MEER BEDRIJVEN, MINDER RUIMTE

efficiënt ruimtegebruik voor bedrijfshuisvesting

de 12 provinciale Milieufederaties en Stichting Natuur en Milieu

COLOFON
Meer bedrijven, minder ruimte - efficiënt ruimtegebruik voor bedrijfshuisvesting is een uitgave van de 12 provinciale Milieufederaties en Stichting Natuur en Milieu.

Redactie: Els Kranenborg, Suus Boerma, Yolanda Wagter, Niels Bronsgeest, Tijs Breuer, Douwe Tiemersma, Sandra Akkermans, Chris de Visser (eindredactie) Grafische vormgeving: Ontwerpburo Suggestie & illusie Foto’s: Tijs Breuer, Arnoud de Vries, Chris de Visser Druk: USPbv, Utrecht Papier: Reviva Print

Deze brochure is een weerslag van het project Meer bedrijven met minder ruimte dat is uitgevoerd door de Milieufederatie Limburg, Natuur en Milieu Overijssel, Milieufederatie NoordHolland, Zuid-Hollandse Milieufederatie, Milieucentrum Amsterdam en Stichting Natuur en Milieu. Over het project verscheen ook een rapport met dezelfde titel.

Meer informatie Yolanda Wagter, Stichting Natuur en Milieu Donkerstraat 7, 3511 KB Utrecht Telefoon: (030) 234 82 47 E-mail: y.wagter@snm.nl

oktober 2002

Deze uitgave kwam tot stand met steun van de Nationale Postcode Loterij en het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

VOORWOORD B E L E I D VA N D E O V E R H E I D

3 4 6 8 10 12

INHOUD

FUNCTIEMENGING HERSTRUCTURERING OF NIEUW? REGIONALE SAMENWERKING I N F O R M AT I E V O O R Z I E N I N G

VOORWOORD
Bedrijven en kantoren vragen ruimte, of het nu gaat om vestigingen in de steden of op bedrijventerreinen. Omdat - vooral open - ruimte in ons land een schaars goed is, verdient zorgvuldig ruimtegebruik bij nieuwe en bestaande bedrijfshuisvesting de aandacht. Op nationaal niveau heeft dit onderwerp reeds een plaats gevonden in het beleid van de ministeries van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (Vijfde Nota) en van Economische Zaken (instelling aanspreekpunt zorgvuldig ruimtegebruik bedrijventerreinen). Waar het aankomt op de praktijk, hebben sommige provincies en gemeenten al allerlei goede ideeën en oplossingen. Maar vaker zijn deze mogelijkheden nog onvoldoende bekend. Stichting Natuur en Milieu, de provinciale Milieufederaties van Overijssel, Noord-Holland, Zuid-Holland en Limburg en het Milieucentrum Amsterdam inventariseerden de goede ideeën en praktijkoplossingen, met de bedoeling dat alle betrokken bestuurders en ambtelijke diensten op provinciaal en gemeentelijk niveau hier hun voordeel mee kunnen doen. Hieruit blijkt dat zorgvuldig en efficiënt ruimtegebruik bij bedrijfshuisvesting niet alleen bestaat uit compact bouwen, hoewel dat natuurlijk belangrijk is. Ook bijvoorbeeld gezamenlijke voorzieningen blijken aanzienlijke ruimtebesparingen op te leveren en vergroten tegelijkertijd de aantrekkelijkheid voor bedrijven. De brochure die voor u ligt is het resultaat van onze inventarisatie. Het is geen volledige checklist of recept voor efficiënt ruimtegebruik bij bedrijfshuisvesting. Wel vindt u een overzicht van ideeën en concrete oplossingen uit de praktijk, de stappen die provincies en gemeenten kunnen zetten en verwijzingen naar relevante websites. Wij hopen dat u deze voorbeelden als aanknopingspunten of als inspiratie zult kunnen gebruiken in uw werk, zodat zorgvuldig ruimtegebruik ook bij de huisvesting van bedrijven de plaats krijgt die het verdient.

