheid opgestelde ruimteliike beleid. Als inpassing niet oI slechts gedeelteliik kan
worden gerealiseerd kan dat ertoe leiden dat glastuinbouwontwikkeling in bepaalde gebieden
niet verenigbaar is met andere Iuncties van dat gebied. In dat geval kan er geen sprake ziin van
een perspectieIvolle locatie.
De belangriikste elementen inzake ruimteliike ordening ziin:
1. Valt het gebied binnen (een straal van) een beleidscategorie van riik. provincie oI
gemeente. waar uit oogpunt van landschap. natuur oI milieu geen glastuinbouw is
toegestaan (Ecologische/ Groene HooId Structuur. beschermde landschappen)?
2. Past het glastuinbouwgebied in het streekplan en de daaraan ten grondslag liggende visies
over duurzame ontwikkeling van de glastuinbouw? Is er een ruimteliik uitvoerings-
programma met als doel te komen tot daadwerkeliike ontwikkeling van het gebied?
3. Hoe past het gebied in het opgestelde regionaal ontwikkelings- en saneringsplan voor de
glastuinbouw?
4. Wat is het Iysieke (bebouwing). hydrologische. ecologische. hinder- en sociaal-
economische eIIect op de omgeving en speciaal op nabiigelegen gevoelige Iuncties oI
bestemmingen (gevoelige woon/recreatieIunctie i.v.m. emissie van gewasbeschermings-
middelen (in Besluit Glastuinbouw voor bedriiven (na 30 april 1996) ·50 meter voor
categorie 1 en · 25 meter voor categorie 2). eIIecten assimilatiebelichting (uitstoot
gereguleerd in Besluit Glastuinbouw) op omgeving en natuurgebieden. geluid bedriiven en
verkeer (gereguleerd in Besluit Glastuinbouw) op omwonenden. veiligheid/gezondheid
omwonenden). Zie ook de uitwerking op de betreIIende onderdelen.
5. Is de omvang van het gebied zodanig dat dit gebied voor de toekomst als duurzaam en
perspectieIvol kan worden aangemerkt? Is er sprake van aansluiting bii een al bestaand
glastuinbouwgebied. dan wel ziin er planologische mogeliikheden om de omvang van het
gebied in de toekomst verder te laten toenemen? In de Stidug wordt als minimum een
gebied van 50 ha. tuinbouwkavel gezien en is sprake van een voldoende omvang bii 300
ha kaveloppervlakte oI meer.
6. Is er een (toekomst)visie aanwezig waarin een toekomstige Iunctiewiiziging van nationaal
oI regionaal belang (aanleg inIrastructuur. stedeliike ontwikkeling. dorpsuitbreidingen.
bedriiventerreinen. waterberging- oI retentiegebied) wordt voorzien? Dit is met name van
belang in hoog dynamische. vaak verstedeliikte. gebieden. Wat is de status van deze visie?
7. Ziin er mogeliikheden voor synergistische eIIecten met andere Iuncties in oI vlakbii het
gebied? Met name kunnen genoemd worden de levering/uitwisseling van warmte. CO
2
en
energie (aIstemmen vraag en aanbod. opslag en gebruik van rest CO
2
). gezamenliike
ontsluiting met woon- en bedriivenbestemmingen. aanleg recreatieI groen/water voor
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
30
omwonenden en dichtbii gelegen stedeliike gebieden. gezamenliike wateropvang/gebruik
met woon- en bedriivenbestemmingen.
Planologische zekerheid is essentieel voor een goed ondernemersklimaat. Zonder deze
zekerheid zullen ondernemers minder snel geneigd ziin te investeren in hun bedriiI/gebied.
De belangriikste vragen voor tuinders ziin:
1. HeeIt de gemeente in haar bestemmingsplan voorzien in een duurzame glastuinbouw
bestemming en past deze Iunctie in het streekplan? Als dat nog niet het geval is: is er
sprake van een voorbereidingsbesluit en een aIgeronde oI lopende MER rapportage?
2. Ziin de verschillende benodigde vergunningen makkeliik en snel te verkriigen?
3. Ziin er mogeliikheden voor synergistische eIIecten met andere Iuncties in het gebied. met
name kunnen genoemd worden de levering/uitwisseling van warmte en CO
2
. wateropslag
en ontsluiting?
Literatuur/verwijzingen
Nota`s Ruimteliike Ordening. Structuurschema`s Groene Ruimte. Structuurschema Verkeer
en Vervoer. streekplannen. bestemmingsplannen. Besluit Glastuinbouw
2.2 Uitwerking onderdeel duurzame ontwikkeling (draagvlak. aanpak. prestatie)
Relatie met duurzaamheid
Een plan- en proiectmatige ontwikkeling van de glastuinbouw in een gebied zorgt ervoor dat
de verschillende mogeliikheden om tot een duurzame inrichting te komen worden verkend en
aIgewogen op hun Iinanciele en bestuurliike haalbaarheid en dat de realisatie volgens plan
wordt uitgevoerd. Duurzame ontwikkeling van glastuinbouw is beperkt indien hieraan alleen
op individueel bedriiIsniveau wordt gewerkt; collectieve voorzieningen tillen het
duurzaamheidsniveau op een hoger plan. Ontwikkeling van dergeliike voorzieningen op
cluster- en regionaal niveau vergen Iormele samenwerking en planvorming op locatieniveau.
Convenanten en Iormele samenwerkingsverbanden creeren draagvlak en mogeliikheden voor
het realiseren van collectieve voorzieningen.
Uitwerking
In de Stidug is omschreven uit welke onderdelen een aanvraag voor een duurzaam
ontwikkelingsplan moet bestaan. Deze regeling is vooral toegespitst op nieuwe
glastuinbouwgebieden. maar voor ontwikkelingsproiect kan ook herstructurering/
ontwikkeling van al bestaande glastuinbouwgebieden worden gelezen.
a. Een beschriiving van de doelstellingen en achtergronden van het ontwikkelingsproiect.
b. Een beschriiving van de wiize waarop invulling wordt gegeven aan de relevante duurzaam-
heidscriteria zoals:
AIweging en (indien reeel) plannen voor collectieve voorzieningen op gebied van
Warmte (bronnen. opslag). elektriciteit en CO
2.
Water (waterberging. gietwatervoorziening. aIvoeren aIvalwater).
AIvalverwerking.
Landschappeliike inpassing.
MultiIunctionele inrichting en gebruik van de omgeving.
Collectieve voorzieningen voor verkeer en vervoer.
c. Een overzicht van de oppervlaktegrond die is. respectieveliik zal worden verworven
(herverkaveld) ten behoeve van de uitvoering van het plan. alsmede een beschriiving van het
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
31
huidig gebruik en de huidige bestemming van de desbetreIIende grond.
d. Een beschriiving van de wiize waarop de nog te verwerven grond zal worden verworven
(c.q. herverkaveld).
e. Een tiidsplanning van de activiteiten vanaI het moment van de verwerving van de grond tot
het moment dat alle kavels aan glastuinbouwondernemers ziin uitgegeven (herverkaveld) en
een uiteenzetting van de wiize van uitvoering van het ontwikkelingsproiect.
I. Een plan van toewiizing waaruit bliikt op welke wiize de toewiizing (herverkaveling) van
de kavels aan glastuinbouwondernemers zal plaatsvinden.
g. Een overzicht van de reeds doorlopen en nog aI te ronden ruimteliike procedures.
h. Indien vereist op grond van de Wet milieubeheer. een milieu-eIIectrapportage als bedoeld
in artikel 7.10 Wet milieubeheer.
i. Een gespeciIiceerde begroting. met inbegrip van een berekening van de verwachte uitgiIte
(herstructurerings)priis van de glastuinbouwkavels.
i. Een opgave van de Iinancieringswiize van het ontwikkelingsproiect.
k. Een advies van de betrokken provincie en waterschap waaruit de planologische
haalbaarheid en het draagvlak bii provinciaal bestuur en waterschapsbestuur bliikt.
Om duurzame ontwikkeling ook inderdaad tot stand te brengen zijn van belang:
Een actieve en voldoende breed samengestelde regionale ontwikkelingsmaatschappii.
Een planontwikkeling en uitvoering. waarbii duurzame ontwikkeling zoveel mogeliik
wordt geagendeerd en uitgewerkt.
Een planontwikkeling en uitvoering. die kan rekenen op een breed draagvlak bii andere
overheden. locale maatschappeliike organisaties en besturen. burgers en het
tuinbouwbedriiIsleven.
Een planuitvoering. die te Iinancieren is en waarbii de Iinanciele verantwoordeliikheid bii
voorkeur is verdeeld over meerdere partiien.
Een planuitvoering. die voorziet in tiidige oplevering van de tuinbouwkavels.
Een planuitvoering. die verloopt volgens de geraamde kosten.
Een planontwikkeling en uitvoering waarbii burgers en maatschappeliike organisaties en
partiien actieI worden betrokken.
Een kwalitatieI hoogstaand beheer van het gebied na realisatie (parkmanagement).
Ondernemers zullen vooral geïnteresseerd ziin in de priis/kwaliteit verhouding van de
uitgiItepriis. daarbii inbegrepen de kosten voor een duurzaam beheer.
Literatuur/verwijzingen
Stidug.
Beoordelingskader Stidug 2002.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
32
2.3 Uitwerking energie/warmtevraag in relatie tot klimaat. aanbod van (duurzame)
energie en CO
2
en prijs
Relatie met duurzaamheid
De grote energiebehoeIte (voornameliik aardgas) en de daarmee gepaard gaande uitstoot van
CO
2
is een van de belangriikste maatschappeliike c.q. duurzaamheiditems voor de sector
glastuinbouw. omdat het gebruik van met Iossiele brandstoIIen opgewekte energie biidraagt
aan het broeikasgaseIIect. Naarmate er minder energie door een eIIiciente opwekking en/oI
optimale energie-inIrastructuur en/oI een lagere energiebehoeIte voor de glastuinbouw-
ondernemers nodig is. dan wel dat er meer rest- en aIvalwarmte. rest-CO
2
oI duurzame
energie wordt gebruikt. is er sprake van meer duurzaamheid. Het is een beleidsspeerpunt van
overheid en sector om het gebruik van energie en de uitstoot van CO
2
aanzienliik terug te
dringen. De aIspraken daarover tussen overheid en bedriiIsleven ziin onderdeel van het
GlaMi
1
-convenant. Doelstelling is een verbetering van de energie-eIIiciente in 2010 van 65°
ten opzichte van 1980 en het verhogen van het aandeel duurzame energie tot 4°.
