Advies Werkgroep Bedrijven

Leden van de werkgroep Bedrijven:
De heer Matt Claassen (Hems bv) De heer Wim van Eijk (Van Eijk Caravans) De heer Johan Faes (Faes Cases) De heer Servaas van der Heijden (Van der Heijdentransport) De heer Piet Hermans (inwonend) Mevrouw Marjo de Louw (Maasland Communicatie) Mevrouw Yvonne Moeskops (Moeskops grafisch) De heer Harrie Plasmans (Autowasserette en tankstation De Weijer) De heer Robert Pleging (OBGB) De heer Rolf Roxs (Lucht voor Hapert) De heer Peter Stappaerts (gemeente Bladel) De heer Michiel van Summeren (Moeskops‘ Bouwbedrijf b.v.) Mevrouw Claudia Terlou (Grontmij) De heer Piet Tulner (projectleider KBP) Mevrouw Yvette Wijnen (gemeente Bladel)

2

Inhoudsopgave
Inleiding Infrastructuur Verkaveling Intensief ruimtegebruik Parkeren Beeldkwaliteit Water en groen Veiligheid Stedenbouwkundige schets Colofon 3 5 9 11 17 19 29 33 35 37

Inhoudsopgave
1

2

Inleiding
Inleiding Voorliggend advies is het resultaat van een zestal bijeenkomsten van de werkgroep Bedrijven. Op uitnodiging van het Bestuur van het Kempisch Bedrijvenpark (KBP) heeft de werkgroep, bestaande uit ondernemers en in- en omwonenden van het plangebied, zich bezig gehouden met de thema’s infrastructuur, verkaveling, intensief ruimtegebruik en parkeren, beeldkwaliteit, groen en veiligheid, voor het bedrijvengedeelte van het KBP. Dit bestaat uit het zuidelijk deel van het KBP dat wordt begrensd door de Kapelweg aan de noordzijde en de A67 aan de zuidzijde. Het advies vormt voor het Bestuur naast het bestemmingsplan KBP de basis voor de verdere uitwerking van dit plangebied in een uitwerkingsplan (overeenkomstig artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening). Deze aanpak is met recht uniek te noemen. Immers, voorafgaand aan de formele besluitvorming is aan betrokkenen de ruimte geboden hun visie te geven op de inrichting van een deel van het plangebied. Leeswijzer De hoofdstukken beschrijven de thema’s die ook aan bod zijn gekomen in de zes werkgroepbijeenkomsten: infrastructuur en verkaveling, intensief ruimtegebruik en parkeren, beeldkwaliteit, groen en veiligheid. Van elk thema worden achtereenvolgens het programma, de ambities en uitgangspunten geboden met het advies van de werkgroep, dat uitmondt in een resultaat per thema. De resultaten van alle thema’s zijn verbeeld in een totaalbeeld: de stedenbouwkundige schets voor de Bedrijven. De schets vormt naast de juridische plankaart de basis voor de verdere uitwerking.

Inleiding
3

Profiel provinciale weg tussen Kapelweg en Eerselsedijk

Profiel interne ontsluitingsstructuur

4

Profiel provinciale weg ten zuiden van Eerselsedijk

Infrastructuur
Inleiding Als algemeen uitgangspunt voor de ontsluitingsstructuur van het KBP worden de principes van Duurzaam Veilig (wegcategorisering) toegepast: • Functioneel gebruik (voorkomen van onbedoeld gebruik); • Homogeen gebruik (voorkomen van grote verschillen in snelheid, richting en massa tussen de diverse groepen verkeersdeelnemers); • Voorspelbaar gebruik (voorkomen van onzekerheden bij de verkeersdeelnemers). Dit leidt tot een eenduidige, herkenbare en logische verkeersstructuur met een evenwicht in functie, vormgeving en gebruik van wegen. Provinciale weg De hoofdontsluiting (provinciale weg) wordt vormgegeven als een brede laan door het bedrijvenpark. Aan de zuidzijde sluit deze nieuwe weg aan op de A67, aan de noordzijde op de bestaande N284. De aansluiting op de rijksweg krijgt alleen een aftakking in noordelijke richting naar het KBP en ligt ter hoogte van het bestaande, meest westelijk gelegen motorcrossterrein. Aan de noordzijde zal de provinciale weg (de hoofdontsluiting van het KBP) via een knooppunt worden aangetakt op de bestaande provinciale weg. De provinciale weg krijgt op het KBP nog twee knooppunten die voorzien in de ontsluiting van het bedrijvenpark. Deze knooppunten liggen ter hoogte van de groenstroken (langs de Kapelweg en Eerselsedijk). De knooppunten liggen ingebed in bosstroken, die haaks op de provinciale weg staan. De bosstroken benadrukken de afwisseling van de deelgebieden en brengen ritme en geleding aan in het KBP. Hierdoor heeft, rijdend over de provinciale weg elk deelgebied een eigen karakteristiek en beleving. De provinciale weg rijgt alle deelgebieden (het Werk-woonbos in het noorden en de bedrijven in het zuiden) aan elkaar. Vanuit de knooppunten voorzien interne ontsluitingslussen in de ontsluiting van het bedrijvenpark. Vanuit deze structuur is geen verbinding met de omliggende gebieden en wegen mogelijk. Interne ontsluitingsstructuur De interne ontsluiting is erop gericht om op veilige wijze de verschillende bedrijfspercelen te bereiken. De wegen op het bedrijvenpark zijn gecategoriseerd als erftoegangswegen. Het snelheidsregiem op het gehele terrein is 50 km/h. Visuele snelheidsremmers worden gevormd door de haagbeplanting aan weerszijden van de weg en verticale elementen zoals lichtmasten. Gebiedsontsluiting De bestaande wegen rondom het plangebied van het KBP blijven fungeren als ontsluiting voor het omliggende gebied. Deze wegen krijgen geen functie om het verkeer naar het bedrijvengedeelte af te wikkelen. De Kapelweg en de Eerselsedijk krijgen een functie voor langzaam verkeer. Hiermee wordt ongewenst sluipverkeer naar het bedrijvenpark voorkomen. Deze wegen krijgen een belangrijke functie in de recreatieve structuur rond Hapert. Voor hulp- en calamiteitsdiensten zullen deze wegen bij calamiteiten ter beschikking kunnen worden gesteld. Uitgangspunten • De provinciale weg (incl. knooppunten) maakt integraal onderdeel uit van het KBP waarbij de randvoorwaarden en uitgangspunten voor de vormgeving en ligging van de weg zijn aangereikt door de provincie; • De interne ontsluiting van de bedrijven vindt plaats vanaf de knooppunten met de provinciale weg; • Goede bereikbaarheid van de brandweer vanaf Hapert naar het KBP; • Veilige en goed geoutilleerde langzaamverkeersroutes door het KBP; • Parkeren en laden & lossen ten behoeve van de bedrijven vindt plaats op eigen terrein; • In aanvulling hierop kan in het kader van parkmanagement worden onderzocht of een collectief vervoersysteem vanaf deze halte het personenvervoer naar het bedrijvenpark zal kunnen verzorgen.