Indien u meer informatie wilt hebben of met ons van gedachten wilt wisselen over de inhoud van deze brochure, dan kunt u contact opnemen met: Stichting Natuur en Milieu, Team Ruimte en Leefomgeving, Donkerstraat 17, 3512 KB Utrecht telefoonnummer 030-2331328 fax 030-2331311 e-mail: snm@snm.nl

Ad van den Biggelaar Algemeen directeur Stichting Natuur en Milieu

3

B E L E I D VA N D E OVERHEID
Dubbel ruimtegebruik: bouwen over de snelweg.

Efficiënt ruimtegebruik, intensief ruimtegebruik, meervoudig, zorgvuldig en optimaal ruimtegebruik. Het zijn verwante termen die allerlei organisaties, overheden en bedrijven hanteren vanuit vaak zeer verschillende belangen en invalshoeken. In de kern worstelen zij allemaal met dezelfde vraag: hoe kunnen we de schaarse ruimte in Nederland zo goed mogelijk benutten? Nieuwe bedrijventerreinen zijn forse ruimtevreters. Uit onderzoek (OTB, Delft 1999/2000) blijkt dat vijf beleidsopties er samen voor kunnen zorgen dat de noodzaak voor nieuwe bedrijventerreinen drastisch wordt gereduceerd. Deze zijn:
s s s s s

Jacqueline Cramer - hoogleraar milieumanagement Erasmus Universiteit Rotterdam en kroonlid van de SER ‘Creativiteit is nodig om de schaarse ruimte in Nederland zo behoedzaam mogelijk te gebruiken. Behulpzaam bij het afwegen van rivaliserende ruimteclaims is de door de SER ontwikkelde prioriteitsvolgorde in ruimtegebruik. Deze zogenaamde SER-ladder houdt in: 1. de bestaande ruimte die beschikbaar is voor een bepaalde functie, gebruiken; 2. nagaan of deze ruimte beter benut kan worden; 3. indien het voorgaande geen soelaas biedt, de optie van uitbreiding van de ruimte voor die functie overwegen.’

dienstverleners in de stad en niet op bedrijventerreinen (locatiebeleid); meer bedrijven handhaven/vestigen op informele locaties; betere benutting van bestaande terreinen; herstructurering van verouderde terreinen; intensiever gebruik van nieuwe terreinen.

Gemeenten en regio’s kunnen actief inzetten op deze beleidsopties om efficiënt ruimtegebruik bij bedrijfshuisvesting te stimuleren. Informatievoorziening speelt daarin een hoofdrol. Zo kunnen veel ruimteverslindende verhuizingen naar snelweglocaties worden voorkomen wanneer alle beschikbare vestigingslocaties in de regio in kaart zijn gebracht. De provincie -of een regionaal samenwerkingsverband- kan als ‘regisseur’ zorg dragen voor regionale afstemming en gemaakte afspraken vastleggen in een structuurplan of streekplanuitwerking.

4

VOORWAARDEN SCHEPPEN Voor bedrijven is intensivering van ruimtegebruik geen core-business. Om ondernemers toch te interesseren is het noodzakelijk dat de overheid:
s

Sloterdijk, Amsterdam. Grote knoopwaarde met een groeiende plaatswaarde.

s s

zorgt voor een goede informatievoorziening over locaties, ook in de bestaande stad; meedenkt met de bedrijven en maatwerk levert; inzicht geeft in de kosten (of kan verwijzen naar elders beschikbare informatie). Ontkoppeling ‘Efficiënt ruimtegebruik betekent dat de economische groei gepaard gaat met een minder dan evenredige groei van het ruimtebeslag. Ontkoppeling dus van economische groei en ruimtebeslag.’
Definitie in het Streekplan Noord-Brabant

B E D R I J F S L O C AT I E P L A N Maak voor de eigen gemeente een bedrijfslocatieplan waarin is uitgewerkt waar welk type bedrijf of bedrijvigheid gewenst is. Formuleer daarvoor heldere uitgangspunten. P L A AT S - E N K N O O P W A A R D E Een stevig locatiebeleid zorgt voor een betere benutting van plekken die goed bereikbaar zijn. Een aantrekkelijke locatie (‘plaatswaarde’) moet goede vervoersmogelijkheden (‘knoopwaarde’) krijgen door een goede infrastructuur. Omgekeerd is een plek met knoopwaarde bij uitstek geschikt voor kantoren en voorzieningen, die op hun beurt de plaatswaarde verhogen.