Voor tuinders is met name een voldoende aanbod tegen een gunstige totale priis van het
pakket warmte. elektriciteit. koude en CO
2
een belangriike vestigingsIactor. Om te voldoen
aan de energienormen van het Besluit Glastuinbouw kan ook het aanbod en gebruik van
duurzame energie belangriik worden.
Uitwerking
De ligging en inrichting van een gebied kunnen de keuzemogeliikheden. die tuinders op
energiegebied hebben. belangriik vergroten. Buiten de maatregelen die tuinders zelI op hun
bedriiI al kunnen toepassen (bedriiIsuitrusting/ Groenlabel kas. moderniteit. bedriiIsomvang.
lengte-breedteverhouding. gewaskeuze. klimaatregeling) ziin verschillen in klimaat
(temperatuur. wind. straling) tussen glastuinbouwgebieden voor een beperkt deel bepalend
voor de energiebehoeIte. Als deze verschillen er echter toe leiden dat er meer aardgas in de
piekuren moet worden aIgenomen. kan dit leiden tot aanmerkeliik hogere kosten.
Clustering van bedriiven biedt mogeliikheden voor centrale warmte(kracht)installaties.
aIvlakking van warmtevraag via uitwisseling (vooral tussen belichte en niet belichte
bedriiven) en buIIering en tiideliik opslag in de bodem. Kleine concentraties glastuinbouw
bieden mogeliikheden voor grotere centrale warmte(kracht)installaties en voor toepassing van
duurzame energie. Voor grotere concentraties kan ook restwarmte van centrales oI industrie
(al oI niet in combinatie met rest-CO
2
) een optie ziin.
Een glastuinbouwgebied is ten aanzien van het aspect energie en CO
2
duurzamer naarmate op
gebiedsniveau meer voorzieningen ziin (worden) gerealiseerd die biidragen aan de reductie
van de emissie van CO
2
door:
1. Het creeren van een lagere energiebehoeIte voor de glastuinbouwondernemers in het
planoppervlak.
2. Het aanleggen van een optimale energie-inIrastructuur.
3. Het zoveel mogeliik voorzien in de energiebehoeIte door de aanwending van rest- en
aIvalwarmte. rest-CO
2
oI duurzame energie (windenergie. bio-massa. .).
ConIorm het Stidug-beoordelingskader kan voor een gebied vastgesteld worden wat de
(gemiddelde) energiebesparing per m
2
glas zal ziin ten gevolge van het toepassen van
1
GlaMi ÷ glastuinbouw en milieu
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
33
energiebesparende maatregelen op gebiedsniveau ten opzichte van een reIerentiehoeveelheid a
45 m
3
/m
2
glas. uitgedrukt in aardgasequivalenten (a.e.)
Hierbii worden de volgende regels gehanteerd:
Duurzame energie is vrii
Duurzame elektriciteit en warmte. opgewekt met duurzame energiedragers (al dan niet voor
opwekking van duurzame elektriciteit) gelden als CO
2
-vrii (0 m3 a.e.). Bii het betrekken dan
wel leveren van duurzame energie is er dus geen sprake van m3 a.e. Iossiele energie.
Ook CO
2
. die van derden wordt betrokken. geldt als CO
2
-vrii (0 m3 a.e.).
Omrekening Iossiele energiedragers
Voor andere Iossiele energiedragers dan aardgas dient uitgegaan te worden van omrekening
naar m
3
aardgasequivalenten op basis van energiewaarde zoals aangegeven in het Handboek
Milieumaatregelen Glastuinbouw`.
Voor restwarmte. warmte van derden aIkomstig van een WKK die in het beheer is bii het
energiedistributiebedriiI oI aIkomstig van industrie oI een energiecentrale. geldt een
correctieIactor van 0.87 op energie-inhoud.
Op een overzichteliike wiize kan. uitgaande van de reIerentie. aangegeven worden hoe de
energievoorziening voor de totale omvang van het plangebied als per m
2
samengesteld is en
hoe deze zich verhoudt tot het reIerentiegebruik van 45 m
3
aardgasequivalenten. In een plan
voor verduurzaming van het gebied dient ook aan de orde te komen in welke mate realisatie
zeker gesteld is.
Schematisch overzicht
Energievoorziening *) Energie-inhoud
m
3
a.e.
Waardering Fossiele energie
- Iossiele energie M3 a.e. 1 M3 a.e.
- elektra uit Iossiele
energie
0.274 M3
a.e./kWh
1 M3 a.e.
- restwarmte uit Iossiele
energie
M3 a.e. 0.87 M3 a.e.
- duurzame energie M3 a.e. 0 0
Totaal 45 m
3
a.e. per m2
glas (reIerentie)
Netto m
3
a.e.
Iossiele
energie/m
2
glas
*) speciIiceren naar betrokken. geleverd en onderverdeeld naar warmte. elektriciteit en
betrokken CO
2
Literatuur/verwijzingen
Voor maatregelen op individueel bedriiIsniveau: Handboek Milieumaatregelen
Glastuinbouw (www.zibb.nl).
CertiIiceringseisen Groenlabelkas. http://www.milieukeur.nl.
Ideeenboek Duurzame Inrichting Glastuinbouwgebieden.
Beoordelingskader Stidug 2002.
Voor energiebehoeIte per teelt: Kwantitatieve inIormatie voor de Glastuinbouw.
Voor eIIecten van herstructurering: EIIect van kasconstructie op het toekomstige
energiegebruik in de glastuinbouw. LEI rapport 1.99.06. 1999.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
34
2.4 Uitwerking waterhuishouding (incl. goed gietwater. watertoets en afvoeren
afvalwater)
Relatie met duurzaamheid
Door het bouwen van glasopstanden. bedriiIsgebouwen en het aanleggen van verhardingen.
het gebruik van gietwater (vooral bii teelten in de grond) en door de opvang van regenwater
als gietwater. maar ook met de onttrekking van gietwater uit het oppervlaktewater- oI (indirect
via leidingwater) het grondwatersysteem wordt het onderliggende watersysteem kwantitatieI
en kwalitatieI beïnvloed. Het glastuinbouwgebied is duurzamer naarmate de ligging en
inrichting meer mogeliikheden bieden voor duurzaam integraal waterbeheer. Deze aspecten
worden via de (verplichte) watertoets in beeld gebracht.
Bii het gebruik van goed gietwater (zo zoutarm mogeliik en daardoor geschikt voor zeer
langdurige recirculatie. minimaal gietwaterkwaliteit klasse II en aIkomstig uit duurzame
bronnen) is recirculatie mogeliik en is met een goede aIstemming van de mineralengiIt op de
behoeIte van de plant en een goede bedriiIsuitrusting de noodzakeliike lozing van mineralen
(en gewasbeschermingsmiddelen) via aIvalwater tot een minimum te beperken.
Het resterende aIvalwater moet bii voorkeur via de riolering aIgevoerd worden. Mogeliik
bieden collectieve oI individuele zuiveringsinstallaties ook perspectieI. Een gebied is
duurzamer naarmate er minder emissie van mineralen plaatsvindt (naar oppervlaktewater en
via de bodem naar het grondwater) en naarmate deze emissie in de vorm van aIvalwater meer
via de riolering wordt geloosd oI gezuiverd.
De emissie zal bii een bepaalde technische uitrusting lager ziin naarmate de dekkingsgraad
met goed gietwater hoger is. Wetteliik is een regenwaterbassin van 500 m3 per ha
glastuinbouw voorgeschreven (oI een andere gietwatervoorziening met dezelIde hoeveelheid
en kwaliteit als regenwater) en ziin in het Besluit Glastuinbouw per gewas normen
opgenomen voor het maximale gebruik van stikstoI en IosIaat per oppervlakte-eenheid.
Omdat regenval en waterbehoeIte van de planten in de tiid niet synchroon lopen is naast
regenwater biina altiid een tweede gietwatervoorziening noodzakeliik. Hiervoor ziin
verschillende mogeliikheden zoals (bewerkt) oppervlaktewater. grondwater. leidingwater oI
water verkregen via omgekeerde osmose uit grondwater. Hoeveelheid. kwaliteit en priis
daarvan kan van gebied tot gebied sterk verschillen. evenals mogeliik negatieve
milieueIIecten (lozing van het briin in het grondwater oI de bodem bii omgekeerde osmose
toegepast op grondwater).
Voor overheden. waterschappen en maatschappeliike organisaties zal met name de
gietwatervoorziening (welke bronnen). het lozen van het aIvalwater en de invloed van het
glastuinbouwgebied op het oppervlaktewater- en grondwatersysteem van belang ziin. zowel in
het gebied zelI als daarbuiten. Voor tuinders ziin vooral voldoende beschikbaarheid. de
kwaliteit en de priis van belang.
Uitwerking
In het beoordelingskader van de Stidug regeling ziin deze aspecten als volgt uitgewerkt:
Hoofdaspect: gietwatervoorziening
Binnen dit hooIdaspect onderscheiden we de volgende vier criteria:
1. Dekkingsgraad regenwater (oI ander water met een minimaal geliikwaardige kwaliteit).
Naarmate de hoeveelheid regenwater. die collectieI oI individueel kan worden opgeslagen.
groter is. scoort het proiect hoger. LieIst een dekking met 100°.
