Lindrapport

Nut en noodzaak van
Logistiek Park Moerdijk

íev beooraetivg rav ptavvev ev ovaer.oe/









dr. Lrik Louw
drs. Rob Konings













Nut en noodzaak van Logistiek Park Moerdijk

Len beoordeling ·an plannen en onderzoek




Lindrapport






Dit ovaer.oe/ i. vitgeroera iv oparacbt rav:
Mitievaetev.ie - írieva. ot tbe íartb ^etbertava.
Po.tbv. ]·]··
]000 CD .v.teraav





ar. íri/ íovr
ar.. Rob Kovivg.







19 maart 2008

Onderzoeksinstituut O1B
1echnische Uni·ersiteit Delít
Jaííalaan 9. 2628 BX Delít
1el. 015, 2¯8 30 05
lax 015, 2¯8 44 22
L-mail mailbox(otb.tudelít.nl
http:´´www.otb.tudelít.nl

 (opvright 2008 bv Onderzoeksinstituut O1B
No part oí this report mav be reproduced in anv íorm bv print. photo print. micro-
íilm or anv other means. without written permission írom the copvright holder.






Inhoudsopgave


J Inleiding............................................................................................ J
2 De ruimteclaim voor Logistiek Park Moerdijk................................. 3
2.1 Inleiding ...............................................................................................................3
2.2 De opbouw ·an de ruimtebehoeíte.................................................................3
2.3 De opbouw ·an het ruimteaanbod ..................................................................9
2.4 (onclusies met betrekking tot de logistiek ...................................................10
3 Kwalitatieve analyse vestigingsplaatseisen logistieke sector ..........J2
3.1 Inleiding .............................................................................................................12
3.2 Algemene trends ...............................................................................................12
3.3 L·aluatie kritische ·estigingsplaatseisen logistieke sector ..........................14
3.4 (onclusies..........................................................................................................18
4 Beoordeling alternatieven: Roode Vaart, Lage Zwaluwe en
Borchwerf ........................................................................................ 20
4.1 Inleiding .............................................................................................................20
4.2 Kan Moerdijk de ruimtebehoeíte ·oor logistiek accommoderen·............20
4.3 Roode Vaart en Lage Zwaluwe ......................................................................22
4.4 Borchwerí II......................................................................................................23
4.5 (onclusies..........................................................................................................25
5 Conclusies ....................................................................................... 26
Bronnen .............................29

Onderzoeksinstituut O1B 1
J Inleiding
De uitbreiding ·an het industrie- en ha·enterrein Moerdijk staat al jaren in de belang-
stelling. In 2001 startte de pro·incie Noord-Brabant ·oorbereidingen ·oor de ont-
wikkeling ·an een grootschalig en ·ernieuwend bedrij·enterrein Moerdijkse loek dat
een om·ang ·an 420 hectare netto, zou moeten krijgen. Dit terrein werd opgeno-
men in het streekplan en de Nota Ruimte. In de loop ·an de tijd werd de maatschap-
pelijke weerstand tegen het terrein steeds groter en sprak ook de gemeente Moerdijk
zich tegen de plannen uit.
Uiteindelijk besloot ook de pro·incie Noord-Brabant de ·oorbereidingen ·oor Moer-
dijkse loek te staken. Zij had daar·oor de ·olgende argumenten:
 Nieuwe prognoses ·an het (entraal Planbureau in 2005 toonden aan dat de
·raag naar bedrij·enterreinen in Noord-Brabant en zeeha·enterreinen in het bij-
zonder. de komende decennia minder snel zou groeien dan daar·oor werd aan-
genomen.
 De beschikbaarheid ·an terreinen op het bestaande terrein Moerdijk was ·eel
groter dan aan·ankelijk geraamd.
 De gemeente Moerdijk kwam in 2005 met een eigen plan Port oí Brabant, dat
·oorzag in een intensi·ering en uitbreiding ·an het bestaande terrein Moerdijk.

Dit heeít er toe geleid dat de pro·incie Noord-Brabant en de gemeente Moerdijk in
2006 het Aísprakenkader Zeeha·enterrein Moerdijk hebben ·astgesteld. let Aíspra-
kenkader beschouwt het plan Port oí Brabant als een realistisch alternatieí ·oor
Moerdijkse loek en ·oorziet in de uit·oering ·an onderzoek naar de toekomstige
ruimtebehoeíte om te beoordelen oí Port oí Brabant kwantitatieí en kwalitatieí in de
behoeíte kan ·oorzien.
Dit onderzoek heeít in 2006 plaatsge·onden. waarna de pro·incie in september 2006
haar standpunt bekend maakte. De pro·incie wil een logistiek terrein Logistiek Park
Moerdijk, ·an onge·eer 150 hectare netto aanleggen in de oksel A16-A1¯. Daarnaast
kiest ze er·oor de terreinen Roode Vaart en Lage Zwaluwe. die gezien kunnen wor-
den als een uitbreiding ·an Moerdijk. niet te ontwikkelen. Ook wordt de segmente-
ring ·an het huidige Moerdijk bestendigd. Dit betekent dat de ruimte die nu is gere-
ser·eerd ·oor zware milieuhinderlijke bedrij·en ook in de toekomst ·oor deze groep
bedrij·en gereser·eerd zal blij·en.

De keuze om de plan·oorbereiding ·oor de aanleg ·an het Logistiek Park Moerdijk
aan te leggen was aanleiding ·oor Milieudeíensie om het Onderzoeksinstituut O1B
·an de 1echnische Uni·ersiteit Delít te ·ragen onderzoek te doen naar de onder-
bouwing daar·an. let onderzoek richt zich op de ·olgende onderwerpen:
 Len second opinion o·er de onderbouwing ·an de ruimtebehoeíte ·oor de logis-
tiek.
 Len beoordeling ·an de logistieke trends zoals die in onderliggende rapporten
worden genoemd. Deze trends worden gebruikt als argument tegen het inpassen
·an de logistieke ruimtebehoeíte op het bestaande bedrij·enterrein Moerdijk.
 let ge·en ·an een second opinion o·er de argumentatie waarom de locaties
Roode Vaart en Lage Zwaluwe ongeschikt worden geacht om een deel ·an de
ruimtebehoeíte ·an de logistiek op te ·angen.

2 Onderzoeksinstituut O1B
 Len beoordeling ·an uitruilmogelijkheden ·oor logistiek en zware industrie tus-
sen de terreinen Moerdijk en Borchwerí II in Roosendaal,.

Deze rapportage is als ·olgt opgebouwd. In hooídstuk 2 wordt ingegaan op de be-
hoeíteramingen die aan het plan Logistiek Park Moerdijk ten grondslag liggen. Daar-
na worden in hooídstuk 3 logistieke trends beschre·en en hun toepassing op Moer-
dijk geanalvseerd. In hooídstuk 4 wordt de ·ermeende ongeschiktheid ·an de locaties
Roode Vaart en Lage Zwaluwe ·oor logistiek beoordeeld en wordt ingegaan op de
uitruilmogelijkheden tussen Moerdijk en Borchwerí II. looídstuk 5 be·at de alge-
mene conclusies.

Onderzoeksinstituut O1B 3
2 De ruimteclaim voor Logistiek Park Moerdijk
2.J Inleiding
In dit hooídstuk wordt de opbouw ·an de ruimteclaim geanalvseerd. op basis waar-
·an de pro·incie Noord-Brabant heeít besloten de plan·oorbereiding ·oor het Lo-
gistiek Park Moerdijk te starten. Allereerst wordt de raming ·an de ruimtebehoeíte
geanalvseerd paragraaí 2.2.,. Daarna wordt ingegaan op de in·entarisatie ·an het
aanbod paragraaí 2.3,. Daarbij laten we de terreinen Roode Vaart en Lage Zwaluwe
buiten beschouwen zie daar·oor hooídstuk 4,. In paragraaí 2.4 ·olgen de conclusies
die zich ·ooral richten op de ruimteclaim met betrekking tot de logistiek. Alle opper-
·laktegege·ens zijn in netto hectaren tenzij anders ·ermeld.
2.2 De opbouw van de ruimtebehoefte
DlV heeít in 2006 de kwantitatie·e en kwalitatie·e behoeíte aan bedrij·enterrein in
\est-Brabant onderzocht om te kunnen bepalen in hoe·erre het Aíspraken Kader
Zeeha·enterrein Moerdijk ·oldoende ruimte biedt ·oor de op·ang ·an het bo-
·en,regionale aandeel in deze behoeíte DlV. 2006. p. 4,. Uitgangspunt bij de be-
hoeíteraming is methodiek ·an de Bedrijíslocatiemonitor BLM, ·an het (entraal
Planbureau uit 2005 zie Arts e.a.. 2005,. Omdat DlV-onderzoek primair is gericht
op de behoeíte die in Moerdijk kan worden geaccommodeerd. wordt daarin alleen
gekeken naar de sectoren nij·erheid en logistiek. Voor andere sectoren is Moerdijk
geen logische ·estigingsplaats en daarom is deze keuze legitiem. zowel uit bedrijís-
economisch oogpunt als uit ruimtelijke en planologisch oogpunt.

De DlV-raming kent drie belangrijke stappen:
1. Berekening ruimtebehoeíte in \est-Brabant.
2. Aanpassing BLM-ramingen aan situatie in \est-Brabant op basis ·an sector-
studies.
3. 1oedeling ·an de behoeíte aan Moerdijk.

.a ]: ßere/evivg rvivtebeboette iv !e.t·ßrabavt.
De BLM raamt altijd met behulp ·an zogenaamde scenario`s. Dat zijn sets ·an cohe-
rente toekomst·erwachtingen o·er kwalitatie·e en kwantitatie·e onderwerpen die het
(PB ·oor meerdere doeleinden gebruikt. let (PB onderscheidt ·ier ·erschillende
scenario`s die onder meer uiteenlopen qua economische groei. DlV hanteert drie
scenario`s lage groei. basis en hoge groei, die ·oornamelijk zijn gedeíinieerd door de
·erwachte werkgelegenheidsontwikkeling. gekoppeld aan de groei·oet ·an het ruim-
tegebruik.
De ruimtebehoeíte ·oor \est-Brabant ·olgens de DlV-scenario`s en (PB-
scenario`s is weergege·en in íiguur 2.1. Daaruit blijkt dat de (PB-scenario`s een ·eel
groter spreiding ·ertonen. dan de drie DlV-scenario`s. let (PB-scenario met de
hoogste ruimtebehoeíte komt uit op 996 hectare en het scenario met de laagste be-
hoeíte op 4 hectare minder dan het huidige bestaande areaal. De spreiding in de
DlV-scenario`s is maximaal 939 hectare en minimaal ¯04 hectare. Op·allend is dat
de uitkomsten ·an drie DlV-scenario`s liggen tussen de twee hoogste scenario`s ·an
het (PB. Dit geeít aan dat de DlV-scenario`s optimistischer zijn wat betreít de eco-

4 Onderzoeksinstituut O1B
nomische groei. waardoor de spreiding ·an de ruimtebehoeítes o·er de drie scena-
rio`s in ·ergelijking met de (BP-scenario`s one·enwichtig is. Voor de ·erschillen tus-
sen de DlV en (PB-ramingen kunnen de ·olgende oorzaken worden genoemd:
1. let basisscenario ·an DlV is gebaseerd op iníormatie uit de literatuur en
toetsing onder stakeholders in het bedrijísle·en. Volgens DlV geeít dit slechts
een gemiddelde groei·erwachting` p. 9,. De berekende ruimtebehoeíte en
·ergelijking daar·an met de (PB-scenario`s laat echter zien dat DlV alleen
een bo·en gemiddelde behoeíte heeít berekend.
2. De DlV-scenario`s zijn beperkt qua inhoud. terwijl de (PB-scenario`s ·ele ía-
cetten om·atten bij·oorbeeld door ook demograíische ontwikkelingen in de
scenario`s te betrekken,. Daardoor hebben de (PB-scenario`s een hoger reali-
teitsgehalte. Daarnaast worden BLM-ramingen per regio gemaakt in wisselwer-
king met de andere regio`s. DlV doet dit laatste niet. waardoor de neiging ont-
staat het presteren ·an de eigen regio` altijd positie·er in te schatten.

Iiguur 2.J 1otaal ruimtebehoefte in West-Brabant in de periode 200J ÷ 2025 per
CPB en DHV scenario's in netto hectaren.
-4
355
679
704
818
939
996
-200 0 200 400 600 800 1000 1200
CPB: Regional communities
CPB: Strong Europe
CPB: Transatlantic market
DHV: Lage groei
DHV: Basis
DHV: Hoge groei
CPB: Global economy

Bron: DlV. 2006.

Geconcludeerd wordt dat de DlV-scenario`s ten opzichte ·an de (PB-scenario`s
uitsluitend uitgaat ·an een optimistische groei·erwachting. Daardoor ontstaan alleen
hoge behoeíte ramingen. Juist om dit soort onrealistische ramingen te ·oorkomen
kiezen de ministers ·an VROM en LZ bij de totale behoeíte raming ·oor het transat-
lantisch market scenario. Deze keuze dient als extra prikkel en uitgangpunt om op
decentraal ni·eau zuinig met de schaarse ruimte om te springen`
1
.