FLEVOLAND PAKT RUIMTEWINST Op bedrijventerreinen in Flevoland is een ruimtewinst te behalen van tien tot vijftien procent. Dat blijkt uit een onderzoek in opdracht van de provincie. De maatregelen zijn volgens de provincie simpel en hoeven de concurrentiepositie niet te schaden. Te denken valt aan geschakeld bouwen, gemeenschappelijke parkeerplaatsen en betere verkaveling. De provincie gaat deze opties onder de aandacht brengen bij gemeenten. (Staatscourant nr. 128, 9 juli 2002)

Cees-Jan Pen – promovendus TU Delft juni 2002; proefschrift: Wat beweegt bedrijven? ‘Gemeenten stellen een terrein ter beschikking zonder te weten wat de wensen van de bedrijven zijn. Toch loopt zo’n terrein snel vol, omdat bedrijven geen andere keuze hebben. Dat wil nog niet zeggen dat ze er zo tevreden over zijn.’
VNG-Magazine 14 juni 2002

5

FUNCTIEMENGING
Fruitweg, Rotterdam. Wonen en werken in dezelfde straat.

‘Functiemenging waar het kan, functiescheiding waar nodig.’ De kernachtige visie van Dick Freling, beleidsadviseur van de Kamer van Koophandel in Amsterdam, staat haaks op de dagelijkse praktijk van nog altijd verdergaande functiescheiding. Niet alleen grote, maar vaak ook kleine bedrijven komen terecht op bedrijventerreinen omdat in de stad de mogelijkheden voor uitbreiding lijken te ontbreken. Het kan ook anders. Door slim te bouwen kunnen veel ondernemingen die nu op bedrijventerreinen zijn gevestigd, uitstekend in de stad terecht. Met name dienstverleners als architectenbureaus, reclamebureaus en drukkerijen zijn zeer gebaat bij de stad met al z’n voorzieningen en de aanwezigheid van collegabedrijven en klanten!

Vestiging van bedrijven in de bestaande stad vergt een hogere investering dan op een bedrijventerrein. Dienstverleners kunnen deze kosten zelf opbrengen, maar productiebedrijven hebben vaak hulp nodig. Een bijdrage van de gemeente in de investeringskosten kan de huurlasten dragelijk maken. De gemeente kan hiervoor gebruik maken van het Investeringsbudget voor Stedelijke Vernieuwing (ISV). Ook kan een gemeente binnen de grondexploitatie winsten op woningen en kantoren gebruiken voor verlaging van de grondprijs voor percelen met een bedrijfsbestemming.

TUSSEN DE BOGEN

-

AMSTERDAM

Door de verbreding van het spoorviaduct op het binnenstadtracé tussen het Amsterdamse Centraal Station en het Haarlemmerplein ontstond extra ruimte onder de sporen. Van oudsher waren de boogconstructies onder het viaduct in gebruik door kleinschalige bedrijven. Op initiatief van de buurt is deze functie behouden en uitgebreid met een aantal kantoren en een parkeergarage. In de bedrijfsruimten en werkplaatsen zijn onder meer een decorbouwer, galeries, een grafisch ontwerper en een timmerbedrijf gevestigd.

6

NAOORLOGSE WIJKEN Vernieuwing van naoorlogse woonwijken -waar mogelijk in combinatie met de herstructurering van aanliggende bedrijventerreinen- biedt erg goede kansen voor functiemenging. De voordelen: er is betrekkelijk veel ruimte beschikbaar, het stadscentrum is dichtbij en de nieuwe woon- en werkimpulsen leveren nieuw draagvlak voor voorzieningen en openbaar vervoer.

Ton Putman, stadsgewest Haaglanden ‘Mengen in woonwijken lijkt niet veel ruimtewinst op te leveren, maar doordat het vaak kleinere bedrijfjes zijn, hoeven ze niet naar nieuwe grotere bedrijventerreinen. Ook kunnen overgangszones tussen een woonwijk en bedrijventerrein beter benut worden, wat je veel in oudere wijken ziet.’

