2003

J A A R V E R S L A G VA N H E T V I E R E N V E E R T I G S T E D I E N S T J A A R

JAARVERSLAG 2003
1

2003

J A A R V E R S L A G VA N H E T V I E R E N V E E R T I G S T E D I E N S T J A A R

INHOUDSTAFEL

VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR
1
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

5 7 7 8 9 10 14 17 20 27 27 41 45 49 59 63 66 72 74 76 81 87 91 95 97 97 98 99 100 101 103 104 105 106 107 108 109 111 113

ORGANISATIE EN FINANCIËN
Deelnemers op 31-12-2003 Raad van bestuur op 31-12-2003 Personeel op 01-01-2004 Statutenwijziging Leiedal als instelling in 2003 Intern-organisatorische aspecten Financieel beleid in 2003

2
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11 2.12 2.13 2.14 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12

WERKGEBIEDEN
Bedrijventerreinen Lokaal woonbeleid Inbreiding en herbestemming Lokale en regionale economie Stedenbouw Mobiliteit Milieu en natuur Openruimtebeleid, landschapsopbouw en plattelandsontwikkeling Toerisme en recreatie ICT, GIS en lokaal e-government Intergemeentelijke samenwerking Regionale en bovenregionale samenwerking Grensoverschrijdende samenwerking Europese en internationale samenwerking

OVERZICHT VAN ACTIEVE DOSSIERS PER GEMEENTE
Anzegem Avelgem Deerlijk Harelbeke Kortrijk Kuurne Lendelede Menen Spiere-Helkijn Waregem Wevelgem Zwevegem

VERSLAG VAN DE COMMISSARIS-REVISOR JAARREKENING PER 31-12-2003

3

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - O R G A N I S AT I E E N F I N A N C I Ë N

VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR

Mevrouwen Mijne heren

Zoals bepaald in het decreet op de intergemeentelijke samenwerking en in de statuten van Leiedal, hebben wij de eer u verslag uit te brengen over de werking van onze intercommunale tijdens het vierenveertigste dienstjaar en u de jaarrekening, afgesloten op 31 december 2003, ter bespreking en goedkeuring voor te leggen. In de vernieuwde statuten, die de algemene vergadering op 28 oktober 2003 goedkeurde, worden de doelstellingen van Leiedal als volgt omschreven: “Leiedal heeft tot doel de deelnemende gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van hun taken door het verlenen van ondersteunende diensten, de samenwerking tussen de gemeenten te bevorderen en de krachten te bundelen voor de ontwikkeling van de gemeenten als groep.” De beleidsdomeinen waarbinnen de intercommunale deze doelstellingen concretiseert, zijn opgenomen in het Beleidsplan 2002-2007: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. Bedrijventerreinen Lokaal woonbeleid Inbreiding en herbestemming Lokale en regionale economie Stedenbouw Mobiliteit Milieu en natuur Openruimtebeleid, landschapsopbouw en plattelandsontwikkeling Toerisme en recreatie

10. ICT, GIS en lokaal e-government 11. Intergemeentelijke samenwerking 12. Regionale en bovenregionale samenwerking 13. Grensoverschrijdende samenwerking 14. Europese en internationale samenwerking Het activiteitenverslag van 2003, dat u hierna vindt, is volgens dat stramien opgemaakt. Bij elk werkgebied wordt vooraf verwezen naar de krachtlijnen van het Beleidsplan 2002-2007. Het laatste deel van het jaarverslag omvat het verslag van de commissaris-revisor en de jaarrekening. Namens de raad van bestuur

Frans Destoop voorzitter

5

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - O R G A N I S AT I E E N F I N A N C I Ë N

1
1.1
1.1.1

ORGANISATIE EN FINANCIËN

DEELNEMERS OP 31-12-2003
DEELNEMERS REEKS A - DE GEMEENTEN
Gemeente Anzegem Avelgem Deerlijk Harelbeke Kortrijk Kuurne Lendelede Menen (*) Spiere-Helkijn Waregem Wevelgem Zwevegem Subtotaal (*) De vroegere deelgemeenten Lauwe en Rekkem. De bevolking van de aangesloten gemeenten bedroeg op 31 december 2003 258.924, tegenover een totale bevolking in het arrondissement Kortrijk van 278.465. Bevolking (2003) 13.874 9.261 11.270 26.000 74.986 12.574 5.409 12.965 1.993 35.974 31.084 23.534 Aantal aandelen 2.029 1.351 1.603 3.641 11.412 1.801 804 1.958 284 5.458 4.250 3.313 37.904

1.1.2

DEELNEMERS REEKS B - ANDERE OPENBARE BESTUREN
Bestuur Provincie West-Vlaanderen WVEM, Brugge Subtotaal Algemeen totaal Aantal aandelen 32.192 2.764 34.956 72.860

7

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - O R G A N I S AT I E E N F I N A N C I Ë N

1.2

RAAD VAN BESTUUR OP 31-12-2003
Voorzitter Frans Destoop, Kortrijk Ondervoorzitters Lieven Vantieghem, Avelgem Jos Monballyu, Provincie Leden reeks A Francine Dewilde, Zwevegem Peter Desmet, Waregem Willy Kemseke, Deerlijk Pedro Ketels, Lendelede Eric Lemey, Kuurne Rik Pattyn, Harelbeke Gilbert Seynaeve, Wevelgem Jozef Vandenberghe, Kortrijk Rik Vandevenne, Spiere-Helkijn Claude Van Marcke, Anzegem Bernard Willem, Menen Secretaris Marleen Verkaemer Algemeen directeur Karel Debaere Deskundigen Luc Deseyn Jacques Laverge Leden reeks A met raadgevende stem Frank Coudron, Harelbeke Etienne Vancoppenolle, Kuurne Marie-Claire Vandenbulcke, Kortrijk Gerda Vandendriessche, Menen Marnix Vansteenkiste, Wevelgem Leden reeks B Alfred Platteau, Provincie Marleen Titeca-Decraene, Provincie

Lendelede

Harelbeke

Waregem

Kuurne Deerlijk Wevelgem Anzegem

Kortrijk Zwevegem Avelgem

Menen

SpiereHelkijn

8

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - O R G A N I S AT I E E N F I N A N C I Ë N

1.3

PERSONEEL OP 01-01-2004
ALGEMEEN DIRECTEUR
Karel Debaere

SECRETARIS
Marleen Verkaemer

DIRECTIESECRETARIAAT
Petra Decant
(12)

SECRETARIAAT
Solange De Clerck
(14) (5) (14) (2) (13)

Martine Degraeve

Anne-Rose Gaeremynck

Christa Van Den Driessche

CLUSTER 1
IMMOBILIAIRE PROJECTONTWIKKELING

CLUSTER 2
STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP EN ADVIES

CLUSTER 3
MILIEU EN NATUUR, TOERISME EN RECREATIE

CLUSTER 4
INFORMATIE EN NETWERKING

° Steven Vanassche (coördinator)

° Filip Meuris

(4)

° Stefaan Verreu (coördinator)

° Jan Sabbe (coördinator)

(coördinator)

° Ignace Braecke ° Solange De Clerck ° Mieke Depoorter ° Alex Deweppe ° Johan Loosveld ° Stefanie Vanden Broucke ° Wim Vanhee
(3) (14) (5)

° Christophe Calant ° Evi Corne
(12)

° Mieke Depoorter

(3) (11)

° Lawrence Beernaert ° Bob Bulcaen ° Claude Cuvelier ° Mady Decuypere
(11)

° Kathleen Seynhaeve
(14) (2) (12)

° Jan Coucke ° Veerle Debock ° Pierre Duc ° Maarten Gheysen ° Kathy Helsen ° Steven Hoornaert ° Jiri Klokocka ° Griet Lannoo ° Giovanni Maes ° Tim Scheirs ° Bram Tack ° Wilfried Vandeghinste (adviseur) ° Griet Van Waes
(2)

° Dominique Declercq

° Els Dewaele ° Peter Hautekiet ° Françoise Maertens ° Filip Meuris
(4) (14)

(1) Deeltijdse prestaties: (11) 90%; (12) 80%; (13) 70%; (14) 50%. (2) Contract van bepaalde duur. (3) Mieke Depoorter werkt voor 50% als secretariaatsmedewerker van de cluster ‘immobiliaire projectontwikkeling’ en voor het overige deel als secretariaatsmedewerker van de cluster ‘milieu en natuur, toerisme en recreatie’. (4) Filip Meuris werkt deeltijds als coördinator van de cluster ‘stedenbouwkundig ontwerp en advies’. Voor het overige deel werkt hij als stafmedewerker GIS en informatiebeheer in de cluster ‘informatie en netwerking’. (5) Solange De Clerck werkt deeltijds voor het algemeen secretariaat van Leiedal en deeltijds voor de cluster ‘immobiliaire projectontwikkeling’.

9

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - O R G A N I S AT I E E N F I N A N C I Ë N

1.4

STATUTENWIJZIGING
Op 6 juli 2001 werd het nieuwe decreet op de intergemeentelijke samenwerking goedgekeurd, dat een aantal belangrijke wijzigingen inhoudt voor de structuur, het bestuur en de werking van de intercommunales in Vlaanderen. Uiterlijk tegen 10 november 2003 dienden alle intercommunales hun statuten aan te passen aan de bepalingen van dit nieuwe decreet. Leiedal heeft de noodzakelijke statutenwijziging in drie stappen doorgevoerd: Een eerste statutenwijziging werd beslist door de algemene vergadering op 10 december 2002. Hiermee werden de statuten aangepast aan de artikelen van het decreet die meteen van kracht werden bij de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad. Deze artikelen hebben betrekking op de samenstelling van de algemene vergadering en de vertegenwoordiging in de raad van bestuur van bestuurders met raadgevende stem, aangeduid vanuit de oppositiepartijen. Een tweede statutenwijziging werd voorgelegd aan de algemene vergadering van 27 mei 2003 en betrof de voorwaarden van de uittreding van de private vennoten, uiterlijk op 10 november 2003. De fundamentele statutenwijziging, waarbij Leiedal werd omgevormd tot een zogeheten dienstverlenende vereniging van gemeenten, werd in 2003 grondig voorbereid en op 28 oktober 2003 voorgelegd aan de buitengewone algemene vergadering. Deze statutenwijziging houdt een aantal ingrijpende wijzigingen in voor de structuur en de werking van de intercommunale. In wat volgt, worden de belangrijkste wijzigingen in het kort beschreven:

1.4.1

SAMENSTELLING VAN DE DEELNEMERS (AANDEELHOUDERS)
Het nieuwe decreet op de intergemeentelijke samenwerking bepaalt dat enkel gemeenten, de provincie en andere openbare besturen (vb. OCMW’s) nog kunnen deelnemen aan een intercommunale. Dat betekent heel concreet dat de zestien private vennoten (werkgevers- en werknemersorganisaties, financiële groepen en maatschappelijke belangengroepen) op 28 oktober 2003 dienden uit te treden uit de intercommunale. De private vennoten van Leiedal waren: Algemeen Belgisch Vakverbond, Kortrijk Algemeen Christelijk Vakverbond - Zuid-West-Vlaanderen Confederatie Bouw Kortrijk-Roeselare vzw Dexia Bank België nv Electrabel nv, Brussel Fortis Bank nv, Brussel Kamer voor Handel en Nijverheid Kortrijk-Oostende-Roeselare-Tielt vzw KBC-Bank nv, Brussel Liberaal Sociaal-Economisch Platform Maatschappij van het Roerend Goed van de Belgische Boerenbond OMOB Sogam nv, Brussel Textielpatroonsverbond, Kortrijk Unizo - Unie van Zelfstandige Ondernemers Verbond van Christelijke Werkgevers en Kaderleden West-Vlaanderen vzw Zuid-West-Vlaamse Natuur- en Milieukoepel vzw De private vennoten hebben immers

Leiedal betreurt deze verplichte uittreding van de private vennoten.

sinds de oprichting van Leiedal steeds in belangrijke mate deelgenomen aan het beleid van de intercommunale en vooral de streekontwikkelingsacties mee georiënteerd. Decennialang konden de gemeenten, de Provincie West-Vlaanderen en de WVEM met deze instanties samenwerken in de schoot van Leiedal. Belangrijke streekdossiers, waarbij het algemeen belang hand in hand moet gaan met economische, ecologische en maatschappelijke belangen, konden jarenlang vanuit de raad van bestuur van de intercommunale overwogen en beslist 10

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - O R G A N I S AT I E E N F I N A N C I Ë N

worden. Deze bundeling van àlle levende krachten in de streek was uniek voor die tijd en gold voor andere streken in Vlaanderen en in andere Europese regio’s als voorbeeld van samenwerking tussen openbare besturen en het middenveld. Ook na de statutenwijziging blijft Leiedal zoeken naar mogelijkheden om deze socio-economische en maatschappelijke instanties actief te betrekken bij het intercommunale beleid en naar initiatieven die de band tussen Leiedal en het middenveld helpen bestendigen. Sinds de statutenwijziging van 28 oktober 2003 heeft Leiedal nog twee groepen deelnemers: de deelnemers reeks A (gemeenten) - 37.904 aandelen: Anzegem, Avelgem, Deerlijk, Harelbeke, Kortrijk, Kuurne, Lendelede, Menen (deelgemeenten Lauwe en Rekkem), Spiere-Helkijn, Waregem, Wevelgem en Zwevegem. de deelnemers reeks B (andere openbare besturen) - 34.956 aandelen: de Provincie West-Vlaanderen en de WVEM.

1.4.2

SAMENSTELLING VAN DE BESTUURSORGANEN
Artikel 43 van het nieuwe decreet op de intergemeentelijke samenwerking bepaalt dat een dienstverlenende intergemeentelijke vereniging bestuurd wordt door een raad van bestuur, samengesteld uit vertegenwoordigers van de deelnemers. Daarnaast kan er een directiecomité worden opgericht dat het dagelijks bestuur waarneemt, maar dit laatste kan maximaal uit één derde van het aantal leden van de raad van bestuur bestaan. Van deze mogelijkheid heeft Leiedal geen gebruik gemaakt. Mocht elke deelnemende partner (gemeenten, provincie en WVEM) in het directiecomité hetzelfde aantal mandaten behouden hebben als in het vroegere dagelijks bestuur, dan had het directiecomité zestien leden geteld. Om conform te zijn met het decreet, moest de raad van bestuur in dat geval worden uitgebreid tot minstens 48 leden. Om de besluitvorming zo efficiënt mogelijk te organiseren, werden diverse scenario’s onderzocht. Na grondige afweging heeft de intercommunale beslist om geen directiecomité op te richten en om Leiedal te laten besturen door een beperkter raad van bestuur, die frequenter vergadert en die alle dossiers ten gronde bespreekt. Het vroegere dagelijks bestuur werd bijgevolg opgeheven. De nieuwe raad van bestuur bestaat uit dertien bestuurders namens de deelnemers reeks A (twee namens Kortrijk en één namens elk van de andere aangesloten gemeenten) en drie namens de deelnemers reeks B. Daarnaast zijn er vijf gemeentelijke bestuurders met raadgevende stem, aangeduid vanuit de oppositiepartijen. Aan de algemene vergadering van 25 mei 2004 zal voorgesteld worden om dit aantal terug te brengen tot twee, in verhouding tot de afname van het aantal stemgerechtigde leden in de raad van bestuur na de statutenwijziging. Als gevolg van de uittreding van de private vennoten en de nieuwe samenstelling van de raad van bestuur, heeft Leiedal op 28 oktober 2003 afscheid moeten nemen van 22 bestuurders. De raad van bestuur kan zich ten slotte laten bijstaan door een beperkt aantal externe deskundigen. Deze mogelijkheid werd verankerd in de nieuwe statuten. De bedoeling daarvan bestaat erin dat Leiedal, na de statutenwijziging en de uittreding van de private vennoten, toch nog een nauwe band kan behouden met het socio-economische netwerk in de regio. Voor de aanduiding van deze deskundigen werd van de volgende principes uitgegaan: de band met het streekplatform REBAK (later RESOC) moet behouden blijven; er moet een kruiselingse vertegenwoordiging komen van Leiedal in het streekplatform en vice versa; de bestuurders namens de gemeenten bepalen wie zij als deskundigen wensen aan te duiden; deskundigheid wordt gedefinieerd als “belangrijk voor de streekontwikkeling en het streeknetwerk”.

Omwille van hun mandaat als bestuurder van het streekplatform REBAK, omwille van hun ervaring met en betrokkenheid in het streeknetwerk en omwille van hun banden met de hogere bestuursniveaus heeft de al11

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - O R G A N I S AT I E E N F I N A N C I Ë N

gemene vergadering op 9 december 2003 beslist om hiervoor een beroep te doen op Luc Deseyn en Jacques Laverge. De volledige samenstelling van de raad van bestuur van Leiedal eind december 2003 is opgenomen onder punt 1.2.

1.4.3

FINANCIEEL TOEZICHT
Het toezicht op de rekeningen van de intercommunale gebeurde van oudsher door een college van commissarissen en een commissaris-revisor. Het college van commissarissen bestond uit veertien leden, aangeduid vanuit de gemeenten, de private vennoten en de andere openbare besturen. Het nieuwe decreet op de intergemeentelijke samenwerking bepaalt dat het financiële toezicht voortaan enkel nog door een commissaris-revisor wordt uitgeoefend. Bijgevolg heeft Leiedal op 28 oktober 2003 afscheid genomen van het voltallige college van commissarissen. Tot 2005 wordt de functie van commissaris-revisor ingevolge een beslissing van de algemene vergadering van 28 mei 2002 uitgeoefend door Willy Vrijghem.

1.4.4

DOELSTELLINGEN VAN DE INTERCOMMUNALE
De doelstellingen van Leiedal werden gestroomlijnd met de bepalingen van het nieuwe decreet op de intergemeentelijke samenwerking. In de statuten zijn de doelstellingen als volgt opgenomen: “Leiedal heeft tot doel: de deelnemende gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van hun taken door het verlenen van ondersteunende diensten; de samenwerking tussen de deelnemende gemeenten te bevorderen; de krachten te bundelen voor de ontwikkeling van de deelnemende gemeenten als groep;

en dit binnen de volgende limitatief omschreven beleidsdomeinen: ruimtelijke ordening en de daarbij betrokken deeldomeinen zoals mobiliteit, infrastructuur, openbaar domein; lokale en regionale economie; lokaal woonbeleid; milieu en natuur; openruimtebeleid, landschapsopbouw en plattelandsontwikkeling; toerisme en recreatie; informatie en communicatietechnologie, GIS en lokaal e-government; grensoverschrijdende samenwerking en Europese integratie.

Deze doelstellingen kunnen worden ontwikkeld in samenwerking tussen de deelnemende gemeenten en andere deelnemende publiekrechtelijke structuren.”

1.4.5

EXCLUSIEVE DIENSTVERLENING
Met de statutenwijziging van 28 oktober 2003 wou Leiedal meer dan ooit ten dienste kunnen staan van de aangesloten gemeenten. Daarom werd in de statuten het principe van wederzijdse exclusieve dienstverlening opgenomen. Op die manier kan een gemeente Leiedal inschakelen voor opdrachten, als ware de intercommunale een verlengstuk van haar eigen gemeentelijke diensten. Deze exclusieve dienstverlening steunt op een wederzijds engagement. Een gemeente verbindt zich ertoe om voor bepaalde opdrachten exclusief een beroep te doen op Leiedal, indien het gemeentebestuur de opdracht in kwestie niet met de eigen diensten uitvoert. Leiedal verbindt zich er op haar beurt toe om voor deze wel-

12

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - O R G A N I S AT I E E N F I N A N C I Ë N

bepaalde opdracht voor geen andere gemeenten te werken dan voor diegenen die haar de exclusiviteit hebben gegeven. Belangrijk daarbij is dat niet alle gemeenten voor die welbepaalde opdracht exclusiviteit hoeven te geven aan Leiedal. Bovendien wordt de exclusiviteit beperkt tot een zekere periode, met name tot het jaar dat volgt op de hersamenstelling van de gemeenteraden na de gemeenteraadsverkiezingen. Exclusieve dienstverlening is gebaseerd op het kostendelend principe. Dat betekent dat de gemeenten die een welbepaalde opdracht in exclusiviteit hebben gegeven aan Leiedal, enkel hun aandeel betalen in de gezamenlijke uitgaven en kosten die verbonden zijn aan de dienstverlening die op exclusieve basis wordt verricht. Concreet wordt hierbij per exclusieve opdracht gewerkt met een afsprakennota, die een duidelijke omschrijving van de opdracht bevat, evenals een vooraf bepaalde kostenraming en timing. Aan de gemeenten heeft Leiedal een lijst van vijftien zeer concrete opdrachten voorgesteld, waarop de gemeenten konden intekenen: opdrachten binnen specifieke deeldomeinen (vb. binnen stedenbouw) die een langetermijnvisie en continuïteit vereisen, en opdrachten en studies die eenzelfde visie en methodiek vereisen voor de verschillende gemeenten. Het grote aantal opdrachten die de gemeenten in exclusiviteit hebben toevertrouwd aan Leiedal, opgenomen in de onderstaande overzichtstabel, getuigt alvast van een groot vertrouwen van de aangesloten gemeenten in hun intercommunale. Indien een gemeente voor een bepaalde activiteit geen exclusiviteit verleende, dan was daar bovendien steeds een zeer specifieke reden voor (aangesloten bij twee intercommunales, jarenlange ervaring/relatie met een studiebureau).

