KANtekeningen #3

Hoe maken we Arnhem-Nijmegen economisch weer aantrekkelijk
LUX, 28.01.03 Tekst: Lenie Scholten ( Nijmeegs wethouder, Groen Links) Bron/soort: De Gelderlander, opinie, 27.01.03

Nijmeegse economie heeft nieuw elan nodig
Door Lenie Scholten Er valt aan de Nijmeegse economie een hoop te verbeteren, geeft toe. Maar ze benadrukt ook dat het beeld niet op alle onderdelen even zorgelijk is. De laatste tijd is er een aantal kritische rapporten verschenen over de Nijmeegse economie. Dat gebeurt kort nadat er een links college is aangetreden. Kan de Nijmeegse ondernemer met een gerust hart dit nieuwe college zijn gang laten gaan, of moet het op het vinkentouw blijven zitten omdat het anders de verkeerde kant op gaat in Nijmegen? Eén ding wordt duidelijk uit al die rapporten: er valt een hoop te verbeteren. In augustus presenteerde het tijdschrift BIZZ een rangorde van de Nederlandse zakensteden. Nijmegen staat daar op de 50e plaats. Weliswaar komt Nijmegen van de 88e plaats, dus we zitten in de lift, maar het kan duidelijk beter. In een onderzoek van het Ministerie van EZ scoort het Nijmeegs ondernemingsklimaat een 6,7, waar we eerder slechts een 6,2 scoorden. In december verscheen de Erbo-enquête, een toonaangevende barometer voor deze regio als het gaat om de werkgelegenheid. Bij de bespreking daarvan kopte De Gelderlander: 'Economie regio onder gemiddelde'. Dat klopt, maar het beeld is niet op alle onderdelen even zorgelijk. De grootste zorg richt zich op de bouw en de industrie. Met name de industie is van groot belang voor de Nijmeegse economie, zowel voor de hoog opgeleide als de laag opgeleide Nijmegenaren. Nijmegen heeft een aantal internationale bedrijven die juist ook hun research en development-activiteiten hier hebben gevestigd, zoals Philips, Nacco en Heinz. De verdere ontwikkeling van Philips City Center (een combinatie van kantoren, researchcentrum en hotel bij Winkelsteegh) heeft dan ook de hoogste prioriteit. Toch sta je als lokale overheid tamelijk machteloos tegenover internationale marktontwikkelingen die allesbepalend zijn. En ook landelijk kent Nederland nauwelijks een traditie van industriepolitiek. Maar we staan niet helemaal met lege handen. Het college richt zich met twee zaken specifiek op de industrie: het werkgelegenheidsprofiel en verbetering van de bedrijventerreinen. Om met het laatste te beginnen. Fiets door het Noord-Oostkanaalhavengebied en je weet wat je te doen staat. Dat gebied schreeuwt gewoon om verbetering. Net als de Winkelsteegh en Westkanaaldijk/Sluis. Bijsterhuizen voldoet al wel aan de gangbare kwaliteitsnorm, al kan de ruimte daar nog wel veel intensiever worden gebruikt. We gaan dus een kwaliteitsslag maken met onze bedrijventerreinen. We willen ook het gebruik van de havens versterken, om zo het vervoer over het water te stimuleren. Daarvoor gaan we de kades verbeteren, waar die nu slechts voor eenderde worden gebruikt. Een tweede aandachtspunt is de verbetering van de aansluiting tussen industrie en onze kennisinstellingen. In het verleden produceerden de kennisinstellingen weinig spin-off in de regio. Maar daar is de afgelopen jaren een omslag in gekomen. We kunnen de campus van de universiteit inmiddels tot onze bedrijventerreinen rekenen. Het ondernemerschap onder academici heeft daadwerkelijk vorm gekregen met Mercator en het recentelijk initiatief van de technostarters. Maar het kan nog beter. Want de uitdaging ligt in de vraag in hoeverre de KUN en de HAN die kennis produceren waar het bedrijfsleven behoefte aan heeft. Kennis is een toenemende concurrentiefactor en Nijmegen heeft een fantastische kennis-infrastructuur. Slimme en schone werkgelegenheid verder ontwikkelen, dat is de uitdaging voor dit college. Kennisintensieve producten die met laagopgeleide werknemers geproduceerd kunnen worden. De metaal- en voedingsindustrie zijn de Nijmeegse pijlers. De koopkrachtige zorgmarkt ligt binnen handbereik, met onze twee ziekenhuizen, de St.-Maartenskliniek en andere grote zorginstellingen en het toenemend aantal ouderen die allemaal zolang mogelijk zelfstandig willen blijven wonen. Hulpmiddelen in en om het huis, kant-en-klaar maaltijden voor specifieke doelgroepen, voedingssupplementen: er valt nog genoeg te ontwikkelen en te verbeteren.

