Definitieve standpunten Vierde Noordvleugelconferentie

A): De vraag voor deze conferentie is welke besluiten de gemeentelijke en provinciale overheden in regionaal verband kunnen nemen om de internationale concurrentiepositie van de Noordvleugel te versterken (wat overigens ook een gunstig effect heeft op de Randstad als geheel). Die besluiten zullen in ieder geval aan een aantal criteria moeten voldoen, al was het maar omdat over alle aspecten die een rol spelen bij de economische positie van de Noordvleugel niet op één conferentie tot in detail besluiten genomen kunnen worden. Het gezamenlijk doel is het vergroten van de samenwerking op Noordvleugelniveau om tot versterking van de internationale concurrentiepositie van de Noordvleugel te komen.

B): Criteria voor besluiten 4 Noordvleugelconferentie:

e

1. De conferentie neemt als vertrekpunt de besluiten van de vorige Noordvleugelconferenties: in het bijzonder de noodzaak om 150.000 woningen te bouwen, de schaalsprong van Almere met een fasering van ‘Zuidwest naar Almere’ en prioriteit voor de infrastructuur in de as Haarlemmermeer – Almere. 2. De besluiten: gaan over richtinggevend beleid voor de langere termijn op het schaalniveau van de Noordvleugel;

dragen werkelijk iets bij aan (de condities die nodig zijn voor) de internationale concurrentiepositie; zijn gericht op versterking van de beleidsconsistentie en het onderling vertrouwen; zijn financieel haalbaar. 3. Bij te nemen besluiten zal zoveel mogelijk worden aangegeven hoe en onder leiding van wie de uitvoering gestalte kan krijgen. Daarbij zal opengestaan moeten worden voor nieuwe vormen van samenwerking tussen de verschillende overheden en het bedrijfsleven.

Hoofdstuk 2, een metropolitane strategie

Standpunt

blz. 21

Noord-Holland neemt met de mede opdrachtgevers van het rapport ‘Ready for Take-off?’ (Flevoland, Almere, Amsterdam, Haarlemmermeer) de opdracht op zich om - uitgaande van bovenstaande conclusies en van de vraag hoe een goed functionerende luchthaven en een goed functionerende Noordvleugel elkaar kunnen ondersteunen - vóór de zomer van 2005 een actieplan aan de partijen in de Noordvleugel te overleggen met de te nemen maatregelen, hoe deze uitgevoerd kunnen worden en de daarbij te betrekken partners. Dit in aanvulling op het verbrede mainportprogramma van de bestuurlijke Regiegroep Schiphol en de inmiddels vastgestelde strategie OPERA.

1

Hoofdstuk 3.1, teveel aan kantoren

Standpunt

blz. 25 (A)

A): Voor een goede internationale concurrentiepositie van de Noordvleugel, is het zaak dat er voor die kantoren en bedrijven die op het internationale vlak opereren steeds op de juiste tijd, op de juiste plek met de juiste kwaliteit en bereikbaarheid voldoende ruimte aangeboden wordt. Bij de huidige leegstand wordt er alléén bijgebouwd als het om topsegmenten gaat en dan nog alleen na goede regionale afstemming.

De te onderscheiden top- en knooppuntlocaties vallen uiteen in: De echte internationale (Europese) top: qua volume vooral op de Zuidas, maar ook Schiphol-Centrum. Bij het segment daaronder (nationale knooppuntlocaties) gaat het om Beukenhorst, Amsterdam Zuidoost, Haarlem-Oost, Inverdan Zaanstad en Almere-Poort. Bij de laatste drie spelen overwegingen met betrekking tot de woon-werkbalans en de differentiatie van subregionale economische structuren eveneens een rol. Gebieden in de Noordvleugel, die buiten het kerngebied vallen, dienen een eigen economisch beleid te kunnen voeren gericht op versterking van de gemeenten en de directe regio, om daarmee bij te dragen aan het leefmilieu en een gezonde (economische) structuur voor het betreffende gebied. Dit geldt zowel voor de in het Noordvleugel-document benoemde sectoren als andere economische sectoren. Met dien verstande dat dit beleid niet verstorend mag werken voor de in het Noordvleugel-document benoemde sectoren voor het kerngebied en dus een gemeentelijk / (sub)regionaal karakter dient te hebben.

