Nota van Uitgangspunten Hessenpoort 2 31 maart 2003

Gemeente Zwolle Eenheid Ontwikkeling Afdeling Projectontwikkeling Postbus 10007 8000 GA ZWOLLE

Datum vrijgave 31 Oktober 2002

Definitieve versie Nota van Uitgangspunten Hessenpoort 2

Inhoud
VOORWOORD SAMENVATTING 1 1.1 1.2 1.3 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 3 3.1 3.2 3.3 3.4 4 4.1 4.2 4.3 4.4 5 5.1 5.2 5.3 5.4 INLEIDING NOTA VAN UITGANGSPUNTEN VERVOLGSTAPPEN OPBOUW VAN DE NOTA VAN UITGANGSPUNTEN RUIMTELIJKE AFWEGING HESSENPOORT 2 INLEIDING STREEKPLAN 2000+ STRUCTUURPLAN ZWOLLE 1996 LIGGING ONDERZOEKSGEBIED AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED EN INDICATIEVE LOCATIE BELEIDSKADER INLEIDING RELATIE MET COLLEGEPROGRAMMA UITGANGSPUNTEN TOELICHTING UITGANGSPUNTEN ECONOMIE EN MARKTPROFIEL INLEIDING RELATIE MET COLLEGEPROGRAMMA UITGANGSPUNTEN TOELICHTING UITGANGSPUNTEN MOBILITEIT EN LOGISTIEK INLEIDING RELATIE MET COLLEGEPROGRAMMA UITGANGSPUNTEN TOELICHTING UITGANGSPUNTEN

Blz.
4 5 11 11 11 11 12 12 12 12 13 15 17 17 17 17 17 19 19 19 19 19 22 22 22 22 22

blad 1 van 50

6 6.1 6.2 6.3 6.4 7 7.1 7.2 7.3 7.4 8 8.1 8.2 8.3 8.4 9 9.1 9.2 9.3 9.4 10 10.1 10.2 10.3 10.4 11 11.1 11.2 11.3 11.4

MILIEU EN DUURZAAMHEID INLEIDING RELATIE MET COLLEGEPROGRAMMA UITGANGSPUNTEN TOELICHTING UITGANGSPUNTEN NATUUR, LANDSCHAP, ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE INLEIDING RELATIE MET COLLEGEPROGRAMMA UITGANGSPUNTEN TOELICHTING UITGANGSPUNTEN STEDENBOUW INLEIDING RELATIE MET COLLEGEPROGRAMMA UITGANGSPUNTEN TOELICHTING UITGANGSPUNTEN VEILIGHEID INLEIDING RELATIE MET COLLEGEPROGRAMMA UITGANGSPUNTEN TOELICHTING UITGANGSPUNTEN BEHEER EN PARKMANAGEMENT INLEIDING RELATIE MET COLLEGEPROGRAMMA UITGANGSPUNTEN TOELICHTING UITGANGSPUNTEN EXPLOITATIE INLEIDING RELATIE MET COLLEGEPROGRAMMA UITGANGSPUNTEN TOELICHTING UITGANGSPUNTEN

24 24 24 24 25 27 27 27 27 27 29 29 29 29 29 31 31 31 31 31 32 32 32 32 32 33 33 33 33 33

blad 2 van 50

12 12.1 12.2 BIJLAGE 1: BIJLAGE 2: BIJLAGE 3:

TIJDPAD EN PLANNING INLEIDING GLOBALE PLANNING COMMUNICATIETRAJECT CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN MILIEU EN DUURZAAMHEID: AMBITIES EN MAATREGELEN LITERATUURLIJST

34 34 34 36 43 49

blad 3 van 50

Voorwoord
Hessenpoort II, een perspectief vóór de horizon
Met bedrijventerreinen als Marslanden, de Vrolijkheid en Hessenpoort I voorzien we nu en in de nabije toekomst in de behoefte aan ruimte voor ondernemers. Daarnaast gaan we oudere terreinen revitaliseren. Voor de wat verdere toekomst moet Hessenpoort II ruimte bieden voor grotere bedrijven. Over de plannen voor deze uitbreidingsfase gaat deze ‘Nota Uitgangspunten Hessenpoort II’. Zwolle doet het goed. Het ondernemersklimaat in Zwolle is beter dan gemiddeld. Dat blijkt uit een onderzoek onder sleutelfiguren in ondernemersland. Zwolle heeft dan ook veel energie gestoken in haar economisch beleid, in de infrastructuur, voorzieningen en een goede relatie met haar ondernemers. En zoiets betaalt zich terug. Toekomstgericht en samenwerking zijn daarbij de sleutelwoorden. Ook in de toekomst willen we een positief ondernemersklimaat. Daarom moeten we nu vooruit kijken. Naar ruimte op maat. Hessenpoort II voorziet daarin, met 140 ha voor bedrijfskavels sec en 30 ha voor spoor en spoorgebonden bedrijven. We hebben onze lessen uit het verleden geleerd. Ruimte willen is

één, ruimte hebben wat anders. Daarmee zijn meerdere jaren gemoeid. Daarom zijn we nu al volop bezig met de voorbereidingen voor Hessenpoort II. Natuurlijk kunnen we niet voorspellen hoe een bedrijventerrein er verder in de 21e eeuw uit gaat zien. Dat hangt van vele factoren af. Denk daarbij alleen al aan de invloed van informatica en andere technologische ontwikkelingen op de bedrijfsvoering, productieprocessen, logistiek enz. Wij vertalen onze huidige ervaringen naar Hessenpoort II. Wij kijken daarbij niet alleen naar bereikbaarheid, mobiliteit en logistiek, maar zeker ook naar het milieu, duurzaamheid en stedenbouwkundige aspecten. De uitkomsten daarvan vindt u in deze nota. We kunnen geen toekomst voorspellen. Wel, op basis van deze uitgangspunten, een concept voor HPII op hoofdlijnen ontwikkelen. Op basis waarvan we adequaat kunnen inspelen op economische en maatschappelijke veranderingen. Dat we ruimte nodig hebben is zeker. Ruimte om te ondernemen, te bouwen, te investeren. Zodat Zwolle een stad blijft waar het goed ondernemen is. Met een evenwichtige balans tussen ondernemingsklimaat, verblijfsklimaat en woonklimaat. Daarover zijn we het samen eens. Deze nota van uitgangspunten voor Hessenpoort II is een concrete aanzet ruimte te geven aan dat perspectief vóór de horizon.

drs J.P. Baarsma wethouder economische zaken

blad 4 van 50

Samenvatting
Binnen de gemeente Zwolle zijn naast Hessenpoort 1 geen bedrijfskavels beschikbaar voor grootschalige bedrijven. Bovendien is er in de aangrenzende regio weinig aanbod voor dit segment terwijl de vraagverwachting vanuit groot is. Dit maakt het noodzakelijk de voorbereidingen voor een uitbreiding, Hessenpoort 2, te starten. Voorafgaand aan de locatiekeuze is het zoekgebied afgebakend tot de oostkant van Zwolle. Een eerste verkenning heeft de indicatieve locatie en begrenzing opgeleverd. De nog uit te voeren m.e.r.-procedure zal een bijdrage leveren aan de afbakening van de definitieve locatie en de invulling daarvan. De indicatieve locatie en omvang van de uitbreiding vragen ook om een visie op bedrijventerreinenontwikkeling op de langere termijn. In dit verband vraagt de relatie met het aspect infrastructuur en mobiliteit specifieke aandacht vanwege de verwachte eindsituatie in 2014. De vraag of de ontwikkeling van Hessenpoort 2 een vervolg krijgt wordt bepaald in een maatschappelijke discussie over de ontwikkeling van de stad die zal resulteren in een nieuw Structuurplan voor de gemeente Zwolle. Hessenpoort 2 wordt een uitbreiding van Hessenpoort 1. Dit betekent echter niet dat het profiel van beide terreinen volledig overeen komen. Hessenpoort 2 krijgt net als Hessenpoort 1 een onderscheidend karakter ten opzichte van andere terreinen in de regio, waarbij rekening is gehouden met de toekomstige vraag, binnen het bestaande en geplande regionale aanbod. In het verlengde van Hessenpoort 1 en op basis van de meest recente visies en plannen wordt voor Hessenpoort 2 gestreefd naar een onderscheidend en duurzaam concept dat complementair is aan het aanbod in de regio. Het doel van een dergelijk concept is het aantrekken van nieuwe grootschalige stuwende bedrijven (bedrijven die ook indirecte werkgelegenheid in de regio creëren) van buiten de regio door middel van het aanbieden van een locatie die qua uitstraling,

duurzaamheid en voorzieningen in de regio een onderscheidende positie in zal gaan nemen. Uit recent onderzoek is gebleken dat er vraag is naar dit type locaties. Het onderscheidende van het bedrijventerrein Hessenpoort 2 wordt onder meer bereikt door het toepassen van twee principes, namelijk: · Grootschalig en intensief. · Hoogwaardig en duurzaam. Grootschalig en intensief Gelijk aan Hessenpoort 1 richt Hessenpoort 2 zich op grootschalige productie en distributie. Dit betekent dat ruimte geboden wordt aan bedrijven met een forse ruimtebehoefte. Ook wordt op Hessenpoort 2 weer gestreefd naar een intensieve benutting van de beschikbare ruimte, echter zonder dat deze negatieve gevolgen veroorzaakt voor een efficiënte bedrijfsvoering. De openbare ruimte zal doelmatig worden ingericht en van de bedrijven wordt verwacht dat zij hun kavel intensief benutten, waarbij rekening gehouden wordt met uitbreidingsmogelijkheden voor de toekomst. De gemeente zal voorwaarden scheppen om deze ruimte-intensivering gestalte te geven. Hoogwaardig en duurzaam De term hoogwaardig is voor velerlei uitleg vatbaar. Op Hessenpoort 2 wordt hoogwaardig globaal uitgedrukt in twee aspecten. Ten eerste het aantrekkelijk maken voor hoogwaardige productie, handel en transport & distributie bedrijven. De hoogwaardigheid bij deze bedrijven uit zich in schone en efficiënte productieprocessen en assemblage technieken, kennis en kapitaalintensieve industriële productie voor de (inter)nationale markt en een hoge toegevoegde en stuwende waarde voor de lokale economie. Het tweede aspect is de inrichting op een hoog kwaliteitsniveau voor zowel de openbare als de private ruimte met de nadruk op de

blad 5 van 50

zichtlocaties op het terrein. Door middel van onder meer beeldkwaliteitseisen en parkmanagement zal gestreefd worden dit onderdeel van hoogwaardigheid te organiseren en beheren. Tot slot wordt gestreefd naar een duurzaam terrein dat goed aansluit op de bestaande landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Multimodale ontsluiting (luchtschepen en spoor), efficiënt gebruik van energie, water en grondstoffen vormen in dit kader de basis voor duurzaamheid op Hessenpoort 2. Hessenpoort 1 was een pilot voor duurzaamheid. De leereffecten en de ervaringen op Hessenpoort 1 zullen gebruikt worden bij de ontwikkeling van Hessenpoort 2. Schema 1.1 op de volgende pagina geeft een overzicht en samenvatting van alle uitgangspunten per thema.

blad 6 van 50

HESSENPOORT 2
Schema 1.1 Samenvatting, uitgangspunten en collegeprogramma per thema
Thema’s Korte omschrijving thema
Het vigerende landelijke, regionale en gemeentelijke beleid stimuleert de realisatie van Hessenpoort 2 (taakstellend karakter). Hierbij zijn wel een aantal belangrijke randvoorwaarden genoemd waarmee tijdens de ontwikkeling van het nieuwe terrein rekening gehouden moet worden. Het rijk hecht grote waarde aan een kwalitatief goed en hoogwaardig terrein nabij een grote stedelijke kern zolang de natuurlijke-, landschappelijke-, en cultuurhistorische waarden zo min mogelijk worden aangetast. De provincie stelt dat een nieuwe ontwikkeling past binnen het streekplan waarbij gepleit wordt voor een uniek concept met een bovenregionaal karakter om zo de overige terreinontwikkelingen in de provincie niet te beconcurreren. De gemeente ten slotte heeft op relatief korte termijn kwalitatief hoogwaardige ruimte nodig om de groeiende vraag naar bedrijfsruimte te kunnen beantwoorden. Recent onderzoek wijst uit dat de bedrijvigheid in Zwolle nog steeds groeit. De toekomstverwachtingen op middellange termijn(5-10 jaar) zijn onverminderd positief. Het huidige aanbod in Zwolle en omgeving is onvoldoende om deze vraag op te vangen. Indien er op korte termijn geen nieuwe terreinen ontwikkeld worden nieuw te vestigen bedrijven zullen moeten uitwijken naar andere plaatsen. Zwolle dient derhalve nieuwe bedrijventerreinen te ontwikkelen die complementair zijn aan het regionale aanbod en de gewenste bedrijven (werkgelegenheid) ·

Belangrijkste uitgangspunten per thema
Hessenpoort 2 is bestemd voor (boven)regionale bedrijven met een grootschalige karakter die werkgelegenheid creëren dat aansluit bij de arbeidsmarkt van de stad, de regio en de provincie (provinciaal en gemeentelijk beleid). Gemeenten zorgen gezamenlijk voor een voldoende gevarieerd aanbod van vestigingsmogelijkheden voor bedrijven, waarbij zij elkaar aanvullen (provinciaal beleid, regiovisie). Bedrijventerreinen worden zoveel mogelijk multimodaal ontsloten (nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid). Bij de locatie en begrenzing dient ruimtelijke corridorvorming (lintbebouwing en versnippering) vermeden te worden (provinciaal beleid). In alle vestigingsmilieus wordt een goede architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit gerealiseerd. Intensief ruimtegebruik is uitgangspunt (nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid). Duurzaamheid wordt in het beleid op alle schaalniveaus nagestreefd. ·

Relatie met collegeprogramma 2002-2006
Het ingezet beleid met betrekking tot acquisitie en relatiebeheer wordt verder geconcretiseerd en in nauw overleg met Kampen tot stand gebracht. Zorgen voor voldoende bedrijfs- en kantoorlocaties met de nadrukkelijke aandacht voor duurzaamheid van bedrijven en terreinen

1. Beleidskader

·

· · · · ·

·

2. Economie & Marktprofiel

· · · · ·

Er is een marktbehoefte van ca. 140 ha. bruto voor Hessenpoort 2 (de uitgifteperiode is 10 jaar). Naast ca. 140 ha bruto wordt onderzoek gedaan naar de marktbehoefte en locatie voor een spooraansluiting en spoorgebonden bedrijven ter grootte van ca. 30 ha bruto. Hessenpoort 2 dient volgens de economische prognoses vanaf medio 2003 beschikbaar te zijn om te voldoen aan de vraag naar bedrijventerreinen. Hessenpoort 2 is bestemd voor (boven)regionale bedrijven met een grootschalige karakter die minimaal 1 ha. nodig hebben. De sectoren die vooral in aanmerking komen voor

·

·

·

Voortzetten beleid vorig College ten aanzien van realisatie Hessenpoort 2. Uitgegaan wordt van een minimum groeivariant. Gewenste ontwikkelingen worden mede bepaald door uitkomsten van de maatschappelijke discussie over de stad. In de acquisitie wordt

blad 7 van 50

kunnen huisvesten. Wel dient het profiel van Hessenpoort 2 te passen binnen het regionale en Zwolse bedrijventerreinenpakket (segmentering). ·

vestiging op Hessenpoort 2 zijn: Assemblage & Productie, Transport & Distributie en Groothandel (voorlopig wordt gedacht aan doelgroepen die passen binnen de VNG categorieën 2 t/m 5). In regionaal verband dient afstemming van het aanbod plaats te vinden. (Programmeringsoverleg bedrijventerreinen regio IJssel-Vecht en Regiovisiegebied Zuid-Drenthe/Noord-Overijssel)

·

·

3. Mobiliteit & Logistiek

Bij Hessenpoort 2 wordt gestreefd naar een goed en multimodaal ontsloten terrein. De bereikbaarheid (en zichtbaarheid) vanaf de A28 en de interne ontsluiting is van cruciaal belang voor de meeste bedrijven. Tevens is het van belang dat de extra verkeersbewegingen die gegenereerd worden door Hessenpoort 2 geen belemmeringen vormt voor de doorstroom en veiligheid op bestaande wegen.

