NOTA CAMERATOEZICHT DOMBOSCH

NOTA CAMERATOEZICHT DOMBOSCH
INHOUDSOPGAVE
1. INLEIDING ................................................................................................................2 1.1 Aanleiding.............................................................................................................2 1.2 Doel .....................................................................................................................2 1.3 Leeswijzer.............................................................................................................3 2. HUIDIGE SITUATIE .....................................................................................................3 2.1 Toezicht................................................................................................................3 2.2 Criminaliteit ..........................................................................................................3 3. CAMERATOEZICHT .....................................................................................................4 3.1 Maatschappelijke discussie cameratoezicht ...............................................................4 3.2 Standpunt centrale overheid ...................................................................................4 3.3 Landelijke ervaringen .............................................................................................5 3.4 Bronnen ...............................................................................................................5 4. PRIVACYNORMEN ......................................................................................................6 4.1 Algemeen .............................................................................................................6 4.2 Gemeentewet ........................................................................................................6 4.3 Lokale verordening ................................................................................................7 4.4 Openbare plaats ....................................................................................................7 4.5 Respect persoonlijke levenssfeer .............................................................................8 4.6 Verwerken van persoonsgegevens ...........................................................................9 4.7 Doel van verwerking ..............................................................................................9 4.8 Noodzakelijkheid en selectiviteit ..............................................................................9 4.9 Verantwoordelijkheid en regie ............................................................................... 11 4.10 Verder gebruik................................................................................................... 11 4.11 Kwaliteit van gegevens ....................................................................................... 12 4.12 Beveiligingsplicht ............................................................................................... 12 4.13 Kenbaarheid ...................................................................................................... 13 4.14 Bewaartermijn ................................................................................................... 13 4.15 Rechten van betrokkenen.................................................................................... 13 4.16 De reglementsplicht ........................................................................................... 14 4.17 Evaluatie........................................................................................................... 14 5. UITVOERING............................................................................................................ 15 5.1 Camerasystemen ................................................................................................. 15 5.2 Zendmast ........................................................................................................... 15 5.3 Locatie camera’s .................................................................................................. 15 5.4 Proefperiode........................................................................................................ 16 5.5 Draagvlak ........................................................................................................... 16 5.7 Certificering ........................................................................................................ 16 5. 6 Financiële paragraaf ............................................................................................ 16

BIJLAGE: Plattegrond waarop cameratoezichtsgebied en cameralocaties staan aangegeven.

1

1. INLEIDING

1.1 Aanleiding Op 25 november 2004 heeft de raad de ‘nota Kernbeleid Veiligheid gemeente Geertruidenberg’ vastgesteld. Hierin zijn vijf veiligheidsvelden genoemd, waarin de raad een prioritering heeft aangebracht. Uit het feit dat de raad het veiligheidsveld ‘bedrijvigheid en veiligheid’ op de tweede plaats heeft gepositioneerd, direct achter het veiligheidsveld ‘veilige woon- en leefomgeving’, blijkt dat de raad er veel aan is gelegen nadrukkelijk aandacht te besteden aan dit veiligheidsveld. Eén van de thema’s van ‘bedrijvigheid en veiligheid’ is: Veiligheid op bedrijventerreinen en in winkelcentra. De nota die thans voor u ligt behandelt de veiligheid op industrieterrein Dombosch. Op dit bedrijventerrein met een omvang van circa 165 hectare, zijn ongeveer 220 bedrijven gevestigd met in totaal 4500 werknemers. Het industrieterrein wordt door een doorgaande verbindingsweg (Maasdijk) vanaf Rijksweg A 27 naar het centrum van Raamsdonksveer en Geertruidenberg, verdeeld in Dombosch I en Dombosch II (nader genoemd als Dombosch). Vanwege de centrale ligging aan de rijkswegen A 27 en A 59, de grootte en het soort bedrijven dat er is gevestigd, heeft het bedrijventerrein een regionale functie. De centrale ligging en bereikbaarheid is echter niet alleen aantrekkelijk voor ondernemers, maar ook voor degenen die zich met minder goede bedoelingen naar het industrieterrein begeven. De gemeente heeft dit tijdig onderkend en was ongeveer 10 jaar geleden één van de oprichters van Stichting Beveiliging Industrieterrein Dombosch (SBID). In deze stichting hebben ondernemers, politie en gemeente overleg met elkaar met als doel de veiligheid op het industrieterrein te verhogen. Uit landelijk onderzoek blijkt dat de veiligheid van de omgeving van de bedrijfslocatie ook van invloed is op de tevredenheid over het ondernemersklimaat in een gemeente1. Het zoveel als mogelijk voorkomen van criminaliteit heeft derhalve ook een economische functie (vestiging en werkgelegenheid) voor een gemeente. Het veiligheidstoezicht op Dombosch heeft afgelopen jaren plaatsgevonden via de fysieke aanwezigheid van een medewerker van een particulier beveiligingsbedrijf. Deze surveilleerde op het industrieterrein. Vanwege: 1. het thans aan de orde zijnde thema ‘bedrijvigheid en veiligheid’ van het Kernbeleid Veiligheid; 2. het verzoek van de ondernemers de veiligheid op Dombosch nader te bezien; 3. technologische en landelijke ontwikkelingen; is het gewenst na te gaan op welke wijze de objectieve en subjectieve veiligheid op Dombosch verder verhoogd kan worden. Bovendien wordt nagegaan of cameratoezicht hiervoor als middel kan worden aangewend. Tot slot hoort niet onvermeld te blijven dat Geertruidenberg beschikt over de grootste ondernemersvereniging van de provincie Noord-Brabant (Verenigde Ondernemers Geertruidenberg: VOG). Zij wensen verdere maatregelen die ertoe leiden dat de criminaliteit verder wordt teruggedrongen danwel in de toekomst in ieder geval niet toeneemt. Uit de VOG komen signalen dat zij de huidige vorm van toezicht, gelet op de technologische mogelijkheden (cameratoezicht) die er thans zijn, tekort vinden schieten om de criminaliteit afdoende te kunnen bestrijden. De VOG stelt voor en is bereid in cameratoezicht financieel te investeren. 1.2 Doel De gemeenteraad van de gemeente Geertruidenberg heeft in de programmabegroting van 2004 vermeld prioriteit te geven aan het vergroten van de veiligheid en het veiligheidsgevoel van de bewoners van de gemeente. Om dit te kunnen bereiken is de eerdergenoemde nota Kernbeleid Veiligheid ontwikkeld.