B): Het inzetten op deze locaties betekent dat op overige locaties binnen de Noordvleugel géén omvangrijke investeringen van overheden worden gedaan in realisatie en bereikbaarheid van grote kantorenlocaties. Het met elkaar afbakenen van prioritaire kantorenlocaties betekent dat diverse nu al bekende zachte plannen voor andere kantorenlocaties slechts als reservecapaciteit voor een latere periode worden gehanteerd. Het naleven van deze afspraak door alle betrokkenen is een belangrijke voorwaarde. Het gaat hier om strategische waarden voor de hele regio: dan moet dus ook iedereen meedoen. Er kan hierbij aangesloten worden op wat het bestuursforum Schiphol reeds doet in de Schipholregio.

C): De inzet om tot een strak beleid voor ontwikkeling van kantoor- en bedrijfslocaties te komen vraagt om een verregaande vorm van - niet vrijblijvende - samenwerking, om durf en vertrouwen. Om dit beleid te kunnen effectueren is - op korte termijn - verdere uitwerking nodig van onderstaande punten om daarover uiteindelijk tot afspraken te komen: Programmering op Noordvleugelschaal (fasering, kwaliteit van de locaties, segmentering; ook regionale acquisitie is hierbij van groot belang). Beprijzing van infrastructuur en parkeren om zo mee te betalen aan de bereikbaarheid van toplocaties (zie hoofdstuk 4.3.). Het monitoren van vraag en aanbod van de afgebakende prioritaire locaties: weten wanneer wat nodig is. Vanuit het belang van een regionale afstemming van kantoorlocaties dringt het Noordvleugeloverleg erop aan in de regionale dataverzameling op een eenduidige wijze vraag en aanbod van kantoorlocaties op te nemen.
2

Gezamenlijk grondbeleid (verevening, participatie in elkaars grondbedrijf, het aangaan van bilaterale overeenkomsten tussen gemeenten en het aansluiten bij reeds bestaande en functionerende initiatieven als het SADC rond Schiphol). In de bestuurlijke kerngroep worden zo spoedig mogelijk afspraken gemaakt over een proef op het gebied van gezamenlijke monitoring.

Hoofdstuk 3.2, tekort aan bedrijventerreinen

Standpunt

blz. 27 (1-2)

Om tot 2020 voldoende bedrijventerreinen beschikbaar te hebben in de Noordvleugel moet voorzien worden in een planopgave van in totaal circa 1000 ha. Vraag naar en aanbod van bedrijventerreinen moeten daartoe goed op elkaar aansluiten via regionale monitoring en afspraken, waarbij aangesloten wordt bij het beleid voor kantoorlocaties (zie vorige standpunt) en het volgende expliciet een rol moet spelen: Ontwikkeling van voldoende grote ruimtes voor bedrijven die direct bijdragen aan de internationale concurrentiepositie met een duidelijke segmentering in kadeterreinen in de zeehavens en hierop aansluitende kavels voor havengebonden bedrijven (maritieme terreinen, met name Wijkermeerpolder), Luchthavengebonden bedrijventerreinen voor hoogwaardige logistiek (A4 zone, Schiphol) en het Agribusinesscomplex en modern gemengde bovenregionale terreinen voor handel, logistiek en industrie met grotere kavels (in het groen) en een goede bereikbaarheid (A6/A27 bij Almere). Regionale bedrijventerreinen met kleinere kavels voor verzorgende bedrijvigheid (ook ivm. binnenstedelijke transformatie). Hier moet lokaal en op subregionale schaal aan gewerkt te worden (bijvoorbeeld via de uitvoeringsagenda van de OPERA). Evenwichtige spreiding van werkgelegenheid over de hele regio is hierbij het doel. De Noordvleugel streeft naar een gemeenschappelijke acquisitie gecombineerd met een gemeenschappelijk aanbod van bedrijventerreinen.

