Kadernota Economisch Beleid Stadsdeel Bos en Lommer

Januari 2004
B&L/2004/907

Kadernota Economisch Beleid

_____________________________________________________________________________

2

Kadernota Economisch Beleid

Inhoudsopgave

SAMENVATTING

DEEL 1 ECONOMISCH BELEID BOS EN LOMMER

INLEIDING 1. KADERS EN DOELSTELLINGEN ECONOMISCH BELEID
1.1. Stedelijke kaders economisch beleid 1.2. Stadsdeelkaders economisch beleid 1.3. Doelstellingen economisch beleid 1.4. Instrumentarium economisch beleid

19 22
22 23 25 29

2. ECONOMISCH BELEID BOS EN LOMMER
2.1. Beleid detailhandel 2.2. Beleid bedrijven- en kantorenterreinen 2.3. Beleid kleinschalige bedrijfsruimte midden- en kleinbedrijf

31
31 35 38

3. IMPLEMENTATIE ECONOMISCH BELEID
3.1. Gebiedsgerichte aanpak 3.2. Relatiebeheer

41
41 46

4. PROGRAMMA ECONOMISCH BELEID VANAF 2004
4.1. Programma korte termijn 4.2. Programma voor de lange termijn 4.3. Programma in vierkante meters

49
49 50 52

5. FINANCIËN

53

_____________________________________________________________________________

3

Kadernota Economisch Beleid

DEEL 2 ACHTERLIGGEND KADER BELEID BOS EN LOMMER

I. ECONOMIE EN WERKGELEGENHEID BOS EN LOMMER II. STEDELIJKE EN WETTELIJKE KADERS
II.1. Stedelijke kaders II.2. Betekenis kaders voor het economisch beleid van het stadsdeel

59 63
63 71

III. TERUGBLIK ECONOMISCH BELEID BOS EN LOMMER
IV. Economische Zaken en de stadsdeelorganisatie IV. 1. Wettelijke en overheidstaken IV.2. Taken voortvloeiend uit stedelijke afspraken IV.3. Opstellen en uitvoeren eigen stadsdeel beleid IV.4. Instrumentarium

73
76 77 79 80 80

BIJLAGEN

BRONNEN VESTIGINGSMILIEUTYPEN BOS EN LOMMER BENCHMARK ONDERNEMERSKLIMAAT STADSDELEN URBAN2 PROGRAMMA KAART: URBAN 2 PROGRAMMAGEBIED KAART: RUIMTELIJK ECONOMISCHE STRUCTUUR KAART: FUNCTIEKAART BOS EN LOMMER STATISTISCHE INFORMATIE O&S COLOFON

85 88 90 93 95 97 99 100 104

_____________________________________________________________________________

4

Kadernota Economisch Beleid

_____________________________________________________________________________

5

Kadernota Economisch Beleid

_____________________________________________________________________________

6

Kadernota Economisch Beleid

Samenvatting Kadernota Economisch Beleid
Karakter Bos en Lommer Bos en Lommer is een van de zeven stadsdelen in Amsterdam West. Bos en Lommer neemt een unieke positie in omdat het – in tegenstelling tot de zes andere stadsdelen uit twee delen bestaat waarvoor in het structuurplan Amsterdam verschillende gebiedsvisies zijn opgesteld. Bos en Lommer bestaat uit:  een gebied binnen de ring (onderdeel van West binnen de Ring; samenwerking in het kader van URBAN2) dat onderdeel is van het gebiedsdeel “ binnenstad en gordels”;  een gebied buiten de ring (onderdeel van Parkstad) dat onderdeel is van het gebiedsdeel “westelijke tuinsteden”. Ook door de verschillende milieutypen die er volgens het Structuurplan voorkomen, neemt Bos en Lommer een bijzondere positie in binnen de zeven stadsdelen in West. De milieutypen staan beschreven in het structuurplan voor Amsterdam. Bos en Lommer kent vier milieutypen:  grootstedelijk werken: de Molenwerf en Sloterdijk (behalve de historische kern);  stedelijk bedrijventerrein: Landlust: bedrijven m.n. milieuklasse III + IV, geen wonen, max. 30% kantoor per vestiging;  grootstedelijk wonen en werken: Jan van Galensportpark;  stedelijk wonen en werken: de overige delen van Bos en Lommer. Bos en Lommer is daarmee het enige stadsdeel in west waar deze vier milieutypen naast elkaar voorkomen en waar zowel een binnenstedelijk bedrijventerrein (Landlust) als een kantorenterrein (Molenwerf) zijn. De structuur van Bos en Lommer maar ook de economie is daardoor zeer gevarieerd. Een groot deel van Bos en Lommer behoort tot de grootschalige transformatiegebieden in de stad.

Werkgelegenheid en bedrijvigheid Bos en Lommer is een stadsdeel waar vooral gewoond wordt: de beroepsbevolking is bijna anderhalf maal groter dan het aantal banen. Wel is de verhouding wonen werken de laatste jaren enigszins richting werken opgeschoven. De bevolkingsomvang van Bos en Lommer is bijna 30.800 personen (O&S) en hiervan behoren ruim 22.100 personen tot de potentiële beroepsbevolking. Bos en Lommer kent in totaal ruim 1250 vestigingen met in totaal bijna 10.500 werkzame personen (O&S, 1 januari 2002). Hiervan zijn meer dan 220 detailhandelsvestigingen met ruim 570 werkzame personen. De werkgelegenheid is vooral geconcentreerd in de bedrijfstakken overheid en sociale verzekeringen (3100 banen) en financiële instellingen (2700 banen). De vestiging van de UWV (in het voormalige GAK-gebouw) verklaart het hoge aantal banen bij de sociale verzekeringen. Deze organisatie vertrekt overigens naar verwachting op termijn uit Bos en Lommer naar een gebouw elders in Amsterdam. De aanwezigheid van de arbeidsplaatsen in het stadsdeel betekent overigens niet dat deze per definitie ingevuld worden door stadsdeelbewoners. Bos en Lommer heeft

_____________________________________________________________________________

7

Kadernota Economisch Beleid evenals de andere stadsdelen te maken met een zogenaamde inkomende pendel van arbeidskrachten. Op het schaalniveau van geheel Amsterdam en bij de huidige regionale arbeidsmarktverhoudingen werkt bijna een kwart van de bevolking elders (uitgaande pendel) terwijl bijna de helft van het aantal arbeidsplaatsen bezet wordt door niet-Amsterdammers (inkomende pendel). Dit kan deels verklaard worden door het grote aantal mensen met een lage opleiding dat in Amsterdam woont. De opleiding en kwalificaties van werkzoekenden sluiten niet aan bij de vraag van potentiële werkgevers omdat die behoefte hebben aan hoger opgeleid personeel. Mede door deze kwalitatieve mismatch hebben de meeste werklozen een zwakke positie op de arbeidsmarkt. Ook in Bos en Lommer wordt bijna de helft van de banen door forensen ingenomen. De gemeente Amsterdam heeft de ambitie om door toevoegingen aan het woningbestand de woon-werkbalans om te buigen opdat de in Amsterdam werkenden daar ook zoveel mogelijk kunnen wonen en dat andersom Amsterdammers bij voorkeur werk vinden binnen hun eigen stad. Ook Bos en Lommer heeft deze ambitie en daarom zijn de afgelopen jaren vier grote stedelijke vernieuwingsprojecten in gang gezet die betrekking hebben op zeker driekwart van het grondgebied van Bos en Lommer. Ook hierin neemt Bos en Lommer een unieke positie in ten opzichte van de andere zes stadsdelen in West. Afgezet tegen de omvang van Bos en Lommer als een van de kleinste stadsdelen in west heeft Bos en Lommer naar verhouding bijzonder veel en omvangrijke projecten. Bos en Lommer kent een gevarieerde bedrijvigheid die bestaat uit:  winkels en een warenmarkt;  een binnenstedelijk bedrijventerrein (Landlust);  een kantorenpark (Molenwerf);  een broedplaats voor kunstenaar is de HTS;  een multi-cultureel podium in ontwikkeling in de Pniëlkerk;  kleinschalige bedrijvigheid en kantoren verspreid door de wijken en langs de A10. De aanwezigheid van ondernemerschap en bedrijvigheid in woongebieden als Bos en Lommer is met name van belang omdat (zij):  een broedplaatsfunctie hebben voor nieuwe bedrijven;  een bron van nieuwe arbeidsplaatsen zijn en behoud van arbeidsplaatsen zijn;  door functiemenging levendigheid in de wijk brengen en bijdragen bij aan de leefbaarheid van de wijk;  functiemenging vanuit economisch perspectief een waardevolle bijdrage aan de stedelijke economie levert;  een bijdrage leveren aan het oplossen van achterstandsituaties;  tegemoet komen aan behoeften van consumenten (bewoners, bezoekers van de wijk, werkenden in de wijk).

KENGETALLEN BOS EN LOMMER (gegevens O&S) Bedrijventerrein 1 Kantorenpark 1 Warenmarkt 1 (120 plaatsen) Totaal aantal vestigingen 1.250

_____________________________________________________________________________

8

Kadernota Economisch Beleid Aantal winkels Aantal werkzame personen in winkels ) Totaal aantal werkzame personen 220 570 10.500

1

Missie en doelstellingen economisch beleid De missie van het economische beleid van het stadsdeel is om economische bedrijvigheid te stimuleren. Het stadsdeel wil hiermee een bijdrage leveren om de werkgelegenheid te vergroten en een duurzame 2 stedelijke samenleving te bevorderen. Bedrijven/ondernemers dienen zich welkom en thuis te voelen in Bos en Lommer. Daarnaast moeten er in het stadsdeel voor startende en doorgroeiende bedrijven goede vestigingsmogelijkheden (blijven) bestaan. Het stadsdeel stimuleert het vestigingsklimaat en de vestigingsmogelijkheden voor bedrijven waarmee de werkgelegenheid wordt bevorderd. Daarnaast verleent zij diensten aan bedrijven die zich in het stadsdeel vestigen of er een andere locatie zoeken. Bos en Lommer richt zich op het aantrekken van nieuwe bedrijven in het stadsdeel, het behouden van gevestigde bedrijven en werkgelegenheid en op het onderhouden van het relatienetwerk met het gevestigde bedrijfsleven. Het economisch beleid van het stadsdeel opereert binnen de kaders die zijn vastgelegd in het Bestuursakkoord Centrale Stad – Stadsdelen 2002-2006. Omdat economisch beleid vaak stadsdeeloverstijgend is het van belang daarbij een juiste balans te vinden tussen de economische belangen stadsbreed en op het niveau van het stadsdeel. Voor het economisch beleid zijn stadsdelen op bijna alle punten van dit beleid bevoegd behalve op aspecten die betrekking hebben op (onderdelen van) het grondbeleid en het marktwezen (en binnen de ruimtelijke kaders van het structuurplan).

Uit de stedelijke en stadsdeelkaders zijn de volgende doelstellingen voor het economisch stadsdeelbeleid gedestilleerd: 1. kleinschalige bedrijfsruimte behouden en realiseren; 2. winkelgebieden/detailhandel (re)vitaliseren om de sociaal economische structuur te verbeteren; 3. een gebiedsgerichte aanpak in de transformatie en vernieuwingsgebieden om het ondernemersklimaat te verbeteren en de werkgelegenheid te stimuleren. 4. bedrijventerrein Landlust behouden voor bedrijfsbestemmingen en herstructureren van het terrein;

1 2

Het gaat hierbij om officiële statistieken. In de praktijk is het natuurlijk mogelijk dat er meer werknemers zijn dan er officieel staan geregistreerd.
Duurzaamheid in brede zin met aspecten als: duurzaam bouwen, duurzaam energiegebruik, duurzame mobiliteit e.d. volgens de definities van de NOVEM.

_____________________________________________________________________________

9

Kadernota Economisch Beleid 5. bedrijven (werkgelegenheid) behouden in Bos en Lommer; nieuwe bedrijven naar Bos en Lommer trekken; 6. toerisme en hotellocaties ontwikkelen; 7. ontwikkelen van nieuwe locaties voor economische functies in Bos en Lommer. Beleidsvoorbereiding/advisering en relatiebeheer en accountmanagement vormen hierbij belangrijke instrumenten. Bovenstaande punten worden in voorliggende kadernota verder uitgewerkt in economisch stadsdeelbeleid.

Uitgangspunten economisch beleid 1. Er is een groot tekort aan kleinschalige bedrijfsruimte in Amsterdam. Naast behoud van bedrijfsruimte streeft het stadsdeel ook nieuwe mogelijkheden na om bedrijfsruimte uit te breiden (bijvoorbeeld via de realisatie van bedrijfsverzamelgebouwen). Bij de uitwerking van de economische pijlers van de stedelijke vernieuwingsplannen vormt uitbreidingmogelijkheden voor kleinschalige bedrijfsruimte een uitgangspunt. Duurzaamheid vormt een belangrijk aspect. Om te zorgen voor voldoende ruimte voor economische functies is de inzet van het stadsdeel om – in de woonwijken - met flexibele bestemmingsplannen te werken. Hierbij is functiewisseling tussen wonen en werken mogelijk. Uitbreidingsmogelijkheden van kleinschalige bedrijvigheid worden hierdoor bevorderd. Belangrijk is dat - bij flexibilisering op plaatsen waar een verhoogd risico bestaat dat bedrijfsruimten eenzijdig worden omgezet naar woonruimte de bedrijfsbestemming gehandhaafd blijft. Bij de wijziging van bestemmingsplannen in het stadsdeel is deze aanpak uitgangspunt. Dit betekent ook dat bij verzoeken van derden om bedrijfsruimte om te mogen omvormen tot woonruimte hiervoor geen toestemming wordt gegeven (voorzover het bestemmingsplan dit laatste toestaat). 2. Het belangrijkste speerpunt binnen het detailhandelsbeleid is vestiging van het nieuwe winkelcentrum en verplaatsing en vernieuwing van de markt. Daarbij blijft het beleid zoals vastgelegd in de nota Ruimtelijk Economische Structuur in Bos en Lommer uitgangspunt (1995). Dit betekent dat in de gebieden buiten de winkelconcentratiegebieden (op sloop – nieuwbouw na) in principe een beleid is van niet-ingrijpen. Bij sloop/nieuwbouwplannen voor woonblokken met in de plinten detailhandel (en consumentgerichte dienstverlening) dient een aanpak ontwikkeld te worden om bestaande werkgelegenheid zo veel mogelijk te behouden voor het stadsdeel. Het kwaliteitsbeeld dat het stadsdeel voor ogen staat is te voorzien in branches die op dit moment niet vertegenwoordigd zijn, branches in een hoger marktsegment, meer diversiteit, aantrekkelijke horeca, een kloppend hart waar de consument prijsvergelijkend en aantrekkelijk kan winkelen en verblijven.

_____________________________________________________________________________ 10

Kadernota Economisch Beleid 3. In de transformatie en vernieuwingsgebieden dient een gebiedsgerichte aanpak ingezet te worden om het ondernemersklimaat te verbeteren en de werkgelegenheid te stimuleren. Kernpunten daarbij zijn:  menging wonen-werken door realisatie en behoud van (kleinschalige) kantooren bedrijfsruimte in woongebieden; functiemenging levert vanuit economisch perspectief een waardevolle bijdrage aan de stedelijke economie;  bedrijfsruimte voor startende ondernemers (bijvoorbeeld bedrijfsverzamelgebouwen);  revitaliseren en behoud van verouderde bedrijventerreinen;  verbeteren bereikbaarheid economische functies. Een bijeffect van de vernieuwingsoperaties is het feit dat de continuïteit van kleinschalige ondernemers in het geding komt. Voor het stadsdeel vormt dit een lastig dilemma. De inzet van de vernieuwingsoperatie in het algemeen belang is economische ontwikkeling en bevordering van de werkgelegenheid. Voor een aantal ondernemers leidt de vernieuwing mogelijk juist tot verlies van werkgelegenheid. Het stadsdeel wil daarom een aanpak ontwikkelen om de betrokken ondernemers zoveel mogelijk te ondersteunen en te helpen om de vernieuwingsoperatie te overleven. Daarnaast wil het stadsdeel een pilot kleinschalige bedrijfsruimte opzetten mede om bestaande werkgelegenheid te behouden voor het stadsdeel. Bij het plannen van economische functies is de overheid afhankelijk van de markt, die zeker op dit moment lastig te voorspellen is. Bij de stedebouwkundige en programmatische opzet is ruimte om in de tijd te faseren daarom van belang. 4. Voor het binnenstedelijke bedrijventerrein Landlust is het uitgangspunt behoud en intensivering (in ieder geval tot 2010). Dit betekent dat op dit terrein functies als wonen en kantoren tegen het locatiebeleid ingaan. Deze worden daarom niet toegelaten. Dat geldt ook voor leisurebedrijven (bv. partycentra) en grootschalige en perifere detailhandelsvestigingen. Bij wijziging van het bestemmingsplan voor Landlust worden deze uitgangspunten gehanteerd. Duurzaamheid vormt een belangrijk aspect.

5. Om werkgelegenheid te behouden voor Bos en Lommer en nieuwe werkgelegenheid aan te trekken in Bos en Lommer wordt ingezet op:  realiseren van nieuwe kantoor-, bedrijfs- en winkelruimte in Bos en Lommer;  behoud van bestaande (kleinschalige) kantoor-, bedrijfs- en winkelruimte; Relatiebeheer/accountmanagement vormen hierbij belangrijke instrumenten. 6. Er is een stedelijk een tekort aan hotelcapaciteit. Verder is er vanuit de markt vraag naar locaties voor (niet-grootschalige) leisurefuncties als partycentra en feestzalen. Er dient nader onderzocht te worden of er geschikte locaties zijn in Bos en Lommer voor hotels en leisurefuncties en of deze gewenst zijn in Bos en Lommer. 7. Doelstelling 6 hangt samen met doelstelling 7: ontwikkelen van nieuwe locaties voor economische functies in Bos en Lommer. Dit maakt deel uit van de te ontwikkelen economische structuurvisie voor Bos en Lommer (als onderdeel van de te ontwikkelen toekomstvisie voor Bos en Lommer voor de komende 10 tot 15

_____________________________________________________________________________ 11

Kadernota Economisch Beleid jaar). Een structuurvisie biedt een belangrijk handvat om op de juiste manier met vragen uit de markt om te kunnen gaan en voorkomt dat er kansen blijven liggen. In voorliggende nota zal hiervoor een eerste aanzet worden gegeven. Een belangrijke locatie in de structuurvisie is de A10 west (de West-as). De A10west is een unieke locatie in Nederland, omdat dit een van de weinige plekken is met zichtlocaties (voor economische functies) langs een autoweg in een stedelijk gebied. Bedrijven willen zich graag vestigen op een dergelijke locatie. De A10 west is een geschikte plek voor menging van functies waarbij economische functies zeker niet mogen ontbreken. Omdat de A10 west door en langs een aantal stadsdelen (waaronder Bos en Lommer) loopt dient hiervoor in gezamenlijkheid met andere partijen een visie te worden ontwikkeld. In samenwerking met marktpartijen, de andere stadsdelen langs de A10, bureau Parkstad en de centrale diensten van de gemeente dient nader onderzocht te worden hoe toekomstige locaties langs de A10 west in te vullen.

Economisch Beleidsprogramma Op de korte termijn staat het stadsdeel voor de volgende opgave: Programma Economisch beleid korte termijn (2004 -2006) Herstructureren Landlust onderhoud en beheer van Landlust (aandachtspunten openbare ruimte, handhaving verkeerscirculatie en parkeren); onderzoeken van mogelijkheden voor uitbreiding kleinschalige bedrijfsruimte; bij wijziging van het bestemmingplan de functie bedrijfsruimte behouden; kantoorruimte, woningbouwvestiging, leisurebedrijven en PDV niet toelaten. VERVOLG Re)vitaliseren van winkel gebieden doorgaan met (re)vitaliseren van de winkelgebieden; aandacht voor het functioneren van bestaande winkelgebieden. Kleinschalige bedrijfsruimte substantiële hoeveelheid kleinschalige bedrijfsruimte opnemen in vernieuwingsplannen; (her)ontwikkelen van plinten vanuit het ISV; onderzoeken van mogelijkheden om betaalbare kleinschalige bedrijfsruimte te behouden in het stadsdeel . onderzoeken mogelijkheden om in de toekomst bedrijfsverzamelgebouw/ kleinschalige bedrijfsruimte te ontwikkelen in samenwerking met marktpartijen ; uitvoeren pilot kleinschalige bedrijfsruimte i.s.m. Bureau Parkstad, Economische Zaken/Gemeente Amsterdam, consortia (betaalbare bedrijfsruimte in nieuwbouw) Toerisme en hotelbeleid uitvoeren project Pnielkerk; Economische pijlers vernieuwingsplannen uitvoeren en uitwerken van de economische pijlers.

_____________________________________________________________________________ 12

Kadernota Economisch Beleid Nieuwe locaties onderzoeken (in samenwerking met marktpartijen) in hoeverre op nieuwe locaties in Bos en Lommer economische functies gecreëerd kunnen worden (A10 tracé). Behoud van werkgelegenheid aanpak ontwikkelen om door vernieuwingsoperaties bedreigde kleinschalige bedrijvigheid te behouden. Bestemmingsplannen bij actualisatie van bestemmingsplannen zorgen voor voldoende ruimte/ uitbreidingsmogelijkheden voor economische functies; per gebied bekijken of flexibiliteit wenselijk of onwenselijk is. bij flexibilisering op plaatsen waar een verhoogd risico bestaat dat bedrijfsruimten eenzijdig worden omgezet naar woonruimte - de bedrijfsbestemming handhaven Urban-programma / gebruikmaken van bestaande fondsen Urban-programma uitvoeren; optimaal benutten fondsen voor ontwikkeling econ. pijlers vernieuwingsprojecten, projecten om werkgelegenheid te bevorderen en ondernemersklimaat te verstevigen.

Op de lange termijn staat het stadsdeel voor de volgende opgave:

Programma economisch beleid lange termijn (na 2006) Herstructureren Landlust plannen ontwikkelen voor het revitaliseren van Landlust (gericht op behoud en uitbreiding van kleinschalige bedrijvigheid; duurzaamheid); uitvoering van herstructureringsprogramma’s voor Landlust; bij wijziging van het bestemmingplan de functie bedrijfsruimte behouden; kantoorruimte, woningbouw, vestiging leisurebedrijven en perifere detailhandelsvestigingen niet toelaten. Re)vitaliseren van winkel gebieden doorgaan met (re)vitaliseren van de winkelgebieden; aandacht voor het functioneren van bestaande winkelgebieden: detailhandelsbeleid Jan van Galenstraat afstemmen met het beleid van De Baarsjes. Kleinschalige bedrijfsruimte in (stedelijke vernieuwings) plannen een substantiële hoeveelheid kleinschalige bedrijfsruimte opnemen; (her)ontwikkelen van plinten vanuit het ISV; ontwikkelen bedrijfsverzamelgebouw in samenwerking met marktpartijen (nota Lokaal Arbeidsmarktbeleid);

_____________________________________________________________________________ 13

Kadernota Economisch Beleid uitvoeren van de aanpak om bedreigde kleinschalige bedrijfsruimte behouden en nieuwe bedrijfsruimte (terug) te bouwen)). Toerisme en hotelbeleid onderzoek naar locaties voor hotels; onderzoek naar locaties voor (niet grootschalige) leisurebedrijven. Economische pijlers vernieuwingsplannen uitvoeren van de economische pijlers. Nieuwe locaties planontwikkeling – en uitvoering (in samenwerking met marktpartijen) voor economische functies op nieuwe locaties; Behoud van werkgelegenheid uitvoeren van de aanpak om kleinschalige bedrijvigheid (ondernemingen) die bedreigd wordt door sloop/nieuwbouw te behouden. Bestemmingsplannen bij actualisatie van bestemmingsplannen zorgen voor voldoende ruimte/ uitbreidingsmogelijkheden voor economische functies; per gebied bekijken of flexibiliteit wenselijk of onwenselijk is. bij flexibilisering op plaatsen waar een verhoogd risico bestaat dat bedrijfsruimten eenzijdig worden omgezet naar woonruimte - de bedrijfsbestemming handhaven Dienstverlening aan ondernemers website voor ondernemers ontwikkelen; dienstverlening aan ondernemers optimaliseren(zo mogelijk volgens de aanbevelingen uit de benchmark ondernemersklimaat stadsdelen).

Uitgewerkt in vierkante meters is het economische beleidsprogramma als volgt.

Overzicht economische functies in vierkante meters Projecten VP Kolenkitbuurt - kantoren/bedrijfsruimte/centrumfuncties VP Sportparkstad - commerciële/sportgerelateerde functies - kantoren/bedrijfsruimte/commerciële voorzieningen - detailhandel/horeca VP Admiraal de Ruijterweg - behoud en realisatie bedrijfsruimte VP Bos en Lommerplein e.o. - winkels/realisatie nieuw winkelcentrum - kantoren/bedrijfsruimte/centrumfuncties - verplaatsing en opwaardering warenmarkt Broedplaats voor kunstenaars (locatie voormalige HTS) Multicultureel podium/ ateliers en bedrijfsruimte (voormalige Pniëlkerk) Behoud kleinschalige bedrijfs/kantoorruimte in de wijk Aantal m2 8.750 m2 bvo 12.700 m2 bvo 7.800 m2 bvo 2.300 m2 bvo 1.600 m2 15.000 m2 23.500 m2 2.700 m2 1.547 m2 P.M.

_____________________________________________________________________________ 14

Kadernota Economisch Beleid

Realisatie bedrijvencentrum

P.M.