Spiere-Helkijn

1.1 Bedrijventerreinen: projectregie 2.1 Lokaal woonbeleid: haalbaarheidsonderzoek 2.2 Lokaal woonbeleid: projectregie 3.1 Herbestemming: haalbaarheidsonderzoek 3.2 Herbestemming: projectregie 4.1 Stedenbouw: gemeentelijke structuurplannen 4.2 Stedenbouw: gemeentelijke RUP’s en BPA’s 4.3 Stedenbouw: gemeentelijke verordeningen 5.1 Mobiliteit: gemeentelijke mobiliteitsplannen 5.2 Mobiliteit: voorstudies herinrichting doortochten 6.1 Milieu: begeleiding milieudienst 6.2 Milieu: adviesverlening vergunningen 6.3 Milieu: gemeentelijk milieubeleidsplan 6.4 Milieu: DuLo-waterplan, deelbekkenbeheersplan 7.1 ICT, GIS, lokaal e-government: ICT-beleidsplan

• • • • • • • • • • • • • • •

• • • • • • • • • •

• • • • • • • • • • • •

• • •

• • • • • • • • • • • • • • •

• • • • • • • •

• • • • • • • • • •

• • • • • • • • • •

• • • • •

• • • • •

• • • • • • • • •

• • • • • • • •

• • • • •

• • •

• • •

• • • •

• • •

Zwevegem • • • • • • • • • • • • • • •

Wevelgem

Lendelede

Harelbeke

Waregem

Anzegem

Avelgem

Deerlijk

Kortrijk

Kuurne

Menen

13

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - O R G A N I S AT I E E N F I N A N C I Ë N

1.5
1.5.1

LEIEDAL ALS INSTELLING IN 2003
VENNOTEN
Ingevolge de statutenwijziging van 28 oktober 2003 heeft Leiedal nog twee groepen deelnemers: deelnemers reeks A - de gemeenten (37.904 aandelen); deelnemers reeks B - andere openbare besturen (34.956 aandelen).

De zestien private vennoten van Leiedal, i.e. de werkgevers- en werknemersorganisaties, financiële groepen en maatschappelijke belangengroepen, die samen 6.880 aandelen vertegenwoordigden, dienden op 28 oktober 2003 uit te treden. De modaliteiten van deze uittreding werden vastgelegd door de algemene vergadering van 27 mei 2003. De aandelen werden terugbetaald aan hun nominale waarde, vermeerderd met een meerwaarde van 4% per jaar: terugbetaling van 6.880 aandelen aan nominale waarde: 289.936,27 euro; betaalde meerwaarden: 182.987,55 euro; totaal: 472.923,82 euro.

1.5.2

ALGEMENE VERGADERING
Het nieuwe decreet op de intergemeentelijke samenwerking bepaalt dat intercommunales twee keer per jaar de algemene vergadering dienen samen te roepen: in het voorjaar, voor de goedkeuring van het activiteitenverslag en de jaarrekening van het afgelopen werkjaar; in het najaar, voor de goedkeuring van het werkprogramma en de begroting voor het komende werkjaar.

De algemene vergadering van Leiedal is in 2003 drie keer samengekomen, mede omwille van de statutenwijziging: op 27 mei 2003 in Wevelgem (o.m. goedkeuring jaarverslag en jaarrekening 2002, statutenwijziging m.b.t. de regeling voor de uittreding van de private vennoten); op 28 oktober 2003 in Kortrijk (fundamentele statutenwijziging); op 9 december 2003 in Kortrijk (o.m. goedkeuring werkprogramma en begroting 2004, aanstelling van deskundigen in de raad van bestuur, deelname aan de kapitaalsverhoging van de cvba Kortrijk Xpo).

De algemene vergadering van Leiedal is in 2003 drie keer samengekomen: op 27 mei voor de goedkeuring van het jaarverslag en de jaarrekening van 2002, op 28 oktober voor de fundamentele statutenwijziging, en op 9 december voor de goedkeuring van het werkprogramma en de begroting voor 2004.

14

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - O R G A N I S AT I E E N F I N A N C I Ë N

1.5.3

RAAD VAN BESTUUR - DAGELIJKS BESTUUR
Op de algemene vergadering van 28 oktober 2003 waren alle bestuurders van Leiedal ontslagnemend, ingevolge de fundamentele statutenwijziging. Het dagelijks bestuur werd opgeheven. Zestien nieuwe bestuurders en vijf bestuurders met raadgevende stem werden benoemd in de nieuwe raad van bestuur. De samenstelling van de nieuwe raad van bestuur is opgenomen onder 1.2. Leiedal heeft op 28 oktober 2003 afscheid moeten nemen van de volgende bestuurders: bestuurders namens de gemeenten: Carl Decaluwé (Kortrijk); Patrick Jolie (Kortrijk); Marc Lemaitre (Kortrijk); Kürt Vanryckeghem (Waregem); Kris Vlaeminck (Wevelgem).

bestuurders met raadgevende stem namens de gemeenten: Pierre Lano (Kortrijk); Anneke Verhelst (Menen).

bestuurders namens de private vennoten: Luc Deseyn (ACV Zuid-West-Vlaanderen): was ondervoorzitter namens de private vennoten en is bij de nieuwe raad van bestuur betrokken als deskundige; Bart Dochy (Belgische Boerenbond); Kris Gheysen (Unizo); Jacques Laverge (Liberaal Sociaal-Economisch Platform): is bij de nieuwe raad van bestuur betrokken als deskundige; Luc Leleu (Electrabel); Alfred Platteau (ABVV): zetelt in de nieuwe raad van bestuur als bestuurder namens de Provincie WestVlaanderen; Eric Vandorpe (Zuid-West-Vlaamse Natuur- en Milieukoepel); Carl Vanhoutte (Kamer voor Handel en Nijverheid); Werner Vanneste (Textielpatroonsverbond);

bestuurders namens de andere openbare besturen: Yves Debaere (Provincie West-Vlaanderen); Jean de Bethune (Provincie West-Vlaanderen); Isabelle Maes (Provincie West-Vlaanderen); Alain Top (WVEM); Maurice Top (Provincie West-Vlaanderen).

adviseur namens de GOM West-Vlaanderen: Jan Callens.

Eerder op het jaar nam Leiedal kennis van het ontslag van Philippe De Coene, bestuurder namens de Provincie West-Vlaanderen.

1.5.4

COLLEGE VAN COMMISSARISSEN - COMMISSARIS-REVISOR
Zoals bepaald door het nieuwe decreet op de intergemeentelijke samenwerking werd het college van commissarissen op 28 oktober 2003 opgeheven. Het toezicht op de rekeningen gebeurt voortaan enkel door een commissaris-revisor. Deze functie wordt tot 2005 uitgeoefend door Willy Vrijghem. 15

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - O R G A N I S AT I E E N F I N A N C I Ë N

Op 28 oktober 2003 heeft Leiedal afscheid moeten nemen van de volgende commissarissen: commissarissen namens de gemeenten: Kristof Chanterie (Waregem); Marianne De Candt (Kortrijk); Arnold Dehullu (Zwevegem); Ignace Demeulemeester (Anzegem); Hendrik Deprez (Harelbeke); Rudi Vandamme (Menen); Eddy Van Lancker (Kortrijk); Patrick Verhamme (Wevelgem).

commissarissen namens de private vennoten: Roger Dewitte (ACV); Dirk Rygole (Dexia Bank); Alain Malschaert (Sogam).

commissarissen namens de andere openbare besturen: Pol Hiergens (Provincie West-Vlaanderen); Rudolf Leplae (Provincie West-Vlaanderen); Didier Vandeputte (Provincie West-Vlaanderen).

1.5.5

PERSONEEL
Eind 2003 waren 41 medewerkers tewerkgesteld bij Leiedal, waarvan 10 met deeltijdse prestaties. Inzake personeelsfluctuaties is in de loop van het voorbije werkjaar de uitdiensttreding te melden van Sabien Tyberghien, die bij de intercommunale actief was als stedenbouwkundig ontwerper. Voor de opmaak van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van Waregem werkt Leiedal samen met het West-Vlaams Economisch Studiebureau en voor de begeleiding van de communicatie met de vzw CIBE uit Gent. De opmaak van mobiliteitsstudies gebeurt onder begeleiding van de vzw Langzaam Verkeer uit Leuven. Daarnaast werkt Leiedal samen met Prof. Bruno De Meulder van de KU Leuven, die in 2003 o.m. heeft meegewerkt aan een visie op de landschapsopbouw op basis van de gemeentelijke structuurplannen (beeld van de streek), het project Buda-Eiland in Kortrijk en de reconversie van de elektriciteitscentrale in Zwevegem.

In 2003 heeft Leiedal een internetversie ontwikkeld van BISK. Deze nieuwe website werd gelanceerd tijdens een persvoorstelling op 29 augustus 2003.

16

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - O R G A N I S AT I E E N F I N A N C I Ë N

1.6
1.6.1 (A)

INTERN-ORGANISATORISCHE ASPECTEN
COMMUNICATIE CORRECTE EN SYSTEMATISCHE INFORMATIEDOORSTROMING NAAR DE GEMEENTEN
Op het vlak van externe communicatie blijft Leiedal voorrang geven aan een correcte en systematische informatiedoorstroming naar de aangesloten gemeenten. Zeker na de statutenwijziging van 28 oktober 2003, nu minder gemeentebestuurders rechtstreeks betrokken zijn bij het beleid van de intercommunale, is het belangrijk dat Leiedal actief werkt aan een nog breder draagvlak en een verdere systematische betrokkenheid van de gemeenten. De nieuwsbrief 4kantjes, die in 2003 aan zijn zevende jaargang toe was, vormt voor de gemeentebestuurders een gewaardeerde bron van informatie over dossiers en projecten van de intercommunale. In voorbereiding van de jaarvergaderingen organiseert Leiedal ook telkens een infovergadering voor alle gemeente- en provincieraadsleden, in samenwerking met de intercommunales IMOG en WIV. In 2003 werd drie keer zo’n informatievergadering georganiseerd: op 17 april, op 11 september en op 6 november. Daarnaast heeft Leiedal eind 2003 het initiatief genomen om de gemeente- en provincieraadsleden en geïnteresseerden systematisch te informeren over belangrijke agendapunten die besproken worden op de tweewekelijkse vergaderingen van de raad van bestuur. Daartoe wordt telkens een elektronisch nieuwsbericht verspreid.

(B)

PERSCONTACTEN
Met de tweewekelijkse nieuwsberichten heeft Leiedal opnieuw aansluiting gevonden bij het vroegere systeem van maandelijkse persmailings naar aanleiding van de vergaderingen van de raad van bestuur. De elektronische nieuwsberichten die Leiedal tweewekelijks verspreidt, staan uiteraard ook open voor geïnteresseerde persmedewerkers van de regionale nieuwsmedia. Daarnaast organiseert de intercommunale ook geregeld persontmoetingen rond zeer concrete thema’s. Zo heeft Leiedal in 2003 drie persconferenties georganiseerd: de voorstelling van de nieuwe versie van de websites binnen de Digitale Regio Kortrijk (21/01/2003); de lancering van de internetversie van BISK, het bedrijventerreinen-inventarissysteem van het arrondissement Kortrijk (29/08/2003); de statutenwijziging van Leiedal (28/10/2003).

(C)

ONTMOETINGSAVOND VOOR MANDATARISSEN EN AMBTENAREN
De ontmoetingsavond voor mandatarissen en ambtenaren, die plaatsvond aansluitend op de jaarvergadering van 27 mei 2003, stond in het teken van lokaal e-government en kon op een ruime belangstelling rekenen. Na een toelichting door Filip Meuris bij het kader waarin Leiedal diverse ICT-initiatieven uitwerkt voor de aangesloten gemeenten, verzorgde Jan Deprest, voorzitter van Fedict, een referaat rond het thema “De elektronische overheid als samenwerkende overheid”.

(D)

BEDRIJVEN CONTACTDAGEN 2003
Eind 2003 heeft Leiedal deelgenomen aan de Bedrijven Contactdagen in Kortrijk Xpo. Deze tweedaagse beurs, die aan haar negende editie toe was, vormt een ontmoetingsplaats voor ruim 500 ondernemingen en instellingen uit Zuid-West-Vlaanderen en Noord-Frankrijk. De Leiedal-stand stond in het teken van ‘ruimte voor bedrijven in de Kortrijkse regio’. De intercommunale belichtte met name de diverse nieuwe bedrijventerreinen die momenteel in voorbereiding zijn. Aan de hand van de BISK-toepassing konden bezoekers zelf een stand van zaken opvragen van de realisatie van de bedrijventerreinen.

17

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - O R G A N I S AT I E E N F I N A N C I Ë N

In 2003 heeft Leiedal werk gemaakt van een nieuwe grafische huisstijl. Een opgefrist logo en een nieuw huislettertype vormden de basis voor diverse huisstijltoepassingen, waaronder ook de bedrijfsvlaggen.

(E)

GRAFISCHE HUISSTIJL
Mede naar aanleiding van de fundamentele statutenwijziging, heeft Leiedal in 2003 samen met Bailleul Ontwerpbureau uit Gent werk gemaakt van een nieuwe grafische huisstijl. De uitkomst van deze oefening is geen volledige ommekeer geworden, maar een evolutie van de bestaande huisstijlelementen naar een volledig gestroomlijnd huisstijlkader. Zo bleef de basis van het vroegere logo (een vierkant) behouden, maar werd er kleur ingebracht en werd de typografie van de naam ‘Leiedal’ opgefrist. Daarnaast werd een nieuw huislettertype gekozen, dat aansluit bij de stijl en de sfeer van het logo. Het nieuwe logo en het huislettertype dienden vervolgens als basis voor een nieuwe huisstijl, die toegepast werd op alle gangbare documenten die de intercommunale produceert: brieven, faxen, nota’s, verslagen, presentaties, studiebundels, etc. Voor alle documenten werden ook digitale sjablonen aangemaakt, die de medewerkers in staat stellen om de nieuwe huisstijl consequent toe te passen.

1.6.2 (A)

INFORMATIEBEHEER OPSLAG ELEKTRONISCHE DOCUMENTEN
Het spreekt voor zich dat er de laatste jaren, naast papieren documenten, ook steeds meer digitale documenten circuleren in Leiedal. Terwijl de intercommunale voor papieren dragers over een goed georganiseerde centrale opslag beschikt (in de vorm van een centraal klassement en een centrale bibliotheek), gebeurde de opslag van elektronische documenten tot voor kort vrij ongestructureerd, met soms vervelende gevolgen: digitale bestanden (opgeslagen op de harde schijf van een werkstation of op een CD-rom) waren soms zeer moeilijk traceerbaar. Daarom werd een specifieke methodiek uitgewerkt voor elektronische documenten, die tijdens een grootscheepse ‘digitale opkuisdag’ werd geïntroduceerd.

18

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - O R G A N I S AT I E E N F I N A N C I Ë N

(B)

BISK
Een van de kerntaken van Leiedal is de ontwikkeling van de openbare bedrijventerreinen in het arrondissement Kortrijk. Bedrijventerreinen ontwikkelen is een langdurige en complexe activiteit, die een immense stroom aan informatie met zich mee brengt. Deze informatie zit in verschillende soorten documenten vervat (teksten, cijfers, plannen, foto’s, etc.) en is bovendien voortdurend in evolutie. Om al deze informatie accuraat te beheren, heeft Leiedal BISK ontwikkeld (‘bedrijventerreinen-inventarissysteem van het arrondissement Kortrijk’). Deze tool voor informatiebeheer werd intern ontwikkeld en is een database-gestuurde intranettoepassing, gekoppeld aan GIS. De toepassing bevat steeds de meest volledige en meest actuele informatie over de bedrijventerreinen die Leiedal realiseert of heeft gerealiseerd. Om deze informatie ook ruim beschikbaar te maken voor bedrijven, besturen en geïnteresseerden, heeft de intercommunale in 2003 een internetversie ontwikkeld (http://www.leiedal.be/bisk). Op deze website worden relevante delen van de bestaande, interne BISK-databank opengesteld voor geïnteresseerde bezoekers. Op die manier kunnen bedrijven die op zoek zijn naar een geschikte vestigingsplaats in de Kortrijkse regio, alle nodige gegevens on line raadplegen: waar en wanneer komen er bedrijfsgronden beschikbaar, wat zijn de prijzen, aan welke voorwaarden dient mijn bedrijf te voldoen, etc.

(C)

UURREGISTRATIESYSTEEM
Een ander belangrijk element van informatiebeheer betreft de uurregistratie. Leiedal werkt al jaren met een systeem waarbij de medewerkers hun tijdsbesteding verantwoorden door aan te duiden hoeveel uur per dag zij aan een bepaalde activiteit of een specifiek dossier hebben besteed. Deze registratie levert belangrijke informatie op, die de individuele medewerkers, de clustercoördinatoren en de directie inzicht biedt in de prestaties van Leiedal als geheel. Om in de toekomst ook een link met de facturatie en de planning mogelijk te maken, heeft de intercommunale in 2003 aan softwarebedrijf Dolmen de opdracht gegeven om een gebruiksvriendelijk, centraal, databasegestuurd registratiesysteem uit te werken dat een vlotte synthese toelaat van de uurregistraties van meerdere medewerkers. Dit nieuwe systeem is in werking sinds september 2003. Via een flexibele rapporteringstool kan informatie verkregen worden op het niveau van de individuele medewerkers, de verschillende clusters of de gehele organisatie.

1.6.3

DUURZAAMHEID - INTERNE MILIEUZORG
Duurzaamheid mag voor Leiedal geen vaag begrip zijn, maar moet een concrete invulling krijgen in de activiteiten van de intercommunale. In 2002 heeft Leiedal samen met het Centrum voor Duurzame Ontwikkeling van de Universiteit Gent een regionale barometer opgesteld, die een globaal beeld biedt van duurzaamheidsaspecten aan de hand van diverse indicatoren. Maar ook binnen de eigen werking en projecten van de intercommunale is duurzaamheid belangrijk. In 2003 heeft Ecolife op vraag van Leiedal een gedragsscan uitgevoerd naar het milieugedrag van de Leiedal-medewerkers op kantoor. Daarbij kwamen diverse aspecten aan bod: energie- en papierverbruik, duurzame aankopen, intern hergebruik, etc. Uit de verwerking van de gegevens bleek dat Leiedal, ondanks een hoog milieubewustzijn, eerder middelmatig scoort in concreet gedrag. De resultaten van de gedragsscan geven de knelpunten en de verbeteringsmogelijkheden weer op het vlak van interne milieuzorg. De bedoeling bestaat erin dat een interne werkgroep (ecoteam) in de toekomst de nodige stimulansen biedt voor verder milieuvriendelijk gedrag.

19

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - O R G A N I S AT I E E N F I N A N C I Ë N

1.7
1.7.1

FINANCIEEL BELEID IN 2003
ACTIVA
De belangrijkste rubrieken onder het actief zijn: de materiële vaste activa; de financiële vaste activa; de vorderingen; de voorraadrekeningen; de beleggingen en liquide middelen.

(A)

VASTE ACTIVA
De materiële vaste activa hebben een netto-boekwaarde van 810.213 euro, in hoofdzaak voor het kantoorgebouw van Leiedal en het doorgangsgebouw in Wevelgem. De financiële vaste activa bedragen 460.704 euro en zijn toegenomen met 125.000 euro ingevolge de participatie van Leiedal in Kortrijk Xpo.

(B)

VOORRAAD GRONDEN
De voorraad gronden had eind 2003 een boekwaarde van 15.581.472 euro: 14.286.918 euro in bedrijventerreinen; 808.904 euro in herwaarderingsprojecten; 485.650 euro in woonzones.