1

Ministerie van Economische Zaken, Benchmark gemeentelijk ondernemersklimaat, 5 juni 2002

2

De doelstelling van die nota is: ‘De objectieve en subjectieve veiligheid van alle inwoners en ondernemers van Geertruidenberg vergroten door de veiligheidsrisico’s tot een zo laag mogelijk niveau terug te brengen.’ Rekening houdend met deze centrale doelstelling is deze voor Dombosch vertaald naar: 1. Primair het verhogen van de objectieve veiligheid a. Het gaat hierbij om het terugdringen of voorkomen van zaken als: i. criminaliteit (zoals inbraken in bedrijven en auto’s, vestiging hennepkwekerijen); ii. vandalisme; iii. overlast en dergelijke. 2. Secundair het verhogen van de subjectieve veiligheid a. Het gaat hierbij om het veiligheidsgevoel voor ondernemers, werknemers en bezoekers van het terrein. 1.3 Leeswijzer In deze nota noemt hoofdstuk 2 de huidige vorm van toezicht en de criminaliteitsgegevens op industrieterrein Dombosch. Hoofdstuk 3 geeft een kort overzicht van onder meer de maatschappelijke discussie, het standpunt van de centrale overheid en de landelijke ervaringen met cameratoezicht. Vervolgens staat in hoofdstuk 4 genoemd op welke wijze aan de vereisten uit oogpunt van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt voldaan. Tot slot geeft hoofdstuk 5 de verdere uitvoering van het cameratoezicht aan. 2. HUIDIGE SITUATIE 2.1 Toezicht Zoals aangegeven vindt er al ongeveer 10 jaren toezicht plaats door een particulier beveiligingsbedrijf op het industrieterrein Dombosch. In het kort vindt dit toezicht thans tussen de volgende tijden plaats: 1. Zomerperiode (officiële zomertijd) o van maandag tot en met donderdag van 21.00 tot 07.00 uur; o van vrijdag 21.00 uur tot en met maandag 07.00 uur (behalve van zaterdag 07.00 uur tot 19.00 uur) 2. Winterperiode (officiële wintertijd) o van maandag tot en met donderdag van 19.00 tot 07.00 uur; o van vrijdag 19.00 uur tot en met maandag 07.00 uur (behalve op zaterdag van 07.00 uur tot 19.00 uur); o op erkende christelijke en nationale feestdagen tussen 00.00 en 24.00 uur. Gedurende deze tijden surveilleert één medewerker met een auto op het industrieterrein. Vanzelfsprekend spelen de meeste bedrijfsactiviteiten zich overdag af. Ook in de avond en nachtelijke uren zijn op het industrieterrein echter bedrijfsactiviteiten waar te nemen. Een enkel bedrijf werkt continu, terwijl andere bedrijven zeer vroeg in de ochtend aanvangen met hun werkzaamheden. Er vinden dus permanent bedrijfsactiviteiten op het industrieterrein plaats. Bovendien zijn op het industrieterrein meerdere woningen gelegen. 2.2 Criminaliteit Om in beeld te brengen in welke mate er sprake is van criminaliteit, overlast etc, zijn de politiecijfers van afgelopen vijf jaar in beeld gebracht. Hierbij moet nadrukkelijk worden opgemerkt dat deze cijfers niet geheel objectief zijn, in die zin dat vanuit de VOG wordt aangegeven dat veel ondernemers alleen aangifte doen van strafbare feiten als verzekeringsgelden geïnd kunnen worden. Bovendien is bij ondernemers op Dombosch de tendens te bespeuren dat de aangiftebereidheid afgelopen jaren steeds meer aan het dalen is, aldus uitlatingen van de VOG.

3

De gepleegde geregistreerde feiten zijn in hoofdgroepen samengebracht. Losstaande zaken als bijvoorbeeld de aanhouding van een gezocht persoon en de aangetroffen hennepkwekerijen zijn in onderstaand overzicht niet meegenomen. Uit de politiecijfers blijkt het volgende: totaal registraties 555 394 314 365 370 aangiftes 158 94 88 87 83 dfst a/u bedrijf 98 66 59 51 49 vernielingen 4 6 8 12 4 dfst vrtg 23 8 7 9 10 inbraak auto 12 5 5 3 9 geweldsdelicten 6 1 4 1 4

2000 2001 2002 2003 2004

100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0 2000 2001 2002 2003 2004 dfst a/u bedrijf vernielingen dfst vrtg inbraak auto geweldsdelicten

Uit het overzicht blijkt dat 2000 op meerdere fronten een piekjaar is. De reden hiervoor is niet nader onderzocht. Ingrijpende wijzigingen in het toezicht op het industrieterrein die een verklaring zouden kunnen geven voor de ingezette dalende tendens op het gebied van diefstallen af/uit bedrijf, hebben zich niet voorgedaan. Wel blijkt dat daar waar de diefstallen af/uit bedrijf zijn gedaald, de geregistreerde feiten die zich in de open ruimte afspelen zijn gestegen. 3. CAMERATOEZICHT 3.1 Maatschappelijke discussie cameratoezicht Tien tot vijftien jaar geleden stond cameratoezicht behoorlijk ter discussie. De vragen richtten zich destijds voornamelijk op de mogelijkheden van cameratoezicht en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Na 2000 is een omslag in het denken over cameratoezicht ontstaan. Burgers accepteren inmiddels camera’s op allerlei plaatsen, inclusief de woonwijk. Zij vragen bestuurders nadrukkelijk om cameratoezicht omdat zij zich in toenemende mate onveilig voelen. Deze beleving van onveiligheid, zeker op bepaalde plaatsen, werd een zwaarder element in de afweging om wel of geheel geen cameratoezicht toe te passen. Tegenwoordig ligt in de discussie de nadruk vooral op handhaving van de openbare orde, bestrijding van criminaliteit en een terugkeer naar een veilige maatschappij2. 3.2 Standpunt centrale overheid Het Veiligheidsprogramma ‘Naar een veiliger Samenleving’ (oktober 2002) van het ministerie van BZK erkent ook de meerwaarde van cameratoezicht en geeft in het programma aan een
2

College Bescherming Persoonsgegevens, Camera’s in het publieke domein: privacynormen voor het cameratoezicht op de openbare orde, november 2004

4

wetsvoorstel te ontwikkelen waarmee een wettelijk kader wordt gegeven voor het cameratoezicht. Dit kader moet meer zekerheid geven hoe met dit toezicht en de privacyaspecten omgegaan moet worden. Op 5 april 2005 is een gewijzigd wetsvoorstel voor artikel 151c Gemeentewet (cameratoezicht openbare ruimte) door de Tweede Kamer aangenomen en voor verdere behandeling doorgestuurd naar de Eerste Kamer, die het op 28 juni 2005 heeft aangenomen. Het gaat hierbij om cameratoezicht ter handhaving van de openbare orde. 3.3 Landelijke ervaringen De laatste jaren is landelijk een tendens waar te nemen dat de belangstelling toeneemt voor cameratoezicht in het publieke domein. De belangrijkste wens om cameratoezicht in te voeren is de wens om de veiligheid te bevorderen. Uit onderzoek3 blijkt dat één op de vijf gemeenten camera’s inzet voor openbare orde, toezicht en veiligheid. Ruim de helft van die gemeenten benut het cameratoezicht in het kader van de samenwerking met andere instanties en organisaties. Daar waar tevoren overleg met omwonenden en ondernemers heeft plaatsgevonden, heeft dit in bijna alle gevallen geresulteerd in een instemming voor het invoeren van cameratoezicht. In bijna alle gemeenten is het cameratoezicht kenbaar voor het publiek. Door 19% van de gemeenten met cameratoezicht worden de beelden live uitgekeken en in 42% worden de camerabeelden uitsluitend achteraf uitgekeken in geval van bijzondere gebeurtenissen. In 36% van de gemeenten worden beelden live uitgekeken op vastgestelde tijdstippen en op de overige momenten alleen achteraf in geval van bijzondere gebeurtenissen. In 90% van de gemeenten waar cameratoezicht plaatsvindt, worden de beelden opgenomen. In 15 van de 93 gemeenten worden de beelden voor opsporing gebruikt. In 45% van de gemeenten met cameratoezicht is het effect van cameratoezicht gemeten en vastgelegd. In respectievelijk 46% en 35% van deze gemeenten wordt een afname van vermogensdelicten en geweldsdelicten gerapporteerd. Uit een recentelijk landelijk evaluatieonderzoek in meerdere gemeenten is gebleken dat cameratoezicht succesvol kan zijn, wanneer aan de volgende voorwaarden wordt voldaan4: 1. Realistische doelstellingen; 2. Goede gebiedskeuze; 3. Beelden live uitkijken; 4. Gewkalificeerde uitlezers; 5. Goede communicatie tussen uitlezers en politie op straat; 6. Goede opvolging door de politie; 7. Goede kwaliteit van het beeldmateriaal 8. Bewaren van de opnames. 3.4 Bronnen Naast algemene literatuur is bij het ontwikkelen van deze nota nadrukkelijk rekening gehouden met: 1. de op handen zijnde wetswijziging (artikel 151c Gemeentewet en de Memorie van Toelichting) zodat naar verwachting niet of nauwelijks aanpassing van deze nota nodig zal zijn bij invoering van het wetsartikel; 2. nota ‘Camera’s in het publieke domein: privacynormen voor het cameratoezicht op de openbare orde’ van het College Bescherming Persoonsgegevens, november 2004.

