Logitech B.V. Princenhof Park 14 Postbus 134 3970 AC Driebergen E-mail: ing.bur@logitech.

nl Telefoon (030) 691 19 77 Fax (030) 691 23 63

Stamlijn te Hoogeveen

Inspectie railinfrastructuur 2005 Definitief

Opdrachtgever Contactpersoon Contactpersoon Logitech Opsteller Driebergen, 11 november 2005 Referentie Versie

Rail Cargo Information Netherlands Drs. M. Philips Ir. A.P.G. Eijkelenboom ing. K.F. van der Weijden

1122/002/Eij/vdW 1.1

Inhoud

1 2 3 4

Inleiding Globale beschrijving spoorconstructie en gevolgde methodiek Inspectie resultaten Samenvatting en conclusie Tekening Lay-out met fotoreportage

3 4 6 8 9

Bijlage A -

1122/002/Eij/vdW inspectierapport 2005 definitief vs 1.1

2

1

Inleiding

Overeenkomstig de opdracht van Rail Cargo Information Netherlands (RCIN) aan Logitech is op vrijdag 28 oktober 2005 een inspectie uitgevoerd van de railinfrastructuur van de stamlijn richting het industrieterrein aan de Dr Anton Philipsstraat te Hoogeveen. De stamlijn is aangelegd medio 1969 / 1970 (archief Transportvoorlichting thans Logitech) en takt af vanuit de hoofdbaan op station Hoogeveen en loopt door tot op het terrein van Susukidealer Mastenbroek. Belangrijkste uitgangspunt voor de inspectie is geweest om te bepalen of het mogelijk is om op korte termijn van de stamlijn gebruik te maken. In dit rapport zijn de resultaten van de inspectie vastgelegd.

Foto 1: Een overzicht van de aftakking van de stamlijn aan de hoofdbaan richting station Hoogeveen

1122/002/Eij/vdW inspectierapport 2005 definitief vs 1.1

3

2

Globale beschrijving spoorconstructie en gevolgde methodiek

2.1

Beschrijving spoorconstructie

De totale lengte van de stamlijn bedraagt grofweg 2,2 km. Vanuit het oostelijk gelegen deel van station Hoogeveen begint de stamlijn en loopt via een R= 250 meter-boog richting het oosten. 40 meter na de boog, tegenover het Alfa College, ligt een opstelspoor van 200 meter en loopt de stamlijn via een krappe 130 meter boog richting het zuiden. Hierna buigt de stamlijn, op het terrein van verpakkingsbedrijf Hoomark, richting het oosten met een boogstraal van ca. 135 meter en vervolgt zijn weg parallel aan de Dr. Anton Philipsstraat over een afstand van ca. 900 meter.

2.1.1 Spoor: • De stamlijn is opgebouwd met een spoorstaafprofiel 46E3 (voorheen NP46) op normaal aantal hardhouten dwarsliggers bewapend met klemstoelen. De bevestiging is direct en deels indirect en het gehele spoor is gelegd in het zand. • Het spoor in de bestrating (inritten) is opgebouwd met een spoorstaafprofiel 46E3 met tussengelegen stelconplaten, geheel in de bestrating of gelegd in het asfalt. Bij nagenoeg alle inritten ontbreekt de strijkspoorstaaf en ligt de bestrating / asfalt tegen de buitenkant van het spoorprofiel. • Aan het eind staat een stootjuk van type 46E3 stavast junior dat (later) in de bestrating is opgenomen.

Foto 3: stamlijn gelegd in het zand

1122/002/Eij/vdW inspectierapport 2005 definitief vs 1.1

4

2.1.2 Wissels: • De wissels (nr. 1 t/m 3) zijn wissels met een inwendige hoekverhouding 1:9 en een spoorstaafprofiel 46E3. Wissel 1 is volgestort met ballastmateriaal. Wissels 2 en 3 zijn gelegd in het zand.