.a 2: .avpa..ivg ßíM·ravivgev aav .itvatie iv !e.t·ßrabavt op ba.i. rav .ector.tvaie..
In de tweede stap berekent DlV de ruimtebehoeíte ·oor ze·en sectoren in de nij-
·erheid en de logistiek. Als uitgangpunt neemt DlV daarbij de ruimtebehoeíte per
sector die zij ·olgens het BLM-model` heeít berekend. Op basis ·an de in het rap-
port ·ermelde gege·ens is deze berekening niet uit te ·oeren en kan daarom niet
worden ge·eriíieerd. Ook is niet duidelijk welk (PB- scenario is gebruikt oí ·an wel-
ke werkgelegenheidsgroei DlV uitgaat. Dit onderdeel ·an de DlV-studie is een
blackbox.

1
Brieí ·an de ministers ·an VROM en LZ aan de 1weede Kamer ·an ¯ december 200¯ Kamer-
stuk: 200¯-2008. 31 200 XI en 29 435 nr. ¯3. p. 6,.

Onderzoeksinstituut O1B 5
Daarna zijn op basis ·an de DlV-sectorstudies de ramingen ·olgens het BLM-
model aangepast en ·erbijzonderd naar de ze·en sectoren die ·oor Moerdijk rele·ant
zijn. De resultaten hier·an zijn weergege·en in tabel 2.1. Daaruit blijkt dat de DlV-
raming 2¯6 hectare bo·en de BLM-raming ligt. In absolute termen ·erwachten zowel
DlV als de BLM een grote behoeíte ·oor bedrij·enterreinen uit de logistieke sector.
Op·allend aan de DlV-raming is dat in alle bestudeerde sectoren de raming hoger
ligt dan de berekening ·olgens het BLM-model. Dat is zeer onwaarschijnlijk en illu-
streert nogmaals dat DlV alleen uitgaat ·an optimistische groei·erwachtingen.

1abel 2.J Vergelijking ruimtebehoefte volgens BLM en DHV voor West-Brabant
voor nijverheid en logistiek in netto hectare voor de periode 200J-2025
(DHV-basisscenario)*.
BLM-model DlV
Voedings- en genotmiddelen -30 28
(hemie -3 92
Metaalindustrie -3 9
O·erige industrie -¯ -¯
Lnergie- en waterproductie 25
Logistiek 303 382
Recvcling 8
1otaal 260 536
Len negatie·e ruimtebehoeíte betekent dat een sector in 2025 in geheel \est-Brabant
minder ruimte nodig heeít deze in 2001 in gebruik had.
Bron: DlV. 2006.

Uit de sectoranalvses blijkt dat ·erschillende sectorale en locationele kenmerken ·an
\est-Brabant ·erantwoordelijk zijn ·oor de hogere ruimtebehoeíte. let gaat daarbij
bij·oorbeeld o·er het structureel beter presteren ·an de chemische industrie en de
logistiek in \est-Brabant dan in de rest ·an Nederland en de gunstige ligging ·an
\est-Brabant ·oor de logistieke sector. Dit zijn kenmerken en trends die al langer
gaande zijn en op landsdeelni·eau impliciet in de BLM zijn ·erwerkt
2
. lierdoor be-
staat het reële ge·aar dat deze eííecten dubbel worden geteld. namelijk in het door
DlV gehanteerde BLM-model` en in de bijstelling daar·an door DlV. De ruimte-
behoeíte ·alt daardoor te hoog uit. loe groot deze dubbeltelling is ·alt niet na te
gaan. Daar·oor zouden sectorstudies ·an DlV moeten worden ·ergeleken met de
argumentatie achter de parameters in de BLM
3
. Deze iníormatie is niet beschikbaar.

.a ²: )oeaetivg rav ae beboette aav Moeraii/.
De derde stap in de DlV-raming bestaat uit het toedelen ·an deze raming per sector
aan Moerdijk. Dit gebeurd op basis ·an een studie ·an Buck (onsultants Internatio-
nal B(I, uit 2002. waarin is bepaald welk deel ·an de sectoren kunnen worden toe-
gedeeld aan de doelgroep ·an het destijds beoogde bedrij·enterrein Moerdijkse loek
hoge milieucategorie. grote ka·el en multi-modaliteit,. De kengetallen uit dit onder-
zoek ge·en aan welk deel ·an ruimte·raag per sector ·oldoet aan de ·estigings·oor-
waarden die ·oor de doelgroep Moerdijkse loek zijn ·astgesteld. Voor de logistiek
heeít DlV een nadere analvse uitge·oerd. lieruit bleek dat er geen reden is om ·an
het kengetal die B(I ·oor de logistiek hanteerde. aí te wijken.

2
letzij in de gebruikte parameters. hetzij ·ia ijking ·an het model aan empirische gege·ens zie
·oor dit laatst 1raa & Declerck. 200¯,.
3
let gaat daarbij om de moti·atie ·an de groei·erwachting per sector.

6 Onderzoeksinstituut O1B
DlV gebruikt bij deze toedeling aan Moerdijk. de kengetallen ·an het door B(I op-
gestelde \hat Ií Less` beleidsscenario. Dit was ·olgens B(I uit oogpunt ·an eco-
nomische eííecten en hun duurzaamheidseííecten het te pre·aleren scenario om
Moerdijkse loek te ontwikkelen. In de rapporten ·an Louter 2005: p. 25-2¯,, en
Louw en Olden 2004: p. 3¯-43, zijn o·er deze keuze al kritische opmerking gemaakt.
De kern ·an deze kritiek is tweeledig.
1. Moerdijkse loek zou ontwikkeld worden ·oor bedrij·en met de ·olgende spe-
ciíieke ·estigingscondities: 1, grote ka·el minimaal ·ijí hectare,: 2, hogere
milieucategorieën: 3, aanwezigheid ·an ka·els langs oí nabij diep ·aarwater en
4, binding met speciíieke transportinírastructuur. Deze kenmerken worden
doorgaans niet op reguliere bedrij·enterreinen aangetroííen. Daarnaast had de
pro·incie Noord-Brabant de ambitie Moerdijkse loek als een ·ernieuwend
duurzaam bedrij·enterrein` te ontwikkelen. waarbij het ·ooral ging om milieu-
·riendelijk ·er·oer ·an goederen. om zorg·uldig ruimtegebruik en om herge-
bruik ·an reststoííen. De om·ang ·an de groep bedrij·en die ·olgens B(I ·ol-
doet aan de duurzaamheidscriteria is ·eel groter dan op basis ·an uitsluitend de
doelgroepen gerekend mag worden. Met andere woorden er wordt aangeno-
men dat bedrij·en zich op Moerdijkse loek zullen ·estigen die niet tot de
doelgroep ·an het terrein behoren.
2. Daarnaast wordt in het \hat Ií Less` scenario gekozen ·oor de ruimtelijke
concentratie ·ariant. Deze ·ariant ·erondersteld dat in de toekomst een groter
deel ·an de bedrij·en zich op Moerdijkse loek zal ·estigen dan op basis ·an
empirische gege·ens uit het ·erleden mag worden ·erwacht. Deze hoge per-
centages worden ook door DlV gebruikt. Louw en Olden concludeerden in
2004 dat deze hoge percentages in strijd waren met het gangbare ruimtelijk be-
leid gericht op het concentreren ·an de ·erstedelijking in stedelijke regio`s.
Daarnaast stelde Louter 2005: p. 1¯ en 2¯, dat dergelijke hoge percentages
60° oí 100°, impliceert dat bedrij·en binnen \est-Brabant gedwongen
worden naar Moerdijkse loek te ·erhuizen. Mogelijk worden hierdoor be-
staande samenwerkings·erbanden met andere bedrij·en ·erbroken en ´oí
wordt de bestaande relatie met de arbeidsmarkt bedreigd ·ooral ·oor laagop-
geleiden,. Volgens Louter zouden bedrij·en er·oor kunnen kiezen dan maar
niet te ·erhuizen. hetgeen hun ·erdere groeimogelijkheden kan belemmeren.

In tabel 2.2 staat de kwantitatie·e uitwerking ·an de tweede stap in de DlV-raming
weergege·en. 1ussen 2001 en 2005 is ten behoe·e ·an de sectoren nij·erheid en lo-
gistiek in \est-Brabant 13¯ hectare uitgege·en. Daarmee kan de door DlV bere-
kende ruimtebehoeíte worden ·erminderd tot 399 hectare. Via de door B(I opge-
stelde ·erdeelsleutel wordt daar·an 293 hectare aan Moerdijk toegerekend.

Onderzoeksinstituut O1B ¯

1abel 2.2 Ruimtebehoefte in West-Brabant en Moerdijk voor nijverheid en logis-
tiek in netto hectare voor de periode 200J-2025 (basisscenario) per 2006
in netto hectare.
Ruimtebehoeíte
DlV 2001-2025,
Uitgiíte 2001 -
2004
Restopga·e Aandeel
Moerdijk
Voedings- en genotmiddelen 28 1 2¯ 2¯
(hemie 92 6 85 85
Metaalindustrie 9 16 -8 -8
O·erige industrie -¯ 39 -46 -28
Lnergie- en waterproductie 25 1 24 24
Logistiek 382 ¯1 311 18¯
Recvcling 8 3 5 5
1otaal 536 13¯ 399 293
Bron: DlV. 2006.

Om modelmatige redenen is de door DlV ge·olgde redenering in tabel 2.2 niet ge-
heel correct. Zowel de BLM als DlV ramen de totale ruimtebehoeíte in 2025. De
ruimtebehoeíte ·an 536 hectare ·an DlV betekent dat het totale areaal bedrij·enter-
rein in \est-Brabant in 2025 536 hectare bo·en het in 2001 aanwezige areaal zal lig-
gen. Met andere woorden 536 hectare is de uitbreidingsbehoeíte. Daarnaast is er de
zogenaamde ·er·angingsbehoeíte. Dit is de behoeíte die ontstaat omdat oude bedrij-
·enterreinen door bij·oorbeeld transíormatie naar woonlocatie uit het areaal ·er-
dwijnen en waar·oor ·er·anging moet worden gezocht de zogenaamde onttrekkin-
gen,. Bij het ·aststellen ·an de restopga·e` in tabel 2.2 houdt DlV geen rekening
met deze ·er·angings·raag die deels ·ia de uitgiíte wordt gerealiseerd. Zou men dat
wel doen dan zou men daar de onttrekkingen bij moeten optellen. wat betekent dat
de restopga·e hoger zal liggen dan in tabel 2.2 staat aange·en. lierdoor onderschat
DlV de ruimtebehoeíte. let Ruimtelijk Planbureau en het (entraal Planbureau
·erwachten dat de om·ang ·an deze ·er·angings·raag 2° ·an het huidige netto
ruimtegebruik is Schuur et al.. 200¯,. Dat zou ·oor de sectoren nij·erheid en logis-
tiek ·oor \est-Brabant in totaal 58 hectare bedragen
4
. In ·ergelijking met de totale
ruimtebehoeíte is dit een bescheiden hoe·eelheid.
Op·allend zijn ·erder de ·erschillen tussen de expertconsultaties door DlV en een
jaar eerder door 1NO 2005,
5
. De door 1NO geraadpleegde experts stellen ten aan-
zien ·an de ·oedings- en genotmiddelenindustrie dat er binnen deze sector niet ·eel
nieuwe ·estigingen in \est-Brabant zijn te ·erwachten en dat bedrij·en in deze sec-
tor niet snel naar Moerdijk zullen ·erplaatsen. Ook ·erwacht men dat grootschalige
procesindustrie zich niet snel in Moerdijk zal ·estigen
6
. Letterlijk stelt het 1NO-
rapport p. 16,: Recente wereldwijde ontwikkelingen in de industrie ·oedings- en
genotmiddelen industrie en chemie, hebben een negatie·e impact op de positie ·an
Nederland als ·estigingslocatie ·oor industrie`. In dit licht is het ·reemd dat DlV
mede op basis ·an de door dit bureau geraadpleegde experts. de ruimtebehoeíte in
deze sectoren op 120 hectare berekent zie tabel 2.2,. De door 1NO en DlV ge-

4
In 2001 hadden de nij·erheid en de logistiek in \est-Brabant gezamenlijk bijna 2.900 hectare be-
drij·enterrein in gebruik DlV. 2006,.
5
1NO deed onderzoek naar de behoeíte aan natte ka·els. In het 1NO-rapport wordt sectorgrwijs
aandacht besteed aan ontwikkelingen in de economische structuur ·an de clusters en de moge-
lijkheid ·an ·estiging op Moerdijk loek.
6
Voor de ·olledigheid dient te worden ·ermeldt dat in het 1NO-rapport in dit ge·al Moerdijkse
loek staat.

