Notitie ‘Visie op ruimtelijke ontwikkelingen in Doetinchem’

Gelderse Milieufederatie Stichting Milieuwerkgroep ‘de Oude IJsselstreek’ November 2004

Notitie ‘visie op ruimtelijke ontwikkelingen in Doetinchem

Inhoudsopgave

Inleiding

Uitgangspunten ruimtelijke ontwikkelingen - uitgangspunten Gelderse Milieufederatie en Milieuwerkgroep ‘de Oude IJsselstreek’ - uitgangspunten voor het nieuwe Streekplan van Gedeputeerde Staten Natuur en water (groene functie)

Wonen in Doetinchem (rode functie) - wonen in de stad - wonen in het buitengebied

Werken in Doetinchem (rode functie) - economische visie - ruimtegebruik bedrijventerreinen

Integratiekaart Doetinchem - Stedelijk UITloopgebied (STUIT)

Bijlage: Bijlage 1: Economische ontwikkeling Regio Achterhoek Bijlage 2: Intensief ruimtegebruik op bedrijventerreinen

3

Notitie ‘visie op ruimtelijke ontwikkelingen in Doetinchem

Inleiding
Aanleiding voor deze notitie Enkele jaren geleden is in de discussie over de vijfde Nota RO het begrip ‘rode’ en ‘groene’ contour geïntroduceerd. Binnen deze contouren moeten de ‘groene’ en ‘rode’ functies in samenhang met elkaar een plaats krijgen. In Gelderland heeft men deze discussie niet afgewacht en is door betrokken gemeenten, provincie en rijk al gestart met een experiment in westelijk Rivierenland. In dit experiment werden met het in acht nemen van belangrijke ‘groene’ gebieden, kwaliteitscontouren om de kernen, inclusief zoekgebied, getrokken waarbinnen de verstedelijking de komende jaren zou kunnen plaatsvinden. Voorwaarde is verder dat inbreiden voorrang krijgt boven uitbreiden. In plaats van kwantiteit staat kwaliteit voorop. De provincie wil deze methodiek over heel Gelderland toepassen door deze te verankeren in het nieuwe Streekplan. De Gelderse Milieufederatie en Milieuwerkgroep ‘de Oude IJsselstreek’ zien voordelen om meer nadruk te leggen op kwaliteit en minder op kwantiteit. Maar de methodiek van de ‘rode’ zoekgebieden leidt ertoe dat de nadruk eenzijdig komt te liggen op de kwaliteit van de ‘rode’ ontwikkelingen. In de ‘groene’ gebieden aan de randen van het verstedelijkte gebied die rechtstreeks onder invloed staan van de stad, zal de kwaliteit verslechteren door autonome ontwikkelingen zoals verrommeling en verloedering. Gerichte investeringen ter versterking van de ‘groene’ kwaliteit in samenhang met de ‘rode’ ontwikkelingen zijn noodzakelijk. De Brabantse Milieufederatie heeft ter voorkoming van de aantasting van de ‘groene’ waarden rondom de Brabantse stedenrij ‘groene mallen’ geïntroduceerd. In de ‘groene mal’ is aangegeven waar de ecologische en landschappelijke waarden moeten worden beschermd en eventueel versterkt. Ontwikkeling van ‘rode’ functies binnen deze ‘groene mal’ is uitgesloten. Vervolgens zijn rondom de steden ‘rode’ contouren aangegeven waarbinnen de steden zich mogen ontwikkelen. Met de betrokken overheden worden hierover vervolgens (planologische) afspraken gemaakt. De Gelderse Milieufederatie en Milieuwerkgroep ‘de Oude IJsselstreek’ willen de ‘groene mal’ van de Brabantse Milieufederatie en de gedachte van de ‘rode’ zoekgebieden van de provincie Gelderland combineren. Hiermee kan een effectief beleid ter bescherming en versterking van de ‘groene’ waarden worden gerealiseerd met gelijktijdig een kwalitatieve stedelijke ontwikkeling. Doetinchem vervult een regionale opvang- en verzorgingsfunctie in de Achterhoek, waarvoor in de toekomst ruimte moet worden geboden. Daarnaast liggen rond Doetinchem belangrijke natuur-, landschap- en recreatiewaarden, die bescherming en versterking verdienen.

Uitgangspunten ruimtelijke ontwikkelingen
Uitgangspunten Gelderse Milieufederatie en Milieuwerkgroep ‘de Oude IJsselstreek De uitgangspunten voor de ruimtelijke ontwikkeling in en rond Doetinchem zijn voor de Gelderse Milieufederatie en Milieuwerkgroep ‘de Oude IJsselstreek’: Compacte stad Intensief ruimtegebruik voor stedelijke functies staat centraal. Dit betekent dat de ruimte ten behoeve van woningen, bedrijventerreinen en infrastructuur eerst binnen de bestaande bebouwde grenzen gezocht moet worden. Niet alleen heeft dit een ruimtelijk voordeel, waarmee de ‘open’ ruimte buiten de stad gespaard kan worden, maar het draagt ook bij aan het vergroten van het draagvlak voor het stedelijke voorzieningenniveau. Daarnaast kunnen investeringen in de stad hand in hand gaan met het verbeteren van de leefkwaliteit, waarmee verpaupering kan worden voorkomen. Ruimtelijk zullen de investeringen zich vooral moeten richten op meervoudig en multifunctioneel ruimtegebruik. 4

Notitie ‘visie op ruimtelijke ontwikkelingen in Doetinchem

Ruimte voor mens en natuur Iedere stedelijke woonwijk dient in principe op loopafstand ontsloten te worden met een recreatief aantrekkelijk groen gebied. De randen van de stad moeten aantrekkelijk worden gemaakt voor recreatie en er moeten goede, liefst groene, verbindingen tussen wonen en recreëren zijn. Andersom leiden deze verbindingen ertoe dat het groen de stad wordt ingebracht, waardoor de leefkwaliteit in de stad verbetert. Recreatie dichtbij huis vermindert de druk op verder gelegen kwetsbare natuurgebieden en vermindert de groei van de automobiliteit. Daarnaast kan recreatie dichtbij huis hand in hand gaan met het verbeteren van de landschappelijke en ecologische kwaliteit in het buitengebied en het (weer) aantrekkelijk maken van dit gebied. Realisatie van een sterke ecologische structuur De realisatie van de ecologische hoofdstructuur inclusief de bijbehorende ecologische verbindingszones vormt voor ons een belangrijk uitgangspunt. Dit ecologische netwerk biedt de mogelijkheid van uitwisseling en verspreiding van ecologische populaties vanuit de kernnatuurgebieden en is dus essentieel voor het voortbestaan van de natuurwaarden in deze gebieden. Naast een planologische bescherming van deze gebieden zijn de aanleg van verbindingszones en het versterken van de bestaande natuurgebieden belangrijk. Ruimte voor water Waterafvoer, waterretentie en water vasthouden, spelen een steeds grotere rol in de waterhuishouding. Water ‘vasthouden’ voorkomt niet alleen verdroging, maar biedt ook perspectief om wateroverlast te beperken. Waterretentie is nodig om wateroverlast na stortbuien op te vangen. In de rivieruiterwaarden, laaggelegen gronden en langs beken zal deze extra ruimte gezocht moeten worden om deze taak te vervullen. Bebouwing van deze gebieden is onwenselijk. Vanuit meervoudig ruimtegebruik kunnen deze gebieden gekoppeld worden aan natuurontwikkeling, extensieve recreatie of grondgebonden landbouw. Sturing van verdere verstedelijking Het is niet altijd mogelijk en soms zelfs onwenselijk alle stedelijke ontwikkelingen binnen de huidige bebouwde omgeving te realiseren. Bij voorkeur zullen deze ontwikkelingen dan moeten worden gerealiseerd in de nabijheid van de bestaande stad. Wel is het dan noodzakelijk dat nut en noodzaak van deze ontwikkelingen eenduidig wordt aangetoond en dat kwetsbare gebieden, bijvoorbeeld de natuurgebieden en de waterretentiegebieden, worden gevrijwaard van bebouwing. Daarnaast gelden binnen de uitbreidingsgebieden de uitgangspunten voor intensief en meervoudig ruimtegebruik. Verder vinden de Gelderse Milieufederatie en Milieuwerkgroep ‘de Oude IJsselstreek’ dat uitbreiding moet bijdragen aan een versterking van de stedelijke identiteit. Uitgangspunten voor het nieuwe Streekplan van Gedeputeerde Staten In juni 2005 zullen Provinciale Staten van Gelderland het nieuwe Streekplan voor Gelderland vaststellen. Gedeputeerde Staten hebben op 4 november 2003 uitgangspunten (denklijnen) voor het Streekplan vastgesteld, die bij het opstellen van de regionale structuurvisies dienen te worden betrokken. Deze uitgangspunten hebben betrekking op: Kwalitatieve sturing met contouren - voldoen aan de behoefte aan woon- en werkvormen in zowel kwantitatieve als kwalitatieve zin; - de ruimtelijke kwaliteit behouden/verbeteren als wezenlijk bestanddeel van een gezond (ook ecologisch), veilig en aantrekkelijk woon-/werk-/recreatieklimaat met een goede sociale infrastructuur, en met inspirerende regionale identiteitsverschillen. 5