_____________________________________________________________________________ 15

Kadernota Economisch Beleid

_____________________________________________________________________________ 16

Kadernota Economisch Beleid

DEEL 1 ECONOMISCH BELEID BOS EN LOMMER

_____________________________________________________________________________ 17

Kadernota Economisch Beleid

_____________________________________________________________________________ 18

Kadernota Economisch Beleid

Inleiding
Deze nota schetst het kader voor het economisch beleid van het stadsdeel Bos en Lommer voor de bestuursperiode 2004-2006 en geeft een doorkijk naar de periode erna. Ter voorbereiding van deze nota is ondermeer gesproken met Economische Zaken/Gemeente Amsterdam, bureau Parkstad, de Kamer van Koophandel en de klankbordgroep van ondernemers in Bos en Lommer. Doel en aanleiding van de nota Het doel van de nota is te dienen als toetsingskader voor ontwikkelingen en planvorming die het economisch beleid raken in Bos en Lommer. De nota schetst de hoofdlijnen van het economisch beleid van het stadsdeel. Daarnaast geeft de nota aan welke richting de komende jaren gewenst voor de economische ontwikkelingen in Bos en Lommer. Het stadsdeelbestuur wil met deze nota de maatschappelijke partners uitnodigen om gemeenschappelijk vorm te geven aan de verdere uitwerking en uitvoering van het economisch beleid. In de nota wordt een aantal doelstellingen – die voortvloeien uit stedelijke en stadsdeelkaders – uitgewerkt in economisch stadsdeelbeleid. Een van de doelstellingen is om een economische structuurvisie voor Bos en Lommer te ontwikkelen als onderdeel van de te ontwikkelen toekomstvisie voor Bos en Lommer voor de komende 10 tot 15 jaar. In voorliggende nota zal hiervoor een eerste aanzet worden gegeven. Een belangrijke locatie in de structuurvisie is de A10 west. Dit is een geschikte plek voor menging van functies waarbij economische functies zeker niet mogen ontbreken. De achtergrond voor de totstandkoming van deze kadernota wordt gevormd door de groeiende behoefte binnen het bestuur om de activiteiten op het economisch beleidsterrein richting te geven. Het bestuur wil deze positioneren binnen het geheel aan andere activiteiten van het stadsdeel, de andere stadsdelen en de centrale gemeentelijke overheid. Ook het lokale bedrijfsleven verwacht in toenemende mate dat het stadsdeel een eigen economisch beleid ontwikkelt dat rekening houdt met hun specifieke knelpunten en wensen. Daarbij komt het bevorderen van de lokale economie steeds hoger op de politieke agenda van het stadsdeel te staan. De rol van de gemeentelijke overheid en de stadsdelen op het terrein van de economie is begrensd. Volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten is deze vooral voorwaardenscheppend, faciliterend, initiërend en bijsturend. De overheid (gemeente, stadsdeel) kan geen directe invloed uitoefenen op het functioneren van de economie in de stad of het stadsdeel. Markt, ondernemers en macro-economische processen blijven daarvoor de belangrijkste bepalende factoren.

Missie De missie van het economische beleid van het stadsdeel is om economische bedrijvigheid te stimuleren. Het stadsdeel wil hiermee een bijdrage leveren om de

_____________________________________________________________________________ 19

Kadernota Economisch Beleid werkgelegenheid te vergroten en een duurzame 3 stedelijke samenleving te bevorderen. Bedrijven/ondernemers dienen zich welkom en thuis te voelen in Bos en Lommer. Daarnaast moeten er in het stadsdeel voor startende en doorgroeiende bedrijven goede vestigingsmogelijkheden (blijven) bestaan. Het stadsdeel stimuleert het vestigingsklimaat en de vestigingsmogelijkheden voor bedrijven waarmee de werkgelegenheid wordt bevorderd. Daarnaast verleent zij diensten aan bedrijven die zich in het stadsdeel vestigen of er een andere locatie zoeken. Bos en Lommer richt zich op het aantrekken van nieuwe bedrijven in het stadsdeel, het behouden van bestaande bedrijven en werkgelegenheid en op het onderhouden van het relatienetwerk met het gevestigde bedrijfsleven. Het economisch beleid van het stadsdeel opereert binnen de kaders die zijn vastgelegd in het Bestuursakkoord Centrale Stad – Stadsdelen 2002-2006. Omdat economisch beleid vaak stadsdeeloverstijgend is het van belang daarbij een juiste balans te vinden tussen de economische belangen stadsbreed en op het niveau van het stadsdeel. De reikwijdte van het lokale economisch beleid (zowel op het niveau van de gemeente als op stadsdeelniveau) en daarmee de samenhang met andere beleidsterreinen neemt steeds verder toe. Bovendien wordt er bij de ontwikkeling en uitvoering hiervan meer en meer overlegt en samengewerkt met andere partijen. Het lokale economische beleid krijgt steeds meer een integraal karakter. Om dit beleid goed aan te laten sluiten bij specifieke omstandigheden in bepaalde wijken is de gebiedgerichte aanpak in opkomst. Voor de ontwikkeling van het economisch beleid betekent een gebiedgerichte aanpak dat sociaal-economische analyses ook op het niveau van deelgebieden moeten worden uitgevoerd. De aanwezigheid van ondernemerschap en bedrijvigheid in woongebieden als Bos en Lommer is met name van belang omdat (zij):  een broedplaatsfunctie hebben voor nieuwe bedrijven;  een bron van nieuwe arbeidsplaatsen en behoud van bestaande arbeidsplaatsen zijn;  door functiemenging levendigheid in de wijk brengen en bijdragen bij aan de leefbaarheid van de wijk;  functiemenging vanuit economisch perspectief een waardevolle bijdrage aan de stedelijke economie levert;  een bijdrage leveren aan het oplossen van achterstandsituaties;  tegemoet komen aan behoeften van consumenten (bewoners, bezoekers van de wijk, werkenden in de wijk).

In verband met de hiervoor genoemde functies van ondernemerschap en bedrijvigheid en om deze te kunnen ontwikkelen dient economie een belangrijk onderdeel te vormen van de planvorming voor en planuitvoering van de stedelijke vernieuwing. Uitgangpunt daarbij is dat Bos en Lommer vooral een woonfunctie heeft en dat bedrijvigheid goed dient te combineren met die woonfunctie. Een belangrijk aandachtspunt is mogelijke hinder die bedrijven kunnen veroorzaken, bijvoorbeeld door geluidsoverlast of verkeersbewegingen. Niet elk bedrijf hoort in een woonwijk. In een woonwijk passen vooral – al dan niet geclusterde - kleinschalige
3

Duurzaamheid in brede zin met aspecten als: duurzaam bouwen, duurzaam energiegebruik, duurzame mobiliteit e.d. volgens de definities van de NOVEM.

_____________________________________________________________________________ 20

Kadernota Economisch Beleid bedrijven. Op bedrijfsterreinen, vrijstaande locaties langs de randen van de wijken en langs de A10 is ruimte voor meer grootschalige ontwikkelingen. Leeswijzer Deze nota bestaat uit twee delen. Het eerste deel gaat over het economisch beleid van Bos en Lommer en de opgaven waar Bos en Lommer de komende jaren voor staat. In het tweede deel worden de achterliggende kaders en achtergronden beschreven. Deel 1 is als volgt opgezet. In hoofdstuk 1 worden de algemene kaders beschreven van het economisch stadsdeelbeleid en de doelstellingen van dit beleid. Ook de instrumenten die ter beschikking staan, komen in dit hoofdstuk aan de orde. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van het economische beleid van het stadsdeel voor de detailhandel, het bedrijventerrein Landlust en de kleinschalige bedrijvigheid. Hoofdstuk 3 gaat in op de wijze waarop het economisch beleid is geïmplementeerd. Eerst komt de gebiedsgerichte aanpak aan de orde in de vorm van de economische pijlers van de vier vernieuwingsgebieden (Admiraal de Ruijtergebied, Bos en Lommerplein en omgeving, Kolenkitbuurt, Sportparkstad). Daarna volgt een beschrijving van de wijze waarop Bos en Lommer het relatiebeheer van ondernemers vorm geeft. In hoofdstuk 4 is het programma te vinden voor het economische beleid op de korte (de huidige bestuursperiode) en op de lange termijn. Het laatste hoofdstuk van deel 1 geeft een beschrijving van de financiën van het economische beleid. Deel 2 van de nota ziet er als volgt uit. In hoofdstuk I wordt een schets gegeven van de economie en de werkgelegenheid in Bos en Lommer. Hoofdstuk II biedt een samenvatting van de belangrijkste centrale en wettelijke beleidskaders voor het economisch beleid en de implicatie die ze hebben voor het beleid van het stadsdeel. Hoofdstuk III geeft een terugblik op het economisch beleid van Bos en Lommer in de afgelopen jaren. Hoofdstuk IV schetst de rol van Economische Zaken binnen de stadsdeelorganisatie. Het laatste hoofdstuk gaat over de financiën. Bos en Lommer neemt deel aan het samenwerkingsverband van de vier stadsdelen in west binnen de ring in het Europese Urban2 programma. Het programma heeft een looptijd van 2001-2006 en is bedoeld om de economische en sociale ontwikkeling in het gebied een extra impuls te geven. In het kader van dit programma wordt een aantal projecten ontwikkeld die in de verschillende hoofdstukken aan de orde zullen komen. In de bijlagen is achtergrondinformatie te vinden over ondermeer de geraadpleegde beleidsnotities/literatuur, het Urban2 programma, de vestigingsmilieutypen in Bos en Lommer en de Benchmark Gemeentelijk Ondernemersklimaat. Daarnaast zijn er enige kaarten (o.a. van het Urban programma gebied) en statistische informatie over het bedrijfsleven in Bos en Lommer opgenomen.

_____________________________________________________________________________ 21

Kadernota Economisch Beleid

1. Kaders en doelstellingen economisch beleid
De taken van het stadsdeel op het terrein van het economische beleid en de beleidsvrijheid daarbij worden bepaald door een aantal kaders. De belangrijkste wettelijke kaders zijn de verordening op de stadsdelen en het structuurplan voor Amsterdam. Daarnaast geven de bestuursovereenkomst tussen de centrale stad en de stadsdelen, de nota stedelijke vernieuwing, de nieuwe beleidsnota HERMEZ van Economische Zaken/Gemeente Amsterdam, en de kaders van het Grotestedenbeleid de voornaamste contouren aan voor het economische stadsdeelbeleid. Omdat het gebied van Bos en Lommer buiten de ring (Kolenkitbuurt en Jan van Galensportpark) binnen Parkstad valt is voor dit deel ook het beleid van Parkstad kaderstellend. De inhoud van de genoemde kaders wordt in deel 2 van deze nota verder uitgewerkt. Zij bieden belangrijke aanknopingspunten voor het economisch beleid van het stadsdeel en dienen als uitgangspunt voor de vaststelling en uitvoering van dit beleid. De bevoegdheden van de stadsdelen zijn vastgelegd in de verordening op de stadsdelen. Het gemeentebestuur heeft een groot deel van haar bevoegdheden overgedragen aan de stadsdelen en heeft dit geregeld in de genoemde verordening op de stadsdelen. Voor het economisch beleid betekent dit dat stadsdelen op bijna alle punten van dit beleid bevoegd zijn - binnen de ruimtelijke kaders van het structuurplan - behalve op aspecten die betrekking hebben op (onderdelen van) het grondbeleid en het marktwezen. Grondbeleid is overigens een van de belangrijkste instrumenten om de doelstellingen van het economisch (stadsdeel) beleid te kunnen realiseren. Naast wettelijke en stedelijke kaders zijn er kaders op het niveau van het stadsdeel: het raadsakkoord 2002-2006 en de nota Ruimtelijk Economische Structuur Bos en Lommer. Een derde kader wordt gevormd door de kadernota Lokaal Arbeidsmarktbeleid die recent is vastgesteld door de stadsdeelraad. Voorliggend hoofdstuk geeft achtereenvolgens een beschrijving van de stedelijke en stadsdeelkaders voor het economisch beleid, de doelstellingen van het economisch stadsdeelbeleid die voortvloeien uit de stedelijke en stadsdeelkaders en het instrumentarium dat ter beschikking staat om deze doelstellingen te realiseren.

1.1. Stedelijke kaders economisch beleid
De gemeenteraad van Amsterdam heeft beleid vastgesteld op diverse ruimtelijke en economische terreinen (zie deel 2 van deze nota) De stadsdelen hebben een taak in het uitvoeren van dit beleid (volgens de verordening op de stadsdelen). De taakverdeling tussen Economische Zaken centraal (centrale stad) en Economische Zaken decentraal (stadsdelen) is vastgelegd in het Bestuursakkoord Centrale Stad – Stadsdelen 2002-2006. Omdat economisch beleid vaak stadsdeeloverstijgend is kan Economische Zaken decentraal (in de stadsdelen) worden beschouwd als een vooruitgeschoven post van Economische Zaken centraal en heeft daarbij een belangrijke rol bij het vinden van een balans tussen de economische belangen stadsbreed en op het niveau van het stadsdeel. Verder ziet Economische Zaken decentraal er op toe dat het

_____________________________________________________________________________ 22

Kadernota Economisch Beleid stadsdeelbeleid niet ingaat tegen de (wettelijke) kaders voor het economische (structuur)beleid van de centrale stad. Recent is het nieuwe economische beleid vastgesteld door B&W (HERMEZ). Voor het stadsdeel ligt met name een taak op de beleidsterreinen detailhandel, kleinschalige bedrijfsruimte, bedrijventerreinen en toerisme/hotelbeleid. Voor de stadsdelen zijn de volgende speerpunten vastgesteld:. Speerpunten stadsdeel volgens het bestuursakkoord Herstructureren bedrijfsterreinen  plannen ontwikkelen voor te herstructureren bedrijventerreinen  uitvoering van herstructureringsprogramma’s  verantwoordelijk voor onderhoud en beheer van bedrijventerreinen Re)vitaliseren van winkel gebieden  doorgaan met (re)vitaliseren van winkelgebieden Kleinschalige bedrijfsruimte  in (stedelijke vernieuwings) plannen een substantiële hoeveelheid kleinschalige bedrijfsruimte opnemen  afstemming over de projecten die worden uitgevoerd op het gebied van kleinschalige bedrijfsruimte. Hierbij zal aandacht worden gegeven aan kwaliteitsaspecten met een meerwaarde voor de woonbuurten; zoals uitstraling en bezettingsgraad  (her)ontwikkelen van plinten vanuit het ISV Toerisme en hotelbeleid (optioneel)  extra verblijfsbezoek aan de stad; spreiding in tijd en spreiding over de verschillende stadsdelen

1.2. Stadsdeelkaders economisch beleid
Binnen de wettelijke kaders en de stedelijke afspraken hebben stadsdelen een zekere beleidsvrijheid om een eigen economisch beleid op te stellen en uit te voeren. Het raadsakkoord biedt hiervoor een aantal belangrijke aanknopingspunten.

In het raadsakkoord staan voor het economische beleid van de komende jaren de volgende opgaven: Raadsakkoord 2002 – 2006 Beoogde resultaten Instrumenten/activiteiten

_____________________________________________________________________________ 23

Kadernota Economisch Beleid Bos en Lommer kent detailhandel en andere bedrijvigheid waar het stadsdeel trots op kan zijn. De winkels en bedrijven zijn divers en hebben een hoge kwaliteit en een goede uitstraling  samenhangend pakket aan maatregelen opstellen om tot een goede vestigingsklimaat te komen (bijvoorbeeld: gerichte subsidiëring, brancheren, stimuleren van een goed gebruik van de winkelplinten) broedplaatsbeleid

Een ander stadsdeelkader wordt gevormd door de in 1995 vastgestelde nota Ruimtelijk Economische Structuur Bos en Lommer (RES). In paragraaf 2.1. wordt uitgebreid stilgestaan bij deze RES. Een derde kader is de in het najaar van 2003 vastgestelde nota Lokaal Arbeidsmarktbeleid. Deze nota beveelt aan om werkgelegenheid voor het stadsdeel te behouden en daarom binnen het economisch beleid aandacht te schenken aan de opkomst en het behoud van het ondernemerschap in Bos en Lommer (behoud van werkgelegenheid) door bestaande, kleine, relatief goedkope bedrijfsruimten te behouden. In deze panden kunnen startende ondernemers een bedrijf beginnen. Juist aan dit ontkiemende kleinschalige bedrijfsleven in de wijken dient ruimte te worden geboden. Naast behoud van bedrijfsruimte dient ook aandacht besteed te worden aan het ontwikkelen van bedrijfsverzamelgebouwen (met kleine, betaalbare units) in samenwerking met marktpartijen. Ook dient het stadsdeel een aanpak te ontwikkelen om ondernemers – waarvan de continuïteit bedreigd wordt door de stedelijke vernieuwingsplannen (door sloop van hun bedrijfsruimte) – zoveel mogelijk te ondersteunen en hen te helpen om de vernieuwingsoperatie te overleven waardoor werkgelegenheid wordt behouden voor het stadsdeel. De aanbevelingen uit de nota Lokaal Arbeidsmarktbeleid worden in voorliggende nota verder uitgewerkt.

_____________________________________________________________________________ 24

Kadernota Economisch Beleid

1.3. Doelstellingen economisch beleid
Uit de stedelijke en stadsdeelkaders vloeien de volgende doelstellingen voor het economisch stadsdeelbeleid voort: 1. kleinschalige bedrijfsruimte behouden en realiseren; 2. winkelgebieden/detailhandel (re)vitaliseren om de sociaal economische structuur te verbeteren; 3. een gebiedsgerichte aanpak in de transformatie en vernieuwingsgebieden om het ondernemersklimaat te verbeteren en de werkgelegenheid te stimuleren; 4. bedrijventerrein Landlust behouden voor bedrijfsbestemmingen en herstructureren van het terrein; 5. bedrijven (werkgelegenheid) behouden in Bos en Lommer; nieuwe bedrijven naar Bos en Lommer trekken (relatiebeheer en accountmanagement); bedrijven (werkgelegenheid) behouden in Bos en Lommer; 6. toerisme en hotellocaties ontwikkelen; 7. ontwikkelen van nieuwe locaties voor economische functies in Bos en Lommer. Beleidsvoorbereiding/advisering en relatiebeheer en accountmanagement vormen hierbij belangrijke instrumenten. Uitgangspunten bij doelstelling 1 Er is een groot tekort aan kleinschalige bedrijfsruimte in Amsterdam. De hierna beschreven flexibilisering van bestemmingsplannen kan een bijdrage leveren om het tekort terug te dringen. Tevens wenst Bos en Lommer naast behoud van bedrijfsruimte ook nieuwe mogelijkheden om bedrijfsruimte uit te breiden (bijvoorbeeld via de realisatie van bedrijfsverzamelgebouwen). Het gaat daarbij om betrekkelijk kleine units tegen betaalbare huren. Ruimere vestigingsmogelijkheden voor starters en verzorgende functies voor stad en stadsdeel hebben daarbij prioriteit. Bij de uitwerking van de economische pijlers van de stedelijke vernieuwingsplannen dienen uitbreidingmogelijkheden voor kleinschalige bedrijfsruimte uitgangspunt te zijn. Bestemmingsplannen regelen de functie van locaties. Op dit moment is het grootste deel van Bos en Lommer planologisch geregeld in bestemmingsplan Bos en LommerOost. In dit plan is functiewisseling tussen wonen en werken mogelijk (met uitzondering van de winkelstraten). Voor het nieuwe bestemmingsplan Admiraal de Ruijterweg is ingezet op concentratie van bedrijvigheid. Hierbij is functiewisseling tussen wonen en werken niet mogelijk. Het stadsdeel is bezig om alle bestemmingsplannen in Bos en Lommer te actualiseren. Om te zorgen voor voldoende ruimte en (zo mogelijk) uitbreidingsmogelijkheden voor economische functies (met name kleinschalige bedrijfsruimte) is het de inzet van het stadsdeel om per gebied te bekijken of flexibiliteit wenselijk of onwenselijk is. Bij flexibele bestemmingsplannen is functiewisseling tussen wonen en werken mogelijk. Belangrijk is dat - bij flexibilisering op plaatsen waar een verhoogd risico bestaat dat bedrijfsruimten eenzijdig worden omgezet naar woonruimte - de bedrijfsbestemming gehandhaafd blijft. Bij de wijziging van bestemmingsplannen in het stadsdeel is deze aanpak uitgangspunt. Dit betekent ook dat bij verzoeken van derden om bedrijfsruimte om te mogen omvormen tot woonruimte hiervoor geen toestemming wordt gegeven (voorzover het bestemmingsplan dit laatste toestaat).

_____________________________________________________________________________ 25

Kadernota Economisch Beleid

Voor het bedrijventerrein Landlust en het Kantorenpark Molenwerf zullen bij wijziging van de bestemmingsplannen behoud en mogelijkheden van economische functies uitgangspunt zijn. Woonfuncties en andere functies - die het voortbestaan van deze terreinen bedreigen - zullen (in ieder geval tot 2020) niet worden toegelaten (zie ook bij doelstelling 4). In 2004 wordt een pilot kleinschalige bedrijfsruimte opgestart. Uitgangspunten bij doelstelling 2 Het belangrijkste speerpunt binnen het detailhandelsbeleid is vestiging van het nieuwe winkelcentrum en verplaatsing en vernieuwing van de markt. Daarbij blijft het beleid zoals vastgelegd in de nota Ruimtelijk Economische Structuur in Bos en Lommer uitgangspunt (1995). Dit betekent dat in de gebieden buiten de winkelconcentratiegebieden (op sloop – nieuwbouw na) in principe een beleid is van nietingrijpen. In het verlengde van de vestiging van het nieuwe winkelcentrum dient een aanpak ontwikkeld te worden voor het winkelgebied aan de randen van het winkelconcentratiegebied. Een deel van de Jan van Galenstraat behoort tot het winkelconcentratiegebied van Bos en Lommer. Toekomstige plannen voor dit gebied dienen aan te haken bij het detailhandelsbeleid van stadsdeel De Baarsjes. Bij de planontwikkeling voor Sportparkstad is het uitgangspunt dat de winkels in Sportparkstad niet concurrerend zijn met het winkelhart op het Bos en Lommerplein. Bij de uitwerking dient rekening gehouden te worden met de ontwikkelingen in het aanpalende stadsdeel Geuzenveld. Bij sloop/nieuwbouwplannen voor woonblokken met in de plinten detailhandel (en consumentgerichte dienstverlening) dient een aanpak ontwikkeld te worden om de bestaande werkgelegenheid zo veel mogelijk te behouden voor het stadsdeel. Uitgangspunten bij doelstelling 3 In de transformatie en vernieuwingsgebieden dient een gebiedsgerichte aanpak ingezet te worden om het ondernemersklimaat te verbeteren en de werkgelegenheid te stimuleren. Kernpunten daarbij zijn:  menging wonen-werken door realisatie en behoud van (kleinschalige) kantooren bedrijfsruimte in woongebieden;  bedrijfsruimte voor startende ondernemers (bijvoorbeeld bedrijfsverzamelgebouwen);  revitaliseren en behoud van verouderde bedrijventerreinen;  verbeteren bereikbaarheid economische functies. Bij het plannen van economische functies is de overheid afhankelijk van de markt, die zeker op dit moment lastig te voorspellen is. Bij de stedenbouwkundige en programmatische opzet is ruimte om in de tijd te faseren daarom van belang. Uitgangspunten bij doelstelling 4 Voor het binnenstedelijke bedrijventerrein Landlust is het uitgangspunt behoud en intensivering (in ieder geval tot 2010). Dit betekent dat op dit terrein functies als wonen en kantoren tegen het locatiebeleid ingaan. Deze dienen daarom niet toegelaten te worden. Dit geldt ook voor perifere detailhandelsvestigingen (PDV) en

_____________________________________________________________________________ 26

Kadernota Economisch Beleid leisurebedrijven. Bij wijziging van het bestemmingsplan voor Landlust worden deze uitgangspunten gehanteerd. Leisurebedrijven (bv. partycentra) op binnenstedelijke bedrijventerreinen zijn vaak in strijd met het locatiebeleid. Voor de grootschalige en perifere detailhandelsvestigingen is het gemeentelijke beleid kaderstellend dat een beperkt aantal traditionele branches zich buiten de bestaande winkelgebieden mag vestigingen. Hiervoor is een aantal (bedrijven)terreinen aangewezen (buiten Bos en Lommer). Uitgangspunten bij doelstelling 5 Om werkgelegenheid te behouden voor Bos en Lommer en nieuwe werkgelegenheid aan te trekken in Bos en Lommer wordt ingezet op:  realiseren van nieuwe kantoor-, bedrijfs- en winkelruimte in Bos en Lommer;  behoud van bestaande (kleinschalige) kantoor-, bedrijfs- en winkelruimte. Uitgangspunten bij doelstelling 6 Regelmatig komen er vragen uit de markt naar locaties voor nieuwe economische functies in het stadsdeel . Het gaat daarbij vooral om locaties voor leisurebedrijven. In Bos en Lommer is op dit moment geen aanbod op het gebied van leisurebedrijven zoals partycentra en feestzalen. Met name vanuit de kant van migranten is veel vraag naar locaties voor feestzalen (voor huwelijken e,d,). Deze vragen uit de markt bieden kansen voor de economie en werkgelegenheid in Bos en Lommer. Hiervoor dient stadsdeelbeleid ontwikkeld te worden waarbij nagegaan wordt of dergelijke functies gewenst zijn in Bos en Lommer en of er mogelijke locaties voor aangewezen kunnen aangewezen. Zoals eerder is aangegeven, is het bedrijventerrein Landlust hiervoor geen geschikte locatie. Dit gebiedt blijft gereserveerd voor bedrijvigheid. Leisurefuncties passen hier niet. Een andere kans voor het stadsdeel ligt in de toeristische sector. Uit de evaluatie van het hotelbeleid door Economische Zaken/Gemeente Amsterdam is gebleken dat er een groot tekort is aan 3 en 4 sterren hotels in de regio. Hiervoor zijn ca. 2700 extra kamers nodig. De ligging van Bos en Lommer aan de A10 en vlakbij Sloterdijk met veel vestigingen van op internationaal niveau werkzame bedrijven maken het stadsdeel tot een geschikte locatie voor een hotel. De korte reistijd naar Schiphol, de goede bereikbaarheid per auto en openbaar vervoer zijn aspecten die hieraan bijdragen. Hotels bieden vooral ook werkgelegenheid voor lager opgeleiden. Omdat Bos en Lommer veel werkzoekenden en lager opgeleiden kent, dient hiervoor stadsdeelbeleid ontwikkeld te worden en dienen mogelijke locaties aangewezen te worden. Een toeristische locatie die op dit moment ontwikkeld wordt in het kader van het Urban2 programma is de omvorming van de Pnielkerk aan de Bos en Lommerweg tot multicultureel podium. Verder wordt onderzocht of het Entreegebied tot de Admiraal de Ruijterweg mogelijk een geschikte locatie voor een hotel is. Zie ook bij doelstelling 7; de punten 6 en 7 hebben een nauwe samenhang. Uitgangspunten bij doelstelling 7