8 Onderzoeksinstituut O1B
raadpleegde experts spreken elkaar dus deels, tegen. Dit is een wankele basis om
ramingen op te baseren.
1en aanzien ·an de recvcling en de logistiek zijn de door DlV en 1NO geraad-
pleegde experts het wel eens. waardoor de ramingen in deze sectoren betrouwbaarder
zijn. De uitgiíten ·an bedrij·enterreinen in de periode 2001-2004 be·estigt dit. In de-
ze periode. die 16° ·an de totale ramingperiode beslaat. werd 19° ·an de ruimtebe-
hoeíte ·an de logistiek gerealiseerd
¯
. Voor de recvcling ligt dit percentage ·eel hoger
namelijk op 38°. Lchter. in deze sector gaat het in absolute termen maar om een be-
scheiden behoeíte in de gehele periode 8 hectare,. De uitgiíte aan de chemie en ·oe-
dings- en genotmiddelenindustrie bleeí in de periode 2001-2005 duidelijk achter.
Proportioneel gezien zou in deze periode 16° ·an de ruimtebehoeíte in de ·orm ·an
uitgiíte gerealiseerd moeten worden. maar het is íeitelijk maar respectie·elijk 6° en
4° geworden. Vooralsnog zijn de daadwerkelijke uitgiíte cijíers meer in lijn met wat
de door 1NO geraadpleegde experts beweren. dan met de ·erwachtingen ·an de
door DlV geraadpleegde experts.

Belangrijk kenmerk ·an het huidige bedrij·enterrein Moerdijk is dat het een zeeha·en
is. 1erecht gaat de DlV-studie nader in op deze speciíieke ·estigingsplaatsconditie.
Om de behoeíte aan deze ·estigingsconditie te ramen maakt DlV onderscheid tus-
sen ha·engebonden acti·iteiten directe nabijheid ·aarwater is nodig maar acti·iteit is
niet kadegebonden, en kadegebonden ka·el moet direct aan ·aarwater liggen,. Op
basis ·an een eerder door 1NO ·errichte studie raamt DlV een behoeíte ·an 154
hectare ·oor ha·engebonden acti·iteiten. waar·an ¯¯ hectare kadegebonden basis-
scenario,. let zijn ·ooral de logistiek en de chemie die een grote ha·engebonden
ruimtebehoeíte hebben. Bij de chemie gaat dit gepaard met een hoge mate ·an kade-
gebondenheid. terwijl dit bij de logistiek ·eel minder het ge·al is tabel 2.3,. Deze uit-
splitsing komt reëel o·er.

1abel 2.3 Ruimtebehoefte voor Moerdijk voor de periode 2005-2025 (basisscenario)
voor haven- en kadegebonden activiteiten.
1otale behoeí-
te Moerdijk
\aar·an ha-
·engebonden
\aar·an ka-
degebonden
Voedings- en genotmiddelen 2¯ 8 ¯
(hemie 85 68 62
Metaalindustrie -8 -2 -1
O·erige industrie -28 -6 -4
Lnergie- en waterproductie 24 - -
Logistiek 18¯ 84 13
Recvcling 5 1 1
1otaal 293 154 ¯¯
Bron: DlV. 2006.

In de DlV-studie wordt ook aandacht geschonken aan het eííect ·an ambities bij de
o·erheid en het bedrijísle·en op de ruimtebehoeíte. lieruit zou in het basisscenario
een extra ruimtebehoeíte ·oortkomen ·an 85 hectare. Omdat deze ambities in de be-
sluit·orming o·er het aanleggen ·an een nieuw bedrij·enterrein bij Moerdijk geen rol
spelen. worden deze in dit rapport niet ·erder geanalvseerd.

7
Len uitgiíte ·an ¯1 hectare in de periode 2001-2005. terwijl ·oor door de gehele periode door
DlV een behoeíte ·an 382 werd berekend,.

Onderzoeksinstituut O1B 9
Resumerend kan gesteld worden dat de methode die DlV gebruikt om het aandeel
·an Moerdijk in de regionale behoeíte aan bedrij·enterreinen te berekenen discutabel
is. lierdoor worden ook bedrij·en buiten de doelgroep aan Moerdijk toegerekend
waardoor de raming hoog uit·alt. 1e·ens is dit in strijd met het gangbare ruimtelijk
beleid. Daarnaast spreken door DlV en 1NO geraadpleegde experts elkaar tegen
ten aanzien ·an de te ·erwachten ontwikkelingen in de chemie en ·oedings- en ge-
notmiddelen industrie. Voor deze sectoren heeít de DlV-raming daardoor een wan-
kele basis.
2.3 De opbouw van het ruimteaanbod
Om een ruimteclaim te kunnen onderbouwen moet naast de behoeíte ook het aan-
bod ·an bedrij·enterreinen in kaart worden gebracht. let ·erschil tussen beide is de
íeitelijke ruimteclaim. De DlV-studie geeít een o·erzicht ·an het huidige en poten-
tiële aanbod in het landsdeel Zuidwest Nederland. de regio \est-Brabant en op het
huidige ha·en- en industrieterrein Moerdijk. loewel het aanbod in Zuidwest Neder-
land wel in kaart wordt gebracht. speelt dit in de studie nauwelijks een rol ·an bete-
kenis. Gezien het doel ·an de studie en de koppeling aan de doelgroepen ·oor
Moerdijk en de speciíieke ·estigingscondities. is dit een logische aanname.

De berekening ·an het aanbod in \est Brabant is moeilijk te ·olgen. Dit wordt
·oornamelijk ·eroorzaakt doordat ·erschillende bronnen door elkaar worden ge-
bruikt. let gaat daarbij om gege·ens uit het landelijke IBIS-databestand en gege·ens
·an de pro·incie Noord-Brabant. Bo·endien lopen netto en bruto cijíers door elkaar.
Belangrijk is echter dat DlV ·oorlopig` concludeert ..dat het aanbod ·an be-
drij·enterreinen gezien de planning groter lijkt te zijn dan de ·raag. Dat betekent dat
·oor Moerdijkse loek ´ Port oí Brabant e·entueel concurrerend aanbod ·anuit de
eigen regio kan komen ·oor het niet ha·engebonden deel ·an industrie en logistiek.`
DlV 2006. p. 38,.
Volgens DlV gaat het daarbij om de terreinen \erkendam. Borchwerí II. \eststad
III. Noordland. Au·ergnepolder. lazeldonk. Vossenberg \est II en Vosdonk. In
totaal gaat het daarbij om ca. 200 hectare bedrij·enterrein in \est Brabant dat in be-
paalde mate concurrerend is met Moerdijkse loek. Op·allend is dat DlV conclu-
deert dat Borchwerí II een concurrent is ·an Moerdijkse loek. terwijl de pro·incie
Noord-Brabant daar niet ·an uit gaat DlV 2006. p. 39,. Daarnaast ligt er in o·erig
Brabant nog 150 hectare bedrij·enterrein dat mogelijk` concurrerend is. maar wat
minder op de internationale transportassen is georiënteerd p. 40,. Onge·eer 40°
·an dit potentiële, aanbod bestond uit harde plannen.
Verder is op·allend dat DlV de terreinen \erkendam. Noordland en Au·ergnepol-
der wel noemt. maar deze kwantitatieí noch kwalitatieí beoordeelt. Deels wordt dit
·erklaard doordat ten tijde ·an het onderzoek nog geen gege·ens beschikbaar wa-
ren
8
. Uit gege·ens die thans beschikbaar zijn kan echter worden opgemaakt dat het
daarbij gaat om 190 hectare. waar·an op het terrein Noordland 49 hectare uitgeeí-
baar is zie ook RBOI. 200¯,. DlV heeít wat dit betreít de aanbodsituatie in de regio
iets onderschat.

Bij het aanbod op het huidige ha·en- en industrieterrein Moerdijk baseert DlV zich
·olledig op een in·entarisatie die in 2006 door RBOI is uitge·oerd. Daarin werd ge-
concludeerd dat er per direct 91 hectare beschikbaar ´ uitgeeíbaar is en dat er op

8
In de tabel staat n.n.b.: niet nader bekend.

10 Onderzoeksinstituut O1B
termijn 163 hectare beschikbaar komt oí kan komen
9
. Bij elkaar le·ert dit een aanbod
·an 254 hectare.
Verder raamt DlV dat er 65 hectare kadegebondenterrein kan worden aangeboden.
RBOI 2006, stelt echter dat er circa 92 hectare kadegebonden terrein beschikbaar is.
RBOI heeít ook ·astgesteld dat er naast de hier·oor genoemde 254 hectare nog 103
hectare als reser·e bij bedrij·en aanwezig is
10
. DlV rekent dit niet tot het aanbod om
twee redenen:
1. let betreít particuliere reser·es die ·an belang zijn ·oor de indi·iduele bedrij-
·en. let is ·oor eigen uitbreiding.
2. In de ·raaganalvse wordt hiermee al rekening gehouden middels de parameters
locatie·oorkeur en terreinquotiënt. die er ·anuit gaan dat een deel ·an de eco-
nomische groei binnen de eigen reser·es ·an zal bedrij·en plaats·indt.

Behal·e met betrekking tot de locatie·oorkeur kloppen deze redeneringen. Lchter. er
wordt uitgegaan ·an een passie·e opstelling ·an de o·erheid in deze. De pro·incie
Noord-Brabant wil het grondgebruik op bedrij·enterreinen intensi·eren. Daarbij past
het in gebruik nemen ·an niet gebruikte reser·es ·an bedrij·en. In modelmatige ter-
men betekent dit dat de terreinquotiënt in de toekomst hoger zal liggen. Daarnaast is
het gebruiken ·an reser·es ·an indi·iduele bedrij·en geen uitzondering. Shell in
Moerdijk is daar·an een goed ·oorbeeld. In 2004 werd nog aangenomen dat Shell
haar ongebruikte terreinen. niet ·oor heruitgiíte ter beschikking zou stellen. Daar-
naast heeít de gemeente Bergen op Zoom in 2000 een deel ·an de grondreser·e ·an
General Llectric Plastics teruggekocht om deze opnieuw als bedrij·enterrein uit te
ge·en. Dit betekent dat particuliere reser·es weldegelijk heruitgeeíbaar kunnen wor-
den. Dit ·ereist wel een actie·e opstelling ·an locale o·erheden.

Samen·attend kan gesteld worden dat het aanbod ·an bedrij·enterreinen inclusieí
geplande terreinen, in \est-Brabant groter is dan de regionale ·raag en het potentiële
aanbod in Moerdijk inclusieí locatie Roode Vaart en Lage Zwaluwe, ·oldoende zijn
om het aandeel ·an Moerdijk in deze ·raag te dekken. DlV stelt letterlijk in haar
rapport: let aantal hectares dat beschikbaar is binnen Port oí Brabant ·olstaat re-
kenkundig ·oor de ·raagontwikkeling bij een gemiddelde groei·erwachting` p. 56,.
Bo·endien stelt DlV dat er locaties zijn die deels, concurrerend zijn met het aan-
bod in Moerdijk. Met andere woorden in kwantitatieí opzicht is er geen behoeíte aan
een Logistiek Park Moerdijk.
2.4 Conclusies met betrekking tot de logistiek
De DlV-ramingen ·allen relatieí ten opzichte ·an de BLM, hoog uit. lieraan lig-
gen aantoonbaar twee oorzaken ten grondslag. Allereerst schat DlV op basis ·an
sectorstudies de ontwikkeling ·an de logistiek positie·er in dan in de BLM. Dit resul-
teert in een extra ruimtebehoeíte in \est-Brabant ·an ¯9 hectare periode 2001-
2025,. Daarnaast hanteert DlV een manier ·an toedelen ·an de ruimtebehoeíte aan

9
lierbij onder ·alt ook de 136 hectare ongebruikt terrein ·an Shell. Shell is bereid dit onder ·oor-
waarden beschikbaar te stellen. De gedachten gaan daarbij uit naar bedrij·en in de milieucatego-
rieën 4. 5 en 6.
10
Per abuis staat in het DlV-rapport 111 hectare. Daar·an moet echter bijna 8 hectare worden aí-
getrokken die wel tot het aanbod wordt gerekend zie tabel op pagina 41 en tekst op pagina 42
·an het DlV-rapport,. O·erigens ·oerde ook de Stec Groep in 2005 een in·entarisatie uit naar
de restruimte in Moerdijk. Zij kwamen uit op een om·ang ·an 291 hectare. Dat is minder dan
RBOI heeít geïn·entariseerd 254-103 ~ 35¯,.

Onderzoeksinstituut O1B 11
Moerdijk die discutabel is. lierdoor wordt een zeer groot deel ·an de berekende
ruimtebehoeíte in \est-Brabant aan Moerdijk toebedeeld. De totale om·ang daar·an
18¯ hectare, is ·eel groter dan de doelgroep waar·oor het terrein zal worden ont-
wikkeld.
Uit het DlV-rapport kan worden berekend hoe groot deze doelgroep onge·eer is.
84 hectare ·an de ruimtebehoeíte wordt aangemerkt als ha·engebonden DlV.
2006: p. 26,. Deels hiermee samen·allend. is er behoeíte aan ka·els ·an minimaal 5
hectare. \anneer we uitgaan dat 22° ·an de ·raag daaruit bestaat. betekent dit een
behoeíte ·an 23 hectare basis scenario,
11
. Daarmee komt de totale ·raag in de doel-
groep op 10¯ 84-23, hectare. Dit betekent dat ·an de ruimtebehoeíte ·oor logistiek
80 18¯-10¯, hectare niet ·oortkomt uit de doelgroep en derhal·e geen gebruik zal
maken ·an de speciíieke ·estigingscondities ·an Moerdijk. Juist omdat Moerdijk in
Noord-Brabant unieke ·estigingscondities heeít. zou ·oorkomen moeten worden dat
er zich bedrij·en ·estigen die daar geen gebruik ·an maken. Vestiging op een regulier
bedrij·enterrein is ·eel beter op zijn plaats. Bo·endien is het accommoderen ·an de-
ze ruimtebehoeíte in Moerdijk strijdig met het ruimtelijk beleid dat er juist op gericht
is ·erstedelijking te concentreren in de stedelijke regio`s.