Notitie ‘visie op ruimtelijke ontwikkelingen in Doetinchem

Het Streekplan wil inzetten op zorgvuldig, zuinig en duurzaam (meervoudig) ruimtegebruik. Aandacht zal moeten verschuiven van ‘uitbreiding’ naar renovatie / herstructurering / transformatie / combinatie van bestaand bebouwd gebied. Verstedelijking weren in die gebieden die qua aard en schaal van provinciaal belang zijn. Met ‘tenminste’ wordt in ieder geval bedoeld gebieden die vanwege Europese of nationale wetgeving gevrijwaard moeten worden en gebieden vrijwaren van verstedelijking zoals geplande ‘nieuwe natuur’ als onderdeel van de ecologische hoofdstructuur of regionale waterberging. Verstedelijking en bundeling Het Streekplan streeft naar differentiatie in het aanbod van woon- en werkmilieus en een betere afstemming op de kenmerken van de plek. De samenleving functioneert steeds meer in regionale netwerken. Het is de uitdaging om in regionaal verband voor de diversiteit aan woon- en werkmilieus de beste plekken te zoeken en daarvoor het initiatief bij de regio te leggen. Doetinchem moet in de Achterhoek als regionaal centrum onderscheiden blijven worden. Doetinchem kan het initiatief nemen om hun aandeel in het regionale programma voor wonen en werken – op kwalitatieve gronden – in te vullen in afstemming met omliggende gemeenten. Voor stedelijke ontwikkeling wordt het generieke uitgangspunt ‘inbreiding boven uitbreiding’ verder uitgewerkt. Met intensivering, combineren van functies en transformatie kan de leefbaarheid en sociale cohesie en ruimtelijke kwaliteit van steden en dorpen worden verbeterd en tegelijkertijd kunnen onnodige uitbreidingen zo voorkomen worden. Bouwen in het buitengebied Vrijkomende (agrarische) bedrijfsgebouwen transformeren naar landelijk wonen met als doel hergebruik/benutting van deze vrijkomende gebouwen. Dit geldt voor zowel agrarische gebouwen als kazernes, verzorgingstehuizen, instellingsterreinen e.d. Hieraan liggen de volgende denklijnen ten grondslag: - de komende jaren komt een flink aantal agrarische bedrijven leeg te staan; - uit woningbehoeftenonderzoek blijkt behoefte aan landelijk wonen te bestaan; - in plaats van bouwen voor het segment landelijk wonen op nieuwe locaties in het buitengebied of aan de rand van kernen, primair zoeken naar mogelijkheden om deze woonbehoefte te accommoderen in vrijkomende gebouwen in het buitengebied; - ‘landelijk wonen’ mag de ontwikkeling van agrarische bedrijven niet frustreren; - toepassen van verevening bij transformaties ten behoeve van investeringen in publieke voorzieningen; - als bouwtechnische transformatie niet mogelijk is dan sloop en vervanging door één gebouw met een of meerder wooneenheden (niet bij monumenten). Kern van de denklijn is dat het aantal losliggende bouwlocaties in het buitengebied niet toeneemt en per saldo het bebouwde oppervlak in het buitengebied afneemt. Bij volledige transformatie van agrarisch naar niet-agrarisch zal dit altijd planologisch moeten worden geregeld. Bij niet-agrarische nevenfuncties op een agrarisch bedrijf hoeft geen planologische aanpassing plaats te vinden, wanneer bijvoorbeeld bij een (deels) grondgebonden bedrijf op maximaal 20% van het bebouwde oppervlak (bijvoorbeeld maximaal 300 m3) kleinschalig niet agrarische bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. Voorwaarden zijn: geen verkeersaantrekkende werking en geen detailhandel anders dan verkoop van lokaal geproduceerde agrarische producten.

6

Notitie ‘visie op ruimtelijke ontwikkelingen in Doetinchem

Natuur en water (groene functie)
De natuurwaarden (zie tabel 1) in de gemeente Doetinchem zijn te vinden in de Oude IJssel en de oude rivierbeddingen, op de rivierduinen en in en langs de beken. De ecologische verbindingszones hebben een belangrijke functie in het verbinden van de natuurgebieden. In figuur 1. is aangeven welke natuurgebieden en natuurelementen al zijn gerealiseerd en welke door ontwikkeling nog gerealiseerd of versterkt dienen te worden. De rivieren en beken en de oude rivierbeddingen vervullen daarnaast een belangrijke rol in het vasthouden, bergen en afvoeren van het water. De Oude IJssel en de oude rivierbeddingen zullen ruimte moeten bieden aan waterberging. Het Zelhemse Broek en het gebied ten oosten van de kern van Doetinchem zijn van belang voor het vasthouden van water.
Tabel 1: overzicht gebieden met natuurwaarden

Rivieren en beken Bielheimer Beek Oude IJssel Zelhemse Beek Slinge Wehlse Beek

Rivierduinen Kruisbergse Bossen / Landgoed Hagen De Wrange / Koekendaal Landgoed Slangenburg

Oude rivierbedding De Zumpe (oude rivierbedding Rijn) Waalse Water (oude zijtak Oude IJssel)

Ecologische verbindingszones Uiterwaarden van de Oude IJssel (rivierweiden)

Zelhemse Beek (droge verbinding Kruisbergse Bossen en Landgoed Slangenburg) Zumpe/Slinge (natte verbinding Kruisbergse Landgoed Slangenburg Bossen en Landgoed Slangenburg)

Oude IJssel Het stroomgebied van de Oude IJssel is ongeveer 124.000 hectare groot. Ruim 2/3 deel hiervan ligt op Duits grondgebied. De bron van de Oude IJssel ligt in Duitsland. Het riviertje komt bij Gendringen ons land binnen. Vele grote en kleinere beken, zoals de Bielheimerbeek monden in de Oude IJssel uit. De totale lengte van de Oude IJssel is ruim 70 kilometer, waarvan 26,5 kilometer in Nederland. De Oude IJssel mondt in Doesburg uit in de IJssel. Het water stroomt van daar af mee naar het IJsselmeer. De Oude IJssel is vanaf de Duitse grens tot aan Doesburg een ecologische verbindingszone. Ten zuiden en ten noorden van Doetinchem liggen langs de Oude IJssel rivierweiden, waarin zowel natuur als (extensieve) landbouw aanwezig is. Er worden diverse maatregelen getroffen om de leefomstandigheden van dieren te verbeteren, zoals het aanleggen van een broedplaats voor ijsvogels, brede rietkragen en kikkerpoelen. Ook het opgraven van een oude rivierloop of het graven van een nieuwe watergang, zodat vissen een stuw kunnen passeren, passen hierin. De Oude IJssel is van belang voor de waterafvoer. In het stedelijke gebied van Doetinchem heeft de Oude IJssel weinig ruimte. Waterberging is hier niet mogelijk. Ruimte voor waterretentie zal moeten worden gevonden buiten het stedelijke gebied. De rivierweiden zijn hiervoor de meest aangewezen locaties. Natuurontwikkeling, extensieve begrazing en waterberging gaan hier hand in hand. Kruisbergse Bossen De Kruisbergse Bossen zijn beboste rivierduinen, bestaande uit droge zandgronden, waar regenwater infiltreert. De in de ondergrond aanwezige (water) ondoorlatende leemlagen veroorzaken plaatselijk natte omstandigheden. De combinatie van droge en natte gronden draagt bij aan een grote variatie aan ecosystemen, zoals bos, moerasvegetatie, vennetjes en schrale graslanden. De hydrologische gradiënt van de droge rivierduinen in de richting van de lager gelegen beekdalen, zoals de Zelhemse Beek biedt goede potenties voor natuurontwikkeling. 7

