Visie Ruimtelijk Beleid LTO Glastuinbouw

Versterken van Greenports Visie Greenports zijn economische netwerken van aan de tuinbouwketen gelieerde bedrijven, organisaties en instellingen. Te noemen zijn veredeling, toelevering, primaire productie, afzet, handel, transport, logistiek, verwerking, bewerking, onderzoek, onderwijs en dienstverlening. De Greenports vormen de motor voor het gehele Nederlandse (glas)tuinbouwcomplex met de primaire sector als essentieel element. Greenports zijn niet statisch en kunnen door veranderende marktomstandigheden in de loop van tientallen jaren (geografisch) verschuiven. Dit is niet of nauwelijks beïnvloedbaar door overheidsbeleid. Voor de meeste bedrijven zijn Greenports het scharnierpunt van de bedrijfsvoering. De ruimtelijke structuur van een greenport is daarmee een functie van de economische netwerken en niet andersom. Met andere woorden: als een bedrijf economische activiteiten onderhoudt met bedrijven die in het hart van een greenport zijn gelegen, vormen beide bedrijven onderdeel van die greenport. Dit geldt zelfs voor in het buitenland gelegen bedrijven die zaken doen in het centrum van een greenport, bijvoorbeeld vermeerderingsbedrijven in lage lonen landen. Kenmerk van een greenport is wel dat de dynamiek toeneemt naarmate een bedrijf dichter is gevestigd bij het centrum van een greenport en dat het gemakkelijker wordt om toegevoegde waarde te kunnen leveren. Daarnaast neemt dan de variatie aan de eerder genoemde bedrijfstype toe.1 Naast de Greenports zijn er een aantal agrologistieke knooppunten die weliswaar niet economisch vergelijkbaar zijn met mainports als de Rotterdamse haven en Schiphol, maar wel toegevoegde waarde hebben voor specifieke marktsegmenten. Ontwikkeling van bedrijven uit het gehele glastuinbouwcomplex moet in relatie worden gezien met de functie die elk van deze bedrijven heeft voor de Greenports en agrologistieke knooppunten. Dit betekent dat er zowel nabij, als wat verder weg van de Greenports ruimte moet zijn om te ondernemen. Ondernemers ervaren nabij de centra van Greenports het meest een gebrek aan ruimte. Uitgangspunten Versterking van de Greenports is in het belang van het bedrijfsleven, de nationale en de regionale economie. Het bedrijfsleven van de Greenports stellen in samenwerking met provinciale en gemeentelijke overheden een strategische agenda op. Het slotakkoord van bovenstaande nog gefragmenteerde strategische agenda’s is een gemeenschappelijke nationale strategische agenda, waarmee overheden en bedrijfsleven zichzelf in staat stellen om de leidende positie van het Nederlandse glastuinbouwcomplex op de internationale markt verder te ontwikkelen.

1

Op de website van www.flowermainportaalsmeer.nl is een vereenvoudigde weergave van het functioneren van een greenport beschreven. Hierin wordt een kern en vijf schillen onderscheiden. 19-08-05 LHOE.05.0163/0 06.04.09