4. Milieu & Duurzaamheid

Congestievrije en goed gedimensioneerd hoofdwegennet (snelweg A28, nationaal beleid) met goede directe aansluitingen op het landelijk hoofdwegennet en op het regionale wegennet (N34/N35), Streven naar directe aansluiting op het spoorwegennet · (spoorlijn Zwolle-Meppel). Een spooraansluiting moet de realisatie van een · lijnwerkplaats in de toekomst mogelijk maken. · Planologisch mogelijk maken en reserveren van 0,4 ha voor laad- en losfaciliteiten voor vrachtvervoer door de lucht. · Gestreefd wordt naar een duurzaam veilig bedrijventerrein en omgeving. · Beheersen van de mobiliteit d.m.v. stimuleren van openbaar vervoer en vervoermanagement Het behouden van een goede bereikbaarheid en doorgang voor omliggende landbouwfuncties · Streven naar het invoeren van andere transporttechnieken die leiden tot het terugdringen van het aantal vervoersbewegingen. · Directe (brom-)fietsverbindingen creëren met de woonwijken van Zwolle en de omliggende plaatsen (Staphorst, Nieuwleusen, Dalfsen). Twee belangrijke elementen als het gaat om · Toetsen van de uitgangspunten aan het provinciaal de ontwikkeling van een nieuw milieubeleidsplan en het gemeentelijk milieubeleidsplan bedrijventerrein zijn milieu en duurzaamheid. Aanleg terrein Vragen die hierbij beantwoord dienen te · Efficiënt en intensief ruimtegebruik is een pré. worden zijn; welke invloed c.q. milieueffecten · Zonering op basis van onder meer geluidsruimte, externe genereert het terrein op de omgeving, hoe veiligheid en energieverbruik. kunnen schadelijke effecten op de omgeving · Behoud van landschappelijke en cultuurhistorische voorkomen c.q. genivelleerd worden. Hoe kan waarden (zie hoofdstuk 7). het terrein op een duurzame manier · Behoud en herstel van watersystemen en bodemkwaliteit. ontwikkeld en gebruikt worden en daarmee · Watersysteem is medeordenend bij de ruimtelijke

·

·

·

·

·

aandacht gevraagd voor het aantrekken van duurzame bedrijven. Zorg dragen voor voldoende bedrijfs- en kantoorlocatie, met nadrukkelijk aandacht voor duurzaamheid van bedrijven en terreinen. Het stimuleren van duurzame werkgelegenheid. Bij het ontwikkelen van bedrijventerreinen worden de thema’s veiligheid en vervoermanagement verder uitgewerkt. In de pijler fysiek is “ruime aandacht voor de bereikbaarheidsaspecten van de stad” een speerpunt. Bereikbaarheid per fiets en openbaar vervoer verdient extra aandacht en inzet In overleg met het rijk zal me spoed verder gezocht worden naar het oplossen van het probleem m.b.t. de A28.

·

·

In de acquisitie wordt aandacht gevraagd voor het aantrekken van duurzame bedrijven. Zorg dragen voor voldoende bedrijfs- en kantoorlocatie, met nadrukkelijk aandacht voor duurzaamheid van bedrijven en terreinen.

blad 8 van 50

de beoogde (hoge) kwaliteit behouden.

5. Natuur, landschap, archeologie en cultuurhistorie

Een nieuw bedrijventerrein heeft altijd invloed op de (natuurlijke) omgeving. De kunst is om het terrein zowel fysiek als functioneel zo te positioneren dat negatieve effecten op het omliggende natuurlijke landschap tot een minimum wordt beperkt. Hierbij is het uitgangspunt om bestaande natuurwaarden zoveel mogelijk te handhaven en het terrein in te passen in de natuurlijke omgeving.

6. Stedenbouw

Een kwalitatief hoogwaardig bedrijventerrein vergt een hoog ambitieniveau voor de architectonische en de ruimtelijke inrichting. Daarbij komt een sterke herkenbaarheid en identiteit tot stand van Hessenpoort als geheel en van elk segment in het bijzonder.

7. Veiligheid

Ten aanzien van de veiligheid op een terrein is het noodzakelijk goede bluswatervoorzieningen en meerdere

inrichting (zie hoofdstuk 7). Vestigen bedrijven · Integraal ketenbeheer, integraal waterbeheer, duurzaam bouwen. · Stimuleren gebruik duurzame energie. · Streven naar de opwekking van 10 mega Watt windenergie op of nabij Hessenpoort 2 door middel van het in B&W vastgestelde windmolenproject. · Ontwikkelen van een energievisie met een EPL ambitie. · Streven naar multimodaliteit, beheersing van mobiliteit (zie hoofdstuk 5) en beperken geluidhinder als gevolg van mobiliteit. · Streven naar duurzaam beheer en parkmanagement (zie hoofdstuk 10) en hierbij leren van Hessenpoort 1. · Waardevolle gebieden m.b.t. de genoemde thema’s in dit hoofdstuk ontzien. · Ontwikkeling van de Steenwetering als een ecologisch en recreatieve water-as, corridor en buffergebied. · Behoud en versterking van de aanwezige natuurwaarden in het Vechtdal, Tolhuislanden en in de Ruiten en Veenekampen. · Behoud van openheid van het landschap tussen het Vechtdal en Rouveen als onderdeel van het regionale landschapspatroon. · Handhaven van de bestaande landschapsstructuur als afspiegeling van de ontstaansgeschiedenis. · Nieuwe wegen en waterlopen en buitenbegrenzing enten op bestaande landschappelijke patronen. · Bouwrijp maken op een duurzame wijze/ milieuvriendelijke manier, d.w.z. met behoud van het gemiddelde waterpeil en bij voorkeur met een gesloten grondbalans. · Creëren van een heldere en duurzame hoofdstructuur die goed is ingepast in het omringende landschap. · Hoogwaardige inrichting openbare en private ruimte. · Formuleren en verbeelden van het ambitieniveau voor de architectonische en ruimtelijke inrichting (openbaar en uitgeefbaar) in een beeldkwaliteitplan · Stedenbouwkundig ontwerp is afgestemd op de ambities met betrekking tot milieu, duurzaamheid, natuur en landschap (hoofdstuk 6+7). · Uitvoeren van een pilotproject Intensief Ruimtegebruik. · Waarborgen goede bereikbaarheid van Hessenpoort 1 en 2 en omgeving voor hulpdiensten. · Centrale (bluswater)voorzieningen.

· ·

Het stimuleren van duurzame werkgelegenheid. Bereikbaarheid per fiets en openbaar vervoer verdient extra aandacht en inzet

·

-

·

Bij het realiseren van Hessenpoort 2 wordt intensief ruimtegebruik aangemoedigd.

·

Bij het ontwikkelen van bedrijventerreinen worden de thema’s

blad 9 van 50

8. Beheer en parkmanagement 9. Exploitatie

toegangswegen te creëren. Daarnaast is het van belang dat d.m.v. functionele segmentering potentieel (brand)gevaarlijke situaties geclusterd worden. Zonder een goed beheersniveau van zowel de private kavels als de openbare ruimte zal de hoogwaardige uitstraling van het gebied sneller afnemen. Hoofddoelstelling voor Hessenpoort 2 is het creëren van werkgelegenheid voor de regio en de stad. Naast deze economische doelstelling wordt gestreefd naar een positieve financieel-economische ontwikkeling.

· · · · · · · · ·

Een goede milieuzonering. Er wordt een veiligheids-effectrapportage uitgevoerd “Veiligheid” wordt vastgelegd in een keurmerk Aansluiten bij het gemeentelijk beheerbeleid. Streven naar het invoeren van parkmanagement. Aansluiten bij ervaringen en voorzieningen op Hessenpoort 1. De ontwikkeling van Hessenpoort 2 vindt plaats op basis van minimaal een budgettair neutrale exploitatie. Hanteren van marktconforme grondprijzen. Uitgegaan wordt van een exploitatieperiode van 10 jaar. ·

veiligheid en vervoermanagement nader uitgewerkt. -

·

-

blad 10 van 50

1
1.1

Inleiding
Nota van uitgangspunten

1.2

Vervolgstappen
Na het vaststellen van de Nota van Uitgangspunten zal aan het eind van 2002 een programma van eisen met een voorlopig ontwerp (Globaal stedenbouwkundig plan) en een grondexploitatie ter besluitvorming aan het College, de Commissie en de Raad worden voorgelegd. In het programma van eisen zijn de plannen concreet uitgewerkt. Het vaststellen van het programma van eisen sluit inhoudelijk en in de planning aan op de procedures die doorlopen worden voor het MER en het Bestemmingsplan.

Voor u ligt de nota van uitgangspunten voor de ontwikkeling van Hessenpoort 2. De nota komt voort uit de gedachte dat op beleidsniveau bij de verschillende overheden reeds doelstellingen zijn geformuleerd voor de diverse aspecten die bepalend zijn voor de invulling van bedrijventerreinen. In de Nota van Uitgangspunten wordt per aspect inzichtelijk gemaakt welk beleid actueel is en hoe 1.3 dat binnen Hessenpoort 2 verdere invulling moet krijgen. Hierdoor ontstaat op hoofdlijnen zicht op het profiel van het nieuwe bedrijventerrein. De basis voor Hessenpoort 2 is gelegd door middel van een startconferentie met regionale vertegenwoordiging op 10 mei 2001. De vragen en reacties hierop zijn gebundeld in de nota “Vraagstukken Hessenpoort 2” (als afzonderlijk bijlagenrapport beschikbaar). Vervolgens heeft een projectteam van de gemeente Zwolle een concept nota van uitgangspunten opgesteld met uitgangspunten op bestuurlijk niveau. Het College heeft de Conceptnota van Uitgangspunt op 5 maart 2002 vastgesteld en vrijgegeven voor communicatie. De resultaten van het communicatietraject zijn verwerkt en hebben geleid tot deze (definitieve) nota van uitgangspunten (in bijlage 1 vindt u gedetailleerde informatie over het communicatietraject). Gelijktijdig met het in B&W vaststellen van de nota van uitgangspunten wordt de startnotitie MER vastgesteld. Hiermee start de m.e.r.-procedure.

Opbouw van de Nota van Uitgangspunten
In hoofdstuk 2 is een toelichting gegeven op het onderzoeksgebied voor de uitbreiding en op de indicatieve locatie. Vervolgens is elk thema in een afzonderlijk hoofdstuk beschreven: Hoofdstuk 3. Beleidskaders, Hoofdstuk 4. Economie en marktprofiel, Hoofdstuk 5. Mobiliteit en logistiek, Hoofdstuk 6. Milieu en duurzaamheid, Hoofdstuk 7. Natuur, landschap, archeologie en cultuurhistorie, Hoofdstuk 8. Stedenbouw, Hoofdstuk 9. Veiligheid, Hoofdstuk 10. Beheer en parkmanagement, Hoofdstuk 11. Exploitatie, Hoofdstuk 12. Tijdpad en planning. Hoofdstuk 3 t/m 11 zijn telkens op dezelfde wijze opgebouwd: · Eerste paragraaf: definitie van het thema en de relevante beleidskaders. · Tweede paragraaf: de relatie met het Collegeprogramma. · Derde paragraaf: puntsgewijs de beleidsuitgangspunten per thema die van belang zijn voor de ontwikkeling van Hessenpoort 2. · Vierde paragraaf: korte uitwerking van de uitgangspunten.

blad 11 van 50

2

Ruimtelijke afweging Hessenpoort 2
2.3 Structuurplan Zwolle 1996
Het structuurplan Zwolle 1996 (vastgesteld door burgemeester en wethouders van Zwolle op 18 december 1996) gaat ervan uit dat na 2005 een doorkijk op de ruimtelijke ontwikkelingen moet worden gegeven. Inmiddels zijn de ruimtelijke ontwikkelingen op het gebied van economie en mobiliteit dermate snel verlopen dat de gemeente binnenkort zal starten met een maatschappelijke discussie over de ontwikkelingen van de stad, wat zal resulteren in een nieuw structuurplan voor de gemeente Zwolle. De omvang van Hessenpoort 1 werd tijdens het opstellen van het structuurplan al naar boven bijgesteld als reservering. Daarnaast is de uitgifte van bedrijventerreinen veel sneller verlopen dan gedacht. In het structuurplan 1996 is reeds aangegeven dat stedelijke uitbreidingen meer moeten zijn dan een kwantitatief vraagstuk. Zij hebben nadrukkelijk ook een functie als voortzetting en versterking van de stedenbouwkundige en functionele structuur. De ontwikkeling van Hessenpoort 2 sluit aan op het structuurplan. Op de plankaart is deze ontwikkeling indicatief aangegeven, namelijk aansluitend op Hessenpoort 1. Ook toen is bij de inrichting van het gebied rekening gehouden met de vestiging van spoorgebonden bedrijvigheid.

2.1

Inleiding
Dit hoofdstuk beschrijft de motivering van de ligging van het onderzoeksgebied binnen de gemeente Zwolle. Tevens wordt de afbakening van het onderzoeksgebied toegelicht. Vervolgens wordt de indicatieve locatie en begrenzing voor Hessenpoort 2 aangegeven.

2.2

Streekplan 2000+
Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel heeft op 13 december 2000 het Streekplan Overijssel 2000+ vastgesteld. De ruimtelijke ontwikkeling van Zwolle zal gericht moeten zijn op versterking van haar (inter)nationale positie. Dit houdt in dat voor de komende streekplanperiode nog een aanzienlijke groei van het ruimtebeslag voor wonen, werken en voorzieningen noodzakelijk zal zijn. Een uitbreiding van Hessenpoort zal dan in noordelijke richting (tussen de A28 en de spoorlijn), conform de voorstellen in het kader van de gemeentelijke herindeling plaats kunnen vinden. De provincie stelt dat een nieuwe ontwikkeling past binnen het streekplan waarbij gepleit wordt voor een uniek en afwijkend concept om zo de overige terreinontwikkelingen in de provincie niet te beconcurreren.