Hoofdstuk 3.3, locatiebeleid

Standpunt

blz. 29

Een Noordvleugel-locatiebeleid in de zin van de juiste functie op de juiste plek waarbij locaties alleen ontwikkeld worden als de bereikbaarheid geregeld is, kan een belangrijk middel zijn bij het versterken van de internationale concurrentiepositie. Daarbij gaat het per definitie om maatwerk per gebied. Het ROA-locatiebeleid is daarbij een goede aanvulling op het locatiebeleid dat de provincie Noord-Holland al heeft.

3

Hoofdstuk 4.1.1, kennis en innovatie

Standpunt

blz. 33 (1-2)

Kennis, innovatie en creatieve industrie zijn essentieel voor de verbetering van de internationale concurrentiepositie van de Noordvleugel. De Noordvleugel zet daarom in op: Het bieden van ruimte voor de creatieve industrie, waarbij de as Haarlem – Amsterdam – Almere - Hilversum in het bijzonder kansrijk is en de gemeenten Amsterdam en Zaanstad het voortouw nemen voor de ontwikkeling van de Noordelijke IJoevers en het Hembrugterrein. De mogelijke instelling van één loket voor alle vragen over het starten en vestigen van bedrijven en bedrijfjes in de creatieve industrie. De spoedige aanleg van een breedbandig glasvezelnetwerk. De gemeenten Almere en Amsterdam nemen het initiatief om te komen tot een Noordvleugeldekkende verglazing met een uniform operationeel systeem van de passieve aangelegde infrastructuur. De versterking van de multimediacluster. Deze cluster is verspreid over de regio, met nadruk op het Mediapark in Hilversum. (Onderlinge) bereikbaarheid (fysiek en virtueel) van de verschillende onderdelen van deze cluster is van essentieel belang voor de internationale concurrentiekracht. De samenwerking met kennisinstituten en bedrijfsleven om te komen tot de oprichting van één of meer topinstituten op die kennisterreinen waarin de Noordvleugel internationaal meerwaarde te bieden heeft, zoals nieuwe media en de combinatie van handel & logistiek.

Hoofdstuk 4.1.1, kennis en innovatie

Standpunt

blz. 35

Gezien de toenemende vraag naar midden en hoog opgeleiden en de groeiende mismatch tussen (het dalende) opleidingsniveau en arbeidsmarkt gaan overheid, kennisinstituten en bedrijfsleven na wat er werkelijk nodig is aan arbeid en kennis en zorgen ervoor dat daar een goede afstemming tussen ontstaat.

4

Hoofdstuk 4.1.2, vrije tijd

Standpunt

blz. 37

De Noordvleugel biedt unieke kansen om zich te onderscheiden, doordat in een fysiek relatief kleine omgeving een grote diversiteit aan vrijetijdsmogelijkheden te vinden is. De Noordvleugel onderkent het belang van het samengaan van cultuur en economie en de regiobreed gedragen ambitie om in te zetten op de ontwikkeling van een beperkt aantal internationaal aansprekende vrijetijdsmilieus gericht op duidelijk omschreven doelgroepen.Eén van die doelgroepen is de snelgroeiende Chinese markt. In het kader van de metropolitane strategie is een gerichte marketingsinspanning nodig. Het versterken van de internationale concurrentiepositie vergt een sterke gezamenlijke internationale marketing. Het voertuig hiervoor zou Amsterdam Partners kunnen zijn (“I Amsterdam”). De huidige marketing en aquisitie verbanden (AAA, AA etc.) zouden hier dan ook in ondergebracht kunnen worden. De AP zou zijn inspanningen onder dit label dienen te intensiveren en uit te breiden met regionale marketing en aquisitie. Daarbij zou de aandacht in het bijzonder moeten worden gericht op Azië. De unique selling points van de Noordvleugel moeten gezamenlijk worden uitgedragen. Trekkers: Huffnagel (samen met Zwarts en Amsterdam Partners).