De balanswaarde van de voorraad omvat de geboekte verwervings- en uitrustingskosten en de financiële lasten. De voorraad is gefinancierd: voor 9.044.746 euro met leningen; voor 6.536.726 euro met eigen middelen.

De laatste jaren kan Leiedal opnieuw behoorlijk investeren in nieuwe immobiliaire realisaties. In 2003 waren er voor 3.022.727 euro investeringen: 1.425.077 euro voor de aankoop van gronden, 1.190.694 euro voor infrastructuurwerken, 269.229 euro intresten en 137.727 euro aangerekende vergoeding voor de aanwending van eigen middelen.

(C)

BELEGGINGEN
De beleggingen bedroegen eind 2003 6.214.840 euro, met name: 5.451.550 euro in de vorm van staatsobligaties (OLO’s) en SICAV’s; 763.290 euro tijdelijke beleggingen van liquiditeitsoverschotten.

Deze beleggingen leverden in 2003 een netto-intrest op van 246.498 euro.

20

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - O R G A N I S AT I E E N F I N A N C I Ë N

1.7.2

PASSIVA
Aan de passiefzijde van de balans zijn de belangrijkste rubrieken: het kapitaal; de reserves; de voorzieningen; de schulden.

(A)

EIGEN MIDDELEN
Na verwerking van het winstsaldo van het boekjaar bedragen de eigen middelen, i.e. het kapitaal en de reserves, 7.866.450 euro. Ingevolge de uittreding van de private vennoten is het geplaatste kapitaal verminderd met circa 290.000 euro; ingevolgde de betaalde meerwaarden zijn de reserves met 183.000 euro gedaald.

(B)

VOORZIENINGEN VOOR RISICO’S EN KOSTEN
De voorzieningen voor risico’s en kosten bedroegen op 31 december 2003 4.623.934 euro en zijn als volgt samengesteld: voorziening voor kosten voor de realisaties: 4.311.652 euro; voorziening voor herstelling en groot onderhoud kantoorgebouw: 1.151 euro; voorziening voor streekontwikkelingsprojecten: 6.197 euro; voorziening voor te verwachten verliezen bij de opmaak van de gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen: 154.934 euro; voorziening voor reconversie van bedrijventerreinen: 150.000 euro.

In 2001 werd een voorzieningrekening aangelegd van 619.748 euro voor nog te verwachten verliezen voor de opmaak van de gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen. De reële kostprijs voor de opmaak van deze plannen overschrijdt immers de contractueel vastgelegde erelonen. In 2003 werd deze voorziening aangewend voor een bedrag van 154.933 euro. In het kader van het financieel plan 2002-2007 werd de optie genomen om een fonds voor reconversie van bestaande bedrijventerreinen te vormen. In 2003 werd voor het eerst een bedrag van 150.000 euro toegevoegd aan de daartoe bestemde voorzieningrekening.

(C)

LENINGEN
In 2003 werden voor 1.923.123 euro nieuwe kredieten opgenomen, met name voor: de grondverwerving voor de uitbreiding van het bedrijventerrein Gullegem-Moorsele: 148.736 euro; de infrastructuurwerken voor de artisanale verkaveling Moen - Spinnerijstraat: 227.218 euro; de infrastructuurwerken voor de uitbreiding van de KMO-zone Jagershoek in Vichte: 222.406 euro; de grondverwerving voor de KMO-zone Oude Spoorweg in Sint-Denijs: 86.763 euro; de grondverwerving voor de dienstenzone Beneluxlaan in Hoog-Kortrijk: 788.000 euro; de terugbetaling van de uitgetreden private vennoten: 450.000 euro.

In 2003 heeft Leiedal 187.200 euro afgelost van bestaande leningen, met de opbrengst uit de verkoop van gronden. Op 31 december 2003 bedroeg het uitstaande bedrag van de leningen voor realisaties 9.044.746 euro.

21

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - O R G A N I S AT I E E N F I N A N C I Ë N

Uitstaand bedrag Leningen ter financiering van aankopen Harelbeke - Plangebied Westhoek (Bavikhove) Kortrijk - Dienstenzone Beneluxlaan Kortrijk - Kernvernieuwingsproject Vetex Zwevegem - Bedrijventerrein Trekweg (Moen) Gullegem-Moorsele: noordwestelijke uitbreiding Vichte - Uitbreiding KMO-zone Jagershoek Zwevegem - KMO-zone Esserstraat Wederinkopen Sint-Denijs - KMO-zone Oude Spoorweg Leningen ter financiering van infrastructuur Zwevegem - KMO-zone Esserstraat Vichte - Uitbreiding KMO-zone Jagershoek Moen - Artisanale verkaveling Spinnerijstraat Totaal uitstaand bedrag 331.881 euro 586.209 euro 227.218 euro 9.044.746 euro 157.413 euro 1.356.388 euro 495.787 euro 247.894 euro 3.504.744 euro 492.688 euro 1.307.762 euro 250.000 euro 86.762 euro

1.7.3

RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR
Het boekjaar 2003 werd afgesloten met een winstsaldo van 36.530 euro. De omzet uit de verkoop van gronden bedroeg 3.278.181 euro, waarvan 3.224.949 euro in bedrijventerreinen en 53.232 euro in woonzones. Uit deze grondverkopen werd een saldo gerealiseerd van 1.352.241 euro, waarvan: 426.246 euro voor de financiering van de werkingskosten van de cluster ‘immobiliaire projectontwikkeling’; 287.303 euro bestemd als algemene inkomsten, waarmee o.m. de dienstverlening aan de gemeentebesturen en de streek mede worden gefinancierd; 638.692 euro winstsaldo.

De totale bedrijfsopbrengsten bedroegen 6.352.428 euro. Naast de inkomsten uit realisaties zijn de belangrijkste rubrieken hier de betaalde opdrachten, de bijdragen van de gemeentebesturen en de subsidies voor infrastructuurwerken en voor Europese projecten. De bedrijfskosten van 6.155.438 euro bestaan uit: de gedane kosten voor realisaties (2.615.771 euro); de administratie- en algemene kosten, inclusief de kosten voor streekprojecten (879.795 euro); de bezoldigingen (2.237.978 euro); de afschrijvingen op de materiële vaste activa (170.898 euro); de toevoegingen en bestedingen van de voorzieningrekeningen (saldo: toename van 250.996 euro).

De besteding van de voorzieningrekening die Leiedal in 2001 heeft gevormd voor verwachte verliezen bij de opmaak van de gemeentelijke structuurplannen, heeft het resultaat van 2003 in positieve zin beïnvloed voor een bedrag van 154.933 euro. De toevoeging aan de nieuwe voorzieningrekening voor reconversie van bestaande bedrijventerreinen heeft het resultaat van 2003 verminderd met 150.000 euro. De bedrijfswinst van 196.989 euro wordt verhoogd met de financiële opbrengsten van 277.674 euro en verminderd met de financiële kosten (412.108 euro) en de ingehouden roerende voorheffing (26.024 euro). Dat levert 22

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - O R G A N I S AT I E E N F I N A N C I Ë N

een positief resultaat van het boekjaar op voor een bedrag van 36.530 euro. Deze winst wordt toegevoegd aan de reserves. Het positieve resultaat is o.m. toe te schrijven aan: het grotere saldo dat behaald werd uit de verkoop van gronden, o.m. als gevolg van het marktgerichte verkoopprijsbeleid en als gevolg van het hogere verkoopscijfer dankzij het toegenomen aanbod aan beschikbare terreinen; het feit dat de totaliteit van de werkingskosten binnen het vooropgestelde budget werd gehouden.

1.7.4

FINANCIEEL PLAN 2002-2007
Het Beleidsplan 2002-2007 bevat tevens een financieel plan voor de periode tot 2007. Dit financieel plan is een streefdoel, een referentiekader, waarbij de volgende doelstellingen worden nagestreefd: een duidelijke toewijzing van kosten en opbrengsten; financiële responsabilisering van elke cluster; een duidelijke definiëring van de soorten dienstverlening die gefinancierd worden vanuit de algemene inkomsten van Leiedal; een duidelijke definiëring van de uitgaven die gefinancierd worden vanuit de reservefondsen van Leiedal (ICT-dienstverlening, streekprojecten); een gemiddeld te behalen verkoop van gronden van 6,5 ha/jaar (haalbaar vanaf 2004); een vooraf bepaald te behalen bedrag aan betaalde opdrachten voor elke cluster, zodat elke dienst self-supporting is; het boekhoudkundig verlies beperken tot de uitgaven die gefinancierd worden vanuit de reservefondsen; de vorming van een fonds voor recyclage van bestaande bedrijventerreinen en vernieuwende projecten.

1.7.5

TOETSING VAN HET RESULTAAT AAN DE DOELSTELLINGEN VAN HET FINANCIEEL PLAN 2002-2007
Het totale pakket aan te financieren werkingskosten bedroeg in 2003 3.252.472 euro, waarvan: 3.073.166 euro gewone uitgaven om de medewerkers en bestuurders van de intercommunale te vergoeden en om het instituut Leiedal te laten functioneren; 179.306 euro buitengewone uitgaven om een aantal specifieke (streek-)projecten te financieren.

De gewone uitgaven worden zo nauwkeurig mogelijk toegewezen aan de verschillende diensten van Leiedal, met name: het instituut Leiedal; de cluster ‘immobiliaire projectontwikkeling’; de cluster ‘stedenbouwkundig ontwerp en advies’; de cluster ‘milieu en natuur, toerisme en recreatie’; de cluster ‘informatie en netwerking’.

De financieringsbronnen voor de gewone werkingskosten zijn de volgende: 1. betaalde opdrachten 2. vergoeding voor werkingskosten bij immobiliaire verkopen 3. subsidies voor deelname aan STEM-projecten en Interreg-projecten 4. de gemeentelijke bijdragen 5. intresten uit beleggingen 6. aanwending van specifieke reservefondsen 7. besteding van de voorziening voor verliezen gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen 8. winstsaldo uit verkoop van gronden Totaal financieringsbronnen 154.933 euro 638.692 euro 3.518.173 euro 23 921.173 euro 810.260 euro 52.100 euro 534.398 euro 246.498 euro 160.119 euro

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - O R G A N I S AT I E E N F I N A N C I Ë N

Verminderd met de gewone uitgaven van 3.073.166 euro, levert dit een positief saldo op van 445.007 euro. Dit saldo kan toegevoegd worden aan het fonds voor reconversie van bestaande bedrijventerreinen.

1.7.6 (A)

RESERVEFONDSEN FONDS VOOR STREEKONTWIKKELING
Het fonds voor streekontwikkeling werd in 1990 opgericht voor de financiering van streekprojecten. In het verleden heeft Leiedal het in hoofdzaak aangewend voor de financiering van externe kosten. Het fonds werd sindsdien jaarlijks aangevuld met de intresten uit belegde kapitalen. Op die manier bedroeg het begin 2002 nog 692.424 euro. In het Beleidsplan 2002-2007 werd beslist om het fonds voor streekontwikkeling aan te vullen tot 1.240.000 euro. OVERZICHT VAN HET FONDS VOOR STREEKONTWIKKELING 1990-2003 (1) totale bestedingen
1990-98 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. Streekpromotie Werking ERNACT-CRISM Automatisering alarmcentrale 101 Telecommunicatie Studie telecommunicatiebehoeften Tele-d-room Digitale Regio Kortrijk IRDSS Studie Hoog-Kortrijk 31.114 43.096 35.457 109.693 42.865 10.091 21.925 4.095 49.580 125.806 49.580 29.747 6.197 71.694 35.674 747 64.578 24.789 7.747 148.736 3.676 14.874 24.789 1999 1.417 ----27.546 ----13.138 22.223 --7.437 --------5.364 ------------9.916 --2000 4.958 ----6.251 ----52.945 4.406 --7.437 ------7.034 ------------------2001 ------2.221 ----19.140 --------------19.656 1.817 --------------2002 ----------------------------41.900 ----------------2003 ----------------------------40.040 -----------------

10. Werking vzw Hoog-Kortrijk 11. Innovatie- en Incubatiecentrum 12. Werking Sociaal Euroloket 13. Euroloket UNIZO 14. Interreg-projecten 15. GPCI 16. GROOtSTAD 17. Werking Welzijnsconsortium 18. Kanaal 127 19. Sociale Economie 20. Visievorming GAPAK 21. NETA 22. CePRO 23. Archeologisch museum

24

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - O R G A N I S AT I E E N F I N A N C I Ë N

1990-98 24. Restauratie Preetjes Molen 25. Vlasvallei 26. Overleg Cultuur 27. Studie stadsrandbos 28. Eurohappening 29. Grenspost E17 30. Trekkershutten Bossuit 31. Convenant Leiedoortocht 32. Sugromusc 33. Bijdrage vzw Mobiel 34. Studie duurzaamheidsbarometer 35. Bijdrage Telesenior 36. Studie Evenementenhal 37. Werking vzw Rebak 38. Huis van de Streek 39. Project Buda-Eiland Kortrijk 40. Project Elektriciteitscentrale Zwevegem 41. STEM-project uitbreiding LAR 42. Interreg IIIA - fietsnetwerk 43. Interreg IIIA - kwaliteitsvolle bedrijventerreinen 44. Interreg IIIB - HST 45. Bijdrage TROP 46. Beeld van de streek 24.789 10.576 22.310 6.817 2.202 14.664 ----------------------------------1.037.908

1999 ----------2.374 9.916 410 ------------------------------99.741

2000 ----------------1.012 ----------------------------84.043

2001 ----------------2.499 7.437 22.466 4.958 13.386 --------------------93.580

2002 ----------614 --------34.477 --3.494 24.789 2.593 812 1.916 ------------109.367

2003 --------------------1.071 ----24.789 --12.500 12.395 5.798 9.419 4.885 1.438 500 17.920 130.755

(2) (3) (4) (5) (6) (7) (8) (9)

stand bij oprichting fonds voor streekontwikkeling in 1990 totale bestedingen in de periode 1990-2002 totale intresten in de periode 1990-2002 stand fonds voor streekontwikkeling op 01/01/2002 nieuwe stand ingevolge aanvulling (Beleidsplan 2002-2007) bestedingen in 2002 bestedingen in 2003 stand fonds voor streekontwikkeling op 31/12/2003

1.239.468 euro 1.315.272 euro 768.228 euro 692.424 euro 1.240.000 euro 109.367 euro 130.755 euro 999.878 euro

(B)

ICT-FONDS
Het ICT-fonds werd in 2000 opgericht om de ontwikkeling van nieuwe technologieën in de gemeentebesturen te begeleiden. Begin 2000 bedroeg het 620.000 euro, waarvan jaarlijks 74.400 euro voor personeelskosten en 49.600 euro voor additionele (externe) kosten worden aangewend. Begin 2002 was er nog 496.000 euro beschikbaar. In het Beleidsplan 2002-2007 werd beslist om dit fonds aan te vullen tot 744.000 euro, voor de financiering van de kosten in de komende jaren. Op die manier kunnen de ICT-activiteiten van Leiedal 25

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - O R G A N I S AT I E E N F I N A N C I Ë N

volwaardig ontwikkeld worden tot 2007. In 2003 werd een bedrag van 127.721 euro aangewend uit het ICTfonds, met name: - 103.000 euro voor interne werkingskosten; - 24.721 euro voor externe uitgaven. OVERZICHT VAN HET ICT-FONDS 2000-2003 (1) stand bij oprichting ICT-fonds in 2000 (2) bestedingen in 2000 en 2001 (3) nieuwe stand ingevolge aanvulling (Beleidsplan 2002-2007) (4) bestedingen in 2002 (5) bestedingen in 2003 (6) stand ICT-fonds op 31/12/2003 620.000 euro 124.000 euro 744.000 euro 136.577 euro 127.721 euro 429.702 euro

(C)

GROENFONDS
Het groenfonds werd in 1996 opgericht en bedraagt 496.000 euro. In het verleden heeft Leiedal dit fonds slechts in zeer beperkte mate aangewend (een bijdrage voor de aankoop van het Bassegembos en de kosten voor de Scheldemeersen in Avelgem: 2 x 9.916 euro). In de toekomst zal het groenfonds o.m. worden besteed aan projecten in het kader van de valorisatie van de open ruimte en landschapsopbouw, etc. In 2003 waren er geen bestedingen uit het groenfonds.

(D)

FONDS VOOR RECONVERSIE VAN BESTAANDE BEDRIJVENTERREINEN
In 2002 kon Leiedal een eerste aanzet geven voor de vorming van een nieuw fonds voor reconversie (recyclage) van bestaande bedrijventerreinen, voor een bedrag van 244.550 euro (het winstsaldo uit de verkoop van gronden). In 2003 bedraagt het resterend winstsaldo 445.007 euro. Het gecumuleerde saldo bestemd voor het fonds voor reconversie van bestaande bedrijventerreinen bedraagt bijgevolg 689.557 euro. Op de passsiefzijde van de balans is dat als volgt terug te vinden: 150.000 euro op de voorzieningrekening; 539.557 euro als deel van de reserves.

26

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

2
2.1

WERKGEBIEDEN

BEDRIJVENTERREINEN
Krachtlijnen Beleidsplan 2002-2007 De realisatie van bedrijventerreinen blijft een kernactiviteit van Leiedal; de intercommunale wil de bedrijventerreinen zo veel mogelijk zelf realiseren. Nieuwe accenten: ° ° ° publiek-private samenwerking: o.m. bedrijfsverzamelgebouwen, “shared facilities”, organisatie “park management”; nadruk op reconversie (recyclage) bestaande terreinen (oprichting fonds voor reconversie); nadruk op kwaliteit en duurzaamheid;

° specifieke bedrijventerreinen moeten hoogwaardige tewerkstelling aantrekken. Te onderzoeken: ° ° aanbodbeleid op het niveau van de grensoverschrijdende metropool; behoeftebepaling op middellange termijn.

2.1.1

PROMOTIE EN VERKOOP VAN BEDRIJFSGRONDEN
In 2003 heeft Leiedal 5,5 ha gronden verkocht op negen verschillende bedrijventerreinen. Hiermee werd een omzet gerealiseerd van 3,2 miljoen euro.
1995 Nieuwe contacten met bedrijven Verkopen aan bedrijven, waarvan: - nieuwe vestigingen - uitbreidingen - overige (*) Totale oppervlakte (ha) waarvan: - nieuwe vestigingen (ha) - uitbreidingen (ha) - overige (ha) (*) 11,17 0,43 -12,85 1,85 (-0,61) 7,92 2,15 -2,29 2,48 (-1,29) 5,1 5,1 1,19 10,14 1,84 2,06 2,61 3,27 6,06 2,58 2,42 (-1,36) 5,51 0,01 2,25 18 17 1 -11,60 18 15 3 1 14,70 10 7 3 -10,07 8 5 3 3 5,45 27 15 12 2 12,22 20 16 4 3 11,98 15 11 4 8 5,88 12 7 5 4 5 20 18 2 3 5,52 176 1996 182 1997 177 1998 161 1999 153 2000 130 2001 110 2002 97 2003 98

(*) wederinkoop - overdracht openbaar domein

2.1.2 (A)

OVERZICHT VAN DE ACTIVITEITEN PER BEDRIJVENTERREIN AFWERKING VAN (RECENT) GEREALISEERDE BEDRIJVENTERREINEN
KMO-zone Jagershoek II - Vichte afwerking van de infrastructuurwerken door de nv Paul Van Hulle uit Tielt; aanleg van de nutsleidingen in het kader van de verdere uitrusting van de zone; verfijnen van de stedenbouwkundige voorschriften en verkoopsvoorwaarden in functie van een kwalitatieve en duurzame ontwikkeling; verkoop van 7 percelen voor een totale oppervlakte van circa 1,8 ha - onderhandelingen voor de overige bouwrijpe percelen zijn lopende; algemene nazorg (o.m. adviseren bouwaanvragen). 27

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

KMO-zone Esserstraat - Zwevegem verkoop van 3 percelen voor een totale oppervlakte van circa 0,9 ha - onderhandelingen voor de overige bouwrijpe percelen zijn lopende; algemene nazorg (o.m. adviseren bouwaanvragen); uitwerking van een concept en inplantingsvoorstel voor een bedrijfsverzamelgebouw.

Bedrijventerrein Harelbeke-Stasegem 1 verkoopakte van 47 m² in het kader van de regularisatie van het openbaar domein; algemene nazorg (o.m. adviseren bouwaanvragen).