DlV concludeert dat regionaal en lokaal het aanbod kwantitatieí genoeg zou moeten
zijn om aan de toekomstige behoeíte aan te ·oldoen. Zij komt tot deze conclusie on-
danks dat de ramingen aantoonbaar zeer ruim zijn. Desondanks wil de Pro·incie
Noord-Brabant o·ergaan tot de aanleg ·an het Logistiek Park Moerdijk.. De onder-
bouwing hier·oor is gelegen in de kwalitatie·e kenmerken ·an ·raag en aanbod.
waardoor ·olgens DlV de logistieke sector niet in haar groeipotentie kan worden
geíaciliteerd. Op de ·aliditeit ·an deze constatering wordt in de ·olgende twee
hooídstukken ingegaan.



11
RBOI 200¯. p. 15, constateert dat in de aígelopen periode maar 22° ·an de het uitgege·en lo-
gistiek terrein in \est-Brabant. ka·els groter dan 5 hectare betroí. Dit percentage wordt ook in
de DlV-rapportage gebruikt.

12 Onderzoeksinstituut O1B
3 Kwalitatieve analyse vestigingsplaatseisen logistieke
sector
3.J Inleiding
In het RBOI-rapport 200¯, luidt één ·an de hooídconclusies dat er geen reëel alter-
natieí is ·oor het ontwikkelen ·an een bo·enregionaal nieuw logistiek terrein in aan-
sluiting op het industrieterrein Moerdijk in de oksel ·an de A16 - A1¯,. 1er onder-
bouwing ·an deze conclusie worden ·erschillende trends in ·estigingsgedrag en -
eisen ·an logistieke bedrij·en aange·oerd. Deze trends duiden erop dat ·anwege
kwalitatie·e eisen en ontwikkelingen in de sector nieuwe logistieke bedrij·en met een
·eelal internationale oriëntatie doelgroep Moerdijk, niet binnen het huidige bedrij-
·enterrein kunnen worden ingepast en e·enmin op andere terreinen in \est-Brabant
en de directe omge·ing kunnen worden geaccommodeerd. Als argument tegen in-
breiding op het bestaande bedrij·enterrein Moerdijk geldt speciíiek de ·eronderstelde
behoeíte aan schaal·ergroting ka·elgrootte, en de noodzaak ·an clustering ·an lo-
gistieke acti·iteiten. De bedrij·enterreinen in de regio zijn ·olgens RBOI geen ·ol-
waardig alternatieí ·oor de locatie Moerdijk omdat ze on·oldoende aan de eisen en
wensen ·an de doelgroep ·an Moerdijk ·oldoen multimodaal. binnen 10 minuten
rijden ·an een knooppunt ·an internationale weg·erbindingen. bij ·oorkeur een ter-
rein ·an 100 ha oí groter. waarop ka·els groter dan 5 ha beschikbaar zijn,.
In dit hooídstuk zal een kwalitatie·e beoordeling worden gege·en o·er de in het
RBOI-rapport geschetste trends in ·estigingeisen in de logistieke sector en de rele-
·antie daar·an ·oor de potenties ·an een nieuw logistiek bedrij·enterrein Moerdijk.
Lr wordt gekeken hoe ·alide de argumentatie ter onderbouwing ·an het Logistiek
Park Moerdijk is. Allereerst ·olgt in paragraaí 3.2 een korte schets ·an enkele alge-
mene trends in de logistieke dienst·erlening. waarna in paragraaí 3.3 wordt ingegaan
op de speciíieke ·estigingseisen in relatie tot de locatie Moerdijk. In paragraaí 3.4
·olgen de conclusies.
3.2 Algemene trends
In de distributiesector hebben. onder in·loed ·an toenemende internationalisering
·an de productie. structurele ·eranderingen plaatsge·onden in de distributiestructuur.
In de eerste íase ·an internationalisering was de distributiestructuur zelí nog erg nati-
onaal ingericht. Distributiecentra bele·erden uitsluitend de nationale markt kwadrant
1. íiguur 1,. Gedre·en door kostenbesparingen en mogelijke schaal·oordelen werd
het bedieningsgebied ·an de distributiecentra ·er·olgens aanzienlijk groter: ·an
slechts één land naar enkele landen kwadrant 2. íiguur 1,. Mede onder in·loed ·an
het opengaan ·an de Luropese binnengrenzen kreeg deze trend naar gecentraliseerde
distributiestructuren een ste·ige impuls en ontstonden de zogenaamde Luropese dis-
tributiecentra LD(`s, kwadrant 3. íiguur 3.1,. Deze centra. opgezet ·oor de distri-
butie ·an producten in een groot aantal Luropese landen. bleek met name ·oor bui-
tenlandse ·erladers uit de VS en Azië, een ideaal model om de Luropese markt eííi-
ciënt en eííectieí te bedienen. Besparingen in ·oorraden. gebouwen en personeel
door deze ·er doorge·oerde centralisatie wogen ruimschoots op tegen de hogere
transportkosten.

Onderzoeksinstituut O1B 13
Deze LD(`s ·ero·erden in snel tempo de markt. Nederland ·ormde de onbetwiste
toplokatie ·oor dit soort bedrij·en. waarbij ·eruit de meerderheid zich ·estigde in oí
nabij de mainports Rotterdam en Schiphol, op de achterlandcorridors. met name in
Noord-Brabant Nederland Distributieland. 2005,. Ook Oost-Nederland en Limburg
bleken erg in trek. Vandaag de dag be·indt Nederland zich nog steeds in de kop-
groep ·an landen als aantrekkelijke ·estigingsplaats ·oor LD(`s Buck (onsultants
International e.a.. 200¯,. In 2005 ·estigden 52 LD(`s zich in Nederland. in 2006 wa-
ren dit er 61. Volgens Buck (onsultants is de concurrentie met België. Duitsland en
lrankrijk groot. Gezien het ·erzorgingsgebied ·an deze LD(`s nagenoeg heel Lu-
ropa, hanteren zij ook een brede geograíische scope met betrekking tot hun ·esti-
gingsplaatskeuze. Veelal ·olgt eerst een keuze ·oor een land op basis ·an belangrijke
kosten- en kwaliteits·erschillen tussen landen, en ·er·olgens wordt daarbinnen naar
een geschikte regio gezocht.

Iiguur 3.J Ontwikkeling in distributiestructuren



























Bron: lerrari e.a.. 2006.


Recent onderzoek o.a. (apgemini en Prologis. 2006: Nederland Distributieland.
2006,laat o·erigens zien dat de sterke trend ·an centrale Luropese distributie ten dele
op zijn retour is. althans ·oor bepaalde producten en markten. Ondernemingen kie-
zen in toenemende mate weer ·oor meerdere distributiecentra per onderneming.
waarbij het oorspronkelijke LD( eigenlijk de íunctie ·an een regionaal distributie-
centrum krijgt dat een beperkt aantal landen bedient kwadrant 4. íiguur 1,. bij·oor-
1 National
4 Hybrid
3 Centralised
2 Regional 1 National
4 Hybrid
3 Centralised
2 Regional

14 Onderzoeksinstituut O1B
beeld een centrum dat de Benelux-landen. Duitsland en UK bele·ert naast centra
·oor de bele·ering ·an Zuid- en Oost-Luropa. Regionaal is dus wel een relatieí be-
grip. Belangrijke drijí·eren ·oor deze ontwikkeling zijn:
 behoeíte aan snellere le·ertijden bij klanten
 I(1-ontwikkelingen waardoor grote ondernemingen hun distributiecentra dc`s,
kunnen aansturen en beheren als ware het één organisatie
 toenemende ·erkeersdrukte waardoor de le·ertijden in het gedrang komen.

Voor de toekomst ·alt te ·erwachten dat ·oor de grootschalige internationaal geori-
enteerde distributie beide distributiestructuren LD(`s en regionale dc`s, naast elkaar
zullen ·oortbestaan.

\at betekent dit ·oor Moerdijk· Logistieke bedrij·en die pan-Luropees opereren
blijken tot op zekere hoogte íootloose` in hun ·estigingsplaatskeuze en dit geldt tot
op zekere hoogte ook ·oor de regional-Luropees opererende centra. Dit betekent dat
Moerdijk ·oor logistieke acti·iteiten met een bo·enregionale íunctie niet alleen con-
curreert met bedrij·enterreinen in de regio. maar íeitelijk met terreinen binnen een
·eel groter gebied.
3.3 Lvaluatie kritische vestigingsplaatseisen logistieke sector
Op grond ·an logistieke trends komt RBOI tot een set ·an locatiekeuzecriteria ·oor
grootschalige d.w.z. ·eelal internationaal georiënteerde, logistieke bedrij·en. te we-
ten:
 Goede ontsluiting o·er de weg: aantakken op de hooídassen ·an het goederen-
·er·oer o·er de weg
 Multimodaliteit
 Behoeíte aan clustering
 Ka·elgrootte
 Status
 Beschikbaarheid ·an personeel
 Veiligheid

In het kader ·an de beoordeling ·an de potentie ·an Moerdijk als ·estigingsplaats
alsmede de wijze waarop bedrij·en op de locatie Moerdijk zouden kunnen worden
geaccommodeerd inbreiding oí uitbreiding, worden de ·olgende eisen als meest kri-
tisch gezien: goede ontsluiting o·er de weg: multimodaliteit. behoeíte aan clustering
terrein groter dan 100 ha, en ka·elgrootte. Deze ·estigingseisen worden hier nader
besproken en geë·alueerd.

Coeae ovt.tvitivg orer ae reg
let RBOI-rapport stelt dat het ·oor de moderne logistieke onderneming op inter-,
nationaal ni·eau noodzakelijk is om aan te takken op de hooídassen ·an het goede-
ren·er·oer o·er de weg: de directe ·erbindingen tussen de economische centrumge-
bieden. (oncreet betekent dit binnen 10 minuten rijden ·an een knooppunt ·an in-
ternationale ·erbindingen.
Len goede ontsluiting o·er weg is ·oor elke transporteur oí logistieke dienst·erlener
een conditie sine qua non`. let belang ·an de bereikbaarheid o·er de weg speelt met
name in de aí·oer ·an goederen de einddistributie,. In ·ergelijking met de aan·oer
·an goederen is het ·er·oerspatroon in de distributie íijnmazig: kleinere zendingen.

Onderzoeksinstituut O1B 15
·ele aíle·eradressen. De ·rachtauto is en blijít daar·oor de aangewezen modaliteit
12
.
let belang ·an nabijheid ·an een knooppunt ·an internationale ·erbindingen ·an
wegen hangt samen met de sterke internationale oriëntatie ·an grote pan-Luropese,
logistieke dienst·erleners. Vanwege het belang ·an korte le·ertijden en een groot be-
dieningsgebied ·an de distributiecentra is de ·oorkeur ·oor een strategische locatie
nabij de grote internationale snelwegen zeer ·erklaarbaar.
Moerdijk ligt nabij de snelweg A16. de belangrijkste snelweg in de internationale
noord-zuidcorridor ·oor goederen·er·oer. Daarnaast heeít de locatie ook een gun-
stige ligging ten opzichte ·an de snelwegen in Oost-westrichting A1¯ Moerdijk-
Roosendaal en A59 Moerdijk-Den Bosch, en op enige aístand de belangrijke interna-
tionale oost-westgoederencorridor de snelweg A15,. Moerdijk ·oldoet aan deze ·es-
tigingseis.