_____________________________________________________________________________ 27

Kadernota Economisch Beleid Om het stadsdeel ook in de toekomst aantrekkelijk te houden voor bedrijven/ondernemers en werkgelegenheid aan te trekken, dienen nieuwe locaties voor economische functies ontwikkeld te worden. In Bos en Lommer ontbreekt vooralsnog een economische structuurvisie als onderdeel van een totale toekomstvisie voor Bos en Lommer voor de komende tien tot vijftien jaar. Voorliggende nota biedt een eerste aanzet voor deze structuurvisie die in samenhang met de toekomstvisie voor Bos en Lommer ontwikkeld zal worden. Een structuurvisie biedt een belangrijk handvat om op de juiste manier met vragen uit de markt om te kunnen gaan en voorkomt dat er kansen blijven liggen Op de kortere en langere termijn komen er diverse locaties vrij in Bos en Lommer waarvoor een nieuwe invulling gezocht zal moeten worden. Het gaat hierbij met name om locaties langs de A10 maar ook om de gebieden elders in het stadsdeel. Onderzocht dient te worden in hoeverre op deze locaties in de toekomst samen met marktpartijen economische functies gecreëerd kunnen worden (en of deze gewenst zijn). In de planvorming voor nieuwe locaties in Bos en Lommer mogen economische functies niet vergeten worden. De werkgelegenheid en het leefklimaat in Bos en Lommer zullen door toevoeging van economische functies duidelijk verbeteren. Daarbij vormt functiemenging een uitdrukkelijk uitgangspunt van gemeente en stadsdeel Gezien de huidige conjuncturele situatie kan investeren in economische functies ongunstig lijken. Op termijn zal de markt weer aantrekken. Daarom zouden locaties gereserveerd moeten worden voor economische bestemmingen die pas in de toekomst gerealiseerd kunnen worden. Het is overigens beleid van de gemeente Amsterdam om anticyclisch ( tegen de markt in) te investeren. Om op termijn locaties te behouden voor economische functies is het een oplossing om economische projecten naar achteren te schuiven in de tijd of van functie te laten wisselen (b.v. kleinschalige bedrijvigheid in plaats van kantoren). De A10-west: de West-as Een belangrijke locatie in de structuurvisie is de A10 west (de zogenaamde West-as) . De A10 west is een geschikte plek voor menging van functies waarbij economische functies zeker niet mogen ontbreken. Het is een gemiste kans als langs de A10 alleen woningen worden gebouwd. De A10west is een unieke locatie in Nederland, omdat dit een van de weinige plekken is met zichtlocaties (voor economische functies) langs een autoweg in een stedelijk gebied. Bedrijven willen zich graag vestigen op een dergelijke locatie. Omdat de A10 west door en langs een aantal stadsdelen (waaronder Bos en Lommer) loopt dient hiervoor in gezamenlijkheid met andere partijen een visie te worden ontwikkeld. In samenwerking met marktpartijen, de andere stadsdelen langs de A10, bureau Parkstad en de centrale diensten van de gemeente dient nader onderzocht te worden hoe toekomstige locaties langs de A10 west in te vullen. Aan de werkgroep Bedrijfslocaties van de gemeente Amsterdam kan advies gevraagd worden. Gezien de huidige overcapaciteit aan grootschalige kantoorruimten en de recessie ligt het niet voor de hand om op de locaties langs de A10 op de kortere termijn (binnen tien jaar) grootschalige kantoorruimte te ontwikkelen. Op de langere termijn is het A10-trace echter een geschikte locatie voor kantoren. Als de westelijke randweg klaar is krijgt de A10 west naar verwachting het karakter van een

_____________________________________________________________________________ 28

Kadernota Economisch Beleid stadsstraat (met maximum snelheid 80 km). Gebouwen kunnen dan ook aan de kant van de A10 ontsloten worden waarmee de aantrekkelijkheid voor het bedrijfsleven van vestiging in deze gebouwen toeneemt. Een stadsstraat is een straat met aan weerszijde bebouwing en een begane grond geschikt voor verschillende functies (zowel wonen als werken). Er is een bundeling van activiteiten: werken, wonen, openbaar vervoer en verkeer. Een A10-locatie waar al langere tijd nagedacht wordt over een mogelijk invulling is het Peristylium onder de snelweg. In de nota “Kantoren en bedrijven Westelijk Tuinsteden” van Inbo staat over het Peristylium dat een invulling met economische functies past bij het idee van intensief ruimtegebruik en het creëren van kleinschalige bedrijfsruimte (4600 m2). Wel zal het in de praktijk lastig zijn om onder de snelweg aantrekkelijke werkruimten te creëren en de sociale veiligheid te garanderen. Het is overigens nog niet bekend of de eigenaar van de A10 (het rijk) toestemming geeft voor een dergelijke ontwikkeling. Mogelijk kunnen kan de locatie Peristylium op termijn (ruimtelijk) verbonden worden met de locatie HTS en (economische) locaties aan de andere kant van de A10. Nu staat daar – in de zogenaamde Scholendriehoek - (nog) een school en een kantoorgebouw (Elsevier). De huidige gebruikers van deze gebouwen zullen over een aantal jaar vertrekken. De locatie van de beide Max Havelaarflats zou hierbij ook betrokken kunnen worden. Daarmee zou Bos en Lommer een aaneengesloten gebied kennen dat herontwikkeld kan worden voor economische functies. Dit zou een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan versterking van de werkgelegenheid in Bos en Lommer en verbeteren van de koopkracht in het stadsdeel. Het gaat hierbij ook vooral om bedrijvigheid die zich moeilijk laat mengen met woonfuncties (geluidshinder, overlast e.d.). Zoals eerder is geconstateerd is er een groot tekort in Amsterdam aan kleinschalige bedrijfsruimte . Andere mogelijke locaties langs de A10 voor economische functies op termijn zijn het Jan van Schaffelaarplantsoen (10.000 m2) en het Aquarium (het voormalige GAKgebouw aan de oostkant van de A10).

1.4. Instrumentarium economisch beleid
In de inleiding is al aangegeven dat de rol van het stadsdeel op het terrein van de economie begrensd is. Deze is vooral voorwaardenscheppend, faciliterend, initiërend en bijsturend. De instrumenten die ingezet kunnen worden om het economische beleid uit te voeren zijn de volgende:  subsidies;  planologisch instrumentarium ((bestemmingsplannen, stedelijke vernieuwingsplannen);  integraal beleid en visieontwikkeling (parkeerbeleid, beleid openbare ruimte, horecabeleid, economisch beleid, marktbeleid, verkeer, vervoersbeleid enz.);  relatiebeheer ondernemers;  overleg en samenwerking met ondernemers, bedrijfsleven, eigenaren onroerend goed, andere stadsdelen, centrale diensten;  interne en externe informatieverstrekking- en uitwisseling; samenwerking tussen sectoren;  beleidsadvisering en –voorbereiding. Het gemeentelijk economisch beleid vertoont – zoals aangegeven - meer en meer samenhang met andere beleidsterreinen. De instrumenten waarmee de locale

_____________________________________________________________________________ 29

Kadernota Economisch Beleid economie kan worden gestimuleerd, vallen vaak onder de verantwoordelijkheid van andere afdelingen dan economische zaken.

_____________________________________________________________________________ 30

Kadernota Economisch Beleid

2. Economisch beleid Bos en Lommer
In voorliggend hoofdstuk wordt het economische beleid van Bos en Lommer beschreven. Achtereenvolgens komt het beleid voor de detailhandel, het beleid voor kantoren- en bedrijfsterreinen en het beleid voor kleinschalige bedrijfsruimte aan de orde.

2.1. Beleid detailhandel
Nota Ruimtelijk Economische Structuur Bos en Lommer De structuur voor de detailhandel is vastgelegd in de in 1995 vastgestelde nota Ruimtelijk Economische Structuur Bos en Lommer (RES). In deze RES is het gebied (zie de bijlagen voor een kaartje van het gebied) rond het Bos en Lommerplein aan de oostkant van de A10 als winkelconcentratiegebied aangewezen en een deel van de Jan van Galenstraat. Het westelijk deel van de Bos en Lommer weg werd (evenals de Buskenblaserstraat) aangewezen als mogelijk concentratiegebied. De aanwijzing hiervan zou plaatshebben binnen een periode van circa twee jaar nadat de RES was vastgesteld. Een en ander werd wel afhankelijk gesteld van de planontwikkeling voor het Bos en Lommerplein. In de overige gebieden bestond een beleid van niet ingrijpen Het bestuur van Bos en Lommer is er nooit toe overgegaan om deze mogelijke concentratiegebieden ook als definitieve concentratiegebieden aan te wijzen. Dit hangt samen met de planvorming rond het Bos en Lommerplein die er toe heeft geleid dat de concentratie van de detailhandel plaatsvindt aan de oostkant van de A10. Nieuw winkelcentrum Zoals hiervoor is aangegeven, ligt het winkelconcentratiegebied van Bos en Lommer rond het Bos en Lommerplein en aan de Jan van Galenstraat. Het bestuur van Bos en Lommer heeft als detailhandelsstructuur gekozen voor de zogenaamde Kloppend Hart-structuur op het Bos en Lommerplein met als volgende uitgangspunten:  versterken marktpositie detailhandel door tegengaan ruimtelijke versnippering;  stimuleren van concentratie van de detailhandel op en rond het Bos en Lommerplein (aan de oostkant van de A10) (Kloppend Hart-structuur);  detailhandelsvoorzieningen elders in Bos en Lommer mogen niet concurreren met het nieuwe winkelcentrum op het Bos en Lommerplein;  voorzieningenniveau (dagelijkse levensbehoefte) in de buurten handhaven (op aanvaardbare afstand van de woning). Als redelijke afstand wordt in navolging van het structuurplan van de gemeente Amsterdam en de nota Detailhandel in Balans in principe 500 meter gehanteerd. Het stadsdeelbestuur heeft gekozen voor concentratie van detailhandel op en rond het nieuwe winkelcentrum om te komen tot een sterke en vitale detailhandel. Concentratie en goede branchering biedt de detailhandel in Bos en Lommer de beste overlevingskansen en zorgt voor een gevarieerd en afgestemd aanbod aan producten voor de bewoners van het stadsdeel. Het beleid van het stadsdeel is dat er op het Bos en Lommerplein een nieuw, sterk winkelhart komt voor Bos en Lommer en een goede
_____________________________________________________________________________ 31

Kadernota Economisch Beleid vestigingslocatie voor winkels met voldoende parkeerruimte. Dit beleid sluit aan bij het nieuwe bestuursakkoord tussen de centrale stad en de stadsdelen (2002-2006). Hierbij is (re)vitaliseren van winkelgebieden om de sociaal economische structuur te verbeteren een belangrijke opgave voor de stadsdelen. De achterliggende reden van het stadsdeelbestuur om een nieuw winkelhart te creëren is dat het winkelaanbod in Bos en Lommer op dit moment vooral op stadsdeelniveau functioneert. Dat wil zeggen dat de detailhandel zijn bestaansrecht ontleent aan koopkracht afkomstig uit het eigen stadsdeel. De huidige branchering is eenzijdig. Naast grootwinkelbedrijven en enkele franchisebedrijven zijn er in Bos en Lommer met name winkels van kleine zelfstandige ondernemers. Branches in de foodsector (bakkers, slagers en groentewinkels) zijn oververtegenwoordigd. Branches in de non-foodsector zijn voornamelijk gericht op huishoudelijke zaken. Bewoners zijn voor niet dagelijkse voorzieningen vooral aangewezen op andere stadsdelen en de binnenstad van Amsterdam. Een en ander betekent dat het nieuwe kloppende hart voor Bos en Lommer voornamelijk gericht zal zijn op het volgende kwaliteitsbeeld. Dit bestaat uit branches die tot nu toe niet of nauwelijks zijn vertegenwoordigd. Ook dienen er branches in een hoger marktsegment komen. Dit geeft meer diversiteit waardoor de consument prijsvergelijkend kan winkelen. Samen met de markt wordt daarmee bereikt dat er een daadwerkelijk kloppend hart ontstaat, waar de consumenten naast boodschappen doen, ook aantrekkelijk kan winkelen en verblijven. De verwachting is dat zich vooral ketens in het nieuwe winkelcentrum zullen vestigen. Zij kunnen de betrekkelijk hoge huren opbrengen. Ook vormen zij belangrijke trekkers voor het winkelend publiek. De aanwezigheid van trekkers bepaalt overigens in hoge mate het succes van een winkelcentrum. Gezien het hoge huurniveau van 200/300 per m2 zullen zich in het nieuwe winkelcentrum waarschijnlijk geen of slechts enkele (zelfstandige) speciaalzaken vestigen.

Ingrepen in de detailhandelstructuur De aanpak die Bos en Lommer tot nu toe heeft gehanteerd bij het beleid om de detailhandel te concentreren op en rond het Bos en Lommerplein is via indirecte sturing. Deze indirecte sturing heeft vooral plaatsgevonden op de ontwikkeling van het nieuwe winkelcentrum. In de overige gebieden (zoals de Bos en Lommerweg-west en de Jan van Galenstraat) is tot op heden gekozen voor een beleid van nietingrijpen (de markt zijn werk laten doen). Dit betekent dat de daar gevestigde detailhandel noch wordt afgeremd noch wordt gestimuleerd. Door sloop-nieuwbouw wordt in de Kolenkitbuurt en op de Hoofdweg/ Buskenblaserstraat wel direct ingegrepen. Er zijn drie alternatieven voor ondernemers die met sloop te maken krijgen (en aan elk alternatief hangt een ander prijskaartje voor de ondernemer afhankelijk van eventuele schadevergoedingen):  beëindigen van hun zaak;  gedwongen verhuizing naar een andere locatie;  terugkeren op dezelfde plek in een nieuwe duurdere winkelruimte (als deze ruimte al teruggebouwd wordt).

_____________________________________________________________________________ 32

Kadernota Economisch Beleid Gezien de kosten van de nieuwbouw – waarbij de huurprijzen vaak twee maal zo hoog zijn als in de huidige situatie - ligt het niet voor de hand dat de gevestigde ondernemers terug zullen komen in een nieuwbouwpand op de huidige locatie. Dit betekent dat een deel van de ondernemers hun bedrijf zal beëindigen en anderen gedwongen zullen moeten verhuizen naar een locatie elders. Een knelpunt hierbij voor de ondernemers is dat zij op een nieuwe locatie een nieuwe klantenkring zullen moeten opbouwen want de klanten “ verhuizen” meestal niet mee. In de Kolenkitbuurt worden in het kader van de stedelijke vernieuwing woonblokken gesloopt waarvan in de plint op dit moment winkels zijn gevestigd. Het past binnen het detailhandelsbeleid van het stadsdeel om hier geen nieuwe detailhandelruimten te creëren. Er dient overigens nog nader onderzocht te worden in hoeverre consumentgerichte bedrijvigheid en voorzieningen levensvatbare functies zijn voor deze locaties. Het huurniveau speelt hierbij een cruciale functie.

Bestaande winkelgebieden In 2004 wordt het nieuwe winkelcentrum op het Bos en Lommerplein opgeleverd. Dit zal mogelijk gevolgen met zich meebrengen voor de al bestaande winkelgebieden. Een deel van de bestaande winkels – zoals Blokker en het Kruitvat – zullen zich in het nieuwe winkelcentrum vestigen. De kleinere (meer marginaal draaiende) winkels in de oude winkelstrips zullen naar verwachting niet naar het winkelcentrum trekken, omdat zij de huur niet kunnen opbrengen. Voor dit type detailhandel ligt (blijvende) vestiging aan de randen van het winkelcentrum meer voor de hand. Het gaat daarbij vooral om de huidige winkels op de Bos en Lommerweg oost en op de Hoofdweg. Voor dit type detailhandel zijn kleinere units in het lagere huursegment aantrekkelijk. Invulling van de leegkomende winkelruimten zal waarschijnlijk geen probleem zijn gezien de belangstelling die er momenteel al is voor winkellocaties in het bestaande winkelgebied. Daar komt bij dat een aantal bedrijven door de stedelijke vernieuwing op termijn van de huidige locatie zal moeten vertrekken (uit de Kolenkitbuurt en uit de blokken aan Hoofdweg/ Buskenblaserstraat). Wellicht hebben deze winkels belangstelling voor vestiging elders in de oudbouw van het bestaande winkelgebied in Bos en Lommer. De ontwikkelingen in dit bestaande winkelgebied dienen goed in de gaten te worden gehouden. De lange blinde muur van Dirk van de Broek is één van de factoren die aansluiting van dit gebied bij het nieuwe winkelcentrum kan bemoeilijken. Daarnaast ligt het voor de hand dat het winkelende publiek - dat voorheen boodschappen deed op de Bos en Lommerweg – in plaats daarvan naar het nieuwe winkelcentrum gaat. De kans daarop is aanzienlijk temeer daar trekkers als Blokker en het Kruidvat naar het nieuwe winkelcentrum toe zullen verhuizen. Dit kan betekenen dat het nieuwe centrum een aanzuigende werking krijgt en koopkracht wegtrekt van de rest van het bestaande winkelgebied. Het nieuwe winkelcentrum komt in een betrekkelijk naar `binnen gekeerd gebouw`. Dat maakt de aansluiting met het overige winkelgebied op de Bos en Lommerweg Oost en de Hoofdweg er niet gemakkelijker op. Bij de inrichting van de openbare ruimte aan de overkant van het nieuw winkelcentrum dient rekening gehouden te worden met het winkelend publiek. Het winkel/ en horeca-aanbod en de openbare ruimte dienen dermate aantrekkelijk te worden dat de consument verleid wordt om

_____________________________________________________________________________ 33

Kadernota Economisch Beleid over te steken (en de barrière van een drukke verkeersweg te nemen) en ook de winkels aan de overkant te bezoeken. Op dit moment profiteren de winkels aan het Bos en Lommerplein en de Hoofdweg nog van de aanwezigheid van de markt aan de overkant van de straat. Daardoor is er veel “loop”. Dit voordeel verdwijnt op het moment dat de markt is verplaatst.

Bijeffecten Een bijeffect van de vernieuwingsoperaties in Bos en Lommer is het feit dat de continuïteit van kleinschalige ondernemers in het geding komt vanwege de stedelijke vernieuwingsplannen. Gevestigde ondernemers, die veelal vanwege de lage huren in staat waren een eigen zaak te beginnen en draaiende te houden, staan onder druk. Door sloop/nieuwbouwprojecten wordt de huurprijs van hun winkel- en bedrijfspanden zeker twee keer zo hoog. Gezien deze hoge huren ligt het niet voor de hand dat deze ondernemers terug zullen keren in een nieuwbouwpand op de huidige locatie. Dit betekent dat een deel van de ondernemers hun bedrijf zal moeten sluiten. Voor het stadsdeel vormt dit een lastig dilemma. De inzet van de vernieuwingsoperatie in het algemeen belang is economische ontwikkeling en bevordering van de werkgelegenheid. Voor een aantal ondernemers leidt de vernieuwing mogelijk juist tot verlies van werkgelegenheid. Het stadsdeel wil daarom een aanpak ontwikkelen om de betrokken ondernemers zoveel mogelijk te ondersteunen en te helpen om de vernieuwingsoperatie te overleven. Daarnaast wil het stadsdeel een pilot kleinschalige bedrijfsruimte opzetten mede om bestaande werkgelegenheid te behouden voor het stadsdeel.

_____________________________________________________________________________ 34

Kadernota Economisch Beleid

Speerpunten van beleid vanaf 2004 Het belangrijkste speerpunt binnen het detailhandelsbeleid is vestiging van het nieuwe winkelcentrum en verplaatsing en vernieuwing van de markt. Daarbij blijft het beleid zoals vastgelegd in de nota Ruimtelijk Economische Structuur in Bos en Lommer uitgangspunt (1995). Dit betekent dat in de gebieden buiten de winkelconcentratiegebieden (op sloop – nieuwbouw na) in principe een beleid is van nietingrijpen. Het kwaliteitsbeeld dat het stadsdeel voor ogen staat is te voorzien in branches die op dit moment niet vertegenwoordigd zijn, branches in een hoger marktsegment, meer diversiteit, aantrekkelijke horeca, een kloppend hart waar de consument prijsvergelijkend en aantrekkelijk kan winkelen en verblijven. In het verlengde van de vestiging van het nieuwe winkelcentrum dient aandacht besteed te worden aan het winkelgebied aan de randen van het winkelconcentratiegebied zoals de Bos en Lommerweg-oost en de Hoofdweg. Wellicht kan hiervoor aangesloten worden bij good practices zoals genoemd in de benchmark ondernemersklimaat stadsdelen (zie bijlage). Een deel van de Jan van Galenstraat behoort tot het winkelconcentratiegebied van Bos en Lommer. Mochten hiervoor in de toekomst plannen ontwikkeld te worden dan is het van belang aan te haken aan het detailhandelsbeleid van stadsdeel De Baarsjes. De zuidkant van het winkelgebied aan de Jan van Galenstraat ligt tenslotte op het grondgebied van De Baarsjes. Bij de planontwikkeling voor Sportparkstad wordt met name gedacht aan sportgerelateerde detailhandelsfuncties in deze nieuwe wijk maar ook aan detailhandel gericht op de eerste levensbehoeften. De precieze invulling dient nog nader te worden uitgewerkt. Uitgangspunt hierbij is dat de winkels in Sportparkstad niet concurrerend zijn met het winkelhart op het Bos en Lommerplein. Bij de uitwerking dient rekening gehouden te worden de ontwikkelingen in het aanpalende stadsdeel Geuzenveld. Zoals aangegeven zijn er zowel voor de Kolenkitbuurt als voor het gebied rond het Bos en Lommerplein (Hoofdweg/Buskenblaserstraat) sloop/nieuwbouwplannen voor woonblokken waarvan in de plinten detailhandel (en consumentgerichte dienstverlening) is gevestigd. De huidige bedrijven krijgen te maken met een jarenlange periode van sloop, nieuwbouw of renovatieactiviteiten Zij zullen hiervan overlast ondervinden door openliggende straten, verlies van klanten, omzetverlies, inkomstenderving, onzekerheid over de toekomst. Door sloop van hun bedrijfsruimte komt zelfs de continuïteit van bedrijven in gevaar. Het stadsdeel dient een aanpak te ontwikkelen om deze ondernemers zoveel mogelijk te ondersteunen en te helpen om de vernieuwingsoperatie te overleven waardoor bestaande werkgelegenheid wordt behouden voor het stadsdeel.

2.2. Beleid bedrijven- en kantorenterreinen

_____________________________________________________________________________ 35

Kadernota Economisch Beleid Kantorenterrein Molenwerf Op de Molenwerf (de huidige strook met kantoren langs de Haarlemmerweg) zijn grotere kantoren gevestigd. Het terrein is vrij goed bereikbaar per auto en met het openbaar vervoer. Het terrein ligt in een aantrekkelijke groene omgeving. Het stadsdeel heeft eigenlijk alleen bemoeienis met dit terrein als het gaat om beheersaspecten van de openbare ruimte. Uitgangspunt voor het beleid is dat dit terrein 4 wordt behouden voor economische functies (grootschalige kantoren). Bedrijventerrein Landlust Het bedrijventerrein Landlust vraagt om meer aandacht van het stadsdeel. Het terrein is goed ontsloten door het hoofdnet auto en het hoofdnet vrachtverkeer. Landlust ligt aan open vaarvater. Er kunnen bedrijven tot en met categorie V gevestigd worden. Hoewel de bereikbaarheid van Landlust goed te noemen is, is de verkeerssituatie op het terrein zelf zeer matig. Doordat de Den Brielstraat doodloopt en niet over een verkeerslus beschikt, geeft dit vooral voor het vrachtverkeer problemen. Dit wordt versterkt door veel geparkeerde auto’s van met name de autobedrijven in deze straat. Het laden en lossen vindt plaats op de openbare weg en de parkeervoorzieningen zijn grotendeels ook op de openbare weg gesitueerd. Volgens het bestemmingsplan dat naar verwachting in 2004 herzien zal worden, wordt Landlust aangemerkt als een bedrijventerrein voor kleinschalige ambachtelijke bedrijven die een bepaalde mate van hinder (mogen) veroorzaken. Het toestaan van de functie kantoren past niet binnen het beleid omdat dit een andere ontwikkeling en gebruik van het bedrijfsterrein betekent dan waar het terrein voor is bedoeld. Per bedrijf is in principe een klein deel kantooroppervlak toegestaan (maximaal 30% van het totale vloeroppervlak). Dit dient gebruikt te worden voor activiteiten die operationeel en logistiek aan de overige bedrijfsactiviteiten zijn gekoppeld. Zoals in deel 2 van deze nota staat aangegeven, is er in 1997 een onderzoek uitgevoerd naar Landlust. Uit dit onderzoek bleek dat de ondernemers op Landlust over het algemeen tevreden waren over het bedrijventerrein. Hoewel de uitstraling en de verkeerscirculatie verbeterd kan worden en zeker aan de parkeerproblemen gewerkt diende te worden hadden de meeste ondernemers weinig klachten. Naar aanleiding van het onderzoek heeft– zoals ook al eerder is aangegeven herprofilering van de straten plaatsgevonden en is contact gelegd met ondernemers op Landlust. Een van de mogelijkheden om de verkeerscirculatie te verbeteren door de insteekhavens te dempen, bleek niet mogelijk.

Speerpunten van beleid vanaf 2004 Naast ruimte voor kantoren is het noodzakelijk om in het dichtbebouwde stedelijke gebied van Bos en Lommer voldoende terrein te reserveren dat alleen bestemd is voor bedrijven (geen kantoren). Niet alle functies laten zich immers mengen, door schaal en milieuhinder. Bovendien is het van betekenis voor het dagelijks functioneren van het stadsdeel dat bepaalde bedrijven (verzorgende functies voor stad en stadsdeel) in de directe omgeving zijn gevestigd. Om deze locaties beschikbaar te blijven houden voor bedrijven, is op Landlust woningbouw en
4

Het historische Sloterdijk en de Brettenzone/volkstuinen vallen hier vanzelfsprekend buiten.