3 4

College bescherming persoonsgegevens, Cameratoezicht in de openbare ruimte, november 2003 Centrum Criminaliteitspreventie Veiligheid, Secondant 5, Voorwaarden voor succesvol cameratoezicht, oktober 2005

5

4. PRIVACYNORMEN 4.1 Algemeen Cameratoezicht in het kader van de handhaving van de openbare orde valt zowel binnen Europese als binnen Nederlandse regelgeving. Vanwege de doorwerking van de Europese regels in de Nederlandse wetgeving, vindt verder geen behandeling van deze Europese regels plaats. Voor cameratoezicht in het publieke domein is vooral de Gemeentewet en de Wet politieregisters (binnenkort de Wet politiegegevens) van toepassing. Deze worden in dit hoofdstuk behandeld, samen met regels die voortvloeien uit andere wetgeving zoals bijvoorbeeld artikel 10 van de Grondwet: recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Als uitgangspunt voor toezicht en beveiliging in het algemeen is het gebruik van camera’s in beginsel toelaatbaar, mits aan de onderstaande randvoorwaarden wordt voldaan5: 1. Het gebruik moet kenbaar zijn voor het publiek; 2. Het doel van het cameratoezicht dient vooraf bepaald en omschreven te worden. Het doel dient voorts in verband te staan met de verantwoordelijkheid van de gebruiker ten opzichte van de ruimte of het gebied dat in beeld wordt gebracht (bevoegd gebruik); 3. De gebruiker dient een redelijk belang te hebben bij het gebruik als het gaat om de private sector. In de (semi)-publieke sector dient het gebruik noodzakelijk te zijn voor diens taak; 4. De beoogde beveiliging door middel van cameratoezicht dient noodzakelijk te zijn. Het doel dient voorts niet met minder ingrijpende maatregelen te kunnen worden gerealiseerd; 5. Zorgvuldig dient te worden omgegaan met verwerking van verzamelde beelden. Met name de doorlevering aan derden dient in beginsel uitsluitend plaats te vinden wanneer dit voortvloeit uit het doel van de registratie, alsmede dienen de bewaartermijnen niet langer te zijn dan noodzakelijk. Na een toelichting op de gewijzigde Gemeentewet worden de privacynormen die van toepassing zijn in dit hoofdstuk behandeld. 4.2 Gemeentewet De Gemeentewet kent tot nu toe nog geen specifieke regels voor het cameratoezicht. Het gebruik ervan in het publieke domein is thans gebaseerd op artikel 172 van de Gemeentewet waarin staat aangegeven dat de burgemeester belast is met de handhaving van de openbare orde etc. Aangezien steeds meer gemeenten overgaan tot cameratoezicht is het huidige kabinet van oordeel dat het systematisch en langdurig bewaken van bepaalde gebieden binnen gemeenten op gezag van het lokaal bestuur, in het belang van de handhaving van de openbare orde, een toepassing is van cameratoezicht die wettelijke regeling wenselijk maakt. Bovendien biedt een wettelijke normering meer rechtszekerheid die de burger ten goede komt. Vanwege de inbreuken, die door verfijnde technieken steeds verder toenemen (denk bv aan unieke op de lichaamskenmerken afgestemde gedigitaliseerde identificatiecodes van individuen) behoeft het besluit van de burgemeester tot toepassing van cameratoezicht in het publieke domein democratische legitimatie6. Bovenstaande heeft ertoe geleid dat thans een wetsvoorstel in behandeling is tot wijziging van de Gemeentewet en Wet Politieregisters. Voor wat betreft de Gemeentewet wordt artikel 151c ingevoerd, hetgeen volgens het ‘gewijzigd voorstel van wet’ de dato 5 april 2005 op hoofdlijnen luidt: 1. De raad kan bij verordening de burgemeester de bevoegdheid verlenen om, als dit in het belang van de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is, te besluiten tot

5

Minister van Justitie en BZK, notitie cameratoezicht, 24 december 1997 en Memorie van Toelichting Tweede Kamer, vergaderjaar 2003-2004,29 440, nr.3 6 Memorie van Toelichting Tweede Kamer, vergaderjaar 2003-2004,29 440, nr.3

6

2. 3.

4. 5. 6. 7. 8. 9.

plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur voor het toezicht op openbare plaatsen; De burgemeester bepaalt de duur en wijst de openbare plaatsen aan, rekening houdend met hetgeen in de verordening daarover is bepaald; De burgemeester stelt na overleg met de officier van justitie in het lokaal driehoeksoverleg de periode vast waarin in het belang van de handhaving van de openbare orde daadwerkelijk gebruik van de camera’s plaatsvindt en de met de camera’s gemaakte beelden in elk geval rechtstreeks worden bekeken; De burgemeester bedient zich bij de uitvoering van de onder zijn gezag staande politie; De aanwezigheid van de camera’s moet duidelijk kenbaar zijn voor iedereen die deze openbare plaats betreedt; Er mogen uitsluitend beelden gemaakt worden van openbare plaatsen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties en andere bij verordening aan te wijzen plaatsen die voor een ieder toegankelijk zijn; De gemaakte beelden mogen in het belang van de handhaving van de openbare orde worden vastgelegd en gedurende ten hoogste vier weken worden bewaard; Deze vastgelegde beelden vormen een tijdelijk register in de zin van de Wet politieregisters. Voor de opsporing van strafbare feiten kunnen gegevens worden verstrekt van een gepleegd strafbaar feit; Er moeten regels worden vastgesteld met het oog op de goede uitvoering en toezicht over: a. Vaste camera’s en andere technische hulpmiddelen die nodig zijn voor het toezicht en de wijze waarop deze hulpmiddelen worden aangebracht; b. De personen belast of anderszins direct betrokken bij de uitvoering van toezicht; c. De ruimte waarin de waarneming of verwerking van door het toezicht vastgelegde beelden plaatsvindt (moet beveiligd zijn).