Mvttivoaatiteit
let RBOI-rapport stelt dat internationale logistieke dienst·erleners multimodaliteit
oí trimodaliteit met het oog op de toekomst, in ·eel ge·allen als een zwaarwegende
íactor meenemen in de regio- en locatieaíweging.
let leidt geen twijíel dat goede mogelijkheden om goederen ·ia meerdere modalitei-
ten te ·er·oeren sterk aan belang wint in locatiebeslissingen. De toenemende conges-
tie op de weg. en als ge·olg daar·an een lagere betrouwbaarheid ·an het transport.
creëert een behoeíte aan alternatie·en ílexibiliteit,. Daarnaast spelen kosteno·erwe-
gingen een rol: spoor en binnen·aart kunnen onder bepaalde omstandigheden, op
·ele relaties de concurrentie met weg·er·oer aan. Met name ·oor de binnen·aart
geldt dat die zich als een sterke en aantrekkelijke ·er·oerswijze ·oor intermodaal ·er-
·oer heeít ontwikkeld.
let belang ·an intermodaliteit speelt bij Luropese distributiecentra met name bij de
aan·oer ·an goederen. lun goederen hebben doorgaans een ·erre o·erzeese her-
komst. worden in containers ·er·oerd en landen dus aan in zeeha·ens. Voor het ·er-
·oer ·an zeeha·en naar distributiecentrum is daar intermodaal ·er·oer de combina-
tie binnen·aart´weg oí spoor´weg, een optie.
O·erigens ge·en ·eel bedrij·en aan de mogelijkheden ·oor spoor- en binnen·aart
belangrijk te ·inden. maar ·alt het daadwerkelijke gebruik nog tegen. Dat desondanks
·oor een multimodaal ontsloten terrein wordt gekozen heeít te maken met toe-
komst·erwachtingen. RBOI 200¯, noemt in dit ·erband schaal·ergroting en toene-
mende congestie waardoor intermodaal ·er·oer aantrekkelijker wordt.
Moerdijk beschikt o·er terminals ·oor binnen·aart. spoor en shortsea ·er·oer. let
heeít daarmee alle modaliteiten in huis. De mogelijke ·erknoping tussen de modali-
teiten binnen·aart: ·er·oer ·an´naar de zeeha·ens en natte achterlandbestemmin-
gen: spoor: ·er·oer ·an´naar droge achterlandbestemmingen en short sea: intra-
Luropees ·er·oer, is een sterke troeí ·an Moerdijk om zich als intermodale hub te
kunnen proíileren.
De multimodale kwaliteit ·an een locatie wordt in dit ·erband niet alleen bepaald
door de aanwezigheid ·an terminals op oí nabij het terrein. maar ook door het aan-
bod ·an de intermodale diensten. d.w.z. de írequenties en bestemmingen. Deze kwa-
liteit is dus gerelateerd aan de schaal ·an operaties.

12
let is o·erigens niet ondenkbaar dat in de toekomst ook intermodaal ·er·oer in toenemende ma-
te wordt ingezet ·oor distributie. aíhankelijk ·an het tvpe produkt en de gekozen distributiestruc-
tuur. In een hvbride structuur met centrale en regionale D(`s zie Nederland Distributieland.
200¯,. waarin de regionale D(`s door het centrale D( worden bele·erd. kunnen de stromen tus-
sen deze D(`s mogelijk intermodaal ·er·oerd worden.

16 Onderzoeksinstituut O1B
De om·ang ·an de containero·erslag op Moerdijk is inmiddels een bepaald kritische
·olume o·erstegen. let o·erslag·olume is de laatste ·ijí jaar spectaculair gegroeid
·an ca. 60.000 1LU in 2002 naar 480.000 1LU in 200¯. De ·erwachting is dat in
2008 meer dan 600.000 1LU wordt behandeld. let o·ergrote deel hier·an is te dan-
ken aan de binnen·aart. Dankzij dit om·angrijke ·olume zijn er dagelijks meerdere
aí·aarten tussen Moerdijk en de zeeha·ens Rotterdam en Antwerpen. Daarnaast is
eind 200¯ een directe intermodale spoordienst tussen Moerdijk en Spanje gestart.
Deze dienst kan een opstap zijn ·oor ·erdere uitbouw ·an het intermodale ·er·oers-
aanbod ·anuit Moerdijk naar het achterland.
De succes·olle ontwikkeling ·an de containero·erslag op Moerdijk is niet alleen te
danken aan de sterk toegenomen ·raag naar container·er·oer op het bedrij·enter-
rein. let heeít ook te maken met toenemende congestieproblemen in de zeeha·ens
op terminals en aan- en aí·oerwegen,. Als ge·olg hier·an íunctioneert Moerdijk
steeds nadrukkelijker als een ·oorha·en extended gate, ·oor de Rotterdamse ha·en.
waarbij o.a. opslag ·an lege, containers wordt uitgeplaatst naar Moerdijk en de bin-
nen·aart het transportmiddel tussen de zeeha·en en Moerdijk is. Moerdijk heeít
hierdoor een íunctie als regionaal ophaal- en aíle·erpunt ·an containers gekregen.
De aístand tussen klant en terminal is ·oor de aantrekkelijkheid ·an intermodaal ·er-
·oer o·er het algemeen wel een belangrijke ·ariabele. let ·oor- en natransport o·er
de weg is namelijk relatieí kostbaar. Van den Arend. ·an Klink en Koppers 2000,
beschouwen een omtrek ·an 15 kilometer rondom een inlandterminal als het werk-
bare ·erzorgingsgebied. loe korter de aístand in ·oor- en natransport des te lager de
kosten. in het bijzonder wanneer de aístand dermate kort is dat containers met ter-
minaltrekkers in plaats ·an ·rachtauto`s tussen terminal en klant ·er·oerd kunnen
worden. \at kostentechnisch een haalbare aístand is in het ·oor- en natransport
hangt echter mede aí ·an de aí te leggen aístand per binnenschip oí trein. Zo blijkt
bij·oorbeeld dat het ·erzorgingsgebied ·an de Nederlandse terminals groter wordt
naarmate terminals ·erder ·an Rotterdam zijn gelegen Decisio. 2002,. Door de toe-
nemende congestie op de wegen in en rond Rotterdam als ook op de zeeha·entermi-
nals nemen de kosten ·an het weg·er·oer toe en wordt intermodaal ·er·oer geleide-
lijk aan steeds aantrekkelijker. In íeite betekent dit ook dat de acceptabele aístand in
het ·oor- en natransport wordt opgerekt. De regionale íunctie die Moerdijk inmid-
dels heeít wijst erop dat dit ook in Moerdijk het ge·al is. Voor de intermodale kwali-
teit ·an Moerdijk als ·estigingsplaatsíactor ·oor logistieke bedrij·en betekent dit dat
de bedrij·en dus niet per sé zeer nabij de terminals gehuis·est moeten worden.

Ctv.terivg´ovravg terreiv: groter aav ]00 ba
let RBOI-rapport stelt dat zogenaamde economies oí scale` ertoe leiden dat logis-
tieke dienst·erleners ruimtelijk gezien sterk geneigd zijn tot concentratie zowel hori-
zontaal als ·erticaal,. Verticaal betreít de integratie binnen de keten: ·er·oerders. ·er-
laders. ompakkers. light-manuíactorers en netwerkspecialisten zijn ·aker deel ·an één
organisatie. lorizontaal betreít branchegenoten die er·oor kiezen de meerwaarde op
te zoeken ·an ·er·oerstromen die samenkomen op één locatie en ·an de mogelijk-
heid om algemene íaciliteiten op locatie te delen. De gedachte is dat clustering op één
locatie ·an minimaal 100 ha, leidt tot ·erbetering ·an de bedrijísprocessen bij on-
dermeer de ·olgende acti·iteiten:
 Kosteneííiciënt delen ·an basisíaciliteiten securitv. tank- en was·oorziening. res-
taurant. etc.,
 Pools ·an werknemers:
 Uitwisselen ·an goederen´stromen ·erminderen leeg` rijden,:
 In·esteringen in inírastructuur rendabel maken.

Onderzoeksinstituut O1B 1¯
De kern ·an dit betoog is dat logistieke bedrij·en. en met name de grotere logistieke
bedrij·en. een behoeíte aan clustering hebben omdat dit bedrijíseconomische ·oor-
delen ople·ert. Deze clustering dient plaats te ·inden op een terrein met een zekere
om·ang oí massa. waardoor status en bekendheid logistieke hotspots, ontstaan en
·oorzieningen gericht op de branche gerealiseerd kunnen worden.
Lr zijn di·erse bronnen die wijzen op de grote belangstelling ·an bedrij·en om zich
op een logistiek park te ·estigen. Zo zou ·olgens een enquête ·an (apgemini en Pro-
logis 2006, 54° ·an de ·erladers en ¯0° ·an de logistiek dienst·erleners zich op
een logistiek park willen ·estigen. ·anwege de mogelijkheden ·oordelen, in het delen
·an íaciliteiten en ser·ices. Als gekeken wordt om welke íaciliteiten en ser·ices het
gaat dan zijn dit ·eelal zaken die niet alleen door logistieke bedrij·en gedeeld kunnen
worden. maar ook ·oor ·ele andere bedrij·en interessant zijn (apgemini en Prolo-
gis. 2006,.
Len speciíiek ·oordeel ·an logistieke clustering kan zijn dat er wordt samengewerkt
in de ·orm ·an ladingbundeling en uitwisseling ·an materieel. In theorie kunnen deze
zaken bedrijíseconomisch ·oordeel ople·eren. maar in de praktijk gebeurt dit nage-
noeg nog niet. Lén ·an de redenen is gebrek aan iníormatie. maar ·eruit de belang-
rijkste reden is de onderlinge concurrentie die branchegenoten ·an samenwerking
weerhoudt. Dit betekent niet dat het ook nooit zal gaan gebeuren. De stijgende
transportkosten met name in het weg·er·oer noopt logistieke dienst·erleners om
hun ·rachtwagenpark eííiciënter in te zetten. De moti·atie ·oor samenwerking wordt
zodoende wel sterker. Lchter ·ooralsnog staat deze samenwerking nog in de kinder-
schoenen. Lr zijn geen empirische studies bekend die deze meerwaarde ·an logistieke
parken aantonen.
let blijít ook een moeizaam proces om samenwerking binnen de keten ruimtelijk
geconcentreerd ·oor elkaar te krijgen. zoals bij·oorbeeld recentelijk ook het project
Greenport (ollect Venlo heeít uitgewezen. waarin een poging tot samenwerking in
de agrologistiek is mislukt Nieuwsblad 1ransport. 2008,. In de internationaal geori-
enteerde distributie is deze ruimtelijk geconcentreerde ·erticale samenwerking niet te
bespeuren. althans niet door middel ·an diensten tussen bedrij·en ·erladers. ·er-
·oerders. ompakkers, onderling. Deze ·erschillende acti·iteiten zijn ·eelal in één or-
ganisatie ondergebracht. waardoor de schaal ·an operaties ·an de bedrij·en wel groot
is. Anders gezegd. de hoogwaardige logistieke dienst·erleners op een logistiek bedrij-
·enterrein zijn weliswaar ·aak grote bedrij·en. maar opereren daar ·aak ·olledig zelí-
standig. Lr is nauwelijks tot geen behoeíte aan diensten ·an omringende bedrij·en.
Lr zijn wel andere zaken waar logistieke dienst·erleners ·anwege hun soortgelijke ac-
ti·iteiten en gezamenlijke om·ang proíijt ·an kunnen trekken. zoals in de intermoda-
le aan·oer ·an hun goederen. \eliswaar handelen de bedrij·en zelístandig maar hun
collectie·e ·raag naar intermodaal ·er·oer creëert draag·lak ·oor intermodale dien-
sten en kan resulteren in lagere kosten en betere kwaliteit i.c. hogere írequenties,.
Daarnaast zijn er ook ·oorzieningen die speciíiek ·oor logistieke bedrij·enterreinen
interessant zijn. zoals een bewaakte parkeerterrein ·oor ·rachtauto`s. De haalbaar-
heid ·an zo`n parkeerterrein ·alt niet te relateren aan de om·ang ·an een bedrij·en-
terrein. Maatge·end is uiteindelijk het gebruik. De nabijheid ·an zo`n terrein be·or-
dert uiteraard het gebruik. Op een nieuw te ontwikkelen logistiek bedrij·enterrein op
Moerdijk heeít een dergelijke ·oorziening dus meer waarde ·oor de bedrij·en dan
inge·al die bedrij·en elders op het bestaande bedrij·enterrein zouden worden ge-
huis·est.





