Netverklaring 2006

op basis van de Spoorwegwet (Stb. 2003, 264) uitgave d.d. 29 juni 2005

Colofon Auteur Tekstredactie Kenmerk Versie Datum Bestand Goedgekeurd ProRail Renske Postma, tekstbureau Met Andere W oorden RnT/St/02.14.01/111/20523780 1.0 definitief 29 juni 2005 netverklaring ja

Inhoud
1 Algemene informatie 5

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8 1.9 1.10
2

Inleiding Doel Wettelijk kader Juridische status Structuur van de Netverklaring Geldigheid en wijzigingen Verspreiding Contactadres nadere informatie Begrippenlijst Internationale samenwerking
Toegangsvoorwaarden

5 6 6 6 8 8 9 9 9 9
11

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
3

Juridisch kader Vereisten voor toegang Toegangsovereenkomst en Algemene voorwaarden Eisen met betrekking tot spoorvoertuigen Eisen met betrekking tot bedrijfsvoering en personeel Eisen met betrekking tot informatielevering
De spoorweginfrastructuur

11 11 12 13 14 15
16

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8
4

Algemene opmerkingen Beheergebied Kenmerken van de railinfrastructuur van de hoofdspoorwegen Gebruiksbeperkingen Voorzieningen Betrouwbaarheid, beschikbaarheid en operationele kwaliteit van de infrastructuur Infra-ontwikkeling 2006 Infra-ontwikkeling lange termijn
Capaciteitsverdeling

16 16 17 20 24 25 26 26
28

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8
5

Publiekrechtelijk kader Procesbeschrijving Schema voor aanvraag en capaciteitsverdeling Stappen in het capaciteitsverdelingsproces Capaciteit t.b.v. werkzaamheden Niet-gebruikte capaciteit Buitengewoon Vervoer en Buiten-Profiel-vervoer Bediening en bijsturingsmaatregelen
Te contracteren dienstverlening

28 29 31 32 36 37 37 38
40

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

Kader Dienstenpakket 1: Basistoegangspakket Dienstenpakket 2: toegang tot voorzieningen Dienstenpakket 3: aanvullende diensten Dienstenpakket 4: ondersteunende diensten Studies en andere diensten Kaderovereenkomsten

40 40 41 42 43 43 44

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 2

6

Gebruiksvergoeding

45

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6

Wettelijk kader Gebruiksvergoedingenstelsel Tarieven Toeslagen, kortingen en compensatie Facturering Prestatieregeling

45 45 47 48 49 49

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 3

Overzicht van bijlagen bij de Netverklaring 2006
bijlage bijlage bijlage bijlage bijlage bijlage bijlage bijlage bijlage bijlage bijlage bijlage bijlage bijlage bijlage bijlage bijlage bijlage bijlage bijlage bijlage bijlage bijlage bijlage bijlage bijlage bijlage bijlage 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 algemene overzichtskaart lijst van begrippen consultatie model-Toegangsovereenkomst en Algemene Voorwaarden klachten- en geschillenregelingen vervoer- en bedrijfsvergunningen uitvoeringsregelingen standaardoverzichten treindienstafwikkeling specificatie van rapportages baanvakken met verkeers- of vervoersbeperkingen capaciteitsbeslag i.v.m. onderhoudsrooster prognose van verkeershinder door nieuwbouw- of vernieuwingswerkzaamheden aan of nabij de infrastructuur in 2006 infrastructuurprojecten en -studies informatie omtrent niet-hoofdspoorwegen omgrenzingsprofielen per baanvak aslasten en tonmetergewichten geïnstalleerde beveiligingssystemen baanvaksnelheden geëlektrificeerde baanvakken; bovenleidingsspanning beweegbare spoorbruggen perronlengte openbare laad- en losplaatsen tankinstallaties procedures capaciteitsverdeling dienstregelingsontwerpnormen overbelaste infrastructuur aanvraagformulieren dienstregelingsontwerp data van RNE/FTE-conferenties t.b.v. afstemming grensoverschrijdende dienstregelingen 2006 internationale goederentreinpadencatalogus gebruiksvergoedingen; stationsclassificatie

bijlage 29 bijlage 30

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 4

1 Algemene informatie
1.1 Inleiding
De Minister van Verkeer en Waterstaat heeft aan ProRail een concessie verleend voor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur. ProRail is daarmee belast met het beheer van de hoofdspoorwegen in Nederland en de daarbij behorende spoorweginfrastructuur. Het beheer door ProRail omvat volgens artikel 16 van de Spoorwegwet de zorg voor: - de kwaliteit, de betrouwbaarheid en de beschikbaarheid van de infrastructuur; - een eerlijke, niet-discriminerende verdeling van de capaciteit van de infrastructuur, zowel ten 1 behoeve van ProRail als ten behoeve van spoorwegondernemingen en andere gerechtigden ; - het leiden van het verkeer over de infrastructuur. In opdracht van derden voert ProRail bovendien werkzaamheden uit die samenhangen met deze beheertaken of met mobiliteitsvraagstukken in bredere zin. ProRail stelt zich bij alle werkzaamheden ten doel: - te zorgen voor voldoende, betrouwbare en veilige spoorweginfrastructuur, die in goede staat verkeert en geschikt is voor het gebruik waarvoor zij bestemd is en die veilig en doelmatig bereden kan worden zonder overmatige slijtage aan spoorvoertuigen; - passende treinpaden en andere gebruiksmogelijkheden beschikbaar te stellen aan gerechtigden, via capaciteitsverdeling en verkeersleiding; - transfercapaciteit in stations en informatie over het spoorverkeer te leveren; - de risico’s te analyseren die verbonden zijn met het gebruik en het beheer van de spoorweginfrastructuur en passende maatregelen te nemen om die risico’s voldoende te beheersen; - als partner in de spoorwegbranche mee te werken aan het oplossen van bestaande en toekomstige mobiliteitsvraagstukken. De Raad van Bestuur van ProRail heeft uitgangspunten vastgesteld voor de werkwijze van ProRail. De uitgangspunten zijn beschreven in de Algemene Verklaring van Beleidsuitgangspunten van ProRail. Hiertoe behoren onder meer de volgende uitgangspunten. ProRail verricht al haar werkzaamheden op een transparante en maatschappelijk verantwoorde wijze, met gemotiveerde en professionele medewerkers. ProRail is een integere partner die de rechtmatige belangen van zakelijke relaties, medewerkers en derden respecteert. ProRail gaat zorgvuldig om met informatie over spoorwegondernemingen en andere gerechtigden en hun bedrijfsactiviteiten. Gegevens die door spoorwegondernemingen en andere gerechtigden beschikbaar zijn gesteld, gebruikt ProRail alleen voor het doel waarvoor ze gevraagd en beschikbaar gesteld zijn. ProRail stelt commerciële gegevens en andere informatie over spoorwegondernemingen en andere gerechtigden niet ter beschikking aan anderen, tenzij ProRail daar wettelijk toe verplicht is. Daar waar het handelen van ProRail niet voor alle gerechtigden dezelfde uitwerking heeft, hanteert ProRail steeds principes van non-discriminatie, transparantie en toetsbaarheid. Met de publicatie van de Netverklaring wil ProRail de transparantie van haar handelen vergroten. De spoorwegondernemingen die van de Nederlandse spoorweginfrastructuur gebruik maken en andere betrokken gerechtigden zijn uitgenodigd om commentaar te geven op een concept van de Netverklaring 2006. In bijlage 3 zijn de ontvangen reacties opgenomen en is aangegeven op welke wijze het commentaar is verwerkt. ProRail streeft ernaar om de inhoud en de presentatie van de Netverklaring ieder jaar verder te verbeteren. Ook na het verschijnen van de Netverklaring 2006 worden voorstellen voor verbeteringen of aanvullingen dan ook zeer op prijs gesteld.

1

Onder gerechtigden worden in deze Netverklaring al diegenen verstaan die volgens de Spoorwegwet een Toegangsovereenkomst met ProRail kunnen sluiten; zie Spoorwegwet artikel 57. blad 5

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

1.2 Doel
De Netverklaring 2006 bevat informatie die spoorwegondernemingen en andere gerechtigden nodig hebben voor de toegang tot en het gebruik van spoorweginfrastructuur en om capaciteit op die infrastructuur aan te vragen. De informatie betreft de spoorwegen die ProRail beheert en de daartoe behorende spoorweginfrastructuur.

1.3 Wettelijk kader
De Netverklaring 2006 is gebaseerd op de Spoorwegwet2 en daarop aansluitende lagere regelgeving. De Netverklaring houdt uitsluitend rekening met regelgeving die officieel bekendgemaakt is en die op de dag van de uitgave van deze Netverklaring 2006 in werking is getreden of waarvan de datum van inwerkingtreding op de dag van de uitgave van deze Netverklaring 2006 juridisch bindend vaststaat. De Netverklaring 2006 loopt niet vooruit op wet- en regelgeving die nog in ontwikkeling is.
Verklaring met betrekking tot de uitgavedatum
3

De Spoorwegwet bepaalt dat de Netverklaring telkens tenminste 4 maanden vóór de sluitingsdatum voor aanvragen voor infrastructuurcapaciteit t.b.v. de jaardienstregeling moet worden bekendgemaakt. De sluitingsdatum voor de indiening van capaciteitsaanvragen in de jaardienstregeling 2006 is -onder de toen van kracht zijnde wetgeving- bekendgemaakt op 29 november 2004, en vastgesteld op 27 juli 2005. Gegeven de termijn waarop de bekendmaking van de lagere regelgeving bij de Spoorwegwet plaatsvond (december 2004) en gegeven het vereiste van zorgvuldige overleg met gerechtigden kon de definitieve uitgave van deze Netverklaring 2006 ondanks een voortvarende aanpak niet plaatsvinden binnen de thans door de wet voorgeschreven termijn.

1.4 Juridische status
ProRail4 is een besloten vennootschap naar Nederlands recht. Aandeelhouder is de Staat der Nederlanden (via Railinfratrust BV).
1.4.1 Algemene opmerkingen

De Netverklaring 2006 is een netverklaring zoals bedoeld in artikel 58 van de Spoorwegwet. Overeenkomstig dit artikel heeft ProRail de Netverklaring 2006 opgesteld en uitgegeven na overleg met de betrokken gerechtigden (zie bijlage 3).
5 De Minister van Verkeer en Waterstaat heeft ProRail een Beheerconcessie verleend zoals bedoeld in artikel 16 van de Spoorwegwet. Op grond van deze Beheerconcessie voert ProRail met ingang van 1 januari 2005 als enige het beheer van de hoofdspoorwegen en de daartoe behorende spoorweginfrastructuur uit. Op basis van een beschikking van de Minister van Verkeer en Waterstaat beheert ProRail bovendien een aantal voorzieningen die samenhangen met het spoorverkeer. De door ProRail beheerde spoorwegen en voorzieningen zijn omschreven in paragraaf 3.2.

In de Netverklaring worden rechten en verplichtingen genoemd van zowel gerechtigden als van ProRail. Gerechtigde en ProRail leggen deze rechten en verplichtingen contractueel vast in een Toegangsovereenkomst. Daarnaast gelden rechten of verplichtingen die voortvloeien uit publiekrechtelijke regelingen.

2

Spoorwegwet, wet van 23 april 2003 houdende nieuwe algemene regels over de aanleg, het beheer, de toegankelijkheid en het gebruik van spoorwegen alsmede over het verkeer over spoorwegen (Stb. 2003, 264) zoals nadien gewijzigd. De inwerkingtreding is bepaald bij Koninklijk Besluiten van 20 december 2004 (Stb. 2004, 723 en Stb. 2004, 741). 3 Spoorwegwet, artikel 58, derde lid, gewijzigd bij Wet BDU vervoer en verkeer, artikel 20, onderdeel D (Stb. 2005, 28); de inwerkingtreding is bepaald bij Koninklijk Besluit van 24 februari 2005 (Stb. 2005, 122). 4 ProRail BV, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Utrecht, onder nummer 30 124 359. 5 De Beheerconcessie is te raadplegen via www.prorail.nl, onder Vervoerders > Wettelijk kader.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 6

Gerechtigden die bij ProRail een aanvraag indienen voor capaciteit in de Jaardienstregeling 2006, conformeren zich daarmee aan de procedures voor de afhandeling van deze aanvraag die in de Netverklaring 2006 zijn weergegeven. Door de uitgave van de Netverklaring 2006 aanvaardt ProRail de verplichtingen van ProRail die in deze Netverklaring zijn genoemd. ProRail en de gerechtigde kunnen in de Toegangsovereenkomst afwijken van die verplichtingen als die verplichtingen niet voortvloeien uit publiekrechtelijke regelingen. De Netverklaring 2006 is goedgekeurd door de Raad van Bestuur van ProRail d.d. 28 juni 2005. De uitgave van de Netverklaring 2006 is bekendgemaakt in de Staatscourant en in het Nieuwsblad Transport. De Netverklaring is toegezonden aan de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). De Netverklaring 2006 is ook toegezonden aan de gerechtigden die ten tijde van de uitgave reeds een Toegangsovereenkomst met ProRail hadden gesloten.
1.4.2 Klachten, geschillen en conflictafhandeling

Klachten en geschillen over de Netverklaring 2006 kunnen worden voorgelegd aan de Raad van Bestuur van ProRail. Deze klachten en geschillen worden behandeld volgens de Algemene Klachtenen Geschillenregeling die in de Netverklaring is opgenomen (bijlage 5).
6 Conform de Spoorwegwet hebben gerechtigden die een Toegangsovereenkomst hebben gesloten het recht om de NMa schriftelijk te verzoeken een oordeel te geven over het gedrag van ProRail, ook als de Algemene Klachten- en Geschillenregeling van toepassing is. Alle (rechts)personen die overeenkomstig de Spoorwegwet gerechtigd zijn om een Toegangsovereenkomst of een kaderovereenkomst met ProRail te sluiten en alle andere belanghebbenden hebben het recht om de NMa te vragen om te onderzoeken of ProRail hen oneerlijk behandeld, gediscrimineerd of anderszins 7 benadeeld heeft . Klachten en geschillen over het verloop en de uitkomst van de capaciteitsverdeling worden door ProRail in behandeling genomen op basis van de Geschillenregeling Capaciteitsverdeling (bijlage 5). Klachten over het verloop en de uitkomst van capaciteitsverdeling op de hoofdspoorwegen in 8 Nederland worden ook behandeld door de NMa. De NMa is daartoe in de Spoorwegwet aangewezen als toezichthouder. Tegen de beslissingen van de NMa over een verzoek of een klacht is beroep mogelijk bij de bestuursrechter te Rotterdam. Meer informatie over de NMa is te vinden op www.nmanet.nl.

1.4.3

Aansprakelijkheid

ProRail heeft de Netverklaring 2006 naar beste weten en met grote zorgvuldigheid opgesteld. ProRail aanvaardt evenwel geen aansprakelijkheid voor schade die voortvloeit uit kennelijke fouten en drukfouten in de Netverklaring 2006 en andere documenten van ProRail. Voorzover afwijkingen bestaan of ontstaan tussen enerzijds gegevens of regelingen die onder de verantwoordelijkheid van een ander dan ProRail worden vastgesteld, en anderzijds de weergave daarvan in deze Netverklaring, prevaleren steeds de gegevens of regelingen zoals die door die ander worden vastgesteld. ProRail maakt in de Netverklaring wijzigingen in publiekrechtelijke regelingen bekend als die beperkingen kunnen opleveren voor het doorgaande treinverkeer en als die niet worden gepubliceerd in Staatscourant, Staatsblad of Tractatenblad. ProRail aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de schade die een spoorwegonderneming of een belanghebbende lijdt doordat ProRail wijzigingen in overige publiekrechtelijke regelingen niet, onvolledig, onjuist of niet tijdig bekend heeft gemaakt.

6 7

Spoorwegwet artikel 71 lid 2 (Stb. 2003, 264). Spoorwegwet artikel 71 lid 1. 8 Spoorwegwet artikel 70 lid 1.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 7

1.5 Structuur van de Netverklaring
De Netverklaring 2006 is opgesteld en uitgegeven in overeenstemming met de regels in de 9 Spoorwegwet en Richtlijn 2001/14/EG ; de hoofdstukindeling is afgestemd met beheerders van spoorweginfrastructuur in de andere lidstaten van de EG. ProRail heeft de Netverklaring opgesteld als een zelfstandig leesbaar document, dat de lezer ook zonder beschikbaarheid van onderliggende documenten de noodzakelijke informatie verschaft over de aard van de infrastructuur die voor spoorwegondernemingen beschikbaar is en over de voorwaarden voor toegang tot die infrastructuur. De Netverklaring bevat alle informatie die van belang is voor het beoordelen van de interoperabiliteit voor doorgaand treinverkeer. Voor de leesbaarheid zijn in de Netverklaring ook regelingen genoemd die voortvloeien uit wettelijke bepalingen of die deel uitmaken van de Algemene Voorwaarden Toegangsovereenkomst; zoveel mogelijk is daarbij een verwijzing naar de bron opgenomen.

1.6 Geldigheid en wijzigingen
Deze Netverklaring 2006 geeft informatie over: - de functionaliteit en beschikbaarheid van de infrastructuur; - de voorwaarden voor toegang tot en gebruik van de infrastructuur; - de voorschriften en criteria voor capaciteitsverdeling; - de tarieven van de gebruiksvergoedingen en de tariferingsbeginselen. De Netverklaring gaat over de spoorweginfrastructuur die ProRail beheert. De informatie in de Netverklaring 2006 is van toepassing op de toegang tot en het gebruik van de infrastructuur in de Jaardienstregelingsperiode 2006 en op de behandeling van capaciteitsaanvragen ten behoeve van die periode. De Jaardienstregelingsperiode 2006 loopt vanaf zondag 11 december 2005 tot en met zaterdag 9 december 2006. Deze data zijn vastgesteld volgens de bepalingen van de Richtlijn 2001/14/EG. Gegevens in de Netverklaring 2006 die betrekking hebben op de periode na 9 december 2006 zijn indicatief. Bij verschillen tussen de Nederlandstalige en de Engelstalige uitgave van deze Netverklaring is de Nederlandstalige uitgave bindend.
Aanvullingen en wijzigingen

Het kan zijn dat deze Netverklaring tussentijds moet worden gewijzigd, als gevolg van nieuwe wet- of regelgeving, wijzigingen in de Beheerconcessie, een gerechtelijke of arbitrale uitspraak of een uitspraak van de NMa. ProRail meldt tussentijdse wijzigingen schriftelijk aan de gerechtigden die op basis van deze Netverklaring een Toegangsovereenkomst met ProRail hebben gesloten en voegt daar een voorstel voor wijziging bij. ProRail stelt dit voorstel op met inachtneming van de redelijke belangen van de gerechtigden en spant zich in om nadelige gevolgen van de wijziging zoveel als mogelijk te beperken. Als de gerechtigden niet instemmen met de voorgestelde wijziging heeft ProRail het recht de voorgestelde wijziging eenzijdig vast te stellen. In spoedeisende gevallen kan het voorstel tot wijziging en overleg achterwege blijven. De tussentijdse wijzigingen zullen door ProRail als Aanvulling op de Netverklaring 2006 worden gepubliceerd. Aanvullingen op de Netverklaring worden toegezonden aan de gerechtigden die een Toegangsovereenkomst met ProRail hebben gesloten en aan de NMa; de publicatie van een Aanvulling wordt ook bekendgemaakt in de Staatscourant en in het Nieuwsblad Transport. De Netverklaring en de daarop vastgestelde Aanvullingen zijn ook steeds te raadplegen op de internetsite van ProRail, www.prorail.nl. ProRail streeft voortdurend naar verbetering van de dienstverlening. Veel procedures die in deze Netverklaring zijn omschreven zijn daarom onderwerp van voortgaand overleg met belanghebbenden.
9

Richtlijn 2001/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2001 inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede de veiligheidscertificering (PbEG L75 van 15 maart 2001). blad 8

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

Resultaten van dit overleg worden na consultatie van de gerechtigden ingevoegd in de Netverklaringen van komende jaren.
Verschillen met voorgaande uitgave

De Netverklaring 2006 wijkt op de volgende onderdelen af van de Netverklaring 2005: - aanpassing van het wettelijke en institutionele kader als gevolg van de invoering van de nieuwe Spoorwegwet; de ingrijpende wijzigingen die hiermee verband houden werken ook door in de voorwaarden voor toegang, de tariferingsbeginselen en de procedures voor de capaciteitsverdeling; - vermelding van het in dienst stellen van het systeem GSM-R voor de draadloze veiligheidscommunicatie met de treindienstleiding en de aankondiging van het buiten dienst stellen van het systeem Telerail; - actualisatie van gegevens over planning en uitvoering van projecten voor aanleg en onderhoud van infrastructuur.

1.7 Verspreiding
De Netverklaring 2006 is kosteloos te downloaden van de internetsite van ProRail (www.prorail.nl) zowel in een Nederlandstalige en in een Engelstalige versie. Ook eventuele Aanvullingen op de Netverklaring 2006 zijn op deze site te raadplegen.

1.8 Contactadres nadere informatie
ProRail verstrekt spoorwegondernemingen en andere gerechtigden op verzoek gaarne nadere informatie over de onderwerpen die in de Netverklaring 2006 aan de orde komen. U kunt zich daarvoor wenden tot ProRail op het onderstaande adres. Postadres: ProRail BV, t.a.v. Capaciteitsmanagement Postbus 2101 3500 GC Utrecht Bezoekadres: Moreelsepark 3 3511 EP Utrecht e-mail: netverklaring@prorail.nl internet: www.prorail.nl

1.9 Begrippenlijst
In bijlage 2 is een lijst opgenomen met verklaringen van specifieke begrippen die in deze Netverklaring gebruikt worden.

1.10

Internationale samenwerking

ProRail heeft samenwerkingsafspraken gemaakt met de beheerders van aangrenzende buitenlandse spoorwegnetten: de zogenaamde grensbaanvakovereenkomsten. De grensbaanvakovereenkomsten bevatten afspraken over de regeling en afstemming van het doorgaande treinverkeer op de grensoverschrijdende baanvakken. Deze afspraken gaan onder meer over de uitwisseling van informatie over de afwikkeling van grensoverschrijdend verkeer, de melding van storingen en incidenten in het grensgebied en de daarop te nemen maatregelen en over het afstemmen van werkzaamheden aan de infrastructuur die het verkeer in het aangrenzende spoorwegnet beïnvloeden. De regelingen bevatten ook onderdelen die van belang zijn voor spoorwegondernemingen die het grensbaanvak berijden (zie desbetreffende Bevoegdheidsregeling ‘Lokale Bedrijfsregels’). De beheerders informeren elkaar periodiek over voorgenomen werkzaamheden die naar hun oordeel tijdelijke omleiding of ingrijpende wijziging van de dienstregeling van het grensoverschrijdende verkeer noodzakelijk maken. De beheerders lichten betrokken spoorwegondernemingen in over werkzaamheden op het aangrenzende spoorwegnet. Zonodig stemmen zij de werkzaamheden aan

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 9

weerszijde van de grens op elkaar af. Bijzonderheden over deze afstemming zijn opgenomen in de diverse Generieke Operationele Regelingen voor de capaciteitsverdeling. ProRail participeert in een internationaal consortium dat het Europese verkeersleidingssysteem ‘Europtirails’ ontwikkelt. Het systeem wordt volgens planning rond de jaarwisseling 2005/2006 in gebruik genomen met een prototype voor de corridor Rotterdam-Milaan. ProRail participeert in RailNetEurope, een samenwerkingsverband van 23 beheerders van spoorweginfrastructuur in Europa. Binnen RailNetEurope stemmen de betrokken beheerders de capaciteitsverdeling voor grensoverschrijdende treindiensten af. Daartoe organiseert RailNetEurope jaarlijks een serie conferenties, in overleg met het internationale samenwerkingsverband van spoorwegondernemingen Forum Train Europe. RailNetEurope stelt de data vast waarop deze conferenties worden gehouden, rekening houdend met de verschillende planningscycli. De planning van de conferenties over het dienstregelingsjaar 2006 is opgenomen in bijlage 28. De deelnemers van RailNetEurope hebben een netwerk opgezet van zogenaamde One-Stop-Shops, om te voldoen aan de samenwerkingsverplichtingen van artikel 15 van de Richtlijn 2001/14/EG. De One-Stop-Shop-formule houdt in dat spoorwegondernemingen een aanvraag voor een internationaal treinpad kan indienen bij de infrabeheerder in het vertrekland. De betreffende infrabeheerder, de One-Stop-Shop, coördineert vervolgens het gehele traject van de capaciteitsverdeling op het internationale pad. Een spoorwegonderneming die een aanvraag via de One-StopShop-formule heeft ingediend, blijft wel verplicht om ProRail (en eventuele andere beheerders van spoorweginfrastructuur) de operationele gegevens van de trein te geven voordat die vertrekt. De One-Stop-Shop die door een klant wordt benaderd zal: - informatie geven over het geheel van producten en diensten die de infrabeheerders kunnen aanbieden; - alle informatie verstrekken die benodigd is voor toegang tot en gebruik van de infrastructuur van de infrabeheerders die in RailNetEurope deelnemen; - aanvragen in behandeling nemen voor elk internationaal treinpad binnen het gebied van de partners in RailNetEurope; - ervoor zorgdragen dat tijdens de jaarlijkse conferentie van “Forum Train Europe” naar behoren rekening wordt gehouden met de capaciteitsaanvraag van de klant; - treinpaden voor het gehele internationale traject aanbieden; - ondersteuning bieden bij het verkrijgen van de toegangsovereenkomsten; - ondersteuning bieden bij de facturering en betalingsafhandeling. U kunt contact opnemen met de One-Stop-Shop van ProRail via ProRail CM / One-Stop-Shop: Postadres: Postbus 2101 3500 GC Utrecht Bezoekadres: Moreelsepark 3 3511 EP Utrecht telefoon: 030 235 9322 fax: 030 235 9474 e-mail: oss@prorail.nl internet: www.prorail.nl; www.railneteurope.com

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 10

2 Toegangsvoorwaarden
2.1 Juridisch kader
De Spoorwegwet biedt het juridisch kader voor de toegang tot de spoorwegen en de verwerving van capaciteitsrechten. De wet onderscheidt de groep ‘gerechtigden tot het sluiten van een toegangsovereenkomst’ (in deze Netverklaring steeds aangeduid als ‘gerechtigden’). Binnen deze groep onderscheidt de wet de categorie ‘spoorwegondernemingen die recht van toegang tot de hoofdspoorwegen hebben’. In deze Netverklaring wordt met het begrip ‘spoorwegonderneming’ steeds bedoeld een (rechts)persoon die: 11 - spoorwegonderneming is in de zin van de Spoorwegwet ; 12 - houder is van een geldige bedrijfsvergunning of een daarmee gelijkgesteld document ; 13 - houder is van een geldig veiligheidsattest of een proefattest ; - overeenkomstig de wettelijke bepalingen verzekerd is tegen risico’s in verband met de wettelijke 14 aansprakelijkheid .
10

2.2 Vereisten voor toegang
Toegangsovereenkomst De toegang tot en het gebruik van de hoofdspoorwegen door spoorvoertuigen is op grond van de Spoorwegwet15 uitsluitend toegestaan als ProRail en de spoorwegonderneming een Toegangsovereenkomst hebben gesloten. De spoorwegonderneming die op basis van de Toegangsovereenkomst deelneemt aan het verkeer met spoorvoertuigen op de hoofdspoorwegen moet beschikken over een geldige bedrijfsvergunning en een veiligheidsattest of proefattest en verzekerd zijn tegen risico’s in verband met de wettelijke aansprakelijkheid. Voorwaarde is dat de voorschriften en beperkingen die bij de vergunning, het veiligheidsattest en de verzekering gelden, de voorgenomen verkeersdeelname toelaten. ProRail wijst erop dat voor het leveren van vervoerdiensten per spoor wettelijke voorschriften gelden, die zijn samengevat in bijlage 6; deze bijlage geeft ook informatie over de verschillende typen bedrijfsvergunningen met bijbehorende vereisten. Capaciteitsovereenkomst Naast spoorwegondernemingen kunnen ook andere categorieën van (rechts)personen een Toegangsovereenkomst met ProRail aangaan; hun Toegangsovereenkomst legt echter alleen de capaciteit vast waar zij aanspraak op kunnen maken en geeft geen recht op toegang tot of gebruik van de spoorweginfrastructuur. Een dergelijke beperkte Toegangsovereenkomst wordt aangeduid als een Capaciteitsovereenkomst. 16 De volgende categorieën van (rechts)personen zijn gerechtigd tot een Capaciteitsovereenkomst : - ondernemingen die een bedrijfsvergunning hebben aangevraagd; - verleners van concessies voor openbaar vervoer per trein; - iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die tegenover ProRail aantoont dat hij om commerciële redenen belang heeft bij de verwerving van capaciteit voor het doen vervoeren van lading door middel van spoorvervoerdiensten.

10 11 12 13 14 15 16

Spoorwegwet, artikel 27 en artikel 57. Spoorwegwet, artikel 1 onderdeel f. Spoorwegwet, artikel 28 en 30; de bedrijfsvergunning wordt afgegeven door de Inspectie Verkeer en Waterstaat. Spoorwegwet, artikel 32 t/m 34; het attest wordt afgegeven door de Inspectie Verkeer en Waterstaat. Spoorwegwet, artikel 55. Spoorwegwet, artikel 27 lid 2. Spoorwegwet, artikel 57, in combinatie met: Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur, artikel 2.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 11

2.3 Toegangsovereenkomst en Algemene voorwaarden
De Netverklaring is civielrechtelijk gezien het aanbod van ProRail aan gerechtigden voor de toegang tot en het gebruik van de door ProRail beheerde spoorwegen en daaraan verwante dienstverlening door ProRail. De diensten die de spoorwegonderneming op basis van de Netverklaring van ProRail wil afnemen, leggen ProRail en de spoorwegonderneming vast in de door de Spoorwegwet voorgeschreven Toegangsovereenkomst. Een Toegangsovereenkomst omvat ook bepalingen over de gebruiksvergoeding en over de capaciteit waarop de spoorwegonderneming een gebruiksrecht verwerft of kan verwerven. De modeltekst van een Toegangsovereenkomst met de daarbij behorende Algemene Voorwaarden is opgenomen in bijlage 4. Kwaliteit en prestaties 17 Op grond van de Spoorwegwet moet de Toegangsovereenkomst bepalingen bevatten over de kwaliteit van de hoofdspoorweginfrastructuur en het beheer daarvan. ProRail zal daartoe in de loop van het jaar 2005 met de gerechtigden in overleg treden met betrekking tot de in de Toegangsovereenkomst overeen te komen kwaliteiten en prestatieniveau’s van de hoofdspoorweginfrastructuur en het beheer daarvan. ProRail baseert zich in dit overleg op de in de Rijksbegroting 2005 neergelegde meerjarencijfers voor de aan ProRail te verlenen subsidie. ProRail moet uiterlijk op 1 september 2005 een Beheerplan en een daarop aansluitende subsidieaanvraag voor het kalenderjaar 2006 bij de Minister van Verkeer en Waterstaat indienen. Met betrekking tot kwaliteit en prestaties zal ProRail in dit Beheerplan en in de subsidieaanvraag de afspraken overnemen die gerechtigden en ProRail in het genoemde overleg maakten. Als het overleg op 1 september nog niet geleid heeft tot afspraken zal ProRail in elk geval de zienswijze van betrokkenen vermelden in het in te dienen Beheerplan. ProRail doet dit aanbod onder het voorbehoud van goedkeuring door de Minister van de relevante delen van het Beheerplan en het overeenkomstig de aanvraag verlenen van de subsidie. Capaciteitsovereenkomst De zakelijke verhoudingen tussen ProRail en een gerechtigde die uitsluitend capaciteitsrechten wil verwerven worden overeengekomen en vastgelegd in de tussen de gerechtigde en ProRail te sluiten Capaciteitsovereenkomst. De Capaciteitsovereenkomst met de daarbij behorende Algemene Voorwaarden wordt afgeleid van de model-Toegangsovereenkomst. Daarbij vervallen de bepalingen over het gebruik van de spoorweginfrastructuur en worden regelingen toegevoegd over de aanwijzing van de spoorwegonderneming die de overeengekomen capaciteit gaat benutten. Ook worden regelingen toegevoegd over het vervallen van het capaciteitsrecht voorzover niet tijdig een spoorwegonderneming wordt aangewezen.
2.3.1 Pakketten van diensten

In overeenstemming met artikel 5 van Richtlijn 2001/14/EG biedt ProRail verschillende pakketten van diensten aan voor de toegang tot en het gebruik van de infrastructuur. Het Basistoegangspakket bevat alle diensten van ProRail die noodzakelijk zijn om deel te nemen aan het rijdend verkeer op de infrastructuur die door ProRail beheerd wordt. Alle spoorwegondernemingen die een Toegangsovereenkomst sluiten, hebben op gelijke voorwaarden recht op het volledige Basistoegangspakket. Gerechtigden die niet beschikken over een bedrijfsvergunning hebben in de Capaciteitsovereenkomst alleen recht op die onderdelen van het Basistoegangspakket die betrekking hebben op het aanvragen en verwerven van capaciteitsrechten. In aanvulling op het Basistoegangspakket biedt ProRail de spoorwegondernemingen ook andere diensten voor de toegang tot en gebruik van de infrastructuur aan: Toegang tot voorzieningen, Aanvullende diensten en Ondersteunende diensten. Hoofdstuk 5 van deze Netverklaring geeft nadere gedetailleerde informatie over de inhoud van de verschillende pakketten.

17

Spoorwegwet, artikel 59, lid 1.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 12

2.3.2

Uitvoeringsregelingen

Bevoegdheidsregelingen en Operationele Regelingen bevatten nadere regelingen tussen ProRail en de gerechtigden over de aanvraag en de verdeling van ad-hoccapaciteit, het gebruik van de infrastructuur en de regeling van het verkeer op werkniveau. Bevoegdheidsregelingen Bevoegdheidsregelingen zijn regelingen die ProRail opstelt en wijzigt na overleg met de gerechtigden (tenzij spoedeisend belang een dergelijk overleg onmogelijk maakt), en waarin ProRail weergeeft op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan een aan ProRail publiekrechtelijk toegekende bevoegdheid. Een Bevoegdheidsregeling kan locatiespecifieke regelingen omvatten (bijvoorbeeld per station) of periodiek te vernieuwen regelingen (bijvoorbeeld per Jaardienstregeling). Bevoegdheidsregelingen zijn geen onderdeel van de Netverklaring of van de Toegangsovereenkomst. Bevoegdheidsregelingen zijn op gelijke wijze voor alle gerechtigden van toepassing. Deze Netverklaring geeft in bijlage 7 een overzicht van de Bevoegdheidsregelingen. Operationele Regelingen Operationele Regelingen zijn regelingen op het raakvlak van de bedrijfsprocessen van ProRail en van spoorwegondernemingen die niet op een specifiek wettelijk voorschrift zijn gestoeld. Operationele Regelingen worden door ProRail en de gerechtigde in de Toegangsovereenkomst overeengekomen. Bij aanvulling of wijziging van Operationele Regelingen zijn de procedures voor wijzigingen van de Toegangsovereenkomst van toepassing. ProRail streeft ernaar om zoveel mogelijk gelijke regelingen overeen te komen met alle gerechtigden. Dit komt de transparante en non-discriminatoire behandeling van de gerechtigden te goede. Daarom zijn Generieke Operationele Regelingen opgesteld die voor alle gerechtigden van toepassing zijn. In aanvulling op een Generieke Operationele Regeling kan een Specifieke Operationele Regeling worden overeengekomen met afwijkende en/of aanvullende regelingen, zoals ondernemingsspecifieke bijlagen met gegevens van de betrokken spoorwegonderneming. Deze Netverklaring geeft in bijlage 7 een overzicht van de Generieke Operationele Regelingen. De Generieke Operationele Regelingen zijn geen onderdeel van de Netverklaring. 2.3.3 Toepassing van kaderovereenkomsten Kaderovereenkomsten zijn overeenkomsten tussen ProRail en een gerechtigde over capaciteitsafspraken voor meer dan één dienstregelingsjaar. De afspraken moeten voldoen aan de voorwaarden die genoemd zijn in artikel 60 van de Spoorwegwet. Zie verder paragraaf 5.7 van deze Netverklaring. 2.3.4 Overige diensten ProRail levert aan spoorwegondernemingen en aan anderen ook andere diensten die niet samenhangen met de toegang tot en het gebruik van de spoorweginfrastructuur. Deze diensten vallen buiten de werkingssfeer van de Toegangsovereenkomst of de Kaderovereenkomst. Paragraaf 5.6 bevat een indicatieve beschrijving van de overige diensten.

2.4 Eisen met betrekking tot spoorvoertuigen
Inzetcertificaat In Nederland is voor de inzet van een voertuig op een hoofdspoorweg een inzetcertificaat vereist, in aanvulling op het goedkeuringscertificaat of de EG-keuringsverklaring. Het inzetcertificaat wordt door de Minister (IVW) afgegeven. ProRail adviseert IVW waar en onder welke voorwaarden het voertuig 18 kan worden ingezet, in verband met compatibiliteitseisen . Op basis van dit advies kan de Minister een inzetcertificaat afgeven.

18

Spoorwegwet artikel 38.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 13

Aanvullende eisen ProRail 19 In de wet is omschreven welke onderzoeken moeten zijn uitgevoerd en aan welke eisen een voertuig daarbij moet voldoen om voor een EG-keuringsverklaring, een goedkeuringscertificaat en een 20 inzetcertificaat in aanmerking te komen. In de Toegangsovereenkomst stelt ProRail in aanvulling hierop voertuigtoelatingseisen die in de hiervoor genoemde onderzoeken buiten beschouwing zijn gebleven. Deze aanvullende eisen zijn voor ProRail onder meer van belang voor de uitvoering van wettelijke voorschriften of de Beheerconcessie. De aanvullende voertuigtoelatingseisen zijn opgenomen in de Generieke Operationele Regeling Milieubeheer, en hebben betrekking op de lekkage van vloeistoffen, in verband met bodembescherming; de in verband hiermee te stellen voertuigtoelatingseisen zijn alleen van toepassing voor de spoorvoertuigen waarmee de spoorwegonderneming gebruik maakt van opstel- en rangeersporen. Inzet van spoorvoertuigen Spoorwegondernemingen informeren ProRail over de inzetmogelijkheden en -beperkingen van de spoorvoertuigen die onder hun verantwoordelijkheid worden ingezet. Deze informatie kan voortvloeien uit het inzetcertificaat of uit andere overwegingen. De spoorwegondernemingen actualiseren de informatie regelmatig en leveren de informatie aan op een overzichtelijke manier die door ProRail wordt voorgeschreven. Spoorwegondernemingen nemen de nodige maatregelen om de naleving te waarborgen van de inzetbeperkingen die voorvloeien uit het inzetcertificaat en de inzetbeperkingen die door ProRail zijn gegeven. De spoorwegonderneming die een spoorvoertuig heeft aangebracht blijft na aankomst van het voertuig tegenover ProRail verantwoordelijk voor dat voertuig. Deze verantwoordelijkheid vervalt pas als een andere spoorwegonderneming dat voertuig heeft vervoerd of verplaatst, of aan ProRail heeft medegedeeld de verantwoordelijkheid voor het voertuig over te nemen. Onderhoudssysteem Het voertuig dat onder verantwoordelijkheid van de spoorwegonderneming wordt ingezet, moet opgenomen zijn in een onderhoudssysteem dat waarborgt dat het voertuig blijft voldoen aan de toelatingseisen en in verschillende rijdende en stationaire bedrijfstoestanden de omschreven omgevingsbelastende emissies niet overschrijdt. Voertuigidentificatiesysteem ProRail beveelt spoorwegondernemingen aan om spoorvoertuigen die van een eigen tractie-installatie zijn voorzien en die ook op andere baanvakken dan alleen de grensbaanvakken rijden uit te rusten met een baken voor automatische voertuigidentificatie. Een dergelijk baken kan door ProRail worden verstrekt.

2.5 Eisen met betrekking tot bedrijfsvoering en personeel
De spoorwegonderneming zorgt ervoor dat het personeel dat onder haar verantwoordelijkheid wordt ingezet, voldoende geïnstrueerd is over veiligheidsaspecten en de beheerste uitvoering van de bedrijfsprocessen, onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 3 § 5 van de Spoorwegwet. De spoorwegonderneming ziet erop toe dat (hulp)personen die onder haar verantwoordelijkheid werken, overeenkomstig de bepalingen van de Toegangsovereenkomst handelen en beschikken over een bewijs van toegang waaruit in ieder geval blijkt dat zij werkzaamheden uitvoeren uitvoeren in 21 opdracht van de spoorwegonderneming zoals bedoeld in de Spoorwegwet . De Toegangsovereenkomst kan regelingen bevatten over de rechtstreekse informatie-uitwisseling tussen ProRail en hulppersonen die door de spoorwegonderneming worden ingeschakeld. ProRail zal de spoorwegondernemingen erop aanspreken als bedrijfsprocessen die onder hun verantwoordelijkheid worden uitgevoerd onvoldoende worden beheerst en als daardoor het

19

Spoorwegwet artikel 47; Besluit keuring spoorvoertuigen (Stb. 2004 660); Regeling keuring spoorvoertuigen, (Stcrt 2004, 248). 20 Spoorwegwet artikel 36 lid 4. 21 Spoorwegwet artikel 22, lid 2, onderdeel d.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 14

doelmatige gebruik van de infrastructuur wordt belemmerd of schade en hinder ontstaat voor ProRail, het overige verkeer of de omgeving.

2.6 Eisen met betrekking tot informatielevering
De spoorwegonderneming verstrekt aan ProRail steeds de voor ProRail benodigde informatie over het gebruik van de infrastructuur. Tot deze informatie behoort: - de informatie die de spoorwegonderneming opneemt in capaciteitsaanvragen (aanvraaginformatie, bijlage 24); - de informatie die de spoorwegonderneming levert onmiddellijk voorafgaand en tijdens het feitelijk gebruik van de infrastructuur (operationele informatie, zoals te omschrijven in Generieke Operationele Regelingen, bijlage 7); - de informatie over het gerealiseerde gebruik, verkeer en vervoer in een tijdvak die de spoorwegonderneming na afloop van dat tijdvak levert (statistische informatie; bijlage 9). In de Toegangsovereenkomst kan worden overeengekomen, dat een spoorwegonderneming informatie die meerdere doelen dient slechts eenmaal hoeft aan te leveren.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 15

3 De spoorweginfrastructuur
3.1 Algemene opmerkingen
Dit hoofdstuk bevat een omschrijving van de functionele en technische kenmerken van de door ProRail beheerde spoorwegen en de daartoe behorende spoorweginfrastructuur. De omschrijving is van toepassing in het tijdvak vanaf zondag 12 december 2005 00.00 uur tot en met zaterdag 10 december 2006 24.00 uur. De omschrijving betreft die kenmerken van de infrastructuur die volgens de Europese Unie fundamenteel zijn voor de interoperabiliteit. ProRail verstrekt desgevraagd informatie over de overige functionele en technische kenmerken van de infrastructuur die van belang zijn voor het gebruik van de infrastructuur, waaronder ook informatie over gebruiks- en milieuvergunningen die aan ProRail zijn verleend. Onder de kopjes “Op aanvraag beschikbaar gestelde informatie” wordt verwezen naar detailinformatie waar in de praktijk vaak behoefte aan is, maar die zich niet leent voor weergave in de Netverklaring. De gebruiksmogelijkheden van de spoorweginfrastructuur kunnen plaatselijk of onder specifieke voorwaarden voor Buitengewoon Vervoer ruimer zijn dan in deze Netverklaring is omschreven. Ook daarover verstrekt ProRail op aanvraag inlichtingen. Voor het leveren van zulke inlichtingen gelden de vergoedingsregelingen zoals vastgelegd in de Toegangsovereenkomst. De hoofdspoorwegen voldoen aan de eisen over inrichting, uitrusting en technische eigenschappen zoals gesteld in artikel 6 van de Spoorwegwet. De hoofdspoorwegen voldoen ook aan de eisen over de interoperabiliteit van het conventionele Trans-Europese spoorwegsysteem zoals gesteld in artikel 8 van de Spoorwegwet. ProRail spant zich ervoor in om de technische en functionele kenmerken van de spoorwegen in overeenstemming te houden met de omschrijvingen in de Netverklaring 2006. Als ProRail de technische of functionele kenmerken wijzigt ten opzichte van de beschrijvingen in de Netverklaring 2006, verplicht zij zich de wijzigingen via Aanvullingen op de Netverklaring bekend te maken.

3.2 Beheergebied
Het spoorwegnet dat ProRail beheert en de aansluitingen daarvan op netten van andere beheerders, is op baanvakniveau gestileerd weergegeven in de netwerkoverzichtskaart in bijlage 1. Het door ProRail beheerde spoorwegnet omvat: 22 - de spoorwegen die in het Besluit aanwijzing hoofdspoorwegen als hoofdspoorwegen zijn aangewezen en waarvan het beheer bij concessie aan ProRail is opgedragen; - de infrastructurele voorzieningen die tot die hoofdspoorwegen behoren en die als spoorweginfrastructuur zijn aangewezen, zoals bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, van Verordening 23 (EEG) nr. 2598/70 ; - een aantal infrastructurele voorzieningen die met het verkeer op de hoofdspoorwegen zijn gerelateerd, waaronder de transferruimte in stations, tankinstallaties en fietsenstallingen; het beheer hiervan vindt plaats op basis van het Beheerplan en de daarop verleende subsidiebeschikking van de Minister van Verkeer en Waterstaat; - een aantal in onbruik geraakte spoorwegen, lokaalspoorwegen en stamlijnen, nader omschreven in bijlage 14. De sporen op bedrijfsterreinen en de sporen die de grens van het bedrijfsterrein verbinden met de hoofdspoorweginfrastructuur (de zogenaamde spooraansluitingen) vallen buiten het beheer van ProRail; verwijzingen naar informatie over deze sporen en de beheerder daarvan zijn eveneens opgenomen in bijlage 14.
Wijzigingen beheergebied

De Minister van Verkeer en Waterstaat heeft aangekondigd dat hij voornemens is om medio 2006 bij Koninklijk Besluit de status van hoofdspoorweg voor de baanvakken Den Haag Centraal - Rotterdam
22 23

Besluit aanwijzing hoofdspoorwegen (Stb. 2004, 722). Verordening (EEG) nr 2598/70 van de Europese Commissie van 18 december 1970 (PbEG L278).

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 16

Hofplein en Leidschendam-Voorburg/Aansluiting - Zoetermeerlijn (met nader te bepalen sporen te Den Haag Centraal) te beëindigen. De ingangsdatum van deze statusverandering zal nader bepaald worden. Met ingang van die datum eindigt van rechtswege het beheer dat ProRail op grond van de Beheerconcessie over die spoorweginfrastructuur voert. Met ingang van die datum geeft de met ProRail gesloten Toegangsovereenkomst ook geen recht meer op het gebruik van die spoorweginfrastructuur. De Minister van Verkeer en Waterstaat heeft voorts aangekondigd voornemens te zijn de HogeSnelheidsLijn Amsterdam-Rotterdam-grens België met ingang van een nader te bepalen datum bij Koninklijk Besluit aan te wijzen als hoofdspoorweg, waarmee deze spoorweg onder de beheerconcessie van ProRail komt te vallen. ProRail gaat ervan uit dat de HogeSnelheidsLijn (die ten tijde van de uitgave van deze Netverklaring niet tot het beheergebied van ProRail behoort) binnen het dienstregelingsjaar 2006 uitsluitend beschikbaar zal zijn voor test- en beproevingsdoeleinden, en niet voor regulier treinverkeer. Indien zal blijken dat nog tijdens het dienstregelingsjaar 2006 regulier treinverkeer over de HogeSnelheidsLijn mogelijk is zal ProRail dat met de nodige nadere informatie via een Aanvulling op de Netverklaring 2006 bekendmaken. ProRail gaat evenwel geen verplichtingen aan met betrekking tot de beschikbaarheid en het verkeersgebruik van de HogeSnelheidsLijn, tot het moment waarop ProRail het beheer van die lijn heeft aanvaard en alle noodzakelijke veiligheidsbewijzen en -goedkeuringen voor de nieuwe infrastructuur zijn afgegeven . Ten tijde van de uitgave van deze Netverklaring was nog onduidelijk, welke instantie aangewezen zou worden als beheerder van de Betuweroute.
Op aanvraag beschikbaar gestelde informatie:

-

de exacte ligging van de grenzen van het beheergebied van ProRail.

3.3 Kenmerken van de railinfrastructuur van de hoofdspoorwegen
Voor een volledig overzicht van de kenmerken van de infrastructuur, voorzover die bij of krachtens 24 wettelijk voorschrift zijn bepaald, wordt verwezen naar de Regeling hoofdspoorweginfrastructuur . De hieronder genoemde kenmerken van de hoofdspoorweginfrastructuur vormen een selectie uit die regeling. De selectie is gebaseerd op relevantie voor het verkeersgebruik. De selectie is aangevuld met gegevens uit andere voorschriften en met andere gegevens die ProRail in beheer heeft.
3.3.1 Geografische identificatie

Baanvakken - netwerkconfiguratie: zie bijlage 1; - standaard spoorwijdte: 1.435 mm; geen smalspoor- of breedspoorgedeelten; - afstanden tussen knooppunten (selectie): zie bijlage 1. Knooppunten - knooppunten in het spoorwegnet: zie bijlage 1; - namen van de belangrijkste knooppunten: zie bijlage 1. Grensovergangen en aansluitende netwerken - overgangspunten naar spoorweginfrastructuur van andere beheerders die openstaat voor openbaar verkeer: zie bijlage 1; - identificatie van beheerders van aansluitende spoorwegnetten: zie bijlage 1.
In onbruik geraakte baanvakken en sporen

ProRail beheert een aantal in onbruik geraakte spoorwegen, lokaalspoorwegen en stamlijnen. In afwachting van nadere besluitvorming heeft ProRail conserverende maatregelen getroffen om de onderhoudsbehoefte te minimaliseren. Spoorverkeer over deze spoorwegen is alleen mogelijk nadat ProRail reactiveringsmaatregelen heeft uitgevoerd (zie bijlage 14). Een niet-hoofdspoorweg/stamlijn wordt gedeactiveerd als er 10 jaar of meer geen verkeer heeft plaatsgevonden. ProRail maakt hiervan melding aan de Minister, na overleg met de spoorweg24

Regeling hoofdspoorweginfrastructuur (Stcrt. 2004, 248).