4.3 Lokale verordening Rekening houdend met het nog in te voeren artikel 151c van de Gemeentewet heeft de raad van de gemeente Geertruidenberg de ‘Verordening cameratoezicht Geertruidenberg’ op 8 september 2005 vastgesteld. Na publicatie is de verordening in werking getreden op 21 oktober 2005 waardoor de burgemeester op grond van artikel 2 lid 2 de bevoegdheid heeft om, indien en voor zover dat in het belang van de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is, te besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een maximale periode van vijf jaar ten behoeve van toezicht op een openbare plaats. 4.4 Openbare plaats Bij een openbare plaats gaat het om een plaats waar ieder vrij is om er te komen, te vertoeven en te gaan en waarvoor geen beletselen gelden zoals een meldingsplicht, toestemming vooraf of entreegeld. Onder openbare plaatsen vallen bv, straten, plantsoenen, vrij toegankelijke winkelpassages en openbare (gemeentelijke) parkeerterreinen. Bij een niet openbare plaats moet gedacht worden aan bv, restaurants, postkantoren, warenhuizen, bedrijven etc. Ook gemeentehuizen, discotheken en parkeergarages vallen buiten de definitie van openbare plaatsen. Daar kunnen voor beveiliging van personeel, eigendommen of bedrijfsprocessen onder voorwaarden eveneens camera’s worden geplaatst als dit kenbaar is voor bezoekers en personeel. Besloten plaatsen (geen woning) zijn bijvoorbeeld die gedeelten van bedrijven en overheidsgebouwen die niet toegankelijk zijn voor het publiek. Voor besloten plaatsen (woningen) geldt dat er al zeer snel sprake is van aantasting van de persoonlijke levenssfeer bij cameratoezicht door anderen dan de bewoners. Bovendien is in een woning geen sprake van handhaving van de openbare orde. Het publieke domein van Dombosch valt onder het begrip openbare plaats, terwijl bijvoorbeeld het besloten individuele erf (bedrijfsterrein) hier niet onder valt.

7

Op Dombosch vindt cameratoezicht op twee manieren plaats: 1. Openbare plaats (handhaving openbare orde) Onder verantwoordelijkheid van de burgemeester op grond van de Verordening cameratoezicht Geertruidenberg. 2. Besloten plaats (beveiligingsdoeleinden) Onder verantwoordelijkheid van de individuele ondernemer op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens. Voor wat betreft het cameratoezicht dat onder verantwoordelijkheid van de ondernemer wordt uitgeoefend, geldt dat het bereik van de camera’s enkel tot en met dat gedeelte van de openbare plaats mag reiken, dat direct grenst aan zijn fysieke erfafscheiding. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan een strook van maximaal één meter, zodat niet alleen degene die het besloten erf betreedt via cameratoezicht wordt waargenomen, maar tevens degene die zich direct tegen de fysieke erfafscheiding bevindt en wellicht voornemens is dit besloten erf te gaan betreden. Hierdoor kunnen ook de voorbereidende handelingen waargenomen worden. 4.5 Respect persoonlijke levenssfeer Inbreuken op de persoonlijke levenssfeer moeten zoveel als mogelijk worden beperkt. In beginsel heeft een ieder het recht zich vrij en onbespied te bewegen indien men rechtmatig in een land verblijft. De mate van privacy hangt ook af van de plaats waar men zich bevindt, zo heeft iemand thuis wel recht op volledige privacy, maar kan hij dit niet verwachten als hij zich op de openbare weg bevindt. Het doel, het eventueel afwijkend gebruik, de intensiteit, het gebied en de duur van cameratoezicht evenals de opslag van beelden spelen een rol bij het vaststellen van wat voor een redelijke verwachting iemand mag hebben van respect voor de persoonlijke levenssfeer. Beelden opgenomen voor de handhaving van de openbare orde mogen in beginsel niet voor een ander doel worden gebruikt, tenzij het gaat om de opsporing van gepleegde strafbare feiten en de andere nevendoelen. Deze nevendoelen zijn vastgesteld en uitgewerkt (paragraaf 4.7) zodat problemen bij het gebruik van de beelden voorkomen worden. De bestrijding van onveiligheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het lokale bestuur en het openbaar ministerie. Daarom is voorgeschreven dat de burgemeester over het voornemen tot het besluit tot het vaststellen van de periode waarin de geplaatste camera’s daadwerkelijk zullen worden gebruikt en de beelden in elk geval rechtstreeks zullen worden bekeken, in het lokale driehoeksoverleg overleg voert met de officier van justitie. Het cameratoezicht en de opname van beelden vinden plaats binnen het op bijgevoegde tekening afgebakende gedeelte van industrieterrein Dombosch. Rekening houdend met de privacy van de bewoners van de woonwijk Achter de Hoeve, valt het gedeelte van de Zalmweg tussen de Maasdijk en de aansluiting (schuin tegenover de Bliek), naar het nog te realiseren gedeelte van deze woonwijk, buiten het bereik van het cameratoezicht. Op dat gedeelte van de Zalmweg vindt dus geen cameratoezicht plaats en worden geen beelden opgenomen. Bovendien vindt het live uitkijken van beelden in overleg met de gebiedsofficier van Justitie en met instemming van de teamchef van politie enkel plaats: 1. tussen 22.00 en 06.00 uur in de maanden april tot en met september en 2. tussen 20.00 uur en 06.00 uur in de maanden oktober tot en met maart. Het opnemen van de beelden vindt in overleg met de gebiedsofficier van Justitie en met instemming van de teamchef van politie het gehele jaar door plaats tussen: 1. 18.00 uur en 08.0 uur. Dit onderscheid is aangebracht aangezien met name in de ‘winterperiode’ een groter aantal aantastingen van de openbare orde plaatsvindt in de vroege avond- en late nachturen dan in de ‘zomerperiode’. Bovendien worden de vroege avonduren en de late nacht uren niet live uitgekeken maar worden de beelden alleen opgenomen. Op deze wijze wordt het cameratoezicht niet langer en niet indringender uitgeoefend dan strikt noodzakelijk.