_____________________________________________________________________________ 36

Kadernota Economisch Beleid zelfstandige kantoorontwikkeling - niet gewenst. Ook perifere detailhandel en extensieve leisure is niet wenselijk in verband met parkeeroverlast en geluidshinder voor omwonenden. Voor perifere detailhandel zijn elders in de stad gebieden aangewezen. Bij de toekomstige aanpassingen van het bestemmingsplan zal de huidige functie van Landlust gehandhaafd worden. Ook zullen bij verzoeken om vrijstelling van het bestemmingplan hiervoor geen toestemming worden gegeven. Hoewel Landlust als bedrijventerrein enigszins verouderd is, zullen binnen de huidige bestuursperiode in principe geen nieuwe plannen ontwikkeld worden om het gehele terrein te revitaliseren. Revitaliseren van Landlust is kostbaar en complex. De mogelijkheden voor het stadsdeel zijn beperkt omdat veel grond in eigendom is van derden. Aankopen van grond en gebouwen is een kostbare zaak. Intensivering van het grondgebruik lijkt op dit moment niet echt nodig omdat uit onderzoek van enkele jaren geleden is gebleken dat het grondgebruik vrij intensief is. Wel is aandacht nodig voor het beheer van de openbare ruimte en de parkeerproblematiek. Op de langere termijn is het van belang vroegtijdige veroudering te voorkomen door tijdig te herstructurering. Hierbij kan wellicht gebruik gemaakt worden van bestaande mogelijkheden (subsidies en maatregelen voor duurzame bedrijventerreinen). Een aspect van het bedrijventerrein dat de komende jaren aandacht behoeft zijn mogelijkheden om kleinschalige bedrijfsruimte te ontwikkelen (of uit te breiden) Het verdient aanbeveling om te onderzoeken of hier mogelijkheden voor zijn. Wellicht kunnen objectsubsidies in het kader van HERMEZ (het nieuwe beleidsprogramma van Economische Zaken centraal) ingezet worden om de onrendabele top van bedrijfsruimten te subsidiëren Overigens wordt in de benchmark (vergelijkend onderzoek) ondernemersklimaat stadsdelen als good practice genoemd dat stadsdelen participeren in de ontwikkeling van bedrijfsterreinen. Aandachtspunten hierbij zijn duurzaamheid (duurzaam bouwen, duurzaam energiegebruik, duurzame mobiliteit e.d. ) en voorkomen van functies die een verkeersaantrekkende werking hebben en de parkeerdruk verhogen.

_____________________________________________________________________________ 37

Kadernota Economisch Beleid

2.3. Beleid kleinschalige bedrijfsruimte midden- en kleinbedrijf
Bedrijfsruimte in de wijken Bos en Lommer kent tientallen kleinschalige bedrijfsruimten. Vroeger zijn er vaak winkels in de deze ruimten gevestigd geweest. Maar ze zijn vooral ook geschikt voor de zakelijke en persoonlijke dienstverlening. Het voordeel ervan is dat de huur betrekkelijk laag is en de ruimten passend zijn voor startende bedrijven. Ze zijn van betekenis voor de werkgelegenheid in de wijk. Deze ruimten zijn ook vaak zeer geëigend voor zelfstandige beroepen (artsen, fysiotherapeuten e.d.). In Amsterdam is de laatste jaren in de woonwijken een tekort ontstaan aan betaalbare bedrijfsruimten voor deze groepen. De bedoelde ruimten zijn vaak minder geschikt als winkelruimte omdat detailhandelsbedrijven een grotere kans van slagen hebben als zij gevestigd zijn in een concentratiegebied van winkels. Kleinschalige bedrijfsruimten zijn met name ook van belang voor (startende) migranten-ondernemers. Kansen voor migranten doen zich voor in gebieden als Bos en Lommer. Onderzoek van Kloosterman en Van der Leun wijst erop dat zich in wijken met een hoge concentratie aan migranten, een hoge werkloosheid en veel uitkeringsgerechtigden een broedplaatsmilieu voordoet. In deze wijken starten relatief gezien meer migranten dan autochtone Nederlanders een bedrijf. Hier doen zich kansen voor migranten voor om zelfstandig hun sociaal economische positie te verbeteren. Dit is van betekenis omdat een deel van de migranten een tekort heeft aan twee soorten kapitaal “human capital” (hier: erkende diploma’s) en financieel kapitaal. Door deze beperkingen komt maar een beperkt deel van de beschikbare banen of het ondernemerschap voor deze groep in aanmerking, namelijk dat deel waar zich openingen voor doen voor kleinschalige bedrijven waarvoor weinig startkapitaal en weinig diploma’s nodig zijn. Volgens Economische Zaken/gemeente Amsterdam is er juist naar vormen van kleinschalige bedrijfsruimte veel vraag. Het gaat daarbij vaak om starters en doorstarters in de zakelijke en overige dienstverlening (vaak aan de onderkant van de markt) die een voorkeur hebben voor vestiging in een woonwijk. Een bijeffect van de stedelijke vernieuwingsoperatie is dat dit soort betaalbare bedrijfsruimte verdwijnt in de wijken. Vaak komt er wel bedrijfsruimte voor terug, maar daarbij gaat het dikwijls om woon/werkwoningen die meestal op ander segment van de markt gericht zijn (hoger opgeleiden, bovenkant van de markt). Daar komt bij dat in praktijk is gebleken dat in woon/werkwoningen de werkfunctie vaak op de kortere of langere termijn verdwijnt en dat de ruimten uitsluitend voor wonen worden gebruikt. Economische Zaken/Gemeente Amsterdam is bezig met een onderzoek naar vraag naar en het aanbod aan kleinschalige bedrijfsruimte (geen winkels) in de wijken. De onderzoeksresultaten komen in de loop van het najaar 2003 beschikbaar. Speerpunten van beleid vanaf 2004 Bos en Lommer is bezig met een grootschalige vernieuwingsoperatie. Het risico van deze operatie is dat er kleinschalige bedrijfsruimte verdwijnt.

_____________________________________________________________________________ 38

Kadernota Economisch Beleid Dat is jammer juist omdat Bos en Lommer naar verhouding veel startende (migranten) ondernemers kent. Deze starters krijgen juist een kans in oude stadswijken omdat er relatief goedkope bedrijfsruimte voorhanden is. Het is een gemiste kans als deze ruimten ten gevolge van vernieuwingsplannen zouden verdwijnen, terwijl juist een van de doelstellingen van de vernieuwing is om ondernemerschap te stimuleren. Het gaat daarbij vaak om weinig draagkrachtige ondernemers die behoefte hebben aan kleine betaalbare bedrijfsruimten met een (kortlopend) huurcontract. De bedrijven hebben ook relatief vaak een innovatief (broedplaats) karakter. De commerciële markt voorziet niet of nauwelijks in bedrijfsruimte voor dit soort ondernemers. Tegen deze achtergrond dient het stadsdeel aandacht te schenken aan de opkomst van het ondernemerschap in Bos en Lommer door bestaande, kleine, relatief goedkope bedrijfsruimten te behouden waar starters en verzorgende functies voor stad en stadsdeel een bedrijf in de wijk kunnen beginnen (of voortzetten). Juist aan het ontkiemende kleinschalige bedrijfsleven in de wijken dient ruimte te worden geboden. In bestemmingsplannen dient daadwerkelijk ruim baan gegeven te worden aan bedrijfs- en productieruimten voor ondernemers uit het midden- en kleinbedrijf die zich graag in een woonomgeving 5 of aan doorgaande wegen willen vestigen. Zoals in deel 2 is aangegeven, biedt flexibilisering van bestemmingplannen daarvoor een goed instrument. Daarnaast dient het stadsdeel er aandacht aan te besteden om kleinschalige bedrijfsruimte te behouden en te realiseren. Uit de benchmark ondernemersklimaat stadsdelen is overigens als good practice naar voren gekomen dat stadsdelen participeren in de ontwikkeling van bedrijfsruimten. Bij de herstructurering van stadswijken en bij vernieuwings- en nieuwbouwoperaties dient het stadsdeel er op toezien dat - mits milieu-technisch mogelijk en er voldaan wordt aan de vestigingsvoorwaarden van bedrijven - er meer bedrijfsruimte terug komt in de wijken en dat bedrijfsruimte wordt behouden. Overwogen kan worden om een bindende norm op te stellen die aangeeft hoeveel bedrijfsruimte er bij vernieuwing van woonwijken of locaties zal moeten worden (terug) gebouwd. Om mislukkingen te voorkomen dienen tijdens het stedenbouwkundige voortraject marktpartijen en woningcorporaties intensiever betrokken te worden. Het stadsdeel dient met woningcorporaties te bespreken welke rol zij op zich kunnen en willen nemen bij bet ontwikkelen van (kleinschalig) bedrijfsvastgoed in de woonomgeving Ondanks de krapte op de (kleinschalige) bedrijfsruimtemarkt is niet elke bedrijfsruimte overigens zonder meer afzetbaar. Het is noodzakelijk om kantoor- en bedrijfsruimten en de bedrijfsomgeving beter kwalitatief (waaronder prijs/kwaliteit) af te stemmen op de wensen van ondernemingen rond omgevings- en huisvestingsfactoren. Informatie hierover voor afzonderlijke locaties dient nadrukkelijk uitgangspunt te zijn bij de planning van bedrijfs- en kantoorruimten voor het midden- en kleinbedrijf. Duurzaamheid is ook hierbij een belangrijk aspect.
5

het gaat hier om bedrijvigheid die zich laat mengen met woonfuncties

_____________________________________________________________________________ 39

Kadernota Economisch Beleid

_____________________________________________________________________________ 40

Kadernota Economisch Beleid

3. Implementatie economisch beleid
Het economische beleid wordt geïmplementeerd via een gebiedgerichte aanpak en relatiebeheer. Beide aanpakken worden hierna beschreven.

3.1. Gebiedsgerichte aanpak
In de transformatie en vernieuwingsgebieden (Admiraal de Ruijtergebied, Bos en Lommerplein en omgeving, Kolenkitbuurt, Sportparkstad) is sprake van een gebiedgerichte aanpak om het ondernemersklimaat te verbeteren en de werkgelegenheid te stimuleren. Kernpunten daarbij zijn:  menging wonen-werken door realisatie en behoud van bedrijfsruimte in woongebieden;  bedrijfsruimte voor startende ondernemers (bijvoorbeeld bedrijfsverzamelgebouwen);  revitaliseren en behoud van verouderde bedrijventerreinen;  verbeteren bereikbaarheid economische functies.

3.1.1. Economische pijler Bos en Lommerplein en omgeving Transformatiegebied De economische pijler van het vernieuwingsplan voor het Bos en Lommerplein bestaat uit nieuwbouw van een winkelcentrum, de teruggekeerde warenmarkt, ruimte voor kantoren (ondermeer in de twee bruggebouwen), zakelijke dienstverlening en voorzieningen. In totaal worden meer dan 3000 m2 economische functies toegevoegd ten opzichte van de huidige situatie. In de bruggebouwen komen rond de 20.000 extra m2 voor kantoorfuncties en andere voorzieningen. Op het Bos en Lommerplein komt een verhoogd marktplein met daarom heen winkels, kantoren, horeca en een bibliotheek. Onder het marktplein komt een parkeergarage waar bewoners en bezoekers van het winkelcentrum kunnen parkeren. Aan de overkant van het Bos en Lommerplein worden – zoals eerder aangegeven - de blokken aan de Hoofdweg/Buskenblaserstraat gesloopt. In de plint van deze gebouwen zijn op dit moment vooral kleinschalige winkels gevestigd. In het vorige hoofdstuk is al aangegeven dat het gezien de kosten van nieuwbouw niet voor de hand dat de huidige ondernemers terugkomen in een nieuwbouwpand op de huidige locatie. Dit betekent dat een deel van de ondernemers hun bedrijf zal beëindigen en anderen gedwongen zullen moeten verhuizen naar een locatie elders (voor zover deze betaalbaar en beschikbaar is). Aan de andere kant van de A10 op het Jan van Schaffelaarplantsoen komt nieuwbouw van woningen. In het bestemmingsplan is de centrumfunctie opgenomen. Dit betekent dat menging van wonen en werken mogelijk is. Nagegaan dient te worden of in de plint van de gebouwen economische functies kunnen worden opgenomen.

_____________________________________________________________________________ 41

Kadernota Economisch Beleid Dit gebied Bos en Lommerplein en omgeving ligt gedeeltelijk binnen het Urban2 gebied. Er wordt op dit moment binnen het Urban-programma een veiligheidsproject ontwikkeld dat ook gericht is op ondernemers uit dit gebied. Het gaat om het project Samen Veilig Ondernemen. Beleid Het gebied ligt binnen het winkelconcentratiegebied van Bos en Lommer dat betekent dat de uitgangspunten die in paragraaf 1.1. zijn genoemd op dit gebied van toepassing zijn.

3.1.2. Economische pijler Admiraal de Ruijterweggebied Transformatiegebied In 2002 is het Stedelijk Vernieuwingsplan Admiraal de Ruijterweg door de stadsdeelraad van Bos en Lommer en de gemeenteraad van Amsterdam goedgekeurd. Naast de fysieke aanpak van de straat en maatregelen om de sociale structuur te verbeteren wordt hierin een aanzet gegeven voor het verbeteren van de economische structuur van de straat. Dit beleid is in juli 2002 door bureau BRO vertaald in een plan van aanpak. Vervolgens is door het stadsdeel besloten dat dit rapport vertaald diende te worden in een beleidsplan alvorens deze de besluitvorming te laten doorlopen. In dit plan staat het economisch beleid van het stadsdeel voor de Admiraal de Ruijterweg omschreven en de instrumenten die worden ingezet om dit beleid uit te voeren. Het gaat daarbij om een aanpak van de verouderde winkelplint van de Admiraal de Ruijterweg. Beleid Het Admiraal de Ruijterweg-gebied ligt binnen het gebied van het Urban-programma. In het kader van het Urban-programma is een straatmanager aangetrokken om plintenbeleid uit te voeren. Instrumenten die ingezet zullen worden zijn subsidieregelingen voor eigenaren en ondernemers in het kader van het Urbanprogramma. Deze subsidieregelingen zijn bedoeld om de kwaliteit en uitstraling van de plint te verbeteren. Tevens worden ondernemers door de straatmanager ondersteund om – indien gewenst – de kwaliteit van de bedrijfsvoering te verhogen. Om de levensvatbaarheid van de bedrijven aan de Admiraal de Ruijterweg te verbeteren worden bedrijven in de plint - zo mogelijk - geconcentreerd op de kruispunten van de Admiraal de Ruijterweg met de zijstraten en tevens in een aantal daarvoor geschikt bevonden blokken. Daar waar zich nu nog individuele bedrijfspanden bevinden zal er geen actie worden ondernomen deze te verplaatsen. Voor winkels met een buurtverzorgende functie is doorgaans een bedrijfsvloeroppervlak van 70 tot 100 m2 b.v.o. noodzakelijk voor een gezonde bedrijfsvoering. Voor een supermarkt met een buurtverzorgende functie is een bedrijfsvloeroppervlak van 300 m2 noodzakelijk. De huidige bedrijfspanden aan de Admiraal de Ruijterweg voldoen niet allemaal aan deze oppervlakten. Tevens geven veel bedrijven aan behoefte te hebben aan meer ruimte voor inpandige opstal (opslagruimte) of voor modernisering van de bedrijfsruimte of om in te spelen op trends en toekomstige ontwikkelingen. Om de levensvatbaarheid van de bedrijven

_____________________________________________________________________________ 42

Kadernota Economisch Beleid te vergroten wordt daarom in het bestemmingsplan de mogelijkheden voor uitbouwen aan de achterkant van bedrijfspanden te verruimd. Op de Admiraal de Ruijterweg wordt meer en betere horeca gestimuleerd (restaurants en eetcafés). De opzet is om in het noordelijk deel van de straat het horecaprofiel te richten op wonen en werken in verband met de werklocaties aan de Haarlemmerweg. In het zuidelijk deel van de Admiraal de Ruijterweg wordt het horecaprofiel meer gericht moeten op wonen en winkelen in aansluiting op de daar aanwezige functies. Op de Admiraal de Ruijterweg wordt vooral naar buiten gerichte bedrijvigheid gestimuleerd omdat deze vorm van bedrijvigheid een belangrijke bijdrage levert aan de levendigheid en daarmee de leefbaarheid van de Admiraal de Ruijterweg en omdat zij daarnaast een buurtverzorgende functie heeft. Het gaat hierbij zowel om kleinschalige bedrijfjes en kantoortjes als om winkels. Voor de laatst genoemde functies zijn met name de locaties in de buurt van het winkelgebied Bos en Lommerweg Oost geschikt. De meeste typen detailhandelsbedrijven hebben een grotere kans van slagen als zij gevestigd zijn in een concentratiegebied van winkels. Voor de volgende activiteiten zullen subsidies worden gereserveerd:  opknappen van winkelpanden aan de buitenkant, gericht op pandeigenaren  straatbeeld/ herkenbaarheid: uniformiteit in reclame, winkelpui, etalage en uitingen aan de muur;  verbouwen van winkel- of bedrijfspanden;  adviseren van individuele eigenaren hoe hun zaak economisch rendabeler te maken;  subsidies en garantiestellingen voor starters;  verlagen van aanvangshuren voor starters. Een belangrijk instrument voor het realiseren van de beleidsdoelstellingen met betrekking tot de economische pijler van de Admiraal de Ruijterweg is de straatmanager. Taken van de straatmanager zijn:  relatiebeheer van bestaande ondernemers en eigenaren van bedrijfspanden voor het opbouwen van een ondernemersnetwerk;  bieden van ondersteuning aan bestaande en nieuwe ondernemers en de acquisitie van bedrijven. Een belangrijk instrument voor het uitvoeren van het beleidsplan is het bestemmingsplan. In het nieuw op te stellen bestemmingsplan kan worden opgenomen welke functie op welke plek mogelijk is. Voor bedrijvigheid geldt dat bedrijfscategorieën en hindercategorieën kunnen worden opgenomen. Entreegebied Voor het entreegebied van de Admiraal de Ruijterweg wordt onderzocht welke invulling gewenst is. De stuurgroep bedrijfslocaties van de gemeente Amsterdam heeft advies uitgebracht voor de invulling van het gebied. De Stuurgroep geeft aan dat kantoorruimte op deze locatie met een beperkte omvang naar verwachting afzetbaar zal zijn, ondanks de ingezakte kantorenmarkt. Verder acht de stuurgroep deze locatie geschikt voor hotelontwikkeling en staat zij positief tegenover het

_____________________________________________________________________________ 43

Kadernota Economisch Beleid voorstel om zalenverhuur te realiseren. Op de strook langs de A10 ziet de Stuurgroep kansen voor een bedrijfsverzamelgebouw (van 5.500 m2) met kantoorachtige bedrijven op de verdiepingen en bedrijfsmatige activiteiten op de begane grond.

3.1.3. Economische pijler Sportparkstad Transformatiegebied Sportparkstad maakt deel uit van de westelijke tuinsteden en dus van Parkstad. Dit betekent dat de uitgangspunten van het economische beleid voor Parkstad in de planvorming en - uitvoering meegenomen dienen te worden (zie deel 2). Het vernieuwingsplan Sportparkstad wil een hoogwaardig stedelijk milieu creëren in de nieuw te bouwen wijk. Dit betekent dat functies op het gebied van wonen, werken en recreëren gemengd zullen worden. Er is een uitdrukkelijke wens om een economische impuls aan het gebied te geven waarbij leefbaarheid en kleinschalige bedrijvigheid speerpunten vormen. Op dit moment is er niet of nauwelijks sprake van economische activiteiten in het gebied. De centrale ligging van het gebied biedt echter wel grote kansen voor de ontwikkeling van ver schillende functies. De sport staat centraal in het gebied. De economische functies zouden deze sportfunctie moeten ondersteunen. Dit biedt dit gebied een kans zich met deze invulling te onderscheiden en te profileren. Zo impliceert sport onder andere het bezig zijn met lichaam en lichaamsverzorging (beauty and health). Gedacht wordt aan functies als squash en sauna, fysiotherapie, en andere kleinschalige functies. Trefwoorden zijn lifestyle en leisure, hoogwaardige horeca (waaronder wellicht een hotel) en kleinschalige gemakswinkels. In het gebied is behoefte aan kleinschalige bedrijvigheid en kantoorfuncties voor startende ondernemers, eventueel in combinatie met wonen. Er zal voorzichtig worden omgegaan met de vestiging van detailhandel in het gebied passend binnen het detailhandelsbeleid van het stadsdeel. De vestiging van een kleine supermarkt (maximaal 300 m2 bruto vloeroppervlak) die tevens een functie vervult als avondwinkel is wellicht haalbaar. In het gebied wordt verder ruimte gereserveerd voor detailhandel in de sfeer van take away en convenience, maar wel gericht op de gezonde voeding. Mede door de nieuwbouw van het Lucas ziekenhuis in het aanpalende stadsdeel ontstaat er verder draagvlak voor dag en avond horeca en directe dienstverlenende ondernemers (fietsenmaker, schoenreparatie) en een kiosk (boeken en tijdschriften). Daarnaast wordt gedacht aan winkels die zich richten op sport en is er ruimte voor een bank alsmede commerciële kinderopvang. Sportparkstad zal uit twee typen gebieden gaan bestaan. Aan de noordkant van het gebied komen vooral woningen gemengd met werkfuncties (in de vorm van woon/werkwoningen). Vanwege de flexibiliteit moeten deze bedrijfsruimtes wel een aparte ontsluiting hebben. In totaal beslaat het programma 1.000 m2 bedrijfsruimten, die gecombineerd zijn met woningen. Aan de zuidkant van het gebied ligt het accent meer op werken. Het is de opzet hier een verzamelgebouw(en) te creëren met een combinatie van economische en andere

_____________________________________________________________________________ 44

Kadernota Economisch Beleid functies Voor het gebouw langs de A10 wordt gedacht aan wonen in combinatie met bijvoorbeeld kleinschalige bedrijvigheid in de plint van het gebouw. Beleid De economische pijler in de planvorming voor het gebied Sportparkstad is nog globaal en dient de komende periode verder uitgewerkt te worden. Bij de planontwikkeling wordt gedacht aan sportgerelateerde detailhandelsfuncties en detailhandel gericht op de eerste levensbehoeften. De precieze invulling dient nog nader te worden uitgewerkt. Uitgangspunt hierbij is dat de winkels in Sportparkstad niet concurrerend zijn met het winkelhart op het Bos en Lommerplein. Bij de uitwerking dient rekening gehouden te worden de ontwikkelingen in het aanpalende stadsdeel Geuzenveld.

3.1.4. Economische pijler Kolenkitbuurt Transformatiegebied Net als Sportparkstad ligt de Kolenkitbuurt in Parkstad. Dit betekent dat de uitgangspunten van het economische beleid voor Parkstad in de planvorming en uitvoering meegenomen dienen te worden (zie deel 2). Voor de Kolenkitbuurt is een stedelijk vernieuwingsplan ontwikkeld: het Vernieuwingsplan Kolenkitbuurt (VPK). In dit plan is een economische pijler op hoofdlijnen opgenomen. De hoofdlijnen van de economische pijler uit het VPK zijn in een aparte notitie verder uitgewerkt. De uitgangspunten in deze notitie worden onderschreven door het zogenaamde opdrachtteam waarin ook de corporaties zijn vertegenwoordigd. Daarbij zijn enerzijds de gemaakte keuzes in het VPK onderbouwd. Anderzijds worden enige voorstellen gedaan voor aanpassing van het economische programma. Deze aanpassingen zijn gewenst vanuit het economisch beleid van het stadsdeel. Beleid Voor gedetailleerde informatie over de economische pijler van het vernieuwingsplan voor de Kolenkitbuurt wordt naar genoemde notitie verwezen. In deze paragraaf worden de belangrijkste punten uit de pijler kort aangestipt. Omdat het aanvankelijke economisch programma voor de Kolenkitbuurt wat aan de magere kant was , wordt sterker ingezet op de realisatie van een bedrijfsverzamelgebouw. De locatie van de voormalige HTS lijkt hiervoor een geschikte plek. Op de langere termijn dient ingezet te worden op een invulling van zowel het AZC-gebouw als de huidige broedplaats voor kunstenaars en wel tot een bedrijvencentrum voor commerciële activiteiten (in combinatie met kunstenaars en ateliers). Dit past binnen het economisch beleid van de gemeente Amsterdam om te voorzien in het tekort aan kleinschalige bedrijfsruimte. Naar de nadere invulling (en financiering) hiervan is onderzoek nodig. Dit geldt eveneens voor een aantal andere locaties (zoals: het geplande kantorentorentje bij de locatie Metrostation).

_____________________________________________________________________________ 45

Kadernota Economisch Beleid Op de locatie Bos en Lommerweg west dienen bij sloop geen nieuwe detailhandelruimten gecreëerd te worden. Dit past binnen het detailhandelsbeleid van het stadsdeel Er dient nader onderzocht te worden in hoeverre consumentgerichte bedrijvigheid en voorzieningen levensvatbare functies zijn voor de locatie Bos en Lommerweg-west. Het huurniveau speelt hierbij een cruciale functie. De gevestigde bedrijven in de Kolenkitbuurt krijgen te maken met een jarenlange periode van sloop, nieuwbouw of renovatieactiviteiten Zij zullen hiervan overlast ondervinden door openliggende straten, verlies van klanten, omzetverlies, inkomstenderving en onzekerheid over de toekomst. Door sloop van hun bedrijfsruimte komt – zoals eerder aangegeven - de continuïteit van bedrijven in gevaar. Een accountmanager dient ingezet te worden bij de ondersteuning van de gevestigde ondernemers. Er wordt in Parkstadverband onderzocht of er een financiële stimuleringsregeling ingesteld kan worden voor gevestigde ondernemers.