Infrastructuur
5

6

Advies van de werkgroep • Vrijliggende fietspaden aan weerszijden van de interne ontsluitingsstructuur; • Breedte fietspaden afstemmen op medegebruik van de wandelaars; • Aandacht voor de fietspadenstructuur in het zuidelijk deel; • Fietspaden aan weerszijden van de provinciale weg hebben minder prioriteit. • De werkgroep vraagt aandacht voor de verkeerseffecten van de nieuwe provinciale weg en de effecten op de oude provinciale weg en in de kern(en). In de te nemen afweging tussen verkeerslichten en rotondes, wordt nadrukkelijk geadviseerd voor een vlotte verkeersdoorstroming te zorgen, waarbij een (turbo)rotonde de voorkeur heeft; • Tevens wordt geadviseerd bij de aansluitingen van de nieuwe provinciale weg op de interne ontsluitingsstructuur rotondes aan te leggen; • Gevraagd wordt wat de effecten zijn van het afsluiten van de Kapelweg. Voorlopig resultaat Tijdens de werkgroep zijn een drietal ontsluitingsstructuren door het KBP belicht. Gekozen is voor de ontsluitingsstructuur in het midden van de bedrijven evenwijdig aan de provinciale weg. De keuze is berust op de volgende plussen: • Een compacte en overzichtelijke ontsluitingsstructuur, die ten goede komt aan de vindbaarheid op het terrein. Tevens zorgt de compactheid voor zo min mogelijk verharding op het KBP; • Achterkanten van bedrijven langs de Ganzestraat, hetgeen ten goede komt aan de groenzone tussen de Ganzestraat en de bedrijven. Licht- en geluidshinder blijven minimaal. In de nadere uitwerking van de bedrijven langs de provinciale weg wordt extra aandacht gevraagd voor de vormgeving van de “representatieve achtergevels” van de aangrenzende bedrijven. De gevels bepalen immers de sfeer van het KBP gezien vanaf de provinciale weg en zorgen voor levendigheid en uitstraling aan deze zijde. In de paragraaf beeldkwaliteit wordt nader ingegaan op dit aspect.

De Kapelweg en de Eerselsedijk gaan een belangrijke rol spelen in het bovenlokale recreatieve fietsnetwerk en als voetpad. Ter hoogte van de twee knooppunten nabij de bedrijven wordt voorzien in een oost-westverbinding, de Kapelweg en de Eerselsedijk blijven doorgaande fietsstructuren. De functie van het bestaande viaduct over de A67 blijft ongewijzigd en kan door fietsers (naast het gemotoriseerd verkeer) worden benut om de zuidelijk gelegen bosgebieden te bereiken. De noodzaak van fietsvoorzieningen langs de nieuwe provinciale weg (tussen de fietspaden van de N284 en het noordelijke knooppunt van het KBP) wordt nog onderzocht in samenwerking met de provincie. Hetzelfde geldt voor de beslissing om de kruising van de doorgaande fietsroute Kapelweg met de nieuwe provinciale weg al dan niet ongelijkvloers te maken, overeenkomstig de kruising van het zuidelijke fietspad van de huidige N284 met de nieuwe provinciale weg. De studie van de provincie met een dynamisch verkeersmodel zal hiervoor informatie aanleveren. Op de bestaande provinciale weg is een busverbinding aanwezig. In de verdere planuitwerking van het KBP en de provinciale weg zal in overleg met de provincie en de vervoerders worden nagegaan of een (nieuwe) bushalte langs de provinciale weg kan worden geplaatst (bijvoorbeeld nabij het knooppunt van het nieuwe deel van de provinciale weg).

Infrastructuur
7

8

Verkaveling
Inleiding Het middelste deel van het plangebied bestaat uit een zestal compacte Bedrijven. De bedrijven worden omzoomd door nieuw bos, langs de Ganzestraat, de Pan en het bestaande bos van de Plaatse. Ter plaatse van de bestaande verbindingen, de Eerselsedijk en de Kapelweg, wordt dit deelgebied doorsneden dan wel omzoomd door bosstroken. Het meest zuidelijke deel van de bedrijven wordt gevormd door een compact bosgebied, waar in het hart van het bosgebied ruimte is geboden voor een “open” plek met bedrijven. Uitgangspunten • 65 tot 70 ha uitgeefbaar terrein; • Kavelgrootte van de bedrijfskavels is tenminste 5.000 m²; • Vestiging van bedrijven uit categorie 3 en 4; • Clustering van de bedrijven per bedrijfstype; • Bedrijfstypen met een relatief grote verkeersproductie van en naar de snelweg aan de zuidzijde van het terrein; • Bedrijfstypen met een relatief grote verkeersproductie van en naar de kernen aan de noordzijde van het terrein; • Bedrijfstypen met relatief hoge milieucategorie op afstand van de woonbebouwing; • Geen stankgevoelige bedrijven binnen de aanduiding “cumulatieve stankcirkel’; • Hoogte van de gebouwen is minimaal 7 meter en maximaal 16 meter, waarbij de maximale hoogtemaat voor de bedrijfskavels grenzend aan Kapelweg, Ganzestraat en de Pan op 9 meter wordt gesteld over een breedte van circa 100 meter tot de Eerselsedijk, gerekend vanaf de buitenste bestemmingsgrens; • Intensief en duurzaam ruimtegebruik, bebouwingspercentage is minimaal 50%; • De bedrijven richten zich of op de provinciale weg of op de interne ontsluitingsstructuur en niet naar de A67; • Rekening houden met de afwatering van het terrein naar de waterberging. Voorlopig resultaat De bedrijven maken onderdeel uit van het grootste deelgebied van het KBP. Het boskader vormt de groene rand rondom de bedrijven. De bedrijven zelf hebben een industrieel karakter, het groen beperkt zich tot de haagbeplanting in het openbaar gebied en de groene invulling van de buitenruimte. Dit deel van het KBP is onderverdeeld in drie gedeelten, die van elkaar zijn gescheiden door een groene bufferzone. Het bedrijvenpark kent een intensief ruimtegebruik (verhouding openbaar gebied en uitgeefbaar gebied). Het terrein wordt ontsloten vanaf de provinciale weg door middel van twee knooppunten, ter hoogte van de groenstroken (langs Kapelweg en Eerselsedijk). Vanaf de twee knooppunten worden de bedrijven bereikt door middel van een interne ontsluitingsstructuur. Hierbij wordt het deelgebied in een tweetal zones verdeeld, een representatieve zone langs de provinciale weg en het overige deel. De kavels langs de provinciale weg zijn bijzonder, een zichtlocatie vanaf de provinciale weg en een entree vanaf de interne ontsluitingsstructuur. Bedrijven die zich hier willen vestigen zijn bereid extra aandacht te besteden aan deze gevelzijde. De gevel vormt hier het visitekaartje van het bedrijf. De kavels langs de interne ontsluitingsstructuur grenzen met de achterzijde naar de groene zone, mooie uitloopgebieden voor de werknemers! De groenzones vragen hier om extra aandacht te besteden in de vormgeving van de scheiding private kavel met dit openbare gebied. De verdeling van de kavels is ingevuld conform de huidige marktvraag, waarbij een invulling gegeven is voor het terrein in variërende kavelgroottes van 5.000 m² en groter. Naast de variatie in kavelgroottes is ook de ligging van de kavels divers. Het meest zuidelijk deel voorziet in een bosrijke entree komend vanaf de A67. Het zicht vanaf de A67 wordt gevormd door bos; er zal geen zichtlocatie langs de snelweg ontstaan. In dit deel zijn mogelijkheden voor een beperkt aantal bedrijfskavels. De bedrijven die zich gaan vestigen bestaan uit grote kavels (groter dan 5.000 m²). Een compact “stedelijk” cluster (monoliet) in een groene setting vormt het karakter van dit deel. Waar mogelijk wordt het clusteren van bedrijfskavels gestimuleerd. Verkaveling
9