8

4.6 Verwerken van persoonsgegevens Alles wat met de opgeslagen beelden wordt gedaan, moet worden beschouwd als een verwerking van persoonsgegevens. Dit geldt ook voor het bewaren, verstrekken aan anderen of het vernietigen ervan. Beelden moeten als persoonsgegevens worden beschouwd als de verantwoordelijke redelijkerwijs in staat is om tot identificatie of herkenning van personen te komen. Een verdere uitwerking hiervan is opgenomen in het als bijlage opgenomen reglement op grond van de Wet politieregisters. 4.7 Doel van verwerking Zoals aangegeven dient cameratoezicht voor de handhaving van de openbare orde in het publieke domein. De beelden staan dus primair hieraan ten dienste. De verwerking van de beelden op Dombosch hebben de volgende doelen: 1. Doel overheid handhaving van de openbare orde op de openbare plaatsen rekening houdend met het bepaalde in paragraaf 1.2; 2. Doel ondernemers beveiliging van hun objecten en besloten plaatsen. Het waarnemen en opnemen van beelden heeft naast de handhaving van de openbare orde op de openbare plaatsen als nevendoel het: 1. Identificeren, opsporen en vervolgen in het kader van openbare orde feiten en strafbare feiten (het gaat hierbij zowel om verdachten, getuigen als slachtoffers); 2. Ondersteunen van de efficiënte inzet van politie en hulpdiensten als ambulancedienst en de brandweer. Hiermee kan hulpverlening effectiever en efficiënter plaatsvinden (bv overzicht van vrije toegangswegen); 3. Stelselmatig observeren door observatieteams onder voorwaarde dat de Officier van Justitie daartoe een bevel heeft gegeven en de burgemeester van het gebruik in kennis heeft gesteld. Bij de opsporing van strafbare feiten moet er een concrete aanwijzing of verdenking zijn dat de beelden gegevens bevatten die noodzakelijk zijn voor de opsporing van een strafbaar feit. Tevens kan bijvoorbeeld worden gedacht aan opsporings- en vervolgingstaken bij grootschalige hennepkwekerijen zoals die afgelopen jaren enkele malen in bedrijfsruimten op Dombosch zijn aangetroffen. 4.8 Noodzakelijkheid en selectiviteit Het invoeren van cameratoezicht in het publieke domein waarbij personen herkenbaar in beeld worden gebracht en dit vastgelegd wordt, moet noodzakelijk zijn. Dit vanwege de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de redelijke verwachting die een persoon hierover mag koesteren. Een enkel incident is dus niet voldoende om over te gaan tot cameratoezicht. Er moet sprake zijn van aantoonbare, strafbare feiten die de openbare orde bedreigen. De aard, de frequentie en de ernst van de incidenten moeten de inzet van het middel dus rechtvaardigen. Zoals blijkt uit het overzicht van de politie (zie paragraaf 2.2) hebben er afgelopen jaren op het industrieterrein Dombosch frequent diverse ernstige incidenten plaatsgevonden. Tevens moet er nadrukkelijk rekening mee worden gehouden dat niet van alle feiten aangifte is gedaan, maar dat aangifte vooral plaatsvindt als ondernemers verzekeringsgelden kunnen innen. Bovendien is bij ondernemers op Dombosch de tendens te bespeuren dat de aangiftebereidheid afgelopen jaren steeds meer aan het dalen is, aldus uitlatingen van de VOG. 9

Daar waar de afzonderlijke categorieën van de feiten uit het in paragraaf 2.2 genoemde overzicht niet of niet geheel aangemerkt kunnen worden als een aantasting van de openbare orde in de zin van het nieuw in te voeren artikel 151c van de Gemeentewet, vormt het geheel een groep die wel als zodanig aangemerkt kan worden. Rekening houdend met het feit dat: 1. Het vanwege de eerdergenoemde uitgestrektheid van het gebied en de splitsing in twee afzonderlijke industrieterreinen moeilijk zo niet onmogelijk is met een normale vorm van surveilleren een goed totaaloverzicht te houden. De surveillant kan immers niet op twee plaatsen tegelijk zijn. De dekkingsgraad van het toezicht schiet derhalve thans tekort. Bovendien zou om een goede dekkingsgraad te krijgen een veelheid aan surveillanten ingezet moeten worden, hetgeen realistisch en financieel gezien niet uitvoerbaar is; 2. De centrale ligging en bereikbaarheid van het industrieterrein niet alleen aantrekkelijk voor ondernemers is, maar ook voor degenen die zich met minder goede bedoelingen naar het industrieterrein begeven; 3. Het structureel houden van preventief toezicht door de politie op het industrieterrein vanwege capaciteitsproblemen niet tot de mogelijkheden behoort; 4. Cijfers van de politie aantonen dat er frequent aantasting van de openbare orde plaatsvindt; 5. De aantallen en aard van de aantasting van de openbare orde gelet op de doelstelling van deze nota en de nota Kernbeleid Veiligheid tot een zo laag mogelijk niveau teruggebracht moeten worden; is het noodzakelijk en proportioneel op industrieterrein Dombosch cameratoezicht in te voeren ter handhaving van de openbare orde. Hierbij wordt opgemerkt dat cameratoezicht een aanvullende functie heeft en het menselijke toezicht niet mag vervangen. Cameratoezicht staat dus niet op zich, maar maakt op Dombosch onderdeel uit van het volgende samenhangend pakket van maatregelen om de openbare orde te handhaven: 1. Binnen de eerdergenoemde tijdstippen waarbinnen cameratoezicht plaatsvindt, wordt op willekeurige tijdstippen door degene die de beelden live uitkijkt (terreinbewaker) een ronde gemaakt over het industrieterrein. Het uitkijken van de beelden vindt op deze momenten niet lokaal plaats, maar door de centrale waarbij de particuliere bewakingsdienst is aangesloten. Hierdoor is het toezicht niet enkel afhankelijk van de opgestelde camera’s; 2. Tenzij uit waarnemingen blijkt dat er sprake is van verstoringen van de openbare orde (denk bv aan een daadwerkelijke inbraak of andersoortige criminele activiteiten) of het ernstige vermoeden daartoe bestaat, begeeft in eerste aanleg de terreinbewaker zich ter plaatse om zich van de situatie (bv alarmmelding) op de hoogte te stellen; 3. Bij het signaleren van aantastingen van de openbare orde en andere criminele activiteiten vindt opvolging door de politie plaats. Degene die de beelden uitkijkt kan direct actuele informatie doorgeven en door blijven geven aan de politie. De politie ontvangt derhalve niet enkel de melding, maar blijft ook tijdens het aanrijden van de actuele situatie op de hoogte. Uit landelijk onderzoek is gebleken dat cameratoezicht vooral mensenwerk is, waarbij het live uitkijken en een goede opvolging door de politie essentieel zijn. De politie kan met de camera’s sneller en gerichter werken, het verschaft hen een steun in de rug alsmede beter inzicht in de situatie, bovendien bekennen verdachten eerder waardoor er sprake is van een snellere afhandeling van zaken.7 Selectiviteit bij cameratoezicht is van belang om het evenwicht tussen het belang van de openbare orde en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer te realiseren. Het soort camera’s, het aantal camera’s, de duur van toezicht, het aantal personen dat in beeld wordt gebracht en de tijdstippen waarop het middel wordt ingezet moet goed worden afgewogen.

7

Centrum Criminaliteitspreventie Veiligheid, Secondant 5, Voorwaarden voor succesvol cameratoezicht, oktober 2005