Hoofdstuk 4.2, Almere

Standpunt

blz. 39

A) Naast de - internationale - economische dynamiek op de as Haarlemmermeer - Schiphol - Amsterdam is de toekomstige economische groei van de aangrenzende gebieden als Zaanstreek, Haarlem/IJmond, het agribusinesscomplex in Aalsmeer e.o. en het mediapark in Hilversum een gezamenlijk belang en een gezamenlijke opgave van de Noordvleugel, omdat ze een ondersteunende functie hebben voor de internationale concurrentiepositie van de Noordvleugel en de Randstad. B) Dit speelt in het bijzonder bij het benutten van de kansen die er liggen in Almere bij de schaalsprong naar een stad van 300.000 tot 400.000 inwoners. De economische activiteit in Almere e.o. moet zich dan wel uitbreiden van handelsen dienstenstad naar een veel breder scala aan economische ontwikkelingen (leisure, vrije tijd, kennis, congressen, Luchthaven Lelystad). Acties die Almere onderneemt om op deze wijze nieuwe werkgelegenheid te ontwikkelen zijn onlosmakelijk verbonden aan de acties om de Noordvleugel internationaal sterk te positioneren en worden daarom actief ondersteund door de partijen in de Noordvleugel.

5

Hoofdstuk 4.3, bereikbaarheid

Standpunt
e

blz. 43 (1-3)

De Noordvleugel ziet vanuit economisch perspectief geen aanleiding het tijdens de 3 conferentie afgesproken infrastructuurpakket te wijzigen. De noodzaak de toen bepaalde infrastructuur aan te leggen is evident: er valt geen tijd te verliezen. Vanuit economisch perspectief wordt wel extra nadruk gelegd op de landzijdige bereikbaarheid van Schiphol e.o. (met name A4 / parallelstructuur) en op de planstudie Schiphol – Almere (inclusief Hollandse Brug). Het Noordvleugeloverleg ondersteunt de inzet van het Platform Bereikbaarheid om te komen tot beprijzing, op voorwaarde dat het geld in de regio zelf weer in de infrastructuur geïnvesteerd wordt. De Noordvleugel stelt zich op het standpunt dat extra investeringen in infrastructuur als gevolg van verschuivingen in het woningbouwprogramma door keuzes in de Nota Ruimte door het Rijk gedragen moeten worden. Dit speelt met name bij de A4. De Noordvleugel roept het Rijk op zo spoedig mogelijk een oplossing te vinden voor het risico dat de interpretatie van de Europese normgeving voor luchtkwaliteit het in de Noordvleugel veel toegepaste concentratiebeleid frustreert. Gezien het belang van het goederenvervoer voor de regio kennen de Noordvleugelpartijen een hoge prioriteit toe aan het definiëren van een regionaal Kwaliteitsnet Goederenvervoer. (trekkers: mw. Blankers / dhr.Mooij) Met betrekking tot het havenindustrieel complex: De Noordvleugel onderschrijft de conclusies van het rapport Bereikbaar, betrouwbaar, betaalbaar en pleit voor een tijdige aanleg van een tweede grote sluis bij IJmuiden. Daarnaast is het van groot belang dat de infrastructuur rondom het havengebied goed is toegesneden op het goederenvervoer. De Noordvleugel onderschrijft het kansrijke perspectief van verregaande nautische, commerciële en bestuurlijke samenwerking met betrekking tot het havenindustrieel complex en zal daartoe met nadere praktische uitwerkingen komen. Voor afspraken over de bereikbaarheid van de Noordvleugel draagt het Platform Bereikbaarheid de verantwoordelijkheid; voor de afspraken mbt. het Havenindustrieel complex zijn dat de portefeuillehouders Van der Horst (Amsterdam) en Loggen (Zaanstad).