Advies van de werkgroep • Een flexibele verkaveling staat hoog in het vaandel, waarbij de kavelgrootte aangepast kan worden aan de marktvraag.

10

Intensief ruimtegebruik
Inleiding Intensief ruimtegebruik op nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen staat hoog in het vaandel bij zowel de provincie als de gemeente. Langdurig braakliggende terreinen zijn vanuit deze optiek niet meer acceptabel. Naast het bedrijventerreinniveau zal ook op kavelniveau worden toegewerkt naar zuinig ruimtegebruik. Uitgangspunten • Minimale kavelmaat 5.000 m²; • Combineren van inritten; • Gezamenlijke rangeerhoven; • Gezamenlijke parkeerplaatsen; • Kleine representatieve ruimten integreren in de bedrijfshal; • Gezamenlijkheid in 1 bouwvolume; • Stapelen van functies; • Meerlaags bouwen, verplichten voor zover type bedrijvigheid en/of specifieke functies dit toelaten; • Bevorderen van ondergronds bouwen voor geschikte bedrijfsfuncties, zoals opslag en parkeren; • Schakelen van bedrijfsgebouwen stimuleren, waarbij aandacht gevraagd wordt voor juridische regeling, brandveiligheid en bereikbaarheid voor brandweer en calamiteitdiensten in uitwerkingsplannen. De bebouwing kan met het naburig perceel aaneengebouwd worden (vrije doorrijdhoogte voor de brandweer is 4.5 meter) mits het architectonisch één geheel vormt en de bereikbaarheid voor brandweer en hulpdiensten tijdens calamiteiten gewaarborgd is; • Handel en dienstverlening: 65-85% bebouwingspercentage; • Industrie: 60-85% bebouwingspercentage; • Transport en distributie: 50-70% bebouwingspercentage. Advies van de werkgroep • Er moet een balans gevonden worden tussen de realistische wensen van de ondernemers en het duurzaam maatschappelijke belang; • De toets van de normen op kavelniveau is van groot belang om inzicht te krijgen in de inrichting van de kavel; • Een aparte regeling voor de transportsector is wenselijk ten aanzien van parkeren en laden & lossen; • Gevraagd wordt om praktijkgerichte ideeën op te doen op reeds gerealiseerde terreinen in de vorm van een excursie; • Intensief ruimtegebruik kan leiden tot een vermindering van het bebouwingspercentage; • Formuleren van een tijdpad voor de realisatie van het vereiste bebouwingspercentage per bedrijfscategorie, mede in relatie tot duurzaam ruimtegebruik; • Het onderzoeken van subsidiemogelijkheden op het gebied van duurzaam ruimtegebruik. Voorlopig resultaat In de werkgroep is dit thema ruim aan bod geweest, om de eisen die gesteld worden aan intensief ruimtegebruik te toetsen aan de wensen van de toekomstige gebruikers en de realisatiemogelijkheden van deze normen. Voor een aantal kavels zijn deze uitgangspunten uitgewerkt, waarbij rekening gehouden is met de normen die gesteld worden vanuit de beeldkwaliteit, de parkeernormen en de te verwachten laad & los bewegingen per bedrijfsvorm. De volgende bladzijden laten in tabelvorm zien wat de benodigde ruimtes zijn voor de verschillende functies en de verbeelding hiervan in een aantal concrete uitwerkingen. De voorbeelden hebben betrekking op twee verschillende kavelgroottes van ca. 10.000 m2 en 15.000 m2. De kavels van ca. 10.000 m2 zijn gelegen langs de provinciale weg. De kavels van ca. 15.000 m2 zijn gelegen langs de groenzone. Voor deze normen wordt verder verwezen naar de betreffende hoofdstukken beeldkwaliteit en parkeren. Intensief ruimtegebruik
11

De volgende uitgangspunten worden gehanteerd: • Voorgevelrooilijn op 16 meter afstand tot voorste perceelgrens; • Minimaal 50% van de voorgevel in de voorgevelrooilijn; • Minimaal 30% van de voorgevel is representatief.