2. Risico watertekort. Het gaat hier om de kans dat bii uitputting van de hoeveelheid
regenwater onvoldoende gietwater beschikbaar is. Dit zal het geval ziin als de in het
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
35
gebied aanwezige oppervlaktewateren droog zullen vallen en niet vaststaat dat er
grondwater beschikbaar is. De kwaliteit van dit aanvullende gietwater moet apart
beoordeeld worden.
3. Garantie beschikbaarheid klasse I/II. Er mag worden verondersteld dat zich in de nieuwe
glastuinbouwgebieden overwegend bedriiven met substraatteelt zullen vestigen. Deze
zullen in de regel het gietwater optimaal willen benutten door op bedriiIsniveau te
recirculeren. Hiervoor is minimaal een gietwaterkwaliteit II nodig. Ook als de
regenwatervoorraad op is. zou deze kwaliteit leverbaar moeten ziin. Dit is niet het geval
als water moet worden onttrokken aan kwalitatieI te slecht grond- oI oppervlaktewater en
voldoende ontzoutingsmogeliikheden ontbreken.
4. Beschikbaarheid back-upsysteem. Hiermee wordt een gietwatervoorziening bedoeld voor
situaties waarin het reguliere systeem voor langere tiid niet bruikbaar is (b.v. extreme
droogte. besmetting collectieve systeem). Beoordeeld kan worden oI een dergeliike
voorziening wel oI niet aanwezig is.
Hoofdaspect: afvalwater
Op basis van het Besluit glastuinbouw ziin lozingen van ongezuiverd aIvalwater
(huishoudeliik aIvalwater. drainwater. drainagewater) vanuit de bedriiven niet toegestaan.
AIvalwater moet dus worden gezuiverd voordat het wordt geloosd op het oppervlaktewater.
Dit kan op individuele basis; meestal wordt echter gekozen voor aIvoer via de riolering en
zuivering in een communale zuiveringsinstallatie. Ook een collectieve waterzuiverings-
installatie op proiectniveau is acceptabel. mits dit dezelIde kwaliteit van het te lozen water tot
gevolg heeIt en de waterbeheerder ermee instemt. Daarenboven worden er binnen dit
hooIdaspect twee criteria onderscheiden:
1. Capaciteit rioleringsysteem/collectieI systeem. Het riolering/collectieI systeem dient in
staat te ziin al het aIvalwater aI te voeren. Wat betreIt riolering kan dat met een
traditioneel systeem oI met een krapper gedimensioneerde drukriolering. waarbii op
bedriiIs- oI clusterniveau niet aI te voeren aIvalwater tiideliik kan worden opgeslagen in
buIIers.
2. AIvoer drainagewater grondteelt. Verwacht wordt dat in elk proiect omstreeks 20° van de
teelt in de grond zal plaatsvinden. Hierbii zal vriiwel zeker geen onderaIdichting met Iolie
worden toegepast. Het drainagewater zal niet volledig ter zuivering kunnen worden
opgevangen. De mate waarin is aIhankeliik van de hydrologische omstandigheden.
Gebieden met veel kwel scoren hier slechter.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
36
Hoofdaspect: de invloed van het project op het oppervlaktewater- en grondwatersysteem
van zowel het glastuinbouwgebied als van de omgeving
Aspecten daarbii ziin:
Risico wateroverlast. inundatie.
Er wordt een inschatting gemaakt van de kans op wateroverlast en inundatie in het
glastuinbouwgebied zelI onder extreem natte omstandigheden. Het risico wordt het hoogst
ingeschat in bemalen gebieden waarbinnen het glastuinbouwgebied geen aparte
bemalingeenheid vormt. In vrii aIwaterende gebieden is de kans op wateroverlast geringer.
AIwenteling op de omgeving.
Het betreIt hier het eIIect van lozing van overtollig oppervlaktewater vanuit het
glastuinbouwgebied op de omgeving. De overlast als gevolg van deze lozing wordt het
laagst ingeschat als direct wordt geloosd op het buitenwater en is het hoogst als er een
lozing plaatsvindt op benedenstrooms gelegen gebied.
Kwantitatieve en kwalitatieve beïnvloeding van het grond- en oppervlaktewatersysteem in
het gebied (o.a. lozing van briinwater in bodem en grondwater. mogeliikheden om
drainagewater vanuit grondteelten te recirculeren).
Gebieden met veel kwel - waar intensieve drainage nodig is om
glastuinbouwvestiging mogelijk te maken - of gebieden waar een geforceerde
fluctuatie van het oppervlaktewaterpeil optreedt - bijvoorbeeld bij onttrekking van
gietwater uit plassen - met als gevolg hiervan een beïnvloeding van het
grondwaterpeil in de omgeving. scoren lager dan gebieden waar dit niet het geval is.
Ook de opvang van regenwater ten behoeve van de gietwatervoorziening in
inzijggebieden scoort minder hoog. omdat dit de natuurlijke aanvulling van de
grondwatervoorraad vermindert.
Kwantitatieve en kwalitatieve beïnvloeding van het grond- en oppervlaktewatersysteem
buiten het gebied.
Een dergeliike beïnvloeding is minder gewenst. maar kan optreden bii geIorceerde
peilIluctuaties in oppervlaktewater in zandgebieden. bii het inIiltreren van water buiten het
gebied om het later als gietwater te kunnen gebruiken. bii noodzakeliike peilaanpassing
om maaivelddalingen te compenseren en in situaties waarin het watersysteem in het
proiectgebied in open verbinding staat met ziin omgeving.
Voor tuinders is de aIweging tussen een individuele gietwatervoorziening oI een collectieve
vooral een priis/kwaliteit aIweging. Daarbii gaat het om de kosten van de opslag (in
individuele/collectieve bassins. ondergrondse opslag) en aanvoer van voldoende goed
gietwater. de aanvullende voorziening (suppletie). de nood/back-up voorziening en de kosten
van het lozen van aIvalwater (kosten voorzieningen en aanslag per vervuilingseenheid).
Mogeliikheden ziin er op individueel. cluster- en gebiedsniveau. Mogeliikheden en kosten ziin
echter in zoveel combinaties mogeliik dat uniIorme priis/kwaliteit verhoudingen daarvoor niet
kunnen worden gegeven. Daarbii komt dat opslag van water op gebiedsniveau ook
gecombineerd kan worden met andere Iuncties (berging. natuur. recreatie). Belangriik is dus
dat een aantal alternatieven wordt doorgerekend waaruit de priis voor de tuinders naar voren
komt.
Literatuur/verwijzingen
Voor maatregelen op individueel bedriiIsniveau: Handboek Milieumaatregelen
Glastuinbouw (www.zibb.nl). certiIiceringseisen Groenlabelkas.
Voor berekening van kosten watervoorziening op individuele bedriiven: HooIdstuk 7.5
Kwantitatieve inIormatie voor de Glastuinbouw.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
37
Ideeenboek Duurzame Inrichting Glastuinbouwgebieden.
STIDUG beoordelingskader.
Glastuinbouw gespiegeld. verkenning naar de toepassing van duurzaam waterbeheer voor
glastuinbouwgebieden (watertoets).
Besluit Glastuinbouw.
Naar een duurzaam en hoogwaardig glastuinbouwcomplex in Zuid- Holland. Biilage 5.
Integrale visie vanuit water op glastuinbouw.
2.5 Uitwerking onderdeel bodem
Relatie met duurzaamheid
De bodem is belangriik als productieIactor en dient ook als drager van de kassen en
installaties. Het gebruik van de bodem moet zodanig ziin dat deze ook op de lange termiin kan
worden gebruikt voor hoogwaardige productie. Voorkomen moet worden dat er in de bodem
een accumulatie plaatsvindt van mineralen. zouten. ongewenste organische verbindingen en
zware metalen.
Hoewel een groot aantal teelten tegenwoordig op substraat plaatsvindt. bliiIt de bodem voor
een aantal teelten nog zeer belangriik (chrysant. radiis).
Bii de biologische teelt is de bodem wellicht de belangriikste productieIactor en worden er
hoge eisen aan gesteld.
Uitwerking
Voor draagvlak is het bodemtype van minder belang. Alleen op veengrond moet met hogere
bouwkosten rekening worden gehouden i.v.m. het beter Iunderen van de kassen en installaties.
Voor teelten in de grond wordt de voorkeur gegeven aan lichte en dus makkeliik bewerkbare
grond met een diep en ongestoord proIiel en een relatieI diepe ontwatering.
Wanneer ook sprake is van vestiging van tuinders. die biologische willen gaan telen. kan
vooruitlopend op de uitgiIte van de kavel al biologische productie van grasland/bouwland
plaatsvinden om zo de omschakelingsperiode van de grond te bekorten.
2.6 Uitwerking Afval(verwerking)
Relatie met duurzaamheid
De hoeveelheid aIval van glastuinbouwbedriiven is. met uitzondering van het organisch
aIvalmateriaal. oI zeer beperkt van omvang oI wordt al hergebruikt (plastics en steenwol).
De hoeveelheid organisch aIval verschilt sterk per teelt en komt onregelmatig en in relatieI
grote hoeveelheden vrii (teeltwisselingen). Om die reden ligt composteren meer voor de hand
dan verbranden. tenzii in het gebied al sprake is van een verbrandingsinstallatie. Gezamenliike
compostering is daarbii niet alleen goedkoper. maar biedt ook betere waarborgen om overlast
te voorkomen. Tevens biedt het goede mogeliikheden om tegeliikertiid organische materialen.
die elders in de regio vriikomen. mee te composteren (plantsoenaIval. bermmaaisel).
Uitwerking
De mogeliikheden om op proiect- oI collectieI niveau maatregelen te treIIen liiken zeer
beperkt. Maatregelen om de hoeveelheid aIval te beperken ziin met name bedriiIsgebonden en
hangen ook sterk samen met de teelt en teeltwiize.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
38
Bii het beheersen van de aIvalstromen gaat het vooral om het gescheiden inzamelen. Een
aantal zaken is daarbii verplicht via wet/regelgeving oI verordeningen (o.a. gescheiden
inleveren organisch aIval. verpakkingen gewasbeschermingsmiddelen e.d.).