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 17

ondernemingen en gaat na toestemming over tot het buiten gebruik stellen van de aanwezige installaties. Het reactiveren gaat als volgt: honoreren van capaciteitsaanvraag, schouwen van de infrastructuur, in gebruik stellen van de installaties, plegen van achterstallig onderhoud.
Op aanvraag beschikbaar gestelde informatie:

-

-

-

-

sporenplan en rijwegmogelijkheden per emplacement, met identificatiekenmerk (letters/nummers) van sporen, seinen, wissels en andere inrichtingen; overloopvoorzieningen buiten emplacementen; aansluitrichting van baanvakken op emplacementen; kilometrering(en) per baanvak; de voorkeursindeling voor functioneel gebruik van sporen op emplacementen zoals vastgesteld in de lokale planning (aankomst, vertrek, voorbijrijden, kopmaken, opstellen, verzorgen, rangeren, enzovoort); de ligging en de volledige en verkorte benaming van alle emplacementen, stations, grenspunten en overige bijzondere punten; nuttige lengte van aanwezige aankomst-, vertrek-, opstel- en inhaalsporen per emplacement; ligging van aftakkingen naar spooraansluitingen; voorzieningen voor toegangsbeheersing (weren van onbevoegden); realisatietermijnen van maatregelen voor de reactivering van in onbruik geraakte baanvakken, alsmede de voorwaarden waaronder die worden uitgevoerd; tot die voorwaarden kan behoren het doorlopen van procedures die in de wet zijn voorgeschreven; 25 de begrenzing van de sporen en spoorgedeelten die volgens het Besluit Spoorverkeer als ‘emplacement’ worden aangemerkt.
Functionaliteit

3.3.2

Spoor- en baanvakgeometrie - enkelspoor, dubbelspoor, meersporigheid: zie bijlage 1; - spoorwijdte: over het gehele net bedraagt de spoorwijdte nominaal 1.435 mm, conform EN 1384826 1 (minimaal 1.430 mm, maximaal. 1.450 mm) ; 27 - profielen van vrije ruimte: conform PVR GC (UIC-fiche 506) ; 28 toegestane voertuigomgrenzingsprofielen per baanvak: zie bijlage 15, omgrenzingsprofielen ; toegestane omgrenzingsprofielen met codering conform UIC-fiche ten behoeve van gecombineerd vervoer: zie bijlage 15; - boogstralen op baanvakken: in het horizontale vlak 190 m (indien de toegestane snelheid ter plaatse 40 km/h is), 630 m (indien de toegestane snelheid ter plaatse >40 km/h is) en in het 29 verticale vlak 2.000m . Aslasten en tonmetergewichten - over het gehele net beladingsklasse C230, bij de maximumsnelheid die ter plaatse geldt of algemeen geldt voor de betrokken rijweg. Op grote delen van het net staat ProRail ook hogere beladingsklassen toe. De geschiktheid binnen het dienstregelingsjaar 2006 voor verkeer in beladingsklasse D4 is in bijlage 16 weergegeven, onder voorbehoud van lokale snelheidsbeperkingen (codering van beladingsklassen volgens UIC-fiche 700). Het rijden met spoorvoertuigen met een zodanige belading dat daarbij de beladingsklasse C2 wordt overschreden is alleen toegestaan als Buitengewoon Vervoer, met inachtneming van de voorwaarden die ProRail daarvoor heeft gegeven. De belading van het voertuig mag daarbij nooit zwaarder zijn dan de maximale toelaatbare belading voor dat voertuig. De actuele gegevens over
25 26 27 28 29 30

Besluit spoorverkeer (Stb. 2004, 662), artikel 28 t/m 32; Regeling spoorverkeer (Stcrt. 2004, 248), artikel 38 t/m 40). Regeling hoofdspoorweginfrastructuur (Stcrt. 2004, 248), artikel 6. Regeling hoofdspoorweginfrastructuur (Stcrt. 2004, 248), artikel 3. Regeling keuring spoorvoertuigen (Stcrt. 2004, 248), artikel 16. Regeling hoofdspoorweginfrastructuur (Stcrt. 2004, 248), artikel 8. Regeling hoofdspoorweginfrastructuur (Stcrt. 2004, 248), artikel 2.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 18

geschiktheid voor verkeer in de beladingsklassen C3, C4, D2 en D4 en de lokale beperkingen daarvoor zijn steeds te raadplegen via www.prorail.nl (>vervoerders > operationele informatie > documenten). De voorwaarden voor Buitengewoon Vervoer in de beladingsklassen C3, C4, D2 of D4 bestaan uit het in acht nemen van de algemene en plaatselijke snelheidsbeperkingen die op dat moment voor die beladingsklasse gelden. Deze snelheidsbeperkingen zijn weergegeven op www.prorail.nl. Snelheid - baanvaksnelheden: zie bijlage 18, baanvaksnelheden. Voertuigen en treinen die niet geschikt zijn om te rijden met een snelheid van tenminste 60 km/h mogen (buiten emplacementen) alleen worden ingezet op sporen die zijn ingericht voor een snelheid van tenminste 80 km/h op basis van een met ProRail overeen te komen regeling voor Buitengewoon Vervoer en onder de daarin opgenomen voorwaarden. Energievoorziening - geëlektrificeerde baanvakken: zie bijlage 19, elektrificatie; 31 - bovenleidingspanning en maximale stroomafname conform EN 50376 ; zie bijlage 19, elektrificatie; - hoogte van de bovenleiding ten opzichte van de bovenzijde van de spoorstaaf (zie bijlage 14, omgrenzingsprofielen): op baanvakken met profiel “GC” of “NL” standaard +5,00 m, op baanvakken met profiel “Ztm” +4,65 m; bij kunstwerken is afwijkende hoogte mogelijk, de bovenleiding bevindt zich echter steeds buiten het omgrenzingsprofiel dat ter plaatse van toepassing is; - voorzieningen bij overgang op andere tractie-energiesystemen: zie bijlage 19, elektrificatie; - contactdruk van pantograaf op bovenleiding: opdrukkracht 40N Fmax 300N. Treinlengte - de spoorwegonderneming dient de treinlengte steeds af te stemmen op de lengte van de sporen waarop de trein volgens plan behandeld wordt, of behandeld moet worden in bijsturingssituaties die redelijkerwijs te voorzien zijn; goederentreinen die inclusief locomotief langer zijn dan 700 m en reizigerstreinen die inclusief locomotief langer zijn dan 400 m zijn alleen mogelijk als Buitengewoon Vervoer; ProRail stelt daarvoor per geval de voorwaarden vast.
Op aanvraag beschikbaar gestelde informatie:

-

hoekverhoudingen van wissels met toegestane snelheden; aslast-afhankelijke beperkingen; plaatselijk geldende vaste snelheidsbeperkingen; toegestane snelheid per rijweg; toleranties bovenleidingspanning conform NEN EN 50163; sporen die van bovenleiding zijn voorzien.
Beveiliging en beheersingssystemen

3.3.3

Beveiliging - type treinbeïnvloedingssysteem per baanvak: zie bijlage 17; het treinbeïnvloedingssysteem ATB bewaakt de opdracht om de snelheid te verminderen tot de snelheid die het seinstelsel aangeeft. Detectie - op sporen in centraal bediend gebied vindt detectie van spoorvoertuigen als regel plaats via kortsluiting die metalen wielen en assen veroorzaken tussen de stroomlopen in geïsoleerde spoorstaven.
Op aanvraag beschikbaar gestelde informatie:

-

baanvakken met afwijkende en/of aanvullende detectiemiddelen.

31

Regeling hoofdspoorweginfrastructuur (Stcrt. 2004, 248), artikel 20.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 19

Communicatie 32 - In het gehele net is GSM-R operationeel als systeem voor de draadloze veiligheidscommunicatie tussen de treindienstleiding en de machinist (of begeleider van een trein); het systeem Telerail wordt per 1 augustus 2006 uit dienst genomen; aansluitingen op het GSM-R-net van ProRail voor veiligheidscommunicatie komen tot stand via de Toegangsovereenkomst; - op een aantal stations kan de veiligheidscommunicatie tussen enerzijds de treindienstleiding NietCentraal Bediend Gebied en anderzijds de machinist (of begeleiders van rangeerdelen) naast GSM-R ook plaatsvinden via spreekverbinding met gespreksregistratie; deze mogelijkheid is omschreven in de Bevoegdheidsregeling ‘Lokale Bedrijfsregels’. Openingstijden - alle netwerkverkeersleidingsposten, treindienstleidingsposten en de back-office van de calamiteitenorganisatie zijn als regel doorlopend geopend; rond feestdagen kunnen na overleg afwijkende openingstijden gelden; - in de volgende gevallen moet voorafgaand aan het gebruik een regeling met ProRail worden getroffen over het veiligheidsbeheer en de uitwisseling van veiligheidsinformatie: - bij het gebruik van baanvakken die niet zijn uitgerust met centraal bediende beveiliging; - bij het gebruik van sporen en rijwegen naar, binnen en vanuit de niet-centraal bediende gebieden van stations, als dat gebruik plaats vindt buiten de tijdvakken waarin volgens de Bevoegdheidsregeling ‘Lokale Bedrijfsregels’ een treindienstleider Niet-Centraal Bediend Gebied aanwezig is. Tunnels Spoorwegtunnels zijn veelal uitgerust met specifieke veiligheids- en vluchtvoorzieningen. Deze voorzieningen zijn ten behoeve van het rijdend personeel van spoorwegondernemingen beschreven in voorlichtingsmateriaal dat ProRail beschikbaar stelt. Het materiaal omvat de navolgende tunnels: - Hemtunnel (Amsterdam Sloterdijk – Zaandam); - Velsertunnel (Santpoort Noord – Beverwijk); - Schipholtunnel (Hoofddorp – Amsterdam Riekerpolder aansluiting); - Tunnel Rijswijk (Den Haag Moerwijk – Delft); - Willemsspoortunnel (Rotterdam Centraal – Rotterdam Zuid); - Overkluizing Barendrecht (Rotterdam Lombardijen – Barendrecht, en IJsselmonde/Waalhaven Zuid – Kijkhoek); - Tunnel Best (Boxtel – Eindhoven Beukenlaan).
Op aanvraag beschikbaar gestelde informatie:

-

bedieningsvoorschriften: beschrijvingen van de plaatselijk aanwezige beveiligingssystemen, de werkingsgebieden van de beveiligingssystemen, blokindeling, mogelijke combinaties van rijweginstellingen, seinbeeld per sein en ter plaatse te verrichten bedieningshandelingen; werkzone-indelingen (de indeling van het spoorwegnet in zones die steeds als geheel buiten dienst worden genomen); type seinstelsel per baanvak; ligging van de overgangen van centraal bediend gebied naar niet-centraal bediend gebied; Bevoegdheidsregeling ‘Lokale Bedrijfsregels’: regelingen over het gebruik van sporen in nietcentraal bediende gebieden, communicatieafspraken met treindienstleiding, enzovoort; indeling van het spoorwegnet in netwerkverkeersleidingsgebieden en treindienstleidingsgebieden; kanalen van Telerail-communicatie; portofoonkanalen, inclusief frequenties en tooncodes; aantal en hoedanigheid van gelijkvloerse kruisingen met verkeerswegen.

3.4 Gebruiksbeperkingen
De gebruiksmogelijkheden van de infrastructuur worden niet alleen beperkt door de eigen kenmerken van de infrastructuur maar ook door externe factoren.

32

GSM-R: draadloos telecommunicatiesysteem dat voldoet aan EIRENE FRS versie 6.0 en EIRENE SRS versie 14.0.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 20

Tot die externe factoren behoren uitdrukkelijk de voorschriften van gebruiksvergunningen, milieuvergunningen en gedoogbeschikkingen die vanwege de Woningwet en de Wet Milieubeheer aan ProRail zijn verleend voor het gebruik van de door ProRail beheerde infrastructuur. Beperkingen voor het doorgaande treinverkeer die voortvloeien uit vergunningen of andere publiekrechtelijke regelingen waarvan de inhoud niet in Staatscourant, Staatsblad of Tractatenblad wordt bekendgemaakt, worden door ProRail via de Netverklaring bekendgemaakt aan spoorwegondernemingen.
Op aanvraag beschikbaar gestelde informatie:

-

-

de geldende functionele/capacitaire beperkingen van het gebruik van de spoorweginfrastructuur, voortvloeiend uit gebruiks- en milieuvergunningen, gedoogbeschikkingen en andere wet- en regelgeving. de verleende gebruiks- en milieuvergunningen en de in verband daarmee afgegeven gedoogbeschikkingen die voor spoorwegondernemingen van belang zijn voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur. Gebruiks- en milieuvergunningen

3.4.1

Gebruiksvergunningen

Sommige onderdelen van de spoorweginfrastructuur zijn als bouwwerk te kwalificeren. Voor het gebruik van deze bouwwerken kan op grond van de Woningwet een gebruiksvergunning nodig zijn. Het bevoegd gezag kan in de gebruiksvergunning voorwaarden aan het gebruik stellen. Als uit een gebruiksvergunning beperkingen voor het doorgaande treinverkeer door of langs dat bouwwerk voortvloeien, maakt ProRail die beperkingen in de Netverklaring bekend (zie bijlage 10).
Milieuvergunningen

Spoorwegondernemingen die op de door ProRail beheerde emplacementen andere activiteiten willen uitvoeren dan voor aankomend, vertrekkend of doorrijdend treinverkeer, mogen dat alleen doen als voor die activiteiten een milieuvergunning is afgegeven. Spoorwegondernemingen moeten de vergunninghouder in de gelegenheid stellen om vooraf te beoordelen of voorgenomen activiteiten op emplacementen passen binnen de verplichtingen van de Wet Milieubeheer en de milieuvergunning. Spoorwegondernemingen die op emplacementen activiteiten (willen) uitvoeren die vallen onder de vergunningsverplichting, moeten zich op de hoogte stellen van de beperkingen en voorschriften die uit de vergunning voortvloeien en deze in acht nemen. ProRail maakt spoorwegondernemingen desgevraagd bekend welke beperkingen en voorschriften voor hen gelden op de emplacementen waar zij activiteiten (willen) uitvoeren. Deze voorwaarden en voorschriften kunnen onder andere betrekking hebben op: - de behandeling – inclusief het parkeren - van wagens met gevaarlijke stoffen, in het bijzonder gevaarlijke stoffen geladen in ketelwagens en ketelcontainers; - de uitvoering van activiteiten en handelingen die een geluidsbelasting voor de omgeving veroorzaken; - het veroorzaken van bodemverontreiniging; het opstellen van spoorvoertuigen die voor sloop bestemd zijn geldt daarbij als ‘opslag van afvalstoffen’; - de beschikbaarstelling van gegevens over de activiteiten en handelingen die op een emplacement uitgevoerd worden of zijn; voor de achteraf te leveren gegevens: zie bijlage 9; - het (laten) aanbrengen en gebruiken van voorzieningen op het emplacement. Als spoorwegondernemingen samen voor een emplacement méér capaciteit aanvragen dan de (aangevraagde) vergunning voor dat emplacement toelaat, kan de vergunninghouder zonodig per aanvrager specifieke beperkende voorwaarden en voorschriften aan de capaciteitsverdeling verbinden, zodanig dat het totaal der verdeelde capaciteiten binnen die vergunning past. Het kan voorkomen dat aan ProRail een milieuvergunning verleend wordt die ook van invloed is op sporen die buiten het beheer van ProRail vallen. In dat geval treft ProRail met de beheerder van die sporen regelingen om te kunnen voldoen aan de vergunningsvoorwaarden. Het kan ook voorkomen dat sporen en terreinen die bij ProRail in beheer zijn binnen de werkingssfeer vallen van een milieuvergunning die aan een ander dan ProRail is verleend. In dat geval zal ProRail

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 21

aan de spoorwegonderneming inlichtingen verstrekken over de bepalingen van die vergunning die voor de spoorwegonderneming relevant zijn.
Algemeen - vergunningen

Door het aangaan van de Toegangsovereenkomst aanvaardt de spoorwegonderneming de verplichting om handelingen zodanig uit te voeren dat zij overeenstemmen met de voorwaarden en voorschriften uit de gebruiks- en milieuvergunningen die aan ProRail zijn verleend en die door ProRail aan de spoorwegonderneming bekend zijn gemaakt. Tevens aanvaardt de spoorwegonderneming dat ProRail de naleving van deze verplichtingen controleert.
Aanvraag, verlening en wijziging van vergunningen

ProRail zal een gebruiksvergunning pas aanvragen na consultatie van spoorwegondernemingen die van het betreffende bouwwerk gebruik maken of aan ProRail hebben gemeld dat te willen gaan doen. Indien het bevoegd gezag in een gebruiksvergunning voorwaarden wil opnemen die een beperking voor het doorgaand treinverkeer inhouden, dan zal ProRail die vergunning pas aanvaarden na instemming van de Minister van Verkeer en Waterstaat. De procedure daarvoor is voorgeschreven in 33 de Spoorwegwet en voorziet in consultatie van de betrokken spoorwegondernemingen en andere gerechtigden. ProRail kan op eigen beweging of op verzoek van een spoorwegonderneming een milieuvergunning of wijziging daarvan aanvragen voor een emplacement. ProRail zal zo’n aanvraag pas doen na consultatie van spoorwegondernemingen die van het betreffende emplacement gebruik maken of aan ProRail hebben gemeld dat te willen gaan doen. Als voor een emplacement nog geen vergunning op grond van de Wet Milieubeheer is verleend of als de vergunning niet toereikend is, kan het bevoegd gezag overtreding van de wet (tijdelijk) gedogen. ProRail zal er in dat geval voor zorgen dat de overtreding binnen de gedoogruimte blijft, door voorwaarden en voorschriften aan het gebruik te stellen via de capaciteitsverdeling of de lokale bedrijfsregels.
3.4.2 Beheersing van risico van vervoer en behandeling van wagens met zendingen gevaarlijke stoffen

Het vervoeren en behandelen van wagens met gevaarlijke stoffen levert risico’s voor de omgeving op. Om die risico’s te beheersen, kan ProRail voorwaarden verbinden en beperkingen opleggen aan het vervoer van gevaarlijke stoffen over bepaalde baanvakken en aan de behandeling en het parkeren van wagens met gevaarlijke stoffen op emplacementen. ProRail zal zulke beperkingen of voorwaarden uitsluitend voorschrijven als ze voortvloeien uit een publiekrechtelijke regeling.
Vervoer van gevaarlijke stoffen

In bijlage 10 zijn de baanvakken aangegeven waarover het vervoer van gevaarlijke stoffen vanwege lokale omgevingsrisico’s niet of beperkt is toegestaan. Als een spoorwegonderneming over een van deze baanvakken gevaarlijke stoffen wil vervoeren, moet zij daarover informatie opnemen in de betreffende capaciteitsaanvraag. Als spoorwegondernemingen samen méér capaciteit aanvragen voor vervoer van gevaarlijke stoffen dan ter plaatse is toegestaan, kan ProRail zonodig per aanvrager specifieke beperkende voorwaarden en voorschriften aan de capaciteitsverdeling verbinden, zodanig dat het totaal van de verdeelde capaciteit wél past binnen hetgeen is toegestaan. Voor beleidsvoorbereiding en -evaluatie verlangt ProRail een periodieke opgave van de aantallen zendingen gevaarlijke stoffen die per risicocategorie en per baanvak vervoerd zijn. In bijlage 9 is deze opgave nader omschreven.
Behandeling van gevaarlijke stoffen op emplacementen

Spoorwegondernemingen die wagens met gevaarlijke stoffen willen behandelen of parkeren op een emplacement moeten in hun capaciteitsaanvraag voor dat emplacement informatie opnemen over het aantal wagens en de aard van de behandelingen, als de vergunning voor dat emplacement dat vereist. Als spoorwegondernemingen samen meer capaciteit aanvragen dan de milieuvergunning
33

Spoorwegwet, artikel 17 lid 3.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 22

toestaat, kan ProRail per aanvrager specifieke beperkende voorwaarden en voorschriften aan de capaciteitsverdeling verbinden, zodanig dat de totale behandeling van wagens met gevaarlijke stoffen op een emplacement past binnen de voorwaarden van de (aangevraagde) milieuvergunning. Rapportagevoorschriften kunnen een onderdeel van de voorschriften vormen. Om te kunnen voldoen aan de vergunningsverplichtingen en voor beleidsvoorbereiding en -evaluatie verlangt ProRail van de spoorwegondernemingen per emplacement een opgave van het aantal behandelde wagens met gevaarlijke stoffen per risicocategorie. In bijlage 9 is deze opgave nader omschreven.
3.4.3 Beheersing geluidhinder van spoorverkeer en emplacementsprocessen

Het spoorverkeer en de bedrijfsprocessen op emplacementen kunnen geluidhinder veroorzaken voor de omgeving. Om de geluidshinder te beperken kan ProRail voorwaarden verbinden en beperkingen opleggen aan het spoorverkeer en aan het gebruik van de emplacementen. Wettelijke regels, waaronder milieuvergunningen vormen hiervoor het kader. ProRail verlangt daarom van spoorwegondernemingen dat zij voor de verschillende spoorvoertuigen aangeven wat het bronniveau is bij te onderscheiden processen en welke voertuigcategorie van het Reken- en Meetvoorschrift 34 Railverkeerslawaai van toepassing is.
Geluidemissie spoorverkeer op baanvakken

Als voor een baanvak op grond van wettelijke regelingen een geluidemissieplafond is vastgesteld, hanteert ProRail dit plafond bij de capaciteitsverdeling als beperkende voorwaarde. In dat geval stelt ProRail een capaciteitsverdeling vast die dit plafond respecteert. In het tijdvak waarop de Netverklaring 2006 betrekking heeft, is bij uitgave van deze Netverklaring 2006 voor geen van de baanvakken een geluidemissieplafond van kracht dat hantering van verkeersbeheersingsmaatregelen door ProRail, bijvoorbeeld via capaciteitsverdeling, noodzakelijk maakt. ProRail verlangt van elke spoorwegonderneming een periodieke opgave van het gerealiseerde treinverkeer per baanvak en per voertuigcategorie. ProRail heeft deze informatie nodig voor de 35 uitvoering van het Besluit Geluidhinder Spoorwegen en voor beleidsvoorbereiding en -evaluatie. In bijlage 9 is deze opgave nader omschreven.
Geluidbelasting-veroorzakende activiteiten op emplacementen

Voor de naleving van de milieuvergunning kan ProRail bepaalde activiteiten die geluidsbelasting op emplacementen veroorzaken verbieden of beperken. Spoorwegondernemingen moeten in hun capaciteitsaanvraag informatie opnemen over de aard en de omvang van activiteiten die geluidsbelasting veroorzaken op emplacementen of over de geluidemissies die activiteiten veroorzaken, als de vergunning voor dat emplacement dat voorschrijft. Op basis van deze informatie kan ProRail per aanvrager specifieke beperkende voorwaarden en voorschriften aan de capaciteitsverdeling verbinden, zodanig dat de totale geluidbelasting op het emplacement binnen de vergunningvoorwaarden blijft. Rapportagevoorschriften kunnen een onderdeel van de voorschriften vormen.
3.4.4 Baanvakken voor specifiek verkeer

In bijlage 10 zijn de baanvakken voor specifiek verkeer aangegeven, in de volgende categorieën: - baanvakken die zijn aangemerkt als baanvak voor hoge-snelheidsverkeer zoals bedoeld in Richtlijn 96/48/EG (in het door ProRail beheerde spoorwegennet zijn nog geen hogesnelheidsbaanvakken in bedrijf genomen); - baanvakken die alleen na voorafgaande regelingen en per geval worden opengesteld voor personenvervoer.
3.4.5 Baanvakken - Tunnelbeperkingen

ProRail zal steeds via de Netverklaring een opgave beschikbaar stellen van spoortunnels of andere kunstwerken die op basis van een publiekrechtelijke regeling gesloten of beperkt geopend zijn voor bepaalde typen vervoer of categorieën spoorverkeer.
34 35

Reken- en Meetvoorschrift Railverkeerslawaai (Stcrt 1987, 122) met de daarop verschenen wijzigingen en aanvullingen. Besluit geluidhinder spoorwegen (Stb. 1987, 122).

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 23

Deze opgave is in deze Netverklaring in bijlage 10 opgenomen. Per object zijn de typen vervoer of de categorieën spoorverkeer vermeld waarvoor de beperking of de uitsluiting van kracht is. In bijlage 10 is tevens aangegeven, in welke trajecten tunnels voorkomen met een specifiek treinopvolgingsregime voor goederentreinen dat via de seingeving is geregeld.
3.4.6 Baanvakken - Brugopeningen

In bijlage 20 zijn de spoorbruggen aangegeven die volgens een vaste dienstregeling of op afroep (“verzoekregeling”) worden geopend voor het scheepvaartverkeer. De openingstijden van de bruggen met een vaste dienstregeling worden voor de Jaardienstregeling 36 2006 door de Minister vastgesteld.
Op aanvraag beschikbaar gestelde informatie:

-

brugopeningstijden.

3.5 Voorzieningen
3.5.1 Stations voor reizigersvervoer

-

beschikbare nuttige perronlengte: zie bijlage 21; 37 perronhoogte: tussen 0,76 m en 1,00 m +BS ; alle stations zijn voorzien van een omroepinstallatie.

Het beleid van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en de spoorwegsector met betrekking tot de functionele eisen waaraan stations en hun toegankelijkheid moeten voldoen is neergelegd in het door ProRail beheerde document “Het Basisstation; Functionele normen en richtlijnen voor stations/OVknopen” (laatste revisie: 2003). In de Beheerconcessie zijn reinheid, toegankelijkheid en sociale veiligheid van transfervoorzieningen aangewezen als indicatoren voor de kwaliteit van de hoofdspoorweginfrastructuur en het beheer daarvan. In de Toegangsovereenkomst kunnen gerechtigden en ProRail daarover binnen de kaders van de begroting van de door ProRail aan te vragen en te ontvangen subsidie prestatie-indicatoren en prestatieniveaus overeenkomen.
Op aanvraag beschikbaar gestelde informatie:

-

toegankelijkheid en transfercapaciteit van stations; beschikbare nuttige perronlengte en perronhoogte (per perronspoor); aanwezigheid en hoedanigheid van informatie- en communicatiesystemen (waaronder treinaanwijssystemen en automatische omroepsystemen) op perrons en in het stationsgebouw; aanwezigheid en hoedanigheid van voorzieningen voor fietsenstalling; aanwezigheid van observatiecamera’s voor de sociale veiligheid; plaats en soort van aanwezige bedrijfshulpverleningsmiddelen.
Opstel- en rangeervoorzieningen

3.5.2

Op aanvraag beschikbaar gestelde informatie:

-

plaats en lengte van opstel- en rangeervoorzieningen voor spoorvoertuigen voor reizigersvervoer en voor goederenvervoer.
Locaties met laad- en losplaatsen voor goederenvervoer

3.5.3

-

locaties met openbare laad- en losplaatsen voor goederenvervoer: zie bijlage 22.

36 37

Besluit hoofdspoorweginfrastructuur (Stb. 2004, 665), artikel 25. Regeling hoofdspoorweginfrastructuur (Stcrt. 2004, 248), artikel 4, lid 1, onderdeel e.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 24

3.5.4

Onderhouds- en verzorgingsfaciliteiten

-

vaste tankinstallaties (>10 m3): zie bijlage 23. Op de door ProRail beheerde infrastructuur is het tanken buiten de tankinstallaties alleen toegestaan op plaatsen die naar het oordeel van ProRail een adequate, vloeistofdichte voorziening hebben ten behoeve van de bodembescherming; het aftappen van of (bij)vullen met smeerolie of koelvloeistoffen en overige voertuigverzorging is uitsluitend toegestaan op de locatie die ProRail daarvoor aanwijst.

Op aanvraag beschikbaar gestelde informatie:

aanwezigheid en hoedanigheid van faciliteiten voor voertuigverzorging die in beheer zijn bij ProRail (inwendige reiniging, inspectieputten en -bordessen, vuilafvoer, watervulinstallaties, zandvulpunten, voorverwarmingsvoeding, enzovoort); ontsluiting voor wegvoertuigen.

▪ ▪

3.6 Betrouwbaarheid, beschikbaarheid en operationele kwaliteit van de infrastructuur
In de Beheerconcessie zijn beschikbaarheid en betrouwbaarheid van de hoofdspoorweginfrastructuur aangewezen als indicatoren voor de kwaliteit van de hoofdspoorweginfrastructuur en het beheer daarvan.
3.6.1 Treindienstaantastende onregelmatigheden [TAO’s]

ProRail wil de beschikbaarheid en de betrouwbaarheid van de spoorweginfrastructuur verhogen. In dat kader voert ProRail een programma uit om de niet-beschikbaarheid als uitvloeisel van ongeplande onttrekkingen (storingen, “treindienstaantastende onregelmatigheden” [TAO’s]) terug te dringen en te beheersen. In de Toegangsovereenkomst kunnen gerechtigden en ProRail daarover binnen de kaders van de begroting van de door ProRail aan te vragen en te ontvangen subsidie prestatie-indicatoren en prestatieniveaus overeenkomen.
3.6.2 Geplande onttrekkingen

Om werkzaamheden aan of nabij de infrastructuur goed en veilig te kunnen uitvoeren, moeten spoorgedeelten veelal buitendienst worden gesteld. ProRail maakt daarbij onderscheid tussen de volgende soorten geplande werkzaamheden: - reguliere onderhoudswerkzaamheden; - incidentele werkzaamheden, zoals vernieuwing, nieuwbouw en activiteiten van derden waarvoor buitendienststellingen nodig zijn.
Reguliere onderhoudswerkzaamheden

Ten behoeve van reguliere onderhoudswerkzaamheden aan de spoorweginfrastructuur worden sporen en wissels met vaste frequenties en gedurende vaste tijdvakken onttrokken aan het gebruik voor treinverkeer. De uitgangspunten voor de daarvoor benodigde frequenties en tijdvakken zijn per baanvak nader gespecificeerd in bijlage 11. Bij de capaciteitsverdeling voor de Jaardienstregeling 2006 zullen deze periodieke buitendienststellingen worden vastgelegd (“onderhoudsrooster”).
Incidentele werkzaamheden

De buitendienststellingen voor incidentele werkzaamheden zijn in beginsel aanvullend op de hiervoor genoemde buitendienststellingen voor reguliere onderhoudswerkzaamheden. ProRail spant zich in om de verkeershinder van werkzaamheden aan en nabij de spoorweginfrastructuur te beperken. Daartoe zal ProRail bij werkzaamheden met grote verkeershinder steeds trachten in dezelfde buitendienststelling zoveel mogelijk ook andere werkzaamheden uit te voeren. In bijlage 12 is aangegeven op welke baanvakken in het dienstregelingsjaar 2006 mogelijk te rekenen is met ingrijpende of langerdurende verkeershinder, vanwege vernieuwingen en nieuwbouwwerkzaamheden aan of nabij de spoorweginfrastructuur. De programmering van de werkzaamheden (uitvoeringsdatum en tijdvak) wordt exacter ingevuld naarmate de uitvoering dichter nadert. De procedures daarvoor zijn in hoofdstuk 4 weergegeven.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 25

Hinderklassen

De werkzaamheden aan de infrastructuur en de daarvoor noodzakelijke buitendienststellingen veroorzaken in mindere of meerdere mate hinder voor het spoorverkeer. ProRail hanteert voor plannings- en rapportagedoeleinden de hinderdefinities die in overleg met spoorwegondernemingen zijn ontwikkeld. Onder leiding van ProRail wordt gewerkt aan de ontwikkeling van nieuwe definities. Tot het moment dat de nieuwe hinderdefinities zijn vastgesteld, worden de huidige hindercategorieën 38 gebruikt. Dit betreft de U-R-A-V-categorisering zoals beschreven in het Corridorboek (Railned, december 2002).

3.7 Infra-ontwikkeling 2006
3.7.1 Infra-projecten.

ProRail voert projecten uit om de spoorweginfrastructuur uit te breiden of te verbeteren. In bijlage 13 is een overzicht opgenomen van uitbreidingen of verbeteringen die, conform eerdere besluitvorming, in 2006 beschikbaar zullen komen voor gebruik. Het overzicht geeft mutaties weer van zowel de omvang als de functionaliteit van het net. Het overzicht wordt gegeven onder voorbehoud van wijzigingen die het gevolg zijn van herprioritering door de rijksoverheid. Dit projectenoverzicht wordt regelmatig geactualiseerd. De meest recente versie is steeds te vinden op de internetsite van ProRail. De uitgave van een geactualiseerde versie geldt niet als een Aanvulling van de Netverklaring zoals bedoeld in paragraaf 1.6 van deze Netverklaring 2006.
3.7.2 Externe ontwikkelingen.

De gebruiksmogelijkheden van de spoorweginfrastructuur worden mede bepaald door voorwaarden die buiten de verantwoordelijkheid van ProRail totstandkomen. ProRail heeft bij de uitgave van deze Netverklaring rekening gehouden met de voorwaarden die op dat moment bekend waren. Het is niet uitgesloten dat zich binnen de periode van geldigheid van deze Netverklaring 2006 nieuwe externe ontwikkelingen voordoen, die de gebruiksmogelijkheden van de infrastructuur beïnvloeden. Voorbeelden van externe ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de gebruiksmogelijkheden zijn: - introductie van een publiekrechtelijke regeling voor de begrenzing van de geluidsemissie door spoorverkeer op bestaande infrastructuur, waarbij de capaciteitsverdeling zonodig wordt ingezet om de emissie te beheersen; - introductie van een publiekrechtelijke regeling voor de routering van het vervoer van gevaarlijke stoffen, op basis waarvan het vervoer van bepaalde klassen gevaarlijke stoffen over bepaalde baanvakken beperkt of uitgesloten kan worden en waarbij de capaciteitsverdeling waar nodig wordt ingezet voor de beheersing; - wijziging van het Lozingsbesluit Wet Bodembescherming, waarbij voorwaarden worden gesteld aan het lozen van verontreinigd water zonder opvang- en afvoervoorzieningen; dit kan van invloed zijn op processen voor inwendige en uitwendige reiniging van spoorvoertuigen waarbij verontreinigd water in de bodem kan dringen. ProRail zal met de betrokken spoorwegondernemingen overleggen op welke wijze op deze ontwikkelingen geanticipeerd kan worden.

3.8 Infra-ontwikkeling lange termijn
3.8.1 Planningsoverzicht

In bijlage 13 is een indicatief overzicht opgenomen van nieuwe of verbeterde hoofdspoorweginfrastructuur die beschikbaar komt na afloop van de periode waarin de Netverklaring 2006 van toepassing is (onder voorbehoud van overheidsgoedkeuring). Daarnaast is een overzicht gegeven van studies van ProRail naar veranderingen in de infrastructuur die nodig zijn voor het opvangen van de verkeersontwikkeling op middellange termijn (2007-2012).
38

U = uitzonderlijk hinderrijk; R = hinderrijk; A = hinderarm; V = hindervrij.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 26

3.8.2

Aanpassingen van de infrastructuur.

ProRail studeert als capaciteitsmanager voortdurend op de capaciteitsbehoefte van het spoorvervoer in de toekomst. ProRail stelt vervoersprognoses vast in overleg met V&W. Op basis van deze prognoses, wensen van de landelijke en regionale overheden en andere ontwikkelingen, wordt gestudeerd op toekomstige productiemodellen. Tenslotte doet ProRail, in overleg met vervoerders, voorstellen tot aanpassing van de spoorcapaciteit. Spoorwegondernemingen en andere belanghebbenden kunnen ook zelf aan ProRail Capaciteitsmanagement voorstellen doen voor wijziging of uitbreiding van de door ProRail beheerde spoorweginfrastructuur. In de Beheerconcessie is vastgelegd dat ProRail de bevoegdheid heeft om voorstellen voor kleine aanpassingen aan de infrastructuur, met een investeringsbedrag tot maximaal circa € 12 miljoen, te accepteren. Om te beoordelen of een voorstel voor acceptatie in aanmerking komt, past ProRail een MultiCriteria Analyse (MCA) toe op een ontwerp (of op ontwerpvarianten) dat gemaakt is op basis van een Functioneel Programma van Eisen. Het Functioneel Programma van Eisen wordt door ProRail opgesteld. Belangrijke criteria voor de MCA zijn toename van de vervoersomvang, verbeteren van de vervoerkwaliteit en verbeteren van de efficiency van de bedrijfsprocessen van spoorwegondernemingen. Ook omgevingsfactoren (milieu, veiligheid) worden meegewogen. Voor een correcte beoordeling is het van belang dat de aanvrager vooraf duidelijk aangeeft wat de effecten zijn zonder realisatie en met realisatie van het voorstel. Scoort het voorstel voldoende, dan volgt opname in de “verzameling goedgekeurde projecten”. Ook wordt de urgentie van het project bepaald ten opzichte van andere goedgekeurde projecten, op basis van de MCA-score, de gewenste indienststellingsdatum, wensen van spoorwegondernemingen en/of toezeggingen van de Rijksoverheid. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat is betrokken bij dit proces. ProRail informeert de aanvrager steeds over het verloop en de uitkomsten van de procedure. Als de aanvrager een klein project, dat niet is geaccepteerd, voor eigen rekening wil uitvoeren, verstrekt ProRail daar op aanvraag de voorwaarden voor. Ook verstrekt ProRail op verzoek de procedure die een aanvrager moet volgen voor het indienen van een voorstel voor een grote aanpassing aan de infrastructuur, met een investeringsbedrag groter dan € 12 miljoen. De procedure is op te vragen bij ProRail Capaciteitsmanagement.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 27

4 Capaciteitsverdeling
4.1 Publiekrechtelijk kader
De beheerder van de hoofdspoorwegen, ProRail, heeft als taak om de capaciteit van de infrastructuur op een eerlijke, niet-discriminerende manier te verdelen. Dat staat in artikel 16 van de Spoorwegwet. ProRail moet de capaciteit verdelen over de aanvragen voor het verkeersgebruik door spoorwegondernemingen en de aanvragen voor het gebruik door ProRail zelf. Het gebruik door ProRail houdt verband met beheer-, instandhoudings- en nieuwbouwactiviteiten die nodig zijn voor de zorg voor de kwaliteit, de betrouwbaarheid en de beschikbaarheid van de infrastructuur. Dit gebruik door ProRail wordt in deze Netverklaring aangeduid met beheergebruik. ProRail draagt enerzijds verantwoordelijkheid voor het correcte verloop van het capaciteitsverdelingsproces en treedt anderzijds in dat proces zelf ook als aanvrager van capaciteit op. Wanneer in het gedeelte van de Netverklaring dat over de capaciteitsverdeling gaat, te weten de paragrafen 4.2 t/m 4.6 en de daarmee verbonden bijlage 24, sprake is van ‘ProRail’ zonder nadere aanduiding, wordt daarmee ProRail bedoeld in de hoedanigheid van capaciteitsverdelende instantie. Alleen als de specifieke aanduiding van een bedrijfsonderdeel van ProRail is genoemd, wordt een 39 andere hoedanigheid van ProRail bedoeld . De kaders voor (het proces van de) capaciteitsverdeling staan, als uitwerking van artikel 61 van de 40 Spoorwegwet, vermeld in het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorwegen .
Scope

De capaciteitsverdeling zoals omschreven in deze Netverklaring heeft betrekking op alle onderdelen van de spoorweginfrastructuur die ProRail beheert: baanvakken, stations, emplacementen, knooppunten en installaties. De capaciteitsverdeling heeft ook betrekking op sporen die niet zijn voorzien van een centraal bediend beveiligingssysteem. ProRail moet bij de capaciteitverdeling rekening houden met eventuele beperkingen van het gebruik. Hiertoe behoren ook beperkingen van het gebruik die verband houden met het beheersen van de geluidbelasting en het externe risico voor de omgeving. De capaciteitsverdeling zoals in deze Netverklaring omschreven omvat alle momenten waarop beschikbaarheid, functionaliteit en gebruik van de infrastructuur binnen het geldigheidstijdvak van deze Netverklaring wordt ingepland, tot aan het uitvoeringsmoment. De capaciteitsverdeling zoals in deze Netverklaring omschreven heeft betrekking op alle vormen van gebruik: treinbewegingen voor binnenlands verkeer en internationaal verkeer, rangeerbewegingen, stilstaand gebruik voor opstellen en tijdelijke onttrekkingen of functionaliteitsbeperkingen die nodig zijn voor werkzaamheden aan of nabij de infrastructuur. Tot de capaciteitsverdeling behoort ook het informeren van beheerders van andere (buitenlandse) spoorwegnetten over het geplande verkeer dat de beheergrens passeert.
Lokale verdeling

ProRail is verantwoordelijk voor het verdelingsproces van de capaciteit van de spoorweginfrastructuur die ProRail via de Beheerconcessie in beheer heeft gekregen. ProRail behoudt zich het recht voor om onderdelen van het capaciteitsverdelingsproces voor delen van de spoorweginfrastructuur uit te laten voeren door een spoorwegonderneming. De basis voor de uitvoering van het capaciteitsverdelingsproces door een spoorwegonderneming vormt een overeenkomst tussen ProRail en die spoorwegonderneming. ProRail zal een dergelijke overeenkomst met name aangaan voor spoorwegemplacementen. Deze overeenkomst bevat steeds de regeling dat aanvragen waarvoor in de programmatie geen consensusoplossing kan worden vastgesteld, worden overgedragen aan ProRail voor coördinatie en eventueel beslechting. Ook is in de overeenkomst vastgelegd dat ProRail en gerechtigden toegang hebben tot de gegevens over de capaciteitsverdeling. Gerechtigden hebben recht van inzage in de zakelijke inhoud van de overeenkomst.
39 40

ProRail Inframanagement, voor de functies i.v.m de zorg voor de kwaliteit, betrouwbaarheid en beschikbaarheid van de infrastructuur; ProRail Verkeersleiding voor de functies i.v.m. de zorg voor het leiden van het verkeer. Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur (Stb. 2004, 667).

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 28

Treindienstleiding Niet-Centraal Bediende Gebieden

ProRail behoudt zich het recht voor om treindienstleidingswerkzaamheden voor nader aan te wijzen, niet-centraal bediende delen van de door ProRail beheerde infrastructuur uit te laten voeren door een spoorwegonderneming. ProRail en die spoorwegonderneming sluiten daartoe een overeenkomst. Om de niet-discriminerende uitvoering van de treindienstleiding te waarborgen, voorziet deze overeenkomst in instructies die de spoorwegonderneming bij de uitvoering dient op te volgen; deze instructies betreffen onder andere de communicatie met de netwerkverkeersleiding, het handelen bij calamiteiten en de afwikkeling van capaciteitsconflicten in bijsturingssituaties. In afwachting van het totstandkomen van bovenbedoelde overeenkomsten zal ProRail de status-quo van de werkverdeling zoals die bestond op 1 januari 2004 handhaven. Gerechtigden hebben recht van inzage in de zakelijke inhoud van de overeenkomst.

4.2 Procesbeschrijving
4.2.1 Leidende principes. ProRail richt het capaciteitsverdelingsproces zo in dat het voldoet aan de daarvoor geldende wettelijke voorschriften en dat het transparant, non-discriminatoir, controleerbaar en reproduceerbaar is. Dit hoofdstuk van de Netverklaring geeft een algemene beschrijving van het proces van capaciteitsverdeling, zodat aanvragers en andere belanghebbenden geïnformeerd zijn over: - de verschillende capaciteitsverdelingsprocessen en hun onderlinge verhouding; - de stappen die in beginsel binnen elk capaciteitsverdelingsproces worden doorlopen; - het proces binnen elk van die stappen; - de actoren die een rol hebben in die stappen; met name ook, welke stappen uitvoering geven aan de Toegangsovereenkomst, en welke stappen eenzijdig uitvoering geven aan een verleende wettelijke bevoegdheid of opgelegde verplichting; - welke stap, wanneer, aan de orde is; - de deadlines die gehanteerd worden; - op welke aspecten beoordelingen plaatsvinden en welke verdeelregels, prioriteitscriteria en toetsingsnormen worden gehanteerd; welke vastleggingen plaatsvinden; - status van de (deel)producten in de vigerende en de volgende fase van het proces; - de manier waarop geschillen over de inhoud van de capaciteitsverdeling, de producedures die daarvoor gelden en de bijbehorende termijnen worden behandeld. De capaciteitsverdelingsprocedures zijn erop gericht om de aangevraagde capaciteiten in consensus te verdelen en zoveel mogelijk in overeenstemming met de wensen van aanvragers beschikbaar te stellen. Alle aanvragen voor capaciteit -ook die voor het beheergebruik- moeten steeds worden afgehandeld via de procedures die in deze Netverklaring zijn omschreven. Als het niet mogelijk blijkt een capaciteitsverdeling op te stellen die de instemming van aanvragers heeft (consensus) of die in elk geval niet op hun bezwaren stuit (consent), stelt ProRail –na 41 overbelastverklaring- een verdeling vast met toepassing van de wettelijke verdelingsregels .
Capaciteit en gebruiksmogelijkheden

In hoofdstuk 3 van deze Netverklaring zijn de gebruiksmogelijkheden van de spoorweginfrastructuur omschreven. De ‘fysieke capaciteit’ staat op één moment steeds slechts één gebruiker toe. Daarnaast kunnen er ook beperkingen gelden voor het totale gebruik binnen een periode. Een voorbeeld daarvan is de geluidsruimte. Voor zover dit soort beperkingen aan de orde zijn, zal ProRail daar steeds rekening mee houden bij de capaciteitsverdeling. Of een aanvraag voor een onderdeel van de infrastructuur past binnen de toegestane capaciteit, is daarom alleen te beoordelen door alle aanvragen voor dat onderdeel in samenhang te bezien.

41

Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur (Stb. 2004, 667), artikel 7 t/m 12.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 29

4.2.2 Onderscheiden capaciteitsverdelingsprocessen. Om de capaciteitsverdelingsprocessen helder te kunnen beschrijven, wordt in deze Netverklaring onderscheid gemaakt tussen enerzijds de capaciteitsverdelingsprocessen voor alleen verkeersgebruik en anderzijds de capaciteitsverdelingsprocessen waarin de aanvragen voor het beheergebruik in concurrentie met verkeersgebruik worden afgehandeld.
Capaciteitsverdeling verkeersgebruik

De capaciteitsverdelingsprocessen voor verkeersgebruik omvatten de volgende cycli (uitgewerkt in bijlage 24): 42 - de capaciteitsverdelingscyclus Jaardienstregeling , inclusief de voorfase van ontwikkeling van een BasisUurPatroon (of meerdere BasisUurpatronen); 43 - de capaciteitsverdelingscycli Ad-hocaanvragen . De ad-hoc aangevraagde capaciteit wordt verdeeld binnen de ruimte die resteert na de capaciteitsverdeling voor de Jaardienstregeling en eerder behandelde Ad-hocaanvragen. Uitzonderingen op deze regel worden beschreven in bijlage 24.
Capaciteitsverdeling beheer

De capaciteitsverdelingsprocessen voor beheergebruik omvatten de volgende cycli (uitgewerkt in bijlage 24): - de capaciteitsverdelingscyclus Jaardienstregeling beheer, inclusief de voorfasen waarin mogelijke oplossingen voor zich aandienende verdelingsvraagstukken worden verkend; - de capaciteitsverdelingscyclus Ad-hocaanvragen beheer. De capaciteit voor Ad-hocaanvragen wordt verdeeld binnen de ruimte die resteert na de capaciteitsverdeling voor de Jaardienstregeling en eerder behandelde Ad-hocaanvragen. Uitzonderingen op deze regel worden beschreven in bijlage 24. Hierin is ook vastgelegd op welke wijze de afstemming met de capaciteitsverdelingscycli voor verkeersgebruik totstandkomt. ProRail Inframanagement zal capaciteit ten behoeve van werkzaamheden aan of nabij de infrastructuur steeds volgens de capaciteitsverdelingsprocedures aanvragen. De capaciteit voor beheerwerkzaamheden zal in alle gevallen in de Jaardienstregeling worden aangevraagd. De capaciteit voor grootschalige vernieuwings- en nieuwbouwwerkzaamheden zal zoveel mogelijk in de Jaardienstregeling worden aangevraagd. 4.2.3 Betrokken partijen

Aanvragers

Als aanvragers van capaciteit kunnen optreden: - (samenwerkingsverbanden van) spoorwegondernemingen die beschikken over een bedrijfsvergunning zoals bedoeld in de artikelen 28 en 30 van de Spoorwegwet; - concessieverleners als bedoeld in artikel 57 van de Spoorwegwet, ten behoeve van openbaar personenvervoer per trein over de hoofdspoorwegen; - natuurlijke personen of rechtspersonen die om commerciële redenen aantoonbaar belang hebben bij de verwerving van capaciteit voor het doen vervoeren van lading door middel van spoorvervoerdiensten; - beheerders van andere (buitenlandse) spoorweginfrastructuurnetten, die optreden als gemachtigde van een spoorwegonderneming voor het aanvragen van capaciteit voor grensoverschrijdend spoorverkeer van, naar of via het door ProRail beheerde net, zoals bedoeld in Richtlijn 2001/14/EG artikel 19 lid 4; - ProRail Inframanagement, voor het aanvragen van capaciteit voor werkzaamheden aan of nabij de infrastructuur die tijdelijke beperkingen opleveren voor het normale verkeersgebruik van die infrastructuur;

42 43

in het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur (Stb. 2004, 667), artikel 1, onderdeel k aangeduid als ‘normale dienstregeling’. Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur (Stb. 2004, 667), artikel 1, onderdeel i.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 30

-

ProRail, voor het aanvragen van capaciteit voor marktsegmenten met een open markttoegang; hiermee geeft ProRail mede uitvoering aan het bepaalde in artikel 13 van het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorwegen; ProRail specificeert deze capaciteitsbehoeften en is ervoor verantwoordelijk dat deze bij de capaciteitsverdeling voor de Jaardienstregeling gereserveerd blijven.

Capaciteitsverdelende instantie

Het capaciteitsverdelingsproces wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van ProRail. Voor capaciteitsaanvragen die de spoorwegnetten van meer dan één beheerder betreffen en die via de One-Stop-Shopformule bij ProRail worden aangevraagd, coördineert ProRail desgevraagd de afhandeling van die aanvragen bij de beheerders van de andere netten. In dat geval coördineert ProRail ook de aanpassingen in de dienstregeling die ontstaan door buitendienststellingen. Een spoorwegonderneming kan voor paden die meer dan één net betreffen ook zelf de aanvragen indienen bij de verschillende beheerders van die netten of dat door een collegaspoorwegonderneming laten doen. In dat geval is de aanvragende spoorwegonderneming zelf verantwoordelijk voor de afstemming tussen de dienstregelingen op de verschillende netten. De betrokken beheerders stemmen vervolgens de capaciteitsverdeling zodanig af, dat zij gebreken in de aansluiting kunnen signaleren aan de betrokken aanvrager.
One-Stop-Shop

Op basis van de One-Stop-Shopformule van RailNetEurope kunnen beheerders van buitenlandse spoornetten bij ProRail aanvragen indienen voor capaciteit op het door ProRail beheerde spoorwegnet. ProRail handelt deze aanvragen op dezelfde wijze af als aanvragen die rechtstreeks bij ProRail worden ingediend.
Toezichthoudende instantie

In de Spoorwegwet is de NMa aangewezen als de instantie die toezicht houdt op de naleving van de wettelijke voorschriften voor de capaciteitsverdeling en die klachten behandelt over het capaciteitsverdelingsproces of de uitkomst daarvan.

4.3 Schema voor aanvraag en capaciteitsverdeling
Tijdschema capaciteitsverdeling Jaardienstregeling 2006

Partijen die capaciteit in de Jaardienstregeling 2006 aanvragen, conformeren zich daarmee aan de tijdschema’s en procedures voor de behandeling van zulke aanvragen zoals die zijn weergegeven in deze Netverklaring. Aanvragen voor capaciteit in de Jaardienstregeling 2006 kunnen tot uiterlijk 27 juli 2005 17.00 uur bij ProRail worden ingediend. In bijlage 27 is het format voor capaciteitsaanvragen voor verkeersgebruik opgenomen. ProRail zal uiterlijk op 26 september 2005 een voorgenomen verdeling van de capaciteit in de Jaardienstregeling 2006 vaststellen (tenzij ProRail na overleg met aanvragers een andere termijn vaststelt).
Tijdschema Ad-hocaanvragen

Ad-hocaanvragen voor capaciteit voor verkeersgebruik kunnen bij ProRail worden ingediend zoals omschreven in bijlage 24. ProRail zal steeds binnen vijf werkdagen aangeven of de aanvraag gehonoreerd kan worden, indien de aanvraag alleen betrekking heeft op door ProRail beheerde spoorweginfrastructuur. In de Toegangsovereenkomst is vastgelegd op welke wijze Ad-hocaanvragen worden behandeld.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 31

Ketensamenhang

ProRail stimuleert aanvragers om in hun aanvragen niet alleen het treinpad, maar ook steeds de 44 daarbij behorende lokale capaciteiten aan te vragen die nodig zijn voor de behandeling van die trein vóór vertrek en na aankomst. ProRail kan dan bij de capaciteitverdeling rekening houden met de samenhang in de keten. Door de capaciteit voor het treinpad en de lokale capaciteit afzonderlijk aan te vragen, riskeert de aanvrager een suboptimale afstemming binnen de keten.

4.4 Stappen in het capaciteitsverdelingsproces
ProRail wijst erop dat in een voorfase van de capaciteitsverdeling voor de Jaardienstregeling, BasisUurPatronen van de dienstregeling en kaders voor de afhandeling van de capaciteitsaanvragen voor beheergebruik worden vastgesteld. Dit is omschreven in bijlage 24. In de BasisUurPatronen wordt een uitwerking van de dienstregeling ontwikkeld die op uurbasis repeteert. Hierbij wordt ook ruimte gereserveerd voor capaciteit die met een lagere frequentie, bijvoorbeeld dagelijks, repeteert. Het BasisUurPatroon is een variant voor de oplossing van onverenigbaarheden in de Jaardienstregeling, en geldt niet als een overeengekomen capaciteitsverdeling. Spoorwegondernemingen die op uurbasis repeterende capaciteit wensen, wordt dringend aangeraden om in de voorfase van de jaardienstverdeling capaciteit aan te vragen op basis van uurpatronen. ProRail zal zich zo goed mogelijk op de hoogte stellen van de capaciteitsbehoefte van potentiële aanvragers die geen gebruik maken van deze mogelijkheid. Binnen elke fase van de capaciteitsverdelingsprocessen zijn in beginsel de hieronder aangegeven stappen te onderscheiden. In bijlage 24 zijn nadere details opgenomen. Daarbij is ook aangegeven in welke capaciteitsverdelingscycli bepaalde stappen vervallen.
4.4.1 Aanvraag

Na ontvangst van een aanvraag controleert ProRail de volledigheid van de overlegde gegevens en de status van de aanvrager. Indien de aanvrager niet gerechtigd is of de aanvraag kennelijk onvolledig is, neemt ProRail de aanvraag niet in behandeling. Ook een capaciteitsaanvraag waarbinnen de aangevraagde capaciteiten onderling conflicteren of die de gebruiksmogelijkheden van de betreffende infrastructuur overschrijdt, neemt ProRail niet in behandeling. 45 Indien de aanvrager in zijn aanvraag bepaalde gebruikskenmerken van de gevraagde capaciteit niet expliciet vermeldt, verdeelt ProRail de capaciteit steeds onder het voorbehoud dat de aanvrager de standaardwaarden voor die gebruikskenmerken toepast. De standaardwaarden zijn door ProRail vastgesteld, rekening houdend met de kenmerken of gebruiksbeperkingen van de infrastructuur ter plaatse.
4.4.2 Programmatie

De programmatie omvat twee stappen: - de identificatie van situaties waarin het totaal van de aanvragen, met toepassing van de 46 planningsnormen , niet past binnen de gebruiksmogelijkheden en -beperkingen van de spoorweginfrastructuur. Bij de beoordeling van inpasbaarheid van ad-hocaanvragen worden steeds ook de eerder verdeelde capaciteiten betrokken; - het samenstellen van een ontwerp-capaciteitsverdeling die inpasbaar is binnen de gebruiksmogelijkheden en -beperkingen van de spoorweginfrastructuur en dit voorstel ter consultatie aanbieden aan de aanvragers van capaciteit.