Notitie ‘visie op ruimtelijke ontwikkelingen in Doetinchem

Wrange-Koekendaal Het natuur- en recreatiegebied de Wrange/Koekendaal ligt op de rivierduinen ten zuiden van Doetinchem. De ecologische waarden staan sterk onder druk door menselijke invloeden; het beboste en reliëfrijke terrein is belangrijk voor de recreatie. Tevens is een gedeelte van het gebied in gebruik ten behoeve van de drinkwaterwinning (grondwaterbeschermingsgebied).
Figuur 1: natuurwaarden en gewenste versterking van natuurwaarden rond Doetinchem

Slinge Met natuurontwikkeling langs de Slinge worden het lager gelegen moerasgebied Zumpe, de Slangenburg en de Wrange ecologisch met elkaar verbonden. De Boven Slinge en Bielheimerbeek worden als een natte ecologische verbindingszone ingericht. Sinds 2001 wordt gewerkt aan de ecologische inrichting van de Bielheimerbeek nabij Gaanderen over een traject van 1.200 meter. Ter plaatse is onder andere de oude loop van de Bielheimerbeek opgegraven. In de oude loop is eveneens een vispassage aangebracht. 8

Notitie ‘visie op ruimtelijke ontwikkelingen in Doetinchem

Zumpe De Zumpe maakt deel uit van een oude rivierbedding van de Rijn en vormt een laagte waarin water stagneert. Het gebied staat onder invloed van regionale kwel. Dit leidt tot bijzondere oever- en moerasvegetaties. Het gebied geniet bescherming op grond van Europese regelgeving. De Zumpe kampt met te lage grondwaterstanden. Om de verdroging zoveel mogelijk ongedaan te maken heeft het waterschap samen met diverse overheidspartners een uitvoeringsplan opgesteld. In het bijzonder het versterken van de kwelwaterstromen in het natuurgebied is een belangrijk thema. In het najaar van 2002 zijn diverse maatregelen uitgevoerd, zoals het verplaatsen van een pompgemaal en het verleggen van sloten om het natuurgebied te vernatten. Het gewenste eindresultaat is hiermee echter nog lang niet bereikt. Uitbreiding van het areaal natuurgebied rondom de Zumpe is noodzakelijk. Slangenburg Het landgoed Slangenburg kenmerkt zich door een grote diversiteit aan zowel natte als droge bostypes gecombineerd met een rijk cultuurlandschap. Voor de ecologische uitwisseling is een natte verbinding via de Slinge met de Zumpe van groot belang. Een droge verbinding via de Zelhemse Beek verbindt de Slangenburg met de Kruisbergse Bossen. Voor het goed functioneren van de droge verbinding dient deze minstens een halve tot een hele kilometer breed te zijn. Waalse Water In het rivierkleigebied ten zuiden van Doetinchem ligt het Waalse Water. Dit is een vroegere zijtak van de Oude IJssel die Rijnwater aanvoerde bij hoge waterstanden. Hier komen naast oever- en moerasvegetaties veel aan het natte milieu gebonden vogelsoorten voor. Tevens dient het als een toekomstig waterretentiegebied. Natuur in de stad De Oude IJssel vormt een belangrijke ecologische verbinding voor ijsvogel en diverse vissoorten. In het stedelijke gebied zullen langs de Oude IJssel stapstenen (groene rustpunten) moeten worden gerealiseerd om de verbindingen voor deze diersoorten ook mogelijk te maken. Het is van het grootste belang dat op deze punten geen grootschalige bebouwing plaatsvindt. Gezien de geringe ruimte langs de Oude IJssel is het gewenst om voor kleinere diersoorten, zoals amfibieën en vlinders ook ecologische bypasses te realiseren. De voorgestelde stedelijke ecologische verbinding ‘Groen van Zuid’ kan hieraan voldoen. Daarnaast biedt ook natuurontwikkeling langs de Wehlse Beek mogelijkheden. Het betreft hier een natte verbinding, waarbij de breedte van de zone beperkt kan blijven tot enkele tientallen meters. Aan de oostkant van Doetinchem is het gewenst dat een ecologische verbinding wordt gelegd tussen park Overstegen, een robuuste groene oase middenin de stad en de natuurwaarden in het buitengebied, zoals de Zumpe. Versterking van de ecologische waarden langs de Slinge biedt hiervoor uitstekende mogelijkheden.

9

Notitie ‘visie op ruimtelijke ontwikkelingen in Doetinchem

Wonen in Doetinchem (rode functie)
Per 1 januari 2003 telde de gemeente Doetinchem ruim 49.000 inwoners. De verwachting is dat het inwoneraantal in 2015 zal zijn gestegen tot bijna 52.000 inwoners, een groei met bijna 3.000 inwoners (exclusief gemeentelijke herindeling).
Tabel 2: Bevolkingsgroei in Doetinchem (uit: Uitvoeringsprogramma Woningbouw 2000) Jaar Totaal aantal inwoners woningvoorraad 1995 2000 2001 2002 2005 2010 2015 43968 46967 47742 48701 49133 50759 51875 17456 19385 19722 21488 24293

Met betrekking tot de bevolkings- en woningvoorraadontwikkeling voor de jaren na 2015 zijn voor de gemeente Doetinchem geen gegevens voorhanden. Op basis van de inwonersgroei in Nederland tot 2050 (gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek) is het mogelijk een schatting te maken van de inwonersontwikkeling van Doetinchem in de periode 2015-2050. Tevens is op basis van dezelfde gegevens een schatting gemaakt van de te verwachten ontwikkeling van de gemiddelde huishoudengrootte. Dit leidt vervolgens tot een schatting van het aantal benodigde woningen op lange termijn in Doetinchem (zie figuur 2). In 2035 zal het maximum inwoneraantal van ongeveer 54.500 inwoners in Doetinchem (zonder gemeentelijke herindeling) zijn bereikt. Hiervoor zijn dan 26.000 woningen nodig. Dit betekent dat na 2005 in totaal nog ruim 4.500 woningen zullen moeten worden gerealiseerd.
Figuur 2: ontwikkeling inwoneraantal, huishoudengrootte en aantal woningen
60000 2,6000

50000

2,5000

40000

2,4000

30000

2,3000

aantal inwoners aantal woningen huishoudensgrootte

20000

2,2000

10000

2,1000

0 1995 2000 2005 2010 2015 2020 2025 2030 2035 2040 2045 2050

2,0000

10

Notitie ‘visie op ruimtelijke ontwikkelingen in Doetinchem

Opvallend is dat tot 2030 de gemiddelde huishoudengrootte afneemt, maar in 2030 stabiliseert en daarna licht toeneemt. Dit is vooral toe te rekenen aan het vergrijzingeffect. Momenteel is in Doetinchem 80% van de bestaande woningvoorraad laagbouw en 20% gestapeld. Gezien het vergrijzingeffect verwachten wij dat de vraag naar gestapelde woningen met hoge kwaliteit in de toekomst zal toenemen. Planontwikkeling voor gestapelde kwalitatief hoogwaardige woningen nabij stedelijke voorzieningen verdient extra aandacht. Wonen in de stad Doetinchem beschikt momenteel nog over diverse uitbreidings- en inbreidingslocaties. In Dichteren (uitbreidingslocatie) wordt momenteel en de komende jaren nog volop gebouwd. Daarnaast wordt de locatie Wijnbergen ontwikkeld. Deze locatie bestaat uit 3 deelgebieden, het Oosten, het Westen en het Midden. De oplevering van de 200 woningen in het Oosten staat gepland voor de periode 20052007. De overige deelgebieden zullen later worden opgeleverd. Gezien de bebouwingsdichtheid van ongeveer 25 woningen per hectare, kunnen in Wijnbergen ongeveer 800 woningen worden gebouwd. Daarnaast zijn er binnen de gemeente een aantal herstructureringslocaties. Wij verwachten dat dit om kwaliteitsredenen netto weinig extra woningen zal opleveren. Inbreidingslocaties zijn: Torenallee, Hamburgerbroek, Veemarkt en Theaterkwartier. Hamburgerbroek (locatie rondom het NS-station) biedt in combinatie met het uitplaatsen/saneren van verouderde bedrijven een flink bebouwingspotentieel. Hier kan zelfs in stedelijke allure worden gebouwd. De enige nieuwe locatie buiten het verstedelijkte gebied is gelegen ten noordoosten van de kruising van de A18 met de spoorlijn.
Figuur 3: woningbouwlocaties