2 Uitvoering & instrumentarium De volgende Greenports en agrologistieke centra zouden een gemeenschappelijke strategische agenda moeten opstellen. Greenport Zuid-Holland: bedrijfsleven en overheden uit de glas-as in samenwerking met bedrijfsleven en overheden van de Zuid-Hollandse Eilanden, West-Brabant en Zeeland; Greenport Venlo: bedrijfsleven en overheden uit Limburg in samenwerking met bedrijfsleven en overheden uit Oost-Brabant en Nord-Rhein Westfalen; Greenport Aalsmeer: bedrijfsleven en overheden uit Haarlemmermeer, Aalsmeer, Amstelveen, Uithoorn, de Rijn en Veenstreek, Utrecht, Almere, het noordelijk deel van Noord-Holland en zelfs de Glas-as;. Agrologistieke knooppunten Noord-Nederland en Oost-Nederland: de ontwikkeling van Noord-Nederland en Oost-Nederland heeft alleen succes als ook hier een strategische agenda naar de toekomst wordt opgesteld waarin agrologistiek een centrale rol speelt. De ambitie om deze knooppunten op korte termijn tot economisch met Schiphol en de Rotterdamse haven te vergelijken mainports te ontwikkelen lijkt niet haalbaar. Wel haalbaar is een sterke focus op specifieke marktsegmenten met daaraan gekoppeld moderne agrologistieke concepten. Vervolgens is nationale bestuurlijke trekkracht vanuit zowel bedrijfsleven als overheid nodig om deze visies op elkaar af te stemmen, zodat een nationale beleids- en uitvoeringsagenda ontstaat op de thema's economie, ruimte, infrastructuur, kennis en innovatie. Kiezen voor groei Visie De huidige wereldmarktpositie van de sierteelt en de stevige Europese marktpositie van de groenteteelt bieden uitstekende mogelijkheden voor groei van de ondernemingen uit de tuinbouwketen. Een forse uitbreiding van het areaal in de komende vijftien jaar is één van de maatregelen om deze positie te verstevigen. Het genereren van toegevoegde waarde door bewerking en verwerking is een tweede. De ruimte voor extra vestigingslocaties dient meer dan in het verleden gezocht te worden in samenspraak met de investeerders (ondernemers), de regionale maatschappelijke (bewoners)organisaties en de meerwaarde die een locatie heeft voor de agrologistieke dienstverleners. De contacten met overheid worden op eenzelfde wijze als nu gecontinueerd. Wel wordt de doelstelling richting samenleving uitgebreid van Duurzaam Ondernemen naar Duurzaam en Gewaardeerd Ondernemen. Tot slot dient de ontwikkeling meer vraaggestuurd te zijn. Met andere woorden ondernemers moeten zich op die locatie kunnen ontwikkelen waar ze de meeste toegevoegde waarde kunnen realiseren voor en met de afnemers van hun producten. Uitgangspunten De regionale overheden moeten de gewenste groei van circa 3000 hectaren en ruimte voor hervestiging tot 2020 voor de primaire tuinbouw mogelijk maken. Deze overheden moeten echter wel beter ondersteund worden om de financiële risico’s aanvaardbaar te maken; Verstikkende regelgeving mag niet de oorzaak zijn van stagnatie; Ondersteunend vestigingsbeleid voor alle bedrijven uit de keten, gericht op waardevermeerdering.

19-08-05 LHOE.05.0163/0 06.04.09

3 Ondersteunend infrastructuurbeleid: zonder ondersteunend beleid komt de groei in de knel. Naast snelwegen zoals de A4 in Midden-Delfland en de A74 en A67 bij Venlo en de A15 ten oosten van Nijmegen, geldt dat ook voor provinciale en gemeentelijke wegen; Regie op proces: grootschalige projectontwikkeling levert politiek en maatschappelijk altijd veel discussie op. Of het nu gaat om glastuinbouw of bedrijventerreinen, een continue dialoog met directe en indirecte betrokken is noodzakelijk. Het regisseren van dit soort processen is in de achterliggende jaren onderschat. Instrumentarium en uitvoering Investeren in procesmanagement in de vorm van subsidie zal het succes van het realiseren van vestigingslocaties vergroten. Een verdere bundeling en regionalisering van geld- en subsidiestromen lijkt de regie bovendien te bevorderen. STIDUG regeling ook toepassen als een instrument ondersteuning biedt voor investeringen van minder kapitaalkrachtige overheden; Op hoofdlijnen voortgang 10 locatiebeleid; Greenportcentra moeten een status aparte krijgen voor hun ruimtelijk beleid om groei en ontwikkeling mogelijk te maken; Versnelde ontwikkeling van locaties nabij de centra van de Greenports; Ontwikkelen van of uitvoering van de agrologistieke agenda. Duidelijkheid over planologische ruimte Visie Het (glas)tuinbouwcomplex heeft belang bij een sterke primaire sector. Voor ondernemers is het van belang dat zij gedurende langere tijd hun investeringsplannen kunnen afstemmen op degelijk en consistent overheidsbeleid. Uitgangspunten Op hoofdlijnen voortgang 10 locatiebeleid; Grondverwerving vaak aanjager planologische onduidelijkheid: doordat het lange tijd onduidelijk blijft of gronden kunnen worden verworven is een planmatige aanpak vaak lastig. Mogelijkheden ter verbetering van dit probleem moeten worden onderzocht. Glastuinbouwgebieden die onder druk staan van stedelijke uitbreiding moeten beter beschermd worden tegen verpaupering. Instrumentarium en uitvoering Uitvoeren 10 Locatiebeleid. Locaties die echter niet van de grond komen vallen of op een natuurlijke wijze af, of worden met vereende regionale krachten verplaatst. In geval van de locatie Moerdijkse Hoek geldt dat Steenbergen een goed alternatief is vanuit het perspectief van het bedrijfsleven. De locatie Luttelgeest is afgevallen, maar kent nog geen alternatief. De rijksoverheid houdt zich aan bestaande afspraken. Wel is door LTO geconstateerd dat deze locaties met name voor het regionale bedrijfsleven een meerwaarde hebben opgeleverd en dat ruimtegebrek in het Westen van het land niet leidt tot verkassen naar andere delen van Nederland. Versterken planologisch instrumentarium: onderzocht moet worden op welke wijze het planologische instrumentarium kan worden versterkt, waardoor planontwikkeling minder afhankelijk wordt van planologische schaduwwerking. In de randstedelijke gebieden moeten zelfs de voor- en nadelen van onteigening voor een breed palet aan functies worden bestudeerd. Met een dergelijk instrument kunnen overheid en bedrijfsleven planologisch duidelijker opereren en zodoende projectlocaties en herstructurering planmatig realiseren. Dit geldt zowel voor glastuinbouwbedrijven die zich niet kunnen verenigen met een gebiedsgericht herstructureringsplan, als voor
19-08-05 LHOE.05.0163/0 06.04.09