blad 12 van 50

2.4

Ligging onderzoeksgebied binnen Zwolle
Het zoekgebied (zie kaart 2.1) is circa 1600 hectare groot en ligt ten noordoosten van de stad Zwolle en loopt van de Hessenweg (zuidelijke grens) tot de Lichtmis (noordelijke grens). Terreinprofiel Hessenpoort 2 Om economische redenen is er behoefte aan een grootschalig regionaal bedrijventerrein (omvang ca. 140 ha bruto + ca. 30 ha bruto voor een spooraansluiting en spoorgebonden bedrijven) geschikt voor middelgrote tot grote bedrijven uit vooral de logistieke en industriële sector. De locatie-eisen van dit type bedrijvigheid zijn vooral gericht op een optimale (en indien mogelijk multimodale) bereikbaarheid. Een aantal bedrijven heeft ook een grote ‘zichtbehoefte’. Vanuit de gemeente wordt gestreefd naar een bedrijventerrein met een hoogwaardig en duurzaam karakter waarbij conflicten met woongebieden en bestaande natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden geminimaliseerd moeten worden. Afweging ligging onderzoeksgebied binnen Zwolle Noord en zuidzijde Zowel de noordzijde als zuidzijde van Zwolle zijn minder geschikt voor een grootschalig bedrijventerrein gezien de toenemende woonbebouwing (noordzijde) en de ligging van de ecologische hoofdstructuur (zuidzijde). Zuidwestzijde Bij de ruimtelijke afweging van het onderzoeksgebied is ook naar de zuidwestzijde van de stad gekeken aangezien ook hier mogelijkheden lijken te bestaan voor een combinatie van weg-

en spoorinfrastructuur (locatie nabij het knooppunt Hattemerbroek). Deze locatie is verkeerskundig echter niet aan te sluiten op de hoofdinfrastructuur (nieuwe aansluitingen op de A28 en A/N50 buiten de bestaande aansluitingen Wezep en Hattem zijn niet mogelijk gezien de kleine afstand tot het knooppunt Hattemerbroek en de bruggen over de IJssel en spooraansluiting op de Veluwelijn en de nieuwe Hanzelijn is railtechnisch niet mogelijk). Op deze locatie is het behalen van economische clustervoordelen zeer beperkt door de afwezigheid van gelijksoortige bedrijven. Vanuit het beleidskader (streekplan) is geen ondersteuning voor deze locatie als grootschalig regionaal bedrijventerrein. Vanuit de provincie Gelderland is vernomen dat er initiatieven zijn voor de ontwikkeling van een kleinschalig bedrijventerrein op deze locatie. Noordoostzijde · Het bovengenoemde terreinprofiel is het best in te passen aan de noordoostzijde van de stad Zwolle. Ook de omvang van het terrein (ca. 140 ha bruto + ca. 30 ha bruto spoor en spoorgebonden bedrijven) is zonder veel conflicterende belangen met andere functies in te passen in dit gebied. In vergelijking tot overige gebieden rondom Zwolle is de afstand tot grootschalige woonbebouwing groot. Hoewel een deel van het gebied binnen de provinciaal ecologische hoofdstructuur ligt zijn in een ander deel van het gebied geen grote ecologische beperkingen. De aanwezige cultuurhistorische waarden zijn gering en voor zover aanwezig relatief verspreid in het gebied en naar verwachting goed inpasbaar. Dit maakt het onderzoeksgebied uitermate geschikt voor Hessenpoort 2 en biedt qua omvang zelfs perspectieven voor een reservering voor een eventuele uitbreiding in een verdere toekomst. · Alleen in dit onderzoeksgebied is een goede aansluiting op snelweg- en spoorinfrastructuur mogelijk (multimodaliteit) en is in beperkte mate ook een goede zichtzone realiseerbaar. De aansluiting op weg en spoor is essentieel om een multimodale

blad 13 van 50

·

bereikbaarheid voor bedrijven te garanderen. De mogelijke aantakking van de N35 op de A28 versterkt de keuze voor een locatie aan de noordoostzijde van de stad. Economisch en financieel gezien kent het onderzoeksgebied tevens voordelen. De mogelijk aanhechting met Hessenpoort 1 biedt mogelijkheden voor samenwerking tussen bedrijven (toelevering en uitbesteding) en vergroot het economisch draagvlak voor collectieve voorzieningen in het kader van parkmanagement (dat op Hessenpoort 1 gerealiseerd gaat worden). Financieel gezien kan een aanhechting aan Hessenpoort 1 kostenvoordelen opleveren met betrekking tot bouw- en woonrijpmaken doordat bestaande bovengrondse en ondergrondse infrastructuur relatief eenvoudig ‘doorgetrokken’ kan worden. Ook dient de bodemgesteldheid in het onderzoeksgebied genoemd te worden die in vergelijking tot gebieden aan de noord en westzijde van de stad weinig beperkingen oplevert voor realisatie van een bedrijventerrein.

blad 14 van 50

2.5

Afbakening onderzoeksgebied en indicatieve locatie

De begrenzing van het onderzoeksgebied is voor het grootste deel gebaseerd op de gemeentegrenzen in het noorden en westen en het Vechtdal aan de zuidzijde. Aan de oostzijde is vooralsnog de gemeentegrens gekozen als afbakening. De Bomhofsplas is buiten het onderzoeksgebied gehouden. Een klein deel van de oostzijde is uitgesloten van het onderzoeksgebied omdat het de functie van grondwaterbeschermingsgebied heeft. Het omliggende terrein is aangewezen als intrekgebied voor waterwinning, wat inhoudt dat economische ontwikkelingen alleen onder voorwaarden plaats mogen vinden. De Ruiten en Veenekampen zijn uitgesloten vanwege de ligging in de Ecologische Hoofdstructuur. In dit gebied zijn echter wel externe effecten te verwachten. De uitbreiding van ca. 140 ha. bruto + ca. 30 ha bruto spoor, is gebaseerd op een economisch model voor de komende 10 jaar en gaat uit van een spooraansluiting ten behoeve van spoorgebonden bedrijfsactiviteiten. Daarbij zal zowel rekening gehouden worden met een periode van economische groei als een terugvallende economie. (Zie 4 Economie en marktprofiel) Een voor de hand liggende vraag is of na de realisatie van Hessenpoort 2 binnen de gemeente Zwolle opnieuw een grootschalig bedrijventerrein zal worden ontwikkeld. Het antwoord op deze vraag wordt echter niet alleen bepaald door alleen maar economische motieven, maar heeft een relatie met een visie op de totale ontwikkeling van de stad. Binnen de gemeente wordt een brede maatschappelijke discussie gestart over de ontwikkeling van de stad. Dit zal leiden tot een nieuw structuurplan voor Zwolle (in afstemming met provincie en rijk).

Zoekgebied Hessenpoort 2

kaart 2.1: Zoekgebied uitbreiding Hessenpoort

blad 15 van 50

Eerste verkenning Een eerste verkenning leert ons dat de indicatieve locatie en begrenzing van de uitbreiding zou moeten aansluiten op Hessenpoort 1, zoals aangegeven op kaart 2.2. De consequenties van een spooraansluiting en de spoorgebonden activiteiten moeten nog nader worden uitgewerkt. Het aspect mobiliteit lijkt een kritieke factor bij verdere ontwikkelingen. Hiervoor zal een verkeersstudie moeten worden gemaakt. Op grond van de uitwerking van een spooraansluiting, de verkeersstudie en de formele Milieu Effect Rapportage (MER) procedure zal de locatie en begrenzing definitief worden bepaald.

Kaart 2.2: Indicatieve locatie en begrenzing (schuin gearceerd op de kaart), exclusief spooraansluiting en spoorgebonden bedrijven

blad 16 van 50

·

3
3.1

Beleidskader
Inleiding
Dit hoofdstuk beschrijft het beleidskader op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau voor de ontwikkeling van een bedrijventerrein.

· · · · · ·

3.2

Relatie met collegeprogramma
De volgende aspecten zijn genoemd in het collegeprogramma 2002-2006: 3.4 · Het ingezet beleid met betrekking tot acquisitie en relatiebeheer wordt verder geconcretiseerd en in nauw overleg met Kampen tot stand gebracht. · Zorgen voor voldoende bedrijfs- en kantoorlocaties met de nadrukkelijke aandacht voor duurzaamheid van bedrijven en terreinen.

Hessenpoort 2 is bestemd voor (boven)regionale bedrijven met een grootschalige karakter die werkgelegenheid creëren dat aansluit bij de arbeidsmarkt van de stad, de regio en de provincie (provinciaal en gemeentelijk beleid). Gemeenten zorgen gezamenlijk voor een voldoende gevarieerd aanbod van vestigingsmogelijkheden voor bedrijven, waarbij zij elkaar aanvullen (provinciaal beleid, regiovisie). Bedrijventerreinen worden zoveel mogelijk multimodaal ontsloten (nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid). Bij de locatie en begrenzing dient ruimtelijke corridorvorming (lintbebouwing en versnippering) vermeden te worden (provinciaal beleid). In alle vestigingsmilieus wordt een goede architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit gerealiseerd. Intensief ruimtegebruik is uitgangspunt (nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid). Duurzaamheid wordt in het beleid op alle schaalniveaus nagestreefd.

Toelichting uitgangspunten
Nationaal Landelijk gezien zijn de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening en het Nationaal Verkeers- en Vervoersplan van belang voor de ontwikkeling van Hessenpoort 2. Het rijk hecht grote waarde aan een kwalitatief goed en hoogwaardig terrein nabij een grote stedelijke kern zolang de natuurlijke-, landschappelijke-, en cultuurhistorische waarden zo min mogelijk worden aangetast. Het voorstel in de Vijfde Nota RO is om via de zogenaamde ‘rode’ en ‘groene’ contouren het ruimtelijk beleid te sturen. Door de sterke autonome ruimtelijke en economische ontwikkeling (ook in Oost-Nederland) neemt de belasting op de infrastructuur toe. Door middel van de maatregelen uit het NVVP zal de kwaliteit en capaciteit van de infrastructuur op peil worden gehouden onder andere om het Noorden beter aan te laten sluiten op de Randstad. Uitgangspunt is een multimodale ontsluiting van bedrijventerreinen. Regionaal/ provinciaal In de Regiovisie Zuid Drenthe – Noord Overijssel wordt gestreefd naar een regionaal economische afstemming. De taakstelling voor

3.3

Uitgangspunten
De belangrijkste beleidsuitgangspunten die worden gehanteerd bij de ontwikkeling van Hessenpoort 2 zijn:

blad 17 van 50

Zwolle is het bieden van een onderscheidend aanbod ten opzicht de van de andere bedrijventerreinen. Zowel de planologische als fysieke taak is het aanbieden van bovenregionale bedrijvenlocaties. Het streekplan Overijssel 2000+ stelt dat de ruimtelijke ontwikkeling van Zwolle gericht zal moeten zijn op versterking van haar (inter)nationale positie. Dit houdt in dat voor de komende streekplanperiode nog een aanzienlijke groei van het ruimtebeslag voor wonen, werken en voorzieningen noodzakelijk zal zijn. Een uitbreiding van Hessenpoort zal dan in noordelijke richting (tussen de A28 en de spoorlijn), conform de voorstellen in het kader van de gemeentelijke herindeling plaats kunnen vinden. De provincie stelt dat een nieuwe ontwikkeling past binnen het streekplan waarbij gepleit wordt voor een uniek en afwijkend concept om zo de overige terreinontwikkelingen in de provincie niet te beconcurreren. In verband met het afstemmen van profielen voor bedrijventerreinen is een ambtelijk en bestuurlijk programmeringsoverleg voor de afstemming van omvang en segmentering binnen de regio. De Provincie heeft zich tot doel gesteld dat bestaande bedrijventerreinen geherstructureerd worden en dat op nieuwe terreinen intensief ruimtegebruik wordt gestimuleerd (efficiënte benutting beschikbare ruimte). Zwolle-Kampen is aangewezen als netwerkstad in de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening met onder andere als doelstelling om te fungeren als verbindende schakel tussen randstad en Noordoost Nederland. Dit heeft economische implicaties (Netwerkstad ZwolleKampen, gemeenten Zwolle en Kampen, februari 2001). Naar aanleiding van de Concept Nota van Uitgangspunten is door de Provincie blijvend aandacht gevraagd voor de volgende punten: · Afstemming van de verdeling van het aanbod in het programmeringsoverleg met de provincie.

· ·

Afstemming van de verdeling van het aanbod in het interprovinciaal samenwerkingsverband West van de Regiovisie Zuid-Drenthe / Noord-Overijssel. Afstemming van de verdeling van het aanbod binnen de netwerkstad Zwolle-Kampen.

Gemeente Om ook in de toekomst over voldoende bedrijventerreinen te beschikken is de gemeente voornemens te starten met de ontwikkeling van Hessenpoort 2. Bereikbaarheid en kwaliteit zijn van groot belang. De gemeente heeft op relatief korte termijn kwalitatief hoogwaardige ruimte nodig om de groeiende vraag naar grootschalige bedrijven te kunnen beantwoorden (De Zwolse Kijk, Meerjarig ontwikkelingsplan, gemeente Zwolle, Netwerkstad Zwolle-Kampen, gemeenten Zwolle en Kampen, februari 2001).

blad 18 van 50

4
4.1

Economie en marktprofiel
Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten met betrekking tot economie (vraag/aanbod en omvang) en marktprofiel opgenomen. De belangrijkste beleidskaders hiervoor vormen: Streekplan 2000+ en Ruimte voor vernieuwing II, beide van de provincie Overijssel, het continue ambtelijk en bestuurlijk programmeringsoverleg op provinciaal niveau, Regiovisie Zuid-Drenthe/ Noord-Overijssel, De Zwolse kijk (Meerjarig Ontwikkelingsplan), Perspectiefnota 2001, Marktonderzoek Hessenpoort 2, indicatie van het programma, Vraagbepaling en programmering bedrijventerreinen stedelijk netwerk Zwolle-Kampen (Van Werven, 2001 en 2002, zie literatuurlijst).

4.3

Uitgangspunten

De belangrijkste uitgangspunten die worden gehanteerd bij de ontwikkeling van Hessenpoort 2 voor het thema economie & marktprofiel zijn:

· · · · ·

4.2

Relatie met collegeprogramma
De volgende aspecten zijn genoemd in het collegeprogramma 2002-2006: · Voortzetten beleid vorig College ten aanzien van realisatie Hessenpoort 2. Uitgegaan wordt van een minimum groeivariant. 4.4 · Gewenste ontwikkelingen worden mede bepaald door de uitkomsten van de maatschappelijke discussie over de stad. · In de acquisitie wordt aandacht gevraagd voor het aantrekken van duurzame bedrijven. · Zorg dragen voor voldoende bedrijfs- en kantoorlocatie, met nadrukkelijk aandacht voor duurzaamheid van bedrijven en terreinen. · Het stimuleren van duurzame werkgelegenheid.

·

Er is een marktbehoefte van ca. 140 ha. bruto voor Hessenpoort 2 (de uitgifteperiode is 10 jaar). Naast ca. 140 ha bruto wordt onderzoek gedaan naar de marktbehoefte en locatie voor een spooraansluiting en spoorgebonden bedrijven ter grootte van ca. 30 ha bruto. Hessenpoort 2 dient volgens de economische prognoses vanaf medio 2003 bebouwbaar te zijn. Hessenpoort 2 is bestemd voor (boven)regionale bedrijven met een grootschalige karakter die minimaal 1 ha. nodig hebben. De sectoren die vooral in aanmerking komen voor vestiging op Hessenpoort 2 zijn: Assemblage & Productie, Transport & Distributie en Groothandel (voorlopig wordt gedacht aan doelgroepen die passen binnen de VNG categorieën 2 t/m 5). In regionaal verband dient afstemming van het aanbod plaats te vinden. (Programmeringsoverleg bedrijventerreinen regio IJsselVecht en Regiovisiegebied Zuid-Drenthe/Noord-Overijssel)