Wonen in het buitengebied Er is een trend gaande naar wonen in het buitengebied. Dit wordt versterkt door de terugloop in de agrarische sector. In de toekomst zullen vrijkomende agrarische gebouwen worden omgebouwd tot wooneenheden. Wij verwachten echter dat dit ten opzichte van de totale woningvraag van Doetinchem slechts een bescheiden aantal zal zijn (geschat wordt dat in Gelderland ongeveer 5000 tot 6000 gebouwen beschikbaar komen, die uiteraard niet allemaal om te bouwen zijn tot woonbestemmingen). 11

Notitie ‘visie op ruimtelijke ontwikkelingen in Doetinchem

Herbestemming tot woonlocatie- of gecombineerde woon-werklocaties vinden wij alleen acceptabel, wanneer wordt voldaan aan een drietal randvoorwaarden: voldoen aan de schaalgrootte van de omgeving, voldoen aan typologie (bebouwing) en geen extra verkeersaantrekkende werking. Wanneer ook nog een duidelijke relatie wordt gelegd met cultuurhistorie kan op deze wijze zelfs een versterking van de landschappelijke kwaliteit worden gerealiseerd. Herbestemming tot alleen werklocatie vinden wij ongewenst. Alleen voor ontwikkeling tot kleinschalige werklocaties kan een uitzondering worden gemaakt.

Werken in Doetinchem (rode functie)
Economische visie Uit de economische visie van de regio Achterhoek blijkt dat industrie, zorg, landbouw, bouw en toerisme en recreatie sterke takken zijn. Binnen de industrie zijn vooral de metaal/elektro- en de voedingsmiddelenindustrie sterk vertegenwoordigd. Op basis van de te verwachten trends (zie bijlage 1) zijn in deze visie een viertal scenario’s opgesteld voor de economische ontwikkeling in de Achterhoek. Deze zijn: - ‘Autonome ontwikkeling’ met niet duidelijk stuwende sectoren, maar investeringen in een beperkt aantal thema’s zoals agrolife, cultuurtoerisme, regiomarketing en industriële ontwikkeling in de economische hoofdstructuur. - ‘Achterhoek maakt het’ met nadruk op industrie (doorstart) en bouw. Landbouw ontwikkelt zicht als toeleverancier van grondstoffen voor de industrie en grootschalige voedselproductie. - ‘Achterhoek groen en gezond’ met als stuwende sectoren voor de economie toerisme en recreatie samen met gezondheidszorg. - ‘Kennis maken in de Achterhoek’ met als stuwende sectoren de ICT en biotechnologie; het laatste nadrukkelijk gekoppeld aan de landbouw. Gekoppeld aan de sterke sectoren in de Achterhoek en te verwachten trends scoren de 4 scenario’s als volgt:
Tabel 3: Beoordeling scenario’s bijdrage ontwikkeling geselecteerde Autonome kansrijke sectoren ontwikkeling Industrie Zorg Bouw toerisme en recreatie inspelen op geselecteerde kansrijke trends Regionalisering vergrijzing nadruk op welzijn in plaats van welvaart veiligheid, gezondheid, schoonheid minder tijd, meer geld +/+/+/Achterhoek maakt het + + +/+/+/+/Achterhoek groen en Kennis maken in de gezond Achterhoek +/+ +/+ + + + + + +/+/+ +/+ + +

Het scenario ‘autonome ontwikkeling’ scoort niet alleen slecht op de genoemde thema’s, maar heeft ook duidelijk defecten. Volgens het provinciale beleid valt de Achterhoek buiten de economische hoofdstructuur. De nadruk moet liggen op de ontwikkeling van het KAN. Het KAN wordt vooral gekenmerkt door commerciële dienstverlening en transport en logistiek. De Achterhoek kenmerkt zich door relatief veel industrie, rust en ruimte, die in het KAN langzaam maar zeker zoek raakt. Kortom het betreft andere/aanvullende economische activiteiten, waardoor dit niet kansrijk is. ‘Kennis maken in de Achterhoek’ is evenmin kansrijk. Het scoort redelijk tot goed wat betreft aansluiting op voor de Achterhoek kansrijke trends, maar uitermate slecht op de binnen de regio sterk aanwezige sectoren. De Achterhoek moet niet meedoen in de hype die de afgelopen jaren rond de ICT-sector heeft gespeeld. 12

Notitie ‘visie op ruimtelijke ontwikkelingen in Doetinchem

Binnen “de Achterhoek maakt het’ wordt nadrukkelijk ingestoken op een verdere versterking/doorstart van de industrie. Dat is logisch want dit is momenteel één van de sterke peilers van de regio. De landbouw zal zich ontwikkelen in de slipstream van de industrie en ook de bouw staat centraal. Daarmee scoort dit scenario goed als het gaat op de aansluiting bij de huidige economische structuur. Als het gaat om de aansluiting op de trends is het beeld wat slechter. ‘De Achterhoek Groen en Gezond’ wordt grootse kansen toegedicht. Het scenario sluit goed aan bij twee peilers van de regionale economie, evenals op een aantal kansrijke trends. De toenemende vergrijzing vraagt meer en meer voorzieningen op de diverse zorggebieden. De Achterhoek heeft met zijn groene setting een uitmuntende uitgangspositie om ouderen, gezondheids- en zorginstellingen naar de regio te halen. Verder wordt binnen dit scenario aandacht besteed aan de sector toerisme die flink kan doorgroeien. Indien de Achterhoek een herkenbaar handelsmerk weet te creëren van de regio en daarnaast het aantal en de aard van de recreatieve voorzieningen weet te verbeteren, kan deze nadrukkelijk profiteren van deze trend, waarbij ook goede combinaties mogelijk zijn met de nietmedische zorg. Voor een evenwichtig economisch beleid is het gewenst niet op één of twee sectoren, maar op meerdere sectoren in te zetten en te verdelen over zowel ‘profit’ als ‘non-profit’ sectoren. Vandaar dat voor de regionale economische ontwikkeling wordt ingezet op de combinatie van het scenario ‘De Achterhoek maakt het’ en ‘De Achterhoek Groen en Gezond’. Conclusie: Wij concluderen dat de Achterhoek zich moet focussen op economische ontwikkelingen rond ouderen, gezondheids- en zorginstellingen en het laten doorgroeien van het toerisme. Daarnaast kan ruimte worden geboden aan de ontwikkeling van industriële activiteiten, zoals omschreven in het scenario ‘De Achterhoek maakt het”. Geen ruimte hoeft te worden geboden aan activiteiten op het gebied van transport en logistiek. Het KAN-gebied vervult hierin een centrale rol. Bovendien is de huidige regionale transport- en logistiek sector vooral geconcentreerd in de gemeente Bergh rond de A12. Doetinchem vervult hierin dus geen rol van betekenis. Ook voor de kennisindustrie is in Doetinchem geen nieuwe (grootschalige) ruimte nodig. Ruimtegebruik bedrijventerreinen Voor de Achterhoek is de behoefteraming aan bedrijventerreinen in de periode 2002-2020 ongeveer 305 hectare (bron: Provincie Gelderland, onderzoek Ruimte voor bedrijven). Per terreintype bedraagt dit:
Tabel 4: behoefteraming bedrijventerrein Achterhoek Terreintype aantal hectare Gemengd 266 Zwaar 12 Distributieterrein 44 Totaal 305

Voor de gemeente Doetinchem is vervolgens een regionale beleidsopgave gesteld in de periode 2001-2020 van 117 hectare netto. Wij stellen deze opgave vooralsnog niet ter discussie, maar gezien de te verwachten economische groei in de komende jaren, is deze beleidsopgave mogelijk aan de hoge kant. De kern Doetinchem beschikt over een viertal bedrijventerreinen. Daarnaast zijn er plannen voor de ontwikkeling van een nieuw regionaal bedrijventerrein in het gebied tussen Doetinchem en Wehl aan de A18. Wij zijn voorstander van het ontwikkelen van zo compact mogelijk bedrijventerreinen. Voordat nieuwe bedrijventerreinen kunnen worden ontwikkeld, is randvoorwaarde eerst de ruimte op bestaande bedrijventerreinen zo goed mogelijk te benutten en nog uit te geven bedrijventerreinen zo compact mogelijk in te richten. In het Knooppunt Arnhem-Nijmegen heeft het bureau STEC hiervoor een 13