12

Kavelgrootte ca. 11.600 m2

13

14

Kavelgrootte ca. 15.000 m2

15

16

Parkeren
Inleiding In het kader van intensief ruimtegebruik dienen de ondernemers het parkeren op eigen terrein op te lossen. Voor de verschillende bedrijfsvormen worden afzonderlijke parkeernormen gesteld. Uitgangspunten • Parkeren van auto’s en vrachtauto’s vindt niet in het openbaar gebied plaats, maar op eigen terrein, of op hiervoor gezamenlijke parkeervoorzieningen; • De inrichting van het openbaar gebied maakt het parkeren in het openbaar gebied onmogelijk; • Voor het lang parkeren van vrachtauto’s wordt een locatie aangewezen op het KBP. Advies van de werkgroep • Parkeren op eigen terrein, waarbij gezamenlijk parkeren tot de mogelijkheden behoort; • Geen beperkingen opleggen voor de locatie van het parkeren; • Handhaving van het parkeerverbod in het openbaar gebied; • De mogelijkheden om op een andere manier te parkeren in gestapelde vorm of halfverdiept/verdiept is bij de ondernemers bekend en behoort ook tot de mogelijkheden bij de nadere uitwerking; • De verantwoordelijkheid ligt bij de ondernemer om rekening te houden met toekomstige uitbreiding van gebouw en parkeerbehoefte, waarbij de andere manieren van parkeren (gestapeld, verdiept en halfverdiept) bekend zijn; • Overwegen om een ruimte in het openbaar gebied te reserveren voor collectieve parkeerplaatsen bij toekomstige parkeerproblemen, dit zal naast een ruimtelijke overweging, ook een kostenoverweging zijn, met consequenties voor het uitgeefbaar terrein. Voorlopig resultaat Tijdens de werkgroep zijn een viertal parkeeroplossingen belicht, te weten: • Parkeren op eigen terrein; • Parkeren op eigen terrein en collectief parkeren op privé terrein; • Parkeren op eigen terrein en collectief parkeren in het openbaar gebied; • Niet parkeren op eigen terrein. De voorkeur gaat uit om te parkeren op eigen terrein. De keuze berust op de volgende criteria: • Er kan maatwerk geleverd worden op de private kavel; • De bezoekers en personeel kunnen bij het bedrijf parkeren; • Parkeren op eigen terrein is veilig en komt ook de sociale veiligheid ten goede, waarbij geen lange afstanden afgelegd hoeven te worden naar de auto; • Parkeren op eigen terrein bevordert het intensief ruimtegebruik; • De ondernemers zijn verantwoordelijk voor eigen beheer en onderhoud. Bij de inrichting van de private kavel dient rekening gehouden te worden met een efficiënte kavelindeling en een veranderende parkeerbehoefte. Om een grote parkeerbehoefte op de private kavel niet ten koste te laten gaan van andere ruimtevragende functies wordt het halfverdiept, verdiept en het stapelen van parkeren gestimuleerd. Het parkeren in de bermen wordt onmogelijk gemaakt door middel van speciaal geprofileerde trottoirbanden.

17

Parkeren

Geïntegreerde bouwvolumes

Oriëntatie bedrijven

Voorgevelrooilijn
16 meter

18

Beeldkwaliteit
Gelet op de doelstellingen van het bestemmingsplan en het toekomstige uitwerkingsplan is het bewaken van de samenhang van de verschillende planonderdelen onderling en de relatie met de bestaande situatie van groot belang. Beeldkwaliteit is een aanvullend instrument naast het bestemmingsplan en uitwerkingsplan, dat als een intermediair wordt gebruikt tussen het stedenbouwkundige en het architectonische niveau. De beeldkwaliteit maakt onderdeel uit van het uitwerkingsplan. De beeldkwaliteit wordt door de gemeente vastgesteld en zal fungeren als toetsingskader voor de gemeente en de adviescommissie Welstandszorg voor de bouwvergunningsaanvragen voor deze locatie. Beeldkwaliteit is voor welstand een houvast om individuele bouwplannen te toetsen in relatie tot het grotere stedenbouwkundige geheel. Tevens zal de adviescommissie Welstandszorg inspirerend, meedenkend, coördinerend en sturend zijn. In de beeldkwaliteit wordt onderscheid gemaakt in bouwstenen voor de private kavels en bouwstenen voor het openbaar gebied. Bouwstenen voor de private kavels Bedrijvenkavels De verwachte bouwmassa’s, die voortkomen uit de vereiste bebouwingspercentages, vragen om extra aandacht bij de invulling van de private kavels. Immers de kavels vormen samen het KBP en bepalen het karakter van het totale park. Om rust en orde in deze compactheid te krijgen, is het belangrijk dat de kavels en de bedrijfsgebouwen goed bruikbaar en indeelbaar zijn en dat het geheel ook verzorgd en ordelijk is. Dit komt ten goede aan de totale uitstraling van het bedrijvenpark. Geïntegreerd bouwvolume De vereiste bebouwingspercentages op het bedrijvenpark vertalen zich in grote bebouwde vlakken op de percelen. De activiteiten zoals het laden & lossen en het parkeren vinden plaats op het overige deel van het terrein. Functionaliteit en robuustheid zijn leidend voor de bebouwde en onbebouwde delen. Een bedrijfsgebouw bestaat uit twee functionele delen, een bedrijfshal en een kantoordeel of representatief deel. Qua uitstraling kunnen deze twee delen ruimtelijk anders zijn. De bedrijfsvoering in de hallen is bepalend voor de efficiënte en compacte vorm, wat zich vaak vertaald in een “gesloten” doosvormige ruimte. Het kantoordeel bestaat vaak uit het meest “open” deel van het bedrijf en vormt vaak ook het visitekaartje van het bedrijf. Hier wordt ook veelal de entree ondergebracht. Om rust en regelmaat op het bedrijvenpark te krijgen en aan te sluiten op de uitgangspunten van intensief ruimtegebruik, wordt voorgesteld het kantoor- en bedrijfsdeel te integreren in 1 volume. Bij de kantoordelen of andere representatieve delen kunnen de bedrijven zich van elkaar onderscheiden door hier een eigenzinnige vorm, kleur of materiaalgebruik toe te passen. Zowel de bedrijfshal als het kantoordeel dienen onderling wel in harmonie te zijn. Deze harmonie vertaalt zich in een goede verhouding van deze twee functionele ruimtes. De grootschaligheid op het bedrijvenpark vraagt ook in de uiterlijke verschijningsvorm van de bebouwing om robuuste vormen. Oriëntatie bedrijven De bedrijven manifesteren zich met de voorzijde (representatieve gevel) naar de openbare weg. Bij hoeksituaties wordt een tweezijdige oriëntatie nagestreefd om te voorkomen dat blinde gevels grenzen aan het openbaar gebied. In de representatieve zone langs de provinciale weg oriënteren de bedrijven zich ook naar de provinciale weg. Aan de voorzijde en provinciale wegzijde worden bij voorkeur de meest representatieve functies ondergebracht, zoals het kantoor, receptie en andere functies die belangrijk zijn in de herkenbaarheid van het bedrijf (bijvoorbeeld de reproruimte van een drukkerij, showroom, of waar productieprocessen te zien zijn). Deze functies zorgen immers voor levendigheid en voor een goede presentatie van het bedrijf aan de openbare weg. Rooilijnen Het straatbeeld wordt voornamelijk bepaald door de positie van de bouwblokken op de percelen. Hierbij spelen hoogtes en ritmiek van de bebouwing een belangrijke rol. Door eisen te stellen aan de positie van de bouwblokken ten opzichte van de kavelgrenzen levert dit rust, orde en uniformiteit op voor het totale straatbeeld. De voorgevelrooilijn van de bouwblokken ligt op 16 meter vanuit de voorste kavelgrens (grens openbaar gebied - private kavel). Deze maat is gebaseerd op een parkeer- en manoeuvreerstrook en een eventuele tuininrichting. Bij een eventuele teruglegging van het kantoordeel, of het representatieve deel van de gevel, wordt over de gehele teruglegging het dak doorgezet, waarbij de verticale projectie van de uiterste daklijn in de voorgevelrooilijn staat. De afstand tot de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen moet minimaal 5 meter zijn, waarbij de toegankelijkheid van het totale perceel (voor brandweer en calamiteitendiensten) gewaarborgd blijft. Bij hoeksituaties staan gebouwen in beide (voorgevel)rooilijnen, waarbij het gebouw eventuele krommingen in het wegprofiel volgt. Hierdoor worden restruimtes zoveel mogelijk voorkomen. Tevens kunnen hoeken op deze plekken worden geaccentueerd. In de representatieve zones langs de provinciale weg wordt een vaste “achtergevelrooilijn” voorgesteld van 0 meter vanaf de achterste kavelgrens liggend aan de zijde van de provinciale weg. Buitenopslag is in deze zone niet toegestaan of dient te worden afgeschermd door een wand die één geheel vormt met het bedrijfspand.