44

Specifiek voor de Havenspoorlijn: ook overeengekomen en geldend voor capaciteit op de terminals, volgens GOR Planning terminals. 45 bijvoorbeeld treinlengte, aanwezigheid van gevaarlijke stoffen, enz. 46 Planningsnormen: zie bijlage 25.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 32

ProRail zorgt ervoor dat de ontwerp-capaciteitsverdeling slechts in beperkte mate afwijkt van de aangevraagde capaciteiten, dat de commerciële en operationele samenhang binnen de aanvragen niet verbroken wordt en dat bedrijfseconomische gevolgen van afwijkingen van de aangevraagde capaciteit beperkt zijn. ProRail past bij het samenstellen van een ontwerp-capaciteitsverdeling geen voorrangsregels toe voor een specifiek vervoermarktsegment of voor een specifieke vervoersrelatie. De ontwerp-capaciteitsverdeling voor de Jaardienstregeling wordt maximaal vier maanden na sluiting van de indientermijn voor capaciteitsaanvragen aangeboden aan de belanghebbende partijen. De belanghebbende partijen, waaronder de gerechtigden, hebben een maand de gelegenheid om hun reactie te geven op het ontwerp van de Jaardienstregeling; zie bijlage 24 voor termijnen in andere planningsfasen. ProRail neemt gepaste maatregelen om met de geuite bedenkingen rekening te houden; wanneer geen consensus over de ontwerp-capaciteitsverdeling bereikt kan worden, gaat ProRail over tot de coördinatiefase om de meest geschikte oplossing uit te werken. Bij de overgang van de programmatiefase naar de coördinatiefase wordt steeds een dossier met onder andere de aanvragen, de geïdentificeerde onverenigbaarheden en hun status alsmede correspondenties opgesteld. Gerechtigden hebben recht van inzage in de op hen betrekking hebbende gegevens in dat dossier.
4.4.3 Coördinatie

ProRail tracht door coördinatie een oplossing uit te werken voor het inpassen van (onderdelen van) capaciteitsaanvragen waarvoor in de programmatie nog geen oplossing kon worden gevonden. ProRail organiseert daartoe overleg waarin alle betrokken aanvragers met gelijke rechten deelnemen. ProRail voert het secretariaat van het overleg. Zo mogelijk worden de probleempunten verdeeld in clusters van deelproblemen. Zowel aanvragers als ProRail kunnen oplossingsvarianten voor ieder clusters voorstellen. Bij het samenstellen van de verzameling oplossingsvarianten moet ernaar gestreefd worden dat elke aanvrager in tenminste één oplossingsvariant zijn aanvraag gehonoreerd ziet. De aanvragers werken eraan mee dat de risico’s en de voor- en nadelen die zijn ondervinden in elk van de oplossingsvarianten, zo goed mogelijk worden omschreven. ProRail beoordeelt of de oplossingsvarianten voldoen aan de wettelijke voorschriften en of ze uitvoerbaar zijn. Oplossingsvarianten die niet voldoen aan de wettelijke voorschriften of niet uitvoerbaar zijn worden terzijde gelegd. ProRail streeft ernaar om per cluster tenminste één oplossingsvariant te bereiken die voldoet aan de wettelijke voorschriften en zo mogelijk de instemming van aanvragers heeft of in elk geval niet op hun bezwaren stuit. Indien zo’n oplossingsvariant beschikbaar is, wordt de capaciteit overeenkomstig die variant verdeeld. Bij blijvend verschil van inzicht over de merites van een oplossingsvariant of over de te kiezen oplossingsvariant wordt de geschillenprocedure voor de capaciteitsverdeling gevolgd.
Toepassen van een verhoging van de gebruiksvergoeding

Bij de capaciteitsverdeling voor het dienstregelingsjaar 2006 zal ProRail geen gebruik maken van een 47 verhoging van de gebruiksvergoeding als instrument voor de coördinatie van de capaciteitsverdeling.
Geschillenprocedure

De conclusie dat de coördinatie niet geleid heeft tot een oplossing die voldoet aan de wettelijke eisen en die niet op bezwaren van de aanvragers stuit, wordt pas getrokken nadat de procedure voor geschillenbemiddeling is doorlopen volgens de Geschillenregeling capaciteitsverdeling (zie bijlage 5). Iedere betrokken aanvrager kan het initiatief nemen om deze bemiddelingsprocedure in gang te zetten. Deze procedure houdt in dat ieder aanvrager die bij het geschil betrokken is een terzake gevolmachtigde aanwijst als lid van een Geschillencommissie. Voor geschillen waarin ProRail geen aanvrager van capaciteit is, treedt (een gemachtigde vertegenwoordiger van) Directeur ProRail Capaciteitsmanagement op als voorzitter van de commissie. Voor geschillen waarbij ProRail Inframanagement aanvrager is, wijzen de leden een voorzitter aan. Deze Geschillencommissie doet binnen tien werkdagen een schriftelijk vastgelegde uitspraak over het geschil. Die uitspraak kan tweeërlei zijn: of de commissie komt tot een door alle partijen in consensus of consent aanvaarde
47

Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur (Stb. 2004, 667), artikel 7, eerste lid.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 33

oplossingsvariant, of niet. Indien de commissie niet binnen tien werkdagen tot een uitspraak komt, wordt de commissie geacht niet in staat te zijn tot consensus of consent te komen. Deze regeling is van kracht tijdens de Jaardienstcyclus en de daarvan deel uitmakende voorfasen in de BUP-cyclus en de voorfasen van de verdeling t.b.v. beheergebruik. 48 Met deze geschillenbemiddelingsprocedure geeft ProRail uitvoering aan de verplichting met betrekking tot de regeling zoals bedoeld in de Richtlijn 2001/14/EG, artikel 21 zesde lid.
4.4.4 Overbelastverklaring

Indien de coördinatiefase niet heeft geleid tot een resultaat dat voor alle aanvragers bevredigend is, verklaart ProRail Capaciteitverdeling de betreffende infrastructuur overbelast. Binnen zes maanden na overbelastverklaring rondt ProRail de capaciteitsanalyse af. Binnen zes maanden na afronding van de capaciteitsanalyse stelt ProRail een capaciteitsvergrotingsplan op.
4.4.5 Vaststelling capaciteitsverdeling

Indien aanvragers overeenstemming bereiken over een capaciteitsverdeling die zij onbevredigend achten, geldt die verdeling niettemin als de uitkomst van het verdelingsproces. Indien in de programmatiefase of de coördinatiefase geen overeenstemming is bereikt over de capaciteitsverdeling en ook de geschillenbemiddelingsprocedure in de coördinatiefase niet tot een capaciteitsverdeling heeft geleid, zal ProRail een capaciteitsverdeling vaststellen. Deze capaciteitsverdeling wordt aangeduid als de voorgenomen capaciteitsverdeling. Voor het vaststellen van de voorgenomen 49 capaciteitsverdeling past ProRail de minimumcapaciteiten en voorrangsvolgordes toe die in de wet zijn vastgesteld. ProRail past daarbij toe: - de gebruiksmogelijkheden van de spoorweginfrastructuur zoals omschreven in deze Netverklaring en die voortvloeien uit wettelijke regelingen; 50 - de algemene wettelijke regels voor minimumcapaciteiten en voorrangsvolgorde , en de specifieke 51 wettelijke regels daarvoor op overbelaste infrastructuur ; het begrip ‘spits’ wordt daarbij als volgt ingevuld: - voor de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Limburg en Zeeland omvat de ochtendspits het tijdvak van 6:45 t/m 8:44 uur, en de avondspits het tijdvak van 16:30 t/m 18:29 uur; - voor de overige provincies omvat de ochtendspits het tijdvak van 7:00 t/m 8:59 uur, en de avondspits het tijdvak van 16:15 t/m 18:14 uur. - treinen die in een spitstijdvak vertrekken, worden voor de toepassing van de regels voor voorrang en minimumcapaciteit nog tot maximaal een half uur na het einde van de spitsperiode gerekend tot spitstreinen; - voor het onderscheiden van de soorten goederenvervoer die in artikel 10 van het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorwegen zijn genoemd wordt voor de referentiekarakteristieken van een treinpad voor conventioneel en snel goederenvervoer uitgegaan van tractie door één locomotief van het type 1600/1700; voor zwaar goederenvervoer wordt uitgegaan van tractie door drie locomotieven van het type 6400; - de dienstregelingsontwerpnormen volgens bijlage 25. Binnen zeven werkdagen na het afsluiten van de geschillenbemiddelingsprocedure in de Jaardienstcyclus stelt ProRail een voorgenomen verdeling van de capaciteit vast; ProRail levert de betrokken partijen een schriftelijke onderbouwing van de gemaakte keuze, met daarin een beschrijving van het proces, een overzicht van de oordeelsvorming van ProRail per variant en een toelichting op de uiteindelijke keuze. In de Ad-hocfase wordt de schriftelijke onderbouwing alleen op verzoek van een belanghebbende gegeven, binnen een termijn van tenminste vier werkdagen.

48 49

Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur 50 Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur 51 Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur

(Stb. 2004, 667), artikel 4. (Stb. 2004, 667), artikel 10 , 11 en 12. (Stb. 2004, 667), artikel 8 en 9. (Stb. 2004, 667), artikel 10 , 11 en 12.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 34

4.4.6

Geschillenbeslechting capaciteitsverdeling

Indien één van de aanvragers van mening is dat in de bekendgemaakte (voorgenomen) verdeling sprake is van onevenwichtige benadeling, kan hij dat binnen zeven werkdagen gemotiveerd schriftelijk kenbaar maken aan de Directeur ProRail Capaciteitsmanagement. Deze beslist dan, overeenkomstig de beslechtingsprocedure die is opgenomen in de Geschillenregeling capaciteitsverdeling (zie bijlage 5), binnen vier werkdagen of de (voorgenomen) capaciteitsverdeling wordt heroverwogen en binnen welke termijn een nadere vaststelling van de capaciteitsverdeling zal worden bekendgemaakt.
4.4.7 Klachten capaciteitsverdeling

Een belanghebbende die van mening is dat hij bij de capaciteitsverdeling oneerlijk behandeld, gediscrimineerd of op enigerlei andere wijze benadeeld is, kan zich overeenkomstig artikel 71 lid 1 van de Spoorwegwet tot de NMa wenden om een klacht in te dienen tegen het handelen of nalaten van ProRail ten aanzien van de capaciteitsverdelingsprocedure en het resultaat daarvan.
4.4.8 Afgesloten kaderovereenkomsten

Ten tijde van vaststelling van deze Netverklaring 2006 had ProRail geen Kaderovereenkomsten zoals bedoeld in artikel 60 Spoorwegwet afgesloten.
4.4.9 Vastlegging van de capaciteitsverdeling

De capaciteitsverdeling voor de Jaardienstregeling 2006 vindt plaats voorafgaand aan het sluiten van de Toegangsovereenkomsten voor dat tijdvak. ProRail legt het resultaat van de capaciteitsverdeling voor de Jaardienstregeling vast in een document. In dat capaciteitsverdelingsdocument beschrijft ProRail ook welke capaciteiten aan de diverse aanvragers op hun aanvraag zijn verdeeld en welke capaciteiten voor welk gebruik zijn voorbehouden. Dit document maakt deel uit van de te sluiten Toegangsovereenkomst; de gerechtigde verkrijgt het gebruiksrecht voor de capaciteit die volgens het capaciteitsverdelingsdocument aan die gerechtigde is toebedeeld. Ook geeft de Toegangsovereenkomst regels voor de behandeling van Ad-hocaanvragen voor aanvulling of wijziging van de Jaardienstregeling. Spoorwegondernemingen die houder van verdeelde capaciteit zijn, mogen die capaciteit niet overdragen aan andere spoorwegondernemingen of gerechtigden. Het capaciteitsverdelingsdocument beschrijft: - de capaciteit die aan de gerechtigde is toebedeeld binnen de Jaardienstregeling, uitgedrukt in treinpaden, rijwegen en stationair spoorgebruik per dagsoort, eventueel verbijzonderd voor onderscheiden periodes binnen het jaardiensttijdvak; - de capaciteiten die zijn toebedeeld aan de gerechtigde voor specifieke dagen binnen de jaardienst, in afwijking van of in aanvulling op de capaciteit per dagsoort; - de repeterende buitendienststellingen voor beheerwerkzaamheden aan of nabij de spoorweginfrastructuur die als onderhoudsrooster zijn vastgesteld en de gespecificeerde incidentele onttrekkingen voor beheer-, vernieuwing- of nieuwbouwwerkzaamheden aan of nabij de spoorweginfrastructuur; in de Toegangsovereenkomst (of in het capaciteitsverdelingsdocument waarnaar de Toegangsovereenkomst verwijst) geeft ProRail aan in hoeverre de wijzigingen van jaardiensttreinpaden die een gevolg zijn van deze buitendienststellingen al verwerkt zijn in de Toegangsovereenkomst; - de procedures voor de behandeling van Ad-hocaanvragen die de spoorwegonderneming na sluiting van de Toegangsovereenkomst bij ProRail indient; Conform de Generieke Operationele Regeling ‘Capaciteitsverdeling Ad-hocaanvragen’ behoren tot deze Ad-hocaanvragen aanvragen voor een wijziging van de Jaardienstregeling per dagsoort en aanvragen voor incidentele wijzigingen per datum; - de procedures voor de behandeling van Ad-hocaanvragen van ProRail. De Beheerconcessie bepaalt dat de kwaliteit van de capaciteitsverdeling een indicator is voor de kwaliteit van het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur. In de Toegangsovereenkomst kunnen gerechtigden en ProRail daarover binnen de kaders van de begroting van de door ProRail aan te vragen en te ontvangen subsidie prestatie-indicatoren en prestatieniveaus overeenkomen.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 35

4.4.10

Diverse gegevens

Evenementen en voorziene afwijkingen ProRail faciliteert vroegtijdig overleg over voorziene Ad-hocaanvragen, om zo conflicterende situaties door gelijktijdige evenementen of voorgenomen buitendienststellingen af te stemmen. Tot de voorziene Ad-hocaanvragen kunnen in dit verband behoren: - grootschalige publieksevenementen waarbij in verband met een sterke afwijkende vervoervraag een bijzondere dienstregeling gewenst is of waarbij aanpassing van de Jaardienstregeling moet worden vermeden; - afwijkende dienstregeling voor goederentreinen in verband met feestdagen in het buitenland. De Ad-hocaanvragen worden door de spoorwegonderneming tenminste eenmaal per kwartaal geactualiseerd in een voortschrijdend vierkwartalenoverzicht. Capaciteitsreserveringen 52 Op grond van het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorwegen moet ProRail bij de vaststelling van de capaciteitsverdeling voor de Jaardienstregeling capaciteit reserveren voor Ad-hocaanvragen voor goederenvervoer en besloten personenvervoer. In navolgende tabel is de capaciteit die voor deze Ad-hocaanvragen wordt gereserveerd per verkeersrelatie aangegeven in aantallen paden per etmaal. De beschikbaarheid van paden wordt door ProRail beoordeeld op basis van de rijkarakteristieken van een trein voor conventioneel goederenvervoer (of zwaarder).
van/naar Amersfoort Amersfoort Beverwijk Beverwijk Eindhoven Kijfhoek Kijfhoek Kijfhoek Kijfhoek Kijfhoek Utrecht Overige baanvakken via Deventer Zwolle Breukelen Haarlem Maastricht Breukelen Eindhoven Tilburg Utrecht naar/van Oldenzaal grens Meppel Utrecht Kijfhoek Eijsden grens Roosendaal grens Amersfoort Venlo Zevenaar grens Zevenaar grens Eindhoven aantal paden per etmaal 3 3 5 3 5 5 3 5 3 5 3 2

Na vaststelling van de Jaardienstregeling behouden deze capaciteiten geen bijzondere status. In het kader van de One-Stop-Shop maakt ProRail ook capaciteitsreserveringen voor grensoverschrijdende paden voor internationaal verkeer (zie bijlage 29); deze capaciteitsreserveringen blijven van kracht tot vijf dagen voor de verkeersdag. 4.5 Capaciteit t.b.v. werkzaamheden De procedures voor de capaciteitsverdeling, zoals weergegeven in de paragrafen 4.2 t/m 4.4, worden ook toegepast op de capaciteitsaanvraag van ProRail voor werkzaamheden aan of nabij de spoorweginfrastructuur (voorzover gepaard gaand met beperkingen voor het verkeersgebruik) en op de verdeling van deze capaciteit door ProRail.

52

Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur (Stb. 2004, 667), artikel 13.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 36

4.6 Niet-gebruikte capaciteit
Als voorzienbaar is dat de capaciteit die aan een spoorwegonderneming of een andere gerechtigde verdeeld is, niet door die gerechtigde gebruikt zal worden of kan worden, is ProRail vrij om andere belanghebbenden over die capaciteit te laten beschikken. ProRail zal spoorwegondernemingen erop aanspreken als zij de capaciteit die zij op hun aanvraag beschikbaar hebben gekregen niet (volledig) gebruiken. Als een gerechtigde, die capaciteit beschikbaar heeft gekregen in de Jaardienstregeling (inclusief wijzigingsbladen), binnen een aaneengesloten tijdvak van tenminste één maand de capaciteit voor openbaar personenvervoer voor minder dan 80% benut of de capaciteit voor ander gebruik voor minder dan 50% benut, dan moet de gerechtigde die capaciteit beschikbaar stellen voor gebruik door andere aanvragers voor de resterende periode waarvoor de verdeling plaatsvond. Dit geldt niet als de niet-benutting buiten de wil van de gerechtigde is ontstaan door niet-economische redenen. De beschikbaarstelling van ongebruikte capaciteit vindt plaats zonder restitutie van eventuele reserveringsvergoedingen die daarvoor zijn verschuldigd of betaald. ProRail zal, alvorens de capaciteit ter beschikking te stellen voor ander gebruik, de voorgenomen toepassing van deze regeling schriftelijk melden aan de oorspronkelijke houder van de capaciteit en hem in de gelegenheid stellen om de redenen van de niet-benutting nader uiteen te zetten. Indien ProRail de capaciteit vervolgens aan een andere aanvrager beschikbaar stelt, zal ProRail de oorspronkelijke houder van de capaciteit daarover schriftelijk informeren.
Opschorting en beëindiging daarvan

Indien ProRail de uitvoering van de Toegangsovereenkomst heeft opgeschort, en vervolgens besluit de opschorting te beëindigen, kan de spoorwegonderneming weer aanspraak maken op de capaciteiten die aan hem beschikbaar zijn gesteld na afloop van de derde dag na de dag waarop de opschorting werd beëindigd.

4.7 Buitengewoon Vervoer en Buiten-Profiel-vervoer
Het rijden met spoorvoertuigen waarvan de lading buiten het omgrenzingsprofiel voor spoor53 voertuigen steekt dat van toepassing is op de te gebruiken baanvakken, is alleen toegestaan binnen de voorwaarden van een regeling voor Buitengewoon Vervoer. ProRail stelt een dergelijke regeling op na ontvangst van een specifieke capaciteitsaanvraag voor dat vervoer. In de capaciteitsaanvraag moet zijn aangegeven dat gebruik wordt gemaakt van de regeling zoals bedoeld in artikel 12 lid 2 Besluit spoorverkeer. De lading mag in dit geval niet het bijzondere ladingomgrenzingsprofiel zoals 54 bedoeld in artikel 12 lid 2 Besluit spoorverkeer overschrijden. De Minister kan, onder voorwaarden, ontheffing verlenen voor spoorvoertuigen: - die (nog) niet zijn toegelaten; - waarvoor een andere inzet wordt gevraagd dan eerder is toegelaten; - die de grenswaarde van het voertuigomgrenzingsprofiel op het betreffende baanvak overschrijden, of waarvan de lading het bijzondere ladingomgrenzingsprofiel voor dat baanvak, zoals bedoeld in artikel 12 lid 2 Besluit spoorverkeer, overschrijdt. De aanvraag voor een ontheffing voor Buitengewoon Vervoer moet steeds bij ProRail worden ingediend. In de capaciteitaanvraag voor verkeer met dergelijke voertuigen moet expliciet verwezen worden naar de verleende ontheffing, met vermelding van de voorwaarden die bij die ontheffing zijn gegeven. Dergelijke voertuigen kunnen alleen onder de voorwaarden van een regeling voor Buitengewoon Vervoer aan het verkeer deelnemen, met inachtneming van de ontheffingsvoorwaarden en de specifieke voorwaarden die ProRail aan het Buitengewoon Vervoer verbindt.
55

53 54

Besluit spoorverkeer (Stb. 2004, 662), artikel 13 lid 1. Het bijzondere ladingomgrenzingsprofiel zoals bedoeld in het Besluit Spoorverkeer, artikel 12, lid 2, onderdeel a (Stb. 2004, 662) is nog niet officieel bekend gemaakt. De opname van dit profiel in de Netverklaring (bijlage 14) vindt plaats onder voorbehoud. 55 Spoorwegwet (Stb. 2003, 264), artikel 46 jo. artikel 36.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 37

De regelingen voor Buitengewoon Vervoer kunnen worden aangevraagd als onderdeel van het dienstenpakket 3a. De voorwaarden die ProRail verbindt aan het uitvoeren van Buiten-Profiel-vervoer of Buitengewoon Vervoer zijn gericht op het beheersen van de veiligheid, op de bescherming van de integriteit van de infrastructuur en op het voorkomen danwel beheersen van de hinder die andere gebruikers van de infrastructuur ondervinden van dat vervoer. De additionele kosten die ProRail maakt in verband met de voorbereiding en uitvoering van Buitengewoon Vervoer of Buiten-Profiel-vervoer komen ten laste van de aanvrager via dienstenpakket 3a.

4.8 Bediening en bijsturingsmaatregelen
ProRail stelt sporen en rijwegen ter beschikking zoals vastgesteld in het proces van capaciteitverdeling.
Bijsturingsmaatregelen
56

Op grond van het Besluit spoorverkeer is ProRail bevoegd om bij incidenten, afwijkingen of verstoringen van de planmatige afwikkeling van het verkeer bijsturingsmaatregelen te treffen. De bijsturingsmaatregelen zijn erop gericht om de planmatige afwikkeling van het verkeer op een beheerste manier en met zo weinig mogelijk bijkomende ontregeling te herstellen. ProRail streeft ernaar om de bijsturingsmaatregelen zoveel mogelijk tevoren vast te leggen in afhandelingsafspraken met de spoorwegondernemingen. In de Bevoegdheidsregeling ‘Operationele verdeling tijdens verstoringen’ is vastgelegd op welke wijze ProRail handelt in gevallen waarvoor geen afspraken met spoorwegondernemingen zijn vastgelegd. In de Bevoegdheidsregeling ‘Afhandelingsstrategieeën’ is de procedure voor het vastleggen van afhandelingsafspraken omschreven. De Beheerconcessie wijst de kwaliteit van de bijsturing aan als indicator voor de kwaliteit van het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur. In de Toegangsovereenkomst kunnen gerechtigden en ProRail daarover binnen de kaders van de door ProRail aan te vragen en te ontvangen subsidie prestatie-indicatoren en prestatieniveaus overeenkomen.
Afstemming bijsturingsmaatregelen

Indien de ontregeling en de bijsturing daarvan uitsluitend één spoorwegonderneming betreft en niet raakt aan capaciteiten die aan andere spoorwegondernemingen zijn verdeeld, worden de bijsturingsmaatregelen zoveel mogelijk in overleg met de betrokken spoorwegonderneming vastgesteld. Voor de gevallen waarin meerdere spoorwegondernemingen zijn betrokken bij de ontregeling of de bijsturing daarvan, handelt ProRail zoveel mogelijk volgens de Bevoegdheidsregelingen ‘Operationele verdeling bij verstoringen’ en ‘Afhandelingsstrategieën’, alsmede de Generieke Operationele Regeling ‘Orderacceptatie en Bijsturingsregels voor netwerkverkeersleiding en spoorwegondernemingen’.
Ingrijpen in treindienst en bedrijfsprocessen
57

ProRail is oprond van het Besluit spoorverkeer bevoegd om in een aantal situaties af te wijken van de eerder overeengekomen capaciteitsverdeling en daarmee in te grijpen in de voorgenomen afwikkeling van de treindienst en van de overige bedrijfsprocessen van spoorwegondernemingen; de spoorwegonderneming dient de aanwijzingen die ProRail in verband hiermee geeft op te volgen. ProRail kan bijvoorbeeld van deze bevoegdheid gebruikmaken: − in het geval dat de treinenloop zodanig afwijkt van het plan dat daarmee de loop van andere treinen of de afwikkeling van bedrijfsprocessen aangetast wordt; − bij storingen of onvoorziene beperkingen van de beschikbaarheid van de infrastructuur; − op last van het openbaar gezag; − bij dreigend gevaar; − om de dreigende overschrijding te voorkomen van voorschriften die volgens wettelijke regeling voor ProRail gelden; − ter beëindiging van situaties waarin het gebruik de voorschriften overschrijdt die volgens wettelijke regeling voor ProRail gelden;
56 57

Besluit spoorverkeer (Stb. 2004, 662), artikel 23 lid 1. Besluit spoorverkeer (Stb. 2004, 662), artikel 23 lid 1.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 38

bij dreigende uitoefening van bestuursdwang en ter voorkoming van de gevolgen daarvan.

Waarborging detectie

ProRail wijst sporen en rijwegen aan die bij de normale dienstuitvoering niet regelmatig worden bereden maar die voor de bijsturing van de verkeersafwikkeling van belang zijn. Ten behoeve van de betrouwbare werking van de detectiesystemen op die sporen en rijwegen mag de periode tussen twee opeenvolgende ritten over die sporen en rijwegen bepaalde grenswaarden niet overschrijden. In verband daarmee kan ProRail treinen aanwijzen die via een alternatieve rijweg worden geleid teneinde die grenswaarde niet te overschrijden (“roestrijden”). De procedure hiervoor is beschreven in de Bevoegdheidsregeling ‘Roestrijden’. Volgens deze procedure kunnen spoorwegondernemingen aangeven welke van hun treinen bij voorkeur wel of niet via alternatieve rijwegen worden geleid.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 39

5 Te contracteren dienstverlening
5.1 Kader
ProRail biedt gerechtigden, zoals bedoeld in artikel 57 van de Spoorwegwet in een Toegangsovereenkomst, een aantal dienstenpakketten aan voor de toegang tot en het gebruik van de spoorweginfrastructuur: - alle categorieën gerechtigden die in artikel 57 Spoorwegwet onderscheiden zijn, kunnen een Capaciteitsovereenkomst aangaan die recht geeft op het verwerven van capaciteit op de door ProRail beheerde spoorweginfrastructuur; - uitsluitend ondernemingen die blijkens hun bedrijfsvergunning gekwalificeerd zijn als spoorwegonderneming, alsmede hun samenwerkingsverbanden, kunnen een Toegangsovereenkomst aangaan die recht geeft op het verwerven van capaciteit en op de toegang tot en het gebruik van de door ProRail beheerde spoorweginfrastructuur voor het verkeer met spoorvoertuigen.
Dienstenpakketten

De volgende pakketten van diensten worden onderscheiden: - het dienstenpakket 1 “Basistoegangspakket”; - het dienstenpakket 2 “Toegang tot voorzieningen”, zoals bedoeld in artikel 5 van Richtlijn 2001/14/EG; - het dienstenpakket 3 “Aanvullende diensten”, zoals bedoeld in artikel 5 van Richtlijn 2001/14/EG; - het dienstenpakket 4 “Ondersteunende diensten”, zoals bedoeld in artikel 5 van Richtlijn 2001/14/EG. Dit hoofdstuk geeft een nadere beschrijving van de diensten in de verschillende pakketten. Paragraaf 5.6 geeft ook een overzicht van andere diensten die ProRail biedt. De Algemene Voorwaarden bij de Toegangsovereenkomst hebben steeds betrekking op het Basistoegangspakket en –voorzover die dienstenpakketten in de Toegangsovereenkomst worden afgenomen- de dienstenpakketten 2, 3 en 4.

5.2 Dienstenpakket 1: Basistoegangspakket
Het Basistoegangspakket omvat alle onderdelen van het zogenaamde minimumtoegangspakket uit bijlage II van Richtlijn 2001/14/EG: 58 a. de behandeling van aanvragen voor infrastructuurcapaciteit , met inbegrip van de capaciteitsverdeling voor lokaal gebruik van de infrastructuur, alsmede het gebruik van de VPTplanningsystemen, RADAR en ISVL59; ProRail streeft ernaar de spoorwegondernemingen op door hen gekozen locaties aansluiting te geven op de hiervoor genoemde automatiseringssystemen; het aantal aansluitingen op de genoemde systemen dat in het Basistoegangspakket wordt opgenomen, is afhankelijk van de begrote verkeersomvang van de spoorwegonderneming op het door ProRail beheerde spoorwegnet; voorzover de systemen daarvoor al geschikt gemaakt zijn en voldoende hoogwaardige datacommunicatievoorzieningen beschikbaar zijn, wordt het aantal aansluiting volgens de volgende tabel bepaald: begrote verkeersomvang aantal aansluitingslicenties < 5 miljoen treinkilometer 1 licentie tussen 5 en 20 miljoen treinkilometer 2 licenties tussen 20 en 40 miljoen treinkilometer 3 licenties tussen 40 en 80 miljoen treinkilometer 4 licenties > 80 miljoen treinkilometer 5 licenties

58

Voor de behandeling van aanvragen t.b.v. treinen voor de aan- en afvoer van materiaal en materieel bij infra-werkzaamheden kunnen afwijkende condities gelden. 59 De VPT-planningssystemen zijn eigendom van NS; het Basistoegangspakket omvat een recht van gebruik van die systemen; de verbinding en de aanleg daarvan is voor rekening van de aangeslotene; aansluitingen op het systeem ISVL zijn vooralsnog alleen mogelijk via BT’s Network Interconnect Service. blad 40

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

b. het verwerven van capaciteitsrechten en het recht gebruik te maken van de capaciteit zoals bij de capaciteitsverdeling of de bijsturing daarvan is vastgesteld; c. het rijdend gebruik van sporen op baanvakken en stations ten behoeve van treinbewegingen, alsmede het stilstaand gebruik van die sporen voorzover nodig in verband met de verkeersafwikkeling (voorbijrijding, rijrichtingwisseling, enzovoort) en het stilstaand gebruik van perronsporen op stations voorzover nodig voor het in- of uitstappen van reizigers en/of het laden of lossen van te vervoeren goederen; bij de sporen op baanvakken en stations behoren tevens alle systemen die ProRail noodzakelijk acht voor de waarborging van veiligheid en integriteit van de infrastructuur; d. de treindienst- en verkeersleiding voor zowel centraal als niet-centraal bediende gebieden, met inbegrip van het gebruik van de telecommunicatiediensten Spoorwegveiligheid, alsmede de verstrekking van informatie aan de spoorwegonderneming over de lopende treindienstafwikkeling 60 en de levering van verkeersinformatie aan de spoorwegonderneming en aan publieke media; levering van informatie aan de spoorwegonderneming vindt onder ander plaats via standaardoverzichten conform de specificatie in bijlage 8; informatielevering via geautomatiseerde systemen is gegeven de technische beperkingen van de thans geïnstalleerde systemen in beperkte mate mogelijk; het aantal aansluitingen op dergelijke systemen dat in het kader van het Basistoegangspakket beschikbaar wordt gesteld, is daarbij afhankelijk van de bedrijfsomvang van de spoorwegonderneming, volgens de in de Toegangsovereenkomst opgenomen tabel; e. de verstrekking van alle informatie die nodig is om volgens dit basispakket aan het verkeer te kunnen deelnemen; deze Netverklaring geeft een overzicht van de informatie die in dat verband bedoeld en beschikbaar is; In aanvulling op het minimumtoegangspakket uit bijlage II van Richtlijn 2001/14/EG omvat het Basistoegangspakket ook steeds: f. de diensten van de calamiteitenorganisatie van ProRail die betrekking hebben op de alarmering, de bereddering en het baanvrij maken na opgetreden ongevallen en onregelmatigheden, alsmede de hersporing van spoorvoertuigen en het overbrengen van beschadigde spoorvoertuigen naar een veilige plaats waar zij geen hinder voor het verkeer veroorzaken; hieronder valt ook de integrale coördinatie van de activiteiten van spoorwegondernemingen daarbij, alsmede de afstemming met het bevoegd gezag en met de overheidshulpdiensten; de dienst wordt geboden binnen het kader van de Generieke Operationele Regeling ‘Calamiteitenplan Rail’, met de daarbij behorende verrekeningen.

5.3 Dienstenpakket 2: toegang tot voorzieningen
Het dienstenpakket 2 “Toegang tot voorzieningen” bestaat uit meerdere onderdelen. Spoorwegondernemingen kunnen de afzonderlijke onderdelen via de Toegangsovereenkomst afnemen. Alle spoorwegondernemingen hebben op de voorwaarden van de modelToegangsovereenkomst toegang tot alle onderdelen van dienstenpakket 2. Voorzover een onderdeel de toegang tot en het gebruik van of de bediening van een infrastructurele voorziening betreft, is het beheer, de instandhouding en de bediening van die infrastructurele voorziening daar steeds bij inbegrepen, tenzij anders is aangegeven. Enkele diensten, die in de bijlage II bij Richtlijn 2001/14/EG als afzonderlijke diensten zijn genoemd, zijn in de onderdelen van het dienstenpakket 2 gecombineerd omwille van de doelmatigheid.
5.3.1 Onderdeel 2a Gebruik van de bovenleiding

Deze dienst betreft het gebruik van het tractie-energiesysteem, te weten de bovenleiding en alle ander door ProRail beheerde onderdelen van het tractie-energiesysteem. De hoogste stroomafname is vermeld in bijlage 19. De dienst omvat ook het gebruik van de grondaansluitingen voor de voorverwarming van reizigersmaterieel op opstelterreinen, voor zover die grondaansluitingen vanuit het tractie-energiesysteem gevoed worden. In het kader van de Elektriciteitswet 1998 is ProRail voor het beheer van het tractie-energievoorzieningsnet aangemerkt als ‘beheerder van een particulier net’. In die hoedanigheid verlangt ProRail van partijen die stroom afnemen van het tractie-energievoorzieningsnet periodieke opgaven van de gerealiseerde en de verwachte omvang van de stroomafname.
60

Verkeersinformatie zoals bedoeld in de Generieke Operationele Regeling ‘Afbakening Verkeers- en Reisinformatie’.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 41

Onregelmatigheden in de betrouwbaarheid en de beschikbaarheid van het tractie-energiesysteem tellen mee in het stelsel van treindienstaantastende onregelmatigheden. De levering van tractiestroom valt buiten het dienstenpakket van ProRail.
5.3.2 Onderdeel 2b Gebruik van tankinstallaties

Deze dienst betreft het gebruik van de tankplaten en tankinstallaties die eigendom zijn van ProRail, met de bijbehorende voorzieningen voor opvang en afvoer van lekvloeistoffen. De levering van brandstoffen via die installaties die eigendom zijn van ProRail is uitsluitend mogelijk op basis van een overeenkomst tussen de spoorwegonderneming en de exploitant van de tankinstallatie. Die exploitant is, op basis van een overeenkomst met ProRail, verplicht om de levering van brandstoffen via die installaties op niet-discriminerende wijze aan te bieden aan alle spoorwegondernemingen. ProRail kan u informeren omtrent de diverse exploitanten.
5.3.3 Onderdeel 2c Reizigerstoegangs- en overstapfaciliteiten

Deze dienst betreft het gebruik van de toegangs- en overstapvoorzieningen in stations die voor reizigersverkeer geopend zijn en die reizigers moeten gebruiken om zich te verplaatsen tussen de openbare weg (inclusief de rijwielstalling) en de trein en bij het overstappen van trein naar trein. De dienst omvat daarbij: a. toegang tot en gebruik van de voetweg tussen de openbare weg en het perron, en tussen perrons onderling (toegang, capaciteit, openingstijden); het omroepen door ProRail van ‘huis’-berichten (persoonsoproepen en dergelijke) en van berichten met een veiligheidskarakter; b. de verlichting, de verwarming en het hygiënisch en technisch onderhoud van de voorzieningen; c. het gebruik van infrastructurele voorzieningen op perrons en in stationshallen voor het verstrekken van reisinformatie, te weten omroepinstallaties, verkeers- en reisinformatiedisplays en treinaanwijsinstallaties; d. het door middel van een geautomatiseerd systeem (zonder tussenkomst van menselijke handelingen en met een door een computer gegenereerde stem) omroepen van gestandaardiseerde reisinformatie op perrons en in stationshallen en het instellen van treinaanwijsinstallaties in stationshallen en op perrons, conform de Generieke Operationele Regeling ‘Afbakening Verkeers- en Reisinformatie’; het systeem omvat niet alle stations en de functionaliteit is beperkt tot onder andere spoorafwijkingsinformatie en melding van beperkte treinvertragingen; dit onderdeel van dienstenpakket 2c kan vooralsnog alleen in combinatie met dienst 3c (“Reisinformatie”) worden afgenomen; e. het gebruik van systemen voor beeldopname en –weergave op de stations die daarmee uitgerust zijn, ten behoeve van de sociale veiligheid. Het gebruik van de perronsporen is onderdeel van het Basistoegangspakket.
5.3.4 Onderdeel 2d Opstel- en rangeersporen

Deze dienst betreft: a. het gebruik van sporen voor het opstellen van spoorvoertuigen inclusief tractiematerieel; b. het gebruik van sporen voor het opstellen en verzorgen van spoorvoertuigen; c. het gebruik van sporen voor rangeerprocessen met spoorvoertuigen; het gebruik van de rangeerheuvel te Kijfhoek is uitsluitend mogelijk met locomotieven die zijn uitgerust met apparatuur voor communicatie met en beïnvloeding door het daar geïnstalleerde geautomatiseerde heuvelprocesbesturingssysteem; d. het gebruik van de voorzieningen voor watertappunten, perslucht en elektrische depotvoeding die aanwezig zijn bij opstel- en rangeersporen; e. de toegang tot en het gebruik van laad- en lossporen op openbare laad- en losplaatsen en het gebruik van daarbij behorende laad- en loswegen op de door ProRail beheerde terreinen; f. de treindienstleiding voor de betrokken sporen, met inbegrip van het gebruik van de mobiele telecommunicatiediensten Spoorwegveiligheid, alsmede de verstrekking van informatie over de actuele lokale procesafwikkeling.

5.4 Dienstenpakket 3: aanvullende diensten
De onderstaande diensten worden op verzoek van de spoorwegonderneming door ProRail geleverd als aanvullende dienst zoals bedoeld in Richtlijn 2001/14/EG artikel 5 lid 2.
Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 blad 42

5.4.1

Onderdeel 3a Buitengewoon Vervoer

Deze dienst betreft het op verzoek van een spoorwegonderneming onderzoeken en vaststellen van de toelatings- en vervoersvoorwaarden voor materieel dat niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden voor de te berijden baanvakken en sporen. De dienst omvat ook het leveren van de additionele inspanningen van ProRail voor de voorbereiding of uitvoering van het Buitengewoon Vervoer, zoals bijvoorbeeld de inzet van begeleidend ProRail-personeel of het tijdelijk wegnemen van objecten langs de baan.
5.4.2 Onderdeel 3b Aansluitingen en randapparatuur informatiesystemen verkeersleiding

Deze dienst omvat het beschikbaar stellen van aansluitingen op door ProRail beheerde informatiesystemen, in aanvulling op de aantallen aansluitingen die in het kader van het Basistoegangspakket zijn voorzien.
5.4.3 Onderdeel 3c Reisinformatie

Deze dienst omvat: a. het omroepen op perrons en in stationshallen van reisinformatie en van berichten in verband met de actuele of voorziene afwijkende verkeersafwikkeling; b. het bedienen van treinaanwijsinstallaties op perrons en het voeden van reisinformatiedisplays met informatie over de actuele of voorziene afwijkende verkeersafwikkeling alsmede de bediening van 61 aanwezige centraal bediende treinpositioneringsseinen . De te leveren diensten en de prestatieniveaus worden per contract bepaald.

5.5 Dienstenpakket 4: ondersteunende diensten
Ondersteunende diensten, zoals bedoeld in Richtlijn 2001/14/EG artikel 5 lid 3, levert ProRail op voorwaarden die ProRail en de spoorwegonderneming per geval overeenkomen.
5.5.1 Onderdeel 4a Maatwerk informatieproducten

Deze dienst betreft het leveren van specifieke, met ProRail overeen te komen informatieproducten, in aanvulling op de standaardoverzichten van de treindienstafwikkeling zoals omschreven in bijlage 8.
5.5.2 Onderdeel 4b Dienstregelingsstudies

ProRail kan spoorwegondernemingen en andere belanghebbenden adviseren over optimale treindiensten, rekening houdend met functionele en technische eigenschappen van de infrastructuur. ProRail kan tevens verkennen of de daarvoor benodigde capaciteit beschikbaar is.

5.6 Studies en andere diensten
ProRail biedt ook andere diensten aan die geen betrekking hebben op de toegang tot en het gebruik van de hoofdspoorwegen en daarom buiten de reikwijdte van de Netverklaring en de Toegangsovereenkomst vallen. De vermelding daarvan in deze Netverklaring is uitsluitend informatief. Zo kan ProRail voor spoorwegondernemingen en andere belanghebbenden studies verrichten. De studies kunnen betrekking hebben op het verkeer en het vervoer per spoor, de mogelijkheden voor dienstregelingen en de ontwikkeling van de spoorweginfrastructuur die daarvoor gewenst of noodzakelijk is. Ook de inpassing van die infrastructuur in de omgeving kan onderdeel van de studies vormen. Voor dergelijke diensten komen ProRail en de belanghebbende per geval een aparte regeling met voorwaarden overeen. Voorbeelden van zulke specifieke regelingen over andere diensten zijn: - overeenkomsten over het tot stand brengen van installaties en bouwwerken op de terreinen die ProRail beheert (binnen de eventuele voorwaarden van de vergunning die daarvoor vereist is, zoals bedoeld in artikel 19 Spoorwegwet); - overeenkomsten over de toegang tot en het gebruik van verkeerswegen op de terreinen die ProRail beheert, inclusief parkeergebruik; - samenwerking bij de ontwikkeling van informatiesystemen.
61

Sein nr 303 in de Bijlage 4 bij Regeling spoorverkeer (Stcrt 2004, 248).

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 43

De spoorwegonderneming die GSM-R voor andere doeleinden wil gebruiken dan de telecommunicatiediensten Spoorwegveiligheid kan gebruikmaken van diensten voor het secundair 62 gebruik op basis van een met Mobirail te sluiten overeenkomst.

5.7 Kaderovereenkomsten
Gerechtigden die capaciteit willen verwerven voor een periode die meer dan één dienstregelingsjaar omvat, moeten daarvoor met ProRail een Kaderovereenkomst afsluiten zoals bedoeld in artikel 60 Spoorwegwet. ProRail neemt bij het opstellen van de Kaderovereenkomst voorstellen van gerechtigden voor zo’n overeenkomst en de daaraan wederzijds te verbinden rechten en verplichtingen in overweging. Een Kaderovereenkomst moet voldoen aan de eisen die de Richtlijn 2001/14/EG en de Spoorwegwet aan zulke overeenkomsten stelt. In het bijzonder mogen de overeen te komen capaciteiten geen belemmering vormen voor andere te verwachten capaciteitsaanvragen. De Kaderovereenkomst moet passende voorzieningen bevatten om de overeenkomst te wijzigen als dat voor een beter gebruik van de capaciteit noodzakelijk is. De houder van een Kaderovereenkomst kan aan deze overeenkomst geen rechten ontlenen voor de afhandeling van zijn capaciteitsaanvraag in de Jaardienstregeling die afwijken van de rechten van andere aanvragers van zulke capaciteit.

62

Mobirail is de operationeel beheerder van het GSM-R netwerk van ProRail; Mobirail vof, Postbus 16068, 2500 BB Den Haag. blad 44

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

6 Gebruiksvergoeding
6.1 Wettelijk kader
Dit hoofdstuk omschrijft de algemene regels voor de gebruiksvergoeding die gerechtigden aan ProRail verschuldigd zijn in verband met de diensten die zij van ProRail afnemen voor het verwerven van capaciteitsrechten en de toegang tot en het gebruik van de door ProRail beheerde spoorweginfrastructuur. De gebruiksvergoedingen worden, voorzover wettelijke bepalingen niet anders voorschrijven, tussen ProRail en de gerechtigde overeengekomen en vastgelegd in de Toegangsovereenkomst, met inachtneming van de wettelijke bepalingen. Wettelijke bepalingen die verband houden met de gebruiksvergoeding zijn met name opgenomen in artikel 62 van de Spoorwegwet, en in het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur.

6.2 Gebruiksvergoedingenstelsel
De gebruiksvergoeding dekt de begrote variabele instandhoudingskosten die ProRail moet maken voor de exploitatie, het beheer en de instandhouding van de hoofdspoorweginfrastructuur zoals gedefinieerd in de Beheerconcessie en die niet via de Beheerconcessie of een andere bron gedekt zijn. ProRail voert deze activiteiten uit zonder winstoogmerk. In onderstaande grafiek wordt weergegeven welke instandhoudingskosten worden vergoed en welk aandeel deze kosten in het totaal der gebruiksvergoedingen hebben.

Besteding gebruiksvergoeding
19%
Treindienstleiding, capaciteitstoedeling Beveiliging, posten, overwegen, telecommunicatie Rangeerterreinen, emplacementen

34%

13%

Bovenleiding Transportkosten elektriciteit

4% 10% 14% 6%

Stations (perrons, liften, roltrappen, overstapgelegenheid) Onderhoud spoor, bruggen, viaducten vanwege slijtage

De onderscheiden instandhoudingskosten worden vanuit verschillende gebruiksvergoedingscomponenten bekostigd: De kosten voor treindienstleiding, capaciteitstoedeling, beveiliging, posten, overwegen en telecommunicatie worden verrekend naar rato van het aantal afgelegde treinkilometers; De kosten voor rangeerterreinen en emplacementen worden verrekend naar rato van het aantal afgelegde treinkilometers van de gebruikende spoorwegondernemingen; De kosten voor gebruik van bovenleiding en de transportkosten elektriciteit worden verrekend naar rato van het aantal verbruikte kilowatturen; De kosten voor het gebruik van stations worden verrekend naar rato van het aantal halteringen; hierbij worden stations geclassificeerd naar grootte; De kosten voor het onderhoud van spoor, bruggen, viaducten enz. vanwege slijtage worden verrekend naar rato van het aantal afgelegde tonkilometers.
▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 45

Het gebruiksvergoedingenstelsel van ProRail voldoet aan de Spoorwegwet en aan de Richtlijn 2001/14/EG en is gebaseerd op de volgende tariferingsbeginselen: aan de tarieven liggen de normatieve kosten van ProRail ten grondslag; de tarieven voor de diensten uit de dienstenpakketten 1 en 2 (zie paragraaf 5.2 en 5.3) zijn gebaseerd op de kosten die variëren met de exploitatie van de treindienst; als uitgangspunt voor deze variabele kosten geldt de treindienst bij de huidige vervoersomvang + of – 5 %; er zijn geen extra marktheffingen toegepast om een meer volledige dekking van de kosten van ProRail te verkrijgen; de tarieven voor de diensten uit de diensten pakketten 1 en 2 zijn non-discriminatoir, dat wil zeggen dat voor alle spoorwegondernemingen eenzelfde tarief geldt voor eenzelfde dienst; Voor die diensten uit categorie 3 en 4 waarvoor ProRail als monopolist geldt, zullen de werkelijke kosten in rekening worden gebracht. Als ProRail geen monopolist is, zullen markttarieven worden gehanteerd die niet lager zullen zijn dan de werkelijke kosten. De gebruiksvergoeding omvat ook kostencomponenten die tot en met 2005 reeds door spoorwegondernemingen buiten de gebruiksvergoedingen aan ProRail werden betaald, maar die naar hun aard onderdeel zijn van de gebruiksvergoedingen onder Richtlijn 2001/14/EG. 63 Ten tijde van de uitgave van deze Netverklaring was geen hoofdspoorweginfrastructuur aangewezen waarvoor een gebruiksvergoeding wordt overeengekomen die mede strekt ter dekking van door een ander dan ProRail gedane uitgaven voor de aanleg van die infrastructuur. De tarieven in deze Netverklaring 2006 zijn gebaseerd op het prijspeil 2005. Indexering van deze tarieven naar prijspeil 2006 zal plaatsvinden conform de prijsontwikkeling van de bruto overheidsinvesteringen, zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning bijlage A8. Alle tarieven in dit hoofdstuk zijn exclusief BTW. ProRail waarborgt dat de tarifering voldoet aan de eisen van de Spoorwegwet en stelt de tarieven en tariferingsbeginselen beschikbaar aan de Nederlandse Mededingingsautoriteit om dat te verifiëren. ProRail stelt informatie over de methode die gevolgd is bij de berekening van de tarieven desgevraagd beschikbaar aan spoorwegondernemingen. ProRail geeft spoorwegondernemingen echter geen inzage in de bedrijfsadministratie van ProRail.
Overgangsmaatregel 2005
▪ ▪ ▪ ▪

De overgangsregeling voor de gebruiksvergoedingen64 is nog van toepassing gedurende het gedeelte van het dienstregelingsjaar 2006 dat ligt in het kalenderjaar 2005 (11 t/m 31 december 2005). Om die reden wordt de gebruiksvergoeding over die periode berekend overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens het Besluit gebruiksvergoeding spoorweginfrastructuur zoals dat luidde op 31 december 2004. Voorzover daarbij wordt afgerekend op basis van de geplande gebruiksomvang worden de kwantiteiten (treinkilometers, halteringen) geëxtrapoleerd uit de dienstregeling die geldig is t/m 10 december 2005, tenzij de spoorwegonderneming aangeeft, welke lagere gebruiksomvang toe te passen is.
Overgangsmaatregel 2006

Bij de vaststelling van de tarieven van de gebruiksvergoedingen voor het jaar 2006 is rekening 65 gehouden met het beleid van de Minister om te komen tot een geleidelijke overgang naar de tarieven zoals die voortvloeien uit de systematiek conform de vereisten van Richtlijn 2001/14/EG. Aangezien de effecten van de overgang verschillen per marktsegment, zijn de te hanteren tarieven ook gedifferentieerd naar marktsegment. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds het marktsegment van de spoorwegondernemingen waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit goederenvervoerdiensten en anderzijds het segment van spoorwegondernemingen voor personenvervoerdiensten en overige spoorwegondernemingen. De verschillen in tarieven komen geheel voor rekening van de overgangsmaatregel.

63 64

Spoorwegwet (Stb. 2003, 264), artikel 62, lid 2. Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorwegen (Stb. 2004, 667), artikel 14, lid 2. 65 overgangsmaatregel zoals bedoeld in de brief dd 30 september 2004 van de Minister van Verkeer en Waterstaat aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, kenmerk DGP/SPO/U.04.03581. blad 46

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

6.3 Tarieven
Er wordt een gebruiksvergoeding bepaald voor ieder onderdeel van de dienstenpakketten dat een spoorwegonderneming in het kader van de Toegangsovereenkomst afneemt. De tarieven bestaan uit basistarieven en eventuele opslagen of kortingen.
6.3.1 Dienstenpakket 1: Basistoegangspakket

ProRail stelt de diensten uit het Basistoegangspakket in het kalenderjaar 2006 beschikbaar tegen een tarief per treinkilometer, in combinatie met een tarief per tonkilometer. Het tarief per treinkilometer bedraagt € 0,5046 (prijspeil 2005). Voor spoorwegondernemingen in het marktsegment goederenvervoer bedraagt het tarief per tonkilometer € 0,000500 (prijspeil 2005). Voor andere spoorwegondernemingen bedraagt het tarief per tonkilometer € 0,001711 (prijspeil 2005). Afstanden worden afgerond op 0,1 km; afstanden <5,0 km blijven buiten beschouwing. De tonnages van treinen worden gemeten met behulp van meetsystemen van ProRail. Treinen die tijdens hun rit geen tonnagemeetpunt passeren, worden afgerekend op een aangenomen normtreingewicht. Dit normgewicht wordt gedifferentieerd per spoorwegonderneming en per rijkarakteristiek bepaald, en ligt over het algemeen lager dan de werkelijke gemiddelde gewichten. Een overzicht van deze normgewichten is op verzoek beschikbaar. Treinen die op hun rit meerdere meetpunten passeren, worden afgerekend op het gemiddelde van de tonnages die bij de diverse meetpunten zijn gemeten.
Uitzonderingsregeling Enschede-Enschede grens

Het gebruik van het baanvak Enschede-Enschede grens (richting Gronau) zal, vanwege de afwezigheid van registrerende verkeersleidingssystemen, worden afgerekend op planningsbasis. Voor de bepaling van de tonkilometers wordt uitgegaan van het ledig gewicht van een treinstel van het type dat door de spoorwegonderneming als regel wordt ingezet. Om te compenseren voor eventuele nietgereden treinen wordt 98,5% van het geplande aantal treinkilometers, tonkilometers en halteringen gefactureerd.
Differentiatie

ProRail heeft de mogelijkheid om de tarieven voor treinkilometers en tonkilometers te differentiëren, afhankelijk van bijvoorbeeld de baanvakoutillage en schaarste in de capaciteit. In de periode waarin de Netverklaring 2006 van toepassing, hanteert ProRail geen gedifferentieerde tarieven. Spoorwegondernemingen, toezichthouder NMa, maar ook andere belanghebbenden hebben suggesties gedaan ter verbetering of verfijning van de systematiek of voorstellen gedaan voor differentiatie. ProRail zal op grond van deze voorstellen de komende jaren wijzigingen kunnen aanbrengen in de systematiek van de gebruiksvergoeding. ProRail zal hierbij het belang van een stabiel niveau van gebruiksvergoeding voor de spoorwegondernemingen mee laten wegen en zal spoorwegondernemingen tijdig (in het bijzonder vóór het publiceren van een concept netverklaring met gewijzigde systematiek) betrekken bij het opstellen van een gewijzigde systematiek.
6.3.2 Dienstenpakket 2: toegang tot voorzieningen

Onderdeel 2a Gebruik van de bovenleiding

De vergoeding voor het gebruik van het tractie-energiesysteem en de daarmee samenhangende systemen bedraagt € 0,02989 per kWh (prijspeil 2005). Het tarief is bepaald op basis van de variabele kosten die aan deze dienst zijn toe rekenen. In de vergoeding zijn inbegrepen de transportkosten die netbeheerders aan ProRail in rekening brengen.
Onderdeel 2b Gebruik van installaties voor brandstofbevoorrading

De vergoeding die de spoorwegonderneming betaalt aan de exploitant van een tankinstallatie voor het gebruik van die installatie omvat mede de gebruiksvergoeding die ProRail aan de exploitant in rekening heeft gebracht. Voor het innemen van brandstof op een tankplaat zonder gebruik te maken van de tankinstallatie is geen gebruiksvergoeding verschuldigd.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 47

Onderdeel 2c Reizigerstoegangs- en overstapfaciliteiten op stations

De vergoeding voor het gebruik van toegangs- en overstapfaciliteiten op stations voor reizigers wordt vastgesteld op basis van het aantal keren dat het station wordt aangedaan. Ten behoeve van deze vergoeding zijn de stations ingedeeld in drie klassen, op basis van de beschikbare faciliteiten. De klassenindeling is weergegeven in bijlage 30. Het tarief per haltering bedraagt in het dienstregelingsjaar 2006 voor een station in klasse 1 € 5,0672; voor een station in klasse 2 € 2,4848 en voor een station in klasse 3 € 0,8615 (prijspeil 2005).
Onderdeel 2d Opstellen en rangeren spoorvoertuigen, laad- en loswegen

Het gebruik van opstel- en rangeeremplacementen voor spoorvoertuigen en van laad- en loswegen wordt in rekening gebracht via een opslag van 14% op het treinkilometertarief voor het Basistoegangspakket, toegepast op alle treinen van de betrokken spoorwegonderneming.
6.3.3 Dienstenpakket 3: aanvullende diensten

Onderdeel 3a Buitengewoon Vervoer

De additionele inspanningen van ProRail voor de voorbereiding en uitvoering van Buitengewoon Vervoer, worden per geval integraal in rekening gebracht. Het betreft een vergoeding van uren die ProRail heeft besteed en een vergoeding van de overige kosten die ProRail heeft gemaakt.
Onderdeel 3b Aansluitingen en randapparatuur informatiesystemen verkeersleiding

Als een spoorwegonderneming meer aansluitingen op de systemen van ProRail wenst dan voorzien is in het Basistoegangspakket, brengt ProRail de integrale kosten van de extra aansluitingen en het gebruik van de apparatuur in rekening.
Onderdeel 3c Omroepen van reis- en verkeersinformatie

De gebruiksvergoeding voor deze dienst wordt bepaald op basis van de prestatieniveaus die daarvoor per geval in de Toegangsovereenkomst overeengekomen worden.
6.3.4 Pakket 4: ondersteunende diensten

Voor de diensten uit dienstenpakket 4 brengt ProRail de integrale kosten in rekening. Het tarief per dienst wordt opgenomen in de Toegangsovereenkomst.