Bedrijventerrein Heule-Kuurne 1 verkoopakte voor een oppervlakte van 3.670 m² - in het kader van de realisatie van een doortrekkersterrein door de stad Kortrijk; algemene nazorg (o.m. adviseren bouwaanvragen).

Transportcentrum LAR (Kortrijk-Menen) 1 verkoopakte voor een oppervlakte van circa 0,3 ha; onderhandelingen voor de overige bouwrijpe percelen zijn lopende; algemene nazorg (o.m. adviseren bouwaanvragen).

KMO-zone Waterven - Bissegem-Heule (Kortrijk) terugkoop en verkoop van een perceel van 2.894 m² en verkoop van een restperceel van 50 m² aan een aanpalend bedrijf; onderhandelingen voor het laatste beschikbare perceel zijn lopende; algemene nazorg (o.m. adviseren bouwaanvragen).

Bedrijventerrein Vliegveld Wevelgem-Bissegem verkoop van 4 percelen voor een totale oppervlakte van circa 1,6 ha; onderhandelingen voor de overige bouwrijpe percelen zijn lopende; algemene nazorg (o.m. adviseren bouwaanvragen).

In 2003 konden de infrastructuurwerken worden opgestart in de KMO-zone Oude Spoorweg in Sint-Denijs.

28

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

(B)

NIEUWE GEMENGDE BEDRIJVENTERREINEN IN REALISATIE
Noordwestelijke uitbreiding bedrijventerrein Gullegem-Moorsele (Wevelgem) grondverwerving bijna afgerond; circa 46 ha verworven; ontwikkelingsfase afgerond; voorbereiding voor de autonome ontwikkeling van het gedeelte van het terrein ten zuiden van de bestaande afwateringsgracht afgerond; ontwerpdossier voor wegenis en riolering is klaar voor openbare aanbesteding.

Bedrijventerrein Oude Spoorweg - Sint-Denijs (Zwevegem) grondverwerving afgerond - minnelijke aankoop grond van 1 eigenaar, overige aankopen via gerechtelijke procedure; bouwvergunning verkregen en infrastructuurwerken opgestart door de nv Paul Van Hulle uit Tielt.

Artisanale verkaveling Spinnerijstraat - Moen (Zwevegem) afwerking van de infrastructuurwerken door de nv Adyns uit Deerlijk; opmaak van de stedenbouwkundige voorschriften en verkoopsvoorwaarden; verkoopspromotie opgestart.

Bedrijventerrein Ter Donkt II - Deerlijk masterplan voor de ontwikkeling van het gebied afgerond en goedgekeurd; onteigeningsplan opgemaakt en procedure tot goedkeuring opgestart; opstart van de procedure tot het verkrijgen van subsidies voor de infrastructuur (25%), overeenkomstig het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2003; afronden van het overleg met de eigenaars-bedrijven in functie van concrete afspraken voor de realisatie.

(C)

NIEUWE SPECIFIEKE BEDRIJVENTERREINEN IN REALISATIE
Bedrijventerrein Delta – eerste fase STEM-project bedrijventerrein Kortrijk-Harelbeke-Zwevegem (in het kader van het streekeigen management van de Vlaamse overheid) afgerond; het STEM-project bestond uit een studiefase en implementatie: ° in 2002 werd de studiefase uitgewerkt voor diverse items (hoogwaardigheid, duurzaamheid, PPS, verweving van functies, bedrijventerreinmanagement, etc.), met inbegrip van een marktonderzoek naar de potenties van het gebied door Buck Consultants International; ° in 2003 werd de implementatiefase uitgevoerd, met de opmaak van een algemeen concept en ruimtelijk plan, een exploitatiemodel, een model van PPS-overeenkomst, een marketingplan en een concept voor bedrijventerreinmanagement; opstart van de realisatie van een eerste fase van circa 40 ha.

Researchpark - Hoog-Kortrijk opvolging van de lopende procedure tot vernietiging van de gewestplanwijziging die door buurtbewoners werd ingediend bij de Raad van State. Dienstenzone Beneluxlaan - Hoog-Kortrijk grondverwerving afgerond en infrastructuurdossier klaar voor aanbesteding; stedenbouwkundige vergunning voor infrastructuurwerken aangevraagd; uitwerking van een inrichtingsplan voor de handelszone in overleg met Decathlon; verkoop van 1 perceel van 2.816 m² langs de Doorniksesteenweg.

29

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

Transportcentrum LAR (Kortrijk-Menen): Spoorwegterminal verkennend onderzoek naar de commerciële en financiële haalbaarheid afgerond; infrastructuurdossier afgewerkt, klaar voor indiening voor bouwaanvraag; belofte van subsidie bevestigd voor gewijzigd concept; opstart van de procedure voor de selectie van een exploitant.

(D)

PROSPECTIE NIEUWE ZONES
Transportcentrum LAR (Kortrijk-Menen): Uitbreiding opvolging van de opname van LAR II in het ruimtelijk uitvoeringsplan van de afbakening van het regionaalstedelijk gebied Kortrijk; uitwerking door een extern studiebureau van het eerste luik van het STEM-project “Vernieuwende ruimtelijke concepten voor een transport-logistieke vestiging” - dit eerste luik betrof “het in kaart brengen van de nieuwe economische, functionele en infrastructurele noden van de transport-logistieke sector”. Doomanstraat - Aalbeke (Kortrijk) opmaak en verfijning van het ruimtelijk concept; opstart van het ontwerp voor de basisinfrastructuur; overleg met de stad Kortrijk inzake het ruimtelijk concept en de stedenbouwkundige voorschriften.

Torkonjestraat - Marke (Kortrijk) verzamelen van alle randgegevens en subsidiemogelijkheden; opstart van een BPA in functie van de bestemmingswijziging opvolgen; opstart opmaak van het stedenbouwkundig concept.

Loskade - Desselgem snel verkennend onderzoek uitgevoerd op vraag van het stadsbestuur van Waregem naar de opwaardering van de bestaande loskade en een mogelijke samenwerking tussen de verschillende bedrijven. Zwevegem - Knokke snel verkennend onderzoek uitgevoerd op vraag van het gemeentebestuur van Zwevegem naar de mogelijkheden tot reconversie en optimalisering van het bestaande onderbenutte bedrijventerrein.

In de uitbreiding van de KMO-zone Jagershoek in Vichte konden in 2003 reeds zeven bedrijfspercelen verkocht worden, voor een totale oppervlakte van 17.783 m2.

30

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

2.1.3

OVERZICHT VAN DE VERKOPEN EN TERUGKOPEN OP BEDRIJVENTERREINEN IN 2003

ZONE KMO-zone Esserstraat (Zwevegem)

BETROKKENE Frank Foulon SPI Kathy Albers

OPP. (m²) 2.353 3.517 2.969 2.097 2.014 707 3.761 2.656 3.249 3.299 3.644 4.715 2.997 4.971 2.894 2.894 50 3.670 47 58 2.801 2.816 25.319 2.894 80.604 55.227

U/V (*) V V V V V V V V V V V V V V -V U V U -V V --

ACTIVITEIT metaalconstructie winkelinrichting handel in bevestigingmaterialen chirurgische materialen voor ziekenhuizen elektro – automatisatie - beveiliging aannemer grondwerken garage aannemer dakwerken drukkerij schrijnwerk – ramen en deuren in PVC vliegtuigconstructie - handel en stalling boorduitrusting stalling vliegtuigen onderhoud en herstelling vliegtuigen stalling vliegtuigen/helikopters [terugkoop] metaalconstructie: plaatsen vangrails en verkeerssignalisatie distributie voedingsproducten doortrekkersterrein bakkerijgrondstoffen [overdracht openbaar domein] goederenopslag en distributie consulting, seminaries [overdracht openbaar domein]

KMO-zone Jagershoek II (Vichte)

Devroe Instruments Colpaert Elektro– Automatisatie nv Waelkens–Van Eename Vandenberghe Garage Vaneeckhoutte–Desmet Vanoverbeke Drukkerij– Uitgeverij Callplast bvba

Vliegveld WevelgemBissegem

Lambert S. en F. ABK nv Gill Aviation Amexis

KMO-zone Waterven (Bissegem-Heule)

Vandemoortele Tibergeyn Esca Food Service

Heule-Kuurne Harelbeke-Stasegem

Stad Kortrijk Ranson nv Stad Harelbeke

Transportcentrum LAR Beneluxlaan (Kortrijk) Trekweg (Moen) TOTAAL TERUGKOPEN TOTAAL VERKOPEN

Lanoit bvba CKZ - Amelior Gemeente Zwevegem

waarvan: effectieve verkopen overdracht openbaar domein

(*) V: vestiging - U: uitbreiding

25.377

31

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

2.1.4

EVALUATIE
Na een lange periode van schaarste aan gronden voor bedrijfsvestiging heeft de Kortrijkse regio opnieuw een concreet uitzicht op zo’n 333 ha nieuwe bedrijventerreinen. 205 ha daarvan zijn reeds bestemd in het Gewestplan Kortrijk. Voor de overige terreinen is de procedure tot bestemming lopende, in het dossier voor de afbakening van de regionaal- en kleinstedelijke gebieden en vanuit het proces voor de opmaak van de gemeentelijke structuurplannen. Samen met de betrokken gemeentebesturen stelt Leiedal alles in het werk om de nieuwe bedrijventerreinen uit het Gewestplan Kortrijk spoedig te realiseren. Binnen de drie jaar zullen op die manier circa 150 ha nieuwe terreinen verkoopsklaar komen; op middellange termijn komen daar nog eens 55 ha bij. Twee nieuwe zones konden reeds op de markt worden gebracht: de KMO-zone Esserstraat in Zwevegem (2002) en de uitbreiding van de KMO-zone Jagershoek in Vichte (2003). In de Jagershoek konden vorig jaar reeds zeven bedrijfspercelen worden verkocht, voor een totale oppervlakte van 17.783 m². Daarnaast werden vorig jaar drie nieuwe vestigingen genoteerd in de Esserstraat. Opvallend in de grondverkoop vorig jaar was ten slotte ook de vestiging van vier bedrijven op het bedrijventerrein Vliegveld Wevelgem-Bissegem, dat gereserveerd blijft voor luchtvaartgebonden activiteiten. Daar werden 16.327 m² bedrijfsgronden verkocht. Voor de realisatie van de overige nieuwe bedrijventerreinen uit het Gewestplan Kortrijk, heeft Leiedal in 2003 6,3 ha gronden aangekocht, onder meer aan de Beneluxlaan in Hoog-Kortrijk, in Gullegem-Moorsele en aan de Oude Spoorweg in Sint-Denijs. Overzichtstabel: 333 ha nieuwe bedrijventerreinen in het arrondissement Kortrijk
OVERZICHT VAN REEDS BESTEMDE BEDRIJVENTERREINEN Gewestplan Kortrijk (bruto-opp.) Op korte termijn (0-3 jaar) A. Lokale bedrijventerreinen - Anzegem: Jagershoek II Vichte - Zwevegem: Esserstraat Zwevegem - Zwevegem: Oude Spoorweg Sint-Denijs B. Regionale gemengde bedrijventerreinen - Deerlijk: Ter Donkt II - Wevelgem: uitbreiding Gullegem-Moorsele - Kortrijk: Delta - Harelbeke: Delta C. Regionale specifieke bedrijventerreinen - Kortrijk: Beneluxlaan I - Kortrijk: Researchpark Op middellange termijn (5-8 jaar) - Kortrijk: Delta - Harelbeke: Delta - Zwevegem: Delta - Kortrijk: Beneluxlaan II 10,0 ha 15,0 ha 19,0 ha 11,7 ha 16,3 ha 10,0 ha 55,7 ha 12,5 ha 49,0 ha 30,0 ha 10,0 ha 26,3 ha 8,6 ha 11,0 ha 2,0 ha 101,5 ha 149,4 ha 21,6 ha 205,1 ha

32

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

BEDRIJVENTERREINEN WAARVOOR PROCEDURE TOT BESTEMMING LOOPT Voorstel afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk A. Lokale bedrijventerreinen (vast te leggen in de gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen) B. Regionale bedrijventerreinen (beschikbaar bij de goedkeuring van het afbakeningsvoorstel) C. Transport-logistieke zone (precieze locatie nog te bepalen) Gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen voor gemeenten die niet tot regionaalstedelijk gebied Kortrijk behoren (10 ha = eerste raming Leiedal) TOTAAL 333 ha 10 ha 30 ha 38 ha 50 ha 118 ha

Kwaliteit en duurzaamheid Bij de realisatie van nieuwe bedrijventerreinen gaat een grote aandacht uit naar aspecten van kwaliteit en duurzaamheid. Op dat vlak heeft Leiedal in 2003 verschillende acties kunnen ondernemen. Zo zal met een pilootproject voor het bedrijventerrein Heule-Kuurne de eerste stap gezet worden voor de reconversie (verduurzaming) van bestaande bedrijventerreinen. Samen met de intercommunale wvi en de GOM West-Vlaanderen heeft Leiedal hiertoe een projectvoorstel uitgewerkt in het kader van het PIAV-programma van de Vlaamse overheid, met cofinanciering vanuit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (globale tussenkomst in de kosten van 85%). Via dit project zullen een halftijds parkmanager en een milieuclusteraar aangeworven kunnen worden, die de gevestigde bedrijven bevragen, mogelijke knelpunten detecteren en voorstellen uitwerken voor een duurzame samenwerking. Tevens zullen een aantal concrete ingrepen op het terrein kunnen worden uitgevoerd (o.m. om de veiligheid van de zachte weggebruikers te verhogen). In het Interreg-IIIA-project ‘kwaliteitsvolle bedrijventerreinen’ wisselen de technici van de intercommunales Leiedal, wvi, IEG, IDETA en LMCU hun ervaringen uit op het vlak van duurzaamheid en kwaliteit op bedrijventerreinen. Het project ging in 2003 van start en loopt tot februari 2005. In 2003 werden een aantal terreinbezoeken georganiseerd en werd reeds een synthesenota opgemaakt. De bedoeling bestaat erin om uiteindelijk tot een gezamenlijk menu met ‘objectieven en instrumenten’ te komen voor de implementatie van kwaliteitsen duurzaamheidsaspecten bij de ontwikkeling van bedrijventerreinen. In 2002 heeft Leiedal de stedenbouwkundige voorschriften en verkoopsvoorwaarden voor haar bedrijventerreinen verfijnd, met als doel een aantal extra maatregelen in te voeren op het vlak van duurzaamheid en kwaliteit. Na toepassing ervan op de KMO-zone Esserstraat in Zwevegem, werden deze voorschriften in 2003 geïmplementeerd in de uitbreiding van de KMO-zone Jagershoek in Vichte. In het kader van het streekeigen management van de Vlaamse overheid werkt Leiedal samen met architectenbureau Coussée en Goris ook een conceptstudie uit voor de realisatie van een bedrijfsverzamelgebouw in de KMO-zone Esserstraat in Zwevegem. Door concentratie van diverse bedrijven in één gebouw kan de schaarse ruimte op bedrijventerreinen optimaal worden benut. In dit STEM-project wordt ook een markteconomische studie uitgewerkt, die moet uitwijzen of de realisatie van een bedrijfsverzamelgebouw haalbaar is in Zuid-WestVlaanderen.

33

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

Bedrijventerrein Delta (Kortrijk-Harelbeke-Zwevegem) Ongetwijfeld de meest in het oog springende realisatie in de komende jaren wordt de ontwikkeling van het 84 ha groot bedrijventerrein Delta. Dat bestaat uit drie aanpalende bedrijventerreinen langs de E17 op het grondgebied van Kortrijk, Harelbeke en Zwevegem en behoort tot een ruimer plangebied van zo’n 280 ha, waartoe twee bestaande bedrijventerreinen (Kanaalzone en Kapel ter Bede) en enkele nog te ontwikkelen deelgebieden (Keizerstraat en gedeelte Kapel ter Bede) behoren. Om dit plangebied te ontwikkelen, werd een publiek-private samenwerking opgezet tussen enerzijds Kortrijk, Harelbeke en Zwevegem (met Leiedal als technische partner) en anderzijds de Groep Koramic (als belangrijke grondeigenaar) en hun technische partner Wilma Project Development. Voor het globale plangebied werd intussen een voorstel van ruimtelijk concept uitgewerkt; het gedeelte van het bedrijventerrein Delta is op vandaag in voorbereiding. Het bedrijventerrein Delta wordt ontwikkeld met een specifieke aandacht voor hoogwaardige aanleg, inrichting en activiteiten. De doelgroep bestaat concreet uit bedrijven actief in lichte productie, bouw, transport en opslag (value added logistics), groothandel, zakelijke diensten gekoppeld aan productie, en consumptiegerichte diensten ten behoeve van het bedrijventerrein. In een eerste fase zullen circa 40 ha bruto-oppervlakte van het terrein gerealiseerd worden in Kortrijk en Harelbeke. Gehoopt wordt dat de infrastructuurwerken voor deze fase medio 2005 van start kunnen gaan, zodat de gronden in de loop van 2006 op de markt kunnen komen. Beneluxlaan Hoog-Kortrijk Een tweede belangrijke ontwikkeling is de gemengde zone voor diensten en handel Beneluxlaan op HoogKortrijk. Deze zone vormt een belangrijke regionale ontwikkelingspool voor tertiaire activiteiten: diensten, kantoren en handel. Na een lange en moeizame bestemmingsprocedure (o.m. door opeenvolgende hernemingen van gewestplanwijzigingen) kan de concrete realisatie van dit terrein nu in het vooruitzicht worden gesteld. Begin 2004 worden de infrastructuurwerken aanbesteed. De uitvoering van de terreinwerken wordt voorzien in de zomer van 2004. Inmiddels zijn reeds onderhandelingen lopende voor de vestiging van grootschalige handel (o.m. Decathlon) op een gedeelte van het terrein. De overige gronden worden gereserveerd voor kantoren en diensten, als uitbreiding van het Kennedypark. De nieuwe vestiging van Amelior, opleidings- en adviescentrum voor kwaliteitszorg en organisatiemanagement, wordt de pionier op dit nieuwe kantorenpark.

De dienstenzone Beneluxlaan wordt in twee fasen gerealiseerd. De infrastructuurwerken voor de eerste fase, palend aan het Kennedypark, worden begin 2004 aanbesteed.

34

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

Spoorwegterminal LAR (Kortrijk-Menen) In 2003 kon Leiedal het voorbereidende dossier afwerken voor de optimalisatie van de spoorwegterminal op de LAR. Het transportcentrum LAR biedt sinds 1985 ondersteuning aan de belangrijke bedrijfsondersteunende cluster van transport, opslag, expeditie en logistieke diensten. Op de bruto-oppervlakte van ruim 75 ha zijn een 55-tal bedrijven gevestigd die actief zijn in de transport-logistieke sector. Daarbij speelt de spoorwegterminal voor de overslag van weg- naar spoorvervoer uiteraard een belangrijke rol. Wil deze spoorwegterminal ook in de toekomst efficiënt blijven functioneren, vooral wat betreft de behandeling en het vervoer per spoor van containers, dan zijn een betere infrastructuur en een uitbreiding noodzakelijk. Enkele jaren geleden reeds besliste Leiedal om de spoorwegterminal te optimaliseren, in het bijzonder om een spoorcontainerterminal aan te leggen. Op basis van een eerste concept heeft de intercommunale toen een verkennend onderzoek uitgevoerd naar de commerciële en financiële haalbaarheid, met raadpleging van een aantal belangrijke marktactoren. Rekening houdend met de conclusies daarvan werd het concept verder uitgediept en verfijnd. Het omvat o.m. de uitbreiding van de bestaande terminal aan weerszijden van de sporen (voor de behandeling van containers aan de kant van de E17 en voor de behandeling van conventionele goederen aan de kant van de LAR) en de aanleg van een geoptimaliseerde goederenkoer. Het infrastructuurdossier voor deze werken is intussen ingediend voor bouwaanvraag. Voor de exploitatie van de terminal zoekt Leiedal een professioneel bedrijf dat, op eigen verantwoordelijkheid en onder welbepaalde voorwaarden, de organisatie, de werking en de ontwikkeling van de spoorcontainerterminal op zich neemt en dat instaat voor de containerbehandeling, zowel voor eigen containers als voor die van derde klanten. De aanstelling van deze exploitant zal in 2004 gebeuren aan de hand van een publieke selectieprocedure.