SAMENWERKING IS ESSENTIEEL Voor functiemenging hoeft wet- en regelgeving geen hinderpaal te zijn, zo bleek uit de experimenten in het kader van de Stad en Milieu-projecten van het ministerie van VROM. Samenwerking van de verschillende partijen, afdelingen en diensten is wel essentieel. Voor veel bedrijven is representativiteit een belangrijke vestigingsvoorwaarde; daaraan kunnen alle betrokken partijen bijdragen.

Cees-Jan Pen – promovendus TU Delft juni 2002; proefschrift: Wat beweegt bedrijven? ‘Schenk aandacht aan de toekomst en herontwikkelingsmogelijkheden van de stad. Wat gaan we doen met de stedelijke economie? Combineer wonen en werken beter. Biedt vestigingsmogelijkheden voor bedrijven in naoorlogse wijken.’ Het Financiële Dagblad, 13 juni 2002

Tussen de bogen Amsterdam: kleine bedrijvigheid in de stad onder het spoor.

7

HERSTRUCTURERING OF NIEUW?
Zorgvuldig ruimtegebruik op nieuwe bedrijventerreinen is een relatief eenvoudige opgave. Eigendomsverhoudingen en bebouwing ontbreken er volledig, zodat de sturende invloed van de overheid bij de uitgifte van de locaties maximaal kan zijn en de ontwikkelingskosten relatief gering zijn. Op bestaande bedrijventerreinen is de situatie lastiger, maar herstructurering biedt ook daar goede kansen voor ruimtewinst door intensivering van de bestaande bebouwing. Belangrijker nog is dat vernieuwing en verbetering van het terrein voorkomt dat reeds gevestigde ondernemingen verhuizen naar een andere plek. Indirect betekent dat enorme winst, want bedrijven blijken na een verhuizing gemiddeld meer dan twee keer zoveel ruimte in beslag te nemen. Intensivering van bestaande bedrijventerreinen kan niet zonder de beschikbaarheid van nieuwe terreinen. Deze schijnbaar tegenstrijdige eis komt voort uit de behoefte aan ‘schuifruimte’ voor de al aanwezige bedrijven tijdens de herstructurering. Bovendien is ruimte nodig om hinder veroorzakende bedrijven uit te kunnen plaatsen naar een geschiktere plek. Om nieuwe locaties die geschik- en bestemd- zijn voor dergelijke ‘zwaardere’ bedrijven niet onmiddellijk vol te laten lopen, is het zaak daar juist de minder milieubelastende bedrijvigheid te weren.

De financiering van ruimtebesparende gemeenschappelijke voorzieningen kan op een nieuw bedrijventerrein via de grondexploitatie worden geregeld. Op bestaande terreinen zou hiervoor baatbelasting kunnen worden gebruikt. De gemeente Delft onderzoekt momenteel de mogelijkheden. Voor dekking van de kosten van herstructurering van bedrijventerreinen kan een gemeente gebruik maken van het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV), van de TIPP-regeling van EZ (via de provincie) en van de subsidieregeling voor duurzame bedrijventerreinen (NOVEM). Via het grondbedrijf kan een gemeente eigen middelen inzetten, bijvoorbeeld uit de winst op de gronduitgifte op nieuwe bedrijventerreinen en kantorenlocaties.

ANDERE GRONDPRIJSMETHODE De wijze waarop in veel gemeenten de grondprijs wordt bepaald, vormt een belemmering voor intensiever gebruik van de grond op bedrijventerreinen. De vaak toegepaste ‘residuele grondprijsmethode’ -grondprijs gekoppeld aan bouwmassa- stimuleert bouwen op ruime kavels. Diverse gemeenten zijn al overgegaan op een methodiek die intensiever gebruik van de ruimte beloont met een relatief lagere prijs per vierkante meter vloeroppervlak.

8

‘PAARDENWEITJES’

MAKELEN Restpercelen op bedrijventerreinen -in Overijssel aangeduid met de term ‘paardenweitjes’- ontstaan doordat bedrijven met het oog op toekomstige uitbreiding meer grond kopen dan zij direct nodig hebben. De overheid kan stimuleren dat deze grond wordt verhuurd -bijvoorbeeld aan buurbedrijven of starters- door een gebiedsmakelaar in te stellen die op premiebasis dergelijke locaties vrijmaakt voor bedrijvigheid.