3.2. Relatiebeheer
3.2.1. Huidige aanpak relatiebeheer Bos en Lommer heeft de dienstverlening aan ondernemers de afgelopen jaren vorm gegeven via een (parttime) accountmanager. Hiermee wordt tevens de een-loket gedachte vormgegeven. De accountmanager is in principe het eerste aanspreekpunt voor ondernemers die het stadsdeel benaderen. Hij kan ondernemers doorverwijzen naar andere afdelingen die betrokken zijn bij de uitvoering van het economisch beleid van het stadsdeel en daarmee samenhangende terreinen als parkeerbeleid, beleid voor de openbare ruimte, vergunningenbeleid, winkeltijdenbeleid e.d. De accountmanager heeft een belangrijke rol bij het informeren en doorverwijzen van ondernemers. Hij heeft een “loodsfunctie” om ondernemers intern en extern door te verwijzen naar de juiste betrokkenen. De accountmanager is telefonisch te bereiken maar ondernemers kunnen ook langskomen voor een persoonlijk gesprek. De accountmanager van Bos en Lommer houdt als extra service een databestand bij van bedrijfsruimten in Bos en Lommer, van de bestemming die hier op rust en of de ruimte beschikbaar is voor een nieuwe huurder. Het is een knelpunt dat er geen compleet en centraal overzicht is van beschikbare (vrijkomende) kleinschalige bedrijfsruimte in Amsterdam. Dit maakt het lastig voor starters en het midden- en kleinbedrijf die op zoek zijn naar geschikte, betaalbare bedrijfsruimte om deze ruimte ook te vinden. De accountmanager speelt een rol in de Brancheadviescommissie voor het Bos en Lommerplein. De Brancheadviescommissie is ingesteld om vanuit het stadsdeel zoveel mogelijk sturing te geven op de invulling van het winkelcentrum. Deze sturing kan slechts beperkt zijn omdat de projectontwikkelaar en verhuurder in eerste en laatste instantie bepaalt welke vestigingen en branches er in het winkelcentrum komen. De accountmanager adviseert het project Bos en Lommerplein en omgeving over de ontwikkeling van de detailhandel en andere voorzieningen.

_____________________________________________________________________________ 46

Kadernota Economisch Beleid De accountmanager is betrokken bij de klankbordgroep voor ondernemers. De afsluiting van de op- en afritten van de A10 was aanleiding om de klankbordgroep voor ondernemers op te richten. Inmiddels is de klankbordgroep uitgegroeid tot een actieve, positieve groep ondernemers die meedenkt over ondernemen in Bos en Lommer, nu en in de toekomst. Met succes hebben de ondernemers kunnen bewerkstelligen dat bijvoorbeeld de omleidingroutes rond de afsluiting van de A10 zijn verbeterd en de bewegwijzering werd aangepast. Daarnaast heeft deze groep er voor gezorgd dat er een eerste stap is gezet voor een promotiecampagne, om tijdens de vernieuwing van het Bos en Lommerplein de winkelstraten onder de aandacht te blijven houden. In eerste instantie zaten er alleen ondernemers/winkeliers in de klankbordgroep die afkomstig waren van de Bos en Lommerweg en marktkooplieden. Geleidelijk is de klankbordgroep uitgebreid met actieve ondernemers/winkeliers uit andere omliggende winkelstraten. Samen wordt nu ook gewerkt aan het ontwikkelen van verdere plannen. Het doel is Bos en Lommer als winkelgebied, zowel voor de korte, middel lange als lange termijn, goed op de kaart te zetten. De accountmanager speelt een adviserende rol bij “conflicten” tussen het stadsdelen en ondernemers en bij voorgestelde wijzigingen in bestemmingsplannen. Verder speelt hij een rol bij de verhuur van atelierruimten in de tot broedplaats verbouwde voormalige HTS. Hij is betrokken bij Samen Veilig Ondernemen en subsidieregelingen voor ondernemers die in het kader van het Urban2-programma worden ontwikkeld. De accountmanager is betrokken bij de verplaatsing en invulling van de markt. Samen met de marktkooplieden en andere sectoren van het stadsdeel (Stadsdeelwerken) wordt een hiervoor een visie ontwikkeld. De informatie aan ondernemers heeft de afgelopen jaren vooral ook plaatsgevonden via de Nieuwsbrief voor Ondernemers die door de accountmanager van het stadsdeel werd uitgegeven. Vanaf 2004 zal deze nieuwsbrief verdwijnen. Dat heeft te maken met bezuinigingen op economische zaken en het nieuwe communicatiebeleid van het stadsdeel. De informatie aan ondernemers zal voortaan integraal onderdeel uit gaan maken van het Gesprek van de Dag. Om de informatievoorziening aan ondernemers verder te optimaliseren zal op termijn een website worden ontwikkeld met informatie over het economische beleid van het stadsdeel, ontwikkelingen waar ondernemers mee te maken krijgen en allerlei praktische informatie over bijvoorbeeld parkeren, winkeltijden, vergunningen, weten regelgeving.

3.2.2. Speerpunten vanaf 2004 Op de langere termijn dient de dienstverlening aan ondernemers verder geoptimaliseerd te worden. Dit past binnen de een-loket-aanpak van de rijksoverheid. De benchmark (vergelijkend onderzoek) gemeentelijk ondernemersklimaat biedt hiervoor aanknopingspunten zoals hierna duidelijk zal worden. In navolging op de landelijk benchmark heeft bureau Onderzoek en Statistiek in 2001 een benchmark ondernemingsklimaat stadsdelen uitgevoerd. Ondernemers is gevraagd om een aantal aspecten van de dienstverlening door de stadsdelen te

_____________________________________________________________________________ 47

Kadernota Economisch Beleid beoordelen. Het gaat daarbij om zaken als het nakomen van afspraken en het kennisniveau van ambtenaren. Ondernemers vinden de bevraagde aspecten van de dienstverlening stuk voor stuk belangrijk. Over de kwaliteit van de uiteindelijk dienstverlening door de stadsdelen zijn zij slechts gematigd positief en geven zij steeds een krappe voldoende. De contacten tussen stadsdeel en ondernemers gaan vooral over het aanvragen van uiteenlopende vergunningen. Ondernemers hechten veel waarde aan de telefonische bereikbaarheid van de stadsdelen. Bij overlegstructuren hechten ondernemers er belang aan dat de bestuurlijke betrokkenheid vanuit het stadsdeel groot is, dat er duidelijke en haalbare doelen worden gesteld en dat bij het overleg de grote lijnen niet uit het oog worden verloren. Ondernemers halen hun informatie over het stadsdeel vooral uit de huis-aan-huisbladen, kranten en brieven van het stadsdeel. Zij willen graag duidelijkheid over beleid en regelgeving. Hun waardering voor deze duidelijkheid is net voldoende. Ondernemers hechten veel waarde aan de manier waarop ze door het stadsdeel worden geholpen, aan de vindbaarheid van het juiste loket en een de openingstijden van het loket zes. Ondernemers stellen een klachtenregistratie zeer op prijs, maar zijn niet altijd tevreden met de afhandeling van klachten. Uit de benchmark komt een aantal conclusies naar voren. De economische afdelingen van de stadsdelen hebben een minder duidelijk gezicht, hun structuur en positie zijn niet helder. Als ondernemers contact leggen met een stadsdeel komen ze vaak pas via allerlei omwegen bij de juiste persoon terecht. De organisatie en de aanspreekpunten verschillen per stadsdeel, wat het er voor de ondernemer niet duidelijker op maakt. Bovendien komt in dit onderzoek meer dan eens naar voren dat stadsdelen bij het maken van beleid te veel vasthouden aan de fysieke stadsdeelgrenzen, terwijl deze grenzen bij ondernemers niet altijd leven. Wat ondernemers waarderen is een directe vorm van overleg met het stadsdeel of een speciale bedrijvendag. Ook hulp bij het vinden van bedrijfsruimte is zeer gewenst. Meer duidelijkheid en pragmatiek zou de samenwerking tussen stadsdelen en ondernemers kunnen verbeteren. Belangrijke aanbevelingen betreffen ondermeer: een duidelijk aanspreekpunt voor ondernemers creëren binnen een stadsdeel en een goede website inrichten. Op de website dient informatie te staan over het economische beleid van het stadsdeel, ontwikkelingen waar ondernemers mee te maken krijgen en allerlei praktische informatie over bijvoorbeeld parkeren, winkeltijden, vergunningen en wet- en regelgeving.

_____________________________________________________________________________ 48

Kadernota Economisch Beleid

4. Programma economisch beleid vanaf 2004
In dit hoofdstuk komen de opgaven voor het economisch beleid in de komende tijd aan de orde. Er is een onderscheid gemaakt naar opgaven op de korte (de huidige bestuursperiode) en de lange termijn.

4.1. Programma korte termijn
Op de korte termijn staat het stadsdeel voor de volgende opgave: Programma Economisch beleid korte termijn (2004 -2006) Herstructureren Landlust onderhoud en beheer van Landlust (aandachtspunten openbare ruimte, handhaving, verkeerscirculatie en parkeren); onderzoeken van mogelijkheden voor uitbreiding kleinschalige bedrijfsruimte; bij wijziging van het bestemmingplan de functie bedrijfsruimte behouden; kantoorruimte, woningbouwvestiging, leisurebedrijven en perifere detailhandelsvestigingen niet toelaten. Re)vitaliseren van winkel gebieden doorgaan met (re)vitaliseren van de winkelgebieden; aandacht voor het functioneren van bestaande winkelgebieden. Kleinschalige bedrijfsruimte substantiële hoeveelheid kleinschalige bedrijfsruimte opnemen in vernieuwingsplannen; (her)ontwikkelen van plinten vanuit het ISV; onderzoeken van mogelijkheden om betaalbare kleinschalige bedrijfsruimte te behouden in het stadsdeel; onderzoeken mogelijkheden om in de toekomst bedrijfsverzamelgebouw/ kleinschalige bedrijfsruimte te ontwikkelen in samenwerking met marktpartijen; uitvoeren pilot kleinschalige bedrijfsruimte i.s.m. Bureau Parkstad, Economische Zaken/Gemeente Amsterdam, consortia (betaalbare bedrijfsruimte in nieuwbouw) Toerisme en hotelbeleid uitvoeren project Pniëlkerk. Economische pijlers vernieuwingsplannen uitvoeren en uitwerken van de economische pijlers. Nieuwe locaties onderzoeken (in samenwerking met marktpartijen) in hoeverre op nieuwe locaties in Bos en Lommer economische functies gecreëerd kunnen worden (A10 tracé). Behoud van werkgelegenheid aanpak ontwikkelen om door vernieuwingsoperaties bedreigde kleinschalige bedrijvigheid (ondernemingen) te behouden. VERVOLG Bestemmingsplannen bij actualisatie van bestemmingsplannen zorgen voor voldoende ruimte/
_____________________________________________________________________________ 49

Kadernota Economisch Beleid uitbreidingsmogelijkheden voor economische functies; per gebied bekijken of flexibiliteit wenselijk of onwenselijk is; bij flexibilisering op plaatsen waar een verhoogd risico bestaat dat bedrijfsruimten eenzijdig worden omgezet naar woonruimte - de bedrijfsbestemming handhaven. Urban-programma / gebruikmaken van bestaande fondsen Urban-programma uitvoeren; optimaal benutten fondsen voor ontwikkeling econ. pijlers vernieuwingsprojecten, projecten om werkgelegenheid te bevorderen en ondernemersklimaat te verstevigen.

4.2. Programma voor de lange termijn

Op de lange termijn staat het stadsdeel voor de volgende opgave:

Programma economisch beleid lange termijn (na 2006) Herstructureren Landlust plannen ontwikkelen voor het revitaliseren van Landlust (gericht op behoud en uitbreiding van kleinschalige bedrijvigheid; duurzaamheid); uitvoering van herstructureringsprogramma’s voor Landlust; bij wijziging van het bestemmingplan de functie bedrijfsruimte behouden; kantoorruimte, woningbouw, vestiging leisurebedrijven en perifere detailhandelvestigingen niet toelaten. Re)vitaliseren van winkel gebieden doorgaan met (re)vitaliseren van de winkelgebieden; aandacht voor het functioneren van bestaande winkelgebieden; detailhandelsbeleid Jan van Galenstraat afstemmen met het beleid van De Baarsjes. Kleinschalige bedrijfsruimte in (stedelijke vernieuwings) plannen een substantiële hoeveelheid kleinschalige bedrijfsruimte opnemen; (her)ontwikkelen van plinten vanuit het ISV; ontwikkelen bedrijfsverzamelgebouw in samenwerking met marktpartijen; uitvoeren van de aanpak om bedreigde kleinschalige bedrijfsruimte behouden en nieuwe bedrijfsruimte (terug) te bouwen).

VERVOLG Toerisme en hotelbeleid onderzoek naar locaties voor hotels; onderzoek naar locaties voor (niet grootschalige) leisurebedrijven. Economische pijlers vernieuwingsplannen uitvoeren van de economische pijlers.

_____________________________________________________________________________ 50

Kadernota Economisch Beleid Nieuwe locaties planontwikkeling – en uitvoering (in samenwerking met marktpartijen) voor economische functies op nieuwe locaties. Behoud van werkgelegenheid uitvoeren van de aanpak om kleinschalige bedrijvigheid (ondernemingen) die bedreigd wordt door sloop/nieuwbouw te behouden. Bestemmingsplannen bij actualisatie van bestemmingsplannen zorgen voor voldoende ruimte/ uitbreidingsmogelijkheden voor economische functies; per gebied bekijken of flexibiliteit wenselijk of onwenselijk is; bij flexibilisering op plaatsen waar een verhoogd risico bestaat dat bedrijfsruimten eenzijdig worden omgezet naar woonruimte - de bedrijfsbestemming handhaven. Dienstverlening aan ondernemers website voor ondernemers ontwikkelen; dienstverlening aan ondernemers optimaliseren(zo mogelijk volgens de aanbevelingen uit de benchmark ondernemersklimaat stadsdelen).

_____________________________________________________________________________ 51

Kadernota Economisch Beleid

4.3. Programma in vierkante meters

Hieronder staat het economische programma uitgewerkt in vierkante meters.

Overzicht economische functies in vierkante meters Projecten VP Kolenkitbuurt - kantoren/bedrijfsruimte/centrumfuncties VP Sportparkstad - commerciële/sportgerelateerde functies - kantoren/bedrijfsruimte/commerciële voorzieningen - detailhandel/horeca VP Admiraal de Ruijterweg - behoud en realisatie bedrijfsruimte VP Bos en Lommerplein e.o. - winkels/realisatie nieuw winkelcentrum - kantoren/bedrijfsruimte/centrumfuncties - verplaatsing en opwaardering warenmarkt Broedplaats voor kunstenaars (locatie voormalige HTS) Multicultureel podium/ ateliers en bedrijfsruimte (voormalige Pniëlkerk) Behoud kleinschalige bedrijfs/kantoorruimte in de wijk Realisatie bedrijvencentrum Aantal m2 8.750 m2 bvo 12.700 m2 bvo 7.800 m2 bvo 2.300 m2 bvo 1.600 m2 15.000 m2 23.500 m2 2.700 m2 1.547 m2 P.M. P.M.

_____________________________________________________________________________ 52

Kadernota Economisch Beleid

5. Financiën
Onderstaande tabel heeft betrekking op de financiële aspecten van Economische Zaken van het stadsdeel in de periode 2004 tot en met 2006. Beschikbare middelen Economie 2003 Bedrag en dekking 63.629 (Stdfonds) 25.000 (URBAN) PM (SVproj.) 44.500 (URBAN) -63.680 (Stdfonds) 26.240 (SVproj.) P.M. 2004 Bedrag en dekking 63.629 (Stdfonds) 25.000 (URBAN) PM (SVproj.) 36.000 (URBAN) P.M. (URBAN) 63.680 (Stdfonds) 23.763 (SVproj.) P.M. 25.000 (URBAN) 2005 Bedrag en dekking 63.629 (Stdfonds) 25.000 (URBAN) PM (SVproj.) -P.M. (URBAN) 63.680 (Stdfonds) P.M. P.M. 12.500 (URBAN) 2006 Bedrag en dekking 63.629 (Stdfonds) 25.000 (URBAN) PM (SVproj.) -P.M. (URBAN) 63.680 (Stdfonds) P.M P.M. 12.500 (URBAN)

Relatiebeheer en communicatie met ondernemers * Straatmanagement Adm. De Ruijterweg** Accountmanagement/ Relatiebeheer tbv. SVProjecten Bedrijfsregeling ism De Baarsjes*** Samen Veilig Ondernemen Beleidsontwikkeling EZ*

Beleidsontwikkeling EZ tbv SVProjecten Uitvoering nota lokaal arbeidsmarktbeleid **** Coördinatie Urbanprogramma 25.000 (URBAN)
(*)

(**)
(***) (****)

de structurele salariskosten (beleidsmedewerker Economische Zaken (0, 88 FTE); accountmanager Economische Zaken (0,88 FTE)) worden gedeeltelijk gedekt uit aanvullende bronnen (zoals URBAN2, ISV). Dit is conform de concept programmabegroting van Bos en Lommer voor 2004, waarin staat aangegeven dat de economische pijler zich zo veel mogelijk zelf zou moeten bedruipen exclusief bedragen drie subsidieregelingen voor eigenaren en ondernemers in het kader van het URBAN 2 programma; exclusief bedragen subsidieregeling voor ondernemers in het kader van het URBAN 2 programma in 2002 (begroting 2003) is een voorstel aangenomen voor structureel nieuw beleid (resultaatgebied Werk, Inkomen, Economie). Het ging hierbij om een jaarlijks bedrag van € 110.000,- voor het gehele Resultaatgebied. Vanaf 2004 is dit bedrag teruggebracht naar € 40.000 per jaar. Deze gelden worden nog nader toebedeeld binnen het resultaatgebied

Ongedekte activiteiten/projecten Een belangrijk aandachtspunt binnen het economisch beleid is het startersbeleid. Dit loopt vooral via het Starterscentrum West. Tot nu toe werd dit starterscentrum gefinancierd door Economische Zaken/Gemeente Amsterdam. Vanaf 2004 zal deze

_____________________________________________________________________________ 53

Kadernota Economisch Beleid centrale dienst ook een beroep gaan doen op co-financiering door de stadsdelen. Voor een (grotere) stadsdeel als Osdorp gaat dit naar verwachting om circa € 30.000,- per jaar. Het is nog niet bekend om welk bedrag het gaat voor Bos en Lommer (hiervoor is (nog) geen dekking). Binnen Parkstad wordt op het moment onderzocht of er een stimuleringsregeling mogelijk is voor ondernemers die te maken krijgen met de vernieuwingsoperatie. Hiervoor is nog geen dekking. Gedacht wordt aan geheel of gedeeltelijke financiering door de betrokken stadsdelen. Hiervoor is in Bos en Lommer (nog) geen dekking. Bureau Parkstad heeft een accountmanager in dienst die de Parkstad-stadsdelen (tegen betaling) ondersteunt bij het relatiebeheer in de vernieuwingsgebieden. De kosten van de accountmanager bedragen circa € 200.000,- per jaar. Deze kosten worden op het moment door Economische Zaken/Gemeente Amsterdam en de drie andere stadsdelen in Parkstad gedragen. Bos en Lommer betaalt (nog) niet mee. Voor de (eventuele) kosten van de accountmanager is in Bos en Lommer (nog) geen dekking.

Dekkingsbronnen/financieringsmiddelen Economische Zaken Als dekkingsbronnen (zie ook de voorafgaande tabel) worden - naast algemene middelen (het stadsdeelfonds) en projectbudgetten - Europese gelden (Urban 2) ingezet voor co-financiering van economische zaken/projecten (zoals de Pniëlkerk en het straatmanagement op de Admiraal de Ruijterweg) en centraal stedelijke middelen (zoals HERMEZ-gelden van Economische Zaken/Gemeente Amsterdam, broedplaatssubsidies). De onrendabele top van de broedplaats voor kunstenaars in de voormalige HTS is met de laatst genoemde subsidie gefinancierd. Economische Zaken van het stadsdeel speelt een belangrijke rol om dergelijke subsidies (co-financiering) “los te trekken”. Om hiervoor in aanmerking te komen dienen namelijk uitgewerkte projectvoorstellen ingediend te worden. Dit is een belangrijke activiteit van Economische Zaken van het stadsdeel. Om de doelstellingen uit de kadernota te kunnen realiseren zullen naast de inzet van algemene middelen en projectbudgetten een beroep worden gedaan op Europese en centraal stedelijke middelen zoals HERMEZ-middelen. Deze laatst genoemde middelen kunnen bijvoorbeeld ook gebruikt worden voor de onrendabele top van bedrijfsverzamelgebouwen. Onderzocht zal worden of ook GSB-middelen ingezet kunnen worden. Van het lnvesteringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV) is circa 10% bedoeld voor economische projecten/zaken. De grote bulk van de economische projecten (zoals b.v. de Bruggebouwen over de A10) wordt door de markt betaald (door projectontwikkelaars en eigenaars van vastgoed), door corporaties (meestal als er sprake is van een combinatie van woonen economische functies m.n. in de (plinten van gebouwen) en via PPS-constructies. Voor het project Bos en Lommerplein en omgeving zijn IPSV-middelen ingezet. Deze zijn mede gebruikt voor de collectieve nadeelcompensatie van ondernemers als gevolg van de afsluiting van de op- en afritten van de A10. Verder zijn de IPSV – middelen gebruikt voor het budget van de klankbordgroep van ondernemers en om bijvoorbeeld het project zuidelijk bruggebouw vlot te trekken (huurgarantie). Voor de oprichting van de nieuwe ondernemersvereniging in Bos en Lommer (SOBEL) is onder meer een beroep gedaan op HERMEZ gelden. Maar ook de bij het Bos en

_____________________________________________________________________________ 54

Kadernota Economisch Beleid Lommerplein betrokken projectontwikkelaars nemen naar verwachting een deel van de kosten voor hun rekening.

_____________________________________________________________________________ 55

Kadernota Economisch Beleid

_____________________________________________________________________________ 56

Kadernota Economisch Beleid

DEEL 2 ACHTERLIGGEND KADER ECONOMISCH BELEID BOS EN LOMMER

_____________________________________________________________________________ 57

Kadernota Economisch Beleid

_____________________________________________________________________________ 58

Kadernota Economisch Beleid

I. Economie en werkgelegenheid Bos en Lommer
Karakter Bos en Lommer Bos en Lommer is een van de zeven stadsdelen in Amsterdam West. Bos en Lommer neemt een unieke positie in omdat het – in tegenstelling tot de zes andere stadsdelen - uit twee delen bestaat waarvoor in het structuurplan Amsterdam verschillende gebiedsvisies zijn opgesteld. Bos en Lommer bestaat uit:  een gebied binnen de ring (onderdeel van West binnen de Ring; samenwerking in het kader van URBAN2) dat onderdeel is van het gebiedsdeel “ binnenstad en gordels”;  een gebied buiten de ring (onderdeel van Parkstad) dat onderdeel is van het gebiedsdeel “westelijke tuinsteden”. Ook door de verschillende milieutypen neemt Bos en Lommer een bijzondere positie in binnen de zeven stadsdelen in West. De milieutypen staan beschreven in het structuurplan voor Amsterdam. Volgens dit plan kan de zogenaamde structuurlaag van de gebouwde omgeving en het functioneren daarvan uitgewerkt worden in verschillende milieutypen (zie bijlage): Bos en Lommer kent vier milieutypen:  grootstedelijk werken: de Molenwerf en Sloterdijk (behalve de historische kern);  stedelijk bedrijventerrein: Landlust: bedrijven m.n. milieuklasse III + IV, geen wonen, max. 30% kantoor per vestiging ;  grootstedelijk wonen en werken: Jan van Galensportpark;  stedelijk wonen en werken: de overige delen van Bos en Lommer. Bos en Lommer is daarmee het enige stadsdeel in west waar deze vier milieutypen naast elkaar voorkomen en waar zowel een binnenstedelijk bedrijventerrein (Landlust) als een kantorenterrein (Molenwerf) zijn. De structuur van Bos en Lommer maar ook de economie is daardoor zeer gevarieerd. Een groot deel van Bos en Lommer behoort tot de grootschalige transformatiegebieden in de stad.

Werkgelegenheid Bos en Lommer is vooral een stadsdeel waar gewoond wordt: de beroepsbevolking is bijna anderhalf maal groter dan het aantal banen. Wel is de verhouding wonen werken de laatste jaren enigszins richting werken opgeschoven. De bevolkingsomvang van Bos en Lommer is bijna 30.800 personen (O&S) en hiervan behoren ruim 22100 personen tot de potentiële beroepsbevolking. Bos en Lommer kent in totaal ruim 1250 vestigingen met in totaal bijna 10.500 werkzame personen (O&S, 1 januari 2002). Hiervan zijn meer dan 220 detailhandelsvestigingen met ruim 570 werkzame personen. De werkgelegenheid is vooral geconcentreerd in de bedrijfstakken overheid en sociale verzekeringen (3100 banen) en financiële instellingen (2700 banen). De vestiging van de UWV (in het voormalige GAK-gebouw) verklaart het hoge aantal banen bij de sociale verzekeringen. Deze organisatie vertrekt overigens op termijn uit Bos en Lommer naar een gebouw elders in Amsterdam. De aanwezigheid van de arbeidsplaatsen in het stadsdeel betekent overigens niet dat deze per definitie ingevuld worden door stadsdeelbewoners. Bos en Lommer heeft evenals de andere stadsdelen te maken

_____________________________________________________________________________ 59

Kadernota Economisch Beleid met een zogenaamde inkomende pendel van arbeidskrachten. Op het schaalniveau van geheel Amsterdam en bij de huidige regionale arbeidsmarktverhoudingen werkt bijna een kwart van de bevolking elders (uitgaande pendel) terwijl bijna de helft van het aantal arbeidsplaatsen bezet wordt door niet-Amsterdammers (inkomende pendel). Dit kan deels verklaard worden door het grote aantal mensen met een lage opleiding dat in Amsterdam woont. De opleiding en kwalificaties van werkzoekenden sluiten niet aan bij de vraag van potentiële werkgevers omdat die behoefte hebben aan hoger opgeleid personeel. Mede door deze kwalitatieve mismatch hebben de meeste werklozen een zwakke positie op de arbeidsmarkt. Ook in Bos en Lommer wordt bijna de helft van de banen door forensen ingenomen. De gemeente Amsterdam heeft de ambitie om door toevoegingen aan het woningbestand de woon-werkbalans om te buigen opdat de in Amsterdam werkenden daar ook zoveel mogelijk kunnen wonen en dat andersom Amsterdammers bij voorkeur werk vinden binnen hun eigen stad. Ook Bos en Lommer heeft deze ambitie en daarom zijn de afgelopen jaren vier grote stedelijke vernieuwingsprojecten in gang gezet die betrekking hebben op zeker driekwart van het grondgebied van Bos en Lommer. Ook hierin neemt Bos en Lommer een unieke positie in ten opzichte van de andere zes stadsdelen in West. Afgezet tegen de omvang van Bos en Lommer als een van de kleinste stadsdelen in west heeft Bos en Lommer naar verhouding bijzonder veel en omvangrijke projecten.