6.4 Toeslagen, kortingen en compensatie
ProRail is voornemens om het gebruiksvergoedingenstelsel te hanteren als een instrument om het optimale gebruik van de infrastructuur en van de capaciteit ervan te bevorderen, via differentiaties, kortingen en toeslagen. ProRail maakt in 2006, het eerste jaar is waarin het door ProRail ontwikkelde gebruiksvergoedingenstelsel tot toepassing komt, nog een uiterst terughoudend gebruik van deze verfijnde beïnvloedingsmogelijkheden, omdat dit jaar in veel opzichten nog een overgangsjaar is voor de relatie tussen ProRail en spoorwegondernemingen.
Toeslag voor schaarse capaciteit

ProRail kan op schaarse capaciteit een toeslag heffen. In de periode waarin de Netverklaring 2006 van toepassing is, maakt ProRail geen gebruik van schaarstetoeslagen.
Kortingsregelingen

ProRail kan kortingen verlenen om het gebruik van sterk onderbenutte lijnen te stimuleren en om de ontwikkeling van nieuwe spoordiensten te bevorderen. Deze kortingen gelden voor alle gebruikers en hebben een tijdelijk karakter. In de periode waarin de Netverklaring 2006 van toepassing is, maakt ProRail geen gebruik van kortingsregelingen.
Correctie voor wielbandonregelmatigheden

ProRail kan het tarief per tonkilometer voor het Basistoegangspakket verhogen met een toeslag voor wielbandonregelmatigheden. In de periode waarin de Netverklaring 2006 van toepassing is, maakt ProRail geen gebruik van deze toeslag.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 48

Toeslag voor nieuwe investeringen.

ProRail kan een toeslag in rekening brengen voor de financiering van specifieke investeringsprojecten. In de periode waarin de Netverklaring 2006 van toepassing is, maakt ProRail geen gebruik van deze toeslag.
Reserveringsvergoeding

Wanneer aangevraagde capaciteit niet wordt gebruikt door de rechthebbende op die capaciteit, kan ProRail een reserveringsvergoeding in rekening brengen. Bij de toepassing van reserveringsvergoedingen maakt ProRail onderscheid tussen enerzijds spoorwegondernemingen en anderzijds andere natuurlijke personen of rechtspersonen die op grond van de wettelijke regelingen gerechtigd zijn om capaciteit voor spoorvervoerdiensten te verwerven. In de periode waarin deze Netverklaring van toepassing is, past ProRail geen reserveringsvergoedingen toe bij capaciteitsaanvragen van spoorwegondernemingen. Bij verdeling van capaciteit in de Jaardienstregeling aan natuurlijke personen of rechtspersonen anders dan een spoorwegonderneming verkrijgt ProRail een vordering op de aanvrager. De hoogte van de vordering wordt bepaald op basis van 50% van het treinkilometertarief volgens het Basistoegangspakket, toegepast op het aantal treinkilometers waarop de aanvrager recht verkrijgt. De vordering op de aanvrager vervalt voorzover de gereserveerde capaciteit daadwerkelijk wordt benut door de spoorwegonderneming aan wie de aanvrager de capaciteit overdraagt. De reserveringsvergoeding blijft gehandhaafd en wordt maandelijks achteraf gefactureerd voorzover blijkt dat de gereserveerde capaciteit wel door ProRail ter beschikking is gesteld, maar niet door de aanvrager (of de door hem aangewezen spoorwegonderneming) is benut.

6.5 Facturering
ProRail factureert de gebruiksvergoedingen en de eventuele reserveringsvergoedingen per kalendermaand. De factuur dient uiterlijk dertig dagen na de factuurdatum te worden betaald. Het is niet toegestaan om tegenvorderingen van spoorwegondernemingen op ProRail te verrekenen met de gebruiksvergoeding.
Tariefwijzigingen

De tarieven die in deze Netverklaring zijn gepubliceerd zijn gebaseerd op prijspeil 2005. ProRail kan de tarieven wijzigen binnen de kaders van de tariferingsregeling die in de Netverklaring is omschreven. ProRail kan tarieven onder meer wijzigen op grond van indexeringen volgens de index van de bruto overheidsinvesteringen, zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning bijlage A8. Gewijzigde tarieven zijn van toepassing vanaf een maand na de datum waarop die tarieven aan de gerechtigden zijn meegedeeld.

6.6 Prestatieregeling
Prestatieregeling

ProRail is bereid met spoorwegondernemingen overeen te komen, dat ProRail aan hen een vergoeding geeft tot maximaal 50% van de bedragen die zij in het kader van hun prestatieregelingen uitkeren aan hun reizigers bij vertraging. Onderdeel van die overeenkomst vormt de goedkeuring door ProRail van de voorwaarden waaronder reizigers restitutie of compensatie kunnen krijgen. Een prestatieverbeteringsregeling die zich specifiek richt op spoorwegondernemingen voor goederenvervoer is in overleg met branchevertegenwoordigers in ontwikkeling.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 49

(lege bladzijde)

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005

blad 50

bijlage 1

algemene overzichtskaart

Roodeschool

Hoofdspoorwegen
69

27
Sauwerd

Delfzijl

afstand in kilometers aantal sporen station
Leeuwarden Harlingen

27 11 DB-Netz 47 29
Veendam

54
Groningen

t.b.v. Netverklaring 2006 Bij knooppunten zijn niet altijd alle verbindingen weergegeven
\net06 0406 1sp

26 50 66
Stavoren

77

Den Helder

Emmen

20 35 17 23
Uitgeest Meppel Coevorden Heerhugowaard Enkhuizen Kampen

18
Hoorn

27 21
Zwolle Mariënberg

13

33
Zaandam

Lelystad

13 30 67
Deventer

34 47 39 16 18
Zutphen

DB-Netz 18
Hengelo Enschede

19
Almelo

Haarlem Zandvoort

19 17 17 27

10

40
Weesp

A’dam

13

15 8

8

29
Leiden ’s-Gravenhage

Schiphol

23 39 39 16 16

15

Apeldoorn

15

Hilversum

45 43

6

16 18 21 41
A’foort

44

DB-Netz

29 16 Arnhem
Ede

50 10 14
Elst Zevenaar

Winterswijk

Utrecht

26
Gouda Hoek van Holland Maasvlakte Schiedam Rotterdam Dordrecht Geldermalsen

Rhenen

44
Nijmegen

8

5 DB-Netz

49

22

44

Moerdijk

Lage Zwaluwe

’s-Hertogenbosch

22

12
Boxtel

61

23
Roosendaal

15 22
Breda

21
Tilburg 17

20 52 29
Weert Venlo

75
Vlissingen Sloe Terneuzen

8

Eindhoven

24

3

DB-Netz

15

Infrabel

NMBS 10

24
Born

Roermond

24 14 Heerlen 9 DB-Netz 6 Kerkrade 23

Infrabel

Leiden

15

Alphen a/d Rijn Woerden

6
Sittard

16
Den Haag CS Zoetermeerlijn

18

19

22

1
Den Haag HS

28 19
Gouda

Gouda

11 Maastricht Infrabel

23 24
Rotterdam Hofplein Rotterdam

Hoek van Holland

24
Schiedam

Maasvlakte

4

9
Dordrecht

42

Hoofdspoorwegen in beheer bij ProRail
situatie 1/1/2006 inzicht jan 2005

11 15
Lage Zwaluwe

Beheer & Instandhouding

Netverklaring 2006 – uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 1 overzichtskaart

blad 1

(lege bladzijde)

Netverklaring 2006 – uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 1 overzichtskaart

blad 2

bijlage 2

lijst van begrippen

Een * verwijst naar een ander in deze begrippenlijst voorkomend begrip. Ad-hocaanvragen = aanvraag voor capaciteit, als aanvulling op of wijziging van de capaciteitsverdeling voor de Jaardienstregeling. Aslast = gewicht per as van een spoorvoertuig. Baanvak = gedeelte van de spoorweg tussen twee knooppunten*, twee splitsingspunten* of een knooppunt en een splitsingspunt. Besloten personenvervoer = personenvervoer per trein, niet zijnde openbaar vervoer. Buitengewoon Vervoer = vervoer waarbij afmetingen, gewicht of wagentype bijzondere technische of exploitatieve maatregelen vergen. Voor Buitengewoon Vervoer is een vervoersregeling vereist. Capaciteitsovereenkomst = verbijzonderde toegangsovereenkomst zoals bedoeld in de Spoorwegwet artikel 59, gesloten tussen ProRail en een gerechtigde die niet houder is van een bedrijfsvergunning en daarom niet gerechtigd is gebruik te maken van de hoofdspoorwegen. Centraal bediend gebied = gebied op het spoorwegnet, waarbinnen rijweginstelling en seinbediening kan worden beïnvloed vanuit een centraal punt met behulp van beveiligings- en beheersingsystemen, die het verband tussen rijweg, seinen en spoorbezetting bewaken. Conventioneel goederenvervoer = goederenvervoer per trein in een pad met karakteristieken, die vergelijkbaar zijn met het pad dat wordt gebruikt door een goederentrein met een bruto treingewicht van 1600 ton, een kruissnelheid van 85 km/h en een toegelaten maximum snelheid van ten minste 100 km/h, met tractie door één 4-assige elektrische locomotief van het type 1600/1700. Dienstregelingsplanning = regeling van voorgenomen aankomst-, vertrek- en doorkomsttijden van treinen. EIRENE: European Integrated Railway Radio Enhanced Network; Emplacement = de als zodanig in de Regeling Spoorverkeer aangewezen gedeelte van de spoorweg dat bestaat uit: a) alle sporen aangeduid met een letter; b) de spoorgedeeltes van het daaraan grenzende wisselcomplex; c) alle aan de sporen als bedoeld in sub a en b grenzende sporen tot een maximale afstand van 200 meter voor het toeleidende sein van het bedoelde emplacement, tenzij door de beheerder d.m.v. een bord SR 302 (“R-bord”) is aangegeven dat op dat spoor niet gerangeerd kan worden of dat beperkingen gelden ten aanzien van het rangeren. NB: in het kader van milieuvergunningen kan een andere definitie van ‘emplacement’ worden gebruikt. FTE = Forum Train Europe (www.fte-rail.com) GSM-R = de spoorwegtoepassing van GSM (Global System for Mobile communications), ontwikkeld met toepassing van de EIRENE-specificaties. Gebruiksbeperking = afwijking van de normale gebruikwaarde (b.v. snelheidsbeperking, buitendienststelling, wetgeving). Gerechtigde = een gerechtigde zoals bedoeld in de Spoorwegwet, artikel 57. Gevaarlijke stoffen = gevaarlijke stoffen, zoals bedoeld in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525). Knooppunt = een halteringplaats waar meerdere treinstromen samenkomen en waar (vrijwel) alle passerende (reizigers)treinen halteren. Laadwegen = weg langs het spoor t.b.v. het laden van een goederenwagen vanuit een wegvoertuig. Komt alleen in de combinatie los- en laadwegen voor. Lossporen = een of meerdere sporen langs de los- en laadweg. Loswegen = weg langs het spoor t.b.v. het lossen van een goederenwagen op of in een wegvoertuig. Komt alleen in de combinatie los- en laadwegen voor.
Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 2 begrippenlijst blad 1

Netwerkconfiguratie = systeem van knooppunten en lijnen. NMa = (directeur-generaal van) de Nederlandse Mededingingsautoriteit (www.nmanet.nl). Niet-centraal bediend gebied = gebied op het spoorwegnet, dat niet is voorzien van een beveiligingsen beheersingsysteem dat het verband tussen rijweg, seinen en spoorbezetting bewaakt. Het gebied kan alleen met toestemming van het naastgelegen centraal bediende gebied verlaten worden. Opstelsporen = sporen, waarop treinen kunnen worden opgesteld. Overloopvoorzieningen = mogelijkheid om op een meersporig baanvak van spoor te wisselen via een wisselverbinding (minimaal 2 wissels). Performanceregeling = regeling inzake de wederkerige prestaties van de beheerder en de spoorwegonderneming met bijbehorend vergoedingssysteem. Perronsporen = sporen langs het perron en bedoeld voor het laten in- en uitstappen van reizigers. Rangeren = het op een spoorwegemplacement splitsen of opnieuw samenvoegen van treinen, dan wel in een bepaalde volgorde op een spoor of naar andere sporen manoeuvreren. Reisinformatie = informatie op treinniveau, of informatie over door de spoorwegonderneming genomen maatregelen om reizigers om een versperring heen te leiden en/of getroffen reizigers verder te vervoeren; RNE = RailNetEurope, Europees samenwerkingsverband van beheerders van spoorweginfrastructuur (www.railneteurope.com) Snel goederenvervoer = goederenvervoer per trein in een pad met karakteristieken, die vergelijkbaar zijn met die van het pad dat wordt gebruikt door een goederentrein met een bruto treingewicht van 400 ton, een kruissnelheid van 130 km/h en een toegelaten maximum snelheid van tenminste 140 km/h, en tractie door één 4-assige elektrische locomotief van het type 1600/1700. Specifiek verkeer = verkeer waarbij niet alle verkeers- of vervoermodaliteiten zijn toegestaan (b.v. alleen hogesnelheidsverkeer, alleen opengesteld voor goederenvervoer). Splitsingspunt = een plaats buiten een station of emplacement waar in de ene richting een treinstroom* zich splitst (of meerdere treinstromen zich splitsen) en waar in de tegenrichting treinstromen zich samenvoegen. Anders gezegd: op een splitsingspunt komen drie baanvakken bij elkaar. Spooraansluiting = aansluiting van één bedrijf door middel van een spoor en een wissel aan het spoorwegnet. Spoorwegonderneming = spoorwegonderneming als bedoeld in Richtlijn 95/18/EG, alsmede iedere andere onderneming die gebruik maakt of beoogt te maken van de spoorweg en daarvoor de beschikking heeft over tractie, die voorts beschikt over een geldige bedrijfsvergunning, een geldig veiligheids- of proefattest en die verzekerd is tegen de risico’s van wettelijke aansprakelijkheid. Spoor- en baanvakgeometrie = ligging van sporen en baanvakken uitgedrukt in meetkundige termen. Stamlijn = aansluiting ten behoeve van een bedrijvenpark (meerdere bedrijven) door middel van een spoor en een wissel aan het spoorwegnet. Stadsgewestelijk openbaar vervoer = openbaar vervoer op één van de op kaart 1 behorende bij het Besluit Capaciteitsverdeling Hoofdspoorweginfrastructuur aangeduide baanvakken met stadsgewestelijke stations; Station = een gebouw of werk dat blijkens zijn constructie en inrichting geheel of gedeeltelijk is bestemd voor aankomst en vertrek van spoorvoertuigen met het oog op het in-, uit- of overstappen van reizigers. Storing = niet- of niet juist werkende functionaliteit van de spoorweginfrastructuur. Streekgewestelijk openbaar personenvervoer = openbaar vervoer op één van de op kaart 1 behorende bij het Besluit Capaciteitsverdeling Hoofdspoorweginfrastructuur aangeduide baanvakken met streekgewestelijke stations, waarvoor geldt dat de betrokken trein stopt op het merendeel van de stations op dat baanvak.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 2 begrippenlijst

blad 2

Tankinstallatie = installatie om spoorvoertuigen van brandstof te voorzien, inclusief de bijbehorende brandstofopslag en de krachtens de Wet milieubeheer vereiste voorzieningen. Toegangsovereenkomst = toegangsovereenkomst zoals bedoeld in de Spoorwegwet artikel 59, gesloten tussen ProRail en een gerechtigde zoals bedoeld in de Spoorwegwet artikel 57; zie ook: Capaciteitsovereenkomst. Tonmetergewicht = het gewicht van een spoorvoertuig (of meer spoorvoertuigen) in ton per meter lengte. Treindienst- en verkeersleiding = de organisatie van mensen en systemen, die het treinverkeer regelt binnen een bepaald gebied; het Nederlandse spoorwegnet kent 14 treindienstleidingsposten en 4 treindienstleiding-/verkeersleidingsposten. Treinstroom = treinen welke langs dezelfde route onderweg zijn, van hetzelfde vertrekpunt naar dezelfde bestemming. Tunnelbeperkingen = beperkingen opgelegd aan het treinverkeer in tunnels (b.v. m.b.t. snelheid, gelijktijdige aanwezigheid in de tunnel van meerdere treinen, vervoer van gevaarlijke stoffen). Verkeersgebruik: het gebruik van de spoorweginfrastructuur voor verkeersdoeleinden (rijdend gebruik, stilstaand gebruik t.b.v. in- en uitstappen resp. laden en lossen, rangeerhandelingen t.b.v. het samenstellen van treinen, het opstellen van spoorvoertuigen, het verzorgen van spoorvoertuigen: inspecties, bevoorrading verbruiksmaterialen, hygiënische verzorging in- en uitwendig, kleine herstellingen) Verkeersbeperkende maatregelen = maatregelen die het verkeer beperken, zoals snelheidsbeperkingen en buitendienststellingen. Verkeersinformatie: informatie over de status op de hoofdspoorweginfrastructuur, zonder specifieke treininformatie. Dit betekent dat aangegeven wordt hoe de situatie op de hoofdspoorweginfrastructuur is en zal zijn (bijv twee sporen versperd, geen treinverkeer mogelijk), waarbij tevens het aanbod/de realisatie van vervoer wordt aangegeven. Verstoring = een dienstregelingsafwijking boven een vastgestelde normwaarde; drie soorten verstoringen worden onderscheiden: vertraging / omleiding / opheffing van een trein. Voorverwarming = in koude tijden worden treinen uit comfortoverwegingen voorverwarmd, zodat de reiziger bij de start van de treindienst in een verwarmde trein stapt. Voor dieseltractie geldt bovendien, dat ook motor en de brandstof worden voorverwarmd om startproblemen te voorkomen. VPT-systeem = het systeem Vervoer Per Trein is een treinbeheersingsysteem en regelt het hele treinverkeer in de centraal bediende gebieden; het systeem stuurt de beveiliging aan, maar regelt ook de materieelomloop en de treinpersoneelinzet. Wielbandonregelmatigheden = beschadigingen in het loopvlak van de treinwielen. Zwaar goederenvervoer = goederenvervoer per trein in een pad met karakteristieken die vergelijkbaar zijn met die van het pad dat wordt gebruikt door een goederentrein met een bruto treingewicht van 5000 ton, met een kruissnelheid van 80 km/h en een toegelaten maximum snelheid van maximaal 100 km/h, met tractie door 3 locomotieven van het type 6400.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 2 begrippenlijst

blad 3

(lege bladzijde)

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 2 begrippenlijst

blad 4

bijlage 3

consultatie

Dit consultatieverslag gaat in op de wijze waarop gerechtigden zijn betrokken bij de totstandkoming van deze Netverklaring 2006. Ontstaan van de eerste conceptversie bij het nieuwe wettelijk kader De Spoorwegwet die op 1 januari 2005 in werking is getreden, heeft een aantal ingrijpende wijzigingen gebracht in de grondslagen van het spoorwegbestel in Nederland. Deze Netverklaring 2006 is de eerste Netverklaring waarin wordt aangesloten op deze nieuwe regels. In juli 2002 heeft ProRail een eerste concept van deze Netverklaring opgesteld, op basis van de toen beschikbare teksten van de spoorwegwetgeving en met gebruikmaking van de hoofdstukkenindeling die toen ten behoeve van de Netverklaring in internationaal verband in afstemming was. Dit concept is als startpunt voor overleg aangeboden aan een werkgroep waarin de rechtsvoorgangers van ProRail (i.c. de taakorganisaties Railinfrabeheer, Railned en Railverkeersleiding) overleg voerden met NS Reizigers en Railion Nederland over de te ontwikkelen Netverklaring. De werkgroep was onderdeel van de overlegstructuur die het Ministerie van V&W, de taakorganisaties en de spoorwegondernemingen NS Reizigers en Railion Nederland hadden ingericht voor de ontwikkeling van alle instrumenten die nodig zijn voor de implementatie van de Spoorwegwet. Tegelijk met de aanbieding aan de werkgroepleden is het eerste concept ook aangeboden aan de overige gerechtigden, te weten de spoorwegondernemingen die een Toegangsovereenkomst hadden gesloten met de taakorganisaties. Deze aanbieding ging vergezeld van een uitnodiging om te reageren op de tekst en te participeren in de hiervoor genoemde werkgroep. Het overleg in de werkgroep vond plaats in de periode van augustus 2002 tot mei 2003; het overleg is toen opgeschort in afwachting van het verder beschikbaar komen van de teksten van de lagere regelgeving, de vervoerconcessies en de Beheerconcessie. Na bekendmaking van de lagere regelgeving in december 2004 heeft ProRail een volledige concept-Netverklaring samengesteld. Afronding van de conceptversie en consultatie De concept-Netverklaring 2006 is op 4 maart 2005 voor formeel commentaar aangeboden aan alle spoorwegondernemingen die een Toegangsovereenkomst hadden gesloten met ProRail. Andere belanghebbenden zijn via advertenties in de Staatscourant en het Nieuwsblad Transport geattendeerd op de beschikbaarheid van de concept-Netverklaring 2006 en de mogelijkheid om commentaar daarop te geven. Tot en met 29 april 2005 hebben de volgende 13 gerechtigden gebruik gemaakt van de mogelijkheid om schriftelijk te reageren op de inhoud van de aangeboden concept-Netverklaring 2006: ACTS BV BAM Rail BV ERS Railways BV Häfen und Güterverkehr Köln AG NedTrain BV NedTrain Consulting BV NoordNed Personenvervoer BV NS Reizigers BV Rail4Chem Benelux BV Railion Nederland BV Rotterdam Rail Feeding Strukton Railinfra Materieel BV Thalys Nederland NV Daarnaast zijn opmerkingen ontvangen van: Inspectie Verkeer en Waterstaat, divisie Rail Nederlandse Mededingingsautoriteit / Vervoerkamer Rijkswaterstaat / HSL-Zuid De bovengenoemde partijen worden in het vervolg van dit Consultatieverslag aangeduid als “respondenten”. De respondenten ontvangen elk een schriftelijke afhandeling van hun reactie.

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 3 consultatie

blad 1

Verwerking van de reacties In dit consultatieverslag geeft ProRail een verantwoording van de verwerking van de ontvangen reacties met betrekking tot de inhoud van (onderdelen van) de concept-Netverklaring 2006. De verantwoording betreft: een opgave van de onderdelen van de Netverklaring 2006 die ProRail t.o.v. de conceptNetverklaring 2006 inhoudelijk heeft gewijzigd naar aanleiding van opmerkingen van de respondenten, danwel op basis van voortschrijdend inzicht; een opgave van de onderwerpen waarvoor ProRail oproepen van respondenten om over te gaan tot wijziging heeft afgewezen, met een motivering daarvan. Van suggesties voor redactionele verbeteringen is gebruik gemaakt om de kwaliteit van de Netverklaring op onderdelen te verbeteren, zonder verdere verantwoording in dit Consultatieverslag.
▪ ▪

Inhoudelijke wijzigingen ten opzichte van de concept-Netverklaring 2006 (rangschikking cf inhoudsopgave Netverklaring) 1. Algemeen Uitgavedatum Opgenomen wordt een verantwoording van de datum van uitgave van de Netverklaring 2006, in relatie tot de door de Spoorwegwet voorgeschreven termijn. 2. Toegang Gegevenslevering De gegevensleveringsplicht voor goederenvervoerders wordt beperkt tot hetgeen voortvloeit uit op ProRail rustende verplichtingen m.b.t. statistiek alsmede geluidemissie- en risicobeheersing; bijzonderheden over de aanlevering worden in de Toegangsovereenkomst geregeld; Toelatingseisen ProRail De contractuele materieeltoelatingseisen worden beperkt tot de lekkage-eis, alleen van toepassing wanneer naast het Basistoegangspakket ook pakket 2d (“gebruik van opstel- en rangeersporen”) wordt afgenomen; de regeling vervalt uit de Netverklaring en wordt opgenomen als Generieke Operationele Regeling; Bevoegdheidsregelingen In de Algemene Voorwaarden wordt een verwijzing naar de Bevoegdheidsregelingen opgenomen; Algemene Voorwaarden toegangsovereenkomst De in de Algemene Voorwaarden opgenomen regeling voor de aansprakelijkheden voor procesverstoringsschades bij verkeersstremmingen > 8 uur is gewijzigd in die zin, dat (in gevallen zonder persoonsschade of schade aan eigendommen) de te vergoeden behandelingskosten naar keuze van de spoorwegonderneming kunnen worden bepaald als percentage van het schadebedrag danwel op basis van werkelijk gemaakte kosten; Algemene Voorwaarden Toegangsovereenkomst Wanneer een spoorwegonderneming een vervoerconcessie voor bepaalde personenvervoerdiensten verliest heeft de Beheerder het recht om de aan de spoorwegonderneming verdeelde capaciteit voor die diensten te onttrekken; het recht van de Beheerder om in die situatie de Toegangsovereenkomst op te zeggen vervalt evenwel. Eisen met betrekking tot bedrijfsvoering en personeel Met het oog op de inwerkingtreding per 16 maart 2005 van de wijziging van artikel 22 Spoorwegwet is aan paragraaf 2.5 van de Netverklaring een bepaling toegevoegd over toegangsbewijzen voor personeel dat in opdracht van de spoorwegonderneming werkt. 3. Infrastructuur Stations Opgenomen worden verwijzingen naar documenten met betrekking tot outillage en toegankelijkheid van (reizigers)stations; Overbelastverklaring Opgenomen wordt dat ProRail gebruik zal maken van de mogelijkheid om infrastructuur waarvan verwacht wordt dat die in het tijdvak tot 2020 met een tekort aan capaciteit te kampen zal krijgen, vooraf overbelast te verklaren (naast de reeds omschreven procedure om infrastructuur in de capaciteitsverdelingsprocedure voorafgaand aan beslechting overbelast te verklaren).
Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 3 consultatie
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

blad 2

Beheerconcessiegebied Opgenomen worden verklaringen met betrekking tot de informatie over de HSL-Zuid en de Betuweroute.

4. Capaciteitsverdeling nihil 5. Diensten nihil 6. Gebruiksvergoedingen Definities De verantwoording van de heffingsbeginselen voor de gebruiksvergoedingen wordt uitgebreid; het gebruikte begrip “integrale kosten” wordt in aansluiting aan de Richtlijn vervangen door “werkelijke kosten”; Indexering Indexering van gebruiksvergoedingen zal plaatsvinden conform de prijsontwikkeling van de bruto overheidsinvesteringen zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning, bijlage A8, in plaats van volgens de indexering van het bruto binnenlands product marktprijzen. Basistoegangspakket Uit de eerste systematische metingen van treingewichten via het nieuwe systeem QuoVadis is gebleken dat het gemiddeld treingewicht op een hoger niveau ligt dan eerder aangenomen. In verband daarmee is het tarief per tonkilometer verlaagd en aangepast aan een gemiddeld treingewicht van 331 ton. Basistoegangspakket Naar aanleiding van de ontvangen opmerkingen van de spoorwegondernemingen heeft ProRail de overgangsregeling 2006 gewijzigd. Alle financiële middelen die de Minister beschikbaar stelt voor de overgangsregeling 2006 worden verdisconteerd in het tonkilometertarief. Voor de tarieven per treinkilometer en per kWh komt de overgangsregeling te vervallen. Dienstregelingsjaar 2006 deels in kalenderjaar 2005 Omdat de publiekrechtelijke overgangsregeling van kracht is gedurende het kalenderjaar 2005, wordt een bijzondere gebruiksvergoedingsregeling voor de periode 11 december 2005 tot en met 31 december 2005 opgenomen; Afrekenen op planbasis Voor het baanvak Enschede – Enschede grens wordt een afwijkende gebruiksvergoedingsregeling opgenomen, waarin de gebruiksomvang op planbasis wordt bepaald; ProRail beschikt voor dit baanvak niet over registrerende verkeersleidingssystemen. Afgewezen wijzigingsvoorstellen 1. Algemeen Onderlinge verhouding van Toegangsovereenkomst, Netverklaring en uitvoeringsregelingen. ProRail houdt ondanks bedenkingen van sommige respondenten vast aan het uitgangspunt dat de relatie tussen spoorwegondernemingen en ProRail een privaatrechtelijke is, en dat daarom de Toegangsovereenkomst het bepalende document is in die relatie. In de Toegangsovereenkomst wordt dan ook de toepasselijkheid van het bepaalde in de Netverklaring en Generieke Operationele Regelingen vastgelegd. ProRail zal zich beraden op de mogelijkheden om in de volgende Netverklaring bepalingen met een privaatrechtelijk karakter nader te onderscheiden van bepalingen die een publiekrechtelijke regeling weergeven, binnen de kaders van de met RailnetEurope afgesproken hoofdstukkenindeling. 2. Toegang Eenzijdige wijzigingsmogelijkheid van Algemene Voorwaarden en Netverklaring. Om te kunnen voldoen aan wettelijke verplichtingen en gerechtelijke uitspraken acht ProRail het noodzakelijk dat in de Algemene Voorwaarden een mogelijkheid wordt opengelaten om Netverklaring en Algemene Voorwaarden in specifieke omstandigheden eenzijdig te wijzigen. Onverminderd de verplichtingen om de noodzaak van zulke wijzigingen zoveel als mogelijk tegen te gaan, te streven naar overleg met de spoorwegondernemingen en hun belangen zo goed mogelijk te beschermen.
Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 3 consultatie
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

blad 3

Algemene Voorwaarden – aansprakelijkheid – 8-uurgrens procesverstoringen; bagateldrempel De grenswaarde van 8 uur voor verkeersstoringen bij procesverstoringen blijft gehandhaafd; de waarde is -gegeven de gemiddelde functiehersteltijd- zo gekozen om alleen excessieve situaties te ondervangen, en niet allerlei frequenter voorkomende situaties die ProRail in alle redelijkheid niet binnen 4 uur kan oplossen. De bagateldrempel blijft gehandhaafd op € 5.000,-; de kosten van behandeling van kleinere claims staan niet in verhouding tot de geclaimde bedragen. Derdenbeding ProRail houdt, gehoord de wensen en opvattingen in de sector, vast aan opname in de Algemene Voorwaarden van een derdenbeding dat de onderlinge aansprakelijkheid van spoorwegondernemingen regelt. De spoorwegondernemingen zien zich daarmee bevrijd van de noodzaak om met elke andere spoorwegonderneming een onderlinge aansprakelijkheidsregeling overeen te komen. De spoorwegondernemingen die zich tegen opname van het derdenbeding hebben uitgesproken, vertegenwoordigden in 2004 minder dan 1,5% van de totale spoorverkeersomvang (in treinkilometer). Hun argumenten zijn (voor zover expliciet aangegeven) deels alleen principieel (“het hoort niet in Toegangsovereenkomst”), deels ook misplaatst: het genoemde argument “onverzekerbaar” gaat niet op want het weglaten van het derdenbeding betekent niet dat de aansprakelijkheid vervalt. Opname van het beding impliceert juist dat de aansprakelijkheid wordt gereguleerd en begrensd.

3. Infrastructuur (De afwezigheid van vermeldingen van) prestaties en prestatieniveaus in de Netverklaring. ProRail doet pas uitspraken over prestaties en prestatieniveaus nadat die in het kader van de afstemming van het Beheerplan met de spoorwegondernemingen zijn afgestemd. Deze afstemming vindt plaats op een moment dat is afgestemd op de Rijksbegrotingcyclus, en ligt ver na het tijdstip waarop de Netverklaring moet verschijnen. Sommige respondenten vragen prestatieafspraken voor specifieke aspecten; overleg daarover vindt plaats in het kader van de (individuele) Toegangsovereenkomst; Het tijdschema van het buitendienststellen van het systeem TeleRail. ProRail handhaaft het aangekondigde schema van buitendienst nemen van TeleRail, in verband met de kosten maar ook vanwege de functionaliteit die t.o.v. het vervangend systeem GSM-R beperkt is. ProRail wil desgevraagd met spoorwegondernemingen overleggen over kostenbesparende opties voor materieel met een nog korte restlevensduur. Informatie over de infrastructuur en de gebruiksmogelijkheden en –beperkingen daarvan. De toegankelijkheid van informatie over de infrastructuur en de gebruiksmogelijkheden en – beperkingen daarvan voldoet (nog) niet aan de verwachtingen van spoorwegondernemingen. ProRail onderschrijft de noodzaak om deze informatie samenhangend te ontsluiten en beschouwt dit als een belangrijke actie in het kader van de integratie. 4. Capaciteitsverdeling Procedures De capaciteitsverdelingsprocedures roepen nog veel vragen op, mede vanwege procedures die nog niet geheel uitontwikkeld zijn; de vragen betreffen vooral de verwerking van capaciteitsaanvragen voor beheer, de positie van de voorfasen t.o.v. de formele verdeling in de jaardienstregeling; ook het onderhoudsrooster is nog een onzekere factor in de processen. De in de concept-Netverklaring beschreven procedures blijven gehandhaafd; op basis van evaluatie van de gevolgde procesgang zullen deze procedures na afloop worden geëvalueerd en zonodig bijgesteld. Conformeren met capaciteitsverdelingsprocedures. Omdat de Toegangsovereenkomst pas wordt gesloten nádat de capaciteitsverdeling voor de jaardienstregeling heeft plaatsgevonden, is er grote behoefte aan een inkadering van het capaciteitsverdelingsproces voor de jaardienstregeling, voor zowel ProRail als de aanvragers. Die inkadering wordt gecreëerd door vast te leggen dat degene die capaciteit aanvraagt, zich daarmee conformeert aan de capaciteitsverdelingsprocedures zoals in de Netverklaring omschreven. Eén respondent maakt bezwaar tegen deze regel; het bezwaar richt zich overigens alleen op de toepassing voor het dienstregelingjaar 2006, omdat de regel daarvoor te laat bekend gemaakt zou zijn. ProRail heeft er evenwel reeds voor de inwerkingtreding van de
Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 3 consultatie
▪ ▪ ▪ ▪ ▪

▪ ▪

blad 4

Spoorwegwet op gewezen, dat door afwezigheid van overgangsrecht het jaar 2005 een overgangsjaar zou zijn waarin niet op alle onderdelen vanaf het begin complete regelingen toepasbaar zouden zijn. Beslechting door ProRail. De Spoorwegwetgeving schildert eventuele capaciteitsverdelingsgeschillen als problemen die door de sectorpartijen snel en binnen de privaatrechtelijke verhouding van spoorwegonderneming en ProRail moeten worden opgelost. Juridisering moet daarbij zoveel mogelijk worden vermeden. Om die reden hebben partijen in de sector erop aangedrongen, dat capaciteitsverdelingsconflicten die niet door de aanvragers in de coördinatieprocedure kunnen worden opgelost, door ProRail worden beslecht. ProRail geeft daaraan uitwerking door de beslechting zoals die door ProRail wordt vastgesteld, aan te merken als een “bindend advies”. Ten aanzien van dit bindend advies is rechtsbescherming via toetsing door de civiele rechter beschikbaar, terwijl de NMa Vervoerkamer toezicht houdt op de naleving van wettelijke bepalingen en ook klachten kan behandelen. Lokale planning Bedrijven in de goederensector hebben bezwaren tegen het feit dat ProRail onderdelen van capaciteitsverdelingsprocedures op basis van een overeenkomst laat uitvoeren door een spoorwegonderneming, omdat daardoor de niet-discriminerende uitvoering van die procedures onvoldoende gewaarborgd zou zijn. ProRail wijst dit bezwaar van de hand, omdat de overeenkomst regelt dat de kritische onderdelen steeds door ProRail zelf worden uitgevoerd, uitvoeringsregels helder worden vastgelegd, en toezicht van belanghebbenden op de uitvoering en de daarop betrekking hebbende afspraken mogelijk is. ProRail kiest vooralsnog voor deze werkverdeling omdat dat een efficiënte oplossing biedt voor de uitvoering van de cruciale en vervlochten processen van lokale planning. Tegelijk blijft ProRail attent op zich voordoende mogelijkheden om de processen te ontvlechten en te scheiden. Treindienstleiding NCBG: Een soortgelijk bezwaar wordt gemeld ten aanzien van de uitvoering van treindienstleiderswerkzaamheden op niet-centraal beveiligde gebieden door spoorwegondernemingen. ProRail komt aan dit bezwaar tegemoet indien binnen één NCBG-gebied meerdere, elkaar in de vervoermarkt beconcurrerende spoorwegondernemingen opereren. De daaruit voor ProRail voortvloeiende extra kosten worden via gebruiksvergoedingen in rekening gebracht. Maar ProRail acht het onnodig inefficiënt om categorisch ook in andere situaties de uitvoering van de treindienstleiderswerkzaamheden over te nemen. Eigendom VPT: De eigendom van de VPT-planningssystemen ligt bij NS; alle spoorwegondernemingen hebben gebruiksrecht. Sommige respondenten zien graag dat ProRail het VPT-planningssysteem overneemt. ProRail kiest evenwel voor de ontwikkeling van een opvolger [i.c. PTI] met een hogere functionaliteit en verbeterde decentrale toegangsmogelijkheden, en acht de overname voor alleen de interimperiode ondoelmatig en riskant.

5. Diensten Omroep Het verzorgen van reisinformatie is naar zijn aard een aanvullende dienst (“pakket 3”) zoals bedoeld in Richtlijn 2001/14/EG; binnen pakket 2 wordt als onderdeel van het gebruik van reizigerstoegangs- en overstapfaciliteiten uitsluitend het gebruik van de reisinformatieinfrastructuur aangeboden, alsmede het geautomatiseerd omroepen van verkeersinformatie (beperkte functionaliteit; vertragingsaankondiging, spoorwijziging, enz). 6. Gebruiksvergoedingen Basistoegangspakket De systematiek van gebruiksvergoedingen voor het basistoegangspakket blijft gehandhaafd; de systematiek voldoet volgens ProRail aan de eisen uit wet- en regelgeving;
▪ ▪

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 3 consultatie

▪ ▪ ▪ ▪

blad 5

Gebruiksvergoedingen stations (pakket 2c) Het stelsel blijft gehandhaafd; het ontwikkelen van een alternatief voor de parameter “aantal halteringen” (bijv aantallen in-, uit- en overstappers) vergt nader onderzoek en zorgvuldig overleg met gerechtigden, mede omdat aan de toepassing belangrijke lastenverschuivingen kunnen zijn verbonden.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 3 consultatie

blad 6

bijlage 4

model-Toegangsovereenkomst en Algemene Voorwaarden

model-Toegangsovereenkomst
NB De in de model-Toegangsovereenkomst genoemde bijlagen worden nader in overleg met de spoorwegonderneming opgesteld

De ondergetekenden: 1. De naamloze vennootschap/ besloten vennootschap invullen naam (moet gelijk zijn aan tenaamstelling 66 bedrijfsvergunning), gevestigd te invullen plaats, te dezen blijkens het handelsregister rechtsgeldig 67 vertegenwoordigd door invullen naam, invullen functie , verder te noemen de Spoorwegonderneming;

en 2. De besloten vennootschap ProRail B.V., gevestigd te Utrecht, te deze blijkens het handelsregister 68 rechtsgeldig vertegenwoordigd door invullen naam, invullen functie, verder te noemen de Beheerder;

gezamenlijk te noemen partijen; Overwegende dat: de Beheerder krachtens de op 31-dec-2004 verleende Beheerconcessie met ingang van 01-jan2005 belast is met het beheer van de hoofdspoorwegen en de daartoe behorende spoorweginfrastructuur in Nederland; ProRail daarnaast een aantal andere spoorwegen en met het spoorverkeer gerelateerde infrastructurele voorzieningen beheert; de Spoorwegonderneming toegang wenst te krijgen tot de door de Beheerder beheerde spoorwegen, wil deelnemen aan het spoorwegverkeer op de spoorwegen en de spoorweginfrastructuur wenst te gebruiken voor zijn aan het spoorverkeer en –vervoer gerelateerde bedrijfsprocessen; de Spoorwegonderneming het Basistoegangspakket, eventueel in combinatie met één of meerdere andere toegangsdiensten van de Beheerder wenst af te nemen; de Spoorwegonderneming op grond van artikel 57 Spoorwegwet gerechtigd is een toegangsovereenkomst met de beheerder te sluiten; partijen in deze toegangsovereenkomst op grond van artikel 59 Spoorwegwet hun relatie met betrekking tot de toegang tot de spoorweginfrastructuur en de te contracteren diensten nader wensen te regelen;

-

komen als volgt overeen: Artikel 1: Toegang tot en gebruik van de Spoorwegen 1 Uitsluitend indien de Spoorwegonderneming voldoet aan de door of krachtens de Spoorwegwet gestelde eisen en voorwaarden met betrekking tot de toegang tot en het gebruik maken van de Spoorwegen is de Spoorwegonderneming gerechtigd met spoorvoertuigen gebruik te maken van de door ProRail beheerde spoorwegen en de daartoe behorende spoorweginfrastructuur, zoals nader in deze Toegangsovereenkomst bepaald en binnen de aan hem verdeelde capaciteiten. 2. De aan de spoorwegonderneming verdeelde capaciteit is omschreven in het “Capaciteitsverdelingsdocument voor de jaardienstregeling 2006” dat als bijlage XX deel uitmaakt van deze Toegangsovereenkomst; aanvullingen of wijzigingen van deze capaciteit komen tot stand volgens de bepalingen van deze Toegangsovereenkomst en van de Netverklaring. 3. Voor de toegang tot en het gebruik van de spoorwegen volgens het Basistoegangspakket is de Spoorwegonderneming een gebruiksvergoeding per treinkilometer en per tonkilometer verschuldigd, volgens de berekeningswijzen en tarieven zoals opgenomen in de Netverklaring. 4. Met betrekking tot de toegang tot en het gebruik van de spoorwegen volgens het Basistoegangspakket zijn per onderdeel de navolgende prestatieafspraken van toepassing en onderdeel van deze overeenkomst:
66

machtiging door degene(n) die daartoe blijkens Handelsregister (uittreksel overleggen) bevoegd is/zijn; kopie van uittreksel en van machtiging in ProRail-dossier op te nemen. 67 identiteitsbewijs overleggen; kopie in dossier. 68 uittreksel HR, machtiging en identiteitsbewijs worden overlegd. Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 4 model-Toegangsovereenkomst en Algemene Voorwaarden

blad 7

onderdeel 1a: behandeling van capaciteitsaanvragen: …; onderdeel 1b: gebruik van verdeelde capaciteit: …; onderdeel 1c: rijdend gebruik van de infrastructuur: …; onderdeel 1d: treindienstleiding en bijsturing: …; onderdeel 1e: informatielevering: …; onderdeel 1e: calamiteitenorganisatie: ….

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

5. Met betrekking tot de toegang tot en het gebruik van de spoorwegen zijn de navolgende (aangekruiste) Generieke Operationele Regelingen (geplaatst op www.prorail.nl) van toepassing en onderdeel van deze Toegangsovereenkomst :

de hieronder aangekruiste regelingen zijn van toepassing op de Toegangsovereenkomst nr titel
o 1 GOR Niet-centraal bediende gebieden GOR Onderlinge communicatie van veiligheidsberichten tussen bestuurder en treindienstleider GOR Orderacceptatie en bijsturingsregels voor netwerkverkeersleiding en spoorwegondernemingen GOR Aanleveren informatie m.b.t. gevaarlijke stoffen voor vertrek GOR Calamiteitenplan Rail

Generieke Operationele Regelingen [GOR]

inhoud
regelingen voor verkeer in/naar niet-centraal bediende gebieden gespreksdisciplineregels en standaardformuleringen t.b.v. de communicatie van veiligheidsberichten

document (datum /versie in te vullen)
(in ontwikkeling)

o 2

concept 1.0 dd 02-dec-2004

o 3

afspraken m.b.t. de orderacceptatie en de bijsturing van het treinverkeer door de netwerkverkeersleiding (cf Besluit spoorverkeer artikel 2 lid 4.b en artikel 24) Procedures voor het aanleveren door de spoorwegonderneming van de vóór vertrek van de trein te leveren informatie (cf Besluit spoorverkeer artikel 4 lid 1) taken, rollen en verantwoordelijkheden van ProRail en spoorwegondernemingen in de calamiteitenorganisatie, alsmede de daarvoor benodigde samenwerkingsregelingen (cf Besluit spoorverkeer artikel 24) bijlage bij Calamiteitenplan Rail: vuistregels voor treinpersoneel en de treindienstleiding bij brand in tunnels regeling m.b.t. de melding door de spoorwegonderneming van niet normaal functionerende infrastructuur (cf Besluit spoorverkeer artikel 23) regeling m.b.t. verantwoordelijkheden van ProRail en spoorwegondernemingen bij het plannen van rijwegen in de diverse fasen van het planningsproces en in de dagelijkse operatie regeling met betrekking tot de afbakening van verkeers- en reisinformatie regeling m.b.t. de nummering van treinen en de toekenning van treinnummerseries aan spoorwegondernemingen regeling voor het vorderen van spoorvoertuigen in het kader van vrijbaan maken

(in ontwikkeling)

o 4

concept 1.0

o 5

januari 2005

concept 1.0 dd 10-jan-2005 concept 1.1 dd 28-jan-2005

o 6

GOR Melden onregelmatigheden

o 7

GOR Verantwoordelijkheden bij rijwegplanning

concept 0.5 dd 18-feb-2005

o 8

GOR Afbakening verkeers- en reisinformatie o 11 GOR Treinnummering 13 GOR Vorderen materieel

concept 1.0 dd 10-okt-2005 concept 2.11 dd 17-feb-2005 in ontwikkeling

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 4 model-Toegangsovereenkomst en Algemene Voorwaarden

blad 8

Artikel 2: Afname overige diensten 1. De Spoorwegonderneming neemt onder betaling van de daarvoor in de Netverklaring gespecificeerde gebruiksvergoedingen de volgende in de Netverklaring omschreven diensten (en toegang tot voorzieningen) af, binnen de aan hem verdeelde capaciteiten:

Van toepassing op deze Toegangsovereenkomst Ja/nee Ja/nee

Omschrijving dienst 2.a gebruik tractie-energiesysteem 2.b toegang tot en gebruik van tankinstallaties 2.c toegang en gebruik reizigerstations

Van toepassing zijnde bijlage(n): bijlage nn: regeling gebruik tractie-energie

o GOR Tankplaten

Ja/nee

bijlage nn: regelingen m.b.t. reinheid, sociale veiligheid; reis- en verkeersinformatie additioneel van toepassing zijnde Generieke Operationele Regelingen: o GOR afbakening reis en verkeersinformatie

Ja/nee

2.d toegang tot en gebruik van opstel- en rangeerinfrastructuur spoorvoertuigen, laad- en losplaatsen

bijlage nn: Capaciteitsverdelingsdocument

2. De Spoorwegonderneming neemt onder de voorwaarden als hieronder omschreven de volgende aanvullende diensten af:

Van toepassing op deze Toegangsovereenkomst Ja/nee Ja/nee

Omschrijving dienst

Van toepassing zijnde bijlagen, voorwaarden en vergoedingsregelingen: o GOR Buitengewoon vervoer

3.a ondersteuning bij Buitengewoon Vervoer en buiten-profiel-vervoer 3.b aanvullende informatieproducten treindienstafwikkeling; additionele aansluitingen op systemen 3.c diensten m.b.t. reis- en verkeersinformatie reizigersvervoer

Ja/nee

o GOR afbakening reis en verkeersinformatie

3. De Spoorwegonderneming neemt onder de voorwaarden als hieronder omschreven en onder betaling van de daarin vastgestelde tarieven, de volgende ondersteunende diensten af:

Van toepassing op deze Toegangsovereenkomst Ja/nee

Omschrijving dienst …

Van toepassing zijnde voorwaarden, bijlagen:

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 4 model-Toegangsovereenkomst en Algemene Voorwaarden

blad 9

Artikel 3: Van toepassing zijnde Algemene Voorwaarden en Netverklaring 1. Op deze Toegangsovereenkomst zijn onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Spoorwegwet en met uitsluiting van andere algemene voorwaarden de Algemene Voorwaarden Toegangsovereenkomst van toepassing. 2. Door ondertekening van de Toegangsovereenkomst verklaart de Spoorwegonderneming kennis te hebben genomen van de Algemene Voorwaarden zoals opgenomen in bijlage 4 bij de Netverklaring 2006 (uitgave dd 29 juni 2005) , en deze onvoorwaardelijk te aanvaarden. 3. Partijen zijn de volgende aanvullingen/afwijkingen op de Algemene Voorwaarden Toegangsovereenkomst ProRail overeengekomen, voorzover de Algemene Voorwaarden zulke aanvullingen/afwijkingen toelaten: 4. De Netverklaring 2006 (uitgave 29 juni 20050 maakt met de daarin omschreven rechten, voorwaarden en verplichtingen onderdeel uit van de Toegangsovereenkomst. De Spoorwegonderneming verklaart door ondertekening van de Toegangsovereenkomst kennis te hebben genomen van en gevolg te geven aan de voor haar bedrijfsvoering relevante onderdelen van deze Netverklaring.

Artikel 4: Verstrekking documenten en informatieplicht De Spoorwegonderneming heeft aan de Beheerder afschriften van de hieronder vermelde documenten verstrekt welke als bijlagen zijn aangehecht aan deze Toegangsovereenkomst. een geldige Bedrijfsvergunning of elk gelijkwaardig document als bedoeld in artikel 30 lid 1 Spoorwegwet; een geldig Veiligheidsattest of Proefattest; een bewijs dat voldaan is aan het gestelde in artikel 55 Spoorwegwet.

1. 2.

3. 4.

▪ ▪

De Spoorwegonderneming stelt de Beheerder onverwijld, doch in ieder geval binnen 14 dagen, in kennis van elke gebeurtenis die van invloed kan zijn op de geldigheid van de in het vorige lid bedoelde documenten.

Artikel 5: Overdracht capaciteitsrechten Het is de Spoorwegonderneming niet toegestaan de met haar overeengekomen capaciteit over te dragen aan een andere onderneming of dienst.

Artikel 6: Looptijd Toegangsovereenkomst en beëindigen overige overeenkomsten De Toegangsovereenkomst wordt aangegaan voor bepaalde tijd en treedt in werking op zondag 11 december 2005 te 00.00 uur en eindigt op zaterdag 9 december 2006 te 24.00 uur. De Spoorwegonderneming kan de Toegangsovereenkomst beëindigen met inachtneming van een opzegtermijn van 3 maanden; de Beheerder kan de Toegangsovereenkomst uitsluitend beëindigen met inachtneming van het daaromtrent bepaalde in de Algemene Voorwaarden Toegangsovereenkomst.. Met inwerkingtreding van deze Toegangsovereenkomst wordt de tot en met zaterdag 10 december 2005 geldende Toegangsovereenkomst gesloten dd [datum] als beëindigd beschouwd. In bijlage X zijn opgenomen de overige overeenkomsten tussen partijen welke worden beëindigd bij inwerkingtreding van de Toegangsovereenkomst.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 4 model-Toegangsovereenkomst en Algemene Voorwaarden

blad 10

Artikel 7: Contractbeheer 1. wel: Partijen wijzen voor de uitvoering van deze Toegangsovereenkomst elk een contractbeheerder aan, en

Spoorwegonderneming:

Naam:………. Adres:……… Tel.: ……….. Email:……… Naam:………. Adres:……… Tel.: ……….. Email:………

Functie: ……….. Fax:…………….