10

In januari 2004 is de Wet heimelijk cameratoezicht in werking getreden. Deze wet geeft aan dat kenbaarheid van het gebruik van camera’s voor toezicht of beveiliging één van de vereisten is om cameratoezicht rechtmatig te laten zijn. Volgens de strafbaarstelling (Wetboek van Strafrecht) geldt dit zowel voor publiek toegankelijke als voor besloten plaatsen indien personen herkenbaar in beeld gebracht kunnen worden. Er mogen geen heimelijke opnamen gemaakt worden van personen die in een woning of in een niet voor het publiek vrij toegankelijke plaats verblijven. Het recht op privacy en de noodzakelijkheid in het kader van de doelstelling dwingt de overheid bij cameratoezicht ter handhaving van de openbare orde om beelden gedeeltelijk te blokkeren of camera-instellingen aan te passen als bij het in beeld brengen van het publieke domein ook ramen en deuren (geheel of gedeeltelijk) van huizen en bedrijven opgenomen worden. Aangezien de ondernemers bij monde van de VOG hebben aangegeven geen bezwaar te hebben dat cameratoezicht plaatsvindt op hun besloten plaatsen die grenzen aan de openbare plaats, behoeft het bereik van de camera’s niet strikt beperkt te worden tot de openbare plaats. Anders wordt het indien ramen waarneembaar zijn waarachter werknemers herkenbaar kunnen zijn. In deze situatie wordt het houden van toezicht en het opslaan van beelden aangemerkt als een onnodige aantasting van hun persoonlijke levenssfeer en zullen maatregelen hiervoor worden getroffen om deze herkenbaarheid tegen te gaan (bv door het opnamebereik te beperken). Het beperken van het bereik ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de werknemers is vanzelfsprekend niet nodig indien in het bedrijf tussen 18.00 en 08.00 uur (moment van opnemen beeldmateriaal) geen werknemers aanwezig zijn. Besloten plaatsen waarop huizen zijn gelegen worden wel afgeschermd. 4.9 Verantwoordelijkheid en regie Op grond van de Verordening cameratoezicht Geertruidenberg heeft de burgemeester de exclusieve verantwoordelijkheid voor het cameratoezicht. De burgemeester moet zich binnen de kaders bewegen die de raad heeft geformuleerd. De operationele regiefunctie ligt bij de politie. Dit is immers de instantie die bij openbare ordehandhaving de uitvoerende taak heeft. Dit houdt niet in dat uitsluitend de politie de beelden mag uitkijken, maar wel dat dit onder regie van de politie moet plaatsvinden. Het besluit om verdere actie te ondernemen over het al dan niet en in welke mate opvolgen van de signalen ligt bij de politie. Zowel voor de verantwoordelijkheid als voor de regie geldt, dat deze bij respectievelijk de burgemeester en de politie blijven liggen, ondanks eventuele geldelijke inbreng of samenwerking met het bedrijfsleven. Bij de inzet van particuliere beveiligingszorg in het publieke domein moet instemming gevraagd worden aan de gemeenteraad en de lokale driehoek8. Deze hebben hiermee ingestemd. 4.10 Verder gebruik Hiermee wordt bedoeld het gebruik van beelden anders dan voor het doel waarvoor ze zijn gemaakt. De beelden mogen niet worden: 1. Gebruikt voor de verkoop; 2. Afgeleverd of getoond aan anderen die niet vanuit hun functie in dienst van de verantwoordelijke die beelden zouden moeten zien; 3. Geleverd aan de media voor bijvoorbeeld een programma. Het verder gebruik van de beelden moet zo beperkt mogelijk zijn. Het verstrekken aan anderen mag alleen plaatsvinden binnen samenwerkingsverbanden voor de taken van dat samenwerkingsverband. Wel wordt hierbij de kanttekening geplaatst dat ondanks dit samenwerkingsverband, een ondernemer bijvoorbeeld de beelden van de openbare plaats niet nodig heeft als deze aan de politie worden verstrekt voor het strafrechtelijke onderzoek.

8

brief Ministerie van justitie, 7 mei 2004, kenmerk 5266617/504 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der StatenGeneraal

11

De beelden staan dus primair ten dienste van de handhaving van de openbare orde in het publieke domein. Zoals blijkt uit de doelomschrijving in paragraaf 4.7 mogen de beelden tevens voor opsporings- en vervolgingstaken worden verstrekt aan de politie en het Openbaar Ministerie. 4.11 Kwaliteit van gegevens De kwaliteit van de beelden is van groot belang omdat aan de hand van de camerabeelden personen worden beoordeeld. Onjuiste herkenning en identificatie kan immers grote gevolgen voor hun persoonlijke levenssfeer hebben. Zowel de kwaliteit van de beelden als de interpretatie ervan moet zorgvuldig gebeuren. Hoe goed de kwaliteit moet zijn hangt af van het doel waarvoor de beelden worden gemaakt. Om als bewijsmateriaal gebruikt te kunnen worden is bijvoorbeeld een goede close-up nodig. Aangezien de beelden in voorkomende gevallen tevens door politie en justitie gebruikt moeten kunnen worden, moeten de beelden ook in de avond en nachtelijke uren van goede kwaliteit zijn zodat duidelijke identificatie en herkenning mogelijk is. Om de kwaliteit te waarborgen wordt op Dombosch gebruik gemaakt van hoge resolutie camera’s. Hiermee kunnen zowel ’s avonds als ’s nachts, duidelijke beeldopnamen gemaakt worden. Dit opgenomen beeldmateriaal behoort van een dermate kwaliteit te zijn dat het ook na inzoomen geschikt is als bewijsmateriaal te dienen. Gelet op het vorenstaande is voor het cameratoezicht op Dombosch voor een beeldkwaliteit gekozen waarmee personen geïdentificeerd kunnen worden. 4.12 Beveiligingsplicht Vanzelfsprekend moet met de opgenomen beelden zo zorgvuldig mogelijk worden omgegaan. De beelden moeten beveiligd worden tegen kennisneming, manipulatie of vernietiging door onbevoegden. Om dit te bereiken worden onder meer de volgende maatregelen genomen: 1. Op Dombosch wordt een beveiligde ruimte ingericht van waaruit het cameratoezicht plaatsvindt; 2. De groep van functionarissen die de beelden kan bekijken wordt zo klein mogelijk gehouden; 3. De groep van functionarissen wordt gescreend en na goedvinden aangewezen door de politie; 4. De uitkijkruimte en de opslagruimte worden goed beveiligd; 5. De apparatuur is adequaat voor een rechtmatige verwerking (bij hergebruik vindt daadwerkelijke overschrijving plaats); 6. Voor het tegengaan van het manipuleren van opgenomen beeldmateriaal worden voorzieningen getroffen; 7. De beelden die worden opgeslagen ten behoeve van de handhaving van de openbare orde worden gescheiden en op afzonderlijke apparatuur opgeslagen van beelden die worden opgeslagen ten behoeve van de beveiligingsdoeleinden van de ondernemers; 8. De ten behoeve van de handhaving opgenomen beelden mogen enkel aan betrokkenen verstrekt worden door de politie en het Openbaar ministerie voor zover voldaan wordt aan de wettelijke vereisten; 9. Voor identificatie, opsporing, vervolging en berechting worden de in onder 7 bedoelde beelden fysiek ter beschikking gesteld aan de politie en het Openbaar Ministerie. De monitoren van zowel het cameratoezicht dat wordt uitgeoefend in de openbare plaats als de besloten plaats zitten in dezelfde ruimte. Ze worden bekeken door dezelfde medewerker van een particulier beveiligingsbedrijf. Het uitkijken voor de handhaving van de openbare orde vindt plaats onder regie van de politie. Het feit dat de terreinbewaker uit kan kijken op de openbare èn besloten plaatsen levert verder geen bezwaar op zolang, voor wat betreft de handhaving van de openbare orde, geen gegevens verstrekt worden aan de ondernemers over het toezicht dat wordt uitgeoefend op de openbare plaats. In het bijzonder geldt dat de ten behoeve van de handhaving opgenomen beelden aan derden enkel verstrekt mogen worden door de politie en het Openbaar Ministerie voorzover voldaan wordt aan de wettelijke vereisten.