19

Beeldkwaliteit

Architectuur

Dakvorm

Materiaalgebruik
20

Architectuur Architectuur speelt een belangrijke rol in de bedrijfsfilosofie en uitstraling van een bedrijf, oftewel het is het visitekaartje van het bedrijf. Een specifieke architectuur maakt het bedrijf echter gevoelig voor bedrijfswisselingen of verandering van presentatie/visie van het bedrijf. Verschillende architectuurstijlen op een bedrijvenpark leveren ook een onrustig beeld op voor het totale terrein. Voor het hele bedrijvenpark wordt een hoogwaardige uniforme architectuur voorgesteld die bijdraagt aan de realisatie van een eenduidig en tijdsbestendig bedrijvenpark. Functionaliteit speelt een belangrijke rol op het KBP en de architectuur ondersteunt dit gegeven, dit komt tot uidrukking in: • Een eenduidige bouwstijl: modern, robuust en zakelijk. Het toepassen van klassieke elementen of neostijl (zoals zuilen, ornamenten) zijn niet toegestaan. Onder modern wordt verstaan, het toepassen van huidige materialen en conform de huidige moderne en zakelijke architectuuropvattingen; • Een eenduidige compacte vorm voor gebouwen die zich vertaald in een strakke contour. Bij een compact gebouw moet een gebouw worden voorgesteld dat weinig in- of uitstulpingen kent, zoals uitbouwen en dat geen extreme verschillen in de hoogte, breedte en diepte heeft. Bij de bebouwing van het bedrijvenpark wordt gestreefd naar een evenwicht tussen variatie en samenhang, en tussen collectiviteit en individualiteit. Individualiteit in architectuur moet mogelijk zijn, zolang het terrein als geheel één harmonieuze, evenwichtige uitstraling behoudt (eenheid in verscheidenheid). Dakvorm De dakvorm van alle bedrijven is eenduidig en heeft een platte vorm. Kapconstructies behoren niet tot de mogelijkheden.

Materiaal- en kleurgebruik Het toepassen van een eenduidig materialenpalet zorgt voor een eenheid binnen de grote verscheidenheid aan bedrijven. Materiaalgebruik bedrijfshal Voor de bedrijfshallen wordt als materialisering een metaalafwerking voorgesteld. De gevel van de bedrijfshal wordt bij voorkeur uitgevoerd in metaal. Het relatief gesloten karakter van de hal, vraagt om extra aandacht aan de uitstraling hiervan. Tot de mogelijkheden behoren bijvoorbeeld het aanbrengen van textuur, het toepassen van een afwijkend materiaal, het transparant maken van een deel van de hal (waar werkzaamheden te zien zijn of producten worden getoond), het opnemen van reclame in de gevel of door juist een verticale of horizontale geleding in de gevel aan te brengen. Materiaalgebruik kantoordeel De kantoordelen hebben een rol in de individuele presentatie van het bedrijf. De uitvoering van het kantoordeel en het representatieve deel, kan afwijkend zijn in materiaal en kleur om de individuele herkenbaarheid van een bedrijf tot uitdrukking te laten komen. Het materiaalgebruik mag afwijken van de bedrijfshal. Voorop staat echter dat het materiaalgebruik aansluit op de algehele hoogwaardige architectuur van het bedrijvenpark. Stoerheid, zakelijkheid en functionaliteit staan hoog in het vaandel. Het toepassen van hout, staal en glas worden hierbij aanbevolen. Voorgesteld wordt om een kleurenpalet van grijstinten voor te schrijven voor de bedrijfshallen. Accenten en reclame uitingen kunnen in een afwijkende kleur toegepast worden, mits dit geen afbreuk doet aan het totaalbeeld. Het kantoorgedeelte kan in een afwijkende kleur uitgevoerd worden.