4 andere grondeigenaren die om wat voor reden dan ook niet mee willen werken aan een duurzame glastuinbouwontwikkeling. Onteigening is overigens geen kwestie van moeten, maar iets waar het regionale bedrijfsleven en de overheid decentraal in gemeenschappelijkheid over moeten beslissen. Gebiedsgericht beleid en maatwerk Visie Bijna de helft van het areaal voor de primaire productie ligt buiten de in de Nota Ruimte benoemde Greenports, de 10 locaties, of de provinciale projectlocaties voor glastuinbouw. Het belang van deze bedrijven, waar ook bedrijven met ondersteunend glas toe behoren, is hiermee evident. Deze bedrijven krijgen vaak allerlei beperkingen opgelegd, waardoor er weinig mogelijkheden voor bedrijfsontwikkeling is. Gevolg van dit beleid is op lange termijn bijna altijd verpaupering. Daarom pleit de sector voor gebiedsgerichte beleidsruimte om samen met deze bedrijven maatwerkprojecten te realiseren. Afhankelijk van de omstandigheden kan bedrijven alsnog ontwikkelingsruimte ter plaatse geboden worden of kan verplaatsen naar een concentratiegebied op vrijwillige basis aan de orde zijn. Uitgangspunten Het simpelweg op ‘slot’ zetten van solitaire tuinbouwbedrijven door de overheid is een onacceptabele beleidslijn; Minder star projectlocaties en solitaire bedrijven onderscheiden. Op basis van ondernemersinitiatieven kunnen ook kleinere locaties van enige tientallen hectaren duurzaam groeien; Beleidsruimte voor regionaal gebiedsgericht beleid en maatwerk. waardoor solitaire bedrijven ontwikkelingskansen behouden, bijvoorbeeld door compenserende maatregelen te stimuleren bij noodzakelijke uitbreidingen. Te denken valt aan landschappelijke inpassing, natuurcompensatie of een logistiek plan. Indien bedrijfsontwikkeling niet wordt toegestaan, kan verplaatsing dan wel sanering aan de orde zijn onder voorwaarde van een goede financiële onderbouwing en een regionale aanpak. Uitvoering en instrumentarium Uitbreiding Regeling Structuurverbetering Glastuinbouw (RSG): subsidiebedrag voor afbraak verhogen en ook inzetbaar maken voor verspreid liggende bedrijven die of alleen willen afbreken, of willen verplaatsen; STIDUG regeling ook toepassen als een instrument ondersteuning biedt voor investeringen van minder kapitaalkrachtige overheden; Uitbreiding Ruimte voor Ruimte naar andere gebieden dan alleen Zuid-Holland. Tevens zou deze regeling flexibeler moeten kunnen worden uitgevoerd door gemeenten, die deelnemen in een regionaal of nationaal glastuinbouwnetwerk; Uitbreiding van de BOM+ regeling uit Limburg naar andere gebieden. Ondernemers mogen binnen deze regeling uitbreiden als ze dan tevens een landschappelijke of ecologische tegenprestatie leveren.

Regionale ondernemerskracht

19-08-05 LHOE.05.0163/0 06.04.09

5 Visie Grote strategische plannen voor de ruimtelijke ordening van de Nederlandse glastuinbouwcluster hebben alleen bestaansrecht met regionale ondernemerskracht. Voor overheden geldt dat ze niet langer hoeven wachten op beleid van hogerhand, maar direct aan de slag kunnen met de ondernemers die op hun regio zijn georiënteerd. Uitgangspunten Trekkerfunctie regionaal bedrijfsleven: het regionale bedrijfsleven moet veel meer denken in een gemeenschappelijke strategische agenda met vernieuwende concepten, waardoor trekkracht ontstaat zowel naar bedrijvigheid uit andere gebieden, als richting de overheid, die met deze concepten hun achterban kan overtuigen van nut en noodzaak van glastuinbouwontwikkeling. Uitvoering & instrumentarium Investeren in procesmanagement in de vorm van subsidie zal het succes van het realiseren van regionale projecten vergroten. Decentraliseren van besluitvorming over projecten en uitvoering.

19-08-05 LHOE.05.0163/0 06.04.09