Beheerder:

Functie: ……….. Fax:…………….

2.

De contractbeheerders hebben de navolgende taken: a. uitwisselen gegevens bevoegde (categorieën van) functionarissen; b. vastleggen aan welke overleggen wordt deelgenomen en door wie; c. Vaststelling wijze van aanleveren van rapportages en bepalen toezendadres; d. bevoegd tot zelfstandig wijzigen van de gegevens onder 1 en 2 (hiervoor geldt niet de schriftelijke wijzigingsprocedure van de AV) e. het afhandelen van klachten aangaande de dienstverlening danwel aangaande het nakomen van verplichtingen en overeengekomen prestatieniveaus f. het doen van schriftelijke voorstellen tot wijziging van de dienst bijlage x behorend bij de Toegangsovereenkomst.

Artikel 8: Bijlagen Van deze Toegangsovereenkomst maken ook deel uit de hieronder genoemde bijlagen: bijlage NN Beschrijving dienstenpakketten bijlage x: een geldige Bedrijfsvergunning of elk gelijkwaardig document als bedoeld in artikel 30 lid 1 Spoorwegwet; bijlage x: een geldig Veiligheidsattest of Proefattest; bijlage x: een bewijs dat voldaan is aan het gestelde in artikel 55 Spoorwegwet. bijlage x: de overige overeenkomsten tussen partijen welke worden beëindigd bij inwerkingtreding van de Toegangsovereenkomst enz Ondertekening

Aldus opgemaakt en in tweevoud ondertekend

Invullen naam Spoorwegonderneming

ProRail B.V.

Invullen plaats en datum Invullen naam en functie

Utrecht, ………..200x Invullen naam en functie

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 4 model-Toegangsovereenkomst en Algemene Voorwaarden

blad 11

Algemene Voorwaarden Toegangsovereenkomst
Titel I. Artikel 1. Algemene bepalingen Definities

Voor de toepassing van de Algemene Voorwaarden wordt verstaan onder: 1. “Algemene Voorwaarden”: deze algemene voorwaarden. 2. “Bedrijfsvergunning”: de vergunning als bedoeld in artikel 28 Spoorwegwet. 3. “Behandelingskosten”: extra bureau- en communicatiekosten, administratiekosten ter afhandeling van het schadegeval, kosten van herplanning van de bedrijfsproductie en de kosten van personeel dat extra benodigd is gedurende de tijd dat het schadeveroorzakend voorval de normale bedrijfsproductie belemmert. De Behandelingskosten zijn -tenzij anders bepaald- gerelateerd aan het schadebedrag, dat voor de bepaling van de Behandelingskosten bestaat uit persoonsschade (letsel en overlijden), zaakschade, ladingschade, kosten voor berging en bereddering, deskundigenkosten alsmede Out of pocket kosten,en wel zoals in navolgende tabel is aangegeven: Schadebedrag Behandelingskosten € 0,- tot € 100.000,2,5% van het schadebedrag > € 100.000,- tot € 250.000,2,0% van het schadebedrag > € 250.000,- tot € 1.000.000,1,5% van het schadebedrag > € 1.000.000,- tot € 5.000.000,- 1,0% van het schadebedrag > € 5.000.000,werkelijke kosten 4. “Beheerder”: de houder van een concessie zoals bedoeld in artikel 16, eerste lid Spoorwegwet. 5. “Concessie”: de concessie als bedoeld in artikel 16, eerste lid Spoorwegwet. 6. “Derde”: elke andere natuurlijke - en/of rechtspersoon dan de Beheerder, de Spoorwegonderneming danwel hun Hulppersonen. 7. “Hulppersoon”: de ondergeschikte of andere natuurlijke - en/of rechtspersoon, van wier diensten de Spoorwegonderneming of de Beheerder gebruik maakt als bedoeld in boek 6 van het BW. 8. “Inzetcertificaat”: het certificaat als bedoeld in artikel 36 lid 4 Spoorwegwet. 9. “Goedkeuringscertificaat”: het certificaat als bedoeld in de artikelen 4 en 6 Besluit keuring spoorvoertuigen. 10. “Minister”: de minister van Verkeer en Waterstaat. 11. “Netverklaring”: de geldende netverklaring als bedoeld in artikel 58 Spoorwegwet met de daarin opgenomen bevoegdheids- en operationele regelingen. 12. “Out of pocket kosten”: de kosten van vervangend vervoer binnen Nederland en vergoedingen die de Spoorwegonderneming uit hoofde van wettelijke regelingen gehouden is uit te keren aan de direct bij het Schadegeval betrokken reizigers en/of verladers, alsmede de per saldo additionele gebruiksvergoeding vanwege de andere dan oorspronkelijk geplande rijweg. 13. “Partijen”: de Beheerder en de Spoorwegonderneming. 14. “Proefattest”: het attest als bedoeld in artikel 34 Spoorwegwet. 15. “Schadegeval”: een schade of een reeks van schades als gevolg van één en dezelfde oorzaak. 16. “Spoorvoertuig”: een voertuig bestemd voor het verkeer over spoorwegen. 17. “Spoorwegen”: spoorwegen en daartoe behorende spoorweginfrastructuur als bedoeld in artikel 1 onder c van de Spoorwegwet in beheer bij de Beheerder, alsmede andere in de Netverklaring omschreven infrastructurele voorzieningen die gerelateerd zijn aan het spoorverkeer en in beheer bij de Beheerder. 18. “Spoorwegonderneming”: een spoorwegonderneming als bedoeld in artikel 1 sub f Spoorwegwet zijnde de wederpartij van de Beheerder bij de Toegangsovereenkomst. 19. “Spoorwegwet”: wet van 23 april 2003 houdende nieuwe algemene regels over de aanleg, het beheer, de toegankelijkheid en het gebruik van spoorwegen alsmede over het verkeer over spoorwegen (Staatsblad 2003, 264) zoals nadien gewijzigd. 20. “Toegangsovereenkomst”: de toegangsovereenkomst, inclusief de daarbij behorende bijlagen, als bedoeld in artikel 59 Spoorwegwet.

Artikel 2.
1. 2. 3.

Toegangsovereenkomst, Algemene Voorwaarden en Netverklaring

4.

De contractuele rechtsverhouding tussen Partijen betreffende de toegang tot en het gebruik van de Spoorwegen is vastgelegd in de Toegangsovereenkomst, de Algemene Voorwaarden en de Netverklaring. Door Partijen overeengekomen aanvullingen en/of afwijkingen op de Algemene Voorwaarden, binden Partijen slechts voor zover deze schriftelijk in de Toegangsovereenkomst zijn vastgelegd. Bij strijdigheid tussen een bepaling uit de Toegangsovereenkomst en het gestelde in de Netverklaring prevaleert de bepaling uit de Toegangsovereenkomst voorzover de Beheerder bevoegd is af te wijken van het gestelde in de Netverklaring. Indien een bepaling uit de Algemene Voorwaarden strijdig is met een bepaling uit de Toegangsovereenkomst prevaleert de bepaling uit de Toegangsovereenkomst. In de Toegangsovereenkomst wordt opgenomen wie namens de Spoorwegonderneming en wie namens de Beheerder optreedt als contractbeheerder. Partijen benoemen in de Toegangsovereenkomst tevens

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 4 model-Toegangsovereenkomst en Algemene Voorwaarden

blad 12

5. 6.

categorieën van functionarissen die bevoegd zijn namens hen uitvoering te geven aan de Toegangsovereenkomst. Specifieke operationele regelingen worden in de Toegangsovereenkomst overeengekomen. In de Toegangsovereenkomst kan de wijze waarop wordt omgegaan met klachten over operationele aangelegenheden nader overeengekomen worden.

Artikel 3.
1.

Wijzigingsprocedure Netverklaring, Toegangsovereenkomst en/of Algemene Voorwaarden

2. 3. 4.

5.

Een verzoek tot wijziging van de Toegangsovereenkomst en/of Algemene Voorwaarden en een verzoek tot tussentijdse wijziging van de Netverklaring welk wijzigingsvoorstel niet dwingend voortvloeit uit wet- en/of regelgeving dan wel een gerechtelijke of arbitrale uitspraak, wordt schriftelijk gedaan en bevat in ieder geval een beschrijving van de voorgestelde wijziging(en) en de gevolgen van de wijziging(en) voor de rechten en plichten van Partijen. De Beheerder beoordeelt in ieder geval of door de Spoorwegonderneming voorgestelde wijziging(en) non-discriminatoir is (zijn) jegens andere gerechtigden als bedoeld in artikel 57 Spoorwegwet. Partijen spannen zich in om uiterlijk binnen dertig kalenderdagen na ontvangst van een wijzigingsvoorstel tot overeenstemming te komen. Wijziging van de Toegangsovereenkomst en/of Algemene Voorwaarden kan uitsluitend plaatsvinden door middel van een door Partijen ondertekende schriftelijke aanvulling op de Toegangsovereenkomst. Indien krachtens wet- of regelgeving, de Concessie of gerechtelijke of arbitrale uitspraak de Algemene Voorwaarden en/of de Toegangsovereenkomst dienen te worden gewijzigd dan wel de Netverklaring tussentijds dient te worden gewijzigd, zal de Beheerder, indien daartoe in staat gesteld, vooraf overleg voeren met de wet- of regelgever of de concessieverlener, c.q. verweer voeren in de gerechtelijke of arbitrale procedure, en zich daarbij inspannen om de voor Partijen mogelijk nadelige gevolgen zoveel als mogelijk te voorkomen of te beperken. In geval van een wijziging doet de Beheerder daarvan schriftelijk mededeling aan de Spoorwegondernemingen onder toevoeging van een voorstel voor wijziging. De Beheerder doet dit voorstel met inachtneming van de redelijke belangen van de Spoorwegondernemingen en spant zich in om eventuele voor de Spoorwegondernemingen nadelige gevolgen van de wijziging zoveel als mogelijk te voorkomen of te beperken. Indien de Spoorwegondernemingen niet instemmen met de voorgestelde wijziging is de Beheerder desondanks gerechtigd de voorgestelde wijziging eenzijdig vast te stellen. In spoedeisende gevallen kan bij toepassing van het voorafgaande lid het in dit lid voorgeschreven overleg en voorstel tot wijziging achterwege blijven.

Artikel 4.

Vernietiging bepalingen

Bij een rechtens onaantastbare vernietiging van één of meerdere bepalingen uit de Toegangsovereenkomst dan wel de Algemene Voorwaarden door een daartoe bevoegde instantie, dien(en)t deze bepaling(en) te worden vervangen door een bepaling of bepalingen die zoveel mogelijk overeenkom(en)t met de oorspronkelijke bedoeling van Partijen. Vernietiging van één of meerdere bepalingen tast de geldigheid van de overige bepalingen niet aan.

Titel II. Artikel 5.
1.

Informatie en geheimhouding Informatieverstrekking

2. 3. 4.

Partijen komen in de Toegangsovereenkomst overeen op welke wijze (waaronder mede begrepen tijdstip en frequentie) de Spoorwegonderneming de gegevens levert als bedoeld in paragraaf 2.6 van de Netverklaring alsmede welke overige informatie en/of gegevens zij elkaar leveren in het kader van de uitoefening van hun werkzaamheden. Partijen informeren elkaar tijdig indien zij over andere informatie dan bedoeld in het vorige lid beschikken en waarvan zij weten of in redelijkheid behoren te weten dat de Spoorwegonderneming dan wel de Beheerder deze informatie nodig heeft voor het naar behoren uitvoeren van de Toegangsovereenkomst. Indien één der Partijen schade lijdt als gevolg van gedragingen van een Derde of een Hulppersoon verlenen Partijen elkaar, indien mogelijk en voorzover redelijkerwijs te verlangen, medewerking bij het achterhalen van de identiteit van deze Derde of Hulppersoon. De Spoorwegonderneming verstrekt aan de Beheerder om niet informatie die de Beheerder nodig heeft: a. voor het opstellen van een ontwerp-geluidbelastingkaart als bedoeld in artikel 7 van richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (Pb EG L 189) met betrekking tot de geluidsbelasting vanwege de hoofdspoorwegen; b. om de voor Nederland geldende verplichtingen na te leven van Verordening (EG) nr. 91/2003 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 december 2002 betreffende de statistieken van het spoorvervoer (PbEG L 14).

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 4 model-Toegangsovereenkomst en Algemene Voorwaarden

blad 13

Artikel 6.
1. 2. 3. 4.

Geheimhouding

5.

Partijen zijn verplicht tot geheimhouding van de van elkaar ontvangen gegevens die als vertrouwelijk zijn medegedeeld of waarvan het vertrouwelijke karakter begrepen moest worden. In het kader van de uitvoering van de Toegangsovereenkomst ontvangen informatie dient alleen gebruikt te worden voor de doeleinden waarvoor zij werd verstrekt. Partijen verstrekken de Toegangsovereenkomst, een deel daarvan of daaruit voortvloeiende gegevens, niet aan Derden zonder toestemming van de wederpartij. Onverminderd het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van dit artikel, kan vertrouwelijke informatie zonder toestemming van de wederpartij aan een Derde verstrekt en door deze gebruikt worden indien dit bij of krachtens wettelijke regeling, de Concessie en een gerechtelijke - of arbitrale uitspraak daaronder begrepen, bepaald is. Na beëindiging van de Toegangovereenkomst blijven de verplichtingen ingevolge dit artikel bestaan.

Titel III. Artikel 7.
1.

Rechten en verplichtingen van de Beheerder en de Spoorwegonderneming Toegang tot en gebruik van de Spoorwegen door de Spoorwegonderneming

2.

3.

4.

De Spoorwegonderneming heeft toegang tot de Spoorwegen en het recht tot gebruik daarvan onder de voorwaarden en op de wijze als bepaald in: a. de toepasselijke nationale en internationale wettelijke bepalingen en de daaruit voortvloeiende aan de Beheerder opgelegde voorschriften en gerechtelijke en/of arbitrale uitspraken. b. de Toegangsovereenkomst. c. de Netverklaring. d. de door de Beheerder bekendgemaakte Bevoegdheidsregelingen waarin aangegeven is op welke wijze de Beheerder uitvoering geeft aan uit de Spoorwegwet voortvloeiende publiekrechtelijke bevoegdheden van de Beheerder. Het is de Spoorwegonderneming niet toegestaan de Spoorwegen te wijzigen, te beschadigen, te verontreinigen of op een andere manier te gebruiken dan waarvoor zij bedoeld, ingericht of beschikbaar gesteld zijn. Onder verontreinigen als bedoeld in dit lid wordt niet verstaan het storten of doen storten van vaste stoffen of vloeistoffen die vrijkomen bij de normale bedrijfsvoering van Spoorvoertuigen als bedoeld in artikel 19 lid 1 onder b van de Spoorwegwet. De Spoorwegonderneming is jegens de Beheerder verantwoordelijk voor gedragingen van afzenders en geadresseerden als bedoeld in het vervoerrecht die werkzaamheden (doen) verrichten op openbare laad- en losplaatsen en/of emplacementen voor zover de Spoorwegonderneming in staat is om de gedragingen feitelijk dan wel juridisch te beïnvloeden. Indien door gedragingen als bedoeld in het vorige lid schade wordt veroorzaakt, is de Spoorwegonderneming hiervoor slechts aansprakelijk als de schadeveroorzakende gebeurtenis te wijten is aan het gedrag van een Derde en de Spoorwegonderneming feitelijk en/of juridisch in staat was om de schadeveroorzakende gebeurtenis te vermijden en de gevolgen daarvan te verhinderen. Deze bepaling laat de aansprakelijkheid van geadresseerden en afzenders voor de door hen te verrichten activiteiten op deze openbare laad- en losplaatsen en/of emplacementen onverlet.

Artikel 8.
1. 2. 3. 4. 5.

Verdeling van capaciteit

6.

De Beheerder draagt zorg voor de verdeling van capaciteit conform de in de Netverklaring hiertoe opgenomen procedure en met inachtneming van het gestelde in het besluit als bedoeld in artikel 61 lid 1 van de Spoorwegwet. Voorzover de capaciteit in de vorm van paden wordt verdeeld, worden zulke paden voor de duur van maximaal de duur van één dienstregelingsperiode verdeeld. Bij een storing die de Spoorwegen tijdelijk onbruikbaar maakt, mag de Beheerder de toegewezen/verdeelde paden zonder waarschuwing intrekken zolang als nodig is om het treinverkeer te herstellen. Indien de Spoorwegonderneming gedurende een periode van tenminste één maand voor minder dan de in de Netverklaring te noemen drempelwaarde een treinpad heeft gebruikt, levert de Spoorwegonderneming dit treinpad in, tenzij dit te wijten is aan niet economische redenen buiten de wil van de Spoorwegonderneming. De Beheerder behoudt zich het recht voor verdeelde capaciteit te onttrekken of te wijzigen: a. op last van het bevoegd overheidsgezag; b. in het belang van de openbare orde; c. naar aanleiding van een melding als bedoeld in artikel 4 van de Toegangsovereenkomst; d. voorzover het capaciteit betreft die benodigd is voor de uitvoering van diensten voor personenvervoer, en de Spoorwegonderneming niet langer gerechtigd is overeenkomstig de Concessiewet personenvervoer per trein die diensten te verrichten. Indien de Beheerder gebruik maakt van de bevoegdheid bedoeld in het vorige lid, spant de Beheerder zich in om de nadelige gevolgen daarvan zoveel als mogelijk in duur en omvang voor de Spoorwegonderneming te beperken.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 4 model-Toegangsovereenkomst en Algemene Voorwaarden

blad 14

Artikel 9.
1.

Gebruik Spoorvoertuigen door de Spoorwegonderneming

2.

3.

4.

5.

De Beheerder is gerechtigd in verband met de aan de Beheerder op grond van de relevante nationale en internationale wettelijke bepalingen opgelegde voorschriften en/of de uitvoering van de Concessie en/of een gerechtelijke dan wel arbitrale uitspraak een aanvullende beoordeling van (herstelde) Spoorvoertuigen uit te voeren ten aanzien van die aspecten die in het onderzoek voor het Goedkeurings- en Inzetcertificaat buiten beschouwing zijn gebleven. De Beheerder kan naar aanleiding van de in het eerste lid bedoelde aanvullende beoordeling aanwijzingen geven en/of voorwaarden en beperkingen verbinden aan het gebruik van Spoorwegen of het gebruik van Spoorwegen door de betreffende Spoorvoertuigen uitsluiten. Het resultaat van de beoordeling wordt schriftelijk aan de Spoorwegonderneming meegedeeld. Tot de in het tweede lid bedoelde voorwaarden en beperkingen kunnen o.a. behoren: a. het stellen van een herbeoordelingstermijn; b. een herbeoordeling bij wijziging van het Spoorvoertuig; c. het (tijdelijk) toepassen van een klassenindeling. Op eerste verzoek van de Beheerder toont de Spoorwegonderneming van het door haar te gebruiken Spoorvoertuig een geldige EG-keuringsverklaring of een geldig Goedkeuringscertificaat zoals bedoel in de artikelen 36 en 37 Spoorwegwet, een geldig Inzetcertificaat als bedoeld in artikel 36 lid 4 Spoorwegwet en/of een ontheffing als bedoeld in artikel 46 Spoorwegwet. Indien een Spoorwegonderneming, behoudens een verkregen ontheffing als bedoeld in artikel 46 van de Spoorwegwet, het verbod als bedoeld in artikel 36 lid 1 van de Spoorwegwet of de voorschriften of beperkingen als bedoeld in artikel 46 lid 2 van de Spoorwegwet overtreedt of niet in het bezit is van een geldig Inzetcertificaat en/of de Spoorwegen niet gebruikt overeenkomstig de beoordeling als bedoeld in dit artikel, is de Beheerder gerechtigd de Spoorwegonderneming terstond het gebruik van het desbetreffende Spoorvoertuig op de Spoorwegen te ontzeggen en daadwerkelijk te beëindigen. De hiermee verband houdende kosten komen voor rekening van de Spoorwegonderneming. De Beheerder is eveneens gerechtigd tot gebruiksontzegging ten aanzien van Spoorvoertuigen die voor wat betreft de aspecten waarop zij in het kader van de toelating zijn beoordeeld, niet meer voldoen aan de daarbij toepasselijke technische specificaties. Zulke Spoorvoertuigen mogen, indien verblijvend op de Spoorwegen, uitsluitend na verkregen toestemming van de Beheerder en onder daarbij te stellen voorwaarden worden verplaatst.

Artikel 10.
1.

Milieu en veiligheid

2.

3. 4.

Indien het gevaar bestaat dat schade door de Spoorwegonderneming aan de Spoorwegen en/of het milieu wordt toegebracht of reeds is toegebracht en/of de veiligheid van Derden en/of het spoorwegverkeer in gevaar komt of reeds is gekomen door de Spoorwegonderneming, dient de Spoorwegonderneming zodra zij hiermee bekend is, de Beheerder daarvan zo spoedig mogelijk in kennis te stellen. De inkennisstelling laat de wettelijke en contractuele verplichtingen van de Spoorwegonderneming onverlet. De Beheerder is bevoegd om op grond van relevante nationale en internationale wettelijke bepalingen, de daaruit voortvloeiende aan de Beheerder opgelegde voorschriften en gerechtelijke en/of arbitrale uitspraken te bepalen, dat op de Spoorwegen of op een gedeelte daarvan, door de Beheerder aangewezen spoorgebonden bedrijfsprocessen van de Spoorwegonderneming niet, dan wel uitsluitend op door hem daarvoor aangewezen plaatsen en/of onder door hem te geven voorwaarden en/of met gebruikmaking van de daarvoor ter plaatse aanwezige voorzieningen, mogen worden uitgevoerd. Onder bedrijfsprocessen wordt onder meer verstaan: a. in- en uitwendige reiniging van Spoorvoertuigen; b. beproeving van Spoorvoertuigen; c. innemen van brandstoffen; d. opstellen van Spoorvoertuigen; e. afvoer van afval van bedrijfsprocessen en van afval uit Spoorvoertuigen; f. het plegen van inspectie, onderhoud en/of herstellingen aan Spoorvoertuigen. De Spoorwegonderneming onthoudt zich van handelen dat overschrijding van de krachtens de Wet geluidhinder geldende grenswaarden of overtreding van de van belang zijnde voorschriften behorende bij de krachtens de Wet milieubeheer verleende vergunningen tot gevolg heeft. Bij dreigende overschrijding van de in het vorige lid bedoelde grenswaarden of dreigende overtreding van de in vorige lid bedoelde voorschriften, kan de Beheerder aanwijzingen geven aan de Spoorwegonderneming.

Artikel 11.
1. 2.

Overslaan vloeistoffen ten behoeve van het laten rijden van Spoorvoertuigen

Het is de Spoorwegonderneming uitsluitend toegestaan voor het milieu schadelijke vloeistoffen ten behoeve van het laten rijden van Spoorvoertuigen over te slaan op de daartoe bestemde en door de Beheerder aangewezen plaatsen. Met toestemming van de Beheerder kan ook op andere dan de daartoe door de Beheerder aangewezen plaatsen voor het milieu schadelijke vloeistoffen ten behoeve van het laten rijden van Spoorvoertuigen overgeslagen worden door Spoorwegondernemingen. De Beheerder kan aan een verleende toestemming als hiervoor bedoeld voorschriften verbinden.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 4 model-Toegangsovereenkomst en Algemene Voorwaarden

blad 15

Artikel 12.
1. 2.

Maatregelen voor herstel van het treinverkeer

Bij een verstoring van het treinverkeer stellen Partijen alles wat redelijkerwijs verwacht kan worden in het werk om zo spoedig mogelijk de verstoring op te heffen en de nadelige gevolgen daarvan zoveel als mogelijk te beperken. Met het oog hierop kan de Beheerder o.a. treinen ophouden, langzamer of sneller laten doen rijden, omleiden, inleggen of paden opheffen. De Beheerder past daarbij de in de Netverklaring en/of Toegangsovereenkomst vastgelegde relevante operationele regeling toe.

Artikel 13.
1.

Medewerking van de Spoorwegonderneming

2. 3. 4.

5.

6. 7.

Op aanwijzing van de Beheerder is de Spoorwegonderneming gehouden tot het verlenen van bijstand bij het opheffen van een verstoring ongeacht de oorzaak daarvan. Indien naar het oordeel van de Beheerder noodzakelijk, stelt de Spoorwegonderneming hem daarvoor geschikt materieel en/of daartoe geschikte ondergeschikte Hulppersonen ter beschikking. De kosten van de in lid 1 bedoelde bijstand die worden gemaakt door de Spoorwegonderneming die de verstoring niet zelf heeft veroorzaakt, komen ten laste van de Beheerder. De Spoorwegonderneming die de verstoring veroorzaakt heeft, is gehouden om de in lid 2 bedoelde kosten en andere kosten die de Beheerder ter opheffing van de verstoring heeft moeten maken, op eerste verzoek aan de Beheerder te vergoeden. Indien de bijstand verlenende Spoorwegonderneming, ondanks het in acht nemen van de benodigde zorgvuldigheid bij het verlenen van bijstand, schade veroorzaakt bij de bijstand ontvangende Spoorwegonderneming en/of de Beheerder of zelf schade lijdt, komt deze schade voor rekening en risico van de Partij voor wiens rekening en risico de verstoring komt. Indien de bijstand verlenende Spoorwegonderneming, ondanks het in acht nemen van de benodigde zorgvuldigheid bij het verlenen van bijstand, schade veroorzaakt bij een Derde niet zijnde de andere bij de verstoring betrokken partijen dan komt deze schade voor rekening en risico van de veroorzaker van de verstoring. De veroorzaker van de storing vrijwaart, indien noodzakelijk, de andere bij de verstoring betrokken partijen voor aanspraken tot schadevergoeding van deze Derde(n). De Spoorwegonderneming is gehouden tot deelname aan de calamiteitenorganisatie overeenkomstig de Generieke Operationele Regeling als vermeld in de Netverklaring. De Beheerder kan naar redelijkheid en billijkheid rijwegen aanwijzen voor roestrijden. De Beheerder kan daartoe in overleg met Spoorwegondernemingen een generieke operationele regeling vaststellen.

Artikel 14.
1. 2.

Betreden Spoorwegen

Voorzover de Spoorwegonderneming (Hulp)personen toestaat de Spoorwegen te betreden, geschiedt dit voor risico van de Spoorwegonderneming. De Spoorwegonderneming draagt er zorg voor dat de in het eerste lid bedoelde (Hulp)personen voldoende geïnstrueerd zijn met het oog op het ordentelijk en veilig betreden van de Spoorwegen.

Artikel 15.
1.

Controle en aanwijzingen

2. 3.

4.

5.

De Beheerder is gerechtigd om, met het oog op de door hem uit te voeren taken en zijn verantwoordelijkheden ingevolge toepasselijke nationale en internationale wettelijke bepalingen, de daaruit voortvloeiende aan de Beheerder opgelegde voorschriften en gerechtelijke en/of arbitrale uitspraken, controles uit te voeren en/of noodzakelijke aanwijzingen te geven aan de (Hulppersoon van de) Spoorwegonderneming die deze aanwijzingen onverwijld dienen op te volgen. In de Toegangsovereenkomst worden de categorieën van functionarissen van de Beheerder aangeduid aan wie de uitoefening van de hier bedoelde bevoegdheid toekomt. De bevoegdheid van de Beheerder als bedoeld in het eerste lid kan uitsluitend worden gebruikt met het oog op de bescherming van Spoorwegen, het voorkomen dan wel beheersen van hinder die andere gebruikers van Spoorwegen en de omgeving ondervinden en het veilig en doelmatig gebruik van Spoorwegen. De controles en aanwijzingen dienen de normale bedrijfsvoering van de Spoorwegonderneming zo min mogelijk te hinderen en, indien mogelijk, voor de Spoorwegonderneming op de minst bezwarende wijze worden uitgevoerd respectievelijk gegeven. De Beheerder heeft uitsluitend toegang tot de voor controle relevante Spoorvoertuigen, installaties en uitrustingen van de Spoorwegonderneming. De Spoorwegonderneming is gehouden gevolg te geven aan door de Beheerder gegeven aanwijzingen als bedoeld in deze Algemene Voorwaarden. Bij het niet onverwijld opvolgen van een rechtmatig gegeven aanwijzing als bedoeld in deze Algemene Voorwaarden, verbeurt de Spoorwegonderneming een direct opeisbare boete van € 5.000,-- per overtreding, onverminderd het recht van de Beheerder om schadevergoeding te vorderen. Indien de Spoorwegonderneming geen gevolg geeft aan een door de Beheerder gegeven aanwijzing en het direct opvolgen van de aanwijzing door de Beheerder noodzakelijk wordt geacht in verband met het voorkomen van schade, dreigend gevaar, beëindigen van een onrechtmatige situatie, overlast en/of spoedige herstel van het treinverkeer als bedoeld in artikel 12 lid 1, kan de Beheerder de uit de aanwijzing voortvloeiende handelingen en/of werkzaamheden voor rekening en risico van de Spoorwegonderneming zelf uitvoeren.
blad 16

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 4 model-Toegangsovereenkomst en Algemene Voorwaarden

Titel IV. Artikel 16.
1.

Aansprakelijkheid Aansprakelijkheid Beheerder jegens de Spoorwegonderneming

2.

3.

4. 5.

6.

Indien de Beheerder ten gevolge van enig handelen of nalaten van hemzelf of van een door hem gebruikte Hulppersoon toerekenbaar schade veroorzaakt aan eigendommen van de Spoorwegonderneming, of aan eigendommen van of aan Hulppersonen of eigendommen van of aan Derden waarvoor de Spoorwegonderneming krachtens enigerlei rechtsverhouding aansprakelijk is, is de Beheerder op grond van artikel 6:174 BW aansprakelijk voor de door de Spoorwegonderneming, Derde of Hulppersoon geleden schade. Op grond van het eerste lid komt geleden omzet- of winstderving, tenzij in geval van opzet of bewust roekeloos handelen, niet voor vergoeding in aanmerking. De volgende schadecomponenten komen voor vergoeding in aanmerking: a. persoonsschade (letsel en overlijden); b. zaakschade; c. ladingschade; d. kosten voor berging en bereddering; e. deskundigenkosten; f. Out of pocket kosten; g. Behandelingskosten. De Beheerder is, behoudens opzet en bewust roekeloos handelen, niet aansprakelijk voor schade als bedoeld in het eerste lid indien de schade minder dan € 5.000,-- per Schadegeval bedraagt. De maximaal aan de Spoorwegonderneming op basis van dit artikel te vergoeden bedrag bedraagt per Schadegeval, behoudens opzet en/of bewust roekeloos handelen, € 100.000.000,--; De Beheerder is niet aansprakelijk voor schade die de Spoorwegonderneming lijdt vanwege een door de Beheerder op grond van de Toegangsovereenkomst rechtmatig en met inachtneming van het bepaalde in artikel 15 gegeven aanwijzing. Indien door een aan de Beheerder toerekenbare oorzaak de Spoorwegonderneming gedurende tenminste 8 aaneengesloten uren het door haar geplande verkeer niet of slechts gedeeltelijk kan laten plaatsvinden, vergoedt de Beheerder de daaruit voor de Spoorwegonderneming voortvloeiende Out of pocketkosten en Behandelingskosten, waarbij de Behandelingskosten naar keuze van de Spoorwegonderneming worden bepaald volgens de in artikel 1 lid 3 opgenomen tabel of op basis van de werkelijk gemaakte behandelingskosten met inachtneming van lid 6. Indien bij een schadegeval als bedoeld in lid 5 de Spoorwegonderneming ervoor kiest de Behandelingskosten te bepalen op basis van werkelijk gemaakte kosten worden de administratiekosten ter afhandeling van het schadegeval aan de hand van de volgende tabel vastgesteld waarbij de referentieschade bestaat uit extra bureau- en communicatiekosten, kosten van herplanning van de bedrijfsproductie en de kosten van personeel dat extra benodigd is gedurende de tijd dat het schadeveroorzakend voorval zoals bedoeld in dit lid de normale bedrijfsproductie belemmert: referentieschade administratiekosten €5000,-€10.000,-€30.000,-€50.000,-tot tot tot tot € 10.000,-€ 30.000,---€ 50.000,---------€350,-€375,€475,1% van de referentieschade

Indien de aansprakelijkheid voor het schadegeval prompt zonder discussie wordt erkend door de Beheerder

7. 8.

en prompt betaling van de schade volgt, worden de administratiekosten beperkt tot 50% van de in bovenstaande tabel genoemde bedragen. De Beheerder is, behoudens opzet of bewuste roekeloosheid en behoudens de leden 5 en 6 van dit artikel, niet aansprakelijk voor het niet, niet juist, niet tijdig kunnen gebruiken van Spoorwegen of delen daarvan en tijdens het gebruik opgetreden vertragingen. Van het bepaalde in de leden 5,6 en 7 kan in de Toegangsovereenkomst afgeweken worden in gevallen waarin de Beheerder en de Spoorwegonderneming prestatieafspraken met betrekking tot het gebruik van de Spoorwegen overeenkomen.

Artikel 17.
1.

Aansprakelijkheid Spoorwegonderneming jegens de Beheerder

Indien de Spoorwegonderneming ten gevolge van enig handelen of nalaten van haarzelf of van een door haar gebruikte Hulppersoon toerekenbaar schade veroorzaakt aan eigendommen van de Beheerder, of aan eigendommen van of aan Hulppersonen of van of aan Derden waarvoor de Beheerder krachtens enigerlei rechtsverhouding aansprakelijk is, is de Spoorwegonderneming aansprakelijk voor de door de Beheerder, de Derde of Hulppersoon geleden schade .

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 4 model-Toegangsovereenkomst en Algemene Voorwaarden

blad 17

2.

3.

4.

5.

6.

Op grond van het eerste lid komt geleden omzet- of winstderving, tenzij in geval van opzet of bewust roekeloos handelen, niet voor vergoeding in aanmerking. De volgende schadecomponenten komen voor vergoeding in aanmerking: a. persoonsschade (letsel en overlijden) b. zaakschade c. kosten voor berging en bereddering d. deskundigenkosten e. Behandelingskosten; De Spoorwegonderneming is, behoudens opzet en bewuste roekeloosheid, niet aansprakelijk voor schade als bedoeld in het eerste lid indien de schade minder dan € 5.000,-- per Schadegeval bedraagt. Het maximaal aan de Beheerder op basis van dit artikel te vergoeden bedrag bedraagt per Schadegeval, behoudens opzet en/of bewust roekeloos handelen, € 100.000.000,--. In geval van vervoer van gevaarlijke stoffen is de Spoorwegonderneming op grond van artikel 6: 175 BW jo. 8:1670 e.v. BW aansprakelijk voor de door de Beheerder geleden schade. De leden 1, 2 en 3 zijn van toepassing behoudens de laatste zin van lid 3. Indien een Derde en/of een Hulppersoon van de Spoorwegonderneming de Beheerder aanspreekt op grond van artikel 8: 1670 e.v. vrijwaart de Spoorwegonderneming de Beheerder van alle door de Beheerder te lijden schade, behoudens geheel of gedeeltelijke eigen schuld van de Beheerder. De Spoorwegonderneming is jegens de Beheerder aansprakelijk indien de Spoorwegonderneming de aan het gebruik van de door de Beheerder beheerde Spoorwegen door de overheid verbonden voorschriften in welke vorm dan ook toerekenbaar overtreedt. De Spoorwegonderneming is alsdan gehouden de Beheerder te vrijwaren van alle door de Beheerder te lijden schade in welke vorm dan ook, waarbij het bepaalde in lid 3 niet van toepassing is. De Spoorwegonderneming is jegens de Beheerder tevens aansprakelijk voor de door de Beheerder geleden schade veroorzaakt door een aan de Spoorwegonderneming toerekenbare oorzaak, indien daardoor het verkeer over Spoorwegen of delen daarvan gedurende tenminste 8 aangesloten uren niet of slechts gedeeltelijk kan plaatsvinden.

Artikel 18.
1.

Onderlinge aansprakelijkheid Spoorwegondernemingen

2.

3.

4. 5.

6.

Indien de Spoorwegonderneming ten gevolge van enig handelen of nalaten van haarzelf of van een door haar gebruikte Hulppersoon of een Derde toerekenbaar schade veroorzaakt aan eigendommen van een andere Spoorwegonderneming, aan eigendommen van of aan Hulppersonen of eigendommen van of aan Derden waarvoor een andere Spoorwegonderneming krachtens enigerlei rechtsverhouding aansprakelijk is, is de Spoorwegonderneming aansprakelijk voor de door de andere Spoorwegonderneming, de Derde of de Hulppersoon geleden schade. Op grond van het eerste lid komt geleden omzet- of winstderving, tenzij in geval van opzet of bewust roekeloos handelen, niet voor vergoeding in aanmerking. De volgende schadecomponenten komen voor vergoeding in aanmerking: a. persoonsschade (letsel en overlijden) b. zaakschade c. ladingschade d. kosten voor berging en bereddering e. deskundigenkosten voor het bepalen van de hoogte van de schade f. Out of pocket kosten. g. Behandelingskosten. De Spoorwegonderneming is, behoudens opzet en bewuste roekeloosheid, niet aansprakelijk voor schade als bedoeld in het eerste lid indien de schade minder dan € 5.000,-- per Schadegeval bedraagt. De te vergoeden schade per schadegeval bedraagt, behoudens opzet en of bewust roekeloos handelen, maximaal € 100.000.000,--. In geval van vervoer van gevaarlijke stoffen is de Spoorwegonderneming op grond van artikel 6: 175 BW jo. 8:1670 e.v. BW aansprakelijk voor de door de andere Spoorwegonderneming geleden schade. De leden 1 en 2 zijn van toepassing. Indien door een aan een Spoorwegonderneming toerekenbare oorzaak een andere Spoorwegonderneming niet in staat is om gedurende tenminste 8 aaneengesloten uren het door haar geplande vervoer te laten plaatsvinden is de Spoorwegonderneming die het gebruik van de Spoorwegen belemmert aansprakelijk voor de daaruit voor de andere Spoorwegondernemingen voortvloeiende Out of pocketkosten en Behandelingskosten, waarbij de Behandelingskosten naar keuze van de schadelijdende Spoorwegonderneming worden bepaald volgens de in artikel 1 lid 3 opgenomen tabel of op basis van de werkelijk gemaakte Behandelingskosten. De Spoorwegonderneming aanvaardt dat een andere Spoorwegonderneming die deze Algemene Voorwaarden eveneens heeft aanvaard zich jegens haar rechtstreeks op het bepaalde, voorzover relevant voor de relatie tussen spoorwegondernemingen, in deze Algemene Voorwaarden kan beroepen. Dit artikel is een derdenbeding als bedoeld in artikel 6:253 BW.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 4 model-Toegangsovereenkomst en Algemene Voorwaarden

blad 18

Artikel 19.

Toerekenbaar tekortschieten

Onverminderd het in deze titel IV bepaalde is een partij in geval van een toerekenbare niet-nakoming van zijn verplichtingen, waarbij hij eerst in gebreke is gesteld waarbij een, gegeven de feitelijke omstandigheden, redelijke termijn is gesteld om verplichtingen alsnog na te komen, maar nakoming desondanks geheel of gedeeltelijk uitbleef, aansprakelijk voor de door de andere partij geleden schade, met dien verstande dat, behoudens in geval van opzet of bewuste roekeloosheid, de door de andere partij geleden omzet- of winstderving niet voor vergoeding in aanmerking komt. De artikelen 16 lid 3 en 17 lid 3 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 20.
1. 2.

Beperking aansprakelijkheid, verjaring en overmacht

3.

4.

De aansprakelijkheid van Partijen in welke vorm dan ook is beperkt tot de in titel IV opgenomen bepalingen onverlet het recht van Partijen om nakoming van het bepaalde in Toegangsovereenkomst en/of deze Algemene Voorwaarden te vorderen. Op de Toegangsovereenkomst en/of deze Algemene Voorwaarden gebaseerde rechtsvordering(en) van de Spoorwegonderneming of de Beheerder verjaart/verjaren na drie jaren te rekenen vanaf de dag volgend op die waarop de rechtsvordering(en) en de aansprakelijke partij bij de Beheerder dan wel de Spoorwegonderneming bekend zijn, en in ieder geval door verloop van vijf jaren na de gebeurtenis die de rechtsvordering(en) heeft doen ontstaan. De Beheerder en/of de Spoorwegonderneming zijn vanwege overmacht niet aansprakelijk voor schade in welke vorm dan ook, indien de schade is veroorzaakt door een oorlogshandeling, vijandelijkheden, terroristische aanslagen, niet door de Beheerder veroorzaakte stroomstoringen, zelfdodingen of pogingen daartoe, dieren, natuurlijke - en rechtspersonen die niet tot de invloedsfeer van de Spoorwegonderneming en de Beheerder behoren, burgeroorlog, opstand, landelijke of regionale, al dan niet georganiseerde, stakingen of werkonderbrekingen in het bedrijf van de Beheerder en/of in het bedrijf van de Spoorwegonderneming of natuurgebeuren van uitzonderlijke, onvermijdelijke en onweerstaanbare aard. Onder overmacht in de zin van deze Algemene Voorwaarden wordt tevens verstaan hetgeen daaromtrent in wet en jurisprudentie wordt begrepen. Het bepaalde in lid 3 laat de verplichting van Beheerder voortvloeiende uit artikel 7 lid 2 van de Spoorwegwet onverlet.

Titel V. Artikel 21.
1.

Financiële bepalingen Gebruiksvergoeding en reserveringsvergoeding

2. 3.

4. 5. 1. 2.

De Spoorwegonderneming is het in de Netverklaring genoemde tarief x grondslag verschuldigd voor ieder afgenomen onderdeel van de dienstenpakketten met inbegrip van eventueel van toepassing zijnde reserveringsvergoedingen, opslagen en kortingen. De Beheerder indexeert de tarieven overeenkomstig de in de Netverklaring aangegeven methodiek. De Beheerder is gerechtigd het tarief aan te passen overeenkomstig de artikelen 8, 9, 10 en 12 van Richtlijn 2001/14/EG. Ten behoeve van de vaststelling van de gebruiksvergoeding voor de dienst als bedoeld in artikel 2 van bijlage 2 van Richtlijn 2001/14/EG verschaft de Spoorwegonderneming de Beheerder de facturen waaruit de door de Spoorwegonderneming ingekochte hoeveelheid tractiestroom blijkt en het bijbehorende betalingsbewijs. De Beheerder factureert de gebruiksvergoeding en de eventuele reserveringsvergoedingen per kalendermaand. Indien de Beheerder een voorlopige factuur zendt wordt deze binnen 6 maanden gevolgd door een definitieve factuur. De verschuldigde gebruiksvergoeding is niet vatbaar voor verrekening als bedoeld in artikel 6:127 lid 2 BW.

Artikel 22.

Betalingsvoorwaarden

3.

De Spoorwegonderneming en de Beheerder voldoen de op grond van de Toegangsovereenkomst en deze Algemene Voorwaarden verschuldigde bedragen uiterlijk 30 dagen na ontvangst van de factuur. Indien de Beheerder of de Spoorwegonderneming ingevolge de Toegangsovereenkomst en deze Algemene Voorwaarden verschuldigde betalingen niet, niet tijdig of niet volledig verricht en de vertraging het gevolg is van een omstandigheid waarvoor de Beheerder of de Spoorwegonderneming verantwoordelijk is, is tevens verschuldigd de wettelijke rente verhoogd met een percentage van 2 % over het verschuldigde bedrag met ingang van de dag waarop de betaling uiterlijk had moeten geschieden. Alle bedragen welke op grond van de Toegangsovereenkomst en/of deze Algemene Voorwaarden verschuldigd zijn, zijn exclusief BTW.

Artikel 23.
1.

Zekerheidstelling

De Beheerder kan bij gerede twijfel aan de financiële gegoedheid van de Spoorwegonderneming te allen tijde verlangen dat de Spoorwegonderneming een bankgarantie of een vergelijkbare zekerheid stelt om te garanderen dat de Spoorwegonderneming aan haar uit de Toegangsovereenkomst en Algemene Voorwaarden voortvloeiende verplichtingen zal voldoen.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 4 model-Toegangsovereenkomst en Algemene Voorwaarden

blad 19

2.

De kosten van de in het vorige lid bedoelde zekerheidsstelling zijn voor rekening van de Spoorwegonderneming.

Titel VI. Artikel 24.
1. 2.

Titel VI opschorting en beëindiging Toegangsovereenkomst Opschorting Toegangsovereenkomst

De Beheerder dan wel de Spoorwegonderneming kan de uitvoering van de Toegangsovereenkomst op grond van artikel 6:52 BW geheel of gedeeltelijk opschorten. Gedurende de termijn van opschorting is de Spoorwegonderneming dan wel de Beheerder verplicht gepaste maatregelen te nemen ter voorkoming en beperking van schade.

Artikel 25.
1.

Beëindiging door de Beheerder

2.

De Beheerder kan door een aangetekend schrijven de Toegangsovereenkomst zonder voorafgaande ingebrekestelling en zonder rechterlijke tussenkomst, onverwijld beëindigen indien: a. de Beheerder de Concessie, voor zover relevant voor de dienstverlening door de Beheerder aan de Spoorwegonderneming, geheel of gedeeltelijk verliest; b. de Spoorwegonderneming in staat van faillissement wordt verklaard; c. de Spoorwegonderneming surséance van betaling wordt verleend; d. de Spoorwegonderneming gedurende tenminste één jaar geen gebruik heeft gemaakt van aan haar verdeelde capaciteitsrechten. Indien op grond van artikel 24 lid 1 de uitvoering van de Toegangsovereenkomst is opgeschort, kan de Beheerder, na een redelijke termijn gesteld te hebben waarbinnen de Spoorwegonderneming het verzuim kon zuiveren, de Toegangsovereenkomst beëindigen als de Spoorwegonderneming hiermee in gebreke is gebleven.

Artikel 26.
1. 2.

Beëindiging door de Spoorwegonderneming

3. 4. 5.

Bij aangetekend schrijven kan de Spoorwegonderneming de Toegangsovereenkomst met inachtneming van de in de Toegangsovereenkomst opgenomen opzegtermijn beëindigen. De Spoorwegonderneming kan door een aangetekend schrijven de Toegangsovereenkomst zonder voorafgaande ingebrekestelling en zonder rechterlijke tussenkomst, onverwijld beëindigen indien a. de Beheerder de Concessie voor zover relevant voor de dienstverlening door Beheerder aan de Spoorwegonderneming geheel of gedeeltelijk verliest; b. de Beheerder in staat van faillissement wordt verklaard; c. de Beheerder surséance van betaling wordt verleend. Indien op grond van artikel 24 lid 1 de uitvoering van de Toegangsovereenkomst is opgeschort, kan de Spoorwegonderneming, na een redelijke termijn gesteld te hebben waarbinnen de Beheerder het verzuim kon zuiveren, de Toegangsovereenkomst beëindigen als de Beheerder hiermee in gebreke is gebleven. Indien de Beheerder de Toegangsovereenkomst en/of Algemene Voorwaarden wijzigt, kan de Spoorwegonderneming, in het geval de Spoorwegonderneming het niet met de wijziging eens is, de Toegangsovereenkomst met inachtneming van 3 maanden na het moment van wijziging beëindigen Indien de Beheerder de Netverklaring tussentijds wijzigt, kan de Spoorwegonderneming met inachtneming van 3 maanden na het moment van wijziging de Toegangsovereenkomst beëindigen.

Artikel 27.

Schadevergoeding bij beëindiging Toegangsovereenkomst

Bij beëindiging van de Toegangsovereenkomst op grond van titel VI is, behalve bij beëindiging vanwege surséance van betaling, faillissement en toerekenbaar tekortschieten, geen schadevergoeding in welke vorm dan ook verschuldigd.

Artikel 28.
1. 2. 3.

Toepassingsbereik, toepasselijk recht en beslechting geschillen

4.

5.

Deze Algemene Voorwaarden zijn van toepassing op Toegangsovereenkomsten. Op de Toegangsovereenkomst en de Algemene Voorwaarden is Nederlands recht van toepassing. Alle geschillen, met uitzondering van geschillen voortkomend uit artikel 61 Spoorwegwet en de op dat artikel gebaseerde Algemene Maatregel van Bestuur, voortvloeiende uit de Toegangsovereenkomst en/of deze Algemene Voorwaarden, worden beslecht door de daartoe bevoegde burgerlijke rechter te Utrecht indien deze geschillen niet in der minne geschikt kunnen worden. In afwijking van lid 3 kunnen Partijen nader overeenkomen dat de in dit lid bedoelde geschillen worden beslecht overeenkomstig het alsdan geldende reglement van het Nederlands Arbitrage Instituut. Het scheidsgerecht, dat beslist naar de regelen des rechts, kan uit één of drie arbiters bestaan. De plaats van arbitrage is Utrecht. De leden 1 tot en met 4 van dit artikel laten artikel 71 Spoorwegwet onverlet.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 4 model-Toegangsovereenkomst en Algemene Voorwaarden

blad 20

bijlage 5

klachten- en geschillenregelingen

Algemene Klachten- en Geschillenregeling ProRail Artikel 1.
1. Indien één der partijen meent dat de andere partij de Toegangsovereenkomst niet of niet juist nakomt en getracht is om het vermeende al dan niet nakomen van de Toegangsovereenkomst door mondeling overleg met de wederpartij te verhelpen, kan deze partij een schriftelijke klacht indienen bij de persoon van de wederpartij die verantwoordelijk is voor dat deel van de uitvoering van de Toegangsovereenkomst waarop de klacht betrekking heeft. Na ontvangst van de klacht als bedoeld in het vorige lid reageert de ontvangende partij schriftelijk binnen vijf werkdagen met, indien de klacht gegrond wordt geacht, een voorstel ter oplossing van de klacht waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn de klacht opgelost wordt. Een klacht is naar tevredenheid afgehandeld indien beide partijen instemmen met de gekozen oplossing van de klacht. Indien een klacht niet naar tevredenheid wordt opgelost is sprake van een geschil indien zulks schriftelijk aan de wederpartij gemeld wordt. In de schriftelijke melding van het geschil wordt het geschil en de ontstaansgeschiedenis van het geschil omschreven waarbij wordt aangegeven wat de standpunten van beide partijen met betrekking tot het geschil zijn. De partij die de melding als bedoeld in het vorige lid ontvangen heeft, dient binnen vijf werkdagen na ontvangst daarvan het geschil in behandeling te nemen. Afhandeling van geschillen geschiedt bij ProRail op het niveau van afdelingsmanagement en bij de Spoorwegonderneming op een daartoe door de Spoorwegonderneming gekozen managementniveau. Indien partijen ervoor kiezen kan een geschil aan een ander managementniveau worden voorgelegd. Een geschil is opgelost indien beide partijen kunnen instemmen met de gekozen oplossing. Indien sprake is van een klacht en/of geschil spannen beide partijen zich in om tot een oplossing van de klacht en/of het geschil te komen. Alle geschillen, met uitzondering van de geschillen als bedoeld in de geschillenregeling capaciteitsverdeling, welke mochten ontstaan naar aanleiding van de Toegangsovereenkomst en die niet op grond van Artikel 1 van deze Algemene Klachten- en Geschillenregeling minnelijk geschikt kunnen worden, worden beslecht overeenkomstig Artikel 28 van de Algemene Voorwaarden Toegangsovereenkomst. Deze klachten- en geschillenregeling laat het recht van partijen onverlet om in spoedeisende zaken een geschil direct aanhangig te maken bij de daartoe in Artikel 28 van de Algemene Voorwaarden aangewezen instantie. Indien een belanghebbende meent, dat ProRail hem oneerlijk heeft behandeld, gediscrimineerd of anderszins heeft benadeeld bij de vaststelling van de Netverklaring, in het bijzonder bij de verwerking van de zienswijze, die hij naar aanleiding van het ontwerp van de Netverklaring aan ProRail heeft kenbaar gemaakt, kan deze belanghebbende een schriftelijke klacht indienen bij de Raad van Bestuur van ProRail. Na ontvangst van de klacht als bedoeld in het vorige lid reageert ProRail schriftelijk binnen vijf werkdagen met, indien de klacht gegrond wordt geacht, een voorstel ter oplossing van de klacht waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn de klacht opgelost wordt. Een klacht is naar tevredenheid afgehandeld indien klager en ProRail instemmen met de gekozen oplossing van de klacht. Indien een klacht niet naar tevredenheid wordt opgelost is sprake van een geschil indien zulks schriftelijk aan de wederpartij gemeld wordt. In de schriftelijke melding van het geschil wordt de het geschil en de ontstaansgeschiedenis van het geschil omschreven waarbij wordt aangegeven wat de standpunten van beide partijen met betrekking tot het geschil zijn. De partij die de melding als bedoeld in het vorige lid ontvangen heeft, dient binnen vijf werkdagen na ontvangst daarvan het geschil in behandeling te nemen. Een geschil is opgelost indien beide partijen kunnen instemmen met de gekozen oplossing. Indien sprake is van een klacht en/of geschil spannen beide partijen zich in om tot een oplossing van de klacht en/of het geschil te komen. Alle geschillen omtrent de Netverklaring, welke niet op grond van artikel 3 minnelijk geschikt kunnen worden, kunnen overeenkomstig artikel 71, lid 1 Spoorwegwet worden voorgelegd aan de NMa. Deze klachten- en geschillenregeling laat het recht van partijen onverlet om in spoedeisende zaken een geschil direct aanhangig te maken bij de daartoe in artikel 71, lid 1 Spoorwegwet aangewezen NMa.

2. 3. 4.

5.