2.1.5 (A)

OVERZICHT VAN DE BEDRIJVENTERREINEN IN ONTWIKKELING OP 31/12/2003 BEDRIJVENTERREINEN WAARVAN DE GRONDEN IN EIGENDOM ZIJN VAN LEIEDAL EN DIE BOUWRIJP BESCHIKBAAR ZIJN (IN HA)
bouwrijp beschikbaar REGIONALE EN LOKALE BEDRIJVENTERREINEN Trekweg - Moen KMO-zone Esserstraat - Zwevegem KMO-zone Waterven - Bissegem-Heule Avelgem Jagershoek II - Vichte Spinnerijstraat - Moen (artisanale verkaveling) SUBTOTAAL SPECIFIEKE BEDRIJVENTERREINEN Transportcentrum LAR - Kortrijk-Menen Vliegveld Wevelgem-Bissegem SUBTOTAAL ALGEMEEN TOTAAL 5,2 2,7 7,9 25,4 2,2 0,0 2,2 2,8 3,0 2,7 5,7 22,6 7,4 5,0 0,3 1,5 2,1 1,2 17,5 ---0,3 0,3 -0,6 7,4 5,0 0,3 1,2 1,8 1,2 16,9 waarvan gereserveerd nettobeschikbaar

35

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

(B)

BEDRIJVENTERREINEN IN REALISATIE, WAARBIJ LEIEDAL INSTAAT VOOR DE GRONDUITGIFTE (IN HA)
brutooppervlakte REGIONALE EN LOKALE BEDRIJVENTERREINEN Gullegem-Moorsele (uitbreiding) Oude Spoorweg - Sint-Denijs SUBTOTAAL SPECIFIEKE BEDRIJVENTERREINEN Beneluxlaan - Hoog-Kortrijk (eerste fase) Beneluxlaan - Hoog-Kortrijk (tweede fase) SUBTOTAAL ALGEMEEN TOTAAL 16,3 11,7 28,0 79,2 16,3 -16,3 64,5 0 11,7 11,7 14,7 49,0 2,2 51,2 46 2,2 48,2 3,0 0 3,0 reeds verworven nog te verwerven

(C)

BEDRIJVENTERREINEN DIE DOOR LEIEDAL WORDEN GEREALISEERD IN SAMENWERKING MET DE GRONDEIGENAAR (IN HA)
brutooppervlakte REGIONALE EN LOKALE BEDRIJVENTERREINEN Delta - Kortrijk Ter Donkt II - Deerlijk SUBTOTAAL SPECIFIEKE BEDRIJVENTERREINEN Researchpark - Hoog-Kortrijk SUBTOTAAL ALGEMEEN TOTAAL 10,0 10,0 62,5 40,0 12,5 52,5

(D)

BEDRIJVENTERREINEN VOORZIEN IN DE GEWESTPLANWIJZIGING VAN 10/11/1998, WAARVAN DE REALISATIE IN VOORBEREIDING IS (IN HA)
brutooppervlakte REGIONALE BEDRIJVENTERREINEN Delta - Harelbeke Delta - Zwevegem ALGEMEEN TOTAAL 25 19 44

36

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

2.1.6

INVENTARIS VAN OPENBARE BEDRIJVENTERREINEN OP 31/12/2003

St. Eloois-Vijve

26 LENDELEDE

Hulste

18 I
Desselgem

D

E

Bavikhove

WAREGEM
Beveren-Leie

22 KUURNE
Heule

HARELBEKE 1 DEERLIJK 8a 3 5 6 19 10 9 A

17

F G

Oost-Vlaanderen

2b
Moorsele

2a 23
Gullegem

21

8b
Vichte

15 14
Bissegem

ANZEGEM
Ingooigem Kaster

29

C MENEN B

WEVELGEM 30 27
Marke

KORTRIJK

31
Otegem

Tiegem

24

25

Lauwe

4

ZWEVEGEM
Heestert Waarmaarde

Kerkhove

13
Rekkem

Aalbeke Bellegem Rollegem St. Denijs

28
Moen

AVELGEM 11

12

Outrijve Bossuit

FRANCE

Kooigem

7
Helkijn

Hainaut

SPIERE-HELKIJN
H
BEDRIJVENTERREINEN LEIEDAL
Spiere

0

2

4 km

BEDRIJVENTERREINEN ANDERE Gepland of in realisatie 1 3 4 5 6 7 9 Deerlijk: Ter Donkt II Harelbeke: Deltapark Kortrijk: Beneluxlaan Kortrijk: Deltapark Kortrijk: Researchpark Sint-Denijs: Oude Spoorweg Zwevegem: Gaversstraat bruto opp. ca. 12,5 ha ca. 50 ha ca. 26 ha ca. 32 ha ca. 40 ha ca. 10 ha ca. 2 ha ca. 8,6 ha ca. 10 ha ca. 19 ha Uitverkocht 15 Bissegem-Heule: Waterven 16 Deerlijk-Waregem: Breestraat 17 Deerlijk-Waregem 18 Desselgem 2a Gullegem-Moorsele 19 Harelbeke: De Blokken 20 Harelbeke: Kanaalzone 21 Harelbeke-Stasegem 22 Harelbeke: Vierschaar 23 Heule-Kuurne en Kuurne 24 Kortrijk: Kennedypark 25 Lauwe: artisanale zone 26 Lendelede: Spoelewielen Bouwrijpe gronden beschikbaar 11 Avelgem 12 Moen: Trekweg 13 Transportcentrum LAR 14 Wevelgem-Bissegem (Airport) 27 Marke: industriezone 28 Moen: Olieberg 8a Vichte: Jagershoek 29 Vichte: Mekeirleweg 30 Wevelgem-Zuid 31 Zwevegem: Breemeers OPENBARE BESTUREN A B C D E F G H I Deerlijk-Waregem: Nijverheidslaan Menen: Grensland Menen-Oost Waregem: Snepbeek Waregem: Bilkhage Waregem: Brabantstraat Waregem: Vijverdam Spiere-Helkijn: IJzeren Bareel Beveren-Leie: Ezelbeek

2b Gullegem-Moorsele (uitbreiding)

8b Vichte: Jagershoek (uitbreiding) 10 Zwevegem: Losschaert

37

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

2.1.7

INVENTARIS VAN DE DOOR LEIEDAL GEREALISEERDE BEDRIJVENTERREINEN OP 31/12/2003
Bedrijventerrein Aangekocht in m² Verkocht en overgedragen in m² Aalbeke Avelgem - niet watergebonden Avelgem - watergebonden 23.411 422.508 50.634 -338.991 23.025 11.542 Bavikhove Vierschaar Bavikhove Westhoek Bissegem-Heule Waterven 43.673 49.953 83.634 1.236 28 Bossuit-Pottes Deerlijk Ter Donkt II Deerlijk-Waregem 59.081 -453.589 3.110 (1) (1) (2) 43.673 1.696 64.775 --59.081 -446.942 1.975 7.203 Desselgem Gullegem-Moorsele 199.478 959.560 199.478 959.560 15 Gullegem-Moorsele (uitbreiding) Harelbeke De Blokken Harelbeke Delta Harelbeke Kanaalzone Harelbeke-Stasegem Heule-Kuurne en Kuurne Kerkhove Kortrijk Beneluxlaan Kortrijk Cannaertstraat Kortrijk Delta Kortrijk Kennedypark Kortrijk Researchpark Lauwe - Artisanale zone Transportcentrum LAR 460.321 32.168 -166.375 856.557 2.021.317 11.304 160.909 78.337 -302.288 -32.329 759.619 -32.168 -166.375 856.557 2.021.317 11.304 2.816 78.801 -302.288 -32.329 413.170 1.044 Lendelede Spoelewielen 55.951 1.047 Marke Industriezone 34.208 (1) 55.315 255 34.208 (1) 1975 2 (3) 1981 14 1999 -1970 1973 1962 1978 -1999 -1979 -1989 1983 2 -6 62 158 1 1 2 -69 -4 60 (4) (2) (1) 1979 1959 12 80 1964 -1972 4 -41 (3) 1996 -1999 6 -19 Eerste vestiging -1976 Aantal bedrijven -20

38

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

Bedrijventerrein

Aangekocht in m²

Verkocht en overgedragen in m²

Eerste vestiging 1998 1999 --1971 1995

Aantal bedrijven 4 12 --14 16

Moen Olieberg Moen Trekweg Rekkem Sint-Denijs Oude Spoorweg Vichte Mekeirleweg Vichte Jagershoek

34.322 149.727 10.083 21.831 57.579 91.536 987 (1)

12.321 74.280 10.083 -57.579 91.536 -17.808 347.568 5.887 5.987 (1) (2)

Vichte Jagershoek II Wevelgem-Bissegem (Airport)

58.453 464.245

2003 1969

7 44

Wevelgem-Zuid Zwevegem Breemeers Zwevegem Esserstraat Zwevegem Delta Totalen

733.847 120.191 99.716 -9.158.734 6.380 28 (1) (2)

733.847 120.191 22.662 -7.631.744 13.345 7.962 12.586 15 (1) (2) (3) (4)

1970 1980 2002 --

85 14 8 -767

(1) ondergrond

(2) bovengrond

(3) concessie

(4) recht van opstal

De recent gerealiseerde KMO-zone Waterven in Bissegem-Heule.

39

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

2.1.8

OVERZICHT VAN DE GRONDTRANSACTIES OP BEDRIJVENTERREINEN IN 2003
Oppervlakte in m² Aantal verrichtingen

Aankopen Gullegem-Moorsele (uitbreiding) Oude Spoorweg Sint-Denijs Beneluxlaan Hoog-Kortrijk - 1/4 volle eigendom: - in volle eigendom: - minnelijk: - gerechtelijk: 54.470 8.302 1.842 19.989 33.724 1 2 1 4 1

Verkopen en overdrachten openbaar domein Trekweg Moen (overdracht openbaar domein) Harelbeke-Stasegem (overdracht openbaar domein) Harelbeke-Stasegem Jagershoek II Vichte Esserstraat Zwevegem Transportcentrum LAR Kortrijk-Menen Wevelgem-Bissegem Airport Heule-Kuurne Waterven Bissegem-Heule Beneluxlaan Hoog-Kortrijk 25.319 58 47 17.783 8.839 2.801 16.327 3.670 2.944 2.816 1 1 1 7 3 1 4 1 2 1

Terugkopen Waterven Bissegem-Heule 2.894 1

Via het PIAV-programma van de Vlaamse overheid zal een eerste stap gezet kunnen worden voor de reconversie (verduurzaming) van het bedrijventerrein HeuleKuurne.

40

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

2.2

LOKAAL WOONBELEID
Krachtlijnen Beleidsplan 2002-2007 De taakstelling van Leiedal op het vlak van lokaal woonbeleid was (nog) niet duidelijk gedefinieerd bij de goedkeuring van het Beleidsplan 2002-2007. Als doelstelling werd bepaald dat de mogelijke rol en taak van de intercommunale in de loop van 2002 zouden worden vastgelegd. De raad van bestuur van Leiedal besliste in 2002 dat de taakstelling inzake lokaal woonbeleid zal worden aangepakt in integrale samenwerking met het provinciebestuur West-Vlaanderen, via de uitbouw van een gemeenschappelijke “Regionale Cel Woonbeleid”.

2.2.1

PROMOTIE EN VERKOOP VAN BOUWGRONDEN
Leiedal verkocht in 2003 twee bouwkavels voor een totale oppervlakte van 739 m²: één kavel in de woonzone Gasthuisweide in Kuurne en de eerste kavel in de verkaveling Spinnerijstraat in Moen. Hiermee realiseerde de intercommunale een omzet van 53.232 euro.
1995 Oppervlakte verkocht in woonzones (ha) Aantal kavels Oppervlakte kavels (ha) Oppervlakte andere verkopen (ha) 3,75 52 3,75 -1996 2,09 19 1,09 1,00 1997 3,19 35 2,20 0,99 1998 1,01 20 1,00 0,01 1999 2,34 14 0,48 1,86 2000 1,04 7 0,33 0,7 2001 3,21 29 1,59 1,61 2002 0,13 3 0,08 0,05 2003 0,07 2 0,07 --

2.2.2 (A)

OVERZICHT VAN DE ACTIVITEITEN PER WOONZONE AFWERKING VAN RECENT GEREALISEERDE WOONZONES
Gasthuisweide - Kuurne verkoop van 1 bouwkavel voor een totale oppervlakte van 232 m² (na verkoop van een woning gebouwd door een projectontwikkelaar op de kavel in kwestie); overeenkomst afgesloten voor de laatste kavel - zone uitverkocht; algemene nazorg (o.m. adviseren bouwaanvragen).

Spinnerijstraat - Moen (Zwevegem) afwerking van de infrastructuurwerken door de NV Adyns uit Deerlijk; aanleg van de nutsleidingen; opstart verkoopspromotie; verkoop van de eerste kavel met een oppervlakte van 507 m².

(B)

NIEUWE WOONZONES IN ONTWIKKELING
Ter Schabbe - Anzegem haalbaarheidsonderzoeken afgerond; BPA opgestart tot wijziging van de huidige bestemming ‘woonuitbreidingsgebied’ naar ‘woongebied’; aankoop van een eerste gedeelte van de zone (5.576 m²).

41

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

Elektriciteitscentrale – Zwevegem (gedeelte woonzone) verkennend onderzoek uitgevoerd naar de commerciële en financiële haalbaarheid van het uitgewerkte concept voor het gedeelte woongebied. Waregemstraat – Vichte haalbaarheidsonderzoeken afgerond; opstart van de opmaak van het stedenbouwkundig concept; schattingsverslag ontvangen en onderhandelingen met eigenaars opgestart.

(C)

PROSPECTIE VAN NIEUWE WOONZONES
In 2002 heeft Leiedal op vraag van het gemeentebestuur van Anzegem een snel verkennend onderzoek uitgevoerd voor zeven gebieden die in het Gewestplan Kortrijk en/of in een BPA ingekleurd staan als woongebied. Alle relevante basisinformatie omtrent de diverse ruimtelijke, milieu-technische, financiële en organisatorische randvoorwaarden voor de realisatie werden verzameld. Daarnaast heeft de intercommunale gesprekken gevoerd met de eigenaars van de gronden in kwestie, om na te gaan welke mogelijke knelpunten de realisatie kunnen verhinderen. In 2003 heeft Leiedal gepoogd om de realisatie van drie van deze gebieden (Waregemstraat Vichte, SintAntoniusstraat en Verrieststraat Ingooigem) op gang te brengen. Via de tussenkomst van het Comité tot Aankoop werden onder meer de onderhandelingen voor de verwerving van de gronden opgestart. Op vraag van de gemeente Kuurne werd in 2003 ook een snel verkennend onderzoek uitgevoerd naar de uitbreidingsmogelijkheden van de verkaveling Gasthuisweide. Daartoe werden met alle eigenaars van de gronden gesprekken gevoerd, om inzicht te verkrijgen in hun intenties en verwachtingen.

2.2.3

EVALUATIE
In 2002 heeft Leiedal slechts twee bouwkavels verkocht. Dat hoeft niet te verwonderen, aangezien de intercommunale op vandaag maar zeer weinig bouwrijpe gronden beschikbaar heeft in woonzones. Vorig jaar kon de verkoopsovereenkomst voor de laatste bouwkavel in de Gasthuisweide in Kuurne worden afgesloten, zodat er momenteel nog slechts één verkaveling in verkoop is, de gemengde verkaveling Spinnerijstraat in Moen. Naast zes ‘klassieke’ bouwkavels, zijn er in deze zone ook negen kavels waarbij de mogelijkheid (en in sommige gevallen zelfs de verplichting) bestaat om in de tuinstrook een klein ambachtelijk bedrijf of stapelplaatsen op te trekken. Door het gebrek aan beschikbare gronden, het grote aantal private huisvestingsinitiatieven en de verminderde vraag vanuit de aangesloten gemeenten kwamen de activiteiten rond verkavelingen, bouwgronden en woningbouw de laatste jaren wat op de achtergrond te staan. Recent hebben meerdere gemeenten evenwel opnieuw de vraag gesteld dat Leiedal zich weer een stuk pro-actiever zou opstellen op het vlak van lokaal woonbeleid. Vanuit een onderzoek dat in 2002 werd uitgevoerd naar de concrete verwachtingen van de gemeenten, werd voorgesteld dat Leiedal deze taak zou aanpakken in integrale samenwerking met het provinciebestuur WestVlaanderen, in een gemeenschappelijke Regionale Cel Woonbeleid, met als taak de gemeenten maximaal te ondersteunen bij de uitbouw van hun lokaal woonbeleid, gronden beschikbaar te maken (zowel planmatig als op het terrein), de gemeenten te ondersteunen bij kwaliteitsvolle ruimtelijke ingrepen (projectmanagement, procesbegeleiding) en waar mogelijk en wenselijk kleinschalige voorbeeldprojecten uit te werken. In 2003 is de Regionale Cel Woonbeleid effectief van start gegaan. Er werden een gemeenschappelijke visie en aanpak uitgewerkt en afgetoetst bij de betrokken gemeenten en organisaties, waaronder het Welzijnsconsortium en het RISO. Deze verkenningsfase heeft geresulteerd in een concreet werkprogramma voor 2004, waarbij de volgende basisopties in acht werden genomen: Er wordt gestart met de gemeenten binnen het “leefbaarheidsgebied Leie-Schelde”. Dat vormt immers het

42

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

prioritair aandachtsgebied voor het provinciebestuur, vanuit zijn recente “Leefbaarheidsonderzoek van dorpen tussen Leie en Schelde”. Eens op kruissnelheid kan de werking worden uitgebreid naar alle gemeenten van het Kortrijkse. Er wordt zoveel mogelijk gewerkt met de bestaande actoren op de lokale, sociale woonmarkt (bouwmaatschappijen, sociale verhuurkantoren, private initiatiefnemers). Leiedal noch het provinciebestuur willen in de plaats treden van deze actoren. De rol van de Regionale Cel Woonbeleid is in de eerste plaats faciliterend en regisserend. Leiedal neemt geen financiële investeringen op zich. Immobiliaire projectinvesteringen kunnen enkel mits er uitzicht is op een “return-on-investment” of mits kostendekking door bijvoorbeeld de opdrachtgevende gemeente.

Binnen de Regionale Cel Woonbeleid wordt gestart met de gemeenten binnen het leefbaarheidsgebied LeieSchelde. Voor 2004 staat een potentieanalyse van ‘grijze woonsites’ op het programma (concentraties van leegstaande, verouderde en verpauperde wooneenheden).

2.2.4

INVENTARIS VAN DOOR LEIEDAL GEREALISEERDE WOONZONES OP 31/12/2003
Verkocht en overgedragen ha (1) a ca Netto verkoopbaar (ha) --Aantal bouwkavels zonder woning 121 22 met woning --totaal 121 22

Woonzone

Aangekocht ha a ca

Aalbeke - Papeye Anzegem - Heirweg Anzegem - Ter Schabbe Avelgem Avelgem - Reigershof Bavikhove - ‘t Koeksken Bellegem - Zwingelweg Desselgem - Leiekant Gullegem - Ter Winkel Heestert - Centrum Zuid Hulste - Ter Elst Kuurne - Gasthuisweide Lauwe - Schonekeer Lendelede - Langemunte Lendelede - ‘t Zaagske

17 86 91 1 62 3 75 57 55 76 5 50 78 2 48 67 8 72 47 1 44 46 8 94 41 17 91 09 1 74 82 10 45 14 1 55 49 4 83 88 14 04 26 5 38 41

17 16 88 3 57 59 -5 46 80 2 48 28 8 72 52 1 49 35 9 00 11 16 34 02 1 76 50 10 49 40 1 48 55 4 82 17 14 04 27 5 66 10

--------0,12 ----

44 28 32 13 -48 18 40 32 51 42 76

-----16 -5 -----

44 28 32 13 -64 18 45 32 51 42 76

43

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

Woonzone

Aangekocht ha a ca

Verkocht en overgedragen ha a ca

Netto verkoopbaar (ha) --0,31 ----1,27 ----0,43 1,27 (2) (2)

Aantal bouwkavels zonder woning 17 15 1 76 45 -11 18 49 29 92 968 met woning ---26 ----6 -16 87 totaal 17 15 1 102 45 -11 18 55 29 108 1.055

Moen - Heestertstraat Moen - Kanaalzone Moen - Spinnerijstraat Moorsele - Overheule Rekkem - Dronckaertstraat Rollegem Sint-Denijs - Kooigemstraat Spiere-Helkijn - Waterkeer Vichte - Lendedreef Zwevegem - Kappaert Zwevegem - Stedestraat Totalen

1 92 33 1 37 86 17 66 17 80 62 4 55 37 8 30 00 2 62 66 1 44 88 4 19 89 2 50 33 6 87 50 174 46 42 1 62 (1)

1 92 33 1 50 35 5 07 16 53 93 4 62 93 8 30 00 91 30 1 03 60 4 14 45 2 51 51 7 33 13 167 58 24

(1) ondergrond (2) niet uitgerust (geraamd)

2.2.5

OVERZICHT VAN DE GRONDTRANSACTIES IN WOONZONES IN 2003
Oppervlakte in m² Aantal verrichtingen

AANKOPEN Ter Schabbe Anzegem 5.576 1

VERKOPEN EN OVERDRACHTEN OPENBAAR DOMEIN Spinnerijstraat Moen Gasthuisweide Kuurne 507 232 1 1

In 2003 kon Leiedal de verkoopsovereenkomst afsluiten voor de laatste beschikbare bouwkavel in de woonzone Gasthuisweide in Kuurne. De intercommunale heeft tevens een snel verkennend onderzoek uitgevoerd naar de uitbreidingsmogelijkheden van deze verkaveling.