21

Beeldkwaliteit

Reclame

Laden en lossen

Buitenopslag
22

Reclame Herkenbaarheid en vindbaarheid. Twee voor bedrijven belangrijke reclameaspecten. Een overvloed aan reclame-uitingen doet snel afbreuk aan de totale uitstraling van een terrein en aan de vindbaarheid van het bedrijf. De kracht van reclame ligt in de beperking. De spelregels voor reclame-uitingen zijn: • Één naamsaanduiding per gebouw, uitgezonderd hoeksituaties representatieve gevel langs de provinciale weg; • Reclame alleen aan en niet op gevels. Reclame-uiting als verbindingsstuk tussen twee samenhangende gebouw(del)en is toegestaan, zolang de uiting niet verder komt dan de voorzijde van de gevels; • De naamsaanduiding is een losse grafische toevoeging, die architectuur, gevelindeling en ritmering van ramen en wanden niet mag verstoren, maar juist wel kan versterken; • Vrijstaande reclameobjecten zijn niet toegestaan; • De reclame-uitingen maken onderdeel uit van het totaalontwerp van het bedrijf. De plek en de grootte van de reclame-uitingen dienen in de bouwtekeningen (ten behoeve van de bouwvergunning) te worden aangegeven, teneinde een beoordeling door de adviescommissie Welstandszorg mogelijk te maken. Laden & lossen In het kader van verkeersveiligheid, overzichtelijkheid en rust op het KBP dient het laden & lossen plaats te vinden op eigen terrein, achter de voorgevelrooilijn. Het frequent laden en lossen geschiedt bij voorkeur aan de zij- en achterkanten. In het kader van intensief ruimtegebruik wordt het laden & lossen in gezamenlijke rangeerhoven aanbevolen.

Buitenopslag Buitenopslag is uitsluitend toegestaan achter de voorgevelrooilijn. De buitenopslag mag in geen geval zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte. Bij kavels grenzend aan het landelijke gebied wordt bijzondere aandacht gevraagd aan deze grens. De opslag dient ofwel bouwkundig afgeschermd te worden, als onderdeel van het bedrijf (verlenging van het gebouw), of door een schanskorf (open stalen korfconstructie gevuld met steen), of een aarden wal aan de zijde van het landelijk gebied. De buitenopslag mag niet boven de afscherming uitsteken. Verder moet kleinschalige opslag zoveel mogelijk intern worden opgelost, zodat een rommelig beeld wordt voorkomen. Extra aandacht moet worden besteed aan de kavels grenzend aan de provinciale weg. De bebouwing krijgt hier een representatief uiterlijk en ook de strook tussen de bebouwing en de provinciale weg moet een representatief karakter krijgen. Buitenopslag wordt alleen toegestaan, bij een adequate bouwkundige afscherming. In geen geval mag de buitenopslag boven de wand uitsteken. Hekwerken Eventuele hekwerken worden achter de voorgevelrooilijn, of in het verlengde van de rooilijn geplaatst met een hoogte van maximaal 2 meter. Voor de voorgevelrooilijn wordt bij voorkeur geen hekwerk geplaatst. Bij uiterste noodzaak mag het hekwerk voor de voorgevelrooilijn maximaal 1 meter hoog zijn, bij voorkeur achter een haagbeuk. Verticale spijlhekwerken (met vierkante spijlen) worden voorgesteld in signaalzwart (RAL 9004).

23

Beeldkwaliteit

Dakopbouw

Fietsenstalling

Doelbeelden
24

Inritten Per bedrijfskavel mogen maximaal 3 inritten worden toegepast, waarbij een scheiding gemaakt kan worden in gebruik (vracht- en autoverkeer). Indien mogelijk, kunnen twee bedrijfskavels gebruik maken van één gezamenlijke inrit. Dit draagt bij aan het principe van intensief ruimtegebruik en komt ten goede aan de verkeersveiligheid. Dakopbouwen, masten, antennes en andere objecten Eventuele dakconstructies voor ventilatie, masten, antennes en andere noodzakelijke objecten mogen niet boven het dak of de dakrand uitsteken. De objecten moeten in de bouwmassa worden geïntegreerd en vanaf de openbare weg niet zichtbaar zijn. De gevels moeten worden vrij gehouden van uitstekende objecten, met uitzondering van de voorgestelde lichtarmaturen en eventuele bewakingscamera’s. Voorterrein De ruimte voor de voorgevelrooilijn, het voorterrein, is de “formele” ruimte van de bedrijfskavel. Het voorterrein kan als parkeerruimte worden ingevuld of een tuininrichting krijgen. Het laden & lossen wordt niet toegestaan op het voorterrein. Voorgesteld wordt om haagbeplanting toe te passen als scheiding tussen privaat en openbaar gebied. De haag zal in het openbaar gebied worden geplant. Achter deze haag kan, op privaat terrein, het parkeren plaatsvinden waardoor de geparkeerde auto’s deels verscholen gaan achter een haag. Eventuele hekwerken (maximaal 1 meter) kunnen voor de voorgevelrooilijn worden geplaatst. Bij de invulling van het voorterrein moet rekening worden gehouden met de maat en schaal van de bebouwing en het perceel in relatie tot de toe te passen groenelementen. Ook hier geldt: een robuuste inrichting bestaande uit krachtige groenelementen en geen “snipperelementen”, aansluitend op het voorgestelde groenassortiment in het openbaar gebied. Aanbevolen wordt om de inrichting van de voorruimte in onderling overleg te doen en bijvoorbeeld gezamenlijke parkeerterreinen te realiseren. De ondernemer wordt verplicht om de bouwplannen vergezeld te doen van inrichtingsplannen.

Parkeren Parkeren gebeurt op eigen terrein. Daar waar mogelijk worden gecombineerde parkeerplaatsen met een naastgelegen bedrijf gestimuleerd. In het kader van zorgvuldig ruimtegebruik kan, waar mogelijk, worden gedacht om het parkeren in het gebouw op te nemen (onder, in of op), of in geclusterde vorm met een aangrenzend bedrijfsgebouw of op een gemeenschappelijk achterterrein. Fietsvoorzieningen Fietsvoorzieningen worden op eigen terrein ondergebracht. Indien een overdekte fietsvoorziening wordt geplaatst, dient deze aan te sluiten bij de totale architectuur van het bedrijf. Transformatorhuizen De transformatorhuizen mogen geen afbreuk doen aan het gebruik van de openbare ruimte of een belemmering vormen in zichtlijnen. De transformatorhuizen sluiten qua architectuur aan op het totale architectuurbeeld van het plangebied. Transformatorhuizen krijgen dezelfde metaalbeplating en detaillering als de bedrijfshallen. Facilitypoint Binnen de bedrijven wordt de mogelijkheid geboden om een facilitypoint een plek te geven, als onderdeel van de bedrijven. Onderscheid kan gemaakt worden in verzorgende/dienstverlenende facilitypoint en een technische facilitypoint. De verzorgende/dienstverlenende facilitypoint kan als onderdeel van een bedrijfsverzamelgebouw worden vormgegeven, waardoor meerdere functies in één gebouw worden ondergebracht. Gedacht kan worden aan horecafuncties, kinderopvangmogelijkheden, kantoren, vergaderfaciliteiten, sportfaciliteiten, centrale beveiligingsfuncties, baliefuncties etc. Een technische facilitypoint kan meer gericht zijn op vervoersfuncties, zoals een tankstation en een servicestation voor vrachtwagens.