6. 7.

Artikel 2.
1.

2.

Artikel 3.
1.

2. 3. 4.

5. 6. 7.

Artikel 4.
1. 2.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 5 geschillenregelingen

blad 1

Geschillenregeling capaciteitsverdeling Deze Geschillenregeling is de regeling zoals bedoeld in art 21 lid 6 van Richtlijn 2001/14/EG en maakt deel uit van de Netverklaring 2006. Degene die capaciteit in de Jaardienstregeling 2006 bij ProRail aanvraagt, verklaart zich daarmee akkoord met de in deze Netverklaring gegeven tijdschema’s en procedures voor de behandeling van zulke aanvragen, met inbegrip van deze Geschillenregeling capaciteitsverdeling. Door het aanvragen van capaciteit in de Jaardienstregeling 2006 bij ProRail komt er een overeenkomst tot stand tussen ProRail en de aanvrager om eventuele geschillen over de capaciteitsverdeling overeenkomstig de Geschillenregeling capaciteitsverdeling te beslechten.

Titel I. Artikel 1.
1. 2.

Algemene bepalingen. Definities

Aanvrager: de capaciteitsaanvrager die een verzoek tot verdeling van capaciteit bij ProRail heeft ingediend overeenkomstig het bepaalde in de Netverklaring en/of de Toegangsovereenkomst. Voorgenomen capaciteitsverdeling: een verdeling van de capaciteit door ProRail, zoals zij die na of in één van de capaciteitsverdelingscycli vaststelt.

Titel II. Artikel 2.

Algemene bepalingen betreffende de behandeling van capaciteitsverdelingsgeschillen.

Beroep op de geschillenbeslechting heeft geen opschortende werking voor de omstreden voorgenomen capaciteitsverdeling.

Artikel 3.
1. 2. 3.

Geschillenbemiddeling.

4. 5.

Een aanvrager kan het initiatief nemen tot geschillenbemiddeling, indien een coördinatieprocedure niet heeft geleid tot een voorgenomen capaciteitsverdeling die de instemming van die aanvrager heeft en die voldoet aan de wettelijk eisen. Een beroep op geschillenbemiddeling is mogelijk tijdens de Jaardienstcyclus, met inbegrip van de daarbij behorende voorfasen. Geschillenbemiddeling houdt in, dat elk der bij het geschil betrokken aanvragers een terzake gevolmachtigde aanwijst als lid van een Geschillencommissie; voor geschillen waarin ProRail geen aanvrager van capaciteit is, treedt (een gemachtigd vertegenwoordiger van) directeur ProRail Capaciteitsmanagement op als voorzitter van de Geschillencommissie; voor geschillen waarbij ProRail aanvrager is, wijzen de leden een voorzitter aan. De Geschillencommissie doet binnen tien (10) werkdagen een schriftelijk vastgelegde uitspraak met betrekking tot het geschil. Die uitspraak kan tweeërlei zijn: ofwel de commissie komt tot een door alle partijen in consensus of consent aanvaarde oplossingsvariant, of niet. Indien de Geschillencommissie niet binnen tien (10) werkdagen tot een uitspraak komt, wordt de commissie geacht niet in staat te zijn tot consensus of consent te komen.

Artikel 4.
1.

Geschillenbeslechting.

2.

3. 4. 5.

Een aanvrager kan het initiatief nemen tot een geschillenbeslechting, indien een geschillenbemiddeling niet heeft geleid tot een voorgenomen capaciteitsverdeling die de instemming van die aanvrager heeft en die voldoet aan de wettelijk eisen én hij van mening is dat in de door ProRail bekendgemaakte voorgenomen verdeling sprake is van onevenwichtige benadeling. Een aanvrager kan tevens het initiatief nemen tot een geschillenbeslechting indien ProRail zonder toepassing van de geschillenbemiddelingsprocedure een capaciteitsverdeling heeft vastgesteld (danwel een aanvraag tot wijziging/aanvulling van de capaciteitsverdeling heeft afgewezen) en hij van mening is dat daarbij sprake is van onevenwichtige benadeling. Een aanvrager kan ten hoogste zeven (7) werkdagen na het bekend worden van de voorgenomen capaciteitsverdeling (respectievelijk van de vaststelling van de verdeling of van de afwijzing) schriftelijk een geschil aanhangig maken bij de Directeur ProRail Capaciteitsmanagement. Het verzoek moet zijn voorzien van een toelichting. Als ontvankelijk wordt tevens beschouwd een klacht die wordt ingediend tegen het niet binnen zeven werkdagen na afsluiting van de geschillenbemiddelingsprocedure bekend maken van een voorgenomen verdeling door ProRail aan de spoorwegonderneming. Directeur ProRail Capaciteitsmanagement geeft binnen vier (4) werkdagen na een verzoek tot geschillenbeslechting te kennen of de voorgenomen capaciteitsverdeling wordt heroverwogen, en binnen welke termijn een nadere vaststelling van de verdeling van capaciteit zal worden bekendgemaakt. Voor de toepassing van de geschillenbeslechting op de door ProRail voorgenomen capaciteitsverdeling wordt, behoudens praktische beperkingen, geen onderscheid gemaakt tussen capaciteitsverdeling in de Jaardienstcyclus (en daarbij behorende voorfasen) of de Ad-Hoc-cyclus; een geschillenbeslechting die

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 5 geschillenregelingen

blad 2

aanhangig wordt gemaakt binnen 14 dagen vóór de uitvoeringsdag, wordt alleen pro-forma behandeld, zonder herziening van de omstreden capaciteitsverdeling.

Artikel 5.
1. 2. 3.

Procedure Geschillenbeslechting

4. 5. 6.

Het geschil wordt aanhangig gemaakt bij de Directeur ProRail Capaciteitsmanagement. De Directeur behandelt het geschil persoonlijk. Bij verhindering wijst hij een plaatsvervanger aan. De Directeur is bevoegd om tijdens de behandeling van het geschil te bemiddelen, met als doel het geschil weg te nemen; de aanvrager mag in elke fase van de behandeling zijn klacht intrekken, waarna de procedure wordt gestaakt. De Directeur ProRail Capaciteitsmanagement zendt een verzoek tot geschillenbeslechting met de toelichting, en, indien aanwezig, de nadere motivering van de voorgenomen capaciteitsverdeling, uiterlijk 3 (drie) werkdagen vóór de in lid 5 genoemde hoorzitting aan andere belanghebbenden die infragebruiksrechten ontlenen aan de voorgenomen litigieuze capaciteitsverdeling en wier infragebruiksrechten aangetast kunnen worden bij herziene capaciteitsverdeling. De in lid 3 bedoelde andere belanghebbenden kunnen tot op de laatste werkdag vóór de in lid 5 genoemde hoorzitting nadere stukken indienen bij de Directeur ProRail Capaciteitsmanagement. Belanghebbenden kunnen bij de Directeur ProRail Capaciteitsmanagement alle ingediende stukken inzien. De Directeur ProRail Capaciteitsmanagement belegt een hoorzitting. Hij nodigt hiervoor de aanvrager andere belanghebbenden uit, evenals degene die de voorgenomen capaciteitsverdeling heeft opgesteld. Aanvrager en de andere belanghebbende(n) kunnen zich doen vertegenwoordigen. De Directeur ProRail Capaciteitsmanagement hoort de aanvrager, de in lid 3 bedoelde andere belanghebbenden en degene die de verdeling heeft vastgesteld in elkaars aanwezigheid. Anderen kunnen de hoorzitting als toehoorder bijwonen, indien geen van de opgeroepenen daartegen bezwaar maakt. Van het horen wordt door ProRail een verslag gemaakt. Bij niet verschijnen van een belanghebbende wordt volstaan met kennisneming van de door hem ingediende stukken.

Artikel 6.
1.

Uitspraak geschillenbeslechting

2. 3.

De Directeur ProRail Capaciteitsmanagement doet binnen tien (10) werkdagen na het aanhangig maken van het geschil uitspraak, op basis van een volledige heroverweging van de voorgenomen capaciteitsverdeling, met toepassing van de voor de verdeling geldende regels en procedures op het aan de orde zijnde geschil, en neemt daarbij mede in overweging hetgeen ter zitting naar voren werd gebracht. Belanghebbenden hebben inzage in alle gegevens en documenten die de Directeur ProRail Capaciteitsmanagement hanteert bij zijn heroverweging. De motivering van de uitspraak wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vijf (5) werkdagen na de uitspraak aan de appellant en de betrokken andere belanghebbenden bekend gemaakt. De uitspraak is voor alle partijen bindend. De uitspraak omvat in ieder geval vaststelling van de definitieve capaciteitsverdeling. De uitspraak is een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 7: 900 BW. De Directeur ProRail Capaciteitsmanagement is bevoegd om, gehoord de aanvrager en de andere belanghebbenden, te beslissen dat de klacht van aanvrager gegrond is, maar dat de voorgenomen capaciteitsverdeling niet (of slechts ten dele) wordt vervangen door een nieuwe capaciteitverdeling, op grond van de overweging dat het tijdsbestek tussen de beslissing van de Directeur ProRail Capaciteitsmanagement en de dag (resp de eerste dag van de periode) waarop de capaciteitsverdeling betrekking heeft, te kort is voor een adequate voorbereiding van de uitvoering. Indien een aanvrager zich niet kan verenigen met de uitspraak van de Directeur ProRail capaciteitsmanagement kan de aanvrager een verzoek als bedoeld in artikel 71 leden 1 en 2 van de Spoorwegwet richten aan de directeur-generaal van de NMa. Onverminderd lid 4 van dit artikel kan een aanvrager die zich niet kan verenigen met de uitspraak van de Directeur ProRail Capaciteitsmanagement de vernietiging van de uitspraak inroepen bij de burgerlijke rechter te Utrecht.

4. 5.

Artikel 7.
1. 2.

Kosten

Aan de behandeling van het geschil zijn geen kosten verbonden. Aanvrager en belanghebbende(n) dragen elk zelf de eigen kosten, die voor hen aan de behandeling van het geschil zijn verbonden.

Toelichting bij Geschillenregeling (deze toelichting maakt zelf geen deel uit van de Geschillenregeling)
1. 2. De Geschillenregeling is alleen van toepassing op geschillen aanhangig gemaakt door capaciteitsaanvragers. Financiële compensatie (schadeloosstelling) is niet mogelijk in het kader van een geschillenbeslechting.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 5 geschillenregelingen

blad 3

(lege bladzijde)

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 5 geschillenregelingen

blad 4

bijlage 6

vervoer- en bedrijfsvergunningen

Op basis van wettelijke voorschriften zijn voor het aanbieden en leveren van vervoerdiensten per spoor markttoegangsbepalingen van kracht. In onderstaande tabel zijn deze bepalingen per vervoermarktsegment samengevat.
Marktsegment spoorvervoer Binnenlands openbaar personenvervoer Vervoerrelatie vereiste vervoervergunning tussen stations in Nederland vervoerconcessie conform Wet 69 personenvervoer 2000 , zoals gewijzigd door de Concessiewet personenvervoer per 70 trein tussen stations in Nederland -en stations in een andere EG-lidstaat aanvullende bepalingen vervoerconcessie omvat opgave van de vervoerrelaties waarvoor de concessie geldig is

Grensoverschrijdend openbaar personenvervoer

Grensoverschrijdend gecombineerd goederenvervoer Grensoverschrijdend goederenvervoer (anders dan gecombineerd goederenvervoer)

Binnenlands -goederenvervoer Besloten tussen stations in Nederland -personenvervoer Niet-vervoerend verkeer, tussen stations in Nederland -w.o. materieeloverbrengingen, meetritten, enz

tussen stations in twee andere EG-lidstaten, met transitroute door Nederland, met uitsluiting van vervoer van of naar stations in Nederland tussen stations in Nederland en stations in een andere EG-lidstaat tussen stations in Nederland en stations behorend tot het trans-Europees netwerk voor goederenvervoer per spoor tussen stations in Nederland en stations NIET behorend tot het trans-Europees netwerk voor goederenvervoer per spoor tussen stations in Nederland

--

samenwerkingsverband vereist van de in Nederland gevestigde spoorwegonderneming met een in de andere EG-lidstaat gevestigde spoorwegonderneming samenwerkingsverband vereist van spoorwegondernemingen die zijn gevestigd in de herkomst- resp de bestemmings-EG-lidstaat

--

--

--

--

--

samenwerkingsverband vereist van de in Nederland gevestigde spoorwegonderneming met een spoorwegonderneming gevestigd in de andere EG-lidstaat -voorwaarden voor internationaal verkeer niet geïnventariseerd voorwaarden voor internationaal verkeer niet geïnventariseerd

69 70

Wet personenvervoer 2000 (Stb. 2000, 314). Concessiewet personenvervoer per trein (Stb 2003, 265).

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 6 vervoervergunningen

blad 1

Op grond van de Spoorwegwet71 moeten ondernemingen die gebruik wil maken van de hoofdspoorwegen beschikken over een bedrijfsvergunning. Afhankelijk van de aard van de bedrijfsactiviteiten van de betrokken spoorwegonderneming kunnen bij de verlening van de bedrijfsvergunning bepaalde vereisten buiten toepassing blijven, zoals in onderstaande tabel weergegeven.
type bedrijfsvergunning van toepassing zijnde vereisten vereisten m.b.t. vereisten m.b.t. vereisten m.b.t. beroepsbekwaamheid goede naam financiële draagkracht ja ja ja

bedrijfsvergunning, geldend als vergunning zoals bedoeld in Richtlijn 95/18/EG

beperkte bedrijfsvergunning t.b.v. uitsluitend: lokale rangeerwerkzaamheden, of het verrichten van eigen vervoer, of verkeersdeelname zonder vervoer te verrichten beperkte bedrijfsvergunning t.b.v. uitsluitend: gebruik van hoofdspoorweg voor uitsluitend stationsfaciliteiten of overgavefaciliteiten binnen station, of gebruik van buitendienstgestelde hoofdspoorweg met voertuigen voor het verrichten van werkzaamheden aan of nabij de spoorweg
▪ ▪ ▪ ▪ ▪

ja

nee

nee

nee

nee

nee

Voor inlichtingen met betrekking tot vergunningen kunt u zich wenden tot: Inspectie Verkeer en Waterstaat divisie Rail, St. Jacobsstraat 16, 3511 BS Utrecht Postbus 1511, 3500 BM Utrecht Telefoon +31 30 236 3131, fax +31 30 236 3199

71

Spoorwegwet (Stb. 2003, 264), artikel 57, lid a

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 6 vervoervergunningen

blad 2

bijlage 7

uitvoeringsregelingen

De uitvoeringsregelingen worden onderscheiden in: Bevoegdheidsregelingen, die ProRail vaststelt, na overleg met de gerechtigden, en waarin wordt weergegeven op welke wijze ProRail uitvoering geeft aan een publiekrechtelijke verplichting of bevoegdheid; Operationele Regelingen die tussen ProRail en de gerechtigde in het kader van de Toegangsovereenkomst worden overeengekomen; de Operationele Regelingen worden naar behoefte onderscheiden in Generieke Operationele Regelingen, die van toepassing zijn op alle Toegangsovereenkomsten, en Specifieke Operationele Regelingen die alleen van toepassing zijn in de toegangsovereenkomst tussen ProRail en de desbetreffende gerechtigde.

▪ ▪

De Bevoegdheidsregelingen en de Generieke Operationele Regelingen ontstaan in belangrijke mate uit een conversie van reeds eerder opgestelde (destijds interne) bedrijfsvoorschriften. De inventarisatie van deze bedrijfsvoorschriften en de conversie daarvan naar Operationele Regelingen is evenwel nog gaande. De teksten van de Bevoegdheidsregelingen en de Operationele regelingen zijn daarom ten tijde van de uitgave van deze netverklaring nog niet allemaal als zelfstandig document beschikbaar, en ook kunnen op basis van de voortgezette inventarisatie alsnog andere uitvoeringsregelingen worden toegevoegd. Bevoegdheidsregelingen kunnen op onderdelen ook regelingen op basis van de te sluiten Toegangsovereenkomst omvatten. De actuele opgave van Bevoegdheidsregelingen en Generieke Operationele Regelingen en hun inhoud is steeds te raadplegen via de internetsite van ProRail, www.prorail.nl. Bevoegdheidsregelingen
nr 1 titel Bevoegdheidsregeling voor Operationele verdeling Bevoegdheidsregeling voor Uitvoeren proefrit grondslag Besluit spoorverkeer artikel 23 Besluit spoorverkeer artikel 18 inhoud herverdeling bij ontregelingen document concept 1.2 dd 16-feb-2005

2

3

4 5

6 7 8

regeling voor de behandeling van concept 1.04 aanvragen voor het uitvoeren van dd 23-dec-2004 proefritten door spoorwegondernemingen Bevoegdheidsregeling Besluit spoorverkeer, regeling ter uitwerking van de (in ontwikkeling) Aanwijzingen artikelen 4, 11, 13 16, bepalingen met betrekking tot het 23,24 en 28; Besluit geven van aanwijzingen door de capaciteitsverdeling beheerder aan (personeel van) een hoofdspoorwegen, spoorwegonderneming artikel 3 Bevoegdheidsregeling Besluit spoorverkeer regeling roestrijden voor concept 0.5 Roestrijden artikel 23 spoorwegondernemingen 21-feb-2005 Bevoegdheidsregeling Besluit spoorverkeer regeling waarin taken en (in ontwikkeling) Hersporing en vrijbaan artikel 23 verantwoordelijkheden van ProRail maken en spoorwegondernemingen m.b.t. hersporen en vrijbaan maken zijn omschreven Bevoegdheidsregeling Besluit spoorverkeer noodplan dat voldoet aan Richtlijn (in ontwikkeling) Bedrijfsnoodplannen artikel 23 2001/14/EG artikel 29 lid 1 Bevoegdheidsregeling Besluit spoorverkeer procedure voor het opstellen van concept 1.0 Afhandelingsstrategieën artikel 23 afhandelingsstrategieën dd 10-feb-2005 Bevoegdheidsregeling Besluit spoorverkeer procedure voor de behandeling (in ontwikkeling) Vrijstellingen en artikel 2 lid c en 13 van aanvragen voor ontheffingen ontheffingen en vrijstellingen t.b.v. omgrenzingsprofieloverschrijdingen

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 7 uitvoeringsregelingen

blad 1

9

Bevoegdheidsregeling Lokale bedrijfsregels

lokaal-specifieke regelingen; omvatten ook regelingen m.b.t. verkeer op grensbaanvakken

per grensbaanvak beschikbaar: - BentheimHengelo - EmmerichZevenaar - Gronau-Enschede - HerzogenrathLandgraaf - IhrhoveNieuweschans - KaldenkirchenVenlo - Eijsden-Visé - EssenRoosendaal - Neerpelt-Weert

Generieke Operationele Regelingen [GOR] nr titel inhoud
1 GOR Niet-centraal bediende gebieden GOR Onderlinge communicatie van veiligheidsberichten tussen bestuurder en treindienstleider GOR Orderacceptatie GOR Aanleveren informatie m.b.t. gevaarlijke stoffen voor vertrek GOR Calamiteitenplan Rail regelingen voor verkeer in/naar niet-centraal bediende gebieden

document
(in ontwikkeling)

2

gespreksdisciplineregels en concept 1.0 standaardformuleringen t.b.v. de communicatie van dd 02-dec-2004 veiligheidsberichten

3

4

5

6

7

GOR bediening infraelementen GOR regeling m.b.t. verantwoordelijkheden van ProRail Verantwoordelijkheden en spoorwegondernemingen bij het plannen van bij rijwegplanning rijwegen in de diverse fasen van het planningsproces en in de dagelijkse operatie GOR Afbakening verkeersen reisinformatie GOR Milieubeheer regeling met betrekking tot de afbakening van verkeers- en reisinformatie

afspraken m.b.t. de orderacceptatie door de netwerkverkeersleiding (cf Besluit spoorverkeer artikel 2 lid 4.b en artikel 23) Procedures voor het aanleveren door de spoorwegonderneming van de vóór vertrek van de trein te leveren informatie (cf Besluit spoorverkeer artikel 4 lid 1) taken, rollen en verantwoordelijkheden van ProRail en spoorwegondernemingen in de calamiteitenorganisatie, alsmede de daarvoor benodigde samenwerkingsregelingen (cf Besluit spoorverkeer artikel 24) bijlage bij Calamiteitenplan Rail: vuistregels voor treinpersoneel en de treindienstleiding bij brand in tunnels regeling m.b.t. het bedienen door personeel van de spoorwegonderneming van infra-elementen

(in ontwikkeling)

concept 1.0

januari 2005

concept 1.0 dd 10-jan-2005 (in ontwikkeling)

concept 0.5 dd 18-feb-2005

8

concept 1.0 dd 10-okt-2005

9

regels m.b.t. milieubeheer, geluidemissiebeheersing en bodembeschermingsmaatregelen (w.o. lekkages, tanken en sloopwerkzaamheden op ProRail-terreinen); vooralsnog alleen lekkagebeheersing

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 7 uitvoeringsregelingen

blad 2

Generieke Operationele Regelingen [GOR] nr titel inhoud
10 GOR Planning terminals regeling voor de planning van capaciteitsgebruik op aansluitende sporen buiten beheergebied van ProRail GOR regeling m.b.t. de nummering van treinen en de Treinnummering toekenning van treinnummerseries aan spoorwegondernemingen GOR regelingen m.b.t. het vaststellen en communiceren Buitengewoon Vervoer van de voorwaarden waaronder treinen, waarvan samenstelling of eigenschappen niet aan gebruikelijke vereisten voldoen, aan het verkeer kunnen deelnemen GOR regeling voor het vorderen van spoorvoertuigen in Vorderen materieel het kader van vrijbaan maken GOR regelingen voor behandeling van Capaciteitsverdeling capaciteitsaanvragen, in aanvulling op of ter Ad-hocaanvragen wijziging van de Jaardienstregeling GOR Regelingen m.b.t. toegang tot en gebruik van de Toegang en gebruik geautomatiseerde systemen t.b.v. de capaciteitsRADAR/VPT Planning verdeling (VPT Planning t.b.v. ondersteuning dienstregelingontwerp en vastlegging capaciteitsverdeling; RADAR t.b.v. indiening en beoordeling en vastlegging van capaciteitsaanvragen t.b.v. beheer)

document
(in ontwikkeling)

11

concept 2.11 dd 17-feb-2005 in ontwikkeling

12

13 14

in ontwikkeling in ontwikkeling

15

in ontwikkeling

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 7 uitvoeringsregelingen

blad 3

(lege bladzijde)

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 7 uitvoeringsregelingen

blad 4

bijlage 8

standaardoverzichten treindienstafwikkeling

ProRail levert aan spoorwegondernemingen, als onderdeel van het Basistoegangspakket (onderdeel d) een aantal standaardinformatieproducten over de treindienstafwikkeling. Dit document beschrijft welke gegevens standaard in die informatieproducten zijn opgenomen. De spoorwegonderneming kan kiezen uit een aantal mogelijkheden voor de leveringsfrequentie en de variatie (het detaillering- en aggregatieniveau van de gegevens). Bij de samenstelling van de standaardinformatieproducten onderscheidt ProRail: spoorwegondernemingen voor (hoofdzakelijk) openbaar personenvervoer spoorwegondernemingen voor (hoofdzakelijk) commercieel goederenvervoer overige spoorwegondernemingen
▪ ▪ ▪

ProRail brengt de spoorwegondernemingen op hoogte van de standaardinformatieproducten die ProRail levert. Daarna maken ProRail en de spoorwegonderneming in het kader van de Toegangsovereenkomst afspraken over de leveringsfrequentie en gewenste inhoud / variatie. De informatieproducten worden afgeleverd op een standaard aflevermailadres dat is opgegeven door de spoorwegonderneming. Vanuit dit mailadres kan de geautoriseerde afnemer de producten verspreiden binnen zijn/haar eigen organisatie. Producten die buiten de hier beschreven standaardinformatieproducten vallen, worden als aanvullende informatieproducten beschouwd, als onderdeel van de ondersteunende diensten, onderdeel 4.a; zie paragraaf 5.5.1 van de Netverklaring. Toelichting op de producten ProRail levert de volgende standaardinformatieproducten: a. Punctualiteit: aankomst- en vertrekactiviteiten op dienstregelpunten per treinserie binnen een door de afnemer gespecificeerde normtijd. b. Aansluitingen: de door de spoorwegonderneming benoemde overstapmogelijkheden binnen een gespecificeerde overstapnorm; c. Vertragingen: aankomst- en vertrekactiviteiten op dienstregelpunten per treinnummer bij overschrijding van de door de afnemer gespecificeerde normtijd. d. Vertragingstellingen:aantal aankomst- en vertrekvertragingen op een dienstregelpunt in een periode; e. Opgeheven treinactiviteiten, aankomst- en vertrekactiviteiten van treinen die opgeheven zijn en waarvoor geen vervangende trein is ingelegd. f. Onregelmatigheden: door Railverkeersleiding geregistreerde verstoringen, ingedeeld naar oorzaak. g. Materieelgegevens: gegevens over de samenstelling van treinen voor openbaar personenvervoer (met uitzondering van de rijtuigen). h. Orders: door spoorwegondernemingen ingediende aanvragen voor treinactiviteiten. i. Dagverslag; high-lights van de dag van gisteren; j. Detailactiviteiten: plan- realisatietijden op treinnummerniveau. Standaardproducten voor spoorwegondernemingen voor (hoofdzakelijk) openbaar personenvervoer Producten Punctualiteit Aansluitingen Vertragingen Vertragingstellingen Opgeheven treinactiviteiten Onregelmatigheden Materieelgegevens Frequentie Dag/week/maand/kwartaal/jaar Dag/week/maand/kwartaal/jaar Dag/week Week/maand/kwartaal/jaar Dag/week/maand/kwartaal/jaar Dag/week/maand/kwartaal/jaar Week/maand Variatie Serie/activiteit/dienstregelpunt Treinnummer/serie/overstapstation Treinnummer/activiteit/dienstregelpunt Treinnummer/activiteit/dienstregelpunt Treinnummer/treinserie/activiteit/ dienstregelpunt Treinnummer/treinserie/spoorwegonderneming/rubrieken/VL-post Treinnummer/materieelnummer

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 8 rapportage treindienstafwikkeling

blad 1

Producten Orders Dagverslag

Frequentie Week/Maand Dagelijks (vrij, za en zo worden op maandag geleverd)

Variatie Regio/spoorwegonderneming

Standaardproducten voor spoorwegondernemingen voor (hoofdzakelijk) commercieel goederenvervoer Producten Punctualiteit Vertragingen Vertragingstellingen Opgeheven treinactiviteiten Detailactiviteiten Frequentie Dag/week/maand/kwartaal/jaar Dag/week Week/maand/kwartaal/jaar Dag/week/maand/kwartaal/jaar Dag/week Variatie Serie/activiteit/dienstregelpunt Treinnummer/activiteit/dienstregelpunt Treinnummer/activiteit/dienstregelpunt Treinnummer/treinserie/activiteit/dienstregelpunt Treinnummer/treinserie/activiteit/dienstregelpunt Treinnummer/treinserie/spoorwegonderneming/rubrieken/VL-post Regio/spoorwegonderneming

Onregelmatigheden Dag/week/maand/kwartaal/jaar Orders Dagverslag Week/Maand Dagelijks (vrij, za en zo worden op maandag geleverd)

Standaard Producten overige spoorwegondernemingen Producten Frequentie Variatie Punctualiteit Dag/week/maand/kwartaal/jaar Serie/activiteit/dienstregelpunt Vertragingen Dag/week Treinnummer/activiteit/dienstregelpunt Vertragingstellingen Week/maand/kwartaal/jaar Treinnummer/activiteit/dienstregelpunt Opgeheven Dag/week/maand/kwartaal/jaar Treinnummer/treinserie/activiteit/diensttreinactiviteiten regelpunt Detailactiviteiten Dag/week Treinnummer/treinserie/activiteit/dienstregelpunt Onregelmatigheden Dag/week/maand/kwartaal/jaar Treinnummer/treinserie/spoorwegonderneming/rubrieken/VL-post Orders Week/Maand Regio/spoorwegonderneming Dagverslag Dagelijks (vrij, za en zo worden op maandag geleverd)

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 8 rapportage treindienstafwikkeling

blad 2

bijlage 9

specificatie van rapportages

De spoorwegonderneming die gebruik maakt van het door ProRail beheerde net, verplicht zich via de Toegangsovereenkomst en de daarbij behorende Algemene Voorwaarden tot het periodiek verschaffen van statistische informatie aan ProRail over het verkeer en vervoer dat de spoorwegonderneming over het net heeft afgewikkeld. ProRail vraagt en gebruikt de statistische informatie uitsluitend voor het uitvoeren van de Beheerconcessie en wettelijke verplichtingen (waaronder verplichtingen uit aan ProRail verleende gebruiks- en milieuvergunningen). De Algemene Voorwaarden bevatten een verplichting met betrekking tot het leveren van statistische informatie zoals bedoeld in het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur72.
Eigen onderzoek ProRail

De spoorwegonderneming dient ProRail in de gelegenheid te stellen tot eigen onderzoek van vervoers- en verkeersstromen. ProRail kan daartoe (na voorafgaande aanmelding en afstemming van plaats en datum/tijdstip) tellingen en enquetes van reizigers uitvoeren in reizigerstreinen en in stations.
Samenhang met andere informatieverplichtingen

Naast de rapportageverplichtingen die deze bijlage beschrijft, gelden onverminderd de verplichtingen om ProRail steeds te informeren over het momentane treinverkeer. Die verplichtingen zijn omschreven in de Bevoegdheidsregelingen, resp de Generieke Operationele Regelingen. De levering van informatie over het momentane treinverkeer ontslaat de spoorwegonderneming niet van de verplichting om soortgelijke gegevens achteraf als statistische informatie te leveren, tenzij daarover tussen de spoorwegonderneming en ProRail expliciete afspraken zijn gemaakt in de Toegangsovereenkomst. ProRail vraagt aan de spoorwegondernemingen statistische informatie over: 1) Omvang en aard van haar verkeers- en vervoersstromen op het door ProRail beheerde net; 2) Omvang en aard van haar handelingen op emplacementen. Daarnaast dienen enige (in beginsel openbare) bedrijfsgegevens te worden verstrekt. Spoorwegondernemingen die grensoverschrijdend opereren, leveren reizigers- en tonkilometergegevens uitsluiten voor het Nederlands gedeelte van het grensoverschrijdend parcours. Gegevens over aantallen treinen en treinkilometers in Nederland, de verdeling daarvan over dagsoorten en de uren van het etmaal alsmede gegevens over ongevallen worden door ProRail uit eigen registraties verzameld. De levering van deze statistische informatie moet ProRail in staat stellen: te voldoen aan de uit de concessie voortvloeiende verplichting om spoorwegverkeers- en vervoerstatistieken (zoals bedoeld in de EG-Verordening 91/2003 dd 16 dec 2002) te verstrekken; te voldoen aan op wetgeving gebaseerde verplichtingen met betrekking tot informatieverstrekking over geluidemissies en externe risico’s vanwege het spoorverkeer; te voldoen aan rapportageverplichtingen die zijn opgenomen in aan ProRail verleende gebruiksen milieuvergunningen; het beleid voor netwerkontwikkeling en verkeersfuncties adequaat te evalueren en nieuw beleid voor te bereiden. ProRail behandelt de informatie vertrouwelijk. ProRail zal gegevens over verkeer en vervoer in open vervoermarktsegmenten in publicaties zodanig anonimiseren dat deze niet te herleiden zijn naar een spoorwegonderneming of verlader. De spoorwegonderneming dient bij de gegevens een beschrijving te leveren van de wijze van verzamelen, de eventuele bewerkingsprocedures en de betrouwbaarheid van de geleverde gegevens. Alle gegevens moeten digitaal worden aangeleverd. Partijen komen de precieze vorm waarin de informatie wordt geleverd in de Toegangsovereenkomst nader overeen.
72

▪ ▪ ▪ ▪

Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur (Stb. 2004, 667), artikel 3, onderdeel f.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 9 rapportages

blad 1

De gevraagde informatie heeft betrekking op het kalenderjaar, tenzij anders aangegeven. De spoorwegondernemer levert de op een jaar betrekking hebbende gegevens uiterlijk binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar; de op een kwartaal betrekking hebbende gegevens worden binnen twee maanden na afloop van het kwartaal geleverd. De spoorwegonderneming moet na levering de daarop betrekking hebbende brongegevens nog tenminste een jaar bewaren. Ook kan ProRail besluiten zelf aanvullend onderzoek te (laten) doen om de informatie verder aan te vullen, als dat voor de uitvoering van zijn taken nodig is.

Rapportages over de verkeers- en vervoersomvang
Verkeers- en vervoerstatistiek

De gevraagde informatie over de verkeer- en vervoersomvang is als volgt gespecificeerd: Informatie te leveren door alle spoorwegondernemingen Bepaling van geluidemissies • een jaarlijkse opgave per voertuigcategorie van het aantal wagens / rijtuigbakken / losse loc’s per tijdvak gemiddeld per uur per baanvak, met rijsnelheid; • een jaarlijkse opgave per voertuigcategorie van het aantal wagens / rijtuigbakken / losse loc’s per tijdvak gemiddeld per uur per station waar volgens plan gestopt wordt.
Te hanteren rubriceringen

baanvakken: de indeling volgens de Zonekaart behorende bij het Besluit Geluidhinder spoorwegen; • voertuigcategorieën: de indeling in categorieën naar geluidsemissiekarakteristieken, volgens het 73 Reken- en Meetvoorschrift Railverkeerslawaai ; • te onderscheiden tijdvakken: indeling van het etmaal in de periode “dag” (07.00-19.00 uur), “avond” (19.00-23.00 uur) en “nacht” (23.00-07.00 uur). De informatie moet op basis van realisatiegegevens worden geleverd; mits verschillen met de realisatiegegevens worden verantwoord kan na instemming door ProRail, in bepaalde gevallen worden volstaan met de levering van planningsgegevens. Informatie te leveren door ondernemingen die openbaar personenvervoer verzorgen Omvang van het openbaar personenvervoer • Publiekspublicaties van Jaardienstregelingen en tarieven • Opgave van het aantal reizigers en het aantal reizigerskilometers, per kwartaal; • Opgave van de vervoersomvang per kalenderjaar, uitgedrukt in reizigerskilometers en het aantal reizen per richting, voor alle herkomst/bestemmingsrelaties (op stationsniveau, indien herkomsten/of bestemmingsstation buiten Nederland liggen, wordt het herkomst- resp bestemmingsland alsmede het betrokken Nederlandse grensstation aangegeven), en wel: in het totale kalenderjaar; op een gemiddelde weekdag (maandag tot en met vrijdag) en op een gemiddelde weekenddag (zaterdag of zondag); op een gemiddelde ochtendspits (7.00u – 9.00u), avondspits (16.00u-18.00u) en in een dalperiode. • een jaarlijkse opgave per treinnummer van de geplande inzet van materieel naar type trein; bij de typen trein dient tenminste te worden onderscheiden in hoge-snelheidsverkeer, conventioneel sneltreinverkeer; conventioneel stoptreinverkeer;
Te hanteren rubriceringen bij materieelinzet per type trein

Hogesnelheid 300, 10 baks (TGV) Hogesnelheid 300, 8 baks (ICE) Sneltrein enkeldeks (ICM) Sneltrein dubbeldeks (IRM) Sneltrein dubbeldeks met 25 kV
73

Reken- en Meetvoorschrift Railsverkeerslawaai (Stcrt 1987, 122), met de daarop verschenen wijzigingen en aanvullingen;

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 9 rapportages

blad 2

Stoptrein enkeldeks, 2 baks (mat64) Stoptrein enkeldeks, 3 baks (SGM) Stoptrein dubbeldeks met motorwagen Stoptrein Diesel 2 baks jaren 80 (DH) Stoptrein Diesel 2 baks jaren 90 (DH) Light Train Regio enkelgeleed Diesel Light Train Regio dubbelgeleed Electrisch Light Train Regio enkelgeleed Diesel Light Train Regio dubbelgeleed Electrisch De 5-jaarlijkse regionale statistiek en de statistiek naar netsegment wordt door ProRail samengesteld op basis van de jaarlijkse gegevens die spoorwegondernemingen eerder hebben aangeleverd. Bedrijfsgegevens Informatie te leveren door ondernemingen die goederenvervoer verzorgen Aard en omvang van de vervoersstromen • de vervoersomvang in tonnen en intermodale vervoerseenheden, uitgesplitst naar herkomst/bestemming onderscheiden naar goederensoort en soort vervoerseenheid, te weten: Goederensoort: NST/R indeling op een detailniveau van 2 digit, conform CBS-indeling; soort vervoerseenheid: bij intermodaal vervoer: het aantal beladen resp ledig vervoerde transporteenheden, voor containers en wissellaadbakken tevens uitgedrukt in TEU; de vervoeromvang per kwartaal van gevaarlijke stoffen, in aantallen zendingen en tonnage per baanvak en per risicocategorie zoals bedoeld in het RID.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 9 rapportages

blad 3

Rapportages met betrekking tot aard en omvang van handelingen en activiteiten op emplacementen
Rapportages met betrekking tot verkeersgeluidemissies en het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn reeds inbegrepen in de hierboven omschreven verkeers- en vervoersomvangrapportages. De navolgende periodieke rapportages worden verlangd van de spoorwegonderneming: Rapportage behandeling van zendingen gevaarlijke stoffen levering Per kwartaal, te leveren binnen een maand na einde van het kwartaal. scope Alle door de spoorwegonderneming op een emplacement behandelde en/of vervoerde zendingen gevaarlijke stoffen uit één der hieronder genoemde risicocategorieën, waarbij als ‘zending’ geldt: • één wagen; • voorzover op één wagen containers met stoffen uit verschillende risicocategorieën worden vervoerd, gelden die als meerdere zendingen. rubriceringen • behandelingen: onderscheid “samenstellen / koppelen van treindelen”, “omhalen van treinen”, “tractiewisselen of kopmaken”, “plaatsen / stoten / heuvelen”, “overstand”; • risicocategorieën: de risicocategorieën zoals door RID bepaald, of –naar keuze- de categorieën volgens onderstaande tabel.
Risicocategorie A B2 B3 C3 D3 D4 Brandbare gassen Giftige gassen Zeer giftig gas-chloor Zeer brandbare vloeistoffen Acrylnitril Zeer giftige vloeistoffen GEVI-nummer 23, 263, 239 26, 265, 268 (excl. Chloor) 268 (enkel chloor UN 1017) X338 336 (enkel acrylnitril UN 1093) 66, 663, 668, 886, (X88, X886) Acrylnitril waterstoffluoride Voorbeeldstof(fen) Propaan Ammoniak Chloor

33, 336 (excl. Acrylnitril), 338, 339, X323, X333, Hexaan

detailniveau rapportering: • behandelingen per emplacement van: het aantal zendingen per risicocategorie per type behandeling per station; het gemiddeld aantal zendingen per aankomende en per vertrekkende trein per risicocategorie; het aantal gelijktijdig aanwezige zendingen per risicocategorie per emplacement; de gemiddelde verblijftijd van de behandelde zendingen in de risicocategorie ‘brandbaar gas’; overstand/parkeren van zendingen (niet zijnde stilstand van een trein in verband met de verkeersafwikkeling, zoals voorbijrijdingen); gemiddelde duur van wachttijden voor, na of zonder andere behandelingen. Rapportage geluidsbelasting door activiteiten op emplacementen Het algemeen format voor de rapportage over de geluidsbelasting door activiteiten op emplacementen is thans nog in ontwikkeling; in elk geval dienen de gegevens te worden geleverd zoals beschreven in de voor het desbetreffende emplacement toepasselijke vergunning.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 9 rapportages

blad 4

bijlage 10

baanvakken met verkeers- of vervoersbeperkingen

In deze bijlage zijn alle situaties vermeld, waarin, in afwijking van het interoperabiliteitsprincipe, een bepaalde soort vervoer op een baanvak is uitgesloten. Daarnaast kunnen bij het gebruik van baanvakken ook nog andere -niet in deze bijlage vermelde- beperkingen van toepassing zijn (zoals snelheidsbeperkingen of beperkingen in rijwegkeuze) die evenwel geen uitsluitend karakter hebben. ProRail verschaft spoorwegondernemingen op verzoek nadere informatie over alle geldende functionele/capacitaire beperkingen voor het gebruik van baanvakken en emplacementen. nr 1 Baanvak Riekerpolder aansluiting – Hoofddorp object Schipholtunnel verkeers- of vervoersbeperking Lokale beperking goederenvervoer: goederenvervoer alleen toegestaan voor vervoer met herkomst of bestemming Schiphol of Hoofddorp, met uitsluiting van zendingen gevaarlijke stoffen. Lokale beperking goederenvervoer: vervoer van gevaarlijke stoffen is niet toegestaan. Uitzondering: het vervoer van accu’s van en naar de werkplaats Leidschendam-Voorburg is wel toegestaan. Lokale beperking goederenvervoer: vervoer van zendingen gevaarlijke stoffen over sporen die langs perron liggen is niet toegestaan.

2

Den Haag Moerwijk – Delft aansluiting

Tunnel Rijswijk

3

Barendrecht aansluiting Kijfhoek aansluiting Noord

Overkluizing Barendrecht

Beperkingen personenvervoer
De onderstaande baanvakken leiden niet naar stations die voor personenverkeer zijn geopend; deze baanvakken kunnen alleen na voorafgaand overleg met ProRail worden gebruikt voor treinen ten behoeve van (besloten) personenvervoer: a. IJsselmonde-Maasvlakte b. Barendrecht aansluiting-Barendrecht Vork c. Lage Zwaluwe-Moerdijk d. 's-Heer Arendskerke-Sloehaven e. Veendam-Zuidbroek f. Lage Zwaluwe-Oosterhout Weststad g. Terneuzen-Sas van Gent grens h. Terneuzen aansluiting-Axel Aansluiting i. Weert-Budel grens j. Apeldoorn-Apeldoorn Zuid k. Sittard-Born l. Amersfoort-Leusden

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 10 verkeers-en vervoerbeperkingen

blad 1

(lege bladzijde)

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 10 verkeers-en vervoerbeperkingen

blad 2

bijlage 11

capaciteitsbeslag i.v.m. onderhoudsrooster

ProRail zal voor elke als zodanig gedefinieerde werkzone ten hoogste de hieronder gespecificeerde capaciteit als treinvrije periode in het onderhoudsrooster ten behoeve van het reguliere onderhoud van de infrastructuur aanvragen. aaneengesloten treinvrije periode frequentie

2,5 uur waarvan tenminste 1 uur overdag eenmaal per twee weken 5,5 uur eenmaal per vier weken

In het kader van het capaciteitsverdelingsproces kunnen met afweging van de betrokken belangen van het beheer en van de treindienst zonodig andere periodes, met een beperktere invloed op het verkeer, worden toegewezen. ProRail behoudt zich het recht voor om ten behoeve van het reguliere onderhoud ook incidenteel capaciteiten buiten het onderhoudsrooster aan te vragen.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 11 onderhoudsrooster

blad 1

(lege bladzijde)

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 11 onderhoudsrooster

blad 2

bijlage 12

prognose van verkeershinder door nieuwbouw- of vernieuwingswerkzaamheden aan of nabij de infrastructuur in 2006

Rd Dz Gn Hlg Lw Hrn Vdm Hr Hdr Wr

Swd

2006
Lange nachten 1-5 6-10 11-20 21-40 41-80 MO/aug2004

Stv

Emn

Mp Hn Ekz Kpn Lls Zd Zvt Hfd Hlm Shl Asd Dv Dvd Wp Hvs Amf Ledn Gvc Gv Laa Apn Wd HSL Zuid Gd Gdm Hld Mvt Rtd Ddr Zlw Mdk Rsd Bd Otw Tb Btl Ehv Br Vl Ht Betuweroute Nm Hmla Ut Rhn Bkl Dld Ed Ah Est Zv Bnn Apd Zp

Co Lar

Hwd Amr Utg

Zl

Mrb Aml Wdn Hgl Es

Bh

Hanzelijn

G

Ww

Em

Ha Vs

Kn Sloe Tnz Esn HSL Zuid Lnp Wt Dh Rm

Atw Fsz

Bon Std Hz Hrl Mt Krd

Fvs

Werken aan het spoor in 2006
versie: 16-7-2004 Bedrijfsplanning-Centraal

Baanvakken en stations waar belangrijke verkeershinder wordt verwacht door nachtelijke werkzaamheden aan de infrastructuur in 2006

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 12 verkeershinder door werkzaamheden in 2006

blad 1

Rd Dz Gn Hlg Lw Hrn Vdm Hr Hdr Wr

Swd

2006
Weekends 1-2 3-4 5-7 8-10 11-20 MO/aug2004

Stv

Emn

Mp Hn Ekz Kpn Lls Zd Zvt Hfd Hlm Shl Asd Dv Dvd Wp Hvs Apn Wd Gvc Gv HSL Zuid Gd Gdm Hld Mvt Rtd Sdm Ddr Zlw Mdk Rsd Bd Otw Tb Btl Ehv Br Vl Ht Betuweroute Nm Hmla Ut Rhn Bkl Dld Ed Ah Est Zv Apd Brn Amf Bnn Zp Zl

Co Lar

Hwd Amr Utg

Mrb Hanzelijn Aml Wdn Hgl Es

Bh

G

Ledn

Ww

Em

Ha Vs

Kn Sloe Tnz Esn HSL Zuid Lnp Wt Dh Rm

Atw Fsz

Bon Std Hz Hrl Mt Krd

Fvs

Werken aan het spoor in 2006
versie: 16-7-2004 Bedrijfsplanning-Centraal

Baanvakken en stations waar belangrijke verkeershinder wordt verwacht door werkzaamheden aan de infrastructuur gedurende weekeinden in 2006.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 12 verkeershinder door werkzaamheden in 2006

blad 2

bijlage 13

infrastructuurprojecten en -studies

Deze bijlage omvat drie onderdelen. a). een overzicht van de infrastructuurprojecten, tot de uitvoering waarvan is besloten, met een indienststellingsdatum voor of binnen de geldigheidsperiode van deze Netverklaring; b). een overzicht van de infrastructuurprojecten, tot de uitvoering waarvan is besloten, met een verwachte indienststellingsdatum ná de geldigheidsperiode van deze Netverklaring; c). een overzicht van de infrastructuurstudieprojecten die ProRail uitvoert of gaat uitvoeren, naar de nodig te achten infrastructurele ontwikkeling in verband met de op middellange termijn (2007-2012) te verwachten verkeersontwikkeling, o.a. in het kader van het MIT-programma en het Herstelplan Spoor De projectenoverzichten ad a) en b) wordt regelmatig geactualiseerd. De meest recente uitgave is steeds te vinden op de internetsite van ProRail. De uitgave van een geactualiseerde versie geldt niet als een aanvulling van de netverklaring zoals bedoeld in paragraaf 1.6 van deze Netverklaring 2006. In de rubrieken ‘Haalbaarheid indienststelling’ worden zekerheidsbegrippen gehanteerd met de volgende betekenis: risicovol >50%; waarschijnlijk >80%; zeker >95%;

a) Infra-projecten met verwachte indienststellingsdata in 2005 en 2006.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 13 infrastructuurprojecten en –studies

blad 1

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 13 infrastructuurprojecten en –studies

blad 2

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 13 infrastructuurprojecten en –studies

blad 3

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 13 infrastructuurprojecten en –studies

blad 4

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 13 infrastructuurprojecten en –studies

blad 5

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 13 infrastructuurprojecten en –studies

blad 6

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 13 infrastructuurprojecten en –studies

blad 7

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 13 infrastructuurprojecten en –studies

blad 8

b) Infrastructuurprojecten met verwachte indienststellingsdata in 2007 t/m 2011

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 13 infrastructuurprojecten en –studies

blad 9

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 13 infrastructuurprojecten en –studies

blad 10

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 13 infrastructuurprojecten en –studies

blad 11

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 13 infrastructuurprojecten en –studies

blad 12

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 13 infrastructuurprojecten en –studies

blad 13

c) Infrastructuurstudieprojecten Voor onderstaande delen van het spoorwegnet voert ProRail studies uit of gaat ProRail studies uitvoeren naar de nodig te achten infra-ontwikkeling in verband met de op middellange termijn (20072012) te verwachten verkeersontwikkeling, o.a. in het kader van het MIT-programma en capaciteitsvergrotingsplannen. Met nadruk zij vermeld dat capaciteitsvergrotingsplannen niet alleen betrekking kunnen hebben op aanpassingen van de infrastructuur, maar ook anderssoortige maatregelen zoals benuttingsmaatregelen kunnen betreffen: - Uitgeest – Amsterdam Centraal; - Hoofddorp – Amsterdam Centraal; - Hoofddorp – Amsterdam Zuid WTC – Weesp – Almere Oostvaarders; - Amsterdam Centraal – Amersfoort; - Leidse Rijn – Utrecht Centraal – Utrecht Lunetten; - Utrecht Centraal – Arnhem; - Rotterdam Centraal – Dordrecht – Roosendaal; - Amersfoort – Zwolle; - stationsemplacement Amsterdam Centraal; - stationsemplacement Utrecht Centraal; - stationsemplacement Arnhem; - Zwolle – Deventer – Arnhem – Nijmegen; - stationsemplacement Apeldoorn; - stationsemplacement Breda; - emplacement Gouda Goverwelle; - stationsemplacement Den Haag Centraal; - Zaandam – Purmerend. ProRail zal voor het gehele spoorwegnet onderzoeken, of in relatie met de onlangs verschenen nota Mobiliteit op langere termijn capaciteitsproblemen te verwachten zijn. Deze onderzoeken zullen evenwel niet nog binnen de geldigheidsperiode van deze Netverklaring leiden tot concrete capaciteitsvergrotingsplannen.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 13 infrastructuurprojecten en –studies

blad 14

bijlage 14

informatie omtrent niet-hoofdspoorwegen

Spoorwegen onder het regime van de Spoorwegwet 187574.
ProRail beheert in afwachting van nadere besluitvorming de navolgende in onbruik geraakte 75 spoorwegen : - Maastricht – Maastricht grens (richting Lanaken (B)); - Roermond – Vlodrop grens (richting Dalheim (D)); - Santpoort Noord – IJmuiden; - Nijmegen – Nijmegen grens (richting Kranenburg (D)).

Spoorwegen onder het regime van de Locaalspoor- en Tramwegwet76.
ProRail beheert de in onbruik geraakte locaalspoorwegen77: - Boxtel – Veghel; - Nieuw Amsterdam – Schoonebeek.

Stamlijnen onder het Reglement op de Raccordementen 196678
ProRail beheert de in onbruik geraakte stamlijnen: - Leeuwarden: stamlijn Schenkenschans; stamlijn De Zwette; - Franeker: stamlijn Oost; - Harderwijk: stamlijn Haven; - Etten=Leur: stamlijn Vosdonk II; - ’s-Hertogenbosch: stamlijn De Rietvelden; - Breda: stamlijn Speelhuislaan; - Gilze=Rijen: stamlijn Vijf Eiken; 78 Deze stamlijnen zijn spoorwegen zoals bedoeld in het Reglement op de Raccordementen 1966 . Verkeer over deze in onbruik geraakte spoorwegen is mogelijk na uitvoering door ProRail van reactiveringsmaatregelen. Spooraansluitingen bron: NS Spooraansluitingen BV Spoorverbindingen op de bedrijfsterreinen en de toeleidende sporen die de sporen op bedrijfsterreinen verbinden met de hoofdspoorweg of met een stamlijn vallen buiten de door ProRail beheerde spoorwegen. Toestemming tot het berijden van de spoorverbindingen op bedrijfsterreinen en de toeleidende sporen wordt steeds verleend door of via het aangesloten bedrijf, onder daarbij te stellen voorwaarden, die mede een gebruiksvergoeding kunnen omvatten. Daarbij kunnen tevens beperkende voorwaarden gesteld worden die gerelateerd zijn aan de kenmerken van de betrokken sporen, zoals aslast-, snelheids- en profielbeperkingen, alsmede beperkingen gerelateerd aan de boogstralen van de betrokken sporen.