Toelichting uitgangspunten
Vraag/aanbod situatie Recent onderzoek wijst uit dat de bedrijvigheid in Zwolle nog steeds groeit (Van Werven, 2001). Ook de toekomstverwachtingen op middellange termijn(5-10 jaar) laten een verdere groei zien. Het huidige aanbod in Zwolle en omgeving is onvoldoende om deze vraag op te vangen. Indien er op korte termijn (tot 2003) geen nieuwe terreinen ontwikkeld worden, zullen nieuw te vestigen bedrijven moeten uitwijken naar andere plaatsen. Zwolle heeft de provinciale taakstelling om bovenregionale bedrijventerreinen te

blad 19 van 50

ontwikkelen die complementair zijn aan het regionale aanbod en de gewenste bedrijven kunnen huisvesten. In de vraagontwikkeling van Zwolle is een tweedeling waar te nemen. Ten eerste is er vraag naar gemengde bedrijfslocaties met een veelal kleinschalig karakter. De bestaande voorraad en een opvolger van bedrijventerrein De Marslanden dienen in deze vraag te voorzien. Daarnaast is er vraag naar grootschalige locaties voor veelal transport- en industriegerelateerde bedrijven. Hessenpoort 1 heeft reeds een deel van deze vraag opgevangen en voorziet in de huidige vraag. Naar verwachting zullen in 2003 de kavels op Hessenpoort 1 voor de grotere bedrijven (4 Ha à 5 Ha ) zijn uitgegeven. Enkele kavels van 1 Ha à 2 Ha lijken dan nog wel beschikbaar te zijn. Hoewel het aantal uitgiftes in 2002 achter blijft bij de oorspronkelijke verwachting is het van belang de planvorming voor Hessenpoort 2 voort te zetten om tijdig over bedrijfskavels te beschikken voor de grotere bedrijven (4 Ha à 5 Ha). De vaststelling van de behoefte voor Hessenpoort 2 is deels gerelateerd aan de formule van Hessenpoort 1. Er zijn echter wel verschillen tussen beide. Hessenpoort 1 heeft een belangrijke opvangfunctie voor uitgeplaatste en uit te plaatsen bedrijven uit onder andere de kern van Zwolle. Naar verwachting zal deze uitplaatsingsvraag minder op Hessenpoort 2 optreden. Op Hessenpoort 2 wordt juist in een grotere bovenregionale vraag voorzien. Analyses wijzen uit dat de vraag naar grootschalige bedrijventerreinen bijzonder groot is in het westen en het midden van het land (onder andere het Veluwe-gebied) terwijl het aanbod zeer gering is. Vooral uit Midden-Nederland wordt een noordwaartse verschuiving van bedrijven voorzien, waarbij Zwolle als poort van het noorden een belangrijke positie heeft. Met name op basis van deze grote bovenregionale vraag, het gebrek aan locaties voor dit type bedrijven en de uitstekende locatiekwaliteiten van Hessenpoort 2 zou op grond van het onderzoek van van Werven een behoefte van 10 Ha – 15 Ha netto per jaar mogen worden verwacht. Omdat er in vergelijking met Hessenpoort 1

beduidend minder bedrijfsuitplaatsingen worden verwacht is de bandbreedte van de jaarlijkse grondbehoefte bijgesteld naar 10 Ha – 12 Ha. Op grond van het College programma is gekozen voor een minimale uitbreiding uitgaande van een behoefte van 10 ha. netto per jaar (14 ha. bruto). De bandbreedte bruto – netto uitgeefbaar ligt tussen de 60% en 70%. Doelgroepen Zoals in het voorgaande is aangegeven, wordt met de ontwikkeling van Hessenpoort 2 ingestoken op het aantrekken van relatief grote bedrijven. De bedrijven die hiermee bedoelt worden bedienen een bovenregionale markt. Voorlopig wordt gedacht aan de doelgroepen die vallen binnen de VNG milieucategorieën 2 t/m 5. Deze bedrijven zorgen ook vaak voor afgeleide bedrijvigheid in de toelevering en uitbesteding (stuwende bedrijven). De sectoren die in aanmerking komen voor vestiging op Hessenpoort 2 zijn: · Assemblage & Productie, · Value Added Logistics, Transport & Distributie, · Groothandel. Het aantrekken van grootschalige bedrijven hoeft niet per definitie te betekenen dat er weinig directe werkgelegenheid gecreëerd wordt. Met name in de assemblage, Value Added Logistics en bepaalde industriële sectoren hebben een hoge arbeidsintensiviteit. Dit zal mede gestimuleerd worden door intensieve benutting van private kavels. Naast arbeids- en ruimteintensieve bedrijvigheid zal ook ruimte geboden worden aan meer ruimte-extensieve bedrijven. De locatiekwaliteiten van Hessenpoort 2 zijn namelijk uitermate geschikt voor dit type bedrijven. In samenhang met de aard van de te verwachten activiteiten moet worden bepaald of er specifieke maatregelen moeten worden getroffen om bedrijven te kunnen aansluiten op de digitale snelweg.

blad 20 van 50

Marktprofiel in regionaal verband De ontwikkeling van Hessenpoort 2 dient primair om de economische ontwikkeling van de stad Zwolle te stimuleren en secundair om het aanbod van bedrijventerreinen in de regio (IJssel-Vecht) te completeren. Het terrein heeft een uniek karakter en is daardoor weinig concurrerend voor andere terreinen in de regio. Dit houdt in dat binnen het terrein (Hessenpoort 2) de “juiste” bedrijven op de “juiste” plaats gepositioneerd worden waardoor efficiencyvoordelen, kwaliteitsvoordelen en ruimtewinst op het terrein en indirect daarbuiten kan worden behaald. Centrale thema’s hierbij zijn segmentering, grootschaligheid, duurzaamheid en hoogwaardigheid. Naar aanleiding van de Concept Nota van Uitgangspunten is door de Provincie blijvend aandacht gevraagd voor de volgende punten: · Afstemming van de verdeling van het aanbod in het programmeringsoverleg met de provincie. · Afstemming van de verdeling van het aanbod in het interprovinciaal samenwerkingsverband West van de Regiovisie Zuid-Drenthe / Noord-Overijssel. · Afstemming van de verdeling van het aanbod binnen de netwerkstad Zwolle-Kampen.

blad 21 van 50

5
5.1

Mobiliteit en logistiek
Inleiding
In dit hoofdstuk komen aspecten aan de orde over mobiliteit en logistiek.

5.3

Uitgangspunten
De belangrijkste uitgangspunten die worden gehanteerd bij de ontwikkeling van Hessenpoort 2 voor het thema mobiliteit en logistiek zijn:
·

Het verkeers en vervoersbeleid van de gemeente is verwoord in het Gemeentelijk verkeers- en vervoerplan de nota ‘Kwaliteit binnen bereik’. De hoofddoelstelling is het bevorderen van een goede en veilige afwikkeling van het verkeer dat noodzakelijk is voor sociaal-economische activiteiten, waarbij alle vormen van verkeershinder zo veel mogelijk beperkt worden. Voorts is het beleid erop gericht om nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein zoveel mogelijk multimodaal te ontsluiten. Op nationaal niveau zijn in de beleidsnota’s kwaliteit en capaciteit van het hoofdwegennet (snelweg A28) en aansluiten op Randstad aangeduid.

· · · · · · · ·

5.2

Relatie met collegeprogramma
De volgende aspecten zijn genoemd in het collegeprogramma 2002-2006: · Bij het ontwikkelen van bedrijventerreinen worden de thema’s veiligheid en vervoermanagement verder uitgewerkt. · In de pijler fysiek is “ruime aandacht voor de 5.4 bereikbaarheidsaspecten van de stad” een speerpunt. · Bereikbaarheid per fiets en openbaar vervoer verdient extra aandacht en inzet · In overleg met het rijk zal met spoed verder gezocht worden naar het oplossen van het probleem m.b.t. de A28.

Congestievrije en goed gedimensioneerd hoofdwegennet (snelweg A28, nationaal beleid) met goede directe aansluitingen op het landelijk hoofdwegennet en op het regionale wegennet (N34/N35), Streven naar directe aansluiting op het spoorwegennet (spoorlijn Zwolle-Meppel). Een spooraansluiting moet de realisatie van een lijnwerkplaats in de toekomst mogelijk maken. Planologisch mogelijk maken en reserveren van 0,4 ha voor laaden losfaciliteiten voor vrachtvervoer door de lucht. Gestreefd wordt naar een duurzaam veilig bedrijventerrein en omgeving. Beheersen van de mobiliteit d.m.v. stimuleren van openbaar vervoer en vervoermanagement. Streven naar het invoeren van andere transporttechnieken die leiden tot het terugdringen van het aantal vervoersbewegingen. Het behouden van een goede bereikbaarheid en doorgang voor omliggende landbouwfuncties Directe (brom-)fietsverbindingen creëren met de woonwijken van Zwolle en de omliggende plaatsen (Staphorst, Nieuwleusen, Dalfsen).

Toelichting uitgangspunten
Multimodale bereikbaarheid van het bedrijventerrein Onder multimodale bereikbaarheid van Hessenpoort 2 wordt verstaan het via de weg, het spoor en eventueel via de lucht bereikbaar zijn van het terrein (diep vaarwater ontbreekt in de omgeving van Hessenpoort 2).

blad 22 van 50

Bereikbaarheid via de weg is een directe aansluiting op de A28 en het regionale wegennet met de N34 / N35. Doordat de uitbreiding ruim boven de 100 hectare bruto ligt zijn ingrijpende wijzigingen in de hoofdontsluitingsstructuur noodzakelijk. Tevens wordt ruimte gereserveerd voor een directe aansluiting op het spoorwegennet. Onderzoek omtrent de haalbaarheid hiervan lijkt positief uit te vallen. Ook voor een eventueel te verplaatsen lijnwerkplaats ontstaat hiermee een vestigingsmogelijkheid. Hierdoor kan binnen de regio ook een positief effect ontstaan op de vraag naar transport per rail. De voorkeur gaat uit naar een concept waarin een centraal overslagstation collectief gebruikt gaat worden door meer bedrijven. De mogelijkheden en consequenties van een spooraansluiting worden in samenhang met de totale ontwikkeling van Hessenpoort 2 bij het vaststellen van het programma van eisen aan de orde gesteld. Het vervoer van goederen met luchtschepen die direct laden en lossen op een bedrijventerrein is een relatief nieuw fenomeen. Uit het rapport “Vrachtvervoer per luchtschip voor Hessenpoort “, blijkt dat er geen standaard is voor dergelijke laad- en losfaciliteiten. Het gaat hier om bijvoorbeeld exceptioneel grote vracht of om lichte, volumineuze goederen (zoals pakketten, post, snijbloemen e.d.), of vervoer per stuk zoals containers en pallets. Ook komt naar voren dat een laad- en losfaciliteit waarbij luchtschepen zwevend worden gelost, een beperkte ruimtebeslag heeft (ca. 0,4 ha.) en in een latere fase relatief eenvoudig te realiseren is. Ook mogelijkheden van een digitale ontsluiting van Hessenpoort 2 zal in het ontwerp van de ondergrondse infrastructuur een plaats moeten krijgen. Duurzaam veilig bedrijventerrein en omgeving Met betrekking tot duurzaam veilig is het noodzakelijk dat de ontsluitingsstructuur en de wegprofielen op het terrein alsmede naar het terrein toe moeten voldoen aan de eisen van Duurzaam

Veilig. Dit houdt in dat gebiedsontsluitingswegen voorzien worden van gescheiden rijbanen met vrijliggende fietspaden en kruisingen met verkeersregelinstallaties. Tevens dient voorkomen te worden dat bestemmingsverkeer van Hessenpoort 2 gebruik gaat maken van het wegennet in het omliggende landelijk gebied. Als laatste aspect van duurzaam veilig dient voorzien te worden in sociaal veilige (fiets)routes. Beheersen van de mobiliteit Voor de beheersing van de mobiliteit is een goede busbereikbaarheid van Hessenpoort 2 noodzakelijk. Dit kan bijvoorbeeld door de situering langs de bestaande streeklijnen waarbij de haltevoorzieningen geoptimaliseerd worden. Bedrijven moeten gestimuleerd worden om vervoermanagement toe te passen. Door het combineren c.q. gezamenlijk oppakken van vervoer van vracht en van personeel wordt hierbij gestreefd naar vermindering van het aantal verkeersbewegingen. Er bestaat een relatie tussen het voorkomen van congestieproblemen en de bereikbaarheid voor hulpdiensten voor Hessenpoort en voor de omliggende woonkernen (zoals aangegeven in het hoofdstuk Veiligheid). Naar aanleiding van de Concept Nota van Uitgangspunten is gebleken dat de noodzakelijke infrastructurele maatregelen verder uitgewerkt dienen te worden. Door middel van nader onderzoek naar verkeersvarianten voor de ontsluiting wordt in overleg met provincie en Rijkswaterstaat wordt gezocht naar geschikte oplossingen.

blad 23 van 50

6
6.1

Milieu en duurzaamheid
Inleiding
Dit hoofdstuk gaat in op de uitgangspunten met betrekking tot milieu en duurzaamheid.

6.3

Uitgangspunten
De belangrijkste uitgangspunten die worden gehanteerd bij de ontwikkeling van Hessenpoort 2 voor de thema’s milieu en duurzaamheid zijn:
· Toetsen van de uitgangspunten aan het provinciaal milieubeleidsplan en het gemeentelijk milieubeleidsplan. Aanleg terrein · Efficiënt en intensief ruimtegebruik is een pré. · Zonering op basis van onder meer geluidsruimte, externe veiligheid en energieverbruik. · Behoud van landschappelijke en cultuurhistorische waarden (zie hoofdstuk 7). · Behoud en herstel van watersystemen en bodemkwaliteit. · Watersysteem is medeordenend bij de ruimtelijke inrichting (zie hoofdstuk 7). · Streven naar duurzaam beheer en parkmanagement (zie hoofdstuk 10).

Het eerste aspect is de invloed c.q. milieueffecten die het terrein genereert op de omgeving en hoe eventuele schadelijke effecten op de omgeving kunnen worden voorkomen c.q. genivelleerd. Het tweede aspect gaat in op mogelijkheden voor duurzame ontwikkeling van het terrein. Naast de beleidskaders genoemd in hoofdstuk 3 is het beleid in de gemeente Zwolle met betrekking tot een duurzame ontwikkeling onder andere vastgelegd in de nota’s de Zwolse Kijk (Meerjarig Ontwikkelingsplan) en het plan van aanpak Duurzaam Bouwen en Wonen uit 1997. De uitgangspunten worden op alle beleidsniveaus onderschreven.

6.2

Relatie met collegeprogramma
De volgende aspecten zijn genoemd in het collegeprogramma 2002-2006: · In de acquisitie wordt aandacht gevraagd voor het aantrekken van duurzame bedrijven. · Zorg dragen voor voldoende bedrijfs- en kantoorlocatie, met nadrukkelijk aandacht voor duurzaamheid van bedrijven en terreinen. · Het stimuleren van duurzame werkgelegenheid. · Bereikbaarheid per fiets en openbaar vervoer verdient extra aandacht en inzet

Vestigen bedrijven · Integraal ketenbeheer, integraal waterbeheer, duurzaam bouwen. · Stimuleren gebruik duurzame energie. · Streven naar de opwekking van 10 mega Watt windenergie op of nabij Hessenpoort 2 door middel van het in B&W vastgestelde windmolenproject. · Ontwikkelen van een energievisie met een EPL ambitie. · Streven naar multimodaliteit, beheersing van mobiliteit (zie hoofdstuk 5) en beperken geluidhinder als gevolg van mobiliteit. · Streven naar duurzaam beheer en parkmanagement (zie hoofdstuk 10) en hierbij leren van Hessenpoort 1.

blad 24 van 50

6.4

Toelichting uitgangspunten
In het op te stellen Milieueffect rapport (MER) worden de milieueffecten van de ontwikkeling inzichtelijk gemaakt. Hierdoor zal in het ontwerp rekening worden gehouden met het voorkomen en beperken van negatieve effecten op bodem, water, landschap, flora, fauna etc. door middel van een zorgvuldige inrichting van het gebied. Milieueffecten Bij de ontwikkeling van Hessenpoort 2 wordt uitgegaan van een terrein dat zoveel mogelijk geïntegreerd is in de omgeving met als doelstelling het minimaliseren en waar mogelijk voorkomen van negatieve effecten op het (omliggende) milieu. De zone industrielawaai is afhankelijk van de definitieve locatie en contour van Hessenpoort 2 en het soort bedrijven dat verwacht wordt. Op grond hiervan wordt bezien of de zone industrielawaai, die nu van toepassing is voor Hessenpoort 1, wordt aangepast. Afhankelijk van het soort bedrijven zal ook bij de milieuzonering rekening worden gehouden met de geluidproduktie van de bedrijven. Verder zullen verschillende geluidswerende middelen worden toegepast zoals maatregelen bij de bron op basis van ‘best practical means’ en de bedrijfsgebouwen benutten als geluidsscherm. Ten aanzien van het voorkomen van lichthinder zal bekeken worden of de openbare straatverlichting pas aangesloten kan worden wanneer een terreindeel in gebruik wordt genomen. Duurzame ontwikkeling Duurzaamheid is geen doel dat alleen vanuit milieukundig perspectief wordt nagestreefd. Ook vanuit economisch perspectief is een duurzame ontwikkeling gewenst. Continuïteit van bedrijven en bedrijventerrein, behoud en ontwikkeling van de waarde van het vastgoed en kostenbesparing zijn belangrijke economische drijfveren die duurzaamheid tot een doel maken.