6

Hoofdstuk 4.4, woningen en woonmilieus

Standpunt

blz. 45 (1-4)

A): Naar aanleiding van de Nota Ruimte dreigt een tekort van zo’n 20.000 woningen en misschien nog wel meer als de binnenstedelijke opgave stokt en/of de productie in Almere omlaag moet als gevolg van het niet tijdig beschikbaar zijn van voldoende verbindingen. Maar het probleem zit niet alleen in een mogelijk lager aantal dan de geplande 150.000 woningen. Het gaat óók om de fasering (gelijkmatige bouwproductie) van circa 7.500 nieuwbouwwoningen per jaar in de Noordvleugel (nog exclusief sloop-nieuwbouw in de stedelijke herstructureringsgebieden) en de fasering van eerst in de Zuidwest flank bouwen en daarna vooral in Almere. Beide onderdelen van de fasering dreigen in de knel te komen. Voor het evenwicht tussen wonen en werken moeten de benodigde woningen toch binnen het gebied van de Noordvleugel worden gebouwd. B): De gemeenten in de Noordvleugel doen er alles aan om de benodigde woningaantallen te halen. Als blijkt dat het benodigde aantal van 150.000 woningen niet te halen is binnen de termijn van 2030, zal de Noordvleugel gedwongen zijn te besluiten om tot nu toe met zwaarwegende redenen buiten beschouwing gebleven locaties toch aan de orde te stellen. Deze nieuwe locaties moeten voldoen aan de criteria van de oude locaties: Passend in de fasering ‘van Zuidwest naar Almere’. Tegengaan scheefgroei in de woon-werkbalans. Aansluiten op bestaande of geplande infrastructuur en alleen locaties ontwikkelen als de bereikbaarheid op orde is. Woonmilieu levert bijdrage aan kwaliteit van de Noordvleugel. C): Kwantitatief dient het accent te blijven liggen op stedelijke (binnenstedelijke opgave van ruim 60.000 woningen!) en suburbane woonmilieus. De ontwikkeling van dorps/landelijke woonmilieus is vooral een kwalitatieve opgave, waarbij het landschap uitgangspunt voor de ontwikkelingsmogelijkheden moet zijn. D): De opgave is binnen de te ontwikkelen stedelijke, suburbane en landelijke woonmilieus in te spelen op de woonwensen van specifieke groepen (studenten, starters op de arbeidsmarkt, senioren, expat’s, ‘creatieve kenniswerkers’) en niet meer alleen op de traditionele verdeling van stedelijk wonen voor jonge starters, suburbaan wonen voor gezinnen en landelijk wonen voor de hogere inkomenscategorieën.

De Bestuurlijke Kerngroep Noordvleugel zal de ontwikkeling van de woningbouw en de ontwikkeling van de juiste woonmilieus in de Noordvleugel bewaken. (trekkers: dhr. Stadig en dhr.Hooijmaijers)

7

Hoofdstuk 5, hoe en met wie?

Standpunt

blz. 47 (1-2)

A): Gezien de noodzaak om snel tot resultaat te komen in de Noordvleugel bij de uitvoering van projecten, spreekt het Noordvleugeloverleg zich uit om de geformuleerde standpunten te toetsen bij bedrijfsleven en kennisinstituten en vraagt het om betrokkenheid om samen de genoemde opgaven aan te pakken. Die samenwerking moet zich kenmerken door doelgericht gemeenschappelijk organisatievermogen en ondernemerschap in regionaal verband. Het gaat om planvorming, financiering, uitvoering en beheer en niet in de laatste plaats ook om versnelling van financiering en uitvoering. Kans van slagen is er alleen als iedere deelnemer in de samenwerking zich betrokken voelt en bereid is bij te dragen (in geld, inzet en menskracht) om de ambities van de regio te verwezenlijken. B): De afspraken op deze conferentie richten zich vooral op - gezamenlijke - acties die direct bijdragen aan de internationale concurrentiepositie. Op lokaal en subregionaal niveau zijn er vele andere projecten en acties die ook van belang zijn als het gaat om de kracht van de Noordvleugel (veel van deze projecten en acties staan genoemd in de ‘uitvoeringsagenda’ van het OPERA). Het is de verantwoordelijkheid van de afzonderlijke Noordvleugelpartners om deze acties adequaat op te pakken, in welk samenwerkingsverband dan ook.

8

Uitwerking acties 4 Noordvleugelconferentie – notitie nr. 2

e

1.