12

4.13 Kenbaarheid Voor eenieder die het publieke domein betreedt waar cameratoezicht plaatsvindt, moet dit herkenbaar zijn. Men moet kunnen weten dat er cameratoezicht plaatsvindt en wie de verantwoordelijke is. Om de kenbaarheid zo breed en duidelijk mogelijk te verspreiden, wordt voorafgaand aan het cameratoezicht: 1. Aan de ingangen naar het industrieterrein Dombosch op de bebording een tekst geplaatst waaruit onmiskenbaar blijkt dat cameratoezicht op het industrieterrein plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van de burgemeester; 2. In de Gemeentekrant en dagblad De Stem een artikel geplaatst waarin het cameratoezicht nader wordt uitgelegd; 3. Een eenvoudige informatiefolder ontwikkeld. Deze is voor eenieder beschikbaar en komt te liggen bij onder meer de politie en de gemeente. 4.14 Bewaartermijn De bewaartermijn moet zo kort mogelijk zijn en afgestemd zijn op het doel van het cameratoezicht. De maximale bewaartermijn bedraagt volgens de verordening vier weken, tenzij de beelden worden overgedragen aan en bewaard door politie en justitie in het belang van het strafrechtelijk onderzoek. Voor Dombosch wordt deze termijn aangehouden als bewaartermijn. Als er concrete aanwijzingen bestaan dat er vermoedelijk strafbare feiten op de beelden waarneembaar zijn, worden deze beelden afzonderlijk en onder toezicht van of door de politie opgeslagen en gebruikt voor de opsporing van die strafbare feiten en de vervolging. Zoals eerder aangegeven worden deze beelden fysiek overgedragen aan en bewaard door de politie en het Openbaar Ministerie. De bewaartermijn vervalt zodra de beelden niet meer nodig zijn voor de opsporing, vervolging of berechting van de zaak overeenkomstig het bepaalde in de Wet politieregisters. 4.15 Rechten van betrokkenen Het is van belang de rechten van betrokkenen te waarborgen. De rechten van betrokkenen zijn: 1. Inzagerecht Het recht op het kunnen bekijken van gegevens over zichzelf. Een verzoek hiertoe moet aan de korpsbeheerder (burgemeester van Tilburg) worden gericht. Deze heeft vier weken de tijd dit verzoek al dan niet in te willigen. Bij een binnengekomen verzoek worden de beelden bewaard totdat hierover is beslist, ook al is dit buiten de reguliere bewaartermijn. De politie kan inzage weigeren als dat noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de politietaak of als er sprake is van gewichtige belangen van derden. Gezien het doel van toezicht, namelijk handhaving van de openbare orde, zal er niet snel aanleiding zijn om inzage te weigeren. Worden de beelden voor opsporing of vervolging gebruikt dan zal eerder sprake zijn van weigering tot inzage. 2. Correctierecht Het recht om gegevens over zichzelf te mogen corrigeren, aanvullen of toelichten. Correctie van opgenomen beelden ligt niet voor de hand, maar het kan zijn dat door de opnamehoek het beeld niet geheel weergeeft wat er feitelijk is gebeurd. De verzoeker kan dan vragen om een toelichting te mogen geven op de beelden of om aanvullende gegevens te mogen corrigeren. Correctierecht vindt plaats nadat iemand inzage heeft gehad of tegelijk met de inzage. 3. Afschermingsrecht Het recht om te vragen de beelden en/of andere gegevens over zichzelf niet verder te gebruiken of te laten zien aan anderen. 13

De betrokkene kan hierom verzoeken in de reguliere bewaarperiode als na overbrenging van de beelden in een onderzoeksdossier van de politie. De betrokken kan vragen de beelden niet of zo min mogelijk verder te gebruiken. 4. Verwijderingsrecht Het recht om te vragen de beelden en/of gegevens over zichzelf te verwijderen uit de bestanden. De betrokkene kan binnen de bewaartermijn vragen de beelden uit het reguliere bestand of uit het opsporingsdossier te verwijderen en te vernietigen. Het kan hierbij gaan om de opgeslagen beelden, de aanvullende informatie of de interpretatie die in de bestanden is opgeslagen. Of het verzoek wordt ingewilligd hangt af van de vraag of de verwijdering van de beelden en/of aanvullende gegevens het opsporingsonderzoek niet in de weg staan. Het al dan niet verstrekken van beelden en/of gegevens vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in de Wet politieregisters. Uit de praktijk blijkt overigens dat vrijwel nooit gebruik wordt gemaakt van deze rechten wellicht omdat het publiek er niet mee bekend is. 4.16 De reglementsplicht Op basis van de Wet Politieregisters moet de korpsbeheerder voor het cameratoezicht in het publieke domein de verwerking van de beelden in een tijdelijk politieregister onderbrengen. Voor dit register moeten het doel, de werkwijze, de verantwoordelijke en de rechten van betrokkenen nader worden vastgelegd. Bovendien moet het register worden aangemeld bij het College Bescherming Persoonsgegevens. Omdat er sprake is van een tijdelijk register moet er een reglement worden gemaakt. Volgens de op handen zijnde Wet politiegegevens hoeft overigens geen reglement meer gemaakt te worden. Dit ontslaat de politie niet van de plicht behoorlijke procedures en afspraken te maken en vast te leggen over: 1. De toepassing van dit instrument; 2. De verwerking van de beelden; 3. De verstrekking van de beelden. Het reglement kan helpen bij het maken van nadere afspraken tussen gemeentebestuur, politie en Openbaar Ministerie. Het schept duidelijkheid voor burgers en beslissers. Burgers kunnen aan de hand van het reglement hun rechten effectueren en de gemeenteraad wordt zo in staat gesteld de inzet van dit middel te effectueren. Het reglement wordt momenteel nader uitgewerkt en in een later stadium als bijlage bijgevoegd. 4.17 Evaluatie Vanzelfsprekend hoort bij de inzet van het zware middel van cameratoezicht een periodieke evaluatie te worden ingebouwd. Niet effectief cameratoezicht kan immers leiden tot een ongeoorloofde inbreuk op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Conform artikel 3 lid 1 van de Verordening cameratoezicht Geertruidenberg vindt vóór het verstrijken van de bepaalde toezichtsperiode van vijf jaar een evaluatie plaats. De uitkomsten hiervan worden voorgelegd aan de raad, die al dan niet besluit tot continuering van het cameratoezicht. Om sneller in te kunnen spelen op eventuele aanpassingen bij het cameratoezicht op Dombosch, verricht de burgemeester overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 lid 3 van de verordening, een tussentijdse evaluatie na twee jaar. De burgemeester beslist aan de hand van de uitkomsten van de tussentijdse evaluatie of het cameratoezicht al dan niet doorgang mag vinden. De raad wordt over de uitkomsten van de tussentijdse evaluatie en de eventuele aanpassingen geïnformeerd.