25

Beeldkwaliteit

26

Bouwstenen voor het openbaar gebied Het openbaar gebied is het gezamenlijke visitekaartje van het bedrijvenpark. Het openbaar gebied wordt minimalistisch (sober en doelmatig) en functioneel ingericht. Hieronder volgen de handreikingen voor het openbaar gebied om te komen tot een kwalitatief hoogwaardige inrichting en gebruik. Bestratingsmateriaal Het voorstel is om vanwege een gewenste samenhang in het gebied de bestrating van de ontsluitingswegen in een uniform materiaal en kleur te houden. Afwijkend hiervan zijn de oost-west gerichte ontsluitingswegen naar de bedrijven aan de strips in het noordelijk deel. In het algemeen wordt uitgegaan van asfalt, een verharding die voor een bedrijvenpark functionaliteit uitstraalt. Rijbaan: asfalt kleur: antraciet Fietsstrook: asfalt met deklaag kleur: roodtint Rijbaan(Strip) keiformaat keperverband kleur: mangaan Inritten: keiformaat keperverband kleur: mangaan LVV: asfalt kleur: antraciet Er wordt niet toegestaan in het openbaar gebied te parkeren. Vandaar dat gekozen wordt om de ontsluitingswegen te voorzien van een opsluitband die dat fysiek tegengaat. Verlichting Voor de verlichting van het bedrijvenpark wordt uitgegaan van een uniforme, functionele verlichting. De lichtpunthoogte ligt tussen de 8,00 en 12,00 m. Bewegwijzering Voor het bedrijvenpark wordt een uniform bewegwijzeringssysteem voorgesteld. Vooral in het noordelijk deel van de Strips is, om veel zoekverkeer tegen te gaan, een duidelijk systeem noodzakelijk. Hagen Het voorstel is om een haag te planten in het openbare gebied. Deze haag wordt tegen het eventueel te plaatsen hekwerk aangeplant op openbaar gebied. Ook hier is het wenselijk een eenduidige soort aan te wijzen.

Advies van de werkgroep • Aandacht wordt gevraagd om goede uitgangspunten te hanteren voor het goed kunnen toepassen van installaties op het dak, zonder dat dit ten koste gaat van de functionele en of ruimtelijke kwaliteit van het gebouw. Waarbij de installaties vanaf de weg uit het zicht zijn; • Het kleurenpalet moet volop mogelijkheden geven om de eigen identiteit van het bedrijf te kunnen presenteren. De kleur moet aanvullend zijn en niet overheersend, waarbij “schreeuwende” kleuren niet tot de mogelijkheden behoren; • Indien vanuit de bedrijfsfilosofie twee reclame uitingen wenselijk zijn moet dit mogelijk zijn; • Gevraagd wordt om voor eenheid in beplanting op de private kavels te zorgen een assortiment van beplanting voor te stellen waar een keuze uit gemaakt kan worden; • De maximale hoogte van de hekwerken wordt te laag gevonden, 3 meter is een wenselijker maat. Om de definitieve maten te kunnen vaststellen dient het plan nog getoetst te worden aan het Keurmerk Veilig Ondernemen; • De maximale hoogte van de buitenopslag zal nog getoetst worden op de daarvoor geldende milieuvoorwaarden.

27

Beeldkwaliteit

28

Water en groen
Inleiding water Het accent van het watersysteem ligt op het scheiden van vuil en schoon water en het vasthouden van het schone water. Onderscheid kan gemaakt worden in het bedrijven deel tussen de Kapelweg en de Eerselsedijk en het zuidelijke deel ten zuiden van de Eerselsedijk. Het regenwater van daken en wegen in de noordelijke bedrijven wordt via regenwaterriolering naar een buffer in het noordelijke werk-woonbos geleid. Dit gebeurt via een bodempassage die zorgt voor een waterkwaliteitsverbetering van het afstromende regenwater. Aan de oost- en westzijde van het plangebied wordt een greppel gerealiseerd die zorgdraagt voor de afvoer van regenwater van de daken van de aangrenzende bedrijven. Dit regenwater is relatief schoon en wordt rechtstreeks naar de buffer in het werk-woonbos geleid. In de buffer wordt het water opgevangen en kan het infiltreren of vertraagd afstromen richting het Wagenbroeks Loopje. Ten zuiden van de Eerselsedijk bestaat het plangebied uit bos, met geconcentreerd in het bos ruimte voor bedrijven. Dit deel van het plangebied kent goede mogelijkheden voor infiltratie. Het regenwater dat op het verhard oppervlak valt, wordt rechtstreeks of via een regenwaterriolering naar een retentievoorziening middenin het bedrijvenpark geleid. Van daaruit kan het water infiltreren. De voorziening bestaat voor een gedeelte uit open water dat ook dienst kan doen als bluswatervoorziening. Het andere gedeelte van de retentievoorziening betreft een groene laagte die bij hevige regenval onder water kan lopen. Het zuidelijke bedrijven functioneert gescheiden van de rest van het plangebied, met andere woorden: al het regenwater wordt verzameld in de vijver en er vindt geen afvoer plaats naar de overige delen van het plangebied. Hierdoor wordt het grondwater zoveel mogelijk aangevuld, wat een positieve invloed zal hebben op kwel in de omgeving. Provinciale weg Langs de provinciale weg komt aan beide zijden een watergang te liggen. Via de berm van de weg stroomt het regenwater naar die watergangen en vanuit die watergangen wordt het water naar de buffer in het werk-woonbos geleid. De greppels langs het gedeelte van de weg in het zuidelijke deel monden uit in de retentievoorziening in dit plandeel. Ecologische watergang Aan de westzijde van het plangebied wordt een groenzone van circa 50 meter gerealiseerd. Hier komt een klein slingerend beekje met een “ecologische” functie. De watergang vervangt het Wagenbroeks Loopje. De waterloop wordt net als het Wagenbroeks Loopje in de huidige situatie gevoed door kwel en is daardoor jaarrond watervoerend. Rondom de watergang kan zich kwelafhankelijke natuur ontwikkelen. Bluswatervoorzieningen Zowel bij de noordelijke als de zuidelijke regenwaterbuffer wordt een klein gedeelte (circa 3000 m2) als permanent open water vorm gegeven. Dit permanente open water is zo gedimensioneerd dat er altijd voldoende water is om het water als bluswater te gebruiken.