Bii het verwerken is eigenliik alleen de organische aIvalstroom van belang. Hiervoor ziin
mogeliikheden aanwezig op het individuele bedriiI (composteren. versnipperen oI
onderwerken in kasgrond. eigen kavel oI kavels buiten het proiect) oI op gebiedsniveau.
Vanwege eIIicientie. betere gebruiksmogeliikheden (hogere kwaliteit) en beperken van de
overlast (stank) verdient collectieve verwerking de voorkeur.
Literatuur/verwijzingen
Beoordelingskader Stidug 2002.
IKC-brochure 144. 'Het glastuinbouwgebied 2020¨.
2.7 Uitwerking onderdeel regionaal herstructurerings-. ontwikkelings- en saneringsplan
Relatie met duurzaamheid
Overheid en sector streven naar grotere maatschappeliike acceptatie van het ruimtebeslag van
de glastuinbouw. Cruciaal daarin is het concentreren van glastuinbouw in duurzaam ingerichte
en landschappeliik ingepaste vestigingen. waarin ook plaats is voor:
- bedriiven die vanwege herstructurering van de bestaande glastuinbouwgebieden willen
verplaatsen om zodoende ruimte vrii te maken;
- bedriiven die vanwege Iunctieverandering moeten verplaatsen (wonen. bedriiventerreinen.
inIrastructuur. waterberging);
- bedriiven die liggen op plaatsen waar hun ligging uit oogpunt van landschap. natuur oI
milieu minder gewenst is (glastuinbouwbedriiven die oI solitair ziin gelegen oI ziin
gevestigd in een regio met een beperkte glastuinbouw-concentratie. die ook op termiin niet
aan de criteria van duurzaamheid en landschappeliike inpassing volgens de huidige
inzichten kan voldoen).
Naarmate een regionale vestiging meer gaat biidragen aan de concentratie van glastuinbouw
uit deze drie categorieen levert ze derhalve een grotere biidrage aan dit aspect van
glastuinbouw-duurzaamheid.
Uitwerking
Voor beoordeling moet de glastuinbouwlocatie worden bezien vanuit de betekenis voor de
toekomst van de glastuinbouw in geheel Nederland. maar vooral ook voor de ontwikkeling
voor de regio zelI.
Voor de riiksoverheid is vooral van belang dat bedriiven. die moeten verplaatsen vanwege
herstructurering van de bestaande glastuinbouw. een nieuwe kavel kunnen vinden in
duurzame ontwikkelingsgebieden. In het AIsprakenkader ziin daarvoor in eerste instantie tot
2010 de 10 proiectvestigingslocaties bedoeld.
Voor de regio is vooral van belang dat ontwikkeling van glastuinbouw in perspectieIvolle
locaties in samenhang wordt gezien met de sanering van niet perspectieIvolle locaties en
verspreid glas. In de visie en het plan van aanpak kan inzichteliik gemaakt worden volgens
welke aanpak de ontwikkeling van de perspectieIvolle locatie en de vestiging van verspreid
liggende glastuinbouwbedriiven uit de regio in deze locatie gerealiseerd gaat worden.
In het regionaal ontwikkelingsplan moet voor de regio in beeld gebracht worden waar
(solitaire) bedriiven liggen. waarvan hun ligging uit het oogpunt van landschap. natuur oI
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
39
milieu ongewenst is. In het saneringsgedeelte van dit plan moet voor het betreIIende gebied
nader aangegeven worden:
Om welke bedriiven het gaat. soort bedriiven. moderniteit. omvang. leeItiid ondernemer.
opvolgingssituatie.
Welke wensen er vanuit de betreIIende bedriiven ziin m.b.t. hun verdere ontwikkelingen.
Wat en hoe groot het voordeel is t.a.v. landschap. natuur en milieu.
Op welk termiin beeindiging oI verplaatsing aan de orde is.
Welke instrumenten (biivoorbeeld convenanten. verplaatsingsbiidrage) en Iinanciele
middelen ingezet kunnen worden.
Het bieden van ontwikkelingsmogeliik heden aan te verplaatsen bedriiven kan zeer positieI
werken om deze bedriiven op locaties te beeindigen en eventueel te verplaatsen naar een
ontwikkelingsgebied. Een proiectmatige aanpak. waarbii gerichte acquisitie bii verspreid
liggende glastuinbouwbedriiven in de regio plaatsvindt en waarbii die bedriiven met voorrang
zich in de locatie kunnen vestigen. geniet hierbii de voorkeur.
Naarmate in het ontwikkelingsgebied meer kavels worden uitgegeven. een groter deel daarvan
is bestemd voor tuinders. die hun bedriiI moeten verplaatsen. en naarmate er sprake is van een
grotere en een planmatige inzet (samenwerkingsovereenkomsten. acquisitie) om deze tuinders
naar het ontwikkelingsgebied te laten verplaatsen zal de biidrage aan de herstructurering van
de Nederlandse glastuinbouw hoger ziin.
Literatuur/verwijzingen
Beoordelingskader Stidug 2002.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
40
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
41
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
42
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
43
Intermezzo 3 1elers richten eigen energiebedrijf op
Rozenkwekerii Porta Nova en potplantenkwekerii Sialoom uit Waddinxveen besloten de
handen ineen te slaan. en een eigen energiebedriiI op te richten. Dat bedriiI koopt gas in bii
een grote energieleverancier. en maakt er warmte. elektriciteit en CO
2
van. En wat over is. kan
worden terugverkocht.
Een gemiddelde bloemen- oI groenteteler ontvangt maandeliiks een Iorse rekening van het
energiebedriiI. Gas en elektriciteit ziin nameliik onmisbare bestanddelen voor een tuinder: ze
ziin nodig voor het verwarmen en belichten van de rozen in de kas en voor de productie van
CO
2
.
Ook rozenkwekerii Porta Nova en potplantenkwekerii Sialoom uit Waddinxveen ziin grote
aInemers van gas en elektriciteit. Het opvallende is dat ze de energieproducten kopen bii hun
eigen energiebedriiI`: AKW Energy.
Eigen energiebedrijf opgericht
Leon Dukker is een van de directeuren van rozenkwekerii Porta Nova. Enkele iaren geleden
verkocht hii ziin bedriiI in het Zuid-Hollandse De Lier. en hii kocht samen met ziin
compagnon een lap grond in Waddinxveen. Bii de buren werd nagevraagd wie interesse had in
een energiesamenwerking annex warmtecluster. Potplantenkwekerii Sialoom meldde zich.
Halverwege 2001 werden de eerste gesprekken gevoerd tussen beide bedriiven; aan het einde
van dat iaar werd de samenwerking beklonken. Dukker: 'We wilden dat alles rond was
voordat we in productie zouden gaan met onze nieuwe kas.¨
Porta Nova en Sialoom richtten samen met het adviesbureau Tenergy de cluster AKW Energy
op (vernoemd naar de Abraham Kroesweg. waaraan beide kwekeriien liggen). Naar
verwachting besparen beide kwekers iaarliiks zo`n 10 tot 20 procent op hun energiekosten. De
drie partiien ziin eigenaar van het nieuwe bedriiI; Tenergy levert een directeur en
ondersteunende activiteiten (zoals het aIsluiten van contracten); het beheer wordt uitgevoerd
door een van de medewerkers van Sialoom.
Ideale combinatie
AKW Energy kocht drie verschillende installaties (met een totale waarde van enkele
milioenen euro`s). Allereerst een gasketel met een capaciteit van 1.500 m
3
per uur: de warmte
die hier wordt geproduceerd. kan worden gebruikt in de kassen. Daarnaast ziin er twee
warmtekrachtinstallaties (waarmee middels gas elektriciteit. warmte en CO
2
kan worden
geproduceerd) met een gezamenliik gasverbruik van 1.100 m
3
gas per uur (en een
elektriciteitsproductie van 4 Megawatt).
De warmte. elektriciteit en CO
2
worden aan Sialoom en Porta Nova geleverd. Beide bedriiven
vormen hiervoor de ideale combinatie: rozenkwekerii Porta Nova (met een oppervlakte van
4.3 hectare) is met name geïnteresseerd in elektriciteit (om de rozenplanten kunstmatig te
kunnen belichten). en potplantenkwekerii Sialoom (van circa 7 hectare) in warmte (om de
kassen warm te kunnen houden).
Meer dan een infrastructuur
AKW Energy heeIt met wholesale energieleverancier een gascontract aIgesloten voor
maximaal 1.400 m
3
per uur. Geproduceerde elektriciteit die niet nodig is. kan worden
terugverkocht aan de beste bieder.
AKW Energy is dus meer dan een inIrastructuur voor energie: het is een energiebedriiI dat
winst maakt. doordat het goedkoper warmte. elektriciteit en CO
2
kan leveren dan andere
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
44
partiien maar daarvoor wel een marktconIorme priis rekent. Aan het einde van het iaar delen
de drie eigenaren de winst.
Je zou verwachten dat de telers achter Sialoom en Porta Nova nu meer bezig ziin met energie.
dan met de teelt van respectieveliik potplanten en rozen. Maar volgens Dukker is niets minder
waar: AKW Energy heeIt een eigen directeur en een eigen beheerder. en de telers kunnen tiid
besteden aan wat ze horen te doen: het telen van sierproducten. 'AKW Energy kostte me
tiidens de oprichting veel tiid. Maar nu levert het tiid en vooral veel mogeliikheden op: AKW
Energy zorgt ervoor dat Porta Nova en Sialoom altiid voldoende CO
2
. warmte en elektriciteit
hebben.¨
Intermezzo 4 Aieuwe aanpak voor oud gebied
'De tuinder van het Westland. wil houden wat hii had¨. zong het Westlands Mannenkoor in
1968 (als tune bii de televisieserie De glazen stad`). Maar ook in het Westland gaan de
ontwikkelingen door: kassen maken steeds vaker plaats voor woningbouw oI inIrastructuur. In
s-Gravenzande werkten 37 telers met succes mee aan een grootschalig herstructurerings-
proiect.