Winkels en warenmarkt De belangrijkste winkelgebieden zijn het middeldeel van de Bos en Lommerweg en het Gulden Winkelplantsoen waar een nieuw winkelcentrum in aanbouw is. De winkels hebben vooral een functie voor de eigen inwoners (met de komst van het nieuwe winkelcentrum gaat dat mogelijk veranderen). Wanneer het om dagelijkse goederen gaat weet de detailhandel de koopkracht redelijk goed vast te houden, hoewel er een duidelijke afvloeiing naar De Baarsjes is. In de niet-dagelijkse sfeer is er sprake van een behoorlijke koopkrachtafvloeiing naar andere stadsdelen. Met name het centrum van Amsterdam profiteert hiervan. Naast winkels kent Bos en Lommer een dagelijkse warenmarkt (vijf dagen per week). De markt is in de vijftiger jaren van de vorige eeuw gestart op het Gulden Winckelplantsoen en is in 2001 tijdelijk verplaatst naar het parkeerterrein voor het voormalige GAK-gebouw. Op de markt zijn meer dan 120 plaatsen voor 4 meterkramen. Er staan zowel vaste kraamhouders als zogenaamde lotelingen. Vaste kraamhouders zijn verplicht om drie dagen per week op de markt te staan. Lotelingen kunnen zich ‘s ochtends bij de marktmeester melden. Aan de hand van hun inschrijvingsnummer en het aantal te vergeven plekken kunnen zij een plaats toegewezen krijgen. Er zijn circa 30 plaatsen voor lotelingen.Stadsdelen hebben overigens weinig zeggenschap over het marktbeleid. Dit heeft alles te maken met het bestaan van een centraal (stedelijk) marktreglement.

_____________________________________________________________________________ 60

Kadernota Economisch Beleid Landlust Het bedrijventerrein Landlust behoort tot een van de oudste voormalige industrieterreinen in Amsterdam. In het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam uit 1934 heeft dit gebied samen met een viertal andere terreinen de bestemming “ industrie”. Landlust wordt aan de noordzijde begrensd door de Haarlemmerweg die tevens de hoofdontsluiting van het terrein vormt. Het is de aanvoerroute vanuit zowel de stad als vanaf de ringweg. Het Westelijk Marktkanaal begrenst de oostzijde. Het kanaal heeft nu geen functie meer voor de scheepvaart, maar wel voor recreatiescheepvaart, als ligplek voor woon- en bedrijfsboten en als vestigingsplaats voor bedrijven die voor hun bedrijfsvoering zijn aangewezen op ligging aan het water. De Willem de Zwijgerlaan en de Adolf van Nassaustraat vormen de begrenzing aan de zuidwest- en westkant. Aan de overzijde hiervan zijn woonwijken gesitueerd. In 1997 is een onderzoek uitgevoerd naar Landlust. Op dat moment zijn er een bedrijfsverzamelgebouw (Da Vinci) en een kantorenverzamelgebouw (Amsterdam Business Centre) gevestigd op het terrein. Verder zijn er met name autogerelateerde bedrijven, groothandel, bouw- en technische bedrijven en enige detailhandelsbedrijven. Verder is er een jachthavenbedrijf (ligging en reparatie van jachten) gevestigd. en de stadsdeelwerf. Een van de grootste bedrijven (in de grafische sector) in 1997 is Tetterode met ca.380 werkzame personen. De meeste van deze bedrijven zijn op dit moment ook nog gevestigd op Landlust. De diversiteit op het bedrijventerrein was en is groot. In 1997 zijn er meer dan 20 bedrijven op Landlust (exclusief de bedrijven in het bedrijfsverzamelgebouw) met rond de 1000 werkzame personen. Het totaal aantal vierkante meters grondoppervlak is in 1997 bijna 64.000 m2 waarvan ruim 41.000 m2 bebouwd (64% van het grondoppervlak d.i. dichte bebouwing). Onbebouwde terreinen worden meestal als buitenopslag of parkeerterrein gebruikt. Het grondgebruik op Landlust is intensief. Opvallend aan de eigendomssituatie is dat er weinig grond in erfpacht is uitgegeven. De meeste grond is al jaren volledig in bezit van de verschillende bedrijven. Alleen bij de recente overdrachten is er spraken van een erfpachtovereenkomst.

Molenwerf Op het kantorenterrein de Molenwerf zijn vooral grotere bedrijven gevestigd zoals de Postbank en PVF. Er zijn zo’n 10 bedrijven met in totaal 1400 werkzame personen. Gemiddeld zijn er per bedrijf ongeveer 100 arbeidsplaatsen. De grond op het terrein is geheel uitgegeven. Er zijn geen mogelijkheden om nieuwe kavels uit te geven. Het grondgebruik is intensief. Verspreide bedrijvigheid De bedrijvigheid in Bos en Lommer is geconcentreerd langs de doorgaande wegen (Bos en Lommerweg, Jan van Galenstraat, Admiraal de Ruijterweg, ) in kantorengebouwen langs de A10 (zoals het voormalige Gak-gebouw), op het bedrijventerrein Landlust en op het kantorenterrein de Molenwerf. Verspreid door de wijken zijn ook nog allerlei (kleinere) bedrijven gevestigd. Het gaat daarbij vaak om zakelijke dienstverlening, kleinschalige detailhandel en ambachtelijke bedrijven. Bos en Lommer kent tientallen kleinschalige bedrijfsruimten. Hiermee wordt bedrijfsruimte bedoeld die kleiner is dan 500 m2 en die zelfstandig verhuurd of verkocht kan worden. In Bos en Lommer gaat het daarbij om onderstukken van
_____________________________________________________________________________ 61

Kadernota Economisch Beleid woningen (plinten), bedrijfsruimte op koppen van wooncomplexen en solitaire bedrijfsruimten. De kleinschalige bedrijfsruimten zijn te vinden in winkelstraten als de Bos en Lommerweg, de Admiraal de Ruijterweg en de Jan van Galenstraat. Ook in andere (doorgaande) straten zoals de Willem de Zwijgerlaan, de Wiltzanghlaan, de Leeuwendalersweg en de Hoofdweg en verspreid door de wijken (vaak op koppen van wooncomplexen) is bedrijfsruimte te vinden. In het voormalige dorpje Sloterdijk is een concentratie van ca. 8 bedrijven met in totaal meer dan 20 arbeidsplaatsen. In Bos en Lommer zijn in vergelijking met het Amsterdamse gemiddelde relatief veel startende ondernemers te vinden. Nieuwe en vernieuwde economie In de vier vernieuwingsgebieden (Bos en Lommerplein en omgeving, Admiraal de Ruijtergebied, Kolenkitbuurt en Sportparkstad) zijn naast ontwikkelingen op het gebied van wonen ook veel economische ontwikkelingen gaande (zie ook deel 1 waar de economische programma’s voor de vernieuwingsgebieden meer in detail staan uitgewerkt). Naast het nieuwe winkelcentrum op het Bos en Lommerplein worden twee zogenaamde bruggebouwen gerealiseerd boven de A10. In deze gebouwen komt kantoorachtige bedrijvigheid en in de plinten zakelijke dienstverlening en andere voorzieningen. In het Admiraal de Ruijtergebied wordt gewerkt aan herontwikkeling en behoud van economische functies in de (voormalige) winkelruimten in de plinten. Voor de te vernieuwen Kolenkitbuurt is een economische programma opgesteld met plannen voor een kantorentorentje bij het metrostation en op termijn een bedrijfsverzamelgebouw op de locatie van de voormalige HTS. De plannen voor Sportparkstad zijn nog in ontwikkeling maar ook in dit gebied is in de toekomst aandacht voor economische functies. In de voormalige HTS in Kolenkitbuurt is recent een (tijdelijke) broedplaats voor kunstenaars gevestigd. De Pnielkerk wordt momenteel verbouwd tot multifunctioneel cultureel centrum, met behulp van Europese gelden (Urban2). Naast de Pnielkerk worden een aantal andere projecten ontwikkeld met Europese middelen zoals: de bedrijfsregeling (samenwerking met De Baarsjes), Samen Veilig Ondernemen en subsidieregelingen voor eigenaren en ondernemers in het Admiraal de Ruijtergebied (zie ook deel 1).

_____________________________________________________________________________ 62

Kadernota Economisch Beleid

II. Stedelijke en wettelijke kaders
De taken van het stadsdeel op het terrein van het economische beleid en de beleidsvrijheid daarbij worden bepaald door een aantal kaders. De belangrijkste wettelijke kaders zijn de verordening op de stadsdelen en het structuurplan voor Amsterdam. Daarnaast geven de bestuursovereenkomst tussen de centrale stad en de stadsdelen, de nota stedelijke vernieuwing, de nieuwe beleidsnota HERMEZ van Economische Zaken/Gemeente Amsterdam, en de kaders van het Grotestedenbeleid de voornaamste contouren aan voor het economische stadsdeelbeleid. Omdat het gebied van Bos en Lommer - buiten de ring (Kolenkitbuurt en Jan van Galensportpark) - binnen Parkstad valt is voor dit deel ook het beleid van Parkstad kaderstellend. De bevoegdheden van de stadsdelen zijn vastgelegd in de verordening op de stadsdelen. Het gemeentebestuur heeft een groot deel van haar bevoegdheden overgedragen aan de stadsdelen en heeft dit geregeld in de genoemde verordening op de stadsdelen. Voor het economisch beleid betekent dit dat stadsdelen op bijna alle punten van dit beleid bevoegd zijn behalve op aspecten die betrekking hebben op (onderdelen van) het grondbeleid en het marktwezen (en binnen de ruimtelijke kaders van het structuurplan). Hierna volgt een samenvatting van de belangrijkste centrale beleidskaders. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een samenvatting van de belangrijkste aspecten uit de kaders en de implicatie die ze hebben voor het economisch beleid van het stadsdeel.

II.1. Stedelijke kaders
(Ontwerp) Structuurplan Amsterdam Het ontwerp structuurplan Amsterdam geeft de (wettelijke) ruimtelijke kaders voor het economische beleid van gemeente en stadsdelen. Het structuurplan dient als beleids- en toetsingskader voor bestemmingsplannen. Belangrijke uitgangspunten, die het economisch beleid raken, zijn:  in de Amsterdam worden vooral intensieve en gemengde stedelijke milieus gerealiseerd. Belangrijke gebieden voor intensivering zijn ondermeer het naoorlogse woongebied in West en de overgangszones van de stad rondom de ringweg A10. Bos en Lommer ligt in de gebied;  bij de intensivering is het bedoeling dat de milieuhinder niet toeneemt;  met name in het grootstedelijke kerngebied (waarin een groot deel van Bos en Lommer ligt) wordt de ruimte voor innovatieve, culturele en economische activiteiten verhoogd. Het proces waarbij nieuwe werkfuncties en voorzieningen ruimte vinden moet worden gestimuleerd. Kleinschalige bedrijvigheid Amsterdam - en de stadsdelen - kennen een tekort aan kleinschalige bedrijvigheid. De gemeente hanteert overigens een anticyclisch beleid ten aanzien van uitbreiding van kleinschalige bedrijfshuisvesting. In de nota “ Kleinschalige bedrijfshuisvesting in

_____________________________________________________________________________ 63

Kadernota Economisch Beleid Amsterdam” staat het gemeentelijk beleid voor kleinschalige bedrijfshuisvesting uitgewerkt. Volgens deze nota is vergroting van de mogelijkheden tot functiewisseling tussen wonen en werken en daardoor van de uitbreidingsmogelijkheden van kleinschalige bedrijvigheid mogelijk door flexibilisering van bestemmingsplannen. Het voorstel is om in een (flexibel) bestemmingsplan de bestemming van ‘gemengde bebouwing’ op te nemen en daarbij een minimum en maximum aan het percentage vloeroppervlak in gebruik als bedrijf aan te geven. In ‘gemengde bebouwing’ worden verschillende functies toegestaan. Het gaat meestal om op de verdieping wonen en op de begane grond winkels, kantoren of bedrijven. Het gebruik kan ook in de tijd veranderen. Voordeel is dat het starten van een bedrijf bestemmingsplantechnisch mogelijk is (mits aan de milieuvoorwaarden is voldaan) en er minder bureaucratische procedures zijn. Belangrijk daarbij is dat op plaatsen waar een verhoogd risico bestaat dat bedrijfsruimten eenzijdig worden omgezet in woonruimte bij flexibilisering, de bedrijfsbestemming gehandhaafd blijft Volgens de nota is een volgende stap om stadsdelen en ontwikkelaars te stimuleren tot planvorming door hen te vragen om concrete voorstellen voor proefprojecten in te dienen die aansluiten op een concrete marktvraag en hiervoor ruimte te reserveren. In overleg met indieners van proefprojecten moet vervolgens worden nagegaan of bepaalde ondersteunende maatregelen (bijvoorbeeld aanpassing van grondprijzen, objectsubsidie, subsidie voor excessieve beheerskosten) getroffen dienen te worden. Ook moet de haalbaarheid van projecten worden onderzocht. In het kader van het Actieprogramma Economische Structuur II (de voorloper van HERMEZ, zie verder in de tekst) en het Grotestedenbeleid is een uitvoeringsprogramma ‘plinten’ opgesteld. De uitbreiding van kleinschalige bedrijfsruimten zoals opgenomen in het economisch investeringsprogramma van de centrale stad en opname in programma’s van de stadsdelen wordt gestimuleerd. Kantoorontwikkeling In het ruimtelijk beleid voor kantoorontwikkeling ligt de nadruk op de situering van grootschalige kantoren (meer dan 5000 m2 en meer dan 200 werknemers) en hogere bebouwingsdichtheden aan multimodale knooppunten van openbaar vervoer. Daartoe behoren ook de drie grootstedelijke kerngebieden waaronder de Jan van Galenstraat. Daarnaast passen meer kleinschalige kantoren beter in het gemengde stedelijke milieu (milieu stedelijk wonen en werken). Verder wordt ingezet op de ontwikkeling van de Zuidas voor het topsegment (en dus niet de A10-west).

Detailhandel Amsterdam zorgt voor balans in de detailhandel door stedelijke en regionale afstemming. Overbewinkeling en concurrentie in de stad moet worden voorkomen. Initiatieven waarin detailhandel is opgenomen met een totaal bedrijfsoppervlak van 2000 m2 of meer of de instelling van nieuwe markten moeten worden getoetst aan het centraal-stedelijk beleid. Hiervoor is het belangrijkste adviesorgaan de commissie Winkelplanning.

_____________________________________________________________________________ 64

Kadernota Economisch Beleid De detailhandelstructuur blijft gehandhaafd: een krachtig kernwinkelapparaat in de binnenstad, twee subcentra met regionale uitstraling (Buikslotermeerplein, Amsterdamse Poort) en vier grotere keuzecentra die (ook) consumenten trekken van buiten het directe verzorgingsgebied (Osdorpplein, Gelderlandplein, Kinkerstraat en Ferdinand Bolstraat). De kleinere winkelconcentratiegebieden in de stadsdelen (zoals het nieuwe winkelcentrum op het Bos en Lommerplein) vallen hier buiten. De invulling ervan wordt overgelaten aan de stadsdelen. Voor de grootschalige en perifere detailhandelsvestigingen is het gemeentelijke beleid kaderstellend dat een beperkt aantal traditionele branches zich buiten de bestaande winkelgebieden mag vestigingen. Hiervoor is een aantal (bedrijven)terreinen aangewezen (niet in Bos en Lommer). Bedrijven Gezien de (verwachte) schaarste aan ruimte voor bedrijven binnen de stad zet het structuurplan in op versterken van de regionale economische structuur. Dit betekent dat een deel van de ruimtevraag kan worden opgelost door meer vloeroppervlak te ontwikkelen voor bedrijven binnen gemengde milieus en door intensivering van bestaande bedrijventerreinen. Het beleid voor bedrijventerreinen is gericht op behoud, transformatie en nieuwe terreinen. Voor het bedrijventerrein Landlust in Bos en Lommer (in combinatie met Bedrijventerrein Westerpark en de Centrale Markthallen) is voorzien in behoud en intensivering (in de planperiode tot 2010). Veel leisurebedrijven vestigen zich bij voorkeur op bedrijventerreinen (relatief goedkope grond, gemakkelijk parkeren, beperkte overlast voor omwonenden). Dergelijke vestigingen zijn niet zelden in strijd met het locatiebeleid en er is bovendien een tekort aan ruimte voor bedrijven De beleidsnota “ Vestigingsbeleid voor leisurebedrijven in Amsterdam” geeft als richtlijn: hoogwaardige en kapitaalintensieve leisure die mensen uit de stad en regio trekken, krijgen een plek in het grootstedelijk kerngebied (buiten Bos en Lommer). Daarnaast komen andere locaties met een goede ontsluiting per openbaar vervoer in aanmerking. Het is beleid om de vestigingsmogelijkheden voor leisurebedrijven op bedrijventerreinen beperkt te houden Kunst, cultuur, broedplaatsen In het structuurplan is meer ruimte gereserveerd voor kunst, cultuur, broedplaatsen. Ook in de 19e en 20e eeuwse gordel en de westelijke tuinsteden en in de omgeving van de A10 west. Er is aandacht voor verouderde gebouwen die een tijdelijke plek kunnen bieden aan startende ondernemers en kunstenaars. Met name de grootschalige transformatiegebieden (een groot deel van Bos en Lommer) bieden de meeste potentie voor het vinden van nieuwe (tijdelijke) locaties. Ook zijn meer presentatiemogelijkheden nodig in het middensegment (multifunctionele ruimten). Toerisme en recreatie Spreiding van de toeristische druk is uitgangspunt. Verder dienen bepaalde toeristische voorzieningen zoals hotels en (toeristische) evenementen ook buiten de binnenstad een plek te krijgen. Wat betreft hotels gaat het ook nadrukkelijk om de

_____________________________________________________________________________ 65

Kadernota Economisch Beleid 19e en 20e eeuwse gordel (Bos en Lommer ligt binnen deze gordel). Volgens de hotelnota zijn er met name kansen in het lagere segment (3 en 4 sterren).

Bestuursakkoord centrale stad/stadsdelen 2002-2006 Uit het bestuursakkoord tussen de centrale stad en de stadsdelen blijkt dat de stadsdelen de komende jaren vooral voor de opgave staan om:  kleinschalige bedrijfsruimte te realiseren (jaarlijkse doelstelling voor de gehele stad: 20.000 m2 kleinschalige bedrijfsruimte realiseren);  economische bedrijvigheid te stimuleren door verouderde bedrijfsterreinen te herstructureren;  winkelgebieden te (re)vitaliseren om de sociaal economische structuur te verbeteren;  toerisme ontwikkelen, hotellocaties.

Nota Stedelijke Vernieuwing Gemeente Amsterdam In de nota Stedelijke Vernieuwing Amsterdam (deel III; de economische peiler) worden de doelstellingen van de gemeente Amsterdam voor fysieke economie als volgt omschreven:  bevorderen van een menging van wonen en werken door realisatie en behoud van geschikte bedrijfsruimte in woongebieden;  ontwikkelen van bedrijfsruimte voor startende ondernemers, bijvoorbeeld in de vorm van bedrijfsverzamelgebouwen;  revitaliseren van verouderde bedrijventerreinen en het ontwikkelen van nieuwe bedrijventerreinen;  stimuleren van kansrijke sectoren en clusters;  verbeteren van de bereikbaarheid van economische functies, vooral door een verbeterde ontsluiting van bedrijfsruimten en terreinen door het lokale wegennet.

_____________________________________________________________________________ 66

Kadernota Economisch Beleid Nieuw economisch programma Gemeente Amsterdam (HERMEZ) Het nieuwe economische structuurprogramma werkt bovenstaande hoofdpunten uit het bestuursakkoord verder uit en voegt een aantal aandachtspuntenvoor het economisch beleid van de stadsdelen toe: Kleinschalige bedrijfsruimte:  de vraag naar kleinschalige bedrijfsruimte is het grootste binnen ring, terwijl de ruimte daar het meest beperkt is. Dit betekent aandacht voor het behoud van bestaande bedrijfsruimte (en verwaarloosde bedrijfsruimte of bedrijfsruimte die een andere functie heeft gekregen) en zo mogelijk uitbreiding;  ruimte (vestigingsmogelijkheden) voor starters en verzorgende functies voor de stad/het stadsdeel zoals drukkers en aannemers;  zwakte: in Stedelijke vernieuwingsplannen is de economische pijler onvoldoende uitgewerkt en wordt te weinig bedrijfsruimte gerealiseerd. Bedrijventerreinen:  de druk die de afspraken met het Rijk leggen op woningbouw laat weinig ruimte voor evenwichtige ontwikkelingen en behoud van bedrijvenlocaties. Behoud van binnenstedelijke bedrijventerreinen en continuering van bestaand beleid voor herstructurering bedrijvenlocaties staat daarom centraal. Kantorenlocaties  (potentiële) planvoorraad op peil houden in tijden van overaanbod (leegstand!) en ruimteclaims niet opgeven;  bescherming van huidige werklocaties. Detailhandel:  fijnmazige winkelstructuur handhaven;  de inwoner staat centraal – inwoners moeten op redelijke afstand van hun woning hun dagelijkse boodschappen kunnen blijven doen (zg. gemakscentra in de wijken;  voorzieningenniveau handhaven (horeca, commerciële dienstverlening, postkantoor e.d.);  stimuleren originelere detailhandelsvestigingen (filialisering, ontkleuring tegen gaan – ketens!);  opknappen verouderde winkelcentra en winkelstraten. Toerisme  hotelareaal uitbreiden (tekort in het budgetsegment; dit is niet het rugzaktoerisme);  kunst en cultuurbeleid is te geconcentreerd in de binnenstad; spreiding kunst en cultuuraanbod over de stad.

_____________________________________________________________________________ 67

Kadernota Economisch Beleid Ondernemers  bevorderen organisatiegraad bedrijfsleven; harmoniseren en coördineren van organisatieverbanden (winkeliersverenigingen);  dienstverlening (vergunningen) aan en informatievoorziening voor ondernemers verbeteren. Het nieuwe economische actieplan noemt de volgende speerpunten voor de stadsdelen die de komende tijd extra aandacht krijgen: Midden-en kleinbedrijf en starters  verbeteren van informatievoorziening voor en dienstverlening aan ondernemers;  zorg voor buurtwinkels en instandhouden fijnmazige detailhandelstructuur op stadsdeelniveau;  aandacht voor veiligheid; zorgen voor een gastvrij klimaat voor het winkelend publiek;  uitvoeren en meefinancieren van projecten;  zorgen voor een goed ondernemersklimaat Bedrijventerreinen/(kleinschalige) bedrijfshuisvesting  realiseren van locaties voor bedrijfshuisvesting (opnemen in Stedelijke Vernieuwingsplannen);  beheer en onderhoud van bedrijventerreinen planontwikkeling en faciliteren van de uitvoering van herstructureringsprogramma’s. Toerisme  spreiding van toeristische voorzieningen over de stad;  realiseren van locaties voor hotels en congressen. Overig  faciliteren en accommoderen bij de aanleg van breedbandvoorzieningen en het verder ontwikkelen van de kennisclusters;  co-financieren van ondernemershuizen;  toepassen parkeerverordening (blauwe zones);  ontwikkelen van initiatieven (bv. m.b.t. Europese programma’s), Het economisch beleid is op onderdelen uitgewerkt in deelnota’ s als ondermeer Detailhandel in balans, de nota Kleinschalige bedrijvigheid in Amsterdam (2000) en de nota’s over het hotelbeleid.( zie ook achterin voorliggende nota bij de geraadpleegde bronnen). De inhoud van deze deelnota’s komt elders aan de orde.

_____________________________________________________________________________ 68

Kadernota Economisch Beleid In navolging op de landelijk benchmark (vergelijkend onderzoek) heeft bureau Onderzoek en Statistiek in 2001 een benchmark ondernemingsklimaat stadsdelen uitgevoerd. Ondernemers is gevraagd om een aantal aspecten van de dienstverlening door de stadsdelen te beoordelen. De rapportage over de benchmark geeft een aantal aanknopingspunten om met name de dienstverlening door stadsdelen aan ondernemers te verbeteren. Elders in deze nota en in de bijlage wordt verder op deze benchmark ingegaan.

Amsterdam complete stad (Grotestedenbeleid) Het rijk heeft met de 25 grote steden afspraken gemaakt over het Grotestedenbeleid. Als basis voor deze afspraken is in Amsterdam een stadsvisie tot het jaar 2010 ontwikkeld. Het Grotestedenbeleid bestaat uit drie pijlers: een fysieke, een economische en sociale pijler. Volgens de nota “Amsterdam een complete stad” vervullen de stadsdelen een sleutelrol. Alle plannen en programma’s van de stad en de stadsdelen zijn in deze betreffende nota onder de noemer van het Grotestedenbeleid met elkaar in verband gebracht, voorzien van een perspectief tot 2010 en van een financiële bijdrage. De nota geeft aan dat er – naast het algemene beleid om bedrijven aan te trekken of vast te houden en nieuwe bedrijvigheid te stimuleren – een gebiedsgerichte benadering nodig is. Hierbij kunnen de stadsdelen een belangrijke rol spelen (met name in de achterstandswijken) bij de planvorming rond stedelijke vernieuwing. Belangrijke aspecten daarbij zijn: Fysieke economie: Voor de fysieke pijler wordt aangesloten bij de uitgangspunten in de Nota Stedelijke Vernieuwing Amsterdam (zie eerder in dit hoofdstuk) Niet-fysieke economie:  bevorderen van (nieuw) ondernemerschap;  stimuleren van kansrijke sectoren en clusters (structuurversterking).