MINIMUMBEBOUWING Instelling van een minimum-bebouwingspercentage (percentage effectief vloeroppervlak) en minimumbouwhoogten in bestemmingsplannen voor bedrijventerreinen, afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid, is een goede methode voor gemeenten om efficiënt ruimtegebruik te bevorderen. De provincie zou bestemmingsplannen moeten toetsen op intensivering van ruimtegebruik.

Kamer van Koophandel Utrecht, Kamer van Koophandel Gooi- en Eemland, Natuur- en milieufederatie Utrecht ‘De provincie moet het initiatief nemen tot het instellen van een ‘stimuleringsteam’ ten behoeve van herstructurering en intensief ruimtegebruik op bedrijventerreinen. Dit team moet projecten aanjagen en (promotionele) ondersteuning bieden aan gemeenten. Het doel van zo’n team is met name het begroten van het organiserend vermogen bij gemeenten ten aanzien van herstructurering, het opbouwen en in huis houden van expertise en de praktijkkennis overdragen aan gemeenten en beheerders van bedrijventerreinen.’
Voorstel Stimuleringsprogramma ‘Zorgvuldig ruimtegebruik op bedrijventerreinen in de provincie Utrecht’, mei 2002

PARKMANAGEMENT Parkmanagement op bedrijventerreinen, gericht op kostenbesparingen door gezamenlijke voorzieningen, kan veel ruimtebesparing opleveren, de kwaliteit van de locatie verbeteren en bovendien ruimtevretende verhuizingen voorkomen.

PROFILERING NOODZAKELIJK Zowel voor bestaande als voor nieuwe terreinen moet een duidelijk profiel worden geformuleerd. Koppeling van dit profiel aan een toets op economische, sociale en milieutechnische factoren geeft vervolgens inzicht in de inpasbaarheid van een bepaald bedrijf op een bepaald terrein. De traditionele lijst van bedrijvenclassificaties in bestemmingsplannen voldoet niet meer. Er is behoefte aan gerichte categorisering van bedrijven met een duurzame koppeling tussen de aard van de bedrijven en de mate van ruimtelijke en milieutechnische inpasbaarheid. Integratie van locatiebeleid, vestigingsbeleid en milieubeleid op regionale schaal levert een aantrekkelijke plek voor ieder type bedrijf op de daarvoor aangewezen locatie. Maatwerk dus.

9

REGIONALE SAMENWERKING
Bedrijven verhuizen meestal binnen de eigen regio.

Bedrijven verplaatsen zich over kleine afstanden. Door bestaande relaties met klanten en personeel zoeken bedrijven hun nieuwe vestigingsplaatsen veelal binnen de eigen regio. De bedrijfsterreinen in de regio vormen voor de ondernemers in feite één markt; gemeentegrenzen doen niet ter zake. Daarom is regionale afstemming bij de ontwikkeling, de uitgifte en het beheer van bedrijventerreinen een belangrijke voorwaarde om de theorie van zorgvuldig ruimtegebruik in praktijk te brengen. Samenwerking tussen gemeenten -in plaats van concurrentie- biedt bovendien de kans om in te spelen op de vraag naar ruimtelijke kwaliteit en variatie aan vestigingsmilieus. Een ander voordeel is dat in kleinere gemeenten, die zelf vaak de noodzakelijke professionele capaciteit en financiële middelen missen, toch revitaliseringprojecten van de grond kunnen komen.

In een regio zijn lusten en lasten van (her)ontwikkeling van bedrijventerreinen vaak niet eerlijk over de gemeenten verdeeld. Delen van de lusten en lasten is bijvoorbeeld mogelijk door het gezamenlijk dragen van de kosten van herstructurering en van de rentekosten voor het vrijhouden van terreinen voor specifieke hindercategorieën. Een dergelijk regionaal fonds kan worden gevoed doordat alle gemeenten een vast percentage van de grondopbrengst van nieuwe bedrijventerreinen en kantorenlocaties afdragen.