Foto 4: Wissel 2

• • • • 2.2

Wissel 4 heeft een inwendige hoekverhouding 1:7, spoorstaafprofiel 46E3 met een geconstrueerd puntstuk gelegd in het zand en is volledig overwoekerd. Wissel 5 heeft een inwendige hoekverhouding 1:9, spoorstaafprofiel 46E3 met een geconstrueerd puntstuk gelegd in het zand en is eveneens volledig overwoekerd. Wissel 1 betreft een voegloos wissel, de overige wissels zijn geheel uitgevoerd als voegenwissel. Alle wissels worden bediend d.m.v. een omzetstoel. Van wissel 4 ontbreken de stangen van de omzetinrichting. Gevolgde inspectie-methodiek voor spoor en wissels

Hierin opgenomen de methode van beoordeling / inspecteren van de spoorconstructie. 2.2.1 Beoordeling onderbouw dwarsliggers en bevestigingsmateriaal. • Visuele beoordeling van het ballastmateriaal

2.2.2

Beoordeling bovenbouw: • Visuele beoordeling type spoorconstructie • Beoordeling kwaliteit van de constructie (afslijting, conditie lasverbindingen e.d.) Beoordeling spoorligging: • Visuele beoordeling hoogte- en zijdelingse (schift) ligging • Gemeten waarden voor spoorwijdte, waterpasse ligging en de verkanting. De waterpasse ligging is het onderlinge hoogte verschil tussen de twee spoorstaven. Overig: • Visuele beoordeling staat en ligging van de stelconplaten en overige verhardingen. • Visuele beoordeling / controle werking wisselomstellers • Visuele beoordeling algemene (spoor)veiligheid of aanrijdgevaar

2.2.3

2.2.4

1122/002/Eij/vdW inspectierapport 2005 definitief vs 1.1

5

3

Inspectie resultaten

3.1

Onderbouw veldspoor

Het ballastbed van de sporen en wissels bestaat voor het grootste gedeelte uit zand/grond en is vanwege de sterke begroeiing niet eenduidig vast te stellen. De afwatering is slecht tot zeer slecht mede door het ontbreken van een ballastbed van steenslag. De onderbouw verkeert in een slechte tot zeer slechte conditie. 3.2 • Bovenbouw constructie De staat van de dwarsliggers en bevestigingsmaterialen van spoor en de wissels is op veel plaatsen niet in detail door ons vast te stellen: het veldspoor en de wissels zijn tot ca. bovenkant spoorstaaf volgelopen met zand en op een aanzienlijk aantal plaatsen volledig begroeid. Op basis van waarnemingen en spoormetingen is vastgesteld dat vrijwel alle dwarsliggers en bevestigingsmaterialen vervangen moeten worden. Ter plaatse van het straatspoor zijn geen platen verwijderd om de staat van de materialen vast te stellen. De stat van de spoorprofielen (zowel wissels als spoorstaven) zijn, voorzover deze te controleren waren, van een redelijke kwaliteit. De omzetinrichtingen van de wissels doen het geen van allen, doordat de tongen volledig zijn overwoekerd met planten/struiken. De huidige omzetinrichtingen zijn sterk verouderd en niet meer op eenvoudige wijze bruikbaar te maken. Voldoen tevens niet meer aan de huidige voorschriften. De conditie van de lassen en lasverbindingen zijn, voorzover deze te controleren waren, redelijk maar met de opmerking dat zeker 90 % niet door ons is vast te stellen.