Voor Hessenpoort 2 zijn de belangrijkste duurzaamheidsaspecten gerelateerd aan ruimte, energie, water, duurzaam bouwen en grondstoffen /afvalstoffen. Daarnaast zijn er doelstellingen op het gebied van beheersing mobiliteit, duurzaam beheer, stedenbouw en beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing die respectievelijk in de hoofdstukken 5, 7, 8 en 10 aan de orde komen. Ruimte Gestreefd wordt naar efficiënt ruimtegebruik in het openbaar en privaat gebied. Voorbeelden hiervan betreffen een hoge bebouwingsdichtheid op de kavels waarbij gebruik gemaakt wordt van ruimte-intensieve bouwprincipes, hoger bouwen en in meer lagen bouwen, gezamenlijk gebruik van de ruimte, hoogspanningsleidingen onder de grond en innovatieve logistieke systemen, met andere woorden het optimaal benutten van de beschikbare ruimte. Energie Voor Hessenpoort zal gestreefd worden naar het duurzaam en efficiënt gebruik van energie. Bij het aangeven van energieambities dient gezocht te worden naar het scheppen van omstandigheden waarin duurzaam energiegebruik bedrijven gemakkelijk rationele economische voordelen oplevert. Voorbeelden van duurzame energie maatregelen zijn zonne- en windenergie, energiewinning uit asfaltwegen, energievisie en monitoring en warmte-koude opslag / warmtekrachtkoppeling. In ieder geval wordt via het in het College vastgestelde windmolenproject gestreefd naar 10 megawatt windenergie op of nabij Hessenpoort 2. Voor de plaatsing van windmolens (ruimtelijke inpassing) zal nader onderzoek worden uitgevoerd. Tevens zou een energievisie met een EPL ambitie (Energie Prestatie op Locatie) moeten worden opgesteld. Water Van belang is de beheersing van de waterkwaliteit en –kwantiteit. De kwaliteit is van belang voor de natuur en de omgeving. Zuinig

blad 25 van 50

gebruik draagt bij aan vermindering van de afwateringsproblematiek en aan duurzaam gebruik van grondstoffen. Voorbeelden zijn het terugdringen van drinkwater in productieprocessen, stimulering van hergebruik van afvalwater en het gebruik van regenwater, realiseren van voldoende bergingscapaciteit met een integraal water- en peilbeheer. Het streven is erop gericht niet meer water naar de omgeving af te voeren dan uit het oorspronkelijke gebied afkomstig was. Water zal nadrukkelijk medeordenend zijn bij de ruimtelijke inrichting van het terrein. Duurzaam bouwen Voor duurzaam bouwen wordt een lijst opgesteld met verplichte en facultatieve dubo-maatregelen. Het Nationaal pakket duurzaam bouwen vormt hiervoor de basis. Afvalstoffen Een bijdrage aan het zuinig gebruik van grondstoffen wordt geleverd door de afvalstroom te beperken, te hergebruiken en te stroomlijnen. Het matchen van afvalstromen tussen bedrijven wordt aangeduid als integraal ketenbeheer. Hierbij zijn voordelen voor bedrijven (lagere kosten) en milieu te behalen (zuiniger gebruik grondstoffen). Voorbeelden zijn gezamenlijke afvalcontracten, afvalpreventie, betere afvalscheiding, benutten van restafval door andere bedrijven. De keuze voor eerder genoemde milieu- en duurzaamheidsaspecten vloeit voort uit het rijks- provinciaal en gemeentelijk beleid en de ervaringen die zijn opgedaan op Hessenpoort 1. In tegenstelling tot voor Hessenpoort 1 wordt voor Hessenpoort 2 gestreefd naar een meer voorwaardenscheppend én bindend karakter van de milieu- en duurzaamheidsmaatregelen. Er zal een milieukwaliteitplan worden vastgesteld, waarin de milieu- en duurzaamheidambities worden aangegeven. Hierin wordt onderscheid gemaakt naar maatregelen bij de aanleg van het terrein en bij de vestiging van bedrijven (collectieve en

individuele maatregelen). Tevens wordt per onderdeel vermeld met welk instrument wij deze ambities willen realiseren. Te denken valt aan het bestemmingsplan, de gronduitgifte, de milieuvergunning en de bouwvergunning. Als bijlage 1 is groslijst met ambities en maatregelen opgenomen. Deze groslijst geeft een overzicht van de meest actuele onderwerpen op het gebied van milieu- en duurzaamheid. Bij het vaststellen van het voorlopig ontwerp en het programma van eisen worden ambtelijk en bestuurlijk de concrete maatregelen vastgesteld. Financiëel gezien zal het uitgangspunt zijn dat de duurzaamheids maatregelen kosten neutraal moeten kunnen worden gerealiseerd. Het gemeentelijk milieukwaliteitplan wordt in 2002 opgesteld en zal voor vaststelling aan college en raad worden voorgelegd. De status van het milieukwaliteitplan is die van een beleidsdocument waarmee rekening gehouden moet worden bij onder meer het opstellen van verkoop/pachtcontracten, maken van bestemmingsplan en vergunningverlening.

blad 26 van 50

7

Natuur, Landschap, Archeologie en Cultuurhistorie
Inleiding
In dit hoofdstuk is aangeven welke uitgangspunten zijn gekozen ten aanzien van de bestaande en potentiële natuurwaarden en ten aanzien van de cultuurhistorische, archeologische en landschappelijke waarden. Hiertoe is gekeken naar een ruim gebied, liggende tussen de Vecht en de voormalige Dedemsvaart en tussen de gemeentegrens met Zwartewaterland aan de westzijde en de Nieuwendijk-Ankummerdijk aan de oostzijde (Cultuurhistorisch landschappelijk onderzoek Hessenpoort, Muffels Tuin- en Landschapsarchitectuur, september 2001. Diverse weidevogelinventarisaties, provincie Overijssel, 1990-2001. Diverse flora- en vegetatieonderzoeken, provincie Overijssel, 1992-1996).

· · ·

7.1

· · · ·

Waardevolle gebieden m.b.t. de genoemde thema’s in dit hoofdstuk ontzien. Ontwikkeling van de Steenwetering als een ecologisch en recreatieve water-as, corridor en buffergebied. Behoud en versterking van de aanwezige natuurwaarden in het Vechtdal, Tolhuislanden en in de Ruiten en Veenekampen. Behoud van openheid van het landschap tussen het Vechtdal en Rouveen als onderdeel van het regionale landschapspatroon. Handhaven van de bestaande landschapstructuur als afspiegeling van de ontstaansgeschiedenis. Nieuwe wegen en waterlopen en buitenbegrenzing enten op bestaande landschappelijke patronen. Bouwrijp maken op een duurzame wijze/ milieuvriendelijke manier, d.w.z. met behoud van het gemiddelde waterpeil en bij voorkeur met een gesloten grondbalans.

7.4

Toelichting uitgangspunten
Natuur Een nieuw bedrijventerrein heeft altijd invloed op de (natuurlijke) omgeving. Het terrein dient daarom zowel fysiek als functioneel zo gepositioneerd te worden dat negatieve effecten op het omliggende natuurlijke landschap tot een minimum wordt beperkt. Hierbij is het uitgangspunt om bestaande natuurwaarden zoveel mogelijk te handhaven en het terrein in te passen in de natuurlijke omgeving (waaronder enkele vogelbroedgebieden en de Steenwetering). Waardevolle natuurgebieden dienen daarom ontzien te worden. Indien natuur- en landschapswaarden verloren gaan zal het compensatiebeginsel worden gehanteerd. Daarnaast wordt gestreefd naar de versterking van de Steenwetering als een ecologisch en recreatieve water-as en als corridor en buffergebied. Ook aanwezige natuurwaarden in het Vechtdal en de Tolhuislanden dienen vooraf versterkt te worden indien Hessenpoort 2 in de nabijheid gepland wordt. Tevens zullen bestaande groenstructuren in het onderzoeksgebied van

7.2

Relatie met collegeprogramma
Er zijn geen specifiek punten voor dit onderwerp opgenomen in het collegeprogramma 2002-2006.

7.3

Uitgangspunten
De belangrijkste uitgangspunten die worden gehanteerd bij de ontwikkeling van Hessenpoort 2 voor het thema natuur, landschap, archeologie en cultuurhistorie zijn:

blad 27 van 50

Hessenpoort, die een corridorfunctie vervullen, moeten worden doorgezet. Binnen het bedrijventerrein wordt gestreefd naar een groenstructuur die als geleding van het terrein functioneert, geënt is op de bestaande patronen van wegen en waterlopen en die de potenties van het gebied benut ten aanzien van natuurontwikkeling en recreatie. Landschap, archeologie en cultuurhistorie Het landschap van het onderzoeksgebied toont zich als een uitermate vlak en eenvormig weidegebied. De patronen van wegen, waterlopen en kavelsloten verraden echter een eeuwenlange ontwikkeling, die nu nog uitermate goed afleesbaar is. Zowel een aantal punten, lijnen als vlakken hebben cultuurhistorische waarde. Bij de ontwikkeling van Hessenpoort 2 in of nabij dit gebied dient rekening gehouden te worden met deze bestaande landschapsstructuur. Nieuwe wegen en waterlopen dienen geënt te worden op bestaande patronen Bovendien dient bij de locatiekeuze van Hessenpoort 2 en de inrichting, de openheid van het landschap tussen het Vechtdal en Rouveen, als onderdeel van een veel groter verband namelijk het regionale en zelfs landelijke landschapspatroon, behouden te blijven. De zandwinplas in de hoek van de A28 en de Steenwetering heeft geen grote landschappelijke- of cultuurhistorische waarde. Vanuit dit oogpunt kan de plas bij de ontwikkelingsplannen voor Hessenpoort 2 worden betrokken.

blad 28 van 50

8
8.1

Stedenbouw
Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de stedenbouwkundige uitgangspunten geformuleerd.

8.4

Toelichting uitgangspunten
Situering Hessenpoort ontleent haar bestaansrecht aan de A28. De strategische ligging ten opzichte van de Randstad en (internationale) routes door de directe koppeling met de A28, vormen doorslaggevende aspecten bij de keuze voor Hessenpoort. De situering van Hessenpoort 1 is niet door het landschap bepaald. Met de “sprong over de Vecht” heeft Hessenpoort 1 dit feit in ruimtelijke zin onderstreept. Daarentegen vormt de landschappelijke context een nadrukkelijke rol in de uiteindelijke vorm van het bedrijventerrein. De uitdaging is om het bedrijventerrein in te passen in het landschap zonder de leesbaarheid en de karakteristiek van het landschap teniet te doen. Hoofdstructuur Een heldere hoofdstructuur draagt bij aan goede oriënteringsmogelijkheden, efficiënt ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit. Het vormt de duurzame, ruimtelijke drager waarbinnen segmenten op flexibele wijze ingevuld kunnen worden. Het duurzame karakter is sterk afhankelijk van de flexibiliteit die de hoofdstructuur in zich draagt om toekomstige ontwikkelingen op te kunnen vangen. Intensivering Ruimte-intensivering heeft consequenties voor alle betrokken partijen. Bij een optimale afstemming in een vroeg stadium heeft ruimte-intensivering kans van slagen. Dit wordt bereikt door optimalisering van de inrichting van het totale bedrijventerrein. Net als in Hessenpoort 1 wordt gestreefd naar een hoge bruto netto verhouding (ca. 60%). In het verlengde hiervan moet onderzocht worden of het gemiddelde bebouwingspercentage per kavel (circa 50%) in de vorm van een pilotproject verhoogd kan worden. Daarvoor zouden maatregelen zoals genoemd in bijlage 2, onder kopje 5. Intensivering, doorgevoerd moeten worden.

8.2

Relatie met collegeprogramma
De volgende aspecten zijn genoemd in het collegeprogramma 2002-2006: · Bij het realiseren van Hessenpoort 2 wordt intensief ruimtegebruik aangemoedigd.

8.3

Uitgangspunten
De belangrijkste uitgangspunten die worden gehanteerd bij de ontwikkeling van Hessenpoort 2 voor het thema stedenbouw zijn:
· · · · · Creëren van een heldere en duurzame hoofdstructuur die goed is ingepast in het omringende landschap. Hoogwaardige inrichting openbare en private ruimte. Formuleren en verbeelden van het ambitieniveau voor de architectonische en ruimtelijke inrichting (openbaar en uitgeefbaar) in een beeldkwaliteitsplan. Stedenbouwkundig ontwerp is afgestemd op de ambities met betrekking tot milieu, duurzaamheid, natuur en landschap (hoofdstuk 6+7). Uitvoeren van een pilotproject Intensief Ruimtegebruik.

blad 29 van 50

Kwaliteitsniveau Een hoogwaardig bedrijventerrein is herkenbaar en draagt haar ambitieniveau naar buiten uit. Niet per bedrijf afzonderlijk, maar afgestemd op het gemeenschappelijke ideaal, ontwikkelt Hessenpoort haar eigen identiteit als geheel en per segment in het bijzonder. Ruimtelijke architectonische kwaliteit vormt daarbij de drager en het beeldkwaliteitplan een middel.

blad 30 van 50

9
9.1

Veiligheid
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft aan welke aspecten van veiligheid van belang zijn bij de ontwikkeling van Hessenpoort.

in het hoofdstuk over mobiliteit en logistiek (zie hoofdstuk 5). Hierbij is bijzonder van belang dat de bereikbaarheid voor hulpdiensten wordt gewaarborgd. De specifieke eisen van brandweer en andere hulpdiensten dienen te worden onderzocht. De centrale bluswatervoorziening moet uiteraard hierbij worden betrokken. Ook zal in het ontwerp rekening worden gehouden met de locatie van potentieel gevaarlijke bedrijven in relatie tot de interne en externe milieuzonering. Door het opstellen van een Veiligheidseffectrapport (VER) wordt hierdoor in het voortraject rekening mee gehouden (volgens het concept AmvB “milieukwaliteitseisen externe veiligheid van inrichtingen”. Specifieke eisen kunnen bijvoorbeeld gesteld worden aan de locatie van bedrijven ten opzichte van het spoor en de laad- en losfaciliteiten voor luchtschepen. Er bestaat een relatie tussen het voorkomen van congestieproblemen (zoals aangegeven in het hoofdstuk Mobiliteit en Logistiek) en de bereikbaarheid voor hulpdiensten voor Hessenpoort en voor de omliggende woonkernen.

9.2

Relatie met collegeprogramma
De volgende aspecten zijn genoemd in het collegeprogramma 2002-2006: · Bij het ontwikkelen van bedrijventerreinen worden de thema’s veiligheid en vervoermanagement nader uitgewerkt.

9.3

Uitgangspunten
De belangrijkste uitgangspunten die worden gehanteerd bij de ontwikkeling van Hessenpoort 2 voor het thema veiligheid zijn:

· · · · ·

Waarborgen goede bereikbaarheid van Hessenpoort 1 en 2 en omgeving voor hulpdiensten. Centrale (bluswater)voorzieningen. Een goede milieuzonering. Er wordt een veiligheids-effectrapportage uitgevoerd. “Veiligheid” wordt vastgelegd in een keurmerk veilig wonen en veilig ondernemen.

9.4

Toelichting uitgangspunten
Bij het ontwerp zal rekening worden gehouden met de verkeersveiligheid in relatie met de uitgangspunten zoals verwoord

blad 31 van 50

10
10.1

Beheer en parkmanagement
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft de uitgangspunten voor het beheer op Hessenpoort 2.

10.3

Uitgangspunten
De belangrijkste uitgangspunten die worden gehanteerd bij de ontwikkeling van Hessenpoort 2 voor het thema beheer en parkmanagement zijn:
· · Aansluiten bij het gemeentelijk beheerbeleid. Streven naar het invoeren van parkmanagement. Aansluiten bij de ervaringen en voorzieningen op Hessenpoort 1.