DECOR
Zuid-Holland kent het project DECOR dat een impuls wil geven aan de verduurzaming van de bedrijventerreinen. De provincie ziet hier voor zichzelf de rol van ‘aanjager’ om de samenwerking en de uitwisseling van kennis en ervaring op gang te laten komen. Momenteel wordt gewerkt aan een regionale intentieverklaring die in het najaar van 2002 verder zal worden uitgewerkt voor onder meer het thema intensief ruimtegebruik. Meer informatie: www.duurzamebedrijventerreinen.nl/decor.html

10

REO BV: REGIO IN DE PRAKTIJK
Vijf gemeenten in Midden-Limburg hebben de uitgifte en het beheer van bedrijventerreinen ondergebracht in de gezamenlijke Regionale Economische Ontwikkeling Midden-Limburg BV, kortweg REO BV. De gemeenten (Roermond, Roerdalen, Heel, Haelen en Maasbracht) bepalen zelf de strategie voor de locatie en planvorming van de bedrijventerreinen op hun grondgebied. Eenmaal vastgesteld geven zij REO BV de opdracht die te ontwikkelen en te beheren. Omdat de uitgifte voor de hele regio in één hand ligt, is het mogelijk vaste criteria te hanteren. Bovendien zijn kopers verplicht te participeren in het groenbeheer, de beveiliging, de E-wateraansluiting en de bewegwijzering (parkmanagement). Meer informatie: www.reo-ml.nl

Directeur Schoenmakers van REO BV ‘Economisch beleid maak je niet binnen de grenzen van een gemeente. Bedrijven kijken altijd over die grenzen heen. Dus is het goed regionaal een goed aanbod te hebben, afgestemd op de vraag.’

SAMEN STERKER Regionale samenwerking versterkt de onderhandelingspositie van gemeenten naar bedrijven toe om stedenbouwkundige concepten met een hoge kwaliteit vol te houden. Immers, de ondernemers kunnen niet gaan ‘winkelen’ bij andere gemeenten in de regio omdat die geen concurrerend aanbod doen.

PULLBELEID Met een regionaal pullbeleid positioneert de gemeente –en de regio- zich als aanbieder van een aantrekkelijke bedrijfsomgeving in plaats van alleen de grond.

REGIONAAL STRUCTUURPLAN Samenwerkende gemeenten kunnen de gemaakte afspraken over locatiebeleid en bedrijventerreinen vastleggen in een gezamenlijk opgesteld regionaal structuurplan.

REGIONALE SAMENWERKING BIEDT s planmatige voordelen, zoals het voorzien in schuifruimte voor uit te plaatsen bedrijven; s organisatorische voordelen, zoals onderlinge doorverwijzing naar geschikte vestigingsplaatsen bij specifieke wensen; s financiële voordelen, bijvoorbeeld door het opzetten van een regionale grondbank.

11

I N F O R M AT I E VOORZIENING
De informatievoorziening over efficiënt ruimtegebruik is nog gebrekkig. Gegevens over de technische aspecten, kosten en baten en te realiseren ruimtewinst zijn alleen met intensief speurwerk te vinden. Waar de informatie wel beschikbaar is, wordt die lang niet altijd aan alle partijen doorgespeeld. Bovendien blijken de verschillende partijen elkaars ‘taal’ vaak niet te verstaan. Een effectieve informatievoorziening is een voorwaarde om efficiënt ruimtegebruik tot dagelijkse praktijk te maken. Het Rijk kondigde dit voorjaar aan dat er een landelijk informatiepunt wordt opgericht. Ook gemeenten en provincies kunnen grote winst boeken door de informatievoorziening te verbeteren.

INTERNET
www.duurzamebedrijventerreinen.nl concept, voorbeelden, nieuws www.habiforum.nl expertise-netwerk meervoudig ruimtegebruik, Inbo-rekenmodel www.novem.nl subsidieregelingen, voorbeelden www.senter.nl/tipp TIPP-regeling (Tender InvesteringsProgramma’s Provincies) www.subsidieshop.nl ruim 300 overheidssubsidies voor ondernemers www.isv.nl investeringsbudget stedelijke vernieuwing (ISV)

ÉÉN LOKET Er gaat veel mis in de communicatie tussen gemeente en bedrijf. Een bedrijf wil vaak dat een gemeente alles al gisteren geregeld had, en een gemeente wacht soms vele weken met het geven van een reactie. De aanstelling van één centrale persoon –één ‘loket’- bij de gemeente als aanspreekpunt voor bedrijfshuisvesting kan dat verbeteren.