44

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

2.3

INBREIDING EN HERBESTEMMING
Krachtlijnen Beleidsplan 2002-2007 Vormt een “groeimarkt” voor Leiedal: ° ° er is een duidelijke vraag vanuit de aangesloten gemeenten; het betreft complexe, financieel risicovolle projecten; de private sector is dan ook minder geneigd om deze projecten aan te pakken. Opmaak van een dynamische inventaris van verlaten panden en sites, samen met de gemeenten. Financieel afsprakenkader met de betrokken gemeenten: per project een overeenkomst. Nadruk op: ° ° opbouwen van de vereiste knowhow; realisatie en/of begeleiding van een aantal projecten.

2.3.1 (A)

OVERZICHT VAN DE ACTIVITEITEN PER PROJECT AFWERKING VAN LOPENDE PROJECTEN
Site Ovelacq - Deerlijk algemene nazorg, o.m. opvolging problematiek gemene muur aanpalende buur (gerechtelijke procedure).

Site Vetex - Kortrijk algemene nazorg site; verdere opvolging van de bodemsaneringswerken die uitgevoerd worden in opdracht en voor rekening van de voormalige eigenaar, de nv Vetex; opvolging van de goedkeuring van de eindafrekening en de uitbetaling van het saldo van de subsidies door de Vlaamse Administratie.

(B)

NIEUWE PROJECTEN IN VOORBEREIDING
Elektriciteitscentrale Zwevegem begeleiding ontwerpweek met internationaal team van jonge ontwerpers - uitwerking van voorstellen voor de ruimtelijke ontwikkeling van de site; toetsing van de diverse ontwikkelingsrichtingen bij de markt en het beleid; begeleiding gemeente Zwevegem bij uitwerken STEM-projectvoorstel (in kader van streekeigen management Vlaamse overheid); indiening Interreg-IIIA-projectvoorstel ‘RECONVER BEL-FRA-NOR’: samenwerking met partners rond project Motte-Cordonnier in Armentières; verkennend onderzoek naar de commerciële en financiële haalbaarheid van het uitgewerkte concept voor het gedeelte woongebied; principiële beslissing raad van bestuur Leiedal tot verwerving van de gronden palend aan de elektriciteitscentrale, in het licht van de realisatie van een woonproject; (zie ook bij ‘Stedenbouw’).

(C)

PROSPECTIE VAN NIEUWE PROJECTEN: SNEL VERKENNENDE ONDERZOEKEN
Analoog aan de aanpak bij woonprojecten, heeft Leiedal vroeger reeds een methodiek op punt gesteld voor de ontwikkeling van nieuwe inbreidings- en herbestemmingsprojecten, om op die manier beter tegemoet te kunnen komen aan de vragen en de verwachtingen van de aangesloten gemeenten. Een eerste stap in dit proces bestaat uit de uitvoering van een snel verkennend onderzoek naar de haalbaarheid van een project. Steeds 45

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

meer gemeenten doen een beroep op Leiedal om zo’n onderzoek uit te voeren voor al dan niet leegstaande sites waarvan onduidelijkheid bestaat naar de herbestemmingsmogelijkheden. In 2003 hebben de clusters ‘immobiliaire projectontwikkeling’ en ‘stedenbouwkundig ontwerp en advies’ dergelijke snel verkennende onderzoeken gevoerd voor verschillende mogelijke projecten, op vraag van de betrokken gemeenten of op initiatief van Leiedal. Site Bekaert (Zwevegem) De gemeente Zwevegem vroeg Leiedal om de mogelijkheden van de kantoorgebouwen en bijbehorende gronden van Bekaert langs de Blokkestraat te bestuderen. Dit snel verkennend onderzoek, dat eind 2003 werd afgerond, belicht voornamelijk de financiële mogelijkheden en gevolgen van enkele scenario’s, waarin telkens een gemengde realisatie wordt voorgesteld: wonen, werken en recreatie. Het onderzoek kan de basis vormen voor eventuele verdere haalbaarheidsstudies. Site Dendauw (Otegem) Ook voor de site Dendauw, gelegen in de kern van Otegem, vroeg de gemeente Zwevegem aan Leiedal om de herbestemmingsmogelijkheden in kaart te brengen. In het Gewestplan Kortrijk staat de site deels ingekleurd als woongebied, als woonuitbreidingsgebied en als gebied voor ambachtelijke bedrijven en KMO’s. Op de gronden bevinden zich woningen, bedrijfsgebouwen en schuren. Een ander deel is braakliggend. In het snel verkennend onderzoek heeft de intercommunale een aantal scenario’s voor realisatie voorgesteld, waarop het gemeentebestuur zich in een volgende fase kan baseren. Openluchtzwembad Spiere-Helkijn De gemeente Spiere-Helkijn vroeg Leiedal om de ontwikkelingsmogelijkheden te bestuderen van het openluchtzwembad langs de Schelde en zijn onmiddellijke omgeving. Vanuit een analyse van de stedenbouwkundige en technische basisgegevens werden diverse mogelijke scenario’s uitgewerkt, rekening houdend met de toegankelijkheid en de landschappelijke inkleding en met opgave van de noodzakelijke randvoorwaarden: van een private invulling (woningen, kantoren), via een publiek-private invulling (bivakplaats, café-restaurant, etc.) tot een publieke invulling (natuureducatief centrum, museum) of een combinatie daarvan.

Leiedal heeft in 2003 een aantal ontwikkelingsscenario’s uitgewerkt voor het voormalige openluchtzwembad in Spiere, rekening houdend met de toegankelijkheid en de landschappelijke inkleding.

46

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

Op vraag van de stad Kortrijk en de Stedelijke Woonregie heeft Leiedal diverse scenario’s uitgetekend voor de ziekenhuiscampus aan de Loofstraat, met een gefaseerd tijdsverloop voor de verdere ontwikkeling van de site.

Ziekenhuis AZ Groeninge - Campus Maria’s Voorzienigheid (Kortrijk) Op vraag van de stad Kortrijk en de Stedelijke Woonregie werd een verkennend onderzoek uitgevoerd naar de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van deze ziekenhuiscampus, met als aanleiding de eventuele verkoop van een aantal woningen langs de Doorniksewijk. Er werden enkele ontwikkelingsscenario’s uitgewerkt voor het hele terrein, met een gefaseerd tijdsverloop voor de verkoop van de woningen en de verdere ontwikkeling van het ziekenhuis. In een tweede fase stelde Leiedal een verkoopsdossier op voor de woningen langs de Doorniksewijk. OCMW-gebouwen Vichte Een snel verkennend onderzoek dat Leiedal in 2002 uitvoerde naar de herbestemming van enkele oude OCMWgebouwen in Vichte, bracht enkele potenties en knelpunten aan het licht voor de ruimere omgeving. Dat gaf aanleiding tot de opmaak van het BPA Vichte nr. 18 - ‘Roodkapje’, dat de realisatie beoogt van reconversie- en wooninbreidingsprojecten in het centrum van Vichte. Op die manier zullen enkele oude, leegstaande bedrijfspanden op een strategische plaats in de kern van Vichte vervangen kunnen worden door kwaliteitsvolle woningen, analoog aan de aanpak van de oude Bekaert-site in Vichte. Huisvesting OCMW Deerlijk Op vraag van het OCMW van Deerlijk heeft de intercommunale de huisvestingsmogelijkheden van de OCMWdiensten onderzocht, met als doel inzicht te verkrijgen in de mogelijkheden van de toekomstige kantooruitbreiding en met het oog op een rationeel investeringsbeleid en een gefaseerde realisatie. Er werden vier ruimtelijke scenario’s uitgewerkt, gaande van de minst ingrijpende variante tot de volledige afbraak en de ontwikkeling van een nieuw project. Elk scenario werd opgebouwd als een schematisch model, elk met zijn financiële consequenties en met de mogelijkheid tot onderlinge combinaties. Site Bruvatex (Heule) Voor de site Bruvatex aan de Warandestraat in Heule heeft Leiedal op eigen initiatief een snel verkennend onderzoek uitgevoerd. Hier werden de herbestemmingsmogelijkheden van deze voormalige textielfabriek bekeken, maar die bleken omwille van de hoge vraagprijs en de aanwezige bodemvervuiling financieel onhaalbaar te zijn. Intussen werd de eigendom verkocht aan een ander Heuls bedrijf. 47

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

Site Lindelaan (Zwevegem) Op de site Lindelaan in Zwevegem bevinden zich zowel oude bedrijfsgebouwen als vervallen woningen. Gezien het geheel een onverzorgde en vervallen indruk nalaat in een anders fraaie woonwijk, zou het gemeentebestuur van Zwevegem op deze gronden graag een herbestemmingsproject gerealiseerd zien. De eigenaar heeft het geheel via een private vastgoedmakelaar te koop gesteld. Er is momenteel evenwel nog geen zekerheid omtrent de bodemgesteldheid van de site. Het gemeentebestuur heeft de eigendom intussen opgenomen in de inventaris van verwaarloosde bedrijfsgebouwen en woningen. Site Ververij Groeninghe - Portus (Harelbeke) Na het faillissement van het zittende bedrijf wenste de eigenaar van de gebouwen het volledige industriële complex te verkopen. Daarbij werd aan Leiedal de vraag gesteld om het pand ook op te nemen in het overige aanbod aan gronden. De site biedt zowel mogelijkheden voor een woonproject als voor bedrijfsvestiging. De intercommunale maakte een financiële raming op, om voor het geheel een haalbare prijs naar voor te kunnen brengen.

2.3.2

EVALUATIE
In 2003 heeft de intercommunale de bodemsaneringswerken op de Vetex-site in Kortrijk verder opgevolgd, in het licht van de uiteindelijke overdracht van de site aan de Stedelijke Woonregie van Kortrijk, voor de realisatie van het geplande stedelijke project. Deze saneringswerken konden vorig jaar evenwel nog niet worden afgerond. De sanering van verontreinigd grondwater is dan ook een proces van zeer lange duur. Eens te meer blijkt dat de reconversie van verlaten bedrijfspanden complex, financieel risicovol en van lange duur is. Nochtans blijft de begeleiding van complexe inbreidings- en herbestemmingsprojecten voor Leiedal een belangrijke uitdaging voor de toekomst. De jongste jaren doen steeds meer gemeenten een beroep op de intercommunale om een snel verkennend onderzoek en/of een haalbaarheidsonderzoek uit te voeren voor dergelijke projecten. In een groot aantal gemeenten zijn diverse sites in onbruik geraakt - sites die omwille van milieuhygiënische, ruimtelijke of technische redenen veelal niet meer in aanmerking komen voor hun oorspronkelijke (veelal economische) functie. De methodiek van de snel verkennende onderzoeken biedt hierbij een hanteerbaar kader om op korte termijn zicht te krijgen op de potenties van de site in kwestie en de financiële consequenties van de herbestemming. Een verregaande samenwerking tussen de clusters ‘immobiliaire projectontwikkeling’ en ‘stedenbouwkundig ontwerp en advies’ garandeert telkens geïntegreerde adviezen, die rekening houden met alle vereiste randvoorwaarden. De uitvoering van haalbaarheidsonderzoeken voor herbestemmingsprojecten is een van de opdrachten die vrijwel alle aangesloten gemeenten eind 2003 in exclusiviteit hebben toevertrouwd aan Leiedal. Er mag dan ook verwacht worden dat het aantal opdrachten in die sfeer in de toekomst verder zal stijgen.

2.3.3

INVENTARIS VAN HERBESTEMMINGSPROJECTEN OP 31/12/2003
Herbestemmingsproject Aangekocht ha Deerlijk - Ovelacq Kortrijk - Vetex Totalen a ca Verkocht en overgedragen ha a ca

31 40 2 33 91 2 65 31

29 82 11 29 41 11

48

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

2.4

LOKALE EN REGIONALE ECONOMIE
Krachtlijnen Beleidsplan 2002-2007 Bij de goedkeuring van het Beleidsplan 2002-2007 werd (nog) geen precieze taakstelling opgenomen voor Leiedal inzake lokale en regionale economie. De mogelijke taken van Leiedal dienden onderzocht in twee werkgroepen: ° ° inzake lokale economie: een intergemeentelijke werkgroep met schepenen en functionarissen, in samenwerking met het provinciebestuur West-Vlaanderen; inzake regionale economie: een werkgroep met vertegenwoordigers van GOM West-Vlaanderen, Kamer voor Handel en Nijverheid, Unizo, REBAK, gemeenten, Provincie West-Vlaanderen.

2.4.1

INTERGEMEENTELIJKE WERKGROEP LOKALE ECONOMIE
De afgelopen jaren is lokale economie een belangrijk beleidsthema geworden voor de gemeenten. Zij wensen steeds meer eigen economische accenten te leggen en hebben daarvoor veelal een schepen en/of een ambtenaar lokale economie aangesteld. Leiedal wil haar aangesloten gemeenten ondersteunen bij de uitbouw van hun lokaal-economische beleid. In 2002 heeft de intercommunale daarom samen met de Provincie WestVlaanderen een intergemeentelijke werkgroep opgericht voor de schepenen en functionarissen bevoegd voor lokale economie. De doelstelling bestaat erin een forum te creëren waar Leiedal en het provinciebestuur relevante beschikbare informatie kunnen doorgeven aan de gemeenten en waar nuttige ervaringen onderling uitgewisseld kunnen worden. Het is de bedoeling dat de werkgroep uitgroeit tot een referentiegroep voor lokaal-economische thema’s. Daarom wordt in nauwe relatie gewerkt met de economische wereld (GOM West-Vlaanderen, Kamer voor Handel en Nijverheid, Unizo, etc.). In 2003 kwam de werkgroep drie keer samen. Daarbij kwamen o.m. de volgende thema’s aan bod: de werking van het KMO-loket in Ronse; de ondersteuning van brownfield-ontwikkeling voor de gemeenten in het kader van de samenwerkingsovereenkomst milieu; het geactualiseerde streekcharter van het streekplatform REBAK; de problematiek van leegstand in commerciële centra en van wonen boven winkels; het provinciale project “Aanspreekpunt Lokale Economie”.

2.4.2

VERSCHUIVINGEN IN HET SUBREGIONALE ECONOMISCHE LANDSCHAP
Tussen december 2001 en april 2003 hebben de Vlaamse overheid, de provincies en de gemeenten het zogeheten kerntakendebat gevoerd. Dit debat had als doel het binnenlands bestuur in Vlaanderen zo goed mogelijk te organiseren door een duidelijke verdeling van bevoegdheden en taken tussen de drie democratisch verkozen bestuursniveaus. Eind april 2003 mondde het kerntakendebat uit in een bestuursakkoord, dat belangrijke gevolgen heeft o.m. voor de organisatie van het sociaal-economisch overleg op subregionaal niveau. Dat zou voortaan worden uitgebouwd volgens het model dat al langer op het Vlaamse niveau bestaat met SERV en VESOC. De besluiten van het kerntakendebat inzake economie en werkgelegenheid zijn er vooral op gericht om binnen de streek een betere afstemming te krijgen tussen het economische beleid en het werkgelegenheidsbeleid van de drie overheidsniveaus. Concreet worden de bestaande instrumenten (subregionale tewerkstellingscomités, streekplatformen) beter op elkaar afgestemd en zelfs geïntegreerd in één Erkend Regionaal Samenwerkingsverband (ERSV). Dit ERSV bestaat uit zijn beurt uit diverse deelstructuren: de SERR’s en de RESOC’s. In de SERR (Sociaal-Economische Raad voor de Regio) ontmoeten de werkgevers en de werknemers elkaar. In het RESOC (Regionaal Economisch en Sociaal Overlegcomité) overleggen de werkgevers en 49

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

de werknemers met de lokale overheden (gemeenten en provincies) en andere levende krachten uit de streek. Intussen staat het ontwerpdecreet op de erkende regionale samenwerkingsverbanden op de parlementaire agenda. Tegelijk heeft Vlaams minister Renaat Landuyt de voorbereiding van deze hervormingen op het terrein opgestart, met de Provincie West-Vlaanderen als pilootprovincie (afbakening van streken, vastleggen van middelen en personeelskader). Leiedal heeft deze werkzaamheden in 2003 van dichtbij opgevolgd. Op vandaag ziet het er naar uit dat er in West-Vlaanderen vier SERR’s en vijf RESOC’s zullen komen, met een aparte SERR en een apart RESOC voor het arrondissement Kortrijk. De zetelverdeling in het RESOC zou er als volgt uit zien: acht mandaten voor de werkgevers, acht voor de werknemers en acht voor de openbare besturen (hetzij vier voor het provinciebestuur en vier voor de lokale besturen). Daarnaast is er in het RESOC ook ruimte voor andere levende krachten uit de streek. Het spreekt voor zich dat in deze samenstelling van het RESOC in het arrondissement Kortrijk, vooral wat betreft de gemeentelijke mandaten, een belangrijke uitdaging schuilt voor de gemeenten, met name om tot een aanvaarde, gedragen afvaardiging te komen in deze structuur die zo’n strategische rol vervult voor de streek. Hier kan een belangrijke taak weggelegd zijn voor Leiedal, als eerste forum voor afstemming van alle betrokken gemeenten bij dit streekoverleg.

2.4.3

NAAR EEN STRATEGISCH PLAN VOOR DE ZUID-WEST-VLAAMSE ECONOMIE
De laatste jaren kwam de industrie in Zuid-West-Vlaanderen onder zware druk te staan met sluitingen, falingen, herstructureringen, delokalisaties en met de afbouw van werkgelegenheid tot gevolg. Geconfronteerd met deze ongunstige ontwikkelingen heeft het streekplatform REBAK, in samenwerking met Leiedal, het initiatief genomen om een denkproces te starten voor de opmaak van een streekstrategie voor de Zuid-West-Vlaamse economie en industrie. Als aanzet tot dit strategische denkproces werd beslist om een grondige analyse te laten uitvoeren over de economische situatie van de regio. Deze studie werd uitgevoerd door Prof. Wim Vanhaverbeke, Dr. Peter Cabus en Filip Meuris. Voor de inhoudelijke input werden een dertigtal ervaringsdeskundigen samengebracht in een denkgroep: bedrijfsleiders, sociale partners, deskundigen uit het hoger onderwijs, innovatiedeskundigen, etc. Uit de analyse, die in juni 2003 werd afgewerkt en voorgesteld aan de strategische denkgroep, kwamen een aantal gunstige en minder gunstige vaststellingen naar boven over de Zuid-West-Vlaamse economie. Die leidden alleszins tot het besef dat de regio actief moet inspelen op de kansen die de economische ontwikkelingen bieden. Om dat doelgericht te kunnen doen, werden zes sleutelsectoren gedefinieerd voor verder analyse, op basis van streekspecialisatie en omwille van hun belang voor de regio: textiel; houtverwerking en meubels; bouw en aanverwante sectoren; machinebouw en gereedschappen; groothandel en distributie; zakelijke diensten (software, personeelsselectie, bedrijfsadvies).