Gerrit Vreugdenhil uit s-Gravenzandse was iaren trostomatenteler. Rondom ziin bedriiI - in
het gebied Kreeklanden - waren nog eens 36 telers van groenten. bloemen en planten. op een
totale oppervlakte van 83 hectare (waarvan 51 hectare bebouwd met kassen).
Kreeklanden was dus een typisch stukie glazen stad. Tegeliik was het een verouderd gebied:
de kassen waren naar moderne maatstaven te klein. hadden een incourante vorm
(biivoorbeeld: zeer langwerpig) oI bestonden uit oude opstanden. Vreugdenhil: 'Als niet zou
worden ingegrepen. zou het gebied echt verpauperen.¨
Telers wilden stoppen
Kreeklanden werd halverwege iaren negentig benoemd tot RROG-gebied (Reconstructie
Regeling Oude Glastuinbouwgebieden): deze inmiddels opgeheven regeling hield in dat een
gemeente 70° van de reconstructiekosten middels een subsidie vergoed kreeg van de
riiksoverheid.
Een van de maatregelen die de gemeente s-Gravenzande in het kader van de RROG wilde
nemen was het aanleggen van een weg. dwars door Kreeklanden. Naar aanleiding daarvan
werd onder de telers uit Kreeklanden een onderzoek uitgevoerd. Daaruit bleek dat verreweg
de meeste telers eigenliik wilden stoppen met hun bedriiIsvoering. De inmiddels opgerichte
Stichting Kreeklanden besloot namens al die telers de reconstructie waarvan de gemeente
`s-Gravenzande opdrachtgever is te coördineren. zodat knelpunten in een vroeg stadium
konden worden onderkend en opgelost. En zo geschiedde...
Naar volle tevredenheid
Door onderlinge verkoop van gronden is het gebied opnieuw ingericht. Tegeliik is een aantal
telers daadwerkeliik gestopt: ze kozen biivoorbeeld een nieuwe baan. oI gingen met pensioen.
'Iedereen heeIt ziin zaken naar volle tevredenheid kunnen regelen¨. aldus Vreugdenhil.
voorzitter van Stichting Kreeklanden.
Daardoor ziin er van de 37 oorspronkeliike bedriiven in Kreeklanden nog maar 19 over:
samen hebben ziin ongeveer evenveel glasoppervlakte als de oorspronkeliike groep. Sterker:
doordat sloten slimmer konden worden ingedeeld. ontstond er zelIs meer ruimte voor kassen.
Overigens beheert de Stichting Kreeklanden ook een waterbuIIer van 11.000 vierkante meter:
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
45
het gaat hier om een stuk grond dat overbleeI` na aanleg van de weg. en dat de tuinders
kunnen gebruiken als waterreservoir.
Herstructureringsprijs 2002
Kreeklanden toont aan dat herstructurering van een bestaand glastuinbouwgebied vraagt om
een integrale aanpak (van wegen. sloten en ruimte). Kreeklanden toont verder aan dat een
goed uitgevoerde herstructurering een gebied gezonder en vitaler kan maken. En Kreeklanden
toont aan dat een samenwerking tussen telers en gemeente goed mogeliik is (`s-Gravenzande
kocht stroken grond en soms complete bedriiven voor de aanleg van de weg; reststroken ziin
vervolgens verkocht aan particuliere telers oI de stichting).
Dit alles was voor Proiectbureau Glastuinbouw en Milieu voldoende reden om de Stichting
Kreeklanden de Herstructureringspriis 2002 toe te kennen. De iury: 'Een letterliik en
Iiguurliik bloeiende bedriiIstak zit nu eenmaal steviger in het zadel dan een verpauperende
bedriiIstak¨ en 'De aanpak van de Stichting Kreeklanden is gemakkeliik toe te passen in
andere gebieden¨.
Maar eigenliik gaat er niets boven het Westland. getuige het laatste couplet van De glazen
stad` (Muziek: Piet Struiik. tekst: Willy van Hemert): 'Europa's groene tuinen. die bloeien 't
hele iaar / Beschut door ruige duinen. voor westerstorm gevaar / De tuinder van het Westland.
wil houden wat hii had / Want nergens ligt zo'n best land. als in de glazen stad¨.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
46
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
47
3. Maatschappelijke. sociale/culturele duurzaamheid
3.1 Uitwerking onderdeel effect op landschap (en waarden daarin)
Relatie met duurzaamheid
De bouw van glasopstanden heeIt een groot ruimteliik eIIect op de omgeving. Een goede
landschappeliike inpassing en aankleding van het gebied zelI zal het ruimteliik eIIect. in ieder
geval de beleving daarvan. verminderen en leiden tot een grotere maatschappeliike acceptatie
en dus een meer duurzaam gebied.
Uitwerking
In het Stidug-beoordelingskader worden 3 schaalniveaus
2
onderscheiden waarop naar
ruimteliike beleving van een glastuinbouwgebied kan worden gekeken. Het is wenseliik dat
op alle 3 de niveaus goede aandacht wordt gegeven aan de genoemde kwaliteitsparameters.
Niveau 1
Met dit niveau wordt de verankering in de omgeving bedoeld.
Hoe maniIesteert zich het gebied bezien van buiten het gebied zelI (zowel overdag als
`s nachts)? Is er samenhang met de omgeving (gebiedsopbouw aIgestemd op bestaande /
historische landschapsstructuur)? Hierbii kan gelet worden op de schaal en maatvoering van
het complex ten opzichte van die van de omgeving. Ook de mate waarin het reageert op de
omgeving. in de orientatie op verkavelingen. waterlopen. wegen en beplantingen vormen
aandachtspunten.
Toont het gebied vanuit de landschappeliike omgeving wat het wil ziin? OI verbergt het zich
door schaamwallen en -groen? Wat het wil ziin kan van gebied tot gebied verschillen. vooral
aIhankeliik van de vraag oI een zekere multiIunctionaliteit wordt nagestreeId (biivoorbeeld
tevens recreatie vanuit nabiie woongebieden).
Is het gebied vanuit het omringende landschap en nabiie woongebieden te benaderen. met
name voor Iietsers en wandelaars?
Niveau 2
Hierbii gaat het om de vormgeving van het plangebied als geheel. In hoeverre zal het
plangebied zelI een helder. samenhangend. betekenisvol en kernmerkend glastuinbouw-
landschap vormen?
Aandachtspunten ziin:
Interne samenhang
Schaal. maatvoering en rangschikking van de planonderdelen ten opzichte van elkaar. Hebben
de groenvoorzieningen voldoende maat om visueel tegenwicht te kunnen bieden aan de
hoeveelheid glas?
Samenhang met bestaande structuren in het gebied
Is rekening gehouden met bestaande structuren en draagt dat bii tot de landschappeliike
kwaliteit?
Functionele uitdrukking van de planambities
Toegankeliikheid
Hoeveel openbare ruimte is er. en aan welke Iuncties is die gekoppeld?
Biidrage van extra ruimte voor landschappeliike voorzieningen aan de landschappeliike
kwaliteit
2
aIgeleid van de BEL-systematiek van de Dienst Landeliik Gebied
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
48
Versterken de landschappeliike voorzieningen de interne samenhang en de samenhang met
structuren in het gebied. oI ziin het los staande elementen (biivoorbeeld willekeurig
vormgegeven waterplassen zonder relatie met de omgeving. groenstroken met
schuttingIunctie).
Niveau 3
Op het 3
e
niveau wordt gekeken naar de vormgeving c.q. kwaliteit van de verschillende
gebiedsonderdelen.
In hoeverre worden in het gebied betekenisvolle en bruikbare plekken tot stand gebracht? Dit
heeIt betrekking op de vormgeving van:
De openbare ruimte.
Collectieve voorzieningen. voor zover waarneembaar vanuit de openbare ruimte.
De private ruimte. voor zover waarneembaar vanuit de openbare ruimte.
Relevante beoordelingsaspecten ziin:
Samenhang
Levert een rondgang door het gebied voldoende plekken met coherente ruimteliike beelden
op?
Contrasten
Ziin verschillen binnen het gebied benut in de beeldvorming? Wat wordt er gedaan met
bestaande elementen?
Functionele uitdrukking van de planambities
Levert een rondgang door het gebied een beeld op van wat er zoal gebeurt?
Literatuur/verwijzingen
Beoordelingskader Stidug 2002.
Ideeenboek Duurzame Inrichting Glastuinbouwgebieden.
3.2 Uitwerking (zwaar) verkeer en vervoer (bereikbaarheid. veiligheid. hinder. omvang)
Relatie met duurzaamheid
Glastuinbouw vraagt zowel voor de aanvoer van materialen. maar vooral voor de (dageliikse)
aIvoer van producten veel zwaar verkeer. Voor ondernemers ziin vooral de bereikbaarheid van
het bedriiI voor zwaar verkeer (vaak knelpunt in reconstructiegebieden). de reisduur van de
producten tot het aIzetpunt (snelle ontsluiting op het hooIdwegennet) en de bereikbaarheid
voor arbeidskrachten van belang. In vergeliiking tot andere agrarische sectoren is de
glastuinbouw arbeidsintensieI en ziin er per ha 4 a 5 vaste arbeidskrachten nodig en een groot
aantal losse arbeidskrachten. Dit brengt voor het gebied meer woon-werkverkeer met zich
mee. Meer (en zwaar) verkeer leidt tot negatieve eIIecten op het milieu (uitstoot broeikas
gassen) en de gezondheid van werkenden en omwonenden (veiligheid en hinder door lawaai).
