Stuknr.

12012

NOTA ROUTERING GEVAARLIJKE STOFFEN ENSCHEDE

Januari 2006 Brandweer/DSOB Cluster BM

Nota routering gevaarlijke stoffen Enschede

1

Stuknr. 12012

Nota Routering Gevaarlijke Stoffen Aanleiding De nota Mobiliteit (2004) van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat stelt ‘dat het verkeers- en vervoerssysteem zodanig moet zijn ingericht dat de kans op een calamiteit zo klein mogelijk is en dat, als er zich een calamiteit voordoet, de gevolgen beperkt blijven’. De Rijksoverheid wil op basis van de verwachte groei van het vervoer, de ruimtelijke wensen en het na te streven veiligheidsniveau, de voor het vervoer van gevaarlijke stoffen noodzakelijke ruimte vastleggen en bestuurlijk te garanderen. Dit vastleggen gebeurt door het toepassen van maatregelen. Routering is daar één van. Ruim twee jaar geleden is geconstateerd dat er o.a. in Twente geen samenhangend geheel van routeringsplannen is. De meest wenselijke situatie is dat de coördinatie voor het verkrijgen van een samenhangend geheel van routeringsplannen via de Regio’s verloopt, waarbij de brandweer in de regio’s afstemming verzoekt om tot een actueel totaalbeeld te komen. Daarop is in Twente op 19 juni 2003 door het regionale Veiligheidsberaad de wens uitgesproken om te komen tot een Twentse doorgaande route voor het vervoer routeplichtige stoffen. Om als nog uitvoering te kunnen geven aan deze nadrukkelijke wens hebben de regio’s Twente en IJselvecht in het kader van Programmafinanciering Uitvoering Externe Veiligheid (PUEV) opnieuw een nota opgesteld om te komen tot een doorgaande Twentse route. Uit eerder onderzoek was gebleken dat de meerwaarde van routering voor de stad zelf beperkt is, gezien de relatief beperkt aantal routeplichtige transporten door de stad. Juist het belang van een samenhangend stelsel van routes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in de regio en in de provincie is voor de gemeente Enschede aanleiding geweest om actief deel te nemen in dit regionale project. Eind 2004 is de gemeente Enschede aangehaakt bij het regionale project. Tijdens de voorbereiding van de onderhavige nota is het initiatief door de gemeenteraad onderstreept en het belang van een adequate routering benadrukt. Zoals aangegeven bij de behandeling van het Rekenkameronderzoek naar ‘Effectiviteit en efficiëntie van het externe veiligheidsbeleid van de gemeente Enschede’ in het najaar van 2005. Inhoud Deze notitie is opgesteld door de cluster Pro-actie en Preparatie van de Brandweer in samenspraak met de cluster Bouwen en Milieu van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling en Beheer en betreft het vaststellen van een routering gevaarlijke stoffen en het ontheffingenbeleid binnen de gemeente Enschede. Allereerst wordt kort ingegaan op het wettelijk kader en een schets gegeven van de huidige situatie in Enschede op het gebied van vervoer gevaarlijke stoffen. Als laatste wordt het advies gegeven en de door de gemeente verder te ondernemen acties.

Het wettelijk kader

Nota routering gevaarlijke stoffen Enschede

2

Stuknr. 12012

Het transport van alle gevaarlijke stoffen rust op een belangrijk basisprincipe: diegene die met een voertuig langs de weg gevaarlijke stoffen vervoert is, op grond van de Wegenverkeerswet 1994 en de Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen (WVGS), verplicht als zodanig de bebouwde kommen van gemeenten te vermijden. Als het vervoer binnen de bebouwde kom noodzakelijk is ten behoeve van het laden en lossen of omdat er redelijkerwijs geen route buiten de bebouwde kom beschikbaar is, mag de chauffeur van dit basisprincipe afwijken. In aanvulling op het basisprincipe kan de gemeente, in het belang van de openbare veiligheid, wegen of weggedeelten aanwijzen voor het vervoer van bepaalde gevaarlijke, -routeplichtige- stoffen. De chauffeur mag dan alleen van deze weg afwijken indien hij bij diezelfde gemeente een ontheffing heeft aangevraagd. Bovenstaande staat verwoordt in de artikelen 11 en 12 WVGS. De gemeenteraad komt de bevoegdheid toe om op grond van artikel 18 WVGS wegen of weggedeelten binnen haar grondgebied aan te wijzen voor het vervoer van gevaarlijke -routeplichtigestoffen. De Burgemeester en Wethouders kunnen op grond van de artikel 22 WVGS ontheffing verlenen voor het noodzakelijke laden en lossen. Indien de Raad (bewust) besluit om geen gebruik te maken van haar bevoegdheid, blijft artikel 11 WVGS – het zoveel mogelijk mijden van de bebouwde kom- van kracht. Het handhaven van de genoemde situatie komt toe aan de Inspectie van Verkeer en Waterstaat en de politie. Korte beschrijving huidige situatie Het Rijk heeft in 1997 alle wegen die in haar beheer zijn vrijgesteld voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. In navolging van het Rijk heeft de Provincie Overijssel eveneens een aantal provinciale wegen vrijgesteld voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Voor de gemeente Enschede betreft het de wegen A35/N35, N18, N 731, N733 en N737. Op 28-09-1999 is in het College en op oktober 1999 in de Raadscommissies besloten op basis van de nota ‘route gevaarlijke stoffen’ niet over te gaan tot het vaststellen van routering gevaarlijke stoffen. Dit betekent dat in de huidige situatie vervoerders in Enschede zich dienen te houden aan het basisprincipe ‘het zoveel mogelijk vermijden van de bebouwde kom’, conform artikel 11 WVGS. Op dit moment hebben acht gemeenten binnen regio Twente een vastgestelde routering gevaarlijke stoffen. De overige gemeenten is verzocht om als nog over te gaan tot het vaststellen van een routering gevaarlijke stoffen. De regio Twente heeft daar, zoals omschreven in de aanleiding, in 2005 op nieuw aandacht in de diverse gremia voor gevraagd. Rol van de gemeenteraad De bevoegdheid tot het al dan niet instellen van een routering is aan de gemeenteraad toebedeeld. Zoals uit deze notitie blijkt moet een afweging gemaakt worden tussen enerzijds de kosten en anderzijds de veiligheid voor mens en milieu. De beslissing volgend op een dergelijke afweging is per definitie een bestuurlijke verantwoordelijkheid. Bestuurlijke keuze