De opgave

De gezamenlijke opgave is tweeledig: Bijdragen aan de internationale concurrentiepositie van de Regio, van de Randstad en van Nederland. Tegelijkertijd een evenwichtige ontwikkeling van de Regio bevorderen (met daarbij, als vervolg op de eerdere Noordvleugelconferenties, vooral aandacht voor de woon-werkbalans).

2.

Relatie tussen Schiphol en regio

(Uitwerking pagina 21, 1e , 2e ,8e en 9e bolletje en het Standpunt op pagina 21) Schiphol en regio hebben elkaar nodig. Daarom wordt een convenant opgesteld dat de onderlinge relaties regelt en waarin de reeds lopende trajecten worden meegenomen. Uitgangspunten zijn verder: De regio onderkent vanuit het oogpunt van behoud en versterking van de internationale concurrentiepositie de noodzaak van een verdere groei, die alleen aanvaardbaar is indien kan worden aangetoond dat dit binnen de milieu- en veiligheidsnormen kan worden gerealiseerd. Schiphol gaat waar mogelijk aan selectiviteit doen en plaatst voorzover mogelijk activiteiten uit naar Lelystad. Schiphol beperkt zich in de verdere ontwikkeling van het airportcity-concept tot activiteiten die noodzakelijk zijn voor de hubfunctie, onder meer om geen onnodige belasting te genereren m.b.t. de landzijdige bereikbaarheid (dus geen verdere ontwikkeling van leisure, winkels etc.). Kantoorontwikkeling (topsegment) op Zuidas, Schiphol-centrum en eventuele 2e Terminal op elkaar afstemmen en ten opzichte van elkaar faseren. Waarbij de Zuidas-ontwikkeling in tijd prioriteit heeft boven kantoorontwikkeling op de 2e Terminal. Ook de regio doet aan selectiviteit om te voorkomen dat het wegenstelsel dichtslibt: luchthavengebonden kantoren en bedrijven horen op of dichtbij de luchthaven, andere kunnen heel goed ook elders. De Regio zet zich in voor een metropolitane strategie, gericht op internationaal georiënteerde, contact-intensieve activiteiten. De haalbaarheid van deze gedachte wordt onderzocht door de partijen van het Bestuursforum Schiphol (NoordHolland, Haarlemmermeer, Amsterdam en Schiphol), voor deze gelegenheid aangevuld met Almere en Flevoland. Als dit idee haalbaar is, wordt het vóór de zomer van 2005 uitgewerkt tot en met een convenant-tekst en een concreet Actieplan. Uiteraard in afstemming op de planning van het Mainport-uitvoeringsprogramma van het Rijk. Bij het maken van het Actieplan (zie standpunt pagina 21) wordt het Ready for take-off rapport nog eens nagelopen op concrete suggesties en uitwerkingspunten. Alle reeds lopende acties worden in het Actieplan meegenomen. Trekkers: Hooijmaijers, Stadig

9

3. Platform bedrijfs- en kantoorlocaties Noordvleugel (Plabeka) (Uitwerking van standpunt pagina 25, met name punt C. en pagina 27)

Er wordt een Platform voor afstemming bedrijfslocaties, grootschalige detailhandel en kantoorlocaties Noordvleugel opgericht, naar het model van het Platform Bereikbaarheid. Werkgebied is dus in principe de hele Noordvleugel. Dit Platform functioneert onder aansturing van de Bestuurlijke Kerngroep Noordvleugel. Daarbij wordt deelname van de grote terreineigenaren verzekerd; disciplines EZ en Grondzaken (PM haventerreinen). Taken: Binnen 8 maanden een structuurschema bedrijfslocaties opstellen. Opzetten van een monitoringsysteem voor kantoor- en bedrijfslocaties, en wel zo veel mogelijk door samenvoeging van de bestaande monitors (het Amsterdamse PRI, de regionale bedrijfslocatiemonitor en de monitor m.b.t. Schiphollocaties). Afspraken maken over selectiviteit (niet alles overal; geldt vooral nabij de luchthaven), segmentering (voor elke klant wat wils), voorverhuurpercentages (minimaal 60%) en fasering (volgorde van locatieontwikkeling in de tijd om overaanbod en prijsbederf te voorkomen). Hierbij kunnen de bestaande pakketten afspraken m.b.t. Schipholgebonden locaties en havenlocaties worden geïntegreerd . Afspraken maken over transformatie van kantoorlocaties naar bedrijvigheid of wonen (speelt vooral in Amsterdam en Haarlemmermeer, gezien de grote leegstand en overcapaciteit). Verkennen van mogelijkheden van een gezamenlijk grondbeleid of althans het maken van afspraken over de ontwikkeling van majeure locaties. Bewaken van en elkaar aanspreken op de gemaakte afspraken. Indien gewenst: organiseren van één loket voor starters in de creatieve industrie.