74 75

Spoorwegwet 1875 (Stb. 67), zoals nadien ook gewijzigd. zie ook Besluit houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van bepalingen van de Spoorwegwet (enz), e. (Stb. 2004, 741), Nota van Toelichting bij artikel 2, onderdeel b, onder 1 76 Locaalspoor- en Tramwegwet (Stb. 1900, 118). 77 Besluit aanwijzing spoorwegen als locaalspoorweg (Stcrt 2004, 248). 78 Reglement op de Raccordementen 1966 (Stb. 1966, 20). Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 14 Niet-hoofdspoorwegen

blad 1

(lege bladzijde)

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 14 Niet-hoofdspoorwegen

blad 2

bijlage 15

omgrenzingsprofielen per baanvak

Omgrenzingsprofiel
GC (2006: nihil) NL Zoetermeerlijn t.b.v. Netverklaring 2006
\net06 0406 18omgrpfl

Rd Dz Gn Hlg Lw Hrn Vdm Wr

Swd

Hdr

Stv

Emn

Mp Hn

Co Lar

Hwd Amr Utg Zd Zvt Hlm

Ekz Kpn Lls Aml Zl Mrb

Bh

Asd Wp Dvd Hvs Bkl Wd Dld Ut Rhn Gd Gdm Nm Est Zv Ed Ah Apd Amf Bnn Zp Dv

Wdn Hgl G Es

Ledn Zoetermeerlijn

Apn

Ww

Gvc Gv

Hld Mvt

Rth Rtd Ddr Zlw Mdk Rsd Bd Tb Btl Ehv Br Vl Otw Ht

Em

Ha Vs

Kn Sloe Tnz Esn Lnp Wt Dh Rm

Omgrenzingsprofiel: hoofdmaten
Fsz

Bon Std

b
Hrl

Hz Krd

a

a
Mt

Fvs
BS

profiel/ maten in mm GC NL Ztm

a 1900 1800 1800

b 4800 4700 4300

Omgrenzingsprofiel
situatie 1/1/2006 inzicht juni 2004

Beheer & Instandhouding

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 15 omgrenzingsprofielen

blad 1

Containerprofiel
rijwegen beschikbaar voor profiel P/C 80-410 (breedte 2600 mm, hoogte 4430 mm BS) GEEN rijwegen beschikbaar voor profiel P/C 80-410 t.b.v. Netverklaring 2006
\net06 0409 container

Rd Dz Gn Hlg Lw Hrn Vdm Wr

Swd

Hdr

Stv

Emn

Mp Hn

Co Lar

Hwd Amr Utg Zd Zvt Hlm

Ekz Kpn Lls Aml Zl Mrb

Bh

Asd Wp Dvd Hvs Bkl Wd Dld Ut Rhn Gd Gdm Est Zv Nm Ed Ah Apd Amf Bnn Zp Dv

Wdn Hgl G Es

Ledn Gvc Gv Ztm-lijn

Apn

Ww

Hld Mvt

Rth Rtd Ddr Zlw Mdk Rsd Bd Tb Btl Ehv Br Vl Otw Ht

Em

Ha Vs

Kn Sloe Tnz Esn Lnp Wt Dh Rm

Bon Fsz Std Hz Hrl Mt Krd

Fvs

Containerprofiel
situatie 1/1/2006 inzicht sep. 2004

Beheer & Instandhouding

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 15 omgrenzingsprofielen

blad 2

Bijzonder ladingomgrenzingsprofiel zoals bedoeld in Besluit spoorverkeer, artikel 12, lid 2, onderdeel a (Stb 2004, 662). (onder voorbehoud van wijziging bij officiële bekendmaking) Dit bijzondere ladingomgrenzingsprofiel vindt alleen toepassing op de baanvakken, waar het omgrenzingsprofiel NL van toepassing is.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 15 omgrenzingsprofielen

blad 3

(lege bladzijde)

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 15 omgrenzingsprofielen

blad 4

bijlage 16

aslasten en tonmetergewichten

Wsm Swd Gn

Rd Dz Wr Zb

Hlg

Lw On Vdm

Asn

Hdr

Stv

Emn

Mp Hn

Co Lar

Hwd Amr Utg Bv Zvt Hlm Zd

Ekz Kpn Lls Aml Zl Mrb

Bh

Asd Dv Shl Dvd Apd Hvs Dld Amf Bnn Zp Ddn Hgl G Es

Ledn Apn Wd Ut Gv Gd

Pon Ed

Ah

Ww Va Zv Em

Gdm Hld Mvt Vdg Rth Rtd Ddr

Tl Ktr

Est Nm

Ck Zlw Mdk Rsd Bd Ha Vs Tb Ehv Br Vl Kn Sloe Tnz Esn Lnp Bon Fsz Wt Dh Rm Otw Btl Ht

Std Hz Hrl Mt

D4

D2

volgens UIC fiche 700
(aslasten en asconfiguratie)

Beperkingen: beperking kunstwerk beperking bovenbouw
beperking in rijwegkeuze resp. plaatselijk geldende maximumsnelheid lager dan via kleurcode aangegeven. Vervoer in beladingsklasse C2 is op alle baanvakken toegestaan met de ter plaatse geldende maximumsnelheden. Fvs

Vmax = 100 km/h* Vmax = 80 km/h* Vmax = 60 km/h* * Tenzij lokaal een lagere snelheid geldt (zie Bedieningsvoorschriften).

Mogelijkheden D – vervoer max. aslast 22,5 ton volgens UIC fiche 700
situatie 1/1/2006 inzicht aug. 2004

kaart t.b.v. Netverklaring 2006

\net06 0408 19D4

Beheer & Instandhouding

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 16 aslasten / tonmetergewichten

blad 1

(lege bladzijde)

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 16 aslasten / tonmetergewichten

blad 2

bijlage 17

geïnstalleerde beveiligingssystemen

Beveiligingssysteem
ATB Nieuwe Generatie Automatisch Trein Beïnvloeding (ATB) buitenlands systeem geen ATB t.b.v. Netverklaring 2006
\net06 0408 20atb

Rd Dz Gn Hlg Lw Hrn Vdm Gnl Nsch Wr

Swd

Hdr

Stv

Emn

Mp Hn

Co Lar

Hwd Amr Utg Zd Zvt Hlm

Ekz Kpn Lls Aml Zl Mrb

Bh Odz

Asd Wp Dv Apd Amf Bnn Zp

Wdn Hgl Es Indusi G

Hfd Ledn Ztm lijn Apn

Dvd Bkl Wd

Hvs

Dld Ut

Ed Rhn

Gvc Gv

Ah Est

Ww

Gd Gdm Tl Nm Rth Rtd Ddr Zlw Mdk Rsd Bd Tb Btl Ehv Otw Ht

Zv Em

Hld Mvt

Ha Vs

Vl Br Indusi Kn

Sloe Tnz Esn Lnp

Wt Dh Rm

Bon Fsz Std Hz Hrl Mt Mtr Krd

Fvs

Beveiligingssysteem
situatie 1/1/2006 inzicht aug. 2004

Beheer & Instandhouding

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 17 beveiligingssystemen

blad 1

(lege bladzijde)

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 17 beveiligingssystemen

blad 2

bijlage 18

baanvaksnelheden

Baanvaksnelheid *
140 160 km/h ^ 125/ 130 km/h 80/ 100 km/h < 80 km/h * Baanvaksnelheid is maximum snelheid,
lokaal kan een lagere snelheid gelden. Hlg Lw

Rd Dz Gn Gnl Hrn Vdm Wr

Swd

^ 160 km/ h geldt alleen Hoofddorp - Den
Haag en Helmond - Deurne.

t.b.v. Netverklaring 2006
\net06 0406 21snh

Hdr

Stv

Emn

Mp Hn

Co Lar

Hwd Amr Utg Bv Hlm Zd

Ekz Kpn Lls Aml Zl Mrb

Bh

Zvt

Asd Dmn Wp Asr Apn Wd Dvd Bkl Bkp Ln Gd Gdm Dld Pon Har Rhn Est Ed Ah Hvs Apd Brn Amf Bnn

Wdn Dv Zp Vd Ltv Ww Hgl G Es

Hfd Ledn Nda Ztm lijn

Gvc Gv

Ut

Zv Nm Em

Hld Mvt Sdm

Rth Rtd Brd Ddr Zlw Mdk Rsd

Sdt Ht Otw Bd Tb Btl Ehv

O

Hm Br Hrt Vl Kn

Ha Vs

Sloe Tnz Esn Lnp

Wt Dh Rm Bon Fsz

Std Hz Hrl Mt Krd

Fvs

Baanvaksnelheid
situatie 1/1/2006 inzicht juni 2004

Beheer & Instandhouding

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 18 baanvaksnelheden

blad 1

(lege bladzijde)

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 18 baanvaksnelheden

blad 2

bijlage 19

geëlektrificeerde baanvakken; bovenleidingsspanning

Elektrificatie
1500 V gelijkspanning 3 kV gelijkspanning 15 kV wisselspanning 25 kV wisselspanning niet geëlektrificeerd spanningssluis: vast omschakelbaar

Rd Dz Gn Gnl Hlg Lw Hrn Vdm Wr

Swd

Stroomafname
Maximum per trein (RLN00015) 4000 A < 4000 A t.b.v. Netverklaring 2006
\net06 0406 22elec

Hdr Stv Emn

Mp 2500 A Hwd Amr Utg Zd Lls Hn Ekz Kpn Zl

Co Lar Bad Bentheim

Mrb Aml

Zvt

Hlm

Asd Wp Dvd Hvs Bkl Wd Ut Gd Gdm Tl Nm Dld Apd Brn Bnn Amf 3000 A 2500 A Ah Ed Rhn Est Zv Zp Dv

Wdn Hgl G Es

Ledn 3200 A Ztm lijn

Apn

Ww

Gvc Gv

Hld Mvt

Rth Rtd Ddr Zlw Mdk Rsd Bd km 26.050 Tb Btl Ehv Br Venlo Otw 2700 A Ht

Emmerich

Ha Vs

km 69.585 voor goederen voor reizigers Kn

Sloe Tnz Esn Lnp

Wt Dh Rm

Bon Fsz Std Hz Hrl Mt km 24.668 Fvs Krd

Elektrificatie & stroomafname
situatie 1/1/2006 inzicht juni 2004

Beheer & Instandhouding

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 19 electrificatie

blad 1

(lege bladzijde)

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 19 electrificatie

blad 2

bijlage 20

beweegbare spoorbruggen

Rd

Brugopeningen
Beweegbare brug wordt bediend door: ProRail Verkeersleiding Rijkswaterstaat/ Provincie/ Gemeente t.b.v. Netverklaring 2006
\net06 0505 24brug 43 Wmb 42 Kr 60 Btd

Swd
50 Hdp 47 Hlg 45 Hrm Lw 58 Nrdwil 59 Rdp

Dz Gn
57 Wwab 56 Wdvb 56a Rsl

Wr

Hlg

49 Grs 21 Hrmk 20 Pmk 19 Bobr 18 Brdl

Hrn Vdm

Hdr
72 Kgs

Stv
16 Smvrt

Emn

Mp Hn Ekz Kpn
75 Whbr 74 Nhk 73 Zdb

Co
39 Cosb

40 Hvvb

71 Bol

Hwd
70 Nhkbr

Lar Zl

Amr

Utg
69 Nnvbr

Lls

12 IJbrzl

Mrb Aml Wdn

Bh

Zd
1 Sgbr 22 Ods

Hlm Zvt

2 Spbr

Asd
83 Skbr 82 Rvbr

33 Vtbr

Dv Apd Amf Bnn Zp
62 IJbzp

Hgl G Es

Dvd

Wp Bkl

Hvs

Ledn 28 Gwt Apn
3 Vkbr 29 Rskbl

30 Gwb 31 Dwb

Dld Ut

Ed Rhn

Gvc Gv

79 Rskbv 27 Gwbr

Wd Gd
27 Hgwbr

Ah Est

Ww
64 Oij

Hld Mvt

76 Hvbr

4 Dhs

Gdm Rth Rtd
6 Grbr 84 Bmbr 81 Mkbr

Zv Nm Em

77 Vdgbr

85 Shb 86 Clb 87 Botbr

Mdk
7 Mabr

Ddr 80 Wijb Zlw Otw Bd Tb

Ht Veg Btl Ehv Br Vl Kn Wt

Rsd
8 Arb

Ha

9 Vlk

Vs

Sloe Tnz
88 Slub

Esn

Lnp

Dh Rm

Bon Fsz Std Hz Hrl Mt Krd

Fvs

Brugopeningen
situatie 1/1/2006 inzicht mei 2005

Beheer & Instandhouding

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 20 beweegbare spoorbruggen

blad 1

Overzicht spoorbruggen dienstregeling 2006
Brugnr 1 2 3 4 6 7 8 9 12 16 18 19 20 21 22 27 Brugnaam Afkorting Singelgracht SGBR Spaarnebrug SPBR Vinkbrug VKBR Schiebruggen DHS Oude Maas GRBR Markbrug MABR Arnekanaalbrug ABR Vlakebrug VLK Ijsselbrug IJBRZL Drentse hoofdvaart brug SMVRT Deelsbrug BRDL Boorne BOBR Pr. Margrietkanaal PMK Harinxma kanaal (Mp-Lw) HRMK Oosterdoksluis ODS Hoge Gouwebrug HGWBR Lage Gouwebrug GWBR 28 Galgewater GWT 29 Rijn-Schiekanaal RSKBL 30 Gouwsluis GWB 31 Dubbele Wiericke DWB 33 Vechtbrug VTBR 39 Coevorder Stadsgracht COSB 40 Hoogeveense vaart HVVB 42 Klifrak KR 43 Wijmerts WMB 45 Harinxma (Lw-Hlg/Stv) HRM 47 Zuidergracht HLG 49 Greuns GRS 50 Hoendiep HDP 56 Wildervanckkanaal AG WDVB 56a Rensel RSL 57 Westerwoldse Aa WWAB 58 NoordWillemsKanaal NRDWIL 59 Reitdiep RDP 60 Boterdiep BTD 62 IJsselbrug IJBZ 64 Oude IJssel OIJ 69 Nauernaschevaart NNVBR 70 Noordhollands kanaal NHKBR 71 Bolbrug BOL 72 Koegrasbrug KGS 73 Zaanbrug ZDB 74 Noordhollands kanaal NHK 75 Where WHE 76 De Haven HVBR 77 De Haven VDGBR 79 Rijn-Schiekanaal RSKBV Waterweg Gemeente Baanvak Westerkanaal Amsterdam Asd - Ass Spaarne Haarlem Asd - Hlm Oude Rijn Leiden Gv - Ledn Delfshavense Schie Rotterdam Rtd - Sdm Oude Maas Dordrecht Ddr - Rtd Markkanaal Zevenbergen Rsd - Zlw Arnekanaal Arnemuiden Rsd - Vs Kanaal door Zuid-Beveland Vlake Rsd - Vs Ijssel Zwolle Amf - Zl Smildevaart Meppel Lw - Mp Deel Akkrum Lw - Mp Boorne Akkrum Lw - Mp Prinses Margrietkanaal Grouw Lw - Mp Van Harinxmakanaal Leeuwarden Lw - Mp Oosterdoksluis Amsterdam Asd - Asdm Gouwe Gouda Gd - Gv/Rtd Gouwe Gouda Gd - Ledn Galgewater Leiden Apn - Ledn Rijn-Schiekanaal Leiden Apn - Ledn Gouwe Alphen aan de Rijn Apn - Wd Dubbele Wiericke Bodegraven Apn - Wd Vecht Weesp Alm/Ndb - Wp Stadsgracht Coevorden Emn - Mrb Verlengde HogeveensevaartNieuw Amsterdam Emn - Mrb Klifrak Workum Lw - Stv Wijmerts Oudega Lw - Stv Van Harinxmakanaal Leeuwarden Hlg/Stv - Lw Zuidergracht Harlingen Hlg - Lw Greuns Leeuwarden Gn - Lw Hoendiep Hoogkerk-Vierverlaten Gn - Lw Wildervanckkanaal AG Zuidbroek Gn - Nsch Rensel Winschoten Gn - Nsch Westerwoldse AA Nieuweschans Nscg - Nsch Noordwillemskanaal Groningen Gn - Lw/Swd Reitdiep Groningen Gn - Swd Boterdiep Bedum Dz - Swd Ijssel Zutphen Ah/Apd - Zp Oude Ijssel Doetinchem Zv - Ww Krommenie-AssendelftUtg - Zd Nauernaschevaart Noordhollands kanaal Alkmaar Amr - Hwd Ringvaart Heerhugowaard Amr - Hwd Noordhollands kanaal Koegras Ana - Hdr Zaan Zaandam Pmr - Zd Noordhollands kanaal Purmerend Pmr - Zd Where Purmerend Hn - Pmr Haven Maassluis Hld - Rtd Oude haven Vlaardingen Hld - Rtd Rijn-Schiekanaal Leidschendam Gvc - Ldd R/ VPT V* ** R X R X R X R X R X R X V R X R X R X R X R X R X R X R X R X R X V R X R X V R X R X R X V V R X V R X R X V V V V R X V R X R X R X R X V R X R X R X R X R X V V

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 20 beweegbare spoorbruggen

blad 2

bijlage 21

perronlengte

Perronlengte
Stations/ stations op baanvak met tenminste één perron met een lengte groter of gelijk: 340 meter 270 meter 220 meter 170 meter 90 meter n.v.t. t.b.v. Netverklaring 2006
\net06 0411 23perron

Rd Dz Gn Hlg Lw Hrn Akm Hr Asn Vdm Wr

Swd

Hdr Stv Sw Mp Hn Ekz Kpn Lls Utg Aml Zd Zvt Had Shl Ledn Apn Wd Dvd Bkl Dld Ut Db Ztm Gd Gdm Sdm Rth Rtd Ddr Zlw Mdk Rsd Bd Tb Btl Ehv Br Vl Kn Wt Otw Ht O Tl Rhn Est Zv Nm Em Hlm Ass Asd Wp Hvs Amf Klp Dr Ed Ah Ww Apd Bnn Zp Dv Wdn Hgl G Es Zl Co Lar Emn

Hwd Amr

Mrb

Bh

Laa Gvc Gv Dt Hld Mvt Vdg

Ztm lijn

Ha Vs

Bgn

Sloe Tnz Esn Lnp

Dh Rm

Bon Fsz Std Hz Hrl Mt Krd

Fvs

Perronlengte
situatie 1/1/2006 inzicht nov. 2004

Beheer & Instandhouding

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 21 perronlengte

blad 1

(lege bladzijde)

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 21 perronlengte

blad 2

bijlage 22

openbare laad- en losplaatsen

Laad- en Losplaatsen
Openbare Laad- en losplaats Openbare Laad- en losplaats gelegen aan een Gemeentelijke of Havenstamlijn t.b.v. Netverklaring 2006
\net06 0504 25lalo

Rd Dz Gn Hlg Lw Hrn Vdm Gnl Wr Zb

Swd

Hdr

Swk Stv

Emn Na

Mp

Co Lar

Hwd Amr Utg Bv Zd

Hn

Ekz Kpn Lls Aml Zl Mrb

Bh

Awhv Zvt Hlm Asd Dvd Ledn Gvc Gv Dt Hld Mvt Erp Bot Vdg Rth Rtd Rmo Ddr Whv Zlw Mdk Rsd Bd Ha Vs Bgn Tbge Btl Ehv Br Vl Otw Ht Apn Wd Ut Ztm-lijn Gd Gdm Tl Rhn Bkl Dld Wp Ndb Hvs Amf Ed Ah Est Ahg Zv Nm Dv Apd Bnn Zp

Wdn Hgl G Es

Ww

Em

Kn Sloe Tnz Svg Bon Fsz Std Hz Hrl Mt Krd Esn Lnp Wt Rm Dh

Fvs

Laad- en Losplaatsen
situatie 1/1/2006 inzicht apr 2005

Beheer & Instandhouding

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 22 openbare laad- en losplaatsen

blad 1

(lege bladzijde)

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 22 openbare laad- en losplaatsen

blad 2

bijlage 23

tankinstallaties

Tankinstallaties
emplacementen waar een tankinstallatie aanwezig is t.b.v. Netverklaring 2006
\net06 0406 27tank

Rd Dz Gn Hlg Lw Hrn Vdm Wr

Swd

Hdr

Stv

Emn

Mp Hn

Co Lar

Hwd Amr Utg Zd Zvt Hlm

Ekz Kpn Lls Aml Wdn Wp Hvs Bkl Apd Amf Bnn Zp Dv Zl Mrb

Bh

Awhv Wgm Asd Dvd

Hgl G Es

Ledn Gvc Gv

Apn Wd

Dld Ut

Ed Rhn

Ah Est

Ww

Ztm-lijn Gd Gdm

Zv Nm Em

Hld Mvt Bot

Rth Rtd Kfh Ddr Whv Zlw Mdk Rsd Bd Tb Btl Ehv Br Vl Otw Ht

Ha Vs

Kn Sloe Tnz Esn Lnp Wt Dh Rm

Bon Fsz Std Hz Hrl Mt Krd

Fvs

Tankinstallaties
situatie 1/1/2006 inzicht juni 2004

Beheer & Instandhouding

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 23 tankinstallaties

blad 1

(lege bladzijde)

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 23 tankinstallaties

blad 2

bijlage 24

procedures capaciteitsverdeling

Wanneer in deze bijlage sprake is van ‘ProRail’ (zonder nadere aanduiding), wordt daarmee ProRail bedoeld in de hoedanigheid van capaciteitverdelende instantie, tenzij met de specifieke aanduiding van een bedrijfsonderdeel wordt aangegeven dat een andere hoedanigheid van ProRail wordt bedoeld79. De functies van ProRail als capaciteitverdelende instantie worden uitgevoerd in de eenheid Capaciteitsverdeling van ProRail Capaciteitsmanagement als het gaat om het verdelingsproces. In de Voorfase verdeling voor beheer/verkeer voert de eenheid Capaciteitsontwikkeling van ProRail Capaciteitsmanagement de voor de verdeling voorbereidende werkzaamheden uit. De in deze bijlage te beschrijven procedures voor de capaciteitsverdeling in de ad-hocfase worden van kracht op basis van de te sluiten Toegangsovereenkomst.

Het in hoofdstuk 4 en in deze bijlage beschreven generieke proces van capaciteitsverdeling wordt in verschillende cycli doorlopen: zowel voor het “basisuurpatroon” (BUP) als voor de basisdagen (Jaardienst) als een aantal malen in de ad-hocfase (wijzigingsblad, dagplan en orderacceptatie). De invulling van de stappen binnen het proces van capaciteitsverdeling is aangepast aan de kenmerken van de betreffende cyclus. In de BUP-cyclus worden de uurpatronen tussen ProRail en gerechtigden gemaakt welke de basis vormen voor de Jaardienstcyclus. In de Jaardienstcyclus gaat het om de basisdagpatronen, van de dagen van de week, die het stramien vormen voor de specifieke dagen in de ad-hocfase met cycli voor wijzigingsbladen, dagplan en orderacceptatie. De Jaardienstcyclus wordt in de nieuwe wet- en regelgeving aangeduid als “de capaciteitverdelingprocedure voor de normale dienstregeling”. In deze cyclus vindt in termen van het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorwegen “de jaarlijkse verdeling van capaciteit in de vorm van terugkerende paden” door ProRail plaats. Zie figuur 1 en 2 voor een schematische weergave van het capaciteitsverdelingsproces inclusief de doorlooptijden. 1.1 Basisuurpatroon cyclus Hoewel het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorwegen dit niet vereist, wordt vooruitlopend op het proces van de verdeling voor de “normale dienstregeling” (basisdagpatronen in de Jaardienstcyclus), eerst een basisuurpatroon voor een dienstregeling opgesteld. Dit draagt bij aan een efficiënt proces voor het vaststellen van de Jaardienstregeling. Het draagt echter óók bij aan het vinden van standaardoplossingen die optimaal gebruik van het net mogelijk maken. Het (herkenbare) uurpatroonkarakter van de Jaardienstregeling vormt voor spoorwegondernemingen een belangrijke asset in de marketinginspanningen richting hun klanten. Het precieze aantal basisuurpatronen (spits, dal en evt. dal ten behoeve van een onderhoudsrooster) wordt naar behoefte overeengekomen met aanvragers. Van belang is dat bij het basisuurpatroon de volgende zaken in acht worden genomen: 1. er is sprake van een onderhandelproces; 2. draagvlak van de sector noodzakelijk; 3. het resultaat is niet in beton gegoten, maar een oplossingsvariant indien zich in de Jaardienstcyclus conflicten voordoen; BUP cyclus - Intake Om een goede inschatting te maken van een marktconforme aanvraag voor het BasisUurPatroon Goederen maakt ProRail een marktanalyse. Aan de gerechtigden wordt in bilaterale gesprekken gevraagd wat hun aanvraag is in aantallen treinen per relatie. Als meerdere aanvragen herkenbaar hetzelfde ladingpakket betreffen, wordt de dubbeltelling geëlimineerd. De aantallen treinen worden getoetst aan de trend van de ontwikkeling van het goederenverkeer in de afgelopen jaren.

79

ProRail Inframanagement, voor de functies i.v.m de zorg voor de kwaliteit, betrouwbaarheid en beschikbaarheid van de infrastructuur; ProRail Verkeersleiding voor de functies i.v.m. de zorg voor het leiden van het verkeer.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 24 procedures capaciteitsverdeling

1.

De cycli van het capaciteitsverdelingsproces – Verkeer

Verkeer

blad 1

De gebundelde aanvragen van Reizigers en Goederen worden ingenomen en beoordeeld op ontvankelijkheid. Ontvankelijke aanvragen worden doorgezet naar Integratie (zie voor een volledige beschrijving van de Aanvraag paragraaf 4.4.1 van de Netverklaring).

Vaststellen BasisUurPatronen Netverklaring 2006 start 1 april 2005
PATRONEN PROGRAMMATIEFASE Aanvraag Reizigers Aanvraag Goederen Aanvraag Onderhoudsrooster en overige onttrekkingen 1 april 2005 Brug openingen

Programmatie Start

Programmeerbaar? ja Ontwerpuurpatronen nee

Consensus over var.?

nee

ja Programmatie eind COORDINATIEFASE. Programmatie eind

11 apr. 2005

Coördinatiefase start

Ontwikkelen (set) uurpatroon-varianten

nee

BUP - varianten (ProRail stelt zich ten doel dat minimaal één variant aan AMvB voldoet)

Coördinatiefase Eind

ja

consensus over 1 var.?

nee

17 mei 2005

uiterste datum gepasseerd

ja Geschillenbemiddeling

2 juni 2005 Zijn alle partijen tevreden ja nee

ja

consensus over 1 var.?

nee

Overbelast verklaren door ProRail Coördinatiefase Eind

Coördinatiefase Eind

Opstellen van uurpatronen door ProRail op overbelaste infrastructuur. 6 juni 2005

Overbelast verklaren door ProRail

BUITEN CAPACITEITSVERDELINGSPROCEDUERE

9 juni 2005

ProRail legt uurpatronen vast ProRail stelt binnen 6 maanden capaciteitsanalyse op

14 juni 2005

Oneens ? ProRail stelt uiterlijk 6 maanden later een capaciteitsvergrotingsplan op

Ja nee Geschillenbeslechting

24 juni 2005

Vaststelling consensus variant uurpatronen door ProRail

Vaststelling uurpatronen door ProRail

Versie mei 2005 n.a.v. opmerkingen op concept NV 2006. ET

Figuur 1. Het capaciteitsverdelingsproces t.b.v. het BasisUurPatroon

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 24 procedures capaciteitsverdeling

blad 2

Verdeling Jaardienst Netverklaring 2006 start 27 juli 2005
7 * 24 uur 27 juli 2005 PROGRAMMATIEFASE Aanvraag Reizigers Aanvraag Goederen Aanvraag Onderhoudsrooster en overige onttrekkingen Brug openingen

Programmatie Start

Programmeerbaar? ja Ontwerp-drgl nee

Consensus over var.?

nee

ja Programmatie eind COORDINATIEFASE. Programmatie eind

4 aug 2005

Coördinatiefase start

Ontwikkelen drglvarianten

nee

Drgl - varianten (ProRail is in eindfase verantwoordelijk dat één variant aan AMvB voldoet)

Coördinatiefase Eind

ja

consensus over 1 var.?

nee

6 sep. 2005

uiterste datum gepasseerd

ja Geschillenbemiddeling

19 sep. 2005 Zijn alle partijen tevreden ja nee

ja

consensus over 1 var.?

nee

Overbelast verklaren door ProRail Coördinatiefase Eind

Coördinatiefase Eind

BESLECHTING OP OVERBELASTVERKLAARDE INFRASTRUCTUUR 22 sep. 2005

Overbelast verklaren door ProRail

BUITEN CAPACITEITSVERDELINGSPROCEDUERE

26 sep. 2005

ProRail stelt voorgenomen verdeling vast

ProRail stelt binnen 6 maanden capaciteitsanalyse op

30 sep. 2005

Oneens ? ProRail stelt uiterlijk 6 maanden later een capaciteitsvergrotingsplan op

Ja nee Geschillenbeslechting

7 okt 2005

Vaststelling consensusvariant als capaciteitsverdeling door ProRail

Vaststelling capaciteitsverdeling door ProRail

Versie mei 2005 n.a.v. opmerkingen op concept NV 2006. ET

Figuur 2. Het capaciteitsverdelingsproces t.b.v. de jaardienstregeling

BUP cyclus - Programmatie Alle ontvankelijke aanvragen worden door ProRail in één bestand gezet zodat verdere verwerking van alle aanvragen in samenhang kan gebeuren. Er vindt in deze stap geen inhoudelijke afstemming of mutatie plaats.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 24 procedures capaciteitsverdeling

blad 3

ProRail toetst de capaciteitsaanvragen van vervoer individueel en in samenhang. In het geval er sprake is van concurrentie tussen aanvragen doet ProRail aan de betrokken partijen voorstellen om door middel van beperkte aanpassingen ten opzichte van de aanvragen te komen tot een uitvoerbaar uurpatroon. Op grond van de geldende inzichten in de totstandkoming van onderhoudsrooster en onttrekkingen ten behoeve van beheer wordt bepaald of daartoe specifieke extra uurpatronen moeten worden ontwikkeld (vb. enkelspoorrasters). Indien aan het eind van de programmatie blijkt dat in een aantal gevallen de concurrentie tussen aanvragen niet is opgelost, worden deze bestempeld als zijnde conflicterende aanvragen en start ProRail de Coördinatiefase (zie ook paragraaf 4.4.1 van de Netverklaring) BUP cyclus - Coördinatie In de coördinatiefase hebben alle partijen, met inbegrip van ProRail, de mogelijkheid oplossingsvarianten te ontwikkelen voor de tijdens de BUP-programmatie gesignaleerde conflicten. In veel gevallen zullen er verschillende oplossingsvarianten mogelijk zijn. Om het proces navolgbaar en transparant te houden levert ProRail per conflict een conflictformulier en initieert overleg tussen de betrokken capaciteitsaanvragers. Indien partijen consensus weten te bereiken over de te verkiezen oplossingsvariant dan eindigt voor het betreffende conflict de Coördinatiefase. Blijken partijen geen consensus of consent te kunnen vinden dan legt ProRail het conflict (met de door partijen ontwikkelde oplossingsvarianten) voor aan de Geschillencommissie, die binnen 10 werkdagen tot een uitspraak dient te komen (zie bijlage 5 bij de Netverklaring). Indien de commissie komt tot een door alle partijen in consensus of consent aanvaarde oplossingsvariant dan hanteert ProRail deze als bindend. Is dat niet het geval dan beslecht ProRail het conflict met toepassing van de regels van het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorwegen. Zie voor een volledige beschrijving van de Coördinatie paragraaf 4.4.3 van de Netverklaring. BUP cyclus – Vaststelling capaciteitsverdeling De in dit proces ontwikkelde uurpatronen worden vastgelegd in een overzicht van conflictvrije Uurpatronen. Deze uurpatronen zijn oplossingsvarianten die kunnen worden gehanteerd in de Jaardienstcyclus. (zie ook paragraaf 4.4.5 van de Netverklaring). De geschillenbeslechtingsprocedure capaciteitsverdeling (bijlage 5) is van toepassing. 1.2 Jaardienst cyclus In de jaardienstcyclus worden alle gebundelde aanvragen voor aanvragen op weekdagsoortniveau met elkaar op concurrentie getoetst, en voorzover nodig, binnen één verkeersdagsoort ook op afzonderlijke verkeersdagen. Tijdens deze cyclus worden optimalisatieslagen en gedetailleerde afwegingen gemaakt. Consultatie onder spoorwegondernemingen leerde dat er een grote behoefte is deze cyclus zo kort mogelijk voor de start van de dienstregeling te laten beginnen. Er is met partijen vastgesteld dat een dergelijk laat moment van indienen alleen succesvol mogelijk is als de aanvragen conform de onderschreven uurpatronen worden ingediend. De Jaardienstcyclus heeft de volgende kenmerken: 1. Gebruik maken van in een voorfase ontwikkelde oplossingsvarianten; 2. Informatie uit prognoses en trends; 3. Individuele aanvragen en hun samenhang; 4. Voldoende ruimte voor optimalisatieslagen; 5. ProRail hanteert in eerste instantie rol van conflictmanagement hetgeen betekent slechts ingrijpen indien er sprake is van een conflict, anders slechts faciliterend; 6. Betrekking op weerkerend gebruik van baanvakken (treinpaden) en lokale infra (rangeerplan). Jaardienst cyclus -Aanvraag Aanvragen worden door ProRail ingenomen en beoordeeld op ontvankelijkheid, de ontvankelijke worden doorgezet naar de volgende stap in het proces en de niet-ontvankelijke worden geretourneerd aan afzender.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 24 procedures capaciteitsverdeling

blad 4

Jaardienst cyclus - Programmatie Alle ontvankelijke aanvragen uit de intake worden in één bestand gezet zodat verdere verwerking van alle aanvragen in samenhang kan gebeuren. De aanvragen worden in één bestand gezet en worden inhoudelijk niet gewijzigd. Er vindt in deze stap dus geen inhoudelijke afstemming plaats. ProRail toetst de aanvragen individueel en in samenhang. De aanvragen zijn afkomstig van spoorwegondernemingen en gemachtigde aanvragers, maar ook van de beheerder (ten behoeve van het onderhoudsrooster of ten behoeve van incidentele onttrekkingen. In het geval er sprake is van concurrentie tussen aanvragen nodigt ProRail de betrokken partijen uit om te bezien of door middel van overleg aanvragers bereid zijn hun aanvragen aan te passen. ProRail maakt gebruik van de in de BUP-cyclus opgestelde conflictvrije Uurpatronen bij het ontwikkelen van voorstellen in de programmatie. Indien aan het eind van de programmatie blijkt dat in een aantal gevallen de concurrentie tussen aanvragen niet is opgelost, worden deze bestempeld als zijnde conflicterende aanvragen en start ProRail de Coördinatiefase (zie ook paragraaf 4.4.3 van de Netverklaring). Jaardienst cyclus - Coördinatie In de coördinatiefase hebben alle partijen, met inbegrip van ProRail, de mogelijkheid oplossingsvarianten te ontwikkelen voor de in de programmatiefase gesignaleerde conflicten. ProRail maakt gebruik van de in de BUP-cyclus opgestelde conflictvrije Uurpatronen bij het ontwikkelen van voorstellen in de coördinatie. In veel gevallen zullen er verschillende oplossingsvarianten mogelijk zijn. Om het proces navolgbaar en transparant te houden levert ProRail per conflict een conflictformulier en initieert overleg tussen de betrokken capaciteitsaanvragers. Indien partijen consensus weten te bereiken over de te verkiezen oplossingsvariant dan eindigt voor het betreffende conflict de Coördinatiefase. Blijken partijen geen consensus te kunnen vinden dan legt ProRail het conflict (met de door partijen ontwikkelde oplossingsvarianten) voor aan de Geschillencommissie, die binnen 10 werkdagen tot een uitspraak dient te komen (zie bijlage 5 bij de Netverklaring ). De uitspraak van de Geschillencommissie is bindend indien een te hanteren oplossingsvariant door alle partijen wordt geconsenteerd. Komt ook de Geschillencommissie niet tot een door alle partijen geconsenteerd voorstel dan beslecht ProRail het conflict met toepassing van de regels van het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorwegen. Zie voor een volledige beschrijving van de Coördinatie paragraaf 4.4.3 van de Netverklaring Jaardienst cyclus – Vaststelling capaciteitsverdeling Deze stap heeft de formele vaststelling van de capaciteitsverdeling voor de normale dienstregeling tot resultaat. De geschillenbeslechtingprocedure capaciteitsverdeling (bijlage 5) is van toepassing. De verdeling wordt vastgelegd in de toegangsovereenkomsten die met alle betrokken spoorwegondernemingen worden gesloten. 1.3 Ad-hocfase De Ad-hocfase wordt in een aantal cycli doorlopen: • wijzigingsblad cyclus; • dagplan cyclus; • orderacceptatie cyclus. In de ad-hocfase worden individuele aanvragen behandeld volgens het principe FCFS (First Come First Served). Een uitzondering daarop is de behandeling van incidentele onttrekkingen welke passen binnen een in de Voorfase afgesproken kader (zie paragraaf 2.2 in deze bijlage). Met het hanteren van het FCFS-principe verschilt het karakter van deze fase en de daarmee samenhangende processen aanzienlijk van de Jaardienstcyclus. In de ad-hocfase ligt het primaat bij het snel en concreet toepassen van regels en normen. In deze fase wordt afgestemd op de dynamiek van de aanvraag en beoordeeld of er nog voldoende capaciteit beschikbaar is om vervolgens de capaciteit conform de aanvraag toe te wijzen en anders af te wijzen. Deze fase loopt van de sluiting Aanvraag Jaardienst tot aan het laatste moment waarop nog een aanvraag kan worden ingediend (0,5 uur voor tijdstip van uitvoering).

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 24 procedures capaciteitsverdeling

blad 5

Kenmerken van de ad-hocfase: 1. uitgangspunt vigerende verdeling (jaardienstverdeling, het vigerende wijzigingsblad inclusief de inmiddels in de ad-hocfase verdeelde capaciteit) is basis; 2. uitgangspunt individuele aanvragen; 3. de te maken afweging is binair: het past wel of past niet; 4. relatief weinig tijd beschikbaar; 5. gedetailleerde en concrete informatie noodzakelijk. Er wordt een nog vast te stellen aantal wijzigingsbladen op de Jaardienstregeling ingevoerd, waarin de blijvende wijzigingen op de Jaardienstregeling worden verwerkt. Voor elk van die wijzigingsbladen worden een ingangsdatum, en daaraan voorafgaande data van indiening en verdeling vastgesteld.
Wijzigingsbladen Nummer Inleverdatum Verdeelmoment Start

De afhandeling van incidentele Ad-hocaanvragen in de dagplanfase, ten behoeve van een datum ná de startdatum van een nog-niet-verdeeld wijzigingsblad, wordt aangehouden totdat het verdelen voor het desbetreffende wijzigingsblad is voltooid. Ad-hocfase - Intake Het doel van het ontvangen en beoordelen van aanvragen op ontvankelijkheid is, de niet-ontvankelijke retourneren aan de aanvrager en de ontvankelijke in het capaciteitsverdelingsproces opnemen. Alle ontvankelijk verklaarde individuele aanvragen uit de intake worden op de vigerende verdeling gelegd ten behoeve van het verdere proces. De aanvragen worden inhoudelijk niet gewijzigd. Er vindt in deze stap dus geen inhoudelijke afstemming of mutatie plaats. De aanvraag wordt op een aantal criteria gescreend, zowel procedureel als op volledigheid: • Is de aanvrager een gerechtigde? • Bevat de aanvraag de vereiste informatie? • Is het juiste format gehanteerd? • Wordt de hele keten (alle benodigde infra-capaciteit) aangevraagd? Ad-hocfase - Programmatie In deze fase wordt met het dagplan getoetst of de aanvragen passen binnen de geldende kaders en de geldende verdeling. Uitgaande van een aanvraag voor vervoer wordt simpelweg en binnen vijf werkdagen gecontroleerd of de gevraagde capaciteit nog beschikbaar is. Indien dat zo is wordt de capaciteit conform de aanvraag verdeeld en wordt de geldende verdeling aldus aangepast. Indien gewenst en op voorhand kansrijk geacht, dit ter beoordeling van ProRail, kan een overlegronde worden opgestart om te onderzoeken of er een voor alle gerechtigden bevredigend alternatief voor handen is. Het initiatief hiervoor ligt bij de aanvrager. Indien alle betrokken partijen overeenstemming bereiken over de aanpassing van de geldende verdeling kan daartoe door ProRail worden besloten. Ad-hocfase - Coördinatie In het geval van een aanvraag vervoer wordt hier het principe van First Come First Served gehanteerd. Het resultaat van de beoordeling óf de aanvraag binnen de vigerende verdeling past wordt per ommegaande aan de aanvrager medegedeeld.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 24 procedures capaciteitsverdeling

blad 6

Ad-hocfase – Vaststelling capaciteitsverdeling Bij de vaststelling van de capaciteitsverdeling wordt het resultaat van de Coördinatie beoordeeld en wordt besloten of de verdeling wordt aangepast en daarmee leidt tot een mutatie in het uitvoeringsplan treinpaden en TVP’s. Indien de aanvraag past wordt in de vigerende verdeling conform de aanvraag aangepast. ProRail brengt de gerechtigden op de hoogte van het vastgestelde verdeling.

2.1 Algemeen Het capaciteitsverdelingsproces tussen beheer en verkeer is onderverdeeld in het verdelen van capaciteit voor twee vormen van beheer. Het betreft capaciteit voor: 1. werkzaamheden die passen binnen een onderhoudsrooster: hieronder vallen kort-cyclisch onderhoud, schouw en kleine reparaties; 2. werkzaamheden in het kader van nieuwbouw, vernieuwing en grootschalig onderhoud (incidentele onttrekkingen). Het onderscheid tussen capaciteit voor een onderhoudsrooster en capaciteit voor gepland beheer in de vorm incidentele onttrekkingen is gemaakt op basis van de inhoud van artikel 6 van het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorwegen. In de Nota van Toelichting bij dit besluit is aangegeven dat de verdeling van gepland beheer meeloopt in de reguliere capaciteitsverdeling, met uitzondering van gepland beheer voor grootschalige (ver)nieuwbouw. Onder grootschalige (ver)nieuwbouw verstaat ProRail alle werkzaamheden in het kader van nieuwbouw, vernieuwing en grootschalig onderhoud. Capaciteit ten behoeve van het onderhoudsrooster moet, conform art. 6 van het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorwegen, worden aangevraagd en verdeeld tijdens de Jaardienstcyclus. Capaciteit ten behoeve van werkzaamheden in het kader van nieuwbouw, vernieuwing en grootschalig onderhoud, alsmede voor werk voor derden kunnen in beginsel ook in de ad-hocfase worden aangevraagd, maar ProRail streeft ernaar, deze werkzaamheden mee te nemen in de Jaardienstregeling. Analoog aan de hierboven gemaakte tweedeling wordt het capaciteitsverdelingsproces voor deze twee onderdelen in de volgende paragrafen apart beschreven. In elk van de paragrafen, die de verschillende fasen van het verdelingsproces voor beheer-verkeer beschrijven worden de drie opeenvolgende fasen van het proces beschreven: de ‘Voorfase Verdeling’, de ‘Jaardienst cyclus’ en de ‘ad-hocfase’. In figuur 3 en figuur 4 in deze bijlage is de procesbeschrijving van de keten capaciteitsverdeling beheer-verkeer schematisch weergegeven. In onderstaande paragrafen wordt het proces beschreven, waarbij in de tekst wordt verwezen naar de van toepassing zijnde processen en documenten zoals weergegeven en genummerd in figuur 3 en 4. De capaciteitsverdeling in de cycli beheer-verkeer betreft in principe alleen “de onttrekking”; de capaciteitsverdeling ten behoeve van de capaciteiten voor het verkeer dat wordt geraakt door de onttrekking wordt afgehandeld in de ad-hocfase. Wel kunnen in het eindproduct van de voorfase Verdeling afspraken worden vastgelegd over de beoogde verdeling van de capaciteiten voor het verkeer op de betreffende (omleidings)route in de jaardienstregeling en de ad-hoc-fase. 2.2 Voorfase Verdeling Voor alle vormen van gepland beheer wordt in de Voorfase Verdeling de behoefte aan onttrekkingen van ProRail Inframanagement ten behoeve van gepland beheer behandeld door ProRail om te komen tot capaciteitskaders. Dit gebeurt in samenwerking met de overige capaciteitsgebruikers, voornamelijk in gebruikersoverleggen en het Landelijk Platform Overleg. Deze capaciteitskaders zijn input voor het verdelingsproces. ProRail neemt de in de Voorfase Verdeling vastgestelde kaders als uitgangspunt bij de Programmatie en Coördinatie van aanvragen door ProRail Inframanagement. Het capaciteitskader voor beheer is niet van invloed op de verdeling van capaciteit tussen gerechtigden onderling, noch op de specifieke tijdligging van de buitendienststellingen. De door ProRail Inframanagement ingediende buitendienststellingaanvragen (later in het proces), worden door ProRail in behandeling genomen en aan deze capaciteitskaders getoetst. Bij het opstellen van de capaciteitskaders is wel getoetst of er
Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 24 procedures capaciteitsverdeling

2.

De cycli van het capaciteitsverdelingsproces – Beheer

Verkeer

blad 7

nog acceptabele mogelijkheden zijn voor alle vervoerders tezamen om hun dienstregelingen te plannen. Voorfase Verdeling - Onderhoudsrooster De tussen haakjes staande nummers in de tekst zijn een verwijzing naar de schematische procesbeschrijving (zie figuur 3 en 4). ProRail Inframanagement specificeert de behoefte aan onttrekkingen ten behoeve van het onderhoudsrooster en levert deze aan ProRail (17). ProRail maakt de afweging tussen beheer en vervoer. Zij doet dit na overleg met alle bij het onderhoudsrooster betrokken partijen (18) in een nog nader te organiseren overlegvorm. Na deze overleggen stelt de capaciteitsmanager de Onderhoudsrooster-kaders op maat definitief vast (19). Het Onderhoudsrooster-kader op maat is het volume aan onderhoud, specifiek per werkzone, maar zonder exacte tijdligging. Randvoorwaarden voor bijvoorbeeld combinaties van werkzones en een voorkeurstijdligging kunnen ook onderdeel zijn van de Onderhoudsrooster-kaders. Dit is het eindproduct van de Voorfase Verdeling en is input voor de capaciteitsverdeling, die in de volgende fase van de keten beheervervoer plaatsvindt. De Onderhoudsrooster-kaders op maat vormen tevens het kader voor ProRail Inframanagement om de capaciteitsvraag voor beheer op stellen. ProRail organiseert en leidt een werkgroep waarin in samenwerking met de bij het onderhoudsrooster betrokken partijen wordt gewerkt aan het inrichten van de overlegvormen in de Voorfase Verdeling. Dit is met partijen afgesproken naar aanleiding van de evaluatie van het project onderhoudsrooster en de werkgroep landelijke implementatie. In de procesbeschrijving (zie figuur 3 en 4) zijn onder andere de ontwerpeisen, de input over vervoersprognoses en – ontwikkelingen en de relatie met het BasisUurPatroon-proces aangegeven. Het vaststellen van de inhoud van de verschillende instrumenten en de eisen en specificaties waaraan de op te leveren producten moeten voldoen wordt door de werkgroep meegenomen bij het inrichten van de overlegvormen. De datum waarop het inrichten van de overlegvormen zal zijn voltooid is afhankelijk van het te kiezen scenario voor het onderhoudsrooster, en zal naar verwachting in het laatste kwartaal van 2005 liggen. Gezien de voortgang van het overleg over het nieuwe onderhoudsrooster bestaat er een grote kans dat het proces zoals hierboven beschreven niet kan worden doorlopen voor het rooster dat in 2006 moet worden uitgevoerd. In het geval dat niet haalbaar blijkt, zal het onderhoudsrooster dat in 2006 moet starten in de ad-hocfase middels mutaties op de jaardienstaanvragen worden aangevraagd.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 24 procedures capaciteitsverdeling

blad 8

Procesbeschrijving Keten capaciteitsverdeling beheer-vervoer
- Grijs gemarkeerde procesonderdelen worden niet door ProRail Railned Capaciteitsontwikkeling of - verdeling gemaakt of aangeleverd.

Doorlooptijd 2 tot max. 3 jr. voor uitvoering Voorfase verdeling beheer-vervoer

Behoefte aan incidentele onttrekkingen 1

Behoefte aan onttrekkingen ten behoeve van het onderhoudsrooster 17 18 Afweging beheer-vervoer Vervoersprognoses en -ontwikkelingen

2 3 Selectiecriteria GO's Vaststellen of er voor een (verzameling van) incidentele onttrekkingen een GO georganiseerd moet worden 5 Afwegingsmechanisme Afweging beheer-vervoer na overleg in GO, keuze uitvoeringsvariant 4 Geen GO Ontwerpeisen

Volume-verdeling beheer-vervoer

Vervoersprognoses en -ontwikkelingen 6

8 Vastgestelde uitvoeringsvarianten uit Capaciteitskaders voor GO's, die Capaciteitskaders voor beheer, ingedeeld in een capaciteitskaders voor beheer, ingedeeld in een hindercategorie beheer vormen hindercategorie 7 Vastgestelde uitvoeringsvarianten o.b.v. Capaciteitskaders voor de selectiecriteria, die Capaciteitskaders voor beheer, ingedeeld in een capaciteitskaders voor beheer, ingedeeld in een hindercategorie beheer vormen hindercategorie 8

10 9 Hinderdefinities Toekennen hindercategorie aan de capaciteitskaders voor beheer

11 Voorlopig vastgestelde Capaciteitskaders voor Capaciteitskaders voor capaciteitskaders voor beheer, ingedeeld een beheer, ingedeeld inin een beheer hindercategorie hindercategorie

Voorstellen voor spreiding van de capaciteitskaders voor beheer in de verschillende hindercategorieën in aantal in tijd en per locatie

12

Ontwerpeisen

Vaststellen uitvoeringsvariant na overleg in GO

Vervoersprognoses en -ontwikkelingen

13 Programmeringsregels en corridorboek 15 Toetsen voorstellen en vaststellen spreiding van de capaciteitskaders voor beheer in de verschillende hindercategorieën in aantal in tijd en per locatie Basiskader Onderhoudsrooster

Vervoersprognoses en -ontwikkelingen

14

Ontwerpeisen

Knelpuntsignalering en -hantering

BUP-proces

16 Eindproduct Voorfase verdeling beheer-vervoer incidentele onttrekkingen: Capaciteitskaders voor beheer, eventueel met randvoorwaarden, gespreid in aantal in tijd en per locatie in de landelijke samenhang.

19 Eindproduct Voorfase verdeling beheer-vervoer onderhoudsrooster: Onderhoudsrooster-kaders op maat

Periodieke oplevering eindproduct 1 2

Figuur 3. Beheer <-> Vervoer Voorfase Verdeling

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 24 procedures capaciteitsverdeling

blad 9

Doorlooptijd Verdelingsfase Opstellen capaciteitsvraag voor beheer

1 juli in jaar voor uitvoering

Aanvragen t.b.v. incidentele onttrekkingen

Aanvragen t.b.v. onderhoudsrooster

1

2

-Aanvragen Aanvragen - - vervoer, incl. Aanvragen vervoer, incl. vervoer, incl. ‘evenementen’. ‘evenementen’. ‘evenementen’. -Aanvragen Aanvragen - - scheepvaart. Aanvragen scheepvaart. scheepvaart. ‘wzh. -Aanvragen Aanvragen - - buitenland'. ‘wzh. Aanvragen ‘wzh. buitenland'. buitenland'.

Kaders beheer Verdelen tijdens Jaardienst of Ad Hoc fase

- Intake criteria - Kaders Milieu - Toestingsnormen - Verdeelregels - Afwegingsmech.

-Aanvragen Aanvragen - -Aanvragen vervoer, incl. vervoer, incl. vervoer, incl. ‘evenementen’. ‘evenementen’. ‘evenementen’. -Aanvragen Aanvragen - -Aanvragen scheepvaart. scheepvaart. scheepvaart. ‘wzh. -Aanvragen ‘wzh. Aanvragen - -Aanvragen ‘wzh. buitenland'. buitenland'. buitenland'.

Kaders beheer Verdelen in jaardienst - Intake criteria - Kaders Milieu - Toestingsnormen - Verdeelregels - Afwegingsmech.

Vastgestelde tijd-ruimte-slots incidentele onttrekkingen

Vastgestelde tijd-ruimte-slots onderhoudsrooster

Aanpassen treinpaden en opstellen WBI's

Uitvoeringsplan treinpaden en WBI's

Uitvoering

Figuur 4. Verdelingsfase Beheer <-> Vervoer

Voorfase Verdeling – Incidentele Onttrekkingen De tussen haakjes staande nummers in de tekst zijn een verwijzing naar de schematische procesbeschrijving (zie figuur 3 en 4). Input voor het proces vormt een door ProRail Inframanagement periodiek (eens per kwartaal) aan ProRail Capaciteitsontwikkeling aan te leveren overzicht, waarop alle nieuwe, nog niet eerder aangedragen voorgenomen werkzaamheden staan waarvoor incidentele onttrekkingen aan de railinfrastructuur nodig zijn (1).De behoefte aan onttrekkingen voor het onderhoudsrooster wordt separaat aangegeven. Dit is hiervoor reeds beschreven. In het overzicht zijn voor ProRail minimaal de volgende aspecten nodig voor het vervolg van het proces: • • de periode en de lengte van de periode waarin de werkzaamheden moeten plaatsvinden; eventuele (tijdelijke) functionaliteitwijzigingen die ontstaan als gevolg van de werkzaamheden;

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 24 procedures capaciteitsverdeling

blad 10

• •

een inschatting van het aantal en de omvang van onttrekkingen; het baanvak (de locatie) waar de onttrekking moet plaatsvinden.