In elk van deze sleutelsectoren werd in december 2003 een enquête georganiseerd. Daarbij werden in totaal 124 bedrijven gepolst naar samenwerking en netwerking, opleiding en vacatures, innovatie en ontwikkeling, concurrentiële positionering, attitude bij werknemers, samenwerking met Noord-Frankrijk en het streekimago. Tevens werd er gepeild naar de kritische succesfactoren, de belangrijkste sterkten en zwakten van de lokale economie en de belangrijkste bedreigingen en opportuniteiten die zich in de toekomst zullen aanbieden. Voor iedere sleutelsector zal nu een gesprekstafel georganiseerd worden, met als doel de resultaten van de enquête verder uit te diepen en na te denken over de mogelijke initiatieven binnen een streekstrategie. De aanbreng vanuit de enquête en de gesprekstafels zal de aanzet vormen voor de verdere aanpak in 2004, met het oog op de opmaak van een nieuw strategisch plan en een concreet actieprogramma gericht op een economische relance van de Zuid-West-Vlaamse regio. 50

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

2.5

STEDENBOUW
Krachtlijnen Beleidsplan 2002-2007 Basisdienstverlening: eerstelijnszorg ten aanzien van de gemeenten bij de opmaak van alle stedenbouwkundige plannen. Uit te bouwen specialiteiten: ° ° deeldomeinen binnen stedenbouw waar nood is aan langetermijnvisie en continuïteit (structuurplanning); projectmanagement van complexe projecten; ° ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP’s, PRUP’s, GRUP’s). Specifieke aandacht voor: ° ° ° de integratie van de lokale en regionale visie in plannen van andere niveaus; begeleiding van de gemeenten bij de uitbouw van hun stedenbouwkundige dienst (vorming, uitwisseling stedenbouwkundige ambtenaren, etc.); optimaliseren van de interne werking (kwaliteit, efficiëntie).

2.5.1 (A)

RUIMTELIJKE VISIEVORMING GEMEENTELIJKE RUIMTELIJKE STRUCTUURPLANNEN
2003 was voor een groot aantal gemeenten in het arrondissement Kortrijk het jaar van een ver doorgedreven communicatie omtrent het schets- en voorontwerp van hun gemeentelijk ruimtelijk structuurplan. gesteld worden. In 2003 werden acht structuurplannen besproken in een structureel overleg met de Provincie West-Vlaanderen en de Vlaamse overheden. Daarbij wordt het gemeentelijk structuurplan afgestemd op het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen en het Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan. Daarnaast hebben de meeste gemeenten vorig jaar ook alle betrokkenen ruim geconsulteerd. Zo hebben Daarbij konden heel wat visies op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van de gemeenten bediscussieerd en scherp

Harelbeke en Lendelede overleg georganiseerd met hun aangrenzende gemeenten, ook buiten het arrondissement. In de stuurgroepen van alle gemeenten werd het structuurplan getoetst bij de verschillende maatschappelijke sectoren. Bovendien werden in diverse gemeenten, waaronder Avelgem, Harelbeke, Kuurne, Lendelede, Menen, Spiere-Helkijn, Wevelgem en Zwevegem, inspraakvergaderingen georganiseerd voor de bevolking. Zo ontstaat een breed maatschappelijk draagvlak, waarbij de inwoners de ruimtelijke toekomstplannen van hun gemeentebestuur mee kunnen sturen. Dankzij deze talloze reflectiemomenten mogen de voorontwerpen die Leiedal reeds heeft opgesteld, beschouwd worden als goed uitgewerkte, heldere documenten. Na beperkte aanpassing van de voorontwerpen zal elke aangesloten gemeente, in navolging van Zwevegem en Avelgem, in 2004 de formele procedure kunnen opstarten. In 2003 hebben de meeste gemeentebesturen expliciet een aantal kortetermijnacties en -maatregelen geselecteerd voor de realisatie van de gewenste ruimtelijke structuur. Reeds gekende projecten werden bevestigd, zoals de problematiek van zonevreemde constructies, maar ook nieuwe ruimtelijke accenten en visies werden naar voor geschoven in het bindende gedeelte van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan. Op die manier zijn reeds een aantal sleutelprojecten gekend en kan in de komende jaren verder gewerkt worden aan de ruimtelijke kwaliteit van de Kortrijkse regio.

51

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

Overzichtstabel: status gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen eind 2003

Voorontwerp

Structureel overleg

Procesnota

Hypothese gewenste structuur

Gemeente

Startnota

Anzegem Avelgem Deerlijk Harelbeke Kortrijk Kuurne Lendelede Menen Spiere-Helkijn Waregem Wevelgem Zwevegem

£ £ £ £ £ £ £ £ £ £ £ £

£ £ £ £ £ £ £ £ £ £ £ £

£ £ £ £ £ ¢ £ ¢ ¢ ¢ £ £

¢ ¢ ¢ ¢ ¢ ¢ ¢ ¢ ¢ ¢ ¢ £

¢ ¢ ¢ ¢ ¢ ¢

¢ ¢ ¢

¢

¢

¢

£ vroegere procedurestap

¢ procedurestap in 2003

Communicatie en planningsproces in functie van de formele procedure In 2003 hebben Zwevegem en Avelgem de formele procedure in het structuurplanningsproces kunnen opstarten. Deze procedure begint met een plenaire vergadering, waarop de diverse hogere besturen bevoegd voor ruimtelijke ordening (Provinciale Planologische Dienst, AROHM Brussel en ROHM Afdeling Brugge) hun formeel advies uitbrengen bij het voorontwerp van het gemeentelijk structuurplan. Aangezien het structuurplan van beide gemeenten vooraf reeds twee keer was bespoken in een structureel overleg, kon deze fase vrij vlot verlopen. Vervolgens werd ook aan de GECORO’s van beide gemeenten (de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening) advies gevraagd bij het voorontwerp. Vervolgens kon -zowel in Avelgem als in Zwevegem- het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk structuurplan voorlopig worden vastgesteld door de gemeenteraad, waarna het openbaar onderzoek werd opgestart. Tijdens dit openbaar onderzoek, dat 90 dagen in beslag neemt, kunnen zowel de inwoners als de naburige Vlaamse gemeenten en provincies hun adviezen, opmerkingen en bezwaren overmaken. Ook de Bestendige Deputatie van de Provincie West-Vlaanderen brengt -na raadpleging van de PROCORO, de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening- haar advies uit op het ontwerp van gemeentelijk structuurplan. De GECORO heeft de belangrijke taak om alle adviezen, bezwaren en opmerkingen te bundelen en te coördineren en om een gemotiveerd advies uit te brengen aan de gemeenteraad, die het structuurplan ten slotte definitief vast kan stellen. Zwevegem en Avelgem kijken in 2004 alvast hoopvol uit naar de finale goedkeuring van hun ruimtelijke structuurplannen door het provinciebestuur West-Vlaanderen. In 2004 blijft het voor Leiedal een absolute prioriteit om ook de andere gemeenten te begeleiden in de belangrijkste stappen van deze formele procedure.

52

Ontwerp ¢

Schetsontwerp

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

Intergemeentelijk en grensoverschrijdend overleg In diverse gemeenten werden intergemeentelijke overlegvergaderingen georganiseerd, om de opties die binnen de respectievelijke gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen worden genomen, maximaal op elkaar af te stemmen. De stad Menen heeft dit overleg ruim opgevat: ook de Franse buurgemeenten werden geregeld uitgenodigd om mee te denken over het gemeentelijk structuurplan. Daarnaast werd op initiatief van de LMCU en de GPCI administratief overleg georganiseerd over het “Plan Local d’Urbanisme” (PLU) voor Lille Métropole. Ook Leiedal nam aan dit overleg deel. Belangrijke knelpunten werden in overleg met de stad Menen in een vooradvies kenbaar gemaakt aan de LMCU. Tevens werd afgesproken dat er tijdens het openbaar onderzoek bij het PLU in 2004 een officieel advies ingediend zal worden, in coördinatie met de stad Menen, het provinciebestuur West-Vlaanderen en de intercommunales Leiedal en wvi. Gemeentelijke structuurplannen als keerpunt De uiteindelijke goedkeuring van de gemeentelijk ruimtelijke structuurplannen zal geen eindpunt vormen, maar een belangrijk keerpunt voor het lokale ruimtelijke beleid. Als de gemeenten ook aan vier andere voorwaarden zullen voldoen (met name beschikken over een plannenregister, een vergunningenregister, een register van onbebouwde percelen en een gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar), zullen zij immers zelf kunnen instaan voor het vergunningenbeleid. Het ruimtelijk structuurplan moet ook een algemeen beleidskader bieden voor het uitwerken van ruimtelijke uitvoeringsplannen, verordeningen en andere maatregelen en acties. In die zin vormt het structuurplan een strategisch beleidsdocument dat de prioriteiten van het ruimtelijk beleid van de gemeenten in de komende jaren op het terrein zichtbaar kan maken.

(B)

VISIEVORMING OP REGIONAAL NIVEAU
Beeld van de streek Bij de opmaak van de gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen van de twaalf gemeenten van het arrondissement Kortrijk bleek al snel dat er nood was aan een sterke samenhang tussen de verschillende plannen, om ze als één geheel te kunnen laten functioneren op streekniveau. Om bij de herziening van de gemeentelijke structuurplannen in de toekomst een geïntegreerde visie op de streek te kunnen incorporeren, heeft Leiedal het project “beeld van de streek” opgezet, samen met Prof. Bruno De Meulder (OSA+, KU Leuven).

Het ontwikkelingsconcept voor de landschapsopbouw, waaraan Leiedal samen met Prof. Bruno De Meulder werkt, gaat uit van een morfologische beschrijving van de ontstaansgeschiedenis van het landschap tussen de Leie en de Schelde.

53

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

Dit “beeld van de streek” spitst zich toe op twee thema’s die gemeentegrensoverschrijdend én streekbepalend zijn: landschap en mobiliteit. Momenteel komt het thema landschap aan bod. In een eerste fase gaat de aandacht uit naar het interfluvium tussen de Leie en de Schelde -vanuit landschappelijk oogpunt het meest waardevolle gebied van het arrondissement Kortrijk- maar het is de bedoeling dat de methodiek later ook toegepast kan worden op andere delen van het arrondissement. Vanuit een analyse van de werkzame krachten en de opportuniteiten in het interfluvium (landbouw, kleiontginningen, erosiebestrijding, etc.) wordt een ontwikkelingsconcept voor landschapsopbouw opgesteld. Op die manier vormt het landschap geen zelfstandig te verwezenlijken product, maar is het onlosmakelijk verbonden met al wat zich op het terrein voordoet. In 2004 wordt het ontwerpend onderzoek afgerond en kan een discussienota gepresenteerd worden. Vlas Vegas en Dexas Leiedal streeft er ook naar om het stedenbouwkundig onderzoek over de Kortrijkse regio te stimuleren. Daarom heeft de intercommunale in 2003 de studenten van de GGS-opleiding in Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening (KU Leuven) verzocht om een eindwerk te maken over het arrondissement Kortrijk. Uit hun analyse bleek dat de onduidelijke stedenbouwkundige structuur, de informele aanpak en communicatie, en een gebrek aan stedenbouwkundig beleid op streekniveau bijdragen tot een negatief extern imago. Hun werk bestond er dan ook in hoofdzaak uit om mogelijkheden te zoeken om dit negatieve imago van de Kortrijkse regio om te buigen. Dat gebeurde aan de hand van een pleitplan, waarin een aantal radicale stellingen geponeerd worden, met als hoofddoel om de betrokkenen te wijzen op belangrijke potenties. De eerste groep focuste zich vooral op de E17 als belangrijke ontwikkelingsband, waaraan diverse vormen van kwalitatieve bedrijventerreinen werden gekoppeld. Hun project, dat de naam “Dexas” (duurzaam Texas) meekreeg, wil het imago van de streek als economisch knooppunt verbeteren, om op die manier investeringen van buitenaf aan te trekken. De tweede groep, met als werknaam “Vlas Vegas”, mikte veeleer op de creatie van een kwaliteitslabel voor de Kortrijkse regio. Een fictief streekorgaan beoordeelt elk project met een regionale impact en kan er het “Vlas Vegas”-label aan toekennen. Dat label staat dan garant voor de kwalitatieve aanpak en meerwaarde van het project. Deze aanpak heeft in het verleden reeds zijn deugdelijkheid bewezen in het buitenland, bijvoorbeeld bij het IBA Emsher Park in het Duitse Ruhrgebied. Dergelijke oefeningen bieden inzicht in de manier waarop buitenstaanders de Kortrijkse regio ervaren en vormen tevens een stimulans om in de streek nieuwe, experimentele vormen van planning te ontwikkelen.

In de “Dexas”-studie focusten studenten van de GGS-opleiding in Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening zich op de E17 als belangrijke ontwikkelingsband voor de streek, waaraan diverse vormen van kwalitatieve bedrijventerreinen werden gekoppeld.

54

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

(C)

WINVORM
WinVorm (of West-Vlaanderen In Vorm) ontstond als een samenwerkingsinitiatief van de Provincie WestVlaanderen en de intercommunales Leiedal en wvi, met als doel de kwaliteit van ruimtelijke ingrepen en realisaties in de provincie te verbeteren. Het initiatief is inmiddels uitgegroeid tot een vormingsreeks van het provinciebestuur en de wvi, waaraan Leiedal verder participeert. In 2003 werd een vormingscyclus georganiseerd rond verkeersgeleiding, het esthetische aspect van functionele realisaties en werklandschappen als een landschapsarchitectonische opgave, waaraan diverse medewerkers van de cluster ‘stedenbouwkundig ontwerp en advies’ hebben deelgenomen. Voor 2004 werd een nieuwe cyclus voorbereid.

(D)

AFBAKENING REGIONAALSTEDELIJK GEBIED KORTRIJK
Samen met het West-Vlaams Economisch Studiebureau heeft Leiedal in 2000 het voorstel van afbakening van het regionaalstedelijk gebied Kortrijk afgewerkt, in opdracht van het Vlaamse Gewest. Dit document vormde voor de Afdeling Ruimtelijke Planning van AROHM de basis voor de opmaak van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP). Dit GRUP zal een lijn bepalen die de grens vormt tussen de gebieden waar een buitengebiedbeleid en deze waar een stedelijk-gebiedbeleid gevoerd wordt. Daarnaast worden een aantal opties juridisch vastgelegd inzake regionale bedrijventerreinen, stedelijke woongebieden, randstedelijke groengebieden, kleinhandelszones, stedelijke natuurelementen en recreatieve infrastructuren. Drie jaar later kon het voorontwerp van dit GRUP eindelijk in plenaire vergadering worden besproken. Tijdens diverse voorbereidende vergaderingen heeft Leiedal de gemeentebesturen bijgestaan bij de formulering van hun advies. Samen met de technische diensten van de gemeenten werd het dossier grondig bestudeerd en besproken en werden alternatieven uitgewerkt. Daarnaast heeft de intercommunale ook zelf een advies geformuleerd over een aantal streekprojecten, zoals de uitbreiding van het transportcentrum LAR en het plangebied KortrijkHarelbeke-Zwevegem. Deze adviezen werden gebundeld overgemaakt aan het Vlaamse Gewest. Na de plenaire zitting van 27 juni 2003 werd in Leiedal nog verder overleg gepleegd met AROHM en de afzonderlijke gemeenten omtrent een aantal specifieke knelpunten.

2.5.2 (A)

PROJECTMANAGEMENT VAN COMPLEXE RUIMTELIJKE PROJECTEN DOORTOCHT VAN DE LEIE (KORTRIJK)
Ongetwijfeld het meest ingrijpende grootschalige stedenbouwdossier van de laatste jaren in de regio, is de doortocht van de Leie door de stad Kortrijk. Nadat de aandacht in de voorbije jaren in hoofdzaak moest uitgaan naar de zware saneringsproblematiek, kon het dossier in 2003 eindelijk weer gefocust worden op de kern van de zaak. Vorig jaar kon de eigenlijke bochtafsnijding en de verbreding van de rivier gerealiseerd worden. Daardoor heeft de Leie op die plaats een breedte gekregen van 32 m in plaats van 16 m en is de rivier bevaarbaar geworden voor schepen tot 1.350 ton. Ongeveer de helft van het traject is op vandaag afgewerkt. Vorig jaar kon ook het dossier voor de heraanleg van de directe omgeving goedgekeurd worden. In 2004 wordt de bouw gestart van de voetgangersbrug ter hoogte van de Collegetoren, naar een ontwerp van ir. Laurent Ney. Deze 200 m lange, S-vormige brug wordt volledig gedragen door twee pylonen en zal ongetwijfeld een architecturale en stedenbouwkundige meerwaarde betekenen voor de stad. Iets moeizamer verloopt de her-aanleg van het Albertpark. Het ontwerp werd een tijd geleden al goedgekeurd, maar de financiering door de Vlaamse overheid laat verder op zich wachten, gezien de Administratie Waterwegen en Zeewezen het ontwerp te duur heeft bevonden. Deze discussie wordt hernomen in 2004. Een laatste project betreft de heraanleg van de Diksmuidekaai, waarin Leiedal een trekkende rol heeft gespeeld, samen met de Spaanse architect Jordi Farrando (Barcelona). Oorspronkelijk was er een smal jaagpad voorzien met gemengd voetgangers- en fietsersverkeer. Al snel bleek echter dat de stad maximaal moet inspe55

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

Een computersimulatie van de nieuwe Diksmuidekaai: een vlakke promenade waar voetgangers en fietsers van elkaar worden gescheiden, voorkomt dat de grootsheid van de ruimte te veel versnippert.

len op de nieuwe omstandigheden die de verbrede Leie creëert. Daarom werd ervoor geopteerd om voetgangers en fietsers te scheiden en om langs het water een promenade aan te leggen. Die werd zo vlak en zo leeg mogelijk gehouden, om te voorkomen dat de grootsheid van de ruimte te veel versnippert. Banken, verlichting en bomen zijn mee in het ontwerp opgenomen. De aanleg van de Diksmuidekaai wordt in 2004 opgestart en wordt naar verwachting vóór de zomervakantie afgerond.

(B)

GOED TE BOUVEKERKE (KORTRIJK)
Goed te Bouvekerke is een woonproject in Hoog-Kortrijk, dat Leiedal op vraag van de Stedelijke Woonregie heeft ontworpen samen met de technische dienst van Kortrijk. Het plangebied is circa 3,5 ha groot en ligt in de perimeter van het regionaalstedelijk gebied Kortrijk. Dat betekent dat er een woondichtheid nagestreefd wordt van 25 woningen per hectare. Gezien de ligging van het woongebied, op de kam van Zuid-Kortrijk en aansluitend op het toekomstige beeldenpark en de nieuwe stedelijke begraafplaats, werd een stedenbouwkundig plan uitgetekend dat afgestemd is op deze specifieke locatie. Bijzondere aandachtspunten hierbij zijn: - verscheidenheid van woontypologieën: aaneengesloten bebouwing, vrijstaande bebouwing, meergezinswoningen; - ruimtelijke verbinding met de omgeving, door gebruik te maken van assen voor de ontsluiting van het plangebied en door het versterken van het uitzicht op het landschap; - aandacht voor een kwalitatief openbaar domein (fiets- en voetgangersdoorgang, parkeerhaventjes, boomgaard). Op basis van dit stedenbouwkundig plan werd vervolgens een verkavelingsplan ontwikkeld met bijbehorende voorschriften.

(C)

BUDA-EILAND KORTRIJK
Het Buda-eiland in Kortrijk, gesitueerd tussen de twee Leie-armen, blijft een van de prioritair te ontwikkelen sites in de stad. Naast andere leeffuncties zal het eiland ook een belangrijke culturele bestemming krijgen, waarbij artistieke creatie en uitstraling centraal staan. In dit complexe stadsproject heeft Leiedal zowel een sturende als een ondersteunende taak. In 2003 werd de intercommunale nauwer betrokken bij de uitvoering

56

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

Leiedal is van nabij betrokken bij het stadsproject Buda-eiland, waarmee het stadsbestuur van Kortrijk deze site o.m. wil uitbouwen tot een centrum voor kunsten voor de stad en de regio.

van de werken aan de Leieboorden. De stad Kortrijk gaf Leiedal de opdracht om erop toe te zien dat de werken voor de Leieverbreding niet louter een technisch-infrastructureel dossier vormen, maar dat deze ingrijpende stedenbouwkundige ontwikkeling ook een meerwaarde betekent voor het Kortrijkse stadslandschap. Het stedenbouwkundige concept dat Prof. Bruno De Meulder (KU Leuven) vroeger heeft uitgewerkt in zijn studie, vormt hierbij de leidraad. Samen met de stadsdiensten heeft Leiedal in 2003 ook het dossier afgewerkt voor het verkrijgen van de projectsubsidie, toegekend door de Afdeling Beeldende Kunst en Musea van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Deze subsidie werd toegekend voor de opmaak van de studie “Buda-eiland”, die als doel heeft de ontwikkelingsmogelijkheden van het eiland te onderzoeken als centrum voor kunsten voor de stad en de regio.