18 Onderzoeksinstituut O1B
Karetovravg vivivaat : bectare
let RBOI-DlV-rapport stelt dat als ge·olg ·an de centralisatiestrategie de gewenste
ka·elmaat enorm toeneemt. waarbij het in de Luropese distributie tegenwoordig niet
ongewoon is dat bedrij·en beginnen met 5 ha en direct ruimte reser·eren om te kun-
nen doorgroeien naar 20 ha. RBOI-DVl ·erwijst daarbij naar de er·aringen ·an
BOM en Prologis met aan·ragen ·oor logistieke sites. In de toekomst zou naar ·er-
wachting 40° ·an de uitgiíte aan terrein ·oor logistiek betrekking hebben op terrei-
nen ·an meer dan 5 hectare DlV. 2006,. Ook andere bronnen o.a. (apgemini en
Prologis. 2006 & Nederland Distributieland. 200¯, ge·en aan dat er in de logistieke
dienst·erlening een duidelijke trend is in de richting ·an grotere ka·els. Als ·erklaring
spelen een aantal ontwikkelingen een rol:
 Distributiecentra hebben een breder acti·iteitenpakket gekregen. Door langere
aan·oerstromen time-to-market, in de supplv chain en daardoor ·raagonzeker-
heid worden produkten steeds ·aker generiek aange·oerd. let klantspeciíiek
maken gaat daardoor steeds ·erder light manuíacturing, en dit ·raag om meer
ruimte (apgemini en Prologis. 2006,.
 De opkomst ·an multinationale en Luropese distributiecentra heeít geleid tot
grotere distributiecentra en dus meer ruimtebehoeíte.
 Len ontwikkeling ·an klantspeciíieke operaties dedicated warehouses, naar ge-
nerieke logistieke operaties multi-user warehouses, teneinde door schaal·ergro-
ting economische ·oordelen te behalen.
Oí deze trend ·an schaal·ergroting zich ook blijít maniíesteren met een behoeíte aan
steeds grotere distributiecentra en dus grotere ka·els is allerminst zeker: steeds meer
bedrij·en zijn genoodzaakt de inrichting ·an hun distributienetwerk te hero·erwegen
omdat klanten steeds kortere le·ertijden eisen en de congestie op de weg toeneemt.
lierdoor wordt het steeds moeilijker om ·anuit één locatie de hele markt te bele·e-
ren. Als ge·olg hier·an zal distributie weer meer ·ia regionale distributiecentra
plaats·inden. Deze nieuwe trend zou de ·raag naar steeds grotere ka·els kunnen
temperen. De aan·ragen en uitgiíte ·an logistieke ka·els tonen echter aan dat er dui-
delijke behoeíte is aan ka·els met een om·ang ·an minimaal 5 hectare
3.4 Conclusies
De beschouwde ·estigingsplaatseisen ondersteunen de conclusie dat Moerdijk een
locatie is met potentie ·oor ·estiging ·an internationaal georiënteerde logistieke
dienst·erleners. Moerdijk heeít een gunstige ontsluiting ten opzichte ·an de belang-
rijke corridors ·oor goederen·er·oer o·er de weg en heeít ook een zeer goede mul-
timodale ontsluiting o·er het water en het spoor. Deze kwaliteiten sluiten aan bij de
hoge bereikbaarheidseisen die internationaal georiënteerde logistieke dienst·erleners
stellen.
De trend naar schaal·ergroting in de logistieke dienst·erlening is onmiskenbaar. Dit
maniíesteert zich in een breder dienstenpakket dat bedrij·en aanbieden en ook in de
schaal ·an operaties om kosten·oordelen te kunnen behalen. De behoeíte aan grote-
re ka·els is daardoor een íeit. Met een nieuw aan te leggen logistiek park kan de ·er-
ka·eling ·an het terrein optimaal worden aígestemd op de eisen ·an de logistieke
sector. In ge·al ·an inbreiding op het bestaande bedrij·enterrein is dit in beperktere
mate mogelijk.
De schaal·ergroting binnen de logistieke sector. en daarmee samenhangend de wens
tot ·ergaande centralisatie ·an de distributieacti·iteiten. staat op gespannen ·oet met
steeds hogere eisen ·an klanten. De concentratie ·an logistieke acti·iteiten op één oí
slechts enkele locaties kan hierdoor slechts tot op zekere hoogte worden doorge-

Onderzoeksinstituut O1B 19
·oerd. Naast deze behoeíte aan concentratie schaalgrootte ·an indi·iduele bedrij-
·en, is er sprake ·an toenemende schaalgrootte in logistieke parken clustering ·an
logistieke bedrij·en,.
De wens tot clustering ·an logistieke bedrij·en lijkt bij deze bedrij·en echter sterk in-
gege·en door proíilering` de uitstraling die dit met zich brengt, en tot op heden ·eel
minder sterk door speciíieke ·oordelen als ge·olg ·an de zeer directe nabijheid ·an
branchegenoten. Daarbij is ook de ·raag hoe letterlijk directe nabijheid moet worden
opge·at: buren· Oí ·oldoet de aanwezigheid ·an een ·erwant bedrijí elders op het
bedrij·enterrein op dit punt ook aan de eis als het gaat e·entuele samenwerking·
Vooralsnog is er echter nog geen sprake ·an onderlinge samenwerking tussen logis-
tieke dienst·erleners. waardoor de behoeíte aan clustering ·an bedrij·en om deze re-
den aíwezig lijkt. Dit neemt niet weg dat clustering ·an logistieke bedrij·en om ande-
re redenen wenselijk is. Zo kan bij de inrichting en ontsluiting ·an het bedrij·enter-
rein expliciet rekening worden gehouden met de speciíieke wensen ·an deze bedrij-
·en zoals een gunstige ligging ten opzichte ·an de op- en aíritten ·an snelwegen en
ka·elgrootte,. Op deze manier kan ook de hinder met name intensieí ·racht·erkeer,
die logistieke bedrij·en aan andere bedrij·en op het terrein ople·eren worden ·oor-
komen oí tot een minimum worden beperkt. Daarnaast zijn er behal·e basisíacilitei-
ten ook speciíieke íaciliteiten die kunnen worden gedeeld zoals een parkeerterrein
·oor ·rachtauto`s, die ·ooral bij clustering tot hun recht komen. let íeit dat proíile-
ring` zwaar telt in de ·oorkeur ·oor clustering is niet een íactor die direct meetbaar
bedrijíseconomisch ·oordeel ople·ert. maar kennelijk wel ·an groot belang is oí een
bedrijí een locatie interessant ·indt oí niet.
let ·oorgaande pleit er·oor om nieuwe logistieke bedrij·en op bedrij·enterrein
Moerdijk hoe dan ook geclusterd te huis·esten.






20 Onderzoeksinstituut O1B
4 Beoordeling alternatieven: Roode Vaart, Lage
Zwaluwe en Borchwerf
4.J Inleiding
DlV concludeert in haar rapport dat het aantal hectares dat binnen Port oí Brabant
beschikbaar is. kwantitatieí ·olstaat ·oor de op·ang ·an de ruimte·raag. zelís in het
scenario met hoge economische groei zie tabel 4.1,. Lchter. DlV constateert ook:
!avveer ecbter vaar ae /ratitatiere /evver/ev rav rraag ev aavboa rorat ge/e/ev voet roraev
gecov.tateera aat .pecitie/ ae togi.tie/e .ector viet iv baar groeipotevtie /av roraev getacititeera
DlV. 2006. p. 56,. Bij het aanbod ·oor de logistiek wordt erop gewezen dat een
deel ·an het aanbod minder geschikt is ·oor deze sector. let gaat daarbij ·ooral om
de terreinen die nu nog in handen zijn ·an bedrij·en o.a. het Shell-terrein,. Vanuit
de behoeíte wordt gesteld dat ·erdeling ·an het aanbod o·er ·erschillende locaties
een economisch suboptimale oplossing is.
Niet ·ermeld wordt dat het accommoderen ·an de logistiek op een apart aan te leg-
gen terrein. betekent dat het huidige terrein ·an het la·enschap Moerdijk minder in-
tensieí gebruikt zal worden en´oí deels ongebruikt zal blij·en. Samen met het ·erlies
aan open ruimte zijn dit de niet gekwantiíiceerde maatschappelijke kosten ·an het
aanleggen ·an een Logistiek Park Moerdijk.

1abel 4.J Vergelijking behoefte en aanbod voor Port of Brabant tot 2025 per DHV-
scenario.
Lage groei scenario
Behoeíte per sector:
Basis
scenario
loge groei
scenario
(hemie ¯4 85 94
Logistiek 156 18¯ 224
O·erig 4 21 35
1otaal Ruimtebehoeíte 234 293 353

Aanbod per locatie:
la·enschap Moerdijk 254 254 254
Roode Vaart ¯3 ¯3 ¯3
Lage Zwaluwe 25 25 25
1otaal aanbod 352 352 352
Bron: DlV 2006,.

In dit hooídstuk gaan we na in hoe·erre het huidige terrein Moerdijk. e·entueel aan-
ge·uld met Roode Vaart en Lage Zwaluwe in de behoeíte ·oor logistiek kan ·oor-
zien. Daarnaast betrekken we het terrein Borchwerí in de analvse omdat dit terrein
·aak als een alternatieí ·oor het Logistiek Park Moerdijk wordt gezien
4.2 Kan Moerdijk de ruimtebehoefte voor logistiek accommoderen?
Op basis ·an de in paragraaí 2.3 geanalvseerde behoeíteraming komt DlV in het ba-
sisscenario tot een behoeíte ·an 18¯ hectare ·oor logistiek in de periode 2005-2025

Onderzoeksinstituut O1B 21
in Moerdijk. Daar·an is 84 hectare ha·engebonden waar·an is weer 13 hectare ka-
degebonden,. De totale ruimtebehoeíte ·oor Moerdijk wordt geschat op 293 hectare
e·eneens basisscenario,.
Volgens de in·entarisatie ·an RBOI was er in 2006 91 hectare beschikbaar en komt
daar op termijn nog 163 hectare bij. De ·raag is welk deel ·an deze 254 hectare ge-
schikt en´oí beschikbaar is ·oor de logistiek. Daarnaast is er nog 103 hectare als re-
ser·e bij bedrij·en aanwezig waar·an DlV stelt dat het niet reëel is dit tot het aan-
bod te rekenen. Voor de helderheid ·an de analvse en ·ergelijkbaarheid met de ande-
re rapporten. houden wij het aanbod ·an 254 hectare aan.
\aar en hoe de ruimtebehoeíte op het huidig ha·en- en industrieterrein Moerdijk
kan worden geaccommodeerd. wordt in de rapporten DlV impliciet en RBOI ex-
pliciet, bepaald door de segmentering ·an het aanbod. Moerdijk is onder·erdeeld in
ze·en themaparken. te weten:
 Industrial park ruwweg het Shell-terrein,. Bestemd ·oor chemisch en industriële
bedrij·en.
 Lcopark. Bestemd ·oor bedrij·en actieí in de milieu- en energietechnologie en
recvcling.
 Seaport. Bestemd ·oor water gebonden acti·iteiten.
 1radepark. Bestemd ·oor handelsondernemingen en logistieke onderneming.
 Distributieboule·ard. Bestemd ·oor transport. distributie en handel.

Daarnaast zijn er het kleine ser·icepoint en de compartimenteringstrook. Vanwege
de beperkte om·ang worden deze hier buiten beschouwing gelaten. 1e·ens nemen
we het 1radepark en de Distributieboule·ard samen omdat de ·erschillen klein zijn.
In tabel 4.2 is het beschikbare areaal in de themaparken ·ergeleken met de ruimtebe-
hoeíte zoals weerge·en in tabel 2.3. Daaruit blijkt dat er in Industrial Park en Lco-
park in totaal ¯1 hectare o·er` is. terwijl er in Seaport en 1rade-
park´Distributieboule·ard 103 hectare tekort is. Dit tekort komt geheel ·oor reke-
ning ·an de logistiek. Strikt ·asthouden aan de gekozen segmentering betekent dus
dat tekorten en o·erschotten naast elkaar zullen ontstaan. \anneer ·er·olgens ·oor
de logistiek een nieuw terrein wordt aangelegd. ontstaat de situatie waarbij op Lco-
park en Industrial Park samen nog zo`n ¯0 hectare terrein ongebuikt blij·en.

1abel 4.2 Vergelijking beschikbaar areaal en ruimtebehoefte (2005-2025, basissce-
nario) per themapark.
Beschikbaar Ruimtebehoeíte Verschil
Industrial park 145 85
1
60
Lcopark 40 29
2
11
Seaport 42 75
3
-33
1radepark ´ Distributieboule·ard 23 103
4
-80
1otaal 250 292
5
-42
1
(hemie.
2
Recvcling en energie- en waterproductie.
3
la·engebonden logistiek 84 hectare, en alle niet chemische industrie i.c. ·oedings- en
genotmiddelen. metaalindustrie en o·erige industrie: zie tabel 2.2,.. De ·oedings- en ge-
notmiddelen industrie wordt toegedeeld aan Seaport omdat ·estiging op Industrial Park
erg onwaarschijnlijk is aígeleid uit 1NO. 2005. p. 14,. Bo·endien wil de pro·incie Indu-
strial Park benutten ·oor bedrij·igheid in de zware milieucategorieën.
4
Logistiek niet ha·engebonden 18¯ hectare ·erminderd met 84 hectare ha·engebonden,.
5
Door aírondings·erschillen komt het totaal niet uit op 293 hectare.

22 Onderzoeksinstituut O1B
Bron: RBOI 2006, en DlV 2006,.

\ordt er met de segmentering geen rekening gehouden dan is er in het basisscenario
een tekort ·an 42 hectare. Ook hierbij zijn opmerkingen te plaatsen. 1en eerste gaat
het om een zeer optimistisch scenario. zeker waar het de ontwikkeling ·an de chemi-
sche industrie betreít. Dit betekent dat het o·erschot in het Industrial Park misschien
wel hoger zal ui·allen dan de 60 hectare uit tabel 4.2. Daarnaast is er nog de 103 hec-
tare die als reser·e bij bedrij·en behoort en waar·an het niet reëel is te ·eronderstel-
len dat daar·an in de periode tot 2025 niets op de markt zal komen. Kortom de be-
hoeíte is optimistisch en het aanbod pessimistisch geschat. waardoor de kans op een
tekort groot is.
Geconcludeerd wordt dat de gekozen segmentering er·oor zorgt dat de logistiek bij
lange na niet op het bestaande ha·en- en industrieterrein Moerdijk geaccommodeerd
kan worden. Dit resulteert in de situatie dat er in de themaparken Seaport. 1radepark
en Distributieboule·ard een tekort aan 103 hectare is. terwijl er in Industrial Park en
Lcopark ¯1 hectare terrein liít waar ·olgens de ramingen geen behoeíte aan is. \ordt
de segmentering losgelaten dan blijít er een niet geaccommodeerde behoeíte ·an 42
hectare o·er.