NB: Met dit takenpakket is er een overlap met het Bestuursforum Schiphol (zie ook punt 2 van deze notitie) en het ANZKG/RON (haven/industriële locaties). Hier moet een zinvolle taakverdeling worden uitgewerkt. Voor de hand ligt om de monitorfunctie en de algemene kaderstelling in ieder geval op het regionale niveau te leggen en de concrete programmering, marketing/acquisitie en realisatie juist vooral toe te delen aan de genoemde “subclubs”.

Trekkers: binnen een maand: opzetten organisatie (inclusief samenstelling platform): Stadig, Hooijmaijers Havens: Van der Horst, Loggen.

10

4. Topinstituut (precisering 5e bullet van het standpunt op pagina 33)

Onder auspiciën van de RSA wordt nagegaan of er bij de kennisinstellingen en het bedrijfsleven in de regio voldoende draagvlak bestaat voor de oprichting één of meer topinstituten op terreinen waar we goed in zijn, zoals handel (bijv. The Amsterdam Trade University) en nieuwe media. Zo ja, dan wordt het initiatief doorgezet. Partners in ieder geval: Kenniskring Amsterdam en Kamer van Koophandel.

Trekkers: Schipper, Meijdam

5. Overige trekkers behorend bij standpunt pag 33 Het bieden van ruimte voor de creatieve industrie, waarbij de as Haarlem – Amsterdam – Almere - Hilversum in het bijzonder kansrijk is en de gemeenten Amsterdam en Zaanstad het voortouw nemen voor de ontwikkeling van de Noordelijke IJoevers en het Hembrugterrein. (trekker: dhr. Grondel, dhr. Egberts) De mogelijke instelling van één loket voor alle vragen over het starten en vestigen van bedrijven en bedrijfjes in de creatieve industrie. (trekker: dhr. Huffnagel, dhr. Schipper mmv dhr. Zwarts) De spoedige aanleg van een breedbandig glasvezelnetwerk. De gemeenten Almere en Amsterdam nemen het initiatief om te komen tot een Noordvleugeldekkende verglazing met een uniform operationeel systeem van de passieve aangelegde infrastructuur (trekker: dhr. Van der Horst, dhr. Halbesma, dhr. Tordoir). De versterking van de multimediacluster. Deze cluster is verspreid over de regio, met nadruk op het Mediapark in Hilversum. (Onderlinge) bereikbaarheid (fysiek en virtueel) van de verschillende onderdelen van deze cluster is van essentieel belang voor de internationale concurrentiekracht. (trekker: dhr. Kreugel, dhr. Schipper) 6. Platform Arbeidsmarktbeleid

(Aanvulling Standpunt pagina 35)

Iets als een Platform Arbeidsmarktbeleid is ongetwijfeld nuttig en nodig. Dat hoort in de driehoek van EZ/Sociale Zaken en Onderwijs thuis. Daarbij kan worden aangesloten op het initiatief van wethouder Aboutaleb van Amsterdam. Een dergelijk initiatief zou onder auspiciën van de RSA regionaal uitgewerkt kunnen worden.

Trekker: Aboutaleb, Zwarts

8.

Overlegstructuur Noordvleugel

In de eerstvolgende Bestuurlijke Kerngroep doen de voorzitter en vice-voorzitter een voorstel voor de toekomstige overlegstructuur in de Noordvleugel.
11

Trekkers: Hooijmaijers, Stadig.