Nota routering gevaarlijke stoffen Enschede

3

Stuknr. 12012

Gezien de nadrukkelijke wens van de Raad om uitvoering te geven aan de aanbevelingen van het rapport Effectiviteit en efficiëntie van het externe veiligheidsbeleid van de gemeente Enschede’, wordt in deze nota niet verder ingegaan op de keuze van het niet vaststellen van een routering. Op basis van deze nadrukkelijke wens om over te gaan tot het opnemen van een routering gevaarlijke stoffen kan een keuze gemaakt worden tussen een beperkte route of een uitgebreide routering. Ongeacht de keuze dient deze routering vervolgens aan te sluiten op de routering van de omliggende gemeenten. Op het besluit is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) van toepassing. Het ontwerpbesluit zal op grond van de Awb 4 weken ter inzage gelegd worden. Daarnaast dienen burgemeester en wethouders conform artikel 22 lid 1 WVGS te voorzien in een mogelijkheid tot het verlenen van een ontheffing van de routering ten behoeve van het laden en lossen. Overigens zijn niet alle gevaarlijke stoffen routeplichtig. In de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen (VLG) die op basis van de WVGS is vastgesteld, is een lijst opgenomen met daarin de lijst voor routeplichtige stoffen. De meest voorkomende routeplichtige stoffen zijn: brandbare gassen, zoals LPG en propaan, giftige en bijtende stoffen, zoals chloor en ammoniak en ontploffingsgevaarlijke stoffen. Het transport van stukgoed is overigens nagenoeg vrij van routeplicht. Criteria De Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen heeft als doel de ruimtelijke wensen en het na te streven veiligheidsniveau, de voor het vervoer van gevaarlijke stoffen noodzakelijke ruimte vastleggen en bestuurlijk te garanderen. Het vaststellen van een routering binnen de Gemeente Enschede is één van de middelen die het mogelijk maakt het doel te verwezenlijken. Bij het vaststellen van een routering gevaarlijke stoffen kan, zoals aangegeven, een keuze worden gemaakt tussen een uitgebreide dan wel een beperkte routering. Het grote voordeel om te kiezen voor een minimale variant waarbij, slechts de vrijgegeven wegen van rijk en provincie worden aangewezen, is dat:  er zicht ontstaat welke routeplichtige stoffen door de gemeente worden getransporteerd;  de gemeente zelf kan aangegeven d.m.v. ontheffingen welke route een transporteur dient te volgen. Het nadeel is echter dat er meer ontheffingen zouden kunnen worden aangevraagd. Door als uitgangspunt te nemen een maximale ontheffingsduur van 5 jaar, tenzij de aard van het transport zich daar tegen verzet, wordt dit nadeel grotendeels ondervangen. Een uitgebreide routering betekent:  minder zicht op welke stoffen er door gemeente worden getransporteerd;   meer ruimte beslag, maar; minder ontheffingen.