4.3 Roode Vaart en Lage Zwaluwe
RBOI 2006, heeít ·oor Roode Vaart ·ier ·arianten onderzocht. In twee daar·an
wordt de insteekha·en doorgetrokken waarbij 44 oí 63 hectare terrein ontstaat dat
geschikt is ·oor kadegebonden bedrij·en. \ordt de ha·en niet doorgetrokken dan
krijgt het terrein een grootte ·an 69 oí ¯1 hectare waar·an 20 hectare ·oor kadege-
bonden bedrij·en. Daarnaast is er een mogelijkheid om een terrein nabij het station
Lage Zwaluwe te ontwikkelen. Dit terrein heeít een opper·lakte ·an 25 hectare.
Uit tabel 2.3 blijkt dat een behoeíte is aan ¯¯ hectare kadegebonden terrein. RBOI
heeít becijíert dat er op het bestaand terrein in totaal circa 92 hectare beschikbaar is
·oor kadegebonden acti·iteiten. Lr is dus geen noodzaak om nieuw kadeterrein te
plannen oí te ontwikkelen. Van de behoeíte ·an ¯¯ hectare is 62 aíkomstig ·an de
chemie welke op Industrial Park geaccommodeerd zou moeten worden. De o·erige
15 hectare kan ·olgens de gege·ens ·an RBOI in Seaport en oí Lcopark worden on-
dergebracht. waar in totaal 46 hectare kadeterreinen beschikbaar is. Met andere
woorden er is geen directe noodzaak Roode Vaart als ha·enterrein te ontwikkelen.
De Pro·incie Noord-Brabant stelt dat het als droog terrein ontwikkelen ·an Roode
Vaart .een toekomstige natte ontwikkeling ·an deze locatie ·oor altijd onmoge-
lijk` maakt. Gedeputeerde Staten ·an Noord-Brabant. 2006. p. 20,. Op zich is deze
redenering juist. let transíormeren ·an een droog naar een natterrein is zeer kost-
baar. zeker gezien de beperkte om·ang ·an Roode Vaart. Lchter. de ·raag oí er na
2025 wel een behoeíte aan kadegebonden terrein ontstaat die het recht·aardigt om
Roode Vaart als nat terrein te reser·eren. wordt niet beantwoord. Gezien de relatieí
beperkte om·ang ·an de natte ·ariant ·an Roode Vaart moet echter betwijíeld wor-
den oí dat ·an strategisch belang is. Bo·endien mag niet worden ·ergeten dat ook in
de droge ·ariant er altijd nog 20 hectare kadegebonden terrein ontstaat.

Gedeputeerde Staten ·an Noord-Brabant kiezen er·oor de locatie Lage Zwaluwe niet
te ontwikkelen ·oor grootschalige logistieke acti·iteiten omdat daarmee geen recht

Onderzoeksinstituut O1B 23
wordt gedaan aan de kwaliteit en potentie ·an de locatie
13
. \el denkt met aan hoog-
waardige bij ·oorkeur logistiek gerelateerde kantoor,íuncties. Vanuit mobiliteitsoog-
punt is Lage Zwaluwe echter geen goede locatie ·oor kantooríuncties. let is beter
en coníorm het ruimtelijk beleid hoogwaardige kantooríuncties in stedelijke gebieden
te realiseren waar ook hoogwaardige openbaar ·er·oers·oorzieningen aanwezig zijn.
let station Lage Zwaluwe. dat geen intercitv station is. ·oldoet niet aan dit criterium.
Gezien de beperkte om·ang ·an het terrein Lage Zwaluwe is het niet bij uitstek de
locatie ·oor grootschalige logistieke acti·iteiten. Lchter. maar een deel ·an de ·raag
naar logistiek terrein in Moerdijk. is daarop gericht. Lage Zwaluwe kan daarmee wel-
degelijk een logistieke íunctie ·er·ullen en kan het als logistiek terrein tot het aanbod
te worden gerekend.
Geconcludeerd kan worden dat de argumenten ·an Gedeputeerde Staten om Roode
Vaart en Lage Zwaluwe niet ·oor logistiek te ontwikkelen een beleidskeuze is. die
hoe legitiem ook. aan·echtbaar is op inhoudelijke gronden. liermee wordt kunstma-
tig het aanbod 95 hectare kleiner gehouden dan dat het werkelijk is. \anneer deze 95
¯0-25, hectare aan de logistiek ter beschikking worden gesteld. kan hiermee in het
basisscenario ·oor een aanzienlijk deel in de ruimtebehoeíte ·an deze sector worden
·oldaan.
4.4 Borchwerf II
In de gemeente Roosendaal wordt momenteel het bedrij·enterrein Borchwerí II
ontwikkeld. Dit terrein heeít een om·ang ·an 200 hectare bruto,. waar·an ca. 140
ha netto uitgeeíbaar terrein. Dit betekent onge·eer een ·erdubbeling ·an de om·ang
·an het bestaande bedrij·enterrein Borchwerí. Borchwerí II ligt op ca 20 km aístand
·an bedrij·enterrein Moerdijk. De centrale ligging tussen de ha·ens Rotterdam en
Antwerpen en de goede bereikbaarheid zijn speerpunten in het acquisitiebeleid ·oor
het Borchwerí-terrein.
Op Borchwerí II is ook gekozen ·oor een clustering ·an bedrij·en in een ·ijítal zo-
genaamde ·elden:
 Veld A bestemd ·oor grootschalige bedrij·igheid milieucategorieën 3. 4 en 5,:
69 hectare.
 Veld B bestemd door moderne gemengde bedrij·igheid milieucategorie 3,: 12
hectare. \ordt na ·erwachting in 2010 in ontwikkeling genomen.
 Veld ( bestemd ·oor transport en logistiek milieucategorie 3,: 16 hectare.
 Veld D bestemd ·oor kleinschalige bedrij·igheid milieucategorie 3,: 20 hectare.
 Veld l bestemd ·oor representatie·e kantooromge·ing milieucategorie 3,: 18.5
hectare.
De gedachte hierachter is een optimale huis·esting door speciíieke inrichtings·oor-
schriíten per ·eld zodat ieder bedrijí op de juiste plek komt geen hinder oí o·erlast
·an elkaar,. De eerste twee jaar is in totaal 50 hectare uitgege·en. waar·an meer dan
40 hectare in de ·elden A en (. De oorspronkelijke planning ·an het ontwikke-
lingstraject loopt tot 2015. maar wellicht wordt een en ander al in 2011 gerealiseerd.

let terrein dat is gereser·eerd ·oor transport en logistieke bedrij·en ·eld (, is be-
scheiden ·an om·ang 16.4 hectare, en biedt mogelijkheden ·oor ka·els ·ariërend in
grootte ·an 1 tot 5 hectare. Uit de ·erka·eling blijkt dat men hier in totaal negen ·es-
tigingen ·erwacht te gaan accommoderen. let terrein heeít directe toegang tot de

13
Men heeít het o·er een strategische locatie gelegen langs één ·an de belangrijkste toegangswegen
naar Brabant die ook ·oor het personen·er·oer per spoor goed ontsloten is Gedeputeerde Sta-
ten ·an Noord-Brabant. 2006. p. 20-21,.

24 Onderzoeksinstituut O1B
op- en aíritten ·an de A1¯. waardoor het een goede bereikbaarheid o·er de weg
heeít.
De ontwikkeling ·erkoop, ·an het terrein loopt nog niet zo lang. maar een drietal
ka·els is al ·erkocht. Op één ka·el rust een optieo·ereenkomst. terwijl een andere
ka·el waarschijnlijk binnenkort ·erkocht wordt stand begin 2008,. Van de 16 hecta-
re is onge·eer ¯ hectare uitgege·en.
Onder de bedrij·en die zich op ·eld ( hebben ge·estigd oí zich binnenkort gaan
·estigen. be·inden zich een groothandel in ·erpakkingsmaterialen Karpack. 50 werk-
nemers, en (LVA Logistics ·oorheen 1N1. 150 werknemers,. Op het oude`
Borchwerí zijn ook enkele logistieke dienst·erleners ge·estigd. waaronder DlL.
Beide bedrij·en behoren. gemeten naar werknemers in Nederland. tot de top tien ·an
grootste dienst·erleners in Nederland DlL op de 1
e
plaats en (LVA Logistics op ¯
e

plaats,. O·erigens geldt ·oor deze bedrij·en dat hun ·estigingen in Roosendaal.
slechts één ·an de ·ele ·estigingen zijn binnen en buiten Nederland. Deze onderne-
mingen kennen een relatieí íijnmazige distributiestructuur. waarbij ·eel cross-docking
operaties plaats·inden.

Veld A heeít een uitgeeíbare opper·lakte ·an 69 ha. is bedoeld ·oor grootschalige
bedrij·igheid en laat toe om bedrij·en uit de hoogste milieucategorieën 3. 4 en 5 te
huis·esten. Lr is een ruime ·ariatie aan ka·els die qua om·ang ·ariëren tot 5 ha ·oor
milieucategorie 4 en 5 en tot 8 ha ·oor milieucategorie 3. Begin 2008 waren er al 10
ka·el uitgege·en. twee worden binnenkort ·erkocht en op drie ka·els rust een optie.
Van de 69 hectare is onge·eer 34 hectare uitgege·en.

De ·estigingsplaatskwaliteiten ·an ·eld A grootschalige bedrij·igheid, en ·eld (
transport en logistiek, ·erschillen op enkele onderdelen:
- aansluiting op de snelweg A1¯ is ·anaí ·eld ( wat beter dan ·eld A
- mogelijke directe ontsluiting ·an ·eld A per spoor in de toekomst,
- toegestane ka·elom·ang op ·eld A · 8 ha, is groter dan op ·eld ( · 5 ha,
- ruimere hoogtebebouwingsmogelijkheden op ·eld A dan ·eld (
Geconcludeerd kan worden dat in potentie ·eld A in totaliteit een gelijkwaardige oí
waarschijnlijk zelís betere ·estigingskwaliteit kan bieden dan ·eld ( ·oor logistieke
bedrij·igheid.

De ·elden D en l zijn ·oor de logistiek niet oí minder geschikt. Veld D heeít alleen
kleine ka·els. waar·an er ·elen al zijn uitgege·en. Dit maakt het ongeschikt ·oor de
meeste logistieke acti·iteiten. In een deel ·an ·eld l 13 ·an de 18 hectare, zijn ·ol-
gens het bestemmingsplan groothandelsbedrij·en en bedrij·en in de transport- en
distributiesector toegestaan. ·oor zo·er deze bedrij·en ·oorkomen in milieucategorie
3.1 en 3.2. Bo·endien zijn hier ka·els tot 1.5 hectare beschikbaar. De uitgiíte op dit
·eld is begin 2008 nog maar net gestart 1 hectare uitgege·en,.

De kwaliteiten ·an Borchwerí II als ·estigingsplaats ·oor logistieke bedrij·igheid
ogen op het eerste gezicht wat minder dan op Moerdijk zie ook: Stec Groep. 2008,.
De mogelijkheden ·oor intermodaal ·er·oer zijn beperkt: er zijn geen containero·er-
slagmogelijkheden. Verder is er een matige toegankelijkheid ·oor binnen·aartsche-
pen tot max. 1350 ton, en aansluiting op het binnen·aartnet. let NS-station in
Roosendaal heeít een goederenemplacement. direct gelegen tegen het bestaande be-
drij·enterrein. Door de geplande spooraansluiting ·oor ·eld A zal de intermodale
kwaliteit wel ·erbeteren. maar het ontbreken ·an een containerterminal betekent een
·estigingsplaatsnadeel al is dat niet ·oor elke tvpe logistiek dienst·erlener zwaarwe-
gend.