·

In de gemeente Zwolle wordt onderzocht op welke wijze het beheer van de openbare ruimte in relatie tot de beschikbare 10.4 middelen kan worden gestuurd. Hiertoe is het zogenaamde BOR traject in gang gezet (Beheersmodel Openbare Ruimte). Het BOR is een middel ter ondersteuning van de afweging hoeveel beheergelden op diverse plaatsen worden ingezet om de gewenste kwaliteit te bereiken en handhaven. Voor het beheer van bedrijventerreinen kan parkmanagement een instrument zijn. Op Hessenpoort 1 is door een marktpartij een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd. De verwachting is dat eind 2002 de eerste concrete activiteiten door de marktpartij worden gestart. Er is geen landelijk of provinciaal beleid voor parkmanagement, maar het staat wel in de belangstelling bij onder ander de NOVEM (aangewezen als speerpunt).

Toelichting uitgangspunten
Een goed beheer van zowel de private kavels als de openbare ruimte is belangrijk voor een hoogwaardige uitstraling van een bedrijventerrein. Voor het optimaal functioneren van een bedrijventerreinen en het behouden van de gewenste beheerkwaliteit kan het Beheersmodel Openbare Ruimte (BOR) als gezamenlijke maatstaf worden gebruikt. Parkmanagement is meestal gericht op onderhoud van openbare ruimte, onderhoud van private ruimte en gebouwen, aanbieden van allerlei diensten per bedrijf en het aanbieden van collectieve diensten (bijvoorbeeld bewaking, energie management, vervoersmanagement). Publieke activiteiten kunnen zich richten op het onderhoud van de openbare ruimte, private activiteiten richten zich dan op diensten per bedrijf of op collectieve dienstverlening. Het streven hierbij is het creëren van win-win situaties voor zowel bedrijf, overheid als milieu. Indien de invoering van parkmanagement op Hessenpoort1 een succes wordt zou Hessenpoort 2 logischerwijs hierop moeten aansluiten.

10.2

Relatie met collegeprogramma
Er zijn geen specifiek punten voor dit onderwerp opgenomen in het collegeprogramma 2002-2006.

blad 32 van 50

11
11.1

Exploitatie
Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten opgenomen ten aanzien van de exploitatie van Hessenpoort 2.

Bij het vaststellen van het voorlopig ontwerp zal een globale exploitatie worden opgesteld en zal een risicoparagraaf worden geschreven. In dit verband moet de mogelijkheid tot het verwerven van subsidies worden onderzocht als bijdrage aan een budgettair neutrale exploitatie.

11.2

Relatie met Collegeprogramma
Er zijn geen specifiek punten voor dit onderwerp opgenomen in het collegeprogramma 2002-2006.

11.3

Uitgangspunten
De belangrijkste uitgangspunten die worden gehanteerd bij de ontwikkeling van Hessenpoort 2 voor de exploitatie zijn:
· · · De ontwikkeling van Hessenpoort 2 vindt plaats op basis van minimaal een budgettair neutrale exploitatie. Hanteren van marktconforme grondprijzen. Uitgegaan wordt van een exploitatieperiode van 10 jaar.

11.4

Toelichting uitgangspunten
Hessenpoort 2 heeft als financieel doel ‘minimaal budgettair neutraal’ ontwikkeld te worden. De belangrijkste kosten zullen naar verwachting de verwerving, het bouwrijp maken en de aanleg van de hoofdinfrastructuur zijn. De baten zullen bestaan uit grondopbrengsten waarbij marktconforme grondprijzen gehanteerd zullen worden. Bij de exploitatie wordt uitgegaan van de start van de uitgifte in 2004 en een exploitatieperiode van 10 jaar.

blad 33 van 50

12
12.1

Tijdpad en planning
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een toelichting van de planning op hoofdlijnen voor de ontwikkeling van Hessenpoort 2. Om tot een snelle ontwikkeling te komen van Hessenpoort 2 is het van het grootste belang om een planning te hanteren waarin een aantal procedurele en inhoudelijke zaken parallel lopen. De onderstaande planning geeft globaal de belangrijkste procedures en producten. We gaan er voorlopig van uit dat er geen langdurig verwervingstraject nodig is. Een aantal mijlpalen in de planning liggen zodanig dat er een risico van een vertraging van enkele maanden kan ontstaan in verband met de zomerperiode. Het spreekt voor zich dat getracht wordt deze mijlpalen wel te halen.

Het kritieke pad voor bovenstaande planning wordt op dit moment bepaald door de procedures: m.e.r.-procedure, de bestemmingsplanprocedure en de voortgang van de verwervingen eventuele onteigeningsprocedures. Aandachtspunten in de planvorming zijn: · Inspraak. · Planning in relatie tot locatiekeuze. · Grondposities.

12.2

Globale planning
De globale planning is: 1. Concept Nota van Uitgangspunten in College (feb. 2002). 2. (Definitief) Nota van Uitgangspunten in College (sept. 2002) 3. Startnotitie MER in college + inspraak (sept. 2002) 4. Programma van eisen en stedenbouwkundig ontwerp vaststellen in College (dec. 2002) 5. Voorontwerp bestemmingsplan, beeldkwaliteitplan en definitieve MER ter inzage ligging (sept. 2003) e 6. Uitgiftegesprekken 1 bedrijf gereed (nov. 2003) 7. Artikel 19 procedure bouwrijp maken (nov. 2003 – okt. 2004) 8. Artikel 19 procedure eerste bouwplan (nov. 2003 – okt. 2004) 9. Start bouwrijp maken (okt. 2004)

blad 34 van 50

Lijst van Bijlagen
Bijlage 1: Bijlage 1: Bijlage 2: Communicatietraject Concept Nota van Uitgangspunten Milieu en duurzaamheid: ambities en maatregelen Literatuurlijst

Afzonderlijk bijlagenrapport: Nota “Vraagstukken Hessenpoort 2”

blad 35 van 50

Bijlage 1: Communicatietraject Concept Nota van Uitgangspunten
Nadat de concept Nota van Uitgangspunten op 5 maart 2002 was vastgesteld door B&W van de gemeente Zwolle, werd gestart met een afstemmings- en communicatietraject met belanghebbende partijen. Hieronder is aangegeven op welke wijze en met welke partijen afstemming heeft plaatsgevonden. Op de volgende bladzijde zijn de reacties in een matrix gebundeld en is aangegeven hoe deze zijn verwerkt in de Nota van Uitgangspunten. Gesprekken met diverse gemeenten en de provincie. · Dalfsen · Kampen · Meppel · Zwartewaterland · Staphorst · Provincie Overijssel Hiervan zijn verslagen gemaakt. Schriftelijk informeren van overige gemeenten via een brief met als bijlage de concept Nota van Uitgangspunten. · Hattem · Hardenberg · Olst · Ommen · Raalte · Steenwijk · De Wolden · Westerveld

Informatiebijeenkomst voor beroepshalve betrokken organisaties (23 april 2002). · Hiervan is een verslag gemaakt. Nagezonden reacties naar aanleiding van de bijeenkomst op 23 april 2002. · Gewestelijke Land- en Tuinbouw Organisatie Afdeling Zwolle. · Stichting Milieuraad Zwolle. Informatiebijeenkomst via een wijkplatform voor bewoners en belanghebbenden (25 april 2002). · Hiervan is een verslag gemaakt. Bestuurlijk overleg met provincie Overijssel en gemeente Dalfsen (16 mei 2002). · Hiervan is een verslag gemaakt. Ambtelijk programeringsoverleg bedrijventerreinen IJsselVecht · Schriftelijke reactie met aandachtspunten ontvangen. Informatiebijeenkomst voor ondernemers op Hessenpoort 1. · Hiervan is geen verslag beschikbaar, opmerkingen zijn aangeven op de volgende bladzijde. · Schriftelijke reactie met aandachtspunten ontvangen.

blad 36 van 50

Verantwoording van de reacties op de concept Nota van Uitgangspunten Thema Ruimtelijke afweging Hessenpoort 2 Reactie Waarom is een locatie aan de zuidwestkant van Zwolle niet geschikt voor Hessenpoort 2 in verband met congestie en netwerkontwikkeling. Instanties Gemeente Dalfsen Verwerking in Nota van Uitgangspunten In het streekplan 2000+ en het structuurplan 1996 is aangegeven dat de uitbreiding van Hessenpoort bij Hessenpoort 1 plaats mag vinden. Fysiek gezien is de locatie aan de zuidwestkant (Hattemerbroek) ook zeer lastig. De noodzakelijke aansluiting op de A28 en de Veluwelijn en de nieuwe Hanzelijn zijn technisch gezien niet mogelijk. Aansluiting op Hessenpoort 1 geeft tevens de mogelijkheid om economische clustervorming te bewerkstelligen. Bij ontwikkeling aan de zuidwestkant van de stad zou deze mogelijkheid niet worden benut. Tevens heeft de provincie Gelderland voor die locatie globale ideeën voor de ontwikkeling van een kleinschaliger bedrijventerrein bij Hattemerbroek vergelijkbaar met het profiel van bijvoorbeeld Marslanden. Het kaartje wordt aangepast, in principe wordt Hessenpoort 2 binnen de gemeentegrenzen van Zwolle ontwikkeld. De omvang van het onderzoeksgebied is gerelateerd aan de verwachte milieueffecten. Deze effecten zullen naar verwachting wel de gemeentegrens overschrijden. In verband hiermee zal de gemeente Dalfsen bij de planvorming worden betrokken. De omvang van het onderzoeksgebied is veel groter dan uiteindelijk nodig is voor Hessenpoort 2, het bestaat voornamelijk uit beleidsclaims van andere overheden (o.a. het streekplan). Hierop hebben ook de codes betrekking. Het kaartje wordt veranderd in de definitieve nota. De realisatie van Hessenpoort 2 sluit aan op de kaders die in het structuurplan Zwolle 1996 zijn beschreven. Tevens start het nieuwe College een maatschappelijke discussie over de toekomstige ontwikkeling van de stad. Dit resulteert in een nieuw structuurplan voor de gemeente Zwolle.

Ruimtelijke afweging Hessenpoort 2

Het kaartje van het zoekgebied geeft aan dat deels op grondgebied van Dalfsen wordt gezocht.

Gemeente Dalfsen

Ruimtelijke afweging Hessenpoort 2 Ruimtelijke afweging Hessenpoort 2

De omvang van het zoekgebied Wijkplatform lijkt erg groot en de coderingen zijn onduidelijk. Provincie Overijssel Zonodig moet een structuurvisie worden opgesteld als toetsingskader voor de aangegeven zoekgebieden en de onderbouwing van de locatie voor Hessenpoort 2 omdat het gebied tussen Meppel en

blad 37 van 50

Ruimtelijke afweging Hessenpoort 2

Zwolle onder druk staat van ruimteclaims. Locatiekeuze Hessenpoort 2 i.r.t. transport en logistiek moet bekeken worden op regioniveau.

Stichting Milieuraad Zwolle Programmeringsoverleg

Beleidskaders; Economie en Marktprofiel

Beleidskaders; Economie en Marktprofiel

Het hoofdstuk “Beleidskaders” Provincie Overijssel en “Economie en Marktprofiel” moet aangevuld worden met de afstemming binnen de Netwerkstad Zwolle-Kampen en met de opsomming van de gemeenten in het samenwerkingsverband West van de Regiovisie. Volgt er nog een Hessenpoort 3 Wijkplatform.

Een nadere onderbouwing van het zoekgebied, de locatie en de contour van Hessenpoort 2 vindt plaats in de MER. In het programmeringsoverleg en vanuit de provincie heeft de gemeente Zwolle specifiek een taak om transport en distributiebedrijven te huisvesten. Hessenpoort is gelegen langs een transport-as A28 en tevens aan het spoor. Daarnaast is de regionale opgave gericht op de opvang van grootschalige bedrijven in regionaal verband. In het regionaal programmeringsoverleg blijft de verdeling overigens op de agenda staan. Er is in deze fase gekozen voor het niet opnemen van de gemeenten in het samenwerkingsverband. Het aandachtspunt ten aanzien van de afstemming binnen de Netwerkstad Zwolle-Kampen zal worden verwerkt in de Nota van Uitgangspunten (hoofdstuk 4).

Beleidskaders; Economie en Marktprofiel

Sluit Hessenpoort 2 ruimtelijk aan op vervolgontwikkelingen.

Provincie Overijssel

Het nieuwe College start een maatschappelijke discussie over de toekomstige ontwikkeling van de stad. Dit resulteert in een nieuw structuurplan voor de gemeente Zwolle. De ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen wordt niet alleen bepaald door alleen de behoefte aan dergelijke terreinen. Gestreefd wordt naar een evenwichtige ontwikkeling van de stad. Daarbij bestaat een verband tussen de gewenste ontwikkelingen op het gebied van onder meer woningbouw, opbouw beroepsbevolking, opleidingen, infrastructuur en dergelijke. Daarnaast zal de uitbreiding van bedrijfsterreinen in samenhang met de regio en andere gemeenten worden bekeken. Het nieuwe College start een maatschappelijke discussie over de toekomstige ontwikkeling van de stad. Dit resulteert in een nieuw structuurplan voor de gemeente Zwolle. De ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen wordt niet alleen bepaald door alleen de behoefte aan dergelijke terreinen. Gestreefd wordt naar een evenwichtige ontwikkeling van de stad.

blad 38 van 50

Economie en Marktprofiel

De segmentering voor Provincie Overijssel Hessenpoort 2 van 140 + 30 ha Programmeringsoverleg spoorgebonden dient nader te worden onderbouwd. Is de omvang van Hessenpoort Provincie Overijssel; GLTO; WMO 2 van 170 ha toereikend voor 10 jaar gezien de snelle uitgifte van Hessenpoort 1? Zeker nu Marslanden bijna uitgegeven ontstaat de vraag of dit type bedrijven ook naar Hessenpoort kan of dat er juist strengere vestigingsregels worden gesteld onder regievoering van de gemeente. De digitale bereikbaarheid dient Programmeringsoverleg aandacht te krijgen Een extra aansluiting op de A28 is niet acceptabel, zeker zo lang de wegcapaciteit niet substantieel is verhoogd. Mobiliteit als gevolg van Hessenpoort 2 vraagt om versterking van het onderliggende wegennet, een goede openbaar vervoerontsluiting, de realisering van een (regionaal) Ministerie van Verkeer en Waterstaat, directie Oost Nederland. Gemeente Dalfsen Programmeringsoverleg

Economie en Marktprofiel

Daarbij bestaat een verband tussen de gewenste ontwikkelingen op het gebied van onder meer woningbouw, opbouw beroepsbevolking, opleidingen, infrastructuur en dergelijke. Daarnaast zal de uitbreiding van bedrijfsterreinen in samenhang met de regio en andere gemeenten moeten worden bekeken. De omvang van Hessenpoort 2 is onderbouwd in twee marktrapportages (Van Werven 2001 en 2002). Op dit moment is er een concept segmentering opgesteld die is afgestemd op het totale aanbod binnen de netwerkstad Zwolle-Kampen. Inhoudelijk zijn de economische onderleggers ook met Economische Zaken van de provincie Overijssel afgestemd. De omvang is gebaseerd op de economische uitgangspunten en is voldoende voor 10 jaar. De vestigingsvoorwaarden moeten nog worden geformuleerd en bestuurlijk worden vastgesteld. Bedrijven die voldoen aan de vestigingsvoorwaarden worden toegelaten, tussentijds worden de eisen niet verscherpt i.v.m. duidelijk naar bedrijven toe voor langere termijn. Bedrijven van het type Marslanden kunnen alleen op Hessenpoort 2 indien ze voldoen aan de criteria, onder andere de eis van een omvang van minimaal 1 hectare. Bij het opstellen van het programma van eisen wordt hier aandacht aan besteed. Er worden verkeersonderzoeken uitgevoerd naar de ontsluitingsmogelijkheden van Hessenpoort 2. Hierin zal worden meegenomen dat een extra aansluiting op de A28 op dit moment niet acceptabel is vanuit het ministerie van Verkeer en Waterstaat. De mobiliteit als gevolg van Hessenpoort 2 vraagt inderdaad om versterking van de genoemde punten. Al deze punten worden door de gemeente Zwolle eveneens als aandachtspunt gezien en zijn in deze Nota van Uitgangspunten ook verwoord.