14

Uit evaluaties van toezichtprojecten blijkt dat meer toezicht in eerste instantie vaak leidt tot meer aangiften. Mogelijk doen slachtoffers eerder aangifte omdat zij verwachten dat de camerabeelden de kans op het pakken van de daders vergroot9. De kans is dus groot dat degenen die nu volgens de VOG geen aangiften doen omdat er geen verzekeringsgeld is te innen, hiertoe bij het invoeren van cameratoezicht wel overgaan. Bovendien is de aangiftebereidheid afgelopen jaren aan het dalen volgens de VOG. Hiermee dient met name bij de eerste evaluatie rekening gehouden te worden. Hoewel dit een vreemde combinatie lijkt, kan dan ook bij een toename van het aantal aangiften (objectieve veiligheid) het veiligheidsgevoel (subjectieve veiligheid) bij de ondernemers en de bezoekers van het gebied waarin cameratoezicht plaatsvindt, toegenomen zijn. Om na te gaan of cameratoezicht de gewenste resultaten oplevert, moeten meetbare normen worden gesteld. Op basis van deze normen blijkt tijdens de evaluatieperiode of het gewenste resultaat is bereikt, of aanpassingen nodig zijn en of het gerechtvaardigd is cameratoezicht te continueren. Het reeds nu stellen van een meetbare norm is gelet op de te verwachte stijging van het aantal aangiften niet gewenst. Derhalve worden de meetbare normen (geregistreerde feiten) bepaald aan de hand van de gegevens van de tussentijdse evaluatie. Deze tussentijdse evaluatie zal dus meer gericht zijn op het concreter in beeld brengen van de aantasting van de openbare orde op Dombosch. 5. UITVOERING 5.1 Camerasystemen Bij het gebruik van camerasystemen bestaat een keuzemogelijkheid tussen analoge (videoband) en digitale techniek (bv harde schijf computer) om de camerabeelden op te slaan en weer te geven. Het terugzoeken bij de analoge techniek is omslachtiger dan bij de digitale techniek. Voor het cameratoezicht op Dombosch is gekozen gebruik te maken van de digitale opnametechniek. Digitale beelden zijn echter makkelijker te manipuleren zodat hieraan extra aandacht wordt besteed. Dit is met name van belang voor de bewijskracht bij strafzaken. Om te voorkomen dat de bewijskracht van de opgenomen beelden wordt gereduceerd, wordt een voorziening aangebracht die wel de mogelijkheid biedt een zeer korte periode terug te zoeken (indien bv teruggezocht moet worden naar het kenteken van een auto die gebruikt is bij een zojuist gepleegde diefstal), maar die het manipuleren van de opgenomen beelden niet toestaat. Bovendien draagt de politie er zorg voor dat de opgenomen beelden die nodig zijn voor het onderzoek zo spoedig mogelijk fysiek in hun handen komen. Cameratoezicht vindt veelal plaats met gebruikmaking van een glasvezelnetwerk. Vanwege de kosten en de lange periode voordat dit is aangelegd, is gekozen voor een beveiligde draadloze breedbandcommunicatie gebaseerd op Wireless Local Loop (WLL) technologie. 5.2 Zendmast Voor de communicatie is een zendmast vereist. De vereiste aanvraag hiervoor is ingediend en de procedure ingevolge de Wet op de Ruimtelijke Ordening is inmiddels opgestart. 5.3 Locatie camera’s Op het industrieterrein worden zichtbaar op vooralsnog zeven strategische locaties (zie bijgevoegde plattegrond) zogenaamde camera-eilanden geplaatst met in totaal 21 camera’s. Deze camera’s worden vast bevestigd op nog te plaatsen palen. Zoals eerder aangegeven vindt geen cameratoezicht plaats en worden geen beelden opgenomen van het gedeelte van de Zalmweg gelegen tussen de Maasdijk en de aansluiting (schuin tegenover de Bliek) naar het nog te realiseren gedeelte van de woonwijk Achter de Hoeven. Indien blijkt dat het voor de handhaving van de openbare orde op de openbare plaatsen noodzakelijk is, kan het aantal camera-eilanden en het aantal camera’s binnen het aangewezen gebied uitgebreid worden.
9

Intraval, Evaluatie cameratoezicht Groningen, augustus 2002 alsmede Secondant 5, Mensenwerk voorwaarden voor succesvol cameratoezicht, oktober 2005

15

5.4 Proefperiode Om na te gaan of het systeem de gewenste (beeld)kwaliteit levert, wordt in februari 2006 proefgedraaid. Blijkt het totaalconcept het gewenste resultaat op te leveren, dan is het voornemen om direct aansluitend hieraan dit systeem daadwerkelijk in gebruik te nemen ter handhaving van de openbare orde op het industrieterrein. 5.5 Draagvlak De VOG, de SBID en het lokaal driehoeksoverleg staan positief tegenover het invoeren van cameratoezicht en de inhoud van deze nota en hebben ingestemd met de inhoud van de nota. Aangezien cameratoezicht een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer met zich meebrengt, is het van belang dit zorgvuldig voor te bereiden. Hierom is deze nota overeenkomstig de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure zes weken ter inzage gelegd. Naast de algemene bekendmaking van deze procedure zijn bij aanvang ervan de bewoners van het industrieterrein en de bewoners van de wijk Achter de Hoeve hierover schriftelijk geïnformeerd. De uitkomsten van deze procedure zijn meegenomen in de verdere besluitvorming. 5.7 Certificering Het nieuwe artikel 151-c van de Gemeentewet bepaalt tevens dat de minister bij Algemene Maatregel van Bestuur (AmvB) nadere regels kan stellen waar cameratoezicht aan moet voldoen. De AmvB, het Camerabesluit, bepaalt dat er voor de kwaliteit een certificatieschema moet zijn. Deze gaat op voor: 1. De camerasystemen; 2. De installatie; 3. De toezichtcentrale, waarin de beelden van het camerasysteem worden bekeken; 4. Toezichthoudende personen. Uit informatie van het ministerie van Binnenlandse Zaken blijkt dat men thans enkel nog het concept van dit certificatieschema beschikbaar heeft, het bestaat uit de twee beoordelingsrichtlijnen (BRL’s): 1. Beoordelingsrichtlijn Camerasystemen; 2. Beoordelingsrichtlijn Toezichtcentrale. Aangezien de definitieve versies van deze BRL’s nog niet voorhanden waren ten tijde van het het opmaken van deze nota, wordt voor de verdere uitwerking vooralsnog gebruik gemaakt van de beschibare concepten. 5. 6 Financiële paragraaf Aan het invoeren van cameratoezicht op Dombosch zijn voor de gemeente geen financiële consequenties verbonden. De kosten worden op initiatief van de VOG geheel door hen gedragen. Het afsluiten van contracten en dergelijke met het particuliere beveiligingsbedrijf geschiedt dan ook door de VOG. De VOG is ermee bekend en heeft zich geconformeerd met de situatie dat hoewel zij betalen, de uiteindelijke besluitvorming over het al dan niet doorgang (blijven) vinden, de wijze waarop cameratoezicht plaatsvindt, met wie de contracten hierover worden gesloten en de uiteindelijke verantwoordelijkheid hierover bij de burgemeester berust. Tenzij omstandigheden te zijner beoordeling daartoe aanleiding geven, bespreekt de burgemeester deze zaken eerst in het SBID overleg. Tevens is de VOG ermee bekend dat indien in de toekomst uit een (tussentijdse) evaluatie mocht blijken dat cameratoezicht niet voldoet aan de wettelijke criteria en doelstelling van het cameratoezicht, waardoor de burgemeester (eerdere stopzetting dan oorspronkelijk besloten) of de raad (geen verlenging) besluit tot beëindiging van het cameratoezicht, de financiële consequenties van dit besluit voor rekening komen van de VOG.

16

Raamsdonksveer, 30 januari 2006

M.J.A. Meijer burgemeester van de gemeente Geertruidenberg

17