Notitie ‘visie op ruimtelijke ontwikkelingen in Doetinchem

methodiek ontwikkeld volgens de SER-ladder. Deze methodiek bevat de volgende stappen (zie ook bijlage 2): - actualisering van de vraag- en aanbodanalyse; - vaststellen van de ambities voor de verschillende terreintypes en zichtbaar maken van de te intensiveren ruimte; - berekenen van het nieuwe ruimtetekort; - vaststellen ambitieniveau voor de nieuw uit te leggen terreinen, gericht op het terugdringen van de ruimtevraag.
Tabel 5: bedrijventerreinen in Doetinchem
nog initiatieven netto uitgeefbaar uitgegeven in netto in ha. in ha. in ha. ha. 120,0 46,9 0,0 37,0 46,1 250,0 0,0 0,0 120,0 0,0 0,0 120,0 0,0 3,9 0,0 0,0 16,1 20,0 120,0 43,0 0,0 37,0 30,0 230,0

Naam bedrijventerrein VERHEULSWEIDE NOORD-WEST KEPPELSEWEG UITBREIDING REG. BEDRIJVENTERREIN DE HUET WIJNBERGEN Totaal

bruto in ha. 162,0 60,5 0,0 48,0 59,6 330,1

terreintype Zware industrieterreinen Zware industrieterreinen Gemengde terreinen Gemengde terreinen Gemengde terreinen

Fig.4: Bestaande bedrijvenlocaties in Doetinchem

Voor de vijf terreinen, inclusief het nog te ontwikkelen regionaal bedrijventerrein hebben we vervolgens per ambitieniveau berekend (zie bijlage 2) hoeveel extra ruimte voor bedrijven beschikbaar komt. Dit varieert van 0,0 tot 18,3 ha voor zwaar bedrijventerrein en van 6,1 tot 56,9 ha voor gemengd 14

Notitie ‘visie op ruimtelijke ontwikkelingen in Doetinchem

bedrijventerrein. Uitgaande van een realistisch scenario, waarbij voor bestaande bedrijventerreinen een beperkt ambitieniveau, voor nog uit te geven bedrijventerreinen een redelijk ambitieniveau en voor nog te ontwikkelen bedrijventerreinen een ideaal ambitieniveau wordt nagestreefd is een extra ruimtewinst van 4,0 + 1,8 + 33,6 = 39,4 hectare mogelijk. Er kan dan geen 20 +120 = 140 hectare aan bedrijventerrein worden uitgegeven, maar 20 + 120 + 40 = 180 hectare. Bij een ideaal ambitieniveau voor alle terreinen loopt dit op naar 215 hectare (40 hectare wordt dan 75 hectare). Voor de gemeente Doetinchem is een regionale beleidsopgave gesteld van 117 hectare netto bedrijventerrein tot 2020. Uitgaande van bovenstaande realistisch ambitieniveau is dan een nieuw bedrijventerrein nodig dat ruimte biedt aan 117,0 – 20,0 - 4,0 -1,8 = 91,8 hectare. Dit kan gerealiseerd worden op een nieuw terrein van 72 hectare netto. Zou voor alle bedrijventerreinen een ideaal ambitieniveau worden nagestreefd dan is slechts een extra bedrijventerrein nodig van 43 hectare netto. Overigens is het mogelijk nog een verdere ruimtebesparing te bereiken wanneer ook in de bruto/nettoverhouding ruimtebesparende maatregelen worden genomen. Zo is het bij nog te ontwikkelen bedrijventerreinen mogelijk om in de bruto/netto-verhouding 5 tot 10% ruimte te besparen. Bruto zou het nieuw te realiseren bedrijventerrein dan ongeveer 50 ha (ideaal ambitieniveau) tot 85 ha (realistisch ambitieniveau) groot kunnen zijn. Conclusie: Om te voldoen aan de gestelde beleidsopgave is in de periode 2002-2020 behoefte aan een of meerdere bedrijventerreinen met een gezamenlijk bruto oppervlak van maximaal 85 hectare.

Integratiekaart Doetinchem
In de integratiekaart worden de ‘groene’ waarden en de ‘rode’ waarden geïntegreerd in één kaartbeeld. Bestaande natuurwaarden en versterking natuurwaarden De kernnatuurgebieden in de omgeving van Doetinchem zijn de Kruisbergse bossen, de Slangenburg en de Zumpe. Vanuit deze gebieden vindt verspreiding van flora en fauna naar de omgeving plaats. Verbindingen tussen deze gebieden zijn essentieel om migratie tussen de populaties mogelijk te maken. Gekoppeld aan de Zumpe ligt het stadspark Koekendaal, dat gezien het groene karakter een belangrijke functie vervult voor de recreatie. De Slinge (nat/droge verbinding) vormt een ecologische verbinding tussen Koekendaal/Zumpe en de Slangenburg met een breedte van enkele honderden meters. Om de ecologische waarden (kwelafhankelijk) van de Zumpe te behouden en te versterken is uitbreiding van het natuurgebied gecombineerd met een kwelzonering ter voorkoming van verdroging noodzakelijk. De verbindingszone langs de Zelhemse Beek vervult een rol als droge verbinding tussen de natuurgebieden de Slangenburg en de Kruisbergse Bossen. Voor een goed functioneren van deze verbinding is een breedte van 0,5 tot 1 km nodig. De Oude IJssel vervult een belangrijke rol als (natte) bovenregionale verbindingszone. Binnen het stedelijke gebied van Doetinchem is de ruimte voor een verbindingszone slechts beperkt voorhanden. Om deze toch als ecologische verbindingszone te laten functioneren, zullen in de stad enkele ‘stapstenen’ worden ontwikkeld, waarmee de Oude IJssel toch als ecologische verbindingszone kan worden versterkt. Buiten het stedelijke gebied is in het stroomgebied van de Oude IJssel versterking van natuurwaarden belangrijk. Temeer omdat voor de fauna het verstedelijkte gebied van de Oude IJssel ondanks de ‘stapstenen’ altijd een barrière zal blijven. 15

Notitie ‘visie op ruimtelijke ontwikkelingen in Doetinchem

Waterberging en vasthouden water Waterberging is gezien de ligging van Doetinchem aan de Oude IJssel en op het scheidvlak van hoog (droge rivierduinen) en laag (natte rivierdalen) een steeds belangrijker onderwerp. Zowel de waterproblematiek van de grote rivieren als de lokale problematiek van de opvang van (regen)water en het vasthouden van grond- en oppervlaktewater (verdroging) vragen om ruimtelijke maatregelen. Het gebied ten oosten van Doetinchem zal steeds meer een functie vervullen als gebied om water vast te houden (zie ook ontwerp-reconstructieplan Achterhoek) ter voorkoming van verdroging en ten behoeve van de drinkwaterwinning. Hierdoor is het gewenst dat in dit gebied geen intensieve functies tot ontwikkeling kunnen komen, zowel agrarisch als stedelijk. Tevens is het een kleinschalig landschappelijk besloten gebied dat een belangrijke functie vervult voor toerisme en recreatie. De Oude IJssel vervult een rol in de waterafvoer. Ruimte in de stad voor hogere waterafvoeren ontbreekt. Deze ruimte is zowel ten noordwesten als ten zuidoosten van de stad te vinden. Waterberging in deze gebieden is goed te combineren met natuurontwikkeling en extensieve vormen van recreatie en agrarische bedrijvigheid (rivierweiden). Inbreiding en uitbreiding ‘rode’ functies De ruimte voor woningbouw zal vooral binnen de stad moeten plaatsvinden. Hiervoor zijn nog volop mogelijkheden in Dichteren en Wijnbergen. Met verplaatsing van milieuhinderlijke bedrijven uit de kern kan op de vrijkomende ruimte eveneens woningbouw worden gerealiseerd. Hamburgerbroek biedt mogelijkheden om gestapeld te bouwen, waarbij nadrukkelijk aandacht dient te zijn voor het bouwen van seniorenwoningen. Het draagvlak voor de stedelijke voorzieningen neemt hiermee toe. Hamburgerbroek is tevens een uitstekende locatie om mengvormen van wonen met kantoren te realiseren. Beperkte uitbreiding met woningbouw zou mogelijk kunnen zijn tussen de bebouwde kom van Doetinchem en Wrange/Koekendaal. In het buitengebied kan incidenteel gebouwd worden wanneer functieveranderingen van agrarische bebouwing aan de orde is. Randvoorwaarde is dat dit tevens een bijdrage levert aan de landschappelijke kwaliteit van het buitengebied. Het streekziekenhuis ligt ingeklemd tussen de bebouwing van Doetinchem en het natuurgebied de Kruisbergse Bossen. Uitbreiding van dit ziekenhuis betekent een directe aantasting van deze natuurwaarden. De bereikbaarheid van het ziekenhuis is onvoldoende. Uitbreiding of aanleg van nieuwe infrastructuur is gezien de ligging tussen woonbebouwing en natuurgebieden onmogelijk. Gehele of gedeeltelijke verplaatsing naar de zuidrand van Doetinchem op een locatie aan de snelweg levert zowel voor het ziekenhuis als voor de bereikbaarheid vanuit de regio een aanzienlijke verbetering op. Met een intensivering van het ruimtegebruik kan op bestaande bedrijventerreinen nog minimaal 7 hectare extra ruimtewinst worden geboekt. Intensivering met een hoog ambitieniveau levert nog meer op. Voor de regionale beleidsopgave van Doetinchem zal echter een nieuw bedrijventerrein onontkoombaar zijn. Wij zijn van mening dat dit bedrijventerrein vooral een functie zal moeten vervullen voor bedrijven die bijdragen aan een economische versterking van de regio Achterhoek. Zo zullen bedrijven gericht op transport en logistiek naar het Knooppunt Arnhem-Nijmegen en het bedrijventerrein bij Bergh moeten worden verwezen. STedelijk UITloopgebied (STUIT) Volgens het Streekplan vormt het STUIT een overgangszone van het stedelijk naar het landelijk gebied. De ambitie is dit gebied vroegtijdig en voortvarend te ontwikkelen om een verdere aantasting van de groene ruimte te voorkomen. Specifiek wordt het STUIT daarbij gezien als een gebied met voornamelijk kansen voor recreatie. Bij de Streekplanuitwerking Zuidelijke IJsselstreek is eraan toegevoegd in het STUIT de haalbaarheid van een regionaal bedrijventerrein te onderzoeken. Het 16