Economie en Digitale bereikbaarheid Mobiliteit en logistiek

blad 39 van 50

Mobiliteit en logistiek

fietspadennet en mobiliteitsmanagement. Deze onderdelen dienen tijdig te worden uitgewerkt. Hessenpoort 2 mag geen belemmering vormen voor de bereikbaarheid van Hessenpoort 1, de stad Zwolle en omliggende kernen via het regionaal verkeersnetwerk.

Provincie Overijssel; Ondernemers op Hessenpoort 1; LNV; Waterschap Groot Salland; wijkplatform. Programmeringsoverleg

Mobiliteit en logistiek

Vervoersmanagement dient ook Provincie Overijssel genoemd te worden bij het onderdeel beheer. De ervaringen zijn niet positief, deze moeten nader besproken worden. Rekening houden met verkeersstructuur voor landbouw. De hindereffecten van mobiliteit dienen op regionale schaal te worden bekeken Voorkomen van nadelige effecten op de landbouwfunctie en leef- en werkomgeving. Transport en distributie is niet goed in overeenstemming te brengen met een hoogwaardig en duurzaam Hessenpoort 2. Intensief ruimtegebruik dient het uitgangspunt te zijn. GLTO Provincie Overijssel GLTO Stichting Milieuraad Zwolle; GLTO Programmeringsoverleg

Mobiliteit en logistiek Milieu en Duurzaamheid Milieu en Duurzaamheid Milieu en Duurzaamheid

DE genoemde punten worden door de gemeente Zwolle ook als aandachtspunt gezien en zijn dan ook genoemd in de Nota van Uitgangspunten. Door middel van nader onderzoek naar verkeersvarianten, het opstellen van een MER, overleg met provincie en Rijkswaterstaat wordt gezocht naar geschikte oplossingen op lokaal en regionaal niveau. Bij de aanleg van Hessenpoort 1 is reeds rekening gehouden met een nieuwe uitbreiding in dit gebied. Ook de bereikbaarheid van Hessenpoort 1 blijft onder de aandacht van de gemeente Zwolle. Vervoersmanagement zal bij het hoofdstuk over mobiliteit en logistiek worden aangevuld. Aangegeven zal worden dat het stimuleren van vervoermanagement plaats kan vinden via parkmanagement en dat dit een bijdrage kan leveren aan duurzaamheid. Parkmanagement kent vele aspecten. In dit verband wordt daar nu niet dieper op ingegaan. In hoofdstuk 5 is toegevoegd: Het behouden van een goede bereikbaarheid en doorgang voor omliggende landbouwfuncties. Hier wordt aandacht aan besteed. Hierover zal tevens overleg plaatsvinden met provincie en rijk. In het Milieu Effect Rapport (MER) zal rekening gehouden worden met effecten op bodem, water en geluid voor de omgeving. Een duurzame invulling bestaat uit veel componenten waarvan ruimtebeslag één is. In de Nota van Uitgangspunten is daarom genoemd dat op Hessenpoort 2 niet alleen efficiënt ruimtegebruik gestimuleerd wordt, maar dat tevens een pilot ruimteintensivering zal worden uitgevoerd. Naast ruimte-intensivering gelden de duurzame toepassingen voor water, energie en

blad 40 van 50

Milieu en Duurzaamheid

Meer duidelijkheid over duurzaamheidaspecten en intensief ruimtegebruik voor bedrijven. “Niet streven naar … maar doen”.

Provincie Overijssel; Stichting Milieuraad Zwolle; Vitens

Milieu en Duurzaamheid Milieu en Duurzaamheid

De uitgangspunten voor milieu Provincie Overijssel. en duurzaamheid dienen getoetst te worden aan het provinciaal milieubeleidsplan Wijkplatform. Voldoet de vele verlichting op Hessenpoort 1 aan de eisen en wordt Hessenpoort 2 op dezelfde manier verlicht. Bij de ontwikkeling van Hessenpoort 2 moet aandacht zijn voor de tijdige aanleg van groene zone op het terrein omdat de groenvoorziening op Hessenpoort 1 achterblijft. Gemeente Dalfsen.

ketenbeheer ook voor transport en distributie. In het Programma van Eisen wordt een nadere specificatie gemaakt van ambities en maatregelen op het gebied van milieu en duurzaamheid. In het nog op te stellen milieukwaliteitplan zal aangegeven worden hoe deze ambities verwezenlijkt kunnen worden. Ook voor intensief ruimtegebruik worden keuzes gemaakt bij het opstellen van het programma van eisen. Dit is opgenomen in de Nota van uitgangspunten.

Natuur en Landschap

Natuur en Landschap

Er moet aandacht komen voor Stichting Milieuraad het beperken van milieuhinder Zwolle. op vogels en het behouden van de botanische waarden door een zorgvuldige inrichting en keuze van bedrijvigheid.

Veiligheid

De bereikbaarheid van Dalfsen voor nooddiensten is de laatste jaren verminderd. Door

Gemeente Dalfsen.

De verlichting voldoet aan de richtlijnen, maar lijkt overdadig doordat niet alle gebouwen er staan en de beplanting nog niet hoog is. Bij Hessenpoort 2 zal worden bekeken of de lichtmasten kunnen worden aangesloten wanneer een terreindeel in gebruik wordt genomen. Groene zones op Hessenpoort 1 worden aangelegd bij afronding van een terreindeel omdat anders te veel schade ontstaat bij het bouwen. Overigens is hoofdontsluiting wel bij aanvang voorzien van een robuuste groenstructuur. Bij het hoofdstuk Natuur en Landschap zal aangegeven worden dat een tijdige aanleg van de groenstructuur gewenst is en dat tijdig compensatiegroen zal worden aangelegd. In hoofdstuk 7 is aangegeven dat de aanwezige natuurwaarden zoveel mogelijk worden gehandhaafd en ingepast in de natuurlijk omgeving. Hoofdstuk 6 voegt daaraan toe dat wordt uitgegaan van het minimaliseren van de negatieve effecten op het (omliggende) milieu. Uitgangspunt in de Nota van Uitgangspunten is om de hinder en aantasting op de omgeving zoveel mogelijk te beperken. Dit kan bewerkstelligd worden door middel van een zorgvuldige inrichting van het gebied. In de MER zal worden nagegaan hoe deze inrichting kan worden vormgegeven. De bereikbaarheid van Dalfsen voor nooddiensten zal als uitgangspunt worden opgenomen in het hoofdstuk over veiligheid.

blad 41 van 50

Veiligheid

Algemeen

Algemeen

Hessenpoort 2 mag dit niet slechter worden. Er dient een Veiligheids-effectrapportage te worden opgesteld volgens AMvB-besluit. Daarnaast bestaat er een keurmerk veilig wonen en veilig ondernemen. Er dient lering te worden getrokken uit de ontwikkeling van Hessenpoort 1, bijvoorbeeld voor de aankleding van het terrein m.b.v. een beeldkwaliteitplan. Gemeente Dalfsen wil graag betrokken worden bij de verdere ontwikkelingen van Hessenpoort 2.

Provincie Overijssel; gemeente Dalfsen.

Provincie Overijssel; Ondernemers op Hessenpoort 1; Wijkplatform. Gemeente Dalfsen

Tijdens de planvorming zal een veiligheidseffectrapportage worden opgesteld als input voor het formuleren van risicocontouren. Dit uitgangspunt wordt in de nota van uitgangspunten opgenomen. Veiligheid wordt in een “keurmerk” veilig wonen en veilig ondernemen vastgelegd. In de Nota van Uitgangspunten is op diverse plaatsen aangegeven dat dit een uitgangspunt is voor de ontwikkeling van Hessenpoort 2. Bij het opstellen van het programma van eisen voor Hessenpoort 2 zal dit concreter worden gemaakt. Gezien de mogelijk effecten die de ontwikkeling van Hessenpoort 2 op Dalfsen kan hebben zal de gemeente Dalfsen zowel ambtelijk als bestuurlijk zoveel mogelijk worden betrokken bij de ontwikkeling van Hessenpoort 2.

blad 42 van 50

Bijlage 2: Milieu en duurzaamheid: ambities en maatregelen
Deze groslijst geeft een overzicht van de meest actuele onderwerpen op het gebied van milieu- en duurzaamheid. Bij het vaststellen van het voorlopig ontwerp en het programma van eisen worden ambtelijk en bestuurlijk de concrete maatregelen vastgesteld. 1. Energie Een cruciale factor op een bedrijventerrein, zowel vanuit milieu- als economisch perspectief, is de energievoorziening. Er dient voldoende energie beschikbaar te zijn, tegen een acceptabele prijs, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de leefomgeving. Bij voorbaat dient reeds te worden vastgesteld dat een volledig schone energievoorziening niet haalbaar is. Vooralsnog is er een zodanige afhankelijkheid van fossiele brandstoffen voor de opwekking van bijvoorbeeld warmte en elektriciteit dat een bedrijventerrein van een omvang als Hessenpoort 2 economisch niet tijdig optimaal kan functioneren wanneer een volledig schone energievoorziening wordt vereist. Niettemin wordt internationaal breed onderkend dat de huidige energievoorziening op basis van fossiele brandstoffen een ernstige bedreiging vormt voor het milieu. Ze is een belangrijke oorzaak van klimaatverandering. Lokaal energieverbruik werkt niet rechtstreeks door op het lokale klimaat maar draagt bij tot een verslechtering van het mondiale klimaat. Dat er geen één-op-één relatie is, neemt de urgentie van lokale maatregelen geenszins weg. De wettelijke maatregelen gericht op het terugdringen van vervuilend energieverbruik worden inmiddels verder aangescherpt. Het vooruitlopen op deze ontwikkeling geeft blijk van een vooruitziende blik en is voor een stad die ´kwalitatieve groei´ als uitgangspunt heeft een must. Daarbij dient te worden aangetekend dat het intensieve

computergebruik van het moderne bedrijfsleven tot een zorgwekkende extra milieubelasting leidt. Daarbij is het zaak een ambitieniveau te kiezen dat aansluit bij het stedelijke ontwikkelingspeil en het zelfbewustzijn van de stad en dat de achterliggende doelstelling van een volledig schone energievoorziening zoveel mogelijk benadert. Bij de voorbereiding en realisatie van het bedrijventerrein Hessenpoort 1 is reeds veel aandacht besteed duurzaamheidsmaatregelen. Uit de bij Hessenpoort 1 opgedane ervaringen kan lering worden getrokken bij de planontwikkeling van Hessenpoort 2. De eerste categorie ingebrachte aandachtspunten is verbonden met het instrument ruimtelijke ordening. Met behulp van ruimtelijke ordening kan in aanleg veel duurzaamheidwinst worden behaald. Bij Hessenpoort 1 lag een zwaartepunt op bouw en infrastructuur. De opgedane ervaringen leren dat het belangrijk is afstemming te bereiken tussen de energie-infrastructuur en de beoogde gebruikers. Ruimtelijke ordening is hierbij een cruciaal instrument. Door middel van ruimtelijke ordening dienen gunstige omstandigheden te worden gecreëerd voor duurzame energie en efficiënt energiegebruik. In het gebruik van dit instrument komen fysieke maatregelen en gedragsbeïnvloeding bij elkaar. Voorbeelden zijn het voorzien in de behoefte aan geschikte windmolenlocaties, zongericht verkavelen, verpachten van grond in plaats van verkopen en het bundelen van grote energieverbruikers. De tweede categorie ingebrachte aandachtspunten geeft voor ondernemers het instapniveau weer voor Hessenpoort 2. Er worden maatregelen voorgesteld die op grond van ervaringen in Zwolle of elders als een verworvenheid kunnen worden beschouwd. Een modern bedrijf kan deze matregelen zonder exceptionele inspanningen toepassen. Voorbeelden hiervan zijn de meerjarenafspraken (MJA´s), convenanten die de rijksoverheid

blad 43 van 50

met een tiental bedrijfstakken heeft gemaakt. Als basiscriterium is het reëel van ondernemers in de betreffende branches te verlangen dat zij het convenant ondertekenen en het vervolgens nakomen. Hierop kan de instantie die het parkmanagement voert, toezien. Dit vergt vooral een communicatieve, dan wel een onderhandelingsinspanning. De derde categorie aandachtspunten stimuleert het aangaan van uitdagingen, het invullen van de mogelijkheden die het bedrijventerrein (in de toekomst) biedt. Deze categorie bevat niet zozeer concrete maatregelen maar ligt meer op het niveau van ambities en doelen. Het is de bedoeling deze als gemeente samen met ondernemers en andere partijen ´werkende weg´ te realiseren, dan wel dichterbij te brengen. Voorbeelden zijn het ontwikkelen van gemeenschappelijke milieuvergunningen en meetinstrumenten als een Energieprestatiecoëfficiënt (EPC), een Verkeersprestatie op Locatie en een Energieprestatie op Locatie. Hoewel de samenleving grote behoefte heeft aan een duurzaam en efficiënt energieverbruik, kan dit bedrijven niet worden opgedrongen. Daarom is er bij het aangeven van energie-ambities naar gezocht omstandigheden te scheppen waarin duurzaam energiegebruik bedrijven gemakkelijk rationele economische voordelen oplevert. In bredere zin is het positieve, vooruitstrevende imago van een duurzaam bedrijventerrein een belangrijk vestigingsvoordeel. Bedrijven kunnen hierop meeliften. Een duurzaam bedrijventerrein sluit aan bij tendensen in de ´belevingseconomie´ waarbij de emotionele verbondenheid tussen consument en bedrijf steeds belangrijker wordt (´feel-good´ koopgedrag) en begrippen als ´maatschappelijk ondernemerschap´ steeds meer opgeld doen. Duurzame energie is dan ook bij uitstek geschikt om een duurzaam bedrijventerrein zowel inhoud als uitstraling te geven. In onderstaande tabel is aangegeven welke maatregelen in het kader van duurzaam omgaan met energie op Hessenpoort 2 genomen kunnen worden

Realiseren van een energievisie + monitoring (gemeente en bedrijfsleven gezamenlijk) bij gebouwontwerpen streven naar EPC beter dan Bouwbesluit (> 125%) Opwekking van duurzame energie in het plangebied (zonne- en windenergie) Plaatsing windmolens (10 MW) Zonnepanelen op de daken Efficiënt gebruik van fossiele energie (warmtepomp, warmtekrachtkoppeling en restwarmte/ koudebenutting) Streven naar een optimale energie-infrastructuur, vanuit onder andere milieu-oogpunt (bestek formuleren en bij de realisatie gebruik maken van nieuwe mogelijkheden van de vrije marktwerking). Onderzoeken of leidingen reeds geschikt kunnen worden gemaakt voor waterstoftransport Gasverbruikende bedrijven bij elkaar Toepassen van zongericht verkavelen en zongericht bouwen. Via parkmanagement mede ondertekenen mja energie verplicht Energie Prestatie op lokatie (EPL) 10 Verkeersprestatie op Locatie (VPL) In overleg met Eenheid Publiekszaken Bedrijfsmilieuplannen vragen Ten minste een innovatief project realiseren.