Beleid Parkstad In de economische ontwikkelingsvisie Westelijke Tuinsteden Van Tuinstad naar Werkstad worden als speerpunten genoemd: functiemenging, intensief grondgebruik en stuwende economische activiteiten. In ‘Werkstad’ zijn economische activiteiten in ruimten onder, tussen, en naast ‘wonen’ gewenst. Het gaat daarbij zowel om nieuwe locaties als hergebruik van bestaande ruimten. Kansen voor economische ontwikkeling betekent het bestaande behouden en nieuwe ruimteclaims leggen op locaties met de hoogste economische potenties (bijvoorbeeld langs het hoofdnet auto en/of bij knooppunten van het openbaar vervoer). Behalve langs hoofdwegen en in winkelcentra zal bij de realisatie van woningbouwprojecten steeds bekeken moeten worden of het mogelijk is bedrijfsruimten mee te bouwen. Voor woongebieden wordt gedacht aan b.v. bedrijfsverzamelgebouwen en de invulling van voormalige winkelstrips. Een goede infrastructuur en voldoende parkeergelegenheid is daarbij belangrijk. Bij herprofileringen moet het hoofdnet auto zoveel mogelijk gehandhaafd blijven. Bij nieuw te ontwikkelen bedrijfslocaties zou parkeren zo veel mogelijk op eigen terrein plaats moeten vinden.

_____________________________________________________________________________ 69

Kadernota Economisch Beleid In Richting Parkstad 2015 (vastgesteld 30 mei 2001), een ontwikkelingsplan voor de hoofdlijnen van vernieuwing wordt meer ruimte geclaimd voor economische functies. Uitgangspunten van het programma, die ook door de consortia van woningcorporaties zijn onderschreven, zijn onder meer:  er moet een grotere variatie aan woon-werkmilieus komen;  economische vernieuwing moet leiden tot meer arbeidsplaatsen;  meer bedrijvigheid vergroot de levendigheid;  menging van functies op bestaande en nieuwe locaties;  behoud en uitbreiding van locaties voor ontwikkeling van kleinschalige bedrijvigheid.

Urban2 programma In 2001 is het stadsdeel Bos en Lommer een samenwerkingsverband aangegaan met de drie andere stadsdelen binnen de ring en de centrale stad om het Urban2 programma uit te voeren. Het Europese Urban2 programma “West binnen de ring” is gericht op een aansluitend gebied in de vier stadsdelen: Bos en Lommer, Oud-West, De Baarsjes en Westerpark. Het programma heeft een looptijd van 2001-2006 en is bedoeld om de economische en sociale ontwikkeling in het gebied een extra impuls te geven. Naast Europese, gemeentelijke en stadsdeelmiddelen kent het programma ook private investeringen. Daardoor wordt het mogelijk bestaande projecten en initiatieven in het gebied te versterken en nieuwe innovatieve projecten op te zetten. Het Urban2 programma is bedoeld voor stedelijke achterstandsgebieden. Bij de selectie van het gebied “West binnen de ring” hebben de indicatoren “hoog armoedeniveau” en “langdurige werkloosheid” dan ook een belangrijke rol gespeeld. De complexe en veelzijdige problematiek van “West binnen de ring” kenmerkt zich onder meer door: hoge werkloosheid, eenzijdige en te kleinschalige bedrijvigheid, jeugd- en jongerenproblematiek, segregatietendens, een eenzijdig woningaanbod en sociale onveiligheid. Het Urban-programma is gericht op sociaal-economische revitalisering van “West binnen de ring”. De doelstelling is om een binnenstedelijk leefklimaat te creëren dat wordt gekenmerkt door een balans in de combinatie van woon-, verblijfs- en werkmogelijkheden en waarin kansen worden gecreëerd en benut voor inwoners, bedrijven en instellingen die in samenhang leiden tot een duurzame, sociale en vitale samenleving. Bijzonder daar bij is de interbestuurlijke samenwerking tussen de vier stadsdelen die moet leiden tot een gemeenschappelijk ontwikkelingsprogramma voor het gebied “West binnen de ring”.

_____________________________________________________________________________ 70

Kadernota Economisch Beleid

II.2. Betekenis kaders voor het economisch beleid van het stadsdeel
De hiervoor geschetste inhoud van de stedelijke en wettelijke kaders geeft belangrijke aanknopingspunten voor het economisch beleid van het stadsdeel. Stadsdelen hebben een grote beleidsvrijheid om het eigen economisch beleid vorm te geven binnen de grenzen van deze stedelijke en wettelijk kaders. Hierna volgt een samenvatting van de belangrijkste aspecten uit de kaders en de implicatie die ze hebben voor het economisch beleid van het stadsdeel. Bestemmingsplannen Bestemmingsplannen regelen de functie van locaties. Om te zorgen voor voldoende ruimte voor economische functies is de inzet van de gemeente om met flexibele bestemmingsplannen te werken. Hierbij is functiewisseling tussen wonen en werken mogelijk. Uitbreidingsmogelijkheden van kleinschalige bedrijvigheid worden hierdoor bevorderd. Het is de bedoeling om in een (flexibel) bestemmingsplan de bestemming ‘gemengde bebouwing’ op te nemen en daarbij een minimum en maximum aan te geven voor het percentage vloeroppervlak dat in gebruik is als bedrijf. In ‘gemengde bebouwing’ worden verschillende functies toegestaan. Belangrijk is dat - bij flexibilisering op plaatsen waar een verhoogd risico bestaat dat bedrijfsruimten eenzijdig worden omgezet naar woonruimte - de bedrijfsbestemming gehandhaafd blijft. Bij de wijziging van bestemmingsplannen in de stadsdelen heeft een dergelijke aanpak nadrukkelijk voorkeur. Kleinschalige bedrijfsruimte Er is een groot tekort aan kleinschalige bedrijfsruimte in Amsterdam. De hiervoor beschreven flexibilisering van bestemmingsplannen kan een bijdrage leveren om het tekort terug te dringen. Tevens is het van belang dat de stadsdelen naast behoud van bedrijfsruimte ook aandacht besteden aan mogelijkheden om bedrijfsruimte uit te breiden (bijvoorbeeld via de realisatie van bedrijfsverzamelgebouwen). Het gaat daarbij om betrekkelijk kleine units tegen betaalbare huren. Ruimere vestigingsmogelijkheden voor starters en verzorgende functies voor stad en stadsdeel hebben daarbij prioriteit. Het is met name van betekenis dat de stadsdelen bij de uitwerking van de economische pijlers van de stedelijke vernieuwingsplannen aandacht besteden aan uitbreidingmogelijkheden voor kleinschalige bedrijfsruimte. Volgens het nieuwe economische programma van de gemeente is dat op dit moment vaak niet het geval. Binnenstedelijke bedrijventerreinen Voor binnenstedelijke bedrijventerreinen (zoals Landlust) is het uitgangspunt behoud en intensivering (in ieder geval tot 2010). Dit betekent dat op dergelijke terreinen functies als wonen en kantoren tegen het locatiebeleid ingaan, deze dienen daarom niet toegelaten te worden. Bij wijziging van bestemmingsplannen zal hiermee rekening gehouden moeten worden. Ook leisurebedrijven (bv. partycentra) op binnenstedelijke bedrijventerreinen zijn vaak in strijd met het locatiebeleid. Voor de grootschalige en perifere detailhandelsvestigingen is het gemeentelijke beleid kaderstellend dat een beperkt aantal traditionele branches zich buiten de bestaande winkelgebieden mag vestigingen. Hiervoor is een aantal (bedrijven)terreinen aangewezen (niet in Bos en Lommer).
_____________________________________________________________________________ 71

Kadernota Economisch Beleid

Stedelijke vernieuwing In stedelijke vernieuwingsgebieden is een gebiedgerichte aanpak van belang om het ondernemersklimaat te verbeteren en de werkgelegenheid te stimuleren. Kernpunten daarbij zijn:  menging wonen-werken door realisatie en behoud van bedrijfsruimte in woongebieden;  bedrijfsruimte voor startende ondernemers (bijvoorbeeld bedrijfsverzamelgebouwen);  revitaliseren en behoud van verouderde bedrijventerreinen;  verbeteren bereikbaarheid economische functies. Speerpunten stadsdelen Volgens het bestuursakkoord tussen stad en stadsdelen zijn er de volgende prioriteiten voor het economisch beleid van de stadsdelen gedurende de huidige bestuursperiode:  kleinschalige bedrijfsruimte realiseren;  verouderde bedrijfsterreinen herstructureren;  winkelgebieden (re)vitaliseren om de sociaal economische structuur te verbeteren;  toerisme en hotellocaties ontwikkelen.

_____________________________________________________________________________ 72

Kadernota Economisch Beleid

III. Terugblik economisch beleid Bos en Lommer
De afgelopen jaren heeft het accent van het economisch beleid van Bos en Lommer vooral gelegen op de ontwikkeling van het nieuwe winkelcentrum aan het Bos en Lommerplein en de totstandkoming van de twee bruggebouwen. Daarnaast heeft planontwikkeling (zie deel I) plaatsgevonden voor de economische pijlers van de vier vernieuwingsgebieden (Admiraal de Ruijtergebied, Bos en Lommerplein en omgeving, Kolenkitbuurt, Sportparkstad).

Nota Ruimtelijk Economische Structuur Bos en Lommer De structuur voor de detailhandel is vastgelegd in de in 1995 vastgestelde nota Ruimtelijk Economische Structuur Bos en Lommer (RES). In deze RES is het gebied (zie de bijlagen voor een kaartje van het gebied) rond het Bos en Lommerplein aan de oostkant van de A10 als winkelconcentratiegebied aangewezen en een deel van de Jan van Galenstraat. Het westelijk deel van de Bos en Lommer weg werd (evenals de Buskenblaserstraat) aangewezen als mogelijk concentratiegebied. De aanwijzing hiervan zou plaatshebben binnen een periode van circa twee jaar nadat de RES was vastgesteld. Een en ander werd wel afhankelijk gesteld van de planontwikkeling voor het Bos en Lommerplein. In de overige gebieden bestond een beleid van niet ingrijpen. Het bestuur van Bos en Lommer is er nooit toe overgegaan om deze mogelijke concentratiegebieden ook als definitieve concentratiegebieden aan te wijzen. Dit hangt samen met de planvorming rond het Bos en Lommerplein die er toe heeft geleid dat de concentratie van de detailhandel plaatsvindt aan de oostkant van de A10. Het in de genoemde RES vastgelegde beleid vormde het kader voor subsidiemogelijkheden. In het verleden is op gemeentelijk niveau een stimuleringsregeling voor ondernemers ontwikkeld :Bijdragen aan Ondernemers in Stadsvernieuwingsgebieden (BOS). Deze subsidieregeling steunde op de Subsidieregeling Stadsvernieuwing Binnenstad Amsterdam uit 1994. De BOS-regeling was bedoeld om het economische beleid gericht op ondernemers in stadsvernieuwingsgebieden te ondersteunen. In Bos en Lommer is (evenals in verschillende andere stadsdelen) van deze BOS-regeling weinig gebruik gemaakt. In 1999 is de Subsidieregeling Stadsvernieuwing Binnenstad Amsterdam ingetrokken (gemeenteblad 22, 5 maart 1999) en daarmee is er geen formele, juridische basis meer voor de BOS-regelingen. Relatiebeheer en communicatie Naast het detailhandelsbeleid heeft Bos en Lommer de afgelopen jaren veel aandacht besteed aan relatiebeheer en communicatie met ondernemers. De Nieuwsbrief voor Ondernemers werd een aantal keer per jaar uitgebracht met informatie voor ondernemers over ontwikkelingen in het stadsdeel. Verder heeft het stadsdeel gebruik gemaakt van de diensten van het Starterscentrum West een pilot van Economische Zaken/Gemeente Amsterdam om startende ondernemers te ondersteunen Het stadsdeel heeft diverse starters doorverwezen naar dit centrum.

_____________________________________________________________________________ 73

Kadernota Economisch Beleid

Uitgevoerde onderzoeken Verder is aantal onderzoeken uitgevoerd om het economische beleid van het stadsdeel te onderbouwen. Zo zijn twee zogenaamde passantenonderzoeken uitgevoerd om de tijdelijke verplaatsing en terugkeer van de markt te begeleiden. In 1997 is een onderzoek uitgevoerd naar mogelijkheden om het bedrijventerrein Landlust te revitaliseren. Behalve een inventarisatie van de aanwezige bedrijvigheid zijn de knelpunten op het terrein nagegaan. Mede naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek heeft herprofilering van de straten plaatsgevonden en is contact gelegd met ondernemers op Landlust (ondermeer met de Belangenvereniging Industrie Landlust). Daarnaast zijn diverse andere onderzoeken uitgevoerd –waaronder een Distributie Planologisch Onderzoek - ter voorbereiding van de vernieuwingsplannen voor het Admiraal de Ruijtergebied, het Bos en Lommerplein en omgeving, de Kolenkitbuurt en Sportparkstad. Achterin deze nota staat een overzicht van de uitgevoerde onderzoeken.

Urban-programma Bos en Lommer heeft een aantal projecten ontwikkeld binnen het Urban-programma. De projecten zijn er vooral op gericht om de economie in Bos en Lommer te stimuleren en de werkgelegenheid te verbeteren. De volgende projecten: - die allemaal betrekking hebben op het Stedelijke Vernieuwingsgebied Admiraal de Ruijterweg (zie deel I) zijn beschikt (stand van zaken medio december 2003): Beschikte Urban-projecten Multicultureel podium Pniëlkerk (theater, bedrijfsruimte, ateliers) Stimuleringsregeling voor eigenaren van bedrijfspanden in het Admiraal de Ruijterweggebied Straatmanager en stimuleringsregeling voor ondernemers in het Admiraal de Ruijterweggebied Brede School project Admiraal de Ruijterweggebied Doel: verbeteren fysieke bedrijfsomgeving Doel: verbeteren fysieke bedrijfsomgeving Doel: versterken bedrijfsleven en stimuleren ondernemerschap Doel: sociaal-economische activering

Naast deze projecten is nog een aantal projecten in ontwikkeling. Naast arbeidsmarkt- en leefbaarheidprojecten gaat het hierbij om projecten om ondernemerschap te versterken (zoals een veiligheidsproject gericht op ondernemers). Overigens ligt niet het gehele grondgebied van Bos en Lommer binnen het plangebied van het Urban2programma. De Kolenkitbuurt en Sportparkstad vallen er geheel buiten. Ook een deel van Bos en Lommer binnen de ring ligt buiten het gebied (zie de bijlage voor een kaartje van het plangebied). Dit heeft consequenties voor de in te
_____________________________________________________________________________ 74

Kadernota Economisch Beleid dienen projecten. De projecten dienen zoveel mogelijk binnen het Urban-gebied te vallen.

_____________________________________________________________________________ 75

Kadernota Economisch Beleid

IV. Economische Zaken en de stadsdeelorganisatie
Economische Zaken van het stadsdeel zorgt voor analyses van economische ontwikkelingen, stelt toekomstscenario's op en onderbouwt daarmee het economische beleid van het stadsdeel. Economische Zaken ondersteunt het bestuur bij het opstellen en uitvoeren van het economische beleid in het stadsdeel. De taakverdeling tussen Economische Zaken centraal (centrale stad) en Economische Zaken decentraal (stadsdelen) is vastgelegd in het Bestuursakkoord Centrale Stad – Stadsdelen 2002-2006. Omdat economisch beleid vaak stadsdeeloverstijgend is kan Economische Zaken decentraal worden beschouwd als een vooruitgeschoven post van Economische Zaken centraal en heeft een belangrijke rol bij het vinden van een balans tussen de economische belangen stadsbreed en op het niveau van het stadsdeel. Verder ziet Economische Zaken er op toe dat het stadsdeelbeleid niet ingaat tegen de kaders voor het economische (structuur)beleid van de centrale stad. De reikwijdte van het lokale economisch beleid en daarmee de samenhang met andere beleidsterreinen neemt steeds verder toe. Bovendien wordt er bij de ontwikkeling en uitvoering van het economisch beleid meer en meer overlegd en samengewerkt met andere partijen. Het lokale economische beleid krijgt steeds meer een integraal karakter. In plaats van een “ buitenpost” in het lokale beleid is economische zaken verweven geraakt met andere beleidsterreinen. Economische Zaken bij het stadsdeel Bos en Lommer bestaat niet alleen uit de afdeling met deze naam(bestaande uit een parttime beleidsmedewerker Economie en een accountmanager/ straatmanager). Ook andere afdelingen en sectoren hebben taken die op het terrein van de economie liggen (vergunningverlening, wijzigen bestemmingsplannen, ontwikkeling, horecabeleid, parkeerbeleid e.d.) Een goede samenwerking en afstemming tussen de verschillende sectoren/afdelingen op stadsdeelniveau en bij stadsdeeloverstijgende zaken met de aanpalende stadsdelen en de centrale diensten is van belang om het economische beleid van het stadsdeel uit te kunnen voeren. Overigens is uit de eerder genoemde benchmark stadsdelen gebleken dat economische zaken van Bos en Lommer een bijzondere magere bezetting heeft in vergelijking met de anders stadsdelen. En dat terwijl Bos en Lommer vier grote vernieuwingsprojecten heeft waarvan de economische pijlers aandacht behoeven, een Urban-programma en een zeer gevarieerde economische structuur in vergelijking met de andere stadsdelen in west. Stadsdelen kennen op het terrein van economische zaken 3 categorieën taken:  wettelijke en overheidstaken  taken voortvloeiend uit stedelijke afspraken  opstellen en uitvoeren van eigen economisch stadsdeel beleid Deze taken worden hierna uitgewerkt Om de taken op economisch gebied uit te kunnen voeren kan een aantal instrumenten ingezet worden die hierna ook aan de orde komen.

_____________________________________________________________________________ 76

Kadernota Economisch Beleid

IV. 1. Wettelijke en overheidstaken
Ruimtelijke ordeningstaken Het stadsdeel dient bestemmingsplannen te maken (gedelegeerde taak). Omdat de overheid het algemeen beleid dient, dienen bij het opstellen en wijzigen van bestemmingsplannen alle belangen (burgers, ondernemers, andere betrokkenen) afgewogen te worden (beginselen van behoorlijk bestuur). Hierbij is expertise nodig op het economische beleidsterrein. Zonder deze expertise kan de belangenafweging onvoldoende gemaakt worden Bestemmingsplannen Bestemmingsplannen regelen de functie van locaties. Op dit moment is het grootste deel van Bos en Lommer planologisch geregeld in bestemmingsplan Bos en LommerOost. In dit plan is functiewisseling tussen wonen en werken mogelijk (met uitzondering van de winkelstraten). Voor het nieuwe bestemmingsplan Admiraal de Ruijterweg is ingezet op concentratie van bedrijvigheid. Hierbij is functiewisseling tussen wonen en werken niet mogelijk. Het stadsdeel is bezig om alle bestemmingsplannen in Bos en Lommer te actualiseren. Om te zorgen voor voldoende ruimte en (zo mogelijk) uitbreidingsmogelijkheden voor economische functies (met name kleinschalige bedrijfsruimte) is het de inzet van het stadsdeel om per gebied te bekijken of flexibiliteit wenselijk of onwenselijk is. Bij flexibele bestemmingsplannen is functiewisseling tussen wonen en werken mogelijk. Belangrijk is dat - bij flexibilisering op plaatsen waar een verhoogd risico bestaat dat bedrijfsruimten eenzijdig worden omgezet naar woonruimte - de bedrijfsbestemming gehandhaafd blijft. Bij de wijziging van bestemmingsplannen in het stadsdeel is deze aanpak uitgangspunt. Dit betekent ook dat bij verzoeken van derden om bedrijfsruimte om te mogen omvormen tot woonruimte hiervoor geen toestemming wordt gegeven (voorzover het bestemmingsplan dit laatste toestaat). Voor het bedrijventerrein Landlust en het Kantorenpark Molenwerf zullen bij wijziging van de bestemmingsplannen behoud en mogelijkheden van economische functies uitgangspunt zijn. Woonfuncties en andere functies - die het voortbestaan van deze terreinen bedreigen - zullen (in ieder geval tot 2020) niet worden toegelaten.

Bevorderen integraliteit van beleid Het economisch beleid concentreerde zich tot voor kort vooral op het creëren van optimale vestigingscondities voor het lokale bedrijfsleven. Het accent lag heel nadrukkelijk op fysieke zaken, zoals de planning en aanleg van bedrijventerreinen, kantoorlocaties en infrastructuur. Bij het stimuleren van nieuwe bedrijvigheid ging de aandacht vooral uit naar de werving van bedrijven van elders. Tegenwoordig kent het economisch beleid een bredere benadering. Natuurlijk vormen gemeenten en stadsdelen een onmisbare schakel voor de ontwikkeling van

_____________________________________________________________________________ 77

Kadernota Economisch Beleid bedrijventerreinen en kantoorlocaties. Echter, ook niet-fysieke zaken — zoals bijvoorbeeld arbeidsmarkt, milieu, innovatie, veiligheid - en de gemeentelijke informatievoorziening en dienstverlening worden steeds meer als vanzelfsprekende onderdelen van het economische beleid gezien. Dit vereist op ambtelijk niveau een actieve samenwerking en afstemming met andere relevante beleidsvelden. Hierin heeft economische zaken een belangrijke trekkersrol. Bij het stadsdeel groeit het besef dat betere resultaten worden geboekt als verschillende beleidsterreinen met elkaar in samenhang worden gebracht. In de economie hangt immers veel met elkaar samen. Een effectief economisch stadsdeelbeleid vraagt in toenemende mate om een integrale beleidsontwikkeling- en uitvoering. Allocatie financiële middelen Om in aanmerking te komen voor middelen in het kader van het investeringsbudget stedelijke vernieuwing dienen integrale beleidsplannen geschreven te worden (met een fysieke, een economische en een sociale pijler). Zonder expertise op het beleidsterrein economie kunnen deze plannen onvoldoende worden uitgewerkt en uitgevoerd. Na afloop van plannen die met ISV middelen zijn gefinancierd moet een stadsdeel een gedegen verantwoording af leggen over de feitelijke besteding van de middelen en de geleverde inspanningen op de prestatievelden (zoals: fysieke ruimte voor economische activiteiten). Kwaliteit bieden bij de dienstverlening aan burgers en bedrijven Amsterdam is van plan alle loket-activiteiten te decentraliseren naar de stadsdelen om de kwaliteit van de dienstverlening aan burgers en bedrijven te verbeteren. Om bedrijven te kunnen bedienen maar ook om brieven van bedrijven aan het bestuur van het stadsdeel goed te kunnen beantwoorden is expertise nodig op het terrein van economie en ondernemerschap.

_____________________________________________________________________________ 78

Kadernota Economisch Beleid

IV.2. Taken voortvloeiend uit stedelijke afspraken
De gemeenteraad van Amsterdam heeft beleid vastgesteld op diverse ruimtelijke en economische terreinen (zie hoofdstuk II) De stadsdelen hebben een taak in het uitvoeren van dit beleid (volgens de verordening op de stadsdelen). De taakverdeling tussen Economische Zaken centraal (centrale stad) en Economische Zaken decentraal (stadsdelen) is vastgelegd in het Bestuursakkoord Centrale Stad – Stadsdelen 2002-2006. Omdat economisch beleid vaak stadsdeeloverstijgend is kan Economische Zaken decentraal worden beschouwd als een vooruitgeschoven post van Economische Zaken centraal en heeft een belangrijke rol bij het vinden van een balans tussen de economische belangen stadsbreed en op het niveau van het stadsdeel. Verder heeft Economische Zaken een rol om erop toe te zien dat het stadsdeelbeleid niet ingaat tegen de (wettelijke) kaders voor het economische (structuur)beleid van de centrale stad. Recent is het nieuwe economische beleid vastgesteld door B&W (HERMEZ). Voor het stadsdeel ligt met name een taak op de beleidsterreinen detailhandel, kleinschalige bedrijfsruimte, bedrijventerreinen en toerisme/hotelbeleid. Voor de stadsdelen zijn de volgende speerpunten vastgesteld:. Speerpunten stadsdeel volgens het bestuursakkoord Herstructureren bedrijfsterreinen  plannen ontwikkelen voor te herstructureren bedrijventerreinen  uitvoering van herstructureringsprogramma’s  verantwoordelijk voor onderhoud en beheer van bedrijventerreinen Re)vitaliseren van winkel gebieden  doorgaan met (re)vitaliseren van winkelgebieden Kleinschalige bedrijfsruimte  in (stedelijke vernieuwings) plannen een substantiële hoeveelheid kleinschalige bedrijfsruimte opnemen.  afstemming over de projecten die worden uitgevoerd op het gebied van kleinschalige bedrijfsruimte. Hierbij zal aandacht worden gegeven aan kwaliteitsaspecten met een meerwaarde voor de woonbuurten; zoals uitstraling en bezettingsgraad.  (her)ontwikkelen van plinten vanuit het ISV Toerisme en hotelbeleid (optioneel)  extra verblijfsbezoek aan de stad; spreiding in tijd en spreiding over de verschillende stadsdelen

_____________________________________________________________________________ 79

Kadernota Economisch Beleid

IV.3. Opstellen en uitvoeren eigen stadsdeel beleid
Binnen de wettelijke kaders en de stedelijke afspraken hebben stadsdelen een zekere beleidsvrijheid om een eigen economisch beleid op te stellen en uit te voeren. Het raadsakkoord biedt hiervoor een aantal belangrijke aanknopingspunten. In het raadsakkoord staan voor het economische beleid van de komende jaren de volgende opgaven: Raadsakkoord 2002 – 2006 Beoogde resultaten Bos en Lommer kent detailhandel en andere bedrijvigheid waar het stadsdeel trots op kan zijn. De winkels en bedrijven zijn divers en hebben een hoge kwaliteit en een goede uitstraling Instrumenten/activiteiten samenhangend pakket aan maatregelen opstellen om tot een goede vestigingsklimaat te komen (bijvoorbeeld: gerichte subsidiëring, brancheren, stimuleren van een goed gebruik van de winkelplinten) broedplaatsbeleid

IV.4. Instrumentarium
Eerder is al aangegeven dat de rol van het stadsdeel op het terrein van de economie begrensd is. Deze is vooral voorwaardenscheppend, faciliterend’ initiërend en bijsturend. De instrumenten die ingezet kunnen worden om het economische beleid uit te voeren zijn de volgende:  subsidies;  planologisch instrumentarium ((bestemmingsplannen, stedelijke vernieuwingsplannen);  relatiebeheer ondernemers;  beleid en visieontwikkeling (parkeerbeleid, beleid openbare ruimte, horecabeleid, economisch beleid, marktbeleid, verkeer, vervoersbeleid enz.);  overleg en samenwerking met ondernemers, bedrijfsleven, eigenaren onroerend goed, andere stadsdelen, centrale diensten;  interne en externe informatieverstrekking- en uitwisseling; samenwerking tussen sectoren.  beleidsadvisering en –voorbereiding. Het gemeentelijk economisch beleid vertoont – zoals aangegeven - meer en meer samenhang met andere beleidsterreinen. De instrumenten waarmee de locale economie kan worden gestimuleerd, vallen vaak onder de verantwoordelijkheid van andere afdelingen dan Economische Zaken.