Uitwerking
Het onderdeel verkeer en vervoer is nader uitgewerkt in het beoordelingskader Stidug. Deze
maakt gebruik van de BEL-systematiek van de Dienst Landeliik Gebied. Omdat deze
Handreiking niet primair bedoeld is om plannen te vergeliiken. maar om zicht te kriigen op de
duurzaamheid van aIzonderliike al bestaande gebieden. worden hier niet alle 5 stappen van
deze systematiek weergegeven (indien voor uitbreidingsplannen c.q. verduurzamingsplannen
voor het gebied alternatieven vergeleken moeten worden. biedt de volledige systematiek t.a.v.
verkeer en vervoer een goed vergeliikingsinstrument). maar alleen de stappen 1 en 2.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
49
STAP 1
In stap 1 van de BEL-systematiek worden eerst de hooIdzaken (beleidsitems) onderscheiden.
Bii de hooIdzaken voor het onderdeel verkeer en vervoer bii een glastuinbouwvestiging gaat
het om de bereikbaarheid vanuit het proiect naar het riikswegennet en terminals voor de
overslag op andere vervoerssystemen (spoor. water). de bereikbaarheid vanuit de directe
omgeving en de interne ontsluiting.
STAP 2
Voor de genoemde aandachtspunten kunnen de volgende gegevens inzichteliik gemaakt
worden:
Bereikbaarheid van het gebied en eIIecten van de ontsluiting van het gebied
AIstand en eIIicientie van aansluiting op het riikswegennet.
AIstand tot een railterminal en/oI haven.
Doorstroming vanaI het proiect tot aan het riikswegennet en overslagterminals (hierbii
gaat het om de Iysieke capaciteit van de weg. zoals stoplichten. kruisingen en de
breedte van de weg).
Geluid- en trillinghinder op nabiigelegen woonkernen.
Bereikbaarheid voor werknemers
Aansluiting gebied op het openbaar vervoernet.
AIstand tot woonkernen.
Collectieve vervoerIaciliteiten voor personeel.
Interne ontsluiting
Breedte van wegproIiel en evt. aanwezigheid van obstakels voor vrachtverkeer.
Aanwezigheid van gescheiden Iietsvoorzieningen (langzaam verkeer).
Een goede doorstroming. waarbii de intensiteit van het gemotoriseerde verkeer bii
voltooiing van het proiect niet groter mag ziin dan 80° van de capaciteit van de weg.
Literatuur/verwijzingen
Beoordelingskader Stidug.
Concept Duurzaam en veilig.
Ideeenboek Duurzame Inrichting Glastuinbouwgebieden.
Vestigingsgebieden voor de glastuinbouw: aspecten van verkeer en vervoer EC nr. 173.
Beoordelingskader verkeer en vervoer glastuinbouwgebieden EC 232.
3.3 Uitwerking onderdeel politiek/bestuurlijk klimaat (draagvlak)
Relatie tot duurzaamheid
Het bestuurliik/politieke (draagvlak) klimaat is van groot belang voor de planvorming en de
daadwerkeliike realisatie. Een goed bestuurliik en politiek draagvlak zal zeker ook biidragen
aan een meer duurzame inrichting van het gebied. Tezamen leiden deze twee aspecten tot een
grotere maatschappeliike acceptatie van de glastuinbouw in het betreIIende gebied.
Uitwerking
Hierbii spelen de volgende elementen een belangriike rol:
Ligt er een besluit van de gemeente die de ontwikkeling van de perspectieIriike locatie
onderstreept?
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
50
Is er draagvlak voor een actieve participatie van de betrokken gemeente(n). provincie en
andere overheden (waterschappen. recreatieschappen) bii het opstellen en uitvoeren van
het plan?
Is er draagvlak voor en actieve betrokkenheid van maatschappeliike organisaties en
burgers (omwonenden) bii het opstellen en uitvoeren van het plan?
Ligt er een bestemmingsplan dat voorziet in de voorziene ontwikkeling (oI besluit tot
aanpassing)?
Is er een intentieverklaring van provinciaal bestuur en waterschap waaruit bliikt dat de
provincie en het waterschap de duurzame ontwikkeling van de locatie ondersteunen?
3.4 Uitwerking onderdeel multifunctionele inrichting. bereikbaarheid van het gebied
voor derden en synergie door meervoudig ruimtegebruik
Relatie met duurzaamheid
Een multiIunctionele inrichting van het gebied. meervoudig ruimtegebruik en een goede
bereikbaar van derden zal de maatschappeliike acceptatie van de glastuinbouw in het gebied
verhogen. Door multiIunctionele inrichting en meervoudig ruimtegebruik ziin
kostenvoordelen en positieve milieu-eIIecten te realiseren (o.a. lager energiegebruik.
ruimtewinst).
Uitwerking
Uitgangspunt bii multiIunctionaliteit ziin de collectieve. ruimte vragende Iuncties. die niet. oI
niet overwegend ten dienste ziin van de tuinbouwkundige productieIunctie van het gebied.
Landschap is een van die Iuncties. maar dat wordt in deze Handreiking al als apart aspect
genoemd en derhalve hier buiten beschouwing gelaten.
Binnen de Stidug-beoordeling wordt tot op dit moment de multiIunctionaliteit gemeten op
basis van het percentage van het oppervlak bestemd voor natuur en water. Eventuele andere.
nu nog niet voorziene. vormen van multiIunctioneel ruimtegebruik dragen bii aan de
duurzaamheid van het gebied. maar ziin concreet nog niet gerealiseerd. Voor bestaande
glastuinbouwgebieden zal dit evenwel waarschiinliik niet aan de orde ziin. HetzelIde geldt
voor meervoudig ruimtegebruik. Ideeen daarover bevinden zich nog in de planIase en ziin
zeker nog niet van toepassing op bestaande glastuinbouwgebieden. Bii nieuwe gebieden oI
ontwikkeling van bestaande gebieden kunnen dit evenwel interessante invalshoeken worden.
De volgende punten geven een beeld van de multiIunctionaliteit van een gebied:
Welk percentage van de oppervlakte is gereserveerd voor collectieve Iuncties water en
natuur?
Landschap en recreatie ziin wel collectieve Iuncties. maar worden in de Stidug-
beoordeling niet apart vermeld met oppervlaktes. De oppervlakte water is vaak zeer
multiIunctioneel: gietwatervoorziening. waterberging. natuur- en recreatiemogeliikheid.
Water zit dus deels bii de productieIunctie met de gietwatervoorziening. Toch wordt het
oppervlak geheel bii de collectieve Iuncties geteld. Water draagt bii aan de openheid van
het gebied.
Daarnaast dragen wegen (en bermen) en prive-tuinen van de bewoners ook bii aan de
openheid. Deze oppervlakten worden in de Stidug-beoordeling echter volledig toegewezen
aan de productieIunctie.
Natuur wordt beoordeeld op de ecologische potenties:
de robuustheid van ecologische zones: robuuste zones ziin breder dan 50 meter.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
51
de verbindingen die deze zones tot stand brengen
Een goede beschriiving van de omgeving is essentieel voor deze aspecten.
Recreatie
Hoeveel meters per ha aan vrii liggende wandel- oI Iietsroute met een eigen trace is er?
Welke verbindingen ziin er door deze wandel- en Iietspaden op regionale wandel- en
Iietspaden?
Literatuur/verwijzingen
Beoordelingskader Stidug 2002.
Ideeenboek Duurzame Inrichting Glastuinbouwgebieden.
3.5 Uitwerking onderdeel sociale infrastructuur
Relatie met duurzaamheid
Een sterke sociale inIrastructuur leidt tot een sterke ruimteliike binding en zou duurzaamheid
uit economisch/ecologisch oogpunt door middel van verplaatsen/herstructuring kunnen
belemmeren.
Uitwerking
De sociale inIrastructuur van een glastuinbouwgebied is gebaseerd en opgebouwd uit zeer
veel elementen. Er is geen sprake van eenduidige relaties tussen bepaalde variabelen en de
sociale inIrastructuur. Om die reden kan alleen een kwalitatieve waardering gemaakt worden.
In onderzoek uit 1995 'De locatiekeuze van glastuinders¨ bliiken aIstand tot huidige/vorige
vestigingsplaats en woonsituatie minder belangriike locatie-eigenschappen in vergeliiking met
andere vestigingsIactoren. Bii oudere ondernemers neemt het belang ervan wel toe.
De aIstand tot de vorige vestigingsplaats geldt vooral bii verplaatsing. De woonsituatie is
opgebouwd uit een aantal elementen:
1. kerkeliik klimaat;
2. aIstand tot grote stad;
3. landschap;
4. leeIcultuur bevolking;
5. aanwezigheid winkels;
6. aanwezigheid kennissen;
7. aanwezigheid uitgaansmogeliikheden.
De nabiiheid van scholen wordt in dit onderzoek niet genoemd.
De meeste elementen liiken moeiliik te obiectiveren en hangen voornameliik aI van de
behoeIte en de beleving van de individuele ondernemers en hun gezinsleden zelI. Voor de
aIstand tot de grote stad. nabiiheid scholen. aanwezigheid winkels en uitgaansmogeliikheden
is in kwalitatieve zin een beschriiving mogeliik. Voor de leeIcultuur zou onderscheid gemaakt
kunnen worden in stedeliik oI plattelandsgebied.
Literatuur/verwijzingen
Hopman J.K.K. en J.H. Nieienhuis. De locatiekeuze van glastuinders.
Landbouwuniversiteit Wageningen. December 1995.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
52
3.6 Uitwerking onderdeel cultuur/ mentaliteit bevolking/ imago m.b.t. glastuinbouw
Relatie met duurzaamheid
De houding van de locale bevolking ten opzichte van de glastuinbouw is sterk bepalend voor
de maatschappeliike acceptatie en een eventuele grotere bereidheid van omwonenden om in
de glastuinbouw te gaan werken (beperken woon-werkverkeer). De houding wordt voor een
groot deel bepaald door het beeld dat er leeIt over de glastuinbouw. met andere woorden het
imago van de glastuinbouw. Een beter imago zal niet alleen leiden tot een groter maatschap-
peliik. maar ook tot een groter regionaal bestuurliik draagvlak.