• • • •

3.3 •

Spoorligging De spoorwijdte van de sporen en wissels is redelijk maar op een aantal plaatsen zeer slecht. Op een aanzienlijk aantal plaatsen hebben wij het spoor gemald, hieronder staan de uiterste waarden; − Minimale spoorwijdte: 1425 − Maximale spoorwijdte: 1462

De afstand tussen de spoorstaven van een spoor bedraagt bij de NS normaal 1435 mm. Deze afstand wordt gemeten van binnenzijde (loopkant) van de linker naar de binnenzijde van de rechter (loopkant) spoorstaaf op 14 mm onder BS (Bovenkant Spoorstaaf). Afwijkingen in de spoorwijdte bestaan uit te nauwe ( - tolerantie) of te grote (+ tolerantie) spoorwijdte. De maximaal toegelaten afwijking voor de spoorwijdte is: − voor sporen met V=< 40 km/u –5/ +15 mm Conclusie: spoorbreedte voldoet niet aan de normen, met name bij de overwegen.

1122/002/Eij/vdW inspectierapport 2005 definitief vs 1.1

6

• • • •

De waterpasse ligging van sporen en wissels is plaatselijk matig, overig redelijk. De verkanting in de bogen is wat onregelmatig en plaatselijk negatief. De hoogteligging van de sporen en wissels is plaatselijk matig, overig redelijk/voldoende. De zijdelingse ligging van wissels en spoor (schift) is redelijk/voldoende.

3.4 •

Verhardingen De staat en de ligging van de verhardingen (in- en uitritten) is over het algemeen matig. Nagenoeg alle rijvoegen zijn volgelopen met zand en vuil. De breedte van de rijgroeven ter plaatse van de overwegen / inritten varieert tussen de 0 en 10 cm.

Foto 2: Inrit waarvan de rijgroeven volledig zijn bestraat

De rijgroeven tussen kant bestrating en rijkant van de spoorstaaf dient volgens de hiervoor geldende normen 7 cm te zijn, met als minimale eis 4 cm. Op een aantal plaatsen is de rijgroef volledig bestraat en hier zal de bestrating compleet vernieuwd moeten worden.

3.5 •

Wisselomstellers De omzetinrichtingen van de wissels doen het geen van allen doordat de tongen volledig zijn overwoekerd met planten/struiken.

1122/002/Eij/vdW inspectierapport 2005 definitief vs 1.1

7

4

Samenvatting en conclusie

Bij de inspectie is visueel gecontroleerd op technische gebreken en mogelijke veiligheidsproblemen. De huidige staat van de sporen, wissels en dwarsliggers is over het algemeen onvoldoende tot zeer slecht. Lokaal redelijk. Uit de opname is gebleken dat de staat van het spoor niet door ons in detail is vast te stellen doordat een zeer groot gedeelte van het spoor tot ca. bovenkant spoorstaaf volgelopen is met zand en op een aanzienlijk aantal plaatsen volledig is overwoekerd met begroeiing. De afwatering scoort over de gehele stamlijn een onvoldoende doordat het ballastbed (steenslag) ontbreekt en op diverse plaatsen zijn de geldende afkeurnorm(en) overschreden. Omdat tijdens de inspectie al snel bleek dat de technische staat van de stamlijn niet meer toerijkend is voor het plegen van onderhoud achten wij het opstellen van een lijst met daarin aangegeven het uit te voeren onderhoud per onderdeel niet zinvol. Bovendien bleek het “opmeten” van het spoor en het bepalen van de technische staat op een aanzienlijk aantal plaatsen onmogelijk doordat grote delen spoor onder het zand en de begroeiing waren verdwenen. Totaal vervangen van spoor is noodzakelijk om vervoer over de stamlijn in de toekomst weer mogelijk te maken. De kosten hiervoor zijn geraamd op € 2,3 miljoen excl. BTW. Uitgangspunt is integrale vervanging. Om een algemene indruk te geven van de huidige staat van de stamlijn is een tekening (zie Bijlage A) samengesteld van de totale lay-out. Hierop zijn tevens de gemaakte digitale foto’s afgedrukt die genomen zijn op locatie.

1122/002/Eij/vdW inspectierapport 2005 definitief vs 1.1

8

Bijlage A - Tekening Lay-out met fotoreportage

1122/002/Eij/vdW inspectierapport 2005 definitief vs 1.1

9