_____________________________________________________________________________ 80

Kadernota Economisch Beleid

_____________________________________________________________________________ 81

Kadernota Economisch Beleid

_____________________________________________________________________________ 82

Kadernota Economisch Beleid

Bijlagen

_____________________________________________________________________________ 83

Kadernota Economisch Beleid

_____________________________________________________________________________ 84

Kadernota Economisch Beleid

Bronnen
Stedelijke beleidsnota’s Structuurplan Amsterdam; Kiezen voor stedelijkheid; (2003) (DRO) Programma Ruimtelijke Investeringen Amsterdam, 1999 – 2010, november 1998 (Stuurgroep Ruimtelijke Investeringen) Programma Ruimtelijke Investeringen Amsterdam, 2002, juni 2002 (Stuurgroep Ruimtelijke Investeringen) Programma herstructurering bedrijventerreinen, 199-2004 (gemeenteblad 2000, bijlage 6 – vastgesteld 7 juni 2000 Bedrijfslocaties in Amsterdam (overzicht van de voorraad uitgeefbare kantoor- , bedrijven – en haventerreinen per 1-1-2003-07-28 Actieprogramma Economische Structuur II. Naar een complete en weerbare stadseconomie. Werk voor mensen, mensen voor werk, (Economische Zaken Gemeente Amsterdam) Mei 1999 Economische Zaken Gemeente Amsterdam. Detailhandel in balans. Niet gedateerd Gemeente Amsterdam. Nieuw Economisch Structuurprogramma. HERMEZ 2003 Gemeente Amsterdam. Nota Stedelijke Vernieuwing Amsterdam. December 1999 Vestigingsbeleid voor leisurebedrijven in Amsterdam” (juli 1999) Nota kleinschalige bedrijvigheid (EZ Asd.) 1999 Nota Markten in de binnenstad, gemeenteblad 1999 Hotelbeleid 1999-2003, Economische Zaken Gemeente Amsterdam Programma herstructurering bedrijventerreinen 1999-2004, Economische Zaken Gemeente Amsterdam Programma herstructurering bedrijventerreinen 1999-2004, Gemeenteblad 2000, bijlage G Parkstad. Richting Parkstad 2015, ontwikkelingsplan voor de vernieuwing. Februari 2001 (aanvullingen 2003) Parkstad. Handboek Nieuwe Werkwijze. Werkboek voor de planvorming van de vernieuwing in de westelijke tuinsteden. Februari 2002 Amsterdam complete stad; Stadsvisie tot 2010; Stadsvisie & Meerjaren Ontwikkelingsprogramma’s Grotestedenbeleid, Amsterdam, oktober 1999 Bestuursakkoord centrale stad/stadsdelen 2002-2006 Covenant Parkstad Beleidsnota’s Bos en Lommer Stadsdeel Bos en Lommer. Nota Ruimtelijk-economische structuur (RES). 1995. Stadsdeel Bos en Lomer. Woonvisie Bos en Lommer, 2002-2007. 2003 Stadsdeel Bos en Lommer. Toekomstagenda 2010 Bos en Lommer. Maart 2002 Stadsdeel Bos en Lommer. Bestuursakkoord Stadsdeel Bos en Lommer, 2002-2006 Bos en Lommer, binnenstad aan de A10 West, aanzet tot een visie, Stadsdeel Bos en Lommer, 2000 Reclamenota Bos en Lommer, reclame in de openbare ruimte, 14/1/2002 Horeca Beleidsplan Bos en Lommer, beleid DB mbt de horeca, 1997 Stedebouw programma van eisen Jan van Galen sportterrein Plan voor stedelijke vernieuwing Admiraal; de Ruijterweg, 27 november 2001 Beleidsplan Economische Pijler Admiraal de Ruijterweg, 2003 Bos en Lommerplein/weg; Stedebouwkundig plan, 2001
_____________________________________________________________________________ 85

Kadernota Economisch Beleid Stadsdeel Bos en Lommer. Vernieuwingsplan Kolenkitbuurt, Tuinenstad. Oktober 2002 Vernieuwingsplan Kolenkitbuurt Tuinstad, 2002 Startnotitie Kolenkitbuurt, september 1999 Visie op de economische vernieuwing in de kolenkitbuurt; Uitwerking Economische Pijler stedelijke vernieuwing in de Kolenkitbuurt Nota Lokaal Arbeidsmarktbeleid, najaar 2003 Onderzoeken Bos en Lommer Strabo. Aanzet voor een economische visie voor het westelijk deel van de Bos en Lommerweg 2002. Passantenonderzoek Markt Bos en Lommer, juni 2001 (Stabo) Passantenonderzoek Markt Bos en Lommer, juni 1999 (Strabo) De afsluiting van de afritten van de A10 West tbv bouwwerkzaamheden op Bos en Lommerviaduct: gevolgen en te nemen compenserende maatregelen (2001-2002) (Strabo) Een plan van aanpak voor de uitwerking van de economische pijler van het vernieuwingsplan Admiraal de Ruijterweg + projectenboek (BRO), juni 2002 Haalbaarheidsonderzoek Peristilium (Metafoor), februari 2002 Brancherapport Bos en Lommer, MultiVastgoed, november 2000 Gewenste ontwikkelingen van de winkelvoorzieningen REA – IMK, 1997 – 1998 Haalbaarheidsonderzoek revitalisering bedrijventerrein Landlust, december 1997 Brancherapport Bos en Lommer, MultiVastgoed, november 2000 Uitbreidingsmogelijkheden detailhandel Bos en Lommerplein, overzicht visies, notities en onderzoeksgegevens, 14 april 1997 Gulden Winckelplantsoen, Bos en Lommer te Amsterdam, Multi Vastgoed, 8 augustus 1996 Winkels op de Bos en Lommerweg, visie op de winkelstructuur in relatie tot de ontwikkeling Gulden Winckel Plantsoen, concept 5 november 1997 (Metrum) Onderzoeksopzet Visie-ontwikkeling markt Gulden Winckelplantsoen, 2001 (Strabo) Overige bronnen Algemeen Uitbreidingsplan Amsterdam 1934 Handreiking Gemeentelijk Econmisch beleid, VNG, 2001 www.kei-centrum.nl Arra-bestand Onderzoek en Statistiek Gemeente Amsterdam (2002) Brief Kamer van Koophandel aan het DB van Bos en Lommer, 18 december 2002 KEI-bundel, Rotterdam 2001. Startende immigrantenondernemingen in Amsterdam en Rotterdam. R. Kloosterman en J. van der Leun. 1999 Strijd om de stad. Sociale en Economische integratie in de stedelijke samenleving. Kansenstructuur, migrantenondernemerschap en beleid. Robert Kloosterman. Assen 2002 Verslag KEI-Atelier, Werk en Werkgelegenheid in de buurt, 18 juni 2002 Damen Consultants. Mogelijkheden voor functiemenging in stadsvernieuwings- en herstructureringswijken Kamer van Koophandel. Ruimte voor economische vitaliteit, de visie van de Kamer van Koophandel op de toekomstige ruimtelijke inrichting van Amsterdam. December 2000. Decisio. Van Tuinstad naar werkstad, economische ontwikkelingsvisie Westelijke Tuinsteden. Maart 1999

_____________________________________________________________________________ 86

Kadernota Economisch Beleid Inbo. Werken aan werk. Actualisatie Nota kantoren en bedrijven West. Tuinsteden. Jan 2003 Tabula Rasa. Parkstad: advies marketing en communicatie bewerking bedrijvenmarkt. 2002) Benchmark gemeentelijk ondernemersklimaat. Thematische rapportage , (Research voor Beleid)1999 Benchmark ondernemingsklimaat stadsdelen; Hoofdrapportage, (O&S) 2001 Benchmark gemeentelijk ondernemersklimaat. Resultaten tussenmeting gemeente Amsterdam, (Research voor Beleid), 2002 Naar een ruimtelijk-economische beleidsvisie voor Amsterdam (Kolpron), januari 2001 Kamer van Koophandel;Ruimtelijke- Economische Toekomstvisie Regio Amsterdam, Netwerkstad voor de netwerkeconomie, 1999 Kamer van Koophandel. Ruimte voor economische kwaliteit, de visie van de Kamer van Koophandel op de toekomstige ruimtelijke inrichting van Amsterdam, 2000 Detailhandel in het ROA, Regionale detailhandelsbeleid 2001 – 2005, ROA, maart 2001 Provincie Noord-Holland; Economisch Actieprogramma 1999 Progrogramma Communautair Initiatief Urban II; Gemeente Amsterdam Gebied Urban II, juli 2001 Strategische Visie Parkstad, werken aan werk inc. prioritering werklocaties + bijlagen, 2002 (Inbo) + update 2003 Detailhandels visie Nieuw West – Visieontwikkeling – 2000 (DHV) Parkstad, Ontwikkeling en exploitatie van kleinschalige bedrijfsvastgoed in de westelijke tuinsteden, inventarisatie en rol van marktpartijen augustus 2002 (Stad + Straat) Studie naar de kwaliteitseisen voor bedrijfsruimten in de Westelijke Tuinsteden Amsterdam (Enno Zuidema Stedebouw, Rotterdam) oktober 2001 Visie op leisure in Amsterdam Nieuw-West, 2001 (BRO) Kloppend hart Amsterdam Nieuw-West – functieprofielen en zoekruimte (BRO), 2001 Kloppend hart als ambitie (DHV), 2000 Van Tuinstad naar Werkstad, Econ. Ontwikkelingsvisie West. Tuinsteden Amsterdam, Decisio, 1999 Economisch Ontwikkelingsplan West. Tuinsteden, Bos en Lommer, 1997 Functiemenging in vooroorlogse wijken. Eindrapportage functiemenging in vooroorlogse wijken – praktijkonderzoek. Kei, 2003

_____________________________________________________________________________ 87

Kadernota Economisch Beleid

Vestigingsmilieutypen Bos en Lommer
Grootstedelijk wonen-werken Het betreft hier multimodaal ontsloten gebieden die bij uitstek geschikt zijn voor de vestiging van stedelijke en regionaal georiënteerde voorzieningen: grote kantoren, hotels, scholen en ziekenhuizen. De dichtheden zijn hoog en er zijn goede kansen voor hoogbouw. Menging met wonen en ondersteunende voorzieningen is in deze gebieden een wezenlijk kenmerk. Voor de verbetering van de openbare ruimte ligt het accent op de stationsomgevingen. Er is een spanning tussen de afwikkeling van verschillende verkeersstromen en bet verblijf Een goede aansluiting op aanliggende woon en werkgebieden is hier een bijzonder aandachtspunt. Er wor den in dit milieutype beperkingen opgelegd aan het parkeervolume. Een deel van het parkeren zal semi-openbaar gemaakt worden om dubbel gebruik mogelijk te maken. Inpandig parkeren wordt gestimuleerd. Het milieu van het grootstedelijke wonen—werken ligt veelal in de directe invloedsfeer van belangrijke interregioniale knooppunten van openbaar vervoer, zoals Sloterdijk Stedelijk wonen en werken Hier is het wonen dominant, maar menging met kleinschalige functies is aanwezig of moet worden nagestreefd. De bereikbaarheid is relatiefgering, dus gaat bet niet om de vestiging van grootschalige kantoren en voorzieningen. Het gaat om een mogelijk pakket van kleinschalige werkfuncties en maatschappelijke functies. Binnen het gebied van stedelijk wonen en werken is een grote variatie in buurten. Er is geen sprake van geen milieu. Dat betreft zowel de historisch bouwkundige structuur als planologische kenmerken In de l9de eeuwse en 20ste eeuwse gordels zijn er een grote menging en dichtheid aanwezig en zorgt fijnmazig openbaar voer voor een goede bereikbaarheid. In de gebieden buiten de ringweg is dat veel minder het geval. De stedelijke herstructurering van het naoorlogse woongebied zal hier de komende tien jaar echter tot veranderingen leiden. Er zullen woningen worden toegevoegd op kansrijke plekken. Functiemenging betekent hier het toevoegen van kleinschalige functies op goed bereikbare plekken en in aansluiting op bestaande concentraties. Grootstedelijk werken Dit milieu komt overeen met bet type grootstedelijk wonen— werken. Belangrijkste verschilpunt is dat bet wonen ontbreekt. Een reden daarvoor kan zijn dat de aanwezige milieuhinder wonen onmogelijk en onwenselijk maakt (Teleport Sloterdijk en omgeving). Een andere reden kan zijn dat wonen bewust niet wordt toegelaten, bijvoorbeeld omdat het andere functies kan verdringen Het is belangrijk om te constateren dat in deze gebieden wel degelijk sprake is van functiemenging.

Stedelijk bedrijventerrein Het is noodzakelijk om in het dichtbebouwde stedelijke gebied voldoende terrein te reserveren dat alleen bestemd is voor bedrijven. Niet alle functies laten zich immers mengen, door schaal en milieuhinder. Bovendien is bet belangrijk voor bet dagelijks functioneren van de stad dat bepaalde bedrijven in de directe omgeving zijn
_____________________________________________________________________________ 88

Kadernota Economisch Beleid gevestigd. De stedelijke bedrijventerreinen zijn goed ontsloten door bet hoofdnet auto en bet hoofdnet vrachtverkeer. Een aantal van de terreinen liggen aan vaarvater. In deze gebieden kunnen bedrijven tot en met categorie V gevestigd worden. Om deze gebieden beschikbaar te blijven houden voor bedrijven, is woningbouw en zelfstandige kantoorontwikkeling niet gewenst. Onder bepaalde voorwaarden is er wel ruimte voor perifere detailhandel en extensieve leisure. Per bedrijf is een deel kantooroppervlak toegestaan (maximaal 30% van het totale vloeroppervlak). Het dient gebruikt te worden voor activiteiten die operationeel en logistiek aan de overige bedrijfsactiviteiten zijn gekoppeld.

_____________________________________________________________________________ 89

Kadernota Economisch Beleid

Benchmark Ondernemersklimaat Stadsdelen
In navolging op de landelijk benchmark ondernemingsklimaat heeft O+S in 2001 een benchmark ondernemingsklimaat voor Amsterdam gedaan. Ondernemers is gevraagd om een aantal aspecten van de dienstverlening door de stadsdelen te beoordelen. Het gaat hierbij om zaken als het nakomen van afspraken en het kennisniveau van ambtenaren. Ondernemers vinden de bevraagde aspecten van de dienstverlening stuk voor stuk belangrijk. Over de kwaliteit van de uiteindelijk dienstverlening is men slechts gematigd positief en geeft men steeds een krappe voldoende. Het economisch beleid is per stadsdeel verschillend georganiseerd. In sommige stadsdelen is er een aparte afdeling Economische Zaken, terwijl economie in andere stadsdelen wordt gecombineerd met andere beleidsterreinen of een staffunctie in de organisatie is. Ook de omvang van economische zaken verschilt per stadsdeel. Uitgedrukt in fte’s hebben de stadsdelen Oost/Watergraafsmeer en Amsterdam Noord de grootste bezetting (beide 7). In Zeeburg en Bos en Lommer is er 1 fte of minder beschikbaar voor economische zaken. De contacten tussen stadsdeel en ondernemers gaan vooral over het aanvragen van uiteenlopende vergunningen. De langdurige procedures die bij vergunningen worden doorlopen stuiten soms op ergernis van ondernemers. Ook wordt opgemerkt dat de stadsdelen wel erg veel informatie op de ondernemers loslaten, vaak zonder dat ze daar belang bij of interesse in hebben. Ondernemers hechten veel waarde aan de telefonische bereikbaarheid van de stadsdelen, maar waarderen dit aspect met een mager zesje. Bij overlegstructuren hechten ondernemers er belang aan dat de bestuurlijke betrokkenheid vanuit het stadsdeel groot is, dat er duidelijke en haalbare doelen worden gesteld en dat bij het overleg de grote lijnen niet uit het oog worden verloren. Ondernemers halen hun informatie over het stadsdeel vooral uit de huis-aanhuisbladen, kranten en brieven van het stadsdeel. Bij het informeren van en communiceren met ondernemers moeten stadsdelen wel beseffen dat ondernemers niet in stadsdeelgrenzen denken. Het komt voor dat stadsdelen bijvoorbeeld bij grote infrastructurele projecten wel hun ‘eigen’ ondernemers informeren, maar daarbij vergeten dat ook ondernemers die buiten de stadsdeelgrenzen zijn gevestigd met de gevolgen in aanraking kunnen komen. Ondernemers willen graag duidelijkheid over beleid en regelgeving. Hun waardering voor deze duidelijkheid is net voldoende. Evenals de organisatie van economische zaken verschilt ook het loket per stadsdeel. Sommige stadsdelen hebben een apart bedrijvenloket, andere stadsdelen hebben bijvoorbeeld een servicepunt. Ook zijn er in tien stadsdelen wijkconsulenten. Dit maakt het er voor ondernemers niet duidelijker op. Zij weten vaak niet wie ze moeten hebben binnen een stadsdeel, en als ze eenmaal contact hebben gelegd zijn ze zelden meteen aan het juiste adres. Ondernemers hechten veel waarde aan de manier waarop ze door het stadsdeel worden geholpen, aan de vindbaarheid van het juiste loket en een de openingstijden
_____________________________________________________________________________ 90

Kadernota Economisch Beleid van het loket. De ervaren kwaliteit van deze drie aspecten is gemiddeld een ruime zes. Bedrijven hebben vooral contact met stadsdelen voor het aanvragen van vergunningen. Over de afhandeling van bouwvergunningen zijn bedrijven niet erg tevreden. Deze ontevredenheid wordt met name veroorzaakt door de lange afhandelingtermijn, die soms de wettelijke termijn lijkt te overschrijden. Van tenminste acht stadsdelen is bekend dat ze klachten registreren. Ondernemers stellen een klachtenregistratie zeer op prijs, maar zijn niet altijd tevreden met de afhandeling van klachten. Starters waarderen de contacten met het stadsdeel met gemiddeld een zeven. Los van het belang van een duidelijk aanspreekpunt bij het stadsdeel hebben starters vooral behoefte aan bedrijfsruimte. Wat voor starters geldt, geldt voor alle Amsterdamse ondernemers: het vinden van geschikte bedrijfsruimte blijft een groot probleem. De beschikbaarheid van bedrijfslocaties krijgt van de Amsterdamse ondernemers een onvoldoende. Stadsdelen zouden een grotere rol kunnen spelen door zich sterk te maken voor bedrijfsverzamelgebouwen en door ondernemers die op zoek zijn naar een bedrijfsruimte in contact te brengen met andere zoekende ondernemers. De bewegwijzering, de ontsluiting en de staat van de openbare ruimte worden door ondernemers in het algemeen met een zes beoordeeld. De bereikbaarheid van het bedrijfspand met de auto krijgt over de gehele linie een zes. De bereikbaarheid met het openbaar vervoer wordt beter beoordeeld. De parkeergelegenheid bij het bedrijfspand scoort een mager zesje. Gemiddeld wordt de dienstverlening door het stadsdeel met een 5,8 beoordeeld. De rapportcijfers ontlopen elkaar niet veel per stadsdeel. Het gros van de ondernemers is van mening dat de dienstverlening. Uit de informatie komt een aantal conclusies naar voren. De economische afdelingen van de stadsdelen hebben een minder duidelijk gezicht, hun structuur en positie zijn niet helder. Als ondernemers contact leggen met een stadsdeel komen ze vaak via allerlei omwegen pas bij de juiste persoon terecht. De organisatie en de aanspreekpunten verschillen per stadsdeel, wat het er voor de ondernemer niet duidelijker op maakt. Bovendien komt in dit onderzoek meer dan eens naar voren dat stadsdelen bij het maken van beleid te veel vasthouden aan de fysieke stadsdeelgrenzen, terwijl deze grenzen bij ondernemers niet leven.

Wat ondernemers wel waarderen is bijvoorbeeld een directe vorm van overleg met het stadsdeel of een speciale bedrijvendag. Ook hulp bij het vinden van bedrijfsruimte of bij het vervullen van vacatures is zeer gewenst. Meer duidelijkheid en pragmatiek zou de samenwerking tussen stadsdelen en ondernemers kunnen verbeteren Good practices Uit de onderzoeksresultaten zijn een aantal zogenaamde good practices afgeleid. Good-practices zijn voorbeelden van goed werkende initiatieven die door de stadsdeelorganisaties zijn genomen op bijvoorbeeld economisch terrein. De inrichting

_____________________________________________________________________________ 91

Kadernota Economisch Beleid van een bedrijfsloket kan als voorbeeld worden genomen. Actieve beleidsvorming valt eveneens onder de noemer “good-practice”. Good-practices: Deelname van stadsdeel in werk aan de winkelprojecten; versterken winkelgebieden Bedrijvencontactdagen Invoering van klachtenafhandelingssysteem Participeren in ontwikkeling van bedrijfsruimte en bedrijfsterreinen. Duidelijk aanspreekpunt voor ondernemers creëren binnen een stadsdeel. Ondernemershuis (experimenten in Zuid-Oost en Groot-Oost) Wijkconsulenten in het kader van het WOA (Wijkconsulenten Ondernemers Amsterdam) project Beheergroepen bedrijventerreinen Heldere communicatie met ondernemers Inrichten van een goede website Formuleren van startersbeleid

_____________________________________________________________________________ 92

Kadernota Economisch Beleid

Urban2 programma
Doelstelling 2 Stedelijke Gebieden is een subsidieprogramma van de Europese Unie. Het programma helpt steden projecten uit te voeren, die aan achterstandsgebieden ten goede komen. In Amsterdam bestaat het Urban II programmagebeid uit (delen) van de stadsdelen Bos en Lommer, De Baarsjes, Oud-West en Westerpark (zie de bijlage voor een kaart van het gebied). . Kenmerken van het gebied zijn: dichtbevolkte stadsdelen met een multiculturele samenstelling; een aangetaste leefbaarheid en milieusituatie; verouderde woningen; kwalitatief lage openbare ruimte en groenvoorzieningen; relatief veel criminaliteit en drugsoverlast; verouderde infrastructuur en bedrijfsterreinen; en minder voorzieningen op het gebied van onderwijs, winkels en gezondheidszorg. In vergelijking met het gemiddelde van Nederland en de Europese Unie kent het gebied een: hogere werkloosheid; lagere besteedbaar inkomend; en een relatief lagere groei aan arbeidsplaatsen. Als gevolg van deze problemen trekken de vaak de ‘kansrijken’ na enige tijd weg, waardoor de ‘kansarmen’ achterblijven. De korte verblijfsduur van de bewoners is een van de oorzaken van het gebrek aan maatschappelijke participatie en sociale cohesie. In een programmadocument hebben de vier stadsdelen aangeven hoe ze de subsidies willen inzetten en wat daarvan het verwachte effect zal zijn. Hiervoor is in samenwerking met lokale partners een sterkte/zwakte-analyse van het gebied gemaakt. De gekozen uitvoeringsmaatregelen moeten de gesignaleerde problemen wegnemen en kansen aangrijpen.

_____________________________________________________________________________ 93

Kadernota Economisch Beleid

_____________________________________________________________________________ 94

Kadernota Economisch Beleid

Kaart: Urban 2 programmagebied

_____________________________________________________________________________ 95

Kadernota Economisch Beleid

_____________________________________________________________________________ 96

Kadernota Economisch Beleid

Kaart: Ruimtelijk Economische Structuur

_____________________________________________________________________________ 97

Kadernota Economisch Beleid

_____________________________________________________________________________ 98

Kadernota Economisch Beleid

Kaart: functiekaart Bos en Lommer

_____________________________________________________________________________ 99

Kadernota Economisch Beleid

Statistische informatie O&S
Vestigingen / werkzame personen naar stadsdelen en grootteklassen Vestigingen naar sector en stadsdelen Werkzame personen naar stadsdeel en sector

_____________________________________________________________________________ 100

Kadernota Economisch Beleid

_____________________________________________________________________________ 101

Kadernota Economisch Beleid

_____________________________________________________________________________ 102

Kadernota Economisch Beleid

_____________________________________________________________________________ 103

Kadernota Economisch Beleid

Colofon
De Kadernota Economisch Beleid Bos en Lommer is vastgesteld door de stadsdeelraad van Bos en Lommer op 29 januari 2004 (Registratienummer B&L/2004/907)

Inlichtingen: Stadsdeel Bos en Lommer Sector Wonen en Werken Economische Zaken Postbus 57239 1040 BC Amsterdam www.bosenlommer.amsterdam.nl drs. Louise M. Ronner telefoon 020-5812823 l.ronner@bosenlommer.amsterdam.nl

_____________________________________________________________________________ 104