Uit de verschillende imago-onderzoeken bliikt dat er over het algemeen een positieI beeld
bestaat over het ondernemersschap en de wiize van produceren in de glastuinbouw. Locale
bewonersgroepen maken bliikens persberichten voornameliik bezwaar tegen de Iysieke
aantasting door kassen van het landschap en tegen de uitstoot van assimilatielicht.
Milieuorganisaties wiizen ook nog wel eens op de milieubelasting door de glastuinbouw. met
name op het hoge energieverbruik.
Uitwerking
De beeldvorming over een glastuinbouwgebied is gebaseerd en opgebouwd uit zeer veel
elementen. waarbii ook persoonliike ervaringen een grote rol spelen. Fysieke aantasting door
kassen van het landschap en de uitstoot van assimilatielicht ziin wel belangriike Iactoren. De
volgende aspecten zouden beoordeeld kunnen worden:
1. Ziin er regionale actiegroepen tegen de (uitbreiding van de) glastuinbouw bekend?
2. Worden burgers en belangenverenigingen in een vroeg stadium actieI gehoord en
betrokken bii het opstellen en uitvoeren van het plan (interactieve planvorming)?
3. Draagt het huidige ruimteliike/Iysieke beeld van het glastuinbouwgebied bii aan een
negatieI. neutraal oI positieI imago? Hoe wordt dat nu ervaren?
4. Vindt er overleg/dialoog plaats tussen tuinders en maatschappeliike organisaties?
5. Wordt aan maatschappeliike organisaties en belangstellenden zichtbaar gemaakt hoe
de glastuinbouw werkt (transparantie). wat voor eIIecten dat met zich meebrengt en
wat daaraan gebeurd?
6. Draagt het betrekken van werknemers uit de nabiie omgeving (in welke mate gebeurt
dat) en de wiize waarop met deze werknemers wordt omgegaan (werksIeer.
vervoersmogeliikheden. werktiiden) bii aan een negatieI. neutraal oI positieI imago?
7. Draagt de wiize waarop de tuinders onderdeel uitmaken/betrokken ziin bii de
maatschappeliike ontwikkelingen (inbreng in politiek. deelname aan
verenigingen/sport en culturele activiteiten. sponsoren) in de nabii gelegen
woonkernen bii aan een negatieI. neutraal oI positieI imago?
8. Dragen de activiteiten die in de sIeer van PR door het gebied worden ondernomen
(Kom in de Kas. open dagen. activiteiten in het glastuinbouwgebied. Klas in de Kas.
Week van het Platteland. artikelen in regionale bladen) bii aan een negatieI. neutraal oI
positieI imago?
3.7 Nabijheid recreatieve en stedelijke voorzieningen (tekst is niet nader uitgewerkt)
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
53
Intermezzo 5 Beeld van glastuinbouw niet gelijk aan de werkelijkheid
De gemiddelde Nederlander` heeft meer moeite met een nieuwe kas dan met
bijvoorbeeld een nieuw. grootschalig industriegebied: een moderne kas strookt blijkbaar
niet met het beeld van een ambachtelijke branche. Om toch draagvlak te krijgen voor
een nieuw kassengebied. is goede communicatie van wezenlijk belang.
De gemeenten Alkemade. Jacobswoude. Alphen aan de Riin. Ter Aar. Liemeer en Nieuwkoop
liggen in de Riin- en Veenstreek; een schitterend gebied in het noorden van Zuid-Holland. En
bii de Riin- en Veenstreek denk ie niet automatisch aan glastuinbouw. Maar toch ziin in deze
streek zo`n 540 telers (met een totaal areaal van circa 1100 hectare) te vinden.
Daarmee is het gebied niet vergeliikbaar met biivoorbeeld het Westland oI de regio Aalsmeer.
Maar de kassen in de Riin- en Veenstreek zorgen wel voor een werkgelegenheid van ongeveer
2.000 banen. om nog maar te zwiigen over de indirecte werkgelegenheid.
Het enige minpuntie: de kassen in de Riin- en Veenstreek liggen nogal verspreid door het
gebied. En dat zorgt voor probleempies die niet bii de moderne tiid horen. zoals: verpauperde
bedriiven. bedriiven die niet kunnen uitbreiden en bedriiven op lastige` locaties (biivoorbeeld
bii woonkernen oI nabii groene gebieden).
De oplossing: een grote herstructurering en sanering. Inmiddels is daar op papier mee
geexperimenteerd: in de gemeenten Ter Aar. Liemeer en Nieuwkoop vonden pilots plaats. en
met succes. OIwel: nieuwe kansen voor de Riin- en Veenstreek.
Dezelfde taal
Al zo`n 25 iaar geleden werd Stiveen opgericht: een stichting met als leden de gemeenten uit
de Riin- en Veenstreek. de Aalsmeerse bloemenveiling VBA (als adviserend lid). viiI
aIdelingen van de gewesteliike land- en tuinbouworganisatie WLTO en twee Rabobank-
vestigingen uit de regio. Stiveen richt zich op een structuurverbetering van de agrarische
sector. en dient als overlegorgaan en als lobbyplatIorm. En vooral de aIgelopen iaren is dat
een belangriike taak. nu besloten is de glastuinbouw in de regio te herstructureren.
Een van de eerste punten die dan moet worden gerealiseerd is het verkriigen van draagvlak.
onder meer bii de betrokken gemeenten. vertelt Peter Groen. voorzitter van Stiveen. 'Het is
belangriik dat alle zes gemeenten dezelIde taal spreken bii zo`n grote herstructurerings-
operatie.¨
Niet alle gemeenteraden waren echter even gecharmeerd van een grote hoeveelheid kassen aan
de rand van de dorpsgrenzen. 'Er heerste echter aanvankeliik nogal wat politieke verdeeldheid
tussen de gemeenten: sommige gemeenten waren meer glastuinbouwgezind dan andere.¨ En
vreemd is dat niet: welk gemeenteraadslid wil nu graag ziin oI haar uitzicht op weidse
weilanden kwiitraken? En wie wil zien dat groenten. Iruit en bloemen niet meer geteeld
worden door kleine. Ieeerieke bedriiIies. maar geproduceerd worden door moderne en
geautomatiseerde ondernemingen? OIwel: veel Nederlanders hebben een beeld van agrarische
bedriiven dat niet klopt met de werkeliikheid. en willen dat beeld niet verstoord zien.
Maar de medaille heeIt ook een andere kant. Een nieuw kassengebied betekent dat er elders
ruimte vriikomt voor biivoorbeeld recreatie oI een nieuw natuurgebied. En een nieuw
kassengebied kan ook een economische impuls geven aan een regio.
Open. licht. schoon
Stiveen probeert alle neuzen binnen de Riin- en Veenstreek een kant op te laten wiizen.
'De steun van de provincie Zuid-Holland is in dit geval belangriik.¨ aldus Groen. Het
provinciebestuur stelde in een nota over glastuinbouw geen versnipperd glas te willen. en dat
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
54
geldt ook voor de Riin- en Veenstreek. Groen: 'De provinciale goedkeuring voor de
hervestigingslocatie duurt helaas lang. maar het ziet er nu toch naar uit dat deze er voor de
zomer zal komen.¨
Het gaat bii dergeliike proiecten niet alleen om gemeenteliike en provinciale politiek: ook de
bevolking moet het ermee eens ziin dat er een nieuw glastuinbouwgebied wordt geschapen.
En ook op dat punt is er weinig reden tot klagen. Hoewel de eerliikheid gebiedt te zeggen dat
veel mensen pas opstaan als ze de eerste kassenbouwers zien rondriiden.
~De omwonenden willen geen horizonvervuiling. Maar glastuinbouw is juist een zeer
open. lichte en schone industrie. En dat hebben we gelukkig middels een aantal
bijeenkomsten duidelijk kunnen maken.¨
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
55
SECTIE III Nadere informatie
1. Rapport Kansen voor Kassen (LEI/CLM/PTG). December 1997. Studie naar de
optimale economische en autonome hooIdstructuur van de Nederlandse glastuinbouw op
basis van optimalisatie van locatieIactoren van 21 glastuinbouwgebieden en drie
restgebieden. uitgedrukt in hun eIIect op het rendement van bedriiven.
2. Het Glastuinbouwgebied in 2020 (EC-LNV). April 1998. Deel 1: Inventarisatie van
vestigingsfactoren. Relevante vestigingsfactoren bezien vanuit tuinders en
maatschappij zijn in beeld gebracht.
3. Het Glastuinbouwgebied in 2020 (EC-LNV). Deel 2: Concepten voor een duurzame
inrichting. HeeIt gediend als basis voor duurzaamheidseisen in 5
e
Nota RO. SGR deel 2
en STIDUG regeling (verder te noemen STIDUG (beoordelingskader 2000/ herzien 2002).
5
e
Nota RO oI SGR).
4. Beoordelingskader STIDUG. LNV. Dienst Landelijk Gebied. 2002.
5. Handboek Milieumaatregelen Glastuinbouw. Glastuinbouw en Milieu.2001.
6. Groen Label Kas. http://www.milieukeur.nl.
7. Glastuinbouw gespiegeld. Verkenning naar de toepassing van duurzaam
waterbeheer voor glastuinbouwgebieden (watertoets). LNV. ExpertiseCentrum.
2002/141. 1uli 2002.
8. Ideeënboek Duurzame Inrichting Glastuinbouwgebieden. Glastuinbouw en Milieu.
Februari 2002.
9. Biologische glastuinbouw op projectlocaties. LNV. ExpertiseCentrum. 2001/033. 1uli
2001.