Notitie ‘visie op ruimtelijke ontwikkelingen in Doetinchem

STUIT wordt begrensd in het westen door de kern van Wehl, in het zuiden door de A18, in het oosten door de bebouwde kom van Doetinchem en in het noorden door de Wehlse Dijk en de N317 (Keppelseweg). In het STUIT zijn volgens de Gelderse Milieufederatie en de Milieuwerkgroep ‘de Oude IJsselstreek’ de volgende ontwikkelfuncties van belang: - ontwikkeling van recreatiemogelijkheden voor inwoners van Doetinchem (recreatie dichtbij huis) en versterken extensieve recreatiemogelijkheden; - versterken van de natuurwaarden in het stroomgebied van de Oude IJssel, inclusief waterberging en het versterken van de ecologische en landschappelijke waarde van de Wehlse Beek; - ontwikkelen van een compact (regionaal) bedrijventerrein; - ontwikkelen van zorg- en woonfuncties. Ontwikkelen van recreatiemogelijkheden Primair is het STUIT bedoeld om aantrekkelijke recreatiemogelijkheden voor bewoners uit Doetinchem te bieden. Er zullen dus goede rechtstreekse wandel- en fietsverbindingen nodig zijn tussen de woonwijken en het STUIT. Rond de Wehlse Beek zullen vooral de wandel- en speelfaciliteiten moeten worden ontwikkeld. Een verbreding van de Wehlse Beek met extra vijvers en brede oevers draagt hieraan bij. De ontwikkeling van een ‘nat’ stadspark gekoppeld aan de Wehlse Beek als tegenhanger van het ‘droge’ stadspark Koekendaal geeft ruime meerwaarde aan de recreatiemogelijkheden voor Doetinchem. Aanleg van fiets- en wandelverbindingen (bijvoorbeeld verleggen van Pieterpad traject DoetinchemMontferland) door het STUIT gecombineerd met versterking van landschappelijke kwaliteiten, zoals herstel/versterken van karakteristieke beplanting en cultuurhistorische patronen, kunnen het gebied aantrekkelijk maken en openleggen voor extensieve recreatie. In de rivierweiden van de Oude IJssel kunnen ook mogelijkheden voor extensief kamperen worden ontwikkeld. Versterken natuurwaarden en waterberging De Oude IJssel is een belangrijke ecologische verbindingszone. Versterken van de natuurwaarden in de uiterwaarden draagt hieraan bij. De functie van waterberging kan hiermee prima worden gecombineerd. Ook ombouw van de Wehlse Beek tot een stadspark met vijvers e.d. biedt kansen om de ecologische functie te versterken. De ontwikkeling van de Wehlse Beek tot een natte ecologische verbinding is goed te combineren met stedelijke recreatie. Daarnaast biedt de Wehlse Beek met zijn vijvers mogelijkheden voor retentie van water ten gevolge van regenbuien. In het laag gelegen STUIT ligt de Wehlse Beek op het laagste punt. Door de functie van waterretentie kan wateroverlast in het bebouwde gedeelte van het STUIT of in de woonwijken worden beperkt of zelfs voorkomen. Ontwikkelen van een (regionaal) bedrijventerrein Wanneer nut en noodzaak (soort bedrijvigheid en grootte) van een regionaal bedrijventerrein voldoende wordt aangetoond, is het gewenst om dit terrein in de zuidwesthoek van het STUIT te realiseren. Immers hier is de beste ontsluiting op het hoofdwegennet te realiseren en hoeven ten behoeve van de waterhuishouding minder investeringen (kunstgrepen) plaats te vinden om het terrein droog te houden. Wij pleiten ervoor om het terrein zo compact mogelijk te bebouwen met een ideaal ambitieniveau ten aanzien van ruimtegebruik. In onze berekening rekenen wij op maximaal 85 hectare bruto, maar afhankelijk van nut en noodzaak kan een kleiner terrein worden ontwikkeld. Uiteindelijk zal de grootte van het terrein ook gekoppeld moeten worden aan de draagkracht (landschappelijk) van het STUIT. Dit kan worden versterkt door de gebouwen architectonisch aantrekkelijk te ontwerpen en af te stemmen op de overige STUIT-functies.

17

Notitie ‘visie op ruimtelijke ontwikkelingen in Doetinchem

Ontwikkelen zorg- en woonfuncties Wij zien, weliswaar op bescheiden niveau, mogelijkheden om in het STUIT zorg- en woonfuncties te ontwikkelen. Dit zou vooral gekoppeld moeten worden aan vrijkomende agrarische bebouwing. Juist in een gebied waar de landschappelijke waarden worden versterkt bieden zorgboerderijen e.d. kansen voor nevenactiviteiten op agrarische bedrijven. Bovendien kunnen andersom zorg- en woonfuncties bijdragen aan een versterking van de landschappelijke kwaliteiten. Financiële realisatie STUIT Het STUIT valt in 4 onderdelen uiteen: • waterberging met natuurontwikkeling; • versterken landschappelijke waarden met extensieve recreatie; • ontwikkeling stedelijke recreatie met ‘nat’ stadspark; • een compact regionaal bedrijventerrein. De kosten voor waterberging met natuurontwikkeling zullen vooral uit middelen voor waterbeleid moeten komen; voor de stedelijke recreatie uit middelen voor woningbouw. Het versterken van de landschappelijke waarden zal vooral gefinancierd moeten worden uit een deel van de opbrengsten van het regionale bedrijventerrein en de ontwikkeling van nieuwe landgoederen. Compensatie van eventuele verloren gegane natuurwaarden zal binnen het raamwerk van de ecologische (hoofd) structuur moeten worden gerealiseerd.