Consequenties Ontheffing/advisering Door het vaststellen van een routering door de gemeente, zullen er naar schatting jaarlijks 40 ontheffingen worden aangevraagd. Deze ontheffingen zullen beoordeeld en getoetst moeten worden. Daarnaast dienen een aantal overige diensten (zoals brandweer, verkeerskundige, wegbeheerder en

Nota routering gevaarlijke stoffen Enschede

4

Stuknr. 12012

politie) in staat te worden gesteld een advies te kunnen geven t.a.v. de aanvraag, waardoor een integrale afweging kan worden gemaakt. De ontheffing zal namens het College B&W worden verstrekt door de DOSB cluster Bouwen en Milieu, hiervoor zal mandaat aan de DSOB cluster Bouwen en Milieu afdeling Vergunningen moeten worden verleend. Een ontheffing kan, naar gelang de aanvraag, een geldigheid hebben van één jaar tot en met vijf jaar. Voor het transport van vuurwerk kan worden gekozen voor een jaarlijkse ontheffing gedurende het jaargetijde, waardoor er een overzicht ontstaat t.a.v. vuurwerktransport door de gemeente. Deze transporteurs dienen dus jaarlijks een ontheffing aan te vragen. Het uitgangspunt voor ontheffingverlening is gericht op minimale lasten voor de aanvrager, hetgeen betekent dat op een zo’n verantwoordelijk mogelijke wijze uit wordt gegaan van een ontheffingsduur van vijf jaar, tenzij de aard van het transport zich daar tegen verzet. Handhaving De controle en handhaving is neergelegd bij de Inspectie van Verkeer en Waterstaat en de politie. De bevoegdheid strekt zich niet alleen uit op mogelijke overtreding van het afwijken van de route, maar ook t.a.v. parkeren binnen de bebouwde kom. De gemeente kan slechts controleren en handhaven met betrekking tot het parkeren van voertuigen bij een inrichting van wegtransport van gevaarlijke stoffen die zijn opgenomen in de milieuvergunning. Financieel Financiële consequenties zijn er ten aanzien van de bebording en interne personele belasting. Door te kiezen voor de minimale variant van aan te wijzen wegen en weggedeelten zullen de kosten t.a.v. bebording minimaal zijn. Op dit moment loopt een subsidie aanvraag bij de Provincie, gedaan door de regio Twente, in het kader van de PUEV gelden, waarmee de bebording kan worden gefinancierd. De interne administratieve lasten zullen, als gevolg van de te kiezen ontheffingsduur beperkt zijn. Wel zal de implementatie in het eerste jaar naar schatting 200 uur kosten. Leges De hoogte van de leges zijn nog niet bekend, maar zullen kostendekkend worden vastgesteld. Bebording De vastgestelde routering dient te worden voorzien van bebording conform het model K-14. Dit betekent op basis van het voorstel dat slechts de route A/N35 afrit westerval richting N18 (via Usselerrondweg tot en met de kruising Haaksbergerstraat) hoeft te worden voorzien van bebording. (zie bijlage route) Communicatie Ten aanzien van communicatie zijn twee sporen te bewandelen, (1) de verplichting om besluit tot aanwijzing bekend te maken conform de Awb en (2) het actief communiceren naar direct betrokkenen, zoals transporteurs en ontvangende bedrijven.

Nota routering gevaarlijke stoffen Enschede

5

Stuknr. 12012

Ad 1 Bekendmaking conform Awb Het ontwerpbesluit zal 4 weken ter inzage gelegd worden. Het besluit zal worden gepubliceerd in de Huis aan Huis.Tegen het ontwerpbesluit kan iedere belanghebbende zienswijzen en bedenkingen indienen. Tevens dient conform de WVGS artikel 18 lid 4 de vastgestelde routering gepubliceerd te worden in de Staatscourant. Ad 2 Communiceren direct betrokkenen Na het vaststellen van de route zullen diverse partijen in kennis moeten worden gesteld, naast de wettelijk verplichte bekendmaking. De brancheorganisatie voor transport (EVO en Transport Logistiek Nederland) als direct betrokkene zal in kennis moeten worden gesteld. Zij dienen na vaststelling ontheffing bij het College van B&W aan te vragen. De wegbeheerders van de aan te wijzen wegen binnen de gemeente Enschede zullen eveneens in kennis moeten worden gesteld. Tot slot zullen de handhavende instantie in het kader van hun taken en bevoegdheden in kennis moeten worden gesteld, dit voor zowel de vastgestelde route als ten aanzien van de verleende ontheffingen. Voorstel 1) Te besluiten tot het vaststellen van een routering gevaarlijke stoffen voor de stoffen die zijn opgenomen in de Regeling vervoer over land van gevaarlijks stoffen (VLG) en daarvoor de volgende wegen en weggedeelten aan te wijzen (zie ook bijlage); • • A35/N35 N 18 inclusief afrit Westerval, Usselerrondweg tot en met de kruising met de Haaksbergerstraat - waardoor aansluiting ontstaat bij de voorgestelde doorgaande routering door de regio Twente; 2) De ontheffing namens het burgemeester en wethouders te laten verlenen door de DSOB cluster Bouwen en Milieu. Alvorens de ontheffing wordt verleend, wordt advies ingewonnen bij de afdeling Pro-actie en preparatie van de Brandweer en de cluster Ruimtelijke ontwikkeling, Cluster Beheer Openbare Ruimte als wegbeheerder en de Politie Twente. 3) De ontheffingen naar gelang aard van het transport te verlenen voor maximaal vijf jaar. Voor vuurwerk zal een uitzondering worden gemaakt, hiervoor dient jaarlijks een ontheffing aangevraagd te worden en wordt een ontheffing slechts gedurende een beperkte periode verleent.

Nota routering gevaarlijke stoffen Enschede

6