Onderzoeksinstituut O1B 25
Veld A heeít in principe ·oldoende grote ka·els en de ligging ten opzichte ·an be-
langrijke snelwegen doet niet ·eel onder ·oor Moerdijk. let íeit dat gerenommeerde
logistieke dienst·erleners ·oor Borchwerí kiezen duidt erop dat de locatie wel poten-
tie heeít als ·estigingsplaats.
Begin 2008 was nog circa 55 hectare ·oor uitgiíte beschikbaar. die potentieel geschikt
is ·oor logistieke bedrij·en
14
. De ka·els in ·eld A waarop milieucategorieën 4 en 5
zijn toegestaan. zijn al uitgege·en oí er zijn gesprekken met gegadigden. Dit betekent
dat uitruil ·oor dit tvpe bedrij·igheid met Moerdijk geen optie meer is.
4.5 Conclusies
Door de gekozen segmentering ·an het huidige ha·en- en industrieterrein Moerkijk
kan een groot deel ·an de ruimtebehoeíte ·an de logistiek niet op het terrein worden
geaccommodeerd. 1egelijk zorgt dit er·oor dat ruim ¯0 hectare in ·oornamelijk het
Industrial Park onbenut zal blij·en. De segmentering zorgt er dus ·oor dat tekorten
en o·erschotten naast elkaar ·oorkomen.
Op zich kan het juist zijn Industrial Park ·rij te houden ·oor chemische bedrij·en.
omdat ·oor dit soort bedrij·en de ·estigingsmogelijkheden niet al te ruim zijn. Lch-
ter zelís de optimistische behoeíte ramingen ·an DlV ge·en aan dat het beschikbare
areaal ruim ·oldoende is om de behoeíte op te ·angen. Ruimte reser·eren ·oor een
behoeíte die ·oorlopig niet bestaat is onwenselijk en economisch niet rationeel. let
is proíijtelijker deze grond ·oor een ander tvpe acti·iteit ter beschikking te stellen die
meer behoeíte heeít aan bedrij·enterrein.
De terreinen Roode Vaart en Lage Zwaluwe zijn in principe geschikt om als logistiek
terrein ontwikkeld te worden. let niet ontwikkelen ·an Roode Vaart als droog ter-
rein om daarmee de mogelijkheid open te houden om het later als ha·enterrein te
kunnen ontwikkelen is een legitiem argument. omdat het de enige locatie in de pro-
·incie Noord-Brabant is waar dit kan. Lchter. het huidige industrie- en ha·enterrein
hebben nog een ruim aanbod aan kades en kadegebondenka·els. die de behoeíte tot
2025 ruim kan accommoderen. Daarnaast wordt er bij deze argumentatie geen reke-
ning gehouden met het íeit dat ook bij de droge ontwikkeling ·an Roode Vaart er 20
hectare nat terreinen ontstaat.
De ontwikkeling ·an Lage Zwaluwe ·oor kantoorachtige íunctie is uit mobiliteits-
oogpunt niet gunstig. omdat goede openbaar ·er·oers·erbindingen ondanks de
aanwezigheid ·an een station, ontbreken. Uit mobiliteits- en planologisch oogpunt
dienen kantoren in het stedelijke gebied te worden ontwikkeld.
Logistieke bedrij·en en bedrij·en uit de zware milieucategorieën 4 en 5 kunnen zowel
in Moerdijk als in Borchwerí II worden ondergebracht. Uitruil. waarbij zware milieu-
hinderlijke bedrij·en alleen op Moerdijk worden toegelaten en niet meer op Borch-
werí II, is geen optie meer omdat de uitgiíte op Borchwerí II al te ·er ge·orderd is.
\el is er begin 2008 nog circa 55 hectare beschikbaar. die ·oor de logistiek min oí
meer geschikt is. De ·erwachting is dat het terrein relatieí snel geheel zal zijn uitge-
ge·en.



14
Na 2010 komt daar nog 12 hectare ·an ·eld B bij.

26 Onderzoeksinstituut O1B
5 Conclusies
De argumentatie ·an de pro·incie Noord-Brabant ·oor het ontwikkelen ·an een on-
ge·eer 150 hectare groot Logistiek Park Moerdijk rust op twee hooídargumenten.
namelijk een kwantitatie·e ruimteclaim en het kwalitatie·e argument dat clustering
·an logistieke bedrij·en op één terrein svnergie·oordelen biedt.
Onze analvse wijst uit dat de ge·olgde methode om ruimtebehoeíte te berekenen
leidt tot een onwaarschijnlijk hoge uitkomst. Dit is te wijten aan:
 let gebruik ·an one·enwichtige en uitsluitend optimistische scenario`s ten op-
zichte ·an de door het (entraal Planbureau gebruikte scenario`s.
 let toedelen ·an bedrij·en aan Moerdijk die niet tot de doelgroep behoren en
die gezien het ruimtelijke beleid eerder in stedelijke gebieden geaccommodeerd
moeten worden dan in Moerdijk.

Onze kwalitatie·e analvse wijst uit dat het huidige ha·en- en industrieterrein Moer-
dijk een zeer geschikte ·estigingslocatie is ·oor logistieke bedrij·en. Dit wordt zowel
ingege·en door de ligging als door de multimodale transportmogelijkheden. let ter-
rein heeít al ·ele logistieke bedrij·en die deels op het terrein geclusterd zijn. (luste-
ring ·an logistieke bedrij·en kan dit soort bedrij·en svnergie·oordelen bieden. let is
daarom wenselijk deze clustering te blij·en nastre·en om potentiële ·estigers een
aantrekkelijke ·estigingsplaats te kunnen bieden. let laat zich echter aanzien dat deze
svnergie·oordelen als ge·olg ·an clustering ook te behalen zijn op het huidige terrein.

De pro·incie Noord-Brabant wil de bestaande segmentering op het ha·en- en indu-
strieterrein Moerdijk handha·en. Dit betekent dat de zogenaamde Shell-ka·el ·an
onge·eer 145 hectare netto alleen ·oor de zware industrie beschikbaar is. De op zich
al uiterst rovale behoeíteraming stelt daar maar een ·raag ·an 85 hectare basisscena-
rio, tegeno·er. Deze segmentering leidt dus tot het niet benutten ·an 60 hectare be-
drij·enterrein plus 11 hectare elders,. die e·enzogoed ·oor de logistiek kan worden
gebruikt. De segmentering leidt dus tot onderbenutting ·an de beschikbare ruimte en
draagt bij aan de argumentatie om het logistieke park aan te leggen.

De door de pro·incie aange·oerde argumenten om Roode Vaart en Lage Zwaluwe
niet ·oor logistieke acti·iteiten te ontwikkelen zijn niet ·alide. Roode Vaart is welis-
waar de enige mogelijkheid om in de toekomst een ha·en aan te leggen. maar het is
niet waarschijnlijk dat daar binnen aízienbare tijd ·oldoende ·raag naar zal zijn ge-
zien de nog beschikbare kadeíaciliteiten op Moerdijk. let ontwikkelen ·an Lage
Zwaluwe als een soort kantorenlocatie is uit mobiliteitsoogpunt onlogisch geen OV-
knooppunt, en past niet in het ruimtelijke beleid waarbij kantoren primair in stedelij-
ke gebieden worden geaccommodeerd.
let bedrij·enterrein Borchwerí II in Roosendaal is ·olop in ontwikkeling. Len groot
deel ·an de ka·els waarop milieucategorie 4 en 5 is toegestaan is al uitgege·en. Uit-
ruil. waarbij bedrij·en in deze milieucategorie zich in Moerdijk moeten ·estigen en
om daarmee ruimte ·oor logistieke bedrij·en ·rij te maken. is daarom niet meer mo-
gelijk. \el is Borchwerí geschikt als ·estigingslocatie ·oor logistieke bedrij·en. let
·estigingsgedrag ·an bedrij·en bewijst dit.


Onderzoeksinstituut O1B 2¯
De conclusie is dat de onderbouwing ·oor het Logistiek Park Moerdijk is gebaseerd
op uitsluitend optimistische ramingen en op toedelingen aan Moerdijk die deels in
strijd met het ruimtelijk beleid. Daarnaast zorgt de segmentering ·an het aanbod op
het ha·en- en industrieterrein Moerdijk er·oor dat grote delen ·an het nu nog braak-
liggende terrein niet door de logistiek benut kan worden. Dit resulteert in de para-
doxale situatie dat er in de plannen ·an de pro·incie een nieuw terrein wordt aange-
legd het Logistiek Park Moerdijk,. terwijl er op het bestaande terrein uitgeeíbaar are-
aal braak zal blij·en liggen. Vanuit oogpunt ·an eííiciënt ruimtegebruik is de aanleg
·an Logistiek Park Moerdijk dus geen logische keuze.
Moerdijk heeít unieke ·estigingscondities ·oor logistieke bedrij·en. Door de be-
staande segmentering te handha·en is on·oldoende onderzocht oí en hoe de ruimte-
behoeíte ·an de logistiek op het bestaande terrein kan worden benut. lierdoor blijít
de ·raag waarom clustering wel op het aan te leggen Logistiek Park Moerdijk en niet
op het bestaande terrein kan worden gerealiseerd. onbeantwoord. Gecombineerd met
de al aanwezige logistieke bedrij·en bieden de onbenutte ruimte in het segment Indu-
strial Park en de aanleg ·an Roode Vaart naar onze mening ·oldoende mogelijkheden
om tot clustering te komen. Daarmee kan ·oor een substantieel deel in de te optimis-
tische ruimtebehoeíte worden ·oorzien.




28 Onderzoeksinstituut O1B

Onderzoeksinstituut O1B 29
Bronnen
Arts. P.l.A.M.. J. Lbregt. (.J.J. Lijgenraam en M.J. Stoííers. 2005. De vraag naar
ruimte voor economische activiteit tot 2040. Bedrijfslocatiemonitor. Den laag
(entraal Planbureau,.

Arend. ·an der M.. l.A. ·an Klink en M.A.G. Koppers. 2000. Waterlogistiek,
Vaart in de ruimtelijke ontwikkeling van logistieke dienstverlening. Utrecht
Rabobank Nederland,.

Buck (onsultants International. 2002. Vernieuwend duurzaam bedrijventerrein
Moerdijkse Hoek. Hoofdrapport. Nijmegen Buck (onsultants International,.

Buck (onsultants International. NlIA. BOM. LIOl. SAD( en la·enbedrijí Rot-
terdam. 200¯. High quality, competitive costs, Benchmarking the Netherlands
as Gateway to Lurope. Zoetermeer Nederland Distributieland,.

(apgemini en Prologis. 2006. Warehousing space in Lurope: meeting tomor-
row's demand. Utrecht.

Decisio. 2002. 1ussenevaluatie subsidieregeling openbare inland terminals,
Lindrapportage. Amsterdam.

DlV. 2006. Perspectief economische ruimtebehoefte West-Brabant. Onder-
zoek naar vraag en aanbod. DlV.

DlV. 2006. Analvse kwalitatie·e ruimte·raag logistiek - hooídlijnen. DlV.

lerrari. (.. l. Parola and L. Morchio. 2006. Southern Luropean Ports and the Spatial
Distribution oí LD(s. in: Maritime Lconomics & Logistics. Vol. 8. p. 60-81.

Gedeputeerde Staten ·an Noord-Brabant. 2006. Statenvoordracht 44/06A inzake
Logistiek en Industrieel Park Moerdijk.

Louter. P.. 2005. Contra-expertise nut en noodzaak Moerdijkse Hoek. Delít
Bureau Louter,.

Louw. L. en l. Olden. 2004. Nut en noodzaak van Moerdijkse Hoek. Len be-
oordeling van plannen en onderzoek. Delít ´ Utrecht 1U Delít Onderzoeksinsti-
tuut O1B ´ S1OGO Onderzoek - Ad·ies,.

Nederland Distributieland. 2005. Logistieke kracht van Nederland 2005. Zoeter-
meer Nederland Distributieland,.

Nederland Distributieland. 2006. Wereldstromen: wereldkansen. Zoetermeer Ne-
derland Distributieland,.


30 Onderzoeksinstituut O1B
RBOI. 2006. Afsprakenkader zeehaventerrein Moerdijk. Uitwerking en haal-
baarheidsverkenning. Lindrapport. Rotterdam RBOI,.

RBOI. 200¯. Afsprakenkader zeehaventerrein Moerdijk. Uitwerking regio ana-
lyse logistiek. Rotterdam RBOI,.

Schuur. J.. A. \eterings. S. Kla·er. (. Lijgenraam en L. Verkade. 200¯. Len ruimte-
lijke verkenning naar alternatieven voor de Hoekse Waard. Den laag Ruimte-
lijk Planbureau en (entraal Planbureau,.

Stec Groep. 2005. Marktgerichte inventarisatie restruimte Moerdijk. Nijmegen
Stec Groep,.

Stec Groep. 2008. Quick scan beoordeling alternatieven Hoekse Waard. Arn-
hem Stec Groep,.

1NO. 2005. Behoefte aan natte kavels op Moerdijkse Hoek? Qiuck scan naar
nut en noodzaak van waterzijdige ontsluiting van Moerdijkse Hoek. 1NO
Delít,.

1raa. M. en S. Declerck. 200¯. De bedrijfslocatiemonitor. Len modelbeschrij-
ving. Rotterdam ´ Den laag NAi Uitge·ers ´ Ruimtelijke Planbureau,.




Geïnterviewde personen:

L. 1a·asszv. Senior ad·iseur Mobiliteit en Logistiek. 1NO Delít´ loogleraar Goe-
deren·er·oer en ruimtelijk-economische ontwikkeling. Radboud uni·ersiteit Nijme-
gen.

S. Vaes. manager commercie´pr´communicatie. la·enschap Moerdijk.

L. Van \unnik. Business De·elopment Manager Luropean Logistics. Goodman.















Onderzoeksinstituut O1B 31




































Onderzoeksinstituut O1B
1echnische Universiteit Delft
Jaffalaan 9, 2628 BX Delft
Postbus 5030, 2600 GA Delft
1elefoon (0J5) 278 30 05
Iax (0J5) 278 44 22
L-mail mailboxmotb.tudelft.nl
www.otb.tudelft.nl