18

Notitie ‘visie op ruimtelijke ontwikkelingen in Doetinchem

Figuur 5: Integratiekaart

19

Notitie ‘visie op ruimtelijke ontwikkelingen in Doetinchem

20

Notitie ‘visie op ruimtelijke ontwikkelingen in Doetinchem

Bijlage 1: Economische ontwikkeling Regio Achterhoek
Algemene trends en beleid In de economie zijn een aantal trends te constateren. Deze zijn: Globalisering: Globalisering leidt tot schaalvergroting. Voor kleinere spelers is er minder plaats op de wereldmarkt, tenzij ze zich onderscheiden met unieke producten. Voor de industrie heeft dit tot gevolg dat de grote spelers uit de regio vertrekken, omdat zij in de Achterhoek te weinig opvallen, slechte ontsluiting en beperkte ontwikkelingsmogelijkheden hebben. Ook voor de bouw geldt dat de bedrijven in de Achterhoek gemiddeld klein zijn, waardoor zij niet in aanmerking komen voor grote opdrachten. De trend naar schaalvergroting is volledig voorbij gegaan aan toerisme en recreatie in de Achterhoek. Kleinschaligheid is troef in deze sector in de Achterhoek. De schaalvergroting in de gezondheidszorg is de afgelopen jaren enorm geweest. Dit heeft ook in de Achterhoek plaatsgevonden. Grootschaligheid heeft echter niet altijd tot efficiencywinst geleid. En dus is het voor de toekomst beter rekening te houden met schaalverkleining. Regionalisering: De contramal voor globalisering vormt de regionalisering. Deze contramal is in de Achterhoek nog niet ter hand genomen. De Achterhoek heeft geen duidelijk profiel rond haar sterke regionale punten/sectoren. Regionalisering biedt in de Achterhoek nadrukkelijk kansen voor de industrie, vooral de voedingsmiddelenindustrie. Maar dan moet de voedingsmiddelenindustrie in de Achterhoek wel een toegevoegde waarde creëren. Dus niet op bulk richten, maar op ontwikkeling van streekeigen producten (vleeswaren, wild, zuivel, alcoholische dranken) en rond deze producten een keten opzetten van samenwerkende boeren en bedrijven. Deze keten zal dan langzaam de traditionele keten kunnen vervangen. Het gaat hierbij om een nadrukkelijke samenwerking tussen voedingsmiddelenindustrie en de sectoren landbouw, toerisme en recreatie en zelfs met gezondheidszorg. Massa-individualisering: Als gevolg van moderne productiemethoden en innovaties is het mogelijk om in de distributieketens steeds meer producten en diensten te leveren in verschillende prijsklassen, waardoor optimaal wordt ingespeeld op de specifieke wensen van de individuele consument. In de Achterhoek ontbreken grote bedrijven gericht op deze massa-individualisering. In de toeristische sector liggen in de Achterhoek echter kansen door middel van het bieden van de mogelijkheid om de eigen vakantie specifiek samen te stellen op basis van ‘losse modules’. Meer aandacht voor het welzijn ten opzichte van de welvaart: Mede als gevolg van de economische bloeiperiode van de laatste jaren is er een sterkere vraag om aandacht voor het welzijn in plaats van welvaart. In de milieuwetgeving, op het gebied van dierenwelzijn, landschapsbeleving en stads- en dorpsvernieuwing is dit zichtbaar geworden. In de Achterhoek zal deze trend zich vooral doorzetten in de recreatie en de zorg, twee peilers van de Achterhoekse economie. Minder tijd, meer geld: Steeds meer huishoudens worden gekenmerkt door tweeverdieners. Ook jongeren beschikken over steeds meer geld. Mensen willen de beperkte tijd die ze hebben wel hoogwaardig doorbrengen. Voor de Achterhoek biedt deze trend mogelijkheden in de recreatieve sector. Veiligheid, gezondheid, schoonheid: Het verminderen van risico’s is duidelijk terug te zien in de focus op gezondheid. Mensen willen langer en gezonder leven. Uitgaande van het feit dat gezondheidszorg een peiler is voor de regionale economie liggen hier kansen, zeker in combinatie met de aanwezige groene omgeving. Het betreft hier vooral non-profit instellingen. Maar dit heeft gezien de iets mindere gevoeligheid voor de conjunctuur ook zijn voordelen. In de Achterhoek liggen kansen in het profiel waarin zaken als mooie leefomgeving, toerisme en recreatie en gezond eten centraal staan. Doel zou kunnen zijn om actief een aantal (niet-medische) gezondheidsinstellingen naar de regio te halen. Deze vestiging zou dan kunnen plaatsvinden in de groene setting van een (nieuw) landgoed en daarmee een impuls aan het platteland geven of in oudere kenmerkende gebouwen in de regio. Verder is in Gelderland het nieuwe initiatief ‘Health Valley’ gestart. Hierin wordt een sterke relatie gelegd tussen de aanwezigheid van vele grote ziekenhuizen, de brede medische expertise en de groene omgeving waarin dit alles geconcentreerd zit. ‘Health Valley’ reikt van het KAN-gebied tot Enschede en biedt daarom goede kansen voor de Achterhoek gegeven de ambities van ‘Health Valley’ om uit te groeien tot grootste ‘zorgregio’ in Nederland. Vergrijzing: Vergrijzing is misschien wel de belangrijkste trend van de komende decennia. Vergrijzing is voor alle sectoren een relevante trend. In de industrie zal naar creatieve oplossingen moeten worden gezocht hoe om te gaan met de inzet van personeel. Voor de zorg is de vergrijzing zowel een last als een kans. Immers voor gezondheidsinstellingen geldt dat zij steeds meer opnamen krijgen; de kosten nemen toe, maar gelijktijdig daarmee ook de werkgelegenheid. Voor toerisme bestaan er kansen om in te spelen op de vergrijzing. Immers ouderen leven langer, zijn langer gezond en hebben het nodige te besteden. In combinatie met de wens kwaliteit te krijgen in producten en dienstverlening 21

Notitie ‘visie op ruimtelijke ontwikkelingen in Doetinchem

geeft dit aan dat we hier te maken hebben met een uiterst interessante doelgroep. De Achterhoek kan hiermee ‘het Florida van Nederland’ worden (Florida is namelijk na Californië de sterkst groeiende regio van Amerika in economische zin). Ook voor de bouw liggen er kansen. Immers vergrijzing vergt nieuwe woonconcepten. Voorbeelden hiervan zijn collectieve samenlevingsvormen, koppeling van wonen en speciale zorgconcepten voor ouderen. Dit is een relatief nog onontgonnen gebied (tot nu toe ging alle aandacht van bouwers en projectontwikkelaars uit naar bouwen van woningen voor tweeverdieners en jonge gezinnen). Door de bouwbedrijven zou een slag gemaakt kunnen worden door in te springen op deze niche met toegevoegde waarde. Kansrijke trends en economische strategie Duidelijk is dat schaalvergroting minder aanknopingspunten biedt voor een strategie dan bijvoorbeeld regionalisering. Met betrekking tot maatschappelijke trends bieden in het bijzonder de regionalisering en de vergrijzing kansen. De regionalisering biedt kansen wat betreft toerisme en recreatie, maar ook voor een nieuwe voedingsmiddelenindustrie en landbouw. De vergrijzing biedt voor de industrie problemen en voor de zorg en recreatie nadrukkelijk kansen. Bij veiligheid, gezondheid en schoonheid liggen kansen voor onder meer de zorg, maar ook voor diensten op het raakvlak van toerisme en gezondheid. Voor de toeristische sector zou specifiek kunnen gelden dat steeds minder tijd en steeds meer geld kansen bieden voor korte vakanties gekoppeld aan de nodige luxe.

Scenario’s
Autonome ontwikkeling Stuwende sectoren: Niet echt aan de orde. Investeringen in beperkt aantal thema’s: agrolife, cultuurtoerisme, regiomarketing. Relevante trends: Globalisering, schaalvergroting. Infrastructuur: Geen specifieke focus, bijvoorbeeld doortrekken A18. Overige kenmerken: - industriële ontwikkeling in economische hoofdstructuur; - toerisme en recreatie integraal vanuit de provincie benaderen; - landbouwimago heeft positieve aantrekking t.a.v. wonen en recreëren; - plattelandsvernieuwing geeft ruimte aan nieuwe economische activiteiten. De Achterhoek maakt het Stuwende sectoren: Nadruk op industrie (doorstart) en bouw. Landbouw start door zich te ontwikkelen als toeleverancier van grondstoffen voor de industrie en grootschalige voedselproductie. Relevante trends: Globalisering, schaalvergroting, massa-individualisering. Infrastructuur: - nadruk op harde infrastructuur (wegen als A18). - kennisinfrastructuur richt zich op leveren technisch personeel. Overige kenmerken: - selectie van bepaalde deelsectoren industrie zoals metaal, textiel en voedingsmiddelen; - landbouw maakt doorstart en richt zich op grootschalige productie van grondstoffen voor de industrie; - toerisme en recreatie autonome groei, deels gericht op opvang uitstroom personeel uit de landbouw; - bouw fungeert tevens als opvang uitstroom uit de landbouw. De Achterhoek Groen en Gezond Stuwende sectoren: toerisme en recreatie samen met gezondheidszorg de centrale peilers van de economie. Relevante trends: meer aandacht voor welzijn t.o.v. welvaart, regionalisering, minder tijd, meer geld, veiligheid, gezondheid en schoonheid en vergrijzing. Infrastructuur: - fysieke infrastructuur geënt op recreatie en toerisme in de vorm van fietspaden, kanoroutes etc. Geen doortrekking van A18; - gezondheidszorg (publiek/privaat) als nieuwe kansrijke sector leidt tot ontwikkelen van kuuroorden, sanatoria, verzorgd wonen, zorgboerderijen; - landgoederen creëren in de EVZ’s met combinatie met zorg. Overige kenmerken: - toerisme en recreatie sterke groei en actieve ondersteuning vanuit de regio; hoog - natuur en landschap als groen ‘asset’ van de regio met nadruk op agrarisch natuurbeheer; - waterbeheermaatregelen koppelen aan natte recreatievormen; - afstemmen van recreatieve modaliteiten/arrangementen; - ontwikkelen streekeigen producten gekoppeld aan toerisme; 22