Terug naar de eerdergenoemde Erbo-enquête. Zoals gezegd scoren niet alle takken van economie negatief als het gaat om de werkgelegenheidsontwikkelingen. De dienstensector vormt een positieve uitzondering. Voor het lokale beleid is met name de detailhandel interessant. Ondanks het dalend consumentenvertrouwen (gedaald tot het niveau van 1983) stijgen de bestedingen in 2002 weer met 1 procent. De detailhandel kent in 2002 nog een werkgelegenheidsgroei van 2,6 procent en grosso modo wijkt het ondernemersvertrouwen in 2002 weinig af van 2001: men is nog redelijk positief gestemd. Dit college wil deze sterke pijler dan ook versterken met het promotieplan stadscentrum. Zodat meer mensen naar Nijmegen komen, langer blijven en vaker terugkomen. Dat doen we door de koopzondagen te versterken en uit te breiden met culturele en recreatieve activiteiten. Verder proberen we nieuwe groepen te bereiken met gerichte campagnes en aanbiedingen: over de oostelijke landsgrenzen heen onze Duitse buren, maar ook aan de overkant van de Waal de nieuwe Waalsprongbewoners. Uit onderzoek naar het toeristisch imago van Nijmegen blijkt ook dat er nog veel winst te behalen valt, vooral bij de meerdaagse arrangementen. Het bourgondische karakter van de stad is wijd verbreid, maar ons historisch erfgoed kan nog heel wat extra bezoekers trekken. De viering van Nijmegen 2000 biedt volop mogelijkheden om Nijmegen juist met haar historisch karakter op de kaart te zetten. Toch dreigt er wel een wolk aan de horizon van de dienstensector, en dat is een dreigend tekort aan personeel. De Nijmeegse arbeidsmarkt kent feitelijk twee gezichten. Boven mbo-niveau hebben we te weinig werkzoekenden om de vacatures te kunnen vervullen. Voor de vacatures beneden mbo-niveau zijn er genoeg werkzoekenden, maar die hebben vaak een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Daarbij doet zich het merkwaardige feit voor dat er steeds meer (we praten hier over honderden) EU-flexwerkers naar Nijmegen komen die de vacatures vervullen in het laagopgeleide segment. Werkzoekenden moeten ook meteen alles kunnen aan de poort van het bedrijf, terwijl velen jarenlang weg zijn geweest van die arbeidsmarkt. Mentorschap door oudere werknemers, die inwerken en begeleiding op de werkvloer geven, zou soelaas kunnen bieden voor een succesvolle start. Het college heeft geld beschikbaar om projecten te financieren waarmee die langdurig werklozen aan het werk geholpen kunnen worden. Daarnaast speelt de beroepskeuze een grote rol; technisch onderwijs dreigt het onderspit te delven. Ook daar zijn gezamenlijke inspanningen van bedrijfsleven en overheid gewenst om het tij te keren. We moeten ook de handen in elkaar slaan om goede scholing aan te kunnen bieden aan werklozen. Meer scholing is noodzakelijk om aan de slag te komen. De overheid investeert in de scholing en de ondernemers moeten vervolgens een baan garanderen na afronding van die scholing. Een derde punt dat alle sectoren van de economie raakt, is de bereikbaarheid van de stad. Dit college heeft drie pijlers ter verbetering van de bereikbaarheid van de stad. Ten eerste willen we de fiets beter faciliteren met meer en veiliger fietspaden. Immers, driekwart van de verkeersbewegingen houden een verplaatsing in binnen de straal van zeven kilometer. Op die afstand is de fiets dus een goed alternatief. Meer mensen op de fiets betekent dan ook minder auto's in de stad. De tweede pijler is de stadsbrug die de Waalsprongbewoners een goede toegang tot de stad moet geven. Deze stadsbrug zal tevens tot een ontlasting van de singels leiden en daar de leefbaarheid vergroten. Zowel de stadsbrug als ook de Waalbrug dient vooral het lokale verkeer. Uit onderzoek is gebleken dat slechts 10 procent van de automobilisten die de huidige Waalbrug gebruiken de stad ook weer via de zuidkant verlaat. Het regionale verkeer is vooral aangewezen op de A50 en de A73. Op dit moment lopen er zogenaamde milieueffectrapportages naar hetzij verbreding van de A50, hetzij doortrekking van de A73. Het college hecht eraan eerst de uitkomsten van die beide varianten af te wachten. Daarnaast speelt de financiële haalbaarheid ook een rol, waarbij vooral het rijk de portemonnee zal moeten trekken. Tenslotte het openbaar vervoer, waarbij regiorail een belangrijke rol krijgt in de toekomst, met extra haltes, nu reeds bij Lent, maar straks ook bij Winkelsteegh (Philips) en Mook. Bovenstaande biedt volgens mij voldoende aanknopingspunten voor een goede samenwerking tussen ondernemers en het nieuwe college. Je zou dat kunnen doen door regelmatig met elkaar aan tafel te gaan zitten en afspraken te maken. Ik heb daar ervaring mee als lid van de SER (Sociaal Economische Raad) . Daarin zitten vertegenwoordigers van werkgevers, werknemers en de milieubeweging naast de onafhankelijke kroonleden. Gezamenlijk kwamen we tot unanieme adviezen. Voor die onafhankelijke 'kroonleden' zou je in een Nijmeegse variant kunnen denken aan kenners van de Nijmeegse economie van de KUN of uit de onderzoeks- en

advieswereld. En evenals de landelijke SER zou ook dit Nijmeegse overleg zich kunnen laten bijstaan door een adviseur van het Ministerie van EZ, het onderwijsveld en het CWI. De agenda voor het komend jaar valt zo af te leiden uit bovenstaande betoog:- knelpunten op de arbeidsmarkt, relatie kennisinstellingen en bedrijfsleven en herstructurering bedrijventerreinen. Kortom het wordt een druk jaar, genoeg werk aan de winkel. Lenie Scholen is wethouder van Economische en Sociale Zaken in Nijmegen.