2. Water Water staat weer volop in de belangstelling. Diverse ontwikkelingen vormden hiervoor aanleiding, zoals de ernstige overlast en schade als gevolg van overstromingen van rivieren, verdrogingsproblematiek schaalvergroting van waterleidingbedrijven en de discussie over privatisering van de waterleidingbedrijven. Zwolle heeft samen met Waterschap Groot Salland, WMO en provincie Overijssel in het Waterplan Zwolle een visie op Zwols water geformuleerd. In 2001 zijn de gezamenlijk geformuleerde ambities door de afzonderlijke organisaties apart bestuurlijk geaccordeerd. Voor zover relevant voor het ontwikkelen van

blad 44 van 50

bedrijventerrein Hessenpoort 2 zijn hieronder de ambities aangegeven die de organisaties voor ogen staan. · Waar mogelijk wordt de relatie tussen water en historische ontwikkeling van de stad geaccentueerd. · Alle besluiten worden onderworpen aan een watertoets met als centrale vraag: hoe is omgegaan met water als ordenend principe. · De kwaliteit van grond- en oppervlaktewater sluit aan op het gewenste ruimtegebruik en is zo goed mogelijk. Inrichting van wateren en de waterkwaliteit maken een maximale ontwikkeling van de groenstructuur en het aquatisch ecosysteem mogelijk. · De gemiddelde aanvoer van drinkwater uit de winning Engelse Werk is zo klein mogelijk. Waar mogelijk wordt het regenwater niet meer via de riolering afgevoerd. · Er is sprake van een optimale samenwerking tussen alle waterpartners. Vanuit maatschappelijk perspectief is sprake van een hoge mate van efficiëntie De jaarlijkse exploitatiekosten van watersysteem en waterketen zijn laag ten opzichte van de kwaliteit die wordt geboden. · Naast de hierboven aangegeven ambities van algemene aard is in het waterplan ook specifiek aandacht besteed aan water en bedrijven. In vervolg op het project Vrijwillige waterbesparing bedrijven, wordt voorgesteld middels maatwerk het gebruik van drinkwater in productieprocessen terug te dringen. Onderdeel van dit project is tegelijkertijd de stimulering van hergebruik van afvalwater en het gebruik van regenwater (veelal groot dakoppervlak en verhard oppervlak voor parkeervoorzieningen) binnen bedrijven. · Het gaat daarbij om het afstemmen tussen aanbod en vraag van water met bepaalde kwaliteiten. Daarvoor is het van belang een informatie- en transferpunt in te richten op deze afstemming mogelijk te maken. Concreet worden voor Hessenpoort 2 de volgende ambities nagestreefd:

Handhaven van de bestaande hydrologische situatie (grondwaterstand, grondwaterstromen, kwel en infiltratie, hydrologische isolatie) Handhaven en zonodig verbeteren van bestaande waterkwaliteit Het (zo nodig) verbeteren van de grondwaterkwaliteit in het gebied Het voorkomen van afwenteling van negatieve effecten uit het nieuwe bedrijventerrein naar omliggende gebieden en naar de toekomst, zowel in kwantitatieve zin (te snelle afvoer) als in kwalitatieve zin (diffuse verontreiniging) Het voorkomen van verdroging en vernatting (wateroverlast) Realiseren van voldoende bergingscapaciteit om het regenwater in het gebied te houden en het regenwater van daarvoor in aanmerking komende oppervlakken af te koppelen van de riolering (infiltratie, retentie). Afkoppeling 100% van dakoppervlak Verbeterd gescheiden rioleringsstelsel voor water van wegen/terreinverhardingen en bedrijfswater. Voldoende ruimtereservering in openbaar gebied ten behoeve van leidingen voor uitwisseling/transport van energie(dragers, water, etc. Haalbaarheidsonderzoek hergebruik effluent rioolwaterzuiveringsinstallatie Gezamenlijk gebruik van afvalwaterzuivering Natuurlijke zuiveringsvoorzieningen in het eigen gebied opnemen bijvoorbeeld door realisatie natuurvriendelijke oevers of helofytenfilters. Ontwikkelen plangebied afstemmen op bestaande (grond)waterpeilen waarbij stedelijke waterstromen gescheiden moeten worden van agrarische. Toepassen van integraal water- en peilbeheer. Hierbij kan het gaan om een gesloten watersysteem, beheer gericht op gebruik (toepassen van “schoon naar vuil” principe), peil en berging (zomer- en winterpeil en seizoensberging) en reguleren inlaat en afvoer (gebiedseigen water zoveel mogelijk vasthouden in het gebied). Hergebruik van afvalwater als proceswater tussen bedrijven onderling. Industriewater uit het effluent van een rioolwaterzuivering Infiltratie schoon dakwater -> bij droogte afvoer naar nabijgelegen natuur

blad 45 van 50

3. Grondstoffen Voor de realisatie van het bedrijventerrein zijn grondstoffen, zoals ophoogzand, funderingsmateriaal en wegverhardingen nodig. Daarnaast zijn grondstoffen nodig bij de productieprocessen in bedrijven en bouwmaterialen voor de bedrijfspanden. De laatstgenoemde komt aan de orde bij het thema bedrijfshuisvesting. Uitgangspunten bij een duurzaam gebruik van grondstoffen zijn:
Grond die vrijkomt bij het bouwrijp maken ter plaatse benutten Selectief ophogen (alleen de wegen, leidingen en parkeerplaatsen) Grondstoffenbesparing op basis van “best practical means” (productieprocessen) Gebruik van secundaire bouwmaterialen, zoals puingranulaat, als ophoogmateriaal onder de wegen. Aanvoer van ophoogzand en secundaire grondstof van lokale leveranciers. Grondstoffenbesparing op basis van ‘best practical means’ (Productieprocessen) Toepassen van categorie 1 grond, verontreinigde bagger en/of gereinigd zeefzand Milieuscan bij bedrijven met aanbevelingen voor herontwerp van productieprocessen (Productieprocessen) Innovatie van processen en producten op basis van milieuscan (Productieprocessen) Benutting van reststoffen of afgekeurde producten als grond- en hulpstof Benutting van reststoffen als brandstof tussen bedrijven onderling Onderlinge benutting van verpakkingsmaterialen Gezamenlijk afvalcontract Gezamenlijk afvaldepot / milieupark Gezamenlijke lokale verwerking (bv. lokale vergistinginstallatie biomassa-installatie) Preventieteams en –kringen Meer dan 90% van het totale aanbod van afval wordt gescheiden.

Door het herbenutten van reststoffen en afgekeurde producten als grond en hulpstof en brandstof wordt gestreefd naar een vorm van integraal ketenbeheer. Deze vorm van beheer gaat in het meest optimale geval uit van het principe dat er geen restafval ongebruikt wordt gelaten. Door een productketen op te zetten tussen bedrijven wordt een uitwisselingssysteem opgezet waar nagenoeg geen restafval onderbenut wordt en waarbij bedrijven (lagere kosten) en milieu (lagere belasting restafval en minder ontrekken van fossiele brandstoffen en materiaal uit natuur) winst behalen. Dit principe is sterk afhankelijk van het soort bedrijven dat zich op Hessenpoort 2 gaan vestigen en de wil en “commitment” van de betreffende ondernemers. De keten is zo sterk als de zwakste schakel in het proces. Uitgangspunt en doelstelling bij de ontwikkeling van Hessenpoort 2 is het opzetten van een (aangepaste) vorm van integraal ketenbeheer. 5. Ruimtelijke intensivering Voor het thema ruimtelijke inrichting gelden de volgende doelen: · Een efficiënte inrichting van de beschikbare ruimte · Een flexibele inrichting met het ook op kunnen blijven anticiperen op toekomstige ontwikkelingen.

4. Afvalstoffen Voor het thema afvalstoffen gelden in het kader van duurzaamheid de volgende doelen: · Reductie van (chemische) afvalstoffen; · Hergebruik en nuttige toepassing van afvalstoffen; · Efficiënt afvaltransport. Biomassa die vrijkomt bij bedrijven (houten pallets, productieafval) kan wellicht worden gebruikt als brandstof voor een biomassainstallatie.

blad 46 van 50

Ruimte-intensivering Hessenpoort 2 Intensief ruimtegebruik houdt in een hoge bebouwingsdichtheid op de kavels waarbij gebruik gemaakt wordt van ruimte-intensieve bouwprincipes, gezamenlijk gebruik van de ruimte en innovatieve logistieke systemen, met andere woorden het optimaal benutten van de beschikbare ruimte. Bij ruimte-intensief bouwen worden een aantal basisprincipes onderscheiden, namelijk: · Twinning, bij dit principe worden de gebouwen als het ware aan elkaar gebouwd waardoor “loze” ruimtes aan de achterzijde van het gebouw vermeden worden en zowel de voorkant als de zijkanten rondom het gebouw c.q. gebouwencomplex optimaal benut kunnen worden. Een ander voordeel hierbij is dat de logistieke systemen gecombineerd kunnen worden zodat het ruimtebeslag hiervan vergeleken met de “traditionele“ manier gehalveerd kan worden. · Gestapeld bouwen, bij deze manier van bouwen worden meerdere bouwlagen gemaakt waardoor het ruimtegebruik geconcentreerd wordt. Een bijkomend effect is dat logistieke systemen aangepast moeten worden van een horizontale oriëntatie (gelijkvloers) naar een verticale organisatie (meerlaags) · Innovatieve logistieke systemen, aansluitend op het meerlaags bouwen worden bij deze vorm van ruimtegebruik ondergrondse of “verdiepte” logistiek systemen toegepast waarbij het transport, de op- en overslag van goederen en het parkeren ondergronds of “verlaagd” plaatsvindt (onder de gebouwen) · Gezamenlijke voorzieningen, hierbij kan o.a. gedacht worden aan het gezamenlijk gebruik en beheer van voorzieningen zoals parkeren, opslag van goederen, truckerscentrum (onderhoud vrachtwagens) en vergader en horecafaciliteiten. Door het gezamenlijke karakter wordt in vergelijking met individuele voorzieningen een aanzienlijke ruimtebesparing behaald.

·

Flexibel bouwen, hierbij worden (delen van) gebouwen flexibel aangelegd. Door relatief kleine aanpassingen kunnen eenvoudig delen verwijderd c.q. aangebouwd worden.

Ambities Hessenpoort 2 Voor Hessenpoort 2 zijn verder de volgende ambities geformuleerd.
Ruimte reserveren voor berging en infiltratie van regenwater Milieuvriendelijk beheer Toepassen van zongericht verkavelen en zongericht bouwen. Voorkomen windhinder Reserveren ruimte voor 7 windmolens (10 MW) Rekening houden met uitkomsten van de studie naar de herlocatie van de lijnwerkplaats Rekening houden met ruimte voor bedrijven die spooraansluiting nodig hebben Goede aansluiting op bestaande en buslijnennet Externe risico´s minimaliseren door zonering Energie-intensieve bedrijven bij elkaar Energie-extensieve bedrijven bij elkaar "Verzamelen" van bedrijven (bedrijvenverzamelgebouwen) Gezamenlijke parkeervoorziening voor auto's Ondergronds bouwen Gezamenlijke opslag van materialen Gezamenlijk gebruik van (vracht-)autowasplaats Gezamenlijk gebruik onderhoudswerkplaats Gezamenlijk gebruik opslagvoorziening Vergader- en opleidingsfaciliteiten en flexibele kantoren Kinderopvang, winkelcentra, sport - en recreatiefaciliteiten Hotel/restaurants en benzinetankstations Zoveel mogelijk sparen van gevoelige bestemmingen De gebieden die nu vanuit milieu al zwaar belast worden als eerste gebruiken (geluidzones) Streven naar compacte uitbreiding, voorkomen van verspilling van ruimte Bruto/netto verhouding optimaliseren Bedrijfsfuncties stapelen (bedrijfshal beneden, kantoor en

blad 47 van 50

parkeerterrein boven) Gemeenschappelijk laad- en losruimten tussen panden Grasdaken (natuur op dak en vertraagt afvoeren regenwater)

Het is een uitgangspunt dat op Hessenpoort 2 parkmanagement wordt ingevoerd aansluitend op de ontwikkelingen van Hessenpoort 1. 8. Geluid en lucht Uitgangspunt bij de ontwikkeling van Hessenpoort 2 met betrekking tot geluid en lucht is het maximaliseren van de geluidsbelasting van 50 dB(A) tot op de terreingrens van Hessenpoort 2 voor zover dit buiten de 50 dB(A) contour van Hessenpoort 1 ligt. Verder zullen verschillende geluidswerende middelen worden toegepast zoals maatregelen bij de bron op basis van ‘best practical means’ en de bedrijfsgebouwen benutten als geluidsscherm. Met betrekking tot luchtverontreiniging wordt gesteld dat geen vervuiling c.q. overlast door de bedrijven op het terrein gerealiseerd mag worden.

De gedachtegang bij bovenstaande uitgangspunten is gericht op intensivering van de ruimte, samenwerken tussen bedrijven, opzetten van integraal ketenbeheer en het zoveel mogelijk reduceren van milieuhinderlijke effecten op de directe omgeving van Hessenpoort 2. Een goed middel om een aantal gezamenlijke ambities tussen gemeente en bedrijven uit te voeren is het opzetten van parkmanagement. 6. Duurzaam bouwen Voor duurzaam bouwen wordt een lijst opgesteld met verplichte en facultatieve dubo-maatregelen. Het Nationaal pakket duurzaam bouwen vormt hiervoor de basis. 7. Parkmanagement Parkmanagement is een organisatievorm gericht op het optimaal laten functioneren van een bedrijventerrein zodat op de lange termijn de noodzaak van revitalisering wordt voorkomen. Er zijn verschillende vormen om dit inhoud te geven. Op Hessenpoort 1 wordt parkmanagement ingevoerd door een marktpartij. Daarbij worden diensten aangeboden via de ondernemersvereniging in oprichting maar ook aan individuele bedrijven. Over de wijze waarop bublieke taken via de parkmanager worden georganiseerd moeten nog nadere afspraken worden gemaakt. De mogelijkheden variëren daarbij van, met de gemeente afspraken maken over de inzet van onderhoudsgelden op Hessenpoort, tot het overdragen van onderhoudsbudgetten. Over de wijze waarop binnen Zwolle parkmanagement in de toekomst verder inhoud wordt gegeven moet nog beleid worden ontwikkeld.

blad 48 van 50

Bijlage 3: Literatuurlijst
Bestuurlijk Overleg Regiovisie Zuid-Drenthe/Noord-Overijssel (1999), Met het oog op 2030, Regiovisie Zuid-Drenthe/NoordOverijssel, Provincie Drenthe. Gemeente Heerenveen, Bedrijventerrein Klaverblad Noordoost, Een plan op goede gronden, 2000. Gemeente Zwolle (1998), Bestemmingsplan Hessenpoort, Toelichting, Gemeente Zwolle (2001), Duurzaamheidsvisie en programma Hessenpoort II, Concept. Gemeente Zwolle, Notitie mobiliteit en logistiek, juli 2001. Gemeente Zwolle / TNO (1996), Structuurplan Zwolle 1996. Gemeente Zwolle (2001), Poort naar expansie, Verslag startconferentie uitbreiding bedrijventerrein Hessenpoort. Gemeente Zwolle Goudappel/Coffeng, Kwaliteit binnen bereik, Gemeentelijk verkeers- en vervoerplan, februari 2001.

Logitech (2001), Verkennend onderzoek naar spooraansluiting voor uitbreiding Hessenpoort. Ministerie van VROM, 5 Nota Ruimtelijke Ordening januari 2001. Muffels Tuin en Landschapsarchitectuur, Cultuurhistorisch landschappelijk onderzoek Hessenpoort, september 2001. Netwerkstad Zwolle-Kampen, gemeenten Zwolle en Kampen, februari 2001. Notitie MER en Duurzaamheid Hessenpoort 2, gemeente Zwolle, juni 2001. Ontwikkelingsmogelijkheden A7 Heerenveen/Joure, gemeenten Heerenveen, Skarsterlân / Kolpron/Oranjewoud, oktober 1998 Provincie Overijssel, Voorontwerp Streekplan Overijssel 2000, Belemmeringenkaart. Provincie Overijssel, Streekplan Overijssel 2000+, december 2000 Startconferentie uitbreiding bedrijventerrein Zwolle, gemeente Zwolle/Lysias Advies B.V., mei 2001. Van Werven (2001), Hessenpoort II, Voorlopige indicatie van het programma. Van Werven (2002), Vraagbepaling en programmering bedrijventerreinen stedelijk netwerk Zwolle-Kampen.
e

blad 49 van 50