10. Het glas is halfvol. het glas is half leeg. Dialogic/LEI. November 2002.
11. Bestuurlijk afsprakenkader LNV/LTO. 1anuari 2000.
12. Vestigingsgebieden voor de glastuinbouw: aspecten op het gebied van verkeer en
vervoer. Adviesdienst verkeer en Vervoer/LNV. ExpertiseCentrum. 1999/173.
Augustus 1999.
13. Beoordelingskader verkeer en vervoer in glastuinbouwgebieden. Outline.
Adviesdienst verkeer en Vervoer/LNV. ExpertiseCentrum. 2000/232. 1uli 2000.
14. Centrumfunctie glastuinbouw in het Westland en De Kring 2010. ExpertiseCentrum.
2001/273. April 2001.
15. Visie Agrologistiek. LNV. 2002.
16. Glas in beweging. Naar een duurzame glastuinbouw. Stichting Natuur en Milieu.
Utrecht. 2002.
17. Vernieuwend duurzaam bedrijventerrein Moerdijkse Hoek. Buck Consultants
International. Nijmegen. April 2002.
18. Naar een duurzaam en hoogwaardig glastuinbouwcomplex in Zuid-Holland. Zes
delen. Inventarisatie van duurzaamheid van bestaande en nieuwe locaties. 2002.
19. MER glastuinbouw in Zeeland. DLG 1uni 2000.
20. Ruimte gerelateerde indicatoren voor duurzaamheid. Eindrapport tweede fase.
Rijkswaterstaat Dienst Weg- en Waterbouwkunde Delft. Maart 2000.
21. Beleidsnota Glastuinbouw. Provincie Noord- Brabant. Augustus 1999.
22. Nederland Tuinbouwland. de volgende stap!. LTO Nederland. April 2001.
23. Zichtbaar ondernemerschap. De visie van LTO Nederland op glastuinbouw met
perspectief. Den Haag oktober 2002.
24. De locatiekeuze van glastuinders. Landbouwuniversiteit Wageningen. December
1995.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
56
25. Modelstudie intensiveren en combineren van glastuinbouw en bedrijvigheid.
Provincie Noord-Brabant. LNV en VROM. September 2001.
26. Bestrijdingsmiddelen in de lucht rond tuinbouwkassen: schatting blootstelling
omwonenden en mogelijke effecten. Alterra-rapport 296. Wageningen 2001.
27. Kwantitatieve informatie voor de glastuinbouw. Periodieke uitgave Proefstation voor
Bloemisterij en Glasgroenten Naaldwijk/Aalsmeer.
28. Leidraad duurzame bedrijventerreinen. NOVEM. Brochurenummer 3DTB-
01.02/www.novem.nl
29. Leren van falen: succes behalen. Rol faalfactoren bij realisatie van een duurzaam
bedrijventerrein. NOVEM. Brochurenummer 3DTB-01.06/www.novem.nl.
30. Werken aan duurzame bedrijventerreinen 2. NOVEM. Brochurenummer 3DTB-
01.01. jaargang 2-2002 /www.novem.nl.
31. Website Glastuinbouw en Milieu - www.GlaMi.nl.
32. Ruimtelijke kwaliteit en glastuinbouw. Beeldende visies over de Zuidplaspolder.
Innovatienetwerk groene ruimte en agrocluster en Stichting Innovatie Glastuinbouw
(SIGN).
33. www.zibb.nl/tuinbouw.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
57
SECTIE IV Werkbladen
Werkblad 1
Belang van de relevante duurzaamheidsaspecten opgesteld door:
[ ] Gemeente/waterschappen ```` zeer belangrijk
[ ] Provincie ``` belangrijk
[ ] Tuinders `` wel van belang
[ ] Maatschappelijke organisaties/burgers ` weinig van belang
[ ] Rijksoverheid - geheel niet van belang
Beoordeling Mate van
belang
Argumentatie. aandachtspunten. belangrijke
elementen
Economische duurzaamheid
Economisch belang o.a.
werkgelegenheid (aantal/
kwaliteit) en toegevoegde
waarde
Duurzame ruimtelijke
inrichting (herstructurerings/
gebiedsniveau/ prijs-
kwaliteitsniveau)
Licht (instraling)
Opbrengstprijzen en
transactiekosten
Arbeidskosten en
personeelsvoorziening
Grond/herinrichtingskosten
Ondernemersklimaat
Ecologische duurzaamheid
Ruimtelijke ordening en
effecten op de omgeving
(ligging)
Duurzame ontwikkeling
(draagvlak/ aanpak/
prestatie)
Energie
(aanbod/prijs/duurzame
energie)
Waterhuishouding
(gietwater. beïnvloeding
watersysteem. kwaliteit
afvalwater. kosten)
Bodem
Afval (verwerking)
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
58
Beoordeling Mate van
belang
Argumentatie. aandachtspunten. belangrijke
elementen
Regionaal herstructurering-.
ontwikkelings- en
saneringsplan
Maatschappelijke.
sociaal/culturele
duurzaamheid
Landschappelijk inpassing
Effecten zwaar verkeer
(bereikbaarheid. veiligheid.
hinder. omvang)
Politiek/bestuurlijk klimaat
(draagvlak)
Multifunctionele inrichting/
meervoudig ruimtegebruik
Cultuur/mentaliteit
bevolking/imago m.b.t.
glastuinbouw
Sociale infrastructuur
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 59
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
Werkblad 2
DUURZAAMSHEIDSPROFIEL
Samenvattende beoordeling en mogelijke verbeterpunten van de relevante duurzaamheidaspecten. opgesteld door:
[ ] Gemeente/waterschappen
[ ] Provincie
[ ] Tuinders
[ ] Maatschappelijke organisaties/burgers
[ ] Rijksoverheid
Beoordeling Zeer goed Goed. ruim
voldoende
Voldoende Slecht.
onvoldoende
Zeer slecht Suggesties voor verbeteringen
Economische duurzaamheid
Economisch belang o.a.
werkgelegenheid (aantal/
kwaliteit) en toegevoegde
waarde
Duurzame ruimtelijke
inrichting (herstructurerings/
gebiedsniveau/ prijs-
kwaliteitsniveau)
Licht (instraling)
Opbrengstprijzen en
transactiekosten
Arbeidskosten en
personeelsvoorziening
Grond/herinrichtingskosten
Ondernemersklimaat
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
60
Beoordeling Zeer goed Goed. ruim
voldoende
Voldoende Slecht.
onvoldoende
Zeer slecht Suggesties voor verbeteringen
Ecologische duurzaamheid
Ruimtelijke ordening en
effecten op de omgeving
(ligging)
Duurzame ontwikkeling
(draagvlak/ aanpak/
prestatie)
Energie
(aanbod/prijs/duurzame
energie)
Waterhuishouding
(gietwater. (beïnvloeding
watersysteem. kwaliteit
afvalwater. kosten)
Bodem
Afval (verwerking)
Regionaal herstructurerings-.
ontwikkelings- en
saneringsplan
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
61
Beoordeling Zeer goed Goed. ruim
voldoende
Voldoende Slecht.
onvoldoende
Zeer slecht Suggesties voor verbeteringen
Maatschappelijke.
sociaal/culturele
duurzaamheid
Effecten zwaar verkeer
(bereikbaarheid. veiligheid.
hinder. omvang)
Politiek/bestuurlijk klimaat
(draagvlak)
Multifunctionele inrichting/
meervoudig ruimtegebruik
Cultuur/mentaliteit
bevolking/imago m.b.t.
glastuinbouw
Sociale infrastructuur
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
62
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
63
Werkblad 3
VERGELI1KING BELANGEN DOELGROEPEN
Een indicatie van de omvang van het belang dat de verschillende duurzaamheidsaspecten voor de uiteenlopende doelgroepen hebben.
```` zeer belangrijk
``` belangrijk
`` wel van belang
` weinig van belang
- geheel niet van belang
-
Gemeenten/
waterschappen
Provincie Tuinders Maatschappelijke
organisaties en burgers
Rijksoverheid
Economische duurzaamheid
Economisch belang o.a.
werkgelegenheid (aantal/
kwaliteit) en toegevoegde
waarde
Duurzame ruimtelijke
inrichting (herstructurerings/
gebiedsniveau/ prijs-
kwaliteitsniveau)
Licht (instraling)
Opbrengstprijzen en
transactiekosten
Nabijheid toelevering
Toegankelijkheid
kennisinfrastructuur
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
64
Gemeenten/
waterschappen
Provincie Tuinders Maatschappelijke
organisaties en
burgers
Rijksoverheid
Nabijheid
belangenbehartiging
Arbeidskosten en
personeelsvoorziening
Grond/herinrichtingskosten
Financieringsmogelijkheden
Besmettingsgevaar
Waterschapslasten en
verontreinigingsheffing
Opbrengstderving door
luchtverontreiniging
Ondernemersklimaat
Ecologische duurzaamheid
Ruimtelijke ordening en
effecten op de omgeving
(ligging)
Duurzame ontwikkeling
(draagvlak/ aanpak/
prestatie)
Energie
(aanbod/prijs/duurzame
energie)
Waterhuishouding
(gietwater. (beïnvloeding
watersysteem. watertoets.
kwaliteit afvalwater. kosten)
Bodem
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
65
Gemeenten/
waterschappen
Provincie Tuinders Maatschappelijke
organisaties en
burgers
Rijksoverheid
Afval (verwerking)
Regionaal herstructurering-.
ontwikkelings- en
saneringsplan
Maatschappelijke.
sociaal/culturele
duurzaamheid
Landschappelijk inpassing
Effecten zwaar verkeer
(bereikbaarheid. veiligheid.
hinder. omvang)
Politiek/bestuurlijk klimaat
(draagvlak)
Multifunctionele
inrichting/meervoudig
ruimtegebruik
Cultuur/mentaliteit
bevolking/imago m.b.t.
glastuinbouw
Sociale infrastructuur
Nabijheid recreatieve en
stedelijke voorzieningen
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Handreiking vaststelling perspectieI glastuinbouwgebieden
66