SERVICEPUNT
Amsterdam startte enkele jaren geleden het Coördinatieteam Optimalisering Grondgebruik dat meer dan dertig onderzoeken naar beter ruimtegebruik in de stad verrichtte. Om inzicht te geven in de praktische kant van optimalisering, ontwikkelde het team de Handreiking optimalisering die aandachtspunten, criteria en tips bevat over optimalisering van het grondgebruik. Het team is onlangs omgevormd tot het Servicepunt Optimalisering Grondgebruik, p/a dienst Ruimtelijke Ordening, postbus 2758, 1000 CT Amsterdam, T (020) 552 79 28, F (020) 552 79 07, E info@dro.amsterdam.nl

12

KOSTENMODEL Adviesbureau Inbo ontwikkelde een rekenmodel dat inzicht geeft in de kosten van bedrijfsgebouwen bij variabele afmetingen en verschillende vormen van meervoudig ruimtegebruik. Uit dit model blijkt bijvoorbeeld dat het bij een grondprijs van honderd euro al goedkoper is om een bedrijfsgebouw van 1000 m2 in twee lagen te bouwen. Het kostenmodel is te downloaden via de ‘bibliotheek’ op de website www.habiforum.nl; en meer informatie bij Inbo, T (033) 2868177.

D I G I TA L E N I E U W S B R I E F Maandelijks informatiebulletin van het ministerie van EZ over duurzame bedrijventerreinen. Aanmelden via e-mail: bedrijventerreinen@minez.nl Het ministerie werkt aan de oprichting van een landelijk aanspreekpunt zorgvuldig ruimtegebruik.

TIJDSCHRIFT PARKMANAGEMENT BusinessPark Magazine is een nieuw gratis kwartaalblad over parkmanagement. Abonnement: Sels Advies & Secretariaat BV, (010) 275 79 78, e-mail rotterdam@sels.nl

Het eerste nummer van Business Park Magazine.

Stichting Natuur en Milieu Donkerstraat 17, 3511 KB Utrecht Telefoon (030) 233 13 28 Telefax: (030) 233 13 11 E-mail: snm@snm.nl www.snm.nl Contactpersoon ruimtegebruik: Yolanda Wagter Natuur en Milieu Overijssel Stationsweg 3, 8011 CZ Zwolle Telefoon (038) 425 09 60 Telefax: (038) 421 91 66 E-mail: info@natuurmilieu.net www.natuurmilieu.nl Contactpersoon ruimtegebruik: Niels Bronsgeest

Milieufederatie Noord-Holland Stationsweg 38, 1506 DH Zaandam Telefoon (075) 635 15 98 Telefax: (075) 670 46 36 E-mail: mnh@mnh.nl www.milieufederatienoordholland.nl Contactpersoon ruimtegebruik: Els Kranenborg Zuid-Hollandse Milieufederatie G.W. Burgerplein 5, 3021 AS Rotterdam Telefoon: (010) 476 53 55 Telefax: (010) 477 55 62 E-mail: zhm@milieu.net www.antenna.nl/zhm/ Contactpersoon ruimtegebruik: Tijs Breuer

Milieufederatie Limburg Godsweerderstraat 2, 6041 GH Roermond Telefoon (0475) 38 64 10 Telefax (0475) 38 64 29 E-mail sml@millimb.nl Contactpersoon ruimtegebruik : Sandra Akkermans Milieucentrum Amsterdam Plantage Middenlaan 2 – G, 1018 DD Amsterdam Telefoon (020) 624 15 22 Telefax (020) 626 85 91 E-mail: mca@milieucentrumamsterdam.nl www.milieucentrumamsterdam.nl Contactpersoon ruimtegebruik: Suus Boerma

13

de 12 provinciale M i l i e u f e d e r a t i e s

Stichting N a t u u r e n M i l i e u