Aan de hand van de (nog te ontwikkelen) Selectiecriteria Gebruikersoverleggen wordt door ProRail vastgesteld voor welke (verzameling van) incidentele onttrekkingen een Gebruikersoverleg (GO) georganiseerd moet worden (2). ProRail organiseert gebruikersoverleggen voor de geselecteerde (verzameling van) incidentele onttrekkingen, en voor de overige incidentele onttrekkingen stelt ProRail een capaciteitskader voor beheer vast op basis van de in de Selectiecriteria Gebruikersoverleggen omschreven uitvoeringsvarianten. ProRail is momenteel in samenwerking met de partijen binnen de sector bezig met het ontwikkelen van de Selectiecriteria Gebruikersoverleggen en streeft er naar om in het eerste kwartaal van 2005 een set definitieve criteria op te leveren (3). Tot het moment dat de Selectiecriteria Gebruikersoverleggen zijn vastgesteld, wordt na overleg met ProRail Inframanagement bepaald voor welke projecten een gebruikersoverleg georganiseerd wordt. Gebruikersoverleggen (GO) ProRail organiseert gebruikersoverleggen voor de bij processtap (2) vastgestelde (verzameling van) onttrekkingen. In een gebruikersoverleg wordt onder leiding van ProRail in samenwerking met de bij een incidentele onttrekking betrokken partijen getracht tot een uitvoeringsvariant van de werkzaamheden voor de onttrekking te komen, die voor alle partijen acceptabel is (4). Wat acceptabel is voor een partij wordt aangegeven door de vertegenwoordiger van die partij in het Gebruikersoverleg. Na dit overleg stelt ProRail een uitvoeringsvariant vast. Input voor deze processtap is de behoefte aan onttrekkingen van ProRail Inframanagement. Daarnaast geven ProRail en gerechtigden inzicht in de ontwikkelingen van de toekomstige capaciteitsvraag t.b.v. verkeer en de prognoses die daarvoor bestaan (6). Indien gewenst kan bij het bepalen van de optimale variant gebruik gemaakt worden van het afwegingsmechanisme (5), dat in onderstaande alinea wordt toegelicht. Is er geen variant die door alle partijen als optimale variant wordt beschouwd, dan wordt de afweging tussen beheer en verkeer bepaald door gebruik te maken van het afwegingsmechanisme. Het resultaat van de afweging tussen beheer en vervoer is een voorlopig vastgestelde uitvoeringsvariant voor elk van de onttrekkingen, die de capaciteitskaders voor beheer vormen (7). Conform art. 9 van het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorwegen wordt de afweging tussen beheer en vervoer gemaakt op bedrijfseconomische gronden. Om invulling te geven aan deze afweging is ProRail gestart met de ontwikkeling van een afwegingsmechanisme. Het afwegingsmechanisme wordt onder leiding van ProRail in samenwerking met de betrokken partijen in de sector ontwikkeld. Met het afwegingsmechanisme kan ProRail (in geval van een conflict) een transparante en niet-discriminerende afweging tussen beheer en verkeer maken. Er is reeds een concept-afwegingsmechanisme beschikbaar, waarmee op korte termijn een eerste proef wordt uitgevoerd. ProRail verwacht in de eerste maanden van 2005 met het toepassen van het afwegingsmechanisme te kunnen starten.
Onttrekkingen zonder gebruikersoverleg

Voor de incidentele onttrekkingen waarvoor op basis van stap (2) is bepaald dat er geen gebruikersoverleg voor georganiseerd behoeft te worden, worden door ProRail capaciteitskaders voor beheer vastgesteld. Dit wordt gedaan op basis van de vastgestelde uitvoeringsvarianten, zoals vastgesteld met de Selectiecriteria gebruikersoverleggen (8). De gegevens om deze kaders te kunnen opstellen worden geleverd door ProRail Inframanagement. De kaders worden door ProRail vastgelegd in de Radar Database Kaderafspraken.
Capaciteitskaders voor beheer

In een capaciteitskader zoals bedoeld bij (7) en (8), dat voor één of meerdere onttrekkingen kan gelden, worden minimaal de volgende aspecten door ProRail vastgelegd in de RADAR Database Kaderafspraken: • het aantal onttrekkingen waar het kader voor geldt;
blad 11

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 24 procedures capaciteitsverdeling

de impact van de onttrekking(en) (enkelsporig/dubbelsporig/meersporig); de duur van de onttrekking(en), in GTVP-tijd (Geplande TreinVrije Periode); het moment (dag/nacht en week/weekend) waarop de onttrekking(en) wordt uitgevoerd; voor kleine onttrekkingen gebeurt dit generiek; • de locatie van de onttrekking(en); • de periode van uitvoering van de onttrekking(en). Indien gewenst kan voor de incidentele onttrekkingen ook een voorkeursdatum worden afgesproken in het Gebruikersoverleg. Na overleg in het Landelijk Platform Overleg (zie stap (15)) kan deze door ProRail als kader worden vastgesteld indien de voorkeursdatum binnen de landelijke samenhang past. In onderstaande tabel is een fictief voorbeeld van een capaciteitskader voor beheer weergegeven.
Btdgebied Dag/ Week/ Hinder Voorkeur ES/DS Aantal Duur nacht weekend categorie Afspraak Geldig Status gemaakt /MS GTVP GTVP periode ES 18 5 nacht week drgl 2006 concept hindervrij GO 4 in GO Voorkeur Herverdeling moment betr. route / uitvoering omleidingsroute goederenverkeer Maandagrijdt enkelspoor; nacht reizigersverkeer nvt

• • •

Baanvak

Lw-Mp

WolvegaSteenwijk

ProRail kan, op verzoek van ProRail Inframanagement, voor een bepaalde periode een kader afgeven voor werkzaamheden waarvan (bijvoorbeeld) enkel het aantal onttrekkingen en de duur van de betreffende onttrekkingen zijn gespecificeerd. Net als bij de kaders die wel volledig kunnen worden ingevuld, geeft ProRail dergelijke kaders alleen af als ProRail Inframanagement de behoefte aan capaciteit goed kan onderbouwen. Toekennen Hindercategorie Elk van de capaciteitskaders wordt door ProRail in een hindercategorie ondergebracht (9). De hindercategorie is een maat voor de hinder voor verkeers- en vervoersprocessen die ontstaat door de onttrekkingen die binnen het betreffende kader vallen. Het toekennen van een hindercategorie wordt gedaan om de verschillende onttrekkingen onderling vergelijkbaar te maken ten behoeve van het spreiden van de onttrekkingen in een goede landelijke samenhang (zie bij (15)). Deze processtap resulteert in een set van voorlopig vastgestelde capaciteitskaders voor beheer (11). Het onderbrengen van de kaders in een hindercategorie wordt gedaan aan de hand van Hinderdefinities (10). Deze Hinderdefinities worden momenteel ontwikkeld onder leiding van ProRail. Alle capaciteitsvragers worden bij de ontwikkeling van de hinderdefinities betrokken. De Hinderdefinities worden zo spoedig mogelijk, en bij voorkeur niet later dan in het eerste kwartaal van 2005 door ProRail vastgesteld. Tot het moment dat de nieuwe hinderdefinities zijn vastgesteld, worden de huidige hindercategorieën gebruikt. Dit betreft de U-R-A-V-categorisering zoals beschreven in het corridorboek (Railned, december 2002).
Spreiden in landelijke samenhang en Landelijk Platform Overleg

Om te voorkomen dat in een bepaalde periode of op een bepaald baanvak of knooppunt te veel hinder voor verkeers- en vervoersprocessen ontstaat, worden de onttrekkingen binnen de bij (11) vastgestelde capaciteitskaders gespreid in aantal in tijd en per locatie (15). ProRail Inframanagement doet voorstellen om de spreiding te optimaliseren (12). Bij het toetsen van deze voorstellen en het vaststellen van de spreiding (15) door ProRail worden programmeringregels en het corridorboek gebruikt (13). De programmeringregels (of: toetsregels spreiding) zijn nog in ontwikkeling. Er is een set van conceptprogrammeringregels, die zijn gebruikt om (achteraf) de capaciteitsvraag voor 2004 te toetsen. Uit de evaluatie van deze toets is gebleken dat de concept-regels op een aantal punten moeten worden aangepast en aangevuld. ProRail zal de programmeringregels in het eerste kwartaal van 2005 verder ontwikkelen, in samenwerking met alle betrokken partijen, zodat de programmeringregels gehanteerd kunnen worden bij het spreiden van de capaciteitskaders in een landelijke samenhang. Het streven is
Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 24 procedures capaciteitsverdeling blad 12

de programmeringregels in het eerste kwartaal van 2005 vast te stellen. Tot het moment dat de programmeringsregels zijn vastgesteld, wordt de spreiding door ProRail vastgesteld na overleg in het Landelijk Platform Overleg, waarbij de concept-programmeringsregels als richtlijn gelden. Voor de corridors en de omleidingroutes, waar de programmeringregels deels op gebaseerd zijn, is het corridorboek van Railned (versie december 2002) leidend. Indien tijdens de ontwikkeling van de programmeringregels blijkt dat het corridorboek aangepast moet worden, dan zal ProRail voor aanpassing zorgen. Indien blijkt dat de spreiding van de capaciteitskaders niet voldoet aan de programmeringregels, bespreekt ProRail dit met de capaciteitsvragers en ProRail Verkeersleiding in het Landelijk Platform Overleg (LPO). ProRail is organisator en voorzitter van het LPO. Input voor het overleg zijn de bij (11) voorlopig vastgestelde capaciteitskaders, de bij (12) opgestelde voorstellen voor de spreiding van ProRail Inframanagement, de programmeringregels en het corridorboek. ProRail en spoorwegondernemingen geven inzicht in de ontwikkelingen van de toekomstige capaciteitsvraag t.b.v. verkeer en de prognoses die daarvoor bestaan (14). Hierbij wordt rekening gehouden met de evenementenkalender (zie paragraaf 4.4.10 van de Netverklaring) en vindt voorafstemming met werkzaamheden in het buitenland plaats (zie paragraaf 1.10 van de Netverklaring). De exacte rollen van de verschillende partijen in het Gebruikersoverleg en het LPO zijn beschreven in de Handleiding GO/LPO. Deze handleiding wordt na overleg in het LPO geschreven door ProRail en zal uiterlijk op 1 april 2005 gereed zijn. In de handleiding worden onder andere de werkwijze in de beide overleggen, de rollen van betrokkenen en de status van de gemaakte afspraken beschreven. Het streven in het LPO is de spreiding van de onttrekkingen binnen de capaciteitskaders te optimaliseren zowel uit het oogpunt van het vervoer als uit het oogpunt van beheer. In het geval een goede spreiding voor een bepaalde combinatie van capaciteitskaders, rekening houdend met de programmeringregels, niet mogelijk is kan de beheerder gevraagd worden om (indien van toepassing via het Gebruikersoverleg) de gevraagde uitvoeringsvariant aan te passen. Op basis van deze nieuwe uitvoeringsvariant stelt ProRail na beoordeling in het Gebruikersoverleg een aangepast kader vast, dat wordt ingebracht in processtap (15). Naast een aanpassing van een uitvoeringsvariant kan in specifieke gevallen ook een uitzondering op de programmeringsregels worden gehanteerd om de spreiding te optimaliseren. ProRail toetst, bij het beoordelen van de spreiding in de landelijke samenhang, ook het functionele kader in de landelijke samenhang.
Eindproduct Voorfase Verdeling

Na overleg in het LPO stelt ProRail de capaciteitskaders voor beheer voor incidentele onttrekkingen, zoals vastgelegd in de Radar Database Kaderafspraken, definitief vast. Dit is het eindproduct van de Voorfase Verdeling voor de incidentele onttrekkingen (16). Voor de voorfase verdeling is van de Geschillenregeling capaciteitsverdeling (zie bijlage 5) alleen artikel 3 over geschillenbemiddeling van toepassing. Dit eindproduct is input voor de jaardienstfase van de verdeling beheer/verkeer. Onderdeel van de kaders zijn randvoorwaarden. Tevens wordt aangegeven of partijen bezwaar maken of hebben gemaakt tegen de kaders. Met de kaders worden ook (nog niet ontwikkelde) spelregels voor de verdere programmering meegegeven. Deze spelregels worden in het verlengde van de bovengenoemde programmeringregels ontwikkeld. De capaciteitskaders en spelregels vormen tevens het kader voor ProRail Inframanagement om de capaciteitsvraag voor beheer op stellen en in te dienen. De Voorfase Verdeling levert als eindproduct eenmaal per jaar kaders voor incidentele onttrekkingen. De kaders die bij oplevering worden afgegeven (in juni 2005) bestrijken het gehele dienstregelingsjaar 2006. Alleen voor werkzaamheden in het kader van nieuwbouw, vernieuwing en grootschalig onderhoud kunnen ook in de periode na het leveren van de jaarkaders nog aanvullende kaders worden afgegeven ten behoeve van het verdelingsproces. ProRail streeft ernaar de interne werkprocessen zo te organiseren dat bij het vaststellen van de kaders voor het dienstregelingsjaar 2007 een kwartaalopzet mogelijk wordt: de Voorfase verdeling levert dan als eindproduct in plaats van eenmaal per jaar eenmaal per kwartaal kaders voor
Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 24 procedures capaciteitsverdeling

blad 13

incidentele onttrekkingen. De kaders die bij oplevering worden afgegeven bestrijken dan een periode van een jaar, en gelden voor de periode van 9 tot 12 maanden vóór uitvoering (‘harde kaders’). Voor de periode van 12 tot 18 maanden vóór uitvoering wordt bij een kwartaalverdeling een prognose afgegeven. 2.3 Jaardienstcyclus In het verdelingsproces wordt een onderscheid gemaakt tussen werkzaamheden die passen binnen het onderhoudsrooster en werkzaamheden in het kader van nieuwbouw, vernieuwing en grootschalig onderhoud (incidentele onttrekkingen). Onder activiteiten in het kader van het onderhoudsrooster vallen kortcyclisch onderhoud, schouw en kleine reparaties. Tijdens de Jaardienstcyclus moet de capaciteit ten behoeve van werkzaamheden in het kader van het Onderhoudsrooster worden verdeeld. De capaciteit voor incidentele onttrekkingen kan zowel binnen de jaardienstcyclus als binnen de hierop volgende Ad-hoc-fase worden verdeeld. Jaardienst cyclus - OHR Aanvraag ProRail toetst op tijdigheid en compleetheid van de aanvraag. De aanvraag van ProRail Inframanagement omvat een set van in een vaste cyclus weerkerende buitendienststellingen ten behoeve van een onderhoudsrooster voor de dienstregeling periode 2006. De gevraagde buitendienststellingen zijn specifiek wat betreft data, aanvangstijdstip, tijdsbeslag en ruimtebeslag. Zie voor een uitgebreide uitleg van Aanvraag paragraaf 4.4.1 van de Netverklaring. In verband met de gevolgen die zijn verbonden aan de invoering van het onderhoudsrooster, hecht ProRail groot belang aan het voeren van zorgvuldig overleg met de spoorwegondernemingen. Op basis van dit overleg is in de periode december 2004-maart 2005 een experimentele toepassing van het onderhoudsrooster uitgevoerd. Gezien de doorlooptijd van de evaluatie van dit experiment moet ermee gerekend worden, dat aanvragen voor het onderhoudsrooster 2006, waarin de uitkomsten van die evaluatie verdisconteerd zijn, niet tijdig (d.w.z. tot eind juli 2005, binnen de termijn bestemd voor jaardienstaanvragen) kunnen worden ingediend. ProRail gaat ervan uit, dat spoorwegondernemingen op basis van zorgvuldig overleg ook t.b.v. de Jaardienstregeling 2006 bereid zijn mee te werken aan capaciteitsverdelingsprocedures met verkorte doorlooptijden, teneinde de uitkomsten van de evaluatie van het experiment 2004/2005 toch reeds te kunnen toepassen binnen de Jaardienstregeling 2006, ook indien de aanvraag voor het onderhoudsrooster niet binnen de regulier voorziene termijn ingediend kan worden. Programmatie ProRail toetst de onttrekkingaanvragen in het kader van het onderhoudsrooster op de capaciteitskaders uit de Voorfase Verdeling. Daarbij wordt bepaald of en in welke mate deze onttrekkingaanvragen concurreren met aanvragen voor vervoer. ProRail genereert een overzicht met concurrerende aanvragen. ProRail initieert overleg met partijen om te komen tot het oplossen van de concurrentie tussen aanvragen OHR en vervoer door: het schuiven in weerkerend moment, duur en ruimte van het onderhoudsrooster, of het aanpassen van de gevraagde treinpaden in de jaardienstverdeling. Het overleggremium is …. [nog te bepalen] en onder voorzitterschap van ProRail. Aan het einde van de programmatie stelt ProRail een lijst op met overblijvende conflicten welke doorgezet worden naar de Coördinatie. Zie voor een uitgebreide uitleg van de Programmatie paragraaf 4.4.2 van de Netverklaring. Coördinatie In de Coördinatie worden voor de uit de Programmatie overgebleven conflicten oplossingsvarianten ontwikkeld, waarbij ProRail de kaders en de beschikbare informatie uit de Voorfase Verdeling als
Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 24 procedures capaciteitsverdeling

blad 14

uitgangspunt hanteert. De belangenafweging tussen beheer en vervoer is in de Voorfase Verdeling voor het grootste gedeelte reeds gedaan. Blijken partijen geen consensus te kunnen vinden dan legt ProRail het conflict (met de door partijen ontwikkelde oplossingsvarianten) voor aan de Geschillencommissie, die binnen 10 werkdagen tot een uitspraak dient te komen (zie paragraaf 4.4.3 van de Netverklaring). De uitspraak van de Geschillencommissie is bindend indien een te hanteren oplossingsvariant door alle partijen wordt geconsenteerd. Komt ook de Geschillencommissie niet tot een door alle partijen geconsenteerd voorstel dan wordt de aanvraag gehonoreerd indien deze past binnen in de Voorfase vastgestelde capaciteitskaders. Indien de aanvraag niet past binnen de kaders of er geen kaders zijn beslecht ProRail het conflict in de volgende stap Vaststelling capaciteitsverdeling op basis van het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorwegen. Zie voor een volledige beschrijving van de Coördinatie paragraaf 4.4.5 van de Netverklaring. Het overleggremium is …. [nog te bepalen] en onder voorzitterschap ProRail. Vaststelling capaciteitsverdeling Het verdeelde onderhoudsrooster wordt vastgelegd in RADAR; de bijbehorende weerkerende (aangepaste) treinpaden worden in specifieke VPT-bestanden vastgelegd. De benodigde onttrekkingen ten behoeve van het OHR worden op datum verdeeld. De geschillenregeling capaciteitsverdeling (zie bijlage 5 van de Netverklaring) is van toepassing. Periode: zie tijdschema jaardienst, figuur 2. Jaardienst cyclus – Incidentele Onttrekkingen Indien in een eerder stadium ten behoeve van de gevraagde incidentele onttrekkingen kaders zijn vastgesteld én de gevraagde capaciteit binnen deze kaders valt, blijft de bedrijfseconomische afweging van artikel 9 lid 2 sub b van het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorwegen achterwege en krijgt de aanvraag in alle gevallen prioriteit (indien de aanvraag tijdig is ingediend). Bij het ontbreken van kaders voor de gevraagde incidentele onttrekkingen wordt, tijdens de Jaardienstverdeling, de afweging beheer-vervoer conform artikel 9 van het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorwegen gemaakt. Aanvraag De ProRail Inframanagement dient de aanvragen voor incidentele onttrekkingen in via de applicatie RADAR. ProRail toetst de capaciteitsaanvragen voor incidentele onttrekkingen op tijdigheid en compleetheid en stelt de aanvrager daarvan op de hoogte. Programmatie ProRail toetst de capaciteitaanvragen voor incidentele onttrekkingen op de capaciteitskaders uit de Voorfase Verdeling, het onderhoudsrooster, de evenementenkalender, en aanvragen Vervoer. ProRail genereert een overzicht met concurrerende aanvragen. Zie ook paragraaf 4.4.2 van de Netverklaring. ProRail initieert overleg met partijen om concurrentie op te lossen. Daartoe ontwikkelt ProRail programmatie-voorstellen. Leidend in deze stap is het zoveel mogelijk honoreren van aanvragen. Daarbij kan door ProRail van de aanvraag afwijkende capaciteit worden voorgesteld. Afwijkingen kunnen daarbij veroorzaakt worden door: het rekening houden met de weerkerende cyclusdagen van het OHR; het rekening houden met reeds voorziene aanpassingen van de dienstregeling a.g.v. andere incidentele onttrekkingen, of als gevolg van gewenste capaciteitsvraag van vervoerders bij evenementen; Het genoemde overleg vindt plaats in – nog in te richten – regionale en/of landelijke gremia onder voorzitterschap van ProRail. Daarbij kunnen richtlijnen vastgesteld worden hoe om te gaan met treindienstaanpassingen in “dagplan”.
Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 24 procedures capaciteitsverdeling

blad 15

Aan het einde van de programmatie stelt ProRail een lijst op met overblijvende conflicten welke doorgezet worden naar de Coördinatie. Zie voor een uitgebreide uitleg van de Programmatie paragraaf 4.4.2 van de Netverklaring. Coördinatie In de Coördinatie worden, voor de uit de Programmatie overgebleven conflicten, oplossingsvarianten ontwikkeld, waarbij ProRail de beschikbare informatie uit de Voorfase Verdeling als uitgangspunt hanteert. De belangenafweging tussen beheer en vervoer is in die Voorfase Verdeling voor een belangrijk deel al gedaan. Bij het ontwikkelen van oplossingsvarianten van de capaciteit voor incidentele onttrekkingen houdt de ProRail tevens rekening met de capaciteitsvraag van vervoerders die op dat moment is ingediend, met aanvragen van Scheepvaart i.v.m. brugopeningen, en met eventuele werkzaamheden in België of Duitsland. Blijken partijen geen consensus te kunnen vinden dan legt ProRail het conflict (met de door partijen ontwikkelde oplossingsvarianten) voor aan de Geschillencommissie, die binnen 10 werkdagen tot een uitspraak dient te komen (zie paragraaf 4.4.3 van de Netverklaring). De uitspraak van de Geschillencommissie is bindend indien een te hanteren oplossingsvariant door alle partijen wordt geconsenteerd. Komt ook de Geschillencommissie niet tot een door alle partijen geconsenteerd voorstel dan wordt de aanvraag gehonoreerd indien deze past binnen in de Voorfase vastgestelde capaciteitskaders. Indien de aanvraag niet past binnen de kaders of er geen kaders zijn beslecht ProRail het conflict in de volgende stap Vaststelling capaciteitsverdeling op basis van het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorwegen. Zie voor een volledige beschrijving van de Coördinatie paragraaf 4.4.3 van de Netverklaring. Het overleggremium is [nog te bepalen] onder voorzitterschap ProRail. Vaststelling capaciteitsverdeling Op basis van de Programmatie en Coördinatie stelt ProRail een capaciteitsverdeling vast. De verdeelde ruimtes voor incidentele onttrekkingen worden conform dat besluit vastgelegd in RADAR; de bijbehorende richtlijnen voor het aanpassen van treinpaden worden schriftelijk aan vervoerders verstrekt. De geschillenregeling capaciteitsverdeling (zie bijlage 5) is van toepassing. 2.4 Ad-hocfase De Ad-hocfase is de fase van het capaciteitsverdelingsproces die start na de afronding van de Jaardienstcyclus en loopt tot het moment van uitvoering van de dienstregeling Bij het ontbreken van kaders wordt tijdens de Ad-hoc-fase, ten aanzien van capaciteitsaanvragen voor incidentele onttrekkingen, het principe van FCFS gehanteerd. Tijdens de ad-hocfase is de geschillenbemiddelingsprocedure van paragraaf 4.4.3 van de Netverklaring geen onderdeel van het proces. Ad-hocfase – Incidentele Onttrekkingen Indien in een eerder stadium ten behoeve van deze incidentele onttrekkingen kaders zijn vastgesteld én de gevraagde onttrekking binnen deze kaders valt, blijft de bedrijfseconomische afweging van artikel 9 lid 2 sub b van de AMvB Capaciteit achterwege en krijgt de aanvraag in alle gevallen prioriteit (indien de aanvraag tijdig is ingediend). Aanvraag De ProRail Inframanagement dient de aanvragen voor incidentele onttrekkingen in via de applicatie RADAR. Het later dan het uiterste reguliere moment indienen van (mutaties op) aanvragen is mogelijk, hiervoor gelden echter afwijkende criteria. Voor aanvragen die “te laat” zijn ingediend spelen bij de besluitvorming de navolgende aspecten een rol: reden aanvraag (noodzaak of wens), oorzaak aanvraag (infra wijziging, nalatigheid, slordigheid, derden), moment aanvraag, omvang mutatie, impact voor partijen (product, planaanpassing, informatie aan klant, kosten), bereidheid tot aanpassen plannen (i.r.t. uitvoeringsmoment),
Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 24 procedures capaciteitsverdeling

blad 16

redelijkerwijs in staat zijn tot aanpassen plannen (i.r.t. uitvoeringsmoment), deelname aan overleg, bereidheid om te komen tot oplossingen, “recidive”. • te laat: na reguliere uiterste moment • noodzaak: storing of dreigende storing • derden: bijv. verwijderen gevonden explosieven ProRail toetst op tijdigheid en compleetheid van de aanvraag en brengt de aanvrager daarvan op de hoogte. Programmatie ProRail inventariseert de met deze aanvraag concurrerende aanvragen alsmede reeds verdeelde capaciteit en stelt betrokken partijen daarvan op de hoogte. ProRail stelt daarna de betrokken partijen in de gelegenheid om concurrentie op te heffen en kan eventueel zelf ook programmatie-voorstellen inbrengen. Indien bij het vaststellen van de kaders t.b.v. de incidentele onttrekkingen afspraken zijn gemaakt hoe moet worden omgegaan met dienstregelingaanpassingen tijdens de onttrekking worden deze, samen met de honorering van de onttrekking, als uitgangspunt gehanteerd. Aan het einde van de programmatie stelt ProRail een lijst op met overblijvende conflicten. Overleg vindt plaats in – nog in te richten – regionale en/of landelijke overleggremia onder voorzitterschap van ProRail. Coördinatie In de Coördinatie worden, voor de uit de Programmatie overgebleven conflicten, oplossingsvarianten ontwikkeld, waarbij ProRail de beschikbare informatie uit de Voorfase Verdeling als uitgangspunt hanteert. De belangenafweging tussen beheer en vervoer is in die Voorfase Verdeling voor een groot gedeelte al gedaan. Bij het ontwikkelen van oplossingsvarianten houdt ProRail tevens rekening met de capaciteitsvraag van vervoerders die op dat moment is ingediend, met aanvragen van Scheepvaart i.v.m. brugopeningen, en met eventuele werkzaamheden in België of Duitsland. Komen partijen niet tot een door alle partijen geconsenteerd oplossingsvariant dan besluit ProRail tot honorering van de aanvraag indien deze past binnen in de Voorfase vastgestelde capaciteitskaders. Indien de aanvraag niet past binnen de kaders of er geen kaders zijn geldt het FCFS- principe. Zie voor een uitgebreide uitleg van de Coördinatie paragraaf 4.4.3 van de Netverklaring met de kanttekening dat de geschillenbemiddelingsprocedure van paragraaf 4.4.3 geen onderdeel van de Coördinatie is in deze fase. Het overleggremium is [nog te bepalen] onder voorzitterschap ProRail. Vaststelling capaciteitsverdeling Op basis van programmatie en coördinatie stelt ProRail een capaciteitsverdeling vast; deze wordt vastgelegd in RADAR. Bij het verdelen van de capaciteit voor de incidentele onttrekkingen houdt de capaciteitsverdeler rekening met de inmiddels verdeelde capaciteit, de capaciteitsvraag van vervoerders die op dat moment is ingediend, met aanvragen van Scheepvaart i.v.m. brugopeningen en met eventuele werkzaamheden in België of Duitsland De geschillenbeslechtingsprocedure capaciteitsverdeling (bijlage 5) is van toepassing. ProRail verstrekt bijbehorende richtlijnen voor het aanpassen van de treinpaden door spoorwegondernemingen. Ad-hocfase - Mutaties OHR Indien de beheerder in de Ad-hoc-fase een aanvraag indient die in tijd of ruimte groter is dan hetgeen tijdens de jaardienstverdeling is verdeeld wordt voor het deel dat groter is dan de reeds verdeelde capaciteit het First Come First Served-principe toegepast tenzij sprake is van (dreigende) acute nietbeschikbaarheid van de infrastructuur of bestuursdwang. Het betreft hier zowel structurele als
Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 24 procedures capaciteitsverdeling

blad 17

incidentele mutaties op het onderhoudsrooster; in beide gevallen geldt hetgeen in deze paragraaf bij aanvraag, programmatie, coördinatie en vaststelling capaciteitsverdeling is aangegeven. Aanvraag ProRail Inframanagement vraagt schriftelijk een mutatie of aanvulling aan op de reeds verdeelde onttrekkingen ten behoeve van het OHR. ProRail toetst op tijdigheid en compleetheid van de aanvraagde mutatie ten opzichte van de reeds verdeelde onttrekkingen t.b.v. het OHR. Indien de aanvraag een eenmalige mutatie of aanvulling betreft wordt deze behandeld als een incidentele onttrekking en dient de aanvraag overeenkomstig ingediend te worden via de applicatie RADAR. Programmatie ProRail inventariseert de met de geldende verdeling concurrerende aanvragen en stelt betrokken partijen daarvan op de hoogte. ProRail stelt de betrokken partijen in de gelegenheid om concurrentie op te heffen en dient eventueel zelf ook programmatie-voorstellen in. ProRail hanteert bij de ontwikkeling van programmatie-voorstellen de kaders welke eventueel in de Voorfase Verdeling zijn vastgesteld. Aan het einde van de programmatie stelt ProRail een lijst op met (eventueel) overgebleven conflicten. Indien van concurrentie geen sprake (meer) is, is coördinatie overbodig en wordt de capaciteit conform de aanvraag verdeeld. Het overleggremium is … [nog te bepalen] onder voorzitterschap van ProRail. Coördinatie Indien het gaat om een aanvraag welke past binnen de vooraf overeengekomen kaders gelden deze kaders als uitgangspunt voor de oplossingsvarianten die worden ontwikkeld. Daarbij ligt dan de nadruk op het ontwikkelen van oplossingsvarianten voor het vervoer dat moet wijken (gebruik omleidingroutes, verschuiven van paden, etc.). In het geval de gevraagde onttrekking niet past binnen de vooraf overeengekomen kaders wordt hier door ProRail bepaald of de onttrekking een noodzakelijk karakter heeft zowel voor wat betreft ruimte, tijdstip als tijdsduur (conform art 3 en 9 Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorwegen). Indien dat het geval is krijgt de gevraagde onttrekking prioriteit boven vervoer en worden oplossingsvarianten ontwikkeld ten behoeve van het vervoer dat moet wijken. Zie voor een uitgebreide uitleg van de Coördinatie paragraaf 4.4.3 van de Netverklaring met de kanttekening dat de geschillenbemiddelingsprocedure van paragraaf 4.4.3 geen onderdeel van de Coördinatie is in deze fase. Het overleggremium is … [nog te bepalen] onder voorzitterschap ProRail. Vaststelling capaciteitsverdeling Op basis van de Programmatie en Coördinatie stelt ProRail een capaciteitsverdeling vast. Het verdeelde onderhoudsrooster wordt vastgelegd in RADAR; de bijbehorende weerkerende treinpaden worden in specifieke VPT-bestanden door NSR Logistiek vastgelegd. De aanpassingen van 80 treinpaden op specifieke dagen worden in VPT 17 vastgelegd door NSR Logistiek , de aanpassingen van onttrekkingen worden in RADAR vastgelegd. De geschillenregeling capaciteitsverdeling (zie bijlage 5) is van toepassing. Ad-hocfase - mutaties Incidentele Onttrekkingen Het kan voorkomen dat ProRail IM gedurende de Ad-hoc-fase een wijziging wenst in de tijdens de jaardienst vastgestelde en verdeelde capaciteit voor incidentele onttrekkingen. Aanvraag De ProRail Inframanagement dient de aanvragen voor incidentele onttrekkingen in via de applicatie RADAR. Het later dan het uiterste reguliere moment indienen van (mutaties op) aanvragen is mogelijk, hiervoor gelden echter afwijkende criteria. Zie voor bijzonderheden bij “te laat” paragraaf 2.4.1.
80

Overeenkomst terzake van de overdracht van aandelen NS Railinfratrust c.a. d.d.21 mei 2002

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 24 procedures capaciteitsverdeling

blad 18

ProRail toets op tijdigheid en compleetheid van de aanvraag en brengt de aanvrager daarvan op de hoogte. Programmatie De gevraagde mutaties worden getoetst op de geldende verdeling, respectievelijk binnen de voor incidentele onttrekkingen in de Voorfase vastgestelde capaciteitskaders. ProRail inventariseert de met de geldende verdeling concurrerende aanvragen en stelt betrokken partijen daarvan op de hoogte. ProRail stelt de betrokken partijen in de gelegenheid om de concurrentie op te heffen en brengt zelf ook programmatie-voorstellen in. Aan het einde van de programmatie stelt ProRail een lijst op met overblijvende conflicten. Indien van concurrentie geen sprake (meer) is, is coördinatie overbodig en wordt de capaciteit conform de aanvraag verdeeld. Overleg vindt plaats in regionale en/of landelijke – nog in te richten – overleggremia onder leiding van ProRail. Coördinatie Indien de aanvraag past binnen de in de voorfase vastgestelde capaciteitskaders gelden deze kaders als uitgangspunt voor de oplossingsvarianten die worden ontwikkeld. Daarbij ligt de nadruk op het ontwikkelen van oplossingsvarianten voor het verkeer dat moet wijken. Indien de gevraagde onttrekking niet past binnen de in de voorfase vastgestelde capaciteitskaders voor incidentele onttrekkingen of indien deze ontbreken wordt het First Come First Served principe met de geldende verdeling als uitgangspunt toegepast. Zie voor een uitgebreide uitleg van de Coördinatie paragraaf 4.4.3 van de Netverklaring. Overleg in regionale en/of landelijke – nog in te richten – overleggremia onder voorzitterschap van ProRail. Vaststelling capaciteitsverdeling Op basis van de Programmatie en Coördinatie stelt ProRail een verdeling vast. De mutaties worden op grond daarvan vastgelegd in RADAR; de bijbehorende richtlijnen voor het aanpassen van treinpaden worden middels een brief aan vervoerders verstrekt. Bij het vaststellen (verdelen) van de capaciteit voor incidentele onttrekkingen houdt de ProRail rekening met de inmiddels verdeelde capaciteit, de capaciteitsvraag van vervoerders die op dat moment is ingediend, met aanvragen van Scheepvaart i.v.m. brugopeningen en met eventuele werkzaamheden in België of Duitsland. De geschillenbeslechtingsprocedure capaciteitsverdeling (zie bijlage 5) is van toepassing. OHR: onderhoudsrooster In deze netverklaring beschouwen we een op te stellen onderhoudsrooster als een set van in een vast patroonterugkerende onttrekkingen (op datum) bestemd voor kort-cyclische onderhoudswerkzaamheden, schouw en kleine reparaties. Incidentele Onttrekkingen Incidentele onttrekkingen zijn onttrekkingen in het kader van activiteiten voor vernieuwing, nieuwbouw en grootschalig onderhoud (programma’s). Deze worden aangevraagd in de vorm van individuele aanvragen op datum.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 24 procedures capaciteitsverdeling

blad 19

(lege bladzijde)

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 24 procedures capaciteitsverdeling

blad 20

bijlage 25

dienstregelingsontwerpnormen

ProRail beziet in hoeverre de normen op het gebied van de baanvakbelasting en perronspoorbelasting de komende jaren als afkeurnormen worden gebruikt. Een eerste mogelijkheid hiervoor dient zich aan bij de dienstregeling 2007, waarin in lijn met de visei van Benutten en Bouwen de eerste stappen worden gezet. 1. Rijtijden (afkeurnorm) VPT levert rijtijden zorg dragen voor juiste database Infra zorg dragen voor juiste database Materiaal Reizigers Als basis voor het berekenen van de rijtijd van een treinserie wordt als materieelsamenstelling de gemiddelde samenstelling in de spits genomen. Goederen ProRail definieert de specificaties voor snelheid en tonnage van de goederenpaden. 2. Speling in rijtijd (streefnorm) Reizigerstreinen: 7% toeslag op de kale rijtijden, berekend tussen twee blokpunten. Een kruisingsplaats op een enkelsporig baanvak moet altijd opgenomen worden als blokpunt. Berekend over de rijtijd en eventuele minimale stationnementen. Goederentreinen: 0% toeslag op de kale rijtijden. Speling aangebracht door plannen van inleg-/inhaalsnelheid en maximaal tonnage. Verdeling van de speling “onderweg” “herberekenen”). volg de door VPT geadviseerde tijden (via optie
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Afronding van de speling t.b.v. planning bij doorrijdpunten (berekende rijtijden op één decimaal): kleiner dan -.5 naar beneden -.5 en -.6 afhankelijk van de situatie op het baanvak groter dan -.6 naar boven Afronding van de speling t.b.v. planning bij minimale stationnementen is altijd naar beneden. Op deze manier wordt voorkomen dat een trein moet wachten op zijn vertrekmoment en daarbij kostbare speling verbruikt. 3. Baanvakbelasting (streefnorm) De baanvakbelasting wordt berekend op grond van de geplande rijtijden (inclusief speling) en de technisch minimale opvolgtijden. Daluren ( vóór 06.00 uur, 10.00 tot 15.00 uur, en ná 19.00 uur) In de UIC-voorschriften wordt een maximale baanvakbelasting genoemd voor de daluren van 60%. Gezien de ervaringen met de relatie tot baanvakbelasting lijkt het redelijk om voor de dal de volgende baanvakbelasting aan te houden. Voorstel: lager dan 65% wit gebied tussen 65% en 75% grijs gebied hoger dan 75% zwart gebied Spitsuren ( 06.00 tot 10.00 uur en 15.00 tot 19.00 uur) Voor de spitsuren geldt volgens de UIC-voorschriften een maximale baanvakbelasting van 80%. Er is geen reden om dit aan te passen.
Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 25 dienstregelingsontwerpnormen

blad 1

lager dan 75% tussen 75% en 85% hoger dan 85%

Baanvakbelasting geen probleem (wit gebied). Dienstregeling moet nauwkeurig onderzocht worden op spelingen en buffers (grijs gebied). Baanvakbelasting onaanvaardbaar hoog (zwart gebied).

Daluren ( vóór 06.00 uur, 10.00 tot 15.00 uur, en ná 19.00 uur) Voorstel: lager dan 55% wit gebied tussen 55% en 65% grijs gebied hoger dan 65% zwart gebied Spitsuren ( 06.00 tot 10.00 uur en 15.00 tot 19.00 uur) Voorstel: lager dan 70% wit gebied tussen 70% en 80% grijs gebied hoger dan 80% zwart gebied
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

6. Overkruistijden ten behoeve van de planning (afkeurnorm) Standaard overkruistijd: op een splitsing 3 minuten op een emplacement, overkruis vlak voor perron 4 minuten op een emplacement, verder gelegen overkruis 5 minuten (bij twijfel berekenen)
▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Belastingen worden uitgerekend m.b.v. de minimale opvolg- en overkruistijden waarin geen buffers zijn opgenomen. Omdat het voor iedere situatie opnieuw uitrekenen van de minimale opvolg- en overkruistijden onwerkbaar is, gezien de tijd die hiermee gemoeid is, worden er bepaalde aannames gedaan voor deze tijden. In het schrijven “berekeningswijze baanvakbelasting” wordt nader ingegaan op het bepalen van te gebruiken opvolg- en overkruistijden. 4. Perronspoorbelasting (streefnorm) Voor de maximaal toelaatbare gemiddelde perronspoorbelasting wordt in het naslagwerk “Capaciteit en belasting spoorwegnet” een waarde van 75% genoemd. Om nu een parallel te trekken met de baanvakbelasting is het voorstel: 75% perronspoorbelasting in de spits, en 60% in de dal. Dit leidt tot de volgende te hanteren normen.

5. Opvolgingstijden t.b.v. de planning (afkeurnorm) Standaard opvolgingstijden bij vertrek en aankomst tussen twee treinen: 1e trein Reizigers - 2e trein Reizigers 3 minuten 1e trein Reizigers - 2e trein Goederen 3 minuten 1e trein Goederen - 2e trein Reizigers 4 minuten 1e trein Goederen - 2e trein Goederen 4 minuten De opvolging tussen twee rijdende goederentreinen is 3 minuten. Standaard opvolgingstijd bij inhalingen onderweg: e e 1 trein Aankomst - 2 trein Door 2 minuten e 1 trein Door - 2e trein Vertrek 2 minuten Standaard opvolgingstijd bij twee reizigerstreinen die een minimaal stationnement hebben op 4 minuten hetzelfde station:

Zowel bij opvolgings- als overkruistijden worden waarden genoemd die inclusief een zekere buffertijd zijn. De reden dat er een buffer inzit is om de restcapaciteit op een baanvak zoveel mogelijk over het uur te verdelen. Wanneer er een opvolg- of overkruistijd wordt uitgerekend, moet er bij de planning een buffer van minimaal 0,5 minuut worden meegenomen.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 25 dienstregelingsontwerpnormen

blad 2

7. Halteringstijden t.b.v. de planning (streefnorm) Minimale halteringstijden per materieelsoort, zoals deze in VPT zijn ingevoerd: Reizigers Elektrisch: 0,3 minuut SGM II 0,5 minuut Mat 64, SGM III, SM 90 0,6 minuut IRM, DDAR 0,7 minuut Mat 54, ICM, ICR, DDM Diesel: 0,5 minuut DE II/III, DH, DM 90 De stationnementen op grotere stations/knooppunten zijn sterk afhankelijk van het reizigersaanbod. Om vertraging op de baanvakken te voorkomen moet de lengte van een stationnement aangepast worden aan de plaatselijke omstandigheden. Goederen Minimaal 3 minuten 8. Combineren en splitsen (streefnorm) Minimale procestijden: Combineren Treinstellen Getrokken Splitsen Treinstellen Getrokken

3 minuten 8 minuten

2 minuten 5 minuten

9. Kopmaken en keren (streefnorm) Minimale procestijden (in minuten): 2,0 + 0,3 per bak + 0,5 per stel Mat 54, mat 64, SGM 3,0 + 0,3 per bak + 1,0 per stel ICM, IRM, DDAR 6,0 à 7,0 per stam DDM 3,0 per stel DE II/III 2,0 per stel DH I/II 7,0 tot 12,0, afhankelijk van wel of geen wisselloc en mogelijkheden Getrokken mat emplacement. De minimaal benodigde tijden voor kopmaken of keren zijn technisch gezien gelijk. De plantijd voor keren hangt echter niet alleen af van de technische mogelijkheden van het materieel. Bij een kering moet er ook rekening worden gehouden met een tijd voor eventuele reiniging en een buffer om vertragingen te kunnen opvangen. Afhankelijk van de tijdlengte van een lijnvoering is dit een variabel getal. 10. Overstaptijden (streefnorm) Minimale overstaptijden: 2 minuten Treinen langs hetzelfde perron, tegenover elkaar 3 minuten Treinen langs hetzelfde perron, achter elkaar 4 minuten Treinen langs verschillende perrons, 1 perron verschil Treinen langs verschillende perrons, 2 of meer perrons verschil 5 minuten Voor sommige perrons gelden er iets andere tijden i.v.m. bebouwing op de perrons of loopafstanden. 11. Bruggen (streefnorm) Bij een planning moet voor wat betreft een brugopening rekening worden gehouden met de status quo. Mocht een vervoerder (water of spoor) behoefte hebben aan een nieuw brugopeningregime, dan moet dat in het daarvoor gebruikelijke overleg (met o.a. de waterwegbeheerder) worden voorgelegd.
Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 25 dienstregelingsontwerpnormen

blad 3

(lege bladzijde)

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 25 dienstregelingsontwerpnormen

blad 4

bijlage 26

overbelaste infrastructuur

Bij uitgave van deze Netverklaring 2006 is nog niet gebruik gemaakt van de mogelijkheid om infrastructuur overbelast te verklaren overeenkomstig artikel 22 Richtlijn 2001/14/EG. Gegeven de overgangsfase ontstaan bij de inwerkingtreding van de Spoorwegwet bereidt ProRail thans overbelastverklaringen voor ten behoeve van infrastructuur die naar verwachting in de nabije toekomst met onvoldoende capaciteit te kampen zal hebben. In dat verband zij verwezen naar de plannen, die in de diverse tabellen van het MIT vermeld zijn (de realisatietabel , de planstudietabel en de verkenningentabel), naar de studieprojecten zoals vermeld in onderdeel c van bijlage 13, en naar de inventarisatie van knelpunten in de periode tot 2012/2015, die is opgesteld op basis van de groeiprognoses van het Herstelplan Spoor ten behoeve van de invulling van de tweede fase van dat plan. Voor deze knelpunten in de periode tot 2012/2015 zullen in de loop van 2005 overbelastverklaringen worden afgegeven. In het kader van de Nota Mobiliteit wordt door de spoorsector gewerkt aan een inzicht in de knelpunten tot het jaar 2020. Voor deze knelpunten zullen in de loop van 2006 overbelastverklaringen worden afgegeven.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 26 overbelaste infrastructuur

blad 1

(lege bladzijde)

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 26 overbelaste infrastructuur

blad 2

bijlage 27

aanvraagformulieren dienstregelingsontwerp

A) aanvraagformulier t.b.v. aanvragen die meer dan 2 etmalen vóór de beoogde verkeersdag worden ingediend.

Drgl-aanvraag Trassenanmeldung
Goed DSS
Type Zugart Treinnummer Zugnummer

Drgl-studie Trassenstudie

Reistijdberekening Fahrzeitrechnung

Prijsaanvraag Preisanfrage

Drgl-wijziging Fahrplananpassung
OneStopShop Utrecht ProRail +31 30 235 9322

Voor Goederentreinen/ für Güterzugtrassen

Dienstregeljaar / Nutzungsdauer

Bestaande vergelijkingspad Bestehende Vergleichstrasse

Verwerkingsvolgnummer Interne Bearbeitungs-ID Kunde

Klantnr Kunden-Nr

Klant, aanvrager Kunde, Bevollmächtigter laut ABN

Telefoon Telefon

Fax

E-Mail

Binnenkomst via Eingang der Anmeldung

Aanvraagafwikkeling / Antragabwicklung
Ontvangen Empfangen Naar DBNetz NL west Zu DBNetz NL west Naar ProRail Cap. Toetsing Zu ProRail Cap. Toetsing CC ProRail Cap. Haven CC ProRail Cap. Haven Verwerkingstijd Verarbeitungszeit NL Verwerkingstijd DE Verarbeitungszeit DE Datum gereed Datum fertig

Verkeersdagen / Verkehrszeitraum

Vertrek van ab Ort

Zuggattung

Startdatum vervoer Periode van het vervoer Verkehrszeitraum

Verkeersdagen Zusatztage

Uitgezonderd Ausfalltage

Constructiespeelruimte / Konstruktionsspielraum

Dienstregelingstechnische opgave (Treinkarakteristiek) / Betrieblich-technische Angaben (Zugcharakteristik)

Van ab Ort

V max

Loc 1 type Tfz 1

Loc 2 type Tfz 2

Schieb el.

Zwv

Tonnage Last

Remstand Bremsart

RID

Lengte Länge

Bijzonderheden; Containers, Profiel, Gevaarlijke stoffen / Besonderheiten, LÜ, KLV, Gefahrgut

Dienstregeling / Trassenzeiten Klantverzoek / Kundenanmeldung

Gevonden mogelijkheden / Konstruktionsergebnisse 1 2
Aankomst Ank Vertrek Abf Aankomst Ank Vertrek Abf

Plaats Ort

Spoor Gleis

Aankomst Ank

Stops Halt

Aard Ard

Vertrek Verzoek / verandering treinkarakteristiek Abf Vorgabe// Änderunge der Zugcharakteristik

In wijzblad Mbr

Klad FZü

Km prijs FBZu

Km Km

Verdere klantwensen: / weitere Kundenwünsche

Opmerking bij de constructie: / Hinweise:

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 27 aanvraagformulieren dienstregeling

blad 1

Drgl-aanvraag Trassenanmeldung
Goed DSS
Type Zugart Treinnummer Zugnummer

Drgl-studie Trassenstudie

Reistijdberekening Fahrzeitrechnung

Prijsaanvraag Preisanfrage

Drgl-wijziging Fahrplananpassung
OneStopShop Utrecht ProRail +31 30 235 9322
Binnenkomst via Eingang der Anmeldung

Voor Goederentreinen/ für Güterzugtrassen

Dienstregeljaar / Nutzungsdauer

Bestaande vergelijkingspad Bestehende Vergleichstrasse

Verwerkingsvolgnummer Interne Bearbeitungs-ID Kunde

Klantnr Kunden-Nr

Omloop/ Zirkulation Opstellen/ Hinstellen
Opstellen/ Hinstellen
Plaats Ort Dag Tag Van Von Tot Bis Plaats Ort Spoor Verzoek Gleis Vorgabe

Dienstregelingbeperkingen i.v.m. aslasten Goederentreinen
Basis tbv Bijzondere Vervoerregeling Goederentreinen informatie Zwaarvervoer; C/D klasse

Dienstregelingbeperkingen i.v.m. omgrenzingsprofiel Goederentreinen
Basis tbv Bijzondere Vervoerregeling Goederentreinen informatie Buiten Profiel; P/C …

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 27 aanvraagformulieren dienstregeling

blad 2

B) aanvraagformulier t.b.v. aanvragen die minder dan 2 etmalen vóór de beoogde verkeersdag / vertrektijd worden ingediend.

Orderaanvraagformulier
In te vullen door aanvrager Aanvrager: ......................... Datum/tijd: .......................... Order 0 Inleggen nieuwe trein 0 Wijzigen dienstregeling 0 Wijzigen treinnummer in .................. Ordergegevens Van: ................................... Naar: .............................................. 0 Afvoeren in dienstregeling van …........ 0 Opheffen trein vanaf ......................... Faxnummer : ……………… Treinnummer: ..................... Tractievorm………..

Via: .................................................................................................... Vertrekgereed: ................... Maximum snelheid: .............. km/h Gewicht: .........................ton Vereiste aankomsttijd: ...................... Lengte: .......................meter Aantal wagens: .............................

Bijzonderheden: …............................................................................... ............................................................................................................. Toelatingseisen getoetst op route en onderwegstations: 0 Nee 0 Ja, beperkingen: ...............................................................................

Trein vervoert gevaarlijke stoffen: 0 Nee 0 Ja In te vullen door Netwerkbestuurder Datum/tijd binnenkomst: ................ Bron geautoriseerd: 0 ja 0 nee Order uitvoerbaar: 0 ja, 0 nee, .......................................................................................... Terugkoppeling aanvrager: Tijdstip: ........................... Mededeling: ......................................................................................... .............................................................................................................
Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 27 aanvraagformulieren dienstregeling blad 3

…………………………………….

(lege bladzijde

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 27 aanvraagformulieren dienstregeling

blad 4

bijlage 28

data van RNE/FTE-conferenties t.b.v. afstemming grensoverschrijdende dienstregelingen 2006

Ten behoeve van de behandeling van aanvragen voor capaciteitstoewijzing in de Jaardienstregeling 2006, die aanvangt op zondag 11 december 2005 en eindigt op zaterdag 09 december 2006, wordt het volgende tijdschema gehanteerd: 29-mrt-2005 09-jun-2005 27-jul-2005 26-sep-2005 laatste datum van indiening van aanvragen voor toewijzing van capaciteit in het basisuurpatroon 2006; richtdatum voor verdeling van capaciteit in het basisuurpatroon 2006; laatste datum voor indiening van aanvragen voor capaciteit in Jaardienstregeling 2006; richtdatum voor verdeling van capaciteit in de Jaardienstregeling 2006

Het aantal en de ingangsdata van wijzigingsbladen op de Jaardienstregeling 2006, de laatste data waarop aanvragen van aanvragen voor verdeling in die wijzigingsbladen, alsmede de data van vaststelling van de verdeling in die planningsfasen worden na consultatie in het werkplanoverleg nader vastgesteld. De aanvragen voor capaciteit voor grensoverschrijdende treinen in de Jaardienstregeling 2006 kunnen worden ingediend bij de vergaderingen van “Forum Train Europe”; ProRail informeert u desgevraagd over bijzonderheden met betrekking tot de indiening van die aanvragen. De vergadering van het Forum Train Europe beslist over (de acceptatie van) de internationale afstemming van de aanvragen. De volgende vergaderingen zijn voorzien: FTE B1 reizigersverkeer FTE B goederenverkeer FTE B2 reizigersverkeer FTE D goederenverkeer 24-28 januari 2006 21-25 maart 2006 04-08 april 2006 20-24 juni 2006

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 28 data RNE/FTE-conferenties t.b.v. drgl 2006

blad 1

(lege bladzijde)

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 28 data RNE/FTE-conferenties t.b.v. drgl 2006

blad 2

bijlage 29

internationale goederentreinpadencatalogus

In de volgende verkeersrelaties worden in de Jaardienstregeling 2006 internationaal doorgaande goederenpaden gecreëerd, met daarbij vermelde frequenties: Rotterdam (Kijfhoek) – Zevenaar grens – Passau - Wenen v.v.: 5 paden v.v. per etmaal (werkdagen) Rotterdam (Kijfhoek) – Zevenaar grens – Basel – Chiasso – Giaio Tauro v.v.: 5 paden v.v. per etmaal

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 29 internationale goederentreinpaden

blad 1

(lege bladzijde)

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 29 internationale goederentreinpaden

blad 2

bijlage 30

gebruiksvergoedingen; stationsclassificatie

Indeling van stations in 3 klassen ten behoeve van de gebruiksvergoedingen; Klasse 1 (4 stations): Amsterdam Centraal, Utrecht Centraal, Den Haag Centraal, Rotterdam Centraal; Klasse 2 (38 stations): Alkmaar, Almere Buiten, Almere Centrum, Amersfoort, Amsterdam Amstel, Amsterdam Sloterdijk, Amsterdam Zuid WTC, Apeldoorn, Arnhem, Breda, Delft, Den Haag HS, Deventer, Dordrecht, Duivendrecht, Ede-Wageningen, Eindhoven, Enschede, Gouda, Groningen, Haarlem, Heerlen, Hengelo, ’s-Hertogenbosch, Hilversum, Hoofddorp, Leeuwarden, Leiden Centraal, Maastricht, Nijmegen, Roermond, Roosendaal, Rotterdam Alexander, Rotterdam Blaak, Schiedam Centrum, Schiphol, Tilburg, Zwolle. Klasse 3: alle overige, niet in klasse 1 of klasse 2 ingedeelde stations.

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 30 stationsclassificatie

blad 1

(lege bladzijde)

Netverklaring 2006 - uitgave d.d. 29 juni 2005 bijlage 30 stationsclassificatie

blad 2