Notitie ‘visie op ruimtelijke ontwikkelingen in Doetinchem

- extramuralisering gehandicaptenzorg; - kennisinfrastructuur gericht op opleidingen in horeca en gezondheidszorg; - bouw en industrie ontwikkelen zich autonoom. Kennis maken in de Achterhoek Stuwende sectoren: ICT en biotechnologie; het laatste nadrukkelijk gekoppeld aan de landbouw. Relevante trends: globalisering en regionalisering, minder tijd, meer geld, veiligheid gezondheid en schoonheid. Infrastructuur: - nadruk op goede bekabeling (van deur tot deur); - uitwerken speciale flexibele kantoorconcepten; - kennisinfrastructuur gericht op goede lagere en middelbare scholen voor kinderen. Overige kenmerken: - concentreren op kleinere ICT-bedrijven die plaatsonafhankelijk kunnen opereren, evenals voor andere beroepsgroepen (kunstenaars, ontwerpers, architecten) die graag in een groene woonomgeving werken; - producten en diensten met hoge toegevoegde waarde met aandacht voor het ontwerp; - goede mogelijkheid voor sterke combinatie wonen en werken; - maatwerk in woningbouw in plaats van confectie; - vestiging van call-/servicecenters; deze zijn plaatsonafhankelijk en bieden werk voor huidige bevolking en hebben aantrekkingskracht op nieuw hoogopgeleid personeel; tevens in lijn met nadruk op ICT.

23

Notitie ‘visie op ruimtelijke ontwikkelingen in Doetinchem

Bijlage 2: Intensief ruimtegebruik op bedrijventerreinen
Actualiseren vraag- en aanbodanalyse Als eerste stap is het noodzakelijk de vraag naar en aanbod van bedrijventerreinen te actualiseren. Dit is gedaan op de traditionele wijze, wat zelden zal leiden tot een teveel aan bedrijventerreinen. Deze actualisering van de vraagaanbodanalyse zal leiden tot een groter of minder groot verwacht tekort aan bedrijventerreinen voor een bepaalde periode. De analyse vindt plaats voor vier terreintypes: - zwaar industrieterrein - distributieterrein - gemengd bedrijventerrein - hoogwaardig bedrijventerrein ambities en intensivering diverse terreintypes: Vervolgens wordt een analyse gemaakt om via revitaliseren/herstructureren van bestaande bedrijventerreinen en het intensiveren van het gebruik van de vrijkomende ruimte het tekort aan bedrijventerrein te verminderen. Dit gebeurt door per terreintype een ambitieniveau vast te stellen voor revitaliseren/herstructureren en een ambitieniveau voor intensivering met bijbehorende (intensivering) instrumenten. De ruimtewinst door toepassingen van instrumenten op de 4 terreintypen is verschillend. Op een hoogwaardig bedrijventerrein is met toepassing van hetzelfde instrument meer ruimte te winnen dan op een zwaar industrieterrein. De verantwoording voor de ruimtewinstpercentages per instrument is gebaseerd op: - best practices - eerder onderzoek - op maat gemaakt voor het gebied (% ruimtewinst verschillen door bijvoorbeeld: de afstand tot stedelijk gebied; het aandeel type 1 en 2 bedrijven; de auto-afhankelijkheid) ambitie revitalisering/herstructurering: Enkele definities: Revitalisering: het inblazen van nieuw leven, reanimeren van vooral de openbare ruimte (rioolsanering, aanpassingen wegen en herstraten t.b.v. parkeren en groen). Herstructurering: ingrijpen in de structuur van het gebied (openbaar en privaat) en dit is inclusief aspecten van revitalisering, het herschikken van functies in het gebied. Terrein kan worden vrijgemaakt dat opnieuw en intensiever kan worden uitgegeven. Voor herstructurering/revitalisering zijn 4 ambitieniveaus: Ambitieniveau 0: de huidige situatie van het terrein wordt als een gegeven beschouwd. Enkele hoogst noodzakelijke knelpunten zullen worden aangepakt. Ambitieniveau 1: revitaliseren van het openbaar gebied en vrijblijvende aanpak knelpunten private terreinen (bedrijven enthousiast maken). De technische veroudering van de openbare ruimte wordt aangepakt. Ambitieniveau 2: revitalisering van het openbaar gebied en inspanningen om gezamenlijk met het bedrijfsleven tot aanpak van private terreinen te komen (overleg en afspraken). Als de kans zich voordoet herschikken van bepaalde functies, bijvoorbeeld om een bepaalde uitstraling buiten het terrein terug te dringen. Technische en economische veroudering van het bedrijventerrein wordt bestreden. Ambitieniveau 3: herstructurering van het terrein (openbaar en privaat), inclusief het herschikken van functies (intensief overleg, afspraken en inspanningsverplichtingen). Nadrukkelijk wordt ook de maatschappelijke en ruimtelijke veroudering aangepakt. Bovendien wordt de economische veroudering door de bedrijfsverplaatsingen op een meer gestructureerde wijze benaderd. Afhankelijk van het ambitieniveau komt er dus meer terrein beschikbaar (na herstructurering) voor intensivering. Voor herstructurering kunnen voor bestaande bedrijventerreinen en nog uit te geven en geplande terreinen verschillende ambitieniveaus worden vastgesteld. ambitie intensivering Voor intensivering zijn 4 ambitieniveaus met bijbehorende instrumenten te onderscheiden: 1. nuloptie (geen instrumenten; intensivering vindt ook zonder aanvullend beleid al plaats); 2. beperkt (verkavelen en stapelen); 24

Notitie ‘visie op ruimtelijke ontwikkelingen in Doetinchem

3. redelijk (verkavelen, stapelen en beperkt selectief beleid, zoals sturen van bedrijven, waardoor combineren mogelijk is); 4. ideaal (intensivering van verkavelen, stapelen en selectief beleid, segmenteren c.q. clusteren, gemeenschappelijke voorzieningen, beperken parkeren of anders organiseren).
Tabel 6: Ruimtewinstpercentages intensief ruimtegebruik (bron STEC-rapportage)
zwaar Nuloptie geen instrumenten Totaal Beperkt Verkavelen Stapelen Totaal Redelijk beperkt selectief beleid Verkavelen Stapelen Totaal Ideaal selectief beleid segmenteren c.q. clusteren gemeenschappelijke voorzieningen Verkavelen Stapelen beperken parkeren Totaal 0% 5% 0% 3% 3% 0% 11% 0% 5% 0% 3% 3% 0% 11% 5% 6% 5% 4% 4% 4% 28% 6% 6% 5% 5% 5% 5% 32% 0% 0% 0% 0% 0% 3% 3% 6% 3% 4% 4% 11% 6% 6% 6% 18% 0% 0% 0% 3% 3% 6% 3% 3% 6% 3% 3% 6% 0% 0% 2% 2% 3% 3% 3% 3% distributie gemengd hoogwaardig

Tabel 7: Te bereiken ruimtewinst op de 5 bedrijventerreinen op basis van bovenstaande ambities bestaand nog uit te geven nog te ontwikkelen totaal ruimtewinst
ambitie nuloptie beperkt redelijk ideaal zwaar 0,0 0,0 0,0 17,9 gemengd 2,0 4,0 7,4 18,8 zwaar 0,0 0,0 0,0 0,4 gemengd 0,5 1,0 1,8 4,5 zwaar 0,0 0,0 0,0 0,0 gemengd 3,6 7,2 13,2 33,6 zwaar 0,0 0,0 0,0 18,3 gemengd 6,1 12,2 22,4 56,9

25