29

Water en groen

30

Inleiding groen Het KBP wordt begrensd en doorsneden door landschappelijke bos- en natuurzones. Deze geven het terrein vanaf de buitenzijde en vanaf de bestaande wegen in het plangebied een groen karakter. De belangrijkste elementen hierin zijn het Werk-woonbos (in het noorden) en het zuidelijk deel van de bedrijven. Deze bos- en natuurgebieden vormen de entrees van het bedrijvenpark en zorgen ervoor dat het bedrijvenpark het karakter krijgt van een “bedrijvenpark in het groen”. Het bos- en natuurkader vormen een robuust ecologisch netwerk in plaats van verspreid liggend snippergroen. Naast de aanwezige, te handhaven bos- en natuurgebieden bestaat het groene kader uit nieuwe bosgebieden. Hiertoe worden stroken langs bestaande wegen in het plangebied opgebost. Deze elementen zorgen, samen met de brede bos- en natuurgebieden, voor een heldere (landschappelijke) geleding en compartimentering van het plangebied. De entree van het zuidelijke bedrijvenpark bestaat uit een compact bosgebied, waarin, als een open plek, de bedrijven liggen. Om het boskarakter te versterken, worden de bosranden zoveel mogelijk tot aan de weg doorgetrokken. De omringende beboste ruimte bedraagt minimaal 50 meter langs de snelweg tot 130 meter in aansluiting op het oostelijk gelegen aansluitende bos-gebied. Centraal in het plangebied ligt het intensief bebouwde deel van het bedrijvenpark. Het ligt ingebed tussen de bestaande verbindingen Eerselsedijk en Kapelweg. Deze verbindingen worden voorzien van brede bosstroken van 40 tot 70 meter. waarmede het visueel-ruimtelijk van de beide andere werkgebieden gescheiden wordt. Aan de westzijde, grenzend aan de Ganzestraat/De Pan wordt het bedrijvenpark in het aangrenzende landbouwgebied opgenomen door een 50 meter brede groenzone. Deze strook wordt ingericht als een natuurlijke laagte.

Samen met de reeds aanwezige provinciale weg- en erfbeplantingen zorgen opgaande beplantingen binnen deze strook voor een groene inbedding van de bedrijfsgebouwen. Aan de oostzijde zorgt het aangrenzende bosgebied voor een natuurlijke afsluiting. Centraal door het bedrijvenpark loopt een 30 meter brede groenzone van oost naar west waarmee het centrale bedrijventerrein een compartimentering krijgt, passend in de gewenste schaalgrootte van het gebied. Voorgesteld wordt om binnen het plangebied bos te ontwikkelen dat aansluit op de bestaande bosgebied van De Donksbergen en indirect de Cartierheide ten zuiden van de A67. Feitelijk wordt het gehele bedrijvenpark omzoomd door bos en struweel. Advies van de werkgroep • Het zicht op het EHS bosje vanaf de Ganzestraat vergroten door de groenzone horizontaal door te trekken; • De heer Roxs vraagt om de groenstrook langs de Ganzestraat en de Pan ter hoogte van Ganzestraat nummer 33 en de kruising Dalem/De Pan te verbreden, om hierbij het zicht op de bedrijven vanaf de Ganzestraat hiermee te verzachten.

31

Water en groen

32

Veiligheid
Inleiding Bij de ontwikkeling van het KBP wordt de procedure van het Keurmerk Veilig Ondernemen gevolgd. Het KVO maakt het mogelijk om door middel van een stappenplan gestructureerd maatregelen te treffen voor de veiligheid op bedrijventerreinen (criminaliteitspreventie- aanpak als brandveiligheid). Doel van het keurmerk is om bedrijventerreinen als geheel veilig te maken. Het KVO wordt geconcretiseerd in het op te stellen uitwerkingsplan van het KBP, de uitgifte en het parkmanagement (collectieve beveiliging is onderdeel van het verplicht af te nemen basispakket). In dat kader zal ook overleg met de hulpdiensten plaatsvinden. Aspecten die hierbij aan de orde komen zijn: beheersbaarheid, bereikbaarheid, bluswatervoorziening en zelfredzaamheid. Met deze maatregelen worden de verschillende veiligheidsaspecten op het KBP optimaal gewaarborgd. Uitgangspunten • Bij de ontwikkeling van het KBP wordt de procedure van het Keurmerk Veilig Ondernemen gevolgd; • Op de private kavel dient rekening gehouden te worden met de eisen die gesteld zijn door de brandweer; • De private kavel dient langs de randen toegankelijk te zijn voor de brandweer, waarbij een zone van 5 meter vrij moet blijven van bebouwing of obstakels. Indien gekozen wordt voor een schakeling van het bedrijfsgebouw met een naastgelegen bedrijf dient rekening gehouden te worden met een 60 minuten brandwerende wand; • In het zuidelijke deel van de bedrijven wordt rekening gehouden met de inpassing van een bluswatervoorziening; • In het bestemmingsplan is rekening gehouden met interne- en externe milieuzonering, waarbij categorie 3 en 4 bedrijven direct toegelaten zijn. Categorie 2 en 5 kunnen middels een vrijstelling mogelijk gemaakt worden; • Voor REVI (Regeling externe veiligheid inrichtingen) bedrijven is een kwantitatieve risico-analyse verplicht; • De risicocontouren van de bedrijven bevinden zich binnen de kavelgrenzen. Advies van de werkgroep • Gevraagd wordt of er rekening gehouden wordt met een eventuele landingsplaats voor een traumahelicopter; • Aandacht wordt gevraagd voor het parkeren van vrachtwagens met gevaarlijke stoffen.

33

Veiligheid

34

Stedenbouwkundige schets

Dalem

str anze G

aat

an eP D

Provinciale weg

Kapel

A6

7

Ee sed rsel ijk

weg

35

Stedenbouwkundige schets

36

Colofon
Opdrachtgever: Bestuur gemeenschappelijke regeling Kempisch Bedrijvenpark Teksten Claudia Terlou Afbeeldingen en foto’s Grontmij Projectnummer 196624/R002 Grafische vormgeving Wiel Keijsers maart 2007

37

Colofon

Grontmij Eindhoven Zernikestraat 17 5612 HZ Eindhoven Postbus 1265 5602 BG Eindhoven T 040 265 12 11 F 040 244 37 97