(D)

PLANGEBIED KORTRIJK-HARELBEKE-ZWEVEGEM - BEDRIJVENTERREIN DELTA
Voor een deel van het bedrijventerrein in het plangebied Kortrijk-Harelbeke-Zwevegem zijn de plannen voor realisatie in uitwerking. Het betreft de zone Deltapark Kortrijk, de zone Deltapark Harelbeke en de zone Losschaert op het grondgebied van Zwevegem. Deze drie zones vormen samen een eenheid naar voorkomen en naar bedrijventerreinentypologie. De zone wordt ingericht als een regionaal gemengd modern bedrijventerrein met een heldere opbouw en met veel aandacht voor een kwalitatief openbaar domein (dreven, groene ruimtes, fietsroutes). Aan de rand van de zone werden twee specifieke bestemmingen bepaald: Een lokaal gemengd modern bedrijventerrein dat aansluit op het woongebied van Zwevegem. Kleinere percelen die gebruik maken van de ontsluitingsinfrastructuur van het regionale bedrijventerrein en een brede groene buffer met ruimte voor recreatieve functies en fietsverbindingen zorgen voor een goed geïntegreerd project. Een reservegebied voor grootschalige stedelijke functies dat aansluit op de Oudenaardsesteenweg. De zeer goede zichtlocatie, gesitueerd langs een hoofdas voor openbaar vervoer en meteen te ontsluiten vanaf het op- en afrittencomplex van de E17 en de R8, maken dit deelgebied uitermate geschikt voor grootschalige stedelijke functies. 57

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

(E)

BENELUXLAAN - HOOG-KORTRIJK
In de structuurschets voor de zone Beneluxlaan op Hoog-Kortrijk is een zone opgenomen waar, naast kantoren en diensten, ook groothandel en grootschalige kleinhandel worden toegelaten. Inmiddels heeft Decathlon zijn interesse voor een vestiging aan de Beneluxlaan bevestigd. Toen later ook Carrefour belangstelling toonde om er een filiaal te openen en de densiteit van dit deelgebied hierdoor zou moeten verhogen, ontstond de noodzaak aan een masterplan dat zich uitspreekt over de draagkracht van de zone op het vlak van commerciële ruimten, parkeermogelijkheden, etc. Daarom werd in 2003 een werkgroep opgericht met vertegenwoordigers van Decathlon, Buro-II (als ontwerper van de Decathlon-vestiging), Leiedal, de stad Kortrijk en later ook Carrefour. Deze werkgroep heeft als taak om de mogelijkheden en de beperkingen van de Beneluxlaan als commerciële zone te onderzoeken en, indien de verdere besprekingen tussen Carrefour en het stadsbestuur tot een uiteindelijke vestiging zouden leiden, te zorgen voor een eenheid in de commerciële vestigingen. In de werkgroep wordt gezocht naar een totaalconcept voor commerciële ruimten, waarin de voorwaarden zijn vastgelegd inzake densiteit, schaal, positionering van de gebouwen, ontsluitingsmogelijkheden, niveaus, randvoorwaarden voor de onmiddellijke omgeving en landschappelijke integratie.

(F)

RECONVERSIE ELEKTRICITEITSCENTRALE ZWEVEGEM
Sinds het najaar van 2002 is Leiedal sterk betrokken bij het dossier voor de reconversie van de vroegere elektriciteitscentrale van Electrabel in Zwevegem, een project dat ontstaan is op initiatief van het gemeentebestuur. In een eerste fase werden de randvoorwaarden voor de nieuwe invulling en de inrichting van de site vastgelegd. Na een evaluatie van de sterkten en de zwakten van de huidige toestand, werd er een hypothese van programma geformuleerd. Onder begeleiding van Leiedal heeft een internationaal team van jonge ontwerpers vervolgens tijdens een studieweek begin 2003 een voorstel van ruimtelijke ontwikkeling voor de site uitgewerkt, binnen de geschetste randvoorwaarden. De verschillende ontwikkelingsrichtingen werden nadien afgetoetst met het beleid en met de markt. Uit de eerste verkennende gesprekken blijkt dat er ernstige interesse bestaat bij verschillende actoren. Concreet gaat het hierbij over kantoren en vergaderlokalen, congresinfrastructuur, een banketzaal, een restaurant,

Begin 2003 vond een studieweek plaats, begeleid door Prof. Bruno De Meulder en Leiedal, waarbij een internationaal team van jonge ontwerpers diverse voorstellen uitwerkte voor de ruimtelijke ontwikkeling van de site van de elektriciteitscentrale.

58

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

receptieruimten, een themacafé in samenwerking met een brouwerij, een kunstgalerij, een tentoonstellingsruimte en jeugdaccommodatie. Bovendien werd overeengekomen dat het provinciebestuur West-Vlaanderen zich zal engageren voor welbepaalde deelopdrachten. Leiedal heeft het gemeentebestuur van Zwevegem ook begeleid bij de indiening van een STEM-projectvoorstel bij de Vlaamse overheid, met het oog op cofinanciering in het kader van het streekeigen management. Dit projectvoorstel is intussen goedgekeurd. Daardoor kon een projectleider worden aangesteld, die de voorbereiding van de reconversie verder zal coördineren en sturen. Ook worden middelen vrijgemaakt om de onderzoeksresultaten van het project te publiceren. Eind 2003 hebben de gemeente Zwevegem en Electrabel een overeenkomst bereikt omtrent de eigendomsoverdracht van de gronden. Leiedal heeft principieel beslist om de gronden palend aan de elektriciteitscentrale te verwerven, voor de realisatie van een woonproject. Het is de bedoeling dat het concept van de woningen aansluit bij het woonlint zoals ontworpen in het project van de elektriciteitscentrale. Ten slotte heeft de intercommunale ook het Interreg-IIIA-projectvoorstel ‘RECONVER BEL-FRA-NOR’ ingediend bij het Interreg-secretariaat. Daarmee wordt een samenwerking beoogd met de partners van een gelijkaardig project rond de verlaten brouwerij Motte-Cordonnier in het Franse Armentières.

2.5.3 (A)

BESTEMMINGSPLANNEN BIJZONDERE PLANNEN VAN AANLEG
Voor de gemeenten vormt het bijzonder plan van aanleg nog steeds een zeer belangrijk instrument voor het oplossen van concrete problemen inzake ruimtelijke ordening. Leiedal treedt daarbij op als ontwerper. Zo heeft de intercommunale in 2003 in opdracht van de stad Kortrijk het BPA Heule 88 - Stijn Streuvelslaan Oost opgestart. Bij de opmaak van het vroegere BPA Heule 17 - Stijn Streuvelslaan was de studie omtrent de Heulebeek nog niet afgerond. Daarom werd het gedeelte aansluitend op de Heulebeek niet opgenomen in het plangebied van dat BPA en werd beslist om voor dit deel een nieuw BPA op te maken. Het schetsontwerp dat Leiedal heeft opgemaakt, kan nu de visie omtrent het behoud van het natuurlijke overstromingsgebied van de Heulebeek en de aanzetten daartoe uit het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Kortrijk vastleggen in de BPA-voorschriften: - mogelijk maken van centrumfuncties: vermenging van wonen, handel en werken; - versterking van de woonfunctie in de kern van Heule: toelaten van dichtere woonvormen; - verbetering van de verkeersleefbaarheid door een optimale inrichting van het openbaar domein; - uitbouw van de Heulebeek als een groen netwerk (de vallei van de Heulebeek doorkruist het centrum van Heule en verbindt de kern met het aanpalende open landschap); - het natuurlijke overstromingsgebied vrijwaren van bebouwing.

(B)

SECTORALE BPA’S ZONEVREEMDE BEDRIJVEN
Zolang de gemeenten niet beschikken over een goedgekeurd ruimtelijk structuurplan, blijft het sectoraal BPA het enige instrument om een oplossing te bieden voor de vele zonevreemde bedrijven in de regio. De stad Waregem startte in het najaar 2003 een tweede fase van het sectoraal BPA op, waarbij elf bedrijven om uitbreiding vragen. Voor de stad Kortrijk werkte Leiedal in 2003 de eerste fase van het sectoraal BPA af tot in de fase van ontwerp. Na ministeriële goedkeuring in 2004 krijgen 21 bedrijven op die manier rechtszekerheid en uitbreidingsmogelijkheden. In Anzegem werd de tweede fase goedgekeurd door de gemeenteraad en overgemaakt voor ministerieel besluit. Ook hier wordt uitbreiding gevraagd voor een twintigtal bedrijven. Het sectoraal BPA zonevreemde bedrijven – tweede fase van Lendelede en de tweede fase-bis voor Harelbeke werden beide ministerieel besluit in het voorjaar 2003. 59

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

(C)

RUP’S ZONEVREEMDE WONINGEN
Eens de gemeenten beschikken over een afgewerkt ruimtelijk structuurplan, kunnen gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP’s) worden goedgekeurd. Een probleem waarvoor heel wat gemeenten op korte termijn zowel een juridische als een ruimtelijke oplossing willen bieden, is dat van de zonevreemde woningen. Om de aangesloten gemeenten te ondersteunen bij de uitbouw van een lokaal beleid, heeft Leiedal in 2003 gewerkt aan wat het thematische RUP ‘wonen op de buiten’ wordt genoemd. Deze methodiek biedt het voordeel dat er relatief snel een oplossing kan worden geboden die beantwoordt aan het beleidskader voor zonevreemde bebouwing uit de verschillende structuurplannen. Via zo’n thema-RUP kan elke zonevreemde woning immers rechtszekerheid verkrijgen. Bij de uitwerking van het beleid voor zonevreemde woningen wordt de huidige regelgeving als basis gebruikt. Die houdt mogelijkheden in voor het instandhouden, verbouwen, herbouwen en uitbreiden van een zonevreemde woning. Het lokale gebiedsgerichte beleid van het structuurplan bepaalt in welke gevallen deze regelgeving strenger of soepeler moet worden toegepast. In het voorjaar van 2004 zal Leiedal de ontwikkelde methodiek toetsen bij de hogere overheid en de gemeenten en toepassen op een tweetal gemeenten. Belangrijk daarbij is dat alle gemeenten in eerste instantie over een correcte en duidelijk inventaris van zonevreemde woningen beschikken. De intercommunale kan hierbij ondersteunend optreden.

Het thematische RUP ‘wonen op de buiten’ is erop gericht om een algemeen beleidskader uit te tekenen dat rechtszekerheid biedt aan zonevreemde woningen.

60

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

(D)

OVERZICHTSTABEL: BPA-PROCEDURESTAPPEN IN 2003
Behandeling bezwaren Knelpuntennota

Overmaken voor besluit ¢ £

Gemeente

Ontwerp

Schetsontwerp

Voorontwerp

Anzegem

Anzegem BPA 1 - Borreberg Anzegem BPA 4 - Torrebos Anzegem BPA 9A - Grote Leiestraat Anzegem BPA 11A - Stientjesstraat Ingooigem BPA 13 - Vossestraat Vichte BPA 4 - Lendedreef Vichte BPA 12 - Pareelstraat Vichte BPA 18 - Roodkapje

£ £ £ £ £ £ £ £ £ ¢ £ £ £ £ ¢ £ £ £ ¢ ¢ ¢ ¢ ¢ £ £ £ £ ¢ ¢ ¢ £ £ ¢ £ ¢ ¢ ¢ £ £ £ £ £ £

£ £ £ £ £ £ £ ¢ £ ¢ £ £ £ £ ¢ £ £ £ ¢ ¢ ¢ ¢ ¢ £ £ £ £ ¢ ¢ ¢ £ £ ¢ £ ¢ £ ¢ ¢ £ ¢ ¢ ¢ £ ¢ ¢ £ ¢ ¢ £ ¢ ¢ ¢ £ ¢ ¢ £ ¢ ¢ £ £ ¢ ¢ ¢ ¢ ¢ ¢ ¢ ¢ ¢ ¢ £ £ £ ¢ ¢ ¢ ¢ ¢ ¢ £ £ £ ¢ ¢ ¢ £ ¢ ¢ £ £ £ ¢ ¢ ¢ £ ¢ £ £ £ ¢ £ ¢ ¢ £ £ ¢ ¢ ¢ ¢ £ £ ¢ ¢

Avelgem

Avelgem BPA 1 - Centrum-West Avelgem BPA 13 - Intra Muros Avelgem BPA 15 - Kapellekouter Kerkhove BPA 5 - Kaaistraat

Deerlijk

Deerlijk BPA 4D - Gavers Deerlijk BPA 33 - Tapuitstraat Deerlijk BPA 34 - Bedrijfs-BPA nr. 1

Harelbeke

Harelbeke BPA 55 - Zuidstraat Harelbeke BPA 64 - Goederenkoer Hulste BPA 60 - Park

Kortrijk

Aalbeke BPA 1 - Dorpskom Heule BPA 88 - Stijn Streuvelslaan Oost Kortrijk BPA 75 - Verkeerswisselaar ‘t Ei Kortrijk BPA 89 - Kasteel ‘t Hooghe Marke BPA 10B - Ter Doenaert

Kuurne

Kuurne BPA 19 - Kongostraat Kuurne BPA 34 - Bonaerde

Lendelede Menen Spiere-Helkijn

Lendelede BPA 1E - Dorpskom Lauwe BPA 15 - Leiestraat Spiere BPA 2 - IJzeren Bareel Spiere BPA 3 - Nieuw Centrum Spiere BPA 7 - Oud Centrum

Waregem

Beveren-Leie BPA 89 - Spijkerlaan Beveren-Leie BPA 94 - Sint-Jansstraat Waregem BPA 18 - Damweg Waregem BPA 84 - Weverstraat Waregem BPA 85 - Fabriekstraat Waregem BPA 97 - Verbindingsweg

Wevelgem

Moorsele BPA 2G - Kortrijkstraat Moorsele BPA 14 - Windturbinepark Wevelgem BPA 26 - Marremstraat Wevelgem BPA 37 - Deken Jonckheerestraat Noord Wevelgem BPA 38 - Deken Jonckheerestraat Zuid Wevelgem BPA 39 - Artoisstraat Oost Wevelgem BPA 40 - Artoisstraat West

¢ £ £ £ £ £ £

¢ £ ¢ £ £ £ £

¢

£ £ ¢ £

¢ ¢

¢ ¢

¢

¢

Besluit ¢

BPA

61

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

Behandeling bezwaren

Knelpuntennota

Overmaken voor besluit ¢

Gemeente

Ontwerp

Schetsontwerp

Voorontwerp

Zwevegem

Moen BPA 8 - Hulweg Zwevegem BPA 19 - Centrum

£ £

£ £

£ £

¢ £ ¢ ¢

£ vroegere procedurestap

¢ procedurestap in 2003

(E)

OVERZICHTSTABEL: SECTORALE BPA’S ZONEVREEMDE BEDRIJVEN
Eerste voorontwerp Tweede voorontwerp

Bespreking bedrijven

Inventaris

Gemeente

Ontwerp

Schetsontwerp

Anzegem

Anzegem BPA 13 - Sectoraal BPA Anzegem BPA 13 - Sectoraal BPA - 2de fase

£ £ £ £ £ £ £ £ £ £ £ £ £ ¢ £ £ £

£ £ £ £ £ £ £ £ £ £ £ £ £ ¢ £ £ £

£ £ £ £ £ £ £

£ £ £ £ £ £ £

£ £ £ £ £ £ £

£ ¢ £ £ £ £ £

Avelgem Deerlijk

Avelgem BPA 14 - Sectoraal BPA Deerlijk BPA 28 - Sectoraal BPA Deerlijk BPA 28 - Sectoraal BPA - 2de fase

Harelbeke

Harelbeke BPA 61 - Sectoraal BPA Harelbeke BPA 61 - Sectoraal BPA 2de fase Harelbeke BPA 61 - Sectoraal BPA 3de fase

Kortrijk Lendelede

Kortrijk BPA 84 - Sectoraal BPA Lendelede BPA 16 - Sectoraal BPA Lendelede BPA 16 - Sectoraal BPA 2de fase

£ £ £ £ £ ¢ £ £ £

£ £ £ £ £

¢ £ £ £ £

¢ £ £ £ £ £ ¢ £ £

Spiere-Helkijn Waregem

Spiere-Helkijn BPA 16 - Sectoraal BPA Waregem BPA 79 - Sectoraal BPA Waregem BPA 80 - Sectoraal BPA - 2de fase

Wevelgem Zwevegem

Wevelgem BPA 34 - Sectoraal BPA Zwevegem BPA 20 - Sectoraal BPA Zwevegem BPA 20 - Sectoraal BPA 2de fase

£ £ £

£ £ £

£ £ £

£ vroegere procedurestap

¢ procedurestap in 2003

62

Besluit £ £ £ £ £ ¢ £ £ £

BPA

Besluit

BPA

2003

V E R S L A G VA N D E R A A D VA N B E S T U U R - W E R K G E B I E D E N

2.6

MOBILITEIT
Krachtlijnen Beleidsplan 2002-2007 Uitbouwen van de deskundigheid ‘mobiliteit’ binnen Leiedal. Op gemeentelijk niveau: ° studie en advies bij mobiliteitsplanning en mobiliteitsbeleid; ° ondersteuning bij de opvolging en uitvoering van de gemeentelijke mobiliteitsplannen. Op regionaal niveau: ° opvolging van ontwikkelingen inzake verkeers- en overslaginfrastructuren. Doel: naar een trendbreuk in automobiliteit en wegverkeer ten voordele van andere vervoerswijzen.

2.6.1

GEMEENTELIJKE MOBILITEITSPLANNEN
Op vandaag heeft het overgrote deel van de Vlaamse gemeenten het mobiliteitsconvenant met het Vlaamse Gewest ondertekend. Door dit convenant te onderschrijven, verklaren de verschillende betrokken partners, i.e. de gemeente, het Vlaamse Gewest, het provinciebestuur en de openbaarvervoermaatschappijen, dat zij de krachten zullen bundelen om op het niveau van de gemeente tot een doeltreffend mobiliteitsbeleid te komen. Een eerste stap om zo’n beleid uit stippelen, bestaat erin een gemeentelijk mobiliteitsplan op te maken. Nu ook de gemeente Deerlijk in 2003 heeft beslist om het convenant te ondertekenen, is inmiddels het volledige arrondissement Kortrijk mee gestapt in het mobiliteitsbeleid van de Vlaamse overheid. Acht gemeenten beschikken reeds over een goedgekeurd mobiliteitsplan. Voor de vier overige gemeenten begeleidt Leiedal het proces verder.
Gemeente Wevelgem 01/01/2003 Opmaak beleidsplan 01/01/2004 Afgewerkt beleidsplan Ondernomen acties - Overleg CBS - Afstemming met voorstel GRUP afbakening stedelijk gebied Kortrijk - Afwerken beleidsplan Programma 2004 - Opvolgen opmaak startnota en projectnota ‘doortocht N8’ (WES)

Avelgem

Synthesefase

Mobiliteitsplan conform verklaard (09/02/2004) Onderzoeksfase

- Opmaak startnota en projectnota ‘doortocht N8’ (Leiedal) - Afwerken synthesefase - Opmaak beleidsplan

Lendelede

Oriëntatiefase

- Oriëntatienota goedgekeurd - Onderzoek i.s.m. Kuurne - Oriëntatienota goedgekeurd - Onderzoek i.s.m. Lendelede - Akkoord gemeenteraad

Kuurne

Opstart proces

Onderzoeksfase

- Afwerken synthesefase - Opmaak beleidsplan

Deerlijk

Convenant ondertekend

Opstart proces

- Opmaak oriëntatienota - Start onderzoeksfase

Gemeenten die over een goedgekeurd mobiliteitsplan beschikken, kunnen de verschillende convenantgebonden projecten uitvoeren met financiering van het Vlaamse Gewest, zoals de herinrichting van doortochten en de aanleg van omleidingswegen. Op vraag van de gemeente Avelgem zal Leiedal in 2004 ook de start- en projectnota opmaken voor de herinrichting van de doortocht van de gewestweg N8 door het centrum van de gemeente. Op die manier kan het gemeentelijke mobiliteitsbeleid concreet vorm krijgen dankzij de doelmatige inzet van zowel Vlaamse als gemeentelijke middelen (van het Vlaamse Gewest in het kader van het mobiliteitsconvenant en van de gemeente Avelgem voor rioleringswerken bij de heraanleg van de gewestweg). Sinds kort kunnen gemeenten ook zelf trekker worden bij dossiers voor de herinrichting van gewestwegen, van de opmaak van de plannen tot de aanbesteding van de werken. Het Vlaamse Gewest betaalt de gemaakte kosten nadien terug aan de gemeente. De gemeente Avelgem zal het ontwerp van het doortochtproject op die manier zelf prefinancieren. 63